⟨h3 id="hoofdstuk-1" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="0" title="Speel af vanaf 00:00">▶ 00:00⟨/button> ⟨span>Terugblik op Matthäus 24 en het Teken van de Parousia⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Dan gaan wij verder met onze speurtocht in Matteüs 24 en 25, maar ik begin me steeds serieuzer af te vragen of we in dat vijfentwintigste hoofdstuk dit seizoen nog wel aan zullen komen. Ten meer daar er nu weer een avond is weggevallen; in januari hebben we door omstandigheden geen Bijbelstudie gehad, dus de laatste keer was ergens begin december, als ik mij niet vergis.⟨/p> ⟨p>Laat ik om te beginnen even terugblikken. Dat lijkt me in dit geval zeker nuttig, omdat we toch een hele tijd uit de roulatie zijn geweest. Een terugblik in grove lijnen over wat we tot dusver hebben gezien in Matteüs 24. Het is een rede die de Heer Jezus heeft gehouden op de Olijfberg, een hele markante locatie, juist omdat die berg zo’n enorme rol speelt in de inhoud van de rede die Hij heeft uitgesproken. Hij heeft deze rede uitgesproken in de kring van Zijn discipelen en leerlingen. In een intieme kring, omdat Hij juist in het voorgaande – dat lezen we in het slot van hoofdstuk 23 – officieel afscheid heeft genomen van de stad Jeruzalem. Hij zegt: "Jullie zullen Mij niet meer zien, totdat jullie – de inwoners van Jeruzalem – zullen zeggen: Gezegend Hij die komt in de naam van de Heer." Dat is een Messiaanse titel die in de Psalmen wordt benoemd. Daarmee geeft de Heer eigenlijk aan: "Jullie zullen Mij nu niet meer zien, maar Ik kom terug." Jullie zullen Mij te zijner tijd weer zien, en dan is de situatie compleet gewijzigd. Want dan zullen Israëls leidslieden, Jeruzalems leidslieden, Hem wel herkennen en ook verwelkomen. Dat gaat gebeuren.⟨/p> ⟨p>Matteüs 24 beantwoordt de vraag naar het teken van de parousia. Dat zijn twee, eigenlijk drie punten die in de vraagstelling aan het begin van Matteüs 24 naar voren komen. Het hele hoofdstuk, en eigenlijk ook het navolgende Matteüs 25, gaat over de parousia, het teken van de parousia en het einde van de aeon. Dat wil zeggen: het einde van deze huidige aeon, oftewel het einde van deze boze aeon. Daarmee markeert het de transitie, de overgang naar de toekomende aeon, waarin Christus, de Gezalfde, de Messias, de Zoon van David – of welke titel Hij ook heeft – zal regeren in Jeruzalem over Israël, maar uiteindelijk over de hele volkerenwereld.⟨/p> ⟨p>Dit hoofdstuk is beschreven vanuit het perspectief van Judea en Jeruzalem – ik geef even een paar punten aan die we ons goed moeten realiseren alvorens we verder gaan. Zo wordt het ook diverse keren benoemd en dat is heel belangrijk: we bevinden ons op Joods terrein, op Joods gebied. Eerst zal er de misleiding zijn; dat is waar de Heer ook voor waarschuwt. Als de vragen zijn binnengekomen en Hij antwoord gaat geven, dan begint Hij met: "Zie toe dat jullie niet misleid worden." Eerst zal die misleiding er zijn en het zal uiteindelijk resulteren in een grote verdrukking met andere begeleidende verschijnselen zoals aardbevingen en pestilentiën. We hebben daar ook al het een en ander van besproken. De grote verdrukking zal eindigen in het land Israël. Of nou ja, 'eindigen' voor wat betreft Israël, maar daar gaan we het vanavond nog uitgebreid over hebben.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-2" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="269" title="Speel af vanaf 04:29">▶ 04:29⟨/button> ⟨span>De Grote Verdrukking en de Gruwel Der Verwoesting⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>De Grote Verdrukking is een term die rechtstreeks zo wordt genoemd in Matteüs 24. Welk vers was dat ook alweer? Vers 21: "want er zal een grote verdrukking zijn". Het is een term die direct ontleend is aan het boek Daniël: een dag van grote benauwdheid voor Jakob. Deze Grote Verdrukking begint, zoals we lezen in vers 15, bij het oprichten van de gruwel der verwoesting – een afgodsbeeld – op de heilige plaats. Daniël had daarover geschreven op diverse plaatsen. Er zal op de heilige plaats, dat wil zeggen het tempelplein in Jeruzalem, weer een offerdienst gaan starten. Dat is tot op heden nog steeds niet gebeurd, maar dat gaat zeker gebeuren.⟨/p> ⟨p>En als die offerdienst draait, als ik het even zo oneerbiedig mag zeggen, dan zal er iemand komen – de mens van wetteloosheid – en die zal in plaats van de offerdienst die doen staken en doen ophouden. In plaats daarvan zal hij een afgodsbeeld oprichten in de tempel, op het tempelplein. We hebben inmiddels al heel wat dwarsverbindingen gezien, want daar ontkom je niet aan als je Matteüs 24 opent. Dat gaat over die dingen: de parousia, de Grote Verdrukking en het einde van de aeon. Maar de Hebreeuwse profeten, en ook dat wat we in het boek Openbaring vinden, spreken daar net zo goed over. Al deze zaken die hier beschreven worden, vinden we daar terug. Dus als je het plaatje compleet wilt hebben, zul je ook die plaatsen erbij moeten betrekken. Alleen door Schrift met Schriften te vergelijken, krijg je een compleet panorama.⟨/p> ⟨p>Eigenlijk is dat heel logisch. Ik vergelijk het zo graag met puzzelstukjes die bij elkaar horen; alleen als je ze bij elkaar legt, krijg je een compleet beeld. Als je slechts één stukje ziet, tja... hoe is het ook alweer? Geen profetie der Schrift heeft een eigen uitlegging. Dat wil zeggen: profetieën van de Schrift leggen elkaar uit. De uitleg van een profetie in de Schrift, bijvoorbeeld Matteüs 24, vind je niet in Matteüs 24 zelf, maar in andere profetieën. Zo completeren ze elkaar, zodat al die Schriften – een veelheid van boeken, auteurs, data en ook plaatsen waar ze zijn opgetekend – één groot geheel vormen. Wij zeggen dan 'de Schriften', een Bijbelse term die duidt op het feit dat er zoveel oorsprongen, auteurs en boeken zijn. Maar de Heer Jezus zegt daarvan: het is ook 'dé Schrift'. Het is één geheel en die kan niet gebroken worden. Dat wil zeggen dat het onlosmakelijk allemaal aan elkaar verbonden is; je kunt dat niet breken.⟨/p> ⟨p>Nog even een opmerking: de wijze waarop ik het nu in zeven punten weergeef, is tamelijk willekeurig. Ik zou nog wel een aantal dingen meer kunnen noemen die echt hoofdmomenten in de studies van de afgelopen avonden zijn geweest, maar laten we het even hierbij houden. Als laatste wil ik noemen dat het einde van de aeon pas aanbreekt wanneer het Evangelie van het Koninkrijk in heel de bewoonde wereld gepredikt zal zijn. Dit is feitelijk een parafrase van vers 13 en 14; daar staat het namelijk letterlijk zo beschreven.⟨/p> ⟨p>Dit is belangrijk omdat het moment van het einde van de Grote Verdrukking niet samenvalt met het einde van de aeon. Dat is nog weer een stuk later. Het einde van de Grote Verdrukking betekent dat Israël bekeerd zal zijn. Maar dan gaat God Zijn werk nog doen en breekt de dag van toorn aan voor de volkerenwereld. Ook dat beslaat een periode. Dat eindigt pas als dat compleet zal zijn, en dat is het einde van de aeon. Dan zal het Evangelie van het Koninkrijk in heel de wereld ook gepredikt zijn. We komen daar allemaal nog uitgebreid op terug.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-3" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="572" title="Speel af vanaf 09:32">▶ 09:32⟨/button> ⟨span>De Parousia: een Bliksemflits Vanaf de Olijfberg⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>De vorige keer hebben we als laatste vers 27 van Matteüs 24 gezien, en daar wil ik nu ook weer de draad oppakken. Want, zegt de Heer – en alleen al het woordje 'want' geeft aan dat Hij daarmee weer toelicht wat er in het voorgaande vers besproken is – Hij had gezegd: geloof niet wanneer ze zeggen: "Het is hier" of "Het is daar". Want net zoals de bliksemflits uitkomt vanaf het oosten en verschijnt tot het westen, zo zal de parousia – of de aanwezigheid, want dat is wat parousia gewoon betekent – van de Zoon van de mens zijn. Als een bliksemflits, inderdaad. Van het ene op het andere moment, maar ook vanuit het oosten tot het westen.