⟨h3 id="hoofdstuk-1" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="0" title="Speel af vanaf 00:00">▶ 00:00⟨/button> ⟨span>Introductie en Terugblik op Athene⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>In deze 22e avond over het boek Handelingen, over Paulus' voetsporen, gaan wij weer een nieuw hoofdstuk aanpakken: Handelingen 18. De vorige keer hebben we ons nog beziggehouden met de bekende, prachtige toespraak die Paulus heeft gehouden op de Areopagus in Athene. Aan het einde lezen we dat hij in zijn betoog onderbroken wordt, of beter gezegd: afgebroken, want het betoog houdt daar simpelweg op.⟨/p> ⟨p>Dat gebeurt namelijk... Ah, daar hebben we Maria! Welkom! Ik was nog geen halve minuut geleden begonnen, dus erg veel heb je nog niet gemist. Ik was nog eventjes aan het terugblikken op de vorige keer: Paulus, wiens betoog werd afgebroken nadat hij was begonnen over de opstanding. We lezen aan het einde van het zeventiende hoofdstuk dat toen zij hem hoorden over de opstanding van de doden, sommigen spotten. Anderen zeiden heel beleefd, maar met grote desinteresse, dat ze hem daar nog wel een keertje over zouden horen. Daar blijft het dan ongeveer bij.⟨/p> ⟨p>Dit neemt niet weg dat er toch een aantal mensen tot geloof kwamen. Het woord heeft ook daar zijn werk gedaan, al was het kennelijk betrekkelijk bescheiden. We lezen onder andere over Dionysius de Areopagiet, een gezien man die daar een hoge positie innam. Ook wordt een dame genoemd met de naam Damaris, en er staat bij: "en ook nog anderen" – "andersoortigen" staat er eigenlijk – "met hen". Dat wil zeggen dat ook andere mensen uit het publiek eveneens werden aangesproken door Paulus' woord en geloofden.⟨/p> ⟨p>Maar dat zijn de enige resultaten die Paulus in Athene heeft geoogst. Voor het overige komt de stad Athene nooit meer voor in het Nieuwe Testament, behalve dan – en ik geloof dat ik daar straks nog een dia van heb – dat hij er nog melding van maakt in de Thessalonika-brief. De Thessalonika-brief is trouwens geschreven bij deze gelegenheid, dat wil zeggen nadat Paulus vanuit Athene naar Korinte is gegaan. Ik zal er straks nog eventjes op wijzen, want het moment dat hij deze brief geschreven heeft – ik bedoel de eerste Thessalonika-brief – is heel duidelijk aanwijsbaar.⟨/p> ⟨p>Dat is in het algemeen het schitterende van het boek Handelingen, geschreven door Lucas, de medewerker van Paulus. Het relaas dat hij heeft opgetekend, is een schitterend achtergronddocument dat ons inzicht verschaft in de brieven van Paulus. Ook voor de datering van Paulus' brieven is het essentieel; het is in veel gevallen aanwijsbaar waar Paulus een bepaalde brief heeft geschreven. Dat biedt een geweldige achtergrond bij datgene wat hij heeft opgetekend.⟨/p> ⟨p>Het hoofdstuk waar we nu naartoe gaan, Handelingen 18, is daar weer een heel fraai voorbeeld van. Paulus gaat dan naar Korinte. Van Korinte weten we heel veel, en de stad is met name bekend vanwege de brieven die Paulus aan deze ecclesia heeft geschreven: een tweetal brieven met uitgebreide hoofdstukken. 1 Korinte telt zestien hoofdstukken en de tweede brief telt dertien hoofdstukken. Daarin wordt heel veel naar voren gebracht, en als we dat historische relaas van Lucas niet zouden hebben, dan zouden we veel aanknopingspunten missen. Het is natuurlijk niet voor niks dat God het zo heeft geleid dat Lucas dit heeft opgetekend, zodat we inderdaad weten wat er aan de hand is. Alles wat nodig is, daarvan worden we op de hoogte gesteld.⟨/p> ⟨p>Daar wilde ik het met deze terugblik even bij laten.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-2" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="284" title="Speel af vanaf 04:44">▶ 04:44⟨/button> ⟨span>Aankomst in de Havenstad Korinthe⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Vanaf Athene gaan we vervolgens naar Korinte. Zo staat het ook in Handelingen 18 vers 1. Daarna, dus nadat alles beschreven is over zijn verblijf in Athene, verliet hij Athene en kwam hij te Korinte. Als je dat op de kaart bekijkt, is dat ongeveer 65 kilometer westwaarts. Ik zal het nog eventjes wat duidelijker laten zien. Hier ziet u een wat groter plaatje van Griekenland, de zogenaamde Peloponnesos hier, de Egeïsche Zee en de Adriatische Zee. Als je inzoomt op dit stukje, dan krijg je dit te zien. Hier hebben we Athene en Paulus is vanuit Athene naar Korinte gegaan.⟨/p> ⟨p>In die dagen was Korinte een grotere stad en van meer betekenis dan Athene. Athene had volgens de historici zijn glorietijd eigenlijk al achter de rug. In ieder geval onderneemt Paulus deze reis, en Korinte was een hele beroemde havenstad. Dat was Athene ook, maar Korinte nog veel sterker, omdat het gesitueerd is aan twee zeeën. De ene kant loopt uit op de Adriatische Zee en Korinte lag in deze smalle strook. Het had zo’n twee havens en was echt een havenstad van betekenis. Dat is trouwens ook bekend vanwege alle ethische of morele kenmerken die bij een havenstad horen. Dat was zelfs spreekwoordelijk. Ik kan het niet bijbelstaven, maar het schijnt een spreekwoord te zijn geweest dat men leefde als een Korintiër, en dat was geen compliment. Daarmee bedoelde men dat het een zedeloos leven was. Als je de Korintebrief leest, in de hoofdstukken 5, 6 en 7, dan kun je daar ook een indruk van vormen. Het was een stad die een enorme tempelprostitutie kende, waarbij de prostitutie gecultiveerd was of een godsdienstig karakter kreeg. Er wordt gezegd dat daar alleen al in Korinte duizend prostituees werkzaam waren in de tempels. Dat is echt enorm aanzienlijk.⟨/p> ⟨p>Zoals gezegd loopt de ene kant uit op de Adriatische Zee, zoals u hier ziet, en aan de andere kant was het aangrenzend aan de Egeïsche Zee. Ja, dat was in die dagen een geweldige stad. Ook van wijsheid en filosofie, wat een hele grote rol speelde in Korinte. Voor ons staat vooral Athene daar symbool voor. Nu nog steeds eigenlijk; als je Athene zegt, dan zeg je daarmee in één adem ook dat het het bolwerk van wijsheid is, of wat daarvoor door moet gaan. Maar Korinte deed daar in die dagen niet voor onder. Dat zien we trouwens ook in de Korintebrief, waarin Paulus zich min of meer excuseert. Hij zegt dat toen hij in Korinte kwam, hij met knikkende knieën kwam. Ik zeg het nu even met mijn eigen woorden, maar het was met vrezen en beven. Maar hij kwam met betoon van geest en kracht, geestelijke kracht. Dat wil zeggen dat Paulus nooit de moeite heeft gedaan om op te boksen tegen de indrukwekkende filosofieën. Wat hij daar verteld heeft, is de boodschap van een man die aan een kruis is gestorven. Dat was het meest verachtelijke wat je kunt bedenken om daar alles aan vast te knopen, maar het is wel de waarheid. Stupide in de ogen van de Korintische filosofie en de wereld waarin dat gesitueerd was, maar het was de wijsheid van God en de kracht van God. Daar kwam Paulus mee.⟨/p> ⟨p>Naar de mens gesproken kon hij daar natuurlijk niet op bogen, en dat heeft hij ook niet gedaan. Hij heeft niet geprobeerd om zich te meten met de filosofen, ondanks het feit dat Paulus natuurlijk wel zijn mannetje kon staan en zeer op de hoogte was. Niet alleen van de Schriften, maar ik bedoel nu ook de academische wijsheid. Met het grootste gemak – we hebben dat de vorige keren ook gezien – citeert hij filosofen van die dagen in zijn rede op de Areopagus in Athene. In ieder geval hebt u zo een beetje een indruk van hoe je dat moet zien. En Paulus is dus van deze stad...⟨/p> ⟨p>Het heeft er alles van weg dat het batterijtje op is. Nee, ik heb hier reserveexemplaren. Het gebeurt me eigenlijk zelden, want ik doe er heel erg lang mee, maar ja, ze gaan toch een keertje ter ziele natuurlijk. Nou, weet je wat? Ik doe het wel even gewoon zo. Sorry? Ik doe het straks in de pauze wel even, dan kan ik nu gewoon verder gaan en dan doe ik het gewoon zo. Hoewel je aan zo’n dingetje echt... nou, verslaafd is een groot woord, maar het is wel een gemak waar je erg aan gewend raakt. Afijn. Vers 2.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-3" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="673" title="Speel af vanaf 11:13">▶ 11:13⟨/button> ⟨span>Ontmoeting met Aquila en Priscilla⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Paulus vond daar een Jood, een zekere Jood wiens naam Aquila was. Dat is een Latijns woord en dat betekent arend of adelaar. We lezen daar nog bij dat hij uit het ras van Pontus was – in de NBG-vertaling: van geboorte uit Pontus. Dat zal ik u ook eventjes laten zien. Pontus is eigenlijk het Griekse woord voor zee en dit verwijst naar de zuidkust van de Zwarte Zee. Het wordt ook vermeld in Handelingen 2; u weet wel, wanneer u leest dat er op de pinksterdag vele Joden uit alle streken in Jeruzalem waren, dan wordt onder andere ook Pontus genoemd. Ook Petrus schrijft zijn brief aan de vreemdelingen in de verstrooiing, in de diaspora, onder andere in Pontus. Ik zie dat de kaart niet al te duidelijk is, maar in ieder geval: hier ligt een land dat we allemaal wel kennen, Turkije, en dit is de streek Pontus. Daar kwam deze Aquila dus vandaan.