⟨h3 id="hoofdstuk-1" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="0" title="Speel af vanaf 00:00">▶ 00:00⟨/button> ⟨span>Terugblik op de Inleiding van het Boek Openbaring⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En voor de vijfde keer gaan wij ons bezighouden met het boek de Openbaring, namelijk van Jezus Christus. Het is de laatste keer natuurlijk van dit jaar en het wordt een wat andere avond. Dat wil zeggen: iets afwijkend, wat ik straks nog eventjes wil gaan toelichten. Maar laten we eerst nog eventjes terugblikken op de voorgaande vier avonden, waarin we het eerste hoofdstuk hebben besproken als een basis, als een fundament van het boek. Daarin wordt eigenlijk ook een introductie gegeven van waarom dit boek geschreven is en wat de aanleiding is: Jezus Christus gaat zich in dit boek manifesteren. Hij die nu nog verborgen is, maar straks openbaar zal worden, dat wil zeggen: onthuld zal worden.⟨/p> ⟨p>In de wijze waarop Hij onthuld zal worden, wordt in hoofdstuk 1 al een tipje van de sluier opgelicht. Want de Zoon des mensen, of de Ben Adam zoals Hij hier verschijnt, verschijnt in allerlei hoedanigheden en dat komt in de rest van het boek weer naar voren. Om maar wat te noemen: dan lees je dat er uit Zijn mond een groot-zwaard kwam, een tweesnijdend groot-zwaard. Dat speelt diverse keren een hele grote rol in dit boek, met name aan het einde waarin we lezen dat de Heer Jezus Christus zal verschijnen en de volkeren ook zal richten en een oorlog ook daadwerkelijk zal voeren.⟨/p> ⟨p>We worden in dit boek natuurlijk verplaatst naar een totaal andere tijd dan de onze, al moet ik erbij zeggen dat die tijd zeer aanstaande is. In zekere zin was dat toen ook zo, daarover straks trouwens ook nog even meer. Maar inmiddels leven wij zo aan het einde van het zesde millennium en dan weet je: de zevende dag gaat aanbreken. Als ik het zo zeg, dan is het helemaal een inkoppertje. Maar dat neemt het karakter niet weg van die periode, van die dag waarin Johannes verplaatst is. Dat lezen we in hoofdstuk 1 vers 10, dat hij geplaatst werd in de geest — niet fysiek, maar in de geest — in de dag van de Heer. En dat is een heel andere tak van sport, om het zo te zeggen. Het is een hele andere wijze waarop God dan ook met de wereld opereert. Nu houdt Hij zich verborgen en handelt Hij niet actief, maar straks wordt dat compleet anders. Werkelijk compleet anders.⟨/p> ⟨p>Nou ja, die dingen hebben we zo overwogen en zoveel meer. We zijn inmiddels al gearriveerd in het eerste vers van hoofdstuk 2, maar ik vond het wat onbevredigend. Dat had ik de vorige keer eigenlijk ook al toen we al wel wat aanzetten hebben gegeven tot die brieven, die zevental brieven in hoofdstuk 2 en 3. Maar ik vond het wat onbevredigend — laat ik mijn zin even afmaken — om meteen in de details te duiken en vers voor vers deze hoofdstukken te bespreken.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-2" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="227" title="Speel af vanaf 03:47">▶ 03:47⟨/button> ⟨span>Belangrijke Theologische Vragen over de Zeven Ekklesia's⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Waarom begin ik hiermee? Omdat ik denk dat er een aantal vragen zijn die eraan voorafgaan, die je eerst helder en scherp moet krijgen alvorens je in de details treedt. Ik zal een aantal van die vragen opwerpen om eventjes op temperatuur te komen en om een idee te hebben van waar we het over gaan hebben.⟨/p> ⟨p>Wat weten we eigenlijk van deze ekklesia's in Asia? En wat ook heel belangwekkend is: hoe verhouden zij zich tot Paulus' arbeid in Asia? We weten dat Paulus lange tijd actief is geweest in Asia. Zo weten we uit Handelingen 20 dat hij sowieso twee jaar in Efeze is geweest, wat de hoofdstad van Asia was. De vraag is: hoe verhoudt Paulus' arbeid zich daar in Asia tot die zeven ekklesia's? We hebben immers gezien dat dit Joodse ekklesia's zijn.⟨/p> ⟨p>Hoe kan dat? Want daar komt nog een vraag bij: Hebben Joodse gemeenten wel bestaansrecht? Dat klinkt wat vreemd, maar hoe is dat te combineren met de waarheid zoals wij hem nu kennen, zoals Paulus die ook in zijn gevangenisbrieven naar voren brengt? Wij zijn één Lichaam waarin het onderscheid tussen besnijdenis en voorhuid totaal niet ter zake doet. De muur tussen de Jood en de niet-Jood, tussen de Jood en de heiden of tussen besnijdenis en voorhuid — dat is eigenlijk meer de technische Bijbelse benadering — is weg en die twee zijn eengemaakt. Maar hoe kan het dan dat hier zeven Joodse ekklesia's worden aangeschreven? Hebben die bestaansrecht of spreekt de Heer dan met twee monden?⟨/p> ⟨p>Dan nog zo'n vraag, die er denk ik direct mee te maken heeft: hoe kan Christus' wederkomst als zó aanstaande worden neergezet? En met dat 'zó' bedoel ik alsof het elk ogenblik in die dagen zou kunnen plaatsvinden. Het wordt niet alleen neergezet alsof het zou kunnen plaatsvinden, maar het wordt gepresenteerd als een gebeurtenis die op handen is. Deze ekklesia's worden ook voorbereid op de gebeurtenissen die in dit boek beschreven worden. Zij gaan dat meemaken en zij worden toebereid, ze worden geschikt gemaakt, geïnstrueerd en toegerust voor die tijd. Maar hoe zit dat nou eigenlijk? Richt Johannes zich in deze brieven tot toekomstige ekklesia's? Of waren die ekklesia's er al in het verleden? Of is het en-en?⟨/p> ⟨p>Ik stel zomaar wat vragen, maar hebt u antwoord op al deze dingen? U zult het met me eens zijn dat het de moeite waard is om daar een keertje bij stil te staan voordat je vers voor vers naar hoofdstuk 2 en 3 gaat. Dat gaan we ongetwijfeld ook doen en ik ben van plan dat met wat meer vaart te gaan doen, maar ik wil in ieder geval eerst duidelijk hebben hoe dit precies zit.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-3" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="449" title="Speel af vanaf 07:29">▶ 07:29⟨/button> ⟨span>De Setting van Openbaring 2 en 3: het Raamwerk⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Kortom, het gaat over de vraag: wat is de setting van Openbaring 2 en 3? Hoe moeten we dat plaatsen? Om het nog even wat anders te formuleren: je zet eerst het frame neer en daarna de details. Ik ben geen legpuzzelliefhebber en ik heb er evenmin ervaring mee, maar ik weet wel dat als je een legpuzzel maakt, je eerst de randen legt. Eerst het frame, en daarna ga je vervolgens de details in het frame leggen. Dat is eigenlijk ook het idee van deze avond: vanavond zorgen we voor het framework. Hoe zit dat nou eigenlijk met die zeven brieven, met die twee hoofdstukken en met die ekklesia's? Dat zijn de vragen waar we het zojuist over hadden.⟨/p> ⟨p>Of om het nog anders te formuleren, want ik houd van metaforen – metaforen maken dingen soms wat duidelijker: je hebt eerst het plaatje en de lijnen, en daarna ga je het inkleuren. Wat we nu doen is gewoon het plaatje helder krijgen. We maken duidelijk hoe het zit met die ekklesia's. Het mooie daarvan is trouwens dat als je dat eenmaal gedaan hebt, het inkleuren zoveel duidelijker wordt. En makkelijker ook, zo bedoel ik het. Eerst moet je het grote geheel hebben en dan ga je – zo noemen ze dat in het Engels – chunken. Je maakt eerst de grote brokken en dan ga je vervolgens naar de kleinere brokjes, de kleinere delen.⟨/p> ⟨p>Ik ga dat doen aan de hand van een zevental stellingen. Ik vond zeven een mooi getal en ik kwam er gewoon aardig op uit, dus daar moet u verder niets achter zoeken. Zeven is natuurlijk sowieso het getal van het boek de Openbaring. Je vindt talloze keren dat er sprake is van zeventallen: de zeven sterren, de zeven kandelaren, de zeven ekklesia's, de zeven zegels, de zeven bazuinen, de zeven violen... Van toorn, of zeven... hoe heet dat? Violen? Schalen, violen, hè?