⟨h3 id="hoofdstuk-1" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="0" title="Speel af vanaf 00:00">▶ 00:00⟨/button> ⟨span>Inleiding: de Ware Betekenis en de Kern van het Evangelie⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Hartelijk dank, Wolter, voor de introductie. Ik stel voor dat we deze studie weer gaan voortzetten over het onderwerp van het evangelie. De vorige keer was een inleiding tot dat onderwerp en toen hebben we het gehad over de vraag: wat is nou eigenlijk "evangelie"? Wat betekent dat begrip precies? Het antwoord is heel simpel: het betekent — en dat is vrij algemeen bekend, maar ik heb het destijds nog wat nader toegelicht — een goed bericht, een blijde tijding.⟨/p> ⟨p>Waar ik ook wat dieper op ingegaan ben, is het feit dat er in de grondtekst ook een werkwoord bestaat voor evangelie. In de meeste gangbare vertalingen komt dat niet echt goed uit de verf, maar je hebt het "evangelie" als zelfstandig naamwoord, maar ook het "evangeliseren". Dat blijkt een heel bijzonder werkwoord te zijn, waar we nader bij stilgestaan hebben. Het is een vrij onbekend gegeven, maar juist die uitgang "-iseren" zoals wij dat kennen, komt via een omweg uit het Grieks. In allerlei moderne talen is dat fenomeen heel bekend. Die uitgang "-iseren" wil zeggen dat het object waar het op gericht is, daardoor veranderd wordt. Kristalliseren wil zeggen: tot kristal maken. Nationaliseren is nationaal maken. "Goedberichtigeren" of evangeliseren wil dus zeggen: je maakt de ander tot evangelie of, beter gezegd in dit geval, tot een evangelist.⟨/p> ⟨p>Dat is wat evangeliseren werkelijk is. Dit heeft alles te maken met de bijzondere eigenschap die een evangelie bezit: het maakt blij. Het is een goed bericht, en als je een goed bericht hoort en je gelooft dat, dan ontstaat automatisch de neiging om dat door te geven. Het is een bericht, en een bericht wil sowieso doorgegeven worden; daar is het immers een bericht voor. Maar als het een góéd bericht is, dan is het zelfs moeilijk om dat voor je te houden.⟨/p> ⟨p>Er zijn daar prachtige Bijbelse voorbeelden van. Nog niet zo lang geleden, vorige week zondag was dat nog, mocht ik in de gemeente Ebenezer spreken en toen heb ik dat nog aangehaald in verband met de geschiedenis van de doofstomme die genezen wordt. Als hij genezen is, wordt het hem en de mensen om hem heen uitdrukkelijk verboden om het bekend te maken. Waarom dat verboden werd, doet nu even niet ter zake, maar het punt is: hij was genezen. Hem wordt verboden om het bekend te maken, maar het lukte eenvoudigweg niet. Het moest eruit. Hoe meer het verboden werd, hoe meer het juist naar buiten ging en doorverteld werd. Dat is wat eigen is aan een echt goed bericht. Als het die eigenschappen niet heeft, dan wordt het óf niet geloofd, óf het is simpelweg geen goed bericht. Eén van beide, meer smaken zijn er niet. Het is dus een heel bijzondere eigenschap van het evangelie dat, wanneer het echt als een evangelie gebracht wordt, de ander daardoor veranderd wordt in een evangelist.⟨/p> ⟨p>Ten slotte hebben we na de pauze nog nader stilgestaan bij 1 Korinthiërs 15. Wat is nu de basis of de kern van het evangelie? Het maakt niet uit of dat nu door "de twaalf" verkondigd werd — de twaalf als technische term voor de twaalf apostelen: Petrus, Johannes en Jakobus — of dat het verkondigd werd door Paulus. De kern van die boodschap, zoals we zagen in de eerste elf of twaalf verzen van 1 Korinthiërs 15, is de Christus die is opgewekt. Dat wil zeggen: opgewekt uit de doden. Het is zelfs nog sterker: omdát Hij opgewekt is uit de doden, is Hij ook daadwerkelijk de Christus. De Gezalfde, gezalfd met Geest, en daardoor ontving Hij leven. Werkelijk LEVEN, met allemaal hoofdletters. Wel, dat is de essentie van het evangelie, ongeacht van welk soort of welke aard dan ook, en in welke tijd het ook gebracht wordt.⟨/p> ⟨p>Er zijn namelijk vele varianten. "Evangelie" is eigenlijk een verzamelnaam; het betekent "goed bericht". Maar een goed bericht voor de doofstomme was in zijn specifieke geval natuurlijk iets anders dan het goede bericht dat Sara op hoge leeftijd hoorde: namelijk dat ze alsnog, ondanks haar hoge leeftijd en het feit dat ze sowieso al onvruchtbaar was, zwanger zou worden. Je leest ook inderdaad dat dit voor haar een goed bericht was. Dat is een heel specifiek goed bericht voor die ene persoon, in die omstandigheden en in die tijd.⟨/p> ⟨p>De Bijbel wemelt echter van de goede berichten. Als je dus vraagt: "Is er maar één goed bericht?", dan is dat een lastige vraag. Ik kan daarop met recht antwoorden dat er in essentie maar één soort goed bericht is, maar dat neemt niet weg dat er vele verschillende goede berichten zijn. Juist dat is de aanleiding waarom we een serie avonden als deze kunnen houden, waarin we het hebben over het evangelie van het Koninkrijk. De volgende keer gaan we het hebben over het evangelie van de besnijdenis en het evangelie van de voorhuid. Er is een hele serie van zulke uitdrukkingen en allemaal hebben ze een specifieke betekenis. Soms is er overlap en soms is er juist een tegenstelling. Ik denk dan ook niet dat we ons tijdens deze avonden tot en met juli zullen vervelen. Wellicht dat er zelfs nog een vervolg op komt, maar zover is het nu nog niet.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-2" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="379" title="Speel af vanaf 06:19">▶ 06:19⟨/button> ⟨span>Het Evangelie van het Koninkrijk: Oorsprong in de Tenach⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Vanavond gaan we het dus hebben over het evangelie van het koninkrijk. "Evangelie" is een Grieks woord en betekent: het goede bericht. In dit geval: het goede bericht van het koninkrijk. Deze specifieke uitdrukking komen we, als je het heel strikt bekijkt, maar drie keer tegen in het Nieuwe Testament. We vinden er vele verwijzingen naar, maar de frase zelf komt slechts drie keer voor. Als je een concordantie raadpleegt, zie je dat dit alleen in het Matteüsevangelie is. Ik heb de schriftplaatsen er direct bij genoemd en we zullen ze vanavond alle drie bekijken.⟨/p> ⟨p>Ik moet daar wel wat bij zeggen en ook wat nuanceren. Dat heeft weer te maken met wat ik zojuist al even aanstipte. Als je een gewone concordantie op bijvoorbeeld de NBG-vertaling neemt, zul je de uitdrukking "evangelie van het koninkrijk" vaker tegenkomen. Dat komt doordat het woord evangelie daar ook als werkwoord gebruikt wordt: "evangeliserend het koninkrijk". Dan komen er nog drie voorkomens bij, alle drie van de hand van Lukas: twee keer in het Lukasevangelie en één keer in Handelingen 8 vers 12. Terwijl ik naar mijn scherm kijk, zie ik dat ik het boek Handelingen ben vergeten te vermelden op de sheet. Dat moet ik bij thuiskomst even goedmaken. Ja, Lukas 8 vers 1 en Handelingen 8 vers 12; die tellen we nu voor het gemak even niet mee, omdat we ons bordje al vol genoeg hebben aan dit ene begrip.⟨/p> ⟨p>We zullen ons inderdaad vooral beperken tot het boek Matteüs en onszelf basale, elementaire vragen stellen. Wat is de oorsprong van dit evangelie? Komt dat zomaar in het Nieuwe Testament uit de lucht vallen? Daar is op zich wat voor te zeggen, maar het is niet zo. Aan en door wie wordt het verteld? Wat is de inhoud? Hoe wordt de prediking herkend? Want dat is echt heel bijzonder, zoals dat van dit evangelie gezegd wordt. En wanneer en waar wordt het verkondigd? Dit zijn primaire journalistieke vragen: wie, wat, waar, hoe en wanneer? Ik denk dat ze in al die gevallen heel specifiek te beantwoorden zijn.⟨/p> ⟨p>Om bij de eerste vraag te beginnen: wat is de oorsprong van dit evangelie? Laat ik u dit zeggen: het komt niet zomaar uit de lucht vallen in het Nieuwe Testament. Het heeft zijn wortels in het Oude Testament, of zo u wilt, in de Hebreeuwse Bijbel, in de Tenach. Het grote onderwerp, met name bij de profeten, is natuurlijk altijd weer het koninkrijk dat zou komen. Dat begrip "koninkrijk" moet je heel letterlijk nemen, niet zoals het zo dikwijls wordt vergeestelijkt. Ik houd niet zo van dat woord "vergeestelijken", want het lijkt alsof het een onschuldige en zelfs vrome bezigheid is, maar in werkelijkheid wordt er juist met dat begrip een heleboel weggeredeneerd en wazig gemaakt, terwijl het een heel concreet begrip is.