⟨h3 id="hoofdstuk-1" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="0" title="Speel af vanaf 00:00">▶ 00:00⟨/button> ⟨span>Inleiding: Jezus voor Pilatus⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Vanavond, de 55ste studie, gaan wij verder in de geschiedenis van Johannes. Ik houd de inleiding kort en we beginnen meteen met de bespreking zelf, maar nog even ter herinnering: de vorige keer zijn we in hoofdstuk 18 begonnen bij vers 1 en doorgegaan tot en met vers 27. "Gevangenneming" staat er boven de tekst en boven vers 12 staat in mijn Bijbel, de NBG-vertaling, "Jezus voor Annas" en ook de verloochening door Petrus. Trouwens niet alleen Annas, maar ook Kajafas. Dat waren die beide hogepriesters waar ik u de vorige keer over vertelde; hoe het zo kwam dat er twee hogepriesters waren. Eén die voor de Romeinen gold en de één die naar Joodse maatstaven eigenlijk de echte hogepriester was.⟨/p> ⟨p>Vanavond beginnen we bij vers 28 van hoofdstuk 18 en daar staat boven — hoogstwaarschijnlijk ook in uw Bijbel als u een NBG-vertaling hebt — "Jezus voor Pilatus". Dat gaat in hoofdstuk 19 gewoon verder. In feite zijn dit twee hoofdstukken en eigenlijk is dat ook terecht, want als je het vergelijkt met het Lucas-evangelie, dan weten we dat Jezus voor Pilatus geleid werd, maar dat dit een onderbroken zitting is geweest. In de tussentijd heeft Pilatus Jezus namelijk nog naar koning Herodes gezonden. Ik kom daar straks nog wel even op terug wanneer dat dan precies gebeurd is. Johannes spreekt daar verder niet over; hij laat het zien als één bijeenkomst of als één zitting: Jezus voor Pilatus. In werkelijkheid blijken dat dus twee zittingen geweest te zijn die beide onderbroken zijn. Goed, we beginnen gewoon bij het begin, of in ieder geval daar waar deze passage aanvangt.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-2" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="144" title="Speel af vanaf 02:24">▶ 02:24⟨/button> ⟨span>Naar het Praetorium en Religieuze Onreinheid⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Zij dan, de soldaten die Jezus gevangen hadden genomen, leidden Jezus van Kajafas, de hogepriester – de officiële volgens de Romeinen althans – naar het pretorium. Het woord 'pretorium' wordt in de ISA-vertaling weergegeven met 'hoofdkwartier'. In de NBG-vertaling komt dat woord in totaal acht keer voor en wordt het vertaald met 'gerechtsgebouw', maar ook een keer met 'hof' en een keer met 'paleis'. Dat is nou typisch een voorbeeld van een discordante vertaling; dat wil zeggen een vertaling waarbij men het begrip niet eensluidend heeft weergegeven. Dat is heel tricky. Ik heb het in mijn geval maar eventjes onvertaald gelaten: gewoon 'pretorium'. Het is eigenlijk een Latijns begrip en het idee is inderdaad het hoofdkwartier. Vandaar ook dat het gerechtsgebouw kan zijn, het hof of het paleis. Maar in ieder geval, daar hebben we het dan over. We zullen het woord nog verschillende keren tegenkomen.⟨/p> ⟨p>Zij leidden Jezus dus van Kajafas naar het pretorium. Het was nu vroeg in de morgen. En de Joden die meegingen, kwamen het pretorium niet binnen. Als motief wordt aangegeven dat zij niet verontreinigd wilden worden. Dat had namelijk te maken met het Pascha. Bij het Pascha was het zo dat elk huis gereinigd en gezuiverd moest zijn. Er mocht natuurlijk geen enkel stukje zuurdesem meer in het huis aanwezig zijn. Er moest in het voorjaar dus echt met recht een grote schoonmaak gehouden worden. Wij kennen dat gebruik natuurlijk ook nog wel, maar niet met de godsdienstige achtergrond die de Joden eraan geven. In ieder geval moest het huis volstrekt zuiver zijn. Als men een onzuiver huis binnenging, zo was het Joodse idee, dan zou men verontreinigd raken en dus ook niet meer in staat zijn om het Pascha te eten.⟨/p> ⟨p>Dat is trouwens eigenaardig, want was het niet zo dat Jezus juist de avond hiervoor het Pascha al had gegeten? En hier staat dat ze het pretorium niet binnengingen om niet verontreinigd te raken, maar om het Pascha te eten. Dit is een wat complexe kalenderkwestie, maar laten we het simpel houden. De dag die nu aanbrak, dat was de 14e Nisan: de dag van het Pascha, de dag waarop het Pascha geslacht zou worden. In de avond zou dan de seder gevierd worden. Wat Jezus de avond daaraan voorafgaand gedaan had, was anticiperend; ter voorbereiding heeft Hij het Pascha al gevierd. Maar niet met het paaslam, dat kon immers nog niet omdat het nog geslacht moest worden. Wel vierde Hij al de ongezuurde maaltijden. Eigenlijk waren alle maaltijden die gedurende het Pesach zeven dagen lang gegeten werden ongezuurde maaltijden. De hele week werd er ongezuurd gegeten en al die maaltijden waren dus Pesach-maaltijden.⟨/p> ⟨p>Het Pascha hoeft dus niet per definitie de sedermaaltijd te zijn. Die moest in dit geval inderdaad nog gevierd worden. Wat Jezus heeft gedaan is een ongezuurde maaltijd vieren; eigenlijk heeft Hij ter voorbereiding met zijn discipelen al een Pascha-maaltijd gevierd. Maar nogmaals: de 14e Nisan was de dag waarop het echte Pascha geslacht zou moeten worden. In ieder geval, om een lang verhaal kort te maken: zij gingen het pretorium niet binnen. Dat was dus het gerechtshof of het hoofdkwartier van Pilatus. Zij gingen daar niet naar binnen, omdat men daardoor godsdienstig onrein zou worden.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-3" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="419" title="Speel af vanaf 06:59">▶ 06:59⟨/button> ⟨span>De Beschuldiging en de List van de Joodse Leiders⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Pilatus ging naar buiten en vroeg met nadruk: "Welke beschuldiging brengen jullie tegen deze mens in?" Kennelijk was hij er al van op de hoogte dat er iemand zou komen, maar het is logisch dat er eerst een concrete beschuldiging moet worden geformuleerd voordat er een veroordeling kan plaatsvinden. De vraag is dus: welke beschuldiging brengen jullie tegen deze mens in? Het is trouwens niet direct uit de Bijbel op te maken, maar Pilatus verbleef normaal gesproken in Caesarea aan de kust, in het noorden van Israël. Dat is trouwens de plaats waar Paulus later ook nog twee jaar gevangen heeft gezeten. Daar hield Pilatus gewoonlijk verblijf; hij was de stadhouder van Judea en hij ging daarover. Tijdens de hoogtijdagen, zoals het Pascha, kwam hij echter naar Jeruzalem, al was het maar omdat de kans op ongeregeldheden daar niet denkbeeldig was. Er kwamen Joodse pelgrims naar Jeruzalem uit de hele wereld. Het was een drukte van belang gedurende het Pesach in Jeruzalem en daarom was Pilatus daar ook aanwezig. Trouwens niet alleen Pilatus, ook Herodes, die normaal gesproken ook elders zijn verblijf had, was vanwege het Joodse feest nu in Jeruzalem.⟨/p> ⟨p>Enfin, Pilatus stelt de vraag: welke beschuldiging? Het was zo vroeg in de morgen, maar dat was voor de Romeinen trouwens niet ongebruikelijk om al zo vroeg aan het werk te gaan en zulke zaken af te handelen. Hij vraagt dus: "Welke beschuldiging brengen jullie tegen deze mens in?" En zij antwoordden en zeiden tot hem — en het klinkt wel brutaal: "Indien hij geen boosdoener was, dan hadden we hem nooit aan u overgeleverd." Zo van: geef je fiat nu maar aan het feit dat hij een boosdoener is. Want ja, ze zouden eigenlijk nu concreet moeten zeggen wat het boze was dat hij gedaan had, maar ze zeggen nu gewoon in het algemeen dat hij een boosdoener is. Ze geven feitelijk geen antwoord op de vraag die hij stelt, namelijk welke beschuldiging ze tegen hem inbrengen.