⟨h3 id="hoofdstuk-1" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="0" title="Speel af vanaf 00:00">▶ 00:00⟨/button> ⟨span>Terugblik op de Impact van Paulus' Prediking in Efeze⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>We gaan vanavond verder met onze speurtocht. Onze wandeltocht in zekere zin, want het is in Paulus' voetsporen met onze wandeltocht stap voor stap door het boek Handelingen. Vers voor vers, zinsdeel voor zinsdeel, maar ik moet u waarschuwen: vanavond gaan we het wat anders aanpakken dan gebruikelijk. Ja, we maken vanavond eens een excursie.⟨/p> ⟨p>Ik zal dat straks ook even toelichten. Trouwens, ik heb de vorige keer al aangekondigd dat we het inderdaad nog zouden hebben over dat woord Ekklesia. En die belofte wil ik inderdaad ook inlossen. Maar misschien is het goed om even terug te halen waar we het de vorige keer over gehad hebben. En dat is dan meteen ook de springplank naar de excursie, zullen we maar zeggen.⟨/p> ⟨p>We hebben gezien – want we hadden het over Handelingen 19 en we hebben de bespreking daarvan in principe afgerond – dat Paulus in Efeze drie jaar lang actief is geweest. Hij is daar een hele tijd geweest en de prediking daar heeft een enorme impact gehad. Dat wordt ook in dit hoofdstuk beschreven. En voor zover we dat niet lezen in het boek Handelingen, maar dat bij elkaar sprokkelen aan informatie elders in Paulus' brieven, dan kom je daar trouwens ook het nodige tegen. In de Corinthebrief spreekt hij daar met name over, dat hem een machtige deur in Efeze was geopend. Maar, zegt hij er dan bij, er is veel tegenstand of de tegenstand is groot.⟨/p> ⟨p>Die impact voelden – of dreigden althans te voelen – de handelaren in de Artemis-cultus. We hebben het daarover gehad: Artemis is een ander woord voor Diana, de godin in Efeze. Dat was een geweldig grote en eigenlijk ook wereldwijde cultus. Vanuit de hele wereld kwamen ze naar Efeze voor pelgrimages. De handelaren in de Artemis-cultus zagen vanwege die impact van Paulus' prediking hun business bedreigd. Het gilde, dat wil zeggen de mensen die al die beeldjes maakten – hoe stond het precies wat ze dan deden? – die groep handelaren, onder leiding van Demetrius, wiens naam een paar keer genoemd wordt, organiseerde een volksopstand.⟨/p> ⟨p>En dan lees je dat het hele volk in rep en roer komt, terwijl een hele categorie niet eens weet waar het eigenlijk om gaat. Maar urenlang worden er leuzen gescandeerd in het grote theater – nog steeds tegenwoordig te bezoeken, dat grote theater daar in Efeze – en dat was allemaal gericht tegen Paulus' prediking. Maar goed, de vrienden van Paulus hebben hem erbuiten gehouden, want anders zou hij met recht echt gelyncht zijn. Je leest wel dat Paulus' medewerkers daar wel bij betrokken waren en die hebben ze kennelijk niet al te veel aangedaan, maar in ieder geval: Paulus werd daar heel duidelijk buiten gehouden om hem daarvoor te bewaren.⟨/p> ⟨p>En dan lees je, na nog wat verwikkelingen nadat er nog een andere spreker – een Joodse spreker – het woord wenste te nemen, dat uiteindelijk de secretaris van de stad de grote menigte die daar bij elkaar gekomen was, tot bedaren wist te brengen. Hij noemde een paar argumenten en zei: de vermindering van de inkomsten zal zo'n vaart niet lopen. Het is mijn eigen formulering natuurlijk, maar daar komt het op neer wat hij naar voren bracht aan die grote mensenmassa, en hij wist hen daar ook mee te overtuigen. Hij wees er bovendien op dat deze bijeenkomst illegaal is en niet ongevaarlijk. Want als Rome hier lucht van zou krijgen, dan zou dat nogal gevolgen voor de stad Efeze kunnen hebben. En ook voor dat argument bleken ze gevoelig.⟨/p> ⟨p>Hij wees er bovendien op dat Paulus en zijn medewerkers niets onwettigs hadden gedaan en ook de godin niet hadden gelasterd. Wat trouwens tussen de regels door een compliment is, of in ieder geval: laat ik het anders zeggen. Het zegt iets over de wijze waarop Paulus het evangelie heeft neergezet: namelijk op een positieve manier, niet door tegen de afgoden te spreken. Hij heeft gewoon gesproken over de God, en als je spreekt over de God – ja, en mensen hebben daar oren voor – en die waren er velen, dan keren ze zich af van de afgoden om zich te keren tot de God. Eigenlijk keren ze zich tot de God en daarmee automatisch af van de afgoden. Zo heeft Paulus daar geopereerd en dat zegt heel veel over de wijze waarop hij sprak.⟨/p> ⟨p>Het is met deze argumenten dat deze secretaris van de stad de menigte tot rust wist te brengen. En dan lees je aan het einde van het hoofdstuk – van Handelingen 19 dus – dat hij met deze woorden de onwettige, want dat was het, de onwettige volksvergadering ontbond. En dan wordt er in het Grieks gesproken over de Ekklesia. Dat woord houd ik erin, ik houd gewoon vast aan dat Griekse woord, omdat dat toch een bepaalde betekenis heeft die de meest gebruikelijke vertalingen niet echt weergeven. Nou, daar wil ik eigenlijk een hele avond aan wijden. Aan dat woord volksvergadering, daar komt het eigenlijk op neer. Ik ga het vanavond hebben over de Ekklesia als volksvergadering. Laten we het onderwerp eens stap voor stap binnentreden en de eerste vraag daarbij stellen...⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-2" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="401" title="Speel af vanaf 06:41">▶ 06:41⟨/button> ⟨span>Wat Is een Ekklesia? Etymologie en de Uitgeroepenen⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Dat moet ik even scherpstellen, namelijk door het onderwerp en het antwoord af te bakenen. Ik stel dus niet de vraag: wie behoren tot de ekklesia? Ook niet: wanneer is de ekklesia begonnen, of wat onderscheidt de diverse ekklesia's die de Schrift noemt van elkaar – Israël, het lichaam van Christus? Ook daar ga ik het niet over hebben. Ik ga het ook niet hebben over de positie van de ekklesia. Nou ja, daar gaan we het uiteindelijk toch wel een beetje over hebben; dit zeg ik onder enig voorbehoud. En ook niet: waar ligt haar toekomst? Dat is niet in de eerste plaats de vraag nu. De vraag is niet: wie, wanneer, wat? Maar puur: wat is de betekenis van het woord ekklesia?⟨/p> ⟨p>Als je het hebt over de betekenis van het woord, kun je dat op twee manieren aanpakken, en beide zullen we doen. Dat kun je etymologisch doen – een heel duur woord, maar het betekent gewoon: waar is het woord vanaf geleid? Dat vind ik een hele bijzondere tak van wetenschap. Ik denk dat er maar weinig dagen voorbijgaan – ik heb niet eens een boek in de kast staan, maar tegenwoordig heb je mooie websites, zoals het etymologisch woordenboek van de Nederlandse taal, dat je gewoon online kunt raadplegen – dat ik niet één of meer keer kijk waar dat woord eigenlijk van afgeleid is. Dat is echt bereninteressant. Waarmee ik overigens niet zeg dat als je eenmaal weet waar het woord van afgeleid is, je dus ook de betekenis van het woord kent. Dat is absoluut niet het geval. Het werpt dikwijls veel licht op een woord, maar verklaart niet de betekenis. Dan moeten we het op een andere manier aanpakken.⟨/p> ⟨p>Dat is de afleiding van een woord. Kijk, ik vind dat altijd een fraai voorbeeld. Het Nederlandse woord 'heiden' is een bewoner van de heide. Het is leuk om die woordoorsprong te zien; de gedachte is vooral: buiten de bebouwde kom. Nou zit ik de boel door elkaar te halen, maar ik bedoel maar te zeggen: als je wilt weten wat de betekenis van een woord is, is het niet genoeg om alleen maar te zeggen: "Het is afgeleid van...". Dat kan licht werpen – en dat doet het ook dikwijls – maar het is slechts één tak van benadering. De echte, de beste manier is een concordante benadering. Dat wil zeggen: je pakt een concordantie – eigenlijk gewoon een trefwoordenregister – en kijkt waar dat woord wordt gebruikt. Vroeger had je dat allemaal in boeken, tegenwoordig heb je dat niet meer nodig. Je drukt op een knop in prachtige Bijbelprogramma's en je ziet gewoon waar zo'n woord wordt gebezigd. En juist door te kijken hoe een woord wordt gebruikt, bepaal je uiteindelijk de betekenis ervan. Als je wilt weten wat het woordje Aion betekent, moet je gewoon kijken naar het trefwoordenregister van Aion. Je moet niet naar de Nederlandse vertalingen kijken, want daar kom je niet uit. Sterker nog, dan word je op een verkeerd been gezet.