⟨h3 id="hoofdstuk-1" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="0" title="Speel af vanaf 00:00">▶ 00:00⟨/button> ⟨span>Introductie en het Perspectief van de Dag Des Heren⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Dat was mooi, Wolter. Die boodschap zit, hè? Ik bedoel nu niet jijzelf, maar deze boodschap; die staat en die zit. Ook van mijn kant een hele goede avond. Fijn dat u er allemaal weer bent. Ik zie dat u in grote getale gekomen bent; er zijn nog een paar plekjes vrij, maar niet eens zo gek veel. Ook wil ik een groet uitbrengen naar de kijkers thuis. Ja, zo kun je het ook formuleren. Er zijn mensen die het erg op prijs stellen dat dit zo wordt opgenomen en dat dit live gevolgd kan worden, dus bij dezen: ook zij zijn hierbij betrokken. In werkelijkheid zitten er hier dus nog veel meer mensen. Hebben jullie daar eigenlijk kijk op, hoeveel mensen dit bezien? Ik meen dat we daar van Rob wel eens over hebben gehoord, maar goed, dat maakt ook niet uit.⟨/p> ⟨p>Wij gaan vanavond weer verder met het boek Openbaring. U had natuurlijk ook niet anders verwacht. We zijn nog steeds bezig met de brieven die we in Openbaring 2 en 3 aantreffen, en het is echt niet de laatste avond daarvan. We hebben daar inmiddels al een aantal keren over nagedacht. Eén keer hebben we ons beziggehouden met de zeven brieven in hun totaliteit en de setting waarin ze staan. Daarbij hebben we op voorhand al een aantal belangrijke overwegingen besproken. Wat we daarbij vooral hebben gezien, is dat de ekklesia’s – de gemeenten dus, maar ik spreek meestal van de ekklesia’s, naar het Griekse woord dat ervoor gebruikt wordt – die hier worden aangeschreven, ekklesia’s zijn in de Dag van de Heer.⟨/p> ⟨p>Hoewel het ongetwijfeld ook een historische achtergrond heeft – dat wil zeggen dat er ook ekklesia’s waren in de dagen van Johannes: Joodse gemeentes, synagoges, Messias-belijdende synagogen zo u wilt – zal dat waar zijn, maar dit hele boek moet gesitueerd worden in de Dag van de Heer. Dat is het perspectief: Johannes was in de Dag van de Heer verplaatst. Ook de brieven die hier worden opgetekend en de plaatsen die worden aangeschreven, zijn plaatsen in de toekomende tijd. Inmiddels zijn wij... we hebben het zojuist in de auto ook nog overwogen, want u weet: wij hebben op weg hiernaartoe altijd hele boeiende gesprekken. Toen zei Menno – en niemand kan hem daarin ongelijk geven – dat we inmiddels bijna tweeduizend jaar dichterbij zijn. Inmiddels is die periode, die tijdspanne van tweeduizend jaar, heel markant. Juist in het profetisch perspectief is dat zo, daar hebben we bij andere gelegenheden wel bij stilgestaan. Dat maakt de bespreking van dit boek zo enorm actueel.⟨/p> ⟨p>Wij leven in de nadagen van de Verborgenheid, de tijd waarin de Heer zich verbergt en waarin de brieven van de Verborgenheid hun actualiteit hebben. Dat loopt op zijn eind en dat betekent dat als de Verborgenheid ten einde is, de Openbaring gaat beginnen. Dat wil zeggen: dan zal de Heer uit de verborgenheid treden en openbaar worden. Dat is waar dit boek over gaat. Een andere term voor die periode is de Dag van de Heer. Dan zijn we ook weer helemaal in een Israëlitische sfeer of, zo u wilt, in een Joodse setting.⟨/p> ⟨p>Ook deze ekklesia’s waren toen op voorhand al een belangrijke overweging. We doen niet zozeer die ontdekking, maar we worden er voortdurend in bevestigd dat het inderdaad om Joodse gemeenten gaat, en dat is ook heel logisch. Want als het Koninkrijk openbaar wordt, dan gaat dat via het volk Israël, dat immers bestemd is om een volk te zijn van koningen en priesters. Daar begon het boek in Openbaring 1 natuurlijk al mee.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-2" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="297" title="Speel af vanaf 04:57">▶ 04:57⟨/button> ⟨span>Terugblik op de Ecclesia te Smyrna⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>We hadden inmiddels al een brief besproken, namelijk die aan de boodschapper van de ekklesia te Efeze. Inmiddels waren we al aangekomen in Smyrna. Zo noem ik het nu iedere keer; ik kan het nu eenmaal niet meer anders zeggen. Maar Izmir, dat is de huidige naam van deze grote stad. We hebben daar al een paar verzen van gelezen en ik stel voor dat we dat stukje eerst nog eventjes lezen vanaf het begin – dat is niet zo'n hele opgave – om weer even in de sfeer te komen.⟨/p> ⟨p>"En schrijf", zo wordt tegen Johannes gezegd, "aan de boodschapper van de ekklesia in Smyrna: Deze dingen zegt de eerste en de laatste." Waarmee dus ook is aangegeven dat degene die aan het woord is, zicht heeft op de dingen die gaan komen. Hij staat immers aan het begin en Hij staat aan het einde; Hij heeft de hele regie in handen. "En Hij werd een dode" – zo wordt het echt geformuleerd, we hebben dat overwogen – "en Hij leeft."⟨/p> ⟨p>Vervolgens wordt er tegen die boodschapper van de ekklesia gezegd: "Ik weet van je verdrukking." In de NBG-vertaling wordt er altijd gesproken van 'u', en dan heb je niet in de gaten of het in het enkelvoud of in het meervoud is. 'U' kan immers beide zijn, terwijl dat in het Grieks onmiskenbaar is. In dit geval gaat het om het enkelvoud, en daarom geef ik er de voorkeur aan om te spreken van 'je'. Dan weet je direct: aha, dat staat dus in het enkelvoud. Later wordt er dan weer gesproken over 'jullie'. Dat wordt afgewisseld, en dat is natuurlijk niet voor niets.⟨/p> ⟨p>"Ik weet", staat er dan, "van je verdrukking en de armoede – maar je bent rijk." Dat wil zeggen dat die armoede de uiterlijke omstandigheden tekende, maar in werkelijkheid zijn ze hartstikke rijk. Want u weet: echte rijkdom zit van binnen. Dat zit niet aan de buitenkant, maar dat zit hier. En dat waren ze. De Heer zegt er nog iets bij: "Ik weet van jouw verdrukking, de armoede, maar je bent rijk, en de laster vanuit degenen die zeggen dat zijzelf Joden zijn." We hebben dat de vorige keer ook onderstreept: er staat zo sterk dat zij zeggen dat zijzelf Joden zijn, maar ze zijn het niet; ze zijn een synagoge van de satan.⟨/p> ⟨p>Dat was ongeveer het laatste wat we hadden gezien, als ik me niet vergis. Want die synagoge van de satan wil eigenlijk zeggen dat zij pretendeerden Joods te zijn, maar ze ontkenden dat deze ekklesia echt Joods was. Wat zij echter waren, was een synagoge van de tegenstander. We hebben er de vorige keer trouwens ook bij stilgestaan dat je in twee richtingen kunt denken. Ik weet niet eens of ik daarin een keuze moet maken, want misschien is het wel beide waar.⟨/p> ⟨p>Je kunt denken aan de Joodse zetting in de toekomst, waarbij er dan ook weer Messiasbelijdende synagoges zijn, maar waarbij het 'Joods zijn' betwist wordt door hun volksgenoten. Een synagoge van de tegenstander dus. Maar we hebben ook gezien dat je het in werkelijkheid wat dichter bij huis kunt betrekken, namelijk dat er zelfs een hele godsdienst is: de christelijke religie. Die claimt het geestelijk Israël te zijn; zij zouden eigenlijk de Joden zijn, zij zijn eigenlijk Israël. Feitelijk betwisten zij daarmee het recht van het etnische Israël, hun roots, maar ook de toekomst, de beloften en alles wat God aan dat volk heeft gegeven. Die controverse hebben we zo in beide richtingen overwogen, en dan gaan we nu weer verder met de eigenlijke bespreking.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-3" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="596" title="Speel af vanaf 09:56">▶ 09:56⟨/button> ⟨span>De Naderende Beproeving en Tien Dagen van Verdrukking⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Tot dusver was het nogal wat samenvatten en terugblikken, maar dan wordt de gelovigen een hart onder de riem gestoken: vrees niet voor het aanstaande lijden. We hebben te maken met het boek De Openbaring en we zien wat er allemaal nog op stapel staat. Dat lijden zal in die periode de wereld in het algemeen ten deel vallen, maar ook de ekklesia van Smyrna zelf zal daar haar portie van krijgen. Er wordt gezegd: vrees niet voor dat aanstaande lijden. Neem waar, of zie: de diabolos. Ik laat dat woord onvertaald. Ons woord 'duivel' komt gewoon van diabolos, maar het betekent de 'doreenwerper' of de 'lasteraar'. Die staat op het punt sommigen van jullie in de cel te werpen. Er wordt echt gesproken over 'werpen', dat is nog wat anders dan in de cel 'zetten'. Werpen is nog wat hardhandiger, zal ik maar zeggen. En er staat bij: opdat jullie beproefd zullen worden.