⟨h3 id="hoofdstuk-1" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="0" title="Speel af vanaf 00:00">▶ 00:00⟨/button> ⟨span>Introductie en Terugblik: de Eigendomsakte van het Land⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Een hele goede avond ook van mijn kant en heel hartelijk dank, Wolter. Wij gaan vanavond verder in het boek De Openbaring, zoals u verwacht had uiteraard. Het is het veertiende deel en we gaan het vanavond hebben over Openbaring 6. Dat is een heel vol bordje, maar ik denk dat ik het me ook wel enigszins kan permitteren om dat te doen, omdat we het in de loop van de afgelopen jaren toch diverse keren over dit hoofdstuk hebben gehad. Over die zegels die worden geopend via verschillende aanvliegroutes, zeg maar. We hebben het toen een keer besproken aan de hand van het onderwerp rond de wederkomst, maar al eerder ook toen we een heel seizoen of twee seizoenen over Matthäus 24 spraken. En nu komt het dan aan de beurt, omdat we gewoon vers voor vers door het boek De Openbaring heen gaan.⟨/p> ⟨p>Het neemt niet weg dat het mij opgevallen is dat er toch weer allerlei andere nieuwe dingen te melden zijn. Ik bedoel nieuwe dingen in de zin van zaken die ik zelf nog niet eerder had opgemerkt. Het stond er al lang, dus in die zin is het niet nieuw, maar ja, hoe gaat dat? Iets kan er al zo lang staan zonder dat het je ooit is opgevallen, of omdat bepaalde verbanden en linken je zijn ontgaan. En zo blijft bijbelstudie altijd maar doorgaan. Geweldig!⟨/p> ⟨p>In de auto hadden we het over de vraag hoeveel we nu eigenlijk weten op het gebied van de wetenschap. Goedenavond Gerts! Robert Dijkgraaf kwam nog even voorbij in de gesprekken met Menno. Hij is een fysicus die nog wel eens op de televisie is en hij had gezegd dat we eigenlijk al heel veel weten; zo’n 5% schatte hij van wat er te weten is op het gebied van de fysica. Dus 95% weten we niet. Ik denk dan: eigenlijk weet je dan nog niets. Waarbij we ons ook de vraag stelden: hoe weet je eigenlijk wat je niet weet? Hoe kun je dat afbakenen? Maar goed, wij zijn niet zo slim als Robert Dijkgraaf, dus ik ga geen poging doen om hem te beschuldigen. Maar dit blijft een intrigerende gedachte. Als de kennis van de Schrift de oceaan is, dan zijn we – zo beleef ik het – net van wal gestoken. Er is nog een wereld aan oceanen te verkennen en dat vind ik echt geweldig.⟨/p> ⟨p>Laten we even terugblikken op het voorgaande om zo weer te kunnen aanhaken bij vers 1 van hoofdstuk 6. In hoofdstuk 5, wat we de vorige keer in zijn totaliteit hebben besproken, zagen we Hem die op de troon zit – en daar hebben we het over God. Dat was trouwens hoofdstuk 4 weer. Daarvan lezen we dan: Hij heeft een boekrol, of een boekrolletje, in de hand. En dat is, zo hebben we gezien, de eigendomsakte van het land, namelijk Israël. Dat gaat terug op de bepalingen voor gebruikers zoals die ook in de Torah, in de wet van Mozes, zijn vastgelegd. De situatie was dat het land door schuld niet langer in het bezit van de familie was. Daar was een hele specifieke regeling voor: als door verarming een stuk landgoed moest worden verkocht en dus buiten de familie terechtkwam, dan was er een recht, maar feitelijk ook een morele plicht voor het naaste familielid om dat land te lossen, oftewel vrij te kopen. Zo iemand die dat deed, heet een go'el. Deze speelt een grote rol in allerlei Bijbelse geschiedenissen en de bekendste is ongetwijfeld die in het boek Ruth, waar Boaz, die vermogende man uit Bethlehem, zo optreedt.⟨/p> ⟨p>Dus de grote vraag is, nu het land Israël is verloren gegaan en niet langer in het bezit is van de familie of van het volk van Israël – van de familie van Jakob, zal ik maar zeggen: wie is nu in staat, oftewel waardig? Wie kan de waarde overleggen, het geld? Wie kan het loskopen om dat land weer terug te krijgen? De grote vraag is er en er blijkt niemand te zijn. Dan herinnert u zich dat Johannes zeer weent, want dit zou een tragische afloop zijn van de hele geschiedenis. Maar dan blijkt dat hij gewezen wordt op de Leeuw uit de stam van Juda. Dat wil zeggen: de Koning die uit die stam is voortgekomen. De Messias, want dat is eigenlijk wat de Leeuw uit de stam van Juda is. En als Johannes dan kijkt, wie ziet hij dan? Dan ziet hij een Lammetje dat staat als geslacht. Of eigenlijk: als geslacht, maar niettemin staande. Oftewel een Lammetje dat geslacht is, maar is opgestaan. En dat Lammetje is die Leeuw uit de stam van Juda, of zo u wilt omgekeerd.⟨/p> ⟨p>Hij blijkt de prijs te hebben betaald en nu daadwerkelijk de eigendomsakte, de boekrol, in ontvangst te kunnen nemen en de boekrol te kunnen openen. Dat was namelijk de procedure: degene die de eigendomsakte kreeg bij de daadwerkelijke overdracht – want je kunt iets gekocht hebben terwijl de overdrachtsdatum nog wacht. In feite is dat de situatie: de prijs is betaald, maar de feitelijke overdracht moet nog plaatsvinden. Bij die feitelijke overdracht worden de zegels losgemaakt en geopend, en dan kan de boekrol steeds verder worden uitgerold. Ik heb dat de vorige keer geloof ik nog even uitgelegd hoe dat in zijn werk ging: steeds verder werd hij uitgerold als er een zegel werd losgemaakt. Hij, die ene Persoon, is het grote geheim en Hij blijkt dus de boekrol te kunnen openen.⟨/p> ⟨p>Dat is waar hoofdstuk 6 over gaat. Hoofdstuk 5 sluit af met de 24 ouderen of oudsten die het volk van Israël representeren. Tweemaal twaalf in hun koninklijke en priesterlijke hoedanigheid, die buigen dan voor dat Lammetje neer. Daarna lezen we dat myriaden van myriaden van engelen in de hemelwereld plechtig hun instemming verklaren. Zo eindigt het hoofdstuk: de vier levende wezens, die het hele leven op aarde representeren – ook daar hebben we het al eerder over gehad in hoofdstuk 4 – die beamen dit stilzwijgend en in diepe buiging. Dat was in een nutshell hoofdstuk 5, en dat betekent dus dat we nu verder gaan met hoofdstuk 6.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-2" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="495" title="Speel af vanaf 08:15">▶ 08:15⟨/button> ⟨span>De Opening van de Zegels: Fasen van de Inbezitneming⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En dan staat er: "En ik nam waar." "Ik" is uiteraard Johannes; hij doet niet anders dan waarnemen. Hij geeft zijn ogen, oren en al zijn zintuigen goed de kost. En ik nam waar. En dan staat er: "toen het Lammetje één uit de zeven zegels opende." In feite is waar het in dit hoofdstuk over gaat van een heel andere orde dan wat je later leest over de bazuinen die worden geblazen of de schalen die over de wereld worden uitgegoten. Dat zijn echt gerichten. Hier is nog geen sprake van gerichten in die zin; hier is sprake van een eigendomsoverdracht of van de boekrol die geopend wordt, zodat het land in bezit genomen kan worden. Feitelijk zijn die zeven zegels evenzoveel fasen of stappen naar de inbezitneming van het land.⟨/p> ⟨p>Meer dan ik voorheen zag, is het me inmiddels wel zo duidelijk geworden als wat: het gaat hier inderdaad over het land Israël. Hoofdstuk 6 gaat over het land Israël. Pas als het gaat over de bazuinen, en nog veel later over de daarmee synchroon lopende schalen, komt de rest in beeld. De zeven bazuinen lopen weer synchroon met de zeven schalen; daar hebben we het trouwens ook al een keer over gehad. De eerste bazuin is de eerste schaal, de tweede bazuin is de tweede schaal, enzovoort. Maar die bazuinen gaan over de triomf over de volkerenwereld en hoe de volkerenwereld onderworpen wordt aan de Koning. De zegels gaan echter over hoe eerst Israël in bezit genomen wordt, en vanuit Israël gaat het dan vervolgens over de hele volkerenwereld.