⟨h3 id="hoofdstuk-1" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="0" title="Speel af vanaf 00:00">▶ 00:00⟨/button> ⟨span>Introductie en Terugblik op Openbaring 16 en 17⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Hallo allemaal, beste kijkers en luisteraars. Hartelijk welkom bij deze studie over het boek Openbaring, inmiddels het drieëndertigste deel. Deze bijbelstudie zal wat afwijken van de voorgaande waarin ik vers voor vers door het hoofdstuk heen ging. Ik wil nu even pas op de plaats maken en een aantal zaken wat nader toelichten die van groot belang zijn voor de komende bijbelstudies over de hoofdstukken 17 en 18 van de Openbaring. Ik heb daarom als eenvoudige titel meegegeven: "Babylon is Babylon". Ik denk dat ik daarmee vrij trefzeker heb aangegeven wat ik met deze bijbelstudie beoog te doen.⟨/p> ⟨p>Even voor de goede orde: aanvankelijk was het de bedoeling om deze studie te geven in gebouw De Aker in Rotterdam, zoals ik dat twee weken geleden ook heb gedaan. Maar door alle maatregelen moest daar weer van worden afgezien, zodat ik nu weer achter mijn laptop in mijn studeerkamer zit om op deze manier de studie te mogen doorgeven.⟨/p> ⟨p>Laat ik eerst even terugblikken, zoals ik dat altijd doe in de bijbelstudies, en aangeven waar we het over hadden om zo vloeiend de link te kunnen leggen naar wat we dit keer gaan bespreken. De vorige keer heb ik slechts vijf verzen besproken van Openbaring 17, een nieuw hoofdstuk dat daar aanvangt en dat gaat over Babylon. Wat Johannes in beeld ziet, is een hoer die zit op een beest met zeven koppen en tien horens. In de Openbaring was het beest met die zeven koppen en die tien horens ook al aan de orde geweest in hoofdstuk 13, maar de vorige keer heb ik dus slechts een vijftal verzen daarvan besproken.⟨/p> ⟨p>Ik moet er nog bij zeggen dat hoofdstuk 17 eigenlijk inzoomt op iets wat in hoofdstuk 16 aan het slot al was genoemd, namelijk bij het uitgieten van de zevende schaal. Dat is feitelijk het laatste wat er gebeurt bij de openbaring van Gods toorn en gramschap, vlak voorafgaand aan het Millennium, aan het Messiaanse rijk dat dan wereldwijd gevestigd zal zijn. Je leest bij die laatste zevende schaal dat de stad Babylon valt en in drie stukken uiteenvalt. Dat is het slotakkoord van alle gerichten die in het boek worden beschreven. Eerst de zeven zegels, die verband houden met Israël, dan krijg je de zeven bazuinen en, synchroon daaraan lopend, ook de zeven schalen van toorn die worden beschreven in hoofdstuk 16.⟨/p> ⟨p>Bij die laatste schaal komt de naam van Babylon of Babel ter sprake. De ene naam is Grieks (Babylon), de andere is Hebreeuws (Babel). Ik zal ze ook afwisselend zo benoemen. Die val van Babylon, die wordt beschreven aan het slot van hoofdstuk 16, is feitelijk de reden waarom vervolgens in hoofdstuk 17 specifiek wordt ingegaan op de stad Babylon: wat er precies mee aan de hand is, hoezo ze een hoer genoemd wordt en waarom die stad zo'n prominente rol zal spelen in die laatste fase van deze Aion. Dat is heel opmerkelijk, want deze Aion, die aanving in de dagen van Noach na de zondvloed, begon ook al met Babylon. Het is bijzonder dat als je helemaal duizenden jaren verder gaat en aan het einde van deze Aion aankomt, je opnieuw weer Babylon tegenkomt.⟨/p> ⟨p>In die tussenliggende tijd heeft Babylon trouwens ook al een zeer prominente rol gespeeld in diverse perioden van de afgelopen millennia. Dan denk ik met name aan de dagen van Nebukadnezar, maar ook daarna behield Babylon nog steeds een heel belangrijke rol, al was het in afnemende mate, zoals dat ook in Daniël 2 wordt beschreven: goud, zilver, koper en tenslotte ijzer. Eigenlijk krijgt de stad een afnemende betekenis. Maar goed, ter zake: op de stad Babylon wordt nader ingegaan in hoofdstuk 17 van het boek Openbaring, en in hoofdstuk 18 wordt de val die in hoofdstuk 16 al genoemd was, verder uitgediept. Daar wordt er speciaal op ingezoomd en uitgebreid beschreven wat daar zo dramatisch aan is en hoe die val van de stad zal plaatsvinden in een zeer korte tijd.