⟨h3 id="hoofdstuk-1" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="0" title="Speel af vanaf 00:00">▶ 00:00⟨/button> ⟨span>Terugblik op Handelingen 18 en de Bediening van Apollos⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En wij gaan verder met onze Bijbelstudie over het boek Handelingen, op deze gedenkwaardige datum. Althans, voor sommige mensen is dat dan het geval. Wij hebben inmiddels een punt gezet achter de bespreking van de eerste achttien hoofdstukken van Handelingen en dat betekent dus dat we vanavond verdergaan in het negentiende hoofdstuk. En dat is ook weer een flinke kluif, want welgeteld zijn dat veertig verzen. En ik kan u nu al voorspellen: dat gaan we niet redden. Dat heb ik trouwens ook niet allemaal zo direct voorbereid, dus dat komt goed uit.⟨/p> ⟨p>Laat ik eerst even terugblikken op wat we de vorige keer hebben gezien. Kan je het goed zien, Menno? Ik beperk me dan maar eventjes tot het terugblikken op de laatste avond. Wat we toen zagen, is dat in het laatste gedeelte van Handelingen 18 Paulus uit Korinthe de oversteek maakt. Hier ziet u Achaje, dat groene deel, waar je in de brieven heel dikwijls melding van vindt. Hij bevond zich in Korinthe – dat is Handelingen 18 dus – en dan maakt hij de oversteek naar Efeze. Hij passeert dus de beroemde Griekse eilanden en hij komt hier terecht. En vervolgens laat hij hier Priscilla en Aquila achter, die hij eerder had ontmoet en met wie hij ook anderhalf jaar heeft samengewerkt in Korinthe. Maar goed, ze reizen dus met z'n drieën eigenlijk nog meer naar Efeze. Daar laat hij Priscilla en Aquila achter om vervolgens zelf op doorreis te gaan. Hij was van plan om naar Syrië te gaan, dat wil zeggen Antiochië, van waaruit zijn reizen iedere keer aanvangen.⟨/p> ⟨p>Maar hij gaat niet rechtstreeks, want we lezen dat hij eerst naar Caecarea gaat. U ziet, dat is hier; dat was een beroemde grote plaats in die dagen, een beetje aan de noordkant van Israël. En vervolgens lees je dan dat hij ‘opging’, en dat moet zijn ‘gaan naar Jeruzalem’. We hebben ons daarmee beziggehouden. Dat kan eigenlijk niet missen dat hij inderdaad ook Jeruzalem nog heeft aangedaan. En wellicht ook voor het vieren van een van Israëls hoogtijdagen – als ik me niet vergis het Pinksterfeest. Maar dat weet ik even niet meer uit mijn hoofd. En dan vervolgens lees je dat hij weer noordwaarts gaat en ongeveer langs de kust trekt en weer in Antiochië aankomt. En dat betekent dus het einde van zijn tweede, wat we dan noemen, zendingsreis.⟨/p> ⟨p>En dan lees je – want dit lees je dus allemaal in het laatste gedeelte van Handelingen 18 – dat hij vervolgens zijn derde reis aanvangt. Want als hij dan enige tijd actief is geweest in Antiochië, dan gaat hij vervolgens door de streken van Galatië. Ja, dat kan ook wat noordelijker geweest zijn, maar in ieder geval deze gebieden. En Frygië lees je, en dat is hier. Ondertussen – en dat is min of meer de tussenzin, de interval die je leest in de beschrijving van Lukas – maken Priscilla en Aquila, die achtergebleven waren in Efeze, kennis met ene Apollos. We hebben ons daar de vorige keer wat uitgebreider mee beziggehouden.⟨/p> ⟨p>Deze Apollos kwam uit Alexandrië. Ja, ik verwijs hier, maar dat moet dan hier ergens liggen in het noorden van Egypte. En die man, daar wordt een geweldig getuigenis van gegeven. Hij was doorkneed in de Schriften. En wat las je nog meer? Hij was vurig van geest en een geleerd man. Hij was doorkneed in de Schriften, die Apollos. Die bleek dus alleen maar op de hoogte te zijn van de doop van Johannes. Als hij dan in Efeze komt, die Apollos, dan maken ze kennis met Priscilla en Aquila en die ‘updaten’ hem – dat wil zeggen: ze brengen hem op de hoogte van de laatste ontwikkelingen. Want hij wist alleen maar van de doop van Johannes, niet van wie Jezus Christus was. Wel uiteraard dat Jezus Christus de Messias zou komen, maar wie Hij was en alles wat er gebeurd is sindsdien, daar wist hij niet van.⟨/p> ⟨p>En je leest ook – dat is heel mooi – dat hij, toen hij in Efeze aankwam en nog alleen maar wist van de doop van Johannes, nauwkeurig leerde wat op Jezus betrekking had. Dat wil zeggen: op de toekomende Messias. Nauwkeurig, maar dan lees je vervolgens dat Priscilla en Aquila hem afzonderen en apart nemen en hem dus nauwkeuriger – de overtreffende trap dus – op de hoogte brengen van de weg Gods. Dat is een hele typerende uitdrukking in het boek Handelingen: de weg die God gaat. Trouwens, in verband met de doop van Johannes is het helemaal een bijzondere. Want wat lees je van Johannes? Hij was de wegbereider des Heren. Zo wordt hij ook al aangekondigd in het boek Jesaja. Hij maakte de weg recht, de weg van God. Dus ja, die weg Gods, dat is in feite een uitdrukking die ontleend is aan de Hebreeuwse profeten. En Johannes, wel, die heeft de weg bereid, en Priscilla en Aquila brengen Apollos dus nauwkeuriger op de hoogte van de weg Gods.⟨/p> ⟨p>En dat ging erin als zoete koek, om zo te zeggen. Ja, dit is nog een andere uitdrukking dan het woord Gods in een ouderling... nou ja, moet ik daar wat van zeggen? Nee, laat maar. Maar in elk geval: dat kwam meteen binnen bij Apollos. Dan lees je vervolgens dat hij nog het plan maakt om naar Korinthe te gaan. En als hij dan in Korinthe is aangekomen, dan staat er dit – dat is het laatste vers van Handelingen 18: ‘Deze daar aangekomen was door Gods genade van veel nut voor hen die geloofden. Want onvermoeid bestreed hij de Joden in het openbaar en bewees uit de Schriften dat Jezus de Christus is.’ Dat is het laatste wat we hebben gelezen in Handelingen 18. Dat is het getuigenis van deze Apollos, die inmiddels dus in Korinthe was. Nou, dat is waar we de laatste keer dan gestopt zijn.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-2" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="481" title="Speel af vanaf 08:01">▶ 08:01⟨/button> ⟨span>Aanvang Handelingen 19: Paulus Ontmoet Discipelen van Johannes⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En dat betekent dat we nu aanvangen in Handelingen 19. Laten we, zoals we gebruikelijk zijn te doen, zinsdeel voor zinsdeel nagaan wat er precies staat.⟨/p> ⟨p>Terwijl Apollos te Korinte was – Paulus heeft hem daar dus niet getroffen, dat wil zeggen: Paulus heeft Apollos niet meer ontmoet. Terwijl Apollos te Korinte was, zoals in het voorgaande is beschreven, geschiedde het dat Paulus, na door de bovenlanden gereisd te zijn, te Efeze kwam. De bovenlanden – u ziet dat er in de interlineair letterlijk 'de hoger gelegen delen' staat. In de praktijk betekent dat gewoon landinwaarts. Dat wil zeggen: vanaf de kust bezien is het hoger gelegen. Efeze zelf lag aan de kustkant. Paulus was dus, zoals ik zojuist op het kaartje liet zien, door de bovenlanden gereisd, een bergachtig gebied. Na deze hoger gelegen delen komt hij vervolgens te Efeze aan.⟨/p> ⟨p>En het geschiedde dat Paulus daar enige discipelen vond. Discipelen – u ziet het in de interlineair – zijn gewoon leerlingen. Hoewel ik erbij moet zeggen, en dat is interessant, dat deze uitdrukking in het Nieuwe Testament vaak wordt gebezigd. Ja, heel vaak zelfs; je kunt er hele lijsten van aanleggen. Maar dan is het wel opmerkelijk, of eigenlijk moet je de vraag stellen: een leerling van wie? Dat is interessant, want in dit geval gaat het, zoals blijkt uit het vervolg, om leerlingen of discipelen van Johannes.⟨/p> ⟨p>Ik zal u een voorbeeld geven. Je leest in Markus 2 vers 18: "En zij" – dat zijn dan discipelen van Jezus, Jezus' eigen discipelen – "kwamen en zeiden tot Hem: Waarom vasten de discipelen van Johannes en de discipelen" (de leerlingen dus) "van de farizeeën wel en Uw discipelen niet?" Hier vind je dus drie soorten discipelen, drie soorten leerlingen: leerlingen van Johannes, leerlingen van de farizeeën en leerlingen van Jezus. Het moet dus uit het verband blijken over wie het gaat als er over 'de leerlingen' gesproken wordt.