⟨h3 id="hoofdstuk-1" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2" title="Speel af vanaf 00:02">▶ 00:02⟨/button> ⟨span>Inleiding en Terugblik op Johannes 19⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Het is vandaag dinsdag 24 maart 2020. In plaats van dat ik in Bodegraven sta en mijn studies voortzet in de kledingzaak over het Johannes-evangelie, zit ik nu achter mijn computer en dat is voor mij een volstrekt unieke ervaring. Niet eerder heb ik op deze wijze studies gegeven, dus dat zal wel even wennen zijn voor mij en voor u misschien ook wel. Ik weet niet in hoeverre u als luisteraar gaat merken dat dit toch wat anders is. In ieder geval zal er geen respons komen, dat lijkt me nogal duidelijk. Ik geef nu deze studie en ik vermoed dat er de komende weken — ik hoop niet maanden, maar je weet maar nooit hoe dat verder met deze coronacrisis verloopt — nog veel vaker op deze wijze studies gegeven gaan worden.⟨/p> ⟨p>Ik was van plan om de studies die ik in mijn agenda heb staan voor Bodegraven, Katwijk en Rotterdam, maar ook de zondagse bijeenkomsten, toch door te laten gaan. Weliswaar niet in een bijeenkomst van tien, twintig, honderd of tweehonderd man, maar van achter de computer. Ik moet denken aan Paulus, die heel laconiek in de tweede Timoteüsbrief schrijft terwijl hij gevangen was en ook het huis niet uit kon. Zover is het bij mij gelukkig nog niet, maar niettemin kon hij het huis niet uit en dan zegt hij: "Maar het woord van God is niet gebonden." Dat beaam ik van harte, want het woord gaat gewoon verder. Het internet is natuurlijk een geweldig medium; daar kon Paulus nog geen gebruik van maken. Hij heeft gewoon een brief geschreven en op die wijze kon het woord toch voortgaan. Wij hebben vandaag het medium internet, zodat ik de studies die ik nu geef even later op het internet kan zetten, waar iedereen die dat wil ze kan beluisteren en bekijken. Tot dusver houd ik het even zo dat ik alleen de studies opneem in mp3 en ook de PowerPoint erbij plaats, zoals dat gebruikelijk was. Misschien dat ik in een later stadium ook videobeeld toevoeg, dat weet ik op dit moment nog niet.⟨/p> ⟨p>Ik las vandaag in de krant dat in verband met de coronacrisis Pasen niet door kon gaan. Ik vind dat een grappige mededeling, vooral omdat men daarmee heel duidelijk blijk geeft totaal geen idee te hebben van wat Pasen werkelijk is: namelijk het geweldige feit van de opstanding en van het lege graf. De wereld mag dan denken dat het niet doorgaat, wij weten beter. Ik zal het nog sterker vertellen: ik ga daar vanavond over spreken, want we zijn inmiddels aangekomen bij Johannes 20.⟨/p> ⟨p>Het is goed om nog even terug te blikken op de voorgaande avond in Bodegraven. Toen hebben we nagedacht over Johannes 19, het laatste gedeelte over het sterven van Jezus. Ik ben in het bijzonder nog even stil blijven staan bij het merkwaardige fenomeen van de verhouding 1 staat tot 4. Ik noem dat even zo en ik gaf de verschillende voorbeelden van Jezus die gekruisigd werd in het midden van vier andere medegekruisigden. Dat is een waarheid die erg onbekend is, maar naar mijn inziens toch heel duidelijk in de Schrift is te achterhalen. Daarbij heb ik vooral benadrukt dat in die verhouding van 1 staat tot 4 de één slaat op Jezus Christus zelf en de vier op de wereld. Het is het getal van de windstreken: Oost, Noord, Zuid en West, waarin het evangelie is gegaan. Ga maar na: Jezus' kruis stond in het midden van twee kruisen aan weerszijden, zo staat ergens in Johannes 19.⟨/p> ⟨p>Diezelfde verhouding van 1 staat tot 4 vinden we ook weer in een later vers, als er gesproken wordt over de vier Romeinse soldaten die Jezus' ene kleed verloten. Er wordt sterk benadrukt dat het een kleed was zonder naden, dat niet gescheurd kon worden. Jezus' kleed — zijn mantel, zijn nalatenschap — wordt verloot onder de vier soldaten. Ook hier staan die vier soldaten weer voor de wereld; het waren Romeinse soldaten, vertegenwoordigers van de natiën. Dat wat Jezus nagelaten heeft, zijn kleed, was net als het hogepriesterlijke kleed ondeelbaar en mocht niet gescheurd worden. Welnu, zijn kleed kwam terecht bij de Romeinen, bij de natiën, bij die vier soldaten. Van Godswege verloot.