⟨h3 id="hoofdstuk-1" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="0" title="Speel af vanaf 00:00">▶ 00:00⟨/button> ⟨span>Inleiding en Terugblik op Kolossenzen 3:1-11⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>De twaalfde Bijbelavond inmiddels over deze kleine brief – want dat is het toch eigenlijk: de brief van Paulus aan de Kolossenzen. De vorige keer, dat is inmiddels drie weken geleden, hebben we ons beziggehouden met de eerste verzen van het derde hoofdstuk; of eigenlijk moet ik zeggen, als ik me goed herinner, vanaf vers 5. Vanavond gaan we verder vanaf het twaalfde vers, zoals u hier ook op het scherm ziet geprojecteerd.⟨/p> ⟨p>Maar om het geheugen weer wat op te frissen, lijkt het me goed om eerst even de voorgaande verzen, dat wil zeggen vanaf hoofdstuk 3 vers 1, nog even te lezen. Paulus vangt daar aan met deze woorden – ik lees overigens voor uit de NBG-vertaling: "Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zoekt de dingen die boven zijn, waar Christus is, gezeten aan de rechterhand Gods. Bedenkt de dingen die boven zijn, niet die op de aarde zijn. Want gij zijt gestorven en uw leven is verborgen met Christus in God. Wanneer Christus verschijnt, die ons leven is, zult ook gij met Hem verschijnen in heerlijkheid."⟨/p> ⟨p>"Versterf dan..." – dat heb ik wat aangepast, want daar hebben we het ooit wel eens over gehad, maar dit is wat er eigenlijk staat: "Versterf dan de leden die op de aarde zijn: hoererij, onreinheid, hartstocht, boze begeerte en de hebzucht, die niet anders is dan afgoderij, om welke dingen de toorn Gods komt." En zoals bijvoorbeeld de Statenvertaling terecht toevoegt: "...komt over de zonen van de ongehoorzaamheid. Daarin hebt ook gij eertijds gewandeld toen gij erin leefde. Maar thans" – en dat staat er letterlijk – "doet ook gij dit alles weg: toorn, heftigheid, kwaadaardigheid, laster en vuile taal uit uw mond. Liegt niet meer tegen elkaar, daar gij de oude mens met zijn praktijken afgelegd en de nieuwe aangedaan hebt, die vernieuwd wordt tot volle kennis" – of letterlijk: tot besef – "naar het beeld van zijn Schepper. Waarbij geen onderscheid is tussen Griek en Jood, besneden of onbesneden, barbaar en Skyth, slaaf en vrije, maar alles en in allen is Christus."⟨/p> ⟨p>Nou, dat was ongeveer het laatste waar we het net over gehad hebben bij de voorgaande Bijbelavond. Daarbij spreekt Paulus, en dat is toch wel duidelijk vanaf vers 5 met name, over de praktische kant van ons geloven, over ons gedrag. Dat is helemaal duidelijk in deze laatste verzen, maar waarbij ook heel duidelijk uit de verf komt – en dat zullen we juist nu vanaf vers 12 ook gaan zien – dat het gaat om een alternatieve wandel, alternatief gedrag. Dat wil zeggen: een gedrag dat past bij onze identiteit die wij nu hebben als gelovigen. Wel, laat ik dat nu gewoon gaan lezen, want ik ga het niet nog eens een keertje dunnetjes overdoen; zo snel gaan we tenslotte toch al niet. Daar staat dan in vers 12:⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-2" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="218" title="Speel af vanaf 03:38">▶ 03:38⟨/button> ⟨span>De Nieuwe Identiteit Aandoen als een Kleed⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Doet dan aan. Nou, dat lijkt me wel een heel aardig plaatje in deze tijd van het jaar, wat u nu ziet. Maar het idee is niet zozeer dat je zomaar iets aandoet of iets extra’s aandoet; het idee is juist dat van een verwisseling. Dat oude kleed, dat wat bij de oude mens hoort en wat typerend is voor de mens van nature zoals we in deze wereld geboren zijn, dat past ons niet meer.⟨/p> ⟨p>We hebben een hele nieuwe identiteit ontvangen in Christus Jezus en daar hoort ook een bepaald gedrag bij. Dat is het idee waarbij Paulus de vergelijking maakt met die van een kleed. In de voorgaande verzen had hij hier al over gesproken. In vers 8 zei hij: "doet dit alles weg", en in vers 9 dat je de oude mens met zijn praktijken hebt afgelegd en een nieuwe aangedaan hebt.⟨/p> ⟨p>Het idee is hier, evenals in vers 12, dat van een kleed wat je aantrekt of een jas die je aandoet. Het is heel simpel: het ene past wel bij je identiteit en het andere niet. En zoals u weet: kleren maken de man. Dat wil zeggen dat het openbaart wat je bent. Dat is wat onze kleding onder andere doet. Het is niet alleen maar bescherming, maar het is ook iets waarin we onszelf uitdrukken. Wel, dat is met ons gedrag uiteraard ook het geval. Doet dan aan.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-3" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="314" title="Speel af vanaf 05:14">▶ 05:14⟨/button> ⟨span>Uitverkorenen van God: Geheiligd en Onvoorwaardelijk Geliefd⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>"Doet dan aan, als door God uitverkoren heiligen." Zoals u dat ook hier in de interlinea ziet, staat het er net even anders. En als u overigens in de Statenvertaling meeleest: die klopt inderdaad, want er staat letterlijk "als uitverkorenen van God" of "als de uitgekozenen van God". Het idee is altijd in de Bijbel aanwezig, al is het bij veel christenen niet bepaald populair. Maar het is wel degelijk een Bijbels gegeven dat God uitkiest.⟨/p> ⟨p>Niet zoals in deze contreien – en dan denk ik met name aan een plaats als Katwijk – dikwijls vanaf de kansel wordt gedacht en gezegd: "Ben jij uitverkoren, dan is het goed en is het eeuwig wél; ben je niet uitverkoren, dan is het eeuwig wee." Dat is niet het Bijbelse idee van uitverkiezing. Het is wel zo dat God kiest, maar dat is nooit exclusief, in de zin van uitsluitend, maar juist inclusief: insluitend. Hij kiest namelijk instrumenten uit om anderen te bereiken.⟨/p> ⟨p>Denk aan een actueel voorbeeld: de koning of de minister-president kiest ministers of staatssecretarissen uit. Een fantastische politie... ja, maar daar zullen we het nu even niet over hebben. Er wordt uitgekozen, en waarom? Een minister wordt uitgekozen juist om anderen te dienen. Het is in wezen instrumenteel, als ik het even deftig mag zeggen. En dat is bij uitverkiezing ook altijd het geval. God kiest mensen uit, niet om een troetelkindje te hebben of om er een lievelingetje op na te houden, maar om mensen in te schakelen om anderen juist te bereiken. Dat is altijd het idee. Ik ga daar nu niet verder op in, want dat is per slot van rekening niet het hoofdonderwerp, maar het is wel goed om te beseffen.⟨/p> ⟨p>God kiest uit en hier wordt gesproken over de uitverkorenen van God. En dan staat er: "heiligen". Dat wil zeggen: mensen die geheiligd zijn. Zoals een attribuut in de tempel heilig is, speciaal aan God gewijd, wel, dat zijn wij. Wij zijn uitgekozen en wij zijn geheiligd. We zijn niet de eersten de besten; wij zijn heiligen. Hetzelfde woord dat hier voor heiligen wordt gebruikt, wordt ook gebruikt voor de afdelingen in het heiligdom: het Heilige en het Heilige der Heiligen. Zulke terminologie wordt hier gebezigd. Het gaat om dat wat speciaal de status heeft aan God gewijd te zijn, apart gezet en afgezonderd.⟨/p> ⟨p>En dan staat er nog bij: "geliefden". Uiteraard niet alleen geliefden door elkaar – dat is mooi meegenomen als dat ook het geval is – maar dat is niet zozeer waar het om gaat. Het gaat erom: geliefd door God. Hier staat een woord dat werkelijk onvoorwaardelijke liefde is: agape. Onvoorwaardelijk geliefd door God. Dat is wat wij zijn. Ik spreek u en jullie nu even aan als gelovigen: dat is wat ons samenbindt. Wij zijn geheiligd, aan God gewijd, we zijn door Hem gekozen en bovendien zijn we geliefd. Ook dat is niet exclusief, maar het is wel de status waar wij ons in elk geval van bewust zijn: geliefd door God.