⟨h3 id="hoofdstuk-1" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="0" title="Speel af vanaf 00:00">▶ 00:00⟨/button> ⟨span>Terugblik: Wat Is de Aarde in de Bijbel?⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Wij gaan ons vanavond bezighouden met het eerste boek uit de bibliotheek die ons is gegeven. Het is de tweede keer dat we stilstaan bij deze vraag, die eigenlijk niet volledig model staat voor de inhoud van deze avonden, maar er wel de directe aanleiding voor vormt. De vraag in de titel luidt: "Leert de Bijbel een platte aarde?"⟨/p> ⟨p>Voordat we verdergaan, wil ik nog even terugblikken op wat we de vorige keer hebben besproken. De aanleiding tot de titel van deze serie komt van twee kanten, van twee aanvliegroutes die nogal tegengesteld zijn. Het gaat namelijk om de bewering dat de aarde plat is en dat de Bijbel dat zou leren. Die bewering wordt zowel door bijbelcritici gedaan als door een groeiende groep bijbelgelovigen; zeker in de laatste jaren komt die beweging steeds meer op.⟨/p> ⟨p>Ik heb de vorige keer toegelicht hoe bijbelcritici dit vooral vanaf de negentiende eeuw naar voren hebben gebracht. Hun argument is: de Bijbel is archaïsch en volstrekt verouderd, en het wereldbeeld dat zij ons geeft, is niet meer van deze tijd. Daarmee bedoelt men dan dat het niet klopt, wat volgens hen niet eens toelichting behoeft. Aan de andere kant zijn er tegenwoordig dus wel degelijk ook mensen die zeggen: "Ja, als de Bijbel dat dan inderdaad zo leert, dan zal dat ook wel zo zijn." En dat laatste is terecht. Als de Bijbel dat leert, dan is het ook gewoon zo. Dan moeten we alles nog maar eens een keertje goed herbezien en ons huiswerk als het ware helemaal overdoen.⟨/p> ⟨p>Dat was de directe aanleiding, maar waar het in deze avonden in het algemeen over gaat – en het staat nog te bezien hoelang we hierover gaan doen, maar in ieder geval nog een aantal avonden – is het Bijbelse wereldbeeld. We kijken naar dit wereldbeeld in zijn volle breedte, hoogte en diepte. Dat is een aardige metafoor in dit verband. We kijken omhoog naar de hemelen: wat is daar? En we kijken naar de aarde. Maar ook daaronder: wat bevindt zich daar volgens de Bijbel? Hoe moeten we ons dat geheel voorstellen? Wat is het concept en hoe spreekt de Bijbel daarover? Is dat puur in de termen van alledaagse waarneming, zoals wij dat ook doen wanneer we zeggen dat de zon opkomt en de zon gaat onder?⟨/p> ⟨p>In het dagelijks spraakgebruik gaan wij er immers ook niet vanuit dat de aarde roteert en in het melkwegstelsel een bepaalde route aflegt. In de praktijk houden we daar als bewoners van deze aarde helemaal geen rekening mee. We spreken gewoon in de termen zoals de dingen zich aan ons voordoen, namelijk een zon die inderdaad ondergaat en als een grote bol in de zee zakt. Is dat echt zo? Nee, maar zo zien we het wel. De grote vraag is dus: sluit de Bijbel zich bij dat gewone spraakgebruik aan, of zit daar toch nog wat meer achter? Dat laatste kan ik u verklappen: jazeker!⟨/p> ⟨p>We zijn zo aan het inventariseren. De eerste avond ging vooral over de vraag: wat is nou eigenlijk "de aarde"? Want als je het hebt over de vraag of we op een platte aarde leven, dan moet je eerst goed definiëren waarover we het hebben. Het is me al zo vaak opgevallen – en afgelopen week had ik daar nog een gesprek over in een heel ander verband – dat we vaak vrij gauw tot de conclusie komen dat het essentieel is om eerst goed te definiëren waarover we het hebben voordat we de degens kruisen. Wat bedoelen we met de term "de aarde"? Dat is in dit geval heel relevant. Wanneer wij het vandaag over de aarde hebben, dan hebben we het over een planeet. De planeet die aarde heet. Maar is dat in de Bijbel ook het geval? Reeds op de eerste bladzijde blijkt dat de Bijbel een heel andere definitie heeft van dat begrip "de aarde". De aarde is in de Bijbel, laat ik dat vooropstellen, nooit een planeet.⟨/p> ⟨p>Laat ik nog even een paar dingen op een rijtje zetten die we hebben besproken. De Bijbel zegt dat aarde gewoon "het droge" is, oftewel het land. We hebben gezien dat het woord voor aarde zowel in het Hebreeuws (de taal waarin het Oude Testament is geschreven) als in het Grieks (de taal waarin het Nieuwe Testament is geschreven) identiek is aan het woord voor land. In het Hebreeuws zie je het woord ⟨em>arets⟨/em>. Dat wordt ongeveer 50-50 vertaald met "aarde" en met "land". Het gaat dus om hetzelfde. In Genesis 1 staat de definitie: God noemde het droge "aarde".⟨/p> ⟨p>Dat betekent dus ook – en dat was de conclusie die we al in een vroeg stadium konden trekken – dat als je je op zee bevindt, je niet meer op "aarde" bent. Je bent dan niet op de aarde of op het land. Als je het woord "land" gebruikt, wordt het eigenlijk meteen duidelijk: als je op zee bent, zeg je niet dat je op land bent. Dat is de wijze waarop Genesis 1 het meteen bij aanvang neerzet. Dat is de definitie.⟨/p> ⟨p>Met die definitie blijken alle problemen die zich rond dat begrip aarde aandienen, als sneeuw voor de zon te verdwijnen. Zo heb je bijvoorbeeld de uitdrukking "de einden der aarde". Je kunt daar natuurlijk over filosoferen dat als de aarde een planeet of een schijf is, je uiteindelijk bij de randen naar beneden valt. Lange tijd is dat voor velen een gedachte geweest om het wereldbeeld van de Bijbel als belachelijk en naïef neer te zetten; dat archaïsche beeld waarbij je van de aarde af zou vallen. Maar bij nader inzien is die gedachte juist volstrekt belachelijk om in de Bijbel in te lezen. Want als de aarde gewoon het land is, dan is het einde der aarde simpelweg het einde van het land. Oftewel: daar waar de zee begint. De kuststrook dus. Dat zijn de einden der aarde.⟨/p> ⟨p>We hebben wat gegrasduind door de concordantie. We hebben het woord voor aarde of land, ⟨em>arets⟨/em> in het Hebreeuws en ⟨em>ge⟨/em> in het Grieks, bekeken en daar kom je allerlei uitdrukkingen tegen. Bijvoorbeeld "het rond der aarde". Dat betekent in ieder geval dat de aarde rond is. Daaruit kun je overigens verschillende dingen afleiden: bedoel je daarmee een bol, een holte, een platte schijf of gewoon een cirkel? Dat is immers ook rond. In Jesaja 40 wordt gesproken over het rond der aarde. En trouwens, daar spreken wij allemaal over. Zelfs een naïeve aardbewoner, al weet je helemaal niets...⟨/p> ⟨p>U herinnert zich nog dat de aarde zich inderdaad aan ons als kijker gewoon hier, terwijl we genoeg zicht hebben tot aan de horizon, voordoet als rond. Geloof me, trek een lijn en uiteindelijk kom je gewoon weer daar uit. Dat betekent dus dat het een cirkel is.⟨/p> ⟨p>Dan heb je een term die daarmee heel erg in strijd lijkt, maar bij nader inzien valt dat reuze mee. Dat is dat de Bijbel bij verschillende gelegenheden spreekt over de hoeken der aarde, of zelfs over de vier hoeken der aarde. We hebben dat gezien in het boek Openbaring, waar het één keer heel expliciet staat in Openbaring 7 en ook weer in Openbaring 20. Daar wordt gesproken over de vier windrichtingen: Noord, Zuid, Oost en West. Dat zijn wat wij in ons spraakgebruik ook wel de windhoeken noemen. De aarde mag dan inderdaad rond zijn, maar niettemin heeft ze wel degelijk vier windhoeken. Die twee frases bijten elkaar absoluut niet als je er eerlijk naar kijkt.