⟨h3 id="hoofdstuk-1" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="0" title="Speel af vanaf 00:00">▶ 00:00⟨/button> ⟨span>Introductie en Terugblik op Kolossenzen 1⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Goed vrienden, wij gaan onze speurtocht in de Kolossersbrief, of in de brief aan de Kolossers, voortzetten. We hebben inmiddels een aantal verzen daarvan besproken. De kop is eraf, zal ik maar zeggen, en de aanhef, de groeten en de eerste woorden van de eigenlijke brief hebben we ook met elkaar gelezen en nader besproken. We zijn niet al te veel opgeschoten, maar daar gaat het ook helemaal niet om.⟨/p> ⟨p>Ik stel voor dat we nu verdergaan en eerst nog even die eerste verzen lezen om er weer goed in te komen. We lezen in vers 1 dat Paulus schrijft: "Paulus, door de wil van God een apostel van Christus Jezus, en Timoteus onze broeder, aan de heilige en gelovige broeders in Christus te Kolosse: genade en vrede zij u van God, onze Vader. Wij danken God, de Vader van onze Here Jezus Christus, te allen tijde bij ons bidden voor u, daar wij gehoord hebben van uw geloof in Christus Jezus en van de liefde, die gij al de heiligen toedraagt, om de hoop, die voor u is weggelegd in de hemelen. Daarvan hebt gij tevoren gehoord in de prediking der waarheid, het Evangelie dat tot u gekomen is."⟨/p> ⟨p>Zover waren we gekomen in de bespreking en daarom lijkt het me het meest logisch en voor de hand liggend om daar nu ook gewoon weer de draad op te pakken. We hebben wat verteld over dat voorgaande en ook over Kolosse – nog niet eens over de directe aanleiding, want dat zal pas later in de brief aan de orde komen. We volgen Paulus gewoon op de voet en dat lijkt me ook de meest logische methode om deze brief te bespreken.⟨/p> ⟨p>Afijn, Paulus schreef dus over het feit dat zij tevoren hadden gehoord van de prediking der waarheid, het Evangelie. Letterlijk staat er dus: de prediking of het woord van de waarheid van het Evangelie.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-2" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="138" title="Speel af vanaf 02:18">▶ 02:18⟨/button> ⟨span>Het Evangelie Draagt Vrucht in de Hele Wereld⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Dat tot u gekomen is. Immers, in de gehele wereld draagt het vrucht en wast het op – dat wil zeggen: het groeit op – zoals ook bij u. Die frase 'de gehele wereld' komen we nog wel een paar keer vaker tegen in de brieven van Paulus. Bijvoorbeeld in Romeinen 1, in de aanhef van die brief. Daar lees je dat Paulus in vers 8 schrijft: "In de eerste plaats dank ik mijn God." Dat doet hij altijd, hè? Dankzegging staat altijd voorop. Dat zie je in Kolossenzen 1 en je ziet het in Efeziërs 1. Bij al die brieven die hij schrijft, is het altijd zo dat hij meteen aanvangt met dankzegging. Dat is heel karakteristiek.⟨/p> ⟨p>"In de eerste plaats dank ik mijn God door Jezus Christus over u allen," zo schrijft hij, "omdat in de gehele wereld van uw geloof gesproken wordt." Ook hier zien we diezelfde uitdrukking: 'in de gehele wereld'. Dat wil zeggen: waar het ook ter wereld komt, daar wordt erover gesproken. In dit geval is het trouwens helemaal opmerkelijk, want het waren niet eens de gelovigen te Rome – aan wie deze brief natuurlijk gericht is – die zelf dat geloof doorgaven. Ongetwijfeld hebben ze dat gedaan; ik bedoel, een goed bericht is een goed bericht en dat houd je niet voor je. Maar dat is niet eens wat hier staat. Er wordt gezegd dat in de hele wereld van hun geloof gesproken wordt. Niet: zij spraken in de hele wereld over hun geloof; nee, in de hele wereld wordt van hun geloof gesproken.⟨/p> ⟨p>Daarmee is ook iets gezegd – en dat is een understatement – over de aard, het karakter en het dynamische, of moet ik zeggen: het dynamiet van de boodschap die zij kenden. Het had zo'n impact en stond zo haaks op alles wat er destijds verteld en gekend werd, dat het een gespreksonderwerp was. Het ontmoette ook heel veel tegenstand. Het was niet alleen maar een punt waar positief over gesproken werd, maar er wérd over gesproken; het was een onderwerp. Daar waar het woord van het evangelie gekomen is, daar heeft het zijn uitwerking, en dat is een onderwerp van gesprek. Niet alleen het woord zelf, maar ook de uitwerking daarvan. Mensen die daardoor vrede en vreugde ontvangen en een levende hoop hebben, dat is iets wat zijn sporen nalaat. In dit hele verband werd in de hele wereld van hun geloof gesproken. En nogmaals: de kwestie hier is niet eens zozeer evangelisatie doordat zijzelf het woord brachten, maar anderen spraken over die boodschap.⟨/p> ⟨p>Dan heb je nog zo'n soortgelijke uitdrukking in 1 Thessalonika 1. Daar lees je in het achtste vers: "Want uit uw midden heeft het woord des Heren weerklonken, niet alleen in Macedonië en Achaje..." – hier bevinden we ons in het gebied van Griekenland – "...maar allerwegen is uw geloof, dat zich op God richt, bekend geworden, zodat wij daarvan niets behoeven te zeggen." Ook hier zien we weer een soortgelijke gedachte als in Romeinen 1. In heel de wereld was dit een onderwerp. Vanuit hun midden werd erover gesproken; dat wil zeggen dat zij er uiteraard zelf over spraken, maar vervolgens was het ook een onderwerp dat allerwegen zijn weg wist te vinden. Zo gaat dat. Ik moet u zeggen dat ik dat ook heel erg herken. En jij hebt misschien wel dezelfde ervaring.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-3" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="394" title="Speel af vanaf 06:34">▶ 06:34⟨/button> ⟨span>De Onstuitbare Uitwerking van het Woord⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Op het moment dat je spreekt over dat Woord, dan heeft het altijd zijn uitwerking. Het is namelijk krachtig. Ik bedoel, als je het puur brengt – niet gemengd, niet gemixt, geen water bij de wijn – nee, gewoon als je het puur voorzet, dan heeft het zijn uitwerking. Juist de laatste weken ben ik er weer erg op geattendeerd, op dit feit. Vandaag heb ik nog een weblogje op mijn website geplaatst naar aanleiding van allerlei reacties die ik heb ontvangen. Die reacties kwamen naar aanleiding van een radio-uitzending van enkele weken terug; de meesten van u weten daar wellicht van. Op Groot Nieuws Radio werd ik geïnterviewd over 'alverzoening', zoals dat dan wordt genoemd. Nou, dan weet je het meteen al. En als je dan gewoon het Woord doorgeeft en vertelt wat er staat geschreven, dan heeft dat zo'n impact.⟨/p> ⟨p>Dan hoef je er niet eens zelf meer over te spreken. Het roept zoveel emoties op en maakt zoveel reacties los; overal wordt er ineens over gesproken, over dat Woord. Dat is dus de kracht van dat Woord. Ik vind het altijd prachtig om dat te zien. Er is trouwens één heel effectieve manier om dat de kop in te drukken, en dat is wanneer tegenstanders het gewoon verzwijgen en negeren. Dat is trouwens nog het allerbeste wat ze kunnen doen, als u begrijpt wat ik bedoel. Als je werkelijk dit Woord wilt tegenstaan, dan kun je het het beste negeren. Want anders zal het namelijk altijd zijn kracht bewijzen. Dat is echt waar.⟨/p> ⟨p>Ik ga er nu even gemakshalve van uit dat de meesten hier weten wat er toen gebeurd is tijdens die bewuste uitzending. Er was aan het eind iemand die het mij moeilijk moest maken – of in ieder geval, dat heet dan de 'luis in de pels' – en die moest mij moeilijke vragen stellen. Een bekende evangelische voorman hier in Nederland weigerde echter überhaupt om het onderwerp ter sprake te brengen, om mij zelfs maar aan te spreken, vragen te stellen of tegen te werpen. Nee, hij wilde er niet eens over spreken. Negeren, dat was het enige. Want hoe kon Groot Nieuws Radio het in zijn hoofd halen – hoe konden ze het in hun hoofd halen om zulk 'groot nieuws' (nu zeg ik het even in mijn woorden) zo'n podium te geven? Dat moet je negeren, dat moet je verzwijgen.⟨/p> ⟨p>En dat is inderdaad waar, dat is de beste manier. Dat is een tip die ik dan aan tegenstanders geef: dat is de beste manier om de boodschap tegen te houden, door het te negeren. Want op het moment dat het klinkt, doet het namelijk zijn werk en bewijst het altijd zijn kracht. Dat heeft niets te maken met degene die de boodschap doorgeeft. Nee, niet de evangelist is een kracht Gods; nee, het Evangelie is een kracht Gods. En dat bewijst zijn werk op het moment dat het verteld wordt. Ik vind het prachtig zoals dat inderdaad gaat.