⟨/p> ⟨p>Dan lezen we dat hij onlangs was gekomen uit Italië met zijn vrouw Priscilla. Zij heet hier Priscilla. Trouwens, dat is eigenlijk wel grappig, daar kwam ik juist vandaag achter: Priscilla is de naam zoals Lukas haar benoemt. In Handelingen 18 komen we dit echtpaar nog diverse keren tegen en Lukas noemt haar steeds Priscilla. Paulus noemt haar ook nog wel eens een keer, maar hij schrijft altijd over Prisca. Eigenlijk is Priscilla een verkleinvorm van Prisca. Hij noemt hun namen in Romeinen 16, in 1 Korintiërs 16 en zelfs in zijn laatste brief, zijn geestelijk testament, 2 Timotheüs 4. Dan noemt hij hen ook: Priscilla – of Prisca – en Aquila die zijn bij hem. Nu weet ik even niet of ze toen bij hem waren, maar in elk geval is dit echtpaar tot het einde aan toe, tot Paulus’ levenseinde, zeer betrokken geweest bij Paulus’ activiteiten.⟨/p> ⟨p>Hier in Korinte treffen zij elkaar voor het eerst. Het is trouwens een stel geweest dat heel veel gereisd moet hebben en op diverse locaties woonachtig is geweest. Je leest hier dat ze uit Italië komen – we zullen straks zien: uit Rome. Maar later lezen we dat ze in Korinte ook hun eigen gemeente aan huis, een ⟨em>ecclesia⟨/em> in hun eigen huis, hadden. Bij een andere gelegenheid, nog weer een aantal jaren later, zijn ze weer teruggekeerd naar Rome en ook dan hebben zij in Rome een gemeente, een ⟨em>ecclesia⟨/em> aan huis. Later vinden we ze weer in Efeze. Dit echtpaar heeft dus heel wat afgereisd; het waren echte pelgrims. Ik zeg het expres even zo, omdat dat ook wel een beetje blijkt uit hun beroep, het beroep dat zij uitoefenden, maar daarover straks meer. In elk geval komen we hen natuurlijk heel wat keren tegen, ook in de brieven. Dat bedoel ik nou met hoe het boek Handelingen een historische achtergrond biedt die inzicht verschaft in hoe die relaties waren.⟨/p> ⟨p>Hoe is Paulus hen op het spoor gekomen? Nou, hier staat dat hij een Jood vond in Korinte: Aquila, van geboorte uit Pontus. Hij was onlangs uit Italië gekomen met Priscilla, zijn vrouw. Waarom was dat zo? Wel, er staat dat keizer Claudius in die dagen bevolen had, voorgeschreven had, dat alle Joden Rome zouden verlaten. Dit is ook een bekend gegeven in buitenbijbelse bronnen, want ik heb daar iets over gevonden en dat is deze uitspraak. Je leest namelijk bij de Romeinse geschiedschrijver Suetonius... Ja, waarschijnlijk is het... ik dacht dat het een andere naam was, maar goed, dat maakt niet uit, want per slot van rekening kennen we hem toch niet. In elk geval vermeldt hij in zijn biografie van keizer Claudius – 'I, Claudius', is dat niet een serie die momenteel... Oh, is dat zo? Ja, een befaamde serie. Volgens mij is er momenteel ook een... Ik heb mijn jongens ook zo'n serie zien kijken, volgens mij onder de titel 'Ik, Claudius'. Nou ja, in ieder geval: dat is een beruchte, befaamde keizer. Hij is, als ik me niet vergis, ook de stichter van Londen. Ja, allemaal in zijn dagen, dus dan praten we over het einde van de veertiger jaren van onze jaartelling uiteraard.⟨/p> ⟨p>In elk geval, daar gaat het nu even om. In de biografie van deze keizer Claudius wordt dit gezegd – dit is dus een Romeinse geschiedschrijver die dit in de dagen van Claudius beschrijft: "Hij (Claudius) verdreef de Joden uit Rome." Waarom? "Omdat zij op aanstichten van Chrestus voortdurend onlusten veroorzaakten." Kijk, Claudius heeft dat natuurlijk niet zomaar gedaan. Hij heeft alle Joden bevolen Rome te verlaten, dus dan moet daar iets gebeurd zijn. Wat dat geweest is? Er is maar één historisch aanknopingspunt en dat is deze biografie, waarin gesproken wordt over onlusten die waren ontstaan door een 'Chrestus'. Algemeen wordt aangenomen dat dit – laat ik het voorzichtig zeggen – heel goed een verschrijving is geweest, of in ieder geval de wijze waarop men dat heeft opgevat: een verwijzing naar Christus.⟨/p> ⟨p>Ik kan het niet bewijzen en in het verhaal van Handelingen 18 doet het ook niet direct ter zake. We weten in elk geval dat Paulus Rome nooit had bezocht toen hij de brief aan de Romeinen schreef. Ik moet het goed zeggen: toen Paulus de brief aan de Romeinen schreef, lees je dat hij nooit in de gelegenheid was geweest, hoewel hij dat diverse keren gepoogd had om Rome te bezoeken. Maar er was wel een bloeiende geloofsgemeenschap, een christelijke geloofsgemeenschap daar in Rome. Hoe was die ontstaan dan? Hoe was de boodschap daar terechtgekomen? Was het een medewerker van Paulus? We weten het niet. Maar in elk geval zijn er aanwijzingen dat we hier te maken hebben met een kwestie die daar in de Joodse gemeenschap speelde en die onlusten veroorzaakte vanwege ene Chrestus. Ja, ja.⟨/p> ⟨p>Op het moment dat hij die brief aan de Romeinen schrijft – ik gaf net ook al even een verwijzing daarnaar – dan wordt er in Romeinen 16 inderdaad gesproken over de ⟨em>ecclesia⟨/em> aan hun huis. Dat is dus weer een paar jaar later. Ik zei al: Priscilla en Aquila hebben nogal wat ondernomen en gereisd. In ieder geval was dat de reden dat keizer Claudius dat bevel had gegeven: alle Joden moesten Rome verlaten. Aangezien Priscilla en Aquila daar woonachtig waren, konden zij niet anders dan de stad verlaten. Zo zijn zij in Korinte aangekomen en Paulus kwam bij hen. Zo heeft de ontmoeting plaatsgevonden tussen Paulus en Priscilla en Aquila. Wat we trouwens niet weten, is in hoeverre Priscilla en Aquila bij deze gelegenheid al gelovig waren. Zijn zij door de ontmoeting met Paulus tot geloof gekomen? Het zou kunnen. Of waren zij dat in Rome al en zijn ze toen in Korinte terechtgekomen? Daar kan alleen maar over gegist worden; de Schrift geeft daar geen directe aanknopingspunten voor. Eén ding is zeker: Paulus kwam bij hen. En dat is voor het verhaal nu even genoeg.⟨/p> ⟨p>Dan staat er nog iets bij: "En omdat hij hetzelfde handwerk uitoefende..." Hij bleef bij hen, en er staat bij: "en zij werkten samen". Eigenlijk staat er niet eens letterlijk 'hij werkte samen', maar: hij werkte daar, bij hen. Er staat bij: "want zij waren tentenmakers van hun handwerk". Je ziet hier ons woordje 'techniek' nog in: handwerk, hun techniek. Dit is trouwens de enige keer in de Schrift dat we lezen wat voor werk Paulus deed, wat voor handwerk hij verrichtte.⟨/p> ⟨p>We lezen diverse keren in zijn brieven dat hij nacht en dag ook met eigen handen werkte. Ook in het boek Handelingen wordt daar verschillende keren melding van gemaakt. Maar wat voor werk zij precies deden, dat wordt slechts hier in Handelingen 18 vers 3 vermeld. Dat is ook omdat zij elkaar gevonden hebben; dat is de suggestie die hier gewekt wordt, mede vanwege dat gemeenschappelijke beroep dat ze uitoefenden. Ze waren tentenmakers.⟨/p> ⟨p>Ik bedoelde daar zojuist al eventjes iets mee aan te geven. Ik vind dat ook heel typologisch. Een tent staat sowieso model voor iemand die geen vaste verblijfplaats heeft, maar altijd maar onderweg is. Ik zei zojuist al: voor Priscilla en Aquila gaat dat in ieder geval op. Dat is eigenlijk het meest karakteristieke wat we van dit echtpaar weten: ze waren altijd maar onderweg. En voor Paulus geldt dat natuurlijk ook, met een sterretje; hij was een pelgrim.⟨/p> ⟨p>Vandaar ook dat werk en wat ze daarmee hebben gedaan. Sommige mensen zeggen dat zij gewoon meer in het algemeen hebben gewerkt in het leer. Ik snap niet wat de reden is om daar andere dingen bij te zoeken. Het staat hier heel duidelijk: tentenmakers. Dat heeft maar één betekenis. Wat voor werk ze daar verder specifiek mee deden, wordt daarbij niet vermeld.