⟨h3 id="hoofdstuk-1" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="0" title="Speel af vanaf 00:00">▶ 00:00⟨/button> ⟨span>Introductie op de Tweede Bergrede⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En op deze vijfde avond van het seizoen gaan we ons wederom bezighouden met Matteüs 24. En daar zullen nog wel wat avonden volgen, want ik had heel grootmoedig Matteüs 25 er ook aan toegevoegd voor de bespreking van dit seizoen, maar in dat opzicht word ik wat pessimistisch. We zullen zien hoever we daarin komen. Ik heb daarin verder geen planning, dat is wel weer het gemak van een type studie als deze: dat je gewoon vers voor vers, zinsdeel voor zinsdeel door de Schrift heen gaat. Wat dat betreft is een thematische studie, zoals we die vorig seizoen hebben gedaan over chronologie, heel wat lastiger. Hoe deel je dat dan in en naar welke Bijbelgedeeltes ga je toe?⟨/p> ⟨p>Afijn, de tweede Bergrede. Want dat is de naam van deze serie studies: de rede die de Heer heeft gehouden op de Olijfberg. Dat is ook wat u op het plaatje ziet uitgebeeld: dat ze kijken naar de stad Jeruzalem, toentertijd nog met die geweldige gebouwen van de tempel. De Heer had zojuist – misschien is het goed om daar nog eventjes aan te herinneren – afscheid genomen van Jeruzalem. Hij had voor Matteüs 24 een vlammende rede gehouden, het zevenvoudige 'wee'. We hebben dat met opzet ook in de eerste avond er meteen bij betrokken. Dat was echt geen zoetsappige preek, kan ik u vertellen; Matteüs 23 is een striemende rede aan het adres van de orthodoxie, de leiders, de schriftgeleerden en farizeeën. "Gij witgepleisterde graven", nou ja, dat soort taal. Dat is niet erg vriendelijk en vleiend.⟨/p> ⟨p>Toen zei de Heer in een van de laatste verzen van Matteüs 23: "Jullie zullen Mij niet meer zien." Het was Zijn laatste publieke optreden. "Jullie zullen Mij niet meer zien," en dan staat erachter: "totdat". Totdat gij zult zeggen, totdat jullie zullen zeggen: "Gezegend Hij die komt in de naam van de Heer." Dat is een citaat uit Psalm 118, een messiaanse Psalm: "Geef toch redding". Welnu, als Israël dat zal gaan zeggen, dán zal Hij Zich weer laten zien. Dus er zit een "totdat" in besloten.⟨/p> ⟨p>Dat is interessant, ik ben daar nogal mee bezig. Aanstaande zondag spreek ik in Zoetermeer en dan ga ik het hebben over vergeten "totdats". Ik weet nog steeds niet of het "totdats" of "totdatten" zijn. Wat is het, Hans? Totdats? Toch wel. Nou ja, in ieder geval vergeten "totdats". Eén zo'n vergeten "totdat" is dat "totdat" in Matteüs 23. Daar gaan we het ook zeker nog over hebben.⟨/p> ⟨p>Maar in ieder geval, de Heer zou een tijdlang voor hen verborgen zijn. Ze zouden Hem niet zien; in fysieke zin niet, en ook in geestelijke zin trouwens niet. Maar er komt een moment dat Jeruzalem Hem zal zien. Hij zegt: "Zie, uw huis, de tempel, wordt leeg aan u overgelaten." En naar aanleiding daarvan vertrekt Hij de stad uit en gaat Hij zitten op de Olijfberg. Dan tonen Zijn discipelen Hem de gebouwen en zegt Hij: "Er blijft geen steen op de andere staan." Dat was natuurlijk een aankondiging van wat er precies veertig jaar later zou gaan plaatsvinden, maar het was ook een aankondiging van wat uiteindelijk nog een keer zou gaan plaatsvinden: de totale verwoesting van Jeruzalem. En dan kom ik nu bij het volgende.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-2" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="269" title="Speel af vanaf 04:29">▶ 04:29⟨/button> ⟨span>De Vragen van de Discipelen over het Einde van de Aion⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>In Matteüs 24 beantwoordt Jezus een aantal vragen. Die vragen worden meteen in vers 2 en 3 naar voren gebracht. Als Hij heeft gezegd dat er geen steen op de andere zal blijven staan, komen de discipelen met deze vraag: "Wanneer is die verwoesting dan van Jeruzalem? Wanneer zal dat zijn?" En: "Wat is het teken van Uw parousia?" – dat is de tweede vraag – "en van de voltooiing van de aeon?" Wat is het teken en wanneer is die voltooiing van de aeon, van deze aeon, deze boze aeon? Eigenlijk komt het erop neer: wanneer begint de volgende, de komende aeon? Zoals elke gelovige orthodoxe Jood weet, spreekt men altijd over de ⟨em>olam hazeh⟨/em>, deze wereld of deze aeon, en de ⟨em>olam haba'ah⟨/em>, de aeon die gaat komen. Dat is standaard taalgebruik. Daar vragen ze naar: wat is die transitie van de een naar de ander? Wanneer zal dat zijn en wat is het teken daarvan? Dat het te maken heeft met de verwoesting van Jeruzalem, is een duidelijke zaak.⟨/p> ⟨p>Op die vragen geeft Jezus antwoord. Laten we nog een paar dingen samenvatten of opmerken die we tot dusver hebben vastgesteld. Matteüs 24 heeft een heel uitdrukkelijke Joodse setting. Dat zie je bijvoorbeeld doordat er verwezen wordt naar de heilige plaats in Jeruzalem, het tempelterrein. Er wordt gesproken over hen die in Judea zijn en de oproep: "bidt dat uw vlucht niet op een sabbat valle." Ik geef nu drie van die voorbeelden, maar er zijn er nog veel meer te noemen. Het geeft allemaal aan dat we hier echt in een Joodse omgeving worden verplaatst, wat ons ook niet hoeft te verbazen. Matteüs was niet alleen een Jood, maar dit hele evangelie staat ook in het teken van de Koning en van het Koninkrijk, en wat daarmee zou gaan gebeuren.⟨/p> ⟨p>De aanloop naar het einde van die aeon correspondeert met de zegels in Openbaring. We hebben daar vrijwel een hele avond aan gespendeerd om die connectie te zien en hoe het een met het ander samenhangt. De aanloop naar het einde van de aeon wordt gekenmerkt door een aantal dingen. De Heer begint met te waarschuwen voor misleiding: "Zie toe dat niemand jullie misleidt." Als je de connectie aanbrengt met het boek Openbaring, zie je dat er, voordat de grote verdrukking en de ellende beginnen, een periode zal zijn van een geweldige vrede, of een Messiaans lijkende vrede. Een ruiter op het witte paard. Als ik het zo zeg, dan denkt u misschien aan Sinterklaas. Ja, maar hoe zou Sinterklaas daar nu weer aan gekomen zijn? Nee, maar de ruiter op het witte paard is eigenlijk een aanduiding van de Messias. Als dat in Openbaring 6 gebezigd wordt, dan gaat het juist over degene die komt "in de plaats van" de Messias. Dat zal een enorme misleiding betekenen, want men denkt dan dat de Messiaanse vrede gerealiseerd wordt. Velen zullen dan, om in het taalgebruik te blijven, op het verkeerde paard wedden.⟨/p> ⟨p>De Heer spreekt over die misleiding en dan zijn we inmiddels in de laatste periode van dat einde terechtgekomen – of in ieder geval in de periode van de grote verdrukking: oorlogen, hongersnoden, pestilentieën en het gehaat worden om Zijn Naams wil. Maar ook het Evangelie van het Koninkrijk zal gepredikt worden in heel de wereld. Dit zijn allemaal van die gebeurtenissen of fenomenen die zich zullen voordoen in de aanloop naar het einde van de aeon. Overigens heeft met name dat laatste gegeven vooral te maken met wat er zal gebeuren als Israël eenmaal verzameld en hersteld zal zijn en het Evangelie van het Koninkrijk gaat prediken over de hele wereld. Dat is een heel aparte periode, waar ik straks nog even op terugkom. Ik wil er nog even iets bij zeggen voordat we de draad weer oppakken.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-3" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="585" title="Speel af vanaf 09:45">▶ 09:45⟨/button> ⟨span>De Indeling van Mattheüs 24 en de Gruwel van de Verwoesting⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Eventjes voor de indeling, want dat is ook voor vanavond actueel. De eerste veertien verzen zijn een algemene beschrijving tot aan de voltooiing van de aeon. Dat zie je aan vers 14, want daar staat gesproken over het evangelie en deze aeon. Wie volhardt tot het einde, zal gered worden. En dit evangelie van het Koninkrijk — dan weet je meteen wat het evangelie van het Koninkrijk is — zal gepredikt en geproclameerd worden in de hele bewoonde wereld. Zo staat het er. En dan zal het einde gekomen zijn. Het einde van wat? Wel, het einde van datgene waar de discipelen naar vroegen, namelijk de voltooiing van de aeon.