⟨h3 id="hoofdstuk-1" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="0" title="Speel af vanaf 00:00">▶ 00:00⟨/button> ⟨span>Terugblik op de Roeping van Saulus⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Wij gaan verder met onze speurtocht in het boek Handelingen, onder de titel 'In Paulus' voetsporen'. Inmiddels hebben we drie avonden achter ons liggen en zoals gebruikelijk wil ik even terugblikken op de dingen die we de voorgaande avond hebben gezien. Even samenvattend: de roeping van Saulus is een hoogtepunt in het boek Handelingen. Dat blijkt simpelweg uit het feit dat het drie keer uitgebreid wordt verhaald. In dit hoofdstuk wordt het voor het eerst beschreven door Lukas en twee keer wordt het verhaald door Paulus zelf. In hoofdstuk 22 en 26 doet hij zelf uit de doeken wat er toen allemaal is gebeurd op de weg naar Damascus. Het is het grote hoogtepunt en ook het grote keerpunt in het boek, en niet alleen in het leven van Saulus.⟨/p> ⟨p>We hebben gezien dat Saulus na zijn roeping arriveert in Damascus, zoals bedoeld natuurlijk, maar inmiddels in een totaal andere staat dan hij had beoogd. Hij komt in de straat 'de Rechte' en dat is heel veelzeggend. Hij wordt op het rechte pad gezet, in een recht spoor. Hij verblijft daarbij in het huis van Judas — of het huis van Juda zo u wilt, want dat is in de Bijbel exact dezelfde naam. Dat is, zoals zo vaak, een typologische beschrijving van het Jodendom. In beeld verwijst dat naar het feit dat Saulus — let erop dat hij hier nog Saulus is en geen Paulus; Saulus is zijn Hebreeuwse naam — verblijft in het huis van Juda, een type van het Jodendom.⟨/p> ⟨p>En dan is er Ananias. We hebben daar de vorige keer ook bij stilgestaan. Zijn naam luidt in het Hebreeuws Chanajah. We komen die naam meerdere keren tegen in het Oude Testament. Een van de vrienden van Daniël heette ook Chanajah, beter bekend als Sadrach. Maar wat vooral bijzonder is: Chanajah betekent 'genadig is JAHWEH'. Is het niet geweldig dat Saulus, na een roeping die op zich al een bewijs is van overvloedige genade, direct in aanraking komt met Chanajah? Het is Ananias die naar hem toegestuurd wordt en hem de handen moet opleggen. Hij komt letterlijk in aanraking met de betekenis van die naam: genadig is JAHWEH.⟨/p> ⟨p>Die naam is zo veelzeggend omdat het juist de genade van JAHWEH is die Saulus van Tarsus mag gaan verkondigen onder de natiën. Chanajah wordt naar hem toegestuurd om hem de ogen te openen. Als je de betekenis van die naam vasthoudt en je dat goed realiseert, dan begrijp je ineens de link. Het is Chanajah die naar Saulus toegaat; het is de genade van JAHWEH die hem de ogen opent. Genade opent hem de ogen.⟨/p> ⟨p>Ananias was aanvankelijk helemaal niet zo happig om daar naartoe te gaan, omdat hij zich maar al te goed realiseerde welke reputatie Saulus had. Hij was immers de vervolger bij uitstek van de Ecclesia. Toch wordt Ananias overtuigd waartoe Saulus is uitverkoren; dat wordt in een droom aan hem bekendgemaakt. Hij zou de Naam dragen voor de natiën — dat wordt als eerste genoemd en is het meest primaire van de bediening van deze Saulus en latere Paulus. Hij zou de Naam dragen voor de natiën, voor koningen en voor de zonen van Israël. Alle drie die aspecten komen heel duidelijk naar voren in het boek Handelingen.⟨/p> ⟨p>Als laatste hebben we nog gezien wat er in vers 16 staat. Daar lezen we: "Ik zal hem tonen hoeveel hij moet lijden ter wille van Mijn Naam." Dat wordt tegen Ananias gezegd. Saulus krijgt te kennen hoeveel hij moet lijden ten behoeve van de Naam. En moet u nagaan dat juist hij degene was die tot dusver het lijden ten behoeve van de Naam veroorzaakte. Maar vanaf dit moment zou hij zelf moeten gaan lijden ten behoeve van de Naam. Hij, de grote veroorzaker van dat lijden, zou het nu zelf moeten ondergaan. In ditzelfde hoofdstuk zie je dat al gedemonstreerd, want we zullen straks zien dat er moordplannen op hem beraamd worden in Damascus en in Jeruzalem. Zo is het zijn hele leven doorgegaan. We waren gebleven bij vers 16; dat was het laatste vers dat we de vorige keer besproken hebben.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-2" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="380" title="Speel af vanaf 06:20">▶ 06:20⟨/button> ⟨span>Ananias als Afgezant van de Heer⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Ananias wordt dus gestuurd naar het huis van Judas, waar Saulus verbleef. Ananias ging en hij kwam in dat huis van Juda. Hij legde hem de handen op en zei — ik vind het prachtig zoals dat dan klinkt: "Saul, broeder, de Heer heeft mij gezonden."⟨/p> ⟨p>Gezonden; hier staat het Griekse woord ⟨em>apostello⟨/em>. Je ziet daar natuurlijk direct het woord 'apostel' in. ⟨em>Apostello⟨/em> betekent zenden, of nog specifieker: afvaardigen. Ananias — jawel, hij is genadig — werd afgevaardigd naar Saulus. In zekere zin is daarmee deze Ananias dus ook een apostel van Christus Jezus; hij wordt naar hem afgevaardigd.⟨/p> ⟨p>Bij "Jezus" zie je ook meteen wie die Heer is. De Heer heeft mij gezonden, namelijk Jezus, en Jezus is de Heer. Dat is eigenlijk de kernbelijdenis waar het allemaal op aankomt: God, die Jezus uit de doden heeft opgewekt en Hem zo tot Heer gemaakt heeft, tot Heer en Christus. Ik verwijs naar hoofdstuk 2 vers 36, waar Petrus dat als slotconclusie aan het huis van Israël adresseert: "Dus moet het ganse huis van Israël zeker weten dat God Hem, die Jezus die jullie hebben gekruisigd, tot Heer en tot Christus gemaakt heeft."⟨/p> ⟨p>Hier zie je dat ook weer, en we zien dat voortdurend in het Nieuwe Testament. Dat is de belijdenis in een notendop: Jezus, die gekruisigd is door mensen, is door God gemaakt tot ⟨em>kurios⟨/em>, de Eigenaar, de Heer van allen. Let op: de Heer van allen. Hij is de Eigenaar en de Redder van allen. Ik zeg Redder, want de naam Jezus betekent: Yahweh is Redder. We hadden het net over Ananias — Chanajah, "genadig is Yahweh" — maar de naam Jezus, die Heer is, betekent "Yahweh is Redder". Yahweh is Redder en Hij is door God gemaakt tot Heer.⟨/p> ⟨p>"Wel, de Heer heeft," zegt Ananias dan tegen Saulus, "de Heer heeft mij gezonden, Jezus die u verschenen is op de weg waarlangs gij gekomen zijt." Ook dat was deze Ananias dus ter oren gekomen; hij wist daarvan, hij was daarvan op de hoogte. "Opdat gij weer zult zien." Dat was de reden waarom hij bij hem langskwam.