⟨h3 id="hoofdstuk-1" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="0" title="Speel af vanaf 00:00">▶ 00:00⟨/button> ⟨span>Terugblik: de Tabernakel en het Offer Dat Spreekt van Opstanding en Leven⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>De zeventiende Bijbelstudie inmiddels over de Hebreeënbrief. We waren gearriveerd in het negende hoofdstuk; dat was trouwens al twee avonden het geval. Het negende hoofdstuk is een lang hoofdstuk, en de Hebreeënbrief heeft meer van zulke hoofdstukken. Het is een hoofdstuk waarin veel ter sprake wordt gebracht, maar het gaat in het eerste gedeelte, de eerste tien verzen, met name over het heiligdom.⟨/p> ⟨p>Daar bevonden zich allerlei attributen, en vanaf het elfde vers gaat het over de Hogepriester van de 'toekomende goederen', zoals het daar staat. Dat wil zeggen: van de toekomende goede dingen. We waren aangeland in het veertiende vers, maar misschien is het goed om nog even kort in herinnering te roepen wat we de vorige keer hebben gezien.⟨/p> ⟨p>Ik zal het in een tweetal of drietal punten samenvatten. De tabernakel – dat moet zo langzamerhand toch wel duidelijk zijn – is een type van de toekomende goede dingen. Als ik spreek over de 'toekomende goederen', dan doel ik niet zozeer op het feit dat het vanaf vandaag toekomstig zou zijn. Toen de tabernakel in gereedheid werd gebracht en functioneerde, sprak het van de in die dagen toekomende goede dingen. Het woord 'goederen' heeft immers betrekking op goede dingen.⟨/p> ⟨p>Een ander aspect waar we uitgebreid bij stilgestaan hebben, omdat dat nu eenmaal aan de orde kwam in deze verzen, is dat de bepalingen in het oude verbond gegeven waren voor het vlees. Het waren allemaal lichamelijke bepalingen; dingen die een mens kon volvoeren en die te maken hadden met het vlees. Het ging over spijzen, dranken, wassingen en dopen. We hebben daar wat uitgebreider bij stilgestaan. Dat waren bepalingen die opgelegd waren – ik citeer dat vrijwel letterlijk uit vers 10 – tot de 'tijd van het herstel'. Die tijd van het herstel is de tijd van het nieuwe verbond.⟨/p> ⟨p>Dat is een term die in deze hoofdstukken, vooral vanaf hoofdstuk 8, een grote rol speelt. De tabernakel zelf en die hele bediening vonden uiteraard plaats onder het oude verbond, maar het spreekt van dat wat zou komen: het nieuwe verbond. Vervolgens hebben we gezien dat de offerdienst in al zijn details verwijst naar het grote Offer. Ik schrijf dat met opzet met een hoofdletter.⟨/p> ⟨p>Dat Offer spreekt van iets wat speciale aandacht vraagt, omdat het een vrij onbekend gegeven is: het Offer spreekt van de verrijzenis van Hem die drie dagen eerder was geslacht. Ik vind dat buitengewoon belangrijk, want meestal wordt er bij het offer uitsluitend aan Golgotha gedacht. Dat is echter niet juist. Golgotha spreekt van de slachting; het Offer spreekt van wat ná de slachting plaatsvond, namelijk toen het opsteeg als een liefelijke reuk voor God. Dat was een verwijzing naar de hof van Arimathea, waar de Heer Jezus Christus, de Messias, de Levensvorst bleek te zijn. Dat is het grote Offer. Dat zal deze avond ongetwijfeld nog vaker naar voren komen, want als je het over het offer hebt in deze hoofdstukken, word je telkens weer in die betekenis bevestigd.⟨/p> ⟨p>Laten we het laatste vers dat we hebben gezien nog even lezen. Het gaat over de tegenstelling met de oude offers en vooral het offer van de rode vaars. Trouwens, ik heb mij voorgenomen om aanstaande zondag in Zoetermeer over Numeri 19 te spreken, over de rode vaars. Ik had de vorige keer al aangegeven dat ik daar graag eens uitgebreider over wilde spreken. Dat is een prachtig onderwerp, maar dat ga ik nu dus niet nog eens doen. Ik ga ook geen aanloopje nemen naar aanstaande zondag, maar wel even dit vers lezen: "Hoeveel te meer zal het bloed van Christus" – de Messias, Degene die opgestaan is uit de doden – "die door de eeuwige" – de aeonische – "Geest" – geest heeft immers ook weer met leven te maken – "Zichzelf als een smetteloos offer" – dat heeft ook te maken met leven – "aan God gebracht heeft, ons bewustzijn reinigen van dode werken."⟨/p> ⟨p>Hij reinigt van dode werken, wat betekent dat dit Offer spreekt van leven, om de levende God te dienen. Als je de zinsdelen van zo'n vers langsloopt, zie je inderdaad telkens weer die verwijzing naar de opstanding en naar het leven. Dat bewustzijn van leven reinigt van dode werken.⟨/p> ⟨p>Overigens spreekt 'dode werken' niet over boze werken; daarover lezen we elders, maar daar gaat het hier niet over. Dode werken zijn al die rituelen onder het oude verbond die in zichzelf geen nut hadden. Dat waren werken die in zichzelf dood waren. De hele offerdienst werd gekenmerkt door het doden van dieren en het laten vloeien van bloed. Het was in alle opzichten een bezigheid die te maken had met de dood. Maar het wonderlijke is dat dit alles een schaduw is. De schaduw mag dan in zichzelf donker zijn, zij laat wel de contouren zien van het licht: het leven. Schaduw is dood, licht is leven.⟨/p> ⟨p>Ons bewustzijn – hier specifiek gezegd tegen de Hebreeën die vertrouwd waren met de tempel en de offerdienst – is gereinigd van dode werken. Het is niet meer doods. Wij dienen de levende God en alles wat wij kennen, wordt gekenmerkt door Leven. Leven met hoofdletters! Het wordt gekenmerkt door het feit dat het de dood achter zich heeft gelaten. Wij dienen de levende God, ons bewustzijn is gereinigd van dode werken; wij léven. Wij hebben leven ontvangen, weliswaar nog in een sterfelijk lichaam, maar wij leven. Dat is ons bewustzijn; er staat trouwens eigenlijk het woord 'geweten'. Ik heb daar de vorige keer ook al het een en ander over verteld. Dat was ongeveer het laatste waar we het de vorige keer over hebben gehad.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-2" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="486" title="Speel af vanaf 08:06">▶ 08:06⟨/button> ⟨span>De Middelaar van het Nieuwe Verbond en de Toewijzing van Ons Lotsdeel⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>We kunnen nu de draad oppakken bij vers 15. Daar staat: "En daarom is Hij de middelaar van een nieuw verbond." Dat "daarom" slaat op het feit dat Hij nu daar in het hemels heiligdom is. Hij is de middelaar van een nieuw verbond; dat zagen we trouwens al eerder in hoofdstuk 8 vers 6. Laat ik dat vers nog even voorlezen, want wat zagen we daar, een hoofdstuk eerder? "Nu echter heeft Hij" – dan gaat het over de Hogepriester – "een zoveel verhevener dienst verkregen", letterlijk en figuurlijk, dat wil zeggen op een veel hoger niveau, "als Hij de middelaar is van een beter verbond, waarvan de rechtskracht ook berust op betere beloften."⟨/p> ⟨p>Hoezo betere beloften? Wel, het zijn betere beloften omdat ze onvoorwaardelijk zijn. De beloften onder het oude verbond waren voorwaardelijk gekoppeld aan wat een mens moest doen. Het nieuwe verbond berust op betere beloften, omdat die beloften allemaal verankerd zijn in wat God zegt te zullen doen. Dat is veel beter, want dat kan namelijk nooit stuk gaan. Zodra de vervulling van een belofte afhankelijk gemaakt wordt van wat een mens wel of niet moet doen, dan weet je het wel. We zullen dat straks ook nog wel zien.