⟨h3 id="hoofdstuk-1" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="0" title="Speel af vanaf 00:00">▶ 00:00⟨/button> ⟨span>Terugblik op de Bazuin en 1 Thessalonicenzen 4⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En op deze twaalfde oktober gaan wij dus voor de tweede keer spreken over dit algehele thema rond de wederkomst. De vorige keer hebben we vooral stilgestaan bij die bazuin, bij die ramshoorn, bij de shofar. Dat was die avond heel toepasselijk omdat het precies de dag was van Rosh Hashanah, de dag van het bazuingeschal. Daar hebben we zo het een en ander over gezien.⟨/p> ⟨p>Ik stel voor dat we nog even terugblikken en ik wil dat doen door het gedeelte dat we met name hebben bezien die avond nog even met elkaar te lezen: 1 Thessalonika 4. Want er zal dit seizoen ongetwijfeld weer heel veel voorbij komen, maar deze eerste avonden focussen we ons op dat waar Paulus over spreekt in dat hoofdstuk. De parousia, juist ook met het oog op de gemeente; de ontmoeting met Hem van ons die vandaag uitgeroepen zijn en tot zijn ecclesia mogen behoren. Er zijn diverse passages waar hij daarover spreekt.⟨/p> ⟨p>Dat kwam al ter sprake. Ik stel voor dat we dat eerst nog even lezen, zoals we dat de vorige keer ook hebben gedaan. Toen deed ik het met wat uitgebreidere toelichting en nu wil ik alleen nog even op een paar highlights wijzen, zodat we dan weer fris straks de draad kunnen oppakken.⟨/p> ⟨p>Paulus schrijft in 1 Thessalonika 4 vers 13: "Maar wij willen jullie niet onwetend laten aangaande degenen die ontslapen zijn, opdat jullie niet bedroefd zijn, zoals de overigen, die geen hoop hebben." Paulus gaat in dit gedeelte dus een vraag beantwoorden, of vragen beantwoorden. Hij wil ze namelijk niet onwetend laten en juist met die wetenschap hen ook bemoedigen. Daaraan zie je ook hoe belangrijk het is om dingen te weten. Ze waren onwetend en daardoor ook bedroefd. Dat is op zich geen punt, maar het gaat erom dat je niet bedroefd bent als degenen die geen hoop, geen verwachting hebben. Dan is het belangrijk dat je door God geïnformeerd wordt, dat je weet waar het om gaat. Dat is wat Paulus dus gaat doen.⟨/p> ⟨p>Want, zegt hij dan in vers 14: "Want indien wij geloven dat Jezus stierf en opstond, zal God ook zo hen die ontslapen zijn, door Jezus geleiden, samen met hem." Namelijk geleiden uit de doden, doen opstaan samen met Hem. Want, schrijft hij dan:⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-2" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="179" title="Speel af vanaf 02:59">▶ 02:59⟨/button> ⟨span>Een Uniek Woord van de Heer: het Geheimenis⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>In vers 15 zegt Paulus: "Dit zeggen wij jullie met een woord van de Heer." Dat klinkt alsof hij iets direct van de Heer Zelf vernomen heeft. Ik zeg het expres op die manier, omdat hij zich elders soortgelijk uitdrukt, namelijk in 1 Korinthe 15. Dat is een passage die daar direct aan gerelateerd is, omdat hij daar over dezelfde gebeurtenissen spreekt. In 1 Korinthe 15 vers 51 noemt hij het: "Ik maak u een geheimenis bekend, broeders." Een geheim, een verborgenheid zegt de Statenvertaling. Maar het is in ieder geval iets wat voorheen niet bekend was, maar wat aan Paulus bekendgemaakt is.⟨/p> ⟨p>Dat blijkt trouwens ook wel, want de dingen die hij vervolgens opschrijft, vind je nergens anders in de Schrift. Als het gaat om de verwachting van Israël en de heiligen, wordt daar in het boek Daniël over geschreven, maar dat zijn andere gebeurtenissen. Wat Paulus te melden heeft over onze opstanding, over degenen die in Christus ontslapen zijn, is volstrekt uniek. Hij heeft daarover een woord van de Heer vernomen en daarom spreekt hij dit met klem uit: "Dit zeggen wij jullie met een woord van de Heer." Met andere woorden: dit zuig ik niet uit mijn duim, dit zeg ik niet zomaar, nee, dit komt van Hemzelf.⟨/p> ⟨p>"Dat wij, de levenden, die overleven tot de parousia van de Heer..." Want er zijn er die ontslapen, maar hij spreekt nu even over degenen die zullen overleven tot de parousia van de Heer. Hij heeft het over degenen die dat op dat moment zullen meemaken, die dan levend zullen zijn en dus niet ontslapen zijn, oftewel de ontslapenen hebben overleefd. Bij 'overlevenden' moet je niet denken aan mensen die na een ramp of iets dergelijks zijn overgebleven. Onlangs had ik een gesprekje met iemand die dat zo interpreteerde, maar dat is helemaal niet de gedachte en ook niet de betekenis van het woord. Het betekent gewoon degenen die niet ontslapen zijn en dus de ontslapenen in tijd hebben overleefd.⟨/p> ⟨p>Dat wij, de levenden, die overleven tot de parousia van de Heer... in feite is dat al de toelichting... niet de ontslapenen zullen voorgaan. Het is dus niet zo dat die ontslapenen de boot missen omdat ze al overleden zijn. Of slapen; dat is een mooi woord, hè? Het geeft namelijk meteen aan wat de toestand is waarin zij zich bevinden. Namelijk: zij slapen, zijn zich van niets bewust, hebben hun oogjes toegedaan. Snaveltjes... oh nee hoor, dat was "snaveltjes toe". Ja, ik vind dat ik daar misschien wat frivool mee omga, maar dat kunnen wij ons permitteren, toch? Ontslapen. Die ontslapenen zullen de boot niet missen. Wij zullen hen zelfs niet voorgaan, integendeel zelfs. Want als het er op aankomt, zullen die ontslapenen zelfs degenen zijn die er als eerste bij betrokken worden. Dan zegt hij in vers 16:⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-3" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="394" title="Speel af vanaf 06:34">▶ 06:34⟨/button> ⟨span>Het Roepen van de Aartsengel Michaël en Daniël 12⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Want de Heer zelf zal neerdalen in een commando, in het roepen van de aartsengel, de vorst der engelen. In de Statenvertaling staat er 'de archangel'. Dat is eigenlijk een Grieks woord dat te maken heeft met 'archè', wat 'begin' of 'eerste' betekent. Denk aan aartsvaders, dat betekent de eerste vaders. De aartsengel is eigenlijk ook de eerste engel. En hier staat weliswaar geen bepaald lidwoord, maar van die archangel blijkt er maar één te zijn. Kijk maar na in de Bijbel; je vindt maar één iemand die aartsengel genoemd wordt en dat is Michaël.⟨/p> ⟨p>Waarvan ik vorige keer overigens — dat zeg ik meteen maar even — opteerde voor de optie dat dit misschien wel de Heere Jezus zelf zou zijn. Maar toen werd ik na afloop teruggefloten. Ik zal niet zeggen dat dat door Hans Brouwer was, maar hij zei: "Dat kan niet." En hij wees mij op een schriftplaats, juist in Judas waar ik naar verwees. Hij had groot gelijk, dus bij dezen heb ik dat weer gecorrigeerd. Je moet me altijd nakijken. Het is nu verder niet het onderwerp, maar één ding is wel zeker: daar wordt hij trouwens inderdaad de aartsengel genoemd. Dat geeft al aan dat er maar één is, en hij wordt met name genoemd.⟨/p> ⟨p>Het bijzondere is — en daar heb ik de vorige keer wat meer over gezegd, ik breng het nog even in herinnering want het is tamelijk onbekend — dat deze Michaël hier weliswaar niet bij name wordt genoemd, maar gewoon 'aartsengel'. Elders in de Schrift weten we echter dat die aartsengel Michaël heet. Welnu, die Michaël blijkt inderdaad een grote rol te spelen en zijn naam wordt juist vermeld in verband met het tijdstip waar Paulus het hier over heeft. Dat maakt het zo opmerkelijk. Want als u dat naleest in Daniël 12 vers 1, dan lees je dat te dien tijde — ik citeer het nu even vrij, maar kijk het maar eens na — te dien tijde Michaël zal opstaan ten behoeve van uw volk, zo wordt dan tegen Daniël gezegd. Want er zal een tijd van grote benauwdheid aanbreken, zoals er niet eerder geweest is vanaf het begin der wereld af. Later is het de Heer Jezus die dat ook herhaalt, dat dit zo is: een tijd van grote benauwdheid.⟨/p> ⟨p>Maar waar het nu even om gaat: voordat die tijd van grote benauwdheid aanbreekt, zal Michaël opstaan. Waarom? Ten behoeve van zijn volk, of ten behoeve van Daniëls volk. Hij wordt dan volgens mij — maar dat zeg ik dan ook weer eventjes met een slag om de arm — 'uw vorst' genoemd, maar dat is in Daniël 10. Kijk het even na of het waar is wat ik nu zeg. In elk geval is die Michaël dus min of meer, zo schiet me ter plekke te binnen, de beschermengel van het volk Israël. Achter de coulissen neemt hij de belangen waar voor het volk van Israël. Maar op het moment dat de tijd van grote benauwdheid zal aanvangen, dan is het Michaël die het gaat opnemen voor het volk van Israël. En wat dacht je? Dat is precies ook het tijdstip dat de Ecclesia wordt weggerukt. Maar goed, dat is een van de onderwerpen van deze avonden. Daar komen we vanavond nog op, maar ook de volgende keer hoop ik daar op 9 november dieper op in te gaan. Er is trouwens nog iets en daar hebben we de vorige keer ook bij stilgestaan.