⟨h3 id="hoofdstuk-1" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="0" title="Speel af vanaf 00:00">▶ 00:00⟨/button> ⟨span>Introductie en Terugblik op Kolossenzen 1:15-20⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Goed, we gaan de studie vervolgen op deze inmiddels vijfde avond. Wat dit seizoen betreft is het de een-na-laatste Bijbelavond. Over twee weken volgt de laatste en dan zullen we – maar dat hoort u te zijner tijd nog wel – in september weer een nieuwe cyclus gaan starten. Daarover heb ik eigenlijk nog niet zo goed nagedacht in hoeverre dat ook mogelijk is. In elk geval is dat nu de planning.⟨/p> ⟨p>Dan gaan we uiteraard weer verder met de Kolossenzenbrief, want daar zijn we voorlopig nog niet mee klaar. We hebben inmiddels vier avonden erop zitten en we zijn pas bij vers 20 van het eerste hoofdstuk aangekomen. Dus erg snel gaat dat niet. Maar goed, dat maakt ook niet uit; wij hebben geen haast, we geloven immers, nietwaar? En zij die geloven, hoe was het ook alweer? Die haasten niet.⟨/p> ⟨p>We gaan niet iedere keer beginnen met het voorlezen vanaf vers 1, want dat wordt natuurlijk een steeds langere pericoop. Ik stel voor dat we nu beginnen te lezen vanaf vers 15; dat is het gedeelte dat we de vorige keer hebben besproken. Daar staat het, en dan gaat het hier uiteraard over de Heer Jezus Christus, of zoals Hij hier geïntroduceerd wordt in dit gedeelte: de Zoon van Gods liefde. Dat is een uitdrukking waar we ook bij stil hebben gestaan.⟨/p> ⟨p>Hij is het beeld van de onzichtbare God – 'de onzienlijke', staat er letterlijk – de eerstgeborene van de ganse schepping. Want in Hem zijn alle dingen geschapen die in de hemelen en op de aarde zijn, de zichtbare en de onzichtbare, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten. Alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen. En Hij is vóór alles, en alle dingen hebben hun bestaan in Hem.⟨/p> ⟨p>Hij is het hoofd van het lichaam, de gemeente, de ⟨em>ekklesia⟨/em>. Hij is het begin, de eerstgeborene uit de doden, zodat Hij onder alles de eerste geworden is, of letterlijk: de eerste zou zijn. Want het heeft de ganse volheid behaagd in Hem woning te maken en door Hem vrede gemaakt hebbende – letterlijk staat er: 'vredemakend', zonder horizon, vredemakend door het bloed van Zijn kruis – het al, ⟨em>ta panta⟨/em>, weder met Zich te verzoenen door Hem, hetzij wat op de aarde, hetzij wat in de hemelen is. Dan zijn we inmiddels aangekomen bij het 21ste vers.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-2" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="178" title="Speel af vanaf 02:58">▶ 02:58⟨/button> ⟨span>De Kolossale Hoop: de Verzoening van het Al⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Misschien is het goed om nog even aan te haken bij het laatste vers, al was het maar omdat ook vers 21 daarop voortborduurt. Vers 21 begint namelijk zo: "Ook u, die eertijds vervreemd en vijandig gezind waart... heeft Hij thans weder verzoend." Vers 20 is, ik mag wel zeggen, een van de grote bergtoppen, om niet te zeggen de hoogste bergtop. Je moet altijd uitkijken met zulke termen, want waar vergelijk je het mee? Maar goed, ik noem dit — dat is mijn privévoorkeur om het zo te noemen — de kolossale hoop die beschreven wordt in de Kolossersbrief: de verzoening van het al.⟨/p> ⟨p>Daar wordt hier over geschreven en het is die uitdrukking die Paulus notabene zelf optekent. In het Grieks schrijft hij ⟨em>apokatallaxai ta panta⟨/em>. Waarom zeg ik dat? Omdat dat letterlijk de totale verzoening van het al betekent, waar ons woord alverzoening van afgeleid is. En dan te bedenken — en dat wil ik dan toch graag nog even gezegd hebben — dat deze uitdrukking binnen de orthodox-christelijke wereld, door hen die toch claimen de erfgenamen te zijn van de Bijbelse boodschap, een vloekwoord is geworden. Terwijl het juist de ultieme hoop van het evangelie is, een uitdrukking waar we vanavond trouwens ook nog bij zullen arriveren, daar ben ik zeker van: de hoop van het evangelie.⟨/p> ⟨p>De verwachting die getekend wordt, is dat God vrede maakt. Hoe doet Hij dat? Door het bloed van het kruis. Wat betekent dat? Wel, God laat door dat kruis heen demonstreren dat geen vijandschap zo groot is of Zijn liefde triomfeert over dat alles. Zelfs de meest lage vorm van vijandschap, zelfs de meest afschuwelijke uiting daarvan, trotseerde Hij. Want drie dagen nadat Hij gekruisigd werd door de wereld, deed God Zijn Zoon opstaan voor diezelfde wereld, voor de moordenaars van Zijn Zoon.⟨/p> ⟨p>En Hij belooft door Hem — zo wordt het ook benadrukt: door Hem, door het bloed van Zijn kruis — alle dingen weder met Zich te verzoenen. Door Hem, dat wil zeggen door die Zoon die gekruisigd is, gaat God vrede maken aan het al. Aan al die moordenaars van Zijn Zoon, de wereld, en wie zij ook zijn: God geeft hen het leven. Daarbij bewijst God inderdaad Zijn liefde die zelfs de grootste vijand bereikt en kan overwinnen.⟨/p> ⟨p>Dat is die totale verzoening. Feitelijk is Paulus zelf daar ook een embleem van. Hij noemt dat in zijn brieven ook verschillende keren zo, dat aan hem genade is bewezen juist om een voorbeeld te zijn. Al was er één vijand ooit van die Zoon van David die aan het kruis genageld is, dan was hij het wel. En heeft hij voor Jezus gekozen? Nee, zeg ik dan op z'n 'Pols'. Ik geef elke avond 'Polse les', dus ik zeg dit heel vaak en ik hoor het ook heel vaak, dus pardon: nee, hij heeft niet voor Jezus gekozen. Integendeel, hij werd gegrepen. Hij zegt in de Timotheüs-brief: "ik werd overweldigd". Dat is het woord wat hij gebruikt: overweldigd door Zijn genade. Hij kon geen kant meer op. Zo werkt God. God heeft hem veranderd van een vijand in een liefhebber.⟨/p> ⟨p>Dat gaat gebeuren met het al. U moet zich realiseren dat die uitdrukking 'alle dingen', of in het Grieks ⟨em>ta panta⟨/em>, 'het al', een uitdrukking is die vanaf vers 15 al heel wat keren is gepasseerd. God heeft het al gemaakt en daarbij had Hij de Zoon in beeld. En door Hem en tot Hem zijn alle dingen. Iedere keer is het 'alle dingen', 'het al'. En dan staat er hier uiteindelijk voor de laatste keer in vers 20 datzelfde 'het al'. Dus de hele schepping, of het nu het hemelse betreft of het aardse, kortom: de hele schepping zal bereikt worden met die verzoening. Dat wil zeggen, die hele vijandige en vervreemde wereld. Wie ze ook zijn en waar ze zich ook bevinden, ze zullen allemaal overwonnen of gewonnen worden voor Zijn liefde. Het al.⟨/p> ⟨p>Dat is de hoop van het evangelie. Ik vind het de meest grandioze verwachting die je maar kunt denken. Waarom? Omdat het dus totaal niets te maken heeft met ons, met onze medewerking of met onze tegenwerking evenmin. Het staat er los van; God doet dit. Het is ook op die manier dat het hier naar voren gebracht wordt: God gaat door Hem, of God maakt door Hem, vrede. Hij doet dat. En wie betreft dat? Wel, het totaal, het al. Dat is toekomst.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-3" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="523" title="Speel af vanaf 08:43">▶ 08:43⟨/button> ⟨span>Verzoening: de Vijand Wordt een Vriend⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Maar dan staat er vervolgens in vers 21, en daar zijn we nu dus aan toegekomen: "Ook u die eertijds vervreemd en vijandig gezind waart blijkens uw boze werken, heeft Hij thans weder verzoend." Het is allemaal een beetje oud-Nederlands, maar daar moet je even doorheen prikken. Trouwens, dat doe je vanzelf wel als je echt gaat inzoomen op de zinsdelen zelf; dan kom je vanzelf wel op het spoor.⟨/p> ⟨p>Maar even dat woord 'verzoend' hier. Ik vind het van belang om dat nog eens te onderstrepen. Ik heb het de vorige keer al aangegeven, maar ik wil het nu ook echt bewijzen, omdat dit vers zich daar uitstekend voor leent. Wat is verzoening? Verzoenen betekent niet het vereffenen van schuld. Ja, ik weet dat dit een heel hardnekkig misverstand is en dat heeft ook weer te maken met de vertalingen waarmee we zitten. Maar de Bijbel laat zien dat zonden of schuld worden bedekt. In het Hebreeuws is dat Kippur, of Kiper hoe je het ook maar zeggen wilt; we kennen dat nog van het woordje Jom Kippur. Maar Kippur betekent eigenlijk gewoon 'bedekken'. Zonden worden bedekt, maar vijanden worden verzoend. Dat is een compleet ander woord; het heeft er niets mee te maken.