⟨h3 id="hoofdstuk-1" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="0" title="Speel af vanaf 00:00">▶ 00:00⟨/button> ⟨span>Introductie: Diverse Typen van het Ene Evangelie⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Zoals ik in mijn gebed al even aangaf, staat de Bijbel vol met goede berichten en blijde tijdingen. In die zin is het ook niet moeilijk om zo’n serie avonden te beleggen rond het thema 'het Evangelie van'. We behandelen dat overigens bepaald niet uitputtend. Hoewel ik erbij moet zeggen dat ik me voor deze serieavonden wel heb beperkt tot de specifieke uitdrukking 'het Evangelie van', die je niet eens zo enorm vaak tegenkomt. Als ik me niet vergis, komt die uitdrukking een stuk of twaalf keer voor. Het Evangelie van het Koninkrijk, het Evangelie van mij, het Evangelie van de genade Gods; dat soort thema's zijn voor een klein deel al besproken, maar voor het grootste deel moeten ze nog aan de orde komen.⟨/p> ⟨p>Maar zoals gezegd: God is werkelijk een gelukkig God en Hij heeft zo enorm veel rijks te melden. Dat valt allemaal onder het kopje 'goed bericht', een blijde tijding, oftewel evangelie. Er is maar één soort evangelie. Wellicht dat ik daar nog een keer over zal spreken – misschien vanavond toch, maar ik denk het niet. Het is naar aanleiding van Galaten 1 dat dat er ook zo precies staat, hoewel het in de vertalingen meestal niet goed uit de verf komt. Maar er staat echt dat er één soort evangelie is, hoewel in verschillende types. Dat klinkt misschien wat vreemd, maar het Grieks kent verschillende uitdrukkingen die dat onderscheid precies zo aangeven.⟨/p> ⟨p>Om maar een voorbeeld te noemen: er is één soort evangelie. Vergelijk het met Peugeot; het is allemaal Peugeot, maar je hebt er wel verschillende types van. Ik geef dat voorbeeld maar, want het is een van de weinige voorbeelden op autogebied waar ik wat van weet, simpelweg omdat ik er zelf in gereden heb. Het gaat om het merk Peugeot, maar je hebt een 104, een 204... of wat voor modellen heb je tegenwoordig? Ik geloof dat ik wat dat betreft inmiddels een tijdje achterloop. Maar u begrijpt wat ik bedoel. Het is één soort, het is allemaal Evangelie van Hem, gekarakteriseerd door dat wat Hij te melden heeft. En daarom is het werkelijk een goed bericht.⟨/p> ⟨p>Dat neemt niet weg dat er allerlei onderscheidingen in aan te brengen zijn. Over zo’n soort onderscheiding gaan we het vanavond hebben: het Evangelie van de besnijdenis en het Evangelie van de voorhuid. Als je helemaal niets van de Bijbel weet en je komt hier zomaar binnenzeilen, dan kan ik me voorstellen dat je je wenkbrauwen fronst en denkt: het Evangelie van de besnijdenis? Daar kun je je misschien nog iets bij voorstellen, omdat je weet dat het een ritueel is dat bekend is in het jodendom en trouwens ook in de islam. Maar 'de voorhuid' is zo'n technische term. In wezen hebben ze alles met elkaar te maken: de een is besneden en degene die niet besneden is, die heeft dus nog de voorhuid. Ja, sorry dat ik het zo zeg, maar zo is het gewoon. Het zijn twee termen die onlosmakelijk aan elkaar gekoppeld zijn; de een is besneden en de ander is niet besneden.⟨/p> ⟨p>We zullen trouwens nog wel zien dat wanneer de NBG-vertaling deze uitdrukking bezigt, er niet staat 'het Evangelie van de voorhuid', maar 'het evangelie aan de onbesnedenen'. Men heeft het daar dus meteen zo weergegeven om het wat begrijpelijker te maken.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-2" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="241" title="Speel af vanaf 04:01">▶ 04:01⟨/button> ⟨span>Terugblik op Galaten 1: Paulus' Unieke en Onafhankelijke Evangelie⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>De vorige keer hebben we het uitgebreid gehad over Galaten 1 — tenminste, over een groot deel van de avond — en vanavond is daar feitelijk een vervolg op. We gaan ons vanavond bezighouden met Galaten 2, maar het is goed om nog even terug te blikken op met name de vorige keer, omdat dit eigenlijk een ‘deel 2’ is. Toen was het thema ‘het evangelie van mij’. Die uitdrukking komen we om precies te zijn een drietal keren tegen in de brieven van Paulus. En als er staat ‘van mij’, dan gaat het uiteraard over Paulus: het evangelie van Paulus.⟨/p> ⟨p>Die uitdrukking hebben we vooral wat nader bezien vanuit het slot van de Romeinenbrief, Romeinen 16. Wat we daarbij zagen, is dat het evangelie van Paulus een geheimenis is, een verborgenheid die aeonenlang — of wereldtijdperken lang — verzwegen is. Het was niet geopenbaard, maar nu is het wel bekendgemaakt, en wel aan Paulus. Hij zet dat trouwens ook uiteen in andere passages, zoals in de Kolossensenbrief en de Efezebrief. Dit evangelie, deze goede tijding, dit goede bericht dat aan hem was bekendgemaakt, is uniek. Altijd was het verborgen gehouden, maar nu is het aan hem geopenbaard om vervolgens ook onder de natiën, te midden van de natiën, bekendgemaakt te worden. Dat is dat evangelie van Paulus: een hele unieke openbaring aan hem en via hem. En zoals we in Romeinen 16 zien, gebeurt dit ook via profetische geschriften. Hij heeft dat niet alleen maar uitgesproken in zijn dagen, maar hij heeft het — godzijdank mag ik wel zeggen — ook vastgelegd en opgetekend. Vandaar dat we daar nu, in 2015, nog zo rijkelijk kennis van kunnen nemen en dat kunnen bestuderen. Het zijn geweldige dingen.⟨/p> ⟨p>Dat is dat ‘evangelie van mij’. Het is zo verschrikkelijk onbekend, en ook vanavond zullen we daar weer op stuiten. Ik moet er meteen bij zeggen dat op deze locatie, gewoon in deze zaal, al vaker over dit thema is gesproken, maar buiten deze zaal is het bijna onbekend. Ja echt, het is zo essentieel en zo fundamenteel waar we het over hebben, maar dat neemt niet weg dat het zelden gehoord wordt. Over dat evangelie van Paulus hebben we met name stilgestaan vanuit Galaten 1. Paulus zegt in vers 12 dat hij het niet van een mens ontvangen heeft. Het is hem ook niet geleerd door mensen. Als je de lijn van zijn betoog volgt, dan bedoelt hij daarmee ‘tussen de regels door’ ook: niet vanuit Jeruzalem, niet door de apostelen en niet door Petrus is het aan mij verteld of onderwezen. Nee, het staat er helemaal los van. Feitelijk doet hij twee hoofdstukken lang zijn best om dat duidelijk te maken. Hij heeft het niet van een mens ontvangen of geleerd, maar rechtstreeks door openbaring van Jezus Christus. Dat is Galaten 1.⟨/p> ⟨p>Zowel in Romeinen 16 als in Galaten 1, maar ook op vele andere plaatsen, zie je dat punt benadrukt: wat hij bekendmaakt onder de volkerenwereld, is rechtstreekse openbaring. Zoals Galaten 1 vers 16 zegt: Gods Zoon openbaart Zich vandaag aan de natiën — jazeker — maar via Paulus. Dat wat hij te melden heeft en wat dus ook door hem is opgetekend, vindt zijn oorsprong uiteraard niet bij hemzelf. Als we het hebben over het evangelie van Paulus, dan is dat niet het evangelie dat bij hem de oorsprong vindt. Het is een openbaring van God, of zo u wilt de openbaring van Jezus Christus — of van Christus Jezus, zoals het op andere plaatsen staat. Het vindt zijn oorsprong uiteraard in Hem; het is de openbaring van Jezus Christus. Paulus is slechts het kanaal, het middel, het instrument dat God heeft uitgekozen.⟨/p> ⟨p>Al vanaf de moederschoot was hij daartoe afgezonderd. Hij moest daarvoor eerst een hele carrière doorlopen en een loopbaan hebben waarbij hij de gemeente Gods vervolgde en de eerste der zondaren zou worden. Pas toen was hij geschikt om op dat moment geroepen te worden. Hij moest eerst de eerste der zondaren zijn, opdat God juist Zijn genade via hem overvloedig zou kunnen bekendmaken. Dat betekent dus ook dat Gods Zoon — Jezus Christus, Christus Jezus — Zich vandaag bekendmaakt via Paulus. Als wij dus de brieven van Paulus lezen, dan lezen wij niet slechts wat hij te melden heeft; hij is daarin slechts een doorgeefluik, een instrument dat bekendmaakt wat Jezus Christus te melden heeft. We houden ons dus bezig met de woorden van Jezus Christus.⟨/p> ⟨p>Ik heb juist vandaag daar nog een blogje over gelezen van iemand, en die had het over de ‘gezonde woorden van onze Heer Jezus Christus’. Hij haalde die uitdrukking aan uit 1 Timotheüs 6. Misschien mag ik even een kleine excursie maken; ik weet niet of het verstandig is wat ik nu doe, want we hebben nog wel een programmaatje te gaan, maar in 1 Timotheüs 6 vers 3 lees je aan het begin: ‘Leer en bemoedig in deze zin. Indien iemand een andere leer verkondigt,’ zegt Paulus dus aan Timotheüs, ‘en zich niet voegt naar de gezonde woorden van onze Heer Jezus Christus...’ Er werd in dat stukje gezegd dat Paulus hiermee verwijst naar de Evangeliën. Maar dat is niet zo. Paulus verwijst helemaal niet naar de Evangeliën. Iemand die zulke dingen schrijft, geeft daarmee aan geen notie te hebben van wat de brieven van Paulus werkelijk behelzen. Het zijn namelijk rechtstreeks de woorden van Jezus Christus Zelf, via Paulus geopenbaard, maar met recht een ‘update’. Het is de Heer Jezus Christus die Zich vanuit de hemel aan Paulus heeft bekendgemaakt en hem ook heeft onderwezen. Dat hebben we de vorige keer ook nog even kortweg gezien: Paulus is hoogstpersoonlijk onderwezen door Jezus Christus. De woorden die hij bekendmaakt, zijn de woorden van de Heer Jezus Christus. Als wij ons dus voegen naar de woorden van onze Heer Jezus Christus, dan luisteren we naar Paulus, want dat is de wijze waarop Gods Zoon Zich vandaag openbaart.⟨/p> ⟨p>Verder hebben we gezien dat zowel Paulus’ apostelschap — het feit dat hij een afgevaardigde is van Christus Jezus — als zijn evangelie, het goede bericht dat hij doorgeeft, en zijn bediening onafhankelijk zijn van Jeruzalem. De wijze waarop dat zijn beslag heeft gekregen, staat daar los van. Ik heb de vorige keer dat schemaatje laten zien aan de hand van een drietal passages in dat eerste hoofdstuk, waar Paulus een bepaald patroon van uitdrukken heeft. Hij zegt telkens: ‘Het is niet van dit, noch van dat, maar...’ Dat is een patroon dat hij drie keer herhaalt. In het eerste geval, in hoofdstuk 1 vers 1, heeft hij het over zijn apostelschap. Een paar verzen later, in vers 11 en 12, heeft hij het over zijn evangelie. En nog weer een paar verzen later heeft hij het over zijn bediening. In al die gevallen laat hij zien: het is niet van mensen, ook niet door een mens en ook niet door een mens geleerd. Hij is daarvoor niet in Jeruzalem geweest. Nee, het is door Jezus Christus aan hem geopenbaard, en ook in Arabië is hij later onderwezen. Daar hebben we het de vorige keer met name over gehad.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-3" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="830" title="Speel af vanaf 13:50">▶ 13:50⟨/button> ⟨span>Galaten 2: Na Veertien Jaar op Grond van Openbaring Naar Jeruzalem⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En dat betekent dat als we nu in hoofdstuk 2 vers 1 verder gaan, dit een vervolg is op het voorgaande. Paulus' betoog is dat wat hij predikt onder de natiën volstrekt uniek is: een openbaring van Jezus Christus. Ik hoop dat ik dat punt in ieder geval duidelijk gemaakt heb. In vers 1 van hoofdstuk 2 zegt hij – en ik begin bij dit vers om de context te schetsen waarin de uitdrukkingen staan waaraan de titel van deze avond ontleend is – over het evangelie van de besnijdenis en het evangelie van de voorhuid. Die uitdrukkingen vinden we pas in vers 7, dus het duurt nog even voordat we zover zijn. Maar om die uitdrukkingen te begrijpen, moet je wel de omgeving kennen. Wat is de aanleiding?⟨/p> ⟨p>Paulus zegt dan in vers 1: "Daarna ging ik na verloop van veertien jaar weder naar Jeruzalem." Dat 'daarna' wil zeggen: na zijn laatste bezoek aan Jeruzalem, waarover hij had gesproken in hoofdstuk 1 vers 18. Dat was drie jaar na zijn roeping. Nadat Paulus was geroepen, is hij niet direct naar Jeruzalem gegaan; hij is niet te rade gegaan met vlees en bloed. Nee, zodra zijn ogen open waren, is hij linea recta naar Arabië gegaan. Daar heeft de Heer zich aan hem geopenbaard en hem onderwezen. Pas drie jaar na zijn roeping is hij een keertje naar Jeruzalem gegaan, vertelt hij. Niet om daar alsnog zijn papieren, zijn diploma of zijn certificaat vanuit Jeruzalem te krijgen. Nee, niets daarvan. Hij ging naar Jeruzalem om zijn verhaal te vertellen aan Petrus.⟨/p> ⟨p>Daarna duurt het weer een hele tijd voordat hij de apostelen weer ontmoet. Hij is in die tussentijd nog een keer in Jeruzalem geweest, maar toen is hij alleen maar naar de oudsten gegaan en heeft hij geen van de apostelen ontmoet. Er zitten hier trouwens chronologisch nogal wat haken en ogen aan; er is veel over gespeculeerd, maar dat voert veel te ver om daar nu op in te gaan. Ik vond het wel interessant dat er staat: "na verloop van veertien jaar." Paulus kennende geeft hij daarmee eigenlijk ook aan dat dit twee keer zeven jaar is – een hele lange periode, twee volheden van jaren of twee jaarweken, om het anders te zeggen. Die zijn inmiddels gepasseerd voordat ik weer eens een keer naar Jeruzalem ging. Hij geeft daarmee niet alleen de morele en geestelijke afstand aan tussen hem en Jeruzalem, maar eigenlijk ook de chronologische afstand. Hij was vijftien dagen bij Petrus geweest, heeft zijn verhaal verteld en toen heeft het nog veertien jaar geduurd voordat hij weer in Jeruzalem bij de apostelen was.⟨/p> ⟨p>Daarmee geeft hij ook nog iets anders aan. In die veertien jaar heeft hij al gearbeid samen met Barnabas onder de natiën, wat we beschreven vinden in Handelingen 13 en 14. Ik weet dat allemaal vrij goed, of beter gezegd: het staat me erg duidelijk voor de geest, want in Rijnsburg geef ik bijbelstudies en daar zijn we momenteel juist in Handelingen 13 bezig. Maar wat Paulus hiermee aangeeft, is dat het loutere feit dat het zo lange tijd duurt voordat hij de andere apostelen weer ontmoet, betekent dat hij hun erkenning of certificaat helemaal niet nodig heeft voor zijn arbeid onder de natiën. Hij is een apostel, hij is afgevaardigd en hij is daartoe met recht bevoegd en bekwaamd door één Iemand, niet door mensen hier op aarde. Niet door een college, ook niet daar in Jeruzalem. Dat zegt hij niet omdat hij minderwaardig doet over hen in Jeruzalem, maar juist omdat zijn apostelschap daar los van staat.⟨/p> ⟨p>Bovendien heeft zijn bediening een veel hogere – en dat bedoel ik zowel letterlijk als figuurlijk – oorsprong, bestemming en status. Een hemelse status en hemels onderwijs. Wat hij van de Heer Jezus Christus doorgeeft, is niet slechts het onderwijs dat de Heer op aarde heeft uitgesproken. Nee, het komt uit de hemel, vanuit hemels licht. Oogverblindend, zou Paulus erbij zeggen. Nou, toen ging hij weer naar Jeruzalem en we hebben het dan over de beroemde apostelvergadering die wordt beschreven in Handelingen 15. Wat ik nu zeg, wordt vrij algemeen geaccepteerd, al is het aan de andere kant soms ook wel weer omstreden omdat sommige mensen aan een andere vergadering of een andere trip denken. Maar zoals gezegd, daar gaan we ons nu niet mee bezighouden. Het lijkt mij vrij evident, ook vanuit het navolgende, dat hij het inderdaad over deze apostelvergadering heeft.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-4" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1173" title="Speel af vanaf 19:33">▶ 19:33⟨/button> ⟨span>Titus als Proefpersoon Temidden van de Judaïsten⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En dan staat er nog bij dat ik ook Titus meenam. Waarom wordt dat er zo bijgezegd? Wel, die Titus was eigenlijk een soort lakmoesproef. Paulus predikte een boodschap onder de natiën en dat kwam onder kritiek te staan, hevige kritiek. Dat lees je ook aan het begin van Handelingen 15. Wanneer mensen uit Jeruzalem er lucht van krijgen dat Paulus onder de natiën predikt en zij dat vernemen, dan zeggen ze: "Ja, maar die mensen daar moeten zich ook laten besnijden en naar de gebruiken van Mozes wandelen."⟨/p> ⟨p>De reactie van Paulus is daarin zo enorm scherp. Er wordt vanuit Antiochië opgedragen — want daar zijn ze inmiddels — om zich te vervoegen bij de apostelen in Jeruzalem naar aanleiding van dit geschil. In elk geval was Titus een niet-Jood, een Griek. We zullen dat straks ook zien; ik hoef dat nu verder niet nader te bespreken, want we komen daar vanzelf achter, maar het is van belang dat Titus meegenomen wordt.⟨/p> ⟨p>Paulus zegt er nog bij: "Ik ging op grond van een openbaring." Letterlijk staat er, als u dat in de interlineair meeleest: "Ik echter ging op naar onthulling." Dat wil zeggen: op grond van een openbaring of vanwege een onthulling. Dat "echter" geeft aan dat hij niet ging omdat het hem was opgedragen. Als u de verwijzing in Handelingen 15 vers 2 leest, dan staat daar dat men hem opdroeg om te gaan. In Handelingen 15 vers 1 lees ik: "En sommigen, uit Judea gekomen, leerden de broeders: Indien gij u niet besnijden laat naar het gebruik van Mozes, kunt gij niet behouden worden." Toen er van de zijde van Paulus en Barnabas geen gering verzet en tegenspraak tegen hen ontstond, droegen zij in de gemeente in Antiochië Paulus, Barnabas en nog enige anderen op om zich tot de apostelen en oudsten te Jeruzalem te begeven.