⟨h3 id="hoofdstuk-1" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="0" title="Speel af vanaf 00:00">▶ 00:00⟨/button> ⟨span>De Chronologie en Context van de Tweede Bergrede⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Op deze dertiende april is het Witte Donderdag op de kerkelijke kalender, maar ja, wat is dat eigenlijk waard? Vandaag op de Hebreeuwse kalender – de zon is immers nog niet ondergegaan – is het 17 Nisan. Dat vind ik heel wat interessanter, omdat die kalender directe Bijbelse connecties heeft. Het is vandaag 17 Nisan, en dat betekent dat het drie dagen na 14 Nisan is, oftewel drie dagen na de dag waarop het lam geslacht werd. Als u het mij vraagt, was dat de dag van de opstanding van de Heer Jezus uit de doden. Dat is dus wel wat anders dan Witte Donderdag; als je puur naar de datum kijkt, is het vandaag eigenlijk al Pasen.⟨/p> ⟨p>Er komt trouwens nog iets bij. We hebben het dit hele seizoen over wat we de tweede Bergrede hebben genoemd. Het is de rede die de Heer heeft gehouden op de Olijfberg. Dat vaststellen is niet eens zo heel eenvoudig hoor; dat kun je niet zomaar 1, 2, 3 doen. Daarvoor moet je echt Schrift met Schrift vergelijken. Ik ga dat hele traject vanavond niet uitgebreid met u bewandelen, maar aan de andere kant is het wel redelijk eenvoudig na te gaan dat de dag waarop de Heer Jezus deze rede hield, twee dagen voor Zijn sterven was. Dat was dus twee dagen voor de veertiende, oftewel op de twaalfde Nisan.⟨/p> ⟨p>Dat betekent dat dit in deze tijd van het jaar is geweest, vlak voor het Pesach. Dat maakte deze rede trouwens ook zo bijzonder. Twee dagen later zou de Heer – als u het mij vraagt zelfs op dezelfde locatie, dat wil zeggen ook op die Olijfberg – Zijn leven geven tot een losprijs voor allen. Slechts een paar dagen daarvoor spreekt Hij over het lot van Jeruzalem en alles wat daar zou gaan plaatsvinden, over de grote gebeurtenissen in verband met wat de profeten allemaal hebben gezegd over de toekomst van Israël, et cetera. Dat is dus even de context wat betreft het tijdstip waarop de Heer deze dingen heeft uitgesproken.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-2" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="164" title="Speel af vanaf 02:44">▶ 02:44⟨/button> ⟨span>Terugblik: de Vlucht Naar de Woestijn en de Verzameling van Israël⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Laten we nog even terugblikken. Ik ga daarbij niet te ver terug, want dan neemt het te veel tijd in beslag, maar wat we hebben gezien is dat aan het einde van de grote verdrukking – een periode die 1260 dagen duurt – de zon en maan zullen worden verduisterd en er tekenen zullen zijn aan de sterren. Leest u even met mij mee in Matteüs 24. Ik ga er gemakshalve vanuit dat u een Bijbeltje bij u heeft, en zo niet, dan haalt u hem nog even.⟨/p> ⟨p>In Matteüs 24 staat in vers 29 dat de Ben Adam, de Zoon des Mensen, zal verschijnen op de wolken van de hemel. Al de stammen van het land zullen Hem zien en heftig treuren. Dit is een ontmoeting tussen de Heer en Zijn volk. Dat zij Hem zullen zien, is een aanhaling uit de profeet Zacharia: "Zij zullen zien Wie zij hebben doorstoken." Degene die zij ooit hebben miskend, zullen ze dan herkennen en ze zullen daarom heftig treuren. Let ook op dat woordje "heftig"; het is niet alleen maar treuren, het is een moment van totale ontsteltenis. Dit heeft specifiek te maken met het volk Israël en de stad Jeruzalem.⟨/p> ⟨p>Wat we ook hebben gezien – en dat was met name de vorige keer aan de orde – is het overgebleven volk. Dat is het deel dat nog overgebleven is aan het einde van die grote verdrukking. Dat woord "grote verdrukking" moet je heel letterlijk nemen, want de Heer zegt dat er vanaf het begin van de wereld tot nu toe niet zo’n verdrukking is geweest als in die dagen. Hij spreekt daarbij de profeet Daniël na. In Zacharia lees je dat twee derde in het land zal omkomen, maar van het overgebleven deel, een derde deel, zal de naam van JAHWEH aanroepen.⟨/p> ⟨p>Dan zal de Heer verschijnen op de Olijfberg. We hebben gezien dat die berg dan middendoor zal splijten, waardoor er per direct een vluchtweg ontstaat. Men zal vluchten naar de woestijn, naar de plek waar vóór de verdrukking ook al gelovigen naartoe waren gevlucht. We zagen in Matteüs 24 dat wanneer de gruwel van de verwoesting wordt opgericht, ofwel wanneer het afgodsbeeld op het tempelplein komt te staan, dat het begin is van de grote verdrukking. Dat is het allerlaatste moment waarop men nog kan vluchten. Zelfs als je dan op het dak bent en je hebt nog iets binnen liggen: laat het maar en maak dat je wegkomt, want er is enorme haast bij geboden.⟨/p> ⟨p>Aan het einde van de grote verdrukking zal er dus opnieuw een vlucht zijn. Het deel dat nog in het land overgebleven is, zal vluchten naar de woestijn waar het eerdere overblijfsel zich al bevond. De uitverkorenen, het volk Israël, zullen dan wereldwijd worden verzameld. Vele profetieën spreken over dat geweldige moment. Wat we daarbij hebben gezien, was spectaculair, want meestal is de gedachte dat zij in het land worden verzameld. De Schrift zegt echter iets anders. In Ezechiël 20 zien we dat ze juist buiten het land worden verzameld, in de woestijnen. Vanuit het ene uiterste van de hemel tot aan het andere zullen alle uitverkoren Israëlieten worden verzameld en naar de woestijn worden gebracht.⟨/p> ⟨p>Daar zal een schifting, een selectie plaatsvinden. De Bijbel vergelijkt het met de dagen van de Exodus, toen men optrok naar het beloofde land. Ook toen vond er een enorme selectie plaats en ging slechts een gelovig volk het land binnen. Zo zal het in de toekomst weer zijn. De Heer zal van aangezicht tot aangezicht in het gericht met hen treden. Na de grote verdrukking, wanneer de Heer is verschenen, zal in de woestijn die schifting plaatsvinden en zal een gelovig volk vervolgens optrekken. We hebben dat onder andere gezien in Micha 2: zij zullen via de "Koninklijke Weg" naar het beloofde land gaan.⟨/p> ⟨p>Die route heet al duizenden jaren de King’s Highway. Ik heb u dat plaatje de vorige keer laten zien. Men wordt verzameld in de woestijn, ergens tussen Eilat en de Dode Zee, in het gebied van Bosra, in de buurt van Petra. Van daaruit gaat men via de Koninklijke Weg omhoog. Ik heb er voor het gemak een rechte stippellijn van gemaakt, maar in werkelijkheid loopt die route natuurlijk wat zigzaggend. Men zal dan uiteindelijk afbuigen, zoals dat ook in het verleden is gegaan. Destijds was men gestationeerd in Moab en trok Israël door de Jordaan. In de toekomst zal men via Hosea, door het dal van Agor, optrekken. Daar staat: "Hij zal het dal van Agor maken tot een deur der hoop." Er is overigens een opwekkingslied dat deze tekst gebruikt, maar zij hebben dat natuurlijk "gejat" van Hosea 2; het is niet zo dat Hosea auteursrechten aan Opwekking moet betalen. Men zal dus inderdaad diezelfde route gaan en zo optrekken naar Jeruzalem. Het is een bijzonder verhaal zoals de profeten daarover spreken.⟨/p> ⟨p>Laten we nog even lezen wat we in Matteüs 24 vers 29 zagen: "Onmiddellijk echter na de verdrukking van die dagen zal de zon verduisterd worden en de maan zal haar lichtschijnsel niet geven, en de sterren zullen vallen vanaf de hemel en de machten van de hemelen zullen geschud worden." Dan zal het teken van de Zoon des Mensen, de Ben Adam, verschijnen in de hemel en zullen al de stammen van het land heftig treuren. Zij zullen de Zoon des Mensen zien komen op de wolken van de hemel met macht en veel heerlijkheid. Hij zal verschijnen in heerlijkheid.⟨/p> ⟨p>Ik vermeldde de vorige keer al: denk er ook even een doek bij, dat maakt het allemaal nog reëler voor ons. Wij zullen er namelijk bij zijn! Wat dat betreft kunt u zich de aanschaf van tickets naar Israël besparen; komen doet u er toch wel, en nog wel met de wolken van de hemel. Dat is pas een vliegtuig! In heerlijkheid zullen wij met Hem verschijnen. Wat onze exacte rol daarbij is, doet nu even niet ter zake, maar het gaat erom dat Hij verschijnt in heerlijkheid en wij met Hem. We weten immers van de apostel Paulus dat wanneer Hij verschijnt in heerlijkheid, wij erbij zijn, omdat wij met Hem verbonden zijn als hoofd en lichaam. In vers 31 lazen we vervolgens het onderwerp waar we de vorige keer de hele avond aan hebben gewijd, omdat daar zoveel dwarsverbindingen met tal van andere profetieën te leggen zijn: "En Hij zal de boodschappers van Hem, de engelen, afvaardigen met groot bazuingeschal, en zij zullen de uitverkorenen van Hem bijeenvergaderen."