⟨/p> ⟨p>Hier zit, en dat is ook een heel belangrijk punt dat mij lange tijd is ontgaan, een list van de Joodse leiders achter. Zij wilden Jezus overleveren aan de Romeinen zodat de Romeinen Jezus zouden executeren. Dan konden de Joden namelijk hun handen in onschuld wassen. Als Pilatus, als hoofd van de Romeinse macht, Jezus zou kruisigen... de kruisiging was trouwens sowieso al een Romeinse executiemethode. Niet die van de Joden. De Joden kenden ook de doodstraf, hoewel ze niet eens officieel gerechtigd waren die uit te voeren, en ook de Torah spreekt erover, maar dat was steniging. Niet de kruisiging; dat is trouwens een afschuwelijke vorm van executie. Maar goed, zij wilden dat de Romeinen dat deden, zodat zij daar verder helemaal niks mee te maken hadden.⟨/p> ⟨p>Daar zat nog wat achter, want de Joodse leiding was ontzettend bang voor een opstand onder het volk. Het punt was namelijk dat Jezus bij een deel van het volk heel geliefd en populair was. We hebben dat al eerder gezien in hoofdstuk 11, dat Kajafas zich daar al zorgen over maakte. Hij zei: we moeten deze Jezus uit de weg ruimen, want hij krijgt zoveel aanhang onder het volk dat straks de Romeinen komen en die zetten ons uit onze macht, het Sanhedrin, de Joodse raad. Hij maakte het nog sterker en zei dat ze dan wellicht de stad Jeruzalem zouden verwoesten of de tempel van hen zouden afnemen. Wat trouwens precies veertig jaar later ook daadwerkelijk gebeurd is. Hoe dan ook, de Joden wilden graag, en we zullen dat later ook nog zien, Jezus doden. Maar ze wilden absoluut dat Pilatus daartoe de opdracht zou geven, zodat het geen Joodse daad was. Dat was het punt.⟨/p> ⟨p>Pilatus zei dan tegen hen: "Nemen jullie hem maar en oordeelt hem naar de wet van jullie." Hij trapte er niet in. Maar daar zat trouwens nog wat aan vast, en dat heeft te maken met het antwoord dat de Joden daarop geven. De Joden hadden hun eigen rechtspraak en ze hadden een zekere mate van zelfstandigheid onder de Romeinen. Judea was weliswaar Romeins bezet gebied en Pilatus was daar als stadhouder de machtigste man, neergezet door de keizer, maar dat neemt niet weg dat het Joodse volk een bepaalde mate van zelfstandigheid had. Interne dingen mochten ze zelf regelen. Ze hadden ook hun eigen rechtspraak, het Sanhedrin, en die kon allerlei straffen uitvoeren. Ze konden zelfs executeren, maar die executie mocht alleen plaatsvinden met toestemming van de Romeinse overheid. Dus daar moest Pilatus dan wel inderdaad zijn fiat aan geven. En dat is nu juist het hele punt. De Joden zeiden tegen hem: "Het is ons niet geoorloofd iemand te doden." En dat klopt, dat moest gebeuren met vergunning van de stadhouder.⟨/p> ⟨p>Johannes merkt er in zijn beschrijving als aantekening bij op: "Opdat het woord van Jezus vervuld zou worden waarmee hij aanduidde welke dood hij zou sterven." Eigenaardig genoeg wordt dat in het Johannes-evangelie tot dan toe niet zo gezegd, maar Jezus heeft inderdaad een paar dagen tevoren al aangegeven dat hij zou sterven. Hij heeft diverse keren aangegeven dat hij overgeleverd en gedood zou worden, maar hij heeft ook aangegeven dat hij gekruisigd zou worden. Je leest dat in Matthäus 26 vers 2. Daar staat bij dat het twee dagen voor het Pascha was toen Jezus dat had aangekondigd. Zijn leerlingen moeten daar doof voor geweest zijn. Mensen horen vaak alleen maar wat ze willen horen; dat is een heel psychologisch fenomeen. De leerlingen van Jezus waren absoluut niet bereidwillig om daar zelfs maar over na te denken. In ieder geval heeft Jezus heel uitdrukkelijk al een paar dagen tevoren gezegd dat hij gekruisigd zou worden, oftewel op een Romeinse wijze ter dood gebracht zou worden.⟨/p> ⟨p>Ik moet er trouwens ook bij zeggen dat het voor de Joden ook een vloek was om aan een hout gehangen te worden. Dat staat ook in de wet van Mozes en Paulus zou dat later nog aanhalen. Maar Jezus had dat van tevoren gezegd: welke dood hij zou sterven, namelijk aan het kruis. Niet alleen dat hij zou sterven en wanneer hij zou sterven — want ja, dit was de 14e Nisan — maar ook hoedanige dood hij zou sterven, namelijk concreet door de kruisiging. De geschiedenis gaat verder.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-4" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="978" title="Speel af vanaf 16:18">▶ 16:18⟨/button> ⟨span>Het Eerste Verhoor: Bent U de Koning Der Joden?⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Pilatus kwam weer binnen in het pretorium en ontbood Jezus en zei tegen Hem: "Ben jij de koning van de Joden?" Voor Pilatus was dat een hele ter zake dienende vraag. Kijk, Pilatus was de Romeinse stadhouder en één ding kon hij absoluut niet gebruiken: een rebel. Iemand die tegen het Romeinse gezag inging, iemand die claimde de koning van de Joden te zijn... ja, dat zou niets anders zijn dan hoogverraad jegens de keizer. Want in feite, als het waar zou zijn dat Jezus de koning der Joden zou zijn en daar aanspraak op zou maken, dan was deze Jezus een potentieel politiek gevaar.⟨/p> ⟨p>Dan had Pilatus Hem ook puur om die reden meteen laten executeren, want daar waren de Romeinen niet zo verlegen in. Als er rebellie was of opstand tegen het Romeinse gezag en tegen de keizer, dan werden daar korte metten mee gemaakt. Dus deze vraag was heel ter zake. Als Jezus een positief antwoord had gegeven, als Hij had gezegd: "Ja, dat ben ik" of "Daar maak ik aanspraak op"... Strikt genomen is Hij het ook, Hij is de Koning van Israël. Maar dat was niet de hoedanigheid waarin de Heer Jezus was gekomen en ook niet wat Hij claimde. Hij claimde geen koningschap – daar kom ik straks nog even op terug – maar dat is dus wat Pilatus Hem vraagt.⟨/p> ⟨p>Je zou je de vraag kunnen stellen: hoe komt Pilatus bij die vraag? Hij had Jezus nog helemaal niet ontmoet, dus hoezo deze vraag? Dat is precies ook de reactie van Jezus zelf, als Hij antwoordt: "Zegt u dit van uzelf? Of zeiden anderen dit omtrent Mij tot u?" Oftewel: komt dit uit uzelf, of hebben anderen van de Joden dit gezegd? Is dit over Mij gezegd en is dat de reden voor het feit dat ik werd overgeleverd?⟨/p> ⟨p>Pilatus zegt dan: "Ik ben toch geen Jood?" In feite wat hij hiermee zegt, is: "Ja, ik heb deze beschuldiging van de Joden vernomen." Hij zegt het niet letterlijk zo, maar het komt er wel op neer. Hij zegt: "Ik ben geen Jood, ik ken jou helemaal niet, maar ik heb vernomen dat jij beweert de koning van de Joden te zijn."⟨/p> ⟨p>Vergis je ook niet: het was nog maar een paar dagen eerder – op zondag zouden wij zeggen – dat Jezus vanaf de Olijfberg Jeruzalem inging en door de menigte was binnengehaald met het geroep: "Hosanna! De Koning komt!" Dus het was niet omdat Jezus dat claimde. Jezus ging in feite... voor Hem was het geen intocht, het was eigenlijk een aftocht. Hij ging daar naartoe, vandaar ook dat je leest dat Jezus weende toen Hij Jeruzalem naderde. Dat was voor Hem absoluut geen triomfantelijke binnentreden van Jeruzalems poorten. Maar goed, de schare had dat geroepen en de Joodse leiders, het Sanhedrin en de oversten van de priesters, die hadden daar uiteraard ook lucht van gekregen. Zij konden dat absoluut niet tolereren.⟨/p> ⟨p>Vandaar dus dat zij met deze beschuldiging naar Pilatus zijn gegaan: Hij claimt de koning van de Joden te zijn. Pilatus zegt impliciet ook: "Ik ben weliswaar geen Jood, maar dit heb ik dus van de Joden vernomen." Pilatus voegt er nog aan toe: "Jouw natie, jouw volk en de oversten van de priesters, die leveren jou aan mij over. Die hebben dat zo aan mij overgebracht. Wat deed u?" Jezus werd immers overgeleverd als een boosdoener.⟨/p> ⟨p>Nu is de vraag: wat zeg jij nu zelf? In feite doet Pilatus tot dusver precies wat een stadhouder geacht wordt te doen. Ik bedoel, hij weet helemaal niet wie hij hier voor zich heeft. Hij moet rechtspraak voeren. Er komt een beschuldiging binnen en dan moet hij vervolgens checken in hoeverre dat klopt om daarna het recht toe te passen. Wat Jezus dan zegt, lezen we in vers 36.