⟨/p> ⟨p>Vanaf vers 15 wordt er ingezoomd, en dat begint met de oprichting van de gruwel van de verwoesting. We hebben daar al het een en ander over gezegd. De "gruwel van de verwoesting" is eigenlijk een uitdrukking uit het boek Daniël, dat moet u weten; meerdere keren wordt die daar gebezigd. Feitelijk heeft zoiets zich in het verleden al eens voorgedaan, vooral één keer, eigenlijk al voor onze jaartelling. Op het tempelplein werd toen door ene Antiochus het beeld van Zeus opgericht. Hij dwong de Joden toen om dat beeld van Zeus te aanbidden en varkensbloed te drinken. Een afschuwelijke verdrukking is er toen ook geweest, maar het was ook een gruwel van verwoesting.⟨/p> ⟨p>Toen waren er de heldhaftige Makkabeeën die de offerdienst weer hebben hersteld. Trouwens, binnenkort vieren we in het Jodendom het feest van Chanoeka. Grappig genoeg valt Chanoeka dit jaar helemaal samen met Kerst. Het valt altijd rond eind december, maar nu begint het feest van Chanoeka echt op 25 december. Dat is apart, want Chanoeka is ook het feest van de lichtjes, dus dat valt wonderlijkerwijs dit keer samen. Chanoeka is het feest van de vernieuwing van de tempel; dat wordt in het Nieuwe Testament ook genoemd. Maar dat is allemaal naar aanleiding van die gruwel van de verwoesting die ooit in het verleden al is geweest.⟨/p> ⟨p>Wat dat betreft gaan het Jodendom en Israël die dingen dus meerdere keren zo beleven in de loop van de historie. Wat er in het verleden heeft plaatsgevonden, is eigenlijk een type van wat er straks gaat plaatsvinden. Straks zal er opnieuw op het tempelplein een offerdienst komen. Let op: er gaat weer een offerdienst komen. Alles in het Jodendom is in beroering omdat dit weer gaat gebeuren. Er gaat een offerdienst komen en die offerdienst gaat gestaakt worden. We hebben dat eigenlijk allemaal inmiddels al gezien, maar ik herinner u er gewoon nog even aan. De offerdienst zal gestaakt worden en in plaats van die offerdienst die daar dan weer zal zijn op het tempelplein, wordt daar een gruwel, een afgodsbeeld opgericht.⟨/p> ⟨p>We komen er vanavond denk ik nog wel over te spreken: er komt een afgodsbeeld daar op die plaats te staan en dat luidt het begin van de grote verdrukking in. Een afschuwelijke verdrukking. Daar begint de Heer over te spreken in Mattheüs 24 vers 15, en dat loopt dan door tot en met vers 31. Dat gaat over het uiteindelijke herstel van Israël; de Zoon des mensen die voor Israël zal verschijnen en Hij zal Zijn uitverkoren volk verzamelen van de uiteinden der hemelen en hen uiteindelijk naar het land brengen. Het herstel van Israël.⟨/p> ⟨p>Is daarmee al het einde van de aeon bereikt? Nee, want dan is alleen Israël nog maar hersteld. Nou ja, "nog maar"... in ieder geval is dat de eerste aanzet. Dat is eigenlijk de D-day, om het zo te zeggen. Dan heeft de Koning met recht Zijn voet gezet op aarde en dan gaat Hij Zijn heerschappij uitbreiden. Vanaf Zijn troon vestigt de Zoon Zijn heerschappij. Dat is wat er in vers 15 tot en met 31 wordt bezien. Maar we waren nog maar bij vers 21, dus daar pakken we nu de draad weer bij op.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-4" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="888" title="Speel af vanaf 14:48">▶ 14:48⟨/button> ⟨span>Een Grote Verdrukking Zoals Er Niet Geweest Is⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En dan moet ik er eigenlijk even bij zeggen – de vorige keer heb ik al wat over vers 21 gezegd, maar het leek me goed om daar nu weer te beginnen. Want, zegt de Heer: dan zal er een grote verdrukking zijn. Een grote verdrukking, zodanig als er niet is geschied vanaf 's werelds begin tot nu toe. Dat was die tijd van grote benauwdheid. Ik wil het nog even voorlezen; de vorige keer heb ik die link ook al even gelegd, maar voor de goede orde herhaal ik het graag. Als de Heer hier spreekt over een grote verdrukking, dan verwijst Hij opnieuw naar de profeet Daniël. Al eerder had Hij naar hem verwezen – wie het leest, lette erop, weet u wel – en opnieuw verwijst Hij daarmee naar het boek Daniël.⟨/p> ⟨p>Daniël spreekt namelijk vrijwel in gelijkluidende termen over die periode. Er staat daar: "Te dien tijde zal Michaël opstaan, de aardsengel, de grote vorst achter de schermen, die de zonen van uw volk terzijde staat." Dan weet je meteen wie Michaël is. Hij is die grote vorst die gaat optreden; hij geeft een signaal. Dat is de aartsengel, en als u het mij vraagt, is dat ook de aartsengel die straks een signaal zal geven. Het is namelijk exact dezelfde tijd. Op het moment dat de grote verdrukking begint – dat is op het moment vlak daaraan voorafgaand – wordt de Ecclesia, die mannelijke zoon, weggerukt.⟨/p> ⟨p>Mocht u hier vanavond voor het eerst zijn – ik kijk zo de rijen door en ik denk het eerlijk gezegd niet – maar dan hebt u al wat gemist. Ik ga dat nu natuurlijk niet meer helemaal toelichten, maar voordat die grote verdrukking in die periode van 1260 dagen aanbreekt, zal er een wegrukking plaatsvinden. Het boek Openbaring zegt dat Christus wordt weggerukt, namelijk hoofd én lichaam. Zo gaat dat bij een geboorte toch? Eerst het hoofd en dan het lichaam. Dat is de tijd dat Michaël zal opstaan, de grote vorst die de zonen van uw volk terzijde staat, en er zal een tijd van grote benauwdheid zijn.⟨/p> ⟨p>Die grote verdrukking dus, zoals er niet geweest is sinds er volkeren bestaan tot op die tijd toe. Maar in die tijd zal uw volk ontkomen: al wie in het boek geschreven wordt bevonden. Over die tijd spreekt de Heer in Matteüs 24. Het bouwt helemaal voort op de profetieën die de Hebreeuwen al kenden, de profeten van de Hebreeuwse Bijbel, met name ook Daniël. Want er zal een grote verdrukking zijn, zodanig als er niet geschied is vanaf 's werelds begin tot nu toe. Dat is dus hetzelfde als "sinds er volkeren bestaan tot op die tijd toe". Het is vrijwel een woordelijke overeenkomst als de Heer dat zo zegt. En er staat bij: "en ook niet meer zal geschieden."⟨/p> ⟨p>Probeer je even voor te stellen hoeveel verdrukkingen en hoeveel benauwdheid er al in deze wereld is geweest. We hoeven nog niet eens zo heel ver in de historie te graven; ga alleen maar even terug naar de afgelopen eeuw, aan de wereldoorlogen. Om over alle andere regio's nog maar te zwijgen waar zoveel benauwdheid is. Maar er zal dan een benauwdheid zijn zoals er nog nooit is geweest. Ik neem die woorden gewoon zoals ze staan. Sommigen vinden dat dan erg, of ze zeggen dat je dat zo niet mag zeggen omdat er al zoveel ellende is gebeurd. Maar alsof dit een kwestie is van vinden of leuk vinden! Daar gaat het helemaal niet om.⟨/p> ⟨p>Als de Bijbel zegt dat het zo gebeurt... Als we zeggen dat de Tweede Wereldoorlog zo afschuwelijk is geweest, dan zeggen we dat toch niet omdat het leuk is? Nee, het is namelijk een geschiedenis. Het is historie. En deze dingen zijn ook historie, alleen ze liggen nog in de toekomst. Toekomstige historie, misschien een beetje een vreemde manier van spreken. Maar ja, God spreekt over de dingen die nog moeten komen alsof ze al geweest waren. Met dezelfde zekerheid waarmee wij over het verleden spreken, spreekt de Heer over de toekomst. Die het heden kent, zo zingen we er toch over? Die het heden kent en de toekomst overziet.⟨/p> ⟨p>Wat voor ons terra incognita is – onbekend terrein, namelijk de toekomst – daarover spreekt de Heer. We weten per slot van rekening niet eens wat er de volgende minuut gaat gebeuren. Juist daarom is het ook zo boeiend en zo heerlijk om de Schriften te bestuderen. Als je Matteüs 24 leest, dan weet je: ja, dit staat zwart-op-wit. Hier spreekt iemand die het weten kan. Het schijnt als een licht, een helder licht, een stralend licht in een duistere plaats. Daarom hebben we met recht licht en ook uitzicht. Over de donkere periode heen kunnen we gewoon zo de toekomst in kijken. Dat is nogal wat als je je dat realiseert; wat het is om profetie te hebben, dat wat God voorzegt. En nu staat er iets eigenaardigs in vers 22.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-5" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1276" title="Speel af vanaf 21:16">▶ 21:16⟨/button> ⟨span>Het Inkorten van de Dagen van Verdrukking⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Voordat ik op de eigenaardigheid wijs, wil ik eerst benadrukken hoe vers 22 heel sterk onderstreept hoe afschuwelijk die tijd zal zijn. De Heer zegt: "Indien die dagen niet werden ingekort, geen vlees werd gered." Dat is één ding. We praten hier over gebeurtenissen die inderdaad nog moeten gaan gebeuren. We weten trouwens ook – dat hadden we al eerder vastgesteld bij de vorige serie – dat dit chronologisch allemaal in de zeer nabije toekomst ligt. Er zijn nu bijna twee millennia voorbij. Zes millennia vanaf Adam gerekend zijn ook bijna voorbij, want dat loopt zo ongeveer synchroon. Dus hoe nabij is dit alles?