⟨h3 id="hoofdstuk-1" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="0" title="Speel af vanaf 00:00">▶ 00:00⟨/button> ⟨span>Johannes 9 en de Zeven Wondertekenen⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Vanavond gaan wij een nieuw hoofdstuk beginnen, hoofdstuk 9 van het Evangelie naar Johannes. Inmiddels is dit de negenentwintigste studie. Ik was niet van plan om vanavond, zoals ik dat meestal wel doe, even terug te blikken. Nou ja, dat is niet helemaal waar, want als ik begin met Johannes 9, dan wil ik daar even dit over gezegd hebben: het is de geschiedenis van de blindgeborene. Ook weer een lang hoofdstuk, niet zo lang als het vorige, maar toch 41 verzen. Vanavond zullen we niet heel veel in dat hoofdstuk bespreken, dat weet ik nu al, omdat we ook een excursie maken naar een wat ander onderwerp dat zich hier als het ware aandient. We blijven wel gewoon ter plaatse. Je hoeft je geen zorgen te maken over het feit dat je je zwemspullen niet hebt meegenomen, Margriet. Nee, dat moet ik rectificeren. Het zijn veel mooiere dingen joh, veel mooier. Dat noemen ze een excursus hè, gewoon eventjes een uitstapje naar aanleiding van vers 3 van Johannes 9. Daarover straks meer.⟨/p> ⟨p>Johannes 9 vermeldt de geschiedenis die we uitsluitend in het Johannes-evangelie aantreffen: die van de blindgeborene. Dat is het zesde teken dat we in dit evangelie aantreffen. In totaal vinden we zeven tekenen – hoe kan het ook anders in dit evangelie – zeven wondertekenen. Ik zeg het misschien niet helemaal juist, want er zit nog een appendix aan ook, maar daarover straks meer. Als het gaat over het leven van de Heer Jezus voor Zijn kruisiging, worden er zeven wondertekenen beschreven die Jezus gedaan heeft. De eerste is de bruiloft te Kana. Ook dat is een unieke geschiedenis die we alleen maar in het Johannes-evangelie aantreffen. Het wordt ook vermeld als zijnde 'het begin van Jezus’ tekenen' die Hij gedaan heeft. De bruiloft te Kana op de derde dag.⟨/p> ⟨p>Al die tekenen die we hier aantreffen... dat geldt in het algemeen voor de tekenen die Jezus gedaan heeft: het heet niet voor niets 'tekenen', wat simpelweg betekent dat het een betekenis heeft. Maar in hoge mate, in het kwadraat, geldt dat voor de wondertekenen die we vinden in het Johannes-evangelie. Die zijn heel diepgaand en alles heeft te maken met de onderbreking. Ik heb daar de vorige keer al even op gewezen: de onderbreking in de heilstijd. Dat wil zeggen: Israël dat tijdelijk terzijde is gesteld en waarmee God op Zijn tijd de draad weer gaat oppakken. En de tijd die daartussen ligt. De bruiloft te Kana was op de derde dag, dus daar gaan twee dagen aan vooraf. Ook dat fenomeen van twee dagen, dat de Heer dan bijvoorbeeld in Samaria is en de derde dag weer in Kana komt – dat is trouwens bij een andere gelegenheid – dat soort structuren vind je heel veel in het Johannes-evangelie.⟨/p> ⟨p>Afijn, het eerste wonderteken is wat Hij gedaan heeft in Kana. Het tweede teken staat in hoofdstuk 4: de genezing van de zoon van de hoveling, of van de koninklijke beambte. In Kapernaüm heeft dat wonderteken plaatsgevonden. Het derde teken vind je ook alleen maar in het Johannes-evangelie: de genezing van de man die achtendertig jaar lang ziek en verlamd was en zich daar bij het badwater van Bethesda bevond in Jeruzalem. Ook dat was een wonderteken dat plaatsvond op een sabbat; dat fenomeen vind je heel vaak. Dan in hoofdstuk 6 de spijziging van de vijfduizend. Dat is toevalligerwijs een wonderteken, een geschiedenis die je in alle vier de evangeliën aantreft. Dat is hoogst uitzonderlijk, maar dit is daar een voorbeeld van. U begrijpt, ik ga daar nu verder niet op in, ik wil alleen nog eventjes in herinnering roepen welke wondertekenen we zo op een rijtje kunnen noteren.⟨/p> ⟨p>De spijziging van de vijfduizend daar aan het meer van Galilea, op de hoogte, met die vijf gerstenbroden en twee visjes. Dan in datzelfde hoofdstuk nog de storm op het meer; een wonderteken dat daar pal op volgde in de nacht die daarop volgde, toen de Heer Jezus midden in de nacht en tijdens de storm tot hen kwam. En dan het zesde wonderteken, waar we het vanavond en de komende avonden over gaan hebben: de genezing van de blindgeborene. Overigens ook op een sabbat. Dat vinden we pas later in het hoofdstuk vermeld, maar dat blijkt toch een grote rol te spelen in de bekende en beruchte Joodse weerstand.⟨/p> ⟨p>Ten slotte het zevende wonderteken dat de Heer voor Zijn sterven heeft verricht: de opwekking van Lazarus in hoofdstuk 11. Meestal is het zo dat die wondertekenen de aanleiding zijn tot een dispuut of tot een toespraak waarin de Heer Jezus tekst en uitleg geeft over de betekenis van dat alles. De opwekking van Lazarus is overigens ook weer zo'n teken dat alleen maar in het Johannes-evangelie vermeld wordt. En dan de achtste, want die mag je wel meerekenen, maar die is van een andere orde. Die bevindt zich namelijk aan de andere kant van het graf, nadat de Heer Jezus is opgestaan uit de doden: het teken van de wonderbare visvangst. U weet wel, die honderddrieenvijftig grote vissen die gevangen waren. Een hele eigenaardige geschiedenis die ook alleen maar in het Johannes-evangelie wordt vermeld, in hoofdstuk 21.⟨/p> ⟨p>Dat is nummer acht. Als je een beetje verstand van typologie hebt – dat klinkt misschien wat hoogdravender dan ik het bedoel, maar ik bedoel: als je vaker aan dat fenomeen geroken hebt – dan weet je dat de acht inderdaad alles te maken heeft met een nieuw begin en met nieuw leven. Eigenlijk is het ook de vervulling van de drie. Dat vind ik ook altijd wel leuk, want de acht is eigenlijk een drie die gespiegeld is. Het is maar welke waarde je daaraan toekent, maar ik vind het opmerkelijk. Vanuit de Joodse gebruiken staat de acht sowieso karakteristiek voor de besnijdenis, wat ook weer nieuw leven is. Dit zijn de zeven wondertekenen, met de achtste als appendix als een nieuw begin. Ik was haast geneigd om het in muzikale termen te zeggen: het octaaf, dan krijg je weer een nieuw begin. Goed, dan beginnen we maar bij vers 1, zoals we dat altijd doen. Vers voor vers en zinsdeel voor zinsdeel gaan we het langs.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-2" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="515" title="Speel af vanaf 08:35">▶ 08:35⟨/button> ⟨span>Terwijl Hij Passeerde: Verleden, Heden en Toekomst⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En terwijl Hij passeerde. Dat is nou typisch zo’n manier van formuleren die de geschiedenis die zojuist heeft plaatsgevonden en zojuist beschreven is, koppelt aan de navolgende. Maar dat is niet alleen geschiedkundig zo, maar ook thematisch. Dat wil zeggen dat wat er beschreven staat en wat zojuist is toegelicht, alles te maken heeft met het navolgende. Terwijl Hij passeerde... u moet zich realiseren dat deze ene zin alles koppelt. Ik heb daarvoor een ketting getekend tussen hoofdstuk 8 en hoofdstuk 9. Het is eigenlijk de koppeling van verleden, heden en toekomst.⟨/p> ⟨p>In hoofdstuk 8 lees je dat Jezus verworpen wordt. Nergens is de sfeer tot dusver zo grimmig in Johannes 7 tot 11 als juist in hoofdstuk 8. In het laatste vers dat we de vorige keer hebben gelezen, zagen we wat er bedoeld wordt met "terwijl Hij passeerde". Want wat ging er dan aan vooraf? Nou, dan lazen we dit: "Zij pakten dan stenen op." Als iets duidelijk moet maken dat de sfeer grimmig was, dan is het dat wel. Zij pakten stenen op om op Hem te werpen. Jezus echter werd verborgen en kwam uit de tempel.