⟨h3 id="hoofdstuk-1" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="0" title="Speel af vanaf 00:00">▶ 00:00⟨/button> ⟨span>Start van de Serie op Rosh Hashanah⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Een hele goede avond allemaal. Dames en heren, vrienden. Goed u hier allemaal weer te treffen in grote getale. We gaan de draad weer oppakken bij de dingen waar we het op 11 mei voor het laatst op deze locatie over hebben gehad, namelijk over de dingen rondom de wederkomst. Dat is eigenlijk ook het voorgaande seizoen het geval geweest.⟨/p> ⟨p>Toen was Matteüs 24 het onderwerp. Eigenlijk was het de bedoeling dat we het over Matteüs 25 zouden hebben, maar daar zijn we niet meer aan toegekomen. Ik hoop daar het komend seizoen nog wel aan toe te komen, maar we gaan daar niet meteen de draad oppakken; dat zal nog eventjes duren.⟨/p> ⟨p>Eerst even een algemene vraag. Ik zal u vertellen: dit is wel een markant moment om deze serie over dit onderwerp te beginnen. Waarom is dat? Wel, dat heeft te maken met de datum. Nu hoor ik sommige mensen denken: "Ah, jij bedoelt dat het bijna 23 september is." Nee, dat bedoel ik niet. Ik bedoel iets anders.⟨/p> ⟨p>Het is vandaag Rosh Hashanah. Ik weet dat een heel aantal mensen hier uit bescheidenheid nu hun mond gehouden hebben, want die weten donders goed dat het vandaag deze datum is. Inderdaad, het is vandaag 1 Tishri, de 21ste september. Eigenlijk zeg ik het op dit moment al niet goed meer, want het is net twee kwartier geleden of zo al 2 Tishri geworden. After sunset, hè?⟨/p> ⟨p>Trouwens, Joods Nieuwjaarsdag wordt twee dagen gevierd, dus ook de tweede Tishri geldt als nieuwjaar. Er zijn wel meer bijzonderheden met de Joodse kalender. Het is een mooi programmaatje wat je zo op internet kunt zien als je wilt weten hoe je die dingen moet omrekenen. 1 Tishri betekent dat het vandaag dus Rosh Hashanah is. U ziet dat hier staan. 'Rosh' betekent 'hoofd', en daarmee ook 'de eerste'. En 'Hashanah' betekent 'het jaar' of 'van het jaar'. De eerste van het jaar dus: Nieuwjaarsdag. Joods Nieuwjaarsdag.⟨/p> ⟨p>En dat is eigenaardig, want Joods Nieuwjaarsdag wordt gevierd op de eerste dag van de zevende maand. Dat is ook weer zo'n eigenaardigheid van die Hebreeuwse kalender. Maar ik wil daar eerst even nog wat op inzoomen.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-2" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="184" title="Speel af vanaf 03:04">▶ 03:04⟨/button> ⟨span>De Hoogtijden van Yahweh en Hun Vervulling⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Kijk, je hebt speciaal een hoofdstuk in de Bijbel dat gaat over de hoogtijden van Yahweh. Ik spreek dan liever niet over de Joodse feestdagen. Dat is niet helemaal hetzelfde, want er zijn later trouwens al heel wat feestdagen of hoogtijden bijgekomen, bijvoorbeeld Poerim. Maar er zijn zeven oorspronkelijke jaarlijkse hoogtijden van Yahweh. Ik wil ze eventjes op een rijtje zetten en ik kan dat makkelijk doen aan de hand van deze kandelaar. Dit is een menorah, een zevenarmige – eigenlijk een zesarmige – kandelaar, want dit is de stam en dan heeft hij aan weerszijden drie armen.⟨/p> ⟨p>Het begint met Pascha in de eerste maand. Dan heb je het feest van de ongezuurde broden en het feest van de eerstelingen. Ik noem het eventjes heel kort, gewoon om niet de uitgebreide benamingen ervan te hoeven noemen, want dat past er een beetje moeilijk op: Pascha, ongezuurde broden, de eerstelingsschoof. Dan kreeg je Pinksteren in de derde maand. Vervolgens kreeg je de dag van het bazuingeschal, dat is Rosh Hashanah. Eigenlijk is Rosh Hashanah niet eens een Bijbelse uitdrukking voor deze dag; de Bijbelse naam is de dag van het geschal, of van het shofar-geschal of van het bazuingeschal. Ik kom er straks op terug. Dan krijg je nog weer een dag of wat later de Verzoendag en tenslotte het Loofhuttenfeest.⟨/p> ⟨p>Laten we nog wat meer inzoomen. Je hebt een aantal hoogtijden in de eerste maand, te beginnen met Pascha in het voorjaar, Pesach dus. Dit is specifiek één dag, de veertiende. Het is precies ook de dag – laat ik meteen de nieuwtestamentische vervulling ervan noemen – dat Jezus Christus stierf. Op die dag is ons Pascha geslacht, zegt Paulus in 1 Korinthe 5; zo laat ons feest vieren. Wat vervolgens gebeurde, is dat een dag later, op de 15e Aviv, het feest van de ongezuurde broden begon. Dat is de dag dat de Heer Jezus in het graf lag; zijn eerste dag in het graf.⟨/p> ⟨p>Dan krijg je de dag van de eerstelingsschoof. De eersteling werd dan aangeboden aan Yahweh, en dat was de eerstelingsschoof van de gerst welteverstaan. Er wordt geen specifieke datum voor genoemd, maar er wordt gezegd dat dit moest zijn daags na de Sabbat. Deze drie waren alle hoogtijden in de eerste maand. Het is heel makkelijk te onthouden: ze vinden hun vervulling in de eerste komst van Christus. Perfect ook! Pakweg vijftienhonderd jaar vóór de komst van de Messias – voordat Hij stierf, voordat Hij in het graf lag en voordat Hij opstond uit de dood – had God al deze data vastgelegd en gefixeerd. Hij zei: "Dat zijn mijn hoogtijden." En dat klopt allemaal zo perfect, zo geweldig; dat is een goddelijk arrangement.⟨/p> ⟨p>Ik moet nog even vermelden dat de dag van de eerstelingsschoof zijn perfecte vervulling vindt in de opstanding van de Heer Jezus Christus. Hij is de Eerstgeborene uit de doden, de Eersteling uit de doden, zoals Paulus dat ook op verschillende plaatsen benoemt – en in het boek Openbaring ook. Hij is de Eersteling die nieuw leven aan het licht bracht, onvergankelijk leven. Met recht dus de Eersteling van de oogst. De oogst moet nog volgen, maar Hij is de Eersteling. En zoals God had vastgelegd dat dit de dag na de Sabbat moest zijn, is dat ook precies de dag dat de Heer Jezus opstond. Dat dit ook weer een Sabbat was en dat daar verschillende Sabbatten een rol speelden, is waar, maar daar ga ik het nu even niet over hebben. In elk geval hebben deze hoogtijden uit Leviticus 23 pakweg vijftienhonderd jaar later hun perfecte vervulling gevonden in wie anders dan de Messias, onze Heer Jezus Christus.⟨/p> ⟨p>Dan kreeg je in de derde maand, vijftig dagen later – dat wil zeggen vijftig dagen na de eerstelingsschoof – Pinksteren. Ook daarvan wordt geen datum genoemd, maar men moest tellen. Men moest zeven weken tellen, zeven keer zeven dagen dus. Na de 49e dag kreeg je de 50e dag en dat heet Pinksteren. Dat is een Grieks woord, in het Hebreeuws heet dit het Wekenfeest. Het maakt me even niets uit hoe je het benoemt, als je maar weet waar we het over hebben.⟨/p> ⟨p>Vervolgens krijg je nog een drietal hoogtijden in de zevende maand. En zoals de hoogtijden van de eerste maand hun vervulling vinden in de eerste komst van Christus – Zijn sterven, Zijn liggen in het graf en Zijn opstanding – zo vinden de hoogtijden in de zevende maand hun vervulling wanneer de Messias, de Heer Jezus Christus, zal terugkeren en alles tot volmaaktheid zal komen. Wat dacht je? Het getal zeven spreekt daar al van. Dat begint dan met het bazuingeschal op 1 Tishri. Dat is vandaag dus, eventjes voor de goede orde. Het is inmiddels een half uur geleden 2 Tishri geworden, maar goed: de dag van het bazuingeschal. Ik kom er straks nog op terug.⟨/p> ⟨p>Tien dagen later, op de 10e Tishri, had je de Verzoendag: Yom Kippur. En nog weer vijf dagen later kreeg je Sukkot, oftewel het Loofhuttenfeest. Dat werd ook weer zeven dagen lang gevierd, vanaf de 15e Tishri. Er zit een geweldige structuur in hoe de eerste en de zevende maand elkaars spiegelbeeld zijn. Het gaat mij erom aan te geven dat God Zijn hoogtijden vooraf al had bepaald. In de eerste maand heb je de eerste komst, en in de zevende maand de tweede komst van Christus – Zijn wederkomst – wanneer alles z'n vervulling zal vinden en tot volheid zal komen. En daartussenin ligt dan het werk wat God in onze dagen doet, en daar spreekt Pinksteren van. Ook dat is trouwens een werk van eerstelingen; dat is dus dat middelste feest.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-3" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="693" title="Speel af vanaf 11:33">▶ 11:33⟨/button> ⟨span>Rosh Hashanah en het Bazuingeschal⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Die eerste Tishri, daarvan lees je in Leviticus 23 dat de bazuin zou klinken. Het was ook een dag van een heilige samenkomst waarop geen arbeid verricht mocht worden. De dag wordt gekenmerkt en benoemd juist vanwege het geklank dat die dag voortgebracht werd: de dag van het bazuingeschal dus, of van de shofarklank. Het verschil en de overeenkomst tussen een bazuin en een shofar is nog weer een verhaal apart. In onze beleving is het ook niet helemaal hetzelfde: een bazuin is bij ons een trompet, terwijl een shofar het overblijfsel is van een ram, een ramshoorn.⟨/p> ⟨p>Er was dus eerst een ram geslacht; die is overleden, maar nadat hij is overleden, bracht hij toch geluid voort. Op zich is dat alweer zo’n geweldig beeld. Waarbij je ook nog moet bedenken dat een hoorn in de Bijbel standaard een type is van koningschap. "De hoorns die je zag," wordt tegen Johannes en tegen Daniël gezegd, "dat zijn koningen." Een hoorn staat voor koningschap. Dan is zo’n ramshoorn natuurlijk een schitterend plaatje van de Messias die stierf, maar die vervolgens nadien wel degelijk de Levende blijkt te zijn, geklank voortbrengt en het volk bij elkaar zal brengen.