⟨/p> ⟨p>De Heer zegt: "Indien die dagen van verdrukking niet werden ingekort, geen vlees werd gered." Want daar heeft Hij het over: er zal een grote verdrukking zijn. Ik wil echter uw attentie vragen voor een bijzonder detail. In het tweede deel van het vers wordt gesproken over "worden ingekort", maar hier staat dat ze "werden ingekort". Natuurlijk moeten die dagen nog aanbreken en zullen ze op dat moment daadwerkelijk worden ingekort, maar ze werden al ingekort. De vraag is dus: waar?⟨/p> ⟨p>Ik heb me bij de voorbereiding beziggehouden met de betekenissen en ik lees dan af en toe wel eens wat andere uitleggingen. Ik zal u vertellen: de verklaringen van dit woord zijn vrijwel allemaal erg wazig. Wat doen we dan in zo’n geval? Zal ik u dan alle verklaringen doorgeven die hiervoor worden gegeven, of zal ik meteen maar de goede geven? Dat klinkt misschien heel arrogant.⟨/p> ⟨p>Een van de verklaringen die gegeven wordt, is dat we de periode van 1260 dagen waar de Schrift over spreekt eigenlijk wel kunnen vergeten, omdat de dagen worden ingekort en het dus korter zal zijn dan die 1260 dagen. Dat is natuurlijk eigenaardig, want die periode wordt zo vaak in de Schrift herhaald, ook nadien nog. In het boek Openbaring komen we die periode van 42 maanden en 1260 dagen weer tegen. En in het boek Daniël wordt er al gesproken over "een tijd, tijden en een halve tijd", oftewel drieënhalf jaar.⟨/p> ⟨p>Die periode zelf is al een inkorting. Ze werd ingekort. De periode loopt door, maar om een of andere reden werd die periode ingekort, namelijk vooraf in de Schrift. Er staat hier namelijk nog iets bij: "Maar vanwege de uitverkorenen zullen die dagen worden ingekort." Vanwege de uitverkorenen werd die termijn reeds ingekort, vooraf in de Schrift vastgelegd op 1260 dagen.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-6" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1542" title="Speel af vanaf 25:42">▶ 25:42⟨/button> ⟨span>Wie Zijn de Uitverkorenen?⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En die uitverkorenen, wie zijn dat? Ik heb hier meteen het antwoord erbij gegeven; ik had eigenlijk even moeten wachten. Maar kijk, als je dit met een kerkelijke bril leest, dan denk je: "O, de uitverkorenen, dat zijn de gelovigen, dat zijn wij." Maar dan verlaat je weer helemaal de context waarin dit is uitgesproken. Het gaat hier over Israël, nota bene het volk dat God heeft uitverkoren: het uitverkoren volk. Dat hoef ik u toch niet uit te leggen? God heeft Zijn volk uitverkoren. Er zijn tientallen, ik vermoed zelfs veel meer teksten waarin dat zo gezegd wordt. Het volk Israël heeft God te midden van al die naties uitgekozen. Het wordt Hem overigens door heel wat Joden en Israëlieten kwalijk genomen: "Had Hij niet een ander volk kunnen nemen?" Want zo'n pretje is het niet om uitverkoren te zijn.⟨/p> ⟨p>Het is maar hoe je het benadert. Als je Calvinistisch bent, dan denk je: "Ben ik wel uitverkoren?" En dan is het ongeveer het summum als je aan het einde van je leven voor jezelf die conclusie mag trekken. Ik wilde bijna zeggen dat het dan het walhalla is – sorry voor de woordkeuze en de oneerbiedigheid – maar dat is dan in die beleving het allermooiste. Maar neem het woord uitverkiezing gewoon voor wat het is. Wij denken bij uitverkoren meteen aan een hemelse bestemming, maar de Schrift doet dat niet. Uitverkiezen betekent gewoon: uitkiezen. Je kiest iets of iemand uit, en in die zin is het dus heel exclusief; de rest wordt niet uitgekozen.⟨/p> ⟨p>Stel, je hebt een klas vol kinderen en de docent zegt: "Jij en jij en jij mogen de boel opruimen." Dan zeggen die leerlingen misschien: "Had je niet een ander kunnen kiezen?" Het hangt er namelijk maar net van af: uitverkoren tot wát? Het gaat om een bepaalde taak. En God heeft dat volk Israël uitgekozen voor een speciale taak; zij zijn inderdaad het uitverkoren volk. Trouwens, in dit geval hoeven we niet eens naar andere passages in de Bijbel te kijken, we kunnen ons beperken tot Matteüs 24 zelf. Die uitdrukking 'de uitverkorenen', of die frasen, komen we een paar keer tegen in dit hoofdstuk.⟨/p> ⟨p>Het meest sprekend is wel vers 31. Daar staat dat wanneer de Zoon, de Ben-Adam, de Zoon van de mens zal verschijnen – we komen er vanavond zeker niet meer aan toe om dat te bespreken – Hij Zijn uitverkorenen zal verzamelen uit de vier windstreken, van het ene uiterste van de hemel tot het andere. Dat is een heel bekende uitdrukking die je vindt in Deuteronomium en Ezechiël 37: dat God Zijn volk zal verzamelen van alle uithoeken van de aarde en hen uiteindelijk eerst in de woestijn en later in het land zal brengen. Zijn uitverkorenen dus. Ook dan gaat het niet over de kerk of iets dergelijks; dat kunt u gewoon op uw buik schrijven. Het gaat in Matteüs 24 helemaal niet over de kerk. Trouwens, ik houd er sowieso niet van om over de kerk te spreken, want dan denk je meteen aan een instituut. Maar het gaat ook niet over de gemeente, de gelovigen uit de naties. Dat is niet het onderwerp.⟨/p> ⟨p>Afijn, die uitverkorenen zijn het volk Israël. Vanwege die uitverkorenen, dat uitverkoren Israël – of voor mijn part specifieker: het gelovige Israël – zullen die dagen worden ingekort. En dan komen we meteen op iets anders uit.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-7" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1841" title="Speel af vanaf 30:41">▶ 30:41⟨/button> ⟨span>Een Profetische Blinde Vlek: de Periode tot het Vrederijk⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En dat is dit. Daar hebben we in de loop van deze serie al verschillende keren aan gerefereerd: het feit dat er een periode ligt tussen de verschijning van de Heer op de Olijfberg om Zijn volk te verzamelen, en de voltooiing van de aeon en het begin van de duizend jaren, het Vrederijk waarin alle volken onderworpen zijn. Die periode – ik overdrijf daar niets mee – is echt een blinde vlek in profetische schema's, als ik het zo mag zeggen. Die periode wordt zelden of nooit gezien. Er is een tijdspanne tussen het moment dat de Heer zal verschijnen voor Zijn volk Israël om hen te verzamelen, en het aanbreken van het Vrederijk waarin alle volkeren zijn onderworpen.⟨/p> ⟨p>Het is eigenlijk heel logisch. Waarom? Omdat op het moment dat Hij verschijnt voor Israël, dat specifieke volk Zijn eigendom is en tot zijn bestemming is gekomen. Maar daarmee is de hele wereld nog niet onderworpen. Eerst moet aan die bewoonde wereld ook het Evangelie van het Koninkrijk gepredikt worden. Trouwens, de Heer, de Messias, heeft dan ook nog een appeltje te schillen met de volkeren. Op dat moment breekt namelijk de dag van toorn aan.⟨/p> ⟨p>Ik laat hier even een schemaatje rondgaan om dit te verduidelijken. We hadden het over de gruwel van de verwoesting; dat is het begin van de grote verdrukking. Vlak voor dat begin vindt de wegrukking van de mannelijke zoon plaats. Dan zijn u en ik – daar ga ik gemakshalve maar even vanuit – van het toneel hier op aarde verdwenen, weggerukt naar een hogere bestemming, tot God en Zijn troon. Vervolgens zal er een enorme periode van grote verdrukking aanbreken. Een deel van de gelovigen zal inmiddels gevlucht zijn naar de woestijn. Op dat moment moeten ze maken dat ze wegkomen. Als ze dan niet vluchten, is het te laat en kunnen ze er niet meer naartoe. Waarom dat precies is, weet ik niet zeker, maar één ding is duidelijk: als ze dan niet vluchten, is het echt te laat.⟨/p> ⟨p>Degenen die achterblijven in het land, daar breekt een enorme verdrukking over aan: 1260 dagen lang. Gedurende die tijd zijn degenen die in de woestijn zijn op hun onderduikadres – de woestijn van Edom, Petra, hoe het ook mag heten. Daar zijn zij heen gevlucht en daar hebben zij een onderkomen waar ze worden bewaard en gevoed. Precies 1260 dagen later, wat het einde van de grote verdrukking is, zal de Messias verschijnen op de Olijfberg en zal Hij Israël verzamelen.