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-4" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="633" title="Speel af vanaf 10:33">▶ 10:33⟨/button> ⟨span>De Wegrukking van de Mannelijke Zoon in Openbaring 12⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Michaël treedt ook op in Daniël 12. U weet wel, dat hoofdstuk waar de mannelijke zoon wordt weggerukt tot God en Zijn troon. Ik kom daar straks nog veel uitgebreider op terug. Die mannelijke zoon wordt weggerukt tot God en Zijn troon; dat lezen we in Openbaring 12 vers 5 en 6. De vrouw vlucht dan naar de woestijn, staat er. Na de geboorte van die zoon vlucht die vrouw naar de woestijn en daar heeft zij een onderduikadres waar ze 1260 dagen gevoed, onderhouden en in veiligheid gebracht wordt, zodat ze buiten het bereik is van de draak die het op haar gemunt heeft. Dat blijkt dan de oude slang of de diabolos te zijn — diverse namen worden gebruikt, zodat het onmiskenbaar is over wie we het dan hebben.⟨/p> ⟨p>Het is heel eigenaardig dat het ook daar zo is dat op het moment dat de mannelijke zoon naar God en Zijn troon wordt weggerukt — naar boven dus — er een strijd van Michaël wordt beschreven. Hij strijdt dan tegen de draak, de oude slang, de diabolos. En wat gebeurt er? De draak wordt op de aarde geworpen. Met andere woorden: de mannelijke zoon gaat omhoog en de draak met al zijn personeel en consorten gaat naar beneden. Eigenaardig, hè?⟨/p> ⟨p>Dit gebeurt dus ook weer precies op het moment voordat die 1260 dagen aanbreken. Het is een heel belangwekkend moment. Ook dat zullen we vanavond nog wel zien: het is het begin van de grote benauwdheid, het begin van de grote verdrukking. Afijn, dan hebben we het dus over die gelegenheid. Want de Heer Zelf zal, bij een commando, bij het roepen van de aartsengel en bij de bazuinklank van God, neerdalen van de hemel.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-5" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="774" title="Speel af vanaf 12:54">▶ 12:54⟨/button> ⟨span>De Doden in Christus Staan het Eerst op⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>De doden in Christus, dat wil zeggen zij die ontslapen zijn in Christus. Het gaat hier dus over een heel specifieke groep. Juist, gisteren hadden we het er nog over – ik heb er toen nog over gesproken met iemand, met wie weet ik niet meer precies. Was het met jou, Tony? Nee, dat weet ik niet meer. In elk geval... ja, wat wilde ik nou zeggen? O ja, dat vaak wordt gedacht dat bij deze gelegenheid alle gelovigen uit alle tijden, uit alle eeuwen en alle millennia die aan ons voorafgegaan zijn, de Heer tegemoet zullen gaan. Maar dat is niet waar. Ik bedoel, Abraham en Daniël, die blijven op dat moment allemaal nog in het graf achter. Ja, het zijn specifiek de doden 'in Christus'.⟨/p> ⟨p>Abraham was een gelovige en hij zal zeker opstaan, net als Daniël. Maar zij zullen op een ander tijdstip opstaan. Dat was Daniël trouwens ook al gezegd: hij zal bij een andere gelegenheid opstaan. Hij zal hier niet bij zijn. Nee, het zijn de gelovigen in Christus Jezus, de doden in Christus. Dit zagen we ook in 1 Korinthe 15, waar gesproken wordt over degenen die in Christus Jezus zijn: de leden van Zijn lichaam. Degenen die geloven in de Heer Jezus Christus als Degene die stierf en, wat meer is, die opgestaan is uit de doden. Die doden, degenen die ontslapen zijn, die zullen eerst opstaan. Eerst staan de doden op bij het klinken van de bazuin, zo staat het hier.⟨/p> ⟨p>Maar daar blijft het niet bij, want vervolgens krijg je nog een bazuinstoot en dat is die laatste bazuin. Bij de eerste bazuin staan de doden op en bij de laatste bazuinstoot – dat hebben we de vorige keer ook gezien in 1 Korinthe 15 – worden de levenden veranderd. In een ondeelbaar ogenblik, in een punt des tijds, worden zij compleet getransformeerd. Stel je voor dat deze 'body' niet in het graf wordt gezaaid. Het klinkt wel heel erg sensationeel, maar het is toch geweldig? Paulus zegt ook: "Niet allen zullen wij ontslapen." Maar allen zullen daar wel zijn, en degenen die op dat moment in leven zijn, zullen dus niet ontslapen maar worden getransformeerd.⟨/p> ⟨p>Dit sterfelijke zal overkleed worden. Dat zijn dus niet degenen die ontkleed worden en hun lichaam afleggen; nee, dat zijn degenen die overkleed worden. Dat is trouwens weer een andere beeldspraak uit 2 Korinthe 5, maar zij worden dus getransformeerd. Dit sterfelijke lichaam wordt in onvergankelijkheid getransformeerd. Ik weet even geen ander woord, het is echt een metamorfose in één moment. Terwijl dit sterfelijke en vergankelijke lichaam nu nog vol ontluistering is, zal het ineens helemaal geschikt gemaakt worden voor die ruimtereis, zeg maar. Voor boven en beneden. Nou ja, dat was 1 Korinthe 15. Maar het punt hier is: die doden zullen eerst opstaan.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-6" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1002" title="Speel af vanaf 16:42">▶ 16:42⟨/button> ⟨span>Tegelijkertijd Samen Weggerukt in Wolken⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En vervolgens – dat betekent dus daarna – zullen wij, de levenden, oftewel de overlevenden, tegelijkertijd samen met hen worden weggerukt. Kijk, op het moment dat je 'tegelijkertijd' zegt, dan is het tijdsverschil weer weg. Dan is de voorrang weer weg. Eerst dus die doden, omdat Paulus ook wil benadrukken dat het niet zo is dat wij hen zullen voorgaan. Nee, integendeel: eerst de doden, daarna wij met de laatste bazuin.⟨/p> ⟨p>En vervolgens tegelijkertijd. Ik stel me voor dat er echt iets van tijd zit tussen de bazuin waarbij de doden in Christus zullen worden opgewekt en de laatste bazuin waarbij de levenden zullen worden veranderd. Ik weet het niet; als u daar meer zicht op hebt, dan mag u dat vertellen. Graag wel met de bonnetjes erbij. Ik weet het gewoon niet. Maar in ieder geval: er is verschil.⟨/p> ⟨p>Eén ding is zeker: tegelijkertijd zullen wij samen met de Heer worden weggerukt. Ja, dat staat dus heel erg haaks op zoveel andere verwachtingen, zoals het idee dat we allemaal één voor één naar de Heer gaan. Niks ervan. We gaan niet één voor één naar de Heer, ook degenen die ontslapen zijn niet. Paulus zegt niet tegen hen: "Ik heb een geweldige verwachting voor jullie, want degenen die ontslapen zijn, die zijn daar al boven." Dat is wat er meestal toch gezegd wordt. Dat is de hoop die verteld wordt voor degenen die geloven in Christus Jezus.⟨/p> ⟨p>Nee, ze liggen nu in het graf. Men zegt wel: "Eigenlijk zijn ze daar niet, ze zijn daarboven en daar juichen ze voor Gods troon," enzovoort. "En wij gaan straks daar ook naartoe." Dat is echter niet de verwachting die Paulus hier voorhoudt. Ze zijn ontslapen, ze zijn nu ook doden. Dood. En straks worden ze opgewekt. En tegelijkertijd gaan wij samen met hen – dat wil zeggen: degenen die worden opgewekt – worden we weggerukt. Dat was het laatste wat we aan woorden hebben gezien. Dat is dus ook de samenvatting, en op die basis gaan we nu verder.⟨/p> ⟨p>Het is hetzelfde woord dat gebruikt wordt in Openbaring 12 vers 5. U weet wel, die wegrukking van die mannelijke zoon; dat is precies hetzelfde woord. En wat opvallend is – en dat mag je niet ontgaan – is dat het hetzelfde tijdstip is. Dat wil zeggen: waar Paulus het hier over heeft, dat is diezelfde wegrukking. Ik kom daar straks op terug. Het is dezelfde wegrukking als die van de mannelijke zoon. Die mannelijke zoon – zoals die vrouw Israël voorstelt – is Christus en de Ecclesia. Die mannelijke zoon wordt weggerukt vóór Jakobs benauwdheid, voor die 1260 dagen.⟨/p> ⟨p>Het gaat ook over dezelfde groep. Dat wil zeggen: die mannelijke zoon wordt als één lichaam gezien met Christus. En het gaat ook dezelfde richting uit. Hier is het: "weggerukt in wolken tot ontmoeting van de Heer in de lucht." Opwaarts dus. Nou, dat is in Openbaring 12 vers 5 ook het geval. Die mannelijke zoon wordt weggerukt tot God en Zijn troon. Daarboven, in de hemel. Ik zeg dit om daarmee aan te geven dat het hier niet alleen maar over hetzelfde woord gaat, een wegrukking, maar het gaat ook over dezelfde groep, hetzelfde tijdstip en dezelfde richting. Kortom: we hebben het over dezelfde gebeurtenis.⟨/p> ⟨p>Nou, dat hebben we tot dusver gezien. En dan staat er nog bij: "in wolken". Dat is leuk, hè? In de NBG-vertaling staat "op de wolken". Er staat echter niet "op", maar "in". Er staan geen "de wolken", maar er staan "wolken", zonder het bepaald lidwoord dus. Die vertaling is dus niet juist. In het Grieks staat hier het woord ⟨em>nephele⟨/em>. Dat kennen wij in het Nederlands, want ons woord 'nevel' is daarvan afgeleid. We gaan dus in nevelen de Heer tegemoet, om het zo te zeggen. In zwermen. Je haalt de woorden uit mijn mond, Fred. Want in Hebreeën 12 vers 1... had jij de PowerPoint al bekeken ofzo?⟨/p> ⟨p>Ja, dat is hetzelfde woord. Niet exact dezelfde vorm, want daar is het in het enkelvoud en hier is het meervoud. Maar in Hebreeën 12 vers 1 – u weet wel, na dat hoofdstuk van die hele galerij, zoals dat dan plechtig heet, van geloofshelden en geloofsgetuigen – daar zegt de schrijver in vers 1: "Daar wij dan zulk een grote wolk van getuigen..." En dan is het ineens een mensenmenigte. Als u het in het woordenboek nakijkt, dan zult u zien dat dit Griekse woord standaard werd gebruikt als de term voor een mensenmenigte.