⟨h3 id="hoofdstuk-1" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="0" title="Speel af vanaf 00:00">▶ 00:00⟨/button> ⟨span>Introductie en Terugblik⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Het is echt een tijd geleden dat wij elkaar hier getroffen hebben. Ik heb het nog even nagekeken: de laatste keer was donderdag 12 maart, dus dat is dik een half jaar geleden. Als u denkt: "Die gast is ouder geworden", dan klopt dat wel, maar dat denk ik van u ook hoor! Wat er daarna begon aan ongein... Ik had nooit kunnen denken dat we een half jaar later er nog zo dik in zouden zitten, met al die beperkingen en toestanden. Maar daar gaan we het natuurlijk verder niet over hebben, want we gaan het hebben over belangrijke dingen.⟨/p> ⟨p>Ik moet trouwens even een correctie maken; ik zal het thuis nog even aanpassen. Ik ga het vanavond inderdaad hebben over Openbaring 16, over de zeven schalen, maar we zullen slechts de eerste vier schalen daarvan bespreken, want ik denk dat we daar onze handen aan vol hebben. Ah, kijk, daar komen toch nog een paar mensen die zich hebben opgegeven. Dat dacht ik al, want op de lijst stonden ruim vijfentwintig man en die zaten hier nog niet. Dus ik dacht al dat die waarschijnlijk nog wel zouden komen. En zie daar! Goedenavond, hartelijk welkom! Zoek een plaatsje. En dat in een tijd waarin zoveel gesloten is.⟨/p> ⟨p>Wij gaan gewoon weer de draad oppakken bij het boek Openbaring. Het ging er net nog even over dat ik het een en ander in te halen zou hebben, wat eigenlijk helemaal niet het geval is. We vangen het seizoen tamelijk laat aan – het is vandaag immers de 1e oktober – maar in de tijd dat we hier geen studies meer konden hebben, heb ik toch nog een heel aantal studies gegeven. U ziet dat aan de videosymbooltjes voor die studies; dat zijn allemaal studies geweest die ik thuis heb gegeven vanuit de studiekamer. Dat zijn er in april twee geweest, in mei zelfs vier en in juni nog drie. Dus we zijn toch wel gevorderd in het boek Openbaring. Dat wil zeggen dat, terwijl we hier niet bij elkaar waren, hoofdstuk 12, 13, 14 en 15 toch besproken zijn. Dat had van huis uit ook wel weer zijn voordelen: ik had geen beperkingen met tijd. Sommige studies vielen erg lang uit, want er was niemand die op de klok keek en zei: "Stop je nu niet een keertje?"⟨/p> ⟨p>Het zijn ook hele markante hoofdstukken geweest. Als we het hebben over apocalyptische tijden, dan is het met name hoofdstuk 13 dat er echt uitspringt als het gaat over het beest en over die tien horens. U hebt het nieuws wel gevolgd, toch? Hoe dat momenteel zit met de ontwikkelingen in het Midden-Oosten? Ik heb er juist de afgelopen weken nog wat aandacht aan gegeven, over die alliantie die in het Midden-Oosten aan het ontstaan is met Israël aan de ene kant en allerlei Arabische staten aan de andere kant; de een na de ander komt erbij. Het tiental... we zijn onderweg en ik ga ervan uit dat het allemaal niet zo heel erg lang meer gaat duren. Hoeveel wendingen we ook nog kunnen krijgen hoor – dat is altijd mogelijk, dus in die zin moet je daar altijd met enige voorzichtigheid over spreken – maar de actualiteit is zo dringend. Wat we de laatste maanden hebben meegemaakt, bepaalt ons er ook bij dat het toch wel hele aparte tijden zijn.⟨/p> ⟨p>Laat ik eerst nog even een paar dingen op een rijtje zetten. Ik moet vooraf ook nog één ding vermelden: ik heb er een rubriekje bij gekregen op de website van Goed Bericht. Met grote dank aan Art kan ik vermelden dat er inmiddels heel wat schemaatjes gemaakt zijn, onder andere over de studies die tot dusver gemaakt zijn over het boek Openbaring. Denk bijvoorbeeld aan de vier fasen waar ik al vaker op gewezen heb. Art heeft prachtige schema's gemaakt en die trouwens nog aangevuld met diverse andere onderwerpen. En je bent nog niet van me af, Art; er komen er nog meer bij hoor!⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-2" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="317" title="Speel af vanaf 05:17">▶ 05:17⟨/button> ⟨span>De Vier Fasen in het Boek Openbaring⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Wat ik even wil benadrukken, om nog eventjes in herinnering te roepen, dat zijn de vier fasen. Ik weet nooit goed hoe je dat in fatsoenlijk Nederlands zegt, maar laten we het op fasen houden. Er zijn vier fasen die twee keer in het boek Openbaring worden beschreven. Ik formuleer het even zo: fase 1 is de bevrijding van Israël; in fase 2 is Israël bevrijd; in fase 3 worden de volkeren bevrijd; en in fase 4 zijn de volkeren daadwerkelijk bevrijd. Ik moet er trouwens bij zeggen dat fase 2 en 3 in elkaar steken, want terwijl Israël bevrijd is, worden de volkeren bevrijd, maar ook gericht en voorbereid op de tijd die gaat komen.⟨/p> ⟨p>In hoofdstuk 4 tot en met hoofdstuk 11 zie je die vier fasen. Dat wil zeggen, hier gaat het over de periode van de zegels. Dat is de tijd waarin Israël bevrijd gaat worden, de periode ook van de 42 maanden. Bij het zevende zegel heb je de tweede fase: Israël wordt hersteld, de selectie van de 144.000 en de grote schare. In hoofdstuk 8 en 9 wordt de derde fase beschreven, namelijk dat de volkerenwereld bevrijd wordt. Dat is de periode van de bazuinen, en bij de zevende bazuin is het koninkrijk daadwerkelijk wereldwijd gevestigd. Diezelfde opeenvolging zie je hier keurig terug, gewoon puur gefaseerd: eerst Israël, daarna de volkeren.⟨/p> ⟨p>Diezelfde volgorde krijg je ook weer vanaf hoofdstuk 11 tot en met hoofdstuk 20. Eerst fase 1, dat wil zeggen de fase van de zegels, de fase van de 42 maanden, oftewel van de grote verdrukking. Dat is hoofdstuk 11 tot en met 13. Dan volgen hoofdstuk 14 en 15, waar ik thuis vanuit de studieheerkamer de studies over heb gegeven. Dat is de tijd waarin de volkeren worden onderworpen en deel uit gaan maken van het koninkrijk – al zeg ik dat nu niet helemaal goed. Ik bedoel dat dít juist de tijd is dat Israël hersteld zal zijn, maar in hoofdstuk 16 en 17 zijn de volkeren aan de beurt. Vanaf hoofdstuk 19 en 20 is het koninkrijk vervolgens wereldwijd gevestigd. Dat wordt uitgebeeld in de bruiloft die gereed is en de duizend jaren in hoofdstuk 20.⟨/p> ⟨p>Wat ik er eigenlijk mee wil zeggen, is dat het boek Openbaring heel duidelijk gestructureerd is en gefaseerd verloopt. Het vertoont eigenlijk een hele logische opbouw.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-3" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="528" title="Speel af vanaf 08:48">▶ 08:48⟨/button> ⟨span>Een Chronologische Indeling van de Eindtijd⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Misschien is het handig, en ik weet zeker dat ik daarmee voor een aantal van u een dienst bewijs, als ik eens een hele grove chronologische indeling maak. Wat we eerst hebben te verwachten, is een periode van schijnvrede. Zeg maar: de ruiter op het witte paard. Dat is wat er eerst gaat komen. Dan krijg je de periode van de grote verdrukking, die 42 maanden zal duren en die speciaal verband houdt met Israël. Vervolgens krijg je de periode van de zeven bazuinen of de zeven schalen – waar we het vanavond ook over gaan hebben – waarin de volkeren aan de beurt komen, en daarna krijg je de duizend jaren.⟨/p> ⟨p>Ik wil daar nog even iets bij vermelden om het nog wat handiger en duidelijker te maken. Na die periode van schijnvrede krijg je namelijk de Wegrukking. Dat speelt in het boek Openbaring wel degelijk een rol. Want wat zag u in hoofdstuk 12? Die mannelijke zoon die wordt weggerukt tot God en Zijn troon; dat is de Christus, Hoofd en lichaam. Daarna vlucht die vrouw voor 1260 dagen de woestijn in, waar ze wordt bewaard, beschermd en verzorgd. In ieder geval: na de periode van schijnvrede krijg je de Wegrukking, en dat luidt ook de grote verdrukking in. Dit is ook precies de tijd dat er een afgodsbeeld in Jeruzalem geplaatst zal worden en de offerdienst gestaakt zal worden. Want ik moet er ook nog bij zeggen: in die periode van schijnvrede zal er ook weer een offerdienst in Jeruzalem zijn. Dat zijn allemaal dingen die we voor de nabije toekomst kunnen en mogen verwachten.⟨/p> ⟨p>Daarna krijg je dus de Wegrukking en de grote verdrukking. Na de grote verdrukking voor Israël volgt de verschijning van de Heer op de Olijfberg. Vanaf dat moment is Israël eigenlijk bevrijd en wordt Israël hersteld in het land. Maar dan zijn vervolgens de volkeren nog aan de beurt. Dat is de periode van de zeven bazuinen – die hebben we al besproken – en van de zeven schalen. Ik zal u laten zien dat die volstrekt parallel lopen, de zeven bazuinen en de zeven schalen.