⟨/p> ⟨p>En die stippellijn op het schema, dat is de blinde vlek waar ik het zojuist over had. Hier begint namelijk de dag van toorn. Ik kom daar de volgende keer nog uitgebreider over te spreken, want dan wil ik ook de lijn trekken tussen Matteüs 24 en Openbaring. Dan zie je dat bij de opening van het zesde zegel de dag van de toorn aanbrekt. Wat een dag zal dat zijn! Israël komt oog in oog te staan met haar Messias. Het volk, dat voor het grootste gedeelte dan nog verspreid zal zijn over de hele wereld, wordt teruggebracht naar het land. Maar tegelijkertijd breekt er een dag van toorn aan voor de volkeren. In Openbaring-termen gesproken zijn dit de zeven zegels en de zeven bazuinen. Aan het einde van die periode – ik heb hier geen lengte bij gezet omdat ik die niet weet, maar het zal in ieder geval binnen één generatie zijn – zullen de duizend jaren aanvangen. Dan zullen de volkeren niet meer verleid worden, want ze zijn dan inmiddels onderworpen aan het Koninkrijk.⟨/p> ⟨p>Er zit dus een periode tussen. Dit is ook de tijd waarin het Evangelie van het Koninkrijk door Israël – althans een selectie van Israël – gepredikt zal worden onder al de natiën. Op al die dingen kom ik nog wel terug, maar het is belangrijk om zichtbaar te maken dat hier een periode ligt. Als we dan kijken naar vers 22: 'voor de uitverkorenen zullen die dagen worden ingekort'. Voor het uitverkoren volk is die verdrukking gelimiteerd. De termijn werd al eerder in de Schrift beperkt en vastgelegd op 1260 dagen. Dat betekent dat voor de niet-uitverkorenen, de natiën, de tijd doorloopt. Is de ellende en de benauwdheid voorbij als die periode, die tot op de dag nauwkeurig is gefixeerd, voorbij is? Nee, helemaal niet. Want dan gaat de dag van toorn aanbreken. Alleen is dat niet voor het uitverkoren volk; dat zal juist voor de niet-uitverkorenen zijn: de natiën, de volkerenwereld.⟨/p> ⟨p>Voor Israël is de tijd dus ingekort, maar voor de volkeren loopt het door. In zekere zin begint het voor hen hier pas echt, want de dag van toorn is begonnen. Als de Heer verschijnt, zal Hij het opnemen voor Zijn volk en gaat Hij strijden tegen de volkeren. Ik ga verder naar vers 23. Is dit duidelijk wat ik nu gezegd heb over dat inkorten van die dagen? Kijk, ik geef alleen maar door wat ik mag zien; dat is de disclaimer die ik er altijd bij geef. Het is aan u om dat vervolgens te beoordelen. Maar ik moet zeggen: als ik dit zo vertel, dan 'it makes sense'. Het is heel logisch en het klopt in connectie met de rest van de Schrift. Vers 23: 'Indien...'⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-8" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2307" title="Speel af vanaf 38:27">▶ 38:27⟨/button> ⟨span>Waarschuwing voor Pseudo-christussen en Valse Profeten⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Indien dan iemand tot jullie zal zeggen in die periode: "Neem waar, hier is de Christus" of "Hier is Hij!", geloof het dan niet. Let trouwens op dat bepaalde lidwoord: ⟨em>de⟨/em> Christus. De Messias, de Gezalfde. Er zijn er die zich in die dagen weliswaar met die Messiaanse claim hebben aangediend, maar ten onrechte. Ik maak hier zelfs uit op dat er meerdere Messiaanse claims zijn.⟨/p> ⟨p>Met het woord 'Messias' moet je trouwens een beetje uitkijken. Ik bedoel in die zin dat het woord Messias simpelweg 'gezalfde' betekent. Christus, Messias, Mashiach; het is allemaal Grieks of Hebreeuws, maar in het Nederlands is het gewoon 'gezalfd'. Maar dat kun je niet enkelvoudig zeggen, want in Matteüs 24 is er sprake van ⟨em>de⟨/em> Christus. Dat bepaalde lidwoord 'de' duidt op die ene: de Christus.⟨/p> ⟨p>Maar als men dan zal zeggen: "Hier is Hij!" of "Daar is Hij!", geloof het niet. Want pseudo-christussen, valse christussen, zullen opstaan. Er staat letterlijk: "Ze zullen gewekt worden", en ook pseudo-profeten. Kijk, in vers 23 was het 'de Christus', maar in vers 24 gaat het over 'pseudo-christussen', meervoud dus. Er zijn er meerdere.⟨/p> ⟨p>Nu kom ik meteen weer even bij wat ik zojuist probeerde aan te geven. Met dat woord 'Messias', 'Gezalfde' of 'Christus' moet je uitkijken, omdat wij dan meteen denken aan ⟨em>de⟨/em> Christus. Dat hoeft niet per se. Een christus is een gezalfde, en dat werd je als profeet, priester of koning. Natuurlijk verwacht Israël de Messias, maar vergis u niet: Israël kende in de loop van de historie vele 'christussen'. David was een christus, maar elke priester was ook een christus. U vindt dat misschien wat verwarrend, maar neem het woord heel letterlijk: gezalfd.⟨/p> ⟨p>Waarom zeg ik dat nu? Omdat hier in één adem gesproken wordt over valse christussen en pseudo-profeten. 'Pseudo' is het Griekse woord voor 'vals'. Ik zou dus gewoon 'vals' kunnen zetten. Het lijkt net echt, maar het is vals. Het lijkt goud, maar het is nepgoud. Hoe was het ook alweer? Klappergoud. Het lijkt op de Christus, het lijkt een profeet.⟨/p> ⟨p>Zo is mij trouwens allang geleden opgevallen dat je in de christelijke wereld bepaalde segmenten hebt waar men, met name in de charismatische wereld, heel vaak spreekt over 'dienstknechten van de Heer'. Dat zijn dan 'gezalfde predikers'. Gezalfden. Ik zie sommigen van u al glimlachen; als je dat vocabulaire kent, dan herken je nu ook wel wat ik zeg. Maar dat wil zeggen: een prediker of een profeet wordt geacht een gezalfde te zijn. En hier worden ze in één adem genoemd.⟨/p> ⟨p>Ik geloof ook dat die valse profeten gewoon valse christussen zijn. Er wordt hier gesproken van valse christussen en pseudo-profeten, maar dat betekent niet per se dat dit twee verschillende categorieën zijn. Als Paulus bijvoorbeeld ergens schrijft over "de God en Vader van onze Heer Jezus Christus", dan bedoelt hij toch niet "de God" en ook nog eens "de Vader", alsof het om twee verschillende personen gaat? Nee, het is de God, en die God is ook de Vader. Die twee zijn één.⟨/p> ⟨p>Dat woordje 'en' heeft dan ook de betekenis van 'namelijk': God, namelijk de Vader van onze Heer Jezus Christus. Of denk aan de adressering in de brief aan de Kolossenzen: "Aan de heiligen en de gelovige broeders in Christus." Dan is het ook niet zo dat Paulus een brief schrijft aan de heiligen en aan de broeders in Christus. Nee, aan de heiligen, namelijk de gelovigen. Hij schrijft niet aan twee groepen; de heiligen zijn de gelovigen, zij die apart gezet zijn.⟨/p> ⟨p>Ik denk dat we met hetzelfde fenomeen te maken hebben in Matteüs 24. Pseudo-profeten zijn juist die 'gezalfden' die zich voordoen als gezalfde predikers, voorzeggers of sprekers namens God. Die zullen dan ook gewekt worden, met name denk ik door de omstandigheden die zich dan voordoen.⟨/p> ⟨p>Nou, u ziet, we gaan even een excursie doen. Heb je je lunchpakket bij je? We gaan even een excursie doen.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-9" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2662" title="Speel af vanaf 44:22">▶ 44:22⟨/button> ⟨span>Excursie: Wie Is de Antichrist Volgens Johannes?⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>We maken even een uitstapje naar een begrip dat heel vaak gebezigd wordt en dat nogal eens een rol speelt als we het hebben over de profetieën en over de tijd van het einde: de antichrist. Het opmerkelijke is dat het woord 'antichrist' eigenlijk nooit een rol speelt in de profetische boeken. In de Openbaring vind je het niet terug, in Matteüs 24 vind je het niet terug en ook in Daniël of bij de Hebreeuwse profeten komt het totaal niet voor. Je vindt het uitsluitend in de brieven van Johannes. Dat is overigens pas de helft van het verhaal, maar er wordt vaak gevraagd: wie is nou eigenlijk die antichrist? Vooruitlopend op de zaken: dat blijkt inderdaad een valse profeet te zijn.⟨/p> ⟨p>Laten we eerst eens kijken naar de passages waar die term wordt gebezigd. In het hele kader van Matteüs 24 waar we het over hebben, bij vers 24 over die pseudo-christussen en pseudo-profeten, lijkt mij dit het juiste moment om die vraag erbij te betrekken. Ik ga eerst naar 1 Johannes 2 vers 18; dit is de eerste keer dat Johannes die uitdrukking gebruikt. Hij zegt: "Kleine kinderen, het is een laatste uur." Als u de NBG-vertaling hebt, staat er: "het is het laatste uur", maar dat woordje 'het' kunt u doorstrepen. In het Grieks staat daar geen bepaald lidwoord. Het is een laatste uur, niet dé laatste uren. Maar toen Johannes dit noteerde, was het inderdaad een laatste uur. Vergis je niet, die hele periode dat de apostelen leefden, was een laatste uur; al was het maar omdat het de generatie betrof van die veertig jaren vanaf het jaar 30 — waarin de Heer dit sprak, gekruisigd werd en opstond — tot aan de verwoesting van Jeruzalem. Dat was die periode: een laatste uur. Er zijn overigens nog meer redenen voor dan die ik nu noem, maar we moeten bij de zaken blijven.