⟨h3 id="hoofdstuk-1" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="0" title="Speel af vanaf 00:00">▶ 00:00⟨/button> ⟨span>De Overlevering Door Pilatus en de Romeinse Kruisiging⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Ook van mijn kant een hele goede avond allemaal, vrienden. Wij gaan inderdaad verder in het Johannesevangelie en we zijn al heel wat hoofdstukken bezig met de meest cruciale dagen. Cruciaal komt trouwens van het woord kruis, maar dat even terzijde. Het zijn de meest cruciale dagen van de hele wereldgeschiedenis tot dusver; de dagen waarin de Heer Jezus stierf en opstond uit de doden. Johannes wijdt een heel groot gedeelte van zijn evangelie aan de gebeurtenissen die gedurende die dagen hebben plaatsgevonden.⟨/p> ⟨p>We zijn inmiddels aangekomen bij met recht het meest cruciale, namelijk de kruisiging zelf. De vorige keer hebben we stilgestaan bij Jezus' proces voor Pilatus. De keer daarvoor stonden we stil bij de keer dat Hij voor de hogepriesters Kajafas en Annas optrad en zich moest verantwoorden. Maar goed, de vorige keer was dat Hij voor Pilatus kwam. Uiteindelijk was hij degene die de knoop door moest hakken om Jezus al of niet over te leveren om te worden gekruisigd, want de Joden drongen daar buitengewoon sterk op aan. Ik heb er de vorige keer wat meer over verteld waarom zij dat wilden. Zij wilden beslist niet dat Hij op de Joodse manier zou worden geëxecuteerd, maar ze wilden juist hun handen daarvan aftrekken omdat dat heel veel commotie onder het volk teweeg zou brengen. Ze drongen er bij Pilatus op aan dat Hij zou worden gekruisigd. Dat wil zeggen: op de Romeinse wijze en ook onder verantwoordelijkheid van de Romeinen – in casu Pilatus dus in dit geval. Dat Hij onder zijn verantwoordelijkheid zou worden geëxecuteerd.⟨/p> ⟨p>Nou, we hebben de vorige keer gezien dat dat heel veel voeten in de aarde gaf, want Pilatus zag eigenlijk geen enkele aanleiding om daarin het Joodse volk ter wille te zijn. Maar hij was een pragmatisch man en de grond werd hem zo heet onder de voeten, want uiteindelijk dreigden zij zelfs dat zijn positie als stadhouder niet zeker zou zijn. Toen ze hem daarmee gingen bedreigen en hij ook wel inzag dat Jezus zo'n hete aardappel was binnen de Joodse wereld, heeft hij er uiteindelijk in toegestemd om Jezus inderdaad over te geven om te kruisigen.⟨/p> ⟨p>Eigenlijk zijn we daar dan ook aangekomen, want in vers 16a staat dat... We weten trouwens uit de andere evangeliën dat het laatste wat hij gedaan heeft, was dat hij zijn handen ging wassen in onschuld. Wat tot op de dag van vandaag natuurlijk nog steeds een uitdrukking is om aan te geven dat je weliswaar ergens voor verantwoordelijk bent, maar dat je in feite jezelf ervan wilt verschonen, zo van: "Nou ja, ik kon niet anders." Wat natuurlijk niet waar was, want uiteindelijk was hij een hele zwakke, onrechtvaardige leidsman. Het recht werd op alle mogelijke manieren – niet alleen binnen het Joodse proces, maar nu ook bij de Romeinen bij Pilatus – met voeten getreden.⟨/p> ⟨p>Afijn, vers 16a. Daar staat dan: "Toen dan leverde hij hem aan hen over." In dit geval zijn die "hen" heel duidelijk als je dat in het voorgaande bekijkt: dat zijn de Joden. Niet in de zin dat de Joden hem nu gaan kruisigen, maar wel dat hij Jezus aan hen overdraagt, zo van: "Nou, doen jullie nu maar met hem wat jullie vragen." Het klinkt wat ingewikkeld, maar het betekent dat hij op de Romeinse wijze wordt gekruisigd. Jullie willen dat? Oké. En zo geeft hij dat dan ook over. En dan staat er ook bij: "opdat hij zou worden gekruisigd", want dat is wat de Joden vroegen, of in ieder geval degenen die hier waren en in ieder geval ook de leidslieden.⟨/p> ⟨p>En dan staat er: "Zij dan namen Jezus." Dat zijn ook de soldaten die hier al bij betrokken zijn. En dan staat er: "en hijzelf, hij droeg het kruis zelf."⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-2" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="304" title="Speel af vanaf 05:04">▶ 05:04⟨/button> ⟨span>Stauros: een Kruis of een Rechtopstaande Paal?⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Nu komen we op een punt waar ik toch even wat dieper op in moet gaan. Ik vertaal hier, zoals bijna iedereen, 'het kruis', maar ik moet erbij zeggen dat dit er feitelijk niet staat. We gebruiken dat woord allemaal, maar er staat simpelweg het woord stauros. Dit woord stauros komt van een werkwoord dat 'staan' betekent. Het is trouwens grappig dat in onze talen — in het Duits, Engels en Nederlands — dat woord ook begint met 'sta-', zodat je ziet dat de stam nog steeds dezelfde is als in het Grieks. Stauros betekent letterlijk een 'staander'. Omdat het afgeleid is van het Griekse werkwoord voor 'staan', betekent stauros dus staander of, meer in het algemeen, een paal of een staak. Iets wat je neerzet; iets wat staat.⟨/p> ⟨p>Ik weet niet of u weleens in discussie bent geweest met Jehova's getuigen, maar zij ontkennen dat Jezus aan een kruis stierf. Laat ik hen daar meteen de credits voor geven: zij zeggen dat er helemaal geen kruis in het Nieuwe Testament staat, maar gewoon een paal. Als u de afbeeldingen uit de geschriften van de Jehova's getuigen kent, dan ziet u inderdaad dat het altijd zo wordt afgebeeld dat Hij aan een paal hangt en niet aan een kruis. Men oppert dan weleens dat er misschien toch een dwarsbalk was, maar ik moet erbij zeggen dat er geen echt bewijs voor is; in ieder geval blijkt het niet uit het woord zelf. Ons woord 'kruis' geeft al aan dat er twee lijnen zijn die haaks op elkaar staan. Dat is een kruis. Je zou zeggen dat dit dan ook in het Griekse woord zou moeten zitten, maar dat is niet het geval. Dat duidt gewoon op één verticale paal, waarbij je natuurlijk altijd kunt zeggen dat er een dwarsbalk aan gezeten kan hebben. Eerlijk gezegd vermoed ik dat ook, maar als je echt op de details ingaat, dan staat dat niet direct zo in de Bijbel.⟨/p> ⟨p>Er is geen direct bewijs dat die paal ook een dwarsbalk had, een patibulum. De argumenten die daar gewoonlijk voor gegeven worden, zijn historisch of archeologisch van aard, of komen in ieder geval voort uit de overleveringen over hoe de Romeinen executeerden. Het is waar dat de Romeinen kruisigden en dat dit dan inderdaad een paal met een dwarsbalk was, maar dat is niet altijd het geval geweest. Ook de Romeinen kenden de executiemethode waarbij er alleen sprake was van een paal. Op het moment dat je het op die manier benadert, kom je echter in aanraking met de historie en de overleveringen vanuit het Romeinse Rijk. Wij zijn hier echter een bijbelstudie aan het doen. Ik wil dat daarom een beetje parkeren; hoe interessant het ook is, het is niet echt beslissend. Wij gaan uit van wat de Schrift hier letterlijk zelf over zegt.