⟨/p> ⟨p>Dat is buitengewoon belangrijk en ik kan het niet genoeg benadrukken om het boek Openbaring te verstaan. Ook die chronologie is essentieel: de zeven bazuinen zijn gebaseerd op de zeven zegels. Eerst zijn er de zeven zegels en dan is er als het ware een soort van bruggenhoofd ontstaan. Dan is Israël bevrijd. Dit jaar wordt er veel teruggedacht aan de landing in Normandië; dat is eigenlijk een soortgelijk verschijnsel als wat je vijfenzeventig jaar geleden had toen de Engelsen en de Amerikanen in Europa eerst een bruggenhoofd nodig hadden. Ze hadden eerst een stuk land nodig van waaruit ze vervolgens de rest van Europa konden gaan bevrijden. Feitelijk is hoofdstuk 6 zo’n Normandië-actie, zeg maar D-Day. Israël moet eerst in bezit genomen worden en als dat eenmaal het geval is, dan gaat het over de rest van de wereld, maar dat is het verhaal van de bazuinen.⟨/p> ⟨p>Dus als dat eerste zegel opengaat, dan is dat de eerste fase op weg naar de inbezitneming van het land. Verwar dit zeker niet met de bazuinen en later met de schalen van toorn; dat is allemaal pas na het zevende zegel. "En ik nam waar toen het Lammetje één uit de zeven zegels opende en ik één uit de vier levende wezens hoorde zeggen..." Dat is interessant, want deze levende wezens worden in uw bijbeltje waarschijnlijk de "vier dieren" genoemd. Letterlijk zijn het echter levende wezens. We hebben daar ook van gezien dat zij de hele levende natuur vertegenwoordigen. Het herinnert ook direct aan het verbond dat God sloot met Noach. Daar lees je ook over vier categorieën waarin het leven op aarde wordt ingedeeld, wat volstrekt parallel loopt met de beschrijving van de vier levende wezens in Openbaring 4, 5 en 6.⟨/p> ⟨p>Wat zo boeiend is, is dat die levende wezens bij de opening van die eerste vier zegels direct betrokken zijn. Bij het eerste zegel wordt het eerste levende wezen aansprekend ingevoerd. Ze zeggen overigens alle vier hetzelfde: "Kom!" Het is een gebiedende wijs. Maar het zijn iedere keer anderen. Die vier levende wezens zeggen "Kom!", en wat is het verband? Deze levende wezens zijn direct betrokken bij de opening van de eerste vier zegels en de ruiters op het paard. Je hebt vier ruiters en elk van die levende wezens roept een ruiter op. Het verband tussen die levende wezens en de opening van de zegels is dit: heel het aardse leven, de hele levende natuur, is direct belanghebbend in de verlossing van het land, dat wil zeggen Israël. Daar begint het, en vandaar dat die levende wezens daar ook meteen bij betrokken worden. Israël staat daarin centraal, maar de hele wereld daaromheen is belanghebbend.⟨/p> ⟨p>Ik moet bijvoorbeeld denken aan een heel ander verband dat me ter plekke te binnen schiet: wat je leest over Elim. Dat was zo’n pleisterplaats waar Israël arriveerde vlak na de uittocht uit Egypte. Daar waren twaalf waterbronnen en zeventig palmbomen. Zeventig staat voor de volkerenwereld, twaalf staat voor Israël. Die zeventig palmbomen ontlenen hun voedsel volledig aan de twaalf waterbronnen, oftewel aan Israël. Daar krijgen ze hun voedsel vandaan. Dat is hetzelfde verband als tussen die levende wezens en de verlossing van het land, oftewel de opening van de zegels. Ik zeg het omdat het heel opvallend is dat die vier levende wezens op de een of andere manier betrokken zijn bij het oproepen van die ruiters. Waarom? Nou, daar geef ik u deze suggestie voor.⟨/p> ⟨p>"En ik hoorde één uit de vier levende wezens zeggen als het geluid van een donderslag..." De laatste dagen horen we niet anders dan donderslagen, per slot van rekening. En wat zegt hij? "Kom!" Het doet een beetje denken aan een amfitheater waar de ruiters op het paard worden opgeroepen. Er wordt een commando gegeven: "Kom!" En dan komt er een paard aangerend met een ruiter daarop. Als die zijn rol vervuld heeft, dan zegt het volgende levende wezen: "Kom!" En dan komt er weer een andere ruiter op een ander paard. Vier keer, vier ruiters. En dat gebeurt echt met grote kracht, met een enorm gezag en een commando als bij een donderslag.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-3" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="971" title="Speel af vanaf 16:11">▶ 16:11⟨/button> ⟨span>Het Eerste Zegel: de Valse Messias op het Witte Paard⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En ik nam waar. Ja, ik zei al: Johannes doet in dit boek niet anders dan waarnemen. Hij geeft zijn ogen en oren goed de kost; hij zag genoeg en hij hoorde genoeg. En ik nam waar: een wit paard, en die op hem zit had een boog. Het eerste wat hij ziet is dus een wit paard. Er volgen nog drie paarden en ze hebben alle vier verschillende kleuren. Op al die paarden zit ook iemand.⟨/p> ⟨p>Dit kennen we natuurlijk allemaal: de prins op het witte paard. We hebben het er al eens eerder over gehad, maar dan hebben we het natuurlijk niet over de partners van de dames in ons gezelschap, en ook niet over Sinterklaas. De échte prins op het witte paard speelt namelijk in dit boek een grote rol, maar die komt pas aan het einde opdraven, om het zo te zeggen. Dat is Openbaring 19. Dáár is de Heer onmiskenbaar de Heere Jezus Christus, die alle volkeren overwint, de veldslag wint en het beest en de valse profeet gevangen neemt. Daar lees je dat er uit de hemel een ruiter kwam op een wit paard. Dat is de echte Messias.⟨/p> ⟨p>De ruiter die we hier zien, is er echter een die erop lijkt. Het is een nepprins op het witte paard. Dat blijkt ook wel uit wat er volgt. Dit is uiteraard niet de identieke Ruiter uit hoofdstuk 19. Het is het Lammetje dat opent, en vervolgens wordt dit gezien. Trouwens, er zijn heel wat uitleggers die zeggen dat dít de Heer Jezus Christus is. Sorry, dit klinkt misschien heel arrogant wat ik nu zeg, maar daar heb je dan echt geen bol van begrepen. Dat kan ook helemaal niet. Het is het Lammetje dat de boekrol opent, en wat er vervolgens 'opdraaft' — dat is het meest passende woord, lijkt mij — is een ruiter op een wit paard. En hij lijkt inderdaad op wat de Messias doet, dat is waar. Maar er is een heel groot verschil, en het grootste verschil is wel dat hij vervolgens plaats moet maken voor een ander. Wanneer de echte Ruiter op het witte paard komt, dan is Hij de laatste en de definitieve. Dat lijkt mij sowieso al reden genoeg om de optie dat dit de Messias is meteen terzijde te schuiven; het is een bizarre suggestie.⟨/p> ⟨p>Johannes ziet dus een wit paard en degene die daarop zit heeft een boog. Het is geen zwaard. Opmerkelijk genoeg is er ook geen sprake van oorlog. Dat is juist de hele suggestie in dit vers, en dat blijkt vooral uit wat erop volgt: dat er hier helemaal geen sprake is van oorlog. Hij heeft een boog, maar geen pijl; alleen een boog heeft hij. Er gaat misschien enige dreiging van uit, maar van een veldslag is geen sprake. En er staat ook bij: 'en aan hem werd gegeven een lauwerkrans'. Een lauwerkroon, dus. Hij wordt gelauwerd en vereerd; hij krijgt eerbetoon toebedeeld.⟨/p> ⟨p>Hoe zit het met die paarden? In de Psalmen staat ergens dat het paard wordt opgetuigd voor de strijd. Dat is waar paarden vooral voor dienen. Bij ons niet meer zozeer, maar dat is van origine de gedachte. Aan deze ruiter werd een lauwerkrans gegeven en hij ging uit overwinnend en om te overwinnen. Hij had een boog in zijn hand, maar van strijd is geen sprake. Toch verovert hij wel. Hij overwint, en dat was trouwens ook zijn hele bedoeling, want hij ging uit overwinnend en ook om te overwinnen. Hij heeft een enorm succes, hij krijgt eer, hij verovert... wie is hij?