⟨/p> ⟨p>Goed, zij treffen elkaar dus en dit hebben zij gemeenschappelijk. Maar ze hebben natuurlijk veel meer gemeenschappelijk, dat begrijpt u wel. Dan lees je dit:⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-4" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1473" title="Speel af vanaf 24:33">▶ 24:33⟨/button> ⟨span>Discussies in de Synagoge⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Paulus hield elke sabbat besprekingen in de synagoge. Letterlijk staat er — u ziet het hier in de interlineair — dat hij argumenteerde. Ons woord 'dialoog' heeft daar nog mee te maken; het heeft te maken met het uitwisselen van woorden. Hij betoogde en argumenteerde echter in de synagoge overeenkomstig elke sabbat. Dat wil zeggen dat hij gedurende de week wellicht werkzaam was met Aquila en Priscilla — dat weet ik niet zeker, maar in ieder geval was hij daar in dat huis werkzaam als tentenmaker — maar op de sabbat, de dag dat er niet gewerkt werd, deed hij zijn echte werk, waar het werkelijk om ging. Hij hield daar geen meditaties of luchtige overdenkingen, nee, hij argumenteerde. Paulus had een drive; hij had daar in de synagoge iets te vertellen en dat deed hij bovendien elke sabbat. Dat suggereert hier al, en we zullen dat straks onderstreept zien, dat dit daadwerkelijk een langere tijd zo is geweest.⟨/p> ⟨p>Je weet natuurlijk nu eigenlijk al, op basis van alles wat we tot dusver hebben gezien: dit zal toch niet al te lang hebben kunnen duren, dat hij dit zo in de synagoge heeft mogen vertellen. Dat klopt ook wel hoor, dat zullen we straks vanzelf wel zien, maar laat ik daar nu niet al op vooruitlopen. Hij deed dit in ieder geval elke sabbat en er staat nog iets bij: hij trachtte Joden en Grieken te overtuigen. Kijk, hierin bewijst zich weer de kracht van een interlineair. Er staat niet dat hij 'trachtte' te overtuigen; nee, hij overreedde. Dat is wat er staat. Hij overreedde bovendien Joden en Grieken. Zo staat het daar. Er staat niet bij dat hij slechts een poging daartoe deed; nee, hij dééd dat, hij overreedde Joden en Grieken.⟨/p> ⟨p>Zijn betoog en zijn argumentatie waren zo krachtig dat anderen werden overreed. Dat hier niet alleen van Joden sprake is, maar ook van Grieken, hebben we inmiddels natuurlijk al heel veel vaker gezien. Grieken worden hier naast Joden genoemd; dat zijn niet-Joden en over het algemeen zijn dat de godvereerders, aangezien ze in de synagoge verblijven. Het zijn Hellenisten; geen Joodse mensen, maar zij sympathiseerden wel en worden meestal godvereerders genoemd. Paulus had voor zowel de Joden als de Grieken een boodschap en hij overreedde hen daadwerkelijk ook. Dat kon niet zonder gevolgen blijven als het zo krachtig is wat hij daar vertelt. En dan lees je maar...⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-5" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1701" title="Speel af vanaf 28:21">▶ 28:21⟨/button> ⟨span>Aankomst van Silas en Timotheüs⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En toen Silas en Timoteüs uit Macedonië kwamen... Nou, ik heb er in het begin al even op gewezen: dit is het aanwijsbare moment dat Paulus de brief schreef die wij kennen als 1 Thessalonika of 1 Thessalonicenzen. Dat weten we heel zeker, want we weten dat Silas en Timoteüs in Berea waren achtergebleven. Dat zagen we eerder, dat lezen we in Handelingen 17. Laten we even verder gaan in Handelingen 17; we hebben dat een paar avonden terug al gezien. Daar lees je dat de broeders Paulus lieten vertrekken vanwege de tumult die daar in Berea weer was ontstaan, in de richting van de zee. Maar Silas en Timoteüs bleven daar, dat wil zeggen in Berea, achter. Paulus’ geleiders — want Paulus moest begeleid worden, anders was hij zijn leven niet zeker — brachten hem naar Athene en vertrokken met de opdracht aan Silas en Timoteüs om zo spoedig mogelijk bij hem te komen. Zij zouden zich inderdaad bij hem vervoegen op een later tijdstip, maar wel zo spoedig mogelijk.⟨/p> ⟨p>Hier zijn we dus aangekomen op het moment dat zij zich inderdaad bij Paulus voegen in Korinte. Timoteüs, dat moet ik er ook nog bij zeggen, was al eerder bij Paulus gekomen, namelijk in Athene. Als we naar 1 Thessalonika 3 gaan, maak ik mijn punt duidelijk. Hier heeft Paulus zijn eerste brief geschreven aan de Thessalonicenzen. We lezen in hoofdstuk 3 vers 1: "Daarom hebben wij, want we konden het niet langer uithouden, besloten alleen te Athene achter te blijven." Dat is waar we het zojuist over hadden: daar was Paulus alleen. En dan staat er: "En wij hebben Timoteüs, onze broeder en een medewerker van God in het evangelie van Christus, gezonden om jullie in Thessalonika te versterken en u aan te moedigen inzake uw geloof."⟨/p> ⟨p>Hier is dus enige tijd overheen gegaan. Laten we proberen het voor de geest te halen: Paulus bevond zich eerst in Thessalonika, toen is hij naar Berea gegaan. Van daaruit moest hij, om het vege lijf te redden, onder begeleiding naar Athene. Hij had al de instructie gegeven aan Silas en Timoteüs: "Kom zo snel mogelijk weer bij mij." In Athene heeft Paulus Timoteüs getroffen en verhalen gehoord over wat er aan de hand was in Thessalonika. Wat heeft hij toen gedaan? Hij heeft hem meteen weer gezonden naar Thessalonika om de gelovigen daar te versterken en aan te moedigen in hun geloof. Dus Timoteüs was naar Athene gekomen, heeft het goede nieuws over Thessalonika verteld en vervolgens heeft Paulus hem weer teruggestuurd naar Thessalonika. Bij een latere gelegenheid zijn Silas en Timoteüs alsnog weer zuidwaarts gegaan.⟨/p> ⟨p>Ik zal het u ook op de kaart laten zien, dat is wat duidelijker. Hier hebben we Filippi, daar was Paulus eerst. Dan komen we in Thessalonika. Berea ligt daar niet ver vandaan, vlakbij dus. Dit is allemaal de streek Macedonië. Paulus is vanuit Berea naar Athene gegaan en vervolgens naar Korinte. Daar zijn we nu. Nu hebben Silas en Timoteüs zich daadwerkelijk gevoegd bij Paulus in Korinte. Daar heeft Paulus vervolgens zijn brief geschreven aan de Thessalonicenzen. Hoe we dat weten? Kijk maar naar de aanhef van de eerste brief aan de Thessalonicenzen. Daar noemt Paulus zijn naam en zegt hij: "Paulus, Silvanus en Timoteüs." Trouwens, voor de goede orde: Silvanus en Silas zijn dezelfde persoon. Lucas noemt hem Silas en Paulus spreekt altijd over Silvanus, maar het is exact dezelfde. Het was rond het jaar 50 of 51 dat hij de brief aan de Thessalonicenzen schreef, want op dat moment zijn Silas en Timoteüs bij Paulus in Korinte. Als je zo links en rechts wat bladert in het boek Handelingen en in de brief aan de Thessalonicenzen, dan kom je dat soort informatie als vanzelf op het spoor.⟨/p> ⟨p>Bij die gelegenheid lees je: "Toen Silas en Timoteüs uit Macedonië kwamen, wijdde Paulus zich geheel aan de prediking." Nou, zo staat het er eigenlijk niet letterlijk. Er staat: "Hij werd gedrongen tot het woord." Het is aan u om te beoordelen of dat hetzelfde is, maar ik vind dat toch even wat anders. In de praktijk mag je zeggen dat het inderdaad wel zo is geweest dat hij zich geheel aan het woord wijdde, maar er staat specifiek: "Hij werd gedrongen tot het woord." Zo wordt het geformuleerd. Kijk, Paulus deed eigenhandig zijn werk; hij zorgde voor zijn eigen inkomsten. Maar dat is niet waar het Paulus om begonnen was. Dat was alleen maar het middel om in zijn levensonderhoud te voorzien en om geen beroep te doen op anderen. Hij wilde het woord om niet brengen en nooit een beroep doen op anderen.⟨/p> ⟨p>Maar nu komen Silas en Timoteüs uit Macedonië. Er is een reden dat zij ondersteuning hebben meegenomen, zodat Paulus zich nu daadwerkelijk gedrongen wist om zich geheel aan het woord te wijden. Hoe weten we dat? Dat weten we uit de tweede Korinthebrief. In het elfde hoofdstuk zegt hij vragenderwijs — het is een heel bijzonder betoog wat hij daar optekent: "Of heb ik er verkeerd aan gedaan door u om niet het evangelie Gods te verkondigen?" Dat is heel karakteristiek voor de benadering van Paulus. Hij ontving bij gelegenheid ondersteuning, maar nooit heeft hij daar zelf een beroep op gedaan. Dat was voor hem een principiële kwestie, omdat hij het evangelie "om niet" bracht. Het evangelie is een boodschap "om niet", en dat drukte hij uit door nooit iets van mensen te vragen. Dat "om niet" heeft dus zowel te maken met de inhoud van het evangelie als met de wijze waarop hij het doorgaf. Nota bene, de grote man van het evangelie van God onder de natiën heeft nooit een beroep gedaan op ondersteuning.⟨/p> ⟨p>Hij zegt dat ook tegen de Korintiërs: "Heb ik daar verkeerd aan gedaan?" En dan zegt hij in vers 8 — u hoort de ironie in zijn toonzetting: "Andere gemeenten heb ik geplunderd door vergoeding aan te nemen." Hij vroeg er niet om, maar als mensen het gaven, nam hij het aan. Hij noemt dat tussen aanhalingstekens "geplunderd", maar dat was het natuurlijk niet echt; dat is de cynische toon die hij hier aanslaat. "Andere gemeenten heb ik geplunderd door vergoeding aan te nemen om u in Korinte van dienst te kunnen zijn. En toen ik bij u was en gebrek kreeg, ben ik niemand tot last geweest." Daarover hebben we het zojuist gehad: hij deed zijn eigen handwerk. Pas als Silas en Timoteüs arriveren in Korinte, lees je dat Paulus zich inderdaad fulltime gaat wijden aan het woord. En dan komt het punt dat hij inderdaad ondersteuning heeft gekregen: "Want wat mij ontbrak, hebben de broeders die uit Macedonië kwamen aangevuld." Wie waren dat? Dat waren Silas en Timoteüs. "En in elk opzicht heb ik mij er voor gewacht u tot last te zijn, en dit zal ik ook blijven doen." Hier zie je precies wat ik bedoelde: vanuit Macedonië hebben zij kennelijk geld meegenomen, zodat Paulus zich inderdaad kon permitteren om zich volledig aan het woord te wijden.