⟨h3 id="hoofdstuk-1" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="0" title="Speel af vanaf 00:00">▶ 00:00⟨/button> ⟨span>Introductie en Terugblik op de Bijbelse Chronologie⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Een hele goede avond allemaal van mijn kant ook, vrienden. Ik ben blij u allemaal weer in grote getale te zien hier in deze boeiende serie, want we hebben het toch over een buitengewoon intrigerend thema. Reken maar: de Bijbelse tijdrekening blijkt heel wat meer te zijn dan zomaar wat getalletjes en cijfers van jaren. Je ziet een geweldige structuur in de loop der avonden opdoemen, en dat eigenlijk al vanaf de allereerste keer dat we dat vaststelden. Gewoon vanuit de Bijbeltekst zelf; hoewel onder de oppervlakte, wordt het ons zo aangereikt.⟨/p> ⟨p>Het lijkt mij een hele nuttige zaak om weer even van vooraf aan te beginnen, dat wil zeggen: even terug te blikken. Wat hebben we tot dusver zo bezien? We zijn inmiddels weer een heel aantal weken verder; het was vorig jaar dat we het voor het laatst over dit onderwerp hadden. Hoewel ik vanavond met u mee wil gaan naar de 70-ste week, de jaarweek van Daniël waarover straks dus meer, wil ik eerst dit nog eventjes besproken of in ieder geval genoemd hebben in een terugblik.⟨/p> ⟨p>Wat we hebben gezien is dat, als we de wereldgeschiedenis vanaf Adam vanuit de Schrift bezien en we beginnen te tellen bij de creatie van Adam waar de mensheid begon, dat het jaar 1 is. Je leest dan in Genesis 5, Genesis 10 en ook Genesis 11 over al die aartsvaders die elkaar opvolgen. Daarbij staat niet alleen hoe oud ze werden, maar ook de verwekkingsleeftijden. Als je die correct optelt – want daar moeten een paar aantekeningen bij gemaakt worden, maar dat hebben we destijds gedaan – dan kom je uiteindelijk uit bij het sterfjaar van Noach, dat precies samenvalt met het geboortejaar van Abram.⟨/p> ⟨p>Dat is precies het jaar 2000. Met het jaar 2000 bedoel ik dus vanaf Adam, Anno Hominis (AH). Dus vanaf het jaar van de mens, het jaar van Adam. Dat zijn de eerste 2000 jaren. Een tijdperk van Adam tot Noach wordt hiermee afgesloten en een nieuw tijdperk vangt aan, namelijk bij Abram, bij zijn geboorte. Dat is het jaar 2000.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-2" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="173" title="Speel af vanaf 02:53">▶ 02:53⟨/button> ⟨span>De Volle Tijdlijn: van Exodus tot de Herbouw Onder Kores⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Ik pak er nu weer even een andere tijdlijn bij en ik begin hier bij het jaar 2000. Als we vanaf daar 500 jaar verder gaan, komen we precies uit in het jaar van de Exodus. In Exodus 12 staat zo triomfantelijk beschreven dat het niet alleen op het jaar nauwkeurig was, maar zelfs op de dag nauwkeurig. Het was namelijk het 430ste jaar na de belofte die God aan Abraham had gegeven. Op de dag nauwkeurig, zo staat er in Exodus 12 bij. Deze periode is onderverdeeld in 70 jaar; dat wil zeggen vanaf de geboorte van Abraham totdat hij 70 werd en geroepen werd en de belofte van God kreeg. Nog weer 30 jaar later werd zijn zoon Isaak geboren; toen was Abraham dus 100 jaar oud. Daarna volgt een periode van 400 jaar, die ook al door God aan Abraham was voorzegd. Abraham was 100 jaar in het jaar 2100, en dan volgen er 400 jaren waarin het nageslacht van Abraham zou uittrekken uit de slavernij met grote have. Dat is dus met precisie vervuld.⟨/p> ⟨p>Zo komen we uit in het jaar 2500, het vijftigste jubeljaar. Dat wil zeggen 50 maal 50: het jubeljaar in het kwadraat. Een jaar waarbij de slaven vrij werden gelaten; het jaar 2500 kwam daar perfect voor in aanmerking. De Bijbel wijst daar nergens expliciet op, maar impliciet — en juist dat maakt het zo intrigerend — is het onder de oppervlakte gemakkelijk te herkennen. Trouwens, de wijze waarop je telkens tot deze getallen uitkomt, is op zichzelf een intrinsiek, een inwendig bewijs aan zich dat het inderdaad wel moet kloppen. Die structuur is zo perfect, dat kan eigenlijk niet anders. Het zou vreemd zijn als je nu uit zou komen op 2499, om maar wat te noemen. Dan zou je zeggen: dat is vreemd, waarom dat ene jaar dan niet? Maar nee, het is exact dit.⟨/p> ⟨p>Goed, de Exodus. Als je weer 500 jaar verder rekent, dan kom je uit in het jaar dat Salomo zowel de tempel als zijn paleis voltooid heeft. Je leest dat hij begint met de tempelbouw in 1 Koningen 6, in het 480ste jaar na de uittocht. We weten dat hij daar 20 jaar over heeft gedaan, inclusief het paleis. God had al bij de uittocht gezegd dat Hij Zich een plaats zou verkiezen; Israël zou zoeken naar die plaats waar God Zijn naam zou doen wonen. Welnu, dat is Jeruzalem. Daar staat de tempel, de heilige plaats. Het zou ook de plaats zijn waar de dynastie van David zou wonen. Vandaar ook dat dit jaar 3000 — precies 1000 jaar na de geboorte van Abraham en 500 jaar na de Exodus — het jaar is waarin de tempel voltooid is, de plaats waar God Zijn naam laat wonen, en bovendien het huis van David gereed is. Het paleis van David, waar het koningshuis van David zijn zetels had, was gereed in het jaar 3000.⟨/p> ⟨p>Nog weer 500 jaar verder komen we uit bij het jaar waar we nu eigenlijk ook zijn aangeland bij de bespreking van de 70 jaarweken van Daniël. Want dit is namelijk het jaar dat weer 500 jaar verder ligt. Dus even voor de goede orde: je hebt die eerste 2000 jaar en vervolgens volgen er twee millennia, en die twee millennia zijn onderverdeeld in vier keer exact 500 jaren. Oftewel vier keer tien jubeljaren, want dat is namelijk hetzelfde. 500 jaar zijn tien cycli van jubeljaren. Een jubeljaarcyclus is 49 plus 1 jaar, dus 500 jaar zijn precies tien van zulke cycli. Vanaf dit jaar krijg je een periode van 500 jaar en die is onderverdeeld in 430 jaar en 70 jaar. En dat is bijzonder, want de eerdere periode was onderverdeeld in 70 en 430. Dit is onderverdeeld in precies het omgekeerde spiegelbeeld, symmetrisch dus.⟨/p> ⟨p>Er zijn namelijk 430 jaren van koningen uit het huis van David die regeerden tot de laatste koning in het 430ste jaar. Dan wordt er een einde gemaakt aan die tempel die hier werd ingewijd; de hele stad ging in vlammen op. Die verwoesting van Jeruzalem zou 70 jaar duren. Dat was door Jeremia zo voorzegd en dat was ook een vergoeding van sabbatsjaren die men nooit gehouden had. Dus die sabbatsjaren en die hele cycli van jubeljaren die daarmee verband houden, spelen hier in de hele chronologie telkens een basale, centrale rol. Hoe dan ook, er volgt dus een periode van 430 jaar van twintig koningen van Juda, en die stoppen bij de verwoesting van Jeruzalem onder leiding van koning Nebukadnezar van het Babylonische Rijk. Jeruzalem wordt 70 jaren verwoest.⟨/p> ⟨p>Aan het einde van die 70 jaren is het koning Kores, de vorst van het Medo-Perzische Rijk, die in zijn eerste jaar het volk doet terugkeren naar Jeruzalem. Hij geeft ook bevel tot herbouw van de tempel en van de stad Jeruzalem. Dat is dus de terugkeer uit de ballingschap. Jeruzalem was verwoest en het volk, het huis van Juda, was gedeporteerd naar Babel. Toen, in het jaar 3500, mocht het volk terugkeren en werden de stad en de tempel herbouwd. Het zou niet meer de glorie krijgen die het ooit had, maar dat is wat er gebeurde in dat jaar 3500. Dit is in vogelvlucht wat we tot dusver hebben gezien. De 'bonnetjes' enzovoort heb ik u bij eerdere gelegenheden geleverd. Het is heel bewust dat ik ook stap voor stap hier doorheen wil gaan; ik wil u niks wijsmaken. Ik hoop dat u zeer, zeer kritisch luistert naar wat ik zeg, en dat geldt in het bijzonder ook voor vanavond.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-3" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="624" title="Speel af vanaf 10:24">▶ 10:24⟨/button> ⟨span>Een Fundamentele Breuk met de Gangbare Visie⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Ik wil me graag meteen even excuseren. Ik ga vanavond dingen vertellen die erg afwijken van wat u daarover altijd geleerd hebt. En ik moet het nog sterker zeggen – ik steek de hand in eigen boezem: ik ga u vanavond dingen vertellen die erg afwijken van wat ik niet alleen zelf heb geleerd, maar ook heb onderwezen. Ik heb in 2005 nog een Bijbelstudiedag in Rijnsburg gehouden over het onderwerp van de zeventig jaarweken; ik heb het vanmiddag nog even nagekeken. Toen worstelde ik al met een aantal zaken. Ik had gewoon nog een aantal vragen die ik toen ook wel gesteld heb, maar ik kwam er niet uit. Wat ik daar toen over verteld heb, moet ik bij dezen, tenminste voor een deel, herroepen. Dus als u zegt: "Ik wil zulke dingen niet horen, ik wil alleen maar bevestigd worden in dat wat ik toch al wist", dan kunt u nu deze zaal verlaten. Oh, de deur zit op slot? Dat heb ik niet gedaan!⟨/p> ⟨p>Ik noem het voortschrijdend inzicht. En of het ook werkelijk voortschrijdend inzicht is, dat is aan u om te beoordelen. Wees dus kritisch. Wat we de vorige keren ook gezien hebben, is dat prachtige verhaal van Kores, wiens naam al honderden jaren tevoren door Jesaja was voorzegd. Hij was bij name genoemd: als Israël ooit zou terugkeren en de stad en de tempel zouden worden herbouwd, dan zou dat gebeuren door een Kores. Kores heeft aan zijn hof vernomen dat hij was voorzegd en zelfs dat de periode van ballingschap zeventig jaar zou duren. Hij wist meteen, in het jaar dat hij te horen kreeg wat hem te doen stond, hoe laat het was op de profetische klok. Dat is werkelijk geweldig.