⟨/p> ⟨p>Het gaat hier dus over die tijd dat de diabolos op aarde zal zijn geworpen, zoals dat in Openbaring 12 wordt beschreven. Dat is trouwens eventjes tussendoor: wat we doen in de bespreking van deze zeven brieven in Openbaring 2 en 3, is dat we ze voortdurend linken met passages die we later in het boek nog tegenkomen. Logisch, want het gaat namelijk over diezelfde tijd. Het is niet de tijd van nu; dit gaat over de toekomst. Het gaat over ekklesia's die in 'die dag' leven en die deze dingen ook gaan meemaken. Namelijk dat wat in hoofdstuk 12 beschreven wordt, dat de diabolos op aarde zal worden geworpen. Er wordt ook gezegd dat hij een aanklager van de broeders is. Er zal trouwens ook nationaal een enorme vete zijn. Je leest in de evangeliën ook dat de discipelen, de getrouwen, zullen worden overgeleverd door hun broeders. Dat geeft aan dat er sprake is van een enorme strijd en controverse binnen het volk. Dat onderstreept weer waar we het net over hadden: die synagoge van de satan. Dat kun je dus wel degelijk puur Joods opvatten.⟨/p> ⟨p>De diabolos staat op het punt sommigen van jullie in de cel te werpen, opdat jullie beproefd zullen worden. Getest. Elders lezen we bij Petrus — en volgens mij lees je die vergelijking wel vaker — dat het vergeleken wordt met het beproeven van goud. Dat wordt in de smeltkroes gedaan en dan komen alle onzuivere elementen naar boven. Wat geen goud is, komt aan het licht en kan er zo afgeschraapt worden. In elk geval wordt dat goud beproefd en gezuiverd; het is eigenlijk een test. Het echte goud komt daarmee aan het licht. Dat is wat beproeven eigenlijk is. Jullie worden beproefd. Dat is trouwens een prachtig beeld, want dat betekent dat wanneer je te maken krijgt met die verhitting, met de druk, met pijn en met moeite, het een test is. Dat wil zeggen dat eruit komt wat erin zit. Dat heeft een positieve uitwerking, hoe pijnlijk het ook is.⟨/p> ⟨p>En dan: jullie zullen een verdrukking van tien dagen hebben. Het is leuk om daar de commentaren op na te slaan, want die stellen zich dan de vraag wat de geestelijke betekenis daarvan zou zijn of hoe lang die periode echt zal duren. Alleen als ik het zo zeg, vind ik het al komisch worden: hoe lang zal die periode van tien dagen toch duren? Dat is net zoiets als de vraag hoe lang die duizend jaren in Openbaring 20 duren. Ja, hoe lang zal dat duren? Wat heb je, Tony? Ik zie je zo kijken, maar ik denk dat die periode gewoon tien dagen duurt. Ja, dat is wel heel gedurfd wat ik nu zeg en je moet er maar opkomen natuurlijk, maar ik zie ook geen enkele noodzaak om daar een andere periode van te maken. Waarom zou ik? Ik heb er geen moeite mee als je zegt dat tien nog een speciale betekenis heeft, maar kijk gewoon naar de gedachte hier zelf. Dit moet nog gebeuren. Er zal dus gewoon een periode zijn in Smyrna, het huidige Izmir, waarin er een verdrukking zal zijn van tien dagen.⟨/p> ⟨p>Ik neem het inderdaad net zo letterlijk als die tien dagen in Daniël 1 vers 12. Wat waren die tien dagen ook alweer? Ja, we gaan even naar Daniël. Daniël adviseert de overste van de hovelingen om hem en zijn drie vrienden tien dagen lang gewoon groente en water te geven. Hij zegt: over tien dagen moet je nog eens kijken. Even testen hè, even testen. En dan blijkt inderdaad na tien dagen dat ze er gezonder uitzien dan al die andere lui daar aan het hof. Maar daar wordt ook vastgesteld: tien dagen. Ik zie niet direct een link tussen die tien dagen in Daniël en deze tien dagen, behalve dat het dezelfde lengte van periode is. Daar wou ik het maar bij laten. Moeilijker hoeft dat denk ik niet te zijn.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-4" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1005" title="Speel af vanaf 16:45">▶ 16:45⟨/button> ⟨span>Trouw tot de Dood en de Lauwerkrans van het Leven⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Wordt er dan gezegd: "Word trouw tot de dood"? Dat betekent niet: wees trouw totdat je eenmaal een keer doodgaat aan een natuurlijke dood. Dat is hier niet de gedachte. De hele zetting is er een van strijd, verdrukking en moeite; zelfs zo dat het geloof in Hem je het leven kan kosten. En dan wordt er gezegd: "Word trouw tot de dood." Dus ook als het je leven kost: wees trouw. Dat is een andere gedachte dan: zolang je nog te leven hebt, tot op je sterfbed aan toe, wees trouw. Ik zeg niet dat er iets mis is met die gedachte, maar dat is niet de gedachte hier in Openbaring 2.⟨/p> ⟨p>"En Ik zal aan je geven de lauwerkrans van het leven." In de NBG-vertaling staat "de kroon des levens". Het Griekse woord dat hier wordt gebruikt, kennen we allemaal, vooral als de naam Stefanos. Want dat is de naam van die bekende martelaar die inderdaad trouw was tot de dood. Het is ook niet voor niets dat die man Stefanos heette. Maar in het algemeen is het idee van dat woord niet dat van een koningskroon; dat is een ander woord. Het gaat over een lauwerkrans. In de NBG-vertaling wordt dit woord helaas niet concordant weergegeven. De ene keer staat er "kroon", zoals in dit geval, andere keren staat er "krans". Eén keer wordt het zelfs weergegeven als de "doornenkroon" die de Heer Jezus kreeg, en ook als "erekrans". Het zijn allemaal vertalingen van één en hetzelfde Griekse woord: ⟨em>stephanos⟨/em>.⟨/p> ⟨p>Het idee is dat het een lauwerkrans is die gegeven werd aan atleten na de wedloop. Paulus spreekt daar ook letterlijk zo over, bijvoorbeeld in 1 Korinthe 9, maar hij gebruikt het vaker. Zijn hele loopbaan was eigenlijk die van een wedloop waarin het voortdurend afzien is. En weet je wat afzien is? Het is eigenlijk een negatieve formulering, maar het idee is dat je maar naar één ding kijkt. Dat betekent dat je afziet van al het andere en je oog op één ding gericht houdt. "Eén ding doe ik en ik heb mijn ogen gericht op dat doelwit." Van al het andere kijk je weg. Zoals een echte atleet gefocust is, volledig gericht op het winnen. Nou, zo was het leven van Paulus ook: gericht op het behalen van die erekrans, die lauwerkrans.⟨/p> ⟨p>En die wordt hier ook beloofd. Het zou boeiend zijn om daar wat dieper op in te gaan, maar dat zou een onderwerp voor de hele avond kunnen zijn. Ook voor ons als gelovigen, zoals ik zojuist al aangaf. Want ook Paulus spreekt daarover in de Korinthebrief, maar hij zegt bijvoorbeeld ook in de Filippenzenbrief en de Thessalonicenzenbrief tegen de gelovigen in Thessalonika en in Filippi: "Jullie zijn mijn erekrans straks in de openbaring van de Heer." Met andere woorden: hij had hen mogen bereiken met het Woord, met het Evangelie. Dat was Gods werk door hem natuurlijk, maar door hem heeft God dat werk kunnen doen. Daar zou hij blijvend aan herinnerd worden, want dat is het idee. Zoun lauwerkrans is niets anders dan de herinnering aan de prestatie die eerder is geleverd. Toch?⟨/p> ⟨p>Ik geloof ook dat we straks letterlijk zo'n erekrans krijgen. Het is nog een beetje bewaard gebleven in de gedachte van een... hoe noemen ze dat? Een aura, ja precies. Een aureool, dat is het woord dat ik zocht. Dat herinnert aan de prestatie die geleverd is. Maar ik haast mij dan meteen om erbij te zeggen: het gaat om wat God door ons heen heeft kunnen doen. Trouwens, dat zie je ook — en ik geef expres even die verwijzing — want we komen dit woord lauwerkrans, de ⟨em>stephanos⟨/em>, nog een keer tegen. In Openbaring 4 vers 10 lees je over de vierentwintig oudsten die hun kransen, hun lauwerkransen, neerwerpen voor de troon. Dan zeggen ze: "Heer, het is allemaal van U." Met andere woorden: U heeft ons die kroon gegeven, U heeft ons bekroond met dat wat U ons geeft. Jawel, maar die krans wordt weer teruggegeven, want je zegt: "We hebben het niet van onszelf, U heeft dat door ons gedaan." Dat zijn de verhoudingen. Je kunt zeggen dat God het door ons heeft gedaan, dus het gaat niet buiten de mens om, maar de eer, de ode, is aan God.