⟨/p> ⟨p>Het is zo concreet als het Koninkrijk der Nederlanden, waarover Wolter het zojuist had. Dat is een echt koninkrijk: een rijk met een koning. Sinds een paar jaar kan ik dat in dit geval ook zo zeggen. Daarbij moet ik trouwens opmerken dat onze koning niet zoveel voorstelt – niet als een persoonlijke aanval, maar ik bedoel het koningschap zelf. Dat is niet veel meer dan een ornament op ons staatsbestel; hij heeft niet echt wat voor het zeggen. Sterker nog, elke Nederlander mag over allerlei wezenlijke zaken zijn gedachten geven, behalve de koning. Dat is een heel raar begrip. Ik kan dat zomaar doen, u kunt dat zomaar doen, maar als je koning bent, moet je je mond houden. Toch heet het een koninkrijk en is het in ons geval ook met recht een dynastie.⟨/p> ⟨p>Maar als we het hebben over het Koninkrijk van God, dan praten we ook werkelijk over een koninkrijk en een dynastie. Dat wordt al heel duidelijk voorzegd: het beloofde grote koninkrijk dat ooit gevestigd zou worden in deze wereld. Het vindt zijn wortels en zijn oorsprong in de dynastie van David. Duizend jaar voor Christus was hij de eerste koning, en uit dat koningshuis van David zou uiteindelijk de Messias voortkomen. Niet alleen het koningshuis is heel concreet, ook de plaats waar zijn troon staat is heel concreet gelokaliseerd. Er is maar één plaats waar die troon hoort en dat is in Jeruzalem, in Sion.⟨/p> ⟨p>Die plaats daar in het Midden-Oosten, in het land Israël, de stad Jeruzalem waar zo enorm veel om te doen is en waar eigenlijk de hele wereldpolitiek al vele tientallen jaren om draait; dat is de locatie waar de Messias ooit zal zetelen. Daar zal hij zijn koninkrijk vestigen, niet alleen over Israël, maar over de hele volkerenwereld. Daar gaan de profetieën allemaal over: over dat koninkrijk.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-3" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="795" title="Speel af vanaf 13:15">▶ 13:15⟨/button> ⟨span>De Profetieën van Daniël over het Naderende Aardse Koninkrijk⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Laat ik u eerst eens meenemen naar Daniël 2. Even voor de goede orde, om dat nog wat nader toe te lichten: Daniël 2 is dat bekende hoofdstuk dat gaat over dat reusachtige beeld dat wordt neergezabeld door dat kleine steentje dat van boven komt. Dat was de woordspeling die ik in aanvang al even maakte: dat komt niet zomaar uit de lucht vallen. In zekere zin dus wel; het komt zomaar van boven. Terwijl ik het zojuist over David had, moet ik ook meteen weer denken aan de geschiedenis van David, die ook bekend was met een steentje. U weet wel, dat vijfde steentje dat hij gevonden had in de rivierbedding en waarmee hij die enorme reus neerzabelde. Dat is misschien niet het juiste woord in dit verband, maar in ieder geval werd de reus erdoor geveld.⟨/p> ⟨p>Welnu, er wordt ook een reus geveld in Daniël 2. In dat visioen met dat geweldige grote beeld dat Nebukadnezar in zijn droom zag, zagen we dat gouden hoofd, dat zilveren borststuk, die koperen lendenen en die benen van ijzer met voeten van ijzer en leem. Het zijn vier koninkrijken die elkaar achtereenvolgens opvolgen, waarna vervolgens een steen zonder toedoen van mensenhanden losraakte. Ik ga er even vanuit dat u allemaal dat hoofdstuk kent: een steen raakte zonder toedoen van mensenhanden los en raakte het beeld, waardoor die reus geveld werd. En dat steentje vult vervolgens de hele aarde.⟨/p> ⟨p>Het is misschien een merkwaardige beeldspraak, maar het idee is heel simpel. Het gaat over vier koninkrijken die allen hun zetel hebben in Babel. Te beginnen bij Nebukadnezar, daarna kreeg je de Medo-Perzen die hun rijk in Babel hadden, vervolgens kreeg je het Griekse Rijk dat ook hun residentie in Babel had – Alexander de Grote is daar zelfs overleden – en het laatste rijk, het vierde rijk dat nog steeds moet komen, zal ook zijn plaats en zijn hoofdstad hebben in Babel. Dat moet dus nog gaan gebeuren en al die koninkrijken zullen geveld worden en moeten plaatsmaken voor het vijfde, voor het 'vijfde steentje' om zo te zeggen: het Koninkrijk van David. Er is nu voor het oog natuurlijk helemaal niets meer over van dat huis van David, maar laat ik u dit zeggen: die Zoon van David is er wel. Niemand weet waar Hij verblijft – ook daarvan zijn prachtige Bijbelse geschiedenissen te vertellen – maar Hij is er en Hij zal zich straks presenteren.⟨/p> ⟨p>Dat is eventjes ter introductie van Daniël 2. Als dan beschreven is – u ziet het, ik ben hier in vers 44 – dat al die koninkrijken en wereldmachten ten einde zijn gebracht, dan zal in de dagen van die koningen de God des hemels een Koninkrijk oprichten. Dat gaat dan over tien koningen, over die tien tenen – dat ga ik nu niet allemaal toelichten – maar in de dagen van die koningen zal de God des hemels een Koninkrijk oprichten. Dan weet je meteen ook waar het Koninkrijk vandaan komt: inderdaad van boven. Hij zal een Koninkrijk gaan oprichten. Hij is nu de God van de hemel; Hij is verborgen hier op aarde gedurende al die 'tijden der heidenen', want zo heet die hele periode vanaf Nebukadnezar tot aan het laatste rijk. Dat zijn de tijden der heidenen waarin God verborgen is als de God des hemels, maar Hij zal te zijner tijd Zijn Koninkrijk oprichten van boven. Daarom heet het ook – we zullen dat straks ook wel zien – het Koninkrijk der hemelen.⟨/p> ⟨p>Goed, dan zal de God des hemels een Koninkrijk oprichten in die dagen dat in eeuwigheid niet te gronde zal gaan. Als u de interlineair bekijkt, dan ziet u dat er letterlijk staat dat het 'voor de aeonen' niet te gronde zal gaan. Het is dus niet 'eeuwigheid' in het enkelvoud, maar in het meervoud. Dat heeft te maken met wereldtijdperken, maar dat hoef ik in dit gezelschap denk ik niet toe te lichten. Ik lees verder: "en waarvan de heerschappij op geen ander volk meer zal overgaan". Dat wil zeggen dat het zal toekomen aan één volk – ik kom daar straks op terug – en daar zal het ook bij blijven. Het zal niet vervolgens weer opnieuw plaats moeten maken voor een ander koninkrijk. Dat vijfde koninkrijk is het definitieve Koninkrijk dat standhoudt voor de aeonen. Het zal al die koninkrijken die beschreven zijn in Daniël 2, al die wereldmachten en al die Babelse rijken met de spraakverwarring die daar eigen aan is, verbrijzelen. Want dat is karakteristiek voor Babel: babbelen. Al die spraakverwarring, al die koninkrijken met hun eigen faam, hun eigen arrogantie en het totaal wegredeneren van God, zullen worden verbrijzeld. Daaraan zal een einde gemaakt worden, maar zelf zal het bestaan voor de aeonen. Ook hier vinden we weer diezelfde uitdrukking.⟨/p> ⟨p>Ik neem u nog even mee naar een paar hoofdstukken verder, naar Daniël 7. Daar vinden we ook weer vier koninkrijken beschreven, maar dan als beesten. Het zijn hele merkwaardige en monsterachtige dieren: een leeuw, een beer, een panter en tenslotte echt een monster met ook weer tien horens. We hebben dan geen tien tenen maar tien horens. Maar waar het mij om gaat – ik moet wel bij het onderwerp blijven natuurlijk – is wat er staat in Daniël 7 vers 27. De focus ligt hier weer op dat laatste, definitieve Koninkrijk, dat Koninkrijk van boven. Er wordt gezegd dat er een Zoon des mensen zal komen en die zal het Koninkrijk van God ontvangen. En dan staat er in vers 27: "En het koningschap, de macht en de grootheid der koninkrijken onder de ganse hemel zal gegeven worden aan het volk van de heiligen des Allerhoogsten."