⟨h3 id="hoofdstuk-1" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="0" title="Speel af vanaf 00:00">▶ 00:00⟨/button> ⟨span>Profetische Strekking en de Betekenis van de Naam Lazarus⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Inmiddels zijn we aangekomen bij de 37e studie over het Evangelie naar Johannes. We zijn nog steeds bezig in Johannes 11, een lang hoofdstuk van 57 verzen, en daar zijn we vanavond ook nog wel even zoet mee. De vorige keer hebben we ons opnieuw beziggehouden met de profetische strekking van de geschiedenis van de opwekking van Lazarus. Ik herinner u er maar aan dat Jezus buiten het Joodse land verblijft, in het plaatsje Bethanië. Dat is eigenaardig, omdat die naam eigenlijk op twee locaties slaat en een dubbele functie heeft. Het betekent letterlijk "mijn huis" of "daar waar ik thuis ben".⟨/p> ⟨p>Buiten het Joodse land verneemt Hij dat Lazarus ziek is, maar Hij vertrekt niet meteen. Integendeel, Hij wacht nog twee dagen om daarna naar Lazarus toe te gaan en hem op te wekken uit de doden. Die profetische strekking heeft een schitterende betekenis, zeker in het Johannes-evangelie, waarin zo dikwijls gewezen wordt op de diepere laag van de gebeurtenissen in het leven van de Heer Jezus. Juist in dit evangelie wordt naar voren gebracht hoe er allerlei verborgen toespelingen besloten liggen naar de huidige onderbreking in de tijd. Dat wil zeggen dat Israël op een zijspoor is gezet en pas op de derde dag tot leven zal worden gewekt — de derde dag waarop er ook een bruiloft is, enzovoort.⟨/p> ⟨p>Tijdens die onderbreking vertoeft de Heer elders, buiten het Joodse land, waar Hij slechts Zijn woorden spreekt en waar geen wondertekenen plaatsvinden. Kortom, ook dat spreekt allemaal van de verborgenheid. Maar die periode wordt uiteindelijk afgesloten wanneer Hij zal verschijnen op de Olijfberg. Dat is immers de plek waar de opwekking van Lazarus plaatsvindt: Bethanië. Daar betoont Hij Zich als de opstanding en het leven.⟨/p> ⟨p>Trouwens, de naam Lazarus komt van Eliezer en betekent "God is mijn hulp" of "mijn God helpt". We hebben ons daar bij een eerdere gelegenheid ook al mee beziggehouden. Bij Lazarus is dat wel heel duidelijk geworden: als je helemaal niets meer kunt, zelfs niet meer "bent", dan is het de Heer die je levend maakt. Dat kon geen mens. De vorige keer zijn wij geëindigd bij de bespreking van vers 25 en 26. Ik werd toen door jullie aangevuld en daar ben ik erg blij mee, want zo werkt dat in een Bijbelstudie, ondanks het feit dat het grotendeels een monoloog is.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-2" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="197" title="Speel af vanaf 03:17">▶ 03:17⟨/button> ⟨span>Rectificatie over Vers 26: Niet Sterven tot in de Aion⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Het is toch interactie; je krijgt wat respons en er worden vragen gesteld en kritische opmerkingen gemaakt. Daar ben ik blij mee, want bij vers 26 ging ik de vorige keer bij nader inzien toch echt de mist in met de uitleg. Dat zag ik toen al een beetje, maar ik ben erop gewezen, dus ik wil dat bij deze graag even rechtzetten.⟨/p> ⟨p>Laat ik dan beginnen bij vers 25, waar de Heer Jezus tegen haar zegt — het zijn de bekende woorden, misschien wel het bekendste vers uit dit hele hoofdstuk: "Jezus zei tot haar: Ik ben de opstanding en het leven." Dit maakt deel uit van een hele serie van uitspraken die we juist in het Johannesevangelie vinden. Die "Ik ben"-uitspraken verwijzen in die zin eigenlijk naar God Zelf. "Ik ben de goede Herder", "Ik ben het Brood des levens", "Ik ben het Water des levens", "Ik ben de ware Wijnstok"... nou ja, enzovoorts. Ik geloof dat er in het totaal zeven van deze uitspraken zijn. Jezus zegt hier: "Ik ben de opstanding en het leven." Dat betekent dus niet alleen: "Ik doe opstaan", maar "Ik ben het Zelf". Feitelijk getuigt het al van het feit dat Hij straks Zelf zal opstaan; Hij is het opstandingsleven Zelf.⟨/p> ⟨p>Dat gaat Hij hier ook demonstreren. Ondanks het feit dat Hij Zelf pas een paar maanden nadat dit teken is verricht zou opstaan, anticipeert deze hele geschiedenis op dat wat zou gaan plaatsvinden. Dat blijkt eigenlijk al uit de formulering: "Ik ben zelf dat opstandingsleven en dat wat ik laat zien bewijst dat." Vandaar ook dat het een teken heet. "Ik ben dat, en wie in Mij gelooft, die zal leven." Namelijk: in de toekomende eeuw, in de toekomende aeon. Dat is de belofte die speciaal is weggelegd voor degene die gelooft. Uiteindelijk worden alle doden levend gemaakt en zal de dood, zoals ik dat zojuist in mijn gebed ook zei, worden tenietgedaan. Elk mensenkind zal daarin delen, maar het leven van de toekomende aeonen is speciaal gegeven aan de gelovigen. Degene die niet gelooft, zal om zo te zeggen nog even moeten wachten. Wie in Mij gelooft zal leven, ook indien hij zou sterven, zoals in dit geval Lazarus. Dat is precies wat Jezus ook zou gaan bewijzen.⟨/p> ⟨p>En een ieder die leeft — en daar ging ik de vorige keer de mist in. Hoe ik het toen uitlegde ga ik niet herhalen, want dan breng ik u alleen maar op een verkeerde gedachte. "Een ieder die leeft en gelooft in Mij." Wie in Mij gelooft zal leven, ook indien hij zou sterven. En een ieder die leeft, zoals Martha die Hij hier nu aanspreekt, en gelooft in Mij, zou zeker niet sterven tot in de aeon. Nu vraag Ik: geloof jij dit? Hieruit blijkt trouwens ook wel dat Hij inderdaad één iemand aanspreekt, namelijk Martha. Dat blijkt ook wel, want het is een persoonlijk gesprek; hier waren geen andere toehoorders bij.⟨/p> ⟨p>"...zou zeker niet sterven." We hebben het de vorige keer trouwens ook gehad over de laatste dag, weet u nog? Over de jongste dag. Dat verwijst naar de profetie van Daniël, naar die 75e dag na de verschijning op de Olijfberg. Welnu, diegene zou zeker niet sterven, namelijk: die zal in het einde van deze aeon, dus vlak voor het aanbreken van de toekomende aeon, aeonisch leven ontvangen. Aeonisch leven is het leven van de toekomende aeon, oftewel, zoals we elders in de Schrift lezen, de duizend jaren waarin satan gebonden zal zijn en de volkeren niet in staat zal zijn te verleiden.⟨/p> ⟨p>Dat "niet sterven" heeft dus te maken met het ontvangen van aeonisch leven. Dat "tot in de aeon" wil zeggen dat het in de aeon die zal volgen, zal blijven. Dus terwijl er velen aan het einde van deze aeon inderdaad het leven zullen laten — en in Rotterdam zijn we momenteel bezig met een hele serie over die periode van het einde van de aeon en over de enorme slachtpartijen die er zullen zijn en de velen die zullen omkomen in die periode — zullen degenen die niet zullen omkomen, maar integendeel aeonisch leven zullen ontvangen, degenen zijn die geloven. Zij zullen zeker niet sterven tot in de aeon. Dat is een heel bijzonder voorrecht wat aan hen die geloven wordt gegeven.⟨/p> ⟨p>Iedere keer weer als ik hieraan denk, ook aan deze weergave, dan ben ik zo enorm blij dat God mij het zicht heeft gegeven op de aeonen en dat ik weet dat dit niet gaat over "eeuwigheid". Want dat doet eigenlijk het hele licht van het Evangelie uit. Het Evangelie is juist het geweldige nieuws dat heel de wereld het leven zal ontvangen en dat gelovigen daarin bevoorrecht zijn. Wat heeft men ervan gemaakt? Dat gelovigen de enigen zijn die leven zullen ontvangen en de rest helemaal niet. Maar daar gaat het niet over. Gelovigen ontvangen aeonisch leven, het leven van die toekomende aeonen. Dat is het bijzondere. Iedereen ontvangt het leven. Als je dat ziet, dan zie je het Evangelie dat allesomvattend is, maar je ziet ook het enorme bijzondere voorrecht dat ons is gegeven, namelijk om dat voorrecht mee te maken en de toekomende eeuwen te beleven. En om daarin ook ingezet te worden en daarin een rol of betekenis te mogen spelen, om zo te zeggen.