⟨h3 id="hoofdstuk-1" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="0" title="Speel af vanaf 00:00">▶ 00:00⟨/button> ⟨span>Introductie: de Bijbelse Tijdlijn in Millennia⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>We gaan vanavond verder met onze studieserie onder het algehele thema 'reken maar!'. De negende avond inmiddels en de voorgaande avond, toen hebben we ons met name beziggehouden met de afgelopen twee millennia, de 2000 jaren die zo goed als geheel achter ons liggen. Dat wil zeggen de twee millennia waarin Israël in het graf ligt, dood is. Maar in verwachting, dat wil zeggen met de zekerheid van de goddelijke garantie dat ze ten derde dage zal worden opgericht en dat de Heer dan ook tot hen zal komen.⟨/p> ⟨p>'Na twee dagen' had ik er de vorige keer bij de achtste studie ondergezet als subthema van de achtste avond. Nu, zoals u ziet, heb ik hier staan 'na zes dagen'. En dat betekent dus op de zevende dag. Over de betekenis daarvan wil ik u vanavond wat meer gaan vertellen. En het wonderlijke is, het hele aparte, dat dat samen blijkt te vallen. Die derde dag en die zevende dag.⟨/p> ⟨p>Laat ik eerst nog eventjes wat terugblikken, zoals ik gebruikelijk ben te doen, over de tijdlijn. Ik wil het iets anders aanpakken dan de voorgaande keren, trouwens dat probeer ik iedere keer wat te variëren, maar wat we in grote lijnen hebben gezien tot dusver is dat de Bijbelse tijdlijn vanaf Adam tot aan het begin van de zevende dag uiteenvalt in drie keer 2000 jaar. We rekenen vanaf Adam, dat wil zeggen vanaf de creatie van Adam. En wat we zagen is dat die lijn dus uiteenvalt in drie keer 2000 jaar.⟨/p> ⟨p>Waarbij de eerste 2000 jaar uitmonden bij de geboorte van Abram. De eerste avond hebben we dat bezien en ook uitgerekend door al die geslachtsregisters en alle vermelde data daarover op een rijtje te zetten. En als je dat correct optelt, dan kom je inderdaad bij de geboorte van Abram uit in het jaar 2000. Tevens het sterfjaar van Noach.⟨/p> ⟨p>Dan krijg je een volgende 2000 jaren, dat begint dus bij de geboorte van Abram en dat eindigt bij de dood van Stefanus. Dat klinkt wat weinig indrukwekkend als ik het zo zeg, maar feitelijk is dat ook een historisch breekpunt, dat laatste, de dood van Stefanus. Want dat was het moment namelijk dat Israël officieel, dat wil zeggen haar leidslieden, het Sanhedrin, Jeruzalem, het evangelie verwierp. Drieënhalf jaar daarvoor hadden ze de Messias gedood en vervolgens drieënhalf jaar later, ook daar hebben we ons mee beziggehouden, hebben zij Stefanus gedood. En dat is de eerste keer trouwens dat de figuur van Saulus ook aan de orde komt en genoemd wordt. Maar in ieder geval, daar verwerpt Israël het evangelie van de opgestane Messias. En deze periode is weer precies 2000 jaar. Ik kom er straks nog wat meer speciaal op terug.⟨/p> ⟨p>Nou en dan is het vervolgens wat overblijft als het gaat om die zes millennia, nog een tweetal duizend jaren en die begint dus bij de dood van Stefanus in het jaar 4000. En dan krijg je de parousia, zo noem ik het maar even. Dat is het Griekse, het Bijbelse woord in het Nieuwe Testament voor de terugkeer van de Christus. Of eigenlijk zijn aanwezigheid, zijn presentie. Zoals we nu in deze 2000 jaar de absentie van, de afwezigheid van de Heer meemaken, zal straks zijn presentie gezien ook worden.⟨/p> ⟨p>Dat is dus drie keer 2000 jaren waar eigenlijk deze avonden vooral over gegaan zijn. Met uitzondering van de eerste en de laatste avond is over deze 2000 jaar, het middelste vak van 2000 jaar vanaf het jaar 2000 tot aan het jaar 4000. En dat valt uiteen, zoals deze tijdlijn uiteenvalt in drie gelijke delen, drie keer 2000 jaar, valt deze middelste lijn weer uiteen in vier gelijke delen. Maar dan van 500 jaar, vier keer 500 jaar. Uiteraard dus beginnend bij het jaar 2000, 2500, 3000, 3500, en ten slotte in het jaar 4000. Nou, laten we dat nog eventjes wat nader bezien.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-2" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="334" title="Speel af vanaf 05:34">▶ 05:34⟨/button> ⟨span>De Middelste 2000 Jaar: Vier Keer 500 Jaar⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Wat ik al eerder zei, het jaar 2000... het jaar dat Abram geboren werd. Hier is er dus nog Abram. U weet, pas veel later zou hij de naam Abraham krijgen. Een 'hee' kreeg hij aan zijn naam toegevoegd. Afijn, Abram wordt geboren in het jaar 2000.⟨/p> ⟨p>Precies 500 jaar later vindt de uittocht uit Egypte plaats. In het jaar 2500 dus. Abraham was 100 toen hij Isaäk kreeg en je leest dat vervolgens zijn zaad 400 jaar verdrukt zou worden, op de dag nauwkeurig lees je zelfs, en dan zouden ze bevrijd worden uit het land Egypte. Wel, zo is het gegaan. 500 jaar dus na de geboorte van Abraham vond de uittocht uit Egypte plaats. Dat was ook het vijftigste jubeljaar, weet u nog? Enfin. Het gaat even om het grote geheel.⟨/p> ⟨p>Dan krijgen we weer een jaartal. Zo'n rond jaartal. Dat is het mooie van deze Bijbelse tijdlijn. Ik weet dat het schrikbeeld van iedere geschiedenisleraar is: al die jaartallen. En niet zozeer de geschiedenisleraar als wel de leerlingen natuurlijk, om die jaartallen te leren. Want ja, dat is nooit allemaal zo mooi rond. Daar zit geen systematiek in als je gewoon geschiedenisonderwijs krijgt. Dit zit zo perfect in elkaar zoals u dat hier ook ziet.⟨/p> ⟨p>En dan lees je dat vanaf de uittocht uit Egypte tot aan dat de eerste steen gelegd werd van de tempel... dat was 480 jaar. Lezen we in 1 Koningen 6 vers 1. Aha! En dan lezen we ook nog dat daar twintig jaar later niet alleen de tempel, maar ook het paleis van Salomo, van de dynastie van David, daar in Jeruzalem gereed was. Je leest dat diverse keren, twintig jaar later. Dat was dus in het jaar 3000. Moet ik het wel goed doen. Toen was Jeruzalem gereed, daarmee bedoel ik, zowel de plaats waar de tempel stond, als de plaats waar de dynastie van David gezeteld is. Dus feitelijk, ik zou het nog anders kunnen zeggen, als priesterlijke en koninklijke stad was Jeruzalem in het jaar 3000 gereed. De stad van de priesterkoning feitelijk. De zoon van David, de priesterkoning.⟨/p> ⟨p>En dan denk ik trouwens weer aan een heel ander iemand. Als ik zeg priesterkoning, dan denk ik aan Melchizedek. Die was een priesterkoning. Oh, en waar regeerde die ook alweer? Ja, dat was in Salem, lees je. Het latere Jeruzalem. Zo mooi zit het dus allemaal in elkaar. Dat is in het jaar 3000.⟨/p> ⟨p>Gaan we nog weer 500 jaar verder. Dan wordt Jeruzalem hersteld. Dat wil zeggen, dan zijn we aan het einde van een periode van 70 jaren van de ballingschap en dan is het onder leiding van Kores dat het volk weer terug mag keren en dan wordt Jeruzalem herbouwd en in de eerste plaats zelfs de tempel wordt herbouwd. Jeruzalem wordt hersteld in het jaar 3500.⟨/p> ⟨p>En nog weer 500 jaar later, ik zou ook kunnen zeggen 70 jaarweken, maar dat bleek dus bij nader inzien gewoon hetzelfde te zijn. Want 70 jaarweken, dat zijn 70 cycli van sabbatsjaren, inclusief 10 jubeljaren, dus dan kom je aan 500 jaren. Wel, en die eindigen dan in die laatste beroemde week, de week van de Messias. Dat is de zeven jaren waarin de Messias aanvangt met zijn bediening. Drieënhalf jaar later sterft en nog weer drieënhalf jaar later eindigt de bevestiging van het verbond. En wordt Stefanus gestenigd. Dat is het jaar 4000.⟨/p> ⟨p>Jeruzalem gereed, Jeruzalem hersteld, Jeruzalem verworpen.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-3" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="596" title="Speel af vanaf 09:56">▶ 09:56⟨/button> ⟨span>Symmetrie en Parallellen in de Zes Millennia⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En dan wil ik u trouwens nog even een paar dingen laten zien. Daar heb ik al diverse keren op gezinspeeld. En soms heb ik daar ook wel eens een keer wat over verteld, maar nu wil ik het nog wat meer op een rijtje zetten. De symmetrie, dat wil zeggen hoe het ene plaatje het spiegelbeeld vormt van het andere plaatje. Maar ook de parallellen die je dan weer ontwaart. Het is niet alleen maar prachtig rond, zoals ik u zojuist liet zien van die gelijke delen waarin alles is opgesplitst. Maar er zit ook nog zoveel symmetrie en parallellie in, of parallellisme, hoe moet ik het zeggen?