⟨h3 id="hoofdstuk-1" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="0" title="Speel af vanaf 00:00">▶ 00:00⟨/button> ⟨span>Introductie op het Johannes-evangelie⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Voor de verandering gaan we het eens over een heel ander onderwerp hebben dan we twee seizoenen lang besproken hebben. In die orde praten we: ik geloof dat we ruim dertig avonden gewijd hebben aan de Eerste Korinthebrief. Op voorstel van meerdere mensen is gevraagd om het na afloop van die bespreking eens te gaan hebben over het Johannesevangelie. Ik vermoed dat dat toch ook weer een hele lange serie gaat worden; het zijn 21 hoofdstukken waarvan sommige knap lang zijn.⟨/p> ⟨p>Het Johannesevangelie heeft de reputatie erg simpel te zijn. Dat is ook wel een beetje begrijpelijk waarom men dat vindt – ik kom daar straks nog even op terug. Ik weet wel dat er vroeger, en wellicht nu nog steeds, maar in mijn herinnering ligt dat zo, Johannesevangelies werden uitgedeeld als evangelisatiemateriaal. De achtergrondgedachte daarbij was dat als je het Johannesevangelie leest, iedereen dat kan begrijpen; zo simpel is het. Neem zo'n uitspraak die ik zojuist even voorlas naar aanleiding van de inleiding van Ari: "In het Woord was leven en het leven was het licht der mensen." Dat is een typische uitspraak uit het Johannesevangelie. Het zijn simpele bewoordingen en het komt ook meteen zo duidelijk binnen.⟨/p> ⟨p>Maar aan de andere kant is het een evangelie dat enorm complex is. Wellicht is 'complex' niet het juiste woord, want dat valt wel mee, maar het is wel zo enorm diepzinnig en zo gelaagd. Daar zullen we vanzelf nog wel achter komen. Ik weet zeker – en dat was me alweer opgevallen toen ik keek naar de beroemde proloog, het voorwoord in het Johannesevangelie van de eerste achttien verzen – dat daar zo enorm veel in zit. Ik maak me sterk dat we daar alweer een aantal avonden mee bezig zullen zijn. Geweldig is dat!⟨/p> ⟨p>Voordat ik vers voor vers of regel voor regel dit Bijbelboek ga behandelen, wil ik eerst even een aantal inleidende opmerkingen maken over het boek zelf: waarin het opvalt, over de auteur en over de datering. Niet al te lang, want ik ga ervan uit dat je tijdens de bespreking vanzelf op allerlei zaken stuit die in dat verband van belang zijn. Maar goed, toch ter introductie: Johannes als een aparte evangeliebeschrijving. We hebben natuurlijk nog een drietal andere: Matteüs, Marcus en Lucas. Maar Johannes is echt van een totaal andere orde. Het is een heel apart boek, met ook een heel aparte wijze van het beschrijven van het leven van de Heer Jezus.⟨/p> ⟨p>In feite is het zo dat we van geen enkel evangelie een biografie van Jezus hebben. Zo kun je dat echt niet noemen. Ook Matteüs, Marcus en Lucas komen daar niet voor in aanmerking, en Johannes sowieso niet. De simpele reden daarvoor is, en dat lijkt me het meest duidelijk: dat het allergrootste gedeelte van Jezus' leven, puur chronologisch bekeken, onbeschreven is. We weten vanuit Matteüs en Lucas het een en ander over Zijn geboorte en de gebeurtenissen daaromtrent. Vervolgens wordt alleen in het Lucasevangelie een gebeurtenis uit Zijn jeugd beschreven, namelijk dat Hij als twaalfjarige jongen naar de tempel gaat in Jeruzalem bij het feest van Pascha.⟨/p> ⟨p>Die hele tussenliggende periode, dus van Zijn geboorte tot aan Zijn twaalfde jaar, is onbesproken; daar wordt niets over gezegd of over uitgeweid. En de hele periode daarna, vanaf Zijn twaalfde tot aan Zijn dertigste, is ook een onbeschreven blad. Niets daarover vinden we in de evangeliebeschrijvingen. Dat lijkt me op zich al reden genoeg om aan te geven dat de evangeliebeschrijvingen die we in de Bijbel aantreffen geen biografieën zijn in de zin zoals wij daarover spreken. Het zijn geen levensbeschrijvingen, want daarvoor bevatten ze veel te grote hiaten.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-2" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="284" title="Speel af vanaf 04:44">▶ 04:44⟨/button> ⟨span>De Synoptische Evangeliën Versus Johannes⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>De evangeliën van Matteus, Marcus en Lucas noemen ze met een mooi woord de synoptische evangeliën. Dat woord 'synoptisch' geeft aan dat het een overzicht biedt van het leven van Jezus. Ik heb zojuist al die kanttekening gemaakt, maar in elk geval betekent dat woord synoptisch eigenlijk zoiets als een overzicht. Waarom benoemt men dat zo? Wel, die evangeliën kun je gewoon naast elkaar plaatsen en ze lopen ook voor een groot gedeelte synchroon, parallel met elkaar. Je kunt een heel aantal passages, eigenlijk veruit de meerderheid, linken met de andere evangeliën. Dus dat wat je in Matteus aantreft, dat vind je ook in Marcus en dat vind je ook in Lucas. Niet altijd, maar over het grote geheel zijn dat inderdaad verhalen en geschiedenissen die parallel lopen. Sommige passages komen zelfs woordelijk overeen.⟨/p> ⟨p>De invalshoek van zowel Matteus als Marcus als Lucas is natuurlijk weer verschillend en ze hebben allemaal hun eigen oogmerk. Het is bekend dat Matteus Jezus beschrijft als de beloofde Messias, de Koning van Israël. Marcus beschrijft Hem als de Dienstknecht. Vandaar ook bijvoorbeeld dat er in het Marcusevangelie niets gezegd wordt over Zijn geboorte en over de gebeurtenissen uit Zijn jeugd. Dat wordt allemaal overgeslagen; het gaat meteen over Zijn dienstwerk. Het enige wat interessant is om Hem als Dienstknecht te beschrijven, is dat wat Hij doet. Daarom vind je in het Marcusevangelie ook veruit de minste toespraken van Jezus. Het accent ligt op wat Hij doet, zoals je dat van een slaaf ook mag verwachten. En Lucas beschrijft Hem als de Zoon des mensen, de Ben Adam, de beloofde Zoon van Adam. Ook het geslachtsregister dat Lucas biedt, gaat helemaal terug op Adam. De uitdrukking 'Zoon des mensen' komen we juist in het Lucasevangelie heel veel tegen. Hij wordt beschreven als mens. Lucas de arts had dat als oogmerk. Ik weet niet of ik het zo helemaal goed formuleer dat dat te maken heeft met het feit dat hij arts was van beroep, maar dat zou zomaar kunnen. In ieder geval kwam het me zo voor de geest.⟨/p> ⟨p>Dus Matteus, Marcus en Lucas zijn de synoptische evangeliën. Johannes is van een heel andere orde. Johannes is ook opgebouwd rond thema's. Het is niet chronologisch, dat zullen we vanzelf wel zien, maar het is opgebouwd vanuit thema's. Ik moet er ook nog iets bij zeggen: Johannes veronderstelt bekendheid met de andere evangelisten, met de andere evangeliën Matteus, Marcus en Lucas. Dat is heel eigenaardig. Het is ook algemeen bekend dat Johannes zijn evangelie als laatste heeft geschreven. Een heel interessante aanwijzing is bijvoorbeeld Johannes 1:33 — ik heb er nu even geen diaatje van, maar daar lees je dat Johannes de Doper zegt: "En ik kende Hem niet, maar Hij die mij gezonden had om te dopen met water, die had tot mij gezegd: op wie jij de Geest ziet neerdalen en op Hem blijven, deze is het die met heilige geest doopt."⟨/p> ⟨p>Daarmee verwijst hij naar de doop van Jezus door Johannes de Doper, maar hij vermeldt het niet. In Matteus, Marcus en Lucas vind je inderdaad beschreven dat Jezus gedoopt wordt en ondergaat in de Jordaan. Als Hij daaruit opstaat uit het water — dat is een prachtige symboliek natuurlijk; Hij staat op uit het water, Hij staat op uit de dood — dan komt de Geest in de gedaante van een duif op Hem neerkeren. Johannes verwijst daar wel naar en veronderstelt dat dus als bekend, maar hij beschrijft die geschiedenis niet. Hij beschrijft Jezus' doop sowieso niet. Johannes heeft zijn evangelie dus als laatste geschreven en hij bouwt daarop voort, maar hij heeft een geheel eigen oogmerk.