⟨h3 id="hoofdstuk-1" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="0" title="Speel af vanaf 00:00">▶ 00:00⟨/button> ⟨span>Introductie: de Spijziging als het Vierde Teken⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Hartelijk dank voor de introductie en ook van mijn kant een hele goede avond allemaal. Wij gaan verder met onze bespreking van het Johannesevangelie. Het is de achttiende avond, zoals Adi zojuist aangaf, maar daar zullen nog heel wat avonden volgen, zo wij tijd van leven hebben. Dat kan niet anders. Het is een lange inleiding met lange hoofdstukken ook; dat blijkt wel uit alleen dit hoofdstuk al, met maar liefst 71 verzen, en vanavond zullen we zeker het einde nog niet bereiken.⟨/p> ⟨p>We hebben de vorige keer ons beziggehouden met de eerste dertien verzen van het zesde hoofdstuk: de spijziging van de vijfduizend. Dat is het vierde teken dat in het Johannesevangelie beschreven wordt, van de in totaal acht tekenen. Ik krijg geen protest? Meestal wordt er gezegd dat er zeven tekenen zijn in Johannes. Tot op zekere hoogte klopt dat, maar er is nog een achtste teken en dat volgt na de opstanding in het 21e hoofdstuk. Acht heeft immers alles te maken met nieuw leven. We zullen ons met de telling van die tekenen ooit nog wel een keertje bezighouden, maar ik heb nu vast een tipje van de sluier opgelicht: dit is in ieder geval teken nummer vier dat Johannes beschrijft.⟨/p> ⟨p>Wat we tot dusver hebben gezien is een voorlopige conclusie, en we zullen daar nog vele malen in bevestigd worden, dat Johannes als laatste evangelist voortbouwt op dat wat Matthäus, Marcus en Lucas beschrijven. Het is een heel andere opzet, dat blijkt uit alles, dan de zogenaamde synoptische evangeliën. Johannes is een evangelie van een apart soort. Johannes blikt terug op het leven van de Heer Jezus en dan haalt hij diverse episodes aan, met vervolgens ook de redes die de Heer Jezus naar aanleiding daarvan gehouden heeft. We zien dat juist in Johannes 6 wel heel duidelijk.⟨/p> ⟨p>Wat hij dan vooral ook doet, is illustreren de waarheid van het plan van God: dat de Heer Jezus is gekomen tot zijn volk om het volk nieuw leven te geven en om het Koninkrijk hier op aarde te openbaren. Die Zoon van God, die Messias, wordt hier in dit evangelie getekend, maar ook de onderbreking die zich heeft voorgedaan. U moet zich realiseren dat de twaalf en de discipelen in het algemeen de verwachting hadden, zelfs tot na de opstanding nog, dat de Heer in hun dagen het Koninkrijk voor Israël zou herstellen. Dat was een Bijbelse verwachting; dat zou immers de Messias ook doen. Welnu, zij hebben in de loop van hun leven de ontdekking gedaan dat er een kniek, zeg maar een knak in de wereldgeschiedenis kwam, of in de heilsgeschiedenis: een onderbreking. Hij kwam niet terug in hun dagen, maar er is, zo kunnen wij inmiddels vaststellen, een hele periode tussen geschoven van inmiddels tweeduizend jaar.⟨/p> ⟨p>Johannes beschrijft dit evangelie zodanig dat allerlei gebeurtenissen in het leven van de Heer Jezus dat illustreren. De reden waarom Jezus is gekomen, was namelijk voor zijn volk Israël en om het Koninkrijk hier op aarde te openbaren, maar voordat dat plaatsvindt, trekt de Heer zich terug en vindt er een verborgen werk plaats. We hebben dat op allerlei manieren al gezien in verband met de bruiloft te Kana. We hebben dat gezien in verband met de geschiedenis van de Samaritaanse vrouw; dat de Heer ook een omweg maakt en dat hij dan twee dagen in Samaria verblijft en dan op de derde dag weer in Kana komt. Er zijn al diverse andere voorbeelden gepasseerd, maar ook bij dit teken in Johannes 6 zien we diezelfde fenomenen beschreven. In type is dit illustratief voor deze ontwikkelingen.⟨/p> ⟨p>Trouwens, dat het illustratieve karakter er is, blijkt sowieso al, want als de Heer Jezus dit wonder verricht van die wonderbare vermenigvuldiging van het brood, dan komt hij een dag later – en dat moeten we nog gaan bezien en bespreken – daar uitgebreid op terug. Dan zegt hij dat dat brood, waar ze de vorige dag op zo'n bijzondere wijze van hebben genoten met elkaar, een teken is van hemzelf, namelijk dat Hij het Brood des levens is. Ik loop nu op de zaken vooruit, want dit moeten we nog bespreken, maar illustratief is dat toch in ieder geval.⟨/p> ⟨p>Maar het gaat nog veel verder. Zoals ik hier ook beschrijf – ik moet een klein beetje naar voren gaan om zelf ook te zien wat er op dat scherm staat en ook om te kunnen aanwijzen – is de geschiedenis van de spijziging van de vijfduizend een type van de tegenwoordige tijd. We hebben natuurlijk de geschiedenis sowieso gelezen met elkaar. Goedenavond Mark. Ik heb de stoel voor Elia in onze naam... de stoel voor Elia. Dus dan weet je meteen, Mark, wat je bijnaam is geworden. En wij gaan gewoon even alvast verder. Kijk, dan heb je nog de beste stoel ook. Voortaan gaat hij altijd te laat komen. Maar we hebben de geschiedenis gewoon gelezen; wat er historisch gezien gebeurd is, zoals Johannes het beschrijft.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-2" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="416" title="Speel af vanaf 06:56">▶ 06:56⟨/button> ⟨span>Typologie: de Spijziging als Beeld van de Tegenwoordige Tijd⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Maar er blijkt dus veel meer achter te steken. Het is een type van de tegenwoordige tijd, zoals ik heb laten zien. Laten we de zaken op een rijtje zetten waaruit blijkt dat dit een type is; dat wil zeggen een illustratie of een verwijzing naar iets anders. Onder de oppervlakte wordt dit zichtbaar. Het wonder vindt plaats na zijn verwerping door Jeruzalem, wat beschreven wordt in Johannes 5. Hij werd in Jeruzalem verworpen en vervolgens worden we verplaatst naar de Zee van Galilea. Dat wat er tussenin gebeurt, wordt helemaal niet beschreven. Het is echt zo: we worden verplaatst naar de zee en daar wordt dit wonderteken beschreven.⟨/p> ⟨p>Het was na zijn verwerping door Jeruzalem en het was bij de zee. Zoals ik de vorige keer heb laten zien, is de zee een type van de natiën. Dat zie je heel dikwijls in de Schrift. Dezelfde Johannes zegt dat trouwens ook in een ander boek, in de Openbaring. Als hij in Openbaring 17 die vrouw, die hoer beschrijft, dan staat er dat zij gezeten is aan vele wateren. De verklaring die daarop volgt is dat die wateren de natiën zijn, of woorden van gelijke strekking. Die woelige wateren zijn een type van de volkeren. Jezus was bij de zee, maar let op: Hij was gezeten op de berg. Dat wil zeggen dat Hij verhoogd was. Als je deze dingen op een rijtje zet en het typologisch opvat, is het een beschrijving van de tegenwoordige tijd. Hij is door Jeruzalem verworpen, Hij bevindt zich nu bij de volkerenzee met Zijn blik afgewend van Jeruzalem, en bovendien is Hij gezeten op de hoogte, verhoogd, met de kring van discipelen om Hem heen.⟨/p> ⟨p>Dan lezen we over de gerstebroden. Ik heb u de vorige keer verteld dat gerst verwijst naar de opstanding. Hoezo verwijst gerst naar de opstanding? De Heer Jezus stond op de dag dat de eerstelingsschoof van de gersteoogst werd aangeboden door de priester. Dat was al zo bepaald in de dagen van Mozes, anderhalf duizend jaar voordat de Heer Jezus daadwerkelijk opstond. De Heer had toen al een hoogtijddag vastgesteld waarop de eerstelingsschoof van de gersteoogst aangeboden werd, en dat komt precies overeen met de dag dat dé Eersteling opstond uit de doden. Dan gaan we nog maar helemaal voorbij aan de overige bijzonderheden van gerst en gerstebrood; in dit verband is dit genoeg.