⟨h3 id="hoofdstuk-1" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="0" title="Speel af vanaf 00:00">▶ 00:00⟨/button> ⟨span>Inleiding en het Schematisch Overzicht van de Eindtijd⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Goedenavond, vrienden. Ik ben blij, net als Schulte, dat ik een goed gevulde zaal voor me zie. En ik ben ook blij, nog veel blijer, dat we een heel goed en rijkgevuld Woord hebben. Een licht op ons pad, een lamp voor onze voet en ook een licht... hoe staat het daar? Een helder licht dat schijnt in een donkere of in een smoezelige plaats. Dat staat in de brief van Petrus over het profetisch woord dat wij hebben, dat als een lamp schijnt.⟨/p> ⟨p>Over dat profetisch woord gaan we vanavond weer met elkaar nadenken. We hebben inmiddels al een tweetal keren nagedacht over die rede, de tweede Bergrede, die Jezus hield in de kring van intimi op de Olijfberg. Een beroemde rede, en we zijn eigenlijk nog niet zo heel erg ver gekomen in dat hoofdstuk. Ik had heel triomfantelijk geschreven dat het overkoepelende thema van deze avonden 'Matteüs 24 en 25' zou zijn, maar ik weet eigenlijk niet of dat niet al te optimistisch is. We zullen wel zien. In ieder geval waren we aangekomen bij Matteüs 24 vers 6.⟨/p> ⟨p>Maar ik wil u eerst, voordat we daarmee verder gaan, nog wat laten terugblikken. Ik heb daarbij ook een belofte in te lossen. De vorige keer heb ik verteld dat ik u vandaag wat plaatjes wil laten zien, waarin ik een schematisch overzicht wil geven van de dingen die tot dusver besproken zijn. Het is eigenlijk ook een soort blauwdruk, een ontwerp van wat we nog zullen bespreken. Je kunt die dingen natuurlijk allemaal in geregelde orde — dat hoop ik dan maar — doorgeven, maar het oog wil soms ook wat om het gewoon eens te visualiseren. De dingen in de Schrift kun je visueel maken door ze in een schema en volgorde neer te zetten. Net als vorig seizoen, toen we het over de chronologie hadden, is zo’n PowerPoint natuurlijk een uitkomst. Je kunt dan gewoon een lijn neerzetten, een tijdlijn, en dat is ook in dit geval aan de orde.⟨/p> ⟨p>We hebben het al gezien en we zullen dat trouwens ook nog gaan zien; wat dat betreft is er veel overlap met wat we nog gaan bespreken. De dingen grijpen nu eenmaal soms vooruit, maar ook weer terug. Waar de Schrift over spreekt, is dat er, alvorens de grote verdrukking zal aanbreken, eerst een tijd zal zijn van schijnvrede. Ik heb hier bijgezet dat het een x-aantal jaren zal zijn. Sommige mensen weten dat precies in te vullen, maar het is nog maar de vraag op welke gronden men dat doet. In ieder geval zal er eerst schijnvrede zijn. Ik heb hier ook het eerste zegel bijgezet, en dat herinnert u zich wellicht nog van de vorige keer toen we het over Openbaring 6 hebben gehad. We komen daar straks nog uitgebreid op terug.⟨/p> ⟨p>In Openbaring 6 lees je dat Christus, het Lam, de boekrol aanneemt en gerichten gaat oefenen. Hij neemt die boekrol aan — dat is eigenlijk het eigendomsrecht, de akte van eigendom van deze wereld — en Hij gaat die boekrol openen. Het eerste zegel dat geopend wordt, is de beschrijving van een wit paard. U ziet dat misschien nog... nou ja, de andere tekeningen zijn iets duidelijker. Een wit paard is wat lastig uit te beelden tegen een witte achtergrond natuurlijk, maar in ieder geval lees je over de prins op het witte paard. Maar het is een schijnprins. Dat wil zeggen: hij lijkt op de Messias die ooit zal komen. Hij is een prefiguratie, maar dan wel een heel duister exemplaar daarvan, ondanks het feit dat hij op een wit paard zit.⟨/p> ⟨p>Hij zal schijnvrede gaan vestigen. Die periode van vrede zal aflopen, en vandaar dat het een periode van schijnvrede is. Men zal denken dat het het Messiaanse Rijk is en hij zal ook Messiaanse claims hebben, maar plotseling zal daar een einde aan komen. Wanneer men zal zeggen: 'Vrede, vrede, geen gevaar', dan zal hen een plotseling verderf overkomen. Ik gebruik hier woorden die in 1 Tessalonicenzen 5 staan. Hoe dan ook.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-2" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="342" title="Speel af vanaf 05:42">▶ 05:42⟨/button> ⟨span>De Grote Verdrukking, de Wegrukking en de Nieuwe Aion⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Daar op het tempelplein in Jeruzalem zal in één keer de offerdienst gestaakt worden. Dat is natuurlijk interessant, want daarmee wordt verondersteld dat alvorens die offerdienst gestaakt kan worden, deze eerst weer moet beginnen. Nou, daar is tot op de dag van vandaag nog geen sprake van, maar de Schrift is er volstrekt helder in. De Joden weten dat ook maar al te goed; zij weten dat die periode gaat komen en ze zijn er ook al volledig op voorbereid. Of die tempel weer helemaal gerestaureerd zal worden, is nog maar de vraag, maar in ieder geval zal de offerdienst hervat worden.⟨/p> ⟨p>Die offerdienst zal plotseling gestaakt worden en in plaats van de Joodse offerdienst op het tempelplein in Jeruzalem, zal daar een gruwel, dat wil zeggen een afgodsbeeld, geplaatst worden. Er zal ook dwang zijn om dat afgodsbeeld te aanbidden en er godsdienstige eer aan toe te kennen. Dat is het begin van een periode die in de Bijbel heel nauwkeurig wordt bepaald: 42 maanden, of 3,5 jaar, of tijd, tijden en een halve tijd. Op de dag nauwkeurig is dat zelfs 1260 dagen. Dat is het begin van de grote verdrukking.⟨/p> ⟨p>Maar voordat het zover is, voordat die 1260 dagen aanvangen, zal er een wegrukking plaatsvinden. En dan wordt het voor ons heel erg actueel. Want die wegrukking wordt ook beschreven in het boek Openbaring. We hebben het er bij een eerdere gelegenheid al eens over gehad — dat was trouwens vorig jaar in dit seizoen — over de mannelijke zoon. De mannelijke zoon wordt weggerukt tot God en Zijn troon. Vervolgens lees je dat de vrouw, Israël, vlucht naar de woestijn, waar ze 1260 dagen verzorgd en gevoed wordt. In ieder geval zal er, voordat die 1260 dagen of 42 maanden aanbreken, een wegrukking plaatsvinden.⟨/p> ⟨p>Over die wegrukking spreekt de apostel Paulus natuurlijk in 1 Thessalonikenzers 4: de wegrukking van het lichaam van Christus. Christus, hoofd en lichaam, zal worden weggerukt tot God en Zijn troon. Alles wat daarna op aarde plaatsvindt, daar hebben zij die tot het lichaam van Christus behoren geen deel aan. Ja, zij maken dat wel mee, maar dan een verdieping hoger, zal ik maar zeggen: daar bij God en Zijn troon. Wat daar allemaal te beleven is... dat is geweldig om over te spreken en te denken, maar dat is nu niet het onderwerp. We hebben het over Matteüs 24 en de gang van zaken die hier beschreven wordt.⟨/p> ⟨p>Wat we ook gezien hebben, is dat er na die 42 maanden — nee, laat ik het eerst nog even anders zeggen — de periode van 42 maanden aanbreekt, wat specifiek voor Israël de grote verdrukking heet. Ook daarover wordt geschreven in Openbaring 6, waar je leest over de zegels twee tot en met zes. Eerst een rood paard: de oorlog die de vrede wegneemt. Dan een zwart paard: de hongersnoot — daar gaan we het straks nog over hebben. Dan een vaalgroen paard, en vervolgens het vijfde en het zesde zegel. We komen daar straks nog op te spreken, maar het is in ieder geval een afschuwelijke periode, specifiek voor Israël.