⟨/p> ⟨p>Nu begrijp ik ook waarom de meneer pastoor – tenminste, zo heb ik me laten vertellen – de kerkdienst dikwijls aanvangt met: "Beminde gelovigen." De meesten van u hebben geen rooms-katholieke achtergrond, als ik zo even om me heen kijk, maar het is wel waar. Gelovigen zijn bemind, zij zijn geliefd.⟨/p> ⟨p>En dan staat erbij: "Doet dan aan..." Want laten we de draad vasthouden: het gaat om een kleed dat je aantrekt. Welk gedrag of welke uitingen horen bij hen die geliefd zijn, die gekozen zijn door God en die geheiligd zijn?⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-4" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="579" title="Speel af vanaf 09:39">▶ 09:39⟨/button> ⟨span>Innerlijke Ontferming (ingewanden) en Vriendelijkheid⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Innerlijke ontferming is een interessant woord. Dat woord "innerlijk" heeft te maken met — je ziet dat nog in één van de voorkomens bij het woord hart, maar dat is echt een ander woord — ingewanden; de darmen, de ingewanden. Als ik me niet vergis, staat er in de Statenvertaling ergens in Lucas — maar dat is nu even uit het blote hoofd, want het is alweer een tijdje geleden dat ik daar eens naar gekeken heb — daar wordt gesproken over de innerlijke barmhartigheid van God. Ik geloof dat het in de lofzang van Zacharias is. En dan staat er: "de ingewanden van zijn barmhartigheid". Het kan ook zijn dat het in de Telosvertaling is, maar dat is inderdaad wat er staat: de ingewanden.⟨/p> ⟨p>Het is trouwens wel interessant dat bepaalde mentale en geestelijke dingen gekoppeld zijn aan fysieke aspecten en fysieke delen. Het is bekend, en dat is niet zo moeilijk, dat wij het denken koppelen aan de hersenen en liefde aan het hart. Maar gevoelens hebben met name hiermee te maken: gevoelens worden in de Bijbel gekoppeld aan de ingewanden. Daar hoef je niet eens zoveel fantasie voor te hebben om dat te begrijpen. Er staat ook ergens — in welke vertaling weet ik niet, maar dit is wat er echt staat — bij de profeten wordt gesproken over: "mijn ingewanden rommelen in mij". Dan wordt er gesproken over de heftige emotie, over de liefde van God voor zijn volk.⟨/p> ⟨p>Dus die ingewanden... Bij sommige mensen werkt dat wat sterker dan bij anderen, maar dat is waar emotie gelokaliseerd wordt. Gevoel voel je juist ook hier, van binnen in je, bij de ingewanden. Innerlijke ontferming betekent dus dat je je ontfermt over de ander, waarbij je werkelijk emotioneel ook betrokken bent. Dat past ons: niet om ons koud op te stellen, maar om ons te ontfermen.⟨/p> ⟨p>Dan staat er "goedheid". Dat is nog zo’n eigenschap. Als u in een Engelse Concordant Version kijkt, dan wordt het daar consequent weergegeven met ⟨em>kindness⟨/em>, vriendelijkheid. De NBG-vertaling doet dat maar één keer en van de rest vertalen ze het met goedertierenheid, rechtschapenheid, wat goed is, enzovoort. Ja, dat is allemaal heel leuk en aardig, maar dat is niet concordant. Dit is wat er hoort te staan: vriendelijkheid. Geef toe, de woorden liggen dicht bij elkaar. Iemand die goed is, dat associëren wij ook meteen met vriendelijk, maar dit is dus echt de betekenis van het woord. Ook als u in het Nieuwe Testament het woord "goedertierenheid" leest, dan is dat de weergave van dít woord. De goedertierenheid van God is zijn vriendelijkheid. God is vriendelijk.⟨/p> ⟨p>Het is logisch dat als wij uitgekozenen van God zijn, heiligen en bovendien geliefden, wat zou dan een passendere eigenschap voor ons zijn dan dat wij ons eveneens vriendelijk opstellen? Al die eigenschappen die hier genoemd worden, zijn prachtig om daar eens wat nadere kennis van te nemen. Elk mens onderscheidt en ziet dat dit geweldige eigenschappen zijn, waarin je op je klompen kunt aanvoelen dat het zo is. Ik zei net dat gevoelens te maken hebben met ingewanden, maar kennelijk ook nog iets met je klompen. In elk geval, die eigenschappen kennen wij aan God toe en als geliefden van Hem passen ze ons ook als een jas; als gegoten, om het zo even te zeggen. Dus dat is dat woord vriendelijkheid.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-5" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="836" title="Speel af vanaf 13:56">▶ 13:56⟨/button> ⟨span>Nederigheid en Zachtmoedigheid⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Nederigheid is ook zo’n eigenschap. Het zijn allemaal eigenschappen die, als je ze zo op een rijtje zet, niet bepaald veelvuldig in de wereld worden gevonden. Als je die wilt vinden, dan moet je even teruggaan naar waar we het eerder over gehad hebben: die hele vermoeiende lijst. Want dat is het; als je het over de werken van het vlees hebt, dan is dat heel vermoeiend. Deze eigenschappen hebben echter te maken met de vrucht van de Geest, met dank aan Galaten 5.⟨/p> ⟨p>Nederigheid heeft te maken met — u ziet het hier — de woorden waaruit het in de Griekse stammen is opgebouwd. Dat heeft in elk geval te maken met ‘laag’. Wat bij ons in het woord nederigheid trouwens ook zo is: je stelt je nederig op. Er staat in Romeinen 12: "Voegt u niet naar het hoge, maar bij het nederige." Naar het lage. Streef de ambitie niet na, altijd maar dat hoge. Vaak wordt dat ook nog gecombineerd met naar beneden trappen, want je wilt omhoog en dat doe je dan ten koste van de ander. Dat is uiteraard geen nederigheid. Nederigheid is een houding aannemen waarbij je de ander uitnemender en hoger acht.⟨/p> ⟨p>En dan zachtmoedigheid: mildheid. "Meekness" is inderdaad mild. Zachtmoedigheid is niet echt een modern Nederlands woord meer; wij spreken nu doorgaans over mild. Mild in je oordeel, mild in je denken. Niet scherp, maar met oog voor de nuance. Als het gaat over een zachtmoedig oordeel, dan wil dat ook zeggen dat je genuanceerd bent. Mild. Ook in Galaten 5, dat hoofdstuk dat ik zojuist al noemde in verband met de vrucht van de Geest, wordt het genoemd als een van de aspecten, een van de kenmerken van de vrucht van de Geest: zachtmoedigheid of mildheid. Ja, even een zijstapje.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-6" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="980" title="Speel af vanaf 16:20">▶ 16:20⟨/button> ⟨span>Een Zijstap Naar Mattheüs 11: Rust en het Lichte Juk van Christus⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Want in Matteüs 11 vind je beide woorden – de laatste woorden die ik nu genoemd heb – ook bij elkaar. Het is een bekende passage die heel opmerkelijk is als je de context er even bij betrekt. Ik doe het heel snel: het gaat erover dat de Heer Jezus, dat lees je in het voorgaande van Matteüs 11, massief is afgewezen in de streken waar Hij Zelf vandaan kwam, zoals Nazaret, maar vooral ook in Kapernaüm. De afwijzing was groot.⟨/p> ⟨p>En dan is het de Heer die Zich terugtrekt en zegt: "Komt tot Mij, allen die vermoeid en belast zijn." Als je het verband nakijkt, zie je dat Hij het heeft over hen die vermoeid en belast zijn door al die zware geboden die hen door de geestelijke leiders waren opgelegd en waaronder zij gebukt gingen. Wat toen godsdienstig waar was, is nog steeds het geval. Waar de Heer mee te maken had, was de afwijzing door de orthodoxie: de leidslieden, de schriftgeleerden en de farizeeërs. Zij waren orthodox, maar zij legden de mensen lasten op, leringen van mensen. Daardoor werden mensen vermoeid. In plaats van dat het Woord hen licht, rust, vreugde en uitzicht gaf, drukte het hen alleen maar neer en maakte het hen vermoeid en gefrustreerd.⟨/p> ⟨p>Maar dan is het de Heer die roept: "Komt allen tot Mij die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven." Namelijk door Zijn Woord, Zijn belofte. Ik heb de neiging om hier nog wat nader op in te gaan, maar laat ik bij de les blijven. "Ik zal u rust geven," dat is wat de Heer geeft, en dan zegt Hij: "Neem Mijn juk op u." Weet u wat dat juk is? Wat geeft de Heer? Hij geeft rust. Dat is wat Hij geeft: Zijn rust. Dat Woord van belofte is inderdaad rust; neem dat op je. Dat is dat juk.