⟨/p> ⟨p>We hebben nog iets gezien, namelijk dat de twee vissen die in deze geschiedenis een rol spelen, symbolisch zijn tot op de dag van vandaag. De twee vissen staan voor het hele christelijke tijdperk; het tijdperk waarin Jezus' discipelen vissers van mensen werden. Die vissen staan symbool voor de tegenwoordige tijd, denk ook aan de Ichthus. Ik heb hierbij ook een woord gebruikt waar sommige mensen misschien kippenvel van krijgen: astrologisch gezien. De hemelen vertellen Gods eer; zij vertellen niet ons menselijke verhaal, want dat is onzuivere astrologie. Maar astrologie in de Bijbelse zin van het woord houdt in dat er een sprake uitgaat, een logos, van de sterren, de astro. Dat is zuivere astrologie: het woord dat uitgaat van de sterren.⟨/p> ⟨p>Wij leven vandaag in het 'vissertijdperk', eigenlijk aan het einde daarvan. We gaan nu over naar een nieuw tijdperk, een 'new age' in de ware zin van het woord. Het tijdperk van de Waterman, oftewel van Aquarius. Op die overgang zitten we nu. Dat is een heel bekend algemeen astrologisch gegeven en het klopt precies, want tweeduizend jaar lang hebben we in het vissertijdperk gezeten en nu gaan we naar de Waterman. De wijze waarop die Waterman altijd wordt uitgebeeld vind ik prachtig: als een man die gehurkt een waterkruik leeggiet over de akker, over de aarde. Die Waterman, die Aquarius, verwachten wij; Hij zal straks stromen van zegen laten neerplensen op deze aarde. Dat is de echte New Age: Gods water over Gods akker laten lopen. Dat is eigenlijk een heel goed idee, nietwaar? Dat is wat we hebben gezien bij die twee vissen.⟨/p> ⟨p>Nog even een reminder: na de maaltijd waren er nog twaalf korven over. Dat getal twaalf spreekt uiteraard van wat er overblijft voor Israël. Weliswaar spreekt de spijziging van de vijfduizend daar in de hoogte van de tegenwoordige tijd waarin de Heer rijkelijk brood uitdeelt, maar er is nog over. Er komt ook nog een tijd voor Israël. We zullen dat straks ook zien bij het vijfde teken, wanneer de Heer over het water gaat. Eén ding is zeker: dat wat we vandaag meemaken is niet alles. Er is nog zoveel meer, en het getal twaalf is in dit geval veelzeggend als type van wat overblijft voor Israël. Dat is het laatste wat we de vorige keer hebben gezien.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-3" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="835" title="Speel af vanaf 13:55">▶ 13:55⟨/button> ⟨span>Priesterlijk Werk van David en de Overvloed van Genade⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>De vijf broden die de jongen aanbiedt – het is niet veel, maar in de handen van de Heer is het meer dan genoeg. Deze vijf broden van de jongen komen overeen met de vijf broden die David vroeg uit het heiligdom. Dat is een heel opmerkelijke parallel. We hebben dat aan het einde van de vorige avond nog even gezien; ik geloof niet dat ik er toen heel erg diep op ingegaan ben, maar het gaat me nu even om de lijnen die zo parallel lopen en die eigenlijk ook weer spreken van dezelfde dingen.⟨/p> ⟨p>David – hoe mooi is dat. In die geschiedenis is hij op de vlucht voor Saul. Hij is gezalfd tot koning, dus hij is bestemd om de Messias te zijn en te regeren, maar zover is het nog niet. Hij wordt verworpen en in die tussentijd heeft hij manschappen bij zich, die hij voedt met brood uit het heiligdom. Dat is de geschiedenis waarin hij bij Achimelech komt. Dat komt precies overeen met wat Johannes hier beschrijft. De spijziging van de vijfduizend heeft te maken met de tegenwoordige tijd. Wanneer David zijn manschappen van die broden geeft, komt dat typologisch overeen met de tegenwoordige tijd waarin de David – Christus – verworpen is. Hij is nog geen koning; Hij is wel gezalfd, maar nog steeds de Verwerpene. Maar ondertussen geeft Hij Zijn manschappen brood vanuit het heiligdom, eigenlijk hemels brood. Toch? Feitelijk is dat dan ook weer manna: brood des levens, brood vanuit de hemel.⟨/p> ⟨p>Maar ik heb er trouwens nog eentje. David was bestemd om koning te zijn en daartoe was hij ook al gezalfd. Maar ik moet erbij zeggen: wat David hier deed, was niet koninklijk, maar priesterlijk. Want dat brood dat hij kreeg uit het heiligdom was exclusief bestemd voor de priesters. Dan kun je natuurlijk de vraag stellen: was dat wel geoorloofd? Maar dan haal je het meteen weer in de wettische sfeer: mocht dat nou wel of mocht dat nou niet? Later hebben de discipelen dat ook gedaan; zij kwamen een keertje bij Jezus en dan brengt Hij dezezelfde geschiedenis ter sprake: "Hebt gij niet gelezen?" Dat was op een sabbat. Maar waar het van spreekt, is dat in de tegenwoordige tussentijd de tot koning Bestemde eigenlijk priesterlijk werk doet. Hij bevindt Zich in het heiligdom. Hij is de ware Priester.⟨/p> ⟨p>Ik kan het ook anders zeggen: Hij is weliswaar koning, maar dat moet nog blijken. In de tussentijd is Hij de Priester. Hij bevindt Zich in het heiligdom en krijgt priesterlijke zegen – en Zijn manschappen trouwens ook. Dat is precies de tegenwoordige tijd. We krijgen brood uit het heiligdom van Hem. Hij is nog geen koning, dat moet Hij nog worden, maar ondertussen worden we rijkelijk gezegend door Hem, de Koning-Priester naar de ordening van Melchizedek. Als u daar meer over wilt weten, dan zou u de Hebreeënbrief eens moeten lezen, want die gaat daarover.⟨/p> ⟨p>Dat zit allemaal besloten in zo'n beschrijving. Als je het gewoon leest, dan lees je een geschiedenis. Maar als je lijnen gaat trekken en kijkt waar je dat nog meer tegenkomt, en welke structuren er onder de oppervlakte bloot komen te liggen, dan kom je dit op het spoor. We hebben een illustrator in ons midden, en voor hem moet het met zulke oren en ogen als muziek in de oren klinken: wat is het geweldig hoe illustratief de Schrift is. Hoe principes niet alleen maar gewoon neergezet worden, maar ook worden geïllustreerd.⟨/p> ⟨p>Afgelopen zaterdag hadden we een Goed Bericht-conferentie in Garderen en toen hadden we het over 'achter het voorhangsel'. We spraken over het heiligdom en over het heilige der heiligen, over de ark en over de attributen die daarmee verband hielden, en het verzoendeksel. Alles is illustratief. De verhalen zijn illustratief, maar ook de wetgeving en alle rituelen en voorwerpen. Oké, het spreekt misschien in directe zin niet direct tot de verbeelding; het is heel taai om het gewoon 'plat' te lezen. Maar wat een wonder van rijkdommen komt er aan de oppervlakte wanneer je gaat spitten. Dat is het geweldige.⟨/p> ⟨p>Ik wil nog één ding doen, en dat is een kort vergelijk maken met een geschiedenis die daar als twee druppels water op lijkt. Je hebt de spijziging van de vijfduizend, die we de vorige keer besproken hebben, maar je hebt ook nog een geschiedenis die bij een latere gelegenheid plaatsvindt: de spijziging van de vierduizend. Ik wil u wijzen op iets bijzonders. Bij de geschiedenis van de spijziging van de vierduizend man – vrouwen en kinderen niet meegerekend – lees je dat er in het begin zeven broden beschikbaar waren. En wat bleef er over? Zeven korven. Nu hebben we het over een geschiedenis waarbij er vijfduizend man gespijzigd wordt. Dat begon met vijf broden, en wat is er over? Twaalf korven.⟨/p> ⟨p>Zet dat nou eens tegen elkaar af. Hoe groter de behoefte en hoe geringer de menselijke inbreng, des te meer is de overvloed van de genade! Kijk, bij vierduizend man was er minder nodig dan bij vijfduizend man, maar de overvloed is hier veel groter. Bij die vierduizend was er meer menselijke inbreng: de mens had nog zeven broden. Dat was trouwens ook niks in verhouding, nee, maar toch. Daar had je zeven broden, en hier had je maar vijf broden. Toch hield men hier uiteindelijk twalaf korven over, terwijl er zoveel meer mensen waren en de mens nog veel minder aan te bieden had. Dat is een prachtige vergelijking. Kijk, zo werkt God. Hij is niet afhankelijk van ons. Het lijkt wel omgekeerd: hoe minder de mens heeft, hoe groter Hij blijkt. En hoe groter onze behoefte is, des te meer geeft Hij ook. Nou, dat is dus genade.