⟨h3 id="hoofdstuk-1" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="0" title="Speel af vanaf 00:00">▶ 00:00⟨/button> ⟨span>Introductie en de Twee Perspectieven van Openbaring⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Hallo allemaal, kijkers en luisteraars, hartelijk welkom in deze serie over het boek Openbaring, het laatste Bijbelboek. Dit keer gaan we ons bezighouden met het veertiende hoofdstuk en wel de eerste zeven verzen daaruit. Het is inmiddels al het vierentwintigste deel. Deze serie is begonnen bij hoofdstuk 1 vers 1 en dat gaan we, als we daarvoor de tijd en gelegenheid krijgen, gewoon voortzetten tot en met hoofdstuk 22 aan toe. We hebben dus nog even te gaan en ik heb het als ondertitel dit keer meegegeven: 'nog eens de 144.000'. Ik zeg 'nog eens', en dat is omdat we die 144.000 in een veel eerder stadium ook al zijn tegengekomen. Dat was bij de bespreking van hoofdstuk 7. Er is ook duidelijk een samenhang tussen dat wat in dat hoofdstuk beschreven wordt en wat we in hoofdstuk 14 dan ook tegenkomen. Dat wil ik heel graag laten zien.⟨/p> ⟨p>Maar zoals u van mij gewend bent, wil ik eerst nog eventjes terugblikken op het voorgaande. Niet zozeer de vorige keer, dat was eigenlijk ook al een soort van samenvatting, maar meer ook de plaats die dit veertiende hoofdstuk in het hele boek inneemt. Dan is het goed om even scherp op het netvlies te krijgen waar het feitelijk allemaal over gaat. Wel, het boek heet 'De Openbaring van Jezus Christus' en dat staat tegenover zijn verborgenheid in de huidige tijd. Straks, binnenkort mag ik zeggen, wordt hij, Jezus Christus, die nu nog verborgen is, openbaar. Dat is waar het boek helemaal over gaat.⟨/p> ⟨p>In hoofdstuk 4 tot en met 11 gaat het over de openbaring van Jezus Christus waarbij vooral het koninklijk perspectief wordt belicht. De troon en allerlei elementen die daarin een rol spelen, worden op de voorgrond geplaatst. Als ik zeg de troon, dan blijkt dat sowieso al, want deze sessie begint in hoofdstuk 4 en 5 en daar gaat het allemaal over de troon en alles wat zich daaromheen groepeert. Daar gaat het weliswaar nog over de troon in de hemel, maar het is al heel karakteristiek in het boek Openbaring dat het daar zo mee begint. Na de inleiding van de eerste drie hoofdstukken, als Johannes de hemel binnengaat, dan krijgt hij inderdaad de troon te zien. Daar gaat het in het boek Openbaring ook over: over de vestiging van de heerschappij vanuit de hemel, die vervolgens wordt uitgebreid op aarde.⟨/p> ⟨p>In die eerste helft van de hoofdstukken wordt vooral het koninklijke, of zo u wilt het politieke perspectief belicht. Waarbij je een hele eenvoudige indeling aantreft: eerst krijg je die boekrol die geopend wordt, de boekrol met zeven zegels. In de opening van dat boek gaat het vooral over de bevrijding van Israël als bezet gebied. Het land Israël komt weer terug bij de oorspronkelijke eigenaar. Het is ook heel sterk gerelateerd aan de Bijbelse wetgeving die in Israël functioneerde over het opeisen van oorspronkelijk landgoed. Als je dat kwijt was geraakt, dan kwam dat in het jubeljaar allemaal weer terug bij de oorspronkelijke eigenaar en kon het ook teruggekocht worden. Wel, daarvan is sprake in dit boek Openbaring. Het is voor nu genoeg om vast te stellen dat het bij die zeven zegels gaat over de bevrijding van Israël als bezet gebied.⟨/p> ⟨p>Daar begint het Koninkrijk hier op aarde en dan vervolgens krijg je na de zeven zegels de zeven bazuinen, die daar chronologisch ook heel uitdrukkelijk op volgen. Dan is niet Israël in de picture, maar de volkerenwereld, de wereld daaromheen, die ook bevrijd gaat worden. Dat zijn die bazuinen die dan klinken en de rampen die dat ook met zich mee gaat brengen. Het is dus eigenlijk eerst Israël en vervolgens de volkerenwereld. Het Koninkrijk wordt openbaar, Jezus Christus wordt openbaar voor Israël en tenslotte voor de hele wereld. Dat is de serie die opeenvolgend beschreven wordt in hoofdstuk 4 tot en met 11.⟨/p> ⟨p>Dan begint in hoofdstuk 11 tot en met 20 een nieuwe serie, maar die loopt synchroon of parallel met die eerste serie. Dan gaat het ook over de openbaring van Jezus Christus, maar dan vanuit het priesterlijke of, zo u wilt, het godsdienstige perspectief. Vandaar ook dat daarin vooral allerlei priesterlijke attributen, de tempel en allerlei elementen uit de tempeldienst een grote rol spelen. De dienst aan God staat daarbij centraal. Net zo goed als dat er ook dikwijls verwezen wordt naar de dienst aan afgoden en alles wat van de dienst aan God afwijkt. In ieder geval is dat het perspectief in hoofdstuk 11 tot en met 20. Dus nogmaals: in beide series die parallel lopen, gaat het om de openbaring van Jezus Christus. Maar in het eerste geval gaat het over het koninklijk perspectief en in de tweede serie over het godsdienstige of priesterlijke perspectief. Dat zijn eigenlijk dé twee grote lijnen, de twee grote onderwerpen in de Bijbel.⟨/p> ⟨p>Feitelijk is dat in onze wereld nog steeds zo. Als er twee onderwerpen zijn waar het in het hele wereldgebeuren om gaat, dan is het politiek – wie deelt de lakens uit in de wereld – en godsdienst, religieuze zaken. Dat is ook de thematiek in de Bijbel, maar in het boek Openbaring dus ook heel uitdrukkelijk. Om nog eventjes terug te komen op die tweede serie: die begint dan in hoofdstuk 11 en dan zie je de twee getuigen die optreden op het Tempelplein gedurende 1260 dagen. Zij representeren... Inmiddels bent u natuurlijk van mij gewend dat ik nog wel eens een keer moet hoesten. Denk daar verder niets ernstigs van. Het is hooguit irritant voor u als luisteraar en voor mij ook enigszins natuurlijk, maar 'deal with it', zeggen de Engelsen dan, en dat zeg ik dan ook maar in dezen.