⟨h3 id="hoofdstuk-1" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="0" title="Speel af vanaf 00:00">▶ 00:00⟨/button> ⟨span>Inleiding en Terugblik op de Reis Naar Rome⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Het is vandaag 31 mei en dit is de 46e studie. Als u het mij vraagt, is dit de laatste studie, niet alleen van het seizoen, maar ook de bijeenkomst waarbij we het boek Handelingen afsluiten. We hebben nog even overwogen om eind juni nog een bijeenkomst te hebben, maar ik denk dat het mogelijk moet zijn om het vandaag af te ronden. Ik moet me vanavond dus echt heel gedisciplineerd gedragen en dat ga ik ook doen. En jullie ook: verleid mij niet tot allerlei uitstapjes en excursies. We beginnen bij vers 15 en zouden uit moeten komen bij vers 31. Er zitten aan het slot van Handelingen 28 trouwens allerlei kwesties en zaken die eigenlijk nog veel meer aandacht verdienen, maar het lijkt mij een goed idee om daar bij een andere gelegenheid, als aparte onderwerpen, nog eens een keer aandacht aan te wijden.⟨/p> ⟨p>Eventjes nog kort terugblikkend op de vorige keer. We zijn toen begonnen bij Handelingen 28. In Handelingen 27 vond de scheepsreis plaats die zo enorm turbulent was en uiteindelijk eindigde in een schipbreuk. Zoals Paulus al had voorzegd, leidde dit niet alleen tot de schipbreuk, maar ook tot het feit dat alle schepelingen behouden zouden aankomen. Dat gebeurde ook, en men arriveerde op het eiland Malta, zo blijkt bij nader inzien. Daar worden ze allemaal, en vooral Paulus, openlijk en heel vriendelijk ontvangen. Het is ook een contrast waar ik de vorige keer op gewezen heb. Aan de ene kant wordt de reis naar Rome in Handelingen 27 typologisch voorgesteld door een scheepsreis: een beeld van Israël. Israël wijst de boodschap af, waardoor de hele natie — het schip — ten onder gaat in de natiën, de volkerenzee. Aan de andere kant is daar Malta, dat heidense land, waar Paulus vriendelijk wordt ontvangen en waar hij inderdaad zijn woord kan doen. Ook dat is niet alleen historisch, maar ook typologisch.⟨/p> ⟨p>Na een overwintering van drie maanden reizen ze weer verder naar Rome per schip onder het kenteken de Dioscuren. Daar hebben we ook nog even bij stilgestaan, bij Castor en Pollux. Gezien het adres van deze Bijbelstudie moest dat natuurlijk ook wel. De twee die eigenlijk één zijn, dat is het onderwerp van de tweelingen. Ik heb u toen iets verteld over het sterrenbeeld en alles wat daaraan vastzit, inclusief de namen Castor en Pollux. Je zal daar toch maar wonen; dat lijkt me een geweldig voorrecht, en nog van bovenaf ook als je het zo mag bekijken. Wat een typologie allemaal. Terwijl Paulus vanaf Malta richting Rome reist, arriveert hij uiteindelijk met het schip in Puteoli, een plaats nabij het huidige Napels. Dat betekent dat hij nog een voetreis van pakweg 200 kilometer heeft af te leggen.⟨/p> ⟨p>De namen worden genoemd en je leest ook dat broeders hem tegemoet komen. Paulus had vele bekenden in Rome en bovendien was hij een Romeins burger, een officieel geregistreerd inwoner van Rome. Hoe dat zo kwam, daar hebben we het al eens eerder over gehad, maar in elk geval komen broeders hem tegemoet in Forum Appius, op ongeveer 65 kilometer van Rome. Ook in Tres Tabernae, die plaats wordt ook genoemd, wordt hij ontvangen; dat is nog iets dichter bij Rome. Broeders hadden lucht gekregen van het feit dat Paulus in aantocht was en kwamen hem tegemoet. Dat was in een paar pennestreken wat we de vorige keer hebben gezien.⟨/p> ⟨p>Dan pak ik de draad op in vers 16: "Toen wij nu Rome binnenkwamen..." Dit is de laatste keer dat Lucas, de schrijver, nog in de wij-vorm spreekt. Lucas was hier dus bij. Hoe het zat met Aristarchus, die ook meereisde en van wie we al eerder lazen, weten we niet; daar worden geen mededelingen over gedaan. Maar ook Lucas is hier dus bij. "Toen wij nu Rome binnenkwamen, werd Paulus toegestaan om op zichzelf te blijven samen met de hem bewakende soldaat." De versie van de Statenvertaling is iets uitgebreider, wat te maken heeft met een ander handschrift, de zogenaamde Textus Receptus, waar de Statenvertaling op gebaseerd is. Die voegt hier nog aan toe dat de hoofdman de gevangenen overgaf aan de overste van het leger. Maar dat is waarschijnlijk een latere toevoeging, vandaar dat de nieuwere vertalingen dat weglaten. In de oudste handschriften ontbreekt deze zin namelijk. Het kan best zo gegaan zijn, maar het is niet door Lucas opgetekend.⟨/p> ⟨p>In elk geval krijgt Paulus toestemming. We hebben in deze laatste hoofdstukken al diverse keren gezien dat Paulus, ondanks het feit dat hij een gevangene is, toch een grote mate van vrijheid genoot. Daar kwam bij dat de bewuste man, de centurio... hoe heette hij ook alweer? Ik word ouder. Ja, Julius, uit Handelingen 27 vers 1. Hoofdman Julius was Paulus zeer welgezind en vertrouwde hem kennelijk volledig. Trouwens, Paulus had sowieso weinig te vrezen van de Romeinen. Laten we welwezen: ook de stadhouders aan wie hij verantwoording moest afleggen, eerst Felix en later Festus, waren overtuigd van zijn onschuld. Het was alleen vanwege vriendjespolitiek ter wille van de Joden dat Paulus gevangen bleef, maar niet omdat de stadhouder dacht dat Paulus ook maar iets te verwijten viel.⟨/p> ⟨p>Hoe dan ook, Paulus was Romein en kreeg een grote mate van vrijheid terwijl de soldaten hem bewaakten. Het is wel interessant, want hoewel het hier niet expliciet beschreven staat, wordt het wel gesuggereerd: Paulus is nu in Rome en hij had zich op de keizer beroepen. Hij zou dus voor de keizer moeten verschijnen. Hij was nu net gearriveerd op de plaats waar de rechtspraak zou moeten plaatsvinden. Het Romeinse recht was zo geregeld dat aanklagers nog achttien maanden — anderhalf jaar — de tijd kregen om te arriveren. De beschuldigers bevonden zich immers in Judea en moesten ook naar Rome toe. Zij kregen daar zolang de tijd om hun beschuldigingen kracht bij te zetten en te verzamelen, om alles in geregelde orde bijeen te brengen zodat dat in de rechtbank kon dienen. Al die tijd was Paulus in een soort voorarrest, in verzekerde bewaring. En dan lees je, terwijl Paulus net gearriveerd is: "Het gebeurde nu na drie dagen..." Over die drie dagen hebben we het de vorige keer al gehad, daar ga ik nu aan voorbij en neem het even aan als een historische mededeling.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-2" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="582" title="Speel af vanaf 09:42">▶ 09:42⟨/button> ⟨span>Paulus Roept de Joodse Leiders in Rome Bijeen⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Het gebeurde na drie dagen dat hij de voornaamste mannen van de Joden bijeenriep. Van die voornaamste mannen mag je aannemen dat het de leiders zijn geweest van de diverse synagogen. Ik moet trouwens ook zeggen – we hebben dat al eerder gezien in hoofdstuk 18 – dat een eerdere keizer alle Joden uit Rome had verbannen. Dat was keizer Claudius; zijn naam wordt in Handelingen 18 ook genoemd. Maar dat was inmiddels alweer heel wat jaren geleden. Inmiddels waren de Joden weer teruggekomen en konden zij zich weer in Rome vestigen. Er was daar een grote Joodse gemeenschap, dus er zullen heel wat synagogen geweest zijn.