⟨h3 id="hoofdstuk-1" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="0" title="Speel af vanaf 00:00">▶ 00:00⟨/button> ⟨span>Terugblik op Paulus' Gevangenschap⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Dan pakken we de draad weer op. Inmiddels is het zes weken geleden. U weet allemaal waarom het drie weken geleden niet door kon gaan; dat had een dubbele reden. Niet alleen vanwege mijn persoonlijke omstandigheden en het overlijden van mijn moeder, maar ook Kobe Nebelkau kwam er huishoudelijk gezien eigenlijk niet uit. En zo kan het gebeuren dat we pas zes weken na de vorige Bijbelstudie weer bij elkaar zijn om het boek Handelingen met elkaar te gaan bespreken. Dat betekent dat we ook een nieuw hoofdstuk gaan beginnen: Handelingen 27. Het zesentwintigste hoofdstuk hebben we de vorige keer immers helemaal afgerond.⟨/p> ⟨p>Ik wil nog even terugblikken, eigenlijk ook iets verder terug, en u eraan herinneren dat Paulus – en dan ga ik even terug naar Handelingen 21 – op initiatief van zijn volksgenoten gevangen was genomen tijdens het Pinksterfeest in Jeruzalem. Dat heeft heel veel voeten in de aarde gegeven. Uiteindelijk hebben de Romeinen hem, omdat er een moordaanslag op Paulus was beraamd, onder een groot escorte overgeplaatst naar Caesarea. Hij was dus gevangen in Jeruzalem en via een bepaalde route hebben ze hem naar Caesarea gebracht. Vergis u niet, dat was op één na de grootste plaats in Israël in die dagen. De naam Caesarea verraadt het al: het is gebouwd ter ere van de keizer, de Romeinse keizer. Het was een grote vesting en tevens een kustplaats die we al diverse keren in het boek Handelingen zijn tegengekomen.⟨/p> ⟨p>Overigens, het handje dat u op het plaatje ziet, is van de muis; dat heb ik er per ongeluk op vermeld. Maar goed, dat maakt niet uit. Een vingertje dat omhoog wijst naar de goede richting, daar houd ik wel van. Caesarea is de plaats waar ooit Petrus de deur, de poort naar de natiën heeft geopend. Dat is een mooie beeldspraak in dit verband, want het was inderdaad een haven, een poort. Het was ook de plek waar men de wateren opging, wat ook weer een beeld is van de volkeren. Via deze route kwam Paulus ook diverse keren weer aan in het land. Hij wordt daar gevangen gehouden onder een relatief vriendelijk regime, zoals we lezen in hoofdstuk 24. Daar wordt hij verhoord door de toenmalige stadhouder Felix. Een hoofdstuk later leest u dat Felix wordt opgevolgd door Festus, terwijl Paulus nog steeds gevangen zit in Caesarea. Ook Festus hoort hem vele malen en een uitgebreid verhoor leest u in Handelingen 25.⟨/p> ⟨p>Wanneer Festus geïnstalleerd is, komt Herodes Agrippa II op bezoek bij hem voor zijn inauguratie, zoals dat dan deftig heet. Die Agrippa was alleen al vanwege familiaire omstandigheden erg geïnteresseerd in de kwestie Paulus. Dat kwam Festus buitengewoon goed uit, want hij zat met het geval Paulus bijzonder in zijn maag. Hij was namelijk overtuigd van zijn onschuld, en dat was zijn voorganger Felix ook al. Maar aangezien hij de Joden niet in het harnas wilde jagen, had hij hem toch maar gevangen gehouden. Als Paulus dan naar de keizer gestuurd zou moeten worden – want daarop had hij zich al eerder beroepen – dan moest Festus wel een goed verhaal hebben voor de begeleidende brief naar Rome. Daarom vraagt hij aan koning Herodes Agrippa II of hij zijn expertise in deze kwestie wilde laten gelden. In Handelingen 26 staat Paulus feitelijk voor Agrippa om zich te verantwoorden. Festus hoort mee, evenals vele anderen, maar Paulus richt zich heel uitdrukkelijk tot Agrippa.⟨/p> ⟨p>In Handelingen 24, 25 en 26 is Paulus zich dus aan het verantwoorden tegenover stadhouders en koningen. Uiteindelijk is Paulus' beroep op de keizer doorslaggevend en wordt er besloten hem naar Rome te sturen; daar verandert de verantwoording richting Agrippa niets aan. Hoewel het niet uitdrukkelijk wordt vermeld, wordt er wel gesuggereerd dat Agrippa heeft geholpen bij het opstellen van de begeleidende brief, want dat was immers de vraag van Festus. In totaal heeft Paulus ruim twee jaar gevangen gezeten in Caesarea; die termijn wordt expliciet genoemd in Handelingen 24. Het is een termijn die we vaker tegenkomen in Handelingen en die zeker niet zonder betekenis is, maar over de typologie daarvan hebben we al vaker nagedacht.⟨/p> ⟨p>Dit betekent dat we deze hoofdstukken hebben afgesloten en dat er in het boek Handelingen nog twee hoofdstukken volgen: Handelingen 27 en 28. Het zijn twee tamelijk lange hoofdstukken, dus we zijn er nog niet. Ik maak me ook niet de illusie dat we aan het einde van dit seizoen al bij het einde van Handelingen 28 zijn. Hoewel ik erbij moet zeggen dat geschiedenissen, zoals die in Handelingen 27, soms wat vlotter gaan. Het is het verhaal van een reis, een scheepsreis. Allerlei details worden heel uitgebreid verteld. Dat kun je vaak wat korter bespreken dan een toespraak, een confrontatie of een discussie, die vaak veel meer tijd vragen om goed tot je te nemen.⟨/p> ⟨p>Boven Handelingen 27 staat in mijn Bijbel: 'Paulus gaat naar Rome'. In dit lange hoofdstuk van maar liefst 44 verzen wordt uitgebreid stilgestaan bij hoe dat allemaal is gegaan. Je zou je de vraag kunnen stellen waarom dit zo uitvoerig moet. Nou, er is nogal wat gebeurd. Het is eigenlijk het verhaal van Paulus' schipbreuk – de zoveelste, moet ik eigenlijk zeggen. Want al veel eerder had Paulus aan de Korintiërs geschreven dat hij al drie keer een schipbreuk had meegemaakt. Deze schipbreuk, die het meest uitgebreid wordt beschreven, was daar dus nog niet eens bij meegeteld. Paulus was wat dat betreft dus wel een ervaringsdeskundige.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-2" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="507" title="Speel af vanaf 08:27">▶ 08:27⟨/button> ⟨span>De Profetische Betekenis van de Scheepsreis⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>De echte reden is, denk ik, niet zozeer historisch als wel profetisch. Dat dit zo uitgebreid beschreven wordt — dat een schip ten onder gaat en dat dit eigenlijk ook was omdat men niet had geluisterd naar de raad van Paulus... Als ik het zo zeg, dan moeten, als je eenmaal de inhoud van het hele boek Handelingen tot je genomen hebt, de lampjes gaan branden en de belletjes gaan rinkelen. Want dat was eigenlijk precies waar het allemaal om ging: het schip als type van het volk van Israël dat over de volkerenzee gaat. Maar daar is dat mannetje Paulus naar wie niet geluisterd wordt, en juist dat is ook de reden waarom het schip ten onder gaat met lading en al. Toch is het uiteindelijk ‘eind goed, al goed’, en ook dat is een van de essenties van dit hoofdstuk.⟨/p> ⟨p>Ik maak mezelf sterk dat het bekende gezegde — en hoeveel bordjes zijn er niet waarop die tekst staat — ‘God heeft ons geen kalme reis beloofd, maar wel een behouden aankomst’, direct ontleend is aan of gebaseerd is op Handelingen 27. Want dat is precies waar het over gaat: namelijk geen kalme reis, sterker nog, het schip en de lading gaan helemaal ten onder en allerlei enorme problemen doen zich voor, maar uiteindelijk komen ze allemaal behouden aan land. Niemand uitgezonderd. Daarmee heb ik feitelijk ook heel veel gezegd over Paulus' boodschap. Maar als u daar meer over wilt weten, dan moet u aanstaande zaterdag naar Garderen komen, want dan is dat het grote thema van de hele dag: ‘Redder van alle mensen’.