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-3" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="576" title="Speel af vanaf 09:36">▶ 09:36⟨/button> ⟨span>Een Unieke, Zwart-witte Schrijfstijl⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En dan kom ik op iets waar ik in de eerste zinnen al even op zinspeelde: dat het evangelie van een heel eenvoudig soort is. Dat is in ieder geval waar qua stijl en qua woordenschat. Het Johannes-evangelie gebruikt maar ongeveer duizend verschillende Griekse woorden. Ik heb het zelf niet nageteld, maar ik ga er gemakshalve vanuit dat dat inderdaad klopt. Als je dat vergelijkt met Lucas, die gebruikte er ongeveer tweeduizend, dus het dubbele aantal. Hij had een veel grotere vocabulaire tot zijn beschikking, of in ieder geval een grotere woordenschat die hij gebruikte. Dus als je hoort dat het Johannes-evangelie simpel is, dan klopt dat in zoverre wel. Het gebruikt eenvoudige, korte zinnen en bovendien simpel taalgebruik met een beperkt vocabulair.⟨/p> ⟨p>Wat het ook simpel maakt, is dat de stijl heel opvallend zwart-wit is, om het even in film- of fotografische termen te zeggen. Er is weinig nuance. In de andere evangeliën, Matteüs, Marcus en Lucas, vind je veel meer een kleurrijke stijl, maar Johannes is heel zwart-wit. Dat blijkt ook wel uit de tegenstellingen die hij heel dikwijls gebruikt in zijn betogen. Tegenstellingen als licht en duisternis — we zullen het meteen in Johannes 1 al aantreffen — leven en dood, liefde en haat, God en wereld, waarheid en leugen. Ik zou ongetwijfeld nog wel een poosje door kunnen gaan met het benoemen van zulke tegenstellingen, maar ze zijn heel karakteristiek voor het Johannes-evangelie. Het maakt het ook simpel; het is heel zwart-wit. Over het algemeen maken wij nuanceringen, en dat zie je ook elders in de Bijbel, maar Johannes zit niet zo in elkaar. Hij gebruikt de tegenstelling van waarheid en leugen; meer smaken heeft hij niet. Dat is zijn stijl als schrijver, of ik moet zeggen: dat is de stijl zoals God hem daartoe heeft geïnspireerd.⟨/p> ⟨p>Je moet er ineens aan denken dat Johannes — maar dat lezen we trouwens niet in dit evangelie — ook genoemd wordt samen met zijn broer. Zij hadden de reputatie, de bijnaam, Boanerges. Dat betekent 'zonen des donders' of 'zonen van de donder'. Er zijn verschillende verklaringen voor. Sommigen zeggen dat zij Gods stem — want dat is wat een donder voorstelt of symboliseert — doorgaven, maar het lijkt mij waarschijnlijker dat zij die reputatie hadden onder de twaalf, onder de collega-apostelen. Juist omdat ze heel krachtig waren, heel zwart-wit om het zo te zeggen: zonen des donders. Dat verklaart dan toch ook wel weer deze stijl met zijn hele karakteristieke en opvallende tegenstellingen. Dat is ook de makkelijkste manier om dingen duidelijk te maken.⟨/p> ⟨p>Ik geef taallessen aan Polen, een paar avonden in de week, en een vast onderdeel van de lessen zijn altijd antoniemen, de tegenstellingen. Hoe leer je een taal kennen? Door man en vrouw, meneer en mevrouw, en al dat soort tegenstellingen als vroeger en later. Juist door zulke woordparen en tegenstellingen leer je een zaak heel gemakkelijk en simpel kennen. Welnu, dat is de stijl van Johannes.⟨/p> ⟨p>Er is nog iets wat heel apart is aan deze evangeliebeschrijving. De andere evangelisten beschrijven heel sterk dat Jezus zijn identiteit verborgen houdt, maar Johannes spreekt daar in zijn evangelie heel expliciet over. Nu zou je natuurlijk kunnen zeggen: "Hè, maar dat is een tegenstelling. Hoe zit dat nou?" Als beide spreken over dezelfde Jezus, hoe kan het dan dat Matteüs, Marcus en Lucas vooral benadrukken dat Hij zijn identiteit verborgen houdt, terwijl zij spreken over wie Jezus was en wat Hij gesproken heeft in de jaren van zijn publieke bediening? Als Petrus bijvoorbeeld zegt: "Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God", dan zegt Jezus: "Mondje houden." Dat vind je heel vaak. Dat mocht hij niet bekendmaken, want dat zou prematuur zijn; dat hoorde nog helemaal niet in die tijd en zou pas later bekendgemaakt moeten worden.⟨/p> ⟨p>Maar Johannes is vanaf de aanvang heel expliciet daarover. Ik denk dat daar ook een factor in zit waar we ongetwijfeld nog uitgebreider op terugkomen: Johannes geeft ook heel veel uitleg. Hij geeft zelf uitleg bij Jezus' woorden. Dit evangelie — dat geldt natuurlijk ook voor Matteüs, Marcus en Lucas, die zijn ook naderhand geschreven — bouwt voort op de andere evangeliebeschrijvingen en geeft ook veel interpretatie. Dat wil zeggen: de uitleg van Johannes erbij. Dit is trouwens een heel apart punt dat in de bespreking van het Johannes-evangelie nog uitgebreid ter sprake zal komen.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-4" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="960" title="Speel af vanaf 16:00">▶ 16:00⟨/button> ⟨span>De Zeven 'ik Ben'-uitspraken⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>In lijn met het voorgaande is er nog een heel karakteristiek punt van het Johannes-evangelie: de zeven "Ik ben"-uitspraken. Dat is een markant getal in dit evangelie. Wat daarbij ook zo opvallend is, is dat je deze uitspraken wel in het Johannes-evangelie vindt, maar bij Matteus, Marcus en Lucas ontbreken ze stuk voor stuk. Ze zijn echter heel bekend en prachtig. In dat "Ik ben" zit bovendien nog veel meer, want het verwijst ook naar Gods naam. Gods naam is immers: "Ik ben die Ik ben". Dus als de Heer zegt "Ik ben de opstanding en het leven", of een van de andere uitspraken doet, dan verwijst Hij daarmee feitelijk ook naar zijn God en Vader.⟨/p> ⟨p>Hij begint in Johannes 6 met: "Ik ben het brood des levens." Dergelijke uitspraken doet Hij vaak naar aanleiding van een wonderteken dat verricht is. In dit geval gaat het over de spijziging van de vijfduizend. De massa bleek dat indertijd helemaal niet begrepen te hebben, maar dan zegt Hij: "Het gaat erom dat het brood wat jullie gegeten hebben naar Mijzelf verwijst. Ik ben dat brood des levens."⟨/p> ⟨p>Hij zegt ook: "Ik ben het licht van de wereld." Dat zegt Hij trouwens naar aanleiding van het Chanoekafeest, wat ook alles te maken heeft met licht in de duisternis. Verder zegt Hij: "Ik ben de deur der schapen" en "Ik ben de goede herder." Al die uitspraken zijn erg bekend, maar je vindt ze uitsluitend in het Johannes-evangelie. Stuk voor stuk vertelt dat natuurlijk enorm veel over wie Hij is. "Ik ben de opstanding en het leven", dat zegt Hij naar aanleiding van de opwekking van Lazarus. Een andere bekende is: "Ik ben de weg, de waarheid en het leven; niemand komt tot de Vader dan door Mij" (Johannes 14 vers 6). De laatste, de zevende dus, is: "Ik ben de ware wijnstok; mijn Vader is de landman."⟨/p> ⟨p>Ik noem ze nu alleen maar even, maar over de betekenis, de diepte en de hoogte daarvan zullen we het vanzelf nog wel een keer hebben als we tijd van leven hebben. Het gaat immers een hele lange serie worden. Dan nog iets over Johannes: het was een heel aparte evangeliebeschrijving, ter onderscheiding van de andere evangelisten.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-5" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1142" title="Speel af vanaf 19:02">▶ 19:02⟨/button> ⟨span>De Zeven Wondertekenen en Hun Typologische Betekenis⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Het Evangelie naar Johannes is opgebouwd rond zeven wondertekenen die Jezus verrichtte. Ook de betogen die vervolgens naar aanleiding daarvan worden opgetekend, vinden juist plaats naar aanleiding van die wondertekenen. Het zijn er zeven, en dat is natuurlijk niet voor niets; het is een geweldige structuur. Over de indeling van het evangelie en het grote overzicht heb ik nu nog geen dia’s, daar komen we later nog wel een keer op terug, maar laten we die zeven tekenen alvast noemen.⟨/p> ⟨p>Het eerste wonderteken dat we vermeld vinden, is dat Jezus water in wijn verandert in hoofdstuk 2. Het tweede is dat Hij de zoon van de hoveling geneest in hoofdstuk 4. In hoofdstuk 5 volgt de bekende geschiedenis dat Hij in Bethesda komt en daar de 38-jarige zieke man geneest. Stuk voor stuk zijn het wonderen, jazeker, maar het zijn bovenal tekenen. Er zitten zulke diepgaande betekenissen aan vast. Ik zou zomaar in de verleiding kunnen komen om daar nu al van alles over te zeggen. Waarom een 38-jarige? Waarom Bethesda? Waarom de zoon van een hoveling? En op welk tijdstip werd het water in wijn veranderd? Er zit zoveel achter, maar het punt is: het zijn tekenen.