⟨h3 id="hoofdstuk-1" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="0" title="Speel af vanaf 00:00">▶ 00:00⟨/button> ⟨span>Introductie op 1 Korinthe 13: het Hooglied van de Liefde⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Een hele goede avond allemaal, vrienden. We gaan het vanavond hebben over een heel mooi en ook een heel bekend onderwerp, namelijk 1 Korinthe 13. Dat is voor veel mensen een begrip en het wordt ook wel het Hooglied van de Liefde genoemd in het Nieuwe Testament. Je hebt natuurlijk het boek Hooglied in het Oude Testament, dat ook over de liefde gaat, over een hele speciale liefde tussen bruid en bruidegom.⟨/p> ⟨p>Maar de liefde waar het in 1 Korinthe 13 over gaat, dat is een liefde van een nog veel hogere soort, mag ik wel zeggen. En als ik het zo formuleer, dan is dat precies ook de wijze waarop Paulus het inleidt aan het einde van hoofdstuk 12. Want daar hebben we het de vorige keer over gehad.⟨/p> ⟨p>In hoofdstuk 12 wordt gesproken over de charisma's, over de genade-effecten. We hebben toen gezien dat dat te maken heeft met de wijze waarop God Zijn genade betoont, en in elk mens heeft dat een verschillend resultaat, een verschillend effect. Daarover gaat 1 Korinthe 12: over allerlei bedieningen, over velerlei bedieningen, maar allemaal gewerkt door één Geest, door één God en ook in één lichaam. Dus hoe groot de verscheidenheid ook is, de eenheid staat daarbij centraal. Dat hebben we de laatste keer met name gezien.⟨/p> ⟨p>Boven vers 12 staat in mijn Bijbeltje ook — in 1 Korinthe 12 dus: "alle leden van één lichaam". Toen zijn we net aan bij het einde van het hoofdstuk aangekomen. Wellicht is het goed om het 31e vers — precies het omgekeerde van 13 dus — nog eens even voor het voetlicht te brengen. Dat is er bij de vorige bespreking wat bekaaid vanaf gekomen omdat we het wilden afronden. Vandaar dat ik er toen maar mondjesmaat wat over gezegd heb.⟨/p> ⟨p>Dat 31e vers is de afsluiting van het twaalfde hoofdstuk, maar het is tevens de introductie van het dertiende hoofdstuk. Paulus zegt daarin: "Streeft dan naar de hoogste gaven", om naar een zo groot mogelijk effect van Gods genade te streven. En dan zegt hij in de laatste zin van dat twaalfde hoofdstuk...⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-2" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="190" title="Speel af vanaf 03:10">▶ 03:10⟨/button> ⟨span>Een Weg Die Transcendent en Veel Verder Omhoog Voert⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En ik wijs u een weg die nog veel verder omhoog voert. En dat is de introductie van het dertiende hoofdstuk. Hij had het over charisma’s en over grotere charisma’s; streef daarnaar, naar Gods genade en de uiting en het effect daarvan. Maar, zegt hij, er is iets wat daar nog bovenuit stijgt. Ik zal u dat aantonen, ik zal u dat wijzen, staat hier.⟨/p> ⟨p>Het woord dat hier vertaald wordt met "veel verder omhoog", wordt in de Concordant Version vertaald met "transcendentie". Letterlijk betekent het dat het is opgebouwd uit twee elementen: "over" en "werpen". Overwerpend dus. Het woord dat er in het Nederlands het dichtst bij staat, is het woordje "overtreffend". Overwerpend. Dat heeft ook te maken met het woordje "bolle" – ons woord "balg" is daar weer van afgeleid – en dat heeft dus inderdaad te maken met werpen.⟨/p> ⟨p>Ik zal u even een concordant view geven van dat woord; in het ISE-programma heet dat zo. Dan klik je op een specifiek woord en dan wil je weten hoe dat in de vertaling is weergegeven. Hier heb je dat bewuste Griekse woord. Dit is de Strong-codering van dat woord. Dit zijn de elementen zoals het in de Concordant Version staat. Maar u ziet: in de NBG wordt het nogal op diverse manieren vertaald. Dat maakt het altijd een beetje lastig en daarom is zo’n concordant view ook heel mooi, want dan zie je wat de betekenis van het woord werkelijk is.⟨/p> ⟨p>Zo heeft men het weergegeven met "alles te bovengaand" of "buitengewoon". Of met "bovenmate", of "bij uitstek", of met "alles verre". U ziet het, het komt in totaal acht keer voor in zeven teksten. "Alles verder" en dan nog eens "te bovengaand" of "veel verder omhoog". Dat is dus 1 Korinthe 13. Daar wordt dit woord weergegeven met "gaat nog veel verder omhoog". Zo’n plaatje laat zien wat de betekenis van dat woord is: het gaat boven alles uit, het werpt erboven uit. Het is buitengewoon. Transcederend is ook nog een Nederlands woord, maar dat gebruiken we natuurlijk niet zo heel veel, hoewel het in het Engels wel een bekend woord is. Dat is waar Paulus het over heeft. Hij gaat hier een weg tonen; dat gaat hij nu doen in het volgende hoofdstuk, dat wij 1 Korinthe 13 noemen. Een weg die zoveel overwerpender, overtreffender is.⟨/p> ⟨p>En dan komen we dus bij 1 Korinthe 13. Ach, nu zie ik dat ik een fout gemaakt heb; dat zullen we in elke tekst weer tegenkomen. Er staat "1 Korinthe 12", maar voor het gemak zeg ik het nu maar even wijder. Het is uiteraard 1 Korinthe 13. Als ik het op het internet zet, dan corrigeer ik dat nog wel even.⟨/p> ⟨p>1 Korinthe 13 is een heel dichterlijk hoofdstuk; als je dat leest, treft je dat eigenlijk meteen. Het is in die zin ook een onderbreking van zijn betoog, want je zou kunnen zeggen dat hoofdstuk 14 zo achter hoofdstuk 12 geplakt kan worden. In die zin is hoofdstuk 13 een intermezzo. Maar het is niet zomaar even ertussen gedaan alsof dat niets te maken heeft met het voorgaande en ook niet met het navolgende. Integendeel: het is een intermezzo, dat is waar, maar het is ook het hart van het hoofdstuk.⟨/p> ⟨p>De vorige keer heb ik al even laten zien dat hoofdstuk 12, 13 en 14 één geheel vormen. Paulus spreekt daarin over de genadegaven, maar met name heeft hij het over de betekenis die men in Korinthe toekende aan de gaven van profetie, het genade-effect van een profetie en van het spreken in vreemde tongen. Op dat tongenspreken komen we nog wel uitgebreider terug, evenals op de toestanden die dat in die Ecclesia teweegbracht. Ook dat zullen we met name in het navolgende hoofdstuk, hoofdstuk 14 dus, weer zien.⟨/p> ⟨p>Hij bespreekt dat onderwerp, maar hij laat in hoofdstuk 13 zien hoe die gaven, waar zij zo hoog van opgaven, in werkelijkheid inferieur zijn. Niet dat Paulus ze volstrekt waardeloos acht, helemaal niet; hij weet ze naar waarde te schatten. Maar hij zegt dat het een tijdelijke aangelegenheid is, die te maken heeft met onvolwassenheid. Hij vergelijkt dat aan het einde van dit hoofdstuk ook met de periode dat je een kind bent, dat je spreekt en denkt als een kind. Daar is niets mis mee, maar het gaat voorbij. En als de volwassenheid komt – "het volmaakte" is het vertaald in vers 10 – dan hebben die kinderlijke gaven en die kinderlijke wijze van denken en spreken inmiddels hun einde gehad. Dat hoort dan tot het verleden, dat is het idee.