⟨/p> ⟨p>We zullen trouwens later vanavond – ik vermoed tenminste dat we daar nog wel aan toekomen – ook nog over Paulus' leerlingen lezen. In die categorie schaar ik mijzelf, en ik hoop u ook. In de leerschool van, nee niet van Tyrannus, maar de leerschool van Paulus. De leermeester van de natiën, zo lees je. Welnu, wij zijn leerlingen, discipelen van Paulus dus. Maar goed, dat is hier even niet aan de orde. Hier gaat het heel uitdrukkelijk om discipelen van Johannes; dat blijkt duidelijk.⟨/p> ⟨p>Paulus treft daar dus enkele van zulke discipelen en hij zei tot hen... En dit is een eigenaardig gedeelte, naar mijn idee zelfs een van de meest eigenaardige gedeelten van het hele boek Handelingen wat we nu zullen gaan lezen. Ik denk ook dat het zeer misverstaan wordt. Laten we het maar eens goed tot ons laten doordringen en Schrift met Schrift vergelijken om te zien waar het nu eigenlijk om gaat.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-3" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="723" title="Speel af vanaf 12:03">▶ 12:03⟨/button> ⟨span>De Vraag van Paulus: Hebt Gij Heilige Geest Ontvangen?⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En Paulus zei tot hen: "Hebt gij heilige geest?" Het valt op dat in de oorspronkelijke tekst dat bepaalde lidwoord er eigenlijk helemaal niet staat. Er staat: "Hebt gij heilige geest?" De wijze waarop dit in veel vertalingen geformuleerd wordt, met die hoofdletter H en die hoofdletter G, zijn allemaal sporen van de triniteitsleer, de drie-eenheidsleer. Dat wil zeggen dat de heilige geest wordt gezien als de naam van één van de drie personen van de godheid. Ik kan het haast niet over mijn lippen krijgen, want dat kan natuurlijk helemaal niet. Voor ons is er maar één God: de Vader. Maar de wijze waarop men dit noteert met die hoofdletters, verraadt die sporen nog.⟨/p> ⟨p>Er staat echter gewoon: "Hebt gij heilige geest?" U moet zich realiseren dat hier simpelweg staat: "heilige pneuma", heilige adem zou je het zelfs kunnen vertalen. Want het woord pneuma is geest, maar het is ook adem en wind. Het is allemaal dezelfde gedachte. Eigenlijk is geest een verzamelnaam voor alles wat je niet kunt zien. Je ziet wel de uitwerking ervan, zoals de Heer Jezus ook tegen Nicodemus zegt, maar de wind, de pneuma, kun je niet zien. Als je het over geest hebt, dan heb je het dus niet zozeer over iets wat je kunt aanwijzen, maar het zegt meer iets over onze handicap: ons onvermogen om het te zien. Je kunt de geest wel horen en eventueel ook voelen, maar niet zien. Dat is onmogelijk. Als u daar meer over wilt weten, moet u het gesprek van Jezus met Nicodemus nalezen; vooral het begin van dat gesprek gaat daar helemaal over.⟨/p> ⟨p>Terugkomend op de vraag die Paulus stelt als hij daar in Efeze komt en de discipelen aantreft, vraagt hij: "Hebben jullie heilige geest ontvangen?" Deze mensen wisten natuurlijk wel van heilige geest. Als zij op de hoogte waren van de doop van Johannes, wat we straks zullen zien, dan wisten ze ook van heilige geest. Dat is precies wat Johannes had aangekondigd. In Lukas 3 vers 16 – dat is weer iets anders dan Johannes 3 vers 16 – lees je over Johannes de Doper die tot allen zei: "Ik doop u in water. Doch Hij komt – op die uitdrukking kom ik later vanavond nog even terug – die sterker is dan ik, wiens schoenriem ik niet waardig ben los te maken; Die zal u dopen in heilige geest en vuur." Die laatste uitdrukking over het vuur laat ik hier even rusten, of dat nu positief, negatief of misschien beide is. Maar het gaat om de heilige geest waar Johannes dus al over sprak. Hij zei: "Ik doop in water", maar dat verwees naar Hem die zou dopen op een veel grootsere wijze. Hij die veel sterker is dan ik, die zal jullie dopen in heilige geest.⟨/p> ⟨p>Ik zeg hier expres "in" heilige geest en niet "met". In de meeste vertalingen staat hier iedere keer "met water", maar daar zit de leer van de kinderdoop achter, van de besprenkeling. Je doopt dan "met", maar het is gewoon dopen "in". Dat is het voorzetsel dat altijd in dat verband gebruikt wordt: "Ik zal u dopen in heilige geest." Nu vraagt Paulus dus of zij heilige geest ontvangen hebben. Welke heilige geest? De heilige geest die Johannes ooit aankondigde, namelijk Degene die zou dopen in heilige geest; Hij die na hem zou komen, maar er eerder was dan hij.⟨/p> ⟨p>"Hebt gij heilige geest ontvangen toen gij tot geloof kwam?" Dat is een hele mond vol in onze vertaling, maar als u kijkt naar de interlineair, dan staat daar eigenlijk maar één woord: "gelovende". In het Nederlands is dat lastig te vertalen; je zou zeggen: "terwijl jullie tot geloof kwamen". Ik heb u al eerder gezegd dat het niet zozeer "tot geloof komen" is. Als je dat woord al zou willen gebruiken, dan kom jij niet tot geloof, maar komt het geloof tot jou. In dit verband betekent het simpelweg: "toen jullie gelovig werden" of "terwijl jullie geloofden". Dit is een eigenaardige vraag die typisch thuishoort in het boek Handelingen. Wanneer de heilige geest over mensen kwam, was dat een zichtbare manifestatie. Per definitie. Ook dat zal ik laten zien, maar dan begrijpt u waarom Paulus die vraag stelt. Hij vraagt of zij heilige geest ontvangen hebben toen zij gelovig werden.⟨/p> ⟨p>Voordat ik daar nog wat meer over vertel en we daar wat dieper in gaan spitten, lezen we eerst dit vers verder. Zij zeiden als antwoord: "Wij hebben zelfs niet gehoord dat er een heilige geest is." Ik heb de woorden "er" en "een" doorgestreept, want die staan er niet. Die toevoeging suggereert namelijk dat zij helemaal geen idee hadden van een heilige geest, alsof ze zich afvroegen of er wel een heilige geest bestaat. Dat is onzinnig. Als zij discipelen van Johannes waren, dan wisten ze gewoon van de heilige geest, want Johannes verwees immers naar Degene die in heilige geest zou dopen. Hoezo dan? Nee, het punt is: zij wisten wel van de heilige geest, maar niet "dat deze is". Hier staat het woord in de tegenwoordige tijd. Dat wil zeggen: wij weten niet dat die heilige geest er al is. Dat Hij zou komen, wisten ze uiteraard, en dat er een heilige geest is eveneens, maar niet dat die heilige geest er nu al is. Zij wisten alleen van de heilige geest als een aankondiging van wat zou komen.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-4" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1174" title="Speel af vanaf 19:34">▶ 19:34⟨/button> ⟨span>De Verbinding Tussen de Verheerlijkte Christus en de Geest⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Ik geef hier een verwijzing naar Johannes 7, laten we er eens naartoe gaan. Daar lees je over een hoogtijdag. Trouwens, terwijl ik dat zeg: weet u dat het vandaag op de Joodse kalender — nou ja, waarschijnlijk net nog niet, maar met zonsondergang wordt het 14 Nisan? Dat is de dag dat het pascha geslacht wordt. Wij hebben Pasen al een maand achter de rug, maar volgens de Hebreeuwse kalender begint vanavond dus de 14e Nisan. Dat is met recht een hoogtijdag. Daarna heb je vervolgens de 15e Nisan, en dat is eigenlijk het echte begin van het feest. Maar goed, dat even terzijde.⟨/p> ⟨p>Wat de Joodse hoogtijdagen betreft: je leest dat Jezus op de laatste, de grote dag van het feest sprak. Het gaat hier over het Loofhuttenfeest. In vers 38 van dat hoofdstuk zegt Hij: "Wie in Mij gelooft, gelijk de Schrift zegt, stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien." Levend water. Ik houd dit even vast, maar ik lees vervolgens door. Ik moet er trouwens bij zeggen — we weten dat dit zo plaatsvond — dat Jezus dit niet zomaar zegt. Dit is ook naar aanleiding van een waterprocessie die plaatsvond vanaf de tempel naar het badwater van Siloam. Er werd water gesprenkeld op de hele route. Het was een ritueel en bij die gelegenheid riep de Heer Jezus deze woorden.