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-4" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1304" title="Speel af vanaf 21:44">▶ 21:44⟨/button> ⟨span>Johannes 6:14: de Komst van Dé Profeet uit Deuteronomium 18⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Nou, dat gezegd hebbend, lijkt het me goed om even de draad weer op te pakken bij waar we gebleven waren. We hebben de eerste dertien verzen besproken en dan komen we nu aan bij het veertiende vers. Dan lees je: "Toen dan de mensen zagen welk teken Hij verricht had..." Dat kon hen natuurlijk ook niet ontgaan. Ik bedoel, ze zullen het wonder zelf waarschijnlijk niet hebben gezien. Trouwens, in geen van de evangeliën wordt beschreven waar het wonder precies plaatsvond: was het in Jezus' handen, of gebeurde het bij de distributie, toen het rondgebracht werd? Maar hoe dan ook, ze kregen allemaal genoeg. Daar gaat het maar om.⟨/p> ⟨p>Toen dan de mensen zagen welk teken Hij verricht had — niet dat ze direct wisten wat het betekende, maar dat het een wonderteken was, was al duidelijk — zeiden zij: "Deze is waarlijk dé profeet." Let op het bepaalde lidwoord. Niet zomaar: "Hij is waarlijk een profeet", nee: "Hij is waarlijk dé profeet die in de wereld komen zou." En dan moet je dat ook wel even met Joodse oren beluisteren, want 'de profeet die komen zou', dat heeft een heel Messiaans aureool om zich heen. Want het herinnert namelijk aan een profetie die ooit is gegeven door Mozes zelf.⟨/p> ⟨p>In Deuteronomium 18, want daar gaat het over, zegt Mozes: "Een profeet uit uw midden, uit uw broederen, zoals ik ben, zal de HEERE, uw God, u verwekken; naar hem zult gij luisteren." Dan sla ik even een stukje over en dan lees je dat God Zelf tegen hem zegt — en Mozes is hier degene die de mond is: "Een profeet zal Ik hun verwekken uit het midden van hun broederen, zoals gij, Mozes, zijt; Ik zal Mijn woorden in zijn mond leggen, en hij zal alles tot hen zeggen, wat Ik hem gebied."⟨/p> ⟨p>Trouwens, als u hier over een 'mond' leest — "Ik zal het in zijn mond leggen" — dan komt daarin ook de Hebreeuwse betekenis van het woord profeet mee. Want een profeet betekent, in het Hebreeuws tenminste, letterlijk 'een mond'. Een profeet is eigenlijk niets anders dan de mond van God. Hij spreekt Gods Woord. Maar Gods woorden worden gesproken door de mond, namelijk de profeet. Het zijn Gods woorden, maar het is de profeet door wie het naar buiten komt. "Ik zal Mijn woorden in zijn mond leggen en hij zal alles tot hen zeggen wat Ik hem gebied."⟨/p> ⟨p>Later wordt deze profetie dan ook weer aangehaald door Petrus, want dat dit inderdaad de Messias is, dat kan niet missen. In Handelingen 3 lees je dat Petrus daar in de zuilengang van Salomo aan het woord is, nadat het wonderteken had plaatsgevonden van die verlamde die genezen was. Je leest dat Petrus het woord voert en ik val nu midden in het betoog. Hij zegt: "En Hij, God, de Christus, de Messias, die voor u" — eigenlijk meervoud, voor jullie als Israël — "tevoren bestemd was, Jezus, zende."⟨/p> ⟨p>Let op, voor wie was Jezus bestemd? Voor wie was de Christus bestemd? Voor Israël, in de eerste plaats. Jezus kwam ook tot de Zijnen, tot Zijn volk, feitelijk zelfs exclusief: "Ik ben slechts gezonden tot de verloren schapen van het huis Israëls." Hij was voor hen tevoren bestemd, maar Petrus zegt: Hij zal ook weer terugkeren, en dan zal Jezus tot jullie gezonden worden. Dat Jezus gezonden wordt, valt samen met de bekering van Israël. Dat kun je in Handelingen 3 lezen: het komt aan op berouw en bekering, opdat er tijden van verademing mogen aanbreken en dat God dan de Christus, die voor jullie tevoren bestemd was, Jezus, zal zenden. Met andere woorden: als Israël terugkeert naar het Woord van de Heer, dan keert Jezus terug uit de hemel. Die twee keer een terugkeren.⟨/p> ⟨p>En daarom citeer ik dit nu even in Handelingen 3. Als je nog even verder leest in vers 22, dan haalt Petrus de profetie uit Deuteronomium 18 aan en zegt hij: "Mozes toch heeft gezegd..." — en we hebben het zojuist gezien: "De Here God zal u een profeet doen opstaan uit uw broeders." Waarbij 'doen opstaan' natuurlijk wel heel dubbelzinnig is in dit geval. Die profeet is ook gezien als "een profeet gelijk mij; naar hem zult gij horen in alles wat hij tot u spreken zal." Met andere woorden: die profeet die Mozes al had aangekondigd, een profeet van dezelfde statuur als Mozes was — eigenlijk nog veel meer natuurlijk — die man, die profeet die zou komen, welnu, Die is gekomen en dat is niemand minder dan Jezus.⟨/p> ⟨p>Trouwens, we hebben gelezen — en dat was nog maar in een van de eerste avonden dat we bezig waren met de bespreking van het Johannes-evangelie — dat er een hele delegatie uit Jeruzalem komt van religieuze leiders en schriftgeleerden. Die komen dan bij Johannes de Doper op visite om hem te ondervragen en dan zeggen zij: "Wie ben jij? Ben jij Elia?" En hij zei: "Ik ben het niet." En dan vragen ze: "Zijt gij dé profeet?" Hier heb je het weer: dé profeet. En hij antwoordde: "Nee." Nee, Johannes de Doper was weliswaar aangekondigd door de profeten als de wegbereider van de Heer — Jesaja spreekt daarover — maar hij is niet 'dé profeet' over wie Mozes ooit had gesproken. Dat is namelijk Jezus Christus.⟨/p> ⟨p>Dus als we even teruggaan: toen de mensen zagen welk teken Hij verricht had, zeiden zij: "Deze is werkelijk dé profeet." Dat kon dus niet missen. Waarmee dus eigenlijk ook is aangegeven: Hij is die Messiaanse Profeet, dé Messias die in de wereld komen zou. Wij zijn geneigd om te denken dat Israël alleen de Koning verwachtte. Dat is zo, maar die Koning is ook dé Profeet. En ik moet er nog iets bij zeggen: Hij is niet alleen de Koning en de Profeet, maar ook nog eens dé Priester. En die functie als Priester, dat is nu weer typisch iets voor deze tegenwoordige tijd, omdat Hij momenteel vertoeft in het heiligdom. Akkoord.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-5" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1794" title="Speel af vanaf 29:54">▶ 29:54⟨/button> ⟨span>Jezus Trekt Zich Terug: een Ongekroonde Koning in Gebed op de Berg⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>We gaan even verder en pakken de draad weer op in vers 15 van Johannes 6. Daar staat: "Daar Jezus bemerkte..." Eigenlijk staat er gewoon dat Jezus wist. Ja, niet eigenlijk; "Jezus dan wetende", dat is precies het woord dat hier staat. Jezus wist dat zij zouden komen. Ik zeg niet dat dit hele spectaculaire verschillen zijn, maar als je echt zo dicht mogelijk bij de Schrift wilt komen, dan kom je soms dingen op het spoor zoals een interlineair laat zien. Die eerste regel leest u misschien niet echt mee, maar het gaat vooral om de meest letterlijke weergave: de groene regel. Daaronder zie je dan hoe men het in de NBG '51 heeft weergegeven: "Jezus dan wetende dat zij op het punt stonden te komen." Hij wist dat. Zo heeft Johannes het met die precisie opgetekend.⟨/p> ⟨p>"En daar Jezus dan bemerkte dat zij op het punt stonden te komen en Hem met geweld meevoeren om Hem koning te maken, trok Hij Zich weder terug in het gebergte geheel alleen." Eerst even dit: "en Hem met geweld meevoeren." Dat is interessant, want hier wordt een woord gebruikt dat in de interlineair met "grissen" wordt vertaald. Elders — het bekendste voorkomen is in 1 Thessalonika 4 vers 17 — wordt het vertaald met "wegvoeren", maar eigenlijk is het gewoon "wegrukken". Het is namelijk echt met geweld wegrukken; dat is het woord dat hier gebruikt wordt. Het is eigenlijk heel opmerkelijk dat we in het Nederlands daar zo'n gezapige term voor hebben voor die gebeurtenis in 1 Thessalonika 4. Wij hebben het dan over "de opname". De opname... dat klinkt haast als een muziekfonds of iets particuliers. Maar het is niet de opname; nee, het is een wegrukking. In het Engels hebben ze dat veel beter bekeken, want daar hebben ze het over de ⟨em>rapture⟨/em>. En inderdaad, dat heeft trouwens nog weer te maken met het Engelse werkwoord ⟨em>to rape⟨/em>, verkrachten. Dat is dus echt met geweld. Een ⟨em>rapture⟨/em> is dus echt met geweld wegrukken. Dat woord "grissen" of "wegrissen" wordt hier gebruikt. Jezus wist dus dat ze op het punt stonden om Hem met geweld mee te voeren. Waarom? Wel, om Hem koning te maken. Maar Jezus wist dat ze zouden komen en Hij trekt Zich terug.