⟨/p> ⟨p>En hier is het: "Word trouw tot de dood en Ik zal aan je geven de lauwerkrans van het leven." Van dat leven van de toekomst, van de toekomende aion, en de eer die daarmee gepaard gaat. "Wie een oor heeft..." Zo eindigen al die brieven natuurlijk. Zevenmaal wordt dit zo geformuleerd: "Wie een oor heeft, laat hem horen wat de Geest tot de ekklesia's zegt." We hebben het daar al eerder over gehad, dus we lezen verder.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-5" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1406" title="Speel af vanaf 23:26">▶ 23:26⟨/button> ⟨span>De Overwinnaar en de Bijbelse Betekenis van de Tweede Dood⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Wie overwint, zal beslist niet beschadigd worden vanuit de tweede dood. Laten we daar eerst even bij stilstaan. Wie overwint... vooral als je dat in het licht ziet van de wijze waarop deze mensen aangesproken worden, heeft het iets vreemds. Want degenen die zojuist zijn aangesproken, waren in de ogen van de wereld eigenlijk gewoon 'losers'. Hoe stond het er ook alweer geformuleerd? Ze waren arm, hadden geen bezittingen, ze werden aangeklaagd en ze kwamen zelfs om. In de termen van de wereld waren het dus allemaal verliezers; ze hadden niks meer. Ze waren hun bezittingen kwijt, hun reputatie kwijt en zelfs hun leven.⟨/p> ⟨p>Ja, totdat je met andere ogen gaat kijken. Wanneer je de goddelijke bril opzet, zie je ineens heel andere dingen. Dan zie je: dit zijn de echte winnaars, die trouw zijn tot de dood aan toe. Je zou kunnen zeggen dat zij het leven hebben moeten geven, maar juist doordat ze trouw zijn, winnen ze. Als je het brede perspectief plaatst en kijkt naar het grote plaatje, naar de toekomende aionen, dan zijn zij de winnaars. Alles wordt anders wanneer je het vanuit dat oogpunt bekijkt.⟨/p> ⟨p>En dan nog iets: 'Wie overwint zal beslist niet beschadigd worden vanuit de tweede dood.' Je zou daar zomaar een hele avond aan kunnen wijden, net als in de Lauwerkrans. Want wat is die tweede dood nu precies? Ik zag gisteren nog een posting van iemand over de tweede dood — ik weet niet of jou dat ook wat zegt, Ed? Ja, Ed zag het ook en deelde daarbij een publicatie over de tweede dood. Persoonlijk kijk ik er wat anders tegenaan.⟨/p> ⟨p>Het is opmerkelijk dat er onder degenen die het evangelie geloven — want zo elementair ligt het, namelijk dat God de dood tenietdoet — eigenlijk twee stromingen of uitleggingen bestaan van wat die tweede dood is. De ene opvatting zegt dat de tweede dood figuurlijk is; een toestand waarin je gelouterd en bekwaam gemaakt wordt om uiteindelijk het leven te ontvangen. Ik weet niet of ik het helemaal goed samenvat, maar daar komt het een beetje op neer. De andere opvatting, en dat is hoe ik er zelf in sta, is dat de tweede dood heel letterlijk genomen moet worden. Ik geloof dat de tweede dood ook echt een doodstoestand is, waarin mensen zich totaal niet bewust zijn.⟨/p> ⟨p>Daar zijn al heel wat discussies over geweest, maar ik vind het allerbelangrijkste dat de dood uiteindelijk tenietgedaan wordt. Wat die dood precies is, vind ik niet onbelangrijk — je wilt immers begrijpen wat de Schrift daarover te zeggen heeft en daarover nadenken — maar de kern is voor mij dat de dood niet het laatste woord heeft. Het leven triomfeert. Want feitelijk, op het moment dat je dat ontkent, zit je aan de poten van het evangelie te zagen. Als de dood niet tenietgedaan wordt, dan heb je geen evangelie meer hoor.⟨/p> ⟨p>Dat is overigens wel de leer in de christenheid. Gek genoeg bestaan ook daar verschillende visies over de tweede dood. Aan de ene kant heb je de leer dat het eigenlijk een bewuste toestand is waarin je eindeloos gevolterd wordt: de leer van de eindeloze helstraf. Maar je hebt ook de visie van annihilatie. Ken je dat woord? Dat houdt in dat mensen uiteindelijk gewoon ophouden te bestaan; ze zijn dood. Maar als dat het laatste is, dan wordt de dood dus niet tenietgedaan.⟨/p> ⟨p>Paulus zegt daar iets prachtigs over in 2 Timotius. Ik kan het niet nalaten, het is een zijpad, maar ik wil het toch kort even memoreren. Er staat in 2 Timotius 1 vers 10... Ik lees even vanaf vers 9: '...de genade die ons in Christus Jezus gegeven is voor aionische tijden, doch die nu geopenbaard is door de verschijning van onze Redder, Christus Jezus, die de dood van zijn kracht berooft en onvergankelijk leven aan het licht brengt door het evangelie.' Wat doet het evangelie dus? Het brengt onvergankelijk leven aan het licht, namelijk door de dood teniet te doen. Dat is het evangelie. En als je dus zegt dat de dood niet tenietgedaan wordt, heb je geen evangelie meer. Ja, sorry, zo zwart-wit is het.⟨/p> ⟨p>Blijft over de vraag: wat is die tweede dood dan? Laten we even naar Openbaring 20 gaan, zonder daar nu uitputtend over te spreken. Als je het goed wilt bespreken, zou je alle keren dat het voorkomt — dat zijn er een stuk of vier, vijf, dus dat valt eigenlijk wel mee — erbij moeten betrekken. We komen er te zijner tijd zeker nog uitgebreider op terug, maar in Openbaring 20 lees je dit.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-6" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1806" title="Speel af vanaf 30:06">▶ 30:06⟨/button> ⟨span>De Eerste Opstanding uit de Doden in Openbaring 20⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Dat is dat hoofdstuk waarin sprake is van de duizend jaren – niet het ‘duizendjarig rijk’ hoor, die term kun je beter weer vergeten. Het zijn de duizend jaren waarin Satan gebonden zal zijn, zodat hij de volkeren niet meer zal kunnen verleiden. Als je het zo zegt, dan weet je ook meteen: dat kan nooit over de tegenwoordige tijd gaan. Want alsof Satan tegenwoordig niet in staat zou zijn om de volkeren te verleiden. Ik zou zeggen: hij doet niet anders en hij is bijzonder succesvol.⟨/p> ⟨p>En de clou in Openbaring 20 is juist dat Satan niet alleen maar gebonden is. Nee, hij wordt gepakt. Hoe staat het er? Hij wordt in de afgrond geworpen, de afgrond wordt vergrendeld en Satan zelf wordt gebonden. Met andere woorden: als je op één manier duidelijk zou moeten maken dat hem elke vorm van bewegingsvrijheid ontzegd is, dan is het wel op die manier. En dan staat er ook bij: zodat hij niet in staat zou zijn om de natiën te verleiden.⟨/p> ⟨p>Voordat die duizend jaren aanvangen, vindt er een opstanding plaats. Namelijk van degenen die – onder andere dat wordt daar beschreven – gedurende de periode van het beest omgekomen zijn. En dan staat er: zij worden weer levend. En zij zullen ook met Christus heersen op aarde. En dan komen we bij vers 5: "De overige doden werden niet levend totdat de duizend jaren tot een einde gebracht worden. Dit is de eerste opstanding." Dat wil zeggen: hier vindt een opstanding plaats uit de doden. Na de duizend jaren staan de overige doden op, dat wil zeggen: alle andere doden. Dat is geen opstanding uit de doden, maar dat is de opstanding van de doden. Gewoon alle doden staan dan na de duizend jaren op bij de grote witte troon.⟨/p> ⟨p>Maar zover is het hier nog niet. Hier is sprake van een eerste opstanding uit de doden voorafgaand aan de duizend jaren. Dus je hebt het millennium waarin Christus zal heersen, en voorafgaand daaraan vindt een opstanding plaats. En dat zal ook zijn na de periode van het beest en zijn heerschappij. Kortom, de chronologie is eigenlijk zo waterdicht. Het wordt zo dichtgetimmerd qua duidelijkheid.⟨/p> ⟨p>En dan staat erbij: "Gelukkig en heilig is hij die deel heeft aan de eerste opstanding." Want ik hoor de vraag nu al: "Ja André, dat zeg je wel mooi, maar wat heeft dit met de tweede dood te maken?" Nou dit: gelukkig en heilige is hij die deel heeft aan de eerste opstanding, want over hen heeft de tweede dood geen autoriteit. Er staat bij: ze zullen priesters zijn van God en van Christus, en ze zullen met Hem heersen gedurende de duizend jaren. Hier gaat het inderdaad over dat volk van Israël, dat priesterlijke volk.⟨/p> ⟨p>Zij die dan zullen opstaan, over hen heeft de tweede dood geen autoriteit. Dat wil zeggen dat zij dat nooit zullen meemaken, er niet door worden getroffen of er schade van ondervinden, of welke term je daar ook voor zou kunnen bezigen. Je leest dat na de duizend jaren de overige doden opstaan bij die grote witte troon. Van degenen van wie de naam niet staat in het boek van het leven, staat geschreven: zij werden geworpen in het meer van het vuur. En daar staat erbij: dat is de tweede dood.