⟨h3 id="hoofdstuk-1" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="0" title="Speel af vanaf 00:00">▶ 00:00⟨/button> ⟨span>Introductie en Terugblik op Johannes 2⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Wij gaan vanavond weer verder met ons onderzoek in het Johannesevangelie, inmiddels de zevende studie. Een mooi getal. We zijn ook bij een volgend deel in het evangelie aangekomen, want we gaan straks beginnen met Johannes 3. Dat betekent dat we in zes avonden twee hoofdstukken hebben besproken. Het is nuttig om nog even in herinnering te roepen wat we de laatste keer hebben behandeld, om mij even te beperken tot de essentie van die avond.⟨/p> ⟨p>Toen hebben we het staartje van Johannes 2 besproken. Dat ging over de geschiedenis van het eerste teken dat de Heer heeft verricht. Zo staat het ook heel uitdrukkelijk vermeld: het eerste teken dat Hij verrichtte in Cana, en dat was op de derde dag. Hij veranderde daar water in wijn. Dat vormt een prachtig contrast met het eerste teken van Mozes. In Johannes 1 las je al: "De wet is door Mozes geworden, maar de genade en de waarheid is door Jezus Christus geworden." Meteen worden die twee gecontrasteerd in dat eerste teken: de één veranderde water in bloed en de ander, Jezus Christus, veranderde water in wijn. We hebben daarbij stilgestaan, ook bij het feit dat het de derde dag was. Trouwens, die derde dag was ook nog eens de zevende dag in de reeks van dagen waar Johannes 1 mee begint. Dat alles zit vol met betekenissen, ook in verband met de millennia.⟨/p> ⟨p>Daarna volgt de geschiedenis vanaf vers 12 en 13, waarin de Heer in conflict komt met de Joden omdat Hij in Jeruzalem voor nogal wat opschudding zorgt vanwege Zijn optreden in de tempel. Hij veegt de tempel schoon – nou ja, 'schoonvegen' is een nette benaming. Hij verdreef de aanwezigen. Hoe staat het er precies? Hij vond in de tempel de verkopers van runderen, schapen en duiven, en de wisselaars die daar zaten. Hij maakte een zweep van touw en dreef hen allen uit de tempel, inclusief de schapen en de runderen. Het geld van de wisselaars wierp Hij op de grond en de tafels keerde Hij om. Je kunt er natuurlijk vergif op innemen dat dit niet zonder gevolgen kon blijven. Het zijn dan ook inderdaad de Joodse leidslieden, mag je aannemen, die Hem daarover ter verantwoording roepen en vragen op grond waarvan Hij dit mag doen. Wat waren Zijn papieren? Het was trouwens ook vlak voor Pascha; met andere woorden, het was de tijd dat het huis gereinigd moest worden. En het is de Heer Zelf, de Zoon van God, die het huis van God reinigt.⟨/p> ⟨p>Vervolgens geeft Jezus een profetie die misverstaan wordt, namelijk de profetie over de afbraak van de tempel. Het is heel eigenaardig wat de Heer zegt tegen die Joodse leidslieden die Hem ter verantwoording roepen. Hij zegt: "Jullie zullen een ander teken gaan zien, en dat is dat de tempel afgebroken zal worden en in drie dagen zal herrijzen." Daar staat de verklaring van Johannes bij, die de mensen toen natuurlijk niet voorhanden hadden. Het is de verklaring achteraf van Johannes die zegt: "Ja, Hij sprak van de tempel van Zijn lichaam." Ook daarvan hebben we verschillende lagen onder die profetie bezien, want het is, zoals dat met een mooi woord heet, poli-interpretabel. Dat wil zeggen dat het verschillende lagen in betekenissen heeft.⟨/p> ⟨p>Johannes 2 eindigt met de mededeling dat Hij daar in Jeruzalem veel aanhang krijgt. In vers 23 staat: "Velen geloofden in Zijn naam, doordat zij Zijn tekenen zagen." Uit de wijze waarop dat geformuleerd wordt en de reactie van de Heer daarop, blijkt wel dat Jezus daar – onpopulair gezegd – geen hoge pet van op had. Het was eigenlijk alleen maar een geloof vanwege het feit dat Hij onmiskenbare wondertekenen verrichtte, tekenen die overigens niet in het Johannesevangelie worden medegedeeld.⟨/p> ⟨p>Dat was het laatste waar we ons de vorige keer mee hebben beziggehouden. Ik herinner me dat we toen ook over deze verzen nog eventjes hebben nagedacht, over 'de mens'. Marjolein deed ons toen een suggestie – jij was er toch? Eén van de dames hier vooraan... Je deed de suggestie aan de hand dat 'de mens' hier inderdaad op Jezus Zelf zou slaan. "Hij had het niet nodig dat iemand aangaande de mens getuigde." Dat zou dan in beide gevallen op Jezus slaan, en dat geeft een zekere zin. Maar toen ik hier nog eens een keer over nadacht, vroeg ik mij af of dat wel klopt. Vooral omdat ik nog eens terugkeek in dat 24e vers. Er staat: "Maar Jezus Zelf vertrouwde Zichzelf hun niet toe", nadat er meegedeeld is dat velen in Hem geloofden vanwege de tekenen die zij hadden gezien. Jezus vertrouwde Zichzelf hun niet toe omdat Hij hen allen kende, en omdat het voor Hem niet nodig was dat iemand aangaande de mens getuigde, want Hij kende zelf wat in de mens was.⟨/p> ⟨p>De vraag was dus: 'de mens', wie is dat? Ik denk dat, juist omdat deze laatste zin in vers 24 parallel loopt met de laatste zin van vers 25, het hier toch gaat over de mensen om Hem heen. Hij kende hen allen, want Hij wist zelf – in het Grieks staat daar exact hetzelfde woord – Hij kende zelf wat in de mens was. Deze zin moet parallel lopen met de voorgaande. Het gaat dus inderdaad over de mensen om Hem heen. Hij kende hen en daarom vertrouwde Hij Zich niet aan hen toe. Hij had het niet nodig om van iemand te vernemen wat in de mens was; Hij wist dat uit Zichzelf. Bij nader inzien lijkt 'de mens' hier dus gewoon de mensheid of de mensen om Hem heen te zijn, en niet de Heer Zelf. Ik wilde daar nog eventjes op wijzen.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-2" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="484" title="Speel af vanaf 08:04">▶ 08:04⟨/button> ⟨span>De Opstap Naar Hoofdstuk 3: Wat in de Mens Is⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Dat is ook om nog een andere reden, want als we vervolgens in hoofdstuk 3 aankomen – en daar gaan we nu dus naartoe – dan staat daar in vers 1: "En er was een mens uit de Farizeeën." Er staat eigenlijk niet "iemand", maar er was een mens. Dus opnieuw wordt hier weer gesproken over een mens. Weer exact hetzelfde woord: dat woordje ⟨em>antropos⟨/em>. In het voorgaande was er gesproken dat het niet nodig was dat iemand aangaande de mens getuigde, want Hij wist zelf wat er in de mens was. En direct daarna volgt: "En er was een mens uit de Farizeeën."⟨/p> ⟨p>Kijk, wij hebben die hoofdstukindelingen en inmiddels zit er voor ons drie weken tussen, maar het zijn gewoon zinnen die direct achter elkaar staan. "Er was een mens uit de Farizeeën." En Jezus kende ook hem, ook al kwam hij in de nacht en was het allemaal erg donker. Jezus wist wat in hem was en dat blijkt vervolgens ook wel uit het gesprek.⟨/p> ⟨p>Het lijkt mij toe dat deze laatste mededelingen in vers 24 en 25 van Johannes 2 – en ik geef het gewoon even als gedachte door – de opstap zijn naar hoofdstuk 3. Er was een mens uit de Farizeeën, en nota bene niet de eerste de beste. We zullen zien dat hij "dé leraar van Israël" was; zo wordt hij genoemd en zo noemde Jezus hem zelf. Er was een mens uit de Farizeeën, ja.⟨/p> ⟨p>Dat is trouwens nog een connectie. Om daar nog even op terug te komen: velen geloofden in Hem vanwege de tekenen die zij zagen, maar Jezus vertrouwde Zichzelf aan de mens niet toe, want Hij wist wat er in de mens was. Nikodemus was ook zo iemand. Hij zegt ook – we zullen dat straks zien in het volgende vers: "Wij weten dat U van God gekomen zijt als leraar, want niemand kan de tekenen doen die Gij verricht." Dus Nikodemus, nota bene dé leraar van Israël en met recht een overste, hoorde zelf ook bij die mensen.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-3" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="622" title="Speel af vanaf 10:22">▶ 10:22⟨/button> ⟨span>De Achtergrond en Positie van Nicodemus⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Wiens naam was Nikodemus. Ja. En die naam is letterlijk 'Nico', dat betekent overwinnaar, en 'demus' – niet Demus, dat is een Nederlandse verhaspeling van die naam. Sommigen denken dat zijn voornaam Nico was en zijn achternaam Mus: De Mus. Maar zijn naam was Nikodemus en dat 'demus' heeft te maken met volk. Dus eigenlijk overwinnaar van het volk, volksoverwinnaar, dat is het. En het heeft in elk geval ook iets te maken... die naam staat feitelijk ook wel model voor wie hij was en het aanzien dat hij had te midden van het volk. Dat was een zeer gezien man. Er staat dat hij een overste was, een overste van de Joden. En een overste betekent dat hij deel uitmaakte van de Joodse raad, oftewel het Sanhedrin, lid van de Hoge Raad.