⟨/p> ⟨p>Waar het nu om gaat, is dat Daniël bij die gelegenheid – dus in dit jaar 3500 AH – van God te horen kreeg wat er de komende 500 jaar zou gebeuren. Wat we tot dusver hebben gezien, is geschiedkundig. Dat wil zeggen: het is het verhaal van datgene wat inmiddels gepasseerd was, dingen die historisch waren geworden. We zijn er natuurlijk op gewezen dat God periodes voorzegd heeft, zoals de 400 jaar dat Israël in Egypte verdrukt zou worden. Ook die 70 jaar van de ballingschap en van de verwoesting van Jeruzalem was exact voorzegd. Maar over het algemeen is dit een historische relatie; het gaat over dingen die inmiddels hun beslag hadden gekregen en de termijnen worden benoemd zoals ze reeds voorbij waren.⟨/p> ⟨p>Nu krijgt Daniël echter van Godswege te horen wat de toekomst brengt. God voorspelt niet, Hij voorzegt. Hij zegt wat er gaat gebeuren in de komende jaren. Er wordt dan gesproken over 70 jaarweken. Laat ik een paar dingen op een rijtje zetten. Deze profetie van de 70 jaarweken begint te rekenen vanaf de herbouw van Jeruzalem. Dat hebben we de voorgaande avond gezien en ik ga dat nu niet verder aantonen. We moeten echter goed rekenen: waarom spreekt de Schrift over jaarweken? Een Hebreeër kent dat begrip gewoon omdat het direct ontleend is aan de Torah van Mozes. Jaarweken zijn simpelweg cycli van sabbatsjaren. Elk zevende jaar was een sabbatsjaar; er werd niet geoogst en niet gezaaid, het land lag braak. Na dat zevende jaar volgde weer een nieuwe cyclus van zes jaar arbeiden en oogsten, waarna het veertiende jaar weer een sabbatsjaar was waarin het land braak lag.⟨/p> ⟨p>Dit ging zeven keer zo door. Bij het zevende sabbatsjaar, het 49e jaar, lag het land weer braak; er werd niet geoogst en niet gezaaid. Daarna volgde een speciaal ingelast vijftigste jaar: het jubeljaar. In dat jaar werden de slaven vrijgelaten en gingen alle bezittingen terug naar de oorspronkelijke eigenaar. Dat was het vijftigste jaar. Dat betekent dus dat een cyclus van zeven jaarweken overeenkomt met zeven sabbatsjaren plus het bijbehorende jubeljaar, wat samen 50 jaar is. Als zeven jaarweken 50 jaar is, dan zijn 70 jaarweken tien keer zoveel. Dat is dus tien keer 50 jaar, oftewel 500 jaar. Dit is nog geen hogere wiskunde, toch?⟨/p> ⟨p>Als de 70 jaarweken begonnen in het jaar 3500 AH, zoals ik zojuist in de tijdlijn liet zien, waar zouden deze dan eindigen? En dit is het revolutionaire van deze avond: de 70 jaarweken eindigen in het jaar 4000 AH. Als ik het zo zeg, realiseer ik me ook wel dat het voor sommigen helemaal niet revolutionair klinkt. Ik hoor sommige mensen zelfs denken: "Nou en?" Dat begrijp ik wel, maar ik zeg er meteen bij dat dit haaks staat op wat u altijd onderwezen hebt gekregen. En ik ook, en wat ik zelf heb onderwezen. Laten we daar eens op ingaan voordat we naar de tekst van Daniël 9 toegaan waar die 70 jaarweken worden beschreven. Dat hebben we de vorige keer ook al deels gezien.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-4" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1052" title="Speel af vanaf 17:32">▶ 17:32⟨/button> ⟨span>De Traditionele Uitleg van de 70 Jaarweken Getoetst⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Maar eerst wil ik een paar dingen zeggen over de gangbare visie op de zeventig jaarweken. Als ik 'gangbaar' zeg, dan bedoel ik vooral dat wat toch het meest bekend is. Er zijn meerdere ideeën daarover, maar meestal spreekt men er liever helemaal niet over, omdat men er gewoon geen weg meer mee weet. In het jodendom is het bijvoorbeeld eigenlijk een taboe-onderwerp, omdat men er simpelweg geen touw aan vast kan knopen. Dat is ook logisch, maar daarover straks nog meer, want dat staat ook in deze profetie. Ik geef toe dat wat ik nu zeg een beetje cryptisch is, maar dat is ook de bedoeling.⟨/p> ⟨p>De gangbare visie op de zeventig jaarweken is in de eerste plaats: men rekent vanaf Nehemia. Dat is wat men doorgaans doet, in plaats van vanaf Kores. Maar Kores zou Jeruzalem herbouwen; we hebben het gelezen in Jesaja 44. Hij is degene die de herbouw start. Trouwens, in Daniël 9 hebben we in de tekst zelf ook gezien dat het niet anders kan dan dat het op Kores betrekking heeft. Die zeventig jaren van verwoesting van Jeruzalem eindigen, en dat eindmoment is precies het beginpunt van de zeventig jaarweken, van weer een nieuwe periode van vijfhonderd jaar. Kores zou Jeruzalem herbouwen. Wat Nehemia deed – waar men meestal begint te rekenen – was niet de bouw van Jeruzalem beginnen, maar de bouw hervatten. Die hele herbouw van Jeruzalem had namelijk heel veel voeten in de aarde. Het werd iedere keer onderbroken en ondermijnd door de omliggende volken, zoals de Samaritanen; er kwamen gaten in de muren enzovoort. En dan is het Nehemia die uiteindelijk de herbouw van de stad, maar meer speciaal van de muren, hervat en ook voltooit.⟨/p> ⟨p>Er komt trouwens nog iets bij: het jaartal waarin Nehemia begint... Weet u hoe men daaraan komt? In de gangbare chronologie – echt waar, dit is gewoon een feit – ontleent men dat niet aan de Schrift. De gangbare chronologie mist hier een Bijbelse schakel. Men zegt namelijk dat die zeventig jaarweken beginnen te rekenen bij 445 voor Christus. Hoe komt men daaraan? Dat ontleent men aan de seculiere chronologie. Maar dan missen we een belangrijke schakel in de Bijbelse lijn. Wij hebben ons tot dusver nog niet één keer beroepen op buitenbijbelse bronnen. Niet dat daar op zich iets mis mee is, maar we doen een Bijbelse chronologie, uitsluitend de Schrift. Als u zegt dat dit biblicistisch is: prima, dan is dat biblicistisch. Voor mij is dat een eretitel. We gebruiken gewoon de Schrift.⟨/p> ⟨p>Dat betekent dus dat je het jaartal waarin Nehemia die bouw hervatte, nooit kunt aannemen als startdatum van de zeventig jaarweken. Dan is het geen Bijbelse chronologie meer. Daar komt nog iets bij, en dat is even een opmerking terzijde: de seculiere chronologie rekent tussen Kores – men zegt dat dit 536 voor Christus is, maar dat mag u vergeten – en de afronding van de herbouw ruim honderd jaar. Dan zit je er bijna zestig jaar naast, want de Bijbel rekent er zeven jaarweken voor. Die hele herbouw van de stad heeft volgens Daniël zeven jaarweken, oftewel negenenveertig of vijftig jaren geduurd.⟨/p> ⟨p>Die periode van Ezra en Nehemia – ik heb daar de vorige keer niet al te veel aandacht aan gegeven, maar ik heb er wel een blog over geschreven – was voor mij een openbaring om te zien, want het was me nooit duidelijk. Maar die hele periode vanaf Kores tot aan de voltooiing van de herbouw van Jeruzalem heeft vijftig jaren geduurd. Degenen die aan het begin bij Kores terugkeerden naar Jeruzalem, daar waren er velen van die aan het einde, toen Nehemia klaar was met zijn klus, ook nog getuige waren. In de gangbare chronologie is dat glad onmogelijk, want dan zouden die mensen al een jaar of 140 of 150 geweest moeten zijn. Dat kan niet, dat is gewoon absurd. Maar in de Bijbelse chronologie kan het wel, omdat het een periode van vijftig jaar is. Dus als degenen die bij Kores terugkeerden naar Jeruzalem zeg maar een jaar of dertig waren – de leidende mannen worden in Ezra 2 ook genoemd – dan waren ze vijftig jaar later tachtig jaar oud. Dat kunnen ze heel goed hebben meegemaakt. In de gangbare chronologie kan dat niet.⟨/p> ⟨p>Het beginpunt is dus verkeerd. Bovendien rekent men nooit met vijfhonderd jaar als we het hebben over de zeventig jaarweken. Ga maar eens na; ze zeggen altijd dat het 490 jaar is. Ik zeg het misschien ten overvloede: als ik 'ze' zeg, dan bedoel ik dat niet lelijk. Helemaal niet, ik was zelf één van die 'ze', met de beste bedoelingen. Ik ga me nu verder niet meer excuseren; er is absoluut geen sprake van een aanval. Ik heb het gewoon over een bepaalde bewering die volgens mij niet klopt. U mag vervolgens zelf checken of dat zo is. Men rekent nooit met vijfhonderd jaar, maar altijd met 490 jaar. Waarom zegt men dat? Men zegt: een jaarweek is zeven jaar, dus zeventig jaarweken is zeventig keer zeven, en dat is 490 jaar. 'Haha', denk ik dan, want dan mis je toch echt de tien jubeljaren die erbij horen, die iedere keer daartussen liggen. Het begrip 'jaarweken' is namelijk ontleend aan de cycli van sabbatsjaren, waarbij na zeven sabbatsjaren een vijftigste jubeljaar volgt. Zeventig jaarweken is dus gewoon tien keer een cyclus van vijftig jaar.⟨/p> ⟨p>Dan heb ik er nog één, want men sleutelt nog een keer abusievelijk aan die termijn. Men gaat uit van 490 jaar, wat al niet klopt, maar bovendien zegt men dat het jaren van 360 dagen zijn. Men maakt een jaar dus korter. Maar dat kan ook al niet, want die jaarweken zijn cycli van sabbatsjaren en dus van zonnejaren. Dat weten we, want anders zouden die jaren in no-time uit de pas lopen met de hele agrarische cyclus. Het hele begrip van sabbatsjaren is gebaseerd op de agrarische kalender van zaaien en oogsten. In het zevende jaar ligt het land gewoon braak. Dat zijn gewoon zonnejaren.