⟨/p> ⟨p>Ik moet aan nog iets anders denken, een hele mooie vergelijking. Je leest in Johannes 5 over de man die 38 jaar – de periode van Israël onder de wet in de woestijn, maar goed – in Betesda lag. Wat zegt de Heer tegen hem? Het was op de sabbat, dus het mocht helemaal niet wat hij deed en hij kreeg er grote problemen mee, maar de Heer zegt: "Neem je matras op en wandel." Dat matras is juist een uitbeelding van de rust die we hebben in Zijn Woord. Dat is het juk dat wij dragen: dat matras, die rust die Hij geeft. Dus als u mij vraagt wat dat juk is, dan staat het antwoord gewoon in de zin ervoor: "Neem Mijn juk op u," namelijk die rust die Hij geeft. Neem dat op je.⟨/p> ⟨p>Daarom begrijp je ook meteen wat er in het vervolg staat: "Neem Mijn juk op u en leer van Mij, want Ik ben zachtmoedig." Dat is het woord waar we het net over hadden: mild. Ik ben mild. Niet scherp, niet hard, niet belastend. "En Ik ben bovendien nederig." Dat heeft de Heer heel sterk bewezen gedurende de jaren dat Hij hier op aarde wandelde. Hij is nederig van hart. Ik heb altijd de neiging om bij "gij zult" te denken aan de striemende woorden die altijd weer van wettische kant klinken, zo van: "Gij zult dit en gij zult dat." Maar hier zie je zo onmiskenbaar dat "gij zult" echt een belofte is: "Gij zult rust vinden." Dat betekent natuurlijk niet "jij móét rust vinden", maar "jullie zúllen rust vinden voor uw zielen". Want er staat nog iets achter: "Mijn juk is zacht en Mijn last is licht." Kijk, dat is dat matrasje dat we dragen op de sabbat, wat trouwens ook een uitbeelding van rust is.⟨/p> ⟨p>Zijn Woord staat ook in Jesaja 28. Dat is het laatste zijpaadje dat ik in dit verband neem. Er staat in Jesaja 28 wat het Woord voor Israël was geworden: "wet op wet, eis op eis." Maar daarachter staat wat het werkelijk is. Ik ga het even nakijken, want ik wil het goed zeggen. Ik zal het laten zien. Jesaja 28, dat weet ik uit mijn hoofd, en als ik me niet vergis is het ergens vers 14. "Wet op wet, eis op eis." En dan staat er: "Voorwaar, door mensen die een onverstaanbare taal spreken en in een vreemde tongval zal Ik tot dit volk spreken." Dat gaat over het spreken in tongen trouwens; als u daar meer over wilt weten, moet u aanstaande zondag naar de Bijbelstudie komen, want dan gaan we het ook over dit vers hebben. Hij is het die tot hen gezegd heeft: "Dit is de rust, geef de vermoeide rust, en dit is de verademing." Maar zij wilden niet horen.⟨/p> ⟨p>Dat is dus wat het Woord van de Heer werkelijk is: rust en verademing. Voor Israël was het juist "wet op wet, eis op eis" geworden. Zo zal voor hen het Woord van de Heer zijn: wet op wet. Goed, tot zover dit zijpaadje naar Matteüs 11 in verband met die zachtmoedigheid en de nederigheid van Wie we dat kunnen leren. Dat is niet zo moeilijk. En dan staat er nog iets bij.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-7" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1435" title="Speel af vanaf 23:55">▶ 23:55⟨/button> ⟨span>Langmoedigheid en het Verdragen van Elkaar⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Geduld. Langmoedigheid. Langmoedigheid is de oud-Nederlandse versie: lang van moed. Hij is wel mooi trouwens. Maar het betekent natuurlijk dat je volhoudt en geduld ook verdraagt. Het zijn allemaal eigenschappen die hier nog meer worden genoemd. Het woord zijn we nog een keer eerder tegengekomen in deze Kolossenzenbrief, maar dat is alweer heel wat weken geleden natuurlijk. Dat was in Kolossenzen 1 vers 12 – nee, vers 13 waarschijnlijk. Daar wordt gesproken over geduld en er staat bij: met blijdschap. Geduld en blijdschap.⟨/p> ⟨p>Dan begrijp je ook meteen dat dit niet iets is wat de mens bewerkt. Juist wanneer je eenmaal Gods genade hebt leren kennen en weet wat Hij bij machte is te doen met ons leven, dan is een vrucht daarvan dat wat vanzelf, spontaan en normaal gesproken ook groeit: geduld, en in combinatie nog een keer met blijdschap ook. Dat is zeldzaam, want als een mens al geduld weet op te brengen, dan is het zelden met blijdschap. Nee, dat is toch zo? Die blijdschap is juist een bewijs dat het daadwerkelijk voortkomt uit genade, namelijk dat je het zelfs met vreugde kunt doen. Dan is het geen mensenwerk, want dat produceert geen blijdschap. Maar het is Gods werk: geduld.⟨/p> ⟨p>En er staat bij – vers 13 zijn we dan inmiddels: verdraagt elkaar. Geduld hangt wellicht een klein beetje af van de context waarin het gebruikt wordt, maar geduld en het verdragen liggen wel heel erg dicht bij elkaar. Als ze echter beide in één adem worden genoemd, zoals in dit geval, dan denk je bij geduld vooral aan situaties die zich voordoen waarin je geplaatst bent in je leven.⟨/p> ⟨p>Ik ga morgenochtend gebruikelijk naar Hillegersberg, naar een jonge vrouw van 42. Dat doe ik al een hele tijd. Die vrouw zit daar altijd in haar karretje; een gelovige vrouw, Esther. Zij wacht eigenlijk op haar overlijden. Met recht overlijden, want ze zit in een karretje en ze kan helemaal niets. Ze is blind en ze kan... In de samenkomst in Zoetermeer is ze heel vaak geweest, dus een aantal van u kennen haar wel, maar ze kan helemaal geen kant op. Helemaal niets. Ze heeft niet lang meer te leven, dat weet ze ook, en ze verlangt er naar dat het lijden voorbij is. Ze zegt zo vaak als ik daar kom: "Hoe is het Esther?" Dan zegt ze altijd: "Naar omstandigheden." Ja, want het leven heeft voor haar hier geen enkele bekoring meer. Wat zou het ook? Het is echt vreselijk.⟨/p> ⟨p>Maar wat ze dan antwoordt als ik haar vraag hoe het is... We hebben het over prachtige dingen van Zijn Woord, maar ze zegt altijd: "Het duurt zo lang." Als je inderdaad totaal niets kunt – moet u zich voorstellen: je zit in een karretje, dag in dag uit, en ze slaapt bovendien ook nog slecht – dan duren de nachten ook zo lang. Je kunt helemaal niets. Je zit in een karretje, kromgetrokken, in een volstrekt onvermogen tot eigenlijk alles. Het enige wat ze nog goed kan, is luisteren, en de smaak heeft ze ook nog. Maar voor de rest kan ik niets noemen wat ze nog heeft. Dan duurt een dag en een nacht heel lang. Als zo'n proces dan bovendien nog aftakelt en ik het heb over geduld, dan zeg ik: "Jonge jonge, dat heb je dan nodig hoor." Het is trouwens heel goed om zulke bezoeken af te leggen, want het bepaalt je weer eens bij de enorme rijkdommen die we altijd maar zo vanzelfsprekend vinden elke dag. Dat je gewoon kunt opstaan... ze zijn allemaal heel vanzelfsprekend totdat je een van die dingen kwijtraakt.⟨/p> ⟨p>Maar goed, dat is wat geduld is. Geduld koppel je dan toch vooral aan situaties waarin je terecht bent gekomen. Daar heb je geduld nodig. Als het gaat om de belangrijkste dingen in het leven die er echt toe doen, die heb je totaal niet in de hand, en dan komt het aan op geduld. Je kunt het niet naar je hand zetten.⟨/p> ⟨p>En dan: verdraagt elkaar. Dat heeft daar ook mee te maken, maar dan praten we vooral over geduld met mensen. Verdraagt elkaar. Niet zozeer "verdraagt de situatie", maar "verdraagt elkaar". Vooral als je wat dichter op elkaars huid zit: in huiselijke omstandigheden, in de werksfeer of onder geloofsgenoten. Mensen met wie je omgaat en samenleeft en waarbij je te maken krijgt met de onhebbelijkheden van de ander. En laat ik er dit ook nog bij zeggen: de ander krijgt te maken met de onhebbelijkheden van jou. Ja, dat is niet zo erg natuurlijk! Maar dan komt het erop aan: verdraagt elkaar.⟨/p> ⟨p>Dat woord "tolerate"... misschien dat het in het Engels een wat andere klank of betekenis heeft, daar blijf ik vanaf, maar tolereren is mij te mager. Een ander verdragen is niet hetzelfde als een ander tolereren. Een ander tolereren is: je grijpt niet in, maar daar is het dan ook mee gezegd. Je verdraagt het eigenlijk niet echt. Verdragen wil niet alleen maar zeggen tolereren, maar dat je de ander gewoon accepteert zoals hij of zij is. Nou, dat is een machtige eigenschap.