⟨h3 id="hoofdstuk-1" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="0" title="Speel af vanaf 00:00">▶ 00:00⟨/button> ⟨span>Introductie en Samenvatting Kolossenzen 1:1-10⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Wij gaan verder met onze speurtocht in de brief aan de Kolossers. Het is inmiddels de derde avond en we zijn nog niet zo heel ver gevorderd, maar dat maakt ons allemaal niet uit, want we gaan zo traag of zo snel als dat uitkomt. We zijn vanavond aangekomen bij een gedeelte... Nou ja, nog niet direct, maar als we eenmaal bij het vijftiende vers arriveren, zijn we misschien wel meteen in het hoogtepunt, het meest verheven deel van deze brief beland. Het gaat daar over de voorrang van Christus, over wie Hij is en de heerlijkheid van Zijn persoon.⟨/p> ⟨p>Maar voordat het zover is, wil ik eerst nog even, om onze geheugens op te frissen, bij vers 1 beginnen om het voor te lezen, zodat we in ieder geval weten waar het ook alweer over ging. Paulus vangt aan met te schrijven: "Paulus, door de wil van God een apostel van Christus Jezus, en Timoteus onze broeder, aan de heilige en gelovige broeders in Christus te Kolosse: genade en vrede zij u van God, onze Vader. Wij danken God, de Vader van onze Here Jezus Christus, te allen tijde bij ons bidden voor u, daar wij gehoord hebben van uw geloof in Christus Jezus en van de liefde, die gij al de heiligen toedraagt, om de hoop, die voor u is weggelegd in de hemelen. Daarvan hebt gij tevoren gehoord in de prediking van de waarheid, het evangelie dat tot u is gekomen. Immers, in de hele wereld draagt het vrucht en wast het op, zoals ook bij u, vanaf de dag dat gij het gehoord hebt en de genade Gods in waarheid besefte."⟨/p> ⟨p>Want dat hebben we inmiddels al onderzocht en geconcludeerd: dat is het eigenlijke woord wat daar staat. ⟨em>Epignosis⟨/em>: beseffen, realiseren. "De genade Gods in waarheid bezefte", zoals gij het vernomen hebt van Epafras, onze geliefde medeslaaf die voor u een getrouw dienaar van Christus is, en ons ook kenbaar gemaakt heeft uw liefde in de Geest.⟨/p> ⟨p>Daarom houden ook wij, vanaf de dag dat we dit gehoord hebben, niet op voor u te bidden en te vragen dat gij met het bezef van Zijn wil vervuld mag worden, in alle wijsheid en geestelijk inzicht, om de Heer waardig te wandelen, Hem in alles te behagen, in alle goed werk vrucht te dragen en op te wassen in het bezef van God. Zover waren we de vorige keer gekomen. Nou, ik geloof dat mijn stem nu al een beetje begint weg te vallen, maar er staan hier twee glazen water. Over dat woord 'besef' hebben we dus inmiddels al een aantal dingen gezegd.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-2" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="199" title="Speel af vanaf 03:19">▶ 03:19⟨/button> ⟨span>Het Onmisbare Besef van Gods Genade en Waarheid⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Maar wellicht is het toch van belang om ook nu er even aan te herinneren dat dit zo enorm belangrijk is en dat Paulus ook in zijn gebed voor die Kolossers... Dankzegging voert de boventoon bij hem, altijd. En daar had hij ook alle reden voor. Ze hadden zo'n machtige boodschap; de genade Gods in waarheid had men leren kennen, tot dat besef was men gekomen. Maar Paulus bad voor hen. Waarom? Niet voor hun omstandigheden; ook dat is iets wat ik de vorige keer nog heb benadrukt. Dat vinden we eigenlijk nooit in de brieven. Wat dat betreft is Paulus heel erg onbekommerd en ook, nou ik zou haast zeggen laconiek. Van: er is Één die voor ons zorgt, dus wat zouden we bidden voor onze aardse omstandigheden? Dat is op zich al een enorme eye-opener voor mij geweest om dat te zien.⟨/p> ⟨p>Dat zie je ook — we hebben ons ook gerealiseerd — dat Paulus één keer bidt voor zijn omstandigheden en voor de zwakheden en de moeite: "Er is een doorn in het vlees." En dan krijgt hij als antwoord: "Mijn genade is jou genoeg." En wat blijft er dan over? Gewoon, je dankt God op voorhand voor het feit dat Hij geeft wat nodig is. En toch, er is het gebed. Waarvoor bidt hij telkens weer, niet alleen hier, maar ook in Efeze 1 en Efeze 3? Niet zo lang geleden heb ik in Rotterdam in de gemeente Eben-Haëzer daar ook wat over naar voren gebracht: dat Paulus altijd bidt voor besef. Dat we gaan realiseren hoe rijk we zijn. Hoe rijk we zijn in Hem en dat we gaan beseffen wie Hij is en wat de rijkdom is van Zijn Woord.⟨/p> ⟨p>Als wij 's avonds aan tafel danken, dan hebben we een gebed dat we met elkaar min of meer zingen of opzeggen. En dan is een van de zinnen daar ook... Petra, je moet me even helpen. "Wilt u onze... oh ja, zo is die. Moet je nagaan, al jaren bidden we dat elke avond: Wilt u onze ogen openen voor de glorie van uw woord, zodat wij steeds meer gaan stralen en uw naam verheerlijkt wordt." Dus dat is eigenlijk ook wat je bij Paulus telkens weer ziet: dat de glorie, de heerlijkheid van het Woord voor je opengaat. En dat je ogen daarvoor opengaan en dat je oren daarvoor opengaan. Dat je dat gewoon gaat zien en gaat beseffen. Want het is één ding om het te horen en te kunnen uitleggen als informatie, om het gewoon te kunnen onderbrengen. Nee, maar daar gaat het niet om. Het is prachtig als je begint met weten, natuurlijk. Je moet studie doen en kennis nemen. Als je het niet weet, dan kun je het ook niet nazeggen. Maar alleen weten is niet genoeg.⟨/p> ⟨p>Het gaat erom dat je elke stap van je leven... Paulus spreekt niet voor niets over wandelen. Waardig wandelen. Ook daar heb ik de vorige keer wat over verteld. Waardig wandelen betekent dus absoluut niet — dan word je echt op het verkeerde spoor gezet — dat je netjes wandelt of fatsoenlijk. Dat heeft er niets mee te maken. Waardig wandelen wil zeggen dat je in je wandel, bij elke stap die je zet, je bewust bent van de waarde van Hem. Hem waardig wandelen wil dus zeggen dat je Hem waardeert. Maar je kunt Hem alleen waarderen als je Hem kent, als je weet wie Hij is en wat de waarde is van Hem en Zijn Woord. Daarom begint het bij weten. Daarom is het ook zo belangrijk om altijd weer die Schrift open te doen en dat tot je te nemen. Want als je het niet weet, zul je het nooit kunnen beseffen. Maar nogmaals: het weten alleen is niet voldoende. Het gaat erom dat je het beseft en dat je er elke stap van je leven bewust van bent.⟨/p> ⟨p>En nu ben ik dan toch opnieuw aangekomen bij dit laatste deel: op te wassen, dat wil zeggen op te groeien. Want het is een voortdurend proces. Je bent aan de ene kant geworteld; dat is het idee ook bij opwassen en opgroeien. Iets groeit op omdat het geworteld is. Een plant of een boom of een struik is geworteld; het staat gewoon in die bodem van Gods genade en van de hoop van het evangelie. Als je daarin geworteld bent en stevig staat, dan ga je opgroeien. Dan ga je ook vrucht dragen. Dat wil zeggen: dat gaat vrucht produceren, de vrucht van de Geest. Je gaat het ook communiceren. Het doet van alles. Het gaat opgroeien en het gaat vrucht dragen. Maar er staat hierbij: "op te groeien in het besef van God." En ik ben bang dat voor veel mensen dit... en het kan jezelf ook zomaar overkomen dat je hier zomaar overheen leest.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-3" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="512" title="Speel af vanaf 08:32">▶ 08:32⟨/button> ⟨span>De Betekenis van het Woord God: de Plaatser Die Beschikt⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Besef van God. Het woord 'God' is bij ons een versleten woord. We denken dan aan het opperwezen, ⟨em>whatever that may be⟨/em>. Nee, het woord 'God', zowel in het Grieks als in het Hebreeuws – er is een enig nuanceverschil – betekent: de Plaatser. Hij die alles een plek geeft, alles beschikt en inderdaad een plaats toewijst. Dat moet je eerst weten. Want ook die kennis wordt allerwege, ook in de christelijke wereld – ik waarschuw u daarvoor, want in zo'n wereld leven we – over het hoofd gezien. Een christelijke wereld die de naam heeft God te kennen, maar waar God vaak nog een onbekende is.⟨/p> ⟨p>Ik zal u een voorbeeld geven. Afgelopen donderdag was er een debat; misschien heeft u daarvan het een en ander vernomen via de EO. We hadden het er vlak voor deze bijeenkomst nog even over. Er was een debat over hemel en hel. Nou, wat daar allemaal gezegd, gepraat en gewouweld is... we zijn onder ons, en hoewel het wordt opgenomen, zullen we het daar verder niet over hebben. Maar één ding is belangrijk, want daar gaat het nu even om. Er was een spreekster, een van de inleiders, en die kreeg de vraag van Andries Knevel: "Krijgt God uiteindelijk wat Hij wil?"