⟨/p> ⟨p>Nu zou u uit het verslag van Handelingen 15 kunnen opmaken dat het een opdracht was en zij naar Jeruzalem moesten gaan om daar de zaak te beslissen. Zij deden dat wellicht, maar Paulus ging niet op grond van het feit dat dit was opgedragen door die mensen daar in Antiochië. Nee, Paulus zegt er uitdrukkelijk bij: "Ik echter ging omhoog." Dat wil zeggen dat hij opging, want Jeruzalem ligt veel hoger. Hij ging op vanwege een onthulling, vanwege een openbaring. Het is hem door de Heer zelf bekendgemaakt dat hij daar naartoe moest.⟨/p> ⟨p>Hij stond er waarschijnlijk zelf ook niet om te springen; dat maak je ook uit het verslag op. Hij wist immers wat hem daar te wachten zou staan. Wat je later in het hele boek Handelingen leest, is heel duidelijk: Paulus ging liever niet naar Jeruzalem. Uiteindelijk is hij daar ook gevangengenomen en dat was hem al ver van tevoren door de Heer bekendgemaakt. Deze mededeling is van belang omdat het aangeeft dat Paulus dit niet deed om zich te voegen naar of ondergeschikt te maken aan hen in Jeruzalem. Nee, hij was onafhankelijk. Als hij naar Jeruzalem ging, dan was dat niet omdat Jeruzalem hem nu moest certificeren of in zijn gelijk moest stellen. Hij ging op grond van openbaring.⟨/p> ⟨p>Er staat dan: "En ik legde hun daar in Jeruzalem het evangelie voor dat ik onder de natiën verkondig." Of "heraut" eigenlijk; dat staat in de tegenwoordige tijd. Lees dat goed. Het betekent dat Paulus, daar nu in Jeruzalem aangekomen, bekendmaakt welk evangelie hij verkondigt. Kijk, als dat nou dezelfde boodschap was geweest als die Petrus predikte, dan had hij dat helemaal niet hoeven doen. Dan had hij gewoon kunnen zeggen dat hij hetzelfde vertelt als Petrus of wie dan ook van degenen die in aanzien waren in Jeruzalem. Maar hij zegt: "Ik legde hun het evangelie voor, het goede bericht dat ik te midden van de natiën heraut, proclameer." Hij voegt eraan toe: "Afzonderlijk echter aan hen die in aanzien waren."⟨/p> ⟨p>Wie hij daarmee bedoelt, is niet zo moeilijk, want later in ditzelfde hoofdstuk noemt hij ze zelfs bij naam: Jakobus, Kefas en Johannes. Zij worden in dat bewuste vers steunpilaren genoemd, samen met de andere twaalf. Het opmerkelijke is dat u die namen in het boek Handelingen verder niet meer vermeld vindt; het zijn vooral deze mannen die daarin de hoofdrol spelen en met recht de steunpilaren zijn. In hoeverre er misschien nog meer van de twaalf bij gehoord hebben, wordt niet vermeld. Paulus vertelt daar in Jeruzalem in het algemeen over het evangelie dat hij onder de natiën predikt, maar hij doet dat afzonderlijk nog eens aan degenen die in aanzien zijn. Dat doet hij "opdat ik niet vruchteloos of ijdel zou rennen of aan het rennen was".⟨/p> ⟨p>Hij blikt daarbij vooruit. Er staat eigenlijk het woordje "rennen". Het is niet zomaar lopen, maar rennen. Dat is een prachtig beeld, want het geeft aan dat er haast zat achter wat Paulus deed. Er moesten zo enorm veel mensen bereikt worden; het heeft haast. Hij zegt ook in de brief aan de Tessalonicenzen dat het woord van Christus mag "rennen", een snelle voortgang mag hebben. Hij wilde hen die in aanzien waren speciaal spreken, opdat zij ook zouden weten wat hij onder de natiën deed.⟨/p> ⟨p>Paulus was er helemaal niet op uit — die indruk zou u kunnen krijgen vanuit wat ik tot dusver gezegd heb — om een breuk te forceren met hen in Jeruzalem. Dat is helemaal niet aan de orde. Paulus spreekt met de grootste achting. Hij wist dat zij in Jeruzalem van Christuswege een bediening hadden; zij waren door Hem gesteld tot apostelen. Alleen was de bediening van Paulus nu eenmaal van een heel andere aard en stond daar los van. Hij was veel later geroepen, op een unieke wijze. Nu hij in Jeruzalem was, wilde hij hen winnen. Hij wilde niet hun erkenning, maar hij wilde hen winnen, temeer omdat hij wist: dit zijn medewerkers in het evangelie. Het is hetzelfde soort evangelie, ook al zijn het type boodschap en de adresseringen van een andere aard.⟨/p> ⟨p>Dan zegt hij: "Maar zelfs Titus, die bij mij was, werd, ofschoon hij een Griek was, toch niet gedwongen zich te laten besnijden." Ik wil u eraan herinneren dat de vergadering die nu in Jeruzalem belegd werd, juist ging naar aanleiding van die kwestie: zouden degenen die gelovig waren geworden, ook naar de gebruiken van Mozes moeten wandelen om rechtvaardig te leven? Moesten zij zich laten besnijden, de hoogtijden vieren en koosjer eten? Er waren in Jeruzalem velen die inderdaad op dat standpunt stonden. Maar niettemin werd Titus niet gedwongen zich te laten besnijden. Het feit dat Paulus dit hier in Galaten 2 zo zegt, geeft aan dat als zelfs de Griek Titus, een niet-Jood, in Jeruzalem niet gedwongen werd zich te besnijden, welk recht van spreken hadden de Judaïsten daar in Galatië dan?⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-5" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1792" title="Speel af vanaf 29:52">▶ 29:52⟨/button> ⟨span>De Dwaalleer in Galatië: Verplichting tot de Wet van Mozes⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>U weet, ik heb dat de vorige keer geloof ik al aangegeven. Ik ga er ook een beetje van uit dat het bekend is. Als Paulus die brief schrijft aan de Galaten, dan is dat juist naar aanleiding van het punt dat hij daar het evangelie verteld had 'om niet'. Toen kwamen er later judaïsten vanuit Jeruzalem, vanuit Judea, en die zeiden: "Ja maar jongen, hoor, als je werkelijk gelovig bent, dan moet je ook leven uit de wet van Mozes." Dat is het idee. Als je rechtvaardig wilt leven, dan is daar één criterium voor, één maatstaf, en dat is de wet: de wet van Mozes. Als jullie nu geloven in het woord van God, wel, dan moet je wezen bij de woorden die God ooit aan Mozes op de berg Sinaï heeft bekendgemaakt. En jullie voegen je nu bij Israël door te luisteren naar het woord, et cetera.⟨/p> ⟨p>De gedachte was niet zo gek; dat wil zeggen, als je je even probeert te verplaatsen, dan begrijp je meteen waarom ze dat zo zeiden. Maar Paulus is daar zo enorm mordicus tegen, want dat staat namelijk haaks op dat wat hij vertelt. Vandaar ook dat hij natuurlijk in Galaten 1 meteen met de deur in huis valt en zegt: "Dat is geen evangelie. Dit wijkt af van wat ik verteld heb." En dan zegt hij 'anathema', dat is gewoon een vloek over degene die dit vertelt.⟨/p> ⟨p>Maar dat betekent dus dat als zelfs Titus nu in Jeruzalem niet gedwongen wordt zich te laten besnijden, wat hebben die mensen daar in Galatië — die in een heidense omgeving totaal niets te maken hebben met de besnijders — er dan mee te maken? Hoe halen die judaïsten het dan in hun hoofd om hen nu te gaan verplichten zich alsnog te laten besnijden en naar de gebruiken te wandelen?⟨/p> ⟨p>In hoofdstuk 6 vers 12 lees je ook, kijk, nu zegt hij dit: ofschoon Titus een Griek was, werd hij niet gedwongen zich te laten besnijden. Nou, in hoofdstuk 6 lees je — dat is inmiddels aan het einde van de brief en zo sluit Paulus ongeveer af, er komen nog een paar verzen achter — daar zegt hij: "Allen die zich uiterlijk goed willen voordoen, die trachten u te dwingen tot de besnijdenis, alleen om niet vervolgd te worden om het kruis van Christus Jezus." Waar het werkelijk om gaat.⟨/p> ⟨p>Het was eigenlijk alleen maar om godsdienstig te zijn. Ze hadden zich laten judaïseren. Dat is een term die in Galaten 2 ook wordt gebezigd; daar kom ik straks trouwens nog even op terug. Ze lieten zich feitelijk verjoodsen. Paulus zegt: "Jullie zijn heidenen, jullie zijn niet besneden, jullie kennen die gebruiken niet. Dat is geen enkel probleem. Je gelooft God, je gelooft Zijn belofte, dus je bent rechtvaardig." Een mens wordt gerechtvaardigd niet door werken der wet, maar door geloof. Dat is de hele 'kloeffe' van de Galatenbrief. Als dat zo is, dan ben je dus een rechtvaardige, gewoon puur door geloof. Je zegt 'amen' op Zijn belofte.⟨/p> ⟨p>En nu kwamen zij van: "Ja maar, je moet dan wel zo en zo zulke werken doen." En zij trachtten hen dus feitelijk te dwingen, want ja, om rechtvaardig te leven heb je dat nodig. Dus werden ze gedwongen zich te laten besnijden en alles wat daar dan nog weer uit voortvloeit en ermee te maken heeft. Goed, even terug naar Galaten 2. Ik laat de zin even doorlezen. Dat is wat er staat.