⟨h3 id="hoofdstuk-1" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="0" title="Speel af vanaf 00:00">▶ 00:00⟨/button> ⟨span>Het Loofhuttenfeest en het Naderende Uur in Jeruzalem⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Wij gaan vanavond weer verder met het Johannes-Evangelie, het zevende hoofdstuk. Ik ben vergeten een diaatje te maken van de dingen die we eerder hebben bezien, maar dat wilde ik sowieso even kort houden. Het enige wat ik er nog even over wil opmerken, is dat wanneer we in Johannes 7 lezen, we ons in Jeruzalem bevinden in de tijd van het Loofhuttenfeest. Dat staat in hoofdstuk 7, vers 1 en 2. En dat was een half jaar voorafgaand aan de uiteindelijke overlevering, het sterven en uiteraard ook de opstanding van de Heer Jezus. Het zou nog een half jaar duren. Dus dat is even de locatie, ook in de tijd bezien van dit hoofdstuk.⟨/p> ⟨p>Het was ook het hol van de leeuw, want we zien dat hier weer enorm veel vijandschap loskomt als Jezus daar in Jeruzalem is. In vers 25 lees je over de reacties die er komen vanuit de bevolking van Jeruzalem zelf, die zo hun opinie vormen. Dat zijn van die conversaties die, zoals Johannes dat heel veel doet, worden weergegeven. Het laatste wat we de vorige keer hebben gelezen, is het 27e vers. Dat laatste gedeelte was zeker wat eigenaardig, maar laat ik de draad daar nu weer oppakken.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-2" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="110" title="Speel af vanaf 01:50">▶ 01:50⟨/button> ⟨span>Opinies in Jeruzalem over de Oorsprong van de Christus⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Dat zij dan zeggen, zo in die conversaties in Jeruzalem: "Maar van deze man hebben wij waargenomen waarvandaan hij is." Ze wisten dat Hij vanuit Galilea kwam – we zullen dat vanavond trouwens ook nog veel uitgebreider zien – en dat Jezus daarmee ook werd afgeschreven, want daar kon nooit iets goeds vandaan komen. Maar dan zeggen zij: "Wanneer de Christus zou komen, weet niemand waarvandaan hij is." Dit is een van de opinies die daar rondzong en die hier is opgetekend.⟨/p> ⟨p>De vorige keer hebben we daar wat uitgebreider bij stilgestaan, want je zou je de vraag kunnen stellen: men wist toch dat als de Christus zou komen, hij geboren zou worden in Bethlehem? Ook dat zullen we vanavond trouwens nog zien. Hoezo dat sommigen van hen dan zeggen: "Als de Christus, de Messias komt, dan weet niemand van waar hij is"?⟨/p> ⟨p>Toen hebben we overwogen dat een van de dingen die men ook van de Messias wist, is dat de Mensenzoon zou komen op de wolken van de hemel, zoals beschreven in Daniël 7. Dat is niet zomaar een plek die hier op aarde aanwijsbaar is. Dus zij zeggen: "Als de Christus komt, dan komt hij niet zomaar op een plek die wij hier kunnen aanwijzen, maar dan komt hij op een heel andere wijze, namelijk met de wolken des hemels." Kennelijk – ik kan het niet bewijzen, maar dit is de enige manier waarop ik zo’n uitlating kan verstaan – zegt men dus dat hij vanuit de hemel komt.⟨/p> ⟨p>Het punt is natuurlijk – ook dat zullen we nog wel zien en ik heb de vorige keer nog verwezen naar 1 Petrus 1 – dat je leest dat de profeten zelf, terwijl zij de komst van de Messias voorzegden, in hun eigen profetieën en geschriften hebben nagevorst en nagespeurd. Ik citeer nu even vrij, ik heb er nu geen dia van, maar zij onderzochten op hoedanige tijd en op welke wijze de Geest van Christus in hen doelde. Dat wil zeggen: ze begrepen zelf niet wat ze eigenlijk hebben opgetekend en ze hebben daarnaar gespeurd wat ze moesten opschrijven.⟨/p> ⟨p>Kijk, voor ons is het inmiddels, met het Nieuwe Testament in handen, gesneden koek dat we weten dat er sprake is van twee komsten van Christus. Een komst in vernedering – die ligt inmiddels in het verleden – en Hij komt terug, en dan zal Hij inderdaad met de wolken des hemels komen. Maar de Joden in die dagen hadden daar helemaal geen scherp zicht op. Zij kenden allerlei passages, maar hoe men dat chronologisch in de tijd moest plaatsen en in welke volgorde, dat was hun niet duidelijk. Nou, daar hebben we toen wat meer over opgemerkt en ik denk dat ik het hier maar eventjes bij laat, want op zich is dat natuurlijk alweer een veel grootser onderwerp over wat de profeten hebben gezegd over de Christus enzovoorts. Afijn, dan lees je:⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-3" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="331" title="Speel af vanaf 05:31">▶ 05:31⟨/button> ⟨span>Jezus' Volmacht: Waarachtig Gezonden Door God⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Jezus roept luid in de tempel terwijl Hij onderwijst en dan zegt Hij: "Jullie hebben Mij ook waargenomen en jullie hebben waargenomen waarvandaan Ik ben?" Ik heb er hier trouwens een vraagteken bij gezet. In de meeste vertalingen staat er geen vraagteken bij, maar eigenlijk betwist dat vraagteken de claim van de Jeruzalemmers. Kijk, zij zeggen: "Wij hebben Hem waargenomen en wij weten vanwaar Hij is." Daarmee hadden ze Hem ook meteen al afgeserveerd. Zij wisten immers dat Hij uit Galilea kwam, en aangezien Hij uit Galilea kwam, kon Hij dus nooit de Christus of de beloofde Messias zijn. Maar wisten zij werkelijk waarvandaan Hij kwam? Nee, dat wisten ze niet. Ze waren onwetend over de echte achtergronden.⟨/p> ⟨p>En dan voegt Jezus eraan toe: "En Ik ben niet vanuit Mijzelf gekomen." Het hangt er trouwens maar net vanaf hoe je hier de klemtoon legt. Want je kunt zeggen: "Ik ben niet vanuit ⟨em>Mijzelf⟨/em> gekomen," of je kunt ook lezen: "⟨em>Ik⟨/em> ben niet vanuit Mijzelf gekomen." Met andere woorden: velen anderen wel. Velen anderen wel zelfs. En feitelijk de hele elite daar in Jeruzalem en de geestelijke leiders – dat is eigenlijk ook een van de dingen die de Heer soms in heel duidelijke bewoordingen aan hen duidelijk maakt – zij kwamen op grond van traditie en de eer van mensen. Ze kwamen niet met de autoriteit van Gods Woord.⟨/p> ⟨p>En dan zegt de Heer: "Ik ben niet vanuit Mijzelf gekomen, maar Degene die Mij zendt, die waarachtig is." U weet het hè? God is waarachtig en elk mens leugenachtig. Degene die waarachtig is... strikt genomen is er maar één die werkelijk altijd de waarheid spreekt en de Waarheid is. Wel, Degene die Mij zendt en die waarachtig is, die hebben jullie niet waargenomen. Dat wil zeggen: die God kennen jullie niet en Zijn Woord is jullie vreemd. "Die kent gij niet." Dat woord wat ik hier iedere keer trouwens ook in het voorgaande van dit vers weergeef met 'waargenomen', wordt in de NBG-vertaling of de Statenvertaling vaak weergegeven met 'kennen'. Dat is ook wel de gedachte, maar letterlijk betekent dit woord 'het waarnemen'. Dat kan dus in de zin zijn van: als je iets waargenomen hebt, dan ken je het. Maar dat is een afgeleide betekenis. Het gaat erom dat je het kent op basis van waarneming.⟨/p> ⟨p>Ongeacht trouwens hoe, waarneming betreft in feite alle zintuigen. Als ik iets zie, of ik iets hoor, of ik voel het, of ik ruik het... dat is allemaal waarneming. Dus waarneming hoeft niet alleen visueel te zijn. Het kan ook horen zijn, het kan lezen zijn; dat is allemaal waarneming. En dan raak je ermee vertrouwd en dan ken je het. Maar letterlijk is dat dus 'waargenomen'. En u weet, deze vertaling bedoel ik ook expres zo om het zo letterlijk mogelijk weer te geven, om zo dicht als mogelijk bij de grondtekst te komen en daar te zijn. Per slot van rekening doen we Bijbelstudie, nietwaar?