⟨h3 id="hoofdstuk-1" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="0" title="Speel af vanaf 00:00">▶ 00:00⟨/button> ⟨span>Terugblik op de Parousia en de Wegrukking⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Dankjewel Wolter. Het is me een groot genoegen om zo'n volle zaal weer te zien en om opnieuw te gaan spreken en na te denken met elkaar over dit prachtige onderwerp: de grote verwachting die we hebben van dingen die aanstaande zijn. Dat weten we inmiddels wel en die dingen hebben we ook al uitgebreid besproken. Het is waar wat zojuist door Wolter werd gezegd, namelijk dat we nu vanuit een andere invalshoek naar dit thema gaan kijken. We gaan vanavond spreken over de zeven zegels. Ik had er in eerste instantie ook nog de bazuinen in het boek Openbaring bij staan, maar mij is gebleken dat dat een beetje te optimistisch is om die er ook nog bij te betrekken. We zullen ons vanavond dus eigenlijk alleen maar, of zo goed als alleen maar, bezighouden met de zeven zegels in Openbaring.⟨/p> ⟨p>Ik wil nog even terugblikken op wat we de voorgaande keren hebben behandeld, want we zijn in september begonnen met de studies rond de wederkomst. Tot dusver hebben we het eigenlijk alleen maar gehad over de wegrukking, waarbij ik 'wegrukking' even tussen aanhalingstekens plaats. In 1 Thessalonika 4 wordt het namelijk als werkwoord gebezigd – dat we weggerukt zullen worden – terwijl je het begrip als zelfstandig naamwoord daar niet vindt. Maar goed, we weten over welke gebeurtenis we het dan hebben. We hebben dat besproken aan de hand van 1 Thessalonika 4, waar verteld wordt dat wij als gelovigen worden weggerukt om de Heer tegemoet te gaan. Dat zal plaatsvinden in de Parousia van Christus.⟨/p> ⟨p>Die Parousia is niet één moment. Dat is iets wat als een rode draad door niet alleen de studies van dit seizoen, maar ook die van de voorgaande seizoenen loopt: de Parousia, de komst of aanwezigheid van de Heer, is niet één moment maar een hele fase. Dat blijkt vooral duidelijk wanneer je het woordje Parousia letterlijk neemt. Parousia betekent namelijk 'aanwezigheid'. Bij een komst denken we al heel gemakkelijk alleen aan het moment van arriveren, maar dat is niet de gedachte van Parousia. Het is de aanwezigheid van Christus, en die valt uiteen in diverse momenten. Het eerste moment is inderdaad dat wij Hem tegemoet zullen gaan. Voordat wij met Hem zullen verschijnen in heerlijkheid, zullen we Hem eerst tegemoet gaan.⟨/p> ⟨p>Ook het boek Openbaring is toen al min of meer ter sprake gekomen, want daar wordt in Openbaring 12 gesproken over de wegrukking van de mannelijke zoon. We hebben het gehad over 1 Thessalonika 5, waar gesproken wordt over de hele setting van die gebeurtenis, en over 2 Thessalonika 2, over wanneer het zal zijn en wat daaraan voorafgaat. Waarom die wegrukking nog niet kan gebeuren, vonden we ook in 2 Thessalonika 2: eerst moet onze afstandneming plaatsvinden. 'Onze afstandneming' is een wat vreemde manier van zeggen, misschien kunnen we het wat vrijer weergeven als 'ons vertrek'. Dat is de wegrukking. Pas na ons vertrek, na onze afstandneming, zal de mens der wetteloosheid verschijnen en zich zetten in de tempel in Jeruzalem.⟨/p> ⟨p>Deze schriftgedeelten zijn uitgebreid aan de orde gekomen en daarbij zijn de klassieke journalistieke vragen beantwoord: wie, wat, waar, hoe en wanneer. Wanneer zal het zijn? Dat gaat niet zozeer om een jaartal, maar om de vraag in welke reeks van gebeurtenissen dit geplaatst moet worden en onder welke omstandigheden dat zal zijn. Ook niet onbelangrijk: wie zullen worden weggerukt? Je kunt zeggen 'gelovigen', maar wat is een gelovige? We hebben gezien dat dit iemand is die het evangelie gelooft, namelijk het evangelie zoals Paulus dat onder de natiën mocht prediken. Dat zet het allemaal scherp neer, want het is niet zo dat alle mensen die zich gelovig noemen worden weggerukt. Nee, degenen die het evangelie van Jezus Christus geloven zoals Paulus dat predikte onder de natiën, zij zullen worden weggerukt. En waar naartoe? De Heer tegemoet, in wolken.⟨/p> ⟨p>Als je deze vragen hebt beantwoord, heb je eigenlijk ook meteen een antwoord gegeven op het 'waarom'. Dat is met name de laatste keer en de keer daarvoor prominent naar voren gekomen. Waarom is die wegrukking en het tijdstip daarvan zo belangrijk? Dat is niet omdat de Heer het zo zielig vindt als wij door de grote verdrukking moeten gaan. Trouwens, dat zou niet uitmaken, want er is een hele groep gelovigen die dan wel degelijk nog op aarde zal verkeren, maar die veilig bewaard wordt. Dat is het gelovige overblijfsel dat moet vluchten wanneer de gruwel van de verwoesting en het afgodsbeeld in de tempel in Jeruzalem geplaatst worden. Dat is het laatste moment dat men nog kan vluchten naar de woestijn. Daar is een plaats door God bereid en daar zal een grote groep Joodse gelovigen bewaard en verzorgd worden; zij vinden daar een onderduikadres.⟨/p> ⟨p>Ik herhaal dus de vraag: waarom dan die wegrukking voor ons? Waarom kunnen wij niet gewoon hier op aarde beveiligd en bewaard worden? De reden is: wij worden weggerukt tot God en Zijn troon. Wij zijn bestemd voor de heerschappij. De Parousia, en het eerste moment daarvan, de wegrukking, is in feite de gebeurtenis waarbij de mannelijke zoon – de Christus, hoofd en lichaam – compleet gemaakt en lichamelijk verenigd wordt om haar positie in te nemen. Het eerste wat er gebeurt wanneer wij daar aankomen, is dat de hemel wordt gereinigd. Het Koninkrijk begint in de hemel en dat betekent dat alle vijandige elementen daaruit geworpen zullen worden. Dan zullen Satan en zijn hele hofhouding op de aarde worden geworpen.⟨/p> ⟨p>Het is een onvoorstelbare gedachte die vaak vergeten wordt, maar wij zijn bestemd voor de troon. Op het moment dat het Koninkrijk gevestigd gaat worden, eerst in de hemel en daarna ook op de aarde, gaat Hij vanaf de troon Zijn heerschappij vestigen. Die wegrukking vindt plaats juist omdát het Koninkrijk gevestigd gaat worden. En aangezien wij hiërarchisch bij de top horen – terwijl ik het zeg, hoor ik het mezelf zeggen, maar het is echt zo, zo spreekt de Schrift erover – zijn wij bestemd om deel uit te maken van de Christus. Sterker nog, dat doen wij al, en daarom worden wij weggerukt en krijgen wij overal aan voorafgaand onze plaats.⟨/p> ⟨p>Het is me in de loop der jaren opgevallen dat dit een zeer vergeten gedachte is. Meestal denkt men: 'wij worden weggerukt omdat de Heer ons wil beveiligen'. Jazeker, maar Hij wil ons beveiligen omdat wij een taak hebben: de taak van het vestigen van Zijn Koninkrijk. Eerst in de hemel, want daar is onze plaats, en dat is precies de reden dat wij naar boven gaan. Dat verklaart de vraag 'waarom' en daarmee ook de vraag 'wanneer'. Al die vragen en antwoorden grijpen in elkaar en zijn direct met elkaar verwant. Het antwoord op de ene vraag geeft tevens het antwoord op de andere.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-2" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="656" title="Speel af vanaf 10:56">▶ 10:56⟨/button> ⟨span>De Overgang Naar de Zeven Zegels in Openbaring⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Goed, wij gaan ons de komende avonden bezighouden met de zegels en de bazuinen in het boek de Openbaring. Ik neem aan dat u een Bijbeltje bij u hebt, en anders kijkt u op uw smartphone of op uw iPad. Maar dan is het wel handig om het boek de Openbaring inderdaad voor u te hebben om dat allemaal ook wat zo te kunnen plaatsen. En de Openbaring, wat gebeurt er dan? Dan wordt Jezus Christus openbaar. Dat is eigenlijk wat de titel van het boek ook verklaart. Het staat meteen ook in Openbaring 1 vers 1: de openbaring van Jezus Christus. Hij wordt openbaar en daarmee ook Zijn Koninkrijk.