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-5" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1297" title="Speel af vanaf 21:37">▶ 21:37⟨/button> ⟨span>Een Koninkrijk Niet van Deze Wereld⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Jezus antwoordde: "Mijn Koninkrijk is niet uit deze wereld." Letterlijk niet ⟨em>van⟨/em>, maar letterlijk is het niet ⟨em>uit⟨/em> deze wereld. Het maakt geen deel uit van deze wereld; het is geen wereldlijk koninkrijk. In feite zegt Hij hiermee: "Ik heb inderdaad een Koninkrijk." Hij spreekt over "Mijn Koninkrijk", dus feitelijk is Hij daarmee de Koning. Maar, zegt Hij er meteen bij, het is niet een wereldlijk koninkrijk met een politieke macht, een bepaald gebied en met legers enzovoorts. Nee. Daarmee ontkracht Hij meteen de beschuldiging die de Joden bij Pilatus hadden geuit, namelijk dat Hij de Koning zou zijn en dat Hij dat claimde. Hij zegt: "Ja, maar Ik maak helemaal geen politieke aanspraken. Ik wil geen koning worden, dat is Mijn opzet totaal niet. Mijn Koninkrijk is niet vanuit deze wereld." Hij claimde dat dus niet en daarom was Hij ook geen gevaar, en hoefde Pilatus niets van Hem te vrezen. Dat is zo.⟨/p> ⟨p>En Hij onderbouwt dat ook, want Hij zegt: "Als Mijn Koninkrijk wel van deze wereld was, ja, dan zouden Mijn assistenten — Mijn dienaren, dat is eigenlijk een iets ander woord — dan zouden Mijn assistenten ook strijden." Tuurlijk. Ik bedoel, als Hij een koning was, wat gebeurt er dan? Dan heb je politie, dan heb je assistenten, dan heb je een legermacht en soldaten, en dan wordt er voor je gestreden. Dat is wat een wereldlijk koninkrijk is. En daar zouden zij ook hebben gestreden bij de gevangenneming, opdat Ik niet overgeleverd zou worden aan de Joden. Als Jezus inderdaad dat claimde, dan had Hij hier nu niet gestaan, of in ieder geval had er al een strijd plaatsgevonden. Maar het was helemaal geen strijd. Jezus had gezegd: "Wie zoeken jullie? Nou, hier." En zo is Hij meegegaan. Er was er één in het gezelschap — daar hadden we het de vorige keer over — die inderdaad wel zijn zwaard trok, maar die kreeg een reprimande van Jezus te horen.⟨/p> ⟨p>En Jezus zegt er nog dit bij: "Maar nu is Mijn Koninkrijk niet van hier." Het is interessant hoe Hij dat zegt. "Maar nu..." Als je de nadruk op dat woordje "nu" legt, dan zit daar nog iets anders in. Namelijk: nu is Mijn Koninkrijk niet van hier; straks, in de toekomst, ja, dan is Mijn Koninkrijk inderdaad een wereldlijk koninkrijk. Dan zal Ik ook hier in Jeruzalem op de troon van David zitten — Hij is een Davidszoon — en daar ook regeren met macht en heerlijkheid, niet alleen over Israël maar over alle volkeren. Dus ja, dat Koninkrijk wordt een wereldlijk koninkrijk. Maar nu niet.⟨/p> ⟨p>Dat heeft Pilatus allemaal niet begrepen hoor, dat geloof ik niet. Ik denk niet dat Pilatus dat doorhad; hij was een volstrekt onwetende man. Hij stelde gewoon bepaalde vragen die hij moest stellen. Maar het is inderdaad waar dat er voor de goede luisteraar en de goede lezer — zoals wij in dit geval — veel meer in Jezus' woorden zit. Hij zegt het heel subtiel: "Nu is Mijn Koninkrijk niet van hier." Als je Openbaring 11 vers 15 leest — dat is trouwens ook opgetekend door Johannes — dan staat er dat na de zevende bazuin geroepen wordt: "Nu het koninkrijk van deze wereld is het koninkrijk van onze Here Jezus Christus geworden." Dat is ook een opwekkingslied, herinner ik me trouwens: "Het koninkrijk van deze wereld wordt het koninkrijk van Jezus Christus." Ja, dan wordt het inderdaad het koninkrijk in deze wereld met een echte Koning, met een echte troon — een heel letterlijke troon — een echt machtsgebied enzovoorts enzovoorts. Maar nu zegt Hij: "Nu is Mijn Koninkrijk niet van hier." Met andere woorden: dat gevaar waarom ik ben overgeleverd, namelijk vanwege vermeende politieke aspiraties, is volstrekt onterecht. Dus Pilatus moet daarmee gerustgesteld zijn. Hij stelt nog wel een andere vraag.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-6" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1585" title="Speel af vanaf 26:25">▶ 26:25⟨/button> ⟨span>De Goede Belijdenis: Getuigen van de Waarheid⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Pilatus zei dan toch tegen Hem: "Bent u dan toch koning?" Jezus antwoordde hem: "U zegt dat Ik koning ben." Met andere woorden: dat is niet mijn claim. Maar dan voegt Hij er iets aan toe: "U zegt dat Ik koning ben. Hiertoe ben Ik geboren en in de wereld gekomen, opdat Ik zou getuigen voor de waarheid. En ieder die vanuit de waarheid is, die hoort mijn stem." Dat is wel zijn claim. Als je uit de waarheid bent, dan hoor je zijn stem. Dat is wat Jezus ook zijn hele bediening gedaan heeft. Hij is daartoe geboren, namelijk om van de waarheid van de Schriften te getuigen en waarom Hij hier gekomen is. Daarom is Hij gekomen en Hij is eigenlijk ook daarom gestorven: omdat Hij getuigde van de waarheid.⟨/p> ⟨p>Ik neem u even mee naar 1 Timotheüs 6, want Paulus refereert later ook aan deze woorden. In 1 Timotheüs 6 vers 13 en 14 schrijft hij aan Timotheüs, ongeveer aan het slot van de brief: "Ik beveel voor God, die alle levend maakt..." Mooi trouwens: wie is God? Dat is de God die alle levend maakt. Dat is het evangelie ook. "...en voor Christus Jezus, die de goede belijdenis voor Pontius Pilatus betuigd heeft." Wat heeft Hij getuigd? Van de waarheid en dat zijn koninkrijk niet van hier is, niet van deze wereld is. Dat is die goede belijdenis die Christus Jezus voor Pontius Pilatus betuigd heeft. En Paulus zegt dat jij dit gebod onbevlekt en onberispelijk handhaaft tot de verschijning van onze Heer Jezus Christus. Dat wil zeggen: zolang onze Heer Jezus Christus niet verschenen is, is dat koninkrijk niet van deze wereld.⟨/p> ⟨p>Nu is dat koninkrijk niet van deze wereld. Wij hebben dus als gelovigen hier op aarde totaal geen enkele politieke... nou, belangstelling is misschien een groot woord, je leest met interesse wellicht de krant of niet, dat weet ik niet hoe dat bij u is. Maar wij hebben totaal geen enkele politieke instelling of de behoefte daartoe. Veel mensen zeggen dat wel: "Wij zijn christenen en we moeten ons politiek manifesteren." Dan maak je christelijke politieke partijen en maatschappelijke verenigingen om in deze wereld wat te zijn en ook macht en invloed uit te oefenen. Nee, de goede belijdenis van Christus Jezus voor Pontius Pilatus is juist... en Paulus zegt: bewaar dat nou. Want het is een richtlijn, een gebod, een instructie om dat te bewaren: dat het koninkrijk nu niet van deze wereld is. En dat wij dus ook helemaal geen moeite doen om macht te vergaren.⟨/p> ⟨p>En dan kun je zeggen: "Ja, maar als je dat niet doet, dan kan je zomaar vervolgd worden." Wat had de Heer Jezus eerder in die avond gezegd? "Ze hebben Mij vervolgd, ze zullen ook u vervolgen." Dat is normaal. Het is niet normaal om macht en invloed te hebben in deze wereld. Absoluut niet. Dat is wat de Bijbel eigenlijk ook leert en dat is wat de Heer Jezus ook tegen Pilatus zegt. Later zullen we dat zien: "U zou geen macht hebben als het u niet van boven was gegeven." Wij onderschikken ons aan de overheden, dus wij zijn niet rebels, maar wij hebben zelf geen roeping en geen behoefte om ons te manifesteren of om macht uit te oefenen. Geen aardse macht begeren wij. Als die macht op aarde en het koninkrijk aan de orde is, dan is dat niet omdat wij daarvoor gestreden hebben. Dan wordt het ons gewoon gegeven. Dat is het. Wij maken deel uit van die 'mannelijke zoon' die het heelal-bestuur zal uitoefenen. Dus we hebben wel degelijk een geweldige bestemming voor de heerschappij, maar nu in deze wereld niet. Daar hebben we geen enkele boodschap aan. Dat is die goede belijdenis die Christus Jezus heeft beleden voor Pontius Pilatus en die voor ons, zo zegt Paulus, buitengewoon belangwekkend is als richtlijn. Dat is iets wat we zo vanuit Johannes 18 als richtlijn kunnen meenemen.