⟨/p> ⟨p>Dat is een heel apart verhaal van zonnejaren en maanjaren. In principe is de Joodse kalender, net als de islamitische kalender, gebaseerd op de manen, een maancyclus. Bij ons is een maand niet echt een maand. Het woord 'maand' is uiteraard ontleend aan de maan; een maancyclus duurt precies 29,5 dag. Vandaar dat in een maankalender de ene maand 29 dagen duurt en de andere 30 dagen. Vandaar ook dat in de Bijbel het begin van de maand altijd een 'nieuwe maan' is, en halverwege de maand is het altijd volle maan. Als het de vijftiende van de maand is, is het per definitie volle maan. Bij ons niet; onze maanden zijn geen echte maanden. Er is één probleem met die maanden, en dat is dat als je er twaalf rekent, dit niet overeenkomt met een zonnecyclus. Vandaar dat de Joodse maankalender zich elke paar jaar corrigeert door een dertiende maand in te voegen. U denkt: 'Haha, een dertiende maand, dat is interessant', als u werknemer bent, maar daar heeft het helemaal niets mee te maken. Die dertiende maand voegt men toe om de kalender in lijn te laten lopen met het zonnejaar. Anders zou je het resultaat krijgen dat je Nisan, de voorjaarsmaand, op een gegeven ogenblik in de zomer of in de herfst viert.⟨/p> ⟨p>Dan klopt dat niet meer, dus het moet in lijn blijven lopen met dat zonnejaar. Een heel ander verhaal is waarom die twee niet meer synchroon lopen, die maankalender en die zonnekalender. Of het jaar heel vroeger misschien toch niet gewoon 360 dagen is geweest; dat is een heel ander verhaal waar we het nu niet over hebben. Het gaat er nu even om dat die sabbatsjaren gebaseerd zijn op gewone zonnejaren.⟨/p> ⟨p>Voor de volledigheid moet ik wel even wijzen op een argument waarom men dat altijd zegt. Men stelt dat die jaren van 360 dagen profetische jaren zijn. Het argument daarvoor is dat je in Openbaring leest over een termijn van 1260 dagen, wat dan 42 maanden zou zijn. Men zegt dan: één maand is 1260 gedeeld door 42, dat is 30 dagen. Twaalf maanden is dan 360 dagen. Zie daar: het profetisch jaar. Dat is het argument.⟨/p> ⟨p>Maar ik moet u zeggen: daar is heel makkelijk doorheen te prikken. Het punt is gewoon dat die 1260 dagen inderdaad 42 maanden zijn, namelijk 42 volle maanden. Als je het cijfer achter de komma neemt, dan is het inderdaad 42,71 maanden, maar het zijn 42 volle maanden. Ik zal het u maar eerlijk vertellen: ik ben 54 jaar oud. Dat wil zeggen: 54 volle jaren. Over een maand of anderhalve maand hoop ik 55 jaar te worden, dus eigenlijk ben ik 54,8 jaar oud. Maar als je gewoon even afrondt, dan zeg je: "Ik ben 54 jaar oud." Dat wil zeggen: 54 volle jaren. Zo rekenen we. Dat is ook hoe de Bijbel spreekt over die 42 maanden en 1260 dagen. Dit argument lijkt mij dus niet zo sterk. Het argument dat de jaarweken ontleend zijn aan de sabbatsjaren, is daarentegen onontkoombaar.⟨/p> ⟨p>Dan een vierde punt over de gangbare visie op de 70 jaarweken. Men meent dat de jaarweken uitlopen in het Messiaanse Vrederijk. Dat heb ik zelf ook altijd gedacht. Maar ik zal u vertellen: die 70 jaarweken eindigen niet in het Vrederijk, maar in Jeruzalems verwerping en de verzegeling van gezicht en profetie — een term die ontleend is aan Daniël 9. Dat wil zeggen dat de Schrift verzegeld en ontoegankelijk gemaakt wordt voor het volk. Dat is iets heel anders; ik kom daar straks op terug. Maar dit is een heel belangrijk punt: het eindpunt deugt dus niet.⟨/p> ⟨p>Dan nog een vijfde punt. Men ziet vaak een breuk, soms zelfs van honderden jaarweken als het erop aankomt, tussen de 69-ste en de 70-ste jaarweek. Wat over het algemeen als de gangbare visie wordt gezien, is dat de 69 jaarweken achter ons liggen, maar dat er nog een zeventigste week van Daniël komt. Dat heb ik zelf ook altijd gedacht — dat weet u inmiddels — en dat dacht u wellicht ook. Maar logisch gezien, als je dit betoog volgt, zeg je: "Dat is vreemd. Hoe kan dat nou weer? Een onderbreking in die termijn?"⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-5" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1921" title="Speel af vanaf 32:01">▶ 32:01⟨/button> ⟨span>De 70 Jaarweken als Aaneengesloten Eenheid Zonder Pauzes⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Kijk naar het benoemen van een termijn. In dit geval gaat het om zeventig jaarweken. Dat is alleen logisch en zeer zinvol als de periode ook aaneengesloten is. Toch? Als tegen Daniël gezegd wordt dat er zeventig weken over zijn volk bepaald zijn, dan staat het beginpunt vast en het eindpunt staat vast. Daarmee is een periode benoemd en dan moet dat allemaal in die zeventig weken plaatsvinden. Als ik tegen u zeg dat wij over zeventig weken op vakantie gaan, en na zeventig weken ben ik nog steeds niet op vakantie geweest omdat het dan nog honderden weken duurt voordat ik eindelijk ga, dan zegt u: "Sorry, maar die termijn die je had genoemd, die klopt niet." Als ik dan tegen u zeg: "Ja, maar dat komt omdat er een pauze in zit; een heleboel weken reken ik niet mee," dan is dat flauw. Want dan is zo'n hele termijn namelijk niet zinvol meer.⟨/p> ⟨p>Het komt er eigenlijk hierop neer: ik geloof dat de zeventig jaarweken ook echt zeventig jaarweken duren. Eigenlijk is dat het revolutionaire. Hoe lang duurde de Tachtigjarige Oorlog? Tachtig jaar. Hoe lang duurde het Twaalfjarig Bestand? Ik denk twaalf jaar. Hoe lang duren de zeventig jaarweken? Zeventig jaarweken. Wat men over die zeventig jaarweken altijd zegt, is dat de eerste 69 jaarweken aaneengesloten zijn. Nou ja, daar is met het beginpunt en de termijn ook al behoorlijk aan gesleuteld, maar dat even terzijde gelaten. Men zegt echter dat die zeventigste week nog moet komen. Maar dat betekent dat die onderbreking, de pauze die men erin last, een veelvoud is van die oorspronkelijke zeventig jaarweken. In werkelijkheid heeft men er dan nog zo'n 280 jaarweken aan toegevoegd die tussen de 69ste en de 70ste week in liggen. Dat kan niet, hè? Dat is niet logisch. De Schrift zegt zeventig weken en dan moeten wij daar dus niet 350 weken van maken.⟨/p> ⟨p>Daar komt nog iets bij waar ik de vorige keer geloof ik al even op gewezen heb, maar ik doe het bij dezen nog een keer omdat het in deze argumentatie van belang is: die zeventig jaarweken vormen een eenheid. U zegt misschien: "Je moet zeggen: ze vormen een eenheid," maar het is geen verschrijving. Want dat is precies de wijze waarop het in Daniël 9 gepresenteerd wordt: als een eenheid. Er staat in Daniël 9 vers 24: "Zeventig weken wordt afgescheiden." Niet 'worden', niet meervoud, maar enkelvoud. Zo staat het in de grondtekst. Het wordt gepresenteerd als een eenheid en dan moet je niet gaan knippen, want dan doe je die eenheid teniet. Wat God samengevoegd heeft — het is een beetje uit zijn verband gerukt, maar het gaat wel op — dat scheiden de mensen niet. Die zeventig weken zijn dus een aaneengesloten periode, net zoals de zeventig jaren die juist voorbij waren gegaan net zo goed een eenheid waren. Stel je voor dat Jeremia had gezegd dat er zeventig jaren over de verwoesting van Jeruzalem zouden komen, en het had honderden jaren geduurd. Als er dan later de uitleg zou komen dat dit kwam omdat een heleboel jaren gewoon niet meegerekend waren, tja, zo lust ik er nog wel een paar.⟨/p> ⟨p>Kijk, als je zegt dat er soms onderbrekingen in de profetie zijn, dan zeg ik: "Amen." Men heeft de profetie wel vergeleken met een berglandschap waarbij je allemaal toppen ziet. Als ik in de Alpen ben en ik sta op de top van een berg en je kijkt in de verte, dan zie je allemaal bergtoppen achter elkaar. Maar zoals je vanaf een bergtop de tussenliggende dalen en de ruimte die daartussen ligt niet ziet, zo kijken profeten soms ook naar gebeurtenissen die achter elkaar liggen zonder dat ze oog hebben voor de tijdsruimte die daartussen ligt. Dat kan heel goed. Maar dit is wat anders. Hier wordt een specifieke termijn voorzegd. Zoals tegen Abraham werd gezegd: "Vierhonderd jaar en daarna zal het volk uittrekken." Dan wordt er echt een termijn met een specifiek beginpunt en daarmee dus ook een specifiek eindpunt benoemd. Daar kun je niet aan sleutelen, dat kun je niet verlengen. Nee, God heeft het zo gezegd: zeventig weken. Dus dat zijn zeventig weken.⟨/p> ⟨p>Dat is dus wat ik in de gangbare visie op de korrel nam. Even samengevat: men rekent vanaf een verkeerd beginpunt, men rekent met een verkeerde termijn (490 jaar, en dat ook nog eens maal 360 dagen, wat beide niet juist is), men rekent met een verkeerd eindpunt omdat men denkt in het Vrederijk uit te moeten komen (daar kom ik straks nog op terug), en men breekt een termijn die als een eenheid wordt gepresenteerd. Dat mag ook niet; men scheidt wat samengevoegd is en wat een eenheid is. Dat is de kritiek die ik op de gangbare visie heb. Laten we dan nu maar eens naar de tekst van Daniël 9 toe gaan.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-6" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2319" title="Speel af vanaf 38:39">▶ 38:39⟨/button> ⟨span>Daniël 9:24: de Zonde Afsluiten en Ongerechtigheid Verzoenen⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Voor een deel zal ik nog wat dingen benoemen die ik al in de voorgaande studie aanstipte, toen we het over ditzelfde onderwerp en dezelfde passage hadden. Ik zal daarvan nog wel een paar dingen aanstippen die dus al benoemd zijn. Eerst even dit: 70 weken. Nou, we weten waar het dan over gaat. Dat zijn 70 cycli van sabbatsjaren. 500 jaren die begonnen in 3500 en dus eindigen in 4000, in het jaar 4000.⟨/p> ⟨p>Die zijn bestemd, en ik gaf het zojuist al even aan: hier staat dus, als u dat letterlijk ziet in de interlineair, dat de 70 weken worden afgescheiden. Zo staat het, en ik benadruk nu even dat woord in het enkelvoud: het ⟨em>wordt⟨/em> afgescheiden. Dus die 70 weken vormen een eenheid. Dat afgescheiden wil zeggen dat het is afgegrensd en afgebakend. Hier begint het, daar eindigt het, zoals die 70 jaren ook afgeschermd, afgescheiden en afgebakend waren.