⟨/p> ⟨p>Ja, ik krijg thuis altijd al kritiek. Ik geef taalles, maar ik kan het verschil niet duidelijk maken tussen de V en de F. Ik haal die twee altijd door elkaar. Dus ik zeg gewoon 'violen' en u hoort 'violen'. Enfin, wat ik ga doen is een aantal stellingen neerzetten. Dat is eigenlijk een wat bouwkundige term; door diverse dingen neer te zetten, maak je het plaatje compleet. Sommige stellingen zijn helemaal niet zo wereldschokkend en sommige liggen misschien zelfs heel erg voor de hand. Aan de hand van wat we tot dusver gezien hebben, kan ik me dat sowieso al voorstellen, maar ik wilde de dingen even op een rijtje zetten. Door een aantal dingen neer te zetten, krijg je ook zicht op de hele chronologie. Dat wil zeggen: waar deze brieven geplaatst moeten worden en wanneer het boek de Openbaring geschreven moet zijn. Laten we die stellingen eens doornemen.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-4" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="674" title="Speel af vanaf 11:14">▶ 11:14⟨/button> ⟨span>Stelling 1: Niet Álle Ekklesia's in Azië Worden Aangeschreven⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>De eerste stelling is deze: niet alle ekklesia's die er in Asia waren, waarvan we weten in de Schrift, worden hier in Openbaring 2 en 3 aangeschreven. Wist u dat? Nee? Nou, dan weet u het nu. Want we weten sowieso van deze zeven ekklesia's uiteraard; de zeven gemeenten van Klein-Asia, of eigenlijk gewoon Asia. Maar we weten uit het boek Handelingen en de brieven van Paulus dat er in ieder geval nog een aantal andere ekklesia's waren. Bijvoorbeeld — nou, ik zeg bijvoorbeeld, maar ik zou er eerlijk gezegd niet veel meer weten, hoewel er misschien wel meer waren — plaatsen zoals Troas, Kolosse en Hiërapolis.⟨/p> ⟨p>Dan wil ik eventjes ook de bonnetjes bijleveren, want een stelling neerzetten is één ding, maar ik wil gewoon ook even de bonnetjes erbij geven. Ik had ook de versnummers erbij kunnen doen, maar ik wil het eventjes laten zien vanuit de Schrift. In Handelingen 20 lees je dit — en hier ziet u dat we nog steeds bezig zijn met de eerste stelling — daar lees je dat Lucas schrijft: "Maar wij...", waaruit blijkt dat de schrijver, de auteur, en dat is Lucas, er zelf bij was. "Wij voeren af van Filippi, en dat was na de dagen van de ongezuurde broden, en kwamen binnen vijf dagen bij hen te Troas aan, waar wij zeven dagen doorbrachten. En toen wij op één dag van de sabbatten..." — meestal vertaald met de eerste dag van de week, maar dat doet nu even niet ter zake; er staat letterlijk gewoon 'op één dag van de sabbatten' — "...samengekomen waren om brood te breken, hield Paulus een toespraak tot hen."⟨/p> ⟨p>Dat deed hij veel langer dan dat ik het vanavond ga doen; dat beloof ik u bij dezen, want dat was een hele lange toespraak, uren achtereen. Bovendien gebeurde er toen iets wat hier ook niet eens kan plaatsvinden. Namelijk, je kunt hier niet drie verdiepingen naar beneden vallen, zoals dat gebeurde met die Eutychus, die jonge man. Je kunt hier wel van je stoel vallen, maar niet zo diep, nee. Trouwens, daar was uiteindelijk ook niets aan de hand, want toen was daar Paulus en die stond op bij die jongeman.⟨/p> ⟨p>Afijn, waar het me nu even uiteraard om gaat, is het feit dat zij in Troas kwamen. Wij kennen Troas, en dat is leuk hè? Troas kennen wij eigenlijk in de ongewijde geschiedenis als Troje. Dat is dezelfde naam. Weet u wel, waar dat paard vandaan kwam? Dat was Troas. En dan staat er dus dat wij daar tijd doorbrachten en dat daar ook een samenkomst was en dat ze daar brood hebben gebroken. Kortom: daar was een ekklesia. Want dat is wat een ekklesia is. Want een ekklesia is natuurlijk niet een instituut of zo, een organisatie; iets geïnstitutionaliseerd, zo heet dat geloof ik toch. Dat is kerkelijk gedacht. Het is pas sprake van een kerk wanneer het echt een organisatie is, wanneer het beantwoordt aan bepaalde dingen en dat er een bestuur is. Nou ja, whatever. Een ekklesia is niks anders dan een verzameling mensen; minimaal twee, want anders is het geen verzameling, toch? En als daar twee mensen zijn of drie en ze zijn samen rondom het Woord, nou, dan is dat hier. Dus het was een ekklesia, zo simpel is dat. In Troas!⟨/p> ⟨p>Maar dan neem ik u nog eventjes mee naar Kolosse 4. Daar lees je dat Paulus de brief afsluit en dan zegt hij: "Want ik kan van hem..." — en dan heeft hij het over een Epafras, waardoor trouwens die ekklesia in Kolosse ook ontstaan was; Paulus was namelijk nooit persoonlijk in Kolosse geweest — "...getuigen dat hij zich veel moeite, zich vele moeite heeft gegeven voor jullie," namelijk in Kolosse, "en voor hen die te Laodicea en die te Hiërapolis zijn." Nou, over Laodicea hebben we het zometeen nog even, maar hier ziet u dat er dus sprake was van een groep daar in Kolosse, een ekklesia, en ook in Hiërapolis, waar we trouwens verder ook niets van weten. Maar we weten wel dat Epafras, die daar zo actief in Kolosse was, dat hij dat ook was in Laodicea en ook in Hiërapolis. Maar Hiërapolis, Troas en Kolosse worden niet genoemd in Openbaring 2 en 3. Het zijn dus niet alle ekklesia's daar in Asia.⟨/p> ⟨p>Nou, laat ik eventjes een kaartje tevoorschijn toveren. Want ja, je kunt natuurlijk wel over Asia en al die plaatsen spreken, maar ik weet niet wat uw cijfer was voor topografie. Ik kan me voorstellen dat u ze niet allemaal zomaar voor de geest kunt halen. Dit is trouwens een plaatje van een stuk van een afbeelding uit 'Van Paulus' Reizen'. En dit was zijn tweede reis. Dan lees je dat hij vanuit Antiochië komt en dan gaat hij, maar hij was van plan naar Asia te gaan — ik kom daar straks trouwens nog even op terug — maar hij werd verhinderd en toen ging hij naar Troas. Ja, en hij heeft gewoon Asia omzeild bij die gelegenheid.⟨/p> ⟨p>Waar het even om gaat, is dat er in Openbaring 2 en 3 een zevental ekklesia's wordt aangeschreven. Te beginnen bij Efeze en dan krijg je Smyrna. Bij een eerdere gelegenheid heb ik dat kaartje ook al getoond geloof ik. Nou niet dit, dat kaartje, maar toen liet ik u ook zien dat het ook een geografisch heel logische volgorde is. Hoewel ik denk dat die volgorde niet alleen geografisch is, maar er zit ook een geestelijke ordening in. Maar goed: Efeze, Smyrna, dan krijg je Pergamum, dan krijg je Thyatira en het was trouwens gewoon een rondweg. Degene die dus de brief zond of de postbode, om zo te zeggen, die ging eerst hierlangs en zo ging hij dit traject en via Thyatira kwam hij in Sardis, en dan kwam hij in Filadelfia en dan in Laodicea. Dat was trouwens de zevende, de laatste. Maar Troas, dat is ook Asia, wordt niet genoemd. Hiërapolis, dat tussen Filadelfia en Laodicea ligt, evenmin, en Kolosse, dat vlak onder Laodicea ligt, wordt ook niet genoemd.⟨/p> ⟨p>Johannes schrijft dus aan een specifieke groep van ekklesia's, niet willekeurig aan alle ekklesia's die in Asia waren. En inmiddels weten wij al waarom; ik ga dat nu alleen wat systematischer deze avond uiteenzetten. Maar inmiddels weten we al dat het gaat om Joodse gemeenten. Om besnijdenisgemeenten. Terwijl dat in Troas en Hiërapolis en Kolosse niet het geval was. Dat waren heidengemeenten, gebaseerd op het evangelie zoals Paulus dat predikte. Nou, dus eerst eventjes: niet alle ekklesia's worden in Openbaring 2 en 3 dus aangeschreven, maar een specifieke groep.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-5" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1180" title="Speel af vanaf 19:40">▶ 19:40⟨/button> ⟨span>Stelling 2: Vijf van Deze Ekklesia's Zijn Onbekend in Paulus' Brieven⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>De tweede stelling luidt: behalve Efeze en Laodicea zijn de overige plaatsen in Asia — dat wil zeggen zoals ze in Openbaring 2 en 3 genoemd worden — vanuit Paulus' brieven onbekend. Dus aan de ene kant zijn er ekklesia's die in het boek Openbaring onbekend zijn en niet genoemd worden, maar omgekeerd geldt ook dat van de ekklesia's die in Openbaring 2 en 3 genoemd en aangeschreven worden, het merendeel, een vijftal daarvan, in Paulus' brieven helemaal niet wordt genoemd. Dat wil zeggen dat de plaatsen zelf niet eens voorkomen.⟨/p> ⟨p>Eigenlijk hoef ik daar niet zoveel meer over te vertellen, want ik heb het in feite al benoemd. Het gaat om Smyrna, Pergamum, Thyatira, Sardis en Philadelphia. Die vijf plaatsen worden nooit genoemd in de brieven van Paulus. Hij kende die plaatsen niet; althans, ze worden nooit vermeld. Hij schrijft die ekklesia's ook niet aan en hij vermeldt ze evenmin bij de groeten en dergelijke. Dat is dus van een andere orde.