⟨/p> ⟨p>Maar het gaat er nu even om waar dat dan betrekking op heeft. Er staat een toelichting van Johannes zelf bij: "Dit zeide Hij van de Geest, welke zij, die tot geloof in Hem kwamen, ontvangen zouden; want de Geest was er nog niet, omdat Jezus nog niet verheerlijkt was." Dit is zo’n duidelijke aanwijzing. De Geest zou nog komen, zoals ook Johannes de Doper dat aankondigde en zoals dat in het Oude Testament al was voorzegd. De Geest was er bij deze gelegenheid nog niet. Waarom niet? Omdat Jezus nog niet verheerlijkt was.⟨/p> ⟨p>Er is een directe connectie tussen de verheerlijkte Jezus — dat wil zeggen: Hij die opgestaan is en van God eer en heerlijkheid heeft ontvangen — en de Geest. Het is trouwens opmerkelijk in het Johannesevangelie dat de Heer Jezus later, op de dag van de opstanding, in het midden van Zijn discipelen verschijnt terwijl de deuren en ramen gesloten waren uit vrees voor de Judeeërs. Er staat dat de Heer Jezus dan op hen blaast. Blazen, pneuma. En dan zegt Hij: "Ontvang heilige geest." Waarom kon dat toen? Omdat Hij inmiddels de Opgestane was. Hij had werkelijk leven aan het licht gebracht en dat leven geeft Hij aan de Zijnen. Pas vijftig dagen later komt de Geest demonstratief over hen, maar op de dag van de opstanding ontvingen zij al geest, namelijk leven. Geest is leven.⟨/p> ⟨p>Vandaar ook die verheerlijkte Jezus; dat is de opgewekte Christus en Hij kan leven geven. Wij zeggen van iemand die sterft dat hij "de geest geeft". Dat is het sterfelijke leven; dan geef je de geest. Maar Jezus gaf hier juist de Geest bij gelegenheid van de opstanding. Die dag blies Hij op hen en gaf Hij geest. Dat is onvergankelijk leven, dat is echt geest. De Geest heeft dus alles te maken met de opgewekte Christus.⟨/p> ⟨p>Vandaar ook deze connectie: de Geest was er nog niet, omdat Jezus nog niet verheerlijkt was. Nou goed, we gaan weer even terug naar Efeze. Daar was Paulus en de vraag was: "Hebben jullie de heilige Geest ontvangen toen jullie tot geloof kwamen?" Zij antwoordden: "Wij hebben zelfs niet gehoord dat er een heilige Geest is", oftewel: dat de heilige Geest er al is.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-5" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1484" title="Speel af vanaf 24:44">▶ 24:44⟨/button> ⟨span>Waarin Zijn Jullie Gedoopt? de Unieke Doop van Johannes⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En hij zei tot hen: "Waarin zijn jullie dan gedoopt?" Ja, dat is namelijk de volgende vraag. Zij kenden de doop van Christus nog niet. Welke doop is dat? Dat is de doop in heilige Geest, maar die kenden zij nog niet. Maar nu eerst even deze vraag: "Waarin zijn jullie dan gedoopt?" En zij zeiden: "In de doop van Johannes." Hier zie je dus dat het gaat om leerlingen van Johannes. Dat kenden zij, daarin waren zij gedoopt en zij waren alleen op de hoogte van die aangelegenheid.⟨/p> ⟨p>Nu moet ik er nog iets bij zeggen – we hebben het bij een eerdere gelegenheid wel eens uitgebreider over gehad, maar het lijkt me goed om nog even een paar dingen op een rijtje te zetten. U moet zich realiseren: de Hebreeën, ik bedoel de Joden, kenden vanouds een 'leer van dopen'. Ik noem het expres zo; je leest namelijk in Hebreeën 6 dat dit een van de fundamenten is. Tot het fundament van de Hebreeën hoorden ook zaken als geloof in God, een aionisch oordeel en handoplegging. Dat waren dingen die letterlijk fundamenteel waren voor de Hebreeën. En een leer van dopen hadden zij ook. Dat wil zeggen dat zij onderwijs genoten aangaande allerlei dopen. Let op het meervoud: het gaat hier over verschillende wassingen. Het is niet het werkwoord voor 'dopen' zoals wij dat meestal gebruiken, maar een leer van verschillende soorten dopen of wassingen. Kijk het maar na in het Oude Testament: men waste zich bij allerlei gelegenheden. Dat was ook de discussie tussen bijvoorbeeld de leerlingen van Johannes en die van de farizeeën en van Jezus: hoe dat nu precies zat met die wassingen. Een vrouw na haar maandelijkse onreinheid waste zich, oftewel doopte zich. Als je in een synagoge bent, zul je daar ook altijd een bad tegenkomen, een mikva. Dat is een plaats waar men zich ritueel reinigt.⟨/p> ⟨p>Toen kwam Johannes en hij had iets heel anders, iets heel bijzonders. Niet dat Johannes zomaar een doop verkondigde, want dat kenden ze al. Ze kenden wassingen bij allerlei gelegenheden en daar waren ook discussies over en verschillen tussen diverse richtingen over hoe dat precies moest plaatsvinden en wanneer. Dat waren interne kwesties. Maar toen kwam Johannes en dat was heel revolutionair onder het volk; hij ontleende er zelfs zijn naam aan. Hij was de Doper, en dát kenden ze niet. Men doopte zichzelf, maar het feit dat men gedoopt wérd, dat was het unieke van de doop van Johannes. Johannes predikte: "Word gedoopt". Dat wil zeggen: Johannes doopte een ander. Men liet zich dus dopen door Johannes en dat was het unieke van Johannes. Niet het feit dat hij de doop of een wassing predikte – dat was volstrekt bekend – maar wel dat Johannes de Doper was: hij doopte anderen.⟨/p> ⟨p>Het is natuurlijk ook een heel veelzeggende locatie die hij daarvoor uitkoos, want hij doopte in de Jordaan. Dat was diezelfde rivier waar Israël ooit doorheen trok om in het beloofde land te komen. De 'doodsjordaan' is uiteraard weer een type van dood en van opstanding. Het hele idee was dat iemand die zich liet dopen door Johannes, gedoopt werd; dat onderging je. Zoals de doop waar Johannes naar verwijst ook iets is wat je ondergaat. Dat doe je niet zelf, dat onderga je; je ontvangt dat.⟨/p> ⟨p>Paulus is daar in Efeze en hij vraagt vervolgens door: "Waarin zijn jullie dan gedoopt?" Zij geven als antwoord: "Wij zijn gedoopt in de doop van Johannes." Maar Paulus zei: "Johannes doopte een doop van bekering." Metanoia: omdenken, bezinning. En hij zei tot het volk – welk volk? Ja, Israël, daar gaat het duidelijk over. Je leest in Johannes 1 vers 31 dat Johannes de Doper zelf aan het woord is en zegt: "Zelf wist ik niet van Hem wie Hij was, maar opdat Hij aan Israël zou geopenbaard worden, daarom kwam ik dopen in water." Johannes doopte dus omdat de Messias, de Christus, aan Israël geopenbaard zou worden. U ziet hierin trouwens ook dat die doop in water dus een Israëlitische aangelegenheid is. Dat blijkt onmiskenbaar en het heeft alles met dat volk te maken. Ik denk dat je dat nauwelijks kunt overaccentueren, omdat de rol die het volk Israël speelt zo elementair is in het hele boek Handelingen. Het is allemaal gericht op Israël; zelfs als de natiën bereikt worden, dan is dat juist ook ter onderwijzing van hen. Paulus reageert dus op die leerlingen van Johannes en zegt: "Johannes doopte een doop van bekering."⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-6" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1921" title="Speel af vanaf 32:01">▶ 32:01⟨/button> ⟨span>Johannes Wees Naar de Messias: de Komende⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Paulus zei tot het volk dat zij moesten geloven, of eigenlijk dat ze zouden geloven, in Hem die na Johannes kwam. Inmiddels weten we dat dit Jezus is. In Hem die na hem kwam; eigenlijk staat er hier, ziet u: de Komende. Dat is een standaarduitdrukking in de Bijbel, in het Oude Testament al — in de Hebreeuwse Bijbel dus — voor de Messias, degene die zal komen.⟨/p> ⟨p>Ik heb hier een voorbeeld uit Psalm 118: "Gezegend Hij die komt." Maar straks is het gewoon de Komende. "Wij zegenen u uit het huis des HEREN." En weet u wie die Komende dan is? Ik heb de tekst er eventjes niet direct bij, maar je zou dan een of twee verzen terug moeten lezen. Daar staat dat het de steen is die de bouwlieden hebben afgekeurd, maar die nochtans tot een hoeksteen is geworden. Dat is die Komende. Deze woorden worden natuurlijk ook gezongen als de Heer Jezus op de ezel zit en afdaalt van de Olijfberg richting Jeruzalem. Dan zeggen ze ook: "Gezegend Hij die komt in de naam des HEREN."