⟨/p> ⟨p>Ik heb er toen op gewezen dat dit een type is van de tegenwoordige positie van Jezus Christus. Hij is verworpen door Zijn volk en Hij is nu verborgen voor de wereld — in zekere zin ook voor ons, want Hij wordt niet gezien. Let er trouwens op dat het in de passieve vorm staat: Hij werd verborgen. In de meeste vertalingen staat dat Hij Zich verborg, maar als je het in het Grieks bekijkt, zie je dat er echt een passief gebruikt wordt. Dat wil zeggen: Hij wérd verborgen. En dat is eigenlijk ook wat de positie van Jezus Christus vandaag typeert: God heeft Hem verborgen. Het wachten is op het moment dat Hij openbaar zal worden, onthuld zal worden; de openbaring. Hij is vandaag verborgen en binnenkort, de "derde dag" om zo te zeggen, wordt Hij geopenbaard. Maar nu is Hij verborgen en bevindt Hij Zich ook "buiten de legerplaats", buiten de tempel. Hij staat nu buiten de Joodse godsdienst. Ook dat is karakteristiek. Israël heeft Hem verworpen en staat terzijde. Hij staat daarbuiten en is verborgen. Dit typeert dus inderdaad Zijn tegenwoordige positie.⟨/p> ⟨p>Maar dat niet alleen. Vervolgens vind je in hoofdstuk 9 dat de Heer Jezus een man ziet die blind is vanaf zijn geboorte. Ik loop nu even op de zaken vooruit, maar die blinde man is een type van Israël. Het staat trouwens ook gewoon in dit Johannes-evangelie dat God hun ogen heeft gegeven om niet te zien; Hij heeft hun ogen en oren toegesloten. Waar die blinde man een uitbeelding van is — en dat blijkt uit het wonder wat met hem plaatsvond — typeert wat God met dit volk gaat doen.⟨/p> ⟨p>Israël is verblind, de Heer Jezus staat buiten en Hij is verborgen. Hij werd verworpen in het verleden; dit is Zijn tegenwoordige positie. Wat er vervolgens gaat gebeuren in de toekomst, is dat deze blinde man op een goddelijke wijze genezen wordt, op een goddelijk tijdstip: op de sabbat namelijk, op Gods tijd. Verleden, heden, toekomst. Ik geef deze dingen aan om duidelijk te maken dat wanneer er staat "en voorbijgaande zag Hij", dit niet alleen maar een verteltrant is om de geschiedenis weer te geven. Het is ook typologisch en thematisch. De onderwerpen die onder de oppervlakte liggen en naar voren gebracht worden, worden op deze wijze aan elkaar gekoppeld.⟨/p> ⟨p>Terwijl Hij passeerde, nam Hij een mens waar, blind vanuit geboorte. Hij nam een mens waar. Dan weet je al dat er iets bijzonders gaat gebeuren, want het is niet zomaar een vaststelling dat daar iemand ligt. Nee, Hij ziet hem echt zitten. Bij andere gelegenheden lees je dan ook dat Hij met ontferming bewogen werd. Hij nam een mens waar, blind vanuit geboorte. Ja, vanaf zijn geboorte, dat wil zeggen: bij zijn geboorte bleek hij al blind te zijn. Kennelijk was dat informatie die later verkregen werd en waar Johannes van op de hoogte was: dat deze aandoening al levenslang zijn deel was.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-3" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="922" title="Speel af vanaf 15:22">▶ 15:22⟨/button> ⟨span>De Tunnelvisie van de Discipelen: Wie Heeft Er Gezondigd?⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En dan lees je in vers 2: "en de discipelen vroegen hem, zeggende: Rabbi, wie zondigde?" De vooronderstelling in deze vraag is dat bij deze man die daar waargenomen wordt – die blind vanaf zijn geboorte is en zich dus in die toestand bevindt – er sprake moet zijn van zonde. Dat is wat de vraag veronderstelt: ziekte wordt veroorzaakt door zonde. ⟨em>Some way, somehow⟨/em>.⟨/p> ⟨p>En ze zeggen dat ook: "Wie zondigde?" Maar dat is trouwens altijd zo bij veronderstellingen: die kunnen heel suggestief worden. Meestal zijn ze dat ook. Als ik ter plekke een voorbeeld bedenk en vraag: "Wie heeft mijn auto gestolen? Die man, die man of die man?", dan is de veronderstelling dat mijn auto gestolen is. Welk antwoord je namelijk ook geeft, je geeft daarmee toe dat de auto gestolen is.⟨/p> ⟨p>De veronderstelling in deze vraag is – welke optie er ook genoemd wordt – dat zonde de reden is dat deze man is zoals hij is. Dat is wat de veronderstelling is, en dat kan ook een vorm van verblinding zijn, als we het er nu toch over hebben. Dan krijg je een soort kokervisie of tunnelvisie. Je hebt oogkleppen op en ziet niet eens meer dat er misschien ook nog wel eens heel andere verklaringen zijn. Ik zeg het er nu even bij, omdat dat straks ook inderdaad uit het antwoord van de Heer blijkt.⟨/p> ⟨p>Maar goed, zij gaan er op voorhand vanuit en dat is trouwens een algemeen godsdienstige uitleg. Dat zie je in allerlei stromingen, ook als we het even buiten de sfeer van het jodendom trekken; in het christendom, in de islam en in het algemeen wordt onheil, ziekte, lijden en pijn in verband gebracht met zonde. Ook in de perceptie en de opinie van de discipelen, van de leerlingen, is dat het geval: "Wie zondigde?" Laten we eerst de opties die zij vervolgens naar voren brengen eens bekijken: "Wie zondigde? Deze man zelf, of de ouders van hem?"⟨/p> ⟨p>Dat eerste, "deze man zelf", is toch een beetje een vreemd verhaal. Hoezo? Hoe kan deze man zelf de reden zijn? Hoe kan hij zelf gezondigd hebben waardoor hij vanaf zijn geboorte al blind is? Daar worden dan twee verklaringen voor gegeven. Dan zou het gaan om een prenatale zonde. Wij hebben de neiging om daar schouderophalend over te zeggen: "Hoe is dat nou toch mogelijk?" Hebben ze werkelijk gedacht dat je in de moederschoot al zou kunnen hebben gezondigd? Een prenatale straf?⟨/p> ⟨p>Zij vragen: "Heeft hij gezondigd?" Als het zijn zonde was, dan betekent dit dat hij al gezondigd zou moeten hebben vóór zijn geboorte, want hij was immers vanaf zijn geboorte blind. Toch? Ik heb daar trouwens wat meer over gelezen; er wordt over gespeculeerd. Men heeft dat bijvoorbeeld afgeleid uit het feit dat je in Genesis leest over de moederschoot van Rebekka. Zij had een tweeling in haar schoot en daar lees je dat zij tegen elkaar stieten. Esau zou daar voor de geboorte al als zo'n... hoe zal ik dat netjes zeggen? De uitdrukking is niet van mezelf, maar ik heb hem ooit eens opgevangen van Fons Jansen: die had het over "prenataal donderjagen". Maar kijk, eigenlijk is dat in de Bijbelse gedachte nog weer een heel complex ding.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-4" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1236" title="Speel af vanaf 20:36">▶ 20:36⟨/button> ⟨span>Excursie: Wanneer Wordt de Mens een Levende Ziel?⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Maar is de mens gewoon een zelfstandig wezen? Is hij een levende ziel vanaf zijn geboorte? Dat wil zeggen: vanaf het moment dat je ademt. Je leest in Genesis 2 vers 7 dat God de levensadem in de neus van de mens blies en alzo werd de mens een levende ziel. Strikt genomen maakt het leven voor de geboorte nog deel uit van het leven van de moeder. Pas vanaf het moment dat een mens geboren is, spreek je van een levend mens.⟨/p> ⟨p>Ik weet dat wat ik nu zeg, bijvoorbeeld in verband met de kwestie van abortus, omstreden is. Moeten we het daarover gaan hebben? Nou ja goed, als we het er dan toch over hebben: het gaat vooral over de vraag wanneer een mens een mens is. Deze excursie heb ik me trouwens helemaal niet voorgenomen, maar goed, ik roep hem wel zelf op. Dat geef ik direct toe. Wanneer is een mens nu werkelijk een mens? Een zelfstandig mens of, zogezegd, een levende ziel? Dat staat trouwens feitelijk helemaal los van de vraag rond abortus.⟨/p> ⟨p>Want je leest in de Bijbel over het moederschap, en dat is heel mooi. In het Hebreeuws is de woordkeuze alleen al zo bijzonder. Het Hebreeuwse woord voor de moederschoot is ⟨em>rechem⟨/em>, en dat is hetzelfde woord, of heeft dezelfde stam, als het woord voor ontferming. Als er één plaats is waar ontferming gevonden wordt, dan is het de moederschoot waar het nieuwe leven gekoesterd wordt. Er zitten hier moeders in ons midden en zij weten: dat is zo basaal. De moederliefde voor dat wat in de schoot groeit, hoe dat gekoesterd en ook beschermd wordt.