⟨h3 id="hoofdstuk-1" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="0" title="Speel af vanaf 00:00">▶ 00:00⟨/button> ⟨span>Introductie⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Ik ga vanavond met u verder met het eerste vers van het derde hoofdstuk. Dat betekent dat we inmiddels al twee hoofdstukken achter ons hebben. Je zou kunnen zeggen dat we dan halverwege de brief zijn, maar eigenlijk zijn we inmiddels al een heel eind over de helft gearriveerd.⟨/p> ⟨p>Het is ondoenlijk om het voorgaande allemaal te gaan samenvatten en dat is ook helemaal niet nodig. In tegenstelling tot voorgaande avonden heb ik er eerlijk gezegd niet eens aan gedacht om eerst nog een schriftgedeelte met elkaar te lezen. Ik stel voor dat we daarom gewoon meteen binnenvallen bij het eerste vers; dan zullen we vanzelf wel zien wat we allemaal tegenkomen.⟨/p> ⟨p>Waarbij ik meteen even moet aantekenen dat met name die eerste verzen al zo geladen zijn. Wellicht dat we daar wat oponthoud zullen aantreffen. Dat zou zomaar kunnen, maar we maken ons daar geen zorgen over. Wat we daar lezen is dit.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-2" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="67" title="Speel af vanaf 01:07">▶ 01:07⟨/button> ⟨span>De Interlineaire Tekst⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Nog iets meer dan in de voorgaande avonden wil ik u bepalen bij de interlineaire tekst, zoals dat zo mooi heet. Ik zal het nog even zeggen voor wie dat wellicht nieuw of vreemd is: de bovenste regel is de Griekse tekst, de letters die Paulus heeft opgeschreven. Ik mag wel zeggen vrij letterlijk zelfs, want dit is ook het letterschrift; niet het moderne Grieks, maar het Koine-Grieks, allemaal hoofdletters. Dit waren de letters die Paulus zo optekende, in deze vorm.⟨/p> ⟨p>Hieronder staat de tweede regel, dat is de concordante weergave: de meest letterlijke, de meest precieze en ook de eensluidende weergave daarvan. Met name hier moet u op letten. Dat geldt dan uitsluitend voor degenen die het Engels enigszins machtig zijn. Dat is erg handig, want hier kunt u echt heel sterk van op aan; zo staat het er precies.⟨/p> ⟨p>Dan de laatste regel, de onderste regel, dat is de wijze waarop de NBG-tekst – de vertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap van 1951 – het heeft weergegeven. Dat is soms goed en soms minder goed, daar zullen we vanzelf wel op wijzen. In ieder geval kunt u het dan allemaal direct zo volgen.⟨/p> ⟨p>Ik vind dat zelf de beste manier om de Bijbel te bestuderen: om in ieder geval de precieze tekst onder ogen te hebben. Voor degenen die het Engels niet zo goed kennen of dat niet beheersen: maak u geen zorgen. Mocht het van belang zijn, dan wijs ik gewoon op de precieze inhoud van wat er hoort te staan.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-3" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="183" title="Speel af vanaf 03:03">▶ 03:03⟨/button> ⟨span>Samen met Christus Opgewekt⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Laten we eerst beginnen met die eerste woorden: "Indien gij dan". Dat zou zomaar voor misverstanden kunnen zorgen, want de suggestie zou kunnen zijn — althans zo kun je het lezen — "mocht het zo zijn dat". Alsof er onzekerheid in zit. Maar het idee hier is juist: "aangezien gij dan", of "aangezien jullie dan". Geen onzekerheid dus, maar uitgaande van het feit dat gij met Christus opgewekt zijt. Samen. Dat gij opgewekt zijt samen met de Christus. Dat is een waarheid die de apostel Paulus natuurlijk zo dikwijls in zijn brieven naar voren brengt: we zijn als gelovigen verbonden met Hem die het graf leeg achterliet. Zoals dit plaatje dat ook uitbeeldt: Hij werd opgewekt en wij zijn als gelovigen verbonden, eengemaakt met Hem, en daarom ook samen met Hem opgewekt.⟨/p> ⟨p>Waarbij ik de dubbelzinnige betekenis van het woord "opgewekt" — in het Nederlands tenminste — graag meeneem, want dat komt mij heel goed van pas. Opgewekt betekent letterlijk natuurlijk niet meer slapend of niet meer in de dood; je bent uit de doden opgewekt. Maar opgewekt heeft bij ons natuurlijk ook de betekenis van blijmoedig. Nou, die twee betekenissen sluiten naadloos bij elkaar aan. Want we hebben hier nieuw leven gevonden. En als er één reden is om opgewekt te leven, dan is het juist wel omdat we weten dat de dood is overwonnen en dat daar nieuw leven aan het licht gebracht is.⟨/p> ⟨p>Laat ik eens op een drietal schriftplaatsen wijzen waar Paulus dat ook naar voren brengt. In Kolossensen 2 vers 13 — dat is het vers dat we de vorige keer nog onder ogen hebben gezien — schrijft Paulus dit: "medeopgewekt" of "tezamen opgewekt door het geloof". Er stond precies (niet in de vertaling, maar zo heeft Paulus dat opgeschreven): "samen opgewekt door het geloof van de werking Gods". Dat wil zeggen dat de werking van God Zelf betrouwbaar is en Die heeft Hem uit de doden opgewekt. Het gaat er eventjes om: medeopgewekt.⟨/p> ⟨p>Dan Efeze 2, een brief die Paulus in dezelfde tijd als de Kolossebrief heeft geschreven. Daar brengt hij dezelfde waarheden naar voren. Daar zegt hij in hoofdstuk 2 vers 5 en 6: "mede levend gemaakt". Dan heeft hij het dus over ons die geloven in de opgewekte Christus. Hij heeft ons mede levend gemaakt met Christus. Hij voegt eraan toe: "door genade (of in genade) zijt gij behouden". Met andere woorden: het is een vrije gift. Je hebt er niets voor gedaan, het is je zomaar toebedeeld. Het is genade, puur. En Hij heeft ons mede opgewekt. Dus: mede levend gemaakt, mede opgewekt en ons mede een plaats gegeven — letterlijk staat er "doen zitten" — samen doen zitten in de hemelse gewesten, of te midden van de hemelsen, in Christus Jezus.⟨/p> ⟨p>Het idee is inderdaad niet alleen maar dat wij verbonden met Hem zijn in Zijn leven, maar we zijn helemaal eengemaakt met Hem. We zijn met Hem gekruisigd, gestorven, begraven, opgewekt en, zoals hier staat, ook met Hem mede een plaats gegeven te midden van de hemelsen. Zodat de waarheid is: wij zijn niet hier, wij zijn daar. Ons echte leven is daar, niet hier. De vorige keer hebben we trouwens ook gezien dat Paulus in het slot van Kolossensen 2 zegt: "Waartoe laat gij u, alsof gij in de wereld leefde, geboden opleggen: raak niet, smaak niet, roer niet aan?" Alsof gij in de wereld leeft. Het idee is dus: dáár is ons leven, dáár is onze positie en wij zijn dus met Christus verbonden. Dat is de essentiële waarheid die overal in de brieven naar voren wordt gebracht.⟨/p> ⟨p>En dan tenslotte nog een schriftplaats, dit keer niet uit de gevangenisbrieven maar uit een van de eerdere brieven die Paulus heeft geschreven: Romeinen 6 vers 4. "Wij zijn dan met Hem begraven door de doop in de dood." Het gaat hier niet over de waterdoop; dat zeg ik voor de meesten misschien wel ten overvloede, maar de meeste mensen denken bij doop meteen aan de waterdoop. Dat doet Paulus echter niet. Doop is gewoon ondergedompeld worden in. De doop in Christus — we hebben het daar bij een eerdere gelegenheid in deze studieserie ook over gehad — is bij Paulus juist de doop in Christus, in Zijn doop ingemaakt zijn. Daar heb je het weer, want dat is wat onderdompeling toch is: je wordt ondergedompeld, ingemaakt met Hem, ook in Zijn dood. "Begraven door de doop in de dood, opdat gelijk Christus uit de doden opgewekt is door de majesteit (of door de heerlijkheid) van de Vader, zo ook wij in nieuwheid des levens zouden wandelen."⟨/p> ⟨p>We hebben een nieuw leven ontvangen, dat is het idee. Wij kennen Hem die is opgewekt uit de doden en wij zijn verbonden met Iemand die de dood achter Zich heeft. In datzelfde Romeinen 6 zegt Paulus: Hij is opgewekt en Hij sterft niet meer. Hij heeft met recht de dood achter Zich, en wij zijn verbonden met Hem in een nieuw leven. Dat is met recht nieuw leven, niet zomaar bij wijze van spreken, maar in de meest fundamentele zin is dit ook werkelijk leven. Wij mogen nu dus in nieuwheid des levens wandelen, een totaal nieuw bestaan. Goed, we gaan weer even terug naar de Kolossebrief.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-4" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="571" title="Speel af vanaf 09:31">▶ 09:31⟨/button> ⟨span>Zoekt de Dingen Die Boven Zijn⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Paulus schrijft: "Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zoekt de dingen die boven zijn, waar Christus is." Waarbij hij zegt: "Zoek dat dan." De gedachte daarbij is natuurlijk dat die dingen hier beneden niet voor het oprapen liggen. Als wij inderdaad verbonden zijn met Hem daarboven, wat is dan de logische consequentie daarvan? Dat we dat ook zouden zoeken. Want daar is ons leven, daar is onze toekomst; daar gebeurt het allemaal, of daar is het allemaal gebeurd, hoe je het maar zeggen wilt. Paulus zegt dat we het moeten zoeken, want het is hier verborgen. Ik kom er straks nog even op terug, want Paulus zegt dat ook letterlijk zo in een van deze verzen: "Zoekt de dingen die boven zijn."