⟨/p> ⟨p>De verhalen over die dwarsbalk zijn heel bekend. Er wordt vaak gezegd dat Jezus de dwarsbalk zou hebben gedragen en niet het hele kruis. De paal zou dan al op Golgotha hebben gestaan en Hij zou de dwarsbalk hebben gedragen, dat noemen ze dan het patibulum. Maar er staat hier dat Hij zelf de staander droeg. Als u het mij vraagt, is dat juist een aanwijzing dat het inderdaad om die paal ging, namelijk dat ding wat staat. Staan doe je meestal verticaal en niet horizontaal, toch? Dat is dus het argument waarin de Jehova's absoluut gelijk hebben als je het puur taalkundig bekijkt: het was een paal. Natuurlijk kun je het ook over een andere boeg gooien en zeggen: "Wat maakt het mij uit? Jezus is gestorven, Hij is aan het hout gehangen en of dat nu met of zonder dwarsbalk was, maakt dat zoveel verschil?" Dan zeg ik: nee, dat zal wel, maar daar gaat het nu even niet om. Het gaat erom wat er staat. We moeten inderdaad toegeven: ik vertaal hier 'kruis', maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat er gewoon 'staander' staat.⟨/p> ⟨p>Niettemin is er aanleiding om aan te nemen dat er wel degelijk sprake was van een dwarsbalk. Er zijn twee argumenten voor die ik wil noemen. Ik zeg erbij dat ze niet honderd procent waterdicht zijn; het zijn redenen, maar als je er per se niet aan wilt, dan kun je eronderuit. Het eerste argument is dit: we lezen over het opschrift dat door Pilatus boven Jezus werd geplaatst. Dat hing, zo staat er in Mattheüs 27, boven Jezus' hoofd. Ik heb hier een plaatje uit de boekjes van de Jehova's getuigen — of in ieder geval een afbeelding die ik destijds van internet heb gehaald. Dit is een plaatje waarbij Jezus in het midden hangt en dan zie je hier nog een deel van dat opschrift. Als dit echter de situatie is geweest waarbij de handen boven het hoofd aan een paal zijn genageld, dan zou je niet verwachten dat Mattheüs schrijft dat het opschrift boven Jezus' hoofd hing. Want dan hing het zelfs boven Zijn handen. Natuurlijk kun je zeggen dat dit strikt genomen ook boven Jezus' hoofd is, maar die formulering ligt dan niet voor de hand. Dan zou je eerder zeggen dat het boven Zijn handen hing, als Hij alleen aan een paal hing zonder dwarsbalk. Dat is dus één ding: het zou boven Zijn hoofd gehangen hebben.⟨/p> ⟨p>Het volgende punt is dat er in Jezus' handen niet één, maar twee nagels geslagen zijn. Dat weten we omdat we later in het Johannesevangelie over Thomas lezen, die zegt: "Indien ik in zijn handen niet zie het teken van de nagels." Nagels, meervoud dus; dat zijn er in ieder geval twee geweest. Dat is de tweede reden waarom het plaatje van de Jehova's getuigen niet aannemelijk is. Als de handen op die manier over elkaar heen op de paal waren genageld, dan was één nagel afdoende geweest. Maar als de armen gespreid zijn geweest, zoals in het geval van een dwarsbalk, dan waren er twee nagels nodig. Eén ding is zeker: er was sprake van ten minste twee nagels die in Zijn handen geslagen waren. Zo staat dat in Johannes. Met dat argument over dat opschrift boven Zijn hoofd wordt het inderdaad aannemelijker dat Jezus zo hing: aan een staander met een dwarsbalk, waarbij Zijn handen dus gespreid waren, er twee nagels werden gebruikt en het opschrift inderdaad boven Zijn hoofd — en niet boven Zijn handen — hing.⟨/p> ⟨p>Als je de details van de Bijbel bekijkt, dan kom je — niet op grond van het woord zelf, want dat betekent alleen een paal, maar op grond van deze twee aanwijzingen — toch uit bij de gedachte dat er kennelijk sprake was van een dwarsbalk bij dat kruis. Misschien zijn er nog meer aanwijzingen, maar deze ken ik. Deze brengen ons in ieder geval bij de gedachte dat er sprake was van een dwarsbalk. Kennelijk was het dus toch een paal met een dwarsbalk, en dus toch een kruis, ook al blijkt dat niet direct uit het woord zelf. Daar wilde ik het even bij laten. Ik vind het van belang omdat dit de aantekening is die je moet maken als je het woord 'kruis' of 'kruisigen' gebruikt. Je moet in gedachten houden dat het Griekse woord zoals dat gebruikt is, niet de gedachte heeft van twee lijnen die haaks op elkaar staan. Dat is een van de redenen waarom je bijbelstudie doet, ook al maakt dat het vertalen soms een beetje lastig. 'Kruis' of 'kruisigen' is strikt genomen geen goede vertaling. Ik moet er ook bij zeggen dat het woord dat de Jehova's getuigen ervan gemaakt hebben — zij vertalen het met 'martelpaal' — ook niet correct is. Het was inderdaad een paal, maar 'martelpaal' dekt de lading evenmin.⟨/p> ⟨p>Maar dat het een martelpaal was, dat zit ook niet in het woord zelf. Zo zie je maar weer dat vertalen soms best wel eens lastig kan zijn en in ieder geval soms echt toelichting nodig heeft om te weten hoe het nou precies zit.⟨/p> ⟨p>"Martelaar staat voor getuige."⟨/p> ⟨p>"Sorry?"⟨/p> ⟨p>"Martelaar staat voor getuige, getuige ook wel."⟨/p> ⟨p>Ja, als je dat er ook nog bij betrekt. Maar laten we dat eventjes laten voor wat het is.⟨/p> ⟨p>"Nou ja, dit is helemaal nieuw voor mij dus."⟨/p> ⟨p>Ja, nou dan komen er nog een paar andere nieuwe dingetjes denk ik. Ik denk dat dat gewoon een kruis...⟨/p> ⟨p>Ja.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-3" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="972" title="Speel af vanaf 16:12">▶ 16:12⟨/button> ⟨span>Simon van Cyrene en het Zondoffer Buiten de Legerplaats⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>We weten trouwens nog iets. Er staat dat zij Jezus namen en dat Hij zelf het kruis droeg. Op dat woord ‘kruis’ ben ik zojuist al ingegaan, maar hier staat dus dat Hij het zelf droeg. Uit de andere evangeliën weten we dat ook, maar we weten ook dat Hij al kort daarna, of in ieder geval gedurende de route naar Golgotha, is bezweken. Het kruis is toen vervolgens overgenomen door een toevallige passant. Wij kennen zijn naam: hij heette Simon van Cyrene. Hij kwam uit Cyrene, en zo wordt hij in alle andere evangeliën ook genoemd. In Marcus 15 staat er trouwens nog bij dat deze Simon van Cyrene op dat moment van het land kwam; hij had dus gewerkt. Hij was de vader van Alexander en Rufus, waaruit volgt dat Marcus die beide jongens, de zonen van Simon van Cyrene, kennelijk kende. In ieder geval waren het in de gemeenschap van gelovigen namen die men kende; ze worden immers bij naam genoemd, wat suggereert dat ze bekend waren.⟨/p> ⟨p>Johannes meldt niet dat Jezus onder het kruis bezweek, maar alleen dat Hij zelf die paal, die staander, droeg. Er staat: "Hij ging uit", en in dit geval betekent dat naar buiten, dat wil zeggen: buiten de stad. Een executie moest buiten de stad plaatsvinden. Dat was trouwens in het Joodse systeem en in de regelgeving van de Hebreeuwse Bijbel ook zo. Als iemand bijvoorbeeld gestenigd werd, dan vond dat plaats buiten de stad. Als u daar meer over wilt weten, dan zou u zelfs het laatste hoofdstuk van de Hebreeënbrief erbij moeten betrekken. Daar wordt namelijk uitgelegd waarom de Heere Jezus buiten de legerplaats is gestorven. Dat moest ook zo bij de zondoffers. Als een zondoffer werd geslacht, dan vond dat heel uitdrukkelijk plaats buiten de legerplaats. Dat mocht niet ín de legerplaats, maar moest daarbuiten. De Hebreeënbrief legt uit dat Jezus Christus het grote Zondoffer is. En waar moest Hij geslacht worden? Ja, buiten de legerplaats. Dat is ook precies wat er is gebeurd. En dan staat er:⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-4" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1154" title="Speel af vanaf 19:14">▶ 19:14⟨/button> ⟨span>Golgotha: Geen Heuvel, maar de Schedelplaats van Goliath⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Hij ging uit naar de zogenaamde schedelplaats, in het Hebreeuws Golgotha genaamd. En dan hebben we weer iets; we komen er vanavond op diverse andere misverstanden. Moet je nagaan, we hebben het over een geschiedenis die zo bekend is en die centraal staat in dat hele Bijbelse getuigenis, maar er bestaan, zelfs historisch gezien al, zoveel misverstanden. Want hoeveel liederen zijn er niet die gaan over de heuvel Golgotha? Weet je dat de Bijbel dat helemaal niet kent? Nergens staat dat Golgotha een heuvel was of zoiets. Het was een plaats die genaamd werd 'Schedel'.