⟨/p> ⟨p>Dan hebben we er nog eentje: de aarde staat vast. Wat we hebben gezien, is dat dit de normale gang van zaken is. De aarde staat vast, ze wankelt niet. Dat is uw ervaring en de mijne ook. In Groningen is dat soms wat anders, maar u begrijpt meteen wat ik bedoel. Namelijk dat als we het hebben over een vaststaande aarde, die term eigenlijk het tegenovergestelde is, het antoniem, van een aarde die beeft. Oftewel een bevende aarde, oftewel een aardbeving. Dat lijkt de betekenis te zijn.⟨/p> ⟨p>De aarde die vaststaat, wil niet zeggen dat de planeet aarde een vaste positie heeft in het hemelruim en niet beweegt. Dat is namelijk wat men eruit geconcludeerd heeft. U weet dat dit in de dagen van Galilei het grote probleem was. Het wereldbeeld was geocentrisch; de aarde stond in het middelpunt van het zonnestelsel en eigenlijk, zei men, van het ganse hemelruim. De zon draaide daar omheen en toen kwam Galilei die zei: "Nee, niks ervan, de aarde draait om de zon." Dat kwam hem duur te staan, want hij is op de brandstapel geëindigd. Een van zijn laatste woorden zouden zijn geweest: "En toch draait zij." Het programma "De Wereld Draait Door" bij de VARA bestond vroeger; ik ben het er trouwens helemaal mee eens dat die wereld behoorlijk doordraait, maar dat is weer in een heel andere zin. Je kunt ook doordraaien in overdrachtelijke zin, en meestal is dat negatief.⟨/p> ⟨p>Een vaststaande aarde heeft dus niks te maken met een aarde die in het hemelruim onbeweeglijk is. Het hele idee in de Bijbel is namelijk dat de aarde geen hemellichaam is. De aarde bevindt zich niet in de hemel, de aarde bevindt zich onder de hemel, oftewel de hemelen. Ook dat vindt u terug; ik heb daar verschillende bewijsplaatsen van laten zien. Ik ben nog steeds bezig met mijn samenvatting, maar we moeten een stevig fundament hebben. We moeten wel vaststaan om dit goed te bereiken.⟨/p> ⟨p>De aarde is in de Bijbel geen hemellichaam. De aarde is gewoon het land waarop we lopen en dat bevindt zich onder de hemel. Oftewel: de hemel bevindt zich boven de aarde. Beide uitdrukkingen hangen af van de positie van waaruit je het ziet, maar je vindt ze beide terug in de Bijbel. Zo'n inventarisatie is van belang. Het begint eigenlijk bij het recht en goed beginnen, en dat is in dit geval letterlijk bij Genesis 1, waar we de definitie al aangereikt krijgen. Op het moment dat je dat als leidraad neemt en het goede uitgangspunt hebt — het goede axioma, zoals dat heel deftig heet — en je begint goed, dan blijken al die termen die we hier zien geen enkel probleem op te leveren. Dan is het hele verhaal heel consistent en grijpt alles in elkaar. Het is net als met een sommetje: als je fout begint, kom je nooit goed uit. Daarom is het zo belangrijk om het goede startpunt te hebben. In dit geval de Bijbel, maar nog specifieker Genesis 1, waar de definitie ons wordt aangereikt en je ziet wat de aarde is: geen hemellichaam, maar het land, het droge waarop we lopen. Of dat plat of hol is, daar gaat het nu niet om, maar dat is wat de Bijbel erover leert.⟨/p> ⟨p>Trouwens, over dat model, hoe we dat conceptueel — nog zo’n deftige term — moeten voorstellen, dat is nog een andere vraag. Daar komen we vanavond denk ik ook niet aan toe. Ik hou lang vast hoor, maar ik wil gewoon in goede orde door dit onderwerp lopen en zo de Bijbelse gegevens allemaal recht doen.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-2" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="972" title="Speel af vanaf 16:12">▶ 16:12⟨/button> ⟨span>Genesis 1 Vers 1: God Schiep de Hemel en de Aarde⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Nou, wat we nu vanavond gaan doen is: we gaan weer naar Genesis 1 en daar begin ik gewoon bij vers 1. Dan komen we eigenlijk meteen een heel aantal van die uitdrukkingen tegen. Ik had het de eerste avond meteen al zo kunnen doen, dat was misschien slimmer geweest, maar die eerste avond kan ik niet meer overdoen, dus doe ik het alsnog zo. Waant in feite, waar we het met elkaar de vorige keer over hebben gehad — namelijk: wat is die aarde en hoe moeten we ons dat alles voorstellen, en hoe zit het met al die uitdrukkingen? — daar gaan we ons nu opnieuw mee bezighouden: hemel en aarde en hoe dat ooit ontstaan is. Daarbij wil ik vooral inzoomen op dit eerste gedeelte van Genesis 1, voor zover het direct te maken heeft met het onderwerp van het Bijbels wereldbeeld en hoe we ons die dingen moeten voorstellen.⟨/p> ⟨p>We beginnen bij Genesis 1 vers 1. U weet dat ik ervan houd om zo dicht mogelijk bij de grondtekst te blijven, vandaar ook die interlineair daar onderaan. Dan begint dat met de woorden — en eigenlijk weet iedereen dat wel zo ongeveer, tenminste als je een klein beetje Bijbelkennis hebt meegekregen — dan weet je dat het eerste vers van de Bijbel begint met: "In begin schiep God de hemelen en de aarde." Ja, Bereshit. In het Hebreeuws is de naam van dit boek Bereshit, en dat betekent letterlijk "in begin". Eigenlijk heeft het boek gewoon de naam van het eerste woord gekregen. Daar zit trouwens al een gigantische diepgang in; zelfs in dat woord Bereshit is al een heenwijzing gelegen naar de Zoon van God, het Hoofd, de Eerste. Want Bereshit betekent "in het begin", maar het betekent ook: in de Eerste of in de Eersteling schiep God hemel en aarde. Daarmee hebben we eigenlijk meteen ook het hele hoofdonderwerp van de Schrift te pakken, namelijk dat alles in de Schrift op Hem wijst. Meteen het eerste woord is feitelijk al raak.⟨/p> ⟨p>Oké, "In begin". Er staat niet "In den beginne". Het verschil is dat "het begin" bepaald is, maar "In begin" is onbepaald. Er wordt hier geen tijd aangewezen hoe lang dat geleden is, maar hier vingen de dingen aan. Als ik zeg "de dingen", dan bedoel ik de hemelen en de aarde, gewoon het al. En feitelijk ook de tijd, want hier begint de "in". Mooi hè? Hier beginnen ruimte en tijd. Dit is trouwens ook een aardige, want wetenschappers zeggen dat ook, zonder daar nu verder dieper op in te gaan. Ik weet niet of u zich wel eens heeft beziggehouden met wat destijds een eeuw geleden door Einstein naar voren werd gebracht, maar hij sprak ook over ruimte en tijd; die twee zijn aan elkaar gekoppeld. Daar waar ruimte is, daar is ook tijd.⟨/p> ⟨p>Hoe dan ook, hier is sprake van de hemelen en de aarde. En wie is daar de Initiator? Want dat is feitelijk wat de mededeling inhoudt. Hemel en aarde zijn niet ontstaan vanuit een Big Bang. Nee, God is de Creator. Feitelijk zijn deze woorden ook een opschrift en de inleiding tot de rest van dit hoofdstuk. Eigenlijk is Genesis 1 het wordingsboek van hemel en aarde, zoals het in Genesis 2 vers 4 genoemd wordt. Dat is wat Genesis 1 eigenlijk is. Maar wat hier gezegd wordt, is: wie staat er bij de aanvang? Het loutere feit dat het God is die de hemelen en de aarde schiep, is meteen de garantie dat het een goed begin heeft. En dan is het halve werk niet meer aan de orde, maar is de afloop daarmee ook gegarandeerd; dat het een goede afloop zal hebben. Want als Hij degene is die alle dingen tot stand bracht en schiep en creëerde en voortbracht, dan is Hij dus inderdaad God. Hij is die Ene en Hij is degene die alles begon.