⟨/p> ⟨p>Goed, Hij is dus de middelaar van een nieuw verbond. Een verbond dat ook niet tenietgedaan zal kunnen worden; het is een blijvend verbond. In Hebreeën 13 wordt het een eeuwig, een aionisch verbond genoemd. Het trotseert de aionen. Hij is de middelaar van een nieuw verbond, opdat nu Hij de dood had ondergaan – u ziet, daar staat eigenlijk "doodwordend" of, iets idiomatischer weergegeven, "doodgaande". Opdat Hij, doodgaande om te bevrijden, dat wil zeggen tot in verlossing, de belofte zou vervullen. Dit woord wat hier wordt weergegeven met bevrijden is in het Grieks ⟨em>apolutrosis⟨/em>. Dat ⟨em>lutrozen⟨/em> heeft te maken met een prijs, met het vrijkopen. "Verlossing" geeft dat woord prima weer, maar "vrijkoping" eigenlijk nog beter, omdat wij bij verlossing niet altijd meer denken aan het feit dat iets losgekocht wordt. Maar dat is wat verlossing wel echt is: in verlossen zit het woordje "lossen", en dat betekent losmaken, maar ook loskopen.⟨/p> ⟨p>We zien dat ook in de hele wetgeving met betrekking tot de losser. Dat was iemand, bijvoorbeeld een goel zoals Boas, die loskocht. Hij betaalde een prijs zodat hij een eigendom of iemand kon vrijkopen. Dat is een heel verhaal apart, maar het gaat erom dat dit woord in dat verbond wordt gebruikt: een losprijs. Het is dus tot verlossing van de overtredingen onder het eerste verbond. Hij is de middelaar van het nieuwe verbond en waar bevrijdt Hij van, waar verlost Hij van? Wel, van alles van het oude verbond, inclusief de overtredingen. Alles. Het nieuwe verbond maakt immers plaats voor het oude. Dat betekent dat het oude verbond voorbij is en alles wat aan dat oude verbond kleefde en wat daar onlosmakelijk aan verbonden was – die overtredingen en alle onvolmaaktheden – daar zijn de Hebreeën van verlost. Ik neem er een beetje afstand van, want wij stonden nooit onder het oude verbond. In de directe zin gaat dat ons dus niet aan, maar u begrijpt dat wat hier gezegd wordt direct te maken heeft met de Hebreeën en indirect uiteraard ook met ons. Want die verlossing die voor hen is, die geldt ook voor ons vandaag. Om dat aan te tonen zou ik echter naar de brieven van de apostel Paulus moeten gaan, die dat in zijn andere brieven naar voren brengt.⟨/p> ⟨p>Tot verlossing van de overtredingen onder het eerste verbond, opdat de geroepenen de belofte van het eeuwige lotsdeel ontvangen zouden. Het eeuwige lotsdeel. Ik wil er in dit verband toch even een streep onder zetten, want we komen in het volgende vers op een andere kwestie, namelijk die van het testament. Dat woord "erfenis" zal best nog wel eens vaker in de studie van de Hebreeënbrief naar voren gebracht zijn, maar dat is niet correct. Het is niet een erfenis, het is een lotsdeel. Letterlijk een deel dat je door loting wordt toegewezen. Dat kan letterlijk zijn; bijvoorbeeld het land Israël werd aan het volk, aan de stammen en aan de onderlinge geslachten en families toegekend door middel van loting. Er werd het lot over geworpen en dan kreeg die familie dit deel en die familie dat deel. Maar een lotsdeel kan ook in meer figuurlijke zin een toewijzing zijn, zoals wij trouwens ook spreken over "het lot". Als ik bijvoorbeeld zeg: "Het is ons aller lot om te sterven", dan denken we niet zozeer aan het feit dat er letterlijk een lot over geworpen is, maar het is ons lot. Het komt ons toe zonder dat we daar enig aandeel in hebben. Want dat is wel essentieel bij een loting: het punt is dat de mens daar verder helemaal niets over te zeggen heeft. Je hebt daar geen inbreng in, anders is het een valse loting natuurlijk. Dat is het hele idee bij een loting: je hebt daar niets over te zeggen, je krijgt het gewoon van Godswege.⟨/p> ⟨p>In het boek Spreuken staan hele mooie uitspraken over loting. Daar wordt gezegd dat elke beslissing ervan van de HEERE is. Dat is niet van een mens. Loting was in Bijbelse tijden – trouwens niet alleen in Bijbelse tijden – een hele gewijde bezigheid. Een mens onttrok zich aan een uitspraak of een beslissing en wierp het lot. Met andere woorden: je gaf het over aan God en zei: "U bepaalt het". Wij onttrekken ons aan een oordeel of aan een uitspraak; het is aan U. Als een mens het niet weet, laat je het over aan God. Elke beslissing, zo staat in Spreuken, is van de HEERE. Dat is logisch, want het is niet aan de mens.⟨/p> ⟨p>Waarom zeg ik dat nu even? Wel, er wordt hier gesproken over een lotsdeel. Als u dus in de Bijbel leest over een erfenis, dan staat er eigenlijk "lotsdeel". Een erfgenaam is eigenlijk ook geen erfgenaam, maar een lotshebber. Ik zal u een voorbeeld geven: de verloren zoon zegt ook: "Geef mij mijn lotsdeel". Normaal gesproken zou hij dat krijgen bij het overlijden van zijn vader, maar hij zegt: "Geef mij het deel dat mij toekomt." Dat is het idee. In verband met dat nieuwe verbond is er sprake van een aionisch lotsdeel. Dat wil zeggen dat ook Israël straks een geweldig deel krijgt in het beloofde land en in het Koninkrijk. Alle geroepenen, degenen die daartoe bestemd zijn en voor wie het "het lot" is om het zo te zeggen, zullen in die belofte delen. En nu ik dat gezegd heb over dat lotsdeel, kunnen we verder gaan.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-3" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1025" title="Speel af vanaf 17:05">▶ 17:05⟨/button> ⟨span>Een Vertaalfout en een Harde Noot: Testament in Plaats van Verbond⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Gaan we naar dat zestiende vers en daar moet eens even een wat hardere noot gekraakt worden, want dan zullen we zien dat de vertaling niet correct is. Wij allemaal zijn als christenen vertrouwd met het woordje testament. Trouwens, iedereen kent het woord testament, maar als christenen hebben we het over de Bijbel en dan spreken we over het Oude en het Nieuwe Testament. Hoe komen we nou aan dat woord testament? Dat is voor een belangrijk deel gebaseerd op dit vers en het volgende vers: Hebreeën 9 vers 16 en 17.⟨/p> ⟨p>Maar ik zal u er meteen bij zeggen: het is een groot misverstand. En ik denk dat het ook heel gemakkelijk aantoonbaar is. Ik herinner me een Joodse geleerde – de man leeft inmiddels al niet meer, maar hij heette Pinchas Lapide. Ik heb heel wat boeken van hem in de kast staan; geweldige dingen heeft hij over de Bijbel naar voren gebracht. Hij zei wat spottend: "Ik geloof niet in testamenten, Oud Testament, Nieuw Testament, want onze God sterft niet." Eigenlijk vind ik dat nog de meest simpele reactie en het meest duidelijke antwoord op die hele kwestie van de testamenten. Dat is ook zo: God sterft niet. Hoezo moet God een testament beschikken? Hoezo?⟨/p> ⟨p>Laat ik dan eventjes wat dingen op een rijtje zetten. Want hoe zit het nu? Hier staat: "Waar een testament is..." Het woord wat hier staat – u ziet het al – dat is fout, want het is gewoon het woord verbond. We zagen trouwens in het voorgaande vers staan dat Hij de middelaar is van een nieuw verbond. Daar staat exact hetzelfde woord als wat hier in het volgende vers, vers 16 dus, wordt vertaald met testament. Dat is vreemd, want een verbond en een testament zijn toch echt twee behoorlijk verschillende dingen. Een verbond is een contract, een afspraak die gemaakt wordt of eventueel op schrift gesteld wordt.