⟨/p> ⟨p>En als je dat letterlijk neemt – en dat doe ik – dan is dat dus: zij sterven een tweede keer en zij worden... ja, dat is eigenlijk het crematorium, daar komt het op neer. Ze worden daarin geworpen. Het wordt niet eens gezegd dat zij daar levend in geworpen worden, maar ze worden daarin geworpen. Dus ik versta dat als een crematie. Dat is een tweede dood. Want bij die grote witte troon staan doden op, en als hun naam niet staat in het boek van het leven, dan sterven ze een tweede keer. En dat heet dus logischerwijs de tweede dood, want zij waren al een keertje eerder gestorven hier op aarde. Na de duizend jaren staan zij op, ze worden gericht, en als hun naam niet staat in het boek van het leven, dan sterven zij een tweede keer.⟨/p> ⟨p>Is dat Joods, Israëlitisich? Nou, die tweede dood niet per se. Maar de eerste opstanding wel. "Ja," want je bedoelt hier deze eerste opstanding? "Ja, want ze zullen priesters zijn van God." Juist, dat wijst er ook inderdaad op dat het gaat over Israëlieten die daar aandeel in zullen hebben.⟨/p> ⟨p>En één ding: we hebben eigenlijk wel een goede reden om hier nu verder niet al te diep op in te gaan, op die tweede dood. Want feitelijk wat hier gezegd wordt, is dat degene die overwint niet beschadigd zal worden en geen schade zal ondervinden; de tweede dood zal daar geen autoriteit over hebben. Zij zullen daar dus niet door bereikt worden. Dus zij hebben niks te maken met de tweede dood. Maar goed, om die zin te begrijpen moet je wel weten wat de tweede dood is. Het belangrijkste is: de tweede dood is iets waar zij niet door zullen worden getroffen. Dat is wat er tegen de overwinnaars gezegd wordt. Dus laten we het daar even bij houden. Ik zat al te aarzelen bij de voorbereiding: moeten we daar nu al wat dieper op ingaan? Maar goed, we hebben vast even een eerste aanzet gegeven. Bij een latere gelegenheid komen we daar ongetwijfeld veel dieper over te spreken, denk ik zo. Goed, nou dat is eigenlijk het laatste wat gezegd wordt tegen de ekklesia van Smyrna.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-7" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2236" title="Speel af vanaf 37:16">▶ 37:16⟨/button> ⟨span>Pergamum: de Brief van Hem met het Scherpe Grootswaard⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En dan gaan we naar Pergamum. Er wordt geschreven: "En schrijf aan de boodschapper van de ekklesia in Pergamum." Tegenwoordig heet die stad in onze taal Bergama. Ik heb dat even voor u opgezocht en hier heb ik een Wikipedia-pagina voor me. U ziet daar Bergama; in het Grieks is dat nog steeds gewoon Pergamon. Het is de hoofdstad van het gelijknamige district in de Turkse provincie Izmir. Dat is dus Smyrna; Pergamum ligt in de provincie Izmir. Izmir is zowel een stad als een provincie, net zoals ons Utrecht of Groningen, waarbij de provincie en de hoofdstad dezelfde naam hebben. Het is een stad die niet al te groot is, maar toch aanzienlijk groter dan de plaats waar ik woon, Katwijk. In 2008 had het 57.000 inwoners. In de oudheid lag hier de stad Pergamon, de hoofdstad van de Attaliden. U ziet dat het aan de westkant van het huidige Turkije ligt; daar liggen al die zeven ekklesia’s. Het is trouwens de zusterstad van Alkmaar en ook nog van Böblingen in Duitsland, maar dat doet in dit verband totaal niet ter zake. In ieder geval is dit om de stad even te kunnen plaatsen.⟨/p> ⟨p>"Schrijf aan de boodschapper van de ekklesia in Pergamum. Deze dingen zegt Hij die het tweesnijdende, het scherpe grootswaard heeft." Iedere keer als hier zo'n brief wordt ingeleid, worden de details uit de beschrijving die al veel eerder in hoofdstuk 1 was gegeven, uitgelicht. Zo’n detail krijgt een speciale toepassing in de context en de samenhang van de bewuste brief. Ik moet er ook bij zeggen dat het later in het boek weer terugkomt; dat is iedere keer weer het geval. Want u leest over dat scherpe grootswaard — in de weergave van Menno wordt het een sabel genoemd. Het is in ieder geval een ander woord dan voor een gewoon zwaard; het is een groot zwaard, een grootswaard. In hoofdstuk 19 vers 15 wordt dat grootswaard gebruikt om de natiën te slaan. Wanneer Hij zal verschijnen in verband met de natiën, dan komt er een zwaard uit Zijn mond. Dat was trouwens ook al in hoofdstuk 1 gezegd.⟨/p> ⟨p>Dan weet u meteen waar een zwaard een beeld van is, namelijk van het Woord, want het komt uit de mond. Aangezien dat Woord scherp en tweesnijdend is, en trouwens ook levend en krachtig, is het dus Woord. Dat Woord heeft de werking van een zwaard. U leest trouwens ook in de brief aan de Thessalonicenzen dat wanneer de Heere Jezus Christus straks zal verschijnen en de wetteloze getroffen wordt, er staat dat dit gebeurt door de adem van Zijn mond. Dat is een soortgelijke gedachte: het gebeurt door dat wat uit Zijn mond voortkomt. Want adem is geest, maar Woord is ook adem, toch? Je kunt immers geen woord spreken zonder adem; met het woord komt er ook lucht en geest mee. Woord en geest zijn feitelijk terug te brengen tot fundamenteel hetzelfde. Woord is geest. En Woord met een hoofdletter en Geest met een hoofdletter zijn eigen aan Hem.⟨/p> ⟨p>Uit Zijn mond komt inderdaad het tweesnijdende, het scherpe grootswaard. Dat is zodanig krachtig dat niet alleen de wetteloze — de grote machthebber van de eindtijd — getroffen zal worden, maar zelfs de legermacht van het beest zal daardoor worden gedood. Je spreekt hier echt over gigantische manifestaties; dit is werkelijk groots. Het is niet alleen een groot zwaard, maar het is bovenal indrukwekkend. Hij houdt Zich nu verborgen en we hebben er nu geen idee van, maar als straks de coulissen geopend worden en Hij tevoorschijn komt, dan zal dat plaatsvinden met een ongelooflijke power, kracht en scherpte. Dat is ongelooflijk.⟨/p> ⟨p>Dat wordt hier dus beschreven. En wij verschijnen met Hem, want wij zullen met Hem verschijnen in heerlijkheid. Dat zou ik eigenlijk nog wel eens wat vaker mogen onderstrepen, want in die zin zijn wij er ook absoluut direct bij betrokken. Want als Hij openbaar wordt, dan worden wij dat met Hem. Misschien dat dit straks nog even ter sprake komt in een ander verband. Maar eerst even dit, want nadat de spreker zich heeft voorgesteld, staat er het volgende.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-8" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2617" title="Speel af vanaf 43:37">▶ 43:37⟨/button> ⟨span>De Theoloog van de Leugen: de Draak, Diabolos en Satan⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>"Ik weet waar je woont, daar waar de troon van de satan is." Eerst was het de diabolos, dat was aan de ekklesia van Smyrna, en nu is het de satan. Maar dat is gewoon dezelfde hoor: de diabolos en de satan. Dit doet mij denken aan waar we het gisteren over hadden. Eventjes tussendoor: gisteren kreeg ik een appje van Fred de Bruin. Hij had een artikeltje gelezen in het Nederlands Dagblad — ik ook trouwens — waarin iemand was gepromoveerd. Een orthodox theoloog, ik moet het wel even goed zeggen; corrigeer me als ik het niet helemaal correct weergeef. Het ging over de vraag of de slang in de hof, zoals in Genesis 3, inderdaad de satan is, want dat staat er daar niet per se zo beschreven. Wat hij ook deed, was beweren dat al die verhalen die verteld worden over een val van de satan, ontleend aan Jesaja 14 en Ezechiël 28, allemaal 'dikke duimwerk' zijn. Toen dacht ik: hé, hoor het eens een keer van een ander. Want dat staat er inderdaad niet, dat is er later bijverzonnen.⟨/p> ⟨p>Maar hij overspeelde hiermee toch wel zijn hand, want hij betrok zijn onderzoek alleen bij het Oude Testament. In het Nieuwe Testament is het namelijk volstrekt helder dat de diabolos, de satan en de oude slang identiek zijn. Ik wil graag even mijn punt maken: in Openbaring 12 staat het letterlijk zo. Ik citeerde zojuist al even over de diabolos die op aarde geworpen zal worden. Nu is hij dus nog steeds in de hemelse gewesten, maar straks als wij omhooggaan — daar hebben we het voorgaande seizoen over gehad: wij omhoog, de mannelijke zoon, de Christus omhoog — dan wordt de duivel met al zijn personeel op de aarde geworpen.