⟨/p> ⟨p>Maar even een andere vraag: de vraag wanneer er sprake is van zelfstandig leven. Dan kan ik zeggen: daarvan is sprake wanneer het geboren is. Dat wil zeggen: wanneer de mens zelfstandig gaat ademen. Dan begint het leven. Dat is trouwens heel leuk: wij zeggen weleens dat het leven begint bij de veertig, en daarmee bedoelen we meestal dat het leven begint als je veertig jaar bent. Dat is natuurlijk onzin, maar het komt van origine van de gedachte dat het leven begint bij de veertig weken, de duur van de zwangerschap. Op het moment dat je geboren wordt na die veertig weken, dan ga je ademen en dan ga je leven. Trouwens, vanaf dat moment rekenen we ook de leeftijd. Je rekent niet vanaf de conceptie, je rekent logischerwijs vanaf de geboorte.⟨/p> ⟨p>Als ik zeg dat het zelfstandige leven van een mens begint bij de geboorte, dan bedoel ik daar helemaal niet mee te zeggen dat ik lichtvaardig over abortus denk. Een andere vraag is trouwens wel, hoe omstreden dat misschien ook mag zijn, of het inderdaad de status van een daad van moord heeft. Het is een aanslag op de moederschoot, maar of dat hetzelfde is als moord? Je leest in Exodus 21 over een geval zoals dat in de rechtspraak van Israël geregeld wordt. Ik zou het even na moeten kijken — ik zei al, dit is even een uitstapje — ja, Exodus 21 vers 22. Wanneer mannen vechten en een van hen stoot een zwangere vrouw, zodat haar vrucht afgaat maar zonder ander letsel, dan zal zeker een boete worden geëist nadat de man van die vrouw hem die oplegt; hij zal het volgens besluit van de rechters betalen. Maar indien er een ander letsel is, zult u geven: leven voor leven, oog voor oog, tand voor tand, hand voor hand, voet voor voet.⟨/p> ⟨p>Je leest daar dat als in zo'n geval zo'n vrouw zelf dodelijk getroffen zou worden, het geen moord is maar doodslag, omdat het per ongeluk is gebeurd. Maar in dit geval wordt het verlies van de vrucht niet aangerekend als doodslag. Als zo'n foetus of embryo wordt getroffen en de vrucht wordt afgedreven, dan is er feitelijk sprake van een abortus. Dat wordt in dit geval wel als een misdaad of een overtreding gerekend, maar niet als moord. Het is niet hetzelfde als wanneer die vrouw zelf dodelijk getroffen zou zijn. Precies, ik ben blij dat er een politieagent in ons midden zit die dat verschil precies weet. Daarin zie je dus dat de vrucht nog niet dezelfde status heeft als een geboren baby. Dat verschil wordt gemaakt. Hoezeer die ongeboren vrucht ook beschermd wordt en zich in de sfeer van ontferming beweegt, het is niet zo dat het al een zelfstandige ziel is. Nee, daarvan is pas sprake wanneer het gaat ademen. Alles wat adem heeft, dat leeft.⟨/p> ⟨p>Eigenlijk vind je het antwoord al bij de eerste keer dat de mens gecreëerd wordt. Wat maakt een mens een levende ziel? De levensadem in je neusgaten. Zolang het kind in de moederschoot is, is dat uiteraard een godswonder en is er leven, maar het is feitelijk nog het leven van de moeder. Wat betreft de opmerking over beademing: dan ben je in feite al niet zelf meer aan het ademen. Dat ben ik met u eens. Vroeger was het ook zo — ik heb het verhaal wel gelezen van iemand die veel genealogisch onderzoek deed — dat wanneer een kind geboren werd en maar vijf seconden had geademd, het een naam moest krijgen. Maar als het doodgeboren was, dan niet. Het leven werd dus echt gerekend vanaf het moment dat het kind ging ademen en daarvoor niet. Allerlei andere vragen daaromtrent over de beschermwaardigheid van het ongeboren leven gaan echt buiten dit kader om. Het ging mij eigenlijk vooral even om het punt: wanneer is de mens een levende ziel? En dan zeg ik: inderdaad wanneer je gaat ademen.⟨/p> ⟨p>Ik heb het mezelf aangedaan door dit zo ter sprake te brengen, maar het is in ieder geval goed om te overwegen. Ik wil er ook mee zeggen: wees voorzichtig met het geven van goedkope antwoorden. Het is heel makkelijk om te zeggen dat er sprake is van een levend wezen vanaf het moment dat de zaadcel en eicel bij elkaar gekomen zijn en de bevruchting heeft plaatsgevonden. Dan is er sprake van een levende ziel, zegt men dan. Dat is heel gemakkelijk om te zeggen, maar om dat Bijbels hard te maken, is een tweede punt. Denk er eens over na, zou ik zeggen. Afijn. De discipelen vroegen Hem: "Rabbi, wie zondigde: deze of zijn ouders, dat hij blind geboren zou worden?" Die zonde zou dus al voor de geboorte hebben plaatsgevonden, wat natuurlijk dwaas is.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-5" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1856" title="Speel af vanaf 30:56">▶ 30:56⟨/button> ⟨span>Onmogelijke Verklaringen: Pre-natale Zonde en Reïncarnatie⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Trouwens, er is nog een verklaring en daar ben ik recentelijk nog mee in aanraking gekomen. Dit vers werd ook als motief daarvoor aangevoerd: dat de discipelen zelf ook al uitgingen van reïncarnatie. Zij zouden dan zeggen: hoe kan deze man deze aandoening hebben? Nou, in een vorig leven; hij was gewoon gereïncarneerd. Ook daar zit trouwens een logica in. Als je er eenmaal van uitgaat dat er reïncarnatie is, dan is dit natuurlijk een verklaring. Maar het hele punt is: je vindt dat nergens in de Schrift, het hele idee van reïncarnatie. Dat je dus sterft en daarna weer opnieuw geboren wordt, weer vlees wordt. Re-incarnatie betekent letterlijk weer vlees worden; 'carn' heeft te maken met vlees.⟨/p> ⟨p>Men zegt bijvoorbeeld ook wel dat Johannes de Doper een reïncarnatie van Elia was, maar dat is niet waar. De Heer Jezus zegt het ook, en sterker nog, Johannes de Doper zegt het zelf. "Zijt gij Elia?" Hij zegt: "Nee, ik ben het niet." Later staat er ook: hij is gekomen in de geest en de kracht van Elia. Vandaar ook zijn kameelharen mantel en zijn hele optreden dat aan Elia herinnert. Misschien leeft het idee van reïncarnatie in het Jodendom, in het orthodoxe Jodendom is dat waar, maar in de Bijbel vind je dat niet. Een mens sterft en staat weer op. In Openbaring 20 vers 4 lees je over de periode voor de duizend jaren; daar is sprake van een eerste opstanding. En de overige doden werden niet wederlevend dan na de duizend jaren, dat wil zeggen bij de grote witte troon. Het is niet zo dat ze voortleefden in een ander persoon op aarde en weer reïncarneerden tot een andere ziel hier op aarde. Niets ervan. De doden worden levend, niet door reïncarnatie maar door opstanding.⟨/p> ⟨p>Tot die tijd zijn zij gewoon dood – of moet ik zeggen: doodgewoon dood. Dat betekent in de Bijbel een toestand van slaap, van niet weten. Dat zie je later ook in Johannes 11, als de Heer Jezus bij Lazarus komt en zegt: "Hij is niet dood, hij slaapt, en ik ga hem opwekken. Ik zal hem doen opstaan." De discipelen zeggen dat zo eventjes voor de vuist weg, en wij zijn daar nu vrij diep op ingegaan. Wat hebben zij bedoeld toen zij vroegen: "Wie heeft er gezondigd? Deze man zelf?" Zou die man in de moederschoot gezondigd hebben, of in een vorig leven? Beide is gewoon niet Bijbels.⟨/p> ⟨p>Dan is er nog de andere optie die ze noemen: "Of zijn ouders," waardoor hij blind geboren zou zijn. Als je denkt in termen van straf, dan is dat Bijbels gezien onmogelijk. Het Bijbelse principe is dat een ander nooit gestraft kan worden voor wat een ander gedaan heeft. Je leest in Ezechiël 18 vers 20 – laat ik het gewoon maar lezen: "De ziel die zondigt, die zal sterven. Een zoon zal niet mede de ongerechtigheid van de vader dragen, en een vader zal niet mede de ongerechtigheid van de zoon dragen. De gerechtigheid van de rechtvaardige zal alleen rusten op hemzelf en de goddeloosheid van de goddeloze zal alleen rusten op hemzelf." Met andere woorden: de zoon wordt niet datgene aangerekend wat de vader gedaan heeft. Dat is onbillijk, dat is niet rechtvaardig, en dat is niet zoals de Schrift daarover spreekt. Het is dus uitgesloten dat deze man gestraft zou worden voor iets wat zijn ouders hebben gedaan.