⟨/p> ⟨p>Goed, we gaan de draad oppakken: Handelingen 27. We gaan vers voor vers en ik zal u vaak landkaartjes laten zien. Dan begrijp je echt goed hoe het allemaal is gegaan. De wijze waarop Lucas dit allemaal heeft opgetekend is heel gedetailleerd; hij noemt allemaal plaatsnamen en streken. Ja, dat gaat pas voor je leven wanneer je je daar ook iets bij kunt voorstellen. Vandaar dat een kaartje en zo’n PowerPoint-presentatie een uitkomst zijn. Ik herinner me vroeger dat we catechisatie hadden in Aalsmeer. Daar was een predikant, dominee Prins, van wie ik catechisatie kreeg. Die had altijd van die grote landkaarten aan de wand hangen en dan vertelde hij over Paulus' zendingsreizen. Maar ik moet u zeggen: met PowerPoint kun je nog veel meer doen dan met de mogelijkheden die hem ter beschikking stonden. Oké, vers 1.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-3" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="696" title="Speel af vanaf 11:36">▶ 11:36⟨/button> ⟨span>Handelingen 27:1: Vertrek Naar Italië met de Centurio Julius⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Toen nu geoordeeld werd dat we naar Italië zouden afvaren – dat oordeel hadden we in hoofdstuk 26 al gelezen. Namelijk dat Paulus naar de keizer zou gaan, oftewel naar Rome, en dat oordeel was geveld toen nu geoordeeld werd dat we naar Italië zouden afvaren. We, dat is even opvallend, want dat betekent dat Lucas zich weer in het gezelschap bevindt. Voor het laatst lazen we de wij-vorm in hoofdstuk 21 vers 18. Je weet precies wanneer de schrijver, Lucas, zich in het gezelschap bevindt en wanneer niet. Hier wel. Hier spreekt Lucas over dat we naar Italië zouden gaan; daar was de schrijver dus zelf bij. En al die tijd daaraan voorafgaand is Lucas... nou, hij is wel in Jeruzalem met Paulus ook gearriveerd, maar kennelijk heeft hij die jaren dat Paulus gevangen heeft gezeten in Caesarea andere dingen gehad. In elk geval, hij gaat met Paulus – en trouwens nog een Aristarchus, waarover straks meer – naar Rome toe. Lucas is heel veel bij Paulus geweest en gebleven ook.⟨/p> ⟨p>We zouden naar Italië afvaren. Nou, u moet zich even dit voorstellen: hier ligt Caesarea, en zoals u weet is dit Italië en hier ligt Rome. Deze reis zou men moeten gaan ondernemen en dat was een flinke trip. Het was inmiddels al tegen het najaar, zoals we straks ook zullen zien. Dat is een reis met vele onderbrekingen geweest. Afijn, dan staat er: toen nu geoordeeld werd dat we naar Italië zouden afvaren, leverden zij Paulus – zij, de Romeinen – en enige andere gevangenen over. Dus Paulus was niet de enige gevangene. En hoe dat gegaan is: die gevangenen moesten wellicht ook voor de keizer verschijnen. Dat zou kunnen, maar dat lijkt me een tamelijk uitzonderlijk geval. Paulus was een bijzonder geval, dat hij zelfs als Romeins burger naar de keizer toe kon. Dat was de grootste machthebber op de hele aarde, daar komt natuurlijk niet elke gevangene voor. Maar wat er wel gebeurde met gevangenen is dat, als zij ter dood veroordeeld waren, ze dikwijls naar de amfitheaters in Rome gingen en daar werd dan van hun executie feitelijk een heel festijn gemaakt. Daar moet je niet aan denken, maar goed, dat waren de gebruiken in die dagen. Een theater als deze... ik heb hem ooit... nou, het is geen foto die ik zelf gemaakt heb, maar ik had hem wel kunnen maken, want ik ben er ooit eens een keer geweest in Rome. Althans, wat er nog van overgebleven is. Dat zijn machtige theaters geweest en daar werden mensen dan voor de leeuwen geworpen of anderszins ter dood gebracht.⟨/p> ⟨p>En ze leverden Paulus over en enige andere gevangenen aan een hoofdman over honderd. In het Latijn is dat een centurio – 'cent', daar zit honderd ook nog in – centurio of centurion. Die is historisch heel goed duidelijk, dit is niet op Bijbelse gronden, maar dit is historisch volkomen duidelijk hoe zo'n gast, als ik het even oneerbiedig mag zeggen, eruitzag. Dat is een hoge functie, vergeet u niet. Zo'n honderd of een kleine honderd man had hij onder zich. Het meest opvallende is wel die pluim op zijn helm, maar zo zag zo'n hoofdman, zo'n centurio, eruit. We zijn die centurio trouwens al heel wat keren tegengekomen. Nou ja, niet deze. Deze heette namelijk Julius en die andere heette... weet u het nog? Dat was eerder, toen Paulus in Jeruzalem was. Die naam wordt namelijk ook genoemd, in hoofdstuk 23. Maar goed, hier wordt hij trouwens ook bij name genoemd: Julius. Dat is uiteraard naar de beroemde keizer Julius Caesar die ruim 100 jaar eerder leefde. Als dit zo in deze geschiedenis zich heeft afgespeeld rond het jaar 59 van onze jaartelling, dan was Julius Caesar al inmiddels meer dan 100 jaar daarvoor overleden. Maar dat is de illustere man naar wie velen vernoemd zijn. Onze maand juli is daar ook nog aan te danken, en wat dacht u van Juliana of Jules? De korte bijvoorbeeld, Julian Schuyl... nou ja, et cetera. Allemaal namen die ontleend zijn aan deze naam en uiteindelijk dus aan deze keizer.⟨/p> ⟨p>Hij was van de keizerlijke legerafdeling. Dat is een legioen, zo heet dat, en dat was plusminus 600 man. Er staat zelfs 'de keizerlijke bende'. Ja, de keizerlijke bende, dat zag ik ja. Daar zie je trouwens hoe woordbetekenissen kunnen verschuiven, want wij denken bij een bende aan een stelletje criminelen. Maar een bende was gewoon een afdeling van origine; alleen het heeft in onze taal inmiddels een hele negatieve klank gekregen. De keizerlijke bende, ja. En wacht even, de legerafdeling die eigenlijk... want u weet, ik zeg dan keizerlijk, maar als je het echt goed wilt weten, dan moet je natuurlijk eventjes naar de interlineair kijken: de eerbiedwaardige dus. Eigenlijk is het de eerbiedwaardige legerafdeling; dat is het woord dat er eigenlijk gebruikt wordt. Maar goed, die eerbiedwaardige was inderdaad de keizer.⟨/p> ⟨p>Toen we nu aan boord stapten – hier is Lucas dus bij – van een Adramytteens schip... nou, dan wil je ook even weten: wat is Adramytteens? Dat komt van de plaatsnaam Adramyttium, en Adramyttium ligt hier aan de westkant van de kust van het huidige Turkije, ten oosten van Troas, wat we natuurlijk ook al vele keren zijn tegengekomen in het boek Handelingen. Ja, vlak bij Troje; ik vind het ook altijd leuk om dan Troje te vermelden, want dat is echt hetzelfde. En daar komt dat schip dus vandaan. Het stond op het punt langs plaatsen van Asia te varen. Asia, dat is even grofweg natuurlijk; je kunt het veel verfijnder aftekenen, maar dat is ongeveer deze streek in Turkije. Het zou langs de plaatsen, langs de kust van Asia dus reizen, varen, en wellicht weer terug naar Adramyttium. Vandaar dat ze in ieder geval deels zouden meereizen. Ze zouden nog een keertje overstappen, maar daarover straks meer.