⟨/p> ⟨p>Dit is dus allemaal na de verschijning van de Heer op de Olijfberg en als Hij Zijn Koninkrijk al gevestigd zal hebben in Jeruzalem. Alleen betreft dat dan nog maar Israël; de volkeren komen vervolgens aan de beurt, want die moeten eerst 'rechtgezet' worden. Dat is ook waar die bazuinen en schalen allemaal toe dienen. En als dat allemaal gereed is bij de zevende bazuin of bij de zevende schaal – wat synchroon verloopt – dan is het compleet. Ik zal straks nog even een kanttekening daarbij plaatsen, maar min of meer is de zevende schaal gewoon de zevende bazuin. Dan is het gewoon compleet, dan is het af, het is geschied en dan breken de duizend jaren aan.⟨/p> ⟨p>Die duizend jaren worden daardoor gekenmerkt dat de volkeren niet meer verleid kunnen worden. Dat is het kenmerk: de satan wordt gebonden, zodat de volkeren niet meer verleid kunnen worden. Dus die duizend jaren vangen niet aan op het moment dat Israël is onderworpen en dat het Koninkrijk in Jeruzalem gevestigd wordt, maar een tijd later, namelijk als alle volkeren ook onderworpen zijn en geen voorwerp meer kunnen zijn van de tegenstander of van de satan. Dat is karakteristiek voor de duizend jaren.⟨/p> ⟨p>Het is heel belangrijk – dat is een rode draad door al deze dertig studies en ook de studies die nog gaan volgen – om het grote onderscheid te zien tussen eerst Israël en daarna de volkeren. Daartussenin ligt dan de verschijning van de Heer op de Olijfberg en de verschijning met de Zijnen; wij zijn daarbij! Als Hij in heerlijkheid verschijnt, zullen wij met Hem in heerlijkheid verschijnen en daar hebben wij jazeker een aandeel in. Dit is even een grove tekening en de lijn van de dingen die zo nog staan te gebeuren, zodat u ook een beetje ziet, weet en begrijpt waar de dingen geplaatst moeten worden.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-4" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="814" title="Speel af vanaf 13:34">▶ 13:34⟨/button> ⟨span>Het Parallelle Verloop van de Bazuinen en Schalen⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Dan wil ik nog even iets zeggen in het algemeen over de zeven bazuinen en de zeven schalen. Want zoals ik al zei: die bazuinen en die schalen lopen parallel. Het klinkt misschien wat ingewikkeld, maar ik ga het uitleggen: het is niet serieël. Dat wil zeggen, het is niet zo dat je eerst de zeven bazuinen krijgt en daarna de zeven schalen, als opeenvolgende series. Dat bedoel ik met serieël.⟨/p> ⟨p>Nee, het is parallel. Dat wil zeggen: je krijgt bazuin 1 en vervolgens schaal 1. Bazuin 2 en dan schaal 2. Bazuin 3, schaal 3, en ga zo maar door. Zodat die bazuinen en die schalen inderdaad parallel verlopen. Het enige onderscheid – en dat is wat ik zojuist ook bedoelde met een 'maar' – is dat de bazuinen eigenlijk de eerste fase zijn. Die luiden het in, wat in dit verband ook een mooie beeldspraak is. Als de bazuin klinkt, wordt eigenlijk de schaal aangekondigd. Het is een aankondiging, vandaar ook dat de bazuin de eerste fase is. Daarom lees je bij die bazuinen iedere keer: één derde van de aarde, één derde van de zee, één derde van de bronnen, et cetera. Bij die schalen lees je dat het juist het geheel betreft. Zo zie je duidelijk dat het begint bij een deel, een derde, en dat het zich vervolgens uitbreidt.⟨/p> ⟨p>Er is trouwens nog een verschil bij de bazuinen die in hoofdstuk 8 en 9 beschreven worden – dat hebben we dus al gezien. Daarin is de mens slechts indirect betrokken, of liever: daar wordt de mens slechts indirect getroffen. Hij ondervindt wel de consequenties, maar niet direct. Terwijl bij de schalen de natiën heel direct het voorwerp zijn. Bij de bazuinen wordt iets aangekondigd en er gebeurt ook veel, maar het blijft een aankondiging. Bij de schalen is het echt de toorn van God die de mensheid treft. Waarom dat zo is, zullen we straks ook nog zien.⟨/p> ⟨p>Ik ontleen dit aan een van de schema's die Art gemaakt heeft en die ik ook op de website heb staan. Ik heb hem een klein beetje ingekort om hem op het plaatje te krijgen, maar daardoor is het ook wat lastiger te lezen. Wat je echter ziet, is dat bij de eerste bazuin de aarde wordt getroffen, en bij de eerste schaal is dat eveneens het geval. Bij de tweede bazuin wordt de zee getroffen, en bij de tweede schaal is dat ook zo. Bij de derde bazuin zijn de waterbronnen en de rivieren het onderwerp, en je kunt het gewoon invullen: bij de derde schaal zijn de waterbronnen en de rivieren eveneens het onderwerp. Maar je ziet iedere keer: eerst begint het met een derde deel en hier betreft het het geheel. Dat is een groot verschil. Het is echter een logische volgorde: eerst wordt een deel getroffen, maar het breidt zich uit tot het geheel.⟨/p> ⟨p>Bij de vierde bazuin wordt de zon getroffen – althans, één derde van de zon – en bij de vierde schaal wordt ook weer de zon getroffen, maar dan blijkt het het totaal te zijn. Nu wil ik ook niet beweren dat de beschrijvingen van de bazuinen en de schalen identiek zijn. Dat is niet waar. Het is niet zo dat je ze simpelweg op elkaar kunt leggen en dat het geen extra informatie zou geven. Sterker nog, de schalen geven soms heel andere, nieuwe informatie over wat er dan allemaal plaatsvindt. Als we het specifiek over die schalen gaan hebben, zal dat vanzelf nog wel aan de orde komen.⟨/p> ⟨p>Om het rijtje nog even compleet te maken: bij de vijfde bazuin vindt verduistering plaats, maar ook pijniging. Dat is ook weer het geval bij de vijfde schaal. Bij de zesde bazuin speelt de Eufraat een grote rol, en ook een leger en oorlog. Dat is ook weer het geval bij de zesde schaal. Overigens zullen we het over deze twee, en over de zevende die nu nog volgt, vandaag niet meer hebben. Dat parkeren we voor de volgende keer. Dit heeft alles te maken met de stad Babel – vandaar ook de Eufraat. Want u weet: Babel is de stad die aan de Eufraat ligt.⟨/p> ⟨p>Tenslotte heb je daar nog de zevende bazuin. Dat is definitief, want bij die bazuin gebeurt er nog een afschuwelijke natuurramp, maar vanaf dit moment is de stad Babylon ook compleet in één uur verwoest. Dat is één ding. Maar vervolgens is dat eigenlijk ook het laatste bolwerk, en dan is het Koninkrijk wereldwijd voor onze Heer aangebroken. Dan is er geen tegenstand meer. Dan zijn alle barricades, alle barrières en alle tegenstand gebroken. Heel het Koninkrijk zal dan wereldwijd gevestigd zijn. Bij de zevende bazuin wordt dat aangekondigd, en bij de zevende schaal zie je exact hetzelfde: 'het is geschied'. Bij beide lees je over bliksems, donderslagen, een grote mega-aardbeving en grote hagelstenen. Het kan niet missen: het gaat bij de bazuinen en de schalen om dezelfde periode. Iedere keer weer. Alleen is het telkens fase 1 en fase 2. Dat is het verschil.⟨/p> ⟨p>Ik zou niet weten hoe je dit nog duidelijker kunt maken dan hoe het hier op een rijtje is gezet in het schema, want het loopt volstrekt parallel. De logica dringt zich ook aan je op, want inmiddels is het Koninkrijk in Israël gevestigd. Alleen zijn nu de volkeren nog aan de beurt, want het Koninkrijk is niet alleen iets van Israël, maar voor heel de wereld en voor alle natiën. Nou, dat waren zowat de inleidende opmerkingen.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-5" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1269" title="Speel af vanaf 21:09">▶ 21:09⟨/button> ⟨span>Openbaring 16 Vers 1: een Megastem Vanuit de Tempel⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En ik stel voor dat we nu bij vers 1 van hoofdstuk 16 gaan beginnen. Daar staat: "En ik hoorde een luide stem." Dat gebeurt wel vaker in het boek Openbaring, dat Johannes toegeroepen wordt door een luide stem. Letterlijk staat er trouwens "een grote stem", maar zo zeg je dat in het Nederlands niet. In het Grieks staat daar het woord ⟨em>mega⟨/em>. Dat kennen we allemaal; wij zeggen dan "mega", maar dat is het Griekse woord en dat betekent inderdaad "groot". Er is geen hoofdstuk in de Bijbel waarin dat woord zo vaak voorkomt als in hoofdstuk 16 van Openbaring, want daar staat het woordje ⟨em>mega⟨/em> maar liefst elf keer. Ik zal het u laten zien: een megastem — die vind je trouwens later in het hoofdstuk nog een keer — een mega hitte, een mega rivier, een mega dag (de grote dag), een mega aardbeving (twee keer zelfs), een megastad (dat is Babylon, ook aangeduid als het grote Babylon oftewel mega-Babylon), een mega-hagel en een mega-plaag.⟨/p> ⟨p>Nou, daarmee heb ik wel aangegeven dat dit hét hoofdstuk is. Een groots hoofdstuk waarin grootse dingen aan de hand zijn. Dus als hier in vers 1 meteen staat "en ik hoorde een grote, een megastem", dan is dat met recht het inluiden van iets heel groots en definitiefs. Johannes hoort die megastem vanuit de tempel; dat is de tempel van God in de hemel. Dat blijkt ook uit de laatste verzen van hoofdstuk 15. De stem spreekt tot de zeven boodschappers. In verband met de bazuinen lees je ook over zeven boodschappers, de zeven geesten die voor Zijn troon zijn en de zeven boodschappers aan wie een bazuin gegeven wordt. Hier is wederom sprake van zeven engelen, zeven boodschappers die overigens priesterlijk werk doen.