⟨/p> ⟨p>Hij zegt: "Degene die Mij zendt, die waarachtig is, die hebben jullie niet waargenomen." Dat wil zeggen: Zijn Woord is jullie vreemd, die kennen jullie niet. Hij zegt: "Ik heb Hem waargenomen, want Ik ben bij Hem." Hier is trouwens nog iets aan de hand. Want als u nu meeleest in uw eigen vertaling – en ik veronderstel dat het waarschijnlijk een NBG- of een Statenvertaling is – dan staat er: "Ik kom van Hem, want Ik ken Hem." Ja, die onderste regel, dat is de NBG-weergave: "Want Ik ken Hem, want Ik kom van Hem." Dat wil zeggen, dat is dan de gedachte van: "Ik kom bij Hem vandaan." Maar dat is een hele vrije weergave.⟨/p> ⟨p>De Heer zegt niet – u ziet het hier in die tweede regel – niet "Ik kom", maar "Ik ben". En dan niet "Ik kom bij Hem vandaan". Je hebt een voorzetsel, dat is ⟨em>apo⟨/em>, en dat betekent 'vanaf'. Dan zou er staan: "Ik kom bij Hem vandaan." Maar er staat hier niet 'vandaan', het voorzetsel ⟨em>apo⟨/em>, maar het voorzetsel ⟨em>para⟨/em> en dat betekent 'ernaast'. Dus de Heer zegt letterlijk: "Ik ben bij Hem" of "Ik ben naast Hem". Maar niet de gedachte van "Ik kom bij Hem vandaan". Daar zit denk ik trouwens ook nog wat dogmatische uitleg in, zo van het idee dat Hij van de hemel is neergedaald in de zin dat dit een persoonlijke actie zou zijn. Maar dat is niet wat hier staat.⟨/p> ⟨p>En als de Heer zegt: "Ik ben bij Hem", hoezo is de Heer dan bij Hem? Ik kan het maar op één manier verstaan: Hij doelt op Zijn Woord. "Ik bevind Mij bij Gods Woord en dat legitimeert Mij ook." Kijk maar, want er staat: "Want Ik ben bij Hem en Hij vaardigt Mij af." Dat wil zeggen: "Ik ben gezonden door Hem." Als je ook bij Hem zou zijn – bij dat Woord, bij de Schrift – dan zou je ook weten dat Ik afgevaardigd ben en dat Ik gezonden ben door Hem die dit Woord heeft gegeven.⟨/p> ⟨p>Het is mij al heel vaak opgevallen nu we inmiddels in hoofdstuk 7 van het Johannes-evangelie zijn, dat de Heer zo vaak doelt op het feit dat Hij de Vader kent en dat Hij bij de Vader vandaan komt, en dat Hij Zijn Woord spreekt. Hij verwijst altijd weer naar de Schriften. Dat was de plaats waar Hij bivakkeerde: bij die levende bron. En zij bevonden zich op grote afstand daarvan. "Ik heb Hem waargenomen, Ik ben bij Hem, Hij vaardigt Mij af." U voelt hem eigenlijk alweer aankomen...⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-4" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="783" title="Speel af vanaf 13:03">▶ 13:03⟨/button> ⟨span>In het Hol van de Leeuw: Zijn Uur Was Nog Niet Gekomen⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En zij zochten Hem dan te pakken, te grijpen, en niemand wierp de hand op Hem. Zo staat het er letterlijk. Of: niemand sloeg aan Hem de hand. Dat is eigenaardig. Moet je je voorstellen: zij zochten Hem te pakken en toch wierp niemand de hand op Hem. We lezen dit trouwens nog een of twee keer meer, maar het lijkt net op Daniël in de leeuwenkuil. De Heer bevindt Zich hier inderdaad ook in een leeuwenkuil, in Jeruzalem. Levensgevaarlijk terrein. Ze zochten Hem te doden; we zeggen dan ook wel: "in het hol van de leeuw". Daar bevond Hij Zich. Ze zochten Hem te doden en toch was het onmogelijk. Een onzichtbare hand weerhield hen ervan om daadwerkelijk de daad bij het woord te voegen.⟨/p> ⟨p>Ik moet dan inderdaad aan Daniël denken. In de geschiedenis van Daniël 6 leest u dat de muilen van de leeuwen waren toegesloten. Wanneer Daniël er vervolgens door koning Darius wordt uitgehaald, lees je dat degenen die ervoor hadden gezorgd dat Daniël in de leeuwenkuil terechtkwam, er zelf in gingen. Dan lees je dat de leeuwen hen zeer gretig allemaal doodden, tot op het bot toe, staat erbij. Ik bedoel maar: hoe kan het dat de Heer hier in Jeruzalem is, ze Hem zochten te doden en Hem zo konden grijpen, zou je zeggen, en toch wierp niemand de hand op Hem?⟨/p> ⟨p>Waarom? Daar hoeven we niet over na te denken, want het wordt hier in het vers zelf verklaard: "Want", staat er, "het uur van Hem was nog niet gekomen." Daarom. Ik merkte het in de aanvang al even op: het was nu Loofhuttenfeest. Dat is een half jaar voor Pascha. Met Pascha kwam het uur. Toen was de volheid van de tijd daar, ook chronologisch. De kruisiging van de Heer was zelfs niet alleen voorzegd wat betreft de wijze waarop Hij zou sterven, maar zelfs wanneer. Dat is nu niet het onderwerp, maar het gaat erom dat het was zoals we in de Galatenbrief lezen, waar Paulus zegt dat in de volheid van de tijd God Zijn Zoon heeft gezonden. Dat was precies op het moment dat voorzegd en gepland was.⟨/p> ⟨p>Het was hier Loofhuttenfeest en de Heer zou niet op het Loofhuttenfeest geslacht worden. Wellicht weet u het nog: het Loofhuttenfeest is het feest in de zevende maand. Al die hoogtijden in de zevende maand hebben allemaal betrekking op de tweede komst van Christus, zoals de hoogtijden in de eerste maand, met onder andere het Pascha, te maken hebben met de eerste komst van Christus. Het was het uur nog niet. Vandaar dat de Heer, ondanks het feit dat Hij in het hol van de leeuw was, toch vrijmoedig sprak. Hij riep luid in de tempel terwijl Hij onderwees. Hij riep luid in de tempel, dus het was niet zo dat Hij Zich verdekt opstelde of dat ze Hem niet konden vinden. Nee, dat was het niet. Het was de goddelijke hand die ervoor zorgde dat het niet gebeurde: het uur van Hem was nog niet gekomen.⟨/p> ⟨p>Later leest u trouwens in hoofdstuk 13 — daar heb ik even geen diaatje van, maar ik hoop dat ik tenminste hier het goede vers heb — in Johannes 13 vers 1: "En voor het Pascha, toen Jezus wist dat Zijn uren gekomen waren om uit deze wereld over te gaan tot de Vader..." Bij het Pascha wist Jezus dat Zijn uren gekomen waren. Toen was Zijn uur gekomen. Ook daarvan was een dag bepaald dat het Lam geslacht zou worden. Dat was de dag, dat was het uur, en niet het Loofhuttenfeest.⟨/p> ⟨p>Ik lees verder in vers 31: "Maar vanuit de schare geloven velen in Hem." Zij zeiden: "Wanneer de Christus ook maar zou komen, dan zal Hij toch niet meer tekenen doen dan deze doet?" Ik zei eerder al dat het in Jeruzalem een grote menigte was vanwege het Loofhuttenfeest. Vele pelgrims waren daar in de stad verzameld. Het was een kakofonie van allemaal opinies en meningen, zoals je dat nu eenmaal onder mensen hebt. We zullen later trouwens ook nog zien dat er verdeeldheid om Hem was; schisma's. De een zei dit en de ander zei dat. Maar er was ook een categorie die inderdaad Zijn claims accepteerde. Vanuit de schare geloofden velen in Hem. Ze zeiden: "Wanneer de Christus ook maar zou komen, dan zal Hij toch niet meer tekenen doen dan deze doet?"⟨/p> ⟨p>Je zou denken dat als je dit zo leest, het allemaal koek en ei is en dat deze mensen echt van harte geloven. Maar ik ben daar niet zo zeker van. Johannes rapporteert het hier bij wijze van spreken als een journalist; hij analyseert het niet en hij bekommentarieert het niet. Maar ik neem u even mee naar het begin van het Johannesevangelie, naar Johannes 2. Dat was de eerste keer dat de Heer in Jeruzalem was tijdens Zijn openbare bediening. U weet wel, dat was de keer dat Hij ook de tempel voor de eerste keer reinigde. Terwijl Hij te Jeruzalem was op het Pascha, geloofden velen in Zijn naam. Dat klinkt mooi, maar er staat bij: "doordat zij Zijn tekenen zagen die Hij deed". Daar ontstaat de argwaan, want vers 24 zegt: "maar Jezus Zelf vertrouwde Zichzelf hun niet toe, omdat Hij hen allen kende".