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-6" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2053" title="Speel af vanaf 34:13">▶ 34:13⟨/button> ⟨span>Valse Broeders Bespieden de Vrijheid in Christus⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Valse broeders. Paulus is heel erg duidelijk over waar hij in deze hele kwestie staat. Van onduidelijkheid kun je hem in ieder geval niet betichten. Er waren lieden binnengeslopen om onze vrijheid, die wij in Christus Jezus hebben, te bespieden. Te spioneren. Ja, kijk, en hier komen we nu echt in het hart van de brief. Daar gaat het over: over onze vrijheid in Christus Jezus. Christus Jezus; dat is de geliefde wijze waarop Paulus het zegt, waarbij hij vooral benadrukt dat Hij de Christus is die daarboven is, de Verheerlijkte. Namelijk Hij die hier op aarde ooit leefde, maar voorop staat de Verheerlijkte. En in Hem hebben wij vrijheid.⟨/p> ⟨p>Vrij waarvan? Nou, in ieder geval vrij van de wet. Een mens is rechtvaardig puur door geloof. Daarom gaat Paulus in Galaten 3 ook in op Abraham. Abraham was in die tijd nog niet besneden, en dat is heel belangrijk in zijn betoog. Hij legt uit: wanneer was Abraham rechtvaardig voor God? En wat heeft hij daarvoor gedaan? Het antwoord is: niets. Je leest dat Abraham was geroepen en op een nacht naar buiten werd geleid. Hij mag omhoog kijken en ziet daar, in zo'n Midden-Oosterse hemelschouw, al die sterren. God zegt: "Zo zal jouw zaad zijn, zo zal jouw nageslacht zijn; ontelbaar als de sterren aan de hemel." God geeft hem een onvoorwaardelijke belofte en dan staat erbij: "En Abraham geloofde God en het werd hem tot gerechtigheid gerekend." Dat betekent dat Abraham een rechtvaardige was voor God. En wat had hij gedaan? Niets, hij had 'amen' gezegd op wat God beloofd had.⟨/p> ⟨p>Dat is nu precies de essentie van het Evangelie. Een onvoorwaardelijke belofte wordt gedaan, God zegt iets toe en een mens zegt daar 'amen' op. God zegt: "Ik ben de Redder van alle mensen," en een mens zegt, als hij het gelooft: "Amen, wauw, Jij bent een rechtvaardige." Dat is het Evangelie. Het Evangelie is een onvoorwaardelijke boodschap waarin niets wordt gevraagd. God vroeg niets aan Abraham; God beloofde gewoon: "Zo zal het gaan, zo doe ik het." En een gelovige is iemand die 'amen' zegt. Dat komt overigens omdat God jou heeft overtuigd. Kortom: alle roem is uitgesloten, want God overtuigt je en daardoor beaam jij wat Hij belooft. Dat is wat God tot gerechtigheid rekent en dan ben je een rechtvaardige.⟨/p> ⟨p>Dat is juist het geweldige daar in Galatië. Dat had men geloofd en zo leefde men. Men was daar zo blij mee! Maar toen kwamen er judaïsten uit Judea en die gingen vertellen: "Ja, maar als je rechtvaardig wilt leven..." Men was immers al rechtvaardig, maar zij zeiden: "Ja, maar dan moet je de besnijdenis houden, en dagen, maanden, tijden en weken waarnemen." Kortom, de hoogtijden van Israël. Al die dingen zouden ze moeten doen om rechtvaardig te zijn. Paulus zet dat resoluut aan de kant. Het is niets anders dan een aantasting van de vrijheid die wij in Christus Jezus hebben. Dat wil zeggen: we leven niet onder de wet van Sinai. Ik laat hier niet alle teksten zien, maar ik geef de referenties naar de verschillende Schriftplaatsen waarin dat letterlijk zo staat: niet onder de wet van Sinai.⟨/p> ⟨p>Over die vrijheid gesproken, zegt hij even later in hoofdstuk 5: "Opdat we waarlijk vrij zouden zijn." Eigenlijk staat er: "In de vrijheid waarmee Christus ons vrijmaakt." Het staat er trouwens niet eens als een voltooid feit, maar als een onbepaalde tijd. Gewoon het feit wordt gesteld: in de vrijheid waarmee Christus, de Opgestane, de Verheerlijkte, ons vrijmaakt. Dat is vrijheid. En dan zegt hij: "Sta daarin vast. Blijf daarin staan." Het is niet zo van: we zijn ermee begonnen en nu gaan we ons alsnog een juk laten opleggen. Dat is wat die judaïsten wilden. Nee, sta vast in die vrijheid. Houd stand en laat u niet weer een slavenjuk opleggen. Eerst leefden ze onder een slavenjuk van de afgodendienst, omdat ze een heidense achtergrond hadden, en nu gingen ze opnieuw onder een slavenjuk, maar dan die van het judaïsme. Paulus zegt: dat is óók een slavenjuk, net zo goed als waar je vandaan komt. Het is misschien een ander type, maar nog steeds een slavenjuk waarbij je weer van alles 'moet'. Vooral als het godsdienstig is en die vorm aanneemt: berg je dan maar. Houd stand in die vrijheid. Laat je geen slavenjuk opleggen, of zoals er letterlijk staat: een juk van slavernij.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-7" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2445" title="Speel af vanaf 40:45">▶ 40:45⟨/button> ⟨span>Het Slavenjuk van Sinaï en Theologische Vervanging⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En die uitdrukking moet je dan ook zo begrijpen. We zitten wat door deze brief te bladeren, maar als je even terugbladert naar Galaten 4 vers 25, dan brengt Paulus die geschiedenis terug. Hij zegt: "Jullie willen zo graag onder de wet staan, luister dan naar de wet." Vervolgens voert hij de geschiedenis op van Sarah en Hagar. De één was vrij, de ander was een slavin. Hij legt uit dat dit een allegorie is — noem het typologie of hoe je het maar noemen wilt. Hij zegt: "Het woord Hagar betekent de berg Sinaï in Arabië." Wat hij hier zegt is erg boeiend, ook topografisch gezien: de mededeling van de berg Sinaï in Arabië. Maar daar gaat het nu even niet om. De berg Sinaï staat op één lijn met het tegenwoordige Jeruzalem, want dat is met haar kinderen in slavernij. Hier heb je de berg Sinaï en dat wat God daar gegeven heeft; Paulus zegt dat het het oude verbond is en dat dit slavernij is. Het staat recht tegenover de belofte aan Abraham en Sarah.⟨/p> ⟨p>Ik geef toe dat wanneer ik het zo zeg en je niet precies weet waar Paulus het over heeft in de Galatenbrief, je nu misschien een beetje de draad kwijtraakt. Neem me dat niet kwalijk, maar over die dingen heeft hij het in deze brief. Het betekent dus inderdaad het "tegenwoordige Jeruzalem" waar Paulus het over heeft. En hij wist waar hij het over had, hoor. Hij had zichzelf in Galaten 1 al geïntroduceerd als de man die het in het jodendom verder had gebracht dan velen van zijn tijdgenoten. Hij was een rijzende ster binnen die godsdienstige wereld. Hij had een topopleiding genoten en was een ijveraar voor zijn voorvaderlijke overleveringen en tradities. Daar kwam nog eens bij dat hij ook nog eens een vervolger was van de gemeente Gods. Dat moet u even goed begrijpen: dat was een enorme verdienste in de termen van de Joodse religie. Hij nam het zo serieus en hij was daar zo fanatiek; hij was gewoon een religieuze terrorist. In dit geval een Joodse terrorist die de Ecclesia vervolgde, puur omdat hij het jodendom zo serieus nam.⟨/p> ⟨p>Nu zegt Paulus, terugblikkend en beter wetend: "Dat Jeruzalem is gewoon, net als ikzelf vroeger, in slavernij." Dat weten ze zelf niet, maar het is wel zo. En wat die judaïsten nu daar in Galatië doen — want hij schrijft hen aan — dat is niets anders dan je weer een juk van slavernij opleggen. Dat is wat het is en wat er aan de hand was. Dat betekent dus ook dat de vrijheid die wij in Christus Jezus hebben daarmee op het spel staat. Want ja, je bent of vrij, of je leeft onder de wet en je moet van alles vanwege de berg Sinaï; al die bepalingen moet jij doen om een rechtvaardige te kunnen zijn of om rechtvaardig te kunnen wandelen. Maar wij zijn vrij, wij leven in de vrijheid.⟨/p> ⟨p>Terwijl ik het zeg, moet ik er ook bij zeggen dat de christenheid in het algemeen dat evangelie van Paulus totaal niet kent. Nu kun je zeggen dat dit over de besnijdenis gaat, maar dat we dat vandaag niet meer hebben. Nee, dat had u gedroomd! Want hoe staat het ook alweer? Ik kom zelf uit een protestants-reformatorisch nest en dan hoorde ik met enige regelmaat het doopformulier voorgelezen worden, waarin stond: "In de plaats van de besnijdenis is de doop gekomen." Dus we hebben het ritueel van de besnijdenis niet meer, maar er is een ander ritueel voor in de plaats gekomen. Dat geldt trouwens voor een heleboel rituelen: in plaats van de sabbat is de zondag gekomen. De dingen zijn wat verschoven, maar de essentie is nog steeds hetzelfde. Dat is ook logisch, want men denkt ook dat de christenheid — gewoon de kerk, het instituut, even alles over één kam scherend — Israël is. De kerk is in de plaats van Israël gekomen; dat is een leerstuk dat al zulke oude papieren heeft. De doop is in de plaats van de besnijdenis gekomen, de zondag is in de plaats van de sabbat, enzovoort. Het is zo door en door judaïstisch.