⟨/p> ⟨p>Let op: dat was inmiddels de derde dag dat Saulus zou gaan zien. Hij was nu drie dagen blind geweest en op deze derde dag werden hem in het huis van Juda de ogen geopend door "Yahweh is genadig". Als ik het zo zeg, dan zie je meteen hoe veelzeggend en typologisch dat is: op de derde dag wordt het huis van Juda door Yahweh begenadigd. Feitelijk zie je hier natuurlijk ook een prachtig type van wat er in de toekomst gaat gebeuren met het huis van Juda. Ook op de derde dag — en dan praat ik over dagen van duizenden jaren — na tweeduizend jaar, zullen de ogen geopend worden door een genadig God, doordat ze zicht zullen krijgen op Jezus, hun Messias. Dit gebeuren is in dat opzicht zo typologisch en profetisch.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-3" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="638" title="Speel af vanaf 10:38">▶ 10:38⟨/button> ⟨span>Vervuld Worden van Heilige Geest⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>"...opdat gij weer zou zien en met heilige geest – of letterlijk: van heilige, niet 'de', maar van heilige geest – vervuld zou worden." Dat is een uitdrukking die je in het boek Handelingen natuurlijk nogal eens een keertje tegenkomt: die uitdrukking 'vervuld worden van Gods geest', van heilige geest. Zullen we ze eens op een rijtje zetten? Ik geloof niet dat ik compleet ben, maar ik wil in ieder geval een paar dingen daarover gezegd hebben om te laten zien wat dat betekent. Kijk, je kunt natuurlijk zeggen: heilige geest, dat is de geest van God die een mens in staat is te vervullen, vol te maken. Maar wat betekent dat dan? Waaraan merk je dat? Daar hoeven we niet over te fantaseren. Dat het iets geweldigs is, lijkt me nogal duidelijk als het Gods geest is die een mens vervult. Een mens kan vol zijn van alles, maar als je vol bent van Zijn heilige geest, dan moet dat heel bijzonder zijn.⟨/p> ⟨p>Je leest in hoofdstuk 2 – dat is wellicht de bekendste – over de Pinksterdag: "En zij allen werden vervuld van heilige geest en zij begonnen met andere tongen te spreken zoals de geest het hun gaf uit te spreken." Dat is een fenomeen dat in het boek Handelingen vaak en met enige regelmaat terugkeert als beschrijving van die vervulling van Gods geest. Mensen spraken met andere tongen. Er staat hier 'tongen', maar eigenlijk is in het Grieks 'tong' en 'taal' – ⟨em>glossa⟨/em> – exact hetzelfde. Dus ze spraken met andere tongen, in andere talen. Ieder van hen hoorde hen, want er waren vele talen daar in Jeruzalem op die dag vertegenwoordigd. Ieder hoorde hen in hun eigen taal spreken van de grote daden Gods.⟨/p> ⟨p>Je moet je even voorstellen dat je ineens op een wonderbaarlijke wijze mensen hoort spreken die die taal helemaal niet hebben geleerd; dat ze ineens Chinees of Pools spreken. Dat zou ik zelf erg leuk vinden, want ik geef altijd Nederlandse lessen aan Polen. Je moet eens weten hoe groot een handicap het is als je hun eigen taal niet spreekt. Ik zeg altijd: "Ja, het gaat er niet om dat ik Nederlands spreek, jullie moeten Nederlands leren." Maar goed, zij hoorden hen dus in andere talen spreken. Je kunt je wel voorstellen hoe een bijzonder fenomeen dat in die dagen is geweest, dat mensen zonder een taal geleerd te hebben spreken in zulke talen. Er werd in die dagen overigens ook al misbruik van gemaakt; dat lees je in de brief aan de Korinthiërs. Het was ook een tijdelijk fenomeen; tongen zouden verstommen als de volwassenheid zou aanbreken. Maar goed, dat is een heel ander onderwerp. Waar het nu om gaat, is dat dit een begeleidend verschijnsel was: mensen werden vervuld van heilige geest en ze begonnen in andere talen te spreken.⟨/p> ⟨p>In hoofdstuk 4 vers 31, een paar hoofdstukken later in het boek Handelingen, staat: "En terwijl zij baden werd de plaats waar zij vergaderd waren bewogen." Ik neem dat heel letterlijk. "En zij werden allen vervuld van de Heilige Geest en spraken het woord van God met vrijmoedigheid." Ook dit is een prachtig kenmerk van vervuld worden met Gods geest. Je kunt zeggen dat het spreken in talen geen universeel fenomeen is; dat was specifiek voor die dagen. Maar als een mens vervuld wordt van Gods heilige geest, dan is het altijd een kenmerk dat hij vervuld wordt van het Woord. Want laten we wel wezen: Gods geest en Gods woord zijn uiteindelijk hetzelfde. Als een mens vervuld wordt van de geest, dan betekent het dat hij vol is van het Woord.⟨/p> ⟨p>Ik zou dat vanuit de brieven van Paulus heel makkelijk kunnen laten zien via een klein zijspoortje. In Efeze 5 zegt Paulus: "Word vervuld van de heilige geest en spreekt onder elkaar in psalmen, lofzangen en geestelijke liederen." Als je nu het parallelvers leest in Kolossenzen 3, dan staat daar: "Het woord van Christus wone rijkelijk in u en spreekt onder elkaar in psalmen, lofzangen en geestelijke liederen." Het is gewoon een parallelvers. In het ene vers staat 'word vervuld met de Heilige Geest', en in het andere vers dat parallel daarmee loopt, staat 'het woord van Christus wone rijkelijk in u'. Met andere woorden: als het Woord rijkelijk in je woont, als je daarmee vervuld bent, dan is dat precies wat vervulling met Gods Geest ook is. Je bent vol van het Woord. Want Woord is Geest. "Mijn woorden," zegt de Heer Jezus in Johannes 6, "mijn woorden zijn Geest en Leven." Dat Woord is Leven, maar dat Woord is ook Geest en het is kracht. Die dingen moet je niet uit elkaar halen; het zijn allemaal kenmerken. Vervuld worden met de geest is dus synoniem met vervuld zijn met het woord. Dat zie je hier ook: ze waren vervuld met de heilige geest en ze spraken het woord van God met vrijmoedigheid, dat wil zeggen zonder enige belemmering.⟨/p> ⟨p>Als je daar vol van bent... hoe is het ook alweer? Dat weten we allemaal, want het gaat niet alleen op voor het woord van God: dat wat een mens vervult, daar spreekt hij over. Je leert een mens kennen door dat waar hij over spreekt. Waar het hart vol van is, daar loopt de mond van over. Ik bedoelde ook die uitspraak die u nogal eens bezigt: "Het vat geeft uit wat erin zit." Wat komt er uit een mens? Gewoon dat wat erin zit, wat anders? Een mens laat zich kennen; je kunt niet in iemands hart kijken, maar je kunt wel horen wat iemand zegt, of wat hij niet zegt en hoe hij het zegt. Daarin leer je een mens kennen en ontdek je wat belangrijk is. In elk geval: vervuld met heilige geest betekent het woord van God met vrijmoedigheid spreken.