⟨h3 id="hoofdstuk-1" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="0" title="Speel af vanaf 00:00">▶ 00:00⟨/button> ⟨span>Inleiding: de Historische Climax in de Hof⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Een hele goede avond, beste vrienden. Het is donderdag 23 april, wederom een studieavond, niet op locatie in Bodegraven zoals ik dat vele tientallen keren heb gedaan en over het Johannesevangelie aldaar heb gesproken. Maar het is nu al de tweede of derde keer dat ik nu in mijn studeerkamer vanachter de computer deze toespraak, deze studie geef. En ach, het mag dan niet het ideaal zijn, het heeft toch ook wel weer voordelen, moet ik erbij zeggen. En het is ook zo dat je er na verloop van tijd ook weer enigszins aan begint te wennen. Maar ik moet er meteen ook bij zeggen: ik hoop dat het gauw tot het verleden gaat behoren en dat we elkaar weer face-to-face gaan treffen.⟨/p> ⟨p>Tegelijkertijd – en dat is dan weer een andere nuance die ik wil aanbrengen – is dat veruit het merendeel dat deze studie beluistert en bekijkt, toch altijd al degenen zijn geweest die het via het internet hebben gevolgd. Want degenen die op locatie in Bodegraven waren, dat was niet eens zo'n groot aantal. En de velen die het via het internet beluisteren, dat zijn er aanzienlijk meer. Vanavond is het eigenlijk ook een overeenkomst, op dit moment tenminste... want normaal gesproken zou ik donderdagavond om acht uur deze studie geven, en waarachtig, dat is het nu ongeveer ook.⟨/p> ⟨p>Vanavond is het zo dat ik verder wil gaan met die geweldige geschiedenis van de ontmoeting die de Heer Jezus heeft gehad in de hof. Eerder hadden we het over de eerste tien verzen van Johannes 20 en je zou kunnen zeggen, en dat zeg ik zonder enige overdrijving, dat alles in het Johannesevangelie – trouwens, dat geldt ook voor Matthäus, Marcus en Lukas – toewerkt naar de climax, namelijk naar de opstanding van Jezus Christus. Want alles in het evangelie gaat daarom. De hele boodschap die in het Johannesevangelie ook wordt ontvouwd, staat allemaal in het teken van Hem die Zijn leven zou geven, of die als de tarwekorrel in de aarde zou vallen om alzo veel vrucht voort te brengen. Om maar even een beeld te gebruiken waarover de Heer Jezus sprak in Johannes 12, en dat geldt voor alles wat we in het voorgaande treffen.⟨/p> ⟨p>Om nog eventjes de herinnering weer levend te maken waar we het de voorgaande keer over hadden: Johannes 20 begon dus met het vroege bezoek van Maria Magdalena. Eigenlijk, zo weten wij uit andere evangeliën, was zij vertrokken in de vroegte met een aantal andere vrouwen, maar waarschijnlijk is zij en nog een andere vrouw – maar die is anoniem en ze wordt slechts heel terloops even gesuggereerd of verondersteld. Maar goed, Maria Magdalena, Maria van Magdala – dat is een plaats daar in het noorden van Galilea – die was kennelijk vooruitgesneld, misschien omdat ze de jongste van het gezelschap is, dat weet ik niet. In ieder geval, ze was vooruitgesneld en zij was bij het graf aangekomen. En tot haar grote schrik – het was trouwens nog schemerig, je leest dat in Johannes 20 ook, dat terwijl het nog donker was, het nog niet geheel licht was in ieder geval – ziet zij daar de steen voor het graf weggewenteld. En dan gaat ze in paniek naar Petrus en Johannes, die kennelijk in de nabije omgeving hadden overnacht, en hen alarmeert zij dan.⟨/p> ⟨p>En dan wordt vervolgens ook beschreven – en dat is een onderbreking in het relaas over Maria van Magdala – hoe Johannes en Petrus in allerijl rennend naar het graf gaan en checken in hoeverre dat klopt wat Maria zegt en wat er dan aan de hand is. En dan lees je ook in die verzen wat Petrus en Johannes daar ook bevinden, want zij gaan dan het lege graf binnen. En wat zij dan treffen, zijn de windsels waarin Jezus gewikkeld was na Zijn overlijden en voor Zijn begrafenis, die zien ze dan keurig liggen, zowel aan het voeteneinde als aan het hoofdeinde. En dan valt bij Johannes – die zich, zoals standaard in het Johannesevangelie, niet bij name noemt – daar gaat dan een lichtje branden en dan lees je ook inderdaad dat hij geloofde.⟨/p> ⟨p>Petrus nog niet, en over Petrus is wat betreft die eerste dag, die dag van de opstanding, nog veel meer te melden. Want later is hij trouwens nog weer teruggegaan, hoogstpersoonlijk naar het graf om nog een double check te doen, en we weten ook dat de Heer Jezus die dag hoogstpersoonlijk is verschenen aan Petrus. Hij is aan Kevas verschenen, nog voordat Hij later ook aan het hele gezelschap verschijnt, waar trouwens het vervolg van Johannes 20 ook over spreekt – daar zullen we het de volgende keer over hebben. Nog voordat Jezus verschijnt aan de twaalf, lezen we dat Hij al verschijnt ook aan Petrus.