⟨h3 id="hoofdstuk-1" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="0" title="Speel af vanaf 00:00">▶ 00:00⟨/button> ⟨span>Inleiding: de Joodse Achtergrond van het Evangelie⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En wij gaan weer verder met Lucas' eerste boek. Deel 17 inmiddels, en vanavond gaan we de overgang meemaken van het vijfde naar het zesde hoofdstuk. Dat is op zich niet zo heel erg veelzeggend, want zoals u weet is die hoofdstukindeling van een veel latere datum. Niettemin is het wel erg handig om een bepaalde passage op te zoeken; dat is de andere kant.⟨/p> ⟨p>Ik heb het als titel meegegeven: 'Het vasten' (dat is Lucas 5) en daarna nog over 'bezigheden op de sabbat', waarbij ik doorga tot en met vers 11 van hoofdstuk 6. In beide gevallen worden we bepaald bij de typisch Joodse achtergrond van het evangelie. Want of we het nu hebben over het vasten of over de sabbat en wat daarop gedaan zou worden en de betekenis ervan: het heeft allemaal te maken met het feit dat de Heer Jezus is geboren onder de wet, zoals Paulus later zou zeggen.⟨/p> ⟨p>Zijn hele bediening was gericht op Israël, zelfs uitsluitend gericht op Israël. Hij was actief in de synagoge en gaf het volk onderwijs, ook over de dingen waar we het vanavond over hebben. Alleen de titel al verraadt de Joodse achtergrond en de Israëlitische strekking van de bediening van de Heer Jezus. En dat is natuurlijk een heel andere dan waar wij in geplaatst zijn. Wij zijn mensen van de natiën en hebben niet eens in directe zin te maken met dit onderwijs. Maar goed, het maakt deel uit van de Schriften die aan ons gegeven zijn. Zoals Paulus zegt: al die Schrift is van God gegeven en nuttig om te onderhouden en om te onderwijzen en om daardoor gecorrigeerd te worden.⟨/p> ⟨p>Er is trouwens nog een aanleiding, denk ik, om ook dit evangelie vanuit deze achtergrond en vanuit deze optiek van hoge waarde te achten. Het is namelijk geschreven door Lucas, en Lucas was de naaste medewerker van Paulus, waar hij altijd zo vol lof over heeft gesproken. Hij is bij hem gebleven tot het allerlaatst. Zelfs in zijn laatste brief, de brief aan Timotheüs, lezen we dat Lucas nog bij hem is. Elders, in de gevangenisbrieven, noemt hij hem 'de geliefde geneesheer'. Lucas is ook degene geweest die gedurende Paulus' reizen vele malen bij hem is geweest; dat weten we uit Lucas' tweede boek.⟨/p> ⟨p>Dus ja, ook dat geeft voor mensen die speciaal gespitst zijn op het onderwijs van Paulus als de heraut en leermeester van de natiën, aan dit evangelie toch ook wel een speciale betekenis en plaats.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-2" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="206" title="Speel af vanaf 03:26">▶ 03:26⟨/button> ⟨span>Terugblik op de Receptie bij Levi en Jezus' Omgang met Zondaren⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>We moeten nog even terugblikken op wat we de laatste keer hebben gezien in de bespreking. Dat was in november, alweer een tijdje geleden. We waren toen bij een receptie van Matteüs, die hier Levi wordt genoemd, maar Levi is Matteüs, een van de twaalf discipelen.⟨/p> ⟨p>In Lukas 5 lezen we dat Levi een grote receptie voor Jezus maakte in zijn woonhuis. Levi was geroepen. Deze Levi, die wij kennen als Matteüs, de schrijver van het evangelie naar Matteüs, was een tollenaar. Toen hij werd geroepen, kwam zijn hele leven op zijn kop te staan. Ter gelegenheid van het feit dat hij zijn oude beroep vaarwel zei en vervolgens een van de twaalf werd – hij ving eigenlijk een heel nieuw bestaan aan – maakte hij een grote receptie voor Jezus in zijn woonhuis. Er was een grote schare van tollenaars en anderen die met hen neerlagen.⟨/p> ⟨p>De Farizeeën en hun schriftgeleerden morden naar Zijn discipelen en zeiden: "Waarom eten en drinken jullie met tollenaars en zondaars?" Dat eten en drinken komt vanavond aan de orde, maar eerder in deze context klinkt dus het verwijt dat Jezus, en in dit geval ook Zijn discipelen, eigenlijk heel slechte connecties zouden hebben: tollenaars en zondaars. Later lezen we ook over tollenaars en hoeren; daar was Hij bevriend mee. Het waren mensen met een heel slechte achtergrond.⟨/p> ⟨p>Toen Jezus dat verwijt hoorde, zei Hij, zoals staat in vers 31 van ditzelfde evangelie: "Zij die gezond zijn, hebben geen geneesheer nodig, maar zij die ziek zijn. Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen – of mensen die denken rechtvaardig te zijn – maar zondaars tot omdenken, tot bezinning." Ja, dat was het woord.⟨/p> ⟨p>Bij deze gelegenheid komen we nu ook aan in vers 33 van Lukas 5. Het loopt gewoon door, dus we bevinden ons nog steeds in dezelfde context: tijdens de receptie van Levi. In feite gaat het gesprek daar nog verder. Er waren er velen aanwezig, dus je kunt je voorstellen dat er heel wat is besproken met elkaar. En dan staat er het volgende.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-3" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="416" title="Speel af vanaf 06:56">▶ 06:56⟨/button> ⟨span>De Controverse Rondom de Vastenpraktijk van de Farizeeën⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Zij zeiden tot Hem, de aanwezigen aldaar: "De leerlingen van Johannes vasten dikwijls." Vasten betekent dus dat je je onthoudt van de genuchten van het leven in het algemeen, zoals eten en drinken en eventueel seksuele omgang. Trouwens, er zijn nog meer dingen waar je je van kunt onthouden, maar het gaat hier vooral om vasten in de zin van eten en drinken. De discipelen van Johannes deden dat dikwijls. We weten dat vanuit Matteüs, want deze geschiedenis wordt hier in Lukas vermeld, maar ook in Matteüs en in Marcus. Iets korter misschien, maar niettemin wordt het ook daar opgetekend. In Matteüs 9 lezen we ook dat de discipelen van Johannes zelf bij Jezus waren aangekomen en deze vraag hadden voorgelegd. Zij hadden deze kwestie dus eigenlijk zelf ingebracht. Ik zeg nu wel dat het een vraag was, maar feitelijk zit hier een verwijt in besloten, namelijk: zij doen dat wel en jullie niet.⟨/p> ⟨p>De leerlingen van Johannes vasten dikwijls en zij doen hun smeekbeden. Dat is een woord dat we heel dikwijls tegenkomen in het Nieuwe Testament. Het idee daarachter is niet zozeer dat er alleen maar gesmeekt wordt, maar het is een beetje lastig om daar een goed Nederlands woord voor te vinden. Ik ben daar naarstig naar op zoek gegaan. Het woord is namelijk afgeleid van wat letterlijk 'bindend' is; iets wat noodzakelijk is. Vandaar dat het eigenlijk gebeden betreft om wat absoluut nodig of noodzakelijk is; dat wat je nodig hebt. Dat is het idee. Het gaat er dus niet zozeer om dat je erom smeekt, maar dat je bidt om datgene wat echt noodzakelijk en verbindend is. Als u daar een beter woord voor heeft, dan houd ik mij aanbevolen, want het lijkt mij goed om dat in de vertaling zo goed mogelijk naar voren te brengen. Je ziet wel vaker als je bezig bent met het omzetten van de ene taal naar de andere — in dit geval vanuit het Grieks naar het Nederlands — dat de ontvangende taal soms te arm is. We hebben eigenlijk geen woord dat precies recht doet aan het Griekse woord. Dat is wel eens lastig, en dat is in feite ook een van de redenen waarom wij Bijbelstudie doen: om zulke gebreken van de taal toe te lichten.