⟨/p> ⟨p>Het is trouwens opmerkelijk in dit geval. Dit herinnert aan 2 Timotheüs 4 vers 3. Daar staat dat in de laatste dagen de mensen de gezonde leer niet meer zullen verdragen. Ze kunnen het niet verdragen; ze slaan uit in alle mogelijke kleuren, zeg maar, als je de gezonde leer vertelt. Dat zegt Paulus al in zijn dagen tegen Timotheüs. Hij zegt: "Zo zal het gaan, beste Timotheüs, als jij het stokje van me overneemt." Verdragen, ja... verdraagt elkaar.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-8" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1887" title="Speel af vanaf 31:27">▶ 31:27⟨/button> ⟨span>Elkaar Begenadigen (charizomai) met Vreugde⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Er staat nog bij: "vergeeft elkaar". Dan moeten we even de dingen scherp stellen, want dat "vergeeft elkaar" is een heel ander begrip. Het staat, zoals u dat hier ook ziet, als "gracing" in de Concordant Version. Het komt van het woord ⟨em>charizomai⟨/em> en dat is begenadigen, genade verlenen. Waarbij genade verlenen betekent: de ander blij maken. Dit woordje ⟨em>charis⟨/em> is vreugde. Dat gaat veel verder dan vergeven. Ik had het net over het verschil tussen verdragen en tolereren; hier zou ik iets soortgelijks kunnen zeggen. Vergeven? Ja, iemand heeft jou dingen misdaan, en wat is dan onze reactie? Vergeven? Nee, begenadigen.⟨/p> ⟨p>Vergeven is nog: "ik zal het je niet in rekening brengen, ik zal het je niet betaald zetten." Maar begenadigen is: de ander misdoet jou dingen, er zijn grieven (ik kom daar straks op terug), en desondanks geef ik jou gewoon. Dan beantwoord ik dat met vreugde, met gunst, door de ander blij te maken. Terwijl ik die dingen wat uit de doeken doe en de loep op die eigenschappen houd, realiseer ik me dat dit goddelijke attributen zijn, goddelijke eigenschappen. Dit is zoals God dat doet.⟨/p> ⟨p>Paulus zelf merkt dat ook op. Laten we het even verder lezen: "Indien de een tegen de ander een grief heeft, een klacht, een verwijt..." We hadden het er al over: hoe closer je met elkaar omgaat, des te meer krijg je onherroepelijk te maken met klachten, verwijten en grieven die er zijn. Dit is zo praktisch. Wat doe je daarmee? De vertaling zegt hier: "Vergeef dat een ander." Nee, het is niet slechts vergeven; het is: bewijs die ander vreugde. En let dan op het motief dat erbij staat: "Gelijk ook de Heer u vergeven heeft." Maar hier moet ik natuurlijk weer hetzelfde zeggen, want hier wordt hetzelfde woord gebruikt: ⟨em>charizomai⟨/em>, begenadigen.⟨/p> ⟨p>Het staat hier bovendien in de aorist. Dat is voor degenen die het nog nooit gehoord hebben: tijdloos, zonder horizon. Dat wil zeggen dat het er niet alleen maar om gaat dat de Heer dat in het verleden zo gedaan heeft. Nee, het feit wordt gesteld: Hij bewijst genade. Welnu, zoals de Heer u genade bewijst, genade verleent, begenadigt – hoe je het ook maar zeggen wilt – doen jullie dat nou net zo. Met andere woorden: dat past als je die Heer kent. De Heer kent ons en Hij zou genoeg grieven tegen ons kunnen hebben. Wat doet Hij daarmee? Hij bewijst genade, Hij geeft vreugde. Dit is een prachtig voorbeeld van wat het betekent om in de praktijk in genade te leven.⟨/p> ⟨p>In de wandel met elkaar, in huiselijke kring of in de werkkring, daar waar je je in het dagelijks leven bevindt en waar onherroepelijk grieven zijn – wat doe je daarmee? Je mag precies doen wat de Heer ook met mij gedaan heeft: Hij beantwoordt de grieven die tegen mij in te brengen zouden zijn met genade. Ik ben onbeschuldigbaar. Hij geeft mij gewoon, puur om niets. Als dat de basis is van onze onderlinge wandel, van onze onderlinge omgang, dan is daar vreugde te beleven. Dan is er geen veroordeling, niet slechts vergeving, maar vreugde. Grieven worden beantwoord met de ander blij maken. Dat is dus met recht voorbijzien aan de onvolkomenheden van de ander. Wij zijn volmaakt in Zijn ogen en zo kijken wij ook naar de ander. Dat is het niveau waar we op getild zijn; we zijn op grote hoogte gebracht.⟨/p> ⟨p>De logica die Paulus hier gebruikt is onloochenbaar. Als je gekozen bent door God, als je geliefd bent door Hem en Hij heeft je bekendgemaakt met Zijn Woord – Hij heeft je verteld wie Hij is en wie jij bent in Zijn ogen – wat verhindert je dan om ook zo naar elkaar te leven? Om diezelfde genade te bewijzen? Die levensstijl en houding (want het is een hele denkwijze waar Paulus in de voorgaande verzen over sprak) bewijst en beloont zichzelf. Het genereert steeds weer opnieuw vreugde. Veroordeling daarentegen maakt je mismoedig en geeft alleen maar frustratie in jezelf en in de onderlinge omgang. Dat is een negatieve spiraal. Maar als je de ander genade verleent zoals de Heer jou genade verleent, laat je de vreugde alleen maar toenemen.⟨/p> ⟨p>Paulus spreekt in die termen over de genade die overvloeiend wordt. Dat gebeurt als je het besef krijgt van die genade en het niet alleen maar weet. Want dat is het sleutelwoord wat we al zo vaak zijn tegengekomen: het is niet alleen een kwestie van weten, maar van beseffen, de ⟨em>epignosis⟨/em>. Dat je gaat beseffen wat genade is en dat niet slechts als een theorie aanvaardt, want dan is het dood kapitaal. De waarheden veranderen er niet door, maar het is wel zonde. Dan geeft de Heer je zoveel rijkdom en leef je onderwijl een arm leven, terwijl je die rijkdom juist zou kunnen uitdelen. Daar kun je van blijven uitdelen, want er is genoeg. Gelijk ook de Heer uw genade bewijst, doen jullie ook evenzo.⟨/p> ⟨p>Ik stel voor dat we, nu we naar vers 14 toegaan, eerst even een kopje koffie gaan drinken. Wij vervolgen de studie bij vers 14.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-9" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2357" title="Speel af vanaf 39:17">▶ 39:17⟨/button> ⟨span>Vers 14: de Liefde als Samenbinding Der Volwassenheid⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Inmiddels hebben wij vers 13 behandeld en we hadden het er zojuist in de pauze nog even over dat men in leerscholen en bij opleidingen nog wel eens heel andere strategieën voorstaat als er problemen zijn of grieven van de een naar de ander. Dan zegt men: "Ja, als je dat goed wilt doen, dan moet je erover praten," of: "Dan moet je er misschien voor in therapie." Ik vind het dan zo mooi en laconiek hoe Paulus daarmee omgaat. Hij zegt niet: "Als er een grief is, dan moet je erover gaan praten," maar dan zegt hij: "Bewijs de ander gewoon genade." Ik heb een grief, en hoe behandel ik dat? Ik geef genade.⟨/p> ⟨p>Moet je eens kijken – ik zeg niet dat dat een norm is, ik wijs alleen op het effect van wat er gebeurt als je de ander genade bewijst. En genade bewijzen is niet alleen maar de ander de ruimte geven, maar zoals ik al eerder heb aangegeven: het betekent dus de ander blij maken. Juist vreugde maakt een mens zoals hij ook bedoeld is. We komen daar later nog wel op, over een vers of wat, maar ik kan in elk geval dit voorschot nu wel geven: juist vreugde, genade en dankbaarheid – en dankbaarheid is niets anders dan het besef van genade – leert een mens te zijn wie hij is. Daardoor kun je, als je God dankt voor de plek waar Hij jou geplaatst heeft, voor dat wat je bent en wat je geacht wordt te doen, dat met gemak en zelfs met plezier gaan doen.⟨/p> ⟨p>Ik ga daar nu verder even niet op in, omdat dat later nog aan de orde komt. Ik wil wel alvast opmerken dat er in vers 14 staat: "En doet bij dit alles" – letterlijk: "bovenal deze dingen". Er was immers al heel wat ter sprake gekomen aan prachtige dingen die passen bij geliefden en heiligen, apart gezetten die toegewijd zijn aan God. Maar, zegt Paulus er dan bij in vers 14: "En boven al deze dingen, doet bij dit alles de liefde aan." Of: "Boven al deze dingen: de liefde." Zo staat het er eigenlijk. De liefde, de liefde van God die onvoorwaardelijk is.