⟨/p> ⟨p>Trouwens, Rosh Hashanah is ook de dag waarop koningen werden geïnstalleerd. Salomo en al die andere koningen werden geïnstalleerd en hun koningschap werd gerekend vanaf Rosh Hashanah. De shofar klonk bij allerlei gelegenheden: als het volk ten strijde moest trekken of bijeen moest komen. Het loutere feit dat wij vandaag, deze 21ste september, bij elkaar zijn op – voor het gemak – de eerste Tishri, heb ik helemaal niet zo gepland. Het treft zo, maar ik vind het wel een heel mooie datum om de klaroenstoot te geven voor deze serie rond de wederkomst.⟨/p> ⟨p>Er is zoveel over te melden en de Schrift is daar vol van. Dat is logisch, want dan gaan al Gods plannen tot volheid komen. De tijden komen tot volheid en daar is onze verwachting op gericht. Als we ons het voorgaande seizoen hebben beziggehouden met Matteüs 24, dan gaan we daar nu dapper mee verder. Want dat is onze hoop en onze verwachting; daar kijken we naar uit. Natuurlijk zijn er allerlei dingen hier op aarde die ons nog trekken en binden, maar ik zeg altijd: het mooiste komt nog. Daar kijken we naar uit.⟨/p> ⟨p>Paulus zegt dat ook in Filippenzen 1, weliswaar in een iets ander verband. Die beide krachten herkent u ongetwijfeld wel: van weerszijden wordt er getrokken. Dat wil zeggen: aan de ene kant is er de wens om heen te gaan, bij Hem te zijn en getransformeerd te worden. Zijn Parousia is de grote drive, de grote aantrekkingskracht. Aan de andere kant zijn er ook nog zoveel dingen waardoor je gedrongen wordt om hier te blijven. Paulus zegt dan: "Ja, maar kiezen... dat weet ik niet. Maar één ding weet ik wel: wat verreweg het beste is, is om bij Hem te zijn." Dat is één ding wat zeker is.⟨/p> ⟨p>Trouwens, ik vind het nogal mooi: het gaat er ook helemaal niet om wat wij het leukst vinden of waar wij het meest naar uitkijken. God heeft Zijn programma en dat staat helemaal los van onze planning; dat doet eigenlijk niet ter zake. Soms ontmoet ik mensen die zeggen: "Nou, van mij mag de Heer vandaag nog terugkomen hoor." Ik weet niet helemaal hoe ik dat moet beoordelen. Vaak is de gedachte dan vooral: "Ik heb het hier wel gehad nu." Het is dan niet zozeer het uitzien naar de Heer, als wel dat je je buik vol hebt van de dingen hier. Maar dat zijn twee totaal verschillende dingen die je niet door elkaar moet halen. Ik zeg dat overigens zonder enig waardeoordeel, want er zijn nu eenmaal heel wat mensen die het hier op aarde zeer zwaar hebben en bij wie het leven inmiddels heel moeizaam is geworden. Niets dan begrip daarvoor. Maar nu even ter zake: dat bazuingeschal.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-4" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1060" title="Speel af vanaf 17:40">▶ 17:40⟨/button> ⟨span>Exodus 19: God Verschijnt op de Derde Dag⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>We gaan nog even naar Exodus 19, gewoon om er allemaal nog even goed in te komen. Ik zal u trouwens meteen maar waarschuwen: we gaan de eerstkomende avonden bezighouden met onze verwachtingen. Een seizoen lang hebben we ons beziggehouden met Matteüs 24, en dat is feitelijk de verwachting van Israël en, in het verlengde daarvan, ook van de volkerenwereld. Maar hier op aarde, als je wilt weten wat onze verwachting is, wat God vandaag aan het doen is in die tussentijd – zeg maar tussen de eerste en de zevende maand – dan zie je dat Hij Zich een volk verzamelt; eerstelingen. En die zijn bestemd voor de hemel en voor heerschappij.⟨/p> ⟨p>Maar wat is onze verwachting? Dan moet je inderdaad bij de apostel Paulus wezen, en die zegt daar ook het een en ander over. Hij spreekt erover dat we de Heer tegemoet zullen gaan. Wie zal dat betreffen? Wat is dat voor een gebeurtenis? Bij welke gelegenheid en wanneer dan wel precies? En ik bedoel dan ook vooral, als ik zeg 'wanneer dan wel precies', niet een jaartal en eventueel nog met de datum erbij. Daar ben ik sowieso altijd enigszins voorzichtig mee. Waar we het vooral over hebben, is de vraag: in welke context, in welke samenhang van gebeurtenissen en ontwikkelingen vindt dit plaats? Over de tijden en gelegenheden, om het zo te zeggen. Misschien dat we er later nog op terugkomen.⟨/p> ⟨p>Eerst even naar Exodus 19. Daar lees je dit. Voor de goede orde: Exodus 19 is het hoofdstuk dat voorafgaat aan Exodus 20, en Exodus 20 is het hoofdstuk van de tien woorden. Voordat God de tien woorden gaf, de twee stenen tafelen – ik doe zo met mijn handen, maar ik denk dat het eigenlijk veel kleiner is geweest, want je leest ergens dat Mozes die twee stenen tafelen in zijn hand had. Niet zo groot als ze meestal worden afgebeeld, nee, gewoon in zijn hand. Dat is gewoon pocketformaat. Waarom lacht u nou? Het was een tablet, ja, eigenlijk wel. Het waren tablets.⟨/p> ⟨p>Voordat hij die stenen tafelen kreeg, lees je dat dat moment ook wordt ingewijd. Ik lees nu vanaf vers 10. Daar staat: "JAHWEH zei tot Mozes: ga tot het volk. Heilig hen heden, vandaag en morgen, en laten zij hun kleren wassen. En tegen de derde dag..." – maar dat fenomeen kennen we inmiddels wel natuurlijk in deze serie van Bijbelstudies, want daar struikel je gewoon iedere keer over, over dat soort mededelingen. "En tegen de derde dag zullen zij gereed zijn." Niet eerder; zij zullen niet eerder gereed zijn dan op de derde dag, wordt er tegen het volk gezegd.⟨/p> ⟨p>Lees dit even heel dubbelzinnig. Dat doe je trouwens vanzelf als je eenmaal weet wat de profetie over deze dingen allemaal te zeggen heeft en je vervolgens zo'n geschiedenis leest. Dan ontkom je er zelfs niet meer aan om het dubbelzinnig te lezen, want dan ken je namelijk het een en het ander en onwillekeurig ga je dat soort associaties maken. Hé, wacht even: het volk is op de derde dag gereed. Ze worden eerst geheiligd, apart gezet, en op de derde dag zullen zij gereed zijn. Want op de derde dag zal JAHWEH neerdalen voor de ogen van het hele volk. Toen nog op de berg Sinai, maar jawel, Hij zou neerdalen voor de ogen van het hele volk.⟨/p> ⟨p>Ik sla een paar verzen over en dan kom je in vers 14. Toen daalde Mozes de berg af naar het volk. Hij heiligde het volk en zij wiesen hun klederen. En hij zei tot het volk: "Weest over drie dagen gereed; nadert niet tot een vrouw." Dat is trouwens ook nog eigenaardig dat dat zo gezegd wordt. Dus gemeenschap is er pas vanaf de derde dag. Dat is trouwens ook een heel profetisch gegeven in verband met Israël. Ik moet ineens denken aan Hosea, die ook een vrouw moest nemen, een hoer. En die vrouw wordt dan apart gezet en hij mocht niet tot haar naderen, hij mocht geen gemeenschap met haar hebben. En dan wordt er ook gezegd: "Want vele dagen zal Israël zijn zonder koning, zonder vorst, zonder terafim en efod." Maar daarna zal Ik tot hen komen. Daarna is er gemeenschap en zal Hij hen alsnog werkelijk tot bruid werven. De prijs was al voor die vrouw betaald, maar daadwerkelijk de huwelijksgemeenschap zou pas op een later tijdstip, na 2000 jaar, plaatsvinden.⟨/p> ⟨p>Hij zei tot het volk: "Wees over drie dagen gereed, nadert niet tot een vrouw." En dat geschiedde op de derde dag toen het morgen werd. Het werd morgen, dus bij zonsopgang. Er waren donderslagen, bliksemstralen en zware wolken op de berg. De Hebreeënbriefschrijver vertelt ook waarom dat allemaal zo was; dat heeft alles te maken met het oude verbond. Maar let even op, het gaat me nu ook vooral om de overeenkomst: een zeer sterk bazuingeschal. U begrijpt natuurlijk inmiddels waarom ik dit met allemaal kapitaalletters en vetgedrukt heb geprojecteerd. Waarom? Omdat dat namelijk precies ook herinnert aan deze dag, aan Rosh Hashanah. Dat herinnert aan de dag dat het bazuingeschal zal klinken.⟨/p> ⟨p>Er staat bij: "zeer sterk bazuingeschal", zodat al het volk dat in de legerplaats was, beefde. Kunt u zich dat voorstellen? Doe uw ogen even dicht terwijl ik het voorlees. Je sluit je ogen en je probeert je voor te stellen wat dit betekend heeft. Gigantisch. Zo indrukwekkend als dat geweest moet zijn. Maar het was een type van wat ooit zou gaan plaatsvinden, namelijk na 2000 jaar, bij het derde millennium. Dat de Heer tot Zijn volk zal komen, voor de ogen van het hele volk zal verschijnen, en dat met zeer sterk bazuingeschal.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-5" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1486" title="Speel af vanaf 24:46">▶ 24:46⟨/button> ⟨span>Matthéüs 24: de Zoon Des Mensen en de Grote Bazuin⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Ik neem u nu even mee naar Matthéüs 24 om ook de link te leggen met wat we het voorgaande seizoen hebben besproken. Want daar vind je dat ook. In Matthéüs 24 vers 30 — ik ga er nu een beetje snel doorheen en ga er gemakshalve vanuit dat iedereen die hier nu zit het vorige seizoen ook heeft beluisterd en meegemaakt. Nou ja, meegemaakt zal niet voor iedereen het geval zijn als ik zo rondkijk, maar beluisterd weet ik niet. Ik weet niet wat u allemaal in uw vrije tijd doet, maar ik kan dat nu niet allemaal nog eens een keer toelichten. We hebben dat toen zinsdeel voor zinsdeel vrij nauwkeurig bekeken, al zeg ik het zelf.