⟨/p> ⟨p>Hier wordt de zaak dus zo opgeworpen: de discipelen van Johannes vasten dikwijls en zij doen hun gebeden om dat wat noodzakelijk is. En niet alleen zij, maar ook die van de Farizeeën. De leerlingen, zij die in de school van de Farizeeën komen. Je moet je voorstellen dat er feitelijk sprake was van verschillende partijen of sekten, maar je zou ook kunnen zeggen 'scholen' of systemen van onderwijs. De Sadduceeën hadden hun eigen richting en de Farizeeën ook. 'Richting' is misschien nog wel het meest treffende woord. In ieder geval had je daar het onderwijssysteem van de Farizeeën. Terwijl ik dit zo bekijk, zie ik weer een spelfout op de dia; daar heb ik thuis straks nog wat werk aan.⟨/p> ⟨p>De Farizeeën hadden dus ook hun regelmatige vasten. We lezen trouwens in hoofdstuk 18 van ditzelfde evangelie de geschiedenis van de Farizeeër en de tollenaar die in de tempel zijn. Die Farizeeër beroemt zich er tegenover God op dat hij twee keer per week vast 'tussen de sabbatten'. Inderdaad weten wij ook uit bronnen buiten de Bijbel dat de Farizeese school twee keer per week vastte, namelijk op een maandag en op een donderdag. Het is maar goed dat wij vandaag geen Farizeeër zijn, anders hadden we straks... wat zeg je? We zouden er met z'n allen een stuk lichter door worden als je dat twee keer per week doet. Dat is ook een goede reden om te vasten. Kijk, wij lachen er nu een beetje om, om dat hele idee van vasten, maar het is helemaal niet gek. Als je bereid bent er objectief over na te denken, is het zelfs heel goed voor een mens om zich met regelmaat te onthouden, zeker in een tijd als de onze waarin we zo'n enorme overvloed kennen. Maar goed, dat is een onderwerp op zich.⟨/p> ⟨p>In ieder geval deden die Farizeeën dat dus, net zoals de leerlingen van Johannes, heel vaak. En nu komt het verwijt dat rechtstreeks tegen Jezus Zelf wordt gezegd: "Maar die van u, uw discipelen, die eten en drinken maar." Dat was de aanklacht. We lezen trouwens ook van Jezus en van Zijn discipelen dat zij wel eens vastten. Ik verwijs hier naar Lukas 4 vers 2, waar staat dat de Heer Jezus naar de woestijn ging en die veertig dagen niets at of dronk. Dat was ook vasten, in de meest absolute zin. Maar het gebeurde dus niet met die vaste regelmaat. Trouwens, in Matteüs 6 lees je ook dat de Heer Jezus zegt: "Als jullie vasten, doe dat dan niet met een uitgestreken gezicht" — even in mijn eigen woorden — "en niet zo demonstratief voor de mensen om je vroom en religieus voor te doen, maar doe dat gewoon in je hart en oprecht, en niet om goede sier te maken bij de mensen." Dat is niet het echte vasten. Dat is ook al iets wat we lezen in de Tenach, in de Hebreeuwse Bijbel.⟨/p> ⟨p>Wanneer hier dat contrast gemaakt wordt tussen enerzijds wat de Farizeeën deden en zelfs de discipelen van Johannes, dan moeten we bedenken dat Johannes ook nog echt in het onderwijs van de Tenach stond. Van hem lezen wij — ook in het Lukasevangelie, waar we bij gelegenheid nog wel eens op komen — dat de Wet en de Profeten zijn tot op Johannes. Eigenlijk loopt het Oude Testament door tot en met Johannes, en na hem breekt het Nieuwe Verbond aan. Johannes was de aankondiger en de voorbereider daarvan, degene die de weg bereidde. Maar Johannes zelf behoorde nog helemaal tot het Oude Verbond. Feitelijk gold dat ook voor de Heer Jezus; wat Hij hier doet is weliswaar de voorbereiding op het Nieuwe Verbond, maar Hij leefde nog steeds onder de Wet, onder het Oude Verbond.⟨/p> ⟨p>Maar goed, over de reputatie van Jezus werd gezegd: "Die van u, die eten en drinken maar." En dan nog losgedacht van het eerdere verwijt tijdens diezelfde receptie: dat Hij niet alleen maar zat te eten en te drinken, maar dat ook nog eens deed met lui van het laagste allooi, waar je eigenlijk niet eens contact mee zou willen hebben: zondaars, tollenaars en hoeren. Als we even doorbladeren naar Lukas 7, dan lezen we woorden die de Heer Jezus Zelf uitspreekt: "Want Johannes de Doper is gekomen..." en hij stond zelfs bekend om zijn vasten; er staat dat hij geen brood at of wijn dronk. Hij was sowieso een man van soberheid. En wat zeiden de kwaadsprekers over hem? "Hij heeft een demon!" En dan zegt de Heer vervolgens: "De Zoon des mensen is gekomen, wel etende en wel drinkende" — het was slechts incidenteel dat Hij Zich daarvan onthield — "en wat zeggen de mensen dan? Zie, een vraatzuchtig mens en een wijnzuiper, een vriend van tollenaars en zondaars!"⟨/p> ⟨p>Ik ga nu niet verder, maar als je het doorleest, dan staat er ook: "En de wijsheid is gerechtvaardigd door al haar kinderen." Met andere woorden, om het even met mijn eigen woorden te parafraseren: het is niet goed of het deugt niet. Want als Johannes komt en niet eet of drinkt, dan zeggen ze dat die man niet spoort en een demon heeft. En dan komt de Zoon des mensen, die wel eet en drinkt, en dan is het weer niet goed.⟨/p> ⟨p>En daarvan zeggen ze: Hij is een vraatzuchtig mens, een wijndrinker en een vriend van tollenaars en zondaars. Maar als een mens niet wil – want dat is de gedachte erachter – dan vindt hij altijd wel een stok om te slaan. Dat is niet moeilijk, en dat zie je hier ook.⟨/p> ⟨p>In beide gevallen, zowel bij Johannes de Doper als bij de Heer Jezus, was hun onderwijs echt één. Ik bedoel, Johannes wees op de Heer Jezus en de Heer Jezus praat met de grootste achting over Johannes de Doper. Er was niemand uit de vrouwen geboren groter dan hij, heeft Hij hier zelf ook gezegd. En niettemin maakte men zich van hen beiden op die manier af.⟨/p> ⟨p>In feite stond wat de Heer Jezus deed al helemaal in het teken van het nieuwe verbond dat nog officieel moest aanbreken. Het was nog prematuur, dat is waar, maar het onderwijs was eigenlijk al wel helemaal een – om het in wijntermen te zeggen – antichambreren op kamertemperatuur. Zo van: het is nog niet zover, maar het hele onderwijs is al doortrokken van het nieuwe dat zou gaan komen.⟨/p> ⟨p>Vandaar ook dat eten en drinken, want dat is nu juist weer kenmerkend voor dat nieuwe verbond. Daar gaan we het nu ook over hebben, want dan gebruikt de Heer Jezus een prachtige beeldspraak.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-4" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1163" title="Speel af vanaf 19:23">▶ 19:23⟨/button> ⟨span>De Bruidegom en de Zonen van de Bruiloftszaal⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Jezus zei tot hen: "Kunnen jullie soms de zonen van de bruiloftszaal doen vasten?" Hoe staat het er in de NBG-vertaling? "Kunt u de bruiloftsgasten laten vasten?" Letterlijk staat er dus: de zonen van de bruiloftszaal. Zij die toebehoren aan, die de erfgenamen zijn van de bruiloft en alle toebehoren. "Kunnen jullie soms de zonen van de bruiloftszaal doen vasten terwijl de bruidegom bij hen is?"⟨/p> ⟨p>Het idee is zo voor de hand liggend. Deze mensen waar jullie nu zoveel verwijten aan hebben, namelijk de discipelen, Jezus' discipelen, daarvan zei Hij: dat zijn de zonen van de bruiloftszaal. En de bruidegom — dat ligt er impliciet in besloten — dat ben Ikzelf. Ik ben die bruidegom. Het is toch van de zotte om bij een bruiloft te gaan vasten? Dat kan gepast zijn op allerlei momenten, maar in ieder geval toch niet bij een bruiloft; dat zou gevierd worden. Welnu, de bruidegom is in hun midden en willen jullie soms de zonen van de bruiloftszaal laten vasten?