⟨/p> ⟨p>Wanneer de Heer Jezus afscheid neemt, nadat Hij een striemende rede heeft gehouden richting de farizeeën, de leidslieden van het volk — de witgepleisterde graven uit Mattheüs 23 — dan neemt Hij officieel ook afscheid van het volk. Hij zegt: "Jullie zullen Me niet meer zien vanaf nu." Dit is het laatste vers uit Mattheüs 23; het zijn de laatste woorden die Hij ook aan het volk adresseert. Hij zegt: "Jullie zullen Me niet meer zien vanaf nu, totdat gij zult zeggen: Gezegend Hij die komt in de naam des HEREN." Dat wil zeggen: voorlopig zul je Me niet meer zien, maar het heeft een 'totdat'. Als jullie als volk zullen gaan zeggen: "Gezegend Hij die komt." Dus Hij komt weer terug. Dat is nog steeds toekomst.⟨/p> ⟨p>Is Hij nou gekomen of komt Hij nog? Die vraag kun je niet zomaar beantwoorden. Het is namelijk beide waar: Hij is gekomen én Hij komt. De komst van de Joodse Messias valt dus samen met de wederkomst van Christus. Ik heb er nog een: in Lucas 7 lees je dat Johannes de Doper een tweetal van zijn discipelen tot zich riep en hen naar de Heer zond om te zeggen: "Bent U het nou die komen zou? De Komende? Of hebben wij een ander te verwachten?"⟨/p> ⟨p>Johannes maakte dus de weg des Heren recht. Hij verwees naar de Messias die zou komen, maar gedurende zijn bediening was hij er in aanvang niet zeker van wie dat zou zijn. Alles wees er dus op dat het inderdaad Jezus was voor hem, maar er was twijfel. Vandaar ook dat hij de naam dan ook niet noemt in aanvang. Later lees je wel dat hij wijst op zijn neef, de Heer Jezus, en dan zegt hij: "Zie het Lam Gods." Dat wel, maar hier wist hij dat nog niet, vandaar ook die vraag. Maar let even op die uitdrukking 'de Komende', 'die komen zou'. Dat is echt een messiaanse uitdrukking die rechtstreeks uit de Hebreeuwse Bijbel komt.⟨/p> ⟨p>We gaan weer even terug. U ziet, ik zit nogal wat heen en weer te bladeren zo, maar dat doe ik ook om het scherp te krijgen. Ik herhaal even: "Maar Paulus zeide: Johannes doopte een doop van bekering en zeide tot het volk, dat zij moesten geloven in Hem, die na hem kwam." Dat wil zeggen: dat is in Jezus dus. "En toen zij dit hoorden, lieten zij zich dopen."⟨/p> ⟨p>Nu is dit een hele lastige kwestie. Want wie zijn nu die 'zij'? U zegt: dat is toch logisch, dat zijn die twaalf mannen. Maar er zijn ook visies — als je de Concordant Commentary leest en, als ik me niet vergis, de Companion Bible van Bullinger — die zeggen: nee, het waren niet die twaalf mannen. Die 'zij' hier, dat zijn degenen die Johannes aansprak toen hij predikte. Kijk hier dus: "Johannes doopte een doop van bekering en zeide tot het volk... en zij moesten geloven in hem die na hem kwam... en toen zij dit hoorden, lieten zij zich dopen." Die 'zij' zouden dan het volk zijn tot wie Johannes sprak.⟨/p> ⟨p>Ik denk het niet. Ja, ik dacht het vroeger ook hoor, ik moet u eerlijkheidshalver zeggen. Zo zie je: als je Bijbelstudie doet, dan moet je wel eens een keertje je gedachten over iets herzien. Maar ik geloof inderdaad dat het hier gaat over deze discipelen in Efeze. Ik kom er straks nog even op terug, maar ik moet er nu eerst even op wijzen dat dit er niet staat.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-7" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2270" title="Speel af vanaf 37:50">▶ 37:50⟨/button> ⟨span>Geen Herdoop in Water, maar de Doop in Geest⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Ik heb er nu al diverse keren tijdens de studies over het boek Handelingen op gewezen dat, hoewel de vertalingen steevast weergeven dat zij zich lieten dopen, dat er niet staat. Er staat: zij werden gedoopt of zij worden gedoopt. De aorist; een foto wordt er genomen, zeg ik altijd. Gewoon het feit wordt gesteld.⟨/p> ⟨p>En dat bedoel ik dus met de complexiteit van dit gedeelte. Gewoonlijk zegt men dat deze discipelen in Efeze gewoon herdoopt werden. Als u naar een standaard uitleg luistert of deze raadpleegt vanuit de kerkelijke hoek, dan zult u lezen: "Nou, dit is een voorbeeld van herdoop." Overdopen dus eigenlijk. Namelijk: ze waren gedoopt in de doop van Johannes en nu worden ze weer opnieuw gedoopt door Paulus, dat wil zeggen: weer opnieuw gedoopt in water. "Ze lieten zich dopen." Maar dat staat er niet. Er staat niet dat ze zich lieten dopen.⟨/p> ⟨p>En het is eigenlijk ook een heel raar verhaal. Neem me niet kwalijk, maar u moet zich goed realiseren waar Paulus het over heeft. Hij vraagt: "Hebben jullie de Geest ontvangen?" Dat was het onderwerp. "Hebben jullie de Geest ontvangen?" Vervolgens zeggen ze: "Ja, we weten niet dat die Geest er al is." En dan zegt Paulus: "Waarin zijn jullie dan gedoopt?" "Nou, in de doop van Johannes." Die doopte in water. En nu gaat Paulus hen nog een keer dopen in water? Maar Johannes had toch iets anders verkondigd? Johannes had toch gezegd: "Ik doop jullie in water, maar Hij die na mij komt, die zal jullie dopen in heilige Geest." Dus daar gaat het over. Het ging over het ontvangen van de heilige Geest. Dat was het onderwerp.⟨/p> ⟨p>Toen zij dit hoorden, namelijk die hele uitleg over wat Johannes deed en waar Johannes naar verwees, toen werden zij gedoopt. Dit is geen herdoop in water. Waar is dat goed voor? Opnieuw een ritueel? Nee, Johannes had juist gewezen op Hem die zou dopen in Geest. Dat was het onderwerp, en dat is zo logisch. Zij werden gedoopt in de naam van de Here Jezus. Kijk, zij hoorden nu de naam van de Here Jezus. Ze wisten dat de Messias zou komen, ze waren leerlingen van Johannes, ze waren gedoopt in water, en nu horen ze over de Here Jezus. Dat wil zeggen: de opgewekte Jezus die Here is. Hij is door God gemaakt tot Here en tot Christus. Dat verwijst naar Zijn opstanding. Wel, zij horen van de naam van de Here Jezus en ze worden daarin gedoopt.⟨/p> ⟨p>Ja, en dan is de volgende vraag: hoe dan wel? Dat wordt vervolgens in het volgende vers gezegd. Dan krijg je dit: "En toen Paulus hun de handen oplegde, kwam de Heilige Geest over hen." Alsjeblieft, dat is die doop in de naam van de Here Jezus. En dit is logisch. Het is niet logisch dat deze leerlingen van Johannes, die al gedoopt waren in water, nu nog eens een keertje gedoopt worden in water. Johannes had juist verteld van een andere doop.⟨/p> ⟨p>Kijk, ik vond het haast lachwekkend – ik vind het echt lachwekkend. Ik las het in de Studiebijbel waar ik overigens met groot respect over spreek, maar deze uitleg... Ze zeggen: "Ja, deze mensen waren nog niet op de hoogte van de christelijke doop." Dan denk ik: nee, dank je de koekoek. Ze waren inderdaad niet op de hoogte van de christelijke doop, maar wat is de christelijke doop? Dan zeggen ze: "Ja, dat is een doop in water." Ik zeg: "Nou, dat is helemaal geen doop in water." Dat is wat Johannes deed; die doopte in water. Bij de christelijke doop komt geen druppel water te pas. Dat is een doop in Geest. Dat is nou precies wat Johannes toch voorzegde – of voorzade, hoe zeg je dat? – namelijk dat Hij zou komen die in Geest zou dopen. En dat is wat hier gebeurt. Nu horen ze inderdaad de naam van Jezus, die inmiddels Here is, en vervolgens gebeurt precies dat wat Johannes had aangekondigd: ze worden gedoopt in de Heilige Geest, ze ontvangen Gods Geest.⟨/p> ⟨p>En hoe dan wel? Wel, toen Paulus hun de handen oplegde, kwam de Heilige Geest op hen. De handen opleggen. Ik gaf het al even aan, dat is ook weer zo'n typisch Joods ding van de Hebreeën. Nou moet ik het even letterlijk citeren, want anders denkt u dat ik het uit mijn duim zuig, maar dat is niet zo. In Hebreeën 6 lees je daarover. Trouwens, het is alweer zo lang geleden dat we dat in dit gezelschap besproken hebben toen we bezig waren met de bestudering van de Hebreeënbrief. En dan staat er dit: "Laten we het eerste onderwijs aangaande Christus laten rusten," en dan: "zonder opnieuw het fundament te leggen." Het fundament te leggen – dit wordt tegen de Hebreeën gezegd dus – van bekering van dode werken, van geloof in God, van een leer van dopen en van oplegging der handen.