⟨/p> ⟨p>Dat betekent ook dat daarmee een periode is afgesloten, namelijk die van de verborgenheid. Dat Jezus Christus Zich verbergt. Dat doet Hij nu; Hij verbergt Zich, Hij is verborgen. En wij trouwens ook met Hem. Ons leven is met Christus verborgen. Maar wanneer Hij geopenbaard gaat worden in heerlijkheid, zullen wij met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid. Ja, wij hebben daar wel degelijk ook een groot aandeel in. Wij maken namelijk deel uit van de Christus.⟨/p> ⟨p>Waar vind je die zegels en die bazuinen? In Openbaring 5 — ik kom er straks dus wat uitgebreider op terug, dat is logisch, want het is het onderwerp voor vanavond — daar vinden we het visioen van de verzegelde boekrol die dan in handen komt van het Lammetje dat geslacht is. In Openbaring 6 worden de eerste zes zegels geopend van dat boek, van die boekrol. Dan krijg je in Openbaring 7 een intermezzo, een onderbreking. Hoezo een intermezzo? Omdat er even in dat hoofdstuk niets gezegd wordt over de zegels. Maar het is er niet zomaar tussen geschoven, en het is ook niet zomaar tussen geschoven tussen hoofdstuk 6 en 8. Nee, dat heeft een hele uitdrukkelijke reden en dat komt ook nog uitgebreid aan de orde. In Openbaring 7 is een pauze, een onderbreking. Daar vinden we beschreven in het eerste deel de verzegeling van de 144.000, en vervolgens gaat het tweede deel van dat hoofdstuk over de grote schare uit alle volkeren die voor de troon staan. Daar gaan we het echt nog uitgebreid over hebben.⟨/p> ⟨p>Maar nu eventjes over waar we dit onderwerp zoal aantreffen in het boek de Openbaring: dan krijg je in Openbaring 8 vervolgens de afsluiting van de zegels, want dan wordt het zevende zegel geopend. Wat je vervolgens in dat hoofdstuk ook vindt, is de beschrijving van de eerste vier bazuinen. Dan krijg je in Openbaring 9 — ik moet er even bij zeggen voor het gemak dat je je van die hoofdstukindeling natuurlijk op zich niet te veel moet aantrekken. Sterker nog, dat maakt voor de uitleg helemaal geen enkel verschil, want die is pas van latere orde. Maar goed, dat is alleen maar voor de indeling en voor het vinden van de passages erg makkelijk, vandaar dat we er gewoon gebruik van maken. In Openbaring 9 vinden we de vijfde en de zesde bazuin. En dan pas in Openbaring 11 de afsluiting van die reeks; dan krijgen we namelijk de zevende bazuin. Dat is dus de laatste. Wat er gebeurt met die zevende bazuin, dat kan ik u nu alvast verklappen: op dat moment is het Koninkrijk gevestigd over heel de wereld, over alle volken.⟨/p> ⟨p>Maar wat is nu het verschil tussen die zegels en die bazuinen? En hoezo, wat gebeurt er dan sowieso? Dat is de eerste vraag. En hoezo zegels, hoezo die boekrol? Daar gaan we ons vanavond mee bezighouden: het eerste deel van die vraag over de boekrol en de zeven zegels. U dacht hier misschien iets culinairs te zien. Nu ik zo naar het plaatje kijk, doet het me ineens denken aan een soort pannenkoek of een shoarma-rol. Nee, maar dit is toch echt een boekrol. Een oude boekrol, dat zie je wel aan het papier. Maar ook: het is een boekrol met zeven zegels. Waarom werd een rol verzegeld? Wel, opdat niemand daar inzage in zou hebben. Alleen de bevoegde instantie zou het kunnen en mogen ontsegelen.⟨/p> ⟨p>Hoezo dan wel? Daarvoor gaan we naar Openbaring 5. Laten we het gewoon maar lezen. Ik lees voor een groot gedeelte voor uit de versie van geschriften.nl, met dank aan Menno die in ons midden is — we hebben het er al over gehad op de heenrit. Je leest dan in Openbaring 5 vers 1: "En ik nam waar..." Ik, dat is Johannes. Johannes zegt dan: "Ik nam waar in de rechterhand van Hem die op de troon zit..." Dat verwijst naar Openbaring 4 dan weer. Het is een visioen wat hij aanschouwt. Hij was omhoog geroepen, zo lees je in Openbaring 4. Dan ziet hij een troon en daaromheen vier levende wezens, vier dieren, en vierentwintig oudsten. Ik kom daar straks ook op terug. Op de troon ziet hij de representatie van God. Dan weet je eigenlijk ook meteen over Wie het gaat. "En ik nam waar in de rechterhand van Hem, die op de troon zit, een boekrol, van voren en van achteren beschreven, en goed verzegeld met zeven zegels." Daar moeten we het eerst even over hebben.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-3" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1104" title="Speel af vanaf 18:24">▶ 18:24⟨/button> ⟨span>De Boekrol als Eigendomsakte en de Wet van de Losser (goël)⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Want die boekrol, wat is dat eigenlijk? Om dat in het boek Openbaring te begrijpen, moet je ook de hele Hebreeuwse achtergrond van de Openbaring verstaan. Het is namelijk een boekrol die in dit geval verzegeld is; het is een koopakte of een eigendomsakte. Ik verwijs hier naar Jeremia 32 vers 8 tot 14. Ik heb geen dia waarbij we dat gedeelte zelf lezen of waarbij de tekst staat afgebeeld, maar u kunt in dat gedeelte zien dat zo’n boekrol die verzegeld is, inderdaad een eigendomsakte is. Daar gaat het in dat geval over, maar in het algemeen ook.⟨/p> ⟨p>Als een stuk land verkocht was in Israël, dan kwam het uiteindelijk in het vijftigste jaar weer terug. Na zeven sabbatsjaren kreeg je het jubeljaar, en dat was het vijftigste jaar. Dan kwamen bezittingen, bijvoorbeeld een stuk land dat door armoede verkocht moest worden, in het vijftigste jaar automatisch weer terug bij de oorspronkelijke bezitter, bij de oorspronkelijke familie. Dus ook al verarmde zo'n familie en moesten ze alles verkopen, het kwam uiteindelijk gewoon weer terug bij de oorspronkelijke familie. Het was trouwens ook zo dat als mensen in slavernij terechtgekomen waren en zichzelf dus moesten verkopen – dat kennen wij vandaag niet meer, nou ja, terwijl ik het zeg zou ik het meteen moeten relativeren, maar in ieder geval officieel bestaat het fenomeen slavernij in onze westerse wereld niet meer – maar goed, in die dagen nog wel. Men moest zichzelf verkopen en was dan slaaf, eigenlijk lijfeigene van de ander. Maar in het jubeljaar kwam iedereen weer vrij. Het jubeljaar was een geweldige instelling.⟨/p> ⟨p>Als een stuk land verkocht was, dan was er een regeling. In zo’n geval zou het land na vijftig jaar automatisch weer bij de oorspronkelijke familie terechtkomen, maar het kon al veel eerder weer terugkomen via de regeling van de goël: de lossers. Een lossersregeling. Je leest dat ook in het boek Leviticus, de wet op het losserschap. Wat was dat? Wel, een naaste bloedverwant, dus iemand die lid was van de familie, had het recht – ook het eerste recht – om het stuk land terug te kopen. Die wet wordt uitgebreid beschreven in het boek Leviticus. Zo iemand heette de losser. De losser is eigenlijk een verlosser; hij lost een stuk land of verloren gegaan familiebezit en koopt het weer op. Zo iemand heet een goël.⟨/p> ⟨p>Ik geef hier de naam Boaz weer, omdat dat natuurlijk het bekendste voorbeeld is van iemand die loste in het boek Rut. Je kent toch allemaal die geschiedenis van Naomi, die ook door armoede naar Moab vertrok? Haar akker heeft ze moeten verkopen en haar hele familie komt te overlijden. Maar uiteindelijk, u weet het, gaat Naomi weer terug naar het land. Dan arriveert ze weer in Bethlehem, samen met haar schoondochter, de Moabitische Rut. Rut komt dan op het gebied, op de akkers van Boaz terecht. In Rut 2 vers 1 lees je dat Naomi een bloedverwant had die woonde in Bethlehem en die machtig van vermogen was, een zeer vermogend man. Uiteindelijk is hij het die het familiebezit van Naomi weer terugkoopt. Hij krijgt er trouwens ook nog eens Rut bij. Maar hij koopt dat; het idee is dat van loskopen. Het moest de naaste bloedverwant zijn en hij zou dat dus kopen.