⟨h3 id="hoofdstuk-1" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="0" title="Speel af vanaf 00:00">▶ 00:00⟨/button> ⟨span>Terugblik op de Proloog en het Woord⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Hartelijk dank voor deze mooie woorden, Arie. Wij gaan weer verder met de studie over het Johannes-evangelie, de derde studie inmiddels. Ik zal echter het een en ander in herinnering moeten roepen, want het is alweer een tijd geleden dat we hier bij elkaar waren. Als ik me niet vergis, was dat halverwege maart, rond de twaalfde of dertiende. Er is een avond tussenuit gevallen en dat gaat weer gebeuren, want over drie weken is het Hemelvaartsdag. Dat lijkt me niet echt een geschikte datum om zo’n bijeenkomst te houden. Nou ja, op zich is het een heel geschikte datum om Bijbelstudie te houden, dat weer wel, maar die avond komt dus ook te vervallen. Het is niet anders, en dat betekent dat we na deze avond nog twee avonden hebben voor dit seizoen. Als het een beetje meezit, krijgen we Johannes 1 af, maar daar is het ongeveer mee gezegd.⟨/p> ⟨p>Wat we tot dusver gedaan hebben, is een bespreking van de eerste zeventien verzen, de zogenoemde proloog of het voorwoord van het Johannes-evangelie. Voordat Johannes begint met zijn relaas, begint hij eerst met zo’n voorwoord. Wat een heel mooi begrip is dat trouwens: proloog. In die eerste verzen spreekt Johannes over de Logos, het Woord. Proloog betekent eigenlijk ook 'voorwoord', maar het gaat hier inderdaad over het Woord dat vóór alle dingen was en waardoor alle dingen tot aanzijn zijn geroepen. Alle dingen zijn door het Woord geworden en zonder dit Woord is geen ding geworden dat geworden is, zo staat er in Johannes 1 vers 3. In vers 4 staat er nog bij: in het Woord was leven en het leven was het licht der mensen. Licht en leven hebben alles met elkaar te maken.⟨/p> ⟨p>Wat we daarbij vooral gezien hebben, is dat God spreekt. Daar gaat de inleiding van het Johannes-evangelie over: de sprekende God door wiens Woord alles tot aanzijn is gekomen. Dat Woord is vlees geworden, zo lezen we in vers 14. Daar hebben we het de vorige keer over gehad. Het gaat over het Woord dat vlees werd en over het getuigenis van Johannes. Voor de goede orde: de Johannes waar het hier over gaat, is niet Johannes de schrijver van dit boek — dat was een van de discipelen — maar het gaat hier over Johannes de Doper. Dat krijgt een grote nadruk in Johannes 1, wat we straks in het vervolg ook nog zullen zien. Het gaat ook over de wijze waarop het vleesgeworden Woord en het getuigenis van Johannes beide zijn ontvangen, of je kunt ook zeggen: zijn verworpen. Want het licht kwam in de wereld en het heeft in de duisternis geschenen, maar de duisternis heeft het niet begrepen. Maar zovelen Hem hebben ontvangen, hun heeft Hij het recht gegeven om kinderen van God te worden.⟨/p> ⟨p>Dat zijn de zaken die we de vorige keren hebben besproken. Het laatste wat we daarbij hebben gezien, en het is goed om dat nog even voor te lezen, vinden we in Johannes 1 vers 15 tot en met 17. Als we dat hebben overwogen, kunnen we vervolgens verdergaan met vers 18, het laatste gedeelte van die inleiding. Er staat: Johannes de Doper heeft van Hem getuigd en heeft geroepen: "Deze was het!" Dat gaat over het Woord dat vlees werd. "Deze was het van wie ik zeide: Die na mij komt, is vóór mij geweest." Dat wil zeggen: voordat Jezus hier op aarde was, was Hij het Woord van God waardoor alle dingen geworden zijn. Hij die na mij komt, is vóór mij geweest, want Hij was eerder dan ik — als het Woord namelijk.⟨/p> ⟨p>Immers, uit Zijn volheid hebben wij allen ontvangen, zelfs "genade op genade" staat er in de vertaling. Letterlijk staat er in het Grieks echter het voorzetsel 'anti', en dat betekent 'in plaats van'. Zelfs genade in plaats van genade. Dat betekent dat daar waar al genade was, wij nog meer genade hebben ontvangen, namelijk volheid. Uit Zijn volheid hebben wij allen ontvangen, zelfs genade in plaats van genade. Want, zo staat er in vers 17, de wet is door Mozes gegeven; dat wil zeggen dat via Mozes de Torah aan Israël is gegeven. Welnu, in die wet, in de Torah, was genade ook al bekend. "Genadig en barmhartig is JAHWEH", lezen we vaak, en hoe vaak staan die begrippen ook niet in het Oude Testament? De wet van Mozes spreekt dus ook over genade.⟨/p> ⟨p>Israël was door de wet van Mozes al op de hoogte van genade, maar dan staat er: de genade en de waarheid werd — enkelvoud! Het is niet "zijn", zoals de meeste vertalingen zeggen. Het gaat hier namelijk over die genade en die waarheid als een eenheid. Taalkundig zou je zeggen dat de genade en de waarheid door Jezus Christus "zijn" geworden omdat het over twee zaken zou gaan, maar het is één. Daarom staat er: "werd" door Jezus Christus. Genade is de waarheid. Dat is het unieke. Het idee is: toen God aan Israël via Mozes de wet gaf, maakte Hij Zichzelf bekend en waren zij op de hoogte van genade. Maar daar waar zij al genade kenden, ontvingen ze vervolgens de volheid van genade, namelijk door Jezus Christus.⟨/p> ⟨p>De genade is inderdaad de waarheid sinds Jezus Christus; de beslissende waarheid. Let op het bepaalde lidwoord: dé waarheid. Wat is de waarheid? Genade. Onder de wet van Mozes was het altijd voorwaardelijk: gij zult, gij zult. Maar in Jezus Christus is juist de vervulling van het nieuwe verbond, waarbij God niet meer eist maar geeft. "Ik zal mijn wetten in hun hart schrijven." Er is geen enkele voorwaarde, het is allemaal: Ik zal, Ik zal. Daarmee liggen alle verplichtingen aan Gods zijde, om het zo maar te zeggen. God is degene die dat alles vervult. Genade is de waarheid door Jezus Christus.⟨/p> ⟨p>Het is ook heel erg mooi, en ik heb daar de vorige keer ook al op gewezen, dat het juist Johannes is die hiervan getuigt. Zijn naam, Yohanan, betekent immers: JAHWEH is genadig. Johannes getuigt van Hem. Dat die Johannes waar het hier over gaat, ook nog eens dezelfde is als degene die dit alles heeft opgetekend in het evangelie naar Johannes, bevestigt dat alleen maar des te meer. JAHWEH is genadig; dat is de waarheid nu door Jezus Christus.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-2" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="532" title="Speel af vanaf 08:52">▶ 08:52⟨/button> ⟨span>Vers 18: Niemand Heeft Ooit God Gezien⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>We komen nu bij vers 18. Zoals ik al even zei, is dit het laatste vers van de proloog. Als u een NBG-vertaling hebt, dan ziet u dat ook; na vers 18 begint een nieuwe perikoop. Het lijkt me ook vrij duidelijk waarom dat zo is. Laten we dat eens wat nader bezien.⟨/p> ⟨p>Niemand, zegt Johannes, heeft ooit God gezien. Nu zou je daar natuurlijk vraagtekens bij kunnen plaatsen, omdat je op verschillende gelegenheden toch leest over God die verschijnt. Maar dan is dat altijd 'via-via', middels een ander. Om maar wat te noemen: de HERE verscheen aan Mozes bij de berg Horeb in de brandende braamstruik. Maar wat lees je daar? Het was een engel van Yahweh die namens God sprak. Eigenlijk was het een boodschapper die spreekt namens God. Het was dus die boodschapper die verscheen: de Engel des HEREN. Die engel is een representatie van God, zodat Mozes de HERE zag toen hij het nader ging bezien. Maar het was slechts — of 'slechts' — in relatieve zin een verschijning; een middel waardoor God Zich liet zien, niet Zichzelf.⟨/p> ⟨p>Dat dit inderdaad zo is, is een universeel Bijbels getuigenis; het staat niet alleen hier. Diezelfde Mozes kreeg dat later ook te horen. Dat is trouwens een prachtige geschiedenis, waarin hij vraagt om God te mogen zien. God geeft hem dan dit als antwoord: "Gij, Mozes, zult Mijn aangezicht niet kunnen zien, want geen mens zal Mij zien en leven." Daarna volgt die mysterieuze geschiedenis waarin hij in de rotsholte geplaatst wordt en de HERE aan hem voorbijtrekt. Dan ziet hij de HERE van achteren. Niet "van achter", maar "Mijn achterste deel" staat er letterlijk in de Statenvertaling. Wat dat precies betekent, is in dit verband even niet aan de orde, maar het is wel erg mooi dat hij God kon zien terwijl hij in de rots geplaatst werd. Paulus zou later zeggen: "En de rots was Christus." Daarin ben je veilig.