⟨/p> ⟨p>We komen hem trouwens nog een paar keer meer tegen in het Johannes-evangelie. In de andere evangeliën en trouwens in het hele Nieuwe Testament verder niet meer. Maar in Johannes 7 lees je dit over hem. Dan is er een hele discussie ontstaan over de persoon van Jezus, en dat gebeurt natuurlijk voortdurend. Met name het Johannes-evangelie zoomt daar heel erg op in. En dan wordt er gezegd – dat wordt onder het volk gezegd over Jezus: "Heeft soms een van de oversten in Hem geloofd, of van de Farizeeën?" Maar nee, wacht even, dit zeg ik nu verkeerd. Want dit zeggen juist de Farizeeën. Nu moet ik eventjes voor de precisie toch terugbladeren. Ja, inderdaad, dit zijn de Farizeeën; in vers 47 staat: "De Farizeeën dan antwoordden hun: Zijt gij soms ook verleid? Heeft soms een..." Ja, dit is dus uitdrukkelijk een opmerking die gemaakt wordt door de Farizeeën. Die zeggen: "Heeft soms één van de oversten in Hem geloofd, of van de Farizeeën?" Dus of één van de Farizeeën. En het antwoord, de suggestieve vraag of hoe zeggen ze dat... het is een retorische vraag. Het antwoord moet dan dus 'nee' zijn.⟨/p> ⟨p>"Maar die schare, die de wet niet kent, vervloekt zijn zij!" Hier spreekt trouwens ook een enorme minachting uit over het volk. De schare die de wet niet kent. En zij wisten het allemaal, zij hadden het allemaal in de vingers, theologisch onderbouwd als ze waren. En dan te bedenken dat zijzelf juist blijk geven van de ergste onwetendheid. Juist het feit dat ze blind waren is tot daaraan toe, maar het feit dat ze juist anderen van blindheid beschuldigden en zelf meenden en claimden ook ziende te zijn, het allemaal wel te weten en te zien... dat maakte hen nog blinder dan waar zij die anderen van beschuldigden.⟨/p> ⟨p>En dan staat er, en daar gaat het me even om, in vers 50: "Nikodemus, die vroeger tot Hem was gekomen." En dat zinspeelt uiteraard direct naar de geschiedenis waar we het vanavond over hebben. "Nikodemus, die vroeger tot Hem gekomen was, één van hen." En dat 'één van hen' slaat zowel op Farizeeën als op oversten. Hij was één van de oversten, lid van het Sanhedrin, en hij was één van de partijen of de sekten – maar dan niet in de zin zoals wij over sekten spreken, maar één van de partijen, godsdienstige partijen van de Farizeeën. En één van hen, die zei tot hen... dus hij neemt het voor Hem op. Laten we het ook eventjes van die kant bekijken. Nikodemus gaat het nu opnemen voor Jezus. Of in elk geval zegt hij dan: "Veroordeelt onze wet dan een mens, tenzij men zich eerst van hem op de hoogte gesteld heeft en kennis genomen heeft van wat hij doet?" Hij stelt hier een vraag, maar dat is wel een hele confronterende vraag. En in het hol van de leeuw, want hij zegt het tegen al die oversten terwijl het sentiment natuurlijk enorm tegen Jezus was. In die kliek van de oversten, van de Farizeeën, is hij er dan toch maar die het voor deze mens, Jezus, opneemt. Hij zegt: laat je nu eerst eens op de hoogte stellen van wat deze mens zegt en doet voordat je je er een oordeel over aanmatigt. Een zeer verstandig woord, lijkt mij. Maar in ieder geval, hier wordt hij dus ook weer vermeld, eigenlijk als een dappere woordvoerder die het op zijn minst voor Jezus opneemt.⟨/p> ⟨p>En dan komen we hem nog een keer tegen in Johannes 19. En dat is na de kruisiging, als Jezus inmiddels gestorven is. Dan staat er in vers 38 van dat hoofdstuk: "En daarna vroeg Jozef van Arimatea, een discipel van Jezus." En volgens mij – maar dat staat hier dan weer niet, dat lees je van Jozef van Arimatea in het Mattheüs-evangelie – was hij ook lid van de Hoge Raad, dus van het Sanhedrin. Dus in die zin was hij gewoon direct een collega van Nikodemus. Dat moet ook wel een hoog figuur geweest zijn. Daarna vroeg – een steenrijke ook – daarna vroeg Jozef van Arimatea, een discipel van Jezus, maar in het verborgene uit vrees voor de Joden... Je mag aannemen – sorry, dat is een suggestie die ik nu doe – dat dat iets soortgelijks is geweest met Nikodemus. Je kon je eigenlijk niet handhaven in die positie en het openlijk opnemen voor Jezus en in Hem geloven. Hij was een discipel van Jezus, maar in het verborgene. Vanwege angst voor de Joden kon je het je dus niet permitteren om daar openlijk voor uit te komen. Hij vroeg aan Pilatus het lichaam van Jezus om dat te mogen wegnemen, en Pilatus stond het toe. En hij – dat is Jozef van Arimatea dus – kwam dan en nam Zijn lichaam weg.⟨/p> ⟨p>En dan staat er: "En ook kwam Nikodemus, die de eerste maal des nachts tot Hem gekomen was." Wederom dus een verwijzing naar Johannes 3. "En ook kwam Nikodemus, die de eerste maal des nachts tot Hem gekomen was, en hij bracht een mengsel mede van mirre en aloë, ongeveer honderd pond." Een gigantische hoeveelheid! Maar het moet ook van een enorme waarde geweest zijn. Nou, dat doet nu even verder niet zo ter zake, maar in ieder geval die naamsvermelding, daar gaat het me om. Dat zijn de enige drie keren dat zijn naam – deze Nikodemus, een overste van het volk en een Farizeeër – genoemd wordt. En ook uitsluitend in het Johannes-evangelie.⟨/p> ⟨p>Nee, dat hoeft niet... maar dan mocht je natuurlijk niet met een dode bezig zijn. Nee, voor de priesters niet. Maar ja, een lid van het Sanhedrin was niet per definitie ook een leviet. Ik weet ook niet precies hoe dat was geregeld, hoor. Het enige... we hadden het volgens mij de vorige keer na afloop van de Bijbelstudie nog eventjes over Joodse begraafplaatsen. Toen memoreerde ik dat je, als je op een Joodse begraafplaats komt, soms zo'n bordje ziet. Ik herinner me dat van de Ouderkerk aan de Amstel, waar je een grote Joodse begraafplaats hebt. Daar staat dan dat Kohaniem dat niet zomaar mogen betreden. Kohaniem, dus mensen met de naam Kohen. Maar 'Kohen' betekent priester, dus iemand met die achternaam is rechtstreeks een afstammeling van Aäron, van het huis van Aäron, en dus ook een leviet uit de stam van Levi. Dus ja, er waren speciale bepalingen in verband met de dood. Maar goed, iemand van het Sanhedrin of een Farizeeër was niet per definitie een leviet. En in hoeverre dat dan... soms is het ook onontkoombaar natuurlijk om met zoiets in aanraking te komen. Je was dan alleen gedurende een aantal dagen onrein, dat lees je wel. Ja, dat weet ik niet. Meer over deze Nikodemus valt trouwens sowieso niet te vertellen, want uit welke stam hij kwam, weten we dus ook al helemaal niet. Maar hij was een overste van de Joden, dat weten we wel. Zij namen het lichaam van Jezus, ze wikkelden het in linnen windsels met de specerijen, enzovoort. Nou ja, daar komen we zo meteen nog wel eens bij uit, wellicht. Maar wij gaan verder naar Johannes 3.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-4" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1221" title="Speel af vanaf 20:21">▶ 20:21⟨/button> ⟨span>Nicodemus Komt in de Nacht tot Jezus⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>We hebben gezien dat deze Nikodemus naar Hem toe kwam. Wie hij was en zijn naam zijn vermeld, en deze kwam des nachts tot Hem. Het trekt de aandacht waarom hier specifiek ‘des nachts’ staat. Ik heb zelfs een verklaring gelezen – die ik in eerste instantie erg mooi vond – dat het hier zou gaan over de Paasnacht, dé nacht. Dat zou natuurlijk kunnen, maar er staat hier helemaal geen bepaald lidwoord. Er staat niet ‘dé nacht’, maar gewoon ‘in een nacht’.⟨/p> ⟨p>In de meeste commentaren, en ik heb het zelf ook vaak zo uitgelegd gekregen, wordt gesteld dat Nikodemus in de nacht kwam omdat hij bang was voor de Joden. Dat zou heel goed een overweging voor hem geweest kunnen zijn, net als bij Jozef van Arimatea, die ook vrees had voor de Joden. Je kunt het echter ook positief uitleggen: hij kwam in de nacht om in alle rust onderwezen te worden.