⟨/p> ⟨p>Nou, 70 weken — 70 sabbatsjaren-cycli — wordt afgescheiden over uw volk en over uw heilige stad, zo wordt tegen Daniël gezegd. Uw volk, het volk van de Joden, het volk van Israël zo u wilt. En uw heilige stad: Jeruzalem. Daarover gaat deze profetie. Let op, ik heb er even getalletjes bijgezet om aan te geven wat hier dan allemaal benoemd wordt. Want die 70 weken is een periode die nu gaat volgen. Vanaf wanneer er dan gerekend gaat worden, daar had ik het al even over en ik zal het straks ter herinnering ook nog even laten zien. Maar hier wordt gezegd waar het uiteindelijk toe leidt. Waarvoor die 70 weken, die voor het volk van Israël en de heilige stad Jeruzalem worden afgescheiden, zijn bestemd: wel, die zijn om de overtreding te sluiten.⟨/p> ⟨p>Zo staat het, en het is niet moeilijk om alleen al aan de hand van dit 24e vers de Hebreeënbrief ernaast te leggen. Dat is een brief die juist ook geschreven is aan — wat dacht u? — de Hebreeën. Mensen die Hebreeuws dachten en spraken; dat wil zeggen: het volk Israël. De Hebreeënbrief zegt daarover in hoofdstuk 9 vers 15: "Daarom is Hij de middelaar van een nieuw verbond." Oké, het is midden in de passage en ik ga u niets vertellen over de context, maar het gaat hier over Christus, de Middelaar. Hij is de Middelaar van een nieuw verbond, opdat, nu Hij de dood had ondergaan — dat wil zeggen: door de dood heen — Hij zou bevrijden van de overtredingen onder het eerste verbond. Kijk, hier heb je precies waar Daniël 9:24 over spreekt: over de afsluiting of toesluiting van de overtreding. In Hebreeën 9 vinden we het commentaar over Hem die de Middelaar is van een nieuw verbond. En Hij stierf om te bevrijden, oftewel om daarmee de overtreding toe te sluiten en er een einde aan te maken. In principe is daar door Zijn dood heen — dat was een kruis en opstanding, die twee — een einde aan gekomen; het is toegesloten.⟨/p> ⟨p>Ik ga even door, want er worden een zestal dingen genoemd. Die 70 weken zijn een afgebakende periode en ze zouden aan het einde van die termijn hierin resulteren: de overtreding zou toegesloten zijn en de zonde zou worden afgesloten, of zoals er letterlijk staat: "tot beëindiging van zonden". Waar denkt u dan aan? Nou, ik ga weer even naar Hebreeën 9:26. Daar wordt gesproken dat Hij door Zijn offer de zonde wegdoet. We praten hier dus over Christus die de overtreding zou toesluiten door Zijn dood heen. Hier wordt gesproken over Zijn offer, wat trouwens eigenlijk niet alleen maar Zijn dood is, maar vooral ook Zijn opstanding. Dat is een onderwerp apart trouwens. Een offer is niet alleen maar dat een dier geslacht wordt; een offer is dat nadat dat dier geslacht is, het opsteeg Gode tot een liefdelijke reuk. Na de slachting dus. Die slachting spreekt van Zijn sterven, en dat wat erop volgde — dat Hij opsteeg Gode tot een liefdelijke reuk, zoals dat altijd genoemd wordt — spreekt van Zijn opstanding. Wel, dat is het offer. En door Zijn offer doet Hij de zonde weg; Hij sluit dat hoofdstuk af.⟨/p> ⟨p>Eigenlijk worden hier diverse begrippen gebruikt, maar feitelijk zijn ze synoniem aan elkaar. Dus mocht de ene zin u ontgaan of mocht u de betekenis ervan niet helemaal vatten, dan wordt dat weer opgevangen door de andere zin, waarin met andere woorden op dezelfde essentie gewezen wordt. De overtreding sluiten, zonde afsluiten en — dat is het derde — om de ongerechtigheid of de verdorvenheid, zoals er eigenlijk staat, te verzoenen. Nou ja, eigenlijk te beschutten. Het woordje ⟨em>kippoer⟨/em> is niet 'verzoenen'. Dat is een heel lastig woord in het Nederlands, want wij denken bij verzoenen vaak aan twee partijen die vijandig tegenover elkaar staan of vervreemd zijn en weer 'on speaking terms' komen. Twee partijen in een huwelijk hebben een conflict en worden weer met elkaar verzoend. Maar dit woord 'verzoenen' is iets heel anders; het gaat hier niet over twee vervreemde of vijandige partijen, maar over het verzoenen van ongerechtigheid. Dat wil zeggen dat die beschut wordt, bedekt wordt: ⟨em>kippoer⟨/em>.⟨/p> ⟨p>In het Nieuwe Testament komt dat woord ook voor, in 1 Johannes 2 vers 2. Daar wordt gezegd over Jezus Christus: "Hij is een verzoening voor onze zonden." Johannes is ook een apostel van de besnijdenis; in Galaten 2 vers 9 staat dat letterlijk zo. Johannes richt zich tot de besnijdenis en wat zegt hij? "Hij, Jezus Christus, is een verzoening voor onze zonden." Met 'onze' bedoelt hij de zonden van Israël. En dan zegt hij — want Johannes denkt heel weids: "En niet alleen voor de onze, maar ook voor de gehele wereld." Alsjeblieft! Nu moet ik moeite doen om hier niet verder op in te gaan, op de reikwijdte van dat werk, want dat is natuurlijk zo geweldig. Maar ik moet me bij mijn onderwerp bepalen en me daartoe beperken. Het gaat hier over de verdorvenheid, de ongerechtigheid die beschut en verzoend wordt. Dat is wat Hij gedaan heeft: een verzoening voor onze zonden. Het spreekt dus over het historische feit van Zijn dood, van Zijn offer, van Zijn kruis en opstanding. Dat werk dat in het verleden heeft plaatsgevonden.⟨/p> ⟨p>Er staat nog iets bij: "om eeuwige gerechtigheid aan te brengen". Dat is het vierde. Eigenlijk staat er: om "rechtvaardigheid van aeonen" te brengen. Waar denkt u aan? Je zou heel wat passages daarvoor kunnen aanhalen, maar laat ik met u naar 2 Korinthe 3 gaan. Dat is mooi, want daar zet Paulus het oude verbond tegenover het nieuwe verbond. Hij zegt dat hij een bedienaar is van dat nieuwe verbond, niet van de letter maar van de geest. Hij zet die twee tegenover elkaar: eerst de bediening van het oude verbond, van die stenen tafelen, van veroordeling en van de dood. En dan zegt hij: veel meer is de bediening van het nieuwe verbond — kijk het maar na in de context — de bediening die rechtvaardigheid brengt en overvloedig is in heerlijkheid. Kijk, dat is die bediening van het nieuwe verbond waar Christus de Middelaar van is. Het nieuwe verbond dat ook gesloten zal worden met Israël en Juda. Wel, dat is wat rechtvaardigheid brengt, overvloedig voor de aeonen. Nu, voor de komende aeonen en trouwens onvergankelijk. Maar hier wordt het genoemd: rechtvaardigheid van aeonen.⟨/p> ⟨p>Waar denken we dan aan? Toch aan dat wat Hij aan het licht bracht door Zijn dood en opstanding. Hij die stierf; hoe staat het er in Romeinen 4? Hij werd overgeleverd om onze overtredingen en opgewekt tot onze rechtvaardiging, gerechtigheid van aeonen.⟨/p> ⟨p>Ja, niet alleen voor Israël, maar uiteindelijk ook voor de hele wereld. Eén ding moet duidelijk zijn: in Daniël 9 gaat het speciaal over Israël en de heilige stad natuurlijk, maar dat is wat Hij deed.⟨/p> ⟨p>En dan staat er nog iets bij, namelijk waartoe die zeventig weken zullen leiden en wat dat met zich mee zal brengen. En dan, als vijfde, wordt er iets gezegd dat erg miskend is.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-7" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3006" title="Speel af vanaf 50:06">▶ 50:06⟨/button> ⟨span>Het Doel voor Israël: Gezicht en Profetie Verzegelen⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Er wordt vaak zomaar overheen gewezen, totdat mij eenmaal duidelijk werd dat deze zeventig weken gaan over een periode die inmiddels achter ons ligt. Toen werd dit mij ook in één keer helder. Er staat als vijfde doel: om gezicht en profeet te verzegelen. In Daniël 12 staat in de NBG-vertaling 'om het te bezegelen', maar er staat niet 'bezegelen'. Bij bezegelen zou je kunnen denken aan iets wat bevestigd wordt, maar hier wordt gesproken over gezicht en profetie. Het staat er als 'tot verzegeling van profeet of profetie en visioen', of 'visioen en profeet'. Ziet u?⟨/p> ⟨p>Nu komt de grote vraag: waarover gaat dat? Dat woord 'verzegelen' komt nog twee keer voor in Daniël, namelijk in Daniël 12 vers 4 en vers 9. Moet u eens lezen waar het dan over gaat. Aan het slot van het boek Daniël wordt er gezegd: 'Maar gij, Daniël, houd de woorden verborgen. Verzegel het boek tot de eindtijd.' En daar zegt Hij dat velen onderzoek zullen doen. Wanneer dan? In die eindtijd. En de kennis zal vermeerderen. Dit gaat natuurlijk weer speciaal over Zijn volk. Er wordt gesproken over het verzegelen van het boek en dat betekent dat die woorden verborgen gehouden worden. Men kan er niet bij, men begrijpt het niet; het is ontoegankelijk. Die zeventig weken leiden tot verzoening en tot een eeuwige gerechtigheid, de afsluiting van zonden, maar ook tot iets anders: namelijk dat gezicht en profetie verzegeld worden voor uw volk en de heilige stad.⟨/p> ⟨p>Ik neem u nu mee naar een andere passage: Jesaja 8. Eigenlijk zou je het hele gedeelte, ook de voorgaande verzen, even moeten lezen, maar dat doen we nu niet. Ik wil u daar voor de pauze in ieder geval nog even mee naartoe nemen. Daar staat een profetie over de Messias die zou komen en het feit dat het volk over Hem zou struikelen. Dat staat in het veertiende vers, als ik me niet vergis — of het dertiende vers, kijkt u het even na. Ik kan u zeer aanbevelen om het hele verband erbij te nemen, want dan wordt het nog veel duidelijker. Ik doe het omwille van de tijd nu niet, maar er staat: 'Velen onder hen zullen struikelen, zij zullen vallen, zij zullen verpletterd, gestrikt en gevangen worden.' Weet u wat dat betekent?⟨/p> ⟨p>Het gaat over wat er is gebeurd. Men is gestruikeld over de steen, de rots der ergernis. Wat er vervolgens is gebeurd, is dat de Joodse natie binnen één geslacht — dat wil zeggen, binnen veertig jaren — ook gevangen is genomen en in ballingschap terecht is gekomen. Verstrikt, gevallen, verpletterd; de hele stad is met de grond gelijk gemaakt. Al deze termen — struikelen, vallen, verpletterd, gestrikt en gevangen — al die negatieve woorden zijn letterlijk zo vervuld. Daarom haal ik het ook aan: Israël struikelt en wordt verpletterd. Ze komen in de diaspora terecht, in de verstrooiing, en de Joodse natie wordt letterlijk van de kaart geveegd. Er is geen Joodse natie meer.