⟨/p> ⟨p>Dat geeft aan waarom er, zoals we bij meer gelegenheden lezen, natuurlijk veel aanhang was. In hoofdstuk 6 hebben we dat ook gezien. Er was veel aanhang en misschien wel veel acceptatie en adoratie, maar het was niet zuiver. Men accepteerde Hem niet zozeer om wie Hij was, maar men was geïmponeerd door de wondertekenen die er gebeurden. Dat ziet u ook hier: "Wanneer de Christus ook maar zou komen, dan zal Hij toch niet meer tekenen doen dan deze doet?" Ze hadden waarschijnlijk veel van horen zeggen over wat er in Galilea allemaal had plaatsgevonden. Met andere woorden: die tekenen die Hij deed, die wonderen, overtuigden hen ervan dat Hij de Christus was. Over Zijn woord wordt niet gesproken. Ik denk dus dat er echt goede redenen zijn om op je hoede te zijn over de zuiverheid van hun motief van dat geloof. Ik lees weer verder in vers 32.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-5" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1300" title="Speel af vanaf 21:40">▶ 21:40⟨/button> ⟨span>Hogepriesters en Farizeeën Vaardigen Assistenten Af⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>De Farizeeën horen de schare deze dingen omtrent Hem murmelen of mompelen. Het gaat hier vooral over de categorie mensen die met achting over Hem spreekt en eigenlijk zegt: "Dit moet toch de Christus zijn? Hij doet zo enorm veel wondertekenen." De Farizeeën horen dat, want ze waren natuurlijk niet gek, ondanks het feit dat dit zo in het verborgene, in de wandelgangen, gezegd werd. Men moest dat ook niet al te publiek doen, want daarvoor was het verzet van het leidende deel van het volk – de Farizeeën enzovoort – veel te groot.⟨/p> ⟨p>Zij horen de schare dus deze dingen omtrent Hem murmelen. Terwijl ik dat woord 'murmelen' gebruik, denk ik: is dat een woord dat we eigenlijk nog wel gebruiken? Het is trouwens hetzelfde woord als wat we eerder tegenkwamen in ditzelfde hoofdstuk, en daar wordt het vertaald met 'morren'. Het idee is vooral mompelen. Meestal heeft dat iets negatiefs, namelijk dat je zachtjes praat omdat je het ergens niet mee eens bent. En dan staat erbij dat de hogepriesters en de Farizeeën assistenten afvaardigden opdat zij Hem zouden pakken.⟨/p> ⟨p>In uw eigen vertaling zult u waarschijnlijk lezen over de 'overpriesters'. Ik heb geen enkele moeite met die weergave, maar het woord dat hier gebruikt wordt, hogepriesters, is precies wat er eigenlijk ook staat. Het waren echt hogepriesters. In die dagen had je namelijk een wisseling van de wacht; er waren iedere keer andere hogepriesters. Van origine was het zo dat één van de zonen van Aäron, in die geslachtslijn, hogepriester was voor het leven. Als hij stierf, nam een van zijn zonen de taak over. Maar in de dagen van het Nieuwe Testament lees je al over de hogepriester van het jaar. Je leest bijvoorbeeld ergens in het Johannes-evangelie dat Kajafas als de hogepriester van dat jaar profeteerde over Jezus. Hij deed daar een hele officiële uitspraak. De woorden 'overpriester' en 'hogepriester' zijn dus exact hetzelfde; in het Grieks is dat gewoon hetzelfde woord.⟨/p> ⟨p>Het idee is dus dat dit allemaal hogepriesters waren, of eigenlijk zouden wij zeggen: ex-hogepriesters. Er kan immers maar één hogepriester tegelijk in functie zijn. Maar dat stokje werd destijds iedere keer als een estafettestokje overgenomen door anderen. Je had diverse partijen en stromingen in het Jodendom van die dagen. De Farizeeën vormden de grootste groep, maar je had ook de groep van de Sadduceeën. Het Nieuwe Testament vertelt daar ook het een en ander over. Zij erkenden uitsluitend de boeken van Mozes en geloofden niet in de opstanding, noch in engelen of geesten. Dat staat ergens in het boek Handelingen. Er was dan ook grote verdeeldheid tussen de partij van de Farizeeën en die van de Sadduceeën.⟨/p> ⟨p>Feitelijk is het huidige Jodendom de voortzetting van de stroming van de Farizeeën. De hogepriesters kwamen trouwens meestal uit de kringen van de Sadduceeën. Je zou misschien zeggen dat die Sadduceeën vrijzinnigen waren, omdat ze niet in de opstanding of in engelen geloofden, maar feitelijk waren zij juist het meest streng in de praktijk. 'Orthodox' is misschien niet het goede woord, maar ze waren het meest strikt omdat ze zich uitsluitend beriepen op de hele formele lezing van de wet van Mozes.⟨/p> ⟨p>Dit was even een kleine uitweiding over de diverse partijen die je in de leiding had: de Farizeeën en de overpriesters, die meestal uit de kring van de Sadduceeën kwamen. Deze hogepriesters en de Farizeeën gooien het hier feitelijk op een akkoordje en vaardigen assistenten af, opdat zij Hem, Jezus, zouden pakken. Dat wordt dus van hogerhand, eigenlijk vanuit de top, geregeld. Zij wilden dat laten doen en vaardigen assistenten af. We kwamen dat al veel eerder tegen in het begin van onze Bijbelstudie, waar je leest dat er, wanneer Johannes aan het dopen is, vanuit Jeruzalem een delegatie naar Johannes de Doper komt. Men had die delegatie een aantal vragen meegegeven om te checken hoe het nu eigenlijk zat met die man. Dat was ook zo’n delegatie. 'Dienaren' staat er in sommige vertalingen, maar ze vaardigden dus assistenten af opdat zij Hem zouden pakken.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-6" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1675" title="Speel af vanaf 27:55">▶ 27:55⟨/button> ⟨span>Nog een Korte Tijd: Naar de Vader en de Onbereikbare Plek⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Jezus zei – en het lijkt cryptisch: "Nog een kleine of een korte tijd ben ik met jullie en ik ga heen naar Degene die mij zendt." Ik zeg dat het cryptisch lijkt, en strikt genomen was het dat ook, want je zult het straks opmerken aan de reactie van degenen die Hem hoorden. Dan vragen ze zich echt af: waar doelt die man in vredesnaam op?⟨/p> ⟨p>Maar laten we gewoon lezen wat er staat. Jezus zegt: "Nog een kleine tijd ben ik met jullie." En dan, na die kleine of korte tijd, gaat Hij heen naar Degene die Hem zendt. Nou, dat lijkt me duidelijk. Wie zond Hem? Dat was God Zelf. Dus Hij zou terugkeren tot God; Hij zou tot God gaan. En dat zou niet lang meer duren, want Hij zei: "Nog een kleine tijd." Dat is met recht gesproken, want zoals ik al eerder opmerkte, was het nu Loofhuttenfeest. Met Pascha zou Hij worden omgebracht en tijdens datzelfde Pascha zou Hij ook nog opstaan en ten hemel varen. Dat is allemaal binnen een half jaar tijd ook daadwerkelijk gebeurd.⟨/p> ⟨p>De Heer Jezus voegt er iets aan toe: "Dan ga ik heen naar Degene die mij zendt en jullie, Jeruzalemmers – maar ook jullie, gedelegeerden van de farizeeën en van de overpriesters – jullie zullen mij zoeken en niet vinden." Ook dat is letterlijk zo gegaan, want zij hebben Hem gezocht. Het is eigenlijk nog sterker: ze wisten zelfs waar Zijn graf was en toch konden ze Hem niet vinden. Dat is een van de opmerkelijkste dingen in verband met de hele geschiedenis van de opstanding.