⟨/p> ⟨p>Hier in Thessalonika was dat ook gebleken. Paulus schrijft daarover in dat eerste hoofdstuk. In de hele wereld deed dat verhaal de ronde, en daar hoefde Paulus vaak niet eens zelf bij te wezen. U denkt misschien: wat is dat voor weer? Maar dat is die lamp hoor. U denkt dat gaat zeker over bliksem en donder.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-4" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="648" title="Speel af vanaf 10:48">▶ 10:48⟨/button> ⟨span>Het Beeld van Opwassen en Vrucht Dragen⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>In de hele wereld draagt het vrucht en wast het op, schrijft Paulus, zoals ook bij u. Dat beeld vind ik wel mooi. Het is het beeld van zaad dat in de grond wordt gestopt of zaad dat gezaaid wordt; vandaar ook dit beeld. Paulus gaat eigenlijk als een zaaier rond. Dat is een prachtig beeld van het evangelie doorgeven en spreken. Je zaait, en daar hoef je helemaal niet zuinig op te zijn. Je kunt gewoon kwistig zaaien.⟨/p> ⟨p>En inderdaad, het is waar: het valt lang niet altijd in goede aarde, maar daar hadden we het al even over. Maar dat maakt niet uit, want als het verteld wordt, dan valt een deel daar waar het moet vallen. Met dank aan de gelijkenis die de Heer Jezus ooit vertelde in Matthäus 13: een deel komt op steenachtige bodem en een ander deel op platgetreden paden. Hoe vindt u die? Of in struiken, of in dorens en distels. Maar er komt ook een deel in goede aarde. Daar waar het ontvangen wordt, waar de grond toebereid is en waar het woord zijn kiemkracht ook kan bewijzen.⟨/p> ⟨p>In de hele wereld draagt het vrucht en wast het op. Eerst is Paulus degene geweest... Nou ja, ik zeg het niet eens helemaal correct, want hier in Kolosse was het niet Paulus geweest – maar daar kom ik zo direct over te spreken – het is Epafras hier in Kolosse geweest. Maar hoe dan ook, als Paulus ergens kwam, of wie dan ook: het evangelie wordt gebracht, het wordt gezaaid en dan zal het altijd ook opwassen en vrucht dragen. En zo schrijft Paulus erover: in heel de wereld draagt het vrucht en wast het op. Zoals ook bij u, sedert de dag dat gij het gehoord hebt en de genade van God in waarheid hebt leren kennen.⟨/p> ⟨p>Vanaf de dag dat gij het gehoord hebt... want u weet: het evangelie is een boodschap die gehoord wordt. Geloof is uit het gehoor. Wel, op het moment dat zij het hoorden en daar ook werkelijk gehoor aan gaven – ik kan het ook anders zeggen hoor, dat de Heer je oren daarvoor openzet. Het is allemaal hetzelfde hoor. Als jij daar oor voor hebt, dan komt dat gewoon omdat God degene is die jouw oren daarvoor opent. Of als u een ander zintuig wilt hebben: als je er zicht op krijgt, dan is dat omdat God jou daarvoor de ogen opent.⟨/p> ⟨p>Hier is het idee: er wordt een bericht verteld, er wordt een bericht gezaaid, het wast op en het draagt dan vervolgens ook zijn vrucht. Trouwens, ik zeg dat alvast als een voorschot op wat we in een later stadium ook nog zullen bespreken – maar daar zijn we inmiddels in Kolossense 2 gekomen, dat duurt nog wel eventjes – maar daar lees je ook dat beeld van geworteld en gegrond. En het is niet voor niets dat Paulus dat beeld gebruikt. Waarom? Omdat juist daar in Kolosse Paulus buitengewoon blij was over wat daar gebeurde en hoe het woord daar ontvangen was. Niettemin kwamen er leringen die hen van de genade van God en van de rijkdom die er is in Christus probeerden af te brengen.⟨/p> ⟨p>Waar Paulus juist op hamert en in deze brief voortdurend op wijst, is dat ze zouden blijven bij die hoop. Kolossense 1 vers 23: dat ze zouden blijven staan in die hoop van het evangelie. Ik heb daar de vorige keer geloof ik ook nog even op gewezen; ja, dat weet ik wel zeker. En het idee is daarbij ook dezelfde metafoor die hier dan eigenlijk ook in gedachten komt, namelijk van opwassen en vrucht dragen. Maar dan denk je inderdaad aan gewas, aan een plant of aan een boom. Die staat op één plaats en dat is heel statisch, inderdaad. Daarvoor moet je juist niet bewogen worden, maar er is wel degelijk sprake van groei. Je komt wel verder, maar niet op een andere plaats; je gaat in de hoogte. Dat is ook een mooi beeld trouwens: je groeit omhoog. Het wast op en het draagt vrucht, maar geworteld op één en dezelfde plaats. Daar zou je niet van afwijken. De boodschap die in staat is om ons de ogen te openen of ons de oren te openen, die boodschap is rijk genoeg om daar vervolgens je hele leven in te blijven staan, en ook om in op te wassen en in vrucht te dragen.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-5" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="969" title="Speel af vanaf 16:09">▶ 16:09⟨/button> ⟨span>Het Evangelie Is de Boodschap van Gods Genade⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>"Sedert de dag dat gij het gehoord hebt en de genade Gods in waarheid hebt leren kennen." Nou, dan hebben we hier een prachtige bevestiging van wat het woord van de waarheid is. Want dat zagen we in vers 4 en 5; daar werd gesproken over het woord van de waarheid. Vervolgens is er sprake van het Evangelie. Het woord van de waarheid blijkt het Evangelie te zijn. En hier lees je dan: het is de genade Gods.⟨/p> ⟨p>Laat ik het dan nog eens een keer lezen: "Daarvan hebt gij tevoren gehoord in het woord der waarheid" – dat staat er letterlijk – "in het woord der waarheid, het Evangelie, dat tot u gekomen is, immers in de hele wereld draagt het vrucht en wast het op, zoals ook bij u, sedert de dag dat gij het gehoord hebt en de genade Gods in waarheid hebt leren kennen." Waaruit dus deze waarheid zichtbaar wordt, namelijk het woord van de waarheid. Dat is het Evangelie, het goede bericht, en dat is de genade Gods. Want dat is immers wat zij gehoord hebben vanaf het begin: "Sedert de dag dat gij het gehoord hebt en de genade Gods in waarheid hebt leren kennen."⟨/p> ⟨p>Het Evangelie is niets anders dan de boodschap van Gods genade. En daarom is het trouwens ook een Evangelie. Dat is meteen ook een hint naar het verstaan van deze brief en om de achtergrond van deze brief te onderkennen. Dat zul je altijd zien, of je nu de Galatenbrief leest of de Romeinenbrief; in al die brieven die de apostel heeft geschreven komt dat altijd weer uit de verf, namelijk dat mensen zich laten afbrengen van de genade van God. In de praktijk komt het erop neer dat men weer wat van de mens verwacht. Dat blijkt hier in Kolosse ook het geval te zijn, tenminste, dat dreigde.⟨/p> ⟨p>Maar de boodschap is de genade van God. En weet u waar ik dan aan denk? Aan die woorden die we lezen in Titus 2, waar Paulus ook spreekt over het Evangelie. In het tweede hoofdstuk van die brief, het elfde vers, schrijft hij: "Want de genade Gods is verschenen, heilbrengend..." Letterlijk staat er trouwens "reddend". Heilbrengend voor alle mensen. En dan staat er nog achter: "...om ons op te voeden." Waaruit trouwens ook volgt dat die genade van God niet alleen heil brengt voor alle mensen, maar bovendien ons die geloven ook nog eens een keer opvoedt. Dat doet de wet niet. Nee.⟨/p> ⟨p>Oké, genade voedt ook op. Maar even bij de les blijven in die zin dat het gaat over de boodschap van Gods genade die daar in Kolosse had geklonken vanaf het begin en zij hadden de genade van God in waarheid leren kennen. En wat was die waarheid van de genade Gods? Wel, dat is die genade Gods die reddend verschenen is aan alle mensen. Het is zo simpel. Je kunt het Evangelie zo kort vertellen: het is de boodschap aangaande de Redder van deze wereld, en dat is Jezus Christus. Hij gaf Zijn leven op Golgotha, Hij stond op uit de doden. Voor wie? Nou, voor alle mensen. Dat is de boodschap: de genade Gods die is verschenen.⟨/p> ⟨p>Dat is wat Paulus ook deed klinken. In de brief aan Timoteüs schrijft hij dat ook: "Hierom arbeiden wij, om dat bekend te maken, en daarom worden we ook gesmaad, omdat wij ons vertrouwen hebben gesteld op de levende God, die een Redder is van alle mensen." Het zijn allemaal woorden van gelijke strekking. Dat is het getuigenis waar hij voor stond. Dat is ook genade, want dat betekent dat het helemaal niet afhankelijk is van onze reactie. We kunnen tegen wie dan ook zeggen, al die miljarden mensen, wie je ook tegenkomt, wat hun achtergrond ook is: "Jij bent Zijn eigendom. Jij bent Zijn eigendom en bovendien: Hij is degene die jouw Redder is." De genade van God is reddend verschenen aan alle mensen.