⟨/p> ⟨p>En de broeders die hier... ja, die kennen we. Het boek Handelingen is daar volstrekt helder over. En dat dat trouwens een aanvulling is geweest, meer specifiek vanuit Filippi, dat weten we dan weer uit de Filippenzenbrief. Maar dat laat ik nu eventjes voor wat het is; dat zou weer te ver voeren, want Filippi lag natuurlijk ook daar in Macedonië. Dus zo krijgen we toch wel een mooi inkijkje in hoe dat zo in die dagen is gegaan.⟨/p> ⟨p>Toen Silas en Timoteus uit Macedonië kwamen, wijdde Paulus zich geheel aan de prediking. Hij werd gedrongen tot het Woord, waarin hij de Joden betuigde dat Jezus de Christus is. Of eigenlijk staat er dat de Christus Jezus is. Met deze benaming, of met deze volgorde, komen we typisch ook op Paulinisch vocabulaire terecht. Want hij is het die hem, Christus, altijd... het is meestal Jezus Christus, maar een stuk of honderd keren is er in het Nieuwe Testament sprake van Christus Jezus. En wie doet dat altijd? Per definitie is het altijd Paulus die op die manier dat benoemt.⟨/p> ⟨p>Hier zie je dat ook. Ik geef toe dat het hier op zich misschien ook nog een wat andere gedachte is, want wat Paulus hier dus feitelijk zegt is: de Joden betuigde hij dat de Messias... Nou praat ik dus echt op zijn Joods. Wie is de Messias? Wel, dat is Jezus.⟨/p> ⟨p>Wie komt in aanmerking om als Messias aangeduid te worden? De Gezalfde, de Beloofde, waar de hele Tenach op wijst en aangekondigd is daar. Wel, er is maar één die aan dat profiel — als ik het zo mag zeggen — aan die schets voldoet, volledig. En dat is Jezus. En dat is wat hij de Joden daar betuigde. Fulltime!⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-6" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2453" title="Speel af vanaf 40:53">▶ 40:53⟨/button> ⟨span>Verzet en Afschudden van de Kleren⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Ik wees er al even op: een reactie kan niet uitblijven. In het boek Handelingen is dat een telkens weerkerend refrein dat we op het spoor komen. Maar toen dezen, dat wil zeggen deze Joden, zich verzetten en lasterden, schudde hij zijn kleren uit en zei tot hen... Dat is een typisch Joods gebruik. We komen dat vaker tegen en het heeft ermee te maken dat hij — zelfs als je niet eens de concordantie erop na zou slaan — vanuit de context al duidelijk maakt dat hij afstand neemt.⟨/p> ⟨p>Dat blijkt ook vervolgens uit allerlei andere passages waar we een soortgelijke uitdrukking tegenkomen. Meestal komen we de uitdrukking tegen van het stof van de voeten schudden. Hier schudt hij zijn kleren uit. Je leest overigens dat dit een heel oud gebruik is. In de dagen van Nehemia gebeurde dat ook; ik zag daar vanmiddag toevallig een tekst over. Nehemia deed dat ook: hij deed zijn jas uit en dan lees je dat hij de buidels, de zakken van zijn kleding, leegmaakte. Er staat bij dat hij dit deed om daarmee duidelijk te maken: "Dit zijn jullie: leeg, inhoudloos."⟨/p> ⟨p>Hij schudde zijn kleren uit. We lezen in Handelingen 13 vers 51 dat toen Paulus in Antiochië was, zij het stof van hun voeten afschudden tegen hen, ten aanschouwe van de mensen, en naar Ikonium gingen. Waarom? Dat is niet om iets schoon te maken, maar om iets te demonstreren. Ze schudden het stof van hun voeten af tegen hen en vertrokken. Daarmee deden ze letterlijk en figuurlijk afstand van de mensen daar in Antiochië.⟨/p> ⟨p>In Lucas 10 lees ik trouwens nog dit; dat zegt de Heer Jezus tegen de twaalf, of is het tegen de zeventig? Dat weet ik even niet uit mijn hoofd. Maar in ieder geval: "Als gij in een stad komt waar men u niet ontvangt, ga naar buiten op haar straten en zeg: Ook het stof van uw stad dat aan onze voeten nu kleeft, wissen wij tegen u af." Je kunt je voorstellen: zelfs van het stof doen we nog afstand. Het is een compleet afstand doen van wat zij deden en vooral van hun reactie. Het stof dat op hun voeten of in hun kleren was terechtgekomen, schudden ze helemaal af om daarmee volledig afstand te doen.⟨/p> ⟨p>Dan staat er nog iets bij, ook weer zo'n typische Joodse manier van formuleren. Hij schudde zijn kleren uit en zei tot hen: "Uw bloed zij op uw hoofd; ik ben er rein van." Dat is een uitdrukking die we diverse keren vinden, maar hij is vooral bekend geworden vanwege Ezechiël. Ik stel voor dat we daar even naartoe gaan: Ezechiël 33. Ik begin midden in de passage te lezen. Het gaat daar over een wachter die op zijn post staat. Die wachter ziet het zwaard over het land komen; hij ziet dat er geweld aankomt en wat doet hij dan? Hij blaast op de bazuin als een waarschuwingssignaal en waarschuwt het volk.⟨/p> ⟨p>Er staat bij: "Als dan iemand wel het geluid van de bazuin hoort, maar zich niet laat waarschuwen, en het zwaard komt en rukt hem weg, dan komt diens bloed over zijn eigen hoofd." Wanneer Paulus dat in Handelingen 18 in Korinthe aanhaalt, nadat hij in de synagoge getuigenis heeft afgelegd en zegt: "Ik ben rein van jullie bloed, jullie bloed is op jullie eigen hoofd", dan geeft hij daarmee aan: "Als jullie omkomen, is dat jullie eigen zaak." Hij waste zijn handen in onschuld — dat is weer een andere uitdrukking — maar in ieder geval: "Ik ben daarvan verschoond. Ik heb gedaan wat ik moest doen, namelijk jullie waarschuwen, en wat jullie reactie is, is voor de rest helemaal aan jullie, niet aan mij."⟨/p> ⟨p>Het doet ook denken aan: "Zijn bloed kome over ons en onze kinderen." Dat is ook heel duidelijk: mochten wij omkomen of onze kinderen, dan zij dat zo, wij zijn daar volledig verantwoordelijk voor. Dat is wat zij bij die gelegenheid in Jeruzalem zeiden. Maar hier gaat het natuurlijk om wat Paulus feitelijk doet. Hij zegt: "Ik ben die wachter op de post. Ik waarschuw het volk." Eigenlijk is dat de ondankbare taak van Paulus. Van de twaalf lezen we nog dat zij het evangelie predikten aan het volk Israël, juist ook met het oog op hun bekering en de terugkeer van de Messias. Bij Paulus ligt dat anders. Het volk in Jeruzalem had het evangelie afgewezen en daarna ging het naar het buitenland. Wat Paulus doet, is het volk waarschuwen voor wat er gaat gebeuren. Hij kondigt het zwaard aan dat over het land zou komen en het oordeel over de natie.⟨/p> ⟨p>Eigenlijk is dat zijn bediening in het boek Handelingen. Hij vertelt hen: "Het zij u dan bekend dat dit heil Gods naar de natiën gezonden is." Wanneer Paulus naar de synagoge gaat, naar de Jood in de eerste plaats, dan vertelt hij hen dat het heil Gods naar de natiën gezonden is. Dat was geen dankbare taak om in de synagoge te vertellen, maar het is wel zijn missie om te vertellen: "Zo is het." Hij waarschuwt het volk en vervult daarmee de functie van een wachter. Als hij dan zijn kleren leegschudt en zegt: "Uw bloed zij op uw hoofd, ik ben er schoon van, ik ben er rein van", dan bewijst hij daarmee wie hij is. Hij is degene over wie Ezechiël het al had.⟨/p> ⟨p>Ik heb het niet helemaal in verband, maar er staat: "Het woord des Heren kwam tot mij". Dit is wat een wachter ziet: iemand op een uitkijkpost ziet het gevaar van een vijandig volk en het zwaard naderen. Wat moet hij dan doen? Gewoon het signaal geven waarvoor hij is aangesteld: waarschuwen. Hij blaast op de bazuin en waarschuwt zo het volk. Als ze dan het geluid wel horen, maar het volk reageert er niet op, dan is die wachter daarvan gevrijwaard. Het bloed kwam dan niet op het hoofd van die wachter. Dat is wat er eigenlijk staat. Dat zegt Paulus dan ook eigenlijk als afsluiting. Na die enorme reactie — verzet en lastering daar in de synagoge — kan hij daar niet mee aankomen. Paulus heeft met zoveel kracht overreed en er zijn er zovelen die inderdaad gehoor hebben gegeven, maar het volk als zodanig — de synagoge als geheel, de leiding — die moest er niets van hebben.