⟨/p> ⟨p>Enfin, even terugkomend op die twee getuigen. Zij komen in de geest van Mozes en Elia in hun hele optreden, dat wordt al duidelijk. In ieder geval opereren zij gedurende die 1260 dagen. Dan in hoofdstuk 12 gaat het ook weer over diezelfde periode. Dan wordt in een visioen een teken van de vrouw in de woestijn gezien. Daarbij gaat het over Israël dat in de grote verdrukking, voor degenen die tijdig gevlucht zijn, een onderkomen zal aantreffen in de woestijn, een plaats door God bereid. Daar in de woestijn van Edom, in Bozera, en dat kon wel eens identiek zijn met Petra daar ten zuiden van het Joodse land. Dat is een onderduikadres waar zij volledig veilig blijkt te zijn.⟨/p> ⟨p>Het is dezelfde periode die ook wordt beschreven in hoofdstuk 13, waar we ons de voorgaande keren mee bezig hebben gehouden. Dat is de beschrijving van dat beest dat uit de volkerenzee komt. Dat is een rijk, een statenbond, een federatie van tien koningen in het Midden-Oosten met Babylon als hoofdstad. En ja, dat beest heeft verschillende koppen, maar het gaat vooral om die zesde kop. Nummer zes, jazeker, die dan vermoord wordt maar toch weer terugkomt, uit de doden opstaat en dan een enorme aanhang zal krijgen. De hele wereld zal zich compleet aan hem vergapen. Hij, die zesde kop, maar eigenlijk ook de achtste, om het eventjes cryptisch te zeggen – al ben ik daarmee helemaal in de lijn met de wijze waarop ook het boek Openbaring dat formuleert. In ieder geval gaat het vooral om die kop. Die zal godslasterlijk optreden en hij zal ook een beeld krijgen op het Tempelplein in Jeruzalem.⟨/p> ⟨p>En dat zal allemaal zijn omdat hij in Jeruzalem ook een valse profeet zal hebben die het helemaal voor hem opneemt. Hij wordt genoemd het Beest uit het land, het land Israël. Aan de ene kant heb je dus de zee en aan de andere kant het land of de aarde, en dan gaat het specifiek over Israël.⟨/p> ⟨p>Zijn optreden daar is beperkt tot 42 maanden als het specifiek gaat over de relatie tot Israël. In werkelijkheid is dat Beest na die 42 maanden nog niet aan het einde van zijn heerschappij; dat moet nog worden afgenomen. Maar wel als het gaat om de macht die hij oefent in het land; die is heel duidelijk beperkt. Ook zijn macht in Jeruzalem is beperkt, en dat wordt gemarkeerd door die 42 maanden.⟨/p> ⟨p>Hoofdstuk 11, hoofdstuk 12 en hoofdstuk 13 gaan dus over die fase waarin de focus vooral op Israël ligt. Vandaar ook die drieënhalf jaar, de 1260 dagen, of de tijd, tijden en een halve tijd. Het gaat allemaal over diezelfde periode.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-2" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="737" title="Speel af vanaf 12:17">▶ 12:17⟨/button> ⟨span>De Context van Openbaring 14: het Zevende Zegel⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>We zijn nu aangekomen bij de hoofdstukken 14 en 15. Deze twee hoofdstukken horen bij elkaar en vallen qua tijd samen met het zevende zegel. Ik zei het al: je hebt twee series en die lopen synchroon. Deze tweede serie kun je heel duidelijk naast de eerste serie leggen. De 42 maanden vallen allemaal in de periode van de zeven zegels. Hoofdstuk 14 en 15 liggen in de periode van dat zevende zegel en de tijd van de bazuinen.⟨/p> ⟨p>We zijn qua tijd aangeland bij het zevende zegel, wat eenvoudig aan te tonen is. Ik gaf het in de inleiding al even aan: het is in het bijzonder het onderwerp voor dit keer, omdat we hier de 144.000 weer tegenkomen, die we in hoofdstuk 7 na de zes zegels ook zagen. Dat bevestigt precies waar ik het over had: we zien in de Openbaring twee lijnen die parallel en evenwijdig aan elkaar lopen. We zien de 144.000, dezelfde als in hoofdstuk 7. Ook zien we dat Christus inmiddels zijn troon heeft gevestigd in Jeruzalem; we zullen dat straks meteen in de aanvang al zien.⟨/p> ⟨p>Je moet je voorstellen dat het zesde zegel in tijd samenvalt met de verschijning van de Messias op de Olijfberg. Dat betekent dat Jeruzalem dan ook verwoest wordt en er een vluchtweg zal ontstaan, maar vanaf dat ogenblik gaat Israël hersteld worden. Het volk wordt uit alle natiën verzameld en in de woestijn gebracht. Vervolgens zal het naar het land gaan en dat verwoeste land weer bewoonbaar maken. Jeruzalem en Sion zullen de stad zijn van waaruit Christus gaat regeren. Dat is de situatie inmiddels. Terwijl de hele volkerenwereld nog vijandig is en onderworpen moet worden, is er in het land een bruggenhoofd ontstaan en daar begint het Koninkrijk.⟨/p> ⟨p>Wat er nu nog moet gebeuren, is de bevrijding van de rest van de wereld. Dat gebeurt door middel van oordeel — moet ik zeggen — en er zullen nog zeven rampen over de wereld volgen. Dat wordt in het bijzonder beschreven in hoofdstuk 16, met een appendix in de hoofdstukken 17 en 18 over de val van de wereldhoofdstad: Babylon, het financiële centrum van de wereld in die dagen. Dit lijkt me voldoende om duidelijk te maken waar we inmiddels zijn in het boek Openbaring, wat eraan voorafgegaan is en wat we nu enigszins kunnen verwachten.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-3" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="977" title="Speel af vanaf 16:17">▶ 16:17⟨/button> ⟨span>Het Lam op de Verkoren Berg Sion⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Goed, dan starten we met: "En ik nam waar." Johannes signaleert, hij geeft zijn ogen en oren de kost. Hij zegt: "Let op het Lammetje dat we al zo goed kennen." Dat is een van de aanduidingen van de Messias in het boek de Openbaring. Dat Lammetje kwamen we voor het eerst tegen in hoofdstuk 5. Het bijzondere van dat Lammetje was dat het geslacht was, maar niettemin stond. Het was namelijk opgestaan. Dat Lammetje blijkt de Leeuw van Juda te zijn; dat is de schitterende beeldspraak in het boek Openbaring. Zo'n kwetsbaar Lammetje dat geslacht was, maar is opgestaan, blijkt de Leeuw van Juda te zijn. De leeuw is de koning der dieren en Juda is de stam waaraan de scepter en de troon waren toevertrouwd. Welnu, over hem hebben we het. Hij is de rechthebbende op de troon en vandaar dat we hem ook hier zien staan. Dat Lammetje staat daar. Ja, waar? Nu niet in de hemel, maar hier op aarde, en wel op de berg of het gebergte Sion.