⟨h3 id="hoofdstuk-1" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="0" title="Speel af vanaf 00:00">▶ 00:00⟨/button> ⟨span>Introductie, Overdenking en Openingsgebed⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Deze eerste avond van het jaar is voor mij een wat onwezenlijk begin. Dat geldt voor meerdere mensen, maar voor één iemand wel in het bijzonder: Thomas Hohmoeders. Als ik eraan denk dat de laatste keer dat we hier onze Bijbelstudie hadden op 15 december was – precies de avond voorafgaand aan het ongeluk – dan besef je hoeveel er in die tussentijd kan gebeuren. Na het ongeluk volgden weken van spanning en een hele lijdensweg. Inmiddels is Paul een paar dagen geleden begraven.⟨/p> ⟨p>Ik moest er zo aan denken: weet je wat het laatste vers was dat we de vorige keer hebben besproken? We lazen daar dat Paulus afscheid neemt van de Ephesiers, de oudsten daar. Dat was heel emotioneel. Er staat dat ze allen in groot geween uitbarstten, Paulus om de hals vielen en hem herhaaldelijk kusten. Ze waren nog het meest bedroefd over het woord dat hij gesproken had: dat zij zijn aangezicht niet meer zouden zien. Daar moest ik zo aan denken. Ze zouden zijn aangezicht niet meer zien; dat konden wij de vorige keer nog niet bevroeden.⟨/p> ⟨p>Dat zullen we deze avond opdragen aan onze hemelse Vader. Machtig God en Vader, we danken U dat we hier bij elkaar mogen zijn in alle rust en in alle vrijheid. We realiseren ons zojuist ook hoe enorm fragiel een mens is en hoe enorm veel er in een maand kan gebeuren. Zo denken we aan de lege plaats, het verdriet en het gemis, maar bovenal aan het geweldige licht van Uw Woord dat over dat verdriet heen mag schijnen en aan het uitzicht dat U ons geeft.⟨/p> ⟨p>Vader, we danken U dat Uw Woord de solide grond is, altijd, in leven en in sterven. We danken U dat we daar ook altijd weer verder mee kunnen en dat we ons hoofd mogen opheffen naar boven, vooruit. Want de grote toekomst, het mooiste, dat wacht nog. We bevelen deze avond bij U aan en vragen U om een heerlijke avond rondom Uw Woord. Laat het licht van Uw Woord schijnen in onze harten en onze levens en laat het ons doen stralen. Geef ons verlichte ogen en help ons in het spreken en luisteren. We danken U voor de ontmoeting met elkaar rondom een geopende Bijbel. Amen.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-2" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="186" title="Speel af vanaf 03:06">▶ 03:06⟨/button> ⟨span>Een Nieuwe Fase: de Zeereis Richting Jeruzalem⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>De vorige keer, dat was dus vorig jaar nog, hebben we zoals gezegd Handelingen 20 afgesloten. Daarmee is niet alleen een bijbelhoofdstuk afgesloten, maar het is ook een mijlpaal, omdat in Handelingen 21 een hele nieuwe fase in Paulus' leven aanvangt. Per slot van rekening houden we ons bezig met de voetsporen van Paulus. Met Handelingen 20 eindigen ook Paulus' zendingsreizen, zoals dat dan heet. Strikt genomen is dat ook zo, want hij werd iedere keer inderdaad uitgezonden.⟨/p> ⟨p>Handelingen 20, als hij afscheid neemt van de ouderlingen van Efeze, dan gaat hij verder. Laat ik meteen in vers 1 beginnen; ik hoef verder nu even niet terug te blikken. Ik stel voor dat we vanaf nu meteen de koe bij de horens vatten en we zullen vanzelf wel zien hoe we hier een totaal ander spoor betreden. Er staat dit: "Als het echter gebeurde dat wij wegvoeren..." Zoals gezegd – en de vorige keer had ik dat trouwens ook al even laten zien – sluit de tekst die u hier ziet zo nauw als mogelijk aan bij de tekst van de interlineair.⟨/p> ⟨p>En dan staat er: "als het echter gebeurde dat wij wegvoeren". Die 'wij', dat is een heel gezelschap, negen man in ieder geval. Het is de schrijver Lucas en Paulus. 'Wij' betekent dus in ieder geval Paulus, maar ook de schrijver sluit zich daarbij in, en dat is Lucas. Maar het zijn ook de in hoofdstuk 20 vers 4 genoemde Sopater, Aristarchus, Secundus, Gajus, Timoteüs, Tychikus en Trofimus; in totaal negen man.⟨/p> ⟨p>Zij gaan nu richting Jeruzalem. Er stond eerst nog haast bij, maar later zal blijkt dat, omdat de reis voorspoedig was, ze toch wat rustiger aan konden gaan doen. Maar dan lees je: "als het echter gebeurde dat wij wegvoeren, losgerukt wordende van hen". Daarin zie je dat dit een emotioneel gebeuren is geweest. Dit is niet zomaar afscheid nemen of verlaten, maar ze werden losgerukt. In de NBG-vertaling staat 'losgescheurd'. Dat onderstreept precies wat we aan het einde van hoofdstuk 20 vinden: hoe Paulus afscheid van hen neemt en de wijze waarop dat gebeurde, met luid geween en het kussen van elkaar, en de bedroefdheid omdat ze zijn aangezicht niet meer zouden zien. Ze werden dus inderdaad losgerukt van hen, waarbij 'hen' slaat op het gezelschap dat elkaar daar aan het strand van Milete had getroffen.⟨/p> ⟨p>Vervolgens staat er dat ze rechtuitkoersten: "rechtuitkoersende dat wij kwamen tot in Kos". Dat is een eilandje dat wij waarschijnlijk alleen nog kennen van vakantiegidsen, omdat het een geliefd vakantie-eiland is. Het is het op twee na grootste eiland van de Egeïsche Zee... om het even wat inzichtelijker of visueler te maken: hier heb je het eiland Kos, dat helemaal niet zo groot is. Het grootste is uiteraard Kreta en ik zit me nu even af te vragen wat het één na grootste zou zijn. Nee, want dat was het drie na grootste eiland. Hè? Ja, maar ik heb... dat is een goeie. Je bent er geweest? Ja, en dit plaatje liegt ook niet, lijkt mij. Maar ik heb het vanmiddag nog eventjes gewoon van Wikipedia overgenomen. Nou, dat moet ik dan toch nog eventjes nakijken. Want inderdaad, Rhodos is toch echt groter dan Kos?⟨/p> ⟨p>In elk geval, ze kwamen daar dus in Kos en vervolgens koersen ze verder naar Rhodos. En dat klopt dus niet. Dat moet ik nog eventjes nakijken. Wikipedia corrigeren, dat kan natuurlijk ook nog. Ja, maar dan is Kos niet de op twee na grootste. Dat kan niet, want Rhodos is in ieder geval groter dan Kos. Nou ja, het kan ook nog zijn dat ik het gewoon eventjes niet goed gelezen heb of dat ik het verkeerd heb overgenomen. Houd me ten goede, maar in ieder geval hoort het bij de flinkere eilanden van de Egeïsche Zee, want over het algemeen zijn ze wel heel erg piepklein. Ik ken er trouwens zelf ook nog een aantal; ik heb er ooit een aantal bezocht met 'eilandhoppen', zoals dat heet. Dat je van het ene naar het andere eilandje gaat en inderdaad, dat stelt allemaal heel weinig voor, maar het is lieflijk om te varen.⟨/p> ⟨p>Voor Paulus was het dus echt een doorreis van Kos naar Rhodos, waarbij de hoofdstad van dat eiland trouwens ook Rhodos heet. Via Rhodos ging hij naar Patara, dat weer aan het vasteland ligt van – is het nog Klein-Azië? – in ieder geval van wat wij Turkije noemen. Een havenplaats. En er staat: "Terwijl wij een schip vonden, overvarende tot in Venetië." Dus kennelijk hield dat schip daar op met varen omdat het zijn bestemming bereikt had. Of, omdat Paulus en het gezelschap nogal haast hadden, kan het ook zijn dat ze niet langer daar wilden blijven en dat het schip daar te lang in de haven verbleef, en dat ze daarom een ander schip hebben gezocht. Ik weet het niet, dat staat er ook niet bij. Maar: "terwijl wij een schip vonden overvarende tot in Venetië". En Venetië is het kustgebied van Libanon. Dat is dus dit hele gebied. Tyrus en Sidon zijn de bekendste plaatsen, maar ook dit gebied hoort allemaal nog bij Venetië.⟨/p> ⟨p>Ze gaan van Patara zo naar Tyrus toe. Nou ja, ik moet er trouwens bij zeggen dat ze eerst nog noordelijker zouden gaan, maar laat ik even verder lezen. "Terwijl wij een schip vonden overvarende tot in Venetië, stapten wij aan boord en voeren weg." Dat is een reis van pakweg 650 kilometer; dat doe je niet zomaar even in een paar dagen. En toen wij Cyprus in zicht kregen... Dat eiland kennen we uit het boek Handelingen, want het was het eiland waar Paulus met Barnabas zijn reizen aanving. Barnabas was trouwens een Cyprioot, dat vinden we in Handelingen 13. Maar ze kregen Cyprus in zicht en lieten haar links liggen. Dat is een vrij dubbelzinnige uitdrukking in dit verband, want het was ook letterlijk links. Je ziet dat ze reisden vanaf Patara, en als je op deze manier vaart, dan zie je Cyprus opdoemen, maar ze gingen er niet naartoe; ze lieten het links liggen. Ik heb me laten vertellen dat dit was... dat alleen grotere schepen zo gingen en kleinere schepen maakten een veiligere route langs de kust. Dit zal dus een groter schip geweest zijn.