⟨/p> ⟨p>Als je daar even goed over nadenkt, is het op het eerste gezicht misschien eigenaardig. Dan denk je: nu de beloofde Koning is gekomen en ze Hem daadwerkelijk koning willen maken, trekt Hij Zich terug. Maar waarom dat toch niet zo vreemd is, komt vanwege de twee elementen die ik op de dia noem: het was de verkeerde tijd en het was het verkeerde motief. Jezus is Koning en Hij zal straks ook daadwerkelijk Koning zijn, zoals David ooit uiteindelijk ook wel degelijk koning werd, maar hier nog niet. Herinnert u zich nog dat deze gebeurtenis plaatsvond in de tijd van het Pascha? Dat hadden we gelezen in vers 4: "En het Pascha, het feest der Joden, was nabij." Rond die tijd vond dit dus plaats. En wat was de bedoeling met Pascha? Dat is de tijd dat het Lam geslacht zou worden. Pascha is niet de tijd dat Hij de Koning wordt. Als we praten in termen van hoogtijden, dan is dat de tijd van het bazuingeschal en de tijd van Yom Kippur — wat eergisteren was, nietwaar? Wat zitten jullie te lachen? Ja, dat weet ik, dat klopt. En er was nog een feest dat over een paar dagen gaat beginnen; als het eergisteren de tiende was, dan begint dat zeker over twee of drie dagen: Sukkot, het Loofhuttenfeest. Al die hoogtijden in die zevende maand hebben allemaal te maken met de wederkomst en de vervulling van al Gods beloften. Maar ik geef toe, wat ik nu zeg kan voor sommigen wat verwarrend zijn, omdat ik dat eigenlijk even zou moeten uitleggen. Dat voert echter weer zover van Johannes 6 af, dus vergeef mij even.⟨/p> ⟨p>Afijn, het was nog niet de tijd. Bovendien, en dat is hier natuurlijk ook heel duidelijk: het motief waarom zij Hem koning wilden maken, was helemaal niet goed. Dit was geen erkenning van Jezus, dit was juist een miskenning van Hem, en dat dit zo is blijkt de volgende dag wel. Ze wilden dat dus gaan doen, maar Hij trok Zich weder terug in het gebergte, geheel alleen. Je leest in Marcus 6 — want deze geschiedenis wordt trouwens in alle vier de Evangeliën beschreven: Matteüs, Marcus, Lukas en Johannes. Dat is echt heel uitzonderlijk. Ik heb het de vorige keer nog even nagegaan, maar het is inderdaad de enige geschiedenis buiten het sterven en de opstanding om, het enige wonderteken dat in alle vier de Evangeliën beschreven wordt. Daar vind je geen andere uitzondering op. De vorige keer memoreerde ik het al, maar ik stak mijn hand er toen nog niet voor in het vuur. Inmiddels durf ik dat wel. Het blijft link hoor om zoiets te riskeren, maar goed, ik heb twee handen. In elk geval, in Marcus 6 lees je dat toen Hij afscheid van hen genomen had — dat is dus het parallelle gedeelte; al die gedeeltes vullen elkaar aan qua informatie — Hij naar de berg ging om te bidden. Dat staat hier in Johannes dan niet, maar Hij zonderde Zich af. Hij trok Zich terug in het gebergte, geheel alleen, en Hij ging de hoogte in om te bidden.⟨/p> ⟨p>Eigenlijk is dat opnieuw een prachtig plaatje van deze tijd. Waar is de Heer? Er staat: "in het gebergte geheel alleen." Het is een type van de tegenwoordige tijd. Laten we dat eens op een rijtje zetten: Hij is nu nog steeds geen Koning en dat wil Hij op dit moment ook niet zijn. Ik weet dat er christenen zijn die daar heel anders over denken en die druk in de weer zijn omdat ze denken dat het onze grote missie vandaag is om het Koninkrijk op aarde te vestigen en te openbaren. "Koning Jezus", zulke liederen worden dan gezongen. Je hebt ze ook in de Opwekkingsbundel. Als ik in zo'n gelegenheid ben, dan houd ik mijn kaken stijf op elkaar, want ik kan dat niet zingen. Jezus regeert vandaag niet als Koning. Integendeel, men wil Hem wel tot koning maken — dat wilden zij toen ook — maar daarmee is Hij helemaal niet gediend en ook niet geëerd. Wat Jezus doet, is dat Hij Zich heeft teruggetrokken. En waar is Hij dan? Wel, daar in de hoogte ergens, op het gebergte. En wat doet Hij daar? Hij bidt. Hij bevindt Zich op "eenzame hoogte". Hoe vindt u die? Dat is ook weer dubbelzinnig als ik het zo zeg natuurlijk. Hij is daar namelijk alleen, terwijl de discipelen weggingen. Hij is bewust nog steeds geen koning op aarde. Weliswaar is Hij daartoe bestemd en is Hem alle macht gegeven in hemel en op aarde, maar Hij oefent die macht hier nog niet uit. De schrijver van de Hebreeënbrief zegt: "Thans zien wij nog niet alle dingen Hem onderworpen, maar wij zien Jezus gekroond met eer en heerlijkheid." Hij is bestemd om de Koning te zijn, maar Hij regeert op aarde absoluut nog niet. En ik zou zeggen: kijk maar om je heen, dan weet je meteen dat het zo is. Dit is niet de heerschappij van Koning Jezus. Als Hij straks hier op aarde komt en gaat regeren, dan wordt het een heel ander verhaal. Dan heeft deze boze aion plaatsgemaakt voor een hele nieuwe aion waarin Hij het voor het zeggen heeft.⟨/p> ⟨p>En dat zal de volkerenwereld weten ook. Nu is Hij geen koning; Hij is nu ook niet zichtbaar voor de wereld. Maar Hij trok Zich terug in het gebergte, niet zichtbaar voor de wereld, op eenzame hoogte, maar verheven en biddend.⟨/p> ⟨p>Nou, zet deze gegevens even, zoals hier, op een rijtje en laat het op je inwerken. Ook hier zie je weer een foto van de tegenwoordige tijd. Dit is een gebeurtenis of een dag uit Jezus' leven en Johannes blikt daarop terug en hij beschrijft het. En je ziet hier gewoon precies beschreven wat vandaag aan de hand is: geen koning, niet zichtbaar, daar is Hij verheven en wat doet Hij? Hij bidt. Aan de ene kant is Hij gezeten, in rust, maar Hij doet niet niets; Hij is daar biddend, trouwens ook wachtend.⟨/p> ⟨p>Wachten staat er. Op wat? Op de telefoon? Nee, niet op de telefoon. Ja, nou, ik zit hier aan iets anders te denken. Je leest in Hebreeën 10 — want daar zit ik dan nog erg in: wachtend, voortswachtende tot Zijn vijanden gesteld zullen worden, tot een vijand voor Zijn voeten. Daar wacht Hij nu nog op. Wat doet de Heer nu? Je kunt verschillende dingen noemen, maar Hij wacht ook. Namelijk tot Hij daadwerkelijk ook Koning zal zijn, als de tijd ook daar zal zijn. Daar is Hij dus.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-6" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2545" title="Speel af vanaf 42:25">▶ 42:25⟨/button> ⟨span>Johannes 6:16: de Discipelen in de Nacht op een Onstuimige Volkerenzee⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En dan lees je in vers 16: "En toen het avond geworden was, gingen zijn discipelen naar de zee." Dat is in de tegengestelde richting als Jezus. Waar Jezus juist nog verder het gebergte in ging, gingen de discipelen daarentegen weer naar beneden, naar de oever en naar de zee.⟨/p> ⟨p>Er staat: "En zij begaven zich in een schip over de zee naar Kafarnaum." Naar Kfar Nahum, als je het op zijn Hebreeuws zegt. Dat is het dorp waar Hij trouwens ook een tijd gewoond heeft, zoals je ergens in de evangeliën leest. In Kafarnaum, het dorp van de troost. Ik zei even 'ontferming', maar dat zeg ik fout; Nahum betekent niet ontferming, dat betekent troost. Eigenlijk is het dus 'het dorp van Nahum', dezelfde naam als die van de profeet Nahum.⟨/p> ⟨p>Afijn, zij begaven zich in een schip over de zee naar Kafarnaum. Ik heb u de vorige keer al verteld dat het wonder van de spijziging plaatsvond in Betsaïda, waar ook Filippus en Andreas vandaan kwamen; dat lees je in Lukas 9 vers 10. Om het beeld helemaal voor u de geest te halen: we zien hier de Kinneret, wat 'harp' (kinoor) betekent. Hier was ongeveer Betsaïda en zij gingen nu een korte oversteek maken van de oostkant naar de westkant, naar Kafarnaum. Dat was op zich geen grote oversteek — je ziet hier op dit Hebreeuwse kaartje ook Tiberias liggen — maar dat is dus de oversteek die zij gingen maken.