⟨/p> ⟨p>Persoonlijk ben ik een beetje terughoudend om het zo uit te leggen. Je kunt het namelijk ook anders interpreteren. Dat het ‘des nachts’ was, is eigenlijk ook typologisch. Want deze Nikodemus was onwetend. Hij was weliswaar dé leraar van Israël, maar hij wordt door de Heer als onwetend aan de kaak gesteld. Feitelijk wandelde hij in de duisternis, en in die zin kwam hij ook in de nacht. Dat zijn zo van die overwegingen. In elk geval was het in de nacht; laten we het puur journalistiek opvatten: het was gewoon ’s nachts. Daar lijkt mij weinig mis mee.⟨/p> ⟨p>Hij kwam dus des nachts tot Hem en zei: "Rabbi." Want hoe dan ook, Jezus was een Rabbi; iemand die leerde als een Joodse leraar, een rabbijn dus. "Rabbi, wij weten dat Gij van God gekomen zijt als leraar." Het is opmerkelijk dat hij meteen begint met "wij weten". Hij begint niet met een vraag, maar met een mededeling. Hij zegt dat hij het weet, maar de Heer zal in het vervolg laten zien dat Nikodemus eigenlijk nog niet zoveel weet. Of beter gezegd: hij weet eigenlijk niets.⟨/p> ⟨p>"Rabbi, wij weten dat Gij van God gekomen bent als leraar." Met andere woorden: Jezus had in Jeruzalem al veel onderwijs gegeven. Aan dat onderwijs kon Nikodemus zich niet onttrekken om de loutere reden dat God Jezus had geaccrediteerd en bevestigd door de wondertekenen die Hij deed. Die waren zo duidelijk goddelijk van aard. Nikodemus geeft zelf de verklaring: "Want niemand kan die tekenen doen welke Gij doet, tenzij God met hem is."⟨/p> ⟨p>Die tekenen vormden voor velen de reden om in Jezus te geloven. Dat vinden we hier in het Johannesevangelie, maar het wordt elders ook vaker zo gezegd. Natuurlijk is de schare soms verbluft door wat ze zien en meemaken, waardoor ze er niet omheen kunnen dat Hij wel van God gezonden moet zijn. Maar dat wil nog niet zeggen dat ze ook werkelijk luisteren naar wat Hij te melden heeft en geloven wat Hij zegt. We zullen dit fenomeen nog vaak tegenkomen in dit evangelie. Straks in Johannes 6 krijg je de geschiedenis van de wonderbare spijziging. Daar lees je dat de massa – die duizenden mensen die daar gespijzigd zijn – zo onder de indruk is dat ze Hem koning willen maken. Jezus onttrekt Zich echter aan hen en maakt dat Hij wegkomt. De volgende dag houdt Hij een rede en zegt: "Dat teken dat Ik gedaan heb, spreekt van Mijzelf als het Brood des levens." Het heeft dus een diepere betekenis. Zij wilden een koning van Hem maken omdat ze dat wel zagen zitten, maar dat was een puur aardse conclusie. De echte betekenis begrepen ze niet; die ontging hen. Dat zie je hier ook: "Niemand kan die tekenen doen welke Gij doet, tenzij God met hem is." Dat kan niet anders.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-5" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1523" title="Speel af vanaf 25:23">▶ 25:23⟨/button> ⟨span>Jezus' Onverwachte Antwoord over het Koninkrijk⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Jezus antwoordde en zei tot hem: "Voorwaar, voorwaar!" We hebben al diverse keren gezien dat Hij dat zo zegt. Dat is ook typisch voor het Johannes-evangelie. "Amen, amen." Dat zijn de twee woorden die je hier achter elkaar ziet. Het is waar, het is waar. Eigenlijk is het Hebreeuws, moet ik zeggen, maar het heeft ermee te maken dat het waar is. Het is zo. "Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u" — in het enkelvoud.⟨/p> ⟨p>Je ziet in zo’n reactie dat de Heer totaal voorbijgaat aan wat Nikodemus zegt. Nikodemus maakt een waarderende opmerking en complimenteert Jezus eigenlijk met de vaststelling dat het niet anders kan: "U bent een leraar van God gezonden vanwege de vele tekenen die we van U zien." En de Heer gaat er volkomen aan voorbij. Hij zegt niet: "Dankjewel, Ik ben blij dat je dat zo herkent." Nee, Hij gaat er niet eens op in. Hij reageert daar in feite niet eens op.⟨/p> ⟨p>Hij zegt meteen, en met enorm veel nadruk — niet slechts door één keer "amen" te zeggen, maar "amen, amen": "Ik zeg u, tenzij iemand wederom geboren wordt, kan hij het Koninkrijk Gods niet zien." Nu moeten we even uitkijken. Ik weet niet hoe u dat ervaart, maar ik was eigenlijk erg volgeprogrammeerd met zo’n passage. Johannes 3 is een heel bekend gedeelte, zeker in de kerkelijke wereld, maar met name ook in de evangelische wereld. Laten we wel wezen: het allerbekendste Bijbelvers komt uit dit hoofdstuk, uit dit gesprek: Johannes 3 vers 16.⟨/p> ⟨p>Dat wederom geboren worden en het Koninkrijk Gods zien, en sowieso het thema van wedergeboorte... Wij weten daar alles van. De vraag is echter altijd in hoeverre de kennis die wij hebben, of menen te hebben, overeenkomt met wat er staat geschreven. Laten we daar in ieder geval op bedacht zijn. "Tenzij iemand wederom geboren wordt." In dat woordje "wederom" zit al iets. Dat kan de betekenis hebben — ook de afgeleide betekenis — van opnieuw. Maar er is een ander Grieks woord dat specifiek "weder" of "opnieuw" betekent. Als je een concordantie erbij pakt...⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-6" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1708" title="Speel af vanaf 28:28">▶ 28:28⟨/button> ⟨span>De Betekenis van het Griekse Woord 'anothen' (van Boven)⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Het Griekse woord is trouwens ⟨em>anothen⟨/em> en dat betekent letterlijk: van boven. En dat wijst op oorsprong. Ik zal u laten zien hoe dat woord, dit woordje ⟨em>anothen⟨/em> wat hier gebruikt wordt, nog meer gebruikt wordt. En dat zou toch echt overtuigend moeten wezen.⟨/p> ⟨p>In Mattheüs 27 vers 51 daar lees je dit: "En zie, het voorhangsel van de tempel scheurde van boven tot beneden in tweeën." Hier staat ⟨em>anothen⟨/em>. Dus terwijl het vertaald wordt in Johannes 3 met 'wederom', betekent het letterlijk 'van boven'. Het scheurde niet 'wederom' naar beneden ofzo; nee, het was helemaal niet zo. Het scheurde helemaal niet 'wederom', het was nooit eerder gescheurd. Het scheurde van boven tot beneden. Sowieso zegt de hele context al dat het naar beneden scheurde, wat dus betekent dat het eerst van boven was. Van boven namelijk.⟨/p> ⟨p>En Johannes 19, daar staat: Jezus antwoordde: "Gij zoudt geen macht tegen mij hebben, indien het u niet van boven gegeven ware." Weer dat woordje ⟨em>anothen⟨/em>. Nog eentje: Jakobus zegt in hoofdstuk 1 vers 17: "Iedere gave die goed is en elk geschenk dat volmaakt is, daalt van boven neer van de Vader der lichten." Weer dat woordje ⟨em>anothen⟨/em>. Nou, ik zou meer voorbeelden kunnen geven, maar hoe is het ook weer? Bij drie getuigen zou een mens toch overtuigd moeten zijn. En ⟨em>anothen⟨/em> betekent gewoon letterlijk dus 'van boven' en dat is de betekenis die in deze schriftplaatsen ook heel onmiskenbaar is.⟨/p> ⟨p>Trouwens, dan heb ik er nog één, maar dan niet met die betekenis van ⟨em>anothen⟨/em> of dat specifieke woordje, maar die gedachte van geboren worden, of wedergeboorte, of van boven geboren worden. Al veel eerder kwamen we dat concept al tegen in de proloog van Johannes, het voorwoord in Johannes 1 vers 12 en 13. Daar staat: "Doch allen die hem aangenomen hebben..." Maar toen heb ik u al verteld: eigenlijk staat er letterlijk 'ontvingen'. Ja, door allen die hem ontvingen, hun heeft hij macht gegeven. Eigenlijk volmacht gegeven, het recht gegeven. ⟨em>Exousia⟨/em>, dat is het woord: volmacht. Hij heeft hun volmacht gegeven om kinderen Gods te worden, hun die in zijn naam geloven.⟨/p> ⟨p>Toen hebben we het er trouwens al over gehad dat degenen die geloofden in de tijd dat de Heer Jezus hier op aarde opereerde, in Hem geloofden, maar kinderen Gods konden zij op dat moment nog niet worden. Dat wil zeggen: het leven uit God konden zij nog niet ontvangen. Dat zouden ze pas ontvangen sinds de opstanding van Jezus Christus. Maar in die tijd dat zij Hem al ontvingen en Hem gelovig aannamen, kregen ze al het recht om kinderen Gods te worden. Ze werden het daadwerkelijk bij de opstanding van Jezus Christus, en sindsdien wordt een mens dat meteen. Maar gedurende die tussentijd ontvingen ze dat recht om kinderen Gods te worden. Hun die in zijn naam geloven, die niet uit bloed, noch uit de wil van vlees – dat wil zeggen: het heeft niks te maken met afstamming of met bloedbanden – en het heeft ook niets te maken met wat de mens bewerkstelligt of wil, ook niet wat een man tot stand brengt, maar die vanuit God geboren zijn.