⟨h3 id="hoofdstuk-1" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="0" title="Speel af vanaf 00:00">▶ 00:00⟨/button> ⟨span>Inleiding: een Terugblik op de Reeks over de Wegrukking⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Heel hartelijk dank, Wolter, voor dit stralende openingswoord en heel goed om u allemaal hier te mogen treffen in grote getale. Ik zie een aantal voor mij nieuwe gezichten. Ja, ik zeg voor mij, want u hebt dat gezicht natuurlijk al lang, maar ook voor jullie een heel bijzonder hartelijk welkom.⟨/p> ⟨p>Inmiddels is het de zesde bijeenkomst in deze serie. Het is de eerste dit jaar natuurlijk, maar de zesde in de serie rond de wederkomst. Dat is een nogal breed thema en daar kun je natuurlijk ook heel veel kanten mee op. Tot dusver hebben we ons eigenlijk alleen maar... dat was niet eens zozeer mijn planning op voorhand, maar goed, dat is zo gelopen... tot dusver hebben we ons eigenlijk alleen nog maar beziggehouden met die gebeurtenis die Paulus noemt in 1 Thessalonika 4: de wegrukking. Ik zeg het niet eens helemaal goed, maar in ieder geval dat wij zullen worden weggerukt, de Heer tegemoet in wolken. Die gebeurtenis en alles wat daarover te melden valt, dat is heel boeiend natuurlijk.⟨/p> ⟨p>Vanavond — en misschien dat dat ook een klein beetje de opkomst verklaart — gaan we ons bezighouden met een thema dat ons toch wel moet interesseren. Dat kan haast niet anders. Vanmorgen, nee vanmiddag, las ik op Facebook een commentaar van iemand die hier ook in ons midden is. Maar Remco zal het niet leuk vinden als ik zijn naam noem, dus dat doe ik dan maar niet. Hij zei: "Nou ja, ik ben er wel bij vanavond, want het is leuk voor op mijn LinkedIn. Dan moet je ook kunnen vermelden wat je van plan bent te gaan doen en wat je in spe bent." Waar moet je dan anders wezen dan bij de Schrift? Ik wil nog eventjes, zeker voor de nieuwkomers is dat helemaal wel handig, maar voor ons allemaal is het denk ik goed...⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-2" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="138" title="Speel af vanaf 02:18">▶ 02:18⟨/button> ⟨span>Samenvatting: de Opstanding en Verandering bij de Bazuin⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Om eventjes de geheugens op te frissen en om alles goed op een rijtje te zetten: kort en bondig wat we tot dusver hebben besproken en gezien. In de eerste plaats over de reeks van momenten – dit was eigenlijk het onderwerp van de eerste avond – die worden genoemd in verband met de wegrukking. Dat vind je allemaal in 1 Thessalonika 4: het roepen van de aartsengel. Ik zeg de aartsengel, omdat de Schrift er maar één kent. We kennen hem ook nog bij naam, maar dat staat niet in 1 Thessalonika 4; zijn naam is Michaël.⟨/p> ⟨p>Dat is het eerste wat dan genoemd wordt door Paulus. Hij refereert daarbij ook, en dat hebben we tamelijk uitgebreid bezien, aan wat de profeten daarover zeggen: dat wanneer er een tijd van grote verdrukking zal komen, Michaël, de aartsengel, zal opstaan ten behoeve van zijn volk. Welnu, op het moment dat dat gaat gebeuren, dat hij in actie komt en het signaal zal geven, dat is precies ook het moment dat deze gebeurtenis waar we ons mee bezighouden – de wegrukking dus – zal gaan plaatsvinden.⟨/p> ⟨p>Het zal plaatsvinden bij bazuingeklank. Die bazuin zal trouwens bij allerlei gelegenheden nog gaan klinken, maar het is in ieder geval een term die altijd weer genoemd wordt in verband met de terugkeer van de Heer, voor welke groep en bij welke gelegenheid dan ook. Paulus zegt: bij die gelegenheid zullen de doden in Christus eerst opstaan. Dat is het eerste. Er zal een bazuin klinken en de doden, dat wil zeggen de ontslapen gelovigen, zullen eerst worden opgewekt. Vervolgens klinkt er nog een bazuin – eigenlijk zijn het twee bazuinstoten, een eerste en een laatste.⟨/p> ⟨p>Vervolgens worden de levende gelovigen die op dat moment nog in leven zijn, de laatste generatie dus, in een ondeelbaar ogenblik veranderd. Ik moet er trouwens bij zeggen dat dit niet in 1 Thessalonika 4 staat, maar dat vermeldt Paulus in 1 Korinthe 15: zij zullen in een ondeelbaar ogenblik worden veranderd. Om weer verder te gaan met 1 Thessalonika 4: dan zullen ze tegelijkertijd allemaal – ik bedoel degenen die ontslapen waren en opgestaan zijn én degenen die op dat moment als levende gelovigen veranderd zijn – tegelijkertijd worden weggerukt.⟨/p> ⟨p>Het gaat dus niet één voor één naar de hemel, zoals de traditionele christelijke voorstelling vaak is. De gedachte dat een mens ontslaapt en dan direct naar de hemel gaat, is niet de Bijbelse voorstelling. De Bijbelse voorstelling is dat het allemaal tegelijk gebeurt, namelijk wanneer de bazuin klinkt en de doden en de levenden tezamen de Heer tegemoet gaan. Ik was gisteren bij een begrafenis in de Nieuwe Kerk in Katwijk; dat was de begrafenis van een kerkelijke vrouw. De predikant die daarin voorging, vertelde dat de overledene nu bij Gods troon was. Vijf minuten later las hij dat gedeelte voor uit 1 Thessalonika 4, waar verteld wordt dat ze wacht in het graf en dat ze, wanneer de bazuin klinkt, naar de Heer toe zal gaan.⟨/p> ⟨p>Ik struikel daarover en ik vraag me af: luistert men dan niet? Gaat het het ene oor in en het andere oor uit, zodat het helemaal niet doordringt? Ik vraag me af of er werkelijk niemand in zo’n volle kerk is die zich afvraagt: wacht even, hoe zit dat nou? Is ze nu bij de Heer, of gaat ze straks de Heer tegemoet? Blijkbaar niet. Maar het is zo’n onlogische constructie. Het belangrijkste is: de Schrift zegt dat ook helemaal niet. De dood is niet een andere vorm van leven. De doden zijn inderdaad dood, of zo u wilt: in slaap. Daar is niks dramatisch aan; ze slapen en ze zijn zich van niets bewust.⟨/p> ⟨p>Op het moment dat de bazuin klinkt, zullen ze worden gewekt. Samen met de levende gelovigen zullen ze de Heer tegemoet gaan en worden weggerukt in wolken. Dat kan ook slaan op het feit dat al die mensen tezamen een wolk van mensen vormen; zo spreekt de Bijbel er ook over. Een wolk van getuigen, een wolk van mensen die zullen worden weggerukt tot een ontmoeting met de Heer in de lucht. Daarboven dus; daar zullen we naartoe gaan en daar zullen we Hem ontmoeten. Dat is wat Paulus erover zegt in 1 Thessalonika 4.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-3" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="483" title="Speel af vanaf 08:03">▶ 08:03⟨/button> ⟨span>Het Tijdstip: Tekenen Voorafgaand aan de Wegrukking⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>We hebben ons een aantal avonden beziggehouden met het tijdstip van die wegrukking. In 1 Thessalonika 4, waar de gebeurtenis zelf beschreven wordt, hebben we in feite weinig aanknopingspunten, of het moet het signaal van de aartsengel zijn. Maar in de omliggende schriftgedeelten staan des te meer aanknopingspunten. En niet alleen aanknopingspunten, maar ook heel specifieke details over wanneer we dat alles hebben te verwachten.⟨/p> ⟨p>Bijvoorbeeld in 1 Thessalonika 5, direct nadat Paulus die wegrukking heeft beschreven. Dat is overigens een unieke gebeurtenis, want nergens anders vind je dat in de Bijbel. In de Hebreeuwse profeten lees je nergens dat de Israëlieten bij de komst van de Heer Hem tegemoet zullen gaan in de lucht. Dat vind je nergens. Paulus zegt dat ook met een 'woord van de Heer'. Hij was daar speciaal over geïnformeerd; vandaar dat je die gebeurtenis nergens anders beschreven vindt. En in 1 Korinthe 15 zegt hij ook dat hij een verborgenheid bekendmaakte, wat wil zeggen dat het een geheim was.⟨/p> ⟨p>In 1 Thessalonika 5 gaat Paulus in op de vraag wanneer dat dan zal zijn. Hij zegt dat het niet nodig is om op alle details van de tijden en de gelegenheden in te gaan, want jullie weten zelf wel wanneer men zal zeggen: "vrede en zekerheid!" Dus wanneer er – in ieder geval in het Midden-Oosten, in Israël en wellicht wereldwijd – een periode zal zijn waarin er een ongekende welvaart, zekerheid en ook vrede zal zijn. Je leest daar ook over in het boek Openbaring, bij de eerste ruiter die genoemd wordt in het eerste zegel in Openbaring 6. Daar lees je dat die ruiter overwint over de hele wereld. Dat is de ruiter op het witte paard – nee, dat is dus niet Sinterklaas. Hij zal veelbelovend zijn en hij zal overwinnen zonder oorlog. Je leest dat hij een boog in zijn handen heeft, maar er wordt niet gesproken over een pijl. Hij zal een ongekende welvaart en vrede brengen.