⟨h3 id="hoofdstuk-1" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="0" title="Speel af vanaf 00:00">▶ 00:00⟨/button> ⟨span>Introductie en Samenvatting van de Thessalonicenzenbrieven⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Dankjewel Wolter, voor deze goudkorrels. Het is mooi om daarmee te beginnen. Ik ben blij dat ik hier vanavond weer bij jullie mag zijn en dat we met elkaar de Schriften gaan openen rond zo’n prachtig thema: de wederkomst. We hebben het dan over de grote toekomst die ons wacht, maar die ook Israël en de volkerenwereld wacht. Het zal een totale omkering voor deze wereld betekenen. Het is de aanvang van een heel nieuwe Aion, een nieuw wereldtijdperk van duizend jaren, maar ook van de wereldtijdperken die daarna nog gaan komen. Kortom, dan begint pas echt de grote toekomst. Voor ons breekt die nog wat eerder aan dan voor Israël; wij mogen echt eerstelingen zijn. Dat zal vanavond wellicht ook nog ter sprake komen, want we gaan verder met 2 Thessalonika 2.⟨/p> ⟨p>De vorige keer hebben we de eerste zeven verzen al met elkaar besproken, maar ik wil daar vanavond opnieuw doorheen gaan. Dat is mede omdat ik wat vragen, opmerkingen en zelfs kritiek heb gekregen. Dat juich ik altijd erg toe, dat meen ik echt. Ik vind het prachtig als ik iets vertel en er komen reacties op; dat betekent dat mensen ermee bezig zijn. Ik vind het dan ook de moeite waard om die punten te bespreken en uiteraard overweeg ik die input ook. Dat wil ik vanavond graag met jullie delen.⟨/p> ⟨p>Tijdens de eerste twee avonden hebben we ons beziggehouden met de eerste brief aan de Thessalonicenzen, omdat het grote thema de wederkomst is. Later in het seizoen zullen we ook nog wel bij het boek Openbaring komen – trouwens, dat doen we vanavond ook al even – en dan zullen we het hebben over de zegels en de bazuinen. Maar in de eerste periode hebben we ons gericht op onze persoonlijke verwachting. En niet alleen onze persoonlijke verwachting, maar de verwachting die wij als Ecclesia hebben, als het ‘uitroepsel’ dat vandaag door God verzameld wordt en een hemelse toekomst heeft. We zullen de Heer tegemoet gaan; dat was het onderwerp van de eerste avond over 1 Thessalonika 4.⟨/p> ⟨p>De avond daarop hebben we stilgestaan bij 1 Thessalonika 5, waarin Paulus nader ingaat op de tijden en gelegenheden. Hij zegt daarover dat het eigenlijk helemaal niet nodig is om hen daar verder over in te lichten, want zij weten het zelf wel. Hij vertelt dat die dag voor de wereld – de dag van de Heer – zal komen als een dief in de nacht: onverwacht. Maar voor ons niet. Wij weten dat wanneer iedereen zegt: "Vrede en zekerheid" of "Vrede en veiligheid", juist dan voor ons het grote moment gaat aanbreken, namelijk dat van de wegrukking. Terwijl de wereld op dat moment juist een verschrikkelijk onheil te wachten staat. Dat was 1 Thessalonika 5.⟨/p> ⟨p>Naar aanleiding van dat schrijven heeft Paulus vragen en reacties gekregen. In zijn tweede brief aan de Thessalonicenzen gaat hij daar vervolgens op in. Daarover hebben we de vorige keer gesproken en ik blader nu alvast even naar 2 Thessalonika 2, want daar zullen we ons vanavond opnieuw speciaal toe beperken. Alhoewel we natuurlijk ook Schrift met Schrift vergelijken, waardoor je vanzelf weer op andere teksten, schriftplaatsen en passages uitkomt.⟨/p> ⟨p>Laten we het eerst nog eens even lezen en, voor zover dat van belang is, bepaalde zaken samenvatten. Ik realiseer me namelijk dat wat ik de vorige keer heb verteld – met name over die afstandneming, waarover straks meer – nieuw is. Ik ben ervan overtuigd dat het merendeel van degenen die hier toen waren, dat nog nooit eerder gehoord had. Zo is het mijzelf ook vergaan. De uitleg over de weerhouder die weggenomen wordt, was veel bekender, maar die over de afstandneming was nieuw. Voor mij was het ook een enorme eyeopener, maar zoals gezegd: daar kom ik straks nader over te spreken. Laten we eerst eens gaan lezen.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-2" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="293" title="Speel af vanaf 04:53">▶ 04:53⟨/button> ⟨span>De Aanleiding voor de Brief: Verontrusting over de Dag van de Heer⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Wat nou ook alweer de aanleiding was voor Paulus om deze brief, maar vooral dit hoofdstuk, te schrijven: hij zegt in vers 1 van het tweede hoofdstuk: "Maar wij vragen jullie broeders ten behoeve van de parousia, de aanwezigheid van onze Heer Jezus Christus en onze opper-bijeenkomst met hem." Of zoals de Statenvertaling zegt: "onze toevergadering tot hem." Dat is precies waar hij het in de vorige brief over had gehad, dat we de Heer tegemoet zullen gaan. Ik geef toe dat het een wat vreemde weergave is, maar er staat eigenlijk een woord dat, als je het heel letterlijk weergeeft, "opper-bijeenkomst" betekent. Met hem, dat wil zeggen: wij gaan hem tegemoet en wij zullen verzameld worden rondom hem.⟨/p> ⟨p>Met het oog daarop gaat Paulus dus schrijven. En dat heeft alles te maken met de parousia van onze Heer Jezus Christus. Want als hij zal verschijnen, als hij zal komen, dan zal hij in de eerste plaats ook voor ons komen. Pas in latere instantie ook voor Israël. Maar goed, dat is juist ook een van de thema’s van dit hoofdstuk en van deze brief. Dus met het oog daarop — ik vind het belangrijk om dat ook letterlijk even te onderstrepen — schrijft Paulus dit hoofdstuk over onze opper-bijeenkomst en onze toevergadering tot hem. Hij zegt: "Met het oog daarop vragen wij jullie, broeders, dat jullie niet vlug in opschudding gebracht worden in het denken, verontrust worden of gealarmeerd worden, noch door geest, noch door woord."⟨/p> ⟨p>In de NBG-vertaling staat er, als ik me niet vergis, "geestesuiting". Dat gaat over iemand die van de geest iets heeft ontvangen of zegt ontvangen te hebben, want daar gaat het in dit geval over. Of door een woord dat iemand spreekt. Maar dan wordt het helemaal tricky: "noch door een brief als door ons geschreven." Er deden dus valse brieven van Paulus de ronde, waardoor deze mensen logischerwijs in verwarring gebracht werden. Er stond een valse handtekening onder. En wat werd daarin beschreven? Waarom waren zij daardoor in opschudding gebracht en waardoor werden zij gealarmeerd? Wel, alsof de dag van de Heer reeds tegenwoordig is.⟨/p> ⟨p>Dat was wat er gezegd werd: de dag van de Heer is reeds tegenwoordig. Nu zou je kunnen zeggen: dat is toch prachtig? Hoezo werden zij dan gealarmeerd? Je zou toch denken dat als de dag van de Heer reeds tegenwoordig is, de grote toekomst gaat aanbreken. Nee, ze waren gealarmeerd omdat Paulus nu juist had geleerd dat voordat die dag zou aanbreken, de gelovigen in veiligheid gebracht zouden worden. De Heer zou komen — dat was 1 Thessalonicenzen 1 vers 10 — om ons te behoeden. Hoe staat het er ook alweer? "Die ons uitredt." In de NBG-vertaling staat "die ons verlost" of "die ons behoedt". Die ons uitredt uit de toorn die dan zal losbreken op aarde.⟨/p> ⟨p>De gelovigen zouden daarvoor geëvacueerd worden. En dan begrijp je heel goed dat te midden van alle tumulten in die dagen, waarbij men vervolgd werd, ze gealarmeerd waren dat de dag des Heren reeds aangebroken zou zijn. Notabene doordat er een brief de ronde deed van Paulus zelf waarin dat beweerd werd! Maar in dat geval zou het onderwijs dat Paulus hen had gegeven in de eerste brief niet waar zijn, want de gelovigen zouden immers eerst in veiligheid gebracht worden. Kortom, dan zouden ze de boot gemist hebben. Hoe zat dat dan? Dat betekende verwarring en verontrusting. De dag van de Heer kan niet reeds tegenwoordig zijn. Dat is wat Paulus hier gewoon zegt.⟨/p> ⟨p>Waarom niet? Dan gaat hij in vers 3 verder: "Laat niemand jullie misleiden." Niet door een woord, niet door een geestesuiting, en ook niet door een brief als door ons geschreven. Laat niemand jullie misleiden op geen enkele wijze.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-3" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="618" title="Speel af vanaf 10:18">▶ 10:18⟨/button> ⟨span>De Werkelijke Betekenis van Apostasia: Afstandneming⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Want zou niet eerst de afstandneming komen en de mens der wetteloosheid onthuld worden, de zoon van het verderf? Het gaat nog verder, maar de kernvraag blijft: zou niet eerst de afstandneming komen? U hebt wellicht nog onthouden dat hier in het Grieks het woordje ⟨em>apostasia⟨/em> staat. In het Engels is het nog steeds een gangbaar woord, ⟨em>apostasy⟨/em>, en trouwens ook als aanduiding van de persoon: een ⟨em>apostate⟨/em>. Maar in dat taalgebruik heeft het een hele specifieke betekenis gekregen, namelijk in de zin van iemand die afvallig is van de godsdienst. Zo wordt het dan ook meestal uitgelegd.