⟨/p> ⟨p>Ik weet niet meer helemaal zeker – en als ik het niet helemaal zeker meer weet, dan kan ik me zo voorstellen dat u het ook niet meer weet – of ik er de vorige keer al op gewezen heb dat dit te maken heeft met het feit dat de Heer zal verschijnen vanuit het oosten. Dat wil zeggen: op de Olijfberg, die ten oosten van Jeruzalem ligt. Laten we dat nog eventjes zien. Herinnert u zich dit? Niet? Oh, dan is het goed dat ik het noem. Ik dacht namelijk dat ik het wel besproken zou hebben, maar niet dus. Oké. Het zal een lichtende verschijning zijn, een bliksemflits dus, vanaf het oosten tot het westen.⟨/p> ⟨p>In Zacharia 14 kunnen we daarover een paar verzen lezen. "Aanschouw, er komt een dag voor JAHWEH en jouw buit zal verdeeld worden in het midden van jullie. En Ik verzamel al de natiën te Jeruzalem tot de strijd." Merk op dat "Ik" met een hoofdletter geschreven is; het gaat over JAHWEH Zelf. Het is de dag voor JAHWEH. "En de stad wordt veroverd en de huizen worden leeggeroofd en de vrouwen geschonden. En de helft van de stad trekt uit in ballingschap en de rest van het volk zal niet uitgeroeid worden van de stad." Met andere woorden: dat wat in ballingschap gaat, wordt tevens uitgeroeid. Het is een vreselijke dag. Let ook even op: het is de Heer Zelf die actie onderneemt. Hij is het die de natiën bij elkaar gaat brengen, gaat verzamelen te Jeruzalem tot de strijd. Die natiën hebben er geen idee van dat ze verzameld worden en dat ze daarin leidend voorwerp zijn. Zij hebben hun eigen plannen, maar in werkelijkheid is het God die de regie voert. Dat is maar mooi ook, denk ik. Hadden we het net nog eventjes over: God voert in alles de regie, ook als de mens zich daar totaal geen benul van heeft. Dat is een hele relaxte gedachte.⟨/p> ⟨p>Maar dan: "En JAHWEH zal uittrekken en strijden te midden van de natiën, zoals ten dage dat Hij streed, ten dage van een aanval." Dat wil zeggen: dan gaat er weer gebeuren wat in het verleden zo vaak heeft plaatsgevonden. Lees de Hebreeuwse Bijbel, het Oude Testament, en je ziet dat God Zich inderdaad opstelde als een krijgsheld en de oorlog voerde. Duizend jaren lang is daar geen sprake van; is Hij verborgen en houdt Hij Zich ook verborgen. Maar dan gaat Hij spreken en dan gaat Hij strijden, zoals Hij dat ooit deed als Israël werd aangevallen. En nu komt het, want we hadden het over het punt dat Hij zal verschijnen vanaf het oosten naar het westen toe: "En zijn voeten zullen staan in die dag op de Olijfberg." Nu zegt u misschien: "Heeft JAHWEH voeten? Kan je JAHWEH zien?" Nee, maar Hij heeft een beeld, iemand die Hem representeert, een icoon. Want JAHWEH Zelf kan niet gezien worden, maar Hij verschijnt in Zijn Zoon, zo weten wij, Zijn icoon.⟨/p> ⟨p>"En zijn voeten zullen staan in die dag – de dag van JAHWEH – op de Olijfberg, die op het zicht van Jeruzalem ligt vanaf het oosten." Dat is precies dezelfde uitdrukking als die we zojuist lazen in Matteüs 24: de bliksem komt vanaf het oosten naar het westen. Dus als Hij zal verschijnen – het icoon van JAHWEH, de representatie van God Zelf – dan zal Hij op de Olijfberg verschijnen vanaf het oosten, in het zicht van Jeruzalem, wat dus het westen is. En er staat: "En de Olijfberg wordt middendoor gespleten oostwaarts en westwaarts tot een zeer groot ravijn." Het is nog maar een paar maanden geleden dat ik in Zoetermeer een hele serie studies heb gehouden over deze verzen. Het is ongelooflijk wat daar allemaal in staat. Toen hebben we het echt regel voor regel uitgeplozen. Wat er dan gebeurt, is dat er een vluchtweg gecreëerd wordt. Daar zullen we het trouwens nog wel over gaan hebben, niet meer vanavond maar bij een latere gelegenheid, en dat het volk dan zal vluchten door de Olijfberg naar een plaats in de woestijn, naar de bergen. Maar het gaat me nu even puur om het punt dat Hij zal verschijnen vanuit het oosten naar het westen toe. Hij verschijnt aan Jeruzalem aan de oostkant. Het is dus niet zomaar dat de Heer zegt: "Vanaf het oosten tot in het westen." Nee, dat is met opzet.⟨/p> ⟨p>En zo zal de parousia, de aanwezigheid van de Zoon van de mens, zijn. De Zoon des mensen... "des mensen" suggereert dat het een meervoud is, maar het is twee keer enkelvoud. Het is bovendien bepaald: dé Zoon van dé Mens. De Ben Adam. De erfgenaam van... Ik meen dat de Concordant Version dit vertaalt met 'the son of mankind'. Mankind, dus de zoon van de mensheid, wat in de praktijk toch hetzelfde is. Hoewel, wat is de mens? Die vraag kun je op verschillende manieren beluisteren. Wat is nou de mens? De mensheid begon bij Adam, en Adam is de mens. Dat is ook precies wat "Adam" betekent: de mens. "En de mens bekende zijn vrouw", "De mens had gemeenschap met zijn vrouw", staat er dan. Dan is het een eigennaam, maar hij was ook degene bij wie het allemaal begonnen is: de mens.⟨/p> ⟨p>De Zoon van de mens, dat is de grote titel van de Messias. Eigenlijk noemt Paulus Hem in 1 Korintiërs 15 de laatste Adam. De eerste Adam en niet de tweede, maar de laatste Adam. Dat wil zeggen: Hij is de definitieve versie. Ik heb jarenlang de fout gemaakt door het zomaar door elkaar te gooien en te spreken over "de tweede Adam". De Heer Jezus is de tweede Adam – ik hoor het andere mensen ook nog wel eens zeggen. Inmiddels zeg ik dan triomfantelijk corrigerend: "Ah ah, het is de laatste Adam." Hij is de tweede mens, maar de laatste Adam. En wat is het verschil? Wel, bij de tweede zou je kunnen zeggen: er komt nog een... Als het bij de eerste Adam mis kon gaan, zoals mensen menen, dan zou het bij de tweede Adam weer mis kunnen gaan. Waarom niet? Maar Hij is de laatste. Dat betekent dat Hij de definitieve versie is. Als je dat eenmaal weet, maak je die fout nooit meer. De laatste Adam. Hij is de echte mens en in de laatste Adam is ook de hele mensheid betrokken, besloten.⟨/p> ⟨p>Afijn, zo zal de parousia van de Zoon van de mens zijn. Vers 28. Ik dacht in de aanvang dat we daar wel snel doorheen konden gaan, maar mij is gebleken dat daar heel veel over te melden valt.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-4" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1177" title="Speel af vanaf 19:37">▶ 19:37⟨/button> ⟨span>Vers 28: Waar het Lijk Is, Daar Verzamelen de Gieren Zich⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Vers 28 is een raadselachtig vers. Daar staat: "Waar dan ook het lijk zal zijn, daar zullen de gieren verzameld worden." In de NBG-vertaling staat er: "waar het aas zal zijn." Dat is opvallend, want dit Griekse woord wordt doorgaans in alle andere gevallen gewoon weergegeven met "het lijk". Alleen hier in Matteüs 24 wordt het in de NBG-vertaling weergegeven met "het aas". Natuurlijk zou je kunnen zeggen dat dit logisch is, zeker vanwege de associatie met de gieren die op aas afgaan. En aas is eigenlijk ook niets anders dan een dood lichaam, een lijk dus.