⟨/p> ⟨p>In Openbaring 12 vers 9 staat: "En de grote draak werd op de aarde geworpen." Zo wordt hij dan genoemd — dat is niet al te vriendelijk, maar het lijkt me wel passend. En er staat bij: "De oude slang, die genaamd wordt diabolos en de satan, die de hele wereld verleidt; hij werd op de aarde geworpen en zijn boodschappers met hem." Het gaat mij er even om hoe hij hier geïdentificeerd wordt. Er wordt gezegd dat hij de grote draak is, oftewel de oude slang. De slang, weet je wel? De oude... de 'tuinslang'. Dat is onzin om te zeggen, maar ik vind het leuker om 'tuinslang' te zeggen. Dat klinkt nog wat oneerbiediger en ook dat lijkt me wel treffend.⟨/p> ⟨p>Die oude slang heeft dus een naam en er staat bij: dat is de diabolos. Dat is degene die alles door elkaar gooit. En de satan, dat is een Hebreeuws woord dat 'tegenstander' betekent. Al die termen zijn veelzeggend. Wat doet hij? Wat is zijn beroep? Als diabolos gooit hij het Woord door elkaar. Toen de diabolos bijvoorbeeld bij de Heer in de woestijn kwam, zei hij: "Er staat geschreven dat...", en dan gaat hij de boel een beetje husselen. Hij gaat dingen verkeerd toepassen en zo. In feite is 'diabolos' de term die aan zijn beroep gekoppeld is, namelijk als theoloog. Want als diabolos gooit hij de dingen door elkaar. En wat gooit hij door elkaar? Het Woord. Aha, dus hij houdt zich professioneel bezig met het Woord, en wat doet hij daarmee? Nou, door elkaar gooien.⟨/p> ⟨p>Dat doet hij heel effectief, want het is een meesterbrein. De oude slang wordt ook zo genoemd: de listigste. Hij gaat zeer geraffineerd, slim en strategisch te werk; dat zijn ook termen die in verband met hem gebruikt worden. In ieder geval is die draak dus de oude slang, de diabolos en de tegenstander. Je kunt er blijkbaar op promoveren om dat te betwijfelen, maar hij is dus een theoloog. "Ik weet waar je woont, daar waar de troon van de satan is." Dat betekent dus dat Pergamum de plaats is waar de troon van de satan is. Dat is wat hier gewoon staat.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-9" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2939" title="Speel af vanaf 48:59">▶ 48:59⟨/button> ⟨span>De Troon van Satan en het Herleefde Grieks-macedonische Rijk⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Maar dat betekent dus ook dat die troon van de tegenstander daar staat op het terrein van het voormalig Grieks-Macedonische Rijk. Het huidige Turkije gaat in de toekomst alleen al om deze reden – er zijn trouwens veel meer redenen hoor – een grote rol spelen; aan Turkije, Griekenland en Macedonië wordt een grote rol voor de toekomst toegekend. Maar ook hier vinden we de bevestiging. Het terrein waar die ekklesia's zich bevinden, hier in het bijzonder Pergamum, dat zal een belangrijke locatie zijn voor de tegenstander. Namelijk de plaats waar de troon van de tegenstander staat.⟨/p> ⟨p>Ik neem u even mee naar Openbaring 13. Dat hebben we bij een andere gelegenheid trouwens ook al eens besproken, maar eerst nog even dit. Er staat dat Johannes zegt: "En ik nam waar, vanuit de zee kwam een beest op dat tien horens en zeven koppen had." Die tien horens worden later – maar trouwens ook eerder in het boek Daniël – verklaard: dat zijn tien koningen. Een hoorn is een koning. Die zeven koppen, dat laten we nu even voor wat het is. Nou ja, ik kan er ook van zeggen: dat zijn ook zeven koninkrijken.⟨/p> ⟨p>En het beest dat ik waarnam, leek op een luipaard. Dat heeft niks te maken met een luipaard, maar het is een leopard. Leo is het fikse woord voor leeuw. Ja, leeuw en paard; het is het woord voor paard. Dus een leeuwpaard eigenlijk. En dat moet je weten, want hier wordt gesproken... Het leek op een luipaard en zijn voeten, dat was een onderdeel ervan, waren als van een beer en zijn muil als de muil van een leeuw. De draak – het is uiteindelijk een draconisch beeld wat hier geschilderd wordt – geeft aan hem zijn macht. En let op, wie was de draak ook alweer? Dat is de oude slang, oftewel de satan of de diabolos. En zijn troon en zijn grote autoriteit. Aha! Maar dat beest, dat leek op een luipaard als geheel.⟨/p> ⟨p>Dat herinnert direct aan de koninkrijken die beschreven worden in Daniël 7. Er worden vier koninkrijken opeenvolgend beschreven: de leeuw, de beer en het leopard. En dat vierde, dat was een vreselijk beest. Eigenlijk is dit beest de compositie daarvan, dat blijkt ook. Maar waar het mij even om gaat – ik wil het verhaal niet te ingewikkeld maken – ik wil alleen maar dit zeggen: dat laatste wereldrijk, dat beest dat straks gaat komen, dat zal weer een Grieks rijk zijn. En dan moet u bij Grieks niet alleen denken aan het huidige Griekenland, want vergis u niet: dat Grieks-Macedonische Rijk van Alexander de Grote begon uiteraard in Macedonië, maar had zijn centrum ook wel degelijk in het huidige Turkije. Uiteindelijk heeft hij zelfs Babel tot hoofdstad van zijn rijk gemaakt.⟨/p> ⟨p>En weet je wat er gebeurde toen? Hij was bij Babel gearriveerd, Alexander de Grote, hij was nog maar 33 jaar oud. Een jonge kerel, en hij had al een heel wereldrijk geformeerd. Hij komt daar bij Babel, hij krijgt koorts en hij legt het loodje. Hij had Babel inmiddels tot de hoofdstad van zijn rijk verklaard; dat is ongeveer het laatste wat hij gedaan heeft. Hij wilde eigenlijk nog verder doorstoten naar India, maar zover is hij niet gekomen. Vervolgens is zijn wereldrijk in vier delen, in de vier windrichtingen, uiteengevallen: het noorden, het zuiden, het oosten en het westen. De koning van het noorden en de koning van het zuiden spelen ook in de eindtijd weer een grote rol.⟨/p> ⟨p>Wat ik eigenlijk zeggen wil, is dit: dat Grieks-Macedonische Rijk zal zich in de eindtijd weer manifesteren. Dat laatste rijk is gelijk aan het luipaard. En dat is precies het terrein van waaruit het Grieks-Macedonische Rijk ook is begonnen. Welnu, daar bevindt zich de troon van de satan. Ik geloof dus inderdaad dat... nou ja, nu is Erdogan daar aan het brullen, maar hij is het niet hoor. We hoeven trouwens niet eens zo heel erg ver terug te gaan in de tijd dat ook Turkije een gigantische wereldmacht was: het Ottomaanse Rijk, het Turkse Rijk. Het was Luther die ooit zei: "Ik had nog beter Turks dan paaps." Toch?⟨/p> ⟨p>Ik bedoel maar dit te zeggen: daar in dat Azië wat hier wordt aangeschreven in Openbaring 2 en 3, blijkt het epicentrum te zijn van het wereldrijk. Dat ook de stad Babel daar weer bij betrokken wordt, dat is waar. Dat beest gaat uiteindelijk bereden worden door die hoer, maar dat is Openbaring 17, dus daar hebben we het nu nog niet over. Waar het om gaat is de troon. Eigenlijk komt het hierop neer: de troon van de satan zal dus staan in Pergamum. Kun je er meer van vertellen? Nou, behalve dit: dat inderdaad het Grieks-Macedonische Rijk weer opnieuw gaat herleven en dat laatste wereldrijk daarop lijkt. Die regio gaat dus een eminente rol spelen in het hele profetisch gebeuren. Dat kan niet missen.⟨/p> ⟨p>Ik zie dat het inmiddels negen uur is. Dus ik stel voor dat we even gaan pauzeren en dan pakken we straks de draad weer op bij vers 13. Ik stel voor dat we de draad weer gaan oppakken.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-10" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3353" title="Speel af vanaf 55:53">▶ 55:53⟨/button> ⟨span>Hervatting en Antipas, de Trouwe Getuige in het Hol van de Leeuw⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>We hadden het dus over die plaats Pergamum, die in de toekomst kennelijk nog een hele grote rol gaat spelen, politiek gezien, omdat het de troon is van de tegenstander. Daar staat de troon van de tegenstander. En dat betekent ook dat degenen die daar wonen, de ekklesia die daar dan woonachtig is, juist daar op die locatie met des te meer tegenstand te maken heeft. En daarom staat er ook: "Ik weet waar je woont, daar waar de troon van de satan is." En desondanks – dat is dan het idee – houd je vast aan mijn naam en verloochen je mijn geloof niet. Leuk hè? Mijn geloof. Jullie verloochenen mijn geloof niet.⟨/p> ⟨p>Dat is net zoiets als waar we het de vorige keer over hadden, over die eerste liefde. Dat is niet onze liefde, dat is de liefde van Hem. Daar begint het mee; daar is alles mee begonnen. Dat geldt ook voor het geloof. Zij gelooft inderdaad, dat is waar, maar wat verloochende ze niet? Mijn geloof. Het gaat allemaal om het feit dat Híj gelooft.