⟨/p> ⟨p>Letterlijk betekent dat woord, als je het even opsplitst in zijn elementen, iets anders. ⟨em>Apo⟨/em> is een voorzetsel dat 'vanaf' betekent en ⟨em>stasia⟨/em> heeft te maken met 'staan'. Denk bijvoorbeeld aan ⟨em>anastasia⟨/em>, wat opstanding betekent. ⟨em>Ana⟨/em> is het voorzetsel voor 'opwaarts' of 'naar boven', en ⟨em>stasia⟨/em> is staan; dus naar boven staan, oftewel opstaan. Je hebt allerlei andere combinaties met verschillende voorzetsels, maar in ieder geval betekent ⟨em>apostasia⟨/em> letterlijk 'vanaf staan'. En vandaar dus, aangezien dit een zelfstandig naamwoord is, is de betekenis afstandneming. Dat feit staat overigens niet ter discussie; het is simpelweg de taalkundige afleiding van het woord.⟨/p> ⟨p>Toch moet ik u vertellen dat ik daar ook wat kritiek en vragen op heb gekregen. Ik vind het nuttig om dat gezamenlijk te bespreken. Wat zijn die argumenten waard die daartegen ingebracht worden en zien we dat nou wel scherp? Ja, ik voer nu het woord, maar het is uiteraard aan u om dat te beoordelen. Ik vind het echter wel waardevol om niet alleen maar mijn eigen verhaal en argumenten te vertellen, maar ook te kijken naar wat ertegen wordt ingebracht. Wat is dat waard?⟨/p> ⟨p>Er is namelijk kritiek op gekomen dat deze afstandneming — want dat is wat ik u verteld heb — zou slaan op het vertrek van de gelovigen. De gedachte is dat de gelovigen straks afstand gaan nemen. Paulus had gezegd dat eerst de afstandneming moet komen, waarna je de vraag moet stellen: van wie of waarvan nemen ze dan afstand? Welnu, Paulus had juist gezegd: "Ik schrijf jullie dit met het oog op onze toevergadering tot Hem."⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-4" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="788" title="Speel af vanaf 13:08">▶ 13:08⟨/button> ⟨span>Weerlegging van Kritiek op de Vertaling van Afstandneming⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Kijk, de kritiek die ik hierover heb gekregen komt in essentie op het volgende neer. In dit eerste punt, en ook nog in een aantal subpuntjes, kwesties en regeltjes, zal ik dat nog wat nader uitwerken. De kritiek luidde dat afstandneming, dat ⟨em>apostasia⟨/em>, niet 'afstandneming' betekent. Men zegt: dat is wel de afleiding van het woord, maar eigenlijk betekent het gewoon 'afval'. Zo zou je het moeten vertalen. Dat was dus de kritiek en men zegt dan: ja, weet je, de afstandneming, dat is een vertaling vanuit de woordopbouw. Dat heet in het Grieks de etymologie, de afleiding van het woord, en dat is een heel speciale wetenschap.⟨/p> ⟨p>Ik vind dat zelf altijd buitengewoon boeiend. Er gaat geen dag voorbij of ik sla op het internet de website etymologie.nl op. Echt, ik vind het altijd zo leuk om allerlei woorden eventjes in hun aflevering te bekijken. Waar komt dat eigenlijk vandaan? Dat werpt zo vaak licht op de betekenis van een woord. Maar dat neemt niet weg dat deze kritiek een punt heeft. Afstandneming is inderdaad een vertaling vanuit de woordopbouw en men zegt dat dit niet juist is. Laat ik daar eerst even de credits voor geven. Dat klopt, je kunt een woord niet zomaar op die basis definiëren. Of laat ik het even voorlezen: woordafleiding bepaalt niet noodzakelijk de betekenis van een woord. Ik heb daar voorbeelden van gekregen, maar goed, de lijst zou je enorm kunnen uitbreiden.⟨/p> ⟨p>Kijk naar het woordje 'fantastisch'. Letterlijk is dat afgeleid van fantasie, van iets wat verzonnen is. Maar als je zegt: "Ik heb een fantastische vakantie gehad," dan bedoel je niet: "Ja, ik heb die in mijn fantasie gehad." Hoewel, er staat trouwens ook 'een fantasie', ik heb een... dat werpt trouwens wel weer nieuw licht op de zaak. "Ik heb een fantastische vakantie gehad." Dat is een goede. Waarom? Nou, het was heel goedkoop, jazeker, en je kan prachtig weer hebben en heerlijk eten. Ja, fantastisch! Allemaal in mijn fantasie. Nee, dat bedoelen we er niet mee. We bedoelen ermee — en dat is wel zo — dat daar nog steeds de grondgedachte van fantasie bij zit, namelijk: zo'n fantastische vakantie, dat verzin je niet. Weet je, zoiets wat je alleen maar in je fantasie zou kunnen bedenken, zo'n vakantie hebben we gehad. Dat is eigenlijk het idee van een fantastische vakantie.⟨/p> ⟨p>Ik herinner me, dat schiet mij nu ineens te binnen, dat ik jaren geleden in Den Haag sprak en naderhand werd aangesproken door een broeder die zei: "Jij had het iedere keer over onze fantastische toekomst, maar ik maak daar bezwaar tegen. Wij hebben geen fantastische toekomst, want die is solide. Dat heeft niets met fantasie te maken." Kijk, zo krijg je nou misverstanden. Nog een voorbeeld: het woord 'geweldig' is afgeleid van het woord 'geweld', maar die betekenis heeft het niet meer. Toch? Als je zegt, om even bij de vakantie te blijven: "Geweldige vakantie," dan bedoel je niet dat je allemaal soldaten bent tegengekomen of een gewelddadige situatie meemaakte. Ja, dat is dan weer 'gewelddadig', maar het idee van geweld is aan het woord geweldig eigenlijk nog nauwelijks gekoppeld.⟨/p> ⟨p>De lijst zou je heel veel langer kunnen maken waarbij je duidelijk maakt — en daar gaat het maar even om — dat je de betekenis van een woord niet mag baseren op zijn afleiding. Ik zal nog een voorbeeld geven: een maarschalk. Dat is van origine een paardenknecht, want een 'schalk' is een knecht en een 'mare' is een paard. Toch is de huidige functie aanzienlijk hoger dan die van een paardenknecht. Hoe dat woord zich met die afleiding heeft ontwikkeld, is overigens wel interessant, want dat heeft toch een bepaald traject afgelegd. Je moet dat kunnen traceren. Soms is dat niet te traceren, maar het gaat er even om — en dat is ook het punt van de kritiek — dat men zegt: "Jij zegt dat ⟨em>apostasia⟨/em> afstandneming betekent vanuit de afleiding, en dat is tot je dienst, maar als je daarop baseert dat het dus afstandneming betekent, dan is dat tekort door de bocht."⟨/p> ⟨p>Nou, laten we daar eerst even op ingaan. Kijk, wanneer een zelfstandig naamwoord, bijvoorbeeld 'afstandneming'... U weet nog wat een zelfstandig naamwoord is? Ja, ik geef tegenwoordig vaak taallessen, dus dan moet u het wel een beetje weten. U weet nog wat het is? Dat is een woord waar je 'de' of 'het' voor kunt zetten. In dit geval praat je over iets dat een heel mooie naam heeft — we moeten uitkijken, want er zitten hier mensen in ons midden die veel meer van Nederlands weten dan ik — maar dat noemen ze een nominalisatie. Dat wil zeggen dat een werkwoord tot een zelfstandig naamwoord is geworden. In dit geval wordt 'een afstand nemen' dus 'de afstandneming'. Dat is van het werkwoord een zelfstandig naamwoord geworden. Daarbij krijg je ook altijd wel wat verlies aan concrete informatie; het begrip wordt vaak abstracter. Als ik zeg: "Ik wandelde," dan is dat heel concreet. Dan weet je wie, namelijk ik, en je weet ook de tijd, namelijk verleden tijd. Als ik zeg: "De wandeling," dan is alle informatie eigenlijk verdwenen. Want ja, wie wandelde er en wanneer? Gewoon 'de wandeling'. Dat zie je ook heel vaak in die stukken die door ambtenaren geschreven zijn. Die bevatten heel veel zelfstandige naamwoorden en daardoor wordt het vaak heel abstract. Destijds hadden we een premier, Lubbers, en die doorspekte zijn betogen met allemaal van die zelfstandige naamwoorden, waardoor het heel wollig werd.⟨/p> ⟨p>Maar goed, wanneer een zelfstandig naamwoord — bent u er nog bij? — is afgeleid van een werkwoord, dan is de normale regel dat we uitgaan van de betekenis van het werkwoord, tenzij uitdrukkelijk anders zou blijken. Kijk, het woordje 'leiding' is afgeleid van leiden. 'Stichting' is afgeleid van stichten. Het woord 'werking' is afgeleid van werken. 'Ontmoeting' is afgeleid van ontmoeten, enzovoort. 'Afstandneming' is afgeleid van afstand nemen. Dus als je wilt weten wat het zelfstandig naamwoord betekent, dan ga je er in principe vanuit dat de betekenis van het werkwoord leidend is, tenzij anders zou blijken. Dat is de normale gedachte.⟨/p> ⟨p>En nou moet ik er nog iets bij zeggen. Het woord ⟨em>apostasia⟨/em> wordt in het Nieuwe Testament als zelfstandig naamwoord trouwens maar twee keer gebruikt: hier in 2 Thessalonicenzen 2 vers 3 en in Handelingen 21 vers 21. Ik heb het de vorige keer nog even genoemd: daar wordt gesproken over het feit dat Paulus ervan wordt beschuldigd dat hij 'afstandneming' van de wet van Mozes zou leren. Als u een NBG-vertaling hebt — een andere vertaling weet ik niet — dan staat er dat Paulus zou leren 'afval' van Mozes. In het Nederlands spraakgebruik zou je dat in die context zo kunnen weergeven: afval van Mozes. Maar dat is niet wat er staat. Paulus leerde afstandneming van Mozes.