⟨/p> ⟨p>Als u ooit wel eens een keer in Jeruzalem bent geweest – nu, als je nu naar Jeruzalem toe gaat en je komt daar bij de beroemde graftuin, dat is daar bij die bushalte, wie zijn er geweest? Ja, de meerderheid hier. Nou, dan kom je bij die plaats en daar zie je dan die graftuin, wat een prachtige indruk geeft van hoe dat ongeveer geweest zou kunnen zijn. Maar ik moet er tegelijkertijd bij zeggen: het is in ieder geval niet dé plaats geweest waar dat gebeurd is. Trouwens, het allermooiste van die hele graftuin, wat op mij destijds diepe indruk gemaakt heeft, vind ik nog het bordje boven dat graf: 'Hij is hier niet, Hij is opgestaan'. Het belangrijkste is dus eigenlijk dat Hij er niet is. Nee, dus in die zin maakt de locatie ook geen verschil, want Hij is er toch niet.⟨/p> ⟨p>Maar daarom wilde ik het niet zeggen; ik wilde het om een andere reden noemen. Omdat, als je daar dan komt, dan zie je daar bij die graftuin een plek, wel een heuvel, een verhoging, en dat zou dan moeten lijken op een doodskop of op een schedel. Daar moet je echter heel veel fantasie voor hebben en bovendien is dat van een veel latere datum. Dus historisch gezien klopt dat echt van geen kant. Maar ook de Bijbel kent helemaal niet zoiets als de heuvel Golgotha; het was een schedelplaats. Ja, waarom? Dan kun je zeggen: nou, dat was omdat het de vorm had van een schedel. Maar een andere aanleiding is om te zeggen dat het een plaats was waar een schedel lag, of schedels lagen eventueel.⟨/p> ⟨p>Nu heb ik één vraagje. Weet u toevallig van iemand wiens hoofd begraven is in Jeruzalem? Nee, niet van Johannes... ja, dat had ook nog gekund. Nee, niet van Saul. Goliath! O ja, dat klopt. Van Goliath, die notabene op een heel andere locatie was neergeveld door David: in het dal van de Terebinde. Bijzonder, de eiken, jazeker. En dan lees je dat David zijn hoofd afhakt, het meeneemt en begraaft in Jeruzalem. Wat helemaal bijzonder was, want in die dagen was er eigenlijk nog helemaal geen Jeruzalem. Maar er staat in 1 Samuël 17:54: 'Hij begroef het hoofd van Goliath te Jeruzalem'. Dus als je het nou Bijbels benadert en je spreekt van een schedelplaats in Jeruzalem, wiens schedel was dat dan? Nou, er lag een hele grote schedel, want het was een reus. Vergeet niet: het Bijbelse antwoord is dat er inderdaad een schedel lag. Het was namelijk David die ooit de overwinning had behaald en het hoofd had begraven in Jeruzalem.⟨/p> ⟨p>Waar dat van spreekt? Ja, precies. Het spreekt uiteraard van de Zoon van David die de grote overwinning behaalt op de vijand. Daar zit nog veel meer aan vast, maar dit is een Bijbelse connectie: een plaats waar een schedel ligt. Dat is gewoon een schedelplaats. Niet eens per definitie een knekelhuis of zoiets waar gewoon schedels lagen; het was de plaats van een schedel. En de enige echte Bijbelse connectie van een schedel in Jeruzalem is die van het hoofd van Goliath. En dat vind ik én heel logisch, én – dat moet ik er ook bij zeggen – typologisch vind ik het helemaal mooi. En als die twee samenkomen, dan word ik altijd heel blij.⟨/p> ⟨p>Er is trouwens nog een andere connectie die taalkundig is gelegd; ik geef hem door voor wat het waard is. Dat is dat 'Gol-Gotha' zo is opgebouwd dat 'Gol' van Goliath komt en 'Gotha' van Gat. Want Goliath was namelijk van Gat; zo staat het er diverse keren bij. Als ik me niet vergis, staat er in ieder geval één keer dat hij de Gathiet was. Hij was van Gat en daar kwam Goliath dus vandaan. 'Gotha' zou dan inderdaad een verbuiging of vorming zijn van Gat. Zo zou de naam Golgotha zelfs nog gelieerd zijn aan Goliath, namelijk 'Goliath van Gat'. En als je dat snel zegt en met een andere toonval uitspreekt, dan kom je bij Golgotha uit. Ik zeg erbij: met deze laatste connectie durf ik dat niet met zekerheid te zeggen, maar ik vind hem te boeiend om onvermeld te laten.⟨/p> ⟨p>Wat die plek betreft waar Jezus begraven was: dat was nabij de plaats waar Hij gekruisigd was. Dat lezen we ook in ditzelfde Johannes 19. Daar komen we de volgende keer over te spreken, want nu hebben we het over de kruisiging. De volgende keer hebben we het over Jezus' sterven en de begrafenis, en daar komen we dan nog nader over te spreken. Maar nu over dat punt dat Jezus gekruisigd werd op Golgotha. Het was een zogenaamde – zo werd het genoemd – schedelplaats. Waar dat precies geweest is, daar komen we zo over te spreken, maar eerst nog iets anders.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-5" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1603" title="Speel af vanaf 26:43">▶ 26:43⟨/button> ⟨span>Twee of Vier Medegekruisigden? de Symboliek van het Getal Vier⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Dan komen we op weer een andere kwestie. Want er staat: "Hij ging uit naar de zogenaamde schedelplaats, in het Hebreeuws Golgotha genaamd, waar zij Hem kruisigden." Of zo u wilt: "Waar zij Hem paalden." Maar goed, dat is geen goed Nederlands woord. Dus ja, ik laat dat maar. Er staat: "Waar zij Hem kruisigden en met Hem twee anderen aan weerszijden."⟨/p> ⟨p>Oei, maar wat betekent dat? "Met twee anderen aan weerszijden." De meeste vertalingen zeggen: aan weerszijden één. Maar dat "één" staat er niet. Maar wacht even, dan krijg je dus: "waar zij Hem kruisigden en met Hem twee anderen aan weerszijden." Meestal wordt het uitgelegd als aan beide kanten één. Jezus in het midden, dat zullen we straks zien. Ik denk echter dat er alle reden is om aan te nemen dat Jezus in het midden hing van vier medegekruisigden. Aan weerszijden twee.⟨/p> ⟨p>En daar moet ik wat meer over vertellen. Want hoezo was er in totaal sprake van vier medegekruisigden? Ga maar eens even na aan de hand van een aantal gegevens. Ik zet een aantal punten even op een rijtje. Dit is gewoon een kwestie van Schrift met Schrift vergelijken. Als we de andere getuigenissen, namelijk van Lucas, Mattheüs en Marcus, erbij betrekken, dan staat er dat toen Jezus werd weggeleid, er met Hem twee misdadigers werden weggeleid. Zo staat het in Lucas 23. Ik ga die teksten nu verder niet langs, maar ik heb gewoon het bonnetje erbij gegeven. Zo staat het: als Jezus wordt weggeleid, was dat samen met twee misdadigers.⟨/p> ⟨p>Dan lees je in Mattheüs 27 dat, als eenmaal de kleren zijn verdeeld, er daarna nóg twee rovers werden gekruisigd. Er wordt een andere naam gebruikt, maar niet alléén maar een andere naam. Niet de term "misdadiger", maar de term "rover" wordt gebruikt. En bovendien was het op een iets later tijdstip, namelijk nadat inmiddels de soldaten – daar kom ik straks nog op terug – het lot hadden verdeeld over Jezus' kleding. We hebben hier dus een later tijdstip. Maar in dat geval komen we dus inderdaad op éérst twee misdadigers, en iets later twee rovers die met Jezus werden gekruisigd.