⟨/p> ⟨p>Ik heb er nog eentje. Ik zei al dat ik niet compleet ben, maar het gaat me erom aan te geven wat voor effecten die vervulling van Gods Geest heeft. In Handelingen 13 lees je over Paulus en Barnabas: "En zij schudden het stof van hun voeten nadat ze uit de synagoge waren gezet." Zo ging het meestal, dat zullen we vanzelf nog wel zien. "Ze schudden het stof van hun voeten af tegen hen en gingen naar Ikonium. En de discipelen werden vervuld van blijdschap en van heilige geest." Ook hier zie je weer die twee dingen die natuurlijk alles met elkaar te maken hebben. Want daar waar een mens gevuld is van Zijn woord – namelijk de blijde tijding, het goede bericht, het evangelie – daar wordt een mens blij van. Dan ben je ook vervuld van blijdschap.⟨/p> ⟨p>Was dat bij de discipelen een tijdelijk fenomeen? Ja, je leest dat de discipelen "werden vervuld". En toen de plaats waar ze vergaderd waren bewogen werd, werden allen die in Jeruzalem waren "vervuld van de heilige geest". Het is dus niet per definitie een continu fenomeen. Je leest trouwens van Johannes de Doper en van de Heer Jezus dat zij vervuld waren van Gods geest. Ik dacht in Lukas 4 te lezen dat dit hen ten alle tijden karakteriseerde, maar je kunt je voorstellen dat dit in Handelingen vaak momentopnames zijn.⟨/p> ⟨p>Vanuit, ik noem maar wat: als je slaapt, dan ben je niet vervuld van de Heilige Geest. En ben je niet vervuld van blijdschap, dan ben je eigenlijk gewoon niks; dan slaap je namelijk.⟨/p> ⟨p>Dus dat zijn ook... Als Paulus zegt: "Word vervuld van de Heilige Geest", dan suggereert hij daarmee ook: kijk, een mens die gelooft, wordt verzegeld met de Geest. Maar verzegeld zijn met de Geest wil nog niet zeggen dat je er vol van bent. Er kunnen allerlei weerstanden zijn; een mens, zelfs een gelovige, kan vol zijn van heel andere dingen.⟨/p> ⟨p>Dat is niet de bedoeling, maar goed, daar gaat het even niet om. We lazen dus dat Ananias naar Saulus toekomt, opdat hij weer zou kunnen kijken en met Heilige Geest vervuld zou worden. En dan staat er:⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-4" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1271" title="Speel af vanaf 21:11">▶ 21:11⟨/button> ⟨span>De Schillen Vallen van de Ogen⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En terstond vielen hem als schubben van de ogen en hij kon weer zien. Het wordt hier inderdaad gesproken over 'als'. Het waren natuurlijk niet letterlijk schubben, maar als schubben van de ogen. Ik heb dat eens nagekeken en het is interessant, want het Griekse woord hierin is afgeleid van 'schillen', het werkwoord schillen. Bijvoorbeeld zoals je een appel schilt of een vrucht schilt. In de Septuagint, de Griekse vertaling van ons Oude Testament, komen we dat woord nogal eens tegen, bijvoorbeeld in verband met de schubben van vissen. Dat is trouwens het kenmerk van een reine vis: dat die schubben heeft.⟨/p> ⟨p>De eerste keer dat we het echter tegenkomen, is in Genesis 30 vers 37. Ik vond het opmerkelijk en ik wil u er gewoon even op attenderen, juist omdat ik een connectie zie tussen de schubben die hier van Saulus’ ogen vallen en dat wat er gebeurde in de geschiedenis van Jakob. Dit is die merkwaardige geschiedenis waarin Jakob zijn kudde wil vergroten. U kent dat verhaal? Het is een heel merkwaardig verhaal, maar hij heeft een akkoord gesloten met Laban. Voor Laban is het egale, witte vee, de witte schapen – Laban betekent trouwens ook 'wit'. Voor Jakob zijn alle gespikkelde en gevlekte dieren; overal waar een vlekje aan zat, dat was de kudde van Jakob. Terwijl ik het zeg, 'de kudde van Jakob', denkt u meteen, net als ik: het volk van Jakob. Maar goed, dat zou vermeerderen.⟨/p> ⟨p>Jakob past een truc toe. Wij zeggen dan: wat is dat onzinnig dat hij dat zo doet. Maar dat is niet omdat Jakob zo onzinnig was. Wat Jakob deed – ik zeg niet dat het succes enkel kwam door wat hij deed, maar in ieder geval had het succes – getuigt van veel meer inzicht. Wij denken vaak dat Jakob een beetje achterlijk was doordat hij meende dat door takjes te schillen en die in de voederbakken te leggen in de tijd dat de schapen bronstig waren, zijn kudde daardoor groter werd. Het is een wat complex verhaal als ik het zo kort aangeef, en u vraagt zich misschien af waarom ik dit vertel.⟨/p> ⟨p>Kijk, daar staat: 'Toen nam Jakob zich verse takken'. Als u een Statenvertaling hebt, dan staat er 'staven'. Staven is het meervoud van staf. Je hebt een staf, en je hebt één staf, twee staven – niet 'staffen'. Dat woord wordt gebruikt – hetzelfde woord – wanneer Jakob, als ik me niet vergis, leunend op zijn staf door de Jordaan ging. Een staf in de Bijbel heeft altijd te maken met opstanding en met steun. Jakob ging door de Jordaan, steunend op de staf. Een staf is een embleem van opstanding. Houd het even vast en lees dan verder: 'Toen nam Jakob zich verse staven van populieren, van amandelbomen' – u weet wel, die bomen die als eerste in het voorjaar gaan bloeien, nieuw leven – 'en platanen'. En hij schilde – dit is het woord waar ik het over heb, dus schubben, dat is van hetzelfde woord afgeleid. Hij nam zich verse staven van populieren en platanen en hij schilde daarop witte strepen door het wit aan de takken te ontbloten.⟨/p> ⟨p>Wat Jakob deed, is die staven, die takken besnijden. Dat is wat hij deed. Om het nog wat anders te zeggen – en dat klinkt wat dubbelzinnig, en dat bedoel ik ook heel dubbelzinnig: de voorhuid van de staf werd ontbloot, of van de staven. Waarom zeg ik dat nu? Dat schillen is precies ook wat er gebeurt in het leven van Saulus hier. De schubben, de schillen vallen van zijn ogen. De 'voorhuid' van zijn ogen; dat vindt u misschien vreemd, maar in de Bijbel is er vaker sprake van de voorhuid. Goed, dat is fysiek, van het mannelijk geslachtsdeel, maar dat is een type. Ook in het Oude Testament is al vaak sprake van de besnijdenis des harten. Het gaat uiteindelijk niet om de besnijdenis als een fysiek ritueel, nee, het gaat om wat het uitbeeldt. En wat het uitbeeldt, dat is de besnijdenis van het hart: dat de voorhuid van uw hart, de bedekking van het hart, wordt weggenomen.⟨/p> ⟨p>De Bijbel spreekt ook over de besnijdenis der oren. Dat wil zeggen dat de voorhuid, de bedekking, wordt weggenomen zodat een mens in staat is te horen. Zo zijn de ogen ook bedekt als ze gesloten zijn; het ooglid is de bedekking. Als de ogen 'besneden' worden, dan vallen de schellen van je ogen en kun je zien. De beeldspraak op zich is niet zo moeilijk: het gaat erom dat er een bedekking, de voorhuid, wordt weggenomen. Dat gebeurde ook in het leven van Jakob en dat heeft alles te maken met het feit dat de bedekking wordt weggenomen en God de kudde van Jakob gaat zegenen, zodat ze een nieuw leven krijgen. Daar hebben die staven dan weer alles mee te maken.