⟨/p> ⟨p>Waarom daar? Dat is waar we wezen moeten, want als er iets is wat we weten aangaande het Koninkrijk van God, dan is het dat daar het Koninkrijk zal worden gevestigd en van daaruit zal het zich over de hele wereld gaan manifesteren. Jeruzalem is de stad die in de Bergrede "de stad van de grote Koning" genoemd wordt. Het is de stad op de berg Sion, of het gebergte van Sion. Dat laat ik nu even in het midden, want er is inderdaad nog één specifieke berg Sion. Het is de berg die God zich verkoren heeft om van daaruit zijn Koninkrijk te vestigen. Daar zijn zo enorm veel Bijbelse referenties voor aan te voeren, maar laat ik me beperken tot twee voorbeelden uit het boek van de Psalmen.⟨/p> ⟨p>In Psalm 78 lezen we over God zelf: Hij verkoos de stam van Juda — de stam aan wie de scepter was toevertrouwd, de koninklijke stam. Hij verkoos de stam van Juda en de berg Sion, die Hij liefheeft. Hij bouwde zijn heiligdom als de hoogste bergen. Dat is ook in moreel opzicht zo. Je zou zelfs kunnen verdedigen dat het in fysiek opzicht nog een hoge berg gaat worden, maar dat laat ik nu even in het midden. In ieder geval is het moreel de hoogste berg; het staat aan de top zoals God dat in hiërarchisch opzicht neerzet. Voor Hem is dat de hoogste berg en daar bouwt Hij ook zijn heiligdom als de hoogste bergen, als de aarde die Hij voor de aeon grondvestte, of aeonisch grondvestte. Dat wil zeggen: die berg Sion is de berg die Hij liefheeft, waar zijn hart naar uitgaat. Daar heeft Hij zijn oog op laten vallen en zoals de aarde gegrondvest is, zo is die berg ook gegrondvest. Er wordt nog aan toegevoegd: Hij verkoos David, zijn knecht, en ook zijn zaad. Het gaat om het huis van David; aan de dynastie van David heeft God zijn belofte verbonden. Als Hij zijn Koninkrijk op aarde gaat vestigen, dan doet Hij dat in Sion, in Jeruzalem. Heel letterlijk. En Hij doet dat via een telg uit het huis van David. Vandaar ook dat de Messias per definitie een nakomeling van David zou zijn. Dat is precies waarom het Nieuwe Testament heel triomfantelijk begint met een geslachtsregister om aan te geven dat zowel via de mannelijke als de vrouwelijke lijn, Jozef en Maria terug te voeren zijn tot aartsvader David. Zodat Jezus Christus genealogisch, vanuit zijn geslachtsregister, aanspraak kan en mag maken — als enige zelfs die daar aanspraak op mag maken — op de troon van David.⟨/p> ⟨p>Dat was Psalm 78, maar ik wil nog wel een voorbeeld geven uit de velen waarmee dit uitgebreid zou kunnen worden. In Psalm 132 staat dit: "Want JAHWEH heeft Sion verkoren, uitgekozen. Hij heeft het Zich ter woning begeerd." Dat is de plaats waar Hij woont en de plaats waar Hij regeert. Het is in feite ook een koninklijk-priesterlijke plek. Het is namelijk de plaats waar de Koning woont, maar ook de plaats waar de Priester woont en zijn arbeid verricht. Het is heel opmerkelijk dat we in Genesis 14 Melchizedek tegenkomen, een heel mysterieus figuur. Van hem lezen we dat hij koning-priester was. Zowel koning als priester, en hij woonde in Salem, het latere Jeruzalem. Dat werpt meteen licht op wie die Melchizedek is en waar hij naar verwijst. In ieder geval was de locatie waar hij zich bevond de plek waar hij koning-priester was. Dat heeft dus al hele oude papieren, maar bovendien spreekt het van de toekomst. Het is dé plaats waar de Koning en de Priester, de Melchizedek, of de Koning-Priester naar de ordening van Melchizedek, zal heersen. Dat is, dat kan niet missen: Salem, Jeruzalem, het gebergte van Sion. De ogen zijn gericht op Jeruzalem; dat is de plaats waar het allemaal om draait. Het is eigenlijk de navel van de aarde. Van daaruit lopen alle lijnen.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-4" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1442" title="Speel af vanaf 24:02">▶ 24:02⟨/button> ⟨span>De 144.000 Verzegelde Ambassadeurs⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Goed, weer even terug naar Openbaring 14. "En ik nam waar en let op," zegt Johannes, "het Lammetje stond op de berg Sion en met Hem honderd vierenveertig duizendtallen." Twaalf keer twaalfduizend. Dat is een selectie uit de twaalf stammen. In hoofdstuk 7 kwamen we hen al tegen als de 144.000 die verzegeld zijn. Zo wordt het hier in hoofdstuk 14 niet direct genoemd, maar bij nader inzien toch weer wel; het wordt alleen op een andere wijze geformuleerd.⟨/p> ⟨p>In hoofdstuk 7 zag je bij dat zevende zegel dat Israël hersteld wordt en dat een grote schare uit alle volkeren, talen en natiën wordt verzameld en in het land wordt gebracht. Uit dat volk, dat verzameld is uit alle volkeren, wordt weer een selectie gemaakt van 12.000 mannen uit alle twaalf stammen. Zij worden verzegeld. Waarom? Om hen te beveiligen voor de rampen die nog over de rest van de wereld gaan. Wat trouwens al aangeeft dat die 144.000 niet in het land blijven, maar naar buiten gaan. Ze gaan naar het buitenland en hebben in de wereld nog een missie te vervullen, namelijk de prediking van het Koninkrijk. Dat betekent dat ze beveiligd moeten worden om het te overleven; hen zal niets treffen. Dat wordt ook in hoofdstuk 7 vers 3 heel uitdrukkelijk gezegd.⟨/p> ⟨p>Die 144.000 representeren de twaalf stammen. Het is een gros: 12 maal 12. Zij zijn het die Israël representeren; het koninklijk-priesterlijke volk dat zal worden gerepresenteerd. Het zijn eigenlijk 144.000 ambassadeurs die de Koning wereldwijd gaan presenteren. Hen zal niets kunnen treffen van de rampen die nog over de aarde zullen gaan. Het zijn honderd vierenveertig duizendtallen die Zijn naam — namelijk de naam van het Lammetje en de naam van Zijn Vader, van God de Vader — bij hun ogen hebben geschreven staan.