⟨/p> ⟨p>En dan staat erbij: "als de band der volmaaktheid". Letterlijk staat er: "welke is de samenbinding". In dat woord 'band' zit het woordje 'sun', dat wat samenbindt. Dat is doorgaans ook precies wat een band is: als je ergens een band omheen doet, dan is dat juist om het samen te binden. Welnu, de samenbinding. Wat is die liefde? Welke functie vervult die agape, die liefde van God? Wel, die bindt samen. Het is de band der volmaaktheid of de band van de volwassenheid.⟨/p> ⟨p>Dat is wat omstreden. Nou, ik zeg: omstreden is niet het juiste woord. Het punt is dit woord – laat ik daar eerst even wat over zeggen – dat in de Engelse vertaling weergegeven wordt met 'maturity', de volwassenheid. Dat is correct en die betekenis heeft het ook, maar het betekent letterlijk gewoon dat er het woordje 'einde' in zit: het beëindigen of het tot een einde brengen, voleindigen. Het hangt van de context af wat dat dan betekent. Als iets helemaal compleet gemaakt wordt, beëindigd of voltooid wordt, dan is het af en dan is het volmaakt. In de zin van groei spreken we dan over volwassenheid, want dan is de groei vol. In verband met groei is het dus inderdaad volwassenheid.⟨/p> ⟨p>Ik maakte zojuist al even reclame voor de Bijbelstudie van aanstaande zondag als we het gaan hebben over 'charismatisch'. Dan zal ik het er ook nog over hebben, over die volwassenheid. Het is een onderwerp dat me de laatste maand nogal heeft beziggehouden. Maar hier wordt het dus vertaald met de band van de volmaaktheid, de samenbinding van de volmaaktheid. Beide kan. Het is de volwassenheid, maar ook de volmaaktheid.⟨/p> ⟨p>Laat ik eerst even hierop voortbeduren: die volmaaktheid. Die liefde maakt inderdaad alles volmaakt. Nog niet zo lang geleden las ik hier een heel mooi artikeltje over met als titel 'A Perfect Parent', een perfecte ouder zijn van je kind. Dat was ook naar aanleiding van dit vers. Zoals ik zojuist zei: we zijn zwakke mensen. Als we elkaar wat beter leren kennen, dan kom je erachter dat je heel wat hebt te verdragen, dat er geduld nodig is en dat er grieven zijn. We leven in genade. Maar er is iets wat alles perfect maakt. Een perfecte ouder is niet een ouder zonder fouten – dat geldt trouwens ook voor een perfecte echtgenoot of echtgenote, of in welke verhouding je ook spreekt. Er zijn grieven, er zijn onvolmaaktheden genoeg. Geen probleem. Je kunt ze opstapelen bij wijze van spreken. Sommige mensen verzamelen ze ook en onthouden ze altijd, wat niet een heel verstandige strategie is om gelukkig en blij te worden, maar dat is een ander verhaal. Ik bedoel: er zijn onvolmaaktheden genoeg, en toch is er iets wat alles volmaakt maakt. En dat is de liefde.⟨/p> ⟨p>Het geldt ook voor een kind, want nu denk ik nog even terug aan dat prachtige artikel wat ik daarover las. Natuurlijk komt een kind erachter dat zijn vader of zijn moeder ook niet volmaakt is, maar als je weet dat je geliefd bent, als je merkt dat je vader of je moeder werkelijk van je houden, je accepteren en zich voor je geven, dan staat er ook ergens anders: "Liefde bedekt vele overtredingen." Dan wordt dat bedekt; met recht zie je dat niet meer. Het woord 'bedekken' is in dit geval ook heel mooi: het bestaat niet meer, het telt niet. En die liefde, die goddelijke liefde waar het hier over gaat, dat is die band, die samenbinding van de volmaaktheid. Dat maakt je inderdaad een volmaakte echtgenoot, niet omdat daar helemaal geen onvolkomenheden zouden zijn, maar die liefde bedekt al die onvolkomenheden.⟨/p> ⟨p>De liefde bedekt alle dingen. Ja, dat is een hele mooie, dat is 1 Korinthe 13. We gaan nu even kijken, want ik zit even te denken: er staat namelijk in Spreuken dat de liefde vele overtredingen bedekt, maar hoe staat het precies in 1 Korinthe 13? Dat moet hier ergens zijn... Ja, "alles bedekt". U hebt gelijk. Dan gaat het ook over de liefde, 1 Korinthe 13, over de agape, dezelfde liefde als waar het in Kolossers 3 ook over gaat: de goddelijke liefde. En daar staat: "Zij is niet blij over ongerechtigheid, maar blij met de waarheid. Alles bedekt zij." Alles, inderdaad. Een mooie aanvulling.⟨/p> ⟨p>Hoe stond het er? "En boven al deze dingen de liefde, als de samenbinding van de volmaaktheid, van de volwassenheid." Inderdaad is de gedachte van de volwassenheid ook een hele mooie, want dat past ook helemaal in het kader van die brieven die Paulus vanuit de gevangenis heeft geschreven. Onder andere in deze brief voedt hij op tot de volwassenheid, zodat de ecclesia tot volle besef komt. Alle Schriften worden tot compleetheid gebracht, de laatste openbaringen zijn bekendgemaakt, en wat blijft daar nu over? De liefde. Heel veel dingen komen te vervallen, maar de liefde blijft. Goed, ik ga verder.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-10" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2916" title="Speel af vanaf 48:36">▶ 48:36⟨/button> ⟨span>Vers 15: de Vrede van Christus als Scheidsrechter⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Eén lichaam. Het gaat hier dus over vrede en over dat wat ons plaatst in één lichaam. Waarover gaat het hier? Ja, over de vrede van Christus. Maar wat is die vrede van de Christus? Gaat het over de vrede van het Hoofd, de vrede die Hij nu heeft? Ja, maar het is ook de vrede die Hij in Zijn lichaam, de Ecclesia, tot stand gebracht heeft. Het is heel goed te illustreren en te verklaren aan de hand van die andere brief die Paulus ongeveer gelijktijdig heeft geschreven met deze Kolossensebrief: de Efezebrief.⟨/p> ⟨p>Ik neem u even mee naar... oei, wat een fout op de dia. Ik zie hier Matteüs 11 staan, maar dat is een foutje; dat moet zijn Efeze 2. Dat ga ik thuis nog even corrigeren. Efeze 2 vers 15. Ik val nu midden in het betoog, dus het is niet zo makkelijk om 1, 2, 3 de draad op te pakken, maar er staat dit: "Doordat Hij in Zijn vlees de wet der geboden, in besluiten bestaande..." Ik ga het nu verder niet toelichten, maar ik geef het even door zoals ik het versta. De wet der geboden gaat hier over de Mozaïsche wet, waar bovendien zoveel besluiten over waren genomen, waar vergaderingen en rabbi’s zich over hebben gebogen en nog zoveel aan hebben toegevoegd. Hier staat het woordje 'dogma’s', ⟨em>dogmata⟨/em>. Welnu, die wet der geboden, in besluiten bestaande, heeft Hij buiten werking gesteld om in Zichzelf – in dat lichaam van Christus, vrede makende – de twee tot een nieuwe mens te scheppen. En let op: de twee, dat gaat hier over Jood en heide, besnedenis en onbesnedenheid. Die twee heeft Hij tot één lichaam verbonden om hen weer met God te verzoenen door het kruis, waaraan Hij de vijandschap gedood heeft.⟨/p> ⟨p>Dat is een mondvol. Ik wil even inzoomen op dit ene punt: de vrede van Christus waartoe wij geroepen zijn in één lichaam. Het punt is namelijk dat er in het lichaam vrede is. Hoe komt het dat daar vrede is? Dat was helemaal niet zo vanzelfsprekend. In eerste instantie was de Ecclesia een heel Joods gebeuren en toen kwamen de heidenen erbij. We kennen allemaal de conflicten die dat gaf, want moesten de heidenen ook de wet houden? Die wet stond tussen Jood en heiden in. Welnu, die wet der geboden, in besluiten bestaande, is buiten werking gesteld. Die telt niet meer en daardoor is er vrede. Er is geen conflict meer tussen Jood en heiden; dat speelt helemaal niet meer. Die muur is afgebroken. Daardoor heerst er in dat lichaam vrede; er heerst genade, niet die wet der geboden of wat je allemaal moet doen. Helemaal niet.⟨/p> ⟨p>Tot die vrede van Christus in dat ene lichaam zijn wij geroepen. En let dan eens op wat er staat: "die regere in uw harten". Nu ga ik u nog iets vertellen. In de Concordant Version staat: "let be arbitrating". Dit woord hebben we al een keertje eerder gezien, een hoofdstuk eerder: Kolosse 2 vers 17. 