⟨/p> ⟨p>In Jeremia 32 lees je hoe dat dan beschreven wordt. Zo’n koopakte bestond uit twee delen. Dat vind je allemaal in dat schriftgedeelte terug: een open brief met de voorwaarden en een verzegelde rol. In de open brief stond hoeveel het moest kosten, wanneer het overgedragen zou worden, kortom alle voorwaarden die van belang waren. Maar er was bij die open brief ook een verzegelde rol, en die was voor de koper. Je leest ook in Jeremia 32 dat God tegen Jeremia zegt dat hij ook een stuk land van familie moest kopen. Dat was een profetische daad, want God zegt: zo zal het land ook daadwerkelijk weer jullie eigendom worden. Jullie zullen het kwijtraken, maar God zal het jullie weer teruggeven, want er is een goël. Het was dus ook een profetische daad.⟨/p> ⟨p>De verzegelde rol was voor de koper. Hij kocht, en op de afgesproken tijd van overdracht werd door de koper de rol ontzegeld. De zegels werden eraf gehaald en daarmee was het tevens de eigendomsakte. Het is een koopakte. Op het moment dat de koop in werking trad... Wij zeggen dat als wij een huis kopen: je hebt getekend en betaald, maar dat is vaak nog niet het moment dat je de sleutel krijgt en in de praktijk de bezitter wordt. Zo is het hier ook; het is een soort testament. Een testament treedt in werking op het moment dat iemand komt te overlijden. In dit geval, als in de verkoopregeling stond dat op een bepaald tijdstip de overdracht plaatsvindt, dan mocht de koper het document, de boekrol, ontzegelen. Daarmee was hij ook daadwerkelijk in de praktijk de bezitter.⟨/p> ⟨p>Dit is van belang. Ik vertel dit niet om Jeremia 32 uit te leggen, maar juist om aan de hand daarvan het boek Openbaring te begrijpen. Want dit was een gebruik, een regeling die al hele oude papieren had. Het was al vastgelegd en opgeschreven in de Mozaïsche wetgeving. Dan pas begrijp je ook wat er plaatsvindt in Openbaring 5 bij de boekrol die ontzegeld wordt. Wat er plaatsvindt is een koopactie of een koopakte die wordt geëffectueerd. Dat wil zeggen: de koper wordt daadwerkelijk ook de bezitter.⟨/p> ⟨p>Lees even met me mee in Openbaring: "En ik nam waar in de rechterhand van Hem die op de troon zit een boekrol, van voren en van achteren beschreven en goed verzegeld met zeven zegels. En ik nam een sterke boodschapper, een engel waar..."⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-4" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1647" title="Speel af vanaf 27:27">▶ 27:27⟨/button> ⟨span>Wie Is Waardig? de Leeuw van Juda en het Geslachte Lammetje⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>...die met luide stem proclameert: "Wie is waardig de boekrol te openen?" Wie is waardig? Maar ook: wie is degene die daar werkelijk aanspraak op kan maken? En niemand in de hemel, noch op de aarde, kon de boekrol openen of haar — en daarmee dus ook — haar inkijken. En ik huilde veel, ik weende zeer sterk, omdat niemand waardig werd bevonden om de boekrol te openen of die in te zien.⟨/p> ⟨p>Het gaat hier om het land. Om het land dat in bezit genomen moet gaan worden. En ik zeg "het land", dat is namelijk ook de wijze waarop dat in het Grieks, maar ook in het Hebreeuws wordt weergegeven. En dat woord "het land" is dubbelzinnig. Die dubbelzinnigheid kennen wij eigenlijk niet zo, want wij spreken over het land en over de aarde. Maar dat verschil wat wij maken tussen het land en de aarde... Wij denken bij het land meestal aan een klein stuk land en bij de aarde gewoon aan al het land, of zelfs aan een planeet. Maar dat kent de Bijbel al helemaal niet. De Bijbel kent geen planeet die "aarde" heet. Nee, het land, dat is het droge. God noemde het droge "land". Vrij logisch, hè?⟨/p> ⟨p>Op het moment dat je dat begrijpt, begrijp je ook meteen een uitdrukking als "de einden der aarde". Want dan is het gewoon het einde van het land, oftewel daar waar de zee begint. Dat heeft dus niks te maken met een archaïsch of verouderd wereldbeeld; het is volstrekt helder. De aarde of het land is gewoon het droge waarop we lopen. En dat heeft een eind. Ik woon aan het einde der aarde. Ja, aan de kust. Nee, niet aan het einde van de wereld, maar ik woon aan het einde van de aarde.⟨/p> ⟨p>Maar het gaat in het boek Openbaring over het land dat verloren gegaan is en dat weer teruggekocht gaat worden, dat weer in bezit genomen gaat worden. Wie gaat dat doen? Waarbij ik — en daarom zeg ik het even — die dubbelzinnigheid erin wil houden. Want onder "het land" verstaat de Bijbel heel dikwijls gewoon de aarde, gewoon al het land. Maar ook heel dikwijls gewoon het land, namelijk Israël, zoals de Joden dat nog steeds doen. Die spreken over het land, over ⟨em>Haaretz⟨/em>. Dat betekent letterlijk "het land", maar het kan ook gewoon veel uitgebreider zijn; dat betekent namelijk het land in het algemeen ter onderscheiding van de zee. Die dubbelzinnigheid wil ik er even in houden: het land, het land dat teruggekocht moet worden en in bezit genomen moet gaan worden. Want wie is waardig om die boekrol te openen en daarmee dus ook in te zien? Daarover gaat het. Het gaat dus in feite ook weer om Israël en, in het verlengde daarvan, de hele wereld, alle landen.⟨/p> ⟨p>En een van de oudsten zegt tegen mij: "Huil niet. Neem maar de Leeuw uit de stam van Juda, de Wortel van David. Hij overwint om de boekrol te openen en om haar zeven zegels los te maken." Kijk, met andere woorden: het zag er heel erg naar uit dat er helemaal niemand was die in staat was, waardig werd bevonden of aanspraak op kon maken om het land in bezit te nemen. Maar nu zegt een van die oudsten die Johannes ook had gezien: "Huil niet, want er is iemand en Hij is inderdaad de naaste bloedverwant." Hij is namelijk uit de stam van Juda, de Wortel van David, en daarmee dus ook de Erfgenaam van de troon. En Hij is het die overwint en Hij is waardig om de boekrol te openen en daarmee dus ook haar zeven zegels los te maken.⟨/p> ⟨p>En die naaste bloedverwant, ja, die is geweldig van vermogen. "In hem", denk ik dan. Boaz betekent letterlijk "in hem is kracht". Ik vind het ook zo mooi om even terug te koppelen: van die Boaz lees je dat hij een man uit Bethlehem was. Dat was met recht de wortel van David, de oorsprong van het koningshuis van David. Ja, dat ligt inderdaad bij Boaz. Dus als u mij vraagt wie die wortel van David is, dan zeg ik: nou, eigenlijk was dat Boaz. Want Boaz was de vader van Obed, en Obed was de vader van Isaï, en Isaï was de vader van David. De wortel, de oorsprong van David, de man uit Bethlehem, machtig van vermogen in de velden van Efratha. Jawel, daar is de Losser.⟨/p> ⟨p>En hier wordt Hij waargenomen. Hij is de Leeuw, al een aanduiding natuurlijk van de Koning, want de leeuw staat voor het koningschap in de dierenwereld met zijn kroon van manen. Uit de stam van Juda, de Wortel van David, Hij overwint om de boekrol te openen en haar zeven zegels los te maken. En Johannes kijkt, hij neemt het waar: in het midden van de troon en van de vier dieren en in het midden van de oudsten staat een... Nee, ik zag daar niet die Leeuw. Maar hij ziet een Lammetje als geslacht, of als afgeslacht. En let op, hij ziet in het midden van de oudsten een Lammetje staan als geslacht. Daar moet je over struikelen, want normaal is dat niet natuurlijk.⟨/p> ⟨p>Als je een Lammetje ziet — let op het verkleinwoord — in de gewone vertalingen, de NBG en de Statenvertaling, wordt altijd gesproken over "het Lam". Maar het staat in het Grieks onmiskenbaar met het verkleinwoord. Een lam is al klein, dat weet ik, maar er staat "een Lammetje". Kan er iets weerlozer zijn dan een Lammetje? Nou, dat is het. Johannes werd gewezen op de Leeuw uit de stam van Juda, op de Wortel van David en daarmee dus ook de Go'el, de Losser. Maar als hij kijkt, dan ziet hij een Lammetje als geslacht.