⟨/p> ⟨p>Ik lees even verder: "Ook niet in de dagen van Antipas." Die naam kennen we. De naam wel. Zijn naam betekent trouwens... 'anti' is 'in plaats van' en 'pas' is in dit geval... Pilates-pas? Nee, dat is weer wat anders. 'Pas', dat is van vader. Antipatrisch, ja. Antipas. Wij kennen de naam van de zoon van Herodes de Grote. Het was in de dagen van het Nieuwe Testament sowieso een bekende naam, heb ik begrepen. Maar vooral is die bekend omdat het de Herodes was in de dagen van de evangeliën, die ook Johannes de Doper gedood heeft. Later is de Heer Jezus daar ook voorgeleid en hij komt op een tragische wijze aan zijn eind, wat beschreven wordt in Handelingen 13. Dat was ook een Antipas. Maar in werkelijkheid betekent zijn naam dus eigenlijk 'in plaats van', in de zin van de vertegenwoordiger van de vader. En dat is in dit geval natuurlijk het idee.⟨/p> ⟨p>Kijk, in de dagen van Antipas – we praten over de toekomst – zal er dus weer iemand zijn die zo heet, of zo genoemd wordt, die inderdaad de vader vertegenwoordigt en die ook een ware vertegenwoordiger is van de vader. U begrijpt wat ik bedoel. En daar staat er ook bij: "Mijn trouwe getuige." Er wordt op teruggekeken: "Die werd gedood bij jullie, waar ook de satan woont." Dus opnieuw wordt hier weer de link gelegd met de plaats waar satan zijn troon heeft. Over deze trouwe getuige, die vasthield aan mijn geloof en de naam niet verloochende, wordt nu op teruggekeken; hij werd inmiddels al gedood bij jullie, waar ook de satan woont.⟨/p> ⟨p>In Openbaring 12 – ik stel voor dat we weer even een link leggen met de rest van het boek, zoals we dat voortdurend doen – lees je in vers 17 dit over de draak. Dat is meestal de aanduiding van satan in het boek de Openbaring. Er staat: "En de draak werd toornig op de vrouw en ging weg om oorlog te voeren met de overigen van haar zaad, die de voorschriften van God bewaren en het getuigenis hebben van Jezus." Een aantal dingen hoef ik nu niet zozeer meer aan te tonen, want daar hebben we het bij andere gelegenheden veel uitgebreider over gehad. We hebben al gezien dat die vrouw over Israël gaat. Eerder was er al sprake van de mannelijke zoon die werd weggerukt.⟨/p> ⟨p>Ik weet dat er hier een aantal mensen zitten die waarschijnlijk niet goed begrijpen waar ik het nu over heb, maar degenen die de serie al langer volgen, begrijpen het denk ik wel. Als je kijkt in Openbaring 12, dan lees je eerst over die vrouw die een mannelijke zoon baart die de natiën zou hoeden. Dan gaat het heel uitdrukkelijk over de Christus. En als die mannelijke zoon geboren is, wordt hij plotseling weggerukt tot God en zijn troon. Dat is het woord wat Paulus ook gebruikt in zijn brieven als het gaat om de wegrukking: "tot God en zijn troon."⟨/p> ⟨p>Vervolgens lees je dat die vrouw vlucht naar de woestijn, waar zij een plaats heeft die door God bereid is. Daar wordt ze bewaard en vindt ze een veilig onderkomen gedurende 1260 dagen. Dus inderdaad in die tijd. Eerst die wegrukking – over ons aandeel gesproken: wij zijn er niet meer op aarde, wij worden weggerukt. De mannelijke zoon wordt weggerukt tot God en zijn troon. En dan lees je pal erop dat de draak, oftewel de oude slang, oftewel de diabolos, oftewel de satan, op aarde geworpen wordt. Het is dus aan de ene kant een richting omhoog, en aan de andere kant verliest de satan zijn plaats en wordt hij op aarde geworpen.⟨/p> ⟨p>Dan wordt hij toornig op de vrouw die naar de woestijn gevlucht is. Maar daar vindt die vrouw een veilig onderkomen; daar kan haar niks overkomen. Op een wonderlijke wijze wordt ze daar in de woestijn gedurende drieënhalf jaar bewaard. De draak wordt toornig op de vrouw, maar hij kan haar niet treffen. Wat gaat hij doen? Hij gaat oorlog voeren met de overigen van haar zaad, die dus ook voortkomen uit Israël. Eerst was het Christus, inclusief het lichaam, maar in ieder geval: de overigen van haar zaad. En dat zijn degenen die de voorschriften van God bewaren en het getuigenis hebben van Jezus.⟨/p> ⟨p>We praten hier dus inderdaad weer over Messias-belijdende Joden, Israëlieten die ook Israëlitisch leven en de voorschriften van God bewaren. Dat zijn degenen die in de woestijn geen onderkomen hebben. Die vrouw wordt daar bewaard, maar er zijn er ook die niet in de woestijn zijn, maar elders op de wereld vertoeven. Bijvoorbeeld in Pergamum. En die zullen het buitengewoon zwaar hebben. Er wordt oorlog tegen hen gevoerd en velen zullen daarin ook omkomen. Ook daar spreekt het boek de Openbaring over. Een van degenen die daar al eerder door getroffen was, is een Antipas. Hij wordt een trouwe getuige genoemd en hij werd gedood bij jullie, namelijk waar de satan woont. Dan zit je dus echt in het hol van de leeuw. Dat is het idee. Op het meest gevaarlijke terrein is hij gedood.⟨/p> ⟨p>Maar dan staat er dit – die wending zie je in deze brieven wel vaker, dat er ook bezwaren worden genoemd of waarschuwingen worden gegeven: "Maar Ik heb enkele dingen tegen je."⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-11" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3884" title="Speel af vanaf 01:04:44">▶ 01:04:44⟨/button> ⟨span>De Valstrik van Bileam en de Toekomstige Afgodenoffers⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Namelijk dat je sommigen hebt die het onderwijs vasthouden van Bileam. We hadden het er al eerder over dat er in deze brieven vaak gerefereerd wordt aan Israëlitische geschiedenissen. In hoofdstuk 2 gaat het over geschiedenissen uit de woestijnreis en in hoofdstuk 3 over geschiedenissen waarbij Israël inmiddels in het land is. Ook dat zullen we nog wel zien.⟨/p> ⟨p>En hier wordt inderdaad verwezen naar Bileam. Die kennen we allemaal als de man die was ingehuurd door koning Balak om Israël te gaan vervloeken. Er wordt een hele strategie uitgezocht, wat trouwens ook beschreven wordt in Numeri 24 en 25 — en als ik me niet vergis ook in hoofdstuk 23, maar dat weet ik niet meer precies. In ieder geval wordt het in Numeri 24 en 25 beschreven. Er staat daar dat Bileam Balak onderwees. Bileam was een magiër, een man van geweldige statuur die geraadpleegd werd wanneer er knopen doorgehakt moesten worden of wanneer er toespraken gehouden moesten worden. En dan staat er: hij onderwees Balak om een valstrik te spannen in het zicht van de zonen van Israël. Daar hebben we weer het volk waar het allemaal om gaat.⟨/p> ⟨p>En wat moest hij doen in het zicht van de zonen van Israël? Hij moest hen verleiden om afgodenoffers te eten en te hoereren. Dat is waar Bileam aan herinnert. Nu wordt hier gezegd: "Je hebt sommigen die het onderwijs vasthouden van Bileam." Je weet wel, uit vroeger tijden. Wat deed hij? Hij spande een valstrik voor de zonen van Israël. En dat gaat weer gebeuren. Er wordt weer een valstrik gespannen voor de zonen van Israël om hen te verleiden afgodenoffers te eten en te hoereren.⟨/p> ⟨p>Maar dat is ook precies weer het onderwerp in het boek de Openbaring. Ik zou hier weer de link kunnen leggen naar Openbaring 13, maar dat zou een beetje te veel tijd in beslag nemen. Ik refereer nu alleen even aan het gegeven dat er straks sprake is van: wil je kunnen kopen en verkopen? Oftewel, als je voedsel wilt hebben, dan moet je het teken van het beest hebben. Als je dat niet hebt, dan kun je niet deelnemen aan het economisch verkeer en kun je dus ook niet eten en drinken. Dat betekent dat als je wél eet en drinkt, dat alleen kan als je een teken hebt. Maar dat betekent ook dat het voedsel feitelijk per definitie afgodisch is. Heeft u dat door?⟨/p> ⟨p>Het volk dat in de woestijn bewaard wordt — waar ik het net over had, die vrouw — daarvan lees je dat ze gevoed wordt. Twaalfhonderdzestig dagen lang wordt ze gevoed en ik neem aan dat dit op dezelfde wijze zal gaan als in het verleden. Ik kan het niet per se bewijzen, maar zoals dat ooit is gebeurd, krijgen ze gewoon manna en worden ze van Godswege gevoed. Niet alleen bewaard, maar ook gevoed.