⟨/p> ⟨p>De ellende van onze vertalingen – vooral in het Nederlands trouwens – is dat twee totaal verschillende woorden, zowel in het Grieks als in het Hebreeuws, met één vertaalwoord zijn weergegeven: verzoenen of verzoening. De mens spreekt dan over de 'verzoening van zonden', maar dat is een heel ander woord dat te maken heeft met bedekken. Dat is dus iets heel anders. Verzoenen is precies wat het in het Nederlands ook is: het betekent dat vijanden vrienden worden. Dat is wat verzoenen is en dat zie je ook in dit vers heel duidelijk, want er staat: "Ook u die eertijds vervreemd en vijandig gezind waart." Dat zijn gradaties. Je kunt vervreemd zijn – we waren vervreemd van elkaar, maar bovenal van God. Hij was een vreemde voor ons, of we waren Hem zelfs vijandig gezind.⟨/p> ⟨p>In het kader daarvan is de mens religieus geworden, omdat men denkt dat God gepleased moet worden en God benaderd moet worden, zodat Hij vriendelijk gezind zou zijn ten opzichte van ons. En daarvoor moeten wij van alles doen; dat is religie. Wij zouden God moeten naderen. Het evangelie staat daar haaks op, want niet de mens moet naderen tot God, maar God nadert tot ons. Hij komt tot ons. Maar even bij de les blijven: het gaat dus over vijanden of vervreemden die worden verzoend. Niet zonden worden verzoend, zonden worden bedekt. Vijanden worden verzoend.⟨/p> ⟨p>Wat betekent het dat vijanden worden verzoend? Een vijand is dan geen vijand meer, maar is een vriend geworden. Als er sprake is van een conflict, wat is dan nodig? Dat er verzoening tot stand gebracht wordt; dat de strijdende partijen weer 'on speaking terms' komen. Dan is er nog geen verzoening trouwens, maar er wordt weer vrede gemaakt. Ik moet er trouwens bij zeggen: God is nooit een vijand geweest. Ook dat is een heel hardnekkig misverstand: dat God verzoend moest worden of dat God Zich verzoende. Als het gaat over dit onderwerp – en helaas is dit niet het enige onderwerp waarbij sprake is van een opeenstapeling van misverstanden – God is nooit verzoend. God heeft Zich niet verzoend met de wereld om de doodeenvoudige reden dat Hij nooit een vijand was. De wereld was vervreemd en vijandig gezind, en wat God doet: Hij heeft dat kruis in deze wereld laten zetten. Hij heeft Zich dat allemaal laten welgevallen om daarmee vrede te maken. Om daardoor vrede te maken; zo staat het er.⟨/p> ⟨p>Verzoening heeft dus te maken met vijandschap. Het is trouwens wel grappig, want in het Grieks is dat woord verzoenen katallasso. En dat alasso betekent 'veranderen'. Dat is gewoon het werkwoord veranderen. En dat is wat verzoenen ook betekent: wezens, schepselen, creaturen, mensen worden veranderd. Het is een groot misverstand, ook in verband met het onderwerp dat ik net even aansneed in verband met vers 20. Bij die alverzoening denkt men namelijk heel dikwijls – ook mensen die in alverzoening geloven, of sterker nog: juist de mensen die dat geloven – aan een soort generaal pardon. God zou zeggen: "Nou, alle schuld, alles wat jullie misdaan hebben, dat reken ik jullie niet meer aan." Dan zou die alverzoening betekenen dat God het allemaal vergeeft. Maar met alle respect: dat heeft niets met verzoening te maken. Nou ja, 'niets' is te veel gezegd, want natuurlijk is het waar dat God dat niet aanrekent, maar dat is niet wat verzoening ís.⟨/p> ⟨p>Verzoening wil zeggen dat een vijand niet langer meer een vijand is. Daaraan zie je dus ook de dwaasheid in een zin als: "Ja, die verzoening, dat zal wel waar wezen, maar een mens moet wel geloven, of een mens moet zich wel bekeren, of een mens moet wel veranderd worden." Waarom is dat dwaasheid? Omdat dat namelijk al in dat woord besloten ligt. Verzoening betekent juist dat die vijand tot een vriend gemaakt wordt. Dat zie je dus hier ook, want hier staat: "Ook u die eertijds vervreemd en vijandig gezind waart blijkens uw boze werken, heeft Hij thans weder verzoend." Dus die vijanden zijn veranderd in vrienden.⟨/p> ⟨p>Let daarbij trouwens ook op dat woordje 'thans'. Wat is de tegenstelling? Wel, in vers 20 werd gesproken over dat 'het al' door het bloed van het kruis verzoend zal worden. Dat wil zeggen: waar er ook vijanden zijn of vervreemde schepselen in de hemel – want daar zijn er ook velen, legioenen – maar ook op aarde, de ganse mensheid; waar er ook vijandschap is of vervreemding, door het bloed van het kruis is daar de garantie dat er vrede zal komen voor elk schepsel. Dat wil zeggen: elk schepsel zal worden veranderd in een liefhebber van God. Ja, dat is typisch werk dat God ter hand moet nemen, want dat is geen mensenwerk. Wij worden ook verzoend, wij verzoenen niet onszelf. Dat zie je ook hier: "Heeft Hij thans weder verzoend." Dat is dus iets wat je ondergaat. Hij neemt jouw vijandschap weg, zodat je hart open gaat voor Hem. Daarin ben je dus lijdend voorwerp; dat doet Hij aan je. Zoals dat staat in Romeinen 5: "Hij heeft de liefde Gods in onze harten uitgestort." Ook daar weer diezelfde gedachte: Hij overweldigt met Zijn liefde, zodat elk greintje van vijandschap of vervreemding dat er zou kunnen zijn, wordt weggenomen en plaatsmaakt voor vrede, voor liefde en voor volkomen harmonie.⟨/p> ⟨p>Maar de tegenstelling is: wij die nu geloven, zijn thans verzoend. Dat wil zeggen: niet langer vervreemd, niet langer vijandig gezind. Dat wat ons nu is overkomen – ik ga er gemakshalve vanuit dat we hier allemaal liefhebbers van het Woord zijn die overweldigd zijn door die liefde Gods – wij zijn thans reeds weder verzoend. Maar dat wat ons nu is overkomen, is het lot van elk vijandig en vervreemd creatuur, hetzij in de hemel en hetzij op de aarde. Hoe kan een boodschap die zo duidelijk zwart-op-wit staat opgetekend, zo onder de tafel zijn geveegd? En zo niet alleen verzwegen, maar zo verguisd, zo verkeerd, wat zeg ik: zo vervloekt? Terwijl het het hoogtepunt is van de liefde Gods, van de prediking van het evangelie, van dat goede bericht. Dat woordje 'thans' betreft... en dan nog even een woord...⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-4" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1118" title="Speel af vanaf 18:38">▶ 18:38⟨/button> ⟨span>Apokatalasso: Wederverzoening in de Breedste Zin⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Dat moet ik er ook even uitlichten: dat 'wederverzoend'. Dat moet ik echt even toelichten. Vorige keer ben ik daar naderhand al even op aangesproken met de kritische notitie van: "Joh, jij hebt er helemaal niks over gezegd." Nou, dat maken we dan bij dezen alsnog even goed. Kijk, dat woord 'wederverzoend' suggereert in het Nederlands dat we al eens een keertje eerder verzoend zijn. Hij heeft ons 'wederverzoend'; we waren verzoend, toen is het misgegaan en toen heeft Hij ons weer verzoend. Nu denk ik niet dat iemand die gedachte echt heeft, maar strikt genomen, als je die tekst leest en je weet even van niks, zou je dat daaruit afleiden.⟨/p> ⟨p>Het punt is dat dit sowieso niet de gedachte is. Paulus gebruikt hier een woord dat in de hele Griekse literatuur volstrekt onbekend is. Dat is echt waar wat ik nu zeg: nergens in de Bijbel tref je het verder aan, maar ook niet in de buitenbijbelse geschriften. Er zijn bibliotheken vol Grieks bewaard gebleven die nog beschikbaar zijn, maar het woordje dat Paulus hier gebruikt, komen we nergens tegen. Het is een nieuw woord van Paulus. Dat woord 'verzoenen' op zich wel, dat is een bekend begrip; het wordt altijd gebruikt in verband met conflicten, vijandschap of vervreemding. Maar hij gebruikt het woord ⟨em>apokatalasso⟨/em>.