⟨/p> ⟨p>Waar het over gaat, is wat dan blijft. Dat is het einde van dit hoofdstuk. Ik ga er voor het gemak maar een beetje vanuit dat we dit hoofdstuk allemaal wel enigszins kennen. Aan het einde staat: "Zo blijven dan geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de meeste van deze is de liefde." Hij plaatst hier dus het tijdelijke, het voorbijgaande, het kinderlijke, het onvolwassene en het onmondige tegenover dat wat blijft. Daar komen we vanzelf nog uitgebreider over te spreken, want daar bestaan veel misverstanden over. Over de vraag wanneer dat tijdelijke en dat kinderlijke dan voorbijgaan.⟨/p> ⟨p>De meeste christenen zullen denken – zeker als u in de evangelische wereld geen onbekende bent, of in de pinkster- en charismatische beweging – dat deze gaven waarover in Korinthe zo hoog werd opgegeven, pas zullen verdwijnen als de volmaaktheid komt. Men zegt: "Als de Heer is teruggekeerd, dan zal dat niet meer tellen, maar tot die tijd blijft het allemaal bestaan." Ik zal u later laten zien dat dat absoluut niet is wat Paulus erover zegt. Hij brengt het juist in verband met de kinderlijke fase van de Ecclesia in die dagen. Maar goed, ik ben nu een beetje voor mijn beurt aan het praten. Laten we eerst maar eens gewoon bij het eerste vers beginnen.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-3" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="656" title="Speel af vanaf 10:56">▶ 10:56⟨/button> ⟨span>Het Spreken met de Tongen Der Mensen en Engelen⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Al ware het, zegt Paulus, dat ik met de tongen der mensen sprak. Dat woord 'tongen' is een heel goede weergave hoor. Zeker, want dat is het woord ⟨em>glōssais⟨/em> dat hier gebruikt wordt. Misschien kent u het woord glossolalie wel. Zo noemt men het spreken in tongen: glossolalie. Dat is een beetje een theologische term geloof ik, maar in ieder geval komt dat uit het Grieks. Het is het woord dat standaard ook vertaald wordt met 'talen'. Tong en taal zijn begrippen die heel erg verwant zijn. Dat is nogal logisch, want een taal spreek je nu eenmaal met de tong.⟨/p> ⟨p>En dat is hier dus ook: 'al ware het dat ik met de tongen der mensen', of met de talen van de mensen sprak, 'en der engelen sprak'. Er wordt hier dus aan de ene kant gesproken over de talen of tongen van mensen, en uiteraard refereert dit direct aan Paulus' onderwerp: het spreken in vreemde talen. Daarmee bedoelt Paulus niet dat je een taal aanleert die niet je moedertaal is. Daar maak ik tegenwoordig zo ongeveer mijn dagtaak van: om het Nederlands bij te brengen aan mensen die niet hier in Nederland geboren zijn. Nee, het gaat hier over het spreken in vreemde talen die niet aangeleerd zijn. Dat is het idee. Zoals bij het wonder op de pinksterdag: men sprak in talen die men nooit geleerd had. Waarbij je ook nog de vraag zou kunnen stellen: is dat dan een luisterwonder of is dat een spreekwonder? Ik denk een spreekwonder; het heeft te maken met de taal, dus met de tong. Het is niet een wonder van de oren.⟨/p> ⟨p>Maar goed, al was het dat ik met talen – vreemde talen van de mensen sprak – of die der engelen. Het loutere feit dat hier een tegenstelling gemaakt wordt tussen mensen en engelen, of dat beide als onderscheiden groepen worden opgevoerd, geeft aan dat hij het hier inderdaad heeft over hemelwezens. Geen mensen. Kijk, het woord 'engel' betekent gewoon boodschapper. Dat kan ook een mens zijn. Je leest dat Johannes de Doper ook een engel was, een bode, een boodschapper. En de verspieders in Jericho waren ook engelen. Zo worden ze in de Bijbel genoemd: boodschappers namelijk, die met een boodschap eropuit gestuurd waren. Dus op zich hoeft het woord niet te slaan op een hemelwezen.⟨/p> ⟨p>Maar in dit verband gaat het daar wel duidelijk over. Er wordt namelijk gesproken over de talen der mensen, maar ook over die der engelen. Al zou ik met de vreemde talen in de mensenwereld spreken, of talen die zelfs de hemelwezens spreken... Ja, welke taal dat is? Dat weet ik niet. Nou, ik heb trouwens wel een idee. Ik denk namelijk dat het Hebraeus is. Als er in de Bijbel vanuit de hemel gesproken wordt, dan is dat in het Hebraeus. En het woord 'Hebraeus' betekent ook 'van de andere kant'. Ivrit – als je dat woord terugbrengt naar zijn elementen, dan betekent dat 'van de andere zijde'. Het is dus de taal van God Zelf, eigenlijk de taal van de hemel.⟨/p> ⟨p>Maar goed, dat is zomaar een gedachte die zich even bij me aandringt. Paulus wil zeggen: zelfs al zou ik vreemde talen der mensen of die van de engelen spreken, maar ik had de liefde niet, dan was ik een schallend koper of een rinkelende cimbaal. Nu eerst even over dat woordje liefde.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-4" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="910" title="Speel af vanaf 15:10">▶ 15:10⟨/button> ⟨span>Drie Soorten Liefde: Eros, Fileo en Agape⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Hij zegt: "Ik had de liefde niet." Het woord wat hij hier gebruikt, dat is het woordje ⟨em>agape⟨/em>. En dat is echt een bijzonder woord voor liefde. Ik denk dat we de waarde en het belang daarvan moeilijk kunnen overschatten, want ik had het bij aanvang al even over het 'Hooglied der liefde' en ik vergelijk dat met de liefde in het boek Hooglied, in het Lied der Liederen. Daar kom ik nu dan eigenlijk ook op, want de liefde in het boek Hooglied is, als je het gewoon puur letterlijk leest, toch de hartstocht tussen een bruid en een bruidegom, tussen een man en een vrouw. Maar hier gaat het over een liefde — en dat is geen tegenstelling — maar het is wel een liefde van een andere categorie. Want in tegenstelling tot het Hebreeuws, dat maar één woord voor liefde kent, namelijk ⟨em>ahava⟨/em>, kent het Grieks er maar liefst drie. Maar wel van verschillende soort.⟨/p> ⟨p>Je hebt het woordje ⟨em>agape⟨/em>... Nou ja, laat ik eerst even die andere twee noemen. Je hebt het woordje ⟨em>eros⟨/em>, wat we allemaal kennen: erotiek. ⟨em>Eros⟨/em> heeft dus te maken met de hartstochtelijke liefde en meer ook de lichamelijke uiting daarvan. Dat is ⟨em>eros⟨/em>. En daar heb je ook nog... Ik heb hier even geen lijstje ervan gemaakt, maar goed, even om dat dan zo te memoreren: het woordje ⟨em>eros⟨/em>. Daarnaast heb je ook het woordje ⟨em>phileo⟨/em>, wat we ook allemaal kennen. Dat is ook in het Nederlands op allerlei manieren teruggekeerd. Heterofilie bijvoorbeeld — ⟨em>heteros⟨/em> betekent 'de andere kant'. En dan die 'filie'. Je kunt een bibliofiel zijn, je kunt een heterofiel zijn. Nou ja, wat voor 'filieën' heb je nog meer? Filen.⟨/p> ⟨p>Maar dat komt dus uit het Grieks en dat heeft te maken met ⟨em>phileo⟨/em>, en dat heeft te maken met genegenheid. Je hebt liefde voor een ander of voor iets; denk aan filatelie bijvoorbeeld, of filantropie, liefde voor mensen. Maar dan heeft het altijd te maken met het feit dat je genegenheid hebt voor een ander vanwege bepaalde eigenschappen. Voor iemand, maar het kan ook voor iets zijn. Je kunt ook een liefde hebben voor een beroep of voor een sport of wat dan ook. Maar dan is de bron, de oorzaak van die genegenheid, altijd in die ander te vinden, in een eigenschap van die ander, of van het andere als het gewoon om iets gaat.