⟨/p> ⟨p>Dit was de derde, en dan hebben we in hoofdstuk 6 de spijziging van de vijfduizend. Eveneens in hoofdstuk 6 stilt Jezus de storm op het Meer van Galilea. In hoofdstuk 9 vinden we de geschiedenis van de blindgeborene die ziende gemaakt wordt, een heel lang hoofdstuk. En dan de laatste — althans, dat hangt er een beetje vanaf hoe je rekent — het zevende wonderteken is dat Hij Lazarus opwekt uit de dood in hoofdstuk 11. Dan is er nog het achtste wonder, het wonder van de visvangst met die 153 grote vissen in hoofdstuk 21. Ik noem dat even tussen haakjes, want het 21ste hoofdstuk is feitelijk een aanhangsel of een appendix. Het boek was eigenlijk al afgesloten en dit hoofdstuk is als een bijlage toegevoegd. Het is feitelijk het achtste wonder, het wonder na Zijn opstanding, en dat heeft alles te maken met een nieuwe schepping. Vandaar ook de koppeling met het getal acht. De schepping zelf heeft te maken met het getal zeven; bij de zeven is het geheel voltooid. Maar de acht is een nieuwe reeks, een nieuw begin met de opstanding. U ziet, daar is allemaal heel goed over nagedacht. Geen woord is zonder betekenis en dat is zo duidelijk in alles wat Johannes doorgeeft.⟨/p> ⟨p>Laat ik het dan voor de derde keer zeggen: Johannes 1 vers 4, in het Woord was leven. Dat geldt voor het gesproken Woord, maar ook voor dat wat Johannes geïnspireerd heeft mogen optekenen. Ingeblazen in het Woord is leven, en het leven is het licht van de mensen. Het is alles. Misschien hoort u daar de hele geschiedenis van Israël in? Wat God gaat doen door Zijn volk, Zijn eerstgeborene, en dan de verdrukking? Absoluut, we zullen het daar nog heel uitgebreid over hebben.⟨/p> ⟨p>Om alvast in de stemming te komen, kijken we naar dat eerste wonderteken: de verandering van water in wijn in Kana. Dat was het eerste wonderteken dat Hij verrichtte, en het gebeurde op de derde dag. Er was een bruiloft, en die tekst ken ik heel goed, want hij stond boven op onze trouwkaart op 21 april 1992. "En op de derde dag was er een bruiloft te Kana." We trouwden op een dinsdag, de derde dag van de week, en het was toevallig ook nog de derde paasdag. Maar in elk geval mocht ik toen al veel van de diepte van zulke woorden zien. Die bruiloft verwijst naar God en Zijn Zoon, de Messias, die een nieuw huwelijk zal sluiten met Zijn volk Israël. Een bruiloft spreekt over het nieuwe huwelijksverbond, zoals ook het oude verbond een huwelijksverbond was. Een van de grote thema’s in de profetie van de Hebreeuwse profeten is dat God een nieuw verbond, een nieuw huwelijksverbond met Zijn volk zal sluiten. En het water wordt wijn; het Woord wordt vreugde voor hen. Dat zal zijn op de derde dag.⟨/p> ⟨p>Johannes weet inmiddels heel wat meer. Dit evangelie bouwt voort op de andere evangeliën, maar Johannes blikt terug met de kennis dat Israël terzijde is gesteld. Hij heeft inmiddels ook het een en ander van Paulus begrepen, zoals ook Petrus dat op latere leeftijd is gaan verstaan: dat er een onderbreking is in de heilshistorie. God gaat een omweg en passeert Zijn volk, om daar uiteindelijk weer bij terug te komen. Met die kennis van zaken blikt Johannes terug op het leven van de Heer Jezus. Hij ziet allerlei gebeurtenissen, toespraken en uitspraken die in wezen op een verborgen wijze die ontwikkelingen al aanduiden. Dat wonderteken in Kana, dat Hij op de derde dag bij die bruiloft aanwezig was en water in wijn veranderde, vind je bij de andere evangelisten niet eens vermeld. Johannes vermeldt het juist vanwege de typologische betekenis die hij is gaan verstaan, mede vanwege de nieuwe ontwikkelingen waarbij Israël het evangelie afwees en het heil naar de naties ging. Daarop bouwt Johannes voort met heel veel toespelingen naar de tijd van vandaag en de onderbreking.⟨/p> ⟨p>We zullen dat heel vaak gaan tegenkomen. In hoofdstuk 4 zien we die onderbreking in de heilshistorie ook. De Heer ging door Samaria en bleef daar twee dagen. Na die twee dagen komt Hij weer in Kana en geneest Hij de zoon van de hoveling. Maar die twee dagen was Hij niet onder de Joden, maar verbleef Hij onder de Samaritanen. Daar werd Hij herkend als de Redder der wereld. De Samaritanen zeggen daar: "Wij hebben het zelf gehoord en weten dat deze waarlijk de Heiland der wereld is." Die twee dagen dat Hij niet onder Zijn eigen volk is, is Hij bij de Samaritanen en wordt Hij herkend als de Redder der wereld. Vervolgens komt Hij op de derde dag weer in Kana en geneest de zoon van de hoveling. Wat zit daarachter? God gaat gedurende twee dagen — van duizend jaar elk, zoals Petrus op latere leeftijd begreep — een omweg naar de naties toe, om uiteindelijk weer terug te komen bij Zijn volk. En dat zal uitlopen op een bruiloft. Met de kennis die hij inmiddels verworven had, blikt Johannes terug op het leven van de Heer. Dat is wat het Johannesevangelie is: een weergave vol enorme verborgenheden en verwijzingen. Het is echt heel groots en veelbelovend; ik zie er enorm naar uit om dat allemaal zo te gaan bespreken.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-6" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1728" title="Speel af vanaf 28:48">▶ 28:48⟨/button> ⟨span>Wat Johannes Wel en Niet Beschrijft⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Nog een paar punten. Laten we de draad weer oppakken waar ik hem zojuist even losliet als het gaat om Johannes als een heel aparte evangeliebeschrijving. Dat is ook heel opvallend: geschiedenissen die we in alle andere evangeliën vinden — van Matteüs, Marcus en Lucas — die ontbreken bij Johannes. Om meteen de twee beroemdste voorbeelden te geven: de verzoeking in de woestijn, waar Jezus’ bediening mee aanvangt, en ook de doop van Jezus. In Matteüs, Marcus en Lucas worden deze gevonden, maar in Johannes niet. En ook de daaropvolgende verzoeking in de woestijn wordt niet bij Johannes aangetroffen.⟨/p> ⟨p>Hetzelfde geldt voor de verheerlijking op de berg. Dat is dan weer zo grappig, vind ik. Je zou verwachten dat Johannes daarover zou schrijven, want Johannes was er zelf bij. Hij was een van de weinigen, want slechts drie van de apostelen waren daarbij aanwezig: Petrus, Johannes en Jakobus. Je zou verwachten dat juist Johannes dat verhaalt, maar wie verhalen daarover? Matteüs, Marcus en Lucas. En Johannes niet. Er moet toch wel iets bijzonders aan vastzitten.⟨/p> ⟨p>Nu is het altijd moeilijk om uit te leggen waarom iets er niet staat. Je kunt beschrijven waarom iets er wél staat, maar om nou uitleg te gaan geven over waarom het er níét staat, dat is altijd wat lastiger. Maar het geeft dus wel aan dat de beschrijvingen soms helemaal niet zo voor de hand liggen. Juist hier zou je zeggen: nu krijgen we nog een vierde beschrijving van de verheerlijking op de berg, notabene van degene die daar hoogstpersoonlijk bij was. Maar dat gebeurt niet. We vinden hier dus geen overcomplete toevoeging.⟨/p> ⟨p>Daar moet ik bij zeggen dat je ook het omgekeerde verschijnsel vindt: dat Johannes als enige verhaalt over de bruiloft te Kana, waar ik het zojuist over had. Dat vind je niet bij Matteüs, Marcus en Lucas. En de opwekking van Lazarus — ook trouwens een heel lang hoofdstuk, Johannes 11, een prachtige geschiedenis — wordt alleen door Johannes beschreven. Alles bij elkaar onderstreept dit heel duidelijk waarom het hier echt om een heel aparte evangeliebeschrijving gaat.⟨/p> ⟨p>Wat het ook apart maakt, is dat we, in tegenstelling tot de andere drie, hier geen enkele gelijkenis aantreffen, terwijl we daarvan in de andere evangeliën nogal veel vinden. Sterker nog, het was heel karakteristiek voor het optreden van de Heer Jezus, maar niettemin vind je er in het Johannes-evangelie geen één. Je vindt er wel veel metaforen, waar ik het al even over had. Bijvoorbeeld: "Ik ben de deur der schapen" of "Ik ben de ware wijnstok". Dat zijn metaforen, maar het zijn geen gelijkenissen; het zijn geen verhalen die iets uitbeelden.