⟨/p> ⟨p>Het is een vreemde term misschien, vandaar ook dat de NBG-vertaling er maar "bruiloftsgasten" van gemaakt heeft. De bruidskinderen, of wat stond er ook alweer? Oh ja, "de zonen van het bruidsvertrek" in de ISA-weergave. De plaats waar de bruid is, dat is dus het bruidsvertrek. Dat lijkt mij niet helemaal het juiste woord, want het bruidsvertrek is dan toch weer de slaapkamer. Maar het is de zaal waar het feest gevierd wordt en degenen die dat beheren en regelen, dat zijn de zonen. Dat is wat de twaalf zijn.⟨/p> ⟨p>De Heer Jezus zelf is hier in dit beeld, in deze gelijkenis, de bruidegom. Welnu, de discipelen zijn degenen die de bruiloft regelen. Zij zijn degenen die gaan over die bruiloftszaal en over het feest; zij zijn daartoe ook gesteld. Maar als dat de situatie is, dan is het toch eigenlijk bizar... Dat is wat Jezus hier zegt: "Kunnen jullie soms de zonen van een bruiloftszaal doen vasten?" Het is toch bizar om hen te laten onthouden van eten en drinken. Als er één gelegenheid is waar je wel zou eten en drinken, dan is het juist dan.⟨/p> ⟨p>En de bruidegom, ja, dat kan niet missen: dat is de Messias. Eén van de termen, één van de fraaie aanduidingen van de Messias in het Oude Testament al, is inderdaad die van de bruidegom. En trouwens, het hele nieuwe verbond dat al in de dagen van Jeremia werd aangekondigd, dat was feitelijk een nieuw huwelijksverbond. Zoals het oude verbond bij de Sinaï ook wordt vergeleken met een huwelijksverbond. Er was een bruidegom, er was een bruid (het volk) en er was ook de echtelijke woning — feitelijk was het land de echtelijke woning. Beiden hebben hun jawoord gegeven. Kortom, het hele oude verbond had het karakter van een huwelijksverbond.⟨/p> ⟨p>Maar het nieuwe verbond is eveneens een huwelijksverbond, waarbij de Heer zelf — gerepresenteerd in de Messias — de bruidegom is. Het Hooglied gaat daar natuurlijk over; ja, schitterend! Eigenlijk, als we Lucas geheel doorlopen hebben, zouden we het nog over het Hooglied moeten hebben. Niet alleen om er rode oortjes van te krijgen, maar ook omdat het veel dieper gaat. Je kunt natuurlijk zeggen: het is prachtig onderwijs, een ode aan de liefde voor mannen en vrouwen, bruid en bruidegom, maar de bruid is Israël en de bruidegom is de Messias.⟨/p> ⟨p>En weet je wat trouwens zo mooi is als ik het dan toch over het Hooglied heb? Een groot gedeelte van het boek Hooglied gaat erover dat de bruid of de bruidegom kwijt is. "Ik bezweer u, dochters van Jeruzalem: waar is mijn geliefde?" En dan gaat ze op zoek. Dat vind ik nou zo geweldig. Ook dat is profetie. Want de bruidegom is weg. Waar is de bruidegom? Dat is eigenlijk de situatie in onze dagen. De bruidegom was er en zal er ook weer zijn, maar Hij is nu kwijt; Hij is weg. Het grootste gedeelte van het boek Hooglied gaat daarover en verwijst dus in feite naar de verborgenheid in onze dagen.⟨/p> ⟨p>In Jesaja wordt dat beeld van de bruidegom en de bruid ook al gebruikt. Eén ding moet je in ieder geval heel goed weten, en dat is dat in de Bijbel de kerk — ik bedoel het volk dat God zich vandaag verzamelt — in ieder geval niet de bruid is. Ook dat is weer zo'n idee dat feitelijk een van de vruchten is van de boom van het "geestelijke Israël". Namelijk dat wij alles wat aan Israël beloofd is, als kerk op onszelf van toepassing hebben gebracht en dan zouden wij de "bruidsgemeente" zijn. Dat kun je vergeten. Israël is de bruid en de gemeente is het lichaam van Christus. Zij staat in een heel andere relatie en hoedanigheid, in een andere betrekking tot haar Heer, als hoofd en lichaam.⟨/p> ⟨p>Maar de verhouding bruidegom-bruid is van toepassing op de Messias en Zijn volk Israël. Ik verwijs hier naar Hosea 2 en Hosea 3. Hosea moest dat zelfs uitbeelden: hij moest een vrouw kopen, een vrouw van lichte zeden. Over typologie gesproken! Dan koopt hij die vrouw en wat doet hij? Dan staat er: "en je zult geen gemeenschap met haar hebben vele dagen." En daarna, in de praktijk, wordt dat huwelijk geconsumeerd. Maar eerst wordt die vrouw gekocht; hij betaalt een prijs voor haar en vervolgens is er nog geen sprake van een werkelijk actief geconsumeerd huwelijk.⟨/p> ⟨p>Dat is ook onze tijd. De prijs is betaald, de bruidegom is er, de bruid is er ook, maar er is nog steeds geen sprake van een nieuw verbond. Daar zit een hele tijd tussen: "vele dagen". Kortom, ook de Hebreeuwse Bijbel staat al vol over die tijd die zou komen. Wat de Heer hier zegt is: "De bruidegom is er, de bruidegom is er." En Hij zegt: "Ja, dat ben Ik natuurlijk." Het is dus niet aan de orde en niet reëel om nu te verwachten dat de zonen van de bruiloftszaal gaan vasten. Dat doe je niet. Maar, zegt Hij in vers 35...⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-5" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1663" title="Speel af vanaf 27:43">▶ 27:43⟨/button> ⟨span>Het Wegnemen van de Bruidegom: een Profetie van Jezus' Sterven⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Er zullen andere dagen komen, namelijk wanneer de bruidegom van hen weggenomen wordt, en dan zullen ze vasten, in die dagen. Niet nu. Waar het hier over gaat is niet – ik heb het vaak zo horen uitleggen – de hemelvaart van Jezus en de tijd daarna. Nee, ik kan dat ook heel gemakkelijk bewijzen. Want in de laatste verzen van dit evangelie, Lucas 24, lees je inderdaad dat de Heer Jezus bij Bethanië van hen werd weggenomen. Hij voer ten hemel, hen zegenend, en dan staat er vervolgens dat de discipelen weer teruggingen naar Jeruzalem, vervuld van grote blijdschap. Dus dat wegnemen was geen reden om te vasten of voor droefheid. Helemaal niet.⟨/p> ⟨p>Waar het hier over gaat, is Jezus' sterven. Er zullen andere dagen komen, namelijk wanneer de bruidegom van hen weggenomen wordt in de zin dat Hij zal sterven. Ja, dan is er reden om te vasten. Er staat in Johannes 16 – dat zijn woorden die vlak voor Jezus' sterven zijn uitgesproken toen ze in de opperzaal waren – dat de Heer Jezus tegen hen zegt: "Een tijdje, een korte tijd, en jullie aanschouwen Mij niet. En weer een tijdje, en jullie zullen Mij zien." Zij vroegen zich af: wat betekent dat dan? En dan zegt Hij: "Amen, amen, voorwaar, voorwaar, Ik zeg jullie dat jullie zullen huilen en weeklagen. Maar de wereld zal zich verheugen. Jullie zullen bedroefd worden, maar jullie droefheid zal tot vreugde worden."⟨/p> ⟨p>Waar het hier over gaat is dat ze een korte tijd, drie dagen, verstoken zouden zijn van de Bruidegom. Hij werd van hen weggenomen en ze zouden huilen en weeklagen. De wereld zou zich verheugen, want ja, ze waren eindelijk van die lastpost af. Maar een tijdje zullen jullie Mij niet aanschouwen, en weer een tijdje daarna zullen jullie Mij zien. Dat wil zeggen: daarna zullen jullie Mij zien, de wereld trouwens niet meer. De wereld zou Hem niet meer zien. En zo, wanneer Hij in de opstanding alsnog weer tot hen zou komen, dan zal jullie droefheid tot vreugde worden. Kijk, daarover gaat het.⟨/p> ⟨p>Die dagen dat de Heer Jezus inderdaad gekruisigd werd, stierf en in het graf lag, toen werd de bruidegom van hen weggenomen. Werkelijk is het zo dat als de Heer Jezus dit zo zegt in Lucas 5 vers 35, Hij eigenlijk al aangeeft: de Bruidegom gaat sterven. "Ik ben de Bruidegom" en dat wijst op feest en het nieuwe verbond enzovoorts, de vervulling van de messiaanse profetieën, maar vergis je niet: die bruidegom zal worden weggenomen. En dan, ja, dan is er reden om te vasten in die dagen. Een korte tijd dus.