⟨/p> ⟨p>En als ik het zo zeg, dan springt ook meteen het grote verschil met het woord liefde hier, ⟨em>agape⟨/em>, in het oog. Waarom? Omdat dat namelijk liefde is die haar bron niet vindt in de ander of in emoties. Nee, ze vindt haar oorsprong in God Zelf. In de Septuagint, de Griekse vertaling van het Oude Testament, is ⟨em>agape⟨/em> ook het woord dat weergegeven wordt als de weergave van de liefde die God heeft voor mensen. Het is dus echt goddelijke liefde. En ja, daar zijn heel wat voorbeelden van in het Nieuwe Testament, want het woordje ⟨em>agape⟨/em> komt heel vaak voor.⟨/p> ⟨p>Ik denk bijvoorbeeld — en ik heb daar nu geen dia van, maar blader even mee naar Romeinen 5 vers 5 — daar lees je: "En de hoop maakt niet beschaamd, omdat de liefde Gods — dus de ⟨em>agape⟨/em>-liefde van God — in onze harten uitgestort is door de Heilige Geest die ons gegeven is." Zo zeker als Christus, toen wij nog zwak waren, te zijner tijd voor goddelozen is gestorven. Want niet licht zal iemand voor een rechtvaardige sterven; misschien heeft iemand nog de moed om voor een goede te sterven. God echter bewijst Zijn liefde — weer ⟨em>agape⟨/em> — jegens ons, doordat Christus voor ons gestorven is toen wij nog zondaren waren. En wat verder volgt.⟨/p> ⟨p>Maar het idee daarbij is... Kijk, ⟨em>phileo⟨/em> heeft nog te maken met het feit dat je sterft voor iemand, bijvoorbeeld voor je vrienden. In de Evangeliën lees je ook dat de Heer Jezus zegt: "Niemand heeft grotere liefde dan hij die zijn leven inzet voor zijn vrienden." Op menselijk vlak is dat ook zo. Maar — en daar zie je ook precies wat ⟨em>agape⟨/em> is — Gods liefde heeft niet te maken met eigenschappen van de ander. Het is niet zo dat Hij Zichzelf geeft voor vrienden, voor degenen die je liefhebt of genegen bent; nee, deze liefde is voor vijanden. Dus heeft het niets te maken met de houding of de eigenschappen van die ander. Integendeel zelfs: zelfs al gaat de strijd ertegenin, dan komt ⟨em>agape⟨/em> in het vizier. Het heeft dus niet te maken met een menselijke liefde op een menselijk niveau, maar het is echt typisch de liefde van God. Daarom, als hier in 1 Korinthe 13 gesproken wordt over de liefde en die liefde wordt bezongen, dan gaat het zo duidelijk over de liefde van God. Dat is zo duidelijk te herkennen. En die liefde van God, daar wil ik eigenlijk ook nog even bij stilstaan voordat ik nu verder ga met die beschrijving.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-5" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1279" title="Speel af vanaf 21:19">▶ 21:19⟨/button> ⟨span>De Oorsprong van Gods Liefde: Zijn Eigen Werk⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>De liefde van God vindt haar oorsprong in God Zelf. Als je de vraag stelt waarom God van deze wereld houdt — denk aan het bekende vers uit Johannes 3 vers 16: "Alzo lief heeft God de wereld" — dan is ook daar het woord agapè. Er staat in het Grieks ⟨em>kosmos⟨/em>: God heeft de kosmos lief. Waarom? Laat ik die vraag eens beantwoorden vanuit de Bijbel zelf. Ik heb er geen dia van, maar in Psalm 145 vers 9 vind je een prachtige verklaring. Daar staat: "De Heere is voor allen goed en Zijn barmhartigheid is over al Zijn werken." Let op dat woordje 'allen'. Zijn barmhartigheid is over al Zijn werken. Het staat er overal, het is maar net waar je de klemtoon op legt, maar Zijn barmhartigheid is over ál Zijn werken. Kortom: over alles wat Hij gewerkt heeft en werkt. Waarom heeft God Zijn schepping lief? Het antwoord is: omdat het Zijn schepping is. Het is het werk van Zijn handen.⟨/p> ⟨p>Daarom vind ik die woorden waarmee een reformatorische kerkdienst aanvangt ook zo prachtig. Over wat er daarna gezegd wordt, daar hebben we het nu even niet over, maar dat begin is zo krachtig dat zo’n dienst eigenlijk al niet meer stuk kan. Strikt genomen, als de dominee vervolgens zou zwijgen, dan heb je al een geweldige dienst meegemaakt als hij zegt: "Onze hulp is in de naam van de Heere, die hemel en aarde gemaakt heeft; die trouw houdt en die nooit laat varen de werken van Zijn handen." Dat wat Hij gewerkt heeft — Zijn schepselen, Zijn creaturen — dat laat Hij nooit varen. Om de simpele reden dat het Zijn werk is, het werk van Zijn handen. Kijk, en dat is agapè. Hij houdt ervan gewoon omdat het van Hém is. Elk schepsel is het werk van Zijn handen. Hij heeft het bedacht, Hij heeft het gemaakt en Hij heeft daar een plan mee. Want Hij maakt nooit zomaar iets; Hij heeft daar een geweldige bestemming voor.⟨/p> ⟨p>Als ik Psalm 145 vers 9 lees — "De Heere is voor allen goed, Zijn barmhartigheid is over al Zijn werken" — dan resoneren hier ook de woorden van Paulus in Romeinen 11 vers 32, waar hij zegt dat Hij allen onder de ongehoorzaamheid of de weerbarstigheid besloten heeft, om Zich over allen te ontfermen. Dat is weer die agapè-liefde. Die liefde is dus met recht onvoorwaardelijk, omdat zij haar oorsprong vindt in het feit dat het Zijn werk is. Er is een liefde op menselijk niveau die daarmee vergelijkbaar is: de liefde van een ouder voor zijn kind. Als er één soort liefde is die de liefde van God in de natuur en in de schepping weerspiegelt of reflecteert, dan is dat de liefde van ouders voor hun kinderen. Die is namelijk in principe, in gezonde situaties, ook onvoorwaardelijk. Je houdt niet van je kind omdat het zo aardig is of omdat het zich zo goed gedraagt. Nee, je houdt er gewoon van. Het is jouw kind, en dat kan nooit ongedaan gemaakt worden. Wat dat kind ook uitvreet of uitspookt, en hoe vijandig het zich ook opstelt: één ding kan het nooit ongedaan maken, en dat is dat het jouw kind is. Daarom houd je ervan.⟨/p> ⟨p>Die liefde van een vader en een moeder voor het kind is een reflectie van de liefde van God, die immers ook Vader is voor Zijn schepping. Eigenlijk kan elk schepsel zeggen: "Onze Vader." In het boek Maleachi lees je ook: "Hebben wij niet allen één Vader? Heeft niet één God ons allen gemaakt?" Hij is Vader omdat Hij ons heeft voortgebracht, en daarom houdt Hij er ook van. Dat zien we op het menselijk vlak weerspiegeld: een ouder kan zijn kind niet verwerpen, het blijft altijd je kind. Ook al moet je soms harde maatregelen treffen, het is en blijft je kind. Nou, dat is die agapè. Het is misschien een breedsprakige uitwerking van het woord liefde, maar er komt nogal wat voorbij als je dat woordje agapè leest. Het is echt van een andere hoedanigheid dan eros en philia.⟨/p> ⟨p>Als Paulus zegt: "had ik de liefde niet", dan gaat het over de liefde van God. Wat heb je als je die liefde van God niet kent? Als je niet weet dat er Eén is die heel Zijn schepping liefheeft, puur om niet? Ook al zijn ze nog zo vijandig, die liefde kan nooit ongedaan gemaakt worden. Sterker nog, die liefde straalt op haar hoogtepunt, op haar felst, juist wanneer die vijandschap het grootst is. Wat is daarvan het bewijs? Ik citeerde net al uit Romeinen 5: hoe heeft God Zijn liefde bewezen? Dat bewees Hij toen Christus voor deze wereld, voor goddelozen en voor vijanden stierf. Dus hoeveel houdt God van deze wereld? Kijk naar Golgotha. Zelfs als ze Zijn Zoon aan het kruis slaan, zegt Hij: "Ik houd van je." Dat is Gods liefde, agapè.