⟨/p> ⟨p>Allerhoogste, dat klinkt heel plechtstatig, en over dat oud-Nederlands kun je soms misschien wat struikelen, maar de gedachte is niet zo moeilijk. Het betekent dat al die koninkrijken en de macht daarvan worden gecontinueerd, dat wil zeggen: het zal gegeven worden aan één volk. Namelijk aan het volk van de heiligen van de Allerhoogste. Ik denk niet dat het zo moeilijk is om dat volk te herkennen; je hoeft geen groot Bijbelkenner te zijn om te weten over welk volk we het hebben als je de Bijbel daarop naslaat. Dat is natuurlijk het volk van Israël, het volk van Sion en Jeruzalem. Want zoals ik al zei: dat Koninkrijk heeft maar één locatie, namelijk Sion, oftewel Jeruzalem. Jeruzalem wordt ook wel genoemd de stad van de grote Koning.⟨/p> ⟨p>Op dit moment is Hij nog steeds de Afwezige en die stad doet haar naam momenteel ook geen eer aan. Jeruzalem betekent 'vesting van vrede', maar het is haast ironisch als je het zegt. Er is geen stad die zo vaak verwoest is en die zo vaak de spil is geweest van oorlog, strijd en conflict, tot op de dag van vandaag. Maar die stad heet Yerushalom, Vesting van Vrede. Dat is de stad van de grote Koning. Maar aangezien die stad en dat land eromheen gegeven zijn aan één volk – het volk van de heiligen van de Allerhoogste – zij zijn die heilige natie, een uitverkoren volk. Aan hen wordt die macht en de grootsheid gegeven. Ik denk dat het heel belangrijk is om met die gedachte vervolgens verder te gaan in het Nieuwe Testament.⟨/p> ⟨p>Kijk, als we het vanavond hebben over het evangelie van het Koninkrijk, dan hebben we een onderwerp dat al voor een Hebreeër... Voor iemand die het Oude Testament had, verplaats je eventjes in de situatie dat je een Jood was in de dagen van het Nieuwe Testament, in de eerste eeuw. Wat wist je toen? Ja, toen had je de Hebreeuwse Bijbel, de Tenach, en je kende de Wet en de Profeten. Dan wist je – en dat is zo elementair – van die grote verwachting en dat wat God had beloofd aan Zijn volk. Door allerlei toestanden heen, maar niettemin aan dat volk zou het koninkrijk, de macht, het koningschap en alles gegeven worden.⟨/p> ⟨p>Als dat nou de belofte is, als dat de grote verwachting is: het koninkrijk gaat gegeven worden aan dit volk, aan het volk van Israël. Dat God hen had uitverkoren was niet exclusief in die zin alsof de rest van de wereld Hem niet interesseerde. Nee, integendeel, God koos dat volk juist uit om hen vervolgens te maken tot een kanaal van zegen voor al die andere volken. Het is niks anders; Israël is niet beter, Israël is het uitverkoren instrument om vervolgens de hele wereld te zegenen. In uw zaad zal Ik alle geslachten van de aardbodem gaan zegenen. Dat is wat ooit al tegen Abraham gezegd werd: middels dat volk dus.⟨/p> ⟨p>Als je dat weet, als dat de verwachting is... En daar komt bij – want we zijn nu in Daniël 7, maar ik zou ook nog eventjes door kunnen bladeren naar Daniël 9 – dat daar zelfs een tijdlijn gegeven wordt wanneer die Messias zou komen. Ik ga dat nu vanavond helemaal niet met u behandelen, maar ik kan u wel dit verklappen: reken maar, het is niet zo moeilijk hoor. Ik wil het nog niet eens op het jaar of decennium nauwkeurig narekenen, maar als je nagaat waar Daniël 9 over spreekt: dat vanaf het moment dat het woord uitging om Jeruzalem te herbouwen tot op een Messias de Vorst, dat zouden 69 zevens zijn. Dat is 483 jaar. Reken vanaf het moment dat Jeruzalem herbouwd zou gaan worden 483 jaar verder en je komt inderdaad uit in het begin van onze jaartelling.⟨/p> ⟨p>Ik zeg al, ik ga dat nu niet laten zien en verder met meer precisie uitwerken; ik wil ook geen bonnetjes erbij geven. Ik verwijs er alleen even naar. Ik wil er dit mee zeggen: dat als je leefde in de dagen van de eerste eeuw van onze jaartelling, je je kunt voorstellen dat daar in dat gebied van Israël onder de Joden de verwachting van een Messias heel levendig was. De tijd was op handen. En dat is precies wat je in het Nieuwe Testament vindt: de vervulling daarvan. Dat wil zeggen, de aankondiging van mensen: de tijd is aangebroken of is bijna gekomen.⟨/p> ⟨p>Dit even, dit is eigenlijk alleen nog maar inleiding hoor. Want we hebben het nu gehad over het Oude Testament, maar het is belangrijk om in de juiste mindset te zijn om te begrijpen wat een uitdrukking als het evangelie van het Koninkrijk betekent.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-4" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1675" title="Speel af vanaf 27:55">▶ 27:55⟨/button> ⟨span>Mattheüs 4: de Proclamatie van het Koninkrijk en Metanoia⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>In Matteüs 4 vers 17 staat: "Van toen aan...". Dat moet ik even toelichten. Dat is net nadat beschreven is dat de Heer Jezus gedoopt is door Johannes de Doper in de Jordaan. Vervolgens lees je dat Hij de woestijn in werd geleid en veertig dagen lang verzocht werd door de diabolos. Daarna lees je nog dat Jezus ter oren kwam dat zijn neef Johannes de Doper gevangen was gezet door Herodes. En dan lees je in Matteüs 4 vers 17 dat Jezus, vanaf het allereerste begin van zijn publieke optreden, begon te prediken. Te proclameren of, zo u wilt, te herauten. Dat is geen 'preken' in de zin van een stichtelijk woord; het is iets bekendmaken wat een heraut ook doet: nieuws aankondigen.⟨/p> ⟨p>En Hij zei: "Bekeert u." Nu heb ik op zich niet zoveel moeite met het woordje 'bekeren' of 'omkeren', ware het niet dat het al heel erg religieus belast is. Wij denken vaak: bekeren, dat is dat je verandert van godsdienst ofzo. Maar hier staat in het Grieks het woordje ⟨em>metanoia⟨/em>. Dat woordje ⟨em>noia⟨/em> — dat weet u allemaal — heeft te maken met denken. Denk aan 'paranoia', dat heeft ook te maken met denken. Maar ⟨em>meta⟨/em> is een ander voorzetsel. ⟨em>Metanoia⟨/em> betekent letterlijk 'omdenken'. Paranoia wil zeggen dat je denken 'ernaast' is, dat je eigenlijk bent gederailleerd in je denken, ontspoord. Dat is paranoia. Maar ⟨em>metanoia⟨/em> heeft te maken met het veranderen van je denken. Het woordje 'bekeren' brengt totaal niet tot uitdrukking dat het te maken heeft met de denkzin. Volgens de Concordante Interlineair die ik hier heb, wordt het vertaald met 'bezinnen'. Want dat is eigenlijk wat het is: de denkzin veranderen. Denk na, of: denk om.⟨/p> ⟨p>Hoezo dan? Vanwaar dat omdenken? Wel, dat heeft een reden: "Want het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen." Dat is wat Jezus vanaf de aanvang van zijn publieke optreden ging vertellen. Ik moet er trouwens bij zeggen dat Hij niet de eerste was. Want Johannes, die zojuist was gevangen genomen en die binnen niet al te lange tijd ook onthoofd zou worden, predikte dat al in de Jordaan terwijl hij doopte. Hij predikte ook al: "Het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen."⟨/p> ⟨p>Dat Koninkrijk der hemelen... ik meen dat de Willibrordvertaling dat vroeger — nu niet meer — vertaalde met 'het hemelrijk'. Daarbij werd de suggestie gewekt dat het een rijk zou zijn in de hemel. Maar het is niet een rijk ⟨em>in⟨/em> de hemel; het is een Koninkrijk ⟨em>der hemelen⟨/em>. Dat wil zeggen: het behoort toe aan de hemelen. Het is hemels van oorsprong en aard. Vandaar ook — trouwens, dit is een typisch Matteüs-begrip — dat Matteüs heel dikwijls, bijna uitsluitend, spreekt over het Koninkrijk der hemelen. Terwijl je in andere evangeliën de uitdrukking 'het Koninkrijk van God' vindt, waarbij de hemel dus eigenlijk min of meer synoniem is met God. Wat niet zo moeilijk te begrijpen is, want waar bevindt God zich? Een Jood zou trouwens ook niet zo gauw spreken over God, maar die heeft het dan over 'de hemelen'. Er zit meer achter dan wat ik nu zeg, maar in elk geval: het Koninkrijk der hemelen komt dus van boven.