⟨h3 id="hoofdstuk-1" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="0" title="Speel af vanaf 00:00">▶ 00:00⟨/button> ⟨span>Introductie en Terugblik op de Rekenwijze van God⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Dankjewel, Wolter. Dat is een mooie start en ik krijg nu de gelegenheid – dat is dan geen moment, maar zelfs zo'n twee uur of anderhalf uur – om nog weer wat zaken toe te lichten over het onderwerp. Het is een onderwerp dat we dit hele seizoen behandelen onder de alomvattende titel: Reken maar!⟨/p> ⟨p>Eigenlijk had dit de elfde avond moeten zijn, want er is er één tussenuit gevallen. Trouwens, er zijn er twee tussenuit gevallen, maar die andere avond gaat nog komen. Dat wil zeggen: het is de op één na laatste Bijbelavond, laat ik dat meteen even gezegd hebben. Op 16 juni, dus over vier weken, hebben we nog een avond; dat is de afsluitende avond in deze serie. Dan hebben we er in totaal elf gehad. Het hadden er twaalf moeten zijn. U begrijpt: als je het hebt over tijden, dan zou twaalf een mooier getal geweest zijn. Maar goed, dat is dan weer de mens die zo bezig is.⟨/p> ⟨p>De voorgaande keren – niet de vorige keer, maar de keer daaraan voorafgaand – hebben we specifiek stilgestaan bij die twee dagen en ook bij wat dat voor de Heer betekent, de wijze waarop Hij rekent. We keken naar de profetie, met name in het boek Hosea, waar we lezen dat de Heer tot Israël zal terugkeren en het volk zal herstellen. Daarbij wordt dan ook een termijn genoemd, zij het cryptisch, namelijk: na twee dagen en in de dageraad, in de morgenstond van de derde dag.⟨/p> ⟨p>De vorige keer heb ik u vooral meegenomen naar een andere termijn. Niet zozeer die twee dagen – twee dagen van duizend jaar, want dat is de wijze waarop de Heer rekent – maar over zes dagen, met de zevende dag die daar als afsluiting op volgt. Zes millennia dus, en daar wil ik vanavond nog wat op voortborduren. Zoals gezegd hebben we in totaal elf avonden in deze serie, en dat schiet hopeloos tekort om dit onderwerp zelfs maar enigszins alomvattend te bespreken. We komen echt wat avonden tekort, vooral als het gaat om de profetische tijden. Uiteindelijk blijft daar maar één avond voor over.⟨/p> ⟨p>De volgende keer zullen we het met name hebben over die komende duizend jaren, dat millennium waarvan de Schrift spreekt als de Dag des Heren of de grote Sabbatdag. En we zullen het dan ook nog hebben over de korte periode van 42 maanden of 1260 dagen die daaraan voorafgaat.⟨/p> ⟨p>Nu, vanavond wil ik u nog eens een keertje meenemen naar dat overzicht van het totaal dat voorafgaat aan die zevende dag van duizend jaren. Ik heb dit als titel meegegeven: 120 jubeljaren, en ik zal dat straks ook wat nader toelichten.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-2" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="210" title="Speel af vanaf 03:30">▶ 03:30⟨/button> ⟨span>Zes Millennia Voorgesteld als een Uurwerk⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Kijk, ik geef u eens een wat andere voorstelling: geen tijdlijn, maar een cirkel. U herkent het onmiddellijk; dit is gewoon een klok. Een gewone standaardklok, behalve dan dat deze maar één wijzer heeft, maar goed. Het gaat me om de verhoudingen daarin. Zes millennia, daarover hebben we het tot dusver gehad. Dat zijn zes keer duizend jaren. Je kunt het natuurlijk ook onderverdelen in eeuwen en dan krijg je zestig eeuwen. Zestig keer honderd jaar is zesduizend jaar. Dat is de hele tijdspanne, en als je dat in een klok zou zetten, dan is dit de termijn van zesduizend jaar. Het is mooi om dat eens op deze overzichtelijke manier neer te zetten. U moet zich dan realiseren dat één minuut op deze klok, één zestigste deel, staat voor honderd jaar. Dat betekent ook voor de rekenkundigen onder u dat vijf minuten precies staat voor vijfhonderd jaar.⟨/p> ⟨p>Laten we die 6000 jaar die we tot dusver hebben besproken op deze manier neerzetten en indelen. We zijn begonnen met de creatie van Adam en noemen dat gewoon het jaar 1. Dat betekent niet alleen dat we iets hebben gevonden, maar het staat voor Anno Hominis, dat wil zeggen: het jaar van de mens. Men noemt het trouwens ook wel Anno Mundi, het jaar van de wereld. Maar ik heb gekozen voor het jaar van de mens, omdat het niet zozeer gaat over de schepping van de wereld, maar rekent vanaf de komst van de mens. Welnu, die data en jaren worden op een eenvoudige manier opgeteld, hoewel er wat haken en ogen aan zitten die we hebben besproken.⟨/p> ⟨p>Als je dan een heel eind verderop gaat, zie je iets geks. Over de hele tijdspanne van 1651 jaar — wat op het geheel toch ruim een kwartier van zo’n uurwerk is — weidt de Bijbel slechts enkele hoofdstukken uit. Terwijl dat toch een enorme tijdspanne in totaal is. Dat was het jaar dat de zondvloed begon; een jaar later was het voorbij. U kent de geschiedenis. Daarna wordt het makkelijk. 1651 is eigenlijk het enige jaartal dat niet rond is; voor de rest komen we alleen maar ronde jaartallen tegen. Dat maakt deze bijbelstudieserie natuurlijk ook zo buitengewoon aantrekkelijk. Kom daar maar eens om bij een geschiedenisles! Elke geschiedenisleraar is jaloers op zo’n studie over de geschiedenis waarbij je zulke mooie tijdvakken tegenkomt. Dat verzin je niet.⟨/p> ⟨p>Wat we tegenkwamen, was dat in het jaar 2000, gerekend vanaf Adam, Noach stierf en Abram geboren werd. Dan gaan we weer 500 jaar verder en dat is het jaar van de Uittocht; op de klok is dat vijf minuten voor half. Dat is ook het vijftigste jubeljaar: vijftig maal vijftig is 2500. We gaan weer 500 jaar verder en dan zijn we halverwege de klok. Hier zijn we halverwege het uurwerk, halverwege die zes millennia. Dat is het jaar 3000, het jaar dat de tempel voltooid is, inclusief het paleis van Salomo. Hier is Jeruzalem gereedgemaakt in zowel priesterlijk als koninklijk opzicht; die beide lijnen worden in dit jaar verenigd. Het paleis is de zetel van de dynastie van de zoon van David. Dat is een hele mond vol, maar feitelijk is het een hele profetische aanduiding. In dit jaar wordt dat gereedgemaakt en tevens werd daarin de bouw van de tempel voltooid en gemarkeerd.⟨/p> ⟨p>We gaan weer 500 jaar verder. We hebben daar in de loop van de tijd de bewijzen bij gelegd en de Bijbel laat zien dat het inderdaad iedere keer met precisie zo vervuld werd. Weer 500 jaar later zijn we inmiddels voorbij de koningenperiode. Na Salomo kreeg je nog een twintigtal koningen van Juda. Met het Koninkrijk van Juda liep het slecht af in die zin dat ze verbannen werden en in ballingschap gingen naar Babel. Zoals voorzegd hebben ze daar 70 jaar gezeten en 70 jaar lang is Jeruzalem en de tempel verwoest geweest, precies zoals voorzegd door Jeremia.⟨/p> ⟨p>Pal in dat 70e jaar van de ballingschap, maar ook in het 500e jaar na de voltooiing van de tempel en van het paleis van Salomo — precies 500 jaar later — geeft Kores de opdracht om Jeruzalem en de tempel te herbouwen. Dit is om nog een reden een heel belangrijk jaar, omdat we in het jaar 3500 ook zijn gekomen bij het begin van de 70 jaarweken. Daar hebben we uitgebreid bij stilgestaan: de 70 jaarweken zoals die beschreven worden in Daniël 9. Die 70 jaarweken blijken een periode van 500 jaar te zijn. Dat wil zeggen: 70 cycli van sabbatsjaren inclusief de 10 jubeljaren. Dat is in totaal dus 500 jaar. Na 3500, weer 500 jaar verder.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-3" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="648" title="Speel af vanaf 10:48">▶ 10:48⟨/button> ⟨span>Het Jaar 4000: Voleinding van de 70 Jaarweken en Verwerping⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En dan kom je uit in het jaar 4000 van de mens, in het jaar 4000 na de creatie van Adam. Dat is duizend jaar na de voltooiing van de tempel en tweeduizend jaar — ik zou ook kunnen zeggen: na de geboorte van Abraham. Het is maar hoe je het zeggen wilt en vanaf waar je gaat rekenen. Dit was het jaar 4000, het jaar waarin de zeventig jaarweken voltooid werden. Het was ook het jaar waarin Israël, en Jeruzalem meer specifiek als stad en de leidslieden van het volk, officieel niet alleen de Messias kruisigden — dat was drieënhalf jaar eerder — maar ook het evangelie van de opgestane Messias verwierpen. Dat deden zij door Stefanus te doden. Stefanus betekent 'kroon'. Eigenlijk bevestigde Israël hier officieel de moord op de Messias door zijn getuigen, zijn kroongetuigen, te vermoorden. Dat is een mooi woord in dit verband, want de kroongetuigen van de opstanding van de Messias werden omgebracht. Dat was de officiële verwerping van het evangelie.