⟨h3 id="hoofdstuk-1" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="0" title="Speel af vanaf 00:00">▶ 00:00⟨/button> ⟨span>Terugblik: Parousia en de Openbaring van het Verborgen Koninkrijk⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Een hele goede avond, ook van mijn kant. Goed u hier allemaal weer te mogen treffen. Wolter zei zojuist dat we weer een mooie avond gaan hebben, maar dan wil ik u toch even waarschuwen dat het een beestachtige avond gaat worden. We gaan het namelijk hebben over Het Beest.⟨/p> ⟨p>In de aankondiging had ik aanvankelijk geschreven, op Facebook en op mijn eigen website, dat ik het zou gaan hebben over de twee beesten uit Openbaring 13. Maar dat was wat al te optimistisch of in ieder geval te groots aangepakt. Want om dat hele hoofdstuk in één keer te bespreken, dat gaat hem gewoon niet worden. Dan moeten er te veel details die mijns inziens echt van groot belang zijn, worden overgeslagen. En daar beginnen we natuurlijk niet aan. Met andere woorden: toen ik daar zo mee bezig was in de voorbereiding, heb ik me voorgenomen om me te beperken tot dat ene beest, dat eerste beest, zoals hij ook genoemd wordt: het beest uit de zee in Openbaring 13.⟨/p> ⟨p>Het lijkt me goed – u bent het van mij gewend – om nog even terug te blikken. We zijn per slot van rekening bezig in een serie, en dan is het goed om ons nog even te realiseren waarover het ook alweer ging. Het thema is dus 'rond de wederkomst', en dat geeft mij heel veel ruimte; niet alleen tijdsruimte, maar ook heel veel ruimte in de aanpak om verschillende kanten op te gaan. En toch, ik kan u verklappen: er zit wel degelijk een lijn in.⟨/p> ⟨p>Als we het hebben over de wederkomst, dan praten we eigenlijk over twee begrippen, en eigenlijk nog een derde: de verschijning. Maar we hebben ons vooral beziggehouden met die twee woorden die u hier ziet staan: parousia en apocalyps. U leest 'parousia', en dat is de presentie of de aanwezigheid van de Heer. Meestal wordt dit vertaald met 'de komst'. Het staat in tegenstelling tot de afwezigheid of zijn absentie. Hij is nu absent en vertoeft en verkeert elders, namelijk daarboven, en straks zal hij weer acte de présence geven – om het eens op z'n Frans te zeggen. Dat is zijn aanwezigheid op aarde. Dat wil zeggen: zijn afwezigheid nu gaat plaatsmaken voor zijn aanwezigheid straks.⟨/p> ⟨p>En wat er dan ook gaat gebeuren is de onthulling, de apocalyps. Waar we ons de laatste avonden vooral mee hebben beziggehouden, is een boek dat die titel ook heeft: de Apocalyps. Vaak noemen we dat boek abusievelijk de Openbaring van Johannes, maar dat is natuurlijk niet juist. Het is niet de Openbaring van Johannes, want als u hoofdstuk 1 vers 1 leest, dan staat daar: de Openbaring van Jezus Christus. Dat betekent dat Híj in dit boek openbaar wordt. En dat geeft meteen weer aanleiding om een tegenstelling te maken. Zoals parousia of presentie de tegenstelling is van absentie of afwezigheid, zo is de onthulling de tegenstelling van de verhulling of zijn verborgenheid. Hij is nu verborgen en straks wordt Hij openbaar. Dat is de grote tegenstelling daarin.⟨/p> ⟨p>In de tijd van de verborgenheid is de Heer zelf verborgen, en trouwens zijn werk ook. Alles wat Hij vandaag doet, wordt gekarakteriseerd door het feit dat het een verborgen karakter aanneemt. Het onttrekt zich allemaal aan het oog; het is allemaal 'onder de radar', om het zo te zeggen. Straks wordt Hij openbaar, en we hebben ons de laatste avonden echt speciaal beziggehouden met dat boek: de Openbaring, de apocalyps. Waar het bij dat hele onderwerp van deze serie feitelijk om gaat, is de vestiging of, zo u wilt, de openbaring van het Koninkrijk. Dat Koninkrijk is er nu ook, alleen is het verborgen. De Koning is verborgen, zijn rijk is verborgen, en straks zal dat openbaar worden. U leest die frase – de openbaring van het Koninkrijk – in ieder geval één keer in de evangeliën. Dat wil zeggen dat het Koninkrijk gevestigd gaat worden en dat verloopt via een proces. Dat is wat we vanaf de aanvang van deze serie hebben gezien; we zijn in september begonnen en de eerste vier of vijf avonden hebben we ons beziggehouden met de Wegrukking.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-2" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="321" title="Speel af vanaf 05:21">▶ 05:21⟨/button> ⟨span>De Wegrukking: het Startschot van de Wederkomst⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En dat heeft alles te maken met dit onderwerp: de wederkomst. Want het is feitelijk de eerste fase van de vestiging van het Koninkrijk. Dat is iets wat heel vaak over het hoofd gezien wordt, maar dat hebben we in deze serie in ieder geval geprobeerd eens een keertje recht te zetten. Dat misverstand, want dat Koninkrijk wordt namelijk eerst gevestigd in de hemel. De Koning is daar al, al bijna tweeduizend jaar, maar dat Koninkrijk is nog niet in de hemel gevestigd. Dat wil zeggen: daar is er nog steeds toegang voor, en zelfs nog dominantie van boze machten. Of zal ik het zeggen in de beeldspraak van het boek Openbaring, de Apocalyps? De draak en zijn... Hoe staat het er? En zijn boodschappers, zijn engelen, zijn trawanten, zijn personeel. Nee, zo staat het er niet. 'Zijn personeel' maar iets... zijn gevolg. Hoe stond dat ook alweer in Openbaring 12? Wat was ook alweer de uitdrukking? Ja, 'de draak en zijn engelen' inderdaad. Zijn boodschappers dus, zijn knechtjes. En vandaar dat het woord 'personeel' toch aardig in die richting komt.⟨/p> ⟨p>In ieder geval wordt dat Koninkrijk gevestigd in de hemel. En wat is de directe aanleiding daartoe? Dat vinden we ook in Openbaring 12. Dat is dat de mannelijke zoon — en de identiteit daarvan hebben we inmiddels in de loop van de seizoenen wel vastgesteld — Christus is. Dat die mannelijke zoon Christus is, is trouwens onomstreden. Maar die mannelijke zoon is niet alleen één persoon; het is een volk, zoals die vrouw waar hij uit voortkomt ook een volk is, namelijk Israël. De mannelijke zoon is Christus, eigenlijk hoofd en lichaam tezamen. En Christus wordt weggerukt van deze aarde. Dat is het. Eigenlijk op het moment dat de Christus compleet is, wordt hij weggerukt tot God en Zijn troon. En dat betekent dat vanaf dat moment het Koninkrijk gevestigd gaat worden in de hemel.⟨/p> ⟨p>Want wat er pal daarop gelezen wordt in Openbaring 12, is dat de satan of de draak of de oude slang, welke naam hij ook nog meer mag hebben, geworpen wordt op de aarde. Er ontstaat een oorlog en hij wordt geworpen op de aarde. Dat wil zeggen: er vindt een grote schoonmaak plaats in de hemel. En dat betekent dat vanaf het moment dat de mannelijke zoon zijn plaats op de troon gaat innemen, het Koninkrijk gevestigd wordt in de hemel. Dat betekent dus dat die boze machten vervolgens geworpen worden op de aarde. En dat is meteen ook de aanleiding tot een hele heftige tijd. Alles werkt daarin mee, want God gaat Zijn Koninkrijk ook op aarde vestigen. Maar dat betekent eigenlijk dat voordat Hij dat gaat doen, het op aarde alleen maar erger wordt. Want wat was er namelijk gebeurd? De satan en zijn consorten zijn vanuit de hemel geworpen op de aarde. Die mannelijke zoon gaat naar boven, en satan en consorten gaan naar de aarde. Dus die beweging, die tegengestelde beweging, die twee vallen dus samen. En dat betekent dat het vanaf dat moment heel heftig gaat worden op aarde.⟨/p> ⟨p>Je leest ook in Openbaring 12 dat als dat is gebeurd, er een lied gezongen wordt. En dan staat er — daarom, Openbaring 12 vers 12, makkelijk te onthouden: "Daarom, verheugt u, gij hemelen, en wie daarin wonen!" Ja, dat wil zeggen: voor degenen die daar wonen is er reden om zich te verheugen, want het Koninkrijk is inmiddels daar gevestigd. Maar er staat direct achter: "Wee de aarde en de zee, want de diabolos is tot u neergedaald in grote grimmigheid, wetend dat hij weinig tijd heeft." Weinig gelegenheid eigenlijk, ⟨em>kairos⟨/em>. Dus het wordt juist vanaf dat moment zo buitengewoon heftig op aarde. Maar dit is dus de eerste fase: die wegrukking. En buitengewoon belangrijk: de wegrukking van de mannelijke zoon is dus eigenlijk het startschot van de Parousia. Het is het begin van de Parousia.