⟨/p> ⟨p>Dat heb ik nu eigenlijk al een paar keer gezegd in dat half uurtje dat ik nu spreek: het komt van boven! Het is een hemels rijk. De God des hemels richt het op. Kom dus tot bezinning, tot omdenken, want het Koninkrijk der hemelen — dat Koninkrijk dat jullie zo goed kennen en dat beloofd is — dat is nu nabijgekomen. Dat is wat verteld wordt. En ik neem dat heel letterlijk. Het betekent dus ook dat het destijds de 'volheid der tijd' was. Ook dat is een uitdrukking. U ziet trouwens hier de verwijzing naar Galaten 4 vers 4: "God heeft in de volheid der tijd zijn Zoon gezonden." De volheid der tijd wil zeggen: de tijd was vol. Oftewel, wij zeggen dan: de termijn was verstreken of bijna verstreken.⟨/p> ⟨p>Dat is niet zo moeilijk, want over die notie, over die tijdlijn, dat was bekend. Daarom vind je dus ook zoveel aanwijzingen, niet alleen in de Bijbel maar ook buiten de Bijbel, dat in die eerste eeuw de Messiasverwachting zo enorm sterk was. Hij móést toen komen; men wist dat Hij zou komen. Men wist waar Hij geboren zou worden. Al die dingen had men kunnen weten, ware het niet dat men ook toen al — er is niks nieuws onder de zon — verblind was door de traditie en daardoor alles wat zwart op wit geschreven stond niet eens zag.⟨/p> ⟨p>Maar dan moeten we voorzichtig zijn met het verwijten van het volk van de Joden in die dagen. Want het is vandaag echt niet anders onder het volk dat zich trouwens ook Israël waant en in feite hetzelfde manco heeft. Het loutere feit dat men zich zo waant, geeft al aan dat men inderdaad datzelfde manco heeft, dat wil zeggen: ook verblind door traditie. Maar in ieder geval: het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen. En dat is een evangelie. Ik ga nu eventjes nog door.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-5" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2079" title="Speel af vanaf 34:39">▶ 34:39⟨/button> ⟨span>De Eerste en Tweede Vermelding: Goddelijke Bevestiging Door Tekenen⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Ik was in vers 17 en nu sla ik even een paar verzen over. We komen nu inderdaad in het vers waar voor het eerst melding wordt gemaakt van het evangelie van het Koninkrijk. Want daar staat: "En Hij trok rond in geheel Galilea en leerde in hun synagogen." Met andere woorden: Zijn arbeidsterrein was onder het volk van de Joden, onder het volk van Israël, zo u wilt. Daar trok Hij rond, daar leerde Hij en gaf Hij onderwijs. En wat verkondigde Hij? Wel, Hij proclameerde, Hij herautte het evangelie van het Koninkrijk. Alsjeblieft, hier hebben we de eerste keer dat die uitdrukking gebezigd wordt.⟨/p> ⟨p>Dat is een lange aanloop geweest in het hele Oude Testament, in de hele periode die eraan voorafgegaan was, duizenden jaren lang. Het was beloofd en steeds preciezer werd ook de verwachting. Het werd steeds meer ingekleurd. Men wist wat er ging gebeuren: het Koninkrijk zou komen, de Koning zou komen en met Hem ook het Koninkrijk. De termijn was nu verstreken, vandaar: "het Koninkrijk is nabijgekomen". Voor dat volk dat dit verwachtte, was het een goed bericht dat het Koninkrijk inderdaad op het punt stond aan te breken. In ieder geval was de Koning in hun midden.⟨/p> ⟨p>Degene die dit vertelde was de aspirant-koning. Ik zeg aspirant, want daadwerkelijk was Hij natuurlijk nog niet de Koning. Hij was officieel zelfs nog niet eens gezalfd. Terwijl ik het zeg, neem ik mijn woorden weer een beetje terug, want Hij was inderdaad gezalfd met heilige geest in de Jordaan, maar dat was slechts een type van Zijn echte zalving, namelijk toen Hij opstond uit de doden.⟨/p> ⟨p>Het evangelie van het Koninkrijk. We moeten eens kijken wat er gebeurde. Hij proclameerde dat niet alleen, maar Hij genas ook elke ziekte en elke kwaal onder het volk. Aan hen leerde Hij in hun synagogen dat evangelie. Dat herautte Hij, dat predikte Hij, en dat deed Hij dus niet alleen met de mond. Hij vertelde dat niet alleen, maar de boodschap die Hij bracht, werd begeleid door geweldige krachten, tekenen en wonderen. Die uitdrukking wordt hier weliswaar niet gebezigd, maar Hij genas elke ziekte en elke gebrekkigheid te midden van het volk.⟨/p> ⟨p>Ik weet dat er velen zijn die dat proberen na te doen, maar dat is echt schijn. Dat is een rollenspel. Dan doe je iets na omdat je denkt dat je in dezelfde bediening bent. Juist bij het overwegen van dit onderwerp moest ik daar vaak aan denken. Het evangelie van het Koninkrijk wordt zo dikwijls totaal misbegrepen. Men begrijpt niet dat de Heer inderdaad gezonden was tot het volk van Israël en daar actief was. Daar werd het op een goddelijke wijze bevestigd, niet met toeters en bellen of met een heleboel show. Ik zie nu mensen lachen omdat dat zo herkenbaar is. Ik weet niet wat u allemaal meegemaakt hebt in de christelijke wereld of dat u in charismatische kringen allerlei toestanden hebt gezien, maar het is overduidelijk dat dit vaak nep is.⟨/p> ⟨p>Dit in de Bijbel is echt. Weet u wat ook heel bijzonder is? Hij genas elke ziekte. Het was sowieso niet aan de orde dat iemand niet genezen werd. En áls dat zo was, dan werd dat niet verweten aan de patiënt. Nee, dit was geen show; dit was goddelijke bevestiging van het Woord. Hier was een Koninkrijk op handen dat wordt aangekondigd en geheraut. Dat zou binnen afzienbare tijd geopenbaard of in ieder geval gevestigd worden onder het volk. God heeft dat zelf bevestigd door deze tekenen onder het volk Israël.⟨/p> ⟨p>We bladeren even door naar Matteüs 9. Daar komen we voor de tweede keer die uitdrukking tegen. Daar hoef ik trouwens niet zo heel veel aan toe te voegen, want daar vinden we een vers dat vrijwel hetzelfde vermeldt als wat we ook in Matteüs 4 al zagen. Je leest daar — inmiddels zijn we dus een heel stuk verder: "En Jezus ging alle steden en dorpen langs en Hij leerde in hun synagogen." Dat is een lange tijd later, maar we zien daarmee dat Jezus actief was met een specifieke bediening. Hij was daartoe gezonden om iets aan Israël duidelijk te maken, te vertellen en te herauten, maar ook om te onderwijzen.⟨/p> ⟨p>Hij was onderwijzende in hun synagogen. Het was dus niet alleen herauten, het was ook onderwijzen. Hij heeft dat toegelicht en gestaafd. We weten bijvoorbeeld dat wanneer Hij in de synagoge van Nazareth kwam — we lezen dat in Lukas 4 — Hij daar de boekrol aangereikt krijgt. Hij opent het boek Jesaja en leest het gewoon voor. Zijn toelichting was trouwens uiterst kort: "Heden is voor uw oren dit schriftwoord vervuld." En Hij ging zitten. Dat was de preek. Die was korter dan wat u vanavond te horen krijgt; nee, dat lukt mij niet. Sommige mensen kunnen in één zin zo ontzettend veel zeggen. Ik ken echter ook voorbeelden van mensen die zo lang preekten dat toehoorders in het raamkozijn in slaap vielen en naar beneden kletterden. Dat kan ook gebeuren.⟨/p> ⟨p>Ik bedoel maar: Hij leerde in hun synagogen. Hij onderwees dit en Hij herautte, Hij proclameerde het goede bericht van het Koninkrijk. Hier wordt voor de tweede keer deze specifieke uitdrukking heel letterlijk gebezigd. Het goede bericht van het Koninkrijk dat nabijgekomen was voor het volk. Want bij een Koninkrijk hoort natuurlijk ook een volk. Wel, het volk van het Koninkrijk is Israël, dat kun je niet missen. En wat lees je dan? Je kon het haast al voorspellen: er staat vervolgens weer "alle ziekte en alle gebrekkigheid". Opnieuw hetzelfde verhaal. Laten we nog even verdergaan.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-6" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2596" title="Speel af vanaf 43:16">▶ 43:16⟨/button> ⟨span>Mattheüs 10: de Uitzending van de Twaalf Naar het Huis Israëls⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Dan gaan we naar Matteüs 10. Daar komen we trouwens niet specifiek de uitdrukking "het Evangelie van het Koninkrijk" tegen. Maar goed, we waren dus in Matteüs 9 en tot zover is Jezus Zelf actief in het proclameren van dat goede bericht van het Koninkrijk onder het volk. In Matteüs 10 gaat het groots opgezet worden, want dan gaat Hij namelijk ook de twaalf die Hij geïnstrueerd, onderwezen en gedoceerd heeft, er zelf ook op uitsturen. Met een — nou, dan gebruik ik even kerkelijk jargon — met een zendingsopdracht.