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-6" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1315" title="Speel af vanaf 21:55">▶ 21:55⟨/button> ⟨span>Epignosis: Weten Dat Overgaat in Diep Besef⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>De genade Gods in waarheid hebt leren kennen. Er staat in het Grieks een woord waar wel eens moeilijk over gedaan wordt, en dat is ⟨em>epignosis⟨/em>. Het voorvoegsel ⟨em>epi⟨/em> betekent 'boven' of 'op', en ⟨em>gnosis⟨/em> betekent 'kennis'. Het wordt hier gewoon vertaald met 'hebben leren kennen', maar het is meer dan alleen maar kennen. Het gewone woord voor kennis heeft te maken met ⟨em>gnosis⟨/em>, maar dit is iets wat daarbovenuit gaat, wat daarbovenop ligt: ⟨em>epignosis⟨/em>.⟨/p> ⟨p>Het verhaal daaromtrent is heel simpel te vertellen. Je kunt namelijk iets weten; dat is ⟨em>gnosis⟨/em>. Dat is gewoon informatie, dat is data, dat zijn dingen die je leert. Je weet dat, maar dan is het alleen nog maar ⟨em>gnosis⟨/em>. Er is echter iets wat daarbovenuit gaat en waar het feitelijk om gaat: namelijk dat die informatie, die wetenschap, waarde voor je gaat krijgen en dat je het ook gaat realiseren. In de Concordant Version wordt het inderdaad ook zo vertaald: ⟨em>realize⟨/em>. Realiseren of ons woord 'beseffen', dat is eigenlijk hetzelfde. ⟨em>Epignosis⟨/em> is inderdaad besef.⟨/p> ⟨p>Je kunt iets weten zonder het te beseffen. En juist op het moment dat je het gaat beseffen, dan gaat het zijn waarde bewijzen. Het begint natuurlijk bij weten. Je moet eerst iets horen en dus ook weten, pas daarna kun je het beseffen. Het begint dus altijd bij weten. Dat geldt trouwens ook heel praktisch in de opvoeding. Je geeft je kinderen dingen mee zodat ze weten hoe het zit. Maar alleen weten is niet genoeg; het zal pas waarde voor ze gaan krijgen op het moment dat ze gaan beseffen wat het betekent. Ik bedoel, je kunt wel weten dat je heel erg rijk bent, maar besef je het ook? Dat geldt voor alle dingen in het leven. Je kunt van alles weten, maar als je het niet echt beseft, dan zal het geen waarde voor je hebben.⟨/p> ⟨p>In de praktijk is het trouwens zo dat je vaak besef van dingen krijgt doordat je bijvoorbeeld in de problemen komt. Door tegenslag, moeite, tegenwerking of een conflict; juist dan kom je tot besef. Als het allemaal heel voorspoedig en voor de wind gaat, dan kom je dikwijls niet tot besef. Neem nou iets heel simpels wat we allemaal weten: gezondheid. De waarde van gezondheid ga je pas beseffen op het moment dat je ziek bent, als je het kwijt bent. Hoeveel mensen zou ik niet kunnen vragen om dat te bevestigen? En trouwens, dat geldt ook in relaties. Hoe waardevol iemand voor je is, dat ga je vaak pas echt beseffen als het te laat is, als iemand weg is of er niet meer is. Dat is toch zo? Daarvoor kun je het ook al heel goed beseffen, maar wat iemand werkelijk betekent, dat ga je pas realiseren op het moment dat zo'n iemand er niet meer is.⟨/p> ⟨p>Afijn, dat besef is het woord wat hier gebruikt wordt. Ik kom er straks waarschijnlijk nog even op terug, omdat Paulus dit woord later in deze verzen nogmaals ter sprake brengt; het wordt diverse keren gebruikt. Zij hebben de genade van God in waarheid leren kennen. Dat wil zeggen: tot besef zijn zij daarvan gekomen. Ik vind het een schitterende beschrijving van wat het betekent om een gelovige te zijn, helemaal aan de hand van de woorden die hier gebruikt worden. Een gelovige is iemand die tot besef — ⟨em>epignosis⟨/em> — is gekomen van wat de genade van God is.⟨/p> ⟨p>In waarheid, hè? Niet verdraaid, niet vermengd (tussen twee haakjes). Het loutere feit dat Paulus dat hier al zo noemt, geeft aan dat dit ook een kwestie was in Kolosse. Maar dat is ook altijd weer het geval. Je kunt wel woorden als 'genade' gebruiken, maar als je in de praktijk daarvan afwijkt en er toch weer menselijke elementen bij komen, dan is het geen genade Gods in waarheid meer. Dan is het een leugen. Want op het moment dat je... genade is puur, of het is geen genade. Zoals 'gratis' puur is, anders is het niet gratis. De genade van God in waarheid hebt leren kennen, tot besef daarvan bent gekomen.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-7" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1671" title="Speel af vanaf 27:51">▶ 27:51⟨/button> ⟨span>Epafras: een Gelovig Dienaar en Medeslaaf⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>We lezen verder in vers 7: "...zoals jullie die het hebben vernomen van Epafras, dat is onze geliefde mededienstknecht." Letterlijk staat er: "onze medeslaaf, die voor u een getrouw dienaar van Christus is." Deze Epafras was dus degene van wie de mensen in Kolosse — die Paulus hier aanschrijft — de boodschap hebben vernomen. Paulus is zelf niet in Kolosse geweest; dat schrijft hij in hoofdstuk 2 ook: "Jullie hebben mijn aangezicht niet gezien." Maar zij hebben de boodschap vernomen van Epafras en Paulus beschrijft hem als een geliefde medeslaaf en een getrouw dienaar. Letterlijk staat er trouwens "een gelovig dienaar". Het woordje ⟨em>pistos⟨/em> is in het Grieks het woord voor "geloof". Hij is een gelovig dienaar van Christus, dat wil zeggen: iemand die geloof bracht.⟨/p> ⟨p>Deze Epafras komt later in deze brief, in hoofdstuk 4 vers 12, nog een keer ter sprake. Daar schrijft Paulus over hem: "Epafras laat u groeten, die één der uwen is." We hebben dus nog wat informatie over hem: hier lazen we dat zij het evangelie van Epafras hadden vernomen, en daar blijkt dat die Epafras een van hen was. Dat was dus iemand uit Kolosse. Paulus schrijft deze brief vanuit de gevangenis en dus is Epafras kennelijk bij Paulus in de gevangenis. Hij zegt immers: "Epafras laat u groeten, die een der uwen is. Een slaaf van Christus Jezus, altijd in zijn gebeden voor u worstelende dat gij moogt staan, volmaakt en verzekerd bij alles wat God wil."⟨/p> ⟨p>Ook hier zie je dat er toch heel wat aan de hand was in Kolosse, of in ieder geval dat er heel wat dreigde. Waar Epafras zich ooit voor had ingezet — hij had daar het evangelie verteld, zij hadden het gehoord en ze waren tot besef en erkenning daarvan gekomen — daar ging het er nu om dat ze daar ook zouden blijven staan. Epafras was altijd voor hen aan het worstelen in zijn gebeden. Het was voor hem werkelijk een gevecht; het hield hem buitengewoon bezig. Het was voor hem zo belangrijk: "dat gij moogt staan" — daar heb je het weer. Dat wil zeggen: ook blijven staan. "Volmaakt", dat wil zeggen: volwassen ook. En: "verzekerd bij alles wat God wil."⟨/p> ⟨p>Ik lees even verder in vers 13 van Kolossenzen 4: "Want ik kan van hem getuigen dat hij zich vele moeite heeft gegeven voor u en voor hen die te Laodicea en te Hierapolis zijn." Ik heb u de vorige keer op een kaartje laten zien dat die plaatsen Laodicea — die vooral bekend is vanuit het boek Openbaring natuurlijk — en Hierapolis plaatsen waren die zich in de nabije omgeving, op enkele kilometers afstand van Kolosse, bevonden. Dat schrijft Paulus dus over Epafras. Alleen in deze brief komt zijn naam voor, maar Paulus heeft een buitengewoon gunstig getuigenis over hem. Hij heeft zich veel moeite gegeven, niet alleen in Kolosse, maar ook in Laodicea en in Hierapolis.⟨/p> ⟨p>Zo krijgen we met die betrekkelijk schamele gegevens toch een aardig beeld van deze man. Met recht dus een getrouw dienaar. Hij was niet alleen iemand die de boodschap daar gebracht had en doorgegeven had; nee, hij was ook iemand die erbij bleef en zich ook inzette in de gebeden dat ze er ook bij zouden blijven. Dat was een worsteling voor hem. Het is misschien toch goed om daar even over door te denken en om dat goed te beseffen. Het is zo belangrijk om te beseffen wat we aan God hebben en wie Hij is, en de rijkdom van Zijn woord te kennen, zodat we daarop zouden blijven staan en je er nooit van laat afbrengen. Dat speelde in Kolosse en in feite speelt dat altijd: dat je van die boodschap zou afdrijven. Dat kan zijn door andere soorten leringen of andere beweringen, maar dat kan ook gewoon zijn doordat die boodschap een minder grote rol in je leven gaat spelen, zodat je er niet elke dag op blijft staan, op die genade van God. Want het alternatief is: als je het niet verwacht van die genade van God, dan verwacht je het van jezelf. Meer smaken zijn er niet. Het is of je verwacht het van Hem, of je verwacht het in de praktijk toch van jezelf, of in ieder geval van de mens. Daar was Epafras zeer mee begaan.