⟨/p> ⟨p>Ik zat er namelijk aan te denken: een verbond gaat tussen twee partijen; twee partijen sluiten een verbond. Bij een testament is er in feite maar sprake van één iemand die een testament opstelt, en dat wat daarin wordt vastgelegd, komt pas toe nadat iemand is gestorven. Dat is wat een testament is: een eenzijdige wilsbeschikking. Een verbond daarentegen is een tweezijdige afspraak, een contract. Dat is een enorm groot verschil.⟨/p> ⟨p>Waarom dan hier testament? Ik zei al: in het voorgaande vers wordt het vertaald met verbond. Maar niet alleen in het voorgaande vers, want al zeven keer eerder in deze brief was het woord verbond gebruikt – dit bewuste Griekse woord. En trouwens, elders in het Nieuwe Testament komt het ook voor en wordt het consequent weergegeven met verbond. Nu moet ik er wel eerlijkheidshalver bij zeggen: in de NBG-vertaling. Want in de Statenvertaling wordt veel vaker van testament gesproken, maar ook die doen dat niet consequent. En met 'niet consequent' bedoel ik dus wat ik vaker wel eens noem: discordant. Dat is niet één-op-één. De ene keer vertaalt men het met een verbond en de andere keer met een testament. Maar dat zijn twee verschillende dingen.⟨/p> ⟨p>In het voorgaande vers ging het over een nieuw verbond en het zestiende vers borduurt daarop voort. Dat blijkt alleen al uit dat eerste, redengevende voegwoord: "Want...". Want – en waarom dan hier een testament? Laat ik het anders vragen: kan dat woord testament hier op zich in dit vers? Dan zeg je: jazeker, dat kan heel goed. Lees maar even met me mee, want om te beginnen wil ik echt wel de credits geven aan de vertalers. Dat zijn natuurlijk geen domme jongens geweest. Hoe kwam men op de gedachte? Nou, lees gewoon met me mee: "Want waar een testament is, moet noodzakelijk van de dood van de erflater melding gemaakt worden. Een testament toch wordt alleen van kracht indien er iemand gestorven is, daar het nog geen gevolg heeft zolang de erflater leeft."⟨/p> ⟨p>Is dat een goede Nederlandse zin of niet? Het geeft perfect betekenis. Waarom is het dan niet waar en waarom klopt het dan toch niet? Omdat er geen sprake is van een testament maar van een verbond. Het loutere feit dat hier de lezing 'testament' wel klopt, is geen argument en ook geen reden om hier 'testament' weer te geven. Waarom niet? Omdat als je gewoon consequent vasthoudt aan de weergave 'verbond', dit ook een perfecte zin blijkt te zijn. Dus het loutere feit dat het woordje testament in deze twee verzen inderdaad een redelijk goede zin geeft, is waar, maar het is geen argument. Want de consequente weergave zou 'verbond' zijn en dat geeft eveneens een perfecte zin.⟨/p> ⟨p>Dat zal ik u laten zien: "Waar het verbond is..." Laten we gewoon zinsdeel voor zinsdeel even doorgaan. "Waar een verbond is" – want dat is het woord wat er altijd staat, dus daar houden we gewoon aan vast – "moet noodzakelijk van de dood van de erflater melding gemaakt worden." Ja, en nou moet ik er weer iets bij zeggen, want dat is de volgende taalkundige kwestie.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-4" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1423" title="Speel af vanaf 23:43">▶ 23:43⟨/button> ⟨span>De Erflater of het Bloedige Verbondsslachtoffer?⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En dat is dat men hier heeft vertaald met 'erflater'. Als u een Statenvertaling hebt, dan staat hier... Ja, de verbondmaker is volkomen correct. Maar er staat in de Statenvertaling een 'testamentmaker'. Ja, natuurlijk, een testamentmaker. Ik heb het veranderd. Dat is heel correct gedaan. De Statenvertaling heeft het wat letterlijk weergegeven; uitgaande van het woordje testament hebben ze hier vertaald met 'testamentmaker'. De NBG is nog wat verder van huis gegaan en heeft, uitgaande van de gedachte van een testament, de testamentmaker wat moderner weergegeven met een 'erflater'. Dat klopt op zich wel, want een erflater is inderdaad iemand die een erfenis achterlaat. Maar ziet u hoe je, eenmaal op een verkeerd spoor, steeds verder van de betekenis afkomt? Want er is geen sprake van een testamentmaker, maar van een verbondmaker.⟨/p> ⟨p>Ik bied bij voorbaat mijn excuses aan dat ik nu misschien wat diep in de grammatica en taalkundige kwesties ga, maar ik ontkom er niet aan als ik deze verzen bespreek. In het Grieks staat dit namelijk in de Medialis. De Medialis wil zeggen dat 'verbond maken' het midden houdt tussen een actieve en een passieve betekenis. Dat betekent dat de verbondmaker zelf het verbond maakt, maar daarin ook passief is. Als u een Concordant Version hebt, dan leest u 'the covenant victim', dus het verbondsslachtoffer. En dat is inderdaad de betekenis. Want waar een verbond is, daar moet noodzakelijk van de dood van een verbondmaker melding gemaakt worden.⟨/p> ⟨p>Leest u gewoon even met me mee, want er staat: "Een verbond toch wordt alleen van kracht indien er iemand gestorven is, daar het nog geen gevolg heeft zolang de verbondmaker leeft." Wat hier staat is dat een verbond alleen maar gemaakt kan worden wanneer er ook sprake is van het sterven van iemand; een verbondmaker waarin het verbond gemaakt wordt, bekrachtigd wordt, 'body' krijgt of ingewijd wordt, of hoe je het ook maar zeggen wilt.⟨/p> ⟨p>Ga het maar na in de Bijbel. Dat zie je al als God het verbond sluit met Noach in de dagen na de zondvloed. Dan lees je dat Noach een altaar bouwt voor de HEERE en dat hij daar slachtoffers op offerde. Bij dat altaar lees je dat God een verbond sluit met Noach en zijn nageslacht, zeg maar met de hele aarde, en als teken geeft Hij de regenboog in de wolken. Dat verbond van Noach vond plaats bij een altaar, bij de dood van een dier.⟨/p> ⟨p>Later lees je, pakweg vier- of vijfhonderd jaar later in de dagen van Abraham, dat God een verbond sluit met Abraham. Daar lees je ook weer dat er dieren geslacht worden op een hele merkwaardige manier. Kent u die geschiedenis, dat die verbondsdieren uit elkaar gesneden worden en dat dan de HEERE Zelf erdoorheen gaat? Ja, het is een hele wonderlijke maar ook prachtige geschiedenis, maar daar ga ik nu aan voorbij. Het gaat mij nu alleen om het gegeven dat daar sprake is van een dier dat geslacht wordt, waarin het verbond gemaakt wordt. Die verbondmaker is niet de verbondspartner; de HEERE hoeft niet eerst te sterven. Nee, de verbondmaker is dat dier waarin dat verbond bekrachtigd wordt, en dat dier moet sterven. Dat is de inwijding en de bekrachtiging van dat verbond.⟨/p> ⟨p>Later lees je het nogmaals, en daar komen we nu op uit. Want als God later met Israël een verbond sluit bij de berg Sinaï, vindt exact hetzelfde plaats. Daarover heeft de schrijver van de Hebreeënbrief het. Niet over een testament of een erflater, hij heeft het over een verbond en over een verbondmaker waarin het verbond gemaakt wordt, namelijk in dat dier dat geslacht wordt.⟨/p> ⟨p>Dat dit inderdaad de gedachte is, blijkt zonder meer niet alleen uit de hele context van wat eraan voorafgegaan is, maar ook uit wat erop volgt. Want leest u maar eens met me mee in vers 18 van Hebreeën 9. Daar staat: "Daarom is ook het eerste verbond niet zonder bloed ingewijd." Nu weet u meteen twee dingen. Ten eerste: de voorgaande verzen gingen dus niet over een testament, maar over een verbond. Want waarom hebben ze het hier ineens weer over 'verbond' vertaald in plaats van 'testament'? In al deze verzen wordt telkens gesproken over één en hetzelfde Griekse woord. In het eerste geval vertaalt men het met verbond, dan met testament, dan weer met testament en vervolgens weer met verbond. Dat is pure inconsequentie. Houd vast aan die ene betekenis, namelijk dat het gaat over het verbond. Die betekenis is gewoon glashelder.