⟨/p> ⟨p>In ieder geval, nog eventjes over die drie keer 2000 jaar. Hier in de eerste 2000 jaar speelt Israël geen rol. Nou, nog geen rol. Als ik het woord Israël in dit verband gebruik, is het zelfs een anachronisme. Dat wil zeggen, dat bestond nog niet. Hier speelt Israël nog geen rol. Wel, in deze laatste 2000 jaren speelt Israël evenmin een rol. Om een andere reden, maar dan staat ze buiten spel. Zodat deze eerste 2000 jaar feitelijk in dat opzicht ook het spiegelbeeld vormt van de laatste 2000 jaar. Dat wil zeggen, als we het hebben over die zes millennia. En in tegenstelling dus met die middelste 2000 jaar, want daarin staat Israël heel uitdrukkelijk juist centraal. Hier, eigenlijk bij de geboorte van Abram, ontstaat een nieuw volk. Daar wordt het volk geboren, om zo te zeggen. En tot het jaar 4000 speelt Israël de hoofdrol en staat daarin centraal. Dus ja, dat is weer zo perfect zoals dat zo tot je komt.⟨/p> ⟨p>Ik weet wel, we hebben dat natuurlijk iedere keer wel op een bepaalde manier vastgesteld. Kijk, dit zijn natuurlijk gegevens, data die de Bijbel ons niet zo aanreikt, niet zo presenteert op een schoteltje met de lijnen. Dat mogen we allemaal zelf doen. Ontdekken. Dat ligt onder de oppervlakte. Maar wie Schrift met Schrift vergelijkt, ontwaart dit. Dat is het mooie. Als je natuurlijk geen eerbied voor de Schrift hebt en denkt dat het een verzameling van menselijke geschriften is, dan zal je nooit op het idee komen het ene met het andere te vergelijken. Want ja, je gelooft niet in de eenheid daarvan. Het zijn allemaal verschillende menselijke bronnen, zoveel verschillende tijden, zoveel verschillende auteurs, zulke verschillende achtergronden. Je komt niet op het idee om dat als een eenheid te benaderen. Maar daar waar je de pretenties van die Schriften inderdaad serieus neemt en gaat ontdekken dat het inderdaad één Auteur heeft, dan ga je deze dingen wel zien en ontdekken. Dat is prachtig.⟨/p> ⟨p>Nog iets. Als we de tijdlijn van die zes dagen, van die zes millennia nemen. Die gebruik ik nu gewoon door elkaar. Als ik het heb over zes millennia, dan zijn dat voor de Heer zes dagen. Ik heb dat de vorige keer ook laten zien aan de hand van Petrus. En misschien dat vanavond Psalm 90 nog even aan de orde zal komen. Want Petrus had dat ook niet zomaar van zichzelf. Ja, ik bedoel, sowieso had hij het niet van zichzelf want hij had het van de Heer. Maar ik bedoel, hij steunde ook op bronnen van de Schriften. Maar goed. Ik zei al, daar komen we misschien nog over te spreken.⟨/p> ⟨p>Als je de tijdlijn van die zes millennia even in tweeën splitst, dan krijg je dus twee keer drieduizend jaar. En dan zie je ook een mooie symmetrie. Want dan zie je dus dat in het jaar drieduizend wordt Salomo Davids zoon. En het is uiteraard met opzet dat ik het zo dubbelzinnig noem. Daar is zijn paleis voltooid in Jeruzalem. Wel, in het jaar 6000, aan het einde van die twee dagen, van die twee millennia, wel dan presenteert de Christus zich, de gezalfde Koning, Davids Zoon, en vestigt Hij zich in Jeruzalem. En wordt dat de stad van de grote Koning. Het jaar 3000 loopt parallel met het jaar 6000. Het ene, zou je anders gezegd, is een type van dit. Precies met 3000 jaar daartussen.⟨/p> ⟨p>Zo heb ik nog iets. Ik ben daar zo in de loop van deze avonden voor mezelf ook op gestuurd. En je hebt er gesprekken over. En je zegt, joh, terwijl je die lijn ziet dan gaan al dat soort dingen je opvallen. Ik geef u alleen maar even een aanzet, want ik beweer bepaald niet, integendeel, dat ik hierin compleet ben. Ik geloof dat er nog veel meer in zit, maar ik probeer u daarmee op een spoor te zetten. Ik vertel eigenlijk gewoon datgene wat ik daarbij zelf heb ontdekt.⟨/p> ⟨p>Wat ik zie is dat hier Adam verschijnt. Ja, dat is precies waar de hele tijdlijn op gebaseerd is. Toch? Het is het jaar van de mens. Vanaf Adam gerekend. Hier verschijnt Adam. Dat is het begin. Aan het einde van die 6000 jaar verschijnt Adam weer. Maar dan de laatste, de echte. Wil de echte Adam opstaan? Haha, nou die is al opgestaan. Maar hier verschijnt Hij. De laatste Adam. De ware Tuinman dus, hè? Ja, vind ik altijd mooi. Maria dacht dat het de tuinman was. En bij nader inzien had ze nog gelijk ook. De echte. Degene die de aarde tot een hof zal maken. De laatste Adam.⟨/p> ⟨p>Nog één. In het jaar... Kijk. Dit is symmetrisch. Adam verschijnt aan het begin en in het jaar 6000 verschijnt de laatste Adam. Als je dit jaar neemt, de geboorte van Abram onder de natiën... dat wil zeggen, Abram werd geboren onder de volkeren. De zeventig volkeren die zich toen al vormden. Abram werd geboren onder de natiën. Maar als ik nou naar het jaar 4000 ga, precies de andere lijn dus... Dan gaat de belofte vanaf dat jaar eigenlijk ook. Voor Israël gaat de deur dicht, maar u weet het: als God een deur sluit, dan opent Hij een venster. En wat gebeurt er? De belofte van Abram gaat naar de natiën toe. Dus de geboorte van Abram onder de natiën, en hier gaat de belofte van Abram naar de natiën. Ik geef het u maar ter overweging mee.⟨/p> ⟨p>Heb ik er nog een. Het jaar 4000. Dat is het jaar van Jeruzalems verwerping. Hun verwerping, zegt Paulus daar dan over. Officieel neemt het volk Israël afstand van het evangelie van de opgestane Messias, namelijk door Stefanus te stenigen. En wat gebeurt hier, in het jaar 6000? Dat is het jaar van Jeruzalems aanneming. Dan wil ik zeggen... Indien hun verwerping de verzoening der wereld was. Ik geloof dat ik het de vorige keer ook genoemd heb in Romeinen 11. Wat zal hun aanneming anders wezen dan leven uit de doden? En die is helemaal mooi natuurlijk. Want wanneer zou Israël ook alweer opstaan uit de doden? Dat was na twee dagen, toch? Na 2000 jaar. Na twee millennia. Hier wordt Jeruzalem als vertegenwoordiger, als de stad van het volk en de stad van de grote Koning, hier wordt het weer aangenomen.⟨/p> ⟨p>Ik heb er nog één. Nou, ik heb er nog wel meer. Maar hier, deze. Als je deze lijn neemt, dit is de lijn dus van het jaar 2000 tot het jaar 3000. En dit is de lijn van het jaar 3000 tot het jaar 4000. En wat je dan ziet is dat in het jaar 3000... Dat was dus het jaar dat de tempel en de zaal en het paleis van David voltooid was. Wel, hier wordt het koninkrijk gevestigd in Jeruzalem. Jeruzalem, de koninklijke priesterlijke stad. Duizend jaar later, in het jaar 4000 als Stefanus wordt gestenigd, dan wordt het koninkrijk verworpen in diezelfde stad. Wat is het? Parallel, symmetrisch, spiegelbeeld ervan, tegenstelling, contrast, maar het dringt zich zo aan je op.⟨/p> ⟨p>Heb ik er nog een? In het jaar 2500, dat was het jaar dus dat de uittocht plaatsvond uit Egypte. Dat was het einde van Israëls ballingschap in Egypte. Precies duizend jaar later geeft Kores het bevel om de tempel en Jeruzalem te herbouwen. En komt er opnieuw een einde aan Israëls ballingschap, maar dit keer in Babel. Dat loopt toch perfect parallel? Wel, heb ik er nog één? En daar wilde ik het even bij laten.⟨/p> ⟨p>Ik hou me altijd warm aanbevolen voor nieuwe suggesties, want ik vind het prachtig om weer nieuwe dingen daarin te ontdekken. Maar goed, ik heb er al een keertje eerder op gewezen, dus in die zin val ik wellicht in herhaling. Maar wellicht is het goed om dat toch nog eventjes in herinnering te roepen: deze prachtige symmetrie.⟨/p> ⟨p>Kijk, het jaar 2000 was het jaar dat Abram geboren werd. Hij was 70 jaar oud toen hij geroepen werd en toen hij de belofte kreeg. Vervolgens kwam er een periode van 430 jaar. Dat wordt diverse keren in de Bijbel ook genoemd, onder andere in de Galatenbrief. De belofte die God aan Abram gaf, tot aan de wetgeving – hetzelfde jaar als de uittocht – dat was 430 jaar later. Dus deze periode van 500 jaar is verdeeld in 70 jaar en in 430 jaar.