⟨/p> ⟨p>Dan moet ik er nog iets bij zeggen, namelijk dat het woord ook nog een stuk of vijf, zes keer voorkomt in de Septuaginta, de Griekse vertaling van de Hebreeuwse Bijbel. Daar komt het woordje ⟨em>apostasia⟨/em> ook voor en dan wordt het ook in die zin gebruikt zoals Handelingen 21 het bezigt. Met andere woorden: als het als zelfstandig naamwoord gebruikt wordt, dan wordt het gebruikt in de sfeer en de context van afstand nemen van de wet van Mozes. Maar waar er ook sprake is van ⟨em>apostasia⟨/em>, waar dan ook, daar is altijd de gedachte van afstand nemen aanwezig. Altijd. Ga dan niet zeggen van: "Ja, hier moet je het vertalen met afval." Nee, het is afstand nemen. Dat het speciaal gebruikt wordt in een godsdienstige context, bijvoorbeeld het afstand nemen van de wet van Mozes, dat is waar, maar het verschuift de betekenis niet. Altijd, ook in Handelingen 21, is de gedachte van afstand nemen aanwezig.⟨/p> ⟨p>Er wordt afstand genomen van, zodat er geen enkele tekst is aan te wijzen waarbij het als zelfstandig naamwoord gebruikt wordt, maar waarbij het nog steeds gewoon de betekenis heeft van afstand nemen. Ik geef toe dat dit een beetje een technisch verhaal is, en taalkundig. En ik kan me zelfs voorstellen dat sommige mensen zeggen: gooi maar in mijn pet. Ik vind het toch even van belang om dit te zeggen omdat dit namelijk kritiek was. Men zegt: ja, maar als zelfstandig naamwoord wordt het speciaal gebruikt in de zin van afval. Dan zeg ik: ook in die andere teksten heeft het altijd nog steeds de betekenis van afstand nemen van. Zodat het nog steeds de betekenis van apostasia is: afstandneming.⟨/p> ⟨p>Niet alleen vanwege de etymologie, dus vanwege de woordafleiding — dan betekent het afstandneming — maar ook zo wordt het gebruikt. Dat het speciaal gebruikt wordt in de zin van afstand nemen van de wet van Mozes, of in het afstand nemen van het geloof of afstand nemen van God, prima. Maar dat maakt nog niet dat apostasia dus afval betekent. In het Engels heeft het die betekenis wel gekregen, maar we hebben het nu niet over het Engels. Ik zeg alleen: in het Grieks heeft het die betekenis gehouden en nergens wijkt de Schrift af van die gedachte van afstand nemen. Volgens de gangbare Griekse lexicons betekent apostasia afval in godsdienstige zin. Oh wacht even, deze had ik inderdaad al besproken.⟨/p> ⟨p>En zegt men: in de context, in de samenhang van 2 Thessalonika 2 vers 3, waar we het dus over hebben, verwijst apostasia ook naar de wetteloosheid. En inderdaad, in dat vers wordt gesproken over de mens der wetteloosheid die zal verschijnen. Dus dat zou kunnen. De vraag is, als Paulus zegt dat eerst de afstandneming moet komen — dat staat er — de vraag is dan: afstandneming van wie en van wat? Kijk, die gedachte zou dus nooit bij je opkomen als je hier zou weergeven: "want eerst moet de afval komen", zoals het bijvoorbeeld in onze Bijbeltjes staat weergegeven. Want ja, een vertrek naar boven, dat kun je moeilijk afval noemen. Iets wat valt, dat gaat niet opwaarts; dat gaat naar beneden.⟨/p> ⟨p>Ineens, door het weer te geven met afval, neem je afstand van de gewone concrete betekenis. Niet alleen van het werkwoord maar ook van de wijze waarop het gebruikt wordt. Het is afstand nemen. En bovendien: je vertaalt dan niet, feitelijk ben je aan het interpreteren. En dat zou je dus niet moeten doen. Kijk waarom. Want onze toevergadering tot Hem, is dat een afstandneming of niet? Lijkt mij wel. Als wij daarheen gaan, dan nemen we afstand van de wereld.⟨/p> ⟨p>Dus als er iets in aanmerking komt om als afstandneming in de letterlijke zin van het woord aangeduid te worden, dan is het wel die gebeurtenis waar Paulus juist over zou gaan schrijven. Namelijk dat we naar Hem toe zouden gaan. Als je het leest als afval — "eerst moet er afval komen" — dan is er geen hond die denkt aan die gebeurtenis die we verwachten, namelijk dat we Hem tegemoet gaan. Maar als je gewoon vertaalt wat er letterlijk staat, namelijk afstandneming, dan ga je ineens concrete vragen stellen. Wie neemt de afstand? En waar wordt afstand van genomen? En dan ineens komt deze optie als kraakhelder voor de geest: betrekken we de afstandneming op het vertrek van de gelovigen.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-5" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1658" title="Speel af vanaf 27:38">▶ 27:38⟨/button> ⟨span>De Afstandneming Identiek aan het Wegnemen van de Weerhouder⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En met het oog daarop schreef Paulus 2 Thessalonicenzen 2. Dan is daarmee – en nu komt een heel belangrijk punt – in één keer opgehelderd wat de verwijdering van die vasthouder is. Dat is het grote mysterie van 2 Thessalonicenzen 2. Als je kijkt in de commentaren en in de uitleggingen over de Thessalonicenzenbrief, dan heeft men het altijd over die weerhouder. De Thessalonicenzen wisten waar Paulus het over had, maar wij niet. Hij heeft misschien wel de Romeinse overheid bedoeld, of zoiets; er wordt in het wilde weg gegist. Maar op het moment dat die afstandneming inderdaad betrekking heeft op onze toevergadering, onze opper-bijeenkomst met Hem, dan is dat meteen duidelijk.⟨/p> ⟨p>Kijk naar 2 Thessalonicenzen 2 vers 3. Daar zegt Paulus dat eerst de afstandneming zou komen en de mens der wetteloosheid onthuld zou worden. Een paar verzen later, in vers 7, zegt hij dat eerst de vasthouder of de weerhouder uit het midden verwijderd moet worden voordat de wetteloze onthuld zal worden. Nou, de conclusie is simpel als we Schrift met Schrift vergelijken en begrijpend lezen: de afstandneming is de verwijdering van de weerhouder uit het midden. Toch? Eerst moet die afstandneming zijn, en hier staat dat degene die nu nog die mens der wetteloosheid weerhoudt, verwijderd moet worden en uit het midden moet verdwijnen. Dan weet je meteen wat de afstandneming is: dat is onze toevergadering tot Hem. Er ontstaat ineens een enorme logische samenhang tussen het een en het ander.⟨/p> ⟨p>Dat ontgaat je compleet op het moment dat je in 2 Thessalonicenzen 2 vers 3 'afval' vertaalt. Dat is geen eens een correcte of letterlijke vertaling. Het is ook volstrekt onnodig, want overal waar ⟨em>apostasia⟨/em> of aanverwante woorden ook als werkwoord gebruikt worden, is het afstand nemen of afstandneming. Ik blijf het dus voorhouden. Zo eigenwijs zijn we dan ook wel weer, hè? Want we staan open voor kritiek, maar ze moeten wel een beetje hard snijden. Ik geef toe, ik bespreek nu deze dingen omdat ik daarvoor gevraagd ben, maar het lijkt mij duidelijk. Over die vasthouder komen we straks nog even verder te spreken.⟨/p> ⟨p>Ik heb nog een andere vraag gekregen, die kwam uit een heel andere hoek. Vorige week, toen ik in Katwijk een Bijbelstudie gaf, gaf iemand mij een blaadje mee met de vraag of ik daar eens over wilde nadenken. Ze zei: "Ik heb die Bijbelstudie van jou die je in De Aker gehouden hebt beluisterd, maar ik zit met iets. Die wegrukking, dat is toch geen afstandneming? Afstand nemen is actief; je neemt afstand. Maar in de wegrukking zijn we passief." Ik vond dat een goed punt. Nemen wij afstand? Wij worden weggerukt, dat is volkomen passief. Maar we gaan de Heer tegemoet, en dat is actief. Toch?⟨/p> ⟨p>Kijk, als ik zeg dat ik morgen naar New York vertrek – het is niet zo, maar ik zou het kunnen zeggen – wat doe ik dan? Ik neem alleen mijn plaats in de stoel. Dat is een tamelijk passieve bezigheid, toch? Ja... Oh, er is blijkbaar een foutje ingesloten in de techniek, ik heb het nu al een paar keer gemerkt. Dat was een vliegtuig; ik had geen geluidje van een vliegtuigje dat opsteeg. Ik wilde daarmee duidelijk maken... nou ja, maakt niet uit. Als ik thuis kom, maak ik dat nog wel eventjes goed. Toen ik hiernaartoe ging, moest ik snel vertrekken. Ik moest afstand nemen van Rijnsburg. Laat ik het zo zeggen: in de afstandneming of in de wegrukking nemen wij afstand van deze wereld. Dat is wis en waarachtig. Er zit dus een passief element bij; het initiatief is absoluut passief. Maar in die wegrukking nemen wij wel degelijk afstand van deze wereld. Ik zie daar bij nader inzien dus geen tegenstelling in.⟨/p> ⟨p>Dit waren de punten die zo aan de orde kwamen in verband met de kritiek. In werkelijkheid is hier nog een hele correspondentie aan voorafgegaan met verschillende mensen naar aanleiding van de vorige Bijbelstudie. Maar dit is eigenlijk in een notendop waar de kritiekpunten op neerkwamen, en ook wat mijn antwoord daarop is. Het is allemaal ter overweging en ik hoop dat u er wat mee kunt. Ik moet u zeggen dat ik er eigenlijk alleen maar enthousiaster door ben geworden over onze toekomst.