⟨/p> ⟨p>We lezen verder in vers 8: "En die ons ook..." — het gaat hier dus nog steeds over die Epafras, die getrouw dienaar — "...ons ook kenbaar gemaakt heeft uw liefde in de Geest." Dat is wel aardig; ook een enigszins wat cryptische zin. Het kan verschillende dingen betekenen als je daar oppervlakkig naar kijkt. Paulus kent die Epafras; zoals ik zojuist zei, bevond Epafras zich bij Paulus in gevangenschap en die heeft Paulus kennelijk ook het een en ander verteld over de situatie in Kolosse. Maar die heeft hen ook kenbaar gemaakt de liefde van hen in de Geest. De liefde voor wat? Als ik het hele verband lees, dan wordt er één indruk gewekt: namelijk dat het gaat over de liefde die de gelovigen in Kolosse hadden voor de apostel Paulus.⟨/p> ⟨p>Hoe kan dat? Ze hadden hem nooit gezien en naar het vlees kenden ze hem niet. Nee, maar daar gaat het juist ook over. Die Epafras had verteld dat die Kolossers liefde hadden voor de apostel Paulus in de Geest. Ze hadden liefde voor hem, niet naar het vlees — ze hadden hem nooit gezien — maar vanwege die boodschap die aan hem was toevertrouwd en die Epafras ook had doorgegeven daar in Kolosse. Dat was dus dat evangelie van Paulus. De gelovigen te Kolosse hadden werkelijk liefde voor Paulus. Dat was niet naar het vlees, daar ging het niet om; nee, naar de Geest. Ze waren begaan met Paulus, ondanks het feit dat ze hem nog nooit hadden gezien, vanwege die boodschap en die openbaring die aan hem was gegeven en die hij ook beheerde.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-8" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2181" title="Speel af vanaf 36:21">▶ 36:21⟨/button> ⟨span>Paulus' Gebedsleven: Danken in Plaats van Aardse Wensen⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Vers 9: "Daarom houden ook wij, vanaf de dag dat wij dit gehoord hebben, niet op voor u te bidden en te vragen." Zoals ik al vertelde, voert dankzegging altijd de boventoon wanneer Paulus schrijft over deze dingen. Het gaat erom dat hij spreekt over genade en over dat wat het uitwerkt. Paulus was zo enorm gelukkig met het hele getuigenis van Epafras dat hij vernomen had over wat er in Kolosse gebeurd was en de reactie die het evangelie daar had losgemaakt. Daarom las ik in vers 3 en 4 al dat Paulus vanaf het begin elke dag God dankte, juist daarvoor.⟨/p> ⟨p>Inmiddels zijn we een paar verzen verder en zegt hij: "Daarom houden ook wij vanaf de dag dat wij dit gehoord hebben niet op voor u te bidden en te vragen." En nu komt het, want de zin gaat natuurlijk verder. Ja, bidden voor wat? Dat is iets wat heel karakteristiek is in de brieven van Paulus. Als Paulus gaat bidden en gaat vragen, wat doet hij dan? Hij heeft het nooit over aardse omstandigheden; kijk het maar eens een keertje na. Ik ben daar momenteel erg mee bezig, want aankomende zondag mag ik in Rotterdam spreken en dan is dat eigenlijk ook het onderwerp. In die zin zou je kunnen zeggen dat dit toevallig helemaal in die lijn ligt, maar het gaat dan ook over het gebed. Hoezo bidden?⟨/p> ⟨p>Paulus loopt altijd over van dankzegging. Ik zeg het expres zo, want dat is ook een uitdrukking uit Kolosse 2: "overvloeiende in dankzegging". Maar de vraag dringt zich op: wat heb je daar nog te bidden? Als u een God kent die in alles voorziet, die alles geeft wat u nodig hebt en Wiens weg altijd de beste is. Ik bedoel niet alleen in de zin dat wij gezegend zijn met alle geestelijke zegeningen in de hemelse gewesten in Christus – dat is simpelweg ons bezit in geloof – maar ook als het gaat om ons leven hier op aarde. Zijn weg is de beste en Hij doet alle dingen medewerken ten goede. Wat er ook gebeurt, alle dingen werken mee ten goede.⟨/p> ⟨p>Daarom schrijft Paulus trouwens in datzelfde vers uit Romeinen 8: "Wij weten niet wat wij bidden zullen naar behoren." Dat herkennen we volgens mij allemaal wel. Als je het hebt over gebed, dan zit je vaak met de vraag hoe het moet met de omstandigheden hier op aarde. Wat moet je verbidden? Je hebt je vragen, je behoeften en je onderwerpen die je misschien niet eens aan een ander zou willen vertellen. Het kan ook heel primair zijn doordat u uw werk bent kwijtgeraakt, uw baan op het spel staat of omdat het gaat om uw gezondheid. Dat zijn dingen waarvoor wij bidden; dat zijn onze gebedsonderwerpen.⟨/p> ⟨p>Maar nu ga ik u iets vertellen wat misschien wat revolutionair voor u is: bij Paulus vindt u dat nooit. Kijk het maar na. Ik heb nog nooit gelezen dat Paulus daarvoor bidt. Nu moet u even goed luisteren naar wat ik zeg, en vooral ook naar wat ik niet zeg. Ik zeg dus niet dat het verboden is om te bidden voor je gezondheid, daar gaat het helemaal niet om. Het gaat erom dat Paulus daar nooit voor bidt. Dit is geen mening, dit is gewoon een vaststelling. Kijk het maar na in zijn brieven, of eventueel in zijn levensbeschrijving in het boek Handelingen; daar vindt u het evenmin. We hebben toch aardig wat gebeden van hem op schrift, maar nooit zult u dat vinden voor de dingen waarvan wij zeggen: "Daar bid je toch voor?"⟨/p> ⟨p>Paulus doet het nooit. Weet u waarom? Dat hoef ik niet te bedenken, want Paulus zegt daarin altijd: "Wees in niets bezorgd." Waarom niet? Ik citeer Filippenzen 4: "Mijn God zal in al uw behoefte naar Zijn rijkdom voorzien." Hoezo vragen? Daar hoef je helemaal niet om te vragen, daar kun je God gewoon voor danken. Dat is namelijk zo. Het gaat er dus niet om dat je daar niet voor mag vragen; het gaat erom dat je die verzekering op voorhand al hebt. Waarom zou je iets vragen als je weet wat het antwoord al is?⟨/p> ⟨p>Dat geldt ook voor zoiets als vragen om vergeving. Ik heb daar in het verleden wel eens heftige gesprekken over gehad. "Je hoort toch te vragen om vergeving?" Maar zegt Paulus dan niet dat wij in Hem de vergeving hébben? Dus danken wij Hem daarvoor. Ja, maar dat vinden sommigen te makkelijk. Als je Bijbelstudie doet, dan neem je de dingen tot je en maak je ze je eigen. Dan word je hervormd in je denken en ga je anders tegen de dingen aankijken. Dat zijn de zegeningen die we hebben en dat geldt dus ook voor onze levensweg. God geeft wat nodig is. Zijn weg is altijd de beste. Als u zegt: "Ik heb behoefte aan dit," dan kunt u al uw wensen gewoon bij Hem bekendmaken. Geen enkel punt. Maar er staat meteen achter: "met dankzegging". Weet u waarom? Al die wensen kunt u met dankzegging bij Hem bekendmaken, want of Hij geeft het, óf Hij geeft het niet omdat Hij iets beters heeft.⟨/p> ⟨p>Hoe dan ook, Zijn weg met jou is de beste, ook al begrijp je dat helemaal niet. Wij missen dat overzicht en daar moeten we ons verder ook helemaal niet druk over maken. Zijn weg is de beste; daar hoef ik niet om te vragen. Je kunt natuurlijk zeggen: "Ik bid voor mijn gezondheid," als je iets ernstigs hebt. Dat is een wens. Maar je kunt God danken voor het feit dat Zijn weg de beste is.⟨/p> ⟨p>Nu komen we op het punt van dit gedeelte. Het gaat mij namelijk niet om een algemene bespreking van het onderwerp gebed, maar ik wil wijzen op wat Paulus hier doet. Het is zo typerend voor zijn hele benadering van dit onderwerp. Hij schrijft over die Kolossers dat hij, vanaf de dag dat hij het gehoord had, niet anders deed dan God danken. En dan zegt hij: "Wij houden niet op voor u te bidden en te vragen." En nu komt het.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-9" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2673" title="Speel af vanaf 44:33">▶ 44:33⟨/button> ⟨span>Vervuld Worden met het Besef van Zijn Wil⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Dat gij met de rechte kennis van Zijn wil vervuld mag worden in alle wijsheid en geestelijk inzicht. De rechte kennis. We hadden het zojuist over dat ⟨em>epignosis⟨/em>, weet u nog? Dat is weer dit woord. Het is heel jammer, maar daarom doen we juist de Bijbelstudie: om zulke dingen op het spoor te komen. In de Bijbelvertalingen komt dit niet goed uit de verf, want soms vertalen ze dat woordje ⟨em>epignosis⟨/em> met kennis, dan weer met weten, dan weer met rechte kennis of met erkentenis. Ik had het dus over de verschillende wijzen waarop dat woord wordt weergegeven; dat is heel lastig, want dan herken je het niet terug. Trouwens, herkenning is ook een manier waarop het woordje ⟨em>epignosis⟨/em> wel wordt weergegeven.