⟨/p> ⟨p>Ik heb ooit een inleiding gehoord die aangeeft hoezeer er over dit vers gespeculeerd is. Dat was in 1976, ik was toen vijftien jaar, en die reis heeft op mij een heel grote indruk gemaakt. Het was de eerste keer dat ik in Israël was. Het was een jeugdreis onder leiding van het illustere echtpaar Gert en Hermien Timmerman, samen met Hans en Esther Tims; zij is ook een bekende gospelzangeres. Dat viertal gaf leiding aan een groep van zo'n twintig of vijfentwintig jongelui, en ik was een van hen. Ik vond dat een geweldige reis. Ik weet dat mensen misschien wat lacherig doen als ze de naam van Gert en Hermien horen, maar ik heb aan zijn lippen gehangen. Hij was geweldig gegrepen door de profetie van de Bijbel.⟨/p> ⟨p>Ik herinner me nog heel goed dat hij over dit vers een verklaring gaf waar ik nu misschien wat om moet lachen, maar toen... Hij geloofde dat het in die dagen allemaal zijn beslag zou gaan krijgen. Ik praat nu dus over 1976. Hij zei: "Weet je dat de populatie van gieren momenteel in Israël aan het toenemen is? De gieren verzamelen zich." Hij zei: "Waarom? Omdat het hier allemaal gaat gebeuren. Hier is het aas." Hij dacht dus aan letterlijke gieren in dit geval. Dat was de verklaring die hij daar toen van gaf.⟨/p> ⟨p>Maar eerst even dit. De vraag is: als hier staat "het lijk", let dan op het bepaalde lidwoord. Het lijk. Dan stel je als eerste toch de vraag: welk lijk? Het is ook hier weer gespecificeerd: hét lijk. Bepaald. Niet zomaar een lijk, maar "waar het lijk zal zijn". Ik heb ooit geleerd, en dat is een van de allerbeste lessen die ik ooit geleerd heb voor het doen van Bijbelstudie — eigenlijk gaf ik het net al even aan — dat je Schrift met Schrift moet vergelijken. Als je wilt weten wat de betekenis is van een uitdrukking, dan pak je een concordantie en kijk je waar dat woord nog meer wordt gebezigd.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-5" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1393" title="Speel af vanaf 23:13">▶ 23:13⟨/button> ⟨span>Openbaring 11: het Lijk van de Twee Getuigen⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Ik ben nu aangekomen in Openbaring 11 en ik wil u graag meenemen naar vers 7. We zijn al eerder in deze serie bij Openbaring 11 geweest toen we het hadden over de twee getuigen, want daar gaat dit hoofdstuk over. Ik haak nu aan in vers 7, waar staat: "En wanneer zij – en die 'zij', dat zijn dus de twee getuigen – het getuigenis, de getuigeverklaring van hen tot een einde zouden brengen..." Wanneer zouden ze die tot een einde brengen? Dat wordt benoemd, want je leest in vers 3 dat zij 1260 dagen lang zouden profeteren en getuigen. We praten nu dus over het einde van de periode waarin zij getuigenis zouden afleggen.⟨/p> ⟨p>Het einde van die periode van 1260 dagen speelt een grote rol. We hebben het in deze serie daar al verschillende keren over gehad, maar laten we het nog even kort op een rijtje zetten. Die 1260 dagen is ook de tijd die genoemd wordt in Openbaring 12, een hoofdstuk later. Dat is de tijd dat de vrouw, Israël – het gelovig overblijfsel van Israël – in de woestijn bewaard zal worden. Het staat er heel uitdrukkelijk bij: 1260 dagen lang zal zij bewaard en gevoed worden, nadat de mannelijke zoon was weggerukt tot God en Zijn troon. Weet u nog? Daar hebben we het ook over gehad. 1260 dagen.⟨/p> ⟨p>Het is ook de tijd die, wanneer deze niet in dagen maar in maanden wordt gemeten, wordt aangeduid als 42 maanden. Het zijn namelijk 42 volle maanden. Zoals ik nu 55 jaar ben, maar eigenlijk 55 komma zoveel jaar; dat wil zeggen dat ik 55 volle jaren heb bereikt. Zo wordt dat gerekend. In de Openbaring wordt dus ook gesproken over 42 maanden. Je kunt het ook nog anders benoemen, namelijk in jaren, en dan zeg je drieënhalf jaar. Dat komt overeen met de 42 maanden waarin het beest – niet zomaar een wild dier, nee, hét beest uit de zee – zal lasteren. Die periode wordt ook wel aangeduid als "een tijd, tijden en een halve tijd": één jaar, twee jaren en een half jaar. Er zijn nogal wat manieren om die periode te benoemen. Er is er trouwens nog één zoals die Bijbels beschreven wordt: drie jaar en zes maanden. Het is allemaal hetzelfde.⟨/p> ⟨p>Even terug naar die twee getuigen. Wanneer zij hun getuigenis tot een einde zouden brengen, aan het einde van die periode van 1260 dagen, zal het beest dat opkomt vanuit de afgrond – vanuit de abyss, uit de zee, uit de volkerenwereld – hen de oorlog aandoen. Er staat: "Het – dat beest – zal hen overwinnen en hen doden." Die twee getuigen hebben gedurende die 1260 dagen daar in het hol van de leeuw getuigenis afgelegd en geprofeteerd. Maar aan het einde van die periode zal het beest hen de oorlog aandoen en hen overwinnen. Eerder kon dat niet, want ze waren onaantastbaar, zoals we straks ook nog zullen zien. Maar aan het einde van die periode worden ze overwonnen en gedood.⟨/p> ⟨p>Nu komen we bij mijn punt: "En het lijk van hen..." Hier staat exact hetzelfde woord als in Matteüs 24 vers 28. In eerste instantie was ik wat verward, want ik dacht: moet er niet staan 'de lijken van hen'? We zullen straks zien dat er in vers 9 inderdaad wordt gesproken over "de lijken van hen", maar twee keer wordt er gesproken over "het lijk van hen", in het enkelvoud.⟨/p> ⟨p>Laten we, om de boel bij elkaar te houden, even teruggaan naar Matteüs 24. Daar hebben we het over de verschijning van de Heer aan de oostkant van Jeruzalem op de Olijfberg. Hij verschijnt daar voor Zijn volk en in dat verband wordt gesproken over "het lijk", waar de gieren zich zullen verzamelen. Datzelfde "lijk" komen we ook in Openbaring 11 weer tegen. Wat is dan de plaats waar dit lijk zich bevindt?⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-6" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1739" title="Speel af vanaf 28:59">▶ 28:59⟨/button> ⟨span>Het Tempelplein: Geestelijk Sodom en Egypte⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Laten we gewoon even doorlezen. Het lijk van hen zal liggen op het plein van de grote stad. Het plein. Wat is nu precies dat plein? Ik meen dat in de MWG-vertaling 'de straat' staat, maar dat is hetzelfde: het plein. Waar hebben we het dan over bij het plein van de grote stad? Het gaat hier over Jeruzalem, maar daarover straks meer. Dit kan maar op één locatie betrekking hebben, namelijk het tempelplein. Het plein in Jeruzalem is het tempelplein. Het lijk van hen zal daar liggen op het plein van de grote stad, en er staat bij dat die stad op een geestelijke wijze wordt genoemd: Sodom en Egypte.⟨/p> ⟨p>Aha, dus hier wordt gesproken over twee getuigen, twee mensen, en het lijk van hen ligt daar. Op een geestelijke wijze wordt die stad Sodom en Egypte genoemd. Hoezo? Nou, Sodom is de stad waar Lot uit moest vluchten, de stad waar God het oordeel over had aangezegd. Die stad zou verwoest worden en Lot moest maken dat hij wegkwam. Ik zal u vertellen: dat is precies de situatie op dit tijdstip in Jeruzalem. Wat betreft Egypte is het verhaal identiek. Wanneer Israël aan het land Egypte denkt, dan denken ze aan het land waar ze ooit door de Heer uit bevrijd zijn. De oordelen kwamen over Egypte en de Heer heeft hen op een miraculeuze wijze uit Egypte bevrijd. Ze zijn feitelijk uit Egypte gevlucht.⟨/p> ⟨p>Die stad Jeruzalem, waar dat lijk ligt op dat plein, wordt geestelijk Sodom en Egypte genoemd. Het is de stad Jeruzalem en, zoals we zojuist al zagen in Zacharia 14, is het de stad waar het overblijfsel – degenen die het tot dusver overleefd hebben – moet maken dat ze wegkomen. Ze zullen vluchten uit die stad. Net zoals ooit Lot uit Sodom en Israël uit Egypte vluchtten, zal straks het overblijfsel moeten vluchten uit die grote stad. Dat is de geestelijke benadering. Er staat ook bij: "waar ook de Heer van hen werd gekruisigd". Met de 'Heer van hen' wordt de Heer van die twee getuigen bedoeld. Dat wijst onmiskenbaar naar één stad. Letterlijker en concreter geografisch kun je het niet krijgen. Dat is de stad waar de Heer werd gekruisigd, even buiten de poorten van de stad, buiten de bebouwde kom.