⟨/p> ⟨p>Dit is precies de tijd die we in een ander verband al veel eerder zijn tegengekomen, bijvoorbeeld in de brieven aan de Thessalonicenzen. Paulus zegt dat er vóór de grote verdrukking, voordat de mens van de wetteloosheid zich in de tempel gaat zetten en die gigantische verdrukking zal inleiden, een periode van vrede zal zijn. Iedereen zal zeggen: 'Wauw, geweldig, dit is Messiaans!' En het is zo misleidend als de pest. Dat is trouwens ook een van de dingen waar Jezus op de Olijfberg ooit voor waarschuwde: dat er valse christussen en valse profeten zouden komen, en dat ook een valse Messias zich zou aandienen. Iedereen zou zweren dat dit het beloofde herstel is. Een eredienst weer in Jeruzalem, een tempel daar, en vrede in het Midden-Oosten... geweldig! Dit heeft alle trekken van de Messias. Precies vandaar ook dat hij er zo sprekend op lijkt. Als je niet weet wat er staat geschreven, ga je absoluut voor de bijl, want je wordt misleid.⟨/p> ⟨p>Dat is hier ook aan de orde, want hij heeft enorm succes en hij brengt iedereen aan zijn voeten. Vandaar die lauwerkrans; hij ging uit om te overwinnen en overwinnend en om te overwinnen. Dat typeert die tijd. Er is veel meer over te zeggen dan wat ik nu doe, maar we bespreken hier Openbaring 6. We laten gewoon de verschillende stappen en fasen — de verschillende openingen van de zegels — de revue passeren. Ik volg gewoon vers voor vers wat Johannes waarneemt en hoe de opeenvolging verloopt. Uiteindelijk eindigt het dan uiteraard in de opening van het zevende zegel, maar dat is voor de volgende keer. Vanavond bespreken we zes zegels. Oké, vers 3.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-4" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1405" title="Speel af vanaf 23:25">▶ 23:25⟨/button> ⟨span>Het Tweede Zegel: het Vuurrode Paard en de Weggenomen Vrede⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En toen Hij het tweede zegel opende, hoorde ik het tweede levende wezen zeggen: "Kom!" Hij zegt dus exact hetzelfde als het eerste levende wezen. Maar ook nu zegt hij weer: "Kom!" En nu wordt er een ander paard opgeroepen. En een ander paard ging uit, en die had een heel andere kleur. Die was vuurrood. En dat ziet er heel onheilspellend uit. Rode paarden zie je sowieso niet zoveel, maar dit is natuurlijk symboliek. Juist vuurrood is in dit geval heel veelzeggend, want het is de kleur van bloed. Die associatie verzin ik niet, want die dient zich in ditzelfde vers ook direct aan.⟨/p> ⟨p>Aan hem die daarop zit, de tweede ruiter, werd gegeven de vrede weg te nemen van het land. Het loutere feit dat hier sprake is van de vrede die wordt weggenomen, geeft aan dat die eerste ruiter de vrede bracht. Hij was succesvol. Dat is gewoon een kwestie van begrijpend lezen. Dat kon je al opmaken uit de beschrijving van het paard zelf en degene die erop zat, maar nu worden we daarin bevestigd. Want nu staat er: deze tweede ruiter krijgt het vermogen, of de volmacht, om de vrede weg te nemen. Dus de vrede die aanvankelijk door de eerste ruiter op het witte paard was gebracht, wordt nu weggenomen van het land.⟨/p> ⟨p>Ik moet hier even iets toelichten wat ik al vaker heb gezegd, maar in dit verband moet ik het zeker nog eens aanstippen. Ik heb in deze vertaling gekozen voor "het land", maar je zou ook kunnen zeggen "de aarde". U ziet dat trouwens ook in de interlineair. Daar is niets mis mee, en dat zeg ik niet om degene die dit gedaan heeft niet af te vallen. Het hele verhaal is dat "het land" en "de aarde" identieke woorden zijn. In de Bijbel is de aarde sowieso het land; de aarde is nooit een planeet. Dat is erg belangrijk om te weten. De aarde is gewoon het droge waarop we lopen. God noemde het droge "aarde" of "land".⟨/p> ⟨p>Als je dan zegt "de aarde", wat bedoel je dan? Het is altijd het land. Maar dat kan het land in het algemeen zijn, al het droge, of het kan heel specifiek zijn: het land Israël. Ha-aretz betekent "het land". Ditzelfde probleem doet zich voor bij de weergave in het Hebreeuws, want zowel in het Hebreeuws als in het Grieks zijn aarde en land identieke woorden. Dat levert voor de vertaling soms problemen op, want je moet kiezen tussen "het land" of "de aarde", wat in het Nederlands verschillende gevoelswaarden heeft. Op het moment dat je het echter weer terugvertaalt naar de grondtekst, verdwijnt dat probleem.⟨/p> ⟨p>Het kan dus het land betekenen in de specifieke zin van Israël, of gewoon alle land. Je kunt hier absoluut zeggen "de aarde", maar ik zeg er wel bij: bedenk dat de zegels verband houden met de verlossing van het land Israël. Zeker hier in hoofdstuk 6 gaat de suggestie juist naar Israël, want dat is namelijk het onderwerp. Je zou kunnen zeggen: de tweede ruiter krijgt de macht om de vrede weg te nemen van de aarde, zodat de vrede niet alleen in het land weg is, maar veel breder. Of Johannes bedoelt specifiek de vrede weg te nemen die er in het land Israël is. Strikt genomen hoeft dat niet eens een tegenstelling te zijn. Het kan de vrede in het land Israël zijn, die ook in het hele Midden-Oosten zal gelden. Eerlijk gezegd is dat ook precies wat ik denk, want uit Openbaring 13 weten we dat er in eerste instantie sprake zal zijn van een enorm verbond en van vrede; van een verdrag waar iedereen zich aan houdt.⟨/p> ⟨p>Dus als u in uw vertaling leest over "de aarde", dan is dat prima. Je moet alleen altijd de vraag stellen: gaat het hier over het land in het algemeen of specifiek over het land Israël? In eerste instantie wordt er dus vrede in het land gebracht, en die tweede ruiter doet iets anders: die neemt de vrede weg. Dat is precies wat we weten uit de rest van de Schrift. In feite is dat ook wat de grote verdrukking is. Dan wordt de vrede die er tot dan toe was beëindigd. Er wordt een afgodsbeeld in Jeruzalem geplaatst en dat luidt het begin in van een afschuwelijke tijd en van slachting.⟨/p> ⟨p>Die tweede ruiter neemt dus de vrede weg van het land, "en dat men elkaar zou slachten". Als ik het lees zoals het zich aandient, dan betekent dit gewoon een burgeroorlog; dat men elkaar afslacht. Dat is ook wat we weten uit Matthäus 24. Daar hebben we gezien dat er een enorme interne verdeeldheid in het land Israël zal komen. U zegt misschien dat dit nu ook al zo is, maar men slacht elkaar nog niet af. Dat gaat dan wel gebeuren. Men zal elkaar verraden en families zullen uiteengescheurd worden tot er een complete oorlog ontstaat in het land.⟨/p> ⟨p>Zij die dan niet al eerder zijn gevlucht naar de woestijn, lopen gevaar. Je moet vluchten op het moment dat het afgodsbeeld in Jeruzalem geplaatst wordt. Dat is het laatste moment dat je nog kunt vluchten. Als je dan nog niet gevlucht bent, ben je te laat en kun je zomaar slachtoffer worden. Er zullen velen vallen door het zwaard. De vrede wordt weggenomen en men gaat elkaar slachten. En aan die ruiter werd een groot zwaard gegeven. Dat is werkelijk verschrikkelijk.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-5" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1900" title="Speel af vanaf 31:40">▶ 31:40⟨/button> ⟨span>Het Derde Zegel: het Zwarte Paard en de Onbetaalbare Tarwe⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En toen Hij het derde zegel opende, hoorde ik het derde levende wezen zeggen: "Kom!" Zie je het? Eerste zegel, eerste levende wezen. Tweede zegel, tweede levende wezen. Derde zegel, derde levende wezen. Nou, simpel. Maar ook hier weer: "Kom!" En dan weet je eigenlijk al wat er gaat gebeuren: dan gaat er weer een ruiter opdraven.