⟨h3 id="hoofdstuk-1" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="0" title="Speel af vanaf 00:00">▶ 00:00⟨/button> ⟨span>Terugblik op de Reis en Aankomst in Filippi⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Wij gaan vanavond verder met onze reis door het boek Handelingen, want dat is het feitelijk. Als je in de voetsporen van de apostel der heidenen gaat, dan maak je ook een reis; een reis die hij zelf gemaakt heeft. Inmiddels zijn we bij hoofdstuk 16 gearriveerd, waar we de vorige keer al onze aandacht aan hebben gegeven. Om de herinneringen weer even op te frissen blikken we terug naar het begin van hoofdstuk 16, waar we de figuur van Timotheüs voor de eerste keer op het toneel zagen verschijnen. Hij zou een zeer getrouwe medewerker van Paulus worden, tot het einde aan toe. Zijn naam betekent 'waardeerder van God', en dat is een mooie aanbeveling.⟨/p> ⟨p>We hebben gezien hoe Paulus vervolgens in het vervolg van Handelingen 16 verder reist met Silas, en ook Timotheüs neemt hij mee. Vanuit Lystra, waar Timotheüs woonde, gaan zij verder. Ze worden echter van Gods wege een en ander maal – want zo staat het er – gehinderd of verhinderd om te blijven hangen of te blijven steken in Asia en Bitynië. Om u nog even een indruk te geven: hier heb je het huidige Turkije, namen die we in de Bijbel trouwens niet tegenkomen, maar provincies als Asia, Galatië en Bitynië kom je dan wel tegen. Hier ligt de streek Asia; in werkelijkheid is het groter dan wat ik nu alleen met het cirkeltje heb aangeduid, maar in deze contreien moet u het zoeken. Ze kwamen vanuit Lystra en zouden hier zijn blijven hangen, maar de Geest verhinderde dat. Hoe dat precies ging, weten we niet, maar ze werden heel duidelijk van Gods wege gehinderd om daar te blijven.⟨/p> ⟨p>Dat betekent dat ze bij de kust komen en daar niet verder kunnen. Dat brengt ons meteen op het volgende. Wanneer ze bij de kust gearriveerd zijn in Troas – u weet wel, van Troje met dat beroemde paard – krijgt Paulus een visioen om over te steken. Hij ziet een man die wenkt: "Kom over en help ons." Dat was een duidelijke aanwijzing van God om inderdaad de oversteek te maken en de andere kant van de zee te gaan bezoeken. Wij zouden zeggen: om op Europese bodem terecht te komen. Ze waren immers in Asia, wat feitelijk geen Europa is. Als ik het zo zeg, is dat haast een politiek statement: dít is geen Europa, beste vrienden, dít is Europa en dít is Asia. Het heette vroeger ook Klein-Azië, dus het is eigenlijk dwaasheid om te zeggen dat dit bij Europa behoort. Maar goed, het is er toch weer even uit.⟨/p> ⟨p>Zij gaan dus naar de andere kant van de zee. Vanaf het ogenblik dat melding wordt gemaakt van dat visioen, vervoegt de schrijver Lucas zich stilzwijgend bij het gezelschap. Hij meldt dat verder niet, maar uit de wijze waarop hij de personen aanduidt, kun je direct opmaken dat Lucas er zelf ook bij was. Dan krijg je de beroemde wij-passages of "ons". De schrijver is er vanaf dat moment heel uitdrukkelijk bij betrokken. Silas was erbij, Timotheüs en nu dus ook Lucas. Trouwens niet voor al te lange tijd, want we zullen vanavond nog zien dat hij het gezelschap weer verlaat; in ieder geval vinden we voorlopig die wij-uitspraken niet meer terug.⟨/p> ⟨p>Vervolgens arriveert het gezelschap in de Romeinse koloniestad Filippi, nadat ze eerst de haven hebben aangedaan. Die haven ligt op een paar kilometer afstand van Filippi. Het was een Romeinse kolonie, en daar ontmoetten ze mensen op de sabbat, buiten de poort aan de rivier. Dat is prachtig, want het lijkt me allemaal ook typologisch geladen. Dat wil zeggen: het is heel typerend en symbolisch. Het was op de sabbat, in een sfeer van rust, buiten de poort. Met de gedachte aan de Hebreeënbrief nog in mijn achterhoofd denk ik dan aan Christus die buiten de poort geleden heeft – dat wil zeggen buiten de legerplaats en het gevestigde systeem – maar aan de rivier met levend water. Want dat was het idee, en dat is dan ook weer een beeld van het Woord. Daar vindt een samenkomst plaats. Niet officieel, want voor een officiële samenkomst van Joodse mensen moeten er in een synagoge tien mannen zijn, maar er vindt daar in ieder geval een ontmoeting plaats met de purperverkoopster. Daar haken we aan, want we waren gebleven in vers 14.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-2" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="375" title="Speel af vanaf 06:15">▶ 06:15⟨/button> ⟨span>Lydia, de Purperverkoopster uit Tyatira⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En dan staat er een zekere vrouw – ik heb haar meestal al besproken – met name Lydia. Zij was een purperverkoopster, een onderwerp waar we ons ook al even mee hebben beziggehouden, want ook dat is typologisch. Je weet wel: rood en blauw, als je dat verenigt, dan wordt dat paars. Feitelijk is dat de kleur van de Middelaar die de prijs betaalde.⟨/p> ⟨p>Afijn, zij was een purperverkoopster uit de stad Tyatira. Dat Lydia daarvandaan kwam, is trouwens wel weer heel eigenaardig; ik zal het nog even laten zien op de kaart. Hier zie je – sorry dat ik het niet heel duidelijk kan laten zien – maar hier heb je even verderop ongeveer Filippi. Daar waren de reizigers en daar ontmoetten ze Lydia. Maar zij kwam híér vandaan. Zij was dus op zakenreis of doorreis, wellicht als een soort vertegenwoordigster, daar in Filippi.⟨/p> ⟨p>Een zekere vrouw met name Lydia, een purperverkoopster uit de stad Tyatira. Ze vereerde God, wat betekent dat zij niet Joods was, maar ze sympathiseerde wel met de God van Israël. Daar had ze weet van. Zij was dus ook een vriend van Israël, een vriendin in dit geval. "Zij vereerde de God", zo staat het er letterlijk. Zij hoorde toe en de Heer opende haar hart, zodat ze aandacht schonk aan hetgeen door Paulus gezegd werd.⟨/p> ⟨p>Het is een schitterend getuigenis dat hier wordt neergelegd. Het is de Heer die de harten opent, die de ogen opent. En dan krijg je oor voor wat Paulus te melden heeft; dat is allemaal Zijn werk. Alleen al door het op deze wijze op te tekenen, geeft Lucas er blijk van dat hijzelf ook God vereert. Hij gaf God de eer voor het feit dat Lydia haar hart open had; dat was immers het werk van God. De Heer had namelijk haar hart daarvoor geopend. Zij schonk dus aandacht aan hetgeen door Paulus gezegd werd en het ging erin als koek, zouden we dan zeggen. Het bereikte haar hart. En toen zij gedoopt was...⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-3" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="525" title="Speel af vanaf 08:45">▶ 08:45⟨/button> ⟨span>Waterdoop of Geestdoop: een Fundamentele Vraag⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Zij wordt gedoopt, staat er in de aorist, een tijdloze vorm. Ja, en nou kun je natuurlijk de vraag stellen – de meeste mensen stellen zich die vraag niet eens, maar wij wel – want kijk, als hier staat: "Zij werd gedoopt" of "Zij wordt gedoopt" (tijdloos), over welke doop hebben we het dan? Gedoopt waarin? En nou kun je zeggen: is dit niet spijkers op laag water zoeken, om even in de metafoor te blijven? En dan zeg ik: nee, beslist niet. Weet u waarom? Al in het begin van het boek Handelingen wordt dat heel uitdrukkelijk genoemd. Ik neem u even mee, want ik vind het van belang om dit toch eventjes scherp te stellen.⟨/p> ⟨p>Er staat hier dus in Handelingen 1, waar ik naar verwees – en dit is helemaal in het begin van het boek, nog in de veertig dagen dat de Heer hier op aarde rondwandelde: en dan lees je, terwijl Hij met hen aanzat, gebood Hij hun Jeruzalem niet te verlaten (dat is vlak voor de beschrijving van de hemelvaart), Hij gebood hun Jeruzalem niet te verlaten, maar te blijven wachten op de belofte van de Vader, "die jullie," zei Hij, "van Mij gehoord hebt. Want," zegt Hij, "Johannes doopte in water, maar jullie zullen in heilige Geest gedoopt worden, niet vele dagen na deze."⟨/p> ⟨p>Johannes doopte in water. Ik heb het expres even veranderd; het staat in uw vertaling waarschijnlijk met "met", maar er staat gewoon letterlijk: je wordt gedompeld ⟨em>in⟨/em> water. Hij zegt: maar dat is slechts een type van waar het werkelijk om gaat. Johannes zei dat trouwens ook, want deze uitdrukking lag juist... als ik zeg "lag bestorven op de lippen van", dan is dat misschien wat overdreven, maar je vindt hem nogal wat keren in het Nieuwe Testament. Dat Johannes zegt: "Na mij komt Hij die doopt in Geest." Altijd die aanduiding. Dat wil zeggen: ik ben gekomen – je leest dat dan ook in Johannes 1 – dat hij zegt: "Ik doop in water opdat Israël zou geloven." Want dit waterdopen is ook een typisch Israëlitisch gebeuren. Maar het is een type van de Messias; als de Christus komt, wat Hij doet, is niet dopen in water. Trouwens, je leest inderdaad ook van Jezus uitdrukkelijk dat Hij nooit doopte in water. Je leest dat in Johannes even: Jezus doopte niet zelf. Maar waarom? Om daarmee ook aan te geven: ik doop in Geest op mijn tijd. Nou, dat is waar de Heer hier ook aan refereert, aan uitspraken die Johannes zelf heeft gedaan.