⟨/p> ⟨p>Hoe dan ook, het eiland Cyprus lieten ze links liggen en ze voeren tot in Syrië. Want dat is dus... nu ga ik toch weer even terug: wij zeggen dat Syrië hier ligt, maar dat gebied van Venetië heeft deels ook een overlap met Syrië. "Wij voeren tot in Syrië en we kwamen aan land te Tyrus." Nu vraag ik me af: betekent dat nu dat Tyrus behoorde tot Syrië? Daar lijkt het wel op. "Wij voeren tot in Syrië en we kwamen aan land te Tyrus." Dat is een bekende plaats, een bekend eiland of tegenwoordig schiereiland. Voorheen in de Bijbelse tijden, in het Oude Testament, in Ezechiël 27 en 28, lees je daarover. Het was een zeer rijk land. De hoofdstukken die hier vermeld worden, gaan er uitgebreid over hoe het toentertijd een enorme handelsstad is geweest. Maar het is in de dagen van Alexander de Grote compleet verwoest en pas later, omdat het zo'n gunstig gelegen locatie was, hebben ze het weer herbouwd. Zodoende is het dus een schiereiland geworden. Want het was een eiland en nu is het een schiereiland. Dat wist ik niet. Maar in elk geval, ze voeren door en komen aan land te Tyrus. De reden wordt hier genoemd: daar zou het schip de vracht lossen.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-3" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="841" title="Speel af vanaf 14:01">▶ 14:01⟨/button> ⟨span>Aankomst in Tyrus en het Verblijf bij de Discipelen⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Na een tijd lang zoeken vonden wij de discipelen. Het loutere feit dat het zo geformuleerd wordt, geeft overduidelijk aan dat ze wisten dat hier discipelen waren, alleen wisten ze kennelijk niet waar ze precies vertoefden. Ze waren daarvan op de hoogte. Al eerder in het boek Handelingen lezen we – en dan ga ik even terug naar Handelingen 11 – dat zij die verstrooid werden door de verdrukking welke in verband met Stefanus plaatsvond, verder trokken tot Fenicië, Cyprus en Antiochië toe, zonder tot iemand het woord te spreken dan alleen tot de Joden. Dat was in deze tijd nog voor de bediening van de apostel Paulus; dat ving pas aan in Handelingen 13.⟨/p> ⟨p>In Handelingen 11 lees je dus al dat het woord doorging tot in Fenicië, dus ook daar in Tyrus. Dat was toen nog een puur Joodse aangelegenheid, dat is waar, maar niettemin waren daar dus discipelen die op de hoogte waren van het goede bericht over Jezus de Christus. Die treffen ze daar dus aan en ze bleven daar zeven dagen ter plaatse.⟨/p> ⟨p>Al eerder merkte ik even op dat er in aanvang haast bij was, want dat lees je eerder in het verslag. De reis over zee was kennelijk heel voorspoedig verlopen, zodat ze nu tijd genoeg hadden om zeven dagen gewoon daar te blijven. In Handelingen 20 vers 16 lees je immers dat Paulus zich, toen hij bij Milete kwam, had voorgenomen om Efeze voorbij te varen om geen tijd in Azië te verliezen. Hij haastte zich om zo mogelijk op de pinksterdag te Jeruzalem te zijn. Maar dat was een paar maanden eerder, in de tijd net na Pasen. Deze hele tijd die hier beschreven wordt tussen zijn verblijf in Efeze en dat afscheid in Milete en zijn arriveren in Jeruzalem, is allemaal tussen Pasen en Pinksteren gebeurd, dus in vijftig dagen tijd. In aanvang had Paulus nog haast, maar kennelijk is de reis zo voorspoedig verlopen dat hij het zich kon permitteren om nu nog zeven dagen bij deze discipelen te verblijven.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-4" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1008" title="Speel af vanaf 16:48">▶ 16:48⟨/button> ⟨span>Een Menselijke Conclusie op een Waarschuwing Door de Geest⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En deze zeiden tot Paulus, door de Geest, niet aan boord te stappen tot in Jeruzalem – zo staat het er letterlijk – om dus te gaan naar Jeruzalem. En het is een eigenaardig ding. Waarom? Omdat hier tegen Paulus gezegd wordt, door de Geest staat er nog bij, dat hij niet aan boord zou stappen, namelijk om in Jeruzalem aan te komen. Dat is raar, want eerder hebben we gelezen dat Paulus wist, en dat hij ook gebonden was in de Geest, dat hij daar naartoe moest gaan. In hoofdstuk 20... nou, laten we het dan even lezen. Ik heb even geen diaatjes, maar dan kunt u eventjes meelezen in uw bijbeltje, in Handelingen 20 vers 22. Dat is een eigenaardig ding. Daar lees je in Handelingen 20 vers 22, waar Paulus daar dus op dat strand zijn toespraak houdt, zijn afscheidsrede: "En zie, nu reis ik, gebonden door de Geest, naar Jeruzalem, niet wetende wat mij daar overkomen zal, behalve dat de Heilige Geest mij van stad tot stad betuigt en zegt dat mij boeien en verdrukking te wachten staan." Dat wist hij dus, en dat was hem keer op keer, van stad tot stad, al betuigd.⟨/p> ⟨p>Dus hij was daar absoluut zeker van. Dit was een herhaaldelijk bevestigde boodschap. Naar de mens gesproken was het dus ook inderdaad dwaas om naar Jeruzalem toe te gaan, juist omdat hij wist: "Als ik daar naartoe ga, dan staat dit me te wachten." Ik zeg het eigenlijk ook om deze reden erbij, dat men op grond van dit vers, Handelingen 21 vers 4, eruit geconcludeerd heeft dat Paulus ongehoorzaam is geweest aan de Geest en dat Paulus niet naar Jeruzalem had moeten gaan. Als je alleen dit vers zou lezen, dan heb je een punt, maar als je het hele verhaal kent... En als je weet wat Paulus al van tevoren had gezegd, namelijk toen daar op het strand van Milete, maar ook en vooral het navolgende. We zullen dat straks over een paar verzen nog zien, want dan komt hij daar in dat huis van Filippus en dan ontmoet hij ene Agabus. En dan krijgt hij weer datzelfde verhaal te horen, namelijk wat hem zou overkomen in Jeruzalem, dat hij daar gebonden zou worden.⟨/p> ⟨p>Kijk, het was door de Geest dat hem betuigd werd, maar dat wist Paulus al: dat hem in Jeruzalem boeien zouden wachten. Het was alleen hún conclusie dat hij dus niet naar Jeruzalem zou moeten gaan. Een hele logische, althans in menselijk opzicht, maar daar was Paulus het in ieder geval niet mee eens. Ik loop nu er een beetje op vooruit, want we zullen het straks uitgebreider zien. We komen daar vanavond denk ik nog wel toe, of het moet wel heel erg vreemd lopen met de Bijbelstudie. Maar straks, als we in vers 11 tot en met 14 aankomen, dan zullen we zien dat hij echt wel degelijk naar Jeruzalem toe moest. Dat men het zo zei, was alleen maar omdat hem daar boeien te wachten stonden. En niet alleen boeien, want vanaf dit hoofdstuk wordt Paulus niet alleen gevangen genomen, maar zijn reizen en zijn hele evangelisatie-arbeid eindigen gewoon hier in Handelingen 20. Ja, ze zijn geëindigd in Handelingen 20, en Handelingen 21 is feitelijk het grote wissel. Dus we komen hier nog even op terug.⟨/p> ⟨p>Eerst nog eventjes het vervolg. "Toen echter de dagen kwamen om ons geheel toe te bereiden," dat wil zeggen: om ons gereed te maken, vertrokken wij en we gingen op reis. "En terwijl zij ons allen voortzonden," dat wil zeggen: ze hebben hen daarbij geholpen. En dat is een heel saamhorig gebeuren geweest, want er staat: "samen met vrouwen en kinderen, tot buiten de stad aan toe." "En terwijl wij knielden op het strand, baden wij." Dit is feitelijk een herhaling van wat we zojuist hebben gelezen, of ik bedoel in het direct voorafgaande, aan het slot van Handelingen 20. Dat vond toen trouwens ook al plaats op het strand van Milete. Toen knielden ze ook, en toen hebben ze ook God gedankt en gebeden. "En terwijl we knielden op het strand, baden wij." En we namen afscheid van elkaar, weer. Ja, ze hebben daar zeven dagen vertoefd. En dat is daar goed geweest; dat blijkt wel uit de wijze waarop er afscheid genomen wordt, dat ze er allemaal van de partij zijn, kinderen incluis.⟨/p> ⟨p>"We namen afscheid van elkaar en klommen," wij dus, dat hele gezelschap waar we het al eerder over hadden, "we namen afscheid van elkaar en klommen tot in het schip" – hét schip, bepaald. Dat suggereert dat dat weer hetzelfde schip is als waar ze eerder mee voeren. "Maar zij, zij keerden terug tot hun eigen dingen." Wij en zij. Na afloop echter van de vaart vanaf Tyrus, arriveren wij in Ptolemaïs. Dat is een beetje een vreemd woord om uit te spreken, Ptolemaïs, maar zo heet dat nu eenmaal. Dat is dan weer ongeveer zestig kilometer onder Tyrus, ook aan de kust. Dat is genoemd naar een Egyptische koning of Egyptische koningen; de Ptolemaeën heten die. Dat was in de derde eeuw voor Christus. Maar deze stad is veel beter bekend, ook juist nu weer, maar ook wat de oorspronkelijke naam betreft: als Akko. In het boek Richteren lees je al over Akko; dat was de eerdere naam van de stad die hier dus Ptolemaïs heet, maar ook vandaag heet de stad weer gewoon Akko.