⟨/p> ⟨p>Enfin, Paulus roept de voornaamste van de Joden daar bijeen. In vers 17 lees je: "Toen zij nu samenkwamen, zei hij tegen hen: Mannenbroeders, ik doe niets strijdigs tegen het volk of tegen de voorvaderlijke gebruiken." Dat hadden we al veel eerder gezien. Dat was precies waar hij van beschuldigd werd en de reden waarom de Joden hem hadden overgeleverd: dat hij het tegen het volk gemunt zou hebben en tegen de voorvaderlijke gebruiken, oftewel tegen de Joodse traditie en gebruiken, of dat Paulus de afval van Mozes zou prediken. Paulus zegt: "Dat is niet waar, ik doe niets strijdigs." Dat hoef ik eigenlijk nauwelijks meer toe te lichten, omdat we dat in de laatste hoofdstukken zo vaak hebben gezien. Maar Paulus komt nu in Rome en de leiders daar zijn blanco; zij weten dat allemaal niet. Ik kom daar straks nog even op terug.⟨/p> ⟨p>Het eerste wat Paulus doet, is zijn zaak verdedigen. Hij is een gevangen man, dus die mannen zullen zich ongetwijfeld hebben afgevraagd hoe dat zo gekomen is. Paulus stelt dat hij niets strijdigs doet tegen het volk of de voorvaderlijke gebruiken en hij beschrijft kort zijn verhaal. Hij vertelt dat hij vanuit Jeruzalem als gevangene werd overgeleverd in de handen van de Romeinen. Die Romeinen waren van plan hem vrij te laten, nadat zij hem kritisch hadden beoordeeld – "na onderzoek", zegt de NBG-vertaling. De Romeinse bestuurders, in dit geval Felix en Festus, hadden inderdaad het plan om Paulus gewoon weer te laten gaan. Waarom? Wel, heel simpel: omdat er in hem geen enkele reden voor de doodstraf bestond.⟨/p> ⟨p>Maar – en dan komt het punt – de Joden spraken dat tegen. Ik leg daar expres even de klemtoon op, want het zijn niet de Romeinen geweest die het hele proces in gang hebben gezet. Integendeel, de Romeinen zijn er tegen wil en dank bij betrokken geraakt. Het waren de Joden die tegenspraken dat hij niet schuldig zou zijn aan de doodstraf.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-3" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="817" title="Speel af vanaf 13:37">▶ 13:37⟨/button> ⟨span>Een Gedwongen Beroep op de Keizer voor de Hoop van Israël⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>"En ik werd gedwongen mij te beroepen op de keizer." Dat is interessant. Paulus zegt dat hij gedwongen werd, genoodzaakt was. Hoezo was dat zo? Wel, dan moeten we even terugkijken. Ik weet niet of u dat nog helder voor de geest hebt staan, want in hoofdstuk 25 hebben we gelezen dat Paulus daar voor Felix stond. Nee, dat was Festus. Je haalt die twee makkelijk door elkaar; het waren elkaars opvolgers.⟨/p> ⟨p>Festus wilde op een gegeven ogenblik, bij wijze van gunst aan de Joden, Paulus in Jeruzalem berechten. Paulus was inmiddels in veiligheid gebracht in Caesarea. Op een zeker moment kwamen de Joden uit Judea en Jeruzalem naar Caesarea om beschuldigingen in te brengen, maar stadhouder Festus stelde voor om het proces in Jeruzalem af te handelen. Dat lees je in hoofdstuk 25 vers 9. Paulus doorzag echter het risico van een Joodse moordaanslag. Hem was namelijk ter ore gekomen dat als hij terug zou gaan van Caesarea naar Jeruzalem, hij al vóór het proces ter dood zou zijn gebracht; ze hadden een hinderlaag voor hem geregeld. Dus Paulus werd genoodzaakt om niet Joods berecht te worden, maar keizerlijk. Feitelijk stond hij al voor de keizerlijke rechtbank, want de stadhouder was de vertegenwoordiger van de keizer.⟨/p> ⟨p>Toen op een gegeven moment Festus, na de tussenkomst van koning Agrippa — u herinnert zich dat hij zei: "U hebt zich op de keizer beroepen, naar de keizer zult u gaan" — besloot dat Paulus naar de hoogste instantie zou gaan, was dat mede omdat Paulus een Romein was. Paulus zag zich dus genoodzaakt zich te beroepen op de keizer. Hij zegt daar nog bij: "Niet alsof ik iets had om mijn natie te beschuldigen." Dat was niet het verhaal. Het was niet zo dat híj hen wilde beschuldigen; het was omgekeerd: de Joden beschuldigden hem ten onrechte. Dat wilde Paulus, nu hij hier in Rome gearriveerd is en zich bij die vooraanstaande Joden bevindt, heel duidelijk gezegd hebben. Hij benadrukt dat dit weliswaar een intern Joods conflict is, maar dat hij niet de Joden wil beschuldigen. Hij is niet tegen het volk of tegen de voorvaderlijke gebruiken; niets van dat alles. Hij werd simpelweg genoodzaakt om dit beroep te doen, eigenlijk gewoon om niet gedood te worden.⟨/p> ⟨p>In vers 20 zegt hij: "Vanwege deze reden dan riep ik jullie op om jullie waar te nemen — er staat letterlijk 'om jullie te zien' — en toe te spreken, zoals bij deze gelegenheid nu." Een paar dagen nadat hij in Rome is gearriveerd, wil hij graag dit gezegd hebben, want, zo zegt hij erbij: "Om de hoop van Israël heb ik deze ketting om." Het schijnt trouwens letterlijk zo geweest te zijn dat Paulus echt vastgeketend was aan zo’n soldaat. Ik weet niet precies hoe ik me dat moet voorstellen, dat je altijd maar vastzit met een ketting. Maar kennelijk was dat toch zo; aan één hand zat je vast aan zo’n soldaat. Ik kan er eigenlijk niet veel over vertellen, maar terwijl ik erover spreek, stel ik me vragen: hoe werkte dat in de praktijk? Hoe lang was die ketting? Had je hem altijd om, ook voor sanitaire stops? Hoe ging dat dan? Ik weet het niet.⟨/p> ⟨p>Maar in ieder geval: hij was geketend. In de brieven die hij in diezelfde tijd ongeveer geschreven moet hebben, zegt hij: "Ik ben een gezant, een ambassadeur in een keten." Let op het enkelvoud. En hier zegt hij: "Om de hoop van Israël." Feitelijk is dat natuurlijk ook het grote onderwerp in heel het boek Handelingen. Het gaat allemaal om Israël, vandaar ook dat het in Handelingen 28 tot zijn hoogtepunt en zijn eindpunt komt. De hoop van Israël is uiteindelijk waar Israël naar uitkijkt: de Messias. Wel, dat is precies waar het Paulus allemaal om te doen was: de opstanding, de opgestane Messias. Er zijn verschillende verwijzingen waar je dat allemaal kunt terugvinden. De hoop van Israël is de opstanding, de Messias en het Messiaanse Rijk dat gedurende het boek Handelingen was gepredikt. Dan nemen de Joodse leiders, die daar bij Paulus samengekomen waren, het woord.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-4" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1190" title="Speel af vanaf 19:50">▶ 19:50⟨/button> ⟨span>De Reactie van de Joodse Leiders: Geen Documenten uit Judea⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En zij zeiden tot hem: wij ontvingen geen documenten omtrent u vanuit Judea. En dat is werkelijk verbazingwekkend. Als je weet hoe gigantisch het tumult was daar in Jeruzalem en in Judea, en we hebben gelezen dat tienduizenden daar in Jeruzalem en omstreken Paulus kenden... Over hem was 'categorisatie' gegeven, zo staat het er letterlijk, dat hij afval van Mozes onder de natiën predikte. En nu is hij in Rome, de hoofdstad van de wereld, waar ook een grote Joodse gemeenschap is, en dan zeggen zij: wij ontvingen geen documenten omtrent u vanuit Judea. De grote vraag is natuurlijk: hoe kan dat?