⟨/p> ⟨p>Dan vind je nog een keer die verhouding van 1 staat tot 4. Er wordt later in de geschiedenis gesproken over de discipel die Jezus liefhad, zoals de auteur zich graag noemt in dit evangelie. De anonieme discipel. Wij weten dat het Johannes zelf was, maar zijn naam wordt niet genoemd; hij is eigenlijk de verborgene. Hij is degene die genoemd wordt te midden van vier vrouwen die Maria heetten. Tenminste, voor zover we de namen van hen kennen, heetten drie van hen Maria. Ook dat is weer een prachtig beeld van hoe die anonieme discipel de rol van Jezus overneemt. Hij zou moeten toezien op Maria, Jezus’ moeder: "Zoon, zie uw moeder." Johannes was niet de zoon, maar hij krijgt wel de rol van de zoon. Zijn naam wordt niet genoemd, hij is de verborgene en hij neemt Maria onder zijn hoede. Maria is hier ook een type van het volk waaruit Jezus voortkomt, het Joodse volk. Het Joodse volk is onder de natiën terechtgekomen en vindt daar een veilig onderkomen bij de gemeente, het gezelschap dat vandaag gevormd wordt en waar Johannes in dit geval een type van is.⟨/p> ⟨p>Ik roep dit nu alleen even in herinnering. We hebben er ook bij stilgestaan dat Jezus’ beenderen niet gebroken werden. Als het ware Paascha is Hij geslacht, niet na zijn sterven maar voorafgaand aan zijn sterven. In de oorspronkelijke tekst van Matteüs 27 staat dat heel duidelijk. Dat is een geweldig gegeven, want het betekent dat Hij daadwerkelijk het Paascha is dat geslacht en leeggebloed is, zoals dat bij een offerdier diende te geschieden. Zo heeft Hij inhoud gegeven aan en is Hij de vervulling van wat er over het Paascha geprofeteerd staat.⟨/p> ⟨p>Het laatste wat we hebben besproken is de begrafenis van Jezus door Jozef van Arimathea. Deze rijke man, die in het verborgene ook een discipel van Jezus was, had vlakbij de plaats waar Jezus gekruisigd was een graf waar nog nooit iemand in had gelegen. Daar werd Jezus ingelegd nadat het lichaam geprepareerd was met heel veel specerijen. In ieder geval was Jezus de Eersteling die in het graf gelegd werd, uitgehouwen uit de rotsen. De Eersteling in het graf, maar belangrijker natuurlijk: de Eersteling uit het graf. En dat brengt mij tevens bij het volgende gedeelte.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-2" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="611" title="Speel af vanaf 10:11">▶ 10:11⟨/button> ⟨span>De Opstanding op de Dag van de Eerstelingsschoof⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Het onderwerp waar we het vanavond over gaan hebben is de opstanding, zoals beschreven in Johannes 20. Dit is eigenlijk de climax van dit evangelie. Alles in dit boek verwees naar deze geweldige gebeurtenis en wees hierop vooruit. De gebeurtenis is aangekondigd en dit is het punt waar alles om draait. Laten we die geschiedenis eens nader bezien. Ik beperk me in deze studie tot de eerste tien verzen, namelijk de verzen die spreken over het bezoek van Maria aan het graf en het bezoek van Petrus en Johannes.⟨/p> ⟨p>Laten we het maar gewoon eens regel voor regel bezien. Er staat in vers 1: "Echter op dag één van de sabbatten..." Ja, deze weergave is afwijkend van wat je in de gangbare vertalingen aantreft; dat lijkt me nogal duidelijk. Want daar wordt deze uitdrukking – die ook gebezigd wordt in Matthäus, Marcus, Lukas en ook nog een keer in Handelingen en 1 Korinthe – standaard aangeduid met "de eerste dag van de week". Nu geloof ik absoluut dat het een eerste dag van de week was, maar het was niet zomaar een willekeurige eerste dag van de week. Nee, het was een hele unieke, eenmalig in het jaar voorkomende eerste dag van de week. Of laat ik het anders zeggen, zoals dat al in de wetgeving op de hoogtijden van Israël wordt aangeduid: de dag na de sabbat. Wat er namelijk letterlijk staat, is dat het dag één van de sabbattenperiode was.⟨/p> ⟨p>Dat brengt mij bij een nogal uitgebreid onderwerp dat ik nu slechts aantip. Bij andere gelegenheden ben ik daar veel dieper op ingegaan en ik heb daar ook blogs over geschreven, want het is buitengewoon intrigerend. Wat hier namelijk wordt aangegeven, is dat het gaat over die ene specifieke dag in het jaar: dag nummer één van de sabbattenperiode. U moet namelijk weten dat na het Pascha de gerstoogst begon. De eersteling van die gerstoogst was uiteraard voor Yahweh bestemd. Zoals al het eerste, het eerstgeborene en de eerstelingen van de oogsten altijd bij de Heer werden gebracht, zo was dat ook het geval bij de eerstelingschoof van de gerstoogst. Die moest bij Yahweh gebracht worden. We vinden dat in Leviticus 23 beschreven. Wanneer moest die gebracht worden? Er wordt geen datum voor genoemd, maar er wordt een weekdag voor vastgepind, namelijk de dag na de sabbat. Vanaf die dag zou men zeven sabbatten moeten gaan tellen en ook elke dag afzonderlijk tellen tot na de zevende sabbat. Dat betekent dus zeven maal zeven dagen. Na de 49e dag krijg je de 50ste dag en dat is de dag van het Wekenfeest – een week van weken, zeven weken. Of zoals dat dan in het Grieks heet: Pinksteren. Pinksteren betekent letterlijk "de vijftigste".