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-3" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="607" title="Speel af vanaf 10:07">▶ 10:07⟨/button> ⟨span>De Concentrische Vestiging van het Koninkrijk op Aarde⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Het koninkrijk wordt gevestigd in de hemel. Vervolgens gaat het ook op aarde gevestigd worden en dat gaat allemaal heel ordelijk, zoals je dat van God mag verwachten. Het verloopt hiërarchisch, in de zin dat het boven begint en zich vervolgens gaat uitbreiden vanuit de hemel op de aarde. Dat is het Bijbelse idee daarbij. Op aarde wordt het vervolgens concentrisch gevestigd; dat wil zeggen eerst in het middelpunt, namelijk Jeruzalem en het land. Dat gaat in bezit genomen worden en dat is vervolgens het bruggenhoofd voor de Koning om de hele wereld te gaan regeren.⟨/p> ⟨p>Het begint met de inbezitneming van het land Israël. De vorige keer heb ik speciaal laten zien hoe die indeling van het boek Openbaring zo fantastisch mooi is, en ik heb daar gelukkig veel reacties op gekregen. Het is zo onbekend, maar het geeft enorm veel duidelijkheid als je eenmaal ziet dat het eerst gaat om de zegels en het land Israël. In Openbaring 6 en 7 wordt de boekrol beschreven en eigenlijk gaat het daarbij om de eigendomsrechten van het land. Dat wordt in bezit genomen en gekocht. Ook de verschijning van de Heer aan Israël bij het zesde zegel wordt daar aan de orde gesteld.⟨/p> ⟨p>In Openbaring 7 zien we vervolgens dat Israël verzameld wordt uit alle natiën, die grote schare. Uit die grote schare wordt weer een selectie gemaakt van 144.000 mensen die worden klaargestoomd om hun missie te gaan volbrengen, namelijk om wereldwijd het koninkrijk te gaan proclameren. Ze worden daar speciaal voor verzegeld en beveiligd. In de periode dat zij hun taak gaan oppakken, zullen er namelijk nog zoveel vreselijke dingen plaatsvinden in de volkerenwereld. Daarom worden ze speciaal beveiligd en verzegeld; ze worden onaantastbaar gemaakt. Dat staat allemaal beschreven in Openbaring 7.⟨/p> ⟨p>Het idee is dus dat de Heer inmiddels op aarde is verschenen in Israël, maar de volkerenwereld is nog niet onderworpen. Dat is vervolgens de derde fase van de vestiging van het koninkrijk: de proclamatie. Als Israël eenmaal hersteld is in het land, gaat het koninkrijk uitgebreid worden en gaat de Zoon vanaf Zijn troon Zijn heerschappij vestigen. Dan gaat het koninkrijk geproclameerd worden, oftewel 'uitgebazuind'. Dat vind ik het mooiste woord in dit verband, want dat is precies wat er gebeurt. Er klinken namelijk zeven bazuinen in Openbaring 8 tot en met 11. Die zeven bazuinen kondigen het koninkrijk aan en als de zevende bazuin heeft geklonken, is het koninkrijk wereldwijd gevestigd.⟨/p> ⟨p>Al die bazuinen zijn in de praktijk enorme gerichten die over de aarde en over de volkerenwereld zullen worden voltrokken. Die zeven bazuinen lopen parallel met de uitgieting van de zeven schalen van Gods gramschap. Het idee bij de bazuinen is dat er iets wordt uitgebezuind, er wordt iets geproclameerd: de Koning en Zijn koninkrijk gaan gevestigd worden. Bij de schalen van gramschap wordt er juist aan gedacht dat God de wereld gaat richten. Hij gaat tornen vanwege de reactie, want dat is namelijk het punt: de Heer heeft Zijn koninkrijk dan inmiddels gevestigd, weliswaar nog alleen in het land, maar dat roept de toorn, de vijandschap en het venijn op van de wereld. Er ontstaat een enorme oorlogssituatie.⟨/p> ⟨p>De volkerenwereld in haar algemeenheid accepteert die invasie vanuit de ruimte niet. Het klinkt misschien heel futuristisch, maar dat is feitelijk wat er aan de hand is. Dingen die nu alleen nog bekend zijn van videogames en sciencefiction lijken nu nog fictie, maar dan zal het 'science' zijn, want dan wordt het echt menens. De geesten worden daar nu trouwens al helemaal rijp voor gemaakt door alle aandacht voor buitenaards leven of bezoek vanuit de ruimte. Dat is wat er gaat gebeuren bij de verschijning van de Heer, de Zoon des mensen of de Ben Adam. Zo zal het hier op aarde ongetwijfeld worden uitgelegd: Hij wordt beschouwd als een vreemde indringer. Hoe de hele mindset dan zal zijn, is een onderwerp apart, maar ik wil er alleen maar op wijzen dat er in feite een situatie van oorlog ontstaat van twee kanten. God gaat zeggen: "Ik heb Mijn Koning gesteld," en dat wordt niet geaccepteerd. Dan wordt het een clash, en met recht een enorme clash.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-4" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="994" title="Speel af vanaf 16:34">▶ 16:34⟨/button> ⟨span>Harmageddon: de Naderende Climax en Clash Der Volkeren⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Daar hebben we het trouwens de laatste keer over gehad, en daar sluit ik mijn terugblik nu even mee af. In het tweede deel van de vorige avond hebben we ons beziggehouden met Harmageddon. Weet u nog? Dat gaat erover dat de volkeren inderdaad gaan optrekken tegen die nieuwe Koning en dat nieuwe Koninkrijk daar in het land. Zij verzamelen zich in het noorden van Israël, in het gebied van Jizreël – jou wel bekend, Francis, je hebt daar zo'n prachtig uitzicht over de vlakte.⟨/p> ⟨p>Overigens begint vanavond, althans volgens de Hebreeuwse kalender, de zeventigste verjaardag van de staat Israël. Ik zeg 'volgens de Hebreeuwse kalender', want u zult wellicht zeggen dat dit op 14 mei was, maar volgens de Joodse telling was het 5 Ijar. Gisteren? Nee, het was 19 april... Nou, het maakt ook niet uit. Ik dacht al dat het vandaag was. Maar goed, het gaat erom: de staat is nu zeventig jaar oud. Dat is trouwens ook een boeiend getal, maar daar wil ik het nu niet over hebben. Het begon gisteravond, dus het was inderdaad vandaag. Gelukkig maar.⟨/p> ⟨p>Ik kreeg juist vandaag nog een vraag over hoe dat nu precies zit met die dagen en data. Misschien is het goed om dat even aan te stippen. De vraag ging over de indeling van de dag. Een dag in de Bijbel begint in de avond, zeggen sommigen, terwijl anderen spreken over zonsopgang. Als je het puur vanuit Genesis 1 bekijkt, dan noemde God het licht 'dag'. Dus wanneer begint de dag? Wanneer het licht wordt. En hoe lang duurt een dag? Wij zijn geneigd om te zeggen: vierentwintig uur. Maar nee, zolang duurt een etmaal. "Gaan er geen twaalf uren in een dag?", zei de Heer Jezus. Gemiddeld duurt elke dag twaalf uur, of je nu in Israël bent of op de Noordpool. Een dag begint dus als het licht wordt en eindigt wanneer het donker wordt, wanneer het licht uitgaat.⟨/p> ⟨p>De grote vraag is echter hoe je de data rekent. De nacht die nu gaat komen, hoort die bij de voorafgaande dag of bij de volgende dag? In de Bijbel worden etmalen – die blokken van vierentwintig uur, de omloop van de zon – gerekend van avond tot avond. Daar is een heel goede aanleiding voor. Je leest dat bijvoorbeeld over Jom Kippoer, dat op de tiende van de zevende maand gevierd moest worden: 'van avond tot avond', als een volmaakte Sabbat. Vandaar ook dat de Sabbat altijd op vrijdagavond begint. Dat is het idee. Maar ik geef toe dat ik nu wel heel erg ver van mijn onderwerp ben afgedwaald.⟨/p> ⟨p>Het ging even om die clash die gaat plaatsvinden tussen de volkerenwereld en het nieuwbakken Koninkrijk straks. De volkeren zullen verzameld worden in die vlakte en ze trekken dan letterlijk op tegen de Koning die daar is; tegen de Heer, tegen Yahweh en Zijn Vorst. Ze denken: "Dat moet toch lukken om die klein te krijgen?" De overmacht van de volkerenwereld wil korte metten maken, maar het omgekeerde gebeurt. Ze worden, om het zo te zeggen, in de pan gehakt. Pas dan wordt het Koninkrijk daadwerkelijk gevestigd. Die zeven schalen lopen trouwens parallel met de zeven bazuinen. Ook dat heb ik u willen laten zien. Als ik zo onbescheiden mag zijn: ik heb dat aangetoond. Dat is natuurlijk aan u ter beoordeling, maar volgens mij is het vrij duidelijk.