⟨/p> ⟨p>En als u mij vraagt – dat doet u niet, maar ik ben hier toevallig de spreker – dan zeg ik: het gaat hier inderdaad gewoon over een mensenmenigte. We gaan niet op de wolken, nee, in wolken, in een mensenmenigte. Waarom wolken? Nou, dan denk ik even aan het feit dat hier over twee groepen gesproken wordt: over degenen die eerst ontslapen zijn en dan opstaan, en degenen die leven. In wolken gaan wij dan opwaarts. Een prachtige aanduiding. Die wolken zijn meteen ook weer typerend voor onze bestemming, onze hemelse bestemming. Nou, er staat bij: "worden we weggerukt in wolken tot ontmoeting van de Heer in de lucht."⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-7" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1415" title="Speel af vanaf 23:35">▶ 23:35⟨/button> ⟨span>Tot Ontmoeting in de Lucht: een Gewelddadige Wegrukking⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Aha, dat gaat er dus gebeuren: tot ontmoeting. In de NBG-vertaling staat 'tegemoet'. Ik ben daar niet zozeer op tegen, maar het is niet per se hetzelfde. Want bij 'tegemoet' denk je er eigenlijk aan dat wij dan per direct ook weer met de Heer verder zullen neerdalen. De Heer daalt neer en men heeft daaruit geconcludeerd dat wij de Heer tegemoet gaan. Men benadrukt dan vooral de betekenis van dat woordje 'tegemoet' en dat zou dan inhouden dat wanneer de Heer neerdaalt en wij Hem tegemoet gaan, wij vervolgens ook direct weer met Hem neerdalen.⟨/p> ⟨p>Nou is daar wel wat voor te zeggen hoor, maar dat 'per direct' lijkt me lastig. Nee, want we worden weggerukt tot God en Zijn troon. Het vormt wel de inleiding om met de Heer te verschijnen op aarde; dat is waar, maar dat is op een later tijdstip. Het volgt ook niet uit het begrip dat hier gebruikt wordt: gewoon 'tot ontmoeting van'. Of daarbij de gedachte is dat er informatie wordt gegeven over de richting waarin we gaan? Dat wordt erin gelegd, maar dat kun je hier niet uit afleiden.⟨/p> ⟨p>Hier gaat het erom: we worden weggerukt in wolken. Het is dus echt een ⟨em>rapture⟨/em>. De Engelsen geven dat heel goed weer met zo'n gewelddadige term. 'Opname' klinkt veel te zoetig; dat past natuurlijk bij onze Nederlandse mentaliteit waarin alles heel 'soft' moet zijn. Wij worden 'opgenomen'... alsof het om het ziekenfonds gaat! Nee, het is niet 'opgenomen', we worden weggerukt. Dat begrip heeft inderdaad te maken met de enorme snelheid waarmee dat gebeurt.⟨/p> ⟨p>De betekenis wordt helemaal helder in dat gedeelte van Openbaring 12. Waarom? Omdat daar natuurlijk gesproken wordt over dat dreigende gevaar: die grimmige draak die het gemunt heeft op de vrouw. En als de mannelijke zoon dan wordt geboren, dan wordt hij meteen weggerukt tot God en Zijn troon om hem uit de klauwen van die draak te bevrijden. Want die had het daarop gemunt.⟨/p> ⟨p>In Openbaring 12 zie je trouwens nog iets interessants. Men vraagt zich vaak af wie die grote verdrukking nou meemaakt en wie niet. Feitelijk, als je dat in Openbaring 12 bekijkt, zie je dat de mannelijke zoon wordt weggerukt tot God en Zijn troon, voorafgaand aan die 1260 dagen. Maar de vrouw, die dan meteen vlucht naar de woestijn en daar een onderkomen heeft voor 1260 dagen, wordt ook bewaard voor de grote verdrukking. Zij wordt ook in veiligheid gebracht. Weliswaar niet bij God en Zijn troon — dat is weggelegd voor de mannelijke zoon — maar de vrouw krijgt ook een veilig adres en wordt daar keurig bewaard, buiten het bereik van de draak. Zij maakt de grote verdrukking dus ook niet mee, als ik het zo mag zeggen. Ze is op aarde, dat wel, maar ze heeft een adres waar ze bewaard wordt: in de schuilplaats van de Allerhoogste.⟨/p> ⟨p>Dat moet u maar eens een keer nalezen in Psalm 91. Of is het 92? Wat is het nou? Ja, Psalm 91. Heel die psalm gaat daarover: het vernachten in de schaduw van de Almachtige en dat geen kwaad je zal treffen. Niets. Een geweldige psalm trouwens. Maar waarom zeg ik dat even? Omdat het in die zin dus niet eens zo heel bijzonder is. Nou ja, die woorden moet ik eigenlijk meteen weer inslikken. Maar ik bedoel te zeggen dat er niet slechts één groep is die behoed wordt voor die grote verdrukking. Zowel de mannelijke zoon als de vrouw, die een onderkomen zal hebben in de woestijn gedurende die 1260 dagen, worden in veiligheid gesteld.⟨/p> ⟨p>Afijn, hier wordt er dus gesproken over die wegrukking in wolken, tot ontmoeting van de Heer in de lucht. En 'zó' — dat wil zeggen: op die manier. Bij die gelegenheid en tegelijkertijd; dat 'zó' geeft aan op welke wijze dit gebeurt. Op die wijze.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-8" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1736" title="Speel af vanaf 28:56">▶ 28:56⟨/button> ⟨span>Altijd Samen met de Heer: Delen in Zijn Hemelse Positie⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Zo zullen wij altijd samen zijn met de Heer. Dat betekent dus ook dat Zijn positie en Zijn toekomst de onze zijn. Dat is een geweldige gedachte. We hebben met recht een hemelse toekomst, ook in hiërarchische zin. Wij denken bij 'hoog' vooral aan een plaats, maar het gaat niet alleen om de plaats te midden van de hemelsen; het gaat ook om de hiërarchie. We hebben de hoogste plaatsen gekregen. We zijn verbonden met de Heer der heren en de Koning der koningen. Wij zijn Zijn lichaam. Ik zou zelfs zeggen – zo noemen we dat in het Nederlands ook – wij zijn Zijn besturend lichaam. Hij is het hoofd van dat lichaam en wij zijn Zijn lichaam.⟨/p> ⟨p>Dit hebben wij totaal niet te danken aan onze afkomst uit de natiën, aan onze wandel, onze intelligentie, onze maatschappelijke positie of onze status. Helemaal niets. Paulus zegt dat het zelfs omgekeerd is: dat wat eigenlijk helemaal niet meetelt, dat heeft de Heer uitgekozen, gewoon om een lange neus te trekken naar alles wat wel wat voorstelt in de wereld. Dat krijgt die toppositie; het is een pure demonstratie van genade. Paulus zegt in 1 Korinthe 15 heel laconiek: "Door genade ben ik wat ik ben." Als je dat zegt, ben je onantastbaar. Mensen kunnen allerlei aanmerkingen hebben, maar wat ik ben, is niet vanwege mezelf; het is een geschenk dat Hij mij geeft. Die positie heeft Hij mij toebedeeld. Al die kritiek? Prima, tot uw dienst, maar door genade ben ik wat ik ben.⟨/p> ⟨p>Zo zullen wij altijd samen zijn met de Heer. Dat betekent dus ook dat wanneer Hij straks geopenbaard wordt in heerlijkheid, wij samen met Hem zijn. Dat moet je niet onderschatten. Ik weet niet precies hoe dat samen zijn met de Heer fysiek ingevuld moet worden – ik neem het zo letterlijk mogelijk – maar we delen in ieder geval Zijn positie. Hij is nu verborgen, en wij ook. Wanneer Hij straks geopenbaard zal worden in heerlijkheid, dan zullen wij daarbij zijn en met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid. Paulus wordt er nooit moe van om dat te benadrukken: samen met Hem.⟨/p> ⟨p>Trouwens, we zijn dan ook samen met elkaar. We komen niet zomaar van elkaar af. Dat geef ik even mee als praktische tip: als je nu bonje maakt met elkaar, weet dan wel dat je nog niet van elkaar af bent! Ik weet niet of dit nu zo hoopvol klinkt – zo van: dacht ik eindelijk van hem af te zijn – maar het is juist het grote geheim van hoe we naar elkaar mogen kijken. Niet op basis van ons verleden – dat is de wereldse manier van beoordelen, waarbij je elkaar beoordeelt op wat de ander wel of niet gedaan heeft – maar op basis van wat God van ons gaat maken en wat we straks zullen zijn. Dan zie ik alleen maar volmaakte mensen. U ziet hier ook een volmaakt man staan. Dat is toch geweldig? Gewoon volmaakte mensen. Iemand zei ooit een hele mooie opmerking: "Vroeger had ik het verleden, en nu heb ik alleen nog maar de toekomst." Dat is het grote verschil in een notendop.⟨/p> ⟨p>Dit zullen wij dus met elkaar delen. Je kunt natuurlijk zeggen dat dit nog select is. Het is in wezen een uitlezing, een ekklesia, een uitgeroepen gezelschap. Hier is de rest van de mensheid nog niet bij betrokken. Dat duurt nog aionen waarin Christus zal heersen en waarin een grote categorie mensen er nog niet bij zal zijn. Maar God heeft de tijd, en wij, als we onvergankelijk zijn, ook. Het komt allemaal goed. Maar het gaat erom betrokken te zijn bij die heerschappij over heel de schepping. Paulus zegt in Efeziërs 1 dat aan Christus het lotsdeel is gegeven van hemel en aarde. In de volheid der tijden zal Hij alles onder één hoofd samenbrengen: alles in de hemelen en op de aarde. Let op: in de hemel én op aarde. Alles is van Christus. En dan staat erbij: "in wie ook wij ons lotsdeel hebben verkregen." Dat wil zeggen: wat Hij heeft ontvangen, hebben wij ook ontvangen. Waarom? Omdat wij Zijn lichaam zijn.⟨/p> ⟨p>Hemel en aarde behoren ons toe. Ik zeg dat expres zo, want er wordt weleens gezegd dat wij alleen een hemelse toekomst hebben. Dat is waar, maar zoals de hemel en de aarde aan Christus Jezus toebehoren, zo is het ook met ons. Er is geen waterscheiding waarbij wij alleen 'boven' zijn en op aarde niets te zoeken hebben, als verboden terrein. Welnee, wij ontvangen met Hem alle dingen, hemel en aarde, want dat is ons lotsdeel. Dat is wat we zullen beheren als lichaam, samen met Hem als hoofd.