⟨/p> ⟨p>Kijk, en hier krijgt dat woordje ⟨em>anothen⟨/em> ineens een hele mooie betekenis. Of het krijgt meteen ook... het krijgt pas echt betekenis. Het is namelijk 'van boven'. Hoezo van boven? Wel, van God uit geboren dus. Dat is het. En natuurlijk kun je verdedigen: aangezien een mens sowieso al een keertje geboren is uit de moeder en dit dus op een later tijdstip plaatsvindt, is het dus een wedergeboorte, een herhaalde geboorte. Dat is waar. Maar de crux zit hem juist in het feit dat het een geboorte is, een verwekking of een generatie – daarover straks trouwens nog meer – van bovenaf. Dat wil zeggen: van Gods wege. Hij doet dat. Dat is het.⟨/p> ⟨p>Dus het is niet zomaar 'wedergeboren'. In wezen schiet je daar niks mee op. Trouwens, dat is precies ook de conclusie die Nikodemus trok: "Wat schiet ik daarmee op, als het al mogelijk zou zijn om weer opnieuw geboren te worden?" Dat noemen ze reïncarnatie dan. Daarvoor ga je gewoon weer opnieuw de cyclus in. Recyclen, ja. Recyclen, dat is ook weer zo'n wiel. Hou hem even vast, want daar gaan we het straks nog over hebben.⟨/p> ⟨p>Johannes 3 vers 3: Jezus antwoordde en zeide tot hem: "Voorwaar, voorwaar..." – Amen, amen – "Ik zeg u, tenzij iemand van boven..." Die betekenis houden we erin, want dat is wat er staat. "...van boven geboren wordt." En daar moet ik ook een kleine aantekening bij maken. Niet dat 'wederom' zo direct fout is, maar het is... kijk, geboren worden doe je uit een moeder.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-7" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2061" title="Speel af vanaf 34:21">▶ 34:21⟨/button> ⟨span>De Betekenis van 'gennao': Genereren⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Maar het Griekse woord dat hier staat, dat is gennao. En dat is eigenlijk ons woord genereren. Dat verwijst naar het mannelijke en/of het vrouwelijke aandeel in de verwekking. Beide dus. Dat gennao is dus niet alleen geboren worden, de bevalling zeg maar. Het is ook niet alleen maar de verwekking zoals dat plaatsvindt negen maanden voor de geboorte. Dat is het mannelijke aandeel en het vrouwelijke aandeel is eigenlijk de rest, daar komt het op neer. Maar met name dan de bevalling, het geborendoen worden. Maar als je daar alleen maar aan denkt, is dat een te smalle gedachte van dat gennao. Het is genereren en dat woordje genereren sluit direct aan bij dit Griekse woord, want ons woord genereren komt eigenlijk uit het Grieks. Bovendien heeft het de breedte van dat woord, namelijk genereren wil zeggen verwekken in de breedste zin van het woord, voortbrengen, voortplanten. Ja, dat is het eigenlijk ook. Waarbij we zowel denken aan het mannelijke als aan het vrouwelijke aandeel, of eventueel alleen aan het vrouwelijke of alleen aan het mannelijke. Maar dat zit niet in het woord zelf, dat bedoel ik ermee te zeggen.⟨/p> ⟨p>Tenzij iemand van boven gegenereerd wordt. Dat is het. We leggen er een beetje de loep bij. Tenzij iemand van boven gegenereerd wordt – dit is dus niet... maar dat had Johannes dus al gezegd. Dit is niet wat een man kan doen. Dit heeft niks te maken met bloedbanden. Dit heeft niets te maken met wat een mens tot stand brengt. Nee, dit is van Godswege een geboorte. De gewone geboorte is iets waar een man zijn aandeel in heeft en wat met bloedbanden te maken heeft enzovoort. Dat is de gewone geboorte. Maar dit is een geboorte, het ontvangen van leven van een heel andere orde, van een veel hogere orde, met recht dus. Want het is van boven, van Godswege. We zullen dat straks ook nog wel beter bezien. Tenzij iemand van boven gegenereerd wordt, kan hij het Koninkrijk van God niet zien. Ik kom daar straks nog even op terug, want twee verzen later wordt het dan genoemd: binnengaan.⟨/p> ⟨p>We vervolgen even dat gesprek. Nikodemus zei dan... en nu demonstreert hij vervolgens in dit vers natuurlijk zijn totale onbegrip. Ik kan me ook voorstellen dat hij op de reactie van de Heer ook verbouwereerd heeft gereageerd. Wacht even, ik mis de aansluiting. Wat is het verband? Nikodemus zei tot Hem: "Hoe kan een mens geboren worden als hij oud is?" Nou, ik hoef dat onbegrip verder niet uit te leggen, want dat ligt er gewoon duimendik bovenop. "Kan hij dan voor de tweede maal in de moederschoot ingaan en geboren worden?" Dat is dus inderdaad wat wij dan reïncarnatie noemen, dat je weer opnieuw geboren wordt. Maar ja, dat is dan weliswaar een tweede maal, maar daar schiet je niks mee op. Dat is niet van bovenaf.⟨/p> ⟨p>En Jezus antwoordde, en opnieuw weer die enorme sterke nadruk met "Amen, amen. En Ik zeg jou, tenzij iemand gegenereerd wordt" – want we houden die erin – "tenzij iemand gegenereerd wordt uit water en Geest, kan hij het Koninkrijk Gods niet binnengaan." En neem me niet kwalijk, maar opnieuw komt het op mij in eerste instantie, als ik dit lees, heel cryptisch over. We hebben het er nu al diverse keren volgens mij in de bespreking van het Johannes-evangelie over gehad dat dit evangelie de reputatie heeft een heel simpel evangelie te zijn, omdat het zo zwart-wit is, zo contrastrijk. Dat is waar, maar simpel is het allerminst. Lees nou zo'n gesprek, dan moet je toch wel even heel goed nadenken over waar dit eigenlijk over gaat. Precies zoals Nikodemus erop gereageerd heeft. Laten we hem, ondanks het feit dat hij in de nacht kwam, niet zwarter maken dan hij is. Het is heel begrijpelijk dat er zoveel onbegrip is, want het is nogal wat, wat de Heer hier zegt.⟨/p> ⟨p>Maar laten we vooral naar het onderwijs van Jezus luisteren: "Amen, amen. En Ik zeg jou, tenzij iemand gegenereerd wordt uit water en Geest, kan hij het Koninkrijk Gods niet binnengaan." Dat water en Geest, hoe kan het ook anders? Dit refereert aan plaatsen in het Oude Testament. Het hele idee van dat geboren worden van Godswege – van boven dus geboren worden of gegenereerd worden – dat is thematiek die al in de Schriften staat opgetekend. Dat is ontzettend belangrijk, dat is ook de enige manier om dit gesprek te begrijpen. Want we zullen dat straks zien: het is Jezus zelf die het Nikodemus kwalijk neemt, nota bene als dé leraar van Israël, dat hij deze dingen niet weet. Hij zei: "Jij bent dé leraar van Israël en weet je deze dingen niet?" Met andere woorden: jij wordt gewoon geacht dit te weten. Hij refereert dan aan de bron van kennis die hij ter beschikking had, namelijk de Schrift. Daar getuigde Jezus altijd van. En als Jezus dit zegt, dan gaat dit ook over waarheden die al in de Tenach, in de profeten en elders staan opgetekend. Tenzij iemand gegenereerd wordt uit water en Geest, kan hij het Koninkrijk Gods niet binnengaan. Nou, we gaan eens naar Ezechiël 36.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-8" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2462" title="Speel af vanaf 41:02">▶ 41:02⟨/button> ⟨span>Gegenereerd uit Water en Geest (ezechiël 36)⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Want daar staan zulke dingen ook letterlijk, in Ezechiël 36 vers 24. Ik ga nu een beetje een rare opmerking maken, want het lijkt een open deur intrappen, maar Ezechiël 36 gaat vooraf aan Ezechiël 37. Ja Fred, dan steek je nog eens wat op, hè? Maar ik zeg het omdat Ezechiël 37 een begrip is; dat gaat over de opstanding. Nieuw leven, weet u wel? Die herrijzenis van al die dode doodsbeenderen waar Ezechiël eigenlijk geen stuiver meer voor gaf. "Zullen die herleven?" "Ja, Jij weet het," zegt Ezechiël dan.⟨/p> ⟨p>Dat is Ezechiël 37, maar wat gaat daar direct aan vooraf? Dat is deze passage in Ezechiël 36. Daar zegt God zelf bij monde van Ezechiël: "Ik zal..." Het is weer een aaneenschakeling van "Ik zal". Dat zijn goddelijke beloften. "Ik zal u weghalen uit de volkeren." Het gaat hier uiteraard — dat lijkt me ten overvloede als ik dat erbij zeg — over Israël. Het gaat hier niet over de Babylonische ballingschap, maar het gaat over een bijeenverzameling uit alle volkeren en landen. "En Ik zal u brengen naar uw eigen land." God zelf gaat dat doen.