⟨/p> ⟨p>En dan is het in Handelingen 11 – dan zijn we dus tien hoofdstukken verder – dan moet Petrus zich verantwoorden over het feit dat hij dat huis van Cornelius heeft gedoopt. In water, moet ik er in dit geval bij zeggen. Maar hij moet zich verantwoorden en dan spreekt hij over zijn optreden bij Cornelius. En dan lees je dat Petrus dan zegt: "En toen ik begonnen was te spreken daar in het huis van Cornelius, viel de heilige Geest op hen." Heel demonstratief gebeurde dat in het boek Handelingen iedere keer, om juist ook een teken te zijn met name ook weer voor Israël. De tekenen zijn juist gericht op Israël en van betekenis voor dat volk. De heilige Geest viel op hen, evenals in het begin ook op ons. Dat wil zeggen: ook die uit de natiën. Cornelius was een Romeinse soldaat, weliswaar ook een godvrezend man, iemand die sympathiseerde en aalmoezen gaf aan het volk, et cetera. Maar niettemin, het was geen Jood. De heilige Geest viel ook op hen, evenals in het begin ook op ons. En ik herinnerde mij het woord van de Heer – dat zegt Petrus dus, hè? – hoe Hij zeide: "Johannes doopte wel in water, maar jullie zullen in heilige Geest gedoopt worden."⟨/p> ⟨p>Met andere woorden: als je de vraag stelt: "Wat is nou de typisch christelijke doop?", dan moet je niet aan waterdoop denken. Pak een willekeurig boek over de doop uit de dogmatiek; het maakt niet uit of het van rooms-katholieke, Grieks-orthodoxe, evangelische of charismatische snit is, altijd als je een boek leest over de doop, dan heeft men het in principe over waterdoop. Want dat is de christelijke doop toch in de eerste plaats? En dan zeg ik: naar mijn bescheiden mening is dat niet in overeenstemming met dit Woord.⟨/p> ⟨p>Notabene degene die bekendstaat als de doper bij uitstek – iedereen denkt dat het zijn achternaam was, Johannes de Doper – dat was trouwens op zich al heel bijzonder. Want Israël kende het gebruik van waterdoop maar al te goed, alleen men doopte zichzelf. En toen kwam er iemand daar in de Jordaan, als in de gedaante van Elia met die kamelharen mantel, die sprinkhanen at, en die liet de mensen niet zichzelf dopen, maar hij doopte. Hij was een doper. Zo stond hij bekend en dat was nieuw, want zo kende Israël de waterdoop niet: men doopte zichzelf. En nou kwam daar Johannes de Doper. En dan zegt hij: "Ja, maar waarom doop ik? Waarom ben ik een doper? Nou, omdat ik daarmee verwijs naar een andere Doper." Met recht ook met een hoofdletter. Maar met dat verschil: "Ik doop in water, maar Hij die na mij komt, mijn eigen neef, Die zal dopen in Geest, in heilige Geest."⟨/p> ⟨p>Dat is dus het meest karakteristieke van de doop van Christus. En als je mij dus de vraag stelt: "Ja, als het in het boek Handelingen gaat over doop, dan moet je toch in ieder geval op zijn minst de vraag stellen: over welke doop hebben we het eigenlijk?" En soms is dat niet duidelijk. Want ik moet er ook bij zeggen: de waterdoop speelt in het boek Handelingen in ieder geval bij een aantal gelegenheden nog een grote rol. Bij de Samaritanen lees je dat in ieder geval, en in het huis van Cornelius. Soms trouwens, moet ik zeggen, helemaal niet zo duidelijk. Iedereen zegt dat op de pinksterdag er drieduizend gedoopt werden, en iedereen zegt: dat was de waterdoop. Ze werden gedoopt, staat er. Maar stel gewoon eerst eens even die vraag: over welke doop heb je het dan? Het is toch een gerechtvaardigde vraag. Op zijn minst om dat dan op te werpen van: ja, wacht even, maar de doop...⟨/p> ⟨p>Kijk, en later is het de apostel Paulus die natuurlijk ook zegt: "Ja, de Heer heeft mij nooit gezonden om te dopen." En Paulus zegt: "Er is één doop." En Paulus heeft het wel vaak over doop, maar dan heeft hij het over de doop niet in water, maar over de doop in Christus. Wij zijn allen door één Geest tot in één lichaam gedoopt. Daar komt echt geen druppel water bij te pas, dat is geen ritueel. Kijk, de waterdoop speelt ook natuurlijk in het boek Handelingen nog een grote rol omdat Israël daar nog een centrale rol speelt. Maar zelfs dan is het lang niet altijd duidelijk. Tenminste, op het moment dat je gewend bent die vraag te gaan stellen, dan openen zich deuren. We zullen het trouwens ook zien, wellicht vanavond nog – dat hangt er een beetje vanaf hoe snel we door de tekst gaan – maar we zullen het nog een keertje tegenkomen en dan is de vertaling soms echt absoluut fout. Dan staat er: "Hij liet zich dopen." Dat laat ik er eventjes al op vooruitlopen. "Hij liet zich dopen", dan kan ik u vertellen: dat staat er niet. "Hij liet zich dopen en hij en zijn huis." Er staat: "Hij werd gedoopt, hij en zijn huis." Waarna ik weer de vraag stel: over welke doop gaat het hier? Ja, ik stel alleen maar een vraag, ik beweer niks, maar ik stel wel een vraag. En die vraag moet je gewoon stellen, omdat die vraag eigenlijk op voorhand al in het boek Handelingen aan je opgedrongen wordt. In Handelingen 1 zegt de Heer dat al.⟨/p> ⟨p>Dus vergeet niet: de echte christelijke doop is de doop van Hem in heilige Geest. Hoe is dat nou gegaan met het begin van de kerk? Dat zijn we dan wel eens vergeten. We staan bij de eerste eeuw. Ja, maar zou dat ook niet direct te maken hebben met het hele fenomeen dat de kerk zich natuurlijk al heel snel in de rol en de plaats van Israël waande?⟨/p> ⟨p>Ik bedoel toen eenmaal, dat is na het jaar 70. De stad Jeruzalem was verwoest en van de tempel was niets meer overgebleven. De Joodse natie was verstrooid onder alle volkeren. Ja, en toen was eigenlijk Israël finito. En vanaf die tijd, dus al in de eerste eeuw van de kerkgeschiedenis, kon de gedachte postvatten van: ja, Israël is nu van de kaart, letterlijk en figuurlijk. En nu hebben wij als kerk die plaats ingenomen.⟨/p> ⟨p>Dan krijg je dus ook al die transformatie van talloze dingen; van Joodse of Israëlitische zaken die men dan vervolgens gechristianiseerd heeft. Maar feitelijk was dat een vorm van judaïseren. Dat wil zeggen: allerlei elementen uit het jodendom – ik noem maar wat: de kerkelijke feestdagen, die komen uit het judaïsme, uit het jodendom – die heeft men vervolgens gechristianiseerd. Maar je zou het ook wel een vorm van judaïsme kunnen noemen, omdat het uit de Joodse godsdienst komt en men dat in de kerk zo heeft geïntroduceerd. Dat geldt voor talloze dingen.⟨/p> ⟨p>En ja, die waterdoop is daar natuurlijk ook een voorbeeld van, die enorme nadruk op de waterdoop. Terwijl Christus zelf... nee, wat zeg ik, ook Johannes de Doper notabene, die zegt: 'Ja, ik ben die doper omdat ik slechts een type ben van de echte Doper, maar dan in Geest.' Hoe is men tot die gedachte gekomen dat men toch weer helemaal is teruggekeerd naar die waterdoop als het een en het al?⟨/p> ⟨p>Terwijl men dan ook – en dat is een ander bijkomend, maar feitelijk ook direct daaraan gekoppeld probleem – niet meer inziet dat die waterdoop een Israëlitisch verhaal en gebeuren is. Dat is een ritueel, dat kent men. Israël had sowieso vele rituelen. We hebben het toen bij de bespreking van de Hebreeënbrief ook gezien; in Hebreeën 6 wordt het zelfs een van de fundamenten genoemd: een leer van dopen, van allerlei diverse vormen van wassingen.⟨/p> ⟨p>Ja, en in de kerk is dat natuurlijk heel erg belangrijk geworden. Eigenlijk is het ook zo dat de waterdoop ongeveer het allerbelangrijkste ritueel is in het christendom. Feitelijk is er natuurlijk een heleboel te doen om die waterdoop, maar dan niet om de vraag of die waterdoop belangrijk is, maar meer om: hoe doen we het dan? En op welk tijdstip? Kleine baby’s, kleine kinderen, of pas wanneer ze zelf gekozen hebben? Dat is eigenlijk het grote twistpunt: kinderdoop of volwassenendoop. Maar een veel fundamentelere vraag is: gaat het nou om de doop in water of de doop waarmee Christus zou komen, in heilige Geest? Ja, dat zit er ook nog bij, al moet je trouwens ook nog de vraag stellen over welke doop we het dan hebben. Het voert een beetje te ver om dat nu ook nog eens een keertje erbij te halen.