⟨h3 id="hoofdstuk-1" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="0" title="Speel af vanaf 00:00">▶ 00:00⟨/button> ⟨span>Terugblik op Hoofdstuk 4: het Verblijf in Samaria⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Veertiende studie inmiddels over het Johannes-evangelie en wij gaan ons nog een keer bezighouden met het vierde hoofdstuk van dit evangelie. We hebben inmiddels al een aantal avonden aan hoofdstuk 4 gewijd. Het is een lang hoofdstuk en dat zal trouwens nog wel vaker gelden voor de besprekingen, want ook hoofdstuk 5 is weer zo’n heel lang hoofdstuk en hoofdstuk 6 is denk ik wel het allerlangste. In ieder geval staat er heel veel in en dat gold zeker ook voor hoofdstuk 4. Het gesprek met de Samaritaanse vrouw is toch wel het meest opvallende van dat hoofdstuk en laat ik daar nog even kort op terugblikken.⟨/p> ⟨p>Wat we in dat hoofdstuk hebben gezien, was een onderbreking in de geschiedenis, want daar komt het eigenlijk op neer. Zo wordt het ook neergezet: Jezus blijft daar twee dagen in Samaria. Waarbij Samaria een beeld is van de natiën, de niet-Joden. Zo wordt die vrouw ook neergezet als iemand die niet-Joods is. U begrijpt dat Johannes, terugblikkend op de geschiedenis van de Heer Jezus hier op aarde, ook linken legt met de waarheden die hij inmiddels had verstaan en met dat wat hij al geïllustreerd zag in het leven van de Heer Jezus.⟨/p> ⟨p>De Heer verblijft dus twee dagen in Samaria, wat een beeld is van de natiën, maar ook — en dat is een heel bijzonder aspect waar we wat nader op ingegaan zijn — van wat genoemd wordt de verloren tien stammen. Een groot deel van de tien stammen is zoekgeraakt en die vrouw herinnert aan hen. In de profeten worden die tien stammen namelijk nogal eens neergezet als een vrouw; een bekend Bijbels beeld. Het is een vrouw die ontrouw was en die op een gegeven ogenblik door haar Heer, met wie ze getrouwd was, weggezonden wordt met een scheidbrief. Ik zeg dat ook omdat Samaria de hoofdstad was van het Tien Stammenrijk. Dat is de associatie.⟨/p> ⟨p>In Johannes 4 wordt vermeld dat de Heer daar bij de bron van Sychar gaat zitten, en dat was de bron van Jakob. Er staat nog bij dat Hij kwam in een stad van Samaria, genaamd Sychar, dicht bij het veld dat Jakob aan zijn zoon Jozef gegeven had. Dat heeft te maken met het eerstgeboorterecht, de eerstgeboortezegen. Als je al die gegevens bij elkaar koppelt, zie je dat de Heer nu niet onder Zijn eigen volk verblijft, maar in het 'buitenland', onder de natiën. En precies daar, in het gebied waar de tien stammen terechtgekomen zijn en waar die vrouw een prachtig beeld van is, wordt de grootste en hoogste zegen genoten: de eerstgeboortezegen die aan Jozef werd toebedeeld.⟨/p> ⟨p>Het lijkt mij niet zo moeilijk om daar ook een beeld in te zien van de tegenwoordige tijd. Het is een onderbreking in de geschiedenis van twee millennia — die twee dagen spreken daar ook van — waarin de Heer zich bevindt onder de natiën en daarmee ook onder het verloren gegaan Israël, zij die vervreemd waren van het burgerschap Israëls. Juist daar is de hoogste zegen terechtgekomen. Dat zijn van die elementen en gedachten die we hebben overwogen.⟨/p> ⟨p>Het onderwerp van gesprek bij de bron is het levende water, wat een beeld is van de verheerlijkte Christus. In Johannes 7 is dat niet zo moeilijk te begrijpen, want daar wordt heel uitdrukkelijk gezegd dat het levende water spreekt van Hem die verheerlijkt is. Het gaat om de opgewekte Christus, de Levende, vandaar ook dat levende water. Een ander element dat erg belangrijk is, misschien zelfs wel het hoofdonderwerp van het gesprek — het levende water is de aanleiding — is de vraag over de aanbidding. De Heer wijst erop dat de ure zou komen dat er ook niet meer in Jeruzalem aanbeden zou worden. Hij zegt: de ure komt en is nu. Dat laatste zou zelfs nog een toelichting of een voetnoot van Johannes kunnen zijn die dit later optekent. Ja, nu is die ure gekomen dat de Heer niet meer aanbeden wordt in Jeruzalem, maar in geest en in waarheid. Dat is waar het vandaag om gaat.⟨/p> ⟨p>In de dagen dat de Heer Jezus op aarde rondwandelde, werd er nog aanbeden in Jeruzalem; dat was de plaats. In de toekomst zal het wederom de plaats zijn waar de volkeren naartoe zullen trekken om de Heer, hun God, de God van Israël, te aanbidden. Maar nu is er een ure, een onderbreking in de tijd, waarin het aanbidden van God niets te maken heeft met geografische plaatsen, gebruiken of zichtbare rituelen. Het gaat om geest en waarheid.⟨/p> ⟨p>In het laatste deel van die geschiedenis wordt beschreven dat de Heer daar veel geloof vindt. Ik gebruik hier expres het beeld van de oogst, want de Heer zegt ook: de velden zijn wit om te oogsten. Daarmee doelt Hij op wat daar in Samaria gebeurde. Er was veel geloof om het woord van de Heer; dat staat er, als ik me niet vergis, zelfs twee keer bij. Er vinden gedurende die dagen geen wonderen of tekenen plaats. Nee, het woord van de Heer wordt daar gehoord en geloofd. Ik vind het ook geweldig dat Hij tijdens dat korte verblijf van twee dagen wordt erkend als de Redder der wereld. Dat zijn allemaal elementen die typisch thuishoren in deze onderbreking van de heilsgeschiedenis waar wij ons nu in bevinden. Johannes 4 is dus een hoofdstuk dat wel degelijk spreekt van de tegenwoordige tijd. Daarom is het alleen al in beeld een schitterend type van de zegen die nu naar de natiën gaat en die wij mogen genieten.⟨/p> ⟨p>Dat zijn de zaken die we hebben besproken gedurende een avond of drie, vier. Het wordt tijd om nu verder te gaan. We hebben de vorige keer al een korte aanzet ondernomen door naar vers 43 tot en met 45 te kijken. We hebben besproken dat de Heer vanuit Samaria richting Galilea gaat en nu haak ik aan bij vers 46, want daar hebben we verder nog niets over gezegd.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-2" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="505" title="Speel af vanaf 08:25">▶ 08:25⟨/button> ⟨span>De Terugkeer in Kana en de Verwijzing Naar de Derde Dag⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Hij kwam dan weder. Dat is mooi, hè? Hij kwam weder, dat wil zeggen: na Zijn tweedaagse verblijf in Samaria kwam Hij weder. Ik vind het mooi; ik denk dan meteen: dat is precies wat er gebeurt na de twee dagen in Samaria. Dan komt Hij weer, Zijn wederkomst. En waar komt Hij dan weer? Welnu, er staat: te Kana in Galilea, waar Hij het water tot wijn gemaakt had.⟨/p> ⟨p>Hoe duidelijk wil je het hebben? Hier wordt meteen een link gelegd naar het wonder. Niet alleen de plaats wordt genoemd, maar het wordt zelfs nog onderstreept door te vertellen: ja, Kana, weet u wel, dat was die plaats waar de Heer water in wijn had veranderd. Dat was in Kana en wat lezen we? Dat was op de derde dag. Over zulke vermeldingen struikel je bijna.⟨/p> ⟨p>En toen was er een bruiloft. We hebben in Johannes 2, waar dit teken beschreven wordt, gezien dat die derde dag daar een schitterend type is van de grote bruiloft die straks gaat komen. Dat zal inderdaad de derde dag zijn, de dag dat Israël hersteld zal worden; de dag dat de Heer Zijn volk zal huwen, een nieuw verbond met haar zal sluiten en dat de volkeren zullen worden uitgenodigd. Zij zijn de bruiloftsgasten. De Bruidegom is de Heer – en ik ben zo vrijmoedig om te zeggen: dat is de Heer inclusief Zijn lichaam, hoofd en lichaam – en Israël is de bruid. De volkeren zijn de bruiloftsgasten.⟨/p> ⟨p>Op die derde dag wordt dat feest gevierd, het feest van nieuw leven. Water dat tot wijn gemaakt wordt. Denk aan Mozes, die water tot bloed maakte; dat was het eerste teken dat Mozes deed. Maar het eerste teken dat onze levende Heer deed, was water in wijn veranderen, daar in Kana in Galilea. Dat was een bruiloft.