⟨/p> ⟨p>Eén ding hebben de tegenstanders nooit tegengesproken. De Joodse leidslieden, de hele orthodoxie, heeft natuurlijk weersproken dat Hij opgestaan was. Dat is duidelijk. Maar één ding hebben ze nooit weersproken, en dat is dat het graf waar Hij neergelegd was inderdaad leeg was. Dat was namelijk een onbetwistbaar feit. Op instigatie van de Joodse leidslieden was er notabene nog een hele Romeinse wacht gestationeerd voor een paar dagen. Dus dat was de plek; die plek waar Hij begraven was, konden ze aanwijzen, maar het graf was leeg. Ook dat was duidelijk, want de steen was weggewendeld en het graf was leeg. Natuurlijk hebben zij daar een andere verklaring aan gegeven: "Zijn leerlingen hebben Hem gestolen." Wat trouwens een absurde uitleg is, maar goed, dat is weer een ander verhaal.⟨/p> ⟨p>De Heer zegt dus: "Jullie zullen mij zoeken." En hoe graag hadden ze Hem niet gevonden! Zodat ze konden zeggen: "O, wij weten waar Zijn leerlingen Hem hebben neergelegd." Zodat ze Hem tevoorschijn konden halen en daarmee de hele bewering van de discipelen konden ontkrachten. Reken maar dat ze alles in het werk hebben gedaan om dat te achterhalen. "Maar jullie zullen mij zoeken", maar ze hebben Hem niet gevonden.⟨/p> ⟨p>En dan zegt de Heer erbij: "En waar ik ben, daar kunnen jullie niet komen." Nee, dat lijkt me evident, want Hij was opgestaan en inmiddels – eigenlijk al op de dag van de opstanding – is Hij ten hemel gevaren. Officieel werd Hij veertig dagen later verhoogd in de hemel, onttrokken aan het oog, aan Gods rechterhand. Ja, dat lijkt me vrij duidelijk; dat is een plek waar zij niet konden komen. En de Heer heeft dat heel officieel gezegd. Hij zegt dat ook ergens in Matteüs 23, net één of twee dagen voor Zijn kruisiging: "Jullie zullen mij niet meer zien in dit publieke optreden totdat jullie zullen zeggen: 'Gezegend Hij die komt in de naam van de Here!'" Dan zullen jullie Mij weer zien. Ik kom terug. ⟨em>I'll be back.⟨/em> Maar goed: "Waar ik ben, daar kunnen jullie niet komen."⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-7" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1979" title="Speel af vanaf 32:59">▶ 32:59⟨/button> ⟨span>De Diaspora: een Onbewuste Profetie over de Natiën⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En nu gaan die raderen natuurlijk in die bovenkamer draaien. De Joden zeiden dan tot elkaar: "Waar staat deze dan op het punt heen te gaan?" Korte tijd zullen jullie me zoeken en niet vinden. Eigenlijk had de Heer gezegd: "Ik ga naar Degene die mij gezonden heeft." Maar goed, ze begrijpen het niet. De Joden zeiden dan tot elkaar: "Waar staat deze op het punt heen te gaan, dat wij hem niet zullen kunnen vinden?" En nu gaan ze een suggestie doen die ze zelf trouwens niet echt blijken te geloven: "Hij staat toch niet op het punt tot in de verstrooiing van de Grieken te gaan en de Grieken te onderwijzen?"⟨/p> ⟨p>Hier wordt een woord gebruikt, 'de verstrooiing', dat we drie keer in het Nieuwe Testament aantreffen. U kent het allemaal wel, dat Griekse woord: diaspora. Diaspora is eigenlijk gewoon 'door-verstrooien'. De verstrooiing is precies de gedachte van dat woordje diaspora. We komen het tegen in Jacobus 1, maar ook bij Petrus; dan weet je meteen aan wie zij hun brief richten. Maar goed, dat zou toch al duidelijk kunnen zijn, want het staat heel expliciet in de Bijbel dat Jacobus, Petrus en Johannes zich officieel afgesproken tot de besnijdenis richten. Jacobus schrijft zijn brief aan de twaalf stammen in de diaspora.⟨/p> ⟨p>U moet zich realiseren dat de situatie van de Joden in onze dagen vergelijkbaar is met die in Jezus' dagen. Ook toen was er een kleine Joodse staat. Het was een Romeinse bezetting, maar in ieder geval was het een Joods land, een Joodse staat met enige vorm van zelfstandigheid. Maar het merendeel van het Jodendom en van de twaalf stammen — voor het gemak maak ik even geen onderscheid, ook al is niet iedereen het daarmee eens — was verstrooid onder alle volkeren, zoals trouwens ook voorzegd was. Petrus richt zijn brief ook aan de diaspora. Het grootste gedeelte van de Jodenheid, of van het Jodendom, het huis van Jacob, bevond zich niet in het Joodse land; dat was slechts een minderheid. Dat is vandaag ook zo. Er wonen miljoenen mensen in het Joodse land, maar de meerderheid van de Joden woont echt in het buitenland. Als ik me niet vergis, woonden er in New York net zoveel Joden als in de hele staat Israël. Of dat nog steeds zo is, weet ik niet, maar in ieder geval was dat toen ook zo.⟨/p> ⟨p>Verreweg het overgrote deel woonde dus inderdaad in het buitenland. Het was verstrooid onder met name de Grieken. De beschaving wereld was hellenistisch: Grieks. Je had bijvoorbeeld een hele grote Joodse gemeenschap in Egypte, met name in Alexandria. Onze Septuagint is daar een leuk voorbeeld van. De Septuagint is de Griekse vertaling van het Oude Testament die in het Nieuwe Testament altijd wordt geciteerd. Die vertaling is niet gemaakt in Griekenland, maar in Alexandria door zeventig Joodse geleerden. Maar ook dat was de Griekse verstrooiing. De Griekse wereld was veel uitgebreider dan alleen maar Griekenland; het is vergelijkbaar met de Angelsaksische wereld van nu. De Griekse taal was de taal die over de hele wereld gesproken werd, zoals tegenwoordig overal Engels gesproken wordt.⟨/p> ⟨p>Nu zeggen ze: "Hij staat toch niet op het punt tot in de verstrooiing van de Grieken te gaan en de Grieken te onderwijzen?" En weet u wat ik daar zo bijzonder aan vind? Zij hebben zich dat niet gerealiseerd en ze doen zomaar een suggestie, maar als je het letterlijk neemt zoals zij het zeggen, dan is het feitelijk een verborgen profetie. Wat zij niet wisten en zich niet realiseerden, klopt wel. Je kunt het op twee manieren benaderen. Hij is inderdaad verhoogd aan Gods rechterhand en Hij is nu daar in de hemel, maar je kunt ook zeggen — ik citeer Paulus maar — waar is Christus nu? Christus onder jullie, natiën, de hoop der heerlijkheid. Waar is Christus nu? Welnu, vandaag is Hij onder de natiën. Verborgen. En dat is feitelijk ook de Ecclesia, zijn lichaam.⟨/p> ⟨p>Laat ik u een voorbeeld geven uit Galaten 1. Daar zegt Paulus dit: "Toen het de God behaagde, die mij afzonderde vanuit de schoot van mijn moeder en roept door de genade van Hem, om zijn Zoon in mij te onthullen, opdat ik hem zou evangeliseren te midden van de natiën..." God had hem dus vanaf de moederschoot al afgezonderd opdat God zijn Zoon in Paulus zou openbaren, zou 'apocalypsen' of onthullen, en hij Hem zou evangeliseren te midden van de natiën. Dit is heel krachtig. Het betekent dat als Paulus evangeliseert onder de natiën, dat feitelijk Christus is. De Zoon van God werd in Paulus onthuld; niet alleen maar door hem, maar in hem. Vandaar dat het ook zo krachtig is als Paulus zegt dat hij een afgevaardigde van Hem is. Als hij wat zegt, dan is het Christus zelf die aan het woord is. Alles wat Paulus onder de natiën, onder de Grieken om zo te zeggen, te melden heeft, is het woord van Christus zelf. God openbaarde zijn Zoon in en door hem via dat woord.⟨/p> ⟨p>Dus, even teruggaand: "Hij, de Christus, staat toch niet op het punt om tot in de verstrooiing van de Grieken te gaan en de Grieken te onderwijzen?" Nee, dat hadden ze zelf nog niet goed begrepen, maar het is wel waar. Want Hij is daar nu boven, maar je kunt het ook vanaf de andere kant benaderen: God heeft de Zoon geopenbaard in Paulus en via Paulus is het inderdaad onder de Grieken en in de verstrooiing terechtgekomen. Daar is Hij naartoe gegaan en daar is het woord gepredikt. Ik vind het te bijzonder wat hier door deze onwetende Jeruzalemmers gezegd en geopperd wordt om dat zomaar af te doen. Onwetend doen zij hier een hele opmerkelijke uitspraak die in de verborgen zin inderdaad klopt.