⟨/p> ⟨p>Wat wel zou kunnen, is dat hij de gevolgen van de zonde draagt. Dit is allemaal nog voorafgaand aan het magistrale antwoord dat de Heer zelf heeft. Maar de vraag die zij voordragen, of de ouders van hem gezondigd zouden kunnen hebben: ja, dat is mogelijk in de zin dat hij de gevolgen zou dragen van de zonden die zij hebben gedaan. In feite zitten we allemaal in dat schuitje. Alle mensen zijn geboren stervelingen, alle mensen zijn geboren zondaren vanwege onze ouders – of beter gezegd onze verre voorouders, Adam en Eva. Ik spreek dan niet over erfzonde, maar dat doet nu even niet ter zake; het komt erop neer dat het genetisch bepaald is. Je bent gewoon van geboorte zo. Dat is geen keuze, dat is een nasleep.⟨/p> ⟨p>Zelfs als je het niet eens direct Bijbels maar gewoon op een aards vlak beschouwt, dan kun je daar zoveel voorbeelden van zien: dat mensen de gevolgen plukken van wat hun ouders of voorouders hebben gedaan. Denk maar aan foute medische ingrepen, of wat dacht u van seksueel overdraagbare aandoeningen, dat je met aids geboren wordt? Waarom? Vanwege je ouders. Dan draag je de gevolgen voor dat wat je ouders of voorouders hebben gedaan. Er zijn talloze voorbeelden; dat zou in principe natuurlijk wel kunnen.⟨/p> ⟨p>Maar wat ik nou zo geweldig vind – en daarom wil ik de rest van deze avond graag inzoomen op vers 3 – is het antwoord dat de Heer geeft. Probeert u het zich nog even concreet voor te stellen: ze lopen de tempel uit en zien daar een man liggen. Hij ligt meestal bij de ingang van de tempel, want dat was uiteraard een geliefde plaats voor bedelaars. Daar mag je immers wat barmhartigheid verwachten van mensen die de tempel ingaan of eruit komen. Ze zien een man liggen, blind vanaf zijn geboorte. Hij was al een volwassen man, dat lezen we later ook in het hoofdstuk; hij had de leeftijd en kon voor zichzelf spreken.⟨/p> ⟨p>De vraag van de discipelen is heel duidelijk: "Wie heeft er gezondigd? Hij of zijn ouders?" Wat zij daar ook precies bij gedacht hebben, weten we niet, maar die opties noemen ze. Wat bijzonder is, is dat zij meteen denken in termen van schuld. Dat stellen ze niet eens ter discussie; ze vragen zich alleen af wie er gezondigd heeft. Ze stellen niet ter discussie dat de zonde de reden zou zijn van het feit dat deze man blind geboren is. Dat moet wel, zo redeneren zij, dat is altijd zo. Het gangbare godsdienstige antwoord is heel herkenbaar als je het boek Job leest, wat eigenlijk ook gaat over het leed in de wereld en de vraag naar het 'waarom' – in dat geval alles wat Job overkwam. Lees maar na wat de vrienden van Job dan zeggen: altijd brengen ze het in relatie met wat hij gedaan zou hebben of wat er in het voorgeslacht gebeurd zou zijn. Altijd wordt er gezocht naar fouten en zonde die een mens begaan zou hebben om een verklaring te bieden. Het bijzondere van het antwoord dat de Heer geeft, is dat Hij daar volkomen aan voorbijgaat.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-6" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2394" title="Speel af vanaf 39:54">▶ 39:54⟨/button> ⟨span>Het Magistrale Antwoord: de Werken van God Geopenbaard⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Vers 3 vind ik zo magistraal. Het gaat hier over een concreet geval, maar het is tegelijk een universeel antwoord op de vraag: waarom? Waarom dat leed, dat onschuldige leed? Want dat is hier eigenlijk aan de orde: een man die vanaf zijn geboorte blind was en er dus helemaal niets aan kon doen. Waarom lijdt hij dan? Hoe komt dat?⟨/p> ⟨p>Dan zegt de Heer Jezus: "Noch deze zondigde, noch de ouders van hem." Dat wil zeggen: als verklaring waarom die man blind geboren was. Het gaat er niet om dat de Heer Jezus ontkent dat deze man ooit gezondigd heeft, of dat zijn ouders niet zouden hebben gezondigd. Uiteraard niet; alle mensen zijn zondaren, dus deze blindgeborene en zijn ouders ook. Maar dat was geen verklaring voor de situatie, terwijl dat wel de vraag was: wat is de verklaring waarom deze blind geboren is? De Heer zegt: noch vanwege deze, die gezondigd zou hebben, noch vanwege de ouders van hem. Dat is niet aan de orde.⟨/p> ⟨p>Maar wat dan wel? De werken van God zouden in hem openbaar gemaakt worden. Zie daar. Let trouwens op: er staat hier 'God', maar in het Grieks staat er een bepaald lidwoord: de God. Op het moment dat er 'de God' staat, ben ik in het Nederlands geneigd — ik heb me die gewoonte eigen gemaakt — om GOD met allemaal hoofdletters te schrijven. Daarmee geef ik aan dat het gaat om Degene die werkelijk God is. Vooral als je weet wat het woord God betekent in het Grieks, de taal waarin Johannes dit heeft opgetekend: ⟨em>Theos⟨/em>, de Plaatser. De werken van de Plaatser.⟨/p> ⟨p>Kijk wat de Heer Jezus zegt. Deze man werd niet genezen omdat hij blind was. Nee, deze man was blind opdat hij genezen zou worden. Ziet u dat? Dat is iets heel anders; dat is een ander antwoord. Waarom was deze man blind? Opdat hij genezen zou worden, want dat blijken in dit geval de werken van God te zijn. Gods werken zouden openbaar worden, en daarom was deze man nu al — laten we aannemen — twintig, dertig, misschien wel veertig of vijftig jaar blind. Hij was gehandicapt en hij was een bedelaar. Wat een trieste ervaring.⟨/p> ⟨p>Dat geeft mij de gelegenheid om de excurs te maken waar ik het over wilde hebben. Voordat we deze studie begonnen, hadden we het al even over moeilijke woorden en hun afleidingen.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-7" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2586" title="Speel af vanaf 43:06">▶ 43:06⟨/button> ⟨span>De Theodicee: de Rechtvaardiging van God in het Lijden⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Dit is een theologisch begrip, althans, in de theologie is het vooral een bekend begrip en dat heet de theodicee. Het vraagstuk van de theodicee. Dat is een boeiend woord, want het woord 'theo' of 'theos' komt van God – denk maar aan 'theologie'. En 'dicee' komt van het Griekse woord ⟨em>diké⟨/em>. Dat betekent recht of rechtvaardiging en alle woorden die daarmee verband houden. Dus het vraagstuk van de theodicee is de rechtvaardiging van God.⟨/p> ⟨p>Wat bedoelt men daarmee? Daarmee bedoelt men deze vraag: hoe kan God almachtig zijn? Want als Hij niet almachtig is, is Hij dan werkelijk God? Hoe kan God almachtig én goed zijn als er kwaad in de wereld is? Dat wil zeggen: lijden, zonde, leed, moeite, ellende, dood en pijn. Noem maar op. Hoe kan een goede God die almachtig is aan het kwaad een plaats geven? Hoe rechtvaardigt God Zich daarin?⟨/p> ⟨p>Ik formuleer de vraag nu correct: hoe rechtvaardigt God Zich erin? Want de vraag is niet hoe wij God rechtvaardigen. Je kunt van alles bedenken om God te rechtvaardigen, maar trouwens, ik denk bij mezelf: alsof God aan ons sowieso verantwoordingsschuldig is. Hij is God. Als we hier al antwoord op krijgen of hebben en met zekerheid daarover kunnen spreken, dan is dat omdat de Schrift dat antwoord geeft. Omdat de Schrift licht werpt op deze vraag.⟨/p> ⟨p>Dit is zo'n enorm prangende vraag. Ik weet niet op welk niveau u dan denkt, maar u komt er vroeg of laat mee in aanraking. Hoe kan God werkelijk almachtig en goed zijn en dit leed, het lijden in het algemeen, het kwaad een plaats geven? Feitelijk is het zo dat de mens vervreemd is van God. De mens is vijandig ten opzichte van God. Vraag het maar aan uw buurman of uw collega's; u krijgt altijd te horen als u over God begint: "Als Hij er is, waarom dan dit?" Meestal heeft het te maken met een concrete ervaring. Als je het wat grootser bekijkt, zie je het misschien in een abstracter perspectief, maar de vraag dringt zich op: hoe kan God dat doen?⟨/p> ⟨p>Natuurlijk kun je de vraag wegwuiven en zeggen: "Wie zijn wij om God ter verantwoording te roepen?" Dat is trouwens heel goed, maar het is geen antwoord op de vraag. Wat zou er mooier zijn dan wanneer God Zelf licht geeft over deze dingen? Daarom vind ik vers 3 van Johannes 9 zo geweldig mooi. Ik stelde voor dat we eerst even pauzeerden en dat we er daarna dieper op in zouden gaan. Wij gaan nu verder met deze hele belangrijke vraag van de theodicee.