⟨/p> ⟨p>En dat ligt hier. Hier heb je dus het Meer van Gennesaret, hier heb je de grote stad Haifa – dit is een moderne kaart van Israël – en een paar kilometer daarboven heb je de stad Akko. Hier heb je het gebergte van de Karmel, dat ligt er allemaal vlakbij. Maar in ieder geval, hier arriveerde Paulus vervolgens, dus in Ptolemaïs. "En wij begroetten de broeders en we bleven één dag bij hen." Meer wordt er dan niet vermeld. De broeders, die waren ook daar. Het is een kort verblijf wat men daar heeft. De volgende morgen echter... we zijn bij vers 8.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-5" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1501" title="Speel af vanaf 25:01">▶ 25:01⟨/button> ⟨span>Aankomst in Caesarea: de Poort Naar de Natiën⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>De volgende morgen, want dit is Lucas' reisverslag. Hij vermeldt met precisie alle plaatsen die ze aandoen en de eventuele opmerkingen die daarover te maken zijn. De volgende morgen echter vertrokken wij, en dat is kennelijk weer per schip, en kwamen tot in Caesarea. Dit suggereert dat ze diezelfde dag nog in Caesarea arriveerden. Dat kun je te voet nooit bereiken, zeker niet als je weet wat voor bergen je daar nog weer moet bedwingen. Heb ik hier nog een plaatsnaam? Nee, wacht eens, laat ik het even zien. Nee, dat kaartje ben ik nu weer net kwijt, of in ieder geval heb ik het er niet bij gedaan. Hier heb je dus Akko. Ze kwamen daarboven vanaf Tyrus en nog weer eventjes daaronder heb je Caesarea. Als ik me niet vergis ligt dat boven — dan moeten we eventjes corrigeren als ik het niet juist zeg — het ligt boven het huidige Tel Aviv.⟨/p> ⟨p>Ze vertrokken wellicht ook omdat het schip weer verder ging, maar dat staat er niet; dat zou zomaar kunnen. De volgende morgen echter vertrokken wij en kwamen tot in Caesarea, 55 kilometer weer verderop. En Caesarea, die stad kennen we natuurlijk vanuit het boek Handelingen, want die speelt daarin een zeer prominente rol. Caesarea is de stad waar de poort naar de natiën geopend werd. Het is met opzet dat ik het de poort noem, want het was een havenstad en een haven is een poort, nietwaar? Porto, of hoe dat in welke talen ook allemaal mag heten, maar het is altijd een poort. Dat wil zeggen: iets waar je doorheen gaat om ergens naar buiten of naar binnen te gaan. In dit geval is dat een hele toepasselijke benaming, want het is Petrus die hier naar Cornelius ging en dat was in Caesarea.⟨/p> ⟨p>De naam Caesarea, u begrijpt dat daar het woordje Caesar in zit en dat is gewoon Latijn voor de keizer. Vernoemd naar de keizer; het was ook de residentie van de stadhouder. We zullen dat later in het boek Handelingen nog weer tegenkomen in de geschiedenis van Felix en Festus, de stadhouders die daar hun verblijf hadden. Ook Pilatus had daar ooit zijn verblijf, maar dat was in een eerdere tijd. Caesarea was een Romeinse residentie en dat was een geweldige stad in die dagen. Het was de tweede stad van het land Israël: Jeruzalem en vervolgens Caesarea. Nu is het nog steeds te bezoeken, maar eigenlijk alleen nog maar als historisch fenomeen. Dan praat je over een jaar of veertig voor onze jaartelling dat de bouw van de stad begonnen is, dus het was nog een moderne stad in die dagen. Als we het hier hebben over halverwege de jaren vijftig van onze jaartelling, dan was de stad nog geen eeuw oud, maar wel een grote stad die in het boek Handelingen een grote rol speelt.⟨/p> ⟨p>Hier is het Petrus aan wie immers ooit de sleutels van het koninkrijk waren toevertrouwd, en juist een sleutel dient om deuren of eventueel een poort te openen. Dat is wat Petrus ook gedaan heeft. Petrus is altijd apostel van de besnijdenis geweest, maar hij heeft wel de deur naar de natiën geopend. Het was wel iemand van de natiën, die Cornelius met zijn huis, maar daar staat tegenover dat hij een godvrezend man was. Niet zomaar iemand van de natiën, maar een godvrezend man. Hij stond natuurlijk in de gunst van het hele volk. Hij was feitelijk een vreemdeling binnen de poorten. Heb je weer die naam: een vreemdeling binnen de poorten. Dat wil zeggen dat hij in die zin ook gewoon bij het volk hoorde, maar dan aan de rand. En ook dat bedoel ik dubbelzinnig, want het was met recht aan de rand van het land.⟨/p> ⟨p>Poort is in een ander opzicht nog weer een heel treffende benaming omdat het een haven is en de doorgang naar de zee. De zee in de Bijbel is ook een aanduiding, een type van de natiën: de volkerenzee. Dus als je naar de zee wilt gaan, dan kom je daar via de poort. Dat is Caesarea en het is opmerkelijk hoe in Caesarea eerst de deur geopend wordt naar de natiën, maar het vervolgens Paulus is die via Caesarea naar de natiën gaat. Want we vinden de stad een paar keer vermeld als Paulus op reis gaat, of dat hij weggaat of dat hij weer terugkomt; dan is dat via Caesarea. Dus die functie dat hij naar de natiën gaat of vanuit de natiën weer naar het land toe gaat, daar speelt de stad Caesarea iedere keer een prominente rol in het boek Handelingen. Dat is typologisch, daar gaat een sprake van uit, er zit een dubbele bodem in.⟨/p> ⟨p>Afijn, Paulus vertrok met het gezelschap, met de acht man met wie hij reisde, vanuit Akko, vanuit Ptolemaïs, en hij ging dus naar Caesarea. Overigens, en dat vergeet ik nog te vermelden: het zou nog maar heel kort duren voordat Paulus weer in Caesarea zou aankomen, maar dan voor langere tijd om daar te verblijven. Sterker nog, als Paulus nu in Jeruzalem aankomt, dan is dat verblijf heel kort. Want hij wordt eigenlijk de eerste keer dat hij zich publiek vertoont meteen gevangen genomen. Korte tijd nadat hij daar gevangen is gezet, wordt hij onder een heel groot escorte van bewaking vervoerd naar Caesarea. Het wordt niet direct vermeld, maar de wijze waarop het beschreven wordt wekt de indruk dat dit binnen een paar weken allemaal zijn beslag heeft gehad.⟨/p> ⟨p>Pas in Handelingen 27 vertrekt Paulus vanuit Caesarea om naar Rome toe te gaan. Maar dat betekent dus dat het grootste gedeelte van wat we nu nog gaan krijgen in het boek Handelingen, zich afspeelt in Caesarea. We gaan er nog uitgebreid op in, want wat er nu nog gaat volgen in Handelingen 21 tot en met 28, is voor het grootste gedeelte het verhalen van wat er gebeurd is en vooral wat er gesproken is in deze stad, Caesarea. Nou goed, daar kwamen ze dus aan.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-6" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1997" title="Speel af vanaf 33:17">▶ 33:17⟨/button> ⟨span>Te Gast bij Filippus de Evangelist en Zijn Dochters⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>In Caesarea kwamen we binnen in het huis van Filippus. Die kennen we: de evangelist, de brenger van het goede bericht. Want dat is wat een evangelist is. Hij wordt zo genoemd omdat hij die functie ook vervult in het boek Handelingen; er is zelfs een heel hoofdstuk aan hem gewijd, aan zijn arbeid, namelijk Handelingen 8. Hij wordt Filippus de evangelist genoemd, wellicht om hem te onderscheiden van de andere Filippus die we kennen uit de Schrift: de apostel, de afgevaardigde, één van de twaalf. Filippus hoorde niet bij de twaalf; hij hoorde bij 'de zeven', zoals we hier ook zullen zien. Maar hij heet dus ook de evangelist omdat hij die functie vervulde.⟨/p> ⟨p>In Samaria lees je dat het Filippus is die daarheen gaat en daar zeer vruchtbare arbeid verricht. En hij is natuurlijk vooral bekend vanwege die ontmoeting met de kamerling, de eunuch uit Ethiopië. U kent die geschiedenis wel, hè? Dat Jesaja 53 gelezen wordt door die man. Hij kwam net uit Jeruzalem van een pelgrimage en hij leest het boek Jesaja, maar hij begrijpt niet wat hij leest. Dan is het Filippus die daar gewoon 'geplant' was — daar komt het echt een beetje op neer. Hij was daar neergezet door de Geest, of in de Geest... hoe staat dat precies? Filippus vervoegt zich bij de wagen, bij dat gezelschap, en predikt hem vanuit de Schrift Jezus. Hij laat zien dat die hele profetie betrekking heeft op Jezus, de Messias. Deze kamerling wordt dan ook overtuigd. Het is dus een evangelist, een brenger van het goede bericht.⟨/p> ⟨p>Hij wordt nog anders genoemd: hij is één van 'de zeven'. Dat is een wat technische term, maar het slaat ook weer terug op waar Lukas al eerder over gesproken heeft in dit boek. We gaan even naar Handelingen 6 vers 3. Er was wat onenigheid ontstaan in Jeruzalem. U moet zich realiseren dat er in de begintijd vele duizenden waren die geloofden. Weliswaar was de regering, de geestelijke elite, zeer afkerig van de boodschap, maar er waren er velen die overtuigd werden door de prediking van de apostelen. In dat gezelschap in Jeruzalem waren er tienduizenden Joden die allemaal geloofden in de Messias. Ze waren bovendien ijveraars van de wet, maar het gaat erom dat ze allemaal gelovig waren in Jezus de Messias. Tienduizenden inmiddels! Je praat dus niet over een groepje dat in een huiskamer verzameld is; nee, dat was echt een hele grote beweging, waar het trouwens binnen een generatietijd heel slinks mee is afgelopen. Ook daar gaan nogal wat boeken in de Bijbel over.