⟨/p> ⟨p>Dat het daar inderdaad over gaat, blijkt uit dit vers: "Daarom is ook het eerste verbond niet zonder bloed ingewijd." En dat wilde ik ook nog zeggen: het gaat hier dus inderdaad over een verbond, maar bovendien blijkt eruit dat het gaat over een slachtoffer waarin dat verbond bekrachtigd wordt. Dat is die verbondmaker. Denk bij de verbondmaker dus niet aan een van de partners in dat verbond, maar aan dat offer waarin het verbond bezegeld wordt. Dat is de verbondmaker. 'Erflater' is een betekenis die door redenering in de tekst terechtgekomen is, maar het heeft met vertalen eigenlijk niets te maken. Elk verbond in de Bijbel wordt met bloed ingewijd. Als er geen sprake is van bloedstorting, dan is het verbond niet van kracht. De schrijver gaat nu verder met deze gedachtegang.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-5" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1868" title="Speel af vanaf 31:08">▶ 31:08⟨/button> ⟨span>De Inwijding van het Oude Verbond bij de Sinaï⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Want nadat door Mozes elk gebod volgens de wet aan al het volk was meegedeeld — en dat lees je in Exodus 24 vers 3 — nam hij het bloed van de kalveren en van de bokken. Die laatste woorden staan tussen haakjes; het is nog maar de vraag of dat echt in het origineel staat, maar dat laten we even voor wat het is. Hij had de woorden van God op de berg Sinaï vernomen en deze vervolgens aan het volk meegedeeld. Dan lees je: hij nam het bloed van de kalveren (en eventueel van de bokken) met water, scharlaken wol en hysop. Dat is trouwens opmerkelijk, want de schrijver verwijst hier niet direct naar Exodus 24. Daar staat dat niet direct zo vermeld. Elders lezen we dat echter wel, in Leviticus 14 en Numeri 19. Dat is het gedeelte over de rode vaars; daar wordt wel gesproken over bloed, water, scharlaken wol en hysop. Als u daar meer over wilt weten, dan moet u zondag naar Sluis Zoetermeer komen, want dan gaat het inderdaad over al deze begrippen.⟨/p> ⟨p>Waar het nu om gaat, is dit: hij had alles meegedeeld, nam het bloed van de kalveren en de bokken met water, scharlaken wol en hysop, en besprengde het boek zelf — namelijk het boek waarin het verbond was bezegeld en beschreven, zeg maar de akten — en al het volk. Hij besprengde dat met de woorden: "Dit is het bloed van het verbond dat God u heeft voorgeschreven." Dat vind je in Exodus 24 vers 8. Waarom brengt de schrijver van de Hebreeënbrief dit zo naar voren? Wel, om daarmee zijn punt te maken dat een verbond wordt ingewijd door bloed. Dat is zijn punt.⟨/p> ⟨p>Ik zal u even meenemen naar dat gedeelte in Exodus 24 om het goed helder voor de geest te halen. In Exodus 19 lees je dat de Heer neerdaalt op de berg en dan volgt in Exodus 20 het bekende hoofdstuk waarin we de 'tien woorden', de zogenaamde tien geboden, aantreffen. In de hoofdstukken Exodus 21, 22 en 23 worden al die woorden die God tegen Mozes gesproken had, door Mozes vervolgens weer uitgesproken tot het hele volk. In Exodus 24 wordt dat verbond vervolgens bekrachtigd met het bloed. Daar lees je in vers 7: hij, Mozes, nam het boek van het verbond en las het voor de oren van het volk. En zij zeiden — let op, het is voor de derde keer dat het volk dit doet; ik heb de twee keren dat het eerder gebeurde, in hoofdstuk 19 en eerder in dit hoofdstuk 24, al vermeld — drie keer heeft het volk unaniem en plechtig beloofd: "Alles wat de HERE gesproken heeft, zullen wij doen, en daarnaar zullen wij horen."⟨/p> ⟨p>Ik heb al een paar avonden eerder op deze woorden gewezen, omdat het zo essentieel en karakteristiek is voor het oude verbond. Dit was hoogmoed. Dit is niet steunen op wat God belooft, maar steunen op eigen inzicht. Zij beloofden notabene plechtig, unaniem als volk naar God toe, wat we een gelofte noemen. Een gelofte is een belofte doen aan God, en aan een gelofte houdt God je. Dit is totaal anders dan het verbond met Abraham, want daarvan lees je dat God alleen maar beloofde, zonder enige voorwaarde. Net als bij het nieuwe verbond geldt er geen voorwaarde; God belooft alleen maar. Maar dat oude verbond wordt ingewijd door de gelofte van het volk: "Wij zullen alles doen wat u gesproken hebt." En hoeveel hoofdstukken later lees je de geschiedenis van het gouden kalf? Dat is slechts een paar hoofdstukken verder. Het ontbrak hen aan zelfkennis, aan eerlijkheid en aan nederigheid om dat te herkennen.⟨/p> ⟨p>Maar in ieder geval is dat wat zij uitgesproken hebben: "Dat alles zullen wij doen." Dan weet je ook meteen waarom dat oude verbond absoluut niet stand kon houden en waarom de stenen tafelen, het embleem van het oude verbond, eigenlijk bij de eerste de beste gelegenheid meteen in diggelen vielen. Waarom citeer ik dit nu? Wel, omdat in Exodus 24 vers 8 staat: "Toen nam Mozes het bloed en sprengde het op het volk en hij zeide: Zie, het bloed van het verbond dat de HERE met u sluit op grond van al deze woorden." Dat is waar de schrijver van de Hebreeënbrief in 9 vers 20 naar verwijst. Wanneer hij dit zegt, citeert hij Exodus 24 vers 8, en die context is heel veelzeggend.⟨/p> ⟨p>Vervolgens gaat de schrijver verder in vers 21: "En ook de tabernakel en al het gereedschap voor de eredienst besprengde hij evenzo met bloed." Die tabernakel werd pas later gebouwd — in Exodus 25 lees je daarover — maar ook de tabernakel en al het gereedschap voor de eredienst besprengde hij met bloed. Ik wil niet al te diep op dit soort details ingaan, maar ik kan u vertellen dat u inderdaad leest dat ter gelegenheid van de Grote Verzoendag, Yom Kippur, waarover u leest in Leviticus 16, door Mozes' woord de hogepriester inderdaad de tabernakel, het gereedschap en alle attributen die verband hielden met de dienst besprengde met bloed. Dat staat er allemaal. De schrijver verwijst daarnaar: het ging allemaal met bloed. Zo werd het oude verbond ingewijd en daardoor gekenmerkt. Alles, al het gereedschap en de personages die een dienst vervulden, werden besprengd met bloed. Het bloed speelde zo'n enorme rol.⟨/p> ⟨p>Dan staat er in vers 22: "En nagenoeg alles wordt volgens de wet met bloed gereinigd." Er staat "nagenoeg alles", want er zijn inderdaad uitzonderingen. Denk bijvoorbeeld aan de lichamelijke verontreinigingen waarover je leest in Leviticus 15. In zulke gevallen vond er geen bloedstorting plaats, vandaar dat de schrijver een slag om de arm houdt. Er zijn uitzonderingen, maar nagenoeg alles wordt volgens de wet met bloed gereinigd. Het is niet moeilijk om dat bevestigd te vinden; dat is gewoon zo. En dan staat er nog bij: "En zonder bloedstorting geschiedt er geen vergeving."⟨/p> ⟨p>Die woorden kent u ongetwijfeld: zonder bloedstorting geschiedt er geen vergeving. Ik moet daar nog even dit over zeggen voordat ik er dieper op inga: het woord 'bloedstorting' komt hier maar één keer voor in het Nieuwe Testament. Letterlijk betekent het, als je het in zijn elementen ontleedt: 'bloed uitgieten'. In de Septuaginta is dit het specifieke woord dat gebruikt wordt als iets begoten of besprengd werd met bloed. Het gaat dus niet over de slachting zelf, maar over het moment dat het bloed werd opgevangen en vervolgens werd uitgegoten op de diverse zaken, personen of de tabernakel. Dat is dus die bloedstorting; eigenlijk de bloeduitgieting. En zonder bloeduitgieting geschiedt er geen vergeving.