'Arbitrating', dat is: scheidsrechter zijn. Ook dit is weer heel discordant weergegeven; het is niet 'regeren' en elders wordt het vertaald als 'hun prijs doen missen'. Het betekent gewoon scheidsrechter zijn. Dat is de betekenis van het woord.⟨/p> ⟨p>Dus die vrede van Christus in dat ene lichaam, hoe is die vrede tot stand gekomen? Doordat die wet die er ooit was, en die als een muur tussen Jood en heiden instond en zoveel onvrede en vijandschap over en weer gaf, is afgebroken. Die bestaat niet meer. Nu is er vrede en nu zegt Paulus: laat die vrede van Christus scheidsrechter zijn in jullie harten.⟨/p> ⟨p>Dit woord 'arbitrating' komt nog één keer voor, en wel in ditzelfde boekje, in dezelfde brief: Kolosse 2 vers 18. Daar staat: "Laat niemand u de prijs doen missen." Maar ik heb u toen al verteld, en ik wijs er nu nog een keer op omdat het van belang is, dat er letterlijk staat: "Laat niemand over jullie scheidsrechter zijn in gewilde nederigheid en engelenverering." We hebben toen al gezien dat het gaat over de rituelen van boodschappers. Het gaat over de wet die God door bemiddeling van engelen heeft gegeven aan Zijn volk Israël. Hier zie je dus precies hetzelfde: niet de wet is onze spelregel – dat is een mooi woord in dit verband – de wet is niet de scheidsrechter in de Ecclesia, maar de vrede van Christus.⟨/p> ⟨p>Die vrede van Christus staat logischerwijs tegenover vijandschap. Op welke vijandschap wordt dan gedoeld? Op de vijandschap die het gevolg is van de wet der geboden, die de twee partijen, Jood en heiden, uit elkaar hield. Die is in de Ecclesia van geen enkele betekenis meer. Zodra dat wel weer het geval wordt – en meestal is dat in een uitgeklede vorm – gaat het mis. Je ziet het nog steeds hoor, als gelovigen weer op de een of andere manier de wet gaan omarmen. Meestal pikken ze er bepaalde dingen uit, zoals de sabbat of de waterdoop. Ja ja, ook dat; ik zou een heleboel andere dingen kunnen noemen, zoals koosjer eten. Op het moment dat je die zaken weer gaat introduceren, dan is de vrede weg. Niet alleen in je hart, maar ook onderling. Want dan ga je namelijk de ander beoordelen. De ander is namelijk 'nog niet zo ver', weet u wel? Dan krijg je onvrede, conflict, nijd en twist.⟨/p> ⟨p>Daartegenover staat de waarheid, en die is zo simpel: we zijn geroepen in één lichaam en daar is vrede. Waardoor is die vrede? Omdat die muur die er ooit stond en die voor tweedracht en conflict zorgde, is afgebroken en tenietgedaan. Er is vrede en dat is onze scheidsrechter. Laat die vrede inderdaad onze scheidsrechter zijn, de spelregel in de Ecclesia. Eigenlijk hebben we het de hele avond over buitengewoon praktische begrippen. Dit is met recht een geweldige spelregel, waardoor ook de onderlinge omgang in liefde gegarandeerd is. Laat ik het anders zeggen: de vrede is erdoor gegarandeerd. Daartoe zijn we geroepen, om daarin te leven. Laat die vrede dus scheidsrechter zijn in jullie harten.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-11" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3426" title="Speel af vanaf 57:06">▶ 57:06⟨/button> ⟨span>Dankbaarheid als de Reflectie van Genade⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En er staat dan ook bij – en dat sluit er naadloos bij aan: "en wees dankbaar". Dat is een heel mooi begrip: dankbaarheid. Als u goed kijkt, dan ziet u ook hier weer ⟨em>charis⟨/em>. Dat heeft dus weer te maken met... nee, het is ⟨em>eucharistos⟨/em>. ⟨em>Eu-charis⟨/em> is eigenlijk "goede genade". Dat is dankbaarheid. Dat is de weerklang, de reflectie van genade. Je ontvangt genade, en daar waar genade bezigd wordt, daar is dank.⟨/p> ⟨p>Eigenlijk staat het er nog anders: niet "wees", maar "word". Met andere woorden: het is een proces dat gaande is. En bovendien staat er: "wordt dankbaren". Nou, ik geef toe, dat is niet zo gebruikelijk Nederlands om het zo te zeggen – "wees dankbare mensen" – nee: "word", word dat! Maar hoe het er dan ook precies staat, het idee is dat van dankzegging. Zoals we geroepen zijn tot vrede, en dat die vrede de scheidsrechter is in onze onderlinge omgang en in onze harten, zo staat erbij: "en word dankbaar".⟨/p> ⟨p>Die twee zijn als broertje en zusje, dat hoort bij elkaar. Komt het een, dan komt het ander. Die vrede en tevens die genade waarin we leven, de reflectie en de uitwerking daarvan is dankbaarheid. Dankbaarheid is dus een van de rijkste eigenschappen die je kunt hebben. Waarom? Dankbaarheid getuigt sowieso al van rijkdom. Als je besef hebt van rijkdom die je ontvangen hebt en niet verdiend hebt – want anders zou je nog inderdaad de gedachte kunnen hebben: "Ik heb dat toch allemaal mooi bij elkaar gewerkt en het dus verdiend". Nee, we hebben het nu over rijkdom die opgestapeld is, ongelimiteerd, tot grote hoogte, mag ik wel zeggen. Letterlijk!⟨/p> ⟨p>Wel, die rijkdom hebben we ontvangen en wat past daarbij anders dan gewoon dankzegging? Met als gevolg: dankbaarheid en vreugde. Dat hoort bij elkaar. Dankbaarheid maakt blij; dankbaarheid genereert vreugde. Maar eigenlijk is het nog anders: dankbaarheid is in essentie ook vreugde die geadresseerd is. Je ontvangt iets, je bent er blij mee en dus zeg je: "Dank u wel". Word dankbaar. We gaan verder naar vers 16.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-12" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3621" title="Speel af vanaf 01:00:21">▶ 01:00:21⟨/button> ⟨span>Vers 16: het Woord van de Ópgewekte Christus⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>"Het woord van Christus" – letterlijk: het woord van de Christus. U ziet hier een plaatje dat bij u misschien ook vraagtekens oproept. Dat zal ik even toelichten, want bij velen is de gedachte dat deze woorden betekenen dat het Woord van Christus rijkelijk in u moet wonen. In de Angelsaksische wereld is het een bekend fenomeen dat in het Nieuwe Testament, in de Evangeliën, de woorden van Jezus in het rood gekleurd zijn, zoals u hier in dit plaatje ziet. In die passages is de hele Bijbel gedrukt in zwarte letters op wit papier, maar alleen de woorden van Jezus zelf hebben een bijzondere status en worden rood gekleurd. Men denkt dan bij "het woord van Christus" aan die rode lettertjes in onze Bijbelvertaling: de woorden die Jezus hier op aarde ooit sprak.⟨/p> ⟨p>Nou is het begrip ruim genoeg om dat in te sluiten, maar terwijl ik het zeg, slik ik dat toch weer in. Laat ik eerst dit zeggen: er wordt hier niet gesproken over de "woorden van Jezus" of het "woord van Jezus". We vergeten wel eens dat Jezus Christus niet één naam is. Jezus is Zijn naam; het is de naam van een mens die hier op aarde geboren werd. Dat lees je in Matteüs 1 en ook in Lucas: men gaf Hem de naam Jezus. Dat is gewoon Zijn naam als mens. Christus daarentegen is geen naam, maar een titel. Het betekent letterlijk "Gezalfde", gezalfd met geest. Dat wil eigenlijk zeggen: geest is leven, en dat verwijst naar Zijn opstanding. Het is een titel die hoort bij Zijn opstanding. In Handelingen 2 vers 36 lees je dat Petrus tegen zijn volksgenoten zegt dat God die Jezus, die gij gekruisigd hebt, tot Heer en tot Christus gemaakt heeft. "Heer" is een titel en "Christus" is ook een titel die Hij heeft krachtens Zijn opstanding. De titel Christus heeft dus juist te maken met het feit dat Hij de Opgestane is. Geen naam, maar een titel.