⟨/p> ⟨p>Ik ben zo blij dat de discipelen deze vraag hebben gesteld en ik ben zo verschrikkelijk blij met het feit dat de Heer Jezus zo'n schitterend antwoord geeft. Want het blijkt dus, zoals dat met een mooi woord heet, exemplarisch te zijn voor heel het probleem van het kwaad in de wereld. De Heer Jezus passeert het menselijk falen, ongeacht wie deze man zelf was geweest – in welke vorm dan ook, dat doet er even niet toe – of dat van zijn ouders. Het gaat niet om de mens, ook niet om het falen van de mens of de zonde, maar het zijn de werken van God die in hem openbaar zouden worden. Opdat de werken van God geopenbaard zouden worden in hem.⟨/p> ⟨p>Dat moest op dat moment nog gebeuren. Met andere woorden: totdat die werken van God in hem openbaar worden, is het antwoord er niet. Of laat ik het goed zeggen: het antwoord is er wel, maar het is nog niet openbaar. Dat is meteen een heel belangrijk punt. Neem het kwaad, in dit geval deze man die vanaf zijn geboorte blind is. Hij had er geen aandeel in; hij was onschuldig aan zijn blindheid. Het kwaad was noodzakelijk. Hoezo noodzakelijk? Wel, opdat de werken van God in hem openbaar zouden worden.⟨/p> ⟨p>Dat was nog steeds niet gebeurd. Tientallen jaren had deze man geleden onder zijn blindheid en misschien anderen ook nog wel met hem. In ieder geval was daar leed, moeite, verdriet en een handicap. Het was kwaad. De zonde was echter niet de reden, maar het feit dat de werken van God in hem openbaar gemaakt zouden worden. Het was noodzakelijk, en dat is meteen een heel belangrijk onderwerp. Het kwaad dat er is, is noodzakelijk kwaad.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-8" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2951" title="Speel af vanaf 49:11">▶ 49:11⟨/button> ⟨span>De Noodzakelijke Contrastfunctie van het Kwaad⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Wat we hier ook zien, is dat het kwaad een contrastfunctie heeft; ik zal het uitleggen. Het kwaad heeft de functie om iets duidelijk te maken, om iets openbaar te maken. Laat ik een voorbeeld geven. Wat lees je in het tekstvak op de dia? Je zou zeggen: niets. Maar dat is niet waar. Er staat hier echt een tekst, en sterker nog, het is een geweldige tekst. Alleen kun je het niet zien. Het kan alleen maar geopenbaard worden, openbaar gemaakt worden, door contrast. Nu zie ik hetzelfde diaatje, maar het enige wat ik nu veranderd heb, is de achtergrondkleur. Hier is het wit en daardoor zie je deze tekst niet. Alleen door een donkere achtergrond te geven, wordt de boodschap pas helder. Zonder die donkere achtergrond zie je dit licht en de boodschap daarvan niet; het wordt alleen maar openbaar door dat contrast.⟨/p> ⟨p>Dat principe is universeel. Laat ik meteen de meest basale noemen: zonder kennis van kwaad bestaat er geen kennis van God. Dat verzin ik niet, dat staat er meteen al. De eerste keer dat er in de Bijbel over kwaad gesproken wordt, is dat in verband met de beschrijving van de boom van kennis van goed en kwaad. Wij denken meestal dat Adam en Eva door te eten van deze verboden vrucht kennis van kwaad kregen. Dat is ook zo, maar ze kregen daardoor ook kennis van God. Je kunt zeggen: "Maar ze hadden het toch goed?", maar ze wisten het niet, ze hadden geen kennis van God. Ze waren zich daar niet van bewust. Het goede leer je pas kennen in contrast met het kwaad.⟨/p> ⟨p>Dat is een universele ervaring die iedereen kent. Een heleboel dingen ga je pas waarderen, ga je pas echt de waarde van inzien, juist door het contrast, doordat je het mist. Dat is heel hard; ik bedoel dat kwaad ook niet goed te praten, maar het heeft de functie om het goede zichtbaar te maken. We kunnen er vele voorbeelden van geven. Zonder ziekte bestaat er geen genezing. In dit geval is dat heel duidelijk: deze man kon alleen maar genezen worden als hij eerst blind was. En dat geldt eigenlijk voor alle eigenschappen, voor alle dingen die werkelijk goed zijn, waar wij waarde aan toekennen en waarvan we zeggen: dat geeft het leven werkelijk zin, inhoud en echte waarde. Dat leer je kennen juist tegen die donkere achtergrond. Dat kwaad is dus noodzakelijk.⟨/p> ⟨p>Zonder ellende bestaat er geen ontferming. Want ontferming bestaat alleen als je je ontfermt over iemand die zich in deerniswekkende omstandigheden bevindt. We zouden God als Ontfermer nooit hebben leren kennen als wij niet in de ellende en in de shit zouden hebben gezeten. Dat zeg ik nu misschien niet netjes, maar zo is het toch? Zonder lijden is er geen liefde. Dat klinkt wat cryptisch als ik er 'tweemaal passie' achter zet, maar ik bedoel daarmee dit: het woord voor lijden is passie. Passie heeft eigenlijk twee betekenissen. Allereerst die van lijden – denk maar aan een passiebloem, een lijdensbloem. Maar we weten ook allemaal dat passie een ander woord is voor liefde. Daar zit een hele diepe gedachte achter: liefde wordt zichtbaar door lijden. Kun je je een liefdesverhaal of een roman voorstellen zonder lijden, zonder moeite, zonder scheiding of narigheid? Nee toch? Elk mooi verhaal heeft een happy end, dat is ook zo, maar elk mooi verhaal heeft ook lijden nodig, heeft kwaad nodig om überhaupt een mooi verhaal te worden. Hoe kun je bewijzen dat je van iemand houdt als de omstandigheden altijd voorspoedig zouden zijn? Dan kun je dat nooit bewijzen. Dan is die liefde altijd goedkoop, want het kost je namelijk niks. Pas als er ellende is, of als er echt misdaden tegen je gedaan zijn, of als jou kwaad berokkend is, dán kun je bewijzen dat je van de ander houdt.⟨/p> ⟨p>Zonder dood bestaat er natuurlijk geen levendmaking. Eigenlijk is de grootste waarheid van de hele Schrift dat de dood wordt overwonnen, maar dat kan alleen maar als die donkere achtergrond van de dood daar is. Zonder schuld is er geen vergeving. God bewijst Zijn liefde juist doordat Hij zelfs het grootste kwaad dat Hem is aangedaan, vergeeft. Dan kun je pas echt je hart tonen. Zonder zonde bestaat er geen rechtvaardiging, zonder vijandschap geen verzoening. Ziet u het? Genezing, ontferming, liefde, levendmaking, vergeving, rechtvaardiging, verzoening... al die schitterende juwelen van het Bijbelse goede bericht schitteren alleen maar tegen deze achtergrond van kwaad, ziekte, ellende, lijden, dood, schuld, zonde en vijandschap. Zonder deze donkere eigenschappen en achtergronden zouden deze juwelen niet eens bestaan; je zou ze niet kennen. En zonder verlorenheid is er geen redding.⟨/p> ⟨p>Ik hoef ze niet allemaal uit te leggen, het is bekend. Ik vind het ook heel mooi dat elke kunstenaar – of het nu een filmmaker, een scenarioschrijver, een schilder, een fotograaf of een muzikant is – gebruikmaakt van contrast. Zonder contrast kun je namelijk niks zichtbaar maken of uitdrukken. Hoe zou dat dan zijn met de grote Artiest, de grote Schepper, de Creator van alles? Hij heeft dit principe in heel Zijn schepping uitgedrukt: de waarheid van contrast waardoor dingen zichtbaar worden, waardoor dingen geopenbaard worden. Dat doet de Schepper zelf ook; het is karakteristiek voor Zijn werkwijze. Hoe wordt het goede zichtbaar? Het maakt niet uit wat je onder dat goede verstaat – ik geef hier een aantal voorbeelden, maar de rij is veel langer te maken – het kan nooit zichtbaar worden zonder die donkere achtergrond, zonder dat noodzakelijke kwaad.⟨/p> ⟨p>Ik moet u zeggen: dat vind ik zo geweldig. De Schepper weet wat Hij doet. Hij is aan niemand verantwoording schuldig. Hoe kan een almachtig en goed God het kwaad een plaats geven? Antwoord: omdat het noodzakelijk is om het beste zichtbaar te maken. Dat is geen specifiek antwoord op concrete individuele gevalletjes van "ja, maar waarom dit nou?", maar het is "opdat de werken van God openbaar gemaakt zouden worden". Dat betekent dus dat Gods werk volmaakt is. Het is niet een kwestie van dat het fout is gegaan. Want dat is natuurlijk wat de standaardtheologie zegt. Hoe komt het dat er kwaad is in de wereld? Dan zegt men: "Nou ja, er is nog een andere verklaring." Laat ik die eerst even noemen, maar die serveer ik meteen heel gauw af: God is zelf ook niet bij machte om daar wat aan te doen; Hij staat erbij en kijkt ernaar.