⟨/p> ⟨p>Maar hoe doe je dat? Want in de eerste plaats: de dingen die boven zijn, wees zoekende naar waar de Christus is – de Christus, de Mashiach. Maar hoe zoek je die dingen? Is dat een kwestie van meditatietechnieken? Ik weet dat dat wel eens geconcludeerd is, maar het is verre van dat. Het is geen meditatietechniek of contemplatie, of hoe dat allemaal mag heten, of bepaalde concentratietechnieken. "Zoekt de dingen die boven zijn." Er is een hele nuchtere manier om dat te doen en dat is dit. Ik heb daar een prachtige schriftplaats voor. Nou, ik heb er wel meer, maar ik vind deze wel erg mooi.⟨/p> ⟨p>En dat is deze... Oh, nu ben ik vergeten om erbij te vermelden welk vers dat is, maar ik kan het u al verklappen: dat is Johannes 5. Vers 49 weet ik even niet uit mijn hoofd, daar zou ik eventjes assistentie voor nodig hebben. Weet je wat? Ik zoek het even zelf, dat is altijd wel handig. Johannes 5... en dan moet dat ergens hier zijn. Dit is hem: vers 39. "Gij onderzoekt de Schriften." Als u een Statenvertaling hebt, daar staat: "Onderzoekt de Schriften; want gij meent in dezelve het eeuwige leven te hebben; en die zijn het, die van Mij getuigen." Johannes 5 vers 39 dus. Ik zal dat, als ik thuis kom, nog eventjes rechtzetten voordat ik het op internet zet.⟨/p> ⟨p>Maar waar het natuurlijk nu even om gaat is dit: dat ook hier wordt gesproken over zoeken. Niet exact hetzelfde woord, maar het gaat erom: waar is de Christus te vinden? Ja, dan is het ene antwoord: Die is daar. Maar aangezien wij hier nog steeds gewoon aan deze aarde verkleefd zijn – ik bedoel, zoals we hier nu ook zitten – daar kunnen we niet naartoe. En toch kunnen wij Hem zoeken. Het is verborgen inderdaad; ons leven is verborgen. Christus namelijk, maar hoe kan Hij dan gezocht worden? Wel, heel simpel: door de Schriften te openen. Want waarom? Wel, die zijn het die van Mij getuigen, van de eerste tot de laatste bladzijde. Al de Schrift – dat is Lukas 24 – al de Schrift getuigt van Hem.⟨/p> ⟨p>Ik moet eraan denken dat ooit, toen Christus opgewekt was uit de doden, op de dag van Zijn opstanding, Hij met die twee mannen naar Emmaüs liep. En dan lees je dat Hij met hen de Schriften opende en dan zei Hij ook: "Moest de Christus dit niet lijden en sterven om alzo in Zijn heerlijkheid in te gaan?" Hij begon bij Mozes en al de profeten, wat in al de Schriften op Hem betrekking had. Hij deed zelf Bijbelstudie. Hij deed de Schriften open en liet zien hoe al de Schrift getuigt van Christus. Ook allerlei schaduwen waar we het de vorige keer nog over hadden – feestdagen, rituelen – het getuigt allemaal onder de oppervlakte, maar daarom moet je ook zoeken. Het getuigt allemaal van de levende Christus, dat kan niet missen. "En die zijn het, die van Mij getuigen."⟨/p> ⟨p>Dus als we het hebben over wat Paulus hier schrijft, "Zoekt de dingen die boven zijn", dan is dat een hele concrete aanwijzing om bezig te zijn met de Schriften, de woorden Gods. Die lichten ons voor met recht en die wijzen ons de weg, en die getuigen van het Leven – met allemaal hoofdletters bedoel ik – van Hem die is opgestaan en opgewekt uit de doden. Zoekt die dingen die boven zijn.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-5" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="908" title="Speel af vanaf 15:08">▶ 15:08⟨/button> ⟨span>Gezeten aan de Rechterzijde Gods⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Waar de Christus is, gezeten aan de rechterhand Gods. Eigenlijk staat het woord 'hand' er niet eens, er staat gewoon 'rechter'. Maar goed, dat is geen goed Nederlands, dus je moet er toch iets bij zetten; aan de rechterzijde kun je ook zeggen. Aan de rechterzijde van de God zittende. Het is trouwens heel frappant — daar kom je achter als je wat vertrouwd raakt met die interlineaire teksten — dat je zo vaak ziet dat wanneer er 'God' staat, er eigenlijk 'dé God' staat, met een bepaald lidwoord. Dé God. Het klinkt nog veel majestueuzer. Hij is niet zomaar een god; nee, Hij is dé God, degene die alles een plek geeft.⟨/p> ⟨p>Het gaat hier dus over Christus, die daarboven is; dat is duidelijk. Hier op aarde moet Hij gezocht worden, want hier op aarde vind je Hem niet, behalve dan in de Schrift. Daar zoeken we Hem dan ook terecht. Maar waar is Hij dan en waar getuigen de Schriften van? Wel, dat Hij gezeten is aan de rechterzijde van de God. En daar is dat 'zitten'. Laat ik u op een tweede schriftplaats wijzen, maar laat ik eerst nog iets anders zeggen. Deze zin, 'gezeten aan de rechterzijde Gods', is ontleend aan de Psalmen. Er is geen passage in de hele Schrift die zo vaak in het Nieuwe Testament wordt aangehaald als Psalm 110, en daaraan zijn deze woorden ontleend. Dus als u Christus zoekt — dat is een concreet voorbeeld — dan komt u ongetwijfeld terecht in Psalm 110. Daar is het van tevoren gezegd en daar wordt gesproken over de Messias die inderdaad zou gaan zitten aan de rechterzijde Gods. Dat wordt heel dikwijls in het Nieuwe Testament aangehaald en ik wil op twee schriftplaatsen wijzen.⟨/p> ⟨p>In de eerste plaats Hebreeën 8 vers 1. De Hebreeënbrief is een brief die, het zal u niet verbazen, geschreven is aan Hebreeën, aan Hebreeuws sprekende Joden dus. Die hele brief getuigt vanuit de Schriften, van de Tenach, het Oude Testament. Die Joden hadden hun Oude Testament, en wat de schrijver van de Hebreeënbrief doet — naar mijn overtuiging is dat Paulus — is laten zien dat heel de Schrift, in al die riten en ook personages in de tabernakel, getuigt van de levende Christus. Inmiddels zijn er al zeven hoofdstukken gepasseerd en dan schrijft hij in hoofdstuk 8 vers 1: "De hoofdzaak van ons onderwerp is, van alles wat wij tot dusver gezegd hebben, dat wij zulk een hogepriester hebben, die gezeten is ter rechterzijde van de troon der majesteit in de hemelen."⟨/p> ⟨p>Realiseert u zich wat hier staat. Hij had al zeven hoofdstukken lang gesproken over de tabernakel en in hoofdstuk 7 over Melchizedek. Wat de schrijver hier zegt, is: de hoofdzaak van wat ik jullie nu vertel, is dat wij een hogepriester hebben die gezeten is ter rechterzijde van de troon der majesteit in de hemelen. Kortom, waar de Psalmen al over spraken. Het is een voorrangspositie, vandaar ook 'rechts'. Dat is altijd makkelijk te onthouden. Rechts betekent niet dat Hij per definitie altijd letterlijk rechts zit, maar dat hoeft ook helemaal niet. Als je iemands 'rechterhand' bent, dan is dat een aanduiding van voorrang. Een directeur kan iemand aanwijzen als zijn rechterhand, maar die persoon staat ook niet altijd fysiek rechts van hem. Het is een algemeen bekend fenomeen: rechts heeft te maken met verhoging, zoals links met vernedering te maken heeft. Het is heel opvallend hoe dat niet alleen in de Bijbel zo terug te vinden is, maar ook in het algemeen spraakgebruik en zelfs tot in de politiek aan toe. Want 'rechts' staat voor de mensen die zich gevestigd hebben, die verhoogd zijn, en 'links' representeert juist dat wat vernederd is, de linkse partijen. Over politiek zullen we het verder maar niet hebben, of over 'Marx Rutte', wat ik vandaag weer las. Trouwens, in het Engels is dat ook zo: 'left' betekent links, maar het betekent ook 'verlaten', wat ook weer te maken heeft met vernedering. Maar rechts heeft juist te maken met verhoging.⟨/p> ⟨p>Genoeg hierover. Hij is gezeten aan de rechterzijde van de troon der majesteit en dat is de hoofdzaak van het onderwerp dat de schrijver van de Hebreeënbrief aansnijdt. Daar gaat het allemaal over: over de Christus die gezeten is aan de rechterzijde van de troon der majesteit. Nu heb ik er nog eentje, twee hoofdstukken verder. Dan schrijft hij dit in hoofdstuk 10. Daar laat ik het dan maar eventjes bij, want we moeten natuurlijk niet al te zeer blijven hangen, maar ik kan het niet nalaten om hier toch even goed de aandacht voor te vragen. Want moet u eens opletten wat er staat in vers 11 van Hebreeën 10. Daar legt hij de tabernakeldienst, de priesters en de offers uit. "Voorts", zegt hij, "staat elke priester dagelijks in zijn dienst." Hij refereert hier gewoon aan het gegeven dat een priester in de tabernakel, maar ook in de tempel, geen stoel had. Ik weet niet of u daar wel eens aan gedacht hebt, maar in de tabernakel was aan alles gedacht, behalve aan stoelen. Er stonden geen stoelen. Dat is namelijk een typologische waarheid: het werk was nog niet af. Daarom staat er ook: "voorts staat elke priester dagelijks bij voortduring", elke dag weer opnieuw in zijn dienst, om telkens dezelfde offers te brengen die nimmer de zonden kunnen wegnemen.