⟨/p> ⟨p>Toen begon er een hele nieuwe periode. Dat was het einde van de zeventig jaarweken en er werd een periode ingeluid die alles te maken heeft met verborgenheid, waarin het Koninkrijk verborgen is. Dat wordt allemaal nog toegelicht, en de grote man die daarover spreekt, is uiteraard de apostel Paulus. Kijk, we hebben daarbij ook vastgesteld — en dat is trouwens het lastigste gegeven, want tot dusver kun je het gewoon allemaal heel Bijbels laten zien — dat er een onzeker element is. Hoewel er hele goede argumenten zijn voor deze conclusie, is het punt of het jaar 4000 precies samenvalt met het jaar 33 of 34 van onze jaartelling. Want die koppeling wilden we toch hebben. Wat betekent dat? Het jaar 4000, het jaar dat Stefanus gestenigd werd, was drieënhalf jaar na de kruisiging van Jezus. Maar in welk jaar was dat dan?⟨/p> ⟨p>Nou, zo omstreden is het nu ook weer niet, alleen als je het helemaal op het jaar nauwkeurig wilt nemen, blijkt daar wat verschil van inzicht over te zijn. Sommigen zeggen dat de Heer Jezus werd gekruiseld in het jaar 30 van onze jaartelling, anderen zeggen 31 en weer anderen 32. Nou ja, daar houdt het ongeveer wel op. Maar goed, we hebben goede argumenten besproken en die ga ik niet nog eens overdoen: we gaan uit van het jaar 30 als het jaar dat de Heer Jezus stierf, opstond en ten hemel voer. Drieënhalf jaar later was het dus zover: in het najaar van 33 begon het jaar 4000. U weet, Joodse of Bijbelse jaren lopen van najaar tot najaar, zoals ook de Joodse kalender dat aangeeft. Vandaar dus 33-34. In het najaar van 33 begon het jaar 4000 en dat liep af in het najaar van 34.⟨/p> ⟨p>Als dat zo is, als het jaar 4000 Anno Hominis samenvalt met het najaar van 33, dan is het niet zo moeilijk om vervolgens door te rekenen. Dan bevinden wij ons nu, in mei 2016, in het jaar 5982. Ik heb me eerder een keertje in de jaren vergist, maar nu heb ik het correct. Je hoeft geen groot rekenkundige te zijn om dit vast te stellen. Dat betekent ook dat als je het jaar 6000 wilt bepalen, je daar evenmin een Einstein voor hoeft te zijn. Als het jaar 4000 samenvalt met het jaar 33, dan valt het jaar 6000 uiteraard 2000 jaar later. Dat is in het jaar 2033 of aflopend in het jaar 2034. Dat is het jaar 6000.⟨/p> ⟨p>Ik wil daar eigenlijk wel een paar dingen over zeggen, maar ik denk dat ik het toch nog eventjes parkeer naar een later moment op de avond. Er gaan namelijk allerlei geruchten de ronde over deze Bijbelstudies, en hoe zou dat toch komen? Ik dacht dat ik me aardig ingedekt had. Je zegt 'reken maar' en dat doe je ook, en ik geef deze dingen aan. Laat ik in ieder geval een paar voorzetjes geven voordat ik daar later op de avond nog wat specifieker op inga. In de eerste plaats: ik ben geen profeet. Ik ben een Bijbelvorser, dat wil ik graag zijn. Ik bestudeer de Schrift en bij een gelegenheid als deze bespreken we dat gewoon met elkaar. Dus ik voorzeg niets, we laten gewoon de Schrift aan het woord. Dat is één ding.⟨/p> ⟨p>Bovendien moet ik erbij zeggen: wat ik vastgesteld heb, is dat als het jaar 4000 samenvalt met het najaar van 33, dan is dat een gegeven. Als dit juist is, dan kan het niet missen dat het jaar 6000 samenvalt met het najaar van 2033. Heb ik daarmee gezegd dat Jezus dan terugkomt? Want dat is het gerucht dat de ronde doet. Nee, dat heb ik niet gezegd. Ik zeg het tegendeel trouwens ook niet, maar dat is niet wat ik gezegd heb. We moeten gewoon correct blijven. Ik denk dat je je hierin heel gemakkelijk kunt vergalopperen en we moeten ons houden aan de Bijbelse gegevens; dat is altijd veilige bodem. Dus ik zeg hier nu: het jaar 6000 in deze berekening komt overeen met het begin van het najaar van 2033 en eindigt in het jaar 2034. Dat is wat ik zeg. Trek daar verder geen conclusies uit.⟨/p> ⟨p>We gaan nu even verder. Ik kom straks later in de avond, als we het over Jozua 3 hebben, hier graag nog even op terug, maar dit moest ik op voorhand even gezegd hebben. Wat ook boeiend en nogal voor de hand liggend is, is dat deze hele lijn, deze cirkel, dit uurwerk, uiteenvalt in drie gelijke delen. Dat wil zeggen: drie keer 2000 jaar. Vanaf de creatie van Adam tot de geboorte van Abraham is 2000 jaar. Van de geboorte van Abraham tot de dood van Stefanus is 2000 jaar, keurig onderverdeeld in vier keer 500 jaar. En dan nog een keertje 2000 jaar vanaf de verwerping van Jeruzalem. U ziet, 2000 jaar later kom je in het jaar 6000 uit. Ik heb er expres dat vraagtekentje bij gezet om u scherp te houden. Waar kom je dan uit? Aan het einde van de 6000 jaren. Dat is in ieder geval een mijlpaal, een jubileum, toch?⟨/p> ⟨p>Ik heb daar trouwens eens naar gekeken, maar u zegt misschien: dat wist ik al lang. Nou, dan wist u meer dan ik, maar ik weet het nu dus ook. Ik ben gek op etymologie, op het herleiden van woorden. Er gaat bijna geen dag voorbij of ik kijk in een etymologisch woordenboek waar een woord van afgeleid is. Ons woord 'jubileum' komt inderdaad rechtstreeks van het woord 'jubeljaar'. Het komt zelfs uit het Hebreeuwse 'jovel'. Trouwens, 'jovel' is ook Jiddisch; als iets 'jofel' is, dan is het prima. Dat is Bargoens of Jiddisch, maar in ieder geval is het een Hebreeuws woord dat in de Bijbel diverse keren wordt gebezigd. Daarvan is het woord 'jubel' afgeleid.⟨/p> ⟨p>Een jubileum komt eigenlijk van het jubeljaar. Strikt genomen is het alleen een jubileum als je 50 jaar getrouwd bent, want dat is het vijftigste jaar. Maar wij hebben het veel breder getrokken en een jubileum is tegenwoordig gewoon een markante datum of een markant jaar. Dat kan na twaalfenhalf jaar zijn, na vijfentwintig jaar, of na veertig of vijftig jaar. Zulke ronde getallen, dat zijn jubilea. Welnu, het jaar 6000 — dat kan ik u wel verklappen — is in ieder geval een enorm jubileumjaar. Dat mag wel gezegd worden. Een zesde millennium wordt daarbij afgesloten en een zevende millennium vangt aan. En dat lijkt me toch erg markant.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-4" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1277" title="Speel af vanaf 21:17">▶ 21:17⟨/button> ⟨span>Zesduizend Jaar Komen Overeen met 120 Jubeljaren⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Dan ga ik u nog wat vertellen. En dan kom ik ook meteen bij de ondertitel van de eerste dia. Zes millennia, zoals ik verteld heb, komen overeen met zestig keer honderd jaar, oftewel zestig eeuwen. Maar je kunt het ook nog in kleinere segmenten onderverdelen, namelijk in jubeljaren. Een eeuw bestaat uit twee jubeljaarcycli. Een jubeljaar is het vijftigste jaar, dus in een eeuw heb je twee jubeljaren. Dat betekent dat je in een verloop van zesduizend jaar — zestig eeuwen — het dubbele aantal jubeljaren hebt: 120 jubeljaren.⟨/p> ⟨p>Dat is boeiend en heel interessant, want we zagen dat die zes millennia onderverdeeld zijn in drie gelijke segmenten van drie keer tweeduizend jaar. Als ik dat onderverdeel in jubeljaren, krijg je dus drie keer veertig jubeljaren. Bent u er allemaal nog? Drie keer veertig jubeljaren is in totaal honderdtwintig jubeljaren.⟨/p> ⟨p>Waar herkent u dat getal van? Ik weet eigenlijk niet zeker of ze het in Polen ook zo zeggen — ik breng dat ter sprake omdat ik een paar avonden in de week lesgeef aan Poolse mensen — maar als zij jarig zijn, uiten ze vaak de felicitatie dat je 120 jaar mag worden. In ieder geval zeggen ze dat onder de Joden: dat je 120 mag worden. Ik zie Therese bevestigend knikken, dus het zal wel zo zijn dat je 120 mag worden. En 120 jaar was de leeftijd van Mozes.