⟨/p> ⟨p>In Matthéüs 24 vers 30 staat: "Dan zal het teken verschijnen." Er wordt bij gezegd dat dit slaat op de tijd na de grote verdrukking. Dan zal het teken verschijnen, namelijk van de Zoon van de mens, de Ben-Adam, in de hemel. Dan zullen al de stammen van het land heftig treuren en zij zullen de Zoon van de mens zien komen op de wolken van de hemel met macht en veel heerlijkheid. En Hij — die Zoon van de mens dus, de Ben-Adam — zal Zijn boodschappers afvaardigen met groot bazuingeschal. Aha, daar heb je het weer. En ze zullen bijeenvergaderen, maar dat is ook precies waar bazuingeschal voor dient: om het volk bijeen te brengen. Het was eigenlijk een herinnering, maar in ieder geval een commando tot vergadering. De bazuin is een muziekinstrument, maar je maakt er strikt genomen geen echte muziek mee. Je alarmeert, je signaleert, je geeft een signaal.⟨/p> ⟨p>Met dat groot bazuingeschal stel ik me de vraag: zal dat zijn op 1 Tishri? Is dat zo'n gekke gedachte? Nee, als u zegt dat het er niet staat, dan zeg ik: oké, dat is helemaal waar. Ik ga het dus ook niet beweren, alleen word je op een gegeven ogenblik op een bepaald spoor gezet. Als je ziet dat al die hoogtijden in de eerste maand gewoon op de dag nauwkeurig hun vervulling hebben gevonden, wanneer zou Israël dan vergaderd worden? Wanneer zal de Heer komen en er voor hen een heel nieuw tijdperk aanbreken, waarbij Hij het uitverkoren volk bij elkaar brengt en hen vanuit de woestijn naar het land zal voeren? We hebben het daar uitgebreid over gehad. Wanneer zal dat zijn? Het zal een dag zijn van groot bazuingeschal. Dan denk ik zomaar: het zal wel de dag van het bazuingeschal zijn. Als ik het zo zeg, denk ik dat dit helemaal niet zo speculatief is.⟨/p> ⟨p>Nu doen we bijbelstudie, dus we nuanceren. Ik moet er wel bij zeggen dat bazuingeschal niet per definitie altijd op nieuwjaarsdag was. Het was bij allerlei gelegenheden en ik kom daar straks nog even op terug. Eerst lees ik nog even verder. Hij zal dan bij die gelegenheid, dus na de grote verdrukking, verschijnen voor Zijn volk onder groot bazuingeschal. De uitverkorenen zullen bijeenvergaderen vanuit de vier windstreken, van oost tot west — ja, met recht 'thuis, best' dan — en van het noorden en het zuiden. Dat wil zeggen van alle kanten, van de uiteinden van de hemelen tot de andere uiteinden ervan.⟨/p> ⟨p>Als we het hebben over de bazuin, dan hebben we het inderdaad over de wederkomst. Ik ben nogal gesteld op — en sterker nog, ik vind het heel belangrijk om — gezonde woorden te gebruiken, Bijbelse woorden. Daar moet ik meteen bij zeggen dat de algemene titel voor deze hele serie strikt genomen niet eens een Bijbels woord is. Wist u dat? De 'wederkomst' vind je niet in de Bijbel. Je vindt er woorden als 'parousia', verschijning of komst. In onze vertaling wordt het wel zo genoemd, bijvoorbeeld in Handelingen 1. Daar lees je dat de discipelen naar de Olijfberg zijn gegaan en de Heer hebben gezien terwijl Hij werd weggenomen, waarna er plots twee mannen in witte klederen voor hen verschijnen. Zij zeggen dan: "Deze Jezus, die jullie hebben zien heengaan, zal op dezelfde wijze wederkomen." Dan zeg je: daar vind je dus echt de wederkomst. Maar als je in de interlineair gaat kijken, staat er niet 'wederkomen', maar 'zal op dezelfde wijze komen'. Dat is inderdaad een terugkeer, maar het staat er niet letterlijk zo. Dat is het voorbehoud dat ik maak, de disclaimer. We gebruiken het woord echter toch met enige vrijmoedigheid; we weten allemaal waar we het over hebben als we spreken over de wederkomst. We hebben het over Degene die hier ooit was en die straks weer gaat komen.⟨/p> ⟨p>Wat ik nu zeg is trouwens algemeen bekend. In talloze traditioneel christelijke liederen wordt al gesproken over de bazuin. "Eens als de bazuinen klinken uit de hoogte links en rechts," zongen wij vroeger in de kerk. "Duizend stemmen ons omringen, ja en amen wordt gezegd. Rest er niets meer dan te zingen: Heer, dan is Uw pleit beslecht." Ook dat is geen Bijbeltekst, maar wel een heel begin. En nee, ik ga het u niet aandoen om een woord te gaan zingen.⟨/p> ⟨p>Goed, bazuingeklank klonk dus in ieder geval elk nieuwjaar. Het nieuwe jaar begon met bazuingeklank en zo heet die dag in de Bijbel eigenlijk ook. Wij, of de Joden in het algemeen, hebben die dag inmiddels Rosh Hashana genoemd, maar het is gewoon de 'dag van het geklank'. Elke nieuwe maand werd de bazuin geblazen. Elke nieuwe maand. Dan moet u niet alleen denken aan de eerste van de maand, maar aan de eerste van de Hebreeuwse maand, en dat is altijd bij nieuwe maan. Wij weten eigenlijk niet meer wat een nieuwe maand is, want een maand is bij ons helemaal geen 'maan' meer. Een maand is eigenlijk een maancyclus en die zou moeten beginnen bij een nieuwe maan. Halverwege de maand is het dan volle maan en daarna heb je weer de afnemende maan. In de Hebreeuwse kalender — en de Arabische kalender heeft dat ook — is een maand echt een maancyclus. De eerste van de maand is altijd nieuwe maan, net zoals het op de vijftiende altijd volle maan is. Dat kan niet missen. De eerste dag dat de Heer in het graf lag, was het dus volle maan.⟨/p> ⟨p>Daarmee wil ik op nog iets wijzen om ons wat warm te maken voor het onderwerp van de komende avonden. Als de verschijning van de Heer op de Olijfberg inderdaad op de dag van het bazuingeklank zal zijn, op 1 Tishri, dan betekent dat dat de grote verdrukking 3,5 jaar eerder — oftewel 42 maanden of 1260 dagen eerder — ook op de eerste van de maand zal zijn begonnen. Immers, 42 maanden eerder kom je ook weer op de eerste uit. Elke maand in deze hele periode wordt die bazuin geblazen, 42 keer in totaal. Ik geef dit even aan omdat ook het begin van de grote verdrukking gemarkeerd wordt door bazuingeschal. Als de verschijning in het najaar is, dan betekent dit dat het begin drieënhalf jaar eerder in het voorjaar valt, in de maand Aviv. Aviv betekent lente — denk aan Tel Aviv, de lenteheuvel. In onze Bijbelvertalingen wordt het meestal weergegeven met Abib, maar het is Aviv, meer op zijn Hebreeuws gezegd. Waarom vind ik dat interessant om aan te geven? Omdat ik geloof dat die bazuin dus niet alleen met het nieuwjaar klinkt.⟨/p> ⟨p>Maar ook bij andere gelegenheden klinkt de bazuin, bijvoorbeeld bij het begin van de maand en ook bij het begin van de grote verdrukking, het begin van de 42 maanden.⟨/p> ⟨p>En waarom zeg ik dat nu? Nou, omdat ik graag een aantal avonden aan dit onderwerp wil besteden, want ik ben erachter gekomen hoe ongelooflijk veel hierover vanuit de Schrift, uiteraard vanuit Paulus' brieven, te melden is. En dan ook weer met allemaal dwarsverbindingen met de rest van de profetie.⟨/p> ⟨p>Maar we gaan ons specifiek bezighouden met 1 Thessalonika 4 en 1 Thessalonika 5. Dat zullen we vanavond doen — of we aan 1 Thessalonika 5 toekomen, weet ik niet — en de volgende keer ook over 2 Thessalonika 2, waar Paulus daar uitgebreid op ingaat. Geweldig, een geweldig ding trouwens! Dat geldt ook voor 1 Korinthe 15, over die verwachting. En ook bij die verwachting die wij hebben...⟨/p> ⟨p>Het is een beetje een schot voor de boeg, want ik moet dat nog hard maken, maar ook bij die gelegenheid als de Ecclesia, de gemeente in onze dagen, wordt weggerukt tot God en zijn troon, dan is dat ook met bazuingeschal. Mensen zeggen dan vaak: "O, dat is dus hetzelfde als bij zijn verschijning op de Olijfberg." Zulke conclusies heb ik al zo vaak gehoord, maar zulke mensen realiseren zich niet dat die bazuin bij zoveel momenten klinkt.⟨/p> ⟨p>Goed, we gaan naar de bazuin.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-6" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2225" title="Speel af vanaf 37:05">▶ 37:05⟨/button> ⟨span>1 Thessalonicenzen 4: Detailstudie over Onze Verwachting⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>1 Thessalonicenzen 4; ik wil dat eens wat tot in detail met u bezien. Ik vond het heerlijk om afgelopen seizoen bezig te zijn met dat wat de Heere vanaf de Olijfberg allemaal gezegd heeft over het einde van de aion. Maar ja, hoe gaat dat? Ik neem aan dat u dat ook zult herkennen als het gaat om de toekomst die God voor ons heeft weggelegd. Ja, dan gaat je hart nog eventjes sneller kloppen. Ik bedoel, dat is iets waar we zo direct dan ook bij betrokken zijn.⟨/p> ⟨p>Paulus over de bazuin in 1 Thessalonicenzen 4. We beginnen bij vers 13, want dat is precies ook het gedeelte waar hij met dit onderwerp begint. Laten we het gewoon zinsdeel voor zinsdeel bezien. Ik weet dat deze passage tamelijk bekend is. Ook als ik zo om me heen kijk, dan denk ik dat de meesten van u deze verzen goed zullen kennen. Maar goed kennen en weten wat er echt staat, dat zijn nogal eens twee verschillende dingen.