⟨/p> ⟨p>"Het woord van Christus" zijn dus niet de woorden die Jezus hier op aarde ooit sprak, maar het is het woord dat de opgewekte Christus gesproken heeft. In het bijzonder vanuit de hemel, want per slot van rekening hebben we niet zo heel veel woorden van de Opgewekte terwijl Hij nog hier op aarde was – nou ja, een paar. In Lucas 24 vinden we wat de Heer Jezus gesproken heeft na Zijn opstanding en voor een deel is dat in de Evangeliën opgetekend, met een klein deel ook nog in Handelingen. Dat is het zo ongeveer. Toen verliet Hij het toneel; Hij had Zijn woord gegeven aan de twaalf en dat is ook precies het woord dat de twaalf hebben gepredikt. Dat hoort inderdaad ook bij het woord van de opgewekte Christus.⟨/p> ⟨p>Maar later, bij een hele nieuwe situatie die ontstond, is de opgewekte Christus verschenen aan Saulus: "Saul, Saul, wat vervolg je Mij?" Hij is geroepen en vervolgens heeft die opgewekte Christus vanuit de hemel Zijn woord gegeven aan de apostel Paulus. "Het woord van Christus" is dus het woord van de Opgewekte. Mensen denken dan volkomen ten onrechte alleen maar aan de woorden uit de Evangeliën, maar strikt genomen is dat niet eens het woord van Christus; dat is het woord van Jezus. Wij hebben het nu over het woord van Christus, de Opgewekte, zoals Hij dat rijkelijk ook heeft bekendgemaakt aan de apostel Paulus. Aan niemand anders; de twaalf hebben er gedurende veertig dagen ook wel wat van vernomen, maar Paulus heeft zoveel meer vernomen, en letterlijk zelfs vanaf een veel grotere hoogte. Een veel grotere heerlijkheid ook, oogverblindend.⟨/p> ⟨p>Als je goed bij zulke woorden stilstaat, kom je tot heel andere gedachten. Het woord van Christus bepaalt ons wel degelijk ook bij de woorden die de apostel Paulus heeft opgetekend. Als wij nu, op een avond als deze, de Kolossensenbrief behandelen, dan houden we ons bezig met het woord van Christus: het woord dat Hij ooit heeft toevertrouwd aan de apostel Paulus, die dat gesproken maar ook opgetekend heeft.⟨/p> ⟨p>Nou, en dan staat er dat dit woord van de Christus rijkelijk in u moet wonen. Letterlijk staat er dit – met excuses voor het misschien wat kromme Nederlands: "Dat woord van Christus, laat het in jullie woning maken, rijkelijk." Dus niet karig, maar overvloedig, royaal. Laat het woning maken in jullie; dat wil zeggen: aan de binnenkant, daar waar het thuis is. Dat het rijkelijk in jullie woont, zodat gij in alle wijsheid elkaar leert. In alle wijsheid lerende, dat is wat er echt staat. Het is heerlijk om aan de ene kant de vertaling te zien, maar tegelijkertijd met een schuin oog vooral ook naar de interlineair te kijken. Terwijl ik hier zo spreek – ik heb het de vorige keer geloof ik ook al gememoreerd, maar ik ben daar zo enthousiast over – vind ik het heerlijk om zo dicht bij de bron te staan en daaruit te drinken. Dit zijn de woorden die de apostel Paulus heeft opgetekend. "In alle wijsheid lerende", onderwijs gevende. Want dat woord is kennis; daardoor leer je zoveel. Niet alleen over wie je bent, wie Hij is en over de toekomst, maar ook – zoals we op een avond als deze vooral ondervinden – woorden die gewoon te maken hebben met de uitwerking van Zijn genade in ons leven. Zodat jullie...⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-13" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4063" title="Speel af vanaf 01:07:43">▶ 01:07:43⟨/button> ⟨span>Elkaar in Alle Wijsheid Leren en Attent Maken op⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>In alle wijsheid elkaar lerend en, zoals er staat, "terechtwijst". Over dat woord "terechtwijst" moet ik nu eigenlijk even een terechtwijzing plegen, want dat staat er namelijk niet. Ik zeg niet dat de gedachte op zich altijd misplaatst is, maar het is niet de wezenlijke gedachte die hier wordt uitgedrukt. In de ⟨em>Concordant Version⟨/em> zie je dat het woord is opgebouwd uit twee elementen en dat is ⟨em>mind placing⟨/em>, wat in het Nederlands "gedachten plaatsen" betekent. Als je in de lexicons kijkt, dan wordt dit direct bevestigd: het is namelijk attenderen, in gedachten plaatsen, oftewel: attent maken op.⟨/p> ⟨p>Natuurlijk kan dat een terechtwijzing zijn. Als ik u attent maak op iets wat niet klopt, dan heeft dat het idee van een terechtwijzing, maar dat is niet de kern van de gedachte. Bij terechtwijzing denk je vaak aan een correctie; je denkt dat iemand fout zit of iets fout doet en dan word je terechtgewezen. Maar dat is niet waar het hier om gaat. Het gaat erom dat het Woord van Christus rijkelijk in ons woont en dat we daardoor elkaar leren en attent maken op die waarheid.⟨/p> ⟨p>Kijk, dat is wat er staat. Feitelijk is dat wat ik vanavond mag doen. Ik heb wat dat betreft een solorol op een avond als deze, maar we worden er allemaal toe geroepen om, als je het Woord hebt leren kennen, elkaar daar attent op te maken. Is dat terechtwijzen? Natuurlijk heeft het een corrigerende werking, absoluut, maar dat is niet het hoofdpunt. Het idee is dat je ergens op gewezen wordt. Dat is wat het doet: elkaar attent maken op. Het vertelt niet wat de ander moet doen.⟨/p> ⟨p>Ik heb er al zo dikwijls op gewezen, maar ik moet het nu eigenlijk weer doen, omdat de vertalingen dikwijls zo wettisch zijn. Dan zie je weer dat opgestoken vingertje van: "jij moet zus denken" of "jij moet zo doen". Nee, attent maken is iets heel anders. Attent maken is: "Kijk, ik vraag uw aandacht hiervoor, zie het zelf eens." Wat de uitwerking daarvan vervolgens is in het denken of in het gedrag van de ander, dat is jouw zaak niet. We leven in genade en we verdragen elkaar.⟨/p> ⟨p>Bij de een werkt het nu eenmaal anders uit dan bij de ander; bij de een valt het kwartje snel en bij de ander duurt het heel erg lang. Bij de een heeft het ook meteen een gevolg in het gedrag, terwijl dat bij een ander wat langer op zich laat wachten. Verdraag elkaar gewoon, daar hebben we verder niets mee te maken. We zijn in vrede geroepen en als er dan een grief is, nou, dan bewijs je de ander de vreugde van de begenadiging. Daar word je zelf ook nog blij van, dus dat is mooi meegenomen. Zelfs vanuit egocentrische overwegingen zou ik het u nog kunnen adviseren — dat klinkt misschien wat vreemd, maar het is echt zo: je wordt er namelijk zelf alleen maar rijker van.⟨/p> ⟨p>Dat attent maken op betekent dat je wijst op wat de Schrift zegt. Ik geloof in de kracht van het Woord; dat zal altijd zijn uitwerking hebben. Hoe het bij de ander uitwerkt, dat is jouw zaak niet, en trouwens ook bij jezelf niet. Luister naar dat Woord, laat je er attent op maken en dan zul je ondervinden dat het altijd zijn uitwerking heeft. Dat is geweldig, zodat je in alle wijsheid elkaar leert en attent maakt op... en dan staat erbij...⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-14" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4347" title="Speel af vanaf 01:12:27">▶ 01:12:27⟨/button> ⟨span>Muziek in het Hart: Psalmen, Lofzangen en Geestige Liederen⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>"En met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen zingende..." Deze woorden ken ik al heel erg lang. Ik heb zelf een reformatorische opvoeding genoten en daar was nogal eens een keertje discussie in de kerk over wat er tijdens de dienst gezongen mocht worden. Maar dat is niet exclusief voor die kring. Er waren discussies over wat er tijdens de kerkdienst dan gezongen mocht worden. Dan was het zo dat als de dienst officieel was begonnen en de dominee het votum had uitgesproken, er alleen nog maar psalmen gezongen mochten worden. Dat wil zeggen: uit het boek van de 150 psalmen. Daaraan voorafgaand werden ook nog wel liederen gezongen, maar dat waren dan geen psalmen; dat waren dan lofzangen of geestelijke liederen. Dat was dan zo'n keurige driedeling, en de driedeling op zich is ontleend aan dit Bijbelwoord en aan de paralleltekst in Efeze 5 vers 19.