⟨/p> ⟨p>Het is geweldig hoe dit in de brieven van Paulus zo concreet wordt neergezet. Die Thessalonicenzen waren verontrust en gealarmeerd; ze dachten dat de dag des Heren al tegenwoordig was. Nee, zegt Paulus, eerst moet de afstandneming plaatsvinden, en dan zal de mens der wetteloosheid verschijnen. Maar die kan nu helemaal niet verschijnen, want hij wordt nog vastgehouden en de vasthouder moet eerst verwijderd worden. Laat niemand jullie misleiden. Ik lees het even voor: "Laat niemand jullie misleiden op geen enkele wijze, want zou niet eerst de afstandneming komen en de mens der wetteloosheid onthuld worden, de zoon van het verderf?" Die ⟨em>apostasia⟨/em> is dus niet hetzelfde als die wetteloosheid; nee, het is wat eraan voorafgaat. Over de identiteit van de zoon van het verderf komen we vanavond nog wel even te spreken, maar ik ben eigenlijk van plan om in deze serie daar nog een keertje veel uitgebreider op in te gaan, ook naar aanleiding van wat we in Daniël lezen. Maar één ding is duidelijk wat Paulus hier al over zegt.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-6" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2093" title="Speel af vanaf 34:53">▶ 34:53⟨/button> ⟨span>De Mens Der Wetteloosheid Onthuld in de Tempel in Jeruzalem⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Die mens der wetteloosheid gaat dus onthuld worden na de afstandneming, en hij is een mens der wetteloosheid. Dat wat hij doet, dat is inderdaad zonder wet. Ik bedoel, wat hij ook gaat doen, nou, dat lees je dan in vers 4. Hij is een tegenstrever, die tegenstreeft en zich verheft tegen al wat God of voorwerp van verering heet, zodat hij in de tempel van God gaat zitten. Gewoon, heel letterlijk.⟨/p> ⟨p>Waar? Nou, in Jeruzalem. Aha! Dat betekent dus dat er weer een tempel zal zijn. Nou, dat is inderdaad wat de Schrift zegt. De Schrift zegt dat er gewoon in Jeruzalem weer een tempel zal komen. U zegt: "Die tempel staat er nu ook al. Ja, dan is dat een islamitisch heiligdom." Maar niet alleen maar wát er gaat gebeuren, maar ook wanneer. Wanneer gaat dat gebeuren? Weet ik niet. Laat ik het zo zeggen: alles ligt al klaar. En vele Joden staan te trappelen. Het godsdienstige jodendom, hoe verdeeld ook trouwens, ook daarin. Maar ze staan te trappelen dat daar weer een eredienst zal zijn.⟨/p> ⟨p>De Schrift zegt inderdaad dat daar weer een offerdienst zal zijn, slachtoffer en spijsoffer. En hij zal dat staken op een gegeven ogenblik. Er zal dus een tijd van vrede zijn, ongekende vrede. En op het tempelplein in Jeruzalem zal er weer een offerdienst zijn. Paulus spreekt ook over een tempel van God. En daar zal hij zich inzetten. En je leest ook, ik denk dat het vanavond nog even aan de orde komt, ook aan de hand van Openbaring 13, dat daar een beeld zal worden neergezet. Een gruwel. Een afgodsbeeld namelijk.⟨/p> ⟨p>Het leuke is trouwens dat als je nou zo'n heel aantal jaren, zoals wij dat nu hebben gedaan op deze locatie, je hebt beziggehouden met gebeurtenissen van de toekomst zoals de Schrift erover spreekt, het profetisch woord, dan grijpen allerlei dingen weer ineen. Want vorig seizoen hebben we ons beziggehouden met Mattheüs 24 en toen was dat ook al zo'n markant moment dat de Heer zegt: "Als jullie dan de gruwel, het afgodsbeeld van de verwoesting, op de heilige plaats ziet staan, wie het leest, geve er acht op, waarvan de profeet Daniël gesproken heeft, dan moet je maken dat je wegkomt." Dat is het begin namelijk van de grote verdrukking.⟨/p> ⟨p>Nou, Paulus heeft het hier ook over. Hij noemt het geen gruwel van verwoesting, maar hij zegt wel: "in die tempel van God". Op die goddelijke locatie daar, op die plek, ja, daar gaat die mens van de wetteloosheid zich neerzetten. In het verleden hebben soortgelijke dingen ook al plaatsgevonden. Een paar eeuwen voor onze jaartelling deed Antiochus Epiphanes dat ook al. Die de offerdienst verving en daar varkensbloed ging offeren. Gruwelijke dingen deed hij daar. Maar in ieder geval was dat inderdaad gruwelijk afgodisch, en hij maakte zichzelf tot een voorwerp van verering.⟨/p> ⟨p>Hij zal zich in de tempel van God gaan zetten om te laten zien dat hij God is. Er staat hier een vraagteken bij, want Paulus had gezegd: "Zou niet eerst de afstandneming komen en de mens der wetteloosheid onthuld worden?" En wie die figuur dan is en wat hij gaat doen, nou, dat staat in dit vers. Hij gaat zich dus daar in Jeruzalem neerzetten en hij heeft dus religieuze aspiraties en hij zal laten zien dat hij een god is.⟨/p> ⟨p>En Paulus zegt dan: "Herinneren jullie je niet dat ik, toen ik nog bij jullie was, deze dingen tot jullie zei?" Met andere woorden, wat Paulus hier doet is herhalen. Nou ja, in geschrift dan, maar hij had deze dingen dus mondeling al aan hen doorgegeven. En dan zegt hij nu: "Jullie weten nu wat hem vasthoudt om onthuld te worden op zijn tijdstip." Aha. Er is dus een bepaald moment, en dan gaat hij onthuld worden. Maar die mens der wetteloosheid wordt vastgehouden, of weerhouden, daar hebben we het de vorige keer ook over gehad.⟨/p> ⟨p>En trouwens zojuist ook. Want zegt Paulus: "Het geheim", of als u de Statenvertaling hebt, "de verborgenheid van de wetteloosheid is reeds inwerkende." In het verborgene is dat wat straks openbaar zal worden nu reeds, zei Paulus in zijn dagen al, inwerkende. Die geest, Johannes spreekt in zijn brieven dat jullie hebben gehoord dat er een antichrist komt. Hij zegt: "Maar ik zeg u, de geest van die antichrist is reeds werkzaam." Hier spreekt Paulus over het geheim of de verborgenheid van die wetteloosheid die reeds inwerkende is. Alleen staat er: het blijft verborgen totdat degene die op dit moment vasthoudt uit het midden verwijderd wordt. En dan zal de wetteloze onthuld worden.⟨/p> ⟨p>Dus waar wacht die wetteloze op? Op zijn tijdstip. En wanneer zal dat zijn? Wanneer degene die op dit moment vasthoudt, en daarmee dus ook weerhoudt, uit het midden verwijderd wordt. In de meeste vertalingen wordt gesproken over een weerhouder. Maar in de praktijk is dat toch hetzelfde hoor. Ik denk dat vasthouder meer het correcte woord is. Paulus spreekt bijvoorbeeld, eventjes terzijde, in 1 Korinthe 11. Is het 1 Korinthe 11? Ja, dan prijst hij de Korintiërs: "Dat jullie mijn overleveringen zo vasthouden als ik jullie ze heb overgegeven." Nou dan klopt de gedachte van weerhouden natuurlijk niet. Dus het is echt een vasthouden. Hij houdt vast.⟨/p> ⟨p>Die mens der wetteloosheid wordt vastgehouden. Hij kan niet verschijnen. Waarom? Wel, hij wacht namelijk op zijn tijdstip. Het wachten is op zijn tijdstip, en dat degene die vasthoudt uit het midden verwijderd wordt. En zo zijn we toch weer terug bij waar we het al over hadden: de afstandneming. Het moet verwijderd worden dus.⟨/p> ⟨p>Een mens maakt wat mee als je Bijbelstudies geeft hoor. Want je krijgt reacties. En ik moet u zeggen, zeker als je dat en plein public doet en als je dan ook nog een website bijhoudt, wat er allemaal aan reacties komen. En ik moet zeggen, ik vind dat heel boeiend. Maar er volgde ook nog een hele boeiende correspondentie met iemand die zei van...⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-7" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2567" title="Speel af vanaf 42:47">▶ 42:47⟨/button> ⟨span>De Verwijdering van Satan uit de Hemel en de Wegrukking⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Nou, hij zegt: ik denk dat degene die uit het midden verwijderd wordt, dat is Satan. Die moet namelijk uit de hemel verwijderd... Hoe zeggen we dat netjes? Gegooid worden, ja. Hij zegt: Satan wordt verwijderd uit de hemel. Er is iets heel raars met die plaatjes gebeurd. Het is echt, ik weet niet wat het is. Het is een merkwaardig virus gaande op mijn computer thuis, denk ik. Ja, ik denk het ook, dat zou best kunnen. Want mijn computer deed de laatste dagen erg raar. Als ik mijn computer opstart, dan starten er zomaar automatisch 25 Word-documenten. Ik zal u niet opzadelen met mijn computerproblemen, maar in ieder geval... Het is een heel ander plaatje, want dit was een plaatje van een draak of een slang. Goed, ik hoop dat u het me vergeeft, die rare plaatjes. Waarschijnlijk ja. Ja! Oh nee, dit is echt erg zeg. Oh zeg. Ja nou, dat is echt dooreen geworpen zeg. Ze zeggen wel eens: als je het over de duvel hebt, dan trap je hem op zijn staart. Nou, dat heb ik gedaan hoor. Nou, die plaatjes moet u zich maar even helemaal niks van aantrekken, want daar klopt helemaal geen barst van.⟨/p> ⟨p>Waar het even om gaat, wat iemand mij meedeelt. Hij zegt: nee, die uit het midden verwijderd wordt, dat is de Satan die uit de hemel wordt geworpen. Die wordt uit de hemel geworpen en dan wordt de mens der wetteloosheid onthuld. Ja, dat is een hele goeie. Maar nou maken we het verhaal even compleet. Want wat gaat eraan vooraf? Zo erg. Nou ziet u hier die slangen. Hier, die had u eerst moeten zien. En hier moet u... We gaan straks nog een troon tegenkomen. Want ik had hier een afbeelding van een troon.