⟨/p> ⟨p>Oplegging van handen is een typisch fundamenteel Hebreeuws ding, om het even modern te zeggen. Het hoort bij de Hebreeën; het hoort bij hun grondslagen. Het ABC, dat is eigenlijk wat hier ook genoemd wordt: de eerste beginselen van de Hebreeuwse leer, waaronder ook de oplegging van handen. Dat is ook een daad van eenmaking, wat iemand bijvoorbeeld ook deed als hij een offer bracht. Dan legde hij zijn handen op de kop van dat dier om zich daarmee één te maken. Dat is eigenlijk wat het ook uitbeeldt. Maar Paulus doet dat, als geroepen apostel van Christus Jezus, en dan legt hij hun de handen op en dan gebeurt er ook daadwerkelijk iets: de Heilige Geest kwam over hen, of letterlijk staat er "op hen". Dat voorzetsel wordt hier gebezigd, en consequent – sterker nog, in het Hebreeuws ook – want deze uitdrukking van de Heilige Geest die over of op hen kwam, die vind je heel veel keren al in het Oude Testament ook. En ik wil graag met u eens eventjes...⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-8" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2728" title="Speel af vanaf 45:28">▶ 45:28⟨/button> ⟨span>Zichtbare Manifestaties: de Geest Die 'op' Mensen Komt⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Ik wil daarvan een korte inventarisatie maken. In de eerste plaats wil ik u daarbij laten zien dat wanneer u leest dat de heilige geest op hen kwam, dit iets is wat zichtbaar is. De heilige geest kwam niet ⟨em>in⟨/em> hen — ja, wellicht ook, dat leest u ook wel, maar dat is hier niet het onderwerp. De heilige geest kwam ⟨em>op⟨/em> hen. Ik zal daar verder niet al te veel over zeggen; laat u gewoon overtuigen door wat er staat geschreven.⟨/p> ⟨p>U reist naar Richteren 11 — en ik ben niet volledig in mijn opsomming, maar een aantal voorbeelden wil ik u niet onthouden. Toen kwam de Geest des Heren op Jefta en hij trok Gilead en Manasse door. Die man, Jefta de richter, werd aangegord — zo leest u dat ook weer in een ander verband — en hij werd bekrachtigd. Die man werd geschikt gemaakt voor zijn dienst; de Geest des Heren kwam ⟨em>op⟨/em> Jefta.⟨/p> ⟨p>Numeri 24 is helemaal een apart voorbeeld. Daar leest u over Bileam, die zelfs niet eens een gelovige was. Kijk, als het gaat om gelovigen, dan leest u dat de heilige geest ⟨em>in⟨/em> hen komt. U leest in Efeze 1 vers 13 dat u, toen u gelovig werd — gelovende — verzegeld bent met de heilige geest van de belofte. Dan gaat het over een verzegeling. U begrijpt: als u goddelijk verzegeld wordt, dan kan dat nooit meer ongedaan gemaakt worden. Maar dat geldt niet per definitie wanneer de heilige geest ⟨em>op⟨/em> u komt. Dat is een zichtbare manifestatie.⟨/p> ⟨p>U leest hier dus over Bileam, en dat was bepaald geen gelovige. Maar u weet: God kon hem wel gebruiken. God kan ook ezels gebruiken en laten spreken. Leuk hè? Dat was in diezelfde geschiedenis. God gebruikte inderdaad ook een ezel als illustratie. En die Bileam hief zijn ogen op en zag naar Israël. Laat ik het even goed lezen: "Toen Bileam zijn ogen ophief, zag hij Israël naar zijn stammen gelegerd en de Geest Gods kwam op hem." Toen ging er iets gebeuren en ging hij dingen zeggen die hij eigenlijk helemaal niet kon zeggen en ook niet wilde zeggen. Maar hij werd gewoon bekrachtigd; hij kon geen andere kant op. Dit was echt zo'n duidelijke manifestatie, onmiskenbaar voor iedereen die hem tegenkwam en naar hem luisterde. Dat blijkt vervolgens ook uit de profetie die hij uitspreekt.⟨/p> ⟨p>Nog één: 1 Samuël 19. Daar leest u dat koning Saul boden zond om David te halen. Deze boden zagen een groep profeten — dat is een eigenaardig gezicht — in geestvervoering, met Samuël aan hun hoofd. En de Geest Gods kwam ook op de boden van Saul, zodat ook zij in geestvervoering geraakten. Als u een voorbeeld wilt hebben waarbij u echt duidelijk ziet dat er iets gebeurde, een zichtbare manifestatie, ongeacht de vraag wat daar nu precies aan de hand was, dan ziet u het hier. De Geest Gods kwam op de boden van Saul.⟨/p> ⟨p>Dan gaan we even naar het Nieuwe Testament. Vlak voordat de Heer Jezus ten hemel vaart, leest u: "Maar jullie zullen kracht ontvangen wanneer..." Er staat letterlijk: "wanneer de heilige geest ⟨em>op⟨/em> u komt." Ik weet dat er in de vertalingen "over" staat, maar er staat letterlijk "op". Dat woord gebruik ik dan ook consequent. Wanneer de heilige geest op u komt, zult u mijn getuigen zijn. Dat betekent hier uiteraard niet dat jullie "moeten", zoals in: "jullie moeten kracht ontvangen." Het is gewoon een voorzegging. Jullie zullen kracht ontvangen en jullie zullen mijn getuigen zijn. Hoezo? Wel, de heilige geest komt op jullie. "Jullie zullen mijn getuigen zijn te Jeruzalem en in heel Judea en Samaria, tot aan het uiterste der aarde."⟨/p> ⟨p>Ik lees er nog eentje: Handelingen 10. We zijn in het huis van Cornelius aan de zee, in Caesarea. Daar hebben we die plaats weer. En al de gelovigen "uit de besnijdenis" — de Joodse gelovigen dus die met Petrus waren meegekomen — stonden verbaasd dat de gave van de heilige geest ook op de heidenen was uitgestort. Dat is ook een mooi woord: "uitgestort". Als een plensbui, weet u wel? Onontkoombaar. Maar ook hier weer: de heilige geest was op de natiën, op de heidenen uitgestort. Zij stonden verbaasd; zij zagen dat dus gebeuren.⟨/p> ⟨p>Let trouwens op wat hier gebeurt: de boodschap gaat naar de natiën. Ik zou zeggen: de boodschap gaat naar de zee toe, want het gebeurde daar aan de kust. Caesarea lag aan de zee en het was eigenlijk ook een haven. De boodschap gaat naar de natiën toe en de besnijdenis kijkt ernaar. Ze stonden erbij en ze keken ernaar; ze stonden verbaasd van die beweging. Ze hebben dat gezien. Heel demonstratief gebeurt hier iets waarbij God Zijn Geest geeft en die op hen komt en op hen wordt uitgestort. En Israël ziet het, en daar was het nu juist ook allemaal voor bestemd. Israël zou zien dat het heil naar de natiën was gegaan. Hoe merkten ze dat dan? Zij hoorden hen spreken in tongen — eigenlijk gewoon in talen — en God grootmaken. Dit was onmiskenbaar, vandaar die verbazing. Spreken in tongen; dat zullen we straks ook weer zien. Exact hetzelfde verhaal weer. Maar misschien doen we er verstandig aan om daar straks even verder over te spreken en nu eventjes te pauzeren.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-9" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3175" title="Speel af vanaf 52:55">▶ 52:55⟨/button> ⟨span>Spreken in Talen: Geen Klanktaal maar Werkelijke Talen⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Laten wij weer verder gaan met de studie. Ik zal even mijn horloge afdoen, zodat ik wel bij de tijd blijf. We hebben zojuist toch wel aparte dingen besproken; een lastige kwestie, dat wil zeggen: een onderwerp waar de uitleggingen nogal divers over zijn. Het algemene idee is altijd dat men bij de christelijke doop denkt aan een doop in water, maar dat is pertinent onjuist. Je hoeft daarvoor niet eens te rade te gaan bij Paulus – dat klinkt misschien vreemd – maar je had het al aan Johannes de Doper kunnen vragen, want die wist het al te vertellen. Het lijkt wel een complete blinde vlek, maar daardoor ontstaat ook die enorme nadruk in de christelijke kerk, mede omdat men denkt dat men de erfgenaam van Israël is. Maar die nadruk op een ritueel, een doop met of van mijn part in water, dat maakt wat mij betreft eigenlijk geen verschil meer: het is een doop in de Geest. Daar had Paulus het over toen hij in Efeze kwam en dat is wat er gebeurde: een heel zichtbare manifestatie.