⟨/p> ⟨p>Het zijn ook van die passages — en ik ken dat maar al te goed uit eigen ervaring — die lijden onder hun eigen bekendheid. Dat wil zeggen: ze zijn zo bekend dat je niet eens meer acht slaat op wat er eigenlijk precies staat, want je weet dat al. Dat zorgt voor tunnelvisie en bedrijfsblindheid en hoe dat allemaal ook heet. Het zijn allemaal verschillende benamingen voor hetzelfde fenomeen: je zit eigenlijk op slot. Je staat niet meer open voor de nieuwe dingen, voor het frisse en voor het echte; voor wat er werkelijk staat. Je bent eigenlijk ingedut. Daar heeft Paulus het trouwens ook over in deze gedeelten. Hij zegt dit:⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-7" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2351" title="Speel af vanaf 39:11">▶ 39:11⟨/button> ⟨span>Niet Onwetend over de Ontslapenen en de Hoop op Opstanding⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Wij willen jullie niet onwetend laten aangaande degenen die ontslapen zijn. Eerst eventjes: hij schreef deze brief aan de Thessalonicenzen. Het is de eerste brief, als je het chronologisch bekijkt, die we van Paulus in de Bijbel hebben. Dat valt samen met Handelingen 17. Hij was daar een aantal weken geweest en kort na zijn vertrek heeft hij deze brief al geschreven. Paulus is buitengewoon enthousiast over hoe het evangelie daar in Thessalonika is ontvangen. Er ging een enorme roep van uit over de wijze waarop men in dat woord stond en de rijkdom beleefde.⟨/p> ⟨p>Paulus had meteen al heel veel gesproken over de toekomende dingen. Wellicht had hij toen ook nog heel sterk de gedachte dat het in zijn generatie nog zou plaatsvinden. Dat is trouwens een onderwerp apart; pas later is het Petrus die zegt dat we moeten denken in termen van millennia. Ik denk niet dat we het daar vanavond nog over gaan hebben, maar het lijkt me wel een boeiend onderwerp om nog eens op in te zoomen.⟨/p> ⟨p>Nu is het genoeg om op te merken dat Paulus vragen gaat behandelen die hij kennelijk had gekregen over degenen die ontslapen zijn. In de tijd sinds hij was vertrokken, waren er blijkbaar broeders, zusters en medegelovigen ontslapen. Paulus zegt: "Wij willen jullie niet onwetend laten aangaande degenen die ontslapen zijn." Het is meervoud, dus er waren inmiddels meerdere gelovigen ontslapen. Want daarover gaat het.⟨/p> ⟨p>Hoezo niet onwetend laten? Omdat jullie niet bedroefd zouden zijn, zoals de overigen die geen hoop hebben. Met 'de overigen' bedoelt hij uiteraard de rest, zoals hij hen elders noemt: zij die buiten zijn. Dat wil zeggen: zij die niet geloven. Dat is een beetje een lastige term. Als ik zeg 'niet geloven', dan is dat nog wat anders dan 'ongelovig'. Kijk, als ik iets vertel en je zegt: "Nee, daar moet ik helemaal niets van hebben, dat is onzin", dan ben je ongelovig. Je gelooft niet wat ik zeg. Maar als je het nooit gehoord hebt, dan geloof je het ook niet, omdat je het simpelweg nooit gehoord hebt. Dan ben je 'niet-gelovend'. Dat zijn twee verschillende dingen. Je kunt alleen geloven als je het eerst hoort, maar je kunt eigenlijk ook alleen ongelovig zijn als je het eerst gehoord hebt.⟨/p> ⟨p>Hier heeft hij het over de overigen. Jullie geloven, en de rest is 'de rest'. Degenen die dat woord niet kennen of niet hebben geaccepteerd. Hoe gaat dat in de wereld? Die hebben geen hoop; zij zijn zonder hoop en zonder God in deze wereld. Paulus zegt ook — dat schreef hij al eerder in deze brief — dat jullie je hebben afgewend van de afgoden en gekeerd tot de levende God. De God die leeft en die leven geeft, en die daarom werkelijk een God van hoop en zekere verwachting is.⟨/p> ⟨p>Daarom zegt hij: "Wij willen jullie niet onwetend laten." Want ook over degenen die inmiddels ontslapen zijn, hebben wij hoop. Dat willen we jullie graag vertellen, zodat jullie niet bedroefd zouden zijn als degenen die geen hoop hebben. Natuurlijk zijn ze wel bedroefd; dat is een logische reactie wanneer een geliefde overlijdt, zeker als het een medegelovige betreft. Als iemand die je na staat overlijdt, ben je bedroefd, maar wij zijn niet bedroefd zoals degenen die geen hoop hebben. Dat maakt een groot verschil.⟨/p> ⟨p>Want, zegt Paulus: "Indien wij geloven dat Jezus stierf en opstond..." Dat is toch precies wat je tot gelovige maakt? Het is de basis van het evangelie. Het goede bericht is: God heeft Jezus Christus uit de doden opgewekt. Hij stierf, lag in het graf, en op de vijftiende heeft God Hem opgewekt. Omdat Hij de Eersteling is, volgt er een hele grote oogst. Dat is een geweldig goed bericht; het betekent dat het leven gaat overwinnen en dat de dood tenietgedaan wordt. In essentie zit hier het hele evangelie in besloten.⟨/p> ⟨p>Het is niet alleen een kwestie van een historisch feit aannemen, maar er zit een boodschap in — want dat is wat het woord 'evangelie' betekent. Er zit zo'n geweldig goed bericht in besloten, want het effect daarvan is de potentie van die boodschap: dat er zoveel hoop is. Wij zijn mensen met verwachting; hopeloze situaties en omstandigheden bestaan voor ons niet, want we kennen een levende God.⟨/p> ⟨p>Dat zit allemaal besloten in het feit dat Jezus stierf en opstond uit de doden. Paulus zegt: "Indien wij geloven..." — en ik ga ervan uit dat dit is wat jullie tot gelovigen maakt — "...dat Jezus stierf en opstond, zal God ook zo hen die ontslapen zijn door Jezus geleiden samen met Hem." Hij zal hen wederbrengen door hen te doen opstaan. Wat betekent dat? Omdat Jezus stierf en opstond, zal God ook hen doen opstaan. Hij zal hen door Jezus — de Mens die God heeft opgewekt — samen met Hem terugbrengen uit de doden. Hier wijst hij al op de hoop van de opstanding. Aangezien Hij de Eersteling is, volgen er meer. Wij zijn degenen die van Christus zijn in Zijn parousia. Daar blijft het niet bij, maar dat is onze hoop. En nu gaat Paulus iets zeggen.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-8" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2813" title="Speel af vanaf 46:53">▶ 46:53⟨/button> ⟨span>Een Geheimenis en een Woord van de Heer⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Iets bijzonders. Wat hij regelrecht van de Heer heeft ontvangen. Hij zegt: "Dit zeggen wij jullie met een woord van de Heer." Strikt genomen zou dat kunnen betekenen dat het gaat om een woord van de Heer dat al in de profetie staat geschreven, maar kunnen we dit verklappen? Dat wat Paulus nu hier gaat vertellen, dat vind je niet terug in Daniël en ook niet in Matteüs 24. Het staat er gewoon niet. Ik weet het, sommige mensen proberen het erin te lezen, maar dan moet je de tekst echt geweld aandoen. Wat Paulus hier gaat vertellen, dat vind je dus nergens elders. Hoe wist hij dat dan? Waarnaar de vraag is: hoe weet je dat dan, Paulus? Nou, zegt Paulus: "een woord van de Heer". Daarom.⟨/p> ⟨p>En dat dit inderdaad zo is, dat blijkt ook wel. Want als je dat even in een tekst bekijkt die daar parallel aan loopt — nou, het is niet helemaal een parallelle tekst, maar in ieder geval wel een tekst die daar parallel aan loopt: 1 Korinthe 15. Dan zegt hij dit in vers 51 (ik kom er later nog even op terug): "Zie, ik deel u een geheim mee. Allen zullen wij niet ontslapen, maar allen zullen wij veranderd worden." Ook daarvan moet ik weer zeggen: dat had Paulus niet bij Daniël vandaan, helemaal niet. Hij had dat van de Heer zelf ontvangen. Het was een geheim, een geheim dat aan hem was toevertrouwd, zoals aan Paulus heel wat meer geheimen zijn toevertrouwd. Hij was ook een beheerder van de geheimenissen van God, zoals hij elders in de Korinthebrief zegt.⟨/p> ⟨p>Daarom is het zo boeiend om ons heel specifiek en heel nauwkeurig te richten op wat Paulus nu zegt over die hoop, over die verwachting en wanneer die verwachting begint. En dan probeer ik — en ik hoop dat u er net zo in staat als ik — om even alles wat je meent te weten uit te schakelen. Zo clean mogelijk, zo open-minded mogelijk. Gewoon dat wat er staat op je te laten inwerken. Ik vind het belangrijk zodat je ook echt gereinigd kunt worden in je denken, zodat dat woord echt met de volle impact zijn werk in ons kan doen. Met die instelling: wat zegt hij nou eigenlijk? Wat heeft Paulus van de Heer zelf ontvangen? Welk geheim is hem meegedeeld? Wat zegt hij nou precies? Niet: wat dénken wij dat hij zegt? Of: wat hebben we er ooit over geleerd? Nee, gewoon weer helemaal opnieuw die frisse ervaring opdoen. Wat zegt hij nou eigenlijk?⟨/p> ⟨p>Dit zeggen wij met een woord van de Heer: dat wij de levenden, die overleven — of in de NBG-vertaling staat "die achterblijven", dat is in de praktijk ongeveer hetzelfde — degenen die dus niet overlijden. En Paulus leefde dus; hij zegt "wij de levenden". Sommigen hebben hieruit geconcludeerd dat Paulus dit inderdaad nog in zijn dagen verwachtte. Ik denk dat dat wat te kort door de bocht is, want dat kun je hier niet direct uit afleiden. Hij zegt bijvoorbeeld in 2 Korinthe 4 vers 14 — een brief die hij ongeveer in diezelfde periode heeft geschreven: "Immers, wij weten dat Hij, God, die de Heer Jezus opgewekt heeft, ook ons met Jezus zal opwekken." Hier zegt Paulus dat hij opgewekt zal worden, en dat veronderstelt dat hij dus eerst ook nog zal sterven. Dus je kunt hier niet uit afleiden dat Paulus zegt dat hij zelf tot die levenden behoort. Hij zegt alleen: ik ben een levende, en "wij de levenden", dat was hij op dat moment in ieder geval. Daarmee is niet absoluut gezegd dat hij daarmee dus zegt dat hij zelf ook dat nog zal meemaken. Net zo goed als dat je ook niet uit 2 Korinthe 4 vers 14 kunt afleiden dat hij dus absoluut zeker wist dat hij eerst zou sterven. Dat is allebei te kort door de bocht. Hij spreekt over wij de levenden. En wie zijn dat dan? Nou, dat zijn degenen die niet ontslapen. En aangezien hij nog niet ontslapen was, kon hij zich inderdaad zo presenteren. Dat zegt het duidelijk zo, toch?⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-9" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3138" title="Speel af vanaf 52:18">▶ 52:18⟨/button> ⟨span>Wij de Levenden Die Overleven tot de Parousia⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Dat wij de levenden, die overleven tot de parousia van de Heer. In de interlineair staat "de aanwezigheid" en dat is het natuurlijk. Oftewel de parousia. Vorig seizoen hebben we het daar ook nog over gehad, over dat woord, want het wordt ook gebruikt in Matteüs 24. Het woord zelf betekent aanwezigheid; de Statenvertaling geeft het weer met "de tegenwoordigheid" of, in nog wat moderner Nederlands, de presentie. Maar het is allemaal hetzelfde. Iemand die present is, is aanwezig, toch? Het staat tegenover "apousia", en dat betekent afwezigheid.⟨/p> ⟨p>Het idee is dus: de Heer is nu afwezig. Hij was hier ooit en straks zal Hij hier weer zijn. Hij is nu afwezig en straks is Hij weer aanwezig. En dat is trouwens ook meteen het misleidende van dat woordje "komst". Want bij komst denk je eigenlijk alleen maar aan het moment van aankomen. Maar het is niet alleen maar het moment van aankomen, maar Zijn hele aanwezigheid. Aankomen of arriveren is één moment. Zijn aanwezigheid is ook datgene wat er na Zijn arriveren plaatsvindt. Hij arriveert en Hij zal hier zijn; Hij zal present en aanwezig zijn. Nou, dat is dat woordje parousia.⟨/p> ⟨p>Er zullen er dus zijn, dat is wat Paulus zegt, die overleven. Dat wil zeggen: die niet zullen ontslapen, maar die in levenden lijve, terwijl ze zich hier op aarde nog bevinden, de parousia zullen meemaken. Wij de levenden die overleven tot in de aanwezigheid, de parousia van de Heer. Wij zullen niet, zegt hij, de ontslapenen voorgaan. Dat was kennelijk de angst. Het suggereert dat de vraag van de mensen daar in Thessalonika was: "Die ontslapen medegelovigen, missen die dan de boot omdat zij al overleden zijn?" Nee, zegt Paulus, wij die overleven zullen de ontslapenen zeker niet voorgaan. En dat gaat hij nader toelichten. Nog één ding voordat we gaan pauzeren.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-10" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3314" title="Speel af vanaf 55:14">▶ 55:14⟨/button> ⟨span>De Betekenis van Ontslapen: Wachten op Ontwaken⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Dat woordje 'ontslapenen', wat hij in deze context een paar keer gebruikt, is natuurlijk een geweldig woord. Wij spreken over overlijden en sterven, en dan is dat woord wellicht een eufemisme, maar ik noem het liever gewoon heel reëel. Zij die sterven, die ontslapen. In dat woord zelf zit in feite al de hoop gelegen die we hebben. De wereld zegt: "Ze zijn dood." Nee, ze zijn niet dood; ze slapen, ze zijn ontslapen. Dat betekent dat ze nu in een toestand van slaap zijn. Ze zijn zich van niets bewust, ze hebben de ogen gesloten, maar don't worry: ze ontwaken weer. Dat zit besloten in dat woord slapen.⟨/p> ⟨p>Dat zegt de Heer Jezus ook als Lazarus overleden is. Dat is trouwens ook een mooi woord: overleden. Het lijden is over; over het lijden heen. Dat is wat overleden is. Maar ontslapen wil zeggen dat de persoon slaapt, en de suggestie die daarin besloten ligt, is dat de persoon weer gaat ontwaken. Het is slechts slaap. Zoals wij de schouders ophalen over iemand die zich te rusten legt en gaat slapen, zo kijken wij ook aan tegen de dood. Dat is mooi.⟨/p> ⟨p>En trouwens, dat moet ik er ook nog bij zeggen – dat is echt het laatste: hij zegt niet dat deze mensen nu elders vol enthousiasme voortleven ofzo. Want als ze op een andere manier zouden voortleven, dan slapen ze niet. Nee, ze slapen. Don't worry, niets dramatisch. Ze hebben hun ogen gesloten en zijn zich van niets bewust. Ze slapen, maar reken er maar op: ze gaan ontwaken. De Heer zal straks de wekker laten gaan. Of liever gezegd: Hij zal hen laten wekken. Ontwaken! Ontwaak, gij die slaapt, en dan staan ze op. Zoals u dat morgenochtend hopelijk ook weer gaat doen. Of niet? Dat weet ik natuurlijk ook niet.⟨/p> ⟨p>Wij gaan eerst eventjes pauzeren, stel ik voor. Het is precies negen uur, dus het lijkt mij de hoogste tijd om even een kopje koffie te gaan drinken.⟨/p> ⟨p>Goed, vrienden. Misschien mag ik nog even, voordat we verdergaan met de Bijbelstudie, een mededeling doen. Over ruim een maand, op 28 oktober, gaan we een studiedag of conferentie — hoe je het ook noemen wilt — beleggen in Garderen. Het thema is "500 jaar Reformatie". Menno zal spreken... ik noem jou als eerste, maar jij gaat als laatste spreken, als de kers op de pudding. Ook Gerard Oudijn is erbij. Ikzelf mag wat gaan vertellen over het feit dat het die maand precies 500 jaar geleden is dat Luther zijn stellingen op de slotkapel van Wittenberg timmerde: 31 oktober 1517. We gaan die dag nadenken over wat er toen gebeurd is, maar ook wat er sindsdien heeft plaatsgevonden. Dat belooft een hele boeiende dag te worden, dat kan ik u nu al vertellen.⟨/p> ⟨p>Waarom ik er ook even op wijs, is dat als u daar naartoe wilt gaan, de toegang uiteraard vrij is, maar u zich wel even van tevoren moet opgeven. Dit ook in verband met het al dan niet wenselijk zijn van een lunch. Dus bij dezen heb ik dat even aangekondigd. Goed, wij waren in 1 Thessalonika 4.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-11" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3589" title="Speel af vanaf 59:49">▶ 59:49⟨/button> ⟨span>De Heer Daalt Neer met een Commando en Geroep van de Aartsengel⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Paulus gaat iets bijzonders vertellen aan de Thessalonicenzen, die onwetend waren over het lot van hun ontslapen medegelovigen. En dan zegt hij – en dat is het laatste wat we voor de pauze nog hebben gezien: "Wij de levenden, die overleven tot de parousia, de aanwezigheid van de Heer, zullen de ontslapenen niet voorgaan."⟨/p> ⟨p>Nu gaat hij dat nader uitleggen en verklaren. Want de Heer Zelf – niet een ander, nee, de Heer Zelf – zal neerdalen in een commando. Een commando is een teken, een bevel; dat is wat er staat. In ieder geval is het commando hier ook: "Sta op!" Dat is immers ook een commando. Ik denk trouwens dat er nog meer aan de hand is, maar in ieder geval dat ook. Want de ontslapenen – dat is eigenlijk de clou van deze paar verzen – zullen bij die gelegenheid opgewekt worden.⟨/p> ⟨p>Dat komt omdat Hij, de Eersteling, dat commando zal geven. Zijn woord is niet alleen maar een aansporing. Je kunt tegen een dode roepen om op te staan, maar dan gebeurt er niets. Maar Zijn woord is kracht en dat zal dan ook gebeuren. De doden zullen de stem van de Zoon van God horen. Hij is de Opgewekte, en Zijn woord is levenskrachtig. Er zit zo'n power in het Woord; Johannes zegt al dat in het Woord leven is.⟨/p> ⟨p>Afijn, de Heer Zelf zal neerdalen in een commando en in het roepen van een aartsengel. Zo staat het er eigenlijk. Als u een Statenvertaling hebt, dan staat er "de aartsengel". Eigenlijk is dat de "arch", dat is "aarts": de eerste, maar vooral de overste van de boodschappers. Een engel is gewoon een boodschapper en in dit geval gaat het over hemelse boodschappers, dan spreken we over engelen. Maar het idee is gewoon dat het een functie is: de overste van de boodschappers. En ik moet erbij zeggen dat de traditie – ook de Joodse traditie – er zeven kent, maar de Schrift kent er slechts één: één aartsengel.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-12" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3747" title="Speel af vanaf 01:02:27">▶ 01:02:27⟨/button> ⟨span>Michaël: de Enige Aartsengel en Vorst⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Michaël, dat blijkt wel als u het nazoekt in uw Bijbel, is de enige bij wie u de term aartsengel vindt. Hij heet ook de aartsengel, de overste van de boodschappers. In de brief van Judas wordt dat zo gezegd — de hele precieze context doet nu even niet ter zake — maar Judas noemt hem Michaël, dé aartsengel, de overste van de engelen. Zijn naam betekent trouwens: 'Wie is als God?'. Nou, een mooiere naam kun je toch niet hebben? Er zijn trouwens heel wat mensen die die naam dragen, ook Bijbelse figuren. In de boeken van Mozes, Samuel en Kronieken kom je diverse keren een Michaël tegen; mensen dus die zo heten. En je komt vandaag de dag natuurlijk ook mensen tegen die Michaël heten. Ja, de Michael waar u nu waarschijnlijk aan denkt, die kom je in de Bijbel dan weer niet tegen, maar het is een prachtige naam: 'Wie is als God?'