⟨/p> ⟨p>Maar als het allemaal een beetje te veel is, dan stel ik voor om in ieder geval dit te onthouden: namelijk dat hier in het leven van Saulus sprake is van het feit dat zijn ogen worden geopend. De schillen vallen van zijn ogen, oftewel zijn ogen worden besneden. Dat is het idee. Zijn ogen worden geopend, de bedekking wordt weggenomen en hij kan zien. Ja, en nu zit ik even af te vragen... ja.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-5" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1714" title="Speel af vanaf 28:34">▶ 28:34⟨/button> ⟨span>Opstanding, Doop en Versterking Door Voedsel⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En toen hij voedsel genomen had... we hadden de vorige keer al gezien dat Saulus drie dagen niet gegeten en niet gedronken had, dus hij was natuurlijk zeer verzwakt. En toen hij voedsel genomen had, werd hij versterkt. Ik vind dat prachtig, typologisch gezien.⟨/p> ⟨p>Ik zie trouwens dat ik een detail ben vergeten mee te nemen in de bespreking, wat ik op de website nog even zal corrigeren. Er staat namelijk nog een regel die ik nog niet heb behandeld: hij kon weer zien en hij stond op, en hij werd gedoopt. Je leest later ook dat Saulus daaraan refereert. Hij werd daar gedoopt, in het huis van Juda. De doop is echt een Joods fenomeen; daar hebben we het de vorige keer ook over gehad. De waterdoop. Saulus — hier nog niet Paulus — werd gedoopt, en dat was een afwassing, een rituele reiniging. Maar eerst staat er dus: hij stond op en hij kon weer zien.⟨/p> ⟨p>Laten we het eens zo lezen. Hij werd aangesproken door Chananjah, wat betekent: 'Genadig is JAHWEH'. Zijn ogen werden geopend — hij werd als het ware besneden aan zijn ogen — en hij staat op. Dat was hier natuurlijk letterlijk zo, hij stond fysiek op, maar ik bedoel het ook geestelijk: hij stond op in nieuw leven. En vervolgens werd hij gedoopt. Uiteindelijk is de doop in water slechts een beeld van de echte doop. Johannes de Doper zei: 'Ik doop u met water, maar Hij die na mij komt, zal u dopen in de Geest', of met heilige Geest. Met andere woorden: die doop in water is slechts een voorafschaduwing van de echte doop. De christelijke doop is niet de waterdoop; dat is een Joods fenomeen. Ik zeg dat helemaal niet laatdunkend, maar het is een Joods gebeuren, heel fundamenteel bij de Hebreeën. De doop van Christus echter, dat is een doop in Geest. Daar komt geen druppel water aan te pas.⟨/p> ⟨p>Welnu, hij wordt aangesproken door JAHWEH die genadig is, zijn ogen worden geopend, hij staat op, hij wordt gedoopt en hij wordt versterkt door voedsel. Er worden hier vijf punten aangesneden, vijf dingen die met Saulus gebeuren. Als u het mij vraagt, is dit allemaal zo typologisch, zo vol met symboliek. Het is precies de wijze waarop een mens ook het Woord ontvangt: het Woord van genade waardoor de ogen geopend worden, waardoor je opstaat in nieuw leven en waardoor je gedoopt wordt — in de Geest dan natuurlijk, de echte doop. En wat gebeurt er dan vervolgens? Dan word je versterkt door voedsel. Welk voedsel? Welk anders dan door het Woord? Dat is een diepe Bijbelse symboliek. Zoals een mens fysiek eet, zo heeft een mens ook geestelijk voedsel nodig om sterk en krachtig te worden. Saulus werd op die wijze versterkt.⟨/p> ⟨p>En het geschiedde... In mijn Bijbeltje begint er dan een nieuwe pericoop. In de NBG-vertaling is dat zo, en ik vraag me af hoe dat in de Statenvertaling of de Voorhoevevertaling is. Ook bij vers 19? Ja, dus hier begint inderdaad een nieuw gedeelte in het verhaal.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-6" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2001" title="Speel af vanaf 33:21">▶ 33:21⟨/button> ⟨span>Het Verblijf bij de Discipelen en de Reis Naar Arabië⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En het geschiedde toen Saulus enige dagen bij de discipelen te Damascus was. En die discipelen waren in Damascus, juist ook omdat ze op de vlucht waren voor Saulus. De vorige keer heb ik geloof ik even op dat vers gewezen, maar er staat in hoofdstuk 11 vers 19 dat die enorme gemeenschap, vanwege de verdrukking naar aanleiding van de steniging van Stephanus — waar vond er een verdrukking plaats, een vervolging? In Jeruzalem! — genoodzaakt was om juist weg te trekken en te vluchten naar noordelijke streken. En ze kwamen onder andere ook in Damascus terecht. En nu ging Saulus vervolgens ook zich buitenlands richten. En wel, Saulus bevindt zich nu bij de discipelen te Damascus, uitgerekend degenen wellicht ook die juist voor hem op de vlucht waren.⟨/p> ⟨p>Nou, en toen Saulus enige dagen bij de discipelen te Damascus was, toen geschiedde het dat hij terstond... je moet je voorstellen: een man die net geroepen is. Wat een enorme omkeer heeft er in zijn leven plaatsgevonden! Maar terstond, lees je... ik neem het gewoon zoals het staat. De volgende sabbat dat hij in de synagoge was, verkondigde hij dat Jezus de Zoon van God is. Dus Saulus is geroepen. Hij is een paar dagen helemaal het pad kwijt — nou ja, hij was wel in de Rechte Straat natuurlijk — maar hij was blind. Vervolgens worden zijn ogen geopend. Hij wordt gedoopt, et cetera. En terstond gaat hij de synagogen in om te verkondigen. In de synagogen, want u moet zich realiseren: Damascus was een grote plaats.⟨/p> ⟨p>Ja, dat is een hele goede. Nou, dat kan dus niet. Want ja, er staat dat hij terstond... Hoe bedoel je? "Toen hij voedsel genomen had, werd hij versterkt en het geschiedde..." Wat jij nu voorstelt is dat je zegt: drie jaar later, of in ieder geval na zijn verblijf in Arabië, dat tóen Saulus enige dagen bij de discipelen te Damascus was? Ja, ergens in zijn verblijf in Damascus. We lezen... ik heb er nog diaatjes van, maar omdat het nu zo ter sprake komt, is het misschien wel even handig om naar Galaten 1 toe te gaan. Galaten 1. En daar lees je dus... nou, weet je wat? Ik zoek het even op. Hier ook. Ja. Even kijken hoor, Galaten 1 vers 16: "Opdat ik Hem onder de natiën verkondigen zou, ben ik geen ogenblik te rade gegaan met vlees en bloed. Ook ben ik niet naar Jeruzalem gegaan tot hen die reeds vóór mij apostelen waren, maar ik ben naar Arabië vertrokken. En van daar naar Damascus teruggekeerd."