⟨/p> ⟨p>Ja, nee, wat er namelijk gebeurt... Wat ik u eigenlijk wil vertellen, is dat het in de praktijk niet eens uitmaakt. Het is namelijk beide waar. Want de ekklesia wordt uit het midden van de mensen verwijderd. De wegrukking. Maar dat is wat we al eerder tegenkwamen in Openbaring 12. De mannelijke zoon wordt weggerukt tot God en Zijn troon. Vervolgens, in deze Openbaring 12... Die mannelijke zoon die wordt weggerukt, krijgt een plaats tot God en Zijn troon. En dan begint het koninkrijk in de hemel. Namelijk, er wordt grote schoonmaak in de hemel gehouden. En de Satan met al zijn kornuiten wordt op de aarde geworpen.⟨/p> ⟨p>Met andere woorden, als de gemeente uit het midden van de mensen wordt verwijderd... De afstandneming, hè? De wegrukking. Ja, dan wordt de Satan op de aarde geworpen. En dan wordt de mens der wetteloosheid onthuld. Met andere woorden, dit is beide waar. Ik moet er wel bij zeggen: als Paulus het heeft over dat uit het midden verwijderd worden, dan denk ik wel degelijk dat hij het heeft over de gemeente. Want over de afstandneming, want dat was namelijk zijn onderwerp.⟨/p> ⟨p>Maar als je dat ook linkt met het feit dat Satan ook uit het midden van de hemel wordt verwijderd... De hemel is trouwens ook in de Bijbel zo'n gedachte, maar dat is een hele ingewikkelde gedachte. Of in ieder geval een verhaal wat ik niet zo eventjes een-twee-drie kan toelichten. Maar in ieder geval, als Satan uit de hemel, uit het midden verwijderd wordt, oftewel op de aarde geworpen zal worden... Ja, dan zal inderdaad de mens der wetteloosheid verschijnen. Dus beide is het waar, maar in de context van 2 Thessalonika 2 gaat het wel degelijk over ons. Afstandneming. Zo, da's een goed plaatje zeg.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-8" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2855" title="Speel af vanaf 47:35">▶ 47:35⟨/button> ⟨span>Een Overzichtelijke Tijdlijn van de Eindtijd⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Dus om nog eventjes een tijdlijn neer te zetten voordat we gaan pauzeren. We gaan dus – maar dat hadden we al eerder bij voorgaande avonden gezien – we krijgen een bepaalde periode waarvan ik de lengte nog steeds niet weet. Ik zeg niet dat die onbekend is. Maar ik heb hem nog in de Schrift niet gevonden. Maar ik ben nog steeds aan het onderzoeken en je ontdekt steeds meer nieuwe dingen. Dus ik zeg: het is een x-tijd. Ik weet niet hoe lang die tijd duurt. Maar in ieder geval is er een bepaalde tijd dat iedereen zal roepen: 'vrede en zekerheid'.⟨/p> ⟨p>En dat is die ruiter op het witte paard. Weet u wel? Dat er ongekende welvaart en vrede op aarde zal zijn die doet denken aan de Messias. Dat is wanneer iedereen zal zeggen: 'vrede en zekerheid'. Als de wereld dat roept, weten wij dat er voor de wereld een drama gaat aanbreken. Maar onze wegrukking gaat dan plaatsvinden. Oftewel onze afstandneming. Oftewel de vasthouder die wordt verwijderd. Het is allemaal hetzelfde. Het zijn allemaal verschillende namen, maar voor dezelfde gebeurtenis. We worden weggerukt. Oftewel, we nemen afstand van, er wordt afstand genomen van. Oftewel, degene die nu nog die mens der wetteloosheid vasthoudt of weerhoudt of zorgt dat hij zich niet kan onthullen, wel, die wordt dan verwijderd.⟨/p> ⟨p>Ja, en wat gebeurt er dan? Nou, op dat moment dat de vasthouder wordt verwijderd, dan zal de mens der wetteloosheid zich in de tempel gaan zetten. Dat gaat dan gebeuren. En dat is een periode die we al zo vaak zijn tegengekomen, die kan ik wel heel precies benadrukken. Tot op de dag nauwkeurig: 1260 dagen, 42 maanden. Ja, en dan aan het einde van die periode, dat is dat de Heer zal verschijnen op de Olijfberg. En dat is ook de dag van de Heer die dan voor Israël zal aanbreken.⟨/p> ⟨p>Voor ons breekt die dag al veel eerder aan natuurlijk. Dat is dan de vraag van: wanneer begint de dag van de Heere? Ja, voor ons op het moment dat het licht wordt, als Hij zal verschijnen. Zijn aanwezigheid begint voor ons op een veel eerder moment, als wij Hem namelijk tegemoet gaan. Voor Israël is dat op een later moment. Dus je kunt het niet fixeren op een datum wanneer de dag des Heren aanvangt, dat hangt er namelijk vanaf over wie je het hebt. Voor ons breekt de dag eerder aan dan voor hen. Zoals voor ons in Europa de dag eerder aanvangt dan in Amerika. Om het maar wat te noemen, toch? Ja, wanneer breekt de dag aan? Je kunt er wel iets heel concreets, heel precies mee zeggen. Namelijk gewoon: als het licht wordt. Als de nacht voorbij is. Ja, maar dat is voor ons eerder dan voor hen dus. Zie je?⟨/p> ⟨p>Nou, en wat er dan gaat gebeuren? Oh, kijk! Dat gebeurt er dus. Zullen we eerst maar eens gaan pauzeren, want het wordt er allemaal niet duidelijker op.⟨/p> ⟨p>Oké mensen, zullen wij weer verder gaan? Ik heb het PowerPoint-bestand niet hersteld of zo, dus we blijven tobben met de rare plaatjes. Dat hoop ik ook. Hans zegt: de boodschap was duidelijk. Nou, dat doet mij deugd. In ieder geval, ook deze schematische voorstelling verschafte een tijdlijn die we eigenlijk op andere wijze ook al waren tegengekomen. Maar dit is dan meer vanuit de Thessalonicense brieven dan. Goed.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-9" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3099" title="Speel af vanaf 51:39">▶ 51:39⟨/button> ⟨span>De Wetteloze uit de Weg Geruimd Door de Adem van Zijn Mond⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Die nu nog vasthoudt, weerhoudt, die wordt uit het midden verwijderd. Die zal worden weggenomen. En dan zal de wetteloze onthuld worden. Dat kan nog niet zolang die vasthouder dat nog vasthoudt of weerhoudt. Er moet eerst een afstandneming zijn. Nou, ik hoop dat dat punt duidelijk geworden is, dus daar gaan we nu niet verder op in. We houden het hier nu eventjes bij. Dan zal de wetteloze onthuld worden en dan staat er tussen haakjes: "die de Heer Jezus uit de weg zal ruimen". Ja, in de NBG-vertaling staat dan 'doden', maar dat is eigenlijk niet zozeer de gedachte: uit de weg zal ruimen. Dat kan wel doden zijn, maar iets wat je uit de weg ruimt, dat hoeft niet per se doden te zijn. In dit geval denk ik ook niet dat dat het geval is, want hij zal levend worden geworpen in het meer van het vuur. Misschien laat ik dat zo meteen nog voorlezen.⟨/p> ⟨p>De Heer Jezus zal dat doen. Hij zal hem uit de weg ruimen, dat is dus het eind. Nou ja, ik weet het, als u zegt: Hij is toch ook een Redder van deze man? Natuurlijk. Maar nu eventjes, als mens der wetteloosheid komt hij smartelijk aan zijn eind. Als hij gered wordt, dan is hij geen mens der wetteloosheid meer. Dat is hetzelfde – even een ander punt – want als we vragen: "Denk jij dat de satan gered wordt?", dan zeg ik nee. Sorry. Dan zeg ik nee, want dan is hij geen satan meer. Dan is hij geen tegenstander meer. De tegenstander wordt niet gered. Alleen door onderschikking, door luisteren, door geloof, door aanvaarden vindt redding plaats. In die functie, als diabolos, als satan, als mens der wetteloosheid als zodanig... een ongelovige in die zin wordt dus ook niet gered. Hij is de Redder van alle mensen, maar Hij redt geen ongelovigen als zodanig. Is dat duidelijk? Ja, dat is eventjes terzijde naar Kolossenzen 1.⟨/p> ⟨p>"Die de Heer Jezus uit de weg zal ruimen in de adem van Zijn mond". Mooie uitdrukking is dat. Er zit hier ook de gedachte bij van Zijn woord. Maar dat is geen tegenstelling hoor, want eigenlijk is woord ook adem. Toch? Gewoon als je het puur biologisch of natuurkundig bekijkt. Probeer maar eens een keertje een woord te zeggen zonder adem. Dat lukt niet. En sommige mensen die... nou ja, nee, jij denkt nu weer aan spreken met consumptie, maar dat is weer wat anders. Het gaat over adem. De adem van Zijn mond, dat is Zijn woord. Ik kom er straks nog even op terug als we naar Openbaring gaan. En hij zal hem uit de weg ruimen. Hoe? In de adem van Zijn mond, ook in Zijn spreken, "en buiten werking zal stellen in het tevoorschijn komen van Zijn parousia." Dat is trouwens ook mooi hè, de tevoorschijnkoming, of de verschijning zoals het in de NBG-vertaling staat, van Zijn parousia.⟨/p> ⟨p>Er zijn twee begrippen: Zijn parousia, Zijn aanwezigheid, maar hier wordt gesproken over het tevoorschijn komen van Zijn parousia. En in het tevoorschijn komen van Zijn parousia zal Hij hem in de adem van Zijn mond uit de weg ruimen. Dat is wat er staat. Parousia, dat is dus aanwezigheid en tevoorschijn komen. Maar ja, wat betekent dat? Dat betekent dat het zichtbaar wordt. Dat is nog niet per se dus hetzelfde. Je kunt aanwezig zijn – ik hoor je wel, maar ik zie je niet. Je kunt aanwezig zijn zonder zichtbaar te zijn. Nou, dat is met de Heer ook zo. Hij zal straks ook zichtbaar worden. Ik denk ook dat, toen de Heer in die veertig dagen na Zijn opstanding nog op aarde was, je ook leest: "verscheen Hij". Wij verschijnen niet. We zeggen het wel eens: "je ziet me wel verschijnen", maar dat is niet echt zo. Je komt gewoon door de deur naar binnen. Maar de Heer verscheen echt. Terwijl de ramen en de deuren dicht waren, verscheen Hij in hun midden. Een verschijning.