⟨/p> ⟨p>Ik heb ooit een boek gelezen van Harold Kushner, een Joodse rabbijn uit New York: ⟨em>Als het kwaad goede mensen treft⟨/em>. Hij zegt: "God lijdt mee." En dat is dan zijn 'goede bericht': God lijdt mee. Dan denk je: dat is toch geweldig dat God met Zijn schepping meelijdt? Ja, maar dan heb ik geen God meer als Hij alleen maar meelijdt en de boel zelf niet onder controle heeft. Dan is Hij misschien goed en liefhebbend, maar geen God. Want Hij heeft de boel, als ik het even zo plat mag zeggen, niet onder controle.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-9" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3624" title="Speel af vanaf 01:00:24">▶ 01:00:24⟨/button> ⟨span>De Schepping Is Door God aan de Ijdelheid Onderschikt⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Het gebruikelijke en gangbare theologische antwoord is dat het kwaad in de wereld is gekomen doordat de mens of het schepsel daarvoor heeft gekozen. Want meestal, als je het nog weer verder redeneert – niet alleen de mens, want voordat de mens at van de verboden vrucht, was daar al sprake van een slang – vraagt men: hoe kwam dat dan? Men zegt dan dat het komt omdat de duivel gevallen is. Nergens vind je dat in de Bijbel hoor, over een val van Satan. Jawel, dat Satan valt, maar dat is pas in de toekomst, wanneer hij uit de hemel geworpen wordt. Maar dat hij ooit begon als een goede engel en toen is gevallen... dat wordt allemaal wel beweerd, maar het staat er niet. De Bijbel zegt gewoon: God heeft een slang gecreëerd. Men zegt: in de schepping is kwaad en dat komt door het schepsel zelf; het schepsel heeft ervoor gekozen.⟨/p> ⟨p>Nee, zegt Paulus, en dan gaan we naar Romeinen 8. Want de schepping werd aan de ijdelheid onderschikt. De ijdelheid is de vergankelijkheid. Dat blijkt ook uit het volgende vers, want feitelijk is dat het grote probleem: de dingen gaan stuk, de dingen vergaan. Ze zijn dus vergankelijk en sterfelijk, en dat hele proces ernaartoe is er een van lijden. Hoe komt dat nou? De schepping werd aan de vergankelijkheid of aan de ijdelheid onderschikt, en er staat bij: niet vrijwillig, maar om Hem die haar daaraan ondergeschikt heeft. Let op: niet vrijwillig. Dat betekent dus dat dit niet door de keuze van het schepsel zelf is gebeurd. Het is dus niet zo dat de wereld aan de ijdelheid is onderworpen omdat het schepsel daar vrijwillig voor gekozen heeft. Nee, zegt Paulus, dat is niet vanwege de schepping zelf of het schepsel dat daarvoor gekozen zou hebben, maar dat is vanwege Hem die haar daaraan heeft onderschikt. Dat is dus niet de schepping zelf; dat is de Schepper.⟨/p> ⟨p>Maar let op: dit gebeurde op hoop, met verwachting, omdat ook de schepping zelf bevrijd zal worden van de slavernij van de vergankelijkheid. Dat is die ijdelheid waar het aan onderworpen is; het zit eraan vast. Het is een slavernij van vergankelijkheid; elk schepsel zit vast aan en is gevangen in vergankelijkheid. Er is geen ontkomen aan. De Schepper heeft de wereld daaraan onderschikt, maar dat is met uitzicht. De werken van God moeten geopenbaard worden in haar. En dan zal de schepping zelf bevrijd worden van de slavernij van de vergankelijkheid tot de vrijheid van de heerlijkheid van de kinderen van God.⟨/p> ⟨p>Het gaat nog verder, maar het gaat me nu vooral even om dit punt. Hoe komt het nou dat de schepping aan de ijdelheid is onderworpen? Wel, dat is vanwege Hem die haar daaraan onderschikt heeft. Hij heeft namelijk een plan. Er is dus – en dat is het allermooiste – nooit iets misgegaan. De mens is onhoorzaam geweest, de slang heeft God tegengesproken enzovoorts, maar nooit valt er iets buiten Gods plan om. Dat betekent dus dat alles volmaakt in Zijn hand is en alles volmaakt onder Zijn controle staat.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-10" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3844" title="Speel af vanaf 01:04:04">▶ 01:04:04⟨/button> ⟨span>Eerst het Zielse (adam), Daarna het Geestelijke (christus)⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Ik neem u nu mee naar 1 Korinthe 15. Dat is het hoofdstuk bij uitstek waar gesproken wordt over de waarheid van de opstanding en de betekenis daarvan. Lees het met me mee; dan gaat het over Adam. Paulus zegt in vers 45: "Zo is het geschreven, de eerste mens, Adam, werd tot een levende ziel." Nou, daar hadden we het eigenlijk al even over: wanneer de mens een levende ziel werd, namelijk toen hij de levensadem in zijn neus kreeg. Paulus vervolgt: "De eerste mens, Adam, werd tot een levende ziel; de laatste Adam tot een levendmakende geest." Maar, zegt Paulus: "Niet het geestelijke komt eerst, maar het zielse. Vervolgens het geestelijke."⟨/p> ⟨p>Let eens op wat hier staat. Toen God Adam schiep, was dat niet het definitieve? Nee, het was het eerste. Het moest eerst het zielse zijn, ziels en daarmee ook het vergankelijke. Adam werd geschapen met het oog op de laatste Adam. Dus het feit dat Adam een sterveling werd, was niet buiten Gods plan. Nee, dat was het plan. Waarom? Omdat God, toen Hij Adam formeerde uit de aarde en van hem een levende ziel maakte, dat deed met het oog op de laatste Adam.⟨/p> ⟨p>Weet u wat ik daar geweldig aan vind? Adam nam de hele mensheid mee. Waarom zijn wij zondaren en stervelingen, al die miljarden mensen? Dat is omdat Adam onze voorvader is. We komen uit zijn lendenen voort, om het zo te zeggen. Adam, de mens; dat is eigenlijk wat het Hebreeuwse woord ook betekent. Maar Christus heet de laatste Adam. En waarom heet Hij Adam? Omdat Hij net zo de hele mensheid omvat en omsluit. Zoals in Adam allen sterven, zo zullen in Christus allen worden levend gemaakt. Alle mensen. In Romeinen 5 zegt Paulus dat ook. Dat is zo basaal. Dat heeft dus niets te maken met wat wij gedaan hebben. Nee, dat heeft te maken met het feit dat we stervelingen zijn omdat we in Adam zijn. En we hebben verwachting omdat daar een laatste Adam is.⟨/p> ⟨p>Trouwens, let op: het is niet de 'tweede Adam', hoewel ik die uitdrukking nog wel eens hoor. De tweede Adam? Nee, het is de laatste Adam. Hij is ook de tweede trouwens – de tweede mens – maar het mooie is dat Hij de laatste Adam heet. Er komt geen derde. Want kijk, je zou kunnen zeggen: als het met de eerste Adam mis kon gaan – wat helemaal niet het geval is, want God had meteen de eerste, waarmee al gezegd is dat er een volgende komt; als er geen eerste is, is er ook geen sprake van een volgende – maar Hij is de laatste Adam, dat wil zeggen: Hij is de definitieve. Dat is heel logisch, want in Hem wordt de onvergankelijkheid werkelijkheid en dat gaat niet voorbij. Vandaar dat Hij de laatste is, de definitieve versie.⟨/p> ⟨p>Adam is dus eigenlijk, als ik het even in computertermen zeg, een demoversie. Een versie met beperkte mogelijkheden. Het gaat om de laatste, de definitieve. Adam is slechts een type. Daarmee bedoel ik: hij is niet de definitieve, dat is de laatste Adam. En Paulus beschrijft: niet het geestelijke komt eerst. God heeft heel bewust niet meteen de laatste Adam gebracht. Nee, eerst het zielse, eerst Adam, en daarna vervolgens het geestelijke. In het Grieks staat hier het 'psychische', van ⟨em>psyche⟨/em>. In sommige vertalingen staat 'het natuurlijke', maar er staat gewoon het psychische, eigenlijk het zielse. En het geestelijke is het 'pneumatische'. Het ene heeft te maken met sterfelijkheid, met bloed trouwens ook, en dit heeft alles te maken met adem en met leven. Ook weer dat contrast.