⟨/p> ⟨p>Als Jezus dan zegt dat Hij in de wereld is gekomen opdat Hij zou getuigen voor de waarheid, dan zegt Pilatus die woorden: "Ach, wat is waarheid?" Dat klinkt heel filosofisch om je daarmee te gaan bezighouden. Wat is nu eigenlijk waarheid? Maar vergis je niet: Pilatus stelt deze vraag niet uit interesse, omdat hij wilde weten wat de waarheid is. Nee, het is juist onverschilligheid. Je ziet het voor je: hij haalt zijn schouders op. "Ah, wat is waarheid..." Trouwens, dat is nog steeds zo. Voor degenen die macht hebben in de politiek is waarheid niet van belang. In de politiek gelden heel veel belangen, vooral eigenbelang, maar de waarheid? Nee. En als je in die regionen verkeert, dan ben je — ik wil het heel voorzichtig zeggen — meestal niet in je eerste leugen gestikt. Nee, als je die positie wilt handhaven... Hoe was het ook alweer? Dat heeft koningin Beatrix indertijd gezegd in een kersttoespraak: "De leugen regeert." Oei, aangenaam kennis te maken. Ja, en dat was toch nog weer waar ook.⟨/p> ⟨p>Dus ja, Pilatus dacht: wat heb ik aan waarheid? Pilatus wilde gewoon zijn positie handhaven. Je kunt het allemaal terugvinden, want dat is perfect beschreven in de Romeinse geschiedschrijving. Hij is van 26 tot 36 van onze jaartelling stadhouder geweest, tien of elf jaar. Hij moest zijn positie handhaven en hij wilde rust in zijn gebied. Hij wilde vooral geliefd blijven bij de keizer. Hij had dus bepaalde belangen, maar de waarheid deed niet ter zake.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-7" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2084" title="Speel af vanaf 34:44">▶ 34:44⟨/button> ⟨span>Pilatus Vindt Geen Schuld en de Omweg Via Herodes⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En terwijl hij dit zei, ging hij weer naar buiten, naar de Joden toe en zei tot hen... Want ja, die Joden waren nog steeds natuurlijk niet binnengekomen. Die stonden daar buiten allemaal te wachten, omdat ze om godsdienstige redenen niet binnen wilden komen. En Pilatus kent die gewoonte. Hij praat met nogal wat minachting over de Joden, maar goed, hij is stadhouder in Judea, dus hij voegt zich naar hun gewoonte. En dan zegt hij: "Ik vind geen enkele reden in hem." In de meeste vertalingen staat "geen schuld", maar er staat letterlijk "geen enkele reden in hem". Dat wil zeggen: een reden tot veroordeling.⟨/p> ⟨p>Want wat hij nu had vastgesteld, is dat Jezus in ieder geval geen politieke claim heeft. Jullie zeggen dat hij de Koning van de Joden is, maar hij zegt: "Nou, ik heb niets gemerkt dat hij de macht wil grijpen." Totaal niet. Dus jullie beschuldiging is niet waar. Ik vind geen reden dus om hem te veroordelen. Hij zou dus moeten worden vrijgelaten. Ja, als de hoogste machthebber in deze zaak zegt dat hij onschuldig is, nou, dan is de conclusie dus dat Jezus vrijgelaten zou moeten worden.⟨/p> ⟨p>Nu is het zo dat Lucas vermeldt... Ja, dat is waar ik aan het begin van mijn studie al even op wees. Lucas vermeldt – je vindt dat niet bij Johannes, ook niet bij Matthäus en Marcus, maar Lucas meldt dan – dat als Pilatus verneemt dat Jezus een Gallileër is, hij hem eerst naar Herodes stuurt. Hij wilde eigenlijk gewoon van die hele zaak af; hij wilde zijn handen er niet aan branden. Inmiddels had hij al vastgesteld dat hij onschuldig is, maar om hem nou zomaar vrij te laten, kon hij zich eigenlijk ook niet permitteren. Hij was natuurlijk bang voor een volksopstand, en dat zou zijn positie als stadhouder enorm in gevaar brengen. Dat wilde hij dus ook niet. Om zich van deze zaak te verschonen, dacht hij: "Als ik verneem dat Jezus uit Galilea komt, dan moet je bij Herodes wezen." Want ik ga over Judea, en Herodes zou dus eigenlijk deze zaak moeten regelen.⟨/p> ⟨p>Ja, dat is een wat omstreden motief natuurlijk. Want per slot van rekening speelde deze hele kwestie nu in Jeruzalem en dus in Judea. Eigenlijk is de enige reden om hem nu naar Herodes te sturen dat hij hoort dat het een Gallileër is. Jawel, maar so what? Herodes zal daar ook niet erg van onder de indruk geweest zijn. Want wat is het verhaal? Als je dat in Lucas terugleest, in Lucas 23:6-12, dan lees je dat Herodes in eerste instantie trouwens blij was dat Pilatus hem gestuurd had. Hij was geïnteresseerd, hij had al veel over Jezus vernomen en hij wilde hem dolgraag eens een keer spreken en zelf onder ogen zien.⟨/p> ⟨p>Nou, dat kreeg hij nu. Maar Herodes haalt zijn schouders erover op en Jezus wordt ook bij die gelegenheid bespot, lees je. Maar uiteindelijk kan Herodes hem ook niet veroordelen, want daar heb je een rechtsgrond voor nodig, en die was er niet. Op grond waarvan moest Herodes hem nu veroordelen? Op grond van Romeins recht. Kijk, de Joden konden zeggen: "Ja, maar het is godslastering." Nou, dan hadden ze hem dus moeten stenigen, maar dat wilden ze niet. Ze wilden hem juist aan de Romeinen overgeven. Ze hadden hem kunnen stenigen, we zullen dat ook straks nog zien, maar dat willen ze niet. Waarom niet? Omdat ze de hele kwestie door willen schuiven naar de Romeinen. Dan moet je echter een Romeinse rechtsgrond hebben om Jezus te veroordelen, maar die was er niet. Die vond Pilatus niet, en uiteraard vond Herodes die evenmin. Als Pilatus het niet vindt, dan vindt Herodes daar ook geen rechtsgrond. Dus wat gebeurt er? Herodes stuurt hem uiteindelijk weer terug naar Pilatus.⟨/p> ⟨p>Hij zegt van: "Ja, hoor eens eventjes, het is in Jeruzalem, jouw domein en jouw gebied, dus jij moet het regelen." Overigens staat er ook nog bij dat vanaf die dag Herodes en Pilatus weer met elkaar bevriend waren, want ze leefden tot die tijd in onmin. Maar nu had Pilatus Jezus naar hem toegestuurd en dat heeft Herodes dan toch kennelijk als een erkenning gezien. In ieder geval was sinds die tijd de ruzie tussen hen – wat de achtergrond daarvan was, weet ik niet – voorbij. Eigenlijk, als je het goed bekijkt, bracht de dood van Jezus verzoening tussen Herodes en Pilatus. Ja, dat klinkt wat wrang, maar het is wel zo.⟨/p> ⟨p>In ieder geval, zoals gezegd, Herodes stuurt hem dus weer gewoon terug naar Pilatus. Maar dit intermezzo, het feit dat hij naar Herodes is gegaan, wordt door Johannes en trouwens door de andere evangelisten, behalve Lucas, niet vermeld. Het is een korte onderbreking geweest.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-8" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2446" title="Speel af vanaf 40:46">▶ 40:46⟨/button> ⟨span>Terug bij Pilatus: de Keuze voor Barabbas⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En dus komt hij weer terug bij Pilatus, die ongetwijfeld zijn verblijf heeft gehad in de burcht van Antonia. De plek waar nu het huidige tempelplein is, was vroeger die Romeinse burcht. Daar was een geweldige legerafdeling van de Romeinen gevestigd; duizenden soldaten waren daar gestationeerd. Daar wordt Jezus weer naar teruggestuurd, naar Pilatus. Dan staat erbij dat Pilatus er nog aan toevoegt: "Het is gewoonte bij jullie dat ik voor jullie iemand tijdens het Pascha vrijlaat." Dat was al een hele oude gewoonte, maar zo ging dat dan.