⟨/p> ⟨p>Hoe dan ook, de dag van de eerstelingschoof, de dag dat de gerstoogst officieel begon, was de dag waarop ook een belangrijke telling begon: een telling van sabbatten. In de Joodse traditie heet dat vandaag de dag nog steeds de tijd van de omertelling. De omer is die schoof van de eersteling, en vanaf dat moment gaat men sabbatten tellen. Welnu, deze dag waar Johannes 20 vers 1 op wijst, de dag dat het graf leeg bevonden werd, was op een hele specifieke dag, namelijk nummer één van de sabbattentelling, van de omertelling. Het was de dag van de eerstelingschoof van de gerstoogst. Dat is bijzonder. Het was dus niet zomaar op een zondag; nee, het was een jaarlijkse hoogtijddag waarbij de eersteling van de eerste oogst in het voorjaar werd gebracht aan Yahweh. Dat geeft zo'n bijzondere lading aan deze tijdsaanduiding en ik denk dat we de enorme betekenis daarvan nauwelijks kunnen overdrijven. Het was op dag één van de sabbatten, en dan staat er:⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-3" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="987" title="Speel af vanaf 16:27">▶ 16:27⟨/button> ⟨span>Maria Magdalena Ontdekt de Weggewentelde Steen⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Maria de Magdaleense kwam naar het graf. Haar naam wordt hier alleen genoemd, maar als we de andere evangeliën lezen, in zowel Marcus als Lucas, weten we dat er aanvankelijk ook andere dames in het gezelschap waren die van huis waren gegaan. Zij was in gezelschap van zes andere vrouwen; we weten van Maria van Jacobus, Johanna, Salomé en nog een vrouw die niet bij name genoemd wordt. In ieder geval was zij met zes of zeven anderen van huis gegaan, maar Maria was kennelijk als eerste gearriveerd — misschien omdat ze de jongste was, dat weet ik niet. In ieder geval was ze als eerste gearriveerd bij het graf toen het nog donker was.⟨/p> ⟨p>Zij heet Maria de Magdaleense, wat betekent dat zij uit Magdala kwam. Magdala is een plaats aan de westelijke kant van het meer van Genesaret. Dat was de regio waar de Heer Jezus gedurende de jaren van zijn publieke bediening met name actief is geweest. De plaats wordt verder niet zo vaak genoemd; we kennen de plaats eigenlijk uitsluitend als aanduiding van het feit dat deze Maria daar vandaan kwam. We weten ook dat Jezus werd gevolgd door enkele andere vrouwen uit Galilea toen Hij in Jeruzalem was, zoals vermeld in Lucas 8 vers 2. Dit waren vrouwen die door Hem waren genezen.⟨/p> ⟨p>Maria de Magdaleense — of Maria van Magdala — is natuurlijk een fameuze naam in de traditie geworden. Er zijn talloze mythes en legendes over haar ontstaan en er zijn ook hele kwalijke dingen over haar geleerd. Bekend is het boek van Dan Brown, die suggereert dat zij de minnares of de vrouw van Jezus zou zijn geweest; van dat soort verhalen die elke Bijbelse basis missen. In de volgende studie over de typologische betekenis van Maria van Magdala wil ik daar nog wel wat dieper op ingaan. Wel is het een feit dat Lucas 8 vers 2 zegt dat er zeven demonen bij haar waren uitgeworpen. Hoe we ons dat precies moeten voorstellen, weet ik niet, maar zij was op een kwalijke wijze zevenvoudig gedemoniseerd. Meer informatie hebben we daar niet over, maar het betekent dat zij op een wonderbaarlijke wijze is bevrijd. Wellicht is dat ook de reden geweest dat zij vanuit Galilea Jezus gevolgd is, samen met andere vrouwen.⟨/p> ⟨p>Zij was ook aanwezig — we zijn haar naam al tegengekomen in hoofdstuk 19 vers 25 — bij de vrouwen die bij het kruis stonden. De andere Maria's worden daar ook genoemd. Zij was daar aanwezig en ze was ook aanwezig bij de begrafenis van Jezus, zo weten we uit Marcus 15. Hier wordt zij als eerste vermeld terwijl het nog niet eens helemaal ochtend is; het was nog donker en zij bevindt ze zich daar bij het graf. Er staat dat ze vroeg in de morgen naar de graftombe kwam. In Matteüs 28 wordt gezegd dat ze daarheen waren gegaan om het graf te beschouwen, maar uit Marcus 16 en Lucas 24 weten we dat ze ook van plan waren om het lichaam van Jezus verder te zalven met de specerijen die ze na de sabbat hadden gekocht en klaargemaakt. Nu zouden ze Jezus dan gaan zalven.