⟨/p> ⟨p>Matteüs 10. Eerst lees je dat de namen worden genoemd. Ik laat een aantal verzen gewoon even voor wat ze zijn. Wanneer de namen van de twaalf genoemd zijn, staat er in Matteüs 10 vers 5: "Deze twaalf heeft Jezus uitgezonden." Afgevaardigd dus. Eigenlijk wordt hier het grondwoord ⟨em>apostolos⟨/em> gebruikt: afgevaardigd. En Hij gebood hun, Hij gaf hen opdracht, zeggende: "Wijk niet af." Dit is weer zo heel veelzeggend en bevestigt exact het in wezen simpele verhaal wat we tot dusver gezien hebben. Want moeilijk is het niet, hoor. Het onderwijzen van deze dingen heeft vooral ook te maken met het afleren. Wat het moeilijk maakt, is dat je van heel veel ideeën waarmee je groot geworden bent, weer vanaf moet. Dat is vaak de grote moeilijkheid.⟨/p> ⟨p>Maar lees nu eens wat er hier staat. We kijken ernaar en ik wil er zo fris mogelijk tegenaan kijken. We doen alsof we er niets van afweten en, voor zover dat dan mogelijk is, proberen we er zo open-minded mogelijk tegenaan te kijken. Jezus zegt dit, Hij gaf een opdracht: "Wijk niet af op een weg naar de natiën, naar de heidenen. En gaat geen stad van de Samaritanen binnen." Nee, zegt Hij, begeeft u liever, veel eer, tot de verloren schapen van het huis Israëls.⟨/p> ⟨p>We hebben het dus al gezien: het Evangelie van het Koninkrijk dat onderwezen werd aan het volk. Was dat zomaar toeval? Nee, dat wordt heel bewust gepredikt aan het huis van Israël. Al die verloren schapen, dat doelt ook op al die mensen van het huis die inmiddels verstrooid waren: de verloren schapen van het huis Israëls. Elders, in het Johannesevangelie, wordt gesproken over de stal: "Ik heb ook nog andere schapen die niet van deze stal zijn", de verstrooide kinderen. Die bevonden zich toen al overal onder de natiën. Eigenlijk was de situatie in die dagen niet zo heel veel anders dan in onze dagen. Dat wil zeggen: er was toen ook, in de dagen van de Heere Jezus, een kleine Joodse staat in de druk der tijden, maar het merendeel van de Joden bevond zich in het buitenland. Dat was toen zo en dat is nu nog steeds zo. Want er wonen weliswaar een paar miljoen Joden in het land, maar de meerderheid bevindt zich onder de volkeren. Nog steeds.⟨/p> ⟨p>Zij zouden gaan naar het huis Israëls. Waarom? Dat lijkt me niet zo moeilijk, want zij zijn het volk van het Koninkrijk, aan wie dat Koninkrijk is toegezegd en beloofd. Het volk van de heiligen van de Allerhoogste, om het nog eens plechtig te zeggen. En dan wordt er gezegd: "Gaat en predikt en zegt..." Ze worden er dus op uitgestuurd. Zij zouden net als wat Jezus Zelf had gedaan, en vóór Hem Johannes de Doper, proclameren en zeggen: "Het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen." Dat Koninkrijk uit de hemel, dat hemelse Koninkrijk, dat beloofde Koninkrijk is nu nabijgekomen. Waarom? De tijd is verstreken, de volheid van die tijd destijds. En dat moesten ze doorgeven.⟨/p> ⟨p>Maar dat niet alleen. Het is exact hetzelfde als wat we zojuist al twee keer gezien hebben in verband met de bediening van Jezus onder het volk. Hij predikte dat niet alleen, Hij demonstreerde ook de kracht daarvan. Het waren trouwens ook echte tekenen. Er staat: "Geneest zieken." Het volk werd eigenlijk ook gerekend als ziek; een ziek volk, eigenlijk ook in een doodstoestand of in een melaatstoestand, en in feite ook bezeten van demonische machten. Dat gebeurde demonstratief, zoals Jezus dat Zelf deed. Hij predikte het Koninkrijk, maar in tekenen demonstreerde Hij dat ook onder het volk door zieken te genezen, door doden op te wekken — bij gelegenheid lees je daar een paar keer van — en door melaatsen te reinigen en demonen uit te werpen. Het volk was er ook van vergeven in die dagen. Kijk het maar na, lees maar hoe dat in de evangeliën ook beschreven wordt.⟨/p> ⟨p>In elk geval zie je hier dus hetzelfde fenomeen. Dit zijn de begeleidende tekenen van het Koninkrijk dat nabijgekomen is, dat aan Israël — niet aan de natiën, nee, aan Israël — gepredikt moest worden. Dit zijn de tekenen. Dus als Jezus dat deed, zouden zij dat ook doen. En ze worden erop uitgezonden. Ik kom trouwens straks nog even op dat Matteüs 10 terug, maar wellicht doen we er verstandig aan om nu eerst even te pauzeren. Daarna gaan we naar Matteüs 24 toe.⟨/p> ⟨p>Zullen wij de draad weer oppakken, vrienden? Tot dusver hebben we in het Matteüs-evangelie twee schriftplaatsen in het bijzonder bezien waarin de uitdrukking "het Evangelie van het Koninkrijk" gebezigd wordt. In Matteüs 10 ten slotte, waar we vlak voor de pauze mee afgesloten zijn, zien we dat Jezus Zijn eigen missie overbrengt en overgeeft aan de twaalf. Let even op het aantal, wat natuurlijk op zich alweer heel markant is voor Israël: de twaalf stammen. Alleen dat aantal geeft al aan voor wie het bestemd is. De twaalf stammen en de twaalf tronen worden aan die twaalf apostelen ook toegezegd. Om nog even op één ding te wijzen: die wonderen waarover hier in vers 8 gesproken wordt — en trouwens iedere keer in de evangeliën — die massale wonderen met altijd honderd procent succes... ik zeg het expres zo, omdat dat namelijk in zo'n schril contrast staat met wat zich aandient als een replica.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-7" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3070" title="Speel af vanaf 51:10">▶ 51:10⟨/button> ⟨span>Het Gevaar van Religieus Rollenspel en Misplaatste Verwachtingen⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Ik bedoel, hoeveel zijn er niet die vandaag in de christenheid helemaal begoocheld zijn door boodschappen van het Evangelie van het Koninkrijk dat gepredikt moet worden? Want ja, we zijn christenen en wij volgen toch Jezus na. En Jezus predikte toch het Evangelie van het Koninkrijk. En wat deed Hij? En hoe stuurde Hij zijn discipelen erop uit? Namelijk om exact hetzelfde te doen wat Hij ook deed. Nou, wat staat ons dan te doen? Ik bedoel, de redenering is niet zo moeilijk. En je begrijpt ook hoe je totaal geen idee hebt van de Schrift... Dit is natuurlijk een beetje een belediging, want dit suggereert dat degenen die hierin trappen helemaal geen idee hebben van de Schrift. Nou, je kunt heel veel Bijbelkennis hebben, maar als je domweg door de verkeerde deur binnenstapt, dan heb je niet in de gaten dat je misleid bent. Dat is echt zo.⟨/p> ⟨p>Als je denkt dat de Evangeliën gaan over ons, en dat de Heer Jezus sprak tot iedereen, tot de christenen, en dat Hij arbeidde onder wie dan ook, en dat de twaalf erop uitgestuurd werden voor iedereen, en dat die boodschap heel algemeen is voor de kerk... Ja, dan val je met gemak in dat soort misverstanden, die niet alleen maar misverstanden zijn. Dat zijn zulke fatale denkfouten. Zulke fatale ontsporingen. Want hoe worden mensen daardoor niet totaal op het verkeerde been gezet in de verwachting van bepaalde tekenen? En weet u wat de ellende daarvan is? Het wordt allemaal gekoppeld aan geloof in God, vertrouwen op Hem, het vermogen dat Hij dingen toch kan. Als Hij toen dit kon, dan zou Hij dat vandaag toch ook kunnen? Als je niet weet wat de specifieke betekenis is en ook de specifieke adressering, dan val je zomaar in die valkuil. Met als gevolg – en misschien kent u ze net zo goed, en misschien bent u daar zelf wel een levend voorbeeld van – dat je daarin zo gefrustreerd raakt.⟨/p> ⟨p>Gebedsgenezing. Iemand zei eens een keer, en dat is een heel wrang grapje wat ik nu ga zeggen, maar het heeft al zoveel mensen van het gebed genezen. Ja, dat is echt zo. Want je bidt tot God om genezing. En hoe geweldig is onze Heer niet? Wat deed Hij niet onder het volk? En hoe zond Hij ook niet de Zijnen uit om hetzelfde te doen? Nou, en wij doen dat daarna. Maar het is rollenspel. Ik zeg het expres zo. Het is eigenlijk een toneelstuk, maar het is niet leuk, want dat betekent namelijk dat je verwachtingen wekt die je niet waar kunt maken. En dat is de grote frustratie. En dat komt omdat ze geen oog hebben voor de adressering van de Evangeliën, voor de boodschap waartoe Hij was uitgezonden.