⟨/p> ⟨p>Laten we daar eens op inzoomen. Mozes is 120 jaar geworden, dat lezen we in Deuteronomium 34 vers 7. Ik ga dat vers nu niet opzoeken, maar u kunt het daar terugvinden. Het boeiende is dat zijn leven is verdeeld in drie keer veertig jaar. Hij werd uit het water getrokken. Ik zeg het expres zo, want dit is precies wat zijn naam betekent: Mozes. Zij noemden hem Mozes, want hij was uit het water getrokken. Die logica ontgaat ons in het Nederlands volkomen, maar in de taal waarin hij aangesproken werd en die naam kreeg, was dat gewoon de betekenis van die naam: uit het water getrokken.⟨/p> ⟨p>Dat is leuk. Nog iets leuks: zoals elk kind op de zondagsschool kan vertellen, lag hij in een biezenmandje. In onze vertalingen wordt meestal gesproken over een biezenmandje, maar er staat eigenlijk een biezen ark, of een kist. Eigenlijk moet je gewoon zeggen: een kist. Het woord dat in Exodus vertaald wordt met mandje, komt verder alleen voor in Genesis en één keer in Exodus, namelijk in de geschiedenis van Mozes en de geboorte van Mozes waar hij gevonden wordt door die Egyptische prinses. Verder komt het alleen in Genesis voor, en wel in Genesis 6, 7 en 8: in de geschiedenis van Noach. Noach moest geen mandje bouwen; daar zie je dat het woord mandje niet deugt. Dat woord wordt consequent vertaald met ark, behalve die ene keer. Het is één Hebreeuws woord en dat woord ark betekent gewoon een kist. Een biezen kistje, het verkleinwoord daarvan. Ik ben met name vertrouwd met de NBG-vertaling, maar hartelijk dank voor deze toelichting vanuit de zaal; dan hebben we in ieder geval de Statenvertaling even van blaam gezuiverd.⟨/p> ⟨p>Gewoon een kist. Hij lag dus eigenlijk in een ark, een kist; hetzelfde woord als waarin Noach zich bevond — eigenlijk de hele overlevende mensheid destijds. En daar werd hij uitgetrokken. Denk daar eens over na, straks plaats ik het in perspectief. Zijn leven is verdeeld in drie keer veertig jaar. De eerste veertig jaar groeide hij op in het huis van de farao, nadat hij uit het water getrokken was en daar zijn naam aan ontleende. In Handelingen 7 vers 23 staat letterlijk dat hij, toen hij veertig jaar was, begon om te zien naar zijn broeders, de kinderen Israëls. Die eerste veertig jaren was hij dus in Egypte.⟨/p> ⟨p>Vanaf zijn veertigste begon hij om te zien naar zijn broeders en dat kwam hem meteen zwaar te staan. Het werd de aanleiding dat hij ging vluchten naar het buitenland, naar het land Midian. Maar goed, dat had ook weer veel moois, want hij vond daar zijn vrouw, Sephora, en hij werd daar voorbereid op zijn grote taak. Die tweede veertig jaren worden gekenmerkt door het feit dat hij omzag naar zijn broeders, de kinderen Israëls.⟨/p> ⟨p>Dan hebben we nog een derde periode van veertig jaren waarin zijn leven verdeeld is. Die begon bij de uittocht uit Egypte, zoals dit plaatje aangeeft: de doortocht door de Rode Zee. Eigenlijk een weg dwars door de dood heen; de verlossing uit Egypte. Dat is ook een periode van veertig jaren geweest waarin Mozes het volk leidde. Hij was de leidsman van Israël, maar niet de volleinder. Denk aan Hebreeën 12, waar we lezen over 'laat ons oog alleen gericht zijn op Jezus'. In het Hebreeuws zou je ook kunnen zeggen op Yeshua, of Joshua. In het Grieks zijn dat zelfs exact dezelfde namen. Laat ons oog alleen op Hem gericht zijn; Hij wordt de overste Leidsman genoemd, wat Mozes ook was.⟨/p> ⟨p>Maar wat Mozes niet was en Joshua wel, wordt verenigd in de bedieningen van Degene op wie ons oog uitsluitend gericht zou zijn, zoals de Hebreeënbriefschrijver zegt: Degene die de taak afmaakt. De Volleinder is Degene die de klus klaart, afmaakt en voltooit, en die het volk daadwerkelijk inbrengt in het beloofde land: Joshua. Mozes heeft het beloofde land gezien vanaf de berg Nebo, maar hij mocht er niet binnengaan. U kent de redenen; hij sterft daar. Dat is de afsluiting van wederom een periode van veertig jaren in zijn leven. Drie keer veertig jaar: de eerste veertig jaar aan het hof, nadat hij uit het water getrokken was; de tweede veertig jaar waarin hij omzag naar het volk van Israël en om die reden moest lijden; en de derde veertig jaar die begonnen bij de verlossing en de uittocht. Nu zegt u: dat is leuk, maar wat bedoel je hier nou mee te zeggen?⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-5" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1820" title="Speel af vanaf 30:20">▶ 30:20⟨/button> ⟨span>De Drie Levensfasen van Mozes als Profetische Tijdlijn⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Kijk, ik leg nu weer even die tijdlijn, dat uurwerk van de zes millennia, ernaast. Ik koppel die zes millennia, die onderverdeeld zijn in drie keer 2000 jaar – oftewel drie keer veertig jubeljaren – aan het leven van Mozes, die 120 jaar oud werd. Dat is, zoals ik al eerder liet zien, een prachtig beeld.⟨/p> ⟨p>Op precies dezelfde wijze als die zes millennia is ook het leven van Mozes onderverdeeld. Eerst krijg je de eerste veertig jaren. Typologisch komen die overeen met de eerste 2000 jaar, de eerste veertig jubeljaren. Dat blijkt ook wel, want wat is het meest karakteristieke van die eerste 2000 jaar? Dat is de geschiedenis van de ark, de dagen van Noach. Noach is de naam die staat voor zowel de tijd voorafgaand aan de zondvloed als de tijd na de zondvloed, de pre-zondvloed en de post-zondvloed. Hij heeft immers ook nog een geruime tijd na de zondvloed geleefd. De eerste veertig jaren van het leven van Mozes komen overeen met die eerste veertig jubeljaren, die eerste tweeduizend jaren. Hij werd uit het water getogen, uit het water getrokken en uit het water verlost. Dat zijn de eerste veertig jaren. Die periode loopt vanaf Adam tot aan de dood van Noach: met recht de dagen van Noach.⟨/p> ⟨p>Dan krijg je de tweede veertig jubeljaren, of als het gaat over Mozes: de tweede periode van veertig jaar in zijn leven. Dat is de tijd waarin hij omzag naar de kinderen Israëls. Het is de periode waarin Israël nog steeds in slavernij was. Hoort u wat ik zeg en ziet u ook meteen hier de connectie? In deze studieserie hebben we ons grotendeels beziggehouden met deze 2000 jaar, omdat de Bijbelse geschiedenis nu eenmaal voor het verreweg grootste gedeelte gevuld wordt door deze periode. Die periode was ook zo keurig onderverdeeld in vier keer 500 jaar, weet u nog? Daar hebben we ons heel uitgebreid mee beziggehouden. Maar het zijn de dagen, de periode, de termijn van de twee millennia of de veertig jubeljaren waarin God omzag naar Zijn volk Israël. Het volk was nog steeds in slavernij, en dat is precies wat karakteristiek is voor deze tijd. Het is de periode vanaf Abram, maar ook grotendeels de periode van Israël onder de wet. De Bijbel zegt dat dit een periode van slavernij is. U zegt misschien: een periode van kindschap? Oké, maar Paulus zegt dat zolang een kind onmondig is, het in niets verschilt van een slaaf. Dat was slavernij, gebukt onder een juk dat ze niet konden dragen. Dat is Israël onder de wet in die tweede veertig jaren.⟨/p> ⟨p>Ik moet er ook aan denken dat aan het einde van die periode Mozes geroepen wordt. Hij bevond zich bij de berg Gods en daar was een brandende braamstruik. De struik zat vol dorens en brandde, maar werd niet verteerd. Feitelijk was dat een beschrijving van het volk Israël in die dagen. Al de tijd dat Mozes in het buitenland was, omdat hij had omgezien naar de kinderen Israëls, was het de tijd dat Israël in de verdrukking was, in de vlammen. Maar niettemin werd het door God op wonderlijke wijze bewaard. Dat is de uitdrukking van die brandende braamstruik: brandend, in verdrukking, in lijden en moeite, maar niettemin goddelijk bewaard. Dat is de brandende braamstruik. Het eerste wat God dan ook zegt als Hij Mozes vanuit die braamstruik roept, is: "Ik heb zeer omgezien naar de ellende van Mijn volk." Dat is deze tweede periode van veertig jaren of veertig jubeljaren.⟨/p> ⟨p>En dan krijgen we nog een derde periode van veertig jaar. Als we het over Mozes hebben, is dat de periode waarin het volk weliswaar verlost was, maar zich nog steeds in de woestijn bevond. Dat komt precies overeen met onze tijd, de tijd vanaf de Heer Jezus Christus, bijna 2000 jaar geleden. De verlossing is daar, er is een weg door de dood gecreëerd – door de Rode Zee – maar we zijn nog steeds niet op de plaats van bestemming. Dat is karakteristiek voor de laatste fase in het leven van Mozes, die derde fase van veertig jaren. Dat komt dus inderdaad overeen met de geschiedenis van de mensheid in deze zes millennia: drie keer veertig jaren, of drie keer veertig jubeljaren.