⟨/p> ⟨p>Afijn, zeven man. Er was onenigheid en dat moest opgelost worden. "Ziet dan uit, broeders, naar zeven mannen onder u die goed bekendstaan, vol van Geest en wijsheid, opdat wij hen voor deze taak aanstellen." 'Wij', dat zijn hier de twaalf apostelen. Hun taak was de verzorging, terwijl de twaalf zich zouden houden aan het gebed en de bediening van het Woord. Dit voorstel vond bijval bij de hele menigte. Zij kozen Stefanus — die naam kennen we natuurlijk. Stefanus is tevens de introductie van Saulus; waar Stefanus ophoudt, daar begint het met Saulus, of in ieder geval komt hij daar in beeld. De eerste van de zeven is Stefanus, een man vol van geloof en heilige Geest. Dat blijkt ook wel uit de rede die hij hield in Handelingen 7. De tweede naam van de zeven is Filippus. En dan: Prochorus, Nikanor, Timon... Al die namen die verder genoemd worden, kennen we verder niet; die worden alleen hier vermeld. Maar Stefanus en vooral Filippus kennen we zeer goed. Een evangelist en één van de zeven, de mannen waar Lukas al eerder over geschreven had.⟨/p> ⟨p>Terwijl we dus naar binnen kwamen in het huis van Filippus de evangelist, één van de zeven, bleven wij bij hem. Lukas borduurt hier voort op wat hij eerder had gezegd. In Handelingen 8 vers 40 lees je namelijk: "Maar Filippus trok rond om het evangelie te prediken aan alle steden, totdat hij in Caesarea kwam." Vandaar dus 'evangelist'. Daar bleef hij kennelijk steken, want voor de rest vernemen we niets meer van Filippus totdat we hem in Handelingen 21 weer tegenkomen. Daar woont hij dan nog steeds; daar heeft hij zijn plaats gevonden. Paulus en de acht anderen bleven daar bij hem.⟨/p> ⟨p>Filippus had vier dochters, en daar is hij ook bekend om. Maagden; in de NBG-vertaling staat 'ongehuwd', maar in Bijbelse betekenis is dat ongeveer synoniem. In het Nederland van anno 2017 is dat anders, maar in Bijbelse begrippen zijn het synonieme begrippen. Hij had vier dochters, maagden, en er staat bij: "profeterende". In de NBG-vertaling staat dat zij profetessen waren, maar dat is nou weer het mooie van de interlineaire tekst. Dan zie je dat het eigenlijk in de tegenwoordige tijd staat: "profeteren" dus. Dat wil zeggen dat ze bezig waren te profeteren. Dat is wat het betekent. Ik heb mijn Griekse les wel geleerd: onvoltooid tegenwoordige tijd. Ze waren dus aan het profeteren.⟨/p> ⟨p>Nu kun je zeggen dat profeteren doorgaans — zeker in het publieke gebeuren — een mannelijke aangelegenheid is. Dat is ook zo, maar ik moet erbij zeggen dat je toch nogal wat namen vindt in de Bijbel van dames die erom bekendstaan dat zij profeteerden. Profeteren is namens God spreken. In het Grieks betekent het letterlijk 'voorzeggen'. In het Hebreeuws is de betekenis nog wat anders; dat heeft te maken met het woordje 'mond'. Een profeet is de mond van God en wordt geacht de woorden Gods door te geven. Van Filippus staat er dat hij vier dochters had, maagden, profeterende. Mirjam is bij mijn weten de eerste van wie we lezen dat zij profeteerde. En wat dacht u van Debora? Zij was niet alleen een profetes, maar ook nog eens een richteres. En Hulda, en Anna in de tempel — in Lukas lees je dat. Ik beweer niet dat mijn lijstje compleet is, maar dit zijn een aantal bekende namen van dames die inderdaad ook profeteerden.⟨/p> ⟨p>Het is opmerkelijk, want er wordt niet vermeld ⟨em>wat⟨/em> ze profeteerden. Ze waren aan het profeteren; dat is de werkwoordsvorm die hier gebezigd wordt. Maar wat zij zeiden namens God — want dat is wat profeteren is — wordt er niet bij vermeld. De context suggereert echter dat zij hetzelfde hebben gezegd als waar Agabus mee kwam. Maar dan ga ik meteen even verder.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-7" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2569" title="Speel af vanaf 42:49">▶ 42:49⟨/button> ⟨span>De Profeet Agabus en de Profetie met de Gordel⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Toen wij daar meerdere dagen verbleven bij die Filippus in huis, daalde er een zekere profeet af uit Judea. Dat is letterlijk een afdaling, want Judea ligt logischerwijs veel hoger dan de kust waar hij nu was. Die profeet daalde dus uit Judea af en zijn naam was Agabus. Ook hem kennen we weer, want we lezen in Handelingen 11 eveneens zijn naam. Laten we daar meteen eventjes naartoe gaan. Je leest in Handelingen 11 dat — inmiddels alweer enkele tientallen jaren daarvoor — er in die dagen profeten van Jeruzalem naar Antiochië kwamen. Eén van hen, genaamd Agabus, stond op en gaf door de geest te kennen dat er een grote hongersnood zou komen. Zijn naam heeft daar trouwens ook iets mee te maken. Ik heb dat eens nagezocht: in het Hebreeuws is zijn naam Chagab, een naam die je maar één keer tegenkomt. Het is afgeleid van het woord voor sprinkhaan, en een sprinkhaan heeft in de Bijbel echt alles te maken met een hongersnood. Dat is een opmerkelijke link. Hij kwam dus uit Jeruzalem en in dit geval ging hij naar Antiochië toe. Hij kondigde een hongersnood aan, wat trouwens ook typologisch is: er was onder het volk, als het gaat om het Woord, geen brood voorradig. Dat is wat het is.⟨/p> ⟨p>Die boodschap was er in de dagen van Handelingen 11. Inmiddels zijn we tien hoofdstukken verder en komt Agabus weer uit Judea — nu zeg ik misschien te veel als ik Jeruzalem zeg, maar in ieder geval uit Judea. Hij maakt kennelijk speciaal een reis met een boodschap; dat blijkt wel uit het vervolg. Hij is niet zomaar aan het rondtrekken; nee, hij gaat naar Paulus toe omdat hij een boodschap door te geven heeft. Dat is precies wat hem tot profeet maakt: hij heeft iets over te dragen en met grote nadruk gaat hij Paulus iets duidelijk maken. Terwijl Agabus naar ons toekwam — naar het gezelschap waar Paulus mee reisde — pakte hij de gordel van Paulus op. Dit is echt zoiets typerends voor een profeet, zoals we die ook kennen vanuit de Hebreeuwse Bijbel. Hij meldt niet alleen iets, maar hij illustreert en demonstreert het ook.⟨/p> ⟨p>Eigenlijk doen alle profeten dat hoor. Soms grenst het bijna aan het gênante. Wat dacht u van Hosea, die met een hoer moest trouwen? Ja, dat moest hij doen om daarmee iets te illustreren, namelijk wat het volk Israël was. Maar goed, dat is het boek Hosea. Het gebeurt echter ook als het gaat om kledingstukken. Ik heb daar nog eens naar gekeken. Je leest bijvoorbeeld over de profeet — hoe heette hij ook alweer? Ja, ook over Elia lees je wel van een mantel die in stukken gaat, maar dat vind je ook al eerder. Bij Jerobeam, maar hoe heette die profeet ook alweer? Achia? Bij mij weet je het ook nooit zeker, ik steek mijn hand er niet voor in het vuur, maar in ieder geval had hij een mantel die hij in twaalf stukken scheurde om daarmee duidelijk te maken dat het ongedeelde koninkrijk vanaf dat moment verdeeld zou worden.⟨/p> ⟨p>De profeet geeft het mondeling en verbaal weer, maar hij demonstreert het ook. Over gênant gesproken: Jesaja moest ongekleed en barrevoets lopen. Je leest het gewoon: met een onbedekt achterwerk. In onze Bijbelvertalingen wordt dat vaak zo weergegeven dat je niet eens in de gaten hebt wat er aan de hand is, maar er wordt echt vermeld dat hij ongekleed moest gaan. Nu wordt er gesuggereerd: "Ik denk dat je in de war bent met deze geschiedenis, Piet, want over Ezechiël die op zijn zijde moest liggen..." Ah, mooi, kijk! Je leest in Jesaja 20 inderdaad: met de billen bloot. Echt met de billen bloot! Er staat trouwens ook bij waarom dat zo was: want zo zou het het volk vergaan. Met recht met de billen bloot. En dat voor drie jaar; dat zou heel goed kunnen, ik weet het niet precies. Ik weet wel van Ezechiël dat hij ook iets moest uitbeelden. Hij moest op zijn zijde gaan liggen, eerst 390 dagen — vergis u niet hè, 390 dagen op zijn ene zijde en daarna 40 dagen op zijn andere zijde. Dan moest hij ook nog allerlei dingen met een plaat uitbeelden; dat was echt illustratief onderwijs. Het sprak van een periode van 430 jaar. Dat is weer een chronologisch verhaal dat nu even niet ter zake doet; het gaat mij puur om het punt dat deze profeet iets gaat vertellen en dat ook meteen demonstreert.