⟨/p> ⟨p>Trouwens, het is grappig inderdaad met die naam Asia. Ik geloof dat ik er al een keertje eerder in dit verband op gewezen heb, maar ik wil het wel even laten zien. Dit is Asia, de provincie Asia, dat is dus dit deel. De oorspronkelijke provincie Asia, gewoon de betekenis van Asia in de Bijbel. Later werd heel dit gebied Asia, maar dat werd dan weer Klein-Azië genoemd. Of het huidige Turkije; vroeger noemden ze Turkije gewoon Klein-Azië. En hoezo Klein-Azië? Het is al veel groter dan het oorspronkelijke Asia, welnu, maar het is het grootste werelddeel wat er bestaat, aanzienlijk groter dan Europa, dat ziet u wel, en zelfs groter dan Afrika. Asia is veruit het grootste werelddeel. Maar oorspronkelijk is Asia dus alleen maar dit deel van het huidige Turkije. Dan zie je hoe we het net hadden over de betekenis van woorden die kan verschuiven, maar als het gaat om plaatsaanduidingen, dan kan een woord ook enorm aan betekenis veranderen, in dit geval worden uitvergroot. Hoe dat zo heeft kunnen gebeuren, weet ik niet, maar in ieder geval zijn dat de lotgevallen van deze plaatsnaam.⟨/p> ⟨p>Het stond op het punt om langs plaatsen van Asia te varen en wij voerden weg met Aristarchus; dat was een Macedoniër van Thessalonica. Hier ligt Thessalonica en hier ligt de streek van Macedonië. En waar kennen we die van? Ja, ook in Handelingen, maar ik zat eigenlijk nog eerder te denken aan Alexander de Grote, dat was een Macedoniër. Deze Aristarchus, die zijn we al eerder tegengekomen.⟨/p> ⟨p>In hoofdstuk 19 en hoofdstuk 20 wordt al vermeld dat hij met Paulus meereisde, en daar wordt ook vermeld dat hij trouwens uit Thessalonica kwam. Later in zijn brieven vanuit Rome schrijft Paulus ook over hem; in Kolossenzen 4 heeft hij het over 'mijn medegevangene Aristarchus' en ook in Filemon vers 24 wordt die naam vermeld.⟨/p> ⟨p>We mogen ervan uitgaan dat dat dezelfde Aristarchus is. In ieder geval gaat Paulus nu met Lucas en Aristarchus het schip op. Ja, ik neem u vanavond mee in de boot; we gaan met z'n allen het schip in.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-4" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1386" title="Speel af vanaf 23:06">▶ 23:06⟨/button> ⟨span>Aankomst in Sidon: de Filantropische Behandeling van Paulus⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>De volgende dag gingen wij aan land in Sidon. Vanaf Caesarea voer men ongeveer honderd kilometer naar het noorden en daar tref je de plaats Sidon aan, dat nog weer een stukje noordelijker ligt dan Tyrus. Daar gingen wij aan land. Er staat geschreven dat Julius Paulus op humane wijze bejegende. In het Grieks staat daar een interessant woord: ⟨em>philanthropos⟨/em>. Dat is waar ons woord filantropie vandaan komt. Een filantropische instelling is een menslievende instelling; dat is wat filantropie in de kern betekent. ⟨em>Anthropos⟨/em> betekent mens en ⟨em>philo⟨/em> heeft te maken met liefde of genegenheid voor.⟨/p> ⟨p>Waarom Julius dat deed? Misschien was hij overtuigd van Paulus' onschuld, waardoor hij de teugels liet vieren en hem zo humaan en filantropisch behandelde. Het kan ook zijn dat hij onder de indruk was van Paulus' status als Romeins burger, want daar werd destijds zeer hoog tegenaan gekeken. Een Romeins burger mocht je niet zomaar verwaarlozen of onterecht beheersen, zeker niet als Romeins soldaat, hoofdman of centurio. Dat werd zeer zwaar opgenomen. We hebben dat inmiddels al een paar keer gezien: als een centurio een Romeins burger onterecht iets aandeed, kon dat bijzonder hoog gespeeld worden en kon het je zelfs je kop kosten.⟨/p> ⟨p>Julius bejegende Paulus dus op humane wijze en hij stond hem toe naar vrienden te gaan. Ik stel me zo voor hoe dat voor Paulus moet zijn geweest als je dit probeert te visualiseren zoals Lucas het beschrijft. Twee jaar lang had Paulus gevangen gezeten in Caesarea. Nu ging hij op reis en kon hij eindelijk ook weer eens bezoeken afleggen, iets wat in Caesarea absoluut niet kon. Daar werd zijn leven immers voortdurend bedreigd en kon hij waarschijnlijk helemaal nergens naartoe gaan. Je leest wel dat er vrienden bij hém op bezoek konden komen, maar niet dat hij zelf naar vrienden toe ging.⟨/p> ⟨p>Inmiddels was Paulus echter buiten het land en nu was het gevaar kennelijk geweken. In ieder geval werd het Paulus toegestaan om naar vrienden te gaan om zich te laten verzorgen. Ik stel me zo voor dat hij daar in bad kon gaan of dat hij kleding, voedsel en misschien wel geld kreeg voor de lange reis die nog voor de boeg was. Dat soort praktische dingen. Maar ik denk bij die verzorging in de eerste plaats ook aan een hart onder de riem van zijn broeders, die hij ongetwijfeld ook in Sidon heeft ontmoet.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-5" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1593" title="Speel af vanaf 26:33">▶ 26:33⟨/button> ⟨span>Tegenwind en de Moeizame Vaart Via Cyprus⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Afijn, dat staat er in vers 4: en vandaar, dus vanaf Sidon, voeren wij weg in de luwte van Cyprus. Laten we het kaartje er weer even bij pakken. Dit is Sidon en de meest logische manier van reizen zou deze geweest zijn: gewoon rechtstreeks, want het schip zou langs de kust van Asia gaan. Dat hadden we zojuist gelezen over dat schip, nietwaar? Maar hij gaat niet zo varen; hij gaat varen in de luwte van Cyprus. Trouwens, deze route onder Cyprus door was door Lucas al eerder beschreven in hoofdstuk 21, toen ze onder Cyprus door voeren en in Caesarea aankwamen, maar dat was de omgekeerde route.⟨/p> ⟨p>Ditmaal gaat hij dus niet rechtstreeks, maar in de luwte van Cyprus. Dat betekent dat hij bovenlangs ging. En hoezo in de luwte? Wel, dat staat erbij: omdat de winden tegen waren. Ik stel me dat zo voor dat er verschillende windrichtingen waren, omdat er een meervoud gebruikt wordt. Je kunt ook denken aan de verschillende keren dat de wind opstak. In ieder geval was de wind tegen, en door op deze manier te varen was het veiliger en beter.⟨/p> ⟨p>Wij staken de volle zee over bij Cilicië — weer eventjes het kaartje erbij. Ze gingen dus zo in de luwte van Cyprus. Dit was Cilicië, en dat was voor Paulus bekend terrein, want daar kwam hij vandaan. Paulus kwam uit Tarsus, een plaats die hier ongeveer gelegen heeft en de hoofdstad van Cilicië was. Paulus was een man uit Tarsus, Paulus van Tarsus uit Cilicië. Vervolgens gingen ze via deze streek naar Pamfylië, de streek daarnaast. Ook die zijn we al verschillende keren in het boek Handelingen tegengekomen. Dit was ook de streek van Perge, om precies te zijn. De plaatsen Perge en Derbe lagen allemaal in die regio. Daar had Johannes Marcus hem ooit in de steek gelaten, waarover later nog weer een conflict was met Barnabas, weet u nog? Goh, we hebben inmiddels al heel wat Handelingen meegemaakt hoor. Maar Pamfylië kennen we dus ook al.⟨/p> ⟨p>Vervolgens kwamen we, zo staat er, aan land te Myra in Lycië. Lycië is hier, Pamfylië ligt daarnaast en hier ligt Myra. Vanwege de tegenwind zijn ze deze route gegaan; dat is een afstand van ongeveer 850 kilometer. Dat is een groot gebied hoor, vergeet u dat niet. En ja, ik kan het niet nalaten om er dan toch even op te wijzen — dit is geen Bijbelstudie — maar Myra kennen wij vooral omdat daar ooit een hele beroemde bisschop was: de bisschop van Myra. Hoe kennen wij hem? Als Sinterklaas, Sint-Nicolaas. Een man die of in 342 of in 352 is overleden; daar zijn de meningen over verdeeld, maar daar gaan wij geen ruzie over maken. In ieder geval is hij op 6 december overleden, vandaar ook dat pakjesavond daar direct aan voorafgaat.