⟨/p> ⟨p>De brieven die we in Openbaring 2 en 3 aantreffen, zijn daarmee typisch Johannesbrieven. Johannes was een apostel van de besnijdenis en hij richtte zich ook tot de besnijdenis. Daar was een officiële afspraak over gemaakt en het hele karakter van deze ekklesia's is dan ook inderdaad dat van de besnijdenis. Paulus noemt deze plaatsen in hun geheel niet.⟨/p> ⟨p>Dan gaan we nu naar de derde stelling. Ja, zo gaat het wel snel, maar de latere stellingen worden wat complexer, of daar heb je in ieder geval wat meer voor nodig. Dit was misschien nog niet spectaculair, het zijn van die weetjes, maar het is wel goed om het even scherp te krijgen.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-6" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1323" title="Speel af vanaf 22:03">▶ 22:03⟨/button> ⟨span>Stelling 3: het Besnijdenisevangelie Was Vanaf het Begin Bekend in Azië⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Stelling 3: Het besnijdenisevangelie was vanaf het prille begin in Asia al bekend. Wist u dat? En toch is het heel gemakkelijk te bewijzen. Als ik spreek over het besnijdenisevangelie, dan bedoel ik het evangelie zoals de twaalf apostelen dat hebben gepredikt. Zij waren Israëlieten, zij waren Joden, en zij hebben het evangelie gepredikt van de Koning die komt en de bekering van Israël. Dat is wat ik bedoel met het besnijdenisevangelie: een boodschap waarin alles draait om het herstel van Israël. Het is het evangelie waarin Israël de voorrang heeft boven alles. Israël moet tot bekering komen, en als Israël tot bekering komt, dan zal de Messias terugkeren en zo zal Hij Zijn koninkrijk vestigen over deze aarde. Dat is het besnijdenisevangelie.⟨/p> ⟨p>Maar dat evangelie was vanaf het prille begin al bekend in Asia. En als ik zeg het prille begin, dan bedoel ik al vanaf het moment dat het evangelie van de opgewekte Messias van Israël voor het eerst gepredikt werd, oftewel vanaf Handelingen 2. Als ik dat noem, dan gaan we daar meteen even naartoe. Want wat lezen we daar? In de vroege ochtend vond daar een geweldig talenwonder plaats. Wat was er namelijk aan de hand? Je leest dat de schare helemaal versteld staat en ondersteboven is van het feit dat zij zeggen: "Hoe horen wij?" Dat is de vraag, de verwondering: "Hoe horen wij hen dan, een ieder in onze eigen taal waarin wij geboren zijn?"⟨/p> ⟨p>U moet zich realiseren dat dit het Pinksterfeest was, of eigenlijk het Joodse Wekenfeest, de Sjavuot. Dat was een Joods oogstfeest waar pelgrims vanuit de hele wereld naar de tempel in Jeruzalem kwamen. Het gonsde bij die gelegenheid van het volk in de stad. Op dat moment vindt dat wonder plaats in het huis waar die honderdtwintig bij elkaar waren, en dan voeren Petrus en de anderen het woord. De menigte zegt: "Hoe horen wij hen dan niet in onze eigen taal waarin wij geboren zijn?" Let op: Parten, Meden, Elamiten, inwoners van Mesopotamië, Judea, Kapadocië, Pontus en – daar gaat het nu even om – Asia. In werkelijkheid gaat het rijtje nog verder, want er worden twaalf streken genoemd, twaalf gebieden waaruit zij afkomstig waren. Wat trouwens meteen weer bevestigt dat het gaat om Israël. Het zijn de twaalf die het woord voeren en het zijn de twaalf stammen die bereikt worden vanuit de hele wereld bij deze gelegenheid. Ze waren weliswaar in Jeruzalem, maar ze kwamen uit alle streken, ook uit Asia.⟨/p> ⟨p>De mensen die daar in Jeruzalem waren, woonden daar niet permanent; zij waren daar op pelgrimsreis. Na het feest gingen zij gewoon weer terug naar Asia en de boodschap die zij in Jeruzalem in Handelingen 2 vanaf de aanvang gehoord hadden, namen ze mee terug naar huis. Zo begrijp je ook hoe het evangelie in die dagen, in die generatie, in no-time is verspreid. Dat is met een gigantische vaart gegaan. Wij zeggen weleens dat zoiets alleen met internet heel snel kan gaan, maar dat had je gedroomd; dat is helemaal niet waar. Ik geef direct toe dat internet erg snel werkt – en dat hadden ze toen natuurlijk nog niet, dat weet ik ook wel – maar dat neemt niet weg dat in die dagen de hele bewoonde wereld al werd beëvangeliseerd, gewoon in één generatie.⟨/p> ⟨p>Dat kan heel gemakkelijk. Ga maar na – en dit is een negatief voorbeeld – hoe snel verspreidt een ziekte zich? Een ernstige griep bijvoorbeeld gaat erg snel, veel te snel natuurlijk. Ik bedoel maar te zeggen dat mensen met elkaar in aanraking komen en dat het bericht zich zo verspreidt. Het evangelie is geen virus, maar je kunt een ander er wel mee 'besmetten'. Dat is ook de bedoeling, want daar is het een bericht voor. Je hoort het en op het moment dat het een plaats krijgt in het hart... hoe snel is de incubatietijd van het evangelie? Op het moment dat je het kent en je hebt een mond, dan kun je het ook spreken en de anderen ermee benaderen. Je kunt je dus wel voorstellen dat dit als een lopend vuurtje is gegaan – een mooie beeldspraak als we het hebben over de Pinksterdag – ook in Asia.⟨/p> ⟨p>Als we een paar hoofdstukken verder gaan naar Handelingen 6, zijn we nog steeds in Jeruzalem. Daar komen we in aanraking met Filippus, maar ook met Stefanus, die in het volgende hoofdstuk een grote rol zal spelen en gestenigd wordt door de leidslieden van Israël. Er staat daar iets waarvan ik het detail even vet gedrukt heb: "Er stonden toen sommigen op van hen die vanuit de synagoge van de zogeheten Libertijnen zijn." Dat zijn geen liberalen hoor, hoewel het hetzelfde grondwoord is: vrijheid. Er waren daar mensen van de Cyreneeërs, van de Alexandrijnen en van hen die uit Cilicië zijn. Cilicië is trouwens niet Sicilië, want dat is Italië. Cilicië moet u maar eens aan Paulus vragen, want die zou zeggen: "Daar kom ik vandaan, uit de hoofdstad van Cilicië, namelijk Tarsus." Maar daar in Jeruzalem... dat was natuurlijk een stad waar honderdduizenden – ik meen zelfs toen al miljoenen – mensen woonden. Het was in ieder geval een gigantische stad met een wereldbouwwerk als de tempel. Er waren daar vele synagogen die onderdak boden aan al die mensen die zich vanuit de hele wereld daar voor korte of langere tijd vestigden. Hier worden een aantal van hen genoemd en je leest dat er ook mensen uit de synagoge van Asia kwamen. Er staat dat zij discussieerden met Stefanus. Ze twistten met hem, zegt de NBG-vertaling, maar ze waren niet sterk genoeg om de wijsheid en de geest waarmee hij sprak te weerstaan. Ook hier zien we dus weer Asia genoemd worden.⟨/p> ⟨p>Laten we nog even verder gaan naar Handelingen 16, waar ik zojuist al aan refereerde. Dat voorbeeld uit Handelingen 6 had ik voor de volledigheid genoemd, omdat daar ook sprake is van mensen uit Asia die in Jeruzalem waren. In Handelingen 16 lees je over Paulus en Silas. Wist u dat Paulus hem in zijn brieven nooit Silas noemt, terwijl hij het regelmatig over hem heeft? Hij noemt hem dan Silvanus. Silvanus en Silas zijn dus dezelfde persoon; Lukas noemt hem steevast Silas en Paulus noemt hem in zijn brieven altijd Silvanus. Dat is heel makkelijk aan te tonen. We hadden het er toevallig deze week nog over: in het boek Handelingen wordt het echtpaar altijd Prisca en Aquila genoemd, maar in de brieven van Paulus is het Priscilla – of omgekeerd. In ieder geval kennen we dat fenomeen wel: de een noemt iemand altijd zus en de ander noemt iemand altijd zo. Mijn moeder werd ook altijd 'Zus' genoemd, maar dat is weer wat anders. Paulus en Silas gingen door Frygië en de Galatische landstreek. O, dat liet ik u net trouwens al even zien.⟨/p> ⟨p>Ja, ze kwamen uit Frygië en de Galatische landstreek... dat was hier dus ergens. Herinnert u zich dat plaatje nog? En dan staat er: en zij werden door de Heilige Geest verhinderd het Woord in Asia te spreken. Daar was hij nog helemaal niet geweest ook.⟨/p> ⟨p>En nu staat er: hij werd door de Heilige Geest verhinderd het Woord in Asia te spreken. Nou moet ik er even iets bij zeggen, dat is de disclaimer. Er staat namelijk niet bij hóe de Geest dat verhinderde en ook niet waarom de Geest dat verhinderde. Dus bij alles wat ik erbij invul, zou u kunnen zeggen dat het gefantaseerd is, maar dat is niet helemaal waar. Want de Bijbel geeft elders namelijk wel een motief. Want de vraag is natuurlijk deze...⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-7" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2001" title="Speel af vanaf 33:21">▶ 33:21⟨/button> ⟨span>Waarom de Geest Paulus Verhinderde in Azië te Spreken⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En de vraag is deze: hoezo? Waarom en wat was de reden dat de Heilige Geest verhinderde om dat woord in Azië te spreken? Ik denk dat daar een goede reden voor is en eigenlijk heb ik het al genoemd: het evangelie was daar al bekendgemaakt. Wellicht was er nog iets anders: er was daar al een andere apostel actief. Welke apostel zou dat geweest kunnen zijn? Wat denkt u? Ja, ik denk Johannes. Johannes, die op Patmos was en die dan zeven ekklesia's aanschrijft.⟨/p> ⟨p>De reden waarom ik dat zo denk, is dat er in Romeinen 15 staat dat Paulus een bepaald principe volgde. Hij zegt het zo in Romeinen 15 vers 20. Hij zegt daar tegen de gelovigen te Rome: "Ik stelde er zo een eer in om het goede bericht te brengen" — letterlijk staat er eigenlijk één woord: te evangeliseren — "waar Christus nog niet wordt genoemd, opdat ik niet op andermans fundament zou bouwen." Stel je voor dat Johannes daar al actief was geweest en het evangelie al in Azië was gebracht, dan was het voor Paulus dus niet nodig om naar Azië te gaan. Later is hij daar wel naartoe gegaan, maar dan had dat andere redenen; toen werd hij er ook min of meer heen gehaald.⟨/p> ⟨p>Maar hier werd hij verhinderd en de reden lijkt mij vrij evident. Johannes is daar ook al geweest en aangezien het Paulus' principe was — hij stelde er een eer in om zo te opereren dat hij niet naar plaatsen ging waar het evangelie al gebracht was en waar de naam van Christus nog niet was genoemd — werd hij verhinderd om daar op een andere wijze werkzaam te zijn. Anderen predikten daar namelijk het evangelie van de besnijdenis.⟨/p> ⟨p>Laten we wel wezen: het was het evangelie. In deze Bijbelstudies is het buitengewoon belangwekkend — en ik overdrijf echt niet door het zo te formuleren — om de Schriften te onderscheiden en om het verschil te zien tussen Paulus' geschriften en de besnijdenisschriften. Maar je zou het kunnen overdrijven door te zeggen dat die twee niets met elkaar te maken hebben. Ze hebben namelijk hetzelfde fundament. Hoezeer de verschillen er ook zijn, uiteindelijk staat de opgewekte Christus in beide evangeliën centraal. Ik bedoel in dat van Paulus en dat van de twaalf; dat is de basis.⟨/p> ⟨p>Paulus zegt het in 1 Korinthe 15, misschien mag ik dat nog eventjes genoemd hebben. Daar vertelt hij hoe de opstanding van Christus een historisch feit is, gewoon omdat Hij verschenen is aan velen. Er waren honderden getuigen en hij voert ze dan ook op. Dan zegt hij: "Ja, Hij is verschenen aan Kefas en de twaalf, en uiteindelijk als laatste ook aan mij." Zo sluit hij dat gedeelte af in 1 Korinthe 15 vers 11: "Daarom dan" — dat is zijn conclusie — "ik, Paulus, of zij, de twaalf, welke apostel dan ook, daarom dan: ik of zij, zo prediken wij." Dat wil zeggen: zo, met het proclameren van de opgestane Christus, de Israëls Messias, zo prediken wij en zo kwamen jullie tot geloof. Eigenlijk: zo werden jullie gelovig.⟨/p> ⟨p>Ongeacht of ze het nou van Jakobus, Petrus, Johannes of Paulus hoorden: allemaal predikten ze de opgewekte Christus. Dat is de gemeenschappelijke basis, hoezeer er ook onderscheidingen zijn. Maar Paulus stelde er dus een eer in om niet op andermans fundament te bouwen en dus werd hij hier ook verhinderd om het woord in Azië te spreken. Ik zeg het met een voorbehoud, een slag om de arm, want het staat hier niet vermeld, maar Romeinen 15 vers 20 geeft een hele goede reden aan waarom dat zo geweest zou kunnen zijn. We gaan naar de vierde stelling.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-8" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2339" title="Speel af vanaf 38:59">▶ 38:59⟨/button> ⟨span>Stelling 4: de Nadrukkelijke Israëlitische Identiteit in de Brieven⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>In zekere zin bouwen al deze stellingen voort op de zaken die we tot dusver diverse keren gezien hebben, maar ik zet ze nu allemaal wat meer op een rijtje om bepaalde dingen nog even wat scherper te stellen. Stelling 4 luidt: de Israëlietische identiteit speelt een grote rol in de zeven ekklesia's in Asia. Dat wil zeggen dat die zeven ekklesia's die Johannes aanschrijft in Openbaring 1 tot en met 3, Israëlietisch van aard waren; hun identiteit was Israël.⟨/p> ⟨p>Laat ik daarvoor een aantal redenen geven, gewoon vanuit de Schrift zelf. In Openbaring 1 hebben we dit al besproken, dus ik hoef dat nu niet meer uitgebreid te doen, maar in vers 6 lees je over Hem, de eerstgeborene uit de doden en de overste van de koningen der aarde: "En Hij maakt ons een koninkrijk van priesters." Dan weet je vanuit Bijbels perspectief meteen over welk volk je het hebt, want dat is namelijk uitsluitend Israël. Israël is afgezonderd en uitverkoren om een koninkrijk van priesters te zijn te midden van alle natiën. Niet omdat de natiën God niet interesseren – integendeel, God heeft de hele wereld lief en Hij gaat al die volken zegenen – maar dat doet Hij via dat volk. Bij dat volk horen de ekklesia's die hier aangeschreven worden. Er staat: "En Hij maakt ons..." Johannes sluit zichzelf daar uiteraard bij in, maar het geldt ook voor de geadresseerden, de ekklesia's. Hij maakt ons een koninkrijk van priesters voor zijn God en Vader. Hem zij de heerlijkheid en de kracht tot in de aeonen van de aeonen. Amen.⟨/p> ⟨p>Om nog even een bevestiging te lezen dat het inderdaad om een Israëlietische identiteit gaat: "Neem waar, Hij komt met de wolken en elk oog zal Hem zien, ook hen die Hem doorstaken, en alle stammen van het land zullen heftig treuren over Hem. Ja, amen." Wanneer dat moment gaat aanbreken, komt Hij met de wolken en zal ieder dat zien. Het gaat hier inderdaad over de stammen van het land; we hebben het over Israël.⟨/p> ⟨p>Dan gaan we nog even naar die brieven zelf toe. Ik zie hier op mijn dia Openbaring 3 staan, maar dat moet Openbaring 2 zijn. Ik ga dat thuis, voordat ik het op internet zet, nog even veranderen. In Openbaring 2 vers 9 lees je: "Neem waar, Ik zou sommigen vanuit de synagoge van de satan geven, van hen die zeggen Joden te zijn, maar het niet zijn en liegen. Neem waar, Ik zal maken dat zij arriveren en zich neerwerpen voor jouw voeten en zij zouden weten dat Ik jou liefheb." Over de details gaan we het later nog hebben, maar ik wil dit nu alvast genoemd hebben omdat je ziet dat die Joodse of Israëlietische identiteit er echt toe doet. Het doet ter zake of je een Jood bent of niet, en of je dat 'faket' of niet.⟨/p> ⟨p>Laten we wel wezen: in de ekklesia zoals wij die nu kennen, het Lichaam van Christus, speelt het geen enkele rol of iemand zegt een Jood te zijn of niet. Dat maakt geen bal uit, want dat onderscheid is niet aan de orde. De tussenmuur is tenietgedaan en het verschil tussen Jood en heide is niet aan de orde. Maar in de ekklesia's die hier aangeschreven worden, is het wel degelijk heel belangrijk. Er wordt gesproken over de synagoge van de tegenstanders en zij claimen Joden te zijn; ze pretenderen het, maar ze zijn het in werkelijkheid niet. Waarom dat zo is, is nog een ander punt, maar het gaat erom dat die Joodse identiteit daar voor die zeven ekklesia's van groot belang is.⟨/p> ⟨p>Dit staat in de brief aan Smyrna, maar het is ook het geval in hoofdstuk 3 vers 9, in de brief aan Philadelphia. Daar staat weer iets soortgelijks: "Ik weet van je verdrukking en de armoede (maar je bent rijk) en de laster vanuit degenen die zeggen dat zij Joden zijn en het niet zijn, maar een synagoge van de satan." Dus ik heb de boel even omgekeerd, neem me niet kwalijk. Normaal gesproken zou ik zeggen dat dit het werk van de diabolos is die de dingen door elkaar gooit, maar ik zal dat thuis ook nog even in orde maken. Dankjewel voor de correctie. Het is overigens in beide gevallen vers 9, dus dat is makkelijk te onthouden.