⟨/p> ⟨p>In die zin heb ik meer waardering voor de echte judaïsten van vandaag. Dat is een beweging die ook erg op de praktijk doelt, van mensen die zeggen: "Nee, we moeten weer echt terug naar de Joodse oorsprongen. We moeten weer echt de sabbat houden en weer echte besnijdenissen doen. En niet Pinksteren en Pasen zoals de kerk dat viert, want dat zijn gekristianiseerde Joodse feesten." Zij zeggen: "Nee, we moeten weer echt Sjawoe'ot en Pesach gaan vieren." Zij zijn in ieder geval consequenter en in die zin oorspronkelijker, maar uiteindelijk maakt het geen bal uit. Het is namelijk broertje en zusje van elkaar. De essentie blijft dat men zegt dat je onder de wet gebracht wordt; om rechtvaardig te leven heb je die wet nodig en dat is het criterium.⟨/p> ⟨p>We gaan weer even terug naar Jeruzalem, waar Paulus dus was en hij dat evangelie had voorgelegd. Titus werd in dat gezelschap daar — in het hol van de leeuw, om zo te zeggen — niet eens gedwongen zich te laten besnijden. Er waren namelijk lieden binnengedrongen die dat echt probeerden; zij waren binnengeslopen om de vrijheid die wij in Christus Jezus hebben te bespieden. Ze wilden spioneren. Het is misschien een beetje een raar verhaal, maar hoe wisten ze nou dat Titus onbesneden was? Dan moet je echt spioneren, in het herentoilet ofzo. Dat is toch niet iets wat je zomaar ziet. En dat is wat ze deden: ze waren erop uit om te kijken of iedereen wel volgens de regeltjes leefde, om ons zo tot slavernij te brengen. In de grondtekst staat er letterlijk: "tot slaaf degraderen". Dat komt niet helemaal uit de verf in de vertaling, maar het is een woord dat te maken heeft met een neerwaartse beweging, met degradatie in deze context.⟨/p> ⟨p>Hier heb je dus precies waar we het over hadden, namelijk over die slavernij. We staan in de vrijheid en daartegenover staat de slavernij. Waar heeft die slavernij mee te maken? Met Hagar, met de berg Sinaï en met de wet. Daaronder geplaatst te worden gebeurt vaak met schoonklinkende voorwendsels, maar wat het feitelijk doet is niets anders dan slavernij. En degenen die daarop uit zijn, dat zijn spionnen, zegt Paulus, die erop uit zijn ons tot slaaf te degraderen.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-8" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2973" title="Speel af vanaf 49:33">▶ 49:33⟨/button> ⟨span>Geen Ogenblik Geweken voor Religieuze Dwang⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Nou, zegt Paulus: kom maar op. Wij zijn voor hen geen ogenblik gedwee uit de weg gegaan. We hebben geen moment gesimuleerd dat wij ons aan hen zouden gaan onderschikken. Totaal niet, want dat zijn de verhoudingen niet. Paulus had geen last van een minderwaardigheidscomplex; hij was geroepen door Christus Jezus, de hoogste instantie. Dus in die zin was het ook niet zo dat hij zich onderschikte aan Jeruzalem, want hij wist dat zijn bediening en de boodschap die hij bracht van een veel hogere orde waren.⟨/p> ⟨p>Als we het hebben over de verhoudingen: met alle achting die hij heeft voor de apostelen in Jeruzalem, wist hij dat wat hij vertelde en doorgaf een veel hogere status had. Dit gaat trouwens niet over de mannen in aanzien, over Jakobus, Kefas en Johannes. Hij heeft het hier over degenen die binnengeslopen waren, andere lieden dus. Dat moet ik er ook nog even bij zeggen. Maar Paulus zegt: we zijn geen ogenblik geweken. We hebben geen uur overwogen om ons aan hen te gaan onderschikken of om ons te schikken en naar hun pijpen te dansen, om het even op z'n Nederlands te zeggen.⟨/p> ⟨p>Waarom? Wel, de vrijheid in Christus Jezus was in het geding en daarmee de waarheid van het Evangelie. Opdat deze voortdurend ook bij u zou blijven. Waar Paulus feitelijk mee bezig is... kijk, 'u', dat zijn de natiën. Paulus zegt: nu ben ik in Jeruzalem, maar hij stond voor die boodschap. En die boodschap zou onaangepast gebracht worden. Daarom is Paulus, als het er echt op aankwam, de confrontatie niet uit de weg gegaan, opdat de waarheid van het Evangelie ook verder bij u zou blijven.⟨/p> ⟨p>Ik ga eventjes door naar hetzelfde hoofdstuk, vers 14.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-9" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3112" title="Speel af vanaf 51:52">▶ 51:52⟨/button> ⟨span>De Hypocrisie van Petrus Openlijk Weerstaan in Antiochië⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Daar gebruikt Paulus namelijk nog een keer exact dezelfde uitdrukking: de waarheid van het evangelie, de waarheid van het goede bericht. En dan lees je — dat is trouwens bij een andere gelegenheid — dat hij zelfs recht tegenover Petrus komt te staan. Dat is heel opmerkelijk. Er wordt hier in de Galatenbrief gesproken over drie ontmoetingen met Petrus. De eerste keer gaat Paulus, drie jaar na zijn roeping, naar Petrus toe om zijn relaas, zijn verhaal te vertellen. De tweede ontmoeting is wanneer zij elkaar de rechterhand der gemeenschap geven en hij de herkenning krijgt, wat we straks nog zullen zien. En bij de derde ontmoeting lees je dat Paulus hem inderdaad in het gezicht weerstaat, omdat het ongelijk aan zijn kant was. Zo schrijft Paulus dat in de verzen van Galaten 2.⟨/p> ⟨p>Lees maar gewoon even door, het is onwijs boeiend hoe Paulus zijn punt maakt en de bonnetjes erbij legt. Er is geen speld tussen te krijgen; het is zo'n geweldig betoog. Wat ik er ook zo boeiend aan vind, is dat hier iemand praat die echt weet waar hij het over heeft. De tegenstanders met wie hij te maken had, waren vergeleken met wat hij zelf ooit was en deed, slechts een slap aftreksel van de judaïstische kampioen die hij zelf ooit was. Het is een beetje van: kom maar op, ik weet waar ik het over heb. Ik ben bovendien geroepen door Hem.⟨/p> ⟨p>Toen ik zag dat zij — en dan gaat het over degenen die daar veinzen, waaronder Petrus — niet de rechte weg bewandelden naar de waarheid van het evangelie (u ziet het, diezelfde uitdrukking), zei ik tot Kefas, Petrus dus, ten aanhoor van allen: "Indien jij, die een Jood bent, naar heidens en niet naar Joods gebruik leeft...?" Want dat deed Kefas. Dat gaat over een ontmoeting in Antiochië. Kefas ging toen mee in dat heidense gebruik en Paulus zegt: "Wat krijgen we nou? Jij bent een Jood en nu leef je even naar heidens gebruik." Hij at daar namelijk samen aan één tafel met niet-Joden. "Als jij nu een Jood bent en je leeft naar heidens gebruik en niet naar Joods gebruik, hoe kun je dan de heidenen dwingen zich als Joden te gedragen? Dat is toch hypocriet?"⟨/p> ⟨p>Hier wordt trouwens ook diezelfde uitdrukking gebruikt: "Hoe kun je dan de natiën dwingen zich als Joden te gedragen?" Dat "zich als Joden te gedragen" is in de grondtekst één woord dat hier wordt weergegeven met "verjoodsen" of "judaïseren". Hoe kun je de heidenen, de natiën, dwingen te judaïseren? Dat wil zeggen dat ze de shape en de vorm aannemen van het Jodendom. Dat is waar het over gaat. De heidenen werden daar verjoodst, want als je rechtvaardig wilden leven, moest je blijkbaar gejudaiseerd worden. In feite was dit in de praktijk de kwestie die in het geding was.⟨/p> ⟨p>Nou zegt hij daar nog bij: "Maar wat hen betreft die in zeker aanzien waren..." — we hadden al gezien dat dit de steunpilaren waren — "wat ze vroeger geweest mogen zijn, dat doet er voor mij niks toe." Dat kun je op twee manieren opvatten. Vroeger waren zij vissers, terwijl ik een schriftgeleerde was. Maar je kunt het ook anders opvatten: vroeger waren zij trouwe discipelen van Jezus, terwijl ik, als het gaat om mijn verleden, een vervolger van de ekklesia was. Daarom zegt hij ook: "wat zij vroeger geweest mogen zijn, dat geldt voor God en voor hemzelf net zo." Dito met een sterretje, zou ik zeggen. Dat doet er voor mij niks toe, daar ging het niet om. Hij zegt: "God ziet de persoon niet aan." God kijkt niet naar het gezicht of naar de buitenkant. Nee, het ging om de waarheid van het evangelie.⟨/p> ⟨p>Nu vraagt u zich misschien af: "Maar we zouden het toch nog hebben over het evangelie van de besnijdenis en van de voorhuid?" Daar hebben we het inderdaad nog helemaal niet over gehad. We gaan eerst even pauzeren, want in vers 7 komen we daar pas bij aan. Goed, vrienden.