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-6" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2468" title="Speel af vanaf 41:08">▶ 41:08⟨/button> ⟨span>Afrekening met de Dogmatiek en Theologische Karikatuur Rondom Bloedstorting⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Hier is nogal wat om te doen geweest. Over dit begrip, als je een klein beetje op de hoogte bent van de theologie, vooral de christelijke theologie, dan is dit vers bij uitstek altijd het bewijsvers geweest waarop men een hele dogmatiek heeft gebaseerd. Die dogmatiek kwam hierop neer – en dat is echt een afschuwelijke leer als je er goed over nadenkt – namelijk: God kan alleen maar vergeven als Hij eerst bloed ziet. Het is feitelijk een heel bloeddorstig idee. God kan vergeven, maar dan moet Hij eerst iemand zien sterven, anders kan Hij niet vergeven.⟨/p> ⟨p>Je hebt grote namen; misschien zegt de naam Anselmus u iets. Hij leefde ergens in de middeleeuwen, in de twaalfde eeuw geloof ik. Hij was een groot theoloog en hij heeft de hele verzoeningstheologie gecentreerd op dat gegeven: God moest genoegdoening ontvangen. God was gekrenkt en Hij moest genoegdoening krijgen; Hij moest eerst iets zien alvorens Hij kon gaan vergeven. Als kapstok is daarvoor altijd Hebreeën 9 vers 22 gebruikt: God kan alleen maar vergeven als Hij eerst bloed ziet.⟨/p> ⟨p>Dat is een vreselijke karikatuur, die natuurlijk wel een element van Bijbelse waarheid heeft. Het is niet uit de lucht gegrepen, maar in zijn totaliteit is het echt een karikatuur. Waarom? Nou, dat lijkt me duidelijk. Die bloedstorting, of het feit dat God vergeeft, is niet omdat Hij eerst bloed ziet. Het hele idee – want daar heeft het ook nog mee te maken – is dat Jezus moest sterven en dat God door het sterven van Jezus Zijn toorn uitstortte op Zijn Zoon en dat Hij daarmee Zijn toorn bevredigde. Sorry, dat zijn echt de aannames, de theologieën en de dogmatiek die men eraan gekoppeld heeft. God zou Zijn toorn hebben uitgestort op Zijn Zoon en zo heeft Hij Zijn woede bekoeld. Dit zijn termen die zelfs Calvijn heeft gebruikt. Zo zou Hij bevredigd zijn en in Zijn recht gezet. Nu Hij Zijn toorn helemaal botgevierd heeft op Zijn Zoon, is daarmee het kruis van Golgotha – dat is wat men ervan zegt... Ik heb vaak ook die beeldspraak gelezen dat men zegt: "Ja, het kruis van Golgotha is een bliksemafleider." God heeft Zijn toorn daar op Zijn Zoon uitgezonden en zo komt de mensheid, die het had moeten treffen, vrijuit. Dat is de voorstelling die men heeft van Golgotha. Nu Hij Zijn toorn heeft uitgegooid over Zijn Zoon, kan Hij de mens vergeven.⟨/p> ⟨p>Is dat vergeving? Vergeven betekent dat je iemand iets niet toerekent. Maar heeft God daarmee... Stel je voor, laten we even meegaan in die gedachte dat het zo zou zijn. God rekent de wereld van alles toe en een ander betaalt als het ware de prijs daarvoor aan God. Is dat vergeving? Dat is helemaal geen vergeving, want God heeft wel degelijk de prijs gevraagd, alleen een ander heeft de prijs betaald. Kijk, stel u voor: u bent mij iets schuldig en een ander betaalt voor u. Heb ik u dan vergeven? Nee, ik heb dan gewoon mijn geld gekregen, dus er hoeft dan helemaal niets vergeven te worden. Dat is het hele idee. In feite is die dogmatiek die men eraan gekoppeld heeft de ontkenning van genade. Want God bewijst helemaal geen genade, maar God heeft Zijn toorn botgevierd en daarmee zou Hij zijn bevredigd. Terwijl ik erover spreek, krijg ik alleen maar meer kriebels over dit idee. Het is zo'n afschuwelijke karikatuur.⟨/p> ⟨p>Kijk, wat Golgotha was, dat was niet de toorn van God die daar over Zijn Zoon ging. Leest u ergens in de Bijbel dat Gods toorn over de Zoon kwam op Golgotha? Ik heb het in de Bijbel nog nooit gelezen. Wat er op Golgotha gebeurde, was niet een God die recht deed aan Zijn Zoon, maar wat er gebeurde op Golgotha was een wereld die onrecht deed aan Gods Zoon. Namelijk: het beste wat God had, hebben zij aan het kruis genageld. Dat is Golgotha. Niet een God die Zijn rechten haalt, maar een wereld die het grootste onrecht begaat. En God liet het gebeuren. God heeft niet ingegrepen. God kreeg daar niet betaald, Hij betaalde zelf de prijs, namelijk door Zijn Zoon daar te geven en dat allemaal te laten overkomen.⟨/p> ⟨p>Met het oog waarop dan? Om diezelfde wereld die dat onrecht aan Zijn Zoon aandeed, het leven te geven. Namelijk het leven dat drie dagen later aan het licht kwam. Dus de wereld doodde de Zoon van God, het grootste onrecht wat er ooit in de hele wereldgeschiedenis heeft plaatsgevonden. En waarom liet God dat zo gebeuren? Om diezelfde wereld door die Zoon die zij hebben gekruizigd het leven te geven, zodat God leven geeft aan de moordenaars van Zijn Zoon. Als ik het zo zeg, moet ik meteen ook denken aan de prachtige Bijbelse geschiedenis van Jozef. Wat lees je van Jozef? Wat deden de broers met hem? Zij wilden hem vermoorden, maar juist doordat zij hem in de put hebben geworpen en dachten dat hij dood was, juist door die daad hebben ze het leven gekregen. Want jaren later, toen ze in hongersnood kwamen, gaf Jozef hun het leven. Juist doordat zij hem dat onrecht hebben aangedaan, ontvingen zij het leven. Wel, dat is precies wat ook het kruis van Golgotha uitbeeldt. De wereld vermoordt Gods Zoon, maar juist daardoor ontvangen zij het leven.⟨/p> ⟨p>Kijk, en zo bewerkt God verzoening. Zo maakt God ook duidelijk dat Hij van deze wereld houdt. Lees nu met deze ogen ook dit vers: "zonder bloedstorting geschiedt er geen vergeving". Ik kom straks nog even terug op het woord vergeving, dat doe ik na de pauze, maar even dit. Dat betekent niet dat God niet kan vergeven als Hij niet eerst bloed ziet. Nee, het idee is precies tegenovergesteld: bloedstorting is het bewijs van Zijn vergeving. Hij liet Zijn Zoon sterven en daarmee bewijst Hij een vergevend God te zijn. Het is dus precies omgekeerd van wat men ervan maakt. Namelijk dat Hij eerst bloed zou moeten zien waardoor Hij bevredigd wordt en daardoor kan vergeven – wat niet eens echt vergeving is. Nee, het is omgekeerd. God liet Zijn Zoon sterven en Hij liet dat onschuldige bloed vergieten. Juist doordat God dat liet gebeuren, daarmee bewees Hij te vergeven. En zoveel meer. Op dat woord vergeving is nog wel wat aan te merken, maar ik stel voor dat we dat inderdaad even parkeren tot na de pauze. Dan gaan we nu eerst even een kopje koffie drinken.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-7" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3001" title="Speel af vanaf 50:01">▶ 50:01⟨/button> ⟨span>Vergeving als Loslating (aphesis) en Christus in het Ware, Hemelse Heiligdom⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Goed mensen, dan zullen we na deze koffiepauze de studie weer hervatten. Het was een heftig en vooral zwaar item dat ik met name in het slot van de vorige Bijbelstudie besprak over dat gegeven aan het einde van vers 22: 'Zonder bloedstorting geschiedt er geen vergeving.' Ik noemde dat omdat er een zware dogmatiek aan opgehangen is, die aan de kruisdood een betekenis toekent die haaks staat op wat de Schrift daarover zegt. In plaats van te laten zien dat God deze wereld liefheeft en dat Hij zelfs Zijn Zoon liet vermoorden, heeft men van het kruis een bliksemafleider gemaakt – dat is het woord dat ik zocht – waarop God Zijn toorn heeft botgevierd. Dat is een afschuwelijke karikatuur en dat is dus allemaal opgehangen aan dat 22e vers. Daarom moest ik het er toch even bij vermelden, omdat dit vers in de loop van de eeuwen altijd gekoppeld is aan die gedachtegang.