⟨/p> ⟨p>Die Joodse identiteit wordt dus zowel in Smyrna als in Philadelphia benadrukt. Het betekent gewoon dat het van belang is of het waar is dat iemand Joods is of niet; die pretentie speelt een grote rol. Daar wilde ik het voor nu even bij laten. En dan nog iets dat ik, voordat we gaan pauzeren, nog even genoemd wil hebben. Ik kan daar eigenlijk heel kort over zijn om de simpele reden dat we het er de vorige keer al over gehad hebben, maar nu wil ik het, omdat het helemaal past in dit rijtje, nog eens even goed onderstrepen.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-9" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2786" title="Speel af vanaf 46:26">▶ 46:26⟨/button> ⟨span>Stelling 5: de Boodschappers (shaliach Tzibur) als Joodse Functie⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Johannes schrijft aan zeven boodschappers van de ekklesia’s. Hij spreekt hen zo aan en dat is een punt van belang, want het betreft hier een bekende Joodse functie. Er staat in Openbaring 1 vers 20: "Het geheim van de zeven sterren die je waarnam op mijn rechterhand en de zeven gouden kandelaren." Dan volgt de uitleg van de zeven sterren: dat zijn de zeven boodschappers van de zeven ekklesia’s, en de zeven kandelaren zijn de zeven ekklesia’s zelf. De sterren zijn dus de boodschappers van de ekklesia’s en de kandelaren zijn de zeven ekklesia’s zelf.⟨/p> ⟨p>Wat hier aan de orde is, is dat er in de meeste vertalingen, zoals de Statenvertaling en de NBG-vertaling, altijd gesproken wordt over de "zeven engelen van de gemeenten". Er staat dan: "Schrijf aan de engel van de gemeente." Daar heeft men feitelijk weer een mysterie van gemaakt, maar de zeven engelen van de gemeenten vormen op zichzelf geen geheim. Het geheim was dat Johannes zeven sterren zag. Dan is de vraag: wat zijn die zeven sterren? De uitleg luidt dat die zeven sterren de zeven boodschappers van de zeven ekklesia’s zijn. Het één is het geheim — het mysterie zo u wilt — en het ander is de verklaring van dat geheim. De zeven engelen van de zeven gemeenten zijn dus geen geheim; zij zijn de verklaring van een geheim. Dat vind ik heel erg belangrijk, want dat betekent dat dit als bekend verondersteld wordt.⟨/p> ⟨p>Dat is het ook, alleen moet je dan natuurlijk wel even je neus buiten de kerkdeur steken. Als je het kerkelijk gaat verklaren, dan kom je er niet uit. Het gaat hier ook helemaal niet om kerken in de zin van heidengemeenten; het is een Joodse functie en dat is een hele bekende. We hebben het de vorige keer ook al benoemd: kijk maar eens op Wikipedia naar de term ⟨em>Shaliach Tsibbur⟨/em>. Het hangt er een beetje vanaf hoe de spelling precies is, omdat je het vanuit het Hebreeuws overzet in onze taal. Is het een 's' of een 'z'? Is het een 'f' of een 'v'? Maar het is een Shaliach, en het leuke is dat een ⟨em>Shaliach Tsibbur⟨/em> een algemeen bekende Joodse functie is. De vertaling daarvan is simpelweg: de boodschapper van de ekklesia. Dat is het; een Joodse functie. Tegenwoordig wordt dat vaak een chazan genoemd.⟨/p> ⟨p>Die functie is van oudsher al bekend. Ook dat bepaalt ons weer bij de wijze waarop Johannes deze ekklesia’s moest benaderen: via de ⟨em>Shaliach Tsibbur⟨/em>. De zeven boodschappers van de zeven ekklesia’s, dat zet ons meteen weer stil bij de identiteit van die groepen en bevestigt dat het een Israëlitisch gebeuren is. Dan wil ik nog één ding zeggen voordat we gaan pauzeren, en daar heb ik nu even geen dia van.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-10" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3000" title="Speel af vanaf 50:00">▶ 50:00⟨/button> ⟨span>Het Bewijs voor de Vroege Datering van het Boek Openbaring⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>De gangbare uitleg van deze hoofdstukken wordt meestal bepaald door de datering van het boek Openbaring. Men zet die datering meestal ergens achterin de eerste eeuw. Men zegt dat Johannes toen al op een zeer hoge leeftijd was, wat men baseert op overleveringen van een latere leerling van hem, Polycarpus. In ieder geval veronderstelt men dat dit boek ergens in het jaar negentig is geschreven, aan het einde van de eerste eeuw, en dat Johannes toen de vroege kerken aanschreef.⟨/p> ⟨p>Dat is een hele merkwaardige gedachte, want in de eerste plaats: hoe verklaar je die puur Israëlitische identiteit dan? En bovendien, hoe was het ook alweer vlak voor Paulus' heengaan? Wat schrijft hij in zijn geestelijk testament, de tweede Timotheüs-brief? Daar zegt hij tegen Timotheüs: "Dit weet je, dat allen die in Asia zijn, mij verlaten hebben." Terwijl hij in de gevangenis zit, stelt hij vast: allen in Asia hebben mij verlaten.⟨/p> ⟨p>Als we meegaan met het kerkelijke standpunt, dan zou Johannes dus een aantal jaren na het heengaan van Paulus brieven hebben geschreven naar die plaatsen in Asia. Of eigenlijk moet ik het anders zeggen: Jezus Christus gebiedt dan om deze ekklesia's in Asia aan te schrijven, maar de naam van Paulus komt niet eens aan de orde. Heeft Jezus Christus zelf Paulus soms verlaten? Dat zou je je haast gaan afvragen. Waarom worden zij er niet op aangesproken of waarom wordt er niet gezegd: "Ga weer terug naar de leer van Paulus"? Dat zou je toch verwachten als de gangbare datering klopt.⟨/p> ⟨p>Het loutere feit dat dit helemaal niet aan de orde is, geeft aan dat het boek Openbaring veel eerder is geschreven, namelijk in de Handelingen-tijd. Dat brengt ons bij stelling 6 en 7. Ik stel voor dat we eerst even gaan pauzeren. Dat is een mooi moment, want ik zei net wel even dat het internet helemaal niet nodig is voor de verspreiding, maar het helpt wel mooi mee. Wij zijn inmiddels aangekomen bij...⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-11" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3183" title="Speel af vanaf 53:03">▶ 53:03⟨/button> ⟨span>Stelling 6: de Nabijverwachting Binnen het Besnijdenisevangelie⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>We zijn aangekomen bij de zesde stelling, en dat betekent dat we er eigenlijk nog maar twee te gaan hebben. Dit zijn echter wel de meest belangwekkende punten; de ene stelling is min of meer gebouwd op de volgende. De zesde stelling luidt als volgt: in het besnijdenis-evangelie van de zeven ekklesia's, namelijk die van Openbaring 1 tot en met 3, speelt de nabijverwachting een grote rol.⟨/p> ⟨p>Dat woord 'nabijverwachting' moet ik misschien nog even uitleggen, hoewel het eigenlijk al wel voor de hand ligt. Het is de verwachting dat het Koninkrijk van God zich zou manifesteren en openbaar zou worden in diezelfde generatie. Dat is een heel belangrijk element; het is dus niet iets van veel later. Nee, in die generatie zou dat alles zijn beslag gaan krijgen. Ik wil daar een paar dingen over zeggen en het laten zien vanuit de brieven zelf, maar eerst wil ik stilstaan bij die verwachting in het algemeen binnen het besnijdenis-evangelie.⟨/p> ⟨p>Om even aan te voelen hoe dat in de tijd van de Handelingenperiode geleefd heeft, lezen we in Handelingen 1 wat er gebeurde vlak voordat de Heer Jezus ten hemel voer op de Olijfberg. Er staat dat zij die bijeengekomen waren Hem vroegen: "Heer, herstelt U in deze tijd het Koninkrijk voor Israël?" De Heer maakt vervolgens een omtrekkende beweging met Zijn antwoord. Hij zegt: "Het is niet aan jullie te weten tijden of gelegenheden die de Vader plaatste in Zijn eigen autoriteit." Of zoals de NBG-vertaling zegt: "die de Vader aan Zich gesteld heeft." Met andere woorden, Hij zegt geen 'ja', maar Hij zegt ook geen 'nee'. Hij geeft ze wel een mandaat, een opdracht, een taak en eigenlijk ook een belofte. Jullie zullen Mijn getuigen zijn; dat is niet eens in de eerste plaats een opdracht, het is een missie maar ook een belofte. "Jullie zullen Mijn getuigen zijn in Jeruzalem, Judea, Samaria, tot aan de einden van het land" – of van de aarde. Dat was de verwachting.⟨/p> ⟨p>Als we dan nog even verder lezen, voorbij de Pinksterdag, dan is het Petrus die opstaat en het woord richt tot zijn volksgenoten. Dan zie je ook hoe die boodschap gepredikt werd en waarom men verwachtte dat het aanstaande was. Het wás ook aanstaande; er hoefde maar één ding te gebeuren en dat wil ik laten zien. Dit vers is in de laatste bijbelstudies al vaak genoeg aan de orde gekomen, maar ik denk dat het buitengewoon belangrijk is om je te realiseren hoe dit de hele sfeer ademt van alle geschriften van het Nieuwe Testament en de brieven, namelijk de verwachting dat in die dagen het Koninkrijk zou baanbreken. Die verwachting was solide en heel reëel.