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-10" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3407" title="Speel af vanaf 56:47">▶ 56:47⟨/button> ⟨span>Hervatting Na de Pauze: Paulus en de Steunpilaren⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Wij hebben nog wat dia's te gaan en we waren gebleven bij Galaten 2 vers 6. Paulus heeft het daar over die ontmoeting in Jeruzalem en hij heeft het over degenen die daarin in aanzien waren: Jakobus, Petrus en Johannes. Mij hebben ze verder niets opgelegd of zelfs maar raad gegeven, zegt hij. Daarmee geeft Paulus aan dat zij, degenen die in aanzien waren – de steunpilaren, de apostelen van Christus – hem niets hebben opgelegd, niets in de weg hebben gelegd of zelfs maar hebben geadviseerd. Want dat is wat er werkelijk staat.⟨/p> ⟨p>"Maar," zegt hij dan, "integendeel." Integendeel zelfs, toen zij zagen – waarnemend dat mij... en nu moeten we even de boel scherpstellen, want vrijwel alle moderne vertalingen gaan hier de mist in. Als je een Statenvertaling hebt, staat het daar heel goed. Maar nu is die Statenvertaling herzien en je weet al hoe dat gaat. Dat zou dan een verbeterde weergave moeten zijn, maar waarachtig, ja hoor, ze gaan weer de mist in. Echt waar. Dat is geen algemeen oordeel over de Herziene Statenvertaling, maar het gaat specifiek over dit punt. De Statenvertaling was zo goed, en dan gaan ze hem herzien. Je zou zeggen dat alleen wat begrijpelijker Nederlands een loffelijk streven is, maar nee, juist de kern van de weergave is veranderd. Wat bedoel ik hiermee?⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-11" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3514" title="Speel af vanaf 58:34">▶ 58:34⟨/button> ⟨span>Een Cruciale Vertaalfout: het Evangelie Ván de Voorhuid⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Integendeel, toen zij — Jacobus, Petrus en Johannes, degenen die in aanzien waren — het zagen... Er staat daar een hele lange zin, maar in werkelijkheid is het maar één zin: dat mij het evangelie van de voorhuid was toevertrouwd. Het goede bericht van de voorhuid. In de vertalingen heeft men van 'voorhuid' vaak 'onbesnedenen' gemaakt. Daar is wel wat voor te zeggen, maar daar vallen we vanavond even niet over.⟨/p> ⟨p>Een ander ding is echter wel van groot belang, en ik heb dat hier meteen maar even gecorrigeerd. Het gaat hier namelijk niet over een adressering; het gaat over het evangelie van de voorhuid. Niet áán de voorhuid, maar ván de voorhuid. Dat wil zeggen dat het gaat over een goed bericht met een tweede naamval of genitief: het evangelie van de voorhuid. En dat is iets heel anders dan een evangelie aan de onbesnedenen.⟨/p> ⟨p>Laat ik een voorbeeld geven. Je hebt muziek van de Mexicanen; dat is Mexicaanse muziek. Maar je kunt ook muziek vóór de Mexicanen spelen. Dat is iets totaal anders. Met dat ene woordje 'van' of 'voor' kun je gigantisch sjoemelen en een begrip een totaal andere inhoud geven. Van 'muziek van de Mexicanen' maak je dan ineens 'muziek voor de Mexicanen'. Als het Mexicaanse muziek is, dan zegt dat iets over die muziek zelf. In dit geval is het 'het evangelie van de voorhuid'. Wat zegt dat over dat evangelie? Wel, het wordt gekarakteriseerd door de voorhuid. Het zegt iets over de aard van dat goede bericht. Je kunt immers ook muziek voor de Mexicanen spelen die helemaal geen Mexicaanse muziek is, maar klassiek of wat dan ook.⟨/p> ⟨p>Zoals gezegd hebben de moderne vertalingen dit bijna allemaal al veranderd. En nu zijn we notabene bij de clou van Paulus' betoog terechtgekomen. Hij ontmoet hier Petrus, Jacobus en Johannes; ze zijn nu allemaal bij elkaar. Er vindt een ontmoeting plaats, ze merken iets op, en juist op dat moment gaan de vertalers de boel verdraaien. Daarmee geeft men ook aan dat men het hele voorgaande van het betoog niet begrepen heeft. Het gaat hier namelijk juist over het feit dat aan Paulus een evangelie was toevertrouwd van de voorhuid. Dat zegt alles over het evangelie dat aan hem was gegeven.⟨/p> ⟨p>Wat is dat voor evangelie? In hoofdstuk 1 vers 11 zagen we het al: hij had het niet van een mens ontvangen en het was hem ook niet door een mens geleerd. Het was onafhankelijk van Petrus en zijn consorten. Het is een evangelie van de voorhuid. Om het even populair te zeggen: het is een heidens evangelie, een onbesneden evangelie. Dat is wat het feitelijk is. Als muziek van de Mexicanen Mexicaanse muziek is, dan is het evangelie van de voorhuid — of het evangelie van de onbesnedenheid — een onbesneden evangelie.⟨/p> ⟨p>Ik moet dan meteen denken aan de geschiedenis van David en Goliath, die onbesneden Filistijn. Paulus had een onbesneden evangelie. Vanuit Joodse optiek was dat natuurlijk niet echt een compliment, maar Paulus had dit heidense evangelie dat helemaal losstaat van de besnijdenis. Hij had een goed bericht voor mensen die niet besneden waren, en dat was niet de boodschap van: "Ja, nu moet je je laten besnijden." Juist niet! Die hele boodschap had niets met de besnijdenis van doen. Of je nu wel of niet besneden was, deed totaal niet ter zake.⟨/p> ⟨p>Wat ik nu zeg, is een refrein in zijn brieven: besneden zijn of niet besneden zijn betekent niets. Daag me niet uit, want ik kan het u in diverse brieven laten zien. Of het nu 1 Korinthiërs 7 is of Galaten 6; hij sluit deze brief er zelfs mee af. In Galaten 6 vers 15 zegt hij: "Want besneden zijn of niet besneden zijn betekent niets, maar of men een nieuwe schepping is." Dat is het evangelie van de voorhuid. En voor allen die naar die regel zich zullen richten... Wilden ze regels? Nou, hier heb je er één, zegt Paulus: die van de nieuwe schepping. Vrede en barmhartigheid komen over hen, en ook over het Israël Gods. Dat is de afsluiting van de Galatenbrief.⟨/p> ⟨p>Het evangelie van de voorhuid is dus inderdaad een onbesneden, heidens evangelie waarin de besnijdenis en alles wat daarmee verband houdt geen enkele rol speelt. Zelfs Israël speelt daarin geen rol. Sterker nog, het heeft juist te maken met de tijdelijke terzijdestelling van Israël, maar daar hadden we het de vorige keer al even over. Het is onafhankelijk van Petrus en degenen die bij hem horen, zijn consorten. We lezen even verder: "Waarnemend dat mij het evangelie van de voorhuid was toevertrouwd, zoals aan Petrus dat van de besnijdenis."⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-12" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3921" title="Speel af vanaf 01:05:21">▶ 01:05:21⟨/button> ⟨span>Twee Apostelen, Twee Evangeliën: Paulus en Petrus⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Het gaat hier dus over twee apostelen: Paulus en Petrus. En het gaat hier over twee evangeliën: een evangelie van de voorhuid en het evangelie van de besnijdenis. Het ene was aan Paulus toevertrouwd en het andere aan Petrus: het evangelie van de besnijdenis. Het is eigenlijk niet moeilijk hoor, en je had het waarschijnlijk gewoon zelf kunnen invullen als je goed gelezen had wat tot dusver het betoog van Paulus was. Maar de vertalers zijn ons zo 'van dienst' geweest door net op het moment suprême, zoals dat zo deftig heet, ons alsnog even zand in de ogen te strooien, waardoor je eigenlijk de draad weer kwijtraakt. En kijk, daarom doen we nu juist bijbelstudie. Dit staat er! Aha, kijk, nu is het weer logisch. Paulus was inderdaad door openbaring dat goede bericht toevertrouwd.⟨/p> ⟨p>En dat evangelie van de besnijdenis, daar hebben we het feitelijk over als we spreken over het evangelie van het koninkrijk. Dat zijn verschillende uitdrukkingen, maar ze overlappen elkaar voor een heel groot gedeelte. Het is namelijk het goede bericht dat God via Israël, het besneden volk, het volk van de besnijdenis, Zijn koninkrijk op aarde gaat vestigen. En of je het nu geloven wilt of niet: dat was aan Petrus geopenbaard of aan Petrus toevertrouwd, net als aan die andere twaalf. Ook dat is weer het getal van Israël.⟨/p> ⟨p>Kijk naar de verwijzing in Handelingen 3 vers 19 tot 21. Daar zie je het, want daar is Petrus aan het woord op het tempelplein en dan zegt hij: "Mannen van Israël". Hij zegt dat God hen heeft uitverkoren en roept op: "Kom tot berouw en bekering". En als jullie tot berouw en bekering komen, dan zal Hij, God, de Christus zenden die voor jullie tevoren bestemd was. Dan zullen de tijden van verademing aanbreken en dan zal de wederoprichting van alles plaatsvinden, waar de profeten van gesproken hebben. Dat wil zeggen: alles zal worden gerestaureerd en in ere worden hersteld, precies waar de profeten al van hebben gesproken.