⟨/p> ⟨p>Alleen al het feit dat dit een vraag is, laat zien dat je geen besef van God hebt. Als je de vraag stelt, heb je al geen besef van God, want dan is de vraag gewoon dwaas. Sorry, dat is dwaas. Kijk, als je alleen maar een 'godje' hebt... Ik zal meteen het hele verhaal even vertellen. Andries Knevel stelde de vraag: "Krijgt God wat Hij wil?" Onomwonden – zo stond het ook in het verslag van het Nederlands Dagblad – zei de predikante: "Nee." Gewoon zo: "Nee." Waarom? "De mens heeft een vrije wil." Met andere woorden: de mens heeft wel een vrije wil, maar God niet. Als God wil dat alle mensen gered worden – want daar ging het namelijk om – maar de mens wil het niet, dan gebeurt het niet. Waarom gebeurt het niet? Omdat de mens een vrije wil heeft. Maar dan heeft God die dus kennelijk niet. Of Hij is één van de velen en dan moet Hij het spel meespelen en trekt Hij aan het kortste eind. Het komt er dus op neer: de mens beschikt, en God heeft het maar te nakijken. Dat is het idee.⟨/p> ⟨p>Krijgt God wat Hij wil? Natuurlijk, daar is Hij God voor! Hij is God, en ik ben er vast van overtuigd dat dit hele probleem, waarover de afgelopen week in de christelijke wereld veel te doen is geweest, ook weer zijn voordelen heeft. Het geeft ons de gelegenheid om weer scherp op de kant te zetten hoe de Schrift daarover spreekt. Als je weet dat er een God is, dan heb je al een antwoord op de vraag hoe het zit met die hele kwestie waarover men debateert. Er is namelijk één God. En als Hij wil... Want men zingt het wel hoor. Het gekke is dat bij al die dingen die ik op deze Bijbelavonden en in het algemeen vanuit de Schrift naar voren breng, men het wel kent. U zegt: "Ja, men gelooft het niet." Maar ik bedoel: men beseft het niet. Men neutraliseert het door tevens het tegendeel te beweren. Als ik "ja" zeg, maar ik bedoel eigenlijk "nee", dan heb je dus niets gezegd. Dat is een antwoord dat politici vaak geven, maar ik ben tot de ontdekking gekomen dat theologen er ook een handje van hebben. Als ze dan een hele duidelijke, concrete vraag krijgen waar geen woord Chinees bij zit – ik wou zeggen Grieks, maar dat is een slecht voorbeeld in dit verband – dan zeggen ze: "Ja, enerzijds, maar anderzijds nee." Natuurlijk, er zijn dingen die genuanceerd liggen, maar de vraag of God krijgt wat Hij wil, is een hele duidelijke vraag. Zij gaf trouwens een duidelijk antwoord, maar het staat volstrekt haaks op de werkelijkheid.⟨/p> ⟨p>Men zingt: "Wat Zijn liefde wil bewerken, ontzegt Hem Zijn vermogen niet." Zo is dat! Dat is zo geweldig. Als je dat beseft, dan heb je besef van God. Want als Zijn hart wil dat elk mens – al die miljarden mensen – gered wordt, dan is Hij ook de Redder. Daar hoef je niet voor te fantaseren. Dat is geen conclusie... nou ja, het is een redelijke conclusie, maar het wordt ook zwart-op-wit bevestigd door de Schrift zelf. Paulus schrijft in 1 Timotheüs 2: "God wil dat alle mensen gered worden." En twee hoofdstukken later verklaart hij: "God is de Redder van alle mensen." Je hoeft daar dus niet over te fantaseren; het staat er gewoon en het heeft te maken met God.⟨/p> ⟨p>Ik ben ervan overtuigd dat dit niet alleen voor dit onderwerp geldt. Het geldt voor elk moment in je leven dat je beseft dat er een God is. Er is Er één die alles plaatst. En dat betekent dus ook dat er nooit iets misgaat. Ik heb het vandaag nog tegen iemand gezegd – ik zal niet in details treden, maar Petra zit hier te glimlachen. Ik heb het gezegd tegen iemand die een grote teleurstelling te verwerken kreeg. Ik had nog even ge-sms't: "Vergeet niet, er gaat nooit iets mis." Meer moest ik in dit verband ook maar niet zeggen. Maar er gaat nooit iets mis. Waarom? Kijk, dat is besef van God. Er kunnen hele tragische dingen gebeuren. Dit was in dit geval niet echt tragisch, maar wel verdrietig voor de persoon in kwestie. En dan zeggen we: "Ja, waarom?" en "God..." Weet je, daar kom je niet achter. We zijn maar mensjes, we zijn maar schepseltjes. Maar ik vind het zo heerlijk dat we helemaal niet hoeven te weten waarom dingen gebeuren. Als je een God hebt, dan gaat het toch goed? Hij beschikt de dingen.⟨/p> ⟨p>Als dat zo is, dan betekent het dat je Hem dus ook in alles kunt danken. Men heeft het vaak over 'positief denken', maar dat is een lege huls als je God niet als God verheerlijkt. Dat is een woord uit Romeinen 1, waar Paulus daar ook over spreekt. Het grote probleem van het heidendom is niet dat men niet religieus is – men is wel degelijk religieus – maar men kent God niet als God, als de grote Beschikker en Plaatser die nooit mistast. Als je God verheerlijkt en dankt, dan ga je inderdaad danken. Er gebeuren negatieve dingen, maar dan weet je: "Ach, dat minnetje is geen minnetje. Ik ervaar het nu als een minnetje, maar ik zal zien dat het een plus is in Zijn plan." Alleen zover is het nog niet. Dat leverde voor mij de mooie oneliner op: "Er bestaan geen minnetjes, er bestaan alleen maar plusjes die nog niet af zijn."⟨/p> ⟨p>Kijk, dat is God als God erkennen en danken. Dat is het besef van God. Dat je daarin opwast en opgroeit. Niet als theorie, maar dat je dat gaat beseffen bij elke stap in je leven. Dan ga je inderdaad opgewekt door het leven, in meer dan één opzicht trouwens. Dan kun je omhoog kijken: daar is Er één die het weet. Ik weet het niet, nou en? Ik heb de kracht niet, nou en? Híj heeft de kracht. Dat bedoelde Paulus ook te zeggen toen hij sprak over "op te wassen in het besef van God", dus om steeds daarin te groeien. Je bent geworteld in de waarheid en je groeit op in het besef van God. Het is een proces om daar steeds meer in geworteld te zijn en te worden.⟨/p> ⟨p>Nou jongens, ik hoop dat het maar een lange pauze gaat worden. Als u een bijdrage hebt of heeft – wat moet ik zeggen? – voor een vraag: wees niet beschroomd hoor. We zitten hier per slot van rekening niet met al te veel mensen.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-4" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1096" title="Speel af vanaf 18:16">▶ 18:16⟨/button> ⟨span>Vers 11: met Elke Kracht Bekrachtigd Wordend⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Paulus schrijft: zo word jij met alle kracht bekrachtigd. Eigenlijk staat er: opwassen in het besef van God, met alle kracht bekrachtigd wordend. Laten we het gewoon zo zeggen: zo wordt gij met alle kracht bekrachtigd. Hoe? Door het besef van God. Dan zul je met elke kracht — of eigenlijk staat er 'elke' kracht — bekrachtigd worden. Dat wil zeggen: welke kracht er ook maar nodig is, het staat je ter beschikking. Hij geeft het.⟨/p> ⟨p>Let op, het is een lijdende vorm: bekrachtigd wordend. Je wordt bekrachtigd. Het is niet zo dat je zelf de spierballen maakt of de stoere bink bent, nee, je wordt bekrachtigd. Waarin ligt die kracht? Waarin word je bekrachtigd? In het besef van God. Zonder dat is er geen kracht. Je moet weten dat er een God is en dat Hij werkelijk je leven leidt, dat Hij alles beschikt. En zo wordt gij met elke kracht bekrachtigd. Het maakt niet uit waar het gebrek ook ligt. Als je zegt: "ik ben zwak", dan is dat geen enkele verhindering. Geen enkele verhindering. Integendeel, elders zegt Paulus juist: "ik roem in zwakheden". Want als ik zwak ben, dan is Hij machtig. Dan is het ook overduidelijk dat het Zijn kracht en Zijn macht is.⟨/p> ⟨p>Als ik het niet kan, dan ben ik verplicht om omhoog te kijken. Dat is de ellende met zelfvertrouwen; als dat alleen maar kaal zelfvertrouwen is, dan denk je dat je God niet nodig hebt. Er is ook zo'n lied dat dat zegt: "Ik bouw op U, mijn schild en mijn verlosser". Een couplet gaat: "Gelovend ga ik, eigen zwakheid voelend". Ook dat is weer dat beseffen: je eigen zwakheid voelen. Er zijn blijkbaar wat mensen bij gekomen, Breta? Oké, nou dan horen zij het ook. Willen ze het niet horen? Deur dicht. Goed, je eigen zwakheid voelen is dus geen enkel probleem, want Hij bekrachtigt je. Dat zul je in deze verzen nog veel meer zien. Het is altijd die lijdende vorm: Hij is degene die je kracht geeft. Ook dat veronderstelt weer dat je gewoon opkijkt naar boven, naar God. Besef het, dat Hij God is, want daar heb je het van te verwachten.