⟨/p> ⟨p>Het uitverkoren volk zal verzameld worden uit alle naties. Dat is één van de grote thema's. Het begint al in Deuteronomium, maar het is bij Jesaja, Jeremia, Ezechiël... Je vindt het overal.⟨/p> ⟨p>Dat is niet zomaar een terugkeer uit de Babylonische ballingschap, uit één land. Nee, uit alle natiën waarheen ze verdreven zijn, zullen ze terugkeren. Naar het land, jawel, maar dan via de woestijn, zo weten we.⟨/p> ⟨p>In ieder geval, ze zullen de uitverkorenen van Hem bijeenvergaderen vanuit de vier winden, dat wil zeggen van noord, zuid, oost en west, tot de andere uiteinden van hen.⟨/p> ⟨p>Kortom, hier staat met zoveel woorden dat die terugkeer uit alle natiën zal plaatsvinden. Het herstel is inderdaad een wereldwijd gebeuren, en daarmee ook het herstel van Israël. Nou, daar was nog een schriftplaats die ik graag daarbij even genoemd wil hebben.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-3" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="820" title="Speel af vanaf 13:40">▶ 13:40⟨/button> ⟨span>Ezechiël 36 en 37: het Land Hersteld als de Hof van Eden⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Eerder kwam al ter sprake Ezechiël 37. Dat is, als ik u nu gevraagd zou hebben om één hoofdstuk bij de profeten te noemen dat spreekt over Israëls herstel, dan zouden we, denk ik, gezegd hebben: Ezechiël 37, het dal van de dorre doodsbeenderen. Ik blader er voor het gemak even naartoe. In Ezechiël 37 vers 9 staat: "Daarop zei Hij tot mij: Profeteer tot de geest, profeteer, mensenkind, en zeg tot de geest: Zo zegt de Heer JAHWEH: Kom van de vier windstreken, o geest, en blaas in deze gedoden, zodat zij herleven." Nou ja, en dat gebeurt dan ook vervolgens. En dan zegt Hij in vers 11: "Voorts zeide Hij tot mij: Mensenkind, deze beenderen zijn het gehele huis Israëls. Zie, zij zeggen: Onze beenderen zijn verdord en onze hoop is vervlogen; het is met ons gedaan."⟨/p> ⟨p>Dat is trouwens een prachtige beschrijving van wat de stemming zal zijn na de grote verdrukking. Dat kun je je wel voorstellen: het is met ons gedaan, het is over en uit. Zelfs van de staat Israël, waar men tientallen jaren zo aan gebouwd heeft, is niets meer overgebleven. "Het is met ons gedaan." Daarom: "Profeteer en zeg tot hen: Zo zegt de Heer JAHWEH: Zie, Ik open uw graven en zal u uit uw graven doen opkomen, o Mijn volk, en u brengen naar het land van Israël. En jullie zullen weten dat Ik JAHWEH ben, wanneer Ik uw graven open en u uit uw graven doe opkomen. Ik zal Mijn geest in u geven, zodat jullie herleven." Als je die Geest krijgt, dan krijg je leven. "En Ik zal u doen wonen in uw eigen land. U zult weten dat Ik, JAHWEH, het gesproken heb en gedaan heb." Aldus het woord van JAHWEH.⟨/p> ⟨p>Dat is Ezechiël 37, maar we gaan nu nog even terug, want Ezechiël 36 spreekt daar ook over in verband met dat herstel van Israël. Ik zeg het misschien wellicht ten overvloede: ik pretendeer absoluut geen compleetheid. Ik laat wat schriftplaatsen zien, maar er zijn dikwijls veel meer schriftplaatsen die over deze dingen spreken. Maar goed, we hebben het er dus over dat het volk wordt verzameld in de woestijn, er vindt een selectie plaats, men trekt op via die koninklijke weg, komt in het beloofde land, en dan? Dat land zal dan compleet verwoest zijn.⟨/p> ⟨p>In Ezechiël 36, beginnend bij vers 33, lees je iets heel indrukwekkends: "Zo spreekt mijn Heer JAHWEH: Wanneer Ik u reinig van al uw ongerechtigheden, dan zal Ik de steden weer bevolken en dan zullen de puinhopen herbouwd worden." Dit is een perfecte beschrijving van de situatie na de grote verdrukking. Het land is platgewalst en er is niets van overgebleven, maar dan moeten de puinhopen dus herbouwd worden. "Het verwoeste land zal weer worden bewerkt, in plaats van een woestenij te zijn voor het oog van iedere voorbijganger. En men zal zeggen: Dit land dat verwoest was, dat is geworden als de hof van Eden; de steden die verwoest en vernield in puin lagen, die zijn weer versterkt en bewoond."⟨/p> ⟨p>Even voor de goede orde: dit is niet een beschrijving van de huidige situatie. Ik weet het, er zijn velen die dat zo graag zo willen lezen: dat wat er nu opgebouwd wordt in het land, dat dit de situatie is. Van: "Ja, er was millennia niets en nu bouwt Israël daar toch weer haar steden enzovoorts." Dat is tragisch genoeg niet waar het hier om gaat. Dit wat hier in Ezechiël 36 beschreven wordt, gaat over de toekomst, als de Heer hen zal terugbrengen. Je ziet ook wat er gebeurt, want het zal gepaard gaan met: "Wanneer Ik u reinig van al uw ongerechtigheden." Het gaat om een bekeerd volk dat gelovig geworden is en dat gereinigd is. Dan zullen dus de steden weer bevolkt worden bij die gelegenheid. We hebben dat trouwens ook al veel eerder gezien in Deuteronomium 30.⟨/p> ⟨p>Vervolgens lees je in vers 36: "Dan zullen de volkeren die om u heen overgebleven zijn..." Wat trouwens ook al heel sterk aanwijst dat er een grote slachting heeft plaatsgevonden, een enorme strijd waarbij kennelijk de bevolking gedecimeerd is, net zoals dat met Israël het geval zal zijn. Want u weet, als de Heer zal verschijnen op de Olijfberg, dan gaat Hij Zijn volk verzamelen in de woestijn, maar Hij zal ook strijden tegen de volkeren. Hij zal als een krijgsheer, een oorlogsheld, gaan optreden en het opnemen voor Zijn volk tegen de volkeren. Hoe lazen we dat de vorige keer? Dan zal Hij daar in Bosra zijn, in Edom. In Jesaja 63 kun je dat lezen: "Wie is het die van Edom komt, met bloedbesprenkelde klederen van Bosra?" Het is de Heere die optreedt. "En wat is dat rood aan Uw gewaad?" Ja, dat is omdat Hij de wijnpers der volkeren treedt. Ik citeer een beetje uit de losse pols, maar in Jesaja 63 kun je dat vinden.⟨/p> ⟨p>Dat is de situatie in die dagen. Als Israël dan weer verzameld is — en hoe lang de tijd is die daaroverheen gaat, weet ik eerlijk gezegd niet. Het enige wat ik weet is dat Daniël ook spreekt over 1260 dagen, maar ook weer over 1290 dagen, dus een maand langer, en over een periode van 1335 dagen, wat nog weer 75 dagen langer is. Er zijn dus nog allerlei andere mijlpalen in die periodes te ontwaren die je daar kunt neerzetten. U begrijpt, dat is allemaal niet in één of twee dagen gebeurd. En als het volk het beloofde land is ingegaan, dan zullen de steden worden herbouwd en het zal worden als de hof van Eden.⟨/p> ⟨p>Je leest in een andere schriftplaats dat het land dan ook de regen van de hemel zal krijgen. Niet door irrigatiesystemen die men knap bedacht heeft, maar gewoon door regen van de hemel. Het land zal inderdaad overvloeien van melk en honing, niet door menselijke kunstvaardigheid en expertise. Dat is natuurlijk het Joodse volk wel toevertrouwd, maar dat is mensenwerk. En u weet hoe de Heer tegenover mensenwerk staat: "Als de Heer het huis niet bouwt, tevergeefs zwoegen de bouwlieden eraan." Dat is al een hele oude waarheid. Maar als de Heer straks inderdaad dat huis van Israël weer gaat bouwen daar in het land, dan wordt het als de hof van Eden.⟨/p> ⟨p>"Dan zullen de volkeren die om u heen overgebleven zijn, weten dat Ik, JAHWEH, herbouwd heb wat vernield was en beplant heb wat verwoest was. Ik, JAHWEH, heb het gesproken en Ik zal het doen." Dit zijn zulke indringende, maar ook zulke duidelijke woorden. Het is God die iets voor Zijn rekening zal nemen. En dat is allemaal indachtig dat geestelijke herstel: men zal tot erkenning komen en men zal inmiddels gereinigd zijn. Waarom ik het eigenlijk met name noem, is dat je leest dat het land hersteld zal worden nadat het een puinhoop en woestenij was geworden. Eerst wordt het volk gereinigd — "Ik zal rein water op u sprengen," dat staat ook in Ezechiël 36 — men zal weten wie de Heer is, en vervolgens wordt het land herbouwd en tot een hof van Eden gemaakt. Herbouwd wat vernield was, beplant wat verwoest was. "Ik, JAHWEH." Er hoeft hier eigenlijk niets aan toegelicht te worden. Dit is gewoon zulke klare, heldere taal. De profetieën willen nog wel eens voorzien zijn van allerlei cryptische begrippen en symboliek, waarbij je het ene met het andere moet vergelijken om het überhaupt te kunnen verstaan, maar dit is klip en klaar.⟨/p> ⟨p>Dit is gewoon hele letterlijke, realistische taal; die hoef je niet uit te leggen. Dit is de uitleg! Dus dat nog even wat betreft dat herstel van Israël. Nou, dat is weliswaar even een uitstapje naar een andere provincie, maar dat heb je nodig. Want Matteüs 24 is feitelijk een compilatie van allemaal – hoe zeg je dat? – schriftgegevens en woorden van de profeten.