⟨/p> ⟨p>Aan het einde van die periode van 42 maanden zal Christus verschijnen op de Olijfberg. Ook daar zullen we het nog uitgebreid over hebben, omdat dit een onderwerp is dat Jezus uitvoerig behandelt in deze rede op de Olijfberg. Als Christus verschijnt aan het einde van die verdrukking, dan zal het volk van Israël verzameld worden. Hij zal Zijn uitverkorenen verzamelen van de einden der aarde. Kortom, Israël zal gebracht worden: eerst naar de woestijn en vervolgens naar het land.⟨/p> ⟨p>Dan breekt er weer een andere periode aan. Het is de dag van de toorn, of de dag van de wraak. Dat is een dag van toorn voor de volkeren. Voor deze periode is dikwijls maar weinig oog, en dat zal een van de dingen zijn waar ik de komende avonden nog vaak aan zal refereren. Men denkt meestal dat aan het einde van die 42 maanden de aeon eindigt en de duizend jaren aanbreken, maar dat is niet zo. Ik zal het voorzichtig zeggen — mijn stelling hier op de dia was nog net zichtbaar — maar mijns inziens is dat niet zo. Ik denk dat ook goed te kunnen onderbouwen vanuit de Schrift; we zullen dat nog uitgebreid zien. Dit is de dag van de toorn, de dag van de wraak. De Heer is inmiddels teruggekeerd op aarde en Hij zal Zijn troon in Jeruzalem herstellen, maar dan moeten de volkeren nog onderworpen worden. Dit is de periode die in Openbaring uitgebreid beschreven wordt met de zeven bazuinen.⟨/p> ⟨p>In deze periode zal een hersteld Israël, althans een selectie uit hen, het evangelie van het Koninkrijk gaan prediken over heel de wereld. Dat gebeurt dus daarna, na de verschijning van de Heer op de Olijfberg. Aan het einde van die periode — ik heb hier op het schema gezet: een x-aantal jaren, want ik weet de duur van die periode niet — komt in Matteüs 24 de voltooiing ter sprake. Want die dag en dat uur weet niemand. Dat is de voltooiing, of zoals u leest: het einde van de aeon, het einde van de wereld. Aan het einde van deze periode zullen ook de onrechtvaardigen verwijderd worden van de aarde. En als deze aeon ten einde is, breekt uiteindelijk een nieuwe aeon aan: de toekomende aeon, waarin Christus inmiddels wereldwijd zal heersen. Vanaf Zijn verschijning heerst Hij over Israël, maar vanaf dat moment heerst Hij over heel de wereld. Er zit dus nog een hele periode tussen: de dag van de toorn, maar ook de dag waarin het evangelie gepredikt zal worden over de ganse bewoonde wereld.⟨/p> ⟨p>Ik heb deze dingen de voorgaande keren al wat summier aan de orde gesteld, maar ik had beloofd dat ik erop terug zou komen en het wat schematischer zou voorstellen. Nou, dat is dit dus. Om het nog eens anders te zeggen — en ik zal dit plaatje waarschijnlijk nog wel vaker laten zien, of een verbeterde versie daarvan, want dit is een eerste aanzet: je krijgt een periode van schijnvrede, dan de wegrukking. Ik noem het maar gewoon 'de wegrukking', want wij onder ons weten waar het dan over gaat. Dan breekt de periode van 42 maanden aan, de grote verdrukking over Israël, en aan het einde daarvan vindt de verschijning van de Heer op de Olijfberg plaats. Het volk van Israël zal verzameld en naar het land gebracht worden, en de troon in Jeruzalem zal hersteld worden.⟨/p> ⟨p>Dan breekt die dag van de toorn aan over de volkerenwereld, waar ik het zojuist over had. De periode van de zegels gaat over Israël, maar de periode van de bazuinen gaat juist over de volkerenwereld. In deze periode zullen de 144.000 het evangelie gaan prediken over de hele wereld. Ik voel me aan de ene kant bevoorrecht dat ik dit nu zo even in een schema neer kan zetten, maar aan de andere kant voel ik me ook wat bezwaard. Ik laat nu allerlei dingen in een schema zien, terwijl ik de 'bonnetjes' nog moet overleggen. Dat realiseer ik me wel. De vorige keer hadden we het over de uitdrukking 'de voleinding van de aeon' of 'de voltooiing van de aeon'. Toen liet ik u al zien dat bij de voltooiing van de aeon de hele wereld, alle volkeren, door Israël bereikt zijn met het evangelie. Dan vangt de nieuwe aeon aan, wereldwijd. Dat hebben we al gezien, en dat moment valt niet direct bij de verschijning van de Heer op de Olijfberg, maar een x-tijd later.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-3" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="915" title="Speel af vanaf 15:15">▶ 15:15⟨/button> ⟨span>De Literaire Structuur van Matteüs 24⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Ik wil nog even iets zeggen over de indeling van Matteüs 24. We waren pas bij vers 6 en daar gaan we zo meteen gewoon mee verder, maar eerst nog eventjes dit: als u uw Bijbel erbij pakt – en dat doe ik ook, of bent u inmiddels zo lui geworden dat u denkt: ik heb hem niet bij me want ik zie alles al op de dia’s? Dan wil ik u bij dezen een reprimande geven. Maar goed, de eerste veertien verzen – in mijn Bijbel zie ik dat trouwens ook gewoon grafisch uitgebeeld, daar begint daarna weer een hele nieuwe alinea – de eerste veertien verzen zijn een algemene beschrijving van de tijd die uitloopt tot de voltooiing van de aeon. In onze Bijbels staat daar vaak 'de voleinding der wereld', maar u hebt daar natuurlijk inmiddels allang een aantekening van gemaakt in uw Bijbeltje dat er geen 'wereld' staat, maar de voltooiing van de aeon. Niet de wereld wordt voleindigd, maar een tijdperk wordt gecompleteerd of voltooid.⟨/p> ⟨p>De discipelen kwamen bij Jezus in privésfeer; dit was een privé-gebeuren, want Jezus zou zich niet meer in het openbaar vertonen en niet meer publiekelijk optreden. Ze komen bij Hem met de vraag: "Wat is het teken van Uw komst en van de voltooiing van deze aeon?" In het eerste gedeelte, tot vers 14, gaat Hij daarop in met een algemene beschrijving. Dat eindigt dan inderdaad bij de voltooiing van de aeon, want kijkt u maar even met me mee in vers 14: "En dit evangelie van het Koninkrijk zal in de hele wereld gepredikt worden tot een getuigenis voor alle volkeren; en dan zal het einde gekomen zijn." Van wat? Nou, van de aeon, want daar vroegen ze naar.⟨/p> ⟨p>Vanaf vers 15 krijg je een nieuwe alinea en die gaat door tot en met vers 31. Dat is een beschrijving die begint bij de oprichting van de gruwel van verwoesting. Leest u maar met me mee: "Wanneer u dan de gruwel van de verwoesting, waarvan door de profeet Daniël gesproken is, zult zien staan op de heilige plaats – laat hij die het leest, erop letten – enzovoort." Dat gedeelte eindigt met de verschijning van de Zoon des mensen. Vers 30: "Dan zal het teken van de Zoon des mensen verschijnen aan de hemel; en dan zullen alle stammen van het land Hem zien komen met grote macht en heerlijkheid." En dan staat er in vers 31: "En Hij zal Zijn boodschappers uitzenden met luid bazuingeschal, en zij zullen Zijn uitverkorenen – dat wil zeggen het uitverkoren volk – verzamelen uit de vier windstreken, van het ene uiterste van de hemelen tot het andere." Kortom, dan wordt het uitverkoren volk daar verzameld en uiteindelijk naar het beloofde land gebracht.⟨/p> ⟨p>Feitelijk gaat deze passage, vers 15 tot en met 31, over de periode die begint bij de gruwel van verwoesting, aan het begin van de grote verdrukking, en die eindigt bij de komst van de Zoon des mensen. Dan zal Israël hersteld worden en zullen alle uitverkorenen naar het land gebracht worden. Dat is dus de periode van 1260 dagen, of eventueel 1290 dagen, maar daar hebben we het ook al eens een keertje over gehad, want de kalender loopt dan gewoon door. Dit even voor een algemeen overzicht: de eerste veertien verzen geven een algemeen antwoord dat uitloopt tot de voltooiing van de aeon, en vanaf vers 15 tot 31 wordt er ingezoomd op iets waar de Heer tot dusver nog niet over gesproken had: die periode van de grote verdrukking, waar Hij mee aanvangt en waar Hij ook mee zal eindigen.