⟨/p> ⟨p>Nu, en dat is het unieke van de geschiedenis die we nu onder handen hebben en waar we het vanavond graag wat over willen vertellen, is dat daar gesproken wordt – en alleen Johannes maakt van deze geschiedenis melding – namelijk dat Maria van Magdala of Maria Magdalena naar het graf is gegaan en daar in de tuin dan uiteindelijk een ontmoeting heeft als eerste met de Opgestane. Weliswaar lees je in de andere evangeliën ook over de vrouwen die dan bij het graf komen, maar dat vermeldt Johannes dan weer niet. Johannes focust op Maria van Magdala en haar verhaal is echt buitengewoon bijzonder. Zij is de eerste die een ontmoeting heeft met de opgewekte Christus.⟨/p> ⟨p>Ik wil vanavond graag ook wat vertellen, niet alleen over de historische impact daarvan, dat zij al de eerste daarin is – hoewel zij trouwens, en dat zeg ik even terzijde, in ander verband niet eens wordt genoemd. Als Paulus vermeldt aan wie Jezus Christus na zijn opstanding is verschenen, dan noemt hij de dames helemaal niet. Wat de betekenis daarvan is, daar gaat het nu even niet om. Maar als je het puur historisch bekijkt, is inderdaad deze Maria, en trouwens die andere vrouwen ook, degenen die het eerste een ontmoeting hebben gehad met de opgewekte Christus. En waar ik dan vooral ook op wil wijzen in deze studie is niet alleen de historische betekenis, maar vooral ook de profetische strekking daarvan. Want het is typologisch. Het is niet alleen maar historisch. Maria als vrouw die dan de eerste is die een ontmoeting heeft met Jezus Christus; nee, zij is een type en daar kom ik straks uitgebreider over te spreken.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-2" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="565" title="Speel af vanaf 09:25">▶ 09:25⟨/button> ⟨span>Onderzoek bij het Lege Graf en de Twee Boodschappers⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Dan staat er in vers 11: Maria echter stond buiten bij de graftombe te huilen. Het is niet helemaal duidelijk of zij nog een ontmoeting heeft gehad met Petrus en Johannes en of zij hen nog gezien heeft bij de graftuin. Immers, zij had Petrus en Johannes eerst gealarmeerd, waarna zij in grote haast naar het graf waren gegaan. Of Maria wat is achtergebleven of veel langzamer is gegaan, weet ik niet. We weten evenmin of zij Petrus en Johannes bij het graf nog heeft aangetroffen of zelfs heeft gesproken. Het feit dat dit niet vermeld wordt, suggereert denk ik dat dat niet het geval is. In het voorgaande vers hadden we gelezen dat zij – dat wil zeggen Petrus en Johannes – weer naar huis waren gegaan. En dan staat er: "Maria echter stond buiten bij de graftombe te huilen." Dat was natuurlijk vanwege de rouw, maar waarschijnlijk in dit geval vooral ook vanwege de ontzetting over het feit dat Jezus' lichaam nu kennelijk ook nog eens gestolen is. Want dat is de mededeling waarmee ze Petrus en Johannes wakker had gemaakt. Zij had haar conclusie al getrokken en zij is nu in nog meer rouw gedompeld dan ze al was voordat ze bij het graf kwam.⟨/p> ⟨p>Terwijl zij huilde, bukte zij in de graftombe. Het komt er eigenlijk op neer dat zij haar conclusie al had getrokken, namelijk dat Jezus' lichaam was weggenomen, en nu gaat ze het pas echt onderzoeken. Nu gaat ze checken wat er eigenlijk aan de hand was. Dat fenomeen dat een mens eerst zijn conclusie trekt alvorens te onderzoeken, is iets waar we wel vaker op stuiten. Een mens heeft soms zomaar zijn gevolgtrekking al gedaan, de redenering ligt al klaar, terwijl er nog helemaal niet een onderzoek heeft plaatsgevonden. In ieder geval was Maria door emotie overmand, maar nu gaat ze toch kijken.⟨/p> ⟨p>Wat zij dan ziet, zijn twee boodschappers. Dit is trouwens ook een aanwijzing dat dit in ieder geval enige minuten na het vertrek van Petrus en Johannes moet zijn geweest, want in de eerdere verzen wordt er nog helemaal niet gesproken over twee boodschappers bij het graf. Maar als Maria vervolgens onderzoek gaat doen en in de graftombe kijkt, ziet ze twee boodschappers; niet alleen bij de graftombe, maar zelfs erín. Waarom twee? In de eerste plaats denk ik omdat het te maken heeft met getuigenis. Hoe was het ook alweer van oudsher in de rechtspraak, ook in de Bijbelse rechtspraak? Een zaak staat vast bij minimaal twee of drie getuigen. Hier zijn twee van zulke personen die iets te melden hebben: boodschappers, engelen. Het woord 'engel' is misschien wat suggestief omdat dat in onze taal per definitie verwijst naar hemelse boodschappers, terwijl dat in de Bijbel niet per se het geval hoeft te zijn. Het is eigenlijk gewoon een functie. Aan de andere kant moet ik erbij zeggen dat boodschappers meestal wel van hemelse origine zijn, dus het is begrijpelijk dat het misverstand dat een boodschapper altijd een engel is, er zomaar insluipt. In het menselijk spraakgebruik kunnen mensen trouwens ook wel eens engelen zijn; zo noemen we soms iemand die als geroepen komt.