⟨/p> ⟨p>Dat is voor Israël; ik bedoel dat die opdracht aan Israël gegeven wordt om de volkeren inderdaad tot Zijn discipelen te maken. Maar zelfs daar heb ik de vraag of dat inderdaad om een doop in water gaat. En de grap – ik vind het echt grappig – is dat ik ooit in Jeruzalem was, al heel wat jaren geleden. Ik was in het oude gedeelte van Jeruzalem en toen liep ik een Joods winkeltje binnen, in een Joodse wijk. Ik liep een Joods boekwinkeltje binnen en daar vond ik iets – ik heb het thuis liggen, ik heb het toen aangeschaft want ik was zeer verrast – van een rabbijn die zijn commentaar gaf op de doop zoals het Nieuwe Testament erover spreekt. En moet je nagaan: een orthodoxe Joodse rabbijn die zijn commentaar geeft op de doop zoals dat in het Nieuwe Testament wordt behandeld. Mijn hele gedachtegoed, zoals ik dat inmiddels had leren verstaan, sloot daar naadloos op aan. Precies dezelfde accenten die ik nu leg, brengt hij in dat boekje ook naar voren. En dat notabene van een rabbijn die niet eens gelooft in het Nieuwe Testament!⟨/p> ⟨p>Alleen, hij benadrukt ook: 'Hoor eens eventjes, die waterdoop, ook in het Nieuwe Testament, is een Israëlitisch gebeuren.' En toen dacht ik: nou hoor je het nog eens een keertje van een ander. Dus ik heb dat boekje toen gekocht, een vrij dunne brochure, maar hij legt de bonnetjes er allemaal bij met verwijzingen naar de andere Joodse geschriften. Ja, heel boeiend. Maar goed, dat zou haast een hele aparte bespreking over de doop worden en dat wil ik nu ook weer niet.⟨/p> ⟨p>Het gaat mij er nu natuurlijk om dat als Lucas het heeft over doop, je niet op voorhand meteen moet denken aan waterdoop. Dat lijkt mij meer dan voldoende in dit geval om even te benadrukken. Dat was natuurlijk toen toch, in ieder geval hier en iedere keer als dat zo gemeld wordt, een demonstratief gebeuren. Je leest dat ook in het boek Handelingen; in Handelingen 8, maar natuurlijk ook in Handelingen 2 op de Pinksterdag en Handelingen 10 in het huis van Cornelius. De Geest kwam op hen en dan lees je dat ze werden vervuld met vreugde, maar ook dat ze profeteerden. Het was een heel duidelijk bewijs dat hier echt iets heel bijzonders aan de hand was. En het spreken in vreemde talen, dat lees je in Handelingen 19 ook. Dat komen we natuurlijk pas over een paar hoofdstukken weer tegen: dan is Paulus in Efeze en dan lees je ook dat de Geest op hen kwam en ze spraken in vreemde tongen. Dat was natuurlijk ook een goddelijk bewijs van het evangelie: het heil is doorgebroken naar de natiën. Het was een bewijs en een teken daarmee ook voor Israël, dat het naar de natiën was gegaan.⟨/p> ⟨p>Dus om even terug te komen op jouw vraag: hoe werd dat zo duidelijk? Nou, het was heel demonstratief dat de Geest zich meester maakte. Dat zie je altijd in het boek Handelingen: God handelt hier heel duidelijk ook in tekenen, juist ook met het oog op Israël. Want dat is de achtergrond van het hele boek Handelingen: Israël moest iets duidelijk gemaakt worden. Voor ons is dat verhaal anders, in die zin dat zulke tekenen zich niet aan ons voordoen. Tot Handelingen 28 is Israël nog duidelijk het onderwerp van gesprek en daar gaat het om: het volk moest bekendgemaakt worden en het ook zien.⟨/p> ⟨p>Nu leven wij helemaal in een tijd van verborgenheid; er valt niets te zien. Het is wel zo, denk ik, dat als een mens vandaag verzegeld wordt met Gods Geest – dus gedoopt wordt in dat... we worden in één Geest tot in één lichaam gedoopt – dat dit een geestelijke zaak is. Dus op het moment dat je gelooft, en Paulus zegt in Efeze 1 dat de gelovigen verzegeld zijn met de Geest der belofte, dan ontvang je op het moment dat je in Hem gelooft de Geest als een zegel van Hem. Dat is een goddelijk bewijs. Een kenmerk daarvan is ook vreugde; dat kan niet anders. Hoe merk je dat je het evangelie gelooft? Het evangelie is een goed bericht, een blijde tijding, dus op het moment dat het echt hier binnenkomt, dan word je blij. In die zin is dat een geestelijk gebeuren, maar het is wel onmiskenbaar.⟨/p> ⟨p>Nou, laten we de doopkwestie even voor wat het is. 'Maar toen zij gedoopt was...' Ze werd gedoopt en ik laat de vraag gewoon hier in het midden: is dat in water? Dat kan heel goed hoor, want begrijp me goed, hier in het boek Handelingen speelt die waterdoop nog steeds een belangrijke rol, zeker ook in relatie tot Israël, of in ieder geval een hele vanzelfsprekende rol. Er zijn nog meer argumenten te geven, want je leest dat het langs de rivier was, dus dat zou heel goed kunnen. Dat ontken ik niet; ik zeg alleen dat het uit de formulering zelf niet blijkt. Ze werd gedoopt. Ja, hoe? Als ik er meer over zou kunnen zeggen, zou ik het doen, maar ik laat de vraag gewoon in het midden.⟨/p> ⟨p>Ik vind het belangrijk om die vraag te stellen, en dat is waarom ik er nu een heel verhaal over houd. Nooit wordt die vraag gesteld, maar stel gewoon die vraag; de vraag die notabene in het Nieuwe Testament zelf aan ons opgedrongen wordt.⟨/p> ⟨p>Ja, ze werd gedoopt en haar huis. Dat kan haar gezin natuurlijk zijn, of het hele personeel, of alles wat in het huis was. Maar wat bedoel jij daarmee te zeggen? Ja, dat is gewoon een gezegde plek. Oh, je bedoelt het gebouw zelf? Het bouwwerk, de muren met het dak? Nou, dat lijkt mij niet. Ja, daar heb je gelijk in, er staat "huis". Ik en mijn huis zijn zonder heren hier. Dat is direct waar. Ik weet het wel, er staat ⟨em>oikos⟨/em>, huis. Hierzo: ⟨em>oikos⟨/em>. Het is gewoon huis.⟨/p> ⟨p>Maar kijk eens: "huis" in de Bijbel betekent heel dikwijls natuurlijk gewoon degenen die in het huis zijn. Als je leest dat Noach werd gered met heel zijn huis, dan betekent dat niet dat zijn fysieke huis veilig was gebleven. Ja, je bedoelt dat huis was een ark geworden? Hij woonde in een ark. Hij is zo slim, hè? Maar op zich, ja, want ook de tempel wordt heel vaak als "het huis" genoemd.⟨/p> ⟨p>Een huis kan dus inderdaad gewoon de muren met het dak zijn. Maar dat komt trouwens ook nog weer terug; dat is grappig. Dat heeft te maken met dat ritueel van het reinigingswater van de Rode Vaars. Daar lees je dat mensen ook gereinigd werden door water. Dat was een gebruik dat God had ingesteld voor Israël. En wat hebben de protestanten daar niet van gemaakt? Die hebben daar dus dat wijwater van gemaakt. Dat is eigenlijk ook een vorm van wassing, afgeleid van een doop.⟨/p> ⟨p>Goed, als we zo langzaam blijven gaan, dan komen we vanzelf in vers 16. Ze was gedoopt en haar huis. Voortaan als ik dit lees, ga ik altijd aan jou denken, Rob.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-4" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1889" title="Speel af vanaf 31:29">▶ 31:29⟨/button> ⟨span>Intrek in het Huis van Lydia⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En zij nodigde ons uit. Eigenlijk staat er hier weer iets interessants, wat ik al vaker naar voren heb gebracht. Hier staat namelijk het woordje ⟨em>parakaleo⟨/em>, dat meestal wordt vertaald met vermanen of soms met vertroosten. Maar ⟨em>parakaleo⟨/em> betekent letterlijk ‘naast roepen’ en dat heeft de betekenis van aanmoedigen of bemoedigen. Hier wordt het dus weer vertaald met uitnodigen: ze nodigde ons uit.⟨/p> ⟨p>Ze moedigde ons aan en zei: "Indien gij van oordeel zijt dat ik de Here getrouw ben." Er staat eigenlijk een voltooide vorm: "Indien jullie hebben geoordeeld dat ik betrouwbaar ben in de Here, neem dan uw intrek in mijn huis." En zij drong ons ertoe; zij oefende druk op hen uit. Met grote nadruk forceert ze Paulus en Silas eigenlijk min of meer. Er staat trouwens "ons", dus daar hoorde Lucas ook bij, en Timotheüs; kortom, het hele gezelschap. Er was kennelijk sprake van een groot huis en ze zegt: "Neem uw intrek."⟨/p> ⟨p>Waarom dat zo benadrukt wordt? Ik denk dat Lucas daarmee aangeeft dat Paulus niet om centjes vroeg. Hij vroeg nooit om geld, ondersteuning voor zijn onderhoud of voor onderdak. Nee, hij kreeg het wel, maar dan was het omdat anderen dat vrijwillig gaven, nooit omdat hij erom vroeg. Het is voor Paulus altijd – je leest dat in de brieven – een groot punt geweest dat hij zijn werk ‘om niet’ deed. Nooit heeft hij zijn hand opgehouden of gevraagd: "Alsjeblieft, geef me wat." Hij hield wel collecten, maar dan was het altijd voor anderen, voor de armen in Jeruzalem. Dat had hij trouwens ook ooit beloofd.⟨/p> ⟨p>Ik bedoel hiermee te zeggen dat hij in dit geval dit onderdak, en daarmee wellicht ook het onderhoud, heel nadrukkelijk aangeboden kreeg. Hij heeft er niet om gevraagd; zij drongen hen ertoe aan. En het geschiedde, zo staat er in vers 16, toen wij naar de gebedsplaats gingen. Die gebedsplaats kwamen we al eerder tegen in vers 13. Dat was langs de rivier, buiten de stad. Ze gingen weer terug; het geschiedde toen wij naar de gebedsplaats gingen.