⟨/p> ⟨p>Johannes blijft maar waarnemen. Het staat er misschien wat vreemd, maar ik vertaal het zoals het in het Grieks staat: "En ik nam waar. En neem waar: een zwart paard." Nou, dat is op zichzelf niet zo gek. Na een wit en een rood paard kan een zwart paard ook; ook voor ons. Maar het gaat hier natuurlijk niet om een echt paard of een echte ruiter, maar om de symboliek daarin en wat het vertegenwoordigt. Om te weten dat zwart de kleur is van de dood, en daarmee ook van rouw, daar hoef je helemaal geen groot kenner van de typologie voor te zijn.⟨/p> ⟨p>Het is een zwart paard en er staat nog bij: "en hij die daarop zat, die op dat zwarte paard zat, had een weegschaal in zijn hand." Dat is een symbool dat we ook in het boek Zacharia tegenkomen, en die weegschaal is altijd een symbool van de economie. Daarbij wordt handelswaar gewogen, maar ook geld — en goud is strikt genomen ook geld. Het wordt gewogen en vandaar dat het vanouds een embleem is van de handel. De ruiter op het zwarte paard heeft dus in zijn hand een weegschaal als embleem van de economie.⟨/p> ⟨p>Dat blijkt ook wel, want dan staat er vervolgens: "En ik hoorde als een stem in het midden van de vier levende wezens zeggen: een dagmaat van tarwegraan voor een denaar en drie dagmaten van gerst voor een denaar." Nu moet je eerst even weten: wat is een denaar? Dat is een betaalmiddel, een munt in de Bijbel. In het Nieuwe Testament lees je heel vaak over een denaar. In de NBG-vertaling wordt dit weergegeven als een 'schelling', maar 'denaar' komt eigenlijk rechtstreeks uit het Grieks. Eigenlijk heb je aan zulke aanduidingen op zichzelf niet zo gek veel, maar wat wel erg handig is, is om te weten wat je met een denaar kon doen. In Mattheüs 20 lees je dat een denaar het dagloon was van een arbeider. Aha, dan heb je een indruk van wat de waarde van zo’n denaar is.⟨/p> ⟨p>En dan staat er: "een dagmaat van tarwegraan voor een denaar." Nou, dat is extreem duur! Ik heb me laten vertellen dat dit wel tien tot vijftien keer zo duur is als normaal. Er is hier een gigantische inflatie aan de orde, want dat betekent dat je een hele dag moet werken voor één dagmaat tarwegraan; voor één maaltijd. En dan lees je: "drie dagmaten van gerst voor een denaar." Gerst is dus iets minder duur dan tarwe, maar het was nog steeds volstrekt onvoldoende om als arbeider je vrouw en kinderen te kunnen onderhouden. Volstrekt onvoldoende, vandaar dat dit ook honger inluidt. De economie, die weegschaal, die maakt dat er enorme inflatie is. Het leven is zo verschrikkelijk duur dat de primaire levensbehoeften onbetaalbaar zijn geworden. Dat is wat het eigenlijk wil zeggen. Ook dat lees je in Mattheüs 24; ik kom daar straks nog even op terug.⟨/p> ⟨p>Er wordt trouwens wel iets anders gezegd: "en de olie en de wijn zou je niet beschadigen." Dat wil zeggen dat die producten daar niet onder vallen. Met andere woorden: de primaire levensbehoeften om in leven te blijven — het brood, want je hebt brood nodig — die zijn onbetaalbaar geworden, maar de olie en de wijn zouden niet beschadigen. De luxeartikelen worden daardoor niet getroffen, zodat de rijken daar veel minder of eigenlijk helemaal niet onder lijden. Maar vooral de armen, de arbeiders, zullen lijden onder die derde ruiter op het zwarte paard. De zwarte dood, is dat ook niet... gekoppeld aan de honger? Oh, dat is juist de pest. Daar komen we straks nog op uit, want ja, dat is ook zo. In vers 7 lees je dan: "En toen opende Hij..."⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-6" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2246" title="Speel af vanaf 37:26">▶ 37:26⟨/button> ⟨span>Het Vierde Zegel: het Vaalgroene Paard en het Dodenrijk⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Bij het vierde zegel hoorde ik een stem van het vierde levende wezen zeggen: "Kom!" De structuur is natuurlijk heel doorzichtig en voorspelbaar. Je weet eigenlijk al dat er nu weer een ruiter zal opkomen. Deze wordt hier opgeroepen en ik nam waar: een groen paard. Ja, dat staat er echt; een groen paard. Hetzelfde woord komen we in dit boek Openbaring nog tegen in hoofdstuk 8 vers 7, en dan wordt het keurig vertaald met "groen gras". U weet: groen is gras. En in hoofdstuk 9 vers 4 wordt het nog vertaald met "groene dingen" of "groene artikelen", in ieder geval groente. Ik moet er wel bij zeggen dat het absoluut een groen paard is, dat is waar, maar de vertaling "vaal" is niet helemaal uit de lucht gegrepen. Dat zit namelijk zo: het woordje groen is in het Grieks chlooros, en daar komt ons woordje chloor vandaan. Dit groen is dus geen donkergroen; het is lichtgroen, oftewel bleekgroen. Als ik het zo zeg, dan begrijp je meteen ook de link met dat vaal. Het is dus vaal, want dat is wat chloor inderdaad doet: het maakt vaal, bleek en hier ook lijkbleek. We kennen toch ook zoiets als "je bent groen als gras"? Nee, je kunt je groen en geel ergeren. Dan zie je groen en heb je eigenlijk een lijkkleur gekregen. Of je bent zeeziek en dan zie je groen. Ik heb die ervaring persoonlijk nooit opgedaan en dat wou ik eigenlijk zo houden ook. Het idee is dus bleekgroen, en vandaar dat "vaal" en "bleek". Ons woord bleek is eigenlijk gewoon bleken, een lijkbleek.⟨/p> ⟨p>Ik zeg dat ook omdat er vervolgens staat: "en hij die daarop zat", op dat groene paard dus, "wiens naam de dood was." Het wordt steeds onheilspellender. Dat rode paard bleek te maken te hebben met slachting en met bloed, maar nu zien we dit groene paard en degene die erop zat; zijn naam was de dood. En er staat: "en het dodenrijk volgde hem." In het Grieks staat daar de hades. "Dodenrijk" is misschien een beetje een ongelukkig woord, omdat het suggereert alsof daar allemaal schimmen georganiseerd zijn en daar beheerst worden, maar dat is het idee niet. Hades betekent gewoon "het onwaarneembare". Als je eenmaal gedood bent of dood bent, dan bevind je je in het onwaarneembare, waarvan je je afvraagt: waar zijn ze? In het Hebreeuws zeggen ze dan Sheol. Dat heeft alles te maken met het Hebreeuwse woord voor vragen: shoel. Vragen wil zeggen dat er een vraagteken is; het is onwaarneembaar, we zien het niet. Wat is er aan de hand? Waar zijn ze? Nou, dat is het Griekse woord hades. Dus de dood en het dodenrijk volgen hem. Eerst de dood, daarna het dodenrijk, want u weet: je sterft en daarna kom je in die sfeer terecht.⟨/p> ⟨p>Aan hen, dat is dus de dood en de hades of het dodenrijk, werd autoriteit gegeven. Die ruiter en degene die dat volgt, kregen volmacht over het vierde deel van het land. Hier doet exact dezelfde vraag zich weer voor: gaat het hier over de aarde in het algemeen, of een beperkt deel, of heel specifiek Haaretz, Israël? Ik houd het — en dat heb ik nu al geargumenteerd — op het laatste: Israël. Het vierde deel van het land hoeft niet eens per se een geografisch segment te zijn; het kan ook gewoon het vierde deel van de bevolking van het land zijn. Ik moet even doorlezen, want eigenlijk ben ik midden in de zin: hem werd autoriteit gegeven over het vierde deel van het land, namelijk om te doden. Er werd autoriteit gegeven om het vierde deel van het land te doden. Ja, dat bevestigt de suggestie die ik al deed.