⟨/p> ⟨p>Als je weet dat de dingen geschapen zijn — ik vind dat geweldig — als je weet dat er één God is bij wie alles begonnen is, dan heb je rust en dan heb je vrede. Dan weet je namelijk dat de dingen die er zijn, ook al snap je er soms geen hout van, bedoeld zijn. Ze zijn gecreëerd. Het is geen noodlot. Dat is het wel wanneer het allemaal toevallig is ontstaan. Laten we voor het gemak even meegaan met dat gedachte-experiment dat het allemaal chaotisch is ontstaan en dat het uit het niets is voortgekomen. Eerst was er niets, weten we wel, en toen ontplofte het... ja, en nu zitten we hier. Geloof je het zelf? Maar het hele idee van de wereld gaat daarin mee. Dat betekent dus dat we hier helemaal zonder bedoeling zijn. Er is geen plan, er is niemand die aan dat alles begonnen is. Er is geen plan, geen concept, maar dat betekent dus dat ons bestaan, het hele bestaan, maar dus ook jouw en mijn bestaan, gewoon doelloos is. Nou, daar word ik niet blij van.⟨/p> ⟨p>Daarentegen, op het moment dat je weet dat er een Schepper is en Hij de dingen schiep, de hemelen en de aarde, alles in Zijn eigen volgorde, dan is dat wat rust en vrede geeft. Oké, en hoe Hij dat dan gedaan heeft... want ik zei al: dit is in feite het opschrift, de inleiding van het boek, en hoe Hij dat gedaan heeft, dat is eigenlijk wat de rest van het hoofdstuk ons verhaalt. En dan begint dat met...⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-3" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1434" title="Speel af vanaf 23:54">▶ 23:54⟨/button> ⟨span>Genesis 1 Vers 2: de Aarde Werd Chaos en Leegte⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En de aarde was chaos en leegte. Je begint met "En", dat is een voegwoord. Dat wil zeggen: het koppelt de eerste zin aan de tweede zin. En dat hoeft niet per se "plus" te betekenen. Als ik zeg "één plus één is twee", dan heeft "en" de betekenis van "plus". Je hebt er één en plus één, en dat is dan twee. Maar "en" hoeft in de Bijbel — trouwens ook in ons spraakgebruik — lang niet altijd die betekenis te hebben.⟨/p> ⟨p>"En" koppelt twee zinnen aan elkaar, maar het kan zelfs de betekenis van "of" hebben, of van "maar", of voornamelijk "namelijk". Als ik zeg: "Dit is mijn vrouw en mijn geliefde", heb ik het dan over twee personen? Sommige mensen die kwaad denken, zouden dat kunnen denken: zijn vrouw én zijn geliefde. Nee, natuurlijk niet. Dit is mijn vrouw en tevens — of namelijk — mijn geliefde. Of "de God en Vader van onze Heer Jezus Christus". Dat is niet de God én ook de Vader én de Heer Jezus Christus. Nee, natuurlijk niet. Het is de God die tevens de Vader is — of namelijk de Vader — van wie? Van Jezus Christus. Dan is dat woordje "en" eigenlijk een uitleg daarvan; het zegt "namelijk".⟨/p> ⟨p>En dan krijg je dat woord waar al zoveel over te doen is geweest: dit ene werkwoordje. Vooral over de vertaling ervan. Want sommigen verdenk ik ervan dat ze nu een beetje boos zijn dat ik hier "was" heb gezegd en niet "werd". Klopt dat? Nee, dan gaat hij toch niet zeggen: "nee hoor". "Dat zijn je eigen woorden." "Ik heb hem aangepast aan de aanleiding van de Bijbelstudie van jou." "Van mij?" "Ja." Nee, maar het is ook niet per se... dit is André. Oei. Ja, wat moet ik nou zeggen? Nou, dan kan ik in ieder geval dit zeggen: zie je maar weer hoe goed André nagekeken wordt. Heel goed!⟨/p> ⟨p>Nee, maar er is heel veel om te doen. En de vraag is: soms heeft het de zin van "werd", maar dat is lang niet altijd het geval. Je kunt dat niet zomaar koppelen aan dit Hebreeuwse woord ⟨em>haïta⟨/em>. Je leest bijvoorbeeld in Genesis 29 dat de ogen van Lea "flats" waren — of "zacht" staat er eigenlijk — maar Rachel was schoner van gestalte en schoon van uiterlijk. En dan staat er: "Rachel was schoon". Er staat hier precies hetzelfde: ⟨em>haïta⟨/em>. Kun je daar dan ook "werd" neerzetten? Dat geeft niet echt een zin.⟨/p> ⟨p>Ik bedoel dit er eigenlijk bij te zeggen vanuit het woord zelf; zo bedoel ik het. Ik wil daar helemaal geen consequenties aan verbinden; ik zeg alleen dat je aan het woordje zelf — of het nu "was" of "werd" is — op zich geen consequenties kunt verbinden. Wat wél het geval is... Dus kijk, er staat: "En de aarde was chaos". In de meeste vertalingen staat "woest" — of "verwoest" — en "ledig", en "duisternis lag over het aangezicht der wateren". O ja, "lag over de vloed", zo staat het in de NBG-vertaling. Maar dit is wel een ding, want...⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-4" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1690" title="Speel af vanaf 28:10">▶ 28:10⟨/button> ⟨span>Gods Soevereiniteit over het Goede en het Kwade⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Want beschrijft dit, dat is de grote vraag van Genesis 1 vers 2. Beschrijft Genesis 1 vers 2 de situatie zoals die was in de aanvang? Namelijk dat God hemel en aarde schiep en dat die toen woest en ledig was? Dit is eigenlijk trouwens wel de meest gangbare traditionele uitleg. Maar anderen zeggen: "Nee, dat kan niet de gedachte zijn. De aarde werd woest en ledig, en die duisternis die over de afgrond kwam, dat is een situatie die daarna ontstond. Want als God schept, dan is dat niet woest en ledig." Lees je niet in Job 38 dat toen God de aarde grondvestte, de zonen Gods tezamen jubelden daarover? Is dat hier het geval?⟨/p> ⟨p>Mensen hebben vaak de stelling: God kan dit nooit op deze wijze hebben gecreëerd, want wat God schept is goed. Maar dan heb ik toch een vraagje voor u als u dat zo zegt: want wie is dan de schepper van het kwade? Je leest in Jesaja 45 een geweldige schriftplaats waarin de glorie van God beschreven wordt. Daar wordt dat ook zo naar voren gebracht: "Zie op naar de hemelen en wie heeft dit alles geschapen?" Maar ook: "Ik ben de schepper van licht en duisternis, van het kwade en van de vrede. Ik, Yahweh, doe al deze dingen." Het goede en het kwade.⟨/p> ⟨p>Het loutere feit dat in de aanvang de aarde woest werd... Hoe komt dat? Eén van de verklaringen, die wel heel erg voor de hand ligt en ook de traditionele is, is dat de aarde woest en ledig werd omdat ze vol was van Satan. Ooit in een grijs verleden, ver voordat de mens op aarde verscheen, viel Satan vanuit zijn positie. Dat heet dan de 'val van Satan'. Het is niet echt het onderwerp van deze studies, maar het moet toch even aan de orde komen, want er wordt hier dan toch maar gesproken over de aarde die woest was, of chaos. Kent u de uitdrukking die hier in het Hebreeuws gebruikt wordt? Ik ken iemand die een boot had die hij zo noemde. Het klinkt al heel onheilspellend: tohu wabohu. Dat is gewoon wat hier in het Hebreeuws staat: woest en ledig. Woest of chaotisch zijn zelfstandige naamwoorden, dus eigenlijk moet je zeggen: chaos en leegte, of leegheid.⟨/p> ⟨p>Eigenlijk, als je dit in Genesis 1 beziet, dan wordt hier niks verklaard. Er wordt alleen maar gezegd: in het begin schiep God hemelen en aarde, en de aarde was – of werd – woest, chaos en leegte, en er was duisternis. Nou ja, hoe dat kwam? De val van Satan? Laat ik daar één opmerking over maken. In de Bijbel staat dat hele idee van de val van Satan helemaal nergens. Dat heeft men geconcludeerd uit hoofdstukken in Ezechiël en met name Jesaja, waar het, als je daar gewoon op inzoomt, blijkt te gaan over de vorst van Tyrus of over de koning van Babel. En dan gaat men dat toepassen: "Ja, dat zal wel gaan over Lucifer die uit de hemel viel en zo de vorst van de duisternis werd." De Bijbel zwijgt daarover.