⟨/p> ⟨p>Goed, we moeten even verder gaan, want er staat dat terwijl Paulus aan die mensen uitlegt wie de Heer Jezus is – de opgestane Messias naar wie Johannes had verwezen – zij werden gedoopt. Let wel: zij werden gedoopt, niet: zij lieten zich dopen. Zij werden gedoopt in de Geest en Paulus legt hen de handen op, waarna de Heilige Geest op hen kwam. Dat was heel duidelijk, want er staat: ze spraken in tongen en profeteerden. Ze spraken in tongen, of zoals u hier in de interlineaire vertaling ziet: in talen. Want de woorden tong en taal zijn synoniem. Ik zeg niet dat het woord 'tong' fout is, maar het is gewoon een synoniem begrip voor taal. Dat is bij ons trouwens ook zo. Ik denk even aan een voorbeeld in de Statenvertaling, waar gesproken wordt over "zoveel tongen" in het boek Openbaring, en dan gaat het inderdaad over talen. Als je je tong verloren bent, zeg je niks meer; dat was een ander voorbeeld, maar ik kan er even niet zo gauw op komen.⟨/p> ⟨p>In vreemde talen dus. Nou, dat woordje 'vreemd' staat er niet letterlijk, er staat: ze spraken in talen. Meervoud, dus in meerdere talen. Het idee is dit: we spreken allemaal in een taal, dat is niet zo bijzonder. Maar zij spraken in talen die ze nog niet geleerd hadden. Om dat fenomeen te begrijpen, moet je gewoon even terug naar Handelingen 2. Daar lees je dat in Jeruzalem op de Pinksterdag de Heilige Geest op hen kwam. We hebben het er in de pauze nog even over gehad: let op, de discipelen hadden op de dag van de opstanding al de Geest van Christus ontvangen. Hij blies op hen en toen ontvingen zij Zijn Geest. Maar vervolgens heeft de Heer erop gewezen: "Blijf wachten in Jeruzalem tot de Heilige Geest op u komt." Dat gebeurde op de Pinksterdag. Toen vond die manifestatie plaats waarbij ze profeteerden en spraken in tongen. En wat was het wonder toen? Wel, al die mensen die daar in Jeruzalem op bezoek waren, hoorden ieder van hen de grote daden Gods spreken in hun eigen taal. Dat was het wonder. Het was dus een wonder dat zij spraken in talen die ze nooit hadden geleerd en ieder van hen hoorde hen in hun eigen taal spreken. Dat was het: spreken in vreemde talen, dat is de gedachte.⟨/p> ⟨p>'Spreken in tongen' wekt bij ons een beetje de indruk van wat er in de charismatische pinksterkringen gedacht wordt; dat het om glossolalie gaat. In de NBV, de Nieuwe Bijbelvertaling, spreekt men over 'klanktaal'. Dat onderstreept helemaal het gangbare idee: je doet maar wat met je tong en brengt wat klanken uit. En dat heet dan tongentaal, wat trouwens een pleonasme is. U vindt het misschien gek als ik dat zo nadoe, maar ga maar eens een keertje naar een doorsnee pinkstergemeente en je hoort het. Men doet maar wat met de tong en een klank botst men na, of brengt men in ieder geval uit. En dat heet dan tongentaal. Er valt uiterlijk ook weinig aan te zien, lijkt mij. Precies, daar zie je dus al aan dat het niet juist kan zijn. Kijk, het heeft niets te maken met dat wonder wat er plaatsvond op de Pinksterdag, waarbij men hen hoorde spreken in hun eigen taal over de grote daden Gods. Dat is het fenomeen van het spreken in vreemde talen en spreken in talen. Het is geen klanktaal. Ook daarvan moet ik trouwens zeggen dat het weer een typisch teken is voor Israël. Eigenlijk zijn we de hele avond al in die sfeer bezig en ook dit fenomeen onderstreept dat weer. Ik zal u even meenemen naar 1 Korinthe 14.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-10" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3571" title="Speel af vanaf 59:31">▶ 59:31⟨/button> ⟨span>Spreken in Talen als Teken voor het Ongelovige Israël⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Ik had het zojuist over Handelingen 2. In Jeruzalem vindt voor het eerst dat wonder plaats. Al die twaalf volkeren die daar genoemd worden in Handelingen 2, die daar in Jeruzalem waren, hoorden hen eenieder in hun eigen taal. Het is een teken voor Israël. Dat spreken in tongen, of het teken in talen, heeft daar altijd mee te maken. In 1 Korinthe 14 legt Paulus dat fenomeen dan ook nader uit. Hij zegt dan: "In de wet" – en daarmee bedoelt hij de Schrift heel breed, de Tenach, want het gaat namelijk om een citaat uit Jesaja 28 – "in de wet staat geschreven: door lieden van een andere taal en door lippen van vreemden zal Ik tot dit volk spreken. En toch zullen zij naar Mij niet luisteren, zegt de Heer." Dit is een voorzegging in Jesaja 28 en Paulus haalt dat aan om uit te leggen wat dat wonder of dat teken is, oftewel wat dat spreken in tongen is.⟨/p> ⟨p>Hij zegt dat het een vervulling is van wat er in de wet, in de Thora, in het onderwijs, in de Schrift staat geschreven. God zou tot dit volk spreken, alleen niet in het Hebreeuws, wat toch de heilige taal was. Het Oude Testament is geschreven in het Hebreeuws en God sprak in het Hebreeuws, maar hier wordt voorzegd: door lieden van een andere taal en door lippen van vreemden, die geen Hebreeuws spreken, zal Ik tot dit volk spreken. Eigenlijk gaat God dus vanuit de naties spreken tot dit volk. Dat is één ding: er wordt in vreemde klanken, in niet-Hebreeuwse talen, gesproken tot Israël, tot dit volk.⟨/p> ⟨p>Vervolgens wordt er ook nog bijgezegd dat het niet het effect zal hebben dat zij tot geloof zullen komen of gelovig zullen worden. Nee, er staat bij: "En toch zullen zij naar Mij niet luisteren, zegt de Heer." Met andere woorden: als Ik vanuit de naties tot dit volk spreek, in een niet-Hebreeuwse taal – zoals je dat ziet op de pinksterdag, maar ook hier in Handelingen 19 en iedere keer in het boek Handelingen – dan gebeurt het op een wonderlijke manier dat God tot dit volk spreekt. Let maar op: iedere keer als het fenomeen genoemd wordt, is dat altijd terwijl er Joden bij zijn die daar getuige van zijn. Er wordt tot dit volk gesproken; weliswaar zijn het de naties die spreken, maar aan wie is het geadresseerd? Wel, aan dit volk, Israël. En er wordt bijgezegd dat ze niet zouden geloven. Dat wordt dus al door Jesaja voorzegd.⟨/p> ⟨p>Vervolgens staat erbij: "Derhalve zijn de tongen, die talen, een teken niet voor hen die geloven, maar voor de ongelovigen" – en wel voor het ongelovige volk in het bijzonder. Dáár is het een teken voor. Dat betekent dat God Zich zou bedienen van een taal die niet Hebreeuws is, wat wil zeggen: het heil gaat naar de naties. Dat is eigenlijk het grote onderwerp van het hele boek Handelingen. Tot dit volk wordt dat gezegd, dat wordt gedemonstreerd. Dit volk, Israël, krijgt te zien: het heil is naar de naties gegaan en jullie geloven het niet.⟨/p> ⟨p>Alleen al dit fenomeen is feitelijk een schitterende samenvatting van wat het boek Handelingen laat zien. Het heil gaat naar de naties, zij horen, en vervolgens hoort het volk Israël het Woord van God in niet-Hebreeuwse klanken en ze moeten er niets van hebben. Zie daar de rode draad door heel het boek Handelingen, zonder uitzondering. Het is dus een teken voor het ongelovige volk. Goed. Paulus legde hen de handen op, de Heilige Geest kwam op hen en zij spraken in tongen – in vreemde talen dus – en zij profeteerden.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-11" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3905" title="Speel af vanaf 01:05:05">▶ 01:05:05⟨/button> ⟨span>Het Tijdelijke Karakter van Profetie en Talen (1 Korinthe 13)⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Profeteren betekent in het Grieks letterlijk ‘voorzeggen’. In het algemeen is de gedachte vanuit het Hebreeuws meer dat je de mond van God bent; dat je de woorden van God spreekt. Ik neem u nog even mee naar 1 Korinthe 13. Net had ik het over 1 Korinthe 14, waar staat dat het spreken in talen een teken is voor het volk van Israël, voor het ongelovige volk van Israël. Maar in 1 Korinthe 13 worden beide begrippen – tongen of talen en profetie – ook genoemd. Ik neem u daar even mee naartoe, want daar zegt Paulus iets belangrijks. U moet zich realiseren dat 1 Korinthe 12 over deze zaken gaat, over de charismata of de genadegaven. In hoofdstuk 14 gaat het daar ook weer over, maar daartussenin onderbreekt Paulus zijn betoog. Hij zegt: ‘Ik wijs jullie een weg die veel hoger voert.’ Niets over deze uitingen, want die zijn van tijdelijke aard. Hij wijst op een weg die veel hoger voert en dan wijst hij hen op de agape, dat wil zeggen: de liefde Gods. Daarvan zegt hij in vers 8 dat die liefde nimmer vergaat.⟨/p> ⟨p>Dat gaat hij contrasteren met een aantal dingen. Let op: de liefde vergaat nimmer meer, maar profetieën – godspraken – zullen afgedaan hebben. Tongen zullen verstommen en ophouden. Kennis – dat wil zeggen: de openbaringen van kennis waarbij God aan de een dit bekendmaakte en aan de ander dat – zal ook hebben afgedaan. Want, zo staat er, het is onvolkomen. Als u een Statenvertaling hebt, dan ziet u het beter weergegeven: ‘ten dele’. In de interlineair ziet u letterlijk het woord ‘deel’ staan. Fragmentarisch. Ons kennen is nu nog deels, ten dele fragmentarisch.⟨/p> ⟨p>Paulus heeft het hier over de situatie in de dagen van de Korinthiërs. Er was toen nog profetie en er was het spreken in talen, maar Paulus wijst hen erop dat dit van voorbijgaande aard is. De liefde Gods blijft, maar deze zaken – de gaven van kennis, profetieën en tongen – zullen afgedaan hebben of verstommen. Stuksgewijs is ons kennen. Dat wil zeggen: de een wist dit, de ander wist dat. Stuksgewijs en fragmentarisch is ook ons profeteren. Een godspraak hier, een godspraak daar. Het was allemaal nog deels; in stukjes is het allemaal.⟨/p> ⟨p>Doch, zo staat er, als het volmaakte komt... Eigenlijk staat daar niet ‘volmaakt’, maar ‘de volwassenheid’. Als u 1 Korinthe 14 vers 20 leest, ziet u dat daar exact hetzelfde woord gebruikt wordt. Daar wordt het inderdaad vertaald met ‘volwassen’. Paulus zegt daar: ‘Wees geen kinderen in het verstand, maar word in het verstand volwassen.’ Hij gebruikt daar exact hetzelfde woord dat hier vertaald wordt met ‘volmaakt’. Dat klopt niet, en uit het verband blijkt ook dat Paulus het heeft over die ontwikkeling van een kind naar volwassenheid. ‘Toen ik een kind was, sprak ik als een kind, maar nu ik een man geworden ben – volwassen – heb ik dat afgelegd.’ Het is van tijdelijke aard. Als de volwassenheid komt, dan zal dat onvolkomene, dat stuksgewijze en fragmentarische, hebben afgedaan.⟨/p> ⟨p>Kijk, dit gaat over de dagen dat het Woord van God nog niet compleet was en de gemeente als geheel ook nog niet volwassen was. Het was nog de kinderlijke fase. Als de volwassenheid zou komen, zou dat fragmentarische hebben afgedaan. Inmiddels is het Woord van God compleet. Dat is geweldig; dat konden de Korinthiërs toen nog niet zeggen. Maar inmiddels is het Woord van God gecompleteerd. De Schriften zijn voltooid en het kennen is niet meer ten dele. We hebben het geheel. Vervolgens moeten wij daar individueel in groeien, maar als geheel – als ekklesia – hebben we de volwassenheid bereikt. Het staat ons allemaal ter beschikking. En als dan eenmaal de volwassenheid is aangebroken, dan heeft dat fragmentarische afgedaan. Dat wil zeggen dat die profetieën en die tongen zijn opgehouden.⟨/p> ⟨p>Het gaat me er nu even om dat dit te maken heeft met die specifieke tijd. Als er in Handelingen 19 staat dat zij spraken in tongen en profeteerden, dan gaat dat over zaken die inmiddels tot het verleden behoren. Tot dit volk werd gesproken, tot Israël. Dat is waar het boek Handelingen over gaat. Inmiddels zijn we in een andere fase terechtgekomen: de fase van de volwassenheid. We gaan weer even terug naar waar Handelingen 19 over gaat. Er staat nog iets bij; leuk dat dit expliciet vermeld wordt: ‘En het waren in het geheel ongeveer twaalf mannen.’ Het gaat dus om Israël. Of er niemand omheen stond? Dat weet ik niet. In ieder geval waren die discipelen met twaalf mannen. Blijkbaar stond er niemand omheen; je leest in elk geval niets over omstanders.⟨/p> ⟨p>Dat getal is uiteraard heel veelzeggend en opnieuw een verwijzing naar Israël – de zoveelste, zou ik zeggen. Alles gaat hier om Israël. Zij krijgen dat teken en die demonstratie van de Geest. We zullen er nog wel vaker op stuiten dat het boek Handelingen inderdaad die overgangsfase beschrijft waarin Israël nog de boodschap krijgt dat het heil van God naar de natiën gezonden is. Goed, als dat heeft plaatsgevonden, lees je vervolgens...⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-12" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4384" title="Speel af vanaf 01:13:04">▶ 01:13:04⟨/button> ⟨span>Drie Maanden Vrijmoedig Spreken in de Synagoge⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Paulus ging naar de synagoge. Hij kwam de synagoge binnen; er staat eigenlijk 'die' synagoge. Dat is heel interessant, want ik weet niet of u zich nog goed herinnert van de vorige keer, maar die was al een keertje eerder bezocht door Paulus toen hij op doorreis was en Priscilla en Aquila daar achterliet. Hij had toen gezegd: "Ik kom weer terug." Hij beloofde dat hij hen weer zou bezoeken zodra God hem de gelegenheid daartoe gaf. Nou, inmiddels zijn we wellicht een pakweg een jaar later en komt hij inderdaad in die synagoge.⟨/p> ⟨p>Er staat: hij trad daar drie maanden lang vrijmoedig optrad. Niet 'vrij moedig' met een spatie ertussen, zo in de zin van behoorlijk moedig, nee: vrijmoedig. Ik vind het leuk om even de 'Concordant View', zoals dat in het ISA-programma heet, erbij te tonen. Want dat woordje vrijmoedigheid is samengesteld uit twee begrippen: 'alles' en 'stromen'. Ik vind dat zo’n mooi plaatje van het woord vrijmoedigheid: alles stroomt. Alles komt eruit. Dat is ook wat wij bedoelen met vrijmoedigheid: je houdt niets achter. Als je vrijmoedig bent, dan treed je op en alles wat je wilt tonen — we spreken dan over expressie — druk je uit. Je houdt niets achter. Wel, dat is wat Paulus drie maanden lang doet. Hij komt in de synagoge en wat doet hij? Hij spreekt. En hoeveel spreekt hij? Nou, alles. Hij houdt niets achter; dat was Paulus niet eigen. Je leest die uitdrukking wel vaker in het boek Handelingen, heel vaak zelfs: dat ze vrijmoedig optraden. Alles stroomde.⟨/p> ⟨p>Paulus was daar in de synagoge en trad drie maanden lang vrijmoedig op om hen door besprekingen te overtuigen. Hij was aan het argumenteren en overreden. De bewijzen kwamen op tafel; dat is immers wat argumenteren is: argumenten geven. "Om deze en deze redenen is dat zo." En de Schriften gingen open. Hij argumenteerde; het was overtuigend en daarmee overreedde hij hen ook aangaande het Koninkrijk Gods. Nou, daar heb je wel drie maanden de tijd voor nodig om dat inderdaad te doen. Het is heel boeiend om dat alleen al eens een keer in het boek Handelingen na te gaan. Je leest in het begin van het boek Handelingen dat de Heer Jezus, gedurende de veertig dagen dat Hij na Zijn opstanding nog op aarde was, met de discipelen sprak aangaande de dingen van het Koninkrijk Gods. Omtrent het Koninkrijk Gods.⟨/p> ⟨p>Ik heb hier twee begrippen die tegenover elkaar staan. Je leest aan de ene kant over de openbaring van het Koninkrijk. Dat wil zeggen: wanneer het Koninkrijk openbaar wordt in de toekomst. Het Koninkrijk wordt openbaar... ja, wanneer? Eigenlijk is het niet zo moeilijk: dat is wanneer de Koning openbaar wordt. Maar je leest ook over de verborgenheden van het Koninkrijk, de geheimenissen; gewoon de verborgenheden van het Koninkrijk. En wanneer is dat Koninkrijk verborgen? Nou, wanneer de Koning verborgen is. Dus feitelijk ook nu. Ik weet dat er mensen zijn die zeggen: "Wij hebben vandaag niks te maken met het Koninkrijk." Nou, dat kun je zo niet zeggen. Je leest immers dat wij, zoals Paulus zegt in Kolossensen 1, overgezet zijn in het Koninkrijk van de Zoon van Zijn liefde. Maar hoe zeg je het? Koninkrijk? Ja, dat Koninkrijk is er wel, alleen het is verborgen, zoals ook de Koning verborgen is. Nou, u begrijpt dat je wel drie maanden over die dingen kunt spreken om dat allemaal uit te leggen: over het Koninkrijk dat openbaar wordt, de rol die Israël daarin speelt, maar ook nu in deze tussentijd waarin het heil een omweg maakt. Afijn, hij spreekt daarover omtrent het Koninkrijk Gods.