.⟨/p> ⟨p>Als vorst van de boodschappers, als engelenvorst zo u wilt, wordt hij nog vier keer genoemd: drie keer in Daniël en één keer in het boek Openbaring 12. En die ene keer in Judas dus. Dat betekent dat zijn naam vooral in de profetische boeken wordt vermeld. Dat is boeiend, want laat ik nog even teruggaan. De Heer zelf zal — hij gaat nu dus spreken over de hoop — en dat zal bij een bepaalde gelegenheid zijn. De Heer zelf zal... commando. Maar het heeft ook iets te maken met de stem, het roepen of het geluid. ⟨em>Phonē⟨/em>, dat kennen we wel; dat is geluid, stem of roepen. Het geroep van de aartsengel. Hoezo? Wat is er aan de hand met deze engelenvorst?⟨/p> ⟨p>Dat gaan we bekijken in Daniël 12. Dat sluit naadloos aan bij de thema’s waar we het ook het voorgaande seizoen over hebben gehad: over Matteüs 24, over die grote verdrukking en over de verzameling van Israël. In Daniël 12 vers 1 staat: "Te dien tijde zal Michaël opstaan, optreden." De grote vorst; hier wordt hij door Daniël zelf dus als een vorst betiteld. Hij heeft een speciale bediening, want er staat dat Michaël zal opstaan, de grote vorst die de zonen van uw volk terzijde staat. Dat wordt tegen Daniël gezegd. Michaël is dus een overste, een grote vorst, een engelenvorst. Hij staat het volk van Israël terzijde. Er staat bij: "Er zal een tijd van grote benauwdheid zijn, zoals er niet geweest is sinds er volken bestaan tot op die tijd toe."⟨/p> ⟨p>Hier hoor ik de echo van Matteüs 24. Eigenlijk is het omgekeerd: Matteüs 24 is de echo van dit gedeelte. Als de Heer Jezus daar spreekt over een grote verdrukking in die dagen, zoals er van het begin der wereld niet geweest is, dan refereert Hij aan wat Daniël vijf eeuwen eerder al verhaalde. Een tijd van grote benauwdheid. Elders wordt het nog genoemd bij Jeremia: de tijd van benauwdheid voor Jakob. Jakob heeft al heel wat benauwde uurtjes, benauwde jaren en zelfs benauwde millennia meegemaakt, maar de echte periode staat hier beschreven: de tijd van grote benauwdheid die er zal zijn zoals er niet geweest is sinds de volken bestaan tot op die tijd toe. Probeer je eens in te denken wat dat betekent; dan begin je gewoon te bibberen. Maar in die tijd zal uw volk ontkomen.⟨/p> ⟨p>Dat wordt trouwens in het vervolg ook gezegd. God zal in die dagen van benauwdheid, terwijl velen zullen sneuvelen in het land, niettemin een rest bewaren in de woestijn. Zij hebben daar een veilig onderkomen, een onderduikadres, en in die tijd van grote benauwdheid speelt Michaël een grote rol. Op het moment dat de tijd van grote benauwdheid komt, precies op dat moment, wordt Michaël actief voor zijn volk om hen terzijde te staan, juist als het erop aankomt. Dat is wat hier staat: Michaël gaat optreden bij het begin van de grote verdrukking ten behoeve van Israël.⟨/p> ⟨p>Nu gaan we van Daniël 12 naar Openbaring 12. Ik ben daar de laatste tijd veel mee bezig, dat treft zo, want in Urk heb ik een aantal studies gegeven die helemaal geënt waren op de eerste verzen van Openbaring 12. U weet wel, dat begint met: "Ik zag een groot teken in de hemel; een vrouw bekleed met de zon, de maan onder haar voeten en een kroon van twaalf sterren op haar hoofd." Een heleboel mensen denken dat dit op 23 september gaat gebeuren, wat trouwens klopt; dat zal dan aan de hemel verschijnen. Maar goed, daar is zoveel meer over te vertellen. Ik wil dat hier niet gaan herhalen. De studies worden allemaal opgenomen en degenen die mijn studies beluisteren, willen natuurlijk niet te veel overlap hebben; zij willen ook wel eens iets anders horen. Als u daarin geïnteresseerd bent, zou u die studies uit Urk nog eens moeten beluisteren. Ik ga nu even naar Michaël in Openbaring 12.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-13" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4179" title="Speel af vanaf 01:09:39">▶ 01:09:39⟨/button> ⟨span>Openbaring 12: de Wegrukking van de Mannelijke Zoon⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Maar dan lees ik eerst even vanaf vers 5. En dat doe ik met opzet, omdat het alles te maken heeft met ons onderwerp. Kijk, even voor de goede orde: we hebben het over de hoop waarvan Paulus spreekt, dat hij een woord van de Heer had ontvangen, een geheimenis dat aan hem was toevertrouwd. Dat is wat hij vertelt. Dan gaat hij spreken over de wegrukking en dergelijke.⟨/p> ⟨p>Openbaring 12 spreekt ook over die tijd. Want, lees met mij mee. "En zij..." Gaat het over die vrouw? Zonder nadere toelichting en zonder de bonnetjes er nu bij te leveren – dat hebben we trouwens vorig seizoen ook wel besproken – zij, dat is Israël. Zij baarde een zoon, dat is de Christus. Maar ik moet erbij zeggen: inclusief zijn lichaam. Hoofd en lichaam. Ze baart niet alleen een hoofd, ze baart een lichaam. Zoals die vrouw een volk is, zo is ook die zoon een volk. Zij baarde een zoon, mannelijk, die op het punt staat te hoeden al de natiën met een ijzeren knots. En weggerukt wordt het kind van haar. Dus op het moment dat dat kind gebaard is, wordt het weggegrist, zo moet ik het zeggen. En weggerukt wordt het kind van haar naar God toe, naar de troon van Hem. Want ja, die zoon die is bestemd voor de troon om te heersen.⟨/p> ⟨p>Maar eerst wordt die zoon meteen weggerukt. Dit gaat niet over de hemelvaart; dat was geen wegrukking, niets van die orde. Dit is iets wat plaatsvindt in verband met de naderende eindtijd. Kijk maar na, want we lezen verder: "En de vrouw..." na de wegrukking van die mannelijke zoon... "en de vrouw vluchtte tot in de wildernis, de woestijn in, waar zij ook een plaats heeft, gereedgemaakt vanwege God." Ook daar hebben we het de vorige keer over gehad: Bozra, Petra, weet u nog? Opdat zij haar daar zullen voeden. Ja, die "zij", dat zijn gewoon de leden van die mannelijke zoon. Als u een andere optie hebt, kijk het maar eens na op wie het anders betrekking kan hebben. Ik zou het niet weten. Ze worden gevoed, opdat zij haar daar zullen voeden, natuurlijk in de eerste plaats geestelijk. 1260 dagen. Ah, dan hebben we die periode weer. Want eerder hoorden we over 42 maanden, over drieënhalf jaar, en nu weer 1260 dagen. Maar reken het maar na: het is dezelfde tijd.⟨/p> ⟨p>Let op: de wegrukking van de mannelijke zoon, vervolgens de vrouw naar de woestijn. Daar heeft ze een gereserveerde plaats van Godswege. Daar wordt ze bewaard, daar duikt ze onder, daar wordt ze ook gevoed. Van Godswege, door hen, door een meervoud. Een gewoon afgebakende tijd van 1260 dagen.⟨/p> ⟨p>En nou komen we bij het onderwerp, want nu lezen we gewoon pal door: "En het werd oorlog in de hemel!" Tja! "De Michaël" – ik heb nu expres dat bepaalde lidwoord erbij gelaten – de Michaël! Welke? Nou, dé Michaël! De Michaël en zijn boodschappers (en zijn engelen dus, want het is in de hemel) voeren oorlog tegen de draak. Daar ging het al eerder over in Daniël 12. Ook de draak voert oorlog en zijn boodschappers. Om oorlog te voeren heb je er twee nodig, hè? It takes two to tango, maar ook it takes two om oorlog te voeren. Nou, ik lach nu wel, maar zo grappig is dit niet. Het gaat namelijk over Michaël. Aha, daar hebben we die Michaël! Dus, nogmaals.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-14" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4452" title="Speel af vanaf 01:14:12">▶ 01:14:12⟨/button> ⟨span>Oorlog in de Hemel en een Machtswisseling⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>De mannelijke zoon wordt weggerukt en de vrouw vlucht naar de woestijn. Er is oorlog in de hemel en Michaël speelt daarin een sleutelrol. Zij voeren oorlog tegen de draak, en van die draak staat geschreven dat hij de Satan is, of de diabolos. In vers 8 staat er meteen bij dat hij niet sterk genoeg was en geen stand hield. Zijn plaats werd in de hemel niet meer gevonden. De mannelijke zoon gaat naar de troon en de draak, de tegenstander, de diabolos, de oude slang, gaat naar beneden. Er is geen plaats meer voor hem in de hemel. Het idee is dat hier feitelijk het Koninkrijk al wordt gevestigd: eerst in de hemel en alzo ook op de aarde. Zo gaat het; het begint boven, het is strikt hiërarchisch. Vanuit de top daalt het vervolgens neer op aarde, maar eerst wordt de heerschappij gevestigd in de hemel.⟨/p> ⟨p>U zegt wellicht dat de Heere Jezus Christus daar nu ook al is. Jawel, maar ook de draak en al zijn consorten en zijn personeel zijn daar nog steeds. Maar niet lang meer, want hij zal daar worden verwijderd. We zingen dat in een lied en ik wijs er ook wel eens op in verband met de vestiging van het Koninkrijk op aarde. Ook nu is het zo dat de Zoon vanaf de troon Zijn heerschappij vestigt. Die mannelijke zoon wordt naar de troon van God verplaatst, weggerukt tot God en Zijn troon. Dat is niet om te picknicken, hij is bestemd voor de heerschappij. Ik weet dat sommigen bij het idee van de hemelse bediening van de gemeente, van de ekklesia, denken dat het alleen maar te maken heeft met de hemel. Maar in die hemel wordt geregeerd, vergis u niet. De overheden en de machten in de hemelse gewesten hebben hier een enorme invloed; sterker nog, daar wordt eigenlijk de boel beslist. Daarom hebben die overheden en machten het vandaag ook op het Lichaam gemunt, want feitelijk zijn dat hun rivalen. Dat Lichaam is hun concurrent, en de draak weet dondersgoed hoe het straks zal gaan.