⟨/p> ⟨p>Ga je duizend jaar verder, de periode van 3000 tot 3500, dan is die periode ook weer onderverdeeld in 430 en 70. Maar nu dus inderdaad omgekeerd. Hier is het 70 en 430, en daar is het 430 en 70. Het jaar 3000 was het jaar dat, zoals gezegd, het paleis van Salomo en de tempel voltooid waren. Toen volgde er een periode van 430 jaren dat er koningen heersten in Jeruzalem, tot het jaar 3500. We hebben dat ook bij een van de eerdere avonden op een rijtje gezet. Dat is een periode van 430 jaren geweest van koningschap over Jeruzalem.⟨/p> ⟨p>En dan lees je over Nebukadnessar die met zijn legers komt en de stad volkomen platwalst, in vlammen doet opgaan en de tempel verwoest. Dan volgt een periode van 70 jaar van Jeruzalems verwoesting, de zeventigjarige ballingschap. Opnieuw is het niet alleen bij de 500 jaar weer met precisie, maar het is ook in beide gevallen onderverdeeld in die twee termijnen van 70 en 430 of vice versa.⟨/p> ⟨p>Dat zijn toch prachtige dingen. Als je met deze dingen bezig bent, dan raak je enorm onder de indruk van de goddelijke perfectie. Of zoals Wolter zojuist zei: "God die alles in zijn hand heeft en zijn tijden ook beschikt." Hij laat niets aan het toeval over, maar Hij zet de dingen niet alleen neer op de juiste plaats, maar ook in de juiste tijd. En dat doet Hij met perfectie. Dat is wat die Bijbelse lijn ook laat zien. Dat betekent dus dat we ons nu hebben beziggehouden met die periode van drie keer 2000 jaren.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-4" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1441" title="Speel af vanaf 24:01">▶ 24:01⟨/button> ⟨span>De Afwijking van de Joodse Jaartelling⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Misschien is het goed om nog even één opmerking te maken over de Joodse jaartelling, want ik heb dat tot dusver verzuimd te doen. We hebben ons de vorige keer wel even beziggehouden met de gangbare christelijke jaartelling, en we hebben ons ook de vraag gesteld in welk jaar we nu eigenlijk zitten. Ik geloof dat ik dat hier ook nog laat zien, maar nu ook eventjes nog iets over die Joodse jaartelling. Ik heb het vandaag nog eventjes nagekeken op de website. Je hebt zo'n 'date converter' op het internet, en dan kun je gewoon een bepaalde datum intikken aan deze kant of aan de andere kant, dat maakt niet uit, en dan klik je daarop en zet hij het gewoon om. Dat betekent dus dat 7 april 2016, vandaag dus, overeenkomt met 28 Adar, de tweede Adar, 5776. Dus de Joodse jaarrekening is veel verder heen. Zij zitten in het jaar 5776.⟨/p> ⟨p>Ik ben daarover benaderd. Want ze zeggen van: "Hé André, dat wijkt af." Dat wil zeggen, afwijkt van wat ik tot dusver daarover naar voren heb gebracht. Want volgens de Joden zitten we nu in het jaar 5776, en ik heb naar voren gebracht dat we momenteel, in dit voorjaar van 2016, in een ander jaar zitten. En nu ben ik wel correct. Nee, ik zie hem niet zitten. Of ben je er wel Hans? Nee dus. De vorige keer sprak hij me erop aan. Maar ik heb nu mijn huiswerk wel goed gedaan. U weet het hè, een ezel stoot zich in het gemeen, niet tweemaal aan dezelfde steen. Hij gaat verder, weet u dat, dit spreekwoord? Dus één troost: als u zich twee keer stiet, een ezel bent u zeker niet. Dus dat is de andere kant dan weer. Maar goed, de Bijbelse tijdrekening. Wij zitten nu dus in het jaar 5982. En dat is dus een verschil van 206 jaar.⟨/p> ⟨p>Maar daar moet ik wel iets bij zeggen over die Joodse jaarrekening. Want die Joodse jaarrekening heeft ook als uitgangspunt — en dat loopt parallel met de wijze waarop wij er nu mee bezig zijn — de creatie van Adam. Daar gaan ze vanuit. Als Joden zeggen, het is vandaag of dit jaar 5776, dan rekenen ze vanaf Adam. Maar ik moet erbij zeggen dat er bij die Joodse jaarrekening nogal het een en ander fout is gegaan. De Joden zijn zelf trouwens de eersten — alle orthodoxe rabbijnen zo'n beetje geven dat ook direct toe — om te erkennen dat die tijdrekening nogal een paar lacunes bevat. Ja, lacunes met name, want ze hebben diverse dingen niet meegerekend. Vandaar dus dat ze in 206 jaar tekortkomen. Zo arrogant ben ik dan wel weer.⟨/p> ⟨p>Maar goed, die Joodse jaarrekening is trouwens ongeveer net zo oud als onze christelijke jaartelling. Wist u dat? Ja, ze gaat met terugwerkende kracht veel verder terug. Maar dat neemt niet weg dat ze pas in de middeleeuwen in zwang raakte. Dus zo oud is die jaarrekening nog niet. Ze is begonnen, zoals gezegd, in de middeleeuwen. Ja, en ze missen toch echt een paar honderd jaar. Dat kan niet missen. En als u wilt weten waar de fout zit, dan moet u eigenlijk niet bij mij wezen. Dan moet u in de middeleeuwen wezen, ja. Bovendien, ik zal u vertellen, ik heb geprobeerd me ermee bezig te houden hoe men aan deze jaarrekening is gekomen. Welke 'bonnetjes' zij hiervoor overhandigen. En ik ben tot dusver geen uitleg hierover tegengekomen. Ik heb nogal gezocht, ook op internet. Iemand die mij kan vertellen hoe de Joden gekomen zijn tot deze jaartelling? Ik heb er nooit een uitleg over gelezen. Dus ja, ik kan ook niet vertellen waar de fouten zitten. Ik kan alleen zeggen dat er een verschil is van 206 jaar. Maar hoe zij verder aan hun berekening zijn gekomen, dat weet ik dus niet. Daar moet ik het dus helaas bij laten.⟨/p> ⟨p>Maar ik moet zeggen, ik ben daar eigenlijk wel heel erg blij mee, want die Bijbelse tijdrekening is veel mooier. Ze is solider, veel meer solide, en bovendien, zoals ik u zojuist al liet zien, het is zo perfect hoe dat in elkaar steekt. Ik wil u vanavond dus wat meer vertellen over het feit, of het fenomeen, dat wij bijna aan het einde van zes millennia staan. Gerekend vanaf Adam. De vorige keer hebben we ons beziggehouden met wat eigenlijk de uitvalsbasis was: Hosea 6, die profetie waarin tot Israël gezegd wordt dat de Heer tot hen zal komen na twee dagen, en op de derde dag hen zal oprichten. En dat ze zullen leven voor Zijn aangezicht. Dat is een Messiaanse belofte, alleen heel cryptisch, omdat je wel in de gaten hebt: wat bedoelt de Heer nu met één dag? Hoe rekent de Heer? Wel, dan is het Petrus die later in zijn brief, aan het einde van zijn leven, zegt: "Nou, wat je niet mag ontgaan, is dat voor de Here één dag is als duizend jaar." Dat is een heel belangrijk gegeven. Petrus zegt dat zelf. Hij zegt: "Dit ene mag u niet ontgaan." Dus als je het hebt over het uitblijven — zoals wij dat dan beleven — van de terugkeer van de Messias, wel, zegt Petrus, dan moet je dit niet vergeten.⟨/p> ⟨p>Nou, we hebben aan de hand daarvan ook die twee dagen besproken. En het is niet zo moeilijk waar je dan uitkomt. Maar nu wil ik het nog wat anders benaderen. Namelijk niet rekenen vanaf het moment dat de Heer het aardse toneel verliet en dat Hij vervolgens twee dagen later zou terugkeren — dat is de ene benadering, dan komt Hij na twee dagen weer terug, dus na twee millennia. Nu, wat ik vanavond wil vertellen, is dat Hij na zes millennia Zijn Vrederijk, of zal ik het nog anders zeggen, Zijn Sabbat, Zijn Sabbatsrust in deze wereld en meer speciaal voor Zijn volk zal introduceren of zal brengen. Hij zal na zes dagen de wereld, en meer speciaal Israël, brengen in de Sabbatsrust. En het gegeven wat daarbij essentieel is, chronologisch gezien, is hetzelfde als waar we het de vorige keer over hadden. Als je eenmaal weet hoe de Heer rekent, dan kom je in beide gevallen namelijk op exact hetzelfde uit. Dat kan niet missen.