⟨/p> ⟨p>Je leest dat hij de gordel van Paulus pakte. De gordel van Paulus werd dus afgenomen en vervolgens bond Agabus zijn eigen handen en voeten ermee vast. Als je daar even over doordenkt, ook hier weer typologisch: een gordel is een type van reisvaardigheid. Op het moment dat iemand gaat vertrekken, reizen of werken, wat moet je dan doen? Dan omgord je jezelf. Dat wil zeggen dat je je gewaad — want zo was dat — moest optrekken en vastbinden. Je leest dan: "hij gordde zich om en ging op reis". Feitelijk is die gordel een beeld van reisvaardigheid. In verband met Paulus kun je dat hier echt wel zeggen: zijn reizen zijn hier met recht ten einde, althans de reizen om te arbeiden. Hij zou met handen en voeten gebonden worden en zijn zendingsreizen zouden plaats moeten maken voor gevangenschap. De gordel wordt hem afgenomen, de gordel die hem altijd juist de vrijheid gaf om te gaan. Vervolgens worden zijn voeten gebonden; hij kon niet meer gaan. Hij was dus inderdaad gevangen. Je ziet ook hierin dat er in Handelingen 21 echt een wissel wordt omgezet. Hier wordt de periode van zendingsreizen afgesloten. Dit is de introductie tot de gevangenschap van Paulus, en dat begint inderdaad in Handelingen 21. We zullen het vanavond denk ik niet meer bespreken, maar dat is wat er gebeurt.⟨/p> ⟨p>En Agabus zei: "Deze dingen zegt de geest, de heilige." De vorige keer hebben we het daar ook al over gehad: niet "de Heilige Geest", maar "de geest, de heilige". Niet zomaar een geest, maar de heilige. "De man van wie deze gordel is" — hij had hem van Paulus afgenomen, dus het was Paulus' gordel — "zullen de Joden zo binden in Jeruzalem en overleveren in de handen van de natiën." Dat betekent dus ook — en nu kom ik terug op wat ik eerder heb gezegd — dat Agabus hier profeteert dat Paulus gevangen zal worden. Dat zal zo gebeuren: de Joden zullen hem zo binden in Jeruzalem. Maar om in Jeruzalem gebonden te worden, moet je daar natuurlijk wel eerst zijn. Paulus moest naar Jeruzalem en deze profeet Agabus bevestigt dat dit zal gebeuren. Hij zal in Jeruzalem gebonden worden en daar dus logischerwijs ook aanwezig zijn.⟨/p> ⟨p>Vervolgens zou hij vanuit Jeruzalem in de handen van de natiën terechtkomen, want feitelijk komt het erop neer dat hij gevangen wordt genomen. Daar zullen we het nog uitgebreid over hebben; het gebeurt in de tempel, allemaal op instigatie van de Joden, maar uiteindelijk komt hij in de handen van de natiën terecht. Hij zou zelfs een paar jaar gevangen zitten in Caesarea. Dat wordt hem hier allemaal aangekondigd — nou ja, dat van Caesarea niet expliciet, maar wel dat hij gebonden zou worden. Dat wordt hem hier ter plaatse aangekondigd, terwijl hij zich in Caesarea bevindt. Twee jaar zou hij daar gevangen zitten. Is dat zo? Ja, twee jaar gevangen in Caesarea. Hier bevindt Paulus zich dus in Caesarea en daar wordt het hem al aangekondigd. Dus dit proces was al zo lang van tevoren in gang gezet.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-8" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3286" title="Speel af vanaf 54:46">▶ 54:46⟨/button> ⟨span>Het Reisgezelschap Smeekt Paulus Om Niet te Gaan⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Ja, en dan lees je: "toen wij". Dat is dus weer dat gezelschap met de reisgenoten van Paulus. Toen wij deze dingen hoorden, riepen wij — en in dit geval dus exclusief Paulus — riepen wij, zowel als degenen daar ter plaatse in Caesarea, hem aan om toch niet omhoog te gaan naar Jeruzalem. Om niet op te trekken naar dat hoger gelegen Jeruzalem.⟨/p> ⟨p>Zij beschouwden het als een waarschuwing. Ten onrechte hoor, maar zij beschouwden het als een waarschuwing: "Ga nou niet naar Jeruzalem!" Terwijl Agabus juist zei: "Dit zal zo gaan gebeuren." Paulus was daar inderdaad ook van overtuigd, maar hij staat hier alleen. Notabene in het gezelschap waarin hij zich bevond: zijn reisgenoten die met hem meegegaan waren. We hebben dat al vele studies geleden gezien: die reisgenoten waren met hem meegegaan omdat er een hele inzameling was gehouden voor de armen in Jeruzalem. Al die mensen waren min of meer gedelegeerd om met elkaar de gift af te dragen in Jeruzalem.⟨/p> ⟨p>Maar ja, nu krijgen ze bij herhaling, en notabene van een profeet die daar uit Judea komt en het aankondigt, te horen: "Je wordt gebonden. Dit gaat dus niet goed." Nu zegt het hele gezelschap: "Jongens, we moeten onze plannen wijzigen. Wij moeten dit niet doen." Ze smeken hem om niet omhoog te gaan naar Jeruzalem. Of in ieder geval Paulus niet; eventueel zouden zij verder kunnen gaan. Maar in ieder geval... Ja, en dan Paulus.⟨/p> ⟨p>Ik zie dat het negen uur is. Ik stel voor dat we, voordat we met vers 13 verdergaan, eerst even een kopje koffie gaan drinken. Is dat goed?⟨/p> ⟨p>Zullen wij weer verdergaan, vrienden? Het mooie van een pauze is niet alleen dat je weer even kunt bijdenken en met elkaar kunt spreken, maar het mooie is ook dat je dan nog even bijgepraat kunt worden. Je krijgt weer wat informatie die in eerste instantie wat onduidelijk bleek. Marja kwam net naar me toe en zei: "Weet je hoe het zit?" Voordat ik het nu weer verkeerd ga zeggen, lees jij het gewoon even voor. Over de eilanden, hè? Ja, juist. Volgens mij is het dan dus Creta... Dus Creta wordt dan gerekend tot de Egeïsche eilanden? Kijk, ik heb de klok horen luiden, maar ik wist niet helemaal waar de klepel hing, en we zijn er toch uitgekomen.⟨/p> ⟨p>En over die drie jaar die jullie even aangaven: dat klopt helemaal. In Jesaja 20 vers 3 staat het inderdaad, dat Jesaja drie jaar lang ongekleed, met de achterste delen ontbloot — zo staat het daar: met de billen bloot — geprofeteerd heeft. Dan zeggen we: "Wat een eervolle baan is dat toch, hè?" En dan is hij nog de koning onder de profeten, de prins onder de profeten.⟨/p> ⟨p>Toen kreeg ik nog iets door, dacht ik. Het was inderdaad de profeet Achia met die twaalf stukken bij Jeroboam.⟨/p> ⟨p>We gaan nu weer even terug naar Handelingen 21. Het gaat er dus om: Paulus bevindt zich met zijn gezelschap in Caesarea. De profeet Agabus is gekomen en heeft het zo uitgebeeld met die gordel die hij van Paulus afneemt. Hij bindt zijn eigen handen en voeten vast en zegt: "Zo zal het jou vergaan in Jeruzalem." Dan staat er in vers 12: "Toen wij deze dingen hoorden, riepen zowel wij als degenen daar ter plaatse, hem aan om toch niet omhoog te gaan naar Jeruzalem."⟨/p> ⟨p>Nu komt Paulus dus te staan tegenover het hele gezelschap waarmee hij reisde, inclusief Lucas, die toch altijd in één lijn is met Paulus. Maar hier niet. Hier is het hele gezelschap, inclusief Lucas, dat hem ten sterkste afraadt om naar Jeruzalem toe te gaan en zo de boodschap van Agabus interpreteert.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-9" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3612" title="Speel af vanaf 01:00:12">▶ 01:00:12⟨/button> ⟨span>Paulus' Beproeving en Zijn Volkomen Bereidheid⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En toen antwoordde Paulus: "Wat doen jullie? Huilende?" Want de tranen stonden in hun ogen. Kun je je voorstellen dat zij opnieuw – eerst in Tyrus en nu hier ter plaatse in Caesarea – zo duidelijk op het hart gebonden krijgen wat daar in Jeruzalem gaat gebeuren? Zij hebben dat als een waarschuwing opgevat en de tranen hebben in hun ogen gestaan. Er staat: "Wat doen jullie huilende en het hart van mij zenuwachtig makende?" In de NBG-vertaling staat 'weekmakend'. Kun je het je voorstellen dat Paulus nu zelfs tegenover zijn eigen reisgezelschap staat? Al die mannen staan nu tegenover hem en hij is de enige die zegt dat ze naar Jeruzalem moeten gaan. Hij neemt het hen feitelijk ook kwalijk: "Wat doen jullie nou?" Als hij zich door de emoties had laten leiden, dan was het wel duidelijk geweest. En dan bedoel ik niet alleen de emoties van hen, want zij huilden, maar ook zijn eigen emotie, want zijn hart werd hier week of zenuwachtig van. Wat moet je dan nog, als je beste vrienden, met wie hij zo intensief omging en met wie hij zo op één lijn zat, hem dit nu allemaal stuk voor stuk unaniem afraden? En niet alleen maar als een rationeel advies, maar gewoon met zoveel emotie. Want dat is nogal wat.⟨/p> ⟨p>Paulus stelt een retorische vraag: "Wat doen jullie huilende en dat hart voor mij zenuwachtig makend?" Hier zie je wat voor man Paulus is geweest en hoezeer hij ook op de hoogte was en daar ook bij bleef. Aart zei dat zojuist in de pauze nog tegen me, en dat lijkt me heel terecht: dit is ook een beproeving voor Paulus. Paulus wist al wat er zou gaan gebeuren in Jeruzalem; dat wist hij al veel eerder, het werd hem iedere keer betuigd. Nu wordt het vuur hem steeds meer aan de schenen gelegd doordat nu zelfs de 'inner circle' van de mensen die om hem heen staan – met wie hij notabene op reis was naar Jeruzalem – het hem nu ook gaan afraden onder tranen en met zo'n hartstochtelijk pleidooi. Dat is een beproeving geweest en Paulus houdt voet bij stuk. Hij wist het en hij bevestigt inderdaad dat dit gaat gebeuren. Hij ontkent niet door te zeggen dat het wel mee zal vallen. Nee, hij wist dat al lang, alleen wordt het hem steeds moeilijker gemaakt.