⟨/p> ⟨p>Trouwens, ik moet erbij zeggen dat dit inderdaad op de derde dag was. Dat is het eerste wat er van die geschiedenis vermeld wordt: "En op de derde dag...". Maar wat we toen ook hebben gezien – en houd dit even vast, want we komen er vanavond denk ik nog vaker over te spreken – is dat die derde dag ook een zevende dag was. Want als je die telling van dagen leest in Johannes 1, dan lees je iedere keer: "de volgende dag", "de volgende dag", "de volgende dag". Als je dat telt, dan blijkt die derde dag ook een zevende dag te zijn. Dat wil zeggen: het was de derde dag na de laatste vermelding, maar in de totale telling klopt het plaatje natuurlijk helemaal.⟨/p> ⟨p>De bruiloft die gaat komen – ik bedoel nu in profetisch opzicht de grote bruiloft op de derde dag – zal tevens de grote sabbat zijn: de zevende dag, het zevende millennium. Het is heel opmerkelijk zoals dat hier inderdaad gekoppeld wordt. Het wonderteken dat nu in het vervolg van deze geschiedenis en het resterende van hoofdstuk 4 beschreven wordt, wordt heel duidelijk gelinkt aan het wonderteken dat daar op de derde dag plaatsvond. Sowieso is de plaats hetzelfde, identiek, en dat staat er uitdrukkelijk bij.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-3" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="740" title="Speel af vanaf 12:20">▶ 12:20⟨/button> ⟨span>De Koninklijke Man uit Kapernaüm, het Dorp van Vertroosting⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En er was te Kapernaüm een hoveling. Later is de Heer daar trouwens ook gaan wonen, in Kapernaüm, maar de Heer bevindt Zich hier dus in Kana. En er was te Kapernaüm – Kvar Nahum. Het is hoogstwaarschijnlijk de plaats geweest waar de profeet Nahum vandaan kwam. Vandaar ook de naam: ⟨em>Kfar⟨/em> betekent 'dorp van'. Kijk maar eens een keertje op de landkaart van Israël, dan zie je heel veel van die plaatsen die beginnen met ⟨em>Kfar⟨/em>, en dat betekent gewoon 'dorp'. Kvar Nahum – wij zeggen Kapernaüm – de moderne spelling is zo, maar het is Nahum. En Nahum is de naam van de profeet, wat trouwens ook 'vertroosting' betekent. Dus: dorp van vertroosting. Kvar Nahum, het dorp van Nahum.⟨/p> ⟨p>En daar was een hoveling. Letterlijk staat er hier in het Grieks ⟨em>basilikos⟨/em>, en dat betekent eigenlijk gewoon 'koninklijk'. De koninklijke, de royale. Dat was een koninklijke; dat wil zeggen iemand die op een of andere manier bij de koning behoorde. Vandaar ook dat de vertalers van de NBG hebben gekozen voor 'hoveling', maar ik vind het persoonlijk nog mooier om te zeggen: daar was een koninklijk iemand. Op een of andere manier behoorde hij bij het koninklijk huis. Het kan een beambte of bediende daar geweest zijn, maar een koninklijke.⟨/p> ⟨p>Daar was te Kapernaüm een koninklijke wiens zoon ziek was. Ik moet er trouwens even bijzeggen dat we een soortgelijke geschiedenis lezen in Mattheüs 8 en in Lukas 7. Maar als u dat nakiest, dan ziet u dat het echt over een andere geschiedenis gaat. Er zijn opmerkelijke parallellen. De zoon van de hoofdman was... die hoofdman woonde namelijk ook in Kapernaüm en hij had de synagoge laten bouwen. Maar het grootste verschil tussen deze geschiedenis in Johannes 4 en die beschreven wordt in Mattheüs 8 en Lukas 7, is dat hier de hoofdman – deze koninklijke, die hoveling – vraagt of de Heer naar hem toe wil komen. Terwijl die hoofdman in Kapernaüm in die beide andere geschiedenissen uitdrukkelijk dat juist niet wil. Hij zegt: "Kom nou niet onder mijn dak, dat hoeft helemaal niet." Er is dus een heel groot verschil. We praten over twee geschiedenissen die veel van elkaar weg hebben, maar absoluut niet identiek zijn.⟨/p> ⟨p>Maar goed, deze koninklijke man in Kapernaüm had een zoon die ziek was en hij lag er zeer ernstig aan toe, dat lezen we dan in het vervolg. Toen deze hoorde – die koninklijke man dus – dat Jezus uit Judea naar Galilea was gekomen (dus via Samaria, dat weten we inmiddels), ging hij tot Hem. Hij was dus ook eerst in Judea geweest, in Jeruzalem. Hij had kennelijk al van Hem vernomen. Nou ja, kennelijk, dat gaan we nog wel even zien. Toen hij hoorde dat Jezus uit Judea naar Galilea gekomen was, ging hij tot Hem. Dat wil zeggen: Jezus bevond Zich in Kana en deze man in Kapernaüm, Kvar Nahum. Dat is een afstand van 26 kilometer.⟨/p> ⟨p>Ik heb hier een kaartje voor u om een beetje een beeld te krijgen. Hier heb je het Meer van Galilea en hier de Middellandse Zee. Dan heb je hier Kana. U ziet dat als je een paar kilometer zuidwaarts gaat, je in Nazareth komt. Dus de plaats waar de Heer Jezus opgroeide, lag heel dicht bij Kana. En Kapernaüm ligt hier aan de noordkant van het Meer van Galilea. Hier zie je Tiberias en al die andere plaatsnamen: Bethsaïda, Chorazin... je vindt al die namen daar. Genezareth... wist u trouwens dat Genezareth de naam is die nog het dichtst bij de Hebreeuwse naam komt? De moderne Hebreeuwse naam is Kinneret. Het Meer van Kinneret. Dat woord betekent 'harp'. Je herkent dat nog in het woord Genezareth. Dat is dan weer een afleiding of een verhaspeling – laat ik het goed zeggen – het is verhaspeld tot Genezareth, maar het is Kinneret, het woord voor harp. Het is volstrekt hetzelfde. Dat heeft uiteraard te maken met de vorm van het meer. Daar zit nog meer aan vast dan ik nu even zeg, want ik geloof dat er heel mooie typologische verbanden zijn tussen een harp en dat wat hier aan dit meer plaatsvond, maar dat is nu even niet het onderwerp.⟨/p> ⟨p>Het ging mij er nu even om dat deze man hier vandaan kwam. Moet u zich trouwens ook voorstellen: dit was allemaal heuvellandschap, veel hoger gelegen. Dit was met recht, als je richting Kapernaüm ging, een flinke afdaling. Want het Meer van Galilea... wist u dat dat één van de diepst gelegen gebieden van de hele wereld is? Nederland heet Nederland omdat het zo laag ligt; een groot deel ligt een klein beetje onder de zeespiegel. Maar geen land ligt zo laag als bepaalde delen van Israël. Het bekendste is de Dode Zee, die ligt 300 meter beneden de zeespiegel; dat is het diepste punt van de hele aarde. Maar het op één na diepste punt is het Meer van Galilea en Kapernaüm. Dit meer ligt 200 meter beneden de zeespiegel. Vandaar ook trouwens dat je straks zult lezen over een afdaling; daar worden hele specifieke woorden gebruikt die dat ook onderstrepen. In Nederland is het zo dat wanneer je van A naar B gaat, bijvoorbeeld van Rijnsburg naar Bodegraven, dat gewoon een horizontale lijn is. Maar het maakt een heel groot verschil of je de bergen ingaat en moet stijgen, of dat je moet dalen. Dat is voor de reisinformatie een nogal belangrijk gegeven, nietwaar?⟨/p> ⟨p>Maar goed, hij ging tot Hem. Hij was opgeklommen en hij verzocht Hem te komen. Oh, wacht even, daar heb je het al. Er staat in onze vertaling dat hij verzocht Hem te komen, maar u ziet dat er in het Grieks een woord staat dat 'afdalen' betekent. Onmiskenbaar. Jammer dat de vertalers die informatie, die in het woord duidelijk gelegen is, weg hebben gehaald. "Hij kwam af", oké ja, dat geeft een neerwaartse richting aan. Opkomen en afgaan. Maar "komen" niet, dat is veel te Nederlands. Dat is een typische vertaling van iemand die gewoon gewend is om alleen maar te denken in termen van horizontale lijnen. Afijn, deze man, deze koninklijke man, verzocht Hem af te dalen en zijn zoon te genezen, want deze lag op sterven. Hij stond op het punt te sterven, staat er eigenlijk letterlijk. Hij lag... nou ja, precies wat ons woord ook aangeeft: zoals wij dat zeggen, iemand ligt op sterven. En dan lees je in vers 48...⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-4" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1258" title="Speel af vanaf 20:58">▶ 20:58⟨/button> ⟨span>Geloven in de Kracht van het Woord in Plaats van Tekenen⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Jezus zei tot hem: "Indien gijlieden..." Let erop dat dit meervoud is. Er komt een man tot Hem en die stelt Jezus heel specifiek een vraag: "Kom, daal af naar mij, naar Kapernaüm." Maar dan antwoordt Jezus hem in een meervoudsvorm: "Indien gijlieden..." Dat wil zeggen: gewoon jullie. Tegenover hem? Ja: "Gijlieden, jullie." Meervoud. Met andere woorden, daar waren meer mensen bij en terwijl Hij tot hem spreekt, heeft Hij een veel grotere groep op het oog. Hij richt Zich namelijk meer tot de Galileërs in het algemeen, die niet echt van Hem wilden weten. Dat blijkt ook wel uit het vervolg: "Indien jullie geen tekenen en wonderen ziet, zult gij niet geloven." Dit is denk ik niet specifiek tot deze man gericht, maar tot degenen die daar waren en misschien zelfs helemaal in het algemeen tegen de Galileërs.⟨/p> ⟨p>"Indien jullie geen tekenen en wonderen zien, zullen jullie niet geloven." Dat was het grote verwijt dat de Heer altijd maakte: dat hun geloof, voor zover ze dat hadden, niet gebaseerd was op het Woord, maar op sensatie, op tekenen. Je leest dat eerder in Johannes 2, we hebben dat toen ook gezien als de Heer in Jeruzalem is. In Johannes 2 vers 23 staat: "En terwijl Hij te Jeruzalem was op het paasfeest, geloofden velen in Zijn naam, doordat zij Zijn tekenen zagen die Hij deed." Dat Jezus daar niet erg van gecharmeerd was, blijkt wel, want er staat achter: "Maar Jezus Zelf vertrouwde Zichzelf hun niet toe, omdat Hij hen allen kende en omdat voor Hem niet nodig was dat iemand van de mens getuigde." In ieder geval vertrouwt Jezus Zich niet aan hen toe. Hun geloof was gebaseerd op oneigenlijke redenen: op zien. Maar dat is eigenlijk niet wat geloven is.⟨/p> ⟨p>We zullen dat in het Johannes-evangelie nog veel vaker zien; het is een heel bekend thema. Later, als de geschiedenis van Thomas verhaald wordt — wat alleen door Johannes wordt gedaan — dan komt dat opnieuw uit de verf. Thomas geloofde ook omdat hij zag. En dan zegt de Heere Jezus: "Zalig, gelukkig degenen die niet zien maar wel geloven." Dat slaat eigenlijk weer op de tijd waarin wij nu leven, in deze 'twee dagen' als ik het zo mag zeggen. Niet zien, wel geloven. Het Woord moet het doen. Trouwens, deze man wordt ook overtuigd door woorden. Ik zal het laten zien, want dat is namelijk het vervolg.⟨/p> ⟨p>De hoveling zei tot Hem — en let eerst nog even op dit: de hoveling, die koninklijke man dus, zei tot Hem: "Heer, kom af, daal af, eer mijn kind sterft." Het is de tweede keer dat er over dat stervende kind gesproken wordt. Er was haast bij geboden, maar nu vraagt die man heel uitdrukkelijk: "Daal af met mij." Dat is een groot verschil, zoals ik al eerder aangaf, met die andere hoofdman in Kapernaüm. En Jezus zei tot hem: "Ga heen, uw zoon leeft." Moet je je voorstellen: de man had net 26 kilometer afgelegd. Dat is toch een flinke onderneming als je zo bent opgeklommen, en dan word je zo weer weggezonden. Hij vraagt: "Kom met me mee, daal af," en de Heer zegt: "Ga heen, uw zoon leeft." Dat wil zeggen: hij was stervende en nu wordt er gezegd: "Hij leeft."⟨/p> ⟨p>Let dan op de reactie van die man: "En de man geloofde het woord." Er gebeurt verder helemaal niets. De Heer spreekt en de man wordt gewoon weer weggestuurd. Met het Woord moest hij het inderdaad maar doen, maar dat is dan ook meer dan genoeg. Want hij ging vanwege zijn zoon die stervende was, en nu verzekert de Heer hem: "Je zoon leeft." Hij gelooft het Woord. Dan kun je gewoon weer teruggaan. Dat is toch prachtig wat je van deze man leest: de man geloofde het Woord dat Jezus tot hem sprak, en hij ging heen.⟨/p> ⟨p>Soms vragen mensen zich af of hij Hem wel echt geloofde, of dat hij misschien een heiden was. Je zou kunnen zeggen: een koninklijke? Wie was daar toen koning? Feitelijk helemaal niemand. Maar je had Herodes de viervorst, en die werd wel Koning Herodes genoemd. Strikt genomen was hij helemaal geen koning, hij was daar gevestigd door de Romeinse keizer. Maar deze man was kennelijk verbonden aan dat huis van Herodes. Of het een Jood was? Dat weet ik niet. Het wordt niet vermeld, dus ik denk niet dat je dat in de uitleg erbij moet betrekken, of hij nu uit de natiën kwam of niet. Ik houd het er daarom op dat hij een gunstige uitzondering was op de rest. "Jullie lieden" in het algemeen willen alleen maar tekenen en wonderen zien, maar deze man geloofde het Woord. En hij ging weer heen met dat Woord.⟨/p> ⟨p>Ik ben ervan overtuigd dat dit de kern is: hij had nog niets gezien, maar hij geloofde het Woord. Hoe denkt u dat die man terug is gegaan? Ik denk blij! Ja, als je het Woord gelooft... Kijk, als je niet gelooft, dan zul je de vreugde daar ook niet van ondervinden. Maar die man ging weer terug met het Woord dat hij geloofde, en dus had hij nu vreugde. Ik denk dat hij huppelend is afgedaald naar Kapernaüm. Dat kan niet anders. Dat is toch wat geloven is? De kracht van het geloven in het Woord. Het Woord moet het doen en het Woord maakt het grote verschil. Het gaat er maar om: hoe betrouwbaar is het Woord dat je gelooft?⟨/p> ⟨p>Nou, die man is erachter gekomen. Eigenlijk zie je ook een ontwikkeling in zijn geloof, als een tweetrapsraket zeg maar. Eerst vraagt hij nog of Jezus wil afdalen en was zijn geloof nog erg gebaseerd op dat zien. Maar Jezus corrigeert over zijn hoofd heen eigenlijk de toehoorders en de man wordt aangesproken. Hij gelooft, en nu is Jezus' Woord genoeg, het is voldoende. Ik lees even verder in vers 51.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-5" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1768" title="Speel af vanaf 29:28">▶ 29:28⟨/button> ⟨span>Genezing op het Zevende Uur: een Beeld van Volheid en Leven⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En reeds terwijl hij afdaalde, kwamen zijn slaven hem tegemoet. Dat is dus inderdaad een man geweest, een koninklijke, iemand van statuur die zelf slaven had. En zij kwamen hem tegemoet en ze zeiden dat zijn kind leefde. Dat is nu de tweede keer dat daarover gesproken wordt: "Uw zoon leeft." Hier wordt hem verteld dat zijn kind leefde. En let op, het verhaal gaat verder. Hij vroeg hun naar het uur waarop de beterschap was ingetreden; hij probeerde vast te stellen wanneer dat precies was. Want die man geloofde in het woord en hij vroeg zich af wanneer dat nou gebeurd zou zijn.⟨/p> ⟨p>En dan lees je dat ze tot hem zeiden: "Gisteren op het zevende uur werd hij vrij van koorts." Dus inmiddels was het al een dag later. Nu wordt er soms gezegd dat er een klokje bij is gemaakt, maar dat dit er verkeerd staat. Dat is niet waar. Want dit is het zevende uur; je moet je namelijk realiseren dat de Joodse tijdrekening, de uurrekening, uitgaat van zonsopgang. Zeg maar dat om zes uur 's morgens de zon opkomt, dan is dat het eerste uur. En dat betekent dus dat het zesde uur ons twaalf uur 's middags is en het zevende uur ongeveer één uur in de middag. Maar daar moet je niet te veel op letten; het gaat er natuurlijk helemaal niet om welk tijdstip dat precies was, begrijp me goed. Het gaat natuurlijk niet om het exacte tijdstip, maar let even op: het was het zevende uur.⟨/p> ⟨p>Zoals de vermelding van twee dagen of de derde dag heel markant is en zoveel zegt, zo zullen we dat trouwens in het volgende hoofdstuk ook weer zien: er gebeurt een wonder op de Sabbat, de zevende dag. Nou, hier vond dit wonder plaats op het zevende uur. Kijk, voor die man was het natuurlijk inmiddels volstrekt duidelijk. Zijn jongen, zijn zoon, was vrij van koorts geworden rond dat tijdstip. Nou, dat was precies het tijdstip. Wacht even hoor, ik moet het even doorlezen... De vader dan — dat lees ik er nog even bij — de vader dan bemerkte dat dit het uur was waarop Jezus tot hem gezegd had: "Uw zoon leeft." Dat was het tijdstip waarmee het voor die man gewoon vaststond.⟨/p> ⟨p>Maar die vermelding van het hoeveelste uur het was... Natuurlijk kun je het gewoon opvatten als een louter journalistieke mededeling. Ik heb het in de Studiebijbel vanmiddag nog even nagekeken en die wijzen daar gewoon op. Hoe laat was het nou toch? Zeven uur, het zevende uur. Ja, maar ik ga ervan uit dat zulke getallen natuurlijk niet voor niets vermeld worden. Het was het zevende uur, aha! Als er wondertekenen plaatsvinden en dat vindt plaats op een tijdstip dat gelinkt wordt aan de zeven, ja, dan kan dat niet missen. Nog even dit: ja, het was zeven uur. Zeven is namelijk het getal van de volheid en de voltooiing.