⟨/p> ⟨p>Men heeft het hier vertaald met 'rechte kennis'. Is dat nou zo fout? Nee, dat niet. Het is inderdaad 'recht kennen', dat klopt. Maar Bijbelstudie is niet handig als één woord dat Paulus gebruikt op tien verschillende manieren wordt weergegeven, want dan weet je niet precies wat hij heeft geschreven. Daarom doen we dus Bijbelstudie en word je op die dingen gewezen. Hier wordt dus weer datzelfde woord gebruikt: besef, realisatie. Dat gij met het besef... dat is inderdaad rechte kennis, hè? Kennis zoals het terecht hoort te zijn. Dat wil zeggen: niet alleen maar weten, informatie of dataopslag. Nee, het is besef. Echt beseffen wat iets betekent. Dat is het.⟨/p> ⟨p>Wat in reformatorische kringen 'bevinding' genoemd wordt. Een aantal van u kent dat ongetwijfeld wel; je hebt de bevindelijke prediking. Bevinding — en dan heb ik het niet over alles wat men daar vervolgens nog weer aan vastknoopt, want meestal heeft men het dan over het bevinden van je zonden. Maar Paulus spreekt hier niet over de bevinding van zonden, maar over bevinding, het besef, van de genade Gods in waarheid. Dat is heel wat anders; daar gaat het om. Maar dat woord bevinding wil zeggen dat je iets niet alleen maar weet, maar dat je het inderdaad ook ervaart, dat je het beleeft en dat je het beseft. Dat je werkelijk tot de rechte kennis bent gekomen. Ik zit hier dus niet aan te schoppen tegen deze weergave; ik wil alleen maar even de vinger erop leggen dat dit woord gebruikt wordt: besef, realisatie.⟨/p> ⟨p>En u moet eens opletten wat Paulus doet. Vanaf de dag dat hij gehoord heeft wat er gebeurd was daar in Kolosse — hij had het gehoord van Epafras — houdt hij niet op voor hen te bidden en te vragen dat zij met het besef van Zijn wil vervuld mogen worden in alle wijsheid en geestelijk inzicht. Dat blijkt altijd weer met woorden van deze strekking; u vindt het op talloze manieren geformuleerd. Maar iedere keer blijkt dat het grote onderwerp te zijn in Paulus' gebedsleven: dat hij, maar ook degenen met wie hij te maken had en aan wie de boodschap was doorgegeven, zouden gaan beseffen. Rechte kennis, ⟨em>epignosis⟨/em>. Dat we met dat besef vervuld zouden worden. Dat wordt hier ook van die Kolossers gezegd, of in ieder geval bidt Paulus dat voor hen: dat ze met het besef van Zijn wil vervuld mogen worden.⟨/p> ⟨p>Om nog even één ding te zeggen over dat woord besef: je leest in Romeinen 10 ook dat Paulus dit woord gebruikt. Dan wordt het weer weergegeven met 'verstand'. Ja, zoek het maar uit, hè? In Romeinen 10 schrijft Paulus over zijn volksgenoten, de Joden. Hij zegt: "Ik getuig van hen dat zij ijver voor God bezitten, maar zonder verstand." Hier staat dat woordje ⟨em>epignosis⟨/em>: zonder besef. Ze zijn druk in de weer met de Tora. Paulus zegt: "Ik getuig van hen dat ze daar een ijver voor hebben waar je echt je petje voor afneemt." Daar is niets mis mee gezegd; het is geweldig, die ijver. Dat getuigt Paulus van hen. Trouwens, hij wist maar al te goed wat dat betekende, want hij was zelf ook zo iemand. Een hartstochtelijk ijveraar, zegt hij in Galaten 1, voor zijn voorvaderlijke overleveringen. Er staat eigenlijk ⟨em>zelos⟨/em>. Wij zouden zeggen: een fanaat, een radicalist.⟨/p> ⟨p>Ik getuig van hen dat zij ijver voor God bezitten, maar zonder besef. Ze hebben de Tora, ze zijn er druk mee in de weer, het is hun hele leven. Ze zijn er altijd maar mee bezig, maar ze beseffen niet waar het om gaat. De Tora betekent onderwijs, maar waar het werkelijk op wijst, of waar het onder de oppervlakte op wijst — waar het werkelijk om gaat — dat beseffen ze niet. Want als de bedekking wordt weggenomen, wie zien ze dan daar in de Tora? Op elke bladzijde van de Tora en de hele Tenach zien ze de opgewekte Christus. Maar dat beseffen ze niet. Je kunt dus wel heel druk in de weer zijn... Er staat ergens in Spreuken — en dit is echt het laatste — "Zonder verstand deugt zelfs ijver niet." We kennen dat allemaal. Je kunt natuurlijk vreselijk in de weer zijn en hollen, vliegen en draven, maar als je je verstand niet gebruikt, als je niet echt weet waar het over gaat, dan speelt ijver geen enkele rol. Dan heeft ijver ook geen enkele waarde. Het gaat om besef. Ik stel voor dat we daar straks verder mee gaan. Goed, dan gaan wij verder.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-10" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3110" title="Speel af vanaf 51:50">▶ 51:50⟨/button> ⟨span>De Doorn in het Vlees en Gods Toereikende Genade⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Wij waren dus in vers 9 gebleven van Kolossenzen 1. We hadden het over het gebed van Paulus en ik had in het algemeen iets verteld over de gebeden van Paulus; dat het hem nooit te doen was om aardse omstandigheden. Waarbij ik trouwens meteen in de pauze werd aangesproken dat dat niet helemaal klopt. En dat is waar. Laat ik dat meteen dan even vermelden. Er kwam net iemand naar mij toe – ik zal niet zeggen dat het Priscilla was – en die wees mij op wat we van Paulus lezen in 2 Korinthiërs 12. Dat hij tot drie keer toe tot God had gebeden over de doorn in zijn vlees. Maar letterlijk staat er: die doorn vóór zijn vlees.⟨/p> ⟨p>Wat was die doorn? Er wordt heel veel over gespeculeerd en gefantaseerd dat het een of ander lichamelijk ongemak zou zijn, maar Paulus legt zelf uit wat het is. Het is namelijk een boodschapper van de tegenstander, zo zegt hij. Dat wil zeggen: een engel van de tegenstander, een boodschapper van de tegenstander die hem met vuisten sloeg, zo lees je. Iemand die het hem vóór zijn vlees – en dan bedoelt hij niet fysiek, maar gewoon voor zijn ego, voor zijn vlees dus – zo moeilijk maakte. De hele context van 2 Korinthiërs 10, 11 en 12 maakt duidelijk dat het ging om de tegenstander door wie hij werd beschuldigd. Dan lees je dat Paulus inderdaad tot drie keer toe God bidt of die boodschapper van de tegenstander van hem zou aflaten.⟨/p> ⟨p>Wat is dan het antwoord? Dat klopt dus, als dat als tegenwerping gezegd wordt, dat Paulus toch wel degelijk gebeden heeft voor iets over zijn omstandigheden. Dan zeg ik: dat is waar. Maar nu even, als we het hele verhaal dan lezen, namelijk inclusief het antwoord dat hij van God krijgt. Dan is het antwoord: "Mijn genade is u genoeg, want mijn kracht wordt in uw zwakheid volbracht." Vervolgens is Paulus' conclusie: "Dus zal ik zeer gaarne roemen in zwakheden en in benauwdheden en smaadheden," en wat hij er nog meer bij zegt. Ineens heeft hij zijn les geleerd; daar ging het allemaal niet om. Hij zegt: Gods genade is elke dag – ik zeg het nu even met mijn eigen woorden – genoeg. Zelfs meer dan genoeg, rijkelijk. Dat was het antwoord dat hij van boven kreeg.⟨/p> ⟨p>Wat je vervolgens in de brieven ook inderdaad altijd aantreft, is dat hij dáárvoor bidt. Want dan is vervolgens de vraag: als wij alles in Hem hebben, wat is dan – zelfs als het gaat om de aardse omstandigheden en de verzekering van Romeinen 8 dat Hij alle dingen doet medewerken ten goede voor hen die God liefhebben – wat is dan het gebed? Wel, dat we zouden beséffen hoe rijk we zijn in Hem. Daar gaat het altijd maar om. Dat zie je dus hier ook: "dat gij met het besef van zijn wil vervuld moogt worden." We hadden het nog even over Romeinen 10, over dat woord 'besef' dat daar ook gebruikt wordt, alleen daar wordt het weergegeven met 'verstand'.⟨/p> ⟨p>Nog eventjes over diezelfde uitdrukking, dat gij met het besef van Zijn wil vervuld moogt worden. Als je even doorbladert in dezezelfde brief, dan lees je in hoofdstuk 2, vers 2, wat hij daar ook mee bedoelt. Dan gebruikt hij ook die metafoor van volmaken en zelfs van overvloeien. Ik lees het ook om nog een andere reden voor, namelijk omdat het gaat over die wil van God. En wat wil God? Wel, in vers 6 van dat tweede hoofdstuk lees je: "Nu gij de Here aanvaard hebt, wandelt in Hem, geworteld en dan opgebouwd worden in Hem, bevestigd worden in het geloof zoals u geleerd is" – door die Epafras dus – "overvloeiende in dankzegging."⟨/p> ⟨p>Wat was Paulus' gebed? Trouwens ook dat van die Epafras? Dat ze vervuld zouden worden met het besef van wat God wil. En wat God wil, is dat we aan Christus Jezus voldoende hebben. Dat we, zoals wij Hem ooit aanvaard hebben, in Hem ook gewoon wandelen. Het is niet zo van: je begint met Hem en nu moet je vervolgens nog weer verder met werken en filosofie. Want daarover heeft Paulus het in dit hoofdstuk. Hoofdstuk 2 vers 8 citeer ik nu: "Zie toe dat niemand u meeslepe door zijn wijsbegeerte, door zijn filosofie en door tradities van mensen." Nee, wandelt in Hem en word daarin geworteld, opgebouwd en bevestigd. Dat wil zeggen: daarin vastgezet worden in dat geloof. En geloof staat tegenover werken; geloof heeft te maken met de belofte van God. Bevestigd worden in het geloof, zoals u geleerd is, en dan ook overvloeiende in dankzegging. Je krijgt dus het beeld van: je wordt vol van besef, met het besef van Zijn wil vervuld. Maar hier staat dan ook dat als je dat bent, als je geworteld bent in Hem en daar ook in bevestigd wordt, het gevolg daarvan, het effect is, dat je gaat overvloeien in dankzegging.