⟨/p> ⟨p>Zij zag twee boodschappers in witte kleren zitten. De kleur wit past bij het feit dat dit in het lege graf is en dat dit alles ter gelegenheid van de opstanding is. De kleur van hun kleding is daarmee geheel in overeenstemming. Wit is de kleur van maagdelijkheid, van reinheid en van zuiverheid. Het bevat alle kleuren van de regenboog in één en verwijst feitelijk naar de heerlijkheid van de opstanding. Trouwens, het woord 'heerlijkheid' heeft in de Griekse taal alles te maken met licht. Je leest over de heerlijkheid op het aangezicht van Mozes, en dan gaat het wel degelijk over het licht dat hij uitstraalde. Deze boodschappers waren stemmig gekleed, 'op hun paasbest' om zo te zeggen, in witte klederen. Ze zaten daar: één aan het hoofdeinde en één aan het voeteneinde waar het lichaam van Jezus had gelegen. Zelfs zonder nog iets gezegd te hebben – dat gaan ze straks wel doen door een vraag te stellen – is dit al een boodschap. Hier gaat een getuigenis van uit: zij zitten daar, de één bij het hoofdeinde en de ander bij het voeteneinde, en het lichaam van Jezus Christus is weg. Waarom? Wel, Hij is opgestaan.⟨/p> ⟨p>Hij is ook de Verborgene. Nu loop ik een beetje vooruit op wat ik straks nog wil vertellen, maar deze boodschappers getuigen alleen al door de wijze waarop ze daar zitten van het lichaam van Christus: het levende lichaam, maar ook van het verborgen lichaam. Ik zal u vertellen dat Maria daar ook een type van is. Dat wil ik straks graag nog wat duidelijker maken, maar houd dat alvast in gedachte. Deze boodschappers zitten daar dus en getuigen: hier lag het lichaam en nu ligt het er niet meer. Er wordt hier verder niet meer gesproken over de windsels, zoals in de vorige passage, maar die lagen daar natuurlijk nog. Ook die lege 'cocon', zoals ik het de vorige keer noemde, getuigt natuurlijk van Hem die is opgestaan uit het graf. Dat kan niet missen.⟨/p> ⟨p>Dan gaan ze een vraag stellen aan Maria. Terwijl zij voorovergebogen in het graf kijkt, ziet zij die twee boodschappers en zij vragen haar: "Vrouw, waarom huil je?" Je zou kunnen zeggen dat dit een vraag is om informatie los te peuteren, maar ik denk dat het niet zozeer een informatieve vraag is. Het is veel meer een retorische vraag. Eigenlijk klinkt erin door: "Waarom zou je huilen? Kijk waar wij nu zitten, kijk naar het feit dat het lichaam weg is en kijk naar de windsels die hier liggen. Wat zou dat te zeggen hebben?" Kortom: waarom zou je huilen?⟨/p> ⟨p>Zij antwoordde hen, en uit de wijze waarop zij reageert op deze twee boodschappers, maak ik op dat zij er totaal niet aan heeft gedacht dat dit engelen waren. Zij doorziet het niet. Kennelijk is er verder ook niet zoveel opmerkelijks aan hen geweest, behalve dat zij in het wit gekleed waren. Voor de rest hebben deze boodschappers zich denk ik niet in een ander opzicht onderscheiden. Zij antwoordt hen zonder dat er enige ontzetting in doorklinkt vanwege het feit dat zij daar twee boodschappers ziet. Nee, zij zit nog helemaal in haar verdriet en antwoordt: "Zij namen mijn Heer weg en ik weet niet waar zij Hem plaatsten." Ze gaat er hier dus heel uitdrukkelijk weer vanuit, net zoals toen ze Petrus en Johannes had gealarmeerd, dat Jezus' lichaam is gestolen. Niet door één iemand, maar door meerdere mensen, want ze spreekt in het meervoud. Er is overigens een verschil met de wijze waarop ze de vraag hier beantwoordt. Toen ze Petrus en Johannes alarmeerde, zei ze: "Ze hebben de Heer weggenomen en wij weten niet waar Hij neergelegd is." Nu zegt ze: "Ze hebben míjn Heer weggenomen." Dat is veel persoonlijker: mijn Heer. Ik vind dat een paar keer in het Nieuwe Testament zo gezegd worden.⟨/p> ⟨p>Kijk, Jezus Christus is dé Heer. Hij is de Heer van allen, maar Hij is ook míjn Heer. Ik ben Zijn eigendom, ook persoonlijk. En zo noemt zij Hem ook: "Ze hebben mijn Heer weggenomen." Juist in die persoonlijke, intieme manier van omschrijven klinkt haar verdriet door. Ze zegt: "En ik weet niet waar zij Hem plaatsten." Ik weet het niet.⟨/p> ⟨p>Het is heel duidelijk: zij zit nog helemaal op het spoor dat Jezus' lichaam gestolen is. Niets in haar opmerking wijst erop dat ze op dit moment ook maar iets anders zou moeten of kunnen overwegen.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-3" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1307" title="Speel af vanaf 21:47">▶ 21:47⟨/button> ⟨span>Jezus Verschijnt als de Ware Tuinman (de Laatste Adam)⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Terwijl ze deze dingen zei, staat er in vers 14, keerde zij zich om. Ze bevond zich in het graf en keerde zich vervolgens om, waarbij ze Jezus zag staan. Ze wist echter niet dat het Jezus was. Hier zie je hoe zeer ze verblind was; door haar tranen heen kon ze niet goed kijken. Al twee keer was vermeld dat zij huilde. Met haar betraande ogen en in haar verdriet waren het niet alleen de tranen die haar verblindden zodat ze Jezus niet herkende, maar ook haar emoties en de denkrichting waarin ze redeneerde maakten haar echt blind. Dat is in het algemeen trouwens vaak zo: wanneer een mens volledig in zijn emotie zit, is hij niet alleen onvoldoende in staat om rationeel te denken, maar kan hij niet eens goed waarnemen. De dingen die er zijn, zie je niet; dingen die je hoort, versta je niet en je merkt het niet op. De emoties maken je inderdaad blind.