⟨/p> ⟨p>Zelf hadden ze overigens niet veel fiducie in de suggestie die ze deden, want er staat: "Wat is dit woord dat hij zei: Jullie zullen mij zoeken en niet vinden, en waar ik ben kunnen jullie niet komen?" Het loutere feit dat ze de vraag opnieuw stellen, geeft wel aan dat ze eigenlijk zelf niet geloofden wat ze suggereerden. We zullen deze uitspraak trouwens nog een paar keer tegenkomen in hoofdstuk 8 en hoofdstuk 12, als ik me niet vergis, waar de Heer zegt: "Nog een korte tijd." Ik ben nogal gemakkelijk afgeleid, daar is niet veel voor nodig — als u het niet geloven wilt, moet u het maar aan mijn huisgenoten vragen — maar Hij zal nog een aantal keren die uitspraak doen over die korte tijd en dat ze niet kunnen komen waar Hij is. We komen die woorden dus nog vaker tegen.⟨/p> ⟨p>En dan, in vers 37, begint een nieuw gedeelte.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-8" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2635" title="Speel af vanaf 43:55">▶ 43:55⟨/button> ⟨span>De Grote Dag van het Feest: de Achtste Dag als Nieuw Begin⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>We komen bij een nieuwe passage. In mijn Bijbeltje begint hier ook een nieuw gedeelte en daarboven staat: 'Het water des levens'. Dat is vers 37. Dat wordt als volgt ingeleid: 'Maar op de laatste, de grote dag van het feest, stond Jezus daar.' En Hij riep luid de bekende woorden: 'Als iemand dorst heeft, laat hem tot Mij komen en drinken!' Maar eerst even dat eerste gedeelte: 'op de laatste, de grote dag van het feest'. Over welk feest het hier gaat, is niet zo moeilijk te bepalen, want dat hebben we al eerder opgemerkt: het Loofhuttenfeest, ofwel Sukkot. Dat is overigens ook hét grote feest in de zevende maand.⟨/p> ⟨p>De zevende maand begon met de Dag van het Bazuingeschal en op de tiende van die zevende maand had je Jom Kippoer, de Verzoendag. Vijf dagen later begon dan het Loofhuttenfeest. Als u precies wilt weten hoe dat in zijn werk ging, dan kunt u dat onder andere lezen in Leviticus 23. Als je iets wilt weten over de hoogtijden van Yahweh – ik zeg het verkeerd: niet die 'Joodse feesten', maar over de hoogtijden van Yahweh – dan moet je in Leviticus 23 wezen, want daar vind je ze allemaal keurig op een rij. In vers 33 staat: 'De HEER sprak tot Mozes: Spreek tot de Israëlieten: op de vijftiende dag van deze zevende maand begint het Loofhuttenfeest voor Yahweh, zeven dagen lang.' De vijftiende van de zevende maand is altijd volle maan. Het begin van de maand is altijd de nieuwe maan, en de vijftiende is dus steevast een volle maan.⟨/p> ⟨p>Dan begint het Loofhuttenfeest voor Yahweh, zeven dagen lang. Het getal zeven springt er natuurlijk erg uit en heeft alles te maken met volheid. De zevende maand, zeven dagen lang... Het vindt zijn vervulling wanneer het werk van de Heer tot volheid zal komen. En dan staat er in vers 36: 'Op de achtste dag...' Het feest zelf duurde dus zeven dagen. Het begon op de vijftiende, dus tel zeven dagen door, dan ging het door tot en met de 21e. Maar het had een appendix en dat was eigenlijk de grote dag. In commentaren is mij overigens gebleken dat sommigen zeggen dat die 'laatste, de grote dag van het feest' de zevende dag moet zijn geweest. Daar is wat voor te zeggen natuurlijk, want het feest duurde zeven dagen, dus de laatste dag van het feest is de zevende dag. En toch is de grote dag eigenlijk de achtste dag. Dat was een soort toegift.⟨/p> ⟨p>Op die achtste dag gebeurde er namelijk iets bijzonders: 'Op de achtste dag zult gij een heilige samenkomst hebben en de HEERE een vuuroffer brengen. Het is een feest; generlei slaafse arbeid zult gij verrichten.' Die rust gold dus niet alleen voor de zevende dag, maar juist ook voor de dag die daarop volgde. De grote dag van het hele feest was in feite niet de zevende, maar de dag die daarop volgde. Je krijgt dus eigenlijk het idee van een feest dat zeven dagen duurt, met daarna een achtste, extra dag. Maar dat was feitelijk de grote dag, hoewel het strikt genomen niet meer het Loofhuttenfeest zelf was.⟨/p> ⟨p>Profetisch lijkt me dat trouwens ook heel erg boeiend. Het Loofhuttenfeest was het zevende hoogtij, in de zevende maand, en het duurde zeven dagen. Het vindt zijn vervulling in het zevende millennium, de duizend jaren die gaan komen. Zesduizend jaren heeft de mens, waarin de mens arbeidt, en dan zegt de Heer: 'De zevende dag is Mijn dag.' Dat is het millennium dat gaat komen en dat is ook de dag waar het Loofhuttenfeest betrekking op heeft. Maar na dat millennium volgt er nog een heel nieuw begin, en dat is die achtste dag. Feitelijk spreekt die achtste dag van dat Loofhuttenfeest van het nieuwe begin dat daarop zal volgen. Want wat krijg je? Je hebt straks het millennium, maar is dat het laatste? Nee, dan krijg je nog de achtste dag: de nieuwe schepping.⟨/p> ⟨p>Het getal acht spreekt altijd weer van een nieuw begin. De cyclus duurt zeven dagen, en wat krijg je na de zeven? Dan krijg je de acht. Maar je kunt ook zeggen: het is weer het begin van iets nieuws. De achtste dag is feitelijk dus ook weer de eerste dag; het is maar net hoe je rekent. Waarbij de achtste dag in de Bijbel altijd spreekt van een nieuw begin. Het is ook de dag van de besnijdenis, wat alles te maken heeft met een teken aan het mannelijk voortplantingsorgaan. Dat heeft te maken met het verwekken van nieuw leven en met opstanding. In Leviticus 23 staat in vers 39: 'Op de eerste dag van dat feest zal er rust zijn en op de achtste dag zal er rust zijn.' Ze wisten dus wel wat feestvieren was.⟨/p> ⟨p>Tegenwoordig heb je Poerim, maar dat is een gek feest; dat is eigenlijk een beetje het Joodse carnaval. Veel verkleden en zo. Maar het Poerimfeest is niet een van de hoogtijden van Yahweh. Het is wel een feest dat ingesteld is in de Bijbelse tijden, maar het is van aanzienlijk latere datum, ontstaan in de dagen van de ballingschap, de dagen van Esther. Dan weten ze door de drank soms niet meer wat goed en kwaad is. Maar over het Loofhuttenfeest lees je: 'En gij zult u verheugen.' Dat is eigenlijk ook weer een profetie: jullie zúllen je verheugen. Men wist wel wat een feest was; er waren immers heel veel hoogtijden, maar dit is echt de climax. Het was het feest nadat de olijvenoogst was binnengehaald, maar vooral ook de druivenoogst, de wijnoogst dus. En wat doe je dan als de druiven zijn binnengehaald? Dat was dus de achtste dag. En als u het mij vraagt, is die 'laatste, de grote dag van het feest' inderdaad die achtste dag. Niet de zevende, maar de achtste.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-9" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3176" title="Speel af vanaf 52:56">▶ 52:56⟨/button> ⟨span>Stromen van Levend Water: de Vervulling in het Millennium⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En toen stond Jezus op. Dat is opmerkelijk, want het loutere feit dat hier staat dat Hij stond en luid riep, is veelzeggend. Dat doe je sowieso als je iets wilt uitroepen; dan ga je even staan. Maar in dit geval is het nog duidelijker, omdat het ook te maken heeft met het feit dat Hij was opgestaan. Hij stond op en Hij riep luid. We zullen straks zien dat dit inderdaad ook met Zijn opstanding te maken heeft.