⟨/p> ⟨p>Ik denk dat daar – het wordt niet expliciet gezegd, maar stilzwijgend wordt het hier gesuggereerd en vervolgens in de praktijk bevestigd – het volgende speelt. Paulus moet een tijd daar gaan uitzitten; de beschuldigers moeten arriveren en hun aanklacht gaan indienen, maar er komt niemand. Er wordt helemaal niets over verteld. Men heeft inmiddels natuurlijk ook wel gezien, toen eenmaal de kwestie verdaagde voor Felix en Festus, dat ze bij die Romeinen geen schijn van kans hadden om hun aanklacht door te zetten en Paulus inderdaad ter dood te brengen. Geen denken aan. En nu was hij helemaal ver van huis in Rome. Je kunt je nog voorstellen dat ze bij Felix en Festus, in de nabijheid van de Joodse gemeenschappen, nog enige kans van slagen zouden hebben. Maar nu hij in Rome was, zo ver van huis, en dan voor de keizer die helemaal geen enkel benul of affiniteit had met de Joodse aangelegenheden... Trouwens, de keizer was toen Nero. Dat was geen beste, maar hij had totaal geen enkele affiniteit met deze zaken. Dat waren in zijn ogen gewoon interne godsdienstige twisten en die zouden ze absoluut geseponeerd hebben, zoals dat in rechterlijke termen heet. Het was dus niet omdat de kwestie in Judea niet meer speelde, maar simpelweg omdat ze hebben ingezien dat ze geen poot aan de grond konden krijgen. Het was volkomen zinloos om nu naar Rome toe te gaan.⟨/p> ⟨p>Wij ontvingen geen documenten vanuit Judea, zeggen ze, en er kwam ook niemand van de broeders aan om iets boosaardigs omtrent u te berichten of te zeggen. Waarmee overigens niet gezegd is dat Paulus daar onbekend was, maar naar aanleiding hiervan was er niemand in Rome gekomen vanuit Judea omdat men berichten, brieven of documenten had ontvangen. Niets van dat alles. Maar, zeggen ze dan – en dat is op zich een hele open en eerlijke houding: wij achten het waardevol van u te horen hoe u gezind bent. Vertel uw verhaal maar. Dat is eigenlijk wat hier aan Paulus wordt verteld. Want, zo voegen ze er nog even aan toe, inderdaad is ons omtrent deze sekte bekend dat ze overal wordt tegengesproken. Dat willen ze dan toch in ieder geval wel even kwijt. Waar Paulus voor staat, ja, dat is een 'sekte', wat niet per se de negatieve klank heeft die wij eraan toekennen. Die negatieve klank zit hem voor hen eigenlijk niet zozeer in het woordje sekte, als wel in het feit dat het overal wordt tegengesproken. Dat gaf die Joodse leiders geen goed gevoel; dat er overal gehannes is over die beweging, over die groep, over die sekte. Dus dat was hen wel duidelijk, maar ze geven Paulus daarbij een eerlijke kans. Eerlijk is eerlijk.⟨/p> ⟨p>Die term sekte komen we een aantal keer tegen. Hij wordt genoemd in hoofdstuk 24 vers 5 en later in het hoofdstuk nog een keer: de sekte van de Nazareners. We hebben het daar toen ook over gehad. De Nazareners, dat wil zeggen de sekte van Degene die uit Nazareth kwam, wat heel wat profetischer is dan doorgaans gedacht wordt. Want dat was 'Nazar' – weet u het nog? De Spruit. Dat is een term die profetisch slaat op de Messias. De sekte van de Nazareners, zo werd de groep genoemd. En je leest ook in hoofdstuk 5 vers 17 over de sekte van de Sadduceeërs. Je moet je voorstellen: het was destijds gewoon een bepaalde partij, een bepaalde richting; verschillende groeperingen rond een bepaalde leider of rond een bepaald leerstuk. Eigenlijk is het christendom ook vol met sekten. Je hebt een sekte die is georiënteerd op Rome en die noemen we de Rooms-Katholieke Kerk. Je hebt een sekte die de volwassen doop als uitgangspunt heeft en die noemen we de Baptisten. En je hebt ook mensen die de leer van de Pinksteren centraal stellen en dat noemen we de Pinkstersekte of groepering. Wij reserveren het woordje sekte meestal voor groepen die eigenlijk buiten de gevestigde orde liggen. Dat is ook zo. En je moet erop bedacht zijn dat als je buitennissige dingen beweert, zoals Paulus hier ook doet, je absoluut neergesabeld wordt als een sektariër, als een ketter. Ik heb me daar al lang geleden geheel in vrede en rust bij neergelegd. Als je daar niet tegen kan... ik vind dat nog wel het minste wat ze tegen je kunnen doen. Akkoord.⟨/p> ⟨p>Je hebt de sekte van de Sadduceeërs, u weet het, en je hebt ook nog de sekte van de Farizeeërs; zo wordt het allemaal genoemd. Je komt de term een stuk of zes keer tegen in het boek Handelingen. De Joodse leiders zeggen hier inderdaad: omtrent deze sekte is ons bekend dat ze overal wordt tegengesproken. Dat wisten ze er in elk geval wel over te vertellen. Ze zetten voor hem een dag vast en er kwamen er meerdere naar hem toe. Niet iedereen, maar een aanzienlijk aantal kwam naar hem toe in het gastverblijf, dat wil zeggen de plek waar Paulus verbleef in zijn eigen gehuurde woning, zoals we straks nog zullen zien. En zij kwamen naar hem toe, daar in zijn verblijf.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-5" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1664" title="Speel af vanaf 27:44">▶ 27:44⟨/button> ⟨span>Paulus Betuigt het Koningschap van God Vanuit de Schriften⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En dan staat er: hij zette aan hen uiteen en betuigde het koninkrijk of het koningschap van God. Daar moeten we het trouwens nog eens over hebben; daar wil ik graag nog eens een avondje aan wijden. Over het koninkrijk van God, want het is nog maar de vraag of dat woordje 'koninkrijk' zo gelukkig is. Bij koninkrijk denk je namelijk altijd aan een gebied, terwijl het woordje wat hier gebruikt wordt – ⟨em>basileia⟨/em> – het koningschap van God is. Dat heeft niet noodzakelijk alleen maar met het gebied te maken, maar met het feit dat God koning is.⟨/p> ⟨p>Op een of andere wijze, 'some way, somehow' zeggen ze dan. In ieder geval is dat het grote onderwerp van de profetieën: het koninkrijk of het koningschap van God zal geopenbaard worden. Dat is ook een Bijbelse term: zal geopenbaard worden. En ja, hoe en via welke weg? Vergis je niet, dat is allemaal ABC in het boek Handelingen. De Joden wisten dat. Hoe komt het Koninkrijk van God in deze wereld? Hoe wordt het geopenbaard? Dat gaat via Israël, via Jeruzalem.⟨/p> ⟨p>Maar de noodzaak is dan uiteraard wel dat Jeruzalem en Israël geloven. Vandaar ook dat dit het grote thema is in het boek Handelingen: Israël en Jeruzalem zouden geloven, in dit geval in de Messias die inmiddels al gekomen was en zelfs opgestaan was uit de doden. En opnieuw wordt het koninkrijk hen zo voorgesteld en betuigd. Hij zette aan hen uiteen en betuigde het koningschap van God, hen overredend omtrent Jezus.⟨/p> ⟨p>Laten we eerst even kijken naar de betekenis van het woord zelf. Overreden is zodanig spreken dat men geen weerwoord meer heeft. Dat is wat Paulus gedaan heeft. In de NBG-vertaling staat het op een manier die ik erg storend vind. Er staat namelijk: 'hen pogende te overtuigen'. Daar klinkt iets in door van een loser, feitelijk. Iemand die probeert een ander iets aan zijn verstand te peuteren, maar daar helaas niet in slaagt. Maar dat is niet wat er staat. Paulus overreed hen. Dat wil zeggen: hij legt gewoon de feiten neer. Hij zorgt ervoor.⟨/p> ⟨p>Vergis je niet, het waren de leidende mannen, de vooraanstaande mannen daar in Rome. Paulus is bij hen, ze hebben een dag vastgelegd en nu betuigt hij en overreed hij hen. Dat wil zeggen – niet dat hij over hen heen reed, maar dat is weer wat anders – hij overreed hen zodanig dat ze er gewoon niet onderuit kunnen. Het is echt heel mooi hoe vaak je dat leest, dat Paulus, met name in het tweede deel van het boek Handelingen, vanuit de Schriften laat zien hoe het zit en dat die Joden totaal geen weerwoord hebben. Ze kunnen het ook niet weerleggen; het wordt overtuigend getoond.