⟨/p> ⟨p>Bijvoorbeeld Daniël die het meegeeft; het zijn allerlei citaten, referenties en verwijsplaatsen. Je wordt eigenlijk geacht, als je van Matteüs 24 nota neemt, dat je kent wat daaraan voorafgegaan is en waar de profeten al van hebben gesproken. Niet alleen Daniël, maar ook Jesaja en Jeremia, noem ze maar op. Dat je dat kent: het herstel van Israël, de verzameling van het volk, het herstel van het volk en het land.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-4" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1514" title="Speel af vanaf 25:14">▶ 25:14⟨/button> ⟨span>Matteüs 24:32: de Parabel van de Vijgenboom als Beeld van Israël⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En dan staat er in vers 32: "Leert echter van de vijgeboom de parabel," of de les. De gelijkenis staat er geloof ik in de Statenvertaling, als ik me niet vergis. Klopt dat? Ook "les", oké. Maar u ziet, in het Grieks staat er gewoon het woordje "parabel".⟨/p> ⟨p>Het is namelijk zo: dit is dus een parabel. Ik had het net over letterlijke, realistische taal in Ezechiël 36, maar Ezechiël 37 — over het dal van de dorre doodsbeenderen — is bijvoorbeeld weer een beeld, in feite ook een parabel. Hier hebben we opnieuw een parabel en die gaat over een vijgeboom. Er wordt hier een vergelijking gemaakt, wat altijd het geval is bij een parabel; het verwijst naar iets anders.⟨/p> ⟨p>"Leert echter van de vijgeboom de parabel." Deze dus. En welke dan? Nou, dan moeten we eerst een andere vraag stellen: hoezo de vijgeboom? Wat heeft dat hier nu mee te maken? We hadden het toch over het herstel van Israël? Ja, daarom juist, denk ik dan. Want de vijgeboom speelt nogal eens een rol bij de profeten. Wat zeg ik? Het speelt nogal eens een rol in de evangeliën. Sterker nog, het speelde zelfs op de dag dat de Heer Jezus deze rede uitsprak — 12 Nisan, twee dagen voor zijn sterven. Op de dag dat Hij deze rede uitsprak, vroeg in de morgen, speelde een vijgeboom nog een grote rol. Het is een hele eigenaardige geschiedenis, maar het was op dezelfde dag, de twaalfde Nisan, dat dit speelde. En ik heb het over de volgende geschiedenis.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-5" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1640" title="Speel af vanaf 27:20">▶ 27:20⟨/button> ⟨span>Matteüs 21: de Verdorde Vijgenboom en de Ware Betekenis van het Woord Aion⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Dan gaan we even naar Matteüs 21. Als we praten over Matteüs 21, 23 en 24, dan heeft dat allemaal op één dag zijn beslag gehad. Als je het zo op een rijtje zet, moet de rede in Matteüs 24 ergens in de middag of aan het einde van de middag zijn uitgesproken. Maar vroeg in de morgen van diezelfde dag lees je in Matteüs 21 vers 18: "En des morgens vroeg, bij zijn terugkeer naar de stad, werd Hij — dat wil zeggen Jezus — hongerig."⟨/p> ⟨p>Je moet even teruglezen in het 17e vers, want daar zie je dat Hij had overnacht in Bethanië; dat deed Hij heel vaak. Ik zal het u even laten zien op een plattegrond. Dan heb je hier de Olijfberg en hier de hof van Getsemane. Even over de top van de Olijfberg heb je het plaatsje Bet-Vagé. Als je nog wat verder naar beneden gaat, aan de andere kant, kom je in het plaatsje Bethanië. U weet wie daar woonde: Lazarus met zijn beide zusters Maria en Marta. Je mag aannemen dat de Heer daar vaak heeft overnacht. Soms lees je trouwens ook dat Hij gewoon op de Olijfberg zelf overnachtte; of Bethanië nog op de Olijfberg zelf was, weet ik niet precies, maar in ieder geval aan de voet van die berg. De voorgaande dag was Hij in de tempel geweest, vervolgens overnachtte Hij in Bethanië en dan lees je: "des morgens vroeg bij zijn terugkeer naar de stad". Hij ging dus over de Olijfberg naar Jeruzalem toe en ergens op die route werd Hij hongerig.⟨/p> ⟨p>En daar Hij een vijgenboom aan de weg zag staan, ging Hij erheen, doch Hij vond niets daaraan dan alleen bladeren. Dan krijg je iets heel eigenaardigs, waar velen over zijn gevallen. Dat is logisch, want als je deze vijgenboom alleen op zich bekijkt, begrijp je het niet. Op de Olijfberg zag Hij een vijgenboom. Dat kan heel goed. Aan die vijgenboom hingen veel bladeren. Het was voorjaar, 12 Nisan of 12 Abib. Aviv is het Hebreeuwse woord voor lente, de lentemaand dus. De boom was al vol met bladeren, maar verder niks. Hij vond niets daaraan dan alleen bladeren en Hij zei tot die vijgenboom: "Nooit groeie aan u enige vrucht meer." En dan staat er in uw vertaling waarschijnlijk, net als in de mijne: "tot in eeuwigheid" of "in der eeuwigheid".⟨/p> ⟨p>Ik ben hier in een gezelschap op een locatie waar het woord dat hier gebruikt wordt al zo vaak is behandeld. U weet inmiddels wel dat het woord dat hier in het Grieks staat, ⟨em>aion⟨/em>, geen eeuwigheid is. Wat een misverstanden heeft dat allemaal opgeleverd! Wat de Heer zegt aan deze vijgenboom, is: "Aan deze vijgenboom groeit geen vrucht meer." Niet "tot in eeuwigheid", want eeuwigheid is een tijd zonder einde, zoals we dat verstaan. Nee, er staat: "tot in de aion". En als u vraagt of dat dan een einde heeft, dan zou ik zeggen: ja, zeker! Want daar gaat heel Matteüs 24 over. De discipelen vragen immers: "Wat is het teken van uw parousia en van het einde van de aion?"⟨/p> ⟨p>Stel je voor dat de vertalers dat nou op dezelfde manier hadden vertaald in Matteüs 24, net zoals in Matteüs 21. Het woord ⟨em>aion⟨/em> is exact hetzelfde woord. Als men in Matteüs 24 ook "eeuwigheid" had vertaald, dan hadden de discipelen de vraag gesteld: "Vertel ons, wat is het teken van uw parousia en het einde van de eeuwigheid?" Dat gaat nergens over, dat is volkomen dwaas. Maar dat staat er ook niet. Het is een wereldtijdperk. En dat levert nu juist zoveel zicht op.⟨/p> ⟨p>Wat de Heer zegt over deze vijgenboom... ja, een ezel stoot zich in het gemeen niet twee keer tegen dezelfde steen. Ik heb daar weleens een aardige aanvulling op gehoord: "Eén troost: als u zich tweemaal stiet, een ezel bent u zeker niet." Die heb ik niet zelf verzonnen, maar ik dacht: die moet ik onthouden, die komt mij nogal eens van pas. Maar even serieus, de situatie is ernstig genoeg, want de Heer spreekt eigenlijk een vervloeking uit over deze boom. Hij ziet wel veel bladeren — het heeft de schijn van — maar het is alleen maar blad. Er is geen vrucht. Veel geschreeuw, maar weinig wol, of in dit geval: veel blad, maar er zit helemaal niets in. Geen vrucht, en daar gaat het om.⟨/p> ⟨p>Je begrijpt onmiddellijk waar het hier over moet gaan. Dit is uiteraard een zinnenbeeldig gebeuren, een parabel die je moet verstaan. Het gaat niet om die boom. Er staat in het evangelie van Lucas zelfs nog bij dat het de tijd van de vijgen nog niet was. De Heer wist wel wat Hij deed. Het was een beeld van wat er gaande was. Hij was op weg naar de stad die Hem verwierp, die Hem twee dagen later aan het kruis zou nagelen. In dat kader moeten we ook die vlammende rede zien die de Heer hield tegen de schriftgeleerden en de farizeeën, waarin Hij zegt: "Jeruzalem, Jeruzalem, dat de profeten doodt en stenigt wie tot u gezonden zijn... Zie, uw huis wordt aan u overgelaten. Want Ik zeg u, jullie zullen Mij van nu aan niet meer zien, totdat je zult zeggen: Gezegend Hij die komt in de naam van de Heere."⟨/p> ⟨p>Er is dus een "totdat". Die ⟨em>aion⟨/em> is geen eeuwigheid. Voorlopig groeit er aan die boom geen vrucht meer. Die vijgenboom is uiteraard een beeld van de natie Israël, als embleem van het volk. De vijgenboom vertoonde wel blad, veel zelfs, maar droeg geen vrucht. En de Heer zegt: dat zal deze hele aion ook niet meer het geval zijn. Deze aion zal er geen vrucht meer aan groeien. Eigenlijk mag ik het woord vervloeking niet eens gebruiken, want dat wordt in dit verband niet gezegd, maar er groeit aan deze boom geen vrucht meer.⟨/p> ⟨p>Dat gaat niet over die fysieke boom, maar over de parabel van de vijgenboom. Aan het einde van deze aion gaat het omkeren. Dan breekt er namelijk een nieuwe aion aan en dan zal de vijgenboom gaan uitbotten. Zie je hoe belangrijk het alleen al om deze reden is om het woordje ⟨em>aion⟨/em> goed te verstaan? Terstond verdorde de vijgenboom. We weten trouwens dat dit niet betekende dat die boom ter plekke voor hun ogen slap ging hangen. Je leest namelijk in Marcus 11, het parallelgedeelte, dat ze de volgende dag terugkwamen. Dat was dus één dag voor de kruisiging. Vroeg in de morgen passeerden ze de boom en de discipelen maakten de Heer erop opmerkzaam: "Kijk, die boom is helemaal verdord." Er staat nog bij: "vanuit de wortel". Van onderaf was hij verdord. Dat is trouwens ook nogal veelzeggend.