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-11" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3497" title="Speel af vanaf 58:17">▶ 58:17⟨/button> ⟨span>Eucharistie: Vreugde en Overvloeien in Dankzegging⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En dan zie je meteen trouwens – ik heb dat woordje dankzegging onderstreept – dat dit de reden is: dit is het Griekse woord dat hier gebruikt wordt, eucharistie. En eucharistie is een mooi woord. De katholieken onder ons weten wat het betekent, of ze dat werkelijk beseffen weet ik niet, maar in elk geval kennen ze het woord. Maar in dat woordje eucharistie zit het woordje charis. En charis is genade. Genade en vreugde, want vreugde is genade; genade is alles wat blij maakt. In onze taal ligt dat misschien niet zo voor de hand, hoewel wij vaak zeggen dat we dankbaar en blij zijn. We weten allemaal dat dankbaarheid en vreugde broertje en zusje van elkaar zijn, dat hoort bij elkaar. Maar in het Grieks zie je dat ook echt in het woord zelf terug. Want het woord voor dankbaarheid, eucharistia, daar zit het woordje... het betekent letterlijk 'goede genade'. Het 'eu' betekent namelijk 'wel' of 'goed'. Goede genade! Je ontvangt genade en de reactie, het effect, de reflectie daarvan is dankzegging.⟨/p> ⟨p>Op het moment dat je besef krijgt van genade – we hadden het daar eerder in deze verzen al over: dat zij vanaf de dag dat zij besef kregen van de genade Gods in waarheid – wel, als je besef krijgt van genade, ga je danken. Dat kan niet missen. Je beseft dat het genade van God is en dan kijk je omhoog. Alleen dat al. Want u weet: genade komt van boven, het stroomt van boven naar beneden. Je kijk omhoog en er is dankbaarheid, want je ontvangt het immers om niet. En dat maakt je inderdaad nog eens blij.⟨/p> ⟨p>Ik vind het zo schitterend dat hier ook staat: 'overvloeiende'. Hoe meer besef je krijgt van wat die genade is – want je kunt wel weten dat die genade meer dan genoeg is, maar ga er maar eens in wandelen, als een soort sightseeing – hoe meer je gaat ontdekken dat werkelijk alles genade is. Wanneer je de rijkdom daarvan gaat beseffen, dan word je overvloeiend in dankzegging. Het eerste wat er gebeurt wanneer je van die genade afwijkt, is dat de dankzegging verdwijnt, en daarmee dus ook de vreugde. Want die twee gaan altijd hand in hand. Als de dankzegging verdwijnt, verdwijnt ook de vreugde; dankzegging houdt per definitie vreugde in. Maar op het moment dat je van de genade gaat afwijken en toch weer gaat letten op de mens, en niet blijft staan in die genade, dan gaat de dankzegging afnemen. Dat is de negatieve kant van het verhaal. Maar de positieve kant van het verhaal is dat als je daarin staat, daarin geworteld bent, je zult gaan overvloeien in dankzegging. Wat is er rijker dan dat? Zo'n leven.⟨/p> ⟨p>Daar schrijft Paulus over. Ze waren ooit tot besef gekomen van die genade en nu is zijn gebed dat ze vervuld zouden worden van dat besef. Dat kan dus altijd blijven groeien. Hoe groot je besef van Zijn genade ook is, het is altijd nog maar een schijntje van wat die genade werkelijk is. Het is namelijk altijd zoveel grootser, machtiger, rijker en heerlijker dan je ooit zou kunnen vermoeden. Zelfs degene die daar het allermeeste besef van heeft – en ik schat de apostel Paulus in als iemand die daar werkelijk een enorm besef van heeft gehad – heeft er slechts een glimp van opgevangen. Zijn brieven sprankelen ook van die genade. Het is zo vitaal; elk woord dat hij zegt is geïnspireerd, Gods hand heeft hem daarin geleid. Dat is waar, maar dat betekent ook dat het door hem héén is gegaan. Maar zelfs hij, dat schrijft hij op verschillende plaatsen in zijn brieven, heeft slechts een glimp van Gods genade opgepikt.⟨/p> ⟨p>Maar wat kan die genade in een mensenleven doen? Het maakt je overvloeiend in dankzegging. Wie praat dan nog over bepaalde omstandigheden? Het gaat er namelijk niet om in welke omstandigheden je je bevindt; dat is in wezen niet het interessantste. Sterker nog, dat doet eigenlijk niet eens ter zake. We hebben zo allemaal onze wensen daarin, maar waar het werkelijk om gaat, is dat we van binnen, gewoon in ons hart, vreugde kennen en vrede kennen. Dat je overvloeit van dankzegging. Wat is er grootser dan dat? Dat is wanneer je mag staan op die genade, en dat is wat Paulus voor hen bidt: dat ze met het besef van Zijn wil vervuld mogen worden, in alle wijsheid en geestelijk inzicht.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-12" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3837" title="Speel af vanaf 01:03:57">▶ 01:03:57⟨/button> ⟨span>Synesis: Geestelijk Inzicht en de Samenhang Zien⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Dat woordje inzicht, ik had het juist vanavond met mijn dochter nog even over. Ze zit in de examenklas en het ging over een bepaald vak. Ze zei: "Ik kan de dingen wel leren, maar ik begrijp het niet goed. Ik heb geen echt inzicht." Dat vond ik wel leuk, want juist bij de voorbereiding van deze studieavond heb ik daar nog over nagedacht. Want dat woord inzicht is in het Grieks het woord ⟨em>synesis⟨/em>. Dat woordje ⟨em>syn⟨/em> betekent 'samen'. Het idee van dat woord is 'samenlaten', dat de dingen samengebracht worden. Het betekent dus dat dingen samenhang hebben. Dat is ook echt inzicht. Je kunt bepaalde dingen weten — je kunt dingen gewoon in je kop stampen, zoals mijn dochter dat op school ook ervoer — maar dat is wat anders dan dat je overzicht hebt, dat je het concept begrijpt en de samenhang ziet. Dat je het verband tussen de dingen ziet.⟨/p> ⟨p>Dat is het woord dat Paulus hier gebruikt en hij spreekt hier over geestelijk inzicht. Inzicht hebben in de dingen van de wereld betekent dat je het verband gaat begrijpen tussen dat wat je ziet en wat er in het Woord staat geschreven. Vorige week had ik nog een gesprekje met iemand die zei: "Ik lees de krant eigenlijk maar om één reden: om het nieuws in het algemeen te zien in het licht van het profetisch woord." Dat vond ik heel mooi. Hij was altijd benieuwd naar wat er in het Midden-Oosten speelt, want juist daarover gaat dat profetisch woord; dat is het centrum van de hele wereld. De kranten bevestigen dat inderdaad. Maar om gewoon het nieuws te volgen bij het licht van het Woord van God, om het verband te zien tussen de gegevens, tussen de ontwikkelingen die gaande zijn in de wereld en dat wat geschreven staat, dat is inzicht. Dat is geestelijk inzicht. Dat je de wereldse dingen die we allemaal meemaken, lezen en volgen, in verband kunt brengen met wat er werkelijk toe doet, namelijk met wat er staat geschreven.⟨/p> ⟨p>Het geldt trouwens ook voor het verband tussen de natuur en het Woord van God. Ik vind het zelf altijd prachtig als ik ermee bezig ben. Ik ben niet echt een natuurman, maar ik vind het schitterend om het verband te zien tussen de dingen in de schepping, zoals God de dingen gemaakt heeft in de planten- en de dierenwereld. Om het verband te zien tussen dat wat in de biologieboeken staat beschreven en wat we allemaal meemaken. Nog niet zo lang geleden, op eerste paasdag, sprak ik over de vroege morgen, de lente en het voorjaar. Als je het verband tussen die dingen en de geestelijke waarheid die het uitdrukt gaat zien, dan is dat schitterend. Want dan gaat namelijk alles waarde krijgen. Dan ga je het verband zien tussen het leven van alledag en dat wat we allemaal waarnemen, maar je ziet veel meer. Voor ons krijgt het waarde; het krijgt geestelijke waarde als uitdrukking van de waarheid van God Zelf, van wat Hij voornemens is en wat Hij heeft laten optekenen. Alles is één, en als je die samenhang ziet, dat is geestelijk inzicht.⟨/p> ⟨p>Dat is ook wat het leven rijkdom geeft. In wezen krijgt alles dan waarde. Alles is de uitdrukking van geestelijke schatten en je krijgt met recht een heel rijk leven, omdat alles wat je ziet, meemaakt en hoort waarde krijgt. Het spreekt van niemand minder dan van Hemzelf, van onze rijke God. Dan kun je natuurlijk wel praten over normen en waarden — kent u dat nog? Het kabinet-Balkenende ligt inmiddels alweer een hele tijd achter ons, maar die maakte zich daar met name sterk voor. Er wordt in het algemeen veel gesproken over normen en waarden, maar het leven heeft pas echt waarde als je God kent. Als je niet weet dat er een God is, of als je er niet mee rekent, dan is het leven feitelijk waardeloos. Dan heeft het leven geen zin en geen doel.