⟨/p> ⟨p>Daar bedoel ik dit mee: in de eerste plaats moet ik hiervoor eigenlijk even terugbladeren naar het direct voorafgaande in hoofdstuk 15. Ik weet niet of u alle studies beluisterd heeft — u heeft in ieder geval aardig de tijd gehad, maar dat waren er ook heel wat en u hebt misschien nog wel andere dingen te doen — maar hoofdstuk 15 is de introductie van hoofdstuk 16. Daar worden de zeven boodschappers al geïntroduceerd. Wat we daar lezen, is dat zij de tempel van God in de hemel vullen met de rook van de schalen. Als u een Statenvertaling heeft, dan wordt daar niet het woord "schalen" gebruikt, maar "fiolen". Niet met een V, maar met een F. Dus niet een muziekinstrument, maar een fiool. We kennen dat woord bijna niet meer, maar het is eigenlijk een schaal; een hele platte schaal waar maar weinig in kan. Het is een attribuut dat in de tempel veel gebruikt wordt en dat je in de boeken van Mozes ook vaak vermeld vindt. Alleen al het woord "schaal" herinnert daaraan.⟨/p> ⟨p>Die schalen worden uitgegoten, wat aangeeft dat het heel rap gebeurt. Met grote snelheid vindt dit plaats. Dat hebben we bij een andere gelegenheid ook al eens overdacht en ik denk dat je daar altijd op bedacht moet zijn: God is altijd snel in Zijn oordelen. Zijn oordelen kunnen buitengewoon heftig zijn en hoofdstuk 16 is daar echt een voorbeeld van. Buitengewoon heftig? Jazeker, maar het gebeurt ook kort. Die schalen herinneren daar ook aan. Ze zijn zo uitgegoten; dat is gauw gedaan, want het zijn geen diepe emmers. Nee, het zijn schalen en die worden uitgegoten. En waarom benadruk ik nu dat dit inderdaad iets te maken heeft met de tempel, het heiligdom en met priesterlijk werk?⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-6" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1582" title="Speel af vanaf 26:22">▶ 26:22⟨/button> ⟨span>Het Priesterlijke Doel van de Schalen van Toorn⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Dat is omdat wat hier in hoofdstuk 16 plaatsvindt, feitelijk priesterlijk werk is. En wat doet een priester? Een priester heeft een bemiddelende functie. Aan de ene kant representeert hij het volk bij God, maar hij representeert ook God naar het volk toe. Hij is de spreekbuis van God voor het volk, terwijl hij aan de andere kant in gebed of in welke bediening dan ook het volk vertegenwoordigt naar God toe. Die bemiddelende functie is cruciaal. Het priesterlijke zit hem hierin dat die schalen een functie hebben om de wereld – de volkerenwereld, de natiën – eigenlijk gewoon wereldwijd weer terug te brengen tot God.⟨/p> ⟨p>Ik denk dat het heel goed is om je dat goed te realiseren, want je zou door alle herrie, al het lawaai en alle heftigheid dat zomaar vergeten. Je zou je kunnen verliezen in de emotie en de heftigheid van wat er allemaal plaatsvindt. Maar je moet het grote geheel in het oog houden: wat hier aan de hand is, is dat van Godswege – want die schalen komen van boven en worden aan boodschappers toevertrouwd – de hele wereld weer teruggebracht wordt bij Hem. Hoe heftig dat ook is, dat is het doel. Dat zullen we later in dit hoofdstuk trouwens nog een of twee keer zien; dan wordt dat opnieuw benaderd. Het zijn dus niet zomaar willekeurige oordelen, gerichten of rampen die plaatsvinden.⟨/p> ⟨p>Je zou kunnen denken: "Mijn hemel, waar is dat voor nodig?" Nou, daar worden we eigenlijk bij voorbaat al bij bepaald: het is priesterlijk. Hier zijn boodschappers van Godswege bezig om de wereld weer bij God te brengen. En dat is eigenlijk heel letterlijk: het is om de wereld onder het beslag van het Koninkrijk te brengen en om alle volkeren te onderwerpen aan de Koning-Priester in Jeruzalem. Dat zijn die zeven boodschappers. En dan wordt er tegen hen gezegd – ik hoorde een megastem vanuit de tempel zeggen tot de zeven boodschappers: "Ga heen." Nu moeten ze in actie komen. "Giet die zeven schalen uit." En wat zijn die schalen? Het zijn de schalen van de toorn van God, uitgegoten op de aarde. Dat is het idee.⟨/p> ⟨p>Hoezo "schalen van toorn"? Het is volgens mij ook een beetje een staande Nederlandse uitdrukking geworden: de fiolen van toorn over iemand uitgieten. Kent niemand dat? Als je verschrikkelijk boos bent op iemand, dat je de fiolen van toorn daarover uitstort... Het is een beetje oud-Nederlands misschien, maar... Therese, ken jij het ook niet? Jij als één van de oudsten in dit gezelschap – nee, nee, nee, je bent nog geen kampioen hoor, dat niet. Ik vermoed zo – ik ga er geen weddenschap om doen – dat als je in de Van Dale kijkt onder "de fiolen van toorn", je het zult tegenkomen. En als je dat dan terugleest, dan is dat ontleend aan Openbaring 16.⟨/p> ⟨p>Het punt is dit, en daarom is die setting ook zo belangrijk: het Koninkrijk is inmiddels gevestigd in Jeruzalem. Israël is hersteld. Er zijn allerlei gebeurtenissen die daarmee verband houden; we hebben er wel vaker bij stilgestaan. Ze zijn naar de woestijn gebracht, daar wordt Israël verzameld en dan trekken ze op naar het land, waarna het land wordt hersteld. Dat is natuurlijk niet iets wat je zomaar even op een late namiddag doet. Maar daar in Jeruzalem wordt het Koninkrijk gevestigd. Er is een opwekkingslied dat zegt dat Hij vanaf Zijn troon regeert; daar staan soms hele onware dingen in, maar dit klopt als een zwerende vinger. Dat klopt mega. Namelijk dat Hij vanaf Zijn troon – dat is een hele Bijbelse gedachte – vanuit het middelpunt de heerschappij gaat uitbreiden. Vanaf Zijn troon vestigt de Zoon Zijn heerschappij, en dat begint inderdaad in het centrum, in het middelpunt, in Jeruzalem.⟨/p> ⟨p>De Koning is daar dus inmiddels gevestigd en Israël is hersteld, maar de volkeren moeten nog onderworpen worden. Aan het einde van die Grote Verdrukking was er al een enorm conflict, want de volkeren waren verzameld om Jeruzalem onder de voeten te lopen. Bij die gelegenheid verschijnt de Heer op de Olijfberg, wat de bevrijding van Israël inluidt. Maar als Israël dan eenmaal hersteld is, wat gaat er dan gebeuren? Dat zagen we in hoofdstuk 7: dan worden er 144.000 uit alle stammen van Israël verzameld. Zij gaan het Evangelie van het Koninkrijk prediken. En dat is niet zomaar een aardige uitnodiging of een advies. Nee, de Koning is daar! En dat is een Koning in de Bijbelse zin van het woord; dat is niet iemand die lintjes doorknipt, maar iemand die knopen doorhakt. Dat is dé Koning. Geen democratie meer – sorry – maar echt een Koning. Eindelijk een echt slagvaardige heerschappij, volstrekt rechtvaardig.⟨/p> ⟨p>Die Koning gaat Zijn Koninkrijk uitbreiden en Hij zendt Zijn 144.000 uit, eigenlijk in het hol van de leeuw. Ze gaan te midden van de wereld die nog tal van oordelen en gerichten zal ondergaan. Die 144.000 worden verzegeld; ze worden beveiligd en hen zal niets overkomen. Zij gaan die boodschap van het Koninkrijk prediken. De wereld in het algemeen zal echter buitengewoon onwillig zijn, en dat verklaart ook die schalen van toorn. Ze kunnen er vanaf dat moment ook niet meer onderuit dat er één God is en dat Hij werkelijk een realiteit is, de God van Israël. Dat is één ding. Maar een ander ding is dat het niet past in het denkraam van de Verenigde Naties. Want dat staat er haaks op. Dat is nu zo en dat zal straks nog net zo zijn.⟨/p> ⟨p>Dan komt de Koning, maar de Verenigde Naties zeggen: "Laat ons hun banden verscheuren." Ik zeg het zoals het letterlijk in Psalm 2 staat: dat alle natiën tezamen spannen tegen Yahweh en Zijn Gezalfde. "Kom, laat ons hun banden van ons werpen." Dan verzamelen ze zich inderdaad wederom tegen Israël. Maar dat is waar we het de volgende keer wellicht over gaan hebben: Harmageddon. Dat is dikwijls zeer misbegrepen. In ieder geval is er hier sprake van een patstelling. Van een groter conflict kun je niet denken. Ik weet het, het klinkt haast als sciencefiction. Het is heel futuristisch – en met recht, want het is de toekomst. Maar het Koninkrijk heeft zich daar gevestigd en dat Koninkrijk wordt nergens in de wereld gepruimd.⟨/p> ⟨p>Dan is de vraag: wie gaat er winnen? Je zou zeggen dat de rest van de natiën wint, want zij zijn in de meerderheid. Maar de meerderheid beslist hier niet. Dat denken de Verenigde Naties wel, maar daar denkt de God van Israël toevallig net even anders over. Dat verklaart die toorn van God: "Oh, jullie willen niet luisteren?" Dit is dus ook een heel andere setting dan de tijd waarin wij nu leven. Wij leven in de tijd van de genade en ook van de verborgenheid. Het Koninkrijk houdt zich verborgen en de mensen kunnen doen wat ze willen. Ze kunnen God bespottelijk maken en er gebeurt niets; geen vlammen uit de hemel, helemaal niets. Je kunt lekker je gang gaan. De Koning is verborgen, alles van Hem is verborgen en Hij grijpt niet in. Dat is genade, en dat is wat we prediken. Maar dan breekt er een heel andere tijd aan, en dat moet u zich goed realiseren.