⟨/p> ⟨p>Wat ken je als je die liefde niet verstaat? Leven uit de liefde en wandelen in de liefde betekent dat je de ander beziet met de ogen van God. Elk mens die je op straat tegenkomt — en dat geldt voor heel Zijn schepping — is een object van Zijn barmhartigheid die over al Zijn werken gaat. Wandelen in de liefde betekent dat je de ander ziet met de ogen van God: hij of zij is geliefd. Misschien kun je diegene wel achter het behang plakken en vind je het een vreselijk figuur, maar hij of zij is geliefd door God. Als je wandelt in de agapè, dan zie je die ander met de ogen van God. Dat is dus geen werk en het is ook geen emotie; het heeft te maken met een besef van hoe God naar deze wereld, naar deze schepselen en naar de mensheid kijkt.⟨/p> ⟨p>Als je dat niet kent, dan zegt Paulus: "dan ben ik geworden als schallend koper." Het woord 'schallend' staat in het Grieks als ⟨em>echon⟨/em>. Wij kennen dat woord: een echo is weerklinkend, weergalmend koper. Paulus noemt hier twee muziekinstrumenten uit die dagen. Het was bij een kopermuziekinstrument of een cimbaal juist niet de bedoeling dat het zou blijven nagalmen; dat maakte het geluid waardeloos. Ik zou dan een rinkelend of een schelklinkend — eigenlijk is het woord 'schreeuwend' — cimbaal zijn. Geen gehoor. Zulke instrumenten komen totaal niet tot hun recht en zijn waardeloos als ze op die manier klinken. Zo is een mens als hij de liefde van God niet kent. Om het weer even in de context van deze Korinthebrief te plaatsen: ik kan van alles laten klinken, ik kan profetieën uitspreken of spreken in tongen, maar het stelt volstrekt niets voor. Ik ben schallend koper en een rinkelend cimbaal als ik niet de liefde van God ken en daaruit leef.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-6" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1905" title="Speel af vanaf 31:45">▶ 31:45⟨/button> ⟨span>Profetieën, de Geheimenissen en Alle Kennis⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Al ware het, zegt hij in vers 2, dat ik profetische gaven had. U ziet, er staat hier eigenlijk gewoon: als ik profetie had. Dat vertaalt hij dan met profetische gaven. Het idee is dat het in de praktijk min of meer op hetzelfde neerkomt: als ik profetie uitspreek. We zullen straks ook zien – maar dan zijn we inmiddels in het achtste vers – dat Paulus in 1 Korinthe 13 gaat vertellen dat profetie, net zoals tongen, zal ophouden. De tongen, de talen, die gaven die daar functioneerden, die zouden te zijner tijd verstommen. Net zo goed als profetie zou hebben afgedaan. Dat waren tijdelijke fenomenen, effecten en uitingen die te maken hadden met de kinderlijke periode van de gemeente. Dat gaan we dus nog bezien.⟨/p> ⟨p>Maar hij noemt het hier: al ware het dat ik nu profetie had en ik godspraak kon uitspreken en alle geheimenissen en alles wat te weten is, wist. Bij dat woordje 'alle geheimenissen' staat er trouwens 'al de geheimenissen'. De secrets. Het woordje dat Paulus hier gebruikt, herkent u direct: dat is ons woordje mysterie. Een geheim; en het loutere feit dat hij hier een bepaald lidwoord voor zet, namelijk 'de geheimenissen', dan denk ik vooral ook aan de geheimenissen die de apostel Paulus zelf uitstalt.⟨/p> ⟨p>Hij zegt ook – dat zegt hij elders, maar ook in dezezelfde brief – dat hij een beheerder is, een huishouder van de geheimenissen van God. Nou, al kende ik al die geheimenissen! Paulus heeft geheimenissen te horen gekregen. Hij heeft ze doorgegeven en hij heeft ze in zijn brieven vastgelegd. Hij is de apostel bij uitstek van de geheimenissen, van die verborgenheden.⟨/p> ⟨p>Maar hij zegt: al wist ik ze, kende ik ze allemaal en al wist ik zelfs alles wat te weten is en kende ik al de kennis. U ziet trouwens hier dat dit vertaald wordt met 'al wist ik het', maar het is: al mocht ik het waarnemen, al had ik zicht op al die geheimenissen en op al de kennis wat te weten is. En hij gaat verder.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-7" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2078" title="Speel af vanaf 34:38">▶ 34:38⟨/button> ⟨span>Het Geloof van God Dat Bergen Verzet⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En ook al had ik al het geloof, zodat ik bergen verzette. 'Verplaatsen', dat is het woord dat hij hier gebruikt. Dat herkennen we trouwens, want ook in de evangeliën lees je dat de Heer Jezus daarover spreekt. Het is een heel opmerkelijk verhaal: een geloof dat bergen kan verzetten. Ik moet altijd denken aan een lied dat ik vroeger in de kringen van de Vergadering nogal eens zong: "Nooit kan het geloof te veel verwachten, des Heilands woorden zijn gewis. Het faalt aardse vrienden vaak aan krachten, maar nooit een Vriend als Jezus is." En het ging nog verder: "Want voor hen die ’t heil des Heeren wachten, zijn bergen vlak en zeeën droog." Ja, die vond ik erg mooi.⟨/p> ⟨p>Maar dat is het dus: geloof verzet bergen. De grootste berg stelt niets voor voor degene die gelooft en vertrouwt op God, die immers alles kan. In Rijnsburg zijn we momenteel met de bespreking van de Hebreeënbrief bezig, en dan komen we straks in hoofdstuk 11 – de galerij van de geloofshelden, zoals dat wel wordt genoemd. Mannen en vrouwen die leefden uit geloof. Als je steunt op wat God gesproken heeft, dan zet dat al die bergen van menselijke wijsheid en menselijke bezwaren volstrekt aan de kant. Dat verzet dus echt bergen.⟨/p> ⟨p>Maar er zit nog meer aan die uitdrukking vast. Ik wil u even meenemen naar het evangelie van Marcus, hoofdstuk 11. Daar lees je dat de Heer iets soortgelijks uitspreekt over het verzetten van een berg. Marcus 11 is interessant, want daar bevindt Jezus zich in Jeruzalem. Hij is net de stad uitgegaan naar de Olijfberg. Dan lees je dat Jezus antwoordde en tot hen zei – degenen die om Hem heen stonden: "Hebt geloof van God." In de meeste vertalingen staat: "Hebt geloof in God." En dat is prima geformuleerd, maar eigenlijk staat er: het geloof niet ⟨em>in⟨/em>, maar ⟨em>van⟨/em> God. Dat is echt iets anders.⟨/p> ⟨p>Geloven in God wil zeggen dat je gelooft dat Hij bestaat. Dat is eigenlijk vrij onzinnig, want elk mens gelooft dat in principe van nature; het is aangeboren. Men leert het misschien af op scholen, maar het is ingeschapen, het zit er gewoon in. Als een mens gewoon normaal denkt, zonder indoctrinatie vanuit scholen of opleidingen, dan kan hij niet anders dan de conclusie trekken dat er een God moet zijn. Een creatie veronderstelt een creator. Als ik kleren zie hangen, dan komt het niet in mij op dat dat zomaar ontstaan is. Dan denk je: hé, dat is toch wel knap bedacht en gemaakt. Een creatie veronderstelt een creator, en een schepping veronderstelt een Schepper.⟨/p> ⟨p>Maar Hij zegt hier ook niet "heb geloof in God" en zelfs niet "gelooft God". Dat is een subtiel verschil. Als ik zeg "ik geloof in God", dan bedoel ik daarmee te zeggen dat ik geloof dat Hij bestaat. Als ik zeg "ik geloof God", dan bedoel ik daarmee te zeggen dat ik geloof dat wat Hij zegt of wat Hij spreekt de waarheid is. Dat is een heel verschil. Mensen geloven in God, maar dat zegt niet zoveel, want dat doet elk mens in principe. Nee, de vraag is: geloof je God? Dat wil zeggen: geloof je wat Hij gesproken heeft? Geloof je Hem? Als ik tegen iemand zeg: "Ik geloof jou," dan wil dat zeggen: "Ik neem jou op je woord."