⟨/p> ⟨p>Maar ik moet erbij zeggen dat, hoewel er inderdaad gesproken wordt over psalmen, lofzangen en geestelijke liederen, daarmee nog helemaal niet gezegd is dat het hier over drie groepen liederen gaat. Dat hoeft helemaal niet. Want laat ik eerst even dat eerste woord noemen: psalmen. Wat zijn psalmen? Nou, het eerste antwoord wat je daarop kunt geven is: een van die 150 hoofdstukken uit dat boek dat wij in het Oude Testament hebben. Dat is volkomen correct, dat heette inderdaad psalmen. Maar ik zal u dit vertellen: het is een Grieks woord, psalm. Het komt van het woord ⟨em>psalmos⟨/em> en dat is afgeleid van een werkwoord dat 'tokkelen' betekent. Je ziet dat inderdaad ook in de psalmen nog staan: 'bij snarenspel'. Het is gewoon afgeleid van een werkwoord voor tokkelen; instrumentaal begeleid, meer specifiek met een snaarinstrument. Dat kunnen er vele zijn. Ik dacht vroeger: geen orgel, want dat is een blaasinstrument. Mijn vader speelde orgel en piano; hij was een verdienstelijk kerkorganist, mag ik wel zeggen. Maar ik dacht op de lagere school altijd dat een orgel een slaginstrument was. Ik dacht: daar wordt toch verschrikkelijk op geramd, dat moet toch een slaginstrument zijn? En dat de piano een snaarinstrument zou zijn, dat vond ik ook heel vreemd. Maar dat is dus wat een psalm is.⟨/p> ⟨p>Als er staat 'met psalmen', dan kun je natuurlijk denken aan het boek van de psalmen, maar daar is toch wel een flink bezwaar aan verbonden. Wij lezen zulke woorden heel gemakkelijk met de bril die wij nu op hebben, met de kennis die wij nu hebben. Ik bedoel, wij kennen het verschijnsel dat je naar de kerk gaat en dan zing je uit de psalmen. Maar dacht u dat die Kolossers bij elkaar kwamen en ook een psalmenbundel hadden? Ze hadden net kort daarvoor het woord van genade gehoord. Er is geen enkele aanleiding om te weten dat er überhaupt een bundel in omloop was. Maar dat er muziek gemaakt werd, dat geloof ik wel. We zullen het straks ook nog zien, want aan het einde van vers 16 wordt er gesproken over genade en vreugde. En wat gebeurt er bij vreugde? Een van de meest primaire reacties van vreugde, zeker als je bij elkaar bent, is dat er muziek gemaakt wordt.⟨/p> ⟨p>In de Statenvertaling staat één woordje dat cruciaal is: 'en'. Er staat: 'vermanen en met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen'. Maar dat woordje 'en' staat er niet. Het is niet 'vermanen én met psalmen', maar 'vermanen met psalmen' of 'attent maken in psalmen'. Dan wordt dat vermanen direct gekoppeld aan dat zingen. Dat woordje 'met' kun je ook weglaten. Er staat een derde naamval: 'in psalmen, lofzangen en geestelijke liederen'. Dat geeft aan in welke sfeer die attentmaking plaatsvindt. Als je er in de Nederlandse taal een voorzetsel bij moet zetten, dan moet je hier 'in' zetten: 'in psalmen'. Het beantwoordt de vraag: waar vindt dat plaats? Dus: 'en attent maakt in psalmen, lofzangen en geestelijke liederen'.⟨/p> ⟨p>Psalmen heeft dus te maken met snarenspel. Dat mag best betekenen dat er letterlijk psalmen gezongen werden, maar het kan ook gewoon betekenen dat er muziek gemaakt werd met begeleiding van snarenspel. Als wij het over muziek hebben, dan zetten we iets op; wij laten ons zo vermaken. Maar in die dagen moest je dat zelf maken. Moest je zelf zingen of zelf spelen. En nog even die andere begrippen: lofzangen is het woord dat we ook allemaal wel kennen. In het Grieks staat er ⟨em>humnos⟨/em> en daar is ons woord hymne van afgeleid. Dat is letterlijk een lofzang. En dan staat er nog iets: geestelijke liederen. In het Grieks staat daar ⟨em>pneumatikos⟨/em>. Ik heb altijd wat moeite met het woord 'geestelijk', ik heb veel meer met het woord 'geestig'. Ziel en zielig, geest en geestig. En dat is geen grapje als ik het zeg. Het klinkt misschien wel geestig als ik het zo zeg, en eigenlijk is het dat ook wel, maar het is geen grap, want geest heeft inderdaad te maken met vreugde. Dat ligt helemaal in de lijn, terwijl het woord 'geestelijk' vaak andere associaties oproept. Daarom: geestig. Ik vind het een prima bijvoeglijk naamwoord. 'Geestige liederen' zijn liederen die rijk zijn aan geestelijke inhoud. Natuurlijk kun je dan meteen weer denken aan de bundels die we in de kerk hebben, maar dan nemen we informatie mee die wij in de loop der tijden hebben gekregen. Die kent de Bijbel niet. In de dagen van het Nieuwe Testament vinden we nooit een vermelding van een psalmenbundel of een liederenbundel. Maar er werd muziek gemaakt. Er was muziek.⟨/p> ⟨p>En in elk geval was die muziek er in het hart. Dat is namelijk precies wat er staat. De vertalers hebben de woordvolgorde wat anders gemaakt, maar er staat eigenlijk: 'in psalmen, hymnen, lofzangen en geestelijke liederen in de genade zingende, in de harten van jullie naar God'. Waar vindt die muziek plaats? Je kunt zeggen dat het naar buiten komt, en dat lijkt me een hele logische uitweg, maar er wordt gesproken over 'zingende in de harten van jullie'. Het gaat dus strikt genomen over muziek in het hart. Daar ontstaat muziek trouwens ook: waar je vreugde hebt, daar is muziek in het hart. Dat is wel een mooi plaatje in dit verband. Waar vreugde is, daar is een lied in het hart. En daar waar je in de onderlinge omgang bent, geef je dat uiting door vrolijke en opgewekte muziek. Verder vinden we daar niets over vermeld in de Bijbel, behalve dan de vanzelfsprekendheid dat het er was.⟨/p> ⟨p>Muziek en instrumentale begeleiding zijn daar een logisch gevolg van. Ik weet dat wat ik nu zeg voor sommige mensen als muziek in de oren klinkt, want zij hebben helemaal niets met die psalmenbundels en liederenbundels die vaak de nasmaak hebben van een wat oudbollige stijl. Ik moet zeggen: ik ken dat bezwaar ook. Maar als je er gewoon fris tegen aankijkt, zoals Paulus daarover schrijft, dan zie je dat het helemaal overeenkomt. Daar waar gelovigen zijn, waar je de genade kent, daar zing je in de genade. Wat gebeurt er als je blij bent? Dan ga je als vanzelf zingen. Er is dan muziek in het hart. Dat is waar Paulus over spreekt, en het is logisch dat dit inderdaad zijn uitweg vindt.⟨/p> ⟨p>Het is trouwens interessant — en dat is het laatste wat ik erover wil zeggen — dat veel liederen die we nu nog hebben, van origine zijn ontstaan als gelegenheidsmuziek. Zoals wij dat ook nog kennen bij bijvoorbeeld een bruiloft: een vrolijke gelegenheid waar muziek bij hoort, want het is een feest. Niet in alle kringen trouwens, maar goed, daar hoort muziek bij en vervolgens wordt er gezongen op bestaande melodieën. Ik zal u dit vertellen: zelfs die ouderwetse psalmen van eeuwen her, uit de 16e en 17e eeuw, waren destijds gewoon straatliedjes. Daar is toen een tekst op gemaakt aan de hand van de psalmen. Zo gaat dat; je maakt een tekst op bestaande muziek.⟨/p> ⟨p>Het overkomt mij nog wel eens, en misschien herkent u dat wel, dat je een liedje op de radio hoort dat over iets heel anders gaat, maar voor mij is het een geestelijk lied omdat ik er heel andere associaties bij heb. Ik kan zo een paar liederen noemen uit andere bundels die oorspronkelijk gewoon een popsong waren. Maar als je daar als gelovige naar luistert, over welke liefde kan dat dan anders gaan dan over Zijn liefde? Dan wordt het ineens een geestelijk lied. Dit is eigenlijk om het een beetje uit de sfeer te brengen van zoals het altijd verteld is: je hebt psalmen, lofzangen en geestelijke liederen. Het gaat veel meer om de muziek, het zingen in het hart dat een uitweg vindt. Waar hier over gesproken wordt, is de genade die gericht is aan God. In de genade zingende, in de harten van jullie naar God toe.⟨/p> ⟨p>Ik had gedacht dat ik nog veel verder zou komen, want ik had de bespreking voorbereid tot vers 23. Ik zou nog met gemak door kunnen gaan tot vannacht een uur of twee of drie, want zoveel dia's heb ik nog wel. Maar laten we dat niet doen, want anders wordt u op de terugweg overmand door de sneeuw en dat wil ik u niet aandoen. Zullen we het hierbij laten? Dan gaan we de volgende keer, over veertien dagen, verder met vers 17.⟨/p>