⟨/p> ⟨p>Wat de Bijbel wel zegt is over Satan: hij is de tegenstander, en wie heeft hem geschapen? Ja, God. Hoe is hij zo geworden? Nou, ik lees in 1 Johannes 3 dat hij zondigt vanaf het begin. Gewoon, dat is het. Dat hele idee van de val van Satan is vooral bedoeld, in de praktijk is dat vooral een leerstuk, om God vrij te pleiten. Weet je wel: God heeft het allemaal goed gemaakt en het feit dat er kwaad is, komt omdat Satan ongehoorzaam werd en zo is het kwaad in de wereld gekomen; dat was niet het oorspronkelijke plan. Maar ik zal u dit vertellen: als je daar even over doordenkt, dan heb je pas echt een probleem. Want dat betekent namelijk dat God niet alles onder controle heeft. Als daar iets gebeurde, dat een creatie van Hem ineens losging in die zin dat hij iets deed wat God niet voorzien zou hebben.⟨/p> ⟨p>Ik weet wel, ik heb op catechisatie gezeten bij de jeugdvereniging en dan was dit altijd één van de vragen die gesteld werden en waar men niet uitkwam. En nu ben ik zo arrogant: ik ben er wel uit. Maar ook dan geldt weer: dan moet je wel goed beginnen. Namelijk dat God degene is die alles onder controle heeft. Hij is degene die... Satan is niet iemand die zomaar onafhankelijk van God zijn weg kon gaan en van God kon afvallen. Het hele idee, kijk wat men zegt – zo moet ik het eigenlijk zeggen – het probleem is dat men dan stelt: "Ja, maar als God van tevoren nu wist dat Satan zou vallen, waarom heeft Hij hem dan geschapen?" Oké, maar als Hij het niet wist, dan was Hij dus niet alwetend. Of God is niet almachtig, want Hij heeft het niet onder controle gehad; er gebeurde iets wat buiten Zijn controle, buiten Zijn voorzieningen of buiten Zijn plan omging. In beide gevallen heb je dus geen God meer.⟨/p> ⟨p>En het geweldige antwoord van de Schrift dat ik gevonden heb – en voor mij was dat een zee van licht, dat meen ik echt in mijn hart toen ik dit ging verstaan – is: God is God, de grote Plaatser. Hij heeft ook het kwaad geschapen, namelijk met een bedoeling. En Hij maakt het kwade, Hij keert het ten goede, zoals Hij dat trouwens überhaupt altijd in de Schrift doet. Het kwaad heeft een functie, vooral ook om het goede zichtbaar te maken. Dat is eigenlijk vanaf de aanvang in de Bijbel zo, in Genesis 1 of in Genesis 2 al. Kennis van goed is nooit los verkrijgbaar. Het is altijd zo: je krijgt kennis van goed door het kwade. Door contrast leren we de dingen kennen. En als je over deze dingen niet alleen logisch nadenkt, maar ook bij het licht van het Woord, dan kom je op zulke geweldige antwoorden.⟨/p> ⟨p>Het geweldige daarvan is dat je in aanraking komt met een God die werkelijk de God is. En op het moment dat je dat ziet, dan begrijp je ook dat de goede afloop gegarandeerd is. Er is nooit iets misgegaan. Het is eigenlijk een van mijn meest geliefde spreuken, degene die mij wel eens vaker luisteren in de Bijbelstudies hebben het me al tig keer horen zeggen: bij God gaat er nooit iets mis. Hij is God.⟨/p> ⟨p>Nou, en het loutere feit dat de aarde ooit chaos en leegte was, werd of meteen al was, heeft dat te maken met het feit dat de Satan, de tegenstander – want dat is wat het woord Satan betekent – gecreëerd werd? Dat zou wel kunnen. Het staat er niet, maar in ieder geval heb ik er geen problemen mee dat God dit inderdaad zo gecreëerd heeft. Want Hij is de Creator van licht en duisternis, van goed en kwaad. Hier staat trouwens ook niet bij: "en God zag dat het goed was". Later wel, maar hier lees je dat niet. Het past in Zijn plan, dat is wat anders.⟨/p> ⟨p>Oké, als we dan toch over die figuren hebben: de slang, het reptiel. Nou ga ik weer, over de actualiteit en ander gebroed... nee, de slang. Dat is in de Bijbel natuurlijk per definitie de oude slang. Dat wijst de initiator van het kwaad aan. Maar hijzelf, de initiator van het kwaad, is zelf een creatie. En je leest in Genesis 3 – dat vind ik geweldig – daar staat dat de slang door God Zelf gecreëerd was. En je leest in Job 26 dat Gods hand als het ware barensweeën leed toen Hij de slang voortbracht. Hij bracht de slang zelf voort. En dat heeft God pijn gedaan, maar het moest. Elk kwaad in de Bijbel is noodzakelijk kwaad, namelijk omdat het een functie vervult en zijn doel dient. Dat maakt kwaad niet minder kwaad, maar het zorgt er wel voor dat het kwaad in goede handen is. Kijk, daar gaat het maar om.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-5" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2402" title="Speel af vanaf 40:02">▶ 40:02⟨/button> ⟨span>De Afgrond (tehom / Abysos)⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Er staat nog bij: "...en de aarde was chaos en leegte... en duisternis was over het aangezicht van de afgrond." De afgrond, dat is in het Hebreeuws ⟨em>te-hom⟨/em>. En als je de Griekse vertaling van het Oude Testament hebt, de Septuagint, dan staat daar het woordje ⟨em>abyssos⟨/em>. Dat wordt gewoonlijk vertaald met "de afgrond". Wij kennen dat ook wel; in het Engels is het eveneens een bekende term. Wij gebruiken het zelf misschien iets minder, maar het is oorspronkelijk een Grieks woord en het staat voor de onderwereld.⟨/p> ⟨p>Hier gaan we nog een aparte avond aan wijden. Dan gaan we dus echt de diepte in en worden we, zeg maar, echt "onderwereldfiguren". In de Bijbel wordt dit woord ⟨em>te-hom⟨/em> op verschillende manieren vertaald. In de NBG-vertaling staat er trouwens "de vloed". Hoe de Statenvertaling dat doet, weet ik even niet uit mijn hoofd, maar bij andere gelegenheden wordt het vertaald met "de oceaan".⟨/p> ⟨p>In ieder geval gaat het over de afgrond, en dan blijkt het inderdaad ook een plaats te zijn: de wateren onder de aarde. Iemand merkt op dat er "oppervlakte" staat? Nee, het was op het aangezicht van de afgrond. Maar goed, dat maakt verder niet uit. Het woord wordt namelijk op verschillende wijzen weergegeven, maar het gaat werkelijk over een ruimte onder het aardoppervlak. Dat kan niet missen. Kijk maar in het boek Openbaring hoe daar straks vanuit de afgrond allerlei creaties tevoorschijn gaan komen. Dit lijkt misschien een beetje sciencefiction-achtig, maar dit is echt zoals de Bijbel erover spreekt. In Openbaring 20 lees je ook dat de put van de afgrond geopend wordt. Dat is nu nog afgesloten, maar als die geopend wordt, dan komt er heel veel vanuit die afgrond naar boven.⟨/p> ⟨p>Je leest daar trouwens ook over de satan. Gedurende het millennium, de duizend jaren, wordt hij hier beneden in de afgrond bewaard. Hij heeft dan geen enkele bewegingsvrijheid meer. Over dat onderwerp, over de ⟨em>abyssos⟨/em>, de afgrond en de diepten, is echt nog heel wat vanuit de Bijbel te melden. Ik heb dat nu eigenlijk alleen maar even aangestipt om daar bij een andere gelegenheid nog eens een keertje goed op in te zoomen, want nu gaan we eerst nog even verder in vers 2.