⟨/p> ⟨p>Hij belooft het ook, dat is een wetmatigheid. Opgroeiend in het besef van God wordt gij met elke kracht — op welk gebied of terrein van welke aard dan ook — bekrachtigd. Wat is de standaard daarvoor? Ik wil eerst nog even een woord aanhalen uit een andere gevangenisbrief, Filippense 4, waar Paulus schrijft: "Ik vermag alles". Hij heeft het daar trouwens over de omstandigheden in het leven: armoede, rijkdom, overvloed. Hij zegt: ik weet wat overvloed is en ik weet wat gebrek is. Maar in dat alles zegt hij: "ik vermag al die dingen". Dat wil zeggen: ik ben in staat om het te dragen, om daarin te leven. Ik vermag het allemaal in Hem die mij kracht geeft.⟨/p> ⟨p>Het is belangrijk om de hele zin te zeggen. Anders krijg je zo'n Emile Ratelband-geloof. Dan zeg je: "ik vermag alle dingen". Dat is misschien wel positief denken, maar het heeft geen grond. Het is namelijk ook niet waar. Je vermagt helemaal niks, een mens kan helemaal niks. Er hoeft maar dit te gebeuren en je bent nergens meer. Er springt één adertje in je hersenen en een mens is volstrekt vergankelijk en kwetsbaar; hij stelt niets, niets voor.⟨/p> ⟨p>Vorige week kreeg ik nog van iemand een mail die al op leeftijd was, maar het een en ander had meegemaakt. We hebben daarover geschreven en toen haalde ik een woord aan van een broeder uit Leiden destijds, Fokke. Hij zei altijd iets heel moois: "Zolang de Heer nog wat voor mij te doen heeft, ben ik onsterfelijk." Ja, dat is toch zo? Ik vermag al die dingen in Hem die mij kracht geeft; daar ben je gewoon van verzekerd.⟨/p> ⟨p>Paulus zegt ook: bid niet om kracht. Er wordt niet gebeden om kracht. Paulus is op voorhand verzekerd van die kracht en dus dankt hij daarvoor. Dat is een grote ontdekking. Ook dat ga je beseffen in je leven; het heeft te maken met een groeiproces. Maar je moet het ook horen, je moet het leren en onderwezen krijgen. Je moet het zelf ontdekken in de Schrift dat God alles geeft. Het probleem is vaak dat wij vragen om dingen die God op voorhand al belooft. Dan is het heel raar om Hem daarom te vragen. Als God nou zegt — we zullen het trouwens straks nog lezen — "je hebt de vergeving", gaan wij dan vragen: "Heer, wilt U ons vergeven?" Of als God zegt: "Ik zal in al jouw behoeften voorzien", en wij vragen: "Heer, wilt U in al mijn behoeften voorzien?" Het lijkt vroom, maar als u het mij vraagt, is het ongeloof. Als God dat belooft, wat zeg je dan? Dank u wel! Hij voorziet in mijn behoefte en in wat ik nodig heb aan kracht. In al jouw behoeften geeft Hij het, en dus dank je daarvoor.⟨/p> ⟨p>De standaard hiervoor is: "naar de macht van zijn heerlijkheid". Dus met elke kracht bekrachtigd wordend. Dan zou je de vraag kunnen stellen: op welk niveau en wat is daarvoor de maatstaf? Wel, "naar" betekent in overeenstemming met de macht van Zijn heerlijkheid. Ik heb hier een plaatje bij gezet over de majestueusheid van de schepping, die een uitbeelding is van de heerlijkheid van de Schepper. Van de macht van Zijn heerlijkheid hebben we geen idee. Wat Zijn heerlijkheid is en wat Zijn macht — Zijn vermogen — is, daar hebben we nauwelijks een voorstelling van. In de schepping zie je daar zoveel voorbeelden van. Als je zulke dingen ziet, of je ziet een zonsondergang, de kracht van het water of het natuurgeweld, dan wordt een mens daar zo klein van. De enorme macht van Zijn heerlijkheid is de maatstaf waarmee God meet. In overeenstemming daarmee bekrachtigt Hij jou met elke kracht die denkbaar en nodig is. En veel meer nog dan dat, want de Bijbel spreekt in dat verband ook over overvloed. Dat betekent dus niet alleen dat Hij je ermee vervult, maar dat je ervan overloopt. Het is meer dan genoeg. Zeer royaal, zoals dat in Efeze 1 genoemd wordt: naar de rijkdom van Zijn heerlijkheid. Dat is groot!⟨/p> ⟨p>Naar de macht van Zijn heerlijkheid, en dan staat erbij...⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-5" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1636" title="Speel af vanaf 27:16">▶ 27:16⟨/button> ⟨span>Volharding en Geduld in Combinatie met Blijdschap⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Tot alle volharding en geduld. Ook hier herhaal ik: dit zijn zaken die God geeft. Waar vloeit het uit voort? Ik blijf het zeggen: uit het besef van God waarover Paulus spreekt, en over dat besef van al die andere dingen die hij al eerder had genoemd. Het begint met weten; je gaat het beseffen en dan zul je met alle kracht bekrachtigd worden naar de macht van Zijn heerlijkheid, tot alle volharding en geduld.⟨/p> ⟨p>Er staat trouwens letterlijk — als u een Statenvertaling hebt, kunt u het zien, of in een Concordant Version — er staat letterlijk, en u kunt het hier ook zien in de interlineair... Dit is de Griekse tekst voor degenen die dat interessant vinden, en dit is trouwens echt onwijs boeiend, zo’n interlineair. Als u wilt weten hoe het precies werkt, dan moet u straks in de pauze maar even een ander vragen naar het ISA-programma. Geweldig, want daar zie je inderdaad hoe Paulus de dingen heeft opgetekend en hier staan dan de letterlijke vertalingen. Het enige nadeel is dat je geacht wordt Engels te kunnen, of het in ieder geval enigszins te beheersen. Daaronder staat dan de wijze waarop de NBG het heeft vertaald. Soms correct, soms ook niet, maar dat is juist hetgeen wat je dan in één oogopslag ziet.⟨/p> ⟨p>Maar er staat letterlijk: "tot elke volharding en geduld met blijdschap". De NBG-vertaling heeft het anders weergegeven; ik zal het straks laten zien. Is dat nou zo fout? Dat zeg ik niet. Maar dit is wat er letterlijk staat en ik vind het zo mooi als je hier even goed over nadenkt. Die combinatie vind ik namelijk goud: tot elke volharding en geduld met blijdschap. Want als er één eigenschap is die we doorgaans niet combineren met volharding en geduld, dan is het blijdschap. Bij volharding denk je meteen aan puf en moeite. En bij geduld denk je ook aan iemand die het bloed onder je nagels vandaan haalt.⟨/p> ⟨p>Geduld en volharding zijn twee verschillende dingen. Deze eigenschap volharding heeft te maken met volhouden, ondanks alle conflicten, tegenslagen, tegenwind en smaad. Wat kan er allemaal niet op je weg komen? Dat is veel hoor. Daarom is dit echt praktijk; het is zo belangrijk dat je gewoon volhoudt. Maar hoe? Door eigen inspanningen? Nee, door besef van God. Door te realiseren: er is één God en Zijn Woord is alles. Hij bekrachtigt mij en dus dank ik Hem en kijk ik omhoog. Dat geeft je in de eerste plaats volharding, dat wil zeggen: het vermogen om vol te houden. Het is eigenlijk wel mooi zoals wij dat ook in het spraakgebruik zeggen: "het hoofd omhoog".⟨/p> ⟨p>Hoe was het lied ook alweer? "Hoofd omhoog, het hart naar boven". Ik mag het graag zingen. Vroeger zong ik het destijds in de vergadering heel dikwijls: "Hoofd omhoog, het hart naar boven, hier beneden is het niet. Het ware lieve leven loven is slechts waar men Jezus ziet." Het is Oud-Nederlands hoor: "Het ware lieve leven loven." Maar het leuke is — even tussendoor — bij "lieve", "leven" en "loven" verschilt in het Nederlands slechts de klank van die woorden, de klinkers. Maar eigenlijk is het één: liefde is leven is loven. Als je wilt leven, dan moet je Hem loven. Als je liefde wilt krijgen, dan moet je Hem loven. Het is trouwens ook leuk dat als je "loven" in het Engels schrijft, je weer liefde krijgt: ⟨em>love⟨/em>. "I love you."⟨/p> ⟨p>Maar goed, het is slechts waar men Jezus ziet, Jezus hier opgericht. Wij zeggen dat inderdaad ook van mensen die het kopje laten hangen. Het is leuk hoe dat in het spraakgebruik al geïntegreerd is. We weten allemaal dat je niet volhoudt als je je hoofd laat hangen. Dat is niet de goede kant. We weten het allemaal: het hoofd moet omhoog. Maar het probleem is dat in de huidige wereld God wordt ontkend of weggeredeneerd. Maar daar is inderdaad Iemand. Er is een God die alles beschikt, die krijgt wat Hij wil. En als je dat weet en ook in je leven beseft, dan weet je: Hij geeft mij alle kracht. Dat zorgt ervoor dat ik kan volhouden.⟨/p> ⟨p>En dus vraag ik niet: "Heer, wilt U mij de kracht geven om vol te houden?" Nee, je dankt Hem ervoor dat Hij jou bekrachtigt en dat je volhoudt. Dat is een heel andere taal. Dat is zo opgewekt; dat is de taal van de apostel. Dat is leven uit genade. Niet vragen, Hij gééft het, en dus dank je.⟨/p> ⟨p>Volharding en geduld. Volhouden heeft te maken met het feit dat je volhoudt ondanks alle tegenstand. Geduld heeft juist te maken met mensen. Het Oud-Nederlandse woord, zoals de Statenvertaling dat ook weergeeft, is "langmoedigheid". Iemand zei eens een keer dat het te maken heeft met een "lange moed", als je het etymologisch ontleedt. Je gemoed wordt uitgerekt, heel flexibel. Het heeft ook iets te maken met inschikkelijkheid; je schikt je. Geduld.