⟨/p> ⟨p>Dat valt ook samen met de tijd dat er weer op het tempelplein in Jeruzalem een offerdienst zal zijn. Dat betekent dus dat op het tempelplein de offerdienst weer wordt hersteld. Er zal ook weer, in welke vorm en op welke locatie precies dan ook, een tempel zijn. Je kunt het je nu misschien nog nauwelijks voorstellen, maar het Jodendom is druk in de weer om dat inderdaad te realiseren. En dat gaat binnenkort ook gebeuren; dat kan niet missen. De tijd is in ieder geval op handen.⟨/p> ⟨p>In dit verband is dat even genoeg om daarover te zeggen. Maar in ieder geval: als iedereen zal zeggen "vrede en zekerheid", dan zal hen die dag waar Paulus zojuist over gesproken had, overvallen als een dief in de nacht. Het is een wat vreemde beeldspraak, maar zo zegt Paulus dat. Dus wanneer zal die wegrukking zijn? Paulus noemt geen datum, maar hij zegt: jullie weten wanneer het zal zijn als iedereen zegt "vrede en zekerheid". Dan kunnen wij gaan aftellen: nu gaat het gebeuren, of nu kan het niet lang meer duren. Wij zullen die periode dus nog meemaken.⟨/p> ⟨p>En dan zal een plotseling verderf over de wereld komen, in de eerste plaats over Israël. Het wordt vergeleken met de weeën van een zwangere vrouw. Die wegrukking wordt ook een uitredding genoemd; dat is 1 Thessalonika 1 vers 10, waar we lezen over het verwachten van de Zoon van God uit de hemelen, die ons zal uitredden uit de komende toorn. Dus terwijl de toorn eraan komt, zal de Zoon van God komen en Hij zal ons uitredden, evacueren en ons behoeden voor die toorn die op het punt staat los te barsten.⟨/p> ⟨p>In december hebben we ons ook beziggehouden met die draak in Openbaring 12. Daar lees je dat als hij op de aarde geworpen is, die draak het ook gemunt zal hebben op de mannelijke zoon. Ik zie soms mensen kijken van: waar heeft hij het ook alweer over? Ja sorry, dan hadden jullie al die vijf andere bijeenkomsten er ook maar moeten zijn. Dat is geen verwijt hoor, maar ik kan dat verder nu even niet uitwerken. Beluister dat allemaal nog maar eens; dat is een goede tip, nietwaar Tony?⟨/p> ⟨p>In ieder geval gaat het over die toorn. Want vergis u niet: als eenmaal de gemeente van deze aarde – die mannelijke zoon – van de aarde zal zijn weggerukt, dan zal er hier op aarde een afschuwelijke tijd gaan aanbreken. Dat wordt inderdaad die toorn genoemd. De toorn van de draak, de duivel die op de aarde zal zijn geworpen, en trouwens ook van die twee getuigen die zullen optreden. Waarom ik dit er even bij zeg: het is een uitredding uit de komende toorn. Dat betekent dus dat die toorn die dan zal losbarsten – zowel vanuit een positieve als een negatieve zijde, ik bedoel van de draak maar ook in feite van die twee getuigen die zullen optreden – niet bestemd is voor de gemeente. Nee, die wordt daaruit gered voor een speciaal doel. Niet om ze vakantie te geven ofzo, zo van: "nou ja jongens, jullie zijn zulke brave mensen" of "jullie zijn zo halfzacht, jullie kunnen daar niet tegen". Nee, daar komen we straks nog even op. Eén ding moet je zien: ze zullen worden uitgered uit die komende toorn.⟨/p> ⟨p>En we hebben ook gezien – en daar hebben we een hele avond aan gewijd, wat een heel nieuw gezichtspunt was – dat er in 2 Thessalonika 2 gesproken wordt over de afstandneming. Helaas wordt dit meestal weergegeven met 'de afval'. Maar het is geen afval. Nou ja, het woord misschien wel – sorry, dat mag ik zo niet zeggen – maar de vertaling is niet goed. Het is gewoon de afstandneming en dat gaat concreet over het vertrek. Eerst moet onze afstandneming plaatsvinden, want dat is de wegrukking; daarin nemen wij afstand. En dán zal de onthulling plaatsvinden van die mens der wetteloosheid en zal hij zich neerzetten in de tempel, et cetera. Maar daar had ik het al even over: Openbaring 12.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-4" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="948" title="Speel af vanaf 15:48">▶ 15:48⟨/button> ⟨span>Openbaring 12: de Wegrukking van de Mannelijke Zoon⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Daar hebben we ook links en rechts, en al bij verschillende gelegenheden, bij stilgestaan. Eerst wordt die mannelijke zoon weggerukt; dat is een beeld van Christus en de gemeente, hoofd en lichaam. En als die wordt weggerukt tot God en Zijn troon, weet je ook meteen waarom die mannelijke zoon weggerukt wordt? Omdat hij bestemd is voor de troon, daarom.⟨/p> ⟨p>En als die mannelijke zoon wordt weggerukt, wat gebeurt er dan met de moeder, met die vrouw? Linea recta vlucht ze naar de woestijn, alwaar haar een plaats door God is bereid, waar ze 1260 dagen zal worden verzorgd. Ook dat werpt natuurlijk weer zoveel licht op het moment en het tijdstip van de wegrukking. Het bevestigt precies wat we op al die andere plaatsen ook zien, namelijk: voordat de komende toorn aankomt, voordat de mens der wetteloosheid zich in de tempel zal zetten en voordat de vrouw zal vluchten naar de woestijn waar ze veilig bewaard wordt, zal de wegrukking plaatsvinden. Dat zijn wel de belangrijkste redenen om dat moment ook te kunnen plaatsen. Paulus doet in ieder geval moeite genoeg om dat zo neer te zetten.⟨/p> ⟨p>Ik wil er trouwens ook nog even bij zeggen: het betekent dus ook dat niet alleen die mannelijke zoon — Christus en Zijn lichaam, de Ecclesia — in veiligheid worden gebracht, maar ook die vrouw, een gelovig overblijfsel van Israël. Want als de gemeente weggerukt zal zijn, dan wordt er een afgodsbeeld op het tempelplein van Jeruzalem geplaatst. Dat is het laatste moment; op dat moment moet men vluchten naar de woestijn. Daar vinden ze dan ook inderdaad een plaats en daar wordt die vrouw verzorgd. Alle Israëlieten die daarheen zijn gevlucht, worden daar keurig 1260 dagen, te midden van alle tumult van de draak zoals de Bijbel dat beschrijft, veilig bewaakt.⟨/p> ⟨p>Zij treffen dus een onderduikadres. Als je dan vraagt of zij de grote verdrukking meemaken? Nou, feitelijk niet. Nee, want ze hebben een onderduikadres en ze worden daar keurig verzorgd; ze hebben daar hun eten en hun drinken. Weliswaar zijn ze hier op aarde. Het verschil met die mannelijke zoon is dat deze wordt weggerukt tot God en Zijn troon; die heeft een hemelse bestemming. De vrouw wordt op aarde bewaard en in veiligheid gebracht. Dat is een verschil, maar desalniettemin is er ook een overeenkomst. En dat brengt ons meteen — en we komen er wel hoor — dichter bij ons onderwerp van vanavond. Maar eerst nog even dit, waar ik ook al wat over verteld heb.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-5" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1139" title="Speel af vanaf 18:59">▶ 18:59⟨/button> ⟨span>Het Doel van de Wegrukking: de Vestiging van het Hemelse Koninkrijk⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>...en dat lijkt me van groot belang als we spreken over het motief en het doel van die wegrukking. Ik zei al: dat is niet om ons te vrijwaren van verdrukking, want hoe vaak lezen we juist niet hoe belangrijk verdrukking is? Het is zelfs — nou ja, laten we wel wezen — voor ons zo dat wij in ongekende luxeomstandigheden leven in deze westerse wereld. Een wereld waarin je vrij kunt samenkomen en waarin je vrij kunt spreken, zonder dat de overheid ons ook maar iets in de weg legt. Maar het evangelie is natuurlijk niet geliefd. Er wordt bespot, wat ook een vorm van vervolging is. Maar laten we welwezen en laten we ons daarin ook gelukkig prijzen; het is een ongekende luxe. Ik zou zeggen: voor ons is het des te meer een motief en een reden om dat goede bericht dat ons is toevertrouwd eruit te tetteren. Want iedereen moet het weten. En wat staat ons in de weg? Dus ja, dat lijkt mij de beste manier om zo'n gelegenheid ook aan te grijpen.⟨/p> ⟨p>Nee, wij worden niet weggerukt omdat de Heer ons wil behoeden voor verdrukking. Dat is het helemaal niet. Ik denk wel eens dat er een heleboel mensen zijn die, als het dan gaat over de 'opname' — dat woord vermijd ik altijd maar een beetje, omdat het woordje opname natuurlijk nogal dubbelzinnig is. Het heeft in ieder geval niets te maken met naar het ziekenhuis gebracht worden. Nee, het is echt een wegrukking. In de term zelf zit eigenlijk ook geweld; iets heel plotselings. Nou ja, dat kunnen opnamen ook zijn natuurlijk, dat geef ik toe. Maar u begrijpt het.⟨/p> ⟨p>Het motief van die wegrukking is inderdaad niet om ons te vrijwaren van verdrukking, maar om ons op een andere plaats te brengen waar we een functie te vervullen hebben, waar iets belangrijks gaat gebeuren. Ik refereerde er al even aan: die mannelijke zoon is Christus. Het boek Openbaring spreekt verder niet over de gemeente die daarbij inbegrepen is. Die mannelijke zoon is Christus, maar als je het geheim kent van de Christus, dan weet je dat wij daar deel van uitmaken. En die Christus wordt weggerukt. En waar hoort Hij thuis? Bij de troon van God. Hij wordt weggerukt tot God en Zijn troon. En dat is het punt. Het gaat er dus niet alleen maar om dat die mannelijke zoon in veiligheid gebracht wordt. Dat is wel zo, maar dat is een randvoorwaarde om zijn functie te vervullen. Hij is namelijk bestemd voor de troon en dat brengt me op het andere punt.