⟨/p> ⟨p>Wat zegt Petrus dan, nadat de man die vanaf zijn geboorte verlamd was, genezen was? Hij neemt het woord en zegt vanaf vers 19: "Bezin je dan," tegen het volk, "en keer om, opdat jullie zonden uitgewist worden, zodat er perioden van verfrissing mogen komen van het aangezicht van de Heer." En Hij, de Heer God, zou de voor jullie, Israël, bestemde Christus – de Messias, de Mashiach – afvaardigen, namelijk Jezus. Waarvan zij nu konden getuigen: Hij is opgestaan, Hij is ten hemel gevaren en Hij is nu in de hemel. Dat staat hier ook, want erachter staat dat Hij de voor jullie bestemde Christus, Jezus, zou afvaardigen, die de hemel moest ontvangen tot op de tijden van herstel van alles waarvan God sprak bij monde van Zijn heilige profeten vanaf de aeon.⟨/p> ⟨p>Dit is een concordante weergave, maar ook in de Statenvertaling of de NBG-vertaling lees je soortgelijke dingen. Het maakt geen verschil welke vertaling je hier hebt, want het is volstrekt helder wat Petrus hier naar voren brengt: dat de voor Israël bestemde Messias zou terugkeren op het moment dat Israël zich als natie zou bezinnen en zich zou omkeren. Dan zouden er tijden van verfrissing aanbreken en zou de Christus worden afgevaardigd en gezonden vanuit de hemel. De hemel moest Hem ontvangen, maar dat zou zijn totdat Israël zich bezint.⟨/p> ⟨p>Met andere woorden: Israëls bekering of – nog duidelijker gezegd – Israëls terugkeer tot God valt samen met de terugkeer van Christus uit de hemel. Dat is beide een bekering, een terugkeer, en die twee zijn aan elkaar gekoppeld. Wanneer komt de Heer terug? Dan kun je natuurlijk een datum prikken, dat is één manier, maar je kunt ook de context en de situatie schilderen: Hij keert terug als Israël zich bekeert.⟨/p> ⟨p>Dat was de prediking: de Christus is er, Hij is opgestaan. Jullie hebben Hem gekruiseld, maar dat was in onwetendheid. God heeft op die wijze de profetieën in vervulling doen gaan, had Petrus net daarvoor gezegd, en nu is het afwachten wat de reactie is. Israël wordt nu als natie opgeroepen om zich te bekeren, en dan zou de Christus terugkeren en de tijden van herstel aanbreken. Dat wil zeggen: alles waarvan de profeten hebben gesproken zou worden hersteld. In de eerste plaats natuurlijk ook het huis en de troon van David, die gereconstrueerd zouden worden. Dit moet duidelijk zijn als je het hierover hebt, en dat is een advies dat ik jullie geef.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-12" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3646" title="Speel af vanaf 01:00:46">▶ 01:00:46⟨/button> ⟨span>Israëls Bekering als Voorwaarde voor Christus' Terugkeer⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Als je een vers wilt koppelen aan het evangelie van de besnijdenis, dan zou ik Handelingen 3:19-21 noemen. Als er iets is wat het evangelie van de besnijdenis typeert, dan is het deze boodschap: de boodschap dat Israël zich zou bekeren. Wanneer zij zich bekeert, wordt het Koninkrijk openbaar, keert de Christus terug en zal er een herstel aanbreken. Dat is het evangelie van het Koninkrijk, oftewel het evangelie van de besnijdenis. Je begrijpt nu ook waarom Israël daarin zo cruciaal is; Israël fungeert in feite als het bruggenhoofd. Via Israël breekt het Koninkrijk aan en zal de Koning verschijnen. Het gebeurt vanuit en in Jeruzalem. Dit was ook een boodschap in Jeruzalem. Voelt u dat? Het is allemaal Israël wat de klok slaat; dat staat centraal. De besnijdenis en die boodschap van de terugkeer van Israëls Messias zie je heel duidelijk terugkeren in de brieven in Openbaring 1 tot en met 3.⟨/p> ⟨p>In Openbaring 2 geef ik een aantal voorbeelden. In vers 5 staat: "Maar zo niet, dan kom Ik tot je en Ik zal de kandelaar weghalen vanuit haar plaats, in het geval dat je je niet zult bezinnen." Dan kom Ik tot je. Vers 16 van hoofdstuk 2 zegt: "Bezin je dan; maar zo niet, dan kom Ik snel tot je en Ik zal oorlog voeren met hen in het groot-zwaard van Mijn mond." Ik kan het niet nalaten hier even op te wijzen: deze formulering "Ik zal oorlog voeren met hen in het groot-zwaard". Je had verschillende typen zwaarden, maar hier wordt specifiek het groot-zwaard van Mijn mond genoemd. Dat was in hoofdstuk 1 ook al aan de orde gekomen toen de Heer Jezus als de Ben Adam aan Johannes verscheen. Later zul je ook zien dat de Heer zal verschijnen voor de natiën en dan gaat Hij krijg voeren, dan gaat Hij oorlog voeren. Hij zal als een Krijgsheer ook voor Israël in de bres treden. In die context staan ook deze brieven; de terugkeer van Israëls Messias wordt gekoppeld aan de oorlogsvoering met de volkeren.⟨/p> ⟨p>De hele setting van deze brieven is eindtijdelijk. Het is Israëlitisch, maar het plaatst ons ook in de tijd van het einde: de tijd van de terugkeer van Israëls Messias en daarmee ook het baanbreken van het Koninkrijk. Nog een voorbeeld vinden we in vers 25. Het is iedere keer een verschillende ekklesia die wordt aangesproken, maar hier staat: "Maar wat jullie hebben, houd dat vast totdat Ik, wanneer dan ook, zou arriveren of zou komen."⟨/p> ⟨p>In hoofdstuk 3 vers 3 lezen we: "In het geval dan dat je niet zou waken, zal Ik als een dief arriveren. Je zult beslist niet weten welk uur Ik bij jou zal arriveren." Dan weet je trouwens ook meteen dat dit van een andere orde is dan wat Paulus schrijft. Want Paulus zegt dat Hij voor ons natuurlijk niet als een dief verschijnt; wij weten gewoon hoe laat het is. Maar ook hier gaat het erom: "Ik zal dan bij jou komen." De verzen 10 en 11 in hoofdstuk 3 zijn gericht aan de ekklesia van Philadelphia. Ik zei al dat we op deze verzen nog uitgebreid terugkomen wanneer we de plaatjes gaan inkleuren, maar ik noem het nu om één reden: in bijna al die brieven wordt heel expliciet gesproken over de terugkeer van Israëls Messias die zij zouden meemaken. In welke conditie zij zich ook zouden bevinden — dat is precies waar ze op worden aangesproken — het staat als een paal boven water dat zij dat zouden meemaken.⟨/p> ⟨p>"Omdat jij het woord van Mijn verduren bewaart," wordt er tegen Philadelphia of tegen de boodschapper van Philadelphia gezegd, "zal Ik ook jou bewaren uit het uur van de beproeving die aanstaande is over heel de bewoonde wereld, om te beproeven hen die op de aarde wonen." Hierin zie je ook weer die tijd van het einde: de tijd van de terugkeer van de Messias en de openbaarmaking van Zijn Koninkrijk. "Ik kom snel! Houd vast wat je hebt, opdat niemand jouw lauwerkrans, jouw kroon, zou nemen." Ook hier is de setting weer eindtijdelijk. Om het theologisch te zeggen — wat ik liever niet doe, maar goed — het is eschatologisch. Dat wil zeggen: we worden geplaatst in de tijd van het einde, en zij zouden daar in die beproeving dan bewaard worden.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-13" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3999" title="Speel af vanaf 01:06:39">▶ 01:06:39⟨/button> ⟨span>Stelling 7: Johannes Passeert de Huidige Verborgenheid⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Nou, dan wordt het tijd voor de zevende stelling. En dat is niet voor niks de laatste, omdat hier iets elementairs gezegd wordt. Ik gaf al even aan dat het boek Openbaring niet ergens achter in de eerste eeuw geschreven is, maar veel eerder; in de tijd namelijk dat het evangelie van de besnijdenis nog actueel was. De stelling luidt zoals ik hem hier heb geformuleerd: Johannes wordt in de geest in de dag van de Heer geplaatst. Dat is een vrijwel letterlijke weergave van hoofdstuk 1 vers 10. Maar hij 'skipt' — dat is een Engels woord, maar dat betekent dus dat hij passeert; hij springt als het ware over de hele periode heen van het ene "samen-lichaam".