⟨/p> ⟨p>Dat is van belang, want je weet daarmee trouwens ook dat er iets gebeurd is met het Lammetje, namelijk: Hij is opgestaan. Nou, hier in dit ene zinnetje staat met recht de waarheid als een monument van de opstanding. Hij die geslacht werd, staat; Hij is opgestaan. En nog steeds — en dat is trouwens ook iets wat we in het Nieuwe Testament bevestigd vinden — als de Heer Jezus Christus gezien wordt, dan zien we de tekenen in Zijn handen, Zijn voeten en Zijn zijde. Het zijn niet meer, zoals het wel eens abusievelijk genoemd wordt, de "wonden". Het zijn geen wonden meer, maar het zijn de tekenen. En de tekenen zeggen: als we Hem zien als de Opgestane, als de Overwinnaar, als de Leeuw uit de stam van Juda die het land in bezit gaat nemen, dan is dat het Lammetje dat geslacht is. Maar Hij staat, Hij is opgestaan uit de doden. En Hij is het. Dit staat niet met elkaar in tegenspraak; integendeel, deze Persoon, dat is déze. Dat wil zeggen: de Leeuw uit de stam van Juda, dat is het Lammetje, maar Hij staat. Hij is opgestaan uit de doden. En daaraan zal Hij ook altijd herinnerd en herkend worden.⟨/p> ⟨p>En het kwam, het Lammetje kwam, en het heeft de boekrol genomen uit de rechterhand van Hem die op de troon zit. En toen het de boekrol in ontvangst nam, vielen de vier dieren en de vierentwintig oudsten voor het Lammetje neer.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-5" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2231" title="Speel af vanaf 37:11">▶ 37:11⟨/button> ⟨span>De 24 Oudsten en de Roeping van Israël als Priesterlijk Koninkrijk⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Die vierentwintig oudsten en de vier dieren representeren eigenlijk de hele geschapen wereld, maar ik wil nu specifiek stilstaan bij die vierentwintig oudsten. Het is van groot belang om hen goed te begrijpen, want we komen ze straks weer tegen. Zij zijn het type van een priesterlijk volk. Hoe ik dat zo zeker weet? Het getal vierentwintig komen we ook tegen in het boek 1 Kronieken. Daar lees je dat er vierentwintig priesterorden waren in de tempel. In 1 Kronieken 24 lees je precies hoe dat verdeeld was en hoe David vierentwintig priesterorden instelde die bij toerbeurt dienst deden. De vierentwintig oudsten zijn eerstelingen. Twee keer twaalf, wat natuurlijk herinnert aan Israël. Het zijn eerstelingen en daarom zijn het ook oudsten; een oudste is immers per definitie een eersteling. Dat getal vierentwintig verwijst rechtstreeks naar Israël en naar het priesterlijk geslacht. Dat dit zo is, zal straks vanzelf blijken.⟨/p> ⟨p>Ik sla nu even een paar verzen over. De vierentwintig oudsten zingen een nieuw lied en ze zeggen: "U bent waardig." Er was namelijk helemaal niemand waardig, behalve Eén: het Lammetje dat geslacht is, maar dat is opgestaan. Hij is de Leeuw van Juda en de Wortel van David, de koninklijke Rechthebbende. Ze zingen: "U bent waardig de boekrol te nemen en haar zegels te openen, want U werd geslacht en U kocht ons voor God met Uw bloed." Let op die woorden: "U kocht ons." Dat bepaalt ons er meteen weer bij dat het hier om een koopakte gaat. U kocht ons en U koopt daarmee ook het land. Zoals u weet, behelst het losserschap niet alleen het feit dat eigendommen teruggaan naar de rechtmatige eigenaar, maar ook dat mensen worden gelost. Mensen kunnen immers slaaf geworden zijn en zij worden dan vrijgekocht. Dat is een zeer belangrijke gedachte die je dikwijls tegenkomt, ook in het Nieuwe Testament. Er is een prijs betaald, een prijs van loskoping.⟨/p> ⟨p>Ik heb onlangs nog in Eben-Haezer mogen spreken over dit onderwerp. Het is niet zoals in de traditionele theologie vaak verteld wordt, dat God eiste dat de schuld betaald werd omdat Hij niet zomaar zou kunnen vergeven. Dat is een afschuwelijke karikatuur. Er is een prijs betaald, maar die was bedoeld om ons vrij te kopen. De prijs werd betaald aan de vijand die ons gevangen hield en uit wiens hand wij moesten worden losgekocht. De prijs ging niet naar God. Integendeel, er staat: "U kocht ons voor God." U betaalde de prijs dus niet áán God, maar u kocht ons ten behoeve ván God. Het onderwerp is hier die koopakte. U kocht ons voor God met Uw bloed uit elke stam en taal en volk en natie. Let op, die term gaan we nog een keer tegenkomen in Openbaring 7 vers 9, bij die grote schare. Je weet dan ook meteen over wie het gaat: dat gaat over Israël. De oudsten zeggen vervolgens: "En U maakt hen voor onze God tot een koninkrijk en een priesterlijke bediening, en ze zullen heersen op de aarde." Over wie gaat het hier? Dat kan je niet missen: dit gaat absoluut over Israël.⟨/p> ⟨p>Ik kan dat ook bewijzen en dat ga ik nu doen. De termen 'koninkrijk' en 'priesterdom' zijn namelijk rechtstreeks ontleend aan het boek Exodus, specifiek Exodus 19. Daar spreekt God bij monde van Mozes tot het volk: "Nu dan, indien jullie aandachtig naar Mij luisteren en Mijn verbond bewaren, dan zullen jullie uit alle volken Mij ten eigendom zijn, want de ganse aarde behoort Mij." Dit is trouwens een prachtig voorbeeld van hoe 'aarde' inderdaad universeel is; de ganse aarde, heel de wereld waar alle volkeren zich ook mogen bevinden, die behoort Hem toe. Maar Israël is uit alle volkeren Zijn speciale eigendom.⟨/p> ⟨p>Dit doet mij trouwens denken aan een zijspoortje: de passage in Mattheüs 13 over de gelijkenis van de koopman die een schat in de akker vond. Wat deed hij? Hij kocht die hele akker. Hij vond een schat en wilde die hebben, maar daarvoor kocht hij de gehele akker. In datzelfde hoofdstuk lees je dat de akker de wereld is. Hij kocht de hele wereld; heel de wereld is door Hem vrijgekocht en losgekocht. Daarom zegt Paulus ook dat de aarde des Heeren is. Maar terug naar de bewijsvoering in Exodus 19 vers 6: "En jullie zullen Mij een koninkrijk van priesters zijn en een heilig volk." Dat wil zeggen: een apart gezet volk. Dit zijn de woorden die Mozes tot de Israëlieten spreken moest. Vaak wordt er gelezen: "Dit zijn de woorden die je tot de kerk spreken zult." Ik maak die fout nu even met opzet, want zo wordt het vaak uitgelegd. Maar dit koninkrijk van priesters is weggelegd voor een speciaal volk dat apart gesteld is ten opzichte van alle andere volken. Mozes moest dit heel uitdrukkelijk tot de Israëlieten zeggen, zodat er geen enkele twijfel bestaat over wie dat heilige volk is en wie dat koninkrijk van priesters vormt.⟨/p> ⟨p>Waarom zeg ik dit nu? We lazen over die koopakte, over de boekrol die verzegeld is, en over de vierentwintig oudsten die dat volk representeren. En wat is dat volk dan? "U maakt hen voor onze God tot een koninkrijk en een priesterlijke bediening, en zij zullen heersen op de aarde." Je ziet hier de gedachte dat God Israël apart stelt. Waarom? Niet omdat de rest van de volkeren Hem niet interesseren, maar juist opdat via dat volk het heil, de redding, Zijn woord en de zegen naar alle volkeren zou gaan. Zoals God al tegen Abraham zei: "In uw zaad, via dit volk, ga Ik alle volkeren der aarde zegenen." Dat is toch geweldig? Uitverkiezing is een machtige waarheid: God kiest uit, maar altijd om via die keuze de rest te bereiken en Zijn koninkrijk uit te bouwen. Het koninkrijk dat straks op deze hele wereld gevestigd gaat worden, is dus een Israëlitisch koninkrijk. Nadat we een Babylonisch, een Medo-Perzisch en een Grieks rijk hebben gehad, krijgen we uiteindelijk een Israëlitisch koninkrijk. Want dit volk is bestemd om een koninkrijk van priesters te zijn met een priesterlijke bediening. Priesterlijk wil zeggen dat zij een bemiddelende functie hebben. Via de priesters sprak God tot het volk en zegende Hij hen, en via het priesterlijk geslacht kwam het volk tot God. Dat is de functie die het volk Israël van oudsher toebedeeld kreeg, en zij zullen straks ook heersen op de aarde.