⟨/p> ⟨p>Het is opmerkelijk hoe mensen soms zeggen dat je de Bijbel vooral geestelijk moet zien. Dan zeg ik: prima. Je kunt de stad Jeruzalem inderdaad geestelijk bezien en dan zeggen dat het Sodom of Egypte is. Dat is de geestelijke benadering waarbij je vergelijkingen maakt, associaties zoekt en parallellen trekt. Maar tegelijkertijd is het zo concreet en helder: het is namelijk de stad waar ooit de Heer werd gekruisigd en waar Hij drie dagen later opstond uit het graf. Dat is allemaal aanwijsbaar, heel letterlijk en concreet. Zoals die twee getuigen ook letterlijk en concreet daar op dat plein van de stad drie jaar en zes maanden zullen getuigen en profeteren. Je kunt die stad geestelijk benaderen, maar vergeet niet dat we praten over hele concrete, letterlijke zaken.⟨/p> ⟨p>We lezen even verder over het lijk. Degenen vanuit de volkeren, stammen, talen en natiën bekijken dat lijk. Ik weet niet precies hoe de NBG-vertaling het weergeeft, maar het zou zomaar kunnen dat zij een meervoud gebruiken: "de dode lichamen". Ik begrijp heel goed waarom ze dat gedaan hebben, want dat is in het Nederlands misschien mooier, maar zo staat het niet in het Grieks. Er wordt gesproken over 'het lijk'. Zowel in vers 8 als in vers 9 wordt gesproken over het lijk van hen. De afgevaardigden vanuit de volken, de stammen, de talen en de natiën – alsof de hele VN daar vertegenwoordigd is – bekijken het lijk gedurende drieënhalve dag.⟨/p> ⟨p>Eerst was er sprake van drieënhalf jaar waarin zij getuigden, en nu zijn ze dood en ligt hun lijk daar. Iedereen kan dat zien. Men heeft er al vaker op gewezen dat dit tegenwoordig technisch niet moeilijk meer is. Als er zoiets spectaculairs gebeurt met deze twee getuigen, zal er een gigantische aversie tegen die gasten zijn, als ik het even oneerbiedig mag zeggen. Er wordt immers gesproken over het feit dat zij degenen tot wie zij zich richten, kwellen. En dan liggen ze daar eindelijk; ze zijn overwonnen. Er heerst een hoera-stemming. Het lijk wordt niet begraven; drieënhalve dag blijft het daar gewoon liggen als een publieksattractie. Je kunt je voorstellen dat de camera's erop opgesteld staan en dat iedereen gewoon kan meekijken. Zoals je nu al kunt inloggen op de beelden van de Klaagmuur en kunt zien hoe het daar is, zo zal dat straks via CNN – als zulke zenders er dan nog zijn – te zien zijn.⟨/p> ⟨p>Bovendien zullen de volkeren op dat moment daadwerkelijk vertegenwoordigd zijn in Jeruzalem. Want hoe was het ook alweer? Als de Heer zal verschijnen zoals een bliksemflits vanuit het oosten naar het westen, dan is dat in de tijd dat Hij de volkeren zal verzamelen te Jeruzalem. Dat is de stad waar de wereldtop dan vertegenwoordigd is. Men bekijkt daar dus het lijk van die twee getuigen gedurende drieënhalve dag. Het is feitelijk een publieksattractie met een hoge amusementswaarde, maar vergis je niet: het is bittere ernst, want het beest heeft hen de oorlog verklaard. Dat is echt serieus.⟨/p> ⟨p>De tekst zegt dat degenen vanuit de volkeren, stammen, talen en natiën niet zullen toelaten dat de lijken van hen worden geplaatst in een graftombe. Het lijk is voor hen een soort overwinningstrofee; vandaar dat ze hen geen graf waardig gunnen. Ze willen eerst genieten van dit schouwspel van de overwinning. In Openbaring 11 vers 10 lezen we verder: "En degenen die op de aarde wonen, die verheugen zich over hen en ze zijn vrolijk en ze zenden elkaar naderingsgeschenken." Er worden cadeaus naar elkaar gestuurd. Waarom? Omdat deze twee profeten degenen die op de aarde wonen, kwellen. Inmiddels zou je kunnen zeggen: kwelden, want in het Grieks staat dit in de aorist, een tijdloze vorm. Wat doen die twee profeten precies waardoor ze de mensen zo kwellen?⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-7" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2275" title="Speel af vanaf 37:55">▶ 37:55⟨/button> ⟨span>De Autoriteit van de Twee Getuigen: Elia en Mozes⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>We weten, en dan ga ik even terug naar vers 6 van Openbaring 11, dat er over deze twee getuigen het volgende staat: "Dezen hebben de autoriteit, de volmacht om de hemel te sluiten opdat geen regen zal regenen in de dagen van de profetie van hen." Strikt genomen staat er niet eens bij dat ze dat ook daadwerkelijk zullen doen, maar zij hebben de autoriteit. Ik ken trouwens nog iemand die die autoriteit had: Elia. En het regende niet, drie jaar en zes maanden lang. Zo staat het letterlijk in Jakobus 5, maar het is aangehaald uit een boek van Koningen. Elia.⟨/p> ⟨p>Dan kom je natuurlijk op een andere vraag, waar we ons nu niet al te zeer mee gaan bezighouden, maar het roept wel de vraag op wie die twee figuren eigenlijk zijn. Er is al heel wat om te doen geweest: wie zijn die twee getuigen? Eén ding is zeker: hun optreden doet aan twee figuren denken, en dat is in ieder geval Elia. Al was het maar omdat zij de autoriteit hebben om de hemel te sluiten, opdat geen regen zal regenen in de dagen van hun profetie. En er staat bij dat ze de autoriteit over de wateren hebben om ze tot in bloed om te keren en om het land te slaan zo vaak als zij maar zouden willen. Dat is de autoriteit, de volmacht die ze van Godswege hebben gekregen.⟨/p> ⟨p>Welke twee figuren springen er dan onmiddellijk uit? Je hoeft daarvoor geen eens een groot bijbelkenner te zijn. Dat is om te beginnen Elia, die inderdaad bovendien in precies dezelfde periode die autoriteit heeft uitgeoefend, en inderdaad Mozes, die water in bloed veranderde. Wij kennen ook iemand die als eerste teken water in wijn veranderde; dat is het oude voorbeeld tegenover het nieuwe voorbeeld, maar dat weer terzijde.⟨/p> ⟨p>Ik ken ook de uitleg dat Henoch hier wordt genoemd als een van die twee getuigen. Maar dat wordt op iets heel anders gebaseerd, namelijk op de gedachte dat Henoch nooit gestorven is en Elia ook niet, en dat die twee dus weer terugkomen. Ik denk echter dat beide conclusies niet deugen en dat zowel Henoch als Elia wel degelijk zijn gestorven. Als u vraagt: "Maar Elia werd toch ten hemel gevoerd?", dan zeg ik: jawel, maar hij is weer teruggekomen en hij heeft later nog keurig een brief geschreven aan een latere koning. Wist u dat? En Henoch is trouwens ook niet opgevaren tot God ofzo, wat wel algemeen gezegd wordt, maar hij is 'verzet'. Hij is letterlijk overgeplaatst, zodat hij beveiligd werd voor zijn tegenstanders.⟨/p> ⟨p>Ik weet dat terwijl ik dit nu zeg, ik misschien meer vragen oproep dan dat ik beantwoord. Maar dan weten jullie in ieder geval in welke richting ik denk als het gaat over Henoch en Elia. Als u de bonnetjes erbij wilt hebben, moeten we dat bij een andere gelegenheid nogmaals bespreken. Waar het me nu even om gaat, is dat als je deze tekst leest, je onmiddellijk denkt aan twee mensen: Mozes en Elia. Die springen er gewoon uit, daar doet het aan denken.⟨/p> ⟨p>Trouwens, we weten sowieso uit de laatste verzen van het Oude Testament dat in de eindtijd Elia zal komen om alles te herstellen. Dat Elia inderdaad komt, dat weten de Joden al sinds jaar en dag. Of dat letterlijk de persoon Elia zal zijn, of iemand in de kracht en de autoriteit van Elia, dat laten we even in het midden, maar in ieder geval zou hij optreden als die figuur. Bij de sedermaaltijd wordt er altijd een lege plaats aan de tafel vrijgehouden voor Elia die komt. Dat is een heel bekend item binnen het Jodendom: de verwachting van Elia die gaat komen en alles zal herstellen. Ik zou daar graag nog eens een keertje meer over vertellen, want ik heb daar dingen over gehoord die ik echt fenomenaal vind. Ik zou nu in de verleiding komen om daar wat over te zeggen, maar dat doe ik niet.