⟨/p> ⟨p>Dan krijg je een totaal ander perspectief en een heel andere beleving. Sterker nog, je krijgt gewoon het Evangelie weer terug dat verduisterd wordt op het moment dat die aeon een "eeuwigheid" wordt. Ja, als je maar ziet dat de Bijbel geen verschil kent tussen een eeuwigheid en een eeuw. Ik bedoel, met het woordje "eeuwigheid" kun je niets; dan moet je het vertalen als "eeuw". In de bijvoeglijke vorm "eeuwig" kan het wel, maar als ik het opschrijf — en jullie weten dat inmiddels — zet ik altijd heel demonstratief een streepje tussen "eeuw" en "ig" om daarmee aan te geven dat het woord verwijst naar een eeuw. Als je eenmaal daarmee vertrouwd bent, dan is het heel logisch en vanzelfsprekend. Dan weet je niet meer beter en dat is eigenlijk ook precies de bedoeling: dat je dat weer gaat ontdekken.⟨/p> ⟨p>Bijna niemand weet dit. In de Bijbelvertalingen wordt dit zicht ons gewoon ontnomen door deze weergave. Dat is dramatisch, want dat betekent dat in de Bijbels die wij lezen gewoon het Evangelie verduisterd wordt. Dat is echt vreselijk. Het is dus geweldig als je mag zien dat dit inderdaad over aeonen gaat, over specifieke tijdperken. Maar goed, dat was even een zijdelingse opmerking. "Geloof jij dit?" Ja, dat geloof ik zeker, gelukkig wel. En zij zei tegen Hem.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-3" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="744" title="Speel af vanaf 12:24">▶ 12:24⟨/button> ⟨span>Martha's Belijdenis en het Oogmerk van het Johannes-evangelie⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Martha was op weg naar Bethanië. Ze had daar lucht van gekregen en was de Heer al tegemoet gegaan. Dit was allemaal nog buiten het dorp, we zullen dat straks volgens mij ook nog lezen. Zij is nu in een persoonlijk gesprek verwikkeld en er is inmiddels al heel wat ter sprake gekomen. Nu zegt zij tegen Hem: "Ja Heer, ik heb geloofd dat U bent de Christus, de beloofde Messias, de Zoon van God die in de wereld komt." "Komende" is het eigenlijk; het staat in de tegenwoordige tijd.⟨/p> ⟨p>Deze formulering doet heel erg denken aan het slotwoord van Johannes — het eerste slot eigenlijk. Hij zegt in Johannes 20 vers 31, net nadat de geschiedenis is verhaald van de Heer die aan Thomas verschijnt. De Heer zegt daar nog, en dat was hetgeen wat daar direct aan voorafging: "Gelukkig zijn degenen die niet zien, zoals Thomas, maar nochtans geloven." En hoezo geloven? Dan zegt Johannes: "Deze echter zijn beschreven opdat jullie zouden geloven." Thomas heeft gezien, maar deze zijn beschreven... In mijn Bijbel staat er ook boven: "Eerste slot".⟨/p> ⟨p>In vers 29 staan die woorden: "Gelukkig zijn zij die niet gezien hebben en toch geloven." En dan staat er: "Jezus heeft nog wel vele andere tekenen voor de ogen van zijn discipelen gedaan die niet beschreven zijn in dit boek, maar deze zijn echter beschreven opdat jullie zouden geloven dat Jezus de Christus is." Met andere woorden, bijna aan het slot van zijn boek geeft hij nu ook aan wat zijn oogmerk, het doel was van het hele boek dat hij heeft opgetekend. Feitelijk had hij dat nog niet zo expliciet naar voren gebracht, maar nu aan het slot laat hij dat zo weten. Deze zijn beschreven opdat je zou geloven dat Jezus de Christus is, oftewel de beloofde Messias, namelijk de Zoon van God. Dat is ook een Messiaanse titel, ook vanuit de psalmen: "Mijn Zoon zijt Gij, Ik heb Je heden verwekt." En opdat jullie, gelovende, het leven zouden hebben in Zijn naam. Daar heb je het weer: gelovende ontvang je dat leven, dat eeuwige leven waar Johannes juist zo heel veel over schrijft. Er is geen evangelie waarin zo vaak sprake is van het eeuwig leven.⟨/p> ⟨p>Hieruit kun je trouwens ook opmaken dat al die tekenen die in dit evangelie staan opgetekend, al getuigen van het leven dat in de Christus, de Zoon van God, besloten ligt. In al die tekenen wordt geanticipeerd, vooruitgelopen op het feit dat Hij ooit uit de doden zou opstaan en zo het leven zou geven. En dat leven, dat opstandingsleven, dat ontvangen wij in Zijn naam. Hoe dan? Wel: gelovende. Anders is het niet. Dit wordt beschreven, en wat doe je met iets wat geschreven is? Ja, dat geloof je — of niet. Maar gelovende ontvang je daardoor het leven. Zo simpel is het eigenlijk.⟨/p> ⟨p>Ik ga maar even terug. En terwijl ze dit zei, die geloofsbelijdenis zeg maar uitsprak...⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-4" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1025" title="Speel af vanaf 17:05">▶ 17:05⟨/button> ⟨span>Maria Wordt in Stilte Ontboden Door de Leraar⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Terwijl Martha dit zei, ging ze weg en ontbood zij heimelijk haar zus Maria. Maria was nog thuis in Bethanië en Martha ging dus naar haar terug. Dat heimelijke heeft ermee te maken dat alleen Maria wordt ontboden. In sommige vertalingen staat er "in stilte". Ze wilden daar verder geen rugbaarheid aan geven; alleen Maria brengt zij hiervan op de hoogte.⟨/p> ⟨p>We zien in ditzelfde vers het woord ⟨em>Didaskalos⟨/em>. In de Joodse zetting is dat een bekende term: een leraar, een rabbi. Maar wat is een rabbi? Dat is iemand die onderwijs geeft, een leraar. Vandaar ook dat Johannes dat voor zijn lezers letterlijk vertaalt. Martha zei: "De leraar is aanwezig en Hij ontbiedt jou." Ik leg even de nadruk op dat woordje "jou". Dat lag eigenlijk al besloten in het feit dat de Heer tegen Martha had gezegd: "Jouw broer zal opstaan." Dat gold natuurlijk ook voor Maria, want zij waren twee zussen. Maria, Martha en Lazarus waren broer en zussen. Als de Heer zegt "jouw broer zal opstaan", dan zal ook Maria’s broer opstaan. Het is op een persoonlijke wijze dat de Heer Maria erbij betrekt: "Hij ontbiedt jou."⟨/p> ⟨p>Toen Maria dit hoorde, kwam ze snel overeind en ging ze naar Hem toe. Vorige keer hadden we het er al even over dat we Maria eigenlijk niet zo kennen als degene die fysiek erg actief is. In de beschrijvingen in dit hoofdstuk, dit vers uitgezonderd, en vooral in de bekende geschiedenis van Lukas 10, zien we dat Martha druk aan het dienen was, terwijl Maria rustig aan de voeten van de Heer zat. Je zou kunnen zeggen dat zij altijd degene is die passief is, maar dat is eigenlijk niet waar. Ze was weliswaar lichamelijk passief, maar geestelijk juist des te actiever. Ze stond namelijk altijd in de "hoormodus". Ze luisterde, en dan ben je heel actief. Je kunt zelfs met een graspietje in je mond in het zonnetje liggen en ondertussen verschrikkelijk druk bezig zijn.⟨/p> ⟨p>Ik zeg dat ook wel eens tegen mijn kinderen, maar die zien dat anders; er valt immers weinig activiteit te zien bij iemand die met zijn ogen dicht in de zon ligt. Je hebt ook mensen in de zaal die hun ogen dicht hebben tijdens de studie. Nee Margriet, ik heb het niet tegen jou hoor, dat is een inside joke. Margriet zei ooit: "Ik ga staan, want ik wil wel wakker blijven." Dat vatte de spreker toen niet op als een compliment. Maar goed, je hebt ook luisteraars die in mijn beleving slapen, maar die dan zeggen: "Nee, ik luister altijd het beste als ik mijn ogen dicht heb." Ik vind dat soms wel twijfelachtig en geloof daar niet zo in, vooral als je dan ook nog de mond ziet openhangen. Ik vind dat een merkwaardige manier om te luisteren. Je zou eigenlijk moeten checken waar het over ging om te zien of het echt zo is.