⟨/p> ⟨p>Wanneer er in hoofdstuk 16 aan het slot wordt gewezen op de val van Babylon, wordt daar ook gerefereerd aan wat we in Jeremia vinden, namelijk in Jeremia 25, waar Babel op een cryptische manier "Sesak" wordt genoemd. Ik heb de vorige keer laten zien dat dit een stijlfiguur is, een atbash: een omkering van de naam. Dat is eigenaardig natuurlijk, maar het geeft juist aan dat de stad wordt omgekeerd. Het is Babel waarvan Jeremia profeteert dat die als laatste de beker van Gods toorn aangereikt krijgt. Dat komt volstrekt overeen met wat je in het boek Openbaring leest, namelijk dat pas bij de zevende plaag — het slotakkoord van de gerichten van God over deze aarde — Babylon wordt getroffen, maar dan ook definitief. Babylon, als de grote stad die de heerschappij heeft over de koninkrijken der aarde, komt dan ten val.⟨/p> ⟨p>Het feit dat dit zo aansluit op de profetieën van Jeremia hoeft ons niet te verbazen, want in hoofdstuk 17 en 18 is er een voortdurende terugverwijzing naar de geschriften van de Hebreeuwse Bijbel, naar de Hebreeuwse profeten zoals Jeremia, Ezechiël en Jesaja. Dat sluit daar naadloos op aan. Wat ik nu in deze studie kortweg wil doen — en ik zei al: ik maak even pas op de plaats, want ik ga nu niet verder in de vers-voor-vers bespreking — is iets heel belangrijks benadrukken en aantonen. Het is iets wat zeer omstreden is, en dat is precies de reden waarom ik daar nu in een aparte studie op in wil gaan.⟨/p> ⟨p>Je zou je kunnen afvragen of het nodig is om zoiets evidents, zoiets wat zo voor de hand liggend is, zo uitgebreid te gaan bespreken. Ik denk inderdaad dat dit toch het geval is, om de simpele reden dat er meestal van deze eenvoudige waarheid wordt afgeweken. En wat is die waarheid? Wel, dat de stad Babylon de stad Babylon is. Ik zei al: dat is zo zelfevident, maar ga het maar eens na in allerlei bijbelcommentaren. Dan zul je vinden dat zelfs degenen die over het algemeen uitgaan van een letterlijke lezing van de profetieën, toch zullen zeggen: "Ja, maar Babylon in Openbaring 17 en 18 is niet Babylon; dat is de stad Rome." Met name die uitleg is in de protestantse wereld zo goed als dominant binnen alle visies. Dat Babylon echt Babylon is, de stad aan de Eufraat, is een vrij zeldzame, buitenissige visie. Eigenlijk moet ik erom lachen als ik erover nadenk dat dit zo is. Ik ga dus iets wat volstrekt vanzelfsprekend is nader aantonen: waarom dat echt zo is.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-2" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="644" title="Speel af vanaf 10:44">▶ 10:44⟨/button> ⟨span>Zeven Redenen Waarom Babylon Letterlijk Babylon Is⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Nou, zeven redenen ga ik daarvoor aanvoeren en de eerste is deze: de stad in Openbaring 17 en 18 wordt bij herhaling Babylon genoemd. Daarvan zeg ik dat dit geen verklaring behoeft; dat ís namelijk de verklaring. In Openbaring 17 staat aan het slot van dit hoofdstuk een uitleg over allerlei beelden die voorbij waren gekomen van het beest, de koppen, de horens, de bergen, enzovoorts. Johannes krijgt daar ook de uitleg van en dan krijgt hij in vers 18 te horen: "En de vrouw die je waarnam, dat is de grote stad die het koninkrijk heeft over de koningen van de aarde."⟨/p> ⟨p>Kijk, hier zie je iets heel essentieels, een fundamenteel ding in de uitleg van het boek De Openbaring. Aan de ene kant heb je de beeldspraak, het visioen dat Johannes waarnam – in dit geval zag hij een vrouw – en dat is de beeldspraak. Vervolgens krijg je de verklaring van dat beeld, en dat is dat die vrouw een uitbeelding is van de grote stad. De vrouw is de grote stad. Dat woordje 'is' geeft aan dat het beeldspraak is. Als ik zeg dat het Lam Jezus Christus is, dan bedoel ik daarmee: het Lam is een beeld van Jezus Christus. Je zegt "het is zo", maar dat 'is' geeft de beeldspraak aan die je daarin bezigt. Dat is gewoon een heel normaal, zeer gangbaar en veel toegepast spraakgebruik, ook in het alledaagse leven doen we dat zo.