⟨/p> ⟨p>En dan komt vers 25: "Ik zal rein water over u sprengen en gij zult rein worden." Ook hier is het niet: "je moet rein worden," maar het is de belofte: "Ik zal rein water over u sprengen en jullie zúllen rein worden." Dus ook dat is een belofte: "Gij zult rein worden van al uw onreinheden en van al uw afgoden zal Ik u reinigen." Rein water. Waar zou dat nou mee verband houden? Natuurlijk kun je erop wijzen dat de Joden en het volk Israël heel sterk vertrouwd waren met het doopritueel en met reiniging door water. Dat deden ze bij allerlei gelegenheden. Het was niet voor niets dat Johannes de Doper kwam met water in de Jordaan om het volk te dopen ter voorbereiding op de Messias, om de weg te bereiden. Maar dat is slechts een beeld. Dat zei Johannes ook al. Het gaat om datgene waar water een beeld van is, namelijk het Woord van God.⟨/p> ⟨p>Ik lees even verder, want we zagen dat de Heer Jezus zei: "Tenzij iemand gegenereerd wordt uit water en Geest." Hier wordt gesproken over de tijd van het einde, als Israël verzameld zal worden uit alle natiën. Dan zal de Heer zelf rein water over hen sprengen en zullen ze rein worden van al hun onreinheden en afgoden. "Een nieuw hart zal Ik u geven en een nieuwe geest in uw binnenste. Het hart van steen zal Ik uit uw lichaam verwijderen en Ik zal u een hart van vlees geven." Dat wil zeggen: geen steenhart, maar een levend hart en een nieuwe geest. Rein water, een nieuwe geest... kijk, en nu ontstaat er een totaal nieuw volk. Vroeger werd er wel gesproken van: "Bid de Heere om een nieuw hartje." Waarschijnlijk is die uitdrukking aan dit gedeelte ontleend. "Maar Ik zal u een nieuw hart geven in uw binnenste en een nieuwe geest."⟨/p> ⟨p>Ik lees nog even verder: "Mijn Geest zal Ik in uw binnenste geven en maken dat gij naar Mijn inzettingen wandelt en naarstig Mijn verordeningen onderhoudt." Kijk, dat is feitelijk ook het Nieuwe Verbond: "Ik zal Mijn wetten in hun harten schrijven." Dat is trouwens weer Jeremia, maar het is dezelfde waarheid: "Ik zal dat doen." Allemaal beloften. Maar let even op deze combinatie: God gaat gebruik maken van water en van Geest, rechtstreeks van Hem afkomstig. Dat zal ervoor zorgen dat Israël als volk, maar ook de Israëlieten individueel, vernieuwd worden en nieuw leven zullen ontvangen. Ik gebruik die uitdrukking nu weer, want als er staat: "Ik zal u een nieuwe geest geven," dan betekent dat gewoon: jullie zullen herleven. En als je het niet geloven wilt, dan moet je gewoon even naar Ezechiël 37 kijken, want daar wordt gezegd: "Ik zal geest in uw beenderen brengen en gij zult herleven." Je zult een nieuw leven ontvangen door rein water en door een nieuwe geest.⟨/p> ⟨p>Kortom, eigenlijk is dat precies wat het "genereren van boven" is: het tot stand brengen van nieuw leven. Dat kan alleen daarop slaan, dat lijkt me duidelijk. En tenzij iemand geboren wordt uit water en Geest... sommigen hebben het overigens opgevat als een Griekse stijlfiguur, een hendiadys. Die zeggen dat "water en Geest" gewoon "geestelijk water" betekent. Zoals "Vader en God" eigenlijk "onze goddelijke Vader" betekent. Er zijn nog wel veel meer voorbeelden waarbij het laatste woord fungeert als een bijvoeglijk naamwoord bij het voorgaande woord. Dus: geestelijk water. Zoals een gewone geboorte ook plaatsvindt door middel van vruchtwater dat daar een grote rol bij speelt, is er hier sprake van niet gewoon vruchtwater, maar van geestelijk water. Geest en water. In mijn beleving kan het beide: geestelijk water, maar ook water en Geest afzonderlijk.⟨/p> ⟨p>Tenzij je daaruit gegenereerd wordt, kan je het Koninkrijk Gods niet binnengaan. In vers 3 stond "zien", maar je kan er dus ook niet binnengaan. Dat is eigenlijk hetzelfde: je ziet het door het binnen te gaan. Blijf nog even in gedachte bij die voorzegging in Ezechiël 36. Daar staat in verband met de toekomende dagen dat Israël wedergeboren zal worden, een nieuwe geest zal krijgen en door rein water een nieuw leven zal ontvangen. Dan zal inderdaad het Koninkrijk komen over Israël en daarmee ook over de volkerenwereld. Dat is het onderwerp van Ezechiël 36 en 37. Dus dat "het Koninkrijk Gods binnengaan", dat is het Koninkrijk dat een Israëliet verwachtte. En hoe zou een Israëliet dat binnengaan? Uitsluitend door goddelijke interventie, door goddelijk verwekt te worden, door nieuw leven te krijgen: opstandingsleven. Leven van de derde dag, om het zo te zeggen. Nu zijn we weer terug bij de bruiloft van Kana; het is iedere keer weer hetzelfde thema.⟨/p> ⟨p>Nu komen we bij vers 6, maar ik zie inmiddels dat het negen uur is. Wellicht doen we er verstandig aan om nu eerst even te pauzeren. Het laatste vers dat we hebben gezien, is: "Jezus antwoordde: Voorwaar, Ik zeg je, tenzij iemand gegenereerd wordt uit water en Geest, kan hij het Koninkrijk Gods niet binnengaan." Dat Koninkrijk van God is een bekend thema dat elke Israëliet kent. Dat is het Koninkrijk dat straks zal aanbreken als Israël verzameld zal worden uit de volkeren. Daar gaat het over. Dan zal God zelf water en Geest op hen toepassen, waardoor ze dat Koninkrijk ook zullen zien en binnengaan. Ik geloof niet dat het echt heel zinvol is om een groot verschil te maken tussen zien en binnengaan. Tot dusver heb ik dat niet kunnen zien. Nog niet? Nog niet, nee. En mocht het wel zo zijn, dan meld ik dat te zijner tijd, of u meldt het mij. Maar wij gaan nu naar vers 6 toe.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-9" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3061" title="Speel af vanaf 51:01">▶ 51:01⟨/button> ⟨span>Het Contrast Tussen Vlees en de Levendmakende Geest⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Daar zegt de Heer, want Hij zet dat dan voort met een nogal logisch statement: "Wat uit vlees geboren is, is vlees." Nou, dat hoeft nauwelijks toelichting, lijkt mij. Een mens brengt nu eenmaal een mens voort, en daarmee ook alles wat des mensen is. Er zijn nogal wat plaatsen in het Oude Testament die soortgelijke dingen zeggen: dat een mens nu eenmaal een sterveling voortbrengt, dat zit in de genen. Wat uit vlees geboren is, is vlees, en wat vanuit de Geest gegenereerd is – verwekt zijnde – dat is geest. Het ene is parallel aan het ander.⟨/p> ⟨p>Dat brengt me bij nog een andere passage waar ik onlangs over nagedacht en gesproken heb, tijdens een Bijbelstudie vorige week zondag in Rotterdam. Toen had ik het ook over een tekst uit Johannes 7 over stromen van levend water. De Heer zegt daar ook iets over waar Hij het dan over heeft: de Geest. Maar eerst even deze tekst: "Wat uit vlees geboren is, is vlees" – en daarmee ook zondig en sterfelijk – "en wat uit de Geest geboren is, is geest."⟨/p> ⟨p>In Johannes 6 vers 63 – dat hoofdstuk waar ik al eerder aan refereerde, over die lange toespraak die de Heer hield naar aanleiding van het vermenigvuldigde brood dat van Hemzelf sprak – daar zegt Hij: "De Geest is het die levend maakt, het vlees doet geen nut." Hier zien we ook weer die tegenstelling: Geest staat tegenover vlees. Dat is trouwens een woordpaar en een contrast dat we heel vaak tegenkomen. De werken van het vlees tegenover de vrucht van de Geest – een heel betekenisvol verschil.⟨/p> ⟨p>De Geest is het die levend maakt, omdat geest nu eenmaal altijd verband houdt met leven. Als er staat dat het vlees geen nut doet, dan moet je dat ook zien in het licht van de voorgaande uitspraak, namelijk als het gaat om dood en leven. Het vlees heeft tot op zekere hoogte, naar aardse maatstaven in deze wereld, best nut; een mens kan van alles tot stand brengen. Maar als het gaat om de dood, dan doet het vlees helemaal niets. Daar staat de mens stil. Het is de Geest – dat wil zeggen: God van boven – van wie je afhankelijk bent, want alleen Hij is het die werkelijk levend maakt.