⟨/p> ⟨p>In de bergrede in het Mattheüs-evangelie lees je ook: "Zalig de reinen van hart, want zij zullen God zien." Dat is wat God van Zichzelf laat zien, maar het is altijd relatief en altijd middels een ander. Dat dit zo is, zie je op zoveel plaatsen. Het is dus niet alleen Johannes die hier verklaart dat niemand ooit God heeft gezien. In absolute zin is dat volstrekt onmogelijk. Notabene Mozes zelf kreeg dat te horen.⟨/p> ⟨p>In 1 Timotheüs 1 vers 17 staat een lofzang waarin Paulus zegt: "De Koning der eeuwen" — of de Koning der aionen. Ik heb hier een weergave van de NBG-vertaling: "De Koning der aionen, de onvergankelijke." En dan staat erbij: "De onzienlijke, de enige God." Dat is trouwens heel mooi: "de enige God" is in het Grieks ⟨em>monotheo⟨/em>, waar ons woord "monotheïsme" van afgeleid is. Dat wil zeggen: één God. Die enige God is de Koning der aionen; Hij beheerst alle wereldtijdperken van de eerste tot de laatste. Hij is de Koning der aionen, Hij is onvergankelijk en maakt daarmee geen deel uit van deze schepping, want daarin is alles vergankelijk. Hij is bovendien de onzienlijke, de enige God, en er staat bij: "Hem zij eer en heerlijkheid." Er staat letterlijk: "tot in de aionen der aionen". Dat zijn de wereldtijdperken die nog gaan komen en die alle wereldtijdperken die daaraan voorafgegaan zijn zullen overtreffen. En dan volgt het slotwoord: "Amen". Dat is de waarheid.⟨/p> ⟨p>Het gaat mij nu even om dit begrip: die enige onvergankelijke God, de Koning der aionen, is onzienlijk. Geen mens zal Hem zien en in leven blijven. Dat zie je ook in de geschiedenis van de geboorteaankondiging van Simson in Richters 13. De vrouw van Manoach was onvruchtbaar en er werd tegen haar gezegd dat ze zwanger zou worden. De Engel des HEREN verscheen aan de vrouw van Manoach, de moeder van Simson, en de geboorte van een zoon werd aangekondigd. Die Engel des HEREN verscheen bij een latere gelegenheid op verzoek nog een keer aan hen. In vers 17 lees je dat Manoach tot de Engel des HEREN zei: "Hoe is Uw naam? Want wanneer uitkomt wat Gij gezegd hebt, dan willen wij U eren." Maar de Engel des HEREN zei: "Waarom vraagt gij naar Mijn naam? Immers, die is wonderbaar." Daarop nam Manoach een geitenbokje en een spijsoffer en offerde dit op een rots aan de HERE. Toen deed de Engel des HEREN een wonder terwijl Manoach en zijn vrouw toezagen: terwijl de vlam van het altaar omhoog steeg naar de hemel, voer de Engel des HEREN op in de vlam. In feite identificeert Hij Zich met het offer.⟨/p> ⟨p>Toen Manoach en zijn vrouw dit zagen, wierpen zij zich op hun aangezicht ter aarde. De Engel des HEREN verscheen daarna niet meer aan hen. Toen begreep Manoach dat het de Engel des HEREN geweest was en hij zei tot zijn vrouw: "Wij zullen zeker sterven, want wij hebben God gezien." Ze hadden de Engel des HEREN gezien, maar ze zeiden: "Wij hebben God gezien", en dus dachten ze te moeten sterven. De wetmatigheid is immers: wie God zou zien, die kan niet in leven blijven. Hij is onzienlijk. Maar zijn vrouw gaf een heel wijze reactie: "Indien de HERE ons had willen doden, dan zou Hij van ons geen brandoffer uit onze hand hebben aangenomen." Dat is dus het idee: geen mens zal Mij zien en leven — dat wil zeggen: in leven blijven.⟨/p> ⟨p>De lijst met schriftplaatsen die ik nu geef is bepaald niet compleet, maar met drie getuigen staat de zaak vast, nietwaar? In Kolosse 1 vers 15 gaat het over de Zoon van Gods liefde: "Hij is het beeld van de onzichtbare — of onzienlijke — God." De ongeziene God. Dat verklaart ook meteen wie de Zoon is: de Zoon maakt God zichtbaar. Hij is namelijk het beeld, en in het Grieks staat daar het woord "icoon". Hij is de icoon van God. God Zelf is de onzienlijke en kan niet gezien worden, maar Hij maakt Zichzelf zichtbaar in de Zoon. Later in het Johannesevangelie zullen we dat ook zien. In hoofdstuk 14 vers 8 vraagt Philippus: "Heer, toon ons de Vader en het is ons genoeg." Jezus zei toen tegen hem: "Ben Ik zo lang bij u, Philippus, en kent gij Mij niet? Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien. Hoe zegt gij dan: toon ons de Vader?" Het idee daarbij is uiteraard niet dat de Heer Jezus de Vader is — Hij is de Zoon van God — maar: zo Vader, zo Zoon. Wie de Zoon ziet, ziet daarmee de Vader. Hij is de icoon van de onzienlijke, onzichtbare God. In die relatieve zin kun je dus ook zeggen: Hij is God. Hij is namelijk het beeld van God.⟨/p> ⟨p>Ik vind het altijd erg mooi dat dat woordje 'icoon' wat hier gebruikt wordt, ook wordt gebruikt voor de beeltenis van de keizer. Wanneer er aan de Heer Jezus gevraagd wordt of het geoorloofd is om belasting te betalen, vraagt Hij uit het publiek om een muntstuk en zegt: "Wiens beeltenis is dit?" Daar staat letterlijk dit woord: "Wiens icoon is dit?" Men antwoordt dan dat het de keizer is. Dat staat er dan.⟨/p> ⟨p>Ja, en daar kun je natuurlijk over discussiëren; dat is echt een typisch theologische bezigheid. Is dat nou de keizer of is dat niet de keizer? Je kunt zeggen: "Ja, het is de keizer", maar je kunt het net zo goed verdedigen: het is een beeltenis, een icoon van de keizer.⟨/p> ⟨p>Eén ding moet duidelijk zijn: Hij is de onzienlijke God. Zodat Johannes inderdaad met recht kan zeggen: niemand heeft ooit God gezien.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-3" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1227" title="Speel af vanaf 20:27">▶ 20:27⟨/button> ⟨span>De Eniggeboren Zoon Door God Verwekt⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Hij is namelijk de onzienlijke God. De eniggeboren Zoon, de unieke Zoon, de eniggeboren Zoon – dat is niet zomaar bij wijze van spreken. Er is maar één iemand, dat staat in 1 Timotheüs 2: één God, en dus ook één middelaar van God en mensen, de mens Christus Jezus, die Zich gegeven heeft tot een losprijs voor allen. Maar die ene mens is de enige uit de hele wereldgeschiedenis die geboren is door God Zelf. Dat wil zeggen: verwekt door God Zelf. God was dus met recht Zijn Vader. Van niemand in de hele wereldgeschiedenis kan dat gezegd worden. Hij is geboren uit de maagd Maria, verwekt door God Zelf. De Geest van de Allerhoogste overschaduwde Maria.⟨/p> ⟨p>En misschien mag ik er in dit verband nog even op wijzen: dat is ook de betekenis van die woorden 'het Woord werd vlees'. Volgens mij hebben we het hier al even over gehad, maar ik vind dat zo schitterend. Het Woord kwam tot Maria: 'Je zult zwanger worden', en dat Woord van God was genoeg om bij haar een kind te verwekken. Het Woord werd vlees. Dus verwekt door God Zelf; je kunt ook zeggen: het Woord werd vlees. Beide is heel Bijbels en ook helemaal in de lijn van Johannes geformuleerd. Hij is het Woord dat vlees 'wekt', dat wil zeggen: het Woord kwam tot Maria en het werd vlees. Zij werd zwanger.⟨/p> ⟨p>Maar het is ook de andere kant van het verhaal: het was God die Hem verwekte als unieke Zoon, de eniggeboren Zoon. Ik moet er trouwens bij zeggen dat dit in de belangrijkste handschriften een nogal omstreden kwestie is. Als u een Bijbel met kanttekeningen hebt, dan zult u zien dat daar hele verhandelingen over worden gehouden over wat hier nou eigenlijk staat. Want belangrijke manuscripten spreken hier niet over de eniggeboren Zoon, maar over de 'eniggeboren God'. Wat een hele eigenaardige uitdrukking is.⟨/p> ⟨p>Er zijn drie grote handschriften, complete handschriften van het Nieuwe Testament: de Vaticanus, de Sinaiticus en de Alexandrinus. In twee van die manuscripten wordt niet gesproken over de eniggeboren Zoon, maar over de eniggeboren God. En dat betekent – dat is uiteraard 'God' in de relatieve zin, zoals ik dat zojuist ook bedoelde. Is Hij God? Jazeker! Want Hij is namelijk degene die God zichtbaar maakt. Want God in de absolute zin heeft nooit iemand gezien. Bovendien is God in de absolute zin juist degene die de Zoon verwekt.