⟨/p> ⟨p>De vrouw die Johannes waarnam, is dus de grote stad die het koninkrijk heeft over de koningen van de aarde. Even later in het boek, in hoofdstuk 18, lees je: "Wee, wee, de grote stad Babylon, de sterke stad, want in één uur kwam uw oordeel." Dat laatste duidt erop dat die stad werkelijk in no-time compleet verwoest wordt. Die grote stad, de sterke stad. Waar het me nu even om gaat, is: welke stad is die vrouw, die grote stad, dan wel? Dat hoeven we niet te verklaren, want dat wordt hier gewoon gezegd. Het is namelijk Babylon. Het is een van de grootste steden, om niet te zeggen de grootste stad in deze hele aion, in de afgelopen millennia. Het is die stad aan de Eufraat die zo heet, en zo wordt ze ook genoemd.⟨/p> ⟨p>Trouwens, even later in het eenentwintigste vers van Openbaring 18 wordt er weer gesproken over hoe met geweld de grote stad Babylon geworpen zal worden. Ook daar wordt de grote stad daadwerkelijk benoemd. Het is niet New York, het is niet Moskou, het is niet Rio de Janeiro, het is niet Jeruzalem en het is niet Rome. Het is de grote stad Babylon. Daarom denk ik dat deze grote stad gewoon Babylon is. Waarom? Omdat de Bijbel het zo zegt. Als dat beeld van die vrouw wordt uitgelegd, dan moeten we vervolgens niet nog eens een keertje de uitleg ook weer gaan uitleggen, want dat schiet niet op. De uitleg is de uitleg die de Bijbel zelf geeft en aanreikt. Die zouden we voorwaar moeten accepteren. Op het moment dat je meent die uitleg ook weer te moeten verklaren, dan is het eind van alle verklaring zoek, als u het mij vraagt. Ziedaar!⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-3" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="926" title="Speel af vanaf 15:26">▶ 15:26⟨/button> ⟨span>Profetische Parallellen met Jesaja en Jeremia⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Reden twee waarom Babylon daadwerkelijk Babylon is, is een punt dat ik in het begin al even heb aangestipt. Dikwijls refereert Openbaring aan profetieën die heel expliciet gaan over het geografische Babylon. Als u in Openbaring 17 en 18 leest, dan wordt daar heel veel teruggegrepen op passages in de Hebreeuwse Bijbel uit Jesaja, uit Jeremia met name ook, en uit Ezechiël, waar heel uitdrukkelijk sprake is van Babylon. Ik wil dat aan de hand van een aantal voorbeelden laten zien.⟨/p> ⟨p>Er staat in hoofdstuk 17 vers 1 dat de vrouw gezeten is aan grote wateren. Dat is een uitdrukking die ontleend is aan Jeremia 51 vers 13. Kijkt u het maar na: Jeremia 51 gaat, net als het hoofdstuk daarvoor, uitgebreid over Babel en de verwoesting van de stad. Het is een goddelijke voorzegging bij monde van Jeremia over wat er met de stad zou gaan gebeuren. Dat zij aan grote wateren is, refereert simpelweg aan een profetie uit de Hebreeuwse Bijbel, ons Oude Testament, waar diezelfde uitdrukking wordt gebruikt. Daar gaat het inderdaad over Babel, zodat het boek Openbaring gewoon voortbouwt op dat wat de Hebreeuwse profeten al hadden aangekondigd. Het boek Openbaring is daarmee, zou je kunnen zeggen, het sluitstuk van de Bijbelse profetie.⟨/p> ⟨p>Er wordt gesproken dat ze de hele aarde dronken maakt; in datzelfde Jeremia 51 wordt dat ook zo benoemd. Wanneer Johannes dat zo formuleert, suggereert hij daarmee ook en veronderstelt hij die kennis als bekend bij zijn lezers, dat wat hij ziet hetzelfde is als en refereert aan hetgeen we lezen in Jeremia. Net zo goed als dat er in vers 4 gesproken wordt dat die vrouw een gouden beker had; ook dat staat in Jeremia 51. En als er later in hoofdstuk 18 vers 2 gesproken wordt dat Babylon gevallen is, dan is dat de letterlijke weergave zoals Jesaja daarover spreekt en profeteert.⟨/p> ⟨p>Wanneer er in datzelfde vers 18 vers 2 gesproken wordt dat Babylon na haar val een schuilplaats wordt voor onreine dieren, dan is dat ook iets wat we in Jesaja vinden, maar ook in Jeremia aantreffen. En wanneer in hoofdstuk 18 vers 4 het volk van God, Israël, wordt opgeroepen om uit te gaan van haar, uit te gaan van Babylon — wat betekent dat ze daar dus wel is, ik kom er straks nog even op terug — dan is die oproep om uit die stad te gaan niet origineel. Het is niet een oproep die zomaar voor het eerst genoemd wordt in Openbaring. Nee, Johannes refereert daarmee aan wat we aantreffen in Jesaja 48 en Jeremia 50 en Jeremia 51. Ik heb de verzen er allemaal bij gezet, zodat u het zelf kunt nagaan dat hij daadwerkelijk terugrijpt op profetieën die expliciet over Babylon zijn uitgesproken.