⟨/p> ⟨p>Dit was dus de bisschop van Myra. Ik vind het dan leuk... er is tegenwoordig heel veel discussie over Zwarte Piet, dat Zwarte Piet eigenlijk niet kan. Maar als u mij vraagt, dan zeg ik — ja, ik zou haast zeggen off the record, maar het wordt allemaal opgenomen — het zij zo: eigenlijk kan Sinterklaas ook niet. Weet u waarom? Deze Sint-Nicolaas was de belangrijkste medestander van Athanasius in die strijd van Nicaea over de drie-eenheid. Het schijnt zelfs zo te zijn, het verhaal gaat dat Sint-Nicolaas Arius recht in zijn gezicht geslagen heeft omdat hij de godheid van de Zoon, zoals dat dan heet, ontkende. Sint-Nicolaas was dus een groot pleitbezorger van de leer van de drie-eenheid. En als je dat eenmaal weet, dan word je ineens een stuk minder enthousiast over deze bisschop. Ik tenminste wel, andere mensen juist weer niet.⟨/p> ⟨p>Maar goed, ik noem het even omdat hier de plaatsnaam Myra genoemd wordt. Volgens mij komen we die naam voor de rest niet meer tegen in het Nieuwe Testament, maar wij kennen die plaats dus vooral vanwege de latere bisschop. Dat zou overigens nog een paar honderd jaar duren. Daar in Myra dus, ook een havenplaats aan de kust, vond de hoofdman over honderd, de centurio, een Alexandrijns schip.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-6" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1940" title="Speel af vanaf 32:20">▶ 32:20⟨/button> ⟨span>Overstap in Myra op het Alexandrijnse Graanschip⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Hier liggen Myra en Alexandrië. Alexandrië was een van de grote steden in Egypte aan de kust. Egypte was trouwens de graanschuur van eigenlijk de hele grote regio, en dat blijkt ook wel, want dit was een graanschip. Daar kwam het schip vandaan waar ze hier de overstap op maken. We hadden al gezien dat dit Alexandrijnse schip naar Italië voer, en daar moesten ze wezen. Dat andere schip ging langs de kust van Asia en weer kennelijk terug naar Adramyttium. Omdat ze daar niet moesten wezen, zijn ze hier gewoon verscheept. Hier zijn ze dus overgestapt van het ene schip naar het andere schip.⟨/p> ⟨p>Zo’n hoofdman over honderd — we zullen dat later trouwens ook nog zien, vanavond weet ik niet meer, maar in ieder geval — zo’n centurio had heel veel op zo’n schip te vertellen. Dat zullen we straks ook nog zien. Je zou zeggen dat een stuurman of een schipper daarover gaat, en die hadden inderdaad uiteraard het voerend gezag, maar zo’n centurio kon vanuit de hoogte van zijn functie de koers bepalen en had in ieder geval een enorme invloed op de hele gang van zaken. Kennelijk kon hij ook zo’n schip arresteren voor dat gebruik: wij moeten erop. In het algemeen vonden reizen vaak plaats met die vrachtschepen; pelgrims reisden dan met zo’n vrachtschip mee.⟨/p> ⟨p>In ieder geval was dit de route die het schip zou gaan. Zou gaan, want dit zou natuurlijk de route worden, maar dat is net even anders verlopen. Dat voer naar Italië en liet ons daarop instappen. En wij, schrijft Lucas dan, voeren een aanzienlijk aantal dagen traag. Hier al eerder lazen we over de vertraging omdat de winden tegen waren; het najaar was ook al in aantocht. Maar in ieder geval voeren wij een aantal dagen traag en nauwelijks kwamen we ter hoogte van Knidus.⟨/p> ⟨p>Hier in Myra was de overstap gemaakt. Dit is trouwens het beroemde eiland, onder de Griekse toeristen onder ons allemaal bekend: Rhodos. Dit is Kreta, dat komen we straks nog uitgebreid tegen. En hier heb je Knidus; dat is eigenlijk het uiteinde van dit schiereiland. Het kaartje komt ook niet helemaal uit de verf, maar in ieder geval ligt dat dus hier. We kwamen ter hoogte van Knidus. Ze voeren dus kennelijk boven langs Rhodos door, en er staat dat de wind ons er niet heen liet gaan. Men wilde kennelijk gewoon rechtdoor, maar men gaat afbuigen. En waarom? Wel, vanwege de wind. De wind liet het niet toe. Het was een zeilschip; geen motorschip, dat begrijpt u hè. Het was een zeilschip en men was niet in staat om rechttoe rechtaan te gaan varen.⟨/p> ⟨p>En wij voeren, staat er dan, in de luwte van Kreta. Men maakt dus een behoorlijke afbuiging naar het zuiden, ter hoogte van Salmone. Salmone ligt helemaal aan het oostpuntje van het eiland Kreta. Ter hoogte van Salmone, en nauwelijks konden we daar langs varen, staat er dan. Dus hier ligt het; dit is Kreta, even wat uitvergroot. Men voer langs de zuidkant van het eiland, maar dat kon nauwelijks; "met moeite", zegt de NBG-vertaling letterlijk. Nauwelijks konden we daar langs varen. Het ging dus wel, maar ternauwernood.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-7" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2222" title="Speel af vanaf 37:02">▶ 37:02⟨/button> ⟨span>Aankomst op Kreta bij Voortreffelijke Havens⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En we kwamen bij een zekere plaats die Voortreffelijke Havens genoemd wordt, dat nabij de stad Lasea lag. Beide zijn trouwens plaatsen die niet of nauwelijks meer bestaan, in ieder geval hooguit nog te bezichtigen zijn als plaatsen uit de oudheid, maar men weet wel waar dit gelokaliseerd moet worden.⟨/p> ⟨p>Voortreffelijke Havens; als u trouwens de NBG-vertaling hebt, dan staat er Goede Rede. Goede Rede is eigenlijk ook een haven. Wat staat er in de Statenvertaling? O, Schone Havens. Ja, kalos: ideaal, voortreffelijk. Ik heb het goed begrepen: je hebt een woord voor 'goed' in de morele zin, dat is agathos, en je hebt 'goed' in de zin van kwaliteit, en dat is dit woord, kalos. Dus goede kwaliteit, dat is voortreffelijk. Wij zouden zeggen 'puik'. Of voortreffelijke wijn: lekker. Dus afhankelijk van het onderwerp, maar het betekent voortreffelijk in kwaliteit. Goed van kwaliteit.⟨/p> ⟨p>Het waren Voortreffelijke Havens. Havens, meervoud, wat trouwens in de NBG niet echt uit de verf komt. Maar dat is hoe het genoemd werd, zoals het heette. Het werd zo genoemd en u begrijpt dat ik natuurlijk niet anders kan dan veronderstellen dat het een voortreffelijke haven was. Overigens niet om te overwinteren, maar dat zullen we straks ook nog lezen.⟨/p> ⟨p>Ik vind het trouwens wel mooi, want Paulus zal zeggen: we moeten hier blijven. Paulus wijst op Voortreffelijke Havens; daar zou men veilig zijn. Maar men had er geen oren naar. En het lag vlakbij, zo staat hier, de stad Lasea. Hier heb je dus Lasea en hier Voortreffelijke Havens.⟨/p> ⟨p>Ik ben op het eiland Kreta heel veel keren geweest. Toen ik nog jong was, dus heel lang geleden, als twintiger. Wat heb je daar? Rethymno en Chania, de beroemde Samariakloof. En Paulus... we hebben natuurlijk een hele brief van Paulus die zich richt tot Titus. Hij had net het eiland Kreta verlaten en Titus had hij daar achtergelaten. En over die Kretenzers heeft hij niet al te lovende woorden. Maar dat zegt hij niet zelf; hij citeert iemand uit hun eigen kring die heeft gezegd: "Kretenzers zijn vatsige buiken, altijd leugenaars." En dan zegt Paulus erbij: "Dit getuigenis is waar." Dat is echt humor.⟨/p> ⟨p>Dat is echt humor, hè? Want als nou een Kretenzer zegt dat Kretenzers altijd liegen, dan is dat dus ook een leugen, als Kretenzers altijd liegen. Dus daarom moest Paulus zeggen, als hij dat met instemming citeert, dat dit getuigenis waar is. De rest liegt altijd, maar dat getuigenis is waar. Iemand uit hun eigen kring had dat gezegd. Maar in ieder geval was er moreel gezien nogal wat op aan te merken en Titus had daar nog wat werk te doen, zeg maar. Afijn, dat was allemaal op het eiland Kreta. Hier lezen we: we kwamen bij een zekere plaats, Voortreffelijke Havens genoemd, dat nabij de stad Lasea lag.