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-5" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2046" title="Speel af vanaf 34:06">▶ 34:06⟨/button> ⟨span>Het Dienstmeisje met de Python-geest⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Er volgt nu een nieuwe geschiedenis over een zekere slavin. Eigenlijk staat er 'dienstmeisje'. Ik vind het soms heel frappant hoe dat werkt in de vertalingen. Meestal wordt in de NBG-vertaling — de Statenvertaling laat ik nu even buiten beschouwing — het woord 'slaaf' weergegeven met 'dienstknecht'. Dat is feitelijk onjuist, want een dienstknecht is gewoon iets anders dan een slaaf. Een slaaf is een lijfeigene, terwijl een dienstknecht iemand is die in dienst is, maar geen eigendom van de ander. Wanneer Paulus in bijvoorbeeld Romeinen 1 zegt dat hij een apostel en een slaaf van Christus Jezus is, dan staat er in uw of mijn vertaling vaak 'een dienstknecht van Christus'. Maar dat staat er niet; er staat 'slaaf'. Paulus zegt daarmee: Hij is mijn Heer en ik heb niets in te brengen. Ik ben gewoon van Hem, volledig voor Zijn rekening. En nu komen we inderdaad een keertje een dienstmeisje tegen, en hoe vertalen ze dat dan? Opeens wel met 'slavin'. Dan denk ik: vertaal het dan als 'dienstmaagd', dat is correcter. Het woord dat hier gebruikt wordt, heeft namelijk te maken met een meisje. ⟨em>Paido⟨/em> heeft betrekking op een kind, maar hier staat het in de vrouwelijke en bovendien in de verkleinende vorm. Het is dus inderdaad een meisje, zoals wij in het Oud-Nederlands spraken over een 'meid' of een 'dienstmeisje'. Dat is het woord dat hier wordt gebezigd.⟨/p> ⟨p>Van dit dienstmeisje staat er dat zij een waarzeggende geest had en dat zij de reizigers tegemoetkwam. In het Grieks staat er letterlijk dat zij een Python-geest had. Als u een Telos-vertaling hebt, staat het daar geloof ik ook, of anders staat het waarschijnlijk in de voetnoten. De gedachte dat het een voorspellende geest is, klopt wel; dat is de betekenis en de afgeleide gedachte. Ik heb er geen kritiek op, maar letterlijk staat er 'Python-geest'. Nu heeft Python niets met mijn achternaam te maken, voor de goede orde, anders krijg je weer van die vreemde associaties. In de Griekse mythologie was Python een verslagen slang of een draak, die was verslagen door Apollo. Omdat hij verslagen was, werd hij vervolgens in de mythologie gebruikt als spreekbuis van de goden. Vandaar dat hij de functie had van een orakel. Als u in Delphi iets te weten wilde komen over het hele Hellenistische gebeuren en hoe de goden of de hemel dachten, dan maakte men gebruik van Python. Er is meer over te vertellen, maar het is genoeg om te weten dat het een geest was, een verslagen slang of draak.⟨/p> ⟨p>Als ik dat zo zeg, dan vind ik dat heel veelzeggend. Python had een orakelfunctie: als men wilde weten hoe God of de hemel dacht, kwam men bij hem terecht. Maar wat was Python? Een verslagen slang of draak. Aan wie denken wij dan? Dan denk je aan Satan, en dat is juist. Hij wordt de oude slang genoemd, de draak. En van één ding ben ik zeker — ik zou het haast kunnen zingen — hij is verslagen! Dat was trouwens al heel vroeg zo, want in de eerste belofte die God al geeft in het boek Genesis, staat dat de kop van de slang — Python — vertreden zou worden. Ooit zou het zaad van de vrouw komen en daar zou de kop van de slang verslagen en vertreden worden. Die Python is dus een onmiskenbaar type van de oude slang die, zoals wij inmiddels weten, verslagen is. Hoewel hij nog uit zijn functie gezet moet worden en straks naar beneden wordt gegooid — in Openbaring 12 lees je dat de oude slang op de aarde werd geworpen — gaat hij vervolgens als een gek tekeer, omdat hij weet dat hij nog maar heel korte tijd heeft.⟨/p> ⟨p>Dat dienstmeisje had dus een Python-geest. Dan weet je ongeveer hoe laat het is. Ze sprak feitelijk de taal van Python, van de slang, van de ⟨em>diabolos⟨/em>: de slang met de gespleten tong. Dat vind ik een mooie term, ook typologisch gezien. Wij gebruiken dat voor iemand die met een dubbele tong spreekt, die niet waarachtig is en liegt. Dat is het meest karakteristieke van wat hij doet: hij verdraait de waarheid. Hij splijt de waarheid en verwart deze. Dat is wat dit dienstmeisje deed. Ze komt Paulus tegen, wat op zich ook weer typologisch is. Er staat dat zij aan haar eigenaars veel voordeel bracht met waarzeggen. In het Grieks staat hier het woord ⟨em>kurios⟨/em>, heren. Een heer is iemand die beheert en daarmee ook de eigenaar is. Het staat hier in het meervoud, dus ze had meerdere 'heren'. Ze deelden haar kennelijk en hadden veel winst van haar. Die uitdrukking suggereert inderdaad dat zij een slavin was. Ik zeg dat niet om eigenwijs te zijn — want er staat gewoon het woordje 'dienstmeisje' — maar het loutere feit dat er over 'heren' wordt gesproken, suggereert dat zij in de praktijk de status van een slavin had. In ieder geval hadden ze veel voordeel van haar waarzeggerij.⟨/p> ⟨p>Ik vind dat woordje 'waarzeggen' altijd opmerkelijk, want feitelijk is een waarzegger een leugenspreker. Maar het woord dat hier wordt gebruikt, is afgeleid van ⟨em>mainomai⟨/em>. Dat kennen wij van het woord 'mania', een manie of een 'maniac'. Een maniac is gewoon gek. Paulus krijgt dat later in Handelingen 26 ook te horen van Festus of Agrippa: 'Paulus, je bent gek, een maniac.' Dat is het woord dat hier wordt gebruikt voor waarzeggen. Dat is heel veelzeggend, want het idee was dat mensen die dat deden, die waarzeggende praktijken uitoefenden, dat deden in een staat van manie. Ze verkeerden in razernij, waren hysterisch of niet bij zinnen. Men dacht dat zij juist in die toestand, in die extase, de waarheid spraken omdat ze dan verbinding hadden met 'het hogere'. Het idee was dat zijzelf geen controle meer over zichzelf hadden en dan volledig begeesterd waren, eigenlijk gewoon gedemoniseerd. Over dat woord 'demonisch' moet ik nog iets zeggen. Wij denken bij demonen altijd aan boze geesten, en dat klopt ook wel, voor de goede orde. Maar een 'demon' was in het Grieks gewoon een godheid. Voor ons zit daar een negatief begrip aan vast; als iemand gedemoniseerd wordt, betekent dat dat je iemand beticht van een boze geest. Maar de Grieken in de oudheid dachten daar anders over; een demon was voor hen gewoon een van hun goden. Als je tegen een Griek zei dat hij demonen eerde, zou hij zeggen: 'Ja natuurlijk, dat doen wij.' Wij denken direct aan een boze geest, maar dat zit oorspronkelijk niet opgesloten in het woordje 'demon' zelf.⟨/p> ⟨p>Dat bedoel ik te zeggen. Zo'n dame was inderdaad gedemoniseerd; ze was helemaal bezet door zo'n demon. In die toestand van een maniak sprak ze die dingen uit, en daar werd geloof aan gehecht omdat ze bovennatuurlijke dingen konden verrichten en spreken. In elk geval maakte dat een diepe en grote indruk.⟨/p> ⟨p>Zij bracht haar eigenaars met waarzeggen veel voordeel op. Eigenlijk staat er 'veel werkzaamheid'. Dat bracht natuurlijk een heleboel geld in het laatje, maar ze hadden er ook een heleboel mee te doen omdat er kennelijk veel vraag naar was. Met haar praktijken en haar vermogens was deze dame dus erg gezien.⟨/p> ⟨p>Deze jonge meid liep Paulus en ons achterna. Dit is trouwens de laatste keer dat hier melding wordt gemaakt van 'wij' en 'ons'. Het is eigenlijk maar heel kort geweest dat Lucas erbij is geweest; pas in hoofdstuk 20 vers 5 komt Lucas weer bij het gezelschap, omdat er dan pas weer gesproken wordt van 'wij' en van 'ons'. Maar dit is de laatste keer.⟨/p> ⟨p>Deze vrouw liep Paulus en ons dus achterna, luid roepende. Eigenlijk staat er gewoon dat ze schreeuwde. Ze schreeuwde, en dat was kennelijk ook iets wat bij haar hoorde met haar uitzinnigheid. Dan weet je eigenlijk ook wel een beetje hoe laat het is en waarom Paulus daar op een gegeven moment zijn bekomst van kreeg. Maar laten we eerst nog even luisteren naar wat ze precies zegt.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-6" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2812" title="Speel af vanaf 46:52">▶ 46:52⟨/button> ⟨span>De Ongewenste Support van een Orakelgeest⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Ze schreeuwde, en dan staat er: "Deze mensen zijn dienst..." – ik was het even vergeten – deze mensen zijn dienstknechten. Maar hier staat nu wel weer: "slaven". Bent u er nog? Kijk, dat vind ik nou leuk om bijbelstudie te doen. Het is niet alleen leuk, het is de waarde om gewoon zo dicht mogelijk bij de tekst te blijven. Kijk, dat is wat er staat. Is dit nou zo heel erg belangrijk? Nou nee, maar het gaat erom zicht te hebben op wat er geschreven staat. Op dit soort dingen kom je allemaal op het spoor als je de Schrift opendoet.