⟨/p> ⟨p>Als u het nu allemaal nog niet helemaal op een rijtje hebt... nee, ik zeg niet 'als u ze niet allemaal op een rijtje hebt', want dan beledig je je publiek, en je moet je publiek niet beledigen. Dat is regel nummer één als je het Woord doorgeeft. Maar dit terzijde. Als u het nu nog niet allemaal helemaal duidelijk voor ogen hebt wat er gezegd is over deze dingen: geen punt. We komen daar bij latere gelegenheden nog op terug en dan wordt het allemaal, denk ik, helder. We zijn ook nog maar aan het begin van de bespreking van Matteüs 24.⟨/p> ⟨p>Goed, wij waren dus gebleven bij vers 6. We hadden gezien dat de Heer eerst waarschuwt voor valse christussen en voor misleidingen. Het eerste wat Hij doet als Hij antwoord geeft op de vraag is: "Zie toe dat niemand u misleidt." Want dat is het meest karakteristieke; daar begint eigenlijk alles mee in het antwoord van Jezus: de misleiding die zich in die dagen aan de hele wereld zal opdringen. Misleiding. We hebben het daar de vorige keer ook over gehad en ik denk dat we er goed aan doen – naarmate de tijd voortschrijdt en we zien dat het allemaal niet zo lang meer duurt voordat dit alles zijn beslag krijgt; we zien het gewoon om ons heen – om daar acht op te slaan. Maar doe nog niet te dramatisch over wat u nu om u heen ziet, want ik moet u waarschuwen: het wordt nog veel erger. De misleiding is gigantisch. Er zal ook schijnvrede zijn; we hebben het gehad over die prins op het witte paard, waarop men zich – om even in de beeldspraak te blijven – zal vergalopperen. Echt, want die prins op het witte paard zal komen en men zal denken dat hij de Messias is, terwijl hij een heel duistere versie daarvan is. En dan staat er in vers 6...⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-4" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1372" title="Speel af vanaf 22:52">▶ 22:52⟨/button> ⟨span>Matteüs 24:6 - Oorlogen en het Tweede Zegel⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En nu gaan we pas echt beginnen. We pakken de draad weer op waar we hem hebben losgelaten: "Jullie zullen echter ook op het punt staan te horen van oorlogen en geruchten van oorlogen." Zie daar: het tweede zegel. Het is ontzettend opmerkelijk — en ik zal u dat later op de avond nog schematischer laten zien — hoe de beschrijving die Jezus geeft op de Olijfberg in Matteüs 24 parallel loopt met de zegels die geopend worden in dat verzegelde boek. Stuk voor stuk worden die zegels opengemaakt en de opening van die zegels loopt volledig parallel met wat Jezus zegt in Matteüs 24. Het gaat over dezelfde tijd en zelfs de volgorde komt overeen. Dat is buitengewoon opmerkelijk en mag u niet ontgaan.⟨/p> ⟨p>Oorlogen en geruchten van oorlogen vormen dus het tweede zegel. Laten we meteen even naar Openbaring 6 toe gaan: "En toen Hij het tweede zegel opende, hoorde ik het tweede dier zeggen: 'Kom!' Een tweede, een vuurrood paard kwam, en aan hem die erop zat, werd gegeven de vrede van de aarde weg te nemen." Aha, opnieuw een bevestiging natuurlijk dat er eerst vrede was. Je kunt alleen maar de vrede wegnemen als die vrede er eerst was. Er was vrede, maar die lijkt dan van korte duur te zijn, of in ieder geval wordt die opgeheven. Je kunt natuurlijk zeggen dat het allemaal beeldspraak is, van die boekrol en dat vuurrode paard, het witte paard en het groene paard. Ja, dat zal wel waar wezen, maar al die tekenen en al die beeldspraak zijn heel duidelijk: ze staan symbool voor realiteiten.⟨/p> ⟨p>Dat is het mooie: in het boek Openbaring wordt het ook heel dikwijls uitgelegd. En als het in Openbaring niet uitgelegd wordt, dan was het al veel eerder uitgelegd. We moeten ons er heel goed bewust van zijn dat het boek Openbaring weliswaar het laatste boek is dat we in onze Bijbel aantreffen, maar dat het ook het laatste boek is als het gaat om de profetie. Het is het sluitstuk en het grijpt altijd weer terug op de profetische boeken van de Tenach, de Hebreeuwse Bijbel. Vele honderden citaten, verwijzingen en referenties vinden we in het boek Openbaring naar Jesaja, Ezechiël, Jeremia en Zacharia. Dat betekent dus dat het boek Openbaring daarop voortbouwt. Degene die Openbaring leest, wordt geacht kennis te hebben van alles wat daaraan voorafgegaan is. Juist voor degenen die dat kennen, is het een openbaring. De dingen worden daar chronologisch neergezet, zoals de volgorde van de zegels die geopend worden en de bazuinen die geblazen worden. Dat is allemaal in geregelde orde en ze bevestigen het profetische woord.⟨/p> ⟨p>Dat vind ik geweldig. Het profetische woord is als een legpuzzel. Het zijn allemaal stukjes die door God geregisseerd zijn. Al die stukjes horen bij elkaar en ze laten één panorama zien. Dat is, als u het mij vraagt, het beste goddelijke bewijs van de Schriften. De Schriften bewijzen zichzelf omdat al die boeken, uit zo uiteenlopende tijden en van verschillende auteurs, samen een eenheid vormen. Dat is een wonder, een regelrecht godswonder, dat het één het ander uitlegt en toelicht. Het een kan ook niet zonder het ander; vandaar ook dat je Schrift met Schrift moet vergelijken.⟨/p> ⟨p>Enfin, dat vuurrode paard kwam dus, en aan hem die erop zat werd gegeven de vrede van de aarde weg te nemen en dat zij elkaar zouden slachten. Moet u zich voorstellen. Hem werd een groot zwaard gegeven, dat wil zeggen: aan degene die daarop zat. Eén ding moet dus duidelijk zijn: dat tweede paard representeert oorlog, en wel oorlog in contrast met de periode van vrede die eraan voorafging, want die vrede wordt juist van de aarde weggenomen.⟨/p> ⟨p>Laten we nu weer teruggaan naar Matteüs 24. De Heer zegt: "Jullie zullen echter ook op het punt staan te horen van oorlogen en geruchten van oorlogen; ziet, weest niet gealarmeerd, want het moet geschieden." Maar hoezo "het moet"? Wel, deze dingen zijn voorzegd, en als God iets voorzegt, dan gebeurt het. Het is eigenlijk niet zozeer dat het gebeurt omdat het voorzegd is, maar het is voorzegd omdat het gebeurt. Dat klinkt misschien een beetje filosofisch. Hoe staat dat in de Schrift? Hij die het heden kent, de toekomst al voorziet. Hij heeft de dingen al zien gebeuren en daarom kon Hij ze voorzeggen. Je kunt het van twee kanten benaderen, maar ga even met mij mee in deze gedachte: God heeft de dingen gezien in de toekomst.⟨/p> ⟨p>Dat geldt trouwens ook voor Johannes. In Openbaring 1 leest u dat hij werd geplaatst in de Dag des Heren. Dat wil zeggen dat hij gewoon een tijdreis heeft gemaakt; zo zouden wij dat vandaag formuleren. Hij bevond zich in de eerste eeuw en hij werd geplaatst in de Dag des Heren. Men heeft later wel eens bedacht dat Johannes dit visioen kreeg op een zondag, maar daar zit een misverstand aan vast, namelijk dat de zondag de Dag des Heren zou zijn. Dat klopt niet. Johannes werd geplaatst in de Dag; hij was in de Dag des Heren en hij heeft het allemaal gezien. Hij is dus in de toekomst geweest. Dat klinkt als sciencefiction, maar het is wel "science" en geen fictie. Het is futuristisch. Hij heeft die dingen gezien en omdat hij het gezien heeft, kon hij het simpelweg noteren. Wij zeggen dan achteraf: het moet gebeuren omdat het voorzegd is. Maar je kunt het net zo goed omkeren: Hij heeft gezien dat het gebeurd is en daarom is het opgeschreven.