⟨/p> ⟨p>In hoofdstuk 18 vers 5 wordt gesproken dat haar oordeel zich opstapelt, of woorden van gelijke strekking, tot aan de hemel. Die terminologie, die manier van uitdrukken, is ontleend aan Jeremia 51. En dat haar vergolden wordt zoals zijzelf vergold, zoals dat in hoofdstuk 18 vers 6 benoemd wordt, ook dat refereert weer aan wat we in Jeremia 50 aantreffen. Dat ze op één dag zal worden verwoest, zoals hoofdstuk 18 vers 8 dat zegt, stond ook al beschreven in Jesaja 47. En dat het een stad is waar handel gedreven wordt en die daardoor gekenmerkt zal worden, dat leest u eveneens in Jesaja 47.⟨/p> ⟨p>Heel opmerkelijk is ook dat aan het einde van hoofdstuk 18 wordt gezegd dat de stad als een steen in het water geworpen wordt en ten onder gaat, letterlijk en figuurlijk. Dat is een beeldspraak die Johannes niet zelf bedenkt; Johannes noteert dit om daarmee aan te geven dat hij het over hetzelfde heeft als waar ooit de profeet Jeremia over sprak in hoofdstuk 51 vers 63 en 64. En dat er na die val geen stem van vreugde meer in die stad zal klinken, staat in Openbaring 18 vers 22, maar het staat ook al in Jeremia 25 zo beschreven.⟨/p> ⟨p>Kortom, Jeremia, Jesaja en Ezechiël — die ik hier trouwens niet eens allemaal erbij heb staan, maar met name dus Jesaja en Jeremia — geven de aanzetten waar vervolgens Johannes in zijn beschrijving op voortborduurt. Dat geldt ook voor als hij in 18 vers 24 spreekt over degenen die afgeslacht worden op de aarde; ook dat is ontleend aan Jeremia 51. Samenvattend is dit tweede argument dat het inderdaad over Babylon gaat niet alleen omdat Johannes dat zegt in Openbaring 17 en 18, maar ook omdat hij zijn hele betoog bouwt op en ontleent aan datgene wat de Hebreeuwse profeten schrijven.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-4" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1365" title="Speel af vanaf 22:45">▶ 22:45⟨/button> ⟨span>De Onvervulde Profetie van Babylons Verwoesting⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Reden nummer drie is deze: Babylon zou in één keer compleet worden verwoest. En daar moet ik iets bij zeggen: dat heeft nog nooit plaatsgevonden. Dit is een heel belangrijk punt. Het is namelijk een waarheid die in Openbaring 17 en 18 genoemd wordt, maar ook bij de Hebreeuwse profeten Jesaja en Jeremia wordt gezegd dat de stad Babel in één keer verwoest zou worden. Je moet weten dat dit met het historische Babel nooit is gebeurd. Het Babel waar ik het zojuist over had, waar Nebukadnezar het gouden hoofd van was en wat in latere wereldrijken ook een grote rol speelde, die stad is ontluisterd en ontmanteld, maar ze is nooit verwoest geworden. De profetie spreekt er echter wel degelijk over dat dit zal gebeuren. Aangezien dat nog niet is gebeurd, trek ik daar een eenvoudige conclusie uit: als die verwoesting nog niet heeft plaatsgevonden, betekent dit dat ze nog zal plaatsvinden.⟨/p> ⟨p>Dat komt precies overeen met wat we in Openbaring aantreffen. Daar vind je inderdaad weer een stad Babylon, hoewel die stad in de dagen van Johannes nauwelijks een rol speelde. Het was een kleine stad van enige betekenis, maar niets bijzonders. Aangezien die stad toch nog een keer de rol zou spelen waar Johannes over spreekt, denken we dat dit allemaal nog toekomstig is. De stad is nooit verwoest geworden, terwijl Jesaja en Jeremia daar overduidelijk over zijn dat dit wel zou gaan plaatsvinden. Er staat in Jesaja 13 vers 19: "En Babel, het sieraad der koninkrijken, de trotse luister der Chaldeeën, zal worden als Sodom en Gomorra, toen God ze ondersteboven keerde." U weet hoe dat gegaan is met Sodom en Gomorra; dat heeft allemaal in no-time plaatsgevonden. Die steden, inclusief de naburige steden, zijn compleet verwoest in één keer. Zo zou het ook met Babel gaan.