⟨/p> ⟨p>Maria is vooruitgesneld en komt in het donker aan bij de graftombe. Wat ze dan ziet, is de steen weggenomen van de graftombe. Dat betekent dat de aardbeving waar Matteüs over spreekt al heeft plaatsgevonden. Ze zag de steen. In Matteüs lezen we dat het een grote steen was en Marcus 16 zegt zelfs dat het een zeer grote steen was. Hoe de dames zich hadden voorgesteld om toegang te krijgen tot Jezus' lichaam, weet ik niet; ze hebben zich dat onderweg ook afgevraagd. Maar goed, ze zijn hoe dan ook met die specerijen op weg gegaan en nu komt Maria als eerste bij het graf en ziet dat de steen is weggenomen van de graftombe.⟨/p> ⟨p>In Matteüs 28 lezen we hoe dat zo gekomen was. Er staat in vers 2: "En let op, er kwam een grote aardbeving." Waarschijnlijk was dat ter plekke, want een boodschapper van de Heer daalde af uit de hemel. Het was dus geen seismologische aardbeving die uit de aarde kwam; het was een dreun op de aarde omdat een boodschapper van de hemel heel demonstratief neerdaalde. Hij wentelde de steen weg en zette zich daarop. Overigens denk ik niet dat die steen werd weggewenteld om Jezus uit het graf te laten. Ik denk dat het andersom is: de steen werd niet weggewenteld om Jezus eruit te laten, maar om mensen binnen het graf te laten en om hen te tonen hoe de stand van zaken was. Namelijk dat het graf leeg was. Nou ja, leeg... niet helemaal leeg, maar daarover straks meer. Als zij dan heeft vastgesteld dat de steen weggenomen is, rent zij vervolgens weg.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-4" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1468" title="Speel af vanaf 24:28">▶ 24:28⟨/button> ⟨span>Maria Slaat Alarm bij Petrus en Johannes⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En dan arriveert ze bij Simon Petrus en de andere discipel van wie Jezus veel hield. Ze rent daar naartoe. De wijze waarop dit hier beschreven wordt, suggereert dat Petrus en die andere discipel – van wie we inmiddels natuurlijk al lang weten dat dat Johannes was – bij elkaar waren. Die twee worden trouwens altijd samen genoemd, Petrus en Johannes; dat waren intieme vrienden. Hoe het ook zij, ze ging naar Simon Petrus en de andere discipel, de auteur dus van dit boek: Johannes, die dit eigenlijk als ooggetuige allemaal kon optekenen.⟨/p> ⟨p>Maria is naar hen toegerend en kennelijk hebben Petrus en Johannes daar niet ver van het graf overnacht. Eerder hebben we al overwogen, op goede gronden naar ik aanneem, dat de Heer Jezus is gekruisigd op een plaats op de Olijfberg. Ik heb daar verschillende argumenten voor genoemd en ik ga ze nu niet herhalen, maar als dat inderdaad zo is, dan hebben Simon Petrus en Johannes dus op de Olijfberg overnacht. Dat was trouwens helemaal niet zo gek, want dat deden ze veel vaker. De nacht doorbrengen op de Olijfberg vinden we op verschillende plaatsen in de evangeliën vermeld.⟨/p> ⟨p>Het waren dus Simon Petrus en de andere discipel van wie Jezus veel hield. Deze cryptische omschrijving is natuurlijk een hint naar de auteur zelf, die zich op een heel bescheiden wijze op de achtergrond stelt. Standaard noemt hij zichzelf nooit bij name. Afijn, Maria is ontsteld. Dat blijkt wel uit het feit dat zodra zij ziet dat de steen is weggewenteld van het graf, ze naar Petrus en Johannes snelt. Wat zij dan tegen hen zegt is: "Ze namen de Heer weg uit de graftombe en wij weten niet waar ze Hem hebben geplaatst."⟨/p> ⟨p>Iets eigenaardigs, voordat ik nog wat andere dingen uit deze formulering aanstip, is dat zij zegt: "Zij namen de Heer weg." Kennelijk heeft ze gezien dat de steen was weggewenteld en misschien heeft ze even gekeken en zag ze inderdaad niets. In ieder geval stelt ze vast dat het graf leeg was. Ze kon maar één conclusie trekken, en dat is dat Jezus weggenomen was; dat er dus sprake was van grafschenners of grafroof.⟨/p> ⟨p>Maar let trouwens even op: ze zegt "ze namen de Heer weg". Er staat niet: "ze namen Zijn stoffelijk overschot weg." Dat is niet de wijze waarop de Bijbel over een lijk denkt. Het lijk is niet een stoffelijk overschot; nee, dat is weer het bouwmateriaal voor het nieuwe lichaam. Zo wordt dat in de Schrift beschreven. Zij zegt ook: "Zij namen de Heer weg." Niet slechts een overblijfsel; nee, de Heer Zelf, Die hebben ze weggenomen. Dat is de Bijbelse wijze. Het lichaam is niet zomaar een overschot en het lijk is geen overschot. Het lichaam is geen kerker; nee, het lichaam is juist datgene waar God mee verder gaat. Zelfs als het vergaat in het graf of, van mijn part, verbrandt bij crematie: Hij weet dat lichaam weer te vinden en Hij weet dat lichaam weer te herstellen. De Bijbelse verwachting is gelegen in een lichamelijke opstanding. Nou ja, dat lijkt me nogal duidelijk als we ook het vervolg van deze geschiedenis lezen.