⟨/p> ⟨p>Daar zit een voorzetsel bij, ⟨em>apo⟨/em>, wat 'vanaf' betekent. Men heeft dat dan weergegeven met 'wederverzoenen', maar dat is lastig hoor, want het is eigenlijk 'vanaf verzoenen' of 'afverzoenen'. Het duidt op een totale verzoening. Kijk, verzoening wil normaal gesproken zeggen dat er tussen conflicterende partijen vrede tot stand wordt gebracht. Dat kan trouwens ook eenzijdig zijn; dat is in dit geval ook zo. God was niet vijandig naar de wereld toe, dat zagen we ook in vers 20 — dan moet ik het even goed doen — door Hem, vredemakend door het bloed van Zijn kruis, alle dingen weder met Zich te verzoenen. Niet ⟨em>Zich⟨/em> met de wereld, nee: ⟨em>alle dingen⟨/em> met Zich te verzoenen.⟨/p> ⟨p>Dat ⟨em>apokatalasso⟨/em> duidt op een totale verzoening. Niet alleen verticaal, maar ook horizontaal. Ik zal dat moeten toelichten, want het woord dat Paulus hier gebruikt, komen we nergens tegen behalve in de brieven die hij heeft geschreven vanuit de gevangenis. Dat wil zeggen: een drietal keren. Twee keer hebben we inmiddels al te pakken gehad. In Kolossense 1 vers 20 gebruikte hij het over de wederverzoening van het al. Nu, hier in vers 21, gebruikt hij het ook: "Ook u, die eertijds vervreemd en vijandig gezind waart blijkens uw boze werken, heeft Hij thans weder verzoend." En dan vervolgens nog in Efeze 2 vers 16. Met name dat gedeelte is wat dat betreft heel verhelderend over wat hij nou precies bedoelt met die versterking.⟨/p> ⟨p>Waarom gebruikt Paulus zo'n uniek woord? Een woord dus dat nergens verder bekend is. Je mag niet zeggen dat Paulus dat zelf bedacht heeft — uiteraard heeft hij dat niet zelf bedacht — maar het is in ieder geval een woord dat uitsluitend bij hem aangetroffen wordt om daarmee uitdrukking te geven aan zo'n met recht kolossale waarheid, waarvoor een woord geconstrueerd moest worden dat niet beschikbaar was. Heel frappant.⟨/p> ⟨p>Laten we eens naar Efeze 2 vers 16 gaan, zonder ons nu in de details van dat gedeelte te verliezen. Het gaat even om de betekenis van dat woordje ⟨em>apokatalasso⟨/em>. Het gaat daar over de Heer Jezus Christus: "Hij is onze vrede, die de twee één heeft gemaakt en de tussenmuur, die scheiding maakte, weggebroken heeft." Dat moet ik even toelichten: met 'de twee' gaat het over Jood en heiden. De tussenmuur is de wet; de wet maakte scheiding tussen de Jood en de niet-Jood. Die stond tussen hen in en dat was ook vijandschap. Die vijandschap heeft Hij weggebroken om in Zichzelf, vredemakende, de twee — Jood en heiden — tot één nieuwe mens, tot één nieuwe mensheid te scheppen.⟨/p> ⟨p>God maakt een hele nieuwe creatie, een nieuwe formatie, en dan gaat het over het lichaam van Christus. Dat is een hele nieuwe constructie, als ik het zo mag zeggen. Een hele nieuwe formatie waarbij het hele onderscheid tussen Jood en heiden totaal niet meer ter zake doet. De wet is afgebroken en speelt geen rol meer in dat lichaam. En dan staat er in vers 16: "...en de twee, tot één lichaam verbonden, weder met God te verzoenen door het kruis." Hier zie je ook weer hoe God dat doet, namelijk door het kruis, waaraan Hij de vijandschap gedood heeft.⟨/p> ⟨p>Nogmaals, het gaat me nu even niet om de precieze betekenissen die in dit gedeelte liggen opgesloten, het gaat mij puur om dit woord 'wederverzoenen'. Het punt is namelijk dat hier niet alleen sprake is van verzoening van de mens naar God toe. Kijk, de mens is vervreemd van God of vijandig tegenover God, dat is één ding. Maar de verzoening die God tot stand brengt, ⟨em>apokatalasso⟨/em>, is niet alleen verticaal, maar ook horizontaal. Dat zie je juist hier, want er was niet alleen vijandschap naar God toe, er was ook nog eens een keertje onderlinge vijandschap. Al was het maar tussen Jood en heiden, die elkaar niet verdroegen. Er was een enorme muur tussen hen in, vooral vanuit de Joodse kant, want zij konden niet in harmonie zijn met de heidenwereld. Dat was een compleet andere cultuur, een heel andere leefwereld; ze mochten zelfs niet eens samen eten. Het was vijandschap, men keek ook op hen neer. Ziet u?⟨/p> ⟨p>Er is hier niet alleen sprake van vijandschap en vervreemding naar God toe, maar ook van vijandschap en vervreemding onderling. Welnu, dat ⟨em>apokatalasso⟨/em> wil zeggen dat God een verzoening tot stand brengt die totaal is. Niet alleen verticaal naar Hem toe, maar ook waarbij alle conflict en disharmonie onderling weggedaan wordt. Dat is ⟨em>apokatalasso⟨/em>. Het is een woord dat wat arbitrair is, maar ik weet even niet hoe ik het beter moet weergeven: 'wederzijdse verzoening'. Dat wil zeggen: verzoening verticaal en verzoening horizontaal. Dat is ⟨em>apokatalasso⟨/em>, voor zover ik dat dan versta.⟨/p> ⟨p>Ik zeg dat allemaal zo stellig, maar ik ga ervan uit dat u als kritische luisteraar dat ook zo oppakt en zegt: "Nou ja, jij zegt het, ik ga in de Schrift na of het inderdaad zo is." Ik reik het u hier aan: Efeze 2 is inderdaad een schitterende illustratie, omdat het laat zien dat er zowel onderlinge vijandschap is als vijandschap verticaal. Die ⟨em>apokatalasso⟨/em> heeft betrekking op die totale vrede die God aanbrengt, verticaal en horizontaal. Dat is dat woord 'wederverzoenen'; daar zit dus heel wat meer in dan je zo op het eerste gezicht zou denken.⟨/p> ⟨p>Nog een keer dat vers lezend: "Ook u, die eertijds vervreemd en vijandig gezind waart blijkens uw boze werken, heeft Hij..." Als ik de klemtoon meteen correct neerleg, zie je ook meteen dat God degene is die dat doet. "...heeft Hij thans weder — dat wil zeggen: totaal — verzoend." Zodat er harmonie is naar God toe en we God recht in de ogen kunnen zien, maar ook zodat wij elkaar recht in de ogen kunnen zien. De vijandschap die er ooit was, die is verdwenen; er is geen enkele reden meer toe. We zijn zelfs tot één lichaam verbonden. Zo'n nauwe verbintenis heeft God aangebracht.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-5" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1707" title="Speel af vanaf 28:27">▶ 28:27⟨/button> ⟨span>Door Zijn Dood Heilig en Onbesmet voor Zich Gesteld⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En dan gaan we naar vers 22: "in het lichaam zijns vlezes". Ik excuseerde me zojuist al even voor dat Oudnederlands en dat doe ik bij dezen dan weer: in het lichaam zijns vlezes. Dit is de NBG-vertaling uit 1951. Moet u nagaan hoe de taal al verandert, want dit zijn inmiddels totaal verouderde uitdrukkingen. "In het lichaam van zijn vlees", dat is het uiteraard.⟨/p> ⟨p>"In het lichaam zijns vlezes door de dood." Ik heb dat woordje "door" in kapitaalletters gezet en bovendien onderstreept. Waarom? Omdat de nadruk juist daarop ligt. Het is dóór de dood. Dat wil zeggen: Hij is door de dood heen gegaan. Hij stierf, Hij ging in het graf en door de dood heen gaat Hij dit doen. Dat betekent dus dat er verwezen wordt naar Zijn opstanding. Als er staat dat Hij ons door de dood heiligt en onbesmet maakt, dan gaat het erover dat Hij stierf, in het graf lag en op de derde dag opstond uit de doden, zodat Hij inderdaad door de dood Zijn werk nu ook aan ons doet.⟨/p> ⟨p>Hier wordt dus feitelijk verwezen naar de opstanding. Het wordt gezegd "door de dood", maar dat duidt op het feit dat Hij de Opgestane is. Zoals we zeggen dat je door een tunnel gaat: je gaat erin en je komt er ook weer uit. Dat is de gedachte. Nou, de dood mag met recht wel een tunnel heten. Hij is inderdaad door de dood gegaan.⟨/p> ⟨p>Dan staat er vervolgens: "om u heilig...". Het gaat hier nog steeds over God; God is degene die dat doet, namelijk door de Heere Jezus Christus, door Zijn dood, om u vervolgens heilig en onbesmet en onberispelijk voor Zich te stellen. Als dat hier zo staat, dan zou je kunnen denken aan het feit dat God ons zo ziet. Dat is absoluut waar: God ziet ons volmaakt in Christus. En toch is dat hier niet de gedachte. Het gaat er hier niet over hoe God ons volmaakt ziet.⟨/p> ⟨p>Ik zeg het graag zo, en ik denk er zelf ook graag aan, dat God, die immers boven de tijd staat, ons aanziet naar wat we straks zullen zijn. Voor ons is dat nog een onbekend gebied, maar God overziet de tijden; niet alleen het verleden, maar ook de toekomst. Hij ziet ons naar wat we straks zullen zijn, en dat wil zeggen: volmaakt. Dat is toch geweldig? Zo zijn wij dan, staat er in 2 Korinthe 5, een nieuwe schepping; het oude is voorbijgegaan, zie, het nieuwe is gekomen.