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-6" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2870" title="Speel af vanaf 47:50">▶ 47:50⟨/button> ⟨span>Het Openen van de Eerste Zegels: Schijnvrede en Oorlog⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En dan komen we in Openbaring 6. We hebben nu Openbaring 5 gehad, waarbij de koopakte, die nog steeds verzegeld is, in de handen wordt gesteld van het Lammetje, die de enige blijkt te zijn die waardig is. Waarom is Hij waardig? Wel, omdat Hij uit het geslacht van Juda is. Hij is de Leeuw uit de stam van Juda, Hij is een bloedverwant. En Hij heeft gekocht. Er zijn dus twee redenen waarom Hij waardig is: Hij voldoet namelijk volkomen aan wat een ⟨em>goel⟨/em>, een losser of een verlosser, moest doen. Hij moest namelijk, naast dat Hij een bloedverwant was, ook bij machte zijn om los te kopen. Welnu, Hij heeft gekocht. Hij is het ook die vrijkoopt van de dood en Hij geeft leven, enzovoort.⟨/p> ⟨p>Laten we de focus houden op die koopakte, want daar blijft het bij. Johannes zegt iedere keer: "En ik nam waar." En zie, wanneer het Lammetje één van de zeven zegels opent — dat is nummer één — hoor ik één van de vier dieren zeggen met een stem als van een donderslag: "Kom!" Dit moet je niet alleen lezen, dit moet je je echt voorstellen. Met een stem als van een donderslag: "Kom!" Juist ja, dit moet je niet alleen voorlezen, dit moet je echt voordragen. Als met de stem van een donderslag: "Kom!"⟨/p> ⟨p>En ik nam waar, en zie: een wit paard. We hebben het over die zegels al een keer eerder gehad in het voorgaande seizoen, toen we het hadden over de volgorde van de gebeurtenissen zoals beschreven in Mattheüs 24. Ik ga daar nu dus niet te uitgebreid op in, maar een aantal dingen wil ik erover gezegd hebben. Het eerste zegel is een wit paard. Laten we het gewoon lezen: een wit paard, en die erop zit — we hadden het er al eerder over dat dit niet Sint-Nicolaas of de Kerstman is — heeft een boog. Er wordt niet gesproken over pijlen en hij heeft ook geen zwaard; gewoon een boog. Hij treedt op en overwint ook; aan hem werd een lauwerkrans gegeven en hij ging uit als een overwinnaar, opdat hij zou overwinnen. Met succes gaat hij dus zijn weg.⟨/p> ⟨p>Vanwege de kleur wit hebben sommige mensen gedacht dat dit de Messias moet zijn. Nee, maar op zich is die gedachte helemaal niet eens zo gek, want je leest later in Openbaring 19 inderdaad over de ware Messias die een Ruiter is op het witte paard. Maar daar gaat het over de echte Christus, terwijl het hier gaat over iemand die lijkt op de Messias en die ook inderdaad vrede gaat brengen; de kleur wit staat daar ook voor. Dat is het eerste zegel, het eerste wat gaat gebeuren wanneer de boekrol geopend wordt en het proces van de inbezitneming van het land begint. Dat zal gekenmerkt worden door vrede, maar door een schijnvrede. Dat dit zo is, blijkt wel uit het feit dat het niet van al te lange duur zal zijn.⟨/p> ⟨p>In vers 3 van Openbaring 6 staat: "En wanneer Hij, de enige die daartoe waardig is, het tweede zegel opent, hoor ik het tweede dier zeggen: Kom!" Een ander paard, vuurrood, ging uit en aan hem werd gegeven de vrede van de aarde — of het land — weg te nemen. Ik geef het u maar even ter overweging: wat is het? Strikt genomen zou je het, als ik het uniform concordant zou weergeven, gewoon altijd vertalen als "het land". In het Nederlands is dat soms wat lastig, maar het is goed om als Bijbellezer altijd te overwegen dat de begrippen "de aarde" en "het land" in het Hebreeuwse denken, en trouwens ook in het Griekse denken, identiek zijn.⟨/p> ⟨p>In ieder geval is daar eerst dat witte paard dat met succes overwint zonder dat hij een strijd hoeft te leveren. Maar dan vervolgens komt er een ander paard en dat is vuurrood, de kleur van bloed. Hem werd gegeven de vrede van de aarde weg te nemen; dat betekent dus dat er eerst vrede was. Je kunt alleen vrede wegnemen als die er eerst is. En het gevolg is dat ze elkaar zullen afslachten; aan hem werd een groot zwaard gegeven. Die vrede is dus van tijdelijke aard.⟨/p> ⟨p>Hiermee stellen we iets vast wat we inmiddels al veel vaker hebben vastgesteld, namelijk dat voordat de wegrukking plaatsvindt, er eerst vrede zal zijn. Een ongekende vrede, waarbij er op het tempelplein ook weer een offerdienst zal zijn. Iedereen zal zeggen: "Dit is het!" Dat is de ruiter op het witte paard. Misleiding is het meest karakteristieke van die eerste fase, en die zal spoedig plaatsmaken voor verslachting en voor oorlog. Dat is het rode paard.⟨/p> ⟨p>Er volgen meer zegels, maar ik stel voor dat we het daarover na de pauze gaan hebben en dat we nu eerst even een kopje koffie gaan drinken. Is dat goed? Ja, we hebben niet alleen te maken met een volle zaal, maar er zijn ook heel veel mensen die meekijken en meeluisteren via de geluidsverbinding op het internet. Ga je even zwaaien? Ja, dat kan ik doen. Je kunt het ook wel doen, maar ze zien het niet. Achterin de zaal wordt overigens heel hard gezwaaid. Nee, dit is mooi, dat soort middelen. Het is erg mooi dat dit allemaal mogelijk gemaakt wordt.⟨/p> ⟨p>Wij gaan onze speurtocht en onze studie voortzetten over de zegels. Ik hoop dat we in ieder geval duidelijk gemaakt hebben dat het gaat om een koopakte die ontzegeld wordt. Daarmee wordt het bezit dat gekocht is, in bezit genomen; dat is wat er aan de hand is. Nu wordt de boekrol ontzegeld. Nadat het geheel ontzegeld is — want uiteraard mag de rol niet geopend worden zolang er nog één zegel op zit — is het pas daadwerkelijk het bezit als alle zegels geopend zijn.⟨/p> ⟨p>Het eerste zegel is, we hebben het gelezen, die ruiter op een witte paard die succesvol vrede op aarde zal brengen, maar tijdelijk. Vervolgens komt er oorlog en daarna lees je over de andere zegels. Eén van de redenen waarom dit ook al eens eerder ter sprake is gekomen — in het voorgaande seizoen over Mattheüs 24 — is omdat de volgorde van de zegels in Openbaring 6 naadloos aansluit bij de beschrijving die de Heere Jezus geeft van de ontwikkelingen die zullen plaatsvinden tegen het einde van de ⟨em>aion⟨/em>. Daar worden de dingen beschreven: eerst misleiding en dan vervolgens oorlog, hongersnood en pestilentie. Al die zaken, inclusief de grote verdrukking, komen nu ter sprake. Dat is precies de inhoud van de zegels die hier geopend worden, zoals die destijds door de Heere Jezus op de Olijfberg werden genoemd.⟨/p> ⟨p>Na het tweede zegel komt het derde zegel: het zwarte paard. Dat wordt uitgelegd als hongersnood. Ik geef het even weer met een term die we daar letterlijk misschien niet zo vinden, maar in ieder geval wordt het voedsel — het graan, de gerst en de olie — buitengewoon schaars. Oftewel: hongersnood. Dan lees je over een groen paard. Wij vertalen dat vaak als een vaal paard, maar het is een groen paard. En wat hij brengt, is de zwarte dood. Dat is dan wel weer een wrange woordspeling; ik moet uitkijken dat ik het niet grappig noem, want zo grappig is het allemaal niet. Het is werkelijk buitengewoon heftig.