⟨/p> ⟨p>Voor alles onder de hemel, dat wist Salomo al, is er een bestemde tijd. Er is een tijd van zwijgen, en dat is het nu. God zwijgt in zijn liefde. Maar straks gaat Hij spreken in zijn toorn. Nou, berg je dan, want Hij laat niet met zich spotten.⟨/p> ⟨p>En als die Koning eenmaal daar gevestigd is in Jeruzalem, dan is er geen houden meer aan. Dan zal de boodschap inderdaad klinken: onderwerp je aan de Koning, of "kus de Zoon". Dat is ook Psalm 2: kus de Zoon. Dat wil zeggen: onderwerp je aan Hem, want dan trek je aan het langste eind. En zo niet, dan zul je toch echt het onderspit delven.⟨/p> ⟨p>Hier is dus sprake van die schalen van toorn die uitgegoten worden over de wereld, over de aarde. Waarom? Omdat de volkeren geacht worden te luisteren en ze dat niet doen. Nou, dan krijg je dus hiermee te maken. Goed, vers 2.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-7" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2253" title="Speel af vanaf 37:33">▶ 37:33⟨/button> ⟨span>De Eerste Schaal: een Boosaardig Gezwel op de Aarde⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En de eerste van die boodschappers, die engelen, ging heen en goot zijn schaal uit op de aarde. Dat de aarde hier specifiek genoemd wordt, is ter onderscheiding van de zee in het volgende vers. Er kwam een kwaad en boosaardig gezwel op de mensen – of een zweergezwel – namelijk op hen die het merkteken van het beest hadden en die zijn beeld aanbaden. Dat was overigens niet op de 'bijsluiter' vermeld toen het merkteken van het beest gegeven werd.⟨/p> ⟨p>Je kunt er op twee manieren tegenaan kijken waarom dat gezwel boosaardig is. De ene benadering is dat het een rechtstreekse straf van God is: "Hebben jullie dat gedaan? Nou, dan trakteer ik hierop." Dat zou kunnen, maar er blijkt nog een opmerkelijke overeenkomst te zijn met de plaats waar dat merkteken op de hand en op het voorhoofd – of bij de ogen – geplaatst wordt. Dat heeft te maken met de oppervlakte, op of eventueel onder de huid. In ieder geval bevindt het zich aan de oppervlakte. De andere benadering is dat het teken zelf op termijn een gezwel veroorzaakt. Ik moet u zeggen dat ik dat helemaal geen gekke optie vind. Er zijn immers vaker medicijnen of vaccins die worden toegediend en op termijn allerlei narigheid veroorzaken die men vooraf niet had gezien. Men kan dan wel zeggen dat het een paar maanden intensief getest is, maar dat is juist het punt: slechts een paar maanden.⟨/p> ⟨p>Hoe dan ook, het eerste wat we lezen in verband met deze oordelen is dat de aarde wordt getroffen. Er kwam een boosaardig gezwel op de mensen die het merkteken van het beest hadden en zijn beeld aanbaden. In hoofdstuk 13 vers 16 lazen we inderdaad dat dit merkteken zou worden gegeven op hun rechterhand of bij hun ogen. In de eerdere studies ben ik er al op ingegaan dat het Griekse woord voor 'voorhoofd' eigenlijk niet eens zozeer alleen naar de plek boven de neus verwijst; het heeft te maken met de ogen, het is 'bij de ogen'. Dat is het voorhoofd natuurlijk ook, maar het is breder. Het eerste wat we hier lezen is dat het een kwaad en boosaardig gezwel is. Dat is niet een kleinigheidje waarvoor je even naar de huisarts gaat voor een pilletje waarna het weer over is. Het is echt heel serieus, zo wordt het beschreven.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-8" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2491" title="Speel af vanaf 41:31">▶ 41:31⟨/button> ⟨span>De Tweede Schaal: de Zee Wordt als Bloed⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En dan de tweede boodschap. Hij goot zijn schaal uit in de zee. In de grondtekst staat daar heel bepaald: ⟨em>de⟨/em> zee. Je hebt bepaalde en onbepaalde lidwoorden, en hier is het een bepaald lidwoord. Bovendien staat het in het enkelvoud: zee, niet zeeën. Je zou kunnen argumenteren dat het hier gaat over de zee in het algemeen, over alle zeeën. Dat kan. Maar het kan ook inderdaad over één specifieke zee gaan, en de meest voor de hand liggende is dan de Middellandse Zee. Als er vanuit het perspectief van het land Israël gesproken wordt over 'de zee', dan kan het de Dode Zee zijn – maar die lijkt me in dit geval uitgesloten, want die is sowieso al dood – maar doorgaans is 'de zee' gewoon de Middellandse Zee. Daar opteer ik daarom ook voor: dat het gaat over die zee waar de schaal over wordt uitgegoten.⟨/p> ⟨p>Wat er dan gebeurt, is afschuwelijk. We lezen: "en zij werd bloed als van een dode". Gestold bloed dus. U weet: bij een dode gaat het bloed stollen. En elke levende ziel die in de zee was, stierf. Dat is heftig. Maar we kennen het fenomeen al vanuit de Bijbelse geschiedenis, want er vond ooit zoiets plaats op een veel kleinere schaal, namelijk bij de Nijl. Die komt trouwens ook uit op de Middellandse Zee. Dat lees je in hoofdstuk 7 van Exodus. Daar staat ook inderdaad dat alle vissen daarin doodgingen en men het water uit de Nijl niet meer kon drinken. Wat het precies die rode kleur gaf of wat het op bloed deed gelijken, weet ik niet, dat wordt ook niet beschreven, maar zo wordt het ons voorgehouden.⟨/p> ⟨p>Ik heb wel eens begrepen dat de Middellandse Zee in onze dagen wat mooier doorzichtig is dan de Noordzee, maar dat heeft meer met modder en dergelijke te maken. Er wordt wel eens gezegd dat hij vooral ook zo mooi doorzichtig is door de aanwezigheid van veel chemicaliën. Dat is misschien een wat cynische beschrijving van de zee, maar in ieder geval is hij behoorlijk aangetast door allerlei chemicaliën en dergelijke. Hoe dan ook: op dit moment valt er nog een heleboel te vissen in die Middellandse Zee, maar dat is dan dus echt voorbij. De hele zee sterft uit.⟨/p> ⟨p>Dit is in feite de tweede fase. Ik zei u al: eerst lees je in verband met de tweede bazuin dat een derde deel wordt aangetast. Pas in de 'tweede termijn' – om in parlementaire termen te spreken – wordt in de tweede termijn van diezelfde reeks heel de zee getroffen. Ik neem u even mee terug naar hoofdstuk 8, naar die tweede bazuin: "En de tweede boodschapper bazuinde en iets als een grote berg, brandend van vuur, werd geworpen in de zee. En het derde deel van de zee werd bloed. En het derde deel van de schepselen in de zee die een ziel hebben stierf, en het derde deel van de schepen werd ook aangetast." Daar begint het dus mee.⟨/p> ⟨p>U leest hier over "elke levende ziel die in de zee was" en over "schepselen in de zee die een ziel hebben". Een dier is een ziel. In het algemeen is een ziel een wezen dat ademt. Dat is trouwens ook wat een mens tot een levende ziel maakt: hij ademt, en als hij definitief de adem uitblaast, dan is het een dode ziel. Je leest in Genesis 1 in verband met de zee ook over de zielen die in de zeeën krioelen. Het gaat dus niet alleen over de mens; ook de dieren zijn zielen. Er staat heel algemeen dat het derde deel van de schepselen in de zee stierf, wat betekent dat het over levende zielen ging, anders kun je immers niet doodgaan. Strikt genomen gaat het dus ook niet over de planten. Die zullen ongetwijfeld daardoor aangetast zijn – de koralen en wat dies meer zij – maar plantaardig leven is in de Bijbel nooit een ziel. Een ziel is altijd dat wat krioelt, wat beweegt en wat adem in de longen heeft. Dat is wat een ziel maakt, en dat is een plant niet. Maar goed, dat is nog weer even een verhaal apart.⟨/p> ⟨p>Het gaat nu om het punt dat de aantasting begint op het moment dat er "iets als een grote berg" – er wordt verder niet nader verklaard wat dat is – in de zee wordt geworpen. Is het een gigantische meteoriet? Het doet daaraan denken, want het komt van boven, het komt in de zee en het is gloeiend heet, brandend van vuur. De zee werd bloed. Dat is een ramp van de eerste orde. Maar in de eerste termijn is dat dus een derde deel dat getroffen wordt. Laat ik vers 4 er ook nog even bij betrekken.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-9" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2920" title="Speel af vanaf 48:40">▶ 48:40⟨/button> ⟨span>De Derde Schaal: Rivieren en Waterbronnen Worden Bloed⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En de derde boodschapper, die ook een schaal had gekregen, goot zijn schaal uit in de rivieren en de waterbronnen. En het werd bloed. Eerst werd dus het land getroffen, toen werden de zeeën getroffen, en nu zijn de rivieren en de waterbronnen aan de beurt, precies zoals u dat ook in verband met de bazuinen las. Het water werd bloed. Eerst waren het de wateren in de zee die bloed werden, en nu zijn ook de rivieren aan de beurt.