⟨/p> ⟨p>Toch is dat hier in de eerste plaats niet de gedachte. Het gaat hier over het feit dat God ons door Zijn Zoon heiligt, onbesmet maakt en onberispelijk voor Zich stelt. Dat wil zeggen: presenteert. Het gaat over Zijn werk dat Hij nu gewoon hier in ons leven doet.⟨/p> ⟨p>Ik moet even de tijd in de gaten houden, want voor je het weet is het zomaar weer kwart over negen natuurlijk. Mijn vrouw zit naast me, dus die corrigeert me dan wel weer. Maar over dat voor Zich stellen...⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-6" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1962" title="Speel af vanaf 32:42">▶ 32:42⟨/button> ⟨span>Het Waterbad van Zijn Woord Reinigt de Ecclesia⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Ik wil eventjes naar een andere Schriftplaats waar we een soortgelijke gedachte vinden. Ook in de gevangenisbrief, een brief die toch in veel opzichten een parallelbrief genoemd mag worden van deze Kolossense brief. Er staat in Efeze 5 — daar gaat het over de Heer Jezus Christus die Zich vandaag als de Opgestane... maar dat zijn dan weer de voorgaande verzen. Christus, de Opgewekte, heeft de ekklesia lief, het gezelschap dat rond Zijn woord samenkomt. Hij heeft de ekklesia lief en Hij geeft Zichzelf ook over.⟨/p> ⟨p>In vers 26 — nu val ik dus midden in de zin die Paulus hier formuleert — om haar, de ekklesia, die vergadering, dat wat samenkomt rond Zijn woord, om de ekklesia te heiligen, haar reinigend door het waterbad met het woord. Dan zie je meteen ook hoe God inderdaad heiligt en reinigt. Namelijk: het woord wordt hier vergeleken met een waterbad. Een prachtige en voor de hand liggende vergelijking, want er wordt hier gesproken over reinigen. En hoe reinigt Hij? Wel, door het woord.⟨/p> ⟨p>Het gaat hier trouwens niet over de individuele reiniging, maar over de ekklesia, daar waar gelovigen bijeen zijn. Het is een geweldige gedachte die juist in Efeze 5 naar voren gebracht wordt: Christus heeft de ekklesia lief. Dan kun je zeggen: dat is het totaal van alle gelovigen. Ja, dat is waar, maar waar wordt die ekklesia beleefd? Zichtbaar, concreet, gewoon waar er maar twee of drie gelovigen samen zijn rondom Zijn woord. Wat doet de Heer dan? Hij heiligt en Hij reinigt ons door dat waterbad met het woord.⟨/p> ⟨p>En dan staat erachter: "en zo zelf". Dat doet Híj hè? Het is allemaal Zijn werk. Hoe vaak heb ik dat nu al niet benadrukt, terwijl ik hier nog niet eens zo heel erg lang sta te praten? Maar ik doe dat gewoon omdat de tekst dat voortdurend zo pontificaal neerlegt: dat het Zijn werk is. Dat zie je ook hier weer. Hij is degene die de ekklesia heiligt.⟨/p> ⟨p>Ik weet wel, het wordt altijd of zo dikwijls precies andersom gezegd. De nadruk wordt gelegd op dat wíj ons moeten heiligen. Maar de Bijbel zegt het precies andersom: Hij heiligt ons en Hij reinigt ons ook. En nu zeggen we: "Het feit dat je besmet raakt en dat je verontreinigd raakt met de dingen van de wereld en in je gedachten, enzovoort..." Dat is geen probleem. Nee, ik ben er heel laconiek in. Waarom? Waarom is dat geen probleem? Omdat we een Heer hebben, we hebben een Hoofd dat Zijn lichaam, Zijn ekklesia die Hij liefheeft, reinigt. Daar is Hij voor, om het zo te zeggen. Daar geeft Hij Zich nu voor over.⟨/p> ⟨p>Je komt samen — individueel is het natuurlijk ook waar als je Zijn woord tot je neemt, dan heeft dat ook die werking — maar het gaat er juist om dat Christus de ekklesia liefheeft. Waar we tezamen zijn om elkaar ook het woord voor te houden, en zo ook samen met alle heiligen, met dank aan Efeze 3, dat te beleven. En zo zelf de ekklesia voor Zich te plaatsen, stralend, zonder vlek of rimpel. Ziet u de soortgelijke terminologie? Soms zelfs letterlijk dezelfde terminologie als hier in Kolossense 1. En zo zelf de ekklesia voor Zich te plaatsen: stralend, zonder vlek of rimpel of iets dergelijks, zodat ze heilig is en onbesmet.⟨/p> ⟨p>Dat is wat de opgewekte Heer vandaag doet aan de ekklesia. Dat wil zeggen: voor zover ze zich laat reinigen door Zijn woord, dat wil zeggen Zijn belofte. Zijn woord reinigt ons. Waarom? Omdat Zijn woord ons altijd wijst op wie Hij is. Mensenwoord wijst op de "to-do", op de "do's and don'ts", op wat wij verplicht zijn, op wat wij eigenlijk zouden moeten doen of eigenlijk niet zouden moeten doen. Dat is zo vermoeiend allemaal. Daar word je niet stralend van hoor! Weet je wat je doet stralen, wat je apart zet en wat je ook zonder vlek of rimpel maakt? Dat is niet je eigen werk. Alleen al als je dit te horen krijgt, dan maakt je dat al blij: dat Hij het is die dat gewoon aan je doet.⟨/p> ⟨p>Ook dit is een belofte. En hoe doet Hij dat? Wel, onderga dat bad maar gewoon, dat waterbad van Zijn woord. Je hebt het ook inderdaad nodig, iedere keer weer opnieuw. Als het je ontbreekt aan licht en je zegt: "Ik zou meer willen stralen", nou, daar is dat woord. En als je gehinderd wordt door de bevuilingen en bezoedelingen — hoe dat allemaal maar heten mag — van de wereld of door je eigen ervaringen, enzovoort... U weet het, u kunt er gewoon voor uzelf wel het een en ander bij invullen. Je wordt er gewoon dagelijks mee geconfronteerd, met dat wat belast. Wat heb je dan nodig? Gewoon dat waterbad van Zijn woord.⟨/p> ⟨p>En Hij doet dat. Hij wijst op wie Hij zelf is en wat Hij doet, en dat maakt stralend. Daarover gaat het hier in Efeze 5, maar ook hier in Kolossense 1. Hij, de Opgewekte, Hij stelt Zich voor. Het gaat hier dus over het werk van heiliging of reiniging zoals Hij dat in de praktijk van ons leven aan ons bewijst, voor Zich stelt en ons zo ook presenteert. Niet alleen maar abstract in de zin van hoe Hij ons ziet, nee, zoals Hij ons hier ook maakt. Dat is niet ons eigen werk, nogmaals, het is Zijn werk wat Hij doet. Hoe? Door het woord, door Zijn woord. Want alleen dat doet stralen, dat reinigt en dat doet gewoon alles wat wij gezamenlijk en individueel nodig hebben, om u heilig, onbesmet en onberispelijk voor Zich te stellen.⟨/p> ⟨p>Mensen, ik ben er zo vast van overtuigd. Het is mijn eigen beleving en ik weet zeker dat er hier velen zijn die dat duizendkoppig kunnen onderschrijven: er is niets wat boven dat woord uitgaat. Zonder dat woord ben je ook helemaal niets. Mensenwoorden stellen teleur en de wereld belast je. Dan heb ik het niet alleen over de seculiere wereld, maar vooral over de godsdienstige wereld. Misschien — ik geef toe — dat dit mijn persoonlijke ervaring is omdat ik zelf ook een godsdienstige achtergrond heb. Daar doe ik helemaal niet dramatisch over, want ik heb daar ook wel weer veel aan te danken in die zin dat je met het woord groot geworden bent. Maar er is ook zoveel belasting, zoveel misvattingen waar je mee grootgebracht wordt en misconcepties.⟨/p> ⟨p>Maar Zijn woord, dat reinigt je van al die misvattingen, van al die onzin, van al die belastingen en verontreinigingen. En het maakt je vrij, want de waarheid is: de waarheid maakt je vrij. Het neemt de zorgen van je af. Of was het alleen maar omdat je omhoog kijkt en je weet: "Hé, er is er Eén die voor mij zorgt"? De toekomst van de wereld, dat is niet onze last. Dat is gewoon Zijn belofte: "Ik maak het allemaal nieuw." Al die dingen waarvan wij denken dat het onze zorg is... de Heer neemt het van ons af. Nee, Ik zorg voor je. Vandaag zorg Ik voor je, morgen zorg Ik weer voor je. Dus: don't worry.⟨/p> ⟨p>Dat is toch heerlijk inderdaad? Be happy daarin, wees er gelukkig in. Ik kan natuurlijk wel zeggen: "Maak je nu geen zorgen", maar dat is niet wat werkt. Het heeft toch helemaal geen zin om te zeggen: "Ach, maak je geen zorgen"? Denkt u dat het nu werkelijk helpt als iemand bezorgd is en je zegt: "Ach, maak je geen zorgen"? Nou, dat klinkt wel heel empathisch en dat is ook wel sympathiek, daar niet van. Maar het werkt niet. Weet je wat wel werkt? Op het moment dat je ogen gericht worden op Iemand die voor jou zorgt. Er wordt voor me gezorgd! Kijk, dat neemt met recht een zorg van je af. "Ik ben er voor je, vandaag en morgen weer net zo." Hou je oog dan gewoon inderdaad op Hem gericht.