⟨/p> ⟨p>Maria twijfelt er eigenlijk niet aan, want ze trekt meteen de conclusie: "Ze namen de Heer weg." En dan zegt ze: "We weten niet waar ze Hem hebben geplaatst." In haar beleving kan er maar sprake zijn van één conclusie en dat is dat Jezus is weggenomen. Ze vermeldt niet wie dat gedaan zouden hebben en ze geeft ook geen hint in die richting, maar misschien heeft ze gedacht dat de soldaten dat gedaan zouden hebben. Ze zegt erbij: "Ze hebben de Heer weggenomen," en ze vermoedt dat Hij is verborgen of op een andere plek is neergelegd. En dan zegt ze er nog iets bij: "Wij weten niet waar zij Hem hebben geplaatst."⟨/p> ⟨p>Dat meervoud is opmerkelijk, want dat geeft aan dat – weliswaar wordt hier alleen maar gesproken over Maria – er kennelijk in ieder geval nog een andere vrouw bij is geweest die met haar is vooruitgesneld. Maria is in elk geval naar Petrus en Johannes toegerend en heeft het alarmerende bericht nu aan hen doorgegeven, maar er is iemand anders bij geweest die samen met haar heeft vastgesteld dat het graf leeg was. Vers 3.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-5" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1861" title="Speel af vanaf 31:01">▶ 31:01⟨/button> ⟨span>Inspectie van het Graf: de Ontdekking van de Lege Cocon⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Petrus ging naar buiten. Hij is gealarmeerd en verlaat het huis waar hij had overnacht. Van Petrus hadden we eigenlijk niets meer vernomen sinds hij Jezus drie dagen eerder had verloochend. Dat was op donderdagochtend, vroeg in de morgen, nog in de nacht gebeurd en inmiddels zijn we op zondagochtend. Het was dus echt drie dagen eerder dat hij Jezus had verloochend en dat hij ongetwijfeld in zak en as heeft gezeten, want hij huilde bitterlijk over wat hij had gedaan nadat Jezus hem ook nog had aangekeken toen de haan had gekraaid.⟨/p> ⟨p>Nu is het de eerste keer weer dat zijn naam genoemd wordt. Petrus is dan ook de eerste die genoemd wordt als de alarmerende boodschap van Maria tot hem doordringt. Hij gaat naar buiten, samen met die andere discipel, en ze kwamen bij de graftombe. De twee renden samen; evenals Maria, die grote haast had, hebben ook zij haast, want zij zijn uiteraard eveneens hierover verbijsterd en willen meteen weten wat hier aan de hand is. De twee renden samen en de andere discipel liep sneller vooruit dan Petrus. Petrus was meestal de eerste, 'haantje de voorste' – dat is wel een aardige woordspeling in deze context als we het hebben over Petrus en een haan. Maar in ieder geval: Petrus ging meestal voorop, maar Johannes was in dit geval sneller; hij liep sneller vooruit dan Petrus. Hij kwam als eerste bij de graftombe en Johannes getuigt hiervan; ik zei het al, hij was ooggetuige. De auteur was hier zelf bij en hij kwam als eerste bij de graftombe.⟨/p> ⟨p>Dan staat er: hij bukte en hij zag de linnen windsels liggen. Hij bukte, wat erop duidt dat de ingang kennelijk laag was, zodat hij moest bukken. Het kan ook zijn dat het graf zelf in zijn geheel lager lag dan de grond, zodat hij moest bukken. Maar wat hij dan ziet, zijn de linnen windsels. En dat is opmerkelijk. Want daarmee moet Johannes de conclusie hebben getrokken dat wat Maria had gemeld, niet waar was. Weliswaar stelden zij nu inderdaad vast dat de steen weggewenteld was en dat ze het graf in konden gaan, maar kennelijk heeft Maria niet goed in het graf gekeken. Want wat Johannes nu vaststelt als hij bukt en kijkt, is dat hij de linnen windsels ziet liggen. Het lijk was dus kennelijk niet weggenomen. Bij lijkroof zouden uiteraard de windsels gewoon met het lichaam zijn meegenomen.