⟨/p> ⟨p>Eerst even dit: wanneer die twee profeten overwonnen zijn en dood liggen, dan is de mensheid, de volkeren, zo blij. Ze sturen elkaar cadeaus omdat die kwelgeesten, als ik het zo mag noemen, eindelijk overwonnen zijn en nu dood zijn. En ze liggen daar dan drieënhalve dag.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-8" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2611" title="Speel af vanaf 43:31">▶ 43:31⟨/button> ⟨span>Levensgeest Na Drieënhalve Dag en de Grote Aardbeving⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En na de drieënhalve dag kwam er geest van leven vanuit God in hen. En wat gebeurt er? Ze staan op hun voeten. Wat krijgen we nou toch zeg! De cadeaus worden weer teruggestuurd. Ja, die hadden ze kunnen houden, dat geld hadden ze in hun zakken kunnen houden, maar dat is voor hen niet het ergste. Na de drieënhalve dag kwam geest van leven vanuit God in hen en ze staan op hun voeten. Een grote vrees valt op degenen die hen aanschouwen. Vind je het gek? Drie dagen liggen ze daar en dan staan ze op, zoals ook hun Heer dat deed. Ze staan op hun voeten nadat ze drieënhalve dag een lijk zijn geweest, aan het einde van die 1260 dagen, de grote verdrukking.⟨/p> ⟨p>Het gaat hier over die twee getuigen. Ze horen een grote stem vanuit de hemel tot hen zeggen: "Gaat hier omhoog." Let op dat woord "hier". Dat wil zeggen: daar lagen ze, op het tempelplein. De nadruk wordt daarmee ook op de locatie gelegd. En ze gingen omhoog tot in de hemel in de wolk. De wolk – ja, daar had ik nog niet aan gedacht, Fred. De beroemde wolk, de wolkkolom, de shechina. Op de berg van de verheerlijking wordt ook over dé wolk gesproken als aanduiding van de aanwezigheid van God. Feitelijk is die wolk ook een mobiel gebeuren. Ik heb ooit een boek gelezen van Huib Verweij en die sprak over de "mobiele godstroom". De shechina, de wolk, de mobiele godstroom.⟨/p> ⟨p>In Ezechiël 1 lees je ook dat visioen van de raderen, het rad in de raderen enzovoorts. Dan beweegt die troon zich voort. Dat is een hele bijzondere beschrijving, ook mysterieus. Een rad in de raderen en dan komt hij steeds dieper in die troon, en uiteindelijk denk je: nu gaat het komen hoor. En dan ziet hij iemand gelijk een Zoon van de mens. De aanwezigheid in de wolk is een aanduiding van de aanwezigheid van JAHWEH. En inderdaad, JAHWEH zal op dat moment ook daadwerkelijk verschijnen, precies daar waar we het over hadden in Zacharia 14. Ze gingen omhoog tot in de hemel in de wolk, en hun vijanden aanschouwen hen.⟨/p> ⟨p>Dan lees ik verder in vers 13 van datzelfde hoofdstuk: "En in dat uur geschiedde een grote aardbeving." Waar hadden we het net over toen we Zacharia 14 lazen? De splitsing van de Olijfberg. In vers 5 staat er: "En gij zult vluchten zoals in de dagen van de aardbeving van koning Uzzia." Kun je je voorstellen als die Olijfberg splijt? Dat is een aardbeving hoor, een grote aardbeving. Dat gebeurt aan het einde van die 1260 dagen, oftewel aan het einde van de grote verdrukking. De twee getuigen, die daar in het hol van de leeuw geprofeteerd hebben gedurende die grote verdrukking en met grote autoriteit, zullen dan overwonnen zijn. En na die drieënhalve dag zullen ze weer op hun voeten staan en zullen ze de Heer tegemoet gaan, want de Heer zal inderdaad verschijnen.⟨/p> ⟨p>In dat uur geschiedt er een grote aardbeving en het tiende deel van de stad valt. Dat lijkt me niet zo gek. Laat ik eens kijken hoe de NBG het vertaalt, want dat ben ik vergeten zelf te doen vanmiddag. Er staat letterlijk: "En er werden zevenduizend namen van mensen gedood in de aardbeving." In de NBG-vertaling staat dat er zevenduizend personen door de aardbeving werden gedood, maar dat staat er niet. Het gaat mij er niet om iemand iets te misgunnen, maar er staat letterlijk "namen van mensen". Wat is dat? Namen van mensen die gedood worden, dat zijn mensen van naam. Het is een grote aardbeving die daar plaatsvindt en er vindt een enorme slachting plaats, waarbij zevenduizend mensen van naam werden gedood.⟨/p> ⟨p>Mensen van naam dus. Kijk, een naam zelf kun je niet doden, toch? Sommige mensen zeggen wel eens: "Dat mag geen naam hebben," maar dit dus wel. Voor mij was dit, toen ik het zag, een eye-opener. Hier wordt niet zomaar een aantal mensen dat omkomt in die aardbeving geteld, maar het gaat om zevenduizend mensen van naam. Hoe was het ook alweer? Laten we het goed helder voor de geest krijgen: de Heer gaat aan het einde van die grote verdrukking de volkeren en de natiën verzamelen te Jeruzalem. Wie zijn daar dan? Daar zijn de natiën verenigd. Die hebben de handen ineengeslagen om de strijd te voeren. Zij hebben daar hun eigen politieke overwegingen voor, en wellicht hebben die twee getuigen daar ook alles mee te maken, dat weet ik niet. In ieder geval gaan zij daar naartoe, maar in werkelijkheid is het God zelf die hen verzamelt als schoven op de dorstvloer; dat lees je elders. Maar je kunt je voorstellen: de natiën zijn daar vertegenwoordigd. En bij die gelegenheid, als daar die grote aardbeving plaatsvindt, is dat net de tijd dat er zevenduizend mensen van naam worden gedood. Ik zie het zo voor me: een vergadering van de Verenigde Naties. In ieder geval zijn de natiën daar verenigd, dus eigenlijk kan het niet missen dat het klopt. Het zijn de representanten.⟨/p> ⟨p>En de overigen die dus niet gedood werden – oftewel de rest, dat is in de Bijbel nog een andere naam voor degenen die overblijven – werden zeer bevreesd. De rest die overgebleven is en niet is omgekomen, een hele bekende uitdrukking die zo vaak gebezigd wordt, zij gaven heerlijkheid aan de God van de hemel. Dat is precies wat we ook weten vanuit Zacharia, namelijk dat wat overblijft in die dag van strijd, de dag van JAHWEH daar in Jeruzalem. Zij zullen vluchten en ze zullen de God van de hemel, die dan trouwens vanuit de hemel naar de aarde zal komen, de heerlijkheid geven. Ze zijn zeer bevreesd over alles wat heeft plaatsgevonden.⟨/p> ⟨p>Als we dan nu weer teruggaan naar waar de Heer had gezegd in Matteüs 24: "Waar dan ook het lijk zal zijn, daar zullen de gieren verzameld worden." Het lijk hebben we nu; dat betreft heel concreet het lijk van de twee profeten of de twee getuigen, zoals dat in Openbaring beschreven wordt. En die gieren, dat zijn degenen die zich daarop geworpen hebben. Het is feitelijk een metafoor voor de natiën die zich verlustigen in dat aas. Zij zijn blij over het feit dat die twee getuigen daar dood op het tempelplein liggen. Daar zullen de gieren verzameld worden – trouwens niet "zich verzamelen", ook hier weer passief: ze wórden verzameld. Weten zij veel, maar in ieder geval is het God die hen daar zo zal brengen. Daar zal dus met recht het lijk zijn. U begrijpt nu ook dat dit heel concreet is. Het gaat over het lijk van de twee getuigen en het gaat over exact dezelfde locatie en hetzelfde tijdstip, namelijk Jeruzalem aan het einde van de grote verdrukking. Dus ik zou zeggen: het kan niet missen. Wat ook niet kan missen, is dat het nu negen uur is.⟨/p> ⟨p>Zullen wij weer gaan beginnen? Dank u wel. Goed, vrienden. Ja, dat is wel gezellig om zo voorbeelden te rekenen met elkaar, maar wij gaan toch weer verder. Bij de volksberekening zijn we hier voor gekozen, toch?