⟨/p> ⟨p>Daarvoor worden vier middelen genoemd. Ten eerste met het groot-zwaard. Dat is dus niet zo'n kort zwaard, maar een groot-zwaard. Dat kwam al eerder aan de orde bij de burgeroorlog, want het woord groot-zwaard was al eerder genoemd. Ten tweede met honger, waar we het net over hadden bij dat zwarte paard. Dat voedsel, dat brood, werd immers onbetaalbaar. Eerst de burgeroorlog, dan vervolgens honger vanwege het onbetaalbare brood. Ten derde met de doodspest. Ik zeg "doodspest", maar er staat eigenlijk gewoon "de dood". Niet de pest, maar in dit verband — en ook elders in Ezechiël lees je dat — is het woord "dood" soms synoniem met de pest. Dus er is echt een reden om aan te nemen dat het hier over pestilentie of pest gaat. Ik kijk altijd even naar jou, Hans, als het over dit soort dingen gaat, en als jij dan ja knikt, dan zeg ik: gelukkig heb ik het goed gedaan. Er wordt hier dus gesproken over dit paard en de ruiter, de dood en het dodenrijk, die volmacht krijgen om te doden in het land op vier manieren: door het groot-zwaard met de burgeroorlog, met honger, met de doodspest en als vierde worden de wilde beesten van het land genoemd. Het wildgedierte. Ik heb zelfs zitten denken: zou dit een verwijzing zijn naar die wilde beesten in Openbaring 13? Dat zou ook nog kunnen. Of moeten we concreet denken aan echt wildgedierte? U weet hoe het gaat: daar waar enorme slachtingen zijn, trekt dat natuurlijk aasdieren aan. Het kan dus ook gewoon heel letterlijk wildgedierte zijn dat als laatste wordt genoemd; eigenlijk brengt de situatie dat met zich mee. Als er eenmaal zo'n burgeroorlog is, als er honger is en als er pest is, dan worden aasdieren daardoor aangetrokken.⟨/p> ⟨p>U begrijpt het: we doen nu gewoon Bijbelstudie en we kijken wat er in de tekst staat, maar ondertussen hoop ik dat het door deze beschrijving ook duidelijk wordt hoe afschuwelijk dit is. Dit is zo afschuwelijk, wat er gaat plaatsvinden in het land. Dit zijn allemaal stappen en fases op weg naar de inbezitneming van het land. Voordat het land in bezit genomen wordt door de enige echte Rechthebber, gaat dit zich voltrekken. Er wordt niet eens bij gezegd dat dit oordelen zijn; het zijn zegels die geopend worden. Dit zijn fases die zich voordoen alvorens het land weer teruggekomen is in de familie middels de enige Rechthebber, de go'el.⟨/p> ⟨p>Ik wil trouwens nog iets zeggen wat ik me herinner ooit eerder gezegd te hebben, toen we het hadden over Mattheüs 24. Daar wordt in vers 7 en omliggende verzen gesproken over oorlog, over hongersnood en over pestilentie. Trouwens, eerst nog over valse christussen die vrede brengen of prediken en claimen — het is exact dezelfde volgorde als die in Openbaring 6 wordt genoemd. Dus niet alleen dezelfde dingen worden genoemd, maar in de rede op de Olijfberg wijst de Heer dus op exact dezelfde volgorde: oorlogen, hongersnoden, pestilentiën na die vrede die is weggenomen. Dit zijn trouwens allemaal — de eerste ruiter bij het eerste zegel niet — de vrede die er aanvankelijk zal zijn voordat de grote verdrukking er is, voordat dat afgodsbeeld in de tempel geplaatst zal worden. Het komt er eigenlijk ook op neer, maar dat zeg ik even terzijde omdat het een onderwerp apart is (hoewel we het erover gehad hebben): daar gaan wij ook nog wel mee te maken krijgen. Slik niet, Tony! Die vrede zal namelijk weggerukt worden.⟨/p> ⟨p>Op het moment dat dit afgodsbeeld aanbreekt, lees je dat de wederhouder wordt weggenomen. Dat betekent dus dat die vrede die eraan voorafgaat – wanneer iedereen zal zeggen: "vrede, vrede" – ja, dat zullen we nog meemaken. Dat is voor ons juist de aanwijzing. Die eerste ruiter gaan wij dus ook nog zien. Ik zeg "wij", en dan ga ik er natuurlijk gemakshalve van uit dat het allemaal zeer aanstaande is, maar dat is weer een onderwerp apart. Dat hadden we toch allang met elkaar afgesproken? Dat het zo is, dat hebben we toch allang geregeld.⟨/p> ⟨p>Maar goed, dat neemt niet weg dat er vreselijke dingen gebeuren: die dag van benauwdheid voor Jakob. Want dat is waar we het hier over hebben; dat is wat met deze ruiters beschreven wordt. Zal ik nog een ruiter doen? Nee, de ruiters zijn er niet meer. Weet je wat? Dan houden we het hier even bij en gaan we eerst pauzeren. Het is trouwens het laatste wat ik erover wil zeggen, want die zeven zegels zijn onderverdeeld in vier en drie. Dat zie je trouwens altijd in het boek Openbaring: als er sprake is van zeven, is dat altijd verdeeld in vier en drie. Hier ook weer. De eerste vier zijn de vier ruiters. En nu het vijfde, het zesde en het zevende zegel, maar daar hebben we het vandaag sowieso niet meer over. Dat is weer van een andere categorie. Het lijkt mij dus een mooi moment om nu te pauzeren.⟨/p> ⟨p>Oké vrienden, wij gaan weer verder. We zijn inmiddels aangekomen bij het vijfde zegel, terwijl er in Openbaring 6 slechts zes zegels worden genoemd. Want dat zevende zegel is de afsluiting; daar gaan we het de volgende keer over hebben. Trouwens, strikt genomen wordt dat zevende zegel pas genoemd in hoofdstuk 8 vers 1. Maar goed, we hebben inmiddels dus gezien dat het land wordt overgedragen aan de enige Rechthebbende, namelijk het Lammetje. Hij opent de zegels.⟨/p> ⟨p>Behalve het eerste zegel, dat spreekt van een schijnvrede die zal aanbreken en zich zal vestigen in het land en daarbuiten, gaan de andere zegels allemaal over wat er zal gebeuren in de tijd van verdrukking – de grote verdrukking. Eigenlijk speelt het tweede, derde, vierde, vijfde en zesde zegel zich allemaal af in 42 maanden, oftewel 1260 dagen, oftewel drieënhalf jaar. Dat is de periode waar we het over hebben. Alleen die periode van dat eerste zegel, de eerste ruiter, valt daarbuiten. Hoe lang dat precies duurt? Sommige mensen weten te vertellen dat dat ook drieënhalf jaar is, maar dat weet ik dan weer niet. Door Bijbelstudie word je soms ook weleens een keertje van kennis verminderd; het kan zijn dat je dacht iets te weten, maar dat het toch net even anders blijkt te zijn. Goed, over het vierde zegel hebben we het gehad en dan komen we nu in vers 9.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-7" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3130" title="Speel af vanaf 52:10">▶ 52:10⟨/button> ⟨span>Het Vijfde Zegel: de Zielen Onder het Altaar Roepen Om Recht⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Toen het Lammetje – of eigenlijk het ‘Lammetje’, we weten over wie het gaat – het vijfde zegel opende, nam Johannes iets waar onder het altaar. Wat neem je normaal gesproken onder een bijbels altaar waar? Bloed. Daar wordt immers een dier geslacht en het bloed wordt opgevangen onder het altaar. Het gaat hier over het bloed van slachtoffers in de dienst van God. Dat is precies waar het bij de opening van het vijfde zegel ook over gaat: er worden inderdaad slachtoffers gezien; er wordt bloed gezien van slachtoffers die in de dienst van God geslachtofferd zijn. Dat zou je kunnen verwachten als je dit leest, en ik zeg het expres nu al zo, omdat dat precies het geval is als je vervolgens de beschrijving leest.⟨/p> ⟨p>Er staat: toen nam ik waar onder het altaar de zielen van hen die geslacht waren. Je verwacht onder een altaar letterlijk bloed te zien, maar het gaat hier niet over een letterlijk altaar en ook niet over letterlijk bloed. Wat hij ziet, zijn de zielen van hen die geslacht zijn. In de Bijbel is dat sowieso synoniem: een ziel en bloed. De stelregel hiervoor vinden we in Leviticus 17 vers 11: de ziel van alle vlees is in het bloed. Dus daar waar de ziel gezien wordt, wordt bloed gezien, of vice versa.⟨/p> ⟨p>De zielen van hen die geslacht waren... We hadden het er al eerder over bij het derde zegel, dat geopend werd over een burgeroorlog en over slachting. Een enorme controversie onder het volk. Hier lees je overigens ook expliciet waarom ze geslacht worden: namelijk vanwege het woord van God en vanwege het getuigenis dat zij hadden. Feitelijk is dat hetzelfde, want het getuigenis dat zij hadden, is het woord van God. Daar getuigden zij van en dat hebben ze met de dood moeten bekopen. Zij zijn dus geslacht en Johannes ziet in symboliek die zielen daar.