⟨/p> ⟨p>Waarom zou hij? Want je zou je die vraag kunnen stellen. Inderdaad, het lijkt me zeer terecht om hier te denken aan een beproeving. Dit was geen mededeling voor Paulus om hem op de hoogte te stellen. Waarom moest die Agabus nu naar Caesarea toe komen? Hij wist dit al lang, maar het is net alsof het Paulus nog moeilijker gemaakt moest worden om inderdaad naar Jeruzalem te gaan. In dit geval denk ik dat hij eigenlijk ook de weg van zijn Meester ging, die ook naar Jeruzalem moest gaan om daar omgebracht te worden. Hij moest gaan, hij kon niet anders. Hij motiveert het ook; hij zegt: "Ik sta gereed." In de NBG-vertaling staat: "Ik ben bereid." Hij staat gereed, hij is er klaar voor. Hij is er klaar voor om niet alleen maar gebonden te worden, maar ook te sterven in Jeruzalem. Dat zou niet gebeuren; er staat ook niet dat hij zal sterven in Jeruzalem, maar hij is bereid om daar gebonden te worden. Dat zou sowieso gebeuren, maar hij zou ook bereid zijn om daar te sterven. Hij zegt: "Ik ben er klaar voor."⟨/p> ⟨p>Als je je gewoon laat leiden door de emoties, dan wel die van de anderen of die van jezelf... maar ook daar hadden we het in de pauze al even over: Paulus had zelfs hele geestelijke argumenten kunnen gebruiken om niet naar Jeruzalem te gaan. Bij wijze van vergelijking: hij was geroepen om de boodschap door te geven, en juist als hij naar Jeruzalem zou gaan, zou hij verhinderd worden om daarmee door te gaan. Dus hij had kunnen zeggen: "Het is mijn roeping om dat woord te prediken en als ik naar Jeruzalem ga, word ik daarin verhinderd, dus moet ik daar niet naartoe gaan." Maar hij wist dat het niet zo was. Hij wist het en hij was bereid. Dat had hij trouwens al eerder op het strand van Milete ook al gezegd: "Ik ben gereed." Ik moet de tekst er even bij pakken om het voor te lezen. In Handelingen 20 zegt hij in vers 22: "Zie, nu reis ik, gebonden door de geest, naar Jeruzalem, niet wetende wat mij daar overkomen zal, behalve dat de Heilige Geest mij van stad tot stad betuigt en zegt dat mij boeien en verdrukkingen te wachten staan." "Maar," zegt hij dan tegen de ouderlingen van Efeze, "ik tel mijn leven niet en ik acht het niet kostbaar voor mezelf, als ik slechts mijn loopbaan mag ten einde brengen en de bediening die ik van de Heer Jezus ontvangen heb om het evangelie van de genade Gods te betuigen."⟨/p> ⟨p>Zijn eigen leven was niet kostbaar in zijn ogen. Het ging hem puur om de weg te gaan die de Heer voor hem in petto had, wat hem dat ook zou kosten: gebonden te worden, maar zelfs te sterven in Jeruzalem. Hij was daar klaar voor, allemaal ten behoeve van de naam van de Heer Jezus. En toen hij toch niet te overreden was – ze hebben alle pogingen ondernomen om hem op andere gedachten te brengen, maar hij was niet te overreden – hielden wij ons rustig. Kennelijk bracht juist het feit dat hij niet te overreden was hen tot de overtuiging dat Paulus toch wel eens gelijk kon hebben. Hij was zo overtuigd van wat hij zei. In elk geval zeggen ze: "Laat de wil van de Heer geschieden." Als het zo is, dan zal dat gebeuren.⟨/p> ⟨p>Wat de wil van de Heer zou blijken te zijn, lees je een paar hoofdstukken verder in Handelingen 23 vers 11: "En de volgende nacht stond de Here bij hem en zeide: Houd moed, Paulus, want zoals jij te Jeruzalem van Mij getuigd hebt, moet ge ook te Rome van Mij getuigen." Hier wordt hij bemoedigd; wat hij in Jeruzalem deed, zou hij ook op dezelfde wijze, maar dan als gevangene, in Rome gaan doen. Dat was de bedoeling. Om in Rome aan te komen als gevangene... en trouwens, hij had juist in Rome ook nog heel veel te vertellen, juist als gevangene. De gevangenisbrieven, waar zouden die geschreven zijn? En in welke hoedanigheid zou Paulus die geschreven hebben? Als gevangene! Maar we praten dan over het hoogtepunt van zijn bediening. Juist toen hij gevangene was, heeft hij het allergrootste verteld en opgetekend. Ik denk eraan dat hij juist toen hij gevangen was en zo beperkt, zo heeft mogen getuigen van het onbeperkte: van de hoogte, de lengte, de breedte en de diepte van de geheimenissen van God. Dat was de wil van de Heer. Net als in Jeruzalem is het begonnen, en vanuit Jeruzalem is hij uiteindelijk in Rome terechtgekomen. Dat was de wil van de Heer. Het hele gezelschap heeft zich er inderdaad bij neergelegd en ze hebben zich verder rustig gehouden. Dat was heel verstandig van hen. We gaan verder.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-10" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4184" title="Speel af vanaf 01:09:44">▶ 01:09:44⟨/button> ⟨span>Vertrek Naar Jeruzalem en de Hartelijke Ontvangst⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Na deze dagen namen we onze bagage op en maakten we ons reisvaardig. In de praktijk is dat natuurlijk hetzelfde als je bagage opnemen. En we gingen omhoog naar Jeruzalem. Die termen van afdalen en omhooggaan vind je telkens weer terug in het boek Handelingen. In de vertalingen wordt dat meestal een beetje wegvertaald, maar je ziet hier heel duidelijk wat hoger en wat lager ligt. Voor iemand die reist, is dat erg belangrijk: moet je omhooggaan of daal je af? Weet je dat, Wolter? Ja, als fietser bijvoorbeeld.⟨/p> ⟨p>Geografisch en historisch gezien zijn de gegevens die Lucas vermeldt – zoals de namen van stadhouders, de gebruikte eenheden of termen uit de zeevaart, wat we later nog zullen zien – uiterst accuraat. Hij gebruikt allerlei technische termen; hij is echt een historicus. Ja, hij was een arts, de geliefde geneesheer, maar hij werkte zeer nauwkeurig. Zo begon hij zijn geschiedschrijving trouwens ook, want in het begin van het Lucasevangelie lees je al dat hij alles van meet af aan nauwkeurig was nagegaan om dat met precisie op te tekenen. Dat heeft hij gedaan. De Heer heeft precies de goede persoon uitgekozen, maar dat kunnen we wel aan Hem overlaten.⟨/p> ⟨p>Goed, ze namen hun bagage op en gingen omhoog naar Jeruzalem. Er kwamen echter ook discipelen uit Caesarea met ons mee, die ons leidden naar iemand bij wie ons logies verleend zou worden, waar ze dus konden overnachten. Hoe stond het er precies? "Bij wie wij gast zouden zijn." Waar dit trouwens was, wordt niet vermeld. Was dat ergens tussen Caesarea en Jeruzalem in? Dat is een afstand van pakweg vijftig tot zestig kilometer. Of was het nog in Caesarea of al in Jeruzalem? Ik weet het niet. Het staat er niet bij, dus we zullen er verder niet over speculeren.⟨/p> ⟨p>In ieder geval kwamen ze erbij en werden ze geleid naar een zekere Mnason. Ook hij was een Cyprioot, net als Barnabas die we eerder waren tegengekomen. Hij was een discipel van de begintijd. In sommige vertalingen staat "een oude discipel", maar dat geeft een verkeerde indruk. Dat wijst namelijk niet op zijn leeftijd, maar op het feit dat hij er vanaf de aanvang bij was. Vanaf het begin; een discipel van de begintijd. Niet een eerste discipel, maar een van de begintijd. Daar zijn ze te gast geweest.⟨/p> ⟨p>En dan, eindelijk: "Toen wij nu in Jeruzalem kwamen, verwelkomden de broeders ons van harte." Dat is een mooi begin. Maar er gaat nog wel het nodige gebeuren. Ze worden hier in ieder geval van harte welkom geheten.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-11" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4416" title="Speel af vanaf 01:13:36">▶ 01:13:36⟨/button> ⟨span>De Ontmoeting met Jakobus en de Oudsten⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Vervolgens lees je dat op de daarop aansluitende dag Paulus samen met ons — het hele reisgezelschap dus — bij Jakobus naar binnen is gegaan. Jakobus is de naam die iedere keer als eerste genoemd wordt als het gaat om het gezelschap daar in Jeruzalem. We moeten ons realiseren dat Jakobus de apostel, de broer van Johannes, inmiddels al was overleden; hij was onthoofd. In Handelingen 12 lees je dat hij één van de twaalf was die is omgebracht. En op het moment dat Jakobus de apostel van het toneel verdwijnt, komt er een andere Jakobus naar voren: de broeder des Heren. Deze andere Jakobus speelt namelijk ook een zeer prominente rol. Vergis je niet, als je een drietal onder de twaalf noemt, dan heb je het over Jakobus, Petrus en Johannes. Maar hoewel die ene Jakobus was verdwenen, is het in de beleving wel gewoon Jakobus, Petrus en Johannes gebleven, alleen nu met een andere Jakobus.