⟨/p> ⟨p>Dan lees je: "En het was reeds donker geworden en Jezus was nog niet tot hen gekomen." Kennelijk hebben ze daar bij de oever op Hem gewacht. Misschien komt Jezus nog? Ze wisten natuurlijk dat Hij Zich teruggetrokken had en ze hebben nog een tijdje gewacht, maar Jezus was nog niet tot hen gekomen.⟨/p> ⟨p>En er staat: "De zee werd onstuimig daar er een harde wind woei." Een harde wind, een grote wind — 'mega' in het Grieks. Ons woordje 'mega' komt daarvandaan en dat staat hier: een grote megawind. Dat is een tamelijk bekend fenomeen over dat meer van Kinneret, dat zich helemaal in het midden van een gebergte bevindt. Er liggen allemaal bergen rondom het meer en hoe dat meteorologisch precies te verklaren is, dat weet ik ook verder niet, maar het is een fenomeen dat zo af en toe gebeurt: dat er plotseling een enorme wind opsteekt vanuit de bergen. Vanuit het omliggende gebergte valt de wind daar als het ware met een enorme kracht neer. Mega dus.⟨/p> ⟨p>Er is trouwens een paar keer in de evangeliën sprake van een dergelijke geschiedenis. Er is ook nog de bekende geschiedenis dat Jezus Zelf aan boord is en dat Hij dan in het ruim ligt te slapen; dat is weer een ander verhaal natuurlijk, een andere geschiedenis. Maar hier werd de zee onstuimig daar er een harde wind woei. Er staat eigenlijk dat de zee 'wakker geschud' werd. Ook daarin zie je weer dat idee van die plotselinge omslag. In één keer ging het zo gigantisch hard waaien. Als je voelt aankomen dat de wind aantrekt en harder wordt, dan zou je wel zorgen dat je die oversteek niet maakt, maar dit kan dus zomaar plotseling gebeuren.⟨/p> ⟨p>Toen zij dan vijfentwintig of dertig stadien hadden geroeid... Een stadie — waar ons woord 'stadion' trouwens van afgeleid is — is van origine 185 meter. Je leest die afstandsmaat heel wat keren in het Nieuwe Testament; van de Emmaüsgangers lees je ook dat ze zoveel stadien waren gereisd. Het is dus 185 meter per stadie. Vijfentwintig of dertig stadien is dan tussen de 4,5 en 5,5 kilometer. Maar u begrijpt wel dat als je zo'n eind geroeid hebt op zo'n onstuimige zee, je eigenlijk helemaal geen idee meer hebt waar je je bevindt, want je drijft compleet af natuurlijk. Je bent met het roeien niet opgewassen tegen zulk natuurgeweld. Toen zagen zij...⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-7" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2877" title="Speel af vanaf 47:57">▶ 47:57⟨/button> ⟨span>Jezus Wandelt op het Water (inclusief Weerkundig Intermezzo)⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Jezus over de zee gaan... Je leest trouwens in Marcus en, ik meen, in het Evangelie naar Matthäus ook dat het was in de vierde nachtwake. Inmiddels – de nacht werd verdeeld in vier delen – en de vierde nachtwake was trouwens altijd het laatste deel van de nacht. Het werd ook wel de ochtendwake genoemd, omdat het de laatste wake is, zo tegen de ochtend aan. Let op: als de nacht op zijn donkerst is, dan is dat juist een aanwijzing dat de dag aanstaande is. Het is de tijd tussen drie en zes uur. Je leest ook over andere nachtwaken; ze worden één keer in de Evangeliën ook alle vier achter elkaar genoemd, maar dat weet ik even niet zo uit mijn hoofd, dus laat dat maar even zitten.⟨/p> ⟨p>Ze zagen Jezus over de zee gaan. Nou, ik zal u vertellen... ik geneer me misschien een beetje om het te zeggen, maar ik heb daar lange tijd toch grote moeite mee gehad. Met dat wonderteken. Omdat ik dat helemaal niet, als ik het zo mag zeggen, 'des Jezus' vind om zoiets te doen, om zo te gaan. Ik heb daar zelfs Bijbelse motieven voor gehad. Inmiddels zie ik het anders. Het klinkt wat arrogant als ik het zo zeg, maar nu weet ik hoe het zit en nu heb ik er geen moeite meer mee. Niet met het feit dat er een wonderteken gebeurt, want ja, als ik dáár problemen mee zou hebben, dan kan ik beter mijn hele Bijbel wegdoen. Maar nee, dat was het punt niet zozeer. Waar mijn moeite lag, was het feit dat Jezus over de zee zou wandelen. Ik had daar twijfels over gehad, juist op basis van Johannes 6.⟨/p> ⟨p>Want dan lees je dat ze zagen... Laat ik het zo vertellen, ik ben even open en eerlijk. Een mens kan dwalen, wat trouwens ook maar weer aangeeft waarom je als gehoor altijd kritisch moet zijn naar wat er gezegd wordt. Maar goed, waarom dacht ik dat? Ik dacht dat het zo was omdat je leest dat als zij Jezus zien en Hem ontmoeten, ze terstond bij de oever zijn. Toen dacht ik: aha, deze ontmoeting vond plaats op de oever. Terwijl Jezus over de oever liep, zagen zij Hem; ze dachten dat ze midden op zee waren en zagen Hem over het water lopen, maar in werkelijkheid liep Hij gewoon daar keurig over de oever. Zo legde ik dat dan uit. Ik dacht dus dat Jezus helemaal niet over het water liep, maar dat ze Hem alleen maar zo zagen.⟨/p> ⟨p>Waarna je natuurlijk wel met Petrus blijft zitten. Dat wordt hier weliswaar niet beschreven, maar je leest in Matthäus 14 over het 'uitstapje' van Petrus. Dat kan niet missen. Als je alleen Johannes 6 zou hebben, zou je dit kunnen zeggen, maar als je het vergelijkt met Matthäus en Marcus – in Lukas wordt het niet beschreven – dan blijkt heel duidelijk dat Jezus inderdaad over de zee ging. Dat lees je verder nooit, dat Jezus dat deed, maar in dit geval is er dit wonderlijke komen. Hij ging daadwerkelijk over het water, over de zee. Er staat hier: 'wandelende op de zee'. Dat is heel profetisch en het gaat over Zijn unieke komst straks. Ik kom daar straks nog even op terug, maar laten we eerst nog even verder lezen.⟨/p> ⟨p>Ze zagen Jezus dus wandelende op de zee en dicht bij het schip komen, en zij werden bevreesd. Nu kun je natuurlijk meteen zeggen: wat een kinderachtige figuren zijn dat geweest. Maar je leest elders in het Evangelie naar Matthäus dat ze dachten: 'Een spook!'. Ja, maar wat wilt u? De zee is zo onstuimig. Je leest ook dat ze echt dreigden te vergaan; hun laatste uur was menselijkerwijs gesproken geslagen. Je bent een aantal kilometers van de oever en dan zie je ineens een gestalte over het water gaan – laten we aannemen dat Hij in het wit gekleed was. Wat is het eerste wat je dan zegt? 'Help, een spook!'. Dat is toch heel reëel? Zo gek is dat niet.⟨/p> ⟨p>Ze zagen Jezus wandelen, maar wisten zij dat Hij het was? In Matthäus 14 vers 25 staat: 'En toen de discipelen Hem over de zee zagen gaan, werden zij verbijsterd en zeiden: Het is een spook!'. Dat zeg je niet als je weet dat het Jezus is. Ze schreeuwden van vrees. Terstond sprak Jezus hen aan en zei: 'Houd moed, Ik ben het, wees niet bevreesd.' Dan pas wordt het hun duidelijk. Ze zagen Jezus wel, maar ze wisten aanvankelijk nog niet dat het Jezus betrof.⟨/p> ⟨p>Ik stel voor dat we eerst even gaan pauzeren. Ik hoorde zojuist van Fred een hele mooie meteorologische uitleg over dat fenomeen van zo'n plotselinge storm. Ik wist daar niets over te melden, maar Fred zei: 'Weet je hoe dat zit?'. Ik heb hem gevraagd of hij dat wilde uitleggen.⟨/p> ⟨p>Fred: "Nou ja, voor wat dat waard is. Ik heb er net even op internet naar gekeken, maar kwam het niet tegen. Het kan een bora-wind zijn. Het fenomeen in de bergen is dat na het hoogtepunt van de zon, de zon van de westhellingen afgaat. De zon schijnt dan minder op de helling aan de westkant en meer op de oostelijke oever van die bergen. De westelijke hellingen koelen dan af en de oostelijke hellingen warmen op. Tegen dat de zon helemaal ondergaat, bereikt dat zo zijn hoogtepunt. Dan heb je op een gegeven moment dat die warme lucht van de hellingen omhoog schiet. Door de druk van de lucht van de koude hellingen ontstaat er een wind met dubbel zoveel kracht als bijvoorbeeld hier in Nederland. Echt een valwind vanaf de bergen over het water, die in één keer opsteekt. Dat is een fenomeen waar ze in Noord-Italië op de grote meren echt gebruik van maken om te zeilen; dan wachten ze op die wind om echt te kunnen zeilen. Het is niet voorspelbaar; de ene keer heb je het wel en dan dagen niet, en dan ineens heb je de hele nacht wind. Dat heb ik afgelopen jaar ook ervaren."