⟨/p> ⟨p>Ik ga nu verder met het boek de Openbaring. Aanvankelijk was m'n plan om nog wat te vertellen over die zevende schaal en over de val van de stad Babel. Ik was al ver gevorderd in mijn voorbereidingen, maar toen dacht ik: ik doe het toch anders. Ik moet eerst wat vertellen over die wilde dieren, over de beesten in Openbaring 13. In hoofdstuk 17 en 18 lees je weliswaar heel uitgebreid over de stad Babel en hoe die stad – waar het na de zondvloed ooit allemaal mee begon – volledig verwoest zal worden. Deze aion begon ermee en deze aion eindigt weer met Babylon. Maar omdat er in die hoofdstukken zo vaak wordt gerefereerd aan dat beest met de zeven koppen en de tien hoorns, leek het me niet handig om daar nu al te beginnen en dan iedere keer terug te moeten grijpen naar Openbaring 13. We maken dus even pas op de plaats en gaan eerst inzoomen op die beesten. Dat gaan we vanavond doen. Openbaring 13 gaat daarover, en ik stel voor dat we dat op de allermooiste en veiligste manier doen: gewoon regel voor regel. Niet al te veel in details, maar toch nauwkeurig kijkend naar wat daar nu precies staat. Ik vind het iedere keer weer verbazingwekkend wat er dan allemaal aan het licht komt.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-5" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1430" title="Speel af vanaf 23:50">▶ 23:50⟨/button> ⟨span>Introductie op Openbaring 13: het Beest op het Zand van de Zee⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>We beginnen bij Openbaring 13 vers 1. Of eigenlijk, volgens sommigen is die eerste regel niet hoofdstuk 13 vers 1, maar het laatste vers van hoofdstuk 12, vers 18. Dat heeft niet zozeer te maken met een vertalingskwestie, maar met een grondtekstkwestie. De vraag is namelijk of hier staat: "en hij stond op het zand van de zee", of dat er staat: "en ik stond op het zand van de zee".⟨/p> ⟨p>Als u een Statenvertaling hebt, staat er inderdaad "ik". Als er "hij" staat, hoort deze eerste zin bij het voorafgaande vers en dan slaat het op de draak. Die draak staat dan op het zand van de zee. Als de lezing daarentegen "ik" is, zoals de Textus Receptus — de grondtekst waar de Statenvertaling op gebaseerd is — dan is het onderwerp uiteraard de schrijver zelf, namelijk Johannes. "Ik stond op het zand van de zee." Dat geeft trouwens in beide gevallen een heel goede zin. Want als je ervan uitgaat dat er "hij" staat, dan is het de draak die daar op het zand staat, waarna het tafereel verschuift van het strand naar de zee. Maar het zou ook heel goed kunnen dat Johannes daar stond en vanaf het strand waarneemt wat er in de zee gebeurt.⟨/p> ⟨p>Overigens is het zand van de zee in de Bijbel heel dikwijls een aanduiding van Israël. Daar zit trouwens ook nog een prachtige typologie in vast, want feitelijk is het zand van de zee, het strand, niets anders dan dat wat door de golven van de zee is aangespoeld. Denk daar eens over door. Dan spreek je over dat wat door de volkerenwereld eigenlijk is opgehoest; het is door de golven van de volkerenwereld daar terechtgekomen. In beide gevallen worden we dus bepaald bij het zand, namelijk het land en de zee. Die tegenstelling is wat we voortdurend in dit hoofdstuk zullen zien.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-6" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1589" title="Speel af vanaf 26:29">▶ 26:29⟨/button> ⟨span>De Bijbelse Tegenstelling: de Zee (volkeren) en het Land (israël)⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Namelijk de zee en het land. In Openbaring 13 gaat het over het beest uit de zee, en vanaf vers 11 gaat het over een ander beest dat opkomt uit de aarde, oftewel uit het land. Ik kom daar later nog op terug, maar daar kom ik nu meteen even over te spreken. Johannes zegt: "En ik nam waar, vanuit de zee kwam een beest op." Een wild dier, zoals u in deze weergave ziet, bijvoorbeeld een beer of een leeuw. Dat zijn allemaal wilde dieren. In het algemeen maken wij in het Nederlands wel verschil tussen een dier en een beest; bij een beest denken we vooral aan een groot, en vooral ook aan een wild dier. Het is mij om het even, maar het idee is inderdaad dat van een groot wild dier dat Johannes waarnam vanuit de zee.⟨/p> ⟨p>Ik zei al: wat is de tegenstelling in dit hoofdstuk? Het staat in tegenstelling tot het land of, zo u wilt, de aarde. Ik heb u er in deze Bijbelstudies inmiddels al heel wat keren op gewezen dat het Griekse woord — en in het Hebreeuws is het trouwens exact hetzelfde verhaal — voor land hetzelfde is als het woord voor aarde. Wij maken een verschil in het Nederlands, maar je zou dat verschil niet moeten maken in je uitleg, in je begrip en in dat wat je denkt dat het betekent. Het woord 'land' en het woord 'aarde' zijn gewoon volstrekt identieke woorden. Dus als je het hebt over het land, dan zou je dat ook kunnen weergeven met de aarde, maar je zou omgekeerd ook kunnen zeggen: de aarde, dat is het land.⟨/p> ⟨p>Wat is dan het belang? Wel, om welk land gaat het eigenlijk? Gaat het over het land in het algemeen, of gaat het over een specifiek land, namelijk Israël? Als Joden het hebben over het land, Haaretz, dan bedoelen ze doorgaans Israël. Dat is 'het land'. Maar als er bijvoorbeeld staat in Genesis 1 vers 1: "In den beginne schiep God de hemelen en de aarde" — Bereshit bara Elohim et hashemayim we ha’aretz — dan zou je dat ook kunnen vertalen met: "In den beginne schiep God de hemelen en het land." Dat is exact hetzelfde woord. In de vertalingen wordt er heel vaak geen rekening mee gehouden dat het, gezien het verband, soms heel specifiek gaat over een speciaal stuk aarde, namelijk Israël.⟨/p> ⟨p>Kijk naar Openbaring 1 vers 7. Daar staat: "Zie, Hij komt met de wolken en elk oog zal Hem zien, ook zij die Hem hebben doorstoken; en alle stammen der aarde zullen over Hem weeklagen." Als u een Voorhoeve-vertaling of een Telos-vertaling hebt, staat er: "alle stammen van het land." En inderdaad, je spreekt over de volkeren der aarde en over de stammen van het land. De context moet dus duidelijk maken waarover het gaat, en soms is dat helemaal niet zo duidelijk. Ik geef het woord in dit hoofdstuk consequent weer met 'het land'. Daarmee wil ik eigenlijk alleen maar zeggen: op het moment dat je 'de aarde' vertaalt — en dat is het misleidende, dat is de waarschuwing die ik geef — dan denk je niet aan een speciaal stuk aarde. Dan denk je gewoon aan de planeet die Aarde heet, terwijl het in de Bijbel heel dikwijls juist om een specifiek stuk aarde gaat.⟨/p> ⟨p>Vandaar ook dat ik neig om te zeggen: als je daar een concordant woord voor wilt kiezen, dan zou ik echt kiezen voor 'het land'. Want 'het land' kan inderdaad al het land betekenen, óf een specifiek stuk land. Maar 'de aarde' betekent in ons begrip eigenlijk altijd gewoon de hele planeet. Dat zijn van die overwegingen die ik niet noem om het moeilijk te maken, maar juist om de zaken scherp te krijgen. Want ook hier in Openbaring 13 krijg je een heel ander idee wanneer je leest over 'het beest uit het land'. Dat leest heel anders; je hoort ineens iets heel anders. Je gaat dan trouwens ook een andere vraag stellen: van wélk land? Dat doe je bij 'de aarde' niet, want dan gaat het in ons hoofd gewoon over al het droge. Maar dat is nog maar de vraag, en we zullen dat in dit hoofdstuk dus nog vaak tegenkomen.⟨/p> ⟨p>De zee waar het hier over gaat, is ook een beeld. Johannes neemt waar dat er vanuit de zee een beest opkomt. Als je dan even later leest in Openbaring 17, dan wordt dat verklaard, want de Schriften verklaren zichzelf. Vaak worden in het boek zelf al die dingen weergegeven, zoals wat een beeld betekent. In vers 15 van Openbaring 17 staat bijvoorbeeld dat een boodschapper die met Johannes communiceert tegen hem zegt: "De wateren die jij waarnam, waarop de hoer zat, dat zijn volkeren, scharen, menigten en talen."⟨/p> ⟨p>Aha, dat zijn dus de wateren. Dat werpt ineens heel veel licht op diverse passages in het boek Openbaring, bijvoorbeeld hier in Openbaring 13 vers 1, waarin hij een beest ziet opkomen uit de zee. Het is beeldspraak; dat beest staat voor iets, wat trouwens ook wordt uitgelegd. Maar het komt uit de zee op, dat wil zeggen: uit de volkerenwereld. En als de zee staat voor de volkerenwereld, waar zou het land dan voor staan? Voor Israël. Die tegenstelling loopt als twee rode draden door dit hele hoofdstuk. Ik maak u daar direct bij de aanvang van de bespreking attent op. En het had tien hoorns en zeven koppen. Dat is een beest dat je niet dagelijks ziet. Het had tien hoorns en zeven koppen, en ook hier zie je weer hoe alles in elkaar grijpt.