⟨/p> ⟨p>Johannes schrijft: "Zoals jullie horen dat een antichrist komende is..." Aha, er komt een antichrist. Daarvan hadden ze vernomen, dat wisten ze. Dat is die ene, specifieke figuur. Maar hij vervolgt: "Ook nu zijn vele antichristen opgetreden." Dat schreef Johannes in zijn dagen. Hij zegt waaraan wij weten dat het een laatste uur is. Dat is karakteristiek: bij een laatste uur horen antichristen.⟨/p> ⟨p>Drie verzen verder, in 1 Johannes 2 vers 22, zegt hij: "Wie is de leugenaar, indien dat niet is de loochenende dat: Jezus is niet de Christus? Dit is de antichrist, die loochent de Vader en de Zoon." Hij zegt dus dat hij Jezus als de Christus ontkent en de Vader en de Zoon loochent. Eigenlijk is dat ook relatief, want je hebt geen Vader zonder een Zoon en je hebt geen Zoon zonder Vader. Als je het ene niet hebt, dan heb je het andere ook niet. Het gaat hier dus om de ontkenning van Jezus als de Messias, maar ook de loochening van de Vader en de Zoon.⟨/p> ⟨p>In 1 Johannes 4 vers 1 schrijft Johannes: "Geliefden, vertrouwt toch niet elke geest, maar test de geesten of ze uit de God zijn, want vele pseudo-profeten — valse profeten — zijn uitgekomen tot in de wereld." Hoe kun je nu geesten testen of beproeven? Dat klinkt wat vreemd. Hoe proef of test je een geest? Een geest is alles wat je niet kunt zien; dat is het kenmerk. Eigenlijk zegt dat meer over onze handicap dan over wat een geest werkelijk is. Wat je hoort is echter ook geest. Als we met elkaar spreken, over het Woord van God of in het algemeen, is dat wat je hoort in feite geest. Een boodschap is per definitie geest. Je kunt het concreet zichtbaar maken, maar een boodschap op zich is een geest. Paulus spreekt er ook over dat jullie een geest hebben ontvangen, en dan heeft hij het over het ontvangen van een boodschap. En die kun je dus ook testen.⟨/p> ⟨p>Ik moet ineens denken aan Johannes 3, waar de Heer de geest vergelijkt met de wind. Het Hebreeuwse en het Griekse woord voor wind — ruach en pneuma — is immers hetzelfde als voor geest. Dus dit is ook geest. Karakteristiek is dat je wind niet kunt zien en adem niet kunt zien, maar geesten kun je evenmin zien. God is geest. Een boodschap kun je ook niet zien, die kun je horen, maar je kunt haar wel testen. Vertrouw niet elke geest, maar test de geesten of ze uit de God zijn, want vele pseudo-profeten zijn uitgekomen tot in de wereld.⟨/p> ⟨p>In hetzelfde hoofdstuk lezen we: "In dit kennen jullie de geest van de God." U ziet, het is een nogal letterlijke weergave. "Elke geest die Jezus Christus belijdt, in vlees gekomen zijnde, is vanuit de God." Dit is als het ware de lakmoesproef. Hoe testen wij nu of iets uit God is? Johannes zegt hier: als die geest belijdt dat Jezus Christus in vlees gekomen is. Dat 'in vlees gekomen zijnde' betekent ook dat Hij lichamelijk de Christus is, juist in Zijn opstanding. Dat is een lichamelijk gebeuren. Er staat trouwens 'in vlees', niet 'in het vlees'. U zegt misschien: wat een puntjes en komma's, maar het gaat om het karakter. Hij is in vlees gekomen. Lichamelijk is Jezus Christus in vlees gekomen, ook als de Christus, de Opgestane en Opgewekte. Dat is een test. Als je dat belijdt, dan is dat vanuit de God. "En elke geest die toch niet de Jezus belijdt, is niet vanuit de God. En dit is de geest van de antichrist, welke jullie hebben gehoord dat deze komende is en hij is nu reeds in de wereld." Dat wil zeggen dat die geest van de antichrist nu al rondwaart. In de toekomst wordt dat in die ene specifieke figuur geconcentreerd, maar hij heeft nu al vele voorlopers.⟨/p> ⟨p>Dan is er nog een vierde keer dat die uitdrukking of dat woord antichrist gebezigd wordt. Johannes schrijft: "Want vele misleiders kwamen uit tot in de wereld, die toch niet belijden Jezus Christus komende in het vlees." Dat is nu weer de tegenwoordige tijd: komende in het vlees. Hij zegt: "Dit is de misleider en de antichrist." Johannes richt zich hier trouwens speciaal tot de besnijdenis; Jakobus, Petrus en Johannes richtten zich immers tot de besnijdenis.⟨/p> ⟨p>Het wordt tijd om het samen te vatten, maar ik zie dat het inmiddels negen uur is. Ik denk dat we de samenvatting dan even parkeren voor na de pauze. Dan zet ik nog even op een rijtje wat en wie die antichrist volgens Johannes nu precies is. We gaan eerst even een kopje koffie drinken. Het is natuurlijk wel heel gezellig om zo met elkaar te keuvelen. O, pardon, u hebt natuurlijk niet gekeuveld, u hebt gesproken met elkaar. Dat is ook goed, daar nemen we ook de tijd voor, maar we nemen ook de tijd om weer verder te gaan met de Schrift. Zoals ik zojuist voor de pauze vertelde, laat de Schrift zien waar Johannes als enige in zijn brieven spreekt over de antichristus — eigenlijk staat het er zo — en over antichristen.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-10" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3316" title="Speel af vanaf 55:16">▶ 55:16⟨/button> ⟨span>Samenvatting: de Kenmerken van de Antichrist⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Wat hebben we daarvan gezien? Het is even een excursie, dus we doen het niet al te uitgebreid, maar toch is het goed om de dingen even scherp te stellen. We hadden het in Matteüs 24 over pseudo-christussen en pseudo-profeten. Over die antichrist weten we het volgende; ik zet het nu even op een rijtje. Het optreden van antichristen is kenmerkend voor het laatste uur. Dat geldt voor hun laatste uur in het algemeen en voor het laatste uur in het bijzonder. Er komt één specifieke antichrist, maar er zijn veel antichristen als voorlopers. Aan de ene kant is er dus die ene, maar aan de andere kant zijn er velen van.⟨/p> ⟨p>De naam 'antichrist' betekent trouwens, naar de betekenis van het woord zelf, niet 'tegen'. Dat denken wij misschien wel, maar 'anti' betekent eigenlijk 'in plaats van'. Het Griekse voorzetsel betekent 'in plaats van' en dan begrijp je dat het soms ook de associatie krijgt van 'tegen'. In het Nederlands kun je dat in een bepaalde zin ook zeggen: "Ik geef een gulden tegen vier kwartjes." Dat is 'tegen' in de zin van 'in plaats van'. Overigens is dat geen goede deal; zo kun je wel rijk worden, mits je aan de goede kant van de transactie staat. Maar de antichrist stelt zich dus op 'in plaats van' Christus.⟨/p> ⟨p>Hij loochent de Vader en de Zoon. Er werd al even op gewezen dat dit heel sterk doet denken aan wat de islam doet. Het is natuurlijk heel verleidelijk om in dit verband wat over de islam te zeggen, ook in relatie tot de profetie. Ik herinner mij dat ik een keer een hele bijbelstudiedag gewijd heb aan het laatste wereldrijk, het vierde koninkrijk in Daniël. Dat koninkrijk krijgt juist zijn beslag in wat wij de islamitische wereld of de moslimwereld noemen. Dat kan absoluut niet missen. Alles wat er vandaag in het Midden-Oosten plaatsvindt, heeft daarom heel sterke religieuze wortels. Het hele conflict is zo religieus als wat.⟨/p> ⟨p>Als je dan bedenkt dat op de heilige plaats nu al eeuwenlang, vanaf de zevende of achtste eeuw sinds de rotskoepel er staat, een islamitisch heiligdom staat. Sinds Omar – ik weet niet precies wanneer hij geleefd heeft – staat daar die zilveren koepel, wat een moskee is, en die gouden rotskoepel. Die rotskoepel is strikt genomen geen moskee, maar een islamitisch heiligdom. We hebben het er al eens eerder over gehad, maar daar staan in het Arabisch de letters gegraveerd: "God heeft geen zoon." Moet je nagaan: op de heilige plaats staat nu al eeuwenlang een islamitisch heiligdom waar heel uitdrukkelijk een antichristelijke leuze, een motto, staat gegraveerd. Het is eigenlijk de clou van de islam, gebaseerd op de loochening: "God heeft geen zoon." Een kenmerk van de antichrist is immers dat hij de Vader en de Zoon loochent.⟨/p> ⟨p>Zij geloven trouwens ook niet in een lichamelijke opstanding. Ze geloven wel in Jezus en ze geloven zelfs dat Hij een profeet is, maar niet dat Hij de Christus is en ook niet dat Hij lichamelijk is opgestaan uit de doden. Dat Jezus Christus 'in vlees gekomen zijnde' is, brengt ons bij het volgende punt. Een antichrist belijdt Jezus Christus niet 'in vlees gekomen zijnde'. Excuses voor het wat stuntelige Nederlands, maar zo staat het er letterlijk: "niet in het vlees gekomen zijnde."