⟨/p> ⟨p>Maria was dus degene die zat en in fysieke rust was. Maar wat we hier lezen is geen tegenstelling, het ligt juist in het verlengde daarvan. Ze was namelijk heel erg actief waar het om het Woord ging. Dat is precies wat hier aan de orde is: toen zij dit hoorde, kwam ze snel overeind. Het was dus toch weer het Woord van de Heer dat haar in beweging bracht. In eerste instantie lijkt dit misschien een tegenstelling met wat je elders over haar vindt, maar bij nader inzien ligt het helemaal in de lijn van haar karakter. Het is mooi om te zien hoe Maria snel overeind komt en naar Hem toe gaat.⟨/p> ⟨p>Jezus was echter nog niet in het dorp Bethanië gekomen. Hij was nog onderweg, in de plaats waar Martha Hem tegemoet was gegaan. Als je dit zo leest, maak ik daaruit op dat Jezus Martha en Maria persoonlijk wilde spreken, zonder de aanwezigheid van de andere Joden. Vandaar ook dat Martha tegen Maria zei: "Hij ontbiedt jóu", niet jullie. Als Hij die anderen had willen aanspreken, was Hij wel gewoon naar het woonhuis gegaan om daar het woord te voeren. Maar dat deed Hij niet; Hij wilde hen persoonlijk aanspreken. Uit het feit dat er zo uitdrukkelijk bij staat dat het "heimelijk" en "in stilte" gebeurde, blijkt dat de Heer inderdaad wilde dat het onderling bleef. De hele tekst geeft de indruk dat Jezus bewust nog op die plek buiten het dorp bleef.⟨/p> ⟨p>De Joden die met Maria in het woonhuis waren om haar te troosten, namen echter waar dat zij vlug opstond en naar buiten ging. Zij volgden haar, in de mening dat zij naar de graftombe ging om daar te huilen. De hele opzet van dat heimelijke — het feit dat Hij haar persoonlijk wilde spreken — had dus niet het gewenste effect op de omgeving. Het viel direct op dat ze vertrok en ze gingen haar achterna.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-5" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1525" title="Speel af vanaf 25:25">▶ 25:25⟨/button> ⟨span>Geloofservaring Zonder Verwijt aan de Voeten van Jezus⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Maria kwam daar waar Jezus was en nam Hem waar. Het enige wat je hier weer vindt, is dat ze niet zoveel zegt; ze spreekt eigenlijk maar één zin. Martha had al heel veel gezegd, maar Maria zegt eigenlijk maar één ding en het eerste wat ze doet, is dat ze aan Zijn voeten valt. Ze zei tot Hem: "Heer, indien U hier was geweest, zou mijn broer niet zijn gestorven."⟨/p> ⟨p>Dit is precies hetzelfde als wat Martha ook al eerder had gezegd. Toch hoor ik hierin iets anders dan wat we straks nog zullen zien wanneer de Joden Jezus gaan verwijten: "Anderen kon hij genezen — hij die de ogen van de blinde opende — waarom heeft hij dan niet voorkomen dat Lazarus gestorven is?" Daar klinkt heel duidelijk een verwijt in door.⟨/p> ⟨p>Maar bij Maria is dat helemaal niet de gedachte; het is simpelweg een ervaringsfeit. Ze weet gewoon: als de Heer in aanraking kwam met zieken, dan genas Hij hen. Daarom zegt ze: "Heer, indien U hier was geweest toen Lazarus nog ziek was, dan zou mijn broer niet zijn gestorven." Dat is geen verwijt, maar het is gewoon zoals zij haar Heer kende.⟨/p> ⟨p>Toen Jezus haar dan huilend waarnam — en niet alleen haar, maar ook de Joden die met haar meekwamen, die huilden en weeklaagden, zoals er in andere vertalingen staat — toen gebeurde er iets eigenaardigs.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-6" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1626" title="Speel af vanaf 27:06">▶ 27:06⟨/button> ⟨span>De Menselijkheid van Jezus: Verbolgenheid over Wantrouwen⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En dat is vrij uniek in het evangelie, namelijk dat er heel uitdrukkelijk gewezen wordt op de emoties die de Heer op dat moment onderging. Dat vinden we niet vaak; heel af en toe wel eens, maar het is heel spaarzaam. Er wordt altijd vermeld wat Jezus sprak, wat Hij deed en hoe Hij ging, maar wat Hij beleefde en hoe Hij de dingen voelde, dat wordt doorgaans niet gezegd. Hier wel, en straks nog een keer. Hij was verbolgen in de geest. Hij was briezend, staat er in deze interlineaire vertaling; Hij was briezend in de geest.⟨/p> ⟨p>Verbolgenheid is een emotie van boosheid. Als ik ook hier weer de hele context lees, dan kan ik maar één conclusie trekken: namelijk dat de Heer Jezus boos was over het feit dat nu ook die andere Joden er allemaal bij waren. Waarom was Hij boos? Hij was verbolgen in de geest. Hoezo die verbolgenheid? Hij had alleen Maria ontboden. En er zit hier nogal wat in — en dat zullen we straks een paar verzen later in vers 37 ook zien — namelijk dat Hij bij de rest een sfeer van ongeloof proefde. Dan kreeg Hij de verwijten te horen over waarom Hij nu pas komt. Kortom: dat ongeloof waar Hij overal in Jeruzalem op stuitte, dat voelde Hij hier ook al. Het was niet voor niets dat Hij Maria en Martha persoonlijk wilde spreken; Maria had Hij ontboden. En nu komen ook die anderen meehuilen. Hij was verbolgen, Hij was boos.⟨/p> ⟨p>Het feit dat dit zo wordt opgetekend, kan maar één ding betekenen: dat dit duidelijk ook zichtbaar was. Hij was innerlijk in de geest verbolgen, maar als je zo verbolgen bent, kun je dat niet verkroppen. Op de een of andere manier laat je dat in je mimiek, in je gezichtsuitdrukking en in je houding merken. In ieder geval tekent Johannes dat op. Hij was verbolgen in de geest en, staat er nog bij, verstoord in Zichzelf, of verontrust. Bij geen enkele vertaling staat 'ontroerd'. Ik weet niet hoe het in de Statenvertaling staat? Ook ontroerd? In de kanttekening staat: 'zeer gestoord'. Ik ben blij dat in de kanttekening deze bevestiging staat, want het is niet zozeer 'ontroerd', want dat is emotioneel aangedaan, maar het ligt echt ook hier in de lijn van verbolgenheid. Hij was verstoord of verontrust, zoals de interlineaire vertaling het ook aangeeft.⟨/p> ⟨p>Dat duidt eigenlijk op een mix van emoties, zoals wij dat trouwens ook zeggen: gemengde gevoelens. Hij had gemengde gevoelens. Hij was verbolgen, maar er was ook droefheid. We zullen dat in het volgende vers ook lezen. Hij was boos en bovendien was daar die persoonlijke band, die affectie met Zijn goede vriend Lazarus. Dus er was een veelheid van emoties en vandaar die mix, dat verstoord zijn in Zichzelf. Daar komt nog een element bij wat ik hier ook aanteken: wellicht was daar ook al het besef van de Heer van wat Hemzelf binnenkort zou overkomen. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat dat heel erg duidelijk ook bij Hem heeft meegespeeld. Hij wist dat Hij nu weer richting Jeruzalem was gegaan en dat Hij binnen afzienbare tijd Zelf zou worden omgebracht en ten grave gedragen zou worden, met alles wat dat met zich meebracht.⟨/p> ⟨p>De Heer was een mens. Het Woord is vlees geworden. Hij was een mens en waar je dat met name dan ook heel duidelijk ziet, is in zulke formuleringen. Het is eigenaardig trouwens dat juist het Johannesevangelie, dat vooral de verheven heerlijkheid van de Heer als de Zoon van God beschrijft — als Degene, als het Woord dat van den beginne was en vlees geworden is — juist ook heel dikwijls die menselijke kant benadrukt. Ik moet zomaar denken aan wat je leest in Johannes 4, als Hij dan tegen het middaguur daar in Samaria bij die bron van Sychar is. Dan staat er: Hij was vermoeid. Kunt u zich dat voorstellen? Hij had een hele wandeling gemaakt en dan is het middaguur, de discipelen waren wat gaan kopen en Hij zat daar vermoeid bij de put. Hier is Hij verbolgen in de geest en verstoord in Zichzelf.⟨/p> ⟨p>Nu vraagt Hij in vers 34: "Waar hebben jullie hem geplaatst?" Neergezet, neergelegd. Ook hier is trouwens weer een beschrijving van de menselijke kant. Je zou kunnen zeggen: Degene die straks een dode tot leven wekt, die hoeft toch niet te vragen waar hij begraven ligt? Nee, Hij vraagt het wel: "Waar hebben jullie hem geplaatst?" En zij zeiden tot Hem: "Heer, kom en neem waar, observeer het zelf." En dan weer die beschrijving in vers 35. Het is bekend dat dit het kortste Bijbelvers van het Nieuwe Testament is. Twee woorden, tenminste in het Nederlands. In het Grieks zijn het drie woorden: "De Jezus Hij weent." Eigenlijk niet 'weende' in de verleden tijd, maar een aorist, dat wil zeggen: tijdloos. Hij weent.