⟨/p> ⟨p>De Geest is het die levend maakt, het vlees doet geen nut. De Heer geeft daar trouwens nog een toelichting bij over wat die Geest dan is: "De woorden die Ik tot u gesproken heb, die zijn geest en zijn leven." Daarmee zie je meteen ook dat geest en leven aan elkaar gekoppeld zijn. Het is geestelijk leven, en de Geest maakt levend. Geest is leven, maar de Geest waar het hier over gaat, maakt ook daadwerkelijk levend. Over de laatste Adam lezen we in 1 Korinthiërs 15 vers 45: de eerste Adam was een levende ziel, maar de laatste Adam een levendmakende Geest. Daar heb je hem. En je ziet meteen – wat me heel treffend lijkt in dit verband – dat dit dus ook weer naar de opstanding verwijst; dat kan niet missen. De Heer wijst in het hele Johannes-evangelie al vooruit naar wat zou gaan komen en wat realiteit zou worden vanaf de dag dat de steen werd weggewenteld en Hij het leven aan het licht bracht.⟨/p> ⟨p>Nu kom ik bij het gedeelte waar ik het zojuist over had, Johannes 7: "Wie in Mij gelooft," zegt de Heer, "gelijk de Schrift zegt: stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien." Het is trouwens niet Ezechiël 36, maar Ezechiël 47, die waterstroom uit de tempel. Het is dus een directe referentie aan wat de profeten al gesproken hadden. Het is Johannes die later als commentaar geeft op wat de Heer Jezus bij die gelegenheid zei: "Dit zeide Hij van de Geest, welke zij die tot geloof in Hem kwamen – dus zij die Hem ontvingen en het recht kregen om kinderen van God te worden – ontvangen zouden."⟨/p> ⟨p>Wanneer? Wel, de Geest was er nog niet – die levendmakende Geest – omdat Jezus nog niet verheerlijkt was. En dat begint op de dag dat Hij opstaat. Juist in het Johannes-evangelie zie je die connectie heel sterk, want de dag van Zijn opstanding is tevens de dag van Zijn hemelvaart en ook nog eens de dag van Pinksteren. Als Paas en Pinksteren op één dag vallen, ja? Op dezelfde dag dat de Heer opstond, zegt Hij ook: "Ik ben nog niet opgevaren naar mijn Vader," want Hij mocht niet aangeraakt worden. Maar het is ook de dag dat Hij op de discipelen blaast en zegt: "Ontvangt de Heilige Geest." Dat is die dag, de dag van de opstanding. Toen kregen ze de Geest. Dat was op de dag van de opstanding; toen ontvingen ze de Geest, de levendmakende Geest. Zijn woord werd realiteit op de dag dat Hij verrees en de laatste Adam een levendmakende Geest werd. Dat zijn schitterende connecties.⟨/p> ⟨p>Je wordt daarbij bepaald bij de waarheid van de opstanding van de Eersteling, en daarmee ook bij wat daarop zou volgen. Maar om niet helemaal te verdwalen in al die andere connecties, gaan we weer even terug naar Johannes 3. De Heer zegt dan vervolgens, nadat Hij heeft uitgelegd wat uit vlees geboren is en wat uit de Geest voortkomt: "Verwonder u niet dat Ik u gezegd heb: gijlieden moet opnieuw geboren worden." Let op, "gijlieden" is meervoud. Hier wordt dus niet alleen meer tot Nikodemus gesproken, maar feitelijk tegen het hele volk. "Jullie moeten." Dat Griekse woord vind ik prachtig. Idiomatisch kun je dat niet altijd zo vertalen, maar letterlijk staat daar een woord dat betekent: "het is bindend". Jullie moeten, dat wil zeggen: er is geen andere weg dan via dit traject. No escape, inderdaad. Jullie, of gijlieden om het wat ouderwetser te zeggen, moeten – of het is bindend – opnieuw geboren worden.⟨/p> ⟨p>Dat "opnieuw" moeten we vooral in de meest fundamentele zin opvatten. In de pauze gaf ik het al even aan: dat woordje "opnieuw" is op zich niet fout, maar de meest primaire betekenis is onbetwist "van bovenaf". Ik heb u ook een aantal voorbeelden laten zien waarbij dat onmiskenbaar de gedachte is. En hier kan het ook niet missen, want het gaat over een geboorte uit God, van bovenaf dus. Die betekenis houden we vast. Het is bindend dat jullie gegenereerd worden, voortgebracht uit of van bovenaf. En dan zegt de Heer dit.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-10" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3610" title="Speel af vanaf 01:00:10">▶ 01:00:10⟨/button> ⟨span>De Onzienlijkheid van de Pneuma (wind, Adem, Geest)⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>De wind, dat is een bekende beeldspraak die nu volgt: de wind blaast waarheen hij wil. Ja, daar valt weinig peil op te trekken. K&M doet daar natuurlijk moeite voor om er wel een peil op te trekken, maar dat gaat zomaar; daar heb je geen grip op. Maar dan even dit woord: de wind. Er wordt hier weergegeven 'de windstoot', maar er staat in het Grieks gewoon ⟨em>pneuma⟨/em>. Dat is exact hetzelfde woord als wat we nu al een paar keer tegengekomen zijn en dat dan vertaald werd met 'geest'.⟨/p> ⟨p>⟨em>Pneuma⟨/em> heeft echter een hele brede betekenis, die vergelijkbaar is met het Hebreeuwse woord voor geest of wind: ⟨em>ruach⟨/em>. Het Hebreeuws spreekt van ⟨em>ruach⟨/em>, en ook ⟨em>ruach⟨/em> heeft die betekenis van geest, van wind en van adem. In 2 Thessalonika 2 lees je erover dat straks, als de Heer zal verschijnen, Hij de wetteloze zal doden door de adem Zijns monds. En ook daar staat weer dat woordje ⟨em>pneuma⟨/em>. Dus het woord ⟨em>pneuma⟨/em> wordt weergegeven met geest, met wind en met adem, en ook gewoon met geesten. Dat is allemaal ⟨em>pneuma⟨/em>.⟨/p> ⟨p>⟨em>Pneuma⟨/em> is eigenlijk een containerbegrip; het vertegenwoordigt een heleboel. Het zegt vooral iets over onze handicap. Want wat is karakteristiek voor al deze begrippen? Nou, dat je het niet kunt zien. Of het nu over wind gaat — de effecten ervan kun je zien, tot je dienst — maar de wind zelf kun je niet zien. Adem kun je niet zien. Je ziet een blaadje bewegen, je ziet de effecten van zo’n beweging, van ⟨em>pneuma⟨/em>, maar ⟨em>pneuma⟨/em> zelf is onzienlijk. Dat is wat ⟨em>pneuma⟨/em> is. Feitelijk zeg je daarmee dus eigenlijk niet zozeer iets over wat het is, maar over ons onvermogen: namelijk dat wij het niet kunnen zien. Het is onzienlijk. Dat is ⟨em>pneuma⟨/em>.⟨/p> ⟨p>De wind blaast waarheen hij wil. En dan wordt hier natuurlijk, omdat we gesproken hebben over blazen en 'waarheen hij wil' en 'gehoord zijn geluid', door de context duidelijk gemaakt dat het hier over de wind gaat. Maar denk er even aan: hier staat gewoon het woordje ⟨em>pneuma⟨/em>. Exact hetzelfde woord als wat de Heer nu al een aantal keer had gebezigd. Het is gewoon hetzelfde woord als wat Hij ook in vers 6 zei: "Wat uit de geest geboren is, uit ⟨em>pneuma⟨/em> geboren is, is ⟨em>pneuma⟨/em>." En nu: "De ⟨em>pneuma⟨/em> blaast waarheen hij wil." Het is dus geen nieuw thema wat Hij aansnijdt; het is gewoon hetzelfde woord, hetzelfde begrip.⟨/p> ⟨p>Je weet dat niet, je kunt dat niet traceren. Ik kwam vanavond, toen ik de presentatie al klaar had en het niet meer wilde bewerken, nog een woord tegen waar ik geen diaatje meer van heb. Maar blader even met me mee naar Prediker 11. Dat vond ik iets heel eigenaardigs. Daar staat in vers 4: "Wie steeds op de wind let..." Mijn vader haalde dit heel vaak aan; agrariërs kunnen daar wel veel wijsheid van opsteken. "Wie steeds op de wind let, zal niet zaaien en wie steeds naar de wolken ziet, zal niet maaien." Als je al te veel naar boven kijkt wat voor weer het gaat worden of alleen maar op Buienradar kijkt, dan kom je nooit aan dat soort activiteiten toe.⟨/p> ⟨p>Maar daar ging het me niet om. In vers 5 staat dit, heel eigenaardig: "Zoals gij de weg van de wind evenmin kent als het gebeente in de schoot van een zwangere vrouw, zomin kent gij het werk van God die alles maakt." Heb je ze alle drie in één? De wind — de weg van de wind, vanwaar hij komt en waar hij naartoe gaat — is niet te traceren. De wind is er sowieso. Je kunt het wel najagen — daar weet Prediker ook alles van, het najagen van wind — maar je kunt het niet pakken. Maar zoals jij de weg van de wind evenmin kent als het gebeente in de schoot van een zwangere vrouw — dat is dus verwekken, geboren doen worden. Dat is een compleet godswonder wat er gebeurt; dat kan eigenlijk helemaal niet. Het is dat we het meemaken en dat je het tegenwoordig zelfs met de echo kunt filmen, maar het is een compleet godswonder. En dan staat er: "Zomin kent gij het werk van God die alles maakt." Hier worden dus de ⟨em>ruach⟨/em> (en de geest daarmee ook), de verwekking (het nieuwe leven dat tot stand komt in de moederschoot) én het werk van God in het algemeen gekoppeld. Beide zijn karakteristiek voor wat God doet: ⟨em>ruach⟨/em>, het voortbrengen van nieuw leven, wel, het hele werk van God. Een mens kan daar zijn vingers niet op leggen en dat kun je niet werkelijk kennen.