⟨/p> ⟨p>"Bij hun ogen," dat is denk ik een wat letterlijker en ook treffender weergave. Ik ben er een vorige keer al even op ingegaan dat dit doorgaans wordt vertaald met "voorhoofd", maar in het Grieks zie je dat het eigenlijk iets te maken heeft met de ogen. Het voorhoofd bevindt zich natuurlijk ook bij de ogen, maar ik geef er de voorkeur aan om het zo letterlijk mogelijk weer te geven. Die naam van het Lammetje en van Zijn Vader, van God de Vader, is dus bij hun ogen geschreven.⟨/p> ⟨p>Het ligt er hier nogal dik bovenop dat het om een contrast gaat met hen die de naam van het beest dragen op hun voorhoofd of bij hun ogen. Een paar verzen hieraan voorafgaand, in hoofdstuk 13 vers 16, werd dat beschreven. Degenen die de naam van dat beest en het teken daarvan niet willen dragen, krijgen geen teken bij hun oog of op hun rechterhand. Zij zijn vervolgens uitgesloten van het hele economische verkeer en kunnen niet kopen of verkopen.⟨/p> ⟨p>Over hen gaat het hier ook, of in ieder geval over een selectie uit hen. Want zij hebben inderdaad niet de naam van het beest. Nee, zij hebben de naam van het Lammetje en de naam van Zijn Vader bij hun ogen geschreven staan. Dat hoeft niet per se een zichtbaar teken te zijn, maar het geeft aan dat hun focus, hun ogen, niet gericht zijn op dat beest. Daar staren ze zich niet op blind. Nee, zij hebben de naam van het Lammetje en de naam van Zijn Vader voor ogen. Dat staat in hun hart of in hun ogen geschreven. Daar is hun oog op gericht. Of het ook een zichtbaar teken is? Dat zou kunnen, maar ik zie niet direct aanleiding om dat aan te nemen. Trouwens, dat geldt ook al bij dat teken van het beest; het is nog maar zeer de vraag of dat een zichtbaar teken is.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-5" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1777" title="Speel af vanaf 29:37">▶ 29:37⟨/button> ⟨span>Een Donderend maar Liefelijk Nieuw Lied⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Ik vervolg met vers 2: "En ik hoorde een geluid vanuit de hemel als het geluid van vele wateren." Je hoort het als je even probeert in te leven in het gezicht, in het visioen dat Johannes hier waarneemt. Dan kun je het je voorstellen: een oorverdovend geluid van vele wateren dat hij daar hoort. Het is hemels, daar komt het geluid vandaan. En hij formuleert het op nog een andere wijze: het is het geluid van vele wateren en als het geluid van een grote donderslag. Het is geen grote donderslag, maar het klinkt zo. Ook dat onderstreept dat het inderdaad een enorm lawaai is wat hij hoort.⟨/p> ⟨p>Wat zo opmerkelijk is, is dat hij het eerst hoort als het geluid van vele wateren en vervolgens als het geluid van een grote donderslag, maar dan vervolgt Johannes: "En het geluid dat ik hoorde, was als harpspelende zangers op hun harpen." Dat is een heel opmerkelijk contrast, vindt u ook niet? Want bij die eerste aanduidingen van het geluid van vele wateren en het geluid van een grote donderslag hoor je natuurgeweld, waarbij je je handen op je oren zou houden vanwege het enorme geluidsvolume dat het produceert. Terwijl bij die derde aanduiding het juist liefelijk is, harmonisch en muzikaal. Het geluid was als harpspelende zangers op hun harpen. Ze zingen en ze begeleiden zichzelf op de harp met zulke lieflijke klanken.⟨/p> ⟨p>Dit is denk ik ook heel typerend. Want hoe donderend dat geluid in eerste instantie ook lijkt en is, het blijkt toch liefelijk en muzikaal en harmonisch te zijn, zoals je dat bij een harp in het bijzonder toch ook wel herkent. Er zijn allerlei instrumenten die getypeerd kunnen worden door van alles en nog wat, maar als er iets is wat liefelijk klinkt, dan is het wel het geluid van een citer of van een harp. Wel, wat Johannes hoort, dat is inderdaad oorverdovend, het is donderend, en toch blijkt het liefelijk te zijn. En dat is zo omdat het ook de boodschap typeert van die 144.000 die in vers 1 waren ingevoerd en beschreven.⟨/p> ⟨p>Want wat die 144.000 gaan doen, dat ligt er niet om. Dat zal met enorm veel kabaal gepaard gaan. Ik bedoel niet alleen de rampen die ze aankondigen, maar ook de waarschuwingen die zij zullen laten klinken. Dat is geen liefdelijke boodschap van louter genade zoals in onze dagen gepredikt wordt, in de dagen van de verborgenheid, maar straks als het Koninkrijk gevestigd wordt, dan zijn we toch echt in een heel nieuw hoofdstuk aangeland en dan wordt het verhaal ook heel anders. Dan zijn er heel andere dingen aan de orde. En je moet die dingen ook niet vermengen, je moet de tijden ook onderscheiden. Wat nu gepast is en wat nu ter zake is, dat zal straks niet langer aan de orde zijn. Er is voor alles onder de hemel, zegt de Prediker, een bestemde tijd. Er is een tijd om te lachen en er is een tijd om te huilen, en er is een tijd om kapot te maken en er is een tijd om op te bouwen. Voor alles is een bestemde tijd.⟨/p> ⟨p>Wel, de boodschap die vandaag klinkt van de verborgenheid en van de genade Gods, dat is niet de boodschap die straks zal klinken. Ik zeg niet dat er geen overlap is, maar het is dan toch een heel andere situatie, namelijk de tijd van de openbaring van het Koninkrijk. Die 144.000 zullen dus een boodschap prediken met inderdaad het geluid van vele wateren en als een grote donderslag. Veel kabaal, heel alarmerend zal het klinken en tegelijkertijd is het zo liefelijk. Want wat ze gaan aankondigen is een geweldige nieuwe tijd die aan de horizon ligt, namelijk een nieuwe aeon, een wereld van vrede en gerechtigheid.