⟨/p> ⟨p>Zij zag Jezus staan, maar wist niet dat Hij het was. Jezus zei tot haar in vers 15: "Vrouw, waarom huil je? Wie zoek je?" Mooi is dat, hè? "Wie zoek je?" Niet "wat" zoek je, maar "wie" zoek je? In feite klinkt in deze vraag al door: je zoekt een lijk, een dood lichaam, maar in werkelijkheid, Maria, zoek je iemand. En die iemand is niet dood, Hij leeft! Sterker nog, daar spreek je nu mee. Dat wordt hier nog niet expliciet gezegd, maar het klinkt al wel door in die woorden: "Wie zoek je?"⟨/p> ⟨p>Zij meende dat Hij de tuinman was. Je moet je realiseren dat dit in een hof was, de hof van Jozef van Arimathea, die rijke man. Op zich was het geen gekke gedachte dat degene met wie zij nu in gesprek was, de tuinman zou zijn. Zij meende dat ook. Het opmerkelijke is dat dit natuurlijk een misverstand was; het was weer een conclusie van haar. En toch is dat het geweldige: dit misverstand is bij nader inzien typologisch juist zo ontzettend waar.⟨/p> ⟨p>Ik wil daar graag wat meer over vertellen, want als we aan de tuinman denken, aan wie denken we dan? Wie was the eerste tuinman, wie was de eerste hovenier? Dat kan niet missen: dat moet degene geweest zijn die ooit in de hof van Eden geplaatst werd om de hof te bewerken en te bewaren. Dat was Adam. Adam was de tuinman. De Bijbel voorzegt dat de Zoon van Adam zou gaan vervullen wat de eerste Adam niet kon doen en ook niet heeft kunnen volbrengen. De eerste Adam is in feite de tuinman die ontslagen is. Hij moest de hof verlaten en dat is de geschiedenis van alle Adamieten, van alle mensenkinderen en afstammelingen van Adam.⟨/p> ⟨p>Maar de Bijbel zegt dat er iemand zou komen, de Ben-Adam, de Zoon van de mens. Hij is de laatste Adam en Hij gaat vervullen wat Adam was opgedragen: de aarde tot een paradijs maken. Dat is wat de laatste Adam, de Messias, gaat doen. Want de Messias is niet alleen de Zoon van Abraham of de Zoon van David; Hij is ook de Zoon van de mens, de Ben-Adam. Zij meende dat Hij de tuinman was en wat dacht je? Hij was eigenlijk ook de tuinman, namelijk de echte, de ware. Wilde de ware tuinman opstaan? Welnu, de Tuinman was opgestaan! Dat is precies ook de titel die Hij nu draagt: de laatste Adam, een levendmakende geest.⟨/p> ⟨p>Ik wil nog even in herinnering roepen wat we hebben gelezen over die hof in Johannes 19 vers 41. Het was een hof met een nieuw graf, waar nog nooit eerder iemand in gelegen had. Welnu, in deze hof is op deze dag de steen weggewenteld en is de Eersteling in het graf, maar ook de Eersteling uit het graf, verrezen. Hij is inderdaad degene die de hele aarde tot een paradijs gaat maken en die de hele mensheid insluit. Deze dag is de meest gedenkwaardige dag uit de hele wereldgeschiedenis; ik aarzel niet om dat inderdaad zo te zeggen. Hier vond de grote beslissing plaats. Dit is D-Day: Decision Day. Deze dag is de dag waarin de dood werd overwonnen. Zij meende dat Hij de tuinman was en ik wil graag...⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-4" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1691" title="Speel af vanaf 28:11">▶ 28:11⟨/button> ⟨span>Profetische Typologie: Maria als Beeld van Eva en de Ecclesia⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Ik wil in een schema even duidelijk maken hoe Maria Magdalena een type is van Eva. Of laat ik het anders zeggen: hoe er parallellen zijn tussen enerzijds Eva in de hof en Maria van Magdala, eveneens in de hof. Die twee wil ik eens naast elkaar zetten om enkele overeenkomsten aan te wijzen. Maria vervult eigenlijk de rol van Eva, en dat heeft nog een vervolg, maar eerst wil ik dat puntsgewijs laten zien.⟨/p> ⟨p>Eva bevond zich ooit in de Hof van Eden. Maria Magdalena bevindt zich in de Hof van Arimathea. Eva ontmoette Adam ooit na het ontwaken uit zijn diepe slaap. Maria Magdalena ontmoet de laatste Adam ook na het ontwaken uit zijn diepe slaap – zeg maar gerust: zijn doodslaap. De slaap van zijn dood is terminologie die we eerder in het Johannes-evangelie tegenkwamen, in hoofdstuk 11.⟨/p> ⟨p>Eva ontmoet Adam, namelijk de hovenier. Zij gaat hem in feite bijstaan in de functie die hij van Godswege had gekregen; althans, dat was de opdracht. Maria Magdalena ontmoet ook Adam, maar nu de laatste Adam, en ook Hij is de hovenier, in de meest diepe en brede zin van het woord die je maar denken kunt.