⟨/p> ⟨p>Dat klinkt misschien als jargon, maar wij weten dat. Dat "samen-lichaam" is een uitdrukking uit de Efezebrief die Paulus vanuit de gevangenis heeft geschreven. Hij schrijft daar over de ecclesia, eigenlijk het handvest van eenheid, waarin hij zegt dat de muur nu weggebroken is en dat het verschil tussen besnijdenis en voorhuid niet langer ter zake is. Laat ik dat eventjes grafisch weergeven.⟨/p> ⟨p>Je hebt de Handelingenperiode waarin ik een paar mijlpalen noem: Handelingen 2, Handelingen 13 en Handelingen 28. Ik weet niet in hoeverre die termen u wat zeggen. Handelingen 2 staat voor de Pinksterdag. Je kan ook een gospelgroep zo noemen: ⟨em>2nd Chapter of Acts⟨/em>. Dat is een hoofdstuknummer, maar het staat voor veel meer; het staat namelijk voor de dag van Pinksteren.⟨/p> ⟨p>Handelingen 28 is ook zo’n mijlpaal. Daar eindigt het boek mee. Dat is de mijlpaal waarin de deur voor Israël gesloten wordt. Wanneer Paulus in Rome arriveert, zegt hij heel plechtig vanuit het boek Jesaja: "Met jullie ogen zullen jullie niet kunnen zien, en met jullie oren niet horen, en met jullie hart niet verstaan, en jullie zullen je niet kunnen omkeren en jullie zullen niet worden genezen en hersteld." Kortom, wat zich al veel eerder aftekende, wordt daar definitief. Dan lees je ook dat het heil van God nu definitief gevestigd wordt onder de natiën. Handelingen 28 is eigenlijk het hoofdstuk dat het eindpunt is. Niet alleen het slot van Handelingen, maar er gaat ook nog iets anders op slot: de deur sluit voor Israël.⟨/p> ⟨p>Gedurende heel die Handelingenperiode heeft het evangelie van de besnijdenis geklonken, namelijk: "Bekeer je." Dat begon in Handelingen 2 en dat eindigde bij Handelingen 28. Hier klonk inderdaad de boodschap: nu niet langer meer. We zijn inmiddels een kleine veertig jaar verder. In die generatie heeft die boodschap geklonken. Het is zelfs zo dat het echt veertig jaar is, want als je ervan uitgaat dat de Heer Jezus is gekruisigd en opgestaan in het jaar 30, en het jaar 70 is het jaar waarbij Israël als natie definitief ten onder ging, Jeruzalem verbrand werd en de tempel verwoest, dan is dat precies veertig jaar. Van 30 tot 70 is dezelfde periode als de woestijnreis naar het beloofde land.⟨/p> ⟨p>Het begon dus in Handelingen 2 en eindigde in Handelingen 28. Handelingen 13 is ook zo'n mijlpaal, want dat is het hoofdstuk waarin Paulus begint met de prediking onder de natiën. Hij wordt dan ook afgezonderd, samen met Barnabas. Hij wordt niet afgezonderd ⟨em>voor⟨/em> Israël, maar hij wordt afgezonderd ⟨em>van⟨/em> Israël. Hij gaat naar de natiën toe en predikt wat hij zelf in de brief aan de Galaten noemt: het evangelie van de voorhuid. Dat is een heel typische term als je er goed over nadenkt, maar voor Joodse oren is dat helemaal niet vreemd. Het is het evangelie waarin de besnijdenis totaal geen rol speelt. Totaal niet.⟨/p> ⟨p>Hier tekent zich eigenlijk al af — tenminste bij Paulus — dat Israël ongehoorzaam is, en vandaar ook dat Paulus naar de natiën ging. Dat betekent, als u nu goed oplet, dat er in deze periode vanaf Handelingen 13 tot Handelingen 28 twee evangeliën klonken. In de eerste periode klonk alleen het besnijdenisevangelie; toen was er nog helemaal niets anders, want toen was daar nog niet de prediking van Paulus. Maar vanaf Handelingen 13 tot aan Handelingen 28 heeft, naast het besnijdenisevangelie waarin de boodschap van Israëls bekering klonk, ook het voorhuidevangelie geklonken. Dat betekent ook dat er eigenlijk twee groepen waren, twee typen evangeliën. Ik zeg type evangelie; het is één soort, maar het zijn wel twee typen. Dat is een uitgebreid onderwerp, maar laat ik nu niet teveel in de details treden. Het gaat erom: twee typen evangeliën, maar ook twee typen gemeenten, ecclesia's, die daardoor ontstonden.⟨/p> ⟨p>Je had Joodse gemeenten waarin de boodschap van de besnijdenis heel sterk klonk en die heel israëlitisch van aard waren. Waar overigens bij gelegenheid ook wel gelovigen uit de natiën als gasten waren. Maar er waren ook die gemeenten onder de leiding van Paulus en zijn boodschap, waarin de besnijdenis totaal geen rol speelde en waarin al doorklonk dat het voor Israël nu toch wel heel erg nijpend ging worden en dat ze niet zouden gaan luisteren. De deur was nog niet in het slot, maar ging wel dicht. Terwijl ik er nu over spreek, denk ik: hier moeten we eigenlijk nog eens een speciaal intermezzo — zo'n leuk woord in dit verband — aan wijden. Nog een avond waarin je die dingen in het algemeen zo neerzet.⟨/p> ⟨p>Het gaat mij er nu om dat er in de periode vanaf Handelingen 13 tot Handelingen 28 twee typen evangeliën klonken: aan de ene kant de richting van de twaalf en aan de andere kant de boodschap van Paulus. Dat betekende ook twee typen gemeenten. Dit was nou typisch zo'n overgangsperiode. Paulus kende de boodschap van de besnijdenis heel erg goed, maar aan hem was iets anders toevertrouwd. Hij, Paulus, en degenen die naar hem luisterden, wisten eigenlijk méér dan de twaalf. Zij zaten nog helemaal op de lijn van: "Israël moet zich bekeren." Realiseer je goed dat dit een buitengewoon omvangrijke beweging was, een messiaanse beweging. In Handelingen 21 lees je dat Jacobus tegen Paulus zegt dat er tienduizenden waren die in de Messias geloofden, in Israëls Messias, maar die allemaal ijveraars voor de wet en de besnijdenis waren. Dat was de besnijdenisgroep.⟨/p> ⟨p>Nou, volgende dia.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-14" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4563" title="Speel af vanaf 01:16:03">▶ 01:16:03⟨/button> ⟨span>De Dag van de Heer als Voortzetting van het Besnijdenisevangelie⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Dit is de situatie die zich straks weer gaat aandienen, namelijk in de Dag van de Heer. Wat je dan krijgt, is dat de periode van het besnijdenis-evangelie gewoon weer wordt hervat of, anders gezegd, wordt voortgezet. Het begint trouwens ook weer met een periode van drieënhalf jaar; daar begon deze periode trouwens ook mee, maar dat zeg ik even voor de fijnproevers. Dat is heel boeiend: eerst een periode van drieënhalf jaar in Jeruzalem, daarna naar de natiën.⟨/p> ⟨p>Maar goed, eerst dat besnijdenis-evangelie; dat klonk hier in deze hele Handelingenperiode. Maar straks, in de Dag van de Heer, gaat dat gewoon weer hervat worden. Dan begint God weer met een getuigenis daar in Jeruzalem. Ik bedoel, dat is allemaal na de opname, de wegrukking van de Ecclesia. Dan begint God weer met een nieuw getuigenis. Waar komen die getuigen dan vandaan? Het begint met twee getuigen; die heb je nodig voor een getuigenis, dat staat vast. Het begint met twee getuigen in Jeruzalem en zo gaat dat weer gevestigd worden. Maar dat is in feite de lijn van het besnijdenis-evangelie die daar gewoon wordt voortgezet in deze Dag van de Heer.⟨/p> ⟨p>Wat was er nu aan de hand? Johannes moest omwille van het Woord van God naar Patmos. Ik weet dat we het er al eerder over hebben gehad: men zegt dan dat hij werd verbannen en dergelijke, maar dat staat er niet. Hij is gewoon omwille van het Woord van God, om de boekopenbaring op te tekenen en de dingen daarvan waar te nemen en visioenen te krijgen, naar Patmos gegaan. Dat is in deze periode geweest, vóór Handelingen 28, want toen was het besnijdenis-evangelie in die dagen nog heel actueel. Hij werd in de geest verplaatst in de Dag van de Heer, waarin je exact dezelfde situatie krijgt, waarin je ook weer besnijdenisgemeenten zult hebben en waarin die boodschap opnieuw actueel is. Zoals de gedachte en de verwachting in die generatie was: "Het gaat gebeuren," zo gaat het straks ook weer zijn.⟨/p> ⟨p>Toen is het niet werkelijk gebeurd, maar achteraf is het makkelijk praten natuurlijk. Wij weten dat het anders is gegaan, maar dat wist men toen niet. Na de wegrukking van de gemeente begint er weer een nieuw getuigenis, Israëlitisch van aard. Israël en Jeruzalem spelen een grote rol. In die dagen gaat het alsnog gebeuren. Toen dacht men dat het zou gebeuren – dat had ook gekund – maar dan gaat het daadwerkelijk gebeuren. Dit is in de Dag van de Heer dus een voortzetting van het besnijdenis-evangelie. Ik geef toe, er is wel wat aan te merken op het plaatje, maar ik hoop dat het duidelijk is.