⟨/p> ⟨p>Ziet, wees niet gealarmeerd, want het moet geschieden. Maar het einde is het nog niet. Wij zeggen dan: dat is de eindtijd. Nee, het einde is het nog niet. Bij "het einde" gaat het over het einde van de aeon, de voltooiing waar de vraag al over ging. Dat woord vinden we terug in vers 15. Met andere woorden: als deze dingen van het tweede zegel gebeuren, die geruchten van oorlogen en het wegnemen van de vrede, dan is het einde er nog niet. Er moet nog veel meer gebeuren.⟨/p> ⟨p>Want, zo staat er: "Natie zal opgewekt worden tegen natie en koninkrijk tegen koninkrijk." Dat vind ik wel mooi, want er staat eigenlijk niet een actieve vorm. In onze vertaling staat vaak: "zal opstaan tegen", alsof die koninkrijken dat uit zichzelf doen. Maar er staat letterlijk: "Ze zullen opgewekt worden." Het is passief, de lijdende vorm. Natiën en koninkrijken zijn zelf een speelbal. Ze zullen opgewekt worden tegen elkaar. Die koninkrijken en natiën denken wellicht eigenmachtig op te treden en het tegen elkaar op te nemen, maar in werkelijkheid worden zij gewoon opgewekt. Ze zijn zelf ook een speelbal en ze kunnen op dat moment niet anders. Dat geldt trouwens voor het hele wereldgebeuren. Ik kom wel eens op websites waar verteld wordt over alles wat er in de wereld gebeurt, en vooral ook over de complotten die daarachter gesmeed zouden worden. Ik geloof daar op zichzelf best in, maar het idee dat veel mensen daarbij hebben, is dat de machthebbers zelf al die ideeën hebben en al die plannen beramen.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-5" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2062" title="Speel af vanaf 34:22">▶ 34:22⟨/button> ⟨span>Matteüs 24:7 - Hongersnoden en de Zwarte Dood⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>"En er zullen plaatselijk hongersnoden en aardbevingen zijn." Hongersnoden, hè! Daar hebben we hem. Dat is het derde zegel van Openbaring 6. Want – dan gaan we even terug – we hebben het eerste zegel gezien: de prins op het witte paard. Het tweede zegel hebben we ook gezien: de ruiter op het rode paard, die de vrede wegneemt. En nu krijgen we het derde zegel. En toen het Lam het derde zegel opende, hoorde ik het derde dier zeggen: "Kom!" En ik zag, en zie, een zwart paard. En die erop zat, had een weegschaal in zijn hand. En ik hoorde – ik sla even wat over – "Eén maat tarwe voor een schelling en drie maten gerst voor een schelling."⟨/p> ⟨p>Dat spreekt misschien niet zo tot onze verbeelding, maar u moet weten dat een schelling in de Bijbel, of een denaar eigenlijk, een dagloon is. Dat lees je ook in de gelijkenissen. Een schelling staat voor een dagloon en dat betekent dat hier een gigantische inflatie beschreven wordt. Absoluut hoge prijzen voor een maat tarwe en voor drie maten gerst, wat je inferieur graan zou kunnen noemen. Eén maat tarwe voor een dagloon! Daar moet je dan dus al een hele dag voor werken. Met andere woorden: dat spreekt van een gigantische schaarste van tarwe en van gerst. Oftewel precies waar de Heer Jezus het in Matteüs 24 over had: hongersnood. "En er zullen plaatselijk hongersnoden zijn."⟨/p> ⟨p>Dan wil ik er nog iets bij zeggen, want er staat ook: "pestilentiën", oftewel pestziekten. Dat is wat lastiger omdat dit niet in alle handschriften staat, zoals in de Textus Receptus. Als u een Statenvertaling heeft, dan ziet u hier "pestilentiën" bij staan. Heeft er iemand de Statenvertaling? Want dan wil ik graag een bevestiging hebben. Dat klopt, ja. En dat heeft trouwens niets te maken met de vertaling, dat is een handschriftelijke kwestie. In ieder geval vinden we in de paralleltekst in Lukas 21 die pestilentiën wel. Ik betrek ze erbij en doe geen uitspraak over de vraag of dit origineel in Matteüs 24 staat. Het klopt wel als we Lukas er ook bij betrekken, en wat er vooral zo bijzonder aan is, is dat die pestilentiën ook weer genoemd worden in Openbaring 6. Het is daar iets minder duidelijk, maar laten we even daar naartoe gaan.⟨/p> ⟨p>En dan staat er: "En toen Hij het vierde zegel opende, hoorde ik... en ik zag en zie een vaal paard." Ja, daar zou Menno veel meer over kunnen zeggen dan ik nu ga doen. Ik heb Menno hier ooit in België over gehoord. Het lijkt bijna lachwekkend hoe men het heeft weergegeven. Een groen paard bestaat nog niet, dus men heeft ervan gemaakt: een vaal paard. Maar het is gewoon een groen paard. Maar goed, daar moet u het bij een latere gelegenheid nog maar eens over hebben tijdens de cursus Grieks.⟨/p> ⟨p>Ik zag dus een groen paard, en die daarop zat, zijn naam was de Dood. Dat is geen vrolijke naam. En het dodenrijk, de Hades, volgde hem. De onderwereld is eigenlijk ook weer een aanduiding van wat onder de aarde is, en heeft dus ook weer met aardbevingen te maken. Ik weet niet of u meemaakt wat ik nu zeg, maar het dodenrijk is in feite de Hades, dat wat onder de aarde is. Dus als die aarde gaat beven of zich bij gelegenheid zelfs gaat openen – dat kan ook nog – dan is dat in feite het dodenrijk. Onder de aarde wordt dat dan actief.⟨/p> ⟨p>Hoe dan ook, de ruiter op dat groene paard heeft een naam en die heet de Dood. Waarom hij zo heet, weten we. Dat had in ieder geval niet direct met de hongersnoden te maken, want dat hadden we al bij het zwarte paard gezien. Het heeft ook niet met oorlogsgeweld te maken, want dat was al dat rode paard. Dus hoe dan wel? Dan moet ik u zeggen: dan blijft er eigenlijk maar één reële optie over en dat is precies wat de Heer in Matteüs 24 had gezegd, namelijk pestziekten. Gewoon ziekten die zich in no-time wijd verspreiden.⟨/p> ⟨p>Er staat trouwens nog iets bij over die ruiter van het vierde paard, of dat groene paard: "En hun werd macht gegeven over het vierde deel van het land, van de aarde." Dat zullen we nog wel zien, maar het woord voor "het land" is in het Grieks hetzelfde als voor "de aarde". Dat is trouwens in het Hebreeuws ook zo. Je kan gewoon zeggen "de aarde", dat is het land in het algemeen, of eventueel heel specifiek een stuk land: het land, namelijk Israël. Dat hangt af van de context.⟨/p> ⟨p>Hoe dan ook: "en hun werd macht gegeven over het vierde deel van het land om te doden met het zwaard, met de honger, met de zwarte dood en door de wilde dieren der aarde." De laatste is ook heel eigenaardig, maar daar durf ik eigenlijk niks over te zeggen. Daar hoop ik nog eens licht op te krijgen, wat dat er nou mee te maken heeft. Maar in ieder geval: met de honger en met de zwarte dood. De "zwarte dood" is van oudsher trouwens al een aanduiding van pestilentiën. En die "hun", dat kan niet missen: dat zijn gewoon die voorgaande ruiters en hun paarden. Of de paarden met hun ruiters, hoe je het maar zeggen wil. Dus dat zwarte, dat rode en dat groene paard. Het witte paard staat er even los van, want dat was vrede.⟨/p> ⟨p>Er zal dus een enorme slachting plaatsvinden door zowel het zwaard en de honger als ook door de pest, de zwarte dood. En er staat bij: "het vierde deel van het land". Het gaat hier nog steeds specifiek over Israël, over de verdrukking daar. Pas in een later stadium komt de hele wereld ook in beeld, maar hier is het nog het land. In ieder geval zullen die ruiters zodanig huishouden dat daar een gigantische slachting plaatsvindt en het vierde deel van het land wordt gedood.⟨/p> ⟨p>We doen nu tekstanalyse; we bekijken wat er staat, we openen met grote eerbied de Schrift en we vergelijken woord met woord. Maar ik hoop wel dat u zich ook realiseert welke ernst hierin meekomt. Dit zijn dingen die over niet al te lange tijd hun beslag zullen krijgen op aarde, meer specifiek in het Midden-Oosten, of nog specifieker: in het land van Israël. Dat gaat er allemaal gebeuren. Dat zeg ik niet om zwartgallig te doen, maar het is wel de realiteit. Ik zeg weleens: "Jullie praten alleen maar over blije dingen." En daar praat ik inderdaad heel graag over. Eigenlijk vind ik dat ook niet eens echt een verwijt; je praat over God.