⟨/p> ⟨p>André: "Of we de span ossen nog hebben?"⟨/p> ⟨p>Fred: "Een span ossen. Pas hoorde ik in de lezing van André over een ongelijk span, wat Paulus ook aanhaalt. Een span ossen is altijd een stel gecastreerde mannetjesstieren; liefst twee broertjes die samen zijn opgegroeid en altijd samen ingespannen zijn in een span voor een ploeg. De ene links, de andere altijd rechts. Dat is een heel sterk koppel omdat ze aan elkaar gewend zijn. Eén is meestal leidend omdat hij dominant is, en de ander volgt. Als één van de twee door leeftijd of wat ook overlijdt of niet meer in het span kan staan, dan gaat de andere soort van met pensioen. Die gaat dan voor een lichte wagen, omdat hij daar nog wel geschikt voor is, maar hij is niet meer geschikt om in te spannen met een andere os. Ze zijn niet aan elkaar gewend en dat wordt dus een ongelijk span. Dat is niet werkbaar. Dat is het fenomeen van een ongelijk span."⟨/p> ⟨p>André: "Beide dingen waren volstrekt nieuw voor mij. Hartelijk dank Fred voor deze toelichting, want dat was heel erg ter zake. Daar hadden we het net over, maar dat tweede over dat ongelijke span... Die houden we erin. Die onthoud ik."⟨/p> ⟨p>We gaan weer terug naar Johannes 6 vers 19. De twaalf in het scheepje zijn inmiddels ver in zee, althans, ze hadden al zo’n 25 à 30 stadiën geroeid. Jezus was daar in het gebergte geweest, maar Hij was tot hen gekomen. Ze zagen Jezus letterlijk op de zee lopen en dicht bij het schip komen, en ze werden bevreesd. Daar hadden we het zojuist over; hoe logisch dat ook is als je bereid bent je even voor te stellen wat er aan de hand is als zoiets zich voordoet en het schip dreigt verloren te gaan in de zee. Dat zou het einde van hun leven zijn geweest.⟨/p> ⟨p>Dan lees je in vers 20 van Johannes 6: "Maar Hij zei tot hen: Ik ben het, wees niet bevreesd." We zagen al dat de andere evangeliën veel meer informatie geven. Johannes is heel compact, juist in de beschrijving van deze geschiedenis. De andere beschrijvingen, met name Matteüs, geven veel meer details, ook over wanneer dit was. Waar Margret zojuist al even op wees: Johannes zou nog de indruk kunnen wekken dat ze wisten dat Jezus het was. Maar nee, we weten dat ze Jezus weliswaar zagen, maar dat in eerste instantie niet wisten. Het waren juist de woorden van Jezus die hen overtuigden: "Maar Hij zei tot hen: Ik ben het, wees niet bevreesd."⟨/p> ⟨p>Matteüs verhaalt hier als enige ook nog over de 'uitstap' – zo noem ik het dan maar even – want dat is precies wat het was: een uitstapje uit het schip van Petrus, die dan zegt: "Heer, bent u het?" Misschien dat ik er zometeen nog even op terugkom als het gaat om de profetische betekenis, maar eerst nog even de wijze waarop Johannes het hier neerzet: "Zij wilden Hem dan in het schip nemen." In Matteüs lees je meer informatie; daar staat niet alleen dat ze dat wilden, maar ook: "En toen zij in het schip geklommen waren, ging de wind liggen." Ook dat staat strikt genomen niet in Johannes vermeld. Het wordt gesuggereerd, de beschrijving is ermee in harmonie, maar Johannes laat bijna alle details weg.⟨/p> ⟨p>Ik lees nu even Matteüs. Het was enorm onstuimig, maar op dat moment ging de wind liggen. In het geval van Johannes staat er: "Zij wilden Hem dan gewillig in het schip nemen." Ze hebben Hem daadwerkelijk in het schip genomen. Iemand vraagt: "Zou je uit de beschrijving van Johannes 6 niet opmaken dat ze het alleen nog maar van plan waren?" Dat zou het feit van de staat veranderen. In de Statenvertaling staat letterlijk: "Zij wilden." Ik veronderstel dat de vertalers dit zo hebben weergegeven omdat ze met een schuin oog naar de andere evangeliën keken, waaruit blijkt dat Hij ook werkelijk in het schip genomen of geklommen is. Johannes 6 zou kunnen suggereren: ze wilden het, maar Hij heeft het niet gedaan. Maar we weten, en daar zie je hoe de diverse beschrijvingen elkaar completeren, dat het daadwerkelijk zo is gegaan.⟨/p> ⟨p>Maar als we het toch over dat water lopen hebben... Kijk, als Jezus niet over het water ging maar aan de kant was, hoe kwam Hij dan bij dat schip? Want het schip was in het water. Iemand zegt: "Ik vertel even wat mijn uitleg was: zij voeren vlak bij de oever, alleen onwetend. Jezus ging over de oever gewoon naar Kafarnaum, Hij passeert hen en zij zien Hem dan over het water wandelen." Sorry dat ik nu alsnog mijn foutieve uitleg probeer te onderbouwen, maar ik wil er eigenlijk ook mee zeggen dat, hoezeer ik er ook naast zat, het niet helemaal uit de lucht gegrepen was. Als je alleen Johannes 6 zou hebben, zou je dat inderdaad kunnen zeggen.⟨/p> ⟨p>Maar aangezien werkelijke schriftuitleg betekent dat je de Schrift met Schriften moet vergelijken, blijkt zonneklaar uit Matteüs en Marcus dat Hij wel degelijk over het water tot hen gekomen is. Hoe dat dan ook gegaan is; we verklaren niks. Waarom niet? Dat hebben we toch ook niet gedaan bij de wonderbare spijziging? "Ja, hoe is dat gegaan?" Dat is onze zorg niet, laat dat maar aan Hem over. Feitelijk zien we een wonderbare vermenigvuldiging ook in de natuur, alleen noemen we het daar niet meer wonderbaarlijk omdat we het altijd waarnemen. Als je een gerstekorrel in de aarde stopt, heb je in no-time hele velden van gerst. Is dat een wonderbare vermenigvuldiging of niet? Nou, dat kan toch niet? Nee, maar we noemen dat geen wonder omdat we dat wonder altijd zien en het zich voor onze ogen voltrekt. Maar is het daarmee minder wonderbaarlijk?⟨/p> ⟨p>Hier is het echt een wonderteken natuurlijk. Het is een eenmalige interventie die normaal nooit plaatsvindt. Ook dat Jezus over het water loopt, is eenmalig. Maar het heeft ook – en daar kom ik straks op terug – een verwijzing naar een eenmalig profetisch gebeuren. Dat is wat hier uiteindelijk ook uitgebeeld wordt. Jezus doet dat niet zomaar omdat Hij bij de discipelen wilde wezen. Dat had Hij ook op een andere manier kunnen regelen. Laten we wel wezen: de Heer had toch ook vanaf de oever of vanaf het gebergte kunnen zeggen: "Ik wil dat de wind nu ophoudt"? Nee, Hij wilde hen iets duidelijk maken. Maar vooral ook aan ons, want het staat opgetekend om óns iets duidelijk te maken. Er gaat een sprake van uit. Het zijn tekenen van wie Hij is en hoe Hij opereert.⟨/p> ⟨p>Iemand vraagt: "Kun je iets zeggen over het verschil tussen een natuurlijk wonder en een bovennatuurlijk wonder?" Meestal spreken we van een wonder als het echt bovennatuurlijk is. Het zijn wat transparante begrippen... Ik zoek even een ander woord, ik kom er zo snel niet op. Maar in ieder geval: de eigenlijke betekenis van het woord 'wonder' is dat je je erover verwondert. "I wonder," zeggen ze in het Engels: "ik begrijp het niet." Dat geldt voor zulke dingen ook. Als de psalmist zegt: "Wonderbaarlijk ben ik toebereid," dan is dat wonderbaarlijk! Het is een rechtstreeks Godswonder. Maar dat wonder vindt plaats in de buik van elke moeder, bij elke zwangere vrouw.⟨/p> ⟨p>Een tijdje geleden hadden we het erover toen het ging over het wonder van de opstanding. In feite gebeurt er hetzelfde: je stopt een zaadje in de aarde. Dat is de vergelijking van Paulus. Als je iemand begraaft, stop je iets in de aarde en daar komt een opstandingslichaam uit. Niet eens omdat dat lijk dan zo nodig is, want God heeft straks echt geen lijk nodig – daar is immers niks van over. Het gaat om de symboliek. Hoe worden de doden opgewekt? Paulus stelt die vraag zelf ook in 1 Korintiërs 15. Hij zegt: "Dwaas, weet je dat niet?" Hij behandelt het zo om te laten zien dat zoiets mogelijk is. Dat God straks de doden weer levend gaat maken, op Zijn tijd en op Zijn wijze, en dat ze onvergankelijkheid gaan aandoen. Het feit dat wij hier zo zijn, dat we ooit ontstaan zijn, zoveel jaar geleden...