⟨/p> ⟨p>Maar "het geloof van God" gaat misschien nog een stap verder. Voorzetsels en naamvallen klinken misschien wat abstract of afstandelijk als je er zo over spreekt, maar er zit zoveel in en de verschillen zijn groot. Als er staat "het geloof van God", dan wil dat zeggen dat God gelooft. Tegen de discipelen zegt Jezus hier: "Hebt geloof van God." Heb het geloof dat God Zelf heeft. Dat wil zeggen dat de schijnwerpers uiteraard op God Zelf gaan, die gelooft. Misschien is het een raar idee om daarzo over te denken, maar God gelooft. Je leest ook in Romeinen 3 dat Paulus dat zo zegt – althans in de Statenvertaling wordt het correct weergegeven: "Zal het ongeloof van mensen Zijn geloof, het geloof van God, tenietdoen?"⟨/p> ⟨p>God gelooft. Er gelooft niemand meer in het woord dat Hij gesproken heeft dan God Zelf. Hij weet namelijk dat het absoluut de waarheid is. Heb dus het geloof van God; dat geloof dat God Zelf heeft in Zijn woord en ook in Zijn schepping. God gelooft in Zijn schepping, het is het werk van Zijn handen en Hij weet wat Hij doet. Dat gaat zoveel verder dan "geloof in God".⟨/p> ⟨p>Waarom wijs ik op dat 22e vers van Marcus 11? Dat doe ik vanwege het vervolg. Want als Jezus dit gezegd heeft over het geloof van God, dan zegt Hij: "Voorwaar, Ik zeg u, wie tot deze berg zou zeggen..." Deze berg is hier de Olijfberg; daar bevond Hij Zich op dat moment. "Wie tot deze berg zou zeggen: hef u op en werp u in de zee, en in zijn hart niet zou twijfelen maar geloven dat hetgeen hij zegt geschiedt, het zal hem geschieden." Dit gaat over wat het geloof van God vermag. God gelooft Zelf in Zijn woord, en als een mens de woorden van God in zijn mond neemt, dan is er niets onmogelijk.⟨/p> ⟨p>Ik denk trouwens dat hier ook nog een schitterende typologie in besloten ligt. Je kunt dit natuurlijk opvatten als de grootste hindernis die verdwijnt voor degene die God op Zijn woord neemt, die het geloof heeft dat God Zelf heeft. Dat is waar. Maar een berg is in de Bijbel ook een beeld van het Koninkrijk, van een hoogte. De berg des Heeren, de heilige berg waar de Koning is gevestigd. Het is niet voor niets dat de Heer de grondwet van het Koninkrijk op een berg uitsprak: de Bergrede. De rede over de laatste dingen vond trouwens ook plaats op de Olijfberg. En als de Heer straks zal terugkomen om Zijn Koninkrijk te vestigen, dan zullen Zijn voeten staan op de Olijfberg ten oosten van Jeruzalem. Een berg spreekt altijd van het Koninkrijk.⟨/p> ⟨p>Welnu, als de berg spreekt van het Koninkrijk en de zee spreekt van de volkerenwereld, waar heeft dit dan mee te maken? Dit is een typologische hint naar de tijd die zou aanbreken dat het Koninkrijk van God zich zou verplaatsen naar de zee. Het zou eigenlijk verdwijnen in de zee, dat wil zeggen: het zou niet meer zichtbaar zijn. Die berg is niet weg, maar je ziet hem niet meer. En dat is eigenlijk de situatie in onze dagen. Het Koninkrijk, de berg, waar is dat? God heeft gesproken, en de apostel Paulus zelf is iemand die deze berg ook verzet heeft, want hij heeft ervan gesproken dat het Koninkrijk zich zou verbergen. Eigenlijk heeft de hele boodschap van al die geheimenissen te maken met het feit dat God momenteel Zijn aangezicht niet laat zien. Hij vertoont Zich niet, Zijn Koninkrijk vertoont zich niet, er zijn geen zichtbare tekenen; het is alles verborgen. Het Koninkrijk, de berg, is er wel, maar je ziet het niet. Het is namelijk verplaatst in de volkerenzee. Dat is wat er in deze bedeling aan de hand is. En in geloof zijn deze woorden ook uitgesproken. Eigenlijk heeft deze hele periode van tweeduizend jaar te maken met deze woorden.⟨/p> ⟨p>Met dat woord van geloof van die berg die verzet wordt in de zee. Terwijl ik dat denk – en vergeeft u mij dat ik even aan het 'vriewielen' ben – lees je dat de Olijfberg een beeld is van het Koninkrijk. Maar wat lees je over die Olijfberg? Dat er een bepaalde afstand was. Weet u hoe ver die van Jeruzalem verwijderd was? Dat staat in Handelingen 1, ik meen vers 11. Daar staat de afstand van de Olijfberg naar Jeruzalem: dat was een sabbatsreis.⟨/p> ⟨p>Een sabbatsreis is een reis die verband houdt met de sabbat. De sabbat heeft trouwens ook weer te maken met het Koninkrijk dat openbaar zal worden. Maar weet u wat een sabbatsreis precies is? Een sabbatsreis is 2000 el. Die 2000 el kom je op allerlei manieren in de Bijbel vaker tegen. Het is bijvoorbeeld de afstand die Israël moest houden toen ze de ark achterna gingen op weg naar het beloofde land. Dat was 2000 el.⟨/p> ⟨p>Je leest dat Israël... ik zie nu een beetje bedenkelijke gezichten, maar laat ik dat in ieder geval even vertellen. Jozua ging het volk voor naar het beloofde land en dan lees je dat ze door de Jordaan gingen trekken. De priesters liepen voorop met de ark en die ark ging de Jordaan in. Vervolgens volgde het volk op afstand. Tussen die ark en het volk was een afstand van ongeveer 2000 el.⟨/p> ⟨p>Dat is een prachtig beeld: eerst gaat de ark door de 'doodsjordaan', de weg van dood en opstanding. De ark is de Heer Jezus Christus. Onder leiding van Jozua gaat Hij voorop en het volk Israël volgt op afstand. Dus die weg door dood en opstanding, die weg naar het beloofde land, die gaat Israël ook, maar niet direct. Daar zit een afstand tussen, namelijk van 2000 el. En dat heeft alles te maken met de verborgenheid.⟨/p> ⟨p>Dat heeft dus ook weer te maken met de afstand tussen de Olijfberg – deze berg – en de stad Jeruzalem. Goed, dat zijn allemaal van die associaties die zich als het ware aan je opdringen wanneer je Schrift met Schrift vergelijkt. Dat wilde ik even gememoreerd hebben over die woorden van Paulus in 1 Korinthe 13: "Al had ik het geloof dat ik bergen verzette." Hier wordt trouwens inderdaad een meervoud genoemd; dat is het verschil met Marcus 11. Maar al had ik dat geloof dat bergen verzet, maar, zegt hij: "had ik de liefde niet, ik ware niets."⟨/p> ⟨p>Nou, dat is toch wat? Als je dat geloof hebt, maar zonder het kennen van de liefde Gods, en al wist je alle geheimenissen en alles wat er te weten is... "Ik ware", staat er; ik was helemaal niets. Het betekende niets, al waren het zelfs...⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-8" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2935" title="Speel af vanaf 48:55">▶ 48:55⟨/button> ⟨span>Grootse Daden van Filantropie Zijn Nog Geen Agape⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Ik zal nog even dit vers erbij betrekken: "Al ware het dat ik al wat ik heb tot spijs uitdeelde." Nu zou je zeggen: dat is toch wel een daad van liefde. En daarin zie je trouwens ook bevestigd wat ik al eerder naar voren bracht, dat de liefde hier geen mensenwerk is. Het heeft niet te maken met een emotie, het is geen hartstocht; het heeft te maken met het kennen van Hem en Zijn liefde, hoe Hij naar deze wereld kijkt. Dat is de liefde Gods, dat is die agape.