⟨/p> ⟨p>Daarom zegt Paulus in vers 18: "Bemoedigt elkaar in deze woorden." Niet in andere woorden. Er zijn woorden van troost en bemoediging genoeg, maar wat echt bemoedigt, is de waarheid, en dat zijn deze woorden. Het mooiste is om ze gewoon voor te lezen en er goed over na te denken. Dat hebben we nu redelijk gedaan, toch? Bemoedigt elkaar. De NBG-vertaling vind ik hier bijna een dissonant; het klinkt vals in de oren: "Vermaant elkander met deze woorden." Dit is een tekst van geweldige hoop en dan staat er "vermaant". In de Statenvertaling staat "vertroost elkaar", maar het gaat eigenlijk om het 'erbij roepen', om elkaar te bemoedigen en aan te moedigen.⟨/p> ⟨p>Nou, dan moet ik nog wat vertellen.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-9" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2220" title="Speel af vanaf 37:00">▶ 37:00⟨/button> ⟨span>Verschil van Inzicht: Is de Mannelijke Zoon de 144.000?⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>De vorige keer kwam er iets ter sprake waar Marjolein al om moet glimlachen; ik heb daar inmiddels ook alweer van geleerd en er zelfs een blogje aan gewijd. Maar ik wilde dit toch nog eventjes ter sprake brengen, want ik voelde me min of meer verplicht om erop terug te komen. Het kwam precies aan het einde van de vorige avond aan de orde: die mannelijke zoon. Ik had uiteengezet — trouwens in diverse andere Bijbelstudies het afgelopen jaar en in recente spreekbeurten heb ik dat ook zo naar voren gebracht — dat die mannelijke zoon Christus is. Namelijk Christus, Hoofd en lichaam tezamen, bestemd voor de troon.⟨/p> ⟨p>Nu wees Marjolein erop dat er ook broeders en zusters zijn die daar anders over spreken. Hoe zeg je dat tegenwoordig? Genderneutraal misschien? Nee, het is niet genderneutraal. In de Bijbel worden de mannen wat dat betreft 'gediscrimineerd', want zij hebben de taak om te spreken, maar dat is weer een ander verhaal. We hebben het hier over 'mannelijk'. Regeren is in de Bijbel een mannelijke taak. Ik zeg niet dat er in de Bijbel nooit vrouwen regeren, maar het is in essentie een mannelijke taak, die heerschappij met de ijzeren staf. Dat soort dingen liggen tegenwoordig heel gevoelig in onze maatschappij, want alles moet genderneutraal: "geachte medereizigers". Wij zeggen gewoon broeders en zusters, jongens en meisjes, dames en heren. Dat is in feite allemaal een omweg.⟨/p> ⟨p>Ik had het er dus over dat er ook gewaardeerde broeders zijn die iets anders naar voren brengen. Ik heb zelf enorm veel geleerd van een naam die bij velen van u bekend is en die een geweldig boek heeft geschreven over het boek Openbaring. Hij brengt naar voren dat die mannelijke zoon de 144.000 zijn. Ik ken meer broeders, zoals Martin Zender in Amerika, die ik ook zeer hoog heb staan en die recentelijk nog een hele lange serie over het boek Openbaring via het internet heeft gepubliceerd. Hij brengt dat ook zo naar voren, helemaal in die lijn. En broeder Date Gorter doet dat eveneens; ook hij stelt dat de mannelijke zoon de 144.000 zijn.⟨/p> ⟨p>De laatste maanden ben ik daar dus nog wel eens op aangesproken: "Hé André Piet, wat jij zegt wijkt af van wat deze broeders naar voren brengen. Hoe zit het nou?" Ja, dat is een beetje een lastige vraag, als ik het zo mag zeggen. Want ja, hoe zit het? Men vraagt dat dan aan mij, maar als je het mij vraagt, schiet je daar uiteindelijk niks mee op. Weet u wat het voordeel is als broeders van mening verschillen? Dan moet u zelf gaan nadenken. Maar goed, ik werd er dus op gewezen.⟨/p> ⟨p>Als je de vraag stelt hoe we daarmee omgaan, dan zeg ik: dat is niet zo moeilijk. Indien iemand een ander inzicht heeft of andersgezind is, dan zal Christus het u, hem of mij ook openbaren op Zijn tijd. En als we het eens zijn, dan zeg ik het graag iemand na, maar anders zijn we het hartelijk oneens. We geven elkaar de ruimte en laten we daar alsjeblieft niet moeilijk over doen. Vijfhonderd jaar Reformatie betekent dat we al vijfhonderd jaar geen paus meer hebben die leergezag heeft en kan zeggen: "Zo is het en niet anders." Iemand zei trouwens een keertje, en dat vond ik wel leuk: "Weet je wat het verschil tussen rooms-katholieken en protestanten is? De rooms-katholieken hebben maar één paus."⟨/p> ⟨p>In de praktijk is het vaak zo dat Bijbelleraars of wie dan ook zich opwerpen alsof er in feite toch een soort paus is die bepaalt hoe het zit. Zo wil ik het niet. We zijn gewoon broeders onder elkaar. Toevallig zit ik hier nu en mag ik er wat over vertellen, maar wat ik zeg is van evenveel waarde als wat u vindt. Er is niemand die daarover kan beslissen en ik hoop ook absoluut niet dat ik — ondanks dat ik hier op een verhoging zit — die indruk wek. Ik breng datgene wat ik geleerd heb zo goed mogelijk onder woorden en ik probeer er 'bonnetjes' bij te leggen. U bent het, of jij bent het, die dat vervolgens beoordeelt. De één spreekt, de ander oordeelt. Maar goed, laten we nu eens naar de inhoud van die kwestie kijken.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-10" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2552" title="Speel af vanaf 42:32">▶ 42:32⟨/button> ⟨span>Argumenten Weerlegd: de Ekklesia en Heerschappij over de Natiën⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Hoe zit het nou? Dat wordt aan mij gevraagd en dan geef ik ook aan waarom ik er zo over denk. In feite heb ik daar al een hele serie argumenten voor gegeven, maar laten we eventjes dieper ingaan op deze specifieke vraag. Is die mannelijke zoon de man? Is dat een voorstelling van die groep van de 144.000, zoals die in het boek Openbaring 7 en Openbaring 14 wordt genoemd? Laat ik eerst even een paar argumenten opsommen waarom de mannelijke zoon niet het lichaam van Christus zou zijn. Dat is wat er namelijk wordt tegengeworpen.⟨/p> ⟨p>Het eerste argument dat ik tegenkwam is dit: ook de overwinnaars in Tyatira wordt beloofd dat zij met Christus de natiën zullen hoeden met een ijzeren staf. U weet, in Openbaring 2 en 3 worden zeven ekklesia's, zeven gemeenten aangeschreven. Eigenlijk zijn dat van die Messias-belijdende Joodse gemeenten. Dat ga ik nu verder niet toelichten, maar die worden daar aangeschreven en dan lees je over de vierde gemeente die dan wordt aangeschreven: Tyatira. Er wordt tegen de overwinnaars gezegd en beloofd dat ze met Christus de natiën zullen hoeden met een ijzeren staf. Men zegt dan: die zeven gemeenten gaan duidelijk over het koninkrijk en over Israël straks, dus die mannelijke zoon in Openbaring 12 hoort daar ook bij.⟨/p> ⟨p>Daar wil ik graag wat over zeggen. Het is inderdaad zo dat niet alleen het lichaam van Christus zal delen in de heerschappij. Niet alleen het lichaam, de ekklesia, zal delen in de heerschappij; er zijn heel wat meer categorieën. Ook de martelaren die straks zullen omkomen in de grote verdrukking zullen met Christus heersen, en vermoedelijk ook de 144.000. Ik zeg expres even 'vermoedelijk', want strikt genomen staat het er niet bij, noch in Openbaring 7, noch in Openbaring 14. U weet toch hoe dat zat met die 144.000? Nee, ik heb het niet over die Jehova's getuigen. Je leest in Openbaring 7 dat als Christus zal zijn verschenen na het zesde zegel, Israël verzameld zal worden en uit elke stam 12.000 mannen worden verzegeld, zodat ze immuun zijn voor de oordelen die dan nog over de aarde zullen gaan. U moet zich namelijk realiseren: Israël wordt verzameld en in het land gebracht, maar het evangelie van het koninkrijk gaat dan gepredikt worden over heel de aarde.⟨/p> ⟨p>Die 144.000 Israëlieten — dat kan niet missen — zullen dan ook het evangelie van het koninkrijk prediken. Wat ze daarna nog zullen doen... je leest ook dat ze eerstelingen zijn, dus wellicht hebben ze ook een deel in de heerschappij van Christus, hoewel het er expliciet niet eens zo gezegd wordt. Maar feitelijk kun je ook zeggen dat ook heel het volk van Israël betrokken zal zijn in de heerschappij straks over de natiën. Ja, Israël is een koninkrijk, een koninklijk priesterdom. Zo staat het ook in Exodus 19, waar God tegen Mozes zegt: 'Dit volk is Mij te midden van alle natiën een koninkrijk van priesters.' En elders in de profetie staat dat zij een kop van de natiën zullen zijn en niet de staart; gewoon aan het hoofd dus. Dus heel Israël zal ook betrokken zijn in de heerschappij over de natiën. Daar zijn verschillende categorieën.⟨/p> ⟨p>Om het eventjes wat grafischer voor te stellen — en ik heb deze sfeer expres hemels gemaakt met de wolken: als het gaat over de heerschappij over de natiën, is dat in de eerste plaats natuurlijk Jezus Christus. Maar ook het lichaam van Christus is daarin betrokken, weliswaar van de hemelse zijde. God en Zijn troon daarboven, maar niettemin betrokken bij de heerschappij over de wereld; Hij is gesteld boven alle dingen. U weet toch dat er ook nu op aarde geregeerd wordt? Niet alleen maar door aardse overheden en machten, maar er zijn ook hemelse overheden en machten die heerschappij hebben vanuit de geestelijke regionen over de aarde. Alleen degenen die dat nu doen, die zullen straks naar beneden gaan en wij naar boven. Vandaar ook dat ze feitelijk onze concurrenten zijn. Zij behandelen ons in ieder geval als hun rivalen en strijden tegen ons. Paulus zegt ook: 'Wij hebben niet te strijden tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden en machten in de hemelse gewesten.' Te midden van de hemelsen dus. Jezus Christus zal heersen, maar dat lichaam uiteraard ook; wij zullen met Hem zijn en wij delen Zijn positie. Maar ook de martelaren uit de grote verdrukking, de 144.000 en het volk van Israël zijn allemaal betrokken bij de heerschappij over de natiën. Op zichzelf is die heerschappij dus niet exclusief voor één groep. Er zijn verschillende kringen, verschillende circles. Wij horen eigenlijk bij de meest inner circle: het lichaam van Christus.