⟨/p> ⟨p>Maar hoe dan ook, ik wil daar nu even op wijzen: het staat er "met blijdschap". Kijk, daaraan kun je zien dat de combinatie van deze drie eigenschappen van boven komt. Dat is namelijk niet wat een mens kan produceren. Een mens kan sowieso al geen vreugde produceren hoor. Je kunt tegen iemand zeggen: "Jij moet blij zijn", maar hoe meer je dat probeert, hoe bedroefder je wordt omdat je merkt dat het niet lukt. Dus eerst was je al niet blij en dan word je vervolgens nog eens een keertje bedroefd omdat je blij móést zijn en je het niet kunt. Dat is dan droefheid in het kwadraat.⟨/p> ⟨p>Waar vind je de bron van vreugde? Dat is daar. Kijk omhoog: daar is er Eén, een Plaatser, een God. Hij geeft je volharding en geduld, bovendien gecombineerd met blijdschap, met vreugde. Dat heeft ook weer te maken met ⟨em>charis⟨/em>. Zelfs als je helemaal geen letter Grieks kent, dan zie je hier toch nog iets van ⟨em>chara⟨/em>. ⟨em>Charis⟨/em>, vreugde, genade. Besef van genade, dat maakt zo blij en bovendien dankbaar. Dat verzin ik ook niet, want dat staat er namelijk meteen achteraan. In de NBG-vertaling staat: "en dankt gij met blijdschap de Vader". Ze hebben de woordcombinatie iets omgegooid, wat niet zo gelukkig is, maar goed, we zullen daar nu niet al te moeilijk over doen. Het maakt in de praktijk uiteindelijk niet zoveel verschil: volharding en geduld met blijdschap, en zo danken wij.⟨/p> ⟨p>Je hebt dus vreugde en omdat je besef hebt van genade, ga je danken. Dat gaat hand in hand. Ik durf te zeggen dat het besef van genade evenredig is met de dankbaarheid. Of eigenlijk moet ik het omkeren: de dankbaarheid is evenredig met je besef van genade. Op het moment dat het besef van genade minder wordt, gaat de dankzegging ook verslappen. Daarom is het zo belangrijk om te weten wie Hij is en wat Hij geeft, puur om niet. En zo danken wij met blijdschap. We vinden dat hier trouwens ook hoor.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-6" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2166" title="Speel af vanaf 36:06">▶ 36:06⟨/button> ⟨span>Vers 12: de Vader Dankzeggen Die Ons Geschikt Maakt⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>"En dank gij met blijdschap de Vader die u toebereid heeft." Nu moet ik even iets corrigeren. Het lijkt een kleinigheid en toch vind ik het van groot belang. Dit staat in een Griekse grammaticale vorm: de aorist. 'A' betekent 'zonder' en in 'orist' herkent u het woordje 'horizon' nog. Zonder horizon dus. Een aorist betekent eigenlijk... wij hebben in het Nederlands allemaal verschillende tijdsvormen: verleden tijd, tegenwoordige tijd, toekomende tijd. Het Grieks heeft nog een grammaticale vorm die eigenlijk wil zeggen: zonder tijd. Zonder idee van tijd; dan gaat het puur om het feit, ongeacht wanneer. Dat is de aorist. In de meeste vertalingen geeft men dat weer met de voltooid tegenwoordige tijd, om het zo te zeggen. Als u dat te moeilijk vindt, dan vergeet u dat gewoon weer. Maar dat betekent in dit verband "die u toebereid heeft".⟨/p> ⟨p>Maar dat is niet wat er staat. Er staat gewoon "die u toebereidt", of letterlijk staat er "die u geschikt maakt". Niet "die u geschikt gemaakt heeft". Het gaat namelijk om het feit, niet wanneer het gebeurt. Het feit wordt gesteld: Hij maakt bereid of Hij maakt geschikt. Ongeacht wanneer. Dit is ook weer zoiets tijdloos, want Hij deed het, Hij doet het en Hij zal het doen. Het feit wordt gesteld en dat is een reden om God te danken, om de Vader te danken met blijdschap. Want Hij is degene die ons toebereidt, die ons geschikt maakt voor het erfdeel van de heiligen in het licht.⟨/p> ⟨p>Ook hier zie je weer: het is gewoon pure genade. Ook hier dus weer alle reden om omhoog te kijken, want Hij doet het. En aangezien Hij het doet, kijken we omhoog. Hij maakt geschikt. Dat is geen proces of een zaak die wij doen. Wij maken ons niet geschikt; dat is allemaal eigen werk. En dat leidt ook altijd tot teleurstellingen. Nee, waarom kunnen wij de Vader met blijdschap danken? Omdat Hij ons geschikt maakt.⟨/p> ⟨p>Voor dat erfdeel staat er... nou, letterlijk staat er trouwens een "lotsdeel". Is dat een groot verschil? Ja, in elk geval staat er gewoon een lotsdeel. Het heeft te maken met een loting. Dan lees je ook dat ze een lotsdeel kregen in het land. Het wordt meestal weergegeven met een erfdeel, en dat klopt in zoverre dat je het toebedeeld krijgt. Het is dus niet iets wat je verkrijgt of iets wat je koopt. Dat is met een erfenis ook zo: je krijgt dat gewoon. Het wordt je in de schoot geworpen, zeggen wij ook. Dat geldt trouwens voor het lot ook; het lot wordt je in de schoot geworpen. Een lot uit de loterij. "Het is mijn lot," zeggen wij.⟨/p> ⟨p>En dat geldt trouwens voor het meeste in het leven, want er is geen keuze. Het is een lot; je krijgt dat. Ga maar eens na: de meeste dingen die er echt toe doen heb je niet voor gekozen, die heb je zo gekregen. Heeft u ervoor gekozen om man of vrouw te zijn? Nou, dat is toch aardig belangrijk hoor in het leven, of je het een of het ander bent. Het bepaalt toch in veel opzichten een heleboel andere dingen weer. Of je mooi of lelijk bent... daar kan ik nu wel een grapje over maken natuurlijk. Ja, ik geloof dat ik deze opmerking echt moet inslikken. Ik spoel hem weg.⟨/p> ⟨p>Nee, maar ik bedoel: we voelen allemaal wel aan dat dit zo is. Het is inderdaad een lot, maar dat geldt ook voor wat Paulus hierover schrijft: de toekomst die wij hebben en het deel wat Hij ons geeft. Wij die nu al uitgeroepen zijn, die geroepen zijn met Zijn woord en die tot besef van de waarheid zijn gekomen. Ook dat is... ja, ik weet wel dat een heleboel mensen zeggen dat dit een keuze is. Nou, dat kunt u wel vergeten. Je bent gewoon geroepen. Hij heeft jouw ogen daarvoor geopend en je mag daar het besef van hebben. Dank Hem daarvoor. Hij is degene die roept, maar Hij is dan ook degene die jou daarvoor geschikt maakt.⟨/p> ⟨p>En dus: waar kijken we naar? Naar omhoog. Dat is het besef van God. Hij maakt geschikt. Voor wat? Nou, voor dat lotsdeel dat ons wacht. Strikt genomen hebben we het al, alleen de openbaring voor de toekomst wacht nog. "Het erfdeel van de heiligen in het licht," staat er dan. Ja, wat dat voor licht is... ik heb expres dit plaatje erbij gedaan. Waar zou ik hier op doelen?⟨/p> ⟨p>Oh, jij hebt het over iets anders, Petra. "Die u toebereid heeft." Nee, die niet. "Die u toebereidt." Ja, je hebt helemaal gelijk hoor. Met 'dt'. Ja, nee, dat ga ik helemaal in orde maken straks. Als ik het op internet zet, zal ik dat doen. Ik pak wel vaker zulke foutjes. Ja, "die u toebereidt" met een 'dt', inderdaad. Taaldocent... oké. Ja, ik ben blij dat ik zo'n vrouw aan mijn zijde heb, want die corrigeert mij. Niet verkregen, maar toebedeeld. Nu we het er toch over hebben: laat ik u dit zeggen, ik ben u dankbaar dat u mij kritisch volgt. Ik vind dit niet het meest gewichtige, maar goed, laten we het daar vooral over hebben. Het wordt ons inderdaad toebedeeld, en dat ging over dat licht.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-7" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2583" title="Speel af vanaf 43:03">▶ 43:03⟨/button> ⟨span>Een Lotsdeel in het Licht en Fysieke Transformatie⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Daar wilde ik nog wat over zeggen. Het licht waar Paulus over schrijft, daar wist hij heel goed waar hij het over had. Want Paulus was ooit geroepen – ik had het er net ook over, wij zijn geroepen. Althans, ik hoop dat u dat zo allemaal ook voor uzelf kunt zeggen. Ik mag besef hebben van Zijn genade, en dat was God voor Paulus ook. Paulus was geroepen vanuit de hemel en hij werd omstraald door een hemels licht; een zodanig licht dat hij drie dagen lang blind is geweest met zijn fysieke ogen.⟨/p> ⟨p>Maar hij heeft vervolgens zijn hele leven getuigd van die hemelse Heer en Zijn heerlijkheid, over de onnaspeurlijke rijkdom van Christus en dat wij als gelovigen met Hem verbonden zijn. Of we dat vanavond nog zullen zien, weet ik niet, maar een paar verzen later zegt hij dat Hij het hoofd van het lichaam is. Dat is een typisch Paulinische waarheid, een waarheid die hij heeft bekendgemaakt. Hij is daar het Hoofd, daar in die heerlijkheid die Hij bezit. Daarin worden wij met Hem verbonden.