⟨/p> ⟨p>Adam was dus al het hoofd van een vergankelijk mens. Adam was zielsvergankelijk. Ja... precies, toch wel, sorry. Ik praatte voor mijn beurt, neem me niet kwalijk, Frans. Adam was zielsvergankelijk zoals hij gemaakt is. Ik weet dat men meestal zegt dat hij dat werd doordat hij at van de verboden vrucht. Nee, hij werd toen stervende. Zo staat het er. Waarom? Omdat hij geen toegang meer had tot het geboomte van het leven. De toegang werd hem ontzegd en zo ging hij dood. Zo is de dood de wereld ingekomen. Maar dat bevestigt slechts dat Adam al een sterveling was, een vergankelijk mens. Alleen door te eten van het geboomte van het leven kon hij in leven blijven. Dat is waar.⟨/p> ⟨p>Door te eten van die boom van kennis, die verboden vrucht, kreeg hij kennis van kwaad, maar juist daardoor ook kennis van God. Het moest zo gaan. Dat is wat ik bedoel te zeggen. Dat wil zeggen: Adam overtrad, hij ging in tegen Gods woord, absoluut. Daar doe ik niets aan af. Maar ik doe er ook niets aan af dat het allemaal in het plan van God gelegen is. En dat blijkt uit het feit dat Adam ziels was. Het ging God, toen Hij Adam formeerde, om de laatste Adam. Dus feitelijk was de laatste Adam er eerder in Gods gedachten. Adam werd ook geschapen naar het beeld van God. En wie is het beeld van God? Dat is de laatste Adam, de opgewekte Christus. Toen God Adam schiep, had Hij de opgewekte Christus al in gedachten, degene die uit de dood is opgestaan. Eerst het zielse, daarna het geestelijke. Dat is de volgorde.⟨/p> ⟨p>Bedoel je voor Zijn geboorte? Oh, wacht even, dat is een onderwerp waar we ons bij eerdere gelegenheden al uitgebreid mee bezig hebben gehouden. Het is namelijk juist een belangrijk onderwerp in het Johannesevangelie: het voorbestaan van de Heer Jezus. Ik kan er nu alleen dit van zeggen, en dan spreek ik Johannes na: Hij was het Woord. In het begin was het Woord. Het Woord is vlees geworden. Wat dat precies betekent, is een andere vraag, maar daar hebben we het bij gelegenheid al vrij uitgebreid over gehad.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-11" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4322" title="Speel af vanaf 01:12:02">▶ 01:12:02⟨/button> ⟨span>Gods Perfecte Ontwerp Was Vanaf het Begin Vergankelijk⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>De wereld van Genesis 1 – want dat is wat men vaak zegt: "Er staat toch dat het zeer goed was?" Jazeker, het was ook zeer goed, maar het was nog niet af. Het is allemaal werk in uitvoering. Dus ook de schepping van Genesis 1 was vergankelijk. Dat is het eerste wat je leest. En los van de vraag – want ik weet wel dat men vaak zegt dat de toestand van "woest en ledig" komt door de val van Satan – neem van mij aan dat dit er allemaal niet staat.⟨/p> ⟨p>Adam werd geplaatst op de aarde, maar in een hof. Dat wordt vaak heel idyllisch voorgesteld en natuurlijk was het zeer goed, maar niet zoals men het vaak presenteert: als een onvergankelijke schepping. Adam werd in de hof geplaatst, maar hij is daarbuiten gemaakt. Hij moest die hof bouwen, wat wil zeggen: uitbouwen. Die hof moest groter worden. En hij moest hem ook bewaren. Dat houdt in dat die hof kennelijk de neiging had om achteruit te gaan, anders hoef je hem niet te bewaren.⟨/p> ⟨p>Ik realiseer me dat ik vanavond veel dingen naar voren breng die nogal controversieel zijn, maar God schiep ook de vleeseters naar hun aard. Dat staat er toch? Ik lees over de leeuw; in het Hebreeuws is dat de ⟨em>arjeh⟨/em>. Dat woord is eigenlijk afgeleid van "gewelddadig plukken". Of de adelaar, het Hebreeuwse woord ⟨em>nesher⟨/em>, dat "scheuren" of "verscheuren" betekent. Hij schiep een spin die een web maakt om vliegjes te vangen, Hij schiep de inktvissen met hun armen om een prooi te maken, de piranha's, enzovoort.⟨/p> ⟨p>Dit is mijn probleem met het gangbare creationisme. Met heel mijn hart geloof ik dat God de wereld geschapen heeft, absoluut. Maar het idee dat alles onvergankelijk was en dat de schepping pas door de daad van de mens vergankelijk werd, daar geloof ik helemaal niets van. De wereld was vergankelijk. Adam was een levende ziel, maar hij was degelijk ook vergankelijk. Heel de schepping was al vergankelijk ⟨em>by design⟨/em>. Dat was het ontwerp. Dat is geen ontwerpfout; dat was juist precies de bedoeling.⟨/p> ⟨p>Tegen de mens wordt gezegd, wanneer hij in de hof geplaatst wordt: "Je zal van die boom niet eten, want dan zul je stervende sterven." Adam heeft zich niet afgevraagd: "Hè? Sterven? Wat is dat?" Nee, hij was geplaatst in een vergankelijke schepping. Hij wist wat het was en hij wist ook wat de consequenties zouden zijn als hij inderdaad zou doen wat God verboden had. Trouwens, feitelijk werd hij door die wet die hem gegeven werd al geprikkeld tot de zonde. De wet is de prikkel van de zonde, zegt de Schrift. We weten toch allemaal hoe dat werkt? Op het moment dat je iemand iets verbiedt, dan prikkel je juist de gedachte daaraan.⟨/p> ⟨p>Ging het toen fout? Nee, dat ging helemaal niet fout. Hoe meer ik hierover nadenk, hoe meer ik denk: wauw, wat geweldig dat God het allemaal zo keurig in handen heeft en dat het allemaal naar Zijn plannen verloopt. Het is allemaal Zijn ontwerp. Wij denken vaak dat we het ontwerp alleen zien in het mooie, maar het design zit net zo goed in het kwaad – en misschien nog wel veel meer. Alleen wordt dat pas openbaar gedurende het proces.⟨/p> ⟨p>Dat is ook een boeiende: nadat de mens gegeten had van de verboden vrucht, werden Adam en Eva zich ineens gewaar dat ze naakt waren. Het lichtpak wat zij aanhadden – ik ga het nu niet helemaal uitleggen – was weg; ineens stonden ze met recht in hun blootje. Het eerste wat zij vervolgens van God hoorden, was: "Adam, waar ben je?" God zocht hen op. In die eerste vraag kon Adam zich al realiseren: God zoekt ons op. Het eerste mensenpaar is zich bewust geweest: God zoekt ons op, ondanks wat wij gedaan hebben. Ze waren zich zojuist bewust geworden van het kwaad, maar juist nu kregen ze ook kennis van God, namelijk van een God die liefheeft en die meteen Zijn belofte gaf. Daardoor kwamen ze inderdaad in aanraking met Gods barmhartigheid en hoe ver die gaat.⟨/p> ⟨p>Tegen de mens wordt gezegd: "Jullie zullen totdat je terugkeert tot de aardbodem..." of "totdat gij wederkeert tot de aarde, dewijl gij daaruit genomen bent." In modern Nederlands: je zal weer tot de aarde terugkeren. Waarom? Omdat je daaruit genomen bent. Je bent aards en daarom keer je ook weer terug tot de aarde. Wij zeggen vaak dat dit kwam omdat hij at van een verboden vrucht, maar waarom at hij daar dan van? Je kunt die vraag steeds weer opschuiven.⟨/p> ⟨p>Adam werd geroepen en zei: "Ja, ik heb gegeten van die verboden vrucht," maar vervolgens zei hij: "Dat deed ik niet, de vrouw die U mij gegeven heeft deed het." En die vrouw zei vervolgens: "Ja, maar dat is die slang." Zo kun je altijd maar doorgaan, maar uiteindelijk kom je toch bij een eerste oorzaak uit. Hoe je het ook wendt of keert: er is maar één Schepper. Hij is de grote Creator en Hij maakt geen fouten. Ook als Hij het kwaad maakt of de slang formeert, dan maakt Hij geen fout. Men zegt meestal dat het is misgegaan en dat het niet Gods bedoeling was dat de mens zou zondigen. Men zegt dat om God schoon te praten of vrij te pleiten, maar feitelijk beticht je Hem daarmee van zonde. Dan zou Hij een misser hebben gemaakt. Alsof Hij de schepping maakte met de bedoeling dat alles goed zou gaan en dat er naar Hem geluisterd zou worden, maar dat het misging.⟨/p> ⟨p>Op het moment dat je dat zegt, heeft God een fout gemaakt. Heeft de Schepper iets gedaan wat Hij van tevoren niet wist? De theologie komt daar echt niet uit. Vraag het maar eens een keer. Ik weet het toevallig uit ervaring, want als klein ventje was ik altijd al een filosofisch type dat daarover doordacht. Ik maakte het de dominee of de catecheten moeilijk en zij kwamen er niet uit. Dat komt omdat ze God niet als God eren en danken. Hij is de Schepper. Er is nooit iets misgegaan. Het is allemaal Zijn design. Wij hoeven God daarin helemaal niet te verdedigen; dit is de weg die Hij gaat.