⟨/p> ⟨p>Vergis u niet — en dat is misschien wel mooi om dat nu toch even te benadrukken bij al dat harde, dat kabaal en dat alarmerende wat in het boek Openbaring tot ons komt — tegelijkertijd klinken daar die harpspelende zangers en dat muzikale, dat harmonische en dat lieflijke van dat wat God voornemens is te maken van deze wereld. Vergis u niet, dat is het ogenmerk. En dan staat er: "Zij zongen" — en dat zijn die 144.000 — "een nieuw lied in het zicht van de troon." Ja, ze zingen een nieuw lied. We zullen dat de volgende keer of de keer daarop in hoofdstuk 15 ook zien over het lied van Mozes, dus dan zal ik daar nog wat meer over vertellen. Maar hier wordt ook al een nieuw lied genoemd; er is een nieuwe fase aangeland en daar is reden om een nieuw lied, ook een nieuwe tekst daarvoor te zingen, en dat is wat zij doen. Zij zongen een nieuw lied in het zicht van de troon.⟨/p> ⟨p>Hier hebben we weer de connectie met hoofdstuk 4 en 5, waar het ging om de troon die in het midden was. Dat blijkt wel, want er wordt gesproken dat ze een nieuw lied zongen in het zicht van de troon, in het zicht van de vier levende wezens en van de oudsten, die vierentwintig oudsten. De levende wezens representeren de hele schepping en de vierentwintig oudsten representeren, zoals we toen uitvoerig hebben gezien en onderbouwd, Israël. Twee keer twaalf: koninklijk en priesterlijk. Wel, die 144.000 zingen een lied en dan staat er: "En niemand kon het lied leren dan alleen de 144.000." Dat betekent dus dat wat zij in de mond nemen een unieke boodschap is die specifiek aan hen is toevertrouwd, die zij wereldkundig zullen gaan maken en die zij zullen gaan zingen.⟨/p> ⟨p>Zij zijn de unieke vertolkers van het donderende maar ook het liefelijke lied dat zij onder de natiën zullen verkondigen. Zoals trouwens in het boek van de Psalmen nogal eens een keer wordt gerefereerd: "Zingt onder de volkeren een nieuw lied." En dan wordt er gesproken over de Koning die zich gaat manifesteren. Want dit thema in het boek Openbaring vinden we in de hele Bijbel terug. Eigenlijk gaat het allemaal over de manifestatie van het Koninkrijk in deze wereld. Ja, en dat duurt dan een tijdje. We wachten daar al zes millennia op, maar dat betekent ook dat als het zesde millennium ten einde is — en we zitten daar echt tegenaan — dat het zevende millennium, die sabbatdag voor deze wereld en de sabbatdag voor God Zelf, gaat aanbreken. Vandaar ook: zij zijn degenen die dat unieke lied gaan zingen onder de natiën. Het evangelie, het goede bericht van het Koninkrijk, dat inmiddels begonnen is in Israël, in Jeruzalem, in Sion meer specifiek, en vervolgens over de hele wereld zal worden bekendgemaakt.⟨/p> ⟨p>En van die 144.000 staat er: ze zijn vrijgekocht van de aarde. In hoofdstuk 7 werd dat verzegeld genoemd, namelijk dat er een zegel op hen is en ze onaantastbaar zijn. Zij worden beveiligd voor de rampen die nog gaan komen over de wereld en waar zij hun missie gaan vervullen als ambassadeurs. Zij zijn verzegeld, maar hier worden zij niet verzegeld genoemd, maar vrijgekocht van de aarde. Dat wil zeggen dat van wat de aarde gaat treffen, zij daarvan vrijgesteld zullen zijn. Dat zal hen niet overkomen. En dat maakt dit gezelschap toch ook heel uniek, want hen kan van Gods wege niets treffen.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-6" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2414" title="Speel af vanaf 40:14">▶ 40:14⟨/button> ⟨span>Smetteloos en Maagdelijk: de Eerstelingen voor God⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Dan staat er in vers 4: "Dezen zijn het die niet werden bezoedeld met vrouwen, want zij zijn maagdelijk." En nu zien we nog iets wat we tot dusver nog niet hadden gezien. Ja, dat het er 144.000 waren, dat wisten we al. Het wordt zelfs in hoofdstuk 7 heel omstandig aangetoond: 12.000 uit die stam, 12.000 uit die stam, 12.000 uit die stam. Alle twaalf stammen worden genoemd, zodat er over het aantal helemaal geen twijfel hoeft te zijn. Ik zie ook geen enkele aanleiding om dat getal niet letterlijk te nemen. Zo letterlijk als ik geloof dat een schare die niet te tellen is door de mens — die ook in hoofdstuk 7 wordt beschreven en die verzameld wordt uit alle volkeren — het zal doen gonzen van de mensen, zo letterlijk geloof ik dat die 144.000 ook daadwerkelijk 144.000 zijn.⟨/p> ⟨p>Maar wie zijn zij verder? Uit dit vers kunnen wij opmaken dat het mannen zijn, hoewel het op zich wat eigenaardig mag lijken dat ze maagdelijk worden genoemd. Maagden; doorgaans reserveren we die term niet uitsluitend, maar wel meestal voor een vrouw of een meisje dat nog geen gemeenschap heeft gehad. Zij is maagd. Maar de Bijbel blijkt — in 1 Korinthe 7 kun je dat lezen — de term ook te gebruiken voor mannen die nog geen seksuele gemeenschap hebben gehad. Hier gaat het duidelijk over mannen, want er wordt gezegd: "Zij zijn het die niet werden bezoedeld met vrouwen, want zij zijn maagdelijk."⟨/p> ⟨p>Overigens geloof ik niet wat men daar weleens uit heeft afgeleid: dat iemand die gemeenschap heeft met een vrouw daarmee dus bezoedeld zou zijn. Alsof hierin zou doorklinken dat het huwelijk of de seksuele gemeenschap eigenlijk al een vorm van onreinheid of bezoedeling zou zijn. Dat is niet wat er staat. "Bezoedeld met vrouwen"; zij werden niet bezoedeld met vrouwen. Dat wil gewoon zeggen dat ze seksueel rein waren. Dat zou eventueel ook kunnen betekenen dat ze gewoon getrouwd waren. Ook iemand die getrouwd is en trouw is aan zijn vrouw, heeft zich evenmin bezoedeld met vrouwen. Maar het gaat er hier om dat zij zich niet hebben beziggehouden met hoererij, dat wil zeggen seksuele gemeenschap buiten het huwelijk om. Dat is wat bezoedeling met vrouwen betekent.