⟨/p> ⟨p>Ik geloof ook dat – ik ga dat nu niet aantonen, hoewel we het er ook wel over gehad hebben – als straks in die 1260 dagen dat overblijfsel in de woestijn een plaats heeft waar zij verzorgd zal worden, dat de Heer daar ook zal zijn. En wij ook, daar hebben we het bij een andere gelegenheid wel eens over gehad. We zullen hen van voedsel voorzien. Ik denk in ieder geval geestelijk. We zullen daar gewoon zijn. Ondanks het feit dat Hij niet zichtbaar is voor de wereld. Eigenlijk dus een heel intieme aangelegenheid. Er staat in Mattheüs 24 – ik kom er vanzelf wel weer uit bij de tekst – maar er staat in Mattheüs 24: "Als men tot u zegt: Hij is in de woestijn... nee, als men zegt: Hij is in de binnenkamer van de tempel, geloof het niet. Als men zegt: Zie, Hij is in de woestijn, ga er niet heen." Daar zou je onder kunnen verstaan dus: daar is Hij inderdaad wel, maar ga er niet naartoe, want daar kun je ook helemaal niet meer naartoe. Just a thought.⟨/p> ⟨p>De buitenwerkingstelling. Hij zal hem buiten werking stellen in het tevoorschijn komen van Zijn parousia, van Zijn aanwezigheid of van Zijn komst. In Openbaring 19 – ik lees voor uit een mooie vertaling, Geschriften.nl, wel eens van gehoord, Menno? Daar gaat het over: "En Hij is gehuld in bovenkleding die in bloed ondergedompeld is. En Zijn naam is genoemd: Het Woord van God." Nou, dan weet je eigenlijk meteen over wie het gaat. Wie heeft de naam 'Het Woord van God'? Hij is het vleesgeworden Woord. Degene die dit heeft opgetekend, dat was Johannes. Hij had eerder al een evangelie geschreven en daar begint hij ook zo mee: "In het begin was het Woord", en het Woord is ook later vlees geworden, en Hij is dat Woord van God. En straks zal Hij komen, en dat wordt dan in heel beeldende taal allemaal gezegd. En dan staat er in vers 15: "En uit Zijn mond komt een scherpe sabel", of een scherp zwaard staat er in de NBG-vertaling. Het idee is in beide gevallen identiek.⟨/p> ⟨p>Uiteraard is dit beeldspraak, want wat komt er nou uit je mond? Ja, woord. Of adem, maar dat is geest. Dat is trouwens ook mooi hè, adem is feitelijk in de Bijbelse zin geest. In het Hebreeuws en het Grieks zijn dat ook identieke begrippen zelfs. Ruach, pneuma, dat is allemaal hetzelfde. Eigenlijk staat het voor alles wat je niet kan zien. Of in beweging gebrachte lucht. Je ziet de effecten ervan. Je hoort zo'n geluid, dat wel, maar je ziet het niet. En dat is met geest ook. Je hoort het wel. Dus woord en geest, dat klinkt heel theologisch, maar woord en geest zijn identiek. Woord is geest. Woord is dat wat uit Zijn mond komt. Geest. "Uit Zijn mond komt een scherpe sabel." Dat is het woord. Een scherp tweesnijdend zwaard heet het dan ergens anders. Maar waar komt woord anders vandaan dan uit de mond? Het woord Gods. Een mens zal leven van elk woord dat uit de mond Gods uitgaat.⟨/p> ⟨p>"En uit Zijn mond komt een scherpe sabel om daarmee de natiën te slaan. En Hij zal hen hoeden met een ijzeren knots. En Hij treedt de perskuip van de wijn, van de woede, van de boosheid van God, de Almachtige." Het boek Openbaring: als de Heer openbaar gaat worden, berg je dan maar. Nou, in ons geval, we worden geborgen, we zijn geborgen. Maar goed, er is een speciale aanleiding natuurlijk waarom ik naar Openbaring 19 ga. In de eerste plaats: "uit Zijn mond komt een scherpe sabel". Dat komt dus overeen met het feit dat de wetteloze uit de weg geruimd wordt door de adem van Zijn mond. En wiens mond? Wel, degene die heet: Het Woord van God.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-10" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3711" title="Speel af vanaf 01:01:51">▶ 01:01:51⟨/button> ⟨span>Het Wilde Dier en de Pseudoprofeet in het Meer van Vuur⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>"En ik nam het wilde dier waar." Dat is wat in de meeste vertalingen dan 'het beest' is, het wilde dier. Maar een beest is een wild dier, daar houd ik het maar even bij. Tamme dieren zijn voor mij ook beesten, maar dat is mijn afwijking.⟨/p> ⟨p>"En de koningen van de aarde en hun legers, die verzameld zijn om oorlog te voeren tegen Hem die op het paard zit en tegen zijn leger. En het wilde dier wordt gepakt..." Het beest. Het gaat hier trouwens – interessant – soms is dat beest gewoon het rijk, het koninkrijk met die zeven koppen, met die zeven hoofden, maar ook met die tien horens. En dan is het eigenlijk het koninkrijk in zijn totaliteit. Maar soms is het ook gewoon de leider van dat wereldrijk. Het is net de context die moet aangeven: gaat het nou over de leider, degene die dat koninkrijk representeert, of gaat het over het koninkrijk zelf? Dat hangt er soms vanaf.⟨/p> ⟨p>Zo zeggen wij dat trouwens ook. Dan gaat Nederland op bezoek in de Verenigde Staten. Uiteraard niet héél Nederland, maar degene die Nederland representeert.⟨/p> ⟨p>"En het wilde dier wordt gepakt, en met hem..." – dan zie je dus inderdaad dat het over één iemand gaat, een man – "...de pseudoprofeet", oftewel de valse profeet. "Die de tekenen voor zijn ogen doet, waarmee hij degenen doet dwalen die het merkteken van het wilde dier" – van het beest dus – "in ontvangst nemen. En degenen die zijn afbeelding, zijn beeld aanbidden."⟨/p> ⟨p>Let even op, want we komen er straks nog wel even op terug. Hier lees je dus over die pseudoprofeet, die valse profeet. Het is eigenlijk een tweemanschap. Maar u zou zelfs kunnen zeggen: een driemanschap. Een drie-eenheid. Ja, en ik heb het niet zo op die term, zeker niet in deze context. Want dan lees je later ook... heb ik er nog een? Ja, moment. Die pseudoprofeet, die doet wel valse dingen, maar die doet geen trucjes hoor. Nee, die doet de tekenen voor zijn ogen.⟨/p> ⟨p>Dus je hebt de representant van het wereldrijk dat uit de zee komt. Je leest toch dat het wilde dier uit de zee komt, en je leest ook over een beest uit de aarde. En dat is de valse profeet. Dat verzin ik niet, dat staat gewoon letterlijk in Openbaring 13. Die uitleg wordt er gewoon bijgegeven.⟨/p> ⟨p>Die beeldspraak, zeg ik er even bij, die beeldspraak in het boek Openbaring heeft de reputatie soms heel ingewikkeld te zijn. En dat valt soms reuze mee! Waarom? Omdat er heel vaak gewoon bij staat: nou, dit is dat. "En de vrouw die gij zaagt, dat is de stad Babel." Nou, dan weet je dat ook weer. Maar als vervolgens mensen zeggen: "Ja, en wat is die stad Babel dan weer?", die gaan vinden dat dat dan ook weer uitgelegd moet worden. Maar volgens mij ís dat de uitleg.⟨/p> ⟨p>Nou. En hier ook, die pseudoprofeet die zal tekenen voor zijn ogen doen. Waarmee hij degenen doet dwalen die het merkteken van het wilde dier in ontvangst nemen, en degenen die zijn beeld of zijn afbeelding aanbidden.⟨/p> ⟨p>"En de twee werden levend in het meer van het vuur geworpen, dat van zwavel brandt." Ik denk dat er letterlijk ook een meer is van vuur, namelijk de Dode Zee. Die ooit in het verleden al zo'n meer was dat brandde van vuur en zwavel. Je leest dat over de plaats waar nu de Dode Zee dus is, die trouwens nog steeds vergeven is van zwavel. Dat is het meer, ik denk letterlijk dat het een meer is.⟨/p> ⟨p>En het feit dat die twee er levend in worden geworpen... Later lees je trouwens, na de duizend jaren, dat ze gezelschap krijgen van Satan zelf. "En zij werden gepeinigd, dag en nacht, tot in de aionen." Dus dan heb je inderdaad dat driemanschap. Dat wijst er inderdaad ook op dat die twee figuren uit de afgrond komen. Dat lees je trouwens ook van het beest: ze komen ook uit de afgrond. Dat zijn niet zomaar mensen, dat zijn kennelijk gematerialiseerde geesten.⟨/p> ⟨p>Ja, er gaat nog wat gebeuren hoor op aarde! Ze komen uit de afgrond, want kijk, een mens van vlees en bloed die houdt het in dat meer dat zo brandt helemaal niet uit. Dan blijf je niet in leven. Maar die geesten, die worden daar bewaard. En de pijniging die zij ondergaan is, denk ik, vooral ook met recht geestelijk. Omdat ze van hun macht en aanzien enzovoorts beroofd zijn. Maar dat is weer een ander punt. Waarom noemde ik het ook alweer? Ze worden buiten werking gesteld, daar ging het even om.⟨/p> ⟨p>Dus dat wilde dier en zijn pseudoprofeet... Dat wilde dier zal inderdaad een beeld van zich in de tempel laten zetten dat aanbeden wordt. Er staat: degenen die zijn beeld aanbidden. Waar zal hij dat beeld neerzetten? Nou, gewoon in de tempel. Dus die mens der wetteloosheid zet zich in de tempel van God. Ja, niet doordat hij daar de hele tijd gaat zitten, maar hij zet daar gewoon een beeld van zichzelf neer. En daar vindt de aanbidding van hem plaats. Een hele nieuwe religie wordt daar feitelijk gesticht. Want hij veracht alles wat God heet en wat voorwerp van verering heet. Hij stelt gewoon zichzelf een wet, vandaar ook de mens der wetteloosheid. Hadden we het daar net niet over? Bizar. Maar realiseer je: dat gaat gebeuren over een paar jaar.