⟨/p> ⟨p>Prachtig natuurlijk. Je spreekt hier over een Jood die doorwrocht was in de Schriften. Dat lees je trouwens ook van Apollos, die dan in het openbaar aan de Joden betuigde dat Jezus de Messias is. Dat wil zeggen dat hij vanuit hun eigen geschriften gewoon heeft aangetoond: Jezus is Israëls Messias. Kom er maar eens onderuit. Wil je de bonnetjes hebben? Hier heb je ze. Dat waren dus geen 'preekjes', vergis je niet. Geen meditaties. Nee, dat was gewoon een veldslag, als ik het zo mag zeggen. Dat klinkt heel agressief, maar het was gewoon met een gestrekt been: dit zijn de argumenten, dit zijn de bewijzen, probeer er maar eens onderuit te komen. Dat was de prediking.⟨/p> ⟨p>Dus niet 'hen pogende te overtuigen', dat is veel te slapjes. Hij overreed hen vanuit de wet van Mozes en de profeten; kortom, de Bijbel. De toenmalige Bijbel, de Hebreeuwse Bijbel: Mozes, de eerste vijf boeken, en de rest. Het is een van de standaarduitdrukkingen voor de Tenach. Vanuit de wet van Mozes... Ik heb hier een hele serie schriftplaatsen waarbij je ziet dat dit altijd de procedure is in het boek Handelingen. Paulus gaat naar de synagoge, dat is als eerste, en wat doet hij? Hij gaat de Schriften openen, sabbatten achtereen, en vanuit de Schriften laat hij zien dat Jezus de Messias is. Alsjeblieft.⟨/p> ⟨p>Van vroeg in de morgen tot in de avondschemering; dat is een hele lange dag geweest en over pauzes lezen we niet. En als er pauzes geweest zijn, dan zijn ze gewoon doorgegaan. En nu in Rome is dat dus ook de procedure, zoals Paulus optreedt: van vroeg in de morgen tot in de avondschemering.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-6" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2016" title="Speel af vanaf 33:36">▶ 33:36⟨/button> ⟨span>Verdeeldheid Onder de Toehoorders⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En sommigen werden inderdaad overreed. Hier staat weer datzelfde woord. Dat wil zeggen: zij erkennen de kracht van de argumenten. Zij werden inderdaad overreed door wat er gezegd werd. Maar anderen geloofden niet. In de NBG-vertaling staat dat zij "ongelovig bleven", maar dat is volgens mij niet juist. Zij kenden het woord namelijk nog niet. Hoe kun je ongelovig zijn als je het nog nooit gehoord hebt? Het idee is juist dat zij hier ongelovig wérden. Zij hoorden het woord nu voor het eerst. Ze waren overreed door de overtuigingskracht, maar bleven desondanks ongelovig.⟨/p> ⟨p>U weet hoe dat gaat: er zijn zoveel argumenten, ook argumenten van persoonlijke aard, van profijt, van geld of van status. Redenen om dan toch te zeggen: "Ja, het kan allemaal wel zo zijn, maar het kost ons te veel. Dat doen we maar niet." Dat is een argument dat mij heel vaak ter ore komt. Als je vanuit de Schrift duidelijk dingen laat zien, is het soms zo onmiskenbaar dat er niets tegen in te brengen is. Er wordt ook niets meer tegen ingebracht. En waar komt men dan mee aan? "Nou, we hebben liever niet dat je het vertelt, want het geeft zoveel onrust in de gemeente." Onrust. Als er iets is waar leiders bang voor zijn, dan is het onrust. Dat mag niet, want je wilt de rust in de tent bewaren, om het zo maar te zeggen. Je kunt het niet gebruiken als er allemaal toestanden zijn. De hele positie staat dan op het spel. Dat is het uiteindelijk. Het zijn, neem me niet kwalijk, triviale redenen waarom men het alsnog verwerpt.⟨/p> ⟨p>Ik bedoel, we hebben het hier ergens over. Het gaat in dit geval over de hoop van Israël. Daar zag men naar uit. De Messias had zich aangediend; Hij is daar. Paulus kon Hem zo aanwijzen en Zijn identiteit bewijzen: dat is Jezus, niemand anders. Zij konden er niets tegen inbrengen. En toch: sommigen werden overreed, zij konden niet onder de kracht daarvan uit en accepteerden het dan ook daadwerkelijk, maar anderen geloofden het niet.⟨/p> ⟨p>Natuurlijk kun je dat op het hoogste niveau bekijken, en daar is niets mis mee. Dan zeggen we: "Ja, God is het die de ogen en de harten opent." Dat is waar. Ook dat is waar. Uiteindelijk is dat ook wat een mens vrede geeft, welke factoren daar dan ook een rol in spelen, of die nu psychologisch, sociologisch of godsdienstig zijn. Er speelt natuurlijk ook een rol dat we in een aion leven, een boze aion, waar de god van deze aion de overleggingen van de ongelovigen verblindt. In Maren hebben we het daar onlangs nog over gehad bij 2 Korinthiërs 4. Dat speelt dus ook mee. Er zijn veel factoren die een rol spelen in de reden waarom een mens uiteindelijk de boodschap terzijde legt.⟨/p> ⟨p>Het allerhoogste en het mooiste, waar je ook werkelijk rust in vindt, is het feit dat er een God is die het allemaal uiteindelijk regisseert. Dat maakt je ook weer heel bescheiden, want wie ben ik dat ik het wel mag zien? Dat is niet omdat ik nu zo’n ijveraar ben of zo eerlijk ben voor de waarheid, want dan zou je weer eigen roem hebben. En u weet: dat stinkt. Ik vind het altijd lastig om dat goed en eerlijk vanuit alle oogpunten en optieken te bezien, want daar zitten nogal wat kanten aan.⟨/p> ⟨p>Hoe dan ook, sommigen werden inderdaad overreed door wat er werd gezegd, maar anderen geloofden niet. Zij waren het oneens met elkaar. "Ja, dat is Joods," hoor ik zeggen. Joden doen inderdaad niets liever dan discussiëren. Ik heb wel eens een grapje gehoord over Handelingen 2: wat was het grote wonder van Pinksteren? Dat was niet dat de Geest kwam – dat is een Joods grapje – maar dat er honderdtwintig man eendrachtig bij elkaar waren! Want dat staat er eigenlijk niet, maar dat zou het wonder van de Pinksterdag zijn geweest.⟨/p> ⟨p>Ze waren het dus oneens. Paulus vertelt zijn boodschap en krijgt wat bijval van enkelingen, maar de grote meute gelooft het niet, ondanks alle argumenten. Uiteindelijk zie je dan toch dat het geen kwestie van intelligentie is, en ook niet van de kracht van de argumenten. Want als mensen gewoon niet willen, om welke reden dan ook, dan sluiten ze zich af.⟨/p> ⟨p>Maar "oneens zijnde met elkaar werden ze weggezonden met deze ene uitspraak van Paulus". Let op, zo staat het er echt: ze werden weggezonden. In de NBG-vertaling staat "toen gingen zij uiteen". Ja, natuurlijk gingen zij uiteen, maar dat is niet wat er staat. Er staat letterlijk: ze werden weggezonden. Ze werden weggezonden met deze ene uitspraak van Paulus. Dat wil zeggen dat Paulus zegt: "Ga maar weg." Hij heeft nu van de vroege morgen tot de avondschemering vanuit de Schrift alles aangetoond. Hij heeft hen overreed. En als dan het merendeel zegt: "Doei Paulus," dan zegt hij: "Dan zijn we uitgepraat. Ga maar." Op een gegeven moment moet je ook je conclusie trekken. Paulus stuurt hen gewoon weg. Ik vond het heel frappant toen ik dat ontdekte in de interlineair: dat er niet staat dat ze uiteengingen, maar dat Paulus hen wegstuurt. Ze werden weggestuurd met deze ene uitspraak. Hij stuurt ze weg, maar hij zegt: "Ik heb nog wel een boodschap voor je, één woord voor je." Met deze ene uitspraak van Paulus begint hij te citeren, zoals hij dat de hele dag al had gedaan.