⟨/p> ⟨p>Hij riep luid: "Als iemand dorst zou hebben, laat hem naar Mij toe komen en laat hem drinken." Dorst en drinken hebben alles te maken met water. Ik kan niet direct vanuit de Bijbel een link leggen — althans niet heel direct — maar er is een bekende buitenbijbelse connectie. Juist met Sukkot, het Loofhuttenfeest, vonden er in Jeruzalem dagelijks waterprocessies plaats. Elke dag weer opnieuw werd er water uit het badwater van Siloam gehaald en in kruiken op het tempelplein uitgegoten. Ik weet niet precies hoe dat in zijn werk ging, maar het was een hele feestelijke optocht, een hele processie waarin water een grote rol speelde. De connectie tussen water en dat Loofhuttenfeest is dan ook niet zo moeilijk te maken. Het is dus niet zomaar dat de Heer daar bij die gelegenheid, op de laatste dag, de grote dag van het feest, opstaat en dit zegt. Hij zei het luid en duidelijk; Hij schreeuwde zelfs, Hij heeft het heel luid geroepen. Of het begrepen is? Dat lijkt mij niet.⟨/p> ⟨p>Maar Hij voegt er nog nadrukkelijk iets aan toe. Hij zegt: "Wie gelooft in Mij, zoals de Schrift zegt." Het zou zomaar kunnen dat als hier staat "wie gelooft in Mij", Hij ook daarbij de Schrift citeert. Wie gelooft in Mij zoals de Schrift zegt: rivieren van levend water zullen stromen vanuit zijn binnenste. Met dat "zoals de Schrift zegt" verwijst Hij naar de Hebreeuwse Bijbel. Welke schriftplaats bedoelt Hij dan? Nou, heel wat hoor. Maar het is toch opmerkelijk als je leest over die rivieren. Waar spreekt de Schrift, waar Jezus hiernaar verwijst, over rivieren van levend water die vanuit het binnenste zullen stromen? Als je dat opzoekt, dan blijkt het altijd te gaan over het land Israël tijdens dat millennium, die zevende dag, de duizend jaren die gaan komen.⟨/p> ⟨p>Wat zal er namelijk gebeuren? Vanuit het binnenst heiligdom zal een rivier ontspringen. Eigenlijk had ik hier "rivieren" moeten zeggen. Er zal weer een tempel komen in Jeruzalem en vanuit die tempel zal er naar twee richtingen een rivier komen. Ik zal het straks trouwens nog laten zien. Maar dan gaat het dus over het binnenste heiligdom. In het binnenste heiligdom, vanuit het heilige, zullen rivieren met recht ook letterlijk van levend water stromen. De allerbekendste beschrijving hiervan is Ezechiël 47. In de laatste hoofdstukken van Ezechiël lees je een bouwbeschrijving van de tempel die nog nooit gebouwd is, maar ook hoe het land van Israël verdeeld zal worden onder de stammen. Er worden allerlei details gegeven; allemaal dingen die straks vervuld zullen worden.⟨/p> ⟨p>In die tempel zal volgens Ezechiël 47 een stroom ontstaan. Ezechiël wordt meegenomen en moet door die rivier heen. In eerste instantie kan hij daar nog gewoon pootje baden, maar als hij wat verder weer opnieuw de rivier in gaat, komt het water halverwege en uiteindelijk moet hij gewoon gaan zwemmen. Het wordt een hele grote stroom. Die stroom zal naar de Dode Zee gaan. En wat gebeurt er dan? Die Dode Zee wordt een levende zee. Er staat zelfs bij dat daar vissersplaatsen zullen zijn. Ze worden zelfs bij naam genoemd: Echlaim herinner ik me, en nog één. In de Dode Zee, wat nu de enige zee ter wereld is waar geen greintje leven is, zal straks een levende zee zijn waar gevist wordt. Hoe komt dat? Omdat er vanuit het binnenste heiligdom een stroom van levend water zal ontstaan.⟨/p> ⟨p>Op andere plaatsen lees je daar ook over, zoals in Joël 3: "Te dien dagen zal het geschieden dat de bergen van jonge wijn zullen druipen." Dat is natuurlijk ook weer verbonden met het Loofhuttenfeest in de zevende maand. En dan staat er even verder: "Een bron zal ontspringen uit het huis des Heren en zal het dal van Sittim drenken." Dat dal bij de Dode Zee zal dus drinken van die bron die zal ontspringen te dien dagen, de dag dat alles tot volheid zal komen. In Zacharia 14 lees je ook: "Dan zullen te dien dagen levende wateren uit Jeruzalem vlieten, de helft daarvan naar de oostelijke en de helft naar de westelijke zee." De oostelijke zee is de Dode Zee en de westelijke is uiteraard de Middellandse Zee. Je krijgt dus een rivier die naar de Dode Zee gaat en een rivier die naar de Middellandse Zee gaat vanuit Jeruzalem. Levende wateren uit Jeruzalem zullen vlieten, dat wil zeggen stromen, en de zee wordt levend, zoals dit gebied ooit heel vruchtbaar is geweest.⟨/p> ⟨p>Er gaat nog heel veel gebeuren, maar ook daar zie je weer dat vanuit het heiligdom, vanuit het binnenste, stromen ontstaan. De Heer had dus gezegd: "Wie gelooft in Mij, zoals de Schrift zegt, rivieren van levend water zullen stromen vanuit zijn binnenste." Als je dat naleest, blijkt dat over het binnenste van het land te gaan, het binnenste van Jeruzalem of het binnenste van de tempel. Dat er letterlijke rivieren zullen stromen, zal zijn vervulling vinden in het millennium waar het Loofhuttenfeest van spreekt. Maar nu zegt de Heer:⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-10" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3716" title="Speel af vanaf 01:01:56">▶ 01:01:56⟨/button> ⟨span>De Levendmakende Geest en de Verheerlijking van Christus⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Dit zei Hij echter omtrent de Geest, die zij die in Hem geloven, op het punt stonden te ontvangen. Dat is trouwens geen tegenstelling, maar het geeft wel aan dat we hier eigenlijk een spade dieper gaan. Het gaat niet alleen maar om een letterlijke vervulling, het heeft ook vooral een geestelijke betekenis, want die levende wateren spreken van de Geest. En wie zouden die ontvangen? Wel, degenen die in Hem geloven. Maar er staat bij: "want Geest was er nog niet, omdat Jezus tot nog toe niet wordt verheerlijkt." Dit wijkt wat af van hoe u het in uw vertaling heeft staan, maar dit is zoals het er letterlijk staat. De Geest was er nog niet, omdat Jezus tot nog toe – op dit moment – niet was of wordt verheerlijkt.⟨/p> ⟨p>Jezus was hier nog steeds op aarde en Hij moest nog sterven. Zijn opstanding, Zijn verheerlijking was nog geen feit. Die Geest waar Hij het hier over heeft, die was er nog niet. Dat betekent dus dat Jezus hier tijdens het Loofhuttenfeest iets roept wat per definitie nog niet echt begrepen kon worden. Johannes tekent dit op en hij doet dat retrospectief – dat heet gewoon terugblikkend. Hij zegt als het ware: "Ja, Jezus riep dat toen en nu weten we waar het over gaat." Op dat moment was het niet duidelijk, maar nu zegt Johannes: "Dit zei Hij van de Geest." Het is commentaar van Johannes, vergis u niet. Jezus heeft het toen niet uitgelegd; Hij heeft daar geroepen en Johannes legt later uit dat dit werd gezegd omtrent de Geest die zij op het punt stonden te ontvangen.⟨/p> ⟨p>En die Geest, wat is dat? Dat is die levendmakende Geest. We hebben in Johannes 6 – een hoofdstuk eerder – al gezien: de Geest is het die levend maakt, het vlees doet geen nut. Dat wil zeggen dat het vlees niet levend kan maken. De woorden die de Heer gesproken heeft, zijn geest en zijn leven. Waar komt die levendmakende Geest dus vandaan? Die maakt dus levend, zoals die levende wateren die straks vanuit Jeruzalem zullen stromen de Dode Zee tot een levend gebied zullen maken. Dat spreekt van het Woord dat uit het heiligdom komt, vanuit het binnenste, en dat levendmakend is: een levendmakend Woord.