⟨/p> ⟨p>Vers 28. Eigenlijk hebben we zojuist maar één vers besproken, over dat lijk. Het lijk. Nou, één ding moet u toch inmiddels duidelijk worden: het gaat – het kan niet missen, dat is mijn conclusie – over het lijk van de twee getuigen. Wij gaan verder.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-9" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3410" title="Speel af vanaf 56:50">▶ 56:50⟨/button> ⟨span>Vers 29: de Zon Verduisterd Na de Verdrukking van Die Dagen⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En we pakken de draad weer op in Matteüs 24 vers 29. Dan zegt de Heer Jezus dit: "Onmiddellijk echter na de verdrukking van die dagen..." Hij heeft het dus over de grote verdrukking die zal eindigen in de Parousia, zoals de bliksem van het oosten naar het westen gaat. Tussen de opmerkingen door – waar het lijk is, daar zullen de gieren worden verzameld – zegt Hij in vers 29: "Onmiddellijk na de verdrukking van die dagen." Nu worden we geplaatst aan het einde van de grote verdrukking van die dagen. De grote verdrukking, dat zijn dus ook die dagen die geteld worden: de 1260 dagen.⟨/p> ⟨p>Om de zin te vervolgen: "Onmiddellijk na de verdrukking van die dagen zal de zon verduisterd worden en de maan zal het lichtschijnsel van haar niet geven." Nou, dit is echt een hele beroemde markering in de profetie. Vele malen wordt hierover gesproken: over de verduistering van de zon en ook de maan die haar lichtschijnsel niet meer zal geven. Dat wordt dan op verschillende manieren geformuleerd, bijvoorbeeld dat ze rood zal zijn als bloed. Maar in ieder geval: ze zal haar lichtschijnsel niet geven. Dat is logisch als de zon verduisterd is.⟨/p> ⟨p>Maar even dit: de zon zal verduisterd worden. Dit is daarom zo belangrijk, omdat dit moment ook elders in Jesaja wordt beschreven. Ik ga u nu meenemen naar twee voorbeelden waar ditzelfde moment beschreven wordt. Waarom is dat hetzelfde moment? Nou, er wordt gezegd dat de zon verduisterd zal worden en dan worden we in dezelfde tijd geplaatst. Jesaja spreekt erover, Jeremia... Eigenlijk al de profeten – nou, al de profeten is misschien veel gezegd, maar we vinden het heel vaak terug: de zon die verduisterd wordt en de maan die haar lichtschijnsel niet zal geven. En ook nog wat met de sterren, maar of we daar vanavond nog aan toe komen, weet ik niet.⟨/p> ⟨p>In ieder geval dit: laten we eens naar Joël 2 gaan, één van die kleinere profeten. Dan lees je dit in vers 31. Die tekst wordt trouwens weer aangehaald door Petrus op Pinksteren, maar daar gaan we nu niet naartoe. Ik beperk me even tot Joël 2 vers 31: "De zon wordt gekeerd tot duisternis" – ook dit is een letterlijke weergave – "de zon wordt verduisterd en de maan tot bloed." Je krijgt dus kennelijk een rode kleur. Trouwens, vorig jaar was dat nogal in het nieuws: de bloedrode maan. Dat heeft ook alles met een zonsverduistering te maken. Laten we die specifieke benaming even voor wat het is, maar de zon wordt gekeerd tot duisternis en de maan tot bloed. En nou staat er: "Vóór het komen van de grote en gevreesde dag van JAHWEH."⟨/p> ⟨p>Hé, de verduistering van de zon en de maan die haar gewone lichtschijnsel niet geeft... We zagen in Matteüs 24 dat dit zal gebeuren na de verdrukking van die dagen. Het markeert dus het einde van de grote verdrukking. Maar hier in Joël staat: het is vóór het begin van de gevreesde dag van JAHWEH. Zie je? Dat is dus een schakelmoment. Aha, dus als dat gebeurt, als die zon gekeerd wordt in duisternis en de maan haar lichtschijnsel niet meer zal geven, op dat moment is het het einde van die 1260 dagen, de grote verdrukking voor Israël, maar het is tevens het begin van de grote en gevreesde dag van JAHWEH. Dan begint het dus eigenlijk pas goed.⟨/p> ⟨p>De dag van JAHWEH zagen we trouwens ook al in Zacharia 14: een dag voor JAHWEH, dat Hij de volkeren zal verzamelen. Op die dag maakt Hij acte de présence: Zijn aanwezigheid, Zijn Parousia. Of Hij zal verschijnen. Dan staat er – ik zoek het even snel op als u mij toestaat, want ik wil geen fouten maken: "Op die dag zal er geen kostelijk licht zijn... het zal één dag zijn die bij JAHWEH bekend is. Geen dag, geen nacht, maar ten tijde van de avond zal er licht zijn." Weer zoiets! Die zon wordt verduisterd, maar ten tijde van de avond zal er dan weer iets zijn. Linksom of rechtsom, via Zacharia of via welke profeet ook, we komen bij dezelfde waarheid uit: de zon wordt gekeerd tot duisternis en de maan tot bloed, vóór het komen van de grote en gevreesde dag van JAHWEH.⟨/p> ⟨p>En het zal zijn: ieder die de naam van JAHWEH aanroept, die ontsnapt. Want, zo staat er, in het gebergte van Sion en in Jeruzalem zal ontkoming zijn, zoals JAHWEH zegt. En tot de ontkomenen behoren zij die JAHWEH roept. In feite worden we nu weer bevestigd in dat wat we al eerder zagen: namelijk dat als de Heer zal verschijnen, dat bij Jeruzalem zal zijn. Daar zal dan inderdaad ter plekke een vluchtroute gecreëerd worden. Die grote aardbeving, die Olijfberg die scheurt, zodat daar ontkoming zal zijn. Dan zal ook inderdaad de naam van JAHWEH worden aangeroepen. En als die naam wordt aangeroepen, dan zal Hij verschijnen en zal er inderdaad ontkoming zijn. In Jeruzalem zal ontkoming zijn. Zoals JAHWEH zegt: wie de naam van JAHWEH aanroept, die zal behouden – gered – worden.⟨/p> ⟨p>Het is trouwens op zich een universele waarheid. Paulus haalt het nog aan in Romeinen 10. Er komt een moment dat ieder die Naam zal aanroepen. Sterker nog, JAHWEH heeft gezworen bij Zichzelf dat voor Hem elke knie zal buigen en elke tong Hem zal belijden. De universele waarheid is dat wie de Naam aanroept, gered wordt. Met andere woorden: als die Naam door allen wordt aangeroepen, dan worden allen gered. Ja, daar hoef je geen hogere wiskunde voor gestudeerd te hebben. Het is zo omstreden wat ik nu zeg, maar goed, laten we even ter zake komen. Het gaat nu even om dat moment: als de zon wordt verduisterd, zal dat zijn aan het einde van de grote verdrukking, vóór de gevreesde dag. Bij die gelegenheid zal er ontsnapping zijn, ontkoming daar in het gebergte van Sion, daar in Jeruzalem. Precies, dat weten we: die berg zal splijten door een grote aardbeving en daardoor zal men kunnen vluchten. De hele stad zal feitelijk een vluchtoord worden en degenen die ontkomen, zullen gevlucht zijn. Ze ontsnappen.⟨/p> ⟨p>En als dit bewaarheid zal worden en zij ontsnappen, dan is dat tevens het begin van de gevreesde dag van JAHWEH. Het einde van Israëls verdrukking, maar het begin van de gevreesde dag van JAHWEH. Waarom? Laten we nog eens kijken in Openbaring 6. Daar hebben we ons al eerder mee beziggehouden in verband met die zegels. Het Lammetje dat de boekrol neemt en de zegels opent. Weet u nog wat het eerste zegel is? Sinterklaas! Dat heb ik letterlijk gezegd aan het begin van de avond, toch? De ruiter op het witte paard, in het rood ook nog... Maar even zonder gekheid: bij het zesde zegel lees je dit: "En ik, Johannes, nam waar wanneer het Lammetje het zesde zegel opent, dat een grote aardbeving geschiedde." Daar hadden we het al eerder over, hè? Ook die grote aardbeving. Maar laten we even verder lezen: "En de zon werd zwart" – verduisterd dus – "als een haren zak." Dat is een rare vergelijking misschien, maar zo wordt het genoemd. "En de maan werd geheel als bloed." Hier weer: de maan die haar gewone schijnsel niet geeft, maar kennelijk bloedrood wordt. In ieder geval weer die zon. We weten nu dus nog iets, zoals het hier staat.