⟨/p> ⟨p>Maar toen werden sommigen verhard. Dat 'middelvoets' waar we het de vorige keer over hadden: je wordt verhard of ze verharden zichzelf, passief of actief. En zij bleven ongehoorzaam; ik vind het mooi, er staat letterlijk: ze waren ongezeggelijk. Dat is het. 'Ongehoorzaam' is het idee hier, maar het is niet zozeer het algemene begrip gehoorzaamheid, het is het begrip ongezeggelijk zijn. Realiseert u zich wat Paulus deed: hij argumenteerde en hij overreedde. Dat wil zeggen dat het bewijs zo overweldigend was. Maar als je het niet wilt horen en je je niet laat gezeggen, dan ben je dus ongezeggelijk. Dan kun je praten als Brugman, maar het wil er toch niet in; je bent niet voor rede vatbaar. Dat is heel mooi daarmee aangegeven. En dan kun je blijven argumenteren, maar dat heeft helemaal geen zin.⟨/p> ⟨p>Ik weet er alles van, ik meen het: dat je soms ook weet dat iets zo is en je het bewijs gewoon kunt overleggen, maar op een gegeven moment moet je ook gewoon kunnen stoppen. Ik weet niet of u het fenomeen herkent, maar dan zou je het wel eens een keertje door de strot willen duwen. En u weet hoe dat gaat en wat het effect daarvan is: dat werkt precies averechts. Je moet het maar eens bij een kind proberen. Als een kind niet wilt eten, moet je het erin gieten; dan gaat het kokhalzen. Dat roept weerstand op en heeft een averechts effect. En dat is precies ook wat Paulus niet deed.⟨/p> ⟨p>Laten we lezen wat de reactie is: toen sommigen verhard en ongezeggelijk waren en ten aanhoren of in het zicht van de menigte kwaad spraken van 'de weg' — daar heb je het weer: de weg. De weg, de waarheid en het leven; de levende en waarachtige weg. Ze spraken daar kwaad van ten aanhoren van de menigte. Nou, wat doet Paulus dan? Bleef hij dan toch maar gewoon praten om het hen door de strot te duwen? Nee. Hij had geargumenteerd en hij had overreed.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-13" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4900" title="Speel af vanaf 01:21:40">▶ 01:21:40⟨/button> ⟨span>Afzondering van de Discipelen in de School van Tyrannus⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Maar als zij ongezeggelijk zijn, dan maakt hij zich van hen los. Hij nam letterlijk afstand van hen en ging weg. Hij zonderde zijn discipelen af. In het begin van de avond begon ik daar al mee, over de discipelen van Johannes, over de discipelen van Jezus en over de discipelen van de farizeeën. Hier heb je nu een specifieke groep: Paulus’ discipelen. Hij zonderde zijn eigen leerlingen af, terwijl hij dagelijks besprekingen hield.⟨/p> ⟨p>Ook hier zien we weer hetzelfde: Paulus hield geen overdenkingen, dat klinkt misschien wat negatief als ik dat zo zeg, of van die meditaties. Nee, het was echt: Paulus had een boodschap die werd aangevallen en die iedere keer weerstand ondervond. En wat moet je dan doen? Dan moet je bewijs leveren. Daar gaat het om. Het gaat er niet in de eerste plaats om dat het mooi is, maar dat het waar is. Paulus argumenteerde dagelijks. 'Apologeet', ja, dat woord hoort daar ook bij: verdedigen. Hij verdedigde dat waar hij op stond.⟨/p> ⟨p>Dat deed hij in de gehoorzaal. Hier wordt een woord gebruikt dat wij allemaal kennen, waar ik vandaag mijn zoon nog over hoorde zeggen dat hij zo’n verschrikkelijke hekel aan zijn school heeft, omdat hij veel liever vrije tijd heeft. Maar weet u wat nou zo leuk is? Ik heb het vandaag niet tegen hem gezegd, maar het woord 'schole' is afgeleid van vrije tijd. Dat betekent eigenlijk gewoon vrije tijd. Het idee daarbij is dat als een mens vrij is, hij de tijd heeft om wat te leren. Dat is de gedachte achter een school: je neemt vrij en juist in die sfeer van vrijheid heb je tijd om onderwijs te krijgen en om de dingen te horen.⟨/p> ⟨p>In de Statenvertaling staat 'in de school'. Dat is precies wat het is: een gehoorzaal in de school van Tyrannus. Dat is niet zo’n leuke naam, want u weet meteen waar die van afgeleid is: tiran. Hij heeft hen net losgemaakt en vrijgemaakt, en waar komen ze terecht? In de school van een tiran. Een woord van vrijmaking in de school van Tyrannus; ik weet niet of Lucas dit ook met een knipoog heeft opgetekend, maar ik kan het niet nalaten om die link te leggen.⟨/p> ⟨p>Ziet u wat er gebeurt? Paulus heeft leerlingen en hij geeft onderwijs. Er liep een hoop weerstand op en wat hij doet is zijn eigen leerlingen gewoon 'onderleggen'. Dat doet hij dagelijks, zodat ze weten waar het op staat en wat van belang is. Het is werkelijk een school, wat ook samenvalt met het woord leerlingen, want in een school word je geleerd. Daar ontvang je onderwijs en dat is wat Paulus daar dagelijks deed. Misschien in een omgeving van slavernij, van dwang en van opgelegde wetten, maar hij maakte hen los, hij maakte hen vrij. Dat was werkelijk een vrijmakend woord. Want hoe was het ook alweer? De waarheid, die maakt vrij.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-14" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="5191" title="Speel af vanaf 01:26:31">▶ 01:26:31⟨/button> ⟨span>De Typologische Betekenis van de Termijn van Twee Jaar⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Dit ging twee jaar lang zo voort. Ik wil de volgende keer daar wat meer over vertellen; ik doe dat nu niet meer, maar het staat er niet voor niets. Laat ik u dat zo zeggen: dat dat twee jaar zo is en dat het twee jaar zo ging, heeft een betekenis. Weet u wat, even een vraagje: hebt u een idee hoe vaak deze termijn in de Bijbel voorkomt? Nou, ik vraag nu iets wat ik zelf niet eens direct kan beantwoorden, want ik weet niet het exacte aantal, maar het komt heel vaak voor. Eigenlijk is het toch zinnig om een vraag te stellen; als ik een vraag stel, dan doe ik dat soms omdat ik het antwoord niet weet – sorry.⟨/p> ⟨p>Het gaat om dat getal twee, dat is de typologie. Je leest die termijn van twee jaar de eerste keer in de geschiedenis van Jozef, toen hij in de gevangenis verbleef en daar twee jaar lang de geheimenissen uitlegde; de dromen die zij niet begrepen, legde hij uit. Maar in het boek Handelingen komt het ook een paar keer voor. De twee jaar hier in Efeze is daar een voorbeeld van, maar je leest ook dat Paulus twee jaar in Caesarea gevangen heeft gezeten. Dat is heel onbekend, maar het is echt zo: Paulus heeft twee jaar gevangen gezeten in Caesarea. En dan lees je in Rome ook nog eens een keer dat hij twee jaar verbleef in zijn eigen gehuurde woning, zoals we zojuist gezegd hebben, en daar iedereen ontving die tot hem kwam en hen onderrichtte.⟨/p> ⟨p>Het is het laatste vers, laten we daar dan mee afsluiten vanavond. In het laatste vers van het boek Handelingen, in vers 30, staat – en ik begin even vanaf vers 28. Paulus zegt dan als laatste tegen die Joodse leiders van de synagoge: "Het zij u dan bekend dat dit heil Gods aan de natiën gezonden werd en die zullen dan ook horen." En hij bleef, zo staat er, de volle termijn van twee jaar in zijn eigen gehuurde woning en ontving allen die tot hem kwamen, predikende het koninkrijk van God en onderricht gevende aangaande de Heer Jezus Christus, met alle vrijmoedigheid zonder enige belemmering.⟨/p> ⟨p>Nou, dat lijkt me een aardige onderstreping van wat we zojuist ook al zagen. De volgende keer pakken we de draad weer op bij vers 10 van Handelingen. Dat is dan, als ik me niet vergis, de één na laatste keer van dit seizoen.⟨/p>