⟨/p> ⟨p>Nog één tekst: 1 Korinthe 15. Als je het hebt over de levendmakende Geest, staat er in vers 45 dat Paulus zegt: "Aldus staat er ook geschreven: de eerste mens, Adam, werd tot een levende ziel; de laatste Adam tot een levendmakende Geest." Alsjeblieft. Waarover gaat dit? Uiteraard over het moment dat Christus opstond uit de doden. Hij is die levendmakende Geest en dus spreekt het inderdaad van Zijn opstanding. Hij stond op en Hij riep, en Hij sprak over levend water. Wanneer zou dat vervuld worden? Wel, toen Jezus werd verheerlijkt. Feitelijk was dit allemaal op de dag van Zijn opstanding. Toen werd Hij levend gemaakt, toen werd Hij die levendmakende Geest.⟨/p> ⟨p>En wat dacht u? Het was toen Hij in de avond verscheen in de kring van Zijn leerlingen dat Hij op hen blies en zei: "Ontvang mijn Geest." Wat Hij daar deed, was de Geest uitblazen. Hij gaf het leven aan hen en zij ontvingen daarmee Zijn leven. Dat kon Hij pas doen op die dag dat Hij werd verheerlijkt. Heel demonstratief gebeurde dat vijftig dagen later, op de dag van Pinksteren, maar strikt genomen ontvingen zij die Geest toen op de dag dat Hij werd verheerlijkt. Want het is ook nog diezelfde dag dat de Heer heeft gezegd dat Hij ten hemel is gevaren – daar hebben we het bij een andere gelegenheid geloof ik wel eens over gehad.⟨/p> ⟨p>Ja, precies. Dus Hij stond op, en diezelfde dag is Hij ook naar de Vader gegaan en heeft Hij Zich op de dag van de eerstelingsgarven bewogen voor het aangezicht van God. Op diezelfde dag blaast Hij Zijn Geest op Zijn leerlingen en zij ontvangen dat Woord en het leven van Hem. Ze ontmoeten de opgewekte Christus en daarmee ontvangen ze het leven in Zijn Naam. Het is heel concreet en heeft te maken met het levende Woord, met de opgewekte Christus en met het feit dat Hij verheerlijkt is. Aan allerlei uitspraken die Hij tijdens Zijn leven op aarde heeft gedaan – zoals hier een half jaar voor Zijn eigenlijke opstanding – heeft Hij al gerefereerd. Men heeft het ongetwijfeld toen niet begrepen. Het is Johannes die dit later kan uitleggen en duiden door te zeggen: "Nou, daarop had dat betrekking."⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-11" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4110" title="Speel af vanaf 01:08:30">▶ 01:08:30⟨/button> ⟨span>Dé Profeet: de Parallel Tussen Mozes en Christus⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En dan staat er: vanuit de schare dan zeiden degenen die deze woorden hoorden: "Deze is waarlijk de profeet." Daar hebben we het vaak over gehad, hè? Over die profeet. Want wat bedoelen zij als ze zeggen: "Deze is de profeet"? Het is in ieder geval een verwijzing naar wat ooit Mozes al had gezegd, voorzegd bij monde van Mozes zelf. In Deuteronomium 18 lees je: "Een profeet uit het midden van u, uit uw broeders, een profeet als mij, zal u, Yahweh uw God, verwekken en naar hem zullen jullie horen." Dus Mozes zegt aan het einde van zijn bediening, vlak voor zijn sterven als hij afscheid neemt: "Een profeet zoals ik, dus van het kaliber van Mozes, zal de Heere uw God u verwekken en naar hem zullen jullie horen."⟨/p> ⟨p>Ik vind trouwens nog iets heel moois aan die parallel, want dat was Mozes. Mozes betekent 'uit het water getrokken'. Dat verwijst naar het feit dat hij ooit op het terrein van de dood lag. Eigenlijk in een groot graf, want dat was de Nijl. En hij werd uit het water getrokken. Mozes werd eigenlijk uit het doodswater getrokken. Dat is op zich al een verwijzing naar Hem, naar degene die zou komen en ook uit de doodswateren zou worden getrokken: de opstanding dus.⟨/p> ⟨p>Maar er is nog een wijze waarop de parallel opgaat. Want toen Mozes tot zijn volk kwam, de eerste keer bij zijn eerste optreden – je weet wel, toen hij die man vermoordde – accepteerde het volk hem toen? Nee. De eerste keer dat Mozes tot zijn volk kwam, werd hij verworpen en ze luisterden niet naar hem. En dan lees je dat Mozes vervolgens naar het buitenland gaat. Moet je opletten: dan gaat Mozes naar het buitenland en komt hij veertig jaar later terug. En dan accepteert Israël hem wel. Dat is ook de inleiding tot de verlossing van het volk; dan gaan ze door de Rode Zee. Maar de eerste keer hebben ze Mozes verworpen. Hij was dus uit het water getrokken, hij komt tot zijn volk en ze moeten hem niet. Hij gaat naar het buitenland en een hele lange tijd later komt hij terug, en dan leidt hij zijn volk uit Egypte, uit de verdrukking, en verlost hij hen.⟨/p> ⟨p>Neem me niet kwalijk, maar dit is toch een prachtig plaatje. Als Mozes dan aan het einde van zijn leven zegt: "Een profeet uit het midden van jullie broeders, zoals mij", dan is dat met recht 'zoals ik'. Zoals het Mozes verging, zou het ook Hem vergaan. Mozes kwam eerst tot zijn broeders en werd verworpen; wel, net zo zou Hij komen. Dus je ziet dat het feit dat ze in het Nieuwe Testament de Heer Jezus niet herkennen, dat ze niet naar Hem luisteren, dat ze het niet verstaan en Hem verworpen hebben, helemaal volgens het script was. Zo moest het gaan. Het loutere feit dat ze Hem niet hebben geaccepteerd, bewijst juist wie Hij is: dat Hij inderdaad die profeet is zoals Mozes.⟨/p> ⟨p>Ik lees even verder: anderen zeiden weer: "Deze is de Christus." Waaruit trouwens volgt dat niet iedereen die profeet identificeerde met de Christus; niet iedereen stelde hem gelijk aan de Messias. Ik zei al dat er allerlei opinies waren over die Messias, wie Hij zou zijn en hoe Hij zou komen. Weer anderen zeiden: "De Christus komt toch niet vanuit Galilea?" Nu zijn we weer terug bij af. En dat wordt dan toegelicht in het volgende vers: "Zegt de Schrift niets dat vanuit het zaad van David en vanaf het dorp Bethlehem, waar David was, de Christus komt?" Dat is een goed argument trouwens, hè? Het is het enige echte goede argument als zij zeggen dat de Christus niet vanuit Galilea komt. Ze motiveren dat met de vraag of de Schrift niet zegt dat Hij vanuit het zaad van David en vanaf het dorp Bethlehem zou komen.⟨/p> ⟨p>Hier speelt natuurlijk onkunde een hele grote rol, want de suggestie is dat Hij niet vanuit het zaad van David is, terwijl dat volstrekt helder is. Zowel het Matteüs- als het Lukas-evangelie maken duidelijk – de bronnen worden gewoon geopend en de genealogie wordt neergelegd – dat Hij zowel van Jozefs als van Maria's zijde wettig een zoon van David was. Via de lijn van Maria was Hij dat ook biologisch. En trouwens, Hij was ook geboren in Bethlehem. Hij kwam weliswaar uit Nazareth, maar was geboren in Bethlehem. Zegt de Schrift niet... Eventjes wil ik naar één passage toe gaan die heel boeiend is in dit verband. Er staat in Jesaja 11 vers 1:⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-12" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4516" title="Speel af vanaf 01:15:16">▶ 01:15:16⟨/button> ⟨span>Het Rijsje uit de Tronk van Isaï: Nazareth als Profetisch Gegeven⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>U kent het vers waarschijnlijk wel: Jesaja 11. Dat is een geweldige profetie over de Messiaanse tijd. Het begint met: "En er zal een rijsje voortkomen uit de tronk van Isaï, en een scheut uit zijn wortelen zal vrucht dragen." De tronk van Isaï. Dit is een voorzegging van de Messias die zou voortkomen, maar waaruit dan? Welnu, uit de tronk van Isaï. Een tronk is een afgehouwen boomstang; er blijft dan slechts een stronk over. Dat is een voorzegging over wat er zou gebeuren met die lijn van Isaï en van David. Dat huis van David zou doodlopen en afgekapt worden. En terecht dat het afgekapt wordt. Om het nog anders te zeggen: het huis van David zou een vervallen hut worden. Dat is weer een andere profetie. Maar terwijl die hele dynastie van David — twintig opeenvolgende koningen uit het huis van David hebben geregeerd tot aan de ballingschap — daarna volledig leek dood te lopen, bleef er een tronk over. Sinds die tijd is er nooit meer iets gebeurd op die troon. De boomstam is afgehakt en het werd een tronk. Maar, zegt Jesaja, daar zal een rijsje, een scheut uit zijn wortelen komen.