⟨/p> ⟨p>Op het moment dat die mannelijke zoon gebracht wordt — de Christus, inclusief zijn lichaam — en op de troon gezet zal worden, dan is dat om het Koninkrijk te vestigen. Wat er gaat gebeuren, lees je ook in Openbaring 12. Die mannelijke zoon gaat naar boven en Satan, de tegenstander, en al zijn personeel en trabanten worden dan vervolgens op aarde geworpen. Dat gebeurt overigens door Michaël en zijn engelen in die strijd. Die wegrukking van die mannelijke zoon heeft dus alles te maken met het in actie komen van Michaël. Maar wat er gebeurt op het moment dat die mannelijke zoon op de troon geplaatst zal worden, weggerukt tot God en Zijn troon, is dat er grote schoonmaak gehouden zal worden in de hemel en het Koninkrijk in de hemel wordt gevestigd.⟨/p> ⟨p>Het komt erop neer dat tot op de dag van vandaag de Heer Jezus weliswaar gezeten is aan Gods rechterhand, maar dat er ook overheden en machten van de boosheid in de lucht en in de hemelse gewesten zijn. De satan heeft daar nog vrij toegang. Het Koninkrijk is nog niet gevestigd in de hemel. De Koning is daar wel gezeten, maar dat al die machten verwijderd zullen worden, vindt pas plaats als die mannelijke zoon daar naar de troon is geëvacueerd, om zo te zeggen, of geplaatst, en zijn plaats gaat innemen. Dat betekent dus dat het Koninkrijk begint in de hemel. Wanneer begint het? Wanneer de mannelijke zoon daar op de troon gezet is. En dat kan niet voordat wij, als complement en als aanvulling van Christus, als Zijn lichaam, daar zijn gezet.⟨/p> ⟨p>Om te beginnen wordt het Koninkrijk gevestigd in de hemel en vervolgens — eigenlijk heel logisch, het is gewoon top-down en hiërarchisch — op de aarde. Zoals het Koninkrijk, als het eenmaal op aarde gevestigd zal zijn, begint in Jeruzalem, en vervolgens vanuit Jeruzalem de Zoon vanaf Zijn troon Zijn heerschappij vestigt. Ik geef toe, het is een lied, maar het is precies zoals de Schrift dat beschrijft: die kringen van heerschappij worden steeds groter. Het begint bij de kop, zeg maar, en uiteindelijk bij de staart. In ieder geval wordt in de hemel het Koninkrijk gevestigd en Satan en consorten worden op de aarde geworpen. En dan staat er ook: "Wee de aarde en het land, want de draak is in grote grimmigheid en toorn op de aarde geworpen." En hij zal huishouden, juist omdat hij weet dat zijn tijd zeer kort is.⟨/p> ⟨p>Dat is dus belangrijk: die Ecclesia is bestemd voor de troon. En daarom vindt die wegrukking plaats: om het Koninkrijk te gaan vestigen in de hemel. Daarom. Dus het eerste antwoord op de vraag "wat gaan we straks doen?" is dit. Misschien hoort u graag dat we eindelijk vakantie gaan houden. Ik zie er enorm naar uit, naar wat we straks gaan beleven. Al was het maar omdat het echt spannend is, want je kunt je er eigenlijk, ondanks alles waarover we geïnformeerd worden in de Schrift, nauwelijks nog een voorstelling van vormen. Zo vergaat het mij ook hoor. Ik geef er bijbelstudies over, maar als je zegt: "André, kun jij beschrijven in termen van zintuiglijkheid wat je ziet en hoort en voelt en ruikt?", dan sla ik behoorlijk dicht hoor. Want dat weet ik niet.⟨/p> ⟨p>Ik denk bij mezelf: probeer maar eens een keer aan een waterkever te vertellen wat het is om een libel te zijn. Alleen al de omgeving is een totaal andere. Eerst in de wateren — daar zijn wij nu ook, tussen de volkeren — en dan straks in de hemel. Elke libel die je ziet vliegen, was ooit een waterkever. We zullen worden getransformeerd als we dat straks in levenden lijve zullen meemaken. En ik ga er gemakshalve van uit dat we dat inderdaad gaan meemaken. Dat moet lukken — sorry als ik het zo zeg — dan gaan we eruit. Maar ik geef geen garantie, dat weet u. Maar goed, we openen de Schriften daarover en we weten dat de termijn nu eenmaal hard bezig is te verstrijken, dus dat lijkt mij nogal logisch en voor de hand liggend. Maar dat gaan we dus meemaken.⟨/p> ⟨p>Dit moet je onthouden: we zijn bestemd voor de troon, en de Schrift is daar volkomen helder over. Ik wil dat juist vanavond nog eens nader uitwerken. De vorige keer sloten we af met 2 Thessalonika 2 en waar ik toen mee eindigde, wil ik nu even mee beginnen om dan zo vervolgens weer de draad op te pakken. Eigenlijk is dit dus een lange inleiding en samenvatting om ons weer op de rails te zetten. Als Paulus gesproken heeft over die gebeurtenissen — onze toevergadering tot Hem in 2 Thessalonika 2 en de gebeurtenissen die daarmee samenhangen en die erop zullen volgen — dan zegt hij in vers 14: "Daartoe roept Hij jullie ook door het goede bericht, het evangelie van ons." Paulus heeft het dus over het evangelie zoals hij dat daar onder de natiën mocht prediken. En ik zeg er ook bij: het is dus niet een evangelie dat daarvan afwijkt. Dat lijkt mij nogal logisch als Paulus zegt dat God ons roept door het goede bericht zoals wij dat hebben verteld.⟨/p> ⟨p>Dat betekent dat God niet roept door andersluidende berichten. Dat is trouwens niet mijn conclusie, dat is Paulus' eigen conclusie. Paulus zegt het zelfs nog sterker. Hij zegt: al zou een engel uit de hemel komen... Nou, dat is toch kras. Paulus zegt het nog sterker: "al zouden wij u..." Hij sluit zichzelf er dus bij in. Hij zegt: al zou ik jullie een evangelie verkondigen dat afwijkt van wat jullie eerder van mij vernomen hebben, dan is die boodschap vervloekt, anathema. Dus een evangelie dat daarvan afwijkt, is anathema.⟨/p> ⟨p>Dat wat er onder de Galaten gepredikt en gehoord werd, dat is inderdaad gemeengoed. Nou ja, meer gemeen dan goed geworden in de christenheid. En dat is echt dramatisch. Dat betekent trouwens ook – en dat is een aspect waar we ons even mee hebben beziggehouden als je praat over hoe groots dat gebeuren zal zijn – ik weet dat als je films kijkt als Left Behind (die ik trouwens nooit gezien heb, maar ik heb het boek weleens doorgebladerd) en meer van dat soort voorstellingen, dat zij ervan uitgaan dat zo’n beetje de hele christenheid dan wordt weggerukt. Nou, dat kunt u wel vergeten, daar geloof ik echt helemaal niets van.⟨/p> ⟨p>Als je weet hoe impopulair dat goede bericht van Paulus is en hoe het zelfs onder een vloek staat als je het gelooft, dan geloof ik niet dat alle mensen die daar niets van moeten hebben, meegaan met die wegrukking. God roept via die boodschap. Dus zo massaal zal het echt niet zijn, als u het mij vraagt, ook al wordt het graag zo voorgesteld. Kijk, het goede bericht is geweldig. Weet u waarom? Omdat God de Redder is van alle mensen. Alle mensen. Dat is juist het goede bericht.⟨/p> ⟨p>Wij kunnen dit dan ook met opgeheven hoofd zeggen. Ook voor de achterblijvers geldt: God is ook hun Redder. Maar maak niet de fout te denken dat er heel veel mensen zullen worden weggerukt, simpelweg alles wat zich religieus of christelijk noemt. Nee, welk evangelie redt? Dat is het werkelijke evangelie, namelijk de boodschap dat Hij in Zijn Zoon Christus Jezus de Redder is van deze wereld. Dat is het evangelie. Door die boodschap roept God ons. Paulus zegt dat hier tegen de Thessalonicenzen: "Daartoe roept Hij ook jullie door het goede bericht van ons." En dan zegt hij: "tot verkrijging..." En nu komen we pas echt bij het onderwerp.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-6" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1964" title="Speel af vanaf 32:44">▶ 32:44⟨/button> ⟨span>Thessalonicenzen 2: Geroepen tot de Heerlijkheid van de Heer⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Tot verkrijging van de heerlijkheid van de Heer van ons, Jezus Christus. Hij roept ons tot die hoge bestemming en we zullen dan inderdaad onze positie krijgen. Maar wat houdt dat precies in? Wel, wij zullen de heerlijkheid verkrijgen van onze Heer. Dat waartoe Hij bestemd is — Zijn heerlijkheid, maar ook Zijn toekomst — dat is de onze. Paulus zegt in 1 Thessalonicenzen 4: "En zo zullen wij met de Heer zijn." Wij zullen Zijn plaats, Zijn positie delen. En dat gaat zo ver.⟨/p> ⟨p>Waar moet je zijn om daarover geïnformeerd te worden? Dan moet je inderdaad bij de apostel Paulus zijn, want hij heeft daar zulke geweldige geheimen over bekendgemaakt. De waarheid dat wij deel uitmaken en gaan uitmaken van de heerlijkheid van onze Heer. Zijn glorie is de onze. En wat is Zijn glorie? Dat is eigenlijk de vraag die je moet stellen. Als je spreekt over de verkrijging van de heerlijkheid van de Heer van ons, dan moet je eerst weten wat die heerlijkheid van de Heer precies inhoudt en hoever dat strekt.