⟨/p> ⟨p>Maar ik moet erbij zeggen: in de eerste fase was dat nog anders. Dan lees je namelijk dat ze bitter worden als alsem. Ik neem u weer even mee naar hoofdstuk 8, naar de derde boodschapper die de bazuin blaast. Daar lees je dit: "En de derde boodschapper bazuinde en vanuit de hemel viel een grote ster, brandend als een fakkel." Hier staat het dus expliciet. Dat is trouwens in het algemeen wat je diverse keren leest in het boek Openbaring: dat vanuit de sterrenwereld, vanuit de ruimte, een berg, een steen, een fakkel of een grote ster de aarde raakt of, in dit geval, de waterbronnen aantast.⟨/p> ⟨p>Ik moet denken aan een artikel dat ik heb gelezen over de Etna, de meest actieve vulkaan van Europa, die richting zee glijdt. Zou dat het ook kunnen zijn? Dat komt namelijk ook van bovenaf in de zee terecht. In hoofdstuk 8 staat: "iets als een grote berg". Nou ja, een vulkaan is weliswaar geen berg in de strikte zin, maar het zou aan die beschrijving kunnen voldoen. Dat is een hele goede optie. Dan praat je dus niet over iets wat uit de ruimte komt, maar over een brandende vulkaan die de zee in glijdt. De Etna ligt centraal in de Middellandse Zee. En er wordt ook gezegd dat de schepen worden aangetast. Dat zou heel goed passen.⟨/p> ⟨p>Kijk, als je zoiets leest, wordt er heel wat gezegd, maar ik moet er ook bij zeggen dat er een heleboel niet wordt gezegd. Er blijven allerlei details en vragen over die u zou kunnen stellen: welke berg is dat dan, hoe worden ze precies aangetast en wat gebeurt er dan? We moeten het doen met de tekst zoals die zich aan ons onthult.⟨/p> ⟨p>Ik wil nog even terug naar Openbaring 8, wat ik zojuist al even aankondigde. In verband met de derde boodschapper die bazuinde, lees je: "En vanuit de hemel viel een grote ster, brandend als een fakkel. En hij viel op het derde deel van de rivieren en op de bronnen van de wateren." Je kunt je daar ook weer allerlei vragen bij stellen. Hoe kan dat dan? Hoezo een derde deel van de rivieren? Maar goed, de naam van die ster wordt Alsem genoemd. Ik mag aannemen dat wanneer dat plaatsvindt en het derde deel van het water tot alsem wordt, men ook meteen weet waarom ze die ster zo noemden. Velen van de mensen stierven immers van het water dat bitter was geworden, bitter als alsem.⟨/p> ⟨p>Bij de derde schaal gaat het ook over de rivieren en waterbronnen, maar daar zijn ze inmiddels bloed geworden. Ook hier kan ik me heel goed voorstellen dat de eerste fase — de bazuinen — het moment is waarbij een derde deel getroffen wordt en alles bitter wordt, terwijl in een latere instantie het geheel van de waterbronnen en rivieren wordt aangetast en bloed wordt.⟨/p> ⟨p>Zoals ik al zei: u kunt zich hier talloze vragen bij voorstellen, maar één ding is volstrekt helder: dit zijn afschuwelijke dingen die over de aarde gaan gebeuren. U zou me de vraag kunnen stellen: "André, vind je niet dat je je even moet excuseren dat je op de eerste Bijbelstudieavond meteen zulke heftige onderwerpen aan de orde stelt?" Maar ja, hoofdstuk 16 was nu eenmaal aan de beurt en we bespreken gewoon wat zich aandient.⟨/p> ⟨p>Aan de andere kant word ik enorm getroost door het gegeven dat ik zojuist al aanvoerde: dit zijn priesterlijke gerichten. De doelstelling is dat het op termijn de wereld bij God brengt. Dat is één ding. Daarnaast plaatst het de dingen die we nu zien gebeuren in perspectief. Waarvan nu soms gezegd wordt: "Oei, oei, oei," daarvan denk ik: wacht maar. Dit zijn geen sprookjes, dit is niet zomaar wat avondwerk of iets wat je voor het slapengaan even op je nachtkastje legt. Dit zijn zulke heftige dingen.⟨/p> ⟨p>Vergis u niet, we praten hier over de transitie van deze aioon, die boos is, tot op het bot verdorven en verdraaid. Dat gaat culmineren, het komt op een dieptepunt, en dan gaat God ingrijpen. Dat zal een enorme clash zijn. Dat is wat het boek Openbaring beschrijft, en dat is heel serieus. Maar als u dan ziet waar het toe leidt, die zeven schalen... Hoe bij de zevende schaal alles voltooid is en hoe alles inderdaad rechtgezet is, waarna het Koninkrijk aanbreekt. Dan zeg ik: het komt dus toch goed. Hoe heftig het ook is, het komt op zijn pootjes terecht.⟨/p> ⟨p>Dat is het geweldige, want we hebben een God die aan het werk is en die ingrijpt. Nou, ik zie dat het inmiddels tijd is. Ik heb mijn blik niet constant op de klok gericht, dus ik stel voor dat we eerst even een kopje koffie gaan drinken. Daarna gaan we verder met de rest van dit hoofdstuk. Wij pakken de draad zo weer op.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-10" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3350" title="Speel af vanaf 55:50">▶ 55:50⟨/button> ⟨span>Vervolg Na de Pauze: Israël Tijdens de Oordelen⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En dat viel niet mee, zoals jullie zojuist konden zien. Want soms ben je helemaal de draad kwijt tussen al die snoeren hier. Wij hadden het dus over de derde boodschapper die de bazuin blies. Maar dat was in hoofdstuk 8, en in hoofdstuk 16 is het de derde boodschapper die de schaal uitgiet over de rivieren en de waterbronnen, waardoor deze in bloed veranderden.⟨/p> ⟨p>Er kwam in de pauze nog een vraag op over in hoeverre Israël hier hinder van zal ondervinden. Ik kan me niet voorstellen dat de oordelen volledig aan Israël voorbijgaan, maar ik vergelijk het met de oordelen die ooit het Egypteland troffen terwijl Israël zich daar ook bevond, namelijk in de streek Gosen. Je leest inderdaad dat wat er ook gebeurde met Egypte, Israël zich in een zone bevond waar zij daar helemaal vrij van waren. Ongetwijfeld zullen ze het gemerkt hebben, maar het trof hen niet pijnlijk; zij waren geen voorwerp van al die verschrikkelijke dingen.⟨/p> ⟨p>Je kunt je voorstellen dat dit destijds ook enorm veel kwaad bloed heeft gezet bij de Egyptenaren. En zo zal het straks ook weer zijn wanneer de rampen over de wereld gaan. Dat piepkleine gebied van Israël zal daar dan volledig van gevrijwaard zijn. Ook dat zal opnieuw de toorn van de volkeren oproepen. We hebben hier te maken met de toorn van God, dat is de ene kant, maar we hebben in het boek Openbaring ook al eerder gelezen over de toorn van de volkeren die zich ontbrandt tegen die herstelde natie van Israël.⟨/p> ⟨p>Er is trouwens nog veel meer gelijkenis tussen de tien plagen die ooit Egypteland troffen en wat je in Openbaring 16 vermeld vindt. Ik zou er eigenlijk even een diaatje van moeten maken; dat is misschien een goed idee voor de volgende keer om de verschillende parallellen te tonen. Waar we het nu over hebben, zijn bijvoorbeeld de rivieren die bloed werden. Dat is één op één vergelijkbaar met de Nijl, waar dat ooit het geval was. Maar dat rijtje is nog veel langer te maken. Eigenlijk was dat destijds ook een confrontatie – niet alleen tussen God en Israël – maar ook de goden van Egypte werden tenietgedaan en, om het netjes te zeggen, te kijk gezet.⟨/p> ⟨p>Goed, vers 5: "En ik hoorde de boodschapper van de wateren zeggen..." Men heeft daaruit geconcludeerd dat de verschillende elementen, zoals de wateren, de aarde en het vuur, elk een engel of representant hebben: een boodschapper. Ik denk niet dat die gedachte op zich onbijbels is; sterker nog, daar zit best wat in. Hier is sprake van de boodschapper van de wateren, waaruit je zou kunnen afleiden dat de wateren kennelijk een representant in de hemel hebben.⟨/p> ⟨p>Maar ik vraag me af of dat per se de gedachte moet zijn. Je zou namelijk ook kunnen verdedigen dat het gaat over de boodschapper die belast is met de wateren waar het hier specifiek over gaat. De boodschapper die wellicht zelfs identiek is aan degene die die schaal hier uitgiet over de rivieren en de waterbronnen. Dat deze boodschapper van de wateren hier nu iets gaat zeggen. Ook die optie ligt open; het kan, maar het hoeft niet per se. Daarom zeg ik ook dat ik ervoor wil waarschuwen om daar al te stellige conclusies uit te trekken, want het is niet dwingend. Maar de optie is het overwegen waard. "Ik hoorde de boodschapper van de wateren zeggen..." Dit is dan een gebed.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-11" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3655" title="Speel af vanaf 01:00:55">▶ 01:00:55⟨/button> ⟨span>De Boodschapper van de Wateren Looft Gods Rechtvaardigheid⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Kijk, die boodschapper richt zich in feite tot de wereld, want hij wordt door God gezonden tot de wateren en de waterbronnen. Maar in dit geval spreekt die boodschapper ook een boodschap uit naar God toe. Hij zegt: "Rechtvaardig bent U, die is en die was." Je zou nu denken dat er nog iets gaat komen, namelijk dat wat we in hoofdstuk 1 vers 4 en 8 en in hoofdstuk 4 vers 8 aantreffen: "die was, die is en die komen zal." Dat was trouwens ook altijd de zin waarmee men in reformatorische huizen de kerkdienst op zondagmiddag aanving. Het is ontleend aan Openbaring 1, en daar zit trouwens ook de Godsnaam in: "Ik ben die Ik ben", maar ook "Ik ben die Ik zijn zal." Die "is" is de tegenwoordige tijd, "was" is de verleden tijd en "komen zal" is de toekomst.