⟨/p> ⟨p>Dan wil ik trouwens nog één dingetje daarbij zeggen. Want wij denken misschien dat het getal zeven alleen die symbolische betekenis heeft. Dat klopt wel. Even kijken of ik het zo snel kan vinden... Ja, het woord voor zeven in het Hebreeuws, Shewa, heeft namelijk niet alleen de betekenis van een getal, maar het is ook een woord. Ik zit even te kijken naar Psalm 16 vers 11. Heb ik er ooit een aantekening van bijgemaakt in mijn Bijbel? Ja, er staat in Psalm 16 vers 11: "Gij maakt mij het pad des levens bekend; volheid van vreugde is bij uw aangezicht." De NBG zegt dan weer "overvloed", maar er staat letterlijk "volheid". Maar dat woord volheid is Shewa, dus zeven. Als je dit met Hebreeuwse oren beluistert, dan zeg je "zeven", een nummer, een cijfer, maar je zegt ook het woord "volheid". Dus die twee begrippen zijn aan elkaar gekoppeld.⟨/p> ⟨p>Ik gaf gisteravond in Den Haag een Nederlandse les en toen hadden we het over het hoofdstuk getallen en cijfers. Ik geef nu een stoomcursus Nederlands waarbij ze in twaalf lessen de basis moeten leren. Nu was het hoofdstuk aan de gang over getallen en cijfers en toen kwam het getal vier ter sprake. Even later ging het over vieren, in de zin van iets vieren, "to celebrate" zoals ze in het Engels zeggen. Dat is natuurlijk wat verwarrend, want ik vier mijn vierde verjaardag; dan heb je twee keer vier, maar dat heeft totaal verschillende betekenissen. Maar in het Nederlands zijn die begrippen aan elkaar gekoppeld. Nou, zo moet je dat ook zien met het woord zeven en Shewa in het Hebreeuws. Dat is zeven, maar het is ook volheid. Voor degenen die het bewijs eventjes zwart op wit willen hebben: Psalm 16 vers 11. En er zijn veel meer plaatsen, maar in Psalm 16 vers 11 wordt het woord volheid gebruikt en daar staat hetzelfde woord als voor zeven.⟨/p> ⟨p>Daarmee is het dus ook het getal van voltooiing en natuurlijk — dat begrijpt u — het getal van de Sabbat, en nog wel wat meer ook. Maar daar verwijst de zeven naar. Als er een wonder plaats moet vinden, als deze man tot volheid komt en deze zoon leven vindt en de dood voorbijgaat, ja, hoe mooi is het dan dat dat op het zevende uur plaatsvindt. En dan staat er — ik las het zojuist al even voor in vers 53 — dat de vader dan bemerkte dat dat het uur was waarop Jezus tot hem gezegd had: "Uw zoon leeft!" En dat vind ik mooi. Nou, dat is de derde keer in die paar verzen dat vermeld wordt dat de zoon leeft. Het is trouwens ook vrij dubbelzinnig als ik zeg "de zoon leeft", maar zijn zoon leeft dus. Het is de derde vermelding. Nou, het is ook een mooi getal dat ook direct weer gekoppeld is aan opstanding en leven. Maar goed, ik wijs er maar even op.⟨/p> ⟨p>En er staat dan ook bij: "en hij werd zelf gelovig en zijn hele huis." Ik ga ervan uit dat dit trouwens geldt voor al die wondertekenen die plaatsvinden. Niet alleen dat wonderteken dat in Kana plaatsvond op de derde dag, maar ook dit is weer een beeld van Israëls bekering. Dat lijkt me niet zo moeilijk. Laat ik een paar dingen op een rijtje zetten.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-6" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2261" title="Speel af vanaf 37:41">▶ 37:41⟨/button> ⟨span>Het Wonderteken als Beeld van Israëls Toekomstige Bekering⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Israël is een koninklijke natie. Deze man had vernomen wat Jezus eerder deed in Jeruzalem, dat wil zeggen: vóór die twee dagen, om het zo te zeggen. Hebben jullie hem? Hij had vernomen wat Jezus ooit heeft gedaan in Jeruzalem toen Hij leed en stierf, en de wonderen die Hij ook nog eens deed tijdens Pascha.⟨/p> ⟨p>Nu komt deze man in wanhoop bij de Heer; dat mag je toch wel zeggen. Zijn zoon ligt op sterven. Hij komt in wanhoop bij de Heer, en dat is precies wat er met Israël ook zal gebeuren bij Israëls bekering. Als het hun bang te moede is – er staat in Hosea 5 dat als het hun bang te moede is, ze bij Hem zullen komen. En dan zullen ze ook Zijn woord erkennen, zoals deze man dat doet. Zijn woord is dan ook genoeg en dan zullen ze tot erkenning komen.⟨/p> ⟨p>Het is mooi trouwens, ik wees zojuist eventjes op de naam en op die geschiedenis van Thomas. Van Thomas lees je ook dat hij de Heer dan ziet. Maar Thomas had eerst gezegd: "Als ik mijn handen niet steek in Zijn handen en ook niet in Zijn zijde en het met mijn eigen ogen zie, zal ik geenszins geloven." En op het moment dat de Heer voor hem verschijnt, valt hij zo op zijn knieën voor de Heer neer. Er staat niet eens meer dat hij eerst met zijn handen wil tasten; dan is hij ook in één keer helemaal om.⟨/p> ⟨p>Afijn, die koninklijke man die in wanhoop bij de Heer komt, herkent Zijn woord en op dat moment maakt de dood plaats voor leven; het is het zevende uur. Nou ja, die kenmerken zo op een rijtje zettend is het niet zo moeilijk om de link te leggen met wat er straks ook met Israël zal gebeuren. Dood maakt plaats voor leven daar in het zevende uur. Niet alleen maakt de dood plaats voor het leven, maar wanhoop maakt plaats voor werkelijke hoop. En deze man wordt gelovig met zijn hele huis, zoals straks ook het hele huis van Jakob geloven zal en tot erkenning zal komen.⟨/p> ⟨p>In vers 54, de laatste vers van dit hoofdstuk, staat er: "En dit deed Jezus weder als tweede teken, toen Hij uit Judea naar Galilea gekomen was." Ik moet er trouwens bij zeggen dat als hier staat "het tweede teken", dit niet Zijn tweede teken an sich is, maar Zijn tweede teken in Galilea. Want we lezen – ik heb het zojuist voorgelezen in hoofdstuk 2 vers 23 – dat Jezus in Jeruzalem namelijk vele wonderen en tekenen had gedaan. Dus dit was niet Zijn tweede teken in absolute zin, maar het tweede teken nadat Hij uit Judea naar Galilea gekomen was. Dat moet de betekenis zijn.⟨/p> ⟨p>En ook hier trouwens weer, let op: ook hier verbindt Johannes in zijn beschrijving dit wonderteken met het teken van de bruiloft te Kana. Het is het tweede teken. Wat was het eerste teken? Het eerste teken was de bruiloft te Kana, en hier vindt er weer een wonder plaats in Kana. Dat is het tweede teken; die worden gewoon aan elkaar gekoppeld. Zo zie je dus dat wat daar plaatsvond in Kana op die derde dag – die bruiloft waar water in wijn veranderd werd – in wezen dezelfde betekenis en dezelfde verwijzingen in zich heeft als bij dit teken. Namelijk waarbij een koninklijke man, wiens zoon dodelijk ziek was, leven ontvangt en op het zevende uur geneest. Het heeft dezelfde gedachte in zich.⟨/p> ⟨p>Ja, en dan komen we aan in hoofdstuk 5.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-7" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2539" title="Speel af vanaf 42:19">▶ 42:19⟨/button> ⟨span>Johannes 5: het Feest in Jeruzalem en het Huis van Barmhartigheid⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Vrienden, wij gaan weer verder met hoofdstuk 5. Dat begint met "daarna", en hoewel er natuurlijk niet staat hoelang dat daarna was, weten we dat het het volgende feest der Joden was. Trouwens, dat is meestal de aanduiding in het Johannes-evangelie, maar dat even terzijde. Als het gaat over hoogtijden op Israëls kalender, dan worden het hier niet-genoemde hoogtijden van de Heer genoemd, zoals dat van origine heette. Pesach bijvoorbeeld en Pinksteren, dat zijn allemaal hoogtijden van de Heer; het zijn Zijn hoogtijdagen. In het feit dat het hier het "feest der Joden" genoemd wordt, klinkt afstandelijkheid door. Dat wil zeggen: het is eigenlijk niet meer het feest van Hem, maar hun eigen feestje geworden.