⟨/p> ⟨p>Trouwens, laten we welwezen: ook als we het over Matteüs 24 hebben, dan is dat een blijde boodschap. Het zijn geboorteweeën, daar komen we straks nog over te spreken. Dat wil zeggen dat er een nieuwe aeon wordt geboren. Maar dat gaat wel door enorme moeite en door enorme strijd heen. Dat moeten we niet wegvlakken. We moeten onze kop niet in het zand steken en zeggen dat het allemaal maar mooi, pais en vree, leuk en aardig is. Nee, dat is niet zo. Het een is waar, maar het ander is net zo goed waar. Het zwaartepunt ligt uiteraard op de vreugde, want dat blijft. Lijden duurt altijd, relatief gezien, maar een korte tijd. Korte tijd duurt Gods toorn, maar blijvend is dat wat Hij bewerkt aan vrede en vreugde. Dus die verhoudingen moeten we vooral in het oog houden. Ik wist niet dat het nu al kwam, maar daar hebben we het dus over.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-6" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2658" title="Speel af vanaf 44:18">▶ 44:18⟨/button> ⟨span>Matteüs 24:8 - het Positieve Uitzicht van de Barensweeën⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Al deze dingen echter zijn een begin van barensweeën. Dus al die verschrikkingen waar we het over hebben... en het is verschrikkelijk. Je leest de tekst, maar op het moment dat je dat allemaal ook op je laat inwerken wat het werkelijk betekent... Stel je voor: je opent de krant in die dagen en je ziet dan al deze dingen beschreven. Je kunt je de krantenkoppen gewoon zo voorstellen wat er dan in Yedioth Ahronoth staat. Ja, dat is een krant in Israël. Ik bedoel dat eigenlijk helemaal niet als een grap, zo reëel is het dus.⟨/p> ⟨p>En dan zegt de Heer: "Dit is verschrikkelijk, maar al deze dingen zijn een begin van barensweeën." Het is dus nog niet het geheel, dit is nog maar het begin. Je moet ook niet denken dat dit het einde is. Het einde van de aeon duurt toch een hele tijd. Maar juist het feit dat er barensweeën genoemd worden, dat is nu de hoop die erin doorklinkt. Het zijn barensweeën. Er is nieuw leven, er is een hele nieuwe wereld op komst en die wordt geboren. Maar dat gaat niet zonder slag of stoot.⟨/p> ⟨p>Ik denk dat we het verstandig gaan doen en eerst eventjes gaan pauzeren. Dan gaan we straks bij vers 9 verder.⟨/p> ⟨p>We waren dus gebleven, vrienden, bij het achtste vers. Ik denk dat dat wel een heel mooi opstapje was om nu na de pauze verder te gaan met vers 9. Weet u waarom ik het heel belangrijk vind om ons dit goed te realiseren? Wat we aan het einde van de eerste studie dus zagen: om het karakter te zien van die verschrikkingen en al die dingen die gaan gebeuren in verband met Israël en in verband met de volkerenwereld. Het heeft het karakter van barensweeën.⟨/p> ⟨p>Ik vind het altijd moeilijk om de juiste toon daarin aan te slaan, omdat ik niets wil afdoen aan de ernst en ook hoe de Bijbel dikwijls in schrille kleuren de moeite en het lijden tekent dat daarmee gepaard gaat. Maar juist ook dat uitzicht! Zonder dat idee, zonder dat uitzicht, zonder dat geopende venster begrijp je de dingen van de eindtijd niet. Dan denk je alleen maar: dat gaat verschrikkelijk worden wat er allemaal boven Israël, het Midden-Oosten en deze hele wereld hangt. Allemaal donkere wolken.⟨/p> ⟨p>Ja, wacht even, het zijn barensweeën. Met andere woorden: er is nieuw leven op komst. Dat positieve uitzicht is zo elementair. Feitelijk is dat in de hele Bijbelse boodschap het geval. Je begrijpt moeite, ellende en leed, ook de gerichten en de oordelen van God nooit goed zonder dat uitzicht op Zijn goedheid. Sterker nog, als je niet begrijpt dat het Zijn vaderhand is die het ons doet toekomen – ik zeg het nu met de woorden van de catechismus – dat wil zeggen: het is een goede God die deze dingen doet en laat gebeuren. Anders, als je dat uitzicht niet hebt, dan begrijp je ook nooit het karakter ervan.⟨/p> ⟨p>Dan krijg je zelfs een godsbeeld, en velen hebben dat, dat precies de moeite is die ik ermee heb om soms de juiste toon aan te slaan. Omdat velen, als ze deze dingen horen en horen over de moeite en het lijden en de verschrikkingen, meteen denken in termen van hel en verdoemenis. Als je dat hebt, dan ken je God niet. Dan ken je God niet. Zo zwart-wit is het toch?⟨/p> ⟨p>Menno, ja, we hadden het er op weg hiernaartoe al over hoe zwart-wit het Evangelie is. Als je God niet kent als de goede God en niet weet dat het leven triomfeert, dan ken je het Evangelie niet. Dat is de essentie van het Evangelie. Dus als je dit niet kent, ken je het Evangelie niet. Dat is heel zwart-wit, maar ik ben verschrikkelijk blij en ik dank de hemel op mijn blote knietjes dat dit het Evangelie is. En dat er maar weinigen zijn die het geloven, dat maakt het Evangelie niet minder, integendeel. Het Evangelie is juist zo groots. Hoe zei iemand dat ooit? "Het is zo groot, dat het er bijna bij niemand in wil."⟨/p> ⟨p>Goed. Al deze dingen echter, zegt de Heer dan, zijn een begin van barensweeën.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-7" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3000" title="Speel af vanaf 50:00">▶ 50:00⟨/button> ⟨span>Matteüs 24:9 - Godsdienstige Verdrukking en het Vijfde Zegel⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En nu komen we bij vers 9. Het is niet met opzet geweest dat we hier de vorige keer geëindigd zijn, het kwam gewoon zo uit, maar het is wel zo dat er vanaf vers 9 inderdaad weer een nieuw thema aan de orde komt dat loopt tot en met vers 14. Dan gaat het over de godsdienstige verdrukking, specifiek de godsdienstige verdrukking die er dan ook zal zijn. Let op: "En zij zullen jullie..." – hij spreekt hier de Joodse gelovigen aan. Dat is wat de Heer hier doet; Hij spreekt Zijn discipelen aan als Joodse mensen, als mensen in Judea en als de gelovigen van de tijd tegen het einde van de aeon.⟨/p> ⟨p>"En ze zullen jullie overleveren tot in verdrukking en ze zullen jullie doden." Ja, ik geef toe, het verhaal wordt eigenlijk wel heel voorspelbaar, maar opnieuw gaan we weer even naar Openbaring 6. Want ook daar wordt dit nota bene in deze volgorde beschreven. Daar staat dit: "En toen Hij het vijfde zegel opende..." We hebben ze tot dusver allemaal stuk voor stuk gezien: het eerste, tweede, derde en vierde zegel, en nu krijg je dus het vijfde. "En toen Hij het vijfde zegel opende, zag ik onder het altaar de zielen van hen die geslacht waren om het woord van God en om het getuigenis dat zij hadden."⟨/p> ⟨p>Ik had het juist in de pauze nog eventjes over het symbolisch karakter van Openbaring 6 en de wijze waarop het wordt neergezet. De boekrol, de zegels, de ruiters op de paarden – alles heeft stuk voor stuk een betekenis. We gaan nu niet op alles even uitgebreid in, want dit is bij lof verrekening geen bespreking van Openbaring 6, maar ik laat u wel de parallellen zien met Matteüs 24. Hier ziet Johannes iets heel eigenaardigs. Hij zegt: "Ik zag onder het altaar de zielen van hen die geslacht waren." Wat zie je doorgaans onder een altaar? Wat zou je onder een altaar normaal gesproken zien? Bloed. Ja, in dit geval bedoel ik specifiek bloed. Onder een altaar zie je bloed, en bloed is in de Schrift eigenlijk een synoniem voor 'ziel'. Dan kom je meteen bij de associatie; dit is heel associatief beschreven. Hij zag zielen, maar onder een altaar verwacht je bloed. Jawel, maar dat is nu juist in de Bijbel hetzelfde; het is synoniem aan elkaar. Ze waren geslacht om het woord van God en om het getuigenis dat zij hadden.