⟨/p> ⟨p>Dan wil ik nog op een andere parallel wijzen. Eva's naam betekent 'moeder van alle levenden'. Welnu, van Maria Magdalena kunnen we iets soortgelijks vaststellen, want ook zij staat aan de wieg van het nieuwe leven. De laatste Adam is opgestaan uit de doden; Hij is zojuist ontwaakt, opgewekt uit de doden, en de eerste die Hij treft, is deze Maria. Daarmee staat Maria inderdaad aan de wieg van het nieuwe leven. De eerste die de Heere Jezus ontmoet, is Maria Magdalena, en dat maakt deze ontmoeting en deze geschiedenis ook heel uniek.⟨/p> ⟨p>Nu komen we bij de typologie: als je eenmaal weet wat de betekenis van Eva is en je ziet dat Maria Magdalena de rol van Eva vervult, dan zie je eveneens de parallellen tussen Maria Magdalena en de Ecclesia, de gemeente, het lichaam van Christus in onze dagen. Ik wil op twee dingen wijzen waarin Eva inderdaad een type is van de Ecclesia. Dat verzin ik niet, dat staat heel duidelijk in het onderwijs van Efeze 5. Van Eva lezen we in Genesis dat ze genomen was uit Adam. Ze was vlees van zijn vlees en gebeente van zijn gebeente. Ze was zijn lichaam. Ik moet erbij zeggen: ze was de vrouw van Adam, maar ze is nooit de bruid geweest.⟨/p> ⟨p>Deze Eva is, zo weten we uit Paulus' betogen in Efeze 5, een type van de Ecclesia. Paulus laat daar zien dat ook de Ecclesia deel uitmaakt van Christus' lichaam; zij is vlees van Zijn vlees. Dat is een geweldige gedachte: dat deze persoon uit de eerste hoofdstukken van Genesis volgens Paulus zelf – en hij zegt: "deze verborgenheid is groot" – een vooruitwijzing is naar het lichaam van Christus. Zij is uit de laatste Adam genomen, om het zo te zeggen; zij maakt deel uit van Zijn lichaam. Ze is niet de bruid, dat is waar, maar wel het lichaam van Christus. De rol die Eva vervulde als complement, als aanvulling van Adam en als deel van zijn lichaam, is een geweldig type van de Ecclesia.⟨/p> ⟨p>Eva was de eerste die Adam trof na het ontwaken uit zijn doodslaap. Zo is ook de Ecclesia de eerste die de laatste Adam 'bekent' – dat wil zeggen: gemeenschap met Hem heeft na Zijn opwekking. Het gezelschap dat God vandaag uitroept, is immers een gezelschap van eerstelingen. Eerst is daar Christus Jezus, Hij is opgestaan uit de doden, en vervolgens is daar een groep die als eerste deelt in die heerlijkheid. Maria is degene die als eerste de ontmoeting heeft met de laatste Adam, met de opgestane Christus. Daarin is zij een type van de Ecclesia, wat parallel loopt met de positie van de Ecclesia in onze dagen. Zij deelt in de heerlijkheid als het eerste gezelschap dat gemeenschap heeft met Hem, maar ook een eenheid vormt op de meest intieme wijze die je maar denken kunt, namelijk als Zijn lichaam. Nauwer kun je toch niet met Hem verbonden zijn? Wij zijn als gemeente, als Ecclesia, Zijn lichaam.⟨/p> ⟨p>Wat God nadien ook nog gaat doen en hoe de laatste Adam nog verder bekendgemaakt zal worden: de eerste met wie Hij van doen heeft en aan wie Hij Zich bekendmaakt, dat is Maria. Nogmaals, daarin is Maria ook een type van de Ecclesia in onze dagen.⟨/p> ⟨p>Goed, we gaan weer even terug naar de geschiedenis. Ik kom straks nog even terug op die typologische lijn, maar eerst kijken we weer naar de geschiedenis zelf. Maria had zich omgekeerd en dacht dat ze in aanraking was gekomen met de tuinman. Ze spreekt Hem aan en zegt: "Indien u Hem wegdroeg, zeg dan waar u Hem plaatste en ik zal Hem wegnemen." Ze gaat er trouwens vanuit dat deze tuinman wist waar Jezus was. En als ik het zo zeg, klopt dat nog ook, maar op dit moment is er bij haar nog sprake van onwetendheid.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-5" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2242" title="Speel af vanaf 37:22">▶ 37:22⟨/button> ⟨span>De Ommekeer: de Goede Herder Roept Zijn Schaap bij Naam⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En dat alles verandert in één keer, in één woord. Want Jezus noemt vervolgens haar naam en dat geeft zo'n omkering. Letterlijk zelfs, want er staat: Jezus zei tot haar: "Maria." Als je dat leest, dan kun je je daar maar één ding bij voorstellen: Hij heeft haar naam genoemd zoals zij dat kende uit het verleden. Zo noemde Jezus haar, met die intonatie, met die woorden en met die kracht. Met dat timbre sprak Jezus haar aan en nu, op deze dag, wordt ze weer zo aangesproken.⟨/p> ⟨p>Jezus zei tot haar: "Maria." En ze keerde zich om en zei tot Hem in het Hebreeuws: "Rabboeni!" Dat wil zeggen: leraar. In het Hebreeuws zit daar zelfs nog de gedachte in van 'mijn leraar'. "Mijn Heer" had ze eerder gezegd, maar Rabboeni wil zeggen: leraar, degene die mij onderwijst.⟨/p> ⟨p>Eén woord was nu genoeg om haar volstrekt te doen omkeren. Kennelijk had ze zich weer weggekeerd tijdens het gesprek, maar dat ene woord, die ene naam en de wijze waarop het gezegd werd, was voor haar voldoende om ineens uit te roepen: "Rabboeni!" Het feit dat ze dat ook zo zegt – Jezus heeft tot haar gezegd "Maria" en zij zegt "Rabboeni" in het Hebreeuws – Johannes tekent het precies zo op als zij het gezegd heeft.