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-7" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2051" title="Speel af vanaf 34:11">▶ 34:11⟨/button> ⟨span>Een Beestachtige Compositie: de Vier Dieren uit Daniël 7⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Want wat Johannes hier waarneemt, is iets wat Daniël ook al eens had waargenomen, zij het op een andere wijze. Maar het refereert daar heel duidelijk aan. Ik zal het u vertellen: in Daniël 7 — ik weet niet of u dat hoofdstuk zo voor de geest staat — wordt een beschrijving gegeven van Daniël die vier dieren, ook wel vier beesten, ziet: een leeuw, een beer, een luipaard en een dier zonder naam. En wat blijkt? Het beest dat Johannes ziet, lijkt daar verrekte veel op, omdat het een compositie is van die vier dieren.⟨/p> ⟨p>Nog even over Daniël 7 voordat ik u dat laat zien. In Daniël 7 gaat het over vier opeenvolgende koninkrijken. Ik wil mijn nek niet uitsteken om dat nu uitgebreid te gaan behandelen, maar ik ken de uitleg — sterker nog, ik heb ooit een avond gegeven waarin ik dat zelf uit de doeken heb gedaan, maar dat is alweer lang geleden — dat die vier dieren in Daniël 7 vier wereldreligies zouden zijn. Ik heb dat destijds een hele intrigerende uitleg gevonden, maar ja, zo gaat dat met voortschrijdend inzicht. Of zo u wilt: devaluerend of zich ontwikkelend inzicht. Het gaat niet om religies; het gaat om koninkrijken. Échte koninkrijken die elkaar opvolgen.⟨/p> ⟨p>Wat ik ook heb ontdekt — en dat wordt trouwens vrij algemeen aangenomen — is dat die vier koninkrijken synchroon lopen met de vier koninkrijken die ook elders in het boek Daniël worden beschreven, namelijk in Daniël 2. U weet wel, dat reusachtige statenbeeld waarover Nebukadnezar een droom had gezien, met dat gouden hoofd, de zilveren romp, de koperen lendenen, de benen van ijzer en de voeten van ijzer deels van leem. Het gaat over diezelfde vier koninkrijken. Dat blijkt ook wel, want alles loopt daarin parallel. Misschien dat ik u nog op diverse dingen zal wijzen, maar om maar één ding te noemen: dat vierde dier heeft tien hoorns, en het vierde koninkrijk in Daniël 2 heeft voeten met tien tenen. Het woordje voor 'teen' betekent eigenlijk ook gewoon 'tien'.⟨/p> ⟨p>Maar goed, dat het een compositie is, wil ik u laten zien aan de hand van Daniël 7. Ik loop er even kort doorheen. In Daniël 7 vers 4 wordt als eerste een leeuw waargenomen. Die heeft één kop en nul hoorns, wat vrij normaal is. Dan ziet hij een beer in het volgende vers: ook één kop en geen hoorns. Vervolgens ziet hij een luipaard, en dat is wel heel bijzonder, want die luipaard heeft vier koppen en ook geen hoorns. En dan ziet hij nog een heel vreselijk dier, het vierde dier, dat hij niet benoemt. Ik noem het maar eventjes 'BZN': Beest Zonder Naam. In het Nederlands heb je van alles 'zonder naam': de Bond Zonder Naam, de Band Zonder Naam, en de Zangeres Zonder Naam hadden we vroeger ook. Afijn, dat dier heeft dan één kop, maar het had wel tien hoorns!⟨/p> ⟨p>Als we hier nu een compositie van maken, hoeveel koppen en hoeveel hoorns krijg je dan? Tel ze maar bij elkaar op: je krijgt zeven koppen en tien hoorns. En wat zag Johannes ook alweer? Hij zag een beest uit de zee komen met tien hoorns en zeven koppen. Precies zo was het. Het is een compositie en het sluit naadloos op elkaar aan. De gezichtspunten zijn natuurlijk wat anders, maar het gaat onmiskenbaar over de laatste tijd. Dat blijkt trouwens vooral uit het feit dat het vierde koninkrijk wordt opgevolgd door hét Koninkrijk. Dat geldt zowel voor Daniël 2 als voor Daniël 7.⟨/p> ⟨p>Laten we nog even wat meer inzoomen. U ziet wel, als je zo langzaam door de tekst kruipt, kom je nooit bij Openbaring 13 vers 18 uit. Maar goed, het had tien hoorns. Hoezo tien hoorns? Dat wordt uitgelegd. Zowel in Daniël 7 als in Openbaring 17 wordt dat verklaard. In Daniël 7 krijgt Daniël zelf hoogstpersoonlijk uitleg, want hij wil de ware zin weten van wat hij heeft waargenomen. En dan staat er: "En de tien hoorns; wel, uit dat koninkrijk zullen tien koningen opstaan." We komen daar nog wel over te spreken, want dat is een heel intrigerend verhaal. Eén ding is echter duidelijk: die tien hoorns zijn beeldspraak en staan voor koningen.⟨/p> ⟨p>Een hoorn is eigenlijk een uitbeelding van kracht. Hebben we het er wel eens over gehad, over de ramshoorn? Zo'n shofar is eigenlijk dat wat overblijft van een ram die geleefd heeft en geslacht is, en die vervolgens voortbestaat als hoorn. Een geslacht dier dat vervolgens overblijft als hoorn, die inderdaad bijeenroept, verzamelt en het feest aankondigt. Eigenlijk is zo'n shofar alleen al een geweldige uitbeelding van de Messias: Degene die geslacht werd, maar die vervolgens Koning werd. Een hoorn is een koning. Voor zover ik weet, wordt er over meer dieren in de Bijbel gesproken met concrete hoorns, maar dat zou u eens moeten nagaan.⟨/p> ⟨p>In ieder geval, die tien hoorns... Hé, ik zie hier ineens 'horens' staan. Moet dat niet met dubbel 'o' zijn? Of is dat weer anders? Moet je horen, als je het op z'n Oost-Nederlands zegt, dan hoor ik dat verschil helemaal niet meer. Als wij met de familie naar mijn zwager uit Groningen luisteren, tja... Maar goed, in Openbaring 17 staat: "En de tien hoorns die je waarnam, zijn tien koningen, die nog geen koninkrijk ontvingen, maar als koningen één uur autoriteit ontvangen met het beest." Ook hier gaat het mij puur om het feit dat die tien hoorns die worden waargenomen, tien koningen zijn. En hoezo tien koningen? Wel, ze zullen een ogenblik — dat zie je later — één uur met het beest regeren. Dat gaat allemaal over de eindtijd. Ik geef toe dat het voor de pauze nog wat ingewikkeld is hoor, maar ik ga ervan uit dat iedereen nu nog redelijk wakker is, na een dag geluimerd te hebben in de zon. In ieder geval zouden deze beesten je wel wakker moeten houden. Dit beest had dus zeven koppen.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-8" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2640" title="Speel af vanaf 44:00">▶ 44:00⟨/button> ⟨span>Het Mysterie van de Zeven Koppen en Tien Koningen⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Dat wordt ook weer uitgelegd. Ik ga hiervoor even naar Openbaring 17, want daar lees je dit. Neem het me niet kwalijk dat ik slechts een aanzet geef; ik wil niet te veel voor de fanfare uitlopen of voortijdig mijn conclusies trekken. Maar ik wil u wel op een paar dingen attent maken waar we later op terug gaan komen. Dan komen straks de aha-belevenissen: "Ah, nu begrijp ik het!" U moet dus even geduld hebben. Dit lijkt een teaser, maar het vergt wel echt inzicht en verstand. Hoe weet ik dat? Wel, dat staat al in het boek Openbaring. Er staat: "Hier is het verstand dat wijsheid heeft." Dat is meer nog dan intelligentie; het gaat om een overzicht dat het geheel overziet en ook uitzicht biedt.⟨/p> ⟨p>Hier is het verstand dat wijsheid heeft. De zeven koppen zijn zeven bergen waarop de vrouw zit. En zij zijn zeven koningen. Die zeven koppen hebben dus nog een ander beeld, namelijk dat van zeven bergen. Niet als plaatsnaam; nee, die zeven koppen worden uitgebeeld in zeven bergen. Maar er staat: "en zij zijn zeven koningen." Nu begint het u misschien een beetje te duizelen, want we hadden het net over tien koningen. Die hoorns waren immers koningen. En nu blijken die zeven koppen ook koningen te zijn. Hoe zit dat nou?⟨/p> ⟨p>Johannes zegt: "Vijf ervan vallen." In de NBG-vertaling of de Statenvertaling staat dat vaak in de voltooid tegenwoordige tijd: "Ze zijn gevallen." Maar in het Grieks staat daar een Aorist, en u weet: die is tijdneutraal. Ze vallen, ongeacht wanneer. Vijf ervan vallen, één is er nu, en de andere kwam nog niet. En wanneer hij zou komen, moet hij korte tijd blijven. Ik geef toe: dit is cryptisch hoor. En nu wordt het nog cryptischer: "en het beest dat was, dat wel was en niet is, is zelf ook de achtste en hij is vanuit de zeven en gaat dan ten onder." Nou, rara... Ik geef u een week de tijd als u mij deze droom kunt verklaren! Dan krijg je zo dertig reacties... nee, ik ben geen Simson.