⟨/p> ⟨p>Hij sprak nu tot hen ook een gelijkenis. In feite was wat Hij zojuist zei ook al een soort gelijkenis door de vergelijking te maken met een bruidegom, maar dat is natuurlijk ook beeldspraak. En nu volgt er dus opnieuw een gelijkenis, en dan zegt Hij deze.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-6" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1906" title="Speel af vanaf 31:46">▶ 31:46⟨/button> ⟨span>Gelijkenis van de Nieuwe Verstellap op het Oude Kledingstuk⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Niemand scheurt een verstellap van een nieuw kledingstuk en zet die op een oud kledingstuk. Ja, dat doe je niet. Nou ben ik ook geen coupeuse, maar ik heb hier genoeg verstand van om te weten dat je dat niet doet. Zo’n lap om een kledingstuk te verstellen, daarvoor pak je natuurlijk niet een nieuw kledingstuk waar je een nieuw stuk vanaf scheurt of knipt. Dat is bizar, dat doe je niet. Waar het hier over gaat, is een gelijkenis, een parabool. Het idee bij een parallel is dat je hier iets hebt en daar iets hebt, en dat loopt parallel. Dat kun je dan vervolgens ook zo van toepassing brengen op het andere. Dat is een gelijkenis.⟨/p> ⟨p>Dat nieuwe kledingstuk is het onderwijs aangaande het nieuwe waar de Heer Jezus mee kwam. De Bruidegom. Alles wat Hij te vertellen had, dat was dat nieuwe kledingstuk. Wat hier beschreven wordt, doet helemaal niemand: niemand scheurt een verstellap af van een nieuw kledingstuk en zet die op een oud kledingstuk. Dat oude kledingstuk heeft alles te maken met het oude verbond. En, moet ik erbij zeggen, ook met de drang van bijvoorbeeld de Farizeeën en schriftgeleerden, van het Jodendom in het algemeen, om vooral maar vast te houden aan dat oude. Om dat te conserveren. Conservatief zijn is vasthouden aan dat oude, terwijl het nieuwe was gekomen.⟨/p> ⟨p>Het Jodendom leeft in de verwachting van de komst van de Messias. Eén van de definities van het Jodendom is — nou ja, daar kun je een heleboel van zeggen — dat het leeft in de verwachting van de komst van de Messias. Dat komt er eigenlijk op neer dat als die Messias dus gekomen is, het Jodendom voorbij is. Want dan verwacht je Hem niet meer, dan is Hij er al. Wat die Farizeeën en schriftgeleerden deden, was vasthouden aan het oude en ze deden er alles aan om dat oude ook te beschermen. Feitelijk was de hele functie van de traditie en al die toevoegingen aan de wet om de wet te beschermen. Dat was een soort van omheining; zo wordt dat ook vergeleken. Het is het vasthouden aan de overlevering.⟨/p> ⟨p>Al die overleveringen zie je bijvoorbeeld terug in de Talmud, die trouwens ontstaan is in de dagen van Jeremia, namelijk in Babel, in Babylon. De Talmud, wat het Jodendom is gaan vastleggen over hun godsdienst, is toen pas ontstaan. Dus in de dagen van Jeremia, die het nieuwe verbond aankondigde, pas toen is het Jodendom ontstaan in de zin van een godsdienst die het oude ging conserveren en vastleggen. Men ging daar van allerlei dingen aan toevoegen. Waarom? Juist om dat oude vooral maar niet kwijt te raken en te beschermen, zodat als er nieuwe dingen verteld zouden worden, men daar niet voor open zou staan. Misschien dat we het er zo nog even over hebben, want ook in dat opzicht zie je dat de kerk geestelijk toch wel weer vergelijkbaar is.⟨/p> ⟨p>Maar dat betekent dus ook: als hier gesproken wordt over dat oude kledingstuk, dan matcht dat niet met dat nieuwe onderwijs. Je ziet dat de Heer Jezus komt en hen de dingen van het Woord van God vertelt, en dat verdroeg men absoluut niet. Het past ook niet. Dat staat er ook in vers 36: "Anders zal hij niet alleen het nieuwe scheuren..." Want op het moment dat je van een nieuw kledingstuk iets afscheurt of uitknipt en dat vervolgens op een oud kledingstuk zet, dan heb je het kapot gemaakt. Dat wat zich als één geheel presenteert, heb je kapot gemaakt en is dus niet meer heel. Je hebt het stuk gemaakt. Dus wat je dan doet, is dat je het nieuwe hebt gescheurd en kapot hebt gemaakt.⟨/p> ⟨p>Bovendien zal de verstellap van het nieuwe ook niet passen bij het oude. Dat is het tweede: het nieuwe ben je kwijt omdat het niet meer heel is, en bovendien past die verstellap niet eens bij het oude. Het is te verschillend, het past niet. In computertermen: het is niet compatibel. Dat is net zoiets als dat je een nieuw programma uit Windows 10 wilt draaien op een oude computer waar nog een oude versie op staat. Dat gaat niet, dat is niet compatibel. Dat werkt niet, dat past niet, het komt niet overeen.⟨/p> ⟨p>Dat geldt ook voor het onderwijs dat de Heer Jezus gaf: dat blijkt niet te passen in het oude. Maar gaan er niet ook allerlei dingen van het oude naar het nieuwe? In feite was wat die Farizeeën hier wilden, met de vragen en verwijten waarmee men kwam, eigenlijk om iets van het oude op het nieuwe te zetten. Maar dat doe je evenmin. Ze wilden eigenlijk de discipelen weer in het gareel krijgen van de Farizeeën en het oude. Nee, dat moet je niet doen. Bij het oude past het oude en bij het nieuwe past het nieuwe. Je moet dat niet zo bij elkaar gaan doen, want dat is te verschillend. Nu volgt er een tweede vergelijking.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-7" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2332" title="Speel af vanaf 38:52">▶ 38:52⟨/button> ⟨span>Gelijkenis van de Jonge Wijn in Oude Leren Zakken⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En niemand giet jonge wijn in oude leren zakken. Oude zakken, ja, dat zijn zakken, maar dan niet van jute of zo, maar leren zakken. Want als je jute zou gebruiken, dan zou het eruit gaan. Wij zijn natuurlijk verwend om wijn en drank in flessen of eventueel kruiken te doen, maar van oudsher deed men dat in zakken, dat wil zeggen in leren zakken. Maar wel met dien verstande dat je jonge wijn niet in oude leren zakken doet. Waarom niet?⟨/p> ⟨p>Wel, omdat die oude zakken – ik heb altijd een beetje schik om dat woord vanwege de dubbelzinnigheid die er natuurlijk in zit – niet meer rekbaar zijn. De rek is daar letterlijk uit. En rek is juist noodzakelijk, want een kenmerk van jonge wijn is dat het nog gist. Het is nog bezig om eigenlijk wijn, goede wijn, te worden; het zit nog helemaal in dat proces. Het gist nog en wat er dan gebeurt, is dat het de zakken doet uitzetten. Maar die oude zakken kunnen juist niet meer uitzetten, die zijn niet meer rekbaar.⟨/p> ⟨p>En wat er dan gebeurt: anders zal de jonge wijn de leren zakken doen barsten. Waarom? Omdat die jonge wijn nu eenmaal niet in die oude zak past. Dat doe je niet. Wij kennen dat gebruik niet zozeer meer, maar je hebt niet veel fantasie nodig om dit te begrijpen. Anders zal de jonge wijn de leren zakken doen barsten en zal de wijn worden verspild. Kortom, als die oude zakken inderdaad barsten, dan ben je de wijn kwijt en bovendien ben je de zakken kwijt, want die zijn verloren gegaan, kapot gegaan.⟨/p> ⟨p>Waar het hier natuurlijk om gaat, is in feite hetzelfde als met het vorige beeld, toen we het hadden over dat kledingstuk. Dat je een lap van een nieuw kledingstuk op een oud kledingstuk zou zetten, dat moet je niet doen. Je hebt oud en je hebt nieuw. Jonge wijn moet je in nieuwe zakken doen, anders matcht dat niet. En hier zijn die oude leren zakken het jodendom; dat verdraagt het nieuwe onderwijs niet. Eigenlijk is heel de bediening van Jezus gedurende de evangeliën daar een toonbeeld van. Hij kwam met de nieuwe dingen uit de Schriften, met de dingen die aangekondigd waren. Hij verwees altijd naar de Schriften.