⟨/p> ⟨p>En deze dame zei – ze schreeuwt het: "Deze mensen zijn slaven van de Allerhoogste God." Deze mensen zijn slaven van de God, ziet u? De Hoogste. Dat is wat ze roept. Ironisch genoeg is het wel waar. Daarom heeft men zich ook afgevraagd: deze vrouw is vals, ze heeft een pythongeest, maar tegen wat zij zegt is toch weinig in te brengen. Men heeft wel gezegd: "Ze zijn slaven van de God, de Hoogste, die u de weg tot behoudenis boodschappen." Maar dat staat er niet helemaal. Er staat letterlijk: "die een weg van redding boodschappen". Er staat hier geen bepaald lidwoord bij. In onze vertalingen staat vaak "de weg", maar u ziet het: in het Grieks staat hier niet "de weg". Er staat bijvoorbeeld wel "de God", maar bij de weg ontbreekt het lidwoord.⟨/p> ⟨p>Wat zou ik erover zeggen? Nou, in ieder geval dit: het Grieks kent geen onbepaald lidwoord. Ik ben toch weer een beetje de taaldocent nu. Je hebt twee soorten lidwoorden. Bepaalde lidwoorden, zoals "de" en "het" – de computer, het boek – dat is bepaald. En je hebt onbepaalde lidwoorden, namelijk "een" – een boek, een computer. Dat is onbepaald. Het Grieks heeft geen onbepaalde lidwoorden. Je kunt in het Grieks dus niet "een" zeggen; het Grieks kent alleen bepaalde lidwoorden. Er wordt dus gesproken over "de God", en dat vind je ook heel vaak bij namen: "de Paulus", dat wil zeggen dat het heel uitdrukkelijk bepaald is. Als dat bepaalde lidwoord ontbreekt, dan moet je in de vertaling een onbepaald lidwoord toevoegen. Het is niet bepaald, dat is wat het betekent.⟨/p> ⟨p>Wat deze vrouw dus schreeuwt, is: "Deze mensen zijn slaven van de God, de Hoogste, die u een weg van redding boodschappen." Als je dat even op je laat inwerken, dan zeg ik: "Hé, maar dat is niet waar." Het is niet zomaar "een" weg van redding, het is dé weg van redding. Dat is het enige wat je erop aan kunt merken: dat zij juist dit niet zegt; niet "de" weg, maar "een" weg. Onbepaald, zoals ze het zegt. Laten we het gewoon nemen zoals het zich aan ons voordoet. Zo schreeuwt ze dat, en dit deed zij vele dagen lang.⟨/p> ⟨p>Maar toen dit Paulus verdroot... Gebruikt u dat woord nog wel eens? Ik nooit, ja, hooguit met Sinterklaasgedichten. Dan kun je zeggen dat iets je "verdroot", maar dat is echt oud-Nederlands. Eigenlijk staat er in de interlineair dat hij "ontstemd" werd. Als je het heel letterlijk zou weergeven in de woordonderdelen – etymologisch, zoals dat met een mooi woord heet – dan staat er "door ellende". Dat wil zeggen: hij werd er beroerd van, hij werd er ontstemd van. Kun je het je voorstellen? Dagen achtereen schreeuwt dat dienstmeisje Paulus en Silas achterna. Zij heeft blijkbaar wel aangevoeld dat dit heel bijzondere mensen waren. Ze riep en schreeuwde dat vele dagen lang.⟨/p> ⟨p>Paulus kreeg daar genoeg van. Van zulke support was hij helemaal niet gediend. Om nu een aanbeveling te krijgen van een pythongeest... Na vele dagen verdroot hem dat; hij werd er ontstemd van. Wat hij vervolgens doet, daar gaan we het straks over hebben, want ik zie dat het inmiddels negen uur is.⟨/p> ⟨p>We waren bij Handelingen 16:18 – u weet het wel – toen Paulus dit verdroot. We hadden het over dat woord: hij werd ontstemd. Dat zat hem niet in de eerste plaats in wát dit meisje te melden had, want dat was in principe correct, ook al ontbrak dat bepaalde lidwoord. "Een weg van redding boodschappen" – we hadden het er in de pauze nog even over – feitelijk was dat niet fout. Je zou hooguit kunnen zeggen: waarom niet "dé" weg? Maar het is toch een weg van redding?⟨/p> ⟨p>In feite kun je er inhoudelijk niets fouts in ontdekken. Maar wat dan wel? Wel, het was een vrouw die sprak door de slang: een pythongeest, een demonische geest. En dat bleek ook uit de wijze waarop ze dat deed. Ze was niet bij zinnen; ze schreeuwde het uit. Dat was niet gewoon luid roepen, ze schreeuwde echt. Je kunt je voorstellen dat Paulus na vele dagen – want zo staat het er – daardoor ontstemd werd. Dan moet je toch nog een geduldige man zijn als dat vele dagen zo doorgaat.⟨/p> ⟨p>Aan de andere kant is het natuurlijk wel veelzeggend. Deze vrouw had de reputatie dat je bij haar moest zijn als je wilde weten hoe de goden dachten. En juist zij was het die deze dingen te melden had. Toch was Paulus niet gediend van zulke support. In de pauze werd ook nog even opgemerkt – en ik herinner me dat je dat ook in de Evangeliën leest – dat een demonische geest of een bezeten iemand bij Jezus kwam en dan zei: "U bent Jezus, de Zoon van God," of "de Zoon van David." Dat soort dingen waren op zich waar, maar Jezus riep zulke demonen ook tot de orde en wees het af. Afijn, toen dit Paulus dus verdroot en hij daardoor ontstemd werd...⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-7" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3261" title="Speel af vanaf 54:21">▶ 54:21⟨/button> ⟨span>Paulus Drijft de Geest uit in de Naam van Jezus Christus⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Paulus wende zich tot de geest, zo staat er, en hij zei: "Ik gelast u, ik geef opdracht in de naam van Jezus Christus." In het noemen van die naam alleen al ligt kracht gelegen. Jezus betekent: Yahweh is Redder. Christus is de Gezalfde, Hij die gezalfd is met Gods Geest en opgewekt is uit de doden. Daarmee geef je precies aan wat de essentie is van het woord dat hij doorgaf over Gods wegen.⟨/p> ⟨p>Dit is de waarheid, maar wat gebeurt er als je de waarheid tegenover een leugengeest plaatst? We kennen het spreekwoord: al gaat de leugen nog zo snel en al roept ze nog zo hard, de waarheid achterhaalt haar wel. Of om een andere beeldspraak te gebruiken: als de duisternis spreekt of als de duisternis zo evident aanwezig is als een duistere macht, dan hoef je alleen het licht aan te doen. Dan moet de duisternis wijken. Hier wordt de naam van Jezus Christus genoemd en in Zijn naam wordt de opdracht gegeven om uit haar te gaan.⟨/p> ⟨p>Er staat dat de geest, die Python-geest, uitging in datzelfde uur. Misschien was het op hetzelfde moment, maar in ieder geval gebeurde het daadwerkelijk binnen dat uur. Maar ja, nu zaten er een paar heren zonder werk en dus ook zonder inkomsten. Dat is niet prettig, en als je aan het geld van mensen komt, dan gaan er dingen gebeuren.⟨/p> ⟨p>Let op wat er dan volgt. Het is de eerste keer dat we lezen dat ook de godsdienst van de natiën in het geweer komt. Tot dusver kwam het godsdienstig verzet altijd vanuit het jodendom, maar nu zien we voor het eerst – we komen het later in Handelingen 19 nog eens tegen – dat men vanuit het heidendom fel in verzet komt tegen degene die het evangelie predikt. En de reden is hier puur de portemonnee: het is vanwege het geld.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-8" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3428" title="Speel af vanaf 57:08">▶ 57:08⟨/button> ⟨span>De Eigenaars Slepen Paulus en Silas voor de Overheid⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Toen nu haar eigenaars, haar heren, zagen dat hun kans op voordeel – de hoop op werkzaamheid – verdwenen was, ja, dat zagen ze nu, nu deze vrouw ineens al haar bijzondere vermogens was kwijtgeraakt. Toen haar eigenaars zagen dat hun kans op voordeel verdwenen was, grepen zij Paulus en Silas. Waarschijnlijk omdat zij de woordvoerders waren; het kan ook zijn dat Lucas en Timotheüs afwezig waren. Van Lucas zou dat zomaar kunnen, want daar hadden we het al even over. In ieder geval grepen ze Paulus en Silas en ze sleurden hen, ze pakten hen vast en trokken hen naar de markt voor de overheid, naar de Agora. Dat woord, de Agora, dat is de markt. Dat is niet alleen de plaats waar men verkoopt, maar ook de plaats waar de rechtspraak plaatsvond en bovendien de besluiten genomen werden. Dat was het centrum: de markt, de agora. Daar worden Paulus en Silas voorgesleurd. Dat is wat die eigenaars doen, want die zijn nu enorm in hun wiek geschoten door wat er heeft plaatsgevonden.⟨/p> ⟨p>En dan lees je dat ze hen bij de hoofdlieden gebracht hadden. Letterlijk staat daar een woord dat we wel kennen: de strategos, de stratego. De strategen dus eigenlijk, maar dat zijn de officieren, de magistraten. Ik las in een aantekening van experts over het woordgebruik van Lucas dat dit enorm nauwgezet is. Lucas oogst alom, ook buiten de Bijbelse sfeer, enorm veel lof vanwege zijn accuratesse als het gaat om historiebeschrijving, plaatsaanduidingen, geografisch en historisch. Hij is altijd buitengewoon precies, ook door de mensen met het hoogste gezag in Filippi strategen te noemen. Dat was precies de aanduiding van de mensen daar, want het was een Romeinse kolonie en het hoogste gezag, dat waren de strategen. Een zeer accurate term dus.