⟨/p> ⟨p>Iemand merkt op: "André, ik zou juist meer kiezen om 'geest' te zeggen in plaats van 'wind', juist omdat het heel raar klinkt, maar ik denk dat het echt ook over de geest gaat." Goeie. Waarom zouden we ons laten leiden door het woord 'geluid'? Zou er dan bij de geest over geluid gesproken worden? Maar dat hoor je niet. Hoe dan ook, het woord ⟨em>pneuma⟨/em> zelf heeft ook in het Grieks de betekenis van wind en van adem. Dit is dus niet concordant weergegeven, en dat is de ellende.⟨/p> ⟨p>Er is veel voor te zeggen om de concordantie te laten bepalen wat de betekenis is. Dan moet je gewoon zeggen: hier staat, net zoals in vers 6 en de voorgaande verzen, ⟨em>pneuma⟨/em>. Laten we het dan eventjes niet invullen als 'wind' of 'adem', maar gewoon zeggen: "De ⟨em>pneuma⟨/em> blaast waarheen hij wil. Je hoort zijn geluid." Ik ben het wel een klein beetje met Daniël eens dat je het nu heel sterk met de wind associeert. Dat wel. Maar ⟨em>pneuma⟨/em> is niet te zien, wel te horen. En dan kom je inderdaad weer bij wat jij zegt, want dat geldt in ieder geval ook voor de Geest. Oké, de wind zie je niet — je ziet wel de effecten — maar je hoort wel het geluid. Dat geldt in elk geval ook van de ⟨em>pneuma⟨/em>, van Gods Geest in dit geval. Want Gods Geest kun je niet zien, maar Hij laat wel van Zich horen. De ⟨em>pneuma⟨/em> blaast waarheen hij wil, je hoort zijn geluid. In elk geval doet de Geest, de ⟨em>pneuma⟨/em>, van Zich horen. Nou, dat moet toch duidelijke taal zijn? ⟨em>Pneuma⟨/em> aan zich kun je niet zien; het kan zich manifesteren, maar dan is het geen ⟨em>pneuma⟨/em> meer. Je hoort zijn geluid, dat lijkt mij duidelijk. En dan krijgen we nog iets wat de Heer eraan toevoegt: "Maar je weet niet vanwaar hij komt of waar hij heen gaat." Dat gaat dus over die ⟨em>pneuma⟨/em>. En dan wordt de vergelijking afgemaakt.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-11" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4189" title="Speel af vanaf 01:09:49">▶ 01:09:49⟨/button> ⟨span>Het Geluid van Hem Die uit de Geest Gegenereerd Is⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Zo is een ieder, zoals elk één, die gegenereerd is vanuit de geest. Zo staat het er. Er wordt hier dus niet eens gesproken over: "Zo is de geest", maar: "Zo is een ieder die vanuit de geest gegenereerd is." Waarom zou je hier zo'n vergelijking maken? In de context had Hij gezegd: de wind blaast, de geest blaast, waarheen hij wil. En dan volgt: "Zo is een ieder...". Wat zegt dat over degene die is wedergeboren? Of over mij nu, of over de Joden straks?⟨/p> ⟨p>Dat begrijp ik misschien niet meteen. Je zou kunnen vragen: "Wat heb ik eraan?" Dat is nog weer een andere vraag. Wat Jezus in ieder geval uitdrukt, is onderwijs over die pneuma en Hij brengt het contrast aan met het vlees. Dit gaat over wat God doet en dat bevindt zich volstrekt buiten de sfeer van het vlees, buiten de mens. Die pneuma doet dat op Zijn wijze en dat geldt ook voor dat wat Hij voortbrengt.⟨/p> ⟨p>Dus wat vanuit de geest gegenereerd is, waaraan herken je dat? Aan het geluid. Je ziet het niet, maar het doet wel van zich horen en daarmee wordt er feitelijk weer verwezen naar dat Woord. Die connectie met dat Woord is essentieel. Van de geest zelf kun je natuurlijk zeggen: "Ja, de pneuma, ik krijg er geen grip op." Dat klinkt ook een beetje door in de vraag: "Wat kan ik ermee?", want je kunt er inderdaad je vingers niet op leggen. Dat is ook zo, maar daar is het pneuma juist voor. Je hoort het: het is God die inderdaad daarin werkt. Het vlees doet niets; het is die pneuma die leven geeft en leven maakt, en het doet van zich horen.⟨/p> ⟨p>En zo is ook een ieder die vanuit de geest gegenereerd is. Stromen van levend water zullen uit zijn binnenste stromen, ja. Dat is het. Dat is wat die geest produceert. Dat is van Godswege; het is pneuma en daar heeft de mens dus niets over te zeggen. Dat is vlees. Maar die geest is zo krachtig, die blaas heeft zo'n effect en zo'n vermogen dat Hij dat doet: Hij laat van zich horen.⟨/p> ⟨p>We zien trouwens wel, terwijl we zo eventjes een paar verzen met elkaar aan het bespreken zijn en bij elk zinsdeel stilstaan, dat er in zo'n kort gesprek, zo'n korte conversatie die de Heer voerde met Nikodemus, gigantisch veel aan het licht komt. Er worden ook heel cryptische dingen naar voren gebracht. En Nikodemus reageert daar ook op die manier op. Nikodemus antwoordde en zei tot Hem: "Hoe kan dit geschieden?"⟨/p> ⟨p>Voordat we het nu voor hem gaan opnemen: tot dusver zouden we zeggen dat het heel begrijpelijk is dat Nikodemus er weinig kaas van gegeten had en er geen begrip voor had. Maar laten we ons eens oriënteren op wat Jezus zelf erover zei.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-12" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4427" title="Speel af vanaf 01:13:47">▶ 01:13:47⟨/button> ⟨span>Het Onbegrip van de Leraar van Israël⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Jezus antwoordde en zei tot hem: "Jij bent dé leraar van Israël." Als u een Statenvertaling hebt, die is op dat punt onjuist. Er staat: "Zijt gij een leraar van Israël?", maar dat staat er niet. Er staat: "Zijt gij dé leraar van Israël?" Ik moet zelfs zeggen — en nu ga ik iets doen wat ik niet zo vaak doe — ik moet zelfs zeggen dat de Concordant Version er hier naast zit. Die heeft hier ook: "Are you a teacher of Israel?", maar er staat gewoon "dé".⟨/p> ⟨p>Met andere woorden: hier wordt iemand aangesproken die bij uitstek het onderwijs aan Israël vertegenwoordigt. Zo spreekt Jezus hem aan: de leraar van Israël. En feitelijk kon Jezus zich ook heel veel permitteren in dit gesprek. Hij mocht veel als bekend veronderstellen, toch? Als Hij in dit nachtelijke gesprek met iemand aan het woord is die dé leraar van Israël is en nu zulke essentiële waarheden brengt die al in het Oude Testament, hun Tenach, staan opgetekend... Hij begrijpt het niet en de Heer is het die hem dat ook verwijt: "Jij bent de leraar van Israël en deze dingen versta je niet? Je weet dat allemaal niet?"⟨/p> ⟨p>Deze dingen — dus niet één specifiek punt, maar al die dingen die ik nu tot dusver ter sprake heb gebracht. Met andere woorden: dit had hem bekend moeten zijn. Ja, en nu zeg ik nog iets. Want ik had het bijvoorbeeld over Ezechiël 36, waarover water en geest en nieuw leven gesproken wordt, maar ik wil op nog iets wijzen en dat is heel boeiend.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-13" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4546" title="Speel af vanaf 01:15:46">▶ 01:15:46⟨/button> ⟨span>De Verborgen Betekenis van Gilgal (omwenteling)⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Dat is echt heel boeiend en ik ben tot een enorme ontdekking gekomen. Dat is namelijk het woord Gilgal. U kent Gilgal? Het wordt in het Oude Testament nog wel eens genoemd. De eerste keer dat het genoemd wordt, lees je een plaatsbepaling: het waren de eikenbossen bij Gilgal. Daar stonden dus veel eikenbomen. In sommige vertalingen staat er 'terebinten'. Eiken hebben alles te maken met Gods belofte aan Abram. Een eik. Want het woord voor eik is nagenoeg gelijk aan het woord voor eed. God zwoer aan Abram een eed.⟨/p> ⟨p>En dat lees je iedere keer bij de aartsvaders. Niet alleen bij Abram, maar ook van Jakob lees je het. Hij ging wonen bij de terebinten van Mamre, of bij de terebinten van Gilgal. In ieder geval was het altijd bij een eikenboom of een eikenbos. Waarom? Omdat de eik herinnert aan Gods eed en Gods belofte. Dat heeft vervolgens ook alles weer te maken met het teken van de besnijdenis. De 'eikel', als ik het zo mag zeggen. Wij zeggen altijd dat bij de besnijdenis de voorhuid wordt weggenomen. Dat is in feite de negatieve manier van formuleren; je zegt wat er weggenomen wordt. Maar je kunt ook zeggen: wat wordt er openbaar gemaakt? Namelijk de vrucht van de eik. Het heeft dus alles met die eik en de eikenboom te maken.