⟨/p> ⟨p>Afijn, hij is niet sterk genoeg. De wegrukking vindt plaats. Michaël zorgt ervoor dat de draak niet meer in de hemel zal verblijven. Zijn plaats werd in de hemel niet meer gevonden en de grote draak werd uitgeworpen. In de NBG-vertaling staat "op de aarde geworpen", de slang van de begintijd, de oude slang van weleer met die gespleten tong. Dat is inderdaad de slang van de begintijd die genoemd wordt diabolos. Dat zegt precies wat hij doet, namelijk: door elkaar gooien. Het zegt ook wat hij doet met het Woord van God, namelijk de boel in de war schoppen zodat je niet meer weet waar het eigenlijk over gaat. Eigenlijk is het woordje diabolos een aanduiding voor een theologische activiteit. U zegt dat u dat suggestief vindt, en dat bedoel ik ook. Diabolos betekent door elkaar gooien. Wat dan? Het Woord van God. Hij houdt zich wel degelijk bezig met het Woord van God; hij doet niet anders, maar hij gooit het door elkaar. Dat is zijn beroep. Ik gebruik die term liever dan "duivel", want dat roept veel te veel middeleeuwse gedachten op aan bokkenpoten en dergelijke. Nee, het is de diabolos, en dat zegt iets over wat hij doet.⟨/p> ⟨p>Daarmee is hij dus ook een Satan. Dat is Hebreeuws, terwijl de andere term Grieks is. Het betekent "tegenstander". De meest effectieve manier om het Woord van God tegen te staan, is door het te verdraaien. Denk daar maar eens over door. De grote draak werd uitgeworpen, de slang van de begintijd die genoemd wordt diabolos en de Satan, die de hele bewoonde wereld doet dwalen. Daartoe is hij in staat. Vergis u niet in dat enorme brein en zijn intelligentie. Er wordt lacherig over gedaan, maar dan weet je echt niet waar je het over hebt. Hij werd geworpen in het land. In de gewone vertaling staat "op de aarde", maar het is "in het land" of eventueel "in de aarde". Als je spreekt over "het land", dan denk je in de eerste plaats aan het land van Israël, en dat is iets wat tot nadenken stemt. Hij werd geworpen in het land en de boodschappers werden met hem uitgeworpen. Dat wil zeggen: niet alleen die draak zelf, maar zijn hele huishouding, zijn Satan c.s. en consorten.⟨/p> ⟨p>Om het grafisch voor te stellen: de mannelijke zoon wordt weggerukt tot God en Zijn troon, dat is omhoog. Tegelijkertijd is er een neergaande beweging van de Satan die op aarde of in het land wordt geworpen; hij is niet meer in de hemel. De mannelijke zoon was op aarde maar wordt weggerukt naar boven. De draak en al zijn gevolg waren in de hemel, maar worden op de aarde geworpen. Dat is een machtswisseling, een troonwisseling zo u wilt. Die mannelijke zoon was bestemd voor God en Zijn troon. Als de hemel wordt gezuiverd, geschiedt Gods wil in de hemel. U kunt zich voorstellen dat dan het Onze Vader hier op aarde pas echt gebeden wordt: "Uw wil geschiede, gelijk in de hemel alzo ook op de aarde." Dat is dan juist van toepassing. "Uw Koninkrijk kome." Hoe? Van bovenaf. En zoals die wil van God dan geschiedt in de hemel, zo zal het ook op aarde zijn, want de tegenstander heeft daar niets meer te zeggen. Dat gebed is op dat moment zo actueel. Nu kun je het natuurlijk opzeggen als een formulier, een beetje zoals weesgegroetjes, maar dat is vaak heel onnadenkend. In die tijd drukt het precies de waarheid uit die dan van toepassing is.⟨/p> ⟨p>In deze machtswisseling speelt Michaël, de aartsengel, de sleutelrol: in de hemel om Satan en consorten uit te werpen, en op de aarde om Israël bij te staan. De mannelijke zoon wordt weggerukt tot God en Zijn troon, de Satan wordt naar beneden geworpen. Satan weet dan dat zijn tijd heel kort is en hij gaat enorm briesend tekeer, in de eerste plaats tegen de vrouw. U zou de rest van Openbaring 12 eens moeten nalezen; ik neem er nu de tijd niet voor en heb er geen dia’s van, maar dat is wat de vrouw gaat meemaken. Michaël heeft eerst in de hemel Satan eruit geworpen. En wij, de mannelijke zoon, wij zijn bestemd voor de troon. Paulus zegt dat veel gelovigen zich dat niet realiseren. We worden niet zomaar zendelingen daarboven; we zijn bestemd voor de troon, geroepen tot heerschappij. U vraagt zich misschien af: "Wij? Wat stellen wij nou voor?" Helemaal niets, maar het is een demonstratie van genade. Wij zijn bestemd voor de troon. Weten jullie dan niet dat we engelen zullen oordelen?⟨/p> ⟨p>Weten we niet dat jullie de wereld zullen oordelen? Dat is ABC-kennis. Paulus zegt tegen de Corinthiërs: "Weten jullie dat dan niet of zo? Zijn jullie het vergeten?" Vergis je niet waartoe God ons bestemd heeft. Dat is onvoorstelbaar.⟨/p> ⟨p>In de hemel wordt Satan uitgeworpen. Dat doet Michaël; daar is hij de leider, zeg maar. Op aarde zal hij Zijn volk bijstaan. Er zijn mensen die zeggen dat Michaël gewoon Christus is. Ik beweer het niet, want ik kan het niet hardmaken. Wat heeft het voor zin om iets te beweren als je het niet hard kunt maken? Maar de gedachte zelf vind ik wel erg voor de hand liggen; dat geeft materie tot overweging.⟨/p> ⟨p>"Wie is als God?", dat is al één van zijn namen. Per slot van rekening: als Hij op de troon komt, wie zou er dan anders de vorst zijn die ervoor gaat zorgen dat de schoonmaak gehouden wordt in de hemel? En wie zal Zijn volk, het volk van Israël, in de grote verdrukking bijstaan, anders dan juist Christus? U hoort hopelijk de vragen in dat wat ik nu hier naar voren breng.⟨/p> ⟨p>Maar afijn, dat is Michaël. Ik hoop ook dat u hiermee begrijpt dat zowel punt 1 als punt 2 begint bij juist die wegrukking. De wegrukking van die mannelijke zoon betekent dat Satan naar beneden geworpen wordt, maar het betekent tegelijkertijd dat het volk hier in grote benauwdheid komt en bijstand nodig heeft. Dat is de aartsengel.⟨/p> ⟨p>Als je gewoon de Schrift gaat opslaan en Paulus hoort spreken over "bij het geluid" of "bij de stem" of "bij het geroep van de aartsengel", dan moet je je afvragen: wie is dat? Dan moet je niet gaan luisteren naar wat de traditie zegt. Je moet niet op Wikipedia kijken en zeggen: "O, de aartsengel, volgens de Joodse traditie zijn er zeven van", want dan ben je meteen verdwaald. Je moet gewoon kijken: wat zegt de Schrift over die aartsengel? Dat is Michaël. Daniël heeft er het zijne over gezegd en Johannes in Openbaring sluit daar naadloos bij aan. Het heeft alles te maken met het moment van die wegrukking. Goed, we gaan even verder.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-15" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="5305" title="Speel af vanaf 01:28:25">▶ 01:28:25⟨/button> ⟨span>De Bazuin Klinkt: de Doden in Christus Staan Eerst op⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Want de Heer zelf – we gaan weer terug naar 1 Thessalonika 4 – want de Heer zelf zal in een commando, in het roepen van de aardsengel (ik zeg het een beetje in krom Nederlands, maar zo is het geformuleerd: in het roepen van de aardsengel Michaël, denk aan de profetie, de grote verdrukking en de schoonmaak van de hemel) en in de bazuinklank van God neerdalen. In de Nederlandse vertalingen komt dat niet altijd even goed uit de verf. Dat is geen kritiek, maar gewoon een vaststelling. In het Grieks zie je hier echter drie keer het woordje ‘in’. De Heer zelf zal neerdalen ⟨em>in⟨/em> een commando; eigenlijk, als je het grafisch voorstelt, is Hij omgeven door dat commando. Hij komt ⟨em>in⟨/em> het roepen, in de stem van een aardsengel. En er is er in de Schrift maar één: de aardsengel Michaël. En Hij komt ⟨em>in⟨/em> de bazuinklank van God.⟨/p> ⟨p>De gebeurtenis waarover hier gesproken wordt, gaat dus gepaard met bazuingeklank. Dat zal ook zo zijn wanneer het volk Israël verzameld wordt en het teken van de Zoon des mensen zal verschijnen boven de Olijfberg. Het zal ook op dít moment zijn. We overwogen dat al even eerder: de bazuin werd altijd geblazen tot bijeenverzameling en ook bij het begin van de maand. Ik heb het hier in mijn aantekeningen weer even met een vraagtekentje erbij gezet: is het hier ook weer het begin van een nieuwe maand? Het begin van die 42 maanden?⟨/p> ⟨p>De Heer zelf zal in een commando, in het roepen van de aardsengel en in de bazuinklank van God neerdalen vanaf de hemel. Zoals Hij letterlijk opvoer – we hadden het er al even over – zo zal Hij ook neerdalen vanaf de hemel. Het is een beweging van Christus en terwijl Hij neerdaalt, vindt ook dit plaats: de doden in Christus zullen eerst opstaan. De doden in Christus (later lees je daarover, of was dat in 1 Korinthiërs 15? Daar blijf ik nu even vanaf) worden de ontslapenen in de Heer genoemd. Zij die in Christus ontslapen zijn, dat zijn de doden in Christus. Ze zijn dood. Dat betekent ‘ontslapen’, of zo u wilt: zij zijn zich van niets bewust.