⟨/p> ⟨p>In hoofdstuk 1 en hoofdstuk 4 gaat het inderdaad nog over degene die gaat komen, omdat Hij op het moment dat dat gezegd wordt nog komen moet. Maar nu ontbreekt dat. Het is alleen: "die is en die was." Het idee daarbij is dat Hij namelijk al gekomen is. Dat is precies wat we inmiddels eigenlijk al geconcludeerd hebben voor de periode van de schalen en de bazuinen. Want in hoofdstuk 11 vers 17, bij het blazen van de zevende bazuin, lees je ook over "Hem die is en die was", maar niet over "Hem die komen zal." Dat is dezelfde situatie: in de periode van de schalen en de bazuinen is Hij reeds gekomen. Dan is Zijn Koninkrijk in principe al gevestigd, ook al is het wereldwijd nog niet daadwerkelijk overal gerealiseerd. Dat is het proces dat hier gaande is.⟨/p> ⟨p>Hij wordt aangesproken als rechtvaardig. In welk opzicht dan wel? Er staat: "Rechtvaardig bent U, die is en die was, de Rechtschapene." De NBG-vertaling zegt "de Heilige". Het duidt op Zijn volstrekte morele integriteit, op dat wat rechtschapenheid is. Hem valt niets te verwijten; Hij is echt zonder blaam en volstrekt zuiver. U bent rechtvaardig en U bent de Rechtschapene, ook in het feit dat U deze dingen oordeelt. Het hangt er een beetje vanaf hoe je de klemtoon legt: "Rechtvaardig bent U, die is en die was, de Rechtschapene, dat U deze dingen oordeelt." En niet een ander, want alleen Hij is bij machte om dat op die manier te doen: rechtschapen, rechtvaardig, eerlijk en zuiver. Het oordeel dat hier plaatsvindt is inderdaad heftig, maar niettemin volstrekt rechtvaardig.⟨/p> ⟨p>Aan wie zou je het oordeel anders willen toevertrouwen? Een goed, zuiver en rechtvaardig oordeel moet toevertrouwd zijn aan iemand die daartoe bij machte is. Een menselijke rechter kan zo goed en zo kwaad als hij kan een oordeel uitspreken, maar elke rechter zal — als hij eerlijk en intelligent genoeg is — erkennen dat er zoveel dingen onbekend voor hem zijn. Wat valt er allemaal binnen zijn gezichtsveld en wat valt er eigenlijk buiten? Hoe is hij in staat om de dingen daadwerkelijk op hun merites proportioneel te beoordelen? Dat geldt trouwens voor elk besluit, ook voor leiders, koningen en presidenten. Wie is bij machte om dat werkelijk zuiver te doen? Dan kom je toch echt bij Hem uit die hier inderdaad actief is.⟨/p> ⟨p>"Rechtvaardig bent U, de Rechtschapene, dat U deze dingen oordeelt." Het gaat hier specifiek over het oordeel dat plaatsvindt met de waterbronnen en de rivieren. Waarom dat zo is, wordt gemotiveerd in vers 6: "Omdat zij het bloed van heiligen en profeten vergoten." De wereld die nu door deze oordelen getroffen wordt, wordt hiervoor verantwoordelijk gehouden. Die heiligen en profeten zijn in de eerste plaats degenen die in het land actief waren en namens God spraken in Jeruzalem. In de eindtijd verwachten we in het Midden-Oosten een rijk waarin de Joodse staat het op een akkoord gooit met een Arabische federatie. In eerste instantie lijkt dat allemaal vrede. Er zal een internationale oplossing komen voor de tempel en de offerdienst; dat gaat absoluut gebeuren. Het profetische woord van de Schrift is daar volstrekt helder in.⟨/p> ⟨p>Dat duurt totdat er een afgodsbeeld geplaatst gaat worden in Jeruzalem. Dan keert alles om, want dan gaat er een enorme verdrukking plaatsvinden in het land en zullen er vele martelaren zijn. De twee getuigen zijn weliswaar onaantastbaar en hun zal niets gebeuren, en er is een overblijfsel in de woestijn, maar allen die in het land gehoor hebben gegeven aan die twee getuigen zullen een afschuwelijke verdrukking ondergaan zoals er nooit geweest is. Er komt een overblijfsel, ook in het land en in de verdrukking. We hebben het gehad over dat Beest uit de zee, de leider van de volkeren van die federatie, maar ook over het Beest uit het land, de leider van de Joodse staat. Zij zullen het op een akkoord gooien en zich gezamenlijk richten tegen de heiligen van de Allerhoogste. Dat wil zeggen: tegen het Joodse overblijfsel dat pal zal staan voor de Messias. Degenen die in het land zijn, zullen dan omkomen en een vreselijk zware verdrukking ondergaan.⟨/p> ⟨p>Daarvoor worden zij verantwoordelijk gehouden. Dat is niet alleen iets in het land; de hele federatie, dat Beest en dat rijk, is verantwoordelijk voor dat bloedvergieten. We zullen het daar nog over hebben wanneer we in hoofdstuk 17 en 18 aankomen bij Babylon en de rol die die stad daarin gaat vervullen. Het is buitengewoon boeiend, en ook ernstig, om je in deze tijd te realiseren hoe die lijnen zich al gaan aftekenen in wat de Schrift daarover zegt.⟨/p> ⟨p>Terug naar Openbaring 16 vers 6. Er staat: "Omdat zij het bloed van heiligen en profeten vergoten, geeft U ook hen bloed te drinken." U, die nu deze gerichten uitoefent of laat gebeuren, geeft hen bloed te drinken. Zij vergieten het bloed van de martelaren, van de profeten en van de heiligen, en nu geeft U hen bloed te drinken. Hoe dan? Wel, door de waterbronnen en de rivieren tot bloed te maken, zodat het niet meer te drinken is. Net zoals dat ooit in het land Egypte gebeurde met de Nijl, toen de Egyptenaren niet van dat water konden drinken. Het zou mij niet verbazen als het hier specifiek gaat over de waterbronnen en rivieren in het Midden-Oosten, over de Eufraat en de Tigris. Het wordt niet bij name genoemd, dus ik moet voorzichtig zijn, maar het lijkt me voor de hand liggend.⟨/p> ⟨p>Let in ieder geval op de associatie: zij vergieten het bloed van de profeten, en nu mogen zij bloed drinken uit de waterbronnen. Trouwens, er zit nog een associatie in, want die heiligen en profeten zijn eigenlijk ook waterbronnen. Dat is typologie. Wat doet een waterbron? Die produceert water. Wat doet een profeet, iemand die het Woord spreekt? Die produceert toch ook water? Een bron van levend water is een beeld dat zo dikwijls in de Bijbel gebruikt wordt.⟨/p> ⟨p>Dat wie van dit water drinkt, het in hem wordt tot een fontein, tot een waterbron die springt. Nou, die heilige profeten worden inderdaad afgeslacht en nu mogen zij ook bloed gaan drinken, namelijk dat van de waterbronnen. Dus aan de ene kant waterbronnen in typologische zin, in de symbolische zin; die worden afgeslacht. Dat bloed vergieten zij, en nu worden ze – letterlijk bloed – eigenlijk gedwongen te drinken omdat het water niet meer zuiver is.⟨/p> ⟨p>Nou ja, en dan staat er nog bij: zij zijn het waardig. De vraag is even wie die ‘zij’ nu zijn. Zijn dat die heiligen en de profeten? Of is het dat zij dat bloed moeten drinken? Ik heb de neiging om te zeggen: het bloed van de heiligen en die profeten, dat roept om wraak. Zij zijn het waardig dat dit nu gebeurt. Vandaar ook dat het rechtvaardig is, het volstrekt billijk. Wat zij hen hebben aangedaan... dat is die verdrukking. Dat zal hen nu overkomen.⟨/p> ⟨p>Dus het is inderdaad heftig wat hen nu overkomt. Ja, maar het is de enige manier om hen ook te laten proeven – letterlijk zelfs – te proeven wat zij hebben aangericht. In feite werken oordelen en gerichten in de Bijbel altijd zo. Waarom vinden oordelen plaats? Om een mens ook te laten... Het zou kunnen dat hij iets hoort en daardoor tot bezinning komt. Maar als je niet wilt horen, dan komt het ook wel tot je, maar dan moet je het voelen. Dat is een pedagogisch principe dat we allemaal kennen.⟨/p> ⟨p>Wil je niet horen? Dat is de veel aantrekkelijkere en veel snellere en kortere route. Maar als je dat dan niet wilt, dan nemen we optie twee. Alleen die is wat pijnlijker. En daardoor ondervind je wat je de ander hebt aangedaan. In het oosten noemen ze dat karma. Dan voel je, ondervind je dat wat je hebt begaan. En dan ineens word je je ervan bewust, van je eigen daden.⟨/p> ⟨p>In feite is het gericht van God... Nee, ik wil het geen karma noemen. Karma is juist precies omgekeerd. Karma is afgeleid; het hele idee van karma is eigenlijk afgeleid van het Bijbelse concept. Dat is trouwens altijd zo. Leugen is altijd een pervertering van de waarheid. Niet omgekeerd. Nou goed. Zij zijn het waardig. En we gaan even verder naar vers 7.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-12" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4457" title="Speel af vanaf 01:14:17">▶ 01:14:17⟨/button> ⟨span>Het Altaar Bevestigt Gods Rechtvaardige Gerichten⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En ik hoorde het altaar zeggen — of vanuit het altaar spreken. Er ging een stem uit van het altaar hier in de hemel; dat is in de context heel duidelijk. En ik hoorde het altaar zeggen: "Ja Heer, God de Almachtige." De Pantocrator, dat wil zeggen: Hij die alles vermag. Hij is God, Hij is Heer, Hij beheerst en Hij is ook in staat om alles te doen wat Hij Zich voorgenomen heeft. Hij is de Almachtige.