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-6" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2211" title="Speel af vanaf 36:51">▶ 36:51⟨/button> ⟨span>Genesis 6 Vers 3: de Mensheid Krijgt 120 Jaren Toebedeeld⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Het is een woord in Genesis 6 en die tekst is nogal cryptisch. Daar zijn we in deze serie trouwens al meer voorbeelden van tegengekomen. We zagen dat Hosea ook zegt: "na twee dagen keert de Heer terug tot zijn volk." Dat was ook cryptisch, maar Goddank, de Schrift legt zichzelf uit. Of de ene Schrift legt de andere Schrift uit. Geen profetie der Schrift heeft een eigen uitlegging. Nee, weet u hoe het is? Profetieën der Schrift leggen elkaar uit. Dat is het mooie van het Woord van God.⟨/p> ⟨p>In Genesis 6 vind je die termijn van 120 jaren ook en ik wil u daar even mee naartoe nemen. Ik heb de interlineair er voor het gemak even bij gezet. Daar lees je woorden die we aantreffen vlak voor de beschrijving van de zondvloed waar ik het zojuist over had. En dan staat er: "De HERE zei: Mijn Geest zal niet altoos in de mens blijven." Dit is de wijze waarop de NBG dat weergeeft. Letterlijk staat er in de Statenvertaling — dat weet ik toevallig nu wel — "Mijn Geest zal niet altoos twisten met de mens." Maar hier staat eigenlijk het woord "recht verschaffen", "rechten" of "richten". Dit woord wordt daarvoor gebruikt. Je ziet hier trouwens ook nog het woordje "rechter". Letterlijk staat er: "Mijn Geest zal niet rechten tot aan de aeon in de mens", of te midden van de mensheid. Dan krijg je die gedachte: Mijn Geest zal niet rechten, twisten, recht doen aan of berechten tot aan de aeon in de mens of te midden van de mensheid.⟨/p> ⟨p>Laat ik eerst nog even verder lezen, zodat we de hele zin goed zien. Dat is wat God tegen wie zegt? Dat staat er niet eens. Er wordt niet expliciet gezegd dat het tegen Noach gezegd wordt, al zou het kunnen. "En de HERE zeide: Mijn Geest zal niet rechten tot aan de aeon in de mens... of te midden van de mensheid. Nu zij zich misgaan hebben, hij is vlees." Dat is een hele vrije weergave. In de Statenvertaling staat: "dewijl hij ook vlees is." Dewijl — met een 'e' tussen de 'd' en de 'w' dus. 'De-wijl' heeft niks met een dweil te maken, maar dat betekent: daarom. Ik geloof dat ik iets overbodigs zeg, maar: daarom dat hij ook vlees is. Dat is gewoon wat de mens is.⟨/p> ⟨p>"Zijn dagen zullen 120 jaar zijn." Wiens dagen? Nou, die van de mens of van de mensheid. Dat hangt ervan af hoe je dat weergeeft. De mens kan individueel opgevat worden, maar ook als collectief. Als ik het heb over de mens die hier op aarde woont, dan bedoel ik ook de mensheid, gewoon de mens als soortnaam. Dus dat hangt er even om. Maar in ieder geval: de mens of de mensheid, en dan wordt er gezegd dat zijn dagen 120 jaar zullen zijn.⟨/p> ⟨p>Er is een hele bekende uitleg daarvan en ik snap niet hoe die zo bekend heeft kunnen worden, omdat ik hem altijd al absurd heb gevonden. Dat is de uitleg dat hiermee gezegd zou zijn dat de mens vanaf dit moment, of voortaan, niet ouder zou worden dan 120 jaar. Dat 120 eigenlijk de bovengrens is, de limiet, en dat de mens die niet zou overschrijden. Aan de ene kant begrijp ik wel waarom men die uitleg kiest, omdat je maar weinig mensen aantreft die ouder zijn dan 120 jaar. In die zin klopt het nu wel. We zeggen altijd wel: wat wordt een mens tegenwoordig toch oud, maar ja, dat is ook maar net hoe ver je terugkijkt natuurlijk.⟨/p> ⟨p>Maar goed, die uitleg vind ik absurd, gewoon vanuit Bijbels perspectief. Want alleen Noach werd al zoveel ouder, en zelfs later na de zondvloed werd iemand als Abram 175 jaar. Dat staat in Genesis 25. Hij werd 175. En zelfs zijn kleinzoon is ook nog 147 geworden. Het is wel zo dat die leeftijden in het boek Genesis in een rap tempo zakken; als je er een statistiek op los zou laten, dan zou je echt zien dat in een relatief kort tijdsbestek de leeftijden enorm afnemen. Dat wel, maar het verhaal dat een mens niet ouder zou worden dan 120 jaar en dat dat dan gebaseerd zou zijn op Genesis 6 vers 3, dat kan er echt niet mee door. Die moeten we fout rekenen. Dat doen we dan ook gewoon bij dezen.⟨/p> ⟨p>De vraag is dan: wat betekent deze tekst dan wel? De andere uitleg is dat na 120 jaar de zondvloed zou losbarsten. Dat kan. Het staat er niet expliciet. Eigenlijk staat er gewoon dat de Geest niet altoos zou berechten of de mens zou richten, omdat hij vlees is, en zijn dagen worden als het ware gelimiteerd. Er wordt 120 jaar aan de mensheid gegeven. Na 120 jaar wordt het pleit van de mensheid beslecht; dat wil zeggen dat het berechten dan ophoudt. Dat kun je dan betrekken op de zondvloed: na die 120 jaar zou de zondvloed aanbreken. Zo staat het er niet letterlijk, het kan wel, maar het kan ook gewoon over de mensheid in het algemeen gaan.⟨/p> ⟨p>Ik zou niet weten waarom ik zou moeten kiezen tussen beide opties. Namelijk dat de mensheid op de een of andere manier 120 jaren toebedeeld krijgt. Dat zou in de primaire zin gewoon letterlijk 120 jaar kunnen zijn, maar het kunnen ook gewoon een speciaal soort jaren zijn. Dat type jaren kennen wij inmiddels: aan de mensheid worden 120 jaren toebedeeld. Met wat we tot dusver hebben gezien van die zes millennia, is dat niet zo moeilijk voor te stellen. Want inderdaad, zes millennia, dat zijn honderdtwintig speciale goddelijke jaren. Namelijk: honderdtwintig jubeljaren worden aan de mens gegeven. Tot die tijd is de mens vlees en de Heer zegt: "Ik blijf niet aan de gang met het berechten van de mens. Honderdtwintig jaren, dan is het goed."⟨/p> ⟨p>Ik zou niet weten, nogmaals, waarom ik tussen beide uitleggingen zou moeten kiezen. Het klopt namelijk enorm met wat we tot dusver hebben gezien: dat na zes dagen de zevende dag volgt, de shabbat, de Dag des Heren, het grote millennium. Wel, dat komt overeen met 120 jubeljaren. Dus die link met Genesis 6 vers 3 vind ik bijzonder sterk. Daarom noem ik hem ook en geef ik hem ter overweging mee. We gaan inderdaad verder.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-7" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2724" title="Speel af vanaf 45:24">▶ 45:24⟨/button> ⟨span>Jozua 3: de Ark Des Verbonds als Type van Christus⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Ik maak nog even een begin met dit deel, anders wordt het toch weer een beetje stoeien met de klok. Ik begin nu met deze fase en dat sluit trouwens prachtig aan bij wat we tot dusver hebben gezien. Want hoe was het? We hebben het tot dusver gehad over het leven van Mozes: drie keer veertig jaren. En wat krijgen we na Mozes? Mozes sterft. De leidsman sterft en vervolgens krijg je de volleinder, en dat is Jozua. En wat doet Jozua? Die brengt het volk in het land. Dus wat ik nu ga bespreken aan de hand van Jozua 3, dat sluit direct aan bij wat ik tot dusverre heb gezegd.⟨/p> ⟨p>Laten we eens naar die geschiedenis toegaan waarin dat beschreven wordt, in Jozua 3. Daar staat dit: "Toen stond..." Is dit Jozua 3 of is het Jozua 2? Ik zit ineens te kijken; ik moet wel zuiver blijven natuurlijk. Ja nee, het is Jozua 3. Er staat in vers 1, en dat blijft een mooie natuurlijk, zoals die naam beschreven staat: "Toen stond Jozua des morgens vroeg op." Zie daar het Evangelie! Dat zou je op het eerste gezicht niet zo gedacht hebben, maar ach, als je de boodschap van het Nieuwe Testament kent, dan weet je het toch? Wij kennen de Volleinder van het geloof: Jehoshua, oftewel: "Jahweh redt". Hij heeft exact dezelfde naam. En waarom is hij de grote Redder? Waarom is hij het embleem van God die Redder is? Wel, omdat hij ooit des morgens vroeg opstond. Het was nog bij de Jordaan ook, maar goed, daarover hebben we het nog.