⟨/p> ⟨p>En dan staat er: 'Bind de getuigenis toe.' Dat is de Schrift, een term die speciaal voor de Tora wordt gebruikt. 'Bind de getuigenis toe, verzegel de wet onder mijn leerlingen.' Dat wil zeggen dat die wet toegebonden moet worden, verzegeld, en slechts de leerlingen hebben er toegang toe. Het gaat hier inderdaad over het overblijfsel van Israël dat wel gelooft. 'En ik zal wachten op de HEERE, Die Zijn aangezicht verbergt voor het huis van Jakob. Ja, op Hem zal ik hopen.' Je zou de navolgende verzen eigenlijk ook nog even moeten lezen.⟨/p> ⟨p>Aandacht voor dit: er wordt hier gesproken over Israël dat struikelt over de steen des aanstoots, met als gevolg dat de stad verpletterd wordt en het volk gestrikt en gevangen wordt genomen, wat betekent dat zij in ballingschap terechtkomen. Vervolgens wordt de wet, de Tora en de Schrift — het getuigenis van God — gebonden en verzegeld. Ze hebben er geen inzicht meer in; ze lezen het wel, maar ze begrijpen het niet. Er is een hele passage in Jesaja 29 die daar ook over gaat. Dan geven ze een boekrol — kent u dat gedeelte? — en zeggen: 'Lees dit eens.' Men kan het niet lezen, het is abracadabra voor hen, ze begrijpen het niet. Weet u waarom? De Schrift is verzegeld voor het volk en de heilige stad. Ze hebben er geen toegang toe.⟨/p> ⟨p>Dit gaat over de periode waarin de HEERE Zijn aangezicht verbergt voor het huis van Jakob. Niet alleen verbergt de HEERE Zijn aangezicht — ze zien Hem niet en Hij laat niets van Zich merken — maar bovendien is Zijn woord ontoegankelijk voor hen. Het woord is verborgen en verzegeld, en de HEERE Zelf ook. Dit is de tijd van de verborgenheid. De Schriften spreken daarover. Wij leven in die tijd dat de HEERE Zijn aangezicht verbergt voor het huis van Jakob. Er komt gauw een einde aan, de termijn is bijna vervuld, maar niettemin is dat nog steeds de actuele situatie.⟨/p> ⟨p>Ik wil straks het laatste punt nog even noemen. Een van de dingen waarin die zeventig weken zouden resulteren, is dat gezicht en profetie verzegeld zouden worden. Dat wil zeggen dat Israël het niet zou verstaan. Dus in plaats van dat die zeventig weken leiden naar het Vrederijk, leiden ze er voor het volk toe dat gezicht en profetie verzegeld zijn. Dat is dus heel anders. Ik heb nog één ding te bespreken, maar ik zie dat het echt te laat wordt om dat er nu ook nog bij te betrekken. Dat parkeren we dus even voor na de pauze: het laatste punt uit Daniël 9 vers 24.⟨/p> ⟨p>Wij pakken de draad weer op en zetten de zeventig weken voort. Daar zitten immers geen pauzes in, dat heb ik u proberen duidelijk te maken. We waren inmiddels bij de bespreking van Daniël 9 vers 24. Ik heb het nog niet expliciet gezegd, maar ik geloof dat ik het de vorige keer al even heb aangegeven: ik lees uit de Statenvertaling omdat die veruit het meest accuraat is. Ik vond het alleen maar storend als ik iedere keer moest zeggen dat de NBG-vertaling hier niet zo goed is. 'SV' staat voor de Statenvertaling. Mocht het een keer anders zijn, dan geef ik dat wel aan in de toelichting en dan ziet u dat vanzelf ook in de interlineair.⟨/p> ⟨p>Tot dusver hebben we vastgesteld dat die zeventig weken een aaneengesloten periode vormen en waar die uiteindelijk toe zouden leiden. Die zeventig weken zijn bestemd, afgescheiden en afgebakend voor uw volk en uw heilige stad. Een van de dingen die we hebben gezien — het laatste wat we voor de pauze bespraken — is dat voor Israël gezicht en profeet verzegeld zouden worden. Het zou zeer de moeite waard zijn om bij een andere gelegenheid nog eens dieper op dat punt in te zoomen. Het deed me haast pijn om er zo snel overheen te gaan en alweer naar het volgende item toe te 'fietsen'. Dit is namelijk een onderwerp waarover zoveel in het Oude Testament staat: het feit dat de boekrol voor het volk verzegeld wordt. Het is ontoegankelijk, men begrijpt het niet.⟨/p> ⟨p>Van Godswege is dit zo bepaald, en in die zeventig weken zou dit gaan gebeuren. Inderdaad, de Messias zou komen en eeuwige gerechtigheid aanbrengen, verzoening door beschutting voor de ongerechtigheden... en ook gezicht en profeet zouden verzegeld worden. In de tijd dat het huis van Jakob geen zicht zou hebben op de HEERE: 'Ik zal Mijn aangezicht voor dit volk verbergen.'⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-8" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3614" title="Speel af vanaf 01:00:14">▶ 01:00:14⟨/button> ⟨span>De Heiligheid Der Heiligheden Zalven⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En dan het laatste, het zesde punt van de doelstellingen die hier genoemd worden. Iedere keer wordt een doelstelling aangegeven met het woordje 'om'. Dit is het laatste wat gezegd wordt: om de Heiligheid der heiligheden te zalven. Dat is een typisch Hebraïsme, een Hebreeuwse manier van zeggen; een overtreffende trap, zoals 'eeuwen der eeuwen', 'lied der liederen' of 'ijdelheid der ijdelheden'. Hier staat: om de Heiligheid der heiligheden te zalven, oftewel tot zalving van de Heiligheid der heiligheden.⟨/p> ⟨p>Nu heb ik een vraag voor u als we het hebben over zalving. Het Hebreeuwse woord voor gezalfde is Mashiach en het Griekse woord is Christos; dat betekent gewoon 'gezalfd'. Als ik aan u vraag: wie is de overtreffende trap van de gezalfde? De vraag stellen is haar beantwoorden. Inderdaad, het is Petrus die op het tempelplein in de heilige stad voor het volk van Israël plechtig verklaart op de dag van het Pinksterfeest, in Handelingen 2 vers 36, als conclusie van zijn toespraak: "Dus moet ook het ganse huis van Israël zeker weten dat God Hem tot Heer en tot Christus gemaakt heeft, deze Jezus die gij gekruisigd hebt."⟨/p> ⟨p>Petrus zegt dit tegen het ganse huis van Israël, uw volk, in uw heilige stad. U weet nog dat die zeventig weken daarover gingen. Nu zegt Petrus, ongeveer vijfhonderd jaar later, wat Israël zeker moet weten: dat daar een Allerheiligste is, de Heiligheid der heiligheden, die van Godswege gezalfd is met Gods Geest. Ik kom er straks nog even op terug, maar in ieder geval vond zalving plaats door middel van olie. Koningen werden gezalfd, priesters werden gezalfd en profeten werden gezalfd. In feite kregen ze daarmee olijfolie. De olijfboom is een boom die eigenlijk onvergankelijk is; het is een beeld van leven. Olijfolie is een beeld van geest en van leven, want geest is leven.⟨/p> ⟨p>Waar het op neerkomt, is dat toen de Heer Jezus Christus in het graf lag, God Hem heeft gezalfd door Zijn heilige olie, de Geest, over Hem uit te storten. Hij werd gezalfd met Zijn Geest en ontving onvergankelijk leven. Dat is de echte zalving. Waar de zalving in het Oude Testament met olijfolie plaatsvond, was dat slechts een type, eigenlijk alleen maar een beeld van de werkelijke zalving die plaatsvond op de dag van de opstanding. Toen de Heer Jezus uit het graf verrees, bracht Hij eens voor altijd onvergankelijk leven aan het licht, omdat Hij werd gezalfd met Heilige Geest.⟨/p> ⟨p>Er wordt tegen Daniël gezegd dat dit in die zeventig weken – een periode van vijfhonderd jaar vanaf 3500 AH – zijn beslag zal krijgen. Daarin zal de verzoening plaatsvinden en de gerechtigheid van de aionen worden aangebracht, maar ook de Heiligheid der heiligheden worden gezalfd. De meest apart gezette, de meest bijzondere, het Allerheiligste. Zo staat het overigens in de NBG-vertaling. Dat zijn verschillende benamingen, maar het komt op hetzelfde neer: we hebben het over iemand, en Die is inderdaad toen gezalfd. De Christus, tot Heer en tot Christus gemaakt.⟨/p> ⟨p>Dit is de tussenbalans, want we zijn er nog niet; de bespreking van die zeventigste week gaat nog verder. Neem het me niet kwalijk dat ik hier zo secuur doorheen ga en zinsdeel voor zinsdeel behandel. Ik wil niet voor mijn beurt praten, maar ik wil de zaak zorgvuldig opbouwen zodat u het helemaal kunt meemaken en ziet dat het er werkelijk zo staat, zonder over dingen heen te lezen. Alles wat in Daniël 9 vers 24 voorzegd is, is vervuld in Christus, zoals we mochten verwachten. Laten we het rijtje nog eens langslopen: de overtreding is afgesloten, de zonde is toegesloten, de ongerechtigheid is verzoend – beschut – en de gerechtigheid van de aionen is aangebracht. Het gezicht en de profetie voor het volk van Israël en de heilige stad zijn verzegeld; het is voor hen verborgen. En de Heiligheid der heiligheden, Christus Zelf, is gezalfd. Dat is waar de zeventig weken toe zouden leiden en binnen die termijn zouden deze zes dingen plaatsvinden. Dat is wat er gezegd wordt. Ik ga weer even verder.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-9" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4025" title="Speel af vanaf 01:07:05">▶ 01:07:05⟨/button> ⟨span>Daniël 9:25: Zeven en Tweeënzestig Weken tot de Messias⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>We lazen zojuist over vers 24, bij die zeventig weken. Het gaat over de termijn, over wat voor eenheid het is en waar het toe zou leiden. Dan staat er: "Weet dan en versta." Daar hebben we het de vorige keer al over gehad, dus daar kan ik nu even snel doorheen gaan, maar wel om de draad vast te houden. Weet dan en versta: er wordt tegen Daniël gezegd dat vanaf de uitgang van het woord – dat wil zeggen vanaf het moment dat het woord uitging, namelijk om terug te keren en om Jeruzalem te bouwen – tot op Messias de Vorst, er zeven weken en tweeënzestig weken zijn. Hier wordt Hij geduid. Hier wordt dus tegen Daniël, honderden jaren van tevoren, gezegd wanneer de Messias zou komen en wanneer Hij Zijn werk zou volbrengen. Nou ja, volbrengen in Zijn eerste termijn, zal ik maar zeggen. Jazeker, over die gerechtigheid der aionen en over die verzoening van de ongerechten; dat zou Hij dan in die zeventig weken doen.