⟨/p> ⟨p>Dat staat in Jesaja 13, maar het staat ook in Jeremia 51. Daar moet Jeremia iets uitbeelden: hij bindt een steen aan een boekrol en werpt die midden in de Eufraat. Hij zegt dan: "Evenzo zal Babel zinken en niet weer bovenkomen, ten gevolge van het onheil dat Ik erover ga brengen." Met andere woorden: die stad gaat in één keer ten onder. Aangezien dat nooit gebeurd is in het verleden, moet dat dus nog steeds een keer gaan plaatsvinden.⟨/p> ⟨p>Reden nummer vier is deze: Babylons verwoesting zou plaatsvinden in de context van de Dag van Yahweh. Dit punt sluit precies aan bij wat ik zojuist zei. Die stad moet nog verwoest worden, en dat is heel logisch, want die verwoesting zal plaatsvinden in de Dag van Yahweh. Dat is echt toekomstig. Dat is de dag waarin God zal afrekenen en alle vijanden van Israël zal wegnemen om wereldwijd Zijn koninkrijk op te bouwen. Bij die gelegenheid, in die periode, zal Babylons verwoesting plaatsvinden. Er staat in Jesaja 13: "Jammert, want de Dag van Yahweh is nabij; hij komt als een verwoesting van de Almachtige." En dan: "Dan zal Ik aan de wereld het kwaad bezoeken." Je ziet hier het finale karakter van wat er in die dag zal gebeuren; aan de hele wereld zal dan het kwaad worden bezocht. Even later staat er in vers 13: "Daarom zal Ik de hemel doen wankelen en de aarde zal bevend van haar plaats wijken door de verbolgenheid van Yahweh der legerscharen, ten dage van Zijn brandende toorn."⟨/p> ⟨p>Yahweh zal straks als een krijgsheer optreden. Dit is precies de taal van het boek Openbaring: als God gaat afrekenen met de vijanden van Israël, met deze wereld en met alle tegenstand om Zijn koninkrijk te vestigen. In die dag zal dat plaatsvinden. In vers 19 staat dan weer: "En Babel zal worden als Sodom en Gomorra, toen God ze ondersteboven keerde." Met andere woorden: de verwoesting van Babel moet nog een keer plaatsvinden. Het heeft nooit plaatsgevonden, dus zal het nog gebeuren. Dat is logisch omdat die verwoesting zal plaatsvinden in de Dag van Yahweh, precies zoals Jesaja 13 daarover spreekt. Ook dat sluit weer perfect aan bij wat we in Openbaring aantreffen, namelijk dat Babylon en de rol die zij nog zal gaan spelen — inclusief haar definitieve einde en haar verwoesting — allemaal nog toekomstmuziek is.⟨/p> ⟨p>Reden nummer vijf is deze: na Babylons verwoesting zou de stad nooit meer worden bewoond. Ook dat geeft opnieuw aan dat die verwoesting nog plaats moet vinden. Het gegeven is simpelweg dat Babylon in het verleden weliswaar een grote rol speelde, maar nu al enkele duizenden jaren niet of nauwelijks meer van betekenis is. Al zo'n pakweg 2500 jaar speelt ze geen grote rol. Maar ik moet er meteen bij zeggen: het is niet zo dat het geen stad meer is of dat ze niet bewoond wordt. Bij de vorige Bijbelstudie heb ik er al op gewezen dat op de plek waar de stad Babylon zich bevond, je nu de stad Hilla hebt. Weliswaar is dat nog niet de megastad die het gaat worden, maar het is toch een stad van zo'n half miljoen inwoners, ongeveer de omvang van de stad Utrecht. Dat is de huidige omvang van Hilla in de provincie Babylon in Irak.⟨/p> ⟨p>Ook dit geeft aan dat de verwoesting van Babylon inderdaad nog plaats moet gaan vinden, omdat de stad na die verwoesting nooit meer bewoond zou worden. Dat staat zowel in Jesaja als in Jeremia. In Jesaja 13 vers 20 lezen we: "Het zal tot in de aeon niet meer bewoond worden, noch bevolkt zijn van geslacht tot geslacht; geen Arabier zal daar zijn tent opslaan en geen herders zullen daar legeren." Dat beantwoordt niet aan de huidige tijd. Nu is het een stad die wel degelijk bevolkt is en waar heel veel te beleven is. Hilla is zelfs de hoofdstad van de Iraakse provincie Babylon. De profetie zegt echter dat het tot in de aeon en van geslacht tot geslacht niet meer bewoond zou worden.