⟨/p> ⟨p>Ik realiseer me dat dit een heel groot onderwerp is. We doen dat na de pauze, omdat ik in Johannes 9 vers 3 zo'n geweldige gelegenheid zie. In dat ene korte antwoord dat de Heer geeft op de vraag van de discipelen, wordt zo magistraal licht geworpen op de vraag: waarom nou dat kwaad? Waarom die man die tientallen jaren onschuldig moet lijden? Waarom? Wacht even, mondje dicht, niet voor je beurt praten: de werken van God moeten nog in hem openbaar worden. Gods werk is nog niet af. Dit is iets waar ik zelf van jongs af aan enorm mee geworsteld heb: hoe kan God dat kwaad een plaats geven? We hadden het er in de pauze al even over dat men dan vaak de troost geeft, maar dat is nog geen antwoord.⟨/p> ⟨p>Men zegt wel eens: "Dat kwaad, maak je geen zorgen, God maakt er een einde aan." Jawel, maar dat is geen antwoord op de vraag waarom Hij dat kwaad dan heeft ingezet. Hoe kan een goede God kwaad inzetten? Dan kom je er niet mee weg; dan ben je nog niet af van zo’n vraag. Door te zeggen dat God een einde maakt aan dat kwaad, beantwoord je toch niet de vraag waarom Hij het überhaupt een plaats gegeven heeft?⟨/p> ⟨p>Waarom al die tientallen jaren van die blinde man, waarin hij daaronder leed? Of waarom die duizenden jaren van leed, moeite en pijn in deze schepping en in de mensenwereld? We hebben er geen voorstelling van. In welke mate? Kan dat niet iets korter? Het gaat nu natuurlijk over het principe. Het principe zoals de Bijbel dat zegt is dat kennis — en dat is heel belangrijk — van het goede niet los verkrijgbaar is. Per definitie niet. Dat moet heel diep doordringen: kennis van het goede is niet los verkrijgbaar, maar is alleen verkrijgbaar door ook het kwade te leren kennen.⟨/p> ⟨p>We hadden het er zojuist over, over het probleem in de theologie dat men altijd met de vraag blijft zitten: wist God van tevoren dat het schepsel — ongeacht of je nu de satan bedoelt — een tegenstander zou worden? Wist God dat van tevoren? Sommige mensen zeggen dan natuurlijk "ja". Ik zeg ook "natuurlijk", want God is alwetend. Op het moment dat je zegt: "Nee, dat wist God niet", dan ontken je wat er in de Schrift op diverse plaatsen staat: "Gij weet, gij Heer, weet alle dingen." Moeten we dan zeggen: "Ja, U weet alles, behalve dat het toen misging"? Precies. Hij verkondigt van den beginne de afloop; Hij weet niet alleen het volgende, maar het einde. Dus Hij weet het perfect.⟨/p> ⟨p>Het is eigenlijk godslastelijk om te zeggen: "Het is misgegaan, maar God wist dat niet." Dan denk je God gerechtvaardigd te hebben, maar je hebt Hem van Zijn godheid beroofd. Want Hij is dan inderdaad nog wel goed gebleven, maar Hij is geen God meer. Hij heeft het dan niet meer onder controle. En dan heb je echt een serieus probleem. Want als het in het verleden ooit mis kon gaan, waarom dan in de toekomst niet weer? Dat is waar je jezelf dan ook nog eens enorm mee opzadelt, met dat vervolgprobleem. Daar kom je niet uit.⟨/p> ⟨p>Of je zegt: "Ja, God wist het van tevoren." Maar als Hij het van tevoren wist, maakt het dus deel uit van Zijn plan. Dan is het dus helemaal niet misgegaan. Kijk, en op dat moment wordt de weg vrijgemaakt om Hem te gaan erkennen als de Schepper en de Ontwerper, bij wie goed en kwaad allemaal passen in Zijn plan. Daar wilde ik graag mee afsluiten.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-12" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="5173" title="Speel af vanaf 01:26:13">▶ 01:26:13⟨/button> ⟨span>God Heeft Geen Plan B (het Antwoord uit Job)⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>In Job 38 – u weet het hè, we hadden het er al over – gaat het eigenlijk over het vraagstuk van de theodicee: hoe kan het kwaad in de wereld bestaan? Het leed. Eerst gaven de vrienden hun antwoorden, maar uiteindelijk neemt God het woord. Dat gebeurt in Job 38. Het opmerkelijke is dat God geen antwoorden geeft; Hij stelt alleen maar wedervragen. Alleen maar vragen. "Job, vertel eens: waar was je toen Ik de aarde formeerde? Waar was je toen Ik de oceaan en de grenzen stelde?" De schepping wordt in al haar grootsheid, heerlijkheid en onvoorstelbaarheid beschreven.⟨/p> ⟨p>De vraag is dan: "Hé Job, kun jij wat Ik kan? Weet jij wat Ik weet?" Het zijn retorische vragen, wat wil zeggen dat het antwoord 'nee' is; we hebben geen idee. We hebben geen idee van hoe de schepping werkt, laat staan dat we iets zouden begrijpen van de Schepper. Maar als God dat alles zo kan maken, met zo'n onvoorstelbaar design, dan mag je er echt gerust van uitgaan dat ook de moeite, het lijden, de pijn en het kwaad in het algemeen een doel dienen. Hij weet wat Hij doet, Hij maakt geen fouten.⟨/p> ⟨p>Aan het einde, in Job 42, lees je dat Job gaat spreken: "Toen antwoordde Job: jawel, ik weet dat U alles vermag en dat geen van Uw plannen wordt verijdeld." Kijk, dit is God als God erkennen. Hij vermag alles, niets is voor Hem onmogelijk. Er bestaat dus ook niet zoiets als onvermogen of onwetendheid, of dat het mis is gegaan, want in dat geval zou Zijn plan verijdeld zijn.⟨/p> ⟨p>In de theologie hoor je vaak het bekende verhaal dat de mens van de verboden vrucht at, of dat de duivel viel, en dat dit niet gepland was. God zou dan hebben moeten overschakelen op een plan B – gelukkig had Hij die nog – om te redden wat er nog te redden viel. Maar zulke ideeën komen voort uit een visie waarbij je God niet werkelijk God laat zijn. Hij heeft geen plan B. Het is namelijk uitgesloten dat Hij ooit op een plan B zou moeten overschakelen, alsof het ooit misgegaan is.⟨/p> ⟨p>Bij Hem gaat er nooit iets mis – ik zeg het heel graag en ik heb het pontificaal op mijn website staan. Ik vind dat het allermooiste wat er bestaat; ik vind het zo geweldig. God is God en alles verloopt naar Zijn plan. Hij zet alles neer daar waar Hij het hebben wil, perfect getimed. Zelfs als een man tientallen jaren blind is. Laten we even terugkeren naar dat voorbeeld. Die man is tientallen jaren blind. Wat een leed. Waarom toch? Waarom toch? Dan moet je niet graven in het verleden, want daar ligt het antwoord niet. Dan moet je ook niet graven naar wat er fout is gegaan bij hem of bij zijn ouders. De zonde is niet het antwoord. Het antwoord is: God werkt en Zijn werken moeten openbaar worden. Daarom.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-13" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="5431" title="Speel af vanaf 01:30:31">▶ 01:30:31⟨/button> ⟨span>Conclusie: Gods Werk Is Under Construction⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Gods werk, dat is de conclusie over de theodicee, het Bijbelse antwoord. Gods werk is, zoals dat dan heet: under construction. Gods werk is in uitvoering; Zijn werk is nog niet af. Het is net zoals wanneer je een schilder niet moet beoordelen op het moment dat hij net een paar zwarte strepen op het doek heeft gezet. "Oh, ik kan er helemaal niks van", denk je dan, maar dat is toch onzin? Wat zegt die schilder dan? "Jij mag mijn werk pas beoordelen als het klaar is, en niet eerder." Elk oordeel dat je eerder geeft, is met recht een vooroordeel. Het oordeel komt je pas toe als het werk af is. Dat is met God ook zo. Het antwoord voor die blindgeborene kwam pas tientallen jaren na dat leed, maar het kwam wel.⟨/p> ⟨p>Ik vond ergens op internet, op een website, een tekstje waarin geëxcuseerd werd over hoe de site er op dat moment uitzag. Er stond bij: "Today's pain is tomorrow's gain." Ofwel: de pijn van vandaag is de winst van morgen. Eigenlijk is dit een wat triviaal voorbeeld, maar feitelijk is dat wel het Bijbelse antwoord. Het verlies van nu is de winst waarin God straks investeert, en dat komt rijkelijk goed.⟨/p> ⟨p>Dus het kwaad is geen misser. Als ik het nog anders moet aanvliegen: het kwaad is geen misser; alles verloopt naar Zijn plan, machtig en alomvattend. Zullen we God daarvoor danken?⟨/p>