⟨/p> ⟨p>In feite probeert Pilatus weer een motief te vinden om zich van de zaak Jezus af te maken. Het is opmerkelijk hoe iedereen verlegen is met de zaak van Jezus en niemand eigenlijk zijn vingers eraan wilde branden. De Joden ook niet, daarom leverden ze Hem aan de Romeinen over. Pilatus wil het niet en kan het ook niet, Herodes kan het ook niet, en vervolgens ziet hij nog een gelegenheid bij dit hoogtij van Pesach. Tijdens het Pascha is het de gewoonte dat er altijd iemand wordt vrijgelaten en amnestie wordt verleend. Zo is het, dat is de klemtoon.⟨/p> ⟨p>Dus volgt er een nieuwe kans: "Besluiten jullie dan dat ik voor jullie de koning van de Joden zou vrijlaten?" Daar zit natuurlijk wat cynisme in. Eigenlijk zegt hij: "Besluiten jullie dat ik voor jullie de koning van de Joden zou vrijlaten? Wilt gij dat?" Kijk, Pilatus is bang, moet je nagaan. Hij is de stadhouder, de machtigste man, maar eigenlijk is hij zo bang als een wezel. Hij wil zich hier gewoon niet verder mee inlaten. Daarom schuift hij eigenlijk gewoon de zaak door; hij legt de bal, zoals wij dat dan noemen, bij het volk en zegt: "Nou, maken jullie de keuze."⟨/p> ⟨p>En zij riepen weer luidkeels en zeiden: "Deze niet, maar Barabbas!" Ze weten het dus al, dat wordt hier eigenlijk gesuggereerd. Die Barabbas — wat trouwens letterlijk 'zoon van vader' betekent — die moet losgelaten worden. Dat roepen ze dus. Wat hier gebeurt, is dat opnieuw een truc, een uitvlucht van Pilatus, wordt afgesneden.⟨/p> ⟨p>Dan staat er nog bij: "Barabbas nu was een rover." Uit Lukas weten we trouwens dat deze wegens een oproer — dat was dus echt de rebellie die in de stad was voorgevallen — en wegens een doodslag gevangengezet was. Het was dus een rebel én een moordenaar; het was een serieus iemand die opgepakt was. Maar Jezus, die moet inderdaad volgens het volk luidkeels wijken: altijd nog liever die Barabbas dan Jezus. Terwijl ze voor Jezus geen enkele rechtsgrond hebben om Hem te veroordelen. En daar staat er nog bij:⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-9" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2693" title="Speel af vanaf 44:53">▶ 44:53⟨/button> ⟨span>De Geseling en de Doornenkroon als Bespotting⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Pilatus nam toen Jezus en geselde hem. Dat is trouwens een afschuwelijk ding; ik heb dat eens nagezocht wat er dan precies gebeurde. Iemand werd ontbloot, de rug en armen, en dan met hele felle, striemende zweepslagen bewerkt. Zo'n zweep was voorzien van allemaal haken, waardoor je enorm bebloed raakt. Zo werd hij dus geslagen. Die geseling was bij de Romeinen overigens een veelgebruikt middel. Dat wordt nu ook weer door Pilatus ingezet, feitelijk weer als een compromis. Zo van: als ik hem nu gesel, misschien zijn jullie dan tevreden. Wat trouwens ook een vervulling is van de profetie, want in Jesaja 53 staat al: "De straf die ons de vrede aanbrengt..." Dan gaat het niet over de straf van God hoor – ik weet wel dat dit in de theologie altijd wordt gezegd – maar het gaat over de straf, de doodstraf. De straf die de mens, in dit geval de Romeinen of Pilatus, hem oplegde. De straf die ons de vrede aanbrengt, die was op hem. En dan komt het: "en door zijn striemen is ons genezing geworden." De striemen? Welke striemen? Nou, deze. Hij is geseld.⟨/p> ⟨p>Het was ook puur onrecht natuurlijk, want ga maar na: Jezus was onschuldig verklaard. Dus hij had vrijgelaten moeten worden. Maar Pilatus draalt en stuurt hem eerst naar Herodes. Dan doet hij het voorstel van Barabbas, en vervolgens kiest hij deze optie. Een onschuldige wordt gegijzeld. Maar goed, Pilatus stelt alles in het werk om in ieder geval niet te hoeven doen wat de Joden juist willen dat hij doet, namelijk hem laten kruisigen. Hij wordt geseld en dan wordt er ook nog bij gezegd – we lezen in de andere evangeliën dat Jezus in het pretorium genomen wordt en de soldaten zich daar met hem bezighouden – dat ze een lauwerkrans vlochten, een kroon van doorns, en die op zijn hoofd zetten. Ook natuurlijk als pure spot. Ik bedoel, los van de afschuwelijke pijn die dat uiteraard gedaan heeft – ze hebben het op zijn hoofd geduwd zodat het niet losraakte – was het ook een spot: "dit is de koning met een kroon op."⟨/p> ⟨p>Ja, trouwens opmerkelijk, die doorns. De eerste keer dat de doorns vermeld werden in de Bijbel, was dat als een vloek. De aarde werd vervloekt, staat er, en ze zal doorns en distelen dragen. Nou, de vloek was op hem. Dat was zijn kroon, tussen aanhalingstekens. Die zetten zij op zijn hoofd en ze deden hem een purperen kleed om. Als je dit trouwens even vergelijkt met het Lukas-evangelie – ik heb dat allemaal zorgvuldig naast elkaar gelegd met schriftvergelijking en dan krijg je een wat completer beeld – dan lees je dat Jezus bij Herodes ook al ontkleed wordt. Hij wordt eerst ontkleed en dan staat er dat hem bij Herodes al een schijnend kleed was aangedaan. Ik vermoed dat dat hetzelfde kleed is als wat hier ook genoemd wordt, namelijk dat purperen kleed. Purper was heel duur spul, schitterend, lichtgevend of doorschijnend; eigenlijk ook een koninklijk gewaad. Maar dat is hier natuurlijk de spot die met hem gedreven wordt. Dus Jezus wordt eigenlijk naakt en krijgt dan vervolgens dat purperen kleed om.⟨/p> ⟨p>Waarbij ik trouwens nog iets moet zeggen over purper. Dat is paars, "purple" zeggen ze in het Engels, maar dat is een mix. Paars is geen zelfstandige kleur; het is een mix van rood en blauw. Dat is Bijbelse symboliek. Zoals ik vaker vertel: ook de hogepriester droeg in zijn gewaad, in dat hogepriesterlijk kleed, purper als een belangrijk element. Maar purper, ja, dat is de kleur van een middelaar; hij die hemel en aarde tezamen verenigt. Rood is de kleur van de aarde. Als je Hebreeuws zou spreken, dan zou je dit meteen begrijpen. Want de aarde, dat is adom... maar dat is hetzelfde als het woord voor... Nee, de aarde is adama en rood is edom-adom. Dus rood heeft dezelfde opbouw van het woord, zodat aarde altijd geassocieerd wordt met rood, zoals wij – dat hoef ik niet uit te leggen – de hemel associëren met de kleur blauw. Hemel, blauw. Past bij jou. Zodat in de spot die hier met Jezus gedreven wordt, en in die krans, die kroon van doorns, en in dat purperen kleed dat hem aangedaan wordt, feitelijk een hele diepe waarheid besloten ligt.⟨/p> ⟨p>En ze kwamen naar hem toe en zeiden: "Verheug je, koning van de Joden!" Of wees gegroet, maar letterlijk is dat "verheug je", wees blij, koning van de Joden. De spot ligt er natuurlijk duimendik bovenop. En ze gaven hem slagen in het gezicht. Eerder lees je al dat een van de assistenten van de hogepriester Jezus in Getsemané al een slag in het gezicht had gegeven, en hier geven die soldaten hem slagen, meervoud, in het gezicht. Dus voordat Jezus naar het kruis ging, heeft hij ook fysiek al enorm veel ondergaan en geleden. Nou, ik zie dat het negen uur is, dus ik stel voor dat we eerst even gaan pauzeren. Dan pakken we straks de draad op bij vers 4.⟨/p> ⟨p>Wij waren gebleven bij Johannes 19 vers 4 en ik geloof dat ik nog een stuk of 25 diaatjes heb, dus laten we verder gaan. Dat is ook de reden waarom ik soms vrij snel door verzen heen ga: om toch dit hele verhaal, deze geschiedenis van Jezus voor Pilatus, te voltooien.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-10" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3131" title="Speel af vanaf 52:11">▶ 52:11⟨/button> ⟨span>Zie de Mens (ecce Homo)⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Pilatus ging opnieuw naar buiten nadat de geseling en de bespotting hadden plaatsgevonden. Hij ging naar buiten naar waar de Joodse menigte en de leidslieden zich bevonden en zei: "Zie, ik leid hem voor jullie naar buiten, opdat jullie zouden weten dat ik geen enkele reden tot veroordeling in hem vind." Dit is de tweede onschuldigverklaring. Hij had dit al eerder vermeld, namelijk in vers 38 van het voorgaande hoofdstuk. En nu opnieuw zegt hij, terwijl hij weer naar buiten komt: "Ik vind geen enkele reden in hem om te doen wat jullie van mij vragen."