⟨/p> ⟨p>Wel, zij hebben zich dus niet bezoedeld met vrouwen en zij hebben zich nooit afgegeven met hoererij. Want zij zijn maagdelijk. Wat aangeeft dat ze nooit omgang of seksuele gemeenschap hebben gehad met vrouwen. Niet negatief in de zin van hoererij, noch positief. Ze zijn dus ook niet getrouwd, ze zijn namelijk nog maagdelijk. Er zit hier dus helemaal niets in van diverse stromingen die seksuele gemeenschap koppelen aan onreinheid. Dat is absoluut geen Bijbelse gedachte, want de seksualiteit is juist door God zelf ontworpen en zo mooi gemaakt. Dus dat is geen enkel Bijbels argument om seksualiteit te koppelen aan onreinheid. Onreinheid is seksuele gemeenschap buiten het huwelijk, buiten de trouw om. Dat is iets heel anders. Dat is bezoedelen met vrouwen, hoererij dus.⟨/p> ⟨p>Maar goed, eventjes weer terug naar deze 144.000. Ze hebben zich niet bezoedeld met vrouwen, ze zijn maagdelijk en als u het mij vraagt, betekent dat gewoon: het zijn jonge mannen die nog helemaal aan het begin van hun leven staan en die seksueel onbesproken zijn. Ik zeg dat het vermoedelijk vooral jonge mannen zijn, want strikt genomen zou je natuurlijk kunnen verdedigen dat het hier ook om oudere mannen zou kunnen gaan. Dat is zo. Maar het loutere feit dat ze hier op deze wijze worden beschreven... Er is in de Bijbel helemaal geen aanmoediging om ongetrouwd te blijven, tenzij daar een heel specifieke reden voor is. En we kennen er één maar al te goed: degene die van Godswege naar de natiën werd gezonden, de apostel voor onze tijd, namelijk de apostel Paulus. Hij was ook ongetrouwd. Of hij nooit getrouwd is geweest, is nog een vraag apart, maar in ieder geval was hij gedurende de tijd dat wij hem kennen vanuit zijn brieven ongetrouwd. Waarom? Wel, om zich voluit bezig te kunnen houden met de prediking van het Evangelie. Ik denk dat dat hier ook aan de orde is.⟨/p> ⟨p>Deze mannen zijn maagdelijk omdat... laat ik het even doorlezen, want er wordt nog aan toegevoegd: "Dezen zijn het die het Lammetje volgen waar het ook heen gaat." Kijk, zij zien af van het huwelijk. Waarom? In de eerste plaats is er voor hen een tijd ten einde gekomen: die van de grote verdrukking. Er zijn drieënhalf jaar voorbijgegaan van een afschuwelijke verdrukking. In die tijd was het natuurlijk niet echt opportuun om te gaan trouwen. Dat is nogal logisch in een tijd waarin zoveel gaande is en waarin zoveel beperkingen zijn. Dat is niet een tijd om eens romantisch te gaan uitkijken naar een levenspartner; daar was die periode te heftig voor. Dat is één ding. En een ander ding is dat zij gereserveerd zijn om in de wereld te gaan prediken. Ook dat is een reden om af te zien van het huwelijk. Want als zij er vervolgens op uitgestuurd worden, dan is het niet handig om ook getrouwd te zijn en huwelijks- en gezinsverplichtingen te hebben. Vandaar ook: zij zien af van het huwelijk om voluit te gaan voor het Evangelie van het Koninkrijk, wat zij in de wereld gaan prediken. En daarom staat er hier ook: ze volgen het Lammetje waar het ook heen gaat. Zij gaan helemaal voor Hem en ze zien af van de aardse geneugten — in ieder geval tijdelijk. Het zou kunnen dat ze naderhand alsnog zullen trouwen, maar gedurende deze tijd zijn ze ongetrouwd en ook nog maagdelijk. Uit dat oogpunt concludeer ik dat het inderdaad vooral om jonge, sterke mannen gaat die vitaal en opgewassen zijn om in de wereld de boodschap te gaan prediken.⟨/p> ⟨p>Wat uit hun hele opstelling blijkt, is dat zij inderdaad voluit de ogen gericht hebben — waarbij de naam ook bij hun ogen geschreven staat — op God, op het Lammetje en op het Koninkrijk dat geopenbaard gaat worden. Vandaar dat er even voor hen geen huwelijkspartner is en dat zij daarvan hebben afgezien. "Zij zijn het die het Lammetje volgen, waar het ook heen gaat. En dezen werden gekocht," staat er, "van de mensen als eerste vrucht van de oogst voor God en het Lammetje." Kijk, in feite hebben we het hier over de crème de la crème. Want Israël is het eerste volk in de openbaring van het Koninkrijk. Als het Koninkrijk openbaar wordt, dan is dat eerst bij Israël. Maar binnen Israël zijn zij weer de eerstelingen: degenen die vooropgaan en die de hoogste bestemming krijgen. Een selectie uit een selectie, dat is wat het eigenlijk is.⟨/p> ⟨p>Om iets anders ter vergelijking te noemen: God had Israël uitgezonderd of afgezonderd, en uit de twaalf stammen had Hij Levi afgezonderd, en uit de stam Levi had Hij weer het huis van Aäron afgezonderd om priesterlijk werk te doen. Je hebt dus een selectie uit een selectie. Dat is hier ook aan de orde. Zij zijn de eerste vrucht van de oogst in de openbaring van het Koninkrijk. Ik zeg dat er even expres bij — ik heb het met opzet even vetgedrukt — om daarmee aan te geven dat het in dit boek gaat over de openbaring van het Koninkrijk. Als het gaat om de verborgenheid van het Koninkrijk, is de Ecclesia in onze dagen een eersteling. De positie van de Ecclesia, het Lichaam van Christus, is boven alles verheven. Zij deelt ook als eerste in de heerlijkheid van de opgewekte Christus. Dat zijn wij. Ja, dat is ongekend.⟨/p> ⟨p>Wij zijn, om het eventjes toch met de terminologie van Openbaring 12 te zeggen, wij maken deel uit van die mannelijke zoon. Wij hebben een hemelse bestemming. En ja, wij maken deel uit van zijn lichaam zelf.⟨/p> ⟨p>Maar als het gaat om de openbaring van het Koninkrijk hier op aarde, daarin is Israël een eersteling en zij, die 144.000, zijn daar weer een selectie uit: het hoogste deel van dat volk. Zij werden gekocht van de mensen als eerste vrucht, als eerstelingen voor God en het Lammetje.⟨/p> ⟨p>En in hun mond, vers 5, werd geen leugen gevonden. Ze zijn smetteloos. Deze 144.000 jonge kerels zijn gekwalificeerd om het Koninkrijk aan te kondigen wereldwijd. Zij spreken namelijk waarheid. In hun mond werd geen leugen gevonden. Dat is een kwalificatie van heb ik jou daar! Want als er iets is in deze wereld wat zeldzaam is, dan is het wel waarheid en waarachtigheid. Maar bij deze 144.000 werd in hun mond geen leugen gevonden en daarom zijn zij zo geschikt om wereldwijd de waarheid van het Koninkrijk te gaan prediken. En dat maakt hen ook smetteloos.