⟨/p> ⟨p>Dan staat er: "Toen stond Jozua des morgens vroeg op en hij en al de Israëlieten braken op van Sittim." Ik ga er nu even aan voorbij wat dat was en wat daar allemaal nog mee van doen heeft. "En zij kwamen tot aan de Jordaan," de grens van het beloofde land. Daar overnachtten zij voordat zij overtrokken. "Na verloop van drie dagen..." Ja, over die drie dagen hoef ik nu verder niet zoveel meer over te zeggen, maar goed, denk er maar eens over na. Gingen de opzieners de legerplaats door en er staat: "Zij gaven het volk dit bevel: Zodra gij de ark des verbonds van de HERE, uw God, ziet..."⟨/p> ⟨p>Nou hou ik even stop, want ik wil eventjes hierop inzoomen. Hier wordt iets gezegd tegen het volk: "Zodra jullie de ark van het verbond zien." Op het moment dat het volk die ark gaat zien, dan gaat er iets heel bijzonders gebeuren. Namelijk, dan zullen ze ook de oversteek gaan maken en hun intrede doen in het beloofde land. Dat kan ik u alvast nu verklappen: dat zal zijn zodra zij, het volk, de ark van het verbond zullen zien.⟨/p> ⟨p>Nu eventjes nog iets anders: die ark van het verbond, waar spreekt dat van? Dat hoeft niet te verbazen; we waren meteen in vers 1 al op het goede been gezet. Dat kan trouwens nooit missen. Toen stond Jozua des morgens vroeg op. Maar waar spreekt die ark nou van? Het is een type van Christus. Als u het niet geloven wilt, dan moet u maar eens een keertje naar Hebreeën 9 vers 4 en 5 gaan, waar ik hiernaar verwijs. Daar wordt er nog bij gezegd wat er allemaal met die ark aan de hand was.⟨/p> ⟨p>Want die ark — overigens moet ik er wel even bij zeggen dat het woord 'ark' wat hier gebruikt wordt, een ander woord is dan wat we tegenkomen in Genesis en in verband met de geschiedenis van Mozes; dat is een ander woord — maar hij is een type van Christus. Je leest van de ark: het was een houten kist, maar dat zag je niet. Het was een houten kist, dat wil zeggen dat het gewoon uit de aarde voortkwam en in die zin ook als zodanig vergankelijk was. Hout is feitelijk ook een beeld van de mensheid: uit de aarde afkomstig en vergankelijk. Dat is wat hout is. Maar het bijzondere van deze kist was, van deze ark: het was overtrokken met goud. En goud is daarentegen... De woorden 'hout' en 'goud' lijken als twee druppels water op elkaar in klank, maar er zit een wereld tussen. Hout is zo vergankelijk als wat, maar goud daarentegen is onvergankelijk. Dat is waarom het ook een edelmetaal is; dat wil zeggen dat het zich niet laat verbinden met zuurstof. Het is onvergankelijk, het roest niet.⟨/p> ⟨p>De ark was overtrokken met goud, met Gods heerlijkheid. En die ark spreekt van de Heer Jezus Christus. Een vergankelijk mens, jawel, maar Hij is bekleed met eer en met heerlijkheid. Hij heeft onvergankelijkheid aangedaan. Hij die stierf, stond op uit de doden en Hij heeft glorie gekregen. Hij is overtrokken met goud en Hij is onvergankelijk. Dat is het eerste. Bovendien is het meest kenmerkende, en meest bekende trouwens ook van die ark in het algemeen, dat het de plaats was waar het bloed gesprenkeld werd. De plaats die het verzoendeksel wordt genoemd, waar de hogepriester eens per jaar bloed op sprenkelde. Dat was de centrale plaats waar eigenlijk ook de verzoening plaatsvond. Alles in het hele heiligdom verwees naar dit centrum. Wel, dat lijkt me toch niet zo moeilijk: daar waar het bloed van verzoening terechtkwam, daar waar de verlossing feitelijk ook tot stand komt. Afijn, de connectie met Christus, Degene die stierf, ligt er natuurlijk duimendik bovenop.⟨/p> ⟨p>Weet je wat er trouwens ook nog aan die ark verbonden was? Ik zeg dit allemaal om de dingen even helder te krijgen, want deze hele geschiedenis van de doortocht door de Jordaan ontleent zijn betekenis juist ook aan de grote betekenis die gegeven wordt aan die ark. Die moest worden nagevolgd. Zodra het volk die ark zou zien, dan zouden ze inderdaad die ark na gaan volgen en het beloofde land ingaan.⟨/p> ⟨p>Maar de staf van Aäron die gebloeid had, bevond zich ook in die ark, of was daarmee verbonden. U weet: dat was die staf die amandelbloesem voortbracht. Dat wil zeggen: het leek een dodenstaf, maar er kwam leven uit voort, amandelbloesem zelfs. Dat spreekt van een dood waaruit het leven voortkomt, overwinning op de dood. En als u de ene lijn zou missen, dan is er nog helemaal niks aan de hand, want dan is er altijd nog die andere lijn die je uiteindelijk op hetzelfde spoor brengt. Want er was nog iets: namelijk de gouden kruik met manna. Een kruik op zich is in de Bijbel in het algemeen een beeld van vergankelijkheid, een aardevat. Maar dit was geen aardevat, het was een gouden kruik. Dat wil zeggen dat het gaat over opstanding; het lichaam van de opstanding dat goud is. Ook een vat, maar dan van goud. En wat bevindt zich daarin? Wat is het meest karakteristieke van het opstandingslichaam? Daar bevindt zich levend woord in: de gouden kruik met manna.⟨/p> ⟨p>Er was nog iets in, namelijk de tafelen met het verbond — vandaar ook de ark van het verbond. De beschreven tafelen: Gods wil. "Uw wil is in mijn binnenste," zegt de psalmist in een Messiaanse psalm. De ark: daar was de wil van God ingeschreven in het binnenste. Dat is toch een geweldig type ook weer van de Messias.⟨/p> ⟨p>En dan laat ik als laatste nog een andere noemen. Die ark, wat was de woonplaats? Wat was de eigenlijke locatie waar hij thuishoorde? Wel, in het heilige der heiligen, in het binnenst heiligdom. Waar kennen wij... Wat is het meest karakteristieke van de positie die onze Heer Jezus Christus gekregen heeft? Gekroond met eer en heerlijkheid, onvergankelijkheid heeft Hij aangedaan, nieuw leven aan het licht gebracht. En waar is Hij nu? Ontrokken aan het oog, achter het voorhangsel in het binnenst heiligdom. Dáár is Hij. Dus die ark in al zijn onderdelen — ik stip zomaar even een paar dingen aan om u in ieder geval houvast te geven en om het bewijs te leveren dat deze ark spreekt en een type is van Christus — wel, dat zie je hier onmiskenbaar: "Zodra gij die ark van het verbond van de HERE, uw God, ziet."⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-8" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3311" title="Speel af vanaf 55:11">▶ 55:11⟨/button> ⟨span>De Weg Door de Doodste Jordaan en de Priesters Voorop⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Goed vrienden, laten we de draad weer even oppakken waar we hem in Jozua 3 voor de pauze hebben losgelaten. We hadden het over de ark; dat was het laatste wat we gezien hebben. Israël gaat na die drie keer veertig jaren van Mozes het land binnen. En dat zouden ze doen op aanwijzing van Jozua, die des morgens vroeg opstond. Zodra men die ark zou zien — en ik heb het al aangegeven: die ark is een type van de Heer Jezus Christus, dat kan niet missen — wel, zodra men die Ark van het Verbond van de HERE ziet, en de Levitische priesters die haar dragen... Ja, want het was eigenlijk een elitekorps, als ik het zo mag zeggen, dat daaraan voorafging aan het volk en de ark droeg.⟨/p> ⟨p>Waar ik dan aan denk? Dat zijn wij gewoon. Dat is een type van de Ecclesia die, verbonden met Christus, vooropgaat. Dat is een prachtig onderwerp. Die priesters zijn zij die verbonden zijn met Christus en Hem hooghouden. Wat vindt u daarvan, van die term? Denk daar maar eens over na. Het zou te ver voeren om daar nu dieper op in te gaan, maar ik zie deze priesters die de ark omhooghouden en vooropgaan aan het volk Israël als een type van de huidige Ecclesia.⟨/p> ⟨p>Wanneer u die ark ziet, hooggehouden door de priesters, de Levitische priesters, dan zult u ook van uw plaats opbreken. Dat wil zeggen: dat is het startsein voor het volk. En u zult achter de ark, gedragen door de priesters, aantrekken. Dat wil zeggen dat Israël dezelfde weg zal gaan als haar Messias. Dat is wat het in type uitbeeldt. Mozes is overleden en nu gaat het volk het beloofde land in door de weg van de Jordaan.⟨/p> ⟨p>Het lijkt mij niet zo moeilijk om in te zien dat die Jordaan een schitterend type is van de dood waar die overwonnen wordt. De weg door de Jordaan... het is zelfs een uitdrukking die niet onbekend is: 'de doodste Jordaan'. Hoewel ze niet eens in de Bijbel voorkomen, is dat een algemeen bekende typologie: de weg door de Jordaan. Ik zal u de details besparen, maar ik zou zo een Negro spiritual kunnen noemen: 'Joshua'... hoe ging die ook alweer? Die zo door de Jordaan ging. In ieder geval is die weg in de Jordaan altijd een type van de dood. En eigenlijk het meest karakteristieke is: als men de Jordaan ingaat, dan komt men er ook weer uit.