⟨/p> ⟨p>Een ander argument is dat het lichaam van Christus niet voort zou komen uit Israël, zegt men dan. Die mannelijke zoon komt voort uit die vrouw, uiteraard. Die vrouw is een voorstelling van Israël. De gemeente komt daar niet voor in aanmerking; de gemeente komt niet voort uit Israël. Nee, maar Jezus Christus komt voort uit Israël. En de ekklesia, het lichaam van Christus, wordt één met Hem gerekend. Trouwens, historisch gezien komen wij wel degelijk ook voort uit Israël, eigenlijk uit de sekte van de Nazareners. De gemeente is daar gewoon een voortzetting van; ook historisch klopt dat natuurlijk. En er is trouwens nog een interessant argument: in Galaten 4 vers 26 spreekt Paulus over 'het Jeruzalem dat boven is'. Hoor, dat is de foute vertaling; het is 'het opwaartse', het hemelsgerichte Jeruzalem. Het gaat daar over het Israël Gods, over het gelovige Israël. Dat is onze moeder. Wat dacht je daarvan?⟨/p> ⟨p>De tien stammen? Die wou ik even nog buiten laten. Maar trouwens, hoe bedoel je dat dan? Ja, even erin... De tien stammen? Oké, daar zou ik even over na moeten denken. Ik geloof niet dat ik het argument helemaal volg, maar dan zal ik het u ook niet aandoen om meteen mijn reactie te geven. Ah, oké, nu begrijp ik de gedachte wel. Dat is dat Paulus ook de gelovigen aanschrijft als vervreemd van het burgerschap van Israël. En het heil is nu eigenlijk bij de natiën gekomen, maar daarmee eigenlijk ook bij het vervreemde Israël die onder de natiën verstrooid zijn. In die zin dat wij dus ook Israël zijn? Dat is heel interessant, had ik nog niet aan gedacht. Nou ja, dat komt er dan eigenlijk nog als argument bij. Dankjewel. Straks rekenen we hem af.⟨/p> ⟨p>Goed, nog een argument. Wat dacht je, Minnie? Kan ik nog, of maakt dat niet uit? Het is misschien wel even handig om deze argumentatie even af te ronden. Men zegt dan: 'Maar het lichaam van Christus zal niet heersen over de aarde.' Paulus zegt in 2 Timotheüs 2 dat indien wij verduren, we ook samen met Hem koning zullen zijn. In 1 Korinthe 6 vraagt hij heel retorisch: 'Weten jullie dan niet dat de heiligen — wij, die apart gezet zijn — de wereld zullen oordelen?' En waar ik het net al even over had bij Efeze 1: dat Christus geplaatst is boven alles, maar dat wij aan Hem zijn gegeven als Zijn lichaam. Wij zijn eigenlijk het geschenk, Zijn aanvulling. Hoe was het ook weer? Dat pleroma, dat complement, de aanvulling.⟨/p> ⟨p>Ja, u bedoelt dat voorwaardelijke? Ja, uithouden. Er staat in de NBG-vertaling 'volharden', maar dat is het niet, hè? Dat is een ander woord. Nee, maar er staat ook niet 'volhouden'. Ja, er toch onder blijven staan. Maar goed, als u het niet erg vindt, ga ik even verder, want dan kunnen we dit eventjes ook afsluiten. Wat Paulus dus al vanzelfsprekend naar voren brengt: wij zullen met Christus inderdaad heersen. En dat wil nog niet eens zeggen dat wij dat op aarde zullen doen. Nee, we hebben een hemelse positie.⟨/p> ⟨p>Maar vergis u niet, kijk, je hebt natuurlijk verschillende lagen. Dat is toch ook bij heerschappij zo? Je hebt Den Haag, de mensen in Den Haag. Je hebt het Koninklijk Huis, je hebt het kabinet, je hebt de Tweede Kamer, je hebt de Eerste Kamer, je hebt de Provinciale Staten, je hebt de gemeenteraden. Je hebt bestuur op allerlei niveaus. En degenen die in Den Haag zijn, dat is het hoogste niveau. Maar dat wil niet zeggen dat ze niet een keertje in een gemeente elders kunnen komen. Het is geen waterscheiding. Ik hoor te vaak de gedachte, en ik kan me daar heel slecht in vinden, dat wij daarboven zullen zijn en dat we hier dus nooit meer zullen zijn. Nee, als Hij geopenbaard zal worden in heerlijkheid, dan zullen wij met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid. We hebben de hoogste positie met Hem, maar dat betekent juist ook dat alles van ons is.⟨/p> ⟨p>Nog een interessant argument waarom men dan zegt dat die mannelijke zoon niet het lichaam van Christus kan zijn, is omdat er gezegd wordt dat hij zal heersen met een ijzeren roede. Men zegt dan: dat is niet in overeenstemming met onze bediening van verzoening. En dan denk ik: en die van ons Hoofd dan wel? Er zit iets kroms in deze argumentatie. Want als je dit namelijk zegt, dan zeg je dus feitelijk dat het niet bij ons als gemeente past, maar dat het bij ons Hoofd, met wie wij verbonden zijn en met wie wij samen zullen zijn, wel past. Dat is iets kroms. Ik vind zelfs: dat kan niet. Als ons Hoofd dat doet... kijk, het is ook gewoon hierin zo: alles op Gods tijd. U weet het, alles onder de hemel heeft zijn uur en alle dingen onder de hemel hebben hun tijd.⟨/p> ⟨p>Alles op Gods tijd. In de komende aeonen zal er geheerst worden door Christus en degenen die aan Hem verbonden zijn op alle hiërarchische niveaus. Wij zullen heersen te midden van de hemelse heerschappij in de komende aeonen en aan het einde van Christus' heerschappij, ja, dan zal de levendmaking van alle mensen plaatsvinden en ook de verzoening van het al. Ik denk dat heersen in de toekomende aeon iets is waar wij bij betrokken zullen zijn. Dat is een hele mannelijke taak. Het wordt zo vaak voorgesteld dat we straks in de hemel alleen maar zullen gaan getuigen als zendelingen. Nee, we zijn bestemd voor de troon, voor de heerschappij over het universum.⟨/p> ⟨p>Ik vind het belangrijk om dat ook te weten, want dan kunnen we ons alvast voorbereiden. Nu is het verduren en dan straks heersen. Het is niet zo dat we nu alvast kunnen oefenen in heersen, nee, want die heerschappij is nu nog helemaal niet aan de orde. Het is nu verduren en miskend worden, maar juist dat maakt ons nu al geschikt. Zoals de Engelsen dat dan zeggen — ik heb het ooit eens opgevangen: "Lifetime is training time for reigning time." Voor de tijd dat we zullen gaan heersen. Ik denk dat het een mooie samenvatting is. Maar ik denk ook dat het een mooi tijdstip is om nu even te gaan pauzeren.⟨/p> ⟨p>Goed, wij hebben inmiddels het een en ander bezien. Dat was de laatste kwestie waar we het over hadden: over de identiteit van die mannelijke zoon, namelijk dat het de 144.000 zouden zijn. Eigenlijk heb ik het voor de pauze vooral even gehad over de bezwaren die daartegen ingebracht worden, namelijk die drie of vier bezwaren die ik zojuist noemde over waarom dat niet het lichaam van Christus zou kunnen zijn. Ik heb dat de bezwaren genoemd en ik heb daar antwoord op gegeven of er in ieder geval op gereageerd. Of het een antwoord is, dat is helemaal aan u. En dat meen ik zoals ik het zeg. Ik wil het nog een keer benadrukken, ik word niet moe om dat te zeggen, want ik wil absoluut niet tweespalt hierover hebben. Ik hoop dat u dat van mij aanneemt. Als andere mensen hier echt andere inzichten over hebben: prima mensen! Als mensen dat ook in hun studies naar voren brengen, ik vind dat top.⟨/p> ⟨p>Ik zou het mooi vinden om met elkaar daarover een stevig robbertje te stoeien, laat ik het zo zeggen. Dat klinkt veel vriendschappelijker. Ja, dat is mooi. En tot die tijd zal de Heer het op Zijn tijd wel aan ons allemaal duidelijk maken. Er komt een moment dat we het echt zullen weten hoor, dat kan ik u verzekeren. Ik weet dat de broeders die een ander inzicht hebben, dat helemaal met mij eens zijn. Maar goed, nu eventjes de redenen. Nu komen we eigenlijk op wat mij betreft nog een belangrijker punt. Men zegt namelijk: ja, die mannelijke zoon is een voorstelling van die groep van de 144.000 die in Openbaring 7, maar later ook in Openbaring 14 wordt genoemd. Nou, dan zeg ik...⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-11" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3533" title="Speel af vanaf 58:53">▶ 58:53⟨/button> ⟨span>Vier Bezwaren Tegen de Identificatie met de 144.000⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Nou, daar heb ik een aantal hele grote bezwaren tegen die visie. En nogmaals – ik word nu een beetje eentonig – u mag het beoordelen. Mijn eerste bezwaar is: er komt maar één volk in aanmerking om één lichaam te zijn met Christus, namelijk die mannelijke zoon. Dat is een volk dat wordt voorgesteld als de Christus; namelijk zij die zullen heersen, die bestemd zijn voor de troon. Eén lichaam: hoofd en lichaam. Bij een geboorte zie je trouwens eerst het hoofd verschijnen en daarna het lichaam, bij een gewone, normale geboorte om het zo te zeggen. Welk volk zou dat zijn? Die mannelijke zoon, die zo met Christus is verbonden dat ze als één lichaam worden voorgesteld.