⟨/p> ⟨p>Hier wordt gezegd: vanaf het moment dat het woord uitging om te doen wederkeren en Jeruzalem te bouwen. Oftewel, vanaf de dagen van Kores, vanaf dat jaar. Het is heel simpel: gewoon vanaf het jaar dat Daniël dit hoorde, in dit eerste jaar van Kores. Vanaf dat moment gerekend zouden er zeven weken volgen en tweeënzestig weken. Over die zeven weken hebben we het de vorige keer al gehad en u krijgt nu een tijdtabel te zien. Hier ziet u tien cycli van sabbatsjaren, van jubeljaren; dit is vijftig jaar. En dan begint het: het woord gaat uit om Jeruzalem te herbouwen in het jaar 3500.⟨/p> ⟨p>Vervolgens zouden er zeven weken volgen waarin de herbouw van de stad zou plaatsvinden. Dat wil zeggen dat we vijftig jaar verder zijn, wat weer een jubeljaar is. Dan zijn we in het jaar 3550. Er zouden zeven weken voor de herbouw in beslag worden genomen en dan wordt er nog een termijn genoemd, namelijk weer van tweeënzestig weken. Dat wil zeggen: vanaf hier gerekend. In totaal zijn dit dus negenenzestig weken. Dan volgt er een periode van tweeënzestig weken, oftewel tweeënzestig cycli van sabbatjaren. Deze hele periode is vijfhonderd jaar, waarvan dit eerste deel vijftig jaar is. Die tweeënzestig jaarweken zouden leiden tot Messias de Vorst. Laat ik het nog even lezen, zodat u ziet dat het waar is wat ik zeg: vanaf dat moment tot op Messias de Vorst zijn zeven weken en tweeënzestig weken.⟨/p> ⟨p>U ziet dus dat dit volstrekt klopt. Hier begint het: eerst een periode van zeven weken voor de herbouw van de stad. Dat wordt gewoon van tevoren tegen Daniël gezegd. Is dit spectaculair of niet? Het is spectaculair of spectaculair. Dit is goddelijk. Zo is het gegaan; voor ons is dit inmiddels historie en praten we achteraf. Tegen Daniël wordt dit zo gezegd: zeven weken en dan vervolgens tweeënzestig jaarweken. Over deze periode wordt verder niets gezegd over wat er in die weken zou plaatsvinden, behalve dan dat Jeruzalem en het volk zich in de druk der tijden zouden bevinden. Specifieke gebeurtenissen worden niet benoemd.⟨/p> ⟨p>Waarom worden die tweeënzestig weken dan genoemd? Die zeven weken waren vanwege de herbouw van de stad. Die tweeënzestig weken beginnen hier en die eindigen bij Messias de Vorst, of de bewindvoerder zoals het in de Interlineair staat. Daar eindigen ze aan. Wanneer komt de Messias, Daniël? Dat zal ik je vertellen, zegt Daniël: dat duurt vanaf dit jaar nog negenenzestig jaarweken. Zeven en tweeënzestig weken, dan zijn we bij Messias de Vorst. Maar nu wil ik u nog wat vertellen.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-10" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4322" title="Speel af vanaf 01:12:02">▶ 01:12:02⟨/button> ⟨span>De Doop in de Jordaan: Jezus Treedt aan als Messias⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Dat lijkt misschien wat verwarrend. Ik zei u zojuist: wanneer werd Christus de Christus? Ik gaf u daarop een antwoord dat correct is, maar tegelijkertijd eenzijdig. Dat wil zeggen: het is slechts één deel van het verhaal. Jezus werd inderdaad de Christus in Zijn opstanding, maar er is een moment aan te wijzen waarop Hij al eerder de Christus genoemd en gezalfd werd. Dat is geen tegenstelling; ik zal u straks laten zien waarom die twee zaken direct in elkaar grijpen.⟨/p> ⟨p>In Handelingen 10 is Petrus aan het woord en dan zegt hij: "Jullie weten van de dingen die geschied zijn door het hele Joodse land, te beginnen in Galilea, na de doop die Johannes verkondigde." Johannes doopte in de Jordaan en hij predikte dat de tijd vervuld was. Zo staat het in de evangeliën heel wat keren. "De tijd is vervuld" wil zeggen dat de voorzegde termijn nu voorbij is en het Koninkrijk nabij is gekomen; het is aanstaande. Dat was niet alleen vanwege de gebeurtenissen die daarop wezen, maar ook vanwege de voorzegde termijn. Paulus zegt in Galaten 4 dat God Zijn Zoon zond in de volheid van de tijd. Dat wil zeggen: de tijd was vol. Dat is geen vage, vrome term; nee, dat is chronologie op en top.⟨/p> ⟨p>Ik ga weer even terug naar Petrus in het huis van Cornelius. Daar aan de zee zegt hij: "Je weet van de dingen die geschied zijn door het hele Joodse land, te beginnen in Galilea, na de doop die Johannes verkondigde, en van Jezus van Nazareth." Dat is trouwens opmerkelijk: hij zegt dat daar in het huis van Cornelius. Het was dus allemaal publiek bekend; het was niet in een achterhoek geschied. Zelfs een heidense man als Cornelius, die natuurlijk wel op de hoogte was van Israël en een godvrezend man was, wist van deze dingen. Petrus zegt: "Als jullie weten van die doop die Johannes verkondigde en van Jezus van Nazareth... hoe God Hem met heilige geest en met kracht heeft gezalfd. Hij is rondgegaan, weldoende en genezende allen." De tekst gaat natuurlijk veel verder, maar ik zoom hier even in op het feit dat God Hem met heilige geest en met kracht heeft gezalfd.⟨/p> ⟨p>Waar doelt dit op? Het is heel simpel: de doop in de Jordaan. Toen begon de publieke bediening van de Heer Jezus. Hij was toen, zo staat er, ongeveer dertig jaar oud. Dit wordt ook nog gelinkt aan keizer Tiberius in zijn vijftiende jaar en diverse andere details, maar dat doet nu even niet ter zake. Het gaat erom dat Hij Zijn bediening begon bij Zijn doop in de Jordaan; toen werd Hij gezalfd.⟨/p> ⟨p>Ik wil nu het beeld rondmaken wat betreft mijn eerdere opmerking dat Hij de Christus werd in Zijn opstanding. Wat gebeurde er precies? Jezus kwam naar Zijn achterneef Johannes en zei: "Ik wil gedoopt worden." Hij ging in de Jordaan onder, wat een heel evident beeld is van dood en begraven worden. De Jordaan is sowieso al een beeld van de dood. Hij ging onder in de Jordaan en in Mattheüs 3 staat letterlijk dat Hij daarna uit het water opstond. En zie, de hemelen werden geopend en de heilige geest daalde in de gedaante van een duif op Hem neer. Johannes heeft dat zelf gezien en ervan getuigd, en vele omstanders ongetwijfeld ook. De stem die vervolgens uit de hemel klonk, was spectaculair. Waarom? Omdat dit een spectaculair moment was.⟨/p> ⟨p>Hier werd Jezus de Gezalfde. De heilige geest kwam op Hem toen Hij opstond uit het water, uit het doodswater. Daar ziet u ook de link, want wat er toen plaatsvond in de Jordaan, waarbij Hij inderdaad de Gezalfde werd, was in feite een type van wat er drieënhalf jaar later zou plaatsvinden, namelijk toen Hij werkelijk opstond uit de doden. Er is dus geen sprake van tegenspraak. Zijn doop in de Jordaan was een zalving, maar het was een type van Zijn echte, definitieve zalving, waarbij Hij als de Allerheiligste Gods geest en leven ontving en voor eens en altijd de opgewekte Christus werd. Dat wat er in die doop in de Jordaan plaatsvond, is daar een type van.⟨/p> ⟨p>Maar Hij werd bij deze gelegenheid inderdaad officieel gezalfd. En dit is ook precies het moment waarop die zeven en tweeënzestig weken eindigen. "Zeven weken en tweeënzestig weken tot op Messias de Vorst." Dat begint hier in dit jaar, op dit moment. Hier begint die laatste jaarweek dus. Het is het einde van die negenenzestig weken en daarmee dus ook het begin van die laatste jaarweek. Op het plaatje ziet u het nog een keer: zeven weken en tweeënzestig weken tot op de Messias die Zich hier officieel aandiende in het Joodse land. Hier werd Jezus gedoopt en gezalfd, en dat markeert het einde van de negenenzestig weken. Goed, en dan staat er:⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-11" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4757" title="Speel af vanaf 01:19:17">▶ 01:19:17⟨/button> ⟨span>Daniël 9:26: Na 62 Weken Wordt de Messias Uitgeroeid⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En na die tweeënzestig weken – hier worden we dus weer bevestigd in die termijn – zal de Messias uitgeroeid worden. Eigenlijk staat er letterlijk dat Hij 'afgesneden' zal worden, maar dat is inderdaad dikwijls een uitbeelding van het feit dat er een einde wordt gemaakt aan Zijn leven. Dit is ook zo bijzonder: er wordt niet alleen gezegd wanneer de Messias zich zou aandienen, maar ook wat er vervolgens met die Messias zou gebeuren. Hij zou – er staat niet bij exact wanneer, maar in ieder geval na die tweeënzestig weken – afgesneden worden. Zo staat het er.⟨/p> ⟨p>Maar er staat ook bij: "het zal niet voor Hemzelf zijn". Dat is een lastiger punt wat betreft de juiste verstandhouding: de Gezalfde, ⟨em>Mashiach⟨/em>, zal worden afgesneden, maar er staat dat het niet voor Hemzelf zal zijn. ⟨em>Ein lo⟨/em>. In het Hebreeuws zijn dat slechts twee woordjes. Dat kan betekenen: het is niet voor Hemzelf. Laat ik daarover dit zeggen: die betekenis is niet moeilijk als je eenmaal weet waar die Messias voor kwam. Dat Hij afgesneden werd, dat Hij gedood werd, dat was inderdaad niet voor Hemzelf. We zagen zojuist al: Hij is een verzoening voor onze zonden, en niet alleen voor de onze, maar voor de hele wereld. Alsjeblieft, dat is niet voor Hemzelf, nee.