⟨/p> ⟨p>Is dit een overdrijving? In zekere zin zou je natuurlijk kunnen zeggen dat alle gelovigen straks — ook na de wegrukking, Israël en de volkeren — deel zullen krijgen aan de heerlijkheid van het Koninkrijk. Maar niet zoals Paulus het hier zegt: de heerlijkheid van Jezus Christus verkrijgen. Zijn heerlijkheid wordt de onze.⟨/p> ⟨p>Ik ga u eerst even meenemen naar 1 Korinthe 12 om scherp te krijgen wat dat beeld — het is eigenlijk meer dan een beeld — van hoofd en lichaam impliceert en wat dat met zich meebrengt. 1 Korinthe 12, vers 12. Daar staat iets prachtigs. Het lijkt misschien even niet zoveel van doen te hebben met het onderwerp en de vraagstelling van deze avond, maar wacht maar. Paulus zegt daar, nadat hij veel heeft gesproken over dat ene lichaam waarin zoveel verschillende genadegaven, functies en werkingen zijn: het is één lichaam. Want zoals het lichaam één is en veel leden heeft, maar al die leden van het lichaam, hoeveel ook, één lichaam zijn, zo ook de Christus.⟨/p> ⟨p>Daar gaat het me nu even om: "zo ook de Christus". Je zou dit niet verwachten. Als je gewoon met je ogen leest, zou je niet verwachten dat Paulus het zo zou zeggen. Dan zou je verwachten: zo ook de Ecclesia. Hij had het over het lichaam met vele functies en nu rondt hij de vergelijking af. Je zou verwachten dat daar staat: "dat is dus zo ook de Ecclesia", of "zo ook de gemeente", zo u wilt. Maar zo zegt hij het niet. Het is niet onwaar, maar het punt is: dat lichaam ⟨em>is⟨/em> de Ecclesia, maar het is ook de Christus.⟨/p> ⟨p>Let op, dit zegt Paulus al in de Korinthebrief. Ik weet dat er mensen zijn die zeggen dat hij dit pas onthult in de gevangenisbrieven. Ik geloof dat niet. Sterker nog, een uitspraak als deze heb ik in die sterkte nog nooit gelezen in de gevangenisbrieven, waarbij de gemeente zelf echt "de Christus" genoemd wordt. Maar het is wel zo: de Christus is inderdaad hoofd en lichaam. In een bepaald verband maakt het hoofd deel uit van het lichaam, toch? Iedereen spreekt over hoofd en lichaam; je kunt ze onderscheiden, maar je kunt net zo goed zeggen dat het hoofd het belangrijkste onderdeel van het lichaam is. Zo ook de Christus.⟨/p> ⟨p>Wat ik ermee wil zeggen, is dit: de Ecclesia is het lichaam; zij vormt de Christus. Ik ga nu nog even verder — of eigenlijk ga ik even terug — naar 1 Korinthe 6. Daar zegt Paulus iets over onze taak en wat we straks zullen gaan doen. Ik gaf al aan dat we bestemd zijn voor de troon, en dat is vooral het onderwerp dat ik vanavond graag eens voor het voetlicht wilde brengen. Het is essentieel om te zien hoe elementair dit is in het onderwijs.⟨/p> ⟨p>Paulus zegt in 1 Korinthe 6 vers 2 het volgende — en even kort over de achtergrond: in de Ecclesia van Korinthe waren er onderlinge geschillen, zoals die wel vaker voorkomen onder gelovigen, maar dit was eigenlijk heel droevig. Ze gingen die geschillen vervolgens bij de wereldse rechter uitvechten. Nu zegt Paulus niet, vanuit een wettische benadering, dat dit simpelweg niet mag. Nee, hij laat zien hoe onlogisch dat is door retorische vragen te stellen. "Weten jullie dan niet?" Hoe dwaas en bizar dat is. Zo zet hij zijn betoog in.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-7" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2336" title="Speel af vanaf 38:56">▶ 38:56⟨/button> ⟨span>Korinthe 6: de Heiligen Zullen de Wereld en Engelen Oordelen⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Of weten jullie niet dat de heiligen, degenen die God vandaag apart stelt – want dat is wat 'heilige' naar de betekenis van het woord inhoudt – de wereld zullen oordelen? Het loutere feit dat Paulus dit als een retorische vraag neerlegt, geeft aan dat dit destijds hoorde bij zijn basisonderwijs. Het is geen voortgezet onderwijs. Trouwens, dat wilde Paulus wel graag aan de Korinthiërs kwijt, maar hij zegt een paar hoofdstukken eerder: jullie zijn eigenlijk nog aan de melk en vaste spijs konden jullie nog niet verdragen. Jullie zijn zuigelingen, onmondigen. Dat klinkt in dat verband niet als een compliment, maar het geeft in ieder geval aan dat bij het basisonderwijs dat Paulus hen had gegeven, ook de kennis lag besloten dat de heiligen, degenen die God vandaag apart zet, de wereld zullen oordelen. Vandaar dat Paulus hen daaraan herinnert.⟨/p> ⟨p>Zij zullen oordelen zoals rechters een oordeel uitspreken, maar het betreft niet alleen de rechtbank. In het algemeen gaat het om degenen die heersen; de troon, daar waar het bestuur geregeld wordt. In feite is het besturen van een land, een volk of welk domein dan ook, niets anders dan oordelen. Je bent voortdurend keuzes aan het maken en besluiten aan het nemen; dat is oordelen. Misschien lezen wij dat woord 'oordelen' nog met een te gemakkelijke calvinistische bril, waardoor je al gauw denkt in termen van veroordeling, om maar te zwijgen van verdoemenis. Maar dat is het niet. Het is gewoon oordelen, voortdurend keuzes maken terwijl je bestuurt. Dat is precies wat hier bedoeld wordt.⟨/p> ⟨p>Weten jullie niet dat de heiligen de wereld zullen oordelen? Wij dus. Wij zijn bestemd voor de troon en wij zullen de wereld oordelen. Paulus zegt dan: "En indien de wereld te midden van jullie wordt geoordeeld..." – ik heb u al vaker gezegd dat dit een wat letterlijke weergave is die een klein beetje afwijkt van de NBG of Statenvertaling – "...zijn jullie dan onwaardig voor de minste rechtbanken?" Dat vind ik prachtig. Zij gingen naar de rechtbank, wat voor hen de hoogste instantie was waar zij naartoe konden gaan, en nu zegt Paulus: daar kijk je toch op neer? Dat zijn in onze optiek maar inferieure rechtbankjes. Althans, in de optiek van degenen die bestemd zijn voor de troon om de wereld te oordelen. Hier staat gewoon het woordje 'kosmos'. Ik laat dat nu even in de meest brede zin opvatten. Wij zijn bestemd voor het beoordelen, het richten en het besturen van de wereld op het hoogste, hemelse niveau. Dat is waar wij toe bestemd zijn.⟨/p> ⟨p>En dat betekent, zo houdt Paulus de Korinthiërs voor, dat die rechtbank waar jullie naartoe gaan de minste rechtbanken zijn. Hij zegt: als de wereld straks te midden van jullie wordt geoordeeld, zijn jullie dan onwaardig voor die minste rechtbanken? Met andere woorden: jullie hebben zo'n hoge bestemming. We zijn van koninklijken bloede – nou ja, 'bloede' is misschien niet het juiste woord – maar dit is waar we voor geroepen zijn: tot het richten van de wereld. Paulus zegt dat dit onze waardigheid is. Ik weet niet of u er ooit zo bij stilstaat als u in de wereld rondloopt, maar er is geen enkele reden voor om met een opgeheven neus te snoeven. Toch is dit de andere kant van het verhaal. We doen wel gewoon, maar als je erover doordenkt waar we toe bestemd zijn, dan denk je: wauw. Daar kan geen autoriteit in de wereld tegenop, of je nu de president van Rusland of van Amerika bent. Het is niets ten opzichte van de positie die ons is gegeven. Ik bedoel dat heel concreet in de termen van het bestuur waartoe wij geroepen zijn.⟨/p> ⟨p>Hoe krankjorem is het dan, als u het mij vraagt, om als gelovigen onderling naar de rechtbank te gaan? Daar hebben ze dus echt nog helemaal geen snars van begrepen: als gelovigen onderling een wereldse rechter uitspraak laten doen over jullie aangelegenheden, terwijl wij straks zelf bestemd zijn voor die plaats van oordeel. Dat is bizar, dat hoef ik verder toch niet uit te leggen?⟨/p> ⟨p>Paulus gaat verder: "Of weten jullie niet dat wij engelen zullen oordelen?" Hij heeft het hier inderdaad over hemelse boodschappers. In feite gaat dit nog veel verder dan de wereld hier beneden. Het feit dat Paulus vraagt: "Of weten jullie niet?", bevestigt dat ook dit hoorde bij het basisonderwijs. Die Korinthiërs waren dus al op de hoogte van hun hemelse positie. Wij zullen engelen oordelen. Dus niet alleen de dingen hier op aarde, maar zelfs hemelwezens. Dat kan alleen maar betekenen dat wij hen in positie overtreffen en kennelijk ook daar zullen zijn. Maar als dat zo is, dan toch zeker de zaken van dit leven?