⟨/p> ⟨p>Het maakt mij persoonlijk niet zo gek veel verschil of hier nu 'God' of 'Zoon' staat. Beide geven een goede zin, hoewel ik in eerlijkheid moet toegeven dat 'Zoon' logischer leest, dat wel. Maar het heeft als nadeel dat slechts een minderheid van de manuscripten dat zou weergeven. Hoe het precies zit, dat gaan we bij gelegenheid nog eens een keer navragen. In elk geval: niemand heeft ooit God gezien. We zitten nu nog steeds naar zinsdelen te kijken, maar er staat nogal wat, hoor. Dus ik vind het wel de moeite waard om de statement van Johannes in stukjes te hakken. Wat zegt hij nou eigenlijk? Nou, in ieder geval...⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-4" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1484" title="Speel af vanaf 24:44">▶ 24:44⟨/button> ⟨span>De Zoon in de Schoot van de Vader⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Niemand heeft ooit God gezien. De eniggeboren Zoon, of zo u wilt de eniggeboren God, die aan de boezem van de Vader is, Die heeft Hem doen kennen. Aan de boezem, of tot in de boezem, of in de schoot. Als u een Statenvertaling hebt, staat er: "in de schoot". En dit woord wordt in het Johannes-evangelie nog één keer meer gebruikt. Wij denken bij het woordje "schoot", of "in de schoot van", meteen aan een schootkindje, maar dat is niet de gedachte. Dat kan ik ook wel aantonen, want als je in Johannes 13 leest, dan kom je namelijk exact diezelfde uitdrukking weer tegen. Daar staat in de NBG-vertaling: "één van de discipelen, dien Jezus liefhad". Dat is de wijze waarop Johannes zichzelf onzichtbaar maakt of verborgen opstelt. Hij noemt zichzelf nooit bij name, maar hij noemt zich de discipel dien Jezus liefhad. Dat wil zeggen: degene die geliefd werd door Jezus. En daar staat: hij lag aan de boezem van Jezus. In de Statenvertaling staat er: "en een van Zijn discipelen was aanzittende in den schoot van Jezus, welken Jezus liefhad". Dit leest een beetje vreemd, vooral als je denkt aan "aanzitten". Aanzittend in de schoot van, dat is natuurlijk niet de gedachte.⟨/p> ⟨p>Bovendien staat er ook niet "aanzitten", maar "aanliggen". Men lag namelijk aan tafel. Je leest dat op verschillende schriftplaatsen hoor, dat was heel relaxed natuurlijk, dat je aanligt aan tafel. Ik heb daar nog niet zo lang geleden het een en ander over opgezocht, maar in die tijd was het heel gebruikelijk om aan te liggen aan tafel en niet, zoals wij dat doen, aan te zitten. Men lag dan zo dat degene die naast je lag, in jouw schoot lag. Dus het drukt wel intimiteit uit; iemand met wie je de tafel deelt. Dat is op zich al een uitbeelding van gemeenschap en van onderlinge eenheid. Maar het is dus niet het idee van iemand die op schoot zit. Dat is niet de gedachte, zoals dat ook hier in hoofdstuk 1 evenmin de gedachte is. Ze lagen aan tafel en één van de leerlingen lag in de schoot van Jezus, die dus pal naast Hem aanlag.⟨/p> ⟨p>Als we die kennis meenemen, dan krijg je dus: de eniggeboren Zoon die in de schoot van de Vader is. Let even op dat woordje "is". Dat staat in de tegenwoordige tijd. Wanneer Johannes dit optekent – en we hebben bij de inleiding al opgemerkt dat dit het laatst opgetekende evangelie is, vermoedelijk enige decennia nadat alles zijn beslag had gekregen – dan is Johannes inmiddels op latere leeftijd. Hij zegt: "Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, die aan de boezem van de Vader is." Dat betekent dus de Zoon die nú bij de Vader is, namelijk – in een andere uitdrukking – aan de rechterhand Gods. Dat is een positie van eenheid en uiteraard een positie van verhevenheid. De rechterhand is de plaats van voorrang, zoals we ook vandaag nog zeggen. Welnu, dat is waar Hij nu is. Het is een uitbeelding van gemeenschap, maar het is ook een uitbeelding van de hoogste positie die Hij nu inneemt. Het is ook een verborgen positie, namelijk daar in de hemel. Om het in heiligdomstermen of priesterlijke termen te zeggen: achter het voorhangsel, onttrokken aan het oog. Wel, daar is Hij nu. De eniggeboren Zoon die nú in de schoot van de Vader is, Die heeft Hem doen kennen.⟨/p> ⟨p>Ook hier wil ik nog even een aantekening bij maken, want er staat hier letterlijk een specifieke werkwoordsvorm in het Grieks: de aorist. Aorist betekent letterlijk "zonder horizon". Dat is een onbepaalde tijdsvorm. Het heeft niet specifiek met het verleden, het heden of de toekomst te maken. Los van de tijd wordt gewoon het feit gesteld, ongeacht wanneer. Dat is wat de aorist is. Het idee is dus: Hij dóét Hem kennen, gewoon als feit.⟨/p> ⟨p>Laten we nu even het geheel nemen. Er is niemand die ooit God gezien heeft. De eniggeboren Zoon – letterlijk de enige die ooit door God Zelf is verwekt, zonder tussenkomst van een man – Die nu dus in de schoot van de Vader is, verheven aan Gods rechterhand, Welnu, Die doet Hem kennen. Voor zover wij iets weten over God, dan is dat via Hem. Wie Hem ziet, ziet de Vader. Hij is het icoon van de onzienlijke God. Hij doet Hem kennen. In Hebreeën 1 vers 3 staat over de Here Jezus Christus: "Deze is de afstraling van Gods heerlijkheid en de afdruk van Zijn wezen." We hadden al het woord "icoon", maar hier is het ook nog de "afstraling". Zoals je de zon feitelijk niet ziet, maar wel het licht dat zij afstraalt. De zon zelf kun je eigenlijk ook niet zien. De afstraling van de heerlijkheid van God, daar waar Gods heerlijkheid verschijnt, dan is dat in Hem. Als Yahweh straks zal verschijnen op de Olijfberg, dan staat er: "De Heer zal verschijnen." Maar wiens voeten zullen daar staan? Dat is de Here Jezus Christus, want Hij is de afstraling van Zijn heerlijkheid. Of nog anders: de afdruk van Zijn wezen, van Zijn aanname, van alles wat God veronderstelt. Hij is de afdruk, zoals met een stempel. Je drukt ergens een stempel op en dan zie je niet de stempel zelf – het stempelapparaat – maar je ziet wel de afdruk. Dat is wat je ervan ziet, en dat is de Here Jezus Christus. Hij is de afstraling van Gods heerlijkheid en de afdruk van Zijn wezen.⟨/p> ⟨p>Je ziet daar trouwens het woordje "karakter", zoals wij dat ook hebben. "Karakters" zijn de letters, de afgedrukte letters. Dat is karakter. Er zitten wel wat Griekse woorden in onze Nederlandse taal hoor: icoon, logisch, karakter. Het zijn allemaal Griekse woorden die via via in het Nederlands beland zijn. Maar Johannes 1 vers 18 is een schitterende samenvatting en afsluiting van dat voorwoord, en daarmee ook een samenvatting van het gehele Johannes-evangelie: God maakt Zich kenbaar door Hem, de eniggeboren Zoon.⟨/p> ⟨p>Nou, dan hebben we inderdaad het voorwoord van Johannes gehad en begint de beschrijving. Het Johannes-evangelie is vooral gegroepeerd rond een aantal gebeurtenissen en allerlei conclusies die daar dan weer uit voortvloeien. Wederom is het de figuur van Johannes die weer een hoofdrol gaat spelen. Er staat: "En dit is het getuigenis." Zie je dat? Tegenwoordige tijd.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-5" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2022" title="Speel af vanaf 33:42">▶ 33:42⟨/button> ⟨span>De Getuigenverklaring van Johannes⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Dit is het getuigenis van Johannes. Eigenlijk staat er 'de getuigenverklaring', en dat is een juridische term. Getuigen moeten optreden op het moment dat zij ergens getuige van zijn geweest; ze hebben het gezien en ze hebben het gehoord. Johannes legt hier een getuigenverklaring af. Wat die verklaring inhoudt, daar zullen we het in het navolgende over hebben, maar het is een heel belangrijk begrip in het Nieuwe Testament. Het hele Nieuwe Testament draait daarom. Het Nieuwe Testament is niet zomaar een bedenksel. Petrus zegt in zijn brief: "Wij zijn geen kunstig verdichte fabelen nagevolgd, maar wij zijn ooggetuigen geweest van Zijn Majesteit." Het hele Nieuwe Testament, van Mattheüs tot en met het boek Openbaring, is een ooggetuigenverslag. Het zijn mensen die het zelf hebben gezien en gehoord, en voor dat getuigenis ook hun leven hebben gegeven. Daarmee hebben zij het waarmerk van hun getuigenis afgegeven, want niemand sterft voor een leugen waarvan hij weet dat het een leugen is.