⟨/p> ⟨p>Het was daarna, en nu kom ik meteen op het punt waar we het zojuist in de pauze nog even over hadden naar aanleiding van hoofdstuk 4 vers 35. Daar lazen we: "Zegt gij niet: nog vier maanden, dan komt de oogst?" Als het nog vier maanden zou duren voordat er een oogst zou zijn, dan zou dat de gerstenoogst zijn, of daarna de tarweoogst, vijftig dagen later. Het verschil tussen Pasen en Pinksteren is feitelijk het verschil tussen deze twee oogsten. Als de oogst ongeveer in april plaatsvindt, dan was dit moment vier maanden daarvóór geweest. Nu wist ik al dat Fred daar nooit tevreden mee is: "Is dat alles?" Nee, de vorige keer hebben we er ook bij stilgestaan dat dit te maken heeft met gebeurtenissen die vóór de grote oogst plaatsvinden. Voordat de oogst plaatsvindt, vindt er al een inzameling plaats in Samaria. Dus ook dat heeft weer te maken met die tussentijd. De oogst zou nog wachten, maar dit is wat er al aan eerstelingen binnenkwam.⟨/p> ⟨p>Nog vier maanden en dan komt de oogst; dat is allemaal aardig getimed, al moet ik erbij zeggen dat het niet helemaal hard te maken is dat dit inderdaad het Pesach is. Er wordt namelijk ook wel verdedigd dat dit een andere hoogtijd is. Maar als dit het eerstvolgende feest is geweest na die gebeurtenis in Samaria, dan moet het Pesach geweest zijn. Daar opteer ik dus ook voor. Ik heb daar trouwens nog een reden voor, maar die is louter typologisch van aard en niet gebaseerd op een strikte lezing van de tekst, dus dat is niet echt hard.⟨/p> ⟨p>Er was een feest der Joden en Jezus ging op naar Jeruzalem. Hij ging omhoog, want daar heb je weer die opwaartse beweging. Dat is trouwens altijd de standaard formulering: je gaat op naar Jeruzalem omdat de stad in de hoogte ligt. Let nu eens goed op vers 2: "Nu is er te Jeruzalem bij de Schaapspoort een bad dat in het Hebreeuws de bijnaam Betesda draagt, met vijf zuilengangen." Er staat: "Nu is er te Jeruzalem." Dat is de tegenwoordige tijd. Men zegt wel dat het Johannes-evangelie de oudste van de evangeliebeschrijvingen is, wat heel goed kan, maar men zegt ook dat dit waarschijnlijk aan het einde van de eerste eeuw is geschreven. Johannes is volgens de traditie heel oud geworden en zou dit pas ver na de val van Jeruzalem hebben opgeschreven. Er zijn echter interne aanwijzingen in het boek zelf die dat weerspreken, en dat blijkt uit de werkwoordsvorm die hij hier gebruikt.⟨/p> ⟨p>Hij zegt: "Nu is er te Jeruzalem bij de Schaapspoort een bad..." Als het waar zou zijn wat men algemeen beweert, namelijk dat Johannes' evangelie geschreven is ver na de val van Jeruzalem, dan had hij moeten schrijven: "Nu was er te Jeruzalem bij de Schaapspoort een bad dat de bijnaam Betesda droeg." Het was immers inmiddels verleden tijd. Als u weleens in Jeruzalem bent geweest, dan weet u dat u de ruïnes hiervan nog steeds kunt bezoeken. Je ziet daar inderdaad nog die zuilengangen; het is volstrekt helder dat dit Betesda is geweest. Het is nog steeds te bezoeken, maar als een ruïne. Johannes schrijft dit echter terwijl die Schaapspoort er nog is en er nog steeds een bad is dat de bijnaam Betesda draagt. Anders had hij gewoon het woordje "was" moeten gebruiken en niet "is". Zo ongenadig en onverbiddelijk is een tekstbeschrijving. Als je de tekst neemt zoals hij zich aandient, dan kan het niet missen dat dit vóór de val van Jeruzalem is opgetekend.⟨/p> ⟨p>Ik geloof dat dit geldt voor heel het Nieuwe Testament. Dat is heel waardevol, want het betekent dat het geschreven is kort nadat de Heer Jezus heeft geleefd, is gestorven, begraven, opgestaan en ten hemel gevaren. Dat is allemaal binnen een generatie opgetekend. De Heer is opgestaan in het jaar 30 en Jeruzalem werd verwoest in het jaar 70, precies veertig jaar later. Het is dus allemaal vóór die tijd opgetekend, wat betekent dat we in het Nieuwe Testament te maken hebben met recente ooggetuigenverslagen. Johannes was een ooggetuige. Dat geldt voor de geschriften in het algemeen: het zijn mensen geweest die het hebben opgetekend omdat ze het zelf hebben gezien. Informatie uit de eerste hand. In de tegenwoordige tijd was Jeruzalem dus nog niet verwoest en Johannes heeft dit geschreven vóór het jaar 70, voor de beruchte verwoesting van de stad.⟨/p> ⟨p>Dan staat er nog iets bij: "bij de Schaapspoort". Dit vind ik een aardige aanwijzing. Als je het louter geografisch neemt, is het natuurlijk niet direct overtuigend, maar als we inderdaad mogen denken dat dit het Pesach was, dan is deze verwijzing naar de Schaapspoort juist weer heel boeiend. Die poort draagt namelijk die naam omdat het de poort is waardoor de schapen naar de tempel werden gebracht. Als een lam ter slachting bij Pesach, als een schaap dat stom is voor zijn scheerders. Dat was de poort in de richting van de Olijfberg. De gebeurtenis die hier beschreven wordt, vond plaats bij de Schaapspoort en ik zie daarin een connectie met het Pesach.⟨/p> ⟨p>Nu is er te Jeruzalem bij de Schaapspoort een bad. Ik zeg het er meteen maar even bij: typologisch slaat dat op de woorden Gods. Het waterbad van het woord, zoals dat in Efeziërs 5 wordt gezegd. Als er iets is dat een mens werkelijk reinigt, dan zijn het de woorden Gods. Houd dat even vast, want daar gaat het feitelijk ook over: reiniging, genezing en nieuw leven ontvangen. Dat is allemaal de potentie en de kracht van dat bad. Een bad dat in het Hebreeuws de bijnaam Betesda draagt. Betesda betekent "Huis van Barmhartigheid". "Beth" is huis en de rest van de naam verwijst naar barmhartigheid. Ik vind dat mooi, al zou je het aan de andere kant cynisch kunnen opvatten als je vervolgens leest wat daar in Betesda gebeurt.⟨/p> ⟨p>Het was een ongenadige, onbarmhartige competitieplaats, want je moest namelijk zo snel mogelijk daar bij het water wezen. En je moest vooral niet lam zijn. Elke dag opnieuw bleek: je moest juist níet lam zijn. Maar het was wel bij de Schaapspoort, natuurlijk. Dat is dan de cynische versie.⟨/p> ⟨p>Aan de andere kant: deze man in deze geschiedenis ondervindt daadwerkelijk barmhartigheid. Straks zullen we dat ook zien. Hij zegt: "Ik heb geen mens." Maar degene tegen wie hij dat zei, bleek nu juist degene te zijn die hem barmhartigheid bewees. Afijn, dat bad draagt in het Hebraeus de naam Betesda en het had vijf zuilengangen.⟨/p> ⟨p>Dat getal vijf, daar hadden we het in de pauze nog even over. Dat is bij typologie natuurlijk wel vaker het geval: typologie laat connecties zien, verbanden. Om een voorbeeld te noemen: in het Hebraeus zeg ik "zeven", en als ik zeven zeg, zeg ik ook "volheid". En als ik zeven zeg, zeg ik ook "shabbat", omdat al die woorden met elkaar gelinkt zijn. Zo spring je van het een op het ander over, zodat je daardoor verbanden laat zien.⟨/p> ⟨p>Kijk maar: de Heer verblijft twee dagen in Samaria en dan komt Hij de derde dag weer in Kana. Dat was precies ook de plaats waar Hij al eerder op de derde dag was. Nou, ziet u? Dan zie je verbanden, dan zie je linken. Die dringen zich gewoon aan je op. Dan blijken die verschillende dingen ook met elkaar verband te houden, ook inhoudelijk, en naar hetzelfde te verwijzen.⟨/p> ⟨p>Het wordt soms moeilijker wanneer je vraagt: waar is iets nou een beeld van? In de pauze hadden we het al even over dat getal vijf. Waar slaat dat op? Daar kun je veel meer van zeggen dan ik nu wil doen, want het is nu niet direct het onderwerp. Maar goed, we hadden het over een bad. Als dat bad een beeld is van het Woord van God... Dit is een huis van barmhartigheid.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-8" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3316" title="Speel af vanaf 55:16">▶ 55:16⟨/button> ⟨span>De Vijf Zuilengangen en het Fundament van de Thora⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En dat bad had vijf zuilengangen. Ja, ik kan het niet helpen, maar dan denk ik toch echt meteen aan de fundamenten, de vijf zuilen waar dat bad mee geassocieerd is. En dat is de wet, de Thora, of zoals dat heet: de Pentateuch. U weet, de boeken van Mozes worden in het totaal de Pentateuch genoemd, en 'penta' betekent vijf. Dat zijn dus de vijf boeken. Juist vorige week wees iemand mij erop dat ze in Duitse Bijbels niet spreken van Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium, maar dat ze het hebben over 1 Mozes, 2 Mozes, 3 Mozes, 4 Mozes en 5 Mozes. De vijf boeken van Mozes vormen de basis van de woorden Gods. De Thora, de boeken van Mozes, de Pentateuch — dat zijn eigenlijk de pilaren waarop het hele Woord Gods is gebaseerd. Dat is de link die ik hier vooral zie.