⟨/p> ⟨p>Kijk, dat is precies wat Hij doet door dat waterbad van het woord. Dat hebben we allemaal absoluut elke dag nodig. Zoals je je elke dag ook gewoon letterlijk moet reinigen en je wast, en zoals je elke dag eet en zoals je elke dag slaapt: in de eerste plaats zijn woorden nodig.⟨/p> ⟨p>En zonder dat woord verlep je en bevuil je jezelf en anderen; je wordt alleen maar meer belast. Dat waterbad van het woord, dat is alles. Daar denk je altijd te gering over. En eigenlijk is al het andere, als we het hebben over prioriteiten, punt 72. Ik hoorde dat vroeger altijd in Aalsmeer; ik weet eigenlijk niet of dat een algemene uitdrukking was, maar zo plachten wij dat te zeggen: dat is punt 72. Daarmee bedoelden we te zeggen dat het echt pas veel later komt. Je hebt eerst het woord en daarna een hele tijd niks, en dan pas komen gewoon de dagelijkse dingen. Dat is wat telt.⟨/p> ⟨p>Het leuke is dat op het moment dat je die prioriteit stelt, al het andere ook vanzelf komt. Dat is niet een typisch Paulinische waarheid, maar gewoon een algemene Bijbelse waarheid. Juist vandaag hadden we het er nog even over – of was het gisteren? – naar aanleiding van de tekst die je bij Naomi voorin in haar Bijbeltje had geschreven. Die tekst uit Mattheüs 6: "Zoek eerst Zijn koninkrijk." Dat moet je zoeken, want dat koninkrijk is in deze dagen zeker ook verborgen. "Zoek eerst Zijn koninkrijk en Zijn gerechtigheid." Dat wil zeggen: Zijn woord, want dat is gerechtigheid. En al het andere waar wij ons zo druk over maken, zal u bovendien geschonken worden.⟨/p> ⟨p>Alsjeblieft. Wij keren het vaak om en denken: eerst dit en dat. Nee, eerst dát. En dan vervolgens een hele tijd niks. Dan heb je rust en al het andere zal je geschonken worden. Is het waar of is het niet waar? Als dit de waarheid is, wat weerhoudt ons er dan van om gewoon daaruit te leven? Niet als een ideaal van: "Als ik straks nog eens een keertje met pensioen ben, dan ga ik dat doen." Nee, waarom wachten? Waarom niet gewoon vandaag? Het is namelijk de waarheid voor vandaag. Het punt is: zijn je ogen daar ook op gericht?⟨/p> ⟨p>Goed, ik weid misschien wat uit, maar dit zijn hele praktische dingen. Hij is degene die ons heiligt en onbesmet maakt, en onberispelijk. Als je zegt: "Dat krijg ik allemaal niet voor elkaar," dan is ook dat iets waar je geen zorgen over hoeft te maken. Dat is namelijk wat Híj doet. Zo presenteert Hij ons, zo stelt Hij ons voor, zo plaatst Hij ons. En dan staat er vervolgens in vers 21...⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-7" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2752" title="Speel af vanaf 45:52">▶ 45:52⟨/button> ⟨span>Welgegrond en Standvastig Blijven in het Geloof⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Indien gij slechts welgegrond en standvastig blijft in het geloof en u niet laat afbrengen van de hoop van het evangelie... Een moment, ik heb even water nodig. Geen waterbad... wat zei ik dan? Maar dit is toch vers 23? Oh, ik zei 21. Oké, dankjewel. Goed dat je toch al een hele kan hebt neergezet. Waar zat ik? Oh daar. Maar indien gij slechts welgegrond...⟨/p> ⟨p>Ik zal u vertellen, hier zit nogal wat aan vast. In het verleden meende ik dat hier eigenlijk zou horen te staan: "aangezien gij slechts welgegrond". Degenen die vertrouwd zijn met de Concordante Vertaling, die zien ook iets dergelijks. Maar ik moet zeggen: toch ten onrechte. Nu zou je kunnen denken: "Hé, wordt hier nou een voorwaarde gesteld?" Dan zeg ik ja, "indien gij" is inderdaad een voorwaarde. Maar let goed op hoe het er staat.⟨/p> ⟨p>Laten we even kijken naar het voorgaande vers. Het ging erover dat het de Heer is die ons presenteert, die ons heilig, onbesmet en onberispelijk voor Zich stelt. Hoe doet Hij dat? Wel, indien gij slechts welgegrond en standvastig blijft. We zagen al dat Hij dat werk doet door Zijn woord. Er is geen andere weg. Er is geen andere wijze waarop Hij ons heiligt, reinigt en stralend maakt dan alleen door Zijn woord. Buiten dat woord is er niets. Als je het dus buiten Zijn woord zoekt... en in feite moet ik dat in dit verband er even bij zeggen: je ziet hier al wat Paulus laat doorschemen aan de Kolossers over de gevaren waar zij aan blootstonden. Zij dachten ook dat er buiten Christus — in filosofie en wijsbegeerte, maar ook in menselijke inzettingen en overleveringen van godsdienstige aard — nog iets te halen was. We komen daar uitgebreid nog over te spreken. Buiten Christus om is er niets; alles is in Hem, maar buiten Hem is niets.⟨/p> ⟨p>Als je het dus buiten Zijn woord zoekt, dan ben je in feite overgeleverd aan jezelf. In Galaten 6 staat: wie op de akker van zijn vlees zaait, zal uit het vlees verderf oogsten, maar wie op de akker van de Geest zaait, zal uit de Geest aionisch leven oogsten. Ik bedoel dit te zeggen: als je op de akker van je vlees bent — dat wil zeggen, als je het van de mens zelf verwacht — dan is het resultaat daarvan ook alleen maar verderf. Als je inderdaad geheiligd wilt worden, als het waar is wat hier staat, dat Hij het is die ons heiligt, reinigt, stralend maakt, onbesmet en onberispelijk, dan doet Hij dat door Zijn woord. Daarom is het zo belangrijk dat we welgegrond en daarin standvastig blijven. Een andere wijze is er niet. En dat is geen vanzelfsprekendheid.⟨/p> ⟨p>Het is vijf voor negen, dan is het wellicht een beter idee om nu eerst even te gaan pauzeren. Dan gaan we straks hiermee verder.⟨/p> ⟨p>Wij waren gebleven bij vers 23 van Kolosse 1 en daar gaan we nu mee verder. Ik wilde vlak voor de pauze nog even naar 1 Korinthe 15 toegaan, maar dat citaat is net even te uitgebreid om zo losjes te bespreken. Dus ik wil daar alsnog nu even uw aandacht voor vragen. Terwijl Paulus dus spreekt over God die ons heilig, onbesmet en onberispelijk voor Zich stelt en presenteert, staat er: "indien gij slechts welgegrond en standvastig blijft in het geloof en u niet laat afbrengen van de hoop van het evangelie".⟨/p> ⟨p>Als we dat nu gewoon even rechttoe rechtaan lezen — "straightforward reading" — dan staat hier dat Hij ons heiligt en onbesmet en onberispelijk voor Zich stelt doordat wij gegrond en standvastig zijn in het geloof en ons niet laten afbrengen van het evangelie. Oftewel: wat heiligt ons? Wat maakt ons onbesmet? Hoe doet Hij ons onberispelijk voor Zich stellen? Dat doet Hij door het geloof en door de hoop van het evangelie. Daarom benadrukt Paulus: laat je er niet van afbrengen, want dat is de wijze waarop Hij dat werk in en door ons doet.⟨/p> ⟨p>Die voorwaarde is dus helemaal niet bedoeld in de zin van: "Jullie moeten wel dit en dat doen, want anders gaan jullie verloren." Het is geen voorwaarde in die zin; hier wordt het kanaal aangewezen waardoor de Heer Zijn werk doet, namelijk door het geloof en door die hoop van het evangelie. Dat is de wijze waarop Hij heiligt. En je daar niet van laten afbrengen... dat "indien gij slechts" geeft ook aan dat het anders kan. Als je afwijkt van dat woord — dat is het hele idee — als je afwijkt van dat geloof en de hoop van het evangelie, ja, dan wordt het met recht een hopeloze zaak. Als je afwijkt van de hoop, dan wordt het hopeloos.⟨/p> ⟨p>Ik bedoel dat ook gewoon in de praktijk. Het is niet vanzelfsprekend om daarin te staan. Je kunt ook inderdaad gewoon kiezen voor eigen werk. Hoe was het ook alweer? Voor de doe-het-zelver. Of Hij doet het, of je doet het zelf. Meer smaken zijn er niet. Of eventueel, als je die variant ook nog wilt aanbrengen: anderen doen het, maar dan is het toch in elk geval nog de mens. Of Hij, of de mens. Nou, en Hij doet dat doordat Hij ons bepaalt bij Zijn woord: het geloof en de hoop van het evangelie.