⟨/p> ⟨p>Vandaar deze reactie. En dan trekt Paulus nog een andere conclusie, waar we het straks in het navolgende over zullen hebben. Hij zegt: "Vanaf nu, dit is het moment." De synagoge hier in Korinthe wijst het af en dit is het moment dat hij zich tot de natiën zal wenden. Daarmee vervalt ook het privilege van de Jood en van de synagoge. Hij gaat naar de natiën zonder onderscheid, zonder dat privilege. Het is heel opvallend als je leest dat er later in Handelingen 21 ook weer zo'n tumult ontstaat op het tempelplein. Paulus mag daar het woord voeren en hij vertelt zijn hele verhaal, maar zodra hij zegt dat de Heer hem had gezegd: "Ik zend u weg, ver weg naar de natiën", dan staat er: "En de Joden hoorden hem aan tot dit woord."⟨/p> ⟨p>Op dat moment wordt hij bijna gelyncht. Dat is zo'n heftige reactie. Want daarmee zegt Paulus, doordat hij aangeeft dat de Heer zelf hem heeft uitgezocht om naar de natiën te gaan, dat Israël donders goed aanvoelde: "Ja, daarmee zijn wij dus op het zijspoor geraakt." En dat was precies het verhaal: "Voortaan zal ik mij tot de natiën wenden." Dat is eigenlijk de rode draad van het boek Handelingen.⟨/p> ⟨p>Ik gaf het net al even aan: in de aanvang van het boek Handelingen zijn het de twaalf die daar in Jeruzalem met grote kracht, eigenlijk tot de dood van Stefanus aan toe, het evangelie prediken van de komende Koning en het Koninkrijk. En dan is het vervolgens Paulus die later geroepen wordt. Op hem rust de taak om te vertellen dat het heil naar de natiën is gegaan. Hij mocht dat gaan vertellen overal in de synagogen, ook om als wachter het volk te waarschuwen.⟨/p> ⟨p>We hebben dat veel eerder in Handelingen 13 ook gezien. Het is misschien goed om daar, voordat we gaan pauzeren, nog even op te wijzen. In Handelingen 13 vers 40 — ik heb er geen dia van, maar daar lees je dit: "Ziet dan toe," dat zegt hij daar in de synagoge, het zijn zijn laatste woorden, "ziet dan toe dat u niet overkomt wat in de profeten gezegd is: Ziet, verachters, verwondert u en verdwijnt, want Ik werk een werk in uw dagen, een werk dat gij voorzeker niet zult geloven als iemand het u verhaalt." En dan gaat de synagoge uit.⟨/p> ⟨p>Hij spreekt daar de synagoge aan en zegt: "Jullie zijn verachters." Hij zegt dat ze zich zullen verbazen, maar dat ze ook als volk zullen verdwijnen. Dit is een waarschuwing en dit is ook met recht gebeurd. Het volk is verdwenen, letterlijk. Jeruzalem is met de grond gelijkgemaakt; dat is allemaal in die generatie gebeurd. En "verwondert u" wil zeggen dat God een wonderlijk werk gaat verrichten: Hij gaat naar de natiën toe. Dat was verwonderlijk, wat wil zeggen dat Israël het niet begreep en het ook niet kon waarderen. Het riep alleen maar jaloezie en naijver op.⟨/p> ⟨p>Kon Paulus dat in de aanvang ook niet doen? In aanvang bedoel je? Nou, laat ik het zo zeggen: als Petrus staat op zijn veertiende in Handelingen... Paulus had het feit dat hij progressie nog moest doormaken. "Als jullie je nu bekeren, komt Christus terug." Ja, maar dat was in de dagen van Petrus en zeg maar tot de dood van Stefanus het geval. Maar Jeruzalem heeft inmiddels het evangelie afgewezen en dan roept God Saulus, die later als Paulus gaat opereren. Ik moet zeggen, ook in de Korintiërsbrief lees je daarover. Ik ken deze gedachtegang wel, maar ik geloof niet dat je kunt zeggen dat Paulus in deze tijd van Handelingen 18 nog niet op de hoogte zou zijn van die verborgenheden. Ik ben het helemaal met je eens dat Paulus in de gevangenisbrieven dat allemaal breed uitstalt, betoogt en neerzet. Waarom zou hij daar hier niets over vermeld hebben?⟨/p> ⟨p>Je leest in het boek Handelingen — en ik geef toe dat dit een heel uitgebreid onderwerp is en ik wil mijn nek niet uitsteken om dat nu even te gaan bespreken, maar goed, je brengt het ter sprake — laat ik er een paar dingen over zeggen. Je leest aan het einde van de Romeinenbrief dat Paulus er al op wijst dat aan hem het geheimenis, de verborgenheid is bekendgemaakt die sinds de aionen verborgen is gebleven in God. Dat zegt hij dus in de Romeinenbrief. De Romeinenbrief is geschreven rond het jaar 55 of 56, een paar jaar na deze gebeurtenis. In de Korintiërsbrief zegt hij — ja, hij kon het aan de Korintiërs moeilijker kwijt — maar dan zegt hij ook in 1 Korintiërs 2 dat hij hen wilde vertellen over de verborgenheid Gods, over de verborgen wijsheid Gods die God vóór de aionen reeds tot onze redding had voorbeschikt. Dan spreek je ook over de verborgenheid, en hij zegt (zo moet men ons beschouwen in 1 Korintiërs 4 vers 1, geloof ik) dat zij uitdelers zijn van de verborgenheden. Dus ja, dat idee dat die verborgenheid pas later kwam...⟨/p> ⟨p>Dat voert nu te ver. Ik denk dat er toch een mate van progressie in het leven van Paulus is geweest. Het is niet zo dat hij alles in één keer doorkreeg, om het zo maar te zeggen. Dat zie je in zijn laatste levensfase; er zijn nog veel meer dingen. Maar ik denk dat we er verstandig aan doen om die kwestie nog eens bij een andere gelegenheid te bespreken. Dat is verder geen punt. Het is hier in ieder geval zo dat hij zich hier... Laten we ons daar nu even toe beperken. Hij zegt: "Ik ga mij nu tot de natiën wenden." Dit is trouwens — dat moet ik er nog even bij zeggen en dan gaan we echt pauzeren — niet de eerste keer dat hij dat zegt, want dat zegt hij namelijk in Handelingen 13 ook al.⟨/p> ⟨p>Als hij daar ook weer stuit op die afwijzing vanuit de synagoge, ook dan zegt hij: "Ik zal mij tot de natiën wenden." Dat is de beweging die Paulus maakt. Er is in het boek Handelingen sprake van een hele transitie. Dat het volk nog gewaarschuwd wordt en later helemaal van het toneel en van de kaart zou verdwijnen, is een ding dat zeker is. Laten we het hier even bij laten, dan gaan we straks verder met Handelingen 18 vers 7.⟨/p> ⟨p>We hebben voor de pauze in dat laatste gedeelte gezien dat Paulus zich als een "wachter Sions" opstelt, om het even op zijn Oudtestamentisch te zeggen. Hij sluit af met woorden die ontleend zijn aan Ezechiël. Hij heeft het volk gewaarschuwd. Dat was ook zijn missie ten opzichte van het volk Israël waar het juist in het boek Handelingen over gaat: Israël dat het evangelie gehoord heeft en Israël dat het evangelie afwijst, in het binnenland en nu ook overal in het buitenland. Paulus zegt hen aan: "Nu ga ik naar de natiën." Dat is zijn missie en het hele boek Handelingen beschrijft die transitie, die overgang waarbij het volk aan de kant geplaatst wordt en tijdelijk terzijde wordt gesteld. Zoals wij dat nu kennen, en zoals Paulus dat in zijn gevangenisbrieven breed uiteenzet, doet God een verborgen werk onder de natiën, geheel los van het Joodse volk. Hij vormt een nieuwe formatie, namelijk de nieuwe mens, het lichaam van Christus, enzovoorts. Maar dat is eigenlijk niet het hoofdonderwerp in het boek Handelingen. In Handelingen gaat het in de eerste plaats over de adressering aan het volk Israël.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-7" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3681" title="Speel af vanaf 01:01:21">▶ 01:01:21⟨/button> ⟨span>Intrek bij Titius Justus⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En dan lees je in vers 7, en hij voegt meteen de daad bij het woord; dat zullen we nu dus zien. Hij, Paulus, vertrok vandaar. Hij was in de synagoge en daar ontmoette hij zoveel verzet en lastering. Paulus schudt zijn kleren uit en hij vertrok vandaar. Hij kwam in het huis van iemand genaamd Titius Justus.⟨/p> ⟨p>Titius is dezelfde naam als Titus, dat ziet u hier trouwens ook. Dat is een Latijnse naam en het betekent 'een wilde duif'. In Justus zie je het woord 'just' of 'juist' terug, en dat betekent recht of rechtvaardig. Deze man was een God-vereerder; hij was bezig de God te vereren, zo staat het er. En hij was een rechtvaardige. Dat lijkt me een hele mooie; ook typologisch is dat natuurlijk waar. Daar kwam hij terecht: in het huis van iemand die geen Jood was, maar die de God vereerde en die rechtvaardig was. Zo heette hij, maar dat was hij ook.⟨/p> ⟨p>En dan staat erbij – en dat vind ik dan ook wel weer mooi – dat zijn huis naast de synagoge stond. Of eigenlijk: dat huis was aangrenzend aan de synagoge. Dat zullen de Joden niet leuk gevonden hebben, maar dit is ook weer zo typerend. Het werk dat Paulus verrichtte, het tentenmaken, was typerend, maar hier is de situatie ook weer zo karakteristiek. De synagoge laat hij voor wat hij is, en waar komt hij terecht? In het huis naast de synagoge.⟨/p> ⟨p>Dat is typerend omdat ook Paulus’ boodschap grenst aan het Jodendom, aan de synagoge. Maar het maakt er geen deel van uit; het staat daarnaast als een parallelle weg. Je kunt ook verdedigen dat het er haaks op staat; het is maar net vanuit welk perspectief je het beziet. Maar in ieder geval was het huis aangrenzend aan de synagoge, zodat degenen die naar de synagoge gingen voortdurend geconfronteerd werden met Paulus. Daar was geen ontkomen aan, en dat blijkt dan ook wel weer conflictstof op te leveren.