⟨/p> ⟨p>Apart is ook de uitgebreide beschrijving van de dialogen, die eigenlijk meer monologen zijn, in de opperzaal. Dat wil zeggen: in de nacht voordat Jezus werd overgeleverd. In de andere evangeliën wordt dan de zogenaamde instelling van het avondmaal beschreven. Dat is overigens geen juiste term, want er werd niets ingesteld; ze víérden het avondmaal. Maar dat wordt juist weer niet in Johannes' evangelie vermeld. Matteüs, Marcus en Lucas doen het wel en Johannes doet het niet.⟨/p> ⟨p>Daarentegen geeft hij wel een uitgebreide beschrijving van de gesprekken en vooral de monologen — de toespraken die de Heer in die intieme kring heeft gehouden daar in de opperzaal. Hoezo de opperzaal? Nou ja, dat is vijf hoofdstukken lang: 13, 14, 15, 16 en 17. Hoofdstuk 17 is ook een heel apart hoofdstuk: het zogenaamde hogepriestelijke gebed. Alleen in het Johannes-evangelie wordt dat beschreven. Het lijkt mij wel heel duidelijk: Jezus wordt voorgesteld als...⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-7" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2020" title="Speel af vanaf 33:40">▶ 33:40⟨/button> ⟨span>Jezus Voorgesteld als de Zoon van God⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>In dit Johannes-evangelie wordt Jezus niet voorgesteld als de koning, niet als de dienstknecht of slaaf, en ook niet als de Zoon des mensen, maar Hij wordt voorgesteld als de Zoon van God. Dat is de term die het meest wordt gebezigd: de Zoon van God die nu in de hemel is. Daarom, ik zei het al, Johannes schrijft als het ware met terugwerkende kracht. Hij schrijft over de Zoon van God. Ik verwijs hier bijvoorbeeld naar Johannes 1 vers 18. Ik heb er geen diaatje van, maar kijkt u maar even mee. Daar staat: "Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, die aan de boezem des Vaders is, die heeft Hem doen kennen." Het gaat dus over Hem die nu dáár is. Welnu, vanuit dat perspectief van wat Hij nu is en wie Hij nu is, wordt teruggekeken op het leven van de Heer: de Zoon van God.⟨/p> ⟨p>Wat ook heel opvallend is: Hij wordt vanaf de aanvang voorgesteld als verworpen door de wereld en door de Zijnen. Ik zeg vanaf de aanvang, want we zullen het meteen al zien als we bij vers 10 en 11 van hoofdstuk 1 zijn aangekomen. Gewoon voordat we ook maar iets beschreven vinden als historie, wordt dat al vastgesteld. Dat is dus op voorhand al het uitgangspunt. En dat is ook een verschil met Matteus, Marcus en Lucas. Die werken er naartoe; zij beschrijven hoe Jezus inderdaad verworpen werd door Zijn volk. Johannes doet dat niet. Johannes' perspectief is een andere. Hij beschrijft Hem meteen op voorhand al als de Verworpene. Vanuit dat oogpunt, vanuit die optiek, benadert hij ook de geschiedenis. Een totaal andere aanpak dus.⟨/p> ⟨p>Zelfs al heb je de evangeliën nauwelijks met aandacht gelezen, al heb je er alleen maar een beetje aan geproefd... Je bladert eventjes door Matteus — ik geef u vijf of tien minuten de tijd om door het Matteus-evangelie te bladeren — en dan is gewoon te lezen wat daar zo staat. Dan kun je natuurlijk nooit het hele evangelie lezen. En ik geef ook diezelfde tijd voor het Marcus- en het Lucas-evangelie, en vervolgens het Johannes-evangelie. Dan valt iedereen meteen het enorme verschil in stijl en de hele benadering op. De wijze waarop de dingen beschreven worden, valt direct op. Ik noem nu een aantal dingen, maar zelfs de argeloze lezer struikelt er al over.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-8" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2205" title="Speel af vanaf 36:45">▶ 36:45⟨/button> ⟨span>De Auteur: Johannes als Anonieme Ooggetuige⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Nou, dan nog iets over de auteur. Daar hoeven we eigenlijk niet zo moeilijk over te doen, al zeg ik dat misschien een beetje spottend. Want er wordt namelijk wél heel moeilijk over gedaan; kijk het maar eens een keertje na in de handboeken en dergelijke. Er zijn hele grote, gewichtige artikelen en boeken geschreven over de vraag wie de auteur van dit boek zou zijn, waarbij dikwijls wordt ontkend dat het Johannes zou zijn.⟨/p> ⟨p>Maar laat ik u dit zeggen: in de belangrijkste manuscripten — dan praten we over de grote handschriften die ons ter beschikking staan, zoals de Sinaiticus, de Vaticanus en de Alexandrinus — heeft het evangelie als opschrift ‘naar Johannes’. Net zoals Marcus naar Marcus schreef. In de handschriften waarin we het boek zelf vinden, vinden we dus ook het opschrift, en dat laat aan duidelijkheid niets te wensen over: naar Johannes. Dan weten we dus met wie we te maken hebben.⟨/p> ⟨p>Maar alsof dat nog niet genoeg is, spreekt ook het boek zelf intern tot ons. Ik heb het dan nog niet eens over externe verhalen, overleveringen of de kerkvaders. Die laat ik lekker even buiten beschouwing, want eerlijk gezegd heb ik daar niet zo'n hele hoge pet van op. Maar als je puur naar het boek zelf kijkt, leidt het ook geen enkele twijfel. De schrijver pretendeert namelijk een ooggetuige te zijn. Meteen al in het eerste hoofdstuk lees je: "Het woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond, en wij hebben zijn heerlijkheid aanschouwd." De schrijver sluit zichzelf daarbij in. "Wij hebben zijn heerlijkheid aanschouwd," een heerlijkheid als van een Eniggeborene van de Vader. Je ziet het hier weer: als de Zoon van God dus.⟨/p> ⟨p>In hoofdstuk 21, vers 24, staat: "Dit is de discipel die van deze dingen getuigt en die deze beschreven heeft." In die andere versverwijzingen ga ik nu niet doorlopen, maar je ziet steeds hetzelfde: de schrijver is een ooggetuige. Dat blijkt trouwens uit nog meer zaken. De schrijver is zeer nauwkeurig op de hoogte van allerlei getallen die genoemd worden. Ik noemde zojuist al even die 153 grote vissen; Johannes was er zelf bij. Hij speelt zelfs een rol in die geschiedenis, hoewel hij zichzelf dan niet bij name noemt. Dat doet hij trouwens nooit.⟨/p> ⟨p>Wist u dat hij ook behoorde tot de intimi van de hogepriester? Johannes was een bekende van de hogepriester. In Johannes 18 vers 15 en 16 lees je dat. Daar staat: "En Simon Petrus en een andere discipel volgden Jezus." Een andere discipel — waarom wordt hij daar niet bij name genoemd? Dat doet hij dus niet. Er staat: "En die discipel was een bekende van de hogepriester en hij ging met Jezus het paleis van de hogepriester binnen, maar Petrus stond buiten aan de poort." Dat is die geschiedenis dat hij de Here zou verraden; Petrus wordt daar herkend en u weet hoe dat verder gaat. Maar in ieder geval wordt er zo even bij vermeld dat die discipel, van wie de naam niet vermeld wordt, een bekende was van de hogepriester.⟨/p> ⟨p>Dat brengt me meteen als vanzelf bij een ander punt: hij vermeldt de namen van de andere apostelen. Hij noemt Andreas, Petrus en Thomas. Hij noemt ook Jakobus. Maar één iemand houdt hij anoniem, zoals we zojuist al even zagen in Johannes 18. Bekend is ook de aanduiding "de discipel die Jezus liefhad". Dat moet u goed opvatten. "Dien Jezus liefhad" betekent niet dat die discipel zelf veel liefde had voor Jezus. Nee, het was de discipel die geliefd werd door Jezus; u moet even letten op de naamval. Zo noemde hij zichzelf: in de derde persoon. Hij neemt als het ware afstand en zo beschrijft hij hem. Hij zegt niet: "Dat is Johannes," nee, hij benoemt hem op die manier: de derde persoon op afstand. Maar het is natuurlijk prachtig als je dat zo kunt beschrijven: geliefd. Trouwens, zijn naam wijst daar ook al op, want zijn naam betekent Yohanan, en dat is: Yahweh is genadig. Laten we dat dan ook nog even meenemen voordat we gaan pauzeren.