⟨/p> ⟨p>Goed, Paulus en Silas worden naar de markt gesleept en men zei: "Deze mensen brengen onze stad in rep en roer, daar zij Joden zijn." Hiermee wordt trouwens ook gezegd dat Paulus' boodschap hier nog helemaal beschouwd wordt als een Joodse aangelegenheid. Dat Paulus het evangelie bracht, daar hadden ze verder geen idee van. Zij zagen Paulus en Silas, dat waren Joden. Dat is ook de reden waarom ze hen voor de strategen, de officieren, brengen. U moet weten dat het jodendom in die dagen werd getolereerd in het Romeinse Rijk, maar ook niet meer dan dat. Het was in dezelfde dagen – we komen dat pas in Handelingen 18 tegen, rond het jaar 50 van onze jaartelling – dat de Joden allemaal gelast waren om Rome te verlaten. Dat was ook de reden waarom Priscilla en Aquila met Paulus in aanraking kwamen in Korinthe, omdat de keizer had bevolen dat alle Joden Rome moesten verlaten. Wat de reden daarvan was, doet nu even niet ter zake, maar de Joden waren in opspraak. Keizer Claudius had dat zo bevolen.⟨/p> ⟨p>Dus ja, het jodendom was bekend in die dagen, maar stond niet echt in een goede reuk, althans niet bij het Romeinse Rijk. Ze werden in bepaalde opzichten als staatsgevaarlijk beschouwd. Propaganda maken voor hun gebruiken mocht in ieder geval niet, zeker niet als dat ook nog geld ging kosten. U moet ook niet vergeten dat in het Romeinse Rijk de keizer goddelijke verering claimde; het was in feite een hele religieuze cultuur. Men komt dan met beschuldigingen aan het adres van Paulus en Silas: "Deze mensen brengen onze stad in rep en roer, daar zij Joden zijn, en zij verkondigen zeden." Hier wordt het Griekse woord ethos gebruikt, waar ons woord 'ethiek' van afgeleid is, maar dat zijn gewoon gebruiken. Zij verkondigen gebruiken die wij als Romeinen niet mogen aanvaarden of volgen. Hier worden dus Romeinse gebruiken, het Romeinse gedachtegoed en de Romeinse cultuur tegenover de Joodse cultuur geplaatst. Dat is niet compatibel, dat matcht niet, dat gaat tegen elkaar in. Daar was wat voor te zeggen, zoals zojuist al gezegd, maar wat er vervolgens gebeurt, gaat ook tegen de Romeinse wet in. Laat ik even verder lezen.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-9" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3822" title="Speel af vanaf 01:03:42">▶ 01:03:42⟨/button> ⟨span>Onwettig Geslagen en in de Binnenste Kerker Geworpen⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Ook de menigte scholde tegen hen, Paulus en Silas, samen. De eigenaren van dat dienstmeisje waren zo gebelgd dat ze hen met deze beschuldiging mee naar de markt sleepten. Kennelijk wonnen ze de hele menigte voor zich, want iedereen ging ermee akkoord; ze namen de hele menigte op sleeptouw. Ze scholden samen tegen hen. En dan staat er dat de hoofdlieden – de ⟨em>strategos⟨/em> of strategen, het hoogste gezag – hen de kleren van het lijf lieten scheuren en hen met de roede lieten geselen. Als je deze slagen kreeg met de roede – ⟨em>rabdos⟨/em> was dat geloof ik – dan moest je dat op je blote huid krijgen. Daarom moesten eerst de kleren van het lijf worden gescheurd, en dat is ook wat deze mannen lieten doen. Ze lieten hen met de roede geselen, en dat was onwettig. We komen er vanavond niet meer aan toe, maar in vers 37 zullen we ongetwijfeld lezen dat Paulus daar later een punt van maakt. Hij claimt dan dat dit helemaal niet mocht, omdat hij een Romein is. Maar de zaak was op dat moment zo hysterisch dat er kennelijk geen mogelijkheid was om zijn verhaal te doen. In elk geval was dit onwettig.⟨/p> ⟨p>Laten we eerst nog even kijken naar die geseling met de roede. In 2 Korinthe 11 vers 25 lezen we dat dit Paulus meerdere keren is overkomen. Hij zegt daar: "Van de Joden heb ik vijfmaal de veertig-min-één-slagen ontvangen." Die man heeft echt wat meegemaakt, nota bene van zijn eigen volksgenoten! Hij schrijft dit in de tweede Korinthebrief, dus dit was nog niet eens aan het einde van zijn carrière; hij zou daarna nog veel meer meemaken. Maar dit had hij toen al ondergaan. Volgens de wet mochten ze maximaal veertig klappen krijgen, en daarom gaven ze er altijd veertig-min-één, dus negenendertig, om de grens niet te overschrijden. Paulus vervolgt: "Driemaal ben ik met de roede gegeseld, en eens ben ik ook gestenigd." Die steniging kennen we uit Handelingen 14; daar hebben we het ooit over gehad. Van die drie keer dat hij met de roede is gegeseld, wordt er door Lucas maar één keer verhaald, en dat is hier in Filippi. Toen is hij met de roede gegeseld.⟨/p> ⟨p>Na vele slagen gegeven te hebben – ze werden ergens op geplaatst of ze lagen daar met hun blote rug; ik weet niet precies hoe ik me dat moet voorstellen, maar het is er in ieder geval niet zachtzinnig aan toegegaan. Dat blijkt later ook uit de beschrijving wanneer hun striemen worden gewassen. Na die vele slagen wierpen ze hen in de gevangenis. En dit alles gebeurde zonder enige vorm van proces! Een Romein mocht in bepaalde gevallen wel met de roede geslagen worden, maar altijd pas na een gerechtelijk proces, nooit daarvoor. Nu gebeurt dit zonder proces, en dat is wat Paulus later in dit hoofdstuk aan de kaak zal stellen. Het was gewoon illegaal wat ze deden. Maar het loutere feit dat dit illegaal was, zorgde juist weer voor een geweldige voortgang van het getuigenis. Stel je voor dat ze de legale weg hadden bewandeld; dan hadden ze kunnen besluiten dat deze mensen staatsgevaarlijk waren en hen voor langere tijd gevangen kunnen zetten in afwachting van een proces. Maar zo gaat het niet. Er gebeurt iets illegaals, en juist daardoor gaan er geweldige dingen gebeuren. Over een God gesproken die de dingen plaatst; ook dit!⟨/p> ⟨p>Na hun vele slagen gegeven te hebben, wierpen ze hen in de gevangenis. Niet zo lang daarna refereert Paulus hier nog aan in 1 Thessalonika 2 vers 2. Thessalonika ligt even verderop; je hebt Filippi en daarna komt Thessalonika. Paulus moet daar op dat moment nog naartoe gaan, wat beschreven wordt in Handelingen 17. Wanneer hij later de brief aan de gemeente van Thessalonika schrijft, zegt hij: "Immers, ondanks de mishandeling en de smaad die wij, zoals gij weet, te Filippi tevoren ondergaan hadden, hebben wij u in onze God vrijmoedig onder zware strijd het evangelie van de God gebracht." Dat sterretje in de tekst wijst op het bepalend lidwoord: ⟨em>de⟨/em> God. Hij refereert hier aan wat hier beschreven wordt. Hij schrijft aan de ⟨em>ekklesia⟨/em> in Thessalonika: "Jullie weten ervan dat ik daar mishandeld ben en smaad heb ondergaan." Als je op een rijtje zet wat Paulus heeft meegemaakt terwijl hij gewoon ruiterlijk uitkwam voor het evangelie van de God, dan denk je: tjongejonge, wat een geweldig getuigenis is daarvan uitgegaan. Wat een kracht en wat een power, maar ook wat een tegenstand en oppositie ontmoetten ze daarin.⟨/p> ⟨p>Na die vele slagen wierpen ze hen in de gevangenis met het bevel aan de bewaarder, de cipier, om hen zorgvuldig te bewaken en op een verzekerde wijze te bewaren. Omdat deze cipier zo'n bevel had ontvangen, zette hij hen in de binnenste kerker. Bij het woord 'kerker' denk ik altijd aan 'kerk', maar dat heeft er niets mee te maken. Ik heb het nog eens nagekeken in het etymologisch woordenboek: kerker betekent gewoon een gevangenis. Deze gevangenbewaarder had dus dat bevel gekregen om hen in verzekerde bewaring te stellen. Hij zette hen in de binnenste kerker, op een zodanige plaats dat ze er onmogelijk uit konden komen. Bovendien sloot hij hun voeten zorgvuldig in het blok. Dat was een dubbele beveiliging: ze zaten in de binnenste kerker, dus bij een eventuele uitbraak moesten ze eerst nog de rest van de gevangenis door, en bovendien zaten hun voeten vast in het blok. Ze konden geen kant op; ze kwamen niet meer vrij. Hij sloot hun voeten zorgvuldig in het blok. Maar... en dat vind ik prachtig als je echt op je laat inwerken wat er zojuist allemaal is gebeurd.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-10" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4352" title="Speel af vanaf 01:12:32">▶ 01:12:32⟨/button> ⟨span>Lofzang in de Nacht te Midden van de Gevangenen⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En dan staat er: maar omstreeks middernacht baden Paulus en... hoe baden ze? Wel, ze zongen een godslof. De lof – ja, daar staat het weer – de God. Let op: omstreeks middernacht, terwijl het dus midden in de nacht is en ze dit net hebben meegemaakt. Ze hebben net stokslagen gekregen – hoe was het ook weer: met de roede gegeseld – en ze zitten in de gevangenis, in de binnenste kerker, in het pikkedonker, met hun voeten in het blok. En wat doen zij? Klagen? Of zichzelf beklagen? "Waarom moet ons dit gebeuren? We vertellen toch goede dingen, en waarom moet ons dit onrecht nu weer overkomen?" Niets van dat alles, zelfs niet midden in de nacht. Ze baden. En hoe baden ze? Wel, door te zingen. 'Hymne' staat hier; ons woord hymne komt uit het Grieks en dat wordt hier gebruikt. Een lofzang. En is dat een lof aan wie? De God.