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-6" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2575" title="Speel af vanaf 42:55">▶ 42:55⟨/button> ⟨span>De Geest (ruach) van God over de Wateren⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En er staat nog bij: "en de geest van God". In het Hebreeuws staat hier het woordje ⟨em>roe'ach⟨/em>. Bij andere gelegenheden wordt dat trouwens ook vertaald met "wind" of met "adem". Dat is allemaal ⟨em>roe'ach⟨/em>. Dat geldt trouwens ook voor het Grieks, dat is heel interessant. Je hebt het Griekse woordje ⟨em>pneuma⟨/em> en dat heeft ook de betekenis van wind, van geest en van adem. Wij hebben de neiging, omdat wij er drie verschillende termen voor hebben, te denken dat het drie verschillende betekenissen heeft. Maar eigenlijk is het zo dat het één betekenis heeft. Het staat namelijk voor dat wat niet gezien wordt en toch beweegt; het is onzienlijk. Het zegt dus eigenlijk vooral iets over ons onvermogen om het waar te nemen of te kunnen zien.⟨/p> ⟨p>De Heer Jezus zegt dat ook over de wind, of de geest: je hoort het geluid en je ziet de effecten ervan, maar de wind zelf is niet zichtbaar. Dat is eigenlijk ook van toepassing op de Geest van God. De term "geest" slaat daarom net zo goed op God, op wind en op adem. Wat is eigenlijk de gemeenschappelijke factor van al die termen? Je kunt het niet zien. Dat is het. Uiteindelijk blijkt het dus toch bijna één betekenis te hebben, alleen op verschillende wijzen of op verschillende niveaus. Ik weet niet of ik het goed zeg: hoe het zich manifesteert of hoe het zich aan ons voordoet? Dat zijn van die lastige dingen waar Bijbelvertalers tegenaan lopen, maar daarom doen we ook aan Bijbelstudie, gewoon om dit soort dingen te weten.⟨/p> ⟨p>En de geest, of de ⟨em>roe'ach⟨/em> van God, zweefde — vibreerde — over het aangezicht van de wateren die de aarde overigens bedekten. Want dat is wat hier gezien wordt in Genesis 1 vers 2: een aarde die verwoest is en tot chaos is gemaakt, hoe en wanneer dan ook. In ieder geval is dat waar Genesis 1 vers 2 van spreekt: het materiaal waaruit het allemaal gemaakt werd. Het was woest en leeg. En wat wordt er vervolgens van gemaakt? In de beschrijving van de dagen die volgen, wordt de aarde inderdaad geordend en vervolgens gevuld. Dat is precies wat je verwacht als iets verwoest en ledig is: het wordt eerst geordend. Dat gebeurt tijdens de eerste dagen en vervolgens worden gedurende de laatste dagen de bewoners gecreëerd. Oké.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-7" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2771" title="Speel af vanaf 46:11">▶ 46:11⟨/button> ⟨span>Genesis 1 Vers 3: Licht, Dag en Nacht⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En dan staat er nog in vers 3: "En God zei..." Die tekst is bekend: "Er zij licht, en er was licht." Want Gods woord is ook altijd dát; het woord daarvoor is in het Hebreeuws ook hetzelfde woord: ⟨em>dabar⟨/em>. Als God spreekt, dan gebeurt dat ook. Er staat in Psalm 33: "Hij gebood en het stond er." Hij spreekt en het is er.⟨/p> ⟨p>En dan nog: "En God zag dat het licht goed was, en Hij maakte scheiding tussen het licht en tussen de duisternis." Hij maakt scheiding, Hij onderscheidde die dingen. Hij maakt verschil tussen het een en het ander, tussen licht en tussen duisternis. "En Hij noemde het licht..." Hier heb je het weer: definities. Hij benoemt de dingen, Hij definieert feitelijk ook de dingen. Hij noemde het licht "dag" en de duisternis noemde Hij "nacht".⟨/p> ⟨p>Nou ja, we hebben het hier dus over daglicht. En dat verklaart trouwens ook het fenomeen in de Bijbel: wij spreken van dagen van 24 uur, maar dat doet de Bijbel nooit. Gaan er geen twaalf uren in een dag? Ja, want het is twaalf uur dag, gemiddeld hè. Of je nou op de evenaar woont of hier, of zelfs op de Noordpool of Zuidpool, het is gemiddeld – zeg ik het helemaal goed? Ja – het is twaalf uur licht. Oké, in de winter is het wat minder en in de zomer is het wat meer, maar gemiddeld is het twaalf uur licht en twaalf uur nacht.⟨/p> ⟨p>"En het was avond en het was morgen: dag één." Er staat trouwens niet "de eerste dag". Nee, gewoon "dag één". Er staan geen rangtelwoorden. Die lees ik bij de andere dagen wel, maar hier wordt eigenlijk alleen aangegeven... Of er nog een dag zou volgen, dat is op dat moment nog niet duidelijk. Dit was in ieder geval één dag.⟨/p> ⟨p>En nu komen we nog op iets anders. Hier is sprake van zonsondergang (avond) en zonsopgang (morgen). Daglicht. En nu heb ik voor u een vraag.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-8" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2916" title="Speel af vanaf 48:36">▶ 48:36⟨/button> ⟨span>De Scheppingswoorden in Zes Dagen aan de Mens Geopenbaard⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Hoe kan dat? Ja, je leest pas in verband met de derde dag over de creatie van de zon en de maan. Ik had het net over categorisatie, over van die standaardvragen die zich namelijk aan elke intelligente lezer voordoen, of in ieder geval aan de lezer die aandachtig leest wat er staat. Gewoon begrijpend lezen. Maar dit roept meteen de vraag op: wacht even, maar de lichten waren er toch nog niet? En hoezo dan? Het was avond geweest, het was morgen: dag één.⟨/p> ⟨p>Nou is de vraag... Ik kijk eventjes naar Minnie. Hoe laat zullen wij gaan? Want eigenlijk wil ik het liefst dit gedeelte nog even afronden. Dat mag? Oké. Nee, ik was een beetje bang dat de koffie koud zou worden.⟨/p> ⟨p>Kijk, u moet zich dit realiseren en dit kan voor sommige mensen schokkend zijn. Voor mij was dit ook weer een openbaring. Ik weet niet of u het zich ooit gerealiseerd hebt, maar er is de gedachte dat God Zijn scheppingswoorden twee keer heeft gesproken. Dat was eerst bij de schepping 'ooit', maar daar was geen mens bij, toch? Maar Hij heeft die scheppingswoorden bij nog een gelegenheid uitgesproken, namelijk toen Hij het openbaarde aan de mens. En dat is dus wat Genesis 1 beschrijft. Wat men meestal zegt – en dat is eigenlijk zoals ik het ook altijd heb gehoord, vrijwel iedereen zegt dat – ja, ik ben wel een beetje eigenwijs. Ik heb daarmee leren leven, maar in ieder geval geef ik u dit ter overweging.⟨/p> ⟨p>Het punt is: stel jezelf gewoon de vraag op welke dagen die woorden betrekking hebben. Heeft Hij de schepping zelf geschapen in zes dagen? Of gaan deze dagen over de wijze waarop Hij de scheppingswoorden voor de tweede keer heeft gesproken, namelijk toen Hij het openbaarde en bekendmaakte aan de mens? De gedachte is dat Hij Genesis 1 in zes dagen aan de mens openbaarde. Hij heeft Zijn scheppingswoorden bekendgemaakt aan de mens, ik ga ervan uit aan Adam, en dat heeft Hij gedaan gedurende zes dagen.⟨/p> ⟨p>Is dit een eye-opener of niet? Want waarom is dit zo'n eye-opener? Nou, al was het alleen maar om deze reden: het verklaart dat bij dag één de mens er al was. En dat er ook al dagen waren. God maakte op dag één de scheppingswoorden bekend die we tot dusver gelezen hebben in Genesis 1. En de volgende dag maakte Hij weer andere woorden bekend. De mens was daar dus van aanvang af al bij. Het aardige daarvan is dat die zes dagen – of zeven dagen, want op de zevende dag staakte Hij omdat het klaar was – de dagen zijn waarin de schepping aan de mens werd bekendgemaakt.⟨/p> ⟨p>Het verklaart nog iets heel essentieels, namelijk het loutere feit dat er sprake is van ochtend en avond, dagen en nachten, etc. Als het inderdaad gaat over de schepping die God bekendmaakte aan de mens, dan is dat logisch. Maar er is dan nog iets opmerkelijks: God sprak logischerwijs gedurende de dag Zijn scheppingswoorden uit. Want ook dat was altijd een beetje een 'ding': waarom dan overdag? Hoezo, moet God rusten dan? Nee, niet God rustte, maar de mens! Namelijk in de nacht. Dus overdag, als de mens wakker is, heeft God Zijn scheppingswoorden bekendgemaakt: op dag één, op dag twee, op dag drie. Niet omdat de Schepper van hemel en aarde moe of mat was of sliep. Hoe was het ook weer in Psalm 121? De Schepper van hemel en aarde wordt noch moede noch mat, en Hij sluimert noch slaapt. Nee, maar de mens wel.