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-9" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2582" title="Speel af vanaf 43:02">▶ 43:02⟨/button> ⟨span>De Datering: Vóór de Verwoesting van Jeruzalem⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Iets over de datering van dit boek. Het is bekend, of in ieder geval wordt dat allerwege zo gezegd – kijk het maar eens na in de handboeken over het Johannesevangelie – dat dit geschreven is aan het einde van de eerste eeuw, waarschijnlijk zo in de tachtiger of in de negentiger jaren. Johannes moet dan een stokoude man geweest zijn. Dat wordt gebaseerd op buitenbijbelse overleveringen van Polycarpus; dat was dan weer een leerling van Johannes, of zou een leerling geweest zijn van Johannes, en die heeft dat dan zo opgetekend. Op basis daarvan wordt die datering bepaald; toen zou dat boek geschreven moeten zijn. Dat wordt algemeen zo gezegd.⟨/p> ⟨p>Maar laat ik u dit zeggen: er zijn hele boeiende aanwijzingen – dat geldt trouwens voor alle boeken van het Nieuwe Testament – dat ook het Johannesevangelie geschreven is vóór het jaar 70 van onze jaartelling. Dat wil zeggen: vóór de verwoesting van Jeruzalem. U weet, Jeruzalem is verwoest en de hele stad, maar ook de tempel, is in vlammen opgegaan; er is geen steen op de andere blijven staan. Dat vond plaats in het jaar 70. Wel, ik zal u dit zeggen: het Johannesevangelie is al daarvoor opgetekend. Dat is overigens niets bijzonders, want dat geldt voor het hele Nieuwe Testament, maar dat is nu even niet het onderwerp.⟨/p> ⟨p>Van Johannes kan ik dat inderdaad staven. Er zijn een paar hele subtiele aanwijzingen dat dat inderdaad zo is. In Johannes 5 vers 1 vinden we de inleiding tot die geschiedenis van Bethesda. Nou, laat ik het eens lezen. Johannes 5 vers 1... Ik snap de link eerlijk gezegd niet helemaal. "Hij tabernakelde onder ons" – dat is trouwens Johannes 1 vers 14 – "maar dat Hij dan wel Zijn Woord gereinigd heeft." Oké, op die manier, ja. Ja, dat is een punt, dat is dus meer een typologische betekenis daarvan. Maar het geeft dus ook aan – en dat is een heel gewichtig punt ook als het gaat om de betrouwbaarheid van het Nieuwe Testament – dat het allemaal geschreven is in de eerste generatie, gewoon door ooggetuigen. Het Nieuwe Testament is niet zomaar een late overlevering. Nee, het is geschreven door ooggetuigen. Ook Johannes benadrukt dat heel sterk. Trouwens, dat zie je ook later als Johannes zijn brief schrijft, de eerste Johannesbrief. Dan zegt hij ook: "Wat wij gezien en gehoord hebben, wat onze ogen hebben aanschouwd en onze handen hebben getast van het Woord des levens." Wij getuigen daarvan. Dat wil zeggen: een getuige is iemand die het zelf gezien heeft, een ooggetuige dus. Dat doet Petrus ook, en dat kenmerkt het hele Nieuwe Testament.⟨/p> ⟨p>Maar nog eventjes terugkomend op dat bewuste vers in Johannes 5 vers 1. Daar staat: "Daarna was er een feest der Joden en Jezus ging op naar Jeruzalem." En dan staat er: "Nu is er te Jeruzalem bij de Schaapspoort een bad dat in het Hebreeuws de bijnaam Bethesda draagt, met vijf zuilengangen." Nou ja, daar zou je zomaar in blijven haken. Dat doen we niet, maar het gaat me even om één woordje. Één woordje maar. Daar staat: "is". "Nu is er te Jeruzalem bij de Schaapspoort een bad." Dat staat dus in de tegenwoordige tijd.⟨/p> ⟨p>Nee, laat ik het anders zeggen. Als Johannes dit evangelie zou hebben opgetekend na het jaar 70, zoals algemeen wordt aangenomen – dus ergens in de tachtiger of, van mijn part, negentiger jaren van de eerste eeuw – dan had hij geschreven (want toen was Jeruzalem dus inmiddels helemaal met de grond gelijkgemaakt): "Nu was er te Jeruzalem bij de Schaapspoort een bad." Maar wat zegt hij? Hij gebruikt de tegenwoordige tijd. Dat wil dus zeggen dat dat bad en die poort daar op dat moment nog steeds waren. Dat is geen redenering en het is geen kerkvader die dat zegt; nee, dat is gewoon de tekst zelf die dat aangeeft.⟨/p> ⟨p>Dan heb ik er nog eentje, die is van dezelfde orde, in Johannes 19 vers 13. Daar lees je dat Pilatus zich zette op de rechterstoel – de bema staat er eigenlijk – op de plaats die wordt genoemd... Let op, het staat ook in het Grieks in de onvoltooid tegenwoordige tijd: "Hij wordt genoemd Litostrotos." Dat wil zeggen: die plaats daar in Jeruzalem hééft deze naam, die wordt zo genoemd. Niet: die werd zo genoemd toen die plaats daar nog was. Nee, hij wordt zo genoemd. Dat zijn krachtige aanwijzingen dat dus ook het Johannesevangelie geschreven is vóór het jaar 70.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-10" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2919" title="Speel af vanaf 48:39">▶ 48:39⟨/button> ⟨span>Het Doel van het Boek (johannes 20:31)⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Ten slotte komen we, voordat we gaan pauzeren, bij het doel van het boek. Daar kan ik trouwens heel kort over zijn en ik hoef er ook helemaal niets voor te fantaseren, want het staat namelijk gewoon expliciet aangegeven. Niet aan het begin, maar pas aan het eind van het boek wordt dat gezegd. Dat is het eerste slot. Daarna krijg je nog – ik verwees er al even naar – een appendix, een toevoeging of bijlage.⟨/p> ⟨p>In Johannes 20 vers 31 lees je het doel, maar in vers 30 staat eerst nog dit: "Jezus heeft nog wel vele andere tekenen voor de ogen zijner discipelen gedaan". Hij heeft er in dit evangelie zeven beschreven, maar er zijn er ook vele andere geweest voor de ogen van zijn discipelen die niet beschreven zijn in dit boek. Wel in andere boeken, zoals Matteüs, Marcus en Lucas, maar niet in dit boek.⟨/p> ⟨p>Deze zeven tekenen zijn geschreven "opdat gij gelooft dat Jezus is de Christus". De Messias, de Masjiach, de beloofde Gezalfde. 'De Christus' is natuurlijk een heel expliciet Hebreeuwse titel; het is Degene die de Joden tot op de dag van vandaag verwachten. Wie is die Messias? Dat is Jezus. Al die zeven tekenen en alles wat daar omheen gebeurde, zijn beschreven opdat men overtuigd zou zijn van de waarheid dat Jezus inderdaad de Christus is. Ofwel, en dat staat er direct achter: de Zoon van God. Zoals ik al zei, is dat het meest typerende van de wijze waarop Johannes Jezus beschrijft: de Zoon van God. Dat Jezus is de Christus, de Zoon van God.⟨/p> ⟨p>En dan staat erbij: "en opdat gij, gelovende, het leven hebt in zijn naam." Terwijl jullie geloven. Want ja, Hij is het vleesgeworden Woord, en het Woord is het leven, en het leven is het licht der mensen. Wie Hem gelooft, kent Hem die opgestaan is uit de doden. Die kent dus echt leven, het leven van de derde dag. U weet wat er op de derde dag gebeurt: dan wordt water wijn. Op de derde dag stond Hij ook op uit de doden; dat is een uitbeelding van opstandingsleven. Wie Hem kent, kent de opstanding en het leven. Ofwel: het opstandingsleven. "Ik ben de opstanding en het leven." En wie in Mij gelooft – u weet het – die heeft het leven in Zijn naam.⟨/p> ⟨p>Wel, dat is het doel. "Deze zijn geschreven opdat gij gelooft" en "opdat gij, gelovende, het leven hebt in zijn naam." Daarmee stelt Johannes de bedoeling van zijn boek heel expliciet vast.⟨/p> ⟨p>Dat was de inleiding en het is een mooi tijdstip om even te pauzeren. Straks gaan we de koe goed bij de horens vatten en bij hoofdstuk 1 vers 1 beginnen. In de tijd voor de pauze hebben we het een en ander aan inleidende opmerkingen geplaatst over het Johannes-evangelie, vooral ook in contrast met de andere evangeliën. We hebben gekeken naar de auteur, het tijdstip waarop het geschreven is, de doelstelling van het boek en alles wat voor de rest van belang is voor het verstaan van het evangelie. Daar komen we vanzelf wel op tijdens de bespreking, dus ik denk niet dat het echt noodzakelijk is om daar nog zoveel meer aan toe te voegen. Maar dan hebben we in ieder geval een klein beetje een beeld, een idee van dit Johannes-evangelie ter introductie. Wat er voor de rest allemaal staat, daar kom je vanzelf wel op als je het zinsdeel voor zinsdeel bespreekt.