⟨/p> ⟨p>Het is trouwens interessant dat hij hier het woord 'biotica' gebruikt, bekend van 'antibiotica'. Het gaat om de zaken van het leven. Als dat onze plaats is, lieve mensen, dan geeft dat – en dat geldt niet alleen voor dit soort aangelegenheden waar wij ons nu zo druk over maken en waar we zelfs ruzie over maken – een heel ander perspectief. Juist als je eenmaal een beetje gesnoven hebt aan datgene waartoe we geroepen zijn voor de komende aionen, dan ga je leren relativeren wat hier allemaal speelt. Voor die paar decennia dat we hier zijn, zinkt alles werkelijk compleet in het niet ten opzichte van de heerlijkheid van de aionen waartoe wij geroepen zijn. We mogen daarin zelfs zo'n enorme prominente plaats innemen. Waarom zouden we dan zo opgaan in al dat gekrioel hier? Kijk, het is niet dat het niet mag, maar het gaat erom: jongens, 'get real', word eens even wakker. Besef en ga dit leven eens in verhouding zien ten opzichte van de komende aionen. Dan heb ik het nog niet eens over de onvergankelijkheid daarna, maar zie het eerst eens in die verhouding. Dan wordt het allemaal minuscuul onbelangrijk. Vooral als je de heerlijkheid van straks eenmaal gaat zien, dan ga je ook de moeite van nu heel erg relativeren.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-8" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2861" title="Speel af vanaf 47:41">▶ 47:41⟨/button> ⟨span>Korinthe 4: de Lichte Last Versus het Aionisch Gewicht van Heerlijkheid⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Ik heb deze tekst niet op de dia staan, maar ik word er nu even bij bepaald. Daar zegt Paulus dit, ik lees het even voor uit de vertaling in vers 17 van 2 Korinthe 4: "Want de lichte last van de verdrukking..." Moet je nagaan hè, Paulus. Als er één wist wat verdrukking was, dan was hij het wel; juist de tweede Korinthebrief spreekt daar uitgebreid over. Maar Paulus zegt: het is een lichte last van verdrukking. Je zou Paulus kunnen afvragen: "Is dat licht?" "Ja," zegt Paulus, "licht. Dat is licht." Hoezo licht? Nou kijk, licht en zwaar is relatief. Dat is altijd ten opzichte van wat. Die verdrukkingen die Paulus heeft ondergaan zijn, als wij ernaar kijken, heel zwaar. Maar Paulus zegt: "Ik noem het licht." Want, zo zegt hij: "de lichte last van de verdrukking van een ogenblik bewerkt voor ons een alles verder te boven gaand aionisch gewicht van heerlijkheid, daar we niet zien op het zichtbare, maar op het onzichtbare. Want het zichtbare is voor het moment, maar het onzichtbare is aionisch."⟨/p> ⟨p>Kijk, dat zijn de verhoudingen. Ik vind dat onvoorstelbaar. Hij noemt de last van de verdrukking een ogenblik. Nou, laat het eens zeventig, tachtig jaar zijn, of negentig van mijn part, maar het bepaalt zich in een ogenblik ten opzichte van de aionen die gaan komen. Laat ik het anders zeggen: het is eigenlijk een weegschaal. Je legt eerst de verdrukking aan de ene kant van de weegschaal; dat is heel zwaar hoor, op zichzelf genomen. En het duurt ook heel erg lang, zou je zeggen. Maar nu plaats je de heerlijkheid aan de andere kant van de weegschaal. Hoe gewichtig dat is! En ook qua tijd: het ene is maar een moment, het andere is aionisch. Kijk, wij denken in het beste geval in termen van decennia; het is maar weinigen gegeven om een eeuw te overtreffen, honderd jaar bedoel ik. Maar Paulus spreekt over aionen, wereldtijdperken, die hij daartegenover plaatst.⟨/p> ⟨p>In Romeinen 8 zegt hij het nog sterker. Hij zegt dat het niet eens waard is om te vergelijken. De meeste vertalingen zeggen: "het weegt niet op tegen", en dat is ook wel zo, maar dan geef je nog veel te veel credits aan het lijden, als ik het zo mag zeggen. Hij zegt letterlijk in Romeinen 8 vers 18 dat het niet waard is vergeleken te worden. In de gebruikelijke vertalingen staat dat het niet opweegt tegen, maar er staat letterlijk: het is niet waard. Het is niets waard, er is geen vergelijking. Het is net alsof je hier een veertje neerlegt en daar tienduizend ton. Dan zeg je: "Ja, sorry, maar dat is geen vergelijking." Nou, dat is wat Paulus zegt. Kijk, en dat is relativeren: de dingen met elkaar in relatie brengen. Hoe betrekkelijk het dan ook wordt. Als je die betrekking gaat zien, dan wordt het lijden hier allemaal heel betrekkelijk.⟨/p> ⟨p>Nu ben ik wel heel erg ver afgedwaald van mijn onderwerp, maar ik vind het wel mooi om eraan te denken. En anders nemen we daar gewoon nog de tijd voor, het besluit van de rekening hebben we ook nog. Nu is het eerst tijd voor koffie. Daarna gaan we straks naar Efeze 1.⟨/p> ⟨p>Voor de pauze hebben we wat basisonderwijs van Paulus gevolgd, namelijk wat hij aan de Korinthiërs ooit al in een vroeg stadium als melk had geserveerd: dat ze in ieder geval op de hoogte waren dat zij de wereld, en zelfs de engelen, zouden oordelen. Zouden richten, zouden besturen. Dat wisten zij en Paulus herinnert hen eraan. Dat is nogal wat. Dat betekent dus dat de Korinthiërs wisten dat zij het lichaam van Christus zijn. Sterker nog, wij maken deel uit van de Christus. Dat hebben we voor de pauze gezien.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-9" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3161" title="Speel af vanaf 52:41">▶ 52:41⟨/button> ⟨span>Efeze 1: Christus Gezet Boven Alle Overheid en Macht⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En nu gaan we naar Efeze 1. Nou, als je over de Efezebrief gaat spreken, lieve mensen, dan ben je nog niet klaar hoor. Maar juist die Efezebrief — en dat is ook de reden waarom ik dat vanavond ook opvoer — benadrukt de geweldige hoogte waar God Christus Jezus opgeplaatst heeft. Maar als ik het zo zeg, dan ben ik niet compleet. Letterlijk ben ik nu al niet compleet, want het hele idee is juist, en dat is de clue van de Efezebrief: Hij is daar gezeten, niet alleen, maar samen met ons. En wat ik bedoel met samen met ons: degenen die vandaag geheiligden en gelovigen in Christus Jezus zijn. Dat is de wijze waarop hij de Efezebrief ook adresseert. Wij noemen het de Efezebrief, maar dat woord Efeze staat er eigenlijk niet eens. Het gaat om degenen die God vandaag geheiligd heeft door dat evangelie zoals Paulus dat mocht prediken.⟨/p> ⟨p>Afijn. Dan heeft hij al prachtige dingen gezegd, want dit is het twintigste vers wat u nu voor u ziet. Daar spreekt hij over Christus Jezus. Hem opwekkend vanuit de doden — dus met achterlating van alle andere doden — heeft God Hem opgewekt. Daar is het niet bij gebleven, want Hem vervolgens ook doen zitten, gezet rechts. Rechts, de rechterhand zeggen we in de meeste vertalingen, maar het woord 'hand' staat er eigenlijk niet eens; het is gewoon 'rechts'. En rechts spreekt gewoon van een positie van voorrang. Dat lijkt me niet zo moeilijk, dat weten we allemaal. Dat is niet zozeer ABC voor kinderen op de basisschool, maar wel ABC voor iedereen die aan het verkeer deelneemt. We weten het allemaal: rechts is een positie van voorrang. Zoals links trouwens in de Bijbelse symboliek ook altijd staat voor juist achterstelling: verlaten, left, verlaten.⟨/p> ⟨p>Enfin, God heeft Hem rechts doen zitten te midden van de hemelsen. Ik moet er trouwens bij zeggen dat dit ook de vervulling van de profetie is. Ook dat is iets wat een grote rol speelt in de hele prediking van het Nieuwe Testament. Dat Christus Jezus is gestorven, Hij stierf naar de Schriften. Hij werd begraven naar de Schriften. Hij werd opgewekt naar de Schriften. Alles in overeenstemming met wat wij dan noemen het Oude Testament, de Hebreeuwse Bijbel. God heeft Hem geplaatst rechts, in Psalm 110, waar dat al door David duizend jaar eerder was voorzegd: "Zit aan mijn rechterhand totdat Ik uw vijanden gesteld zal hebben tot een voetbank voor uw voeten." Dan gaat het over de Koning-Priester naar de ordening van Melchizedek, een profetie van David. Wel, dat is in vervulling gegaan aan de Zoon, de Erfgenaam van David. Hij heeft Hem rechts doen zitten van Hem, te midden van de hemelsen. Zo staat het er eigenlijk, of te midden van de ophemelsen. De NBG-vertaling spreekt over hemelse gewesten, andere vertalingen spreken over hemelingen, maar hoe dan ook — of het nu plaatsen of personen betreft — te midden van de hemelsen. Whatever that may be, zeggen ze dan. Maakt even niet uit; te midden van de hemelsen, dat geeft in ieder geval aan dat je omhoog moet kijken. Het woord hemels in het Grieks heeft te maken met daarboven. Dat is niet zo gek.⟨/p> ⟨p>Daar is Hij, een toppositie, want dat blijkt wel uit vers 21: boven alle overheid en macht, overheid en autoriteit. Ja, autoriteit is eigenlijk al beter geweest, dus volmacht en heerschappij en alle naam die genoemd wordt, niet alleen in deze aeon maar ook in de aanstaande. Maar let even op: alle overheid en macht en heerschappij. Alle overheid en macht, niet alleen maar de overheden en machten die we hier op aarde kennen. Er zijn zoveel andere regionen nog in de kosmos, in het heelal, dat wat zich onttrekt aan onze waarneming, waar ook overheden en machten zijn die achter de schermen aan de touwtjes trekken. Nee, ik heb het nu even niet over conspiracy of allerlei deep state dingen als u die termen kent. Ik heb het over machten in de hemelse gewesten. Paulus spreekt erover in Efeze 6 vers 10. Ik verwijs er hier ook naar. Waarom? Dan spreek je over de overheden en machten van de boosheid. We hadden het er eerder over, over hoe zeer de hemelse regioon, de hemelse gewesten te midden van de hemelsen nu nog ook satanisch door de tegenstander gedomineerd worden.