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-5" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1914" title="Speel af vanaf 31:54">▶ 31:54⟨/button> ⟨span>Na Zes Dagen: de Berg Der Verheerlijking⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Ik ga even met u naar Matteus 16 en 17. Ja, ik begin bij het laatste vers van Matteus 16. Want daar zegt de Heer namelijk iets wat van belang is om ook het vervolg te begrijpen. Het laatste vers van Matteus 16. Hij is daar in het gebied van Caesarea Philippi, helemaal in het noorden van Israël, bij de Banias. En dan zegt Hij: "Voorwaar Ik zeg u, er zijn sommigen onder degenen die hier staan." En Hij stond daar met zijn leerlingen, met de twaalf. "Er zijn sommigen onder degenen die hier staan." Niet iedereen dus, maar sommigen. "Die de dood voorzeker niet zullen smaken voordat zij de Zoon des mensen..." Als je het op z'n Hebreeuws zegt, dan zeg je de Ben Adam, de zoon van Adam, de erfgenaam van Adam. "...voordat zij de Ben Adam hebben zien komen in zijn koninklijke waardigheid."⟨/p> ⟨p>Letterlijk staat er, zoals u hier ziet in de interlineair: "voordat zij Hem hebben zien komen in het koninkrijk van Hem". En dit is al in de loop der tijden een enorme bron geweest van schriftkritiek. Want, u kunt hem zelf invullen natuurlijk: leeft een van de twaalf nog dan? Enkelen van de twaalf die daar stonden, hebben die de Ben Adam zien komen in zijn koninkrijk? Hebben we iets gemist? Hoe kan dat? Nou ja, u begrijpt hoe men dan de conclusie trekt van: nou, de Heer heeft zich kennelijk vergist.⟨/p> ⟨p>Ik ga daar even geen woorden aan vuilmaken. Waarom zou ik? Laten we gewoon verder lezen. Want dan lees je in het volgende hoofdstuk... Je ziet trouwens hier, dit is een heel mooi voorbeeld van waarin de hoofdstukindeling en de versindeling ons op een verkeerd spoor kunnen zetten. Ik ben ontzettend blij hoor met die hoofdstukindelingen, dat ik hier Matteus 17 neer kan zetten en dat ik kan zeggen welk vers het is. Dat zoekt wel verrekte makkelijk, laten we wel wezen. Of dat ik tegen u zeg: nou, ergens halverwege Matteus moet je wezen. Nee, het is heel makkelijk om iets op te zoeken, maar laat het geen rol spelen in de uitleg en in het verstaan van het schriftgedeelte. Want dan kan het heel misleidend zijn. En ik maak me sterk dat degenen die deze hoofdstukindeling gemaakt hebben, totaal niet begrepen hebben waar het werkelijk om ging. Want dan zou je dit gedeelte niet zijn begonnen met vers 1, maar met vers 28. Omdat het volgende vers namelijk exact het antwoord is op de vraag die zich gewoon aan je opdringt.⟨/p> ⟨p>Sommigen van de twaalf zouden dus de Zoon des mensen, de Ben Adam, zien komen in zijn koninkrijk. Dat is wat de Heer belooft. Met een nogal uitdrukkelijke garantie: voorwaar. Amen, zegt Hij. Nou, en dan lees je: "En zes dagen later nam Jezus Petrus en Jakobus en zijn broer Johannes mee, en Hij leidde hen een hoge berg op in de eenzaamheid."⟨/p> ⟨p>Eerst even dit. 'En zes dagen later'. Nou heb je weer een probleem, want er staat in Lukas 9... Want deze geschiedenis van de verheerlijking op de berg komen we tegen in Matteus, Marcus en Lukas. Johannes niet. Eigenaardig, want Johannes was ooggetuige hiervan, maar die heeft het niet opgetekend. Maar Matteus, Marcus en Lukas wel. Maar nu moet u even nagaan wat er in Lukas 9 staat. In Lukas 9 vers 28 staat: "En het geschiedde ongeveer acht dagen na deze woorden." Hoe kan dat? Matteus 17 zegt: het was zes dagen later. Lukas 9 zegt: het was ongeveer acht dagen na deze woorden. Nou zou je daar nog onderuit kunnen komen door te zeggen: het was 'ongeveer'. Maar dat lijkt mij niet erg bevredigend voor dat verschil. Maar het is niet zo moeilijk, want 'na zes dagen' is gewoon een Hebreeuws idioom en dat betekent gewoon: op de zevende dag.⟨/p> ⟨p>Joden, daar moet ik trouwens ook nog bij zeggen, Joden hebben gewoon tot op de dag van vandaag in het moderne Hebreeuws, dagen geen namen, maar gewoon een nummer. Zondag is de hoofddag, de eerste dag. En maandag is de tweede dag, Yom Sheni. Je telt de dagen. Dus 'na zes dagen' betekent gewoon de zevende dag. En dat betekent dus gewoon de Sabbat. En als je dat ziet, dan valt ineens de zogenaamde tegenstrijdigheid met Lukas 9 in één keer helemaal weg. Want het was inderdaad na acht dagen, op de Sabbat. Dat betekent dus dat Lukas gewoon rekent, dat kun je dan ook vaststellen als je schrift met schrift vergelijkt, vanaf donderdag. Tel het maar na, reken maar. Er zit helemaal geen tegenstrijdigheid in.⟨/p> ⟨p>Dat betekent dus dat Matteus hier aangeeft, en Marcus doet dat trouwens ook, op welke weekdag dit plaatsvond. Het was op een Sabbat, na zes dagen. Dat is trouwens op zich ook wel weer mooi, dat er niet staat 'op de zevende dag'. Ik weet het, dat komt in de praktijk op hetzelfde neer. Maar de nadruk ligt op iets anders, namelijk: het is ná zes dagen. Zoals dat in de Thora ook een grote rol speelt. Zes dagen zal een mens arbeiden en de zevende dag is de dag van de Heere uw God. Dan is er rust, dan mag je gewoon je werk staken. Sabbat betekent eigenlijk ook niet rusten, maar staken, ophouden, kappen.⟨/p> ⟨p>Ik herinner me dat ik ooit een stuk gelezen heb van Godfried Bomans, die daar geloof ik een verzameling van veertig woorden voor had. Wat je er allemaal voor kan zeggen: basta, de groeten, aan m'n grootje. Dat zit allemaal in dezelfde sfeer van stoppen, staken. Dat is Sabbat. Ik weet trouwens dat in het moderne Hebreeuws... dat als arbeiders staken, dan gebruiken ze ook datzelfde werkwoord waar het woord Sabbat van is afgeleid. Staken. Ophouden met werken.⟨/p> ⟨p>Het is ná zes dagen. Dat dateert dus al met recht van den beginne. God heeft in zes dagen zijn woorden gegeven, en ook van zijn scheppingswoorden gesproken. Dat is een verhaal apart. Maar goed, in zes dagen heeft Hij zijn scheppingswoorden gesproken en op de zevende dag was er rust voor de mens. Maar wat blijkt, ik zal het nu alvast meteen maar zeggen, want ik moet de bonnetjes nog wel erbij leveren natuurlijk. Wat blijkt, is dat die zevende dag toen, ooit in het begin, een type is van de wijze waarop God werkt. God verkondigt van den beginne de afloop, dat zegt Jesaja. Dus in dat verhaal van 'in den beginne', in Genesis 1. Dat is niet alleen maar geschiedenis. Nee, daarin vertelt God: zo is de afloop. Zo gaat mijn programma. Zo steekt dat in elkaar.⟨/p> ⟨p>De mens tobt zes dagen. Ik noem dat tobben. Trouwens, dat zullen de meeste werknemers wel met me eens zijn, werk is in de praktijk toch vaak tobben en zwoegen. Nou sorry, ik heb dit nu een beetje te negatief neergezet, maar goed. Ik bedoel het als een cynisch grapje. Maar laten we wel wezen, als we het in ieder geval hebben over de wereld, dan moeten we toch vaststellen dat de mens al zesduizend jaar poogt en probeert, en zwoegt, en er is niets voorhanden. Maar God zegt: het gebeurt wel, maar op míjn dag. Dan kappen jullie ermee, dan komt mijn dag.⟨/p> ⟨p>Nou goed, zes dagen later. Dat was dus na zes dagen, oftewel de zevende dag, nam Jezus Petrus, Jakobus en zijn broer Johannes mee. Dat waren dus sommigen van degenen die daar stonden. Die daar acht dagen eerder stonden. Niet allemaal, Hij nam een paar van hen mee. Het was selectief. Die nam Hij mee en Hij leidde hen een hoge berg op in de eenzaamheid. Als u een reis naar Israël maakt, dan brengen ze je altijd naar de berg Tabor. Maar dat is een flinke heuvel van vijfhonderd meter. Dat is gewoon geen hoge berg. Er is een hoge berg vlakbij Caesarea Philippi, waar ze acht dagen eerder waren. Weet u welke berg dat is? De Hermon. Dat is een hoge berg. Die is bijna drie kilometer hoog.⟨/p> ⟨p>2800 meter, heb ik me laten vertellen. Ja, 2800 meter hoog. Dus wat mij betreft hoeft daar geen twijfel over te bestaan dat de Heer hen inderdaad de Hermon opgeleid heeft. Opgeleid heeft, ja, want Hij heeft ze daar echt dingen laten zien. Een hele grote les. En dat was op een hoge berg. Hij heeft hen daar op grote hoogte gebracht en een geweldig uitzicht hebben ze daar gezien. Ja, dat is heel typologisch natuurlijk. Ik wou zeggen: u moet maar eens in Psalm 133 kijken over de berg Hermon. Maar dat heb ik bij deze dan gezegd, ik ga het er nu niet bij halen.⟨/p> ⟨p>Hij leidde hen een hoge berg op in de eenzaamheid. Dat wil zeggen: alleen met Hem. En dan staat er vervolgens: "en Zijn gedaante veranderde". Hier staat in het Grieks het woordje 'metamorfose'. Hij onderging een complete metamorfose voor hun ogen. Ze zagen dat zo. En Zijn gelaat straalde gelijk de zon, en Zijn klederen werden wit als het licht.