⟨/p> ⟨p>Dit is dus het getuigenis van Johannes, toen de Joden uit Jeruzalem priesters en Levieten naar hem toe zonden. 'De Joden' is een term die we nog heel vaak tegen zullen komen. Bij een andere gelegenheid wil ik dat, als het wat meer in de lijn ligt, wat breder gaan bespreken. Dan blijkt namelijk dat in het Johannes-evangelie 'de Joden' niet hetzelfde is als wat wij er altijd onder verstaan. Het is vooral een geografische aanduiding; het wil zeggen de Judeeërs, de mensen uit Judea. Dat staat dan tegenover Galilea, het 'Galilea der heidenen', zoals het ook wordt genoemd. Judea ligt daar in het zuiden en de mensen die daar wonen, dat zijn Judeeërs. Het woord 'Jood' komt eigenlijk gewoon van 'Juda' of van 'Judea'. Wij maken verschil in dat soort woorden, maar in de oorsprong zit daar helemaal geen verschil in. Nogmaals, ik kom daar bij een andere gelegenheid ongetwijfeld nog op terug, maar ik stip het nu alleen even aan. Voor het verhaal doet het er nu niet zoveel toe, want dat het Judeeërs zijn is nogal logisch: ze komen namelijk uit Jeruzalem en Jeruzalem ligt in Judea.⟨/p> ⟨p>De Joden blijken hier ook de leidinggevenden te zijn die een delegatie naar Johannes toesturen. Dat waren niet de eersten de besten, het waren priesters en Levieten. U moet er trouwens bij bedenken dat Johannes zelf ook van priesterlijke komaf was. Zijn vader was de priester Zacharia, die ooit in de tempel de aankondiging van zijn geboorte te horen kreeg. Johannes was een priester, uit een andere stam dus dan zijn achterneef Jezus, want die was uit de stam van Juda. In ieder geval worden er priesters en Levieten op Johannes afgestuurd. Dat is heel officieel en vandaar ook dat het een getuigenverklaring van Johannes is. Hij moest getuigen, want er komt een officiële delegatie vanuit Jeruzalem die hem gaat uithoren en gaat vragen naar zijn identiteit en naar wat hij doet.⟨/p> ⟨p>Ze vragen hem: "Wie bent u eigenlijk?" Straks gaan ze nog doorvragen waarom hij doet wat hij doet, maar eerst dit. Ze vragen hem: "Wie bent u?" En hij beleed en ontkende het niet; hij beleed: "Ik ben de Christus niet." Belijden is echt openlijk voor iets uitkomen. Hij zegt: "Ik ben de Christus niet." De Christus is de Griekse formulering voor wat het Hebreeuws de Messias noemt. Het loutere feit dat dit zo door Johannes gezegd wordt, geeft al aan dat er kennelijk geruchten rondzongen over zijn identiteit. Wie zou die Johannes toch zijn? Kennelijk werd er algemeen gedacht of vermoed dat hij misschien de Christus zou zijn. Dat weten we ook, want als we elders lezen in Lukas 3, dan zie je dat het volk in afwachting was en dat allen in hun hart overlegden en redeneerden over Johannes of hij misschien de Christus was. Johannes trok enorm de aandacht met zijn boodschap en de wijze waarop hij optrad. Daar kom ik straks op terug, maar dit is wat er over hem gedacht werd.⟨/p> ⟨p>Johannes maakte daar echter korte metten mee. Hij antwoordde en zei tot allen: "Ik doop u in water, maar Hij komt die sterker is dan ik, wiens schoenriem ik niet waardig ben los te maken." Met andere woorden: Hij is niet alleen eerder dan ik, maar ook meer dan ik. Het laagste baantje dat je kunt bedenken, de slavendienst om iemands sandalen los te maken, dat was hij nog niet eens waard om te doen. "Ik ben niet eens waardig zijn schoenriem los te maken. Hij die gaat komen, die zal u dopen in heilige geest en vuur." Over dit laatste komen we straks nog even te spreken, maar in ieder geval is het antwoord duidelijk. Johannes zegt inderdaad: "Ik ben de Christus niet."⟨/p> ⟨p>Goed, dan weten ze wie hij niet is. Maar nu is de vraag: wie ben je dan wel? "Wat dan? Bent u Elia?" Dat was bepaald geen gekke suggestie, want in een van de laatste verzen van ons Oude Testament, Maleachi 4 vers 5, lees je: "Zie, Ik zend u de profeet Elia, voordat de grote en geduchte dag van Yahweh komt." Die dag van Yahweh gaat komen en dat staat in verband met de Messias. Voorafgaand daaraan zal eerst Elia komen. Dat is tot op de dag van vandaag een heel bekend gegeven in het Jodendom. U kent ongetwijfeld het verhaal wel, en Therese kan het bevestigen: als de Pesach gevierd wordt, is er één stoel die onbezet gelaten wordt. Die is bestemd voor Elia. Mocht Elia komen, dan mag hij daar gaan zitten. Het is een illustratie van het gegeven dat die verwachting heel vanzelfsprekend leeft: voordat de grote dag gaat komen, zal Elia gezonden worden van Gods wege.⟨/p> ⟨p>Was Johannes degene die zoveel aandacht trok? Ik moet er nog iets bij zeggen: vergis u niet, die dagen waren zwanger van Messiaanse verwachting. Men wist dat de Messias in deze tijd zou komen. De gelovigen wisten dat; ze kenden de profetieën van Daniël over de jaarweken. Dat was een heel simpel rekensommetje: het moet zo ongeveer nu zijn. Dat hoef je niet eens precies na te rekenen, al kun je dat wel doen en dan kun je zelfs op het jaar nauwkeurig dingen aangeven. In elk geval wist men het. Denk aan Simeon in de tempel; hij verwachtte de vertroosting van Israël. Als hij dat kindje Jezus in zijn armen krijgt, zegt hij: "Laat nu Uw dienstknecht gaan, want mijn ogen hebben het heil des Heren gezien." Met andere woorden: hij wist het ook, hij verwachtte dat dit zou gaan gebeuren, want hij kende de Tenach. Het loutere feit dat Johannes zo merkwaardig en opvallend optrad, maakte dat zij dachten: dit moet Elia zijn, of de Christus. Er worden hier drie suggesties gedaan: eerst de Christus, nu Elia. "Bent u Elia?" En hij zei: "Ik ben het niet." Toch moet ik erbij zeggen dat we van Johannes wel lezen dat hij is gekomen in de geest en de kracht van Elia.⟨/p> ⟨p>En ik had het zojuist al even over Zacharia, een priester dus, de vader van Johannes de Doper. Als hij die engelverschijning krijgt terwijl hij het reukoffer bedient daar in de tempel, in het heiligdom. Vanaf die tijd werd hij ook stom en kon hij niet meer spreken.⟨/p> ⟨p>En dan lees je dat tegen hem gezegd wordt, dat zijn zoon wordt aangekondigd. Elisabeth zou zwanger worden terwijl ze al in hoge ouderdom was, of in ieder geval in ouderdom. En dan staat er: "En hij" – dat is je zoon die geboren zal worden – "hij zal voor Zijn Gods aangezicht uitgaan in de geest en de kracht van Elia."⟨/p> ⟨p>En dan staat erbij: "om de harten der vaderen te keren tot de kinderen." Dat is trouwens een uitdrukking uit Malachi 4, lees het maar na. "En de ongehoorzamen tot de gezindheid van de rechtvaardigen, ten einde voor de Heer een toegerust volk te bereiden." Dat wil zeggen dat die Johannes, zijn zoon die geboren zou worden, een weg zou bereiden. Hij zou iets voorbereiden, namelijk een weltoegerust volk bereiden in de geest en de kracht van Elia. Wacht even, hoezo?⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-6" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2692" title="Speel af vanaf 44:52">▶ 44:52⟨/button> ⟨span>In de Geest en Kracht van Elia⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Dat is heel opvallend aan het optreden van Johannes, want we weten een aantal dingen van hem. Hij stond bekend als 'de Doper' – men zou kunnen denken dat het zijn achternaam was, maar dat is natuurlijk onzin. Dat was niet zijn achternaam; hij stond gewoon bekend als iemand die doopt. En dat was heel bijzonder, want het jodendom kende de praktijk van het dopen maar al te goed. Joden dopen zich bij heel veel gelegenheden, denk aan het rituele bad. Alleen, het bijzondere van wat men gewoonlijk deed, was dat men zichzelf doopte. Johannes zei echter: "Word gedoopt." Hij doopte anderen. Dat was onbekend. Hij was een doper, iemand die anderen doopte, en dat was heel uitzonderlijk. Vandaar dat hij de naam Johannes de Doper kreeg, want dat kende men niet op die manier. Ik kom daar straks nog even op terug.