⟨/p> ⟨p>En daar in dat huis ondervindt deze man ook daadwerkelijk genade. Laten we eerst even verder lezen. Daarin lag in dat huis een menigte zieken en zwakken. Het woord 'zieken' in het Grieks betekent eigenlijk letterlijk 'zwak zijnde'. Het lijkt me niet zo moeilijk om die connectie te zien: iemand die ziek is, is juist zwak, verzwakt. Er lagen niet alleen verzwakten, maar ook blinden, verlamden — zoals in dit geval deze man, die halfzijdig verlamd was — en verschrompelden, oftewel kreupelen en uitgeteerden. U ziet, dat was een huis met een menigte mensen die allemaal wel wat barmhartigheid konden gebruiken.⟨/p> ⟨p>De rest van deze tekst, en dat geldt ook voor het volgende vierde vers, staat tussen haakjes, tenminste in sommige Bijbels. In de NBG staat het inderdaad ook tussen vierkante haakjes, waarmee wordt bedoeld dat de belangrijkste handschriften ontbreken. Vers 3b — dus wat hier onderstreept staat — en ook het volgende vierde vers ontbreken in de Sinaïticus en de Alexandrinus. Dat zijn grote handschriften van het Nieuwe Testament en in de meerderheid van de handschriften staat het niet. Daarmee wil ik overigens niet zeggen dat wat er staat niet kan kloppen, want het beschrijft heel accuraat wat volgens vers 7 inderdaad algemeen wordt aangenomen. Als je vers 3b en vers 4 leest, dan sluit dat naadloos aan bij wat we straks in vers 7 ook zullen lezen. Dus ik betrek het toch maar even bij de bespreking, ondanks het feit dat het nog maar twijfelachtig is of Johannes dit inderdaad heeft opgetekend, of dat dit later commentaar is geweest.⟨/p> ⟨p>Afijn, er staat dan in die tekst dat zij wachtten op de beweging van het water. Want, zo werd er algemeen gedacht, van tijd tot tijd daalde een engel des Heren neder in het bad. Als je trouwens in de tekst kijkt, dan staat er letterlijk niet 'daalde neer', maar 'hij baadde'. Dat wil zeggen: hij nam een bad. Er staat 'een boodschapper', Angelos. Ons woord engel komt ook gewoon rechtstreeks uit het Grieks. Een boodschapper van de Heer, dat moet dan duidelijk zijn gezien wat er vervolgens allemaal gebeurde. Van tijd tot tijd, periodiek dus, baadden zij in de badvijver; dat was de gedachte. En dan bewoog het water.⟨/p> ⟨p>Ik heb daar nog eens wat over nagelezen. Tegenwoordig zou men zeggen dat zo'n vijver wellicht een termitterende bron is. 'Termitterend' heeft te maken met tijdelijkheid; een bron waarbij op gezette tijden het water in beweging komt. Dat is een fenomeen dat wel vaker gebeurt, maar dat komt dan door gassen. Dat is trouwens ook geestelijk hoor, gas. Maar u ziet het hè? Let op, dit is geen verklaring van mij; dit is zomaar een optie, een vraagteken. Als wij dit fenomeen zien, waarbij water zomaar plotseling of periodiek in beweging komt, dan kan dat ook natuurkundig verklaard worden. Maar hier wordt dus gezegd: een engel des Heren daalde neer in het water. Dat was de uitleg die men gaf daar in Betesda. Algemeen werd dat aangenomen; ik bedoel, er lag niet voor niets een hele menigte. En dan staat erbij: wie er het eerst inkwam na de beweging van het water, die werd gezond, ongeacht de ziekte die hij had. U begrijpt waarom daar dan een hele menigte ligt. Als dat inderdaad is wat algemeen werd aangenomen — zoals het was en zoals men dacht dat het in elkaar stak — dan is het de moeite waard om daar neer te gaan liggen. Nou, en als we dan vanaf vers 5 weer lezen, dat heeft Johannes sowieso weer opgetekend.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-9" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3712" title="Speel af vanaf 01:01:52">▶ 01:01:52⟨/button> ⟨span>Achtendertig Jaar Verlamming en de Woestijnreis van Israël⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En dan staat er: dat was een man die reeds achtendertig jaar lang ziek geweest was. Er staat niet dat hij al achtendertig jaar lang daar in Betesda lag, maar hij was wel achtendertig jaar lang al ziek en zwak – en we zullen straks zien: verlamd. Dat was zijn probleem. Maar let even op die termijn. Hij was achtendertig jaar lang al ziek. Ook hier kun je natuurlijk weer zeggen: dat is journalistieke informatie die je er even bij moet vermelden. Maar dan vraag ik me af: hoezo? Er had ook kunnen staan dat hij al vele jaren ziek was. Nee, het getal wordt specifiek vermeld: achtendertig jaar lang.⟨/p> ⟨p>Dan pak je een concordantie en vraag je je af: waar komt dat nog vaker voor? Het lijkt me niet zo moeilijk: achtendertig jaar. Nee? Oh, ik dacht... ik zit hier met allemaal Bijbelkenners! Ik zit hier een beetje mijn best te doen. Juist, het was de tijd dat Israël vanwege ongeloof niet kon ingaan in het beloofde land. Ik heb daar wel een verwijzing naar: Deuteronomie 2 vers 14. In de boeken van Mozes dus. Was dat niet veertig jaar? Jawel, maar let op wat er staat. Ik lees het even voor: "Ze waren inderdaad al onderweg en toen trokken wij over de beek Zered. En de tijd dat wij reisden vanaf Kades Barnea totdat wij de beek Zered overtrokken, bedroeg achtendertig jaar, totdat dit hele geslacht van krijgslieden uit de legerplaats gestorven was tot de laatste man, zoals de Heer hun had gezworen."⟨/p> ⟨p>Dat was dus de tijd... Kades Barnea was namelijk de plaats waar Israël gelegerd was toen de twaalf verspieders het land ingingen. Daar kwamen ze weer terug, en slechts twee verspieders, Jozua en Kaleb, zeiden: "De Heer heeft ons dit land beloofd." En inderdaad, het is een geweldig land, overvloeiend van melk en honing. Dat bleek ook wel uit die geweldige druiventrossen die ze meenamen. Maar die andere mannen waren helemaal geïmponeerd door de machten die daar gelegerd waren. Zij zeiden: "Dit moeten we niet gaan innemen." Jozua en Kaleb zeiden dat ze dat juist wél moesten doen. Het volk geloofde echter de tien mannen en niet de twee. Op grond van dat ongeloof zegt de Heer: "En nu blijven jullie nog achtendertig jaar in de woestijn en mogen jullie niet ingaan tot de laatste man van twintig jaar en ouder is gestorven." De totale termijn is dan veertig jaar. Dat wordt heel uitdrukkelijk vermeld.⟨/p> ⟨p>Ik kan het nog anders laten zien; deze afbeelding lijkt me wat meer tot de verbeelding sprekend. Ik moet er even bij zeggen: Jozua is exact dezelfde naam als Jezus. Wij maken wel onderscheid, maar het verschil is puur Hebreeuws tegenover Grieks. Het is gewoon Jozua, maar op het moment dat je het op zijn Grieks zegt, zeg je 'Iesous' of Jezus. Het is exact dezelfde naam. Je leest dat Jozua in het land komt en vervolgens terugkeert tot zijn volk. Ze geloven hem niet en op grond daarvan gaan ze het beloofde land niet binnen. Is het daarmee over? Nee, want Jozua zou hen alsnog het beloofde land inbrengen, maar daar zit een tijd van achtendertig jaar tussen. Eerst is er ongeloof, en daarna komen ze alsnog in het land van de belofte. Na die achtendertig jaar is het dus eigenlijk wachten op Jozua; daar komt het op neer. Die achtendertig jaar was een dramatische tijd, en daarna komt Jozua.⟨/p> ⟨p>Het lijkt mij in dit geval ook helemaal niet moeilijk om de link te zien met Johannes 5. Na achtendertig jaar komt Jozua, jawel, en dan ben je bij het badwater van Betesda. Wat gebeurt daar? Er zit een man die al achtendertig jaar ziek is, en dan komt Jezus – Jozua dus. Hij brengt hem alsnog daar waar hij wezen moet en bewijst hem barmhartigheid. Er staat dat de man ziek was, wat wil zeggen – en dat zullen we zien uit het vervolg – dat hij niet bij machte was om te staan en te lopen. In ieder geval zijn onderlijf was verlamd. In vers 6 lees je: "Hem zag Jezus liggen, daar Hij wist dat hij daar reeds lange tijd was." Hoe Jezus dat wist, wordt hier niet vermeld, maar Hij wist het, en Jezus zag hem daar liggen.