⟨/p> ⟨p>En daar komen we op nog iets. Van die twee rovers lezen we in Marcus 15 dat zij béiden – let wel, beide – Jezus smaadden. Maar hoe kan dat als je uitgaat van twee andere medegekruisigden? Want we weten allemaal dat één medegekruisigde juist heel deemoedig was in het uur van zijn sterven. En dat hij Jezus om vergeving vroeg, en dat er aan hem gedacht zou worden wanneer Hij eenmaal in Zijn koninkrijk gekomen zou zijn. Dus hij heeft Hem als koning herkend. Van de twee rovers lezen we echter: ze smaadden Jezus. Maar je leest van de éne misdadiger in het Lucas-evangelie, dat hij de andere misdadiger berispt. Dat is die misdadiger die dan aan Jezus vraagt: "Gedenk mij wanneer U in Uw koninkrijk komt." En hij berispt de ander die Jezus ook bespotte. Dus: de ene misdadiger wordt berispt, de andere misdadiger is deemoedig en gelovig en herkent Jezus als de koning, en erkent Hem ook als zodanig.⟨/p> ⟨p>Dat brengt ons inderdaad tot de conclusie dat Jezus in het midden hing, met aan weerszijden twee medegekruisigden, die op een verschillend tijdstip ook werden gekruisigd. Ik heb hier de teksten allemaal nog eens op een rijtje gezet. Maar goed, dat doet nu even niet ter zake. Of in ieder geval, dat gaan we nu verder niet uitspitten. Dat heb ik toen voor mezelf eens gedaan: alle vier de getuigenissen van alle evangeliën naast elkaar gezet en dan vergeleken. En dan kun je de geschiedenis gaan reconstrueren. Oh, die zegt dat? Oké.⟨/p> ⟨p>Dus dan staat er hier bijvoorbeeld in het Mattheüs-evangelie, hoe staat het er? "En zij kruisigden Hem. En zij verdeelden Zijn bovenkleding door het lot te werpen. En ze gingen daar zitten..." Oh ja, en dan staat er: "En dan worden samen met Hem twee rovers gekruisigd." Dus heel uitdrukkelijk: daarná. En dat is iets anders dan wat Lucas zegt, namelijk: "En er waren ook twee misdadigers die met Hem weggeleid werden om uit de weg geruimd te worden." Als je de gegevens allemaal laat staan en combineert, dan kom je inderdaad tot de gedachte dat er sprake is geweest van vier medegekruisigden. En in het midden Jezus. Zoals hier op dit plaatje. Dit is ergens een foto uit Frankrijk waar dat ook zo wordt afgebeeld: een kruis in het midden en twee aan weerszijden.⟨/p> ⟨p>Ja, daar komt trouwens nog iets bij. Daar zullen we de volgende keer wat meer op ingaan, maar aan het einde van dit hoofdstuk lezen we dat als de soldaten dan aan het einde van het proces, of aan het einde van de dag, de beenderen gaan breken... Wat gebeurt er dan? Dan lees je dit: "En de soldaten dan breken eerst de beenderen bij de ene medegekruisigde, en dan bij de andere, en dan bij Jezus." Kijk, dat is heel logisch in dit geval. Stel je voor dat er nou maar sprake was geweest van drie kruizen, dan is deze gang van zaken niet logisch. Dan kom je eerst bij deze, dan bij die en dán bij Jezus. Toch?⟨/p> ⟨p>Maar het belangrijkste moet ik erbij zeggen – of nou ja, het belangrijkste waarom het toch ook wel ter zake doet, is de geweldige betekenis van het getal vier. Vier medegekruisigden, omdat de vier namelijk het getal van de wereld is. Onze vier is trouwens ook van origine een kruis, wist u dat? Ja, gewoon een kruis met ook nog een paaltje erop. Maar van origine is het gewoon een kruis. Heb je hem? Ja. En hoezo staat de vier voor de wereld? Nou, de belangrijkste connectie is wel het feit dat de Bijbel spreekt over de vier hoeken en de vier einden der aarde. De vier windhoeken namelijk van de aarde: noord, zuid, oost en west. Zodat de vier eigenlijk de hele wereld omspant.⟨/p> ⟨p>Jezus, Hij hing in het midden, maar met vier medegekruisigden. En je zou het nog anders kunnen benaderen: Hij hing met de wereld, en de wereld werd met Hem ook gekruisigd. Paulus zegt ook: "Ik ben met Christus gekruisigd en toch leef ik, maar dat is niet ik, Christus leeft in mij." Er staat in 2 Korintiërs 5 dat Eén stierf voor allen, dus zijn allen gestorven. Hij stierf en met Hem stierf heel de wereld mee. Dus dat is die vier. Die medegekruisigden symboliseren de hele wereld. Niet alleen maar voor wie Jezus Christus stierf, maar die ook vooral met Hem gekruisigd wérden. En het idee en de gedachte van "mede gekruisigd zijn met", ja, dat wordt door Paulus uitgewerkt in zijn brieven: dat wij met Hem mede gekruisigd zijn.⟨/p> ⟨p>Dan is Jezus de vijf. Ja, dat is genade. Ook dat nog eens een keer! Want de wereld, rovers en misdadigers, zij hadden het allemaal verdiend. Maar Jezus hing daar onschuldig. Dat is ook een groot verschil. En in het midden, alleen dát al: Hij is het middelpunt. De vijf, ja. De vijf voor de vier. Ja, toch? One for all. En dan staat er in vers 19...⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-6" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2241" title="Speel af vanaf 37:21">▶ 37:21⟨/button> ⟨span>Jezus de Nazarener en het Opschrift van Pilatus⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Pilatus nu schreef ook een opschrift. We hadden het er al even over. En hij plaatste dat op het kruis. Hier wordt trouwens hetzelfde woord gebruikt voor die paal, de staander dus, als in vers 17, twee verzen eerder. Daarmee is het kruis dus gewoon dé paal of dé staander.⟨/p> ⟨p>Eigenlijk, nu ik hier zo over spreek, de hele gedachte dat Jezus dus de dwarsbalk heeft gedragen klopt niet. Hoe zei ik het net? Dat Jezus die droeg naar Golgotha. Die gedachte klopt niet, hij droeg de staander. Ja, hoe ze dat precies gedaan hebben... Ze hebben die paal meegenomen en daar is hij aan bevestigd. Wellicht dan inderdaad met een dwarsbalk.⟨/p> ⟨p>Maar het feit dat de Bijbel daar verder niet over spreekt, betekent ook dat wij daar niet te veel gedachten aan moeten koppelen. Ook niet aan het woord 'kruis', weet je wel, horizontaal, verticaal. Je kan er hele mooie gedachten aan verbinden, maar dat is fantasie. De Bijbel spreekt gewoon over een paal. Dat is wat ik zojuist ook bedoelde te zeggen. Je moet daarin kritisch blijven en spreken zoals de Schrift erover spreekt.⟨/p> ⟨p>Nu had Pilatus dus een opschrift geschreven en plaatste dat op het kruis. Er wordt hier gesuggereerd alsof hij dat zelf deed, maar wellicht heeft hij dat, mag je aannemen, laten doen. Maar in ieder geval gebeurde het onder zijn verantwoordelijkheid. Er was nu opgeschreven: Jezus de Nazarener, de koning van de Joden. De Nazoreër.⟨/p> ⟨p>Dat is een wat misleidend begrip, want je hebt Nazarener, Nazoreër en Nazireër. Een Nazireër was iemand die een gelofte deed, maar daar heeft dit woord niets mee te maken. Nazoreër is gewoon Nazarener, namelijk hij die afkomstig is uit Nazareth. En dat was Jezus, de Nazarener.⟨/p> ⟨p>Dat was trouwens ook in overeenstemming met de profetieën. In Mattheüs lees je al dat hij Nazarener zou heten, zoals de profeten hadden gezegd. In Jesaja lees je dat. Ik zeg het even heel kort: het woord voor Nazarener, of het woord waar dat op teruggaat, is een rijsje, een scheut. Daar wordt door Jesaja al over gesproken: er zal een rijsje, een ⟨em>natser⟨/em>, een scheut voortkomen uit de afgehouwen tronk van Isaï. Zodat die ⟨em>natser⟨/em> gewoon een aanduiding was van de Messias.⟨/p> ⟨p>Daar zit een prachtig verhaal aan vast, namelijk dat Nazareth een heel klein plaatsje was. Wie woonden daar? Dat waren nakomelingen van David. Allemaal troonpretendenten. ⟨em>Natsers⟨/em>, toch? ⟨em>Natsers⟨/em>, ja. Dus de term Nazareth heeft wel degelijk ook alles te maken met de profetie.