⟨/p> ⟨p>In Johannes 10 lezen we wat er gezegd wordt als de Heer Jezus spreekt over de herder en over de schapen. Hij zegt daar over de Goede Herder: "De schapen horen zijn stem." En wat doet de Goede Herder ook? Hij roept zijn schapen bij naam. Hij kent ze bij naam en Hij roept ze ook bij naam.⟨/p> ⟨p>Nou, daar is deze geschiedenis en dit voorval natuurlijk een prachtig voorbeeld van: hoe de Opgewekte haar aanspreekt. "Maria." Zij hoorde Zijn stem, haar naam werd genoemd en alles was in één keer volstrekt helder. Alles viel op zijn plek. Het kwartje was gevallen.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-6" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2428" title="Speel af vanaf 40:28">▶ 40:28⟨/button> ⟨span>"raak Mij Niet Aan": de Vervulling van de Eerstelingschoof⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En Jezus zei tot haar – en dit is ook een heel eigenaardig punt waar ik graag toch wat aandacht aan wil geven, want in het algemeen is dat buitengewoon onbekend – wat hier de impact van dit vers is en wat dat betekent en behelst. Want dan staat er: "En Jezus zei tot haar: raak Mij niet aan, want Ik ben nog niet opgegaan naar de Vader." Eerst even dat ene Griekse woord voor aanraken; dat kennen wij wel. In het Grieks is dat het woordje ⟨em>hapto⟨/em>, waar ons woord haptonoom of haptonomie van is afgeleid. Eigenlijk betekent dat woord gewoon aanraken.⟨/p> ⟨p>En nu zegt Jezus iets: "Raak Mij niet aan." Als je dit nu vergelijkt met de andere geschiedenissen, de wijze waarop Matthäus, Marcus en Lukas het verhaal vertellen, dan springt daar iets eigenaardigs, om niet te zeggen iets heel bijzonders in het oog. Jezus zei: "Raak Mij niet aan." Maar als je dat vergelijkt met het verslag van Matthäus en wat er iets later op de ochtend heeft plaatsgevonden, als Jezus dan ook verschijnt aan de andere vrouwen, dan staat er dat zij Hem wel mochten aanraken. Sterker nog, er staat dat zij Hem vasthielden. In Matthäus 28 vers 9 staat dat die vrouwen, die daar dan weer op de terugweg zijn, Hem naderden. Zij naderden de opgestane Jezus Christus, ze grepen Zijn voeten en ze hielden Zijn voeten vast. Er wordt daar verder niets over gezegd dat ze dat niet zouden moeten doen; nee, dat wordt niet vermeld.⟨/p> ⟨p>Dus die vrouwen mochten later op de ochtend iets doen wat Maria nu vroeg in de ochtend, terwijl het eigenlijk nog donker is, niet mocht. Of nou ja, dat is niet helemaal waar wat ik nu zeg, want inmiddels was het natuurlijk al wel wat later, maar in ieder geval nog vroeg in de ochtend komt zij in aanraking met Jezus Christus. Ze herkent Hem, haar naam is uitgesproken en het eerste wat ze wil doen is Hem aanraken. En dat Jezus dan zegt: "Raak Me niet aan." De grote vraag is natuurlijk: waarom later wel en nu nog niet? Waarom mochten de vrouwen later Jezus' voeten vastpakken en vastgrijpen, terwijl Maria hier Jezus niet eens mocht aanraken? Waarom was dat?⟨/p> ⟨p>Het antwoord is eigenlijk heel eenvoudig, omdat het er gewoon pal achter staat. Jezus zei tot haar: "Raak Mij niet aan, want Ik ben nog niet opgegaan naar de Vader." Dat is de reden. De enige logische conclusie uit die woorden is dat Maria Jezus nu ontmoet nog voordat Jezus Zich gemeld heeft bij de Vader. Later, als Jezus de andere vrouwen tegenkomt en aan hen verschijnt, is Hij inmiddels al wel opgegaan naar de Vader.⟨/p> ⟨p>Ik denk dat hier een hele belangrijke les in ligt besloten. We kennen natuurlijk allemaal de gegevens dat Jezus op de dag van Zijn opstanding uit het graf verrees, is verschenen en veertig dagen later vanaf de Olijfberg ten hemel voer. De gedachte is dan: toen ging Hij naar Zijn Vader toe. Dat is waar, maar ik moet er meteen bij zeggen dat de Heere Jezus in die veertig dagen niet voortdurend constant hier op aarde is geweest. Hij verscheen aan de Zijnen bij vele gelegenheden en aan vele personen, maar Hij is niet voortdurend bij hen geweest. De Heere Jezus is ook al in die veertig dagen, in Zijn opstandingsheerlijkheid, gegaan naar Zijn Vader. Alleen, op het moment dat Hij die ontmoeting heeft met Maria, heeft Hij Zich om zo te zeggen nog niet gemeld bij de Vader. Hij is nog niet opgegaan naar de Vader en dat moet Hij eerst doen alvorens Maria Hem mag aanraken.⟨/p> ⟨p>Om nog eventjes terug te komen op wat er dan gebeurde op de dag van de hemelvaart: dat was een definitief afscheid. Definitief tussen aanhalingstekens, want Hij zou weer terugkeren, maar sindsdien heeft Hij het aardse toneel inderdaad verlaten en is Hij niet meer verschenen. De dag van Zijn hemelvaart, de veertigste dag na Zijn opstanding, was voorlopig definitief. Maar in de tussentijd is er al verkeer geweest tussen hemel en aarde. De Heere Jezus ging inderdaad naar Zijn Vader toe.