⟨/p> ⟨p>Er is trouwens een verschil, want we zagen net in vers 33 het woordje 'huilen'. Dat is iets anders. Trouwens, bij ons in het Nederlands is dat ook zo: je hebt huilen en je hebt wenen. Ik weet niet in hoeverre dat in het Nederlands ook echt een verschillende betekenis heeft; dat durf ik niet te zeggen. Ik heb de indruk van niet. Het ene is wat ouder Nederlands en huilen is moderner Nederlands.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-7" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2090" title="Speel af vanaf 34:50">▶ 34:50⟨/button> ⟨span>Het Kortste Bijbelvers: Jezus Weende (phileo Versus Agape)⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Of er ook een gevoelsmatig verschil in zit, geen idee, maar bij dat huilen zit juist ook het idee van wekelagen, dat doe je in ieder geval altijd met hoorbaar, luidruchtig huilen. Dat was trouwens soms ook niet meer dan etiquette, want je had zelfs rouwklagers die in dienst werden genomen. Hadden we het de vorige keer daar al niet even over? De rouwgebruiken die wij vandaag kennen, zijn natuurlijk niet die men in het Midden-Oosten destijds had. Maar dan was het zo dat er ook rouwklagers ingehuurd werden. Wij vinden dat misschien bizar, maar dat er rouwklagers werden ingehuurd die dan demonstratief hun emoties... nee, eigenlijk niet hun emoties uitten, maar die kenbaar maakten dat er verdriet was. Nou ja, wat je er ook van vindt, in ieder geval was dat een gebruik. En sommige mensen doen dat trouwens heel erg makkelijk. Je hebt mensen die heel erg makkelijk huilen en die dat trouwens ook perfect goed kunnen, zelfs met tranen nog. Ze zeggen weleens: krokodillentranen. Ja, maar dan gaat het meer naar janken. Dat is wel een goeie! Heb je nog inderdaad een woord: janken. Dat kan ook nog, janken. Dat doe je altijd met geluid. Ik kan me niet voorstellen dat iemand jankt zonder gewoon hoorbaarheid.⟨/p> ⟨p>Maar hier is het wenen, zonder geluid. Hij weende. Misschien gewoon dat Hij daar... ze zagen de tranen over Zijn wangen gaan en nou ja, dan weet je het. En zonder dat er iets verder te horen was. Dat blijkt ook wel, want er was een intense bewogenheid. Laten we gewoon verder lezen. Want er staat: "De Joden dan zeiden: Neem waar, zie hoeveel Hij van hem hield." Dus toen was het onmiskenbaar. Hij huilde niet, Hij jankte niet, Hij weeklaagde niet als de etiquette van het rouwen omdat Lazarus was overleden. Nee, Hij weende. Hij was werkelijk ontroerd. De Joden nemen dat allemaal waar en ze kunnen niet anders dan vaststellen hoeveel Hij van hem hield. Trouwens, dat is wel apart. Hier staat het woordje phileo. U weet wellicht dat het Grieks verschillende woorden voor liefde heeft. Agape, wat juist in het Johannesevangelie heel dikwijls gebruikt wordt, is die onvoorwaardelijke liefde. Maar phileo is echt de affectie zoals je dat hebt met bijvoorbeeld vrienden. Dat is iemand die je bemint of iemand van wie je houdt omdat je daar een bepaalde klik mee hebt, om het maar wat te noemen. Het kan trouwens, dat woordje phileo hoeft helemaal niet eens alleen op mensen betrekking te hebben. Dat kan ook met dingen zijn. Je kan bijvoorbeeld iets hebben met boeken, dan ben je een bibliofiel. Wij hebben dat ook nog, er zijn zoveel -fielen. Ja, zullen we het er nou maar niet over gaan hebben?⟨/p> ⟨p>En dan hebben we inderdaad de lichamelijke uiting, dus eros, erotiek. Maar bekend is natuurlijk die agape. Dat is liefde die dus helemaal niets terugverlangt. Ze zeggen weleens een keer: dat is goddelijke liefde. En daar ben ik het mee eens, maar het wil niet zeggen dat we die liefde ook niet gewoon in de mensenwereld kennen. Dat is de liefde van bijvoorbeeld... ik zou niet eens zeggen de liefde van een man tot een vrouw, maar de liefde van ouders, van een vader, een moeder, van ouders voor hun kinderen. Dat is agape, tenminste normaal gesproken. Want ik weet, in de wereld is er zoveel verstoord, ook dit. Maar normaal gesproken heeft een ouder een kind lief en dat is agape. Waarom? Omdat je, wat dat kind ook doet of uitvreet, het altijd je kind blijft. En daar houd je ervan. Daarom houd je ervan, en dat is agape. Ook in de aardse verhouding kennen wij die onvoorwaardelijke liefde. Een vader of een moeder houdt gewoon van het kind. Ja, gewoon, het is jouw kind en wat het ook doet, dat verandert nooit. En daar zak ik aan mee, en dat vind ik prachtig natuurlijk. God Zelf heeft ons bedacht en gemaakt en we komen uit Hem voort. We zijn, zoals Paulus op de Areopagus gezegd... nou eigenlijk citeert: "We zijn van Zijn geslacht." We komen uit Hem voort. En waarom houdt Hij van ons? Ja wel, we zijn het werk van Zijn handen, dat kan Hij niet laten varen. Dat is agapeen.⟨/p> ⟨p>Maar hier is dus dat niet... Bedoel je dat bijvoorbeeld ouders die onvoorwaardelijke liefde hebben? Goh nou, dan stel je een vraag. Nou moet ik de bonnetjes op tafel leggen natuurlijk. Nee, dat kan niet, want dat is sowieso het Oude Testament en dat is in het Hebreeuws opgeschreven. En het Hebreeuws heeft maar één woord, dat is Ahava. Waarvan ik toevallig de getalswaarde ken, en schrik niet, dat is dertien. Ik zeg niet dat het een ongeluksgetal is, het is geheel terzijde. Laten we die getallensymboliek nu eventjes buiten beschouwing laten. Oh, maar als hij zegt "mijn geliefd kind" bijvoorbeeld, welk woord daar dan gebruikt wordt? Dat is een goeie, ik kan dat niet zo eventjes vertellen. Je zou zeggen dat is phileo, maar dat vraag ik mij juist af. Ik weet dat er erg mee gespeeld wordt, maar dat duurt nog tien hoofdstukken voordat we daarover gaan spreken in Johannes 21. In die geschiedenis dat Petrus in ere hersteld wordt in de kring van zijn discipelen, gebruikt de Heer iedere keer een ander woord. Eerst van: "Heb jij Mij lief?" Nee, eerst: "Petrus, heb jij Mij lief?" En dan vervolgens: "U weet dat ik U liefheb." Dan gebruikt hij het woordje agape. En dan gebruikt hij: "Petrus, heb jij Mij lief, meer dan dezen?" En dan gebruikt de Heer phileo. Dan zeg je: "Nee, heb jij Mij lief meer dan dezen?" En dan de derde vraag is: "Petrus, houd je van Mij?" En dan gebruikt Hij weer dat woordje phileo.⟨/p> ⟨p>Eigenlijk is het een afdalende reeks. Dus eerst: "Petrus, houd je van Mij? Heb je agape?" De tweede vraag is: "Petrus, heb jij phileo, die genegenheid voor Mij, meer dan al die andere hier, meer dan dezen?" En dan de derde vraag, dat is nog afdalen: "Heb je überhaupt wel genegenheid voor Mij?" Dus het is eigenlijk een afdalende reeks van vragen. Dus Petrus wordt eigenlijk steeds meer... ja, nou niet op zijn nummer gezet, maar wel... Nou, het had ook te maken met de claim. Hij had in de kring van zijn discipelen bij de anderen gezegd: "Al zullen allen U verlaten, ik geenzins." Nou, en nu ging de Heer vragen hoe het nou eigenlijk zat. Maar dan wordt er ook gespeeld met die agape en die phileo, dus het speelt nogal eens een keer een grote rol. Maar hier, dat is het enige wat ik met zekerheid over kan zeggen, want ik word nu wel weer eventjes aan de studie gezet, want ik ben nou bijvoorbeeld benieuwd of er bijvoorbeeld voorbeelden zijn van agape in verband met de verhouding van ouders en kinderen bijvoorbeeld. Het verschil is gewoon onmiskenbaar. Dus werk aan de winkel. Ja joh, en dat kun je gewoon allemaal zittend doen, een grasblikje in je mond, weet je wel? En iedereen denkt van: die zit weer een beetje te zitten en die zit weer te niksen. En dan ben je onderwijl bezig, jongens. Raad dat hier al aan. Dan is het nog: eerst de Joden zeiden: "Neem waar hoeveel hij van hem hield," phileo. En dan sommigen echter...⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-8" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2718" title="Speel af vanaf 45:18">▶ 45:18⟨/button> ⟨span>Joodse Verwijten en het Lijden Ten Behoeve van Gods Heerlijkheid⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Sommigen vanuit hen, uit diezelfde kring, zeiden: "Kon deze, die de ogen van de blinden opende, ook niet maken dat deze niet stierf?" Hier zie je natuurlijk duidelijk dat wantrouwen. Het is een steek onder water. De Heer heeft dat gehoord of in ieder geval gemerkt dat dit verwijt Hem trof. Dit waren verwijten die ook bewijzen dat het antwoord dat de Heer al veel eerder had gegeven, hen was ontgaan. Ik verwijs hier naar hoofdstuk 9 vers 3. Dat is wanneer ze de tempel uitgaan en een blindgeborene zien. Ze vragen dan: "Wie heeft gezondigd, deze of zijn ouders?" We hebben daar destijds zelfs een speciale avond aan gewijd, aan dat ene vers in hoofdstuk 9 vers 3. Maar het antwoord dat de Heer gaf, was: die blinde moest juist blind zijn geboren om hem te kunnen genezen. Waarom was hij blind? Wel, opdat hij genezen zou worden.⟨/p> ⟨p>Het is dus precies andersom dan wij altijd denken. Wij denken: hij werd genezen omdat hij blind was. Nee, hij was blind geboren opdat hij genezen zou kunnen worden. Dat was wat de Heer zei. Dit is in wezen natuurlijk een geweldig antwoord op het hele probleem van het kwaad in de wereld. Waarom is er kwaad? Wel, omdat de Heer Zijn goedheid wil bewijzen. Daarom is het kwaad er in de wereld. Er is veel meer over te zeggen, maar dat is wel de fundamentele reden. En dat is hier ook zo, want zij uiten nu het verwijt: "Kon deze, die de ogen van de blinden opende, ook niet maken dat deze niet stierf?" Natuurlijk had de Heer dat kunnen doen, maar de bedoeling was juist dat hij eerst zou sterven. Want toen de Heer vernam dat Lazarus ziek was, bleef Hij expres nog een paar dagen daar in het Overjordaanse. Hij is niet halsoverkop naar Bethanië gegaan om hem te genezen. Nee, Hij wacht nog even. De bedoeling was juist – we hadden dat trouwens ook in de aanhef gelezen – dat hij zou sterven, zodat de Heer Zijn heerlijkheid zou tonen. Lazarus moest sterven opdat Jezus hem zou kunnen opwekken. Dit verwijt was dus niet eens eerlijk.⟨/p> ⟨p>Dat die verbolgenheid inderdaad te maken had met de sfeer waarin de Heer zich bewoog en waarom Hij ook eerst Maria en Martha persoonlijk wilde spreken – Hij wilde die anderen er eigenlijk helemaal niet bij hebben – dat zie je hier ook. Er staat: "Jezus dan weer verbolgen in Zichzelf." Hoezo verbolgen? De context wijst op de opmerkingen en verwijten die Hem in dat gezelschap treffen. Dat maakt Hem echt boos. Het betekent dus ook dat het ongeloof en het wantrouwen Hem emotioneerde. Je kunt natuurlijk zeggen: de Heer geeft geloof, God opent ogen. Maar in de praktijk, menselijk gezien, werkt het niet zo. Dat is wat je hier ziet: de Heer weende, maar Hij was ook verbolgen als Hij op zoveel wantrouwen en ongeloof stuitte. De Joden namen waar hoeveel Hij van hem hield. Was dat een juiste conclusie? Ja, dat is waar.⟨/p> ⟨p>Je hebt hier de heldering van het idee dat mensen doodgaan en dat dat toch heel erg is. Dat menselijke element kun je ook stellen in verband met die verbolgenheid. Je zou kunnen zeggen: "Maar de Heer wist het toch? En niemand kan tot Mij komen tenzij de Vader hem trekt. Deze mensen zijn gewoon niet getrokken door de Vader, dus dat glijdt toch als water van de veren van een eend?" Zo zie je het misschien voor je: waterdruppels op eendenveren, het raakt niet, het pakt niet. Zo zou je kunnen denken over de dingen die Hij hier beleefde, dat het totaal langs Hem heen ging en Hem niet kon raken. Maar dat was niet zo. Hij was mens. Hij hield van die man die daar nu in het graf lag. En natuurlijk is het waar dat de Heer God op voorhand al gaat danken; Hij wist dat hij opgewekt zou worden. Maar desondanks had Hij die liefde voor degene die overleden was. Dat klinkt inderdaad dubbel, misschien zelfs wat verstoord.⟨/p> ⟨p>Laten we wel wezen: wij hebben die dubbele gevoelens ook zo vaak. Ik heb onlangs mijn eigen moeder naar het graf moeten brengen en dan heb je net zo goed dat dubbele. Ze was 87 jaar, een gezegende leeftijd, en ze was al een aantal jaren dement en er mankeerde steeds meer aan. Op een gegeven moment was het een verlossing. Je bent dus dankbaar voor het feit dat ze is overleden en dat het lijden voorbij is, maar tegelijkertijd is het wel je moeder. Ik weet ook dat ik haar weer zal zien en dat ze zal opstaan, maar desondanks neem je afscheid en dat doet pijn. Is het dan ongeloof als dat je emotioneert of als je daarom huilt? Nee, natuurlijk niet. Je bent mens. De Heer beleefde dit ook als mens. Het is inderdaad heel vaak dubbel. Ben je dan uitsluitend blij omdat het lijden is weggegaan? Dat is ook onnatuurlijk. Zo werkt dat niet. Je moet daarin met twee woorden spreken, omdat het gewoon de menselijke beleving is.⟨/p> ⟨p>Sommigen denken dat het wenen ook boosheid was, maar juist hier worden die twee onderscheiden. Aan de ene kant wordt er gesproken over dat verbolgen zijn en aan de andere kant over het wenen. Die verbolgenheid ging over het ongeloof. Dat lijkt mij ook, juist vanwege die connectie. Sommigen zeiden: "Kon deze ook niet maken dat deze niet stierf?" En dan staat er: "Jezus dan weer verbolgen in Zichzelf." Er wordt een duidelijke relatie verondersteld tussen wat Hij zojuist hoorde en het feit dat Hij deze emotie had, deze boosheid. Anders kan ik dat niet plaatsen. Ik zie trouwens dat het inmiddels vijf over negen is, dus ik stel voor dat we eerst even een pauze gaan houden en daarna verdergaan met de studie. Het onderwerp was niet zo hilarisch, want de Heer bevindt zich hier bij de graftombe.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-9" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3276" title="Speel af vanaf 54:36">▶ 54:36⟨/button> ⟨span>De Proclamatie voor de Graftombe: Neem de Steen Weg⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En we hadden al gezien in vers 38 dat de Heer weer verbolgen was in Zichzelf. Hij was briesend om de reacties om Hem heen: het ongeloof, maar vooral ook het wantrouwen. Er zat eigenlijk een steek onder water in die reacties en dat liet Hem niet koud; Hij was verbolgen. Hij ging naar de graftombe, wat een grot was waar een steen tegenaan lag. We hebben al eerder overwogen dat dit in die dagen best een dure aangelegenheid geweest moet zijn. Graven heb je in soorten en maten, maar dit was dus een tombe, een type dat we later in het Johannes-evangelie ook vinden bij de hof van Arimathea. Daar was ook een grot, een nieuw graf. Dat was in ieder geval voor de welgestelden; het was prijzig en duur, en in zo’n graf lag ook Lazarus, met een steen ertegenaan.⟨/p> ⟨p>Jezus zei dan: "Neem de steen weg." De omstanders hebben dat ongetwijfeld opgevat als een verzoek of als een opdracht omdat Jezus de overledene nog een keer zou willen zien. Maar feitelijk – en dat is wat er echt achter zit – is deze opdracht om de steen weg te nemen al een proclamatie van opstanding. De steen die wegrolt, wijst op dat wat gaat gebeuren: de dood die wordt overwonnen en het graf dat wordt geopend. Normaal gesproken wordt een graf afgesloten, en dat is met recht het afsluiten van het leven dat voorbij is. Maar hier wordt van dat graf de steen juist weggenomen.