⟨/p> ⟨p>Dat zal zijn ter gelegenheid van de grote aardbeving. Dit moment van het zesde zegel valt dus samen met wat we zagen in Joël 2, betreffende wat voorafgaat aan de grote dag van JAHWEH, of Matteüs 24, aan het einde van de verdrukking van die dagen. De zon werd zwart als een haren zak en de maan werd geheel als bloed. Hier, bij het zesde zegel, zien we het einde van de verdrukking voor Israël.⟨/p> ⟨p>En de sterren van de hemel vallen in het land. Ik geloof dat het niet alleen maar overdrachtelijk is. Ik geloof dat er ook kosmische dingen gebeuren. Nee, niet komisch – ik zei per ongeluk komisch – maar kosmisch, in de kosmos. Seismisch en vulkanisch. De aardbeving is seismisch, jazeker. En vulkanisch? Nou, als je een flinke uitbarsting hebt, dan vallen er bommen, lavabommen. Die worden omhoog geworpen en vallen weer terug. Ik denk dat er meteorieten inslaan en dat ook de aarde openscheurt door vulkanische activiteiten. Dat zou dan weer te maken kunnen hebben met het meer van vuur dat bij de Dode Zee geactiveerd wordt, zoals in het verleden met vuur en zwavel.⟨/p> ⟨p>We zitten nu al eventjes losse eindjes aan elkaar te knopen. Dit zijn vrije associaties, maar ik vind het mooi hoor. Want hoe was het? Je hoort het woord. Dat was ooit met Maria zo: ze hoorde het woord en ze overdacht in haar hart wat de betekenis daarvan was; ze overlegde in haar hart. Ja, dat is wat je dan ook gezamenlijk doet, hè? Dat staat daar ook. 'Zou dat daarmee te maken hebben?' Ja, zo werkt schriftstudie.⟨/p> ⟨p>Maar die sterren van de hemel vallen 'in het land'. Dat staat er letterlijk: ze vallen in het land. 'Op de aarde' staat er geloof ik in onze vertaling, in de NBG-vertaling. Klopt dat? Maar het staat er niet met 'op', het staat er met 'in'. In het Grieks staat er 'en', dus 'in'. Nu moet u weten – daar hebben we het al een keer eerder over gehad – dat het woord voor 'aarde' en 'land' in de Bijbel, zowel in het Hebreeuws als in het Grieks, identiek is. Het is één woord. Dat is nogal van belang, omdat wij bij 'de aarde' meteen aan een planeet denken, maar dat concept kent de Bijbel niet. De aarde is gewoon het land. De Bijbelse definitie vind je al in Genesis 1: God noemde het droge het land.⟨/p> ⟨p>In het Nederlands moeten we dat onderscheid tussen aarde en land soms maken, maar in de taal van de Schrift is het hetzelfde. In ieder geval wordt hier gesproken over 'in'. En dan moet je in het Nederlands echt zeggen: 'in het land'. De sterren van de hemel die vallen in het land. Dat kan letterlijk zijn in de zin van kosmische dingen die plaatsvinden, en dat is ook zo, maar ik wil u nu nog op iets anders wijzen. Dat is dat dit ook in overdrachtelijke zin een aanduiding is van Israëlieten.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-10" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4327" title="Speel af vanaf 01:12:07">▶ 01:12:07⟨/button> ⟨span>Vallende Sterren en het Schudden van Israëls Vijgenboom⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Ik neem u even mee naar Daniël 8. Daar lees je in vers 10, en dat gaat ook weer over de tijd van het einde – ik ga het nu even niet over de context hebben – daar staat: "Ja, zijn grootheid reikte tot aan het heer des hemels en hij deed ervan het heer, namelijk van de sterren, ter aarde vallen en hij vertrapte ze." Wat is het heer des hemels? Dat zijn de sterren. En dan gaat het echt over Israël; hij valt het sieradeland aan en hij doet ervan het heer des hemels vallen. Dat is gewoon de Bijbelse aanduiding van de bewoners van het land. Die vallen; het heer des hemels, de sterren aan de hemel, die vallen en worden vertreden. Dat past ook helemaal in de context van wat er gebeurt als de zon zal verduisteren: de bewoners van het land komen om en vallen in het land, zoals een vijgenboom haar verschrompelde vijgen afwerpt wanneer zij door een grote wind geschud wordt.⟨/p> ⟨p>Ook hier moet ik weer zeggen: ook dat is een bekend symbool voor de natie Israël, de vijgenboom. Er blijft niks van over. Gewoon dat wat er nog overgebleven is van die vijgenboom, dat wordt aan het einde – want ik zei al, dit is het einde van de grote verdrukking – weggeschud. Er zijn er al velen omgekomen en nu komen de laatsten om. Er wordt aan die vijgenboom geschud; aan Israëls nationale bestaan komt hier feitelijk een einde. Wat er overblijft, dat gaat naar het buitenland. Daar komt het op neer. Dat is heel dramatisch. We hebben het al vaker overwogen, maar dat betekent dat er op dat moment, aan het einde van de grote verdrukking, geen levende inwoner meer in het land of in de stad is. Die vijgenboom wordt dus geschud en zij werpt haar vijgen wanneer zij door een grote wind geschud wordt. Nou, dat is wel een orkaan die dan zal loeien. Een orkaan.⟨/p> ⟨p>En de hemel – over dit vers ga ik snel heen – de hemel wijkt terug als een boekrol. De hemel is als een boekrol; daar valt ook heel veel in te lezen. Die wordt opgerold en elke berg en eiland werd van zijn plaats bewogen. U ziet, dit heeft verstrekkende consequenties. Niet alleen daar op de Olijfberg, maar zoals u het hier ziet: elke berg en eiland werd bewogen. En dan staat er in vers 15: "En de koningen van de aarde en de groten en de hoofdmannen over duizenden, de rijken en de sterken, elke slaaf en vrije, die verbergen zich in de grotten en in de rotsen van de bergen."⟨/p> ⟨p>Dit is echt een moment, hoor. De opening van dat zesde zegel is een keerpunt. Het wordt gemarkeerd door de verduistering van de zon en de maan die haar glans niet meer geeft. Iedereen dus – de koningen van de aarde, de groten, de rijken, de sterken, elke slaaf en de vrije, iedereen – verbergt zich in de grotten en in de rotsen van de bergen. En ze zeggen tot de bergen en de rotsen: "Val op ons en verberg ons voor het aangezicht van Hem die zit op de troon en voor de toorn van het Lammetje." Aha, wat gebeurt hier?⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-11" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4565" title="Speel af vanaf 01:16:05">▶ 01:16:05⟨/button> ⟨span>Het Zesde Zegel: de Troon Wordt Openbaar en de Toorn Begint⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Wat hier gebeurt, is dat Degene die op de troon zit, openbaar wordt. Hij laat Zijn gezicht zien, Hij laat Zich aanzien. Hij verschijnt. Bij de opening van het zesde zegel, oftewel de verduistering van de zon, wordt de Heer zichtbaar. En wat er dan gebeurt? Wat men vreest. Omdat de Heer het dan gaat opnemen voor Zijn volk. Hoe was het ook alweer? Ik refereer nu aan wat we in het begin van deze avond al zagen in Zacharia 14: de Heer verzamelt de volken te Jeruzalem en die volken strijden tegen Jeruzalem. En dan wordt de Naam uiteindelijk aangeroepen in de uiterste nood, in de grootste benauwdheid. Als er zo’n slachting al heeft plaatsgevonden, zal dat wat nog resteert Zijn Naam aanroepen. En dan zal Hij verschijnen en dan keert het helemaal om, want dan gaat de Heer het opnemen voor Zijn volk en daarmee dus ook strijden tegen de natiën. En dat is wat hier gebeurt bij de opening van het zesde zegel: de verduistering van de zon en de maan die haar glans niet meer geeft. Dan zal Hij Zich kenbaar maken en men zal dat zien.⟨/p> ⟨p>Men zal ook weten dat dit het einde inluidt van hun eigen initiatieven en hun eigen ideeën. Want nu realiseren ze zich de toorn van het Lam. Wat een contrast trouwens, hè? Degene die ooit stierf. Want dat is Degene die nu verschijnt. Dat wordt het onderwerp voor de volgende keer trouwens, daar gaan we het nu verder niet over hebben. Maar wat er gebeurt, is dat JAHWEH verschijnt. Dat wil zeggen: Zijn Icoon. JAHWEH is namelijk de Onzienlijke. Zijn Icoon zal verschijnen. Maar wie is dat? We zien in dit zegel dat het een open deur is: dat is de Heer Jezus Christus. Dat is Degene die ooit Zijn leven gaf. En zo zal Hij ook gezien worden: als Degene die zij doorstoken hebben. Dat Lammetje dat geslacht is. Zij dachten misschien dat ze Hem ondergebracht hadden en dat het over was, maar wat blijkt? Hij is het Lammetje dat geslacht is, dat staat en dat dan ook zal verschijnen.