⟨/p> ⟨p>Maar wat zij deden, is vasthouden aan het oude, terwijl de profeet had gezegd dat als Hij komt, het nieuwe komt en dat men daarvoor open zou staan. Maar die oude zakken verdroegen het nieuwe onderwijs niet; de rek is eruit. Zojuist zei jij: "Hé, dat doet mij denken aan het religieuze leven in ons lieve vaderlandje." En in het christendom is het niet anders. Daar zie je ook van die oude zakken. Ja, toch? En dan heb ik het niet over leeftijd hoor, ik heb het niet over 'oké boomer' of zo. Nee, dat niet. Ik heb het gewoon over mensen die vasthouden aan hun eigen overleveringen. Niet vasthouden aan de Schriften, maar vasthouden aan hun eigen overleveringen ter bescherming van dat wat juist verdwijnen moet.⟨/p> ⟨p>En dan komt er iemand met de Schrift – dat is zo oud als Metuselach om het zo te zeggen – maar het past niet in die oude zakken. Het past niet in de traditie. Wat er gebeurt, is dat het eigenlijk ook verspild wordt, of we zeggen: het matcht niet. Als dat nieuwe onderwijs daarin komt, dan is dat inderdaad killing voor het hele systeem. Vandaar ook dat men het absoluut niet verdraagt. Men zegt: "Jawel, maar als we dat gaan geloven, dan kunnen we ons hele kerkelijke leven wel op de schop gooien." Men realiseert zich: dit kunnen we niet verdragen. Dat is wat je hier dus ook ziet. Die jonge wijn past niet in die oude zakken.⟨/p> ⟨p>Maar jonge wijn moet in nieuwe leren zakken worden gegoten. Zo doet men dat. Met andere woorden, het nieuwe onderwijs past niet in het oude systeem. Daar is rek voor nodig. Daar moet je flexibel voor zijn, daar moet je openstaan voor de nieuwe dingen van de Schrift en de nieuwe dingen van het nieuwe onderwijs. Het gaat erom dat je niet alleen maar vasthoudt aan het oude vertrouwde. Het zich kunnen aanpassen aan het nieuwe onderwijs, dat is wat elementair is. Zo niet, dan is de consequentie desastreus: voor het nieuwe onderwijs én voor het oude systeem, in beide gevallen.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-8" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2704" title="Speel af vanaf 45:04">▶ 45:04⟨/button> ⟨span>De Weigering Om Nieuwe Wijn te Drinken en Vasthouden aan Traditie⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>"En niemand die oude wijn drinkt..." Dit is een vers dat nogal eens misbruikt wordt. Ik las zelfs over een boekje – ik heb het zelf niet in handen gehad, maar ik las een keer het voorbeeld – van iemand over de 'oude schrijvers'. Voor mensen met een calvinistische achtergrond: die kennen dat wel, de oude schrijvers zoals Brakel, Voetius en Smijtegelt. Er zijn er vele. Dat zijn bekende namen.⟨/p> ⟨p>Ik hoorde trouwens een keertje een predikant van de Christelijke Gereformeerde Kerk zeggen: "De oudvaders zijn fijn; ze worden veel geprezen, maar ze zijn weinig gelezen." Ook dan is het weer vaak heel netjes gebracht; je maakt goede sier als je erover spreekt, maar in de praktijk kent men die werken helemaal niet zo goed. Vaak is het ook maar voor de bühne.⟨/p> ⟨p>Ik wil even het verhaal afmaken waar ik zojuist mee begon: dat er een boekje was uitgegeven van de oudvaders en daar stond in het voorwoord, of op de eerste pagina, dit vers afgedrukt. Het idee van dat boekje was: als je het oude vertrouwde kent, dan wil je het nieuwe helemaal niet hebben. Dat werd als een aanbeveling gebruikt, terwijl het hier juist een aanklacht is! Hier is het een aanklacht, want – natuurlijk, ik weet wel hoe we dat soms zeggen... Wij hadden vroeger een man die altijd bij ons over de vloer kwam en die had altijd van die flauwe spreuken, en die zei dan: "De wijn moet oud zijn, maar het meisje jong."⟨/p> ⟨p>Maar hier is juist het idee: niemand die oude wijn drinkt, wil jonge, want hij zegt dat het oude goed is. In principe is het zo dat je niet openstaat voor dat nieuwe, omdat je vasthoudt aan het oude. Dat is hier geen aanbeveling, hier is het een aanklacht. Vandaar ook trouwens dat in sommige vertalingen staat: "En niemand die oude wijn drinkt, zegt terstond: 'Ik wil jonge', want de oude is geschikt." Klopt dat? "Begeert"... "Niemand die oud drinkt, begeert terstond..." Dat is eigenlijk een beetje een verzwakking van de tekst. Je moet eraan wennen. Kijk, dat is hier ook het idee: aan dat nieuwe moet je wennen, dat is een proces. En ongeacht of dat er nu echt exact zo staat – dat is ook een handschriftenkwestie – het gaat er hier om dat je die nieuwe wijn moet leren waarderen. Trouwens, ze wordt vanzelf ouder, nietwaar? Oude wijn is ook ooit nieuw geweest, dus het zegt in feite niets over de kwaliteit.⟨/p> ⟨p>En het idee hier is: ook die nieuwe wijn moet je leren drinken. Want als je alleen maar uitgaat van het oude, dan zul je nooit bereid zijn om ook maar open te staan voor nieuwe dingen en nieuwe gedachten. Wat ik nu vertel, is eigenlijk een universeel principe. Het geldt niet alleen voor schriftuurlijke waarheden, het geldt ook als het gaat om techniek. Hoe gaat dat? Als je ouder wordt, word je minder flexibel en ben je niet meer bereid om nieuwe dingen je eigen te maken. "Ik heb het toch altijd zo gedaan, waarom zou ik..." Nou ja, u kent dat wel. Je ziet het ook bij mensen die ouder worden; in het algemeen is dat wel zo, ze worden minder flexibel. Als er dan nieuwe dingen komen, dan staan ze daar niet voor open.⟨/p> ⟨p>En begrijp me goed, dat is geen kritiek. Per slot van rekening ben ik zelf ook al 58; ik begin ook al een beetje bij de oude garde te horen, bij de 50-plussers. Maar het is ook niet zo dat alles wat nieuw is per definitie beter is, dat is ook onzin. Maar dat neemt niet weg – en dat is hier het punt – dat de Here Jezus kwam met nieuw onderwijs en wat gebeurde er? Men stond er niet voor open. Terwijl het solide was, het was betrouwbaar, het was goed en het was geschikt, maar het paste niet. Dat was het probleem. Ja, ik moet hier denken aan een andere uitdrukking die wij in Nederland allemaal nog kennen: "Wat de boer niet kent, dat vreet hij niet." Je bent niet eens bereid het eens te testen en uit te proberen; je staat er op voorhand al sceptisch of afwijzend tegenover. En dat betekent dat je ook nooit vernieuwd zult worden. Ik zie dat we nu precies bij vers 1 van Lucas 6 aangekomen zijn, dus laten we eerst maar even gaan pauzeren.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-9" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3064" title="Speel af vanaf 51:04">▶ 51:04⟨/button> ⟨span>Aren Plukken en de Bijbelse Definitie van Werken op de Sabbat⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Ik stel voor dat wij de draad weer oppakken. Wij waren gebleven bij het laatste vers van Lukas 5 en ik denk dat we nu, na de pauze, verder gaan met Lukas 6 vers 1. En dan staat er dit: "Het geschiedde nu op een sabbat". Hier komen we dus niet alleen in een nieuw hoofdstuk, maar ook in een nieuwe geschiedenis terecht. Het geschiedde op een sabbat; dat was de vorige geschiedenis dus niet. Hij ging langs de gezaaide velden, en dat was op een sabbat.⟨/p> ⟨p>Als u trouwens een Statenvertaling heeft, dan staat daar "van een tweede eerste sabbat". Dat heeft heel veel aanleiding gegeven tot allerlei speculaties, want wat is nu weer een tweede eerste sabbat? Het is overigens wat omstreden, want als u een NBG-vertaling heeft, dan staat er gewoon "op een sabbat". Dat heeft niks te maken met vertalen, maar dat is een handschriftkwestie. Hoe staat het er in het origineel? In één van de drie grote handschriften staat "de tweede eerste sabbat" en in de andere twee handschriften staat het niet.