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-11" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3161" title="Speel af vanaf 52:41">▶ 52:41⟨/button> ⟨span>De Proloog: in Begin (zonder Lidwoord)⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En het begin, de zogenaamde proloog van Johannes, het voorwoord — want pro-loog betekent voorwoord, pro is voor en loog is woord. En als ik het zo zeg, dan ben ik meteen ook in het hart van de bespreking, want dat is precies waar hij het over heeft: over het Woord, de logos. Het is een heel bekend gedeelte en tegelijkertijd moet ik erbij zeggen — en dat zullen we vanzelf in de bespreking ook zien — dat het heel onbekend is. Want er wordt zoveel ingelezen wat er niet staat, en omgekeerd leest men niet wat er wel staat. Die twee gaan trouwens heel vaak hand in hand. Ik maak altijd gebruik van een interlineair en die blijkt ook bij de bespreking van deze eerste regels van groot belang te zijn, zodat we echt met precisie kunnen vaststellen wat er wel en wat er niet staat.⟨/p> ⟨p>"In den beginne", zo begint Johannes 1. En als je het zo voorleest, dan herken je natuurlijk onmiddellijk die andere uitspraak waar de hele Bijbel mee aanvangt in Genesis 1 vers 1: ook met "In den beginne". Dat is niet voor niets. Trouwens, een soortgelijk begin kent ook de eerste brief van Johannes: "Hetgeen was van den beginnen". Zo vangt hij de brief aan.⟨/p> ⟨p>Maar goed, "In den beginne"... de eerste correctie die ik moet aanbrengen. Dat lijkt misschien allemaal wat Pieter Peuterig en spijkers op laag water zoeken. Ja, Pieter Peuterig, dat mag u inderdaad van deze spreker verwachten. Pieter Peuterige en Piet Luttige opmerkingen; ik doe daar slechts mijn naam eer mee aan. Maar laat ik het anders zeggen: dat lijkt misschien spijkers op laag water zoeken, maar dat bepaalde lidwoord staat er niet. Je bent een beetje taaldocent en dat blijf je dan ook als je Bijbelstudie doet, maar dat bepaalde lidwoord staat er niet. Er staat niet "in den beginne", maar er staat gewoon "in begin". Zonder lidwoord. Het is niet "het begin", nee, gewoon "in begin", in aanvang.⟨/p> ⟨p>De eerste teksten van Genesis waren ook "in begin". Dat klopt, want dat wou ik juist zeggen. Het verwijst direct naar Genesis 1 vers 1. Dat was sowieso al duidelijk natuurlijk. Maar ook daar is het zo. Ik heb hier de Hebreeuwse tekst: bereshit. Dat betekent ook "in begin". In het Engels is het: "in beginning". Het is exact hetzelfde. Dit is Grieks, dit is Hebreeuws, maar het is gewoon één-op-één. In beide gevallen ontbreekt dat bepaalde lidwoord. Het is niet "in het begin", maar "in begin", in aanvang. "Schiep God de hemel" — kijk, dat is dan wel weer "de" — "en de aarde" of het land. Dezelfde aanvang dus: "in begin".⟨/p> ⟨p>En die verwijzing naar Genesis 1 is veelzeggend, dat blijkt meteen wel uit het vervolg, want dan staat er: "was het Woord". Dan moet je je door die hoofdletter niet laten misleiden. Ik bedoel dit te zeggen: het Grieks kent dat niet. Of nou, ik moet het eigenlijk anders zeggen: het Grieks kent geen kleine letters. Het zijn namelijk allemaal kapitaalletters. In het origineel staan alleen maar kapitaalletters, grote letters dus, hoofdletters beter gezegd. Maar hier staat dat bekende woord logos.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-12" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3415" title="Speel af vanaf 56:55">▶ 56:55⟨/button> ⟨span>De Logos: de Expressie van Gods Gedachte⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>In de aanvang, in het begin was het Woord. Inderdaad, daar staat het Woord. En wat is dat Woord? Het woord in het Grieks is ⟨em>logos⟨/em>. Daar kennen wij in onze taal trouwens ook allerlei varianten van. Ons woord 'logisch' is daar bijvoorbeeld ook direct van afgeleid. Maar ⟨em>logos⟨/em> is gewoon het woord voor 'woord'. Het komt in het Nieuwe Testament vele malen voor en het wordt op verschillende manieren weergegeven, afhankelijk van de context. Het wordt bijvoorbeeld — helaas heb ik daar geen diaatje van gemaakt, dat had ik even moeten doen maar ben ik vergeten — vertaald met 'een zaak'. Of het wordt zelfs vertaald met 'rekenschap', of met een 'verklaring'. Het duidt niet op één enkel woordje.⟨/p> ⟨p>Kijk, ik spreek nu een woord tot u. Je kunt zeggen: 'ik spreek woorden', maar dat is in het Grieks dan weer een ander begrip. Dat is ⟨em>remata⟨/em>; dat betekent 'ik spreek woorden tot je'. Maar als ik 'het woord' tot u richt, dan is dat ⟨em>logos⟨/em>. En wat is ⟨em>logos⟨/em>? Kijk het na in een willekeurige encyclopedie of een lexicon. Daar staat: ⟨em>logos⟨/em> is de expressie van een gedachte. Maar daar hoef je niet zo geleerd voor te doen of te zijn, want dat is nogal logisch. Als ik iets zeg, een woord uitspreek — en dan bedoel ik gewoon: een reden geef of iets vertel — of als u iets vertelt, dan is dat de expressie. Je geeft daarmee uitdrukking aan een gedachte. Je denkt iets en vervolgens kun je dat onder woorden brengen. Dat is wat het woord is: de uitdrukking, de expressie.⟨/p> ⟨p>'Expressie' is ook een mooi woord. 'Ex' betekent — dat is het Griekse voorzetsel voor — 'uit' of 'vanuit'. En pressie kennen we allemaal, hè? Als ergens pressie op staat, is dat druk. Dus expressie betekent uit-drukking. Ja, ik ken ook nog 'depressie', als de druk eraf is... nou ja, dan wordt het een beetje ingewikkeld als ik het zo zeg. Maar expressie is dus de uitdrukking van een gedachte. En houd die definitie gewoon vast. We doen niet aan theologie, we doen niet aan dogmatiek. We lezen gewoon wat er staat; laten we dat even afspreken. Dat verlost je van een heleboel ongein, dat kan ik u wel vertellen. Juist ook in dit vers, want er is wat over deze woorden getheologiseerd en gestreden.⟨/p> ⟨p>⟨em>Logos⟨/em> is dus de expressie van de gedachte. Wel, dat was in het begin inderdaad zo. Kijk het maar na in Genesis 1. In den beginne schiep God hemel en aarde. Hoe deed Hij dat? God sprak. Dat is het Woord: God sprak. Hij bracht Zijn gedachten tot uitdrukking. Dat is wat het Woord is. God sprak van de aanvang af: "En God zeide..." Want zo begint Genesis 1 ook. Hij schiep hemel en aarde en Hij sprak. Het eerste wat je dan leest dat God doet, is: "En Hij zeide: er zij licht. En er was licht." Dat is het.⟨/p> ⟨p>God sprak dus van de aanvang af. Zo moet ik het zeggen. Was daar dus het Woord? Ik heb er helemaal geen bezwaar tegen om dat met een hoofdletter op te tekenen. Want we hebben het over het Woord van God. Daarom doe ik dat persoonlijk ook. Als je het hebt over het Woord van God, dan doe je dat met een hoofdletter om aan te geven dat je het niet zomaar over een mensenwoord hebt, maar over Zijn Woord. En Zijn Woord is alles. Het is leven, het is het licht der mensen. Het Woord is zelfs de reden van het bestaan van alles. Dat is wat er vervolgens inderdaad ook staat.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-13" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3684" title="Speel af vanaf 01:01:24">▶ 01:01:24⟨/button> ⟨span>Naartoe de God: Gericht op de Schepper⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>In het begin was het Woord en het Woord was bij God. En dan moet ik meteen op iets wijzen: dat staat er eigenlijk niet. Nee, dat staat er niet. Er staat niet dat het Woord 'bij' God was. Er is een Grieks voorzetsel dat 'bij' of 'naast' betekent, ⟨em>para⟨/em>, maar hier staat een ander voorzetsel: 'naartoe', ⟨em>pros⟨/em>. ⟨em>Pros ton theon⟨/em>. Dat is: naar de God toe.⟨/p> ⟨p>Let trouwens nog op iets anders. Er staat niet 'God', maar 'de God'. In de uitdrukking 'in begin' heeft de vertaler 'den' of 'de' geplaatst, maar dat staat er in de grondtekst niet. Het is 'in begin'. Maar hier staat het wél bij 'de God'. De God. Dáár gaat het over. Niet zomaar een god; nee, de God. Dat is één ding, maar vooral dat voorzetsel is nu van belang, want er staat niet dat het Woord 'bij' God was, maar er staat 'naartoe'. ⟨em>Pros⟨/em> betekent: gekeerd naar. In het Engels heb je daar een mooier woord voor: ⟨em>toward⟨/em>. ⟨em>Toward the God⟨/em>. Gericht op de God.