⟨/p> ⟨p>Goed, dan ga ik nu even naar 1 Korinthe 15. Daar lees je: "Ik maak u bekend, broeders..." Dat hoofdstuk gaat over de opstanding en over het belang daarvan. Er waren Korintiërs die zich lieten afbrengen van de boodschap van de opstanding. Paulus zegt dan even later in dit hoofdstuk: "Hoe kan het dan dat sommigen onder u zeggen dat er geen opstanding der doden is?" Ja, toen al waren er hele vreemde en eigenaardige redeneringen die fataal zijn in het leven van geloof. Dat is nu nog steeds zo, en in hele heftige mate veel sterker nog dan destijds. Paulus zegt: "Ik maak u bekend, broeders, het evangelie dat ik u verkondigd heb, dat gij ook ontvangen hebt, waarin gij ook staat." Nou ja, niet echt standvastig, want daar eindigt hij zijn brief vervolgens mee, maar ze stonden er wel in. En dan zegt hij: "waardoor gij ook behouden wordt, indien gij het zo vasthoudt als ik het u verkondigd heb, tenzij gij tevergeefs tot geloof gekomen zou zijn."⟨/p> ⟨p>Mensen zijn er soms wat bang voor om dat te lezen, vanwege het idee dat er iets afgepakt zou worden. Maar wat Paulus heel duidelijk altijd naar voren brengt, is dat wanneer wij gelovigen geworden zijn, Hij ons heeft verzegeld met de Geest der belofte. Zijn zegel zet Hij op ons en dat is nooit meer ongedaan te maken. Betekent dat dat ons leven niet verloren kan gaan? Jawel, dat kan wel. Zo zegt Paulus dat trouwens ook in 1 Korinthe 3. Het staat me nog helder voor de geest, want ik heb er afgelopen zondag nog wat over verteld. Daar wordt gesproken over broeders, over gelovigen die behouden worden als door vuur heen. Dat wil zeggen: ze zien hun hele leven verbranden; het blijkt allemaal hout, hooi en stro te zijn — eigen werk en eigen bedenksels.⟨/p> ⟨p>En dan kan een dag verloren gaan. Waarom ik er nu ter plekke aan denk, weet ik niet, maar we zeggen wel eens: een dag niet gelachen is een dag niet geleefd. Of een dag niet blij geweest is een verloren dag. In die zin kan je leven verloren gaan. Daarover heeft Paulus het ook. Hij zegt: als je niet staat in die hoop van het evangelie, dan ben je tevergeefs tot geloof gekomen. Niet omdat je dan je redding zou kunnen verspelen — dat is een ongehoorde gedachte — maar je leven in de praktijk gaat gewoon verloren. Het geluk, de vrede, de vreugde... alles wat Hij te geven heeft en wat Hij door jou heen kan doen, dat is dan inderdaad tevergeefs. In wezen komt het erop neer.⟨/p> ⟨p>Hij zegt: je hebt dat evangelie ontvangen. Als je daar nu niet in blijft staan, ja, dan ben je dus tevergeefs tot geloof gekomen, want je wijkt er weer vanaf. Het gaat er juist om: je bent gelovig geworden, blijf daarin staan.⟨/p> ⟨p>En dat is ook de gedachte — nu ga ik weer even terug naar Kolosse 1 — 'indien gij slechts welgegrond en standvastig blijft'. Echt waar, je zou voor de aardigheid eens een keertje een lijst moeten maken van waar Paulus dat in zijn brieven altijd benadrukt: dat standvastig staande blijven in dat woord dat hij verkondigd heeft. Dat wordt een hele lijst waarbij hij telkens daarop aanspoort: wijk daar niet van af.⟨/p> ⟨p>Ik had het zojuist over 1 Korinthe 15, over het begin van dat hoofdstuk. Nu ga ik even naar het slot, dan zegt hij — en dat is dan een conclusie: 'Daarom, mijn geliefde broeders, wordt standvastig.' Want dat is wat er letterlijk staat. Ze stonden wel, maar ze werden zo gemakkelijk heen en weer bewogen. Daarom: 'wordt standvastig, onwankelbaar, te allen tijde overvloedig in het werk des Heren, wetende dat uw arbeid niet vergeefs is in de Here.'⟨/p> ⟨p>Let op, het is hier het werk van de Heer. Ik wil dat benadrukken, ik móét dat benadrukken. Waarom? Omdat men het altijd maar heeft over werk vóór de Heer. Kijk, dat is nou typisch de godsdienstige variant en je zou zeggen: nou ja, dat is alleen maar een kwestie van één woordje dat anders is. Ja, maar daarmee verandert de hele betekenis. Het is niet 'overvloedig te allen tijde in het werk voor de Heer', want dat is ons werk. Als ik werk voor de Heer, dan werk ik. Maar als ik overvloedig ben in het werk van de Heer, dan is de Heer degene die werkt. Het 'werk van mij', dat is het werk dat ik verricht. Het 'werk van de Heer' is dus het werk dat de Heer verricht. Zo moeilijk is het niet.⟨/p> ⟨p>Het gaat hier over het werk van de Heer, om daarin overvloedig te zijn. Hoe ben je overvloedig in het werk dat Hij doet? Hoe word je dat? Nou, het staat er gewoon bij: door standvastig en onwankelbaar te zijn in dat wat Hij had doorgegeven. Hier staat niet eens zo specifiek wát, maar goed, na zevenenvijftig verzen gesproken te hebben over de betekenis van de opstanding hoefde Paulus dat niet meer aan te geven. Want dat was wel duidelijk, het is een conclusie: 'wordt standvastig, laat je er niet van afbrengen.'⟨/p> ⟨p>En als we dan opnieuw weer teruggaan naar Kolosse 1, dan wordt het echt aangegeven waarin dan wel: 'indien gij slechts welgegrond en standvastig blijft in het geloof'.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-8" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3610" title="Speel af vanaf 01:00:10">▶ 01:00:10⟨/button> ⟨span>Geloven Is Gods Belofte Beamen⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En als ik zeg: "in het geloof", dan zeg ik dus niet: "in werken". Geloven. Ja, Peter luistert wel eens vaker naar mij. Daar hadden we het juist in de pauze over om geintjes over te maken; zij moet altijd maar naar mij luisteren. Waarom zeg ik dat? Als je een beetje vertrouwd bent met Paulus’ brieven, dan wordt die tegenstelling bijna intuïtief. Is het door geloof of niet? Dat zegt Paulus zo vaak in zijn brieven: het is door geloof en niet uit werken.⟨/p> ⟨p>Dus: standvastig blijven in het geloof. Geloof heeft te maken met Zijn belofte. Een opdracht heeft te maken met werken. Bij een opdracht zeg ik: "Dat moet je doen", en dan word je aan het werk gezet. Geloof heeft echter te maken met God die belooft te zullen doen. Nou, dat is hier helemaal niet zo moeilijk, want het hele verband gaat daarover: over het werk dat Hij doet. Blijf daarin staan.⟨/p> ⟨p>Ik wil graag eventjes naar Romeinen 4 gaan om daarheen te verwijzen, waar Paulus een heel hoofdstuk lang spreekt over Abraham. Hij zegt daar – en ik vind dat misschien wel een van de mooiste teksten over wat geloof inhoudt: "Aan de belofte Gods heeft hij niet getwijfeld door ongeloof, maar hij werd versterkt in zijn geloof en gaf Gode eer." Hoe eer je God? De grootste eer die je God kunt bewijzen, is Hem op Zijn woord te geloven. Dat wat Hij belooft, dat doet Hij. Abraham wist er alles van, want aan Abraham was niets gevraagd. Abraham had alleen maar de belofte gekregen: "Zo zal jouw nageslacht zijn." Dat werd gezegd tegen een kinderloze Abraham. Alleen die naam al, hè? Het betekent "vader van vele volkeren". Dan heet je zo, maar je hebt geen kinderen. Vader van vele volkeren. Ja, maar Abraham geloofde God. God had hem die naam gegeven. Hij had de 'H' aan zijn naam toegevoegd gekregen, de He, de vijfde letter. En Abraham heeft niet getwijfeld. Hij heeft God beaamd. Dat is geloof. Hij heeft niet getwijfeld door ongeloof, maar hij werd versterkt in zijn geloof en hij gaf daarmee God de eer, in de wetenschap dat God – Hij die het beloofd had – ook bij machte was dat te doen. Ik geef toe, het is even vrij geciteerd, maar daar komt het ongeveer op neer.⟨/p> ⟨p>In dat geloof standvastig zijn, wil dus zeggen: standvastig zijn in het geloof in wat Hij toezegt en belooft te zullen doen. Laat je er niet van afwijken. Laat je niet wijsmaken dat je dat zelf zou moeten doen. Nee, Hij doet het. En dus kijk je omhoog en je leeft uit genade. En hoe herken je leven uit genade? Leven uit genade herken je aan dankzegging. In wezen is dankzegging niets anders dan de reflectie, de weerspiegeling van genade. Daar waar genade erkend wordt, ontstaat dankzegging. In het Grieks is dat helemaal duidelijk, want het zijn twee woorden die direct aan elkaar gekoppeld zijn: eucharis. "Goede genade", eigenlijk betekent het "goede genade". Dat is dankzegging. Standvastig blijven in het geloof en u niet laten afbrengen.