⟨/p> ⟨p>Wat zou het kunnen betekenen, een tweede eerste sabbat? Ervan uitgaande dat het er staat — wat nog maar de vraag is — zou het kunnen betekenen dat er verschillende soorten sabbatten zijn. Je hebt de wekelijkse sabbat, maar bijvoorbeeld bij het eerste feest, de Pesach, was de eerste dag van het feest — de vijftiende — en de laatste dag — de eenentwintigste — een rustdag. Dat kon op elke willekeurige weekdag vallen, maar beide dagen waren een sabbat. Dat wil zeggen dat men in de praktijk geen werk deed; het was een rustdag. Er waren verschillende reeksen van sabbatten waar dit dan betrekking op kan hebben. Het gaat dan om een tweede primaire sabbat. Het was dus bijvoorbeeld de eenentwintigste Nisan. Je had de vijftiende, dat was de eerste sabbat, en de eenentwintigste, de laatste dag van het feest, was dan de tweede primaire sabbat.⟨/p> ⟨p>Er zijn verschillende andere voorstellen gedaan over wat het zou kunnen betekenen, maar ik stel voor dat we dat maar even laten rusten. Dat is een beetje een technische kwestie. In ieder geval was het op een sabbat. Wellicht, zeg ik erbij, niet een gewone wekelijkse sabbat, maar een andersoortige sabbat. Zoals wij dat trouwens ook nog wel hebben: eerste kerstdag geldt in de christenheid — ik bedoel in de christenheid, hè, niet in de Bijbel — ook als een soort zondag, ook al is het een doordeweekse dag. Nou ja, zoiets.⟨/p> ⟨p>Het geschiedde nu op een sabbat dat Hij langs de gezaaide velden ging en Zijn leerlingen plukten en aten de aren. We lezen trouwens in Mattheüs, waar deze geschiedenis ook wordt verhaald, dat zij honger hadden en het om die reden deden. Ze gingen dus langs die velden, plukten actief en aten die aren. En dan staat er nog bij: "terwijl ze die met de handen stuk wreven". Ja, en dat was natuurlijk het grote probleem. Sommigen van de Farizeeën zeiden — die dat kennelijk hadden gezien: "Waarom doen jullie wat niet geoorloofd is op de sabbatten?"⟨/p> ⟨p>Hier gesproken over oude zakken, ongeacht de leeftijd. Nogmaals, het is het oude systeem dat dan denkt. Men zegt: "Het is niet geoorloofd". Waarom niet? Omdat ze die aren klaarmaakten tussen de vingers, terwijl ze die met de handen stuk wreven. Feitelijk is dat dorsen. Het proces van dorsen, alleen doe je het dan op heel kleine schaal. Dat is volgens hen niet geoorloofd, want dorsen is werken. Dat is het idee, en werken doe je niet op de sabbat.⟨/p> ⟨p>Maar dit is zo wettisch gedacht, en het is bovendien helemaal niet naar de Schrift. Werken in de Bijbel betekent namelijk niet zomaar iets doen, maar het is iets doen voor geld. Dat is de definitie van werken. Je kunt je in het zweet rennen zonder dat je er een cent voor ontvangt, en je kunt de hele dag op je stoel zitten en wel geld ontvangen. De meeste mensen doen dat trouwens: die zitten de hele dag op hun stoel en krijgen daar geld voor. En dan gaan ze 's avonds naar de sportschool of tien kilometer hardlopen, en dan lopen ze helemaal in het zweet. Het ene is werken, het tweede niet. Wat is het verschil? Het heeft niks te maken met het feit dat je iets doet, maar het punt is: werken betekent dat je iets doet voor geld, voor loon. Dat is de Bijbelse definitie.⟨/p> ⟨p>Paulus zegt in Romeinen 4 dat werken tegenover genade staat. Werken betekent iets doen voor loon; genade betekent dat je iets "om niet" doet. Je doet het gewoon, voor niks, gratis. Zodat het hele idee dat je langs zo'n arenveld gaat en daar iets klaarmaakt om te kunnen eten, niets met werken te maken heeft. Het hele idee om dat zo uit te leggen is bizar. Maar goed, dit zijn typisch die manieren waarbij men zaken heeft toegevoegd aan de Schrift. Waarom? Om de schriftuurlijke bepalingen te conserveren. En daar liep Jezus voortdurend tegenaan. Dit was trouwens iets wat de Farizeeën tegen de leerlingen zeiden: "Waarom doen jullie dat?" En dan is het Jezus die hen antwoordde. Hij had er lucht van gekregen dat dit gezegd werd, en Hij is het die dan het antwoord geeft.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-10" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3459" title="Speel af vanaf 57:39">▶ 57:39⟨/button> ⟨span>Het Profetische Type van David en de Toonbroden⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En Jezus antwoordde hen en zei: "Hebben jullie dan niet gelezen wat David deed toen hij honger had, hij en zij die met hem waren?" Zie je, Jezus verwijst hier terug naar de Schriften, in dit geval naar een geschiedenis in 1 Samuël 21. Een fantastische geschiedenis. David is inmiddels al wel gezalfd tot koning, maar hij is op de vlucht voor Saul. Saul vervolgt hem. Het zou nog een hele tijd duren voordat hij in Jeruzalem op de troon zou komen, maar in die tussentijd speelt deze geschiedenis zich af. Hij komt dan bij een priester – u zou het eigenlijk eens na moeten lezen – en dan vraagt hij om eten als hij honger heeft. Laat ik even verder lezen in Lucas 6 vers 4.⟨/p> ⟨p>De Heer Jezus vraagt: "Hebben jullie dat nooit gelezen?" Hoe hij het huis van God binnenkwam en de toonbroden nam en at. Dat is heel bijzonder. Dit wijst ons trouwens meteen ook weer op de typologie waar de Schriften werkelijk van spreken. Want David was uit de stam van Juda, de stam waaraan de scepter al duizend jaar eerder was toegewezen. Maar wat deed deze David? Hij ging het huis van God binnen. Maar wie mocht dat doen? Dat was uitsluitend voor de priesters bestemd. Maar David doet het, terwijl hij helemaal geen priester was. En toch ging hij het huis van God binnen. Wat is dit voor onderwijs? Aan de ene kant is dit historie; het verwijst naar wat er gewoon ooit heeft plaatsgevonden. Maar waarom wordt dat vermeld? Omdat het spreekt van de Zoon van David, die inderdaad ook verworpen zou worden alvorens Hij op de troon zou komen, maar die in die tussentijd wel degelijk ook het huis Gods zou binnengaan. Dat is in feite precies de situatie in onze dagen. Waar is de Zoon van David? Hij is er wel, maar Hij is verworpen door Saul. En waar bevindt Hij zich? In het huis Gods. In feite is de hele Hebreeënbrief daar een uitleg van.⟨/p> ⟨p>Er wordt trouwens nog iets uitgelegd in die Hebreeënbrief, want daar lezen we dat de Messias de Zoon van David is, maar Hij is ook Priester naar de ordening van Melchizedek. Wat was er met Melchizedek? Wat is het bijzondere van die ordening? Dat is te veel om in een paar zinnen te zeggen, maar het meest opvallende is wel dat die man er al was eeuwen voordat het oude verbond in beeld kwam. In de dagen van Abraham was daar Melchizedek; hij was zowel koning als priester. Hij was priester van de Allerhoogste God en hij was koning van Salem. Hij was dus koning en priester tegelijk. En over Hem die ooit zou komen, staat bijvoorbeeld in Psalm 110 geprofeteerd dat Hij Priester zou zijn naar de ordening van Melchizedek. Koning en Priester in één persoon. Een geweldig verhaal.⟨/p> ⟨p>Maar goed, even terug: over die David lees je dat hij het huis Gods binnenkwam en de toonbroden nam en at. Die toonbroden, dat waren vijf broden. Je zou er haast aan toe willen voegen: "en twee vissen", maar nee, dat staat er niet. Maar dat getal vijf heeft alles te maken met genade. Inderdaad, die vijf broden... dat is trouwens ook een mooie geschiedenis, want dat waren vijf gerstebroden. In de Evangeliën lees je dat de Heer Jezus verworpen is in Jeruzalem en dan op een berg gaat zitten. Degenen die tot Hem komen, geeft Hij allemaal brood terwijl ze daar zitten: vijf broden en twee vissen. Allebei staan ze ook weer voor de tegenwoordige tijd; het is een type van de tijd waarin wij nu leven, waarin dat ligt besloten.