⟨/p> ⟨p>Jezus ging vervolgens naar buiten, dragende de doornige lauwerkrans en het purperen kleed. En Pilatus zei tot hen die legendarische woorden: "Zie de mens," oftewel Ecce Homo. Het is iets wat ik vrij zeldzaam doe, maar in dit geval haal ik er toch even een kunstwerk bij: de Ecce Homo van Antonio Ciseri, een Italiaan uit de negentiende eeuw. Ik noem dit omdat ik nog geen tien jaar oud was toen ik al heel vaak naar deze plaat keek. Dat was destijds een zwart-wit afbeelding en het intrigeerde mij enorm. Op de projectie zie je het misschien niet zo heel sterk, maar je moet maar eens op internet kijken als je Ecce Homo intikt of 'Zie de mens'. Dan kom je bij deze afbeelding terecht.⟨/p> ⟨p>Wat ik er zo sterk aan vind, is dat het haast fotografisch is. Zo schilderde deze man; het is net alsof je een afbeelding ziet van hoe het gegaan moet zijn. Je ziet Pilatus naar buiten gaan, het morgenlicht komt hem tegemoet terwijl hij daar op het terras staat. En dan roept hij naar de menigte die daar beneden staat: "Kijk naar wat er gebeurd is. Zie de mens." Ik vond dat heel indrukwekkend, dus bij uitzondering wilde ik daar toch eens op gewezen hebben.⟨/p> ⟨p>Vervolgens krijgen we de reactie. Toen de oversten van de priesters en de assistenten hem waarnamen, riepen ze luidkeels: "Kruisig hem, kruisig hem!" Overigens wordt weleens de indruk gewekt alsof dit een heel massaal gebeuren is geweest met een enorme menigte, maar het tijdstip van de dag was nog heel vroeg in de morgen. Straks zullen we zien dat het in dit geval zelfs nog geen zes uur in de ochtend was. Zo groot zal die menigte dus nog niet geweest zijn. Er was weliswaar veel reuring, maar dat waren dan vooral de overpriesters en leden van het Sanhedrin die actief waren geweest, samen met de assistenten en degenen die hem gevangen hadden genomen.⟨/p> ⟨p>Hier zie je het ook staan: "Toen de overpriesters en de assistenten hem waarnamen..." Zij waren het die luidkeels riepen: "Kruisig hem, kruisig hem!" Daar zullen ongetwijfeld ook andere mensen bij geweest zijn, maar ik denk eerlijk gezegd niet aan een enorme menigte. Dat was precies waar ik op stuitte toen ik deze plaat van Ciseri bekeek, want als je daarop inzoomt, zie je dat het helemaal vol staat met mensen. Ik denk niet dat het zo geweest is. Hoewel er zeker een groep mensen heeft gestaan, was het niet zo massaal als een soort massademonstratie. Dat was op dit tijdstip nog niet aan de orde.⟨/p> ⟨p>Dat is dus wat de overpriesters en de betrokkenen luidkeels roepen: "Kruisig hem! Kruisig hem!" Pilatus antwoordt hen: "Nemen jullie hem maar en kruisig hem, want ik vind geen reden in hem." Kijk, wat we hier zien is precies wat ik al eerder aangaf. Feitelijk hadden de Joden dit kunnen aangrijpen. Ze hadden kunnen zeggen: "Oké, we krijgen nu dus feitelijk toestemming van de Romeinen om hem te kruisigen." Maar dat willen ze niet. Ze willen geen toestemming krijgen om het zelf te doen. Sowieso was kruisiging niet hun executiemethode; in dat geval zou hij gestenigd worden. Maar ze willen helemaal niet dat zíj hem kruisigen; ze willen dat de Romeinen dat doen.⟨/p> ⟨p>Dus als Pilatus zegt: "Nemen jullie hem maar en kruisigen jullie hem, want ik vind geen reden in hem," dan distantieert hij zich daar feitelijk van. Hij wast zijn handen in onschuld. Die uitdrukking kennen we natuurlijk allemaal nog; het is een standaard Nederlandse uitdrukking die juist ontleend is aan Pilatus. We lezen overigens niet in het Johannesevangelie dat hij zijn handen wast, maar in het Matteüsevangelie. Daar lees je dat hij, als het besluit beklonken is, demonstratief zijn handen wast, zo van: "Dit is mijn zaak niet, ik ben hier niet schuldig aan."⟨/p> ⟨p>Dat geeft natuurlijk aan dat Pilatus dondersgoed wist dat dit absoluut onrecht was, maar tegelijkertijd is hij een slappeling geweest. Bovendien kun je hem hiermee natuurlijk niet vrijpleiten, want hij heeft het uiteindelijk allemaal mogelijk gemaakt. Je kunt je handen wel in onschuld wassen, maar dat maakt niet dat je onschuldig bent. Maar dit is dus heel belangrijk: het geeft precies aan dat de Joden alles in het werk hebben gesteld om de Romeinen de volledige verantwoordelijkheid te laten dragen. Zelfs wanneer Pilatus hen feitelijk een carte blanche geeft door te zeggen: "Ga je gang, doe met hem wat je wilt," zelfs dan willen ze niet dat zij het doen.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-11" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3528" title="Speel af vanaf 58:48">▶ 58:48⟨/button> ⟨span>De Roep Om Kruisiging en de Joodse Wet⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>De Joden antwoordden hem vervolgens: "Wij hebben een wet en naar die wet is hij verschuldigd te sterven." Dat hadden ze namelijk al vastgesteld in het Sanhedrin, de Joodse raad, in de uren hiervoor toen Jezus voor Kajafas en Annas stond. In de andere evangeliën wordt dat wat uitgebreider beschreven, want daar was Hij namelijk al veroordeeld.⟨/p> ⟨p>In de pauze had ik het er al even met Fred over dat ook daar op een gegeven ogenblik allerlei getuigen worden opgevoerd. Die getuigenverklaringen worden achter elkaar geseponeerd, want ze zijn niet rechtsgeldig. Uiteindelijk komt de hogepriester zelf en die zegt — en dan moet Jezus dus echt antwoorden: "Ik bezweer je, ben je de Zoon van de levende God?" Jezus had dat nooit zo tegen het publiek gezegd. Petrus was degene geweest die dat ooit had verteld en toen had Jezus gezegd: "Mondje dicht, het is nog niet de tijd om dat nu te gaan prediken."⟨/p> ⟨p>Maar als de hogepriester Jezus dan bezweert en vraagt of Hij de Zoon van de levende God is, bevestigt Jezus dat. Dan lees je dat de hogepriester zijn gewaad scheurt. Wat hij precies gescheurd heeft is de vraag, maar in ieder geval zijn hogepriesterlijk gewaad. Typologisch is dat heel mooi, want feitelijk zie je hier dat het hogepriesterschap van Aäron terzijde wordt gesteld voor de Zoon van God. Eigenlijk zou ik zeggen: lees het commentaar van de Hebreeënbrief erop na, want daar gaat het volledig over.⟨/p> ⟨p>Die hogepriester scheurt heel demonstratief zijn gewaad en zegt: "Wat voor beschuldigingen hebben we verder nog nodig? Want deze man is des doods schuldig." Dat is wat hij zegt. Het was niet eens een formele Joodse zitting; dat mocht in de nacht trouwens niet eens. Het was een opeenstapeling van onrecht en onrechtmatigheid. Maar de hogepriester verklaart dan: "We hebben verder geen beschuldiging meer nodig, deze man is des doods schuldig." Dit is namelijk godslastering; deze man beweert de Zoon van God te zijn.⟨/p> ⟨p>"Kijk maar, hij is naar de wet verschuldigd te sterven," zeggen de Joden dan tegen Pilatus. "Naar onze wet dus, want hij maakt zichzelf Zoon van God." En dat was Hij inderdaad, letterlijk, zonder menselijke vader. Dus niet bij wijze van spreken en ook niet eens als een titel, maar gewoon als een mededeling. Wie is jouw vader? Wie heeft jou verwekt? Dat is God. Ja, dat is wel bizar. In de oren van de Joden was dat godslastering; zo werd het gekwalificeerd. En dus werd Hij geacht verschuldigd te zijn te sterven. Dat was naar de Joodse wet en dat zeggen ze nu tegen Pilatus.