⟨/p> ⟨p>En dan zou het idee wat jij nu zegt, dus zijn dat hij werd versterkt en vervolgens naar Arabië is gegaan. En toen, vervolgens, is hij teruggegaan. Toen hij daar was, is hij gelijk daarheen gezien en gehoord? Dat kan ook nog. Aan dit scenario heb ik nog niet gedacht. Maar zoals je het nu zegt, is het eigenlijk heel plausibel zelfs. Want hoe dan ook, dat verblijf in Arabië wordt in Handelingen niet genoemd. Want we moeten opletten hier in Galaten 1 dat als Paulus dus hierop terugblikt in zijn brief, dan zegt hij: "Ook ben ik niet naar Jeruzalem gereisd tot hen die reeds vóór mij apostelen waren, maar ik ben naar Arabië vertrokken en vandaar naar Damascus teruggekeerd. En daarop ging ik drie jaar later naar Jeruzalem." Dat wil zeggen: tussen zijn roeping en zijn eerste verblijf in Jeruzalem, daar zit drie jaar tussen. En in die tijd is hij dus in Arabië hoe dan ook geweest — hoelang dan ook, dat weten we ook niet — maar in ieder geval vanaf zijn roeping totdat hij inderdaad in Jeruzalem komt, zit een tijdsverloop, zegt hij zelf, van drie jaar.⟨/p> ⟨p>En dat verblijf in Arabië, dat wordt in Handelingen 9 niet genoemd. Lukas spreekt er niet over. Dat is heel eigenaardig. Ja, waarom niet? Waarom zou Lukas daar nou niet over gesproken hebben? Nou is het altijd lastig om te verklaren waarom iets er níet staat. Ik bedoel, je kunt vertellen waarom iets er wél staat, maar het lijkt misschien wat ver gezocht om een verklaring te gaan zoeken van waarom het er niet staat. Maar toch heb ik wel een idee daarover. Kijk, het boek Handelingen gaat over hoe de boodschap van het Koninkrijk door Israël verworpen wordt. En vervolgens hoe via Paulus het naar de natiën gaat. Maar het gaat allemaal om dat Koninkrijk. "Herstelt Gij in deze tijd het Koninkrijk voor Israël?" Dat is de grote vraag in het boek Handelingen. In Paulus' bediening en dat hem de verborgenheid is geopenbaard, dat speelde in zijn brieven een grote rol, maar dat is niet het onderwerp van het boek Handelingen.⟨/p> ⟨p>Terwijl hij nu juist naar Arabië is gegaan om onderwezen te worden door de Heer. Kijk, het is eigenlijk ook wel opmerkelijk dat hij zegt: "Ik ben niet te rade gegaan met vlees en bloed." Kijk, wat had er nou meer voor de hand gelegen nu Saulus geroepen was om meteen linea recta naar Jeruzalem te gaan en zich te vervoegen bij de apostelen en te zeggen: "Nou, ik ben nu ook een apostel"? Nee, helemaal niet. Zijn bediening was een heel andere. Hij is geroepen niet door mensen; hij is geroepen door Christus Jezus Zelf. En niet alleen geroepen, maar ook onderwezen. Want de Heer had tegen hem gezegd, meteen al bij zijn roeping — we hebben het al een keertje eerder overwogen —: "Ik zal ook aan jou gaan verschijnen." Dus hij is naar Arabië gegaan.⟨/p> ⟨p>Ja, waarom Arabië? Nou, dat is nog weer een verhaal apart. Weet u wat er in Arabië was? De berg Sinaï. Ja, in Galaten 4... dat is de grap. Het woord Arabië komt twee keer voor in het Nieuwe Testament. En twee keer in de Galatenbrief. Galaten 1 zegt Paulus: "Ik ben naar Arabië gegaan." En een paar hoofdstukken later spreekt hij over de berg Sinaï in Arabië. Dus waar de Heer ooit Zich openbaarde aan Mozes. Zoals de Heer Zich ooit openbaarde aan Mozes in Arabië, zo heeft later de Heer Zich geopenbaard aan Saulus en hem ook heel veel dingen verteld. Je ziet daarmee ook heel duidelijk de parallel tussen Mozes, aan wie God zoveel heeft bekendgemaakt ten behoeve van het volk Israël, en vervolgens later, anderhalf duizend jaar later, aan Saulus. Ook in Arabië. Maar dat zou zomaar eens kunnen wat jij nu zegt. Eén ding is in elk geval zeker: de Heer heeft Zich geopenbaard aan Saulus in Arabië. En dat wat Paulus zelf in zijn brieven verhaalt, dat wordt niet vermeld in het boek Handelingen. We komen er later nog even op terug naar aanleiding van vers 23.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-7" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2549" title="Speel af vanaf 42:29">▶ 42:29⟨/button> ⟨span>Jezus Verkondigd als de Zoon van God⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En het geschiedde, toen Saulus enige dagen bij de discipelen te Damascus was, dat hij terstond — gewoon de volgende Sabbat, meteen — in de synagogen verkondigde dat Jezus de Zoon van God is. U moet zich realiseren: Damascus was nog steeds de hoofdstad van Syrië en er was een hele grote Joodse gemeenschap. Vandaar ook dat er sprake is van de synagogen. Daar verkondigde Saulus — proclameren, openlijk bekendmaken — dat Jezus de Zoon van God is. Als dat er zo staat, als hij openlijk in de synagoge bekendmaakt dat Jezus de Zoon van God is, dan is daarmee aangegeven dat Jezus de beloofde Messias is. De Messias namelijk van Psalm 2, verwekt door God Zelf. De Zoon van God, verwekt door God Zelf.⟨/p> ⟨p>Dat is in dubbele zin waar, want Hij is in de eerste plaats geboren uit Maria, zonder tussenkomst van een menselijke vader. Hij is met recht de eniggeboren Zoon van God. Er is maar één mens, van al die miljarden vanaf Adam tot nu toe, die kan zeggen: "God is mijn Vader." Verwekt dus door God Zelf, de eniggeboren Zoon van God. Maar dat niet alleen: Hij is bovendien ook nog verwekt door God Zelf uit de doden. Ik heb hier de verwijzing naar Handelingen 13 staan, en daar zie je inderdaad dat dit Hem ook tot Zoon van God maakt. Hij is dus in dubbele zin verwekt door God: ooit eerst uit Maria, en jaren later, na zijn kruisiging, is Hij door God verwekt uit de doden. Daarom is Hij met recht de Zoon van God.⟨/p> ⟨p>Weet u waar die uitdrukking aan ontleend is? Ik zei het zojuist al: Psalm 2. Dat is dé psalm bij uitstek die in het Nieuwe Testament een hele grote rol speelt als het gaat om de identiteit van de Messias. Wie zou de Messias zijn? Het is een psalm van David, en dat begint in vers 1: "Waarom woelen de volkeren en zinnen de natiën op ijdelheid?" Dit gaat trouwens over de eindtijd; over wat er zal gebeuren in de toekomst als de volkeren zich zullen verzamelen tegen Jeruzalem. Er staat: "De koningen der aarde scharen zich in slagorde en de machthebbers spannen samen tegen de HERE en zijn gezalfde." Ziet u dat die volkeren inderdaad bij elkaar komen en samenspannen? De Verenigde Naties dus. Ze komen bij elkaar om zich te keren tegen de HERE en zijn gezalfde. Als hier staat 'gezalfde', dan staat er in het Hebreeuws het woord Mashiach — de Messias, in het Grieks de Christus. Tegen de HERE, tegen Yahweh, en zijn Mashiach.