⟨/p> ⟨p>Maar Hij is daar boven geplaatst, ondanks het feit dat Hij de macht nog niet daadwerkelijk uitoefent. Dat is één ding om de macht te hebben — Hem is, dat zegt Hij al na de opstanding: "Mij is gegeven alle macht in de hemel en op aarde," dus boven en beneden — maar Hij oefent die macht nog niet uit. Het is niet zo zoals sommige liederen dan zeggen: "Koning Jezus regeert", en "In heerlijkheid" zeggen ze er nog bij. Nou, dat kun je wel vergeten. Hij regeert niet. Hij heeft een positie gekregen boven alles, maar Hij heerst nog niet. Ik zou me trouwens ook schamen om uit te spreken dat momenteel Koning Jezus regeert op deze aarde. Dat is nu helemaal niet zo. Maar ja goed, ook dat is weer zo'n traditie natuurlijk. We hebben dat eeuwenlang geleerd gekregen, ook onderwezen in de kerk. We zouden nu leven in de duizend jaren, in het vrederijk, en de kerk zou het eigenlijk ook voor het zeggen moeten hebben. Vandaar natuurlijk ook de enorme frustratie als de kerk dan haar domein moet verlaten en tegengestaan wordt en eigenlijk haar hele plek als heerser boven de politiek en over de politiek moet afstaan. Dat kan men niet hebben, maar dat heeft allemaal te maken met het totaal verwrongen idee dat Koning Jezus nu al zou heersen. Dat is domweg gewoon niet waar.⟨/p> ⟨p>Maar Hij is gezeten, onttrokken aan het oog, boven alle overheid en macht en heerschappij. Waarom ik er nu even op wijs, is om deze reden: dat als Paulus vertelt dat God Hem daar heeft doen zitten, verhoogd heeft op de hoogste plaats, dat hij dat meteen ook in verband brengt met de hiërarchie, met overheid, met machten, met heerschappij en alle naam die... Dus alles wat naam heeft in deze aeon, maar ook in de aanstaande, de aeon die gaat komen, de toekomende aeon. Ja, Hij staat daarboven. En ook al oefent Hij die macht niet uit, die positie heeft Hij al. Er zijn mooie typen in de Bijbel die dat al demonstreren. Ik vind altijd een van de mooiste beelden David zelf. Ik had het zojuist over David als profeet, maar David zelf was al gezalfd tot koning over Israël terwijl er nog helemaal niets te zien was van zijn koningschap. Maar hij was bestemd voor de troon, die positie had hij van Godswege al. En dat is met de Heer Jezus Christus vandaag ook zo. Nou, over typen gaan we het nu even niet hebben, maar het gaat er maar even om: Hij gaat alles te boven.⟨/p> ⟨p>En Hij, God, onderschikt alles onder Zijn, Christus', voeten. Waar doet u dit trouwens aan denken als ik dit lees? Ook weer uit de profetie. Ik ga helpen: het boek van de Psalmen. Dat was Psalm 110: "Zet u aan mijn rechterhand." Maar alles heeft Hij onder Zijn voeten gesteld... Ja, Psalm 8. Psalm 8, waarvan in mijn vertaling erboven staat: de mens als kroon der schepping. Je hebt hem bijna goddelijk gemaakt, maar nou ja... Nee, daar gaat het echt niet over. Het gaat daar over de Ben-Adam, de Zoon van Adam. Het gaat hier niet over de mens, over u en ik. Het gaat over de Ben-Adam die voor een korte tijd beneden de engelen is gesteld — vanwege het lijden van de dood; de engelen sterven niet dus. En vervolgens is Hij met eer en heerlijkheid gekroond. Dat is Psalm 8, lees het maar na. U gelooft dat niet? Kijk, nou ja, ik ga het nu niet aantonen. Kijk het maar na in Psalm 8, over Hem gaat het. Psalm 8 is een profetische psalm en gaat helemaal niet over de mensheid.⟨/p> ⟨p>Het gaat ook niet over Adam in het verleden, maar over de Ben-Adam, over de zoon van Adam die straks zal heersen; alles zal onder zijn voeten gesteld zijn. In Psalm 8 staat: "U doet hem heersen over de werken van Uw handen, alles hebt Gij onder zijn voeten gelegd." Dus als Paulus dit aanhaalt — ik zeg niet dat hij citeert, maar hij refereert daarmee ook aan bekende profetische waarheden — dan herinnert hij aan wat David daarover had gesproken: God heeft alles onder zijn voeten gesteld.⟨/p> ⟨p>Ik ben het aan het opbouwen, want ik ben niet afgeweken van mijn onderwerp. Ik neem u mee, want let op, nu komt het. God onderschikte alles onder zijn voeten en Hij heeft Hem, Christus, gegeven. Aha, Christus is dus een geschenk. In welke hoedanigheid? Wel, als Hoofd boven alles. Want alles is onder zijn voeten gesteld en in die positie heeft God Hem gegeven — of geeft eigenlijk, in de aorist — God geeft Hem in die positie als Hoofd boven alles aan de ekklesia, de gemeente.⟨/p> ⟨p>Je zou zeggen dat de ekklesia... dat is ook weer zoiets. Je zou verwachten dat de ekklesia een geschenk is aan Christus Jezus. Het is trouwens ook wel waar, maar het is vice versa ook zo. Ja grappig, laat ik het geestig noemen, dat het eerst zo genoemd wordt: God heeft Hem als Hoofd boven alles gegeven aan de gemeente, aan de ekklesia. Alleen dat al! Dan moet die ekklesia toch wel heel speciaal zijn.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-10" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3914" title="Speel af vanaf 01:05:14">▶ 01:05:14⟨/button> ⟨span>De Ecclesia als de Pleroma (compleetmaking) van Christus⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Even lezen alsof u dit voor het eerst gewoon tot u neemt, dan is dit heel verrassend: "En Hij heeft Hem gegeven als Hoofd boven alles aan de Ecclesia." Let op, het lijkt misschien een wat ingewikkelde zin, maar het valt reuze mee hoor. "Die is het lichaam van Hem." Dat wil zeggen: de Ecclesia, de gemeente. Ecclesia betekent eigenlijk het 'uitroepsel': dat wat God Zich vandaag uitroept en wat Hij apart stelt tot geheiligden, die Hem mogen geloven omdat Hij hen daarvan heeft overtuigd. Zij hebben als geschenk het Hoofd boven alles gekregen; dat is aan Hem gegeven.⟨/p> ⟨p>En die Ecclesia, wat is dat? Dat is het lichaam van Hem. Hij is het Hoofd boven alles, maar de Ecclesia is het lichaam van Hem. En nu wordt er iets prachtigs bij gezegd. In de MBG-vertaling staat het — ik kan even niet helemaal goed rekenen, we zijn streng vanavond — maar het is de pleroma. Het is heel grappig dat de eerste keer dat dit woord genoemd wordt in het Nieuwe Testament, het gaat over een lap die op een kapot kleed wordt gezet. Dat stuk lap is de pleroma van dat kleed. Dat wil zeggen: het wordt aangevuld, het wordt compleet gemaakt. Het is de compleetmaking. Het idee is dat de Ecclesia, dat wat God Zich vandaag verzamelt, dat 'uitroepsel', de aanvulling is. De pleroma, de compleetmaking, de completering, het complement. Dat is eigenlijk het woord.⟨/p> ⟨p>Ik heb altijd een beetje moeite met het woord complement omdat de meeste luisteraars daar het woord compliment in horen. Dat is weer wat anders. Hoewel, ik vind het wel een enorm compliment om het complement van Hem te zijn. Maar complement wil zeggen: wij maken Hem compleet. Zo staat het hier: wij maken Christus Jezus, het Hoofd boven alles, compleet. Dat is de positieve manier van formuleren. Ik zou het ook negatief kunnen formuleren om het contrast te laten zien: zonder de Ecclesia is Christus Jezus niet compleet. Het één houdt het ander in. Hij is niet compleet zonder ons. Hij is het Hoofd boven alles en wij maken Hem daarin compleet. Hij heeft ons daar dus ook in nodig.⟨/p> ⟨p>Eigenlijk is het nogal logisch: mijn lichaam maakt mijn hoofd compleet. Ik kan het natuurlijk ook omkeren: het hoofd maakt het lichaam compleet. In ieder geval vult het elkaar noodzakelijkerwijs aan. Het hoort bij elkaar en het kan niet zonder elkaar. Het hoofd is niet zonder het lichaam en het lichaam is niet zonder het hoofd. Daarom werkt het naar twee kanten toe. Dit is zo ongehoord: het betekent dat wat aan Hem is toegezegd, alles wat aan Christus is beloofd, daarin deelt de Ecclesia. Alles wat in Hem gegeven is, is ook aan ons gegeven. Dat is eigenlijk het grote geheim van Efeze 1. In Hem hebben wij... nou, noem maar op. Het staat er meteen bij in Efeze 1 vers 3: elke geestelijke zegen. Niet 'allerlei', zoals de MBG-vertaling zegt — kennelijk vonden die vertalers 'elke' een beetje overdreven — maar nee: elke geestelijke zegen te midden van de hemelsen hebben wij ontvangen in Christus. Het is aan Hem gegeven, dus ook aan ons.⟨/p> ⟨p>Kijk, dat Christus Jezus die positie zou hebben, dat was bekend. Daar hadden we al over gesproken. Maar dat Hij die positie zou delen met een gezelschap, dat was inderdaad verborgen. Paulus heeft die verborgenheid mogen bekendmaken: dat de Christus niet maar één iemand is, maar een heel gezelschap. Een uniek gezelschap. Het complement, de compleetmaking van Hem, die het al in allen compleet maakt in de loop der aionen. Als u daar meer over wilt weten, lees dan 1 Korinthe 15. Daar heeft Paulus het er ook over dat God alles onder Zijn voeten heeft gesteld en dat Hij moet heersen totdat alles onder Zijn voeten is gesteld. Dat is Psalm 8.