⟨/p> ⟨p>Nou, laat ik u dit zeggen: dit is niet anders dan een, ja ik noem het hier een preview, een type van het toekomende Koninkrijk. Of laat ik het nog anders zeggen met de woorden die de Heer Zelf acht dagen eerder gebruikte. Namelijk: "Jullie zullen de Zoon des Mensen, de Ben Adam, zien komen in Zijn Koninkrijk." Dat is hier. Dat het inderdaad zo is, ga ik straks ook echt bewijzen uit 2 Petrus, maar eerst even dit. De Heer had het gezegd: "Sommigen zullen de Ben Adam zien komen in Zijn Koninkrijk." En wat gebeurt er dan op de sabbat? Na zes dagen, dan zien zij Hem in Zijn koninklijke heerlijkheid.⟨/p> ⟨p>Een metamorfose, ik weet het. Wat zij hier hebben gezien dat was een gezicht. Een visioen. Juist vandaag kreeg ik van iemand nog een vraag over hoe dat kon. Want je leest dan vervolgens – ik heb dat nu niet meer in deze dia's staan – dat Mozes en Elia ook aan hen verschenen. En dat Petrus dan zegt: "Nou, laten we hier tenten opslaan en overnachten." En op dat moment lees je dat er een stem uit de hemel klinkt, die zegt: "Deze is Mijn Zoon, in wie Ik Mijn welbehagen heb." En ze sloegen hun ogen op en zagen niemand dan Jezus alleen. En dan gaan ze vervolgens de berg af en zegt de Heer Jezus tegen hen: "Vertel niemand dit gezicht."⟨/p> ⟨p>Dit visioen. Hetzelfde woord wordt ook gebruikt als Petrus bijvoorbeeld dat laken ziet neerdalen en er dan tegen hem gezegd wordt: "Eet van die onreine dieren." Dat was een gezicht, een visioen. Dit was ook een visioen, vandaar ook inderdaad, het was een preview. Natuurlijk hebben zij niet letterlijk de Zoon des Mensen zien komen in Zijn Koninkrijk, maar zij hebben daar al wel een type van gezien en het tijdstip was veelzeggend. Dat was namelijk op de sabbat, na zes dagen, en bovendien wat zij zien op een hoge berg... Op zich al een beeld van een koninkrijk trouwens. Een verhoging. En daar hebben zij de Zoon des Mensen getransformeerd gezien. In Zijn opstandingsheerlijkheid.⟨/p> ⟨p>Zijn gelaat straalde zoals de zon. We lezen ook inderdaad dat als de Messias komt – dat is een van de laatste woorden in het boek Maleachi – dat Hij zal komen als de Zon der gerechtigheid. Als Hij opkomt over deze wereld, dan zal de nacht verdwijnen. Een nieuwe dag breekt aan en dan zal Zijn gelaat stralen gelijk de zon en Zijn klederen worden wit als het licht. Hij was bekleed met licht.⟨/p> ⟨p>Een heel mooi verhaal trouwens over de opstanding. Wat zullen we dragen? Hoe zullen we gekleed zijn in de opstanding? Ik denk met licht. Daar zijn hele goede argumenten voor, maar dat zou veel te ver voeren voor dit onderwerp. Laten we het hier eventjes bij houden, want ik zie dat het inderdaad ook tijd wordt om te pauzeren. Maar ik wil inderdaad straks, na de pauze, naar 2 Petrus toe gaan. En daar wil ik u laten zien dat Petrus inderdaad zegt: "Ik ben een ooggetuige geweest van de parousia van onze Heer." Maar daarover straks meer. We gaan eerst even pauzeren.⟨/p> ⟨p>We zetten onze studie weer voort. We waren gebleven... Onze jarige Job vroeg net even: "Wil je niet eventjes zeggen dat ik jarig ben vandaag?" Nou, bij deze dan. Hij is 49 geworden. Vond hij een mooi jaartal. Wij waren gebleven in Matteus 17. Ik had u daar naartoe meegenomen. Dat was dat gedeelte dus waar beschreven wordt dat de Heer acht dagen tevoren had aangekondigd, dat sommigen van Zijn leerlingen de Ben Adam, de Zoon des Mensen, zouden zien komen in Zijn Koninkrijk. En dan vervolgens op de sabbat, na zes dagen, neemt Hij hen mee op een hoge berg. En wat ze dan zien is een geweldig gezicht, ja met recht, uitzicht. En wat ze zien is de Heer Jezus Christus in Zijn parousia, dat wil zeggen in Zijn koninklijke heerlijkheid. In Zijn Koninkrijk zien zij Hem daar komen als een, ik noem het woord maar weer, als een preview. En vervolgens zegt de Heer dan, bij de afdaling van de berg: "Vertel niemand dit gezicht."⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-6" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2966" title="Speel af vanaf 49:26">▶ 49:26⟨/button> ⟨span>Petrus als Ooggetuige van de Parousia⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Maar ik wilde u nu vervolgens, dat had ik al even aangekondigd, meenemen naar wat Petrus over deze gebeurtenis gezegd heeft. En dat bevestigt namelijk exact wat ik zojuist al heb laten zien, namelijk dat de Heer onderwees dat het gezicht dat de drie discipelen, namelijk Johannes, Petrus en Jakobus, gezien hebben daar op de hoge berg, dat dat een beeld was van de komst van de Zoon des mensen en van het toekomende koninkrijk. Of anders gezegd, het is een beeld van wat er zou gaan plaatsvinden op de zevende dag. Op de sabbat voor deze wereld.⟨/p> ⟨p>Nou, ik ga u nu meenemen naar 2 Petrus 1. Want daar zegt Petrus in zijn laatste brief het volgende. De vorige keer hebben we ons natuurlijk ook beziggehouden met 2 Petrus. Toen was het 2 Petrus 3, wat hij dan zegt als antwoord op wat spotters in toekomende tijden zouden zeggen van: "Waar blijft de belofte van zijn komst?" Wel, in hoofdstuk 1 heeft hij ook al zeer belangwekkende dingen te vertellen. Daar zegt hij: "Want wij" — het is maar net hoe je de klemtoon legt, maar wíj, en vele anderen wel — "zijn geen vernuftig gevonden verdichtsels nagevolgd".⟨/p> ⟨p>Hier staat in het Grieks — ik ga er nu niet te diep op in, vandaar ook dat ik de interlineair hier niet al te veel laat zien — "geen mythen nagevolgd". Geen knap bedachte mythen. O ja, je zou nog kunnen zeggen: "Het is knap bedacht allemaal." Ja, maar als het mythen zijn, dan heb je er nog niks aan. Dan is het gewoon verzonnen. Bedacht. Petrus zegt: "Wij zijn geen vernuftig gevonden verdichtsels nagevolgd toen wij u de kracht, de power, de dynamis, de macht, zijn vermogen en de komst van onze Here Jezus Christus hebben verkondigd."⟨/p> ⟨p>Let op wat hij hier zegt. Hij zegt: wij hebben jullie verkondigd de kracht en de parousia. Ik heb dat woord nu al een paar keer laten vallen, vanavond ook. De parousia, dat wil zeggen als aanduiding van zijn aanwezigheid. De Heer is nu afwezig en straks zal hij komen en dan is hij aanwezig in zijn koninklijke heerlijkheid. Dat is waar het woordje parousia ook vooral mee te maken heeft. Komen, een komst in koninklijke heerlijkheid. En Petrus zegt: wij hebben jullie dat verteld, maar dat waren geen knap bedachte verhalen of mythen. Hij zegt: "Wij zijn ooggetuigen geweest van zijn majesteit."⟨/p> ⟨p>Dat wil zeggen, wij hebben jullie verteld over die parousia van onze Here Jezus Christus en ik heb hem met eigen ogen gezien. Hou me vast. We zijn ooggetuigen geweest van zijn majesteit. Trouwens, in het algemeen zijn dit natuurlijk de geloofsbrieven van het Nieuwe Testament. Dit is precies het fundament waar we op staan. Het Nieuwe Testament, dat zijn geen theologische bespiegelingen. Dat zijn historische documenten. Precies het materiaal waar een rechter zich ook mee bezighoudt en zich over buigt. Namelijk dat wat ooggetuigen hebben vastgesteld en beweerd en gezegd.⟨/p> ⟨p>Nou, er is een veelheid van ooggetuigen. En de verzameling daarvan noemen wij dan het Nieuwe Testament. Dat is gewoon ooggetuigenverslag. Dat is het unieke van het Nieuwe Testament. Of je nou Paulus of Petrus of wie dan ook neemt, ze waren ooggetuigen. Of het was samengesteld op basis van materiaal van ooggetuigen, zoals Lukas dat gedaan heeft.⟨/p> ⟨p>Maar hou eventjes deze draad vast. Petrus zegt: ik heb jullie de parousia van onze Here Jezus Christus verkondigd. En dat is niet zomaar bedacht. Hij zegt: wij zijn ooggetuigen geweest van zijn majesteit. Wij, dat zijn dus de ooggetuigen, de apostelen. Dat woordje komst hier, dat is het woord parousia. Want we lezen even verder. Hij heeft van God, namelijk de Vader, eer en heerlijkheid ontvangen toen zulk een stem van de hoogwaardige heerlijkheid tot Hem kwam: "Deze is mijn Zoon, mijn geliefde, in wie Ik mijn welbehagen heb."