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-7" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2437" title="Speel af vanaf 40:37">▶ 40:37⟨/button> ⟨span>De Vervulling van Jesaja's Profetie: Horen en Niet Begrijpen⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Maar hij zegt: terecht sprak de Heilige Geest door Jesaja. Jesaja, Gods Geest. Het was Jesaja die sprak, jawel, maar het was de mond van Jesaja. Weet u trouwens, terwijl ik het zeg, het woordje voor profeet in het Hebreeuws is ⟨em>nebiim⟨/em>. Dat is het meervoud, profeten, maar dat is afgeleid van het woord voor mond. Dus eigenlijk is een profeet in het Hebreeuws, als je met Hebreeuwse oren luistert, een 'mond'. Vandaar ook dat ze altijd zeggen: "Zo zegt de HEERE", "Zo spreekt Yahweh". God spreekt en ik ben slechts een doorgeefluik, ik ben de mond. Een profeet is de mond van God. God spreekt door middel van zo'n profeet, en in dit geval Jesaja.⟨/p> ⟨p>Terecht sprak de Heilige Geest door Jesaja de profeet – dat staat in Jesaja 6 – tot jullie vaderen, zegt hij tegen deze Joden. Hij behoorde er zelf ook toe natuurlijk, tot het Joodse volk. Dit wordt trouwens niet alleen hier aan het slot van Handelingen aangehaald, maar we lezen het ook al tijdens Jezus' omwandeling in Mattheüs 13, het hoofdstuk over de gelijkenissen. In Johannes 12 wordt het ook aangehaald. Dus het speelde in het Nieuwe Testament een rol in het leven van de Heer Jezus, en nu klinkt voor de tweede keer – definitief, tussen aanhalingstekens – opnieuw het woord van Jesaja.⟨/p> ⟨p>Wat zegt hij dan? "Ga naar dit volk", wordt tegen Jesaja gezegd, "en zeg: Met gehoor zullen jullie horen en toch niet begrijpen." En we weten allemaal dat dit niet is omdat de Joden geen slimme of intelligente mensen zijn. Dat heeft er helemaal niets mee te maken. Dat zie je hier wel heel in het bijzonder gedemonstreerd. We weten allemaal dat ze wereldwijd de reputatie hebben dat ze buitengewoon slim en intelligent zijn. In alle opzichten; de meeste Nobelprijswinnaars zijn procentueel gezien Joden. Ze zijn onevenredig vertegenwoordigd, dus aan hun verstand en begrip ligt het niet, dat is gigantisch. Maar als het gaat om de dingen van God, dan staat er: "Ga naar dit volk en zeg: Met gehoor zullen jullie horen en toch niet begrijpen." Het kwartje valt niet. "En kijkend zullen jullie kijken en toch niet waarnemen."⟨/p> ⟨p>Ik heb hier de meest letterlijke weergave. Soms heb ik er een beetje moeite mee om die te geven, want misschien hebt u zulke Bijbelverzen ooit uit uw hoofd geleerd en nu kom ik met een versie waar weer iets anders staat. Dat vind ik zelf ook wel eens storend, want ik heb ook allerlei Bijbelverzen gememoriseerd en nu blijkt het toch weer net even anders te staan. Maar goed, je moet wat over hebben voor de waarheid. "En kijkend zullen jullie kijken en toch niet waarnemen." Vergis je niet, Israël hoorde niet alleen in het boek Handelingen, maar ze zag ook. Het gaat over de vele zichtbare wondertekenen. Die dienden allemaal om dit volk – waar Jesaja en Paulus zich nu tot richten – te overtuigen. Ze hoorden en ze zagen. Ze zagen trouwens ook dat Paulus' woord onder de natiën bevestigd werd door vele wondertekenen. Die wondertekenen die Paulus deed onder de natiën, dienden er in die dagen ook toe om Israël ervan te overtuigen dat Paulus' missie inderdaad van Godswege was. Dus ze zagen het: kijkend zullen jullie kijken, maar ook daar zagen ze het niet. Dat is uiteindelijk het verhaal.⟨/p> ⟨p>In Romeinen 11 staat – trouwens ook een aanhaling uit Jesaja – dat God hun een geest van diepe slaap gaf. En ook weer ogen om niet te zien. Dan kun je wel zeggen: je bent toch niet blind? Nee, maar als ze bedekt worden, als je oogleden dicht zijn, zie je nog niets. Kijkend zullen jullie kijken en toch niet waarnemen, want het hart van dit volk is log gemaakt. Er staat letterlijk 'vet geworden', maar u begrijpt het idee: het is log gemaakt. Als je erg log bent geworden, ben je niet meer beweeglijk en niet meer in staat om dingen op te nemen. Dat staat volgens mij ook in Jesaja, dat men niet meer... ja, dat is een goede. Ik parkeer het even als u dat niet erg vindt, want misschien denk ik er straks nog aan.⟨/p> ⟨p>Het hart van dit volk is log gemaakt. Vele tradities hadden er ook voor gezorgd dat men het niet meer kon accepteren. Wat Paulus nu hier in Rome meemaakt, is gewoon een miniatuur van wat voor het grote geheel geldt, voor het hele volk. Het hart van dit volk is log gemaakt en met de oren horen ze zwaar. Het wordt in feite nog een keer herhaald: met de oren horen ze zwaar en hun ogen sluiten zij toe. Daar heb je het: ze zitten dicht. Er staat ook bij: "Opdat zij niet waarnemen met de ogen en met de oren zouden horen." Hier zie je dat dit ook een goddelijk werk is. God zorgt er Zelf voor dat ze niet zien en met de oren niet horen. Dat zit er uiteindelijk achter.⟨/p> ⟨p>Feitelijk is dat ook de strekking van de hoofdstukken Romeinen 9, 10 en 11, waar Paulus dat uiteenzet. Paulus zegt dan: "Ik ben een apostel van de natiën." Waarom? Vanwege Israëls val. Maar hij zegt dat ze gevallen zijn om jullie, voor de natiën. Aan de ene kant kun je natuurlijk zeggen dat het ongeloof van Israël is, jawel, maar daarachter zit een veel groter doel en een plan. Namelijk dat God een werk zou gaan doen in het verborgene onder de natiën. Paulus is gearriveerd in Rome en wat doet hij vanuit zijn gevangenschap? Hij gaat brieven schrijven waarin de grootste verborgenheden juist daar naar voren komen. Ook hier zie je dus weer: er gaat niets fout. Net als met Farao in Romeinen 9; hij luisterde niet naar God, maar als je het vanuit een hoger perspectief bekijkt, weet je dat het een bedoeling had. Hij ging tegen Gods wil in, maar niet tegen Gods bedoeling. Precies. Dat zie je dus hier ook in het boek Handelingen. Het kan ook helemaal niet meer. "Opdat ze niet waarnemen met de ogen en met de oren zouden horen en met het hart zouden begrijpen, en zij zich zouden omkeren."⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-8" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2993" title="Speel af vanaf 49:53">▶ 49:53⟨/button> ⟨span>De Deur voor Israël Valt Definitief in het Slot⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Moet je eens opletten hè? Dit is echt heel veelzeggend. Hier in Handelingen 28 vers 27 zijn we aan het einde gekomen van het boek. Nog twee, drie verzen volgen erop, maar dit is het einde en hier wordt gezegd: Israël begrijpt het niet. En ze kunnen zich ook niet meer bekeren. Kijk, in Handelingen 3 was het nog zo dat Petrus zei dat van Godswege Israël zich móest bekeren. En nu in Handelingen 28 is de boodschap: Israël kán zich niet meer bekeren. Zie je hoe de lijn loopt? Het begon in Jeruzalem en het eindigt in Rome. Het begint met de boodschap dat Israël zich moet bekeren en uiteindelijk valt de deur in het slot. Dit is ook het slot van Handelingen. Dat is leuk hè? Het slot van Handelingen en de deur valt ook hier in het slot. Nu kan het niet meer. Israël zal zich ook niet meer bekeren. Dat was de verwachting en dat was de prediking ook, en Paulus onthult nu: het gaat niet meer gebeuren.