⟨/p> ⟨p>Wat René al zei: wat hij ziet, is dit. Hij ziet zeven koppen van een beest. Hij zegt: vijf vallen. Als er vijf vallen, is er nog één over: nummer zes. Die is er. Maar die wordt weer opgevolgd door een ander, de zevende. En die zevende komt maar voor een heel korte tijd. En dat beest wat je ziet, dat is de achtste. Waarom? Omdat hij een van die zeven koppen is die herleeft. Hij is de achtste, maar hij maakt eigenlijk gewoon deel uit van die zeven. Omdat één van die zeven koppen omkomt, sterft, afgeslacht wordt of door het zwaard getroffen wordt – hij gaat dood – maar vervolgens herleeft. In zekere zin is hij dus de achtste, terwijl hij tegelijkertijd deel uitmaakt van de zeven. De volgende vraag is natuurlijk: welke van die zeven? Is het de herleefde zesde, of een van die eerste vijf? Dat staat hier niet bij.⟨/p> ⟨p>Eén ding kunnen we nu al vaststellen: als dat beest er zal zijn, dan is hij de achtste. Maar dat komt omdat er eerst al vijf zijn gevallen. Vijf koningen moesten plaatsmaken, dan blijft er één over, en vervolgens maakt die plaats voor een zevende. En een van die zeven koppen herleeft. We zullen dat straks nog uitgebreider zien. Hoe gaat dat praktisch? Dat staat er ook niet bij. Maar waarom verwijs ik hiernaar? Omdat Johannes dit beest waarneemt vanuit de zee. Het komt uit de volkerenzee en het heeft tien hoorns en die zeven koppen. Daarvan weten we nu: dat zijn koningen. In Openbaring 17 lezen we dat dit beest er tegelijkertijd is met die tien koningen, maar hij is zelf de achtste in een reeks, voortkomend uit de zeven.⟨/p> ⟨p>Dit zal natuurlijk straks, als dit zich allemaal gaat aandienen, volkomen helder zijn voor degenen die wijsheid hebben. Die kunnen dan gewoon de dingen aanwijzen: dat vijf koningen inderdaad vallen en dat er dan één overblijft, die weer plaatsmaakt voor een zevende. Alles zal dan veel helderder zijn. Daarom wordt het ook beschreven. Maar het boek Openbaring staat nu al in ons Bijbeltje en wij gaan ervan uit dat deze dingen aanstaande zijn. Je wilt daar zicht op hebben. Wat betekent dat nu eigenlijk precies?⟨/p> ⟨p>Laten we nog even doorgaan, want het gaat hier over een macht in de eindtijd die gigantisch zal zijn. Op die hoorns zitten tien diademen. Een hoorn is een uitbeelding van koninklijke kracht. Een diadeem – ik heb het eens nagezocht – is een koninklijk hoofdversiersel. Het is niet zozeer een kroon, maar een sierlint dat om het hoofd is gebonden. Diadeem betekent eigenlijk ook "doorgebonden". Het is een embleem van koninklijke waardigheid. De hoorn spreekt dus van koninklijke kracht; de diadeem spreekt van koninklijke heerlijkheid of waardigheid, zoals u wilt.⟨/p> ⟨p>Maar niets is wat het lijkt. We spreken wel eens over een vlag op een modderschuit. Dat is hier eigenlijk ook aan de hand, want het beest heeft wel tien diademen, maar op zijn koppen staan namen van lastering. Hoe duur en waardig die diademen ook mogen lijken, we praten hier echt over een beest. Die koppen worden gekenmerken door lastering, door blasfemie. Het Griekse woord blasfemie kennen wij goed; ons woord komt rechtstreeks uit het Grieks. Het hoeft niet eens per se godslastering te zijn; het is lastering. Later in vers 5 en 6 wordt dat verder uitgelegd.⟨/p> ⟨p>Ik lees nog even verder. "En het beest dat ik waarnam," zegt Johannes, "leek op een luipaard." Of een panter. Het heeft overigens niets te maken met het dier dat wij een luipaard noemen. In het Engels zie je het als "leopard", wat eigenlijk een "leeuw-paard" is; het werd verondersteld een kruising te zijn tussen een leeuw en een paard. Maar goed, een luipaard dus. Johannes zegt dat het beest als geheel op een luipaard leek. De onderdelen van dat beest lijken vervolgens op een beer en een leeuw, enzovoorts. Maar het beest als geheel leek op een luipaard. En daar wil ik u wat over vertellen.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-9" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3260" title="Speel af vanaf 54:20">▶ 54:20⟨/button> ⟨span>Alexander de Grote en Babel als Toekomstige Wereldhoofdstad⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Want dat beest als geheel doet Johannes in zijn beschrijving het meest denken aan een luipaard. Dat zijn we net al even tegengekomen; dat is het derde koninkrijk in Daniël 7. Ik sprak al over die vier dieren in Daniël 7. Wat is dat derde koninkrijk? Dat is het Griekse wereldrijk van Alexander de Grote. Je had eerst het Babylonische Rijk, toen kreeg je het Medo-Perzische Rijk.⟨/p> ⟨p>Ik zit er de laatste tijd erg in, ik weet niet hoe dat komt. Afgelopen zondag heb ik zelf in Zoetermeer gesproken over koning Kores, de Perzische koning. Het is heel intrigerend met al die wereldrijken die zo enorm nauwkeurig voorzegd waren. Maar na dat Medo-Perzische Rijk kreeg je vervolgens het Griekse wereldrijk. Als wereldrijk heeft het eigenlijk maar heel kort geduurd, want het is Alexander de Grote die als piepjonge generaal doorstoomde. Dat wordt trouwens ook in het boek Daniël al voorzegd en beschreven. Vanuit Macedonië verovert hij de wereld en dan komt hij in Babylon.⟨/p> ⟨p>Hij gaat nog verder, hij is helemaal naar India gegaan, maar als hij dan Babel veroverd heeft, wat doet hij dan? Dan verklaart hij Babel tot zijn residentie, de hoofdstad van zijn rijk. Je had het Babylonische Rijk met Babel als hoofdstad. Toen kreeg je de Medo-Perzen, en wat deden zij? Wat verklaarden zij tot hoofdstad? Babel. Toen kreeg je Alexander de Grote. We zeggen 'Alexander de Grote', maar weet u hoe oud hij was toen hij stierf? Drieëndertig jaar. In no time heeft hij een wereldmacht op poten gezet. Dat is ongelooflijk. Pijlsnel heeft hij de wereld veroverd. Maar toen hij Babel veroverd had en tot hoofdstad van zijn rijk had gemaakt, was dat het. Vervolgens viel dat rijk uiteen in vier koninkrijken: het noordelijke, het zuidelijke, het oostelijke en het westelijke.⟨/p> ⟨p>De koninkrijken van het noorden en het zuiden spelen nog een hele grote rol in Daniël. Waarom vertel ik dit? Die beesten hebben allemaal iets met Babel. U kent misschien wel de uitleg dat het vierde dier het Romeinse Rijk zou zijn. Dat is eigenlijk de gangbare uitleg; als je in een profetisch handboek kijkt, dan zeggen ze altijd dat het vierde dier het Romeinse Rijk is. Maar dat is niet zo – zei hij heel arrogant. Waarom niet? Al die wereldrijken hadden Babel tot hoofdstad: het Chaldeeuwse Rijk van Nebukadnezar, het Medo-Perzische Rijk en het Griekse Rijk van Alexander de Grote. Dat laatste was het laatste wereldrijk met Babel als hoofdstad. Er moet nog een vierde komen die ook Babel weer als hoofdstad heeft. Het Romeinse Rijk telt daarin helemaal niet mee. Het Romeinse Rijk had een heel andere hoofdstad: dat was Rome.⟨/p> ⟨p>Inmiddels zijn er allerlei grote rijken geweest met verschillende hoofdsteden. Maar het gaat in het boek Daniël, maar ook in de Openbaring, over wereldrijken met Babel als hoofdstad. Die vrouw die op dat beest zit, dat is heel karakteristiek. Wat we gaan krijgen aan het einde van deze aion, is dat er weer een wereldrijk komt met opnieuw als zetel en hoofdstad Babylon, daar in de vruchtbare Eufraatvallei. Gisteren heb ik er nog eens naar gekeken: je hebt daar nu ook een stad die Hilla heet, met zo’n honderdduizend inwoners. Maar het is eigenlijk ook een hele provincie; Babil heet dat in het Arabisch. Mijn Arabisch is niet heel goed, maar ik kon het makkelijk herkennen en onthouden: 'Het Babel'. En daar gaat het weer gebeuren.⟨/p> ⟨p>Dat wordt het wereldhandelscentrum. Dat lees je in het boek Openbaring. Alle koningen der aarde hebben hun handel daar gecentreerd en daar vindt dat allemaal plaats. Het wereldhandelscentrum zal dus niet in New York ofzo zijn. Nee, in Babel. Dat gaat komen. Alexander de Grote is de laatste die er nog iets van heeft beleefd: Babel als hoofdstad. Sindsdien hebben we al bijna 2500 jaar niets meer van Babel vernomen. Wacht nog een korte tijd en we zullen het weer gaan vernemen.