⟨/p> ⟨p>Kortom, het koninkrijk zal via Israël, en meer specifiek via de stad Jeruzalem, worden gebouwd om eerst in Israël en vervolgens wereldwijd gestalte te krijgen. Dat is het goede bericht voor Israël: het evangelie van de besnijdenis. Petrus was daar actief in geweest. Hij had dat als woordvoerder, met name dan van de twaalf, aan Israël bekendgemaakt. Het is zo klaar als een klontje. En pas veel later, als Israël duidelijk geen gehoor geeft – sterker nog, als het Sanhedrin, de Joodse raad, Stefanus stenigt – dan pas komt voor het eerst die figuur van Saulus achter de coulissen vandaan. En die wordt dan vervolgens geroepen.⟨/p> ⟨p>Waarom? Waarom een heel andere apostel als hij toch hetzelfde evangelie zou vertellen? En waarom, als God dan een andere persoon wilde gebruiken – wat op zich al heel vreemd zou zijn – is het dan niet zo dat Hij Saulus riep en zei: "Nu moet je naar Jeruzalem gaan en je vervoegen bij Petrus, Jakobus en Johannes, want die hebben bij Mij een opleiding hier op aarde genoten. Daar moet je wezen en dat moet je gaan vertellen." Waarom?⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-13" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4153" title="Speel af vanaf 01:09:13">▶ 01:09:13⟨/button> ⟨span>Israëls Terzijdestelling Opent de Deur voor de Natiën⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En waarom werd Paulus nou pas geroepen toen Israël duidelijk "nee" had gezegd tegen het evangelie? Nou, omdat daar juist zijn evangelie ook begint. Zijn evangelie is het evangelie van de voorhuid voor de natiën. Waarom? Wel, dat heeft alles te maken met Israëls ongeloof. Kijk, het evangelie van de besnijdenis spreekt ook over de natiën. Maar dan is het zo dat de natiën delen in het heil via een gelovig Israël; Israël komt tot geloof en via Israël gaat God dan de volkerenwereld zegenen. Dat was de volgorde.⟨/p> ⟨p>Maar bij Paulus is het precies andersom. Daar gaat het om het evangelie van de voorhuid; daar gaat het heil ook naar de natiën, jazeker, maar juist vanwege Israëls ongeloof. Israël wordt terzijde gesteld. Tijdelijk natuurlijk, want God laat nooit varen de werken van Zijn handen en Zijn beloften gaat Hij wel vervullen. Maar dit is die pauze, die onderbreking. Nu is het dus een totaal ander verhaal. Israël is ongelovig en dan roept God dat mannetje Paulus om vervolgens de natiën dit bekend te maken. Israël staat terzijde en nu de natiën. Je kunt je voorstellen hoezeer dat de nijd en de jaloezie heeft opgeroepen van Israël. "Om hen tot jaloersheid te wekken", zegt hij dan ook.⟨/p> ⟨p>Nou, dat gebeurt ook wel hoor. Het wordt heel vaak positief opgevat, om hen tot jaloersheid te wekken, maar het is ook de nijd. "Maar wij dan?" Als Paulus in Jeruzalem is, net voordat hij gevangen genomen wordt en zich mag richten tot het Joodse publiek, staat hij daar op die trappen van de tempel. Hij spreekt daar die mensenmenigte toe die hem eigenlijk wilde lynchen en hij vertelt zijn verhaal. Je moet het maar eens lezen in Handelingen 21. Hij mag zijn verhaal vertellen totdat hij op een gegeven ogenblik aanhaalt dat de Heer zegt: "Wegwezen uit Jeruzalem, want ze zullen van u de boodschap niet aannemen; ga nu naar de natiën."⟨/p> ⟨p>En dan lees je in Handelingen: ze hoorden hem aan tot dit moment. En dan wordt die hele Joodse menigte helemaal gek. "Weg van de aarde met deze man! Hij is het niet waard om verder te leven." Dat was de kift. Israël is ongelovig en nu gaat de boodschap naar de natiën, die dat allemaal zomaar vrijuit mogen horen, zonder dat ze iets moeten doen. Al die mooie dingen! Nijd en jaloezie, dat is het enorme verschil tussen het evangelie van de besnijdenis en het evangelie van de voorhuid. En wie weet dat? Bijna niemand. Terwijl dit zo essentieel is.⟨/p> ⟨p>Dit is zo belangrijk, mensen. Want indien iemand een evangelie vertelt dat afwijkt van wat ik jullie vertel — jullie natiën — dan zij hij anathema. Het is zo belangrijk om bij Paulus te rade te gaan. Hij is het kanaal waarvan God Zich bedient nu Hij Zich tot de natiën wendt. En dat is niet Jakobus, niet Petrus of Johannes. Met alle respect, want dat heeft zijn plaats, maar ik ga nog even verder lezen in Galaten 2: "Immers Hij, die Petrus kracht gaf om apostel te zijn voor de besnijdenis..." Maar ook hier weer: een apostelschap van de besnijdenis. Petrus had die kracht gekregen; God was inwerkend in hem. Hij had een bediening en een afvaardiging rechtstreeks van de Heer Zelf ontvangen; vergis je niet.⟨/p> ⟨p>Alleen, de geschiedenis was voortgegaan. Israël had de boodschap afgewezen en nu had de Heer Zich gewend tot Paulus met, zeg maar, een "update" — om het even in computetermen te zeggen. Hij wist inmiddels zoveel meer. Maar dat neemt niet weg dat Petrus van Godswege geroepen was als een apostel van de besnijdenis. Wel, zegt Paulus, diezelfde Heer gaf die kracht ook aan mij voor de natiën. Zo zet Paulus dat neer: twee evangelieën, twee apostelen. En dat moet je dus niet mixen. Het gaat hier over twee verschillende goede berichten. En dan komen we bij vers 9 van Galaten 2.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-14" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4492" title="Speel af vanaf 01:14:52">▶ 01:14:52⟨/button> ⟨span>De Steunpilaren Erkennen de Genade bij Paulus⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En toen zij... Wie? Nou, zij die in aanzien waren. En nu worden ze ook bij name genoemd. En toen zij de genade opmerkten – of letterlijk staat er: kennende de genade. Mooi hè? Want wat Jakobus, Petrus en Johannes zien, is genade bij Paulus. Vreugde, vreugde om niet; dat is wat genade is. Vreugde om niet. Dat is wat hij niet alleen zelf had, maar ook doorgaf; het was karakteristiek voor zijn goede bericht. Het had niets met rituelen te maken, niets met besnijdenis. Nee, gewoon puur om niet.⟨/p> ⟨p>Toen zij de genade opmerkten... en je kunt er natuurlijk zeker van zijn, en dat is ook wat later in het vervolg blijkt. Want daar gaan we het vanavond niet meer over hebben, maar wat je in het vervolg van Galaten 2 ziet, is dat zij die in aanzien waren daar in Jeruzalem – dat geldt ook voor Jakobus. We hadden het in de pauze nog even over Jakobus, de broeder des Heren. Maar ze hebben veel moeite gehad hoor met Paulus. En Petrus ook, dat weten we ook. En zelfs aan het eind van zijn leven zegt hij dat nog. Hoewel hij dan tot erkenning komt: bij hem moet je wezen. Maar zwaar om te verstaan. Hij heeft wat moeten leren en weer bij moeten stellen. Ze dachten allemaal: ja, via Israël moet het gaan gebeuren. En dan komt daar die Paulus en die gaat vertellen: nee, Israël staat terzijde, zij geloven niet, en nu gaat God een heel andere weg. Dat is slikken geweest. Een totaal andere mindset kregen ze daardoor.⟨/p> ⟨p>Dat is niet van gisteren op vandaag, of hoe zeggen ze dat? Van vandaag op morgen... oh sorry. Ja, ik ben hier in Rotterdam, we hebben daar niks mee te maken. Dat is niet iets van vandaag op morgen; even een nachtje slapen en dan ben je eruit. Nee, dan moet je helemaal omdenken. Hoeveel mensen zijn er niet die daar gigantische moeite mee hebben? Ik had vandaag nog een gesprekje met iemand die uit een kerkelijk milieu komt en het goede bericht leert kennen van de apostel Paulus. Wat een verandering zeg, zo compleet anders. Dat is niet iets wat je even in een paar momenten bevat. Het is ook geen theorie, het is een heel andere manier van kijken. Dat je dingen gaat horen die je nooit gehoord had en die heel anders blijken te zijn. Nou, daar ben je niet zomaar vanaf, van traditie. En dat is met Jakobus, Petrus en Johannes ook zo geweest.⟨/p> ⟨p>Maar ze hebben de genade opgemerkt en dat is toch wel geweldig. Ondanks het feit dat Paulus niet naar Jeruzalem was gegaan om gecertificeerd te worden door hen, om het even zo te zeggen, hebben ze wel als apostelen van Christus opgemerkt en erkend de genade die aan Paulus geschonken was. Trouwens, dat staat hier niet in de verleden tijd, maar in de tegenwoordige tijd: de genade die mij gegeven wordt. Nog steeds dus. Niet één keer ooit in het verleden, nee: de genade die mij gegeven wordt in mijn bediening onder de natiën.