⟨/p> ⟨p>Waar Johannes niet over schrijft – en ik ga ervan uit dat hij daar volkomen onwetend over was – is dit fenomeen: namelijk dat er na Handelingen 28 niet direct het Koninkrijk aanbrak, maar dat er iets anders kwam. De deur viel in het slot voor Israël; Israël kon zich niet meer bekeren. Dan is het Paulus die het geheimenis voluit gaat openbaren en dat het ook aan de andere apostelen bekendgemaakt wordt. Daarover schrijft hij in Efeze 3, dat het geheimenis ook aan de apostelen, ook aan Johannes dus, verteld wordt. Dit zijn waarheden die hij optekent in de Efezebrief, waarheden die hij vanuit de gevangenis na Handelingen 28 allemaal zo neerlegt.⟨/p> ⟨p>Dan wordt het geheimenis voluit geopenbaard. Er waren al hints gegeven in de brieven uit de eerdere periode, maar ten volle wordt het geopenbaard vanuit de gevangenis. Dat is ook het moment dat inmiddels de deur in het slot gevallen is voor Israël, dat zich niet meer kan bekeren. En nu krijgen we nog iets belangrijks: vanaf deze periode, vanaf het moment dat Israël zich niet meer kan bekeren, krijg je een heel andere situatie. Gedurende de Handelingenperiode had je namelijk twee lijnen: de besnijdenis en de voorhuid. Maar vanaf Handelingen 28 zijn de twee één gemaakt en is de tussenmuur tussen beiden weggebroken.⟨/p> ⟨p>Dat ik over deze dingen vertel, is eigenlijk allemaal rechtstreeks overgenomen uit Efeze 2 en 3, waarin Paulus dat heel duidelijk naar voren brengt, maar ook uit de Kolossensenbrief. In de gevangenisbrieven zet hij dat geheimenis echt breed uit en etaleert hij het. Hij mag het dan ook voluit openbaren; daar gaan alle registers open, om zo te zeggen. Vanaf dit moment speelt het verschil tussen besnijdenis en voorhuid geen rol meer. De twee die er tot Handelingen 28 waren, worden vanaf dan één. Dat was een heel nieuw geheim. Zeker binnen het besnijdenis-evangelie wist men hier helemaal niets van. Er was een heel andere verwachting, namelijk: Israël gaat zich bekeren en dan zal het Koninkrijk openbaar worden. Maar dat gebeurde niet. En wat nu?⟨/p> ⟨p>Dat heeft alles te maken met het geheimenis dat Paulus al openbaart in zijn eerdere brieven, die in de Handelingenperiode al geschreven zijn, maar dat voluit naar voren kwam nadat voor Israël de deur in het slot was gevallen. Vanaf dan is ook inderdaad het verschil, de muur tussen Jood en heiden, tussen besnijdenis en voorhuid, weg. Dat speelt geen rol meer. Dat is dus de huidige tijd, waarin de twee één zijn gemaakt.⟨/p> ⟨p>Daaruit volgt dat het boek Openbaring, waarin Joodse ekklesia's voorkomen en waarin de Heer zich uitspreekt tot Joodse ekklesia's, per definitie vóór Handelingen 28 geplaatst moet worden. Dat kan nooit daarna geweest zijn, want toen speelde het verschil tussen die twee geen rol meer. Daarmee hebben we ook een ander probleem getackeld, namelijk de datering van het boek Openbaring. Dat is dus geruime tijd vóór het jaar 70 opgetekend en in elk geval vóór Handelingen 28, voordat Paulus vanuit de gevangenis de waarheden van de Ecclesia neerlegde en het verschil dat er tot dusver altijd was, totaal is geëlimineerd. Het speelt geen rol meer.⟨/p> ⟨p>Dus het boek Openbaring is in deze periode vóór Handelingen 28 opgetekend. Toen waren daar nog Joodse ekklesia's; daarna zijn ze opgegaan in... nou ja, voor een deel zijn ze uitgestorven. Zijn ze ook echt omgekomen omdat ze compleet de weg kwijtgeraakt zijn? Men leze de Hebreeënbrief. Voor een deel zijn ze gewoon tot een heel nieuw inzicht gekomen door dat wat Paulus heeft opgetekend. Ze zijn als het ware 'geüpdatet'. Het was een compleet nieuwe denkwijze die ze zich eigen moesten maken. En vergis je niet, dat is een heel proces geweest.⟨/p> ⟨p>Petrus vertelt daar ook over in zijn laatste brief. Hij zegt: "Als je nu echt wilt weten hoe dat zit met die terugkeer van de Heer die nog uitblijft, dan moet je eigenlijk bij Paulus wezen." Daarin is een en ander zwaar te verstaan, zegt hij dan. Ja natuurlijk, die man heeft zijn hele mindset moeten laten resetten. Want hij dacht en leefde heel die periode in de overtuiging dat Israël tot bekering zou komen en dat Jezus Christus dan zou terugkeren. En dan ineens blijkt aan het eind van zijn leven: "Wacht even, het gaat heel anders." Het gaat heel anders. En als je wilt weten hoe het zit, dan moet je bij Paulus wezen. Dat was inmiddels ook aan de twaalf duidelijk geworden.⟨/p> ⟨p>Ik denk dat deze dingen die we nu vanavond hebben gezien heel elementair zijn. Dat gaat nog veel verder dan alleen de uitleg van Openbaring 2 en 3, want dit plaatst ook de besnijdenisbrieven – die van Jakobus, Petrus en Johannes – in zijn algemeenheid in een heel ander kader. Het beantwoordt ook de vraag die ik formuleerde bij de aanvang van de avond: zijn die brieven in Openbaring 2 en 3 toekomstig of verleden? Het is niet of-of; het is en-en.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-15" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="5217" title="Speel af vanaf 01:26:57">▶ 01:26:57⟨/button> ⟨span>Afsluiting: het Misverstand over het Sterven van Johannes⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Ik zie dat het tien voor is, dus dat kan ik nog mooi eventjes doen. Laat ik afsluiten met een woord dat we vinden aan het einde van het Johannesevangelie. Ik herinner me dat ik bij een andere gelegenheid, welke weet ik niet meer, deze verzen ook heb genoemd. We zitten hier om eventjes het tafereel te lokaliseren aan het Meer van Gennesaret, bij het kolenvuur. Daar wist Petrus alles van. Nou, vers 22: Jezus zegt tegen hem – dat is tegen Petrus: "Als Ik wil dat hij," en dan gaat het over Johannes, "dat hij blijft totdat Ik kom, wat gaat het jou aan? Jij, Petrus, volg jij Mij?"⟨/p> ⟨p>Dit woord ging vervolgens uit onder de broeders, de apostelen en die hele kring die zo'n prominente rol heeft gespeeld in de prediking van het evangelie van de besnijdenis in de Handelingentijd. Men dacht dat die leerling niet sterven zal. Dus gedurende die hele periode dat men gepredikt heeft, de Handelingentijd, heeft men gedacht: Johannes gaat het meemaken, die leerling zal niet sterven. Nu is hij inderdaad nog heel oud geworden ook, maar dan staat er nog bij – dat zegt Johannes er zelf als verklaring nog bij: "Maar Jezus zei niet tegen hem, tegen Petrus, dat hij niet sterven zou, maar: Als Ik wil dat hij blijft totdat Ik kom, wat gaat het jou aan?"⟨/p> ⟨p>Ik ben ervan overtuigd dat dat misverstand een reden had. De Heer heeft expres dat misverstand in die periode zo gelaten. Dat gaf alleen maar des te meer power aan het appel om dat Israël zich toen zou bekeren. In die dagen zou het gebeuren en Johannes zou het nog meemaken. Later heeft men dat moeten herzien en ook moeten toegeven dat dat niet zo direct was gezegd, maar het was niet voor niks dat men dat al die tijd gedacht heeft.⟨/p> ⟨p>Feitelijk heeft Johannes, ook voordat hij stierf, de terugkeer van de Heer al meegemaakt. Hij is namelijk weliswaar in de geest verplaatst in de dag van de Heer en heeft het allemaal meegemaakt, gezien, getuigd en opgetekend. Dus het hangt er maar vanaf hoe en vanuit welke optiek je het benadert. Maar één ding is wel duidelijk: met Openbaring 2 en 3 worden wij weer echt op Israëlitische bodem geplaatst, in een hele besnijdeniscontext. De eindtijd, de terugkeer van de Heer, de openbaring van het Koninkrijk. En die ekklesia's worden geïnstrueerd met het oog op de tijd die pal daarop en in hun dagen zal gaan aanbreken.⟨/p> ⟨p>Nou, dat heb ik willen duidelijk maken in deze twee uurtjes. Ik hoop dat het zo wat systematisch is opgebouwd en dat ik deze stellingen zo met de bijbehorende bonnetjes in goede orde heb afgeleverd. Ik zou zeggen: overdenk het een en ander nog eens. Want ik leg het alleen maar neer. Ik bedoel, ik denk gewoon met u mee en toevallig mag ik dan het woord voeren. Maar het is pas waar wanneer je het zelf hebt gezien in de Schriften. Dus ik ben misschien dan wel erg stellig – sommige mensen nemen dat kwalijk, hij is altijd zo stellig, dat ben ik ook wel – maar neem die stelligheid pas over wanneer u zegt: "Waarachtig, het staat geschreven. Inderdaad, het klopt." Dan mag je ook stellig zijn, vind ik, zeg ik er bescheiden bij. En niet eerder.⟨/p>