⟨/p> ⟨p>Ik wil daar nu niet veel meer over uitweiden. We hebben ooit eens een studiedag, volgens mij zelfs twee studiedagen, aan dit item en alles wat hiermee verbonden is besteed. Dat is alweer heel wat jaren geleden en in mijn beleving ligt het ook alweer ver achter me. Maar het valt me op als ik in gesprek ben – en wellicht herkent u dat – met mensen die spreken over de Bijbelse boodschap en de betekenis van Golgotha, dat je altijd weer die gedachte terugvindt van: 'Ja, maar Jezus moest sterven omdat Gods toorn bevredigd moest worden, want anders kon God niet vergeven.' Dat staat zo mijlenver af van de Bijbelse boodschap.⟨/p> ⟨p>Dan nog even één ding over dat woord 'vergeven'. Het eigenaardige is dat er in dit verband gesproken wordt over reiniging. Letterlijk is vergeving 'loslating'. Ik ben eigenlijk niet zo blij met het woord vergeving, omdat het woord letterlijk, ook als je het in zijn elementen ontleedt, betekent: aflaten of loslaten. De eerste keer dat dit specifieke Griekse woord, ⟨em>aphesis⟨/em>, in het Nieuwe Testament voorkomt, gaat het over gevangenen aan wie loslating gepredikt wordt. Dat is dit woord: gevangenen aan wie loslating gepredikt wordt. Dus dan is het heel letterlijk loslaten. Trouwens, reinigen heeft daar ook mee te maken, namelijk dat de dingen loslaten; als je iets schoonmaakt, dan laat het vuil los. Dat zit daar ook nog in. Hier wordt het in elk geval als synoniem gebruikt voor reiniging, want nagenoeg alles wordt volgens de wet met bloed gereinigd en zonder bloedsuitgieting geschiedt er geen loslating. Ik geef toe dat je dan misschien een wat merkwaardige gedachte krijgt, maar dat is wat er wel staat. Het idee is dat die reiniging of loslating plaatsvindt door Hem die geslacht werd. Dat is de kern. Buiten Hem bestaat er geen reiniging, loslating of, laat ik het anders zeggen, bevrijding. Want loslating is feitelijk niets anders dan bevrijding, toch? Als je losgelaten wordt, dan ben je bevrijd. Welnu, dat alles is gelegen in Hem die geslacht werd en die nu de Levensvorst is.⟨/p> ⟨p>Ik denk dat we dat niet genoeg kunnen benadrukken, juist omdat dat ook het contrast is tussen het oude verbond en het nieuwe verbond. Het oude verbond is schaduw, het nieuwe verbond is licht. Het oude verbond gaat over de dood, het nieuwe verbond gaat over leven dat de dood achter zich heeft. De dood speelt daar wel een rol in – natuurlijk moest Hij sterven om dat leven aan het licht te brengen – maar het gaat om dat leven van dat geopende graf en de weggerolde steen.⟨/p> ⟨p>Ik probeer nog aan te komen bij vers 28, maar ik weet niet of me dat gaat lukken. Ik ga mijn best doen. Er staat: 'Noodzakelijk moesten dus hiermee...' – in verband met die reiniging – '...de afbeeldingen van de hemelse dingen gereinigd worden.' Het gaat hier dus nog gewoon over alles wat onder het oude verbond gereinigd werd, namelijk de tabernakel en al die attributen. Dat waren afbeeldingen van hemelse dingen en die moesten gereinigd worden. Maar de hemelse dingen zelf, waar deze tabernakel een afbeelding van is, worden gereinigd met betere offeranden dan deze. Die betere offerande is uiteraard het offer van Christus Zelf, het echte offer, waardoor ook de hemelse dingen gereinigd worden. Ik heb hier even een verwijzing naar Job 15 vers 15, daar lees je het. Ik geloof dat Elifas, een van de vrienden van Job, daar zegt: 'Zelfs de hemelen zijn niet rein in Zijn ogen.' Het idee daarbij is dat ook de hemel zelf daadwerkelijk gereinigd en schoongemaakt wordt. In verband met dat toekomstige Messiaanse vrederijk zal Gods wil geschieden in de hemel en alzo ook op aarde, maar eerst zal de hemel gereinigd worden van alle elementen die daar niet in thuishoren. Ik denk daarbij aan de ⟨em>diabolos⟨/em> en zijn personeel; zij worden uit de hemel geworpen. Dat is ook een reiniging van de hemel. Welnu, dat vindt allemaal plaats door de Levensvorst, door die offeranden.⟨/p> ⟨p>Want Christus is niet binnengegaan in een heiligdom met handen gemaakt – hier zie je meteen weer dat contrast – een afbeelding van het ware, maar in de hemel zelf. Dat is de rode draad die we nu al een aantal hoofdstukken volgen. Hij is in de hemel zelf om daar thans, ons ten goede, voor het aangezicht van God te verschijnen. Daar bevindt Hij zich, onttrokken aan het oog, in het hemelse heiligdom achter het voorhangsel. Dat wil zeggen: Hij wordt niet gezien, maar daar is Hij en daar is Hij in rust. Hij is daar ons ten goede, of letterlijk: ten behoeve van ons. Dat is eigenlijk wat er staat. Wat Hij daar doet is niet eens zozeer het punt, maar Hij is daar ten behoeve van ons. Ik denk aan wat we al lazen in hoofdstuk 7 vers 25: 'Daarom kan Hij ook volkomen behouden wie door Hem tot God gaan, daar Hij altijd leeft om voor hen te pleiten.' Zijn aanwezigheid daar is op zichzelf al een pleit. Een pleit voor ons, ja. Paulus zegt dat trouwens ook in Romeinen 8 vers 34: 'Christus Jezus is het die gestorven is, wat meer is, die opgewekt is, die gezeten is ter rechterhand Gods en die ook voor ons pleit.' Zijn loutere aanwezigheid daar, onttrokken aan het oog, pleit voor ons. Dat is allemaal heel goed voor ons geregeld. Alles wat er plaatsvindt en gebeurt, werkt mee voor ons ten goede; dat kan niet missen.⟨/p> ⟨p>Hij is daar thans ten behoeve van ons om voor het aangezicht van God te verschijnen. Daar is Hij dus, inderdaad in de woonplaats van God. Ik heb er de vorige keer al even op gewezen dat wanneer de hogepriester één keer per jaar in dat binnenste heiligdom verscheen op Grote Verzoendag, dat een heel donker vertrek was, dat Heilige der Heiligen. In het Heilige, de voorste afdeling, had je de kandelaar waar voortdurend licht brandde, maar daar hing een gordijn achter. In het Heilige der Heiligen was het donker. Daar kwam nog bij dat de hogepriester, wanneer hij daar verscheen, ook nog eens wierook en reukwerk meenam, zodat er overal rook was.⟨/p> ⟨p>Het was daar feitelijk een duister vertrek, ook veelzeggend. Maar Hij is vandaag daar in het hemelse heiligdom; Hij verschijnt daar voor God en dat is het woord wat hier gebruikt wordt. Hij is daar in het licht en ook dat lijkt mij in dit verband heel veelzeggend.⟨/p> ⟨p>Hij hoeft Zichzelf ook niet dikwijls te offeren, zoals de hogepriester dat iedere keer moest doen. Hij hoeft Zichzelf zelfs niet dikwijls te offeren, gelijk de hogepriester jaarlijks met ander bloed dan het zijne in het heiligdom gaat. Nee, Hij is eenmalig verschenen en dan niet met het bloed van een ander dier. En ook niet eens ten behoeve van Zichzelf, wat die hogepriester ook nog eens een keertje moest doen.