⟨/p> ⟨p>"En ze riepen met luide stem en zeiden..." Hoe kan dat? Kunnen zielen van mensen die dood zijn dan roepen? Daar gaat het niet om. Ik weet dat men op basis van deze tekst inderdaad wel heeft geconcludeerd: zie je wel dat zielen na hun overlijden alsnog kunnen spreken? Maar dan ben ik bang dat je toch nog een lesje in stijlfiguren moet volgen. Dit is namelijk geen bewijs. Ze waren natuurlijk ook niet letterlijk onder een altaar. Het gaat erom: ze waren geslacht en hun bloed riep om vergelding. Als ik het zo zeg, herkent u waarschijnlijk een andere uitdrukking in de Schrift. Dan moet je al helemaal teruggaan in de Bijbel naar het eerste Bijbelboek Genesis. Daar lees je over Kaïn die zijn broer vermoordde – dat is trouwens ook wel een wereldoorlog hoor. De Heer zegt tegen Kaïn: "Zie, het bloed van je broer roept tot Mij van de aardbodem." Je kunt het zo in Genesis 4 lezen; daar staat dat beschreven. Zijn bloed roept van de aardbodem. Riep het bloed letterlijk? Nee, natuurlijk niet. Maar dit was onrecht wat er gepleegd was door Kaïn en dat zou gewroken worden. Het bloed roept om wraak. Het is onrechtmatig vergoten bloed en God gaat het rechtzetten; Hij gaat recht doen. Dat is ook een belangrijk karakteristiek van het boek Openbaring. Dat is niet de beschrijving van een genadetijdperk; nee, dan gaat God ingrijpen en gaat Hij ook recht doen in de volkerenwereld, ook over de koninkrijken en over de overheden. En dat is allemaal heel hardhandig.⟨/p> ⟨p>Er is dus sprake van een slachting van velen, van martelaren. Want ze waren namelijk geslacht om het woord van God en om het getuigenis dat zij hadden. Dus wat hadden zij? Het Woord. En dat Woord spraken zij; ze getuigden daarvan. Daar staat in het Grieks trouwens het woordje ⟨em>marturion⟨/em>, en daar is ons woordje 'martelaar' van afgeleid. In dit geval vind ik dat wel heel frappant. Want eigenlijk is een martelaar, strikt genomen etymologisch benaderd vanuit de woordafleiding van het Griekse woord ⟨em>marturion⟨/em>, een getuige. Bij ons heeft het de betekenis gekregen van iemand die sterft om zijn getuigenis. Iemand die om zijn getuigenis gedood wordt, geslacht wordt. Zie je eigenlijk hoe in de betekenis die zo'n woord dan krijgt, al besloten ligt hoe dat gaat wanneer je getuigt van het woord van God? Nou, dan is dit je lot. Dat wordt in deze wereld, om het eventjes heel eufemistisch te zeggen, niet geapprecieerd.⟨/p> ⟨p>Vandaar: ze waren geslacht om het woord van God en om het getuigenis dat zij hadden. En ze riepen met luide stem – dat wil zeggen dat bloed roept van de aardbodem: "Tot hoelang, o heilige en waarachtige Heerser, oordeelt en wreekt Gij ons bloed niet aan hen die op de aarde wonen?" Want dit was puur onrecht. Zij getuigden van de Messias en ze getuigden van het woord van God, en zij kwamen juist daarom om het leven. Daarom, ja. "Oordeelt en wreekt Gij ons bloed niet aan hen die op de aarde wonen?" Aan elk hunner werd een wit gewaad gegeven en hen werd gezegd dat ze nog een korte tijd moesten rusten, totdat ook het getal vol zou zijn van hun medeslaven en hun broeders die gedood zouden worden, evenals zij.⟨/p> ⟨p>Met andere woorden: het gaat nog door. Zij zijn omgekomen, maar eerst moet dat getal van martelaren vol zijn en de tijd ook vol zijn. Er zou nog een korte tijd komen – hoe lang staat er niet – maar ze zouden nog een tijd rusten. Rusten uiteraard in het graf. En dan zou God recht doen en ook wraak hebben geoefend. Want zij roepen om wraak, en dat is wat God doet: de dag van wraak. Ik zei het u al, heeft u het plaatje nog voor u wat ik u liet zien? Die dag van wraak moet nog aanbreken namelijk, en God gaat inderdaad wreken. Weet u wat wreken betekent? Wreken is niet als een wilde om je heen slaan om iets betaald te zetten, maar wreken wil zeggen: recht doen en weer rechtzetten. Het heeft dus een absoluut positieve betekenis, hoe hardhandig dat dan ook moge functioneren. In ieder geval zijn ze verzekerd van die toekomst. Dat witte gewaad is daar uiteraard ook een uitbeelding van. Maar zij moeten nog een korte tijd rusten. Zij staan bij deze gelegenheid dus nog niet op, dat wacht nog. Het getal van hun medeslaven en broeders die gedood zouden worden, zou dus nog volgemaakt moeten worden.⟨/p> ⟨p>Goed, we gaan weer even terug naar Matteüs 24. Opnieuw hebben we weer vastgesteld hoe naadloos het aansluit bij Openbaring 6. "En ze zullen jullie," zegt Jezus, "tot in verdrukking overleveren en ze zullen jullie doden. En onder al de natiën zullen jullie gehaat worden vanwege de naam van Mij." Dus vanwege de Messiasverwachting zal er onder al de natiën een enorme haat zijn. Dit is meer nog dan antisemitisme; dit is dus niet alleen maar gericht tegen het Joodse volk...⟨/p> ⟨p>Maar het is ook echt specifiek vanwege het getuigenis van de naam van Mij, zegt Jezus.⟨/p> ⟨p>Ik ga even verder: "En dan zullen velen verstrikt worden en zij zullen elkaar overleveren en elkaar haten." Met andere woorden: je vindt hier ook nog eens een keer onderling een enorme twist, een tweedracht die plaatsvindt in het volk.⟨/p> ⟨p>En vele... Ik lees even verder, want we gaan straks de draadjes bij elkaar brengen en knopen. "En vele pseudo-profeten" – valse profeten dus. Het woord 'profeet' betekent iemand die het woord van God doorgeeft. In het Grieks zijn het 'voorzeggers', maar zij zullen het valselijk doen onder de naam van het woord van God. Dat zal vals zijn. Dat is ook weer precies waar we het eerder over hadden: die valse christussen. Alles is vals, het is pseudo. Het lijkt echt, maar het is het niet. En om dan even in de beeldspraak te blijven: dan wed je zomaar op het verkeerde paard.⟨/p> ⟨p>"En vele pseudo-profeten zullen gewekt worden." Ook hier weer: er staat niet 'zullen opstaan'. Je hebt hier weer hetzelfde; natuurlijk kun je het zo zeggen, maar zo staat het er niet. Ze zullen gewekt worden. Dit is iets wat ook aan hen zal gebeuren; in de passieve vorm wordt dit geformuleerd. "En ze zullen velen doen dwalen." Misleiding dus. En dan staat erbij:⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-8" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3744" title="Speel af vanaf 01:02:24">▶ 01:02:24⟨/button> ⟨span>Wetteloosheid, Afkoelende Liefde en Verduren tot het Einde⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En vanwege het vermeerderd worden van de wetteloosheid – hier staat in het Grieks ⟨em>anomia⟨/em>, wat eigenlijk betekent: zonder wet, zonder regel, zonder woord. Trouwens, in dit verband moeten we ons goed realiseren dat de Heer Jezus hier spreekt tegen Joden met de Torah. Ja, een wetteloosheid in deze context betekent ook mensen die de Torah niet hebben. Maar ook binnen het volk zal er in die tijd een enorme wetteloosheid zijn en die zal vermeerderd worden.⟨/p> ⟨p>Ja, wat dacht je? We hadden het erover dat er in die grote verdrukking een afgodsbeeld wordt opgericht. Men komt onder een enorme pressie te staan om dat religieuze eer te geven. De misleiding is gigantisch. Maar dat is ook wetteloosheid. Want reken maar dat het ook voor de Joden in die dagen – en ik heb het nu dus over de dagen van die grote verdrukking – een verschrikkelijke tijd zal zijn voor de Torah-getrouwe Joden, de ⟨em>maskilim⟨/em> om het zo te zeggen. Zij zullen met lede ogen aanzien dat die gruwel van de verwoesting op de heilige plaats staat. We zullen daar de volgende keer over spreken, want de Heer gaat dat nog uitgebreid ter sprake brengen. Als ze dat allemaal zien: wat een wetteloosheid! Ook in de Joodse zin, met de Joodse klanken die dat in zich heeft.