⟨/p> ⟨p>Maar degenen die daar niet zijn en die te maken hebben met de heerschappij van het beest, nota bene daar waar de troon van de satan is... Hij spreekt hier over die beestheerschappij die lijkt op dat luipaard, weet u wel, het Grieks-Macedonische Rijk. Daar lijkt het op. Wat er gebeurt, is dat er weer het onderwijs zal zijn van: "Ja jongens, wil je eten en drinken, dan zul je toch echt dat teken moeten ontvangen. En ach, waarom zou je dat niet doen?" Dat is precies wat Bileam ook deed: een valstrik. Mensen verleiden om te eten en te drinken, maar het was afgodisch. En dat zal het in de eindtijd opnieuw zijn.⟨/p> ⟨p>Begrijpt u de actualiteit? De link met wat er ooit in de dagen van Bileam gebeurde en wat er in de eindtijd weer gaat gebeuren? Namelijk dat degenen die kopen en verkopen, en die dus eten en drinken via het normale economische verkeer, per definitie afgodisch bezig zijn. Dat zal daar gepromoot worden door sommigen, zo wordt hier gezegd. Er zijn sommigen die het onderwijs vasthouden van Bileam en die zeggen: "Joh, doe daar gewoon aan mee." Ik kan me heel goed voorstellen waarom veel mensen dat buitengewoon verleidelijk zullen vinden. Het is immers de weg van de minste weerstand om dat teken maar te nemen en op die manier te kunnen eten en drinken. Maar je doet wel precies datgene wat Bileam ooit adviseerde. In vers 14 werd dus gerefereerd aan het verleden, aan wat Bileam onderwees in de dagen van Balak en tijdens de woestijnreis. En dan wordt er nu vervolgd.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-12" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4243" title="Speel af vanaf 01:10:43">▶ 01:10:43⟨/button> ⟨span>De Leer van de Nicolaïten Ontmaskerd⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Zo heb je ook die op dezelfde wijze vasthouden aan het onderwijs van de Nicolaïten. Aha, dan weten we meteen wat die leer van de Nicolaïten is. Want daar is heel veel over gespeculeerd, maar volgens mij wordt hier gewoon gezegd: de leer of het onderwijs van die Nicolaïten is dezelfde leer als ooit de leer van Bileam. Het is op dezelfde wijze, alleen heet het hier de leer van de Nicolaïten. In wezen is het dezelfde gedachte, hetzelfde type onderwijs en dezelfde valstrik voor de zonen van Israël.⟨/p> ⟨p>Dat komt trouwens op een andere wijze ook nog uit de verf, want Nicolaïten betekent 'overwinnaars van het volk'. Daarin zit de gedachte dat het volk op die manier onder de voet wordt gelopen. Bileam betekent naar zijn naam—wat ongetwijfeld zijn bijnaam zal zijn geweest, denk ik—'verwoester van het volk'. Ik kan me niet voorstellen dat dat je oorspronkelijke naam is; dat lijkt mij niet. Maar dat je zo’n bijnaam krijgt, kan ik me wel heel goed voorstellen, gezien wat je dan allemaal onderwijst en doet.⟨/p> ⟨p>Ziet u? Feitelijk komt de betekenis van de naam Nicolaïten—over de Nicolaïten hebben we het natuurlijk de vorige keer ook al even gehad—overeen met die van Bileam. Het gaat om de betekenis van de naam zelf. Het ene overwint het volk, het andere verwoest het volk. En in die overwinning van het volk ligt juist besloten dat het volk verwoest wordt; het is destructief. Zo wordt het volk overheerst. Dat is het onderwijs dat in Pergamum door sommigen wordt gepromoot; in feite dus het onderwijs dat destijds al door Bileam werd aanbevolen en dat hier de leer van de Nicolaïten wordt genoemd.⟨/p> ⟨p>Het wordt hier dus feitelijk gewoon gedefinieerd. Ik moet u zeggen dat dit voor mij recentelijk een grote verrassing was, want ik heb me vaak afgevraagd wat dat toch was. Nu vraag ik me vooral af hoe het me ooit heeft kunnen ontgaan, want het staat er namelijk gewoon. Dus nu heb ik een heel andere vraag, een nieuw raadsel: waarom was het eigenlijk een raadsel? Maar dat zijn trouwens de leukste raadsels, vind ik. Dat geeft aan het gegeven iets triomfantelijks: "Goh, hoe kon het me ooit ontgaan?" Maar goed.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-13" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4443" title="Speel af vanaf 01:14:03">▶ 01:14:03⟨/button> ⟨span>Het Zwaard uit Zijn Mond en Gods Rechtvaardige Toorn⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Er wordt gezegd: "Bezin je dan; maar zo niet, dan kom Ik snel tot je." Nou, Hij kwam toch wel snel. "Ik zal snel tot je komen en Ik zal oorlog voeren met hen met het groot-zwaard van Mijn mond." Weer zie je hier de eindtijdelijke setting van deze brief. Want er wordt gezegd: "Bezin je; zo niet, dan kom Ik snel tot je om oorlog te voeren", namelijk met degenen die getroffen worden door het groot-zwaard van Mijn mond. Dan begrijpen we weer waarom de brief zo aanving, want dat speelt hier een grote rol: dat groot-zwaard, dat woord van Mijn mond.⟨/p> ⟨p>Ik neem u meteen even mee naar Openbaring 19, want daar wordt dat ook zo beschreven. In Openbaring 19 vers 15 staat: "En uit Zijn mond – het gaat hier over de Mensenzoon die dan verschijnt – komt een scherp groot-zwaard om daarmee de natiën te slaan. En Hij zal hen hoeden met een ijzeren knots en Hij treedt de perskuip van de wijn van de woede van de boosheid van God, de Almachtige." Zie je trouwens dat we hier in een heel andere setting en entourage van de tijd gekomen zijn? Hier gaat de Heer echt orde op zaken stellen. Alles wat weerbarstig is, zal Hij kort met hen meemaken; Hij gaat ze onder de voet lopen. Tenminste, iedereen die niet luistert, wordt getroffen door het groot-zwaard uit Zijn mond, door het woord dat uit Zijn mond zal voortkomen. Er wordt gesproken over een ijzeren knots en over de perskuip van de boosheid van God. Vergis je niet, God gaat dus met recht absoluut onderwerping eisen als de Heer openbaar gaat worden. Degenen die dat niet doen, krijgen met Zijn hand te maken.⟨/p> ⟨p>Nu zegt u misschien: "Dat is niet de taal die hoort bij de boodschap die wij uiten." Nee, dat is ook zo, maar het is ook een andere tijd. Het is een andere tijd, en hoe rijm je dat nou? Nou, dat hoef je niet te rijmen; je moet het gewoon op zijn plaats laten. "Voor alle dingen," zo staat er al in Prediker 3, "is een tijd. Een bestemde tijd." Er is een tijd van toorn. In één van die veertien tegenstellingen in Prediker 3 wordt gezegd: "Er is een tijd om te omhelzen – ja, Valentijn hè? – en er is een tijd om je van het omhelzen te onthouden." Er is een tijd van toorn, een dag van toorn. De Heer heeft een dag van toorn.⟨/p> ⟨p>Ik wil er trouwens wel even bij zeggen hoe de verhoudingen liggen. Want als je dit ziet, wordt het soms buiten alle proporties opgeblazen, waardoor je een disproportioneel beeld krijgt en de dingen niet meer in verhouding ziet. Het is de dag van wrake! Maar hoe was het ook alweer? De Messias kwam om uit te roepen: "een dag van wraken van onze God én het jaar van Zijn welbehagen." Kijk, hoe verhoudt de toorn zich tot Zijn welbehagen? Als 1 op 365, toch? Dat moet je goed vasthouden. "Een ogenblik duurt Zijn toorn en een leven lang Zijn goedertierenheid." Dat zijn de verhoudingen in de Bijbel. Je moet het niet wegredeneren, absoluut niet, want daar hebben we het in het boek Openbaring en bij de profetieën ook over. Maar het is altijd ten dienste van en in het kader van Zijn welbehagen. Ik hecht eraan om dat er altijd bij te zeggen, zodat je niet een vals beeld hiervan krijgt door zo'n tekst helemaal te isoleren. Je moet het altijd zien in de grote context van Gods plan en Zijn welbehagen. Dit is de pijnlijke ingreep – om het even in medische termen te zeggen – om herstel te brengen; een operatie om inderdaad tot heil te komen.⟨/p> ⟨p>Waarom verwees ik hier nu naar? Omdat hier gesproken wordt over die oorlog. Over die oorlog wordt gesproken in Openbaring 19, en dat is inderdaad wanneer de Heer de natiën aan Zich zal onderwerpen. Dan praten we over de dag van de Heer, de dag dat Hij openbaar zal worden. Terwijl ik dit zo zeg: ik had gisteren nog een heel gesprek met een jonge vrouw uit de zwaar-reformatorische wereld, die zo belast was geworden door het beeld dat haar vanuit de kerk altijd was voorgehouden: het beeld van de toornende God en dan die eindeloze toorn. Daarom hecht ik eraan om dit erbij te vertellen.