⟨/p> ⟨p>En Hij zegt: "Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik ook u." Namelijk tot exact hetzelfde volk. En al die wonderen die hier dan ook beschreven worden, maar elders ook: ze zijn niet alleen maar wonderen. Ik gaf voor de pauze al even iets dergelijks aan, maar ik wil dat nog even onderstrepen. Het zijn ook tekenen. Dat wat er aan hen gebeurde, dat was eigenlijk ook een embleem en een illustratie van wat er met het volk aan de hand was, maar ook wat er met het volk zou gebeuren. Namelijk dat het ziende gemaakt zou worden als het blinden betrof. Of dat het doven betrof, dat ze horend gemaakt zouden worden. Als het melaatsen betrof, dat ze gereinigd werden daarvan. Kortom, dat zijn wonderen die stuk voor stuk ook allemaal tekenen zijn. En dat zie je trouwens dan weer herhaald in het boek Handelingen. Kortom, een heel algemeen fenomeen.⟨/p> ⟨p>Ik geef eens in de drie weken in Bodegraven Bijbelstudies, en dan gaan we beginnen met Bijbelstudies over het boek Johannes. Dus ik ben me al wat aan het verlekkeren en niet alleen dat, ook echt aan het studeren op dat boek. En dan zie je een zevental tekenen in dat boek die daar beschreven worden. En al die wonderen, te beginnen bij dat wonderteken in Kana – weet u wel, op de derde dag was er een bruiloft en dat water in wijn wordt veranderd... Het is een teken! En stuk voor stuk wordt dat in het boek Johannes juist ook geïllustreerd en zelfs ook uitgelegd. En dat zijn schitterende dingen. Kortom, dit is maar geen theorie. Waar we het vanavond over hebben is heel essentieel.⟨/p> ⟨p>Kijk, wat ik eigenlijk vertel vanavond is dat het Evangelie van het Koninkrijk alles te maken heeft met Israël. Nou zou je kunnen zeggen: "Nou ja, dan hebben we daar weinig mee te maken. Wij zijn niet uit Israël en dat wat daar dus gezegd wordt is niet aan ons geadresseerd. Dus wat zouden we eigenlijk? Waarom houden we ons er überhaupt mee bezig?" Dit is juist heel belangrijk om het onderscheid te gaan zien, en om dan vervolgens ook te gaan verstaan wat wel specifiek voor ons bestemd is. En dit bestuderen we niet om iets af te pakken van de anderen, integendeel, het is aan hen gegeven, we laten het ook aan hen. En juist als we het aan hen laten, dan zie je ook de specifieke kracht ervan. En kom je ook niet in de verleiding om het je onrechtmatig toe te eigenen en daardoor ook valse verwachtingen te wekken en dus gefrustreerd te raken. Wie wil dat? Want op dat moment heb je een goed bericht, een blijde tijding, veranderd in zijn tegendeel. Dan is het helemaal geen goed bericht meer, dan is het een frustrerend bericht en zelfs een leugen. Daarom is het zo belangrijk om de dingen ook op hun plaats te laten.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-8" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3503" title="Speel af vanaf 58:23">▶ 58:23⟨/button> ⟨span>Mattheüs 24: de Olijfbergrede en de Voleinding van de Aion⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>We gaan naar Matteüs 24. Dat hoofdstuk wordt wel genoemd – in het Engels is dat trouwens nog steeds de standaarduitdrukking, heb ik begrepen – de tweede bergrede: de ⟨em>Second Sermon on the Mount⟨/em>. Zo werd het toch gezegd? Terwijl ik het me nu weer probeer te herinneren, weet ik het niet meer precies, maar in elk geval: de tweede bergrede. Kijk, en dat is wel mooi, want bekend is natuurlijk de eerste bergrede in Matteüs 5 tot en met 7, waarin de Heer ook uitleg geeft, en met recht, over het Koninkrijk en de regels van het Koninkrijk. Matteüs 24 gaat daar ook weer over. Het is ook weer een rede op de berg en dat is niet voor niks. Als Hij op de berg zit, dan heeft dat ook altijd te maken met een verhoging. Dat is niet zo moeilijk, toch? Een berg is een verhoging en dat heeft ook altijd weer te maken met een koninkrijk. U vindt het misschien een beetje vergezocht wat ik nu zeg, maar dat is het niet, want zo heb je bijvoorbeeld profetische passages in Openbaring 17 waar gesproken wordt over een stad en zeven bergen. Nee, niet zeven bergen; er staat nog bij dat die zeven bergen zeven koninkrijken zijn. Een berg is dus een uitbeelding van een koninkrijk. Trouwens, ik begon vanavond met Daniël 2 en daar lees je over dat steentje dat de aarde vulde en werd tot een grote berg die de hele aarde vulde. Dat wil zeggen: het Koninkrijk dat de hele aarde vult, een verhoging. En op een berg gaf de Heer Zijn onderwijs over het Koninkrijk.⟨/p> ⟨p>Matteüs 24 is een heel bekend hoofdstuk. In mijn Bijbeltje staat er boven: "de rede over de laatste dingen". Nou ja, of dat zo is, dat staat nog maar even te bezien; ik kom daar straks nog op terug. Maar dan gaat de Heer trouwens ook weer op de berg zitten, in dit geval de Olijfberg, en dan kijken ze uit over de stad Jeruzalem. In het bijzonder kijken ze naar de geweldige tempel, die met name door Herodes gerestaureerd en verfraaid was. Daar zien ze de schoonheid en de prachtige luister van die stad en vooral van die tempel. En dan zegt de Heer dat er geen steen op de andere gelaten zal worden; de hele stad zal verwoest worden, inclusief die tempel. Dat is trouwens in diezelfde generatie, veertig jaar later, ook daadwerkelijk vervuld. Maar er zit nog veel meer aan vast, want de Heer koppelt daaraan een onderwijs over het einde van deze aion. Dat vind je allemaal in Matteüs 24 vers 1, 2 en 3.⟨/p> ⟨p>Dat is dan de inleiding, maar laat ik even ter zake komen als het gaat over dat Evangelie van het Koninkrijk. De laatste vermelding van die uitdrukking vinden we heel specifiek in Matteüs 24 vers 14. Laten we daar eens naartoe gaan. Dan zegt de Heer... Je ziet meteen als je het vers leest, als je het eerste zinnetje al leest, dan begrijp je: "O wacht even, dit haakt aan op het voorgaande." Dus dan moeten we dat ook lezen. Dat is altijd moeilijk als je weer andere teksten pakt, want ja, een tekst heeft ook weer een context. Goed. Dan zegt de Heer: "En dit Evangelie van het Koninkrijk zal in de hele wereld gepredikt worden." Hier hebben we dus opnieuw, voor de derde keer, het Evangelie, het goede bericht van het Koninkrijk. En dan zegt Hij er nog iets bij: "en dit Evangelie". Dat verwijst dus naar iets waar Hij het zojuist over gehad moet hebben, toch? Over welk Evangelie heeft Hij het dan? Ja, van het Koninkrijk, maar Hij verwijst daarmee naar het voorgaande, en met recht ook naar het voorgaande vers. En wat lezen we daar in Matteüs 24 vers 13? Ik kom er nog op terug hoor, op dat vers, maar even dit. "En dit Evangelie van het Koninkrijk..." Waar gaat het dan over? Wel: wie volhardt, of eigenlijk wie verduurt. Dat is niet helemaal hetzelfde.⟨/p> ⟨p>Verduren is eigenlijk iets wat je passief ondergaat. En dat blijkt trouwens ook wel, want als je elders leest waar diezelfde uitdrukking gebezigd wordt, in Matteüs 10, dan gaat het over vervolging, verdrukking en het geworpen worden in gevangenissen. Nou, dat verduur je; dat overkomt je. En als je dat verduurt, dat wil zeggen dat je blijft staan. Mijn vraag was of het woord "volharden" wel een juiste weergave is. Volhouden, volharden, dat is iets actiefs. Bij verduren praat je over de dingen die je meemaakt, de dingen die je te verduren hebt. En als je het verduurt, dan blijf je er desondanks in staande. Dat is verduren, toch? Alleen al dat begrip "verduren" suggereert al dat je te maken hebt met veel moeilijke omstandigheden. Nou, daar gaat het hier inderdaad ook over. Want, nou ja, wat stond er ook alweer? Lees Matteüs 24 er maar bij. Ik pak eventjes mijn Bijbeltje, ik heb er nu geen diaatje van, maar daar staat bij: "dan zullen zij u overleveren". Ik lees nu in vers 9 van Matteüs 24: "Dan zullen zij u overleveren aan verdrukking en ze zullen u doden en gij zult door alle volken gehaat worden om Mijns naams wil. Dan zullen velen ten val komen en ze zullen elkaar overleveren en elkaar haten. En vele valse profeten zullen opstaan en velen zullen zij verleiden. Nou, omdat de wetsverachting toeneemt, zal de liefde van de velen worden bekoeld, verkillen. Maar wie verduurt tot het einde..." Dat wil zeggen: wie onder al die omstandigheden toch verduurt en volhoudt, in die zin, en staande blijft, daar staat bij: die zal behouden worden. Dat is het Evangelie van het Koninkrijk.