⟨/p> ⟨p>Er zit natuurlijk een hele lange aanloop aan vast. Dit is niet zomaar iets van nu, deze afwijzing in Handelingen 28. Het is niet zo dat het plotseling niet meer kan, nu zij daar in Rome gearriveerd zijn. Nee, het is een ontwikkeling. Eigenlijk is heel de bediening van Paulus al een aanloop tot deze slotwoorden: "...waardoor Ik hen gezond zal maken." Want wat zou er gebeuren als Israël zich zou bekeren? Dan zou Israël hersteld worden. Weet u nog dat in Handelingen 1 vers 6 de discipelen tot de Heer Jezus komen, vlak voor Zijn heengaan op de Olijfberg? Zij vragen daar: "Heer, herstelt U in deze tijd het koningschap voor Israël?" Dat is de vraag. En dan geeft de Heer een ontwijkend antwoord: "Het komt jullie niet toe te weten, maar jullie zullen Mijn getuigen zijn in Jeruzalem, Judea, Samaria, tot het uiterste van het land."⟨/p> ⟨p>En nu aan het einde van Handelingen lezen we: Israël zal zich niet omkeren, waardoor ze ook werkelijk hersteld en genezen zullen worden. Dat zal niet in deze tijd plaatsvinden. Dat was de vraag: zal het in deze tijd gebeuren? Het antwoord is nu, inmiddels bijna veertig jaar later: nee, het zal niet plaatsvinden. Het zou nog maar een paar jaar duren voordat de natie ook werkelijk letterlijk ten onder zou gaan in de volkerenzee.⟨/p> ⟨p>Nou, dan wordt het tijd om naar Handelingen 28 vers 28 te gaan, wat voor velen zelfs een begrip is. Maar ik stel voor dat we eerst even gaan pauzeren, want ik zie dat het negen uur is. Het was mijn bedoeling om bij Handelingen 28 vers 31 uit te komen en het gaat ernaar uitzien dat me dat ook gaat lukken. Dat is een mooi bruggetje meteen naar het laatste deel van deze Bijbelstudie. Overigens nemen we vervolgens een pauze van een paar maanden; in september gaan we weer verder. Wat dan het onderwerp gaat worden... er zijn er nog wel een paar, hoor. Daar moeten we nog maar eens een keer goed over nadenken. Ik houd me zeer aanbevolen voor suggesties. Ik heb er zelf eigenlijk ook al een paar in gedachten, maar dat moeten we nog maar eens goed bezien. Het wordt niet het boek Handelingen, dat niet.⟨/p> ⟨p>Akkoord. Nadat Paulus dat citaat met instemming heeft doorgegeven, stuurt hij de leiders daar in Rome weer naar huis na een lange dag geargumenteerd te hebben. Hij stuurt ze weg met die ene boodschap die ooit al was opgetekend door Jesaja: dat het volk weliswaar oren heeft maar niet hoort, ogen heeft maar niet ziet en ook niet meer in staat zou zijn om zich te bekeren, om om te keren, waardoor het hersteld, gezond en genezen zou worden. Dat is inmiddels allemaal voorbij. Niet in die tijd, in die generatie.⟨/p> ⟨p>En nu zijn wij inmiddels – dat was de eerste eeuw, pakweg het jaar 60 of zoiets – en nu zitten wij in 2018, bijna twee millennia verder. Nog steeds is dat de actuele situatie: Israël op een zijspoor en het herkent haar Messias niet. Nou ja, laten we nog even verder lezen. Want dit is eigenlijk het slotwoord. Paulus had zojuist met instemming, en niet alleen met instemming maar ook ter zake, Jesaja geciteerd. En nu is Paulus' slotwoord dit. Dit zijn de laatste woorden die Paulus uitspreekt in dit boek.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-9" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3318" title="Speel af vanaf 55:18">▶ 55:18⟨/button> ⟨span>De Redding van God Is Naar de Natiën Afgevaardigd⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En u weet hoe dat gaat als de laatste woorden worden gesproken: dan moet je echt je oren spitsen. Want als je nog één ding te zeggen hebt, dan zijn dat de belangrijkste dingen. "Laat het jullie dan bekend zijn." Paulus laat hen dus iets weten: dat tot de natiën deze redding – "dit heil" staat er in de NBG-vertaling, maar heil is redding – dat deze redding van God werd afgevaardigd. Als ik het in wat beter Nederlands zou zeggen – dit is de volgorde van de Griekse tekst – dan staat er: dat deze redding van God werd afgevaardigd tot de natiën. Dus deze redding, namelijk die bestemd was voor Israël, die is nu niet meer voor hen alleen. Israël heeft het afgewezen, ze kunnen het niet begrijpen en zullen zich als volk ook niet bekeren. En nu gaat het vervolgens naar de natiën, zonder enig onderscheid en ook zonder voorkeursbehandeling. Naar de natiën werd deze redding afgevaardigd.⟨/p> ⟨p>Niet trouwens, wat sommige mensen wel eens slordig hebben geconcludeerd, dat vanaf nu, vanaf Handelingen 28 vers 28 – dat is natuurlijk wel makkelijk te onthouden – dat vanaf dát moment de redding van God naar de natiën werd afgevaardigd. Want dat is niet wat Paulus zegt. Hij zegt: "Laat het jullie dan bekend zijn dat tot de natiën deze redding van God werd afgevaardigd." Dus in het verleden al. Namelijk, daar was ook een speciale afgevaardigde voor: Paulus. Het woord dat hier gebruikt wordt is ⟨em>apostolos⟨/em>, of in ieder geval een variant van dat woord, en dat betekent letterlijk "afvaardigen". Dat is waar ons woord apostel van afgeleid is. Gericht, afgevaardigd in de eerste plaats naar Israël. Het hele boek Handelingen is daar het verslag van. Israël heeft het gehoord, Israël heeft het gezien.⟨/p> ⟨p>Toen Israël eigenlijk al officieel daar in Jeruzalem de deur dicht deed – dat was toen al bij de steniging van Stefanus, daar is waar onze serie indertijd begon, hè? Onze serie begon feitelijk bij de steniging van Stefanus, toen voor het eerst de figuur van Saulus aan de orde kwam en hij zich achter de coulissen zeg maar warm liep. Dat is de eerste keer dat hij genoemd wordt. En daar tekent zich al af: Israël wijst de boodschap af. Al die tijd zie je dan inderdaad dat bij herhaling, nu ook onder de natiën, alsnog een appèl uitgaat naar het volk. Maar inmiddels was de boodschap van redding al naar de natiën afgevaardigd door Paulus.⟨/p> ⟨p>En nu, aan het einde van die ontwikkeling, daar bevinden we ons hier in Handelingen 28. Nu is Paulus in Rome aangekomen. Het begon in Jeruzalem en het eindigt in Rome. Hoeveelzeggend is dat verschil alleen al niet? Je zou zeggen: als de boodschap succes had gehad, dan had het weer geëindigd in Jeruzalem. Dan was de Heer, de Messias, teruggekeerd en had Hij Zijn koninkrijk gevestigd daar in de stad. En vanuit Israël zouden we dan naar de natiën gegaan zijn. Dat was aanvankelijk de verwachting, ook de prediking. Als Israël het gehoord en gezien en begrepen zou hebben en zich zou hebben omgekeerd, dan zou het hersteld zijn. Maar zo is het niet gegaan. Dan zou je kunnen zeggen: dat is een mislukking. Maar uiteindelijk – daar hadden we het voor de pauze ook al over en we hebben het er zo vaak over gehad – daar zat een plan achter. Een geweldig voornemen dat God altijd geheim heeft gehouden. Dat is het geheimenis van Paulus. Paulus zegt: van aionen her en geslachten is dat nooit bekendgemaakt. Aan hem is het geopenbaard en via hem is het ook wereldkundig gemaakt. Het geheimenis, de verborgenheid... dat zijn geweldige dingen.⟨/p> ⟨p>En die boodschap van redding werd nu naar de natiën afgevaardigd en Paulus is die afgevaardigde. De Joodse leiders krijgen aan de ene kant, als het gaat om Israël, een dramatische boodschap te horen, wat Jesaja ooit al had uitgesproken. En Paulus voegt daar nog aan toe – en dit zijn echt zijn laatste woorden: "En zij, de natiën, zullen ook horen." Let op: "horen". Niet meer "zien". Dat is heel veelzeggend. Van Israël wordt gezegd dat ze de oren hebben, maar ook ogen. Hier wordt echter niet meer gesproken over zien. Het zien is voorbij. Alleen het horen is wat overgebleven is. De Heer Jezus zegt dat trouwens ook tegen Thomas, die ook zag. Maar dan zegt Hij: "Gelukkig zijn degenen die niet zien, maar nochtans geloven." En Johannes eindigt vervolgens zijn evangelie met: "Deze dingen heb ik geschreven opdat gij zoudt geloven dat Jezus is de Messias."