⟨/p> ⟨p>Waarom moest dat gebeuren juist op die dag? Wel, dat zal ik u vertellen. Dat komt omdat de dag dat de Heere Jezus het graf leeg achterliet – en ik heb de vorige keer er al iets over verteld omdat alle vier de evangeliën dat met grote nadruk vermelden – de eerste van de dag van de Sabbatten was. Ik heb dat toen al wat uitgelegd en ik ga dat nu niet nog een keer doen, maar dat is de dag na de Sabbat, een zondag. Dat is de dag van de Eerstelingschoof van de gerstoogst. Dat is een hoogtijddag op de Bijbelse kalender. De dag dat de Heere Jezus verrees uit het graf, was een hoogtijddag die van Godswege al vele eeuwen, vijftien eeuwen van tevoren, gereserveerd was. Er was al lang gezegd wat er op die dag zou gebeuren.⟨/p> ⟨p>Ik neem u even mee naar Leviticus 23. Dan begrijp je ook heel goed waarom de Heere Jezus juist op de dag van Zijn opstanding eerst naar de Vader moest gaan. In Leviticus 23 vers 10 lees je deze instructie die aan de Israëlieten werd gegeven: "Wanneer jullie komen in het land dat Ik jullie geef en jullie haar oogst oogsten, dan zullen jullie een eerstelingschoof naar de priester brengen." Een schoof, dat wil zeggen een bundel van aren, van gerst namelijk, want over die oogst gaat het hier. De eerstelingschoof krijgt in de Bijbel altijd de hoogste bestemming. Die eerste schoof zou dan naar de priester gebracht worden en vers 11 zegt: "Hij zal de schoof zwaaien." Het wordt ook een beweegoffer genoemd. Het was eigenlijk een zwingende priester; hij zwaaide en bewoog met die schoof als een embleem van leven, want iets wat beweegt, dat leeft. Die schoof werd gezwaaid voor het aangezicht van Jahweh.⟨/p> ⟨p>Dit is precies waar we het nu over hebben. De Heere Jezus moest op de dag van Zijn opstanding voor het aangezicht van Jahweh als de schoof van de eersteling bewogen worden, gezwaaid worden. Hij moest om zo te zeggen naar de Vader toe om te zwaaien, te tonen en te demonstreren: "Ik ben opgestaan, en zie hier, hier ben ik, Ik ben die Eersteling." Als ik nog even doorlees in Leviticus 23: hij zal de schoof zwaaien voor het aangezicht van Jahweh, opdat jullie welgevallig zijn. Ik ga daar nu even aan voorbij, maar er wordt ook gezegd wanneer dat moest wezen. Er wordt geen datum vermeld, maar wel een dag in de week, namelijk de dag na de Sabbat; onze zondag dus. Die eerstelingschoof werd gezwaaid voor het aangezicht van Jahweh op de dag na de Sabbat.⟨/p> ⟨p>Wat de Heere Jezus nu zegt op deze bewuste dag van de eerstelingschoof, nadat Hij als Eersteling is verrezen uit het graf en Maria als eerste vroeg in de ochtend treft in die hof, in dat nieuwe graf, is: "Raak Me niet aan." Hij zegt eigenlijk: Ik ga eerst op naar Mijn Vader, Ik ga eerst 'zwaaien' naar Hem. Eerst zal Ik voor het aangezicht van Jahweh bewogen worden als de Eersteling. Wat Hij dus tegen Maria zegt is: "Raak Me niet aan, want Ik ben nog niet opgegaan naar de Vader." Dat moest eerst gebeuren. Dat maakte de ontmoeting met Maria trouwens ook heel bijzonder, want het betekent dat de Heere Jezus haar al heeft aangesproken en Zich aan haar bekend heeft gemaakt nog voordat Hij bij de Vader is geweest. Waarmee ook gezegd wil zijn dat Maria een heel bijzondere positie inneemt.⟨/p> ⟨p>Hoe bijzonder deze Maria is. Ik weet niet of u een beetje op de hoogte bent van alle legendes en mythen rond Maria Magdalena, maar er is heel veel over deze vrouw gefantaseerd. Dat heeft al hele oude papieren; in allerlei geschriften, hele oude kerkelijke geschriften, zijn er mythes ontstaan. Zo is daar bijvoorbeeld de gedachte — een verhaal dat erg bekend is geworden door de boeken van Dan Brown — dat Jezus een verhouding zou hebben gehad met Maria Magdalena. Ook later zijn zulke verhalen ontstaan. Het zijn allemaal mythen, allemaal uit de duim gezogen: dat Jezus een verhouding zou hebben gehad, en sterker nog, dat hij later ook nog met Maria getrouwd zou zijn en zelfs kinderen zou hebben verwekt.⟨/p> ⟨p>Waarom vertel ik dit nu? Want je zou kunnen zeggen dat dit alleen maar een dissonant is. Dat is het ook, want het zijn afschuwelijke dingen waar ik niets mee heb. Maar er zit één element in waardoor dit kon ontstaan, en dat is dat men wel heeft ingezien dat deze Maria een heel bijzondere betekenis heeft. Deze Maria is in feite een antitype van Eva, zoals de Heer Jezus, de tuinman, een antitype of de vervulling is van Adam.⟨/p> ⟨p>Zoals Adam en Eva bij elkaar horen, zo horen Jezus Christus en Maria ook bij elkaar. Dan kun je je voorstellen dat als je de fantasie de vrije loop laat, men denkt dat die twee een verhouding hadden of zelfs getrouwd waren en nieuw leven hebben verwekt. Dat is letterlijk en historisch absoluut een leugen met allemaal hoofdletters. Maar typologisch zit daar dit element van waarheid in, namelijk dat deze Maria een type is van de ekklesia, de gemeente.