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-6" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2306" title="Speel af vanaf 38:26">▶ 38:26⟨/button> ⟨span>Lukas 13: Drie Jaar Vruchteloos Zoeken in de Wijngaard⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Laten we even gaan naar Lukas 13. Want ja, vijgenbomen zie je hier in Nederland natuurlijk niet zo vaak. Sommigen van u weten dat ik vroeger in de kwekerij gewerkt heb. Ik heb in de ficus gewerkt en een ficus is eigenlijk gewoon een vijgenboom, of een variant daarvan. 'Ficus' is simpelweg het Latijnse woord voor vijg. Maar goed, waarschijnlijk hebt u in de tuin geen vijgenboom staan. Dat kan wel, hoor, maar nu is het er nog niet de tijd voor, want het is nog niet de tijd der vruchten. Ik denk dat het hier trouwens ook wat langer duurt voordat ze rijp zijn. Ik las onlangs nog – ik zat dat vandaag of gisteren nog eventjes na te kijken – dat het vanaf het moment dat er een blad aan de boom komt, ongeveer veertig dagen duurt voordat je er vrucht van kunt plukken. Ja, veertig dagen. Dat is een opmerkelijke reeks. Ik struikelde daar ook over; dat heb je als je wat geroken hebt aan het onderwerp van typologie in de natuur. Dan ga je altijd dat soort linken leggen tussen de Schrift en dat wat je ziet in de natuur. Je denkt dan: zou dat allemaal uit één brein komen? Ja, het is allemaal van één Ontwerper. Dat je daar dit soort connecties ziet, is dan niet zo moeilijk.⟨/p> ⟨p>Even terug naar mijn onderwerp: de vijgenboom. In Lukas 13 lezen we een gelijkenis die overigens bij een heel andere gelegenheid werd uitgesproken. "En Hij sprak deze gelijkenis: Iemand bezat een vijgenboom die in zijn wijngaard was geplant." Je kunt een vijgenboom op de Olijfberg hebben staan, maar je kunt ook een vijgenboom in een wijngaard hebben. Dat is op zich een vrij eigenaardig verhaal, want in een wijngaard heb je toch meestal wijnstokken? Maar een wijngaard is in de Bijbel net zo goed een beeld van het huis van Israël. Ik ga ze niet allemaal langs, maar ik heb drie getuigen uit de Schrift erbij geroepen zodat de zaak vaststaat. Eigenlijk had ik er maar twee hoeven doen, dan staat het al vast. De eerste is trouwens wel heel erg mooi; Jesaja voert zo'n uitgebreide gelijkenis op waarin staat dat de Heer een wijngaard bezat, en dan staat er expliciet bij: dat is het huis Israëls. Hij zocht vrucht, maar Hij vond geen vrucht.⟨/p> ⟨p>Hier in Lukas hebben we dus die wijngaard met daarin een vijgenboom. Er zijn trouwens verschillende bomen die allemaal feitelijk een uitbeelding van Israël zijn; het kan zelfs een doornstruik of een braamstruik zijn. Maar laten we ter zake blijven. Iemand bezat een vijgenboom die in zijn wijngaard was geplant en hij kwam om daar vrucht aan te zoeken. En dan zie je eigenlijk hetzelfde fenomeen als wat de Heer zag op deze dag dat Hij op de Olijfberg de tweede Bergrede uitsprak: er was geen vrucht. Hij kwam om vrucht te zoeken – en dat mag je ook verwachten, zeker in een wijngaard; je plant zo'n boom immers juist vanwege de vrucht – maar hij vond er geen.⟨/p> ⟨p>In vers 7 staat: "En hij zei tot de wijngaardenier: Zie, het is nu al drie jaar dat ik vrucht aan deze vijgenboom kom zoeken en ik vind ze niet. Hak hem om! Waarom zou hij de grond nutteloos beslaan?" Hier zie je eigenlijk dezelfde gedachte als die we zojuist zagen. Ook een vijgenboom, maar hier is de gedachte: al drie jaar, zegt de heer. Is het zo dat ik vrucht aan deze vijgenboom kom zoeken, maar er is niets. Ja, een hoop blad, maar dat kun je niet eten. Al drie jaar. En dat is precies de lengte van de bediening die de Heer gehad heeft. Deze gelijkenis moet een paar maanden voor de kruisiging van Jezus zijn uitgesproken. We hebben een seizoen eerder al gezien dat de bediening van de Heer hier op aarde drieënhalf jaar geduurd heeft – een halve jaarweek, weet u nog? De Heer zegt hier dan: "Ja, al drie jaar zoek ik vrucht." Dan zegt de wijngaardenier: "Laat hem nog een jaar staan." Dat staat in het vers hierna, maar daar gaat het me nu even niet om.⟨/p> ⟨p>Het gaat me erom u duidelijk te maken dat de vijgenboom een beeld is van de natie Israël. De Heer kwam om vrucht aan haar te zoeken, maar Hij vond geen vrucht. Er was een hoop vertoon, ze hadden er de naam van, maar vrucht? Nee, ho maar. En daarom zou de boom worden omgehakt. Dat is ook precies wat er gebeurd is: er is een einde gekomen aan Israëls nationale bestaan. Het is zo profetisch. Die vijgenboom beeldt iets uit; het staat niet op zichzelf, maar leert ons een parallel.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-7" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2666" title="Speel af vanaf 44:26">▶ 44:26⟨/button> ⟨span>Het Uitbotten van de Vijgenboom en het Aanbreken van de Zomer⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Maar nu zijn we weer terug bij Matteüs 24 vers 32. De Heer zegt daar: "Leert echter van de vijgeboom de parabel." De vijgeboom—u weet het wel, hè?—dat is Israël. Het is dezelfde vijgeboom die Ik vanmorgen vroeg nog vervloekte. Of, vergeef me dat ik dat woord weer gebruik, waarvan Ik in ieder geval zei: "Geen vrucht zal er meer aan groeien gedurende deze aeon." Nu is het middag en de Heer spreekt op de Olijfberg de rede uit over Jeruzalem, over de terugkeer van de Heer, over de terugkeer van de Ben Adam, over de verzameling van Israël en over hoe het weer in het land terecht zal komen.⟨/p> ⟨p>Bij die gelegenheid zegt Hij: "Leert echter van de vijgeboom de parabel: wanneer ook maar de tak van haar al sappig zacht wordt en de bladeren uitspruiten." Even voor de goede orde: dit is dus aan het einde van de aeon. Gedurende deze aeon zal zij geen vrucht meer vertonen, maar in de nieuwe aeon daarentegen rijkelijk. En dan: "Leert echter van de vijgeboom..." Ik wilde even terugbladeren om precies te weten hoe het er staat. In de vertaling staat namelijk vaak "leert dan van de vijgeboom"—dat schiet me nu ter plekke te binnen en het klinkt misschien ook sterk—maar zo staat het er niet. Er staat: "Leert echter van de vijgeboom de parabel."⟨/p> ⟨p>Wanneer ook maar de tak van haar al sappig zacht wordt—dat is wat er gebeurt in de lente—dan weten jullie dat de zomer nabij is. En dat is inderdaad het einde van de aeon van deze wereld. Het is dan nog geen zomer. Nee, als je dat ziet, als je dat opmerkt, dat die bladeren gaan uitspruiten, dan weet je: het is nu lente en de zomer komt eraan. Het zijn van die dagen dat je het aan alles voelt: de zomer komt eraan! Als je dat bij die vijgeboom ziet en je voelt in die tak dat het weer sappig zacht is, dan weten jullie dat de zomer nabij is.⟨/p> ⟨p>De zomer is natuurlijk het moment waarop het allemaal gaat gebeuren. Dan zal de vijgeboom vrucht gaan opleveren. Die zomer, dat is het einde van de aeon; dat is wanneer het koninkrijk over deze wereld zal worden gevestigd. Op het moment dat Israël hersteld wordt, is er nieuw leven. Dan is het koninkrijk over deze wereld nog niet direct aangebroken; op dat moment is alleen Israël hersteld en onderworpen. Maar voordat dat wereldwijd zijn beslag zal krijgen, gaat er nog een tijd overheen.⟨/p> ⟨p>Dat is waar de Heer het hier over heeft. Als die vijgeboom levenstekenen gaat vertonen, dan weet je: de zomer komt. De zomer zelf is nog niet aangebroken, daar gaat nog een periode overheen. Feitelijk hebben we het daar in dit seizoen al heel wat keren over gehad: dat de terugkeer van de Heer op de Olijfberg na de grote verdrukking nog niet betekent dat het koninkrijk meteen wereldwijd is aangebroken. Daar gaat nog een hele periode overheen.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-8" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2926" title="Speel af vanaf 48:46">▶ 48:46⟨/button> ⟨span>Jesaja 60: Zonsopgang over Israël, Donkerheid over de Volkeren⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Ik wil u nog op één schriftplaats wijzen voordat we gaan pauzeren, namelijk Jesaja 60. We hebben inmiddels links en rechts al heel wat van dit soort aanwijzingen gezien, maar laten we nu specifiek kijken naar Jesaja 60. Daar staat een prachtig woord: "Sta op!" Wat is dat? Dat is opstanding. "Word verlicht, want uw licht komt en de heerlijkheid van JAHWEH gaat stralend over u op." Dit is zonsopgang, een nieuwe dag, maar het is ook nieuw leven. Wanneer de zon opkomt, sta je immers op.⟨/p> ⟨p>Dit is een beschrijving van het moment waarop de nacht van deze wereld voorbij is en Hij opkomt als de Zon der gerechtigheid. Het is een prachtig beeld. De duisternis wordt dan verdreven en de heerlijkheid van JAHWEH zal stralend over u — het volk Israël — opgaan. Letterlijk! We hebben dat al vaker gezien bij die 'derde dag'. Er staat dat Hij na twee dagen, op de derde dag, zal verschijnen. Dat gebeurt precies in de dageraad, oftewel bij zonsopkomst; dan zal Hij tot het volk Israël komen.