⟨/p> ⟨p>En ik weet wel, hier is enorm over getheologiseerd. Ik kom daar nog even op terug, maar dat laat ik nu even rusten. Laten we eerst gewoon lezen wat er staat: het Woord was naartoe de God. In Jesaja 55 vers 11 lees je een heel bekende passage. Daar gaat het over de regen die van boven afdaalt en de grond doordrengt, waar vervolgens gewas uit voortkomt. Wel, dan staat er: "Alzo zal mijn Woord, dat uit mijn mond uitgaat, ook zijn; het zal niet ledig tot Mij wederkeren, maar het zal doen wat Mij behaagt en dat volbrengen waartoe Ik het zend."⟨/p> ⟨p>Kijk, dat is ⟨em>pros ton theon⟨/em>, dat is naar de God toe. Dat wil zeggen: het komt bij God vandaan, maar het keert ook weer terug. Maar met deze aantekening: niet ledig. Het zal doen wat Mij behaagt en volbrengen waartoe Ik het zend. Met andere woorden: dat Woord komt bij Hem vandaan, maar het gaat ook weer naar Hem toe. Het is ook weer gericht op God.⟨/p> ⟨p>Dus waar gaat het over als je de tekst nu leest? Het gaat over het Woord. Dat God vanaf de aanvang spreekt, wat een expressie is van wie Hij is en wat Hij wil. "Er zij licht", en er was licht. Maar het is ook weer naar Hem toe gekeerd. Het doet wat Hem behaagt en alzo zal het wederkeren. Maar het spreekt ook weer van Hem. Alles wat Hij spreekt, getuigt weer van Hem en dus wijst het ook weer op Hem. Het komt niet alleen bij Hem vandaan, maar dat Woord dat Hij spreekt, verwijst ook weer terug naar Hemzelf.⟨/p> ⟨p>Dus als hier staat "het Woord was bij God", dan staat dat er niet. Nee, het gaat hier strikt genomen niet over een persoon, het gaat over iets: namelijk Woord. Nou ja, 'iets'... het is wel het Woord van Hém. Het Woord was naar de God toe. En dan staat erbij...⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-14" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3932" title="Speel af vanaf 01:05:32">▶ 01:05:32⟨/button> ⟨span>God Was het Woord (vrij van Theologische Projectie)⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>"...en het Woord was God." Wil je het nog preciezer zeggen? Er staat letterlijk: "God was het Woord." Ziet u? En God was het Woord. Dat ze het zó hebben weergegeven, is een eigen leven gaan leiden. Alles om maar te vertellen dat Jezus er al was toen. Daar komen we straks nog even op terug. Is er dan betaald? Er is eerst een theologie geweest en tóen is er vertaald. In het begin was er theologie en toen zijn ze gaan vertalen. Nee, de taal die we nu hebben, is vertaald naar de toenmalige theologie. Ik zal u dit vertellen over dit eerste vers van Johannes 1: daar zijn zulke discussies over geweest. Ik wilde het eigenlijk een beetje skippen, want als ik daar eenmaal in beland, dan is het einde echt zoek. Maar ik herinner me bijvoorbeeld de kritiek op het Wachttorengenootschap, de Jehova’s getuigen. Die hebben hier vertaald: "en het Woord was bij God en het Woord was een god." De protestanten, en trouwens de orthodoxie in het algemeen, hebben daar enorme kritiek op gehad. Die Jehova’s getuigen met hun Nieuwe Wereldvertaling vertalen naar hun eigen theologie toe. Dat is waar, maar ik zal u zeggen: de pot verwijt de ketel dat hij zwart ziet. Want zij doen exact hetzelfde. Ik zal straks trouwens nog een duidelijk voorbeeld daarvan geven.⟨/p> ⟨p>"En het Woord was God?" Nee: "God was het Woord." En wat dat betekent? Kijk even later in ditzelfde hoofdstuk, in vers 18, daar lezen we: "Niemand heeft ooit God gezien." God wordt nooit gezien, want niemand heeft God ooit gezien. Maar Hij werd wel vanaf het begin, van aanvang af, gehoord. God, zoals Hij gekend werd, was Woord. Denk aan Adam en Eva in de hof, nadat ze inmiddels van de verboden vrucht hebben gegeten. Toen hoorden ze God. Ze hóórden Hem. God was namelijk Woord. "Adam, waar ben je?" Dat was in wezen al even geleden. Ze hadden alles verspeeld, ze onderkenden dat ze naakt waren, en ze hoorden God in de avondkoelte. Het gaat me nu even om het punt: ze hoorden Hem. God was Woord. Hij werd niet gezien, maar Hij werd gehoord. Dat is God. Zo kennen wij dat toch ook? Je hoort iemand boven zeggen: "Ah, dat is de buurman," om maar wat te noemen. Arie, ik vind je opmerking wel heel erg wantrouwend. Ik geloof dat ik mijn voorbeelden toch wat beter moet uitzoeken! U begrijpt het? We praten over zulke mooie, serieuze onderwerpen en dan maakt Arie zo’n opmerking. Maar je hoort iemand zeggen en je weet: dat is diegene. Dat is hij.⟨/p> ⟨p>Nou, dat is waar het hier over gaat. God was het Woord. Hij werd van aanvang af gehoord. Ik zal u een voorbeeld geven: de Bijbel in Gewone Taal. Johannes 1 vers 1. Weet u wat ze daarvan gemaakt hebben? Dat is typisch vertaald. Nou ja, vertaald... je kunt het niet eens een vertaling noemen. Dit is pure theologische projectie. Houd u vast: "In het begin was Gods Zoon er al. Hij was bij God en Hij was zelf God." Dat staat er helemaal niet! Dit is theologie. En dan stierf Hij ook nog? God stierf? En wie hield gedurende die dagen dat Hij in het graf was de wereld in stand? En wie wekte Hem trouwens op uit de doden? Maar goed, ik wil niet alles erbij betrekken. Ik wil gewoon bij het vers zelf blijven, want het onderwerp is te groots om alles te belichten. Ik wil even bij Johannes 1 vers 1 stilstaan. Maar deze tekst wordt in 'gewoon Nederlands' geleerd. Wat hier vertaald wordt – wat dus geen echte vertaling is – is de gangbare orthodoxe leer. Het kan gewoon niet waar zijn.⟨/p> ⟨p>"In het begin was Gods Zoon er al." Ik zal u dit vertellen: Gods Zoon, wanneer was Hij er? Toen de geest van de Allerhoogste, de kracht van de Allerhoogste, Maria overschaduwde. Tóen werd de Zoon van God verwekt. Ik zal het lezen uit Lukas 1 vers 34 en 35. Daar lees je dat Maria die boodschapper antwoordt: "Hoe zal dat geschieden, daar ik geen omgang met een man heb?" En de engel antwoordde en zei: "De Heilige Geest zal over u komen en de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen; daarom zal ook het heilige dat verwekt wordt, Zoon Gods genoemd worden." Waarom is Hij de Zoon van God? Omdat God Zelf Hem verwekt heeft. Dáárom is Hij de Zoon van God. En wat hier in de BGT staat ("In het begin was Gods Zoon er al"), dat staat er niet. In het begin was Woord. Namelijk: God sprak. Vanaf de aanvang. En dat Woord ging uit Hem, maar het Woord keerde ook weer weder tot Hem; het verwijst naar Hem. God werd slechts gekend door Zijn Woord. God was Woord. Niet gezien, nee: God was het Woord.⟨/p> ⟨p>Dit is pure theologie. Het gaat in Johannes 1 vers 1 niet over iemand, maar over Woord: de expressie van de gedachte. Pas in vers 14 lees je: "Het Woord is vlees geworden." En dán is er sprake van Gods Zoon. Dat staat er ook in Johannes 1 vers 14. Ik loop nu erg vooruit, maar het is goed om het geheel erbij te betrekken: "Het Woord werd vlees en het heeft onder ons getabernakeld en wij hebben zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als van een Eniggeborene des Vaders." Dus Hij werd dán, toen Hij vlees werd, inderdaad de Zoon van God. Wat was Hij voor Zijn geboorte? Woord. Woord van God. Dat is precies wat Johannes 1 zegt.⟨/p> ⟨p>En juist Johannes benadrukt dat de heerlijkheid die Hij had voordat Hij mens werd, Woord was. Ik weet dat er een hele theologie is die zegt dat Hij toen al "God de Zoon" was. Maar ik zal u vertellen: de hele uitdrukking "God de Zoon" vind je nergens in de Bijbel. Je vindt pakweg vijftig of zestig keer de uitdrukking "God de Vader". Je vindt vele tientallen keren "de Zoon van God". Maar weet u hoeveel keren je de uitdrukking "God de Zoon" tegenkomt? Niet één keer. Er is één God, de Vader. Zijn Zoon is de Zoon van God. De uitdrukking "God de Zoon" is een hoeksteen in de theologie en heeft alles te maken met de leer van de drie-eenheid, maar dat staat hier niet. Dit is wat men ervan gemaakt heeft. De uitdrukking "Zoon van God" verwijst juist naar wat er gebeurde met Maria, toen God Hem verwekte in de schoot van Maria. Toen werd Hij de Zoon van God, toen werd Woord vlees.