⟨/p> ⟨p>Zij heeft zo’n intieme verhouding met de laatste Adam, die Zijn lichaam is. Zij is inderdaad één met Hem gemaakt en door Hem gekend. Voordat Hij ten hemel voer, heeft Hij Zich al aan haar bekendgemaakt en Zich eigenlijk al met haar verbonden. Wat je hier ziet, is al een vooruitwijzing naar de geweldig hoge plaats van dat eerste gezelschap dat gevormd wordt rondom de opgewekte Christus: de ekklesia die in onze dagen wordt gebouwd.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-7" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3310" title="Speel af vanaf 55:10">▶ 55:10⟨/button> ⟨span>De Opdracht: de Unieke Positie van de Ecclesia Vóór de Twaalf⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Wat Jezus dus zei, is: "Ik ben nog niet opgegaan naar de Vader." Dat was de reden waarom Maria Hem zelfs nog niet mocht aanraken. Maar, zegt Hij dan: "Ga naar mijn broeders en zeg tot hen: Ik ga op naar mijn Vader en jullie Vader, naar mijn God en jullie God."⟨/p> ⟨p>Eerst even dit: "Ga naar mijn broeders." Dit onderstreept precies wat ik zojuist ook bedoelde met die typologische betekenis van Maria. Namelijk dat zij een verwijzing is naar de Ecclesia, de gemeente, het lichaam van Christus. Zij is eigenlijk de vervulling, het antitype zo u wilt, van Eva. Maria heeft een positie vóór de twaalf. Denk daar eens over na. Zij wordt ingezet om vervolgens "mijn broeders", de twaalf, het gezelschap van de discipelen, te informeren en te vertellen van de opstanding van Christus. Maar dat betekent dus dat voordat de twaalf bekend zijn met de opgestane Messias, daar al Maria is die in de tuin, in het verborgene, een ontmoeting heeft met de laatste Adam.⟨/p> ⟨p>Als ik het zo formuleer dat Maria een positie heeft vóór de twaalf — we zullen het daar de volgende keer uitgebreider over hebben — dan bedoel ik dat letterlijk. Want na deze geschiedenis lezen we dat Jezus in de avond van diezelfde dag inderdaad verschijnt aan het gezelschap van de twaalf, wat een technische term is voor het gezelschap van de discipelen. Maar vóór dat alles was daar al Maria. Wel, dat is ook precies de plaats van de Ecclesia, die inderdaad gesteld is boven Israël. Waarom? Omdat zij een plaats heeft voorafgaand aan Israël; zij is eerder dan Israël.⟨/p> ⟨p>Dat was misschien niet de verwachting, maar zo is het wel gegaan. Het is net zoiets als met Lea en met Rachel en wat je in de Bijbel zo dikwijls vindt over dat verschuiven van het eerstgeboorterecht. Het gaat altijd anders dan aanvankelijk de verwachting was. Dat is hier ook zo. Je zou verwachten dat het na de opstanding eerst naar Israël gegaan zou zijn, maar het is anders gegaan. Wel, dat zien we typologisch in deze geschiedenis geïllustreerd. Maria heeft een positie vóór de twaalf; als eerste leert zij de opgewekte Christus kennen.⟨/p> ⟨p>Dan lezen we nog, om het even af te sluiten, dat Jezus haar instrueert en zegt: "Ga naar mijn broeders en zeg tot hen: Ik ga op naar mijn Vader en jullie Vader." Dat "Ik ga op" staat in de tegenwoordige tijd. Je kunt dat zien in de interlineaire vertaling; dat verticale streepje wil zeggen dat het de tegenwoordige tijd is. Ik ben bezig op te gaan naar de Vader. Dat moest zij zeggen: dat de Heer Jezus naar zijn Vader zou gaan. Hij zegt ook: "Naar jullie Vader, naar mijn God en jullie God."⟨/p> ⟨p>Ziet u trouwens ook hoe ook hier weer een bevestiging gevonden wordt van de algemene, universele Bijbelse waarheid dat de God en Vader van Jezus Christus de enige waarachtige God is? De Heer Jezus had dat ook al gezegd in het Hogepriesterlijke Gebed.⟨/p> ⟨p>Nou, en dan lees je dat Maria de Magdaleense, Maria van Magdala, ging en de discipelen berichtte dat zij de Heer had gezien. Later in de ochtend werd het ook nog bevestigd door andere vrouwen. Ik moet er meteen ook bij zeggen: ze werd niet geloofd. Ook dat is typologisch trouwens. Ze werd niet geloofd, maar niettemin had ze de Heer gezien en ging ze het hen berichten. Ze ging ook vertellen wat er in het bijzonder tegen haar was gezegd. En dat was een hele bijzondere waarheid: waarom zij Hem niet mocht aanraken en hoe zij Hem al heeft ontmoet voordat de Heer Jezus naar de Vader was gegaan.⟨/p> ⟨p>Wat een geweldige heenwijzing mag zij zijn naar dat gezelschap wat God zich vandaag ook vormt: de Ecclesia, die als eerste de Opgewekte heeft mogen leren kennen. Voordat de twaalf Hem als de levende en opgestane Messias leren kennen en erkennen, is zij al in aanraking gekomen met Hem. Dat zijn van die geweldige parels die verborgen liggen in zulke geschiedenissen. Inderdaad, het is geschiedenis, maar wat iedere keer weer opnieuw blijkt, is dat het heenwijzingen zijn en dat we daarin onder de oppervlakte de contouren zien van dat geweldige programma dat God uitwerkt door de aionen heen.⟨/p> ⟨p>Nou, dat is wat ik in deze studie graag naar voren wilde brengen over Maria. Dan zullen we de volgende keer verder gaan bij wat er later op diezelfde dag heeft plaatsgevonden, namelijk toen de Heer Jezus verscheen aan het gezelschap van de twaalf.⟨/p>