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-8" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3844" title="Speel af vanaf 01:04:04">▶ 01:04:04⟨/button> ⟨span>Crispus en de Korinthiërs Komen tot Geloof⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Je leest vervolgens in vers 8 een naam die we nog een keer tegenkomen, namelijk in de brief van Paulus aan de Korintiërs: "En Crispus, de overste van de synagoge." Hij geloofde. We hebben die uitdrukking 'tot geloof komen' al heel vaak gezien, maar er staat eigenlijk gewoon dat hij geloofde. Of, zoals we de vorige keer hebben overwogen: je komt niet tot geloof, maar het geloof komt tot jou. Die gedachte vind ik veel mooier, dus die houden we erin. Hij geloofde, dat was het.⟨/p> ⟨p>Crispus was de overste van de synagoge; hij was dus niet de eerste de beste en bekleedde de meest prominente plaats. Hij stond vooraan als de overste. Hij geloofde in de Heer, en bovendien zijn hele huis. Over deze Crispus lezen we in 1 Korinthe 1 vers 14, de brief die Paulus later aan deze gemeente schreef. Daar zegt Paulus: "Ik ben dankbaar dat ik niemand van jullie gedoopt heb dan Crispus en Gajus." Crispus is dus deze man, de overste van de synagoge. Paulus is er dankbaar voor dat de waterdoop geen rol van betekenis speelde in zijn bediening. Hij zegt in datzelfde verband ook: "De Heer heeft mij daartoe niet gezonden." Min of meer excuseert hij zich zelfs als hij het bij gelegenheid toch gedaan heeft.⟨/p> ⟨p>Dat heeft ook alles te maken met de Joodse gebruiken en dat verklaart zich hier ook wel. De oversten van de synagoge lieten zich destijds ook onderdompelen; een ritueel bad speelde daar een grote rol. In ieder geval wordt deze Crispus later dus genoemd door Paulus. Hij geloofde in de Heer met zijn hele huis.⟨/p> ⟨p>Velen van de Korintiërs die hem hoorden, geloofden ook. Dit staat vermeld nadat Paulus inmiddels de synagoge links had laten liggen – of rechts, maar in ieder geval stond hij ernaast. Nu hij zich tot de natiën wendde, voegde hij meteen de daad bij het woord: vele Korintiërs die Paulus hoorden, geloofden. Paulus had een goed bericht, en wat kun je met een goed bericht doen? Je gelooft het. Ja, je gelooft het of je gelooft het niet, maar meer smaken zijn er ook niet. Een opdracht of een wet kun je houden, daar kun je je aan conformeren, maar een bericht kun je geloven of niet. Dat zijn de twee opties.⟨/p> ⟨p>Vele Korintiërs die hem hoorden, geloofden, en dan staat er in de NBG-vertaling: "en lieten zich dopen." Maar dat is invullen; zo staat het er niet. Er staat: "en werden gedoopt." In de Statenvertaling is het trouwens wel correct weergegeven: "en werden gedoopt." Het "laten dopen" is typisch het werk van vertalers die al hebben ingevuld dat het natuurlijk betekent dat ze kopje-onder gingen in het water. Dat kan, maar dat is niet wat hier staat. Ze werden gedoopt. Maar waarin? In water of in Geest? En door wie? Dat staat er niet. Daarom is het ten onrechte dat de vertalers dit hebben ingevuld, want daarmee hebben ze hun hand overspeeld. Ze zadelden ons als lezers op met een gedachte die niet in de tekst ligt.⟨/p> ⟨p>De verwijzing naar Handelingen 1 vers 5 zou ons in ieder geval op het spoor moeten zetten dat dit helemaal niet zo vanzelfsprekend is. Je leest in Handelingen 1, net nadat Lukas zijn betoog begint, dat de Heer Jezus vlak voordat Hij ten hemel wordt opgenomen, zegt: "Want Johannes doopte in water, maar jullie zullen in heilige Geest gedoopt worden, niet vele dagen na deze." Dat is ook het typerende van de christelijke doop. Johannes zei het elke keer weer: "Na mij komt Hij die in heilige Geest zal dopen." De doop in water is slechts een type van de echte doop. Doordat de vertalers dit hebben ingevuld als "ze lieten zich dopen", suggereren ze dat het hier over een waterdoop gaat. Dat is niet zoals de tekst het zegt: ze werden gedoopt. Dat ligt open, en ik geef u dit mee.⟨/p> ⟨p>Paulus was dankbaar dat hij daar helemaal niet actief in was. Hij zegt ook: "De Heer heeft mij nooit gezonden om te dopen." Bovendien weten we vanuit het boek Handelingen en ook de evangeliën dat het meest karakteristieke van de doop van Christus juist is dat er geen doop in water is, maar een doop in Geest. Dat is dus wat er gebeurde: ze hoorden, ze geloofden en ze werden gedoopt.⟨/p> ⟨p>Als ik het dan toch over de Korinthebrief heb, dan kan ik het niet nalaten om even te wijzen op 1 Korinthe 12 vers 13. Daar zegt Paulus: "Want zoals het lichaam één is en vele leden heeft, en al de leden van het lichaam, hoeveel ook, één lichaam vormen, zo ook de Christus. Want in één Geest zijn wij allen tot één lichaam gedoopt." Of het nu Joden zijn, Grieken, slaven of vrijen: allen zijn wij in één Geest gedrenkt. Hier staat het: wij zijn allen door één Geest tot één lichaam gedoopt. Wij allen, al die Korintiërs. Daar komt geen druppel water aan te pas. Dat was de missie van Paulus ook helemaal niet; daartoe was hij niet gezonden. Maar al die Korintiërs werden wel gedoopt in één Geest tot één lichaam. Dat is niet het hoofdonderwerp hier in Handelingen 18, maar wel dat ze gedoopt werden. Daarom denk ik niet aan een doop in water, maar aan een doop in Geest.⟨/p> ⟨p>Er zijn vele formuleringen. In Romeinen 6 staat: "Wij allen die in Christus Jezus gedoopt werden, zijn in zijn dood gedoopt." In Galaten 3 vers 27 zegt Paulus: "Wij allen die in Christus gedoopt zijn, zijn met Christus bekleed." Dat is weer een andere gedachte, maar in al die gevallen gaat het over een doop in Christus, in Zijn lichaam, in Zijn Geest.⟨/p> ⟨p>Paulus spreekt in zijn brieven twee keer heel uitdrukkelijk over de waterdoop; voor het overige spreekt hij over de doop in Christus, de doop in Geest en de doop tot in één lichaam. In 1 Korinthe 1 spreekt hij over de doop in water en zegt hij dat de Heer hem niet gezonden heeft om te dopen. Hij spreekt uit dat hij dankbaar is dat hij slechts een enkeling gedoopt heeft in water, omdat het niet zijn missie was. Christus had hem er niet toe gezonden. In 1 Korinthe 15 spreekt hij ook zijdelings over 'dopen voor doden'. Dat is daar naar mijn idee heel ongelukkig weergegeven. Hij zegt daar: "Indien er geen doden worden opgewekt, waarom zouden sommigen zich dan laten dopen?" En dan zegt hij: "voor doden is dat." Dat wil zeggen: je laat je dopen, en voor zover een mens zich laat dopen in water, dan is dat juist met het oog op het feit dat je weer opstaat uit het water. Dat doe je niet voor de doden; nee, dat doe je juist met het oog op de opstanding. Hij zegt: als Christus niet is opgewekt, dan laat je je dopen voor de doden. Dat is dus niet, zoals de mormonen denken, een speciale dooppraktijk waarbij je je moet laten dopen voor de doden. Dopen voor de doden is een zinloze doophandeling, want een doophandeling heeft slechts betekenis met het oog op het opstaan uit het water. Dat lijkt me nogal vrij duidelijk.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-9" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4447" title="Speel af vanaf 01:14:07">▶ 01:14:07⟨/button> ⟨span>Visioen in de Nacht⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Laten we even verdergaan in Handelingen 18 vers 9. De Heer zei in de nacht door een gezicht, door een visioen, tot Paulus... We zijn dat al eerder tegengekomen toen hij in Troas was. Dan lees je ook al dat de Heer in de nacht tot Paulus zei in een visioen en dat hij dan ook een Macedonische man ziet die wenkt. We hebben het daar bij gelegenheid over gehad. Maar ook hier krijgt Paulus in de nacht een visioen te zien. Paulus heeft heel wat gezien in zijn leven. Ik bedoel, toen hij geroepen werd, dan lees je ook dat de Heer zegt: "Ik heb hier nog veel meer te vertellen." Dan gaat hij naar Arabië en ik denk dat Paulus zoveel wist en zoveel te horen heeft gekregen. Maar hij kreeg ook instructies, gewoon heel specifiek; in dit geval ook heel specifiek voor deze situatie. Want wat lezen we? Dat er dan gezegd wordt: "De Heer zei tot hem: wees niet bang. Vrees niet." Wordt hier het woord 'fobie' gebruikt? Ziet u? Fobie. Wees niet bevreesd.⟨/p> ⟨p>Kunt u zich voorstellen dat voor Paulus de bui alweer zou hangen, na alles wat hij had meegemaakt? Nou, recentelijk nog in Filippi, toen in Thessalonica. Iedere keer moest hij maken dat hij wegkwam om het vege lijf te redden. Dat hij in de boeien geslagen was, dat hij zelfs ook gegeseld is, et cetera. En nu dit weer; die felle reactie vanuit de synagoge van zijn eigen volksgenoten. En dan krijgt hij deze bemoediging, dit hart onder de riem: "Wees niet bevreesd. Spreek, zwijg niet." Dit was echt verleidelijk. Kun je je voorstellen voor Paulus om nu gas terug te nemen? Het was niet des Paulus, maar Paulus krijgt hier ook een hart onder de riem gestoken door de Heer. Hij zegt: "Paulus had een woord toevertrouwd gekregen." Wat moet je met een woord doen? Doorgeven, daar is het voor. Spreek, zwijg niet. Neem niet terug, houd ook niet terug.