⟨/p> ⟨p>Dan gaat de heerlijkheid van JAHWEH stralend over u op. "Want zie, duisternis zal de aarde bedekken en donkerheid de volkeren, maar over u zal JAHWEH stralend opgaan en zijn heerlijkheid zal over u gezien worden." Ziet u? Dit is precies het fenomeen waar we momenteel middenin zitten als we het hebben over Matteüs 24. De Heer is voor Israël gekomen; daar is JAHWEH verschenen en stralend over hen opgekomen. Betekent dit dat de volkerenwereld daar dan ook direct in deelt? Nee, juist nog niet. Want zie: "duisternis zal de aarde bedekken en donkerheid de volkeren, maar over u, Israël, zal JAHWEH stralend opgaan."⟨/p> ⟨p>Ziet u dat verschil? De grote verdrukking voor Israël is voorbij, maar de tijd van oordelen, gericht en duisternis zal voor de volkeren juist dan aanbreken. Dat contrast tussen Israël en de volkeren is essentieel. Voor Israël zal de dag dus eerder aanbreken; daar komt het op neer. Dat is trouwens ook opmerkelijk: voor Israël breekt de dag altijd eerder aan, nietwaar? Wanneer de zon ondergaat, begint voor Israël al de nieuwe dag. Zo rekent Israël ook. Wat zou daar toch achter zitten? Wanneer bij ons de zon ondergaat, breekt bij Israël een nieuwe dag aan.⟨/p> ⟨p>Het gaat mij nu met name om dit punt, want het is zo belangrijk voor het verstaan van de profetie. Als Israël hersteld wordt, als de Heer in hun midden zal zijn en Hij het stralende licht voor hen is, dan zal de volkerenwereld zich nog onder een dikke duisternis bevinden. Dat zullen we nog meer gaan zien.⟨/p> ⟨p>Ik stel voor dat we nu eerst even gaan pauzeren, want het is inmiddels vijf over negen. Voor de pauze hadden we het dus over het herstel van Israël, maar we hebben vastgesteld dat daarmee nog niet gezegd is dat de hele wereld dan al direct door de Messias beheerst wordt. Het gaat in die specifieke volgorde: eerst Israël als hoofd der volkeren, en de rest komt daar achteraan. De volkerenwereld volgt. Dat is de vaste volgorde waar ik dit seizoen al vaak op heb gehamerd, omdat ik ervan overtuigd ben — en ik hoop u inmiddels ook — hoe belangrijk dit is voor het verstaan van Matteüs 24 en zoveel andere passages.⟨/p> ⟨p>Wanneer de Heer Zijn Koninkrijk gaat bouwen vanuit Jeruzalem, vestigt Hij daar Zijn troon. En vanaf Zijn troon... ik citeer hier weer een opwekkingslied waarvan ik niet weet of de makers zich de diepe betekenis hebben gerealiseerd, maar het is een Bijbelse waarheid: vanaf Zijn troon vestigt de Zoon Zijn heerschappij en breidt Hij die heerschappij verder uit. Hoe logisch is die gedachte?⟨/p> ⟨p>Goed, we hebben zojuist Jesaja 60 bekeken als laatste passage voor de pauze. Nu wil ik u nog een voorbeeld geven.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-9" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3281" title="Speel af vanaf 54:41">▶ 54:41⟨/button> ⟨span>Openbaring 6 en 7: het Zesde Zegel en de Verzegeling van de 144.000 Israëlieten⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Daarvan ga ik een voorbeeld geven, en nu gaan we even naar het boek Openbaring. Dat is van erg groot belang, want nu pakken we ook diverse losse eindjes op die ik de eerdere avonden heb losgelaten. Nu laat ik het wat meer in het verband zien. In Openbaring 6 wordt de opening van de zes zegels beschreven. Er is een boekrol die wordt geopend en die boekrol heeft een zevental zegels. In Openbaring 6 worden er zes zegels geopend.⟨/p> ⟨p>Het eerste zegel is de ruiter op het witte paard, met die schijnvrede. In het tweede zegel wordt die vrede juist weggenomen en dan volgen de verschillende ruiters met het rode, zwarte en vale paard. De opening van deze zegels is allemaal gekoppeld aan het volk Israël, of het land van Israël zo u wilt. Wat we daarbij vooral hebben gezien — en daar gaat het nu even om — is de opening van het zesde zegel. Wat is daarvan het meest karakteristieke? De verduistering van zon en maan. Aha! Dat is een eikpunt. Dan weet je meteen: dat is wat ook in Joël en in Matteüs 24 terugkeert. In de woorden van Jezus komt dat overal weer terug: de verduistering van zon en maan.⟨/p> ⟨p>Wat vindt er namelijk bij die gelegenheid plaats? Want we blijven nu even bij Matteüs 24. De verduistering van zon en maan vindt plaats na de verdrukking van die dagen. En dan zal het teken van de Zoon van de mens verschijnen, en dan zal Hij komen met de wolken des hemels en dan zal Hij Zijn volk verzamelen. Dat is het zesde zegel. Houd die even vast.⟨/p> ⟨p>Goed, we bladeren even door. Na Openbaring 6 kom je in Openbaring 7. Eigenlijk is Openbaring 7 een soort intermezzo. Dat is nogal logisch, want pas in Openbaring 8 vers 1 wordt het zevende zegel geopend. Openbaring 7 is dus een onderbreking. Waar kennen we Openbaring 7 vooral van? Omdat daar beschreven wordt dat er uit elk van de twaalf stammen 12.000 mannen verzameld, of liever gezegd: verzegeld worden. Hoezo verzegeld? Nou, dat betekent dat ze onaantastbaar gemaakt worden. Ik zoek de tekst er even bij; niet omdat u me ongelovig zit aan te kijken, maar als ik een 'bonnetje' erbij kan leveren, dan voel ik me altijd een stuk zekerder.⟨/p> ⟨p>In vers 3 staat: 'Breng geen schade toe aan de aarde, noch aan de zee, noch aan de bomen, voordat wij de knechten van onze God aan hun voorhoofd verzegeld hebben.' En vers 4: 'En ik hoorde het getal van hen die verzegeld waren: 144.000. Die waren verzegeld uit alle stammen van de kinderen Israëls.' Uit de stam Juda 12.000, enzovoort.⟨/p> ⟨p>Recentelijk heb ik dat nog meegemaakt, en dat is altijd een vermakelijke discussie: de Jehova’s getuigen. Ik voelde hem al aankomen, want die hebben daar nogal een punt. Het leuke is dat als de Jehova’s getuigen over het onderwerp van de 144.000 in discussie treden met een 'standaard christen' — ik bedoel iemand met een mainstream kerkelijke achtergrond — dan maakt zo’n vertegenwoordiger van het Wachttoren Genootschap korte metten. Zo noem ik ze liever dan Jehova’s getuigen, want volgens mij hebben ze die naam ten onrechte geclaimd, maar dat even terzijde. Zo’n vertegenwoordiger van het Wachttoren Genootschap, die overigens heel aardig aanbelt, zegt dan: 'Ja, hoor eens even, de Bijbel noemt het getal 144.000. Dat getal wordt letterlijk genoemd. En in hetzelfde hoofdstuk wordt die groep ook onderscheiden van een schare die niemand tellen kan.'⟨/p> ⟨p>Als je dan opgegroeid bent met de kerkelijke theologie van 'er is één kerk vanaf Adam tot aan de jongste dag' — één grote groep, één pot nat — dan kent men al die onderscheidingen niet. Van de verschillende huishoudingen, bedelingen, tijdsperioden en categorieën heeft men totaal geen kaas gegeten. Maar ik zie met veel vertrouwen hoe de Jehova’s getuige in zo'n gesprek, om het even in bokstermen te zeggen, natuurlijk op punten wint van zo iemand. Achter elkaar. Natuurlijk, want hij zegt: 'Hoor eens even, Openbaring 7 spreekt heel duidelijk over 144.000, en dat wordt onderscheiden van die groep, van die schare die niemand tellen kan uit alle volkeren, talen en natiën. Dus ga me niet vertellen dat dat dezelfde groep is.'⟨/p> ⟨p>Als jij dan daar aan de deur staat en je bent gewoon zo groot geworden met de lessen van de kerkelijke traditie, dan heb je daarop geen antwoord. Hooguit kun je de deur dichtdoen. Dat is ook een antwoord, maar daarmee heb je de Jehova’s getuige natuurlijk niet overtuigd. Integendeel, die denkt dan: 'Zie je wel, ze kunnen niet tegen hun verlies.'⟨/p> ⟨p>Maar als je de Schrift kent, dan wordt die discussie wel heel erg leuk. Ik heb het recentelijk nog een keer meegemaakt, maar ik heb het al verschillende keren beleefd. Ik vind het trouwens, maar dat even terzijde, niet het meest interessant om met zo iemand over getallen in discussie te gaan, want dan spreek ik veel liever over het evangelie, wat ze vaak ook niet kennen. Maar als we het toch over die 144.000 hebben: zij zeggen dat dit heel letterlijk is. Dan hoef je echter maar één vraag te stellen. Ik ben één keer iemand tegengekomen die zei: 'Ik behoor tot die 144.000', want dat is namelijk weer een selectie binnen de Jehova’s getuigen. De meesten zullen echter zeggen: 'Nee, ik hoor niet bij die groep.' Hoe ze dat dan weten, is nog weer een andere vraag. Maar als je dan vraagt naar die 12.000 uit de stam van Juda, 12.000 uit de stam van Naftali en 12.000 uit de stam van Benjamin, dan zeggen ze: 'Nee, dat moet je figuurlijk nemen.'