⟨/p> ⟨p>Dat zijn de twee manieren om de betekenis van een woord nader te bezien. Laten we dat in beide gevallen doen. Waar is het woord ekklesia van afgeleid? Wat ik nu zeg is waarschijnlijk voor de meesten van jullie niet onbekend. Het bestaat uit twee delen: 'ek' en 'klesia'. 'Ek' betekent 'uit' en dat is 'roepsel', wat uitgeroepen wordt. Dat werpt overigens veel licht op de betekenis van zo'n woord. We zullen het vanzelf nog wel hebben over de diverse ekklesia's waarvan de Schrift spreekt. Maar de ekklesia van Israël bijvoorbeeld, waarvan sprake is in Handelingen 7 – ik ga die tekst straks nog noemen – die is uitgeroepen. Die hele vergadering van Israël werd ooit uitgeroepen uit Egypte.⟨/p> ⟨p>Ter zake: deze hele Bijbelstudie is niets anders dan een uitwijding over het woord 'volksvergadering' in Handelingen 19. Wel, die ekklesia, die volksvergadering van Efeze. Waarom werd dat zo genoemd? Omdat al die mensen daar in die vergadering uit hun huizen waren uitgeroepen; ze waren bijeengeroepen. Misschien komt dat zometeen nog ter sprake, maar dat is niet wat ik direct uit de Bijbel kan opmaken. Dat is echter wel bekend over die volksvergaderingen. Die werden ingeluid, ook met getoeter en met trompetten. Er was een bepaalde klank die werd rondgebazuind; dat was een teken dat de mannen, de gerechtigden, bij elkaar kwamen. Ze werden dus uitgeroepen. Met achterlating van alle anderen werden zij eruit geroepen.⟨/p> ⟨p>Dat geldt trouwens ook voor de ekklesia van God, de gemeente Gods, bijvoorbeeld die te Korinthe. Daar lees je inderdaad ook dat ze geroepen waren, maar ook uitgeroepen. Dat is een prachtige betekenis. Als u de interlineair ziet waar ik altijd naar verwijs – en we zullen het straks ook nog wel zien – dan ziet u dat dat weergegeven wordt als 'de uitgeroepen vergadering'. Het is dus een vergadering van uitgeroepenen; daarmee is het exclusief. Het is een groep, net zoiets als opstanding uit de doden: de doden blijven achter, maar er worden sommigen uit de doden opgewekt. Dus met achterlating van de anderen. En diezelfde gedachte dringt zich aan ons op wanneer je het begrip 'uitroepsel' of 'ekklesia' bezigt: sommigen worden uitgeroepen. Dat is wat de etymologie – de woordafleiding – betreft. En dan nu het andere: hoe wordt het woord gebruikt?⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-3" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="860" title="Speel af vanaf 14:20">▶ 14:20⟨/button> ⟨span>De Ekklesia in een Buiten-christelijke Zetting (handelingen 7 en 19)⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Het is niet voor niets dat ik juist in Handelingen 19 dit uitstapje maak. Deze hele avond is een excurs over dat woord Ekklesia. Hoe wordt het woord gebruikt buiten de specifiek christelijke zetting? Ik bedoel, in het Nieuwe Testament wordt het woord Ekklesia vele malen gebruikt; in de brieven, trouwens ook al in het boek Handelingen, en ook al een aantal keren in de evangeliën. Niet vaak, maar een paar keer wel. Het gaat er echter eventjes om hoe het woord buiten de specifiek christelijke zetting werd gebezigd. Dan kom je op een tweetal voorkomens; dat is in Handelingen 7. Daar lees je over Mozes die in de Ekklesia in de woestijn met de engel was, die tot hem sprak op de Sinaï. Wat wel heel opmerkelijk is, is dat de engel tot hem sprak op de Sinaï. God heeft een boodschapper gebruikt; het is door bemiddeling van engelen dat Israël de wet heeft gekregen.⟨/p> ⟨p>Het gaat mij er eventjes om: dat vetgedrukte woord, de Ekklesia. De Ekklesia in de woestijn. Als u een Statenvertaling hebt, dan ziet u hier staan "de vergadering" en dan hebben ze schuin of in lightface erbij gezet "vergadering des volks". Het is namelijk een volksvergadering; het was de vergadering van het volk. In het Hebreeuws – want u moet zich realiseren dat als Stefanus deze woorden uitspreekt, hij ook refereert aan de toenmalige Griekse vertaling van de Hebreeuwse Bijbel, de Septuagint – spreekt men heel dikwijls ook over de Ekklesia. In de Griekse vertaling van het Oude Testament werd ook al heel vaak de term Ekklesia gebezigd. En dan was het de vertaling van een Hebreeuws woord, Kahal. Kahal is ongeveer hetzelfde als Ekklesia, en dat is de vergadering van het volk. Vandaar ook dat de Statenvertaling hier weergeeft: "vergadering des volks".⟨/p> ⟨p>Nog steeds heeft de gemeente van Israël, de Joden die bij elkaar komen in synagogen, dat concept. Maar het grappige is dat in modern Hebreeuws het woord voor kerk "Knessia" is, herinner ik mij nog van mijn Hebreeuwse les vele jaren geleden. Maar goed, de vergadering van het volk; de NBG51 vertaalt hier trouwens "de vergadering". En precies andersom gebeurt het in Handelingen 19, daar ga ik nu naartoe. Zoals ik al zei, Handelingen 19 is eigenlijk de uitvalsbasis, want daar wordt het woord Ekklesia gebruikt in een context die helemaal buiten het christelijk gebruik omgaat. Het gaat hier over Efeze, een grote vergadering die weliswaar onwettig was, maar die dan toch een Ekklesia wordt genoemd.⟨/p> ⟨p>Laten we de drie voorkomens nog maar eens lezen, al zijn we daar de vorige keer natuurlijk helemaal langs gegaan. In vers 32 staat: "Nu riep de een dit, de ander dat, want de Ekklesia was verward en de meesten wisten niet eens waartoe zij samengekomen waren." Hier wordt, zoals ik al zei, het woord in de Statenvertaling weergegeven als "vergadering". In de NBG51, de vertaling die ik hier voor mij heb, wordt hier consequent gesproken over "de volksvergadering". En in vers 39, een paar verzen verder: "En indien gij nog iets meer te verlangen hebt, zal dit", zegt die secretaris van de stad dus, "in de wettige Ekklesia worden beslist." De wettige volksvergadering. En dan tenslotte in het laatste vers van Handelingen 19: "En met deze woorden ontbond hij de Ekklesia."⟨/p> ⟨p>Dat is het woord, Ekklesia. Hier wordt dus een woord gebezigd dat zo dikwijls in het Nieuwe Testament wordt gebruikt, maar dan in een heel andere zetting. Gewoon in het gangbare Grieks wordt hier het woordje Ekklesia gebruikt, en dat zegt precies wat het woord Ekklesia van origine is. De NBG51 geeft het dan ook heel treffend weer met "volksvergadering". Er is trouwens nog wel een aardige manier om erbij te komen en dat is gewoon het woordenboek te raadplegen. Ik doe het expres als laatste, maar het woordenboek... In dit geval heb ik ook weer zo'n internetwoordenboek gebruikt. U kent het, Wikipedia. Het is geen woordenboek, het is een encyclopedie. De meest uitgebreide encyclopedie die je maar kunt bedenken. Ik heb nog nooit zo'n uitgebreide encyclopedie gezien als Wikipedia. Er komen steeds weer nieuwe hoofdstukken bij. Je krijgt niet jaarlijks of per zoveel tijd zo'n appendix toegestuurd. Vroeger hadden wij van die encyclopedieën; dan was die compleet, en vervolgens, na een paar jaar, kwam er weer een appendix – hoe noemden ze dat? Een aanhangsel vanwege de nieuwe informatie. En als je dan een heleboel jaar zo van die appendixen hebt, dan weet je op een gegeven ogenblik niet meer waar je het woord eigenlijk moet zoeken. Dat probleem kent Wikipedia niet. Dat zijn de voordelen van internet.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-4" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1254" title="Speel af vanaf 20:54">▶ 20:54⟨/button> ⟨span>De Volksvergadering van Athene: het Hoogste Gezagsorgaan⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Afijn, als je op Wikipedia bij het woordje ekklesia kijkt, dan staat er: de ekklesia – of ecclesia, dat is een kwestie van spelling. Ze zeggen er dan nog bij dat het komt van het werkwoord 'oproepen'. Nou, daar kunnen wij corrigeren. Nee, dit is niet oproepen, het is uitroepen. 