⟨/p> ⟨p>Als er staat 'de God', dan betekent dat: degene die dat allemaal zo plaatst. Kijk, als je weet dat er Iemand is die alles plaatst – dus ook dit wat hen zojuist was overkomen – en als je weet wie die God is en dat Hij te vertrouwen is, dan kun je Hem dus loven in alle omstandigheden. Als er één geschiedenis is – er zijn er veel meer, maar ik vind dit zo'n prachtig voorbeeld – waarbij je ziet wat het betekent als je de God mag kennen, dan is het deze. Wat er ook gebeurt – neem deze geschiedenis: alles is tegen je, je hebt al die fysieke pijn ondervonden, je bent midden in de nacht gevangen in het blok – en dan openlijk een godslof zingen. En de gevangenen luisterden naar hen. Ja, geboeid. Dat is mooi, hè? Ze luisterden geboeid. Maar het was ook heel erg boeiend; deze bevrijdende boodschap was heel boeiend.⟨/p> ⟨p>Ik zal u zoiets vertellen: dit is een plaatje van de Ecclesia in onze dagen. Wat ik daarmee bedoel is dit: God doet vandaag een werk. Hij roept Zich vandaag een volk uit de natiën en wat je hier ziet is daar een illustratie van. In een duistere wereld, pikkedonker, buiten de maatschappij – dat is eigenlijk wat een gevangenis is. In de gevangenis is het idee niet zozeer dat je opgesloten zit, hoewel dat er ook wel staat, maar je bent buitengesloten. Buiten de maatschappij, veracht. Dat hoef ik hier toch niet toe te lichten? Totaal niet in tel, miskend, verminachting. Smaad is je deel, en mishandeling ook nog eens een keertje.⟨/p> ⟨p>Wij zitten in de westerse wereld in zulke luxe omstandigheden... want je kunt wel versmaad worden en ze kunnen je minachten of met de nek aankijken, maar we hebben zo enorm veel politieke voorrechten. We hebben gewoon vrijheid, we kunnen zeggen wat we willen. We kunnen gewoon het Evangelie vertellen van God die de Redder is van alle mensen, zonder dat je op de brandstapel belandt. Een paar eeuwen geleden was dat nog anders, gewoon hier in Europa. Maar nu kunnen we dat allemaal vertellen. Ongekend.⟨/p> ⟨p>Maar goed, zij waren veracht en mishandeld, maar – en dat bedoel ik heel dubbelzinnig – met een boodschap die klinkt als muziek in de oren. Zij zongen, zij hadden een lied in het hart. En waarom zou je, als je de God kent, je daarvoor generen? Ze hebben gewoon gezongen, totaal geen zorgen over wat men zal denken. En ze zingen over de God. De mensen die daar in die gevangenis zaten, luisterden. De gevangenen luisterden naar hen. Het is niet alleen dat ze hen hoorden – natuurlijk hoorden ze hen, want ze zaten in hetzelfde gebouw – nee, ze luisterden naar hen. Dat wil zeggen: ze hadden er oren naar. En ik geloof dat al die gevangenen inderdaad het Woord hebben begrepen.⟨/p> ⟨p>Ik weet niet of ik er nu nog aan toekom, maar het hele huis van de sipier komt tot geloof. Ja, het hele huis van de sipier. Dan kun je weer de vraag stellen: wat is dat huis van de sipier? Wat is nu het huis van de sipier? Daar kan ik drie antwoorden op geven – ik kijk nu ineens naar Rob. Maar wat is nu het huis? Hij heeft een huis, natuurlijk, maar ook het huis van bewaring; dat is wat zijn functie is. En al die gevangenen die luisteren... er gebeurt iets heel eigenaardigs, want straks komen al die gevangenen vrij en wat gebeurt er? Ze gaan niet eens weg. Dat is eigenaardig. Nou ja, ik loop nu even vooruit op de feiten, maar niet zo ver, want dan staat er: toch plotseling, ineens...⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-11" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4706" title="Speel af vanaf 01:18:26">▶ 01:18:26⟨/button> ⟨span>Een Zware Aardbeving Opent Alle Deuren⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Plotseling was er een aardbeving, een ⟨em>seismos⟨/em>. We kennen dat wel; ons woord 'seismologie' is daarvan afgeleid. Een aardbeving, een zware aardbeving, een mega-aardbeving – zie je dit? Een mega-aardbeving daar, zodat de grondvesten van de gevangenis schudden. En ze zaten daar in de kerker, waarschijnlijk op een onderste verdieping, dus echt met recht te midden van de grondvesten, zeg maar. Ik weet niet precies hoe ik het correct moet zeggen, maar in ieder geval: de grondvesten van de gevangenis schudden en terstond gingen alle deuren open. Alles werd geforceerd, de deuren gingen open en de boeien van allen raakten los.⟨/p> ⟨p>Het was een hele bewogen nacht, beste vrienden, letterlijk. Alles was in beweging en dit gebeurde ook – over timing van God gesproken! Je kunt natuurlijk altijd zeggen: "Nou, er gebeurt wel eens vaker een aardbeving waarbij alles gewoon openbreekt." Jawel, maar let even op het moment dat dit gebeurde. Er zijn trouwens nog meer voorbeelden van te geven. Er was ooit een volk dat rondtrok. Op de dertiende keer dat ze rond Jericho trokken – ja, het was de dertiende keer – toen gingen ze juichen voor God. En wat gebeurde er? De stad stortte in; de hele stad, alle muren. Ja, nou ja, er wordt hier wel een heel duidelijk verband verondersteld of gesuggereerd, laat ik het zo zeggen. Maar ze gingen los, hoe dan ook, ze gingen los. We moeten dat helemaal niet willen verklaren; het wordt hier gewoon historisch verhaald. Terstond gingen alle deuren open en de boeien van allen raakten los. Ze luisterden geboeid, maar nu waren ze vrij.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-12" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4842" title="Speel af vanaf 01:20:42">▶ 01:20:42⟨/button> ⟨span>De Vertwijfeling van de Ontwaakte Cipier⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En de bewaarder, de cipier dus, uit zijn slaap opgeschrikt – ja, daar word je wel wakker van – zag de deuren van de gevangenis openstaan. Dit was een drama. Het was zijn verantwoordelijkheid om de gevangenen te bewaren, en notabene nu was hem door het hoogste gezag, door de strategen en de magistraten, opgedragen om speciaal deze twee mannen te bewaken. Dat had hij gedaan, en dan gebeurde dit. Ja, dit zou hem zijn kop kunnen kosten, letterlijk. Dus voordat hij zo’n smadelijke dood zou sterven, wilde hij er zelf een einde aan maken. De bewaarder, uit zijn slaap opgeschrikt, zag de deuren van de gevangenis openstaan, trok zijn zwaard en was op het punt zichzelf uit de weg te ruimen. Zo staat het er letterlijk; hij wilde zelfmoord plegen. Hij verkeerde in de waan, veronderstellende dat de gevangenen ontsnapt waren. Dat zou je inderdaad mogen aannemen, want je zit niet voor je lol in de gevangenis. Als je dan de benen kunt nemen, is dit dé gelegenheid. Maar hij leefde in de veronderstelling dat al die gevangenen inmiddels weg waren. Hij wist het niet, hij had het niet gezien, maar dat dacht hij.⟨/p> ⟨p>Maar Paulus riep met luide stem. Hij schreeuwt niet, maar hij roept luid; dat is een ander woord. Hij riep met luide stem: "Doe uzelf geen kwaad, want wij zijn allen hier!" Daarom geloof ik ook wat ik zojuist al zei: die gevangenen hebben geluisterd en zij zijn niet weggegaan. Dat is sowieso wat hier staat, dat het hele huis van die gevangenisbewaarder in Hem gelovig zou worden. In ieder geval zegt Paulus: "Doe uzelf geen kwaad, want we zijn allen hier." En hij liet licht brengen, de gevangenbewaarder dus. Ik kan het niet nalaten, maar ik vind dit bij alles zoveel zeggend: die muziek, die gevangenen, alles wat ik er verder over gezegd heb, maar dan ook dit: hij liet licht brengen. Natuurlijk, het is middernacht, wat heb je dan nodig? Licht. Hij zorgt voor licht, en dan... Het was pikdonker in zijn hart, maar inderdaad zorgt hij voor licht. En het loutere feit dat hij naar Paulus en Silas gaat, betekent inderdaad dat nu ook het licht in zijn hart zal gaan schijnen.⟨/p> ⟨p>Hij liet in ieder geval ook fysiek licht brengen, sprong naar binnen en wierp zich bevende neer – er staat: hevig sidderend. Het hele huis was al bewogen, en nu was hijzelf ook uiterst bewogen en hevig sidderend. Want die man stond op het punt notabene een einde aan zijn leven te maken, dus die man was ten einde raad. Hij wierp zich, bevende over al zijn leden, voor Paulus en Silas neer. Eén ding had hij natuurlijk wel onderkend: deze aardbeving was gewoon goddelijk ingrijpen. Al die gevangenen hadden meegeluisterd, dit was een bijzonder gezelschap. Dit was onrecht wat Paulus en Silas was aangedaan, en nu valt hij gewoon voor hun voeten neer. Daarmee geeft hij ook te kennen: "Ja, zeg het maar." En de cipier leidde hen naar buiten. Hij brengt Paulus en Silas, terwijl zij nog in die binnenste kerker waren, nu naar buiten en hij zei: "Heren" – ja inderdaad, ook weer dat woordje heren – "wat moet ik doen?"⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-13" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="5117" title="Speel af vanaf 01:25:17">▶ 01:25:17⟨/button> ⟨span>Wat Moet Ik Doen Om Gered te Worden?⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Wat moet ik doen om gered te worden? Om behouden te worden? Nou, ik heb daar altijd een beetje een vreemd gevoel bij. Want kijk, wij denken vaak met onze evangelische bril op dat deze man zondebewust was en vroeg hoe hij gered kon worden voor de eeuwigheid of iets dergelijks. Maar was dat wel zijn probleem? Volgens mij niet. Die man was ten einde raad omdat hij dacht dat hij inderdaad een kopje kleiner gemaakt zou worden, omdat hij zijn taak verzaakt zou hebben. Dat was zijn grote angst. Hij dacht om te komen omdat hij geëxecuteerd zou worden vanwege alles wat er nu gebeurd was. Dat dacht hij, terecht of niet, maar dat was in ieder geval zijn grote angst.⟨/p> ⟨p>En nu vraagt hij: "Heren, wat moet ik doen om behouden te worden?" Het feit dat hij bij Paulus en Silas aankomt en deze vraag stelt... hem was wellicht ook ter oren gekomen wat dat meisje dagenlang had geroepen, waardoor Paulus en Silas uiteindelijk in de gevangenis terechtgekomen zijn. Wat hadden ze ook alweer gezegd? "Deze mannen zijn slaven van God, de God, de Hoogste, die u een weg van redding, een weg van behoudenis verkondigen." Nu zitten ze in de gevangenis en is dit gebeurd. Dus als je wilt weten hoe je gered moet worden, bij wie moet je dan wezen? Zij hebben dat te melden. "Heren, wat moet ik doen om gered te worden?"⟨/p> ⟨p>En zij – dat is mooi hè, Paulus en Silas – zeggen: "Stel je vertrouwen", of eigenlijk staat er gewoon letterlijk: "Geloof". Maar geloven is niets anders dan vertrouwen. Vertrouw gewoon. Dat is wat geloof toch weer is: "Amen" zeggen op iets. Het staat in de gebiedende wijs. In Katwijk zou menig predikant wellicht zeggen: "Ja, wacht maar tot je de gave van geloof krijgt." Nee: geloof! Wij zouden dat misschien ook wel zeggen hoor, en het is een Bijbelse waarheid dat geloof een gave Gods is, maar dat is totaal niet wat hier aan de orde is, of in ieder geval niet wat voor deze man nu het punt was.⟨/p> ⟨p>Hij vraagt: "Wat moet ik doen?" Nou, vertrouw gewoon! Vertrouw op Hem! Dat dit een gave Gods is, dat is waar, maar dat is hier niet aan de orde. Je kunt die Naam verkondigen en weten: Hij is betrouwbaar, je kunt Hem vertrouwen. Dat is wat Paulus dus zegt: "Vertrouw op de Heer Jezus." Jezus, jouw weer-redder, Hij is hier opgewekt uit de doden en je zult behouden worden in de volle zin van het woord. Ongeacht nu even de vraag wat die cipier daarbij gedacht heeft – dat doet nu even niet ter zake – dit is wat Paulus zegt: "Je zal behouden worden, jij en je huis."⟨/p> ⟨p>Jij en je huis... waarbij je dus de vraag kunt stellen: is dat zijn gezin? Dat kan. Of is dat gewoon allen die in het huis van bewaring waren? Allen die luisterden en allen die nog steeds daar waren en niet waren weggevlucht? Is dat zo onzinnig? Het huis van bewaring... wat is het huis van de cipier anders dan de gevangenis? Dat lijkt mij ook. En te meer gezien de rol die die gevangenen tot dusver al kregen: ze luisterden en bovendien waren ze niet weggevlucht. Wat was er met die gevangenen allemaal gebeurd zeg! Hebben ze erg goed naar Paulus en Silas geluisterd? Ik denk het wel. Dat is wat de tekst aangeeft.⟨/p> ⟨p>En ze spraken het Woord Gods tot hem. Zij, Paulus en Silas, spraken het Woord van de Heer. Feitelijk is dat niets anders dan een toelichting op wat ze tot dusver hadden gezegd: "Geloof in de Heer Jezus." Wie is die Heer? Nou, dat hebben ze nu voor de rest verteld; wie die Heer is. Ze spraken het Woord van God tot hem in tegenwoordigheid van allen, samen met al degenen die in dat woonhuis van hem waren. Hier staat gewoon hetzelfde hoor: het huis, ⟨em>oikeia⟨/em>. Eerst al die gevangenen die luisteren, en hier spreken ze het Woord van God, en allen die in het huis waren – zijn huis – luisterden daar ook bij.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-14" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="5467" title="Speel af vanaf 01:31:07">▶ 01:31:07⟨/button> ⟨span>De Cipier Wast Hun Striemen en Wordt Gedoopt⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En in datzelfde uur van de nacht – dat is nog steeds middernacht – nam hij hen mee om hun striemen af te wassen. Want u weet wat er tot dusver was gebeurd; ze waren nog helemaal vies en zaten onder het bloed. Hun wonden en de striemen van de slagen moesten worden schoongewassen, dus hij nam hen mee om die striemen af te wassen.⟨/p> ⟨p>En nu komt het – we hadden het er al eerder over – er staat in mijn vertaling (hoe het in de Statenvertaling staat weet ik niet, maar in de NBG-vertaling staat het zo): "en hij liet zichzelf en al de zijnen terstond dopen". Ja, dat is correct, zo staat het daar. "Hij werd gedoopt", of eigenlijk "hij wordt gedoopt", een aorist. Maar goed, hij wordt gedoopt. Dat er staat dat hij zich ⟨em>liet⟨/em> dopen, is nou typisch een gekleurde bril, waarbij de lezer direct op een spoor gezet wordt van: "Oh, in deze lezing denk je automatisch aan de waterdoop." Maar als er staat dat hij werd gedoopt, stel je dan de vraag: in water of in de Geest? Dan moet ik erbij zeggen dat je natuurlijk aan water kunt denken, maar dat hoeft niet. Ook hier kun je weer gewoon puur aan een geestelijke doop denken. Ze werden gedoopt in de Geest, ondergedompeld in Gods Geest.⟨/p> ⟨p>Dat is te meer aannemelijk daar Paulus zelf nooit doopte en daartoe ook niet geroepen was. Kijk, van Lydia zou je nog kunnen zeggen dat zij een godvrezende vrouw was, betrokken bij de synagoge, enzovoort. Dus dat zij ook in water gedoopt is, ligt voor de hand. In dit geval ligt dat zeker niet voor de hand. Van Crispus lees je eveneens dat hij het hoofd van de synagoge was. De waterdoop heeft altijd Israëlitische connecties; het houdt daarmee verband. Daarom denk ik hier eerlijk gezegd niet aan een doop in water. Want waarom zou zo’n bewaarder, waarvan we helemaal niet lezen dat hij iets met het Jodendom had, in water worden gedoopt? Waarom zou Paulus dat benadrukt hebben? Dat doet hij nooit.⟨/p> ⟨p>Nee, houdt u even vast: hij werd gedoopt, hij en al de zijnen, allen die bij hem hoorden. Dat is ook nog een argument. Iemand die daar niet aan wil, kan altijd nog zeggen: "Ja, maar dat zijn alleen maar de mensen daar in Korinthe." Begrijp me goed, ik spreek u niet tegen, maar dat zijn uitvluchten die je altijd zou kunnen bedenken. Het is nu even genoeg; ik wil gewoon de feiten van de tekst voorhouden. Ik wil u niets op de mouw spelden, daarom bekritiseer ik deze vertaling. Want dit staat er niet. Er staat niet dat hij zich liet dopen, er staat: "Hij werd gedoopt." Dat is wat er staat. Houd dat vast.⟨/p> ⟨p>Hij werd gedoopt en hij bracht hen naar boven. Ja, daar moet ik het echt bij laten. Ik lees nog eventjes voor en dan moeten we de volgende keer maar verder gaan. Hij bracht hen naar boven in zijn huis en richtte een tafel aan – een beeld van onderlinge gemeenschap. Hij verheugde zich dat hij met zijn hele huis... letterlijk staat er weer: "met het hele huis geloofd hebbende". Hij was niet tot geloof gekomen, het geloof was tot hém gekomen. Ja, ik blijf het zeggen: hij werd gelovig. In de NBG-vertaling staat heel vaak "tot geloof komen", maar dat is eigenlijk geen Bijbelse uitdrukking. Nee, hij werd gelovig, hij werd overtuigd en stelde zijn vertrouwen op de God. Ook hier ziet u weer "de God". Mag ik dan nog even afsluiten met typologisch het hele plaatje?⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-15" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="5763" title="Speel af vanaf 01:36:03">▶ 01:36:03⟨/button> ⟨span>Het Huis van de Cipier als Type van de Ecclesia⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Dat lijkt me een hele mooie om mee af te ronden vanavond: het huis van de cipier als een type van de ekklesia. In een duistere wereld, buiten de maatschappij en veracht, klinkt er een boodschap als muziek in de oren – begrijpt u de hint? Het gaat over de God en de Heer Jezus. Het is een plaats waar men luistert naar het Woord; dat is wat daar gebeurde. Het was buiten de maatschappij, maar het was een vrijmakende boodschap. Heeft u die ook nog? Ja, een bevrijdende boodschap, waar men ook samen eet en drinkt.⟨/p> ⟨p>Nee, ik heb het niet over een ritueel van één stukje brood. Nee, gewoon waarbij men onderling gemeenschap heeft. Dat is wat de maaltijd van de Heer ook is, hoor: gewoon samen eten en drinken, als een uitbeelding van eenheid. En het is een plaats waar men zich verheugt. Want dat is toch wat die man deed: hij verheugde zich met het gehele huis, omdat hij gelovig was geworden in de God.⟨/p> ⟨p>Nou, dat lijkt me een heel mooi moment om af te sluiten. We krijgen nu nog het afsluitende gedeelte in Handelingen 16, maar dat is inderdaad weer een nieuwe passage. Dus het leek me wel een mooi moment om hier inderdaad halt te houden. En het is precies tien uur.⟨/p>