⟨/p> ⟨p>Waarom werd het dan toch gevraagd? Wel, het had maar één betekenis. In zichzelf was het een volstrekt nutteloze bezigheid, al die offers brengen, maar de enige betekenis is dat het vooruit wees. Het was een schaduw. In zichzelf was het donker, een schaduw, maar het wees vooruit en dat maakt het allemaal anders. Je kunt wijzen op de overeenkomst, maar je kunt ook wijzen op de tegenstelling, en dat doet de schrijver hier. Want hij zegt: "voortstaat elke priester dagelijks in zijn dienst om telkens dezelfde offers te brengen; deze echter is..." Nu heeft hij het over de echte, de ware hogepriester. "Deze echter is, na één offer" — en hier staat niet een onbepaald lidwoord, maar een bepaald telwoord: één — "na één offer voor de zonden te hebben gebracht, voor altijd gezeten." Let op de tegenstelling: elke priester staat, maar Hij is gezeten. Niet dagelijks staan, maar voor altijd — dat wil zeggen definitief — gezeten, omdat het werk gedaan is. Het is eenmalig. Voor altijd gezeten aan de rechterhand of aan de rechterzijde van God.⟨/p> ⟨p>En dan staat erbij: "voorts afwachtende totdat zijn vijanden gemaakt worden tot een voetbank voor zijn voeten." In die tijd leven wij nu feitelijk nog steeds. De termijn is behoorlijk aan het verstrijken, maar dat neemt niet weg dat wij nog steeds in die tijd leven. Hij is gezeten en Hij wacht af. Hij doet nu helemaal geen moeite om Zijn vijanden te onderwerpen of Zijn koninkrijk te vestigen. Hij is verborgen en zo hoort het ook. Zoals de hogepriester in de Hebreeënbrief in dat heiligdom is, onttrokken aan het oog. Het wachten is op het moment dat Hij weer naar buiten zal komen.⟨/p> ⟨p>En wat doet hij dan? Als de hogepriester naar buiten komt, dan heft hij zijn handen op en dan zal hij zijn volk zegenen. Dat is precies wat we straks gaan meemaken. Dan komt de hogepriester naar buiten en zal hij Israël zegenen. Maar nu wacht hij nog af.⟨/p> ⟨p>Dus er is in die zin sprake van een heel passieve aangelegenheid. Hij wacht namelijk af en hij is gezeten; het werk is gedaan. Wat hij nu dan doet, dat is ook niet zo moeilijk. Wat doet hij? Dat is Romeinen 8. Daar staat over Christus: de gestorvene, wat meer is de opgewekte, die ook ter rechterzijde Gods is en die ook voor ons pleit. Dat wil zeggen: Hij behartigt onze belangen.⟨/p> ⟨p>En wat doet hij? Wel, hij verzorgt ons, de gemeente. Hij geeft zich over voor de gemeente, voor de Ecclesia, en hij wast haar met het woord. Dat is wat hij doet. Goed, dat voert nu allemaal een beetje te ver. Het gaat er nu natuurlijk even om: hij is gezeten aan de rechterzijde van God. Dat is het punt. En dan gaan we verder in vers 2.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-6" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1594" title="Speel af vanaf 26:34">▶ 26:34⟨/button> ⟨span>Bedenkt de Dingen Die Boven Zijn⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Bedenkt de dingen die boven zijn. In vers 1 werd eerst gezegd: "Zoekt de dingen die boven zijn." En hier in vers 2 wordt gezegd: "Bedenkt de dingen die boven zijn." Dat wil zeggen dat je gedachten vervolgens worden bepaald door wat je zoekt en vindt in de Schriften. Daar gaat het allemaal om. Er is in de wereld genoeg dat je aandacht vraagt, maar laten we wel wezen: als je eenmaal weet waar het werkelijk om draait — als je het echte leven kent — dan is dat andere allemaal niet interessant meer. Dan zoek je dat ook niet meer. Waarom zou je dat ook nog zoeken? Zoals wij dat thuis nogal eens plachten te zeggen: "Zoek een leven." Nou, wij zoeken een leven, namelijk hét leven. Dat bedenk je dan ook; daar gaan je gedachten naar uit en daarop concentreer je je. Bedenk de dingen die boven zijn; die vragen onze aandacht en dat is wat werkelijk interessant is.⟨/p> ⟨p>Bedenk de dingen die boven zijn. Ik moet daar ter toelichting nog even iets bij zeggen. Wanneer er staat "bedenk de dingen die boven zijn", dan is daarmee niet gezegd dat wij het aardse leven of de aardse verbanden zouden negeren, of dat daar geen waarde meer in gelegen zou zijn. Dat geldt ook voor het lichaam. Het is geen ontvluchting. Het idee is niet dat je in een klooster zou moeten gaan zitten of dat je je zou moeten onthechten omdat het aardse geen betekenis meer zou hebben. Juist de Kolossersbrief — en met name dit hoofdstuk waar we nu een aanvang mee hebben gemaakt — benadrukt de betekenis van heel aardse dingen. Er wordt gesproken over het huwelijk, over man en vrouw, over werk en over de verhouding tussen heren en slaven. Gewoon de relaties en betrekkingen tussen ouders en kinderen; dat zijn hele gewone, aardse betrekkingen.⟨/p> ⟨p>Juist in die aardse betrekkingen kun je de dingen bedenken die boven zijn. Dus als ik even met de beeldspraak verder mag gaan: je bent met je hoofd in de wolken, maar met je voeten sta je gewoon op de aarde. Je wandel is inderdaad hier op aarde; daar gaat de Kolossersbrief ook over. We zijn daar nog niet, want daarom staat er ook: "Bedenkt de dingen die boven zijn, zoekt dat." Als we daar al waren, hoefde je het niet meer te zoeken. Maar we worden daarop georiënteerd. We bedenken dat, we zijn bezig met de woorden van God en die bepalen onze gedachten. In de aardse verbanden waarin God ons heeft geplaatst, bedenken wij dat.⟨/p> ⟨p>Bedenk de dingen die boven zijn. Ik zal u een voorbeeld geven uit Kolosse 3 vers 17, daar schrijft Paulus: "En al wat gij doet met woord of werk, doet het alles in de naam van de Here Jezus, God de Vader dankende door Hem." Je ziet het dus ook hier. Er wordt geen uitzondering gemaakt; het gaat om alles wat je doet, of wat je spreekt of welk werk je ook doet. Dit is een vrij samenvattend vers, maar hier wordt aangegeven dat het niet uitmaakt wat je hier op aarde doet, zegt of onderneemt. In welke verhouding je ook geplaatst bent, daar is niets minderwaardigs aan. Integendeel: juist die aardse dingen krijgen glans doordat je bedenkt wat boven is. Je doet het alles in de naam van de Heer Jezus en je dankt God, namelijk de Vader, door Hem.⟨/p> ⟨p>Er staat zelfs twee keer "alles"; er is geen enkele uitzondering. Hij is degene die jouw leven leidt, degene die je in alles voorziet en je geeft wat je nodig hebt. Hij plaatst alles in je leven en dus dank je Hem gewoon. Dat is genade. Ik wijs hier even op: u ziet hier "danken", maar in het Grieks staat daar een woord dat direct verwant is aan genade. Danken en genade, dat zijn broertje en zusje. Goed, bedenk de dingen die boven zijn.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-7" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1879" title="Speel af vanaf 31:19">▶ 31:19⟨/button> ⟨span>Niet de Dingen Die op de Aarde Zijn⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Daar staat er nog bij: "niet die op de aarde zijn". Wat bedoelt Paulus met: "niet die op de aarde zijn"? Nou, laten we dat even scherpstellen, helemaal in de context en de samenhang van wat Paulus in deze brief naar voren brengt en zojuist naar voren gebracht heeft. Over welke dingen had hij het hier op de aarde? Nou, dan had hij het over die leringen die juist zoveel nadruk legden op aardse dingen; wat je wel en wat je niet mocht doen. Bijvoorbeeld over dat eten en drinken, wat koosjer is en wat niet koosjer zou zijn, op het stuk van een feestdag of sabbatten; rituelen in het algemeen, zoals de besnijdenis.⟨/p> ⟨p>Wat dacht u van de waterdoop? In de christelijke traditie — volgens mij hebben we het er de vorige keer al even over gehad — is het in het algemeen al zo dat besnijdenis en doop gewoon altijd in één adem genoemd worden. Dus dan hebben we meteen twee vliegen in één klap. Men zegt toch dat de doop de vervanging is van de besnijdenis? Nu laat Paulus in deze brief zien dat al die rituelen geen betekenis in zichzelf hebben. Laat je daardoor niet intimideren of laat het niet zo zijn dat jij je daaraan zou onderwerpen. Integendeel, we hebben het de vorige keer ook gezien: wij onderwerpen ons niet aan die rituelen. Het is omgekeerd; die rituelen, wij zijn zelf het onderwerp van die rituelen.⟨/p> ⟨p>Kolosse 2 vers 16 en 17. Besnijdenis, "raak niet, smaak niet, roer niet aan". Kijk, dat zijn allemaal die dingen die op de aarde zijn. Weet u wat nog meer? Nu komen we op iets wat we nog moeten gaan bespreken, namelijk vers 5: "de leden die op de aarde zijn". Dan heeft Paulus het over allerlei zinloze dingen. Ik zeg het expres even zo; ik had ook kunnen zeggen "zondige" dingen, maar dat is echt hetzelfde. Ja, ik pauzeer nu even, maar het is echt zo. Zondig betekent namelijk dat wat doel mist en dus zinloos is. Wij hebben aan het woordje zonde een bepaald moreel labeltje gehangen, en ik zeg niet dat dat helemaal misplaatst is, maar het idee bij zonde is: het mist doel.