⟨/p> ⟨p>Als ik al mijn bezittingen zou verkopen en ik zou het vervolgens aan de armen geven en tot spijs uitdelen, dan is dat geen bewijs van de liefde Gods. Het is misschien filantropie, maar je kunt zulke dingen doen zonder dat je weet hebt van de liefde Gods. "En al ware het dat ik mijn lichaam gaf om te worden verbrand." Als u trouwens een Telos-vertaling hebt of de Concordant Version, daar staat dat ik mijn lichaam gaf opdat ik zou roemen. U ziet het hier: "I should be boasting." Dat is eigenlijk volgens de oudste handschriften; de drie grote Griekse handschriften zeggen inderdaad dit. "Om te worden verbrand" spreekt misschien wat meer tot de verbeelding, maar het is eigenlijk dit: als ik roem zou kunnen hebben als ik mijn lichaam gaf.⟨/p> ⟨p>Het gaat nog verder. Als ik alles verkoop en de opbrengst vervolgens aan de armen geef, dan is dat veel. Maar hier zegt hij: zelfs al ga ik nog verder en ik geef mijn lichaam over om te worden verbrand, of ik geef het hoe dan ook over aan een ander, zodat ik er niet meer zelf de beschikking over heb... Hij zegt: maar ik had de liefde niet, het baatte mij niets. En dat betekent dus dat ook zulke daden geen bewijs zijn van het kennen van de liefde Gods. Misschien van filantropie, en iedereen zou daar misschien over roemen, jawel, maar het is nog geen bewijs van de liefde Gods en alleen dat is wat er werkelijk toe doet.⟨/p> ⟨p>Ik weet niet of u er een fan van bent – nou, ik eigenlijk niet zo heel erg, misschien van die muziek – maar ik vond het een prachtige song van Gert en Hermien Timmerman. Zij hadden een lied dat heet "De Liefde Gods" en dat was op 1 Korinthe 13 gebaseerd. "Want de liefde Gods, o mensenkind, is het kostbaarste kleinood." Die hadden het heel goed begrepen, namelijk dat het hier niet zomaar over liefde gaat, ook niet als een ideaal wat je na zou moeten streven. De liefde hier is geen ideaal, het is geen gevoel, het is geen werk. Het is een feit, namelijk de liefde die God Zelf heeft voor elk schepsel. Jij en iedereen is geliefd. Dat is een feit; als je dat niet weet, dan weet je niks. En als je het wel weet, als je het werkelijk mag weten: "Ik ben geliefd, deze schepping is geliefd door God de Schepper Zelf," dan kan er niks meer misgaan. Dan weet je alles.⟨/p> ⟨p>Als je deze liefde kent, dan heb je alles. En als je het niet hebt, dan kun je alles hebben en misschien alles doen, of de grootste daden van liefde bewijzen, of van filantropie, of hoe dat ook maar heten mag; het betekent niets zonder het kennen van de liefde Gods. Ik stel voor dat we straks na de pauze verder gaan met de bespreking van vers 4. We waren dus gebleven bij het derde vers, dat wil zeggen: we hebben het derde vers besproken. Wat je ook zou hebben, wat je ook zou kennen, wat je ook zou doen, maar als je de liefde Gods niet zou kennen, was het niets en het baatte je ook niet.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-9" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3208" title="Speel af vanaf 53:28">▶ 53:28⟨/button> ⟨span>De Vrucht van de Geest en de Eigenschappen van Liefde⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Je had er helemaal geen enkel voordeel van, zo staat het er. En dan vanaf vers 4 lees je dat Paulus gaat vertellen wat die liefde van God is. En kijk, het is de liefde van God. Het is dus niet de liefde vóór God, maar het is Gods liefde die ook in een mens actief kan worden, want dat is juist ook de clue. God is liefde, maar degene die Zijn liefde kent, die wandelt ook in die liefde. Die kijkt namelijk met de ogen van God naar anderen. Doordat je een ander zicht hebt en doordat je andere dingen ziet, namelijk de ander als geliefd, maakt dat ook dat je je optreden en je hele handelen en wandelen daarnaar voegt. Laten we die bespreking die Paulus hier geeft van de liefde – of eigenlijk bezingt hij het – eens wat nader bezien.⟨/p> ⟨p>Nog even voordat ik hier wat over ga zeggen: wat zojuist ter sprake werd gebracht over de vrucht van de Geest is misschien wel boeiend om er meteen even bij te pakken. Ik heb er weliswaar geen dia van, maar in Galaten 5 vers 22 lees je dat Paulus spreekt over de vrucht van de Geest. Ik heb in 2013 een Goed Bericht-weekend in Maarn gehad met als thema 'de vrucht van de Geest'. In Galaten 5 vers 22 lees je: "Maar de vrucht van de Geest is liefde..." Meestal zegt men dan dat er van die vrucht van de Geest negen kenmerken worden gegeven. Maar wat blijkt? Er staat: "de vrucht van de Geest is liefde", en dan volgt er een dubbele punt: wat is die liefde? Dan staat er vervolgens: blijdschap, vrede, lankmoedigheid, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid, zelfbeheersing. Wat je ziet, is dat die bespreking van Paulus in 1 Korinthe 13 over wat liefde is, naadloos aansluit bij zijn beschrijving van de vrucht van de Geest. De vrucht van de Geest, dat wil zeggen dat wat de Geest uitwerkt aan vrucht, is liefde. Maar wat is liefde? Nou: blijdschap, vrede, lankmoedigheid. Het is dus één vrucht en de vrucht van de Geest is liefde. Het zijn niet 'Zijn liefde' met in totaal negen eigenschappen, het zijn ook niet de 'vruchten'; het is de ene vrucht en die ene vrucht van de Geest is liefde, en die liefde heeft een achttal kenmerken. Acht is weer het getal van het nieuwe leven.⟨/p> ⟨p>Ik ga weer even terug naar 1 Korinthe 13 vers 4: "De liefde is lankmoedig." De vrucht van de Geest is liefde en een van die kenmerken is ook lankmoedigheid. Dat woord is trouwens ⟨em>makrothumia⟨/em>. U ziet het hier, het bestaat uit twee elementen: 'ver' en 'voelen'. Het voelt ver. Het woord 'lankmoedig' is trouwens ook mooi; het betekent namelijk 'lang van moed'. Die elementen 'ver' en 'voelen' lopen daar behoorlijk parallel mee. Het is dus het woord 'geduld'. Je houdt lang de moed erin. Ook weer niet als iets opgepompts, als een emotie die je zelf opwerkt of wat je doet; dat is mensenwerk. Ik blijf het prachtig vinden: het is de vrucht van de Geest. Liefde is de vrucht van Gods Geest. Als God in je werkt, dan is een kenmerk daarvan dat het een vrucht is. Een vrucht is geen werk; het is iets wat groeit. Het is heel mooi, kijk het maar na in Galaten 5 vers 22, daar staat de vrucht van de Geest tegenover de werken van het vlees. De Geest heeft een vrucht die als vanzelf groeit, maar het vlees heeft werken en dat geeft een heleboel ongerijm. Zelfs als het een godsdienstig sausje krijgt – en daar gaat het juist in Galaten over, ze wilden daar weer 'werken'. Godsdienstige werken, ze wilden dit doen en dat niet doen; allemaal opgelegd, maar dat roept alleen maar letterlijk en figuurlijk 'ongijn' op. Ongijn is het tegenovergestelde van genade, van 'gein'. Dit zijn geen werken, dit is vrucht van Gods Geest, van kijken met de ogen van God waarbij ieder geliefd is.⟨/p> ⟨p>De liefde is lang van moed, ze is goedertieren. In het Nederlands is het ook: tieren in goedheid. Je 'tiert', dat wil zeggen: je hebt je vermaak in de goedheid. Het woord dat hier in het Grieks staat, is eigenlijk gewoon 'vriendelijk'. Zo wordt het trouwens ook dikwijls in het Nieuwe Testament vertaald. 