⟨/p> ⟨p>Dan zal Hij verheerlijkt worden. Men zal Hem zien. En dan gaat Hij daar ook, daar in Jeruzalem, Zijn troon oprichten. Dat is wat er gebeurt. Hij zal gaan strijden tegen de natiën en dan zeggen ze: "Omdat de grote dag van hun toorn is gekomen" (of "kwam"), "en wie kan staan?" Dat wil zeggen: wie kan bestaan of blijven staan? Standhouden dus. Zien jullie trouwens nog iets? Direct bij de opening van het zesde zegel is de dag van toorn gevolgd. Dat zal zijn ter gelegenheid van de zon die dan verduisterd wordt. Dat zal het zijn: het einde van Israëls verdrukking, maar tegelijkertijd het begin van de dag van toorn. Het einde van de grote verdrukking voor Israël, maar dan gaat Hij het opnemen voor Zijn volk en tegen de natiën. Dat is het: de dag van hun toorn is nu begonnen. Bij het zesde zegel is de grote verdrukking voor Israël voorbij en daarmee begint de dag van hun toorn. De dag van de toorn, laten we zeggen. Dan zal de Heer het gaan opnemen, zoals gezegd voor Zijn volk, maar dus ook de natiën gaan vonnissen. Die grote verdrukking, die periode die hieraan voorafging, dat is in feite een Israëlische aangelegenheid. Dat gaat over dat volk. Aan het einde van die grote verdrukking...⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-12" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4850" title="Speel af vanaf 01:20:50">▶ 01:20:50⟨/button> ⟨span>De Overgang van Israëls Verdrukking Naar de Dag van Toorn⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Is Israël daar gekomen waar ze wezen moeten? Een overblijfsel dat al rust vindt, en dan gaat de dag beginnen. Dat beslaat een heel groot gedeelte van het boek Openbaring. Vergis u niet: meestal worden al die oordelen geplaatst in die grote verdrukking. Ik heb zelf ook langere tijd zo gedacht en ik kwam er niet mee uit. Ik kon de dingen niet snappen, totdat mij duidelijk werd dat het zesde zegel — dat wil zeggen de verduistering van de zon en de maan die haar glans niet meer geeft — het moment is dat de Heer zal verschijnen voor Zijn volk. Daarmee is de grote verdrukking ten einde, maar de dag van toorn voor de natiën vangt aan. Dat is buitengewoon belangrijk om te zien. Dat is wat het zesde zegel is.⟨/p> ⟨p>En als u nu even met mij meegaat... De dag van toorn is inderdaad een tijdperk. Is de dag des Heren letterlijk 24 uur, of is dat weer een zegel? Ja en nee. Want wanneer er bijvoorbeeld in Zacharia 14 gesproken wordt over dat Hij op die dag zal verschijnen, dan staat er: er zal op die dag geen kostelijk licht zijn, maar ten tijde van de avond zal er licht wezen. Dan gaat het in de beschrijving heel concreet over een dag van een etmaal van 24 uur. Maar als er gesproken wordt over de dag des Heren, de dag van toorn, dan is dat niet één moment. Over de lengte van die tijd moeten we het trouwens nog eens een keer hebben. Dat zal ook zeker nog wel ter sprake komen. Ik zie sommige mensen glimlachen; dat is wel een dingetje hoor waar we het dan nog over moeten gaan hebben. Dat is een eufemisme, ja, dat kun je wel zeggen. Want wat ik wilde zeggen is dit: dat zesde zegel luidt, nogmaals, het einde van de grote verdrukking en het begin van de dag van toorn in. Dat lijkt mij duidelijk.⟨/p> ⟨p>Maar wat krijg je na het zesde zegel? Gewoon even vanuit het boek Openbaring, gewoon lezen. Ja, dan krijg je Openbaring 7. Pak even de Bijbel erbij; ik hoop de volgende keer daar een paar diaatjes over te maken, die heb ik nu niet zo paraat. Maar kijk even mee in de Bijbel. Het einde van Openbaring 6 is dat zesde zegel dat geopend wordt, waar we het zojuist over hadden. Dan krijg je Openbaring 7. Dat is eigenlijk een soort intermezzo, want dan lees je over de verzegelden uit Israël. Dat wil zeggen: uit alle stammen van Israël worden 12.000 mensen verzegeld. "Maar u zei net dat er haast geen leven meer was." Onder andere niet in heel het land. Ja, relatief natuurlijk. In feite is er nog sprake van... je leest ook in het boek Micha — daar gaan we het trouwens ook nog over hebben, want dat zij zullen vluchten naar de woestijn is het onderwerp voor de volgende keer — dan zullen ze vluchten naar de woestijn en dat is een overblijfsel. Maar dan lees je wel in Micha 2 dat het er zal gonzen van de mensen. Dus ja, zijn het er te veel of te weinig? Dat is relatief natuurlijk. Want vergeleken met dat wat is omgekomen, is het een klein aantal, maar niettemin is het in ieder geval een groot aantal mensen. Ook in Openbaring 7 is er sprake van dat er 12.000 uit elke stam worden verzegeld. En waarom? Dat staat er gewoon bij: zodat ze gevrijwaard zouden zijn en niet beschadigd zouden worden door dat wat nog gaat gebeuren. Het zijn namelijk degenen die het evangelie dan gaan prediken in de wereld.⟨/p> ⟨p>Dat betekent dus dat er nog heel veel oordelen en gerichten over de wereld zullen gaan. Dat is het eerste. In Openbaring 6 ging het over die zes zegels; dat is de grote verdrukking over Israël. Maar als je dan in Openbaring 8 aankomt, wat begint er dan? Openbaring 8 vers 1: "En toen Hij het zevende zegel opende, kwam er een stilte in de hemel, ongeveer een half uur lang." Dan staat er vervolgens dat dat zevende zegel geopend wordt. En wat is de opening van dat zevende zegel? Dat er vervolgens op zeven bazuinen, shofars, wordt geblazen. En weer bij elke bazuin — kijk het maar na: de eerste bazuin, de tweede bazuin — zijn het telkens oordelen. Ja, maar dan over de wereld. Niet meer over Israël, maar over de wereld. Dus weliswaar is bij de opening van het zesde zegel de grote verdrukking voor Israël al voorbij, maar dan begint de dag van toorn, en dat is wat in die bazuinen wordt beschreven. Openbaring 8: vier bazuinen. Openbaring 9: de vijfde bazuin en ook de zesde bazuin. En dan in Openbaring 11: de zevende bazuin. Daar hebben we natuurlijk nog heel wat intermezzo's en zo, maar dit lijkt mij even heel belangrijk.⟨/p> ⟨p>Het gaat erom... en nu kom ik terug bij Matteüs 24. Daar hebben we het over gehad, onmiddellijk na de pauze eigenlijk: "Onmiddellijk echter na de verdrukking van die dagen zal de zon verduisterd worden en de maan zal het lichtschijnsel van haar niet geven." Wat we nu gezien hebben, is dus het einde van de verdrukking, het begin van de dag van JAHWEH en het begin van de gevreesde dag van toorn voor de natiën. Dit is een heel belangrijk punt, een markering: die verduistering van de zon en de maan, en de sterren zullen vallen vanaf de hemel. Maar ik stel voor dat we daar de volgende keer verder gaan wandelen. Ik zie dat ik aardig met de tijd ben uitgekomen, en dit lijkt mij een mooi moment om voor vanavond af te sluiten bij vers 29. Het is eigenlijk weer bijzonder dat we vanavond maar twee verzen hebben besproken, maar ja, dat heb je. Ik kan het ook niet helpen dat de Bijbel zo vol aan inhoud is en dat er zo vaak gesproken wordt over... nou ja, over het lijk, maar ook in dit geval over de zonsverduistering. Ik prijs mezelf — wij prijzen onszelf — gelukkig dat we de Schriften mogen hebben. Die geven ons zulke vergezichten. In alle ernst van de verdrukking en de moeite is er dat enorme uitzicht; dat laat je je toch niet afpakken? Zullen we het daarbij houden voor vanavond?⟨/p>