⟨/p> ⟨p>Ik hoop aanstaande zondag in Nieuw-Buin daar heel wat meer voorbeelden van te geven uit de Bijbel waar stenen weggerold worden. Dat gaan we nu dus niet uitgebreid doen, maar ik wil wel een paar voorbeelden noemen. Denk bijvoorbeeld aan Rachel, waarbij Jakob de steen wegrolt voor de bron – een hele boeiende geschiedenis – zodat de kudde water kan krijgen. Ik denk ook aan de geschiedenis van Daniël, die zich in de leeuwenkuil bevond; ook daar wordt de steen weggenomen door de koning. Nou ja, als u daar meer over wilt weten, zou ik zeggen: kom aanstaande zondag eens naar Nieuw-Buin. We zouden bijna een bus kunnen huren, maar ik heb een goedkoper alternatief: luister zondagavond of aanstaande maandag gewoon nog even naar de mp3 als u daarin geïnteresseerd bent.⟨/p> ⟨p>Afijn, de opdracht is: "Neem de steen weg." En de zus van de overledene...⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-10" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3489" title="Speel af vanaf 58:09">▶ 58:09⟨/button> ⟨span>De Vierde Dag: Hebreeuwse Letter Dalet en de Symboliek van de Dood⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Martha zei tegen Hem: "Heer, hij stinkt reeds, want het is de vierde dag." De vorige keer werd ik getriggerd door broeder Daniel, die hier vooraan zit. Hij vroeg of er misschien nog iets achter die vierde dag zit, juist ook omdat we meer hebben nagedacht over die twee dagen dat de Heer wachtte. Zit er dan niets achter die vierde dag hier? Je zou natuurlijk aan vierduizend jaar kunnen denken, maar ik zei toen al dat ik dat een vergezocht verband vind. Je kunt de connectie leggen, maar ik zie niet direct een relatie met deze geschiedenis. Toch ben ik daar nog eens mee aan de slag gegaan, want het moet eigenlijk wel een betekenis hebben.⟨/p> ⟨p>Als je het hier oppervlakkig leest — en dat hebben we de vorige keer trouwens ook al even opgemerkt — wordt er in vers 39 gesproken over de vierde dag, maar in vers 17 van dit hoofdstuk werd ook al gezegd dat het de vierde dag was. In deze context, wanneer Martha zegt dat het de vierde dag is, zegt ze eigenlijk: "Ja, hij is niet alleen maar net overleden; hij is niet zomaar dood." Hij is, ik zeg het even expres zo, dood in het kwadraat. Vier dus. Hoezo? Wel, hij stinkt reeds, er is al een lijklucht. Vier is in de Bijbelse symboliek, en in de symboliek in het algemeen, het getal van de vergankelijke wereld.⟨/p> ⟨p>Ik wil daar wel wat voorbeelden van geven uit de Bijbel zelf. Denk aan de vier hoeken der aarde. Men heeft wel eens beweerd dat dit zou duiden op een antiek wereldbeeld, maar dat is natuurlijk onzin, want de Bijbel spreekt namelijk ook over het rond der aarde. Ik heb nog nooit een vierkant rondje gezien; dat bestaat niet. Het is niet zo moeilijk, want de uitdrukking "vier hoeken der aarde" vind je in het boek Openbaring en er wordt meteen bij gezegd waar het betrekking op heeft. Het wordt gelinkt aan de vier windstreken, de vier windhoeken. In het Latijn wordt er gesproken over ⟨em>quadratus⟨/em>. Daar komt ons woordje kwadraat vandaan, maar kwadraat betekent gewoon vierhoek.⟨/p> ⟨p>De vier hoeken der aarde, de vier seizoenen (lente, zomer, herfst en winter), de vier elementen... Voor ons zijn die misschien niet zo bekend, maar in de antieke wereld was dat heel bekend: water, vuur, lucht en aarde. Verder heb je de vier maanfasen (nieuwe maan, wassende maan, volle maan en afnemende maan) en de vier etmaalfasen (morgen, middag, avond en nacht). Vier staat voor de vergankelijke wereld, voor de wereld in het algemeen.⟨/p> ⟨p>Maar daar zit nog iets achter. We komen nog wat dichterbij wanneer we kijken naar het Hebreeuws, waar de vierde letter ook het getal 4 vertegenwoordigt. Een Hebreeuwse letter is namelijk niet alleen maar een letter, het is ook een getal. De eerste tien letters zijn de getallen 1 tot en met 10. Sommige daarvan kennen we sowieso al in ons spraakgebruik. Wij spreken bijvoorbeeld over vijf stuivers als een heitje, maar dat komt van het Hebreeuwse ⟨em>He⟨/em>, de vijfde letter. Voor een joetje zit je goed; de joed is namelijk de Hebreeuwse ⟨em>jot⟨/em>, en dat is de tien.⟨/p> ⟨p>Een Hebreeuwse letter is dus een getal. Na de tien krijg je vervolgens de elfde letter, die het getal twintig vertegenwoordigt. De twaalfde letter is het getal dertig, de ⟨em>mem⟨/em> is de veertig en de ⟨em>nun⟨/em> is de vijftig. Dan krijg je de ⟨em>kuf⟨/em>, dat is de honderd. De ⟨em>resh⟨/em> is de tweehonderd, de ⟨em>shin⟨/em> is de driehonderd en de laatste letter, de ⟨em>tav⟨/em>, is de vierhonderd. Al die letters vertegenwoordigen dus eigenlijk ook getallen. Maar het gaat nog verder: elke letter is eigenlijk ook een soort pictogram en vertegenwoordigt een woord. Bijvoorbeeld de ⟨em>aleph⟨/em>, dat is een os. Je ziet dat zelfs nog in onze letteraanduiding, want de hoofdletter A is van oorsprong gewoon de kop van een rund met twee horens.⟨/p> ⟨p>Laten we ons nu beperken tot de vierde letter, want het gaat over het getal 4. De vierde letter staat voor het getal 4, maar de letter ⟨em>daleth⟨/em> is ook een woord, namelijk het woord voor deur. Hier in deze geschiedenis is de deur afgesloten. In de Bijbelse gedachte is de deur overigens niet de plank voor het gat, maar het is het gat zelf, de opening, de doorgang. Ons woordje "door" is eigenlijk ook niks anders dan "deur". Het is de doorgang. Hier is de deur afgesloten door de steen voor het graf, maar de Heer zegt: "Neem de steen weg." Met andere woorden: open de deur, opdat hij zou kunnen leven.⟨/p> ⟨p>Er zit nog iets aan vast wat die vier betreft. Het Hebreeuwse woord voor dood is ⟨em>met⟨/em>. Dat schrijf je met een ⟨em>mem⟨/em> en een ⟨em>tav⟨/em>. De ⟨em>mem⟨/em> is verbonden met het Hebreeuwse woordje ⟨em>mayim⟨/em>, wat water betekent. Ook bij ons is de letter M eigenlijk gewoon nog golvend water. Maar je kunt het woord dood dus ook in getallen uitdrukken. Je leest in het Hebreeuws van rechts naar links, dus je hebt de ⟨em>mem⟨/em> (40) en de ⟨em>tav⟨/em> (400). Kijk, daar heb je dus telkens de vier: de ⟨em>daleth⟨/em> is 4, de ⟨em>mem⟨/em> is de vier op het niveau van de tientallen, en de ⟨em>tav⟨/em> is de vier op het niveau van de honderdtallen. Iedere keer zie je die vier op allerlei niveaus terugkomen in het woordje ⟨em>met⟨/em>, het Hebreeuwse woord voor dood.⟨/p> ⟨p>De laatste letter, de ⟨em>tav⟨/em>, werd oorspronkelijk geschreven als een kruis. Al duizenden jaren voordat wij spraken over het kruis, werd de Hebreeuwse laatste letter aangeduid of geschreven als een kruis. De afsluiting van het alfabet was daarmee ook een embleem van de dood. Ik zie hierin die vier als een aanduiding voor de dood, maar dan ook de dood in zijn uiterste vorm. Dat is eigenlijk wat Martha hier ook zegt: "Dit is reeds de vierde dag en het ruikt reeds." Er is inderdaad sprake van de dood op het hoogste of op het diepste niveau, in de uiterste zin van het woord. Het is dus niet zozeer een profetische link, maar in de symboliek klopt het helemaal: die vier staat nadrukkelijk voor de dood. Die connectie zie ik in de typologie wel degelijk uitgedrukt.⟨/p> ⟨p>Hebreeuwse symboliek is een geweldig onderwerp, maar één dingetje wil ik er nog over zeggen nu ik dit zie. ⟨em>Met⟨/em> is dood. Als je daar één letter voor zet, namelijk de eerste letter, de ⟨em>aleph⟨/em>, dan krijg je ⟨em>emmet⟨/em>. En weet u wat ⟨em>emmet⟨/em> is? Dat is waarheid. In de Hebreeuwse symboliek staat de ⟨em>aleph⟨/em> voor God Zelf, Die aan het hoofd staat. Hij is de Eerste, de "Ik Ben", de Alfa of de Aleph. Het ene is het Griekse alfabet, het andere is het Hebreeuwse alfabet, maar de boodschap is dezelfde.⟨/p> ⟨p>Uiteindelijk komt ook het Griekse alfabet weer van het Hebreeuws af. De alpha is gewoon niets anders dan deze: de Aleph. Ik ben de Aleph. Mag ik er nog één ding over zeggen? Volg het nog, want dit is echt heel mooi. Die Aleph staat inderdaad voor de één, de Ene, de Eerste, voor God Zelf.