⟨/p> ⟨p>Dus u ziet: naast de overeenkomsten, de parallellen, wordt hier vooral ook gewezen en geattendeerd op de grote contrasten tussen dat wat de hogepriester deed in de dagen van het oude verbond en de hogepriester in onze dagen. Hij is daar eens voor altijd gezeten. Dat offer is afdoende, toereikend voor altijd. En Hij is daar ingegaan met het bloed, niet van een ander, maar van Zijn eigen offerande, zodat Hij én offer én hogepriester in één is.⟨/p> ⟨p>Want er staat: dan had Hij in dat geval dikwijls moeten lijden sinds de nederwerping der wereld. In dat geval, als dat herhaald zou moeten worden. Maar thans is Hij eenmaal – eenmalig dus, voor één keer – bij de voleinding der eeuwen verschenen om door Zijn offer de zonde weg te doen. Nou, daar moet ik wel even op wijzen en wat nader bij stilstaan.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-8" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3749" title="Speel af vanaf 01:02:29">▶ 01:02:29⟨/button> ⟨span>De Volleinding Der Aionen en het Definitief Afschaffen van de Zonde en de Dood⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Want het gaat er hier om dat Hij eenmaal verscheen met het oog 'op' – dat 'bij' staat er niet, er staat letterlijk het Griekse woordje ⟨em>epi⟨/em>. En dat betekent hier dan: hoezo 'op'? Hoe kun je verschijnen met het oog op de voleinding der eeuwen, of de voleinding van de aionen? Ik vind dat zo’n mooie term. Het is schitterend hoe dat alle gangbare theologie meteen wegzet. In één zo’n frase wordt een hele theologie gewoon compleet gedemonteerd; daar is niks meer van over. Waarom? Omdat dit de term is die dikwijls wordt vertaald met 'eeuwigheid'. Maar stel je voor dat men hier had vertaald met 'eeuwigheid', dan had men dat moeten weergeven als 'eeuwigheden'. Dan hadden we daar gestaan met 'de voleinding der eeuwigheden'. Iedereen begrijpt wel dat dat de grootste onzin is, want als er iets is waarvan men altijd zegt dat het eindeloos is, dan is het wel een eeuwigheid. Hoe kan dat dan een voleinding hebben? Wel, daar klopt dus helemaal niks van. Het zijn aionen.⟨/p> ⟨p>Je leest ook over de voleinding van déze aion. De Heer Jezus zegt dat in het laatste vers van het Mattheüs-evangelie: "Zie, Ik ben met u tot aan de voleinding der aion." De vertalers zeggen dan 'de wereld'. Men is niet altijd even concordant bezig. Als men dat gewoon consequent had weergegeven met 'eeuw' of met 'aion', dan had dat zo’n enorm licht geworpen op de hele kwestie. Maar in ieder geval, er wordt hier gesproken over de voleinding der aionen. De aionen zullen worden voleindigd, en wat zal er plaatsvinden bij de voleinding der aionen? Dan wordt de zonde – gewoon als enkelvoud, de zonde als totaal – weggedaan.⟨/p> ⟨p>De Heer Jezus is niet in het verleden verschenen ⟨em>bij⟨/em> de voleinding der aionen, want dat was destijds helemaal niet de voleinding der aionen. Waren de aionen toen voorbij? Nee, Hij verscheen met het oog op de voleinding der aionen. Hij verscheen om door Zijn offer, Zijn dood en opstanding de zonde weg te doen. Dat wil zeggen: wat gebeurt er in die voleinding der aionen? Wel, dan wordt de zonde weggedaan. De basis daarvan is gelegd toen Hij destijds verscheen en Zijn offer bracht, met het oog op de voleinding der aionen. De voleinding der aionen is wanneer alle aionen voltooid zijn, als het werk af zal zijn, als dat plan van God met de aionen voleindigd is. En dan is de zonde weg en is er alleen nog maar leven. Maar ik zei u al: dat offer heeft te maken met leven toen Hij opstond uit de doden.⟨/p> ⟨p>Wat er gebeurt bij de voleinding der aionen, kan ik u zo vertellen, want in 1 Korintiërs 15 staat het: Hij moet heersen totdat Hij al Zijn vijanden onder Zijn voeten gesteld heeft. En de laatste vijand die eraan moet geloven, dat is de dood. Christus moet heersen tot in de aionen der aionen, maar Hij heerst 'totdat'. Aan het einde van die aionen zal Hij de laatste vijand tenietdoen, en die laatste vijand is de dood. Als Hij de laatste vijand, dat wil zeggen de dood, tenietdoet, dan is er geen dood meer. En hoe doe je de dood teniet? Door gewoon alle doden levend te maken. Dat is precies wat de Schrift zegt: zoals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden. Als allen levend gemaakt zijn, dan is er geen dood meer.⟨/p> ⟨p>Met het oog op de voleinding der aionen is Hij verschenen om door Zijn offer, dood en opstanding de zonde weg te doen – de doelmissing – en daarmee ook de dood. Dan is de schaduw verdwenen en is het alleen nog maar licht. Dan is er geen dood meer en daarmee ook geen zonde, want zonde en dood zijn als broertje en zusje; het ene brengt het andere met zich mee. Hier zie je het dus in een heel groot, weids perspectief geplaatst. Dat offer van Christus is allemaal met het oog op de voleinding van de aionen, en dan is er geen zonde meer. Dan is er sprake van het wegdoen van de zonde, en dat is echt in de meest radicale, universele zin het geval. Dan zijn we van de zonde daadwerkelijk af. De dood is nu al overwonnen, maar zal straks worden tenietgedaan. Dat geldt voor de zonde ook: die zonde zal straks zijn afgeschaft. Weg ermee! Eens voor altijd is het voorbij. Het heeft zijn functie vervuld, maar zie daar: het is beëindigd en afgeschaft.⟨/p> ⟨p>Nu hebben we nog twee verzen te gaan. We hebben deze avond een drietal theologische triggers over ons heen laten gaan, en nu heb ik er nog één voor u.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-9" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4148" title="Speel af vanaf 01:09:08">▶ 01:09:08⟨/button> ⟨span>Wie Zijn de Mensen Die Eenmaal Sterven in Hebreeën 9:27?⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Want vers 27. We hadden het eerst over die testamenten, weet u nog? Toen hadden we het over: zonder bloedstorting geen vergeving. En nu hebben we er nog één, en dat is vers 27: "En zoals het de mensen beschikt is eenmaal te sterven en daarna het oordeel..."⟨/p> ⟨p>Waar gaat het hier over? Gaat het hier over de mensen in het algemeen? Dat zou op zich een goede zin geven, want het is de mens inderdaad beschikt eenmaal te sterven. Dat geldt trouwens niet universeel, want sommige mensen sterven twee keer — tenminste in de Bijbel. Maar goed, laten we dat dan even voor het gemak voorbijzien.⟨/p> ⟨p>In dit gedeelte en in deze context ging het voortdurend over hogepriesters. Het ging de hele tijd over hogepriesters en ik ga u vertellen: die mensen waar het hier over gaat, zijn ook de hogepriesters. Natuurlijk kun je zeggen dat de mens in het algemeen beschikt is één keer te sterven, maar het gaat hier over de hogepriester. Ik zal het u ook laten zien, want dat geeft een prachtige betekenis.⟨/p> ⟨p>"En zoals het de mensen — namelijk de hogepriesters — beschikt is eenmaal te sterven en daarna het oordeel..." Nou zou je zeggen: dat is duidelijk, want zo is het ons natuurlijk ook altijd verteld. Mensen gaan één keer dood en daarna zul je geoordeeld worden. Ik hoor u al fluisteren over de tweede dood of de grote witte troon. Het idee op zich is ook niet verkeerd dat een mens inderdaad zal verschijnen voor God om gericht te worden, maar dat is hier niet aan de orde.⟨/p> ⟨p>Het gaat hier over specifieke mensen, namelijk de hogepriesters. Zij sterven en daarna is er een oordeel. En ik ga u vertellen dat het hier gaat over een positief oordeel. Kijk het maar even na in het vervolg, want laten we vers 28 lezen. Er staat dit: "Zoals het de mensen beschikt is eenmaal te sterven en daarna het oordeel, zo zal ook Christus, nadat Hij Zich eenmaal geofferd heeft om veler zonden op Zich te nemen, ten tweeden male zonder zonde aanschouwd worden door hen die Hem tot hun heil verwachten."