⟨/p> ⟨p>Maar de doden zullen eerst opstaan. Dat is wat Paulus benadrukt, want zijn punt was: het is niet zo dat zij die overleden zijn, de boot missen. Nee, wij die op dat moment zullen leven, zullen de doden absoluut niet voorgaan. Integendeel, de doden in Christus zullen eerst opstaan. Eerst staan de doden op bij het klinken van de bazuin, en dan bij nog een bazuin, de laatste bazuin, worden de levenden veranderd.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-16" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="5529" title="Speel af vanaf 01:32:09">▶ 01:32:09⟨/button> ⟨span>1 Korinthe 15: de Levenden Veranderd bij de Laatste Bazuin⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En dan gaan we even naar 1 Korinthe 15, want dat is ook zo'n passage waar Paulus soortgelijke dingen naar voren brengt. Vers 51 hadden we al eventjes in gedachten; Paulus zegt daar: "Zie, ik zeg jullie een geheim." Een woord van de Heer.⟨/p> ⟨p>Ik daag je uit, want ik weet dat vaak wordt beweerd dat wat Paulus hier zegt gewoon in de profeten terug te vinden is. Maar dat is gewoon niet waar. Het staat er niet. Wat hij in 1 Korinthe 15, maar ook in 1 Thessalonika 4 zegt, is echt een geheim dat aan hem is bekendgemaakt. "Zie, ik zeg jullie een geheim: allen zullen wij niet ontslapen, maar allen zullen wij veranderd worden." De 'allen' die niet ontslapen, zullen dus veranderd worden.⟨/p> ⟨p>Wanneer dan? In een ondeelbaar ogenblik. In het Grieks staat daar ⟨em>atomos⟨/em>. 'Atoom' betekent eigenlijk 'ondeelbaar', dus atomsplitsing is feitelijk een ⟨em>contradictio in terminis⟨/em>. Eerst vinden ze een atoom en zeggen ze: "Jongens, dit is een atoom: ondeelbaar." En vervolgens vinden we het uit om hem te splitsen, en dan blijkt dat we er toch een verkeerd naampje aan hadden gegeven.⟨/p> ⟨p>Een ondeelbaar ogenblik, in een oogwenk. Dat moet je heel letterlijk nemen: in het knipperen van het oog. Gewoon zó. Als je het zegt, is het alweer voorbij. De Statenvertaling zegt "in een punt des tijds". In de wiskunde heeft een punt geen afmeting; zo moet je dat zien. Een punt des tijds.⟨/p> ⟨p>Bij de laatste bazuin. Aha! Die verandering vindt dus plaats in een ondeelbaar ogenblik, in een oogwenk en bij de laatste bazuin. Is er dan nog een bazuin? Jawel, want Hij zal de bazuin blazen en de doden zullen onvergankelijk opgewekt worden. De bazuin zal klinken, de doden zullen onvergankelijk opgewekt worden en wij die overleven, wij zullen veranderd worden. Het gaat hier over "wij allen" die veranderd zullen worden in een ondeelbaar ogenblik, in een oogwenk, bij de laatste bazuin. Dat zijn degenen die overleven bij die laatste bazuin.⟨/p> ⟨p>Degenen die eerst opstaan, staan ook op bij de bazuin. Het idee is eigenlijk dat er twee bazuinstoten zijn. Zoiets. Ik heb er expres de hele middag op geoefend, hoe vindt u hem? Ik dacht: op de dag van de bazuinengeklank wil ik ook... Ik heb geen ramshoorn bij me. De bazuin klinkt... nee, ik doe het maar één keer. Sorry mensen.⟨/p> ⟨p>Die bazuin klinkt en de doden zullen opstaan. En dan vervolgens de tweede; dat is meteen de laatste bazuin. Ik word er soms zo moe van – ja, dat mag ik misschien niet zeggen, maar ik heb het nu toch gezegd – dat mensen zeggen dat dit de bazuin is die in Openbaring 7 of Openbaring 10 genoemd wordt. Maar met die zeven bazuinen heeft het niets te maken. Dat klopt van geen meter. Dat is jaren later, bij een heel andere gelegenheid.⟨/p> ⟨p>Paulus spreekt hier over twee bazuinen. De bazuin die zal klinken wanneer de doden zullen opstaan, en de laatste bazuin die zal klinken wanneer degenen die dan leven, de overlevenden dus, worden veranderd. Zij die op dat moment op aarde levend zijn, zullen bij de tweede bazuinstoot, oftewel bij de laatste bazuin, worden getransformeerd.⟨/p> ⟨p>Er is sprake van een volgorde: eerst de doden en daarna de levenden. Maar vervolgens zullen wij, de levenden – dat wil zeggen de overlevenden – gelijktijdig samen met hen worden weggerukt. De NBG-vertaling heeft het wat mooier gemaakt in fraai Nederlands: "Vervolgens wij, de levenden, die achterbleven." Dat geeft in gedachte hetzelfde weer. Maar wij, de levenden, de overlevenden, degenen die niet ontslapen zijn, zullen "gelijktijdig samen met hen" zijn. Ik vind dit veel mooier dan de NBG-vertaling, die alleen zegt "samen met hen". Nee, het is gelijktijdig samen met hen. Tegelijkertijd dus.⟨/p> ⟨p>Paulus benadrukt: de doden eerst, daarna de levenden. De eersten staan op, de tweeden worden getransformeerd en vervolgens gaan we gelijktijdig. Niet één voor één, niet in etappes. Eerst de bazuin om de doden op te wekken, en als tweede de laatste bazuin, wanneer de levenden getransformeerd zullen worden in een oogwenk, in een ondeelbaar ogenblik.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-17" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="5934" title="Speel af vanaf 01:38:54">▶ 01:38:54⟨/button> ⟨span>Gelijktijdig Weggerukt de Heer Tegemoet in de Wolken⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Maar gelijktijdig gaan we vervolgens met elkaar: de overledenen en de overlevenden. Gelijktijdig gaan wij samen met hen worden weggerukt in wolken. Dat is wat Paulus zegt. We worden weggerukt, weggerist. In de vertalingen zullen we weggevoerd worden in een oogwenk. Het idee is dat het heel plotseling gaat en ook heftig, en eigenlijk ook met geweld.⟨/p> ⟨p>Ik vind het wel frappant dat ze in het Engels over de ⟨em>rapture⟨/em> spreken. Dat heeft te maken met het woord voor verkrachten: ⟨em>rape⟨/em>, ⟨em>to rape⟨/em>. Met geweld, met kracht dus, wordt dat gezelschap weggerukt, gelijktijdig, tot ontmoeting van de Heer in de lucht. En zo zullen wij altijd samen met de Heer zijn. Over deze laatste twee zinsdelen wil ik eigenlijk nog wat meer zeggen.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-18" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="6021" title="Speel af vanaf 01:40:21">▶ 01:40:21⟨/button> ⟨span>Afsluiting en Vooruitblik op de Volgende Keer⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Maar ik zie dat het tegen tienen loopt, dus ik denk dat we er verstandig aan doen om het hier maar even bij te laten. Ik had gepland om naar 1 Thessalonika 5 te gaan, maar het gaat weer wat langzamer. Het gaat wat langzamer dan deze gebeurtenis zelf; erover spreken gaat al langzamer dan de gebeurtenis zelf. Ja, dat is heel mooi.⟨/p> ⟨p>Kijk, nu krijg ik... Francis, die zegt: "Maar hoe zit dat dan? Er staat toch ook dat hij terugkomt samen met hem." Maar je begrijpt wel dat je alleen maar samen met hem kunt verschijnen als hij eerst gekomen zal zijn voor de zijnen. Daar zit een tijdspanne tussen. En dat is het onderwerp voor de eerstkomende avonden. Francis, ik raad je aan de volgende keer erbij te wezen. Oh, dan zit je in Israël. Nou, dan zit je in ieder geval aardig op locatie.⟨/p> ⟨p>Ja, want we zullen ons inderdaad de volgende keer gaan bezighouden met 1 Thessalonika 5. Die keer daarop wordt 2 Thessalonika 2 belicht en daar zegt Paulus zulke bijzondere dingen over die wegrukking. Ik zal u vertellen: ik heb het nooit geweten. Daarom ben ik heel enthousiast om hierover te spreken en om dit ook in te lassen, want ik heb daar de laatste maanden dingen over gezien. Dan denk je: prachtig, ik ken 2 Thessalonika 2 zo goed. Maar nou blijkt het toch anders te zijn en ook veel mooier. Dat wil ik heel graag vertellen. Maar dat wordt niet de volgende keer... dus de volgende keer hoeft u nog niet te komen. Nee hoor! Want 1 Thessalonika 5 is buitengewoon belangrijk. Daar zegt Paulus namelijk ook al heel veel over dat tijdstip van zijn parousia en wat wij daarmee van doen hebben.⟨/p> ⟨p>Dan Openbaring 12. Oei. Ja, ik ken die verklaring die dat inderdaad zo naar voren heeft gebracht: dat die mannelijke zoon de 144.000 zijn? Nou is het tien uur, dus de timing van deze vraag is een beetje ongelukkig. Ik denk dat we er verstandiger aan doen deze te noteren. Daar moeten we het inderdaad over hebben. Die mannelijke zoon... Marjolein, dat is wel een mooie cliffhanger, want daar moeten we het inderdaad over hebben. Ik ging er nu even gemakshalve volledig van uit dat die mannelijke zoon gewoon Christus is, inclusief het lichaam. Dat klopt helemaal; hij wordt weggerukt en dan krijg je die grote verdrukking. De verklaring van de 144.000... als u het mij vraagt, en ik zeg het nu al: dat kan echt niet. Nee, het kan niet. Maar daar moet u absoluut niet tevreden mee zijn. Want dat is wat ik altijd vertel: mijn mening is volkomen oninteressant, maar ik wil hem wel graag toelichten. Dat doen we de volgende keer.⟨/p> ⟨p>Dan is het inmiddels trouwens ook 23 september geweest, dus zo de Heere wil. Ik heb ook Bijbelstudies beluisterd van Martin Zender, onze Amerikaanse broeder, die dit ook zo naar voren brengt. Ik heb hem zeer hoog staan, maar hier klopt het volgens mij niet.⟨/p> ⟨p>We gaan het nu even niet over Nibiru of Planet X hebben. Vindt u het goed als we eerst even afsluiten? Want er komen nog weer wat andere dingen voorbij. Ik stel voor, beste mensen, dat we deze avond zullen afsluiten met dankgebed. Ik wens u bij dezen al een hele goede nachtrust. Eerst welthuis, en we zien elkaar bij gelegenheid weer. We komen niet zo gemakkelijk van elkaar af. Dat is dan weer het nadeel of het voordeel, hè?⟨/p>