⟨/p> ⟨p>Dat hij in de geest en de kracht van Elia optrad, is duidelijk. In Marcus 1 wordt daarover gezegd – en ik geloof dat het in het Mattheüs- of het Lucas-evangelie ook nog vermeld wordt – dat hij gekleed was in kameelhaar. Ja Arie, dat is tegenwoordig wel wat anders, hè? Ik denk dat als er morgen iemand aan jou vraagt of je een mantel van kameelhaar hebt, je daar toch wel een flinke prijs voor laat neertellen. Dan moet ik nog aan de slag denken... zonder naden? Nou, in ieder geval was Johannes gekleed in kameelhaar en droeg hij een lederen gordel om zijn lendenen. Hij at sprinkhanen en wilde honing. Is dat niet 'hij wilde honing'? Nee, hij at sprinkhanen en hij at ook wilde honing. Ja, honing uit de natuur. Hij wou honing... nee, maar goed, hij at sprinkhanen en wilde honing. Als ik dat een enkele keer fout heb gezegd, komt dit er nooit meer uit!⟨/p> ⟨p>Later in het Johannes-evangelie lees je ook zoiets: "En ondanks dat het vol vis was, brak het net niet." Dat is Johannes 21. Nu we er toch over bezig zijn, ik heb er nog eentje in de geschiedenis van Ruth. Boaz zegt tegen haar op de dorstvloer dat ze haar sluier af moet doen. "Doe uw sluier af en houd het op," zegt hij, en vervolgens doet hij daar zes maten gerst in. "Doe uw sluier af en houd het op." Maar wat was nu het bijzondere van dat kameelhaar en die lederen gordel? Wel, dat is Elia. Kijk maar na in 2 Koningen 1 vers 8. Daar wordt gezocht naar iemand en het antwoord luidt: "Het was iemand met een haren kleed en een lederen gordel was om zijn lendenen gebonden." En toen zei hij: "Dat is de Tisbiet Elia." Elia stond bekend om zijn haren kleed en zijn leren gordel om de lendenen. En zo treedt Johannes op in de geest en de kracht van Elia. Daar is meer over te zeggen dan ik nu doe, maar ik wil het hier eventjes bij laten.⟨/p> ⟨p>Ik wil het trouwens sowieso even hierbij laten, want het is tijd om even te pauzeren. Zullen wij weer verder gaan, vrienden? Goed, die delegatie uit Jeruzalem had dus een aantal vragen voor Johannes, die daar aan het dopen was, en ze vroegen hem: "Wie bent u?" De eerste vraag en de eerste optie die ze opperen, is: "Bent u de Messias, de Christus?" Dat zong namelijk rond. Vervolgens ook: "Bent u Elia?", wat wel degelijk ook een reden had om dat zo te benoemen. Hij deed immers in alle opzichten denken aan Elia. Zo was het ook aangekondigd: hij zou optreden in de geest en kracht van Elia. We hebben het gezien: ook zijn hele uiterlijke optreden voldeed aan dat signalement. Maar als dan de vraag gesteld wordt of hij Elia zelf is, dan is het antwoord: "Nee, dat ben ik niet."⟨/p> ⟨p>Hoe dat trouwens in de toekomst gaat, wanneer Elia zal komen, is nog weer een verhaal apart. Is dat dan echt Elia, of ook iemand die optreedt in de geest en kracht van Elia? Ja precies, want dat heeft dan ook weer hiermee te maken: een van die twee getuigen die zullen optreden in Jeruzalem op het tempelplein. De een is bij machte om water in bloed te veranderen, wat heel erg aan het optreden van Mozes doet denken. Maar zij zullen ook bij maakte zijn om de hemel toe te sluiten voor drieënhalf jaar, tweeënveertig maanden. Dat komt exact overeen met wat Elia ooit deed: dezelfde termijn dat het niet regende.⟨/p> ⟨p>Dat is echter nog weer een andere kwestie. De gedachte is meestal dat Elia blijvend ten hemel is gevaren, maar dat denk ik niet. Hij is weliswaar opgenomen, maar vervolgens elders neergezet. Dat klinkt misschien heel vreemd, ja. We zullen het daar trouwens ook nog in de bespreking van het Johannes-evangelie over hebben als we in Johannes 3 zijn aangeland. Want daar staat gezegd: "Niemand is ten hemel gevaren dan Hij die uit de hemel is neergedaald." Maar hoe zit het dan met Elia? Ja, Elia is een ander verhaal. Dat is ook duidelijk, want bij een latere gelegenheid blijkt – ik kan nu even niet de bonnetjes erbij geven, dat zou echt te ver voeren – dat een koning van Israël een jaar of zes, zeven later nog een brief krijgt van Elia. Dat was dus zes à zeven jaar na zijn opneming. Hij krijgt een brief van Elia, dus Elia vertoefde elders. En nog steeds? "Nog steeds?" Oh, dat is een optie die ik nog nooit gehoord heb, man! Maar hij was het toch echt.⟨/p> ⟨p>U ziet: als je het hierover hebt, heb je in no-time allerlei andere vragen in verband met de eindtijd over de identiteit van de Elia die ten hemel is opgenomen. Wat is er verder mee gebeurd? Het is een heel boeiend verhaal, maar ik stel voor dat we dat eventjes parkeren, want dat voert een beetje te ver van dit onderwerp af. Ze hebben echter nog een pijl op hun boog: "Bent u de Christus?" Nee. "Bent u Elia?" Nee.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-7" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3209" title="Speel af vanaf 53:29">▶ 53:29⟨/button> ⟨span>De Aangekondigde Profeet uit Deuteronomium⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>"Zijd gij dé profeet?" Let op dat bepaalde lidwoord weer: dé profeet. Niet een profeet, want dat zou nog te verdedigen zijn. Nee, zijt gij de profeet? Met andere woorden: de aangekondigde profeet waarvan iedereen weet wie we daarmee bedoelen. Waar die vraag aan ontleend is? Daarvoor moeten we naar Deuteronomium 18 gaan, want dat was al in de dagen van Mozes aangekondigd: dé profeet die ooit zou komen.⟨/p> ⟨p>Ik neem u daar even mee naartoe. In Deuteronomium 18 lees je in vers 15 — ik wil niet de hele passage lezen, maar er staat: "Een profeet uit uw midden, uit uw broederen". Dat zijn woorden die gesproken worden door Mozes: "Een profeet uit uw midden, uit uw broederen, zoals ik ben," zegt Mozes, "zal de HEERE u verwekken." Met andere woorden: Mozes zegt dat er een keer een profeet komt zoals hij is, van dezelfde orde als hij. Zoals Mozes de woorden van God heeft doorgegeven, zo zal Hij ook de woorden van God doorgeven.⟨/p> ⟨p>Als je nog even doorleest in vers 19 en 20, dan herken je die woorden, want die worden later weer door Petrus aangehaald in Handelingen 3 op het tempelplein. Het gaat hier heel uitdrukkelijk over deze aangekondigde profeet, die niemand minder is dan Jezus Christus zelf. Hij is de profeet die van dezelfde orde is en die ook het Woord van God zal doorgeven op dezelfde wijze zoals Mozes dat ooit deed. Hij is echter niet de representant van het Oude Verbond — dat was Mozes — maar Hij is de representant van het Nieuwe Verbond, namelijk Jezus Christus.⟨/p> ⟨p>Hij zal in het land de woorden van God spreken. Nogmaals, deze aankondiging in Deuteronomium 18 gaat nog even door. Let ook op hoe dat later door Petrus wordt aangehaald op het tempelplein in Handelingen 3, naar aanleiding van die genezing van de verlamde die bij de Schone Poort zat, weet u wel. Ook dat wil ik nu even parkeren, want dat zou weer te ver voeren. Ik wil alleen even aangeven waarover zij het hebben.⟨/p> ⟨p>Dit is natuurlijk allemaal opgetekend vanuit een Joodse context. Zij wisten over wie ze het hadden. Wij verwachten de Christus, wij verwachten Elia, wij verwachten de Profeet. Dat was voor hen gewoon het ABC van hun toekomstverwachting. Dat was aangekondigd, beloofd en in hun Bijbel stond dat opgetekend. Vandaar dus die vraag van die delegatie van de priesters en Levieten vanuit Jeruzalem, die naar Johannes komen en zeggen: "Wie ben je? Wie claim je te zijn?"⟨/p> ⟨p>Als er staat: "Ben jij de profeet?", dan doelt dat op datgene wat al is aangekondigd in Deuteronomium 18. Dan begrijp je waarover ze het hebben, anders begrijp je domweg de vraag niet. En ook hier is het antwoord van Johannes weer negatief; hij zegt: "Nee." Maar dan vragen ze verder. Zij zeiden tot hem: "Wie zijt gij? Wie ben je dan wel? Wij moeten toch antwoord geven aan hen die ons gezonden hebben." Je proeft het helemaal: dit is een officiële delegatie. Zij kunnen natuurlijk niet onverrichte zaken weer naar Jeruzalem terugkeren. Ze willen antwoord geven en vragen: "Wat zegt u van uzelf?" En dan geeft hij antwoord.