⟨/p> ⟨p>Ik excuseer me dat je in de actualiteit misschien nog weinig aanknopingspunten daarvoor vindt. Dat is waar; Babel is nog helemaal geen hoofdstad, maar het gaat gebeuren. Wat je momenteel wel al kunt vaststellen, is dat alle ogen weer daarheen gericht zijn. Niet alleen naar de staat Israël – die 700 jaar is geworden – maar ook Syrië en nog steeds dat gebied van Irak. Dat is precies zoals de Schrift dat ook had voorzien.⟨/p> ⟨p>Afijn, dat beest dat Johannes waarneemt, geleek op een luipaard. Het deed heel erg denken aan dat Griekse wereldrijk van Alexander de Grote. Straks meer daarover, we gaan eerst een kopje koffie drinken.⟨/p> ⟨p>Lieve mensen, zullen wij weer verder gaan met onze – niet altijd diervriendelijke – benadering van deze verzen? Ja, daar werd ik op geattendeerd. Maar diervriendelijkheid moet u niet zozeer van deze man verwachten. Ik ben wel 'plantaardig'; ik ben aardig voor planten. Ik heb altijd in de planten gewerkt, dus voor mij is een dier al gauw een beest – zelfs katten. Maar goed, we hadden het dus over dat beest dat Johannes zag opkomen uit de zee, uit de volkerenzee. We zijn er eigenlijk zinsdeel voor zinsdeel doorheen gekropen.⟨/p> ⟨p>Wat we vooral moeten realiseren, is dat hij voortdurend teruggrijpt op de profetie van het boek Daniël, die ook al deze dieren zag. Het is overduidelijk dat het een compositie betreft: die zeven koppen en die tien hoorns. Dat blijkt bovendien uit de wijze waarop hij dat beest beschrijft; dat is de tweede bevestiging. De dieren die Daniël waarnam, waren respectievelijk een leeuw, een beer, een luipaard en een beest zonder naam. Wat ziet Johannes hier? Hij beschrijft het in omgekeerde volgorde: het geleek op een luipaard. Dat gaat over het geheel; het doet hem dus het meest denken aan dat derde koninkrijk dat Daniël waarnam, het Grieks-Macedonische rijk van Alexander de Grote, dat ook maar heel kort bestaan heeft. Dat is ook weer een gelijkenis met de eindtijd: het zal zich in no time aandienen.⟨/p> ⟨p>Een andere vraag is... maar ik leg alleen maar vragen neer. Dat is een beetje frustrerend. In de pauze werd me verweten dat ik nu alleen maar vragen neerleg, bijvoorbeeld over die vijf koningen die vallen, over de zesde die er is en de zevende die voor een korte tijd komt, en dan die achtste die uit de zeven voortkomt. Dan zeg je: "Ja, je legt nu wel heel leuk vragen neer, maar ik wil het antwoord." Zo werkt dat niet. Echt waar, dat zeg ik niet als een grapje. Ik ben er al zo vaak op gestuit dat je pas werkelijk vatbaar bent voor het antwoord als je je eerst goed bewust bent geworden van de vraag. Dat geldt hier ook. Het is heel ondankbaar om mensen zomaar te trakteren op antwoorden terwijl ze zich helemaal niet bewust zijn van de vraag. Ik herinner me dat ik eens las over een affiche op een muur waarop stond: "Jezus is het antwoord." Iemand had daaronder geschreven: "Wat was de vraag ook alweer?" Ja, je kunt wel zeggen: "Het antwoord", maar dan moet je eerst weten wat de vraag is. En dat geldt hier ook: voordat je de antwoorden op de vraag krijgt, moet er eerst een vraag zijn.⟨/p> ⟨p>Dat geldt trouwens ook in een context die denk ik nog veel diepgaander is dan wat ik nu bespreek, maar in het algemeen is het zo. Ook in de opvoeding is het zo. Je moet geen—hoe was het ook alweer? Het klinkt wat banaal, maar je moet geen antwoord geven op ongestelde vragen. Nee. Nou ja, waarvan akte dus. Dat is mijn disclaimer waarom ik vanavond wel vragen neerleg, maar nog geen antwoord geef. Op diverse dingen overigens wel, maar bijvoorbeeld op die reeks van zeven koningen en vervolgens die tien koningen, daar komen we zeker nog over te spreken.⟨/p> ⟨p>Nu even weer terug. Het beest leek op een luipaard; je zou kunnen zeggen dat het Johannes erg deed denken aan het Griekse rijk van Alexander de Grote. Dat beest had ook voeten als van een beer. Nou, dat is erg vreemd als het dier als geheel lijkt op een luipaard en toch voeten heeft als van een beer. En die beer, ja, dat was dat tweede koninkrijk wat Daniël beschreef: het Medo-Perzische rijk. Hoe stond het er ook alweer? Het ging op zijn beide zijden staan, staat er in Daniël 7. Dat heeft ook te maken met die twee kanten van dat rijk. Het was aan de ene kant een Perzisch rijk, maar het steunde ook op de Meden. Vandaar ook de naam Medo-Perzische rijk.⟨/p> ⟨p>Dat beest is dus een compositie. Het wereldrijk wat zich straks gaat aandienen—waarvan we inmiddels weten, we hadden het er zojuist voor de pauze al even over—dat vierde rijk heeft ook weer Babel als hoofdstad. Dat is een kenmerk van al die beesten. Het begon ooit met Nebukadnezar en dat eerste rijk, het Chaldeeuwse of Babylonische rijk. Dat Babylonische rijk had zijn hoofdstad uiteraard in Babel. En het beest wat Johannes waarneemt, daarvan doet de muil hem denken aan die van een leeuw. De voeten zijn als die van een beer en het geheel lijkt op een luipaard.⟨/p> ⟨p>Dat betekent—dat wou ik zojuist nog even zeggen—dat het wereldrijk dat straks gaat komen, een wereldrijk is daar in het Midden-Oosten. Dáár wordt het gevestigd, met Babel als hoofdstad. Dat gold trouwens ook voor het Griekse rijk en voor het Medo-Perzische rijk. Uiteraard gold het voor het Babylonische rijk, maar straks dus weer. Babel is het centrum, de hoofdstad, en het rijk is gevestigd in het Midden-Oosten. In dat gebied moeten we de ogen openhouden; het hele profetische epicentrum van de profetie is daar gelegen.⟨/p> ⟨p>Zijn muil was als die van een leeuw. Hij heeft een grote muil. Dat bedoel ik ook heel dubbelzinnig, wat we straks ook nog zullen zien. Een hele grote muil. Dat is dus dat eerste koninkrijk in Daniël: het Babylonische rijk. Trouwens, Daniël zag dat visioen ook tijdens dat Babylonische rijk. De zoon van Nebukadnezar was aan het bewind toen hij dat zag. En dan is er nog de draak die we in het boek Openbaring inmiddels kennen uit hoofdstuk 12.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-10" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4171" title="Speel af vanaf 01:09:31">▶ 01:09:31⟨/button> ⟨span>Het Diabolische Spiegelbeeld: de Dodelijke Wond Geneest⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En een van zijn koppen... daar hadden we het net al even over: dat beest met zeven koppen. Er staat dat één van zijn koppen was afgeslacht ten dode. Dat is interessant, want voor "afgeslacht" wordt daar exact hetzelfde woord gebruikt als later in vers 8, en ook al eerder in hoofdstuk 5 en 6, wanneer er gesproken wordt over het Lammetje dat geslacht was. Exact hetzelfde woord wordt daar gebezigd. Er zijn trouwens veel meer connecties tussen dat beest en het Lammetje. Als ik het zo zeg, ziet u direct de connectie, maar u ziet natuurlijk vooral de tegenstelling. Een lammetje noem je immers geen beest, althans niet in de zin zoals we er vanavond over spreken.⟨/p> ⟨p>Eigenlijk is dat ook de goddelijke humor in het boek Openbaring: dat zo’n gigantisch beest, een monster, een draak... Zodra een wezen meer dan één hoofd heeft, heet het een draak. Nee, we gaan het niet over politiek en organisaties hebben, maar zodra iets meer dan één hoofd heeft, dan wordt het een draak. Maar hier tegenover staat niet dat beest, maar een Lammetje. In onze vertalingen wordt altijd gesproken over "het Lam", het Lam dat geslacht is, maar een lam vind ik eigenlijk al heel erg klein, nederig, teer en kwetsbaar. Dat is het woord: heel kwetsbaar. Maar het kan nog kwetsbaarder, en zo beschrijft Johannes het ook, namelijk als een lammetje. Nog kleiner. En de overwinning is aan het Lammetje dat geslacht werd.⟨/p> ⟨p>In feite is wat je hier bij dat beest ziet het beestachtige spiegelbeeld daarvan. Want hier lees je dat een van zijn koppen was afgeslacht ten dode, en dat de aanslag van zijn dood werd genezen. Wij zouden vandaag de dag spreken over een aanslag. Wat er gaat gebeuren in die tijd van het einde, vlak voorafgaand aan de 42 maanden van de grote verdrukking — ik zal dat straks nog laten zien — is dat een koning in dat wereldrijk in het Midden-Oosten zal worden afgeslacht. Er wordt een moord op hem gepleegd; hij wordt afgeslacht ten dode. Dat heet de "slag van zijn dood", wat gewoon een doodslag is. Later wordt er dan ook gezegd dat het echt een dodelijke aanslag was. Hij overleeft het echter, of beter gezegd: hij herleeft. Dat bedoel ik nou met een diabolisch of beestachtig tegendeel: ook hij staat op, overleeft en herleeft.