⟨/p> ⟨p>We hadden het er in de pauze nog even over: we weten dat op het moment dat het afgodsbeeld in Jeruzalem geplaatst wordt en de offerdienst gestaakt wordt, dat het uiterste moment is om naar de woestijn te vluchten. Degenen die in die woestijn een plaats hebben gevonden, een onderduikadres, worden daar gedurende 1260 dagen verzorgd en beschermd; hen overkomt niets. Maar degenen die niet gevlucht zijn, gaan de grote verdrukking meemaken. Zij kunnen dan ook niet meer naar die veilige locatie toe. Vanaf het moment dat het afgodsbeeld geplaatst wordt, gebeurt er nog iets. De offerdienst wordt gestaakt, maar vanaf dat moment gaan er ook twee getuigen optreden. Dat is Openbaring 11 – ik loop erg op de muziek vooruit, maar daar staat dat zij gedurende die periode zullen getuigen. Op hun getuigenis zullen er velen – hoeveel weet ik niet, ik vermoed een derde van het volk – tot geloof komen. Dat getal van een derde ontleen ik aan het boek Zacharia, dat spreekt over een deel van het derde dat gelouterd zal worden.⟨/p> ⟨p>Hoe dan ook, een deel zal gedurende die tijd van grote verdrukking tot geloof komen vanwege het getuigenis van die twee getuigen, die daar overigens ook beveiligd optreden. Je zou zeggen: hoe houden die twee mannen het uit in het hol van de leeuw terwijl ze daar staan te getuigen en te profeteren? Wel, ze kunnen niet gedood worden. Velen zullen door dat getuigenis geraakt worden, maar dat betekent dan ook dat zij zich op een heel onveilige plek in het land bevinden en hun getuigenis met de dood zullen moeten bekopen. Dat is waar het hier over gaat. Wat Johannes ziet, zijn de vele zielen die afgeslacht zijn vanwege het woord van God. Zij zijn omgekomen in de tijd van Israëls grote verdrukking vanwege het getuigenis dat zij hadden. Dan kost het je echt wat hoor; dan is het niet meer de tijd dat je met de nek wordt aangekeken omdat je iets gelooft. Nee, dan gaat gewoon de kop eraf. Echt waar. Vandaar dat het een afschuwelijke, een grote verdrukking is. De Heer Jezus waarschuwt daar ook diverse keren voor: de tijd die dan in het land zal zijn.⟨/p> ⟨p>En zij schreeuwden met luide stem. Ze riepen eigenlijk heel krachtig; ze schreeuwden met luide stem. U begrijpt dat dit figuurlijk is. Dat ze zich onder het altaar bevonden was figuurlijk, maar dat schreeuwen ook. Want ja, hoe kunnen zielen die afgeslacht zijn nu schreeuwen? Ik geef toe: als je gelooft in een onsterfelijke ziel heb je dat probleem misschien niet, maar dan heb je weer andere problemen. Het punt is dat we soortgelijk taalgebruik al aan het begin van de Bijbel tegenkomen. In Genesis 4 vers 10 lees je over Abel, die ook geslacht werd. Hij bracht een slachtoffer, maar hij werd ook zelf geslachtofferd. Dan lees je dat Kaïn wordt opgeroepen en dat er tegen hem wordt gezegd: ‘Hoor, het bloed van uw broeder Abel roept tot Mij van de aardbodem.’ Hier in Openbaring zijn het zielen onder het altaar die schreeuwen en roepen, en in Genesis 4 lees je over het bloed dat roept. Nu roept bloed natuurlijk niet letterlijk, maar het kan wel schreeuwen. Zelfs behang kan schreeuwen, om maar eens een idioot voorbeeld te noemen. Hier is het bloed dat roept; het schreeuwt om vergelding. Zulk afschuwelijk onrecht schreeuwt om vergelding, en dat is ook de bede, de schreeuw die hier klinkt.⟨/p> ⟨p>Wat ik eigenlijk wil zeggen, is dat die zielen die schreeuwen om vergelding enerzijds, en het bloed dat in Genesis 4 roept van de aardbodem anderzijds, feitelijk hetzelfde zijn. Dat bloed, dat is de ziel. Dat is precies wat je onder een altaar mag verwachten. En dan staat er vervolgens bij: ‘En ze zeiden: Tot hoelang, o heilige en waarachtige Heerser?’ Gaat dit nog door? Heerser, of ‘Despoot’. Die roep zal dan klinken. Ik moet nu ook denken aan Mattheüs 24, waar staat dat indien die dagen niet ingekort zouden worden, er geen vlees behouden zou worden. Vandaar de vraag: ‘Tot hoelang, o heilige en waarachtige Heerser? Oordeelt U niet en verschaft U geen recht van ons bloed aan degenen die op het land wonen?’ Of op de aarde wonen, daar heb je weer dat punt. Je komt diezelfde vragen iedere keer weer tegen.⟨/p> ⟨p>Hoe lang nog? Dat is de vraag. Hoe lang kan dit nog duren, dit schreeuwende onrecht? Wanneer vindt hier vergelding plaats en wanneer wordt hier recht verschaft? U ziet, we bevinden ons hier weer echt op Israëlitische koninkrijksbodem, als u begrijpt wat ik bedoel. Het gaat om het verschaffen van recht. Wij leven nu in de genade; dit is niet de taal van onze gebeden of dankzegging. Ik weet niet hoe uw gebedsleven is, daar ga ik niet over, maar dit is niet de taal die we van Paulus leren. Natuurlijk laten we plaats voor de toorn, maar hier wordt het actueel: ‘Hoe lang nog? Oordeelt U niet, verschaft U geen recht van ons aan degenen die op het land wonen?’⟨/p> ⟨p>En aan elk van hen werd een wit gewaad gegeven. Eigenlijk is dat een wit doodsgewaad, want ze waren geslacht en ze rustten in het graf – dat staat er namelijk direct achter. Anders zou je aan een spook denken, aan iemand die nog geen lichaam heeft. Maar het is een wit doodsgewaad.⟨/p> ⟨p>En dat wit, hoezo wit? Dat heeft de belofte van opstanding in zich. Als zwart de kleur is van de dood, wat zou wit dan zijn? Van leven toch? En hoezo dan wit? Daar zit een belofte in. Elk van hen werd een wit gewaad gegeven. Dit is pure symboliek natuurlijk, maar de sprake is volstrekt helder. Namelijk, tot hen werd uitgesproken dat zij nog een kleine of korte tijd zouden rusten. Ze waren geslacht, hun bloed had gevloeid, ze zijn dood en zij rusten nu in het graf.⟨/p> ⟨p>Die kleine tijd, dat is na de 42 maanden. Of om precies te zijn: op de 1335-ste dag. Dat wordt in Daniël 12 gezegd – we hebben het daar ook al eens eerder over gehad – en dan vindt die opstanding plaats. Maar zolang moeten ze wachten. Gedurende die tijd, een korte tijd is het, is het zo verschrikkelijk heftig dat het ook maar goed is dat ze zodanig beperkt en afgemeten is. Zolang moeten ze dus nog rusten, tot die termijn.⟨/p> ⟨p>Er staat bij: "tot ook het getal compleet zou zijn van hun medeslaven en hun broeders die op het punt staan gedood te worden, evenals zij." Dus het eind is nog niet in zicht; er volgen er nog meer. Deze bede en deze schreeuw om rechtsverschaffing en wraak vindt midden in die grote verdrukking plaats. En de vraag is dan: hoe lang nog? Nou, tot de termijn, tot die tijd die gesteld is voorbij is. Maar tot die tijd blijft de slachting voortgaan. Dat is het. Afschuwelijk, maar zo staat het. Het getal moet compleet zijn en er staan er nog velen op het punt gedood te worden, evenals zij.⟨/p> ⟨p>Nu denk je echt: als de nood het hoogst is, is de redding nabij. Dat is ook zo, want hier in het zesde zegel krijg je de grote ommekeer.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-8" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3916" title="Speel af vanaf 01:05:16">▶ 01:05:16⟨/button> ⟨span>Het Zesde Zegel: de Grote Aardbeving en Kosmische Tekenen⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Het zesde zegel. Want wat gebeurt er bij de opening van dit zesde zegel? In vers 12 staat: "En ik nam waar, toen het Lammetje het zesde zegel opende, dat er een grote aardbeving geschiedde." Dan weten we direct over welke aardbeving het gaat. Dat is namelijk een aardbeving in Jeruzalem. Het is de scheuring van de Olijfberg, waarover we lezen in Zacharia 14, maar ook de instorting van een tiende deel van de stad, zoals Openbaring 11 dat beschrijft aan het einde van de geschiedenis van de twee getuigen. Dat het hier om Jeruzalem gaat, is onmiskenbaar, want er staat bij dat het de stad is alwaar ook hun Heer gekruisigd werd. Dat is geografisch volstrekt bekend.