⟨/p> ⟨p>Aan de andere kant zijn er mensen die er niet van willen weten om te spreken over het feit dat er sprake is van een perskuip van de wijn die getreden zal worden, over een ijzeren knots, over het zwaard en over de natiën die geslagen worden. Dat is Bijbelse waarheid; dat moeten we niet wegvlakken. Als je dat doet, dan neem je van het Woord af. Daar worden we heftig voor gewaarschuwd in het boek Openbaring, meer dan eens zelfs. Dat moet je nooit doen. Het heeft zijn tijd, het heeft zijn plaats. Laat dat ook zijn plaats hebben, maar zie het tegelijkertijd in de juiste verhoudingen. Als je dat niet doet, ja, dat is ook afschuwelijk, dat is dramatisch. Ik praat hier over bijvoorbeeld die vrouw die daardoor zo gedeprimeerd werd – en er zijn er meer die dat uit ervaring kennen. Als je het idee hebt van een God die eindeloos toornt... ik durf rustig te zeggen: dat idee zelf is per definitie demonisch. Een God die eindeloos toornt.⟨/p> ⟨p>Waarom moet ik dat grotere plaatje er iedere keer bij halen? Met name vanwege die leer die zich meester heeft gemaakt van zulke woorden, dit volledig uit het verband en de context trekt en het allemaal eindeloos maakt. Dat is afschuwelijk. Als je de Bijbel uitlegt, zoals in dit geval het boek Openbaring, en je komt zulke teksten tegen, dan is dat koren op de molen van een categorie mensen binnen de christenheid die alleen maar hel en verdoemenis predikt. Dus ja, waar positioneer je je? Begrijpt u het probleem? Op het moment dat ik dit benadruk of zeg: "Kijk, zo spreekt de Schrift erover", dan kan dat zomaar in de oren van sommige mensen klinken alsof je in de school van hel en verdoemenis past, of ze associëren je daarmee. Maar op het moment dat ik dit zou ontkennen of er niet over zou willen spreken, dan doe je af van het Woord. En ik wil zowel het een als het ander absoluut niet. Vandaar ook dat ik met twee woorden spreek. De balans is niet zo moeilijk, maar het is wel belangrijk om beide te zien en ook te eerbiedigen. We lezen nog even verder.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-14" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="5002" title="Speel af vanaf 01:23:22">▶ 01:23:22⟨/button> ⟨span>Het Verborgen Manna en het Witte Kiezeltje met de Nieuwe Naam⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>In vers 17 wordt er gezegd – we zijn inmiddels bijna aan het einde gekomen –: "Wie een oor heeft," weer hè, zoals de eerdere ekklesia's ook werden aangesproken, "laat hem horen wat de Geest tot de ekklesia's zegt. Wie overwint, aan hem zal Ik geven van het verborgen manna." In de eerste plaats staat dat verborgen manna tegenover het eten van afgodenoffers. Dat is het contrast. Aan de ene kant heb je daar dus de mensen die promoten om, zoals de leer van Bileam, die afgodenoffers te eten. En hier wordt gesproken over het eten van het verborgen manna, wat overigens ook weer refereert aan de woestijnreis.⟨/p> ⟨p>Dat is het manna dat Aäron moest nemen en moest bewaren in een gouden kruik. Vervolgens werd dat in de ark, in het heilige der heiligen, verborgen. Dat was dus met recht verborgen manna. Het is het Woord van God, want dat is waar manna eigenlijk van spreekt: dat wat uit de hemel neerdaalt en waarvan men at. Maar het werd verborgen in het heiligdom, in een kruik. Manna spreekt van het Woord waarvan een mens leeft; het komt uit de hemel. Het werd verborgen, opgeborgen in een gouden kruik. Normaal is een kruik een aardevat, maar hier wordt gesproken over een gouden kruik, en dan is die kruik een beeld van onvergankelijkheid. Feitelijk van de opgestane Christus. En hier wordt degene die overwint aangezegd en beloofd: "Ik zal geven van het verborgen manna."⟨/p> ⟨p>Maar er wordt nog iets bijgezegd: "Ik zal hem een wit kiezelsteentje geven." En op dat kiezelsteentje – het klinkt misschien wat vreemd, maar het is niet het gewone woord voor steen, het is een speciaal, klein steentje, een kiezelsteentje – op dat kiezelsteentje, dat wit is, staat een nieuwe naam geschreven. Wit is in de symboliek niet zo moeilijk: het staat voor rein en zuiver, maar het spreekt ook van vrijspraak. Een wit kiezelsteentje dus, en op dat kiezelsteentje staat een nieuwe naam geschreven. Waaraan zou dit herinneren? We hadden het eerst over Bileam en de afgodenoffers tegenover het verborgen manna. Als je het hebt over een steentje met een naam erop, dan denk je aan de hogepriester. De hogepriester droeg inderdaad ook steentjes. Hij droeg zes steentjes op zijn rechterschouder en zes op zijn andere schouder, en op zijn borst had hij een lap, een schild van twaalf edelsteentjes waarin de namen van de zonen van Israël gegraveerd waren. Daar heb je het weer: de zonen van Israël in het bijzonder. Die droeg hij op zijn schouders, als beeld van kracht, en op zijn borst.⟨/p> ⟨p>Hier is sprake van de overwinnaars die zullen krijgen van dat verborgen manna waar niemand weet van heeft. En er wordt over nog iets anders gesproken dat refereert aan die hogepriester: over dat steentje en over de naam waar ook niemand weet van heeft. Want er staat: "een nieuwe naam geschreven, die niemand heeft waargenomen behalve wie hem ontvangt." Eigenaardig hè? Een nieuwe naam. Kijk, een naam is in het algemeen een uitbeelding of de expressie van wie iemand is. Waarom heette die man Bileam? Omdat hij een Bileam was. Ik moet nu denken aan een andere man van wie zoiets in de Bijbel geschreven wordt: Nabal. Nabal heette hij en Nabal was hij: een dwaas. Ja, zo staat het er dan. En ik heet André, en dat betekent "mannelijk", met de associatie "sterk" en "dapper".⟨/p> ⟨p>Ik zeg dat even omdat er ooit een predikant bij ons op bezoek kwam die Grieks en Hebreeuws doseerde aan hogescholen, een echt verstrooid professor-type. Toen ik als elf- of twaalfjarig ventje binnenkwam om even kennis te maken en hem een hand gaf, zei ik: "André." Hij zei: "Ah, André, dat is een mooie naam jongen. Dat betekent mannelijk, sterk, dapper." Nou, ik groeide natuurlijk geweldig! Maar een naam geeft uitdrukking aan de identiteit. Dat zou je ook eens aan Abraham moeten vragen, of aan Sara, of aan Adam en Eva. Allemaal hebben die namen betekenis. Wij zijn dat kwijtgeraakt, maar zo is het wel. Een nieuwe naam geeft dus ook uitdrukking aan een hele nieuwe identiteit; een vernieuwde identiteit, een naam die daar volledig expressie aan geeft.⟨/p> ⟨p>En het eigenaardige hier is vooral dat er bij die nieuwe naam staat: "die niemand weet." Letterlijk staat er eigenlijk: "die niemand heeft waargenomen behalve wie hem ontvangt." Daarom wordt deze aan de ontvanger zelf als eerste bekendgemaakt. Dat is bijzonder, want onze oude naam wordt niet eerst aan ons bekendgemaakt. Nee, de hele familie weet hem al en pas later kom je er zelf achter: "Oh, die naam heb ik." Hier is het juist andersom: het is een nieuwe naam geschreven die niemand heeft waargenomen behalve wie hem ontvangt. Dat wil zeggen: degene die hem ontvangt, die krijgt die nieuwe naam en die weet hem dus alleen. Daar blijft het natuurlijk niet bij, maar hij weet hem als eerste.⟨/p> ⟨p>Dat is trouwens iets wat je ook leest over de Mensenzoon Zelf. Want in Openbaring 19 vers 12 staat dat – ook weer in datzelfde hoofdstuk 19 –: "Hij heeft een geschreven naam die niemand heeft waargenomen dan Hijzelf." Ook daarin is Hij dus de Eersteling en uniek. Dat is dan het laatste wat we lezen over de ekklesia in Pergamum.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-15" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="5493" title="Speel af vanaf 01:31:33">▶ 01:31:33⟨/button> ⟨span>Afsluiting: de Actuele Joodse Setting van de Brieven⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En dat lijkt mij wel een heel goede aanleiding om te zeggen: laten we de volgende keer dan verder gaan en naar Thyatira vertrekken. Zullen we dat dan doen? We zijn niet zo heel veel verder gekomen en we hebben Openbaring 2 nog niet afgesloten, maar ik vond dat er te veel dingen in stonden om daar zomaar aan voorbij te gaan.⟨/p> ⟨p>Wat ik vooral ook doe in deze bespreking, is de link laten zien met de rest van het boek. Ik wil laten zien dat deze zeven brieven geplaatst moeten worden in de dag van de Heer en dat ze geschreven en gericht zijn aan Joodse ekklesia's. Dat wil ik vooral onderstrepen. Want hoeveel wij er ook van kunnen leren en hoe actueel het eigenlijk ook steeds meer wordt – want ja, dit zijn dingen die straks over een aantal jaren hun beslag gaan krijgen – vind ik het toch wel heel erg markant om daar anno 2019 hier zo bij stil te staan. Hoeveel wij er nu ook al van kunnen leren, dán zal het pas concreet en voluit zijn betekenis gaan krijgen.⟨/p>