⟨/p> ⟨p>Er zit hier een hele simpele jongen voor u hoor, maar ik heb wel een hele mooie en goede interlineair en daar heb ik inmiddels wel aardig kaas van gegeten. We hoeven daar niet over te discussiëren, er staat gewoon: de Ecclesia die het lichaam van Hem is, de compleetmaking van Degene die het al in allen compleet maakt. Dus dat lichaam, die Ecclesia, maakt Hem compleet. Het is weliswaar zo dat Hij gegeven is áán de Ecclesia, Hij is het geschenk aan de Ecclesia, maar vervolgens maakt die Ecclesia Hem compleet. Het werkt beide kanten op. Het hoofd is niets zonder het lichaam en het lichaam is niets zonder het hoofd. Hier staat inderdaad: het lichaam is de compleetmaking van Hem, die vervolgens het al in allen compleet maakt. Want u weet dat God een geweldig allesomvattend en iederomvattend plan heeft voor heel de mensheid. Zoals in Adam allen sterven, zo zullen in Christus ook allen worden levend gemaakt, maar ieder in zijn eigen afdeling.⟨/p> ⟨p>Degenen die van Christus zijn, hebben daarin een unieke voorrangspositie en ook een speciale taak, namelijk om de wereld en de schepping te onderschikken. Eigenlijk is dat het gehele plan van God: om alles te gaan onderschikken. En daarin zijn wij Zijn complement. God gaat door Hem het al in allen compleet maken. Laat ik het even hierbij laten: God heeft ons niet 'nodig' in de zin van afhankelijkheid. Ik heb ooit een boekje gelezen van een Duitse theologe, het heette 'God heeft mensen nodig', en dat was eigenlijk een omkering van zaken. Wij hebben Hem natuurlijk nodig. Maar het neemt niet weg dat God ons in Zijn plan heeft ingezet. In die zin gebruikt Hij ons, en aangezien Hij het zo voorgenomen heeft, heeft Hij ons in dat kader ook nodig. Het is maar hoe je het bekijkt.⟨/p> ⟨p>Hij gaat het al in allen compleet maken. Het is toch geweldig dat God een voornemen heeft en dat Hij het gaat completeren? Maar let op welke plaats Christus daarin heeft, en daarmee ook de gemeente, de Ecclesia. Wij vullen Hem daarin aan. Hij is geplaatst boven alle overheid en macht, en als alles onder Zijn voeten is gesteld en wij Zijn lichaam zijn, betekent dat dus dat alles ook onder onze voeten is gesteld, toch? Wij staan daar in Christus boven. Het valt me op dat dit een waarheid is die zo weinig bekend is en ook zo weinig doordringt: wij hebben echt die positie van de bestemming van de troon. Ik lees nog even verder in Efeze 2, want je kunt zo doorlezen hoor.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-11" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4534" title="Speel af vanaf 01:15:34">▶ 01:15:34⟨/button> ⟨span>Efeze 2: Samen met Christus Gezet in de Hemelse Gewesten⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En dan staat er in Efeze 2 vers 6... Ik heb een paar prachtige verzen moeten overslaan, maar om mijn punt even te maken: Hij heeft ons samen opgewekt en samen doen zitten. Schitterend natuurlijk. Dat is in de grondtekst eigenlijk iedere keer één woord: Hij wekt samen op, Hij doet ons samenzitten. Dat wil zeggen: samen met Hem. God heeft Hem opgewekt en wij zijn tezamen met Hem. Hij stierf, wij stierven. Hij werd opgewekt, wij werden opgewekt. Hij werd aan Gods troon gezet en wij zitten daar samen met Hem. Dat is onze positie. Hij doet ons samen zitten. Het gaat hier om het feit; het gaat er niet zozeer om wanneer dit gebeurt, het gaat om het feit an sich: te midden van de hemelsen in Christus Jezus.⟨/p> ⟨p>Als u wilt weten waar onze plaats is, dan kijkt u omhoog en dat is daar, waar Christus Jezus is. Vandaar ook wat Paulus zegt: "Bedenk de dingen die boven zijn", want waar Christus is, dat is onze plaats. Hij is ons leven. En dat betekent dus ook dat ons leven verborgen is. Christus is verborgen en ons leven dus ook. Alles wat God in Hem gaat realiseren, alles is vandaag verborgen. Er valt niks te zien. Dat is jammer voor een heleboel christenen die alles maar zichtbaar willen maken van Zijn heerschappij en Zijn wondermachten, maar alles is verborgen. Maar het verhaal houdt niet op. Als Hij straks gaat verschijnen in heerlijkheid, dan zullen wij ook samen met Hem in heerlijkheid verschijnen. Dat kan niet missen; wij zijn Zijn complement, toch?⟨/p> ⟨p>Hij heeft ons samen doen zitten te midden van de hemelsen in Christus Jezus. Christus is gezeten aan Gods rechterhand en wij samen met Hem. Als u Psalm 110 leest, waar God zegt: "Zit aan mijn rechterhand", dan denkt u aan de Zoon van David, aan Christus Jezus. Totdat u de bril van Paulus opzet en dan wordt iets wat daar in Psalm 110 verborgen is ineens onthuld: wij zitten daar ook. Wij hebben die positie ook. Heel veel christenen, om niet te zeggen de meerderheid, denkt dat wij — voor zover ze al een toekomst voor Israël zien — gezegend worden met Israël of dat wij in Israël geplaatst zijn en deel uitmaken van dat volk. Het is het net niet. De ekklesia is niet één met Israël; de ekklesia is één met de Messias van Israël. Daarboven, dat is ongekend, letterlijk en figuurlijk, zoveel hoger.⟨/p> ⟨p>Ik lees even verder. Want als het gaat over de vraag: "Wat gaan we daar straks doen, boven?", dan is het antwoord: wij zijn bestemd voor de troon. We zijn het complement van Christus en we vullen Hem aan. Maar ook nu wordt hier...⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-12" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4737" title="Speel af vanaf 01:18:57">▶ 01:18:57⟨/button> ⟨span>Gods Genade Tentoonstellen in de Komende Aionen⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>In Efeze 2 vers 7 wordt iets heel specifieks gezegd over wat God via ons in de komende aeonen gaat doen. Hij heeft ons samen doen zitten te midden van de hemelsen in Christus Jezus. Waarom? Om te betonen. Daar wordt een woord gebruikt dat echt te maken heeft met iets tentoonstellen. God gaat iets tentoonstellen in de komende aeonen. Altijd hebben wij natuurlijk gedacht dat als Christus terugkomt, er een eindeloze eeuwigheid aanbreekt. Mensen, vergeet het maar. Er breekt geen eindeloze eeuwigheid aan. Wat er straks gebeurt, wat er gaat aanbreken, dat zijn de komende aeonen: de wereldtijdperken waarin Christus zal heersen, aangevuld uiteraard met zijn lichaam. Dat is logisch.⟨/p> ⟨p>Het is om te betonen in de komende aeonen de overtreffende rijkdom van zijn genade. De NBG zegt 'de overweldigende', want het overtreft alles. Huperballon, dat heeft te maken met 'hyper' – dat is eroverheen – en 'ballon'. Daar zit een woordje in dat te maken heeft met gooien; het is overwerpend, overtreffend. Het gaat er gewoon overheen. Noem iets, en de rijkdom van zijn genade overtreft het. En dat gaat God doen. Lees de zin even goed, we projecteren er niks in, we doen even niet anders dan gewoon lezen wat er staat. Daar staat: Hij heeft ons samen opgewekt en samen doen zitten te midden van de hemelsen in Christus Jezus. Waarom? Om ten toon te stellen, om te betonen in de komende aeonen, de komende wereldtijdperken, de overtreffende rijkdom van zijn genade.⟨/p> ⟨p>Wat God dus doet, is via de ekklesia, die Hij die plaats heeft gegeven samen met Christus, gaan demonstreren hoe overtreffend de rijkdom van zijn genade is. En laat ik u dit zeggen, vooral als je het voorgaande erbij zou lezen: dan lees je eerst dat we dood waren in zonden en misstappen, onbruikbare zonen van de weerspannigheid in deze wereld. En God heeft ons uitverkoren. Vanuit de diepste diepten – stervelingen, onbruikbare zondaren, doelmissers – heeft Hij hen tot de grootste hoogte gebracht. Hoger kan namelijk niet: de positie van de Christus delen.⟨/p> ⟨p>Via hen gaat Hij heel de schepping tot zijn doel brengen. Hij gaat het al in allen completeren. Daar heeft Hij echt wereldtijdperken voor nodig om alles te gaan onderschikken. Onderschikken aan wie? Aan Christus. Wie is Christus? Hoofd en lichaam. Wij. Ja, ik zeg wij. Ik ga er nu even gemakkelijk vanuit dat wij hier dat van harte geloven en dat wij tot die geheiligden mogen behoren. Dat is onvoorstelbaar, toch? Ik vind het echt onvoorstelbaar; ik kan het me letterlijk niet voorstellen, maar ik geloof het.⟨/p> ⟨p>En je voelt natuurlijk wel aan: als dit tot je doorlaat dringen, dan is het zo adembenemend groot dat God ons daar plaatst. Waar hebben we dat dan verdiend? Nou, zegt Paulus, helemaal niet. Dat is juist wat de rijkdom van zijn genade demonstreert. Je hebt het helemaal niet verdiend, daar gaat het niet om. Maar God kiest uit juist om de rijkdom van zijn genade te betonen. En wat een plaats! Zo zal Hij ook zijn genade in vriendelijkheid over ons in Christus Jezus tonen. Nou wil ik nog even... Heb ik de tijd? Ja.