⟨/p> ⟨p>Die naam is ook weer zeer veelzeggend, want Jakobus is natuurlijk gewoon de Griekse vorm van Jakob, de representant van Israël. Maar eigenlijk moet ik het nog anders zeggen: hij is ook een representant van een ongelovig Israël, want dat is waar de naam Jakob toch vooral naar verwijst. Jakob moet Israël worden, en dat wordt hij ook wel, maar in deze situatie in het hele boek Handelingen is de naam Jakob de representant en de woordvoerder daar in Jeruzalem. Feitelijk had Jakobus die functie ook. We hebben het veel eerder in deze serie al gehad over Handelingen 15, over die beroemde vergadering, en uiteindelijk is het Jakobus die daar de conclusies trekt. Het hele gezelschap, inclusief de apostelen en ook Paulus trouwens, geeft daar zijn instemming aan, maar het is Jakobus die de knoop doorhakt. Daar komt het op neer.⟨/p> ⟨p>Paulus had hem al veel eerder ontmoet in Jeruzalem en in de Galatenbrief noemt hij hem ook de broeder des Heren. Hij was dus een lijfelijke broer van Jezus, een halfbroer feitelijk; dezelfde moeder, Maria, maar uiteraard niet dezelfde vader. Over die Jakobus hebben we het dus. Alleen al het feit dat Paulus, zodra hij in Jeruzalem arriveert, meteen bij Jakobus naar binnen gaat, laat zien dat hij degene is die daar het voortouw neemt. Wat betreft Petrus: we hebben dat al veel eerder een keertje gememoreerd, maar misschien is het goed om dat nog even te herhalen. De naam van Petrus komen we na Handelingen 15 nooit meer tegen. Petrus heeft nog één keer iets gezegd tijdens die vergadering. Weet u wat de laatste woorden van Petrus waren? Ik zal het even voorlezen om het goed te zeggen. In Handelingen 15 vers 11 lees je de laatste woorden van Petrus en daarna vinden we zijn naam zelfs niet eens meer vermeld. Ik zeg niet dat daarmee zijn rol uitgespeeld was, maar in het boek Handelingen speelt hij geen rol meer. Die laatste woorden in vers 11 waren dat Petrus zegt: "Maar door de genade van de Heer Jezus geloven wij, Joden, behouden te worden op dezelfde wijze als zij." Dat was het.⟨/p> ⟨p>Eigenlijk heeft Petrus daarmee de boodschap en de hele bediening van Paulus volledig bevestigd. Want wat Paulus predikte is niet dat heidenen op dezelfde wijze behouden moeten worden als Joden; nee, het is omgekeerd. Joden worden op dezelfde wijze behouden als heidenen die geen wet hebben, namelijk door genade. Dat is heel belangrijk. Niet: heidenen worden op dezelfde wijze gered als Joden, bijvoorbeeld door de wet. Nee, Petrus zegt: "Wij, Joden, worden op dezelfde wijze behouden en gered als zij, de natiën, los van de wet." Dat heeft er niets meer mee van doen. Dat waren de laatste woorden van Petrus en daarmee had hij eigenlijk alles gezegd. Wat er verder nog te melden was, mocht Paulus doen. Daar komt het op neer.⟨/p> ⟨p>Deze Jakobus is de leider van de ecclesia in Jeruzalem. En er waren ook de senioren, de presbyters of de oudsten. Eigenlijk zijn het gewoon de ouderen; we noemen dat de senioren. Die kwamen daar aan. Dat wil zeggen: ze arriveerden daar. Nee Walter, dat betekent niet dat ze daar dikker of zwaarder werden. Soms is het jammer als je alles dubbelzinnig opvat; ze kwamen daar aan, ze arriveerden. De Bijbelstudie is toch echt bijna voorbij. In alle waarschijnlijkheid was hij in het buitenland, ja. Die namen komen niet meer terug, dat klopt. Dat was de driemanschap die we eerder tegenkwamen, de oudsten van de gemeente, maar hun namen worden inderdaad niet meer vermeld. De brief die Petrus schreef was vanuit Babylon, waarvan men dan zegt dat dit Rome is, maar dat doet er nu even niet toe. In ieder geval bevond hij zich in het buitenland en het loutere feit dat je zijn naam helemaal niet meer tegenkomt, is historisch gezien heel begrijpelijk als je bedenkt dat hij inderdaad elders vertoefde.⟨/p> ⟨p>In ieder geval gaat Paulus, meteen de dag nadat hij in Jeruzalem is gearriveerd, naar Jakobus toe met het hele gezelschap waarmee hij op reis was. We hebben natuurlijk al veel eerder vastgesteld dat hij ook een grote offergave had af te dragen waar hij zich enorm voor heeft ingezet. Dat was een onderdeel van de afspraak in Galaten 2 vers 9, dat hij zich vooral ook zou inzetten om zich over de armen in Jeruzalem en Judea te bekommeren. Hem was het evangelie van de voorhuid toevertrouwd, maar dit zou hij erbij doen. Het is ook weer zo typologisch als je het mij vraagt: de rijkdom van de natiën gaat nu juist naar Israël toe, naar de Joden die arm waren en waar hongersnood heerste. Ja.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-12" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4949" title="Speel af vanaf 01:22:29">▶ 01:22:29⟨/button> ⟨span>Paulus Getuigt van Gods Werk Onder de Natiën⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En terwijl Paulus dat gezelschap daar bij Jakobus in huis begroette, ontvouwde hij één voor één wat de God doet onder de natiën. Hoe dan? Wel, door de bediening van hem, Paulus. Dat ging Paulus daar vertellen. Eigenlijk is dat wat hij hier meteen doet op het moment dat hij in Jeruzalem arriveert. En dat zagen we ook al eerder in Handelingen 15: dat hij getuigenis aflegt van wat de God, de ene God, doet onder de natiën. Terwijl het volk daar – ik bedoel de leiders van het volk Israël – Hem officieel afwezen, is de God toch actief onder de natiën.⟨/p> ⟨p>Paulus kon daar getuigenis van afleggen, namelijk dat het God was die dat deed. Niet alleen omdat hij persoonlijk kon getuigen van: "Ja, de Heer heeft mij geroepen," nee, God had dat ook bevestigd met wonderen en tekenen. Hij kon dat dus inderdaad aan Israël vertellen: de God heeft mij geroepen, ik ben een apostel. Dat kon hij als getuigenis, en met bewijs bedoel ik ook, onder hen vertellen en hen daarvan overtuigen: wat God doet onder de natiën door de bediening van hem.⟨/p> ⟨p>En ja, dat is ook precies – misschien mag ik er toch even op wijzen – de reden waarom wij, als we schriftstudie doen, zo Paulus-georiënteerd zijn. Niet omdat de rest niet interessant is, want heel de Schrift is van Godswege aan ons gegeven. Jazeker, maar het is Gods werk onder de natiën en dat gebeurt allemaal via Paulus; via zijn arbeid en het woord dat hij heeft mogen doorgeven. En Godzijdank heeft hij dat ook allemaal opgetekend. De brieven van het Nieuwe Testament zijn voor het merendeel allemaal van hem afkomstig. Daar moeten we wezen. Wat heeft God onder de natiën te melden? Wel, dan moet je bij de bediening van Paulus wezen. En wat je dan via Paulus allemaal aan de weet komt, dat is geweldig.⟨/p> ⟨p>Toen dat gezelschap daar in het huis van Jakobus dit nu hoorde, verheerlijkten zij de God. Ja, vind je het gek? Dat was zo evident. En ze zeiden tot hem – en nu komt het.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-13" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="5126" title="Speel af vanaf 01:25:26">▶ 01:25:26⟨/button> ⟨span>Tienduizenden Gelovige Joden en Ijveraars van de Wet⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En dit gaat nu ook meteen duidelijk maken waarom de man daar in dat huis Jakobus heette, namelijk vanwege datgene wat hij ook representeerde. Let op: "Je aanschouwt, broeder, hoeveel tienduizenden er zijn onder de Joden die gelovig geworden zijn." Er staat in de NBG-vertaling "duizenden" en in de Statenvertaling staat geloof ik "myriaden", maar dat betekent tienduizenden. Het woord voor duizenden is een ander woord. Maar hoeveel tienduizenden? Je zou zeggen: is dat niet overdreven? Zo staat het er echter wel. Dus het waren er niet tienduizend, ook niet twintigduizend, maar hoevele tienduizenden? Dat is een gigantisch gezelschap geweest, vergis u niet.⟨/p> ⟨p>Het ging om allemaal Joden daar in Jeruzalem, en dit wordt dus tegen Paulus verteld. Het gaat hier dus niet over de Joden onder de natiën; nee, het gaat over de Joden in het land, met name dan wellicht in Jeruzalem, maar in ieder geval in het land. En dat waren er tienduizenden die allemaal gelovig geworden zijn. Dat wil zeggen: geloven in de Messias. Wat wij dan noemen: Messias-belijdende Joden; Jezus als Messias belijdende Joden. Tienduizenden.