⟨/p> ⟨p>Dan krijg je een eigenaardige reactie van Pilatus. Feitelijk zou Pilatus nog kunnen zeggen: "Wat heb ik daar nou mee te maken?" Maar toen Pilatus dit woord hoorde, werd hij nog meer bevreesd. Dat heeft ook een beetje te maken met de Romeinse denkwereld. Bij de Romeinen was het begrip 'godenzoon' bekend — wij kennen dat ook wel uit de voetballerij, maar dan gebruiken we het op een symbolische manier — maar een echte godenzoon was voor de Romeinen een aanspraak die diepe indruk maakte. Zij hielden dat absoluut niet voor onmogelijk. Dan zie je dus ook weer wat je achtergrond en je denkwereld is en vanuit welke concepten je uitgaat.⟨/p> ⟨p>Hoe dan ook, zodra Pilatus hoort dat Jezus claimt de Zoon van God te zijn, wordt hij nog meer bevreesd. Dat was hij eigenlijk al; hij was al doodsbang om zich aan deze zaak te branden en nu hoort hij dit. Jezus claimt niet de zoon of geen koning te zijn — dat had Pilatus inmiddels al aan de kant geschoven omdat die beschuldiging niet terecht was — maar nu hij dit hoort, verandert de zaak. Hij had natuurlijk wel door dat dit een hele merkwaardige ontmoeting was met deze man. In vers 9 staat vervolgens dat hij het pretorium weer binnenging.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-12" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3818" title="Speel af vanaf 01:03:38">▶ 01:03:38⟨/button> ⟨span>Het Tweede Verhoor: Volmacht van Boven⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Het was iedere keer een beweging van erin en eruit. Pilatus vroeg aan Jezus: "Van waar ben je?" Eigenlijk wil hij hier, nu hij de claim heeft gehoord dat Jezus de Zoon van God is, weten wat Zijn afkomst is. Maar Jezus gaf hem geen antwoord. Eén ding was inmiddels al duidelijk: Pilatus was nu wel getriggerd en hij was bang, maar hij was niet werkelijk geïnteresseerd in de waarheid. Daarom gaf Jezus hem geen antwoord.⟨/p> ⟨p>Pilatus was uiteraard verbaasd. Hij, de Romeinse stadhouder, stelt een vraag en de Man tegenover hem geeft niet eens antwoord! Hij vraagt: "Spreek je niet tot mij?" Voor Pilatus was dit zwijgen veelzeggender dan woorden. Om indruk te maken op Jezus, vraagt hij nog iets: "Weet je niet dat ik volmacht heb om jou vrij te laten en volmacht heb om jou te kruisigen?" Is dat geen vertwijfelde vraag? Want als Hij werkelijk die grote Zoon is, dan stelt de macht van Pilatus natuurlijk helemaal niets voor.⟨/p> ⟨p>Jezus geeft geen bevestiging; Hij zegt niet: "Ja, dat is zo." Maar Pilatus heeft in ieder geval in de gaten dat dit een heel bijzondere Man is. Terwijl Pilatus hier eigenlijk de bangerik is, staat Jezus daar in volkomen rust. Heel sereen geeft Hij antwoord, alsof Hij de situatie volledig meester is. Ik zeg 'alsof', maar Hij is het ook; Hij maakt een enorme indruk. Pilatus weet natuurlijk dat Jezus zich inmiddels realiseert dat er geen enkele rechtsgrond is om Hem te veroordelen. Daar appelleert hij aan; hij wil Jezus onder druk zetten om Hem te laten spreken door te wijzen op zijn volmacht om Hem vrij te laten of te kruisigen.⟨/p> ⟨p>Hier staat Jezus werkelijk boven de vraag en boven de positie van Pilatus. Hij antwoordt: "U zou geen volmacht tegen Mij hebben als het u niet van boven gegeven was." Met andere woorden: "Jij, Pilatus" – Hij spreekt respectvol, dat wel – "het gezag en de macht die jij hebt, is slechts van boven ontvangen." Pilatus is dus zelf een ondergeschikte. Hij was onwetend; hij wist niet dat hij zelf ook maar een radertje was in dit hele goddelijke uurwerk. Pilatus is een onwetende ondergeschikte.⟨/p> ⟨p>Er staat trouwens nog iets eigenaardigs bij, waar ik in het verleden vaak over gestruikeld ben. Er staat vervolgens: "Daarom heeft degene die Mij aan u overleverde grotere zonde." Dat woordje 'daarom' vond ik altijd wat vreemd. Maar de gedachte is deze: Pilatus is een onwetende ondergeschikte, en daarom heeft degene die Jezus aan hem overleverde – de hogepriester – een grotere zonde. Jij bent onwetend, Pilatus, maar hij niet.⟨/p> ⟨p>Ondanks het feit dat Pilatus qua macht en autoriteit natuurlijk boven de hogepriester stond – de hogepriester moest immers toestemming aan Pilatus vragen hoe het verder moest – wist die hogepriester veel meer. Hij had de Schriften; hij was de man die de Schriften beheerde. Hij wist wat hij deed, terwijl Pilatus een onwetende man was. Daarom heeft 'degene' – de hogepriester dus, enkelvoud – die Mij aan u overleverde, grotere zonde. Dat wil zeggen: jij mist net zo goed je doel en jij bent ook niet vrij te pleiten, ook al ga jij je handen in onschuld wassen. Maar wat de hogepriester doet en het sluwe daarin maakt hun zonde groter en overtreffender, juist omdat zij veel meer wisten.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-13" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4138" title="Speel af vanaf 01:08:58">▶ 01:08:58⟨/button> ⟨span>Chantage Door de Joodse Leiders en de Rechterstoel⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En dan staat erbij dat Pilatus hem vanwege dit voorval zocht vrij te laten. Ja, dat was wel duidelijk, hè? Hij zocht werkelijk elke gelegenheid om hem vrij te laten. Maar de Joden riepen luidkeels en zeiden: "Als u deze man vrij zou laten, bent u geen vriend van de keizer." Ik heb me daar trouwens over laten inlichten; dat was zelfs een uitdrukking die men in het Latijn, in de Romeinse wereld, gebruikte. Iemand die een 'vriend van de keizer' was, droeg dat als een titel, zelfs een eretitel. Als je een vriend van de keizer was, dan had je een speciale positie, een bepaalde plaats en een hoge rang. In feite was Pilatus op deze plek gezet omdat hij van de keizer was; hij was dus een vriend van de keizer. Nu zeggen de Joden: "Als u hem vrijlaat, dan bent u dat niet meer." Wij gaan ervoor zorgen — want ja, daar zouden ze natuurlijk werk van kunnen maken door naar Rome te gaan en deze Pilatus aan te klagen. Want, en moet u eens opletten hoe ze dat motiveren: "Iedereen die zichzelf koning maakt, spreekt de keizer tegen." Met andere woorden: dit is een rebel, denk erom!⟨/p> ⟨p>Toen Pilatus deze woorden hoorde, leidde hij Jezus naar buiten. Hij ging zitten op het podium. In de gangbare vertalingen staat daar 'de rechterstoel', maar in het Grieks staat het woord ⟨em>bêma⟨/em>. Dat woord is eigenlijk gewoon afgeleid van het woord voor voet en dat heeft te maken met een podium. Ons woord 'podium' komt trouwens ook van 'voet', net als pedaal en... wat is het ook alweer? Een podoloog; dat is toch ook iemand die zich bezighoudt met voeten. Hoe dan ook, hij ging daar nu op zitten en dat is eigenlijk het officiële moment dat hij op die plek ging zitten, op dat podium, om de definitieve uitspraak te gaan doen. Dat podium had trouwens een naam. Er staat dat het de plaats is die genaamd wordt ⟨em>Litostrotos⟨/em>. ⟨em>Litostrotos⟨/em> is een Grieks woord en dat betekent een mozaïekvloer. In het Hebreeuws heet het ⟨em>Gabbata⟨/em>.⟨/p> ⟨p>Nu is er nog iets eigenaardigs, en Ina refereerde daar zojuist al even aan. Er speelt hier nog een factor mee die Johannes niet vermeldt, maar waar in het andere evangelie — ik moet specifieker zeggen: in het evangelie van Matteüs — melding van wordt gemaakt. Dat is dat de vrouw van Pilatus hier een rol in speelt. Haar naam... goh, daar had ik eigenlijk even naar moeten kijken, want ze is bekend. Ze is bekend in de geschiedenis. Ze had niet alleen een naam, uiteraard, maar die naam is ook bewaard gebleven. We weten in ieder geval iets meer over haar. Zij speelt hier een rol in en dat maakt het voor Pilatus nog lastiger. Want op het moment dat Pilatus daar op dat podium gaat zitten en het moment komt dat hij zijn definitieve uitspraak gaat doen, komt er nog een bericht bij hem binnen.