⟨/p> ⟨p>We hadden het er in de pauze al even over: 'Jezus Christus' is eigenlijk de term voor Degene die hier op aarde leefde; Jezus in vernedering. In de opstanding werd Hij 'Christus'. God heeft Hem tot Heer en tot Christus gemaakt. Dat zijn titels die aan Hem toegekend zijn, juist uit hoofde van Zijn opstanding. Jezus Christus is 'in vlees gekomen'. Dat is een accentuering van Jezus de Christus, maar dan lichamelijk; in vlees is Hij gekomen. Als je gelooft in een opstanding die niet lichamelijk is, dan is dat antichristelijk. Als je bedoelt dat toen de steen werd weggerold er nog een lijk lag, dan is dat de geest van de antichrist. Het kenmerk is namelijk dat Jezus Christus in vlees is gekomen en lichamelijk is opgestaan.⟨/p> ⟨p>Want als Hij niet lichamelijk is opgestaan, dan kan Hij dus ook niet 'in vlees komend' zijn. Dat is het volgende punt: ook weer in vlees komend. Dat zagen we in 2 Johannes vers 7. De antichrist loochent Jezus Christus als de 'in vlees komende'. Dat betekent: geen lichamelijke wederkomst. Dit zijn allemaal kenmerken. In 1 Johannes 4 wordt gesproken over pseudo-profeten en twee verzen later gaat het over diezelfde groep als 'antichristen'. Dat is boeiend, want daarmee is een antichrist dus ook een pseudo-profeet.⟨/p> ⟨p>Als ik het zo zeg, komen we op echt profetisch terrein. De uitdrukking zelf wordt heel uitdrukkelijk gebezigd in met name het boek Openbaring. Daar gaat het over dé valse profeet. Wie is die valse profeet? Zo kom je stukje bij beetje verder. Er komt een antichrist. Ik hoop dat u de gedachte volgt: er komen pseudo-profeten, maar er zal ook dé valse profeet komen. Die valse profeet zal een antichrist zijn. Die valse profeet is een specifiek iemand die we kunnen identificeren. De Schrift noemt hem een wild dier, een beest.⟨/p> ⟨p>U zegt: "Ja, maar welk beest?" Het boek Openbaring kent immers twee beesten. Dat is duidelijk: het is het beest uit de aarde. Hij wordt namelijk 'de valse profeet' genoemd. Ik weet niet of ik er met iedereen nog op terugkom, maar ik heb er in ieder geval dia's van gemaakt, dus het komt terug. De valse profeet is het beest uit de aarde of uit het land. Er zijn een aantal verzen waarin de uitdrukking 'de valse profeet' gebezigd wordt. Als je dat vergelijkt met Openbaring 13 is het volkomen duidelijk dat dit het beest uit de aarde is. We gaan het er zo over hebben, maar niet voordat ik eerst nog ergens anders op gewezen heb.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-11" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3859" title="Speel af vanaf 01:04:19">▶ 01:04:19⟨/button> ⟨span>Grote Tekenen en Wonderen Door Pseudo-profeten⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>We gaan weer even terug naar Matteüs 24. U weet nog dat we daarmee bezig waren. Als je een excursie maakt, denk je soms dat het daarbij blijft, maar het was slechts een uitstapje; we keren nu weer terug naar Matteüs 24. Daar staat dat pseudo-christussen en pseudo-profeten gewekt zullen worden en zij zullen grote tekenen en wonderen geven, zodat zij doen dwalen. Ja, want het is pseudo, het is vals. Maar u begrijpt wel: er staat niet simpelweg 'tekenen'. Er staat dat ze grote tekenen en wonderen doen. Dat zijn geen flauwe goocheltrucs, dat kan ik u wel vertellen.⟨/p> ⟨p>Ik zag onlangs een trailer van een televisieserie genaamd 'Mindfuck' — sorry dat het programma tegenwoordig zo heet. Het is echt heel apart om te zien hoe men daarin mensen inderdaad misleidt. Maar dat zijn trucs; dat kun je leren, dat is goochelen. Hier gaat het echter over échte tekenen, grote tekenen en wonderen die deze pseudo-profeten zullen doen. Zij zullen doen dwalen, waarbij — indien mogelijk — ook de uitverkorenen worden genoemd.⟨/p> ⟨p>Het is heel karakteristiek voor het begin van ons tijdperk, tweeduizend jaar geleden in de dagen van de apostelen, dat we lezen over vele tekenen en wonderen. Maar ook de eindtijd wordt weer gekenmerkt door tekenen en wonderen. Dan komen ze trouwens wel uit de koker van de tegenstander; dat is een groot verschil. In het begin van onze era, of zo u wilt in de dagen van de apostelen, deed God door de handen van de apostel en de profeet grote tekenen en wonderen. In de eindtijd vinden er opnieuw grote tekenen en wonderen plaats, maar dan worden ze allemaal bewerkt op instigatie van de tegenstander. Ze zijn zeer misleidend en ze doen dwalen.⟨/p> ⟨p>Ik wil u daar twee passages over laten zien. Allereerst 2 Tessalonika 2, waar ik inhaak bij vers 8. Daar staat: "En dan zal de wetteloze onthuld worden." Nu wilt u natuurlijk weten wanneer die wetteloze onthuld zal worden. Welnu, er is eerst iets of iemand die hem weerhoudt. Die moet uit het midden verwijderd worden, weggedaan worden. We weten inmiddels al wat er uit het midden zal verdwijnen: dat is die mannelijke zoon. Er vindt eerst een wegrukking plaats. Ik ga daar nu verder niet op in, maar in ieder geval: zolang die weerhouder — of eigenlijk staat er de 'vasthouder' — er is, zorgt die ervoor dat die wetteloze nog steeds niet kan optreden. Als die verwijderd zal worden en uit het midden zal verdwijnen, dan pas zal de wetteloze onthuld worden. Dan kan hij zijn masker afgooien en zich als de wetteloze gaan manifesteren.⟨/p> ⟨p>Wat zal hij dan doen? Dat is allemaal het voorgaande; ik heb daar nu geen dia van, maar waar moet je beginnen en waar stop je? Dat is altijd het grote probleem. Hij zal zich namelijk in de tempel van God zetten en daarmee een enorme afval organiseren. Ook daar komen we nog over te spreken in die andere passage, maar eerst hebben we dit: dan zal de wetteloze onthuld worden, van wie de aanwezigheid is naar de inwerking van de Satan. Hier wordt ook het woordje 'parousia' gebruikt: de parousia van die wetteloze, zijn aanwezigheid. Zijn aanwezigheid is naar de inwerking — dat is de 'energie', dat woord wordt daar gebruikt — van de tegenstander. Dat gebeurt in alle vermogen en in tekenen en in wonderen van de leugen. Pseudo. Nep.⟨/p> ⟨p>Het is niet nep in de zin dat het slechts trucs zijn, maar het brengt tot misleiding. Er staat bij: "in elke verleiding van onrechtvaardigheid voor hen die omkomen of voor hen die verloren gaan." Vandaar ook die gruwel. Dat is de gruwel van de verwoesting waar we het over hebben. Het lijkt soms ingewikkeld, maar uiteindelijk komen al die lijntjes toch weer bij elkaar uit. Dat de gruwel daar opgericht gaat worden, is een van de hoofdmomenten in dat eindtijdgebeuren. Er zal een enorme misleiding plaatsvinden en men zal zelfs gedwongen worden om te buigen voor dat beeld dat daar op het tempelplein neergezet zal worden, nadat de offerdienst is gestaakt.⟨/p> ⟨p>Terwijl ik dat zeg, denk ik meteen ook aan een andere passage, namelijk Openbaring 13. Ik heb hier even geen goede concordante tekst bij de hand. Nou ja, die had ik eigenlijk wel, maar dat is even een grapje dat ik met een knipoog naar Menno maak; die was me even ontgaan. Wanneer ik de tekst cursief weergeef, heb ik het iets gewijzigd, maar voor de rest is het de NBG-weergave. Ik lees het u even voor.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-12" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4231" title="Speel af vanaf 01:10:31">▶ 01:10:31⟨/button> ⟨span>Het Beest uit het Land: de Valse Profeet in Openbaring⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>"En ik zag," staat er, "ik zag een ander beest opkomen uit het land," of zoals in onze vertaling staat: uit de aarde. Maar eventjes voor de goede orde: de aarde in de Bijbel is hetzelfde als het land. In het Grieks is dat zo en in het Hebreeuws ook. Weet u trouwens wat het land is? Het droge. God noemde het droge ⟨em>arets⟨/em>. En 'het land' kan dan gewoon het land in het algemeen zijn, maar dat is de aarde; dus niet de planeet. Dat concept kent de Bijbel niet; de Bijbel kent geen planeet die 'Aarde' heet. Sorry Hal Lindsey, maar de aarde is gewoon het land. En 'het land' is een specifiek stuk land: het beloofde land. Dat hangt natuurlijk af van de context.⟨/p> ⟨p>Eerst had Johannes een beest op zien komen, echt een monster met zeven koppen en tien horens. Dat is eigenlijk een samengesteld beest dat direct doet denken aan de optelsom van de beesten uit het boek Daniël. Die zag hij uit de zee opkomen. De zee staat voor de volkerenwereld. Waar staat de aarde dan voor? Als de zee voor de volkerenwereld staat, de natiën, waar staat de aarde dan voor? Het land? Dat staat gewoon voor Israël. Het land dus. Daarom kies ik er ook voor om niet over de aarde te spreken, maar over het land, namelijk specifiek ⟨em>Haaretz⟨/em>: Israël.