⟨/p> ⟨p>In dat ritme vertelt God aan de mens Zijn scheppingswoorden. Dat wil zeggen: Hij heeft hemel en aarde geschapen, en Hij vertelt dat gedurende die zes dagen aan de mens. Die dagen zijn dus inderdaad letterlijke dagen. Het gaat niet over de wereld die in zes dagen is geschapen – God heeft de schepping geschapen in het begin, wanneer dan ook en hoe lang dat ook duurde; dat staat er niet. Ik weet wel dat het in zes dagen geopenbaard is aan de mens. Namelijk altijd op de dag toen de mens wakker was, terwijl hij in de nacht sliep. De volgende dag richt God opnieuw Zijn woorden tot de mens, en dan praten we dus inderdaad letterlijk over dagen. De zon scheen keurig, ging op en ging onder, et cetera. En nu wordt het tijd, nou niet om te slapen, maar wel even om koffie te drinken.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-9" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3326" title="Speel af vanaf 55:26">▶ 55:26⟨/button> ⟨span>Hervatting: het Menselijk Perspectief van de Scheppingsdagen⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Goed, laten wij weer de draad oppakken waar wij hem zojuist hebben losgelaten. Het laatste wat ik naar voren bracht over die scheppingswoorden van God die twee keer hebben geklonken — ooit bij de feitelijke schepping en later toen Hij het openbaarde aan de mens — is voor heel wat onder jullie waarschijnlijk nieuw. Een aantal van jullie heeft het misschien al wel eens eerder van mij vernomen, want ik heb er ook al studies over gegeven, maar het is een enorme eye-opener. Ik noem het nu ook in dit verband om daarmee duidelijk te maken hoe er vanaf de aanvang sprake kan zijn van dag en van nacht. Dat is simpelweg omdat de mens er bij de aanvang van die openbaring ook was.⟨/p> ⟨p>God openbaart en vertelt hier de dingen die Hij ooit bij de schepping tot stand heeft gebracht. Hoe lang Hij daar indertijd over gedaan heeft, dat weten we niet. We weten echter wel hoe lang de totstandkoming van het scheppingsboek, de wortingsgeschiedenis, in de praktijk heeft geduurd: zes dagen namelijk. Hoewel het slechts een zijdelings raakvlak heeft met dit onderwerp, vond ik het toch van belang om dit even aan te stippen.⟨/p> ⟨p>Het verklaart trouwens ook wat iemand in de pauze nog even memoreerde: het bevestigt dat hier inderdaad vanuit het menselijk perspectief gesproken wordt. Er is immers sprake van dag en nacht. Als het over God gaat, dan is het altijd dag. Waar dan ook op aarde, op zee of ergens op het oppervlak — het wordt soms lastig om dat precies te formuleren — het is overal wel ergens dag en nacht, avond en ochtend. Elk tijdstip is feitelijk op elk moment aanwezig.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-10" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3463" title="Speel af vanaf 57:43">▶ 57:43⟨/button> ⟨span>Genesis 1 Vers 6: het Uitspansel (rakia) als een Tent⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Dit pleit er inderdaad voor dat het hier gaat over de mens die zich op een bepaalde locatie bevindt en die aangesproken wordt, of beter gezegd: op de hoogte gebracht wordt. Dat is een mooie term. Voor die mens werd het op een gegeven moment avond, nacht en de volgende dag. En dan spreekt God opnieuw; het zijn de woorden die Hij ooit bij de schepping heeft uitgesproken.⟨/p> ⟨p>In vers 6 staat: "En God zei..." Dit is een heel belangrijk punt in verband met ons onderwerp van het wereldbeeld. "En God zei: Er zij een uitspansel in het midden van de wateren." Dit woord 'uitspansel' is in het Hebreeuws ⟨em>rakia⟨/em>. Het is afgeleid van een woord voor 'pletten' en heeft daarom ook verwante begrippen als dun, ijl, maar ook uitgestrekt. De meest bekende associatie, die overigens heel erg voor de hand ligt, is die van het uitspannen van een tent. Die metafoor geeft de Bijbel ons zelf ook mee. In Psalm 104 staat bijvoorbeeld: "Hij spant de hemel uit als een tentkleed." De Statenvertaling zegt "als een gordijn", maar in beide gevallen is er sprake van een uitspanning; iets wordt uitgerekt.⟨/p> ⟨p>Ik ben vergeten dit in de dia's te vermelden, maar heel bekend is ook een andere gedachte. Deze komt niet vanuit het Hebreeuws of het Grieks, maar vanuit het Latijn, waarbij men spreekt over een hemelkoepel. In dat kader gebruikt men weleens het woord ⟨em>stereoma⟨/em>. Dat suggereert een koepel die heel hard is. Dan praten we inderdaad over een harde koepel, en dat is wat veel mensen ook hebben ingelezen in Genesis 1: dat het uitspansel eigenlijk een keiharde koepel is. Maar dat komt niet vanuit de Bijbeltekst zelf, maar juist vanuit de Latijnse traditie. In ieder geval komt het niet vanuit het Hebreeuws en het Grieks, want daar is de gedachte juist die van een uitspanning. "Hij spant de hemel uit als een tentkleed." Ook in Jesaja 40 staat: "Hij breidt de hemel uit als een doek en spant hem uit als een tent waarin men woont."⟨/p> ⟨p>De gedachte bij het uitspannen van een tent is dat er een ruimte wordt verkregen. Er wordt ruimte gecreëerd. Een volgende keer moeten we daar echt nog eens op ingaan, want dat wordt heel boeiend. Hoewel ik dit ook al boeiend vind, laten we stap voor stap hierdoorheen gaan. Er wordt een ruimte gecreëerd die in feite wordt uitgerekt en uitgespannen. Ik heb er een plaatje bij gedaan. Nu ben ik totaal geen kampeerder, en dat wou ik vooral ook zo houden, maar degenen die gewend zijn om een tent op te zetten, weten maar al te goed hoe dat gaat – of hoe het juist niet gaat en mislukt. In ieder geval ligt daar eerst zo’n doek op de grond en vervolgens wordt daar ruimte gecreëerd. Dat is die uitspanning: Hij spant de hemel uit als een tentkleed, als een gordijn, als een ruimte die wordt gevormd.⟨/p> ⟨p>Dan nog iets: "En God zei: Er zij een uitspansel in het midden van de wateren." In het midden. Dat is opmerkelijk, want in het boek Numeri lees je dat dit eigenlijk iedere keer zo wordt gezegd. Het is een bekend gegeven dat God ooit de tabernakel gaf, wat overigens een beeld is van de hemel, het heiligdom, het uitspansel. Hoe werd dat uitspansel gepositioneerd? Altijd in het midden van het volk. Eigenlijk was Israël naar de vier windstreken geordend, met aan elke zijde drie stammen. Die twaalf stammen – dat is een verhaal apart – waren ook nog eens gelinkt aan de zodiac, de dierenriem. Elk van de stammen heeft een link met de zodiac en in feite ook met de twaalf uren van de dag. Maar in ieder geval stonden die vier keer drie zijden rondom het heiligdom, dat naar het oosten was gericht. Terwijl ik het zeg, denk ik: nu ben ik misschien in de war, want het was juist het oosten waar het begint, bij de oorsprong. Ja, dat zal het inderdaad zijn. Maar goed, dat parkeer ik even voor de volgende keer, dan kan ik het helemaal rechtzetten.