'Ek' betekent immers 'uit'. Aangezien de ekklesia bestaat uit burgers die tot een vergadering uitgeroepen zijn.⟨/p> ⟨p>De ekklesia was de volksvergadering van het oude Athene; dat is de meest oorspronkelijke betekenis. En als ik dan een stukje oversla, staat daar: toen in de zesde eeuw voor Christus – dus 600 jaar voordat Handelingen 19 werd opgetekend en plaatsvond – toen in de zesde eeuw voor Christus de democratie in Athene ontstond, werd de ekklesia de vergadering van het hele volk. Je ziet het, de democratie is bepaald niet jong; sterker nog, ze is al erg oud en sommigen zouden zelfs zeggen 'op sterven na dood', maar goed, dat is weer een ander verhaal. Democratie is trouwens ook een Grieks woord.⟨/p> ⟨p>Toen in die zesde eeuw voor Christus de democratie in Athene ontstond, werd de ekklesia echter de vergadering van het hele volk die binnen de polis, de stad, het belangrijkste wetgevende orgaan was. Het is dus een volksvergadering, een vergadering van het hele volk, en bovendien het wetgevend orgaan, het hoogste gezag binnen zo'n stad. En dat werpt veel licht op het woord ekklesia. Ekklesia is niet zomaar een vergadering; het is een volksvergadering. Laten we eens een paar dingetjes op een rij zetten.⟨/p> ⟨p>Ekklesia is een volksvergadering. We zagen dat in Handelingen 7 al, waar sprake is van die vergadering van het volk van Israël in de woestijn. Je ziet dat ook in Handelingen 19: in alle gevallen waar het niet specifiek christelijk gebezigd wordt, heeft het de betekenis die het woordenboek ook opgeeft, namelijk die van een vergadering van het volk; dus een volksvergadering. Het is een vergadering waar heel het volk aanwezig gerekend wordt. Want ook al is het – als het een hele grote vergadering is – natuurlijk uitgesloten dat iedereen daarbij aanwezig is, dat maakt niet uit. Het hele volk wordt aanwezig geacht of gerekend.⟨/p> ⟨p>Net zo goed als hoe de Tweede Kamer besluit. De Tweede Kamer is geen volksvergadering, maar een vergadering van volksvertegenwoordigers; dat is dus een iets ander systeem. Maar in ieder geval: als de Tweede Kamer iets besluit, en zelfs al zijn er maar een paar mensen, dan nog is het: de Tweede Kamer heeft besloten. Ook al is de meerderheid niet aanwezig – ik weet niet precies wat het quorum is, maar dat doet niet ter zake – het gaat erom dat het de Tweede Kamer is, gewoon als totaliteit, die bijeen is en als totaliteit beslist. Daar hebben ze een mooie term voor, dat is trouwens weer Latijn: pars pro toto, dat wil zeggen dat een deel telt voor het geheel. Het is het geheel dat daar gerekend wordt. Dus dat is belangrijk: het is een vergadering waar heel het volk aanwezig gerekend wordt.⟨/p> ⟨p>En door een vergadering – en nu komen we bij de andere gebruiken zoals we die standaard in de Bijbel of het Nieuwe Testament specifiek tegenkomen – door een vergadering, namelijk een vergadering van gelovigen, ekklesia te noemen, wordt een speciale status aan die vergadering toegekend. Als ik het zo zeg, roept dat ook weer associaties op. Dat is lastig, hè? Taal kan een heel lastig ding zijn. Want bij 'vergadering van gelovigen' denken een aantal van ons in ieder geval weer aan een bepaalde groepering – van de buitenwacht zegt men dan: 'darbisten'. Maar dat bedoel ik niet. Ik bedoel het gewoon heel letterlijk: het is een vergadering daar waar gelovigen bijeen zijn. Een vergadering dus van gelovigen.⟨/p> ⟨p>Door een vergadering, namelijk van gelovigen, ekklesia te noemen, wordt een speciale status aan die vergadering toegekend. Dat ontgaat ons soms als je alleen maar zegt: 'het is een vergadering'. Ja, nee, dat is niet zomaar een vergadering; het is een volksvergadering, dus een vergadering van het volk, bovendien het hoogste gezag. Het is dus echt een erenaam die toegekend wordt aan zo'n vergadering. Het is dezelfde status die de Grieken toekenden aan zo'n volksvergadering die in dat theater bijeenkwam en daar de besluiten nam. Dat is een ekklesia. En dan moet ik nog op iets wijzen.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-5" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1591" title="Speel af vanaf 26:31">▶ 26:31⟨/button> ⟨span>Het Onbijbelse Concept van een Plaatselijke- of Huisgemeente⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Want als je eenmaal doorhebt dat het een vergadering van het volk is, van het hele volk, dan ga je ook nog een ander fenomeen begrijpen. Namelijk dat de Bijbel bepaalde begrippen niet kent die bij ons in het christelijk spraakgebruik zijn ingeburgerd. De Schrift kent geen plaatselijke gemeente, ter onderscheiding van bijvoorbeeld een wereldwijde gemeente. Ekklesia kent de Schrift niet. Ik hoor ook wel eens zeggen: "Ja, we zijn maar een stukje van de hele Ekklesia." Dat is spraakgebruik. Een plaatselijke vergadering of een plaatselijke Ekklesia, zoek het maar eens op, u zult het nergens tegenkomen in de Bijbel. De reden daarvoor is heel simpel.⟨/p> ⟨p>Een vergadering van gelovigen, daar waar gelovigen bijeen zijn rond Christus – ik kom daar straks op terug – luisterend naar Zijn woord, daar is heel het volk aanwezig. Dus je bent samen rondom het Hoofd, want Hij is het Hoofd van de Ekklesia – ook daar kom ik nog op terug. Daar waar geluisterd wordt naar Zijn woord, al zijn er maar twee of drie – dat is trouwens een Bijbelse uitdrukking: "als zijn er maar twee of drie" – dat is een Ekklesia. Daar wordt het hele volk aanwezig geacht. Dus dat is geen plaatselijke. Een Ekklesia is per definitie plaatselijk, want een vergadering vindt plaats op een plaats, zie je? Maar wat vergadert daar? Nou, het hele volk. Het hele volk wordt aangerekend en al ontbreken er een aantal, dat doet voor dat verhaal niet ter zake. Het is de Ekklesia, de vergadering van het volk.⟨/p> ⟨p>Dus die uitdrukking "plaatselijke gemeente" of "wereldwijde", dat kent de Schrift niet. Het is namelijk per definitie altijd heel het volk, wereldwijd vergaderd. Nou, laat ik dan maar een voorbeeld geven: 1 Korinthe 1 vers 2. Paulus adresseert zijn brieven en dan schrijft hij dikwijls aan een Ekklesia. Dan lees je bijvoorbeeld in 1 Korinthe 1 vers 2: "Aan de Ekklesia Gods te Korinthe, aan de geheiligden in Christus Jezus, geroepen heiligen met allen". En als hier wordt gesproken over "geroepen", dan zit daar weer datzelfde woord in als hier bij Ekklesia. Het heeft dezelfde stam; ze zijn namelijk uitgeroepen. Maar het gaat er nu eventjes vooral om: het is de Ekklesia Gods te Korinthe. Let op: het is niet de Ekklesia ⟨em>van⟨/em> Korinthe, alsof de vergadering te Korinthe een ander volk zou betreffen dan bijvoorbeeld de vergadering te Kolosse of Thessalonica. Nee, het is de vergadering ⟨em>niet van⟨/em>, maar ⟨em>te⟨/em> Korinthe; het is de vergadering van het volk in Korinthe. En op welke plaats of op welke tijd ze samenkomen, dat doet niet ter zake. Het punt is: daar waar men vergadert, is het hele volk aanwezig. Bovendien, het is het hoogste gezag. Met de conclusie ben ik het helemaal eens; of dat hieruit volgt weet ik niet, maar laten we de conclusie in ieder geval hartelijk onderstrepen. Ja, ik denk dat ik wel begrijp waarom dit zo naar boven komt. Nee, laten we het verder even rusten. Het is in ieder geval zo... ik had er geloof ik trouwens nog een tekst voor? Nee, die had ik kennelijk geschrapt. Maar het gaat mij er dus eventjes om dat die vergadering bijeenkomt in een plaats, en dat is het totaal.