⟨/p> ⟨p>Enfin, nu weer even terug. Hij nam die toonbroden. U vraagt zich misschien af: wat zijn dat voor broden? Je hebt allerlei soorten broden in de Bijbel; je leest bijvoorbeeld ook over beweegbroden. Wij kennen alleen krentenbrood, witbrood of bruinbrood, maar bij de Bijbelse broden geeft de naam aan wat men ermee doet en waar het voor bedoeld is. Namelijk om te 'tonen'. In de tempel stond een gouden tafel in het Heilige, en daar werden wekelijks, elke sabbat, twaalf nieuwe broden neergelegd. Zeg ik het goed? Tien? Nee, twaalf, voor elke stam één. Die broden mochten uitsluitend door de priesters gegeten worden, dat staat er specifiek bij. Dat werden dus de toonbroden genoemd.⟨/p> ⟨p>Het was David die het huis Gods binnenging en van die broden at, en ze vervolgens gaf aan degenen die met hem waren. Blijf even in het hele stramien: David is verworpen, hij is nog geen koning op de troon, hij gaat het huis van God binnen, neemt brood en geeft dat ook aan degenen die met hem zijn en die in zijn verwerping delen. En er staat bij dat het broden waren waarvan niemand geoorloofd is te eten, behalve de priesters. Als u dat niet wilt geloven, dan moet u dat maar eens nalezen in Leviticus 24. Wat David dus feitelijk deed – hoewel hij bestemd was voor het koningschap – was dat hij zich in die tussentijd priesterlijk gedroeg. En dat is precies waar het vandaag over gaat. Waar is de Koning? Hij is nu niet op de troon waar een koning geacht wordt te zijn. Waar is Hij dan wel? Hij is in het huis van God verborgen, onttrokken aan het oog, waar Hij priesterlijk werk doet en het brood verstrekt aan degenen die met Hem zijn en in Zijn verwerping delen.⟨/p> ⟨p>Kijk, het argument van Jezus is niet: "Als David dat toen mocht op de sabbat, dan mag ik het ook." Nee, het argument is: als David dit al deed, hoeveel te meer geldt dat dan voor Hem die meer is dan David? Hij is namelijk niet alleen de Ben David, de Zoon van David; Hij is ook de Ben Adam, de Zoon des mensen, aan wie de hele aarde en de hele wereld is toebedeeld. Ben David of de Zoon des mensen, dat zijn allemaal Messiaanse titels, net als de Bruidegom bijvoorbeeld. Ze verwijzen naar Hem. En Hij zegt: "De Zoon des mensen is Heer van de sabbat." Als David op de sabbat al van die broden at, hoeveel te meer geldt dat voor de Ben Adam? Hoeveel te meer is Hij de Heer van de sabbat? Dat is hier het argument. Ik ga gauw door, want we moeten nog een geschiedenis bespreken; dat is de planning voor vanavond. Tot dusver heb ik me daar dit seizoen consequent aan gehouden en dat wil ik graag zo houden.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-11" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4016" title="Speel af vanaf 01:06:56">▶ 01:06:56⟨/button> ⟨span>De Man met de Verschrompelde Rechterhand in de Synagoge⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En dan staat er in vers 6: "en het geschiedde nu op een andere Sabbat..." Eigenlijk staat er een andersoortige Sabbat. Dat bevestigt mij in de gedachte dat het hier inderdaad niet gaat om een doordeweekse Sabbat, maar echt om een wekelijkse Sabbat; een andersoortige Sabbat. Hij kwam de synagoge binnen en onderwees. Ik zei al, als we Lucas – en de Evangeliën in het algemeen – nagaan, komen we Jezus voortdurend tegen in de Joodse zetting. Hij ging de synagoge binnen en wat deed Hij daar? Onderwijs geven, vertellen wat er geschreven staat.⟨/p> ⟨p>En dan was daar een mens waarvan de rechterhand was verschrompeld. Er staat eigenlijk letterlijk dat deze hand verdord of verdroogd was. Het idee was dat hij daar totaal geen kracht meer in had; hij was met recht onthand. En het was zijn rechterhand, dus normaal gesproken zou je zeggen dat hij handelingsonbekwaam is. Dat is misschien ook wel typerend voor het oude verbond daar in de synagoge: iemand die daar in feite niet kon handelen. Men kreeg van alles te horen, maar de praktijk was dat mensen niet eens konden handelen omdat ze bijvoorbeeld verlamd waren.⟨/p> ⟨p>Is het u weleens opgevallen dat de activiteiten van de Heer Jezus die in de Evangeliën verhaald worden – zoals wanneer Hij een verlamde genas, iemand die niet kon staan of gaan, of iemand die doof of blind was – heel dikwijls wonderen waren die verricht werden op een Sabbat? Dat is natuurlijk een geweldig type, want de Sabbat spreekt van het Messiaanse Koninkrijk. Wat gebeurt er als de Messias komt? Dan zal Hij het volk herstellen. Hij zal de oren en de ogen van het volk openen en Hij zal hen doen opstaan, zodat ze weer in de weg van God kunnen gaan. Ze zullen dan niet alleen kunnen wandelen, maar ook handelen. In dit geval was deze man 'gehandicapt', om het zo te zeggen – een woordspeling die alleen in het Nederlands opgaat, natuurlijk.⟨/p> ⟨p>Daar was dus die mens met zijn verschrompelde rechterhand. De schriftgeleerden en de Farizeeën letten op Hem; er staat letterlijk zoiets als: zij observeerden Hem. Zij keken met opzet of Hij op de Sabbat zou genezen. Daar hoefden ze eigenlijk niet eens zo scherp op te letten, want kennelijk was het hun al ter ore gekomen dat Hij dit vaker deed op de Sabbat. Nu gingen zij dat eens checken. Ze observeerden Hem zodat zij een beschuldiging tegen Hem zouden vinden. Daar zie je meteen de opzet en het motief: het was niet alleen ter bewaking van de Sabbat, het was ook om Hem te tackelen.⟨/p> ⟨p>Het idee was namelijk dat je op de Sabbat niet mocht genezen, want dat werd gezien als een medische handeling en dus als werk. Medische hulp was wel toegestaan, maar alleen in geval van levensgevaar. Dat was een beetje hetzelfde criterium dat men tegenwoordig bij een dokterspost hanteert: je mag er op zondag naartoe, maar niet als je alleen maar last hebt van zeer grote tenen. Ik zit hier met medische experts, dus ik moet oppassen dat ik mij niet vergalpeer, maar u begrijpt wat ik bedoel. Het gaat erom dat je alleen in ernstige gevallen naar de EHBO of de dokterspost mag. Als Jezus deze man zou genezen, ging dat tegen hun principe in. Het was medisch handelen, het was werken, en dat hoorde volgens hen in de 'oude zakken' van hun traditie.⟨/p> ⟨p>Maar Hij wist van hun redeneringen; Hij had al lang in de gaten wat hier aan de hand was. Hij zei tot de man met de verschrompelde hand: "Kom overeind en sta in het midden." De man stond op en ging staan. Als u mij vraagt, is deze eerste instructie die hij krijgt al meteen typerend. Het is namelijk precies wat het hele onderwijs van Jezus inhoudt: ga opstaan! Opstanding, oftewel nieuw leven. Dat blijkt ook uit wat er vervolgens gaat gebeuren.⟨/p> ⟨p>Ik moet hierbij meteen denken aan die andere man die verlamd was. Ik zou er verschillende kunnen bedenken, maar ik denk nu aan de man in Bethesda met de vijf zuilengangen, die daar al 38 jaar lag. Dat was precies de tijd die Israël ook in de woestijn doorbracht. De Heer Jezus zei tegen die man, die nog nooit gewandeld had: "Sta op en wandel, neem je matras op." En als hij vervolgens weggaat, zien de heren theologen hem daar lopen met dat matrasje – niet zo'n groot matras natuurlijk, maar een licht ligmatje. Zij vonden dat dat natuurlijk helemaal niet kon op de Sabbat. Terwijl dat matrasje nu juist een uitbeelding is van rust. "Sta op en wandel", en hij wandelde in rust. Eigenlijk is dat een vervulling van de Sabbat, maar Jezus werd juist getackeld omdat Hij de Sabbat zou schenden en werd als de veroorzaker aangewezen. Maar ook daar gold: sta op en wandel met je matras in rust.