⟨/p> ⟨p>Goed, "de leden die op de aarde zijn" is een uitdrukking die ontleend is aan vers 5 van dit hoofdstuk. Daar komen we misschien vanavond nog over te spreken, dat weet ik niet. In elk geval zijn dit een aantal van die elementen. Dan voegde Paulus eraan toe in vers 3: "want gij zijt gestorven". Nou, daar hebben we weer zoiets. Ik had het net over "met Hem opgewekt" en hier zegt Paulus: "want gij zijt gestorven". Hoezo? Zijn gedachte is feitelijk dezelfde: je bent toch verbonden met Hem die opgewekt is uit de doden? Dan ben je dus ook verbonden met Hem die gestorven is.⟨/p> ⟨p>Ik zou vijf voorbeelden willen geven. Romeinen 6 vers 2: we zijn "der zonde gestorven", dat wil zeggen: aan de zonde. Daar hebben we geen boodschap meer aan, en vice versa evenmin. Dood voor de zonde; we zijn dood voor de zonde, reken daarmee. Romeinen 6 vers 10 is altijd een prachtig vers waar Paulus zegt: "houdt het ervoor dat gij dood zijt voor de zonde en levend voor God in Christus". In Galaten 2: "voor de wet gestorven". Ook in Galaten 2: "met Christus ben ik gekruisigd". En Galaten 6: "wij zijn der wereld gekruisigd".⟨/p> ⟨p>Ik geef nu vijf voorbeelden, maar ik zou het rijtje aanzienlijk langer kunnen maken. Ik geef het nu even aan om daarmee aan te geven dat wat Paulus hier zegt eigenlijk als bekend verondersteld wordt. De gedachte is: we zijn verbonden met Christus en dus met Hem gestorven, opgewekt en eengemaakt met Hem. Nou, "gij zijt gestorven", en dan vervolgens...⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-8" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2155" title="Speel af vanaf 35:55">▶ 35:55⟨/button> ⟨span>Ons Leven Is Verborgen met Christus in God⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En uw leven is verborgen met Christus in God. Als ik even naar de interlinear kijk, dan staat daar: 'En het leven van jullie is verborgen samen met de Christus in de God.' Dat is misschien wat krom Nederlands, maar dan zitten we wel aardig op het spoor van wat Paulus echt optekende: het leven van jullie, dat is verborgen.⟨/p> ⟨p>Wat is dat leven van ons? Paulus gaat het trouwens nog letterlijk zo zeggen in vers 4: ons leven, het leven is Christus. Maar om even op iets anders te wijzen, en dat is dat woord 'verborgen'. Daar heeft Paulus twee keer eerder over geschreven in deze brief; het woord zelf heeft hij al twee keer genoemd. In vers 26 van hoofdstuk 1 schreef hij over de verborgenheid, dat wat hem bekendgemaakt is. Hij zegt daar: de verborgenheid die aionen en generaties lang verborgen is geweest. Romeinen 16 zegt dat het verzwegen is; er is nooit over gesproken. Ook in het Oude Testament is het verborgen. Sommige mensen trekken daaruit de conclusie dat het er dus niet in te vinden is, maar ik zeg precies het omgekeerde: het is verborgen in het Oude Testament en dus is het er wél in te vinden. Dat is een heel boeiend onderwerp dat ik nu even aansnijd, maar waar ik nu verder niet op in ga. Ik wil er maar mee zeggen dat het al die tijd verborgen was. Dat wat Paulus bekendmaakt en op schrift stelt, was voor die tijd allemaal verborgen.⟨/p> ⟨p>En hij schrijft nog een paar verzen verder, in hoofdstuk 2 vers 3 — daar heb ik het ook al over gehad: Christus, in wie al de schatten van wijsheid en kennis verborgen zijn. Dus welke schat van wijsheid of kennis je ook bedenkt, of ook maar onder ogen zou krijgen, het kan niet anders: het onderwerp is Christus. Anders is het geen wijsheid. Je kunt het namelijk ook zo zeggen: als het onderwerp niet Christus is, dan is het dus geen wijsheid, want in Hem zijn al de schatten van wijsheid en kennis verborgen.⟨/p> ⟨p>Hier is trouwens nog iets waar ik graag even op wil wijzen. 'Uw leven is verborgen met Christus in God' betekent dat er niets gezien wordt. Ons leven, de essentie, gewoon dat wat wij hebben gevonden en wat ons karakteriseert, is niet manifest en zichtbaar in deze wereld. Voor een heleboel gelovigen — of wat daarvoor door mag gaan, daar heb ik het nu verder niet over — is dat een hele ergerlijke gedachte. Men wil zich altijd maar manifesteren in de wereld en zichtbaar worden. Vandaar ook die drang naar rituelen, naar het maken van een zichtbare organisatie, instanties en instituten, of het zich manifesteren in de politiek. Om even op de politiek terug te komen: dat is allemaal om je zichtbaar te maken. Men zegt dat ook heel vaak in christelijke organisaties: 'om het koninkrijk Gods te openbaren'.⟨/p> ⟨p>Nou, laat ik u dit zeggen: Christus is verborgen, heel planmatig. Het is juist de bedoeling; Hij is verborgen en wij zijn met Hem verborgen. God doet momenteel geen enkele poging — trouwens, God doet nooit pogingen — maar God is momenteel niet bezig Zijn koninkrijk te openbaren. Helemaal niet. Integendeel, Hij is bezig Zijn koninkrijk nog steeds te verbergen. En wat doet Christus? Nou, Hij wacht af. Als het gaat om de vijanden: die gaan allemaal onder Zijn voeten gesteld worden. Maakt u zich geen zorgen, dat komt allemaal op het juiste moment. Maar nu is het zo dat Hij afwacht. Hij is verborgen, en aangezien wij met Hem één gemaakt zijn, zijn wij dus ook verborgen. Doe dus geen poging om je te manifesteren. Wij leven gewoon ons leven, wij zoeken de dingen die boven zijn en met ons hoofd in de wolken bedenken wij inderdaad de dingen die boven zijn. We staan hieronder wel gewoon solide op de aarde, maar het leven is verborgen.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-9" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2474" title="Speel af vanaf 41:14">▶ 41:14⟨/button> ⟨span>Wanneer Christus Wordt Gemanifesteerd⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Vers 3 sprak over ons leven dat met Christus verborgen is in God, en dan staat er in vers 4: "Wanneer de Christus verschijnt". Letterlijk staat er: "Wanneer de Christus wordt gemanifesteerd". Het staat in een passieve vorm; het punt is dus niet dat Hij zelf verschijnt, maar God zal Hem doen manifesteren. Hij wordt straks gemanifesteerd. Dat is ook het woord dat de Concordant Version gebruikt: ⟨em>manifested⟨/em>. "Verschijnen", daar is niks mis mee, maar Christus is dus nu verborgen en Hij zal manifest worden. Hij zal verschijnen, maar niet nu. Dat gebeurt op het moment dat de tijd daarvoor rijp is, als de termijn voltooid zal zijn. Of de termijn verstreken, zo moet ik het eigenlijk zeggen.⟨/p> ⟨p>Christus gaat dus verschijnen. En ik prijs mijzelf gelukkig dat wij — en dat is voor de meesten hier denk ik niet zo cryptisch, in ieder geval begrijpen jullie dat denk ik wel — inmiddels aan het einde leven van de tweede dag, zoals God rekent. De twee millennia zijn voorbij en wanneer zal Christus komen? Dat stond trouwens ook al in het Oude Testament verborgen. Hosea 6 zegt dat Hij na twee dagen, op de derde dag, in de morgendstond van de derde dag, zal komen. Dan zal de nacht voorbij zijn en dan komt — hoe staat het er precies? — "als de dageraad is Zijn opgang". Dat wil zeggen: zoals de zon opkomt, zo zal Hij dan verschijnen. Een mooie term in dit verband, want als de zon verschijnt, verdwijnt de nacht. Dat is het idee. Dan verschijnt de Zon der gerechtigheid. Dat komt ook uit het Oude Testament, uit Maleachi 4. De Zon der gerechtigheid komt dan op en dan hoeven er geen pogingen meer ondernomen te worden om de duisternis te verdrijven; de duisternis wórdt dan verdreven. Wij schijnen nu trouwens ook wel hoor, maar dan gewoon als lichtjes in de nacht. Het is helemaal niet de bedoeling dat wij de nacht zouden doen verdrijven. Het heeft ook wel weer zijn voordeel, denk ik dan, als het nacht is, want dan komen de lichtjes des te beter uit. Hoe donkerder het is, hoe helderder het licht. En wat zou het licht anders zijn dan het Woord? Hoe helderder het licht ook straalt.⟨/p> ⟨p>Even terug naar de tekst: "Wanneer Christus zal worden gemanifesteerd", die Christus die ons leven is. De gedachte is: wat wij hier hebben, dat is niet ons leven. Dat is niet alleen het taalgebruik hier, maar ook elders in de brieven van Paulus. Wat wij hier hebben, dat is niet leven, dat is sterven. Zoals wij dat ook allemaal weten: we zijn stervelingen. We zijn sterfelijk en we lopen met de dood in onze schoenen. Dit hier is allemaal sterfelijk. Wij noemen het allemaal "leven" omdat we niet beter weten, maar als je eenmaal weet hebt van echt leven dat de dood heeft overwonnen, dan noem je dit geen leven meer. Of hooguit "leven" tussen aanhalingstekens. Het is geen leven. Nee, het leven is dáár. Christus die ons leven is. Ik heb altijd de neiging — ik zeg het ook wel eens een keertje zo — om dat te schrijven als LEVEN met vijf hoofdletters. Ik bedoel dus echt leven, dat onvergankelijk is.