⟨/p> ⟨p>Ik moet er trouwens nog iets bij zeggen. Het begrip huisgemeente kent de Bijbel eigenlijk ook niet. De Schrift kent geen plaatselijke gemeente, ter onderscheiding van dus een wereldwijde of universele gemeente. Het is gewoon onbijbels en daarmee ook ongezond spraakgebruik, en het verraadt dus eigenlijk onbegrip. Elke Ekklesia vertegenwoordigt heel het volk, dat is eigenlijk vooral mijn punt nu. Evenmin kent de Schrift een speciale status toe aan een huisgemeente. Hoezo? Wat is daar bijzonder aan in die zin? Laten we eens kijken waar de Schrift spreekt over een Ekklesia ten huize van. In Romeinen 16 daar lees je: "Groet insgelijks de Ekklesia", de volksvergadering bij hen aan huis. Het is de volksvergadering die huiselijk bijeenkomt. Nou kan dat een flink huis zijn, dat ben ik met u eens, maar het is toch in principe... je zou zeggen: "dat is niet al te groot", maar dat maakt niet uit. Het is toch de Ekklesia, het is dé Ekklesia, het is heel het volk. Want ik zal u vertellen, de Ekklesia waar Paulus over spreekt, dat is het lichaam van Christus. Dus het lichaam van Christus vergaderde bij hen aan huis. Dan moet je niet zeggen: "ja, dat was een stukje van het lichaam". Nee, het was het lichaam van Christus dat daar vergaderde ten huize van.⟨/p> ⟨p>En ik heb er nog één – nou, ik heb er nog een paar. 1 Korinthe 16: daar lees je: "Vele groeten in de Heer aan Aquila en Prisca en van de Ekklesia, dé Ekklesia, bij hen aan huis." Het is eigenlijk heel mooi om dat ook te zien in het Nieuwe Testament: hoe die Ekklesia's heel dikwijls – voor zover we weten waar ze samenkwamen – dat dat meestal of heel dikwijls in ieder geval ook gewoon in een huis was, zoals wij hier ook bijeen zijn in een huis. Iemand zet zijn huis open en je leest dat... ja, wacht even, dat is de volgende, geloof ik, van Nymfa. Sommige handschriften spreken over Nymfas, dus dan is het een vraag of het een man of vrouw was, maar vermoedelijk dus een vrouw. Als het Nymfa was: "Groet de broeders te Laodicea, ook Nymfa met de Ekklesia bij haar aan huis." Of in Filemon 1 vers 2, daar lees je: aan Apfia, de zuster, aan Archippus, onze medestrijder, en aan de Ekklesia te uwen huize. Dat wil zeggen: het huis van Filemon. En Filemon woonde trouwens in Kolosse, ja, dat weten we. Filemon woonde in Kolosse en de Ekklesia dus te Kolosse kwam samen in het huis van Filemon. En misschien op een paar andere plaatsen, maar ik hoop dat u dat inmiddels dus begrijpt.⟨/p> ⟨p>Ongeacht waar ze samenkomen, het heet gewoon altijd de Ekklesia. Niet een "plaatselijke"; al die terminologie die wij erbij verzinnen verraadt onbegrip over het werkelijke feit dat heel het volk daarbij aanwezig geacht wordt. Een Ekklesia – nu trek ik mijn conclusie nog één keer – een Ekklesia is altijd een concrete vergadering die heel het volk representeert. Dus het is met recht een volksvergadering, een Ekklesia. En dat is ook de reden waarom ik – ik gaf het zojuist al eventjes een beetje aan – dat ik juist aan de hand van Handelingen 19, waar echt sprake is van een volksvergadering, laat zien dat het niet voor niets is dat de Bijbel altijd spreekt over de samenkomsten van gelovigen als Ekklesia's. Dat is dus – en dat hoop ik in ieder geval daarmee toch ook duidelijk te maken – dat is een erenaam. Dat is echt een erenaam, en daar zit heel veel achter. En ja, dan kom je natuurlijk in de brieven terecht.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-6" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2176" title="Speel af vanaf 36:16">▶ 36:16⟨/button> ⟨span>Efeze 1: de Ekklesia als Regerend Bestuurslichaam van Christus⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Ekklesia verwijst naar een regerend lichaam. Laten we eens naar Efeze 1 gaan. Dat is mooi. Ik wil u zo vanavond nog een aantal andere schriftplaatsen geven, nu vooral uit de paulinische brieven. Nee, uitsluitend uit de paulinische brieven, want Paulus is de enige die spreekt over de Ekklesia als het lichaam van Christus. U zult dat niet bij Petrus of Jacobus of Johannes aantreffen, alleen Paulus spreekt erover.⟨/p> ⟨p>En dan staat er in Efeze 1: en Hij – en dan gaat het over God – onderschikt alles onder de voeten van Hem. Dan gaat het over Christus Jezus. Ziet u? Alles wat er is – en u zou dat eigenlijk ook even in het ruimere verband moeten bekijken – alle dingen, ⟨em>ta panta⟨/em>, worden ondergeschikt door God aan Zijn Zoon, aan Christus. En dan staat er: en Hij, God, heeft Hem, Christus, gegeven als Hoofd boven alles. Let op: God heeft Christus – die een Hoofd boven alles is – als een geschenk gegeven aan wat? Aan de Ekklesia.⟨/p> ⟨p>En denk nou niet dat het woordje Ekklesia hier willekeurig is. Nee, want inmiddels weten we dat het woord Ekklesia alles te maken heeft met het hoogste wettige gezagsorgaan, daar waar de besluiten vallen. Het is een term die alles te maken heeft met recht, een regerend lichaam. Waarbij 'lichaam' in dit geval wel heel dubbelzinnig is. Wij spreken toch ook over een bestuurslichaam? Het lichaam van Christus is inderdaad een bestuurslichaam, een lichaam waar het hoofdschap, de leiding, het hoogste gezag is gelegen.⟨/p> ⟨p>En Hij, God, heeft Hem gegeven als een Hoofd boven alles aan de Ekklesia. En wat is die Ekklesia? Die is het lichaam van Hem, van Christus dus. Dus die Ekklesia, dat is met recht een volksvergadering, en die volksvergadering heeft het hoogste gezag. Waarom berust daar, bij de Ekklesia, het hoogste gezag? Wel, om een hele simpele reden: het Hoofd boven alles – vergis u niet – het Hoofd boven alles is gegeven aan de Ekklesia. Dus ja. Vanwege dat Hoofd heeft dat gezelschap om Hem, die vergadering om Hem, die volksvergadering – het lichaam van Christus – daardoor heeft dat lichaam die geweldige autoriteit vanwege dat Hoofd dat aan haar is gegeven. Daarom heet het ook een Ekklesia. Het is het lichaam van Christus.⟨/p> ⟨p>Je zou het eigenlijk nog eens door kunnen lezen, want in vers 23 – ik heb het er nu niet bij gedaan – maar er staat: 'Die het lichaam is van Hem, Die het al in alles vervult'. Zo staat het toch? Zo eindigt het. Dan zie je inderdaad die enorme actieradius: Hij is een Hoofd boven alles.⟨/p> ⟨p>En u leest ook – maar dat is eerder in Efeze 1 – dat God het voornemen heeft om alles, hetzij in de hemel of op de aarde, onder één Hoofd – dat is de Christus – samen te vatten. En de Christus, dat blijkt dan ook inderdaad te zijn: Hoofd en lichaam. Dat was een van de thema's van vorig jaar en afgelopen seizoen ook trouwens, in Maren, tijdens dat Goedbericht-weekend. Hij is het Hoofd boven alles. Ja, maar Hij is niet alleen. Het is niet alleen Christus Jezus als Hoofd. Nee, dat Hoofd heeft een lichaam. En wel dát lichaam. En wie behoren daartoe? Allen die in geloof met Hem verbonden zijn. Die Hem kennen als Heer, als opgewekte Heer, als Redder. Dat is het. Maar het is inderdaad met het oog op het al, zeker weten.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-7" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2505" title="Speel af vanaf 41:45">▶ 41:45⟨/button> ⟨span>Efeze 3: de Ekklesia Proclameert Gods Veelzijdige Wijsheid⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>De Ekklesia proclameert ook. Ik ga nu even met u een paar hoofdstukken verder, naar Efeze 3. Daar lees je dat Paulus schrijft: "opdat nu bekendgemaakt zal worden aan de overheden en autoriteiten te midden van de hemelsen, door de Ekklesia, de veelzijdige, of zo u wilt, de veelkleurige wijsheid van God." U ziet, dit is een letterlijke vertaling die erg aansluit op het bronmateriaal – interlineair, zo bedoel ik het ja. Die is mooi, hè?⟨/p> ⟨p>Dat woord Ekklesia, houd dat even vast. Dus Ekklesia staat voor het lichaam van Christus. Dat moet duidelijk zijn. Als Paulus het over de Ekklesia heeft, dan heeft hij het over het lichaam van Christus. Zoals we ook hier lazen, dat doet hij vaker. Als hij zegt "de Ekklesia", wat bedoel ik daarmee? Dan bedoel ik niet de Ekklesia die ooit daar was in de woestijn van Israël. Ik bedoel ook niet de Ekklesia daar in Efeze. Nee, ik bedoel de Ekklesia, namelijk die het lichaam van Christus is. Dat is het. Want je hebt allerlei Ekklesia's, maar deze Ekklesia – namelijk het lichaam van Christus – dat is dus ook een volksvergadering.