⟨/p> ⟨p>Weet u wat in het Hebreeuws ook zo mooi is van die Aleph? Dat is namelijk dat het feitelijk een samenstelling van letters is. Het zijn twee spiegelende Jods met in het midden de verbinding, de Waw; de nagel die ze verbindt. En nu moet u weten dat u dan dus twee Jods krijgt, dat is twee keer tien. En die Waw, dat is die verbindende letter, dat is de zes. Oftewel: de 26. Maar de 26 markeert de Godsnaam, namelijk Yahweh (J-H-W-H). Dat is 10, 5, 6, 5. Oftewel: de Godsnaam is 26. Dat zie je dus al in die Hebreeuwse letter Aleph uitgedrukt.⟨/p> ⟨p>Nu kom ik even weer terug bij dat 'Emet', de waarheid. Als je van de waarheid de Aleph losmaakt — de Eén — en je maakt scheiding tussen de waarheid en God, als je God daar weghaalt, weet je wat je overhoudt? 'Met'. En dat betekent: dood. Is dat niet geweldig? De waarheid begint met God Zelf, de Ene. Haal je de Ene weg, dan houd je dood over. Prachtig hoor!⟨/p> ⟨p>Ja, daarom is die Hebreeuwse symboliek zo bijzonder. Het zijn pictogrammen, het zijn getallen en er wordt in een woord op zich al een verhaal verteld. Ze zeggen wel eens dat een plaatje meer zegt dan duizend woorden. Nou, eigenlijk zijn al die letters plaatjes; het zijn pictogrammen. En een woord zelf is ook weer een verhaal. Want als je al die letters bij elkaar koppelt — dat is nog weer een hoofdstuk apart — als je al die pictogrammen dus bij elkaar zet, krijg je ook weer een verhaal. Dan krijg je een soort van, wij zouden zeggen, een stripverhaal. Dan zie je gewoon allemaal tekens. Beeldtaal, ja.⟨/p> ⟨p>Maar goed, Daniël, eigenlijk ben jij hier de schuldige van deze uiteenzetting. Jij vroeg of die 'vier' hier nog een speciale betekenis heeft. En dan zeg ik: ja, ik geloof dat die vier hier inderdaad heel speciaal ook van de dood spreekt. Van de deur, de Daleth, maar ook van de dood. Vandaar dus deze uiteenzetting.⟨/p> ⟨p>Ik moet erbij zeggen dat ik heel erg van typologie en van symboliek houd, maar ik moet er ook bij zeggen dat je altijd de letterlijke betekenis voorop laat gaan. Het mag nooit in strijd zijn met een gewone, directe uitleg. En dat is in dit geval ook heel sterk. Als je gewoon dit vers leest, vers 39, dan gaat het inderdaad over de dood. Hier is reeds sprake van de dood in het kwadraat. Ja, dat is juist de hele gedachte. De deur die moest afgesloten blijven. Nee, neem die steen niet weg! Dat was eigenlijk het verhaal, want hij rook reeds.⟨/p> ⟨p>Dan blijkt inderdaad de 'vier' helemaal in lijn te liggen met de symbolische of, zo u wilt, typologische betekenissen van de Hebreeuwse symboliek. We vervolgen met vers 40.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-11" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4460" title="Speel af vanaf 01:14:20">▶ 01:14:20⟨/button> ⟨span>Dood als Noodzakelijk Contrast Om Gods Heerlijkheid te Zien⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Nadat Martha had tegengestribbeld — nee, dat kunnen we niet doen, die opening moet gewoon dicht blijven, die deur moet eigenlijk dicht blijven — zei Jezus tot haar: "Zei Ik niet tegen jou dat, indien je zou geloven, je de heerlijkheid van God zou zien?" Zij kon zich niet voorstellen dat de opdracht die de Heer gaf niet zomaar was, maar dat dit juist de weg was. Zij dacht: hier is sprake van de dood in het kwadraat. En de Heer zegt: "Ja, maar juist daardoor kun je de heerlijkheid van God gaan zien." Namelijk tegen dit contrast van dood, echt dood, en zelfs lijkelijk, ga Ik laten zien wat leven is. En dat is die heerlijkheid van God.⟨/p> ⟨p>Wat had de Heere Jezus aan het begin van deze geschiedenis gezegd? In hoofdstuk 11, ditzelfde hoofdstuk, hadden we in vers 4 gelezen dat de Heere Jezus nog in het Overjordaanse verbleef. Hij zei toen: "Deze zwakheid, deze ziekte is niet tot de dood." Dat wil zeggen: het is niet met het oog op de dood. Integendeel, het is met het oog op de opstanding uit de dood. Die dood is alleen maar een noodzakelijke voorwaarde om opstandingsleven aan het licht te brengen. Zonder dood geen opstanding. Dat is eigenlijk het verhaal. Het heeft een contrastfunctie. Zo werkt God altijd. Het is eigenlijk het meest karakteristieke van de wijze waarop God ons onderwijs geeft, namelijk door contrast. Zo leer je de dingen kennen.⟨/p> ⟨p>De Heer had gezegd: "Deze zwakheid is niet tot de dood, maar ten behoeve van de heerlijkheid van God, opdat de Zoon van God erdoor verheerlijkt zal worden." Dat is precies wat hier nu zou gaan gebeuren. Opstandingsleven zou aan het licht komen en de Zoon van God zou erdoor verheerlijkt worden. Hij zou laten zien dat Hij sterker is dan de dood. Maar dat is precies ook de heerlijkheid van God. Hij is de levende God en dat kan Hij juist alleen maar echt overtuigend laten zien tegen die donkere achtergrond van de dood, van het graf, waar elke menselijke hand en elke menselijke actie gewoon niet toereikend is.⟨/p> ⟨p>Want als de mens ergens stilstaat en ergens het plafond bereikt, dan is hij wel bij de dood. Dan houdt het op. Een mens kan van alles doen; medici kunnen van alles doen. Maar op het moment dat iemand gestorven is en, in dit geval, al vier dagen in het graf ligt, wat kan een mens daar nog? Maar waar de mens eindigt, daar begint God. Ze namen dan de steen weg en Jezus staat daar.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-12" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4666" title="Speel af vanaf 01:17:46">▶ 01:17:46⟨/button> ⟨span>Anthropos: de Opwaarts Gekeerde Kijker Naar Gods Redding⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En Jezus hief de ogen opwaarts en Hij zei: "Vader, ik dank U dat U Mij hoort." Hij hief de ogen opwaarts; dat vind ik mooi. Dat vinden we al vaak in het Oude Testament terug. Bekend zijn bijvoorbeeld deze woorden uit Psalm 121: "Ik hef mijn ogen op naar de bergen, van waar mijn hulp komen zal." Ik citeer dit expres uit de Statenvertaling, want van de NBG-vertaling houd ik in dit geval helemaal niet. Daar hebben ze er namelijk een vraag van gemaakt: "Ik hef mijn ogen op naar de bergen, van waar zal mijn hulp komen?" Daar klinkt vertwijfeling in, terwijl het juist geloof is. Ik hef mijn ogen op, maar hoezo? Wel, van omhoog, dáár komt mijn hulp vandaan. Dat blijkt ook als je even doorbladert naar Psalm 123, waar meteen in het eerste vers staat: "Ik hef mijn ogen op tot U, Die in de hemelen zit." Dáár komt de hulp vandaan.⟨/p> ⟨p>Dat is precies de richting waarin een mens geacht wordt te kijken. En als ik dat zo zeg, dan wil ik u nog iets vertellen over een woord dat tot mijn favorieten behoort: het Griekse woord voor mens, ⟨em>anthropos⟨/em>. We kennen het allemaal; je kunt antropologie studeren, we kennen antroposofie en ook filantropie — menslievendheid — is daarvan afgeleid. Maar wat ik hierover wil vertellen, is dat dit woord is opgebouwd uit drie Griekse delen. Het eerste deel, ⟨em>an⟨/em>, komt van het voorzetsel ⟨em>ana⟨/em> en dat betekent "opwaarts". Er zijn heel veel woorden die beginnen met ⟨em>ana⟨/em>, wat "naar omhoog" of "opwaarts" betekent. Ik heb voor de kenners of voor de liefhebbers, de "Strong-fielen" onder u, de Strong-nummers er op de dia even bij gezet, dan kunt u het allemaal nakijken en ziet u dat dit voorzetsel deze betekenis heeft: ⟨em>ana⟨/em>, opwaarts. Dan krijg je het tweede deel van het woord, afgeleid van een woord dat "omkeren" betekent. En het laatste deel, ⟨em>pos⟨/em>, is afgeleid van ⟨em>optomai⟨/em>. Dat kennen we trouwens ook wel in het woord "optisch"; het heeft te maken met kijken.⟨/p> ⟨p>⟨em>Anthropos⟨/em> is dus eigenlijk een combinatie van verschillende woorden en het betekent: een opwaarts gekeerde kijker. Dat is iemand die dit doet. Woorden zijn plaatjes, en dat is in dit geval heel duidelijk. Bij "mens", ja, wat denk je bij mens? Dat is een woord. Maar als ik ⟨em>anthropos⟨/em> hoor, dan denk ik meteen aan iemand; dan zie ik gewoon dit voor me: iemand die omhoog kijkt. Een naar omhoog gekeerde kijker. Niet gericht naar de dingen hier beneden. Kijk omhoog!