⟨/p> ⟨p>Waarom denkt u dat Johannes daar doopte? Ja, natuurlijk, omdat dat de plaats is waar men bedoeld ingaat, maar er vooral — dat is het punt — weer uit opstaat. Het is een kolossaal, groots onderwerp. Je zou dat ook eens aan Amon kunnen vragen, wat er allemaal gebeurde in de Jordaan. Afijn, als zij die ark zien, dan zouden zij daar achteraan gaan. Eerst gaat de ark door de Jordaan, door de weg van de dood, en Israël volgt die Messias. Ze leggen exact hetzelfde traject af; ze volgen hetzelfde traject als hun Messias. En nu komen we...⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-9" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3583" title="Speel af vanaf 59:43">▶ 59:43⟨/button> ⟨span>Israël Volgt Haar Messias op een Afstand van 2000 Ellen⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Over de chronologische link: waarom ik het nu ook ter sprake breng. Want er wordt heel uitdrukkelijk gezegd dat er een afstand is tussen de ark, die de weg door de Jordaan gaat, en het volk. Israël volgt haar Messias, maar dat doet ze niet direct, op de voet volgend. Nee, er wordt heel uitdrukkelijk gezegd dat er een afstand zou zijn tussen die ark en het volk. Dus Israël gaat het beloofde land binnen na die drie keer veertig jaar, om het zo te zeggen. Ze volgt haar Messias, maar op afstand.⟨/p> ⟨p>"Er zij echter tussen u en haar een afstand van ongeveer tweeduizend ellen lengte." Nu hoop ik maar niet dat u de — welke vertaling was dat ook alweer, The Good News Bible? — daar staat: "about 1000 meters", of ongeveer een kilometer. Ik heb diverse vertalingen die zo "behulpzaam" zijn om te zeggen: "Ja, wij kennen geen ellen meer, dus we maken daar gewoon meters van." Maar dan ben je meteen de hele clou kwijt. Het gaat juist om wat een el is; dat is helemaal niet zo’n precieze maat. Het is dit, of het is dat. Dus het gaat eigenlijk niet zozeer om die lengtemaat, het gaat erom dat het er 2000 zijn, ongeveer.⟨/p> ⟨p>Dat is ook de opstap die ik nog even wilde maken, de aangekondigde opmerkingen. Want kijk, het is natuurlijk niet moeilijk dat we hier de link weer tegenkomen met wat we een paar avonden eerder hebben gezien: Hosea 6. Ik heb het vanavond ook al een of twee keer genoemd: dat Israël hersteld zou worden, in het land terecht zou komen, en dat haar Messias zou komen. En dat zou zijn na twee dagen. Dat is het grote gegeven dat de Schrift ons levert: wanneer zal Israël hersteld worden? Wanneer komt de Heer terug?⟨/p> ⟨p>En dan ben ik heel vrijmoedig en dan zeg ik: dat zal zijn na twee dagen. Wilt u dat precies weten? Wat bedoel ik dan met "na twee dagen"? Wel, op de derde dag. Maar wat bedoel je dan met een "dag"? Nou, daar hebben we het dus uitgebreid over gehad. Petrus zegt: "Dit ene mag u niet ontgaan, geliefden." Juist dan heeft hij het er ook over: wanneer komt de Heer terug? Waarom duurt het zo lang? Dat is allemaal omdat het de mensen ontgaat wat voor de Heer een dag is. En dan zegt hij zelfs — hij herhaalt het: één dag is als duizend jaar. Dus met andere woorden: de Heer komt terug na twee millennia, na 2000 jaar. Dat is eigenlijk wat ik in deze studieserie natuurlijk ook iedere keer naar voren heb gebracht.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-10" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3791" title="Speel af vanaf 01:03:11">▶ 01:03:11⟨/button> ⟨span>Waarschuwing: Rekenen met de Schrift, Niet Fixeren op Jaartallen⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Betekent dat iets? Want kijk, nu kom je meteen op dat verhaal dat rondzingt. Dat begrijp ik heel goed, maar ik wil er toch eventjes voor waarschuwen: men wil al te duidelijk een jaartal neerzetten voor wanneer de wegrukking zou zijn of wanneer de wederkomst voor Israël zal plaatsvinden. Natuurlijk kun je die berekening heel gemakkelijk maken. Kijk, als je zegt: de Heer verliet het aardse toneel in het jaar 30 en na twee dagen komt Hij terug – dat is dus na 2000 jaar – dan kom je uit in het jaar 2030. Of je gaat uit van drieënhalf jaar later. In het jaar 33 werd Stefanus gestenigd, en nog 2000 jaar later kom je dus uit in het jaar 2033. Mag je die jaartallen noemen? Ik heb ze nu al diverse keren genoemd, daar ontkom je gewoon niet aan. Dat is een kwestie van rekenen.⟨/p> ⟨p>Maar nu wil ik wel iets zeggen: kijk ermee uit om te beweren dat het dus in 2030 zal plaatsvinden of drieënhalf jaar later in 2033. Kan dat niet? Jazeker, dat kan heel goed. Is dat waarschijnlijk? Dat is aan u. Ik lever de schriftuurlijke gegevens en het is aan u om daar volwassen mee om te gaan en niet te gaan zeggen: 'In dat jaar zal het zijn.' Ik heb genoeg aan deze aanduiding: 'na twee millennia'. Strikt genomen betekent dat helemaal niet dat het dus meteen in 2030 zou moeten gebeuren, toch? Als Hij in 2040 of 2050 zou komen, is het nog steeds na twee millennia. Dus ik zou het hier niet direct ergens aan vast willen knopen. Nu zegt u: 'Ja, maar het is wel heel suggestief wat je in deze serie hebt gezegd, want het is iedere keer wel akelig precies allemaal.' Oké, maar nogmaals: rekenen met deze dingen is één ding, we rekenen met de Schrift, maar ik hoop niet dat u zich fixeert op jaartallen.⟨/p> ⟨p>Dat heeft ook zijn redenen, puur uit persoonlijke ervaring. Ik weet dat er heel wat mensen hier in de zaal zitten die net zo goed die ervaringen hebben: dat je je enorm vergaloppeert op het noemen van jaartallen. Of dat je je daarop fixeert of zegt: 'Dan zal het zijn.' Dat kan ik niet zeggen. Ik weet dat de Heer na twee dagen zal terugkeren en ik weet ook dat Hij in het jaar 30 deze aarde verliet. Dat weet ik. Oké, na twee millennia komt Hij terug, daar rekenen we mee. Maar om dat te fixeren op een precies jaartal... Er is nog een reden waarom ik dat nu eventjes in dit verband gezegd wil hebben. Want er staat: 'Er zij een afstand van ongeveer 2000 ellen.' Dat is nog een aanleiding om te zeggen: dat hoeft dus niet per se precies te zijn.⟨/p> ⟨p>Kijk, er is namelijk een groot gevaar aan verbonden als je zomaar een conclusie trekt die misschien wel logisch lijkt, maar je daar vervolgens helemaal op vastpint. Laat ik drie gevaren noemen die echt niet denkbeeldig zijn. Het eerste gevaar is – en dat is het minst belangrijke – dat als ik zoiets zou beweren, ik mezelf vergaloppeer. Want ik trek een conclusie uit iets wat niet per se zo gelezen hoeft te worden. 'Na twee millennia' betekent na precies 2000 jaar; dat kan, maar het hoeft niet. Maar als ik het wel stellig zou beweren, dan gooi ik mijn eigen geloofwaardigheid daarmee te grabbel. Want als het dan 2031 is, dan zegt u: 'Haha André, je zat er mooi naast!' Nou, nogmaals, dat is het minst erg, want dat is mijn probleem.⟨/p> ⟨p>Maar nu ga ik iets veel ernstigers noemen. Het kan namelijk ook heel problematisch zijn op het moment dat je je daar per se op richt. Je rekent op een jaar in plaats van dat je rekent met Bijbelse gegevens. Er is een groot verschil: rekenen op een jaar of rekenen met de Schrift die dingen aanlevert en voorzegt. Ik heb dit in de praktijk gezien en ik kijk om me heen en ken mensen die hier zelfs uit eigen ervaring verhalen van kunnen vertellen: het kan heel verlammend werken voor je gewone dagelijkse functioneren. Nu in 2016 valt dat misschien nog mee, maar als het straks 2026 is, gaat dat heel verlammend werken. Je staat nog op het punt om een bepaalde opleiding te volgen, of om een huis al of niet te kopen, of je komt een aardige dame tegen en vraagt je af: 'Zal ik daar nog mee trouwen? Is dat dan de moeite waard?'⟨/p> ⟨p>Dit zijn toch dingen waar je rekening mee moet houden. Op het moment dat je een jaar zou noemen, overspeel je je hand. Je zegt iets met zekerheid, terwijl je er vanuit Bijbels oogpunt niet absoluut zeker van kunt zijn. De gegevens die daaronder liggen, die zijn vast, maar het fixeren op een jaartal is heel wat minder vast. Het werkt vooraf verlammend en het werkt achteraf, als het anders blijkt te zijn. Als je misgecalculeerd hebt, is dat een ramp? Nou, in principe niet, maar het hangt er vanaf hoeveel gewicht je aan die calculatie hebt gehangen. Hoe zwaar weegt dat? Heb je daar je hele zielenheil, je hele geloof aan opgehangen? Ik zal u vertellen: de deceptie achteraf is gigantisch. Vooraf werkt het verlammend en achteraf werkt het als een enorme teleurstelling. Dat werkt als een boemerang die zich tegen je keert.