⟨/p> ⟨p>Daar hebben we geen idee van, maar die hemelse heerlijkheid zullen wij met Hem gaan delen. Zoals het hoofd en het lichaam één zijn, zo geldt dat voor Christus en de gemeente, de uitgeroepenen. En Paulus schrijft over de Vader die u toebereidt. Ja, dan is het inderdaad met een 't' – nu begrijp ik het, nu zie ik het ineens. "Die u toebereidt" voor het erfdeel der heiligen, voor het lotsdeel van de heiligen in dat licht.⟨/p> ⟨p>Dat wil zeggen: datzelfde licht waardoor Paulus ooit gegrepen werd en waardoor hij een paar dagen blind was. Zulk licht! Wel, daartoe zijn wij geroepen. Daarom moet ons lichaam straks ook echt getransformeerd worden om dat aan te kunnen, om ook de vreugde en al die heerlijkheid aan te kunnen. Onze sterfelijke lichamen zouden compleet op tilt slaan. Dat blijkt wel, want als Paulus dat licht ziet met zijn ogen, is hij een paar dagen blind. Dat verdraag je niet; daar is dit lichaam niet voor geschikt. Maar ook daarvoor geldt weer: Hij maakt geschikt.⟨/p> ⟨p>En straks, als we ook naar het lichaam die dingen zullen betreden en binnengaan, dan maakt Hij ons geschikt. Dat is toch logisch? Dat zijn transformaties die je ondergaat. Ik bedoel, dat geldt trouwens voor het hele proces. We zijn stervelingen en daar kunnen we tegen vechten – hoe vaak lees je niet dat mensen zeggen: "Ik heb gevochten tegen de dood" of "tegen een ziekte"? Maar dat is helemaal geen kwestie van vechten. Dat geldt ook voor straks, voor dat lichaam dat we ontvangen. We krijgen dat gewoon: een transformatie, een metamorfose. We zullen in dat licht ons deel hebben, en Hij maakt ons daarvoor geschikt. Ongeacht wanneer en hoe, Hij doet dat. En dus danken we met blijdschap, want het is een geweldige vreugde.⟨/p> ⟨p>Goed, vrienden, wij zullen weer verder gaan met ons onderzoek.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-8" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2792" title="Speel af vanaf 46:32">▶ 46:32⟨/button> ⟨span>Vers 13: Beveiligd uit de Volmacht van de Duisternis⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En inmiddels zijn wij zo waar in vers 13 terechtgekomen. Tot dusver hebben we één ding in ieder geval heel duidelijk voor het voetlicht gebracht — of in elk geval heeft Paulus dat heel duidelijk laten zien — dat alle activiteit, al het werk, het wezenlijke wat er gebeurt, Híj doet. En wij zouden onze ogen daarop richten. Dat is eigenlijk de hele clou van het verhaal, in dankbaarheid, omdat Híj het doet.⟨/p> ⟨p>Hetzelfde kun je zeggen over vers 13, want ook hier staat weer: Hij heeft ons verlost. Ook hier weer datzelfde 'heeft ons'. Dat staat ook weer in die aorist waar ik het over had. Dat betekent een tijdloze vorm. Dat wil zeggen: Hij verlost ons. Letterlijk: Hij beveiligt. Dat woord 'verlossen' heeft de betekenis — elders in het Nieuwe Testament wordt dat weergegeven met beveiligen — in veiligheid brengen. Dat is het idee. Oké, Hij beveiligt ons. De nadruk ligt uiteraard op het feit dat Hij dat doet. Wij brengen onszelf niet in veiligheid, Hij doet dat.⟨/p> ⟨p>Hij beveiligt ons uit de macht van de duisternis, staat er dan. Daarmee is deze wereld beschreven, die onder de volmacht van de overste van de macht der luchten... Hoe wordt hij genoemd? In Efeze 6 vers 12 wordt gesproken over de wereldbeheersers. Ik heb een boek in de kast staan — of ik had in elk geval een boek in de kast staan — dat heette 'De Cosmocraten'. Dat was een mooie titel, maar dat is het woord wat hier gebruikt wordt: Cosmos, Cosmocraten. Dat wil zeggen: de beheersers van de cosmos, van de wereld. En daarvan wordt gezegd: het is duisternis. Daarmee is feitelijk deze wereld getypeerd. Weliswaar is daar een God, een Schepper, maar wat er consequent gebeurt, is dat het licht — de waarheid namelijk — altijd ten onder gehouden wordt. Altijd. En dat betekent dus leugen.⟨/p> ⟨p>Er wordt gesproken in 2 Korinthe 4 over de ongelovigen van wie de overleggingen... De god van deze aion, dat wil zeggen van dit wereldtijdperk. Die heeft een god, met een kleine 'g' natuurlijk. Een god. Dat wil zeggen: het gaat hier over de tegenstander, die hier achter de schermen de touwtjes in handen heeft. En wat het meest karakteristieke van zijn arbeid is, dat is niet de duivel uit de mythologie en van de bekende plaatjes met die bokkenpoten. Nee, hij is de boodschapper van licht. Hij manipuleert het licht, oftewel de waarheid. En het manipuleren van de waarheid is niets anders dan leugens vertellen. Een leugen is namelijk niets anders dan een verdraaide waarheid. Nou zei ik het zelf: leugenachtig. Nou verdraai ik het zelf. Verdraaien.⟨/p> ⟨p>En dat betekent inderdaad dat deze wereld in duisternis tast, blind is. Maar iemand die blind is, die tast ook in de duisternis. Dat is karakteristiek voor de wereld. Niet weten — zo wordt het ergens in de Johannesbrief ook gezegd — niet wetend waar je vandaan komt en ook niet weten waar je naartoe gaat. Dan wandel je dus echt in de duisternis. Vraag maar eens een keertje aan de mensen of ze weten waar ze vandaan komen. Nee, ik heb het niet over de bloemetjes en de bijtjes. Ik heb het over werkelijk weten wat de oorsprong is van deze schepping. Dat er een Schepper is die alles in de... Die krijgt wat Hij wil. Gewoon weten waar je vandaan komt. Weten dat uit Hem alle dingen zijn en door Hem en tot Hem alle dingen zijn. Gewoon dat. Om over alle details, zoals de Schrift ons voorlicht... Wat vindt u daarvan, van dat woord? De Schrift licht ons voor en geeft ons daarin zoveel details. Hij verlost ons, hij beveiligt ons uit de volmacht van de duisternis.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-9" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3065" title="Speel af vanaf 51:05">▶ 51:05⟨/button> ⟨span>Overgebracht in het Verborgen Koninkrijk van de Zoon van Zijn Liefde⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En dan staat er: Hij heeft ons overgebracht, of Hij brengt ons over – ook dat weer in die aorist, de tijdloze vorm – in het Koninkrijk van de Zoon van Zijn liefde. Daar hebben sommige mensen wat moeite mee, over dat Koninkrijk. Dan zeggen ze: "Ja, dat Koninkrijk..." En ik zeg "sommigen", maar daarmee bedoel ik ook gewoon gelovigen die met de Schrift leven, de Schrift kennen en weet hebben van het plan van God. Zij denken dan: "Ja, dat Koninkrijk... ik ben dat idee al heel vaak tegengekomen: dat Koninkrijk is toekomstig." Ik zeg niet dat het onwaar is, maar het is in elk geval onvolledig. Dat Koninkrijk is namelijk ook nu reeds, alleen je moet het goed zeggen: het Koninkrijk is nu verborgen en het wordt straks openbaar. Strikt genomen komt het Koninkrijk straks niet; nee, het Koninkrijk wordt openbaar.⟨/p> ⟨p>Je leest in Lucas 19 ook dat terwijl Jezus met Zijn discipelen op weg is naar Jeruzalem, zij in de verwachting en in de veronderstelling leefden dat het Koninkrijk terstond openbaar zou worden (Lucas 19:11). Dat is mooi gezegd, want dat veronderstelt dat het Koninkrijk verborgen is. Ik heb hier een verwijzing naar Hebreeën 2, maar ik had er nog wat meer kunnen maken hoor. Het Koninkrijk is er nu ook. Per slot van rekening is er een Koning van wie Hijzelf al verklaard heeft: "Mij is gegeven alle macht" – dat wil zeggen: alle volmacht in hemel en op aarde. Dat zei Hij vlak voor Zijn heengaan naar Zijn definitieve verlaten van deze aarde: "Mij is gegeven alle volmacht in hemel en op aarde." Dat wil zeggen: de Koning is er. Zijn Koninkrijk, Zijn domein is afgebakend – nou ja, voor zover je dat een afbakening kunt noemen, want alles behoort Hem namelijk toe.⟨/p> ⟨p>Niettemin is het Koninkrijk verborgen. Waarom? Omdat Hij nog niet zichtbaar heerst, of beter gezegd: wij zien nog niet alle dingen aan Hem onderworpen. Dat is Hebreeën 2. Wij zien Jezus, zo staat er, gekroond met eer en heerlijkheid. Hij is de Koning, Hij is gekroond met eer en heerlijkheid. Dus de Koning is er en Zijn gebied is ook bekend: hemel en aarde, kortom het totale universum. Maar Zijn Koninkrijk is verborgen. Dat heeft alles weer te maken met de aard van de tijd waarin wij leven. Hij heerst namelijk in genade. Zo staat het in Romeinen 6. We lezen in Hebreeën ook over de troon der genade. De heerschappij in dat Koninkrijk, in zijn tegenwoordige vorm, is een heerschappij in genade.