⟨/p> ⟨p>Nou, Hij zal straks verschijnen, Christus die ons leven is, en dan staat erbij: "Dan zult gij ook met Hem verschijnen in heerlijkheid." Dan zullen jullie ook samen met Hem worden — hier weer ook de passieve vorm — gemanifesteerd in heerlijkheid. Dus als Hij wordt gemanifesteerd in heerlijkheid, dan wij uiteraard ook. Ik zeg nu "uiteraard", want we zijn toch verbonden met Hem? Dat hoeft feitelijk niet meer te verrassen. Als wij met Hem gestorven zijn, gekruisigd zijn, begraven zijn, als we met Hem opgewekt zijn en nu met Hem leven en met Hem verborgen zijn, dan is de logische stap dat wanneer Hij zal worden gemanifesteerd, wij dus ook met Hem zullen worden gemanifesteerd. Ja, logisch! Dat is juist een van de consequenties van die waarheid: dat Hij het Hoofd is en wij het lichaam. We zijn met Hem verbonden, een eenheid. Dus als Hij straks gaat verschijnen, het Leven, dan verschijnen wij met Hem in heerlijkheid. Wat dat precies betekent, daarover zullen we na de pauze wat meer zeggen en daar wat dieper op ingaan. Ik stel voor dat we nu even pauze nemen.⟨/p> ⟨p>Goed mensen, wij gaan verder met onze zoektocht. En ik gebruik met opzet even deze woorden om aan te sluiten bij wat we voor de pauze hebben besproken, namelijk: "Zoekt de dingen die boven zijn". Dat was toch eigenlijk wel een van de kernpunten van wat Paulus in de eerste verzen naar voren brengt. Dáár is ons leven, en als we Hem werkelijk zoeken... En als we de dingen bedenken die boven zijn, waar zijn we dan mee bezig? Inderdaad, met zoeken. En waar vinden wij Hem anders dan in de Schriften? Daar getuigt immers alles van Hem. Ik moet er trouwens ook bij zeggen dat als je eenmaal de Schrift kent en Hem in de Schriften hebt gevonden, dan herken je Hem vervolgens ook in de natuur. Maar dat is weer een ander onderwerp.⟨/p> ⟨p>Het punt is: we zouden zoeken. Dat geeft aan dat ons leven verborgen is, en dat is ook precies de bedoeling. Tegen de tijd dat Hij zal verschijnen — en nu sluit ik aan bij waar ik de draad losliet omdat we gingen pauzeren — als Hij straks zal verschijnen, dan zullen wij ook met Hem verschijnen in heerlijkheid. Samen met Hem worden gemanifesteerd. Nu met Hem verborgen, zo hoort het ook. Wij zoeken dus niet de manifestatie op; wij leven vandaag gewoon hier op aarde zonder pogingen om Zijn Koninkrijk of iets van die aard te openbaren. Dat is helemaal niet aan de orde. Dat is niet Gods programmapunt op dit moment. Dat moet duidelijk zijn. Oké, wij zullen straks met Hem verschijnen in heerlijkheid.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-10" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2936" title="Speel af vanaf 48:56">▶ 48:56⟨/button> ⟨span>Wij Zullen met Hem Verschijnen in Heerlijkheid⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Ik wil twee schriftplaatsen noemen waarin dat naar voren wordt gebracht. De eerste is... ook daarin ben ik weer tamelijk willekeurig, maar ik noem twee schriftplaatsen waarin dat wordt verteld. De eerste is 2 Thessalonika 1 vers 10. Daar schrijft Paulus dit: "Wanneer Hij komt." Nou, Zijn komst is ook Zijn verschijning; Zijn komst, Zijn ⟨em>parousia⟨/em>. Als Hij straks acte de présence zal geven – om het eens deftig te zeggen – present zal worden. Hij is nu afwezig, maar straks zal Hij present zijn. En als Hij komt om op die dag verheerlijkt te worden... waarbij ik trouwens even aanteken – ik heb het hier al met vette kapitaalletters geplaatst – hier zit het woordje 'heerlijk' in. Dat komt overeen met hetzelfde woord wat Paulus in Kolosse 3 vers 4 schrijft: dat wij met Hem zullen worden gemanifesteerd in heerlijkheid. Hier wordt gesproken over "om op die dag verheerlijkt te worden". De heerlijkheid zal dan zichtbaar worden.⟨/p> ⟨p>Let nu goed op wat er staat: "...verheerlijkt te worden in Zijn heiligen" en "met verbazing aanschouwd te worden in allen die geloofden". Waarom wijs ik hier nu op? Omdat hier gesproken wordt over dat Hij zal komen en dat Zijn heerlijkheid met recht aan de dag zal treden op die dag. Maar Hij zal verheerlijkt worden ⟨em>in⟨/em> Zijn heiligen en met verbazing aanschouwd worden. Er staat dan niet: ⟨em>door⟨/em> allen die geloven. Het is niet zo dat wij Hem dan zullen zien, nee, Hij zal met verbazing aanschouwd worden ⟨em>in⟨/em> alle, of te midden van allen die geloofden. De wereld zal Hem dus met verbazing zien, en Hij zal aanschouwd worden ⟨em>in⟨/em> allen die geloofden. Wij zullen dus met Hem in heerlijkheid verschijnen. Dat wordt hier ook al gezegd. Men leest er vaak overheen en leest dan: "om met verbazing aanschouwd te worden door allen die geloofden", maar dat staat er niet. Hij zal aanschouwd worden ⟨em>in⟨/em> allen die geloofden. Dat wil zeggen: Hij zal verschijnen en wij zullen met Hem verschijnen. Zijn heerlijkheid wordt dus manifest in ons. Deze waarheid bracht Paulus al in een van zijn allereerste brieven onder woorden – in 2 Thessalonika, de tweede brief die hij heeft geschreven, althans die in de Bijbel is terechtgekomen.⟨/p> ⟨p>Dan zal ik u nog een schriftplaats wijzen: Zacharia 14. Ja, dat is het Oude Testament. Ik zei al: waar zou Hij anders gezocht worden dan juist in de Schriften? En waarom daar? Wel, omdat Hij er ook gevonden wordt. Je kunt natuurlijk zeggen: de gemeente, de Ecclesia, wij zijn verborgen in het Oude Testament. We hebben het daar al even over gehad. De waarheden die Paulus naar voren bracht, die zijn verborgen in het Oude Testament. Dat wil zeggen: daar is niet over gesproken en men wist daar niet van. Maar achteraf, nu wij de verborgenheid kennen en Paulus het op schrift heeft gesteld, herkennen wij het wel degelijk wanneer we het Oude Testament lezen.⟨/p> ⟨p>We zijn hier in Zacharia 14, een bekend hoofdstuk van een profeet. Het gaat over de verschijning van de Heer straks in heerlijkheid ten behoeve van Zijn volk. In de eerste verzen wordt gesproken over dat Jeruzalem zal worden ingenomen; alle volkeren zullen ten strijde trekken tegen die stad. Dat is een toekomstige gebeurtenis. De stad zal worden bezet en er zullen vreselijke dingen gebeuren. In Zacharia 13 wordt ook gezegd dat men dan de naam van de Heer zal aanroepen, de naam van Yahweh. De naam die men nu nog steeds weigert uit te spreken, zo heilig als Hij is. Maar die zullen ze dan aanroepen; in zulke nood zullen ze zijn. De grote verdrukking zal dan op haar dieptepunt of hoogtepunt zijn gekomen. Dan zullen ze nog maar één uitweg hebben: de naam aanroepen. En dan zal Hij inderdaad verschijnen voor Zijn volk en ten strijde trekken tegen de natiën. Ik schets nu even de samenhang en de context van Zacharia 14.⟨/p> ⟨p>Er staat: "En Zijn voeten..." De voeten van Yahweh. Je kunt zeggen: ja, maar Yahweh is toch de onzienlijke God? Jazeker, maar Hij heeft een beeld. Dat staat trouwens ook in Kolosse 1 vers 15: Hij, Christus, is het beeld van de onzienlijke God. Als Yahweh dus verschijnt, dan is dat niemand minder dan de Heer Jezus Christus. "Zijn voeten zullen te dien dage staan op de Olijfberg." Wilt u het nog wat preciezer gelokaliseerd hebben? Alstublieft: "die voor Jeruzalem ligt aan de oostzijde." Aan de oostzijde inderdaad, als men zich oriënteert. Oriënteren betekent eigenlijk je richten op het oosten, daar waar de zon opkomt. En als de Zon der Gerechtigheid opkomt, dan komt Hij dus met recht in het oosten op.⟨/p> ⟨p>Ik moet er ook even aan denken – dat even terzijde – dat als het orthodoxe Jodendom vandaag samenkomt op de voor hen meest heilige plek, namelijk bij de Klaagmuur, men tegen een muur staat. Men heeft geen zicht. Maar stel je voor dat die muur weg zou vallen en dat men zo zou kunnen kijken: dan zou men hiernaar kijken. Want men is gericht, maar men ziet het niet; er zit met recht een muur tussen. Ze klagen daar en dat zijn allemaal klachten, maar men is gericht op de Olijfberg. Dat is precies wat ze niet weten: daar zal Hij komen en daar zal Hij verschijnen.⟨/p> ⟨p>Op de Olijfberg zullen Zijn voeten te dien dage staan, die voor Jeruzalem ligt aan de oostzijde. Bij die gelegenheid zal de Olijfberg middendoor splijten. Er wordt precies bijgezegd hoe, en er zal een dal ontstaan; een vluchtroute die ter plekke gecreëerd wordt, zodat het overblijfsel zal vluchten naar de woestijn. Over de hele gang van zaken staat heel veel in de profetie, maar dat laat ik nu even rusten. Waarom wijs ik hier nu op? Het gaat hier over de verschijning van de heerlijkheid van de Heer, namelijk in de Messias wiens voeten zullen staan op de Olijfberg. Hij ging ooit weg op de Olijfberg – Zijn voeten stonden ooit op de Olijfberg – en toen vertrok Hij en een wolk onttrok Hem aan hun ogen. Maar straks zal Hij weer verschijnen. Niet alleen op dezelfde wijze, maar zelfs op dezelfde plaats zullen Zijn voeten staan.⟨/p> ⟨p>Er staat: "Gij zult de vlucht nemen naar de woestijn in het dal Mijner bergen..." Ik ga er allemaal even aan voorbij, hoewel dat me grote moeite kost. Maar dan: "En jawel, mijn God zal komen: alle heiligen met Hem." Er staat niet bij wie dat zijn. Dat is verborgen. Er wordt niet bij gezegd wie die heiligen zijn, maar ik weet het wel. Zacharia spreekt daar niet over, die verzwijgt dat. Natuurlijk, dat moest ook, want het is Paulus die het openbaart. Als Hij namelijk zal verschijnen in heerlijkheid, dan zullen wij met Hem worden gemanifesteerd in heerlijkheid. Als hier dan staat dat alle heiligen met Hem zullen verschijnen, dan kan dat niet missen: daar zijn wij bij! Natuurlijk, als Christus verschijnt – Hij is ons leven – dan zullen wij daar ook bij zijn. Wij zullen toch altijd met Hem zijn. En als u zegt: "Maar wij hebben toch ook een hemel?" Ja, wat dacht je! Maar niet alleen hemels, ook aards. Het hele universum is aan Christus' voeten onderworpen en daarmee dus ook aan ons. Het is een vrij uitgebreid onderwerp.