⟨/p> ⟨p>Ik sla een paar verzen over, en dan staat er in vers 4 dat God daar allerminst van onder de indruk is. Die in de hemel zetelt, lacht. Dat is humor, maar wel vreemde humor. Want de mensheid — al die machtige volkeren die zich heel veel verbeelden en samenspannen tegen Hém — voor Hem is dat gewoon lachwekkend. Ik vind dat een schitterende vaststelling in deze psalm. Zeg dan niet dat God geen gevoel voor humor heeft. Alleen is het niet onze humor. Dit is echt geheim. Dat de mensheid, die zo groot over zichzelf denkt, zeker wanneer alle krachten worden gebundeld en de intelligentia zich verenigen om zulke dingen te bedenken... wel, de Heer heeft een grote schik. Het is gewoon belachelijk wat de mens zich verbeeldt. Die in de hemel zetelt, lacht; de Heere spot met hen.⟨/p> ⟨p>Waarom lacht de Heer daarom? Hij zegt: "Ik heb immers mijn koning gesteld over Sion, mijn heilige berg." Wat verbeelden de mensen zich wel, wat verbeeldt de hele volkerenwereld zich? God heeft een besluit genomen. Hij heeft zijn koning gesteld. Je ziet dus dat die gezalfde, de Messias, inderdaad zijn koning is. De koning uit het huis van David, gesteld over Sion, de heilige berg.⟨/p> ⟨p>In vers 7 is inmiddels de Messias zelf aan het woord: "Ik wil gewagen van het besluit van Yahweh. Hij sprak tot mij: Mijn zoon zijt gij, Ik heb u heden verwekt." Let op: dit is een Messiaanse psalm van David. Hij profeteert over wat er in de toekomst zou gebeuren als de volkerenwereld zou samenspannen tegen de Messias en zich zou keren tegen Jeruzalem, tegen Sion. En dan is het de Messias die zelf het woord neemt en zegt: "God Zelf heeft tegen mij gezegd: Mijn zoon ben jij, Ik heb je heden verwekt." Dat 'heden' slaat trouwens op de dag van de opstanding. Hij was al de zoon, maar op de dag van de opstanding is Hij verwekt door God. Wederom verwekt, wedergeboren zo u wilt, nieuw leven ontvangen.⟨/p> ⟨p>Zo zie je dus dat die gezalfde de koning is, gesteld over de heilige berg, over Sion. Het is Gods besluit en het is Gods woord dat tot Hem klonk: "Mijn zoon ben jij, ik heb je heden verwekt." Zoals gezegd is dat verwekken dubbelzinnig, want het slaat zowel op zijn geboorte in Bethlehem als op zijn wedergeboorte later in Jeruzalem, toen Hij opstond uit de doden. Laat ik als laatste dit vaststellen: als Saulus daar in Damascus terstond gaat verkondigen dat Jezus de Zoon van God is, dan zegt hij daarmee dat Hij de beloofde Messias is waarvan David in de psalmen reeds sprak. Hij is het, Hij is dé Zoon van God. Let op: niet zomaar zoon van God, nee, Hij is dé Zoon van dé God. Dat is Hem. En dat heeft Saulus terstond, zodra hij daar in Damascus was, naar voren gebracht en verkondigd, geproclameerd. Ik stel voor dat we eerst even gaan pauzeren, en dan pakken we straks de draad op bij vers 21.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-8" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3015" title="Speel af vanaf 50:15">▶ 50:15⟨/button> ⟨span>Verduidelijking over de Tijdlijn van Arabië⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Zullen wij weer verder gaan? Ik moet zeggen dat dit nuttige overwegingen zijn geweest die ik zojuist even had, aangedragen door Wolter, over het verblijf van Paulus in Arabië en wanneer dat precies geweest is.⟨/p> ⟨p>Bij nader inzien lijkt het inderdaad het meest logisch dat hij eerst Ananias heeft ontvangen en dat hem de handen zijn opgelegd. Vervolgens werd hij gedoopt, vers 19a dus, en direct daarna is hij naar Arabië gegaan. De Heer had hem immers geroepen en gezegd: "Ik zal aan je verschijnen en Ik heb je nog meer te vertellen." Daarna is hij weer teruggekeerd naar Damascus, zoals ook in Galaten 1 staat. Wanneer er dan in vers 19b staat: "En het geschiedde, toen Saulus enige dagen bij de discipelen te Damascus was, dat hij terstond in de synagogen verkondigde dat Jezus de Zoon van God is", dan wil dat zeggen: ná zijn verblijf in Arabië.⟨/p> ⟨p>Ik heb eerlijk gezegd tot vanavond gedacht dat vers 19b sloeg op de tijd vóórdat hij de reis naar Arabië maakte, maar nu ik dit zo overweeg, lijkt dit scenario mij veel logischer. Dat hij inderdaad linea recta is gegaan: hij is geroepen, Ananias heeft hem ontvangen, zijn ogen zijn geopend en hij is meteen gegaan. Juist ook omdat Paulus in Galaten 1 zegt: "Ik ben niet te rade gegaan met vlees en bloed." Nee, hij ging terstond. Dat waren de woorden die hij in dat verband bezigde: "Opdat ik Hem onder de natiën verkondigen zou, ben ik geen ogenblik te rade gegaan met vlees en bloed. Ook ben ik niet naar Jeruzalem gereisd tot hen die reeds vóór mij apostelen waren, maar ik ben naar Arabië vertrokken."⟨/p> ⟨p>Zoals het zich hier voordoet, zijn zijn ogen geopend en is hij naar Arabië gegaan. Vervolgens zegt hij: "En vandaar naar Damascus teruggekeerd." Dan zijn we inderdaad bij vers 19b. Omdat dit een inzicht is dat zich ter plekke tijdens de studie aan mij voordoet, heb ik dit niet in mijn dia's kunnen verwerken. Maar goed, ik kan het nu wel zo vertellen en ik wil daar best nog eens een keertje een blogje aan wijden, want ik vind dit boeiend genoeg.⟨/p> ⟨p>Nee, er zit drie jaar tussen zijn roeping en zijn eerste komst in Jeruzalem. Want zo zegt hij het: "Ik ben niet naar Jeruzalem gereisd, ik ben naar Arabië vertrokken en vandaar naar Damascus teruggekeerd." En dan staat er in Galaten 1: "Daarop ging ik drie jaar later naar Jeruzalem." Dat wil zeggen: drie jaar na mijn roeping op de weg naar Damascus.⟨/p> ⟨p>Dus nog een keer: hij is geroepen, zijn ogen zijn geopend en hij is naar Arabië gegaan. Vervolgens is hij naar Damascus teruggekeerd en heeft hij daar in de synagogen verkondigd. Daar werd uiteindelijk een moordaanslag op hem beraamd, waarna hij naar Jeruzalem is gegaan. Dat is waar Handelingen 9 ook over spreekt. Maar de conclusie is dus inderdaad dat hij meteen na zijn roeping, nadat zijn ogen geopend zijn, direct naar Arabië is gegaan. Dat lijkt me het meest voor de hand liggende scenario. Het blijft opmerkelijk dat dit verblijf in Arabië door Paulus heel uitdrukkelijk vermeld wordt wanneer hij zelf zijn relaas doet, maar in het boek Handelingen ontbreekt het. Dat heeft ongetwijfeld te maken met de verborgenheden die hem bekendgemaakt zijn, maar dat is weer een ander onderwerp. We hebben het nu over Handelingen 9.