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-7" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3205" title="Speel af vanaf 53:25">▶ 53:25⟨/button> ⟨span>De Boodschapper met een Eeuwig Evangelie⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Ik lees verder en ik nam een andere boodschapper waar. Vliegend in het midden van de hemel – die uitdrukking kwamen we al een keer eerder tegen in hoofdstuk 8. Daar ging het om een arend en daar ging het trouwens ook om een negatieve boodschap over rampen die zich aankondigden. Maar hier sluit het helemaal aan op wat we zojuist lazen over de 144.000. Zij worden geselecteerd om het evangelie te prediken.⟨/p> ⟨p>Dat is feitelijk wat hier ook aan de hand is, want daar wordt een andere boodschapper waargenomen door Johannes. Die boodschapper vliegt in het midden van de hemel, dus met uitzicht over heel de aarde. Op het hoogste punt, als je recht omhoog kijkt, zag hij daar die hemelse boodschapper. Wat die boodschapper symboliseert, is precies wat die 144.000 gaan doen. Zij gaan over heel de aarde de boodschap prediken en die boodschap zal zich verspreiden, zal vliegen over de hele aarde. Je zou zelfs kunnen denken dat deze 144.000 jonge mannen inderdaad zullen vliegen. Ik bedoel niet letterlijk met vleugels, maar dat ze ook met het vliegtuig de hele wereld gaan bezoeken en de mensen gaan confronteren met de boodschap. Maar terwijl ik het zeg, denk ik bij mezelf dat dit natuurlijk alweer een beetje gefantaseerd is. Dat mag ik in ieder geval niet afleiden uit het woord ‘vliegend’. Het is een associatie, laat ik het daarop houden. Geen uitleg.⟨/p> ⟨p>Die boodschapper die Johannes waarneemt, had een eeuwig evangelie te evangeliseren, zo staat het er in het Grieks. Een aeonisch evangelie. Ik heb ‘eeuw-ig’ expres zo opgeschreven, met een streepje tussen ‘eeuw’ en ‘ig’, om daarmee aan te geven dat het verband houdt met een ‘eeuw’. Wij denken bij eeuwig al heel gauw en gemakkelijk aan eeuwigheid, maar dat moet je vergeten als je de Bijbel wilt leren kennen. Dat idee kan rechtstreeks in de prullenbak. De Bijbel spreekt over eeuwig als betrekking hebbend op een eeuw of op eeuwen, niet op eeuwigheid.⟨/p> ⟨p>Hier gaat het over een goed bericht, een evangelie, dat geëvangeliseerd wordt. Het wordt verkondigd met betrekking tot de toekomende eeuw. Dat is een uitdrukking die we nogal eens in de Bijbel aantreffen. Het gaat over die aion, dat wereldtijdperk van het Koninkrijk. Waar we hier zijn aangeland, is het einde van de huidige boze aion; de nieuwe, komende aion staat op het punt aan te breken. De boodschap die nu door deze 144.000 gepredikt gaat worden, is het evangelie, het goede bericht met betrekking tot die aion.⟨/p> ⟨p>Er staat dat die boodschapper, die in het midden van de hemel wordt waargenomen, een eeuw-ig evangelie had te evangeliseren aan degenen die op de aarde gezeten zijn en aan elke natie en stam en taal en volk. Om dat laatste eerst even toe te lichten: dit bevestigt precies waar we het over hebben, namelijk dat de 144.000 gaan prediken. Aan wie? Aan de rest van de wereld die nog be-evangeliseerd moet worden. Zij waren tot dusver feitelijk niet in beeld, maar op het moment dat Israël zijn bestemming heeft gevonden en de 144.000 geselecteerd zijn, worden zij ook klaargemaakt om elke natie, elke stam, elke taal en elk volk te benaderen en te prediken.⟨/p> ⟨p>Overigens moet ik er nog iets bij zeggen, want het staat in het Grieks wat eigenaardig. Er wordt een voorzetsel gebruikt dat je in het Nederlands nauwelijks zo kunt weergeven, namelijk het voorzetsel ‘op’. In het Grieks is dat epi. Dat betekent ‘op’ of eventueel ‘over’. Het idee is dat er hier niet zozeer wordt geëvangeliseerd in de zin van communicatie met of tot, maar het komt over hen. Het gaat over elke natie, stam, taal en volk. Het is eenzijdig; er vindt geen dialoog plaats. Het komt op of over hen heen. Laat het maar over je heen komen, dat is wat hier eigenlijk gebeurt.⟨/p> ⟨p>Het is ook ‘take it or leave it’. Het is niet onderhandelbaar; dit is gewoon wat het is. Dit is de boodschap, de mededeling, het goede bericht. Het is evangelie, weliswaar van een ander kaliber en in een andere zetting dan het evangelie in onze dagen, maar niettemin is het evangelie dat past bij die tijd vlak voorafgaand aan de nieuwe aion. Vandaar ook de term: een eeuw-ig evangelie. Dat wordt wereldwijd bekendgemaakt en die boodschapper vertolkt eigenlijk het geluid dat de 144.000 zullen doorgeven.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-8" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3641" title="Speel af vanaf 01:00:41">▶ 01:00:41⟨/button> ⟨span>Vreest God de Schepper, Want Zijn Oordeel Is Gekomen⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En hij zei met luide stem, want ieder moet het horen: vreest God en geeft Hem heerlijkheid. Ja, in feite is wat hier aan de wereld wordt bekendgemaakt minimaal en ook heel basaal. Het is de boodschap van de Schepper, van God die God is en die ook te vrezen is. Met God valt niet te spotten. Ja, je kunt Hem nu van alles uitdagen en God grijpt niet in. Mensen denken wel dat er van alles gebeurt; recentelijk heb ik daar nog een artikel over gelezen van een predikant die zei dat wat er momenteel gaande is in verband met die hele coronacrisis een oordeel van God is. Hij zei: God laat niet met Zich spotten. Nou, dat heeft er niets mee te maken. God verbergt Zich vandaag. God grijpt niet in en Hij laat de wereld de wereld.