⟨/p> ⟨p>Maar het moet nu even genoeg zijn, denk ik, om erop te wijzen dat als Christus straks zal verschijnen in heerlijkheid, wij met Hem zullen worden gemanifesteerd in heerlijkheid. Daar hebben we geen idee van, want nu is alles nog verborgen, maar straks wordt dat met verbazing aanschouwd. En ik kan daar echt naar uitzien. Wauw, wat moet dat zijn, zeg! Daar heb je geen idee van.⟨/p> ⟨p>Maar kijk, en dat bedoel ik nou met: we zoeken de dingen die boven zijn. In het gewone dagelijkse leven word je daar niet mee geconfronteerd. Als je de tv aanzet, word je niet getrakteerd op zulke dingen. In de Tweede Kamer wordt daar niet over gesproken, en morgen in de kantine op uw werk wordt daar ook niet over gesproken. Dat is gewoon volstrekt verborgen. Daar moet u ook niet moeilijk over doen; dat is nu eenmaal zo, en dat is zelfs de bedoeling.⟨/p> ⟨p>Maar aangezien Christus ons leven is en wij Hem willen vinden — als wij echt een leven willen hebben — nou, dan zoek je Hem. Waar vind je Hem anders dan in de Schriften? Mensen, ik weet wel, ze proberen van alles uit de kast te halen om toch maar religieus te wezen. Maar het is allemaal — ja, sorry dat ik het zeg — het is allemaal flauwekul. Er is maar één manier om Hem te vinden en dat is de Schriften, mensen.⟨/p> ⟨p>Het Woord. Dat tot je te nemen, dat is leven, dat is kracht, dat is licht. Dan ben je meteen ook goed georiënteerd en weet je precies waar het ligt. Ja, ik bedoel dus echt met recht: georiënteerd. Weet je waar de zon opkomt? De oriënt, het oosten. Dan weet je precies waar we ons nu bevinden, in alle opzichten. Dan heb je houvast. Ja, dat is een mooi onderwerp trouwens.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-11" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3651" title="Speel af vanaf 01:00:51">▶ 01:00:51⟨/button> ⟨span>Zijn Koninkrijk Zoeken en Ware Rijkdom⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Wat u nu zegt over het zoeken van Hem: ik zal u vertellen dat ik een hele serie Schriftplaatsen had verzameld over zoeken, het zoeken van Hem. "Zoekt eerst Zijn Koninkrijk." Waarom? Want het is verborgen. En Zijn gerechtigheid. Mensen denken dat zoveel dingen hier in deze wereld van belang zijn. Wat zullen we eten? Wat zullen we drinken? Waarmee zullen we ons kleden? Hoe wordt dit leven allemaal geregeld? En dan zegt de Heer Jezus: naar het zoeken van al deze dingen gaan de natiën uit. Ja natuurlijk, ze hebben niet anders. En dan zegt de Heer: zoek eerst Zijn Koninkrijk en Zijn gerechtigheid. Dat wil zeggen: dat wat je in Zijn Woord vindt, dat is recht. En al het andere zal je bovendien geschonken worden.⟨/p> ⟨p>Dat is precies wat Paulus ook in Filippenzen 4 zegt: Hij zal in al je behoeften naar Zijn rijkdom heerlijk voorzien. Ik ben ervan overtuigd: zoek Hem en al het andere krijg je gewoon bovendien, wat Hij vindt dat jij nodig hebt. En als jij denkt dat je meer nodig hebt, dan moet ik je teleurstellen; dat is niet zo. Hij geeft namelijk het beste. En als je denkt door eigen werken meer te krijgen, dan zul je altijd van een koude kermis thuis komen. Want het is niet zo, daar word je alleen maar ongelukkiger van. Het beste leven is gewoon juist dát te zoeken: met Zijn Woord bezig te zijn.⟨/p> ⟨p>Hoe kom ik daar nu zo op? Oh ja, u had het erover, dat zoeken. Wat zit je te lachen? Ja, maar dat is ook zo. Als je Hem zoekt met recht, dan is Hij een beloner van wie Hem zoeken. Niet omdat dat nu zo'n prestatie is; zo is het niet. Trouwens, u weet: van nature, van onszelf uit, van huis uit, is er niemand die God ernstig zoekt. Dus áls je Hem zoekt, dan is dat gewoon in je hart gelegd, want Hij werkt dat in je. Maar als je Hem zoekt gewoon daar waar Hij is, in Zijn Woord — daar kom je Hem tegen — dan is Hij een beloner daarvan.⟨/p> ⟨p>Want daar vind je zo enorm veel rijkdom waar we het over hadden. In Hem zijn alle schatten van wijsheid en kennis verborgen. Dus wat er ook aan rijkdom te vinden is: het is in Hem. Dat is dus de beloning van dat zoeken; daar word je zo steen- en steenrijk van. Ik bedoel het niet alleen maar... het is niet alleen maar wat de Schrift zegt, maar ik kan het gewoon duizendkoppig onderschrijven, gewoon als ervaringsfeit. En iedereen die weet waar ik het nu over heb, die zegt: "Ja, het is gewoon de waarheid." Het is zo waar; dat is zo'n rijkdom wat je vindt in Hem.⟨/p> ⟨p>Bovendien... en al het andere. Ja, hoezo al het andere, denk je dan? Maar wat er ook nodig is, daar zal in voorzien worden. Dat is een heel mooi, relaxed leven. Daar geloof ik heilig in. Dat is wat we mogen kennen. Goed, nu even teruggaan naar dat in Zacharia 14. Het ging natuurlijk om dat wij met Hem zullen worden gemanifesteerd in heerlijkheid. Dat gebeurt t.z.t., op het moment dat de tijd daar is.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-12" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3888" title="Speel af vanaf 01:04:48">▶ 01:04:48⟨/button> ⟨span>Conclusie: Dood Dan de Leden Die op de Aarde Zijn⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Goed, dan gaan we nu naar vers 5. Daarmee vangt er ook een nieuwe passage aan als u in uw Bijbelvertaling kijkt; een nieuwe pericoop. En dat is terecht, want Paulus gaat nu namelijk een conclusie trekken. In het vijfde vers wil ik meteen al even goed inzoomen op een paar woorden, want daar zou je zomaar overheen lezen: "Doodt dan de leden die op de aarde zijn." Let op, er staat: "Doodt dan de leden." Dat is een conclusie. Er staat niet: "Maar dood de leden."⟨/p> ⟨p>Deze toelichting heeft op zich weer een toelichting nodig. Waarom? Ik heb namelijk te veel preken gehoord in mijn leven – predicaties waarin het zo wordt voorgesteld als het gaat over de wandel. Dan wordt er gezegd dat wij in Christus volmaakt zijn in onze positie, en dat wordt dan onderschreven, voor zover men dat kent. "Maar," krijg je dan, "daar heb je ook nog de praktijk. Denk erom, het is allemaal prachtig, maar je moet wel de leden doden die op de aarde zijn."⟨/p> ⟨p>Ik kom nog op diverse van die woorden terug, maar het gaat me nu even om dat woordje 'dan'. Het is niet 'maar', het is 'dan'. Wat is het verschil? 'Maar' is een tegenstelling. Het is niet zo van: "Ja, dat is allemaal prachtig, maar daar staat wel wat tegenover dat wij moeten doen." Als je dat denkt en vanaf vers 5 op die manier de tekst binnenstapt, dan ben je op voorhand al ontspoord. U weet hoe ernstig dat is; als je meteen de wissels fout zet, dan ga je helemaal de mist in. Het is hier niet 'maar', het is 'dan'. Dat wil zeggen dat het een conclusie is; het volgt eruit. Het is geen tegenstelling. Paulus zegt: "Aangezien dit zo is, doodt dan." Het is de consequentie, gewoon het logische gevolg ervan. Het is geen tegenstelling, maar logica.⟨/p> ⟨p>Ik moet hier nog meer over zeggen, over dat eerste woord: "Doodt dan de leden die op de aarde zijn." Doodt dan... Ja, ik zat er namelijk ook al aan te denken terwijl jij dat zegt, maar ik zou zomaar een ezel zijn als ik daar nu op in zou gaan. Die ezels die op zoek waren, die waren nog kwijt ook. De ezelinnen van Saulus, u weet wel, Saul... dat was "do-dan". Nou goed, dit moet misschien maar van de band gewist worden, want het heeft er helemaal niets mee te maken. Nee, hij zegt: "Doodt". Kijk.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-13" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4109" title="Speel af vanaf 01:08:29">▶ 01:08:29⟨/button> ⟨span>Versterven in Plaats van Actief Strijden⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Er staat dit Griekse woord in deze interlinear van het bijbelprogramma ISA, de Interlinear Scripture Analyzer. André de Mol, die momenteel hier niet aanwezig is omdat hij door ziekte was verhinderd, heeft dat programma prachtig gemaakt. Er zit ook een 'concordant view' in en dan kun je hier gewoon op inzoomen; dan krijg je zo’n plaatje te zien. Prachtig. Als je echt de dingen zoekt die boven zijn en bezig bent met de Schrift, dan is dat een prachtige zoekfunctie.⟨/p> ⟨p>Griekse en Hebreeuwse woorden in de Bijbel hebben allemaal een code, een codenummer. Dat is makkelijk als je de Griekse taal niet spreekt, dan is het handig om die code te gebruiken. Dat noemen ze Strong-nummers. Dit woord heeft een code, dat is Strong-nummer 3499. Waarom zeg ik dat nou? Dit woord komt drie keer voor, in verschillende grammaticale vormen. Ik ga het niet ingewikkeld maken, maar waarom wijs ik hier nu op? Niet om interessant te doen over Grieks of over grammatica, maar om te laten zien dat dit woord hier wordt vertaald met 'dood', maar die twee andere keren wordt het vertaald met 'verstorven'.