⟨/p> ⟨p>En dan wordt er vanuit dat altaar gezegd: "Ja Heer, God de Almachtige, waarachtig en rechtvaardig zijn Uw oordelen." Ziet u hoe hier iedere keer, te midden van al die heftige dingen die er gebeuren, benadrukt wordt dat het God is die hier opereert? Het zijn pijnlijke operaties, maar het is waarachtig en ook rechtvaardig in al Zijn oordelen.⟨/p> ⟨p>Als u kijkt naar het woordje 'oordeel', dan staat daar in het Grieks een woord dat u gewoon kunt lezen, zelfs als u helemaal geen Grieks kent. Er staat namelijk ⟨em>krisis⟨/em>. Ons woord crisis komt uit het Grieks, evenals het woord kritiek. Kritiek is een oordeel of een beoordeling, en een crisis is een oordeel. Hier gaat het over oordelen; de oordelen van God zijn evenzoveel crisissen die Hij de wereld laat ondergaan. Die crisissen zijn vreselijk. We hebben er nu vier gezien en we krijgen hierna nog drie schalen. Dat is vreselijk en heftig, maar het is in alle opzichten ook waarachtig en rechtvaardig.⟨/p> ⟨p>Waarachtig wil zeggen dat het zuiver is; er is niets op aan te merken. Het is ook altijd proportioneel. Het is niet te weinig, het is niet slap en het is niet zacht. Dat lijkt me wel duidelijk. Maar ik moet er ook bij zeggen — en dat zeg ik even met het oog op de christelijke orthodoxie — die kent dat eigenlijk niet. Men durft vaak niet over oordelen te spreken, of men heeft er geen idee van waarom God oordeelt. Dat komt omdat men geen God kent die rechtvaardig oordeelt.⟨/p> ⟨p>Rechtvaardig oordelen wil altijd zeggen: proportioneel. Niet te weinig, want er moet recht gedaan worden. Er moet iets rechtgezet worden en dat kan pijnlijk zijn, maar soms is het nodig om op deze wijze in te grijpen. U kent het gezegde wel: zachte heelmeesters maken stinkende wonden. Dat moet je niet doen, want dan opereer je niet goed en snij je niet goed. Snijden is een pijnlijk proces, maar je moet het goed doen. Dat is wat hier ook gebeurt. Het is inderdaad zuiver, maar altijd in proportie; nooit te veel.⟨/p> ⟨p>Dat is heel karakteristiek voor de oordelen van God. We hadden het er al eerder over: ze zijn altijd kort. Een ogenblik duurt Zijn toorn, maar een leven lang Zijn goedertierenheid. Dat zijn de verhoudingen. Dat bedoel ik met proportioneel. Al gaat het er nog zo heftig aan toe — het zijn zeven schalen en het is buitengewoon heftig — het is toch kortstondig en relatief gezien proportioneel. Het heeft een doel; het is geen doel op zich.⟨/p> ⟨p>De oordelen zijn niet zomaar een kwestie van: "Ik zal je betaald zetten." Dat zijn volksgerichten. We kennen dat fenomeen wel: als een mens boos is, en zeker als een massa boos is en zich tegen een vermeende dader keert, dan gaan de violen van toorn daarover uitgieren. Dat is altijd disproportioneel, onrechtvaardig en onbillijk. Gods oordelen zijn echter zodanig dat op het moment dat het werk gedaan is, het oordeel ophoudt.⟨/p> ⟨p>Daar zie je trouwens ook hoe het hele christelijke concept van een eindeloze hellestraf — ik zeg het hier even luid en duidelijk — een demonische leer is. Waarom? Omdat het een vertekening is van de rechtvaardige God die juist altijd gericht oordeelt. Dat moet je nooit wegvlakken. Er is helaas een stroming die God en het hele Evangelie lief, zoet en aardig maakt, maar dat is slappe hap. Het is een vertekening van de Bijbel en van wie God is. God is degene die rechtvaardig oordeelt om alles tot een goed einde te brengen.⟨/p> ⟨p>Het idee van een eindeloze hellestraf is disproportioneel; dat slaat helemaal nergens meer op. Het kent geen einde en ook geen doeleinde. God zou dan oordelen tot in het eindeloze zonder dat het een doel dient. Wie verzint zo'n leer? Dat komt regelrecht uit de afgrond. Er is een categorie mensen die me dat erg kwalijk neemt als ik dat zeg, maar hoe meer ik erover nadenk, hoe sterker ik het ga zeggen. Het verdraagt zich niet met de waarheid en het is ook geen Evangelie. Op het moment dat je zo'n leer aanhangt, ken je het Evangelie niet. Iemand die het Evangelie niet kent, moet het horen. Veel mensen die dit menen over die eindeloze hellestraf, hebben namelijk nog nooit werkelijk gehoord hoe het zit.⟨/p> ⟨p>Ik wil in dit verband nog even aanhalen wat ik hier ook als aantekening bij heb vermeld: de oordelen zijn inderdaad priesterlijk van aard. Ze houden verband met het altaar en dat betekent dat ze dienen om de verbinding tussen God en mensen te herstellen. Dat gebeurt via een priesterlijk koninkrijk, namelijk Israël. Israël is inmiddels tot zijn bestemming gekomen en is geroepen om een koninkrijk van priesters te zijn. Dat is Openbaring 1 vers 5 en 6; die teksten moet ik er in dit verband ook bij betrekken.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-13" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4953" title="Speel af vanaf 01:22:33">▶ 01:22:33⟨/button> ⟨span>De Vierde Schaal: de Mensen Worden Verbrand Door de Zon⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Dan staat er dit: de vierde. Dat is de laatste die ik vandaag nog wil behandelen. Kan het nog? Het mag wel, hè? Ja, oké. Als je een half jaar gezwegen hebt hier, dan mag het wel wat langer doorgaan. We werken toch allemaal thuis, precies, en er is toch geen baas die controleert. Wat zeg ik nou weer? Wat denk jij, René, als baas? Jij hebt natuurlijk wel controle over je personeel. Goed, de vierde. Die vierde boodschap. Hij goot zijn schaal uit, en nu over de zon. Dat loopt synchroon met die vierde bazuin. En hem werd gegeven de mensen — sorry, ik had u al gewaarschuwd, het is heftig — om de mensen te verbranden in vuur.⟨/p> ⟨p>Maar let op. Eerst moeten we kijken naar de bazuin, want bij die vierde bazuin lezen we dat eerst het atmosferische licht verduisterd wordt. Daar wordt gesproken over het licht van zon, maan en sterren dat voor een derde deel verduisterd wordt. Laten we dat eerst even zien. We gaan naar die vierde bazuin in Openbaring 8: "En de vierde boodschapper bazuinde, en het derde deel van de zon werd getroffen, en het derde deel van de maan en het derde deel van de sterren, opdat het derde deel daarvan verduisterd zou worden." Het gaat dus inderdaad over het zon-, maan- en sterrenlicht. En de dag voor het derde deel niet verscheen en de nacht evenzo. Het gaat er dus in eerste instantie bij die bazuin om dat het derde deel van het licht, van het atmosferische licht, ongeacht of dat nou van de zon, de maan of de sterren komt, wordt verduisterd. Someway, somehow. Ik weet ook niet hoe, maar dat wordt hier gezegd.⟨/p> ⟨p>Maar daar blijft het niet bij, want bij die vierde schaal is opnieuw de zon het onderwerp. Alleen is er dan geen sprake meer van verduistering, maar dan wordt die zon verschrikkelijk heet. "En hem werd gegeven de mensen te verbranden in vuur." Nou, dan lees je: "En de mensen werden verbrand door de grote hitte." Dat betekent niet dat ze in vlammen opgingen, want er staat direct achter dat ze de naam van God lasterden. Ze gingen dus niet dood. Nee, ze verbrandden zoals wij dat ook wel zeggen over zonlicht: je kunt verbranden. Ik weet er alles van, want dat is mij diverse keren overkomen. Dat heb je als je zo’n hele blanke huid hebt. Wolter, jij hebt daar niet zo gauw last van, maar in ieder geval, het gaat over die verbranding waardoor je gewoon niet naar buiten kunt.⟨/p> ⟨p>U zegt misschien: "Hè, dat ken ik." Nee, of Tedros of de WHO dan ook zegt dat je niet naar buiten mag, dat weet ik niet. Kijk, bij een echte ramp hoef je dat helemaal niet te verbieden, want de mensen kijken zelf wel uit. Dat is trouwens ook een nadenkertje. Waar is het voor nodig om een verbod uit te vaardigen? Als het echt serieus is, dan kijk je zelf wel uit hoor. Tot zover de politiek. "En de mensen werden verbrand door de grote hitte." Dus inderdaad, dan kun je gewoon niet buiten lopen. Daar komt het op neer.⟨/p> ⟨p>En ja, dat was waar ik aan moest denken. Mensen maken zich tegenwoordig zo druk over de opwarming van de aarde. Gaat de aarde opwarmen? Ik kan het u inderdaad verklappen: dat gaat ze. Maar acties van 'save the planet' of iets dergelijks doen daar niks aan af, want dit gaat gebeuren. Dit hier is niet eens mensenwerk. Nee, het is een boodschapper die van Godswege die schaal uitwerpt, waardoor de zon zo heet wordt dat je buiten niet meer kunt komen omdat je gewoon verbrandt. Hoe lang dit trouwens gaat duren? Dat weet ik niet. Van één bazuin weten we hoe lang die duurt, daar wordt namelijk uitdrukkelijk bij vermeld: vijf maanden. Hoe lang de periode van de schalen in totaliteit gaat duren? Ik denk een paar jaar, maar dat is een onderwerp apart waar we het nog maar eens een keer over moeten hebben. Ik kan dat op dit moment met te weinig argumenten echt onderbouwen om te zeggen hoe lang het precies zal zijn. En goed, als de Bijbel het niet aangeeft, waarom zouden wij daar dan over gaan speculeren? Het is duidelijk wat hier bij die vierde schaal gebeurt: de mensen werden verbrand door de grote hitte.