⟨/p> ⟨p>Jeremia 50 zegt iets soortgelijks over de tijd nadat de stad verwoest is: "Daarom zullen er boskatten met jakhalzen huizen, ook zullen er struisvogels huizen, en het zal niet meer bestaan." Dat wil zeggen: het zal als stad niet meer bestaan; het zal een wildernis zijn tot in de aeon. Het zal niet in stand blijven van geslacht tot geslacht. En dan staat erbij, wat we ook in Jesaja 13 vonden: "Zoals God Sodom en Gomorra met hun naburen ondersteboven keerde — luidt het woord van Yahweh — zal daar niemand wonen en geen mensenkind daar verblijven." Dus de verwoesting zal in één keer plaatsvinden, zoals ooit met Sodom en Gomorra. Dat is nooit gebeurd en nadien zou de plek onbewoonbaar worden. Het zal niet meer bevolkt zijn en dat is dus iets wat in de toekomst nog steeds vervuld moet gaan worden.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-5" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1995" title="Speel af vanaf 33:15">▶ 33:15⟨/button> ⟨span>De Eufraat als Onmiskenbare Geografische Locatie⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Reden nummer zes waarom Babylon inderdaad Babylon is, is dat de stad geografisch net zo concreet is als de grote rivier de Eufraat. Dit is een interessant punt, want een tweetal keren in het boek Openbaring speelt de rivier de Eufraat een hele grote rol. Dat zie je bij de zesde bazuin en bij de zesde schaal in Openbaring 16. Ik heb u bij eerdere gelegenheden al meer dan eens uitgelegd dat de bazuinen en de schalen van toorn synchroon lopen: de eerste bazuin komt overeen met de eerste schaal, de tweede bazuin met de tweede schaal, enzovoorts. Vandaar ook dat beide series een zevental kennen.⟨/p> ⟨p>Bij de zesde bazuin staat er dat het zei tot de zesde boodschapper die de bazuin had: "Maak de vier boodschappers los die gebonden zijn op de grote rivier de Eufraat." Er wordt een rivier genoemd die groot is en we worden niet in het ongewisse gelaten over welke rivier het gaat, namelijk de Eufraat. Dat is zonder twijfel de belangrijkste rivier in het Midden-Oosten — of het zou de Nijl moeten zijn — maar in ieder geval de belangrijkste rivier in Mesopotamië, wat trouwens letterlijk 'tussen de rivieren' betekent.⟨/p> ⟨p>Bij de zesde schaal lees je in Openbaring 16 dat de zesde boodschapper zijn schaal uitgoot over de grote rivier de Eufraat. Het water droogde op om de weg gereed te maken voor de koningen die van de opgang van de zon komen. Ook hier weer wordt er gesproken over de rivier de Eufraat die droog komt te liggen, wat een weg zal banen voor de koningen die van de oostelijke kant komen. Wat daar precies allemaal mee aan de hand is, doet nu even niet ter zake; het gaat erom dat de Eufraat bij name wordt benoemd.⟨/p> ⟨p>Waarom speelt die Eufraat zo'n grote rol? Dat heeft er natuurlijk mee te maken dat die grote stad Babylon daaraan gelegen is. Het is een kwestie van lezen wat er staat om vervolgens ook te verstaan wat er staat: namelijk dat de stad Babylon net zo concreet, aanwijsbaar en geografisch aantoonbaar is als de Eufraat. Er is geen enkele uitlegkundige reden om van de Eufraat de Nijl te maken, of de Rijn, of weet ik veel welke rivier. Net zomin is er een goede reden om Babylon een andere naam te geven of als een andere stad te duiden. De namen worden gewoon gegeven zodat we daarover juist niet hoeven te speculeren; daar is geen enkele reden toe.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-6" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2229" title="Speel af vanaf 37:09">▶ 37:09⟨/button> ⟨span>Zacharia 5: Babylon als Toekomstige Basis voor het Goddeloze Jeruzalem⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Oké, nou dan komen we nu bij de zevende reden waarom Babylon Babylon is, en dit sluit erg aan bij wat de voorgaande keer – twee weken terug is dat inmiddels al geweest – kort de revue heeft gepasseerd. Dat was toen ik verwees naar Zacharia 5, waarin Zacharia na de Babylonische ballingschap een visioen ziet. Inmiddels was het Joodse volk toen ten dele teruggekeerd in het Joodse land, en dan wordt in hoofdstuk 5 een visioen beschreven. Zacharia ziet daar een goddeloze vrouw; de vrouw die dé goddeloosheid zelf is. Zij wordt in een inhoudsmaat, in een efa, geduwd en neergedrukt. Vervolgens komt daar een deksel op, een talent, en dan wordt die efa weggevlogen naar het land van Sinear.