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-9" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3855" title="Speel af vanaf 01:04:15">▶ 01:04:15⟨/button> ⟨span>De Zekere Hoop en Verwachting van het Evangelie⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>De hoop van het evangelie, of de verwachting van het evangelie. Ik heb een lichte voorkeur voor het woord verwachting. Waarom? Omdat verwachting sterker is. Kijk, je kunt iets hopen, maar dan gebeurt het nog niet. "Ik hoop dat hij komt." Daarmee zeg je iets over jouw verlangen, maar niets over jouw zekerheid. Als je zegt: "Ik verwacht dat hij komt," dan denk je dat hij komt, dan weet je dat hij komt. Je verwacht hem. Daarom is het de hoop, of beter gezegd, de verwachting van het evangelie. Het woord hoop heeft trouwens wel weer dit voordeel, dat moet ik er in eerlijkheid bijzeggen: het woord hoop geeft aan dat je er ook echt naar verlangt. Want als ik zeg: "Ik verwacht dat hij komt," maar je vindt het helemaal niet leuk dat hij komt, dan verwacht je het wel, maar je ziet er niet naar uit. Je hoopt dan dat hij niet komt. Voor beide woorden is dus wel wat te zeggen. Het is inderdaad de hoop van het evangelie in die zin dat we er naar uitzien, en het is de verwachting in de zin dat we weten dat het gaat gebeuren. Het is een blijde verwachting. Dat vind ik trouwens een heel mooi woord vanwege de dubbelzinnigheid: nieuw leven dat aanstaande is.⟨/p> ⟨p>Wat zegt de concordante vertaling over het woord hoop? De Concordant Version zegt: "in the expectation of". Ik herinner me dat de broeders in Rotterdam het woord verwachting ook hebben uitgekozen. Als ik me niet vergis, is inderdaad het woord verwachting correcter, maar ik kan dat niet zo uit het blote hoofd bevestigen. Eén ding is wel duidelijk: hoop in de Bijbel vind ik prima om te gebruiken, maar dan met de restrictie dat daarin een zekere verwachting gelegen is. Dit gaat gebeuren. En dan niet in de trant van de weersverwachting natuurlijk. Want u weet toch: ze zeggen weleens dat er niets veranderlijker is dan het weer, maar er is één ding nog veranderlijker en dat is de weersverwachting. Maar goed, dit allemaal even over dat woord hoop en verwachting. Het maakt me niet zoveel uit, als je maar weet dat het in ieder geval iets is wat geweldig is, waar je naar uitziet, wat blijdschap genereert en wat zeker is. Want God heeft gesproken en Hij vervult het. Daar is geen mis op; daarop kun je blijven staan. Het heeft namelijk niets te maken met onze werkzaamheden. Wij vervullen niet die hoop.⟨/p> ⟨p>Ook dat wordt in de christelijke wereld weleens verteld. Kent u de variant die op christelijke basisscholen vaak gezongen wordt van het lied "Stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw"? Dat is de bekende ouderwetse versie, maar er is een variant daarop — ik weet niet meer of het onze kinderen waren of dat ik het van iemand anders hoorde — waarin ze zongen dat ze niet meer mochten zingen "Stil maar, wacht maar", maar: "Stil maar, werk maar, alles wordt nieuw." Ja, echt waar, ik zeg dat niet om een grapje te maken: "Stil maar, werk maar, alles wordt nieuw." Nou, dan ben je toch echt slecht gestuurd hoor. Dan heb je er ook echt helemaal niets van begrepen. Dan ben je dus echt afgeweken van de hoop van het evangelie.⟨/p> ⟨p>Maar ik zal u nog wat vertellen. Men is in de christelijke wereld — en nu ga ik even een forse uitspraak doen — massaal afgeweken van de hoop van het evangelie. Want wat is die hoop van het evangelie? Dat is niet zo moeilijk hoor. Kijk, je kunt natuurlijk strikt genomen gewoon zeggen dat de hoop of de verwachting van het evangelie alles is wat het evangelie impliceert aan wat God nog gaat doen. De Zoon van David die straks zal terugkomen, Zijn voeten zal zetten op de Olijfberg en Zijn koninkrijk zal vestigen in de wereld voor Israël en voor de volkeren. De profeten zijn er vol van; dat is allemaal hoop van het evangelie. Maar als je nu inzoomt op waar Paulus het hier over heeft, dan kan het niet missen dat hij verwijst naar wat hij zojuist had opgetekend, namelijk het twintigste vers: de verzoening van het al. Hij had gezegd dat God door het kruis — daar zijn we mee begonnen vanavond — door het kruis het al weder met Zich verzoent, hetzij wat in de hemel, hetzij wat op de aarde is. Dat is de hoop van het evangelie. Het is hoop en verwachting, maar het is God die dat universeel realiseert.⟨/p> ⟨p>De hoop van het goede bericht wordt verteld en wordt met recht gepredikt, oftewel aangekondigd. Het is een bericht, of je het nu gelooft of niet. Maar dit is de waarheid: er is hoop voor jou. Als je zegt: "Ik geloof het niet," dan blijft het waar. Dat is het heerlijke van het evangelie. Wij verkopen het evangelie niet. Wij hoeven geen mensen te bekeren in de zin van: "Dan wordt het pas voor jou waar als jij je bekeert, als jij je knieën buigt, dan wordt Jezus pas jouw Heer en Redder." Of hoe was het ook alweer in dat YouTube-filmpje dat ik gisteren zag op Facebook: "Als jij Jezus in je hartje toelaat..." Dat is een hele parodie, maar daar zal ik het verder niet over hebben. Dat soort christelijke varianten is allemaal eigen werk. Laten we het daar maar niet over hebben, want dat leidt veel te veel af. Het gaat erom dat het de hoop van het evangelie is: universeel en gegarandeerd. Daarom is het ook een goed bericht en daarom is het met recht hoop en verwachting.⟨/p> ⟨p>En dan te bedenken dat men daarvan heeft gezegd dat het een vloek is, een ketterij die officieel is veroordeeld door de christenheid. En laten wij nu hier, bijna tweeduizend jaar nadat Paulus dit optekende, bij elkaar zijn. We omhelzen deze boodschap, we staan erop. Het is het geweldigste wat er is. Laat je er niet van afbrengen, want juist deze boodschap doet ons opzien naar boven. Dat doet ons stralen. Dat heiligt ons. Laat je er niet van afbrengen, en laat je ook niet van dat geloof afbrengen dat Hij het doet. Het is soms bijna niet te geloven, maar ik zag de laatste tijd weer diverse frappante voorbeelden van mensen die ooit deze boodschap van genade kenden. Het is daarom zo duidelijk waarom Paulus dat ook zo zegt en iedere keer benadrukt. Je ziet het in gemeenschappen en kringen die de waarheid van het evangelie kennen: als je er niet op blijft staan, echt waar, ongelogen, dan ben je het binnen een paar jaar gewoon weer helemaal kwijt. Als je niet blijft staan en toch weer gaat kiezen voor eigen werken. Ik kan heel wat voorbeelden voor de geest halen waarbij ik dat inderdaad zie, en hoe fataal dat is. Mensen komen daardoor in de duisternis terecht, ze worden weer belast en zien daardoor niet meer op Hem. Ze stralen niet meer en kortom: alle ongein die je maar kunt bedenken overkomt je dan. Dan kom je weer in een vervloekt evangelie terecht, wat natuurlijk geen evangelie is. En als ik zeg "ongein", dan bedoel ik dat heel letterlijk. Want u weet wat "gein" betekent? Dat is het Hebreeuwse woord voor genade. En ongein is dus zonder genade. Ja, dan kom je echt in ongein terecht. De hoop van het evangelie... Nou, laten we verder gaan.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-10" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4400" title="Speel af vanaf 01:13:20">▶ 01:13:20⟨/button> ⟨span>Paulus als Dienaar van het Goede Bericht voor de Natiën⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Want goh, ik kom vanavond echt niet heel ver. Maar: "dat gij gehoord hebt", schrijft Paulus dan. En: "dat verkondigd wordt" — er staat eigenlijk dat het verkondigd wórdt. Dat is toch wel van belang om dit te begrijpen. Paulus zegt dat dit wordt verkondigd in de ganse schepping onder de hemel. Of we zouden kunnen zeggen: overal op aarde, de ganse schepping onder de hemel.⟨/p> ⟨p>En Paulus heeft heel wat afgereisd hoor, als we ons even beperken tot zijn eigen arbeid. Hij is in Arabië geweest en in Turkije, in heel Zuid-Europa en Italië. We lezen over zijn voornemens om naar Spanje te gaan; of hij er ooit werkelijk geweest is, dat is nog de vraag. Er doet zelfs een hardnekkig gerucht de ronde dat hij ook hier nog geweest is, in Bretagne. Of op Malta, en op Kreta. Die man heeft wat afgereisd met de middelen die er in die dagen waren. Ongelooflijk. We hadden toen geen vakanties naar Turkije, nee. Trouwens, Turkije was zijn geboorteland. Die man heeft stad en land afgereisd, hele werelddelen; dat was een man die onbegrensd dacht.