⟨/p> ⟨p>Maar het is nog maar de vraag of het uitsluitend zo opgevat moet worden. Trouwens, ik weet niet eens of ik moet kiezen; misschien versterken de verschillende betekenissen elkaar. Het kan namelijk ook zo gelezen worden als: "Hij zal niet hebben". De Messias zal dus uitgeroeid of afgesneden worden, maar Hij zal niet hebben wat Hij als Messias-vorst zou moeten bezitten. Wat heeft een vorst? Een koninkrijk. Gewoon om te heersen waar Hij toe bestemd is. Hij zal het niet hebben. Hier wordt dus meteen ook gezegd dat de Messias komt en wanneer dat zal zijn, maar ook wat er vervolgens met Hem zal gebeuren. Dat is nogal wat.⟨/p> ⟨p>Als ik deze dingen nu zo bespreek, dan zou je toch zeggen: hoe is het mogelijk dat mensen die thuis zijn in de Tenach, die de Schriften kennen, Jezus niet als de Messias herkennen? Het is voorzegd: wanneer, hoe, en dat Hij uitgeroeid zou worden. Weet u hoe dat komt? Profeet en gezicht zijn verzegeld voor dit volk en de heilige stad. Waarom? Het is verborgen en ze zien het niet, omdat God hun ogen heeft gesloten. En zoals God hun ogen sluit, zo zal God hun ogen ook weer openen. Als uw ogen dat nu al zien, dan moet u de ander niet gaan veroordelen omdat hij het niet ziet. Prijs God dat u het nu wel mag zien.⟨/p> ⟨p>Ik heb er juist afgelopen zondag – daarom denk ik er ook zo aan – over gesproken in Zoetermeer, naar aanleiding van Bartimeüs. Het oog dat ziet, het oor dat hoort; de Heer heeft dat gemaakt. Het feit dat de Schriften voor dit volk – dit intelligente, begaafde volk – gesloten blijven en dat ze hun eigen Messias niet herkennen en daarmee dus ook niet erkennen, is precies zoals het is aangekondigd. Dat zou ons niet hoeven verbazen, hoe verbazingwekkend het inderdaad ook is. Want als je dit leest, zeg je: hoe is het mogelijk? Wat een precisie. Na die tweeënzestig weken zal de Messias uitgeroeid worden, maar het zal niet voor Hemzelf zijn, of Hij zal niet hebben. Dat wat Hem als vorst uiteindelijk ten deel zou vallen, dat viel Hem toen niet ten deel.⟨/p> ⟨p>En dan staat er: "en een volk des vorsten". Dat is een enkelvoud, het gaat over de vorst. Dat volk zal komen en de stad en het heiligdom verderven. Wanneer zal dat zijn? Dat gaat over de tijd na die zeven en tweeënzestig weken. Er staat dus niet bij dat dit specifiek ín de zeventigste week is; nee, het is na de zeven en tweeënzestig weken. Kijk, de Messias zou komen aan het einde van die negenenzestig weken. Hij zou uitgeroeid worden na die zeven en tweeënzestig weken, zo staat er. Dat is inderdaad in die zeventigste week gebeurd, maar er wordt gezegd: het zal zijn na die tweeënzestig weken. Zo wordt het verwoord.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-12" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="5088" title="Speel af vanaf 01:24:48">▶ 01:24:48⟨/button> ⟨span>De Verwoesting van Jeruzalem en het Heiligdom Voorzegd⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En na die tweeënzestig weken zou de Messias worden afgesneden. Bovendien zal het volk van een vorst komen dat de stad en het heiligdom zal verderven. Dit zijn de twee gebeurtenissen die ook in het Nieuwe Testament zo dikwijls aan elkaar gelinkt worden: de dood van de Messias en wederom de verwoesting van Jeruzalem en de tempel.⟨/p> ⟨p>Dit is ook zo bijzonder; denkt u er even over na, mensen. Dit wordt tegen Daniël gezegd in het jaar dat de stad weer uit haar as gaat herrijzen en de tempel herbouwd gaat worden. Nu wordt er gezegd: "Ik geef jou een visioen over de komende vijfhonderd jaar," en tevens wordt daar meteen bij gezegd dat die stad en dat heiligdom weer te gronde gericht zullen worden. Maar dat was juist de actuele situatie waar Daniël zich in bevond en waar nu net een einde aan kwam. Dit is natuurlijk treffend en met enorme precisie gezegd. Kunt u zich voorstellen wat het voor Daniël betekend heeft toen hij dit hoorde? Dit gaat gebeuren met de Messias en wat Hij zou gaan doen, maar ook waar het toe zou leiden: wederom de stad die verwoest wordt.⟨/p> ⟨p>Er is geen stad in de hele wereld die zo vaak platgelegd en geruïneerd is als die stad. In de interlineair staat het er ook zo. Die stad heet Jeruzalem: Jeru Shalom. Dat wil zeggen: "Hij zal voorzien in vrede." Toch is het een stad waar tot op de dag van vandaag zoveel strijd en zoveel oorlog is. Sterker nog, ik durf te beweren dat de hele wereldpolitiek tot op de dag van vandaag geconcentreerd ligt rond die stad. Eigenlijk zijn zelfs de aanslagen in Parijs direct te linken aan die stad en het enorme conflict dat is ontstaan toen dat weer eigendom werd van de Joden.⟨/p> ⟨p>Afijn, de Messias werd inderdaad gedood na die tweeënzestig weken. Precies veertig jaar later — en daar wil ik de volgende keer veel meer over vertellen, over die periode van het Nieuwe Testament — in het jaar 70, werd de stad en de tempel verwoest. Dat zou zijn na die zeven en tweeënzestig weken. Er wordt niet gezegd dat dit allemaal ín die zeventigste week is; er wordt gezegd: "ná de zeven en tweeënzestig weken." In vers 26 wordt hier een veel bredere, langere periode bezien.⟨/p> ⟨p>En zijn einde — dat wil zeggen, het einde van dat heiligdom — zal zijn in een overstromende vloed. Uit de Nederlandse weergave van de tekst is dat niet zo helder, maar het betekent dat het heiligdom volledig ten onder zal gaan. Zoals iets ten onder gaat in een watermassa, zo zal het heiligdom ten onder gaan. En tot het einde toe — dat is wat later in Daniël de "eindtijd" genoemd wordt in hoofdstuk 11 vers 40 en 12 vers 4 — zal er krijg zijn, oorlog, en vastelijk besloten verwoestingen.⟨/p> ⟨p>Het staat er trouwens in het meervoud: verwoestingen. Die stad zou nog meerdere keren verwoest worden, ook in onze dagen. De stad die nu weer herbouwd is, en ook de tempel die binnenkort nog herbouwd gaat worden, zal toch ook weer platgaan. Ik zeg dit niet om het leed, maar gewoon omdat de Schrift dat zegt: "Tot het einde toe zal er krijg zijn en vastelijk besloten verwoestingen."⟨/p> ⟨p>En dan komen we bij het laatste vers van Daniël 9. Ik vind het een beetje moeilijk om hier nu te stoppen; ik wil er toch nog wat over zeggen. Ik vind dat ik het u eigenlijk niet aan kan doen om dat niet te doen. Zoals ik in de aankondiging al had gezet: ⟨em>fasten your seatbelts⟨/em>.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-13" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="5395" title="Speel af vanaf 01:29:55">▶ 01:29:55⟨/button> ⟨span>Daniël 9:27: de Zeventigste Week en het Nieuwe Verbond⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En hij, wie is die "hij"? Dat is trouwens een groot probleem voor de traditionele uitleg, want die "hij" moet terugverwijzen naar iemand uit het voorgaande vers. Men zegt echter dat er een periode van duizend jaren tussen zit. Hoe kan dat dan? Dat is lastig. Nee, die "hij" is niet zo moeilijk; dat moet inderdaad verwijzen naar iemand in het voorgaande. Ik zal het u nu vertellen: het verwijst naar Messias de Vorst.⟨/p> ⟨p>Ja, wat ik nu ga vertellen, dat wijkt echt af. Dat staat haaks op wat velen denken. Ik kan me voorstellen dat u zegt: "O, maar André, wat vertel je mij nou? Ik heb altijd gedacht dat dit over de antichrist ging." Dat dacht ik vroeger ook. Maar kijk eens hier, er wordt nu gesproken over die laatste week. Je hebt zeventig weken, en die worden onderverdeeld. Feitelijk is het een aaneengesloten periode, maar je hebt zeven weken voor de herbouw van de stad, vervolgens 62 weken die eindigen bij Messias de Vorst, en dan hebben we nog één week over. Eén week. Over die ene week specifiek gaat nu dit deel van het vers.⟨/p> ⟨p>En hij, die Messias die zich aandient aan het einde van die 7 en 62 weken — hij, de Messias, zal velen van uw volk en de heilige stad het verbond versterken. "Het verbond" staat er niet zozeer, maar "verbond bekrachtigen" of "machtig doen zijn". Dat is het idee in het Hebreeuws. Er zijn verschillende vertalingen, maar de gedachte is inderdaad: kracht geven, machtig doen zijn of sterk maken. Hij zal een verbond bekrachtigen.⟨/p> ⟨p>Houd dat even vast. Als die zeventig weken een aaneengesloten periode vormen, en de 69 weken eindigen bij het aantreden van de Messias, dan krijgen we vervolgens die zeventigste week waarin hij, de Messias, een verbond bekrachtigen zal. Waaraan denkt u dan? Over welk verbond gaat het? Gewoon over het beloofde verbond! Het beloofde Messiaanse verbond, het verbond dat zou aanbreken met de komst van de Messias. Dit is trouwens terminologie die een Jood standaard kent: het Nieuwe Verbond dat zal beginnen en aanbreken bij de komst van de Messias. Tot dusver is daarin geen verschil. Dat beloofde Nieuwe Verbond wordt in verschillende passages aangekondigd, maar met name in Jeremia 31 vers 31 en 33 wordt het heel duidelijk vermeld.⟨/p> ⟨p>Een Nieuw Verbond. En weet u wat de Heer Jezus zei in de nacht dat hij stierf, toen hij de beker gaf? Hij zei: "Dit is het bloed van het Nieuwe Verbond." In een andere passage in een ander evangelie lees je: "Mijn verbond." Dat heeft hij bekrachtigd.⟨/p> ⟨p>En o ja, dat wil ik ook nog even vertellen. We zagen dus dat de Messias aantrad bij zijn doop in de Jordaan; toen werd hij gezalfd. En weet u wat het eerste wonderteken was dat hij deed? Dat wordt in Johannes 2 beschreven — die tekstverwijzing heb ik in de dia vermeld. Het eerste wonderteken dat hij deed, was water in wijn veranderen bij een bruiloft. Het eerste wonderteken dat Mozes ooit deed, was water in bloed veranderen; dat was het oude verbond. Maar de Messias bracht een Nieuw Verbond, en hij verandert niet water in bloed, maar water in wijn.