⟨/p> ⟨p>Petrus zegt: samen met anderen ben ik daar ooggetuige van geweest, of oorgetuige, zo u wilt. Maar in ieder geval, ik was daar lijfelijk bij aanwezig toen dat gezegd en gesproken werd. Nou zou je nog kunnen zeggen dat dit bij meerdere gelegenheden vanuit de hemel heeft geklonken. Bijvoorbeeld ook bij de doop in de Jordaan. Maar waar hij op doelt, dat is niet moeilijk, want nou lees ik even verder. Dan staat er: "En deze stem hebben ook wij uit de hemel horen komen toen wij met Hem op de heilige berg waren." Die wij, dat zijn dus de apostelen, meer speciaal de drie apostelen, namelijk Jakobus, Petrus en Johannes. Die drie. En wij waren met Hem op de heilige, die hoge berg. Heilig was het gewoon vanwege wat ze daar hebben aanschouwd.⟨/p> ⟨p>En dan zegt hij er nog iets bij. Dus even nog recapituleren. Petrus zegt hier: wij zijn al getuigen geweest van de parousia. En waar doelt hij dan op? Wel op dat wat hij samen met zijn collega-apostelen heeft waargenomen daar op de heilige berg. Met andere woorden, dat wat er op die berg gezien werd, dat was een beeld van de parousia. Van het koninkrijk, van de sabbat, van die zevende dag die gaat komen. Dus een plaatje van de toekomst. De Heer had het gezegd van tevoren. Petrus bevestigt dat hier.⟨/p> ⟨p>Let trouwens ook op wat hij dan zegt in vers 19, in het vervolg dus: "En wij achten het profetische woord daarom des te vaster." Wij hebben het profetische woord daarom des te vaster. Dat wil zeggen: bevestigd daarin. Nog vaster dan het al was. Bevestigd dus. "En gij doet wel er acht op te geven als op een lamp die schijnt in een duistere plaats, totdat de dag aanbreekt en de lichtbrenger opgaat."⟨/p> ⟨p>De dag aanbreekt. De dag, welke dag? Nou, die dag waar Jakobus, Petrus en Johannes getuigen van zijn geweest. Van de dag van de parousia. Welke dag was dat? Dat was na zes dagen. Oftewel, dat was de zevende dag. Oftewel, dat was de dag van de sabbat. Daar, van die dag is hij getuige geweest. En hij zegt: wij hebben het profetische woord bevestigd. Des te vaster. Hij zegt: jullie doen wel er acht op te geven als op een lamp die schijnt in een duistere plaats. Totdat de dag aanbreekt en niet de morgenster maar de lichtbrenger. Dat is volgens mij gewoon niks anders dan de zon. Totdat de lichtbrenger opgaat.⟨/p> ⟨p>En dat woordje, ja nou... de gangbare vertalingen zeggen dan "in uw harten". Dat staat er wel, maar dat moet je niet bij dit vers lezen, maar bij het volgende vers. Ja, want anders krijg je een hele rare zin. "In uw harten", dat slaat op... wat staat er ook alweer? Wat staat er in vers 20? Ik heb het even niet voor me nu. "Dit moet gij vooral weten." Oh ja. Dit vooral moet gij weten in uw harten. In uw harten moet gij vooral dit weten, dat geen profetie der Schrift een eigen uitlegging toelaat. Dus gewoon een heel andere interpunctie krijg je dan, zoals dat met een deftig woord heet.⟨/p> ⟨p>Maar goed, het gaat er nu even om: dat profetische woord, dat woord over de parousia, dat is bevestigd door ooggetuigen. En dat spreekt van de dag die gaat aanbreken. De dag, welke dag? De zevende dag. Ja, dat kan je dus niet missen. We hebben dat nu op twee manieren daarvan bevestiging gekregen.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-7" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3493" title="Speel af vanaf 58:13">▶ 58:13⟨/button> ⟨span>Hebreeën 4: de Belofte van de Sabbatsrust⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Dan neem ik u nog naar een ander schriftgedeelte mee. Naar Hebreeën 4. Dat is een wat complex verband. Dat wil zeggen, er komen nogal wat dingen ter sprake en dat moet ik allemaal laten rusten om bij mijn onderwerp te blijven. Maar laat ik dan dit even zien. Hebreeën 4 vers 8, daar begin ik even te lezen. Daar zegt de schrijver, die zich anoniem houdt, hij noemt zijn naam niet. Dus dat doen we nu ook maar even niet.⟨/p> ⟨p>Want indien Jozua... dat is leuk hè? Hier staat Jozua, dit is de ISA interlineair. En dan zie je als je daarop klikt, dan staat er gewoon Iesous. Gewoon hetzelfde: Jezus. Het staat exact hetzelfde. Dat had hij dus ook gewoon Jezus kunnen zetten. Het verband maakt nogal duidelijk dat het inderdaad om Jozua gaat, die historische figuur in het Oude Testament. Maar de naam is dezelfde.⟨/p> ⟨p>Maar ik moet erbij zeggen, Jozua is degene die het volk via de Jordaan in het beloofde land bracht. Maar diezelfde Jozua had zich al eens eerder laten zien. Die was ooit in het beloofde land geweest en het volk geloofde hem toen niet. Waardoor ze vervolgens 40 jaar hebben moeten dwalen in de wildernis. Gaan de dingetjes ratelen en branden? Het slaat er niks op tilt, ik bedoel, dat geeft toch te denken. Jozua had zich al eerder aangediend en toen hebben ze hem niet geloofd. Toen moest Israël vervolgens gaan dwalen. Blijft het daarbij? Nee, maar pas veel later is Jozua alsnog degene die leiding geeft aan het volk en hen via de Jordaan het land binnenbrengt.⟨/p> ⟨p>Daarover is trouwens nog een heel mooi verhaal. Want dat gebeurt op, daar worden maten genoemd en afstanden. Daar kom ik waarschijnlijk de volgende keer over te spreken. Dus dat laat ik nu even rusten. Het gaat me nu even om dit: "Indien Jozua hen in de rust gebracht had." Dat wil zeggen, kijk waar de Hebreeënbriefschrijver het over heeft. Er is dus een rust die God beloofd heeft voor het volk van God. Heeft Jozua hen in die rust gebracht? Nee, hij heeft ze wel in het beloofde land gebracht. Maar dat was niet de sabbatsrust.⟨/p> ⟨p>Dan zegt de schrijver, indien Jozua hen in de rust had gebracht, dan zou hij niet meer over een andere, latere dag gesproken hebben. Ik geef toe, dit is niet erg duidelijk, maar kijk het in verband na. Het gaat hier over die latere dag, dat is wat genoemd was in de psalmen. Nog steeds in de psalmen blijkt die sabbatdag nog steeds toekomstig te zijn. En de conclusie is dus van de schrijver van de Hebreeënbrief: er blijft dus een sabbatsrust voor het volk.⟨/p> ⟨p>Dat wil zeggen, die is nog steeds overgebleven. Die rest nog. Die is niet de zevende dag ooit in Genesis 1. Dat is een type. God verkondigde daar van den beginne hoe het af zou lopen met deze wereld. Na zes dagen zou de zevende dag volgen, maar dan dagen van millennia. Jawel, maar die sabbatdag is nog steeds toekomstig. Niet Jozua heeft die dag geïntroduceerd. En ik zou zeggen, kijk om je heen. Als er een sabbatsrust is, dan moet hij nog komen voor deze wereld. De definitieve, de laatste, de grote dag. Er blijft dus een sabbatsrust voor het volk van God en dat is de beloofde rust van de sabbat. Daar heeft de schrijver van de Hebreeënbrief het over.⟨/p> ⟨p>Ja, en dat is een schitterend onderwerp. Deze waarheid, die zevende dag die God gereserveerd heeft voor deze wereld, voor zijn volk. Er blijft een sabbat voor zijn volk. Het volk van Israël in het bijzonder. Het is trouwens opmerkelijk, moet ik nu even aan denken, dat de sabbat voor Israël eerder aanbreekt dan voor de rest van de wereld. Letterlijk is dat zo, maar ook figuurlijk is dat zo. Typologisch, profetisch. Als het bij ons nog vrijdag is, dan vieren de Joden al de shabbat en hebben haar als de zevende dag, als een bruid binnengehaald. Ja, dus eerst de shabbat breekt bij Israël eerder aan, en pas voor de wereld later. Dat is trouwens ook profetisch waar. Want de shabbat zal voor Israël inderdaad eerder aanbreken. Wellicht dat we daar ook nog over komen te spreken. Hoewel, we hebben nog maar twee avonden te gaan. Dus dat wordt een hele tour.⟨/p> ⟨p>Maar goed, die sabbatsrust die voor Israël komt en via Israël en later ook voor deze hele volkerenwereld. God heeft een sabbatdag in petto voor deze schepping, voor deze wereld. Dat is de grote dag die gaat aanbreken. Het grote onderwerp ook van Israëls profeten. De dag. De zevende dag. De dag des Heren.⟨/p> ⟨p>Ik weet het, christenen, gewoon het kerkvolk... dat zeg ik een beetje denigrerend, maar als je aan iemand in de kerk vraagt wat de dag des Heren is, en steevast dat je te horen krijgt, dat is de zondag. Nou, dat kun je wel vergeten, dat is niet zo. Als de dag des Heren de grote dag is die gaat komen... maar als je een dag in de week moet aanwijzen, dan zeg ik, er is er dus maar één. Dat is de shabbat. De zevende dag. De dag des Heren.