⟨/p> ⟨p>En vanwege het vermeerderd worden van de wetteloosheid zal de liefde van de velen, de ⟨em>agape⟨/em>, verkoelen; zij zal afgekoeld worden. Het is trouwens ook wel opmerkelijk als dit verwijst naar de Schriften, specifiek de Hebreeuwse Bijbel, de Torah. Maar goed, het Woord van God: als men daarvan afstand doet, wat is daarvan de consequentie? Dat is dat de liefde, het kennen van God, af zal koelen. Die twee gaan hand in hand. Dat geldt trouwens in het algemeen; ik denk zelfs dat je hier een universeel principe ziet gereflecteerd. Namelijk dat daar waar je de Schrift hebt, je leeft bij het licht van de Schrift. Ik weet het, dat is voor ons weer wat anders dan voor de Joden straks, maar als je leeft bij het licht van de Schrift, dan wakkert dat de liefde aan. Dan heb je ook de liefde Gods in je. Als je daarentegen gaat leven zonder dat licht, zonder die Schrift en zonder die norm, dan zal de liefde ook afkoelen.⟨/p> ⟨p>Laten we hier dus ook een oorzakelijk verband zien tussen wetteloosheid en het afkoelen van de liefde. Vanwege het vermeerderd worden van de wetteloosheid zal de liefde van de velen afgekoeld worden. Het één veroorzaakt dus het ander, dat is een ding wat zeker is. Ook in dat opzicht is het niet alleen een hele duistere tijd, maar ook nog eens een keer een hele koude tijd. Wij spreken ook over het vuur van de liefde, maar het vuur van de liefde kan niet zonder het licht van het Woord. Als ik er zo over nadenk, dan ligt de associatie helemaal voor de hand, want licht is warmte en daar waar het duister wordt, daar wordt het ook koud.⟨/p> ⟨p>Ik moet denken aan Romeinen 1, waar je dat ook leest: omdat zij God niet als God verheerlijken of danken, is het duister geworden in hun onverstandig hart en zijn hun redeneringen op niets uitgelopen. Het is duister, maar daarmee ook koud geworden. Dat beschrijft dus heel specifiek die tijd in morele zin, in mentale, psychologische of geestelijke zin, hoe je het maar zeggen wil. Maar – en daar komt de tegenstelling – maar wie verduurt tot in het einde, die zal gered worden. In de NBG-vertaling wordt dit meestal weergegeven met 'volharden', maar eigenlijk is het 'verduren'. Dat is een verschil, een subtiel verschil. Volharden heeft te maken met dat je volhoudt, maar verduren wil zeggen dat je een heleboel ondergaat en dat je er, zoals we dat ook wel tegen elkaar zeggen, onder blijft staan. Dat je het kunt verduren. Dus al die omstandigheden, alle tegenkrachten... Je verduurt het en dat heeft ook alles te maken met het uitzicht. Hoe kun je verduren? Omdat je uitzicht hebt op dat einde. Je weet: hier komt een eind aan en er komt een nieuwe tijd. Dit zijn geboorteweeën, barensweeën. Wie verduurt tot het einde, die zal gered worden. Dat zijn ook degenen die het licht van het Woord hebben. En daar moet je eens op letten.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-9" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4130" title="Speel af vanaf 01:08:50">▶ 01:08:50⟨/button> ⟨span>Matteüs 24:14 - het Evangelie van het Koninkrijk⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Bij dat vers wil ik vanavond echt nog aankomen, want ik wil het eigenlijk als één geheel behandelen. Dit moet je niet in twee stukjes knippen. Dan kom je bij vers 14: "En dit goede bericht" – of dit evangelie – "van het Koninkrijk zal geproclameerd worden in de hele bewoonde wereld tot een getuigenis voor al de natiën en dan zal het einde arriveren." Zo staat het er heel letterlijk beschreven.⟨/p> ⟨p>Let echter eerst even op het begin: "en dit goede bericht". Hoezo, "dit" goede bericht? Welk goede bericht is dat? U zegt misschien: het bericht van het Koninkrijk. Maar dat verwijst natuurlijk naar het voorgaande, namelijk: "wie verduurt tot het einde, die zal gered worden". Met andere woorden: wat is het evangelie van het Koninkrijk? Dat is de boodschap dat wie verduurt tot het einde, gered zal worden.⟨/p> ⟨p>Dit geeft trouwens ook aan dat dit evangelie van het Koninkrijk in één generatie gepredikt zal worden. Degene die dit te horen krijgt, beseft: als we verduren, wanneer we al deze verschrikkingen over ons heen laten komen maar we volharden tot het einde, dan is daar redding. Want het einde is juist ook die redding voor de hele wereld. In die zin zal er dan een heel nieuw tijdperk voor de hele wereld aanbreken: de nieuwe aeon.⟨/p> ⟨p>Over het evangelie van het Koninkrijk wordt dikwijls anders geoordeeld, maar dit is heel specifiek een bericht dat niet vandaag gepredikt wordt. Natuurlijk spreken we ook vandaag over het Koninkrijk, maar dit evangelie van het Koninkrijk zal dan vergrondigd worden in de tijd die de Heer Jezus hier beschrijft in Matteüs 24. Het zal geproclameerd worden in heel de bewoonde wereld, in de oikomene. Ons woord 'oecumene' is hiervan afgeleid en het betekent specifiek de bewoonde wereld.⟨/p> ⟨p>Er zal dus een wereldwijde prediking gaan plaatsvinden. Laat ik daar nog even bij zeggen dat dit uiteraard niet in de tijd van die 42 maanden is; dat kan niet. Dit gaat veel verder. Pas als Israël tot inzicht zal komen aangaande de Messias en de Messias Zich aan hen bekendgemaakt zal hebben, dán zullen ze het in de wereld kunnen gaan prediken. Dat gaan ze ook doen. En dan zal dat ook zijn tot een getuigenis voor al de natiën, en dán zal het einde arriveren.⟨/p> ⟨p>Dit is precies waar ook de laatste verzen van Matteüs 28 over spreken: "Gaat heen, maakt al de volkeren tot Mijn discipelen... en zie, Ik ben met jullie tot aan de voltooiing van de aeon." Dat heeft te maken met die periode, met die generatie. Wat vandaag gepredikt wordt in onze dagen, is het goede bericht van Gods genade. Dit evangelie van het Koninkrijk heeft te maken met díe tijd. Ik hoop dat dat kwartje gevallen is. Ik denk dat het heel elementair is om deze uitdrukking en de term 'het evangelie van het Koninkrijk' goed te begrijpen.⟨/p> ⟨p>Dit komt trouwens ook weer overeen met een zegel, maar dan niet in Openbaring 6, maar in Openbaring 7. Daar moeten we nog even naartoe gaan. U zegt misschien: "Hé André, maar je vergeet nu het zesde zegel!" Ja, maar dat ligt er ook tussen. Dat wordt hier inderdaad even overgeslagen, maar de Heer gaat daar vervolgens vanaf vers 15 tot 31 uitgebreid op in. Ik had het al even aangegeven: dat wat we nu overslaan – de verschijning van de Heer aan Israël op de Olijfberg, het herstel van het volk en het terugbrengen naar het land – die dingen worden hier even gepasseerd. Er wordt hier meteen gesproken over het evangelie van het Koninkrijk dat gepredikt zal worden in de ganse wereld, waarna het einde van de aeon gekomen zal zijn. Er wordt hier dus iets overgeslagen waar we het de volgende keer echt over gaan hebben: dat zesde zegel. Dat is heel belangrijk, maar we slaan het nu dus expres even over.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-10" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4455" title="Speel af vanaf 01:14:15">▶ 01:14:15⟨/button> ⟨span>Openbaring 7 - de Verzegeling van de 144.000⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>We gaan nu naar Openbaring 7. Eén ding moet ik er nog wel even bij zeggen: in Openbaring 6, bij het zesde zegel, lees je dat het inderdaad gaat over die tijd dat de Heere Jezus Christus zal verschijnen. Over de zon die verduisterd zal worden en de maan die als bloed zal worden. Sterren, hemelse machten, die op de aarde zullen vallen en ook een grote aardbeving. Hij wordt gezien; dat wil zeggen: Hij die op de troon is, wordt gezien. Dat is het zesde zegel.