⟨/p> ⟨p>Ik word niet moe om het vanavond iedere keer te zeggen: het is een volksvergadering, waarbij het woord 'volk' belangrijk is; dat wil zeggen: het geheel. Maar het is ook een vergadering, altijd concreet. En beide aspecten zijn heel belangrijk. Voor mij was het een enorme eye-opener toen ik ging ontdekken hoeveel waarde de Schrift geeft aan de vergadering van gelovigen. Dat wil zeggen: als gelovigen tezamen zijn, dat is niet zomaar wat. Ik zal u nog veel meer voorbeelden geven; het moet echt duidelijk zijn.⟨/p> ⟨p>We waren dus hier in Efeze 3. Er wordt iets bekendgemaakt aan de overheden en de autoriteiten te midden van de hemelsen. Dat wil zeggen: dat zijn ook overheden en machten. Je hebt hier overheden en machten op aarde, maar je hebt ook overheden en machten achter de schermen, die zich onttrekken aan onze ogen. En ik zal u vertellen: feitelijk zijn het onze rivalen, of omgekeerd, net hoe u het zeggen wilt. Want die overheden en die machten in de lucht – boze overheden ook – die zullen straks het gezag moeten inleveren, en dan komt het toe aan de Ekklesia.⟨/p> ⟨p>Nou, dat is het. En dan zegt Paulus: "dat wordt nu al bekendgemaakt", opdat nu bekendgemaakt zal worden aan de overheden en autoriteiten te midden van de hemelsen daar. Dus, er wordt iets bekendgemaakt door wat? Nou, door de Ekklesia: de veelzijdige wijsheid van God. Ook hier zou ik even door kunnen lezen, dan staat er: "naar het voornemen van de Aionen, dat Hij, God, gemaakt heeft in Christus". God heeft een voornemen met betrekking tot de Aionen. En in dat voornemen staat Christus centraal. Christus, te weten: hoofd en lichaam als eenheid. Maar nu al, daar waar gelovigen samen zijn en luisteren naar het Hoofd rondom Christus, daar wordt iets bekendgemaakt aan de overheden en machten. Ja, de veelzijdige wijsheid van God, die in overeenstemming is met Gods voornemen, enzovoorts. Maar het gaat er even om dat de Ekklesia dus iets proclameert. Wat is het meest kenmerkende van de Ekklesia? Wel, daar wordt iets gehoord, en daar wordt iets verteld. En dan komen we bij nog iets anders.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-8" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2780" title="Speel af vanaf 46:20">▶ 46:20⟨/button> ⟨span>Efeze 5: Christus Is het Exclusieve Hoofd van de Volksvergadering⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Dat is een heel belangrijk punt. Ik had hier misschien mee moeten beginnen: namelijk dat Christus hoofd is van de Ekklesia. We gaan nu naar Efeze 5, waar we wat nader stilstaan bij een aantal verzen in dat gedeelte. Een heleboel gegevens laat ik even buiten beschouwing; wat ik bijvoorbeeld nu ook buiten beschouwing laat, dat is de verhouding tussen man en vrouw, tussen de getrouwde man en zijn vrouw. Dat is weliswaar het onderwerp waar Paulus hier ook mee binnenkomt, maar dat parkeer ik eventjes. Het gaat mij vooral om het motief dat Paulus hier opvoert, namelijk van Christus en de Ekklesia.⟨/p> ⟨p>Hij zegt dan in vers 23: "Want de man is hoofd van de vrouw." Ik zeg het maar niet hardop tegenwoordig; dat kun je alleen maar in de beslotenheid van zo'n groep doen, want er zijn fanatici genoeg die daar niks van moeten weten. Weten zij veel hoe het zit? Maar goed, wij zeggen dat gewoon zonder enige gêne. De man is hoofd van de vrouw. Ik weet eigenlijk ook niet waarom de man zo'n zware taak krijgt en zo gediscrimineerd wordt. De man is hoofd van de vrouw, en daar gaat het om. Nu voor een vergelijking: "Zoals ook de Christus hoofd van de Ekklesia is."⟨/p> ⟨p>En opnieuw doen we weer eventjes de oefening: wat was de Ekklesia alweer? Dat was de volksvergadering. En waar is die Ekklesia nou? Nou, eigenlijk is het heel simpel: waar het hoofd is. En hoe weet je waar het hoofd is? Dat is de plaats waar hij het voor het zeggen heeft, waar hij dus gezag heeft. Gezag betekent eigenlijk ook: wat er gezegd wordt, waar hij spreekt, waarnaar hem ook geluisterd wordt. Waar hij dus met recht hoofd is, en dan zijn het er maar twee of drie, maar elke plaats waar men samenkomt en Christus hoofd is, daar is de Ekklesia. Dat is de Ekklesia.⟨/p> ⟨p>De man is hoofd van de vrouw, zoals ook de Christus hoofd van de Ekklesia is. Ik vind dit heel concreet. Je kunt zeggen: Christus is hoofd van het lichaam van Christus, van het totale volk, van al die individuen. Dat is zo. Maar het gaat er niet om over individuen; het gaat over de eenheid en ook als ze vergaderd zijn. Trouwens, dat hij hoofd van de Ekklesia is, dat vind je op meerdere plaatsen. In Kolossenzen 1 zegt Paulus: "En hij is het hoofd van het lichaam, de Ekklesia, hij de eerstgeborene uit de doden, omdat hij onder alles de eerste plaats zou innemen." Hij is bovendien, als hoofd van de Ekklesia, ook redder van het lichaam.⟨/p> ⟨p>Christus onderschikt de Ekklesia. Ik lees gewoon even verder; ik zet een aantal dingen op een rijtje aan de hand van wat je in Efeze alleen al daarover leest. Hij is hoofd van de Ekklesia, Christus onderschikt de Ekklesia, en dat komt daar natuurlijk heel dicht tegenaan. Daar staat in vers 24: "Maar zoals de Ekklesia wordt onderschikt aan de Christus..." Dat is logisch: als Christus hoofd is, dan heeft hij het voor het zeggen en dan wordt er dus geluisterd naar hem. Dat is precies wat de Ekklesia is; het is een vergadering van mensen die luisteren naar hem, waar hij het voor het zeggen heeft.⟨/p> ⟨p>Dat betekent trouwens ook – ik heb zulke uitspraken gelezen – dat we al even korte metten hebben gemaakt met gangbare ideeën over de plaatselijke gemeente, de talengemeente, huisgemeente als aparte dingetjes. Dat bestaat allemaal niet. Het is gewoon dé Ekklesia. Maar ik heb ook wel horen zeggen van: "Ja, de Ekklesia is vandaag een puinhoop." Daar geloof ik niks van. Nee, de Ekklesia, dat is het lichaam van Christus. En waar is het lichaam van Christus? Waar gelovigen vergaderd zijn en waar hij het hoofd is. En daar is de waarheid. Wat Paulus naar voren brengt in Efeze 5 is nog net zo waar nu als toen: waar hij het hoofd is en waar gelovigen samen zijn, daar is de Ekklesia. Hoezo een puinhoop?⟨/p> ⟨p>Ik zal u vertellen, Christus heeft de Ekklesia lief. Dat staat niet hier in dit vers, maar dat gaan we zo ook nog even lezen. Christus onderschikt de Ekklesia; wat logisch is dus. De Ekklesia is precies juist die vergadering die er is, juist omdat ze luistert naar Christus, waar hij dus hoofd is. Zo ook staat er – hier wordt dus eigenlijk dat wat de waarheid is van Christus en de Ekklesia, dat wordt ten voorbeeld gesteld aan de verhouding van vrouwen en mannen – "Zo ook de vrouwen aan de mannen in alles." De man zou daar dus dat hoofdschap ook illustreren. Dat is het voorbeeld wat hier aan de vrouwen gesteld wordt, trouwens ook aan de mannen, want we zullen dan vervolgens vers 25 lezen: "De mannen, weest liefhebbend de vrouwen." Ja, de mannen wordt dat gezegd. Dus de getrouwde mannen hebben hun vrouwen lief, zoals – en daar gaat het me nu even om – zoals ook de Christus de Ekklesia liefheeft.⟨/p> ⟨p>En denk nou niet – ik dacht dat vroeger wel – dat Christus heeft de Ekklesia lief, hij heeft het volk, al die individuen die bij het lichaam van Christus horen, heeft hij lief. Dat is zo, maar dat is niet wat hier staat. Christus heeft de Ekklesia lief, de volksvergadering. Hij heeft het hele volk lief, jawel, vergaderd. En dat is heel concreet dus. Het is een vergadering van het volk. Christus heeft de vergadering, de volksvergadering lief, waar hij namelijk hoofd is. En wat hij daarmee doet... Nou, ik stel voor dat we, want ik zie op mijn klokje dat het inmiddels tegen negen is, daar gaan we straks even over verder. Want dat is prachtig zoals dat hier beschreven wordt, ook zo enorm concreet.