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-10" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4079" title="Speel af vanaf 01:07:59">▶ 01:07:59⟨/button> ⟨span>Barmhartigheid in Bethesda: "ik Heb Geen Mens"⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Dat is op zich al een heel veelbelovend gegeven, een mededeling: Jezus zag hem daar. Dat blijkt ook wel, want Hij zei tot hem: "Wil jij gezond worden?" Of: "Jij wilt gezond worden." Ik vraag me zelfs af – en ik ben onvoldoende in het Grieks onderlegd om dat definitief te kunnen beoordelen – of er hier wel een vraagteken moet staan. "Jij wilt gezond worden." Dat lijkt me eerlijk gezegd nog logischer ook. Want om aan iemand die al 38 jaar verlamd is en zich daar in het huis van barmhartigheid bevindt te vragen: "Wil jij gezond worden?", dat lijkt me toch een vrij overbodige vraag, nietwaar? Dat is vragen naar de bekende weg.⟨/p> ⟨p>Nu kan zo'n vraag natuurlijk ook zijn doel dienen, dus ik houd een slag om de arm. Maar eerlijk gezegd ga ik ervoor dat Hij het gewoon vaststelt: "Jij wilt gezond worden." En waarom ook niet? De zieke antwoordde Hem: "Heer, ik heb geen mens." Ja, alleen dat al... ik kan wel doorlezen, maar sta hier eens bij stil: "Ik heb geen mens." Dat is een beschrijving van zijn hopeloosheid, maar ook van zijn eenzaamheid, waarin trouwens heel wat mensen zich zullen herkennen. Ik heb geen mens.⟨/p> ⟨p>Ik heb geen mens om mij, zodra de beweging komt in het water, in het bad te werpen. Want zelf kon hij het niet; dat was juist zijn probleem. Hij had dus iemand nodig om hem in het bad te gooien. Er staat echt 'werpen' – gooien dus. Het maakt niet uit hoe ik erin kom, als ik maar in dat water kom. Maar hij had iemand nodig; dat is eigenlijk wat zijn toestand typeert.⟨/p> ⟨p>Iedere keer als een mens een wonder nodig heeft, zie je die afhankelijkheid. Denk maar aan het voorgaande dat we zojuist lazen over die hoveling, die koninklijke man. Je kunt wel koninklijk wezen, maar als je zoon op sterven ligt, maakt dat helemaal geen enkel verschil. Dan heb je echt iemand nodig van het kaliber – als ik het even met alle eerbied mag zeggen – van het kaliber van de Heer. Iemand wiens woord werkelijk genoeg is, wiens woord levend en krachtig is om met macht te kunnen zeggen: "Ga heen, uw zoon leeft." Kijk, daar heb je wat aan! Het gebeurde precies op dat uur.⟨/p> ⟨p>Hij was helemaal afhankelijk. Als je zomaar afhankelijk bent van een mens, dan ben je slecht gestuurd. Maar goed, in dit geval stond hij oog in oog met Degene die hem werkelijk barmhartigheid kon bewijzen. "Heer, ik heb geen mens om mij, zodra er beweging komt in het water, in het bad te werpen. Terwijl ik onderweg ben, daalt een ander al voor mij af." Je zou dit zelfs als een verholen verzoek kunnen beschouwen. Zo van: "Nou, ik heb geen mens... maar nu U er zo naar vraagt, wilt U mij misschien in het bad werpen?" En dan zie ik in gedachten de knipoog van de Heer al van: "Nou, Ik heb een beter idee." En let dan eens op wat er dan staat...⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-11" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4292" title="Speel af vanaf 01:11:32">▶ 01:11:32⟨/button> ⟨span>Opstanding en Rust: Sta Op, Neem Je Matras op en Wandel⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Jezus zei tot hem... Weer dat machtswoord. Jezus zei tot hem: "Sta op, neem je matras op en wandel." Drie dingen. Let op: "Sta op." Ik kan het niet nalaten, want we hadden het al eerder over typologie: "Sta op" natuurlijk. Die man was verlamd en wat hij tot dusver niet kon, dat wordt hem nu geboden. De Heer zegt dat tegen hem, maar Hij geeft hem meteen ook de mogelijkheid om dat daadwerkelijk te doen. Opstanding. Het is niet zo moeilijk om in dit "sta op" een beeld te zien van opstanding, lijkt mij zo. "Sta op", en dan: "neem je matras op."⟨/p> ⟨p>Het eerste wat hij zou doen, is een beeld van nieuw leven. Het tweede is de matras als embleem van rust. "Neem je matras op." Ik kom er straks nog even op terug. En dan vervolgens: een wandel. Dat wat hij achtendertig jaar lang niet gekund heeft — hij was achtendertig jaar lang niet in staat om te wandelen — en nu zegt de Heer: "Neem je matras op en wandel." Trouwens, ik moet eraan denken dat van Israël ook zoiets wordt gezegd: dat ze niet hadden gewandeld in de wegen des Heren. Eigenlijk waren ze dus ook verlamd; ze konden dat niet. Ze konden niet wandelen in de wegen des Heren. Deze man krijgt dat gewoon in één zin allemaal zo te horen: opstanding (dat wil zeggen: nieuw leven), rust en wandel. Niet jakkeren, maar wandelen.⟨/p> ⟨p>En terstond, zonder revalidatie, werd de man gezond en nam zijn matras op. Dat is altijd een van de meest frappante dingen, vind ik, bij die genezingswonderen die je beschreven vindt, met name in de Evangeliën of de Handelingen: het gebeurt gewoon meteen, direct, zonder dat er eerst geoefend hoeft te worden. Kun je je voorstellen? Een man die — ik weet niet of het vanaf zijn geboorte was, dat staat er niet bij vermeld — achtendertig jaar lang halfzijdig verlamd is geweest. Dan zou je toch zeggen dat je eerst met moeite moet leren opstaan. Iets soortgelijks lees je ook over die man bij de Schone Poort. Petrus zegt dan: "Zilver en goud heb ik niet, maar wat ik heb, dat geef ik u: in de naam van Jezus de Nazoreeër, sta op!" En hij sprong op. Hij stond, hij sprong op... Dat is toch schitterend? Over nieuw leven gesproken! Springen, hè? "Spring is in the air"... Nou, dat deed hij niet letterlijk, maar hij sprong wel op.⟨/p> ⟨p>Terstond werd de man onmiddellijk gezond en hij nam zijn matras op. U moet trouwens niet aan zo'n groot Pullman-matras denken hoor, want die neem je niet zomaar even op. U ziet hier op de dia: het is een ligmat. In de ISA Interlinear heeft men het weergegeven met "ligmat". In het Grieks is het ⟨em>krabatton⟨/em> en dat is inderdaad een lichte mat. Je moet meer denken aan zo'n siëstamatje ofzo, in ieder geval niet zo'n heel zwaar ding. Want die neem je zomaar op. "Een boxspring?" hoor ik Fred zeggen. Nee, hij sprong weliswaar, maar niet met een boxspring! Dat mag je aannemen. Maar in ieder geval: "Neem je matras op."⟨/p> ⟨p>Daar werd de man gezond, nam zijn matras op en ging zijns weegs. Eigenlijk staat er: hij wandelde. Dat is wat anders dan gaan of lopen. Lopen is altijd nog iets van A naar B gaan; je loopt van A naar B. In wandelen zit ontspanning. Ik heb me laten vertellen — ik heb het nu niet helemaal paraat — maar het heeft te maken met "omgaan". Dat zie je ook in dat voorzetsel ⟨em>peri⟨/em>. Dat wil eigenlijk zeggen: denk aan ons woordje periferie, je maakt een ommetje.⟨/p> ⟨p>Ook in verband met ons geloofsleven wordt er gesproken over "wandel": onze wandel met Hem. Daar zit een heel relaxed element in. Laat ik het anders zeggen: wandelen doe je in dit beeld eigenlijk altijd mét je matrasje, dus in rust. Wandelen met je matras wil eigenlijk zeggen: "Ik ga nu wel, maar ik doe dat in de rust." Dat is een activiteit die je bij uitstek doet op de sabbat. Gewoon in rust wandelen, in vrijheid, met je matras. Ik vind het prachtig. Die man springt in nieuw leven en hij wandelt met zijn matras. Als er iets is wat we mogen doen in ons leven, dan is het met Hem onze weg wandelen, maar wel in de rust. Hij spreekt Zijn woord en daar kun je van op aan. Dat is alles. En dan staat er: "Nu was het sabbat op die dag." Nou, dat komt dan mooi uit, want hij liep immers met zijn matras. Maar daar dachten de leiders anders over.