⟨/p> ⟨p>Ja, maar dat schiet niet op! Wat ze winnen door te hameren op het feit dat het een letterlijk getal is en dat het onderscheiden wordt van een groep die juist geen getal kent, dat verliezen ze juist weer op het moment dat ze zeggen: 'Nee, maar die stammen moet je niet letterlijk nemen.' Het wordt er namelijk niet alleen in het algemeen bij gezegd in Openbaring 7 dat er 12.000 uit alle stammen van de kinderen Israëls zullen zijn; het wordt nog eens een keertje gepreciseerd in de verzen 5 tot en met 8. Uit de stam Naftali 12.000, uit de stam Manasse 12.000, uit de stam Simeon 12.000... Twaalf keer wordt het zo met name genoemd. Dus ik trek daaruit de conclusie dat die 144.000 uit de stammen van Israël komen. Gek hè? Hoe verzin je het! Hoe groot denk jij dat die groep van 144.000 is? Nou, misschien 144.000?⟨/p> ⟨p>Het is net zoiets als de vraag: hoe lang denk jij dat het duizendjarig rijk duurt? Dat is ook zo'n discussie in de hele kerkelijke theologie. Eerst geloofde men dat het echt duizend jaren zou zijn. Maar omdat men later geloofde dat die duizend jaren in de kerkhistorie geplaatst moesten worden, dacht men ergens net na de eerste millenniumwisseling dat de duizend jaren voorbij waren, even afhankelijk van wanneer je begon te rekenen. Maar rond die tijd moesten de duizend jaren dan voorbij zijn. En toen de wereld gewoon doorging, zeiden ze: 'Ja, maar die duizend jaar is niet letterlijk duizend jaar.' Hoe lang duurde de Tachtigjarige Oorlog? Goed, even ter zake. De verzegeling van de 144.000.⟨/p> ⟨p>Dat wordt beschreven na dat zesde zegel. Dat is heel logisch, want als Israël dan verzameld wordt in de woestijn en zij optrekken naar het beloofde land, vindt die verzegeling plaats. Bij welke gelegenheid die verzegeling precies plaatsvindt, dat weet ik niet. Het staat er mijns inziens ook niet bij, of er moet mij iets ontgaan, maar dat maakt even niet uit. Het zal in die tijd, na het zesde zegel, plaatsvinden; zo wordt het beschreven. Voor de opening van het zevende zegel en na het zesde zegel zullen die 144.000 verzameld worden uit Israël.⟨/p> ⟨p>Ze worden verzegeld met een speciaal doel, namelijk dat ze bewaard worden voor de verschrikkingen die nog gaan komen. Nu krijg je de vraag: "Maar de grote verdrukking was toch voorbij?" Ja, voor Israël wel, maar de ergste periode voor de wereld moet feitelijk nog komen. Ik zei dus dat die 144.000 beveiligd worden voor de verschrikkingen die zullen komen over de wereld. En wat zijn dat dan? Dat zijn de zeven bazuinen die vervolgens genoemd worden.⟨/p> ⟨p>In Openbaring 7 lees je ook nog over die grote schare die uit alle volkeren zal komen. Dat is het verzamelde en herstelde Israël. Er staat trouwens nog bij in Openbaring 7 vers 14: "Zij komen uit de grote verdrukking." Ze staan daar bij de troon; ik denk gewoon dat dat in Jeruzalem is. Afijn, in dat herstelde volk van Israël, dat een grote schare zal zijn uit alle volken en talen en natiën, wordt een selectie gemaakt van 144.000 die speciaal beveiligd worden.⟨/p> ⟨p>Gaan zij dan naar het buitenland ofzo? Want in Israël is het nog licht en daar is het Koninkrijk toch aangebroken? Ja, maar we weten dat het volk ook het evangelie van het Koninkrijk gaat prediken. En als dat gebeurd zal zijn – wat hebben we gelezen in Matteüs 24? Als het evangelie van het Koninkrijk over de hele wereld gebracht zal zijn, dan zal het einde gekomen zijn. Namelijk vandaaruit.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-10" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4074" title="Speel af vanaf 01:07:54">▶ 01:07:54⟨/button> ⟨span>De Zeven Bazuinen: de Naderende Oordelen over de Wereld⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>In Openbaring 8, 9 en hoofdstuk 11 wordt beschreven dat de zeven bazuinen geblazen worden. In hoofdstuk 8 vers 1 en 2 lees je dat het zevende zegel geopend wordt. En wat is de opening van dat zevende zegel? Dat is het moment dat de zeven bazuinen beginnen. Wat die zeven bazuinen precies inhouden, lees je met name in hoofdstuk 8 en 9. Het is niet mals wat je daar leest over wat er dan over de wereld gaat gebeuren. Begrijp me goed: dat is allemaal ná het zesde zegel. Wanneer de Heer dus inmiddels al is teruggekeerd naar deze aarde, verschenen zal zijn voor Zijn volk en Israël hersteld zal zijn, dán breekt er een hele duistere periode voor de volkerenwereld aan. Dat is de periode waarin de bazuinen — dat beeld uit het boek Openbaring — geblazen worden.⟨/p> ⟨p>In hoofdstuk 8 vers 7 lees ik even een willekeurig vers: "Er kwam hagel en vuur, vermengd met bloed, en dat werd op de aarde geworpen. En het derde deel van de aarde verbrandde, en het derde deel van de bomen verbrandde, en al het groene gras verbrandde." En dan de tweede engel die de bazuin blies: "En er werd iets als een grote berg, brandend van vuur, in de zee geworpen, en het derde deel van de zee werd bloed." Nou, zo gaat het door. Dat is een afschuwelijke periode die dan over de wereld zal aanbreken. Dat is allemaal na het zesde zegel. Feitelijk is de opening van dat zevende zegel de introductie van de zeven bazuinen die geblazen gaan worden.⟨/p> ⟨p>Ook hier zie je weer alles ontzettend helder worden. Als u het mij vraagt... Toen jaren geleden voor mij dit licht opging en dit onderscheid gezien werd, werd er zoveel voor mij duidelijk. Begrijp me goed, daarmee beweer ik niet dat ik de wijsheid in pacht heb of dat ik nu precies weet hoe het hele eschaton — het hele gebeuren van de laatste dingen — in elkaar zit. Zo bedoel ik het niet. Maar toen me dit duidelijk werd, besefte ik: dit is zo'n vitaal punt. Ik ben zelf opgegroeid met — nou ja, wat heet? — in ieder geval lag bij ons thuis altijd het blad ⟨em>Het Zoeklicht⟨/em> op de mat. Ik kende het gedachtegoed van Johannes de Heer, en daarin was het altijd zo dat wanneer de Heer verschijnt voor Israël, direct de duizend jaren aanbreken. Maar die hele periode van het uitbotten van de vijgenboom tot aan de zomer was gewoon een blinde plek. Die kenden we niet. Nou, dan mis je een heleboel.⟨/p> ⟨p>Ik geloof — maar daar komen we misschien zo nog op — dat het in één generatie zal zijn. Dat weet ik zeker. Hoe lang die periode precies duurt en wanneer die dag en dat uur zijn, dat weet ik niet. Ik ken de gedachten daarover heel goed, maar laten we niet vooruitlopen op de zaken. We parkeren dat nog even. Maar onthoud dit: als die zeven bazuinen klinken, krijg je de oordelen over de wereld. De zegels houden verband met Israël. Het zesde zegel markeert het moment dat de Heer zal verschijnen voor Zijn volk. En als de zevende bazuin geblazen wordt — dat is in Openbaring 11 — dan is het koninkrijk van Christus wereldwijd gevestigd. Kunt u dat aantonen? Ik dacht het wel.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-11" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4335" title="Speel af vanaf 01:12:15">▶ 01:12:15⟨/button> ⟨span>Openbaring 11: de Zevende Bazuin en de Wereldwijde Vestiging van het Koninkrijk⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>We gaan er even naartoe: Openbaring 11 vers 15. Daar wordt die zevende bazuin beschreven. Die zevende bazuin is de culminatie, de voltooiing. Zeven is sowieso het getal van de volheid. En dan is het hele wereldgebeuren aan de beurt. Het koninkrijk van deze wereld werd dan van onze Heer. Afgelopen zondag had ik het er nog even over bij een heel andere gelegenheid: de slag om Jericho. Ook Israël moest Jericho omcingelen. Zeven dagen lang moest men elke dag eenmaal om de stad heen wandelen. Gewoon wandelen, even doen. En dan op de zevende dag zeven keer. In totaal liep men dertien keer om die stad heen. En toen, bij die dertiende keer op die zevende dag – en bij die zevende dag en de zevende keer dat men om die stad heen gewandeld was – blies men de bazuin. En toen, ik zal het netjes zeggen, stortte de hele stad zo in elkaar en bleef er niets van over, met één uitzondering: het huis van Rachab de hoer met het scharlaken koord. Voor de rest lag de hele stad onder de ban. Dat is trouwens een prachtig beeld van Jericho als type van deze wereld. Jericho is het diepste punt van deze wereld, de diepst gelegen stad op deze hele aarde. Dat is op zich ook wel veelzeggend; een prachtig type van de wereld.⟨/p> ⟨p>Even terug naar Openbaring 11 vers 15. De zevende boodschapper blies de bazuin, de shofar. Er geschiedden grote stemmen in de hemel – dat heeft een reden, want er is groot rumoer – die zeiden: "Het koninkrijk van de wereld werd van onze Heer en van zijn Christus." Let op de verleden tijd; ik heb hier een letterlijke vertaling. Het koninkrijk van de wereld werd van onze Heer en van zijn Christus, en Hij zal koning zijn tot in de aionen van de aionen. Kijk, hier bij de zevende bazuin is het moment aangebroken dat heel de wereld in de praktijk het eigendom is van en onderworpen is aan onze Heer en aan de Christus van God. Daar zongen we vroeger ook over: "Het koninkrijk van deze wereld wordt het koninkrijk van Jezus Christus." Dat is direct ontleend aan Openbaring 11 vers 15.