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-8" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3480" title="Speel af vanaf 58:00">▶ 58:00⟨/button> ⟨span>De Stem van een Roepende in de Woestijn⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Hij zei: "Ik ben" – en dit is een citaat uit Jesaja 40 vers 3. Hij zegt: "Ik ben de stem van één die roept in de woestijn." Dat wil zeggen: ik ben degene van wie de profeet Jesaja ooit al sprak, namelijk dat er iemand zou gaan getuigen. Ik ben de stem, iemand die getuigt. Ik herinner trouwens even aan de eerdere Bijbelstudie die we hielden over Johannes 1 vers 7. Daar staat: "Er trad een mens op, van God gezonden, wiens naam was Johannes. Deze kwam als getuige om van het licht te getuigen. Hij was het licht niet, maar was er om te getuigen van het licht." Wat er dus ook al op wijst dat het volk blind was. Ze zagen het licht niet en hij ging getuigen van dat licht.⟨/p> ⟨p>Wel, hij zegt: "Ik ben de stem van één die roept in de woestijn." Dat is nog steeds in onze taal een bekende uitdrukking. Als jouw woord dat je doorgeeft geen gehoor vindt, dan ben je iemand die roept, dan ben je een roepende in de woestijn. Zo zeggen we dat, hè? Niemand is er die luistert. Wat trouwens niet helemaal klopt; het idee is niet zozeer dat er niemand luistert. Het idee is: hij roept in de woestijn. Het geeft vooral aan... Het is letterlijk waar: Johannes doopte daar in de woestijn van Judea, aan de andere kant van de Jordaan. Maar ook figuurlijk is het waar. Dat wil zeggen: in godsdienstig opzicht was het volk inderdaad zo dor en doods als het maar kan. Een woeste plek was het geworden. Laat ik het anders zeggen: waar geen levend water, geen levend woord werd gesproken, daar was het in godsdienstig opzicht dor en droog. Het was slechts traditie wat er klonk, wat mensen zeiden, en dat is nooit levend. Levend is het gewoon als je het Woord zelf laat spreken.⟨/p> ⟨p>Wel, dat deed hij. Hij zegt: "Ik ben de stem van één die roept in de woestijn." Trouwens, dat dit inderdaad een woestijn is, blijkt ook in een ander opzicht, in geestelijk opzicht, want er wordt gezegd: "Maakt recht de weg des Heren." Hij moest dus de weg effenen. Dat wil zeggen: die weg was niet effen, die weg was niet recht. Nee, men had de weg van de Heer juist verdraaid. En lees het maar na in de profeet Jesaja; dat is het grote verwijt: "Dit volk eert Mij met de lippen." Hoe staat het er ook alweer? Het staat me bij dat ik het een dezer dagen nog geciteerd heb. Maar in ieder geval lees je in Jesaja 29: "Dit volk eert Mij met de lippen, maar hun hart is ver van Mij, daar hun ontzag voor Mij een aangeleerd gebod van mensen is." Dat was gewoon allemaal mensenwerk, mensenwoorden en tradities.⟨/p> ⟨p>Nu kwam deze Johannes in de geest en de kracht van Elia. Hij maakt de weg effen en recht, de weg van de Heer, zoals ook inderdaad de profeet Jesaja al gesproken had. Hij was dus met recht die wegbereider. Dat is wat hij deed. En er staat nog bij: "En er waren sommigen afgezonden uit de Farizeeën." Eigenlijk staat er – kijk het maar na in de interlineair – "en zij". Als u het mij vraagt, gaat het gewoon over die delegatie die tot hem was gekomen. Zij waren afgevaardigd uit de Farizeeën. Het waren Levieten en priesters. En door wie waren ze afgevaardigd? Nou, door Joden, lazen we, uit Jeruzalem, maar hier wordt het meer gespecificeerd. Ze waren niet van de partij van de Sadduceeën, maar van de Farizeeën. En dat verklaart wellicht ook de volgende vraag. Want hun eerste vraag was: "Wie bent u?" Nou, daar waren verschillende opties weggestreept. En nu uiteindelijk geeft Johannes zelf antwoord op wie hij is. Hij is inderdaad de vervulling van een profetie, namelijk wat Jesaja ooit al heeft aangekondigd.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-9" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3762" title="Speel af vanaf 01:02:42">▶ 01:02:42⟨/button> ⟨span>De Rituele Reiniging bij de Komst van de Messias⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Maar dan vragen ze door en ze vroegen hem en zeiden tot hem: "Waarom doopt u dan?" Ja, dus eerst was de vraag: "Wie ben je?" en nu is de vraag: "Waarom doe je wat je doet? Waarom doop je dan, indien jij de Christus niet zijt, noch Elia, noch de profeet?" Kijk, het idee is dat de Messiaanse tijd — de tijd dat de Messias als dé profeet zou komen, dat de Christus zou komen en Elia zou komen — voorafgegaan zou worden door een algemene reiniging. Dat hoort allemaal bij de tijd van de dag des Heren, of hoe dat ook maar heten mag.⟨/p> ⟨p>Die tijd zou voorafgegaan worden door een algehele reiniging, en ook dat is weer iets wat wij, als niet-Joden uit de natiën, misschien moeilijk begrijpen. Daarom: verplaats je even in het idee. Ik zei al dat dopen, het ritueel reinigen, voor Israël en voor de Hebreeën een heel bekend fenomeen was. Dat deed men bij allerlei gelegenheden. Men wist dat als de Messias zou komen, dat gepaard zou gaan met een algehele reiniging. Men dacht ook: "Nou ja, dat is precies wat Johannes dus ook doet." En dat klopt trouwens ook wel.⟨/p> ⟨p>Ik zal u even een voorbeeld geven om de vraag te begrijpen die deze delegatie hem stelt: "Waarom doopt u?" Waarom stellen zij die vraag? Wel, zij zeggen: "Die doop, die rituele reiniging, dat heeft toch alles juist te maken met de Christus en Elia en de profeet die gaan komen?" En waarom dachten ze dat? Dat was volkomen terecht. In Ezechiël 36 lees je daar een voorbeeld van. Daar spreekt de Heer bij monde van de profeet Ezechiël: "Ik zal u weghalen uit de volkeren en u bijeenvergaderen uit alle landen, en ik zal u brengen naar uw eigen land." En dan komt het: "Ik zal rein water over u sprengen, u zult rein worden; van al uw onreinheden en van al uw afgoden zal ik u reinigen."⟨/p> ⟨p>Natuurlijk kun je dat vergeestelijken, maar het is ook gewoon letterlijk; een letterlijke reiniging. Het was heel fundamenteel voor de Hebreeën. Voor degenen die notities maken: in Hebreeën 6 vers 1 tot en met 3 lees je ook dat tot het fundament van de Hebreeën de onderwijzing van de dopen behoorde, van allerlei rituele reinigingen. Het hoorde tot het fundament van wat zij wisten.⟨/p> ⟨p>Er staat ook nog bij: "Ik zal u een nieuw hart geven en een nieuwe geest in uw binnenste; het hart van steen zal ik uit uw lichaam verwijderen en ik zal u een hart van vlees geven." Dat wil zeggen: een totaal nieuwe identiteit. Als je ook kijkt naar het 37e hoofdstuk van Ezechiël en naar Zacharia 13, dan zie je hetzelfde idee: rein water. Vandaar dat men Johannes daarmee associeerde. Goed, en Johannes gaat daarop reageren.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-10" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3978" title="Speel af vanaf 01:06:18">▶ 01:06:18⟨/button> ⟨span>Johannes Doopt in Water⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Dan zegt Johannes in vers 26: "Johannes antwoordde hun en zei: Ik doop in water." Dit is typisch een bijbelvertaling die, hoe zal ik het zeggen, geredigeerd is vanuit grote kerken die bekend zijn met het doopritueel, maar dan vooral het ritueel van besprenkelen. Over het algemeen doopt men in de christenheid met water, met een paar druppeltjes. Maar ik zal u vertellen dat "met" er niet staat. Het is gewoon een ander voorzetsel; er staat: "in water". Het was dus met recht "in". Johannes doopte niet met water, hij doopte in water. Niet dat het mij nou zoveel uitmaakt, want uiteindelijk gaat het helemaal niet om de doop in water — daarover straks meer — maar in ieder geval staat er niet "met". Het is echt "in". Hij doopte in de Jordaan; men ging kopje-onder en men stond daar weer uit op. Dat is niet zo moeilijk, de hele symboliek is zo simpel als maar kan. Dat heeft namelijk te maken met dood en opstanding.⟨/p> ⟨p>Johannes antwoordde: "Ik doop in water, maar midden onder u" — "u" is hier een meervoud, dus midden onder jullie — "staat Hij van wie gij niet weet." Het zou zelfs kunnen, het hoeft niet per se, dat dit meer algemeen is bedoeld: midden onder jullie volk staat Hij. Dat zou zelfs nog kunnen betekenen dat hij Hem bij wijze van spreken aan kon wijzen. Misschien. "Midden onder u staat Hij van wie gij niet weet, Hij die na mij komt." Ik heb de woorden al geciteerd, maar dat was toen uit het Lucas-evangelie: "Hij die na mij komt, wiens schoenriem ik niet waardig ben los te maken." Het wordt op diverse plaatsen zo gezegd; het waren kennelijk bekende woorden van Johannes.