⟨/p> ⟨p>Krijgen we er weer een studie bij? Ja joh. Ik dacht eerst dat ik dit seizoen twee onderwerpen had gepland, maar het gaat er steeds meer naar uitzien dat dit onderwerp zo weids is dat we daar een stuk of acht, negen avonden aan moeten wijden. Maar goed, die tabernakel stond dus daar in het midden van de tent der samenkomst, in het midden van de legerplaats. Dat wordt iedere keer zo benadrukt, zodat de legerplaats – al die stammen die heel specifiek geordend waren – gepositioneerd werd rondom dat heiligdom, rondom die uitgespannen tent. De schrijver van de Hebreeënbrief brengt naar voren dat het heiligdom een beeld is van de hemel zelf, de plaats waar God woont.⟨/p> ⟨p>Dat principe van 'het midden' lees je ook al in Genesis 2: de boom des levens stond in het midden van de hof. Ook de boom van de kennis van goed en kwaad was daar gepositioneerd. Het midden van de hof was het middelpunt. Zo spreken wij daar ook over: iets wat het belangrijkste is, zetten we in het midden, in het middelpunt. Daaromheen gebeurt het. Houd deze gedachte vast, want dit is echt prachtig: dat God Zichzelf en het belangrijkste altijd in het midden plaatst.⟨/p> ⟨p>En nu zegt God: "Er zij een uitspansel in het midden van de wateren." Hoe dat precies zit, gaan we zo zien, maar eerst nog dit: "en dat make scheiding tussen wateren en wateren." Ik moet erbij zeggen dat het woord voor wateren in het Hebreeuws altijd in het meervoud staat: ⟨em>mayim⟨/em>. Kent u die term? ⟨em>Mayim⟨/em>, die 'im'-uitgang staat voor het meervoud. Je hebt ook een werkwoord dat 'wateren' is, maar dat heeft weer een heel andere betekenis.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-11" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3975" title="Speel af vanaf 01:06:15">▶ 01:06:15⟨/button> ⟨span>Scheiding van de Wateren Onder en Boven het Uitspansel⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Maar hier gaat het dus over de wateren als zelfstandig naamwoord. Er worden wateren van elkaar gescheiden; het maakt een scheiding tussen wateren en wateren. Hoezo? En God maakte het uitspansel, Hij spande uit en Hij scheidde tussen de wateren die van onder het uitspansel zijn en tussen de wateren die van boven het uitspansel zijn. En het was alzo. Het staat er zo simpel, hè? Dat geldt trouwens voor al die scheppingswoorden. Ik bedoel, God schept hemel en aarde; Hij gebood, het stond er en het was er. Gods woord is creatief en daar komt zoveel in mee. Ook in dit geval worden de hemelen geordend. Er wordt iets boven geplaatst — daar zijn de wateren — en onder dat uitspansel zijn ook wateren. Je hebt hier dus drie voorzetsels: onder het uitspansel, tussen de wateren en boven het uitspansel. Dat is hier de gedachte.⟨/p> ⟨p>Als je het in het kijkbeeld zet — want dit is toch ons kijkbeeld. Ziet u wel eens van die sterrenkaartjes in de krant? Als je bijvoorbeeld wilt weten hoe de sterrenhemel eruitziet in de maand oktober, dan krijg je zo'n soort plaatje te zien van een halve koepel of een halve tent. Zo zien wij het: we staan op aarde, daar heb je de horizon en daarboven nemen we de hemel waar. Dit is dus niet het Bijbelse wereldbeeld, dit is gewoon ons kijkbeeld. In die zin is dat voor het gemak een soort halve schijf rondom, waarbij de horizon de grens is, de gezichtseinder. Dat loopt rond en daarboven hebben we het hemelruim. Daar zijn de sterren of de stelsels gepositioneerd en die bewegen zich allemaal keurig via een bepaalde ordening.⟨/p> ⟨p>Met uitzondering van? De planeten. De Poolster is juist de enige die de meest vaste plek heeft, zo goed als tenminste. Wanneer je ook in de nachten kijkt, dat is de Poolster. De rest van het hemelruim beweegt zich daaromheen, maar er is één type hemellichamen dat zich daar niet aan houdt en die dwalen. Zo heten ze dan ook, namelijk: planeten. Die gaan er gewoon kriskras doorheen; een planeet is eigenlijk een dwaalster. Je hebt wat wij de Grote Beer noemen, u weet wel, dat steelpannetje. Het is altijd een steelpannetje. En die beweegt zich dan... dan heb je de Poolster en als je dan vijf keer... ach, waarom zou ik dat zo gaan vertellen? Dat zou je eigenlijk even moeten zien, daar heb je een plaatje voor nodig.⟨/p> ⟨p>Het is wel heel erg makkelijk als je je een klein beetje kunt oriënteren aan het hemelruim. De ellende is dat wij dat tegenwoordig nauwelijks meer kunnen. Ik sta mij helemaal niet op te werpen als een kenner of expert, totaal niet; ik ben een geïnteresseerde leek, niet meer dan dat. Maar ik herinner mij bijvoorbeeld mijn oma, die al lang en breed overleden is, maar die uit het boerenbedrijf kwam. Zij wist altijd zo donders goed hoe dat zat met de volle maan en wanneer de maan weer afnemend was. Zij kon de sterren allemaal keurig aanwijzen. Voor mensen die op zee waren, was er zelfs de noodzaak om dat goed te kennen om überhaupt te kunnen navigeren. Maar wij weten dat niet meer. Bij ons dwaalt alles; de wereld draait door en wij hebben Google.⟨/p> ⟨p>Ik kan het u erg aanbevelen: ik heb zo'n app op mijn mobiel waarmee je de sterren ziet. Sky Map heet dat in mijn geval, en er zijn ongetwijfeld veel meer van dat soort apps. Dan zet je hem aan en vraag je: welke ster is dat, of welk sterrenbeeld? Je richt je mobiel daarop en hij zegt gewoon: "Dat is die ster, en dat is dat sterrenbeeld." Zo leer je nog eens wat. Dat is allemaal mooi speelgoed, maar ook zeer leerzaam. Maar je krijgt dus deze gedachte op dag twee: de aarde was nog helemaal bedekt met water. Dan krijg je de wateren onder het uitspansel, vervolgens heb je het uitspansel zelf, en daarboven heb je ook nog de wateren. Zoals we hieronder de wateren hebben — het land was immers nog helemaal niet tevoorschijn gekomen — zo zijn er boven het uitspansel ook wateren. Daar moeten we het zeker nog eens over hebben, want dit zet het gangbare wereldbeeld behoorlijk op zijn kop, kan ik u vertellen. Vers 8.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-12" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4355" title="Speel af vanaf 01:12:35">▶ 01:12:35⟨/button> ⟨span>Genesis 1 Vers 8: het Uitspansel Heet Hemelen (shamayim)⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En God noemde... hier wordt het weer opnieuw benoemd en daarmee dus ook gedefinieerd. God noemde het uitspansel; "Hij riep" staat er eigenlijk. Maar roepen wil ook gewoon zeggen: je geeft het een naam, je noemt het bij name, en daarmee definieer je het ook. God noemde het uitspansel — dat wat uitgespannen is — hemelen.⟨/p> ⟨p>En dan staat er: sjamayim. Daar zit trouwens ook weer 'mayim' in. Dat is per definitie een meervoud. Hemelen is ook altijd in het Hebreeuws een meervoudsvorm: sjamayim. Eigenlijk is het zelfs een tweevoudsvorm. Die kennen wij in het Nederlands niet; wij hebben enkelvoud en meervoud. Je hebt één bal, twee ballen; één auto, twee auto’s. Maar het Hebreeuws heeft nog een specifieke meervoudsvorm, namelijk een tweevoudsvorm. Daarmee geef je aan dat het er twee zijn. Sjamayim is eigenlijk een tweevoudsvorm; het zijn er twee. En dat is boeiend, daar moeten we nu even naar kijken. Want dat brengt ons op het volgende.