⟨/p> ⟨p>Wanneer de zevende bazuin klinkt – want dat gaat niet zonder slag of stoot, maar met zeven bazuinstoten – dan is het koninkrijk van de wereld bij die gelegenheid het koninkrijk geworden van onze Heer en van zijn Christus. Dat is de totale eigendomsoverdracht. Trouwens, even terzijde: feitelijk is die hele boekrol met die zegels niets anders dan een eigendomsakte die ontrold wordt. Van wie is het land? Maar bij die bazuinen gaat het, zoals gezegd, niet alleen maar over het land. Dat land is dan al geregeld. Nee, dan gaat het over de hele wereld. Als eenmaal de zevende bazuin geklonken heeft, zullen er vanuit de hemel grote stemmen klinken: "Het koninkrijk van de wereld werd van onze Heer en van zijn Christus." Hij zal vanaf dat moment wereldwijd regeren. Hij was al koning en Hij had Zijn troon al in Jeruzalem, maar nu vestigt Hij dat.⟨/p> ⟨p>In die tussentijd – dat is het moment tussen het uitbotten van de vijgenboom en het aanbreken van de zomer – daar zit dus een tijdsperiode tussen. En als Hij dan eenmaal koning zal zijn over de hele wereld, dan zullen de volken ook niet meer verleid kunnen worden. Dan breken de duizend jaren aan. Want wat er geteld wordt bij die duizend jaren, is feitelijk niet de heerschappij van Christus zelf, zelfs niet dat Hij zal heersen in Jeruzalem – want Hij zal al heersen in Jeruzalem op een veel eerder moment – maar dat het koninkrijk wereldwijd gevestigd zal zijn. Daar gaat dus een periode overheen en dan zal Hij koning zijn tot in de aionen van de aionen. Dat wil zeggen: de komende aionen, de overtreffende aionen. Dat is weer een ander onderwerp, maar daarom zijn die aionen die gaan komen de 'aionen der aionen'; die zijn overtreffend. Waarom? Omdat Christus dan koning zal zijn over heel de wereld. Niet alleen over Israël, maar over de hele wereld.⟨/p> ⟨p>Je moet eigenlijk ook denken aan David. David vestigde zijn koninkrijk en vervolgens... maar hij had bloed aan zijn handen. Zoals trouwens de Heer ook bloed aan Zijn gewaad had bij het vestigen van Zijn koninkrijk. Dat is een heel bloederige tijdsperiode, mag ik wel zeggen. Als het eenmaal gevestigd is, dan krijg je de Zoon van David: de Vredevorst, Shalom, met Zijn duizendvoudige heerlijkheid. Feitelijk is dat het. Dan zie je de link ook meteen weer met het Messiaanse rijk van de duizend jaren waarin Hij zal heersen. Maar goed, dat is typologie waarin dat geïllustreerd wordt. We gaan weer even terug naar Matteüs 24.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-12" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4760" title="Speel af vanaf 01:19:20">▶ 01:19:20⟨/button> ⟨span>Matteüs 24:33 en de Misvatting Dat 1948 het Uitbotten van de Vijgenboom Was⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Want weet u nog, daar hadden we het over. Soms als je van die zijpaadjes bewandelt, dan vergeet je dat bijna. Nou ja, zijpaadjes... de Koninklijke Weg of de Kings Highway is natuurlijk geen zijpaadje. Juist niet! We gaan weer even terug naar Matteüs 24. Hoe stond het er ook alweer in dat vers, vers 32? Leert echter van de vijgeboom de parabel: wanneer ook maar de tak van haar al sappig zacht wordt en de bladeren uitspruiten, dan weten jullie dat de zomer nabij is. Zo ook, wanneer ook maar jullie al deze dingen vernemen, weten jullie dat het nabij is, voor de deuren.⟨/p> ⟨p>Ja, dat staat er nog bij: voor de deuren. Maar eerst even dit: "Zo ook, wanneer ook maar jullie al deze dingen vernemen." Wat is dat, "al deze dingen"? Dat zijn de zaken die genoemd zijn in de voorgaande verzen. "Deze dingen" is meervoud; het gaat over dat wat zojuist ter sprake is geweest. Dan hebben we het over de verduistering van zon en maan, de verschijning van de Ben Adam en de verzameling van het uitverkoren volk. En daarmee ook over het uitbotten van de vijgeboom, Israël, dat nieuw leven vertoont en belooft vrucht te gaan dragen. Al die dingen zijn "al deze dingen" waar de Heer het zojuist over had.⟨/p> ⟨p>Ik moet daar nog even iets bij zeggen, want dat ben ik zojuist vergeten. Met die vijgeboom is er namelijk nog een misverstand. Ik heb jarenlang een bepaald idee hierover gehad en ik denk dat dit voor de meesten van u, of in ieder geval voor een groot aantal, wel herkenbaar is: dat we bij het uitbotten van de vijgeboom denken aan 1948, de oprichting van de staat Israël.⟨/p> ⟨p>In de jaren zeventig, toen ik nog een tiener was, boeide dit me al mateloos. Ik kreeg toen het boek van Hal Lindsey, "De planeet die aarde heette". Dat heeft op mij een enorme impact gehad. Een geweldig boek; ik heb er nog genoeg aantekeningen bij. Het heeft me enorm aan het denken gezet over het profetische woord. Natuurlijk zeg je achteraf: "Ja, maar het zit toch anders dan Hal Lindsey het naar voren bracht." Nou en? Wat maakt dat uit? Als hij wijst naar de Schrift, dan is het goed. Dan ontdek je vanzelf wel dat bepaalde zaken toch weer anders liggen. Je moet voortdurend die open mind houden; het is misschien anders dan je altijd gedacht hebt. Anders leer je nooit meer wat. Als je denkt dat je het allemaal al weet, is op dat moment de stilstand begonnen en leer je niks meer.⟨/p> ⟨p>Hal Lindsey schreef in dat boek dat hij geloofde dat in 1948 de staat Israël werd gevestigd. En aangezien die vijgeboom een beeld is van Israël — wat hij volgens mij hartstikke correct zag — stelde hij dat de vijgeboom in 1948 weer uitbotte. Maar dat is niet juist. Want die boom in 1948... het enige wat je daarvan zou kunnen zeggen om in de beeldspraak te blijven, is dat daar weer een dode of dorre vijgeboom is neergezet. Dat was het. Het is wonderlijk genoeg dat daar weer een natie kwam, een zelfstandige staat die op een wonderbaarlijke wijze ontstond, maar het is niet het uitbotten van de vijgeboom. Het is geen nieuw leven.⟨/p> ⟨p>Trouwens, als je het uitbotten van de vijgeboom in de context bekijkt van Matteüs 24, dan wordt het genoemd net nadat de Heer is verschenen. Hij zal Zijn uitverkoren volk verzamelen en dan leert Hij deze les van de vijgeboom: als die uitbot — en dat is wanneer Israël van Godswege hersteld wordt en een nieuw leven zal vertonen — dat is het uitbotten van de vijgeboom.⟨/p> ⟨p>Maar destijds was dat toch wel een dingetje. Dat is eigenlijk een vreselijk eufemisme, want wat men namelijk zei op basis van wat de Heer in Matteüs 24 zegt, was: "Als die vijgeboom gaat uitbotten, dan weet je dat deze generatie niet voorbij zal gaan totdat al deze dingen geschied zijn." Hal Lindsey bracht naar voren dat de staat Israël in 1948 werd opgericht en dat dit het uitbotten was. Een generatie telde veertig jaar, dus in 1988 zou de Heer dan ongeveer moeten verschijnen. Dat was de berekening van Hal Lindsey en vele anderen. Er waren zelfs boekjes met tachtig redenen waarom de Heer zou verschijnen in 1988. Tja, sorry, maar dat is bijna lachwekkend als je dat in 2017 vervolgens memoreert. Ik ken trouwens nog diverse andere berekeningen, u ook wel hè? Maar dit was een zeer wijdverbreide gedachte en er zat een logica in: op het moment dat er weer sprake is van de staat Israël, zou het een generatie verder allemaal zijn beslag moeten hebben.⟨/p> ⟨p>Vandaar ook, ik weet het nog heel goed, dat dominee Malgo zei: "Nou, zeven jaar eerder, dus in 1981, is de opname van de gemeente." Maar daar zie je hoe belangrijk het is... de enige reden waarom ik dit nu vermeld, is niet uit sensatiezucht — het is immers al zoveel jaren na dato dat het heel gemakkelijk scoren is om zulke mensen belachelijk te maken, wat ik ook niet op zijn plaats vind. Je ziet echter wel hoe enorm belangrijk het is om de Schrift recht te doen en niet naar jezelf toe te redeneren.⟨/p> ⟨p>Zo ook, we gaan weer even terug: "Zo ook, wanneer ook maar jullie al deze dingen vernemen, weet dan dat het nabij is, voor de deuren." Eigenlijk staat er "voor de deuren", in het meervoud. Er zijn kennelijk diverse ingangen. En als je "al deze dingen" ziet — let op: "al deze dingen" die de Heer zojuist heeft genoemd, dus ook inderdaad Zijn verschijning op de Olijfberg en de verzameling van de uitverkorenen — dan weet je: het is nabij. Je zou zeggen: als de Heer verschenen is op de Olijfberg en het volk van Israël verzamelt, dan is het toch allemaal al gebeurd? Nee, nog niet. Dan moet er nog een heleboel gebeuren. Amen.