⟨/p> ⟨p>Vorige week hoorde ik een sterrenkundige die een vergelijking trok tussen de mens in de middeleeuwen en de mens in de 21e eeuw. Hij zei dat als een middeleeuwer omhoog keek, hij in een kathedraal keek, een machtige creatie van God. Als de moderne mens nu al überhaupt omhoog kijkt, dan ziet hij slechts de gevolgen van een ⟨em>Big Bang⟨/em>. Wat een ontluisterend verschil. En dan noemen wij onszelf ontwikkeld en verder? Ja, verder van de bron vandaan! Of je nu een geweldige creatie ziet van God waarbij alles betekenis heeft, waar ook de sterrenbeelden betekenis hebben en niets voor niets gebeurt... Als je zo in het leven staat, heeft alles waarde. Dan krijg je met recht een waardevol en rijk leven. Dan is alles ontzagwekkend en eigenlijk ook heilig, want alles spreekt van Hem. Anders is het leven inderdaad waardeloos en dan heeft het ook helemaal geen zin meer om over normen te praten, want een norm is niets anders dan een bescherming van een waarde.⟨/p> ⟨p>Maar goed, over normen en moraal zullen we het nu verder niet hebben. Waar het Paulus om gaat, is het besef dat we vervuld mogen worden van Zijn wil in alle wijsheid en geestelijk inzicht. Over dat woord inzicht had ik het al, maar over wijsheid spreekt hij ook nog in het vierde hoofdstuk. In vers 5 van hoofdstuk 4 schrijft hij: "Wandelt in wijsheid ten opzichte van hen die buiten staan." En daarachter voegt hij toe: "Maakt de gelegenheid ten nutte." Als u het mij vraagt, is dat tweede een toelichting op het eerste. Want wijsheid heeft te maken met het feit dat je de dingen die je weet, ten nutte maakt; dat je ervan weet te profiteren. Dat je het waarde geeft door het in de praktijk te gebruiken. Het is een vrij algemene definitie van het verschil tussen kennis en wijsheid: wijsheid is toegepaste kennis. Dingen die je weet, ook daadwerkelijk in de praktijk van elke dag weten toe te passen, zodat je de dingen ten nutte maakt.⟨/p> ⟨p>Eén van de bevrijdende dingen die je in zo'n brief tegenkomt, is dat Paulus wars is van moralisme, van het opgeheven vingertje of het spreken over fatsoen. Hij spreekt over dingen die waarde hebben, en niet over wat mag en wat niet mag. Dat is de wet. Sterker nog, Paulus waarschuwt in deze brief juist voor dat leven onder de wet. Het gaat niet om een leven onder het regime van wat wel of niet geoorloofd is. In de Korintiërsbrief is Paulus daar heel laconiek over: "Alle dingen zijn geoorloofd." Zo, dan zijn we ook van die vraag af. De vraag is niet of iets geoorloofd is; er is een heel andere vraag die zinvol is en waar het werkelijk om gaat: wat is nuttig? Dat is een wijze vraag. Hoe kun je de dingen ten nutte maken? Wat is van waarde voor een ander? Wat bouwt op? Wat is tot eer van Hem? Kijk, dat zijn de dingen die er werkelijk toe doen.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-13" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4440" title="Speel af vanaf 01:14:00">▶ 01:14:00⟨/button> ⟨span>De Heere Waardig Wandelen: Leven Vanuit Zijn Waarde⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Om de Heere waardig te wandelen, Hem in alles te behagen. Dit sluit zo aan op wat we hier al eerder lazen in het voorgaande. Dat woordje 'waardig' is niet zo moeilijk te herkennen; daar zit het woord 'waarde' in. Niet alleen in het Nederlands, maar ook in de taal waarin Paulus dit heeft opgetekend. Waarde, maar dus ook waarderen. Waarderen wil niets anders zeggen dan dat je iets naar waarde weet te schatten. Het heeft ook te maken met het woord 'waardevol'.⟨/p> ⟨p>De Heere waardig wandelen is niet – en ik herhaal even wat ik zojuist zei – wat ik zo vaak heb gehoord in termen van preken en studies. Daarin wemelde het vaak van de moralistische gemeenplaatsen, waarbij de gedachte is: als je je nu maar zus en zo gedraagt, dan is dat de Heere waardig. Wandel de Heere waardig! Als je met dat idee zo’n tekst leest, dan begrijp je hier echt helemaal niets meer van, want daar heeft Paulus het namelijk helemaal niet over. Hij heeft het hier over het besef van de rijkdom die we van Hem hebben.⟨/p> ⟨p>Hoe kun je nu de Heere waardig wandelen? Je schiet altijd tekort. Je kunt wel bepaalde dingen proberen, maar dan kom je er telkens weer achter dat je faalt. Dat betekent dat je feitelijk toch allemaal weer zelf bezig bent. De Heere waardig wandelen is echter iets anders. Als je de snelweg kiest naar het begrip van zo’n zin, moet je gewoon lezen wat er echt staat. De Heere waardig wandelen wil zeggen dat je in je wandel de waarde van Hem, van de Heere, weet in te schatten en weet te waarderen. Maar dat kan alleen als je Zijn waarde kent. Hoe kun je nu de Heere waardig wandelen als je niet weet wat Hij waard is?⟨/p> ⟨p>Dat is precies waar het om gaat in de prediking en in dat wat doorgegeven zou worden: dat we zouden ontdekken hoe groot Hij is en hoe waardevol Hij is. Alleen als je dat beseft, kun je ook waardig wandelen. Dat wil zeggen: een wandel waarbij je bij elke stap die je zet beseft wat Zijn waarde is. Dat is de Heere waardig wandelen. Ziet u dat dit niets te maken heeft met fatsoen, of met wat wel en niet mag? Je kunt keurig leven, vroom, godsdienstig, fatsoenlijk en burgerlijk, waar geen natte vinger op te leggen is, maar dat heeft niets te maken met de Heere waardig wandelen. De Heere waardig wandelen is dat je beseft hoe rijk Hij is en dat je de genade Gods beseft en realiseert. Dat je elke stap die je mag zetten in die vreugde mag wandelen. Dat de waarde van Hem gereflecteerd wordt in je wandel.⟨/p> ⟨p>"Hem in alles te behagen." Ja, dat is in wezen hetzelfde. Wat behaagt de Heere? Dat we zouden beseffen en realiseren wie Hij is en hoe rijk we zijn. Ik denk dat we door de godsdienstige interpretaties waar we mee overladen zijn, vaak geen idee meer hebben van wat zo’n woord eigenlijk nog betekent en wat de waarde ervan is. Daarom is het zo belangrijk dat je Hem inderdaad leert waarderen.⟨/p> ⟨p>Je kunt wel tegen mensen gaan zeggen – ik kreeg vandaag nog weer een mail van iemand die vond dat er toch veel meer gewaarschuwd moest worden voor bepaalde gedragingen – en je kunt natuurlijk klagen over toestanden. Maar ik denk altijd: dat is het paard achter de wagen spannen. Dat is allemaal negatief. Je kunt vraagtekens zetten achter allerlei gedragingen, maar om de prediking en het doorgeven van het Woord nu in te zetten om tegen dat soort dingen te waarschuwen, is met recht het paard achter de wagen spannen. Waar het werkelijk om gaat, is dat mensen zouden leren hoe waardevol het is om Hem en de rijkdom van Zijn Woord te kennen.⟨/p> ⟨p>Ik ben ervan overtuigd dat als je dat weet, je leven inderdaad waardig gaat worden, in de zin van waardevol. Een waardevol, rijk leven. Ik heb het er nog niet zo lang geleden met Petra over gehad: hoeveel levens zijn er niet – hoe godsdienstig ook – die eigenlijk waardeloos zijn? Juist daar valt het zo op, want daar is de pretentie nog dat het iets van het evangelie zou zijn. Ze noemen het evangelisch en christelijk enzovoort, maar het is een waardeloos leven – en ik zeg het nu echt met de klemtoon op al die lettergrepen. Een leven waarbij alleen maar de wet gereflecteerd wordt. Dat betekent ook altijd veroordeling en dus ook hypocrisie, want jij bent beter dan zij, dan hullie. Het is negatief en dat zijn allemaal de effecten van de wet en van mensgerichtheid. Vertel gewoon wie Hij is. Laat zien hoe rijk Hij is en spreek daarover, leef daaruit. Dat is de Heere waardig wandelen, om Hem in alles te behagen.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-14" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4894" title="Speel af vanaf 01:21:34">▶ 01:21:34⟨/button> ⟨span>Organisch Vrucht Dragen in Elk Goed Werk⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En dan staat er nog bij: "in alle goed werk vrucht te dragen en op te wassen in de rechte kennis van God." Eerst even over die eerste zin: "in alle goed werk vrucht te dragen". In elk goed werk vrucht dragen, hoe kan dat? Is dat ook weer een aanzet? Hoe vaak heb ik het niet gehoord – en u of jij ongetwijfeld ook, als je al wat langer in dat christelijke wereldje meedraait – dat daar altijd weer de nadruk op wordt gelegd dat we dan toch in elk geval ons best moeten doen. We moeten proberen om niet in een beetje, maar in elk goed werk vrucht te dragen.