⟨/p> ⟨p>Wat Johannes ziet, is een cocon. Hij ziet die windsels. We hadden aan het einde van Johannes 19 al gelezen dat Jezus bij de begrafenis gewikkeld werd in linnen windsels en bovendien dat die geprepareerd waren met honderd pond specerijen. Honderd pond, vergis u niet, dat is in onze huidige maat 33 kilogram specerijen. Jezus was dus ingewikkeld in windsels en vervolgens zijn die windsels geprepareerd. Inmiddels zijn we een drietal dagen, of tweeënhalf etmaal verder, en wat hier gebeurd moet zijn, is dat die windsels natuurlijk verstijfd waren. Het was een harde laag geworden, ze waren strak geworden. Johannes ziet daar een cocon liggen. Hij ziet daar gewoon het lijk liggen, althans: hij ziet niet het lijk zelf, hij ziet de linnen windsels in de vorm van een cocon.⟨/p> ⟨p>Er staat dan nog bij: hij ging niet naar binnen. Waarom niet? Wellicht omdat hij gewoon gerustgesteld was en Maria's conclusie dus niet kon beamen. Het was er wel niet duidelijker op geworden, want de steen was nu inderdaad weggewenteld, maar wat blijkt: de windsels waarin Jezus gewikkeld was, die lagen er nog. Johannes stelt dus vast dat er, ondanks het feit dat het graf nu open was, geen sprake was van lijkroof. Hoe dan ook, hij ging niet naar binnen.⟨/p> ⟨p>Anders wordt het als vervolgens in vers 6 gezegd wordt: Simon Petrus dan, die hem volgde, ging de graftombe binnen. Wat hij ziet, is uiteraard hetzelfde als Johannes: hij zag de linnen windsels liggen. Maar daar wordt nog iets bijzonders bij vermeld, wat Johannes in eerste instantie misschien niet gezien heeft: de zweetdoek die op Jezus' hoofd was, lag niet bij de linnen windsels. Aan de ene kant heb je dus de linnen windsels waarin Jezus' lichaam was gewikkeld, en aan de andere kant de hoofddoek, de zweetdoek die om Jezus' hoofd gewikkeld was. Dat lag daar los van, apart gewikkeld op een andere plaats.⟨/p> ⟨p>Sommige vertalingen, zoals de NBG-vertaling, zeggen "opgerold". Maar het is maar de vraag of het opgerold was. Er staat eigenlijk een woord dat nog twee keer in de evangeliën gebruikt wordt, eveneens in verband met Jezus' begrafenis. Dan wordt het vertaald met "gewikkeld" of "ingewikkeld". Jezus' hoofd was, net als zijn lichaam, in een aparte doek gewikkeld. En die wikkels, die eveneens waren geprepareerd met specerijen, ziet Petrus daar los van liggen.⟨/p> ⟨p>Wat hij ziet, is feitelijk een lege cocon, een lege dop om het anders te zeggen. U weet allemaal dat een ei het embleem is van Pasen (waarvan nu wordt gezegd dat het dit jaar niet doorgaat), maar mag ik u erop wijzen dat in feite niet een ei, maar de lege dop het embleem van de opstanding is. Een ei is op zich een prachtig beeld van nieuw leven dat nog verborgen is. In een ei zit nieuw leven, alleen wordt het nog niet gezien. Maar wat Petrus ziet als hij in dat grafgewelf is gegaan, zijn inderdaad die linnen windsels, die lege cocon, en op een aparte plaats los daarvan die zweetdoek. Wat hij ziet, is inderdaad een lege dop. Wij zeggen in het spreekwoord: "beter een half ei dan een lege dop". Maar als je eenmaal de typologie kent, zul je dat niet zo gauw meer zeggen, want die lege dop is nu juist het geweldige. Of anders gezegd: die lege dop, dat is nu juist het hele eieren eten. Want dat is precies wat hier aan de hand is. Was het graf leeg? Nee, het graf was feitelijk niet leeg. Wat er in dat graf lag, was een cocon. Alleen: een lege cocon. En dat is wat Petrus hier vaststelt.⟨/p> ⟨p>Dan staat er over Johannes:⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-6" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2480" title="Speel af vanaf 41:20">▶ 41:20⟨/button> ⟨span>Het Contrast in Geloof Tussen Johannes en Petrus⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>In vers 8 gaat de andere discipel ook naar binnen – weer die anonieme benaming, de andere discipel. Dat was hij die als eerste kwam bij de graftombe, Johannes dus, de auteur. En hij nam waar en hij geloofde. Hij nam dit waar en hij kon maar één conclusie trekken: de Heer Jezus Christus is opgestaan. Het volgende vers zegt dat ook inderdaad. Hij nam dit waar en hij geloofde. Ging hij ook om? Dat is wat hij zag en dat is ook precies waarom hij nu tot aanvaarding kwam. Het kan niet anders: Jezus moet zijn opgestaan. Hij geloofde.⟨/p> ⟨p>Maar let op: Johannes geloofde, maar Petrus nog niet. Petrus heeft het wel gezien; hij heeft deze lege cocon gezien, maar nog was het niet bij hem doorgedrongen. Het kwartje was bij hem nog niet gevallen dat dit moest betekenen dat hier geen sprake was van diefstal, zoals Maria dacht. Kennelijk wist Petrus nog steeds niet wat hier aan de hand was. Hij kon op de een of andere manier de gedachte nog niet accepteren dat Jezus daadwerkelijk moet zijn opgestaan. Wat Johannes wel geloofde, dat zag Petrus in dit geval nog steeds niet; hij kon dat niet aannemen. In hoeverre ze dat met elkaar hebben besproken, dat weet ik niet; dat wordt hier ook niet beschreven.