⟨/p> ⟨p>De Ekklesia, de volksvergadering, daar hadden we het over. We waren inmiddels aangekomen in Efeze 5. We zijn langsgegaan met schriftplaatsen waarbij het iedere keer van belang is om te begrijpen dat het inderdaad gaat om een Ekklesia. Dat niet zomaar dat woord gebruikt wordt, nee, dat daar gesproken is van een vergadering van het hele volk en bovendien bestemd voor het hoogste gezag, dus bestemd om regerend lichaam van Christus te zijn. Daarom heet het ook de Ekklesia. Ik heb zojuist in de pauze nog eventjes links en rechts wat gesproken en van tevoren heb ik het al even aangegeven: er zijn natuurlijk nog weer onderscheiden Ekklesia's. Dat is nu even niet het onderwerp; ik beperk me daarom expres ook eventjes tot de Paulus-brieven en in dit geval speciaal voor eigenlijk ook de Efezebrief waar Paulus spreekt over de Ekklesia. En ook dan al die plaatsen die ik nu ook in dit verband noem zijn van belang, omdat daar ook iedere keer weer het zo essentieel is om te begrijpen: het gaat hier om een volksvergadering. Die betekenis die we al zagen in Handelingen 19, dat is eigenlijk de rode draad door deze bijbelstudie van vanavond.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-9" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3335" title="Speel af vanaf 55:35">▶ 55:35⟨/button> ⟨span>Waar Is de Ekklesia? Gezag van Christus Versus Mensenwoord⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Eén ding wil ik nog eventjes daarbij gezegd hebben, namelijk: waar is die ekklesia? En ook daar hebben we zojuist in de pauze nog eventjes over gehad. De ekklesia is daar waar het hoofd, Christus, het gezag heeft. Dus niet waar mensen gezag hebben. Niet alles wat zich ecclesia noemt, is ook een ecclesia. Met een variant op wat Paulus zegt in Romeinen 9: niet alles wat Israël heet, is Israël. Zo is het ook: niet alles wat de ecclesia van Christus heet, is ook een ecclesia. Daar gaan wij trouwens niet over om dat aan te wijzen; het is alleen de ecclesia. En waar is die? Wel, daarvan is Christus het hoofd. Dus als er sprake is van de vergadering, dan heeft Hij het voor het zeggen. Niet mensen.⟨/p> ⟨p>Op het moment dat mensen bij elkaar gaan komen en die gaan afspreken: "Nou jongens, dit zijn onze belijdenissen, dit zijn onze geschriften, daar baseren we ons op", dan heb je dus mensenwoord. Dan kom je niet meer samen rondom Zijn woord en wat Hij te zeggen heeft, maar om wat wij met elkaar hebben afgesproken. Kortom, dan heb je feitelijk Christus als hoofd buiten de deur gezet. Dan is het een menselijke organisatie met allerlei hiërarchieën, maar uiteindelijk heb je dan mensenwoord als hoogste gezag. En als de dingen die gezegd worden niet in overeenstemming zijn met wat wij met elkaar hebben afgesproken als mensen, wel, dan is daar geen plaats voor.⟨/p> ⟨p>Maar u begrijpt, dat is feitelijk – en nu gebruik ik weer eventjes dezelfde terminologie waarvan ook sprake is in Handelingen 19 – feitelijk een volksvergadering, maar dan onwettig. Men noemt zich ten onrechte een ecclesia van Christus, want Christus is helemaal niet het hoofd. Als Christus het hoofd is in een vergadering, dan heeft Hij het voor het zeggen. Dan klinkt Zijn woord. En precies zoals we zojuist ook met elkaar nog eventjes onderling bespraken: dan zeggen we met elkaar daarop "amen". Zo is dat, naar dat woord van Hem luisteren wij. En dan onderschikken we ons dus aan dat wat Hij daar te melden heeft. Maar juist dat woord van Hem, daar draait het allemaal om in die ecclesia.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-10" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3504" title="Speel af vanaf 58:24">▶ 58:24⟨/button> ⟨span>Christus' Liefde, Overgave en Heiliging Door Zijn Woord⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Maar Christus, en dat hebben we dus gezien. Christus heeft de Ekklesia lief. Prachtig, hè? Ik moet eraan denken hoe geweldig het is. Wij leven toch in veel opzichten in een hele individuele, individualistische tijd. Gelovigen zijn losstaand, heel solistisch. Nee, Christus heeft de Ekklesia lief, daar waar gelovigen samen zijn. Hij houdt van de Ekklesia. Hier wordt trouwens het woordje ⟨em>agape⟨/em> gebruikt. Die liefde heeft Hij voor de Ekklesia.⟨/p> ⟨p>En hoe bewijst Hij dat? Wel, Hij geeft Zichzelf; Hij levert Zich over ten behoeve van haar. Wat doet Christus vandaag? Dat is trouwens het onderwerp aankomende zaterdag in Garderen, over Christus achter het voorhangsel en de tegenwoordige positie van Christus. Jawel, maar nu even concreet. Dat is waar Paulus ook over spreekt in Efeze 5. Christus heeft de Ekklesia lief. En daar waar gelovigen samen zijn, levert Hij Zich over aan zo’n vergadering, aan zo’n Ekklesia. Hij levert Zichzelf over ten behoeve van haar. Hij cijfert Zich weg, juist omdat Hij haar – dat lichaam, die Ekklesia – liefheeft.⟨/p> ⟨p>En er staat bij: opdat Hij haar, die volksvergadering dus, de Ekklesia, zou heiligen. En hoe doet Hij dat? Reinigende in het bad van het water. In zijn... ja, meestal in de vertalingen staat dan... Maar het gaat over haar reinigen door het waterbad met het Woord, staat er in de NBG-vertaling. Letterlijk staat er in Zijn uitspraak. Hij spreekt. Hij spreekt. En daar waar Zijn woord klinkt – niet mensenwoord, maar waar Zijn woord klinkt – daardoor, die uitspraken van Hem, in dat wat Hij spreekt, heiligt Hij en reinigt Hij ook die Ekklesia.⟨/p> ⟨p>Hier wordt dus gewoon gesproken over een concrete vergadering waar Zijn woord klinkt. En het feit dat de Ekklesia het lichaam van Christus is, dat geeft wel aan hoeveel waarde Hij daaraan toekent. Hij geeft Zich daaraan over; Hij heeft die Ekklesia lief. En juist door Zijn woord te spreken... Kijk, natuurlijk is het waar, individueel is dat ook zo, als wij zelf met het Woord bezig zijn. Dat Woord heeft altijd zijn werk. Maar hier wordt niet gesproken over de kracht van het Woord persoonlijk. Dat is wel zo, maar hier gaat het over de volksvergadering. Geweldig, wat de kracht en de potentie van dat Woord is. Wat heerlijk om samen te zijn.⟨/p> ⟨p>Hoeveel wordt in de brieven niet gesproken juist over dat we elkaar, als we bijeen zijn, elkaar zouden aanvuren, elkaar zouden wijzen op Hem, elkaar zouden liefhebben, elkaar zouden verdragen? Dat betekent alles verondersteld: we zijn een eenheid. Zoals mijn hand en al mijn lichaamsdelen; ze zijn leden. Ze zijn allemaal verbonden met elkaar. Ja, ze zijn één. Ze zijn verbonden, namelijk met het Hoofd feitelijk. Ze zijn één en daarom komen ze ook bij elkaar. Dat is een geweldige gedachte om zo ook samen te komen. We zijn één, daarom. En als we één zijn, dan mogen we dit weten. Dan moeten we dit weten: Christus heeft de vergadering, de Ekklesia, lief. Hij geeft Zich eraan over en Hij reinigt die Ekklesia daar waar Hij Zijn Woord spreekt.⟨/p> ⟨p>En er staat nog bij, ik lees even gewoon verder... opdat Hij Zichzelf zou presenteren voor Zichzelf. Grote nadruk wordt hier opgelegd op het feit dat dit de arbeid is van Christus en van Zijn Woord. Nogmaals, geen mensenwoord, Zijn Woord. Hij doet dat. Opdat Hij Zichzelf zou presenteren, voor Zichzelf ook nog eens, glorieus. In de NBG-vertaling staat dat Hij de Ekklesia stralend zou maken. Even kijken hoe het ook alweer in het navolgende staat; ik heb daar nu geen diaatje hiervan. Ja, en zo zelf de Ekklesia voor Zich te plaatsen. Ik lees nu voor uit de NBG: "stralend, zonder vlek of rimpel of iets dergelijks, zodat ze heilig en onbesmet is." Kijk, dat is wat Hij doet, gewoon ook in de praktijk met de volksvergadering in de ontmoeting met elkaar. Opdat Hij Zichzelf zou presenteren voor Zichzelf, glorieus, stralend, de Ekklesia. Dat wil zeggen: de volksvergadering.