⟨/p> ⟨p>Maar ik moet zeggen: terwijl hij deze woorden optekende, zat hij in de gevangenis. Ja, dan loop je toch wel tegen grenzen of muren aan. Maar moet je naderhand bedenken dat hij vanuit die gevangenis, zo beperkt in zijn bewegingsvrijheid, zulke grenzeloze waarheden opschreef. In alle opzichten ongelimiteerd, echt wijzend op het werk Gods dat geen limits of beperkingen kent. Zo schreef hij daarover vanuit de gevangenis.⟨/p> ⟨p>"En waarvan ik, Paulus, een dienaar geworden ben." Met die nadruk noemt hij zijn naam daarbij. Het was bij de eerste gelegenheid dat we hier waren dat ik daar nog wat over heb verteld, over die naam Paulus. Maar het gaat er hier even om dat juist Paulus degene is. Het is feitelijk al een introductie voor wat het navolgende vers aangaat, want dan gaat Paulus dat ook laten zien: hoezo ik, Paulus? Wel, aan hem is juist dat evangelie, de hoop van het evangelie, bekendgemaakt om dat wereldwijd onder de ganse schepping onder de hemel door te geven. Vandaar.⟨/p> ⟨p>Paulus spreekt in zijn brieven ook regelmatig over "mijn evangelie". Dat is een heel apart woord. Ik zou het niet in de mond willen nemen, het spreken over "mijn evangelie", het evangelie van André Piet. Dan zit je niet goed hoor. Nee, maar Paulus spreekt over mijn evangelie. Hoezo? Het was hem gewoon door openbaring bekendgemaakt. Het is niet naar de mens; hij had het niet van een mens geleerd. Nee, het was hem rechtstreeks door openbaring bekendgemaakt. En vandaar ook dat hij zegt: "mijn evangelie", dat goede bericht van mij. Dus als je spreekt over het evangelie van Paulus, dan heeft die uitdrukking hele sterke, goede papieren. En dan gaan we naar vers 24.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-11" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4627" title="Speel af vanaf 01:17:07">▶ 01:17:07⟨/button> ⟨span>Verblijden in het Lijden als Gevangene van Christus Jezus⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Dat Paulus zegt: "Thans verblijd ik mij." Het is de tweede keer vanavond dat we dat woord tegenkomen. En opnieuw is daar die tegenstelling tussen dat wat hij had geschreven over de toekomst, over die hoop en die verwachting, en wat hij nu zegt: "Thans verblijd ik mij over hetgeen ik om uwentwil lijd."⟨/p> ⟨p>Voordat ik inga op dat "om uwentwil lijden", vind ik het toch de aandacht waard om even zo'n zin op je te laten inwerken: "Ik verblijd mij." Los van de woorden die je erbij zegt: "Ik verblijd mij om wat ik lijd." Dat is een connectie tussen twee woorden die wij doorgaans niet met elkaar combineren: lijden en verblijden of verheugen. Paulus doet het echter wel, en niet alleen hier. Hij verheugt zich. Ons is het voorrecht ten deel gevallen om niet alleen in Hem te geloven, maar ook voor Hem te lijden. En dan heeft hij het ook echt over lijden, over aanwijzing. Het loutere feit dat hij dit nu schreef vanuit de gevangenis, is daar een voorbeeld van. Dat is lijden, maar Paulus zegt: "Ik verblijd mij erover."⟨/p> ⟨p>Al was het maar omdat het hem ook weer geweldige gelegenheden gaf. Wist u dat dit Paulus, juist omdat hij gevangen was, bij stadhouders bracht? Hij werd voor Agrippa geleid en voor Festus. Waarom is Paulus uiteindelijk zelfs nog in het huis van de keizer geweest en heeft hij zich daar verantwoord? Waarom? Omdat hij gevangen was. Het heeft hem zulke enorme open deuren gegeven. Hij zegt dus: "Ik verblijd mij over hetgeen ik om uwentwil lijd." En dat "uwentwil", dat zijn hier uiteraard de natiën, de gelovigen uit de heidenen.⟨/p> ⟨p>In Efeze 3 schrijft hij daar ook over. Ik zei al dat de Efezebrief een parallelbrief is die hij ongeveer tegelijkertijd met de Kolossensebrief heeft geschreven. Dat is gemakkelijk zelfs ook vanuit de Bijbel aan te tonen; beide brieven zijn door één bezorger tegelijkertijd afgeleverd. In Efeze 3 schrijft hij: "Om deze oorzaak ben ik, Paulus, de gevangene van Christus Jezus voor u die heidenen bent." Voor u, dat wil zeggen: de natiën. Het woord "heiden" is een beetje een lastig woord. Waarom? Omdat wij bij heidenen toch doorgaans denken aan niet-godsdienstige mensen. Je hebt de kerkmensen en je hebt de heidenen.⟨/p> ⟨p>Vroeger — ik ben reformatorisch groot geworden — was het op zondag absoluut verboden om te recreëren, laat staan om te varen of zelfs te fietsen. Dat was absoluut "not done". Ik herinner me nog een oude man die, als het prachtig weer was op zondag, tegen de andere kerkgangers zei — die natuurlijk in het zwart ter kerke gingen: "Die heidientjes hebben vandaag toch maar weer mooi weer." Dat was een heel aardige man, dat wel, maar het is zo illustratief voor het hele denklimaat. Niet alleen de manier waarop hij over de "heidientjes" sprak, maar ook zijzelf in het zwart op de zondag, want dat is een gebod: dan mag je niet genieten. Het lijkt mij dat er juist op die dag alle reden is om alle registers open te trekken en het nieuwe leven te vieren, te genieten van de zon. Maar goed, dat kende men niet. "De heidentjes hebben maar mooi weer." Dan leef je dus echt in de duisternis.⟨/p> ⟨p>Daarom zou je eigenlijk het woord "heiden" moeten afschaffen. Ik moet zelf ook nog door dat proces, maar het roept te veel misverstanden op. Het Griekse woord is namelijk "ethnos", wat wij wel kennen van "etnisch". Ethnos betekent gewoon de volkeren, de natiën. Je kunt zeggen: de niet-Joden. Dat is zo, maar in wezen moet je zeggen dat het de natiën zijn zonder onderscheid. Je hebt aan de ene kant de Joden, een specifieke groep of categorie, en je hebt de natiën in het algemeen. Wij behoren tot de natiën; wij zijn geen Joden. De natiën zijn gewoon de volkeren zonder onderscheid. Dat is het idee.⟨/p> ⟨p>Paulus was een gevangene van Christus Jezus. Mooi hè, als je dat zo overdenkt. Hij zegt niet: "Ik ben een gevangene van de Romeinen." Nee: "Ik ben een gevangene van Christus Jezus." En hij zegt: "Ten behoeve van de natiën." Gewoon zonder onderscheid, waarbij Israël geen specifieke plaats meer heeft. In onze dagen heeft Israël inderdaad totaal geen specifieke voorrang. Zelfs Paulus was een gevangene voor de natiën.⟨/p> ⟨p>Het plaatje dat u hier ziet, verwijst daar ook naar. Het gaat over Handelingen 21, waar Paulus gevangen wordt genomen in Jeruzalem. Eerst wordt hij gevangen genomen in Jeruzalem en daarna komt hij twee jaar vast te zitten in Caesarea aan de kust. Vervolgens wordt hij op de boot gezet onder begeleiding van een Romeinse soldaat en komt hij uiteindelijk in Rome aan, waar hij weer twee jaar gevangen was. Hoezo twee jaar? Maar goed, daar hebben we het nu niet over. Hij is daar gevangen. En waarom was hij nou een gevangene? Gewoon omdat hij een apostel was. Let maar op: Paulus kwam niet graag in Jeruzalem, omdat hij de reputatie had dat de wet daar helemaal geen betekenis meer heeft. Hij was een apostel van de natiën.⟨/p> ⟨p>Toen er een hele volksoploop was ontstaan en de Romeinen hem vastpakten, vroeg Paulus om de gelegenheid zich te verantwoorden. Hij mocht op een verhoging gaan staan bij het tempelplein — lees het maar na in Handelingen 21 — en sprak zijn volksgenoten in de Hebreeuwse taal toe. Hij vertelde over zijn missie en ze luisterden naar hem, totdat hij één woord zei. Hij had verteld dat een hemelse stem had gezegd dat hij Jeruzalem moest verlaten, omdat ze zijn getuigenis niet zouden aannemen. Er werd gezegd: "Ga weg van hier naar de natiën." Ze hoorden hem aan tot dít woord en toen brak de hel los. Toen wilden ze hem echt vermoorden. Dat gebeurde niet, hij werd veilig opgeborgen, maar dat was het begin van het hele proces van zijn gevangenschap.⟨/p> ⟨p>Hij zat dus letterlijk gevangen ten behoeve van de natiën. Daarom was hij een apostel van de natiën, waarbij Israël geen bevoorrechte plaats meer heeft en de wet geen rol meer speelt. Dat was een doorn in hun oog, maar juist dat was de heerlijkheid van zijn bediening. Ik wil daar de volgende keer graag mee verder gaan, want er is natuurlijk nog veel meer over te vertellen. We gaan dan verder met dat hele moeilijke vers dat ik nu expres even heb geparkeerd: vers 24, over de verdrukkingen van Christus. Ik geef dat als huiswerk mee om over na te denken. Mijn vader zei ooit over dit vers: "Het is volgens mij het moeilijkste vers van het hele Nieuwe Testament."⟨/p>