⟨/p> ⟨p>Wat is hier de vergelijking? De mensen sterven één keer. Wel, zo is Christus ook eenmaal geofferd om vele zonden op Zich te nemen. En daarna het oordeel. Waar komt dat mee overeen? Wel, zo zal Hij ten tweeden male zonder zonde aanschouwd worden door hen die Hem tot hun heil verwachten. Dat is positief, toch? Waar gaat het hier over?⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-10" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4364" title="Speel af vanaf 01:12:44">▶ 01:12:44⟨/button> ⟨span>De Regeling van de Vrijstad en het Oordeel van Vrijspraak⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Ik zal het laten zien. Het gaat hier over een oordeel, namelijk van vrijspraak. Ik neem u even mee naar Numeri 35 vers 28 en 29. Daar lees je over de bepalingen uit de Mozaïsche wetgeving aangaande de vrijsteden die in het beloofde land waren toegekend. Er waren een zestal vrijsteden. Ik ga nu even aan de hele context van die wetgeving voorbij, maar er staat dit: "In de vrijstad zal hij" – en dan gaat het over een doodslager, iemand die per ongeluk iemand had gedood – "moeten wonen tot de dood van de hogepriester. En na de dood van de hogepriester zal de doodslager naar het land van zijn bezitting mogen terugkeren."⟨/p> ⟨p>Vers 29 zegt dan: "Dit zal voor u een rechtsinzetting" – of een oordeel, een rechterlijke uitspraak – "zijn, geldend voor uw nageslacht in al uw woonplaatsen." Lees in dat licht nu ook vers 27 in Hebreeën 9. Het is de mensen – namelijk de hogepriesters – beschikt eenmaal te sterven, en daarna is er een oordeel. Niet een veroordeling, maar een oordeel van vrijspraak voor de doodslagers. Dat is positief; het gaat hier over een positief oordeel. Dat dit inderdaad het geval is, blijkt uit het 28ste vers van Hebreeën 9.⟨/p> ⟨p>Zo zal ook Christus, nadat Hij Zich eenmaal geofferd heeft om de zonden van velen op Zich te nemen, zonder zonde aanschouwd worden. Dat wil zeggen dat Hij met de zonde niets meer van doen zal hebben; dat is dan voorbij. Hij hoeft die zonde niet meer op Zich te nemen. Nee, Hij zal voor de tweede maal zonder zonde aanschouwd worden door hen die Hem tot hun heil verwachten. Dit komt overeen met het oordeel van vrijspraak.⟨/p> ⟨p>Hoewel het goed kan zijn om dingen nog eens opnieuw te horen, is wat ik u hier vertel voor velen vaak onbekend. Toch zeg ik dit omdat het perfect past in de context van Hebreeën 9. De mensen die hier ter sprake worden gebracht, zijn hogepriesters, en die sterven inderdaad één keer. Wat gebeurde er bij de dood van de hogepriester? Daar was een oordeel aan verbonden, een rechterlijke uitspraak of een rechtsinzetting. Een rechtsinzetting van vrijspraak voor de doodslager, die dan uit de vrijstad mocht terugkeren naar zijn oorspronkelijke woongebied.⟨/p> ⟨p>Dit lag besloten onder het oude verbond. In het verleden stierf Hij; toen nam Hij de zonden op Zich. Sterker nog, Hij stierf door de zonden. Hij droeg en verdroeg de zonden en alles wat Hem werd aangedaan. Hij nam dat op Zich, maar straks zal Hij ten tweeden male verschijnen. Dit is dat oordeel van vrijspraak. Wanneer Hij ten tweeden male aanschouwd wordt, hoeft Hij geen zonde meer op Zich te nemen; dat zal Hij zeker niet doen. Hij zal verschijnen tot heil, dat wil zeggen tot redding van allen die Hem tot hun heil verwachten.⟨/p> ⟨p>Zo wordt hier in vers 28 de vergelijking afgemaakt. Aan de ene kant de mensen aan wie het beschikt is één keer te sterven, met daarna het oordeel. En zo zal Christus, nadat Hij Zichzelf eenmaal geofferd heeft om de zonden van velen op Zich te nemen, ten tweeden male zonder zonde aanschouwd worden door hen die Hem tot hun heil verwachten. Dat komt overeen met het oordeel, want dat is redding en vrijheid. Het staat in Numeri 35 vers 28 en 29.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-11" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4743" title="Speel af vanaf 01:19:03">▶ 01:19:03⟨/button> ⟨span>Jom Kippoer: het Verschijnen van de Hoge Priester en het Messiaanse Koninkrijk⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En als Hij straks zal verschijnen, moet je je dat beeld van die hogepriester voorstellen. Diverse lijnen komen nu eigenlijk bij elkaar. Ik had het net over de hogepriester die sterft. Vervolgens is daar die uitspraak van vrijheid voor de doodslager, die dan inderdaad weer mocht terugkeren naar zijn lotsdeel. Aan de andere kant heb je hier de Hogepriester die is ingegaan in het hemelse heiligdom. Hij zal straks uit de verborgenheid komen en verschijnen, en dan zal Hij gezien worden door allen die Hem verwachten.⟨/p> ⟨p>Het gaat hier in het bijzonder natuurlijk over het volk Israël. Hier zie je ook weer die beeldspraak van de Grote Verzoendag, Jom Kippoer. Wat gebeurde er op Jom Kippoer? De hogepriester ging het heiligdom in en het volk wachtte in spanning op de hogepriester die uit het heiligdom zou komen. Dan zegende hij het volk, de zondebok werd weggezonden en de zonde werd werkelijk van hen weggedaan. Wel, dat is allemaal een beeld van de Hogepriester die nu in het heiligdom is en straks zal verschijnen voor zijn volk, de Hebreeën. Dan zal Hij gezien worden door allen en dan zal ook het nieuwe verbond voor hen in werking treden. Kortom, dan wordt alles vervuld wat al uitgebeeld was in al die inzettingen waarvan we, onder andere vanavond, hebben gelezen.⟨/p> ⟨p>Zo zijn we dan toch nog bij het 28e vers aangekomen; ik had het in aanvang eigenlijk niet verwacht. Hiermee is Hebreeën 9 compleet en kunnen we de volgende keer de draad oppakken bij Hebreeën 10 vers 1. Dat is eigenlijk ook wel zo mooi. Ik hoop dat deze avond niet al te zwaar voor u is geweest. Ik heb me al meer dan eens verontschuldigd over het feit dat de Hebreeënbrief inderdaad zwaar is. De schrijver zelf excuseert zich daar ook over. Het is vaste spijs en dat ligt zwaar op de maag, maar o, wat een voedingswaarde heeft het! Dat staat er weer tegenover.⟨/p> ⟨p>Wie Hem tot hun heil verwachten... Inmiddels is de kerk natuurlijk al opgekomen, de voortijd van de Messiaanse tijd. Het gaat hier over degenen die op Hem zullen wachten wanneer Hij uit het hemelse heiligdom komt. Er zal een overblijfsel zijn – hoewel er inmiddels ook velen omgekomen zullen zijn – dat op Hem wacht. Voor hen zal Hij verschijnen en Hij zal ook inderdaad tot hun redding verschijnen om hen te brengen in het beloofde land. Want daar heeft die doodslager ook weer alles mee te maken. Dat volk is namelijk feitelijk de doodslager van de Messias. Ze zullen straks gebracht worden in het beloofde land en zo mogen ze dan weer terugkeren naar hun plek, daar waar ze oorspronkelijk ook hoorden. Dat zit er ook nog aan vast. Maar het gaat hier, dat moet duidelijk zijn, over het Messiaanse koninkrijk dat zal aanbreken op het moment dat Hij straks aanschouwd zal worden. Dan zal Hij verschijnen voor de ogen van Israël en uiteindelijk ook voor de hele wereld. Dat is de inluiding van het Messiaanse koninkrijk.⟨/p> ⟨p>Nou, dan denk ik dat we er goed aan doen om hier vanavond een punt, of zo u wilt een uitroepteken, te plaatsen.⟨/p>