⟨/p> ⟨p>En weet u? Dat was ter gelegenheid van een bruiloft, op de derde dag. Nu loop ik helemaal op de dingen vooruit, want daar gaan we het bij een volgende gelegenheid nog eens over hebben: over die twee dagen, drie dagen en de derde dag. Maar nu even dit: een bruiloft is niets anders dan een feest ter gelegenheid van een verbondsluiting. Er werd een verbond gesloten en daar was de Heer bij. Hij bekrachtigde dat verbond. Eigenlijk heeft hij in die hele periode dat de Heer hier op aarde gewandeld heeft, die eerste jaren dat hij hier rondwandelde en zijn discipelen onderwijs gaf, inderdaad dat verbond bekrachtigd.⟨/p> ⟨p>"Eén week" staat er. Dat is dus zeven jaar. Een sabbatsweek zijn zeven jaar. Hij zal velen het verbond versterken en bekrachtigen, namelijk één week. Dat is dus zeven jaar.⟨/p> ⟨p>Ik moet even doorlezen. Misschien wordt het vanavond ietsje later, een keertje vijf minuten later dan gebruikelijk. Als u echt niet kunt, dan gaat u maar weg, dat is geen probleem. Maar ik kan hier niet ophouden; het regent toch heel hard, dus u kunt toch nergens heen. Precies. En er staat dan:⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-14" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="5765" title="Speel af vanaf 01:36:05">▶ 01:36:05⟨/button> ⟨span>De Helft van de Week: het Offer Houdt op bij het Kruis⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>In de helft van die week zal hij het slachtoffer en spijsoffer doen ophouden. In de helft van die week, dat is dus na drieënhalf jaar. De Messias de Vorst trad aan bij Zijn doop in de Jordaan; dat was aan het einde van de zeven en tweeënzestig weken. Een week lang, een sabbatsjaarcyclus van zeven jaar lang, zou Hij dat verbond bekrachtigen voor het volk en de heilige stad. Maar, staat er dan: in de helft van die week zal Hij slachtoffer en spijsoffer doen ophouden. In die helft van de week, dat is dus na drieënhalf jaar.⟨/p> ⟨p>Reken even met mij mee. Jezus werd gezalfd in de Jordaan; Hij stond op uit het water en de Heilige Geest daalde op Hem neer. Enige tijd later – hoelang precies wordt in de Bijbel niet vermeld – ging Hij naar Jeruzalem. Ik neem u even mee in het Johannesevangelie. Enige tijd later vierde Hij daar Zijn eerste Pascha; dat lees je in Johannes 2 vers 13. Weer een jaar later ging Hij opnieuw naar Jeruzalem; u leest daarover in Johannes 5 vers 1. Dat was Zijn tweede Pascha. In Johannes 6 vers 4 leest u dat Hij ook de derde Pascha vierde. Dat is dus het tweede jaar. En dan ten slotte gaat Hij voor de vierde keer naar Jeruzalem toe om het Pascha te vieren. Nou ja, vieren... bij die gelegenheid zou Hij worden afgesneden, uitgeroeid, geslacht. Hij zou het werk van verzoening voltooien, precies op de dag dat het paaslam geslacht werd.⟨/p> ⟨p>Het duizelt u misschien, maar als u zegt: "het duizelt mij", dan zeg ik dat u het goed begrepen hebt; dat is precies de bedoeling. Bij Zijn vierde Pascha werd Hij inderdaad omgebracht, en dat was dus na ruim drie jaar. Oftewel, dit is precies die termijn waar hier in Daniël 9 aan gerefereerd wordt. Dat leert ons meteen nog iets anders: als dat drieënhalf jaar later was en Hij stierf bij het Pascha in de maand Nisan, dan werd Hij dus drieënhalf jaar eerder gedoopt in de maand Tishri. Dat is die andere feestmaand. De joodse kalender heeft twee hoogtijmaanden: de maand Nisan, waarin Pascha gevierd wordt, en de maand Tishri, van het Bazuinengeschal, de Grote Verzoendag (Yom Kippur) en van Sukkot, het Loofhuttenfeest. Dat is precies een half jaar verschil. Dus als Hij met Pascha stierf en drieënhalf jaar eerder aantrad als Messias, dan was dat in de maand Tishri. Dat werpt nog weer hele bijzondere dingen op, maar dat laat ik nu even voor wat het is.⟨/p> ⟨p>Ik moet dit echter gezegd hebben: in de helft van die week gaat er iets gebeuren. Drieënhalf jaar later gebeurt er iets bijzonders. Wij weten wat er drieënhalf jaar later gebeurde: toen stierf Hij. Maar het wordt hier op een andere manier gezegd: "Want in de helft der week zal hij slachtoffer en spijsoffer doen ophouden." En dat is precies wat er gebeurd is. Jezus stierf op de 14e Nisan op het negende uur. Wij zeggen dan drie uur 's middags. Dat was precies het tijdstip van het avondoffer.⟨/p> ⟨p>Wat gebeurde er? Je leest dat het in het hele land drie uur lang duister was, tot het negende uur aan toe. Vervolgens vond er een aardbeving plaats op het tijdstip dat Jezus stierf. En dan lees je dat het gordijn van de tempel scheurde. Dat was niet het gordijn voor het Heilige der Heiligen, maar het gordijn van de tempel zelf. Weet u hoe hoog dat was? Flavius Josephus beschrijft het: dat was een gigantisch gordijn van 26 meter hoog. Dat is nog eens een gordijn! Dit enorme gordijn scheurde van boven naar beneden, precies terwijl daar het avondoffer gebracht werd. De priester die op dat moment in het heiligdom was, werd daarin volledig verstoord, want dat scheuren was zichtbaar.⟨/p> ⟨p>De hoofdman die Jezus zag sterven, zag dat allemaal gebeuren. Dat kun je trouwens maar vanaf één plaats zien, namelijk vanaf de Olijfberg. Ik geef er nu geen bewijzen bij, maar ik geloof dat Jezus inderdaad stierf op de Olijfberg. Die hoofdman ziet Jezus sterven en terwijl hij dat ziet, ziet hij ook het gordijn van de tempel – dat kon hij op een kilometer afstand met gemak zien. Zo'n enorm gordijn van 26 meter dat van boven naar beneden scheurde op dat exacte moment. Dan staat er dat die hoofdman verbluft zegt: "Waarlijk, deze man was de Zoon Gods." De hele context van wat daar plaatsvond, bracht hem tot die overtuiging. Hij zag het: daar in die tempel scheurde het gordijn.⟨/p> ⟨p>Het brengen van de offers zal sowieso al vertraging hebben opgeleverd doordat het een paar uur zomaar duister was, maar vervolgens vond er die aardbeving plaats en scheurde dat machtige gordijn van boven naar beneden. Kortom: de offerdienst moest bij die gelegenheid gewoon gestaakt worden. Hij deed het slachtoffer en spijsoffer – en misschien ook het reukoffer, dat is nog een ander verhaal – ophouden en staken. Wat daar staat is ook een beschrijving van een historisch gegeven: er gebeurde zoiets ontzagwekkends daar in de tempel dat de dienst ophield. Ik kom daar de volgende keer nog op terug, maar in ieder geval gebeurde dit in die helft van de week. De Heer stierf, en in de helft van die zeven jaren bekrachtigde Hij het verbond, maar deed Hij tevens het slachtoffer en spijsoffer ophouden.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-15" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="6234" title="Speel af vanaf 01:43:54">▶ 01:43:54⟨/button> ⟨span>De Laatste Halve Week: Handelingen en de Val van Stefanus⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>U zult zich misschien afvragen hoe het dan zit met die andere helft van de week. Er staat immers dat Hij voor velen het verbond zal versterken, één week lang. Met andere woorden: er volgt nog een halve jaarweek waarin de Messias het verbond bekrachtigt. Ik zal u vertellen waar dat beschreven wordt: in het boek Handelingen. Want hoe begint Lukas zijn boek Handelingen? Hij zegt: 'Mijn eerste boek, Theophilus, heb ik geschreven over al wat Jezus is begonnen te doen.' Met andere woorden, het boek Handelingen gaat over het vervolg van wat Jezus gedaan heeft.⟨/p> ⟨p>Wat de Messias inderdaad gedaan heeft, is in de eerste drieënhalf jaar van Zijn omwandeling op aarde het verbond bevestigen. In de helft van de week deed Hij slachtoffer en spijsoffer ophouden; de Messias werd uitgeroeid. Maar vervolgens, tot aan de dood van Stefanus toe, blijft het Nieuwe Verbond aan Israël en Jeruzalem bekrachtigd worden. Er is geen tijd geweest waarin zo enorm veel wonderen en tekenen hebben plaatsgevonden als juist in die periode. En toen is het gestopt. Bij de dood van Stefanus is het gestopt en is het verbond voor het volk en de heilige stad niet meer bekrachtigd. Toen viel het doek voor Jeruzalem. Echt, bij de dood van Stefanus.⟨/p> ⟨p>Daar gaan we het de volgende keer echt verder over hebben. Dat wordt nu te veel, want het is inmiddels tien over tien en ik kan het niet nog langer maken, maar ik moest dit in ieder geval gezegd hebben. Ik zal de volgende keer hier nog wat meer op ingaan, maar die laatste drieënhalf jaar gaat dus over de tijd dat de Messias, maar nu vanuit de hemel, het verbond voor de heilige stad en het volk bekrachtigt. Dat eindigt op een heel markant moment, namelijk bij de steniging van Stefanus, toen het volk officieel de opgestane Messias verwierp en stenigde. Dat was een mijlpaal. Want bij die gelegenheid stond de Zoon des mensen ook op. Hij stond; zo zag Stefanus Hem. Hij zag Hem staan. En dan valt het doek en gaat ook inderdaad gezicht en profetie verzegeld worden.⟨/p> ⟨p>En raad eens wie zich dan achter de coulissen al warmloopt? Saulus van Tarsus, de man van de verborgenheid. Daarover is nog veel en veel meer te vertellen. Dat ga ik ook doen, maar dat wordt dan over drie weken. Want u ziet, ik ben nog lang niet klaar. Ik heb nog veel meer dia's, maar ik vreesde al dat ik niet zo ver zou komen. Ik ben echter blij dat u mij de tijd gegund hebt om in ieder geval tot tien over tien door te gaan, want dit kon ik niet zomaar abrupt afbreken. Zo hebt u in ieder geval een beetje de clue te pakken. Ik ben blij dat ik geen rotte tomaten naar me toe gegooid heb gekregen en dat u mij geduldig hebt aangehoord. Ik stel voor dat we met elkaar nog onze hemelse Vader zullen danken.⟨/p>