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-9" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3262" title="Speel af vanaf 54:22">▶ 54:22⟨/button> ⟨span>De Opperste Verbazing over Saulus' Ommekeer⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>We waren dus in vers 20, waar staat dat hij terstond, als hij daar in Damascus is, in de synagogen verkondigde dat Jezus de Zoon van God is. En allen die het hoorden – nou, dat kun je je voorstellen – allen die het hoorden, stonden verbaasd. Ik heb dat woord nog eens even bekeken in de concordantie, en dan zie je dat dit specifieke Griekse woord vertaald wordt met 'buiten zichzelf zijn', 'ontsteld zijn', 'verbijsterd zijn', of 'verbaasd', zoals hier ook, of 'versteld'. Dat is het. Al die weergaven zeggen natuurlijk genoeg, namelijk: verbijstering, ontsteltenis en verbazing – opperste verbazing over wat er met die Saulus van Tarsus is gebeurd.⟨/p> ⟨p>En ze zeiden: "Is dit niet die man die te Jeruzalem uitroeide?" Dat woord 'uitroeien' behoort ook tot Paulus' eigen terminologie. Hij zegt in Galaten 1 – daar zijn we weer – dat hij heeft gehoord, of liever, hij zegt daar: "Ik heb de gemeente Gods bovenmate," of letterlijk zoals we al eerder gezien hebben 'overtreffend', "vervolgd en getracht haar uit te roeien." Het is hetzelfde Griekse woord. En later in Galaten 1 vers 23 staat er: "Alleen hoorden zij telkens: hij die ons vroeger vervolgde, verkondigt nu het geloof dat hij tevoren trachtte uit te roeien." Hetzelfde woord. Ja, is dit niet de man die te Jeruzalem uitroeide wie deze naam – de naam van Jezus namelijk – aanriep?⟨/p> ⟨p>En hij is nu hier in Damascus gekomen met het doel hen gevankelijk – dat wil zeggen gebonden, gevangen genomen – voor de overpriesters te brengen. Saulus was inderdaad naar Damascus gegaan met de missie van de hogepriesters, met de papieren, gevolmachtigd door het dagelijks bestuur van het Sanhedrin, de hogepriesterlijke elite, om al die discipelen gevangen te nemen en naar Jeruzalem te brengen. O, hier ligt een kan hoor; hier staat een kan. Oké, oké.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-10" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3404" title="Speel af vanaf 56:44">▶ 56:44⟨/button> ⟨span>Bewijzen en Argumenteren Vanuit de Schriften⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En dan staat er in vers 22: "Maar Saulus trad steeds krachtiger op." Er staat daar een woord dat verwant is aan 'dynamo', wat letterlijk betekent 'in vermogen'. Dynamo, dynamis, dynamiet; het heeft allemaal te maken met kracht en met vermogen. Hij werd steeds meer vermogend in die zin. Later zegt hij: "Ik vermag alle dingen in Hem die mij kracht geeft", maar het woord hier is dat Saulus steeds krachtiger optrad. U ziet het: Saulus echter veel eer werd bij machten gemaakt. Dat vind ik eigenlijk nog veel mooier: "veel eer". Ondanks de verbazing en de verbijstering die zich daar in Damascus onder de Joden meester maakte, werd Saulus slechts meer bekrachtigd. Hij bracht de Joden die te Damascus woonden in verwarring. Dat kun je je wel voorstellen; hij bracht ze in verwarring door te bewijzen dat deze Jezus namelijk de Christus is.⟨/p> ⟨p>In de Statenvertaling staat dit ook in vers 22. Ook hier hoor je hem zeggen: hij werd steeds meer bekrachtigd. En dat gebeurde door te bewijzen. Dit is niet het gewone woord voor bewijzen. Het is een woord dat, als je het ontleedt, 'samen stappen' betekent. Het idee is dus dat hij hen als het ware bij de hand nam en het hen liet zien. Vandaar ook dat het vertaald wordt met 'concluderen'; samen de conclusie trekken. Je laat dingen zien en je laat nog andere dingen zien. Je gaat stap voor stap gezamenlijk door de materie heen, door de boeken heen. Je laat dingen zien, iedereen ziet het, en samen stap je er doorheen, concluderend dat deze de Christus is.⟨/p> ⟨p>Wanneer Saulus, of Paulus zoals hij later heet, in de synagoge kwam, dan was dit standaard zijn bezigheid. Overal waar je leest dat hij in de synagoge komt, doet hij niet anders dan bewijzen vanuit hun eigen Bijbel, vanuit hun Tenag, ons Oude Testament. Hij bewijst wie de Messias is, namelijk dat Jezus volledig beantwoordt aan dat profiel. In Handelingen 17 vers 3 lees je dat Paulus in de synagoge van Thessalonica is. Paulus ging daar naar binnen, zoals hij gewoon was, en hij behandelde de Schriften. In de concordante tekst staat er: hij argumenteerde. Je ziet dat dit een context van strijd is; er is conflict en er moet iets bewezen worden. Wel, Saulus was een strijdbaar man en hij ging de synagoge in, deed hun eigen Tenag open en argumenteerde drie sabbatten achtereen met hen, waarbij hij gedeelten uit de Schriften uitlegde door middel van aanhalingen.⟨/p> ⟨p>Kijk ook eens wat er echt staat in de interlineair: 'ontsluitende' en 'voorzettende'. Ik geef toe, het is misschien niet erg fraai Nederlands, maar wel veelzeggend. Wat deed hij? Hij argumenteerde vanuit de Schrift en hij ontsloot de Schriften. Hij deed de Schriften open; hij ontsloot ze en hij zette het zo voor. Hij zette de schriftgedeelten hen zo voor, zoals een ober een maaltijd voorzet: "Hier is het, hier heb je het, kijk het maar na." Dat is argumenteren: ontsluitende en voorzettende dat de Christus moest lijden en opstaan uit de doden. Dat is wat hij liet zien.⟨/p> ⟨p>Hij deed dat niet alleen aan de hand van rechtstreekse profetieën, maar ook in vele typen en verhalen. Denk aan David die verworpen wordt en dan een hele tijd, hoewel hij de koning is, vervolgd wordt door Saulus, om dan uiteindelijk toch koning te worden. Of het hele verhaal van Jozef, die door zijn broeders verworpen is, doodgewaand wordt en uiteindelijk incognito op de troon komt en herkend wordt door zijn broeders. Dat zijn allemaal typen, aanwijzingen en bewijzen dat de Christus, de Messias, moest lijden en opstaan uit de doden. En dat deze Jezus de Christus is, namelijk die Jezus die ik, Paulus, u predik. Dat is wat hij deed in de synagoge. Hier, jaren voordat hij in Thessalonica was, in Handelingen 9 toen hij in Damascus was teruggekeerd, liet hij dat alles al zien. En dan lezen we in vers 23.