⟨/p> ⟨p>Uit één spermacelletje en één eicelletje die bij elkaar komen, komt een maand of wat later een kind ter wereld. Het is dat we dit zien. Zo zijn wij ter wereld gekomen; dit zijn wij. Maar anders zou je zeggen, als iemand het zo beschrijft en je zou van niks weten: "Nee, kom nou, dat kan toch niet? Dat kan toch niet?"⟨/p> ⟨p>Daarom heb ik, eerlijk gezegd, helemaal geen moeite. Ik heb dat persoonlijk – maar misschien is dat met u anders – ik heb geen enkele moeite met het accepteren van wondertekenen. Omdat ik denk: alles is een wonder. Ik begrijp er helemaal niets van. En het leuke is dat hoe meer expertise iemand heeft, hoe minder hij eigenlijk begrijpt van het terrein waar hij mee bezig is. De vragen stapelen zich op, dus het wonder wordt alleen maar groter. Maar goed, even terugkomen.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-8" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4201" title="Speel af vanaf 01:10:01">▶ 01:10:01⟨/button> ⟨span>Het Vijfde Teken en de Aard van Bijbelse Wonderen⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Johannes 6. Terstond bereikte het schip het land waar zij heen gingen. Daarmee is in feite het vijfde teken dat Johannes optekent beschreven. Wat was ook alweer het eerste teken? De bruiloft te Kana, waar water in wijn veranderd werd. Het tweede teken was de genezing van de hoveling. Het derde teken was de geschiedenis uit Johannes 5, de man die achtendertig jaar lang ziek en verlamd was en in Bethesda genezen werd. Zet ik het nu goed? Eerste: Kana. Tweede... sorry dat ik het even niet in de goede orde zeg, ik kan het niet eens tot vijf tellen! Het eerste was bij de bruiloft te Kana. Het tweede was de genezing van de hoveling, ook in Kana trouwens. Het derde teken was dat in Bethesda. En de wonderbare spijziging was het vierde teken. Direct daarop volgend hebben we nu het vijfde teken. Dat vierde en het vijfde teken zijn aan elkaar gekoppeld, al was het maar omdat ze in hetzelfde etmaal plaatsvonden.⟨/p> ⟨p>Ik moet er eigenlijk nog eventjes iets bij zeggen. Je leest in Mattheüs ook dat — of las ik dat zojuist al even voor uit Mattheüs 14? — op het moment dat Jezus het schip betreedt en erin klimt, de wind gaat liggen en de zee geheel rustig wordt. En nu lees je hier: ze wilden Hem in het schip nemen, en hoe dan ook, terstond bereikte het schip het land. Dat blijft natuurlijk toch eigenaardig, want was dit nou opnieuw een wonder? Of waren ze inderdaad niet verder verwijderd van het land? Zeg het maar. Er staat inderdaad: onmiddellijk kwam het schip op het land waar zij heen gingen. Dus meteen waren ze daarmee ook gearriveerd.⟨/p> ⟨p>Maar ook hier moet ik weer zeggen: de beschrijving dient juist ook het teken. Dat wil zeggen dat het de betekenis illustreert. Daarom staat het ook op die wijze beschreven. Misschien mag ik dat eens puntsgewijs naar voren brengen, zoals ik dat trouwens ook gedaan heb in verband met teken nummer vier, de wonderbare spijziging. Dat gaat over de tegenwoordige tijd; dat hoef ik niet nog een keer te herhalen. Maar als we het nu hebben over dit specifieke teken...⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-9" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4407" title="Speel af vanaf 01:13:27">▶ 01:13:27⟨/button> ⟨span>De Profetische Betekenis: de Uitredding van Israël in de Uiterste Nood⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Laten we het nog eens vanaf het begin verhalen. Het wordt hier in slechts een paar verzen opgetekend en beschreven. Jezus was alleen in de hoogte aan het bidden. Dat is de tegenwoordige positie waarin Hij zich nu bevindt: in de hoogte. En wat doet Hij daar? Hij is daar in gebed; Hij pleit daar en Hij bidt daar.⟨/p> ⟨p>Onderwijl bevinden de twaalf — dat is een beeld van Israël — zich op de zee, te midden van de natiën. De zee is immers een beeld van de volkeren. Het was bovendien tijdens de nacht, en ook dat is weer veelzeggend. Het was niet de dag die zou aanbreken, maar het was duister. En ook dat is natuurlijk dubbelzinnig. Achter zulke details zit altijd een diepere betekenis.⟨/p> ⟨p>Ik moet daarbij denken aan het einde van Johannes 13, waar de Heer in de opperzaal de maaltijd houdt, nadat Hij eerst de voeten van de zijnen heeft gewassen. Je leest daar dat Jezus Judas waarschuwt. In vers 30 van Johannes 13 staat dat Jezus eerst nog tegen hem zegt: "Koop wat we nodig hebben voor het feest." De omstanders dachten dat Judas daarom wegging. En dan lees je: "Hij nam dan het stuk brood — dat gaat over Judas — en hij vertrok terstond. En het was nacht." Dit is zo'n veelzeggend detail. Natuurlijk was het letterlijk nacht, maar het was ook figuurlijk nacht voor Judas. Dat wat zich nu ging afspelen en wat Judas ging doen, was letterlijk en figuurlijk zo duister. Het was nacht. Dat is niet zomaar een feitelijke mededeling voor een journalistiek verslag; het is een teken, daar gaat het om.⟨/p> ⟨p>De twaalf waren op de zee tijdens de nacht. Hier komen we bij de betekenis die dit heeft in verband met de nabije toekomst. Nu bevindt de Heer zich op de hoogte, maar er komt een tijd dat het enorm onstuimig gaat worden op de volkerenzee en dat Israël in uiterste nood komt. Dat scheepje met die twaalf man is een beeld van het volk Israël. In Psalm 2 lees je: "Waarom woelen de volkeren en zinnen de natiën op ijdelheid?" Dat is het beeld van die onstuimige zee. In dat scheepje dreigen de twaalf te vergaan, en het is nacht.⟨/p> ⟨p>En wat gebeurt er dan? Tegen de ochtend — we zijn in de vierde nachtwake — komt Jezus tot hen. Wanneer ze Hem ontwaren, weten ze aanvankelijk niet met wie ze van doen hebben. Vandaar die enorme verbijstering en ook die angst en vrees. Dat is precies wat er straks zal gaan plaatsvinden. De Heer is nu daar, maar Hij zal straks tot Zijn volk komen. Dat zal zijn wanneer Jakob — de twaalf — in uiterste nood is. Wanneer de zee zo onstuimig is en ze dreigen om te komen, komt Hij tot hen.⟨/p> ⟨p>Als ze Hem zien, zal er eerst een verbijstering over hen komen, omdat zij niet weten met wie zij van doen hebben. Maar dan is het Jezus die zegt: "Vrees niet, Ik ben het." Dan zullen ze Hem inderdaad zien. Jezus is Degene die dan de rust aanbrengt; de wind gaat liggen. Als Hij komt tot de twaalf, zal Hij de hele volkerenzee tot stilte manen. Hij komt niet alleen voor die twaalf, maar de hele zee wordt rustig. Het schip bereikt dan ook het land. Dat bedoel ik letterlijk, maar ook figuurlijk: het volk Israël zal dan arriveren waar ze wezen moeten en terechtkomen in een veilige haven.⟨/p> ⟨p>Zo vinden er binnen een etmaal twee wondertekenen pal achter elkaar plaats. In beide gevallen beschrijven ze opeenvolgende tijden. Het eerste teken beschrijft de tegenwoordige tijd waarin wij nu leven. Het tweede teken beschrijft dat de Heer in de hoogte is, maar tot Zijn volk zal komen in uiterste nood en dat zij Hem dan zullen treffen. Die komst van de Heer over het water, waarbij Hij de twaalf in veiligheid brengt en rust gebiedt, is een profetisch teken.⟨/p> ⟨p>Juist zoals ze op elkaar aansluiten, liggen het teken van de spijziging en het teken van Zijn komst over het water in elkaars verlengde. Het zijn twee illustraties: de tegenwoordige tijd waarin Hij daarboven voeding geeft, en aansluitend de tijd waarin Hij zal komen tot Zijn volk, zal wederkomen en hen in de rust zal brengen. Dan zie je dat zulke wonderen en beschrijvingen met recht tekenen zijn. We zullen dat iedere keer weer zien: de diepe, grootse en hoge betekenissen die daarin besloten liggen.