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-8" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2450" title="Speel af vanaf 40:50">▶ 40:50⟨/button> ⟨span>De Vaart Wordt Riskant: het Vasten Is Voorbij⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Er verstreek nu een aanzienlijke tijd en de vaart was reeds riskant geworden. Alles ging buitengewoon traag en bovendien werd de reis gevaarlijk. Waarom? Omdat het scheepvaartseizoen zo’n beetje tegen zijn einde liep. De vaart was riskant vanwege de onvoorspelbare stormen die zouden kunnen komen. Nou ja, ‘zouden kunnen komen’ — ik zeg het nu nog even optioneel — maar dat ging ook inderdaad gebeuren. Vanaf november werd er nu eenmaal niet meer op de volle zee gevaren; dat was gewoon veel te gevaarlijk, en die tijd brak nu aan.⟨/p> ⟨p>Het werd dus steeds riskanter, en bovendien was er nog een probleem, niet alleen vanwege de stormen, maar ook vanwege de navigatie. Als je dagenlang bewolking had — voor ons is dat niet ongebruikelijk, maar in het Middellandse Zeegebied wel — dan kon men niet navigeren. Men navigeerde namelijk op de sterren, en als je die sterren niet kunt zien, valt er niet te navigeren. De vaart werd dus riskant. Er staat dan ook bij: “vanwege het vasten dat reeds voorbijgegaan was.”⟨/p> ⟨p>Dit is typisch Lucas. Als u het mij vraagt... Er wordt heel vaak gezegd dat Lucas de enige heiden, de enige niet-Jood was die een Schriftgedeelte heeft geschreven. Ik geloof het niet, want er zijn wel degelijk goede redenen om aan te nemen dat ook Lucas een Jood was. In ieder geval verwijst hij hier naar de Joodse kalender; hij verwijst namelijk naar ‘het vasten’. Er is één dag in het jaar waarop een Jood een verplicht vasten heeft, en dat is Jom Kipoer. Dat staat in Leviticus 16 en Leviticus 23. Dat was de dag waarop men inderdaad vastte: Jom Kipoer. Dat valt op de tiende dag van de zevende maand, wat in onze tijd ergens tussen half september en half oktober valt; dat kan ongeveer een maand fluctueren. Als ik me niet vergis, was het dit jaar eind september, en vorig jaar ook. Maar goed, het kan zelfs half oktober zijn of juist half september. Ergens in die periode viel dus Jom Kipoer.⟨/p> ⟨p>Maar, zegt Lucas, Jom Kipoer was al voorbij. Het was dus al ergens halverwege of eind september geweest. Vandaar dat ook om die reden de vaart riskant was: het vasten was reeds voorbijgegaan. De termijn om veilig aan te komen was eigenlijk al verstreken. Let op, ook dat is weer typisch voor de hele boodschap van Lucas zoals hij die heeft opgetekend in het boek Handelingen. De termijn was eigenlijk al verstreken om veilig aan te komen, en ook dat is tekenend. Ik kom er straks nog uitgebreider op terug als ik wat meer ga vertellen over de typologie van deze reis.⟨/p> ⟨p>Het zou trouwens ook een ‘vasten’ worden voor Rome als dat graanschip niet zou aankomen. Het was namelijk zo dat het graan voor Rome bestemd was. Rome was natuurlijk een gigantische stad voor die tijd, die voor hun koren volledig afhankelijk was van de graantransporten die vanuit Alexandrië werden geïmporteerd. Dat schip was dus heel erg belangrijk. Ik heb gelezen dat er diverse schepen in stormen vergingen, terwijl de lading van zo'n schip bittere noodzaak was. Dat is de historie die dat beschrijft; ze waren enorm afhankelijk van de graanschuren. Men zat altijd te tobben met die schepen die door die stormen heen moesten varen, of die de haven moesten proberen te bereiken — eigenlijk het liefst daarvóór natuurlijk. De oogst vond plaats ergens in augustus of september, en voordat het dan allemaal verscheept kon worden, kwam je laat in het jaar terecht. Dat lijkt me een plausibel verhaal. In ieder geval lag het vasten van Jom Kipoer al achter hen.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-9" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2743" title="Speel af vanaf 45:43">▶ 45:43⟨/button> ⟨span>Paulus' Profetische Waarschuwing voor Naderend Onheil⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Paulus staat daar dan, hij gaf raad en zei tot hen: "Mannen, ik aanschouw dat de aanstaande vaart met ongemak en veel schade zal zijn." Dat hij dit zo zegt, is niet alleen maar omdat Paulus een ervaringsdeskundige was op het gebied van zeereizen. Want dat was hij inderdaad, maar Paulus aanschouwde hier iets. Dit is namelijk niet alleen maar zijn expertise die hij door ervaring had opgedaan; dit is profetisch. Ik zal dat straks ook echt laten zien. Hij ziet het. Hij zegt niet: "Mogelijkerwijs zou het zomaar kunnen," of: "Het is heel riskant." Want dat wist iedereen wel. Lucas had het ook al opgemerkt als een objectief gegeven: het scheepvaartseizoen was eigenlijk ten einde, dus het werd een hachelijke zaak. Maar Paulus drukt zich veel zekerder uit. Hij zegt: "Ik aanschouw." Hij ziet dat dus al. En dit is profetische waarheid: dat de aanstaande vaart, dat wil zeggen wat men nu nog moest gaan ondernemen aan de zeereis, met ongemak en veel schade zal zijn.⟨/p> ⟨p>Paulus' raad is in feite een waarschuwing. Hij zegt eigenlijk niet eens wat ze moeten doen, hij zegt wat er gaat gebeuren. Hij zegt: "De aanstaande vaart zal met ongemak en veel schade zijn." In feite is dit al een opstapje naar de hele typologische en profetische strekking van deze reis. Paulus geeft geen goed bericht. Ja, dat klinkt heel vreemd als ik het zo zeg, want Paulus heeft natuurlijk een geweldig goed bericht, maar als het gaat om het lot van Israël, heeft Paulus hier geen goed bericht. We hebben er al verschillende keren over nagedacht dat Paulus' bediening gebaseerd is op Israëls ongeloof. Hij schreef al veel eerder aan de Romeinen dat door hun ongeloof het heil naar de naties is gegaan. Daarom is Paulus ook als dertiende apostel geroepen, nadat het Sanhedrin officieel de opgewekte Christus heeft afgewezen. De moord op Stephanus was feitelijk de officiële afwijzing door Israël van het evangelie. Op basis daarvan en sindsdien werd Saulus van Tarsus geroepen, Paulus, en die werd naar de naties gezonden op basis van Israëls ongeloof.⟨/p> ⟨p>Al heb je een Petrus die aan het begin van het boek Handelingen erop wijst dat Israël tot bekering zou komen en dat tijden van verademing zouden aanbreken, dat is niet wat Paulus vertelt. Nooit. Het is niet het goede bericht van het Koninkrijk in de zin van: "Kom tot bekering en dan gaat dit gebeuren." Nee, het is eigenlijk meer een waarschuwing: "Jullie geloven het niet, en nu gaat dit gebeuren." Dat is tot aan het einde van het boek Handelingen het geval. Nog steeds staat de deur, of ik moet zeggen de poort, op een kier. De poort stond wijd open in Handelingen 3. Letterlijk. Het was de Schone Poort toen Petrus dat vertelde in Handelingen 3, en toen stond de deur nog wijd open. Toen werd er een goed bericht verteld en was de boodschap nog: "Ja, mits..." Maar als Paulus geroepen wordt, dan wordt de boodschap voor Israël: "Nee, het gaat ten onder, tenzij..." De toon is een andere. Nog steeds kon Israël zich bekeren; Paulus rekent daar nog wel mee, maar niet meer op. Dat is het grote verschil.