⟨/p> ⟨p>En dan, als u mij vraagt, is er maar één woord dat daarvoor in aanmerking komt, namelijk dat waar Paulus over spreekt: dat volk dat een geheimenis was. Feitelijk is het zo dat ook als er bijvoorbeeld in Psalm 2 gesproken wordt over die zoon die de natiën zal hoeden, je zegt: als je dat leest, dan gaat het over Christus. Dat kan niet missen. En nu maakt Paulus het geheim bekend: ja, maar die Christus, dat is niet alleen één iemand, dat is een heel gezelschap. Dat is hoofd en lichaam. Dus die gemeente is verborgen in het Oude Testament. Iedere keer wanneer we Christus tegenkomen, moet je daar de gemeente bij denken. Zo versta ik ook dat de gemeente verborgen is in het Oude Testament. Sommige mensen zeggen: "Die gemeente is verborgen in het Oude Testament en dus vind je hem niet." Ik zeg precies het omgekeerde: de gemeente is verborgen in het Oude Testament en dus vind je hem wel, alleen onder de oppervlakte. Namelijk: waar Christus genoemd wordt, daar zijn wij.⟨/p> ⟨p>Daarom vind ik het ook zo geweldig boeiend; wat mij betreft is het ook een enorme herwaardering van de Tenach, van het Oude Testament. Want ik ben voortdurend aan het ontdekken. De bedekking wordt weggenomen en onder de oppervlakte zie ik allemaal verborgenheden waar onze geliefde broeder Paulus – om met Petrus te spreken – zo over spreekt. Slechts één volk komt dus in aanmerking om één lichaam te zijn met Christus.⟨/p> ⟨p>Heb ik nog een bezwaar? Jazeker. De 144.000 worden niet weggerukt vóór de grote verdrukking. Kijk, dat die wegrukking van die mannelijke zoon vóór de grote verdrukking is, dat staat wat mij betreft buiten kijf. Want de vrouw baart die mannelijke zoon; vervolgens wordt die mannelijke zoon weggerukt tot God en Zijn troon, en vervolgens vlucht die vrouw naar de woestijn waar ze 1260 dagen verzorgd en gevoed wordt. Kortom, dat is de tijd van de grote verdrukking, en die wegrukking vindt daarvóór plaats. Maar worden de 144.000 dan weggerukt? Waar staat dat?⟨/p> ⟨p>En voor de grote verdrukking, nog een punt: de 144.000 zijn helemaal niet bestemd voor Gods troon in de hemel. De 144.000 is een gezelschap uit Israël dat hier op aarde verzegeld wordt. Maar dat ze naar boven worden weggerukt en dat ze daarboven in de hemel, in Gods troon, een plaats zullen hebben? Zo worden die 144.000 helemaal niet omschreven en beschreven. Ze worden gezien als een selectie uit die grote scharen van Israël die verzameld wordt uit de natiën. Als de Heer eenmaal verschenen zal zijn na de grote verdrukking aan het volk, dan is het al verzameld van alle einden der aarde. En dan wordt een selectie uit dat volk verzegeld, zodat ze immuun zijn voor de oordelen en de bazuinen die dan nog over de aarde zullen gaan wanneer het evangelie van het koninkrijk hier op aarde gepredikt zal worden. Maar dat de 144.000 bestemd zouden zijn voor Gods troon in de hemel? Het gaat bij de mannelijke zoon uitdrukkelijk om een gezelschap met een hemelse bestemming, inderdaad een bestemming voor de troon. Let op: voor de troon. Heerschappij, mannelijk, met een scepter, een staf; allemaal mannelijke symbolen.⟨/p> ⟨p>Dat is niets voor de 144.000. Die hebben een hele unieke positie, zijn ook eerstelingen, en ze worden ook inderdaad als mannelijk voorgesteld. Dat is ook een argument dat men daarvoor noemt. Er zijn allerlei kwalificaties die voor die mannelijke zoon gelden en ook voor de 144.000, dat geef ik toe. Maar daarmee is het nog niet bewezen. Het feit dat er overeenkomsten zijn tussen de 144.000 en die mannelijke zoon bewijst niet dat ze identiek zijn. Ik bedoel, er zijn ook vele overeenkomsten tussen mijn vrouw en mij, maar we zijn toch echt niet identiek. Dat zijn twee verschillende dingen. Dus het is een drogreden om te zeggen: "Ja, maar ze zijn bijvoorbeeld allebei mannelijk." Want dat lees je inderdaad van die 144.000: ze hebben zich niet met vrouwen bevlekt, ze zijn maagden. Maar dat bewijst de identiteit niet.⟨/p> ⟨p>Dit vind ik een heel vitaal punt. En dan heb ik er nog één: de 144.000 worden pas verzegeld – volgens mij is het al eerder deze avond even ter sprake gekomen, maar nu komt het in dit verband nog aan de orde – na het zesde zegel. Kijk het maar na in Openbaring 6, als de zon en de maan verduisterd worden. Daar hebben we het vorig seizoen al uitgebreid over gehad: dat is op het moment dat Christus zal verschijnen op de Olijfberg, een moment dat in talloze profetieën genoemd wordt. En dan zal Hij Zijn uitverkoren volk verzamelen van de vier hoeken der aarde en van de einden des hemels. In Openbaring 7 wordt Israël verzameld en een selectie – ik herhaal: een selectie – wordt dan verzegeld met een speciaal oogmerk. Dan pas komen die 144.000 aan de orde. Maar dat is ná die 1260 dagen, terwijl die wegrukking vóór de 1260 dagen is.⟨/p> ⟨p>Met excuus voor de arrogantie, maar ik denk dan: als die mannelijke zoon geïdentificeerd wordt met Christus, weggerukt wordt voor de grote verdrukking en bestemd is voor God en Zijn troon, dan hoeft het toch niet zo moeilijk te zijn om daarin de gemeente te herkennen. Welk volk komt hiervoor in aanmerking? Zijn het de 144.000? Gaan die naar de hemel vóór de grote verdrukking? Ze zijn dan nog niet eens geselecteerd! En ze hebben ook helemaal niet die bestemming naar boven. Nou ja, ik hoef dat nu verder niet te herhalen. Ik heb mijn vier punten genoemd; daar wil ik het even bij laten. Althans, wat dit onderwerp betreft, want we gaan nog even verder. Ik wilde daar toch even wat serieuzer op ingaan, omdat de gedachte dat de mannelijke zoon de 144.000 zouden zijn, een hele serieuze overweging is. Maar zo versta ik deze dingen.⟨/p> ⟨p>En dan zeg ik er ten slotte bij, voor wat het waard is: we gaan weer verder. Dit was eventjes een excursie. In 1 Thessalonika 4 hadden we gelezen over die wegrukking: "En zo zullen wij altijd samen met de Heer zijn." Maar Paulus gaat verder, nadat hij dat naar voren gebracht heeft, op dit onderwerp. En dat is van belang voor ons, want we zijn bezig dit onderwerp uit te spitten: hoe zit het nou met die wegrukking?⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-12" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4093" title="Speel af vanaf 01:08:13">▶ 01:08:13⟨/button> ⟨span>1 Thessalonicenzen 5: Omtrent de Tijden en Gelegenheden⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>We lezen verder in 1 Thessalonicenzen 5. "Maar," zegt Paulus dan, "omtrent de tijden en de gelegenheden, broeders, is het niet nodig dat jullie geschreven wordt." Het was niet nodig; hij had hen daar al over geïnformeerd en bovendien was dat voor hen ook niet in de eerste plaats zo relevant. Dat zou namelijk na die gebeurtenis zijn. De tijden en gelegenheden gaan hier over de tijden en de gelegenheden in verband met Christus' parousia.⟨/p> ⟨p>En "de tijden" wil zeggen – in feite is dat ook precies waar we ons een heel seizoen nu mee bezighouden: de tijden en gelegenheden. Dan laat je een tijdpad zien en zeg je: dan dat, en dán dat, enzovoort. En bij welke gelegenheid en wat is de samenhang? Nou, die dingen onderzoeken we.⟨/p> ⟨p>De tijden en gelegenheden. Paulus zegt dat het dus niet nodig is dat jullie daarover geschreven wordt, want zij waren namelijk al zeer goed op de hoogte. Dat zegt hij: "Want jullie hebben zelf nauwkeurig waargenomen..." Ja, "jullie weten het", staat er in de NBG-vertaling. Maar zoals Menno dat in de interlineaire ook heeft weergegeven: letterlijk is dat eigenlijk "waarnemen". Dus het idee is wel "weten", maar weten op basis van waarneming. Je weet het. Waarom? Omdat je het gewoon ziet, omdat je het gehoord hebt. In dit geval hebben ze het waarschijnlijk zelf van Paulus gehoord. Ze hebben het in de Schriften gezien en dan weet je het. Eet het en je weet het.⟨/p> ⟨p>"Want jullie hebben zelf nauwkeurig waargenomen dat niet zozeer dé dag, maar de dag van de Heer zo komt als een dief in de nacht." Dat is een bekende: als een dief in de nacht. Dat is een heel vaak misgeïnterpreteerd gegeven. Men zegt dan: "Je kunt nooit weten wanneer de Heer komt, want Hij komt als een dief in de nacht." Dat vind ik zo leuk: hoe Paulus dat dan zo van tafel veegt. Dat doet hij in deze verzen. Ik wil daar nu niet al te diep op ingaan, omdat dat later nog aan de orde zal komen.⟨/p> ⟨p>Maar trouwens even dit: als het gaat over de dag van de Heer, dat is als de Heer aan de dag komt, voor de dag treedt. Dat is eigenlijk wat een dag is: als de zon verschijnt. In het Nederlands hoef ik er alleen maar een "o-tje" bij te zetten en dan weet je meteen waar het over gaat: als de Zoon verschijnt. Maar ja, wanneer begint die dag? Nou wordt het een beetje lastig. Net zoiets als: wanneer begint de dag? Als de zon opkomt. Maar dat is hier op een ander tijdstip dan in Amerika. En dat geldt voor ons ook.⟨/p> ⟨p>Voor ons zal de Heer eerder present zijn. Dat woordje parousia is dus "aanwezigheid", oftewel "presentie". Maar bij "present" moet je eigenlijk de vraag stellen: wáár present? Is André Piet present? Nou, als ik dat nu aan jullie vraag: ja, André Piet is present. Maar als u mij nu thuis zou willen bellen, dan zeg ik: nee, André Piet is niet present. Dat is namelijk relatief. Waar is hij present? Bij wie? En dat is in wezen met de parousia ook zo.⟨/p> ⟨p>Als Hij voor ons present is, wil dat dan zeggen dat Hij bij iedereen is? Nee. Voor Israël pas op een ander tijdstip. Voor de ekklesia is dat bij de wegrukking. "Alzo zullen wij altijd met de Heer zijn." Dat is zijn presentie, maar er is trouwens ook onze presentie bij Hem. Het werkt naar twee kanten. En voor Israël is dat na de verdrukking, na die 1260 dagen dus.