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-10" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4881" title="Speel af vanaf 01:21:21">▶ 01:21:21⟨/button> ⟨span>Het Uitstapje van Petrus als Profetisch Beeld van de Vluchtende Rest⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Ja, dan zou je natuurlijk ook nog de vraag kunnen stellen wat het uitstapje van Petrus daarmee van doen heeft. Ik aarzel om daar nog op in te gaan, want het is natuurlijk strikt genomen niet wat Johannes beschrijft, maar ik heb er wel over nagedacht en ik geef het u ter overweging mee.⟨/p> ⟨p>Want als de Heer straks de ontmoeting zal hebben met de twaalf in uiterste nood, dan zal daar eerst nog een andere ontmoeting zijn die daar vlak aan voorafgaat: de ontmoeting ook van de Heer met een deel dat gevlucht zal zijn, dat uit de boot gestapt zal zijn naar Petra — Petrus — en daar de Heer al zal treffen en op een andere wijze de wonderbare uitredding zal beleven. Toen ik dat zo voor mezelf op een rijtje zette en ik dat uitstapje van Petrus daarbij betrok, toen dacht ik: dat kan niet missen. Dat valt daar heel gemakkelijk bij in te delen.⟨/p> ⟨p>Begrijpt u wat ik ermee bedoel te zeggen? Sommigen zie ik nu kijken van: "Ik begrijp het niet, maar ik ga het niet zeggen, want anders lijk ik zo dom." Maar ik geef toe dat als ik dit echt uitleg, ik inderdaad zou moeten vertellen over wat er straks gaat gebeuren; dat er straks in de grote verdrukking een deel van het volk zal vluchten naar de woestijn. Die zullen met recht dus een "uitstapje" maken, maar daar ook op een wonderbaarlijke wijze een uitredding beleven van de Heer.⟨/p> ⟨p>Ik kan dat nu verder niet nader toelichten en ik heb daar ook een heel goed excuus voor, omdat dit niet in Johannes beschreven wordt, maar in Matteüs. Dus als we Matteüs zouden bespreken, zou ik daar wel wat nader op ingaan. Maar ja, hoe gaat dat? Gaat dat zo? Dat wordt 2022 of zoiets. Ja, precies. Goed.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-11" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="5026" title="Speel af vanaf 01:23:46">▶ 01:23:46⟨/button> ⟨span>Johannes 6:22: de Menigte Zoekt Naar Jezus, maar Mist de Betekenis⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>We kunnen nog even een klein stukje verder gaan in de beschrijving van Johannes 6. Er staat dat het de volgende dag was. De afgelopen nacht was zojuist beschreven; Jezus had die ontmoeting gehad daar in de vierde nachtwaak, zo tegen de ochtend. De volgende dag zag de schare, de menigte die aan de andere zijde van de zee was gebleven, dat er geen ander scheepje was geweest dan één. Waarschijnlijk was er maar een klein deel van de menigte achtergebleven, maar dat doet nu even niet ter zake. De volgende dag zag de menigte die aan de overkant van de zee stond – de mensen die de spijziging hadden meegemaakt – dat Jezus niet met Zijn discipelen in dat schip was gegaan. De discipelen waren alleen weggevaren. De mensen stelden vast: hé, dat scheepje is weggegaan, maar Jezus niet, dus Hij moet hier nog steeds zijn. Dat dachten ze tenminste. Jezus had Zich echter teruggetrokken en alleen Zijn discipelen waren weggevaren.⟨/p> ⟨p>Toch kwamen er andere scheepjes uit Tiberias bij de plaats waar zij het brood gegeten hadden. Ik heb u eerder al een plaatje laten zien; dat is echt de andere kant van de zee. Tiberias is de grootste plaats bij het meer. Waarom die scheepjes daarheen kwamen, lijkt mij duidelijk: ze gingen af op het gerucht dat natuurlijk als een lopend vuurtje de ronde had gedaan. Vergis je niet, een menigte van vijfduizend man, vrouwen en kinderen niet meegerekend, had dat wonder beleefd. De gedachte was dat Jezus daar de volgende dag nog steeds zou zijn, dus kwamen er allemaal scheepjes uit Tiberias van mensen die dat ook wilden meemaken. Het is opmerkelijk hoe het hier beschreven wordt: "bij de plaats waar zij het brood gegeten hadden, nadat de Heer gedankt had." Er wordt hier niet eens expliciet op gewezen dat het een wonderbare spijziging was, maar dat ze gegeten hadden nadat de Heer gedankt had. Als de Heer gaat danken, dan gebeurt er wat; dat is wel gebleken. We hebben het er de vorige keer al over gehad dat danken eigenlijk synoniem is met zegenen. In de dankzegging is de zegen besloten. Als je dankt, verandert dat alles.⟨/p> ⟨p>Enfin, daar arriveerden die andere scheepjes dus ook. Toen de schare zag dat Jezus daar niet was, en ook Zijn discipelen niet – wat natuurlijk niet zo verwonderlijk was – gingen ook zij in de scheepjes en kwamen naar Kafarnaum om Jezus te zoeken. Ze gingen dus alsnog naar de plaats waar Jezus werkelijk was. En toen zij Hem aan de overkant van de zee vonden, zeiden zij tot Hem: "Rabbi, wanneer bent u hier gekomen?" Jezus antwoordde hun: "Voorwaar, voorwaar..." Als dat gezegd wordt, dan weet je het meteen. In het Grieks staat daar "amen, amen". Dat is een Hebreeuws woord voor "het is waar" of "het is zeker". Het heeft ook te maken met het Hebreeuwse woord voor "geloven", wat eigenlijk niets anders is dan beamen: "U zegt het en ik beaam het; amen, dat is het." Maar dat dubbele amen is niet alleen een accentuering. Het wil ook zeggen: het is dubbel waar, maar het is ook dubbelzinnig; er zit een dubbele bodem in. Er zit altijd zoveel meer onder de oppervlakte.⟨/p> ⟨p>"Voorwaar, voorwaar, Ik zeg jullie: jullie zoeken Mij niet omdat jullie tekenen gezien hebben, maar omdat jullie van de broden gegeten hebt en verzadigd zijn." Ze hebben weliswaar wonderen gezien, maar het teken niet. Dat is heel opmerkelijk. Jezus zegt: "Jullie zoeken Mij nu alleen maar omdat jullie maag gevuld is en omdat daar zoiets spectaculairs plaatsvond." Daardoor zijn ze eerst vanuit Tiberias en Betsaïda gekomen en nu weer in Kafarnaum. Ze zoeken Hem alleen om die reden, maar niet omdat ze de tekenen gezien hebben. Ze hebben het wonder gezien, maar het teken – dat wil zeggen de betekenis ervan – ontging hen. Dat wisten ze niet. De Heer gaat vervolgens uitleggen waar het teken werkelijk van spreekt. Dat komen we tegen in vers 27, maar ik stel voor dat we dat parkeren voor de volgende keer. Dat is namelijk weer een heel nieuw gedeelte waarin Zijn eigenlijke toespraak begint.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-12" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="5392" title="Speel af vanaf 01:29:52">▶ 01:29:52⟨/button> ⟨span>De Zegen Is Volledig Gelegen in de Dankzegging⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>We hadden het er net over wanneer dat wonder dan precies zou gebeuren. Gebeurde dat bij het breken van het brood? Maar wat staat er nou eigenlijk? Wat staat hierover geschreven? Dat wonder vond plaats toen de Heere gedankt had. Er staat: "waar zij het brood aten, nadat de Heere gedankt had." Dat wonder behoorde namelijk toe aan de dankzegging van de Heere. Het gebeurde in het danken.⟨/p> ⟨p>Het brood van dankzegging is een uitdrukking die we ook kennen uit 1 Korinthiërs: het brood dat wij dankzeggende zegenen. Daar hebben we het de vorige keer ook over gehad, toen het erover ging dat dankzeggen in de Bijbel gewoon synoniem is met zegenen. Dingen worden gezegend. Hoe? Door dankzegging.⟨/p> ⟨p>Sterker nog, de zegen is de dankzegging. Als er niet gedankt wordt, dan is het geen zegen. Je kunt nog zoveel hebben, maar als je God niet dankt, is het geen zegen. En andersom: zelfs de meest negatieve dingen worden in dankzegging een zegen. Dat is een heel wonderlijk fenomeen; dat dingen dankzeggend gezegend worden.⟨/p> ⟨p>Ik had deze Bijbelstudie gegeven en ik kreeg van iemand die via internet had geluisterd een mailtje. Dit was bij haar blijven haken; ze vond het zo'n eye-opener om te ontdekken dat de zegen gelegen is in de dankzegging. Zo is het mij zelf ook ooit vergaan.⟨/p> ⟨p>Zullen we het hierbij laten, vrienden? Dan gaan we de volgende keer verder met vers 27.⟨/p>