⟨/p> ⟨p>"En ik zag een ander beest." Ja, en daar wordt dus direct aan gerefereerd in deze drie schriftplaatsen; daar wordt hij de valse profeet genoemd. Want we zitten nu wel in 2 Thessalonika 2 en in Openbaring 13, en u denkt misschien: die André Piet is helemaal de draad kwijt. Nee, dat is hij toevallig nu niet. Wij doen gewoon schriftstudie en dan leg je de puzzelstukjes bij elkaar. De valse profeten waar Matteüs 24 het over had, daar gaat het hier ook over, alleen hier specifiek over dé valse profeet.⟨/p> ⟨p>Ik zag dus een ander beest opkomen uit het land. Het ene beest kwam uit de zee, de volkerenzee; dat is dat laatste wereldrijk uit die moslimlanden, die tien landen. Dit tweede beest had twee horens als die van een lammetje, maar het sprak als een draak. Nou, houd je vast: het oefent al de macht van het eerste beest – dat beest uit de zee dus – voor diens ogen uit. En het bewerkt dat het land en zij die daarin wonen – er staat letterlijk dat zij ⟨em>daarin⟨/em>, in het land wonen – het eerste beest zullen aanbidden. Dat wil zeggen dat wereldrijk en de leider daarvan zullen worden aanbeden.⟨/p> ⟨p>Daar staat nog iets bij: "welks dodelijke wond genezen was." En nu wilt u natuurlijk weten wat dat betekent, maar we skippen dat even, want dat voert echt te ver. Het gaat hier dus over iemand uit het land die eruitziet als een lammetje, of in elk geval horens had zoals van een lammetje. Hij spreekt als een draak, maar hij oefent de macht uit van het eerste beest. En hij bewerkt dat het land en zij die daarin wonen – dat gaat specifiek over Israël – het eerste beest zullen aanbidden, welks dodelijke wond genezen was.⟨/p> ⟨p>Let op, daarom kom ik op Openbaring 13: het doet grote tekenen, zodat het zelfs vuur uit de hemel doet neerdalen in het land, ten aanschouwen van de mensen. We zien dat dus. We praten hier ook weer over een tijd waarin er geen atheïsten meer zullen zijn.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-13" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4502" title="Speel af vanaf 01:15:02">▶ 01:15:02⟨/button> ⟨span>Excursie: Theocratisch Ingrijpen Versus Hedendaags Atheïsme⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Wie van u heeft gisteravond het programma van Jeroen Pauw gezien? Ik heb het niet direct gezien, maar ik werd erop gewezen dat het uitgezonden was en toen heb ik het via Uitzending Gemist alsnog even bekeken. Dat had een reden; misschien is het goed om daar even bij stil te staan.⟨/p> ⟨p>Een paar weken geleden had Pauw een orthodoxe moslim aan tafel uitgenodigd. Deze man werd toen aangevallen op het geweld dat de islam zou rechtvaardigen in de naam van Allah en hun heilige boeken. Hij zei toen aan die tafel tegen Pauw — die een uitgesproken atheïst is — dat de Koran dat doet, maar de Bijbel net zo. Pauw reageerde daarop heel verwaand, zo trots als een pauw om het zo maar te zeggen: "Ja, al die onzin van die heilige boeken, verschrikkelijk allemaal. Wie zich er een beetje in verdiept, die weet meteen dat het allemaal verschrikkelijk is."⟨/p> ⟨p>Toen had hij de christenen natuurlijk in de gordijnen. Hij kreeg open brieven van predikanten zoals Paul Visser en ook van Thijs van den Brink. Er was erg veel kritiek op de wijze waarop Pauw dat had gezegd over christenen en over dat heilige Boek. Of dat terecht of onterecht was, daar gaat het me nu even niet om. Maar gisteren mochten ze bij hem aan tafel komen om tekst en uitleg te geven over waarom ze zich geschoffeerd voelden. De discussie ging daar weer over het geweld in de Bijbel en de bewering dat de Bijbel genocide rechtvaardigt. Pauw haalde een passage aan uit Deuteronomium: wanneer Israël vanuit de woestijn het beloofde land binnenging, moesten ze alles uitroeien. De hint was duidelijk — en bij een eerdere keer was dat ook zo geformuleerd: dat is wat we tegenwoordig genocide noemen. "Alsjeblieft, dat is de God van de Bijbel!"⟨/p> ⟨p>Toen mocht predikant Paul Visser een uitleg geven. Ik vond dat hij een mooie toon aansloeg, maar hij gaf helaas geen echt antwoord op de vraag. Het hele probleem is — en daarom wijs ik er even op — dat we met onze huidige bril kijken naar een situatie van 3500 jaar geleden. Er werd toen gezegd dat je dat allemaal niet zo letterlijk moet nemen, maar het gaat niet om letterlijk nemen. Wij nemen de Schrift wel letterlijk, maar vergis je niet wat de situatie toen was.⟨/p> ⟨p>In die dagen greep God openlijk in. Hij had Israël uitgeleid uit Egypte. Dat was openlijk gebeurd en voor heel Egypte was het volkomen onmiskenbaar dat de God van Israël leeft. Er was in die dagen ook geen enkele atheïst, echt niet. De God van Israël leefde; Hij had Zijn volk veertig jaar lang bewaard en de volken in het beloofde land sidderden. Er waren daar zeven natiën: de Jebusieten, de Kanaänieten, noem ze maar op. Dat weten we ook omdat we lezen over Rahab. Wanneer zij de verspieders heeft opgenomen, zegt ze: "Ja, we hebben vernomen dat jullie God écht de God is. We hebben gehoord van al die tekenen in Egypte en we sidderen allemaal over wat er nu gaat gebeuren." Ziet u, het was volkomen duidelijk.⟨/p> ⟨p>Tegenwoordig wordt dit vergeleken met wat IS doet: geweld in de naam van God. Maar dit was geen geweld in de naam van God in de zin van een menselijke claim. Wat IS niet kan doen, is laten zien dat het ook echt God is. Iedereen zegt dat het absurd is en dat het iets is wat ze zelf verzonnen hebben. God is immers al 2000 jaar verborgen. Hij laat fysiek niets van Zich horen; Hij grijpt niet in en Hij vraagt ons ook niet om voor Hem in te grijpen.⟨/p> ⟨p>Er komt straks weer een tijd dat dit anders wordt. Dan gaat Hij Zelf weer optreden en zal Hij de volkeren hoeden met een ijzeren staf. Dat zal er niet zoetsappig aan toegaan, maar dan moet je daar niet van die termen op plakken die wij tegenwoordig volkenrechtelijk bezigen, zoals 'genocide'. Dat heeft er niets mee te maken. Destijds was het volkomen duidelijk dat de God die hen had uitgeleid uit Egypte, nu het beloofde land claimde. Dat deed Hij overigens nadat Hij eeuwenlang had gewacht om in te grijpen. Er was niemand die dat ontkende; dat was volkomen duidelijk. Er waren helemaal geen atheïsten en er waren geen Jeroen Pauws, echt niet. Dat God er was, was gewoon volkomen duidelijk.⟨/p> ⟨p>Wanneer God dat land claimde en zei dat het toekwam aan Zijn volk, dan was de boodschap: "Zorg dat je wegkomt." Men werd verdreven, en wie niet vertrok — dat wil zeggen, wie bleef — die werd omgebracht. Dat was keihard, jawel, maar het was volkomen duidelijk dat God hier openlijk werkzaam was. Dat kon niet betwist worden en het werd ook niet betwist. Vandaag leven we in de tijd dat God Zich verborgen houdt, zodat we nu anno 2016 vele atheïsten hebben. De westerse wereld noemt zichzelf verlicht, maar wacht nog een paar jaar en het is over. Dat atheïsme heeft zijn langste tijd gehad. Straks zal het namelijk weer volkomen duidelijk zijn dat er heel andere dingen aan de hand zijn en dat de God van Israël de werkelijkheid is. Maar daarbij moet ik ook zeggen dat er dan ook tegenkrachten zullen komen: de pseudo-christussen waar we het nu over hebben.⟨/p> ⟨p>Ik maakte even dit uitstapje, een tweede excursie, om in beeld te krijgen over wat voor periode we het dan hebben. God zal Zich weer laten zien in een tijd dat er daar weer een heilige plaats zal zijn en dat die dingen zullen gebeuren, net als in het verleden. Hij zal Zijn theocratische claims weer werkelijkheid maken. Dat gaat straks weer gebeuren, maar wij leven nu nog in de tijd dat Hij verborgen is.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-14" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="5005" title="Speel af vanaf 01:23:25">▶ 01:23:25⟨/button> ⟨span>Het Sprekende Beeld en het Dwingende Merkteken⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Dat is dat beest uit de aarde, die valse profeet. Hij doet grote tekenen, zodat hij zelfs vuur uit de hemel doet nederdalen in het land ten aanschouwen van de mensen. En er staat dan nog bij dat hij hen verleidt die op het land wonen. Ja, hij verleidt hen die op het land wonen vanwege de tekenen die hem gegeven zijn te doen voor de ogen van dat andere beest, dat uit de zee. Ze hebben het dus op elkaar voorzien, dat beest uit de zee en dat beest uit de aarde; dat is een monsterverbond, broertje en zusje om het zo maar te zeggen.