⟨/p> ⟨p>Hij verwees naar zijn achterneef, maar hij zegt, om het nog anders te zeggen: "Ik kan niet eens in Zijn schaduw staan. Zelfs Zijn schoenriem ben ik niet waardig los te maken." En als Jezus dan op een van deze dagen tot hem komt om gedoopt te worden, dan weigert Johannes dat subiet. Dat wil hij niet doen. Tenminste, in eerste instantie doet hij dat, maar uiteindelijk doet hij het wel. Maar zo lagen die verhoudingen.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-11" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4136" title="Speel af vanaf 01:08:56">▶ 01:08:56⟨/button> ⟨span>De Jordaan als Beeld van Dood en Opstanding⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En er staat nog bij: dit geschiedde te Bethanië. Als u trouwens een Statenvertaling hebt, staat dat daar op een andere plaats; dat is ook weer een handschriftenkwestie. Maar Bethanië klopte wel. Alleen moet u niet denken aan het andere Bethanië, waar bijvoorbeeld de vriend van Jezus woonde, Lazarus. Dat was vlak bij Jeruzalem. Maar dit is in Bethanië. Waar lag dat? Nou, dat is niet zo moeilijk. Althans, ik zeg dat het niet zo moeilijk is, maar het is nog lastig om het precies aan te wijzen. In ieder geval wordt het gelokaliseerd 'over de Jordaan'. Dat wil zeggen aan de overkant, aan de andere kant van de Jordaan.⟨/p> ⟨p>Je vraagt je af waarom Johannes, die doopt voor zijn volk, aan de andere kant van de Jordaan gaat dopen. Dat is niet logisch, zou je zeggen. Het is aan de andere kant van het land, buiten het land dus. Maar dat betekent gewoon dat Johannes doopte op een locatie waarbij men eerst de Jordaan moest passeren. Als je een beetje feeling voor typologie hebt, dan begrijp je het meteen dat men er op die manier kwam. Je leest ook over 'de veren', de ponten, of in ieder geval een plek waar men door kon trekken of over kon trekken. Het kan zelfs een brug geweest zijn. Want je leest in de geschiedenis van Ehud — u weet wel, die richter met het korte zwaard — ook over de veren van de Jordaan. De veren, het pontje zeg maar; gewoon een plek waar men van de ene kant van het water naar de andere kon.⟨/p> ⟨p>Het gaat om het punt dat Johannes aan de andere kant van de Jordaan doopte. Men moest de Jordaan door, men moest de Jordaan passeren. Dat is een mooi woord trouwens, passeren. Ons werkwoord passeren komt van 'to pass', en dat heeft te maken met 'paas-gaan'. Met overslaan, overtrekken, skippen eigenlijk; passeren en Pasen hebben dezelfde wortel. Het idee bij de Jordaan is uiteraard — tot op de dag van vandaag is dat zo bekend — dat de Jordaan een beeld van de dood is: de doodsjordaan. Ik denk dan aan verschillende negro spirituals die op hetzelfde concept gebaseerd zijn: 'Roll, Jordan, Roll'. Nee, ik ga het niet zingen; ik weet dat Tineke direct zou invallen als ik dat zou doen, muzikaal als ze is.⟨/p> ⟨p>Maar in ieder geval is de Jordaan een beeld van de dood. De dood wordt gepasseerd, en feitelijk is het doortrekken door de Jordaan een beeld van door de dood gaan en aan de andere kant weer uitkomen. Dat is een beeld van opstaan uit de dood, weer opstaan. Israël ging door de Jordaan en kwam in het beloofde land. Ze gingen achter de ark aan, op een afstand van ongeveer tweeduizend el. Of wat dacht u van Naäman, die dacht dat hij zich mocht reinigen in de rivieren van Syrië, de Abana en de Parpar? Hij moest zich in dat 'slootje', de Jordaan, onderdompelen. En waarachtig, hij werd een heel nieuw mens. Alles komt in de Jordaan ook weer boven water. Dat is ook een prachtig beeld in de geschiedenis van Elia, van die drijvende bijl die weer boven water kwam. Dat is allemaal opstanding; alles komt uit de dood.⟨/p> ⟨p>Johannes doopte aan de andere kant van de Jordaan. Over het loutere feit dat hij die locatie koos, is echt nagedacht, want het spreekt van opstanding. En Johannes wist daar alles van, van dood en opstanding. Dat dit zo is, blijkt wel uit het vervolg. Je leest dan: "De volgende dag..." Daar gaan we het zeker nog over hebben. Dit is de eerste keer dat het genoemd wordt, maar we gaan dit nog een paar keer lezen. Vers 35 zegt weer: "De volgende dag" (dat is dan de derde dag). In vers 44 staat weer: "De volgende dag" (dat is dan de vierde dag). En dan lees je in hoofdstuk 2 vers 1: "De derde dag". En op die derde dag was er een bruiloft. Dat was de derde dag na die vorige dag, en zo gaat het om een totaal van zeven dagen die in Johannes geteld worden. Die derde dag in Johannes 2 vers 1, dat er een bruiloft was, was in het geheel de zevende dag. Waarom dat zo is, daar gaan we het bij de gelegenheid van die bruiloft zeker over hebben, want dat is geweldig. Het staat er niet voor niets, iedere keer die 'volgende dag'. Gewoon tellen, gewoon tellen. Maar ik wijs er nu alleen even op: eerst was op die ene dag die delegatie gekomen, en die is inmiddels weer naar Jeruzalem gegaan.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-12" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4526" title="Speel af vanaf 01:15:26">▶ 01:15:26⟨/button> ⟨span>Het Lam Gods Dat het Ongeloof van de Wereld Wegneemt⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Maar nu staat er: de volgende dag zag hij Jezus tot zich komen. En hij zei: "Zie, het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt." Zie, het Lam Gods. Alleen al het loutere feit... Ik zei al, Johannes wist van dood en opstanding. Het loutere feit dat hij Hem noemt het Lam Gods, geeft wel aan dat hij wist: Hij zal sterven. En niet zomaar, Hij is het Lam Gods. Dat wil zeggen, Hij is de vervulling van al die lammeren die ooit tot dusver geofferd zijn. Ik zei al, hij was de zoon van een priester; hij wist waar hij het over had. Maar deze priesterzoon wijst op het Lam. Het Lam, namelijk het Lam van de God. Ziet u? Dat is wat er staat: zie, kijk, het Lam van de God.⟨/p> ⟨p>Dat de zonde van de kerk wegneemt? Ik lees het eerst even traditioneel. Om te weten wat er staat, is het altijd goed om even te lezen wat er niet staat. Nee, hier staat "de kosmos". Je ziet het? De kosmos. God denkt kosmisch. Ja, komisch, maar ook kosmisch. Dat wil zeggen: wereldwijd. Het Lam van God neemt niet zomaar wat weg; nee, Die neemt dé zonde der wereld weg.⟨/p> ⟨p>Er zijn er die zeggen... ha ha, kijk, dat bedoel ik: "De wereld, maar Johannes bedoelt niet de wereld; hij bedoelt degenen die uit de wereld in Hem gaan geloven." Het loutere feit dat men dat allemaal zo verdraait, dat is wel heel veelzeggend. Dan zeg ik: dan ken je het Lam van God niet. Dat is misschien een hard woord, maar dat durf ik echt te zeggen. Hoe weet je nou dat je het Lam van God kent? Dan weet je: Hij is het Die de zonde der wereld wegneemt. Let op: van de wereld.⟨/p> ⟨p>En dan nog iets. Ja, twee dingen. "Wegneemt", daar staat ⟨em>airon⟨/em>, maar ⟨em>airon⟨/em> is eigenlijk opheffen. ⟨em>Airo⟨/em>, dat heeft te maken met iets in de lucht nemen, maar ook opheffen. Hij heft de zonde der wereld op. Heb ik nog een vraag: wat is de zonde? Wat is dé zonde der wereld? Ik kan niet missen en ik kan het zelfs bewijzen uit ditzelfde Evangelie. Daar wordt gesproken over de zonde van de wereld. Wat is de zonde van de wereld? We gaan naar... Let op, het is niet... Ik weet dat er heel vaak gezegd wordt: "Ja, hij heeft de zonden der wereld weggedragen." Dat staat er niet. Er wordt niet over wegdragen gesproken, maar over wegnemen, opheffen. Er wordt ook niet over de schuld der wereld gesproken. Er wordt gesproken over dé zonde van de wereld die Hij opheft of wegneemt.