⟨/p> ⟨p>Paulus zegt: "Want jullie hebben zelf waargenomen dat de dag van de Heer zo komt als een dief in de nacht." Dan moet hij het toelichten, en dat gaat hij ook doen: "Terwijl zij zeggen..."⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-13" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4386" title="Speel af vanaf 01:13:06">▶ 01:13:06⟨/button> ⟨span>Terwijl de Wereld Roept: Vrede en Zekerheid⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Het is alles vrede en rust. Of eigenlijk letterlijk, terwijl zij zeggen — de wereld, en misschien meer speciaal nog daar in Israël of in het Midden-Oosten — terwijl zij zeggen: "Vrede en zekerheid." Dan overkomt hen een plotselinge ondergang, zoals de barensweeën een zwangere overkomen. En zij zullen zeker niet ontsnappen. Dat zal er namelijk aan voorafgaan. We hadden het net over de wegrukking; die wegrukking vindt plaats met het oog op een dreigend gevaar. Je wordt behoed voor iets; het is een berging zoals je dat bij een evacuatie hebt. Je wordt eruit genomen en geëvacueerd. Maar als dat gebeurt, dan zal dat zijn op een tijdstip dat men overal nog riep: vrede, rust en zekerheid.⟨/p> ⟨p>We hadden het eerder over de zegels in het boek Openbaring. Het eerste zegel in het boek Openbaring staat in hoofdstuk 6 vers 2. Daar lees je dat Johannes zegt: "En ik nam waar, en zie: een wit paard. En hij die erop zit heeft een boog. En aan hem werd een lauwerkrans gegeven. En hij kwam uit, overwinnende en om te overwinnen." Geen pijl en boog, alleen een boog. Daarna lees je over het tweede paard, dat rode paard van de oorlog. Die neemt de vrede van de aarde weg. Dat betekent dus dat er voordat dat gebeurt, een tijd van vrede zal zijn. Daar begint het al mee: een tijd van vrede en zekerheid.⟨/p> ⟨p>Het is zelfs zo sterk dat er hier gesproken wordt over een wit paard en hij die daarop zit. Je zou bijna zweren — nou ja, je zou zeggen: dat móet de Messias zijn. Dat zeg ik omdat je later in het boek Openbaring, in hoofdstuk 19, inderdaad leest dat de Christus met de zijnen zal komen vanuit de hemel. Ook Hij zit op een wit paard. Een paard heeft altijd te maken met triomf en verhoging, zoals een ezel trouwens altijd met vernedering te maken heeft. Ik ken iemand die zei: "Een ezel is eigenlijk een vernederd paard, een nederig paard." Maar goed, een wit paard is in zekere zin een beschrijving van de Messias.⟨/p> ⟨p>Moet u zich voorstellen wat er gaat gebeuren. Het begint niet met een enorm gevaar en met verderf. Nee, het begint met enorme vrede. En degene die dat allemaal zal initiëren, degene die over de aarde gaat met een boog — hij kwam uit overwinnende en om te overwinnen — overal behaalt hij zijn triomf en hij lijkt als twee druppels water op de Messias. Hij wordt zelfs op dezelfde manier beschreven. Dat gaat zover dat ik hele bosjes uitleggers ken die zeggen dat het paard in Openbaring 6 over de Messias gaat. Nou, dan ontgaat de uitleggers toch echt iets hoor. Ik meen het, er zijn er die zeggen dat dit over Christus gaat, maar het gaat juist over degene die lijkt op de Christus.⟨/p> ⟨p>Dat is wat er gaat gebeuren: de hele wereld zegt vrede, zekerheid en rust. Het is alles vreedzaam en men zal denken dat dit de beloofde Messiaanse tijd is. Die tijd gaan we binnenkort beleven en ik denk dat we ons daar heel goed van bewust moeten zijn. Als de Heer Jezus spreekt over de tijd van het einde in Mattheüs 24, zegt Hij: "Zie toe dat niemand je misleide." Want er zal een enorme misleiding zijn, omdat men zal zweren dat dit die tijd is. De islam en het christendom hadden het allemaal over die Messias die zou komen, en men zal zeggen: "Daar is hij!" Er komt een tempel en een vredesovereenkomst. Hoe dat allemaal precies vormgegeven zal worden, dat weet ik niet, maar het zal ook een tijd van enorme welvaart zijn. Je kunt je voorstellen dat als ze daar in het Midden-Oosten — waar nu alles in een bodemloze put van investeringen in oorlog en vernieling verdwijnt — de handen ineen gaan slaan en er samenwerking komt.⟨/p> ⟨p>Dat zal ook religieuze vormen krijgen. Het is niet alleen maar een politieke eenheid; nee, dit is precies wat men godsdienstig verwacht. De misleiding zal gigantisch zijn, wereldwijd, maar in ieder geval daar in het Midden-Oosten, rond Jeruzalem. Men zal zeggen: "Vrede en zekerheid." Maar — en dat is wat ik wil zeggen — op dat moment weten wij hoe laat het is.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-14" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4747" title="Speel af vanaf 01:19:07">▶ 01:19:07⟨/button> ⟨span>De Plotselinge Ondergang en de Grote Verdrukking⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Terwijl zij zeggen: "Vrede en zekerheid!", dan overkomt hen een plotselinge ondergang. En dat is precies waar we het al eerder over hadden: dat is het begin van Israëls grote verdrukking.⟨/p> ⟨p>Wat trouwens heel karakteristiek daarvoor is, is dat op het tempelplein de offerdienst gestaakt zal worden. En let op: daarmee veronderstel ik dus dat er daar op het tempelplein weer een offerdienst komt. Dat kan niet missen. Maar wat de Bijbel zegt, is dat die offerdienst gestaakt gaat worden. In plaats van dat daar weer offers gebracht worden, zal er ineens een gruwel, een afgodsbeeld op dat plein geplaatst worden. Daar zal men voor moeten gaan bidden en dan begint de grote verdrukking.⟨/p> ⟨p>Het is plotseling, onvoorzien dus. Wat zal er dan gebeuren? Ineens wordt de vrede weggenomen. Plotseling vindt er een enorme afgoderij plaats en dan wordt Jeruzalem het centrum voor die gruwelijke dienst, maar ook van een enorme verdrukking. Nou, terwijl zij zeggen: "Vrede en zekerheid!", overkomt hen een plotselinge ondergang, zoals de barenswee een zwangere vrouw overvalt. En ze zullen beslist niet ontsnappen. Ik wil het op deze manier even afmaken, maar daarom ga ik nu iets sneller door de tekst heen.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-15" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4849" title="Speel af vanaf 01:20:49">▶ 01:20:49⟨/button> ⟨span>Zonen van het Licht: Waakzaam en Nuchter Blijven⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>"Maar jullie, broeders," zegt Paulus. "Maar jullie." Hij benadrukt hier de tegenstelling. Terwijl zij zeggen: "Vrede," overkomt hen een plotseling verderf. Maar jullie – voelt u de tegenstelling? – maar jullie broeders zijn niet in de duisternis, zodat die dag jullie als een dief zou overvallen. U voelt nu wel aan waar ik het net over had: hoe die tekst altijd wordt misgeïnterpreteerd. Als men het heeft over wanneer de Heer zal terugkeren, zegt men vaak: "Dat kun je nooit weten, André. Dat kun je echt nooit weten, want Hij komt als een dief in de nacht." Maar als je gewapend bent met de woorden van Paulus, die zegt dat we elkaar moeten vertroosten met deze woorden, dan zeg je: "Nee, voor ons geldt dat niet." Dat hoéft tenminste niet. Het kan wel trouwens, als je sust of sluimert. Maar jullie, broeders, zijn niet in de duisternis, zodat die dag jullie als een dief zou overvallen. Dat hoeft helemaal niet.⟨/p> ⟨p>Ik geloof dus niet dat die dag zomaar kan gebeuren – en dat is ook weer een controversieel punt. Ik geloof niet dat die opname, die wegrukking, nu op dit moment zomaar kan plaatsvinden. Nee, als zij zullen zeggen: "Vrede en zekerheid," dán zal die dag hen plotseling overvallen. Ons overvalt het niet. Men zegt vaak dat het altijd zomaar kan gebeuren, maar nee, er is een specifieke context waarin dat plaatsvindt. Die dag zal ons niet overvallen, tenminste niet als we wakker zijn. Want dat blijkt ook uit het vervolg. Het hoeft niet. Als je leeft bij het licht, dan hoeft die dag je niet te overvallen. Want je weet dan: als zij allemaal zullen zeggen: "Vrede, zekerheid," en als men zal denken dat dit de Messiaanse tijd is, dan weten wij hoe laat het is.⟨/p> ⟨p>Dat gaan wij dus allemaal nog meemaken. Ik ga er nu even vanuit dat we tot die overlevenden behoren; dat deed Paulus in zijn slotberekening ook. Maar denk ook aan de tempeldienst: er moet weer een offerdienst zijn op het Tempelplein. Kijk, die wegrukking vindt niet plaats voordat die vrede zal komen. Die wegrukking vindt plaats vóór de vlucht in de woestijn en vóór die grote verdrukking. En als iedereen dat zal zeggen, dan weten wij hoe laat het is. Hun zal daar een plotseling verderf overkomen, maar ons niet. Want wij worden namelijk weggerukt juist vóór dat gevaar.⟨/p> ⟨p>Want jullie zijn alle zonen van het licht. Jullie zijn zonen van de dag, zegt Paulus. Dat betekent eigenlijk ook dat we erfgenamen van het licht zijn. Jullie horen het licht toe en de dag toe. Wij zijn niet van de nacht of van de duisternis. Laten we dus ook niet dutten, sluimeren of slapen. In de vertaling staat "slapen", maar het is eigenlijk gewoon sluimeren of dutten. Nee, laten we niet zijn zoals de overigen, die niet veel weten, maar laten we wakker en nuchter zijn. Wakker betekent alert; dat je gewoon weet wat er allemaal speelt. Ik bedoel, als die tijd nadert, werp je het licht van het profetisch woord erop. Wat staat er geschreven? Wat heeft Paulus over deze dingen gezegd? Dan ben je wakker hoor. En als je vervolgens ook gewoon goed weet wat er speelt, dan kunnen ze je geen knollen voor citroenen verkopen. Dan weet je gewoon hoe het zit. Je bent wakker. Zo'n kunst is dat niet, maar er zijn er velen – de overigen, zegt Paulus – die dutten. Die hebben geen idee van de tijd waarin ze leven, geen idee van wat er staat geschreven, of ze denken: "Het overkomt ons toch zomaar, want je kunt het nooit weten." Dan ben je dus een "dut", nietwaar? Ja, neem me niet kwalijk, maar dan ben je echt een dut hoor. "Ja, dat moet je allemaal geestelijk zien..."