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-9" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3941" title="Speel af vanaf 01:05:41">▶ 01:05:41⟨/button> ⟨span>De Derde Vermelding: Verduren en Behouden Worden in de Eindtijd⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Als je heel concreet vraagt: wat zegt de Bijbel nu eigenlijk? Wat is het evangelie van het koninkrijk? Ik heb er nu al heel wat over verteld, over wat er zomaar voor het oprapen ligt in de Bijbel, maar ik kan ook een heel concreet en letterlijk antwoord geven vanuit Matteüs 24 vers 14. Daar staat namelijk: "En dit evangelie van het koninkrijk zal in de gehele wereld gepredikt worden." Wat is dat evangelie? Dat is deze boodschap: wie volhardt, wie verduurt tot het einde, die zal gered worden.⟨/p> ⟨p>Als er hier gesproken wordt over "het einde", waar gaat het dan over? Over het einde van de aeon. Ik moet even mijn Bijbel erbij pakken, want ik heb hier geen dia van; ik had niet gedacht dat ik eigenlijk zo ver zou komen vanavond. In vers 3 lezen we: "Toen Hij op de Olijfberg gezeten was, kwamen Zijn discipelen alleen tot Hem en zeiden: Zeg ons, wanneer zal dat geschieden?" Dat gaat over de verwoesting van de stad en de tempel in het bijzonder. "Wanneer zal dat geschieden? En wat is het teken van Uw parousia?" – Uw komst of aanwezigheid. "En van de voleinding der wereld?", staat er in onze vertaling. Dat moet je echt heel gauw doorkrassen; het is niet de voleinding van de wereld.⟨/p> ⟨p>Hier zie je de invloed van theologie. De gedachte is dat als de Heer terugkeert – en ik ben in dat klimaat grootgebracht, dat zeg ik zonder enige rancune, het is gewoon een vaststelling van de kerkleer – dan is het idee dat dit het einde van de wereld is. Vandaag hoorde ik het nog een dominee zeggen in een toespraak: als Jezus straks terugkeert, is dat het einde van de wereld. Dan krijg je het laatste oordeel en alles wordt op één hoop gegooid. Men kent geen onderscheidingen en denkt dat de wereld ophoudt te bestaan. Vandaar ook dat men vertaald heeft: "de voleinding der wereld".⟨/p> ⟨p>Maar de wereld wordt op het moment dat Jezus terugkeert niet voleindigd; zij komt niet ten einde. Men denkt dat de terugkomst van Jezus samenvalt met het einde van de wereld, maar vergeet het maar! Waarom niet? Omdat het belangrijkste tijdperk dan pas gaat beginnen. Alles wat daarvoor was, was eigenlijk alleen maar een prelude, een voorspel. Het echte tijdperk waar het God om te doen is – of laat ik het zeggen in de beeldspraak van de dagen van de week – is de zevende dag, de laatste dag. Het zevende millennium: de Shabbat. De dag waarin God zal rusten in Zijn schepping. Dat heet in de Bijbel de toekomende aeon.⟨/p> ⟨p>Men kent echter geen aeonen; men kent alleen maar "eeuwigheid" en "wereld". Dat zijn fatale vertalingen. Het is niet de voleinding der wereld, het is de voleinding van deze aeon, die elders in de Bijbel "deze boze aeon" wordt genoemd. Deze moet plaatsmaken voor de toekomende aeon. U ziet het hier gewoon in Matteüs 24 vers 3, mits u een correcte vertaling heeft. De gangbare vertalingen zijn niet correct en spreken meestal over "wereld". Men vertaalt ook vaak met "eeuwigheid", en dat zou pas echt bijzonder zijn geweest, want dan snapt helemaal niemand er meer iets van: "Wat is het teken van de voleinding der eeuwigheid?" Dan krijg je totale onzin. Ik zal er nu niet verder over uitweiden, maar er staat gewoon "de voleinding van de aeon".⟨/p> ⟨p>Als er staat: "wie volhardt tot het einde" – of liever: "tot [het] einde" – over welk einde wordt dan gesproken? Over het einde of de voltooiing van de aeon. Dat is het woord dat gebruikt wordt. Daar heeft de Heer het over. Dit wereldtijdperk komt ten einde en gaat plaatsmaken voor een nieuw tijdperk in deze wereld. Dan begrijp je ook meteen dat dit evangelie van het koninkrijk gepredikt wordt in de tijd van het einde, namelijk het einde van deze aeon, vlak voorafgaand aan de toekomende aeon.⟨/p> ⟨p>De Heer zei: "Wie volhardt tot het einde". Dus wie gedurende die tijd volhardt of verduurt, die zal gered of behouden worden. – Oh, dat is een vreemde manier van zeggen... Dan lever je kritiek op een vertaling en kun je zelf bijna geen correct Nederlands meer schrijven! Maar goed, vergeef me. Het punt is: het is een eindtijdelijke setting. Het gaat over de tijd van het einde van deze aeon. Straks, in die tijd, zal Israël deze boodschap weer gaan prediken; het zal ook eerst aan Israël gepredikt worden. En als ze verduurt, krijgt zij de belofte mee – en dat is ook het evangelie, de blijde tijding: als je verduurt, is het einde nabij. De toekomende eeuw van het koninkrijk gaat beginnen en die zul je beërven. Zelfs als je het leven zou laten, want de tijden zullen heel zwaar zijn, dan zul je worden opgewekt. Ik ga dat nu niet uitgebreid aantonen, maar er zijn meerdere plaatsen waar dat zo rechtstreeks staat. Want ja, je kunt wel zeggen: "ik verduur tot het einde", maar velen zullen omkomen. Zij krijgen de belofte mee: je zult worden opgewekt. Over zulke wonderlijke dingen spreken we als we het over die tijd hebben.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-10" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4404" title="Speel af vanaf 01:13:24">▶ 01:13:24⟨/button> ⟨span>Een Wereldwijd Getuigenis voor de Volkeren Vanuit Jeruzalem⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En dit Evangelie van... ik ga weer even terug naar dat veertiende vers van Matteus 24: "En dit Evangelie van het Koninkrijk zal in de hele wereld gepredikt worden, geproclameerd worden tot een getuigenis voor alle volkeren." Ja, en dit is exact hetzelfde als wat we ook al in Matteus 10 zagen. Nou ja, ik zeg niet helemaal juist dat we het in Matteus 10 ook zien, want dit vers hebben we net weer niet gelezen. Als Jezus in Matteus 10 die opdracht geeft aan de twaalf om aan Israël het nabijgekomen Koninkrijk bekend te maken, dan wordt die opdracht vervuld in de tijd van Matteus 24. Dat is de zetting.⟨/p> ⟨p>Nou, laat ik het maar gewoon voorlezen in Matteus 10. Daar lezen we vers 16: "Zie, Ik zend u als schapen te midden van wolven." En dan vers 17: "Maar wacht u voor de mensen, want ze zullen u overleveren aan de gerechtshoven, ze zullen u geselen in hun synagogen." Je ziet trouwens ook hier weer de Joodse context. "Gij zult ook geleid worden voor stadhouders en koningen om Mijnentwil, tot een getuigenis voor hen en voor de volkeren." Dat is exact dezelfde uitdrukking als hier. "Wanneer ze u overleveren, maak u dan niet bezorgd hoe of wat u spreken zult, want het zal u in die uren gegeven worden wat u spreken moet."⟨/p> ⟨p>En dan lees ik nog even verder, als ik dan toch in Matteus 10 ben. Dan lees ik in vers 23: "Wanneer men u vervolgt in deze stad, vlucht naar de andere. Want voorwaar, Ik zeg u, gij zult niet alle steden van Israël" – dat wil zeggen steden waar Israëlieten zijn – "zijn rondgekomen voordat de Zoon des mensen komt." Ook hier weer exact dezelfde tijdsbepaling. Dat wil zeggen: het gaat over de tijd van het einde, voordat de Zoon des mensen inderdaad zal verschijnen.⟨/p> ⟨p>En nou was er nog een... even kijken hoor. Ik weet dat die uitdrukking van wie volhardt of wie verduurt tot het einde ook in Matteus 10 staat, maar ik zie nu even niet waar het staat. Het is toch niet weggelopen? Welk vers? Inderdaad, hoe kan ik eroverheen lezen? Ja, want in de vertaling lees ik vers 23, maar in vers 22 staat: "En gij zult door allen gehaat worden om Mijns naams wil; maar wie volhardt tot het einde, die zal behouden worden." Dat is het Evangelie van het Koninkrijk. "En wanneer men u vervolgt in deze stad..." nou ja, dat is vers 23 wat ik zojuist voorlas. Ziet u? Matteus 24 sluit naadloos aan bij de opdracht die de Heer aan de twaalf gaf aan het adres van Israël om het Koninkrijk te prediken en om dat ook te laten begeleiden door die wondertekenen die we zojuist ook al hebben gezien.