⟨/p> ⟨p>God heeft daar in de Schriften het zijne al over gezegd. En ook hoe het met die figuren gaat aflopen. Wat mij vooral ook enorm opvalt, is dat daar een gigantische dwaling aan voorafgaat. Van een leugen. Zodat de hele meute, de hele wereldbevolking, daarin meegenomen wordt. Dan begrijp je natuurlijk op voorhand al: dat zijn geen flauwe goocheltrucjes. Maar hij doet dwalen. Zodanig dat men zó geïmponeerd wordt, dat daar een hele religie ontstaat. Het beeld, dat aanbeden zal worden. En ieder die dat niet doet, die daar niet aan meedoet, die krijgt geen merkteken op het voorhoofd of op de rechterhand. En die kan dus niet kopen en verkopen. Maar dat is Openbaring 13.⟨/p> ⟨p>"Wiens parousia..." – nou ga ik verder in vers 9. Hier eindigt eventjes die tussenzin. "Wiens parousia daarentegen is..." Even voor de duidelijkheid: hier gaat het over de wetteloze. Zíjn parousia. Er wordt dus gesproken over de parousia van onze Heer Jezus Christus, die de mens der wetteloosheid uit de weg zal ruimen door de adem van zijn mond, in de tevoorschijnkoming van zijn parousia.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-11" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4233" title="Speel af vanaf 01:10:33">▶ 01:10:33⟨/button> ⟨span>De Parousia van de Wetteloze Door Inwerking van Satan⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Maar zijn parousia, die van de mens der wetteloosheid, is een parousia van een heel andere orde. Zijn parousia is naar inwerking. Dat is wel een mooi woord. Waar zie ik dat nu? O, ja precies, dat is ook zo. De inwerking, ons woordje energie is trouwens daarvan afgeleid. Energie betekent letterlijk dat ⟨em>energeia⟨/em>. Wat is dat? Ja, ⟨em>energeia⟨/em>. Dat is dus 'en', dat is 'in'. En dat laatste deel van het woord, dat betekent 'werking'. Dus eigenlijk 'inwerking'. Dat is energie.⟨/p> ⟨p>Zijn parousia is naar de inwerking van de satan. We weten, die mens der wetteloosheid zal verschijnen. Ja, dat kan. Die zal onthuld worden, maar dat is een puur satanische activiteit. Logisch, want de satan zal dan op aarde geworpen zijn en dan zal hij zich dus meester maken van deze mens. Naar inwerking van de satan, in alle kracht en in tekenen en in wonderen van leugen overigens.⟨/p> ⟨p>De wonderen van leugen betekent niet dat het geen echte wonderen zijn. Nee, het zijn geen goocheltrucs die de mensen bedriegen. Het zijn wonderen van léugen. Het zijn wonderen die de leugen ondersteunen en die de leugen als het ware belichamen en uitdragen. Dat zijn wonderen van leugen. Dat vind ik belangrijk om vast te stellen, want het gaat dus echt niet... ik heb het zojuist ook al gezegd, het gaat niet om goocheltrucs. Het gaat niet om geraffineerde spelletjes die de mensen worden voorgedaan. Nee, het gaat echt over inwerking van de satan.⟨/p> ⟨p>En die mens der wetteloosheid kan pas onthuld worden op een specifiek tijdstip. Eerst onze afstandneming, jawel. Maar dat betekent dan ook dat hij zal verschijnen door inwerking van de satan. En zo kan hij in alle kracht en in tekenen en in wonderen van leugen zich manifesteren.⟨/p> ⟨p>Opmerkelijk trouwens dat de woorden die hier gebezigd worden – krachten, tekenen, wonderen – ook worden genoemd in verband met de tijd van de Heer Jezus hier op aarde. In Handelingen 2. Ze worden ook genoemd in Hebreeën 2, als het gaat om de tijd van de apostelen. Die werd gekenmerkt door krachten, tekenen en wonderen. In de eindtijd heb je weer exact hetzelfde fenomeen. Ook weer krachten, tekenen en wonderen.⟨/p> ⟨p>Met dat grote verschil: toen kwamen ze van God, en straks is het pure inwerking van de satan. Dus komt het uit de koker van de satan. Je moet eraan denken: alle mensen die vandaag zo enthousiast zijn over krachten, tekenen en wonderen... ja, dat was het in de begintijd ook, een geweldige goddelijke manifestatie. In de eindtijd zouden we niet anders verwachten, maar dan wel uit de koker van de satan. Dat is een groot verschil. Ik neem u weer even mee naar Openbaring.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-12" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4462" title="Speel af vanaf 01:14:22">▶ 01:14:22⟨/button> ⟨span>Het Tweede Beest uit de Aarde Ontmaskerd⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En ik refereerde er zojuist al even aan, Johannes zegt: "En ik nam een ander wild dier waar." Hij had zojuist in de eerste tien verzen gesproken over een wild dier, een beest dat uit de zee kwam, uit de volkerenzee. En nu ziet hij een ánder wild dier, een ander beest. Twee beesten dus. Dat tweede wilde dier komt op uit de aarde, of uit het land. In het Grieks zijn dat volstrekt identieke woorden, daar is geen verschil in. Het verschil maken wij, maar in het Grieks speelt dat geen rol: de aarde is het land. Dus je hebt aan de ene kant dat beest dat uit de volkerenzee komt, en aan de andere kant komt er een beest uit de aarde. Later wordt die dan genoemd de pseudo-profeet, de valse profeet. En die komt uit het land, wat je natuurlijk direct koppelt aan Israël. De zee, de volkerenzee, en het land.⟨/p> ⟨p>Het had twee horens. Die lijken op die van het Lammetje. Ah, dát dus wel. Maar het sprak als de draak. Dus je herkent hem niet. Voor het oog zou je zeggen: waarachtig, dat is toch 'krek' het Lammetje? Ja, waarom lach je? Krek! Nou ja, in Aalsmeer gebruikten we dat woord heel vaak. Ik wist niet dat ze dat in het Rotterdams niet zo kenden. Als twee druppels water. In dit geval als twee horens, het is krek het Lammetje. Ik ga toch echt niet alles herhalen, Thijs? Nee, dat gaan we niet doen. Maar die horens lijken op die van het Lammetje. Maar hij sprak, aha, het woord is anders: als de dráák. En we weten wie die draak is, want dat wordt in Openbaring 12 al gezegd. In vers 12 staat dat dit de oude slang is, oftewel satan of de diabolos. Kortom, over zijn identiteit hoeven we niet te discussiëren, die staat vast.⟨/p> ⟨p>Nou ja, dan weet je ook inderdaad hoe hij opereert. Hij sprak als de draak en het oefent al de autoriteit, de volmacht uit van het eerste wilde dier, voor diens ogen. Dus die twee, dat is een nauwe samenwerking. En eigenlijk, zoals gezegd, zijn er dríe. Want op de achtergrond is er de inwerking, wat we net lazen, de inwerking van de satan, die uit de hemel geworpen is en die zich dan zal manifesteren, zowel in dat wilde dier uit de zee als ook in zijn pseudo-profeet.⟨/p> ⟨p>Maar ik lees het eigenlijk ook met het oog op iets anders. Namelijk vanwege die wonderen en tekenen, en die krachten die hij zal verrichten. "Het oefent al de autoriteit van het eerste wilde dier voor diens ogen uit en het bewerkt dat de aarde" – je zou ook kunnen lezen: het land, zeg ik er weer even bij – "en zij die daarop wonen, het eerste wilde dier zullen aanbidden, wiens dodelijke slag genezen werd." Hé, dat is ook eigenaardig, wat is dat dan? Zullen we daar weer over andere keren zo van spreken?⟨/p> ⟨p>En nou komt het. Ja, want ik moet wel een beetje bij de les blijven. "En het doet grote tekenen." Mega-tekenen staat er. Ja, "zodat het zelfs vuur uit de hemel doet neerdalen op de aarde, voor het oog van de mensen." Nou, neem me niet kwalijk, maar dan praat je inderdaad over echt een mirakel. Dat is geen Hans Kazàn of zo. Nee, dat is geen goochelarij. Dit zijn echt de krachten en machten van de duisternis die zich dan meester zullen maken. Ik maak me ook sterk: dan op dat moment, even later al sowieso niet meer, maar ook in deze periode ga ik ervan uit, dan zijn er geen atheïsten meer. Nee, die filosofie heeft echt zolang zijn tijd gehad. Nog een paar jaar en dan hebben we geen atheïsten meer. Nee, want het gebeurt voor het oog van de mens. "En het doet hen die op de aarde wonen dwalen..."⟨/p> ⟨p>Kijk, daar heb je het: die leugens. Daar dient het ook voor, want het waren wonderen van leugen, hebben we gelezen. En hoezo, het doet dwalen? Het meest kenmerkende, ik herinner me dat we het vorige seizoen er ook al over gehad hebben in Mattheüs 24, het eerste wat de Heer Jezus zegt als Hij op de Olijfberg spreekt over het einde van de aion, Hij zegt: "Zie toe dat niemand u verleidt." Kennelijk is misleiding het meest karakteristieke van de eindtijd. Ik zou haast zeggen: fake news. Je wordt misleid en inderdaad, mensen raken ook compleet gedesoriënteerd. Wat is nog waar?