⟨/p> ⟨p>Eigenlijk is dat ook precies waarom Paulus zo moeilijk lag in Jeruzalem: omdat Paulus uitging van Israëls ongeloof en het feit dat het herstel niet zou plaatsvinden, ondanks het feit dat er nog steeds naar hem geluisterd had kunnen worden. Dat wel, maar hij heeft geen goed bericht; hij waarschuwt. Hij waarschuwt voor het lot van de lading en het schip. Hij gaat er eigenlijk al stilzwijgend vanuit dat men niet naar hem zal luisteren. Hij kondigt het aan; het is een waarschuwing.⟨/p> ⟨p>Ik las trouwens even terzijde een heel leuk feitje. Ik heb al vaker verteld dat ik altijd gek ben op etymologie, de woordherleidingen. Het woordje "waarschuwing" heeft dezelfde oorsprong als het Engelse "to warn". Dat "schuwen" is bang zijn voor. Het is dus altijd met de gedachte dat je wijst op wat er gaat gebeuren, een noodlot, om bang te maken zodat mensen daarnaar zouden kunnen luisteren om het onheil nog af te wenden. Dat is eigenlijk het hele idee. De boodschap is dus niet: "Er wacht een geweldige toekomst als jullie je bekeren." Nee, eigenlijk is de boodschap van Paulus: "Er staat een vreselijk drama te gebeuren. Luister!" Men had nog kunnen luisteren. Als men hier naar Paulus had geluisterd, dan waren ze in Voortreffelijke Havens gebleven en had men niet verder gevaren. Dat had gekund. Maar Paulus gaat er eigenlijk al helemaal vanuit dat ze dat niet zullen doen, dat ze niet naar hem zullen luisteren en dat ze inderdaad verder zullen varen. En dan zegt hij: "Dit gaat gebeuren. Het zal veel schade zijn."⟨/p> ⟨p>Zoals gezegd is dit illustratief voor Paulus' boodschap in Handelingen voor Israël: het gaat ten onder. Dat wil zeggen: het schip van Israël gaat ten onder. Dat is tot aan het einde van het boek Handelingen de boodschap voor Israël. Hij zegt niet alleen dat er ongemak en schade zal zijn van de lading en van het schip, maar ook van onze zielen. Weliswaar zegt hij later bemoedigend dat er geen ziel verloren gaat — niemand op dit schip gaat verloren — maar hij zegt wel dat er tijden zouden komen van groot levensgevaar. Weken achter elkaar zouden ze echt vrezen voor hun leven en in grote moeite zitten. Denk ook even aan de fysieke kant; daar moet ik dan aan denken als je zo'n reis onderneemt op een schip. Als ik een paar kilometer naast iemand in de auto zit en het schommelt een beetje, dan ben ik al ziek. Maar je zal op zo'n schip zitten en zeeziek worden; dat is toch vreselijk. Dus dat zou het lot zijn van de lading, het graan, en ook het hele schip zou ter ziele gaan.⟨/p> ⟨p>Goed. Dan komen we in vers 11. Maar ik stel voor, ik zie dat het negen uur is, dat we eerst even gaan pauzeren. Zullen wij weer verdergaan bij vers 11? Laat ik vers 10 nog even lezen: "Paulus raadde aan en zei tot hen: Mannen, ik aanschouw dat de aanstaande vaart met ongemak en veel schade zal zijn. Niet alleen van de lading en van het schip maar ook van onze zielen." En nu komen we bij vers 11.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-10" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3271" title="Speel af vanaf 54:31">▶ 54:31⟨/button> ⟨span>De Leiding Negeert Paulus: Stuurman en Bevrachter als Type⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Maar de hoofdman over honderd, de centurio dus, werd meer overreed door de stuurman en de bevrachter dan door hetgeen door Paulus gezegd werd. Dit is meteen ook de tekst waar ik zojuist op doelde, waaruit blijkt dat die hoofdman, die centurio, kennelijk heel veel te zeggen had over de koers en over wat er met het schip zou gebeuren en hoe men verder zou gaan reizen. De hoofdman over honderd geeft zich over aan de expertise van de stuurman. Dat is trouwens leuk: het Griekse woord is ⟨em>kubernetes⟨/em>, waar ons woord ‘cybernetica’ vandaan komt, wat stuurkunde betekent. Ik heb het al vaker gezegd: er zitten enorm veel Griekse woorden in onze taal. Nu is cybernetica, dat geef ik direct toe, niet echt een alledaags woord, maar het betekent dus stuurkunde en heeft tegenwoordig vooral met robotisering te maken.⟨/p> ⟨p>Naast de stuurman was er de bevrachter. In de NBG-vertaling en in de oude vertaling staat daar ‘de schipper’, maar het gaat om de reder, de eigenaar van het schip. Het is degene die feitelijk ging over de inhoud van wat er meegezonden werd: de bevrachter. Dat is ook hoe het er interlineair staat. Het is logisch dat dit de twee functies waren die uiteindelijk doorslaggevend waren voor wat men zou doen. Dat geldt in dit geval ook voor de hoofdman, die centurio. Hij liet zich meer overtuigen door deze twee mensen dan door hetgeen Paulus zei.⟨/p> ⟨p>Ik kan het niet nalaten om er alvast weer op te wijzen dat ook dit weer zo typologisch is voor de rol van Paulus ten opzichte van Israël in het boek Handelingen. Want die stuurman en die bevrachter zijn feitelijk een type van de leiding van Israël. De stuurman is de politieke leiding; ik denk daarbij inderdaad aan Felix, Festus en Herodes, die immers leiding gaven aan het volk en aan het land Israël. De bevrachter gaat echter over de inhoud. De vracht was namelijk graan, en graan is uiteraard een type van brood en daarmee ook weer van het Woord. De Bijbel kent vele typen voor het Woord, zoals licht, maar een van die typen is brood. Een mens zal van brood alleen niet leven, maar van alle woord dat uit de mond Gods gaat. Dat is waar brood een beeld van is; het is datgene waar een mens van leeft, en dat is de vracht op dit schip.⟨/p> ⟨p>Aan Israël, en in het bijzonder aan de geestelijke leiders, waren de woorden Gods toevertrouwd om die vervolgens onder de natiën te brengen. Vandaar ook dat schip op de zee: de zee is een beeld van de volkeren, en dat schip moest koers houden, maar deed dat niet. Je had de stuurman, de politieke leiding die het schip stuurde, maar ook de bevrachter die ging over de inhoud: het graan, het Woord. Dat is de typologie waar zij een beeld van zijn. Maar de stuurman en de bevrachter luisteren niet naar hetgeen Paulus had gezegd.⟨/p> ⟨p>Dat is precies wat we in deze hoofdstukken zien, en eigenlijk al vanaf het moment dat we Paulus' voetsporen volgen. Paulus heeft in de eerste plaats een boodschap voor Israël, en dat is geen goed bericht: Israël is namelijk terzijde gesteld. Het zou noodlottig aflopen, en die waarschuwing klinkt eigenlijk al vanaf de aanvang. Ik weet niet of u het zich nog herinnert, maar in Handelingen 13 lees je al dat Paulus in de synagoge van Antiochië tegen Israël zegt dat ze ten onder zullen gaan. Ook daar klinkt die waarschuwing al. Dat is heel anders dan de boodschap van de twaalf; voor hen was het nog echt een goed bericht voor Israël, het evangelie van het Koninkrijk. Bij Paulus is dat niet zo; hij laat de waarschuwing klinken. Weliswaar is zijn boodschap nog helemaal gericht op Israël, maar vooral om hun aan te zeggen dat het heil naar de natiën is gezonden vanwege hun ongeloof.