⟨/p> ⟨p>Waarom haal ik dit nu aan? Ten eerste als één van de vele schriftplaatsen die aangeven dat de Messias uit het huis van David zou komen. Maar vooral ook om dit: er staat dat een scheut uit zijn wortelen vrucht zal dragen. Weet u wat hier in het Hebreeuws staat? Daar staat het woordje ⟨em>Natser⟨/em>. Van dat woordje ⟨em>Natser⟨/em> is de naam Nazareth weer afgeleid, in Galilea. Dat de Heer in Nazareth is gaan wonen en een Nazarener of Nazoreër was — dat is hetzelfde — is dus van groot belang. Niet een Nazireër trouwens, want dat is weer wat anders. Dat maakt het misschien een beetje ingewikkeld, maar een Nazireër heeft te maken met een gelofte. Simson was bijvoorbeeld een Nazireër. Maar een Nazarener is simpelweg iemand die uit Nazareth komt.⟨/p> ⟨p>In Matteüs 2 lezen we dat Jozef en Maria, nadat zij uit Bethlehem waren gevlucht naar Egypte, na verloop van tijd weer terugkeren als Herodes gestorven is. Wanneer ze vernemen dat het gebied weer veilig is, vestigen ze zich echter niet in Bethlehem, waar Jezus geboren was, maar gaan ze naar Nazareth. Daar aangekomen vestigde Jozef zich in die stad — waar hij trouwens oorspronkelijk al woonde — genaamd Nazareth, opdat in vervulling zou gaan hetgeen door de profeten gesproken is: dat Hij Nazoreër zou heten.⟨/p> ⟨p>Nu kom je bij de vraag: waar staat dat dan? Waar wordt in de profeten gesproken van een Nazoreër? Hier wordt gezegd dat het een vervulling is van wat de profeten hebben gesproken. Het loutere feit is dat ik maar één connectie kan aanwijzen en dat is dat de Messias een ⟨em>Nazar⟨/em> zou zijn. Jesaja had dat gezegd: een scheut, een ⟨em>Nazar⟨/em>. Dat Hij Zich in Nazareth vestigt, is een vervulling van wat de profeten gesproken hebben. Nazareth was destijds een hele kleine nederzetting van nakomelingen uit het huis van David. Ik heb dat jaren geleden al eens uitgebreider uiteengezet, maar zowel Jozef als Maria kwamen uit Nazareth en beiden konden hun stamboom terugvoeren naar David. Waarom heette die stad zo? Wel, omdat het de stad van de 'scheut' was, om het zo maar te zeggen.⟨/p> ⟨p>Met de verdeling van het Romeinse Rijk kun je ook hardmaken waarom zij zich juist daar gevestigd hebben. Herodes voelde natuurlijk heel goed aan dat hij geen concurrentie uit het huis van David kon gebruiken. Die nakomelingen van David waren in het gebied van Judea helemaal niet veilig en daarom zijn ze uitgeweken naar Galilea. Daar waren ze veilig, in een nederzetting van louter nakomelingen van het huis van David. En hoe noemden ze die stad? ⟨em>Nazar⟨/em>, de stad van de ⟨em>Nazar⟨/em>. Het loutere feit dat Jezus uit Nazareth kwam, is dus wel degelijk een profetisch gegeven. De gedachte dat Nazareth in Galilea totaal geen profetische betekenis zou hebben, klopt dus niet. Hij zou een Nazarener heten omdat Hij uit die stad van de ⟨em>Nazar⟨/em>, van die scheut, kwam.⟨/p> ⟨p>Het wordt ook nogal eens gezegd: de Nazarener. Je leest bijvoorbeeld over de blinde Bartimeüs die langs de weg zit en zegt: "Jezus, Zoon van David, gij Nazarener, ontferm u over mij!" Die link tussen "Zoon van David" en "Nazarener" is een heel bijzonder gegeven. Vooral wat in Matteüs 2 staat, laat zien dat de locatie Nazareth een profetisch item is. Het is een stad met een profetische betekenis. Goed, even terug naar de tekst.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-13" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4970" title="Speel af vanaf 01:22:50">▶ 01:22:50⟨/button> ⟨span>Bethlehem Efrata: Huis van Brood en Zoon van de Rechterhand⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Johannes 7 vraagt: "Zegt de Schrift niet dat vanuit het zaad van David en vanaf het dorp Bethlehem, waar David was, de Christus komt?" En als zij zeggen: "Zegt de Schrift dat niet?", dan is het antwoord: "Jazeker!" Dat zegt de Schrift heel duidelijk. Vanaf het dorp Bethlehem. U kent het waarschijnlijk wel: Micha 5 zegt heel duidelijk: "Gij Bethlehem Efrata, al zijt gij klein onder de geslachten van Juda, uit u zal Mij voortkomen die een heerser zal zijn." Uit de velden van Efrata.⟨/p> ⟨p>Weet u trouwens waar Bethlehem voor de eerste keer genoemd wordt? Ik werd er onlangs nog op gewezen dat alle aartsvaders en aartsmoeders begraven zijn in de spelonk van Machpela in Hebron, met één uitzondering: Rachel. Rachel is namelijk begraven in de velden van Efrata, in Bethlehem. En waarom was dat? Omdat zij overleed bij de geboorte van Benjamin. Wij zeggen Benjamin, maar zij had hem de naam Ben-Oni gegeven. Hij werd geboren en een van de laatste dingen die zij zei, was dat hij Ben-Oni moest heten. Dat betekent: zoon van mijn smart. Maar dan is het Jakob die zegt: "Nee, het is niet Ben-Oni, het is Benjamin: zoon van mijn rechterhand." Geboren in Bethlehem, in de velden van Efrata — wat overigens 'vruchtbaarheid' betekent. Daar wordt de zoon van mijn smart vervolgens de zoon van mijn rechterhand. Dat is een perfect plaatje van de Heer Jezus Christus. Dat is de eerste keer dat Bethlehem Efrata genoemd wordt.⟨/p> ⟨p>Het dorp heeft uiteraard vooral bekendheid gekregen vanwege het feit dat David daar geboren is, er gewoond heeft en er herder was. David kwam uit Bethlehem, het 'Broodhuis'. Beit Lechem betekent letterlijk 'huis van brood'. Wat zagen we ook alweer in Johannes 6? Waar zou het Brood des Levens nou geboren moeten worden, anders dan gewoon in Bethlehem? David komt daar vandaan en hij werd daar gezalfd. Hij was die goede herder die zijn leven inzette voor de schapen en die trouwens ook de overwinning op de grote vijand behaalde. Hij werd daar gezalfd, oftewel hij werd Messias. In het Hebreeuws is dat gewoon hetzelfde: hij werd Masjiach, hij werd gezalfd, hij werd Christus.⟨/p> ⟨p>Maar was hij toen al meteen koning? Nee, hij zou eerst nog vervolgd worden. Hij was bestemd om koning te worden, maar dat zou nog een hele tijd duren. In die tussentijd is hij vervolgd geweest door Saul, die man uit Benjamin. De Benjaminiet. "Saul, Saul, wat vervolg je Mij?" Pas lange tijd later wordt David daadwerkelijk koning; eerst in Hebron en later, zeven jaar later, in Jeruzalem. We hadden het over Mozes en we hebben het nu over David, en bij David zien we exact hetzelfde verhaal. Hij was de Messias, bestemd om koning te zijn, maar het zou een hele tijd duren alvorens hij dat daadwerkelijk werd. Eerst moest hij de zoon van smart zijn en pas later de zoon van de rechterhand. Ook daarin zie je weer die twee komsten, de verdeling tussen de eerste en de zevende maand, als u die structuur nog kunt volgen.⟨/p> ⟨p>Dus, zegt de Schrift niet? Jawel, dat zegt de Schrift zeker. Zelfs het feit dat Hij uit Nazareth kwam, is door de profeten beschreven. Hij is geboren in Bethlehem, dat móest, maar Hij moest ook uit Galilea komen. Er ontstond scheuring in de schare vanwege Hem, en zo gaat het altijd. Maar wat een prachtige dwarsverbindingen vind je zo in de Schrift. Het wijst allemaal naar de zoon van David.⟨/p>