⟨/p> ⟨p>Nou, dan gebeurt dit dus voor het oog van de mens en doet hen die op aarde wonen, of het land wonen – ik hou het even in het midden, beide kan – dwalen vanwege dus de tekenen. Ja logisch, daar dienen die tekenen ook voor, om te bewijzen, om zich te legitimeren. "Die aan hem gegeven werden te doen, voor de ogen van het wilde dier" – uit de zee dus. "En het zegt tegen hen die op de aarde" – of het land – "wonen dat zij een beeld..."⟨/p> ⟨p>Ik noem nu beide opties even, maar er zit meer aan vast dan dat ik nu zo eventjes zeg. Want het raakt bijvoorbeeld de vraag in hoeverre die aanbidding inderdaad gaat. Gaat dat over het hele Midden-Oosten? Is het een globale aangelegenheid? Kijk, als je zegt 'de aarde', dan denk je meteen aan al het droge. Maar het kan ook heel specifiek het land zijn. En in dat geval praten we over dat wat in het land zal plaatsvinden, en eventueel daarbuiten, maar dat het onderwerp inderdaad het land is. Het is ook het beest uit het land, tegenover het beest uit de volkerenzee. Nee, ik doe daar geen uitspraak over, ik zit daar zelf ook over te denken, hoever die dienst van dat beeld, dat gevestigd of geplaatst zal worden in die tempel, hoever dat zal reiken.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-13" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4917" title="Speel af vanaf 01:21:57">▶ 01:21:57⟨/button> ⟨span>Het Sprekende Beeld en Uitsluiting Door het Merkteken⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En het zegt tegen hen die op de aarde, het land wonen, dat zij een afbeelding moeten maken voor het wilde dier. Voor het beest dat de slag van het zwaard heeft, maar leeft. Dat is trouwens ook miraculeus: een dodelijke wond, maar genezen. En het werd aan hem gegeven om geest aan de afbeelding – van het beeld dus van het wilde dier – te geven. En nu lees ik even niet goed, er staat: "En het werd aan hem gegeven, geest aan de afbeelding van het wilde dier te geven, zodat de afbeelding, het beeld van het wilde dier ook spreekt."⟨/p> ⟨p>Kijk, dat betekent dus... maar dat lazen we ook in 2 Thessalonika 2: die mens der wetteloosheid zal zich in de tempel van God zetten. Ja, maar daar gaat hij niet hoogstpersoonlijk zitten. Nee, een representatie. Zijn beeld zet hij daar neer. Maar dat is niet zomaar een beeld. Nee, dat is een beeld dat het vermogen heeft dat het geest krijgt. Zo staat het er, zodat het in staat is te spreken.⟨/p> ⟨p>En dat het maakt dat allen die de afbeelding, dat beeld van het wilde dier, niet aanbidden, gedood worden. Begrijp je nu ook waarom er gesproken wordt over grote verdrukking? Voor degenen die dan recht willen staan en vasthouden aan het woord, die dan niet gevlucht zijn en die geen onderkomen in de woestijn hebben. Dat is gigantisch. Vandaar ook: dat beeld niet aanbidden, die worden gedood.⟨/p> ⟨p>En het maakt dat aan allen, de kleinen en de groten, de rijken en de armen, de vrijen en de slaven, een merkteken gegeven wordt op hun rechterhand. Daar hadden we het zojuist even over. Of op hun voorhoofd, zodat ook niemand kan kopen of verkopen, behalve zij die het merkteken van het wilde dier hebben, of zijn naam, of het getal van zijn naam.⟨/p> ⟨p>En u weet inmiddels natuurlijk wel wat dat getal is. Ja, dat is 666, ja. Maar dat heb ik er even niet bij betrokken. Niet omdat dat niet boeiend is, of niet omdat dat niet relevant is, maar het valt eventjes buiten het kader van dit onderwerp. Dat geldt trouwens ook over wat er economisch allemaal gebeurt. Maar je leest hier nogal wat hoor.⟨/p> ⟨p>Want het betekent dus inderdaad dat degenen die weigeren om dat merkteken op hun rechterhand of op hun voorhoofd te krijgen, ja, die zijn dus helemaal uitgesloten van het economisch verkeer. Ze zijn niet in staat om te kopen of te verkopen. Nou, dan betekent dat dus, ja, dan ben je echt een outcast. En dan moet je echt weer gaan bidden: geef ons heden ons dagelijks brood. Echt, dat wordt dan een heel...⟨/p> ⟨p>Dat is maar niet een formuliergebed voor de kerk der eeuwen en zo. Nee. Nee, dat zal dan juist in die tijd een héél actueel gebed zijn. Uw wil geschiede, gelijk in de hemel – want daar zal Gods wil inmiddels geschieden – alzo ook op de aarde. Geef ons heden ons dagelijks brood. Ja, want ze zijn uitgesloten.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-14" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="5143" title="Speel af vanaf 01:25:43">▶ 01:25:43⟨/button> ⟨span>De Consequentie van het Verwerpen van de Waarheid⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Zijn parousia is naar de inwerking... ik ben nu weer terug in 2 Thessalonika 2. De inwerking van de satan in alle kracht en in tekenen en in wonderen van leugen, en elke verleiding van onrechtvaardigheid voor hen die verloren gaan of die omkomen. Dat is een afschuwelijke tijd, maar je ziet ook dat de clou inderdaad de waarheid en de leugen is. Nou, laat ik het gewoon verder lezen. Waarom? Omdat ze de liefde van de waarheid niet ontvangen, waardoor ze gered zouden worden. Wat redt, is de waarheid. Degenen die in de leugen liggen, die zullen dan ook omkomen.⟨/p> ⟨p>Is God ook hun Redder? Ja natuurlijk, dat blijft Hij. Hij is hun Redder. Maar redding vindt niet plaats door leugen. Dat geldt ook dan. Dat wordt hier dus beschreven.⟨/p> ⟨p>Nou, dit zijn dus ook de brieven van Paulus. Sommigen zeggen dan: "Ja, wij prediken het evangelie van genade en verzoening, dat Hij een Redder is van alle mensen." Dat blijft staan! Absoluut! Maar in die tijd die hier beschreven wordt, over die mens der wetteloosheid en over die inwerking van de satan, over die massale leugen die de wereld dan zo in zijn greep zal krijgen, zal men ook en masse inderdaad omkomen. Verloren gaan. En dat is de grote verdrukking. Juist, ja.⟨/p> ⟨p>En daarom lees je ook in... Ja, ik zit nu even te denken. Ik vind het eigenlijk zonde om dat nu af te raffelen. Maar laat ik het nog even lezen. Daarom zendt God hen een inwerking van dwaling, opdat ze de leugen zouden geloven. Als je die waarheid niet krijgt, als je de waarheid niet accepteert, ja, wat houd je dan over? De leugen.⟨/p> ⟨p>Opdat allen geoordeeld worden die niet geloven in de waarheid, maar een welgevallen hebben in de onrechtvaardigheid. Waarbij je trouwens ook meteen ziet wat onrechtvaardigheid is: de waarheid verwerpen.⟨/p> ⟨p>Nou, ik wil graag verder, want zo kan ik niet afsluiten. Dat doe ik ook niet. Zo sluit Paulus ook niet af, dus.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-15" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="5298" title="Speel af vanaf 01:28:18">▶ 01:28:18⟨/button> ⟨span>De Gelovigen als Eerstelingen van Gods Grote Oogst⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Wij echter, dat wil ik in ieder geval al gezegd hebben, wij echter zijn verschuldigd God altijd te danken. Omtrent jullie, broeders geliefd door de Heer, schrijft Paulus dan aan de Thessalonikers en over hun hoofden heen ook aan ons. Omdat God jullie uitkiest. Vergeet je dat niet? Zijn keuze. Hij kiest uit.⟨/p> ⟨p>Want kijk, het heeft twee kanten. Het is waar wat we het zojuist over hadden: als je de waarheid verwerpt, dan blijft de leugen over en dan kom je om. De andere kant is, dat als je inderdaad de waarheid mag kennen, dan komt dat omdat God je uitkiest als eerste vrucht van de oogst. We zijn eerstelingen. Daar zit trouwens ook een geweldige gedachte achter, want ook het feit dat het waar is dat er velen omkomen, ook zij zullen uiteindelijk bij die oogst behoren. Door oordeel en dood heen, maar wij zijn uitgekozen als eerste vruchten, eerstelingen.⟨/p> ⟨p>Mijn broer Dirk spreekt er altijd heel graag over, als hij de inleiding houdt in Zoetermeer wanneer we daar samenkomst hebben. Hij is een kweker. Dan heeft hij het altijd over de eerstelingen van de oogst. Dat zijn er gewoon een paar. Dat is trouwens ook nog het beste. De boer, de kweker of de tuinder is daar altijd erg blij mee, met die eerstelingen.⟨/p> ⟨p>Nou, dat is wat wij zijn. Dat is een ekklesia, een uitroepsel. En dan te bedenken: er gaan nog miljarden mensen volgen, omdat God jullie uitkiest als eerste vrucht van de oogst, tot redding in heiliging van geest en in geloof van waarheid. Of laat ik het anders zeggen: als God je ogen geopend heeft voor de waarheid van Zijn woord, dan is het Zijn werk, Zijn keuze, en dus ook Zijn eer. Ja, dat is Zijn prestatie.⟨/p> ⟨p>En dan mag je dat ook weten, maar dat betekent dus ook dat wij eraan denken: wij zijn de eersten. Dat is juist ook de essentie van die waarde, we zijn eerstelingen. Dat betekent: wij weten dat heel de oogst, heel de mensheid zal volgen. Dat is juist het geweldige evangelie. En wij, die nu reeds deze waarheid mogen kennen en zien, zijn eerstelingen daarin.⟨/p> ⟨p>Ja, wat zeg je dan? Nou, net als waar Paulus naar verwijst, zijn we het verschuldigd om God altijd daarvoor te danken. Geliefden door de Heer, omdat we uitgekozen zijn als eerstelingen.⟨/p>