⟨/p> ⟨p>Wat er hier plaatsvindt – en ik zeg er alvast even bij dat ik het soms lastig vind om aan te geven wanneer je dat nou het beste kunt doen – is dat die zegels allemaal verband houden met het land, in de beperkte zin van het woord. Dat zal straks ook wel blijken bij het vijfde zegel, wanneer je leest over de zielen onder het altaar. Trouwens, we hadden het er in de pauze al even over: het moet natuurlijk duidelijk zijn dat er in het boek Openbaring enorm veel beeldspraak is. Er zijn dingen die letterlijk zijn, en soms worden dingen ook uitgelegd: dit is dat. Oké, dan weten we het. Bijvoorbeeld: Johannes ziet daar zeven kandelaren en dan wordt er uitgelegd dat die zeven kandelaren de zeven ekklesia's zijn. Het ene is beeld, het ander de uitleg. Soms wordt het er niet uitdrukkelijk bij gezegd; dan moet je het elders weer lezen.⟨/p> ⟨p>Het boek Openbaring is het sluitstuk van de hele Bijbelse profetie. Je wordt geacht – dat is meestal zo als je een sluitstuk leest of daarmee te maken hebt – het voorgaande te kennen. Dus als je het boek Openbaring leest, bestudeert en onderzoekt, word je geacht de rest van de Bijbelse profetie al te kennen. Of in ieder geval: je kunt dit boek alleen begrijpen als je het uitlegt aan de hand van wat eerder al door de profeten is gezegd. Daarom is het een aaneenschakeling van, nou, niet zozeer citaten, maar wel referenties. Dat wil zeggen: er wordt verwezen naar talloze passages in de profeten. Ik weet niet of u een Bijbel hebt met schriftverwijzingen, maar het is heel opvallend dat het in dit boek wemelt van de verwijzingen. De termen, de uitdrukkingen of de waarheden die hier onder woorden worden gebracht, sluiten daar direct op aan. Je kunt het boek alleen begrijpen wanneer je het uitlegt aan de hand van de rest van de Schrift.⟨/p> ⟨p>U weet het hè, het staat al in de brief van Petrus: "Geliefden, dit mag u niet ontgaan, dat geen profetie van de Schrift een eigen uitlegging heeft." Dat wil zeggen: we lezen de profetie van deze Schrift, maar het heeft geen eigen uitlegging. Hoe dan wel? Die vinden we in andere geschriften. De uitleg van het ene geschrift vinden we dus in andere geschriften, zodat je eigenlijk het idee van een legpuzzel krijgt. Een stukje heeft alleen maar betekenis in relatie tot het omliggende. Alleen als je het zo samenvoegt, krijg je te zien wat de Schrift naar voren brengt. Daarin blijkt trouwens nog iets: dat het inderdaad uiteindelijk niet een veelheid van boeken is, maar één Auteur, één Schrijver en één Boek. De Schrift kan niet gebroken worden; het is één geheel, ondanks het feit dat het menselijk gezien een collectie van geschriften is.⟨/p> ⟨p>Even terug: er was veel beeldspraak, dat moet duidelijk zijn. De Messias bijvoorbeeld, de Christus, wordt beschreven als de Leeuw. Hij wordt ook beschreven als een Lammetje. Natuurlijk is Hij geen letterlijk lammetje en Hij is ook geen leeuw, maar een leeuw en een lammetje zijn typen van Hem. In al die verschillende wijzen waarop Hij beschreven wordt, vinden we een bepaald facet belicht. Bij het vijfde zegel lees je over zielen onder het altaar. Dat zijn slachtoffers. Je leest ook over bloed, en zij roepen: "Hoe lang nog?" Dan wordt hen verzekerd: nog een zeer korte tijd. Het gaat daar over een grote verdrukking waarin velen zullen omkomen en geslacht zullen worden. Vandaar dus die zielen en het bloed onder het altaar; ziel en bloed zijn hier synoniem.⟨/p> ⟨p>En dan komen we op een heel belangrijk punt. Uiteindelijk is dit – het klinkt misschien een beetje vreemd als ik het zo zeg – het sluitstuk van de zegels. Dat zeg ik omdat het zevende zegel eigenlijk alleen maar een intermezzo is. Maar eerst even dit.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-7" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3855" title="Speel af vanaf 01:04:15">▶ 01:04:15⟨/button> ⟨span>Het Zesde Zegel: de Kosmische Verduistering en de Komst van de Mensenzoon⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Met dat zesde zegel hebben we ons al veel vaker beziggehouden. Want wat is dat precies? Dat is de beschrijving van de verduistering van zon, maan en sterren. Dat is een buitengewoon markante gebeurtenis. Want wanneer de zon en de maan verduisterd worden en de maan haar glans niet geeft, en de sterren van de hemel zullen vallen, dan zal het moment zijn dat de Zoon des Mensen zal verschijnen.⟨/p> ⟨p>We hebben dat uitgebreid gezien in Matthäus 24, en toen heb ik u ook al laten zien hoe vaak we die waarheid tegenkomen; in Matthäus 24 vers 29, maar ook in Joël 2 en op vele andere plaatsen, zoals in Jesaja en Ezechiël. Dat de zon verduisterd zal worden bij die gelegenheid, dat zal zijn na de verdrukking, na die grote verdrukking. Die grote verdrukking eindigt uiteindelijk bij het moment dat de Zoon des Mensen zal verschijnen, de Ben Adam op de Olijfberg. Dat zal die dag zijn dat de zon verduisterd wordt. Maar ten tijde van de avond zal het licht wezen.⟨/p> ⟨p>En dan zie je trouwens ook dat het boek Openbaring, wat ik zojuist al zei, hierop aansluit, maar ook gebouwd is op alle voorgaande woorden van de profeten. Dit moment is wat heel vaak de wederkomst wordt genoemd. Maar dit is ook weer een hoofdmoment: dan zal de Heer Jezus Christus, de Messias, verschijnen aan Israël en zullen Zijn voeten staan op de Olijfberg. Over die gebeurtenis hebben we het natuurlijk al heel dikwijls gehad.⟨/p> ⟨p>Dan zal Hij verschijnen en alle heiligen met Hem. Wie zouden dat dan zijn? Dan zullen wíj met Hem in heerlijkheid verschijnen daar op de Olijfberg. Dan kom je ons tegen in het hele land. Er zijn mensen die zeggen: "Ik ga dat hier beneden niet meemaken, ik zie het van boven." Dat is het zesde zegel dat geopend wordt. En dat is trouwens ook het moment – u kunt dat ook lezen in Openbaring 6 – dat de grote verdrukking voor Israël voorbij is. Maar dan gaat de dag van toorn pas beginnen. Dat staat letterlijk in Openbaring 6 bij het zesde zegel: de grote dag van toorn is gekomen. Dat is het zesde zegel.⟨/p> ⟨p>En dan slaan we even een heel hoofdstuk over, Openbaring 7 namelijk, en dan kom je in Openbaring 8. Daar staat – ik lees het even voor uit de NBG-vertaling: "En toen Hij het zevende zegel opende, kwam er een stilte in de hemel, ongeveer een half uur lang." En dan staat er: "En ik zag de zeven engelen, die voor God staan, en hun werden zeven bazuinen gegeven." Maar feitelijk, wat is nu de opening?⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-8" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4074" title="Speel af vanaf 01:07:54">▶ 01:07:54⟨/button> ⟨span>Het Zevende Zegel als Intermezzo: een Stilte in de Hemel⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Bij de opening van het zevende zegel is er een stilte. Rust. Even helemaal niets; een intermezzo van een half uur. Waarom precies een half uur? Ik stel voor dat we dat gegeven nu even parkeren, want dat is een chronologisch detail dat meer uitleg behoeft. Maar in ieder geval is er even een moment van rust.⟨/p> ⟨p>Wanneer de zon, maan en sterren zijn verduisterd en de Heer Jezus Christus verschijnt, dan is er even rust. Op dat moment vindt er verder even niets plaats. En daarom is het zo opmerkelijk dat we tussen het zesde en het zevende zegel nog iets anders vinden. Want wat vinden we daar? Dat is Openbaring 7.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-9" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4129" title="Speel af vanaf 01:08:49">▶ 01:08:49⟨/button> ⟨span>De Ongetelde Schare: de Verzameling van Israël in het Herstelde Land⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En wat vind je in Openbaring 7? Lees het met me na. In Openbaring 7 worden de schijnwerpers geheel gericht op Israël. Want na de verschijning van Christus op de Olijfberg, wat zal er dan gebeuren? Ik refereer hier weer aan wat we in de serie over Mattheüs 24 uitgebreid hebben gezien. Wat zal Hij doen? Hij zal het uitverkoren volk verzamelen van alle uithoeken van de aarde. Kortom, Hij gaat Israël bijeenbrengen, waar ze ook vandaan komen. Uit alle volkeren, stammen en talen en naties zal Hij hen bijeenbrengen. Eerst in de woestijn trouwens, en vervolgens vanuit de woestijn via de King’s Highway, de koninklijke weg, zullen ze het beloofde land ingaan. En daar in het land zal het volk gebracht worden; er zal een hele schifting over hen gaan enzovoort, maar dat is allemaal na die verduistering van zon, maan en sterren. Dat weten we vanuit de rest van de Schrift en daarom is het zo ontzettend markant dat we daarin ook weer bevestigd worden in het boek Openbaring.