⟨/p> ⟨p>Je moet er even over nadenken wat dat betekent: een heerschappij in genade. Dat betekent dat genade voor recht geldt. Dat er niet direct wordt ingegrepen als er overtredingen plaatsvinden. Stel je voor dat ze in Den Haag zo zouden doen. Er wordt niet ingegrepen, er worden geen maatregelen genomen, er wordt geen straf voltrokken... dan zie je dus niks van zo'n heerschappij. Nou, dat is feitelijk de huidige situatie. Hij is gekroond met eer en heerlijkheid, maar Hij grijpt niet in. Straks – dat lees je in Psalm 2 – zal Hij alles opeisen en dan zal Hij ook de macht daadwerkelijk gaan uitoefenen. Dan gaat Hij orde op zaken stellen in deze wereld. Dat zal zijn in de tijd van de openbaring. Dat is veelzeggend in dit verband. Dat wil zeggen: Hij die nu verborgen is, Zijn macht is verborgen. Hijzelf natuurlijk ook, en alles wat Hij is. Wij zien dat thans niet. Eigenlijk is dat het hele karakteristieke van de tijd waarin wij leven: wij leven in geloof, wij zien niks. Wij leven gewoon blind – ik bedoel: in blind vertrouwen op Zijn woord. En daardoor zien we juist zoveel. Hij heeft gesproken en wij leven daaruit. Dat is wat geloof ook is: het is uit het gehoor.⟨/p> ⟨p>Hoe het ook zij: wij leven nu dus in dat Koninkrijk dat verborgen is. Het is dus wel degelijk waar dat het Koninkrijk er ook nu al is. Dat staat hier, maar het staat op meer plaatsen. Alleen: het is verborgen. En er staat: het Koninkrijk van de Zoon van Zijn liefde. Een prachtige uitdrukking, waarbij je trouwens de vraag kunt stellen: wat zou dat betekenen? Dat het heel mooi is, dat voel je wel. Het is Hij, de Zoon van Gods liefde. Wat zou het betekenen? Hebben jullie een idee? Zegt u eens wat... "Zijn liefde voor Hem?" Ja, dat is een gedachte. En "door Hem?" Want bij de uitdrukking "de Zoon van Zijn liefde" kun je aan twee dingen denken. Ten eerste: Hij is de geliefde Zoon. Dat is de ene gedachte. Die ligt erg voor de hand en is een volstrekt Bijbelse gedachte: "Deze is Mijn Zoon, Mijn geliefde, in wie Ik al Mijn welbehagen heb." Dat heeft twee keer uit de hemel geklonken.⟨/p> ⟨p>Maar je kunt ook zeggen: het is de Zoon van Zijn liefde omdat Hij de Zoon is waardoor God Zijn liefde bewijst. En als u nu aan mij vraagt: "Waar kies jij voor?", dan zeg ik: "Nou, liever niet." Dat is nou typisch zo'n nuancekwestie. Want de uitdrukking is ruim genoeg om beide betekenissen in zich te hebben. En dus zouden we hierin niet moeten kiezen. Er is geen enkele noodzaak, want het is namelijk beide waar. Hij is de geliefde Zoon, de Enige, maar Hij is ook de Zoon... en we zullen dat vanavond niet meer uitgebreid behandelen, maar als je even verder leest in Kolossen... Dat is dan weer het nadeel, denk ik wel eens een keer, als je erg inzoomt op woorden: dan kun je soms zomaar het grotere verband kwijtraken. Eigenlijk ga ik er van uit dat als we hier bij elkaar komen, u de hele context van dat Schriftgedeelte wat we bestuderen nog eens goed tot u neemt, want dan heeft u wat meer overzicht over het geheel.⟨/p> ⟨p>Maar in elk geval lees je in Kolossen 1 inderdaad dat God door de Zoon Zijn liefde gaat bewijzen aan heel de schepping. Dat is vers 20 – daar komen we vanavond echt niet meer aan toe. Ja, het is wel jammer, want het is misschien wel het hoogtepunt van de brief, waar gesproken wordt dat God door het bloed van het kruis het al weder met Zich zal verzoenen, hetzij wat in de hemel, hetzij wat op de aarde is. Kortom: heel de schepping. Alle vijanden en vervreemden – dat is de schepping. Elk schepsel is van Hem vervreemd, weet niet wie Hij is en kent Hem niet echt. Maar God gaat al die vijanden en vervreemden overtuigen van Zijn liefde. Hoe doet Hij dat? Door de Zoon. Want daar ooit, aan het kruis van Golgotha, bewees God: zoveel houd Ik van deze wereld. "En al vermoorden jullie Mijn Zoon, dat kan niets in mindering brengen op Mijn liefde, want Ik ga jullie allemaal het leven geven." En drie dagen later stond Hij op tot een leven dat elk mens zal krijgen. Toen bewees God dat, ondanks dat kruis, ondanks wat de wereld Hem aandeed. Dus "de Zoon van Zijn liefde" heeft beide betekenissen in zich. En we hoeven daarin helemaal niet te kiezen. In wie wij... vers 14.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-10" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3584" title="Speel af vanaf 59:44">▶ 59:44⟨/button> ⟨span>Vers 14: de Vrijkoping (apolutrosis) in Hem⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>In wie wij de verlossing hebben. Hier is trouwens een ander woord gebruikt. In het Nederlands is het weliswaar hetzelfde woord als wat we eerder zagen — "die ons verlost" — maar in de grondtekst staat hier een heel ander woord dan daar. Kijk, daarom doe je nou Bijbelstudie: om op zulke dingen opmerkzaam gemaakt te worden. In de Zoon van Gods liefde, in wie wij de verlossing hebben. Weet u welk woord daar staat? Eigenlijk zou ik het niet eens hoeven uit te leggen, want in het woord 'verlossing' — een wat oud-Nederlands woord, maar het zit er nog in — zit het woordje 'lossen' besloten. Dat betekent losmaken, maar ook loskopen. Vrijkopen dus; dat is de gedachte. Letterlijk staat hier in het Grieks ⟨em>apolutrosis⟨/em>. In het Engels vertaalt men dat vaak met 'deliverance', maar het is dus verlossing.⟨/p> ⟨p>In wie wij de verlossing hebben. Het doet me denken aan de "Christelijke Internationale", zoals de bundel van Johan de Heer wel genoemd werd. Daarin zingen we dat we één zijn in de naam van Jezus, en een van de coupletten luidt: "Wij hebben de verlossing in Jezus onze Heer." Wij hébben dat. Ik denk wel eens bij deze zin: men zingt het wel, maar weten we het ook echt? Onderkennen we het werkelijk? Daar hoeven we God dus niet meer om te vrágen; daar danken wij voor. In wie wij de verlossing hebben. We zijn bovendien verzegeld, dus dat is absoluut niet meer ongedaan te maken. Dat is nogal mooi: als God het doet, dan staat het goed.⟨/p> ⟨p>Wij hebben hier de loskoping, de vrijkoping. Het idee is dat er een prijs is betaald. Dat is in onze dagen misschien niet erg actueel meer; in het werelddeel waar wij wonen, kennen we geen slavernij meer. Althans, niet meer zoals we dat vroeger kenden of zoals dat elders nog gekend wordt. Bij slavernij was een slaaf per slot van rekening een lijfeigene; hij was het bezit van zijn heer. Je was dan geen werknemer met een bepaald contract, nee, je was gewoon het bezit van jouw heer. Je was helemaal afhankelijk van zijn genade. Zo'n slaaf kon echter vrijgekocht worden. Omdat hij bezit was, kon hij gekocht worden, maar daar moest een prijs voor betaald worden. Dat is het idee dat hier achter zit: er wordt een prijs voor je betaald, zodat je vrij bent. Geen slaaf meer, of eventueel geen gevangene meer. Dat is de gedachte: de prijs is betaald.⟨/p> ⟨p>Trouwens, voor wie? Dat is nogal makkelijk: de losprijs voor allen. Dat staat in 1 Timotheüs 2 vers 6: Hij die Zichzelf geeft tot een losprijs voor allen. Dus allen zijn gekocht en betaald en zijn daarmee Zijn eigendom en Zijn doel. Maar goed, wij hebben de verlossing; wij zijn in Hem en dus vrij en losgekocht. En dan moeten we even goed opletten wat er staat en wat dat betekent, want dit is toch een punt waar je nog wel eens op stuit. Er staat namelijk achter...⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-11" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3799" title="Speel af vanaf 01:03:19">▶ 01:03:19⟨/button> ⟨span>Vergeving (aphesis) als Volkomen Bevrijding en Loslating⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>De vergeving der zonden... waar denk je aan als je die uitdrukking leest? En ik waarschuw u meteen: dat weerhoudt u of jou er natuurlijk weer van om dan nog überhaupt een antwoord te geven, want dan denk je: het zal wel niet deugen in zijn ogen. Maar het is wel zo: dit zijn ook vaak weer van die kerkelijk of theologisch gekleemde woorden die een bepaalde klankkleur hebben gekregen, een bepaalde smaak – bijsmaak moet ik zeggen – waardoor je gewoon niet meer beseft wat het betekent. Vanwege de traditionele lading die het heeft, en intuïtief horen we dat allemaal. Want ja, je bent groot geworden in een kerkelijk milieu, per slot van rekening. De meeste Nederlanders hebben nog zo'n achtergrond, tenminste als je wat meer op leeftijd bent; die hebben nog in ieder geval dat soort ideeën.⟨/p> ⟨p>Maar de verlossing, de vergeving van zonden... wat is nou de vergeving van zonden? Waar denk je dan aan? Aan schuld die niet wordt aangerekend? Ik zeg niet dat het die betekenis niet in zich heeft, maar het is veel meer. En als je het zo zegt, ontgaat je de clou. Sowieso al omdat hier al gezegd werd: "in wie wij de verlossing – dat wil zeggen de loskoping of de vrijkoping – hebben", en dan staat erachter: "de vergeving der zonden".