⟨/p> ⟨p>Daarna staat er in Openbaring 7 dat Johannes vier engelen zag staan aan de vier hoeken van de aarde. Ja, de aarde heeft echt vier hoeken – wist u dat niet? Het gaat hier over de windhoeken, de windstreken; wij spreken daar ook over, maar dat is weer een ander onderwerp. In vers 2 ziet hij een andere engel die zegt: breng geen schade toe aan de aarde, noch aan de zee, noch aan de bomen, voordat wij de knechten van onze God aan hun voorhoofd verzegeld hebben.⟨/p> ⟨p>Hoezo moet dat gebeuren? Nou, dat is niet zo moeilijk. Als de Heer eenmaal verschenen zal zijn aan Israël en Hij het volk heeft teruggebracht in het land, zal Hij vanuit Jeruzalem gaan regeren. Dan begint de dag van wraak, de tijd waarin de volkeren te maken krijgen met God. Dat is de periode van de zeven bazuinen, waarin er over de volkerenwereld een enorm gericht zal plaatsvinden op de aarde, de zee en de bomen. Maar voordat dat gaat gebeuren, verzegelt God een aantal mensen.⟨/p> ⟨p>In vers 4 staat: "En ik hoorde het getal van hen die verzegeld waren: 144.000 waren verzegeld uit alle stammen van de kinderen Israëls." Dat zijn de Jehovah's Getuigen, denken ze zelf. Ik heb daar wel eens hele amusante gesprekken mee gehad. Zij zeggen dan dat ze die 144.000 heel letterlijk nemen. Dan zeg ik: "Ja, neem je dan ook letterlijk dat ze uit de twaalf stammen komen?" 12.000 uit de stam van Juda, 12.000 uit de stam van Simeon... Ze worden hier namelijk allemaal genoemd. Het is haast saai om te lezen, maar als je vers 5 en de navolgende verzen leest, zie je dat er telkens 12.000 uit die specifieke stammen verzegeld worden.⟨/p> ⟨p>Hoezo? Nou, die stammen zijn tegen die tijd kennelijk weer verzameld. Dat is ook zo. Vervolgens wordt daaruit een selectie gemaakt: 144.000 worden verzegeld, wat wil zeggen dat ze onaantastbaar worden gemaakt. De rampen die de aarde zouden gaan treffen, zullen hen niet raken. Zij zullen daarvoor verzegeld en beveiligd worden. Hoe? Geen idee, ze worden verzegeld; dat vind ik meer dan genoeg.⟨/p> ⟨p>Wat gaan zij dan doen? Nou, we weten het inmiddels: ze gaan het evangelie van het Koninkrijk prediken. De Koning is inmiddels gearriveerd en de stad van de Grote Koning wordt hersteld. Dat zal ook niet in één dag allemaal plaatsvinden. Vervolgens gaat de boodschap over heel de aarde dat de Koning, de Messias, Zijn heerschappij heeft gevestigd. Het volk van de Koning gaat dat als herauten verkondigen. Het evangelie, het goede bericht van het Koninkrijk: de Koning is gekomen, Hij is gearriveerd en Hij gaat Zijn Koninkrijk uitbouwen.⟨/p> ⟨p>Die boodschap wordt gepredikt in een hele gevaarlijke omgeving, want God gaat juist dan Zijn wraak oefenen over de volkeren via de zeven bazuinen. De 144.000 Israëlieten zijn voor die verschrikkingen beveiligd. Vandaar dat ze verzegeld moeten worden, want ze moeten actief worden in een omgeving waar het zeer gevaarlijk is. Maar ze zijn van Godswege verzegeld en ze gaan daar proclameren. Het is echt een koninkrijksboodschap, heel letterlijk. Gewoon letterlijk een koninkrijk, de stad van de Grote Koning. De Koning is gearriveerd en Hij is inmiddels Koning in Israël. Vanaf Zijn troon gaat de Zoon Zijn heerschappij vestigen over de hele wereld.⟨/p> ⟨p>Dat gaat in één generatie gebeuren. Dit evangelie van het Koninkrijk zal gepredikt worden over de ganse wereld en dan zal het einde gekomen zijn. Dat is de werkelijke 'grote opdracht'. De kerk is nu al tweeduizend jaar bezig met die grote opdracht en het lukt maar niet. Nee, maar het is een rollenspel; ze zijn bezig met iets wat helemaal niet voor hen is weggelegd in een tijd waarin het niet op die manier uitgevoerd wordt. Dan zal het echter daadwerkelijk zo vervuld gaan worden. Er zal ook een enorme oogst ontstaan: een grote schare die niemand tellen kan. Dat is het tweede deel van Openbaring 7. Je hebt die 144.000, een heel specifiek aantal, maar je hebt ook een grote schare uit alle volkeren, talen en natiën als resultaat van hun prediking. Daar moeten we het absoluut nog over gaan hebben.⟨/p> ⟨p>Ik zie dat de klok wijst dat de tijd van het einde nadert, dus ik kan niet al te lang daarover doorgaan. Maar er staat nog bij: "en dit goede bericht van het Koninkrijk zal geproclameerd worden in heel de bewoonde wereld tot een getuigenis voor al de natiën, en dan zal het einde arriveren." Niet: "zijn gekomen", nee: "zal arriveren". Nou!⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-11" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4844" title="Speel af vanaf 01:20:44">▶ 01:20:44⟨/button> ⟨span>Samenvatting: de Parallel Tussen Matteüs 24 en de Zegels⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Wat we hebben gezien, is dat we uitgebreid hebben stilgestaan bij de parallel met de zeven zegels. Je hebt het eerste zegel: het witte paard, de schijnvrede. Het tweede zegel is het rode paard: oorlog. Het derde zegel betreft de periode van die schijnvrede en vervolgens de grote verdrukking: oorlog, hongersnood en pestilentiën. Dan zijn er de zielen onder het altaar; de grote verdrukking om het getuigenis, eerst in het land en vervolgens ook wereldwijd.⟨/p> ⟨p>Over het zesde zegel hebben we het nu nog niet uitgebreid gehad, maar daar gaan we het zeker nog over hebben. Dit is de verschijning van de Heer op de Olijfberg. Dat is namelijk het teken van zon, maan en sterren. Als je het niet geloven wilt, lees het maar na in Matteüs 24; daar gaan we het nog uitgebreid over hebben, want het is een belangrijk onderwerp. Dan begint de dag van toorn. Dat staat er gewoon bij in Openbaring 6: "Want de grote dag van hun toorn is gekomen."⟨/p> ⟨p>En dan het zevende zegel: dat is dus na de verschijning van de Heer op de Olijfberg en het herstel van Zijn volk. De 144.000 worden verzegeld. Er is een half uur stilte in de hemel en dan gaan de bazuinen blazen. Zeven bazuinen, maar dat gaat dan over de volkerenwereld.⟨/p> ⟨p>Om het allemaal nog een keertje op een rijtje te zetten, kijken we naar de parallellen tussen de zegels en Matteüs 24. We hebben de parallellen gewoon in precies dezelfde volgorde in Matteüs 24 gezien. Allereerst de vrede. De Heer had gezegd: "Kijk uit dat niemand jullie zou doen verdwalen", want het is een schijnvrede. Dan is er oorlog: oorlogen en geruchten van oorlogen. Vervolgens de hongersnoden, het derde zegel. En dan, in vers 7, ook nog een groen paard: de zwarte dood, oftewel de pestilentiën. Daarna volgen de zielen onder het altaar, de grote verdrukking vanwege het getuigenis: "Jullie zullen gehaat worden vanwege Mijn naam."⟨/p> ⟨p>En dan tenslotte zal het einde gekomen zijn. Dit evangelie van het Koninkrijk zal geproclameerd worden voor al de natiën en dan zal het einde gekomen zijn: namelijk het einde van deze aeon. Dan zal een nieuwe aeon aanbreken. We hebben deze twee nu gewoon op een rijtje gezet en met elkaar vergeleken. Dat betekent ook dat we de volgende keer vanaf vers 15 verder kunnen gaan. We hebben vanavond echt progressie gemaakt en kunnen de volgende keer gaan inzoomen op specifiek die 42 maanden, de grote verdrukking voor Israël. Maar dat is weer een heel onderwerp apart. Zullen we het hierbij laten?⟨/p>