⟨/p> ⟨p>Maar goed, er was opgeschreven: Jezus de Nazarener, de koning van de Joden. Ja. Dit opschrift dan, lazen velen van de Joden.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-7" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2484" title="Speel af vanaf 41:24">▶ 41:24⟨/button> ⟨span>"dichtbij de Plaats": Kruisiging op de Oostelijke Olijfberg⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En nou komen we op weer een kwestie. Want er staat: "dichtbij was de plaats van de stad waar Jezus werd gekruisigd". Zo staat het er echt. Meestal wordt het vertaald – hoe staat het daar in vers 20? – "want de plaats waar Jezus gekruisigd werd, was dicht bij de stad." Nee, Hij werd gekruisigd dicht bij ⟨em>de plaats⟨/em> van de stad. Zo staat het er. En dat werpt heel veel licht op de plaats waar Jezus werd gekruisigd.⟨/p> ⟨p>Dan kun je zeggen: ja, het was buiten de stad, het was dichtbij de stad. Jawel, maar het was dichtbij ⟨em>de plaats⟨/em> van de stad. Dan moet je je vervolgens iets anders afvragen: wat is de plaats van de stad? Nou, voor een Jood is 'de plaats' gewoon een andere term voor de tempel. 'Ha makom'.⟨/p> ⟨p>Je leest al in het Oude Testament dat als de Israëlieten in het land zouden komen, dan zouden ze zoeken naar de plaats waar God Zijn naam zou doen wonen. De plaats, namelijk de plaats waar een tempel uiteindelijk ook gebouwd zou worden. Daarom is de tempel gewoon altijd de aanduiding van 'de plaats'. In het algemeen werd vervolgens de stad waar de tempel gebouwd was, dan ook de plaats 'ha makom'. We kennen hem wel: Mokum. Ja, dat is 'de plaats'. Omdat Amsterdam geacht werd het Jeruzalem van het westen te zijn, werd het dus Mokum genoemd. Maar 'de plaats' is gewoon de aanduiding van de tempel.⟨/p> ⟨p>En ik geef u twee redenen uit alleen al het Johannes-evangelie. Dus het evangelie waar we deze hele serie over hebben. In Johannes 4 lees je dat die Samaritaanse vrouw tegen Jezus dit zegt: "Onze vaderen hebben op deze berg aangebeden." En dan verwijst ze naar die berg daar bij Zichem, bij de Samaritanen. "En jullie Joden zeggen dat in Jeruzalem de plaats is waar men moet aanbidden." Jullie zeggen dat in Jeruzalem de plaats is. Wat is de plaats nou waar je moet aanbidden? Waar aanbid je? In de tempel! De plaats is gewoon exact dezelfde uitdrukking. De plaats is de tempel.⟨/p> ⟨p>Later, en daar hebben we het destijds ook over gehad, uiteraard want alles hebben we tot dusver van hoofdstuk 1 tot en met 18 besproken. Dus we waren ooit in Johannes 11. En toen zagen we in vers 48 dat de overpriesters tegen elkaar zeggen, als ze in het Sanhedrin in hun vergadering bij elkaar zijn, dan zeggen ze: "We moeten hier iets aan doen want" – en daar komt het – "als wij hem zo laten, zullen allen in hem geloven." Dit was een week of zo voor Jezus' kruisiging. Dus ze moesten iets doen, want Jezus was onder het volk – niet onder de leidslieden, maar onder het volk – buitengewoon geliefd en populair.⟨/p> ⟨p>En ja, het was nog in diezelfde periode ook dat Jezus vanaf de Olijfberg op die ezel afdaalde en naar Jeruzalem ging. En dat iedereen, de grote scharen, riep van: "Hosanna, gezegend Hij die komt in de naam van de Heer!" Want ze geloofden: dit kon wel eens de Messias zijn. Hoe hecht dat geloof was en hoe diep dat zat, dat is een ander verhaal, maar in ieder geval de messiaanse verwachtingen die waren hooggespannen. Dus die overpriesters en dat Sanhedrin waren buitengewoon bang: "Als wij hem zo laten, zullen allen in hem geloven. En" – nou komt het – "de Romeinen zullen komen en ze zullen van ons wegnemen..." Wat nemen ze van ons weg? "De plaats en de natie." Dan hebben we geen natie meer, en de plaats die gaan ze verwoesten. Dat is trouwens precies wat er gebeurd is. Dat is niet omdat zij Hem hebben láten begaan, maar dat is juist omdat ze Hem hebben gekruisigd. Precies het omgekeerde dus. Maar ook hier, daar gaat het me nu even om: 'de plaats'. Een aanduiding voor de tempel.⟨/p> ⟨p>Nou lezen we nog een keer, nee ik moet nog eventjes... Dit is nog even het hele vers 20: "Dit opschrift dan, lazen velen van de Joden. Want dichtbij was de plaats van de stad waar Jezus werd gekruisigd." Kijk, Jezus werd gekruisigd, niet zomaar dicht bij de stad – dat is wel zo – maar dichtbij ⟨em>de plaats⟨/em> van de stad. Oftewel, Hij werd gekruisigd dichtbij de tempel. En dat zegt iets over aan wélke kant Jezus gekruisigd is, namelijk aan de oostkant. De tempel bevond zich namelijk aan de oostkant van Jeruzalem. Nu nog steeds, het tempelplein. Dat is de rand van de stad, maar aan het oosten.⟨/p> ⟨p>Dus als Jezus werd gekruisigd dicht bij de plaats van de stad, dan zegt dat iets over wáár Hij gekruisigd werd: namelijk aan de oostkant. Ziet u? Dus op de Olijfberg. Pak een kaart van Jeruzalem, dat moet je dan doen, uit de dagen van Jezus. Pak een kaart van de stad, en aan de oostkant heb je de plaats, de tempel. Waar Jezus gekruisigd werd, dicht bij die plek, dan kom je aan de oostkant uit. Dat kan je niet missen. En dáár werd Jezus inderdaad gekruisigd, op de Olijfberg.⟨/p> ⟨p>Ja, ik moet u zeggen, ik vond dat een geweldige eyeopener toen ik dat zag. Oké, ik vond het jammer toen ik tot de ontdekking kwam dat die lieftallige plek die je nu kunt bezoeken, waar ik het zojuist over had met van 'Hij is hier niet', dat dat niet historisch is. Maar wat je er voor in de plaats krijgt: de Olijfberg! De plek waar Hij ook ten hemel voer. En ook de plek waar Hij zal terugkeren. Waar Zijn voeten weer zullen staan te dien dage. Allemaal op de Olijfberg. We zijn nog niet van Hem af. Nee, echt niet. En dan de Olijfberg, met ook de betekenissen van de olijf. Want ja, het was de berg van de olijven, zo werd dat ook genoemd, en met de betekenissen die daar weer aan vastzitten... Het is zo fascinerend dat Hij juist dáár werd gekruisigd.⟨/p> ⟨p>En dan wil ik nog één ding daarbij even aan toevoegen. Dat is een andere reden, die hier min of meer los van staat. Als Jezus is gekruisigd, en op het moment dat Hij komt te sterven, dat dan die Romeinse hoofdman Hem ziet sterven. Dat staat in Lukas. En op het moment dat Jezus sterft, vindt er ook een aardbeving plaats. En hij ziet het gordijn van de tempel – niet ín de tempel, maar vóór de tempel, dat gigantisch grote gordijn van 25 meter hoog was dat – en dat ziet hij scheuren. Tegelijkertijd met het feit dat Jezus sterft. Dus hij kijkt, hij ziet Jezus sterven en hij ziet het gordijn van de tempel daar op afstand scheuren. En als hij dat ziet, dan zegt hij: "Waarlijk, dit was de Zoon van God", of ik weet niet precies hoe het er staat, maar dan herkent hij van: dit is zó bijzonder.⟨/p> ⟨p>Maar ook hier weer, pak een kaart. De enige plek waar je dat zou kunnen zien, namelijk dat het gordijn van de tempel scheurt, en de plaats waar Hij gekruisigd werd, dat kán alleen maar de Olijfberg geweest zijn. Want alléén vanaf de Olijfberg zie je die tempel, en zie je dat gigantische gordijn voor de tempel. En daar komt trouwens in dit geval nog iets bij. Want er staat dat iedereen dat opschrift zag, want velen passeerden daar. Maar de drukste route, en nu nog steeds trouwens de bekendste route als je bij Jeruzalem komt, is via de Olijfberg. Dat was toen zo, dat is nu nog steeds zo. Als je naar Jeruzalem kwam, dan kwam je via de Olijfberg daar naartoe. Zodat dat dus heel erg logisch is. Bovendien was het ook de route waar je direct bij de tempel kwam. Want ja, dat lag aan de rand, aan de oostkant van de stad.