'Goedertieren' is natuurlijk een wat oud-Nederlands woord dat we eigenlijk alleen nog gebruiken in verband met God, maar het woord zelf betekent vriendelijk. En ze is niet afgunstig. Er worden positieve dingen gezegd over wat het wel is, en er wordt hier ook uitdrukkelijk gezegd wat het niet is. Ze is niet afgunstig, en dat heeft te maken met hetzelfde woord als wat vertaald wordt met 'ijveraar', maar dan in de negatieve zin van het woord. Het is het niet kunnen verdragen dat de ander iets heeft of dat de ander iets niet heeft wat jij... nou ja, hoe dan ook: afgunst, jaloezie. Maar het heeft allemaal toch ook weer te maken met de ander niet zien als geliefd. Denk gewoon logisch: als je de ander ziet met de ogen van God, namelijk als een geliefd schepsel, dan gun je de ander het goede. Terwijl dit juist het misgunnen is. Natuurlijk bestaat er ook zoiets als een positieve vorm van jaloezie, in de zin dat iemand iets heeft en jij dat ook wel zou willen hebben. Niet omdat je het de ander misgunt of omdat de ander het niet zou mogen hebben, maar gewoon omdat jij het ook graag zou hebben. Je kunt bijvoorbeeld jaloers zijn op iemands vrede in het hart onder angstige omstandigheden. Dat is positieve jaloezie, dat je dat ook graag zou willen hebben. Maar het misgunnen van de ander heeft te maken met de ander niet als geliefd zien. Als je de ander als geliefd ziet, dan kun je ook vriendelijk zijn. Sterker nog, dan is het ook geen werk; dan is dat een logisch gevoel. Als ik de ander echt als geliefd zie, dan ben ik vriendelijk en dan kan ik ook geduld opbrengen. Zoals God geduld met ons heeft en met mij geduld heeft, dan is het ook niet moeilijk om ten opzichte van de ander geduldig te zijn.⟨/p> ⟨p>Ze praalt niet. Dat heeft, zoals u hier ziet, te maken met opscheppen. In feite is dat ook weer jezelf zoeken; we zullen dat straks ook nog wel zien. Dat heeft trouwens ook weer te maken met dit: het zijn eigenschappen die allemaal een beetje broertje en zusje van elkaar zijn. Als je praalt of opschept, dan ben je eigenlijk opgeblazen. Daarbij moet ik meteen weer denken aan 1 Korinthe 5, toen we het hadden over het zuurdesem. Dat is eigenlijk ook de werking van zuur: het is allemaal lucht, het blaast op. Dat is echt het woord dat hier ook gebruikt wordt in het Grieks. De liefde maakt zich niet groter en heeft daar ook helemaal de behoefte niet aan. Want ik mag weten dat ik geliefd ben, maar de ander is net zo geliefd, ieder op zijn of haar plaats. Je geeft daarmee de ander ook de ruimte. Ik heb dat ooit zo gehoord en dat vond ik een prachtige omschrijving van liefde: de ander de ruimte geven. Als God schepselen plaatst, wat betekent dat dan? Dat je de plaats erkent. Dat wil zeggen: je geeft de ander de ruimte om te zijn wie hij of zij ook is, in de weg die God met iemand gaat. Ze kwetst niemands gevoel. Ook dat is weer omdat je de ander niet ziet als geliefd, en daarmee kwets je inderdaad het gevoel. Dit is geen kritiek op de vertaling ofzo; het is niet erg concordant, maar dat is inderdaad de gedachte: je onbehoorlijk naar de ander opstellen.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-10" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3847" title="Speel af vanaf 01:04:07">▶ 01:04:07⟨/button> ⟨span>Zij Zoekt Zichzelf Niet en Rekent het Kwade Niet Toe⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Zij zoekt zichzelf niet. Ik zeg het expres zo, want dat doet mij denken aan iets van vroeger. Het is eigenlijk een beetje voor mijn tijd, maar wij hadden vroeger een LP in de kast staan. U weet wel, uit de tijd dat je nog langspeelplaten had. Dat was een LP uitgegeven door de NCRV en die heette 'Viermaal ZN'. Dat was ontleend aan 1 Korinthe 13 vers 5: "Zij zoekt zichzelf niet." Viermaal ZN. Dat was een of andere filantropische actie. Maar het moet duidelijk zijn: waarom zou je jezelf niet zoeken? U weet dat er veel mensen zijn die daar altijd maar mee bezig zijn.⟨/p> ⟨p>Juist vorige week vertelde mijn vader nog een verhaal over iemand – dat was wel hilarisch – die een sabbatical had genomen. Het kwam er in ieder geval op neer dat diegene iemand had ontmoet die op zoek was naar zichzelf. Mijn vader is erg nuchter en die moet een beetje lachen om dat soort terminologie. "En heb je jezelf al gevonden?" Je kunt als mensen heel serieus zulke dingen zeggen. Dan is het haast heiligschennis om daar zo overheen te walsen, want dat zou dan heel ongevoelig zijn. Maar zulke nuchtere vragen mag je dan blijkbaar niet stellen.⟨/p> ⟨p>Wat ik bedoel te zeggen: mensen zijn op zoek naar zichzelf, maar dat betekent dus dat ze zichzelf kwijt zijn of niet weten wie ze zijn. En daar is het antwoord – ik kan geen mooier en beter antwoord bedenken dan wat Paulus hier geeft – namelijk het kennen van de liefde Gods. Dan weet je op voorhand: ik ben geliefd. En ik ben geliefd omdat ik een werk van Zijn handen ben. Dat geldt voor al die mensen. Dus hoef ik mezelf niet meer te zoeken. Hij zoekt mij, Hij heeft mij gevonden. Dat is wat het is. Dan hoef je jezelf niet meer te zoeken en dus kun je ook je aandacht aan de ander geven.⟨/p> ⟨p>Zij zoekt zichzelf niet. Zij wordt niet verbitterd. Ik geef dit plaatje er ook even bij om te laten zien wat voor werkwoordsvormen dat zijn; dat vind ik zelf wel boeiend. Waar ik vooral even op wil wijzen, is dat het te maken heeft met het woordje 'scherp'. Vandaar ook dat het weergegeven wordt met 'geprikkeld'. In ieder geval heeft bitterheid ook te maken met scherp. Iets is aangescherpt, maar daardoor ook kapotgemaakt door iets scherps.⟨/p> ⟨p>De ander zien – niet alleen de ander, maar ook jezelf zien als geliefd – betekent dat je ook niet verbitterd raakt. Hoeveel mensen zijn er niet bitter geworden door de dingen die ze hebben meegemaakt in hun leven? Maar als je werkelijk de liefde van God zou kennen en zou weten dat er nooit bij Hem iets misgaat en dat Hij met ieder van Zijn schepselen Zijn weg gaat... daar hadden we het zojuist in de pauze nog over. Gods liefde omvat allen. Dat betekent ook dat alles wat je in het leven meemaakt, alles wat er gebeurt, Hij een plaats geeft. Begrijp ik er helemaal geen ene donder van? Hij geeft het een plaats. En omdat het Zijn liefde is, gebeurt het nooit zomaar. Het is altijd Zijn liefde die erachter zit. Als je dat echt beseft, hoe zou je dan ooit bitter kunnen worden? Zijn liefde maakt niet bitter, maar Zijn liefde maakt beter. Het geneest. "Uw tederheid genas", zo gaat ook zo’n evangelisch lied, maar het is helemaal waar. Uw tederheid, Uw liefde geneest wat bitter in mij was.⟨/p> ⟨p>Zij rekent het kwade niet toe, staat er dan nog bij. Of eigenlijk: zij rekent geen kwaad. Het woord dat hier gebruikt wordt, heeft nog met ons woordje 'logica' te maken. Dat heeft dus te maken met woord en met rekenen. Maar het is dus niet alleen maar het kwaad toerekenen; je denkt geen kwaad. Je denkt het kwade niet. Dat is nog meer dan dat iemand het kwaad heeft gedaan en je het hem niet aanrekent, dat is één ding. Maar je rekent niet. Je hebt mensen die er op voorhand al vanuit gaan dat de ander kwade intenties heeft. De liefde gaat daar niet vanuit. Zij rekent niet het kwade, zij rekent juist met het goede.