⟨/p> ⟨p>Daar zal dus een grote aardbeving geschieden en dan komen we op een heel bekend profetisch moment. Dit markeert een geweldig groot gebeuren, want er staat: "en de zon werd zwart als een haren zak en de maan werd geheel als bloed." Hoe vaak hebben we dat al niet gezien? Altijd weer wijst dat op dat ene moment, namelijk dat de Heer zal verschijnen op de Olijfberg. Dan wordt het donker en wordt de zon verduisterd. We vinden dat in Jesaja 24 en Joël 2 vers 31 – een tekst die door Petrus op de pinksterdag trouwens ook wordt aangehaald. Maar denk ook aan Zacharia 14 vers 7 en Matthäus 24 vers 29. Daar wordt bijgezegd dat de zon haar schijnsel niet zal geven en de maan bloedrood zal zien. Het kan niet missen: het gaat over die specifieke gebeurtenis.⟨/p> ⟨p>In Matthäus 24 staat er bovendien bij: "En terstond na de verdrukking van die dagen zal de zon verduisterd worden en de maan haar glans niet geven en de sterren van de hemel zullen vallen." Dan weet je dat het om dat moment gaat. Er staat dat dan het teken van de Zoon des mensen zal verschijnen aan de hemel. Ik citeer nu vrij uit Matthäus 24 vers 29 en 30: daar zal het teken van de Zoon van Adam, de Ben-Adam, verschijnen aan de hemel en de stammen van het land zullen zien wie zij doorstoken hebben. Dat is het moment dat Israël oog in oog komt met haar Messias en om Hem geroepen zal hebben. En dan zal Hij komen. Dát is het zesde zegel.⟨/p> ⟨p>Ik vind het onvoorstelbaar... ik las een verklaring waar ik overigens veel van geleerd heb en die ik helemaal niet wil zwartmaken, namelijk de verklaring van het boek Openbaring van Willem Ouweneel. Hij zegt over de zeven zegels dat dit allemaal nog vóór de grote verdrukking plaatsvindt. Dan denk ik: hè? Dit is onvoorstelbaar! Ik vind het echt onbegrijpelijk hoe je zoiets kunt zeggen. Het zesde zegel is juist het einde van de grote verdrukking. Of de opening van het zesde zegel, dat moet ik eigenlijk zeggen. Hoe het tweede, derde, vierde en vijfde zegel allemaal nog vóór de grote verdrukking geplaatst kunnen worden... Nou, sorry, maar ik vraag me werkelijk af hoe je daarbij komt.⟨/p> ⟨p>Dat komt waarschijnlijk ook – en daar ben ik vast van overtuigd – omdat men over het algemeen totaal geen idee heeft van het verschil tussen de zegels en de bazuinen. Men beseft niet dat eerst Israël in bezit genomen zal worden en dat vanuit Israël vervolgens het evangelie van het Koninkrijk over de aarde zal gaan, in de tijd dat de oordelen over de volkerenwereld gaan. Dat onderscheid wordt nooit gemaakt. Wat men doet, is het hele eindtijdgebeuren van de gerichten samenvatten in die drieënhalf jaar, althans bij de uitleggers die de letterlijke koers volgen. Dan kom je absoluut totaal niet uit.⟨/p> ⟨p>Maar goed, even terug naar het zesde zegel: "De zon werd zwart als een haren zak en de maan werd geheel als bloed. En de sterren van de hemel vielen in het land." Ik heb hier het citaat: "Onmiddellijk echter na de verdrukking van die dagen..." Aha, dus de verdrukking is op dat moment voor Israël ten einde. "Zal de zon verduisterd worden en de maan zal het lichtschijnsel van haar niet geven en de sterren zullen vallen vanaf de hemel." Ik ga er dus echt van uit dat dit een kosmisch fenomeen is; niet alleen een meteorenregen of iets dergelijks. Nee, de sterren zullen vallen vanaf de hemel en de machten van de hemel zullen geschud worden.⟨/p> ⟨p>Dan staat er in vers 30 dat het teken van de Zoon des mensen zal verschijnen en dat de stammen van het ene einde van de hemel tot aan het andere einde verzameld zullen worden. Dat is de verzameling van Israël, maar dat is Openbaring 7; daar gaan we het de volgende keer over hebben. Als je het eenmaal ziet... ja sorry, het klinkt heel Cruijffiaans natuurlijk: je gaat het pas zien als je het doorhebt. Echt in die orde ligt het. En dan ga je vervolgens, zoals zo vaak bij ontdekkingen, denken: hoe is het in vredesnaam mogelijk dat ik dit niet eerder heb gezien?⟨/p> ⟨p>We spreken hier in Matthäus 24 dus inderdaad over de verschijning van de Zoon des mensen, de verzameling van Israël en de zon en de maan die hun glans niet meer geven. Bovendien vallen de sterren van de hemel in het land. Dat is precies het moment dat de Messias zal verschijnen na de verdrukking. We weten exact waar we het zesde zegel moeten plaatsen: niet ervoor, maar daarna.⟨/p> ⟨p>Er staat nog bij: "en de sterren van de hemel vielen, zoals een vijgenboom de verschrompelde vijgen van haar werpt, wanneer zij door een grote wind geschud wordt." De vijgenboom is trouwens ook een beeld van Israël. Je kunt het je zo voorstellen: de vruchten die zijn blijven hangen en helemaal verschrompeld zijn, vallen ter aarde als er in het najaar een grote wind overheen komt. Dan blijft er niets meer over. Zo valt dat allemaal ter aarde; dat is wat hier beschreven wordt.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-9" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4387" title="Speel af vanaf 01:13:07">▶ 01:13:07⟨/button> ⟨span>De Geopende Hemel: de Boekrol Wordt Uitgerold⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En dan staat erbij dat de hemel terugweek als een boekrol die wordt gerold. Ja, nu komen we op nog een punt, want meestal wordt hier vertaald met 'opgerold'. Ik hoop niet dat ik straks bonje met Menno in de auto krijg; die heeft 'opgerold' en meestal wordt het ook zo opgevat, maar is dat letterlijk 'gerold'? Eerlijk gezegd geloof ik niet dat de hemel hier wordt opgerold, maar gewoon gerold, maar dan niet in de zin van opgerold, maar juist uitgerold. Ja, ik geef hem de ruimte; dat wordt nog een gesprek hoor, in de auto.⟨/p> ⟨p>Het lijkt me heel goed: die boekrol wordt gerold. Niet opgerold, maar uitgerold. Waarom? De hemel gaat namelijk open, zoals die boekrol opengaat zodat men erin kan zien. Dat is juist het idee. Die hemel wordt uitgerold zodat ze in die hemel kunnen kijken. Dat lijkt mij heel logisch, want dat is precies wat we in de volgende verzen lezen; degene die dan verschijnt vanuit de hemel, die zien zij. Dus ik geloof wel dat die hemel terugwijkt, maar niet opgerold wordt als... nee, die wordt niet als een boekrol opgerold, maar ja, je moet het objectief vertalen. Dan is het 'gerold', maar in de zin van uitgerold, zodat je kunt lezen wat er in die boekrol staat. Zolang die boekrol is opgerold, heb je er geen inzage in en zie je niet wat erin zit, maar op het moment dat die boekrol wordt uitgerold, dan kun je het lezen. En dat is precies wat er straks gebeurt: die hemel wijkt terug en die wordt gerold, en dan kunnen mensen zo in de hemel kijken.⟨/p> ⟨p>Ja, oh ja, je bedoelt dat als je hem uitrolt, dat het eigenlijk ook een oprollen is, maar dan vanaf de andere kant bekeken? Ja oké, dat is een goeie. Oh, maar dan krijgen we toch energie! Ja, precies. Nee, maar dat is wel wat er gebeurt, want bij zo'n boekrol geldt: als je de ene kant oprolt, dan rol je de andere kant uit, toch? Hoe dat ook zij, het idee is juist dat die boekrol wordt geopend. Dat lijkt mij wel van belang, want dan begrijp je ook precies waarom deze vergelijking gemaakt wordt, namelijk zodat men inzage daarin heeft.⟨/p> ⟨p>Er staat nog bij: 'en elke berg en eiland'. Ik denk trouwens ook hier weer: in het land. Het werd van zijn plaats bewogen, dus het heeft een enorme reikwijdte. Ook hier denk ik niet wereldwijd, maar gewoon weer binnen de sfeer, binnen de scope zoals dat heet van Openbaring 6. Dan moet ik even doorgaan. Wij zijn dan gelukkig een etage hoger, Tony. Ja, dan zijn wij gepromoveerd, bevorderd tot hoger heerlijkheid. De mannelijke zoon wordt weggerukt tot God en Zijn troon, en dan zal die grote verdrukking juist hier gaan plaatsvinden. Zeker, dat is wel een geruststellende gedachte.