⟨/p> ⟨p>Nou, toen zij dat kenden en erkenden, die genade die mij gegeven wordt, toen reikten Jakobus, Kefas – dat is een Aramese naam, maar met dezelfde betekenis als Petrus – en Johannes, die voor steunpilaren golden... Ik heb al een paar keer daarop gezinspeeld: zij waren die pilaren daar in Jeruzalem. Vergis u trouwens niet, die gemeente in Jeruzalem – later in Galaten 2 noemt Paulus het de kring van Jakobus – omvatte tienduizenden Joden. Dat lees je in Handelingen 21 vers 20 of 21. Er wordt gesproken over myriaden van Joden die gelovig waren geworden in het evangelie. Dat wil zeggen dat ze geloofden dat Jezus de Messias was, maar allemaal waren ze ijveraars voor de wet, staat er. Dus dat was een heel groot gezelschap. Nou, en zij in die kring, in die grote community zeg maar, waren Jakobus, Kefas en Johannes de steunpilaren. Nou, en zij... en let even ook op die volgorde.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-15" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4787" title="Speel af vanaf 01:19:47">▶ 01:19:47⟨/button> ⟨span>De Rechterhand Der Gemeenschap en de Brievenindeling⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Jakobus, Kefas en Johannes. Want dat is precies zoals wij ze ook in de Bijbel kennen. Het is precies naar deze volgorde dat wij ook hun brieven vinden in het Nieuwe Testament. Hun brieven zijn geplaatst. In de oorspronkelijke manuscripten zie je die brieven geordend: dan heb je de brieven van Paulus en je hebt de brieven van Jakobus, Kefas en Johannes. Zo vinden we ze ook in het Nieuwe Testament. Dat is niet zomaar. Nee, dat heeft alles te maken met Galaten 2 vers 9. Dat heeft te maken met de wijze waarop de Schrift is ingedeeld, namelijk zodat je ook precies weet wat voor wie is.⟨/p> ⟨p>De brief van Jakobus... zelfs al zou je dat hier in deze afspraak nog niet weten, dan zouden de brieven door de aanhef en de adressering – de envelop – het al duidelijk maken. Jakobus, slaaf van Christus Jezus Christus, zegt hij dan, aan de twaalf stammen in de verstrooiing. Aan wie zou toch die brief gericht zijn? Dat is een serieuze vraag. Ik heb een boekje in huis, uitgegeven door de EO, en dat gaat over de katholieke brieven. De algemene of katholieke brieven. Het heeft niks te maken met de katholieke kerk, maar ze worden de algemene brieven genoemd. Weet u welke brieven dat zijn? Dat zijn de brieven van Jakobus, Kefas en Johannes, en dat worden de algemene brieven genoemd.⟨/p> ⟨p>Het is zo leuk, want de Bijbel zegt dat deze heren, deze mannen, deze steunpilaren zich richten tot de besnijdenis. Ik loop nu even voor de fanfare uit, want dat staat in de volgende zin, maar laten we het lezen. Ze merken dus de genade op die aan Paulus geschonken wordt. En toen reikten Jakobus, Kefas en Johannes, die voor steunpilaren gehouden werden, mij en Barnabas, Paulus' medewerker, de broederhand. Of letterlijk de rechter, dat wil zeggen de rechterhand van de gemeenschap. Eén daarin, met alle moeite die ze wellicht daarin meegehad hebben en ook onbegrip; ze begrepen het niet. Maar ze merkten de genade op.⟨/p> ⟨p>Ze konden er niet onderuit dat deze Paulus van Godswege geroepen was. En ze erkenden de genade en daarom reikten ze hem de rechterhand van gemeenschap. Dat is ook wat het uitbeeldt als je de rechterhand geeft: eenheid, gemeenschap. En wat bezegelden ze daarmee? Wel, wij, Paulus en Barnabas, zouden naar de natiën gaan en zij – wie? Jakobus, Kefas en Johannes – naar de besnijdenis gaan. Hoezo katholieke brieven? Dat zijn geen katholieke brieven, dat zijn besnijdenisbrieven. Juist die wijze waarop ze hier als namen en de volgorde gepresenteerd worden, geeft dus aan: dit is de indeling van de Schriften.⟨/p> ⟨p>Namelijk enerzijds de brieven van Paulus, die gericht zijn... die hebben geen beperking, die zijn zonder limits. Dus wie het maar horen wil, de natiën in het algemeen. Zelfs ook... ik bedoel, Paulus was zelf een Jood en zwaar besneden, maar het evangelie van de voorhuid... maar deze brieven hebben geen beperking. Ze zijn gericht aan de natiën. De brieven van Jakobus, van Kefas en Johannes, die hadden wel een beperking. Die zijn gericht aan de besnijdenis en hebben heel uitdrukkelijk ook met dat volk te maken.⟨/p> ⟨p>En in de toekomst... ja, ik vind dat zo prachtig hè. Want straks is het werk van God onder de natiën compleet. De volheid der natiën heet dat dan in Romeinen 11, die gaat dan in en weet u wat er dan gebeurt? Dan pakt God de draad weer op met Israël. En welke brieven denkt u dat er dan weer actueel gaan worden? De brieven... ja, die katholieke brieven, precies! En nu? Nou, dat is nog wel heel simpel. Nu leven we in die onderbreking van de heilshistorie waarin Israël terzijde staat, de besnijdenis staat terzijde. En God roept Paulus met het evangelie van de voorhuid en dat gaat naar de natiën toe.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-16" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="5101" title="Speel af vanaf 01:25:01">▶ 01:25:01⟨/button> ⟨span>De Onovertroffen Rijkdom van het Evangelie voor de Natiën⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En daar zouden we ons oor te luisteren leggen. Het is de meest geweldige, onovertroffen boodschap. Het is zo'n hoogtepunt, niet alleen omdat het rechtstreeks vanuit de hemel aan Paulus is geopenbaard, maar ook vanwege de verre gezichten; zo groots, weids en diep. De lengte, de breedte, de hoogte en de diepte; daar heeft Paulus het in de Efeziërsbrief over. Zo geweldig! Het gaat over zulke onnaspeurlijke genade en rijkdom, puur om niet. Het is het meest geweldige wat er is. Als er iets is wat een mens blij maakt, dan is dat die goede tijding van de apostel Paulus.⟨/p> ⟨p>Paulus zegt in Romeinen 11 – ik moet het even goed lezen, want volgens mij hebben we het de vorige keer nog in een ander verband gelezen: "Ik spreek tot u, natiën, juist omdat ik apostel van de natiën ben." En dan zegt hij: "Want indien hun verwerping de verzoening der wereld is, wat zal hun aanneming anders wezen dan leven uit de doden?" Nu is Israël de verwerpende Messias en bovendien heeft God hen nu ook terzijde gesteld. Maar dat feit is juist de verzoening der wereld. De boodschap die nu klinkt, het evangelie van Paulus, dat is de verzoening der wereld.⟨/p> ⟨p>Als je dit vertelt, dan word je vaak voor ketter uitgemaakt. Ja echt, het wordt gezien als de grootste ketterij; het is vloeken in de kerk. Maar ik zal u dit vertellen: indien iemand u een evangelie vertelt dat afwijkt van wat ik u, de natiën, vertelde – en volgens mij had ik daar nog een diaatje van – dan rust daar een vloek op. Er is vandaag één evangelie voor de natiën en dat is het evangelie van Paulus. Daarvan zegt hij dat wie daarvan afwijkt, al zou het zelfs een engel uit de hemel zijn die daarmee aankomt, "anathema" is. Dat lijkt me tamelijk geloofwaardig als dat gebeurt, maar Paulus zegt: dit is de boodschap en geen andere.⟨/p> ⟨p>Hoe is het mogelijk? Daar moet toch echt een meesterbedrieger in het spel zijn, een diabolos, die het voor elkaar krijgt om de rijkste, de grootste en meest onovertroffen boodschap – die ook zo duidelijk zwart op wit staat opgetekend – te verduisteren. In plaats daarvan stelt men een evangelie dat niet eens een evangelie is. Want laat ik duidelijk zijn: de boodschap van Jakobus, Petrus en Johannes is een evangelie van Gods wegen, maar zet het wel op de juiste plaats en in de juiste tijd. Op het moment dat je die gaat mixen, dan heb je niks. Dan heb je van beiden niks meer; het is niet zo dat je van beiden dan wat overhoudt, je hebt dan helemaal niks meer. Dat was er in Galatië aan de hand. Dat "evangelie", tussen aanhalingstekens, wordt overal geserveerd, maar het is geen evangelie. Trouwens, als je hier eenmaal aan geroken hebt en je hoort dat andere, dan kun je het niet meer aanhoren. Nee, dat kun je toch niet meer aanhoren.⟨/p> ⟨p>Wat is er nou geweldiger om te horen? Waar Paulus zich voor heeft ingespannen is de boodschap dat God de Redder is van alle mensen en dat er verzoening is voor de wereld. Het is puur om niet en God doet alles; Hij neemt het voor Zijn rekening. Dat is het rijkste wat er is: om daarin te staan, in die vrijheid. Mensen zeggen soms: "Nee, dat is te mooi om waar te zijn." Maar het heeft grote consequenties; je wordt er niet populair van als je dit vertelt. Dus u bent gewaarschuwd: ze onthalen je niet altijd even hartelijk wanneer je dit vertelt. Ook dat hoort erbij. Je wordt erom gesmaakt, want in de godsdienstige wereld ben je dan niet in tel. Het is ook geen godsdienstige boodschap, maar het is wel een blijde tijding. Ik zou zeggen mensen: zegt het voort, want het is zo geweldig. Nou, ik denk dat we het daarbij voor vanavond maar moeten laten.⟨/p>