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-13" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4426" title="Speel af vanaf 01:13:46">▶ 01:13:46⟨/button> ⟨span>De Eerste, Tweede en Derde Hemel⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Nog iets in dit onderwerp, en dat is dat er verschillende hemelen zijn. En nou hoor ik bepaalde mensen denken: "Ja, zeven stuks." Nee, dat is volgens de Arabieren misschien wel zo, maar in de Bijbel niet. U bent misschien wel eens in de zevende hemel geweest, maar ik kan u vertellen: Paulus was ooit opgetrokken in de derde hemel. Ik weet dat daar ook een andere uitleg van bestaat, namelijk dat dat de hemel is die in de toekomst in Openbaring 21 genoemd wordt. Persoonlijk ben ik het daar niet mee eens, want er staat heel duidelijk — als u het mij vraagt — dat de eerste hemelen en de eerste aarde voorbijgaand waren. Dus dat was niet de derde hemel; die nieuwe hemel en de nieuwe aarde zijn dan de tweede.⟨/p> ⟨p>Maar goed, Paulus schrijft dat hij ooit opgetrokken is geweest tot in de derde hemel, het paradijs van God, en hij heeft daar onuitsprekelijke dingen gezien die het een mens niet geoorloofd was om uit te spreken. Voor wie dat niet mocht? Dat staat er niet bij. Maar laten we nou niet te lang op die ervaring voortborduren, want dan kom ik niet bij mijn punt. Paulus is in ieder geval ooit opgetrokken geweest in de derde hemel. Dat wijst ons, of brengt ons op het spoor van de Bijbelse gedachte dat er inderdaad meerdere hemelen zijn. Dat is wat de term "de derde hemel" toch sowieso impliceert.⟨/p> ⟨p>De Bijbel spreekt echter ook meer dan eens — zes keer zelfs — over de "hemel der hemelen". Daar heb je die overtreffende trap, zoals het "heilige der heiligen" en het "lied der liederen"; dat zijn allemaal van die overtreffende trappen. Die hemel der hemelen is dus kennelijk die derde hemel. Als de hoogste hemel nu die derde hemel is, de plaats waar God Zelf woont, dan rekent de reeks dus van onderaf aan. Als er een derde hemel is, dan is er ook een eerste en een tweede, toch? Dus de vraag is dan: wat zijn die andere niveaus? Als die derde hemel de plaats is waar Paulus naar is opgetrokken, de plaats waar hij die onuitsprekelijke dingen heeft vernomen, en als dat de hoogste hemel is, dan telt dat kennelijk van onderaf. Als de derde de hoogste is, dan is de tweede daaronder en de eerste daaronder weer.⟨/p> ⟨p>Dat dit niet zomaar een gedachte is, maar dat de Bijbel ons daarin bevestigt, blijkt wel als we naar de volgende indeling kijken. De Bijbel spreekt bijvoorbeeld over de "vogelen des hemels", maar ook over de "wolken des hemels". Wat wij dan de lucht noemen of de atmosfeer, dat zou dan de eerste hemel zijn. Dan krijg je vervolgens de sterrenhemel, wat wij dan de ruimte noemen, waar zich de zon, de maan en de sterren bevinden. Die worden dan inderdaad ook genoemd de "sterren des hemels". Dat is dus eigenlijk een etage hoger. Ik bedoel: je hebt hier het aardoppervlak, al dan niet bedekt met water, maar dan krijg je vervolgens de lucht, de luchtlaag waarin vogels en wolken zweven. En nog weer hoger heb je dan de plaats waar de hemellichamen zich bevinden.⟨/p> ⟨p>Die hemellichamen bevinden zich — en dit is een punt dat u heel goed moet vasthouden, want we hadden het zojuist even over die voorzetsels van boven, onder en nu ook "in" — die zon, die maan en die sterren bevinden zich ⟨em>in⟨/em> het uitspansel. Dat is een hele grote tent. Daar is een flinke ruimte in gecreëerd, een enorme ruimte, echt een creatie van ruimte. Nu praat ik eigenlijk al een beetje mijn mond voorbij, maar kijk: meestal wordt het zo uitgelegd dat die wateren boven het uitspansel gewoon wolken zijn, of eventueel een watergewelf dat zich in de bovenlaag van de atmosfeer heeft bevonden. Maar dat kan niet. Als die wateren boven het uitspansel de wolken zouden zijn of een watermantel aan de hoogste etage van de atmosfeer, dan zouden de zon, de maan en de sterren niet ⟨em>in⟨/em> het uitspansel zijn, maar ⟨em>boven⟨/em> het uitspansel.⟨/p> ⟨p>Genesis 1 zegt echter heel uitdrukkelijk — kijk het maar na in verband met het grote licht dat geschapen wordt voor de heerschappij van de dag en het kleinere licht voor de heerschappij over de nacht. Het licht voor de heerschappij van de dag is uiteraard de zon; die wordt niet eens bij name genoemd, maar gewoon het "grote licht" genoemd dat heerst over de dag. Het kleinere licht, dat minder licht geeft, een kleinere lichtdrager, dat is de maan. Die heerst over de nacht; dat is de nachtvorst. En daar staan dan ook nog de sterren bij; die worden even terloops genoemd, al die andere hemellichamen. Maar die bevinden zich allemaal ⟨em>in⟨/em> het uitspansel.⟨/p> ⟨p>In Genesis 1 heb je dus het uitspansel, die uitgespannen tent, en daaronder bevinden zich wateren, aan de bovenkant bevinden zich wateren, en daarin bevinden zich de wolken en de vogels, maar ook de zon, de maan en de sterren. U zegt misschien: "Nu wordt het lastig," of: "Dit is heel anders dan ik dacht." Maar boven de zon, de maan en de sterren heb je dus de wateren boven het uitspansel. Dat is wel de wijze waarop Genesis 1 dit naar voren brengt. Als je tenminste die voorzetsels gewoon neemt zoals ze zich aandienen, dan kan ik niet tot een andere conclusie trekken.⟨/p> ⟨p>Trouwens, dan moet ik even mijn lijstje nog compleet maken. Ik had het dus over de eerste hemel en de tweede hemel, en dan hebben we nog die derde hemel. Neem me het plaatje niet kwalijk, maar dat gaat even om de uitbeelding. De derde hemel is waar de troon van God is. Dat is dus de hemel der hemelen, de hoogste hemel. Ik heb hem hier expres onder die wateren geplaatst. Waarom? Omdat ik geloof dat juist die troon ook wel degelijk in dat uitspansel staat, in die tent, in die uitspanning, in dat heiligdom om zo te zeggen. Want zo wordt het ons in Genesis 1 inderdaad neergezet: dat je daar die ruimte hebt die God heeft uitgespannen als een tent, en in die tent zijn bewoners. Dat is de atmosfeer, maar het zijn ook de hemellichamen. En als hoogste bewoner is daar ook de hemel der hemelen, de hoogste hemel, de derde hemel. Dat is de reeks, of niet alleen de reeks, maar ook de verschillende niveaus in het uitspansel zoals de Schrift daarover spreekt.⟨/p> ⟨p>Nu wilde ik eigenlijk nog naar die vierde dag toe gaan, naar wat er op de vierde dag verteld wordt, maar ik zie dat het nog maar een paar minuten voor tien is. Dat ga ik nu dus niet meer doen, want dan ga ik iets aanpakken wat ik toch niet meer kan afronden. Ik denk dat we er verstandig aan doen om het hier even bij te laten. Misschien is er nog eventjes tijd voor een korte vraag, of eigenlijk moet ik zeggen: een vraag waar niet een al te uitgebreid antwoord op gegeven hoeft te worden. Dat kan wel. Iemand zei zojuist in de pauze: "Het beantwoordt veel vragen, maar het roept ook wel weer heel veel nieuwe vragen op." Dat is ook een groot nadeel van Bijbelstudie — al vind ik het juist een voordeel, want je krijgt zulke interessante vragen.⟨/p> ⟨p>Even terug naar de vraag: "André, je zei net: je hebt enkelvoud, meervoud en tweevoud. Maar tweevoud geldt dus niet voor de hemel?" Grammaticaal wel, het zijn de "hemelen der hemelen". Daarom had ik het expres tussen haakjes gezet, omdat het grammaticaal een meervoudsvorm is. Daar staat echter tegenover dat het Hebreeuws geen enkelvoud kent voor de hemel. Wij zeggen dat wel, "een hemel" en "hemelen", maar het Hebreeuws kent dat niet. Het is gewoon Shamayim.⟨/p> ⟨p>Dus ja, je zou dat een complicatie kunnen noemen, maar dat neemt niet weg dat de Bijbelse gedachte er inderdaad die is van de hoogste hemel; dat is de derde.⟨/p>