⟨/p> ⟨p>Nou ga ik u wat vertellen – ik sta hier al twee uur niks anders te doen natuurlijk: er staat letterlijk de loslating of bevrijding. Het Griekse woord is aphesis. En dat wij denken: dan wordt het verleden niet meer aangerekend... nee, dat is het idee niet. Het is gewoon loslaten. Ik zal u een voorbeeld geven. Ik meen dat het de eerste keer is dat het woord gebruikt wordt in het Nieuwe Testament, dit Griekse woord dus: de vergeving.⟨/p> ⟨p>Even een bijbelkennisvraagje: hoe vaak denkt u dat Paulus spreekt over de vergeving der zonden in zijn brieven? Nou, vertel het eens... Oh, is dat zo? Dankjewel, bij deze, dan weet u meteen de auteursrechtelijkheid. Bedoel je het wettelijke woord vergeven of moet je eigenlijk loslaten door bevrijding? Nou, gewoon deze uitdrukking: de vergeving der zonden. Is het wettelijk het woord vergeven? Ja, gewoon... Of is het een strikvraag? Nee, absoluut niet. Ik zou het niet durven, Emily, ik stel geen strikvragen.⟨/p> ⟨p>Eindstelling: hoe vaak zou die uitdrukking voorkomen? Gewoon als je een concordantie pakt op de Nederlandse vertaling: "de vergeving der zonden". Hoe vaak denk je dat het er staat? Twee keer. Wie zei dat? Twee keer. Je hebt helemaal gelijk. Volgens mij praten wij wel eens met elkaar! Nee, het is waar. Paulus spreekt erover in Kolossenzen 1 en in Efeziërs 1 spreekt hij daar ook over. Twee keer maar.⟨/p> ⟨p>Maar als hij daarover spreekt, dan heeft hij het maar niet over het wegdoen van schuld, dat God ons verleden niet meer aanrekent. Dat is waar hoor, maar dat is niet de betekenis van dit woord. Want het is loslating, bevrijding. De eerste keer dat het woord voorkomt – ik zeg het even onder voorbehoud, ik weet het niet absoluut zeker – maar in het evangelie van Lukas, in Lukas 4 vers 18 en 19, komt het woord twee keer voor. En dat is heel ontdekkend. Moet je opletten in wat voor een hele concrete context dat gebruikt wordt.⟨/p> ⟨p>Daar wordt gesproken over – het is een citaat uit Jesaja – Jezus die als rabbi is opgestaan en naar voren is gegaan in de synagoge van Nazareth. Dan leest Hij zijn gedeelte voor uit Jesaja en dan staat er: "om aan gevangenen loslating te verkondigen". Dit woord. Wat hier vertaald wordt met vergeving. U zegt: dat is verwarrend. Ja, maar ik heb de Bijbel ook niet vertaald!⟨/p> ⟨p>"En om gevangenen loslating te verkondigen en aan blinden het gezicht, om verbrokenen heen te zenden in vrijheid." Hier weer hetzelfde woord, of hetzelfde stamwoord. Iets andere vorm, maar exact hetzelfde woord, hetzelfde begrip dat daar gebruikt wordt. Hier om te verkondigen het aangename jaar des Heren. Maar waarom laat ik dat zien? Omdat, als je weet wat de betekenis is... letterlijk is het namelijk loslating, van "af-laten". Hier gaat het dus heel duidelijk over gevangenen. Nou, gevangenen die worden losgelaten, oftewel vrijgelaten. Maar dat lag al zo voor de hand, want Paulus had juist gesproken over: "in wie wij de verlossing, de vrijkoping hebben". Vrijgekocht. Dat wil zeggen: je bent geen slaaf of een gevangene meer. Nou, dat is hier ook: "om aan gevangenen loslating", oftewel verbrokenen heen te zenden in vrijheid, in loslating.⟨/p> ⟨p>Vergeving, klopt dat niet? Dan zeg ik: het is veel te arm. Het is namelijk veel meer. Het is bevrijding van zonde. Kijk, bij vergeving van zonde denk je dat je verleden wordt kwijtgescholden en dat daar niet meer aan gedacht wordt. Je verleden wordt je niet aangerekend. Is dat waar? Absoluut. Maar dat zou sowieso buiten de discussie moeten staan, want God rechtvaardigt ons. Wij hebben in die zin niet eens vergeving nodig op die manier; God rechtvaardigt ons. Bij vergeving is het idee nog: je was schuldig, maar je bent ervan vrijgesproken. Want bij rechtvaardiging is het idee: je bent rechtvaardig, je bent volkomen onschuldig. Dat is rechtvaardiging. Maar hier wordt gesproken over de bevrijding van zonden.⟨/p> ⟨p>Dus wat hier staat – en nou ga ik gewoon even terug naar wat Paulus hier optekent: wij hebben in Christus... nee, laat ik het goed zeggen, in de Zoon van Gods liefde hebben wij de vrijkoping. De prijs is betaald. We zijn in vrijheid gesteld. En dat wil zeggen – want zo staat het er: "in wie wij de vrijkoping hebben" – dat wil zeggen de loslating van de zonde. Dat wil zeggen: de bevrijding van de zonde. Dat is wat Hij doet. Ook hier moet ik dat weer benadrukken: in wie wij dat namelijk hebben. In Hém. Daar hoef je dus niet voor te vragen, daar kun je God gewoon voor danken. Weet je wat er gebeurt als het ook zo dikwijls wordt verteld...⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-12" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4235" title="Speel af vanaf 01:10:35">▶ 01:10:35⟨/button> ⟨span>Niet Strijden Tegen Zonde, maar Danken en Leven voor God⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Dat we zouden... Als het gaat over zonden, dan moeten we daartegen strijden. Hoe vaak heb ik het niet gehoord? Ook vanaf de kansel. Het wordt in Bijbelstudies en in meditaties altijd de mensen voorgehouden: we moeten strijden tegen de zonde. En dan denken we: wat een evangelie.⟨/p> ⟨p>Ja Corrie? Denk eens aan het 'Onze Vader'. Ik begrijp het volkomen, maar wat wordt er niet gebeden: "Vergeef ons onze schulden"? Ja, "gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren". Paulus zegt het trouwens precies omgekeerd, hè? Dat wij genade bewijzen, niet dat wij vergeven zoals wij onze schuldenaren vergeven. Nee, dat wij elkaar genade bewijzen zoals God ons genade bewijst. Niet wij zijn de maatstaf, maar Zijn genade is de maatstaf. En zo mogen wij ook naar elkaar toe wandelen en leven: voortdurend genade bewijzen.⟨/p> ⟨p>Maar ook hier, om even terug te komen op dat strijden tegen de zonde. Men spreekt over verlossing van zonden, vrijkoping van zonden. Waarom dan strijden tegen de zonde? Waarom Hem niet danken voor het feit dat we volmaakt zijn in Hem? En dat we zien op Hem? En wat dacht u: dat als je ziet op Hem, dat Hij dan niet de kracht zou geven? En als je faalt? Dan wordt er gezegd: "Ja, u zegt dat wel, dat is maar makkelijk, kijk omhoog." Het gaat namelijk niet om ons onvermogen; Hij is degene die Zijn werk in ons doet. Wees je ervan bewust — daar heb je het weer: besef Zijn genade. Want je bent volmaakt. Hoezo dat tobben over je eigen zonde? Dat is een feit; u zegt: "Ik ben zo zwak." Ja, en roem erin! Hij is krachtig. En bovendien: Hij is degene die je inderdaad bevrijdt van je zonden.⟨/p> ⟨p>Weet u wat zonde eigenlijk is? Dat is je doel missen. Maar het grote doel van God is inderdaad dat wij zien op Hem. En op het moment dat we gaan strijden tegen onze zonde — of die van een ander, dat is helemaal mooi natuurlijk, dat is al makkelijker bedoel ik — maar op het moment dat je gaat strijden tegen de zonde, waar kijk je dan naar? Naar jezelf. En bovendien raak je gefrustreerd, want je verwacht wat van jezelf. Je wordt teleurgesteld en je wordt er depressief van, want je faalt iedere keer. Maar hoezo die strijd? Waarom niet leven uit de genade die Hij geeft? Ik weet het, als bezwaar wordt dat altijd geuit: "Maar dat zou toch maar makkelijk zijn." Maar dit is juist het evangelie.⟨/p> ⟨p>Dank God! Ga op je blote knieën Hem nou eens danken voor wat je bent in Hem en voor wat Hij geeft. Niet dat jij moeite gaat doen om van je zonde af te komen; dat lukt je toch niet. Dus waarom proberen? Dank Hem voor het feit dat Hij Zijn wil in en door jou kan doen. Dagelijks; ik bedoel dat is een kwestie van wandelen, elke stap die je zet. Dank Hem! Dan kijk je de goede kant op en dan word je bekrachtigd met alle kracht. Meer dan genoeg. En dat is een blijmoedig leven. Het is zo armtierig als mensen altijd bepaald worden bij zichzelf en bij hun eigen falen.⟨/p> ⟨p>Want geheid, zo gaat het: op het moment dat jij iets moet proberen te doen... Ik ben inmiddels allergisch geworden voor het woord 'proberen', want daar zit het falen altijd al in gebakken. "Ik probeerde de deur dicht te doen." Dat is niet gelukt. Als je zegt "ik probeerde het", dan betekent dat: het is me niet gelukt. In het hele 'proberen' zit het falen al in. Wij proberen niet. God probeert trouwens ook nooit. Dat blijf ik een heel mooie vinden; dat is een van die mooie oneliners die ik graag herhaal: God probeert nooit. Zoek het maar op in de Bijbel. God doet gewoon. Kijk, en van die God hebben we het te verwachten. Naar die God kijken we op en dan zeggen we: welke last rust er nog bij ons? Geen enkele. Dank Hem daarvoor! Daarom danken we met blijdschap. Op het moment dat er wel een last op ons rust die we niet aankunnen, waarin we falen, dan hebben we geen reden meer om te danken. Maar we hebben reden om te danken; we zijn blij. Waarom? Omdat Hij het allemaal voor Zijn rekening neemt. En als je zwak bent: roem daarin.