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-8" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3884" title="Speel af vanaf 01:04:44">▶ 01:04:44⟨/button> ⟨span>Oude Bronnen over het Sabbats Millennium⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Maar nou ga ik u nog eens wat vertellen. Kijk, dit zijn Bijbelse waarheden. Er zijn zes dagen bijna voorbij en wat je mag verwachten is dat de zevende dag gaat aanbreken. Dus shabbat voor deze wereld en voor het volk van God. Maar nou ga ik een andere vraag stellen. Dat wat ik hierover vertel, denkt u dat dat een nieuwe uitvinding is? Dat André Piet dat hier nu zo eventjes vertelt? Nou, dat kunt u wel vergeten. Dit zijn heilig oude waarheden. Ik moet wel zeggen, naarmate ze actueler worden, komen ze meer onder het stof. Nee, ik vrees het van niet. Nou ja goed, daarover kun je discussiëren. Maar ik bedoelde hier dit mee te zeggen: vroeger was dit veel bekender. Ik zal u een aantal citaten geven.⟨/p> ⟨p>Ik heb hier een citaat uit de Encyclopedia Britannica, dat is misschien wel één van de grootste standaardwerken als het gaat om encyclopedieën. Daar staat een artikel, uiteraard, over de Talmoed. Dat is een onverdachte bron, dat is niet gekleurd of zo door een bepaalde theologische visie of zo. Nee, gewoon een artikel over wat de Talmoed... de Joodse traditie hierover zegt. Daar staat dit: de visie die het meest veelvuldig naar voren wordt gebracht in het Jodendom, is dat het Messiaanse koninkrijk duizend jaar zal duren. Moet je nagaan, in de Talmoed! Zonder Nieuw Testament zeggen de Joden dat het Messiaanse Rijk duizend jaar gaat duren.⟨/p> ⟨p>U zegt: "Ja, dat weet ik toch wel. Want dat staat in het boek Openbaring. Die duizend jaren die nog gaan komen." Ja, natuurlijk. Johannes wist dat. Johannes heeft dat op schrift gesteld. Maar ik heb het in het Oude Testament zo nooit gelezen. En toch de Joden weten het. Kijk het maar. De Joden zeggen... Dit is de Talmoed. Dat is de Joodse traditie. En daar praat ik heel vaak helemaal niet zo aardig over. Maar ja, ere wie ere toekomt. Dit sluit toch perfect aan bij Bijbelse waarheid. De visie die het meest veelvuldig naar voren gebracht wordt, dus binnen het Jodendom, is dat het Messiaanse koninkrijk duizend jaar zal duren. De wereld zal zesduizend jaar arbeiden en zwoegen, en dan zal de duizendjarige Sabbatsrust aanbreken voor het volk van God in het koninkrijk van de Messias. Ik denk bij mezelf: hebben ze de Hebreeënbrief misschien gelezen? Of Mattheüs 17? Nee, dit is toch mooi. Dus de wereldgeschiedenis vanaf Adam duurt zesduizend jaar. En dan breekt er weer een dag aan, de zevende. En die duurt ook duizend jaar. En dat is de Sabbatsrust die overblijft voor het volk van God.⟨/p> ⟨p>U zegt: "Ik ben niet zomaar overtuigd." Oké, nou lezen we even verder. Wacht even hoor. Nu heb ik... ja, dit is nog een ander citaat. Maar nou heb ik waarschijnlijk iets vergeten erbij te vermelden. Nou ja, in ieder geval, ik weet het eventjes niet zo uit mijn hoofd. Maar dit is in ieder geval ook uit... Nee natuurlijk joh! Nou, dat lees ik er zelf overheen. Dit was uit, het aanvankelijke was de Encyclopedia Britannica, en nu uit The Jewish Encyclopedia. Dus dit is een andere encyclopedie. En die zegt dit: Het vers "duizend jaar zijn in Uw ogen als de dag van gisteren" (Psalm 90 vers 4), suggereert het idee dat de tegenwoordige wereld van arbeid zal worden opgevolgd door een Sabbats-millennium. De komende wereld, de Joden spreken altijd over Olam Haba'a. Dat wil zeggen de aioon, de eeuw die gaat komen. De komende wereld. Dat is een Sabbats-millennium.⟨/p> ⟨p>En dan gaat het nog even verder, want ik kon het niet allemaal op één dia krijgen. Deze zes millennia zijn onderverdeeld in drie perioden. De eerste 2000 jaar zonder de wet, de volgende 2000 jaar onder de heerschappij van de wet – klopt denk ik niet helemaal, maar goed – en de laatste 2000 jaar als voorbereiding voor de heerschappij van de Messias te midden van strijd en catastrofes. The Jewish Encyclopedia! Is dit een bevestiging uit onverdachte bron of niet? Ik bedoel, tot dusver heb ik u bij mijn weten nog niet getrakteerd op menselijke commentaren of wat autoriteiten hebben gezegd. En dat vind ik ook helemaal niet nodig; ik wil u laten zien wat de Schrift zegt. Maar als u denkt dat de dingen die ik naar voren heb gebracht over die tijdrekening, dat het op zich nieuw is... En vooral die zes dagen van duizend jaar. En dat komende millennium, die Sabbatsrust. Nee, dat is ontzettend oud.⟨/p> ⟨p>Ik zal u nog een bron geven. Dit was uit de Joodse wereld. Dat is toch erg duidelijk als u het mij vraagt. Maar dan gaan we naar de kerkvaders. Dan hebben we heel vroege kerkvaders. Irenaeus. Ik weet niet eens of ik zijn naam goed uitspreek. Irenaeus. Oké, Irenaeus. Hij was een leerling van Polycarpus, die op zijn beurt de apostel Johannes nog gekend heeft. Die schreef dit: "In zoveel dagen als de wereld is gemaakt, in zoveel duizend jaar zal het worden voltooid. Want de dag des Heren is als duizend jaar en in zes dagen is de schepping compleet gemaakt. Dus is het duidelijk dat zij ook voleindigd zal worden na zesduizend jaar." Aldus Irenaeus. Dit is er een uit de tweede eeuw dus. Vergeet niet. Het is iemand uit de tweede eeuw die deze dingen zo naar voren brengt.⟨/p> ⟨p>In het jaar 200 ongeveer, is de brief van Barnabas... Zo heet die brief, gepubliceerd, geschreven. En daar lezen we dit. Weer iets soortgelijks. Let op kinderen, wat Hij bedoelde met in zes dagen voltooide Hij. Hij bedoelde dit, dat de Here in 6000 jaar alle dingen tot een einde zal brengen. Begrijp me goed? Ik zeg dit nou niet als verdediging van de brief van Barnabas, of dat dit een goede uitleg van Genesis 1 is. Daar gaat het mij niet even om. Het gaat mij er alleen even om, om aan te voeren dat er mensen zijn geweest uit een heel grijs verleden in de Joodse wereld, en ook aan het begin van de kerkgeschiedenis, die exact dezelfde dingen naar voren hebben gebracht over die millennia en over die dagen. Als wat ik in deze serie hier vertel. Waar het uiteindelijk op neerkomt. Nou ja, ik geef toe, die perfecte parallellen en die symmetrieën en tot op het jaar nauwkeurig, dat heb ik nog nooit gelezen. Dat is wel erg uniek. Maar op zich die driedeling, even globaal. Van drie keer 2000 jaar en dan vervolgens een millennium van Sabbatsrust. Die zal volgen. Dat is, ik zou haast zeggen, zo oud als de weg naar Rome. Maar ik denk dat het aardig klopt.⟨/p> ⟨p>Ik heb er nog één. Ja, die vind ik ook mooi. Maarten Luther. Dat zijn wat jongere getuigen. Dat wil zeggen. Daar gaan we. Dat wil zeggen dat we weer heel wat eeuwen, een ruim millennium nog weer verder zijn. In 1540 schreef Maarten Luther... dat is dus pakweg 23 jaar na de reformatie. In 1517 sloeg hij die stellingen aan de slotkapel van Wittenberg. En 23 jaar later, in 1540, schreef hij een boekje. En dat boekje heette 'berekeningen van de jaren van de wereld'. Hij schreef een boekje over de materie waar we het in deze serie ook over hebben. Hoe zit dat precies? In welk jaar zitten we? En hij schreef toen... Ik heb het boekje niet in bezit, maar ik heb het van diverse zijden gehoord. Dit is allemaal vrij toegankelijke informatie. Hij schreef in dat boekje dat het jaar waarin hij dit publiceerde of schreef... Dat was volgens zijn berekening het jaar 5500. Precies. Dus dat betekent dus, als Luther het jaar 6000 zou uitrekenen, dat is 500 jaar verder, kom je uit in het jaar 2040. Ik geef toe, er is een afwijking van enkele jaren met wat ik tot dusver naar voren heb gebracht, maar het zit toch wel gevaarlijk dichtbij. Luther zei dus: wij zitten in 1540, we zitten in het jaar 5500. Ja en nou, het wordt nog leuker. Want wat zegt Luther dan? Hij schrijft namelijk een voorwoord, en dan citeert hij ene Paul van Burgos. Niet eens, weet ik niet.