⟨/p> ⟨p>Het enige wat wel heel uitdrukkelijk vermeld wordt, is dat Petrus als eerste in het graf komt en die windsels ziet liggen, apart van de zweetdoek. Maar het was Johannes die vervolgens in dat graf de situatie waarneemt en daadwerkelijk geloofde. Met het ongeloof van Petrus is trouwens nog wel wat meer aan de hand. Juist op deze dag treedt dat in de andere evangeliën, als we die erbij betrekken, heel duidelijk aan het licht. Want als even later de vrouwen nog vroeg in de ochtend in aanraking komen met de opgestane Jezus – dat is inmiddels misschien een uur of misschien nog wat langer daarna – dan verschijnt Jezus aan hen. De eerste verschijningen zijn niet aan de twaalf, maar aan de vrouwen.⟨/p> ⟨p>Dan verschijnt de Heer Jezus en dan staat er ook dat Jezus tegen hen zegt: "Vertel het maar van de opstanding, vertel het aan de broeders en aan Petrus." Zijn naam wordt heel expliciet en afzonderlijk nog vermeld in Markus 16 vers 7: "Vertel het aan mijn broeders en aan Petrus." En als de vrouwen dan inderdaad bij het grotere gezelschap gekomen zijn – waarschijnlijk overnachtten de andere discipelen ergens in de stad en Johannes en Petrus ergens op de Olijfberg – en Petrus en Johannes zich later op de dag bij het gezelschap hebben gevoegd en zij horen dat van de vrouwen, dan gelooft het merendeel van de discipelen dat niet. Maar het is Petrus die dan inderdaad, als hij dit van de vrouwen hoort, weer teruggaat en het opnieuw checkt. Een double-check.⟨/p> ⟨p>In Lukas 24 vinden we dat hij opnieuw die windsels ziet, precies zoals hij dat eerder op de dag ook al had vastgesteld. Daar staat trouwens in Lukas 24 nog niet bij dat hij op dat moment wel gelooft. Sterker nog, op een bepaald moment diezelfde dag moet Petrus een verschijning hebben gehad van de Heer Jezus Christus Zelf, die hem hoogstpersoonlijk en als eerste man heeft overtuigd van de opstanding. Op die dag is er zoveel gebeurd. De Heer Jezus is diverse keren verschenen, ook aan de Emmaüsgangers in de avond. Als die twee mensen weer teruggaan naar Jeruzalem en bij het gezelschap komen om te vertellen hoe de Heer Jezus aan hen was verschenen, de Schriften met hen had geopend en hoe Hij hen bekend was geworden in de broodbreking, krijgen ze enthousiast van het gezelschap te horen: "De Heer is waarlijk opgestaan en Hij is aan Simon verschenen!"⟨/p> ⟨p>Hij was natuurlijk ook aan de dames al verschenen, maar dat hadden ze niet geloofd. Maar nu had Petrus het hoogstpersoonlijk gezien en de Heere Jezus is persoonlijk aan Petrus verschenen. Later noemt Paulus in 1 Korinthe 15 Petrus ook als eerste ooggetuige. Dat was in die dagen juridisch geldig: het was geen emotionele "vrouwenpraat", nee, als eerste man was hij overtuigd van de opgestane Christus. Hij is aan Kefas verschenen als eerste man. Hoe dan ook, pas veel later op de dag is Petrus daadwerkelijk omgegaan. Hij heeft getwijfeld; wellicht heeft hij in eerste instantie heel erg getwijfeld terwijl Johannes al als eerste geloofde. Zelfs als hij vervolgens in Jeruzalem is en de check heeft gedaan, twijfelt hij nog steeds totdat de Heer Jezus uiteindelijk hoogstpersoonlijk de doorslag geeft door aan hem te verschijnen. En dan staat er, om even terug te gaan naar Johannes 20...⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-7" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2962" title="Speel af vanaf 49:22">▶ 49:22⟨/button> ⟨span>Het Belang van de Schrift en Vooruitblik⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Het was Johannes die geloofde, en dan volgt die eigenaardige mededeling in vers 9: want zij kenden de Schrift nog niet, dat Hij uit de doden moest opstaan. Kijk, het is voor ons heel gemakkelijk om daarover te oordelen en te zeggen dat ze dat niet begrepen. Maar dat is misschien erg gemakkelijk; als we de geschiedenis bekijken en zien hoe dat gegaan is, was er zoveel ongeloof die dag. Van de Emmaüsgangers lees je dat ook; zij konden niet geloven dat wat de vrouwen hadden verteld, waar zou zijn. Sterker nog, er staat zelfs bij dat de vrouwen hen hadden verbijsterd en hen ontsteld hadden met hun verslagen over verschijningen. Dat deden de mannen dan inderdaad af als emotionele vrouwentaal.