⟨/p> ⟨p>Nou, ik zie dat het negen uur is, dus ik denk dat we er goed aan doen eerst even te pauzeren. Oké, we waren gebleven bij vers 20 dus, en daar staat dus iets anders. Net als... kijk. Eerst hadden we het over het kruis, dat bij nader inzien gewoon de paal was, een staander. In de tweede plaats het aantal medegekruisigden, waar Jezus in het midden hing. Dat waren niet twee medegekruisigden, maar vier. En nu zijn wij bij iets anders aangekomen: de plaats van de stad. En dat was dichtbij waar Jezus werd gekruisigd.⟨/p> ⟨p>De plaats van de stad is dus de tempel. Dat leidt tot één conclusie en dat is dat Jezus werd gekruizigd aan de oostkant van de stad, namelijk op de Olijfberg.⟨/p> ⟨p>"Mag ik nog even wat vragen? Want in het begin hadden we ook een schedelplaats."⟨/p> ⟨p>Ja, en die schedelplaats was dus op de Olijfberg.⟨/p> ⟨p>"Oké, ja. Het was me even niet duidelijk, bedankt."⟨/p> ⟨p>Oké. Ja, dat is dan de onvermijdelijke conclusie daaruit. Ja, dit zijn gedachten die niet zo bekend zijn. Maar als ik de tekst zo lees en neem zoals het er staat, dan kan ik eigenlijk niks anders concluderen.⟨/p> ⟨p>Enfin, we hadden het nog steeds over dat opschrift. Want over die plaats van de stad, dat was feitelijk een soort tussenzin. Van: iedereen las het, waarom? Omdat het dichtbij de plaats van de stad was. Daarom. En dan staat erbij, en zo eindigt de zin dan...⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-8" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3218" title="Speel af vanaf 53:38">▶ 53:38⟨/button> ⟨span>Het Drietalige Opschrift en het Verborgen Acroniem Yhwh⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Het was geschreven in het Hebreeuws, het Grieks en in het Latijn. De Hebreeuwse taal dus, of liever gezegd, het Hebreeuwse dialect. Het Aramees, want wat er gesproken werd in de dagen van Jezus was niet het oude Hebreeuws, maar het oorspronkelijke Hebreeuws in de vorm van een Hebreeuws dialect. Zo wordt het ook ergens genoemd in het boek Handelingen. En wij noemen dat dan het Aramees, maar in de Bijbel heet het gewoon het Hebreeuws, namelijk een Hebreeuws dialect. Dat was de ene taal. De andere taal was het Grieks. Dat was de internationale cultuurtaal en ook de handelstaal, een beetje vergelijkbaar met ons Engels, zeg maar. En het Latijn, dat was de officiële taal van het Romeinse Rijk, waar Israël nu eenmaal deel van uitmaakte. Zodat deze drie talen eigenlijk ook heel erg voor de hand liggen.⟨/p> ⟨p>Zo moet het er ongeveer hebben uitgezien. Waarbij zowel het Latijn als... nee, dit is Latijn. Ja, het staat eigenlijk in de verkeerde volgorde. Ja, maar dit is geen Chinees, dit zijn oud-Hebreeuwse letters. En dit is Grieks. Zowel het Latijn als het Grieks, dat zie je dan: wij kennen het onderscheid van spaties tussen woorden, maar het Latijn en het Grieks van origine kenden dat niet. Dat maakt dat ze voor ons nu lastig lezen, als je gewoon alle woorden achter elkaar schrijft zonder spaties, zonder ruimte daartussen. Maar pak maar eens een keertje – ik weet niet of u dat wel eens gezien heeft – van die oude Griekse handschriften van het Nieuwe Testament, dan zie je dat het allemaal kapitaalletters zijn. Het werd dus geschreven in hoofdletters, en bovenal: al die hoofdletters staan helemaal achter elkaar, dus volkomen zonder witruimtes daartussen. Waarbij je trouwens met het Hebreeuws nóg eens een keer het verschil hebt dat je van rechts naar links moet lezen. Je begint rechts en je gaat naar links, dus je moet hier beginnen. Hier staat 'Yeshua'... oh nee, hoe staat het er? 'De Nazarener', 'Netser'.⟨/p> ⟨p>Nou, er is trouwens nog iets. Dit is ook weer zo'n kwestie, want dit is een plaatje van hoe het eruitgezien kan hebben. En die uitleg zegt dan dat hier... u kent misschien eventjes, laat ik even terugkoppelen naar wat bekend is: het Latijnse acroniem namelijk, INRI. Zegt u dat wat? INRI stond er dan boven het kruis, en dat is dan 'Jezus de Nazarener, koning der Joden'. Dat is het acroniem. Dat wil zeggen, dat zijn de vier letters waar die zin mee begint, zeg maar. Als je hetzelfde bij het Hebreeuws doet, dan kreeg je dít. Ik zeg er eventjes bij: het is omstreden wat ik nu zeg. Want er zijn ook verklaarders die zeggen van: nee, het moet toch iets anders zijn. Maar er zijn verklaarders die hebben gezegd van: kijk, dan heeft er dít gestaan. En dan krijg je – ik heb er even een rood vakje omheen gedaan – dan krijg je dus het acroniem van de naam van God. Namelijk: 'Yeshua Ha-Natsri', zo zal je dat waarschijnlijk dan uitspreken, dat wil zeggen 'de Nazarener', en koning, 'we-melech ha-yehudim', dat wil zeggen 'van de Joden'. En dan krijg je dus als vier beginletters: J H W H. Maar dat is de naam van God! En dat de Joden, die hogepriesters, om die reden gebelgd waren over het opschrift boven de paal, of boven het hoofd van Jezus. Maar er zijn ook mensen die kritiek hebben op die letters. Het wordt veel te technisch als ik daar nu op ingaar, dat het geen voegwoord is maar dat er eigenlijk een bepaald lidwoord staat: dé koning en niet én koning. Maar ik moet zeggen: ik vind dit wel héél opmerkelijk, toch? Dat het er op deze wijze zou hebben gestaan en dat daarin zelfs de naam van God dan heel duidelijk doorklinkt.⟨/p> ⟨p>Hoe dan ook, de hogepriesters van de Joden hadden nu kritiek op het opschrift. Maar dan moeten we even letten op het motief. De hogepriesters, we weten inmiddels wie dat zijn. Dat waren de twee dus: Kajafas en Annas. Daar hebben we het eerder over gehad hoe dat zat. Die zeiden: "Schrijf niet: de koning van de Joden." Dáár vielen ze dus over. Dat het óók de naam van God zou hebben bevat, dat kun je zeggen, het zou kunnen, maar het is hier niet uit af te leiden. Hun kritiek spitst zich híérop toe: schrijf niet dé koning van de Joden.⟨/p> ⟨p>Ik zou trouwens de vraag kunnen stellen: waarom heeft Pilatus dat gedaan? Waarom heeft hij het zo geformuleerd: 'Jezus de Nazarener, de koning van de Joden'? Want de hogepriesters hebben er kritiek op, die zeggen: schrijf niet de koning van de Joden, maar dat hij zéi, dat hij beweerde, dat hij claimde: ik ben de koning van de Joden. Want nu wekte Pilatus eigenlijk de indruk van: nou, de Joden hebben hier hun eigen koning terechtgesteld. En is dat voor Pilatus ook een vorm van wraak geweest tegen de hogepriesters? Want reken maar dat Pilatus inmiddels enorme concessies heeft moeten doen. Hij wilde dit helemaal niet, en dit kwam hem heel hoog te zitten of duur te staan. Maar ik bedoel ook in de zin van: dit was een hele onaangename, op zijn zachtst gezegd, gang van zaken voor hem. En dus had Pilatus het helemaal gehad met die hogepriesters die hem eigenlijk geprest hadden om dit nu te doen. En dat hij daarom ook uit wraak dit heeft geplaatst boven Jezus' hoofd. Want kijk, door het op deze manier te formuleren – en daarom hadden die hogepriesters er daar ook zo de P in dat dit boven Jezus' hoofd hing – werd nu gesuggereerd dat de Joden die Jezus hebben overgeleverd, dat hebben gedaan ómdat Hij de koning van de Joden is. Maar al die mensen, het volk dat naar de tempel ging, die zouden daar aanstoot aan kunnen nemen: wat doen de hogepriesters hier nu? Jezus voldeed voor het volk immers wél aan messiaanse verwachtingen. Waar we het voor de pauze ook al even over hadden en al vaker hebben overwogen: zou Hij het misschien zijn? Dus die hogepriesters hadden er moeite mee met het feit dat dát zo boven Jezus' hoofd hing.