⟨/p> ⟨p>Hier staat dat hij geneest van die dodelijke aanslag, wat niemand had verwacht. Hij is een van die zeven koppen en vervolgens gaat hij dood, maar hij overleeft. Of leeft hij weer? Ik ben er niet helemaal zeker van hoe het precies zal gaan, want hier wordt gesproken over "genezen", maar in elk geval overleeft hij een dodelijke aanslag. Dat zal ineens een complete ommekeer geven, want heel het land ging verwonderd achter het beest aan.⟨/p> ⟨p>Ik leg u weer even de vraag voor: als ik hier nu had weergegeven wat de NBG-vertaling doet, namelijk "heel de aarde", dan had u gedacht dat het om de hele wereld ging. Maar nu u ziet dat er staat "heel het land", gaat u ineens anders denken. Wat wordt hier bedoeld met "het land"? Ik denk inderdaad dat het nog steeds de tegenstelling is tussen het land en de zee. Dat blijkt ook uit de context; in het volgende vers ziet u die 42 maanden weer terugkomen. We hebben al gezien dat die periode van drieënhalf jaar alles te maken heeft met de zegels en met de inbezitneming van Israël. In die tijd worden we hier nu verplaatst.⟨/p> ⟨p>Hoe dan ook, in dat wereldrijk is er een vorst op wie een dodelijke aanslag wordt gepleegd, maar hij overleeft, of eventueel herleeft hij; hij geneest, om het maar gewoon te zeggen met de woorden uit dit vers. En heel het land werd verwonderd en ging achter het beest aan. Ze werden gewoon verbaasd: "Wat is dit zeg?" Je zult dat trouwens iedere keer zien terugkomen. Ik geloof dat er alleen al in dit hoofdstuk en later in hoofdstuk 17 nog een paar keer aan gerefereerd wordt. Telkens wordt er bij het beest vermeld dat een van de koppen weer genezen was. Men verwijst steeds naar die gebeurtenis: aan de ene kant de dodelijke aanslag en tegelijkertijd de herleving.⟨/p> ⟨p>Waarom is dat zo belangrijk? Omdat dit precies de reden is waarom dat beest zijn aanhang krijgt. Natuurlijk gaat het hier over het beest uit de zee, dus daar heeft hij sowieso zijn macht. Ik kan me zo voorstellen dat heel de aarde inderdaad "wauw" zal zeggen, maar dat wil ik nu juist nog even niet zeggen. Want er wordt gevraagd: is dit dan de antichrist? Nee, daarom moet je hier echt een paar avonden aan wijden. We gaan het namelijk ook nog hebben over het beest uit de aarde, oftewel uit het land. Die heeft trouwens een andere naam, namelijk de valse profeet. Het woord "antichrist" komt in het hele boek Openbaring zelfs niet voor.⟨/p> ⟨p>Laten we even blijven bij het taalgebruik hier. Heel het land ging verwonderd achter het beest aan. Dat is trouwens heel eigenaardig: een van die koppen overleeft een dodelijke aanslag of herleeft weer, en vervolgens gaat het hele land verwonderd achter het beest aan. Die ene kop wordt hier dus geïdentificeerd met het beest. Dat is ook niet zo gek, want dat doet men meestal: de kop representeert het geheel. Toch? Dat is vrij normaal. Als u een paspoort laat zien, dan laat u even uw kop zien, om het oneerbiedig te zeggen. We doen aan koppen tellen. En waarom representeert een kop het geheel? Omdat een organisme normaal gesproken maar één kop heeft. Anders zou koppen tellen niet zoveel zeggen. Goed, en ze aanbaden de draak.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-11" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4721" title="Speel af vanaf 01:18:41">▶ 01:18:41⟨/button> ⟨span>Wereldwijde Aanbidding en Absolute, Militaire Dominantie⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Eigenlijk heeft dat woordje 'aanbidden' in het Grieks een interessante achtergrond; er zit als het ware het woordje 'hond' in. Het beeld is dat van een hond die helemaal gepreoccupeerd is op zijn baasje en zich voor hem neerbuigt. Ik zocht even naar het juiste woord – niet 'katzwijm', want dat past niet bij een hond – maar adoreren, kwispelen, dat is het idee. Het woord 'aanbidden' is in het algemeen een wat dubieuze weergave, maar het betekent eigenlijk dat je jezelf helemaal klein maakt, precies zoals een hond dat doet voor zijn baasje. Dat is de kern.⟨/p> ⟨p>"Ze aanbaden de draak die de autoriteit aan het beest had gegeven, en zij aanbaden het beest." Er staat hier twee keer dat ze aanbaden. Ik denk dat het woordje 'en' hier verklarend is, in de zin van 'namelijk'. Dat zie je vaker in de Schrift, zoals bij "de God en Vader", wat betekent: "God, namelijk de Vader van onze Heer Jezus Christus." Zo is het hier ook: ze aanbaden de draak. Ik denk niet dat die mensen letterlijk weten van wie het beest zijn autoriteit heeft gekregen, maar ze aanbidden het beest omdat hij degene is die zij zien. Echter, aangezien dat beest zijn autoriteit, zijn macht en zijn troon van de draak heeft ontvangen, aanbidden ze daarmee feitelijk de draak. Dat is hoe ik dit versta.⟨/p> ⟨p>Hoe weten die mensen dat nu? Het hele land loopt achter dat beest aan. Ze zien gewoon dat er een moordaanslag op hem is gepleegd. Laten we ervan uitgaan dat hij werkelijk dood was; hij herleeft en ze zijn totaal 'flabbergasted' door dat gebeuren. Dus wat doen ze? Ze aanbidden dat beest. Maar daarmee aanbidden ze feitelijk degene van wie het beest zijn autoriteit, macht en troon heeft gekregen. Dat weten zij zelf niet, want ik denk niet dat ze zich bewust zijn van de draak die erachter zit. Maar door religieus eerbetoon te geven aan het beest, aanbidt men feitelijk de draak. Dat is de wijze waarop we dit vers moeten verstaan en hoe ik het woordje 'en' hier verklaar.⟨/p> ⟨p>En dan volgt de retorische vraag: "Wie kan er oorlog voeren tegen hem?" Met andere woorden: die religieuze adoratie heeft ook een politieke en militaire kant. Hij is oppermachtig! Het is een echt wereldrijk waar niets tegen bestand is. Dat is wat zich over enkele jaren zal voltrekken. In de aankondiging van deze avond stelde ik de vraag of de twee beesten uit het boek Openbaring misschien nu al ergens op aarde rondlopen. Ik ga daar wel van uit, ja. We weten dat de tijd aanstaande is, en dat maakt je direct heel alert. We praten hier over futuristische zaken – ik noemde het al sciencefiction-erger – maar het staat allemaal zo dicht bij ons.⟨/p> ⟨p>We zullen dat in de rest van de bespreking van dit hoofdstuk ook nog zien. Je krijgt echt de indruk dat Johannes zomaar een kijkje heeft genomen in de wereld van vandaag. Dan heb ik het niet alleen over het slot van het hoofdstuk, over het merkteken op de rechterhand en de economische uitsluiting wanneer je dat merkteken niet hebt – iets wat we ons nu heel gemakkelijk kunnen voorstellen – maar ik denk ook aan wat er eerder in het hoofdstuk staat: dat beeld dat voor het beest gemaakt wordt. Dat beeld krijgt een geest en het vermogen om te spreken. We spreken tegenwoordig over kunstmatige intelligentie; nou, dat is het hoor, en inmiddels op een heel hoog niveau. Het is alsof Johannes een tijdreis heeft gemaakt. Dat denk ik echt.⟨/p> ⟨p>Johannes werd verplaatst. Hij zegt in hoofdstuk 1: "Ik kwam in de geest in de dag des Heren." Dat wil zeggen: hij is getransporteerd naar de toekomst. Hij heeft waargenomen en moest met de woorden die hem ter beschikking stonden de dingen beschrijven die hij zag. Stel je voor dat je onze voorvaderen uit de vijftiende eeuw even een kijkje zou laten nemen in de wereld van nu. Ze zouden vliegtuigen en computers zien en zich in een wereld van magie wanen. Telefoons, Skype... onvoorstelbaar! Hoe moet zo iemand dat dan beschrijven? Hij beschrijft gewoon wat hij ziet, met de woorden die hij kent. Wij zouden nu misschien zeggen dat die beschrijving niet erg adequaat is of dat wij het anders noemen, maar dat maakt niet uit. De beschrijving is heel zintuiglijk en duidelijk. In ieder geval zal men straks zeggen: dit beest dient zich aan en niemand is in staat zich daartegen te verzetten. Wie kan er oorlog voeren tegen hem?⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-12" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="5088" title="Speel af vanaf 01:24:48">▶ 01:24:48⟨/button> ⟨span>Tweeënveertig Maanden van Heerschappij in het Land⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En het werd een mond gegeven. We hadden al eerder trouwens gelezen over een muil, een grote muil hè, nou, dat is ook wel zo. Het werd een mond gegeven die grote woorden en lasteringen spreekt, blasfemisch sprekend. Ook dat wordt uitgelegd in de volgende verzen. En let op: aan hem werd autoriteit gegeven om dit tweeënveertig maanden te doen. Hé, dat is weer zo’n mooi aanknopingspunt, want nu worden we echt inderdaad weer bepaald bij de chronologie die we al eerder hebben gezien. Namelijk, het gaat hier over de tijd van de drieënhalf jaar waar we in de afgelopen jaren al zo vaak over hebben nagedacht: de 42 maanden, of 1260 dagen, of drieënhalf jaar, of een tijd, tijden en een halve tijd. Zo moet je dat zien, dat is het: drieënhalf jaar.⟨/p> ⟨p>Die drieënhalf jaar is trouwens heel eigenaardig. Misschien heb ik er al een keertje eerder op gewezen, maar het is goed om daar nog even goed van bewust te zijn: hoe consequent Johannes verschil maakt tussen 1260 dagen en 42 maanden. Als u zegt: "Ja, maar het is toch dezelfde periode?", dan zeg ik: ja natuurlijk, drieënhalf jaar, het gaat over dezelfde tijd. Maar als hij het heeft over bijvoorbeeld de vrouw die vlucht in de woestijn, of over de twee getuigen die op het tempelplein profeteren, dan definieert hij dat in de termen van dagen: 1260 dagen. Als hij het daarentegen heeft over dat beest dat heerst en in dit geval lastert, dan beschrijft hij het niet in termen van dagen, maar in termen van maanden. Dat wil zeggen dat de tijdsperiode niet aangeduid wordt door de zon, de dag — een dag wordt geregeerd door de zon — maar door de maan. En de maan, zo hadden we het al eerder gedefinieerd, dat is de nachtvorst die heerst over de nachten, de duisternis, de vorst van de duisternis. En aan hem werd autoriteit gegeven om te lasteren gedurende 42 maanden.⟨/p> ⟨p>Het is ook de tijd, dat is ook Openbaring 11 vers 2, dat de heilige stad Jeruzalem zal worden vertreden. Het is de tijd, zoals we al veel eerder hebben gezien — u weet wel, die mannelijke zoon wordt weggerukt — en dan lees je dat dit het laatste moment is dat Israëlieten nog kunnen vluchten naar de woestijn. Dat moeten ze dan ook gaan doen, en dat gaan ze dan ook doen. Dat is het moment ook dat er op het tempelplein een gruwel, een afgodsbeeld, zal worden opgericht. Over die tijd hebben we het. In Openbaring 13, bij het tweede beest, zullen we dat ook inderdaad zien: een beeld dat ook gaat spreken enzovoort.⟨/p> ⟨p>En ik wou er nog iets over zeggen... goh, nou weet ik het nog niet meer. Die heilige stad die wordt dan vertreden. Ja, over de periode dus van die grote verdrukking die over Israël gaat, over het land. En dat begint dus inderdaad met het plaatsen van een afgodsbeeld op het tempelplein. Trouwens, daaraan voorafgegaan is een offerdienst. Wat er gaat gebeuren in Jeruzalem is volstrekt helder: er gaat weer een tempel gebouwd worden. Er komt een offerdienst. Dat is eigenlijk het eerste waar we nu ook — ik bedoel wij als leden van de gemeente — naar kijken; of we er nu naar uitkijken of niet, in ieder geval zijn dat voor ons aanknopingspunten. Er komt weer een mooie gelegenheid. Als Israël dan zeventig jaar bestaat, dat daar dan een 'Amerikaanse Kores' komt. En Trump zegt van: "Weet je, Jeruzalem is nu de hoofdstad, ik ga jullie nog een cadeautje geven." Het is een scenario dat ik nu zelf bedenk hoor, want vermoedelijk gaat het heel anders, maar in ieder geval: "Jullie krijgen ook weer gewoon een gelegenheid om daar te aanbidden en een tempel te hebben en een offerdienst." En de Joden staan — of in ieder geval velen staan — te springen, want dat is precies wat ze willen. En daarom hebben ze ook alles al volledig ingereden en ik denk ook dat het in een noodtijd daar staat. Als eenmaal de politieke blokkade weggenomen is, dan staat het er zo achter elkaar.⟨/p> ⟨p>En dan krijg je een offerdienst, een geweldige tijd van vrede, maar die zal dan plotsklaps ophouden. En dat zal ook trouwens de tijd zijn dat die moordaanslag gepleegd wordt. Het is allemaal in diezelfde periode, dus dat wordt een hele spannende periode. Het kan ons trouwens, als de mannelijke zoon, straks niet ontgaan. Maar de gebeurtenissen zijn dan volstrekt helder. Wij horen de nacht niet toe. We weten het. De Schriften zijn gewoon helder daarin. Nou, die periode... want dat beest krijgt een autoriteit en die gaat lasteren. En die krijgt de gelegenheid om dat daar ook zelfs in dat land te doen: 42 maanden. Hij opent zijn mond tot lasteringen tegen God.⟨/p> ⟨p>Ja, ik zei al, want er is nog iets: als dat afgodsbeeld geplaatst wordt en de offerdienst is gestaakt daar op het tempelplein, wat er dan ook gaat gebeuren is dat er in de voorhof — niet in de eigenlijke tempel, maar in de voorhof — de twee getuigen gaan getuigen. 1260 dagen. Niet 42 maanden, maar 1260 dagen getuigen. En ze zijn onantastbaar, want ze proberen — reken maar dat ze het bloed onder de nagels weghalen van nou ja, van dit beest bijvoorbeeld. Maar er kan niks gebeuren. Dat is trouwens Openbaring 11. En die twee getuigen die profeteren daar. Dat kan niemand daar ontgaan en je begrijpt ook wel: dan is er in feite al sprake van een enorme confrontatie. En dat beest gaat lasteren tegen God, terwijl die twee getuigen juist... Het is namelijk dezelfde periode. De twee getuigen getuigen van de God van Israël, als een Mozes en een Elia. Die kenmerken dragen ze dan ook. Ze kunnen water in bloed veranderen. Ze kunnen, net als Elia, het drieënhalf jaar niet laten regenen. In hun verschijning doen ze direct herinneren aan Mozes en Elia. Van de God van Israël, daar spreken ze van. En dat beest, dat juist op datzelfde terrein daar in Jeruzalem zijn beeld zal hebben geplaatst, die zal dat niet verdragen. Wat hij gaat doen is lasteren.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-13" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="5567" title="Speel af vanaf 01:32:47">▶ 01:32:47⟨/button> ⟨span>Lastering Tegen God en de Oorlog Tegen de Heiligen⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Het krijgt context waarom hij gaat lasteren. Het is namelijk in dezelfde tijd als die van de twee getuigen. Sterker nog, terwijl de twee getuigen profeteren in de voorhof, is hij het die op de eigenlijke tempel een beeld heeft geplaatst. Je krijgt dan een afschuwelijke tijd. Vandaar ook dat de vrouw, die inmiddels naar de woestijn gevlucht is, daar veilig is en daar verder niks van mee zal maken.⟨/p> ⟨p>U begrijpt wel waarom dat beest zo lastert. Hij opent zijn mond tot lasteringen tegen God, om Zijn naam te lasteren, Zijn tent en degenen die in de hemel als in een tent wonen. Weet u wat ik denk? Hij gaat ook ons lasteren. Want wat er gebeurt is dit: wie wonen er in de hemel? In hoeverre men dat op de aarde weet, weet ik niet, maar in ieder geval weten ze het van die draak al. Die draak is namelijk net uit de hemel gegooid. In die tijd is hij vol grimmigheid op aarde geworpen en geeft vervolgens zijn autoriteit aan dat beest, aan dat wereldrijk.⟨/p> ⟨p>Dat beest gaat vervolgens lasteren. Het lastert de naam van God en degenen die in de hemel wonen; degenen die er juist voor hebben gezorgd dat de draak op aarde terechtgekomen is. Zo staat het er: niet alleen de naam, maar ook degenen die in de hemel wonen. Zij zijn eigenlijk de grote concurrenten die ook op de troon zitten die de draak graag had gewild. Ook dit geef ik even ter overweging mee, want er staat inderdaad niet bij dat het de mannelijke zoon is, maar als je even terugbladert naar Openbaring 12, dan kan de associatie je moeilijk ontgaan.⟨/p> ⟨p>Hem werd gegeven oorlog te voeren tegen de heiligen, het heilige volk, en hen ook te overwinnen. Degenen die daar dan in het land zijn, zullen een afschuwelijke tijd krijgen. Vandaar ook dat het de Grote Verdrukking heet, de tijd van grote benauwdheid. Hem werd autoriteit gegeven over elke stam, elk volk, elke taal en elke natie. Dat wel. Dus dat beest heeft wereldwijd autoriteit en het gaat oorlog voeren tegen de heiligen daar in dat land. Bovendien staat er dat het hen ook nog gaat overwinnen.⟨/p> ⟨p>Ik zie dat het inmiddels vijf voor tien is en dat we nu eigenlijk weer aan een ander onderwerp zouden beginnen in verband met de aanbidding in de stad en in het land. Ik stel voor dat we dat even parkeren voor de volgende keer.⟨/p>