⟨/p> ⟨p>Dat wordt ook tegen deze man gezegd. Jezus sprak nu tot hen; Hij sprak enerzijds tot de man met de verschrompelde rechterhand, maar aan de andere kant waren daar de schriftgeleerden die daar stonden. Jezus sprak nu heel demonstratief tot hen en zei: "Ik stel jullie een vraag."⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-12" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4453" title="Speel af vanaf 01:14:13">▶ 01:14:13⟨/button> ⟨span>Confrontatie met de Religieuze Verharding: Goed of Kwaad Doen?⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Het is typisch weer die manier van conversatie: niet eens direct een antwoord geven, maar een tegenvraag stellen. Eigenlijk leg je de bal zo bij de ander. De één stelt jou een vraag en zegt: "Ik wil van Jou een antwoord," en Hij zegt: "Ik heb voor jóu een vraag." Er zijn heel veel voorbeelden van. En dan vraagt Hij: "Is het geoorloofd op de Sabbat goed te doen of kwaad te doen? Een ziel te redden of verloren te doen gaan?" Goed doen, dat is een ziel redden, en kwaad doen, dat is een ziel verloren doen gaan. In dit geval is dat kwade doen het goede nalaten. Als je in staat bent iemand te redden – in dit geval te genezen – en je doet het niet, dan doe je kwaad.⟨/p> ⟨p>De Heer stelde eerst die vraag: "Is het geoorloofd op de Sabbat goed te doen of kwaad te doen?" Dat wil zeggen: dat goede na te laten, oftewel die man gewoon te laten zitten. Dat is de vraag die Ik voor jullie heb. En dan staat er: "En naar allen om Zich heen kijkend..." Kunt u zich voorstellen wat er gebeurt? Dus aan de ene kant staat die man daar in het midden en daaromheen staat dat gezelschap dat zo superkritisch is. En dan staat er: "En naar allen om Zich heen kijkend..." Als je dit overigens in Marcus nakijkt – dat is het mooie van dat schrijfvergelijk – dan staat daar dat de Heer Jezus bedroefd was. Er staat bij: bedroefd om de hardheid van hun harten. En Hij was vertoornd. Dat zijn echt van die hele authentieke emoties die je nu eenmaal hebt op het moment dat je daarmee geconfronteerd wordt.⟨/p> ⟨p>Natuurlijk is het waar dat God de ogen opent en dat is allemaal tot je dienst, maar moet je je voorstellen als je in aanraking komt met zoveel verharding. We hadden het er in de pauze ook nog over, over de religieuze setting. In de religieuze wereld waar men inderdaad ook hel en verdoemenis predikt. We hadden het daar even over, dat was het verband. Het ging erover dat een heleboel mensen dat gewoon helemaal oké vinden. Die hebben het dan weer eens eventjes heel netjes gehoord en zo komt men dan de kerk uit. De dominee heeft het over hel en verdoemenis gehad en dan is het: "Vrouw, heb je nog koffie?" Zo. Sorry, maar als je er zo in staat, als je zo'n boodschap kunt tolereren, dan ben je verhard. Dan ben je echt verhard. Als je daar niet heet of koud van wordt, dan kan dat maar één ding betekenen: dat je een eeltlaag op je hart hebt.⟨/p> ⟨p>De mensen die nog wel gevoel in hun – sorry dat ik het even plat zeg – in hun donder hebben, die wel reëel zijn en horen wat er gezegd wordt, die kunnen hier niet mee leven. En als je dat echt serieus neemt, dan beland je zelfs in een psychiatrische inrichting. Ik meen bloedserieus wat ik nu zeg: dat kun je niet verdragen. Als je dat serieus neemt, dan kun je daar niet mee leven. Nou, oké, dat is het christendom. Het christendom is de enige godsdienst – of laat ik het anders zeggen: het jodendom kent dat niet. Het jodendom kent niet eens een leer van een eindeloze straf. Het christendom wel. Moslims kennen het ook, maar het jodendom kent het niet. Het is in feite zo'n afschuwelijke, demonische leer – ik denk trouwens dat de moslims het ook van de christenen hebben overgenomen. Als je dat verdraagt, ja, dat is echt verharding in het kwadraat.⟨/p> ⟨p>Maar goed, nu gaan we weer even terug naar de Joden. Zij waren ook verhard, dat staat ook in Marcus 3. De Heer heeft daar dan mee te maken en Hij kijkt om Zich heen. Hij is bedroefd om de gesteldheid van hun hart, maar Hij wordt er ook boos om. Hij kijkt zo om Zich heen naar het gezelschap; iedereen kijkt Hij bij wijze van spreken zo direct aan. En heel demonstratief zei Hij tot hem...⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-13" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4758" title="Speel af vanaf 01:19:18">▶ 01:19:18⟨/button> ⟨span>Genezing Door het Woord en de Verdwazing van de Tegenstanders⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Er staat dus: "En naar allen om zich heen kijkend." Hij kijkt dus werkelijk iedereen aan. Toen zei Hij tot hem: "Strek je hand uit." De rechterhand. "Strek je hand uit!" En hij deed het, en zijn hand werd hersteld. Gewoon door middel van het Woord. God zei: "Er zij licht", en er was licht. Zo gaat het altijd. Hier klinkt het Woord van God: "Strek je hand uit", en die hand is genezen. Zo ging dat; het is een compleet Godswonder.⟨/p> ⟨p>En zij werden gek. Ja, ze werden echt gek. Dat staat er ook letterlijk: "En zij werden vervuld van dwaasheid." In de NBG-vertaling staat dat ze hun verstand kwijt raakten, maar dat is exact hetzelfde. Ze werden vervuld van dwaasheid. Dit verdroeg men niet. Het is trouwens precies een voorbeeld van waar ik het eerder over had: die oude zakken die barsten op het moment dat er nieuwe wijn in komt. Het Woord van leven en kracht wordt gesproken, en dan barst men. Ja, zij barsten hier met recht; ze werden vervuld van dwaasheid.⟨/p> ⟨p>Niet alleen vanwege die genezing, maar ook door het feit dat Hij hen daar openlijk mee confronteerde. Hij deed het niet in het verborgene, op een moment dat zij het niet konden zien. Nee, Hij deed dit terwijl Hij hen allen aankeek. Hij zei het in hun bijzijn, zodat zij het allemaal zagen. Dat was in hun ogen natuurlijk volkomen recalcitrant. Een rebel die zomaar opstond tegen hun gezag. "Wie denkt Hij wel dat Hij is?" Ze werden vervuld van dwaasheid en ze spraken met elkaar over wat zij met Jezus zouden doen. In de andere parallelle schriftplaatsen in Mattheüs of Markus lees je er nog bij dat ze op dat moment al overwegen om Hem te doden.⟨/p> ⟨p>Maar goed, dat is nog in een heel vroeg stadium, maar in ieder geval kwamen die gedachten toen al op. Er werd toen al overlegd — in Markus staat dat geloof ik — met de Herodianen om Hem inderdaad uit de weg te ruimen. Dus dat heeft een heel lang traject gehad. Eerst komt daar natuurlijk de wens en de overweging; het wordt besproken. Uiteindelijk zou het echter nog een hele tijd duren alvorens dat gerealiseerd werd. Je leest in het Johannesevangelie heel vaak dat ze al een poging waagden, maar dan staat er telkens bij: "En Hij ontkwam aan hun handen, want zijn uur was nog niet gekomen."⟨/p> ⟨p>Er was namelijk een speciale datum voor geprikt. Ja, dat klinkt misschien wat gek, maar het is echt zo. Er was een speciale dag gereserveerd waarop zij dat zouden vervullen en het Lam geslacht zou worden. In ieder geval komt dat hier al ter sprake. En zo zijn wij aangekomen bij het elfde vers, en de volgende keer gaan we weer verder.⟨/p>