⟨/p> ⟨p>Dat gaat de ene keer over Romeinen 4 en de andere keer over Hebreeën 11. In beide gevallen gaat het trouwens over Abraham. Hij was 'verstorven', staat er. Dat is nou zo leuk, want dat zet ons meteen op het spoor. Bij 'verstorven' denk je niet aan iemand die gedood of vermoord is. In het geval van Abraham was hij 'verstorven' in de zin dat hij niet meer in staat was, hij was impotent. Zijn lichaam was als man bezig te versterven of was verstorven; hij was niet meer in staat tot verwekking. Dat betekent niet dat hij gedood was of zo, of vermoord. Het leven was eruit in seksueel opzicht. Dat is de betekenis.⟨/p> ⟨p>Zou men het hier consequent hebben vertaald met het werkwoord 'versterven', dan zou er hier dus staan: 'versterven'. Maar het staat in de actieve vorm: niet 'verstorven zijn', maar 'doe versterven'. Ik zie sommige mensen nu denken: 'Versterven, dat is inderdaad heel erg krom Nederlands, waar wil je nou naartoe?' Kijk, dit versterven is wat anders dan zomaar doodmaken. Versterven is overlijden als gevolg van het niet toedienen van vocht en voedsel. Dat is versterven. Het idee is niet dat iemand vermoord is, maar het is versterven; er wordt geen voedsel meer gegeven zodat het leven eruit gaat. Het krijgt geen voedsel meer. Dat is het woord wat hij gebruikt. Dus niet gewoon zomaar doodmaken, maar laat versterven, of doe versterven, of hoe je het ook maar zeggen wil, als je maar dit vasthoudt: dat het te maken heeft met versterven.⟨/p> ⟨p>Dat vond ik een enorme eye-opener die ik u bij dezen wil meegeven. Want dat betekent dus dat Paulus hier zegt: 'laat versterven'. Het is dus niet het idee van: ga met het zwaard of ga met een houwer flink strijden tegen die leden op de aarde. Nee, dat is niet wat versterven is. Dat actieve strijden is inderdaad vermoorden, dat is een actieve daad. Nee, het is juist met recht negatief, in de zin van negeren. 'Negatief' komt van het werkwoord negeren: geen aandacht geven aan.⟨/p> ⟨p>Waarom zeg ik dat? Kijk, ik zei al: dit is een conclusie, dus geen tegenstelling. Dit ligt helemaal in de lijn van wat Paulus had gezegd. Want wat had hij nou gezegd? 'Zoekt de dingen die boven zijn, waar Christus is... die ons leven is. Bedenkt dat.' Wat gebeurt er nou als je je aandacht daaraan geeft, aan de dingen die boven zijn? Dan versterven de dingen die hier op aarde zijn. Dat negeer je dan. Niet omdat je daar actief mee bezig bent; juist niet.⟨/p> ⟨p>Juist als je denkt in de termen van 'daar moeten we nou eens flink tegen strijden'... hoe vaak heb ik het niet gehoord? Het is zelfs nog een uitdrukking. Ik meen dat het in het doopformulier staat en als u een kerkelijke achtergrond hebt, een calvinistische met name, dan kent u dat wel. Volgens mij is het ook nog een lied: 'het eigen ik doden'. Maar dat is terminologie die vreemd is aan de Schrift. Die wel misschien op het eerste gezicht... je zou denken: 'Hé, ja, zoiets staat ook in Kolossenzen 3 vers 5.' Nee, dat staat er niet. Elders zegt hij: 'Houdt het ervoor dat gij dood zijt voor de zonde.' Niet: 'Probeer het te doden', want dat is namelijk het tegendeel. Dan ben je namelijk daar juist heel erg op gefocust, dan geef je daar je aandacht aan en dan geeft het alleen maar voeding.⟨/p> ⟨p>Strijden tegen de zonden in ons of strijden tegen het vlees... er zijn veel mensen die daar hun hele leven maar mee bezig zijn en het is één groot gevecht. En dat niet alleen, het is heel triest: men geeft het nog rijkelijk toe ook. Dan zeggen ze: 'Ja, ik strijd tegen de zonde, en elke dag is het weer strijden tegen de zonde en ik merk iedere keer dat ik het verlies. Maar ik ga toch morgen weer verder.' En je weet op voorhand al: ik heb weer verloren. Je zou toch een keertje moeten zeggen: 'Nou geef ik de pijp aan Maarten, ik vind het nou wel mooi geweest.' Hoe hopeloos is het om een strijd te leveren waarvan je op voorhand weet dat je hem verliest?⟨/p> ⟨p>Paulus spreekt daar helemaal niet over. Paulus spreekt over een LEVEN — en ik bedoel met vijf hoofdletters: LEVEN. Dat zoek je. We zijn volmaakt en wij leven gewoon dat leven. En dus versterven de dingen, die leden. Maar dat betekent: dat krijgt geen voeding meer, dat bedenk je niet. Dat is dus met recht negeren en daardoor versterft het. Het krijgt niet de noodzakelijke voeding, zeg maar, en daardoor versloft het — maar dat is te zwak — het versterft. Dat is wat Paulus zegt.⟨/p> ⟨p>Zo zie je hoe de dingen in elkaar grijpen. Dan begrijp je dus ook dat hij spreekt over dat laten versterven van de dingen op aarde. Dat is namelijk precies wat hij al had gezegd: als daar je leven is waar je aandacht aan geeft, dan betekent dat dat de dingen hier, die geen aandacht verdienen, dus ook geen aandacht krijgen. En dat is precies waar hij het over heeft: dus niet doden, maar laten versterven. Dat is een groot verschil. Ik ben ervan overtuigd dat Paulus helemaal niet spreekt over zo'n zwoegend leven. Een overwinningsleven is niet een leven waarbij wij strijden. Dan ben je juist een loser. Ja, echt waar, dan ben je een verliezer, op voorhand namelijk al. Wij strijden...⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-14" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4633" title="Speel af vanaf 01:17:13">▶ 01:17:13⟨/button> ⟨span>Meer Dan Overwinnaars⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Wat zegt Paulus zelfs in Romeinen 8? Wij zijn meer dan overwinnaars. Een gewone overwinnaar vind ik altijd... ik hou ervan om eraan te denken. Een gewone overwinnaar... u weet het hè, er zijn huizen die zo heten. Wij rijden er regelmatig langs, ergens op de weg naar Zoetermeer: "Zonder strijd geen overwinning". Nou, het is natuurlijk wel waar, maar ik denk dan: wij zijn meer dan overwinnaars.⟨/p> ⟨p>Christus heeft inderdaad de overwinning behaald door de strijd succesvol te strijden, maar wij zijn meer dan overwinnaars. Dat is trouwens het enige in de Bijbel waarvan ik durf te zeggen dat wij "meer" zijn dan Christus. Ja, Hij is de overwinnaar, want Hij heeft de strijd gestreden, maar wij delen in de overwinning van Hem en zijn dus meer dan overwinnaars. Want wij hebben niet eens de strijd hoeven strijden; wij delen in de overwinning zonder dat wij ook maar enig aandeel hebben geleverd in de strijd. Nou, dan ben je meer dan een overwinnaar.⟨/p> ⟨p>Normaal gesproken — ik weet niet hoe u dat hebt, maar vroeger stelde ik mezelf de vraag: hoe kan dat in 's hemelsnaam, meer dan een overwinnaar zijn? Even in sporttermen: je kunt verliezen, je kunt gelijkspelen en je kunt winnen. Maar meer smaken zijn er toch niet? Hoe kun je nou meer dan overwinnen? Nou, dat weet ik nu: namelijk door te winnen zonder dat je een strijd levert. Dat is waar Paulus het over heeft. Wij hebben de overwinning zonder dat wij ook maar enig aandeel in de strijd hebben geleverd.⟨/p> ⟨p>En zo leven wij opgewekt. Ik bedoel, je staat 's morgens op. Mooi hè, mooie term: je staat 's morgens op, je wordt gewekt en dan begin je een nieuwe dag. Zeg je dan: "Help mij in de strijd, Heere"? Nee, dan zeg ik: "Dank U wel dat U alles geeft wat ik nodig heb en dat ik voor U mag leven." En de zonde dan? Voor sommige mensen — misschien niet als u hier zo zit — is het echt abracadabra als ik zo spreek. "Dat is toch niet mogelijk?"⟨/p> ⟨p>Nee, maar dat is nu juist wel de rijkdom waar Paulus het over heeft: over werkelijk leven. De meeste mensen overleven... nou ja, zelfs dat is nog teveel gezegd. Maar het gaat om een leven inderdaad vanuit de overwinning, en dat is inderdaad vreugde. Waarbij we ook inderdaad niet meer die prestatie hoeven te behalen. Want wij danken voor het feit dat Hij Zijn werk in en door ons doet. Daar vragen wij niet om, zelfs dat niet. Je hoeft er niet eens om te vragen, want Hij belooft het. En dus dank ik op voorhand, en mogen we danken op voorhand, dat Hij dat doet. Dat zou maar eens makkelijk wezen! Ja, dat bedoel ik. Goed, nou dan gaan we nu even verder.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-15" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4828" title="Speel af vanaf 01:20:28">▶ 01:20:28⟨/button> ⟨span>De Zinloze Aardse Leden: Hoererij en Onreinheid⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Dood dan, of laat versterven, de leden die op de aarde zijn. De leden, dat is wel een leuk woord, want 'leden' is eigenlijk een anagram van 'delen'. Even goed kijken... ja, het klopt echt hoor. Leden zijn namelijk gewoon delen; namelijk dat wat deel uitmaakt van. Paulus heeft het hier niet over stoffelijke dingen, zoals onze ledematen hier op aarde die we zouden moeten laten versterven. Nee, hij heeft het inderdaad over zinloze dingen, over zondige dingen. Ik kan het aantonen, want dat gaat hij namelijk precies in het volgende zeggen. Er staat hier immers een dubbele punt, dus dat wil zeggen: laat dan versterven de dingen, de leden, dat wat typisch van deze aarde is en wat geen connectie heeft met boven.