⟨/p> ⟨p>Waarom noem ik dat? Wel, omdat daar de stad Babel weliswaar niet direct wordt genoemd, maar wel de vlakte van Sinear, oftewel de vlakte waar Babel gelegen is. In Genesis 11 wordt dat ook zo genoemd, dat daar die stad gebouwd wordt in de vlakte van Sinear. Het gaat om een goddeloze vrouw voor wie daar een huis gebouwd wordt. Dit is buitengewoon belangrijk om ook Openbaring 17 en 18 te begrijpen. Want in Openbaring 17 en 18 gaat het niet alleen maar over de stad Babylon, maar ook over het feit dat zij de functie vervult van een hoer. En dat komt ook omdat Gods volk zich daar bevindt. Dat wil zeggen: het is een Israëlitische stad, een Joodse stad.⟨/p> ⟨p>Laat ik eens even een paar verzen daaruit lezen. In vers 9 wordt daar gezegd: "En ik hief", zegt Zacharia dan, "ik hief mijn ogen en ik zag en zie: twee uitleners gingen uit." Ja, dit is wat omstreden, want in de gangbare vertalingen wordt er gesproken over 'twee vrouwen', maar dat is een zeer discutabele vertaling. Elders heeft dit woord de betekenis van 'uitlenen' en dat heeft iets met geld en investeren te maken. Dat past ook helemaal in de context van Zacharia 5, waar juist symbolen van geld en handel genoemd worden, zoals het talent en de efa. In dat verband wordt er ook gesproken over uitleners. "En twee uitleners gingen uit en wind was in hun vleugels en ze hadden vleugels als de vleugels van de ooievaar." Het idee daarbij is dat die efa, die inhoudsmaat waar die vrouw in geworpen is, verplaatst wordt. En door wie? Wel, door twee uitleners, investeerders. Het geld drijft hen daar naartoe. Dat is ook het hele idee van de wind die in hun vleugels was; ze worden er als het ware doorheen gedreven. Ze hoeven niet eens te vliegen, want er staat dat ze de vleugels van de ooievaar hadden. Een ooievaar heeft een enorme spanwijdte en hoeft nauwelijks met zijn vleugels te slaan. Hij hoeft niet te fladderen; hij hoeft alleen maar zijn vleugels uit te slaan en de thermiek doet zijn werk. De wind was in hun vleugels en ze worden als het ware gedreven naar een plek. Dat wordt dan ook inderdaad gelinkt aan uitleners met geld, de handel. We zeggen dan in het Engels: 'follow the money'. Waar moet je wezen? Nou, kijk maar waar het geld heen gaat.⟨/p> ⟨p>Nou, dat is hier ook aan de orde. Die goddeloze vrouw die zich in het Joodse land bevindt, die wordt gebracht en verhuisd naar een locatie. En dan staat erbij: zij, die uitleners die de efa waar de vrouw in zit wegbrengen, "zij hieven de efa tussen de aarde en de hemel." Waarbij die efa, zoals gezegd, een inhoudsmaat is, het symbool van de groothandel. Een efa werd in het dagelijks gebruik niet zozeer genoemd, maar in de groothandel wel, omdat het een forse inhoudsmaat was – als ik me niet vergis ruim 30 liter. Maar dan wordt er ook gesproken over die efa die werd afgedekt met een talent. Een deksel, ja, maar er staat letterlijk 'een talent'. En een talent is gewoon geld. Vandaar ook dat de efa aan de ene kant de groothandel symboliseert en het talent geld symboliseert, het monetaire systeem. Handel en geld, dat is wat die uitleners, die investeerders, drijft.⟨/p> ⟨p>Waar naartoe? Nou, laten we even verder lezen. "En ik zei tot de boodschapper", dat is Zacharia dus die zei tot de boodschapper die in hem sprak: "Waarheen doen zij de efa gaan?" Dus die efa met die vrouw erin en met het talent erop – de symbolen van handel en geld – die brengen die goddeloze vrouw ergens naartoe. Zacharia vraagt waarheen eigenlijk. "Nou," zegt die boodschapper tot hem, "om voor haar een huis te bouwen in het land van Sinear." Dat is dus het land, het gebied, de vlakte aan de Eufraat, waar Babylon gebouwd is. Dáárheen wordt die goddeloze vrouw, die zich eerst in het Joodse land bevond, heen gevlogen om voor haar daar een huis te bouwen. En is dat dan gevestigd, dan wordt zij daar neergezet op haar basis. Zij krijgt daar dus een plek. Hoewel ze uit het Joodse land komt, krijgt ze een plek, een basis, een huis daar in het land van Sinear.