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-11" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3787" title="Speel af vanaf 01:03:07">▶ 01:03:07⟨/button> ⟨span>Moordaanslag en Ontsnapping in een Mand⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En toen er verscheidene dagen verlopen waren... Dit had ik al even aangekondigd, want nu komen we alsnog op die kwestie van die drie jaren tussen Saulus' roeping en zijn komst in Jeruzalem. Want er staat hier: "En toen er verscheidene dagen verlopen waren." Letterlijk staat er dat er toereikende, dat wil zeggen genoeg dagen verlopen waren. Als u een Statenvertaling hebt, staat er: "Toen vele dagen verlopen waren." Ik heb hier de schriftplaatsen genoemd in Lukas 20 vers 23 en Handelingen 14 — dus een paar hoofdstukken later — waar deze zelfde uitdrukking wordt vertaald met "geruime tijd". Kijk, hier wordt misschien de suggestie gewekt dat het om een paar dagen of weken gaat, maar dat is echt niet zo. Want wat vanaf vers 23 beschreven wordt, is dat er een moordaanslag op hem beraamd wordt in Damascus en dat hij vervolgens naar Jeruzalem moet gaan. We hebben al gezien: tussen zijn roeping en zijn komst in Jeruzalem zit drie jaar. Dit is dus niet een paar dagen of weken; dit is inderdaad een geruime tijd later. Over die drie jaar hebben we het al gehad, maar ik heb hier alsnog een diaatje bij.⟨/p> ⟨p>We zijn weer even terug in Damascus. Toen er geruime tijd, genoeg dagen verlopen waren, beraamden de Joden het plan hem te vermoorden, of letterlijk: uit de weg te ruimen. Wat een nette manier is om hetzelfde te zeggen. Je ziet meteen dat op het moment dat hij publiek zijn bediening aanvangt, dit enorm veel wrevel wekt. De Joden willen hem zelfs uit de weg ruimen. Maar dan lees je: "Hun toeleg kwam ter kennis van Saulus." In het boek Handelingen vind je wel vaker zoiets. Je leest later, in Handelingen 22, dat hij in Jeruzalem komt en via een neefje van hem op de hoogte gesteld wordt dat er ook een moordaanslag op hem beraamd wordt. Hij wordt dan onder een escorte van Romeinse soldaten naar Caesarea gebracht. Die man heeft wat meegemaakt.⟨/p> ⟨p>Hun toeleg kwam ter kennis van Saulus. Zij hielden dag en nacht de wacht bij de poorten om hem te vermoorden. Ook in Damascus was hij dus niet veilig. Toch namen zijn discipelen hem en lieten hem 's nachts in een mand over de muur zakken. We weten van deze zelfde apostel dat hij daar later in zijn brieven op terugkomt, in 2 Korinthe 11. Hij is in Damascus niet veilig en nu wordt hij via een truc in een mand over de muur neergelaten. In hoofdstuk 11 van de tweede Korinthebrief blikt Paulus daarop terug en zegt: "Te Damascus liet de stadhouder van koning Aretas de stad van de Damasceners bewaken om mij te grijpen, en door een venster in de muur werd ik in een mand neergelaten en ik ontkwam aan zijn handen."⟨/p> ⟨p>Dit is natuurlijk niet erg verheffend. Nee, ze verhieven hem ook niet; ze lieten hem met recht zakken. Maar het was allemaal goed bedoeld en daar lag hij in een mandje. Aan wie moet je denken als je in een mandje ligt? Zou de uitdrukking "door de mand vallen" daarmee te maken hebben? Ik weet het niet. Maar wat ik wel mooi vind: de deuren van de stad Damascus gingen dicht, maar er ging een venster open. Met recht, want Paulus zegt dat ook: "Door een venster in de muur, een opening..." De stad was belegerd en hij kon de poorten niet uit. Er was een deur gesloten, maar wat doet God dan? Dan wordt er een venster geopend. Dat zie je altijd in de Bijbel. Toen God de deur van de ark sloot, opende Hij een venster voor Noach, waardoor die duif eruit kon.⟨/p> ⟨p>Ik moet ook denken aan een Hebreeuws beeld. De Hebreeuwse letters zijn ook woorden. De Aleph, de eerste letter, is eigenlijk de kop van een rund. De Beth is een huis. De Giemel, de derde letter, is een kameel. De vierde letter, de Dalet, is een deur. Na de vierde letter krijg je uiteraard de vijfde en dat is de Hee. Waar ons "heitje" — de vijf stuivers — nog vandaan komt, de vijfde. Dat betekent dus: als de deur dichtgaat, dan gaat het venster open. Zie de Hebreeuwse symboliek. Wij kennen dat nog steeds en het is een universeel Bijbels principe: als God een deur sluit — dat gold trouwens ook toen de vierde bedeling van de wet werd afgesloten — dan opent God vervolgens het venster op de hemel, een venster van genade. Je ziet het principe overal, op allerlei niveaus en op allerlei wijzen gedemonstreerd.⟨/p> ⟨p>Je ziet het trouwens ook in je eigen leven. Als God soms op de ene manier een deur dichtslaat, dan opent Hij juist weer uitzicht dat zoveel grootser is. In het leven van Saulus zien we dat hier ook gedemonstreerd. Ik denk daarbij ook nog aan de verspieders in de dagen van Jozua. Zij werden ook via de muur vrijgelaten, waarna er uit die muur een scharlaken koord kwam te hangen. Dat werd een symbool van redding. De poort was voor hen gesloten, maar er ging een venster open met het scharlaken koord. In al die dingen die ik nu naar voren breng, zit zoveel symboliek verborgen. En dan lees je...⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-12" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4258" title="Speel af vanaf 01:10:58">▶ 01:10:58⟨/button> ⟨span>Aankomst in Jeruzalem en Argwaan bij de Discipelen⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>In vers 26 lezen we: "en te Jeruzalem aangekomen". Dat is dus inderdaad drie jaar na zijn roeping, dat kan niet anders. Dat is de periode waar we het nu al diverse keren over hebben gehad vanavond, en waar hij zelf over spreekt in Galaten 1 vers 18. En te Jeruzalem aangekomen trachtte hij zich bij de discipelen te voegen. Hij beproefde het, maar dat viel niet mee, want er staat: "allen schuwden hem, allen vreesden hem". En dat is natuurlijk niet zo gek, daar zij niet konden geloven dat hij een discipel was. Nou, er staat eigenlijk dat ze het niet gelóófden; ziet u, "niet gelovende dat hij een leerling is".⟨/p> ⟨p>Ja, wat hebben ze gedacht? Je kunt je heel goed voorstellen dat daar in Jeruzalem een enorme argwaan geweest moet zijn ten opzichte van hem. Is hij een echte leerling, of is hij eigenlijk alleen maar een geheim agent die zich nu op deze manier voordoet, maar alleen om later nog een veel grotere slag te slaan? In elk geval, ze geloofden hem niet.⟨/p> ⟨p>En dan is het vervolgens Barnabas die zich het lot van deze Saulus aantrekt. Ik wil de volgende keer eigenlijk beginnen met wat meer te vertellen over die Barnabas, want die gaat een hele grote rol spelen in het vervolg van de geschiedenis, samen met Paulus. Paulus en Barnabas die er samen op uittrekken en die ook afgevaardigd worden naar de natiën. Maar hier wordt hij voor het eerst genoemd in relatie tot Saulus. En die bracht hem dan inderdaad bij de apostelen. Maar ik denk dat we er verstandig aan doen om dat de volgende keer te gaan bespreken. Het is misschien nog wat vroeg, maar het lijkt mij goed om het hierbij te laten. Dan vangen we de volgende keer dus aan met de bespreking van vers 27.⟨/p>