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-13" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="5268" title="Speel af vanaf 01:27:48">▶ 01:27:48⟨/button> ⟨span>'deze Generatie Zal Geenszins Voorbijgaan' en de Dwaling van het Preterisme⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>"Voorwaar, amen," staat er in het Grieks. "Ik zeg tot jullie: Amen – dat is: waar – dat deze generatie geenzins zou voorbijgaan totdat al deze dingen zouden geschieden."⟨/p> ⟨p>Deze generatie. Nou, dat is niet de generatie die 1948 heeft meegemaakt. Dat is bijzonder genoeg als je dat hebt meegemaakt, daar niet van, maar daar heeft de Heer het niet over. Hij heeft het over het echte herstel en over de tijd wanneer de Heer zal zijn teruggekeerd. Dan, als die generatie... dat déze generatie geenzins voorbij zou gaan.⟨/p> ⟨p>Nou moet ik er nog iets bij zeggen. Heeft u wel eens van preterisme gehoord? Dat zijn er waarschijnlijk niet zo heel veel. Nee, preterisme – ⟨em>preterism⟨/em> in het Engels – is een vrij bekende uitdrukking. En in Nederland, kent u het boek van David Sorensen? Die brengt de visie naar voren dat de komst van de Heer in het jaar 70 heeft plaatsgevonden. Hij verwacht dus ook geen terugkeer meer voor Israël, en ook geen opstanding meer. Alles zou zich in het jaar 70 hebben voltrokken.⟨/p> ⟨p>Want, zegt hij, een van de redenen is: "Deze generatie". Dat zegt de Heer immers tegen Zijn tijdgenoten. "Nou, deze generatie zou geenzins voorbijgaan totdat al deze dingen zouden zijn geschied." Met andere woorden: al die dingen waarvan we lezen in Matteüs 24, die zijn in die generatie gebeurd. Nou ja... nee, ik geloof er ook niks van.⟨/p> ⟨p>Kijk, de ellende is dat hij "deze generatie" dan zo letterlijk neemt, maar tegelijkertijd ook weer heel willekeurig. Want als je zegt "deze", dan moet je vervolgens in de eerste plaats een andere vraag stellen: welke generatie? Nou, deze generatie die getuige is van al deze dingen, toch? Als Hij zegt: "Wanneer jullie al deze dingen vernemen", dan is de generatie die al deze dingen verneemt degene die geenzins voorbij zou gaan totdat al deze dingen zouden geschieden.⟨/p> ⟨p>Ik zei al: "deze generatie" neemt hij dan zogenaamd heel letterlijk, maar op een heel eenzijdige manier. Want vervolgens moet hij al het andere vergeestelijken. Dat al de stammen van het land Hem zullen zien, en dat Hij zal komen met de wolken des hemels, en al die tekenen... dat is dan ineens allemaal "vergeestelijkt". Dat schiet dus ook niet op. Gewoon lezen wat er staat!⟨/p> ⟨p>Ik zeg jullie: deze generatie – uiteraard die generatie die getuige zal zijn van het uitbotten van die vijgeboom, van Israëls herstel – die zou geenzins voorbijgaan totdat al deze dingen zouden geschieden. Er zit trouwens nog iets bij. Ik wil daar nu verder niet meer te diep op ingaan, maar het staat hier in de... Menno, vertel eens, wat is de aanvoegende wijs? Die was met pensioen, hè? Dat had gekund, ja.⟨/p> ⟨p>Het staat hier dus niet in de aantonende wijs, maar in de aanvoegende wijs. En dat drukt een handeling uit die de spreker als mogelijk beschouwt. "Geenzins ⟨em>zou⟨/em> voorbijgaan totdat al deze dingen ⟨em>zouden⟨/em> geschieden." Daar zit dus de gedachte in van een mogelijkheid, waarbij ook weer die dubbelzinnigheid van "deze generatie" in besloten ligt. Dat had namelijk de generatie waartegen de Heer Zich uitsprak, inderdaad allemaal hebben kunnen meemaken. Dat zou een optie, een mogelijkheid zijn geweest. Precies – op welke voorwaarden, dat is nu even niet aan de orde, maar dat had gekund. En dat wordt aangeduid in die aanvoegende wijs.⟨/p> ⟨p>Er is nog een tekst in Matteüs waarin dat heel duidelijk staat: dat jullie geenzins de steden van Israël zult zijn rondgegaan totdat de Zoon des mensen gekomen zou zijn. Ook weer in die aanvoegende wijs. En dan zegt de Heer: "De hemel en de aarde zullen voorbijgaan." Moet je nagaan wat een autoriteit er in dit alles meekomt. De hemel en de aarde zullen voorbijgaan, "de woorden echter van Mij zouden geenzins voorbijgaan".⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-14" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="5580" title="Speel af vanaf 01:33:00">▶ 01:33:00⟨/button> ⟨span>Niemand Weet de Exacte Dag en het Uur tot de Zomer Aanbreekt⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Aangaande die dag en het uur echter heeft niemand vernomen. Waarna de vraag natuurlijk is: welke dag? Ja, wij hadden het over het aanbreken van de zomer. Je weet dat als je die vijgenboom ziet uitbotten en de bladeren verschijnen, dan weet je dat de zomer nabij is. Maar wanneer precies? Je weet dat het nabij is, maar de Heer zegt ook: deze generatie. Maar hoe lang dat precies zal zijn? Mensen vragen dan: hoe lang zal het nou precies zijn? Nou, dan zeg ik: die dag en dat uur heeft niemand vernomen. Die dag en dat uur.⟨/p> ⟨p>Kijk, van die grote verdrukking zou je kunnen zeggen: als de gruwel van de verwoesting zal neergezet zijn – dat afgodsbeeld op het tempelplein – dan is het eigenlijk gewoon een kwestie van tellen: 1260 dagen later. Toch? Dus die dag weten ze dan zelfs met nauwkeurigheid. De wijze en verstandige van Israël, de mashkilim, die zullen het weten hoor. Maar van déze dag en dít uur, dat aanbreken van de zomer wanneer de zevende bazuin geblazen zal worden? Ik verzeker u, zegt de Heer: deze generatie die al deze dingen ziet, die zal dat dan meemaken. Maar van die dag en dat uur echter heeft niemand vernomen.⟨/p> ⟨p>De paasgang in de bruiloft? Nee. Maar ik moet zeggen, ik zit gefascineerd te luisteren. Oké. Ja, ik zie de connectie ook wel tussen een bruiloft en een nieuwe maan... een volle maan. Ja, ja. Nou, ik denk altijd heel goed na voordat ik iets doms zeg. Wou ik net zeggen: deze connectie ken ik helemaal niet joh. Ik weet wel van de eerste maand, dat heeft alles te maken met de bepaling van de nieuwe maan, en dat is in feite een atmosferisch verhaal. Dus: zie je die nieuwe maan? Maar je zou er ongetwijfeld meer over kunnen vertellen. Ik weet het even niet.⟨/p> ⟨p>Laat ik eventjes nog teruggaan, want ik zie dat het bijna tijd is om af te ronden. Aangaande die dag en het uur – als je dan de goede klemtoon legt – aangaande die dag en het uur echter heeft niemand vernomen. Dat weet men dus niet. En de Heer zegt het heel sterk: ook de boodschappers van de hemelen niet, ook de Zoon niet. Wat natuurlijk altijd een heel groot punt is voor degenen die de drie-eenheid leren. Die zeggen dan: de Zoon is alwetend. Nou, dus niet. Ja, dat soort onzin krijg je dan. Sorry dat ik het zeg, maar... Ja, sorry Fred, voor de goede orde: ik zeg niet dat jij onzin spreekt, jij citeert alleen maar onzin. Ja, dat is het antwoord.⟨/p> ⟨p>Maar dat betekent dus: de Vader alleen. Bijbels gezien is het totaal geen punt, want de Zoon van God wist dat bij deze gelegenheid niet. De boodschappers niet, maar de Vader alleen. Ja, daar gaat het hier over het aanbreken van de zomer, dat het Koninkrijk wereldwijd gevestigd zal zijn. Wanneer dat precies zal zijn? Ongeveer is duidelijk: in één generatie, dat heeft de Heer verzekerd. Maar hoe dat qua dag en uur is, dat heeft niemand vernomen.⟨/p> ⟨p>Nou, dat lijkt me een... U ziet het? Ik krijg nu een lege dia, dus we zouden nog wel even verder kunnen gaan. Maar ik stel voor dat we het hier eventjes bij laten. Tenzij er nog een brandende vraag is. Niet zo'n moeilijke vraag als Fred zojuist stelde, alleen maar een simpele vraag. Oh, dat vergat ik juist, ik vergat zojuist mijn zin af te maken. Ja, wat gemeten wordt is dus inderdaad bij die duizendjarige... Men spreekt dan over het duizendjarige vrederijk. Nou, het is geen duizendjarig vrederijk, en het is trouwens ook geen duizendjarig rijk. Nee, dat Rijk... Hij zal heersen tot in de aeonen der aeonen. Wat geteld wordt is dat Satan duizend jaar gebonden wordt, zodat hij niet in staat zal zijn om de volkeren te verleiden. Dus het is eigenlijk een duizendjarige binding van Satan. Ja.⟨/p> ⟨p>Na de duizend jaren, precies. Maar goed, wat gemeten wordt daarin is de binding van Satan. Dus je houdt eigenlijk correct aan: de duizend jaren, de duizendjarige binding van Satan. En hoe lang dat duurt? Nou, dat hebben we inmiddels. En of de Satan nu ook gebonden is en niet in staat is om de volkeren te verleiden? Ik heb zo mijn twijfels daarover. En ik vraag me af: als u zoiets met een serieus gezicht meent te moeten zeggen, dan vraag ik me af of je ooit wel eens de krant hebt gelezen. Dan leef je onder een steen.⟨/p> ⟨p>Goed, dat was deze studie. De volgende keer pakken we de draad dan op bij vers 37 ongeveer. Dat zal zijn op 11 mei, als ik me niet vergis. Zullen we met elkaar nog deze avond afsluiten?⟨/p>