⟨/p> ⟨p>Sorry? Ja, precies. Ja, wacht even, wacht even. Ja, daar moet ik wel bij zeggen: want op het moment... kijk, wij worden weggerukt op het moment dat het afgodsbeeld geplaatst wordt, dan krijgen we die grote verdrukking. Maar als Hij zal verschijnen, dan zal Hij verschijnen met de Zijne en dan zijn we erbij, maar dan vanaf de bovenkant zeg maar, vanuit de hemel. Dus we maken het toch wel mee, maar van boven. Ja, absoluut. Maar goed, ik wil even nog verder gaan, want we zijn bij vers 15. Eerst nog even, want ik had me voorgenomen om Openbaring 6 te bespreken, en er staat bij...⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-10" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4678" title="Speel af vanaf 01:17:58">▶ 01:17:58⟨/button> ⟨span>De Invasie Vanuit de Hemel en de Grote Dag van de Toorn⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En de koningen van het land... u moet zich realiseren dat bij deze gelegenheid de volkeren allemaal in het land verzameld zijn. De volkeren zullen optrekken naar Jeruzalem en juist in de grootste nood zal het gelovig overblijfsel – dat derde deel dat is overgebleven – de Naam aanroepen. Dan zal Hij verschijnen. Maar er zullen er dus velen zijn, internationaal en ook van aanzien, zoals je ook leest in Openbaring 11. De koningen van het land en de groten, de hoofdmannen over duizend, de rijken, de sterken en elke slaaf en vrije verborgen zich in de grotten en in de rotsen van de bergen.⟨/p> ⟨p>Dit vindt allemaal plaats in het land, meer specifiek in en rondom Jeruzalem. Maar waarom? Ze zien iets enorms, vandaar dat ze zich verbergen. Ze zeiden tot de bergen en de rotsen: "Val op ons en verberg ons voor het aangezicht van Hem die zit op de troon en voor de toorn van het Lammetje." Ze weten het en ze zien het; de hemel gaat dan open. Ja, dan zien ze Degene die verschijnt. Hij komt echt, dat staat er. Hij ging ooit weg en een wolk onttrok Hem aan hun ogen, maar als Hij straks komt, dan is dat ook weer met de wolken. Dan gaat de hemel open en degenen die dan in het land zijn, zullen dat zien. Ja, aller oog zal Hem zien.⟨/p> ⟨p>Dat is dus echt een invasie. Ik geef toe, dit klinkt heel sciencefictionachtig, maar dit is een invasie vanuit de hemel. Op dat moment zal Hij verschijnen, zo staat het geschreven. Hoe je je dat moet voorstellen? Dat weet ik niet. Maar in ieder geval gaat de hemel open en zij zien Hem die daar op de troon zit. Men weet dus met wie men van doen heeft. Vanaf dat moment – ik denk zelfs al iets eerder – is er geen atheïst op de hele wereld meer te bekennen. Heeft het atheïsme toekomst? Dat is wel een leuke titel voor een lezing: "Heeft het atheïsme toekomst?" Het antwoord is: nee. Hooguit nog enkele jaren of een decennium, maar meer zeker niet. Dan is er geen atheïst meer te vinden. Het is nu al erg onverstandig om daarin te geloven, maar dan is het zo klaarblijkelijk. Het is zo evident en gewoon zichtbaar vanuit de hemel.⟨/p> ⟨p>De hemel gaat dan namelijk open en ze zien Hem die daar zit op de troon. Ze weten ook dat ze te maken krijgen met de toorn van het Lammetje. De Naam wordt aangeroepen, iets wat Israël nooit heeft gedaan, maar dan zullen ze de Naam aanroepen. Dan zal Hij verschijnen en dan zullen ze zien wie zij doorstoken hebben. Wat Hij doet, is optreden als een krijgsman. "Krijgsheer" staat er ook in Zacharië 14. Dan gaat Hij het namelijk opnemen voor Zijn volk. Hij creëert een vluchtweg, maar Hij gaat ook strijden tegen de volkeren.⟨/p> ⟨p>Wat je eigenlijk vanaf dat moment krijgt, is een invasie vanuit de hemel. Israël wordt tot bezit gemaakt en vanuit dat land gaat het Koninkrijk uitgebreid worden. Dat betekent in feite dat er ter plekke een wereldconflict wordt gecreëerd vanuit Degene die op de troon zit en door de toorn van het Lammetje. Want het is een Lammetje, maar geen mak lammetje. Hij zal het dan gaan opnemen en daadwerkelijk wraak oefenen over de volkerenwereld. In feite is dat ook de beschrijving van de zeven bazuinen en schalen die dan de wereld gaan treffen.⟨/p> ⟨p>Dat gaat dan breken. De hemel is geopend en dan staat er in het laatste vers dat ze tot de bergen en de rotsen zeggen: "Val op ons, verberg ons." Want ze zien boven Iemand die op de troon zit en ze weten ook dat ze te maken krijgen met de toorn van dat Lammetje. Waarom? Omdat the grote dag van hun toorn kwam. "Is gekomen", zegt de NBG-vertaling. Die kwam nu. Met de verschijning uit de hemel van dat Lammetje, van Degene die de Ben Adam is, weten ze dat er met die Persoon niet te spotten valt. Ze bevinden zich daar in het land en daarmee krijgen ze van doen met de toorn en die grote dag die bij die gelegenheid gaat aanvangen.⟨/p> ⟨p>De grote dag van de toorn begint dan, bij de opening van het zesde zegel. Oftewel, de opening van het zesde zegel – dat is ook een mooie voor een schema, Jacco – markeert het einde van de grote verdrukking, "na de verdrukking van die dagen", maar het is het begin van de grote dag van de toorn voor de wereld. Een logisch concept toch, zoals dat in het boek Openbaring wordt geschilderd? Ja, en dan staat er nog bij dat die grote dag van de toorn bij die gelegenheid inderdaad is begonnen.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-11" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="5061" title="Speel af vanaf 01:24:21">▶ 01:24:21⟨/button> ⟨span>De Cliffhanger: Wie Kan Standhouden?⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Er staat bij: wie kan dan standhouden? Wie kan standhouden? Dat is de vraag. Wie is daartegen bestand? En feitelijk is dat een soort cliffhanger. Ja, niet alleen voor mij nu, maar eigenlijk ook om door te lezen. Want Openbaring 6 eindigt met een vraag, en Openbaring 7 geeft het antwoord.⟨/p> ⟨p>Wie kan standhouden? Het antwoord is: de 144.000 en de grote schare uit alle volkeren. Want wat er gebeurt op het moment dat de Heer zal verschijnen uit de hemel op de Olijfberg, is een grote aardbeving. De zon geeft haar glans niet meer, de maan evenmin, en de sterren vallen van de hemel. Bij die gelegenheid zal de hemel opengaan, en dan zal de Ben Adam gezien worden. Ja, want Hij verschijnt. Dat is die invasie waar ik het over had. Hij zal komen, en wat Hij dan doet – dat lazen we ook in Mattheüs 24 en op heel wat andere plaatsen – is dat Hij het volk van de twaalf stammen van alle einden van de aarde zal verzamelen.⟨/p> ⟨p>Dat wil zeggen dat er een vluchtweg wordt gecreëerd voor het volk dat daar in het land is. Maar vergis je niet: het grootste gedeelte van het volk bevindt zich nog buiten de landsgrenzen. Van alle kanten, uit alle hoeken van de aarde, zullen ze worden verzameld. En dat is die grote schare waar Openbaring 7 over spreekt.⟨/p> ⟨p>Uit die grote schare – maar nu loop ik echt vooruit op de volgende keer, dat moet ik dus allemaal nog toelichten – wordt er vervolgens een selectie van 144.000 jonge mannen geselecteerd. Zij worden vervolgens verzegeld om hun missie in de gevaarlijke wereld te gaan vervullen. Maar ze worden daar ook heel stelselmatig voor beschermd.⟨/p> ⟨p>Dus: wie kan dan standhouden? Het antwoord is: het volk dat dan in het land is, want dat is inmiddels in veiligheid gebracht. De Messias is gekomen. In werkelijkheid is wat ik nu even kort zeg natuurlijk een heel proces. Hij zal verschijnen en vervolgens ook naar de woestijn gaan, waar al een deel van het volk was. Vervolgens zal Hij optrekken vanuit de woestijn, via de Kings Highway, en het land in bezit gaan nemen.⟨/p> ⟨p>En dan die selectie van die 144.000. Welnu, zij zijn allemaal bestand; zij kunnen standhouden voor die grote dag van toorn die dan gaat beginnen. Zo ben ik dan toch bij het einde van hoofdstuk 6 aangekomen, en ik zie dat het vijf voor tien is. Dus het lijkt mij een mooie gelegenheid om hier een punt te zetten.⟨/p>