⟨/p> ⟨p>Daar wil ik gewoon voor waarschuwen, want dit is een bekend fenomeen. Ik heb een broeder gekend die beweerde dat het in 1991 of 1992 zou plaatsvinden. Toen dat jaar eenmaal voorbij was, hoorde je daar vervolgens helemaal nooit meer over. Ik heb een andere broeder gekend – ik kwam veel op zijn Bijbelstudie – die zei dat de opname van de gemeente zou plaatsvinden in april of mei 1996. Inmiddels zijn we twintig jaar verder en ook van deze broeder heb ik er trouwens nooit meer iets over gehoord. Kijk, dat vind ik niet eerlijk. Ik heb er geen probleem mee als iemand op basis van Bijbelse gegevens een conclusie trekt, maar zeg dan: 'Voor wat het waard is, ik geef je de Bijbelse noties en ik ben geen profeet, ik claim helemaal niks, maar zie daar.' Als je dan misgerekend hebt, zeg dan: 'Sorry, maar daar zie je maar weer dat je op een mens niet moet vertrouwen.' Want menselijke conclusies zijn wat anders dan Bijbelse voorzeggingen.⟨/p> ⟨p>Als ik zeg dat God Zelf zegt: 'Na twee dagen zal Ik tot Israël terugkeren en het volk herstellen', kijk, dat is Bijbelse bodem. En dat het na twee millennia zal zijn en dat dus het jaar 2030 een mijlpaal daarin is, enzovoort, natuurlijk. Maar kijk uit. Wat ik in deze laatste tien minuten zeg, is eigenlijk een grote disclaimer. Ik vind het van belang om dat gezegd te hebben, zodat u niet aan de haal gaat met wat mensen concluderen. Ook niet met wat u zelf concludeert en ook niet met wat ik doe. Ik wil u graag Bijbelse dingen aanreiken en ik weet: daar sta ik op. Maar alle conclusies die wij daaruit trekken, wat is de geldigheid daarvan? Nou, dat zult u zelf als bereeër op een volwassen manier ook moeten overwegen en zelf uw conclusies eruit trekken. En daarom houd ik er helemaal niet van om die jaartallen vast te leggen, want dat kun je op Bijbelse gronden nooit zo doen.⟨/p> ⟨p>Daar is meer over te zeggen dan ik nu even gedaan heb, maar ik wil het toch wel even gezegd hebben. Ik zal u vertellen: afgelopen vrijdag had ik een gesprekje met iemand en die vertelde wat er allemaal rondging. Die gaf een versie van wat er hier op deze avond besproken zou zijn, en ik schrok me een hoedje toen ik dat hoorde. Hij was hier trouwens niet, maar had het via het internet gehoord. Is dat nou de conclusie uit wat ik naar voren heb gebracht? En vooral de stelligheid waarmee een bepaald jaartal dan wordt vastgelegd. Toen zei Petra – ik heb een wijze vrouw: 'Daar moet je toch eens wat van zeggen.'⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-11" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4468" title="Speel af vanaf 01:14:28">▶ 01:14:28⟨/button> ⟨span>De Jordaan Afgesneden bij Adam: een Nieuwe Doortocht⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Even terug naar Jozua 3. Het is leuk om zo'n disclaimer erbij te leveren, maar de Bijbelstudie lijdt daar in zekere zin wel weer onder. Maar goed. Er zij tussen u en de ark een afstand van ongeveer tweeduizend ellen. Dat wil zeggen: Israël gaat die weg ook, maar op een afstand van tweeduizend ellen. Twee dagen; die link is onmiskenbaar. Op de derde dag moet men niet te dicht bij haar komen, opdat gij de weg moogt weten. Dat is trouwens ook cryptisch: opdat gij de weg moogt weten waarlangs gij gaan zult, want langs die weg zijt gij noch gisteren noch eergisteren getrokken. Dat wil zeggen: gewoon de afgelopen twee dagen niet.⟨/p> ⟨p>Ik skip hier nu even tien verzen en ga naar vers 14. Het geschiedde nu — en dat wil ik u niet onthouden — toen het volk uit zijn tenten opbrak om de Jordaan over te trekken, dat de priesters die de ark van het verbond droegen, zich aan de spits van het volk bevonden. Zodra de dragers van de ark aankwamen bij de Jordaan en de voeten van de priesters die de ark droegen aan de oever in het water gedompeld waren — u moet zich voorstellen: ze hadden die kist op de schouders aan draagbomen — naderden die priesters de Jordaan. Zodra ze hun voeten in het water zetten en een natte voet haalden, gebeurde het.⟨/p> ⟨p>De Jordaan was op dat moment geheel buiten zijn oevers getreden gedurende de gehele oogsttijd. Dit was namelijk in de maand Nisan; dit was de tiende Nisan, wat in het volgende hoofdstuk wordt gezegd. In Jozua 3 vers 16 staat dat het water dat van bovenaf kwam, bleef staan. Het rees op als een dam. Eigenlijk ziet u hier min of meer een herhaling van de geschiedenis die veertig jaar eerder plaatsvond. Maar toen was het de weg door de Rode Zee, en hier is het een weg door de Jordaan. Toen was het een uittocht uit Egypte en dit is een intocht in het beloofde land. Toen werden ze uitgeleid en hier worden ze ingeleid onder leiding van Jozua.⟨/p> ⟨p>Het water dat van bovenaf kwam, bleef staan en rees op als een dam. Dat wil zeggen dat er ter plekke een weg door de Jordaan gecreëerd wordt. En er staat dat het water stil bleef staan, zeer ver weg bij Adam. Ik vind dat prachtig, want wij weten helemaal niet waar dat plaatsje Adam ligt; in de Bijbel wordt het verder ook niet meer genoemd. Maar dat hoeft ook helemaal niet. Als je een goede bril op hebt — een Bijbelse bril — dan ga je 3D zien. Dat is onze 3D-bril: je gaat perspectief zien omdat je de bril van het Nieuwe Testament op hebt. Dan zie je bijvoorbeeld: zoals in Adam allen sterven, zo zullen in Christus allen levend gemaakt worden.⟨/p> ⟨p>Het gaat erom dat er een weg door de Jordaan gecreëerd wordt vanaf Adam. Israël komt het beloofde land binnen, maar er wordt een weg door de dood gecreëerd, want dat is wat de Jordaan uitbeeldt. En waar begint die weg? Bij Adam, de stad die bezijden Saretan ligt. Terwijl het water afvloeide naar de zee der vlakte, de Zoutzee, werd het volkomen afgesneden. Toen trok het volk over tegenover Jericho. Ze kwamen aan in Gilgal en daar werden ze besneden. En weet u wat Gilgal betekent? Wedergeboren, een nieuw leven door de Jordaan.⟨/p> ⟨p>Wat dacht u trouwens dat de besnijdenis betekende? Toen werd het volk ook besneden, want dat was gedurende de afgelopen veertig jaar niet gebeurd. U zegt misschien dat dit typologie is, maar als je eenmaal de Bijbelse lijn kent van die zes dagen en van die derde dag, dan zie je hier gewoon een geweldig plaatje van Gods weg met de mensheid vanaf Adam. Er wordt een weg door de dood gecreëerd waarbij Israël de ark volgt, maar er moet een heel specifieke afstand tussen liggen. Dat is niet voor niets. De Bijbel reikt gewoon de parallellen en de connecties aan.⟨/p> ⟨p>Ik noem er nog één. Heb ik nog even de tijd? Ja, ik heb nog even de tijd. Er is me in de pauze zojuist gezegd dat ik het niet kan maken om er nog maar één avond aan toe te voegen, want er moet nog veel meer besproken worden. Nou, ik kan u vertellen — en dat zeg ik dan ook even tussendoor — dat de planning is dat we volgend jaar gewoon verder gaan op de donderdagavonden. Ik moet de data nog doorkrijgen, want dat moet nog besproken worden in het bestuur van de Akerbocht, heb ik begrepen.⟨/p> ⟨p>Er gaat trouwens nog iets gebeuren, dat ga ik er ook meteen even bij zeggen. Onze broeder daar gaat een cursus Grieks voor beginners geven — Bijbels Grieks. Dat gaat hij op vrijdagavonden doen in een andere cyclus, ook driewekelijks. Er komen een tiental avonden en dat gaat ook een belevenis worden. Dat weet ik nu al, want ik heb er al het een en ander van gehoord en gezien. Geweldig. Nou, dat was de preview, zeg maar. We gaan nu nog even naar Johannes 1 en 2.