⟨/p> ⟨p>En wat is de zonde der wereld? Wel, we bladeren even door in het Johannesevangelie naar Johannes 16. Daar lees je dat Jezus in de opperzaal de komst van de Geest der waarheid aankondigt. En dan zegt Hij: "Als Hij — dat wil zeggen de Geest der waarheid — komt, dan zal Hij de wereld overtuigen van zonde en van gerechtigheid en van oordeel." Dan gaat Hij dat uitleggen en dan zegt Hij: "Van zonde, hoezo? Nou, omdat zij in Mij niet geloven." Wat is de zonde der wereld? Dat is ongeloof. De zonde der wereld, dat is dat zij niet geloven.⟨/p> ⟨p>Men zegt... ik bedoel, dat is de kerkelijke verklaring — sorry dat ik het scherp zeg, maar dat doe ik met opzet: "Ja, de wereld... Johannes zegt wel de wereld, maar hij bedoelt die paar..." Want relatief is dat maar een paar. "...die paar die uit de wereld in Hem geloven." Nou, als je dat zegt, dat is ongeloof. Dat is juist ongeloof als je dat zo kleineert. Als je het Lam van God zou kennen, dan zou je Hem ook de credits geven, namelijk dat Hij het is. Hoezo het Lam van de God? Wel, Hij is het Die de zonde der wereld wegneemt. En wat is die zonde der wereld? Dat is ongeloof. Wat doet het Lam van God? Hij neemt het ongeloof weg.⟨/p> ⟨p>Dus is ongeloof een verhindering voor het Lam van God? Nee, juist niet! Het karakteristieke van het Lam van God is juist dat Hij de zonde van de wereld wegneemt. Namelijk het ongeloof neemt Hij weg en geloof geeft Hij daarvoor in de plaats. Hij overtuigt. Hij overtuigt, dat is Zijn werk. Ja, dat is schitterend. Geloof is een gave Gods. Het is Hij Die overtuigt.⟨/p> ⟨p>Ik denk aan een woord in de profeet Hosea, in het laatste hoofdstuk. Daar lees je dat God tegen Israël zegt: "Ik zal hun afkerigheid genezen." Daar wordt afkerigheid zelfs een aandoening genoemd. En de Heer is de Heelmeester en wat doet Hij? Wel, dat afkerige hart geneest Hij. En dat wil zeggen: Hij maakt er een gelovig hart van. Hij neemt het stenen hart weg en het vlesenhart — we lazen het zojuist toch in Ezechiël 36 — geeft Hij ervoor in de plaats.⟨/p> ⟨p>Men zegt: "Ja, maar de zonde... uiteindelijk is het de mens die zichzelf redt. God heeft alles mogelijk gemaakt, maar de mens moet nog één ding doen. Als hij dat ene ding niet doet, dan komt het never nooit meer goed." Maar dat ene ding is nu juist feitelijk de finishing touch in het algemene concept van de kerk. De finishing touch is dat wat de mens doet. Daar heb je er weer één. Dus een mens wordt uiteindelijk behouden door zijn eigen werk, namelijk zijn geloof, zijn keuze. "Maak uw keuze." Zo was het nog, hè? Dat stond op het... ja, we hadden het erover voordat we hier begonnen, over het evangelische koffiezetapparaat van Ari. Ja, dat is een heel evangelisch apparaat, want daar staat... hoe staat het er? "Maak uw keuze." Dan krijg ik koffie verkeerd waarschijnlijk.⟨/p> ⟨p>Maar even, dit is zo fundamenteel. Het Lam van God. In de Rooms-Katholieke Kerk wordt dit vrijwel dagelijks — als ik me niet vergis — ook gezongen; dat hoort bij de liturgie. Het ⟨em>Agnus Dei⟨/em> wordt dan gezongen, toch? En in het ⟨em>Agnus Dei⟨/em>, het Lam Gods, wordt inderdaad gezongen over Degene die de "zonden" der wereld wegneemt, meervoud. Maar dat klopt dus niet. Het is dé zonde der wereld. Dat is precies die zonde waarvan men zegt: "Ja, dat is het enige wat het Lam Gods niet weg kan nemen." Maar dat is juist wat Hij wegneemt! En waarom zetten we daar dan een 'n' achter? Ja, verzonnen. Men maakt er de zonden van, maar de Schrift spreekt gewoon over het Lam Gods dat de zonde der wereld wegneemt. Dus heel specifiek de wereld, maar ook de zonde. En Hij neemt het weg. Met andere woorden: succes verzekerd. Het Lam Gods doet waarvoor Hij gekomen is, namelijk de zonde der wereld wegnemen. Wil je het Lam van God eren? Vertel dit! Getuig daarvan en het is zo'n geweldige waarheid. God denkt echt zo groot, zo kosmisch en dat is... Hij gaat alles rechtzetten. Ja, ik lees nog eventjes dit vers ook nog door.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-13" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="5083" title="Speel af vanaf 01:24:43">▶ 01:24:43⟨/button> ⟨span>De Wegbereider voor de Openbaring aan Israël⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Ik had gehoopt bij vers 35 uit te komen, maar dat is dus niet gelukt. Deze is het, zegt Johannes nog, van wie ik zei: na mij komt een man. Er komt een man die voor mij is geworden. Zo staat het er letterlijk. Hij is de eerste, want Hij was eerder dan ik. Hij was de eerste van mij. Dat is niet alleen een kwestie van volgorde, maar dat is ook rangorde. Hij is de eerste, Hij is prominent. Ik ben slechts de wegbereider. Hij zou komen en dat stond vast. In die zin was Hij ook de eerste, maar ik ben degene die de weg bereidt. Hij was eerder dan ik. Hij was ook het Woord natuurlijk, maar dat hebben we al eerder gezien.⟨/p> ⟨p>Zelf wist ik niet van Hem, zegt Johannes. Zelf wist hij dat niet. Maar Johannes heeft een opdracht, een missie gekregen: "Maar opdat Hij aan Israël zou geopenbaard worden, daarom kwam ik dopen in water." Wat hieruit blijkt is natuurlijk dat die waterdoop – ik heb het nu eigenlijk al een paar keer gezegd – een Israëlitische aangelegenheid is. Waarom doopte Johannes? Wel, omdat Hij aan Israël geopenbaard zou worden. Daarom kwam hij dopen in water.⟨/p> ⟨p>Nu kan ik natuurlijk nog wel even doorlezen, maar ik ben bang dat ik het dan een beetje ga afraffelen, dus ik stel voor dat we het hier maar even bij laten voor vanavond. Het loutere feit dat Johannes hier ook getuigd wordt... maar dan kom ik toch op het volgende. Johannes getuigt: "Ik heb aanschouwd." Hij zegt dus eerst dat hij Hem niet kende, maar hij zegt ook: "Ik heb aanschouwd dat de Geest neerdaalde als een duif uit de hemelen en op Hem bleef."⟨/p> ⟨p>En ik kende Hem niet, maar Hij die mij gezonden had om te dopen met water, Die zei tot mij: "Op wie gij de Geest ziet neerdalen en overblijven, Deze is het die in heilige geest doopt." En ik heb gezien en getuigd dat Deze de Zoon van God is. Dat wist hij dus allemaal; hij heeft het gezien en ook gehoord. Dat hij werkelijk wist dat Hij de Zoon van God was, is hem pas duidelijk geworden bij de doop. Kennelijk, want hij zegt: "Ik heb het nu gezien en getuigd."⟨/p> ⟨p>Maar daar is meer over te zeggen, dus ik stel voor dat we daar de volgende keer nog wat meer over zullen opmerken. We zijn vanavond weer, zoals wel vaker gebeurt, niet zo heel erg veel opgeschoten en dat gaat een heel lang project worden op deze manier: "Johannes-vigheden". Maar dat is niet erg, vind ik. We doen niet aan een race. Zullen we het hierbij laten voor vanavond?⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-14" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="5280" title="Speel af vanaf 01:28:00">▶ 01:28:00⟨/button> ⟨span>Afsluiting en Dankgebed⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Machtig God en Vader, we danken U dat U ons zo'n rijk Woord hebt gegeven. Het is een Woord dat ons op elke bladzijde wijst op Uw Zoon; degene die U verwekt hebt, degene die U hebt aangekondigd en beloofd, en die alles gaat vervullen wat U voornemens bent te doen. Hij bracht nieuw leven aan het licht, door de dood heen.⟨/p> ⟨p>Dat alles daarvan spreekt, niet alleen in de natuur, zoals we aan het begin van de avond al opmerkten, maar ook in alle rituelen en in alle dingen die gebeuren. De doop die Johannes volvoerde sprak van nieuw leven en van opstanding, en hij wees op het Lam van God dat de zonde der wereld wegneemt. We danken U dat U werkelijk zo groots bent; een grote God voor wie niets te wonderlijk is en die de hele wereld op het oog heeft.⟨/p> ⟨p>Wij zijn zo bevoorrecht dat we nu al mogen geloven; U hebt ons nu al overtuigd. Maar we weten zeker dat eens de hele wereld het zal weten en getuigen: Hij is het Lam van God. We danken U, Vader, dat we zo’n groot God mogen kennen en van Zijn liefde mogen getuigen. We danken U dat U alles plaatst en alles in Uw hand hebt, en dat ons leven daardoor zin en inhoud heeft. We dragen ons zo aan U op voor de rest van deze avond. Breng ons daar waar we verwacht worden. We danken U dat we voor Uw rekening zijn en dat U geeft wat we nodig hebben. In de naam van Uw Zoon, de Redder van deze wereld. Amen.⟨/p>