⟨/p> ⟨p>Er staat in Matteüs 27 vers 19: "Terwijl hij nu op het podium zat..." — hier weer die ⟨em>bêma⟨/em>, de ⟨em>Litostrotos⟨/em>, de ⟨em>Gabbata⟨/em>, die mozaïekvloer, op die plek dus — "terwijl hij nu op het podium zat, zond zijn vrouw hem de boodschap..." Hoe gaat zoiets? Heeft hij een briefje gekregen of is er iemand, een slavin, naar hem toe gestuurd om hem iets in het oor te fluisteren? Dat weet ik niet, maar in ieder geval zond zijn vrouw hem de boodschap: "Bemoei u toch niet met die rechtvaardige, want ik heb heden in een droom veel om hem geleden." Dat is eigenaardig. Kijk, de zaak was natuurlijk al enigszins voorbereid; Pilatus wist dat de zaak van Jezus aan hem voorgedragen zou worden. En kennelijk is ook de vrouw van Pilatus daarop de hoogte van gebracht, of misschien heeft Pilatus het erover gehad. In ieder geval heeft ze net in de voorgaande nacht over hem gedroomd. Ze noemt hem "die rechtvaardige" en ze geeft er ook nog een advies bij: "Bemoei je er niet mee, laat het ervan af, want ik heb veel om hem geleden." Dit was dus niet zomaar een droom; dit was echt een droom met een boodschap en die geeft ze nu aan Pilatus mee.⟨/p> ⟨p>Terwijl Pilatus nu eigenlijk in het laatste bedrijf is aangekomen van Jezus voor Pilatus — het proces was al onderbroken en nu zit hij daar — heeft hij al zoveel uitvluchten gezocht en krijgt hij ook nog deze boodschap. Nogmaals, het Johannesevangelie waar wij ons mee bezighouden maakt hier niet eens melding van, maar het is toch een factor die bij Pilatus absoluut gespeeld heeft, want Matteüs spreekt er wel van. Ook de vrouw van Pilatus heeft hier dus mee te maken. Er staat nu verder bij: "Het was nu de voorbereiding van het Pascha." Dat is eigenlijk de veertiende nisan. Dat is een wat merkwaardig verhaal, want het eigenlijke Paschafeest begint de vijftiende en duurt een week tot en met de eenentwintigste. Maar de veertiende is de dag dat de slachting van het Pascha plaatsvindt. Daarna, vanaf de vijftiende, begint het feest van de Ongezuurde Broden. Dus het feest begint de vijftiende en op de veertiende vindt de slachting van het Pascha plaats. Dat heet dus eigenlijk de voorbereiding; het is de dag die voorafgaat aan het feest van de Ongezuurde Broden. Ik zeg dat het een beetje ingewikkeld is omdat men in de praktijk al vanaf de dertiende geen gezuurd brood meer at, maar het feest van de Ongezuurde Broden begint officieel op de vijftiende. Als u het niet geloven wilt, kijk het maar na in Leviticus 23; daar staat het allemaal keurig en systematisch vermeld. Maar in ieder geval was de veertiende nisan dus de dag van het Pascha en de voorbereiding voor het hele Paschafeest. Daarmee is de dag gemarkeerd.⟨/p> ⟨p>Er wordt ook nog bij gezegd hoe laat het hier nu was, namelijk ongeveer het zesde uur. Dat is een kwestie apart, want welke uurtelling wordt hier gerekend? De uurtelling die hier wordt gebruikt is dezelfde als die wij hanteren, want dit gaat over de Romeinse tijd, gerekend vanaf middernacht. Zo doen wij dat ook. Hoe laat was het hier dus? Gewoon zes uur 's morgens. Zo rekenen wij ook. Joden rekenen niet zo; die rekenen vanaf zonsopgang. Dan was dit het eerste uur, ja. Ja, precies. Want later lees je bijvoorbeeld dat als het inmiddels twaalf uur 's middags is, naar onze tijd, het in de andere telling het derde uur was. En er kwam duisternis over het hele land, zo staat er, en dat duurde drie uur lang, van het derde uur tot het zesde uur. Dus eigenlijk voor ons vanaf twaalf uur 's middags tot drie uur 's middags. Het spijt me dat het wat complex is, maar dat komt omdat je verschillende tellingen van uren hebt.⟨/p> ⟨p>Hoe dan ook, dit was dus heel vroeg in de ochtend. Het was net licht. Dat wisten we trouwens al, want er wordt gezegd dat het vroeg in de morgen is. En hier nu, op ongeveer het zesde uur, zei Pilatus tot de Joden: "Neem waar, de koning van jullie!" Er zit hier natuurlijk spot en minachting in, vooral richting die Joden. Zij riepen daarop luidkeels: "Weg met hem, weg met hem, kruisig hem!" Pilatus zei tot hen — en hij blijft daar als het ware bij steken: "Zal ik jullie koning kruisigen?" De oversten van de priesters, die de spreekbuis van het volk vormen, antwoorden dan: "Wij hebben geen koning, behalve een keizer." Dat zat natuurlijk ook nog diep. Het was een steek onder water richting Pilatus. Met andere woorden: "Denk erom, we hebben er maar één, een keizer, en een koning hebben we niet. Noem hem dus geen koning."⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-14" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4708" title="Speel af vanaf 01:18:28">▶ 01:18:28⟨/button> ⟨span>De Overlevering Naar Gods Bepaalde Raad⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En dan staat er: "Toen dan leverde hij, Pilatus, hem aan hen over, opdat hij zou worden gekruisigd." Nu is het dus een Romeinse daad. Pilatus geeft Hem over, maar hij doet dat niet alleen met zijn toestemming; hij geeft gehoor aan hun wil. Wat een achtergrond trouwens, afschuwelijk. Hij doet wat zij hem vragen en zet zijn handtekening eronder. Ook al waste hij zijn handen in onschuld, het zijn uiteindelijk Romeinse soldaten die dit gaan vervullen. De Joden wilden dit niet zelf gedaan hebben.⟨/p> ⟨p>Dit is vers 16a. De volgende keer gaan we verder – dat zal, bij leven en welzijn, over drie weken zijn. Dan gaan we verder met vers 16b. Daar staat dat zij Hem zelf Zijn kruis laten dragen en Hem naar de Schedelplaats brengen, Golgotha. Daar wordt Hij op de Romeinse wijze en door Romeinse soldaten daadwerkelijk gekruisigd. Dit alles vond plaats op die 14e Nisan, de dag van het Pascha.⟨/p> ⟨p>Voor Pilatus was dit een enorm hoofdpijndossier, zoals ze dat tegenwoordig in de politiek zouden noemen. Ik denk niet dat Pilatus hier veel last van heeft gehad in verband met zijn geweten; waarheid en recht waren nou niet bepaald prioriteit nummer één voor hem. Dat zeg ik eufemistisch natuurlijk. Maar het neemt niet weg dat dit heel gevoelig lag, want hij voelde natuurlijk wel aan dat wat hij deed in alle opzichten onrechtmatig was. Het Romeinse recht stond in die dagen toch hoog aangeschreven en hij mocht er eigenlijk geen rommeltje van maken, maar hij kon hier verder helemaal niets meer mee. Hij wilde geen oproer, maar het recht moest ook plaatsvinden. Hij kwam er gewoon niet uit.⟨/p> ⟨p>Dat gold voor de Joden natuurlijk net zo: zij moesten ook van Hem af. En ondertussen – en dat vind ik het allerwonderlijkste, waar we het wel vaker over hebben gehad – was het uur nu gekomen. Nu moest het gebeuren. Al die factoren kwamen samen: de Joden en de Romeinen wilden hetzelfde doen en uiteindelijk gebeurt het ook. Het tijdstip was aangebroken en daarom stond het vast.⟨/p> ⟨p>Petrus zou dat later ook zeggen, en misschien mag ik daarmee afsluiten, in Handelingen 2. Dat is inmiddels ruim zeven weken later, op de Pinksterdag van hetzelfde jaar. Petrus zegt dan op het tempelplein: "Mannen van Israël, hoort deze woorden: Jezus de Nazarener, een man u van Godswege aangewezen door krachten, wonderen en tekenen, die God door Hem in uw midden verricht heeft, zoals jullie zelf weten; deze, naar de bepaalde raad en voorkennis van God uitgeleverd, hebben jullie door de handen van wetteloze mensen – de Romeinen – aan het kruis genageld en gedood. God evenwel heeft Hem opgewekt, want Hij verbrak de weeën van de dood, nadien het niet mogelijk was dat die Hem zou vasthouden."⟨/p> ⟨p>Er volgt dan nog meer, maar het gaat om die woorden: "naar de bepaalde raad en voorkennis van God". Zo moest het dus gaan. En godzijdank is het ook zo gegaan. Als je de geschiedenis zo leest, denk je: wat een onrecht, wat een noodlottigheden. Maar tegelijkertijd is hier sprake van een godsbeschikking. Zo moest het gaan. Vijftien eeuwen tevoren had God het al zo bepaald: dan zou het Pascha worden geslacht. Net zo goed als drie dagen later de dag van de Eerstelingenschoof zou zijn. Zullen we het daar voor vanavond bij laten?⟨/p>