⟨/p> ⟨p>Nou, dat is wat wij nu hebben: de Schriften. De Schriften lezen wij en die horen wij, en dat zijn de woorden van God. Dat is wat er sindsdien wereldkundig gemaakt is. De tijd van wondertekenen die in het boek Handelingen beschreven is – anders dan de Pinksterbeweging waar ik het al eerder over had – die is voorbij. Want die hadden allemaal als adres Israël, dat tot geloof moest komen en zich moest bekeren. Israël speelde zo'n grote rol. Dat is zo belangrijk om het Nieuwe Testament te begrijpen: waarom bijvoorbeeld ook de waterdoop nog een rol speelt in het boek Handelingen en de wondertekenen, alle zichtbare dingen. Dat speelt allemaal in die overgangsperiode van het boek Handelingen. En nu, na Handelingen 28, gaat er echt een deur dicht. Ik zeg er altijd bij: en een geweldig venster open! Nu valt er des te meer te horen. Onvoorstelbare dingen. Want wat valt hier te horen? Geheimenissen die nog nooit vernomen waren, nog nooit geopenbaard. Paulus zegt: "Het is aan mij geopenbaard." Dat is toch onvoorstelbaar? Waar zelfs de Hebreeuwse profeten nooit weet van gehad hebben en waar slechts in het verborgene later over blijkt te zijn gesproken. Het is onvoorstelbaar.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-10" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3805" title="Speel af vanaf 01:03:25">▶ 01:03:25⟨/button> ⟨span>Twee Jaar in Rome: een Beeld van Twee Millennia Verborgenheid⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Paulus bleef de gehele termijn van twee jaar in Rome. Daarover hebben we het natuurlijk al heel wat keren gehad, dus ik ga dat niet nog een keertje dunnetjes overdoen. Eén ding moet echter duidelijk zijn: het is een type van de twee millennia, de tweeduizend jaren waarbij Israël terzijde staat. Dat wil zeggen dat zij ongelovig zijn en 'niet aan de orde' zijn.⟨/p> ⟨p>Er is een interessante opmerking gemaakt over Handelingen 28 vers 29. In veel Bijbels staat dit vers tussen vierkante haken: "En nadat hij dit gezegd had, gingen de Joden al redetwistende heen." Maar in alle grote handschriften ontbreekt vers 29. Vandaar dat ook de NBG-vertaling het wel heeft opgenomen, maar tussen vierkante haken; het is een latere toevoeging. Dat heeft dezelfde oorzaak als waar ik het voor de pauze even over had met de toevoegingen in de Textus Receptus. In die dagen had men nog niet de beschikking over de oude handschriften die later ontdekt zijn, zoals de Sinaiticus en de Alexandrinus. Vooral de Sinaiticus is daarin belangrijk. Men baseerde de vertalingen destijds op de Textus Receptus. Overigens wil ik niet de indruk wekken alsof dat zo'n enorm verschil maakt, want de verschillen zijn minuscuul. Toevallig zijn we daar nu een paar keer op gestuit, maar echt wereldschokkend is het nooit. Vers 29 is niet door Lucas opgetekend, het is een latere toevoeging. Vandaar dat het in de Statenvertaling terecht is gekomen; het is puur een handschriftkwestie en heeft niets met vertalen te maken. Ik had vers 29 weggelaten en was het zelfs helemaal vergeten, maar ik word er nu dus even op geattendeerd.⟨/p> ⟨p>Paulus bleef nu de hele termijn van twee jaar, en dat spreekt dus van de periode waarin Israël terzijde staat en het Koninkrijk daarmee ook verborgen is. Daar verblijft nu een ambassadeur in de wereldstad, de hoofdstad van de wereld in die dagen, en hij zit daar gevangen. Geketend. Niet dat hij het zo beroerd had, want hij had namelijk een grote mate van ruimte. Ook dat vind ik weer zo typerend: het is verborgen. Het is niet eens zozeer meer dat hij eropuit gaat; hij verbleef in zijn eigen gehuurde woning. Hoe hij aan dat geld kwam, weet ik niet, want hij werkte hier natuurlijk niet. Dat deed hij eerder wel in Korinthe, maar toen was hij geen gevangene. Paulus had vele vrienden en wellicht is hij hierin ook ondersteund. We weten in ieder geval dat Paulus links en rechts wat ondersteuning kreeg, bijvoorbeeld van de Filippiërs. Hoewel hij daar nooit reclame voor maakte, ontving hij dat wel.⟨/p> ⟨p>In zijn eigen gehuurde woning verwelkomde hij allen die bij hem binnenkwamen. Zo staat het er letterlijk: hij ontving en verwelkomde hen. Er was altijd een open deur bij Paulus; zijn deur stond open, het was altijd open huis. Dat slot van Handelingen is populair bij mij, omdat ik het zo veelzeggend vind. Het slot van Handelingen is een soort conclusie en daarom leent het zich ook heel erg voor het onderwijs. Hier vinden we uiteindelijk alle lijnen die bij elkaar komen; hier wordt gewoon illustratief neergezet waar het nou allemaal om ging en waar het in het hele boek Handelingen toe geleid heeft. Paulus is daar twee jaar in zijn eigen huurwoning en iedereen die bij hem binnenkomt, is welkom. Het Koninkrijk is weliswaar verborgen, maar het Woord doet zijn werk.⟨/p> ⟨p>Wat hij daar doet, wordt beschreven met een woord dat we kunnen vertalen als proclameren. Het is niet 'preken' in de gewone zin, maar prediken zoals een heraut dat doet. Dat is het woord dat hier gebruikt wordt. Eigenlijk zou je dit specifieke Griekse woord consequent kunnen weergeven met 'dat wat een heraut doet': iets wereldkundig maken. Zoals dat in vroege tijden gebeurde met een heraut die een mededeling van overheidswege of namens de koning te vertellen had; hij kwam naar de stad en riep iets om. Paulus zat weliswaar in zijn eigen woning, en toch 'herautte' hij als een soort dorpsomroeper. Ik vind het woord 'heraut' prachtig. Hij proclameerde het koningschap van God, want dat blijft het onderwerp.⟨/p> ⟨p>Het is interessant, want er was nu eigenlijk een wissel omgezet. Israël luisterde niet, bekeerde zich niet en zou ook niet hersteld worden. Maar dat Koninkrijk komt wel, alleen is er nu een pauze. Daar herinnert de naam Paulus ook aan: er is een pauze, een interval, een tijd dat Israël tijdelijk terzijde staat. Straks, na de 'twee jaren' — als u begrijpt wat ik bedoel, na de twee millennia — pakt God de draad weer op. Wij leven nu bijna twee millennia verder, dus daarom zijn deze slotwoorden ook zo veelzeggend voor ons. Dit was het begin van de tijd dat Israël terzijde stond en wij leven nu aan het eind van die tijd. Toen moest Israël nog verstrooid worden onder de natiën, maar inmiddels bestaat er weer een Joodse staat. In 2018 bestaat die staat al zeventig jaar en we zien de stukken op het schaakbord worden neergezet. We weten wat er zich binnen nu en een paar jaar gaat voltrekken. Zo laat is het, mensen. Wij weten hoe laat het is en dat is een geweldig voorrecht. Als je het licht van het Woord hebt, dan ben je echt ongekend rijk.⟨/p> ⟨p>Paulus leefde, laten we aannemen, tussen 60 en 62 na Christus en wij zijn nu in 2018. Dezelfde dingen die hij toen vanuit de gevangenis herautte, mogen wij nu ook memoreren. Het is een geweldige gedachte dat Paulus juist in zijn gevangenschapsperiode deze dingen heeft opgetekend. Die brieven brengen zo enorm veel licht en rijkdom mee; wij verlustigen ons daarin en we leren daar heel veel van. Het is niet alleen iets dat je bekendmaakt door te proclameren, maar het is ook onderwijs. Hij leerde echt en liet zien hoe de dingen in elkaar steken, terwijl hij het koningschap van God proclameerde.