⟨/p> ⟨p>Straks wordt het anders en dan gaat Hij ingrijpen. Die zeven bazuinen en die zeven schalen in het boek Openbaring, dat is Gods ingrijpen. Dan gaat Hij ook zichtbaar en demonstratief ingrijpen. Nu niet. Hij laat nu de dingen begaan en Hij verbergt Zich juist. Maar niettemin, als God straks gaat spreken... Nu zwijgt Hij. Er is zoiets om even terug te komen op wat ik zei over predikanten: er is een tijd van zwijgen — dat is wat God vandaag doet — en er is een tijd van spreken; dan gaat Hij spreken. In Zijn toorn, staat er ook in Psalm 2. Dan valt er ook niet met Hem te spotten. Hij heeft Zijn koninkrijk inmiddels gevestigd in Israël, daar in Sion.⟨/p> ⟨p>Nu is de boodschap: vreest God, heb ontzag voor Hem. In het Grieks is dat woordje voor 'vrezen' de stam van ons woordje 'fobie'. Het heeft in ieder geval te maken met echt diep ontzag voor de ene God, de Schepper. Dat blijkt wel, want als ik even doorlees, zie je dat die Schepper door een mens geëerd moet worden. Dat is de boodschap: je bent Zijn maaksel en wat staat je dan te doen anders dan de Maker te erkennen? En als je dat niet doet? Nou, je komt Hem tegen. Je zal je Maker altijd een keer tegenkomen. Dat is een universele waarheid: je bent klei in Zijn hand. Dat geldt voor elk mens, voor elke creatie: je bent klei in de hand van de Pottenbakker.⟨/p> ⟨p>Hij kan dat klei zomaar weer indrukken. Dat zijn Zijn gerichten. Dan rust Zijn hand zwaar op je en dan drukt Hij je in, maar daarna gaat Hij iets nieuws van je maken. Zo gaat God te werk. Aan de Maker, aan de Schepper valt niet te ontkomen. Dat is ook een geweldige blijde boodschap, want dat betekent namelijk: Hij is de Schepper. Met Hem valt niet te spotten, maar Hij brengt je ook waar Hij je hebben wil. Ook daar valt niet aan te ontkomen. Je bent van Hem en aan Zijn plan valt niets toe te voegen, maar ook niets af te doen. Vrees God, geef Hem de heerlijkheid.⟨/p> ⟨p>Dat is wat gepredikt zal worden. Er staat ook bij hoe urgent dat is, want het uur van Zijn oordeel is gekomen. Het Koninkrijk heeft al een begin gemaakt op aarde. Ik heb daar expres een plaatje bij gepakt: een landkaart met Zuid-Engeland, Nederland en Duitsland. Dit is een beschrijving van D-Day, toen de geallieerden in juni 1944 op Normandië aankwamen. Toen kregen de geallieerden voet aan de grond op het continent van Europa, van waaruit de bevrijding van Europa zou gaan plaatsvinden — inmiddels meer dan 75 jaar geleden. Waarom ik dat plaatje erbij heb gedaan? Wel, inmiddels heeft voor wat het Koninkrijk betreft hier in Openbaring 14 D-Day ook plaatsgevonden. Het Koninkrijk is al begonnen op aarde in Jeruzalem en nu is de boodschap: geef God de heerlijkheid, want het uur van Zijn oordeel is gekomen. Er valt niet aan te ontkomen.⟨/p> ⟨p>In deze dagen zal het Koninkrijk gaan baanbreken en dat gaat met harde hand gebeuren. Want wie niet horen wil, die zal voelen. Dat is de boodschap en daarom ook: vreest God. Daar kun je gerust ontzag voor hebben. En aanbid Hem die de hemel maakte en de aarde en de zee en de waterbronnen. Als we even doorlezen in het boek, in Openbaring 16 en in het voorgaande ook al, dan zie je dat God zelf de hemel en de hemellichamen, maar ook de aarde en de zee en de waterbronnen gaat aantasten. Waarom? Omdat dit Zijn schepping is en Hij de Schepper is. Hij gaat die schepping aantasten juist om Zijn schepselen eraan te herinneren dat het allemaal van Hem is.⟨/p> ⟨p>Er zullen ongetwijfeld dan ook wel weer mensen zijn — in ieder geval die zijn er vandaag bij wat er zo gaande is — die denken dat de aarde vergaat of dat we de planeet zouden moeten redden. Dat is natuurlijk pure hoogmoed, want er is maar één Redder van deze wereld en dat is Jezus Christus zelf. Moet u nagaan: God zelf gaat straks ingrijpen. Dan gaat Hij ook de aarde, de zee, de waterbronnen en de rivieren aantasten. Het is van Hem. Hij zal het ook weer gaan opeisen en dat doet Hij inderdaad hardhandig door eerst in feite de zee, de waterbronnen, de aarde en de hemellichamen eigenlijk weer terug te vragen. Hij is de Schepper, het is van Hem. Hij gaat de wereld weer claimen: het is van Mij.⟨/p> ⟨p>Ik moet denken aan een lied dat destijds gezongen werd door Robert Long, die al niet meer onder ons is en van wie ik trouwens weet dat hij niets moest hebben van de boodschap die ik breng. Maar het was een prachtig lied, oorspronkelijk geloof ik niet van hem: 'The Last Seven Days'. Dat is eigenlijk een soort van omkering van de zeven dagen van Genesis 1, waarbij God alles van de schepping weer terugeist. Daar zegt Hij: de planten zijn van Mij, jullie hebben het allemaal misbruikt en jullie hebben Mij niet gekend. Dan neemt Hij het licht weg van de hemellichamen en Hij neemt de zee weer terug; alles wat Hij gemaakt heeft, pakt Hij weer terug. Elke dag neemt Hij iets anders terug en dan uiteindelijk zwijgt Hij. Heel indrukwekkend. De Bijbelse gedachte die daarin vertolkt wordt, maakt indruk omdat je ziet dat het de Schepper zelf is die aanspraak maakt op dat wat Hij gemaakt heeft. Er valt niet met Hem te spotten en Hij is het die het allemaal weer gaat terugbrengen.⟨/p> ⟨p>Daarbij moet ik zeggen dat juist die zeven dagen die we in Genesis 1 al zien, in feite een blauwdruk zijn van dat hele plan dat Hij in millennia aan het uitvoeren is. Dat zal eindigen in de grote Sabbatdag. In feite is het zo dat al het getop van de mens gedurende zes millennia dan zal worden beëindigd en dan zegt God: 'En nu is het Mijn dag en nu ga Ik rusten in Mijn schepping.' Wel, dat is wat er aan het einde van die zesde dag, van dat zesde millennium, allemaal gaat gebeuren. Ik geloof dat ik het hier maar eens bij laat, want ik zie dat we inmiddels 70 minuten bezig zijn met deze zeven verzen. Dat betekent dat we een volgende keer de draad op gaan pakken bij vers 8 van hoofdstuk 14. Voor nu zou ik zeggen: hartelijk dank voor je aandacht en attentie. Godszegen allemaal en tot een volgende keer.⟨/p>