⟨/p> ⟨p>Maar Pilatus laat zich niet kennen, nu. Nu houdt hij voet bij stuk en hij zegt: "Wat ik heb geschreven, heb ik geschreven." Punt. Wegwezen. Dat denk ik er dan bij, maar dat klinkt erin door. Ik heb nu genoeg concessies gedaan, wat ik heb geschreven, heb ik geschreven. Onbewust is Pilatus hier natuurlijk ook wel degelijk weer een werktuig in Gods hand. Doordat Pilatus nu officieel bevestigt dat het volk haar koning verwierp. Dat is eigenlijk wat hij daarmee aangeeft. En dat is precies wat Israël ook gedaan heeft, en ze wilden eigenlijk die verantwoordelijkheid zelf niet dragen. Maar goed, nu stond het toch als opschrift boven Jezus' hoofd, daar aan die staander.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-9" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3767" title="Speel af vanaf 01:02:47">▶ 01:02:47⟨/button> ⟨span>Het Naadloze Onderkleed en de Letterlijke Vervulling van Psalm 22⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Toen de soldaten Jezus kruisigden, namen zij zijn kleding en maakten vier delen; voor iedere soldaat een deel. Waaruit dus blijkt dat er vier soldaten bij waren, die eraan hebben meegedaan dat Jezus gekruisigd werd. Vier delen. Je weet niet hoe dat precies is onderverdeeld, maar ik stel me zo voor: zijn opperkleed, wellicht een hoofddoek, een gordel en sandalen. Het werd in ieder geval in vieren gedeeld en voor iedere soldaat was er een deel.⟨/p> ⟨p>Maar dan kwam het onderkleed. En dat onderkleed was nogal duur, dat was een prijzig onderkleed. Want er staat: het was zonder naad, aan één stuk geweven. Zeg maar, dat onderkleed is vergelijkbaar met ons hemd, en dat was zonder naad uit één stuk geweven.⟨/p> ⟨p>Ik vond het wel eigenaardig, want je leest dat ook van het kleed van de hogepriester. In Exodus 39 staat over Mozes dat hij het opperkleed maakt voor de hogepriester. Hij maakte het opperkleed van de efod, en dan staat erbij: weefwerk, geheel blauwpurper. Ook dat was zonder naad uit één stuk geweven. Is dit een verwijzing daarnaar? Hier hangt de echte, of in ieder geval de toekomende hogepriester. Dit is zijn kleed. Dat zagen jullie niet, het was eronder, het onderkleed, maar dit is wat er onder de oppervlakte ligt.⟨/p> ⟨p>In ieder geval, en dat is het allerbelangrijkste, zien we hier de vervulling van de profetie. Maar laten we eerst nog even vers 24 lezen, want wat was de overweging van die soldaten? Zij zeiden tot elkaar: laten wij dit niet scheuren, maar erom loten van wie het zal zijn. Je gaat niet zoiets kostbaars vervolgens in vieren delen, en vandaar dus dat het lot wordt geworpen. En dan voegt Johannes er als commentaar aan toe: opdat het schriftwoord vervuld zou worden.⟨/p> ⟨p>Uiteraard hebben die soldaten dat niet gedaan met de gedachte: 'Oh ja, dat doen wij nu, opdat het schriftwoord vervuld zou worden.' Nee, dit is een opmerking van Johannes zelf. 'Opdat het schriftwoord vervuld zou worden', en dat is Psalm 22. Die psalm spreekt van het begin tot het einde over de Heer Jezus. Het is een psalm van David. Ik heb er nog niet zo heel erg lang geleden in Urk een serie over gegeven, dus het staat me allemaal nog vrij goed voor de geest. Een schitterende psalm. Het valt uiteen in twee delen: het eerste deel gaat over het lijden dat over Christus zou komen, en het tweede deel over al de heerlijkheid daarna. En het is zo geweldig hoe dat profetisch in elkaar steekt.⟨/p> ⟨p>De Heere Jezus heeft die psalm ook uitgesproken toen Hij gekruisigd was, en op een gegeven ogenblik kwam Hij ook bij die woorden: 'Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten?' Die uitroep, dat is Psalm 22. Het is ook die psalm waar staat: 'Een bende boosdoenders en honden omringen mij.' En er staat ook: 'Zij hebben mijn handen en voeten doorboord.' En dat de menigte spot en zegt: 'Als God Hem welgevallig is, laat Die Hem dan redden.' Dat is precies wat er daar bij Golgotha is gebeurd. Maar dat stond al voorzegd in Psalm 22. Dus ja, die psalm gaat onmiskenbaar over de Messias.⟨/p> ⟨p>En één van de dingen die daar dan ook in staat, is – opdat het schriftwoord vervuld zou worden –: 'Zij verdelen mijn kleding voor zichzelf en over mijn kleding wierpen zij het lot.' Er worden hier twee woorden gebruikt. Aan de ene kant 'Ze verdelen mijn kleding voor zichzelf', dus gewoon onder elkaar, en 'Over mijn klederen wierpen zij het lot', of over 'mijn kledij'. Wat voor kledij dat dan precies is, in ieder geval zijn het twee verschillende zaken: bovenkleding en kledij. Het ene wordt verdeeld, over het andere wordt het lot geworpen. En exact zo is het gegaan. Ze hebben het verdeeld én ze hebben het lot erover geworpen, beide.⟨/p> ⟨p>In Jesaja 53 staat trouwens ook nog zoiets, dat Hij met de boosdoenders, de misdadigers, gerekend werd. Maar over die verdeling van de klederen wordt daar niet gesproken. Nee, daarmee ben ik nu even in de war. Hoe dan ook... In Psalm 22 wel, ja, daar wordt juist over de verdeling van die klederen gesproken. In Jesaja 53 wordt natuurlijk ook heel duidelijk gesproken over het lijden dat over de Messias zou komen. Dat Hij als een lam ter slachting werd geleid en dat Hij onder de misdadigers werd gerekend, maar bij de rijken zou Hij zijn in zijn dood. Ook dat zien we, zo komt Hij in het graf van Jozef van Arimathea.⟨/p> ⟨p>Hoe dan ook, ook hier: alles gaat zoals is voorzegd. Die soldaten zijn zich daar niet van bewust geweest. Die kenden de Hebreeuwse Bijbel niet. Maar zij hebben het gedaan, zonder dat ze er erg in hadden. Dat is trouwens bij Pilatus ook zo. Pilatus was de topman, de stadhouder, en onbewust heeft hij precies dat gedaan wat hij moest doen. Ook bijvoorbeeld waar ik het zojuist over had, met dat opschrift. Ja, dat moet zo. Hij werd wellicht door wraak en rancune gedreven om het op die manier te doen, maar onbewust was hij daarmee gewoon een acteur in de goddelijke tragedie.⟨/p> ⟨p>En dan staat er: 'De soldaten dan deden dit inderdaad.' Zij hebben dit gedaan zonder dat ze wisten wat ze deden. Bij het kruis... bij de staander – als je het eenmaal weet, heb je toch de neiging om het iedere keer te corrigeren.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-10" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4224" title="Speel af vanaf 01:10:24">▶ 01:10:24⟨/button> ⟨span>De Vier Vrouwen bij de Staander en Hun Bijbelse Identiteit⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Daar stonden nu en er worden vier personen genoemd. Nou ja, nog één trouwens. Maar goed, eerst dit: zijn moeder en de zus van zijn moeder, Maria van Klopas en Maria de Magdaleense. Dan wordt het een beetje ingewikkeld, want dan heb je verschillende Maria's. Zomaar drie Maria's. Want zijn moeder heette Maria. Over Jezus' vader wordt in de evangeliën trouwens verder helemaal nooit meer gesproken, dus kennelijk was die destijds inmiddels al lang overleden. Maar van Jezus' moeder is diverse keren sprake, alsook hier over de zus van zijn moeder.