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-11" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3885" title="Speel af vanaf 01:04:45">▶ 01:04:45⟨/button> ⟨span>Tien Concrete Feiten Omtrent de Ekklesia in de Praktijk⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Ik heb nog een tiental concrete feiten omtrent de Ekklesia. Het is iets wat me zelden overkomt dat ik zo snel door mijn dia's ga. Dat is nooit helemaal te plannen, dat is mijn persoonlijke ervaring. Maar dit was de laatste dia, en ik vond tien een mooi getal. Tien concrete feiten omtrent de Ekklesia. Concrete feiten, zoals de Schrift daarover spreekt. Je zou dit aan de hand van een concordantie kunnen nakijken. Ik noem expres ook iedere keer op zijn minst één schriftplaats, zodat je dat kunt nakijken waar gesproken wordt over de Ekklesia.⟨/p> ⟨p>Een Ekklesia kan geadresseerd worden. Het is dus een concrete vergadering, zoals de Ekklesia te Korinthe of die te Kolosse. De Ekklesia komt samen – wat voor de hand ligt omdat het een volksvergadering is – zoals in 1 Korinthe 14 staat: als jullie als Ekklesia tezamen zijn. Dus als gelovigen bijeen rond Christus, het hoofd. Hij spreekt, en om Zijn woord gaat het, dat klinkt. Een Ekklesia is onderworpen aan Christus. Waarom? Hij is het hoofd, het hoofd van het lichaam, van de gemeente, het lichaam van Christus, Zijn lichaam.⟨/p> ⟨p>Er is nog iets eigenaardigs. In 1 Korinthe 11 lees je dat Paulus zegt: 'Maar wij hebben zulke gewoonten niet, en evenmin de Ekklesia's van God.' Want die Ekklesia heeft bepaalde gewoonten. Dingen die ze gewoon zijn. Feitelijk: die Ekklesia – en dat moet wel duidelijk zijn, tenminste waar Hij het hoofd is – laat zich niet onder een wet zetten. Maar zij wil gebruiken die logischerwijs voortvloeien uit het feit dat Hij het hoofd is. Gewoonten, gebruiken, geen wetten.⟨/p> ⟨p>In Handelingen 20 lees je dat Paulus aan het strand van Milete de opzieners van Efeze aanspreekt – daar komen we bij een latere gelegenheid nog over te spreken. Maar dan zegt hij ook tegen die opzieners: 'Jullie zijn herders.' Dat is meteen duidelijk: wat is een opziener? Een herder is iemand die de Ekklesia weidt. Dat wil zeggen: voeding geeft, zoals een kudde mag grazen en daarmee gevoed wordt. Die Ekklesia wordt als een kudde geweid, dat wil zeggen gevoed en verzorgd.⟨/p> ⟨p>1 Timotheüs 3 vers 5: Paulus zegt daar – ik zoek het even op – dat het gaat over die opzieners waar ik zojuist over had, die herders dus: 'Indien echter iemand zijn eigen huis niet weet te besturen, hoe zou hij voor de Ekklesia van God zorg dragen?'⟨/p> ⟨p>De Ekklesia kan opgebouwd worden, zo staat het in 1 Korinthe 14. Het gaat er in die Ekklesia niet om wat geoorloofd is, maar wat opbouwt. 'Alle dingen zijn geoorloofd', ik zei al, de Ekklesia staat niet onder een wet; dat is een gewoonte. Ze luistert naar Zijn woord en het gaat niet om de vraag 'wat is er geoorloofd', maar 'wat bouwt op', wat sticht – zo staat het geloof ik in de NBG-vertaling. Daar gaat het allemaal om.⟨/p> ⟨p>In 1 Timotheüs 3 vers 15 lees je dat die Ekklesia, de Ekklesia van God, een steunpilaar en basis van de waarheid is. Waar klinkt de waarheid? Daar waar Hij, Christus, het Hoofd is en waar Zijn woord klinkt, en daarmee de waarheid doorgegeven en gesproken wordt.⟨/p> ⟨p>De Ekklesia kan ook veracht worden. Dat is wel eigenaardig. Eerder, in datzelfde 1 Korinthe, lees je: 'Wees geen struikelblok, noch voor Joden, noch voor Grieken, noch voor de Ekklesia's van God.' Geen struikelblok daarvoor vormen, dat kan. Maar even later lees je – het ging over de gebruiken bij de maaltijden van de Korinthiërs –: 'Of veracht jij zozeer de Ekklesia van God?' Dus eigenlijk helemaal geen achting hebben voor die vergadering. Maar let op: telkens wordt er gesproken over de Ekklesia. Wij denken dan: 'nou ja, de gemeente', maar het is voor ons een nagenoeg niet-zeggend begrip geworden. Feitelijk is het een Ekklesia, een volksvergadering. 'Dus veracht jij zozeer de Ekklesia van God?' Niet de Ekklesia van Efeze, nee, de Ekklesia van God die Christus liefheeft, voor wie Hij Zichzelf overgeeft.⟨/p> ⟨p>En dat is die Ekklesia. We hadden het er zojuist in de pauze nog even over. Paulus zegt op verschillende plaatsen: 'Ik heb de Ekklesia van God vervolgd.' Opmerkelijk. In hoofdstuk 1 vers 1 – we hebben het zojuist voor de pauze nog gelezen – adresseert hij zijn brief aan de Ekklesia van God te Korinthe. En van die Ekklesia lees je in hoofdstuk 15: 'Ik ben niet waard een apostel te heten, want ik heb de Ekklesia van God vervolgd.' Nou haal ik natuurlijk wel wat overhoop, want nu komen allerlei vragen, dan wordt het toch maar weer tien uur misschien – dat zou zomaar kunnen – nee, dat wou ik toch niet doen.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-12" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4352" title="Speel af vanaf 01:12:32">▶ 01:12:32⟨/button> ⟨span>Paulus' Vervolging en het Ontstaan van de Ekklesia⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Maar het feit dat Paulus zegt: "Ik heb de Ekklesia van God vervolgd", betekent dus dat die Ekklesia er al was voordat hij geroepen werd. Ik hoor ook wel eens anders: "Nee, die Ekklesia, die moest nog ontstaan." Hij zegt: "Die Ekklesia die hij aanschrijft, die daar te Korinthe bijvoorbeeld samenkwam..." Maar het was de Ekklesia. En hij zegt – ik weet niet meer waar, als apostel, als afgevaardigde van Christus – hij zegt: "Ik heb de Ekklesia van God vervolgd." Dus die Ekklesia was er al. Precies, ja.⟨/p> ⟨p>Als hij zegt: "Ik heb de Ekklesia van God vervolgd", dan was die Ekklesia er al. Wat natuurlijk een andere vraag oproept. Maar nee, ik laat het als vraag en daarmee trigger ik u om daar eens over na te denken. Namelijk de vraag: wanneer is die eigenlijk...? U weet het, hè? Bij een van de eerste dia-sessies had ik gezegd: "We gaan het dus niet hebben over de vraag wanneer de Ekklesia ontstaan is."⟨/p> ⟨p>Maar nu zouden we zomaar in dat vaarwater komen. Als Paulus zegt: "Ik heb de Ekklesia van God vervolgd", wanneer is die Ekklesia dan eigenlijk ontstaan? Eén ding weet ik zeker: ik ga die vraag niet helemaal beantwoorden. Maar één ding moet duidelijk zijn: Christus is het Hoofd. Dus voordat Christus gesteld was als Hoofd, kon die Ekklesia er niet zijn.⟨/p> ⟨p>En waar begint de Ekklesia? Ja, dat lijkt mij ook, ja. Mijn antwoord is: sinds Christus het Hoofd van de Ekklesia is, met Hem begint ook de Ekklesia. Dat die waarheid aangaande de Ekklesia – namelijk dat het het Lichaam van Christus is – pas geopenbaard wordt aan Paulus en dat de twaalf daar helemaal nog geen idee van hadden, en dat het in het begin ook een puur Joodse aangelegenheid was, met het evenredene van de besnijding, dat is allemaal waar. Paulus worden later dingen getoond en verteld waar die anderen geen idee van hebben, maar dat is een ander punt.⟨/p> ⟨p>De Ekklesia van God, die was er al voordat Paulus geroepen werd. Christus is daar het Hoofd van. Met Christus als Hoofd, dus sinds Hij opgestaan is uit de doden, is die Ekklesia begonnen. Voor de nederwerving van de aarde. Ja. Dan praat je over... dat is waar. Wat openbaar die dag was, maar dat was al bekend. Daar zegt hij dat de Ekklesia in Christus uitverkoren is. Voorbestemd, ja, in het plan, absoluut. Maar goed, Christus was toen nog niet het Hoofd. Je moet dat van verschillende kanten benaderen. Dus ik geef toe, als je het hebt over zo'n onderwerp als de Ekklesia, dan raakt dat natuurlijk allerlei andere onderwerpen. Dat blijkt nu wel.⟨/p> ⟨p>Als je dan wat dieper erop doorgaat, want dan kun je meer vragen gaan stellen. Maar die laat ik toch heel bewust eventjes voor wat ze zijn. Hooguit prikkel ik u met een paar vragen nog. Ik hoop één ding toch duidelijk gemaakt te hebben en dat is dat de Ekklesia zo'n enorm hoge status heeft in Gods vocabulaire, als ik het zo mag zeggen, in de Schriften. De Ekklesia is dus niet zomaar een vergadering; het is een volksvergadering. Nou, dat heb ik vanavond willen vertellen. En misschien... het is per slot van rekening nog niet zo heel erg laat.