⟨/p> ⟨p>Want wat vind je in het boek Openbaring na het zesde zegel? Nou inderdaad, een grote schare die niemand tellen kan vanaf vers 9. Hoe wordt dat dan beschreven? Een grote schare die niemand tellen kan, daar hadden we het net al over, verzameld uit alle volken en stammen en talen en natiën. Precies wat we zojuist ook in Openbaring 5 al lazen. Het gaat hier over Israël dat uit de hele wereld teruggebracht wordt naar het land. Via de woestijn komen ze in het land; een grote schare. In Micha wordt daarom ook even bijgenoemd dat het zal gonzen van de mensen. In Ezechiël 37 trouwens zijn er ook van die verschrikkelijke plaatsen waar dat fenomeen, die gebeurtenis beschreven wordt dat Israël verzameld zal worden, losgekocht — heel vaak wordt die term gebruikt — losgekocht wordt en gebracht wordt in het land.⟨/p> ⟨p>Na de verdrukking, in rust. Dat staat er, en dat vind je ook weer zo mooi, want over die grote schare lees je in Openbaring 7 vers 14. Laat ik het lezen: "Wie zijn deze? En van waar zijn ze gekomen?" En ik sprak tot hem: "Heer, gij weet het." En hij zei tot mij: "Deze zijn het die komen uit de grote verdrukking; ze hebben hun gewaden gewassen en die wit gemaakt in het bloed van het Lam." Aha, die kennen ze dus inmiddels. Ze komen uit — let op — de grote verdrukking. De grote verdrukking is dan inderdaad voorbij, maar dat hadden we ook al gelezen in Mattheüs 24. Na de verdrukking in die dagen, dan lees je dat de zon, maan en sterren verduisterd zullen worden en de Zoon des mensen zal verschijnen en Hij zal Zijn volk van alle uithoeken der aarde bijeenbrengen. Nou voilà, Openbaring 7 sluit daar naadloos bij aan. Die grote schare komt uit de grote verdrukking, ze is afkomstig uit alle hoeken van de aarde. Het is een grote schare en waar bevinden ze zich? Bij de troon van het Lammetje.⟨/p> ⟨p>Dat staat in Openbaring 7 vers 9. Het gaat me er even om zo kort aan te geven wie of wat die grote schare is. Je leest een aantal kenmerken daarvan: zij bevinden zich bij de troon en met het Lammetje. Wat weten we? Als de Heer zal zijn verschenen voor Zijn volk Israël, dan is het Koninkrijk gevestigd; niet direct wereldwijd, maar wel in het land. Dan wordt Jeruzalem herbouwd en daar komt de troon te staan van de Zoon van David, de Leeuw uit de stam van Juda, de Rechthebbende. Het land is inmiddels dus ook niet alleen vrijgekocht — de prijs is in het verleden natuurlijk al betaald — maar ook in bezit genomen. De zegels zijn dus inderdaad geopend en ja, dan is daar die grote schare die komt uit de grote verdrukking. Ze bevinden zich bij de troon en het Lammetje, want de Heer Jezus Christus zal inderdaad in het land zijn en Hij zal inderdaad op de troon gaan zitten en Zijn Koninkrijk gaan bouwen. Daar is die grote schare, en je leest ook nog dat ze te vinden zijn in de tempel, dag en nacht. Dat staat er ook bij in Openbaring 7 vers 15 en dat bevestigt precies waar we het over hebben: namelijk Israël in het land, een herstelde stad Jeruzalem waar de troon is en ook weer een tempel.⟨/p> ⟨p>We bevinden ons hier echt op Hebreeuwse bodem, Joodse bodem. Het volk is weer teruggebracht. Dit is waar Israël naar uitkijkt en dat koninkrijk van priesters wordt hier als het ware geïnstalleerd. Zij zijn inmiddels trouwens ook in rust. Je leest in Openbaring ook nog: ze zijn voor de troon van God, ze vereren Hem dag en nacht. Ik lees even voor uit vers 15 van Openbaring 7: "En Hij die op de troon gezeten is, zal Zijn tent over hen uitspreiden als een tabernakel. En zij zullen niet meer hongeren, niet meer dorsten; ook zal de zon niet op hen vallen noch enige hitte, want het Lam dat in het midden van de troon is, zal hen weiden en hen voeren naar de waterbronnen van het leven. God zal alle tranen van hun ogen afwissen." Kortom, voor dit volk dat uit de grote verdrukking is gekomen, is het nu vrede en rust en overvloed. Zij zijn bij de troon, ze zijn bij God.⟨/p> ⟨p>Hier is dat beeld sterk; in veel andere profetieën vinden we dat heel letterlijk, maar het sluit gewoon direct aan. Die grote schare is Israël, het begin van het Koninkrijk. Het land is inmiddels losgekocht en in het bezit van de enige Rechter. Dat is een geweldige waarheid. Het gaat hier over het volk hier op aarde, dat op aarde het zegenskanaal zal zijn voor de hele wereld. Nou ja, u begrijpt waarom we het in het eerste deel van het seizoen hebben gehad over de wegrukking; we hebben het eigenlijk gehad over de mannelijke zoon, over de Christus waar wij toe mogen behoren. Hier gaat het over het volk dat hier op aarde het kanaal van zegen is en het koninklijk priesterdom. De grote schare is tot haar bestemming gekomen, namelijk dat ene volk van Israël. Maar dan zijn we er nog niet hoor, want er moet op aarde nog heel veel gebeuren en daar gaan ook nog enorme gerichten plaatsvinden. Eerst nog even dit in Openbaring 7.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-10" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4638" title="Speel af vanaf 01:17:18">▶ 01:17:18⟨/button> ⟨span>De Selectie en Verzegeling van de 144.000 uit de Stammen van Israël⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Er wordt niet alleen maar die grote schare gezien; dat wordt zelfs pas in tweede instantie beschreven. Eerst wordt er gesproken over een selectie uit dat volk: een selectie van 144.000 mannen. Wat vooral opvallend is, is dat ze uit de stammen van Israël komen, wat andere groeperingen ook mogen zeggen en claimen. Want de bewering "de 144.000, dat zijn wij" hoor je vaker. Heb ik dat verhaal al eens verteld over wat Jehovah's Getuigen daarover zeggen? We kunnen er kort over zijn, maar het leuke is altijd wanneer een Jehovah's Getuige aanbelt bij iemand uit de kerk. Die wint zo’n discussie altijd van iemand die de traditionele visie vertegenwoordigt. Want die Getuige zegt: "In het boek Openbaring wordt gesproken over een grote schare die niet te tellen is, en je leest over 144.000. Dat is niet hetzelfde. Of je kunt niet lezen, of woorden hebben enige betekenis." En daar kun je niet aan ontkomen.⟨/p> ⟨p>Terwijl de traditionele kerkvisie helemaal geen onderscheidingen kent. Men kent één kerk van Adam tot aan de jongste dag; dat is één grote groep. Van onderscheidingen heeft men totaal geen benul. Maar jonge mensen zeggen: "Wacht even, dit zijn 144.000, hè? Dat is niet zomaar." En daar hebben ze groot gelijk in. Zal ik het voorlezen? "En ik hoorde het getal." Later is er sprake van een gezelschap dat niet geteld kan worden, maar daar begint Johannes nu nog niet eens aan. "Maar ik hoorde het getal van hen die verzegeld waren: 144.000 waren verzegeld uit alle stammen van de kinderen Israëls." Aha, dus niet uit alle natiën. Nee, uit de kinderen Israëls. Dan is het eigenlijk al duidelijk.