⟨/p> ⟨p>En het beest uit het land zegt tot hen die op het land wonen dat zij een beeld moeten maken voor het beest dat de wond van het zwaard had en leeft. Kun je het je voorstellen? Straks daar in het land wordt er een beeld gemaakt. En waarom? We lezen verder in vers 15: "En hem," dat beest uit de aarde, die valse profeet, "werd gegeven om aan het beeld van het beest een geest te schenken, zodat het beeld van het beest ook zou spreken." En hij maakt dat allen die het beeld van het beest niet aanbaden, gedood werden.⟨/p> ⟨p>Wauw! Dus op die heilige plaats in het land wordt een gruwel gestationeerd. Want daar hebben we het over: over die gruwel die daar op de heilige plaats zal worden opgesteld. En die gruwel is niet zomaar een beeld. Ja, er wordt een beeld gemaakt, maar er wordt geest aan dat beeld gegeven, zodanig dat dat beeld ook in staat is te spreken. U vraagt zich misschien af of dat computertechnologie is. Nee, daar geloof ik niets van, want dat is geen geest. Dat is allemaal nog technologie, maar hier is sprake van veel meer.⟨/p> ⟨p>Trouwens, als we het hebben over technologie, dan is dat wel aan de orde denk ik. Want als ik nog even verder lees, staat er: "En het maakt ook dat aan allen, de kleinen en de groten, de rijken en de armen, de vrijen en de slaven, een merkteken gegeven wordt op hun rechterhand of op hun voorhoofd." Dat moeten de Joden trouwens wel kennen: een teken op hun rechterhand of op hun voorhoofd. Maar nu is er iets anders aan de hand. Leest u maar verder: "En dat niemand kan kopen of verkopen dan wie het merkteken, de naam van het beest of het getal van zijn naam heeft."⟨/p> ⟨p>Over dat laatste, over dat getal en over 666, gaan we het nu helemaal niet hebben. Maar één ding moet wel duidelijk zijn: er gaat straks daar in het land een enorm afschuwelijke afgoderij plaatsvinden. Men is verplicht dat beeld van het beest te aanbidden en religieuze eer te geven. En wie dat niet doet, die krijgt geen merkteken. Als je dat merkteken niet hebt, dan ben je eigenlijk helemaal uitgesloten van de economie.⟨/p> ⟨p>Nu leven we in 2016. Ik zei al: straks is er geen Jeroen Pauw meer en is er geen atheïst meer te vinden, want dat is voorbij. Maar ik moet erbij zeggen dat de dingen die hier beschreven worden, wel heel duidelijk hun schaduw vooruitwerpen. Dat wat hier gezegd wordt over een teken ontvangen op je rechterhand of op je voorhoofd, het uitgesloten worden van de economie en dat je dus ook niet meer kunt kopen of verkopen, dat is niet zo ver meer hoor. De technologische mogelijkheid is er eigenlijk al.⟨/p> ⟨p>Is het dan voor straks ook het eerste moment waarin het totale fysieke geld weggaat? Binnen een paar jaar al. Er is hier iemand aan het woord die meestal meer in Israël zit dan in Nederland, dus ja, die dingen zijn gewoon heel tastbaar. We praten over zulke bijna actuele dingen. Maar deze zaken werpen, zoals gezegd, hun schaduw vooruit. Ik kan me heel goed voorstellen dat iemand die dit honderd jaar geleden las, dacht: "Helaas, wat is dit?" Het hele betaalsysteem ging toen immers nog gewoon met contant geld. Hoezo een teken op je hand of op je voorhoofd, en dat je anders niet kunt kopen of verkopen? Nee, dat was ondenkbaar. Maar nu denken we: ja, goh, het is nog een kwestie van een paar jaar en dan zijn we zover.⟨/p> ⟨p>Daarmee zeg ik overigens niets ten nadele van die technologie, want met die technologie is op zichzelf niets aan de hand. Sommigen zeggen dat die technologie demonisch is, maar dat is onzin. Je kunt er juist heel veel mee. Er is zelfs zoveel dat ervoor pleit om het op die manier te organiseren. Het is toch veel makkelijker? Meteen in één keer is het onrecht van het zwarte geld weg. Er zijn zoveel argumenten om dit systeem zo snel als mogelijk in te voeren. Maar daar gaat het niet om. Het gaat erom dat het straks een middel is voor dat beest uit het land, de valse profeet, om afgoderij op de heilige plaats te organiseren. Zo dwingend dat iedereen die niet meedoet, gewoon helemaal niet meer kan kopen of verkopen. Dat lijkt mij toch wel een indringende aanduiding van een grote verdrukking, naast al het andere wat er ook nog zal gebeuren. En daarbij zijn we weer terug bij Matteüs 24.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-15" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="5389" title="Speel af vanaf 01:29:49">▶ 01:29:49⟨/button> ⟨span>Geloof Valse Geruchten over Zijn Verblijfplaats Niet⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Zij zullen grote tekenen en wonderen doen, zodat ze velen doen dwalen, indien mogelijk ook de uitverkorenen. Het gaat hier uiteraard dan vooral over het gelovig Israël. "Neem waar!" zegt Jezus in Matteüs 24 vers 25. Neem het waar! Ik heb het jullie tevoren uitgesproken, ik heb het jullie voorzegd. In vers 26 leest Hij verder: "In het geval dan dat zij tot jullie zullen zeggen: 'Neem waar, in de wildernis is Hij', ga dan niet uit."⟨/p> ⟨p>Ik heb hierover nagedacht. Zou de Christus dan misschien wel in de woestijn zijn? Zou Hij daar juist wel wezen? Dat staat er niet letterlijk bij, maar ik vind het wel opvallend. Er staat: "Neem waar! In de voorraadkamers, geloof het niet." En hier staat: "Ga niet uit." Zou Hij daar dan wel zijn? Waarom zeg ik dat nu even? Want we weten natuurlijk inmiddels dat er weer een volk zal zijn gedurende die drieënhalf jaar dat veilig bewaard wordt. Dus terwijl er in de nabije omgeving, daar in het land, een afschuwelijke verdrukking gaande is, wordt er in de woestijn – een paar honderd of een paar tientallen kilometer verderop, daar in het zuiden van Israël tussen de Dode Zee en de Rode Zee – een volk veilig bewaard. Al die verschrikkingen gaan dan aan hen voorbij. Wonderlijk hoor!⟨/p> ⟨p>We hebben al eerder gezien dat dit volk daar bewaard en ook gevoed wordt door de mannelijke zoon. Dus ik denk: wie is daar? Eigenlijk is de Christus daar, aanwezig in die mannelijke zoon in de wildernis. Maar als ze zeggen: "Kijk, Hij is in de wildernis," dan is de instructie: ga niet uit. Dat kan dan namelijk helemaal niet meer. Dat had je moeten doen aan het begin, op het moment dat je de gruwel zag staan in de heilige plaats. Dat was het uiterste moment om te vluchten. Daarna kan het niet meer. Ga dus niet uit.⟨/p> ⟨p>En als ze zeggen: "In de voorraadkamers is Hij," geloof het dan niet. Dat is simpelweg niet waar. De voorraadkamers van wat? Dat staat er niet bij. Sommige vertalingen spreken over de binnenkamer, maar in het Grieks staat er een meervoud: de voorraadkamers of binnenkamers. Wat zou een plausibele verklaring zijn om dat zo te zeggen? Men bedoelt dan niet de kelder waar je het eten bewaart, maar "dé voorraadkamers". Let op het bepaalde lidwoord: de voorraadkamers, de binnenkamers van de heilige plaats. Men zal zeggen: "Oh, daar is Hij, daar houdt Hij Zich schuil!" Geloof het niet, want daar is Hij niet.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-16" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="5601" title="Speel af vanaf 01:33:21">▶ 01:33:21⟨/button> ⟨span>De Komst van de Zoon Des Mensen als een Bliksemflits⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Want net zoals de bliksemflits uitkomt vanaf het oosten en verschijnt tot het westen, zo zal de parousia van de Zoon van de mens zijn. Vanuit het oosten, naar het westen, tot het westen. Waar zal Hij dan komen? Waar zal Hij dan verschijnen? Dat lijkt me een hele mooie cliffhanger voor de volgende keer.⟨/p> ⟨p>Want ik zal u vertellen dat dit heel letterlijk wordt beantwoord vanuit de Schrift: dat Hij inderdaad vanuit het oosten zal verschijnen als een bliksemflits. Dus niet zomaar dat Hij met het vliegtuig komt ofzo. Nee, ik zeg dit nu en u moet lachen, maar het werd serieus geopperd. Hij komt niet met een vliegtuig of met een UFO. Nee, Hij komt plots, 'als de bliksem', zeggen we wel eens. Maar dan vanuit het oosten.⟨/p> ⟨p>Nou, daar gaan we het de volgende keer over hebben. Dat zal trouwens wel volgend jaar zijn. Ja, dat wel. Wanneer precies weet ik even niet meer, maar dat moet u nog maar eens op de website van Het Beste Bericht bekijken. Deze Bijbelstudie komt ook weer vanavond of morgenochtend erop te staan, dus dan kunt u het allemaal nog een keertje nakijken of beluisteren zo u wilt. En onderwijl zeg ik tegen u dat we het hier maar eens bij moeten laten.⟨/p>