⟨/p> ⟨p>De stuurman en de bevrachter luisteren dus niet naar Paulus. Ongetwijfeld hebben ze hem wel aangehoord, en misschien hebben ze zijn argumentatie gehoord zonder er iets tegenin te kunnen brengen, maar toch laten ze zich niet gezeggen. Dit is zo illustratief. Daarom zie je ook dat een hoofdstuk als Handelingen 27 niet alleen maar historisch is. Heel veel details in deze reis doen feitelijk niet ter zake voor de verslaglegging van Lucas, zou je zeggen. Waarom moet die reis zo tot in detail vermeld worden? De route die ze volgden en hoe het ging met alle tegenslag... Het is op zich vrij uitzonderlijk in het boek Handelingen dat dit zo gedetailleerd verteld wordt. Het boek Handelingen gaat immers vooral over hoe de boodschap werd uitgedragen en hoe overal de vaandels werden neergezet door de apostelen, en dan met name door Paulus.⟨/p> ⟨p>Maar Handelingen 27 gaat daar eigenlijk helemaal niet over. Handelingen 27 gaat over een zeereis en over alle tegenslag. Dan vraag je je af: waarom zo'n gedetailleerd verslag in dit boek? Dat kan alleen maar zijn omdat het illustratief is. En dat is het ook, want dat blijkt vanaf het begin, vooral als ze eenmaal de overstap hebben gemaakt op dat Alexandrijnse schip. Ik kom daar straks nog op terug, want ook dat is typologisch. De lotgevallen zijn typerend voor wat er met Israël zou gebeuren. Het past perfect in het slot van Handelingen. Alles wat er gezegd is door Paulus en hoe daarop gereageerd werd door de leiding van Israël — de geestelijke en de politieke leiding — is precies tekenend. Het is illustratief voor alles wat Lucas tot dusver had opgetekend.⟨/p> ⟨p>Wat na Handelingen 27 nog volgt, is een slotwoord: het slot in Handelingen 28. Dat is in dubbele zin een slotwoord, want de deur valt in het slot. Waar de deur eerst openstond, valt deze in Handelingen 28 definitief in het slot. Dat zullen we overigens niet meer dit seizoen zien, maar we gaan echt nog ontdekken hoe Handelingen 28 daar helemaal aan het eind mee afsluit. Israël luistert definitief niet. En dat is dan hoe het boek afsluit: van Jeruzalem naar Rome.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-11" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3785" title="Speel af vanaf 01:03:05">▶ 01:03:05⟨/button> ⟨span>Het Fatale Meerderheidsbesluit Om te Overwinteren in Fénix⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En dan lees je in vers 12 dat de haven ongeschikt was voor overwintering. Dat is opmerkelijk, want het was een ideale haven, een voortreffelijke haven. Maar zoals ik al zei: niet geschikt voor overwintering. Als je dit puur even praktisch bekijkt, was dat kennelijk vanwege het ontbreken van praktische voorzieningen. Huisvesting kan ik me zo voorstellen, of voldoende voedsel en water. Om gedurende de wintermaanden te blijven, was de plek niet toegerust. Als haven was het prima, een voortreffelijke haven, maar niet voor overwintering.⟨/p> ⟨p>Ja, dat vind ik ook wel weer de moeite waard om er even op te wijzen. Paulus wees op voortreffelijke havens en zei: "Hier moet je zijn." Maar alles had de schijn tegen. Vandaar ook dat de stuurman en de schipper — de bevrachter — zeiden: "Nee, dat doen we niet, we gaan niet naar jou luisteren." Vandaar dat de meerderheid de voorkeur gaf om van daar weg te varen. En zo zie je maar weer: de meerderheid heeft niet altijd gelijk.⟨/p> ⟨p>Nou, ik zou haast zeggen in Bijbelse zin — en dat is niet erg democratisch wat ik nu zeg — maar de meerderheid heeft niet per definitie gelijk. Ik zou het haast willen omkeren: de meerderheid heeft per definitie geen gelijk. Het is meestal de minderheid, in dit geval echt een minderheid, die de waarheid heeft. Het schijnt zelfs zo te zijn, als je ooit de historie hebt gelezen van hoe dat gaat met wetenschappelijke bevindingen en nieuwe ontdekkingen, dat het altijd de minderheid is die gelijk heeft en dat de meerderheid het nakijken heeft. Zo gaat dat. De meerderheid gaf de raad om vandaar weg te varen. Wie niet horen wil, moet voelen, luidt de boodschap. Nou, dat heeft men inderdaad gemerkt.⟨/p> ⟨p>Dan staat er in vers 12: "om zo mogelijk Fénix te bereiken om te overwinteren." Dat gaan we ook even bekijken. Hier lagen dus de 'Voortreffelijke Havens'. En Fénix, of Phoenix (hier ziet u een plaatje daarvan), dat lag hier. Men wilde gewoon hiernaartoe, want dit was nou niet eens zo heel veel verder — ik meen een kilometer of tachtig — en dat was wel een geschikte plaats om te overwinteren. Naar de mens gesproken hadden ze groot gelijk. Hier konden ze niet overwinteren, maar even verderop aan de kust wel, dus waarom zou men hier dan blijven? Alles sprak ertegen. Blijf in 'Voortreffelijke Havens'? Eigenlijk had Paulus gezegd: "Jullie gaan niet naar me luisteren, maar dit is wat er gaat gebeuren."⟨/p> ⟨p>Ze wilden dus in Fénix zijn, en dat vind ik ook wel heel mooi: Fénix of Phoenix. Dat heeft etymologisch weer alles te maken met de Feniciërs. Maar we kennen Phoenix natuurlijk allemaal als de vogel uit de mythologie. Het is een symbool. Je moet maar eens kijken hoeveel plaatjes daar wel niet van zijn. Het is namelijk die vogel die herrijst uit zijn eigen as. Kijk het maar na: Phoenix, ook op Wikipedia of in de encyclopedie. Dat is die grote vogel, die roofvogel, die herrijst uit zijn eigen as. Denk daar eens over na.⟨/p> ⟨p>Ik moet dan meteen denken aan Psalm 103, waar je leest over degene die uw jeugd vernieuwt als van een arend. Nou, dat is eigenlijk de Phoenix of Fénix. Feitelijk is het een complete vernieuwing; hij herrijst uit zijn eigen as. En als u mij vraagt, is het gewoon een type van wedergeboorte. Die vogel is dood, verbrand, er is niets meer van over, maar hij herrijst. Natuurlijk zeg je: dat is mythologie. Nee, maar het is feitelijk de Bijbelse boodschap van wedergeboorte, van nieuw leven, van leven na de dood. Dat is Fénix.⟨/p> ⟨p>Er zijn trouwens vele plaatsen, landen en staten naar vernoemd. Je hebt Phoenix, ook een staat in de Verenigde Staten die zo heet, en er was ook zo’n ruimteschip dat naar Mars ging dat Phoenix heette. Er is nog veel meer volgens mij; er zijn geloof ik ook motoren bekend onder die naam. Enfin, het is natuurlijk een begrip en het is een type van wedergeboorte. En als je het zo bekijkt: men dacht hier te komen. Dat herstel van Israël? "O nee, dat komt wel." Men dacht dat ten onrechte te bereiken; het was een groot misverstand.⟨/p> ⟨p>Dat Fénix — of Feniks — is een haven op Kreta, uitkijkend naar het zuidwesten en naar het noordwesten. Ik las in een commentary dat er discussie bestaat over de vraag of dit ook bezien kan zijn vanuit de positie van de scheplui, maar goed, je krijgt dus dit idee: als dat hier gelegen heeft, dan had het uitzicht op een baai naar het zuidwesten en het noordwesten. Dat lijkt mij de meest gemakkelijke definitie of in ieder geval omschrijving. Het doet er even niet toe; het gaat erom dat men meende hierheen te moeten gaan om te overwinteren, naar die haven. En daar werd men alleen maar in bevestigd, want er staat...⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-12" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4188" title="Speel af vanaf 01:09:48">▶ 01:09:48⟨/button> ⟨span>De Bedrieglijke Zuidenwind en de Orkaan Eurakilon⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En toen een zachte zuidenwind waaide, meenden zij het voornemen vast te houden. Let trouwens op: "meenden zij". De hele tijd had Lucas geschreven in de wij-vorm en nu ineens staat er: "meenden zij". Met andere woorden: Lucas distantieert zich feitelijk van dat voornemen. Hij zegt daarmee eigenlijk: "Zij hadden dat voornemen, maar ik hoor daar niet bij hoor". Subtiel hè? Je zou er zomaar overheen lezen. Maar hij schrijft hier dus niet in de wij-vorm; zij meenden het voornemen vast te houden. Dat wil zeggen dat ze erbij bleven: "Zie je wel, een zachte zuidenwind, we doen dat gewoon. Waarom niet?"