⟨/p> ⟨p>Er staat: "Uit de stam van Juda 12.000 verzegelden, uit de stam van Ruben 12.000..." Ik ga dit niet allemaal opnoemen, maar twaalf keer worden gewoon de stammen van Israël aangewezen. Twaalfduizend uit die stam, twaalfduizend uit die stam... Dus als je het ene letterlijk neemt, neem je het andere ook letterlijk. Het gaat hier gewoon over de stammen van Israël. Dat denk ik echt. En weet u om hoeveel mensen het gaat? Ik denk 144.000. Reken het maar na: 12 x 12.000 is 144.000. Als je het niet geloven wilt, dan staat het totaal hier ook nog. Dus linksom of rechtsom, je komt altijd daarop uit. Daar kan helemaal geen misverstand over bestaan.⟨/p> ⟨p>Maar dat is toch eigenaardig. Er is een grote schare die komt uit alle volkeren. Het volk is er wel, dat verzameld wordt vanuit alle natiën. Maar dan heb je dat hele volk en in dat volk vindt er dan weer een selectie plaats: 144.000 mensen. En die worden verzegeld. Hoezo? Nou, dat staat erbij. Want de oordelen over de aarde die nog gaan komen, worden tijdelijk opgeschort. Er staat: "Breng geen schade toe aan de aarde, noch aan de zeeën, noch aan de bomen, voordat wij de knechten van onze God aan hun voorhoofd verzegeld hebben." Vervolgens wordt er gesproken over die 144.000. Dat gaat dus nog gebeuren. Daaraan zie je in Openbaring 7 ook het karakter van een intermezzo, van een pauze of een rust. Na dat zesde zegel krijg je rust, en dat is precies ook wat het zevende zegel is: rust. Even niks. Geen oordelen, geen gerichten, even niets. Waarom? Er moet een verzegeling gaan plaatsvinden. Eerst dus die verzameling uit alle volkeren, en vervolgens uit dat verzamelde volk een selectie die verzegeld moet worden.⟨/p> ⟨p>Hoezo moeten zij verzegeld worden? Want over die grote schare wordt gezegd dat niemand hen meer zal benauwen; ze zijn in rust. De zon zal niet op hen vallen, noch enige hitte, en het Lam zal hen voeren naar de waterbronnen van het leven. God zal alle tranen van hun ogen afwissen. Hoezo dan die verzegeling? Ja kijk, nu heb je een heel belangrijk punt. Want in het land is rust. Daar is het Koninkrijk inmiddels gevestigd. Maar daarbuiten nog niet. Dit is zo’n belangrijk punt. We zijn daar natuurlijk al heel wat keren mee bezig geweest, maar nu we het hebben over de zegels – en de volgende keer ook over de bazuinen – zie je dit fenomeen. Namelijk dat wanneer Christus zal zijn verschenen op de Olijfberg en Israël is onderworpen, het Koninkrijk nog niet wereldwijd is gevestigd. Zeker niet! Dat is de eerste stap.⟨/p> ⟨p>Die zegels hebben alles te maken met het land, met het volk Israël. Inderdaad, na de opening van de zegels is Israël onderworpen. Israël wordt verzameld en een selectie uit hen wordt beveiligd. Want dat is wat verzegeling eigenlijk is. Als iets verzegeld is, is het beveiligd en kan niemand eraan komen. Vandaar ook dat die oordelen over de aarde worden opgeschort, zodat eerst zij verzekerd kunnen worden. Zij worden beveiligd. Wat dat precies mag betekenen... Ze worden verzegeld aan het voorhoofd. Nou ja, ik heb hooguit een gedachte, maar ik vind dat niet echt interessant om te vertellen. Ik vind het alleen de moeite waard om iets door te geven wanneer ik er ook bonnetjes bij kan leveren en gewoon kan zeggen: zo staat het er. Maar sowieso is het onzichtbaar voor de buitenwacht. Dat het echter zichtbaar zal zijn aan hun voorhoofd wie zij zijn, en dat er ook niks aan hen kan gebeuren. Eerst moeten die knechten van God worden verzegeld en de reden is zodat geen onheil hen zal treffen. Hoezo? Maar voor die grote schare is dat helemaal niet aan de orde, want daar is het inmiddels allemaal pijs en vree. Ja, maar dáárbuiten niet. En dat is nu juist het hele punt.⟨/p> ⟨p>Inmiddels zijn de zes zegels voorbij. Dit is eigenlijk de pauze. Het zevende zegel en de zeven bazuinen zullen spoedig geblazen gaan worden. Zoals de zegels alles te maken hebben met Israël en het land, zo hebben de bazuinen alles te maken met de vestiging van het Koninkrijk over de volkerenwereld. Dat is buitengewoon belangrijk. We zullen de rest van het seizoen daar vooral op voortborduren, want allerlei andere profetieën hebben daar ook mee te maken. We zullen het ook nog hebben – dat hoop ik tenminste – over Gog en Magog in Ezechiël. Dat is echt iets wat na de zegels plaatsvindt. Dat Israël inmiddels in veiligheid woont en zijn plek heeft gevonden in het land; het is terugvergaderd. Maar daarmee is de wereld nog niet onderworpen. Het Koninkrijk begint gewoon eerst lokaal. Ja, eerst in de hemel – daar hebben we het eerste deel van het seizoen over gehad – maar vervolgens wordt het op de aarde gevestigd. Echter niet meteen over de hele aarde. Eerst in Jeruzalem, eerst in het land. Wel, dat land is nu inmiddels losgekocht en in bezit genomen. Dat zijn die zegels. De zes zegels zijn voorbij. Maar de zeven bazuinen moeten nog komen. De grootste verschrikkingen waar het boek Openbaring over spreekt, zijn nu nog toekomst: over een derde van de aarde en van de zeeën, en al die afschuwelijke dingen die over de wereld zullen komen. Dat is na de opening van de zegels. Dus ook nadat de Heer inmiddels al op aarde Zijn voet heeft gezet en Zijn Koninkrijk heeft gevestigd in Jeruzalem, in Israël.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-11" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="5306" title="Speel af vanaf 01:28:26">▶ 01:28:26⟨/button> ⟨span>De Wereldwijde Missie van de 144.000 in de Naderende Oordeelstijd⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Het feit dat de 144.000 worden verzegeld, geeft aan dat zij kennelijk de wereld ingaan. Het is een gevaarlijke wereld, want die wereld gaat nog getroffen worden door al dat onheil. Maar hen zal het voor niets treffen, en dat is bijzonder. Zij zijn Israëlieten, maar zij zijn op dat moment niet in het land. Want in het land is het goed; dat zal niet meer getroffen worden door ellende, narigheid, onheil en rampen. Maar de wereld daarbuiten wel, en daarom worden die 144.000 verzekerd.⟨/p> ⟨p>Zij hebben namelijk een missie; ze gaan erop uit. Want wat er dan gaat gebeuren – maar dat wisten we ook al – is dat het Koninkrijk gevestigd gaat worden over de hele aarde. Maar als het eerst gevestigd is in Israël, wat gaat er dan gebeuren? Dan wordt Israël geroepen om alle volkeren te maken tot zijn bezit. En in één generatie gaat het ook gebeuren; dat is precies wat die 144.000 ook gaan doen. Het Koninkrijk zal gepredikt worden en dan zal het einde gekomen zijn. Als het Evangelie overal gepredikt is, dan zal het einde komen. Dus daar gaat een zekere tijd overheen.⟨/p> ⟨p>Maar uiteraard kan Israël het Evangelie pas prediken als Israël zelf dat Evangelie aangenomen heeft. En dat is precies wat daartussen zit: dat de Heer aan hen zal verschijnen. Ze zullen zien wie ze gestoken hebben; zij zullen bekeerd zijn, omgekeerd, ze zullen hun Messias kennen. Ze zullen hun klederen hebben gewassen in het bloed van een Lammetje.⟨/p> ⟨p>En nu gaan zij erop uit en zullen zij de volkeren bekendmaken. "Boodschapt Zijn heil aan alle volken," staat er dan. Heel veel van die Psalmen gaan daarover, juist ook over die tijd. Dat onder de natiën het Koninkrijk geproclameerd wordt; dat zal wereldwijd gaan baanbreken. En dat mogen die 144.000 mensen, die juist speciaal zijn verzegeld, gaan vertellen hier op aarde onder de volken. Waar het zeer, zeer, zeer gevaarlijk is, daar is het voor hen veilig. Want ze zijn beveiligd en verzegeld.⟨/p> ⟨p>Hé, ik heb niets meer te vertellen. Nou ja, dan is het rond. Maar dat betekent dus – nee, dit is alleen maar even een aankondiging voor de volgende keer – dat we nu vervolgens aandacht moeten gaan schenken aan die bazuinen. Waar wijzen die bazuinen op en waar eindigt dat in? Nou, dat is een heel mooi onderwerp voor de volgende keren. Ik weet niet, ik heb het nog niet allemaal precies ingedeeld, maar ik kan u verklappen: er is stof genoeg. Of had jij gedacht dat dat niet zo duidelijk was voor Therese? Nee, nee, ik weet ook wat er nog is.⟨/p>