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-13" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4610" title="Speel af vanaf 01:16:50">▶ 01:16:50⟨/button> ⟨span>Vragenronde: Verschillende Ekklesia's en Christus als Hoofd (niet Koning)⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Misschien zijn er nog vragen die hier specifiek mee te maken hebben. En dingen die wellicht nog eventjes toch gezegd zouden moeten worden. Dan is daar nu de gelegenheid voor. En ik zal, als er een vraag komt, dan zal ik de vraag voor de luisteraars later via het internet herhalen, absoluut.⟨/p> ⟨p>Kijk, als Paulus zegt: "Ik heb de gemeente Gods zeer uitermate vervolgd." In 1 Korinthe 15 zegt hij dat, maar je leest het op nog een plaats... Nou, daar weet ik even niet... Ja natuurlijk, ja, in Galaten 1. Hij zegt van: "Ik heb de gemeente Gods, de ekklesia van God vervolgd." Ja, Galaten 1. Maar het is heel opmerkelijk dat Paulus de ekklesia van God vervolgde, maar als hij geroepen wordt vanuit de hemel, op de weg naar Damascus, dan hoort hij een stem vanuit de hemel en hij zegt: "Saulus, Saulus, wat vervolg je mij?" En ik vind dat zo prachtig, want dat geeft aan dat als Christus Saulus toen geroepen werd, in die ene vraag feitelijk al de waarheid geopenbaard is van hoofd en lichaam. Want Paulus vervolgde de ekklesia van God, maar Christus zegt: "Wat vervolg je mij?" Met andere woorden: die ekklesia die Paulus vervolgde, dat was Christus. En alleen al in die vraag die dan klinkt vanuit de hemel, dat is feitelijk al in de kiem de openbaring van die waarheid die Paulus in zijn brieven zo breed uitstalt. Ik weet natuurlijk ook wel, later heeft de Heer zich geopenbaard toen Paulus naar Arabië is gegaan en de Heer heeft zoveel aan hem laten zien en zoveel heeft hij hem verteld terwijl die dit allemaal nog gehoord hebben, maar in de kiem zie je al de openbaring dus van dat ene lichaam, hoofd en lichaam, zie je al in die vraag die gesteld wordt: "Wat vervolg je mij?"⟨/p> ⟨p>Nou gaat het even om – en dan ga ik in de pauze dus verder – ekklesia heeft dus meerdere doelgroepen. Dat moet duidelijk gemaakt worden, want als de Heer Jezus dus aankijkt meteen 19 van de 12 discipelen, die er zo bij zitten, dan zegt hij: "Jullie zullen op 12 tronen zitten en de stammen van Israël in hun aanwijzing kunnen proberen." Dus dat is toch ook iets wat natuurlijk heel veel mensen op een pad zet van: hoe zit dat nou eigenlijk? Je hebt dus een ekklesia waar je nog net over spreekt, die dus eigenlijk het Jodenboek bestaat. Dat beschrijft hij ook in de Romeinenbrief heel uitgebreid. Daarnaast heb je de roeping zeg maar uit de heidenwereld, dat wordt samengebracht samen met Jood en heiden. In één lichaam? Een lichaam in geschiedenis, twee waar de tussenmuur wordt weggebroken. Dan moet er natuurlijk wel in de uitleg duidelijk gemaakt worden of het ons alsnog kan, hoe dat dan zit met die eerste groepering Joden die in feite tot geloof komen in Christus, dus hun Messias, terwijl de heidenen in feite eigenlijk hem gaan zien als de Kyrios. Dus er zijn een aantal dingen in de Schrift die door elkaar heen lopen waar je wat onderscheid moet gaan maken, want dat is nou het ene en het andere wat eigenlijk toch ook ekklesia heeft.⟨/p> ⟨p>Moet ik dat ook allemaal herhalen? Dat wordt wel heel veel. Nee, dit is waar. Bijvoorbeeld wat Paulus – dat is trouwens Efeze 2, dat is eigenlijk een handvest van de eenheid in het lichaam van Christus – daar zegt hij dat uit het lichaam van Christus, hij heeft de twee één gemaakt. En de muur die ertussen stond, die heeft hij weggebroken. En in dat lichaam van Christus speelt dat hele onderscheid dus geen enkele rol. Maar dat roept natuurlijk wel al de vraag op, maar dat kwam eigenlijk al mee met wat ik zojuist naar voren bracht, dat die ekklesia begon bij Christus. Het is een opstanding uit de doden. Ja, daar hadden we het al natuurlijk diverse keren over. Over de weg, ja. En ik zal u er ook bij zeggen: de ekklesia en de ekklesia's – dus vergaderingen op allerlei plaatsen – wordt ook in het boek Handelingen diverse keren al benoemd.⟨/p> ⟨p>Maar ik moet er dan ook bij zeggen – en daarin val ik hem helemaal bij, ik neem aan tenminste dat dat ook de gedachte is – bijvoorbeeld als de Heer Jezus zegt in Mattheüs 16 tegen Petrus: als Petrus dan gezegd heeft: "Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God", en dan zegt hij: "Op deze Petra, wat jij vertelt, zal ik mijn ekklesia bouwen." Dan hebben we natuurlijk ook, dat is ook dubbelzinnig als u het mij vraagt. Dat is heel dubbelzinnig, want straks, na de wegrukking van het lichaam van Christus, gaat God weer een nieuw werk beginnen. Gaat hij ook weer een volk uitroepen en brengen in Petra? Ja, wat dacht je wat? Dat is weer een andere ekklesia. Dus inderdaad, er zijn onderscheidingen. En het kan zijn dat dit laatste misschien dan toch weer wat verwarrend is. Maar dat zou dan toch eigenlijk misschien een reden zijn om een nieuwe excursie te maken. Maar het geeft wel wat meer helderheid.⟨/p> ⟨p>Ja, nee, daar ben ik met je eens. In de beperkte tijd breng je dit aan, zeg maar, bij ons. Dat is geweldig, maar er is hier natuurlijk ook nog wat meer te doen. Ja, absoluut, ja. Trouwens, het lijkt me in het algemeen wel een goed idee om zo heel af en toe, niet teveel natuurlijk, een excursie te maken. Want je gaat nu zo door het boek Handelingen, vers voor vers, zinsdeel voor zinsdeel, maar dan is het toch wel handig om bijvoorbeeld over zo'n onderwerp als dit, wat nu aan het einde zo ter sprake komt, om daar nog eens wat uitgebreider bij stil te staan.⟨/p> ⟨p>Wanneer? Dit is typisch de vraag van iemand uit een reformatorisch milieu. De vraag is – dat eventjes voor degene die het laat beluisteren – hoe zit dat met Adam? Was Adam eigenlijk, begon met Adam eigenlijk niet de ekklesia? Ik zeg, dat is een typische reformatorische vraag. Nou ja, eigenlijk niet alleen typisch reformatorisch, maar eigenlijk traditioneel christelijk, want men spreekt – ik ben daar zelf ook mee groot geworden – men spreekt over de kerk van Adam af tot aan de jongste dag. Dus alles wat volk van God is, alles wat gelovigheid, dat is allemaal één en grote, dat is de kerk. De kerk begon al bij Adam en die gaat door tot de jongste dag, whatever that may be, en eigenlijk dus de totale verzameling van alle gelovigen van het begin tot het einde. Maar dat is niet zoals de Schrift erover spreekt. De Bijbel kent allerlei onderscheidingen. Hij heeft dus een plan van God met het volk van Israël. Nou ja, daar heb je het dus. Met de ekklesia vandaag. Met het Israëls straks ook weer. Kortom, er zijn allerlei relaties.⟨/p> ⟨p>Ik hoorde – dat vond ik wel leuk, dat is het laatste wat ik erover wil zeggen, want anders zou het alsnog heel laat worden – ik las vandaag een uitspraak van iemand wiens naam ik niet noem, doet even niet ter zake, maar die zei: "Als je zegt dat Christus de koning der kerk is, dan moet je je mond spoelen." Nou nee, dat wil ik helemaal onderschrijven. Christus is niet de koning der kerk, of de koning... Het woordje kerk laten we helemaal, dat is al geen bijbels begrip. Maar Christus is niet de koning van het lichaam van Christus bijvoorbeeld, van de ekklesia. Dat zit niet in verhoudingen. Hij is de koning van Israël en straks ook de koning der koningen hier op aarde. Maar ten opzichte van zijn lichaam... Wat is de relatie tussen het lichaam en Christus Jezus? Nou, dat is de verhouding hoofd-lichaam. Dat is geen verhouding van een koning ten opzichte van zijn volk. Wij staan in een veel intimere relatie tot Hem. Hij is niet onze koning, Hij is niet de koning der kerk. Dus ik zou daarin helemaal bij hem vallen, want hij was het die dat zei. Helemaal bij een keertje.⟨/p> ⟨p>Dat mag ook wel eens een keer gezegd worden. Hij is het Hoofd van het lichaam. Dat klopt. En Hij is de Koning van Israël.⟨/p>