⟨/p> ⟨p>Je moet er altijd aan denken – ik heb dat ooit op school geleerd – dat Bonifatius bij Dokkum die eik omhakte. Daar werden immers goddelijke krachten aan de eik toegekend. Natuurlijk corrumpeert de mens die gedachte, maar het idee dat een eik een goddelijke betekenis heeft, is al heel oud en zelfs in het heidendom bekend. Maar goed, ik heb het over Gilgal, want ik wil mijn punt maken. Wat weten we nog meer van Gilgal? Daar is de plaats vooral bekend om geworden. Gilgal werd bekend doordat Israël daar door de Jordaan trok, op de derde dag trouwens. Ze gingen op de derde dag door de Jordaan en kwamen aan de andere kant aan. De Jordaan lijkt mij duidelijk: dat is een beeld van de dood. En als je door de Jordaan gaat, is dat een beeld van opstanding. Van dood en opstanding.⟨/p> ⟨p>Denk aan Johannes de Doper, die in de Jordaan doopte: dood en opstanding. Altijd weer. De bijl die zonk in de Jordaan: dood, maar hij werd weer gevonden. Dood en opstanding. Ze komen aan de andere kant van de Jordaan en wat gebeurt er? Het volk wordt daar besneden. Gedurende de hele woestijnreis was het volk namelijk niet besneden geweest. Ze komen aan de andere kant van de Jordaan, in het beloofde land, en het eerste wat er gebeurt is dat het volk besneden wordt. Alle mannen werden daar besneden, en dat gebeurde op de tiende van de eerste maand. Daar ga ik nu niet diep op in, maar over die plaats staat in Jozua 5 dat de smaad van Egypte daar werd 'afgewenteld'. En wentelen is precies de betekenis van Gilgal. Afwentelen, omwentelen; het idee is simpelweg: wentelen.⟨/p> ⟨p>Besnijdenis dus. Het oude wordt weggedaan en er wordt iets nieuws onthuld: de belofte van God, Gods eed. Ze waren zojuist door de Jordaan gegaan: nieuw leven. Dat is de betekenis van de besnijdenis op die plek. En die plaats ging Gilgal heten. Nu vond ik het volgende. Ik heb ooit modern Hebreeuws geleerd, een jaar of wat. Dat is al heel veel jaren geleden, ergens eind jaren zeventig, maar het was erg interessant. Ik heb er dit woordenboek van Jitschak Pimentel aan overgehouden. Daar vind je bij Gilgal dit: het zijn dezelfde letters. 'Gilgal' of 'gilgél' betekent rollen of draaien. Vandaar dus: wentelen.⟨/p> ⟨p>Je hebt ook nog het woord 'galgal'. Dat is een wiel of een rad. Vandaar komt ook de betekenis van een dierenriem of een tandrad. Het komt allemaal van draaien en wentelen. En dan heb je nog deze term, en daarom noem ik het nu: 'gilgoel'. Dat betekent metamorfose, of ook reïncarnatie, wedergeboorte. Dat vind ik zo bijzonder, want dat idee van wedergeboorte zit dus opgesloten in Gilgal. Het is een omwenteling. Negatief gezien werd de smaad van Egypte afgewenteld – het oude is voorbij – maar er is iets nieuws gekomen. Eigenlijk is dat een omwenteling, nietwaar? Maar dan niet in de zin van: je bent weer terug bij af. Kijk naar een wiel dat draait: als het een volledige ronde heeft gemaakt, is het weer in de oorspronkelijke positie, maar wel een stuk verder! Dat is het idee van rijden met een wiel.⟨/p> ⟨p>Daar moet je aan denken bij dat woord Gilgal. Het is een omwenteling. Die gedachte van metamorfose of wedergeboorte – of de heidense afleiding daarvan, namelijk reïncarnatie – zit erin. Zelfs het woord Gilgal verwijst dus inderdaad naar wedergeboorte. Het van bovenaf geboren worden, het ontvangen van nieuw leven, de weg door de Jordaan, de besnijdenis: het heeft alles te maken met dood en opstanding. Ik heb er nog één: 1 Petrus 1. Daar zegt Petrus: "Geloofd zij de God en Vader van onze Here Jezus Christus, die ons naar zijn grote barmhartigheid, door de opstanding van Jezus Christus uit de doden, heeft doen wedergeboren worden." Hier wordt niet het woord 'anothen' gebruikt, maar wel het 'gegenereerd worden', het 'wedergegenereerd' worden tot een levende hoop.⟨/p> ⟨p>Hier zie je ook direct de connectie tussen opstanding, wedergeboorte en nieuw leven. De essentie van wedergeboorte is dat je een nieuw leven ontvangt. Natuurlijk heeft dat in verband met Israël en de eindtijd een heel specifieke profetische betekenis, waar Nikodemus van had moeten weten. Maar de waarheid van het ontvangen van nieuw leven is veel weidser nog. Het heeft te maken met opstanding. Het verwijst naar de Eersteling, Degene die als eerste nieuw leven aan het licht bracht.⟨/p> ⟨p>Nu aarzel ik even, maar als ik naar de klok kijk, aarzel ik niet meer. Ik denk dat we het hierbij moeten laten, want vanaf vers 11 begint er eigenlijk weer een nieuw gedeelte in het gesprek tussen Jezus en Nikodemus. Het lijkt me daarom verstandig om het voor nu bij deze tien verzen te laten. Het was niet het makkelijkste gedeelte dat we besproken hebben, maar ik denk dat we toch weer wat wijzer geworden zijn. Ik vind het geweldig wat je allemaal op het spoor komt, vooral die verwijzingen naar de Hebreeuwse Bijbel. Hoe daar al getuigenis wordt afgelegd van de opstanding van Christus en het nieuwe leven, de weg door de 'doodsjordaan', enzovoort. Ik stel voor dat we daar de volgende keer mee verdergaan. Trouwens, nog één allerlaatste ding: het thema van het 'van bovenaf geboren worden' hebben we hiermee afgerond. Dat komt mooi uit, want vanaf hier wordt er een ander thema aangesneden. Zijn er nog dringende vragen?⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-14" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="5124" title="Speel af vanaf 01:25:24">▶ 01:25:24⟨/button> ⟨span>Vragenronde: Wedergeboorte bij Paulus⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Ik maak nog even af of Paulus het ooit ook echt over wedergeboorte heeft. Het is leuk dat je dat nu zo zegt, maar afgelopen zondag heb ik in Zoetermeer gesproken over Titus 3. Daar spreekt Paulus erover dat Hij ons behoudt door het bad van de wedergeboorte en de vernieuwing door de Heilige Geest. Het is niet exact hetzelfde woord; hij gebruikt daar niet het woordje ⟨em>anothen⟨/em>, maar een vorm van het woordje ⟨em>palin⟨/em> (in ⟨em>palingenesia⟨/em>). Dat is dus echt wedergeboorte. Ik gebruikte toen ook de term 'renaissance', want dat betekent ook wedergeboorte. Dus ook Paulus spreekt over wedergeboorte.⟨/p> ⟨p>Komt dat omdat hij een Jood is? Bedoel je dat wedergeboorte een specifiek Joods begrip zou zijn in deze context? Je brengt het zo ter sprake en eigenlijk suggereer je dat hiermee ook. Wanneer de Heer Jezus in dat gesprek tegen Nikodemus, de leraar van Israël, spreekt, dan refereert Hij inderdaad aan waarheden die juist verband houden met Israël, zoals Ezechiël 36 enzovoort. Dus dan zou je kunnen denken dat wedergeboorte echt een typisch begrip is dat bij Israël hoort. Dat mag zo zijn, maar ik blijf erbij dat de waarheid zelf mijns inziens gewoon duidt op het voortbrengen van nieuw leven.⟨/p> ⟨p>Paulus gebruikt het weliswaar niet veel, maar hij spreekt dus ook over het bad van de wedergeboorte. Het is dus geen exclusief Israëlitisch begrip, als je het mij vraagt. Want wat heb je daar? Het bad van de wedergeboorte en de vernieuwing door de Heilige Geest; ook daar zie je weer water en geest. Daar had ik eigenlijk nog niet eens aan gedacht.⟨/p> ⟨p>Ik heb ooit een boekje van Martin Zender gelezen en hij zei: "Nee, die wedergeboorte waarover Jezus tegen Nikodemus spreekt, is typisch iets wat te maken heeft met Israël." Dat is zeker waar; in Johannes 3 heeft het heel specifiek met Israël te maken. Maar de vraag is of het begrip zelf niet veel breder is, namelijk gewoon het ontvangen van nieuw leven. Feitelijk is wedergeboorte dan synoniem met opstanding; je ontvangt nieuw leven van bovenaf. Dat zijn zo van die overwegingen.⟨/p> ⟨p>Daar gaan we het de volgende keer eens over hebben. Nikodemus kwam natuurlijk nogal pretentieus bij Jezus met zijn "wij weten", maar eigenlijk zegt de Heer: "Je weet niks." Hij weet niks. In hoeverre hem dat kwalijk genomen kan worden? De Heer zegt natuurlijk wel tegen hem: "Jij bent dé leraar van Israël en jij weet deze dingen niet?" Daar klinkt in door dat de Schriften die hij onderwijst, daarvan spreken. Feitelijk komt het erop neer: je leest het wel, maar je verstaat het niet. Over die aardse en hemelse dingen gaan we het de volgende keer hebben. Wat je wel ziet, is dat die wedergeboorte dus kennelijk tot de aardse dingen behoort. Goed, zullen we het hierbij laten?⟨/p>