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-13" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="5030" title="Speel af vanaf 01:23:50">▶ 01:23:50⟨/button> ⟨span>Efeze 3: de Veelzijdige Wijsheid van God Bekendmaken⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Laten we eens kijken naar Efeze 3. Dat is een passage die nogal eens genoemd wordt in dit verband, maar ik denk dat dat ten onrechte is als het gaat om de vraag wat we straks zullen gaan doen. Ik heb het al vaker meegemaakt dat Efeze 3 hiervoor wordt aangehaald, maar ik denk niet dat het terecht is. Ik begin weer even — ja, het mag eigenlijk niet, maar ik doe het even — midden in de zin. Daar zegt Paulus dat hij is aangesteld om allen te verlichten over wat het beheer van het geheim inhoudt, waar hij zojuist over had gesproken. Dat geheim dat verhuld was vanaf de aeonen in God, die alles schiep. Om het heel kort samen te vatten: Paulus vertelt dat hij een geweldig geheim bekendmaakt, het geheim van de Christus. Namelijk dat zij die uit de natiën zijn, nu samen erfgenamen zijn en een lotdeel bezitten, samen genoten zijn en samen één lichaam vormen met de Christus. Dat is het geheim.⟨/p> ⟨p>Paulus zegt dat dit geheim verhuld was vanaf de aeonen in God. Er is nooit eerder over gesproken en het is aan hem geopenbaard. Moet u zich voorstellen: Paulus schrijft dit op daar in de gevangenis in Rome. Zulke ongekende geheimenissen mag hij nu optekenen en daarover spreken en schrijven. En dan zegt hij: "opdat nu bekendgemaakt zal worden aan de overheden en autoriteiten te midden van de hemelsen door de ekklesia de veelzijdige wijsheid van de God."⟨/p> ⟨p>Wat ik nu eigenlijk vooral wil doen, is iets benadrukken wat er staat. Efeze 3 vers 10 gaat namelijk niet over wat God straks gaat doen. Ik heb vaak de gedachte gehoord dat wij straks zullen worden ingezet om de veelzijdige wijsheid van God te midden van de hemel te gaan bekendmaken, met de gedachte dat we straks zendelingen zijn in het heelal. Maar ik denk niet dat dat naar de Schrift is. We zijn geen zendelingen. We zijn het complement van Christus. We vullen Hem aan. Waarom? Om heel de schepping te gaan onderschikken aan God natuurlijk. Om de hele schepping te onderschikken, zodat het gesteld zal zijn onder de voeten van de Christus. Dat is onze positie. Daartoe zullen we in de komende aeonen worden ingezet. Wij krijgen dus een gigantische taak. Niet een taak hier op aarde, maar daar.⟨/p> ⟨p>Overigens heeft dat wel alles te maken met de aarde, want per slot van rekening wordt er ook nu vanuit de hemelse gewesten, vanuit de hemelse regionen, hier op aarde geregeerd. Dat vindt u misschien wat vreemd, maar ik bedoel: in Den Haag, om maar wat te noemen, wordt er geregeerd over Heerhugowaard en over Urk. En over Katwijk, Rijnsburg en Groningen. Ja, Groningen ook nog, al staat dat soms ter discussie natuurlijk. Maar ik bedoel maar dat er vanuit de ene plaats wordt geregeerd over andere plaatsen. Zo wordt er in de hemel geregeerd over heel de schepping. Wij gaan heel de schepping onderschikken en daarin krijgen wij een taak, een geweldige plaats als aanvulling van de Christus. Nogmaals, vraag me niet hoe ik me dat precies moet voorstellen, want dat zei ik al, maar één ding weet ik wel: dat is waartoe we bestemd zijn voor de troon daar.⟨/p> ⟨p>En nu — want daarover gaat Efeze 3 — opdat nu bekendgemaakt zal worden aan de overheden en autoriteiten die daar dus zijn in de hemelsen. Onttrokken aan het oog, achter de schermen zeg maar, hebben die machten en overheden de touwtjes in handen te midden van de hemelsen. Maar door de gemeente, door de ekklesia, wordt nu aan hen de veelzijdige wijsheid van God al bekendgemaakt in de ekklesia. Als wij samen zijn — want dat is wat een ekklesia is: de volksvergadering — en we spreken over deze dingen, dan worden zij op de hoogte gebracht. Want reken maar dat zij ons kennen.⟨/p> ⟨p>Hoezo dan? Nou, die overheden en die autoriteiten nu zijn onze concurrenten. Of laat ik het anders zeggen: voor hen zijn wij concurrenten en rivalen. Nu oefenen zij nog de macht uit, maar straks niet meer. Dat is het verschil. Vandaar ook dat ze ons bestrijden, die overheden en machten. Waarom? Wij zijn de troon- en kroonpretendenten. Wij behoren aan de Christus toe en dus hebben ze het nu op ons gemunt. En wij maken nu alvast bekend — als ik hier nu zo spreek, of als we ergens anders als de ekklesia bij elkaar zijn en we spreken over deze geweldige waarheden — dan wordt in de ekklesia aan die overheden en machten die we verder niet zien, maar die ons wel zien, al de veelkleurige wijsheid van God bekendgemaakt. En ook wat Gods plan is met die ekklesia en hoe zij de aanvulling is, de completering van Christus. Dat doen we nu al.⟨/p> ⟨p>Die wijsheid van God is heel veelzijdig. Er wordt in vers 11 van Efeze 3 nog gezegd dat dit bekendgemaakt wordt door de ekklesia, de veelzijdige wijsheid van dé God. Prachtig hè? De God, naar het voornemen van de aeonen. Dat wil zeggen: in overeenstemming met het geweldige voornemen van de wereldtijdperken dat Hij maakte in Christus Jezus, de Heer van ons. Hij is de Heer. Wij zijn Zijn lichaam en wij zijn Zijn aanvulling. Wat een geweldig alomvattend plan heeft God. Maar ook — en dat loopt als een rode draad door deze hele avond — wat een ongekend hoge plaats heeft Hij aan de ekklesia in Zijn plan toegekend. Namelijk om het lichaam te zijn van Christus, boven alles gezeten, samen met Hem daar gezet.⟨/p> ⟨p>Wat het allemaal precies gaat betekenen, lieve mensen, dat is wat mij betreft een geweldige verrassing. Maar ik weet wel dat wij hier nu al worden getraind voor die taak straks. Onze echte, grootste taak gaat straks nog beginnen. Dit is alleen maar, als ik het zo mag zeggen — sorry voor het wat laatdunkende daarin — dit is alleen maar voorbereidingstijd. Het echte werk begint straks. Ik had u ook nog naar 2 Timotheüs 2 willen meenemen, maar daar ontbreekt me nu de tijd voor. Men wilde stoppen om vijf voor tien, en ik vind het een mooi moment om de avond af te sluiten. Ik hoop dat u in de loop van de avond toch een klein beetje meer zicht hebt gekregen op Gods bestemmingsplan en meer specifiek op wat Hij met ons voor heeft. Daar denk je nooit te groots of te hoog over, mee eens? Het is een geweldige verrassing, onvoorstelbaar, dat is wel duidelijk. Zullen we het hierbij laten? Dan gaan we de volgende keer, ik weet eigenlijk niet precies wanneer dat is, maar ergens in februari over drie weken, zo de Heere wil en wij leven, hiermee voort. Want er zijn nog veel meer dingen te bespreken in dit verband, maar dat verbaast u niet, hè? Nee.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-14" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="5620" title="Speel af vanaf 01:33:40">▶ 01:33:40⟨/button> ⟨span>Afsluiting en Dankgebed⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Zullen we deze avond nog afsluiten met dankgebed?⟨/p> ⟨p>Trouwe God en Vader, we bedanken U dat we hier zo in alle rust bij elkaar mochten zijn en dat we onvoorstelbare, grootse maar ook hoge dingen mochten lezen, tot ons mochten nemen, ook op ons in mochten laten werken en door lieten dringen. Want we realiseren ons dat we dit eigenlijk nog nauwelijks beseffen. En het is niet voor niks dat we in de brieven ook voortdurend lezen dat we verlichte ogen van het hart zouden hebben die besef zouden krijgen van waar U ons toe bestemd hebt. Het is één ding om het te weten, het is een ander ding om het ook werkelijk te beseffen, werkelijk te realiseren.⟨/p> ⟨p>Maar wat geweldig om daar zo ook een avond als deze over na te denken en om eruit te leven. Heer, leer ons ook gewoon dit bestaan, het korte, tijdelijke bestaan, te relativeren en te zien waar het werkelijk om gaat. Onze grootste taak — we danken U, hemelse Vader, dat we bestemd zijn voor de Troon. Dat we het lichaam van Christus mogen zijn, dat is ongekend.⟨/p> ⟨p>Heer, we dragen ons ook voor de rest van deze avond en de komende tijd bij U op. We danken U dat U ons leven leidt, dat we godzijdank mogen weten dat er nooit in Uw plan ook maar iets misgaat en dat alles betekenis heeft. En Heer, in dat besef van die geweldige liefde dragen wij elkaar ook bij U op. We danken U dat U de Redder bent van heel deze wereld, van alle mensen. Amen.⟨/p> ⟨p>Het was mijn genoegen. Ik hoop dat het wederzijds was en ik zou zeggen, lieve mensen, tot ziens en Gods zegen allemaal!⟨/p>