⟨/p> ⟨p>Weet dat het allemaal geplaatst wordt in wie wij de verlossing hebben. Dat is de bevrijding; dat is het dus: de bevrijding van de zonde. Hij maakt je vrij ervan. Paulus spreekt in Romeinen 6 vers 10... Wat staat daar? Nee, dat is Galaten 5... ik dacht even: ik kijk naar u, maar... Want ik hoor hem nu wel eens een keer citeren. "Zo moet het voor u vaststaan dat gij dood zijt voor de zonde." Hoezo strijden tegen de zonde? Dat is niet wat een lijk doet hoor. Die doet helemaal niks. Dat is gewoon een lijk. Nee, wij zijn een lijk voor die zonde. Daar hebben we geen enkele verbinding mee. Daar heeft God ons van bevrijd. "Zo zou het vaststaan." "Reken" staat er letterlijk. Reken erop dat je dood bent voor de zonde en leeft voor God. Dat betekent dus dat we niet strijden tegen de zonde; we leven voor God.⟨/p> ⟨p>En dat betekent ook hier weer: het is een kwestie van focus. Alles is een kwestie van: waar richt je je oog op? Waar ben je op gericht? Ben je echt een mens? Een antropos? U kent die term? Ik kijk even om me heen... Ja, een aantal van u kennen hem wel, van mij of van jou, Martin, hè? Of heb je die ooit al gehoord? Antropos, dat weten de meesten wel, althans degenen die het niet weten: antropos kennen we allemaal van woorden als antropologie of antroposofie. Antropos betekent 'mens'. Het is het Griekse woord voor mens. Maar als je antropos in delen ophakt, samengesteld uit een paar woorden, dan betekent het letterlijk: een omhooggekeerde kijker. Dat is dit. Je kijkt... daar zit trouwens de gedachte al in dat de mens de neiging heeft om om zich heen te kijken, zich te oriënteren op wat men zegt — dat is allemaal zo belangrijk — of op jezelf te zien, of op je verleden. Maar een echt mens is iemand die, als je werkelijk mens bent, omhoog kijkt. Geweldig. Besef van God.⟨/p> ⟨p>Als je op zulke woorden, op de taal gaat letten, dan blijkt vaak dat we het allemaal wel weten, maar we zijn het vergeten of we hebben het ten onder gehouden. We wéten die dingen, maar we zijn ze kwijtgeraakt. Die dingen moeten onder het stof vandaan komen. Je moet dat weten: de bevrijding van de zonde. En nu komen we op een heel nieuw gedeelte: vers 15.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-13" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4739" title="Speel af vanaf 01:18:59">▶ 01:18:59⟨/button> ⟨span>Vers 15: de Zoon als het Beeld (icoon) van de Onzichtbare God⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Dan moet ik even op mijn klokje kijken, want ik weet niet hoever we nu zijn. Laat ik een aftrap geven voor dit gedeelte. Bij de aanvang van deze studie had ik gezegd dat we vanavond op een gedeelte zouden komen dat, naar nu blijkt, pas aan het slot aan de orde komt: het meest verheven gedeelte van deze hele brief. Deze hele brief is een juweeltje, maar dit is wel zeker het meest verheven stuk, omdat dit alle schijnwerpers zet op wie de Zoon van Gods liefde is.⟨/p> ⟨p>Wie is die 'Hij'? Dan moet u even teruglezen. Het gaat over de Zoon van Gods liefde, de geliefde Zoon; Hij door wie God Zijn liefde aan deze wereld gaat bewijzen. Hij is het beeld van de onzichtbare God. Alleen zo’n zin is al een complete studiedag waard, want daar liggen een paar dingen in besloten. God is de Onzichtbare — waarover straks nog meer — maar Hij is het beeld. Hij is het 'icoon', het Griekse woord ⟨em>eikōn⟨/em> dat hier staat. In het Engels is het ⟨em>icon⟨/em> en wij zeggen icoon. Afgelopen weekend waren wij in Milaan en bezochten we een hele grote kathedraal, een geweldig gebouw in het centrum. Dat is vergeven van de heiligenbeelden; ik zou bijna zeggen afgodsbeelden, want daar komt het echt wel op neer. Het staat vol met iconen. Iconografie is de wetenschap die over die beelden gaat, en dat is precies het woord dat hier gebruikt wordt: een icoon. Een icoon is een kopie, een beeltenis.⟨/p> ⟨p>Wij spreken ook over een beeltenis als we het hebben over kop en munt. U kent de geschiedenis van de Heere Jezus aan wie de vraag gesteld wordt over het betalen van belasting. Hij vraagt om een muntstuk en zegt: "Wiens beeld — wiens icoon — is dit?" Men antwoordt: "Dat van de keizer." In dit geval was het de keizer bij uitstek, Julius Caesar. Zijn beeld staat op die munt. Nu is dat een interessante vraag: is dit muntstuk Julius Caesar? Daar moet je theoloog voor zijn om daar ruzie over te maken. Dat is geen grap, dus u lacht misplaatst; men heeft daar namelijk een gigantische strijd over gevoerd in de vraag: is Jezus God?⟨/p> ⟨p>Je kunt zeggen: "Nee, Hij is het beeld van God." Je kunt ook zeggen: "Hij is God." Maar dan praten we over een bekend stijlfiguur: beeldspraak. Dat wil zeggen dat iets niet letterlijk waar is, maar dat het een beeld is van. Is zo'n munt Julius Caesar? Ja, maar wel met dien verstande dat het zijn beeld is, want dit is natuurlijk niet de echte Julius Caesar; die ligt allang onder de grond. Het is een beeld van een beeld. Zo is de Heere Jezus Christus het beeld van God. Je kunt zeggen dat Hij God is — er zijn schriftgedeelten die dat zeggen en dat is waar — maar dat is beeldspraak. Er is natuurlijk maar één God, letterlijk de Onzienlijke.⟨/p> ⟨p>Daaraan weet je ook meteen dat Jezus inderdaad niet letterlijk God kan zijn, want Hij is niet de Onzienlijke. Integendeel, Zijn kenmerk is juist dat Hij God zichtbaar maakt. God is de Onzienlijke en Hij drukt Zich uit. Zijn beeltenis is de Zoon van Gods liefde; Hij is het icoon van God. Je kunt ver teruggaan in de Bijbelse geschiedenis, naar Genesis 1, om dat beeld daar al te zien. Adam werd ooit geschapen in het beeld Gods. Wie is dat beeld Gods? Ook dat is ons altijd wijsgemaakt — mij althans — dat wij mensen allemaal het beeld van God zijn. Dat kunt u wel vergeten, dat is niet waar. Dat staat nergens in de Bijbel.⟨/p> ⟨p>Wat zou het aparte zijn van deze uitspraak als hier gezegd wordt dat Hij het beeld is van de onzienlijke God, als we dat allemaal al zouden zijn? De mens Adam werd gemaakt in dat beeld van God, maar daar komen we de volgende keer over te spreken. God had de Zoon van Zijn liefde in gedachten voor ogen toen Hij Adam schiep. Adam werd 4000 jaar eerder geschapen voordat de Heere Jezus Christus als Zoon van God geboren werd. En toch was de Heere Jezus Christus in die zin eerder, dat Hij het prototype was, het model waarnaar Adam geschapen werd. Hij was de laatste Adam, en toch was Hij er eerder.⟨/p> ⟨p>Hij is het beeld van de onzichtbare God. Daarom wordt er gezegd: "Hij is het beeld van de onzichtbare God." Paulus schrijft in 1 Timotheüs 1:17 zulke duidelijke teksten over de Koning der aeonen — Hij die de wereldtijdperken beheerst, want dat is wat een koning doet. Hij noemt Hem de Onvergankelijke, de Onzienlijke, de enige God. In het Grieks staat daar het woord ⟨em>monotheos⟨/em>: monotheïsme. Wie is de enige God? Is dat de Heere Jezus Christus? Nee, de Heere Jezus Christus is het beeld van de Onzienlijke, de enige God. Hem zij de eer en de heerlijkheid tot in de aeonen der aeonen. Welke wereldtijdperken er ook nog gaan komen: Hem zij de heerlijkheid, aan die onzienlijke God.⟨/p> ⟨p>Johannes zegt in hoofdstuk 1 vers 18 heel kernachtig: "Niemand heeft ooit God gezien." We vinden dat trouwens ook al in Exodus: "Niemand zal Mij zien en leven." Waarom niet? Omdat God de Onzienlijke is. Voor zover Hij gezien wordt, is dat via een boodschapper of, sinds de Zoon van God er is, in Hem. Hij is het beeld van God, maar God Zelf is de Onzienlijke. Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, die aan de boezem van de Vader is en daar nu verheven is, onttrokken aan het oog, Die heeft Hem doen kennen. Daarbij kom je in wezen weer dezelfde gedachte tegen: daar is de Zoon van God. Hij is geboren uit de maagd Maria en Hij is de Zoon van God. Welnu, die Zoon van Gods liefde is het beeld van de onzichtbare God. De ongeziene God heeft Zich bekendgemaakt en geopenbaard in Zijn beeld, dat een volkomen uitdrukking is van wie Hij is.⟨/p>