⟨/p> ⟨p>De Heer geeft hem ook in deze omstandigheden een specifieke garantie. Hij zegt: "Ik ben met u, Ik ben met jou." En nou nog iets, want dit kun je in het algemeen zo zeggen, maar nu ook: "En niemand zal het op u toeleggen om u kwaad te doen." Kijk, dit heeft Paulus niet te horen gekregen in Filippi, ook niet in Thessalonica. Dat was toch niet waar? Maar hier in Korinthe zou hem niets overkomen. Nou ja, hij zou weliswaar gedaagd worden voor de rechter straks ook, zullen we zien, voor de proconsul. Maar hem zou verder geen kwaad worden gedaan. Hij zou niet worden gegeseld of iets dergelijks. Deze verzekering krijgt hij hier. Dus een belofte voor de concrete situatie hier.⟨/p> ⟨p>Maar let nou eens even op zoals dat hier dan staat. Ik vind het prachtig. Ik ben met je. Niemand zal wat op jou toeleggen om jou kwaad te doen. Dat is wat Paulus hier in de nacht, in het visioen van de Heer zelf te horen krijgt. Maar dan deze motivatie. Hoezo? Waarom niet? Nou: "Jij gaat nu spreken, zwijg nu niet. Houd ook niet terug. Doe dat ongehinderd. Niemand zal je iets kunnen doen, want Ik heb veel volk in deze stad." Dat is de garantie. Of nou ja, de garantie; dit is een mededeling die de Heer hem doet: "Ik heb veel volk in deze stad." Moet u zich voorstellen? Dat moest nog blijken. Ze moesten nog geroepen worden. De Heer refereert hier niet aan een bestaand volk dat de Heer al kende. Nee, ze moesten nog geroepen worden. Maar de Heer zegt: "Ik heb veel volk in deze stad." Dáarom: spreek! Want hoe zou de Heer anders roepen dan door Zijn woord? En daarom krijgt Paulus te horen: "Spreek. Zwijg niet." Hoezo? Wel, Ik heb veel volk in deze stad en die moeten allemaal geroepen worden. Daarom.⟨/p> ⟨p>Daarom verwijs ik hier ook even naar Romeinen 8, naar Zijn voornemen. Wij die naar Zijn voornemen geroepenen zijn. En die Hij tevoren gekend heeft, die heeft Hij tevoren bestemd. En die Hij tevoren bestemt, die roept Hij. En die Hij roept, die rechtvaardigt Hij. En die Hij rechtvaardigt, die verheerlijkt Hij. Dat is allemaal Zijn werk vanaf het begin. Voordat we er waren, kende Hij ons. Hij bestemt van tevoren. En degene die Hij bestemt, die hoort bij Zijn volk. Die roept Hij ook. En die Hij roept, die rechtvaardigt Hij ook. Hij overtuigt mensen, Hij roept ze, Hij spreekt ze aan. Het woord overreedt en dat is waardoor geloof gewekt wordt. Het is allemaal Zijn werk. Hij rechtvaardigt en Hij verheerlijkt. Zoals dat genoemd wordt: een gouden ketting. Al die ketens, al die schakels die zijn vastgeklonken aan elkaar. Daar komt geen mensenhand aan te pas. Dat is allemaal Zijn werk. Hij kent, Hij bestemt, Hij roept, Hij rechtvaardigt, Hij verheerlijkt.⟨/p> ⟨p>En wat is er dan van de mens? Niets. En hoe doet God dat dan? Hoe roept Hij? Ja, uiteraard door één ding: Zijn woord. Nou, en Paulus was geroepen, een geroepen apostel om dat woord door te geven. En dat is wat hij deed. Ja, het is toch geweldig. "Want Ik heb veel volk in deze stad." De Heer zag dat al. Paulus niet, maar het wordt hem weer verteld. Hij zegt: "Ik heb veel volk in de stad en jij mag dat allemaal gaan uitroepen. En wees nou niet bang en voel je nou ook niet geremd. En sowieso, Ik zorg ervoor dat je helemaal niets overkomt. Dit gaat gewoon zo gebeuren." Dat krijgt hij in de nacht te horen. Dan is het erg donker om je heen.⟨/p> ⟨p>Kijk, het loutere feit dat de Heer tegen Paulus zegt: "Wees niet bang", dat suggereert dat Paulus bang was. En dat er naar de mens gesproken reden daartoe was. Paulus was een mens, net als u en mij; hem was ook niets menselijks vreemd. Ik refereerde er al eerder aan: als hij dan in Korinthe arriveert, dan zegt hij: "Ik kwam met veel vrezen en beven bij jullie." Dan gebruikt hij ook dat woordje 'fobie' en ook nog dat woordje 'beven'. Wat was dat woord? Er was ook een Nederlands woord dat daarvan afgeleid was... Beven... Ik weet het even niet meer, maar in ieder geval is dat zo. En dat is het woord wat daar gebruikt wordt. Nou, dan gaan we het eventjes... Ja, dan gaan we het meteen eventjes... Ik bedoel, ik heb het zelf nu ter sprake gebracht, dus dan moet ik het eventjes... In 1 Korinthiërs 2, ik denk dat het vers 3 is ofzo. Ja, vrees en siddering. Trembling. Tromos, dat is het woord dus. Oké, tremor. En dat is de medische aanduiding van beven. Ja, oké. Grappig hè, hoeveel enorm veel Griekse termen wij in het Nederlands kennen, hoewel deze mij trouwens niet bekend was hoor, over dat beven en sidderen. Nou, dat is wat Paulus deed. Hij zegt ook: "Ik kwam in zwakheid, ik kwam in vrees en in siddering naar jullie toe, daar in Korinthe." Dus het gaat echt over deze situatie ook. En dan krijgt Paulus in de nacht deze... Ja, veel volk in deze stad.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-10" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="5019" title="Speel af vanaf 01:23:39">▶ 01:23:39⟨/button> ⟨span>Anderhalf Jaar Onderwijs in Korinthe⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Paulus verbleef daar, hij woonde daar. Er staat eigenlijk: hij ging daar zitten. Hij ging daar een jaar lang zitten en hij onderwees. Dat is mooi, want u weet het: een profeet staat, maar een leraar zit. Vandaar ook de term 'leerstoel'. Er staat ook dat er veel volk in de stad was. Dat is trouwens grappig; ik ben er zelf ook mee bezig omdat ik aanstaande zondag in Urk mag spreken over Mattheüs 12, over het teken van Jona de profeet. Dat is boeiend, maar daar gaan we het nu verder niet over hebben.⟨/p> ⟨p>Hij woonde daar niet alleen, hij zat daar. Hij gaat daar zitten. Waarom? Om te onderwijzen, in alle rust. Hij onderwees daar achttien maanden lang — een jaar en zes maanden — en hij leerde onder hen. Hij onderwees te midden van hen het Woord van God. Zo staat het er. Dat is wat hij deed. In anderhalf jaar tijd kun je een heleboel vertellen, en dat heeft hij ook gedaan.⟨/p> ⟨p>Hij klaagt weliswaar in de Korinthebrief dat hij daar zoveel meer had willen vertellen over de wijsheid Gods, over de verborgenheden die hem bekend waren gemaakt, waar we het zojuist al even over hadden. Maar dit is wat hij deed: hij zat daar een jaar en zes maanden en leerde onder hen het Woord van God.⟨/p> ⟨p>Hij werd daarbij trouwens ondersteund door Silas en Timotheüs. We lezen in 2 Korinthe 1 — de tweede Korinthebrief is ongeveer een jaartje na de eerste geschreven — maar let even op wat er dan staat. Hij schrijft immers aan de Korintiërs: "De Zoon van God, Christus Jezus, die in uw midden verkondigd is door ons — door mij in het bijzonder, door Silvanus (dat is dezelfde als Silas) en door Timotheüs — was niet 'ja' en 'nee', maar in Hem was het 'ja'." Het was gewoon ondubbelzinnig.⟨/p> ⟨p>Paulus heeft daar onderwezen, ondersteund door Silas en Timotheüs. Hij heeft daar over en vanuit Christus Jezus gesproken en Hem verkondigd; al die beloften van God die in Hem "ja" en "amen" zijn. Dat heeft Paulus daar anderhalf jaar gedaan.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-11" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="5193" title="Speel af vanaf 01:26:33">▶ 01:26:33⟨/button> ⟨span>De Aanklacht voor Proconsul Gallio⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En dan staat er in vers 12: "Maar toen Gallio landvoogd van Achaïe was..." Dit is trouwens ook weer zo'n grappig detail, want het geeft direct een link met de seculiere chronologie. Dit is een van de redenen waarom men er heel zeker van is dat dit in het jaar 50 of 51 van onze jaartelling geweest moet zijn; dat staat als een paal boven water. Gallio was daar proconsul, de hoogste baas in die landstreek Achaïe, het noordelijke deel van de Peloponnesos waar Korinthe lag.⟨/p> ⟨p>Het is wel interessant, want ik kwam er vandaag pas achter dat Gallio een broer was van Seneca. Nu suggereer ik alsof ik die Seneca heel erg goed ken, maar u kent wellicht de naam. Dat is namelijk een hele bekende filosoof. Ik kwam er ook nog achter dat er een Seneca Senior en een Junior waren. Senior was een heel bekende redenaar, maar zijn zoon, Junior, werd vooral een groot filosoof en ook een redenaar. Hun broer was dus Gallio. Dat is een familie die nogal van zich deed spreken; ze kwamen trouwens oorspronkelijk uit Spanje.