⟨/p> ⟨p>Men heeft hieruit weleens afgeleid dat dit Maria van Klopas is geweest, maar dat is onwaarschijnlijk. Dat lijkt me zelfs uitgesloten, want dan zouden én de moeder én de zus beide Maria hebben geheten. Dat kan natuurlijk niet. Het gaat dus om zijn moeder, en daarnaast de zus van zijn moeder. En ook hier is het wel heel boeiend om de verschillende evangeliën naast elkaar te leggen, want die spreken daar namelijk ook over diverse vrouwen en die worden dan ook bij name genoemd. Als je de puzzelstukjes pakt en in elkaar schuift, dan krijg je dus dit: dat dit kennelijk Salomé is geweest. Zij wordt genoemd in Marcus 15 en 16.⟨/p> ⟨p>En die Salomé, dat was de moeder van de zonen van Zebedeüs. Hebt u hem? Vroeger had je daar zo'n grapje over. Weet je wie de vader was van de zonen van Zebedeüs? De vader van de zonen van Zebedeüs, ja, dat was Zebedeüs dus. Maar nu: wie is de moeder van de zonen van Zebedeüs, oftewel de vrouw van Zebedeüs? Nou, dat was Salomé. In dat geval, want die naam wordt namelijk ook genoemd in Marcus 15... Hier worden dus Maria Jezus' moeder, de zus van zijn moeder, Maria van Klopas en Maria de Magdaleense genoemd, maar in Marcus 15 heet een van die vrouwen Salomé. De haast onvermijdelijke conclusie is dan: Salomé is kennelijk die zus van zijn moeder.⟨/p> ⟨p>Maar die Salomé, dat was inderdaad de moeder van Johannes en Jakobus, en dus ook de vrouw van Zebedeüs. En dan weten we nog iets. Namelijk dat Johannes en Jakobus dus Jezus' neven waren. Toch? Zo zie je dat, als je de schriftplaatsen met elkaar vergelijkt, je tot hele interessante gevolgtrekkingen komt. Dat moet wel. Want die vrouw wordt hier dus alleen 'de zus van zijn moeder' genoemd. In Marcus krijgt ze een naam, en in Mattheüs weten we dat het de moeder was van Jakobus en Johannes. Ik weet even niet precies hoe het er exact staat, maar kijk die schriftplaatsen maar na. Daaruit blijkt dus ook dat Johannes en Jakobus heel dicht, ook gewoon familiair, bij Jezus stonden en zijn neven waren.⟨/p> ⟨p>Er is dus Salomé, in ieder geval de zus van zijn moeder, en Maria van Klopas. Wat denk je als je leest over Maria van Klopas? Was Maria de vrouw van Klopas? De dochter van Klopas? Of was het een plaats? Dat zou ook nog kunnen. Maar er is nergens een plaats die Klopas heet, het is echt een persoonsnaam. Het punt is: in Mattheüs 27 wordt ze niet bij name genoemd, dan wordt er gezegd: 'de andere Maria'. En hier heet die andere Maria dus de Maria van Klopas.⟨/p> ⟨p>En nou ga ik iets zeggen, ik weet het niet absoluut zeker, want de naam Klopas komen we niet meer tegen, maar wél Kleopas. Is dat dezelfde geweest? Ik bedoel, per slot van rekening hebben namen heel vaak varianten. Paulus heeft het over Priska en Lucas heeft het over Priscilla, weet je wel. Het is gewoon dezelfde persoon, alleen in verschillende spellingen. Als het inderdaad de Maria van Kleopas was, dan zou dat de vrouw kunnen zijn van een van die twee mensen die naar Emmaüs gingen. Want een van die twee heette Kleopas, staat er.⟨/p> ⟨p>En er is nog iets eigenaardigs. Meestal, en dat is iets wat we kennen van plaatjes, gaan we ervan uit dat de Emmaüsgangers twee mannen waren, nietwaar? Ja, maar wie zegt dat? Precies, wie zegt dat? De ene heette Kleopas, dat is waar. Maar eerlijk gezegd denk ik dat die ander Maria is geweest. Dat het dus een echtpaar is geweest en dat het dus niet twee mannen waren, maar een man en zijn vrouw. Er wordt zomaar afgeleid dat het twee mannen waren, maar kijk het maar na in de tekst: het staat nergens. Het kan gewoon een man en zijn vrouw geweest zijn. Die komen dan inderdaad bij een huis aan en overnachten daar. Wat eigenlijk het meest voor de hand liggend is, is dat het inderdaad om een echtpaar gaat. Toch? Het hoeft niet, maar oké. Nou ja, u ziet, er zitten wel wat losse eindjes hoor, dat geef ik direct toe. Dus als hier staat Maria van Klopas, is dat waarschijnlijk de vrouw van Klopas. En is dat dan de Kleopas van die man, stel nou dat zij daar in Emmaüs woonden.⟨/p> ⟨p>En dan hebben we nog Maria van Magdala, de Magdaleense. Daar gaan we het nog uitgebreider over hebben, want zij is de eerste vrouw die Jezus ontmoet in de hof. Dat is Johannes 20, het volgende Bijbelhoofdstuk. Daar gaan we het zeker nog over hebben, want haar betekenis... De vrouw in de hof die als eerste de tuinman ontmoet. De laatste Adam. Dan denk je bij Maria van Magdala eigenlijk meteen: oh, dat is de nieuwe Eva. Toch? Wij weten dat zij niet zo'n fraaie achtergrond had, of in ieder geval dat ze vreselijke dingen heeft meegemaakt. Maar er waren ook mooie dingen, want er waren zeven demonen van haar uitgegaan. Dat lees je in Lucas 8. Veel meer kan ik daar nu niet over zeggen.⟨/p> ⟨p>Ja, dan moet ik nog even doorlezen. Ik hou het hier even kort bij. Misschien dat we de volgende keer deze laatste verzen er nog even bij kunnen betrekken. Ik lees het nu eventjes alleen kortweg door.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-11" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4726" title="Speel af vanaf 01:18:46">▶ 01:18:46⟨/button> ⟨span>"vrouw, Neem Waar Uw Zoon": Jezus' Zorg voor Maria⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Toen Jezus dan zijn moeder waarnam en de discipel die hij liefhad. Aha, die was er dus ook nog bij. Dus die vier dames worden hier genoemd en de discipel die hij liefhad, zijn neef dus eigenlijk. Johannes, ja, dat is inderdaad de anonieme schrijver. Het gekke is, zijn naam wordt niet genoemd, maar het ligt er duimendik bovenop wie het geweest is. Wat iedere keer door Johannes benadrukt wordt: hij was geliefd. Het was de discipel die hij, Jezus, liefhad. Hij werd geliefd.⟨/p> ⟨p>En hij zei tot zijn moeder: "Vrouw, neem waar." Nou ja, hij kon niet wijzen, want hij hing daar aan de paal. Maar: "Neem waar je zoon." Dat wil zeggen dus eigenlijk, hij zegt trouwens, het klinkt wat afstandelijk, net als ooit toen bij Kana. Daar begon het ooit mee, dat Maria, zijn moeder, zich ook daarmee bemoeide. En dan zei hij: "Vrouw, wat heb ik met u van doen?" Dat klonk nogal afstandelijk, ja, vermanend. Maar hier ook weer: "Vrouw". Maar die afstand, in werkelijkheid is hij hier natuurlijk enorm begaan. Want hij hing hier te sterven en tegelijkertijd richt hij zich tot zijn moeder en zei: "Neem waar je zoon."⟨/p> ⟨p>En daarna zei hij tot de discipel: "Neem waar je moeder." En vanaf dat uur nam de discipel haar bij zich. Dat is in dát uur. Dat wil zeggen, Jezus is in datzelfde uur kennelijk ook nog gestorven, want Johannes was erbij. Hij heeft het gezien dat Jezus stierf. De volgende keer gaan we daarover spreken, want er is iets heel bijzonders mee aan de hand wat hij gezien heeft. In ieder geval, vanaf dat uur heeft de discipel dat inderdaad gedaan en hij nam haar bij zich.⟨/p> ⟨p>Had hij een huis in Jeruzalem misschien, of bedoelt hij in zijn ouderlijk huis daar in Kapernaüm? Ik maak me er hier nu heel snel even van af, want ik denk eerlijk gezegd dat hier nog een mooie typologie in besloten ligt, maar dat is te veel om dat hier nu nog te noemen. Ik stel voor dat we het hierbij laten, en dat we de volgende keer de laatste twee verzen, waar ik nu heel snel doorheen gegaan ben, dat we daar nog even op terugkomen.⟨/p>