⟨/p> ⟨p>Nou, dat gaat hij nu noemen: dubbele punt. Het eerste wat hij noemt, dat is zo’n lid hier op aarde dat geen connectie heeft met boven. Dat is niet een ding, dat is ook niet een persoon, maar gewoon een abstract begrip. Maar we komen er wel erg veel tegen, want deze wereld is ervan vergeven. Daar staat namelijk dit woord 'hoererij'; in het Grieks staat daar ⟨em>porneia⟨/em>, waar wij natuurlijk direct ons woordje 'porno' in herkennen. 'Porno' komt uit het Griekse ⟨em>porneia⟨/em> en betekent inderdaad hoererij. Het heeft trouwens te maken met koopwaren, met verkopen, letterlijk. Trouwens, dat weten wij eigenlijk ook wel, want een hoer is een vrouw die haar lichaam verkoopt. Maar dat heeft een wat bredere betekenis; het is niet alleen maar letterlijk verkopen, maar gewoon je lichaam als koopwaar zien of behandelen of weggeven. En het idee is dat je het weggeeft als ware het koopwaar, alsof je het zomaar weer kunt inwisselen.⟨/p> ⟨p>Waarom zeg ik dat nou zo? Omdat de Bijbelse gedachte... laat ik meteen een vers noemen: 1 Korinthe 6 vers 16. Die vind ik wel heel sterk, even ter toelichting van dit begrip. Weet wel dat Paulus dat in een bepaalde context zegt, maar ik grijp eventjes naar dat zestiende vers. Dan zegt hij: "Of weet gij niet..." – dus hij gaat ervan uit dat we daarvan op de hoogte zijn – "...dat wie zich aan een hoer hecht, één lichaam met haar is?" Dat wil zeggen: wie seksuele gemeenschap heeft met een hoer – of je daar nou voor betaalt of niet – het idee is dat je seksuele gemeenschap hebt met iemand, wat betekent dat je dan één lichaam bent met een ander. Dat is ook wat 'gemeenschap' eigenlijk betekent: de twee worden één. Letterlijk dus: gemeenschap. Nou, zegt hij: wie zich aan een hoer hecht, die wordt één lichaam met haar, want, zegt hij, "die twee zullen tot één vlees zijn".⟨/p> ⟨p>En dan beroept Paulus zich op, of verwijst hij naar de eerste hoofdstukken van Genesis: Adam en Eva. Eva, die uit Adam voortkwam; het 'één vlees' zijn. Het punt is dat – niet alleen bij Paulus, maar in het algemeen – vanaf den beginne de gedachte is dat wat 'één vlees' is, inderdaad bestemd is om één vlees te zijn voor het leven. Dat kun je niet als koopwaar weer inwisselen. Nee, seksuele gemeenschap is voor het leven. Hoe was het ook alweer? Wat God samengevoegd heeft, wat één vlees is... wat God samengevoegd heeft, dat scheide de mens niet. En dat is wat het probleem of het punt is met hoererij: dat die eenheid ongedaan gemaakt wordt en waarbij het lichaam feitelijk als koopwaar wordt gezien. Terwijl de gedachte in de Bijbel juist is: het is eenheid. Het is een uitbeelding ook van trouw, van een eenheid die onverbrekelijk is.⟨/p> ⟨p>Nou, daar is meer over te zeggen dan dat ik nu even doe, maar ik wilde het toch eventjes toelichten, want Paulus schrijft dus als eerste over hoererij. Het is eigenlijk een beetje een containerbegrip, zoals dat heet. Want in Mattheüs 5 gaat het bijvoorbeeld ook over overspel, maar ook incest in 1 Korinthe 5 valt allemaal onder het kopje hoererij, ⟨em>porneia⟨/em>. Je lichaam dus eigenlijk als koopwaar zien of behandelen, terwijl het in de Schrift juist te maken heeft met 'één vlees' zijn voor het leven.⟨/p> ⟨p>Afhankelijk... ja, wat je zegt is leuk, maar dat was voor Israël ook heel feitelijk en concreet. Want heel vaak, met name in de profeten, lees je dat als Israël andere goden achterna ging... de profeten stonden er vol van, ik zou er talloze voorbeelden van kunnen geven. Dan wordt dat hoererij genoemd: "Gij hoereert met andere goden." Waarom wordt dat zo geformuleerd? Wel, Israël was de vrouw van God. Gehuwd. Er was een huwelijksverbond gesloten; er was ook een echtelijke woning. Israël, zo wordt het allemaal vergeleken: er was een woning en de man en de vrouw... er was zelfs een bruidsschat betaald voor Israël. En Israël had ook het ja-woord gegeven aan de man. En dan lees je dat Israël getrouwd is met de Man, de HEERE Zelf. Dat betekent dus dat als ze andere goden naliep, dat hoererij was. Afgoderij is daarmee hetzelfde; voor Israël was dat hetzelfde als hoererij. Ze liepen namelijk andere goden na, andere 'mannen' na, terwijl ze het eigendom was van de Man. En dat is hoererij.⟨/p> ⟨p>Over de positieve betekenis van seksualiteit, daar gaat het nu helemaal niet om. Het punt is nu even dat Paulus dit woord zo noemt, want de wereld is inderdaad vergeven hiervan, van ⟨em>porneia⟨/em>. En hier wordt nog iets gebruikt, een woord dat daar ook wel aan gelinkt is, namelijk: onreinheid. Hoewel – en ik heb expres even deze ⟨em>concordant view⟨/em> erbij gegeven – dit woord komt tien keer voor in het Nieuwe Testament en het wordt inderdaad altijd vertaald met 'onreinheid', ook in de NBG, en één keer met 'onzuiver'. Dat vond ik wel een ontdekking, of in ieder geval opvallend, want dat is eigenlijk wat onrein ook is. Dat kan seksueel zijn, maar dat hoeft niet per se. Bij onreinheid denken wij vaak meteen aan het seksuele, omdat we nu eenmaal in die termen denken, maar het is breder: het is onzuiver. Seksualiteit is heel vaak onzuiver, maar dat hoeft niet per se. Alles wat niet zuiver is, valt onder dit kopje, onder die categorie: onzuiver.⟨/p> ⟨p>En dan staat er nog bij: hartstocht. Voordat ik naar die andere ga: hartstocht wordt in één adem genoemd met boze begeerte. Het gaat hier natuurlijk over ⟨em>boze⟨/em> hartstocht. Hartstocht op zich is uiteraard niet verkeerd, evenmin als begeerte op zich fout is, maar het gaat hier over die boze hartstocht. Dit woord wat hier gebruikt wordt, daar komt ons woordje 'passie' vandaan; het komt trouwens uiteindelijk ook uit het Grieks. Maar passie heeft in onze taal aan de ene kant te maken met lijden – de passiebloem, de passiespelen, ⟨em>The Passion⟨/em> – dat is lijden. Maar het is ook inderdaad liefde, hartstocht. En die verwantschap tussen passie – dat wil zeggen lijden – en hartstocht en liefde vind ik trouwens wel heel eigenaardig en opvallend. Op de een of andere manier geeft dat woord al aan dat liefde en lijden met elkaar te maken hebben.⟨/p> ⟨p>Ik geef het zomaar even door als gedachte, omdat ik nu hier dit plaatje laat zien. Hier gaat het natuurlijk uiteraard over hartstocht die onzuiver is. Er wordt ook nog gesproken over boze begeerten. Dat kan ook van alles zijn; boze begeerten, het haken naar dingen die gewoon niet goed zijn, die kwaad zijn.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-16" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="5441" title="Speel af vanaf 01:30:41">▶ 01:30:41⟨/button> ⟨span>Hebzucht Is Afgoderij⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En er wordt dan nog iets bijgezegd: "en de hebzucht, die niet anders is dan afgoderij". Daar hadden we het zojuist al even over. Maar weet u wat trouwens wel opmerkelijk is? Dat dit woord hebzucht in het Grieks letterlijk "meer-hebben" betekent. Ja, eigenlijk vind ik dat het woord hebzucht daarmee heel treffend getypeerd is. Wat is hebzucht? Hebzucht wil zeggen: je wilt meer en meer en meer hebben. Het is nooit genoeg. En als ik er dan aan denk dat die andere regel er ook nog bij betrokken wordt, dan kom je zomaar op mammon terecht.⟨/p> ⟨p>We hadden het net over ⟨em>porneia⟨/em>, maar als we het hebben over afgoderij en "meer-hebben", dan is ook dat zo typerend voor een wereld die leeft in de duisternis. Een wereld die niets beters heeft en zich daarin dus inwentelt, altijd maar meer willen hebben en nooit genoeg hebben. Wat een rust heb je dan als je weet dat er Eén is die voorziet, die je geeft wat je nodig hebt. Dan heb je genoeg.⟨/p> ⟨p>Dat is ook de definitie die ik altijd hanteer; ik geef hem zomaar even aan u door en daarmee wil ik ook afsluiten. Rijk zijn heeft niets te maken met een bepaald bedrag dat je bezit of met stoffelijke bezittingen. Rijk is degene die genoeg heeft. Niemand is rijker dan degene die genoeg heeft. Er zijn mensen die miljoenen op de bank hebben en toch niet genoeg hebben. En er zijn ook mensen die alleen maar een tafel, een stoel, een dak boven hun hoofd en dagelijks een bordje eten hebben, en die genoeg hebben. Gewoon genoeg hebben.⟨/p> ⟨p>Natuurlijk komt dat omdat ze het geheim van het echte leven kennen. Dan ben je rijk. Heel wat rijker dan wanneer je miljoenen hebt en altijd maar meer wilt hebben. Paulus zegt dat dit in wezen afgoderij is, want dan ken je de God niet die voorziet en die geeft wat nodig is. Niet zo heel ver zijn we vandaag opgeschoten, maar dat had ik al voorzien. Ik stel voor dat we deze avond nog zullen afsluiten met dankgebed.⟨/p>