⟨/p> ⟨p>De naam Gallio schijnt zoiets te betekenen als: "Ik trek mij nergens iets van aan." Ik zat even te filosoferen: de Galiën, de Gallio's... de "vrijnaam" van de Vrijgemaakte Kerk? Nee, laten we het daar maar niet over hebben, want dan moet er geknipt gaan worden in de opname natuurlijk. Maar het eerste waar ik aan dacht was de Galliërs. Als Gallio inderdaad uit Spanje kwam, dan lag dat vlak bij Frankrijk, bij Gallië. Maar goed, deze associatie maak ik alleen op de klank; ik weet niet of dat taalkundig terecht is, dus daar blijf ik vanaf.⟨/p> ⟨p>In ieder geval was deze Gallio proconsul van Achaïe. De Joden dachten waarschijnlijk dat ze bij deze nieuwe proconsul winst konden boeken vanuit hun positie. Er staat dat de Joden zich als één man tegen Paulus keerden. Eensgezind brachten ze hem voor de rechterstoel. Maar eigenlijk staat daar niet het woord voor rechterstoel; er staat het woordje ⟨em>Bema⟨/em>. En ⟨em>Bema⟨/em> betekent een podium, een erepodium, een verhoging of een platform. Er staat dus niet dat hij voor een rechterstoel komt; nee, je komt op een podium terecht. En daar brachten de Joden Paulus naartoe.⟨/p> ⟨p>Trouwens, deze locatie, deze Bema, is tot op de dag van vandaag te bezichtigen in Korinthe. Ik heb hier een plaatje. Ik ben er zelf nooit geweest, maar dit was de plaats waar Paulus werd voorgeleid bij Gallio. Dit is de Bema. Ik zat me alleen af te vragen wat precies de Bema was op de foto, of het dit deel was of dat deel; daar moet ik u het antwoord even op schuldig blijven. Maar in ieder geval is dit de locatie; dat staat als een paal boven water.⟨/p> ⟨p>Zij zeiden: "Deze man tracht de mensen te overreden." Ook hier staat in de grondtekst niet "trachten", maar er staat dat hij bezig is over te halen. Ziet u het? In de tegenwoordige tijd: hij haalt over. Dat is in hun mond een negatieve term. Hij haalt mensen over om de God op onwettige wijze te vereren. Met "onwettig" bedoelen ze niet onwettig naar Romeins inzicht, maar onwettig in hun eigen optiek als Joden.⟨/p> ⟨p>Eigenlijk staat er "naast de wet". Ik denk dan meteen: hun beschuldiging is onterecht, maar in zekere zin was het wel waar. In strikte zin was het inderdaad "naast de wet". Natuurlijk getuigen de Wet en de Profeten van wat Paulus vertelde, maar het was ook buiten de wet om. In Romeinen 3 vers 21 zegt Paulus immers dat de rechtvaardigheid van God openbaar is geworden buiten de wet om. En dat is wat zij Gallio aandragen. Ze zeggen: "Wat deze Jood doet, deze Paulus, dat is onwettig." Het was "naast de wet", maar ja, wat hij deed, deed hij ook al in een huis naast de synagoge. Dat was dan ook al heel illustratief in dit geheel. Nou, en dan gaat Paulus het woord voeren; dat wil zeggen, hij stond op het punt zijn mond te openen.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-12" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="5563" title="Speel af vanaf 01:32:43">▶ 01:32:43⟨/button> ⟨span>Gallio Wijst de Aanklacht Af⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Ziet u? Hij stond op het punt zijn mond te openen, maar dan is het Gallio die het woord gaat voeren. En hij zegt tegen de Joden – het is een juridische term die hij hierbij bezigt – en dat betekent: ontvankelijk verklaren wil zeggen dat het voldoet aan de eisen om het in behandeling te nemen.⟨/p> ⟨p>Als dit de aanklacht was, dat het onrechtmatigheid zou betreffen of een boosaardige schurkenstreek, dan zou ik handelend gaan optreden. Maar nu verklaar ik het als niet-ontvankelijk. Ik neem deze zaak niet eens in behandeling. En daar hadden de Joden niet op gerekend. Die hadden er waarschijnlijk op gerekend: nou, die proconsul is eropuit om rust in zijn eigen gebied te hebben, dus wellicht dat we hier succes hebben. Maar hij hoort het al.⟨/p> ⟨p>Want wat zegt die Gallio? "Maar nu het geschillen zijn die vraagstukken betreffen aangaande woorden en namen..." Hij heeft de naam van Jezus, van Christus gehoord. En het ging over dat wat Paulus bracht. "En bovendien: de wet die bij u geldt." Ziet u, hieruit blijkt ook wel dat als de Joden het hebben over "de wet", dan bedoelen ze hun eigen wetten.⟨/p> ⟨p>Hij zegt: "Ja, het zijn vraagstukken die te maken hebben met die dingen. Het is een interne kwestie voor jullie Joden en val mij er alsjeblieft niet mee lastig." Dat is wat deze Gallio zegt. Het zijn kwesties die de wet van jullie aangaan, de wet van jullie Joodse wetgevers, dan moeten jullie het zelf maar uitmaken. Dat is een interne kwestie. Hij zegt erbij: "Hierover wil ik geen rechter zijn." Letterlijk: ik ben niet van plan mij over deze dingen uit te spreken en daarover recht te spreken.⟨/p> ⟨p>Dus deze Gallio had geen interesse en hij liet zich niet voor het karretje van de Joden spannen. Dat was terecht naar dat wat hem was opgedragen, maar de Joden haalden hier dus bakzeil. En dan lees je er trouwens ook nog bij: hij joeg hen van zijn rechterstoel – of zoals we zagen: van de bema – weg. Hij joeg hen vanaf het podium; hij heeft ze gewoon weggestuurd.⟨/p> ⟨p>En dat staat er ook nog bij in vers 17: "En Gallio trok zich er niets van aan." Hier in Rijnsburg... Oké, nou, dan gaan we dat nog eens een keertje checken. Ik wist niet dat het Rijnsburgs zulke bijbelvaste uitdrukkingen kent, zeg ik. Rijnsburg stijgt in aanzien. Maar dit zeg ik even onder voorbehoud, want...⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-13" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="5810" title="Speel af vanaf 01:36:50">▶ 01:36:50⟨/button> ⟨span>Sosthenes Gegrepen en Geslagen⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>De kwestie is echter nog niet helemaal afgedaan. Weliswaar heeft Gallio de zaak afgeblazen en jaagt hij hen daar bij het podium weg als onontvankelijk, maar dan ontstaat er alsnog een oproer. En allen – en dan gaat het over al die Korintiërs daar – grijpen Sostenes. Er ontstaat nu een anti-Joods sentiment. De aanwezige Korintiërs zijn getriggerd en wat doen ze? Ze grijpen Sostenes, de overste van de synagoge.⟨/p> ⟨p>Dat is interessant, want dat is een nieuwe naam. We zagen eerst Crispus, dat was de overste van de synagoge, maar die geloofde met heel zijn huis. Toen hadden de Joden dus geen overste meer in de synagoge. Er moest een andere komen en dat werd Sostenes. En nu wordt deze Sostenes, als degene die staat voor de Joodse gemeenschap, alsnog voor het podium geslagen.⟨/p> ⟨p>Daarbij moet ik zeggen: hij is de nieuwe overste van de synagoge, maar ook niet voor lang. Ze moesten al gauw weer een nieuwe zoeken, want we weten van deze Sostenes dat hij later Paulus’ medestrijder wordt. In de eerste Korintiërsbrief noemt Paulus deze naam weer. Hij komt dus twee keer voor: hier in Handelingen 18 vers 17 en in de Korintiërsbrief.⟨/p> ⟨p>Bedoel je dat ze hem bij deze gelegenheid grijpen en dat de Joden dat hebben gedaan? Die mogelijkheid had ik niet eens overwogen, maar dat lijkt me helemaal geen gekke gedachte. De enige vraag die je zou kunnen stellen, is of dat bij deze gelegenheid was, want hij was hier namelijk nog overste van de synagoge. Maar het zou dus kunnen dat deze Sostenes inderdaad gelooft in wat Paulus vertelt, al was daarmee zijn functie in de synagoge in de praktijk natuurlijk ook voorbij.⟨/p> ⟨p>In ieder geval, hoe dat verder ook zij, ze grijpen deze man en ze sloegen hem vlak voor het podium. Maar het is Gallio die, als een echte Gallio, zich daar helemaal niets van aantrekt. Hij wordt er niet heet of koud van en dit verandert voor hem de zaak totaal niet. In vers 18 lezen we dan nog verder.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-14" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="6021" title="Speel af vanaf 01:40:21">▶ 01:40:21⟨/button> ⟨span>Afscheid en Afsluiting⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Nadat Paulus daar nog verscheidene dagen was gebleven, nam hij afscheid van de broeders en dan gaat Paulus inderdaad weer verder trekken. Dat lijkt mij trouwens een aardig punt om een punt te zetten achter deze studie, want dit was Paulus' verblijf daar in Korinte.⟨/p> ⟨p>Dan stel ik voor dat we inderdaad de volgende keer verdergaan. Dat zal trouwens de 31ste zijn volgens de planning, want het is eigenlijk nog over vier weken, maar dat komt omdat deze bijbelstudie nu natuurlijk een week eerder was. De 31ste gaan we verder en dan komen we de volgende keer Apollos tegen, en ook weer opnieuw Prisca en Aquila. Maar goed, dat wacht nog even enige weken voordat we het daarover gaan hebben.⟨/p> ⟨p>Dit was Paulus' verblijf in Korinte. Zullen we het daarbij laten voor vanavond? Ik stel voor dat we nog onze hemelse Vader zullen danken.⟨/p>