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-12" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4705" title="Speel af vanaf 01:18:25">▶ 01:18:25⟨/button> ⟨span>Het Conflict Tussen het Levende Woord en Dode Tradities op de Sabbat⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Het was Sabbat die dag. Let op: het vorige wonder vond plaats op het zevende uur, maar dit wonder vond plaats op de zevende dag. U zegt wellicht: "Ja, maar dit is iets heel anders." Dat is zo, tenzij je typologisch denkt en Bijbelse verbindingen legt. Dan zie je dat het dezelfde waarheid is, dezelfde gedachte die zich aan je opdringt. Het verwijst naar de grote dag die straks gaat plaatsvinden; dat inderdaad het volk, dat in ongeloof niet kon ingaan in het beloofde land, alsnog onder leiding van Jozua in de belofte deelt, leven ontvangt en gaat wandelen in de weg van de Heer, in Zijn rust. Ze zullen ingaan in Zijn rust. Dit wonder spreekt dus inderdaad weer van dat beloofde vrederijk: de zevende dag, de Dag des Heren. Ik hoop natuurlijk dat u dit niet met calvinistische oortjes beluistert, want dan denkt u direct aan de zondag, maar dat klopt in dit verband niet.⟨/p> ⟨p>Wandelen op de Sabbat, daarover gesproken: weet u trouwens hoeveel een Sabbatsreis was? Nu we het hadden over die twee dagen en die twee millennia, is dat wel interessant. De term 'Sabbatsreis' wordt ook in het boek Handelingen gebruikt. Je leest daar dat de afstand tussen Jeruzalem en de Olijfberg een Sabbatsreis was. Dat was een vastgestelde afstand. Als je dat leest in het boek Jozua, dan wordt dat in de moderne vertalingen vaak weergegeven als ongeveer een kilometer. Maar dat is eigenlijk jammer, want weet u wat er werkelijk staat? Er staat 2000 el. Het was namelijk precies 2000 el. Dat was ook de afstand die de ark aanhield. Toen Israël onder leiding van Jozua door de Jordaan trok – wat trouwens ook op de derde dag was – moesten ze de ark navolgen. Eerst ging de ark door de Jordaan en het volk moest volgen op een afstand van 2000 el. Dat was een Sabbatsreis. Wat was dus de afstand tot de Sabbat? 2000 el. Ik moet aan dat soort details denken: hoe ver is men verwijderd van die Sabbat? Nou, 2000 el dus.⟨/p> ⟨p>Maar goed, het was die dag Sabbat. En de Joden zeiden tegen de genezene: "Ja, maar dat gaat zomaar niet. Het is Sabbat en dan mag u uw matras niet dragen. Het is niet geoorloofd om dat lichtmatje op te tillen en op te pakken." Volgens hen ging dat in tegen de rust. Maar de Heer had dat nu juist tegen hem gezegd. Men had daar natuurlijk een groot conflict over; het was het constante strijdpunt dat de Heer had met de godsdienstige leiders. Zij belastten het volk met dit soort geboden. Ze dachten wellicht dat ze de Sabbat beschermden, maar in werkelijkheid belastten ze het volk. Je mag niets oppakken, zeiden ze, terwijl de Heer dit helemaal niet zo had gezegd. De wet zei: "Jij zult niet arbeiden", wat wil zeggen dat je geen werk doet voor loon. Later zegt de Heer nog over deze leiders dat ze de lasten zelf met geen vinger aanraken. Dat is pure hypocrisie, maar ook het punt dat die extra regels gewoon verzonnen zijn. Waar staat dat in de Schrift? Terwijl, als je er goed over nadenkt: wat die man juist deed – wandelen met zijn matras – is precies wat je op de Sabbat zou moeten doen als beeld van de rust.⟨/p> ⟨p>Toch antwoordde hij hun: "Die mij gezond gemaakt heeft, die heeft tegen mij gezegd: 'Neem uw matras op en ga uw weegs'." En letterlijk: "Wandel". Zij vroegen hem wie die mens was die dat gezegd had. Ik maak me sterk dat ze nattigheid voelden. Ze wisten het waarschijnlijk wel, maar ze wilden het zeker weten. De genezene zelf wist echter niet wie het was, want Jezus was ontweken omdat er een grote schare op die plaats was. Daarna vond Jezus hem in de tempel. Ik denk dan: die man mocht weer wandelen, wat ga je dan doen? Het bad van Betesda lag pal naast het tempelplein. Jezus vond hem daar, alsof Hij hem gezocht had. Die man was naar het huis van God gegaan.⟨/p> ⟨p>Jezus zei tegen hem: "Zie, u bent gezond geworden; zondig niet meer, opdat u niet iets ergers overkomt." Dat is een eigenaardige uitspraak: "zondig niet meer". Lag hier een zonde aan ten grondslag? In verband met het volk Israël weten we het wel. Dat volk was 38 jaar lang verlamd en kon niet wandelen in de wegen van de Heer; ze konden het beloofde land niet ingaan. Waarom konden ze niet ingaan in de rust? Vanwege ongeloof. Als het geloof was dat genezing bracht, mag je aannemen dat het juist door ongeloof was dat hij in die toestand was gekomen. In ieder geval zegt de Heer dit tegen hem, en let op vers 15: de man ging heen en vertelde de Joodse leiders dat het Jezus was die hem gezond gemaakt had. En daarom vervolgden de Joden Jezus. Er staat niet dat ze dat 'wilden', nee, ze vervolgden Hem daadwerkelijk omdat Hij deze dingen op Sabbat deed.⟨/p> ⟨p>Daarmee wil ik afsluiten, want na dit gedeelte volgt een heel betoog waar we de volgende keer naar gaan kijken. Maar dit wonderteken vindt plaats op een Sabbat. Het zou een prachtige studie zijn – of eigenlijk een hele serie studies – om te kijken naar de wonderen die de Heer op de Sabbat deed. Je vindt er zo zes of zeven. De Heer doet dat met een bedoeling. Juist zo'n wonder spreekt van datgene wat de Sabbat uitbeeldt: de grote betekenis van de Sabbat die straks gaat komen. Voor het volk van God is er een Sabbatrust weggelegd. Het gaat over het vrederijk, de Shabbat, de grote zevende dag. De Heer deed die wonderen juist en bij voorkeur op die dag, en dat clashte met de traditie. Het was een confrontatie tussen het Woord van God, dat reinigt, herstelt en leven geeft, en dode tradities die een mens uiteindelijk alleen maar belasten en neerbuigen. Dat is het grote conflict.⟨/p> ⟨p>Zo zijn we bij vers 17 aangekomen en ik stel voor dat we daar de volgende keer de draad weer oppakken. We hebben vanavond toch nog een vrij lang gedeelte besproken. Er werd nog gevraagd naar de symboliek van de oogsten: eerst de gerstenoogst en dan de tarwoogst. Jazeker, dat heeft een diepe betekenis. Je hebt eerst Pesach, het feest van de gerstenoogst, en vijftig dagen later met Pinksteren is het de oogst van de tarwe. Daar zit zeven weken tussen en beide hebben hun profetische vervulling. De Heer Jezus stierf op de dag van het Pascha, de dag dat het lam geslacht werd. Vervolgens stond Hij op de dag van de eersteling op uit de doden. Dat was de dag dat de eersteling van de gerstenoogst werd aangeboden aan de Heer. Dus ja, daar zit absoluut een prachtige symboliek achter.⟨/p> ⟨p>En vijftig dagen later, op de vijftigste dag, werd de oogst binnengehaald. Het was op de Pinksterdag dat het grote wonder plaatsvond van de geest die op hen neerkwam.⟨/p> ⟨p>Zijn dat dan de zevende eerstelingen, en niet de Paas-eerstelingen? Ja, de eerstelingen. En wordt dan uiteindelijk alles bereikt wat er maar te vinden is? Uiteindelijk wel, met de zevende maand; dat is dan een half jaar later.⟨/p> ⟨p>Kijk, dan krijg je dus in april... laat ik het op de Hebreeuwse manier zeggen. In de maand Nisan, de maand Aviv, heb je de gersteoogst. Zeven weken later krijg je de tarweoogst, en in de zevende maand — dat is een half jaar na de gersteoogst, dus pakweg in augustus of september — heb je de oogst van de wijn en de olijven. Dat is het Loofhuttenfeest.⟨/p> ⟨p>Feitelijk is die hele kalender van God, de hoogtijden van de HEERE, gekoppeld aan oogsten. Het is helemaal gebaseerd op de agrarische kalender. Maar het is fenomenaal hoe God juist op die dagen en tijdens die hoogtijden ook echt Zijn voetstappen heeft gezet.⟨/p> ⟨p>Pascha, de Eersteling... je hebt eigenlijk twee groepen feesten. Je hebt feesten die plaatsvinden rond de eerste maand en feesten die plaatsvinden in de zevende maand. De eerste groep heeft te maken met de eerste komst van Christus, en die andere feesten in de zevende maand hebben te maken met de tweede komst, wanneer alles tot volheid — tot de zeven — gebracht wordt.⟨/p> ⟨p>Ja, en hoe was het ook alweer? Hal Lindsey zei: "Het wachten is op de voet." Zullen we het hierbij laten voor vanavond?⟨/p>