⟨/p> ⟨p>Sammy? Weet u hoe dat lied eindigt? Waarom moest hij omhoog kijken? Ik heb het over de versie van Ramses Shaffy. Ja, dan word je lekker nat, maar waarom? De laatste zin is — en ik weet niet wat Ramses daarmee bedoelde, maar ik interpreteer dat heel graag eenvoudig — "Kijk omhoog, want er is er één die van je houdt." Misschien bedoelde hij dat heel menselijk, maar eigenlijk is dat het hele evangelie: Zeg, kijk omhoog, want er is er één die van je houdt! Kijk omhoog als je hulp nodig hebt. Je kunt om je heen kijken; eerst denk je het zelf wel te kunnen, maar dan kom je er niet uit en zoek je hulp. Vaak zoek je het dan ook verkeerd, want die hulp valt dikwijls vies tegen, laten we wel wezen. Maar als je nergens hulp van kunt krijgen, dan is er Eén die wél kan helpen. En als dat ergens blijkt, dan is het hier ook wel, bij Hem die zelfs over de dood triomfeert. Kijk omhoog, want er is er één die van je houdt.⟨/p> ⟨p>Ik vind het trouwens ook mooi hoe wij daarin associaties maken. Omhoog kijken, dat is optimisme, toch? Iemand die de schouders recht en die opwaarts kijkt, dat zijn mensen die het zien zitten en die perspectief zien. Maar mensen die depressief zijn, hoe zou je die uittekenen? Als iemand naar de grond kijkt en het niet meer ziet zitten. De houding weerspiegelt dat ook; dat doe je gewoon automatisch. Ik heb ooit geleerd — en ik heb het proefondervindelijk al vele malen bevestigd gezien, hoewel mijn kinderen daar inmiddels niet meer voor te porren zijn — dat als een klein kind huilt en je het zover weet te krijgen dat het omhoog kijkt, het meteen ophoudt met janken. "Kom eens mee? Kom eens kijken?" Dat zijn de zusters! Als je ze zover weet te krijgen dat ze omhoog kijken... ik ga het echt proberen. Ja, dat is echt waar: je kunt niet omhoog kijken en huilen tegelijk. Daar zit toch ook een geestelijke les in? Het is fysiek bijna niet mogelijk. Iemand die huilt, is eigenlijk in zichzelf gekeerd. Die kijkt sowieso niet naar buiten; je ogen zijn al vochtig en je ziet niet veel. Maar op het moment dat je naar buiten gekeerd bent en omhoog gaat kijken, dan is dat niet te combineren met janken. Dat soort gedachten komen bij me op als ik ⟨em>anthropos⟨/em> zie. Van omhoog kijken word je pas echt een mens.⟨/p> ⟨p>En dat is wat de Heer deed: Hij hief de ogen opwaarts. Van waar zal mijn hulp komen? En Hij zei: "Vader, ik dank U dat U Mij hoort." In de NBG-vertaling staat hier: "dat Gij Mij verhoord hebt." Maar nee, dat klopt ook niet helemaal. Het staat namelijk in de aorist, en dat is een tijdloos gegeven. Uit de werkwoordsvorm volgt niet een voltooid tegenwoordige tijd als "hebt verhoord"; het staat er als een tijdloos woord. "Dat U Mij hoort", ongeacht wanneer. En dat klopt: U hoort. Dat is veel logischer. Hij dankt op voorhand, want Jezus wist wat er zou gebeuren. "Ik heb geweten dat U Mij altijd hoort, maar vanwege de schare die om Mij heen staat, zei Ik het, opdat zij zouden geloven dat U Mij afgevaardigd hebt." Daarom ging Jezus ook hier weer duidelijk in Zijn dankgebed om Gods heerlijkheid; opdat ze zullen zien dat de Vader Hem gezonden heeft en Hem daardoor ook zouden herkennen.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-13" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="5246" title="Speel af vanaf 01:27:26">▶ 01:27:26⟨/button> ⟨span>De Levendmakende Kracht van het Woord: Lazarus, Kom Naar Buiten!⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En deze dingen zeggende — ik begin zelf nu ook bijna luidkeels te praten — riep Hij luidkeels. Ja, dit kun je natuurlijk niet zachtjes zeggen: "Lazarus, kom naar buiten!" Dat zei Hij, zo, heel luidkeels: "Lazarus, kom naar buiten!" De mooiste verklaring voor het feit dat Hij specifiek de naam van Lazarus noemde, is deze: als Hij dat niet had gedaan, dan was de hele begraafplaats opgestaan en waren al die doden naar buiten gekomen. Wat dacht u daarvan? Want als de doden de stem van de Zoon van God horen, dan komen ze tevoorschijn. Dat zal straks ook blijken, maar dat was hier op dit moment helemaal de bedoeling niet. Er zou er slechts één opstaan, want dat was het teken. Daarom: "Lazarus, kom naar buiten!" Degene die daar lag, was Lazarus.⟨/p> ⟨p>Wat een mooie naam trouwens: Lazarus. We hebben het er al eerder over gehad dat deze naam betekent: "mijn God helpt". En hier was ook de vraag aan de orde van waar de hulp vandaan komt. Jezus hief Zijn ogen op naar de plaats vanwaar Zijn hulp komen zou. En Lazarus komt naar buiten. Dat is de kracht in de woorden van God. Dan zie je ook echt wat de Heer Jezus — we hebben het daar veel eerder al eens over gehad in Johannes 6 — bedoelt wanneer Hij zegt dat Zijn woorden geest en leven zijn. Ook de woorden van de Schrift zijn 'Theopneustos', dat is God-geademd of door God geblazen. Dat is leven; dat zijn geen dode lettertjes. Dat is leven. En als die woorden worden uitgesproken, dan is dat zoals het Johannesevangelie begon: "In het Woord was leven en dat leven was het licht der mensen." Deze man hoort het Woord, hij ontvangt leven, hij krijgt levenslicht en hij komt naar buiten.⟨/p> ⟨p>Ik wil in dit verband nog even wijzen op Romeinen 4, zoals geschreven is in Genesis: "Tot een vader van vele natiën heb Ik jou gesteld." Dat wordt tegen Abraham gezegd en dan staat erbij: ten aanschouwen van de God in wie Abraham geloofde, die de doden levend maakt en het niet-zijnde tot aanzijn roept. Dat is Zijn Woord. Hij is de levende God. Nu moeten we de geschiedenis even afmaken.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-14" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="5405" title="Speel af vanaf 01:30:05">▶ 01:30:05⟨/button> ⟨span>Het Opstandingsleven: Bevrijd uit de Banden Des Doods⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En dat staat er nog in vers 44: "En de gestorvene ging naar buiten." Heel kordaat; hij heeft gehoord. Het begon dus feitelijk met het feit dat hij het vermogen had om te horen, en daarmee ontving hij leven.⟨/p> ⟨p>De gestorvene ging naar buiten, met de voeten en handen gebonden met wikkeldoeken en een zweetdoek rondom zijn gelaat gebonden. En Jezus zei tot hen: "Maak hem los en laat hem heengaan." Ook hiervan zou je weer kunnen zeggen: waarom werd dat allemaal al niet meteen in één keer gedaan? Dat zou toch ook een koud kunstje zijn geweest? Nee, dit is om nadrukkelijk te wijzen op het bevrijd worden uit de banden des doods.⟨/p> ⟨p>Daar zit een belangrijke typologie in. Want wie nieuw leven ontvangt, wordt van Godswege ook in de vrijheid gesteld. Het is trouwens heel belangrijk om vervolgens in die vrijheid te leven en je niet door mensen te laten knevelen en te knechten. Je bent bevrijd van alles wat aan de dood herinnert; bevrijd van de banden des doods. Dat is wat tegen hen gezegd wordt: "Maak hem los en laat hem heengaan." De gedachte is vooral dat Lazarus ook hierin bevrijd wordt.⟨/p> ⟨p>Lazarus sliep. Hij hoefde helemaal niet te gaan vertellen wat hij allemaal had meegemaakt in die afgelopen vier dagen. Hij sliep, dat had de Heer Jezus ook al tegen hen gezegd. Hier ontvangt hij leven en daarmee is feitelijk deze geschiedenis van de opwekking van Lazarus ten einde. Het hoofdstuk is nog niet uit, maar de geschiedenis van de opwekking wel.⟨/p> ⟨p>Ik zie dat het tien uur is, dus dat komt eigenlijk heel mooi uit om hier af te sluiten. De volgende keer gaan we verder met vers 45. Zo hebben we drie avonden gewijd aan deze bijzondere geschiedenis, want dat is het toch zeker. Je kunt je voorstellen dat die mensen daar gigantisch versteld hebben gestaan van dat teken.⟨/p>