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-12" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4855" title="Speel af vanaf 01:20:55">▶ 01:20:55⟨/button> ⟨span>De Zevende Dag Is de Derde Dag: de Dagenreeks in Johannes⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Want daar worden namelijk een heel aantal dagen genoemd. Kijk, in Johannes 1 — dat is het Evangelie naar Johannes, ik houd de inleiding eventjes zeer kort, maar ik wil u gewoon even de connectie aandragen — begint het net zoals Genesis 1 vers 1, namelijk: "In den beginne." Dat is een verwijzing naar Genesis 1. In den beginne was het Woord, bij God, et cetera. Maar waarom zeg ik dat nu? Wel, daar wordt in Johannes 1 een serie dagen besproken. In Johannes 1 lees je in vers 19 tot 28 dat Johannes aan de overkant van de Jordaan doopt en daar getuigenis geeft over zijn doop. Wat hij er allemaal over zegt doet nu niet ter zake, maar hij doet dat op een bepaalde dag. Dat is dag één. En dan staat er in Johannes 1 vers 29: "De volgende dag." Dan weet je dus: dit is dag twee. En de dag daarop is dus de tweede dag. En dan, weer een paar verzen later in Johannes 1, lees je in vers 35: "De volgende dag." Weer een dag verder, dag drie. En we lezen nog weer een paar verzen later, in vers 44 van Johannes 1, dat er weer staat: "De volgende dag." Er wordt gewoon een hele reeks van dagen beschreven. Dat is dus dag vier.⟨/p> ⟨p>Ja? En dan moet u weer even doorlezen, want daar staat er in Johannes 2 vers 1: "En op de derde dag was er een bruiloft." Hé, hier worden ineens twee dagen overgeslagen en dan staat er: "op de derde dag", toen was er een bruiloft. En dat is dus in deze reeks gewoon dag zeven. Want we krijgen dag vier, de volgende dag is dag vijf (de eerste dag daarna), de tweede dag is dag zes en de derde dag is dus dag zeven. Toch? Oh, ik denk: jij gaat je vingers even bijstellen zoals jij dat maakt. Het klopt echt hoor! Maar het is zo. En dan staat er: en op die derde dag was er een bruiloft. Een geweldige geschiedenis. Profetisch. Want wat er natuurlijk straks gaat gebeuren — en nu heb ik het over dagen van duizend jaar, dagen zoals de Heer die heeft uitgerekend — is precies wat die derde dag zal zijn, beste mensen. Na twee dagen. Wel, dat is een bruiloft. De Messias zal Zijn volk gaan huwen. Een nieuw huwelijksverbond. Er zal water in wijn veranderd worden. Nou, echt een feest hoor. Een groots feest. En alle volkeren zijn daarbij uitgenodigd. De bruiloft van het Lam. Dat is dat laatste, dat grote millennium. Dat is de derde dag, maar gerekend vanaf de aanvang, vanaf "den beginne" om zo te zeggen, is het de zevende dag. Zie je hier? Die zevende dag, de Shabbat, de zevende dag, dat is de derde dag.⟨/p> ⟨p>Nou, heb ik er nog een, want als u even doorbladert in Johannes... ja, ik ben in Bodegraven bezig met een studieserie over het Johannes-evangelie, dus dit ligt me allemaal nog vers in het geheugen. Want ik zal u vertellen: het wemelt in de Bijbel van dit soort aanknopingspunten. Ik zou het kunnen hebben over David en Jonathan, waarbij je ook over twee dagen leest. Of over de barmhartige Samaritaan die twee schellingen geeft en zegt: "Daarna kom ik terug." Twee daglonen waren dat hè? Enzovoort, enzovoort.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-13" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="5091" title="Speel af vanaf 01:24:51">▶ 01:24:51⟨/button> ⟨span>Twee Dagen in Samaria en Andere Verborgen Typologieën⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Maar nu nog even naar Samaria. Wat lees je daar namelijk? Dat is de geschiedenis van de barmhartige Samaritaan en de geschiedenis waarin de Heer Jezus het gesprek heeft met de Samaritaanse vrouw. Een prachtige geschiedenis, maar wat daar zo bijzonder aan is, is dat de Heer Zich buiten het land bevindt. Hij kwam tot de Zijne, maar hier is sprake van een heel bijzondere periode. Twee dagen, zo lees je, was Hij daar in Samaria. Hij verbleef daar twee dagen. Dat Hij Zich buiten het Joodse land bevond, staat er heel uitdrukkelijk bij. En dat hele verblijf is een prachtig type van de twee dagen van duizend jaar die wij nu beleven en die bijna op hun eind lopen. Er staat nog iets bij wat prachtig is: in Samaria wordt Jezus beleden als de Redder der wereld. "Nu geloven wij waarlijk dat Hij is de Heiland", of letterlijk de Redder der wereld. Waarvan akte?⟨/p> ⟨p>Na die twee dagen dat Hij daar in Samaria was en beleden werd als de Redder der wereld, terwijl Hij Zich buiten het land bevond, keert Hij weer terug tot Zijn volk. Dan komt Hij weer in Kana, zo staat er, en er wordt aan toegevoegd: daar waar Hij water in wijn had veranderd. Dat wil dus zeggen dat Hij na die twee dagen terugkeert in Kana, waar Hij ooit op de derde dag water in wijn had veranderd. En wat doet Hij daar dan? Hij geneest daar de koninklijke zoon. Dat is een beeld van Israël, dat bestemd is voor het koningschap en dat na een dodelijke ziekte nieuw leven zal ontvangen. Dat zal zijn na twee dagen.⟨/p> ⟨p>Ik wil u gewoon laten zien dat dit niet zomaar fragmentarisch is. Ja, de studie op zich is fragmentarisch, in die zin dat we hier wat zien en daar wat zien, maar het is de lijn die je overal weer in de Schrift tegenkomt. Je hebt expliciete uitspraken en je hebt allerlei geschiedenissen. Wat dacht u van deze: dat Israël bij de berg Gods was gelegerd? In Exodus 19 staat dat het volk zich twee dagen moest heiligen. Dat wordt er heel uitdrukkelijk bij gezegd. En er staat ook bij: je zult geen gemeenschap hebben met een vrouw gedurende die twee dagen.⟨/p> ⟨p>Hierbij heb ik een verwijzing naar Hosea 3. Wat ik daarmee bedoel, is dat Hosea ooit een vrouw moest kopen die een hoer was. Zo was het eigenlijk wel; hij zou zich een vrouw verwerven van een hoer. Er staat dat hij de prijs betaalde, maar dat hij gedurende een aantal dagen — vele dagen, staat er — geen gemeenschap met haar zou hebben. Pas daarna zou hij haar werkelijk als vrouw in de praktijk opnemen. Dat is het beeld van de Heer, Hosea of Jehoshua, die het volk gekocht en betaald heeft. De prijs is betaald, maar er vindt nog geen gemeenschap plaats. Het is nog geen bruid en bruidegom in die zin dat de praktijk van het huwelijk, van het nieuwe verbond, nog niet beleefd wordt. Dat is toekomstig.⟨/p> ⟨p>En ik zie u nu denken: "Oké, maar wat dan?" Er staat dat Israël een afstand tot de ark moest bewaren, heel uitdrukkelijk zelfs. En daar staat bij: tot de derde dag. Je moet een afstand bewaren tot aan de derde dag. En weet u wat er op die derde dag gebeurde? Ik zou zeggen: vul het kleurenplaatje zelf verder in, want het ligt zo voor de hand. Het was de derde dag dat in de morgen de Heer, ten aanschouwen van heel het volk Israël, onder luid bazuingeschal neerdaalde. Dat is toch perfect parallel lopend met dat wat we in de toekomst gaan beleven? Op de derde dag zal de Heer verschijnen ten aanschouwen van heel het volk. Dan zullen ze de ark zien en dan zullen ze ook meteen de aanwijzing krijgen dat het nu de tijd is. De derde dag, in de morgen — niet in de avond, maar in de morgen, in de dageraad. Dus na twee dagen is het zo dat de Heer voor heel het volk met luid bazuingeschal, wat allemaal profetische termen zijn, zal neerdalen.⟨/p> ⟨p>De laatste die ik nog even vernoemd wil hebben, lees je in Esther 5. Het volk Israël verkeerde in grote benauwdheid en dreigde uitgeroeid te worden; daar gaat het hele boek Esther over. Dan lees je dat Esther de stoute schoenen aantrekt en tot de koning gaat. In Esther 5 vers 1 staat dat dit gebeurde op de derde dag. Toen naderde Esther tot de koning en wat kreeg ze? De gouden scepter aangereikt. Kent u die geschiedenis? Dat was een uitbeelding van genade. Eigenlijk kreeg ze daarmee het leven. Sterker nog, het hele volk werd daardoor gered. Het was het begin van Israëls verlossing. Op de derde dag vindt de grote wending plaats.⟨/p> ⟨p>Beste mensen, dit wilde ik u vanavond graag eens onder ogen brengen. Dit zijn zulke geweldige waarheden. Die chronologische lijnen komen we overal tegen en het bepaalt ons, anno 2016, bij die enorme verwachting die we hebben. De zes dagen zijn bijna voorbij; de derde dag gaat aanbreken. Wij richten dus het hoofd op en we laten ons niet gek maken door de wereld. We zijn nuchter van zinnen en gaan gewoon ons leven leven, maar wij rekenen niet met data; wij leven met de Bijbelse verwachting. Ik hoop dat ik dat vanavond met u heb kunnen communiceren, zoals dat zo mooi heet. Zullen we het hierbij laten? Ja, want het is inderdaad tijd om af te sluiten.⟨/p>