⟨/p> ⟨p>En nuchter wil zeggen dat je niet dronken of beneveld bent. Dat vind ik ook wel een kenmerkend woord. Het betekent ook dat je niet meegaat in de hypes, zoals dat tegenwoordig heet, en de waan van de dag. Want die volgen elkaar op. Ik doel nu eigenlijk ook even op alle hypes die er op het christelijk erf zijn en die elkaar opvolgen. De vorige Bijbelstudie was rond 23 september, toch? O ja, rond die tijd hebben we het er nog uitgebreid over gehad. Maar laten we wel weten... Achteraf kun je zeggen: "Ja, ze hadden makkelijk praten," maar dat was gewoon een hype. En mensen gaan daar zo gemakkelijk in mee. Ze zijn niet kritisch: "Is het echt zo?" En als bepaalde leidende figuren het dan zeggen, dan zal het wel zo zijn. Maar wees kritisch. Wees nuchter. Laat je niet zomaar meeslepen door wat men zegt. Denk zelf na.⟨/p> ⟨p>Ik hoop dat die oproep vanavond ook goed geklonken heeft: denk gewoon zelf na. Niet van: "O, de bijbelleraar André Piet zegt het, dus..." Wat maakt dat uit? Het is pas helder wanneer je zegt: "Nee, het staat gewoon geschreven." Het staat hier, het staat daar, het staat daar. Het is gewoon duidelijk. Nu hoef je helemaal geen naam meer van een mens te noemen. Het mooie is dat je je niet meer hoeft te verschuilen achter een mens als je weet hoe het zit. Laten we dus niet dutten zoals de overigen, maar wakker en nuchter zijn. Laat je niet gek maken, want er bestaat ook heel veel paniekdoenerij. Dat is niet nuchter. Want zij die dutten, die dutten des nachts. Ik denk bij mezelf: het hoort eigenlijk in de nacht, zo moet het eigenlijk zijn. De meeste mensen dutten overdag, maar het hoort bij de nacht. En zij die zich bedrinken, zijn des nachts dronken. Wij echter zijn van de dag, zodat we nuchter zouden zijn. Petrus zegt op de pinksterdag, als ze zeggen dat die mensen te veel zoete wijn hebben gehad: "Het is pas het derde uur van de dag." Negen uur 's morgens. Derde uur, ja. Jij bent wakker, Date! Express hoor. Wij echter zijn van de dag, zodat we nuchter zouden zijn.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-16" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="5306" title="Speel af vanaf 01:28:26">▶ 01:28:26⟨/button> ⟨span>De Hoophelm van Redding: Geborgen voor de Komende Toorn⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En nu hebben we het over 'mannelijk' gesproken: het borstharnas. Dat is heel strijdvaardig, want het is een strijd waar je in zit. Het aantrekken van het borstharnas van geloof – vertrouwen op Gods woord. Vertrouw niet op mensen, want dan zak je erdoorheen. Maar wat Hij gesproken heeft, dat is het borstharnas van geloof en liefde. Uiteraard gaat het om liefde, agape, de liefde van God. En dan is je hart beschermd. Het borstharnas beschermt je longen en je hart; zo is je hart beschermd. Dat is toch een prachtig beeld? Hoe? Nou, gewoon door het borstharnas van geloof, de liefde van God en de hoophelm van redding. Dat is een vertaling van mij, dat geef ik toe. Is die mooi of niet? Ik vraag het u nu al in het publiek, dus dan moet u wel natuurlijk. Het is niet de 'helm van...', nee, het is gewoon de hoophelm, de verwachtingshelm van redding.⟨/p> ⟨p>Wat is onze hoop dan in deze context? We hebben een geweldige verwachting voor de hele schepping, maar het gaat hier specifiek over die verwachting van de wegrukking; dat we de Heer tegemoet zullen gaan en tot onze bestemming gaan komen. En dat is die hoophelm van redding. Waarom? Want, zegt Paulus, God stelt ons niet tot toorn. Kijk, die hoophelm van redding hoort dus bij het hopen op redding. Hoezo? Nou, zegt Paulus, want God plaatst ons. Mooi trouwens, want eigenlijk is God ook de 'Plaatser', de Theos – hetzelfde werkwoord. Want de God plaatst ons, of stelt ons, niet tot toorn, maar tot verkrijging van redding door onze Heer, namelijk Jezus Christus. Door de Heer van ons, Jezus Christus.⟨/p> ⟨p>Let op: die toorn waar het hier over gaat... maar dat weten we inmiddels. Het gaat niet over de toorn van God, want die zal pas later aanbreken, dat is na de verdrukking. Het gaat hier over de toorn van de draak. Als die wegrukking plaatsvindt, dan is dat omdat daar een draak is, de satan, die het gemunt heeft op de vrouw, maar ook op die mannelijke zoon. En we worden weggerukt voor de toorn, voor de grimmigheid – zo staat het ook in Openbaring 12. Kijk het maar na, Openbaring 12 vers 12. Makkelijk te onthouden. De toorn van de draak. En dan wordt de mannelijke zoon daarvan weggerukt en dat is zijn redding.⟨/p> ⟨p>In 1 Thessalonicenzen 1 had Paulus zoiets ook al gezegd. Dan zegt hij van de Thessalonicenzen dat ze zich hadden afgekeerd van de afgoden om te wachten op de Zoon van God vanuit de hemelen, die Hij, God, opwekte uit de doden. Namelijk Jezus – en daar komt het – die ons bergt vanuit de komende toorn. Hij bergt ons. Hier heb je ook het idee van behoeden, bergen, eventueel van evacueren. Hij behoedt ons daarvoor. Zijn komst is een wegrukking om ons te behoeden voor de toorn die dan in alle hevigheid zal losbreken.⟨/p> ⟨p>Nou, dan lees ik dit nog even door. Het ging dus over onze Heer Jezus Christus, die stervende was ten behoeve van ons, opdat wij, hetzij wij zouden waken, hetzij wij dutten, tegelijkertijd samen met Hem zouden leven. Dat is een fikse troost voor alle mensen die dan desondanks toch niet wakker zijn. Dan zeg ik: en toch ga je mee hoor. Als je Hem kent, als je weet wie Hij is en dat God Hem uit de doden heeft opgewekt, dan hoor je daarbij. Ook als je dut. Hetzij we zouden waken, hetzij we dutten, we zullen tegelijkertijd samen met Hem leven.⟨/p> ⟨p>Daarom zegt Paulus, en dat is ook de conclusie die ik trek aan het einde van deze avond: bemoedig elkaar. Bouw elkaar op, zoals jullie dat ook doen. Want Paulus had hele goede berichten gehoord vanuit Thessalonica en hij stimuleert ze om met deze woorden, in deze verwachting, elkaar aan te moedigen en te onderwijzen. Hij had ze niet onwetend gelaten. Ze wisten nu hoe laat het was, zodat die dag ons niet zou overvallen, maar dat we precies weten: wanneer iedereen in de wereld zal zeggen 'vrede', dan zijn wij alert. Dan weten we: nu is uur U bijna aangebroken. Wij weten het. We hebben nog niet eens een jaartal genoemd, dat noemt Paulus hier ook niet. Er zijn chronologische aanwijzingen, maar daar hebben we het nu helemaal niet over. Nu gaat het niet zozeer om tijd, het gaat om de gelegenheid. Als iedereen in de wereld zal zeggen: vrede, vrede, geen gevaar, zekerheid... Dán gaat het inderdaad gebeuren. Dan is het moment van waken helemaal to the point en aan de orde. Dan gaat het gebeuren.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-17" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="5672" title="Speel af vanaf 01:34:32">▶ 01:34:32⟨/button> ⟨span>Vragenronde, Vooruitblik en Afsluiting⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Ik stel voor dat we het voor vanavond daarbij laten. Tenzij er nog hele dringende vragen zijn; er zijn nog twee minuten, dus als u een hele korte vraag heeft... Zeg het eens, Sanzeska. Nee, is alles duidelijk? Remco.⟨/p> ⟨p>Ja, dat is een punt. Ik herinner me dat Menno daar ook al over gesproken heeft. Het gaat over dat 'vanuit de komende boosheid'. Dat betekent eigenlijk dat we er al in zitten en dat we eruit geborgen worden. Hoe zeg je dat? Vanuit geborgen, ja. Ik ben blij dat er iemand is die er wel verstand van heeft hoe dat zit.⟨/p> ⟨p>Maar Paulus gebruikt trouwens een soortgelijk woord in de tweede Timoteüsbrief, waar hij zegt dat hij is gered vanuit de klauwen van de leeuw. Kijk, je moet het niet vergeten: daar is sprake van die draak en die heeft het erop gemunt. Die mannelijke zoon wordt daar uitgetrokken, uitgerukt. Weggegrist, ja. Nou, dan is hij dus vanuit de toorn weggerukt en dan begint inderdaad die grote verdrukking, die tijd van benauwdheid. Dus zo versta ik dat 'vanuit'. Dat geeft wel aan dat het inderdaad allemaal echt op het nippertje is. Dat verklaart dan ook weer dat woordje, die wegrukking, en dat gevaar en dat dreigende. Het is niet zomaar heel rustig op een lichte wolkenwagen. Nee, zeker niet.⟨/p> ⟨p>Goed, dat was 1 Thessalonika 4 en 5. De volgende keer... ik had de vorige keer gezegd dat het spectaculair wordt, want dan zou ik het over 2 Thessalonika 2 hebben, maar daar ben ik nog helemaal niet aan toegekomen. Dus u bent hier met misleidende woorden heen geloodst. Maar de volgende keer gaan we het er echt over hebben, want dan beginnen we gewoon met 2 Thessalonika 2. Over die weerhouder en over de afval, wat geen afval is. Wat bedoel ik daarmee? Op 9 november ga ik daar meer over vertellen.⟨/p> ⟨p>Dus, vrienden, ik stel voor dat we het daarbij laten. Ik wil nog afsluiten met een kort dankgebed en dan zeggen we elkaar gedag.⟨/p>