⟨/p> ⟨p>Weliswaar was het volk officieel afkerig; dat wil zeggen de leiders, de regering, het Sanhedrin. Maar dit leefde er wel. En dat geeft trouwens ook aan hoe krachtig het getuigenis is geweest van de twaalf, of degenen die daarbij hoorden. We hebben al eerder de namen genoemd van Stefanus en Filippus. Hoe krachtig dat evangelie van het koninkrijk – want dat was aan hen toevertrouwd – heeft geklonken. En niet alleen dat, maar het was ook bevestigd met vele tekenen en wonderen. Je leest ook dat door de handen van de apostelen vele krachten, tekenen en wonderen geschiedden. En massa's kwamen tot geloof. Of dat altijd even diep gezeten heeft, is een andere vraag. Ja, dat is een andere vraag. Maar in ieder geval hadden juist die tekenen hen daar ook van overtuigd.⟨/p> ⟨p>En nu wordt er nog iets bij vermeld: "En allen" – dus al die tienduizenden – "waren ijveraars van de wet." Probeer je voor te stellen: al die Joden daar geloofden in de Messias en al die Joden – gesproken over allen – waren ijveraars, zeloten, geestdriftigen van de wet, de Tora en de gebruiken. Maar nu gaan ze verder.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-14" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="5336" title="Speel af vanaf 01:28:56">▶ 01:28:56⟨/button> ⟨span>De Valse Beschuldiging: Onderwijst Paulus Afval van Mozes?⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Ze zeggen eerst dit: er zijn tienduizenden onder het volk die gelovig zijn, en ze zijn ijveraars van de wet. Maar zij, die tienduizenden, werden onderricht omtrent jou. In de NBG-vertaling staat: "men heeft hun van u verteld", maar er wordt hier een woord gebruikt — een aantal van u kent het waarschijnlijk wel — waar ons woord "catechese" van afgeleid is: ⟨em>katecheo⟨/em>. Dat is een Grieks woord en het heeft echt te maken met onderricht. Het was dus niet zomaar een gerucht dat in de wandelgangen hing; nee, er werd systematisch onderricht gegeven. Paulus had dus helemaal geen goede naam onder die tienduizenden.⟨/p> ⟨p>Hoort u goed wat ik nu zeg? Begrijp je nu ook waarom Paulus het helemaal niet zo op had met Jeruzalem? Hij móest naar Jeruzalem, maar niet omdat hij zo graag wilde. Hij wist donders goed hoe hij daar lag; dat wist hij echt heel goed. We zullen dat later, vooral in Handelingen 22, nog veel sterker bevestigd zien. Maar eerst wordt hier, in het huis van Jakobus waar Paulus net gearriveerd is, verteld: "Joh, tienduizenden ijveraars van de wet zijn gelovig" — dat wil zeggen: in de Messias — "maar over jou wordt onderricht gegeven." We praten over vele tienduizenden, en zij werden onderricht omtrent jou. Die naam van Paulus was dus bekend.⟨/p> ⟨p>En wat vertelden ze dan over Paulus? Dat jij afstandneming van Mozes onderwijst. In de NBG-vertaling staat "afval van Mozes". In het Engels gebruiken ze het woord ⟨em>apostasia⟨/em>, wat eigenlijk ook een Grieks woord is. ⟨em>Apostasia⟨/em> wil zeggen: ergens van afstaan. Dat is precies wat "afstand nemen van" betekent: je neemt ergens afstand van. Wat werd aan die tienduizenden Joden daar in het land verteld over Paulus? Zij allemaal, ijveraars van de wet, kregen onderricht dat Paulus afstandneming van Mozes onderwijst. Dat hij dus afstand neemt van Mozes.⟨/p> ⟨p>Aan wie dan? Wel, aan alle Joden naar de natiën. Aanvankelijk had ik het vertaald als "onder de natiën", maar toen zag ik dat dat er niet staat. Er staat "naar de natiën", of "overeenkomstig de natiën". Ik zeg het even bescheiden, maar er staat hier niet het gewone woordje voor "te midden van". Het is niet "aan alle Joden te midden van de natiën", maar er staat "aan alle Joden naar de natiën". Als ik het zo neem, zou dit kunnen betekenen dat het gaat over de Joden die naar de natiën zijn gegaan; geassimileerde Joden die naar heidens gebruik leven. Ik geef het gewoon even aan, zonder daar direct te veel conclusies aan te willen verbinden, maar dit is wat over Paulus wordt onderwezen onder die tienduizenden Joden: dat je afstandneming van Mozes onderwijst aan alle Joden naar de natiën.⟨/p> ⟨p>De beschuldiging luidt dat jij hen vertelt — die Joden daar in het buitenland — dat ze hun kinderen niet moeten besnijden en niet meer in de gebruiken moeten wandelen. Dat was wat er van Paulus werd verteld: "Die Paulus vertelt de Joden in het buitenland dat ze afstand moeten nemen van Mozes, dat ze hun kinderen niet moeten besnijden en dat ze niet meer in de gebruiken zouden wandelen." De NBG-vertaling zit hier helemaal fout. Daar staat namelijk dat Paulus zou zeggen dat zij hun kinderen "niet behoeven" te besnijden. Laat ik het even voorlezen: "Nu heeft men hun van u verteld, dat gij alle Joden onder de heidenen afval van Mozes leert door te zeggen, dat zij hun kinderen niet behoeven te besnijden en niet naar de gebruiken behoeven te leven."⟨/p> ⟨p>Maar dat staat er niet! "Niet behoeven te besnijden", zoals de NBG het weergeeft, is nu juist precies wat Paulus wél vertelde: dat de Joden namelijk vrij zijn. Kijk, onder die tienduizenden ijveraars van de wet deed niet alleen een gerucht de ronde; zij onderwezen omtrent Paulus dat hij zou bewéren dat je je kinderen niet mág besnijden en niet naar de gebruiken zou moeten wandelen. Heeft Paulus dat verteld? Nee. Paulus predikt vrijheid, dat is waar. Daar moeten we de volgende keer maar eens uitgebreid op terugkomen, want het is inmiddels tegen tienen.⟨/p> ⟨p>Trouwens, dit gaat nog verder. Dit wordt eigenlijk het grote breekpunt, een buitengewoon pijnlijk punt. Hier zit precies de clou van de kwestie: waarom lag Paulus zo enorm gevoelig in Jeruzalem? Nou, vanwege dit verhaal. Het is buitengewoon belangrijk dat je goed in de gaten hebt en scherp ziet wat ze precies vertelden. De wijze waarop de NBG het weergeeft, slaat de plank compleet mis. Handelingen 21 vers 21 is een cruciaal vers, niet alleen in dit hoofdstuk, maar zelfs in de hele uitleg van het boek. Het is een sleutelvers. Paulus predikte vrijheid, maar Paulus predikte nooit dat Joden die dingen niet móchten doen. Dat is een heel groot verschil met "het niet behoeven te doen". De Galatenbrief schrijft erover, en dat is ook de essentie van het nieuwe verbond: de vrijheid.⟨/p> ⟨p>Maar deze bewering, wat zij over Paulus beweerden, was niet waar. En dat gaat Paulus ook demonstreren. Maar je moet de beschuldiging wel even heel scherp stellen. We komen daar de volgende keer op terug, want ik vind het buitengewoon belangrijk om dit nog wat meer vanuit Paulus' eigen brieven te laten zien. Wat vertelde hij nu werkelijk? We laten Paulus gewoon zelf aan het woord. Klopt deze bewering of niet? We zullen zien dat het niet waar was. Maar dan moet je wel eerst heel goed in de gaten hebben wat er nu precies over Paulus beweerd wordt. Eén ding moet inmiddels toch wel duidelijk zijn.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-15" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="5865" title="Speel af vanaf 01:37:45">▶ 01:37:45⟨/button> ⟨span>Conclusie over het Conflict en Afsluitend Gebed⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Ik stel voor dat we daarmee afsluiten. Paulus’ bezoek aan Jeruzalem brengt heel veel aan het licht. Aan de ene kant hoe daar gedacht werd in Israël, maar ook hoe de positie van Paulus zo uitzonderlijk was. Hij was zeer omstreden onder al die tienduizenden christenen, Messiasbelijdende Joden. Hij was zeer omstreden en hier wordt dat allemaal in één zin zo weergegeven. Dit is de kwestie. Dit is de clue. En dat gaat nog grote gevolgen hebben. Waarover later meer — bij leven en welzijn, moeten we erbij zeggen. Dat lijkt me een passend besluit. Dat zal dan over drie weken zijn.⟨/p> ⟨p>Ik stel voor dat we met elkaar onze hemelse Vader zullen danken.⟨/p> ⟨p>Onze God en Vader, we danken U dat we zo met elkaar ook vanavond, op deze eerste Bijbelavond van het nieuwe jaar, bij elkaar mochten zijn. Dat we de Schriften mochten openen en ons mochten bezighouden met wat er staat geschreven. We danken U dat Uw Woord zo rijk gevuld is, dat het zulke geweldige perspectieven opent en dat het solide is, zodat we daarin werkelijk vaste grond onder de voeten hebben. Dat we dé God mogen kennen. Dat we voor dat ene, werkelijk goede bericht ons oor te luisteren mogen leggen bij die apostel die U heeft gegeven, speciaal als afgevaardigde en leermeester van de natiën. En wat een geweldige rijkdom komt daarin tot ons.⟨/p> ⟨p>We danken U, Heer, dat we met diezelfde vastberadenheid als Paulus destijds in het leven mogen staan. Vaststaand in het Woord en ons niet latend leiden door emoties van onszelf of van anderen, maar door wat er staat geschreven. Want dat houdt stand. Alle vlees is als gras, maar het Woord van onze God, dat houdt stand tot in de aione. Dank U wel, Heer, dat we daaruit mogen leven. In dat besef dragen we elkaar ook bij U op. En we danken U dat U machtig bent om ons te bevestigen en om overvloedig Uw werk in en door ons te doen. In de naam van Uw Zoon, Christus Jezus. Amen.⟨/p>