⟨/p> ⟨p>Het wilde er bij hen simpelweg niet in dat Jezus inderdaad zou zijn opgestaan uit de doden. Het bewijs wordt later natuurlijk overduidelijk gegeven, ook die avond zelf nog. Als de Emmaüsgangers gearriveerd zijn, verschijnt Jezus in het hele gezelschap. Ja, en dan is het bewijs voor de hele groep volstrekt helder. Zeker als Jezus het dan ook nog heel demonstratief bewijst door Zijn handen en Zijn voeten te tonen en de plek van de speerstoot in Zijn zijde; allemaal tekenen dat Hij het onmiskenbaar was. Dan is het bewijs helemaal geleverd, maar in eerste instantie puur op de Schrift afgaan, dat konden ze niet. Ze kenden de Schrift nog niet echt en begrepen niet dat Hij uit de doden moest opstaan.⟨/p> ⟨p>Hoewel – en dat is eigenlijk ook wel heel opmerkelijk – de Heer Jezus voorafgaand aan Zijn sterven daar diverse keren over had gesproken. Heel uitdrukkelijk had Hij gezegd dat Hij zou worden overgeleverd aan de Romeinen, die Hem zouden kruisigen. En ook had Hij voorzegd dat Hij op de derde dag zou worden opgewekt. Dus uitgerekend dít was de dag, en dít moest de dag zijn dat Hij uit de doden zou opstaan. Maar nu was het zover en men was er blind voor. Overmand door de emoties en alles wat er gebeurd was de laatste dagen, konden ze er geen rekening mee houden. Dat geeft trouwens ook aan – en de afgelopen week hebben we iets dergelijks ook weer gezien – hoe emoties een mens compleet kunnen verblinden en zelfs het gezonde verstand, de ratio, compleet kunnen uitschakelen. Dat zijn oermenselijke gegevens.⟨/p> ⟨p>Iets soortgelijks moet zich toen hebben voorgedaan, in deze dagen bij de twaalf. Petrus en Johannes hadden van Jezus gehoord over wat er moest gebeuren op die derde dag, maar het was nooit echt tot hen doorgedrongen. Pas later, als het inderdaad onmiskenbaar is en de uitleg ook gegeven wordt, dan herinneren ze het zich. Dan zeggen ze: "Ja inderdaad, het was gezegd. We hadden het allemaal gewoon kunnen weten."⟨/p> ⟨p>Ik denk dat daar ook voor ons een geweldige les in besloten ligt: namelijk dat je puur afgaat op wat de Schrift zegt, en niet op wat de ogen je vertellen. Ook niet op wat je om je heen ziet, of wat je eigen conclusies zijn, of wat de redeneringen zijn, of wat logisch zou zijn. Maar puur luisteren en lezen; luisteren naar de Schrift en lezen wat er staat geschreven. Als je daarop afgaat, dan heb je zo ongelooflijk veel meer informatie over hoe de vork aan de steel zit. Dan weet je dingen waar een ander geen idee van heeft. Dat is niet omdat je zo intelligent of clever of slim bent, of een zesde zintuig zou hebben, maar puur omdat je gelooft wat er in de Schriften geschreven staat. Dat geeft je zo'n enorme voorsprong en een enorm bevoorrechte positie, omdat je dingen mag zien. Je wordt op de hoogte gesteld en hebt daardoor uitzicht waar een ander niet van kan dromen en geen benul van heeft.⟨/p> ⟨p>Hoe dan ook, het was Johannes als eerste duidelijk op die dag van de opstanding dat Jezus moest zijn opgestaan. Hij nam die lege cocon waar en hij geloofde. En dan staat er: de discipelen dan – Petrus en Johannes dus – gingen weer naar hun huis, of naar 'zichzelf'. Dat kan de plaats zijn waar ze vandaan kwamen, maar het kan ook zijn dat ze zich nu weer voegden bij het grotere gezelschap waar de andere discipelen ook waren. Daar gingen ze dan naartoe, weer terug naar de stad.⟨/p> ⟨p>De volgende keer wil ik verdergaan met deze geschiedenis, namelijk door de verschijning van de Heer Jezus aan Maria te bespreken. Ik was aanvankelijk van plan, als ik in Bodegraven de studie gegeven zou hebben, om dat allemaal in één keer te doen. Maar bij nader inzien denk ik dat ik het toch maar in stukjes knip. Ik wil bij een volgende gelegenheid het vervolg van die geschiedenis lezen: namelijk dat Jezus inderdaad in de tuin aan Maria van Magdala verschijnt. In feite zou je kunnen zeggen dat de geschiedenis die we nu hebben gelezen over de gang van Petrus en Johannes naar het graf, een soort onderbreking is in het verhaal van Maria. Maria kwam bij het graf en zag dat de steen was weggewenteld. Gealarmeerd ging ze naar Petrus en Johannes, en dan komen zíj bij het graf. Die geschiedenis hebben we nu besproken, maar eigenlijk is dit een onderbreking, een intermezzo in het verhaal van Maria. Zij kwam immers bij het graf en heeft daar in die graftuin hoogstpersoonlijk, als allereerste, een ontmoeting met... ja, met wie? Met de tuinman, dacht zij. En bij nader inzien blijkt ze nog gelijk te hebben ook: de laatste Adam, de opgestane Christus. Ik stel voor dat we dat bij een volgende gelegenheid gaan bespreken.⟨/p>