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-11" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4309" title="Speel af vanaf 01:11:49">▶ 01:11:49⟨/button> ⟨span>Onbelemmerd Spreken en Onderwijzen met Alle Vrijmoedigheid⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En hij onderwees de dingen – meervoud – omtrent de Heer Jezus Christus. Dat was zijn grote onderwerp. Hij predikte dus in feite iemand: de opgestane Messias die nu verborgen is en straks, binnenkort zeg ik nu, geopenbaard gaat worden. En die dingen onderwees hij, en dat staat erbij, met alle vrijmoedigheid. Dat is in het Grieks het woordje parrhesia. Dat woord is samengesteld uit pan, dat te maken heeft met 'alles', en een deel dat te maken heeft met 'uitspreken'. Parrhesia betekent dus eigenlijk letterlijk: alles spreken. Je houdt niets in. Iemand die vrijmoedigheid heeft, vertelt alles wat hij op zijn hart heeft. Dat is vrijmoedig.⟨/p> ⟨p>Weet je wat het tegenovergestelde is? Ik kan daar eigenlijk niet direct een specifiek woord voor bedenken, maar het is wanneer je op eieren moet lopen. Wanneer je zegt: "Oeh, ik moet uitkijken wat ik ga zeggen, want die vindt dat niet zo leuk als ik dat zeg en dat mag ik misschien niet zeggen." Je zal maar bijvoorbeeld een prediker zijn die vastzit aan de noodzaak om te vertellen waarvoor je betaald wordt. Dat heet dan een broodprofeet, hè? Want ja, je moet eten. Als je afhankelijk bent van zoiets, dan ben je feitelijk beperkt. Het is geen theorie wat ik nu zeg, want ik ken velen die in die positie zijn en absoluut niet de vrijmoedigheid hebben, omdat ze altijd in een bepaald sjabloon gedrukt worden van wat wel en wat niet kan. En dat is een ramp.⟨/p> ⟨p>Paulus was dan weliswaar een Romeins gevangene, maar hij deed dit in alle vrijmoedigheid. Hij heeft gewoon alles wat hij te melden en te onderwijzen had, en wat hij bekend zou maken, niet achtergehouden. Hij heeft dat gedaan met – en let op de nadruk – met álle vrijmoedigheid. Er was dus niets wat hij inhield en alles heeft hij gesproken. Bovendien deed hij dat onbelemmerd. Ook dat is opmerkelijk, want hier zit ook nog datgene aan vast waar we het al even over hadden: het loutere feit dat hij de volle termijn daar kon prediken. De volle termijn van die twee jaar dat daar nog gepredikt werd, betekent dat hij daar wachtte. Hij zou voor de keizer verschijnen, maar de aanklagers moesten komen. Inmiddels is het twee jaar later en onbelemmerd kan hij nog steeds spreken. Kennelijk zijn de aanklagers niet komen opdagen, zodat hij inderdaad die hele termijn ongehinderd kon proclameren, herauten en onderwijzen.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-12" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4511" title="Speel af vanaf 01:15:11">▶ 01:15:11⟨/button> ⟨span>Het Abrupte Einde van het Boek Handelingen en de Tijd Erna⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Eigenaardig, er zijn al velen over gestruikeld: het is opvallend hoe het boek Handelingen in feite daarmee abrupt eindigt. Want dit is het laatste; Paulus zit nu in Rome en het laatste wat we historisch van hem vernemen, is dit. Het boek Handelingen vermeldt het in ieder geval niet. Hij heeft zich op de keizer beroepen en we hadden het er in de pauze al even over: hoe is dat verder gegaan?⟨/p> ⟨p>Nou, hier eindigt de historie. Kijk, Paulus heeft vanuit de gevangenis nog weer brieven geschreven, daar hadden we het net ook al over: de Efezenbrief, de Kolossenbrief, de bekende brieven. Maar ook de Tweede Timoteüsbrief, en dan is de situatie een heel andere. Want wanneer hij de Tweede Timoteüsbrief schrijft – dat is een laatste persoonlijke brief – dan zegt hij: 'Ja, het moment van mijn verscheiden staat voor de deur. Ik word al als een plengoffer geofferd.' Wat, zijn executie? Is dat dan echt op het punt voltrokken te worden? Dan is de situatie anders.⟨/p> ⟨p>Daarom meent men in het algemeen, en dat lijkt me heel redelijk, dat dit na die twee jaar is geweest. Paulus is kennelijk na die twee jaar gewoon vrijgelaten – waarschijnlijk omdat de aanklagers niet kwamen opdagen – en pas later is hij alsnog in Rome terechtgekomen en ook daadwerkelijk geëxecuteerd. Dat dringt zich aan je op. Nogmaals, het staat niet in de historie, maar dat maak je op uit de brieven. Je weet ook bijvoorbeeld dat hij in de Filippenzenbrief schrijft dat hij hoopt spoedig vrijgelaten te worden. Dat zal waarschijnlijk aan het einde van die twee jaar zijn geweest; dan kon hij vrijgelaten worden.⟨/p> ⟨p>Maar hij is bijvoorbeeld ook nog... ja, de Titusbrief kun je niet ergens in het boek Handelingen plaatsen, dus dat moet daarna nog geweest zijn, dat hij ook nog op Kreta is geweest. En we weten ook dat hij nog een plan had om naar Spanje te gaan; dat lezen we in de Romeinenbrief. Heeft hij dat ook daadwerkelijk gedaan? Wie weet, ik denk het wel. Maar goed, die vragen dringen zich natuurlijk ook aan je op. Het lijkt me een mooi onderwerp om nog eens een keertje apart te bespreken: wat er na Handelingen 28 met Paulus nog is gebeurd. Maar dat valt dus buiten het bestek van Handelingen 28, want dat staat hier namelijk niet.⟨/p> ⟨p>Vertel... Ja, en feitelijk is wat er na die twee jaar gebeurt ook niet meer het onderwerp van dit boek; dat valt daarna. Ja, het zou heel goed kunnen zijn dat ze eigenlijk niet kwamen opdagen voor het appèl en dat ze zich er eindelijk vanaf maakten. Dat zou mogelijk een reden geweest zijn. Interessant wat je nu zegt, want in Jeruzalem nam de spanning enorm toe. We praten dus over het einde van die periode. Paulus is gearresteerd in het jaar 60, dus aan het einde van die twee jaar zijn we inmiddels in 62. In 63, als ik me niet vergis, is Jacobus omgebracht – de man – en toen begon ook de Joodse opstand, of in ieder geval de eerste aanzet daartoe. En ja, in het jaar 70 is Jeruzalem daadwerkelijk helemaal verwoest.⟨/p> ⟨p>Dus er brak een hele turbulente periode aan daar in Jeruzalem en Judea. En dan begrijp je hoezeer dit alles meespeelt als Paulus zegt: 'Jullie zullen niet luisteren, jullie keren niet om en jullie zullen ook niet hersteld worden.' Dat zegt hij precies aan de vooravond van de ondergang van Israël. Of zal ik het nog anders zeggen: dat zegt hij aan de vooravond van Israëls schipbreuk en teloorgang in de volkerenzee. Dat is feitelijk wat er aan de hand is. Nou, het is kwart voor tien. Het is gelukt. Ik heb geen diaatje meer, u ziet het.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-13" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4821" title="Speel af vanaf 01:20:21">▶ 01:20:21⟨/button> ⟨span>Afsluiting van de 46-delige Studiereeks over Handelingen⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Na zesenveertig besprekingen zijn we dan hiertoe gekomen. We zijn ooit begonnen aan het einde van Handelingen 7, en nu zijn wij dan hier. Ik vind het wel mooi dat dit zo samenvalt: dat we net aan het einde van het seizoen gekomen zijn. Dat betekent dat we even pauze hebben, ook weer de gelegenheid om even op te laden.⟨/p> ⟨p>We hebben nieuwe onderwerpen te gaan bestuderen; ik praat nu even voor mezelf. We zien en treffen elkaar vast en zeker nog wel bij andere gelegenheden.⟨/p>