⟨/p> ⟨p>Zij lichten het anker om dicht langs Kreta te varen. Men dacht gewoon: wat kan ons gebeuren? Men had de haven van de Voortreffelijke Havens verlaten en er was een zachte zuidenwind, dus wat kon hun gebeuren om hier een kilometer of tachtig verderop te arriveren? Maar dan staat er: "maar niet veel later sloeg een orkaanachtige wind tegen het eiland, de zogeheten Eurakilon". Eurakilon betekent een noordoosterwind, en dat is heel onheilspellend. Eurakilon betekent noordoosten, dus dat betekent dat die wind hier vandaan kwam en dus aflandig was.⟨/p> ⟨p>Zij wilden een bepaalde koers varen, maar wat gebeurt er? Het schip werd meegesleept en kon de kop niet in de wind houden, en we gaven het op. We dreven weg. Dus men wilde die kant op gaan, maar men moest afbuigen. De wind liet het niet toe en ze gingen die kant op.⟨/p> ⟨p>Oei, ben ik er nu al? Oh, dat had ik nou echt niet gedacht. Ik heb al een stuk of 55 dia's laten zien en ik dacht dat we nooit bij vers 15 zouden komen. Maar goed, dat maakt niet uit.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-13" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4322" title="Speel af vanaf 01:12:02">▶ 01:12:02⟨/button> ⟨span>Typologische Synthese: het Graanschip en Israëls Ondergang⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Ik wil hier de reis even onderbreken om een aantal typologische zaken op een rij te zetten. We hebben tot nu toe vooral stilgestaan bij het feitelijke verloop van de reis: hoe men in Caesarea begon, langs de kust voer en uiteindelijk in een noodtoestand terechtkwam. De situatie wordt hier nog niet eens zo dramatisch beschreven; dat bewaren we voor de volgende keer, wanneer het schip echt wegrijft en de problemen pas goed beginnen. Maar nu wil ik graag de profetische, onderliggende boodschap van Handelingen 27 belichten.⟨/p> ⟨p>Dat graanschip is een type van Israël, aan wie de woorden Gods waren toevertrouwd. Want wat bevatte dat schip? Graan voor de natie. Het was afkomstig uit Alexandria, oftewel: ze waren geroepen uit Egypte. Dat is precies wat er over Israël gezegd wordt: geroepen uit Egypte en voorzien van graan, van een overvloed van het Woord, om dat te beheren en vooral om het te distribueren. Maar zoals we hebben gelezen, was het schip voortdurend op drift. Ook het voorgaande schip had al constant te kampen met tegenwind. Het is niet moeilijk om daar de typologische link te zien. Paulus schrijft daar immers zelf over: het misleid worden door elke 'wind van leer', waardoor je geen koers kunt houden en heen en weer geslingerd wordt. Dat is precies wat er met dit schip aan de hand is.⟨/p> ⟨p>De stuurman en de schipper vertegenwoordigen respectievelijk de politieke en de geestelijke leiding van het volk. De schipper, de bevrachter die over het graan ging, is een beeld van de geestelijke leiding — degenen die het Woord beheerden. De stuurman ging over de koers van het schip zelf. Nu was er een kritiek punt in de reis, een 'deadline' als het ware, en dat was Voortreffelijke Havens. Deze plek waar Paulus op wijst, staat symbool voor zijn prediking aan Israël. Zijn boodschap was de laatste optie voor nationale redding. Zou men niet in Voortreffelijke Havens blijven, dan zou men ten onder gaan.⟨/p> ⟨p>Ik moet erbij zeggen dat Paulus hier nadrukkelijk waarschuwt voor de slechte afloop. Met andere woorden: hoewel hij formeel nog rekent met de mogelijkheid van bekering — men had immers naar hem kunnen luisteren — rekent hij er feitelijk niet meer op. Hij brengt hen geen blijde boodschap in de zin van 'het komt allemaal wel goed'. Integendeel, hij zegt: 'Jullie luisteren niet, dat hebben jullie bewezen, en nu gaat de boel ten onder.' Dit is de strekking van het hele boek Handelingen. Tot aan hoofdstuk 28 staat de deur naar Israëls bekering en herstel nog op een kier, maar de beslissing valt daar.⟨/p> ⟨p>Men dacht dat herstel, dat Phoenix, nog wel te bereiken was, maar dat was ten onrechte. Als ik even vooruitloop op het vervolg van de geschiedenis: wat er uiteindelijk gebeurt, is precies wat Paulus al had aangekondigd. De vracht en het schip zouden ondergaan in de zee. En dat is exact wat er met Israël gebeurd is. Als we ervan uitgaan dat deze reis plaatsvond rond het jaar 59 of 60 na Christus, dan zou slechts tien jaar later de hele stad Jeruzalem verwoest worden. De tempel werd met de grond gelijkgemaakt; er bleef geen steen op de andere. De Romeinen kwamen en wat er nog overgebleven was in het land, kwam in de diaspora terecht en ging met recht ten onder in de 'zee'.⟨/p> ⟨p>Israëls nationale bestaan, voor zover dat er toen nog was, werd binnen afzienbare tijd beëindigd. Bovendien ging ook de lading van Israël — hun geestelijke goederen — verloren voor henzelf. Waar zou die lading terechtkomen? Onder de natiën. Maar voor Israël zelf was het voorbij: finito. Natuurlijk weten we dat God de draad later weer zal oppakken, maar op de vraag uit Handelingen 1: 'Heere, herstelt U in deze tijd het koninkrijk voor Israël?', is het hele boek Handelingen eigenlijk het antwoord. Het wordt gaandeweg steeds spannender, maar als Paulus op het toneel verschijnt, is de boodschap in feite: 'Nee'. Het kan nog wel, maar pas in Handelingen 28 wordt het definitief duidelijk: niet in déze tijd, niet in déze generatie. Het herstel zal plaatsvinden, maar niet op dat moment. Dat is het thema waar Paulus in zijn eerdere brieven al op voortborduurt en wat definitief beslag krijgt in zijn gevangenisbrieven. De lotgevallen van het schip en de lading zijn dus volkomen typerend voor het lot van Israël waar Paulus in het boek Handelingen en in zijn brieven op wijst.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-14" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4757" title="Speel af vanaf 01:19:17">▶ 01:19:17⟨/button> ⟨span>De Verzoening Der Wereld: een Behouden Aankomst voor Allen⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Maar ik kan het niet nalaten om daarmee te eindigen. In dat drama dat klinkt – dat heeft eigenlijk nu nog niet geklonken, maar we zullen dat de volgende keer zien – in dat drama dat zich in dit hoofdstuk voorttrekt, is er één geweldige zekerheid en dat is: allen komen behouden aan.⟨/p> ⟨p>Geen haar... hoe zou Paulus dat gaan zeggen? Dat zullen we de volgende keer nog wel zien hoe hij het precies formuleert. Maar in ieder geval: de redding van allen is verzekerd. Wat er ook met dat schip gebeurt, dat is geen goed bericht voor Israël. Het zal ten onder gaan. Maar allen komen behouden aan.⟨/p> ⟨p>En dat is ook weer zo geweldig illustratief voor Paulus' boodschap. Dat is wat hij mocht vertellen: de verzoening der wereld. Israëls verwerping, dat is de verzoening der wereld. Oftewel de redding van allen, de levendmaking van allen. Werkelijke genade, dat is wat Paulus predikt.⟨/p> ⟨p>En dat klinkt in zo'n geschiedenis waarvan je zou zeggen: "Wat moet heel Handelingen 27 nou in dat hele relaas van Lucas?" Nou, het is een schitterende illustratie. Het is een tekening van de boodschap van Paulus en in feite ook van de hele strekking van het boek Handelingen.⟨/p>