⟨/p> ⟨p>Laat ik nog even verder lezen, ik wil het derde vers er ook nog bij betrekken, anders wordt het een beetje fragmentarisch om mee af te sluiten. "Dit was in den beginne bij God." Maar dat "bij" staat er eigenlijk niet; dan had er "para" gestaan, een ander Grieks voorzetsel. Er staat ook hier weer: "naartoe de God". Dat is exact hetzelfde als in het eerste vers. Dit was in begin "naartoe de God". En dan staat er vervolgens iets wat feitelijk een toelichting is op wat we in vers 1 al lazen.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-15" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4596" title="Speel af vanaf 01:16:36">▶ 01:16:36⟨/button> ⟨span>Alle Dingen Zijn Door het Woord Geworden⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Alle dingen zijn door het woord geworden. Eigenlijk: alle dingen werden door hem. Nou moet ik daar even iets bij zeggen, want dat staat er inderdaad. Je zou kunnen denken: het gaat hier dus toch over iemand, want het ging over het woord en nu staat er 'hem'. Ho ho, 'hem' is inderdaad een mannelijke aanduiding, maar dat komt simpelweg omdat ⟨em>logos⟨/em> in het Grieks een mannelijk woord is. Heel simpel. Zoals wij dat in het Nederlands waarschijnlijk niet zo sterk meer kennen — officieel nog wel, in de woordenboeken staat het altijd al aangeduid, maar in de praktijk speelt het nauwelijks nog een rol. Maar om maar wat te noemen: een stoel is een mannelijk woord, of een boom is een mannelijk woord. Ik plant een boom en ik heb hem geplant. Is een boom dan iemand? Nee, natuurlijk niet. Maar omdat het een mannelijk woord is, zeg je: 'ik heb hem geplant'. Van een heleboel woorden weten de meeste Nederlanders helemaal niet meer of het mannelijk of vrouwelijk is, maar in het Grieks is dat wel heel erg duidelijk; het speelt een grote rol. ⟨em>Logos⟨/em> is een mannelijk woord en dus is het 'hem'.⟨/p> ⟨p>Bij ons is 'woord' een onzijdig begrip en dus zou je eigenlijk 'het' moeten zeggen. In correct Nederlands is het 'het'. Maar waarom staat hier dan 'hem'? Gewoon omdat ⟨em>logos⟨/em> een mannelijk woord is. Dat is de reden. Het verwijst niet naar iemand, het verwijst naar het woord: de expressie van een gedachte. Dus laat u niet in de luren leggen of misleiden door die aanduiding over 'hem'. 'O, dus het gaat over iemand?' Nee, 'hem' betekent dat het verwijst naar een mannelijk woord, en dat is wat ⟨em>logos⟨/em> is. Het is trouwens wel grappig: in de Statenvertaling staat iedere keer 'hetzelve'. 'Alle dingen zijn door hetzelve geworden' of 'werden door hetzelve'. Daar zie je inderdaad: 'het'. Ze zijn door 'het' geworden. In het Nederlands is 'woord' namelijk een onzijdig woord en dat moet je dus weergeven met 'het'. Dat is een beetje lastiger als je een taal overzet, maar dit zijn gewoon de feiten die ik u nu hierover vertel. Het klinkt misschien wat houten en arrogant, maar volgens mij is het erg goed controleerbaar.⟨/p> ⟨p>Alle dingen zijn door het woord geworden, of: werden door het woord. In het Nederlands zeg je 'het', maar in het Grieks zeg je 'werden door hem'. Ja, daar moet ik trouwens nog eens op wijzen. Want hier lees je dus 'geworden', of letterlijk: 'alle dingen werden door het woord'. Van het woord las je: 'het woord was'. 'In den beginne was het woord.' Dat was er. Maar alle dingen ⟨em>werden⟨/em>. Dat is een groot verschil. God sprak, gaf expressie en uitdrukking aan zijn gedachten; dat woord was er. Het woord is geen creatie, dat komt uit Hem voort. Dat woord was er, en vervolgens werden door dat woord alle dingen. Die kwamen toen tot wording, zo zeggen we dat ook; ze ontstonden zo. Als je nauwkeurig leest — we lezen nu eigenlijk haast woord voor woord, maar dat moet je hier ook echt doen, juist omdat er zo enorm veel over getheologiseerd, ingelezen en geprojecteerd is — dan staat er gewoon: alle dingen zijn door dat woord geworden. Dat woord dat er was; de dingen, alle dingen, zijn geworden.⟨/p> ⟨p>En zonder dit is geen ding geworden dat geworden is. Laat ik lezen uit Psalm 33, een bekende psalm: 'Door het woord des HEREN — door het woord van Yahweh — zijn de hemelen gemaakt. Door de adem van zijn mond al hun heer.' Moet u zich voorstellen: hier gaat het over de schepping; in Johannes 1 verwijst Johannes naar hoe alle dingen tot stand kwamen. Hoe kwamen de dingen tot stand? Door het woord des HEREN. De hemelen en al hun heer, dat wil zeggen al hun bewoners, al die sterren en alles wat daar boven ons is. Door de adem van zijn mond, want woord is ook adem. Als je een woord spreekt, komt er adem, geest, mee. Het is kracht, het is leven. Er staat trouwens nog even een paar verzen verder: 'Want Hij sprak en het was er, Hij gebood en het stond er.' Dat is het woord van God. Daarom is het heel terecht dat wij 'het Woord' met een hoofdletter schrijven, want het is het Woord Gods, dat nooit ledig naar Hem weerkeert. Het is kracht, het is leven. Alles heeft zijn oorsprong in dat woord. God sprak en zo kwam alles wat je om je heen ziet voort uit zijn woord. Het is onvoorstelbaar.⟨/p> ⟨p>Logischerwijs draagt alles wat is geworden ook het DNA van dat woord, als ik het zo mag zeggen. Zodat de schepping exact van hetzelfde getuigt als dat woord. Natuurlijk, het komt uit hetzelfde voort. De schepping is geworden, maar het woord was er. Het komt uit Hem voort: de expressie van zijn gedachte, van zijn geest. En zonder dit is geen ding geworden dat geworden is. Het klinkt misschien heel filosofisch allemaal, en in feite is dit ook filosofie. Filosofie betekent 'liefde voor wijsheid'. Nou, wilt u wijsheid hebben? Dan moet u bij het woord wezen. Wilt u een begrip hebben van 'het al'? Dan moet u hier wezen. Hoe is het al ontstaan? Wel, door het woord van God, door zijn spreken. Hier gaat het dus niet over iemand, het gaat over het woord van God.⟨/p> ⟨p>En dat het hier inderdaad niet gaat over iemand die bij God was en die als instrument gebruikt werd... sorry, u kunt dat niet ontlenen aan Johannes 1. Ik weet dat het de algemene gedachte is: God had iemand, namelijk God de Zoon, en daardoor maakte Hij de wereld. Maar dat staat er niet. 'Laat ons mensen maken' — ja, vindt u het goed als we het daar de volgende keer over hebben? Als een majesteitsmeervoud. Daar zit nog wat aan vast, maar ik ben bang... laten we daar de volgende keer wellicht even over spreken. Ik aarzel ook een beetje om over deze dingen te spreken, omdat ik me zo enorm goed realiseer dat hier zo ontzettend veel aan vastzit en aan vastgeknoopt is, en dat hier zoveel theologie over bedreven is. Maar één ding moet duidelijk zijn: alle dingen zijn ontstaan door het woord. God sprak. De hemelen zijn door het woord des HEREN ontstaan. Is dat woord iemand? Nee, dat is datgene wat Hij spreekt. En alle dingen zijn door dat woord geworden, en zonder dit is geen ding geworden dat geworden is.⟨/p> ⟨p>God is de Schepper. We hebben maar één Schepper en die Schepper heeft gesproken, namelijk zijn woord. Dat woord is duizenden jaren later vlees geworden en kennen wij als de Zoon van God. Maar u moet hier niet lezen: 'dit heeft de Zoon van God gedaan', want dat noemen ze met een mooi woord een anachronisme. Dan plaatst u iets buiten de tijd. Voordat hij hier op aarde was, was hij het woord van God, waardoor alle dingen tot wording kwamen. Het is zo logisch en het bevestigt ook precies wat de Bijbel erover zegt: 'Hij, God, spant geheel alleen de hemel uit.' Hij — derde persoon enkelvoud, niet 'zij' — Hij schrijdt voort over de hoogten der zee. Hij, geheel alleen. God deed dat. Hoe? Door zijn woord.⟨/p> ⟨p>Jesaja 44 zegt: 'Ik ben de HERE, Ik ben Yahweh die alles gemaakt heeft, die de hemel heb uitgespannen, Ik alleen; die de aarde uitgebreid heb door eigen kracht.' God is de Schepper en Hij heeft de dingen tot aanzijn geroepen door zijn woord. Over dat woord zullen we de volgende keer — over drie weken natuurlijk — nog veel meer lezen. Pas in vers 14 zullen we inderdaad zien — en daar gaan we dan ook uitgebreid bij stilstaan — dat het Woord vlees is geworden. En dan pas is er sprake van de Zoon van God. Maar dat moet u niet projecteren in die eerste verzen van Johannes 1. Daar gaat het over het woord. Nou, dat heb ik in ieder geval na de pauze duidelijk willen maken.⟨/p>