⟨/p> ⟨p>In Matteus 24 staat ook dat het een bevestiging is: als dat gebeurd zal zijn, als het Koninkrijk gepredikt zal zijn aan alle Israëlieten in eerste instantie, dan vervolgens ook door Israël aan de volkerenwereld. Want dan worden er opnieuw twaalf geselecteerd. Nou ja, op een andere manier; dan krijgen we een selectie van twaalf maal twaalfduizend zelfs. Dat zijn er in Openbaring dus 144.000. Tel het maar na. Maar ook weer de twaalf stammen die dan inderdaad verzegeld worden en hen zal geen schade worden aangebracht. In elk geval, zij zullen inderdaad de boodschap van het Koninkrijk ook wereldwijd prediken.⟨/p> ⟨p>Over de precieze omstandigheden waarin dat allemaal gebeurt, voor zover we daar nu al heel veel zicht op kunnen hebben, dat is nu niet het onderwerp, maar daarover gaat Matteus 24 wel. Kijk maar even verder in vers 15, waar de Heer zegt: "Wanneer gij dan de gruwel van de verwoesting, waarvan door de profeet Daniel gesproken is, op de heilige plaats ziet staan (wie het leest, geve er acht op), laten dan wie in Judea zijn..." Nou ja, en dan zegt Hij dat ze moeten vluchten. Maak dat je wegkomt. Hier wordt dus gesproken over het Evangelie van het Koninkrijk. Over de tijd van het einde. In de tijd dat er gebeurt waar Daniel over gesproken heeft, namelijk dat er een gruwel – dat was een afgodsbeeld in de Bijbel – van verwoesting zal zijn. Dat wil zeggen: een afgodsbeeld dat gepaard zal gaan met een enorme verwoesting op de heilige plaats. Weet u wat dat is? Dat is Jeruzalem in het algemeen en het tempelplein in het bijzonder. De heilige plaats. Daar zal weer een tempel herrijzen, daar zal een tempel zijn in de tijd van het einde en daar zal ook weer een offerdienst zijn. Daniel spreekt daarover. In die tijd zal het Evangelie van het Koninkrijk gepredikt worden en alles wat daarbij hoort. Matteus 24 geeft dat perfect aan en je ziet ook meteen in welke context dat alles zijn vervulling krijgt. Namelijk hier: we staan hier echt op Joodse bodem. Zal ik zeggen: op Judeese bodem. In Jeruzalem. Daar heeft het allemaal mee te maken, met die dagen.⟨/p> ⟨p>En dat is dus wat het Evangelie van het Koninkrijk behelst. En juist als je daar zicht op gaat krijgen, dan leer je de Bijbel ook te onderscheiden. Dan weet je aan de ene kant wat voor dat volk bestemd is en hoe geweldig dat is, maar je begrijpt ook: hé, wat is er vandaag dan aan de hand? Dat wordt trouwens het onderwerp voor de volgende keer. Het Evangelie dat bestemd is voor Israël, dat Israël zal prediken... ja, en nu dan? We weten dat er een kink in de kabel is gekomen. Nou ja, u zegt: bij God gaat het toch nooit mis? Nee, amen. Maar Israël, we weten het, heeft de boodschap afgewezen en toen is er later een andere apostel geroepen, een dertiende apostel die niet tot de twaalf behoorde. En die ging de boodschap van het Evangelie naar de natiën brengen. Een hele unieke boodschap.⟨/p> ⟨p>Nou, dat is het onderwerp van de komende avonden, maar voordat ik daar wat over wil vertellen, wil ik eerst even scherpstellen wat het Evangelie van het Koninkrijk is en hoe specifiek en hoe exclusief dat bestemd is voor dat volk. Ik denk dat we de betekenis daarvan nauwelijks kunnen overschatten om dat te kunnen onderscheiden en dat niet, zoals meestal gedaan wordt, op één hoop te gooien. Ja, nou en dan wordt het... Hoe laat is het? Ah, dan ben ik nog wel redelijk op tijd. Hier in Rotterdam, de vorige keer was het geloof ik ook al zo, is het altijd precies tegenovergesteld. Maar in Rotterdam gaat de tijd volgens mij langzamer. Oh, dat vind jij niet? Wat zeg je? Ah, zou dat het zijn? Ja, ik denk het ja. Einstein hè? Ja, daar hadden we het over. Het Evangelie van het Koninkrijk.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-11" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4941" title="Speel af vanaf 01:22:21">▶ 01:22:21⟨/button> ⟨span>Samenvatting: de Huidige Tussentijd en het Verborgen Koninkrijk Gods⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Het wordt tijd om het dan toch samen te vatten: het goede bericht van het Koninkrijk. Het wordt gepredikt aan Israël en het is bestemd voor Israël. Het Koninkrijk wordt gevestigd en geregeerd vanuit Jeruzalem. Daar zal de troon staan, dat is de heilige plaats. Wat hebben we gezien? De Heer predikte aan Israël. Als Hij de twaalf vervolgens met dezelfde missie eropuit stuurt, wat zegt Hij dan? Dan zegt Hij: "Blijf op de wegen van Israël. Ga naar het huis van Israël, niet daarnaast." Daar is het voor bestemd. Een kenmerk dat heel karakteristiek is voor dat evangelie, voor dat goede bericht van het Koninkrijk, zijn de krachten, tekenen en wonderen. We zagen dat in de bediening van de Heer onder Zijn volk. We zagen dat in de bediening van de twaalf en vervolgens, met name in Mattheüs 24, zien we ook dat het te maken heeft met de tijd van het einde.⟨/p> ⟨p>Wij zitten nu dus eigenlijk in een hele lange tussentijd. Dat waar we vandaag de dag mee van doen hebben, is een heel mooi onderwerp waar we het nog veel uitgebreider over moeten gaan hebben. Maar het Koninkrijk is vandaag dus verborgen. Als u zich nu afvraagt — en dat is goed om nog even de gelegenheid aan te pakken om dat te onderstrepen — of wij nu het Koninkrijk prediken, ja of nee? Wat doen we vanavond dan? Want vanavond hebben we het toch over het Koninkrijk en wat er gaat gebeuren? In Handelingen 28, maar niet alleen daar, ook in Handelingen 20, lees je dat Paulus eveneens het Koninkrijk Gods predikte. Als hij in Rome gearriveerd is, in het allerlaatste hoofdstuk, dan zijn de Joodse leidslieden al bij hem op bezoek geweest. Een hele dag hebben ze gesproken, maar ze werden het niet eens.⟨/p> ⟨p>Ik lees het nu even voor uit Handelingen 28 vers 30: "En hij, Paulus, bleef de volle termijn van twee jaar in zijn eigen gehuurde woning en hij ontving allen die tot hem kwamen, predikende het Koninkrijk Gods en onderrichtgevend aangaande de Heer Jezus Christus met alle vrijmoedigheid, zonder enige belemmering." Dat is mooi: hij was gevangen, maar zonder enige belemmering ontving hij iedereen. Wat ik daar zo prachtig aan vind, is dat Paulus ook het Koninkrijk Gods predikte en daar onderricht in gaf. Dat is precies wat we op een avond als deze ook doen, namelijk stilstaan bij de vraag wat dat Koninkrijk van God is.⟨/p> ⟨p>En vooral — maar dat wordt een onderwerp voor de volgende keren — waar is dat Koninkrijk? De Koning is er, dat weten we. Maar we weten ook allemaal: die Koning is verborgen. En waar is dat Koninkrijk? Dat is exact hetzelfde: ook verborgen. Maar dat moet je verteld worden, daar moet onderricht in worden gegeven. Er is over dat Koninkrijk zoveel te vermelden. De Bijbel spreekt over de geheimenissen en de verborgenheden van het Koninkrijk; over het feit dat het Koninkrijk verborgen is. De Koning is verborgen, Zijn Koninkrijk is verborgen en wij maken deel uit van dat verborgen Koninkrijk.⟨/p> ⟨p>Paulus heeft erover gesproken, dus als je vraagt: "Prediken wij dat Koninkrijk?", dan is het antwoord: "Jazeker!" Maar de uitdrukking 'het evangelie van het Koninkrijk' is specifiek gereserveerd voor Israël en voor de tijd van het einde. Pak een concordantie en ga niet redeneren; pak die concordantie en dan zul je het gewoon vanzelf ook zien. Dat is precies wat ik vanavond heb willen laten zien. De bonnetjes heb ik erbij getoond en het is aan u verder om dat te controleren en na te gaan of deze dingen werkelijk zo zijn. Mag ik het hierbij laten voor vanavond? Ik denk dat er voor de volgende keren nog hele mooie dingen op de agenda staan. Dat weet ik wel zeker, want ik heb een sterke neiging om nu al van alles te gaan vertellen over die verborgenheden van het Koninkrijk. Maar dat parkeren we voor over drie weken.⟨/p>