⟨/p> ⟨p>Maar met instemming citeert hij hem dan, en die schreef het volgende: "De wereld zal zesduizend jaar bestaan. Twee duizend jaar in ledigheid, tweeduizend jaar voor de wet en tweeduizend jaar voor de Messias." Dat is Luther.⟨/p> ⟨p>Dat hij dat in zijn dagen zegt... trouwens nogmaals, ik zeg dit niet als verdediging. Ik zeg dit alleen ter bevestiging dat ook een man als Maarten Luther... Stel je voor dat Maarten Luther nu geleefd zou hebben. Hoeveel mensen die zich een telg zullen noemen van de reformatie, zullen dit weten? Luther zou nu zeggen: "Jullie generatie, anno 2016, leven in een buitengewoon spannende tijd."⟨/p> ⟨p>Luther had trouwens totaal geen zicht op die duizend jaren die nog komen. Vandaar ook dat hij waarschijnlijk citeert: de wereld zal 6000 jaar bestaan. Misschien dat hij het in deze constellatie bedoelde. Maar in ieder geval, daar gaat het me even niet om. Het gaat er eventjes om dat hij dus aangaf: 6000 jaar, en dan gaat het gebeuren. Dat is wat Luther daarover zei.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-9" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4563" title="Speel af vanaf 01:16:03">▶ 01:16:03⟨/button> ⟨span>De Actualiteit en het Naderende Scharnierpunt⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En niet alleen Luther, ik noemde u die andere namen. Dat betekent dus dat de tijd waar wij nu in leven... Het gaat me nu niet eens even op het jaar nauwkeurig. Maar de tijd waar wij nu in leven is zo enorm, ja niet alleen boeiend, maar zo'n scharnierpunt. Dat naderen we, kan je niet missen. Duizend jaren geleden, volgens die Joodse traditie, keken ze al uit naar deze generatie. En wij verbazen ons er dan over dat de dingen zich allemaal zo toespitsen. In de hele wereld, en je hoeft niet specifiek een gelovige te zijn om te zien dat de dingen onoplosbaar worden en dat alles uiteindelijk zo vraagt en roept om de komst van de Messias.⟨/p> ⟨p>Maar let ook nog even op iets anders. Dat alles wat in het Midden-Oosten gebeurt, dat moest in deze tijd ook gaan gebeuren. Ik bedoel, de Bijbel spreekt over gebeurtenissen en over landen in het Midden-Oosten die in verband met de eindtijd een rol gaan spelen. Moet je je voorstellen: duizenden jaren lang was er geen sprake van Egypte. Dat waren allemaal koloniën en onder de voet gelopen door andere natiën. Er was geen Egypte, er was geen Syrië, er was geen Libanon. En al die landen, een Joodse staat was er niet. Het was allemaal van de kaart. En sinds een eeuw wordt dat allemaal weer op de kaart gezet. Waarom nu? Nou, heel simpel: de tijd is daarvoor rijp. De tijd is naderend. De zes dagen zijn bijna voorbij. Het moet gebeuren.⟨/p> ⟨p>De stukken worden inderdaad, om even bij dat beeld te blijven, op het schaakbord gezet. En het wachten is dat de grote eindstrijd gaat beginnen, waarin al die landen, inclusief zelfs niet alleen weer een Joodse staat, maar ook weer haar historische aardsvijand, namelijk de Filistijnen, ook gewoon weer allemaal op de kaart staan. Op dezelfde locatie zelfs nog waar ze ooit duizend jaren geleden al waren, namelijk daar in die Gazastrook. Daar gaat het gebeuren. Het hoeft ons niet te verbazen.⟨/p> ⟨p>Maar ziet u hoeveel reden we hebben om nu, in 2016, wakker te zijn? Als dat de vrucht is van de Bijbelstudies van deze avonden in dit seizoen, dan ben ik ontzettend blij. Niet alleen maar omdat Gods Woord zo perfect in elkaar zit, dat Hij de God is die de tijden beschikt en plaatst. Dat is geweldig. Maar ook dat je je bewust wordt in wat voor tijd wij leven. En dat de zevende dag gaat naderen. Dat weten wij. Waarom? We hebben het profetische woord, des te vaster. En dat schijnt als een licht. En wij weten in wat voor tijd we leven.⟨/p> ⟨p>En dus kunnen wij met Maarten Luther, die dat 500 jaar geleden al zei... Volgend jaar wordt trouwens het Lutherjaar gevierd, hè? Dan is het 500 jaar geleden dat hij die stellingen sloeg op de slotkapel van Wittenberg. Maar nu vraag ik me af: hoeveel mensen zullen dit weten? Luther zei: "Ik leef nu in 1540, in het jaar 5500." Nog 500 jaar, mensen! Nog 500 jaar, zei hij. Ik heb het nog nooit van iemand gehoord, dat Luther dit zo naar voren bracht. En dat bedoelde ik zojuist ook te zeggen: vroeger wisten ze het, en nu nadert de tijd die Luther zo aangeeft, daar moeten we naar uitkijken, en de mensen zijn allemaal in slaap gesukkeld. Maar daar hoort u niet bij natuurlijk. Nee. Ik vind het geweldig om zo met de Schrift bezig te zijn.⟨/p> ⟨p>Ja, ik wilde nog iets vertellen, maar ik zie aan de klok dat ik daar echt niet meer aan toekom over 'onze dagen tellen'. Zal ik het nog doen? Ik zal het kort doen.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-10" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4846" title="Speel af vanaf 01:20:46">▶ 01:20:46⟨/button> ⟨span>Psalm 90: Leer Ons Zo Onze Dagen Tellen⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Nog even naar Psalm 90. Daar staat dat bekende woord waar Petrus ook aan refereert in 2 Petrus 3. Dan zegt hij dit: "Want duizend jaren zijn in uw ogen als de dag van gisteren." En dat was precies waar Petrus het ook over heeft van: "Dit ene mag jullie niet ontgaan, voor de Heer is duizend jaar als één dag."⟨/p> ⟨p>Nou, en dan sla ik even een hele passage over en dan staat er in vers 12 dit: "Leer ons zo onze dagen tellen, dat wij een wijs hart bekomen." Hoe? Onze dagen tellen. Nou, gewoon zoals de Heer telt. Dat we gewoon gaan kijken met de bril die de Heer daarvoor raadpleegt. Of de wijze waarop de Heer naar de dingen kijkt. "Leer ons zo onze dagen tellen", dat wil zeggen: tellen en rekenen zoals God rekent. Zodat we een wijs hart bekomen. En dat moet u nog wel eens doorlezen. Dat is vers 12 dan.⟨/p> ⟨p>En dat moet je gewoon doorlezen. Dan staat er in vers 13: "Keer weder, o HERE! Hoelang nog? En ontferm U over uw knechten." Dit is toch ook zo geweldig. Alleen al die vraag: "Hoelang nog?" Nou, als we gaan rekenen, als we onze dagen gaan tellen, als we ook onze hele jaartelling gaan zien in het licht van de Schrift, dan weten wij: wij leven nu aan het einde van zes dagen. De zevende dag is aanstaande. Of anders gerekend: sinds het moment dat de Heer het toneel verliet, volgen er twee dagen en die zijn ook bijna ten einde. Dat is hetzelfde. Hoelang nog? Het antwoord is: nou, in dit geval niet lang meer.⟨/p> ⟨p>"Hoelang nog, HERE? En ontferm U over uw knechten." Dan staat er ook: "Verzadig ons in de morgenstond met uw goedertierenheid." Dat vind ik ook mooi. In hetzelfde verband. Want de morgenstond, dat is het moment dat de dag aanbreekt. Dat de lichtbrenger komt. Oftewel, dat de dag aanbreekt. De duisternis verdwijnt. De zon der gerechtigheid opkomt. Dat is die derde dag. Of, zo u wilt, de zevende dag. "Verzadig ons in de morgenstond met uw goedertierenheid, opdat wij jubelen en ons verheugen al onze dagen."⟨/p> ⟨p>Je zou het vervolg ook nog even moeten lezen in Psalm 90. Doen wij niet. Maar dit is precies díé morgen. Die we in het vizier hebben. En waar we altijd in de Schrift op worden gewezen. Ja, ik heb toch nog even op Psalm 90 kunnen wijzen.⟨/p> ⟨p>Waar ik de volgende keer trouwens naartoe wil gaan met u, is om nog wat meer aanwijzingen te leveren vanuit de Schrift uiteraard. Uitsluitend vanuit de Schrift over die twee dagen en die zes dagen, hoe we dat allemaal ook nog geïllustreerd zien. En dat is een buitengewoon uitgebreid onderwerp, maar je wordt zo wonderbaar bevestigd in deze lijnen. Kijk, dit is logica. Op die zes dagen volgt de zevende dag. Of na twee dagen volgt de derde dag. En dat past perfect, dat valt samen. Maar ik zal u laten zien hoe de Schrift ook die lijnen in allerlei geschiedenissen, verhalen en zelfs rituelen bevestigt. Zodat, ja, Gods Woord is een eenheid. Als je eenmaal de waarheid op het spoor bent, dan word je daar inderdaad in vastgesteld. Dat is een geweldige ontdekking en ervaring, moet ik u zeggen. Daar wil ik u graag de volgende keer naartoe meenemen.⟨/p>