⟨/p> ⟨p>Zij is niet blijde over ongerechtigheid. Maar waarmee dan wel? Zij is blijde met de waarheid. Je ziet dat ook die twee tegenover elkaar staan. Ongerechtigheid heeft te maken met leugen. Als je de waarheid kent... de waarheid maakt ook vrij. En vandaar ook: zij is blij met de waarheid. En alles wat de waarheid heelt... de waarheid maakt ook één. Er is ook maar één waarheid. Van leugens zijn er vele, maar de waarheid is er maar één. Als ik een som geef en ik zeg: "8 plus 8 is?", dan is er van het correcte antwoord maar één. Maar foute antwoorden zijn er oneindig veel. Dat geldt voor de leugen ook. Leugens zijn er vele, maar de waarheid is één, en zij maakt ook één.⟨/p> ⟨p>Het geweldige is dat waarheid feitelijk één maakt en daarmee dus ook weer alles te maken heeft met liefde. Want liefde is ook niets anders dan het verlangen naar eenheid. Ik heb ooit een prachtige uitleg daarvan gehoord aan de hand van Hebreeuwse symboliek. Dat ging over het woordje Ahava. Ik heb het al even genoemd. Het Hebreeuwse woord Ahava is het woord voor liefde, en de getalswaarde van dat woord is dertien. Dat vind ik wel veelzeggend. In onze termen mag dat dan een ongeluksgetal zijn, maar in de Bijbelse symboliek is dat niet het geval. Dertien heeft te maken met Ahava, liefde. Maar wat dacht u? Het woordje Echad, het Hebreeuwse woord voor 'één', is Echad. De getalswaarde daarvan is – tel het maar op – net zo goed dertien.⟨/p> ⟨p>Misschien is dat even lastig, om die connectie aan te brengen. Maar als je Hebreeuwse letters ziet, dat zijn ook cijfers. Dan zie je de connectie tussen het woordje Ahava (liefde) en Echad (één). Die hebben namelijk exact dezelfde getalswaarde. Als je die Hebreeuwse letters als cijfers opvat, dan zie je exact hetzelfde getal. Liefde heeft te maken met de ene God die één maakt. En even terugkomend op dit statement: ze is niet blij over de ongerechtigheid, de leugen, maar ze is blij en verheugt zich samen met de waarheid.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-11" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4334" title="Speel af vanaf 01:12:14">▶ 01:12:14⟨/button> ⟨span>Alles Bedekt, Gelooft, Hoopt en Verduurt Zij⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Alles bedekt zij. Dat wat de ander aanrekent of wat in de wereld wordt aangerekend, wel, de liefde Gods die bedekt het. Zij doet daar het zwijgen toe. Ze verheugt zich er niet in om dat aan de grote klok te hangen; integendeel, alles bedekt zij. Alles.⟨/p> ⟨p>Vers 7 vind ik een prachtig vers in dit verband: "Alles gelooft zij." Ook ja, we hadden het over dat geloof van God. God gelooft in Zijn schepping, God gelooft in Zijn Woord. Wel, als er één soort mensen is dat geloof heeft in de ander, gewoon als schepsel van God, en geloof heeft in Zijn Woord — niets is onmogelijk — dan is het degene die de liefde Gods kent. Alles gelooft zij, dat heeft dus echt met totaal vertrouwen te maken.⟨/p> ⟨p>En vandaar ook dat volgende: alles hoopt zij. Dit woord hoop heeft te maken met een verlangen en het verwachten van iets glorieus, van iets hoopvols uiteraard. Verwachting heeft vooral te maken met het feit dat het zeker is. Als ik zeg: "Ik verwacht morgen regen," dan is dat misschien niet hoopvol, maar dan zeg je daarmee dat je erop rekent dat het morgen gaat regenen. Nou, dat Griekse woord voor hoop heeft beide: het is hoopvol aan de ene kant, maar het heeft ook de zekerheid van het woord verwachting. Dus alles verwacht zij. Waarom? Wij hebben verwachting voor elk mens, voor elk schepsel, want God heeft nooit iets voor niets gemaakt. Heel Zijn schepping wordt omvat door Zijn liefde en Hij brengt het naar Zijn bestemming. Vandaar: alles hoopt ze. Er is niets wat daarvan is uitgesloten. Je hebt vertrouwen in de grote God die heel Zijn schepping draagt. En als je de liefde Gods kent, dan heb je geloof in alles, dan heb je ook hoop voor alles en daarom ook: alles verduurt zij.⟨/p> ⟨p>Dit woord dat hier wordt weergegeven met verdragen, wordt ook dikwijls weergegeven met volharden, maar de echte betekenis is: alles verduurt ze. Alles kan ze hebben. Een paar dagen geleden werd ik nog gewezen op Filippenzen 4. Daar lees je de bekende woorden van Paulus in vers 13: "Ik vermag alle dingen in Hem die mij kracht geeft." En dat "ik vermag alle dingen" heeft juist te maken met die waarde. Hij zegt in dat verband: "Ik weet wat armoede is, ik weet wat rijkdom is." En dan zegt hij: "In elk opzicht en in alle dingen ben ik ingewijd, zowel in verzadigd worden als in honger lijden, zowel in overvloed als in gebrek." En dan zegt hij: "Ik vermag alle dingen." Al die dingen namelijk, ik verduur het in Hem die mij kracht geeft. Nou, dat is dit. Je weet: er is één God die het je doet toevallen. Hij beschikt de dingen. Als je dat weet, en dat het Zijn liefde is die alle dingen leidt en stuurt, dan doet dat besef je alles verduren.⟨/p> ⟨p>Dus je ziet in zo'n beschrijving die Paulus in deze verzen geeft, wat die liefde van God in de praktijk uitwerkt. Dat is dus niet een prestatie van ons; het is een besef van wie Hij is en hoe Hij kijkt en hoe Hij handelt. Wel, als die liefde de dragende kracht is van deze hele schepping en ik besef dat, dan transformeert dat ons. En de vrucht daarvan is dit: liefde. Dat is blijdschap, dat is lankmoedigheid, dat is zelfcontrole. Nou, wat hebben we allemaal nu niet ook gelezen?⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-12" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4638" title="Speel af vanaf 01:17:18">▶ 01:17:18⟨/button> ⟨span>Love Never Fails: de Liefde Vergaat Nimmer Meer⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En dan zegt hij: die liefde vergaat nimmermeer. Dat lijkt me een aardige afsluiting, ook om de volgende keer verder te gaan met het vervolg. Maar om af te sluiten is het goed om dit even scherp in gedachten te brengen: die liefde die hij hier heeft uitgestald, de weg die hij getoond heeft, die liefde vergaat nimmermeer.⟨/p> ⟨p>Als u trouwens een King James-vertaling hebt, dan staat hier: ⟨em>Love Never Fails⟨/em>. Het woord dat hier gebruikt wordt voor 'vergaat', betekent eigenlijk 'vallen'. Ons woord 'falen' komt daar ook vandaan; het is daar aan gelijk. Vervallen is namelijk falen. Het is een prachtige gedachte: Gods liefde faalt nooit. Het vergaat niet alleen, maar het vergaat nimmermeer. Dat is waar: Gods liefde faalt niet.⟨/p> ⟨p>God is altijd succesvol. Het bereikt wat Hij wil. Want waarom? Zijn liefde laat nooit gaan, Zijn liefde verdwijnt niet en dus is het in staat om dat te bereiken wat Hij wil. Hij is God. Welnu, die liefde Gods, wat is er groter, heerlijker, beter, maar ook praktischer in het leven dan het kennen van die liefde?⟨/p> ⟨p>Ik denk dat we het daar vanavond maar bij moeten laten, want ik zie inmiddels dat het al vijf over tien is. Dan gaan we de volgende keer verder met de bespreking van dit hoofdstuk. Dan zullen we ook zien waarom Paulus deze dingen zo ter sprake brengt en wat dit te maken heeft met het onderwerp dat in hoofdstuk 12 en 14 verder ook besproken wordt.⟨/p>