⟨/p> ⟨p>Ik moet eigenlijk al lachen als ik het zo zeg, want dat woord 'vrucht' geeft al aan dat het daar niets mee te maken heeft. Dat valt niet te organiseren. Vrucht is iets organisch. We hadden het eerder al over zaaien en over opwassen. Dat gaat gewoon zo, daar kun je niets aan doen. Dat zaad wordt gezaaid, dat heeft kiemkracht en de regen komt van boven. Het komt op, het komt tot wasdom en het komt tot vrucht zonder dat er een mensenhand aan te pas komt. Dat is Gods werk.⟨/p> ⟨p>Dat geldt ook voor het vrucht dragen in elk goed werk. Weet je hoe dat gaat? Wanneer je Hem leert kennen en de genade van God verstaat, dan ga je in elk goed werk, in alles wat je doet, vrucht dragen. Dan wordt elk werk, elk ding wat je doet, goed. Dat heeft niet te maken met wát je doet. Want als we het dan hebben over die wandel: het heeft niet eens te maken met waar je wandelt of hoe je wandelt, of op wat voor schoenen je wandelt. Dat is allemaal buitenkant. Nee, het gaat er gewoon om dat waar je ook wandelt en hoe je ook wandelt – snel of langzaam, of met wat voor schoenen dan ook – het inhoud heeft. De Heer is voor jou waardevol. Kijk, en dat is dat waarderen; dat maakt ook elk werk goed.⟨/p> ⟨p>Paulus schrijft ook in Kolossers, in het derde hoofdstuk, in vers 7 zegt hij: "Al wat je doet in woord of werk, doe alles in de naam van de Heere Jezus, God de Vader dankende door Hem." Zie daar: ja, dat is een goed werk. Juist dat leven in dankzegging, Hem in alles danken, dat maakt alles wat je doet goed. Het heeft dus niets met onze eigen inspanningen te maken, maar het heeft te maken met de focus naar omhoog.⟨/p> ⟨p>"God de Vader dankende", hier staat ook weer dat woordje 'eucharistein': vreugde, genade. God de Vader dankende door Hem. Ik wilde trouwens ook even voor de volledigheid opwijzen dat ook hier weer gesproken wordt over het gebed dat gericht wordt tot God de Vader, en we doen dat in de naam van de Heer Jezus Christus.⟨/p> ⟨p>In alle goed werk vrucht dragen en zo ook op te wassen in de rechte kennis... Maar inmiddels weet u natuurlijk dat dat betekent: in het besef. In die epignosis, dat realiseren in het besef van God. Uiteindelijk zie je dat het toch dan weer een soort cirkelgang is, want het begon met het besef van God en het eindigt er ook weer mee. Betekent dat dat je dan weer terug bent bij af? Nee, het betekent wel dat je iedere keer eenzelfde traject aflegt, maar dan niet als een cirkelgang maar als een spiraal, als u begrijpt wat ik bedoel. Je doet inderdaad iedere keer dezelfde ronde, maar je komt wel steeds op een met recht hoger niveau uit.⟨/p> ⟨p>Het begon met besef en je leest hier: als je zo wandelt in het waarderen van Hem, dan zul je vervolgens ook weer opgroeien in het besef van God. Ik heb een sterretje voor dat 'God' geplaatst, want daar staat eigenlijk nog een lidwoord.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-15" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="5162" title="Speel af vanaf 01:26:02">▶ 01:26:02⟨/button> ⟨span>Leven in het Triomfantelijke Besef van Dé God⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Daar staat letterlijk: dé God, van dé God. Besef van dé God. Dat betekent: dé God is degene die alles plaatst. Ik denk wel eens: in het algemeen kent religie wel goden, een god, maar dé God is onbekend. En ik durf te zeggen: ook in de christelijke religie. Dé God die alles plaatst.⟨/p> ⟨p>Misschien mag ik daar even mee afsluiten, ook met dit vers en met dit verhaal, maar in ieder geval met wat ik van de week ook las en zelfs nog gezien heb op de televisie. Vanavond, als u straks terug naar huis gaat en u neemt de moeite om nog even op te blijven: rond middernacht is er bij de EO een nieuw programma dat heet ⟨em>Adieu God⟨/em>. Hebben jullie er iets van gehoord of gelezen? Dat is een programma van Thijs van den Brink, journalist van de EO en in mijn optiek een prima presentator. Hij gaat nu langs allerlei bekende Nederlanders. Vanavond was het geloof ik de voetbalcommentator Johan Derksen. Het zijn allemaal mensen die ooit bij de kerk hebben gezeten, protestants of katholiek, maar die zijn afgeknapt op de kerk; ex-kerkgangers. Nou, de EO heeft zijn nek uitgestoken om die mensen te bezoeken en dan mogen ze hun verhaal doen. Dat is natuurlijk een hele tricky bezigheid om daar als kerkelijke omroep toch je nek voor uit te steken. Maar goed, in elk geval heet het programma dus ⟨em>Adieu God⟨/em>. 'Adieu' is wel mooi natuurlijk, want 'adieu' betekent letterlijk 'met God'. Maar zij hebben afstand genomen.⟨/p> ⟨p>Wat ik er ook nog even bij moet zeggen: van de week was Thijs van den Brink te gast bij het programma ⟨em>Pauw & Witteman⟨/em> om toelichting te geven op dit nieuwe programma, want het zal een hele serie worden van bezoeken aan diverse Nederlanders. Allemaal mogen ze dus hun verhaal doen. Toen ging het er even over waarom mensen afknappen op de kerk en waarom ze zeggen: "Voor mij hoeft het niet meer." Dan zie je — en dat vertelde Van den Brink ook — dat het dikwijls de hypocrisie is waar ze op afknappen. Altijd weer. Dat zal vanavond in die uitzending met Derksen ook het geval zijn. Maar ook het feit dat er geen antwoorden gegeven worden op de keiharde vragen.⟨/p> ⟨p>We hadden het zojuist even over dat woord 'waardeloos', weet u nog? Ik vond het tragische van afgelopen dinsdag, toen ik die uitzending zag, dat hij toelichting mocht geven. Hij is een prima man en zei bijvoorbeeld ook nog: "Ik ben maar blij dat ik God niet hoef vast te houden, maar dat ik weet dat God míj vasthoudt." Toen dacht ik: kijk, dat is erg mooi als je dat weet. Maar het ging er even om dat hem gevraagd werd naar het lijden, naar het kwaad in de wereld en natuurlijk weer de hel en de bestemming van de mensheid. Als je op de meest elementaire vragen als 'waarom is de wereld zoals die is?', 'hoezo het kwaad?' of 'wat is de bestemming van deze wereld, van de mensen die we kennen en in het algemeen van de mensheid?' geen antwoord hebt... Als je daar geen antwoord op hebt, als je niet — om meteen de link te leggen met dit woord — het besef hebt van God met allemaal hoofdletters... Ik bedoel dé God, want dat is waar Paulus het hier over heeft. Als je geen besef hebt van dé God, dan heb je een lege huls. Dan heb je een lege boodschap. En natuurlijk zeggen mensen dat dan vaarwel; ze zeggen 'adieu' tegen God, ze zeggen 'adieu' tegen hypocrisie en ze zeggen 'adieu' tegen een boodschap die in zichzelf uitgehold is.⟨/p> ⟨p>Want je kunt wel spreken over een goed bericht — dat hoor ik niet zo vaak — of over een evangelie, maar dat zou dan toch in elk geval een blijde boodschap moeten zijn. Maar als het geen blijde boodschap is... Als er iemand bestaat die notabene de voorman is van zijn omroep en die zegt: "Ik ben eigenlijk wel een heel opgewekt mens, maar ja, het is dat ik het evangelie ken en daarom ga ik zo zwaarsmoedig door het leven." Zulke dingen. Dit is geen uitzondering; als het een uitzondering was, zou ik het niet vermeld hebben. Maar er zijn zoveel mensen die ik ken waarvan ik denk dat ze van nature opgewekte mensen zijn, maar ze staan zo zwaarsmoedig in het leven omdat ze domweg helemaal geen goed bericht kennen. Ze weten niet dat er een God is die alles een plaats geeft, die alles geschapen heeft en die alles beschikt. Dat ook het kwade betekenis heeft en dat niks voor niks gebeurt. Als je dat niet weet, heb je geen God. Dat is toch ABC? Als er één God is, dan is er Eén die alles beschikt. Dan gaat er dus ook nooit iets fout en dan komt dus ook alles goed. Ja, als er één God is...⟨/p> ⟨p>Besef van God. Dan sta je ook in triomf in het leven. En dat is precies wat die mensen — en helaas moet ik zeggen: ook zoveel christenen — gezegd moet worden: ze missen de triomf, ze kennen niet dé God. Ze kennen Hem niet, maar ze hebben dus ook geen besef daarvan. Want als je het niet weet, dan kun je het ook niet bezeffen en kun je het dus ook niet leven. Vandaar. En dat is tragisch. Maar daarom denk ik bij mezelf: wat zijn we rijk als we werkelijk besef hebben van dé God en weet hebben dat alles beschikt wordt en dat alles tot een goed einde komt. Nou, laten we het daar inderdaad vanavond bij houden: God als God verheerlijken en danken.⟨/p>