⟨/p> ⟨p>Dat is opmerkelijk, maar het maakt de profetie van Openbaring 17 en 18 zo helder. Het is zo essentieel om die link te zien, want dan begrijp je dat het volk van Israël – of zo u wilt het Joodse volk dat zich in het land bevindt – op een gegeven ogenblik door het geld en de handel gedreven naar Irak zal gaan. Daar bij de Eufraat zullen zij een vestiging krijgen, een filiaal. In feite had die vrouw haar zetel in Jeruzalem. Ik kom daar de volgende keer ook op terug, want je leest namelijk dat die vrouw gezeten was op zeven bergen. Ik weet dat dit altijd gelieerd en gekoppeld wordt aan Rome, en dat is op zich niet zo'n gekke gedachte want Rome is inderdaad gebouwd op zeven heuvelen, zeven bergen of verhogingen. Maar ja, er zijn heel wat meer steden die daarvoor in aanmerking komen. De stad die wij echter in dit verband moeten noemen, is Jeruzalem. Jeruzalem is de stad die gebouwd is op zeven bergen. Daar had die goddeloze vrouw haar zetel; in Jeruzalem, dat was haar hoofdstad. Maar ze wordt vervolgens gevlogen naar het land van Sinear.⟨/p> ⟨p>Wat we dus in de nabije toekomst mogen verwachten – zeg ik erbij – is dat door handel gedreven het Joodse volk zal gaan verhuizen, of in ieder geval een filiaal, een vestiging, een dependance zal krijgen daar in de vlakte van Sinear. Het lijkt een hele merkwaardige en haast onvoorstelbare constructie, maar het Joodse volk, de staat Israël, gaat een enorme vinger in de pap krijgen in de Arabische wereld. De contouren ervan zien we nu al verschijnen, nu het ene na het andere Arabische land vrede wil sluiten met de Joodse staat. Dan krijg je een samenwerking waarbij kapitaal, knowhow en inventiviteit van de Joodse staat gecombineerd worden en het hele Midden-Oosten tot ongekende hoogte zullen gaan brengen. Dat zal een samenwerking worden tussen de Arabische wereld en de Joodse staat. Aan de ene kant heb je daar dus dat beest met tien horens, tien verschillende koninkrijken in de Arabische wereld – een beestachtig rijk, jawel – maar het heeft ook connecties met dat andere beest in het land.⟨/p> ⟨p>Dat zie je dus in feite in Babel. Babel is weliswaar een stad in het gebied van de Arabische wereld, daar in Irak, maar het wordt een huis voor het goddeloze Israël, puur vanwege het geld dat haar daarheen zal drijven. Daardoor zal het ook zo'n afschuwelijke rol gaan spelen, trouwens ook in de vervolging van de Messiasbelijdende Joden in de toekomende dagen. Babylon wordt een filiaal van Jeruzalem; zij krijgt daar een basis. Ik denk dat dit hele belangrijke elementen zijn om Openbaring 17 en 18 te begrijpen. Wat ik in dit verband voor deze gelegenheid vooral wil benadrukken en heb willen laten zien, is dat dit alles onderstreept dat Babylon ook echt Babylon is.⟨/p> ⟨p>Dat we werkelijk van doen hebben met de stad Babel in het gebied van Sinear, daar bij de Eufraat, daar gaat het gebeuren. Daar gaat nog zoveel gebeuren. Net zo goed als dat dat allemaal nog opgebouwd moet gaan worden en die rol gaat spelen, zo zeker weten we ook dat het weer verwoest zal worden, ten einde dat God inderdaad zelf orde op zaken gaat stellen en tegenover Babel, in Jeruzalem, Zijn Koning zal laten regeren.⟨/p> ⟨p>Maar dat is dan inderdaad in de toekomende aion. Voor nu heb ik in ieder geval willen duidelijk maken dat Babylon werkelijk Babylon is en geen enkele andere stad daar dus voor in aanmerking komt. In het Midden-Oosten, in het gebied van Irak, daar in Sinear in de Eufraatvallei, daar gaat het gebeuren. Alle profetieën wijzen in diezelfde richting. Als ik dat bij deze gelegenheid heb kunnen en mogen duidelijk maken, dan is dat voor dit keer voor mij voldoende.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-7" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3058" title="Speel af vanaf 50:58">▶ 50:58⟨/button> ⟨span>Afsluiting en Overzicht⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Het zou prachtig zijn als dat in ieder geval duidelijk is geworden. Als u het allemaal nog eens een keertje op een rijtje gezet wilt zien, dan ziet u dat hier in deze laatste dia's, waarin ik alle zeven punten nog eens benoem die in deze studie voor het voetlicht zijn gebracht.⟨/p> ⟨p>Ik wilde het daarbij laten en ik zou zeggen: tot een volgende keer. Hartelijk dank voor jullie aandacht en Gods zegen allemaal!⟨/p>