⟨/p> ⟨p>Ik moet u zeggen, om dan toch nog even dat politieke uitstapje te maken: de wereld maakt zich druk over de opwarming van de aarde. Als je denkt dat wij het allemaal zelf in handen hebben, dan ga je al die ingrepen doen en alles uit de kast halen. Maar mensen vergeten één dingetje. Eén dingetje. En dat is Hem. Sorry dat ik het zo zeg, maar ze vergeten gewoon één ding. Ja, maar daar gaat het nu juist om. Dat zei de Heer Jezus ook, hè? "Eén ding is slechts nodig," zei Hij tegen Maria. Er was er ook één, die rijke jongeling, tegen wie gezegd werd: "Eén ding ontbreekt u." Eén ding, nou ja, maar dat is nu juist cruciaal. En dat is hier ook zo. De mensen hebben oog voor alles, ze zijn zo clever. Oh, de mensen zijn zo verschrikkelijk clever. Daarom komt die stad Babylon straks weer op en dan kunnen ze alles. Ja, totdat er Iemand van bovenaf komt die moet gaan kijken naar die toren, weet u wel?⟨/p> ⟨p>Ik vind dit humor. Echt. Dit zijn dramatische dingen, ik doe daar niks aan af, maar als je het grote geheel in de gaten houdt — en ik kan u echt aanbevelen om dat altijd te doen — dan wordt dit echt humor. Waar ze zich druk over maken is soms lachwekkend. "Die in de hemel zetelt, die lacht en de Here spot met hen." Over al die bloedserieuze dingen waar de wereld over zit te vergaderen, alle communiqués die ze uitvaardigen, alles wat ze uit de kast halen en de miljarden die erin gepompt worden. Ze denken dat ze gewichtig bezig zijn, maar het gaat nergens over. Het gaat helemaal nergens over. En de Heer blaast het weg. Kijk, dat is Openbaring. Als Hij openbaar wordt, die nu nog verborgen is, dan gaat er wat gebeuren. Dat zie je hier ook. De wereld maakt zich druk over de opwarming van de aarde en dan komt er zo’n vierde schaal langs die uitgegoten wordt. Nou, dat is even andere koek hoor.⟨/p> ⟨p>Maar ik moet er ook bij zeggen: er zit heel goed nieuws bij. Want de wereld denkt: als wij nu niet ingrijpen, dan gaat de hele planeet — zoals ze dat noemen, wat de aarde trouwens niet is — naar de Filistijnen. Dat is een aardige beeldspraak in dit geval. Ze denken dat er niks van overblijft. Maar dat is helemaal niet waar. Deze aarde gaat nog heel lang mee, nog minimaal duizend jaar, en God heeft Zijn plannen en Zijn beloften daaraan verbonden. Of de mens het daar nu mee eens is of niet, of hij nu wat doet of niet... Ja, ik weet dat mensen dan zeggen: "Oh, dus jij vindt dat je niet zuinig moet wezen met de dingen?" Daar gaat het niet om. Maar als mensen denken dat hun gedrag bijdraagt aan Gods Koninkrijk en dat het hier zo gevestigd wordt op aarde, nou, dan heb je toch echt een verkeerde afslag genomen. En dan dwaal je, dat is altijd zo als je de verkeerde afslag neemt.⟨/p> ⟨p>Ik moet het afronden nu. Er staat nog bij: "En zij lasterden de naam van God die de volmacht heeft over deze rampen." Hier zie je dus dat men donders goed weet wie hier inderdaad acteert, wie hier handelt. Ze weten: dit heeft alles te maken met dat koninkrijkje dat daar nu begonnen is in het Midden-Oosten. Het heeft te maken met die God en Zijn Gezalfde en dat volk wat Hij daar verzameld heeft. Zij lasterden de naam van God. Ze weten het, want dat landje daar heeft er helemaal geen last van. Vraag me niet hoe, dat hoef ik ook helemaal niet te weten. Dat laat ik rustig aan de Almachtige over.⟨/p> ⟨p>Zij lasterden de naam van God die de volmacht heeft over deze rampen. Aha, dus dat betekent dat er een God is en Hij gaat hierover en Hij regelt dat. Rechtvaardig, zuiver, proportioneel en ook effectief; als het zijn doel bereikt heeft, dan houdt het ook op.⟨/p> ⟨p>En dan staat er nog bij – en dat is iedere keer ook een refrein bij deze gerichten, bij deze rampen: en zij bezonnen zich niet om Hem heerlijkheid te geven. En dat is nou net datgene wat men vergeet. En daar gaat het namelijk om. Zouden ze dat doen, dan zou het heel anders wezen. Nou ja, dat is een ongelegd ei, dat weet ik ook wel. Dit gaat zo gebeuren. Maar niettemin: zij bezonnen zich niet...⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-14" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="5615" title="Speel af vanaf 01:33:35">▶ 01:33:35⟨/button> ⟨span>Metanoia: de Crisissen als Oproep tot Omdenken⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Hier staat in het Grieks het woordje metanoia. Wat paranoïa is, dat weten we inmiddels allemaal wel, maar metanoia heeft te maken met de denkzin, de noia, oftewel het denkvermogen. Dat meta is een voorzetsel, net als para. Para betekent 'ernaast', en dan zit je er dus naast met je denkzin. Er zijn nog meer van dat soort werkwoorden met allerlei voorzetsels, maar dit is metanoia. Dat woordje meta betekent letterlijk 'om'. Dus als je het heel letterlijk vertaalt, is het omdenken. Eventueel kan meta ook 'na' betekenen, en dan is het nadenken. In beide gevallen heb je een keurig, perfect Nederlands woord, namelijk omdenken of nadenken, en in beide gevallen worden we geattendeerd op de denkzin.⟨/p> ⟨p>Mensen worden in feite opgeroepen hun verstand te gebruiken. Dit is niet zomaar een religieuze ervaring; dat ze zich 'bekeerden' klinkt vaak veel te religieus. Het is echt een oproep aan mensen om, juist door al die signalen en de crisissen die hier plaatsvinden, hun verstand te gebruiken. Luister nou naar die God die hier optreedt! Ze weten het; ze weten wie hier optreedt. En tegen beter weten in blijven ze deze God lasteren. Dat is het dommeste wat je kunt doen. Daarom worden ze opgeroepen: gebruik je verstand.⟨/p> ⟨p>Maar zij bezonnen zich niet. Er volgen nog een paar schalen, dus het komt goed, maar daar gaan we het de volgende keer over hebben. Voor nu valt deze dia stil, maar ik heb er nog meer hoor; ik heb de diatjes al klaargemaakt. Daar gaan we het de volgende keer over hebben, want over die laatste drie schalen — de vijfde, de zesde en de zevende — daar hebben we, om even in de beeldspraak te blijven, onze handen vol aan.⟨/p> ⟨p>Dan gaan we het onder andere ook nog hebben over Harmageddon en over Babylon. Over Babylon gaan we de komende maanden spreken als God ons de tijd daarvoor geeft en de gelegenheid, want ja, dat weet je natuurlijk ook maar niet. Want als u hier nu allemaal met mondkapjes moet gaan zitten, dan kap ik er mee hoor. Dan kap ik er mee! Nee, want ik wil u niet monddood zien. U moet wel uw mond houden, maar... sorry hoor. Maar goed, zover is het allemaal nog niet. Ik hoop van harte dat we in vrijheid en blijheid bij elkaar kunnen blijven komen, en anders gaan we gewoon ondergronds. Hoe dat allemaal gaat, weet ik niet. Ik ben blij dat we hier vanavond weer eens een keer konden zijn en ik stel voor dat we deze avond gaan afsluiten met dankgebed.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-15" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="5806" title="Speel af vanaf 01:36:46">▶ 01:36:46⟨/button> ⟨span>Afsluiting en Dankgebed⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Machtige God en Vader, we danken U voor dit samenzijn en voor het feit dat we weer in de gelegenheid waren om hier bij elkaar te komen en Uw Woord te openen. Wat is het geweldig om in een donkere wereld werkelijk dat licht te zien en te verstaan, en in Uw licht ook het licht te zien.⟨/p> ⟨p>Dat is soms buitengewoon heftig, zoals we deze avond ook hebben gezien in hoofdstuk 16 van de Openbaring. Crisissen, rampen, oordelen – en toch het licht van een rechtvaardig God die alles rechtzet en terechtbrengt. Dat is adembenemend, dat is zo geweldig groots. Wat is het geweldig dat we die God mogen kennen, die alles, maar dan ook werkelijk alles en ook iedereen, uiteindelijk op Zijn tijd en wijze tot Zijn doel gaat brengen.⟨/p> ⟨p>We danken U voor dat goede bericht dat U ons hebt bekendgemaakt. Dat U onze ogen, oren en harten daarvoor geopend hebt als een werk van U en niemand anders. We danken U, Vader, dat we voor Uw rekening zijn, dat U geeft wat we nodig hebben en dat we in deze woelige tijden, waar zoveel speelt en waar zoveel misleiding ook is, koers houden. Dat we een kompas in Uw Woord vinden en ons niet gek laten maken door alles wat er om ons heen gezegd en geroepen wordt, maar dat we ons blind toevertrouwen aan dat onfeilbare Woord van U.⟨/p> ⟨p>Zo, in dat besef, dragen we ons bij U op. In de naam van Uw Zoon, Christus Jezus, onze Heer. Amen.⟨/p>